{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 4.6. van de APV is het verboden op een zodanige wijze toestellen te gebruiken of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder ontstaat of een ernstig risico bestaat op letsel en/of andere vormen van gehoorschade. Van het verbod in artikel 4:6 van de APV kan ontheffing worden verleend. Aan die ontheffing worden geluidsnormen gekoppeld. Deze geluidsnormen gelden zowel voor buitenevenementen als evenementen in een gebouw die niet tot een inrichting behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Binnen de gemeente worden op verschillende locaties evenementen gehouden. Daarbij gelden de volgende geluidsvoorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het equivalente geluidsniveau (LAeq,T) tijdens het evenement mag op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten, niet hoger zijn dan 70 dB(A) en 85 dB(C) (geen akoestisch onderzoek nodig).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullingen Aanvullend op de algemene geluidsvoorschriften kan één van onderstaande aanvullingen van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningsvrije evenementen Aanvullend op de algemene geluidsnormen geldt voor vergunningsvrije evenementen het volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 88 dB(A).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningsplichtige evenementen Aanvullend op de algemene geluidsnormen geldt voor vergunningsplichtige evenementen het volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 100 dB(A) en 115 dB(C).</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenementen voor 18- Aanvullend op de algemene geluidsnormen en in afwijking van het niveau voor vergunningsplichtige evenementen geldt voor evenementen die (voornamelijk) gericht zijn op personen jonger dan 18 jaar het volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 88 dB(A).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen In principe gelden de algemene geluidsvoorschriften, tenzij één of meerdere van onderstaande uitzonderingen van toepassing is. Dan gelden ook de geluidsvoorschriften van de uitzondering in plaats daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangewezen evenemententerreinen In de gemeente zijn in het omgevingsplan locaties aangewezen als evenemententerrein. Deze terreinen zijn aangewezen, omdat meerdere keren per jaar hier evenementen (kunnen) worden gehouden. In principe gelden hiervoor de algemene geluidsnormen, dus LAeq,T niet hoger dan 70 dB(A) en 85 dB(C), maar omdat op de aangewezen terreinen veelal de grotere (muziek)evenementen worden georganiseerd en deze terreinen veelal zijn gelegen tussen geluidsgevoelige objecten, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten andere geluidnormen toe te staan. Wanneer met een akoestisch rapport aangetoond wordt dat een LAeq,T van 70 dB(A) en 85 dB(C) niet haalbaar is en de geluidbelasting op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige objecten dus overschreden zal worden, mag het LAeq,T niet hoger zijn dan 85 dB(A) en 99 dB(C). Uit het akoestisch onderzoek moet blijken wat het maximaal benodigde LAeq,T is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Terreinen mede bestemd voor evenementen Ook zijn in het omgevingsplan locaties mede bestemd voor evenementen, bijvoorbeeld binnen een bestemming ‘groen’ of verkeer’. Op dergelijke locaties gelden in principe ook het algemene LAeq,T, dus niet hoger dan 70 dB(A) en 85 dB(C). Niet voor alle soorten evenementen zal dit echter voldoende zijn. Wanneer met een akoestisch rapport aangetoond wordt dat een LAeq,T van 70 dB(A) en 85 dB(C) niet haalbaar is en de geluidbelasting op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige objecten dan dus overschreden zal worden, mag het LAeq,T niet hoger zijn dan 85 dB(A) en 99 dB(C). Uit het akoestisch onderzoek moet blijken wat het maximaal benodigde LAeq,T is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kermisterreinen De attracties op een kermis, wat ook een evenement is, produceren geluid. In afwijking van de algemene geluidsvoorschriften moeten de attracties aan de volgende geluidsvoorschriften voldoen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het LAeq,T op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten, mag niet hoger zijn dan 85 dB(A) en 99 dB(C).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het LAeq,T mag per attractie niet hoger zijn dan 88 dB(A), gemeten op een afstand van 2 meter rondom de attractie op 1,5 meter meethoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Horeca tijdens kermis Voor evenementen (deels) buiten de grenzen van de inrichtingen van horecagelegenheden op of direct aansluitend aan het kermisterrein (tijdens een kermis in betreffende kern) mag het LAeq,T tijdens de kermisdagen in de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag tot 0.45 uur en de overige dagen tot 23.45 uur niet meer bedragen dan 85 dB(A) en 99 dB(C) op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Carnavalsoptochten Deelnemende wagens en groepen aan een carnavalsoptocht of een andere vergelijkbare optocht produceren geluid. In afwijking van bovengenoemde geluidsnormen moeten de deelnemers aan een dergelijke optocht aan de volgende geluidsnormen voldoen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemiddelde geluidsniveau ter hoogte van de loopgroep voor de wagen mag niet hoger zijn dan 100 dB(A), hierbij worden geluid producerende voorzieningen niet (haaks) op het publiek gericht. De geluid producerende voorzieningen op de wagen zijn naar voren, naar de loopgroep toe, gericht. De geluid producerende voorzieningen op het startwagentje zijn naar achteren, ook naar de loopgroep toe, gericht. Vanwege mogelijke overlast wordt geadviseerd de geluid producerende voorzieningen niet te hoog te hangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.1.2 Evenementen in een inrichting Voor milieubelastende activiteiten die vallen onder de Omgevingswet of het Besluit kwaliteit leefomgeving gelden de in het omgevingsplan opgenomen geluidsnormen voor het ten gehore brengen van versterkte muziek. Op basis van artikel 4:3 van de APV kunnen 4 keer per jaar incidentele festiviteiten worden georganiseerd, waarbij andere geluidsnormen gelden voor het ten gehore brengen van versterkte muziek binnen de grenzen van de inrichting, mits een kennisgeving van de incidentele festiviteit is gedaan. In de APV zijn de afwijkende geluidsnormen opgenomen, met daarbij de maximale eindtijd. Hierbij mag zowel inpandig als op het buitenterrein van de inrichting versterkte muziek ten gehore worden gebracht. Bij collectieve festiviteiten op basis van artikel 4:2 van de APV gelden ook andere geluidsnormen voor het ten gehore brengen van versterkte muziek, dan opgenomen in de Omgevingswet, Besluit kwaliteit leefomgeving of het omgevingsplan. In de APV zijn ook hiervoor de afwijkende geluidsnormen en eindtijd opgenomen, die zowel voor inpandig als het buitenterrein gelden. Een evenement kan voor wat betreft de geluidproductie ook aangemerkt worden als incidentele of collectieve festiviteit, waardoor er dan een hogere geluidsnorm kan gaan gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er bij het evenement geen sprake is van een incidentele of collectieve festiviteit moet aan de geluidsnormen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, dan wel het omgevingsplan, worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatwerkvoorschriften Als bij een inrichting het organiseren van evenementen (buiten gebouwen) tot de normale bedrijfsvoering hoort kan het zijn dat de geluidsvoorschriften uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, dan wel het omgevingsplan, te laag zijn. In dat geval kunnen maatwerkvoorschriften voor die inrichting worden vastgesteld. Er kunnen maatwerkvoorschriften worden opgenomen voor de bedrijfsduurcorrectie, een ander langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximaal geluidsniveau LAmax (eventueel voor een bepaalde activiteit), plaats waar de geluidsnormen gelden en technische voorzieningen en gedragsregels om aan de geluidsvoorschriften te voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.2Eindtijden Het ten gehore brengen van versterkte en onversterkte muziek mag gebeuren vanaf 10.00 uur. In de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag mag dit tot maximaal 0.45 uur en in de nachten van zondag op maandag tot en met donderdag op vrijdag tot maximaal 23.45 uur, zijnde een kwartier voor de eindtijd van het evenement. Als een evenement wordt georganiseerd op een dag voor een nationale feestdag mag de eindtijd ook in de nachten van zondag op maandag tot en met donderdag op vrijdag maximaal 0.45 uur bedragen. Bij uitzondering kan van de gestelde tijden worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor evenementen in (reguliere) openbare inrichtingen mag (on)versterkt geluid worden geproduceerd binnen de reguliere openingstijden (eventueel met ontheffing daarop) van het bedrijf (bijvoorbeeld horecabedrijf of paracommerciële inrichting). Voor evenementen buiten de inrichting, ook als het evenement slechts deels buiten de inrichting plaatsvindt, gelden de algemene eindtijden van 0.45 uur, respectievelijk 23.45 uur. Voor collectieve festiviteiten of gemelde incidentele festiviteiten gelden de eindtijden zoals die zijn opgenomen in de APV, zijnde uiterlijk 01.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.3Gehoorschade en -bescherming Beperken geluidsvolume Om gehoorschade bij kinderen/jongeren te voorkomen mag bij evenementen die voornamelijk gericht zijn op personen jonger dan 18 jaar het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte maximaal 88 dB(A) bedragen. Dit is inclusief stem- en omgevingsgeluid. Van kinderen kan namelijk niet verwacht worden dat zij hun eigen gehoor beschermen. Waarschuwingen en gehoorbescherming zijn dan niet nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij vergunningsvrije A-evenementen mag het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte maximaal 88 dB(A) bedragen. Dit is inclusief stem- en omgevingsgeluid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij vergunningsplichtige evenementen mag het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte maximaal 100 dB(A) bedragen, inclusief stem- en omgevingsgeluid. Bij een meethoogte tussen de 92 dB(A) en 100 dB(A) moeten onderstaande aanvullende maatregelen worden getroffen. Wel moet zoveel als mogelijk gestreefd worden naar een geluidsniveau rond de 92 dB(A).</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie moet in het aanvraagformulier aangeven welke maatregelen worden genomen ter voorkoming van gehoorschade. Hierdoor wordt de organisatie gedwongen na te denken over het geluidsniveau bij een podium of geluidproducerende voorziening en eventueel te nemen maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatregelen gehoorbescherming Bij een geluidsniveau hoger dan gemiddeld 92 dB(A) is gehoorbescherming erg belangrijk. Dit geldt zowel bij inpandige als buitenevenementen. Bij evenementen met een dergelijke geluidsniveau moet daarom door de organisatie informatie worden verschaft over gehoorschade, gehoorbescherming met een muziekfilter beschikbaar worden gesteld en moeten de geluidsboxen tot een afstand van 2 meter van het publiek worden afgeschermd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatievoorziening Bezoekers moeten worden voorgelicht over: hoe zij gehoorschade kunnen voorkomen; waar gehoorbescherming verkrijgbaar is op het terrein; de te verwachten geluidsniveaus en op welke plekken op het terrein het volume zo laag is dat het gehoor rust kan krijgen (bijvoorbeeld geluidplattegronden en actuele decibeldisplays).</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatieverstrekking kan bijvoorbeeld via de website van het evenement, bij de ticketverkoop, in het programmaboekje, op een plattegrond of op posters of digitale schermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gehoorbescherming Op het evenemententerrein moet op een laagdrempelige manier gehoorbescherming verkrijgbaar zijn. Dit kan door bijvoorbeeld verkoop van gehoorbescherming door de organisatie bij de ingang, zorgpost of bonnenverkoop, door oordopautomaten of een standplaats van een fabrikant/leverancier. Het is raadzaam de gehoorbescherming al bij de verkoop van de tickets mee te verkopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gehoorbescherming die wordt aangeboden moet het geluid aanzienlijk reduceren, zonder dat dat ten koste gaat van de geluidbeleving. Gehoorbescherming moet een minimale beschermingsfactor van SNR15 hebben. Schuimoordoppen als gehoorbescherming worden afgeraden, omdat deze vaak niet goed afsluiten, deze doppen de muziek vervormen en er lastig een gesprek mee gevoerd kan worden. Ook worden schuimoordoppen vaak niet goed ingedaan, waardoor een vals gevoel van veiligheid ontstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen die vervoerd worden op of in de wagen tijdens een (carnavals)optocht of zich bevinden in de loopgroep rondom de wagen zijn verplicht gehoorbescherming met een minimale beschermingsfactor van SNR15 te dragen (geen schuimoordoppen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige bescherming Onderstaande maatregelen zijn niet verplicht, maar helpen de gehoorschaderisico’s verder te beperken, meestal zonder aantasting van de geluidbeleving:</p>\n<p class=\"lf-p\">De muziekinstallatie is voorzien van een geluidsbegrenzer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Creëer geluidsluwe zones en las stilte pauzes in op festivals. Zorg ook voor dynamiek in de muziek door een bewuste afwisseling van geluidsvolume tussen en binnen nummers. Daardoor blijft de beleving goed gedurende het evenement (of neemt deze zelfs toe), zonder dat het nodig is om de volumeknop in de loop van de tijd steeds verder open te draaien. Het maakt bezoekers eerder bewust van bijvoorbeeld oorsuizingen als eerste signaal dat het geluid te hard is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaal de meest ideale opstelling van de geluidsinstallatie en inrichting van de locatie, met het doel de geluidsbelasting voor de bezoekers te beperken. Let op bij buitenevenementen: dit moet niet ten koste gaat van de geluidbelasting bij omwonenden, i.v.m. geluidhinder.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7Milieu en afval 4.7.1Duurzaamheid Ook bij evenementen moet worden gestreefd naar duurzaamheid. Behoudens duurzame bekers wordt duurzaamheid bij evenementen niet afgedwongen, maar wordt vanuit de gemeente wel gestimuleerd richting organisaties. Stimulatie vindt in ieder geval plaats door organisaties bij het doen van een aanvraag na te laten denken over doelstellingen ten aanzien van preventie van milieubelasting en welke maatregelen daarvoor worden genomen. Enkele voorbeelden om evenementen te verduurzamen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijk verantwoord ondernemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Afvalpreventie Terugdringen waterverbruik bij bijvoorbeeld toiletvoorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvangen zuivere urine ten behoeve van nutriënten terugwinning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van groene stroom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Energiebesparende maatregelen, zoals LED-verlichting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieden van alternatief vervoer van en naar het evenement;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoger parkeertarief voor auto’s met een brandstofmotor;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik maken van leveranciers die voldoen aan de eisen voor milieuzones Gebruik maken van lokale of regionale leveranciers, zodat transportwegen kort zijn. Hierdoor wordt er ook meer draagvlak voor het evenement gecreëerd bij de lokale ondernemers;</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien catering wordt aangeboden, voorkeur geven aan biologisch en/of regionaal geproduceerd voedsel. Ook fairtrade producten kiezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Promotiematerialen, zoals flyers, posters en programmaboekjes op 100% gerecycled papier met milieuvriendelijk inkt laten drukken. Het beperken van het materiaal scheelt een hoop afval. Kies daarnaast voor kleinere formaten van dubbelzijdig bedrukt papier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzame bekers en voedselverpakkingen Het volgende is van toepassing op evenementen voor bekers en (flexibele) voedselverpakkingen die kunststof (plastic) bevatten. Het is ook van toepassing op composteerbare, bio-afbreekbare en bio-gebaseerde kunststoffen. Op bekers en voedselverpakkingen die niet (deels) uit kunststof bestaan is het niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gesloten evenement Van een gesloten evenement is sprake als 1 of meerdere van de volgende zaken van toepassing zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gecontroleerde toegang; duidelijk in- en uitgang; omheind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij een muziekfestival of een evenement met kaartverkoop. Wanneer er sprake is van een gesloten evenement waar dranken en/of voedselwaren worden verstrekt, moet dit gebeuren via herbruikbare bekers (hardcup) en herbruikbare voedselverpakkingen, welke ingezameld moeten worden. Dit kan door het laten betalen van borg of het hanteren van een bekermunt (al dan niet met toeslag bij kwijtraken). Het is aan de organisatie om te zorgen dat de herbruikbare bekers en voedselverpakkingen op de juiste wijze (na afloop) worden ingezameld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij (hoge) uitzondering kan voor een hoogwaardig recycling systeem worden gekozen. Er moet daarbij gekozen worden voor een hoogwaardig recyclebaar alternatief. Er is sprake van recyclebare alternatief als de beker of verpakking volledig is gemaakt van PET en na recyclen opnieuw gebruikt kan worden als verpakkingsmateriaal voor eten of drinken (voedselcontactmateriaal). De te recyclen materialen moeten via een monostroom zonder vervuiling worden aangeboden aan het recyclingbedrijf. Het kan hierbij veelal om soft cups gaan. Bij het hanteren van een recycling systeem moet voldaan worden aan het minimale inzamelingspercentage, in 2024: 75%. Wanneer gekozen wordt voor het recyclingsysteem moet de organisatie dit melden bij de inspectie voor Leefomgeving en transport. Ook hierbij moet er sprake zijn van Open evenement Als er geen sprake is van een afgesloten terrein en/of de uitbaters van de drank- en/of voedseluitgiftepunten behoren niet tot het evenement zelf (zelf verantwoordelijk), dan is er voor die uitgiftepunten een verbod op het gratis weggeven van kunststof wegwerpbekers en -voedselverpakkingen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij een kermis, braderie en Koningsdag. Er moet of betaald (zichtbare toeslag) worden voor kunststof wegwerpbekers en -voedselverpakkingen, er moet gebruik worden gemaakt van een herbruikbaar alternatief of er moet gebruik gemaakt kunnen worden van een zelf meegebrachte beker of verpakking (bring your own). Weggeven van 100% papieren of andere volledig kunststofvrije opties is wel toegestaan. Wanneer er echter sprake is van consumptie ter plaatse bij de drank- en/of voedseluitgiftes binnen de grenzen van het evenement gelden dezelfde regels als voor afgesloten terreinen, dus herbruikbaar of hoogwaardige recycling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er geen sprake is van een afgesloten terrein, maar waarbij wel alle drank- en voedseluitgiftes bij het evenement zelf betrokken zijn en de bekers en verpakkingen op de locatie van het evenement worden gebruikt, gelden dezelfde voorwaarden als voor afgesloten terreinen, dus herbruikbare materialen of een hoogwaardig recyclingsysteem Als een evenement in principe een ‘open evenement’ is, maar er bij dat evenement meerdere horecagelegenheden zijn betrokken, zoals bij de kermis of carnaval op straat, krijgen de betreffende horecagelegenheden de verplichting om te werken met herbruikbare bekers en verpakkingsmaterialen. Als zijnde dat het een gesloten evenement zou zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.2Afval Om de hoeveelheid afval te beperken wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van wegwerpmaterialen. Dit kan bereikt worden door het gebruik maken van grote verpakkingen voor drank, herbruikbaar bestek/bekers/borden/glazen of biologisch afbreekbaar materiaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie is zelf verantwoordelijk voor het schoonhouden van het evenemententerrein en de directe omgeving (50 meter vanaf de grens van de evenementenlocatie) en het opruimen van afval, ook na afloop van het evenement. Voor de inzameling van afval moeten op de evenementenlocatie voldoende voorzieningen worden getroffen in de vorm van afsluitbare afvalcontainers. Het afval wordt tijdig opgehaald, zodat er geen afval rondom of buiten de afvalbakken hoeft te worden gedeponeerd. Afval wordt dagelijks, of zo nodig meerdere keren per dag, verzameld bij een aparte overslagplaats in gesloten containers. De overslagplaats wordt zodanig schoongehouden dat het geen ongedierte aantrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie moet er voor zorgen dat glas-, papier- en PMD-afval en damesverband apart kan worden ingezameld. Dierlijke afvalstoffen, zoals mest, moeten gescheiden van overige afval verzameld worden. Bezoekers mogen hiermee niet in aanraking komen. Inzameling van afvalwater moet gebeuren door een bedrijf welke is opgenomen op de landelijke lijst van Vervoerders, Inzamelaars, Handelaars en Bemiddelaars (VIHB-lijst).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.3Duurzame mobiliteit Om het gebruik van de auto van en naar het evenement te verminderen worden organisaties gestimuleerd om verschillende duurzame vervoersmogelijkheden naar het evenement toe en terug aan te bieden. Hierbij kan gedacht worden aan extra en/of betere openbaar vervoerverbindingen en het opzetten van pendeldiensten naar dichtstbijzijnde bus- en treinstations. Ook het zorgen voor bewegwijzering van fietsroutes naar het evenement en het plaatsen van tijdelijke (bewaakte) fietsenstallingen kan hieraan bijdragen, net als het aanbieden van combinatiekaarten waarin het (openbaar) vervoer in op is genomen. Goede communicatie over de beschikbare duurzame vervoersmiddelen is hierbij noodzakelijk. Hierdoor vermindert de verkeersdrukte voor en na het evenement en de parkeeroverlast tijdens het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.4Energie- en watergebruik Tijdens een evenement ontstaat er een piekbelasting op gebied van water en energie voor het gebruik van licht, geluid, koeling, toiletten enz. Dit kan ondervangen worden door het opwekken van groene energie op het evenement door middel van verrijdbare zonnepanelen. Ook het gebruik van energiebesparende machines, zoals energiebesparend keukenmateriaal of pompen, helpt om het energieverbruik terug te dringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het evenement kunnen waterbesparende kranen worden geïnstalleerd en watervrije of waterbesparende toiletten worden gebruikt. Het plaatsen van voldoende urinoirs en toiletten beperkt het risico van wildplassen en daarmee bodemverontreiniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8Activiteiten in de lucht 4.8.1Vuurwerk Het afsteken van consumentenvuurwerk is, uitgezonderd tijdens de jaarwisseling, niet toegestaan. Bij evenementen kan wel professioneel vuurwerk, door daarvoor erkende en gecertificeerde bedrijven, worden afgestoken. Het bedrijf dat de ontbranding van het vuurwerk verzorgt moet bij de provincie Noord-Brabant een vergunning aanvragen. Voor het afsteken van maximaal 10 kg theatervuurwerk of 100 kg professioneel vuurwerk kan volstaan worden met een melding, mits het ontbrandingsbedrijf tenminste tien werkdagen vóórdat het evenement plaatsvindt melding hiervan doet bij provincie Noord-Brabant. Dit geldt zowel voor het afsteken in de openlucht als in een gebouw, zijnde theatervuurwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het Vuurwerkbesluit stelt de provincie onder meer voorschriften over de opslag van het vuurwerk en de afstand bij het afsteken tot het publiek. De provincie stemt met het ontbrandingsbedrijf de vervoersroute af. De provincie neemt, in gevallen waarbij sprake is van een vergunning, contact op met de gemeente waarbinnen het afsteken plaatsvindt voor de door de burgemeester af te geven verklaring van geen bedenkingen. De gemeente kan hierbij aanvullende voorschriften stellen in het kader van de openbare orde en veiligheid. Wanneer het afsteken gebeurt in een andere gemeente, maar nabij een gemeentegrens, en dat kan effect hebben op de aangrenzende gemeente dan vraagt de provincie advies aan de aangrenzende gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van natuurbrandrisico fase 2 (www.natuurbrandrisico.nl) mag er geen vuurwerk worden afgestoken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.2Ballonnen oplaten Het oplaten van ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen is op grond van de APV niet toegestaan. Het gaat hierbij om alle soorten ballonnen die zonder sturing wegdrijven, zoals bijvoorbeeld herdenkingsballonnen, vuurballonnen, sfeerballonnen, gelukslampionnen en -ballonnen, Thaise wensballonnen, papieren ballonnen en heliumballonnen. Van het verbod kan geen ontheffing worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.3Luchtvaartuigen Gemotoriseerde luchtvaartuigen Wanneer buiten een officieel luchtvaartterrein opgestegen of geland gaat worden door een gemotoriseerd luchtvaartuig, zoals bijvoorbeeld een helikopter, dan is hiervoor op grond van de Wet Luchtvaart een ontheffing voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG) nodig. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de provincie Noord-Brabant. Er zijn 3 verschillende ontheffingen mogelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Generieke ontheffing (maximaal 1 jaar): ontheffing voor meerdere onbekende terreinen, met melding 1 werkdag van te voren, voor maximaal 2x2-vliegbewegingen (=2 vluchten) per terrein, voor maximaal 12 al dan niet bekende dagen per kalenderjaar per terrein. Voor de feitelijke vliegbewegingen moet een melding en na-melding bij de provincie worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Locatiegebonden ontheffing (maximaal 1 jaar): ontheffing voor één of meerdere bekende terreinen, met melding 1 werkdag van te voren, voor maximaal 48 vliegbewegingen (24 vluchten), verdeeld over maximaal 12 dagen per jaar per terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke ontheffing: ontheffing bij evenementen of projecten voor meerdere starts of landingen op één bekend terrein voor één dag per jaar met een maximum van 100 vliegbewegingen (50 vluchten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een ontheffing mag uitsluitend in de daglichtperiode worden gevlogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een specifieke ontheffing vraagt de provincie een verklaring van geen bedenkingen aan de burgemeester van de gemeente waar het betreffende terrein is gelegen. Deze verklaring van geen bedenkingen wordt gevraagd in het kader van de openbare orde en veiligheid. In woonwijken, Natura-2000 gebieden, stiltegebieden of gebieden binnen het Natuur Netwerk Brabant wordt in geen verklaring van geen bezwaar gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Heteluchtballonnen Voor het op laten stijgen van een heteluchtballon is geen ontheffing van de provincie nodig. Wel moet toestemming worden verleend door de burgemeester voor het op mogen stijgen op gronden in de gemeente, via de zogenaamde verklaring van geen bezwaar. De gemeente kan voorschriften stellen aan de verklaring van geen bezwaar. Voor de locatie waar geland wordt is geen verklaring van geen bezwaar nodig. Er moet altijd voldaan worden aan de veiligheidsvoorschriften uit de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen. Er mag maximaal tot de in het Luchthavenbesluit Eindhoven genoemde hoogtes worden gevlogen. Als wordt gevlogen binnen het beperkingengebied van Eindhoven Airport, zoals die is weergegeven in het Luchthavenbesluit Eindhoven, moet in de heteluchtballon een transponder aanwezig zijn en moet bij het opstijgen contact zijn met de verkeersleiding van dit vliegveld. In woonwijken wordt in principe geen verklaring van geen bezwaar gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen de verklaring van geen bezwaar van de burgemeester kan geen bezwaar worden gemaakt. Dit kan alleen tegen het niet afgeven van de verklaring van geen bezwaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.4Lasershows Steeds vaker vinden op buitenluchtevenementen spectaculaire lasershows plaats, al dan niet begeleid door muziek. Krachtige lasers produceren teksten of figuren in de lucht of op de wolken. Deze lasershows zijn spectaculair om te zien, maar kunnen ook tot op grote afstand invloed hebben op vliegtuigoperaties. Dit laatste is niet zonder risico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het geven van een evenementenvergunning voor een lasershow moet daarom ook goedkeuring van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Luchtvaart worden verkregen. De shows mogen alleen plaatsvinden op locaties die afgesloten zijn van verkeer. Dit in verband met de verkeersveiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.5Kleurenpoeder Bij het gebruik van kleurenpoeders bij evenementen moet gebruik worden gemaakt van kleurenpoeders op basis van zetmeel, welke enkel toegelaten levensmiddelenkleurstoffen bevatten en geen vervuilingen of allergenen. De organisatie moet de samenstelling van de kleurenpoeders aan de gemeente aanleveren en enkel de kleurenpoeders van de organisatie mogen worden gebruikt. Daarnaast moeten de volgende maatregelen worden getroffen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelnemers, vrijwilligers en publiek moeten vooraf worden geïnformeerd over de mogelijke risico’s (irritatie van de luchtwegen, ogen en huid of verkleuring van lichtgekleurde haren). Zo kunnen zij zelf beslissen wat dat betekent voor hun deelname of aanwezigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan deelnemers, vrijwilligers en publiek moeten de volgende gedragsadviezen worden gegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet toegestaan zelf kleurenpoeder mee te nemen, uitsluitend het gebruik van het kleurenpoeder dat de organisatie beschikbaar stelt is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gooi het poeder niet in het gezicht van andere deelnemers of omstanders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het kinderen (18-) betreft gooi het poeder dan uitsluitend op het onderlijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Draag een bril om onbedoeld contact met de ogen te voorkomen. Dragers van contactlenzen zullen extra gevoelig zijn voor irritaties door stof in de lucht. Het is beter om geen contactlenzen te dragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Draag een stofmasker/mondkapje.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reinig de onbedekte huid kort nadat er kleurenpoeder op is gegooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risicogroepen (mensen met luchtwegklachten en mensen met hart- en vaatziekten) dienen ook als omstander/toeschouwer op voldoende afstand te blijven, zodat inademen van stof zo veel mogelijk vermeden wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet minimaal één zorgpost op het evenement aanwezig zijn. Op iedere locatie waar met kleurenpoeder gegooid wordt moet eerstehulp verleend kunnen worden (o.a. met oogdouches).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet voorzien zijn in een wasgelegenheid met water van drinkwaterkwaliteit, zodat deelnemers poeder kunnen wegspoelen dat in ogen of mond en op de huid terecht is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moeten voldoende stofkapjes/mondkapjes en (veiligheids)brillen voor deelnemers en omstanders beschikbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De productinformatie (veiligheidsinformatieblad) van het gebruikte kleurenpoeder moet aanwezig zijn op het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.6Drones De gemeente hoeft geen toestemming te verlenen om te mogen vliegen met drones. Er zijn echter wel regels waaraan voldaan moet worden. Dat zijn de Europese regels. In de Europese regels wordt geen onderscheid gemaakt tussen recreatieve en beroepsmatige dronebestuurders. Wel wordt onderscheidt gemaakt in 3 categorieën: open, specific en certified. Met een drone in de categorie ‘open’, de meest voorkomende drone voor vrijetijdsbesteding, mag niet boven een menigte gevlogen worden. Met een drone in de andere categorieën mag wel boven een menigte gevlogen worden. Een bestuurder daarvan moet minimaal 16 jaar oud zijn en moet zich registeren in een Europees systeem. Er moet hiervoor een verplichte kennistoets afgelegd worden. Voor de drone moet worden beschikt over een vergunning van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Als er camerabeelden worden opgenomen moet de bestuurder van de drone zich houden aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Als gevlogen wordt met een drone moet dit opgenomen worden in het veiligheidsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitend bij verstoring van de openbare orde met drones kan de gemeente optreden tegen het gebruik. In geval van oproerig beweging, andere ernstige wanordelijkheden of rampen, of vanwege ernstige vrees voor het ontstaan daarvan kan in een noodverordening worden vastgesteld dat drones tijdelijk niet zijn toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.7Confetti en serpentine Het is niet toegestaan confetti, serpentines of papiersnippers waarin plastic is verwerkt de lucht in te schieten. Er moet hierbij gebruik worden gemaakt van biologisch afbreekbaar materiaal. Het gebruik van confetti of papiersnippers moet tot een minimum worden beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.9Levende dieren Evenementen waarbij in het verleden is gebleken dat het dierenwelzijn in het geding is of in het geding kan zijn, worden actief geweerd binnen de gemeente op grond van de Wet dieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wet dieren verbiedt dieren als prijs of beloning uit te reiken, dierengevechten te houden en snelheids- of krachtwedstrijden te houden met dieren. Het te koop aanbieden van dieren op jaarmarkten en braderieën is op grond van de Wet dieren niet verboden, maar daar zijn wel landelijke regels aan gesteld. Ook behendigheidswedstrijden en demonstraties (bijvoorbeeld hondensport, paarden met aanspanningen en traditionele vormen van landbewerking) zijn onder voorwaarden toegestaan. Evenementen waarop gezelschapsdieren (zoogdieren, vogels, vissen, reptielen en amfibieën) of andere toegestane dieren worden tentoongesteld en/of verhandeld moeten door de organisatie tijdig worden aangemeld bij de NVWA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het laten optreden van wilde dieren, behoudens de dieren die voorkomen op bijlage 4 bij het Besluit houders van dieren, in circussen is landelijk verboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dierenverblijven voor op het evenement aanwezige dieren moeten voldoen aan de bouw- en inrichtingseisen daarvoor, zoals opgenomen in de Hygiënerichtlijn voor evenementen van het RIVM. De verblijven moeten schoon worden gehouden. Dieren moeten worden beschermd tegen dorst, honger en onjuiste voeding, fysiek en fysiologisch ongemak, pijn, verwonding en ziektes, angst en stress en beperking van natuurlijk gedrag. Om medewerkers en bezoekers zo goed mogelijk te beschermen tegen het overbrengen van ziekteverwekkers is het van belang dat er op een evenement alleen gezonde dieren aanwezig zijn. Bezoekers moeten worden geïnformeerd over de regels omtrent de aanwezige dieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de Omgevingswet moeten dieren in het wild in meerdere of mindere mate beschermd worden tegen verstoring, verjaging, verwonding of doding. De organisatie van een evenement heeft de zorgplicht om deze dieren te beschermen. De verschillende aspecten van de Omgevingswet moeten nageleefd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10Overnachten Tijdens evenementen wil men soms overnachten op of nabij het evenemententerrein. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen in een daarvoor ingericht gebouw, maar ook in een gebouw wat niet is ingericht voor overnachten (niet logiesgebouw) of in de vorm van tentjes in de openlucht. Bij een niet-logiesgebouw moet gedacht worden aan bijvoorbeeld een sporthal, kleedruimtes of een schoolgebouw. Een niet-logiesgebouw is niet ingericht om daar brandveilig te overnachten. Met het toestaan van overnachtingen in niet-logiesgebouwen wordt daarom in beginsel terughoudend omgegaan. Als wel toestemming wordt verleend, wordt dat gedaan met een melding brandveilig gebruik. In die gevallen moet gezorgd worden voor voldoende ventilatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als met kampeermiddelen (zoals een tentje, caravan etc.) op een terrein overnacht wil worden tijdens een evenement, is een ontheffing nodig op basis van artikel 4:18 APV. Dit omdat kampeermiddelen geplaatst worden op een terrein dat niet als kampeerterrein in het omgevingsplan (mede) bestemd is. Aan een dergelijke ontheffing worden in ieder geval de volgende voorschriften verbonden Als gebruik wordt gemaakt van een grasveld waar normaal vee graast, dan moet het vee minimaal twee weken voor het evenement plaats vindt ergens anders ondergebracht worden. Voorafgaan aan het evenement moet het veld worden gecontroleerd en aanwezige uitwerpselen moeten worden verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er huisdieren op het kampeerterrein zijn toegestaan moet gezorgd worden dat er geen dierlijke uitwerpselen op het terrein terecht komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bezoekers en deelnemers moeten op de kampeergelegenheid voldoende sanitaire voorzieningen aanwezig zijn. Adviesberekening is 1 toilet op 60 gelijktijdig aanwezige bezoekers. Alle overige onder ‘toiletten’ genoemde voorwaarden zijn ook hier van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per 35 bezoekers is er 1 douche, met een minimum van 2. Het aantal douches en wastafels hangt af van het aantal overnachtende personen, de samenstelling van het publiek, het soort evenement (bijvoorbeeld festival, sportwedstrijd) en de openingstijden van de doucheruimte (bijvoorbeeld 24 uur per dag open of korte openingstijden, of direct na een sportwedstrijd).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overnachten bezoekers in caravans en/of campers met een eigen chemisch toilet, dan moet er een stortplaats zijn voor het legen van de toiletten. De afvoer van de stortplaats is aangesloten op een gesloten afvoersysteem. In de onmiddellijke nabijheid van de stortplaats is een kraan. Deze kraan wordt alleen gebruikt voor het schoonmaken van de chemische toiletten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11Toegankelijkheid mensen met een beperking Gelet op het VN-verdrag Handicap moet bij de organisatie van een evenement aandacht worden geschonken aan de sociale en fysieke toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Hulp- en blindengeleidehonden voor blinden en slechtzienden, maar ook voor mensen met een andere beperking, moeten verplicht toegelaten worden op een evenemententerrein. Er zijn veel maatregelen waaraan gedacht kan worden bij het toegankelijk maken van een evenement. Door de gemeente wordt een infoblad beschikbaar gesteld met daarin maatregelen die minimaal uitgevoerd moeten worden om een evenement toegankelijk te maken, die gewenst zijn of die geadviseerd worden. Omdat aandacht geschonken moet worden aan de toegankelijkheid moet bij de aanvraag voor een evenementenvergunning op het aanvraagformulier aan worden gegeven welke maatregelen worden genomen om het evenement toegankelijk te maken, buiten de verplichte maatregelen om. De verplichte maatregelen en het toegankelijk maken van een evenement in het algemeen wordt ook als voorwaarde opgenomen in een evenementenvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.12Kansspelen Loterij Voor het organiseren van een loterij is op grond van artikel 3 van de Wet op de kansspelen een vergunning nodig. Om een vergunning te kunnen krijgen moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De belangrijkste zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elke loterij moet de doelstelling van de loterij van algemeen belang zijn, zoals bijvoorbeeld de bouw van een nieuw clubhuis voor de sportvereniging, het kopen van nieuwe instrumenten voor de muziekvereniging of de renovatie van de kerk. Commerciële activiteiten vallen hier dus niet onder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezamenlijke waarde van de prijzen mag niet meer dan € 4.500,00 bedragen (prijspeil 2014, nog geldend). Als de totale (economische) waarde van het prijzenpakket meer bedraagt dan € 4.500,- is een vergunning nodig van de minister van Justitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten voor de loterij mogen niet meer bedragen dan 50% van de opbrengst van de verkochte loten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning moet worden aangevraagd in de gemeente waar de aanwijzing van de winnaars (trekking) gebeurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet achteraf een (financiële) verantwoording over de loterij bij de gemeente worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor afzonderlijke prijzen met een waarde van boven de € 449,00 (prijspeil 2014, nog geldend) moet kansspelbelasting worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klein kansspel Kleine kansspelen, zoals een vogelpiekspel, een rad van avontuur, een bingo, een enveloppenspel of vergelijkbare kleine kansspelen, moeten op grond van artikel 7c van de Wet op de kansspelen worden gemeld. Om een klein kansspel te mogen organiseren moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De belangrijkste zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">De organiserende vereniging/instelling moet minimaal 3 jaar bestaan en heeft een duidelijk omschreven doel, niet zijnde de beoefening van enige vorm van kansspelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelstelling van het kansspel mag niet in strijd zijn met het algemeen belang, zoals bijvoorbeeld de bouw van een nieuw clubhuis voor de sportvereniging, het kopen van nieuwe instrumenten voor de muziekvereniging of de renovatie van de kerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prijzen in geld, premies of goederen mag geen hogere waarde hebben dan € 400,00 per serie/set. De gezamenlijke waarde daarvan mag geen hogere waarde hebben dan € 1.550,00 per bijeenkomst (prijspeil 2014, nog geldend).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de locatie waar het kansspel wordt georganiseerd vindt op hetzelfde moment geen soortgelijke bijeenkomst plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden van de organiserende vereniging mogen op geen enkele manier persoonlijk voordeel halen uit het organiseren van het kansspel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achteraf hoeft geen (financiële) verantwoording over het kleine kansspel bij de gemeente ingediend te dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.13Communicatie en aankondiging 4.13.1Publicatie vergunning De verleende evenementenvergunningen worden door de gemeente gepubliceerd op overheid.nl. Aanvragen worden niet gepubliceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.13.2Omwonenden De organisatie van een vergunningsplichtig evenement moet ervoor zorgen dat bewoners en bedrijven, die mogelijk directe hinder ondervinden van het evenement of verkeersmaatregelen daarvoor, minimaal 2 weken voorafgaand aan het evenement worden geïnformeerd. Dit gebeurt door middel van een direct communicatiemiddel, zoals een brief. Hierin wordt in ieder geval vermeld: de datum/data en tijd(en) van het evenement inclusief de op- en afbouw, de aard van het evenement en de naam en het telefoonnummer van de contactpersoon tijdens het evenement en tijdens de op- en afbouw van het evenement. Indien van toepassing worden ook verkeersmaatregelen en parkeerbeperkingen vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie zorgt ervoor dat inwoners van de gemeente minimaal 2 weken voorafgaand aan het evenement worden geïnformeerd over het plaatsvinden van het evenement en eventuele consequenties voor de inwoners. Dit kan via de plaatselijke of regionale huis-aan-huis bladen of via Visit Oirschot.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.13.3Promotie of aankondiging Voor de aankondiging van evenementen kan de evenementenkalender van Visit Oirschot worden gebruikt. Voor plaatsing op deze evenementenkalender moet de organisatie minimaal 3 weken voordat het evenement plaatsvindt zelf het evenement aanmelden bij Visit Oirschot. Wanneer een evenement een aantrekkingskracht of onderscheidend vermogen heeft voor mensen van buiten de gemeente Oirschot kan Visit Oirschot een evenement ook op evenementenkalender op de regionale website www.regioradareindhoven.nl laten plaatsen. Of een evenement daarop wordt geplaatst is ter beoordeling van Visit Oirschot en de redactie van www.regioradereindhoven.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast mogen voor de aankondiging van evenementen die in de Beerzen plaatsvinden met eigen materiaal aankondigingen worden geplaatst in de bebouwde kommen op de volgende 2 plaatsen: in de grasberm nabij huisnummer 3 tussen lichtmast 4 en 5 aan de Hoogeindseweg in Oostelbeers; en en in de grasberm aan de buitenzijde van het fietspad tegen over huisnummer 2 nabij lichtmast 3 aan de Westelbeersedijk in Middelbeers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plakken van affiches op gemeente-eigendommen of eigendommen van derden is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.14Overig 4.14.1Standplaatsen Weekmarkt Op dagen dat de weekmarkt wordt gehouden is het marktterrein in principe niet beschikbaar voor het houden van evenementen of het treffen van voorbereidingen daarvoor. In paragraaf 4.4.1 is opgenomen op welke dagen welke locaties in principe niet beschikbaar zijn, omdat daar dan een weekmarkt wordt gehouden. Slechts in uitzonderlijke gevallen, behoudens de kermis, wordt als het onmogelijk is het evenement op een andere locatie of ander tijdstip te organiseren in overleg met de Marktmeester de weekmarkt verplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reguliere standplaatsen In de gemeente is een aantal locaties gelegen die door reguliere standplaatsen worden ingenomen. Dit betekent een structurele bezetting van dit stuk openbaar gebied. Als verzocht wordt een evenement op een dergelijke locatie of in de directe omgeving daarvan plaats te laten vinden, is het uitgangspunt dat de reguliere standplaats op de betreffende locatie ingenomen mag blijven. Als dit onmogelijk is, zal bij uitzondering overleg gevoerd worden met de standplaatshouder voor een alternatieve locatie gedurende het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten tijde van kermissen worden de reguliere standplaatsen wel verplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op of bij evenementen Standplaatsen op een evenement worden niet gezien als standplaatsen in de zin van de APV (artikel 5:17 APV). Deze standplaatsen vallen onder de verantwoordelijkheid van de organisatie. Aan derden wordt geen vergunning verleend voor het innemen van een tijdelijke of incidentele standplaats in de (directe) nabijheid van een evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.14.2Gemeentelijke eigendommen Als voor het evenement gebruik wordt gemaakt van het openbaar gebied dan moet hiervoor toestemming worden gevraagd. Het indienen van een melding of aanvraag door de organisatie van het evenement wordt gezien als het verzoek om die toestemming. Bij de behandeling van de aanvraag wordt beoordeeld of het terrein geschikt is voor het organiseren van het betreffende evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.14.3Verzekeringen De organisatie van een evenement is verantwoordelijk voor het evenement en een goed verloop daarvan. Er kunnen echter altijd onvoorziene omstandigheden optreden of een ongelukje gebeuren. Daarom wordt voor alle soorten evenementen die op gemeente-eigendom plaatsvinden en die georganiseerd worden door een vereniging, stichting of bedrijf een aansprakelijkheidsverzekering verplicht gesteld. Voor evenementen die elders plaatsvinden of bij evenementen op gemeente-eigendom die niet door een vereniging, stichting of bedrijf worden georganiseerd wordt een aansprakelijkheidsverzekering geadviseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het gebied van verzekeringen wordt voor alle soorten evenementen het volgende geadviseerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijwilligersverzekering: als bij een evenement gebruik wordt gemaakt van vrijwilligers is deze verzekering aan te raden, naast een aansprakelijkheidsverzekering. Vanwege de specifieke situaties per organisatie is het verstandig om vooraf contact op te nemen met de verzekeraar of deze gedekt zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenementenverzekering: deze verzekering kan afgesloten worden om te verzekeren tegen de financiële risico’s die een organisatie loopt als een evenement moet worden onderbroken, uitgesteld of afgelast;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering: een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering beschermt het privévermogen van bestuurders van een vereniging/stichting in geval van aansprakelijkstelling. Deze wordt afgesloten op naam van de vereniging/stichting en geldt voor alle bestuursleden. Met deze verzekering is financiële schade gedekt die het gevolg is van bestuurlijk handelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie wordt erop attent gemaakt om contact op te nemen met de verzekeringsmaatschappij voor controle van de dekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.14.4Collectieve vrijwilligersverzekering Vrijwilligers verrichten werkzaamheden die risico’s met zich mee kunnen brengen. Het is daarom van belang dat vrijwilligers goed verzekerd zijn. Dit kan door een aansprakelijkheids- en/of vrijwilligersverzekering. De gemeente heeft ook een collectieve vrijwilligersverzekering afgesloten. Dit is een secundaire verzekering. Alleen als via een eigen aansprakelijkheids- en/of vrijwilligersverzekering de schade rondom vrijwilligers niet wordt gedekt kan de collectieve vrijwilligersverzekering worden aangewend. Vrijwilligers hoeven zich niet apart aan te melden voor de collectieve verzekering. Deze collectieve verzekering geldt secundair automatisch voor iedere vrijwilliger die in enig organisatorisch verband onverplichte en onbetaalde werkzaamheden verricht ten behoeve van anderen en/of de samenleving waarbij een maatschappelijk belang wordt gediend. Omdat de collectieve vrijwilligersverzekering beperkende voorwaarden kent is het raadzaam om als organisatie zelf nog een aanvullende vrijwilligersverzekering af te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk5Bijzondere evenementen 5.1Carnaval 5.1.1Collectieve festiviteit In artikel 4:2 van de APV heeft de gemeenteraad jaarlijkse collectieve festiviteiten aangewezen. Voor een aangewezen collectieve festiviteit gelden de geluidsnormen als bedoeld artikel 5.65 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, in het omgevingsplan, in artikel 4:5 van de APV of in paragraaf 4.6.1 van dit uitvoeringsbeleid evenementen niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Carnaval is voor alle kernen aangewezen als jaarlijks terugkerende collectieve festiviteit. Voor inrichtingen gelden tijdens de collectieve festiviteiten aparte geluidsnormen tot de in artikel 4:2 opgenomen tijden. De geluidsnormen zijn ook opgenomen in artikel 4:2 APV.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1.2Carnavalsoptocht De voorschriften, zoals hieronder opgenomen, worden verbonden aan het organiseren van een carnavalsoptocht of vergelijkbare andere optocht met carnavalswagens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de grootte van carnavalswagens kan het noodzakelijk zijn dat bomen langs de route worden gesnoeid voor de optocht of dat lantaarnpalen gedraaid moeten worden. Dat zijn niet gewenste ingrepen in het openbaar gebied en zullen dus ook niet uitgevoerd worden ten behoeve van een carnavalsoptocht. Daarnaast kunnen carnavalswagens instabiel zijn of niet brandveilig. Om die reden moeten alle carnavalswagens die deelnemen aan een optocht in de gemeente aan de volgende voorschriften voldoen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De afmetingen van de wagens moeten zodanig zijn dat de wagens veilig en ongehinderd de te volgen route kunnen rijden. Dit betekent dat de hoogte zodanig moet zijn dat de route kan worden gereden zonder dat bomen, lantaarnpalen en andere obstakels worden beschadigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als gebruik wordt gemaakt van een schuif- en/of kantelmechanisme moet de uitbeelding op de wagen in snel tempo teruggebracht kunnen worden. Het zwaartepunt van de constructie moet binnen de wielbasis en spoorbreedte van de wagen blijven, waarbij de stabiliteit van de wagen op geen enkele wijze gevaar mag opleveren voor deelnemers en publiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle wagens moeten rondom op een deugdelijke manier worden afgeschermd, zodat er geen mensen onder de wagen of onder de wielen terecht kunnen komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle wagens moeten op een veilige en deugdelijke manier aan het trekkende/duwende voertuig zijn bevestigd. Deugdelijk betekent dat alle delen achter of voor het trekkende/duwende voertuig niet los kunnen raken, zonder dat dit een uitdrukkelijk geplande actie is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle wagens moeten aan de voor- en achterzijde voorzien zijn van een trek- of sleepoog (voor noodsituaties).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zwaartepunt van de wagen moet zodanig liggen dat bij een klapband of dergelijke de wagen niet kantelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij scharende wagens moeten er minimaal 4 begeleiders aanwezig zijn, op iedere hoek 1. Bij niet scharende wagens moeten er minimaal 2 begeleiders aanwezig zijn. De begeleiders moeten minimaal 16 jaar zijn en duidelijk herkenbaar zijn middels een reflecterende veiligheidsjas/-hes.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestuurder van het voertuig moet steeds een goed uitzicht hebben. Afwijking hiervan is alleen toegestaan als 1 extra begeleider en de chauffeur van de wagen gezamenlijk in direct onderling contact met elkaar staan via een elektronisch communicatiemiddel, zodat de chauffeur over de te rijden route kan worden geloodst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidproducerende voorzieningen worden niet (haaks) op het publiek gericht. De geluidproducerende voorzieningen op de wagen worden naar voren gericht, naar de loopgroep toe. De geluidproducerende voorzieningen op het voorloop-/startwagentje worden naar achteren gericht, ook naar de loopgroep toe. Vanwege mogelijke overlast wordt geadviseerd de geluidproducerende voorzieningen zo laag mogelijk te hangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemiddelde geluidsniveau ter hoogte van de loopgroep voor de wagen is niet hoger dan 100 dB(A).</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen die vervoerd worden op of in de wagen of zich bevinden in de loopgroep rondom de wagen moeten gehoorbescherming met een minimale beschermingsfactor van SNR15 dragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen die zich op de wagen op een hoogte van meer dan 2,5 meter van de grond bevinden moeten door aanlijnen, zekeren of een andere deugdelijke valbeveiliging voorzien zijn van een valbeveiliging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De snelheid die gereden mag worden tijdens de optocht mag niet hoger zijn dan 5 km/uur. Voertuigen die deze snelheid niet kunnen rijden zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als in een act bij de wagen gebruik wordt gemaakt van motorvoertuigen mag de snelheid ook met deze voertuigen niet hoger zijn dan 5 km/uur. Voertuigen die deze snelheid niet kunnen rijden zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de buitenzijde van de wagen moet een externe noodrem aanwezig zijn of er moet wanneer de chauffeur ingebouwd is in de wagen een tweede persoon de chauffeur vergezellen/ondersteunen. Elk voertuig moet een noodstop kunnen maken, zonder dat er gevaar is voor het afbreken van onderdelen door de zwaartekracht vanwege het plotseling afremmen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van luchtdrukflessen, compressoren en appendages is toegestaan, mits gebruik wordt gemaakt van veilig en deugdelijk materiaal (bij voorkeur voorzien van een keurmerk).</p>\n<p class=\"lf-p\">Brandveiligheid:</p>\n<p class=\"lf-p\">Op elke wagen moet minimaal een goedgekeurd draagbaar blustoestel met een inhoud van minimaal 6 liter/kilo beschikbaar zijn, geschikt voor het blussen van branden in brandklasse A, B en C. Elk ander object, niet zijnde een wagen, moet ook van een dergelijk blustoestel zijn voorzien als gebruik wordt gemaakt van brandbare vloeistoffen en/of gassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de chauffeur ingebouwd is in de wagen moet de chauffeur over een eigen blustoestel kunnen beschikken. In de nabijheid van de ingebouwde chauffeur wordt een koolstofmonoxidemelder geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de chauffeur, de eventuele bijrijder en andere personen die zich op of in de wagen bevinden is er een vluchtweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van vuur is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het trekkende/duwende voertuig is ingepakt, moet een goede ventilatie van uitlaatgassen zijn gewaarborgd. Uitlaatgassen moeten de wagen kunnen verlaten via een degelijke afvoer, zonder dat deelnemers en publiek hier hinder van hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebruik van een generator ter opwekking van elektrische energie moet deze zijn voorzien van een deugdelijke isolatiebewaking en een goede afvoer van uitlaatgassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mag maximaal 10 liter brandbare vloeistof als voorraad worden meegevoerd. Deze moet opgeborgen zijn in deugdelijke, speciaal daartoe bestemde houders die zorgen dat de vloeistof stevig op de plek blijft staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gasflessen en brandbare vloeistoffen (behalve die voor generatoren) zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van gemakkelijk brandbare materialen (polystereen schuim, plastic, etc.) moet tot een minimum beperkt worden en als het aanwezig is afgeschermd worden van hitte bronnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de optocht mogen geen voorwerpen van de wagens vallen of worden gegooid. Het is toegestaan snoepgoed, verpakte koekjes of slingers van de wagen te werpen, mits dit gericht op het publiek en van de wagen af plaatsvindt en op een zodanige wijze dat niemand er schade van ondervindt of letsel door oploopt. Om (milieu)overlast te beperken moeten de voorwerpen gericht op het trottoir of op de weg gegooid worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Confetti of papiersnippers waarin plastic is verwerkt zijn niet toegestaan, er moet gebruik worden gemaakt van biologisch afbreekbaar materiaal. Het gebruik van confetti of papiersnippers moet tot een minimum worden beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beschikbaar hebben en gebruik van alcoholhoudende dranken en/of drugs voor of tijdens de optocht is verboden. Bij deelname aan de optocht gelden dezelfde regels met betrekking tot alcohol- en/of drugsgebruik als bij normale deelname aan het verkeer. De organisatie kan hierop (laten) controleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle deelnemers moeten zich onthouden van bedreiging, discriminatie en/of ernstige belediging en alles wat in strijd is met goede zeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wagens, uitbeeldingen en trekkende/duwende voertuigen mogen niet voorzien zijn van discriminerende teksten of tekens of dit karakter hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelname aan de optocht met (levende en dode) dieren is verboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar mogelijk moet het gebruik van voertuigen in de optocht met dieselmotoren worden beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de bouw van de wagens wordt vanuit gemeentewege niet gecontroleerd of aan de voorschriften wordt voldaan. Voorafgaand aan en tijdens de optocht kan steekproefsgewijs gecontroleerd worden. De organisatie van de optocht moet toezien op de naleving van de voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1.3Weersomstandigheden De organisatie van de optocht moet vanaf windkracht 5 nadrukkelijk overwegen en afwegen of ‘windgevoelige objecten’ moeten worden uitgesloten van de optocht. Dat windstoten de aangegeven windkracht te boven gaan moet daarbij in acht worden genomen. Vanaf windkracht 6 moet de organisatie van de optocht ‘windgevoelige objecten’ in ieder geval uitsluiten van de optocht(en). Dit geldt ook bij lagere windsnelheden in combinatie met winstoten van 50km/u en hoger. Daarnaast moet vanaf windkracht 5 de route van de optocht gecontroleerd worden op windgevoelige objecten/ situaties. Dat kan leiden tot omleiden of inkorten van de route om deze locaties te vermijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de openbare orde en veiligheid in het geding is kan de burgemeester besluiten de optocht in het geheel af te gelasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s voor het publiek &amp; deelnemers tijdens onstuimig weer De volgende risico’s en gevaren zijn aannemelijk voor carnavalsoptochten tijdens onstuimig weer: omwaaien van windgevoelige carnavalswagens; wegwaaien van voorwerpen vanaf de carnavalswagens en/of andere windgevoelige objecten vanuit de omgeving; paniek in de menigte.</p>\n<p class=\"lf-p\">En het daaraan verbonden risico op slachtoffers. Deze risico’s kunnen zowel voor, tijdens of na de optocht plaatvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verantwoordelijkheden De organisatie van een evenement is primair verantwoordelijk voor een veilig en ordelijk verloop van een evenement. Dus ook voor het nemen van maatregelen in geval van onstuimig weer. Dit moet door de organisaties uitgewerkt zijn in een scenario slecht/extreem weer in het calamiteitenplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente (burgemeester) is het bevoegd gezag en kan de optocht afgelasten als de openbare orde en veiligheid in het geding zijn. De hulpdiensten ondersteunen en adviseren de gemeente hierin.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onstuimig weer Het actuele weerbeeld moet worden gemonitord voor en tijdens de optocht. Niets is veranderlijker dan het weer. Windstoten kunnen de aangegeven windkracht ver te boven gaan. De organisator is verantwoordelijk voor het monitoren van het weerbeeld en daarover afwegingen te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente monitort het eigen weerbeeld. Als het nodig is treedt de gemeente (op basis van weersbericht/-voorspelling) tijdig en frequent in overleg met de organisaties van optochten en eventuele andere ‘weer- en windgevoelige’ carnavalsevenementen. Afhankelijk van plotseling veranderende (lokale) niet te voorspellen weersomstandigheden kan dit ook pas op het laatste moment zijn. Bijvoorbeeld als de regio getroffen wordt door windhozen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast moet de route van de optocht door de organisatie worden gecontroleerd op windgevoelige objecten/situaties. Dit om te kijken of de route moet worden omgeleid of ingekort om deze locaties te vermijden. Ook het annuleren van de hele optocht kan noodzakelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2Kermissen 5.2.1Collectieve festiviteit In artikel 4:2 van de APV heeft de gemeenteraad jaarlijkse collectieve festiviteiten aangewezen. Voor een aangewezen collectieve festiviteit gelden de geluidsnormen als bedoeld in artikel 5.65 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, in het omgevingsplan, in artikel 4:5 van de APV of in paragraaf 4.6.1 van dit uitvoeringsbeleid evenementen niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kermissen zijn voor alle kernen, op de dagen dat de kermis in die kern plaatsvindt, aangewezen als jaarlijks terugkerende collectieve festiviteit. Voor inrichtingen gelden tijdens de collectieve festiviteiten aparte geluidsnormen tot de in artikel 4:2 opgenomen tijden. De geluidsnormen zijn ook opgenomen in artikel 4:2 APV.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.2Horeca tijdens kermissen Alleen bestaande horecagelegenheden met een geldende alcoholvergunning in de kern waar het op dat moment kermis is mogen, tijdens alle dagen van de kermis, de horeca-activiteiten op het bij de inrichting horende terras en daar direct aansluitend aan buiten de inrichting uitbreiden of een evenement organiseren bij hun horecagelegenheid die de normale bedrijfsvoering overstijgt. Ook op het kermissterrein, waar de attracties staan, of daar direct aangrenzend aan mogen evenementen worden georganiseerd waarbij horeca-activiteiten worden geëxploiteerd. In alle gevallen onder de voorwaarde dat de openbare veiligheid en de bereikbaarheid te allen tijde gewaarborgd blijft. Een kermisattractie heeft voorrang op de uitbreiding van een terras buiten de grenzen van de horeca-inrichting, met andere woorden de kermis zelf is leidende evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij dergelijke evenementen wordt het gebruik van kunststof drinkgerei en -flessen altijd verplicht gesteld. Dit geldt zowel voor inpandig als buiten als voor alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende drank. Voor restaurants en andere horecabedrijven die voornamelijk gericht zijn op eten wordt de verplichting tot het gebruiken van kunststof drinkgerei en -flessen niet opgelegd, mits het gebruik van het servies en glaswerk uitsluitend inpandig en/of op het bij de inrichting horende terras plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondernemers van de horecagelegenheden die rondom de kermis zijn gelegen dragen samen met de gemeente zorg voor de inzet van beveiligers tijdens het evenement. Er worden zowel binnen als buiten geen glazen gebruiken, maar kunststof bekers voor het schenken van zowel alcoholhoudende als alcoholvrije dranken. Dit geldt voor de kermissen in alle kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de kermis, inclusief de opbouw en afbraak daarvan, in Oirschot mogen horecagelegenheden die normaal gesproken een terras op het marktplein (gemeentegrond) hebben daar geen terras hebben. Bestaande terrassen, inclusief eventuele luifels, moeten afgebroken en opgeruimd worden. Terrassen tegen de gevels van de panden mogen wel blijven staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.3Eetkramen op kermis De eindtijd voor de verkoop van etenswaren vanuit kramen op het kermisterrein kan gelijk worden gesteld met de sluitingstijd van omliggende horecagelegenheden, als de sluitingstijden van de horecagelegenheden afwijken van de eindtijd van de kermisattracties. Eetkramen mogen nooit langer open zijn dan de omliggende horecagelegenheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3Rijdende cafés Rijdende cafés, zoals herrie-, geluid- of zuipwagens, zijn niet toegestaan in de reguliere (carnavals)optochten. Ook mag met deze wagens geen aparte optocht gereden worden. Ook wordt niet toegestaan dat dergelijke wagens, individueel of met meerdere tegelijkertijd, over de openbare wegen van de gemeente rijden en neer worden gezet op een locatie binnen de gemeente met als doel het produceren van geluid en het drinken van alcohol, zoals bijvoorbeeld een pleinfeest. Dit geldt zowel voor locaties binnen de bebouwde kom, als buiten de bebouwde kom. Het maakt hierbij ook niet uit of de wagens met of zonder personen te vervoeren naar een locatie toe rijden. Het geldt niet voor eet- en dranktrucks die geplaatst worden op een toegestaan evenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4Schuurfeesten Schuurfeesten zijn feesten met meerdere van de onderstaande kenmerken: georganiseerd door een groep personen in de leeftijd tot ongeveer 25 tot 30 jaar; een bepaald besloten karakter; zonder winstoogmerk; meer dan 100 bezoekers; in een tent of in een schuur, die niet bestemd is voor het houden van evenementen; waarbij muziek ten gehore wordt gebracht; waar alcoholische dranken worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schuurfeest, waarbij geen sprake is van een besloten feest en er meer dan 100 aanwezigen zijn, moet aangemerkt worden als evenement. Omdat in de gemeente sprake is van voldoende uitgaansmogelijkheden binnen de bestaande horecabedrijven en in het belang van de openbare orde wordt geen toestemming verleend voor schuurfeesten. Deze feesten zijn dus niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5Gemotoriseerde evenementen/activiteiten Openlucht Er worden diverse vormen van gemotoriseerde evenementen dan wel gemotoriseerde activiteiten bij evenementen in de openlucht onderscheiden. De veiligheidsrisico’s voor deelnemers en publiek, de (geluids)overlast die veroorzaakt kan worden en het verstoren van de flora en fauna, zijn bij evenementen waarbij gemotoriseerde voertuigen worden gebruikt van dien aard, dat beperkt medewerking wordt verleend aan gemotoriseerde evenementen of activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wedstrijden of tochten met een wedstrijdelement op verharde en onverharde wegen en paden, zoals een autorally of autorace;</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen aan de bestaande (jaarlijks) terugkerende evenementen met auto’s, die bij eerdere edities geheel volgens de gestelde vergunningen en voorschriften zijn georganiseerd en waar uitsluitend openbare wegen (wegenlegger) worden gebruikt, wordt toestemming verleend. Aan overige gemotoriseerde evenementen of activiteiten wordt geen medewerking verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wedstrijden, een met een wedstrijd vergelijkbare demonstratie of demonstraties op (particuliere) terreinen, zoals auto- of motorcrosswedstrijden of -demonstraties zijn uitsluitend toegestaan: op daarvoor ingerichte terreinen, zoals een motorcrossterrein; of wanneer het een bestaande gemotoriseerde activiteit betreft als onderdeel van een ander evenement op ruimtelijk tot evenemententerrein aangewezen locaties of locaties waar het omgevingsplan evenementen mede toestaat, mits het terrein ingericht kan worden voor dergelijke activiteiten; wanneer het een bestaande jaarlijks terugkerende wedstrijd of demonstratie op ruimtelijk tot evenemententerrein aangewezen locaties betreft of locaties waar het omgevingsplan evenementen mede toestaat, mits het terrein ingericht kan worden voor dergelijke activiteiten en voor zover het geen watersportactiviteit betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pulling of trekkertrek wedstrijden mogen plaatsvinden op akker- en weilanden of hiervoor ingerichte ruimtelijk tot evenemententerrein aangewezen locaties. Er moet in alle gevallen voldaan worden aan de richtlijnen van Stichting European Pulling Safety. Naast de in de richtlijnen genoemde minimale maten en afscheidingen tussen de banen en het publiek moet in alle gevallen een extra baanafscheiding worden aangebracht in de vorm van barriers, greppels of vangrails. Deze extra baanafscheiding moet ook voldoen aan de richtlijnen van Stichting European Pulling Safety Stuntshows met gemotoriseerde voertuigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan stuntshows (of stuntactiviteiten) met gemotoriseerde voertuigen wordt geen medewerking verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toertochten op verharde en onverharde wegen en paden waarbij de geldende verkeersregels opgevolgd moeten worden, zoals oriëntatieritten en een pijlenrit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitend aan toertochten over openbare wegen en paden, zoals die zijn aangegeven op de wegenlegger, wordt medewerking verleend. Alle voertuigen moeten voldoen aan de eisen van de Wegenverkeerswet. De deelnemers moeten zich aan de normale verkeersregels houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor motorsportevenementen of gemotoriseerde activiteiten op terreinen waarvoor geen omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, waarbij gereden wordt met motoren zonder kenteken en deze motoren bestemd zijn voor de beoefening van motorsport is op basis van het Besluit geluidproductie sportmotoren een ontheffing van Provincie Noord-Brabant vereist. Wanneer deze motoren het maximale geluidsniveau uit het Besluit geluidproductie sportmotoren overschrijden is een ontheffing van de gemeente nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzondering militair terrein Hetgeen hierboven is genoemd geldt niet voor de Generaal Majoor de Ruyter van Steveninckkazerne en bijbehorend Compagnies OefenTerrein (COT). Daarvoor geldt het onderstaande.</p>\n<p class=\"lf-p\">Compagnies Oefenterrein Op het COT worden sinds jaar en dag diverse gemotoriseerde evenementen georganiseerd. Het gebied kent echter ook natuurwaarden. Gestreefd wordt naar een afname van het gebruik van het COT voor gemotoriseerde evenementen, maar daarbij wel rekening houdende met het feit dat het COT een unieke locatie is welke ook dagdagelijks voor de oefening met gemotoriseerde voertuigen wordt gebruikt. Voor gebruik van het COT gelden de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast een evenementenvergunning is toestemming van de eigenaar van het COT vereist, zijnde het Rijksvastgoedbedrijf;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mogen per kalenderjaar maximaal 3 evenementen plaatsvinden op het COT, waarbij een evenement maximaal over 2 dagen mag plaatsvinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Per organisatie wordt voor maximaal 2 evenementen per kalenderjaar een evenementenvergunning verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mogen maximaal 350 deelnemers gelijktijdig deelnemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een evenement mag plaatsvinden tussen 09.00 uur en 17.00 uur (exclusief op- en afbouw);</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenementen mogen uitsluitend plaatsvinden binnen de door Defensie als C en D aangeduide vakken van het COT;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het broedseizoen (15 maart tot 15 juli) zijn evenementen niet toegestaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelnemende voertuigen moeten, wanneer gereden wordt op de openbare weg, voldoen aan de vereisten van de Wegenverkeerswet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de start van elk evenement wordt overleg gevoerd met team Toezicht en Handhaving om afspraken te maken over de handhaving van de voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast een evenementenvergunning en toestemming van de eigenaar is ook een omgevingsvergunning voor afwijken van het omgevingsplan vereist. Zowel een evenementenvergunning als een omgevingsvergunning kan voor de duur van maximaal 5 jaar worden verleend, wel met de restrictie dat 31 december 2029 als uiterste datum geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kazerneterrein Het instructieparcours wat binnen de hekken van de Generaal Majoor de Ruyter van Steveninckkazerne is gelegen mag gebruikt worden voor gemotoriseerde evenementen. Hiervoor is wel een evenementenvergunning van de gemeente nodig. Evenementen op de kazerne vinden plaats onder verantwoordelijkheid van Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indoor Bij gemotoriseerde indoorevenementen mogen de gemeten piekwaarden van de blootstelling aan koolmonoxide (CO) niet boven de 150 ppm komen bij evenementen van maximaal 4 uur. Bij meerdaagse evenementen en evenementen die meer dan 4 uur per dag duren mogen de gemeten piekwaarden niet boven de 100 ppm komen. Hiervoor moeten de CO-waarden gedurende het hele evenement worden gemeten. De locaties van de meetpunten moeten zo worden gekozen dat de hoogste risico’s voor aanwezigen in beeld worden gebracht. De meetinstrumenten moeten goed gekalibreerd zijn. Bij een CO-waarde van 100 respectievelijk 150 ppm of hoger moeten de activiteiten stil worden gezet. Een tussentijds gemeten verhoogde CO-waarde van 50 ppm moet leiden tot extra maatregelen, bijvoorbeeld verhoogde ventilatie, openzetten van extra deuren, plaatsen van extra ventilatoren en het verhogen van de ventilatievoud. Als dit niet mogelijk is moet een extra pauze ingelast worden of moeten andere maatregelen ter reductie van de CO-uitstoot worden uitgevoerd. Zodra de CO-waarde weer tot onder 25 ppm is gedaald, is hervatten van de activiteiten weer toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het mogelijk is zonder (geluid)overlast voor omwonenden moeten motoren buiten worden opgestart. Het plaatsen van personen nabij het startpunt (achter de voertuigen) moet vermeden worden, omdat hier de hoogste concentraties CO te verwachten zijn, ver boven de toegestane waarden. Dit geldt in het bijzonder voor risicogroepen zoals zwangeren, mensen met hart- en vaatziekten en (kleine) kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels met betrekking tot gehoorbescherming zijn ook op deze evenementen van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie informeert bezoekers over mogelijke gezondheidsrisico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6Circus In verband met de beperking van overlast en het “overvoeren” van het circuspubliek, is het doel om de circussen te spreiden over het kalenderjaar. Het gaat hierbij om circussen die openbaar toegankelijk zijn, dus waarvoor iedereen kaartjes kan kopen. Besloten circusvoorstellingen ten behoeve van speciale doeleinden, waarvoor geen entreegelden worden geheven, vallen niet onder onderstaande criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.1Locatie Op het terrein van manege ’t Vierspan aan de Notel in Oirschot en op het trapveldje aan de Hillestraat in Middelbeers wordt per locatie éénmaal per jaar toestemming verleend voor een (groot) circus. Aan kleine circussen, met een tent met een maximale afmeting van 20x20 meter, wordt éénmaal per jaar toestemming verleend op de Markt in Oirschot en het Doornboomplein in Middelbeers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het circusterrein in een dusdanige staat verkeert dat de gemeente het niet verantwoord acht om een circus plaats te laten vinden behoudt de gemeente het recht om een andere tijd of andere locatie dwingend aan het geboekte circus op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.2Indiening en beslissing De uiterlijke indieningdatum voor de aanvraag van een evenementenvergunning voor een circus is 1 november van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de optredens plaatsvinden. Een definitieve beslissing op de aanvraag wordt uiterlijk vóór 1 januari genomen en aan de circussen medegedeeld. De circussen zijn dan in staat om aaneensluitende tournees voor te bereiden. Deze indieningtermijn is afwijkend ten opzichte van de reguliere indieningtermijn voorafgaand aan het evenement, zoals bedoeld in paragraaf 6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.3Vereisten voor de aanvraag Een aanvraag moet het volgende bevatten: de periode van optreden; een zogenaamd circus- c.q. bouwboek met alle technische gegevens van de tent, (muziek)installaties, een stoelenplan, een plattegrond van de circustent, waarop aangegeven alle (nood)uitgangen en brandpreventieve maatregelen, een plattegrond van de terreinindeling (inclusief overige tenten, voertuigen, woonwagens en andere opstallen) en indien van toepassing een lijst van het soort dieren en het aantal daarvan; een overzicht van plaatsen waar het afgelopen seizoen is gespeeld; een calamiteitenplan in verband met de tent en eventuele dieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.4Selectiecriteria Als het aantal aangevraagde circussen het maximum overschrijdt worden bij de keuze uit de aanvragen de volgende selectiecriteria gehanteerd: circussen aan wie nog niet eerder een vergunning werd verleend komen het eerst aan bod. Vervolgens komt de aanvrager aan bod aan wie het langst geleden een vergunning is verleend. Daarna is de volgorde van binnenkomst van de aanvraag bepalend voor vergunningverlening. circussen die in het voorafgaande jaar een evenementenvergunning hebben gekregen komen niet in aanmerking voor een nieuwe vergunning, tenzij er onvoldoende aanvragen zijn ingediend; positieve beoordeling van het circus- c.q. bouwboek en calamiteitenplan door brandweer en/of politie; ervaringen van voorgaande jaren; ervaringen van andere gemeenten; het circus moet voldoen aan de primaire en secundaire bedrijfsvoeringsregels van de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO); het circus moet voldoen aan de Wet dieren, er mogen geen wilde dieren optreden en het dierenwelzijn mag niet in het geding zijn of komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een circus waarbij wangedrag van of gevaarzetting door de aanwezige medewerkers of dieren wordt geconstateerd kan voor maximaal 2 jaar worden uitgesloten van inschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.5Duur circus Ter voorkoming van onevenredige overlast voor de woon- en leefomgeving is het maximum aantal dagen van een evenementenvergunning bepaald op 7 dagen. Deze periode is inclusief op- en afbouw van het circus. Een eventuele verlenging kan worden besproken met de gemeente voordat toestemming wordt verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7Wedstrijden en tochten met voertuigen Het soort wedstrijden en tochten met voertuigen (zoals auto’s, motoren en fietsen), de lengte van de route, de duur, het aantal deelnemers en het aantal toeschouwers bepalen de omvang van het evenement. Ook de mate van hinder die wordt ondervonden door het verkeer en de hulpdiensten speelt een rol. Niet alle wedstrijden en/of tochten starten en/of eindigen in de gemeente, er zijn ook alleen doortochten. Er wordt daarom verschillend omgegaan met wedstrijden en/of tochten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7.1Wedstrijd of tochten met wedstrijdelement Wegenverkeerswet Op grond van de Wegenverkeerswet is het verboden op de weg een wedstrijd of tocht met voertuigen, te houden of daaraan deel te nemen, als daarbij sprake is van een wedstrijdelement (vaststelling of vergelijking van prestaties, al dan niet met uitreiking van vaantje/medaille en dergelijke). Van dit verbod kan ontheffing worden verleend. Deze ontheffing wordt verleend door de Minister van Infrastructuur en Waterstraat voor Rijkswegen of voor alle andere wegen door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Als Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de ontheffing moet verlenen moet elke gemeente waarvan wegen voor de wedstrijd of tocht worden gebruikt verklaren geen bezwaar te hebben. De organisatie moet hiertoe zelf een verzoek indienen bij de betreffende gemeenten. Als alle wegen waarvoor ontheffing wordt gevraagd zijn gelegen in 1 gemeente dan wordt de ontheffing verleend door het college van burgemeester en wethouders van die gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een ontheffing of verklaring van geen bezwaar wordt alleen afgegeven aan bij de Kamer van Koophandel geregistreerde organisaties die beschikken over een aansprakelijkheidsverzekering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Start en/of finish in de gemeente Wanneer de start en/of finish in de gemeente is, is er sowieso sprake van een evenement. Er moet dan een evenementenvergunning worden aangevraagd. Voor het gebruik van de wegen in de gemeente is daarbij een ontheffing of verklaring van geen bezwaar op grond van de Wegenverkeerswet nodig. Dit wordt meegenomen bij de evenementenvergunning. Hiervoor moet een plattegrond met de route en een verkeerplan bij de aanvraag om evenementenvergunning worden bijgevoegd. De route wordt dan door de gemeente en eventuele partners (zoals politie en VRBZO) beoordeeld. Dit in verband met de bereikbaarheid van de hulpdiensten. Ook de te nemen verkeersmaatregelen komen hierbij aan de orde. De maatregelen zijn afhankelijk van de omvang en duur van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doortocht Als de start en/of finish niet in de gemeente is gelegen, maar wel wegen in de gemeente worden gebruikt is in principe geen evenementenvergunning nodig. Wel is dan een verklaring van geen bezwaar voor het gebruik van de wegen nodig van de gemeente. Er kan ook zonder start en/of finish een evenementenvergunning nodig zijn. Dit is het geval wanneer de doortocht veel of een langdurige impact heeft op de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag om een verklaring van geen bezwaar moet bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag moet een plattegrond met de route worden bijgevoegd. Ook hier beoordeelt de gemeente met de partners de route en wordt bekeken of de route vrij is van wegwerkzaamheden of andere belemmeringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7.2Tochten zonder wedstrijdelement Er zijn evenementen in de vorm van tochten zonder wedstrijdelement. Hierbij wordt vaak geen gebruik gemaakt van wegafsluitingen en verkeersomleidingen, maar worden verkeersbegeleiders en -regelaars ingezet. Hierbij wordt geen hinder veroorzaakt voor het verkeer en de hulpdiensten. Voorbeelden hiervan zijn: toertocht, toerrit, wandeltocht, fietstocht, spooktocht, skeelertocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wegenverkeerswet Voor een tocht zonder een wedstrijdelement is geen ontheffing van de Wegenverkeerswet nodig. Ook is een verklaring van geen bezwaar niet nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Start en/of finish in de gemeente Wanneer de start en/of finish in de gemeente is, is er sowieso sprake van een evenement. Wanneer sprake is van een vergunningsplichtig evenement moet een evenementenvergunning aan worden aangevraagd. Hierbij moet een plattegrond met de route en een verkeerplan bij de aanvraag om evenementenvergunning worden bijgevoegd. De route wordt dan door de gemeente en eventuele partners (zoals politie en VRBZO) beoordeeld. De gemeente toetst dan of er wegafsluitingen of wegomleidingen zijn op de geplande route en of er geen andere evenementen zijn op de geplande route. Ook de te nemen verkeersmaatregelen komen hierbij aan de orde. De maatregelen zijn afhankelijk van de omvang en duur van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om bij een vergunningsvrij evenement alles in goede banen te kunnen laten leiden (geen wegafsluitingen of wegomleggingen en geen overlap met andere evenementen) moet de organisatie de gemeente wel in kennis stellen van de doortocht. Hiervoor moet de plattegrond met de route aan de gemeente worden toegestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doortocht In principe is geen evenementenvergunning nodig voor een doortocht. Een evenementenvergunning kan wel aan de orde zijn als de doortocht veel of een langdurige impact heeft op de gemeente. Ook een verklaring van geen bezwaar voor het gebruik van de wegen is niet nodig. Om echter wel alles in goede banen te kunnen laten leiden (geen wegafsluitingen of wegomleggingen en geen overlap met andere evenementen) moet de organisatie de gemeente wel in kennis stellen van de doortocht. Hiervoor moet de plattegrond met de route aan de gemeente worden toegestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7.3Algemene voorwaarden wedstrijden en tochten Bos- en natuurgebieden Wedstrijden en tochten moeten zo min mogelijk overlast veroorzaken en geen schade aanrichten aan de omgeving. Een aantal gebieden is dan ook niet geschikt voor dit soort evenementen. Voor de voorschriften voor wedstrijden en tochten in bos- en natuurgebieden wordt verwezen naar paragraaf 4.4.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wegafzettingen en verkeersregelaars Het veilige verloop hangt samen met het afzetten van de wegen en het inzetten van verkeersregelaars. De organisatie is verplicht op druk bezette punten verkeersregelaars in te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parkeergelegenheid Bij grotere aantallen deelnemers en toeschouwers is de organisatie verplicht om te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid te zorgen. Deze parkeergelegenheid moet aangegeven worden op de plattegrond met de route.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.8Evenementen in paracommerciële inrichtingen In paracommerciële inrichtingen, zoals verenigingsgebouwen, gemeenschapshuizen en sporthallen, mogen (enkele) evenementen worden gehouden. Voordat een evenement in een dergelijke inrichting wordt verleend moeten de consequenties in beeld worden gebracht. In besluiten, huurovereenkomsten of in het omgevingsplan kunnen namelijk beperkingen zijn gesteld aan het houden van evenementen. Deze beperkingen kunnen variëren van een maximum aantal evenementen per jaar, het alleen toestaan van evenementen gerelateerd aan de doelstelling van de inrichting, regulering van consumptieprijzen en regulering van tijdstippen waarop consumpties mogen worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besloten feesten of bijeenkomsten, die dus niet aangemerkt kunnen worden als evenement, buiten de doelstelling van de paracommerciële inrichting om zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sluitingstijd De sluitingstijden, zoals die zijn opgenomen in artikel 2:29 van de APV, gelden. Een paar keer per jaar kan de exploitant een verruiming van de sluitingstijd vragen. Aan een verruiming worden voorwaarden verbonden, zoals bijvoorbeeld tot welk tijdstip de verruiming geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brandveiligheid De brandveiligheidsvoorschriften die voor een inrichting gelden zijn vastgelegd in een gebruiksvergunning dan wel gebruiksmelding. Deze voorschriften gelden in principe ook voor evenementen die gehouden worden binnen de inrichting. Bij evenementen kunnen echter aanvullende brandveiligheidsvoorschriften van toepassing zijn voor het afwijkend gebruik van het pand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluid Voor welke geluidsnormen gelden bij welke soort activiteit wordt verwezen naar paragraaf 4.6.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9Evenementen in commerciële horecagelegenheden Activiteiten die behoren tot de normale bedrijfsvoering van de inrichting zijn geen evenementen. Als een activiteit wordt georganiseerd die niet behoort tot de normale bedrijfsvoering en aangemerkt moet worden als evenement kan een aantal zaken van belang zijn voor de inrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sluitingstijd De sluitingstijden, zoals die zijn opgenomen in artikel 2:29 van de APV, gelden voor de horecagelegenheden. Een paar keer per jaar kan de exploitant een verruiming van de sluitingstijd vragen. Aan een verruiming worden voorwaarden verbonden, zoals bijvoorbeeld tot welk tijdstip de verruiming geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brandveiligheid De brandveiligheidsvoorschriften die voor een inrichting gelden zijn vastgelegd in een gebruiksvergunning dan wel gebruiksmelding. Deze voorschriften gelden in principe ook voor evenementen die gehouden worden binnen de inrichting. Bij evenementen kunnen echter aanvullende brandveiligheidsvoorschriften van toepassing zijn voor het afwijkend gebruik van het pand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluid Voor welke geluidsnormen gelden bij welke soort activiteit wordt verwezen naar paragraaf 4.6.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.10Activiteiten tijdens WK, EK of NK Tijdens de periode van een WK, EK of NK worden er vaak activiteiten op straat georganiseerd, zoals het gezamenlijk kijken naar een sportuitzending. Dat moet gezien worden als een evenement. Gelet op de grote hoeveelheid van dergelijke evenementen in de hele politieregio Oost-Brabant en dus mogelijk beperkte inzet van de politie wordt zeer terughoudend omgegaan met het toestaan van dergelijke evenementen. Er vindt sowieso geen standaard inzet van politie plaats, anders dan vanuit het reguliere proces incidentenafhandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als wedstrijden worden uitgezonden op een bij een horecagelegenheid horend terras mag het beeldscherm niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Dit om te voorkomen dat de openbare ruimte deel uit gaat maken van de horeca-activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.10.1Straatversiering Bij het versieren van straten en buurten, moet er rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de straat of buurt voor de hulpdiensten (politie, brandweer en ambulance). Het versieren van straten of buurten is toegestaan, voor zover dit plaatsvindt op particulier terrein. Voor versieringen in het openbaar gebied moet toestemming worden gevraagd aan de gemeente (artikel 2:10 APV).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.11Vechtsportgala’s Een vechtsportgala wordt aangemerkt als een evenement als het niet wordt georganiseerd in een regulier clubgebouw van een vechtsportvereniging of sportschool. Onder een regulier clubgebouw wordt verstaan de accommodatie waarin de vechtsport normaliter wordt getraind, beoefend, wedstrijden daarvoor worden gehouden of demonstraties worden gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vechtsportgala’s, en dus vechtsportevenementen, kunnen bijzondere risico’s met zich meebrengen ten aanzien van de openbare orde, veiligheid en gezondheid. Met name als het gaat om full contact vechtsporten, zoals kickboksen, Thaiboksen en Mixed Martial Arts. Op grond hiervan worden full contact vechtsportgala’s altijd als vergunningplichtig evenement aangemerkt. Wanneer er sprake is van een aanvraag voor een full contact vechtsport wordt voor in behandeling nemen van de aanvraag een intakegesprek met de organisatie gehouden. Bij full contact vechtsporten wordt altijd advies ingewonnen bij de regionale politie en/of het Openbaar Ministerie. Voor niet full contact vechtsportgala’s gebeurt het inwinnen van advies niet, als het gala naar aard en omvang aangemerkt kan worden als een kleinschalig evenement. In beide gevallen wordt de vergunning uitsluitend verleend als: de organisatie en/of vergunninghouder niet van slecht levensgedrag is; de organisatie en/of vergunninghouder aan is gesloten bij een door de NOC*NSF erkende bond; voldaan wordt aan de namens de Stichting Nederlandse Vechtsportautoriteit opgestelde richtlijn voor full contact vechtsportevenementen (Stichting Nederlandse Vechtsportautoriteit controleert steekproefsgewijs of aan de richtlijn voldaan wordt).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als besloten wordt de vergunning te verlenen, worden hieraan in elk geval voorwaarden verbonden over: het niet mogen schenken en nuttigen van alcoholhoudende drank in de ruimte waar de wedstrijden plaatsvinden; het niet mogen schenken en nuttigen van sterke drank in de accommodatie waar de wedstrijden plaatsvinden; de minimale leeftijd van bezoekers; transparante geldstromen, waarbij een registratie plaatsvindt van kopers van vip-tafels, sponsoren van het evenement en het prijzengeld en waarbij geen sprake is van contante betalingen; de aanwezigheid van voldoende gecertificeerde beveiligers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de gemeentelijke beleidsregel voor bevordering van integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) wordt bij vechtsportgala’s een Bibob-toets uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.12Schaatsen op natuurijs Als het enige dagen achter elkaar vriest bestaat de kans dat er geschaatst kan worden op natuurijs. Het kan dan gaan om ijsvorming op openbaar water of met water opgespoten pleinen e.d. Of er geschaatst kan worden hangt af van de duur van de vorstperiode. De gemeente doet geen uitspraken over de betrouwbaarheid van het schaatsijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra er sprake is van evenementen rondom het schaatsen kan het zijn dat het evenement gemeld moet worden of dat in uitzonderlijke gevallen een vergunning aangevraagd moet worden. Omdat echter niet duidelijk is wanneer de vorstperiode lang genoeg zal zijn om te kunnen schaatsen kan niet lang van te voren een aanvraag worden ingediend. Met de indieningstermijn wordt soepel omgegaan, maar wel op de voorwaarde dat een draaiboek voor het gebruik van het natuurijs klaar ligt voordat de winterperiode aanbreekt. In dat draaiboek moet ook aandacht worden besteed aan de eventuele ondersteunende voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.13Watersportevenementen Bij voorkeur vinden watersportevenement waarbij mensen te water gaan plaats in officiële of aangewezen zwemlocaties. Op die locaties zijn risico’s voor gezondheid en veiligheid van de zwemmers in kaart gebracht en beheerst. Voor evenementen in, op of rondom ongecontroleerde wateren moet de organisatie: bij de beheerder van het water advies vragen over de waterkwaliteit en veiligheid. Als een evenement plaatsvindt in de zomer kan door warmte de waterkwaliteit snel veranderen. De organisatie moet hiervoor met de beheerder van het water overleggen waarop hierbij gelet moet worden. rekening houden met veiligheidsaspecten in en rondom het water, zoals puin in en om het water, diepte van het water, koude waterlagen, enz. Hierbij moet ook gekeken worden naar of een deelnemer in problemen makkelijk of snel het water kan verlaten en hoe toezicht wordt gehouden om deelnemers in de problemen te assisteren of redden. de deelnemers informeren over mogelijke risico’s en ze gedragsadviezen geven. de toezichthouder van zwemwater in Brabant op de hoogte brengen van het evenement. De toezichthouder is Provincie Noord-Brabant, maar namens hen is Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant de contactpersoon (zwemwater@odzob.nl of 073-6808058).</p>\n<p class=\"lf-p\">Watersportevenementen in de zin van varen met gemotoriseerde vaartuigen, zoals waterscooters, ‘jetski’-vaartuigen of soortgelijke vaartuigen, zijn toegestaan op het Wilhelminakanaal. Omdat het kanaal in eigendom is van Rijkswaterstaat, moet ook toestemming worden gevraagd aan Rijkswaterstaat voor het gebruiken van het kanaal voor watersportevenementen. Ook niet gemotoriseerde watersportevenementen, zoals zwemmen, zijn toegestaan op het Wilhelminakanaal. Ook daarvoor is toestemming nodig van Rijkswaterstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.14Mud en obstacle runs Een Mud- en Obstacle run is nooit zonder risico’s. Er zal altijd gevaar zijn voor de gezondheid en veiligheid voor de deelnemers. Zo is er een hoog risico op letsel, zoals kneuzingen en botbreuken. Daarnaast bestaat de kans op het oplopen van infectieziekten. Om deze risico’s te beperken moeten maatregelen worden getroffen. De GHOR zal voor dit type evenement altijd maatwerkadvies leveren, maar de volgende maatregelen zijn altijd verplicht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is altijd een medische post aanwezig met voldoende materiaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn voldoende eerstehulpverleners (basis of evenementen eerste hulp) en minimaal 1 (specialistisch) spoedzorg team aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerstehulpverleners en het (specialistisch) spoedzorg team moeten over het gehele parcours binnen 5 minuten inzetbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet geregistreerd worden bij welk obstakel welk type letsel wordt opgelopen. Van te voren moet de organisatie bedenken bij hoeveel personen met letsel een obstakel wordt gesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor overige maatregelen die de organisatie kan nemen om risico’s is binnen de VRBZO een factsheet ontwikkeld. Deze factsheet hanteert de gemeente in het overleg met de organisatie van een Mud- en Obstacle run.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.15Slipjacht Bij een slipjacht wordt een reukspoor uitgezet, als simulatie voor wild. Honden moeten dat reukspoor volgen, waarbij ze gevolgd worden door de “jager” met zijn paard. Door slipjachten kan het aanwezige wild worden verstoord, waardoor ook de normale jacht verstoord kan worden. Om die reden wordt geen medewerking verleend aan evenementen waarbij sprake is van het organiseren van een slipjacht. Dit geldt zowel voor slipjachten over al dan niet openbare wegen/paden als voor akker- en weilanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.16Wapens Voor het gebruik van wapens, in welke vorm dan ook, tijdens evenementen is altijd apart toestemming nodig. Voor het meevoeren van wapens uit categorie III of IV tijdens een re-anactment (naspelen of uitbeelden historische gebeurtenis) is verlof nodig van de korpschef, welke een verklaring van geen bezwaar zal vragen aan de burgemeester. Als het alleen gaat om optochten met wapens uit deze categorie is alleen toestemming van de burgemeester nodig. Voor het gebruik van (nep)wapens uit categorie I of II moet ontheffing worden gevraagd aan de Minister van Justitie en Veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Speelgoedwapens met een CE-keurmerk volgens de Europese speelgoedrichtlijn, die van kracht is in Nederland, zijn wel toegestaan. Deze mogen alleen niet naar publieke ruimtes worden meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk6Vergunningenproces 6.1Voorfase Het organiseren van een evenement start met een idee van de organisatie. Dit idee werkt de organisatie uit en op enig moment wordt in overleg met de gemeente getreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.1Vooraankondiging Organisaties kunnen een vooraankondiging doen bij de gemeente. Vooraankondigingen hebben tot doel gemeenten en hulpdiensten in een vroegtijdig stadium kennis te laten nemen van de voorziene evenementen. Het doen van een vooraankondiging is verplicht voor alle C-evenementen. Voor B-evenementen is het doen van een vooraankondiging verplicht als op voorhand wordt verwacht dat inzet van hulpdiensten daarbij aan de orde kan zijn. Het doen van een vooraankondiging vergroot de kans dat hulpdiensten tijdig hun inzet kunnen plannen op het betreffende evenement, waardoor de kans dat het evenement doorgang kan vinden vergroot wordt. Hiervan is alleen sprake als de vooraankondiging wordt gedaan voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooraankondigingen hebben niet de status van een aanvraag. Zodra een vooraankondiging wordt ontvangen wordt deze op de interne evenementenkalender geplaatst en toegevoegd in DigiMak. Plaatsing op de interne evenementenkalender en in DigiMak biedt geen zekerheid over de toelaatbaarheid van het evenement. Er vindt voorafgaand aan plaatsing dan ook geen inhoudelijke toets plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.2Vooroverleg Een vooroverleg tussen de organisatie en de gemeente helpt om informatie uit te wisselen. Enerzijds over het beoogde evenement, anderzijds over het te doorlopen evenementenproces en de vergunningverlening. Verwachtingen over en weer kunnen worden doorgenomen. In het verdere (formele) proces komen beide partijen minder snel voor verrassingen te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van het soort evenement en de behoefte van de casemanager APV/Bijzondere wetten, kunnen de adviesdiensten ook aansluiten bij een vooroverleg. De uitnodiging hiervoor moet tijdig worden gedaan. In het vooroverleg worden geen inhoudelijke adviezen over het evenement verstrekt. Door de adviesdiensten zal over oplossingsrichtingen worden meegedacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.3Voorlopige behandelaanpak Op basis van de vergaarde informatie in de voorfase wordt door de gemeente een voorlopige behandelaanpak volgens de behandelscan (hoofdstuk 3) bepaald. Met een voorlopige behandelaanpak stelt de gemeente de organisatie in staat om een tijdige en complete aanvraag in te dienen. Immers gelden bij de verschillende behandelclassificaties andere behandeltermijnen en indieningsvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.4Opzetten van het evenementenproces Al in de voorfase kan de gemeente het verdere evenementenproces opzetten en (overleg)data inplannen. In het geval van een voorlopige behandelaanpak C kan de casemanager van de veiligheidsregio met de gemeente meedenken over de opzet van het proces.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2Aanvraag 6.2.1Aanvraagformulier Voor het doen van een vergunningaanvraag moet gebruik worden gemaakt van een daarvoor vastgesteld aanvraagformulier. Andere toestemmingen die nodig zijn voor het evenement kunnen via hetzelfde formulier worden aangevraagd. Gedacht kan dan worden aan een ontheffing Alcoholwet, ontheffing voor het produceren van geluid en een melding brandveilig gebruik voor het plaatsen van een tent. Als de aanvraag op een andere manier dan via het vastgestelde aanvraagformulier wordt ingediend, moet deze aangevuld worden met het aanvraagformulier. Pas na ontvangst van het aanvraagformulier wordt de aanvraag in behandeling genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanvraagformulier staat als e-formulier op de gemeentelijke website. Dit e-formulier moet via DigiD of e-Herkenning worden ingevuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.2Bijlagen Bij het aanvraagformulier moeten de daarop vereiste bijlagen worden ingediend. Bij elke aanvraag moet in ieder geval een overzichtstekening (situatie- en indelingstekening) van de evenementenlocatie op schaal (maximaal 1:20.000), ingetekend op een kadastrale ondergrond, worden bijgevoegd. Op het aanvraagformulier staat aangegeven welke zaken op de overzichtstekening aangegeven moeten. Ook een programma en veiligheidsplan moeten altijd worden ingediend. Afhankelijk van het evenement kunnen andere bijlagen aan de orde zijn. Welke dat zijn staat op het aanvraagformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de beoordeling van een aanvraag meer gegevens nodig zijn kan de gemeente hierom verzoeken. De aanvrager krijgt dan een termijn van in principe 2 weken om de benodigde gegevens aan te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.3Kennisgeving meerjarige vergunning Voor het doen van een kennisgeving om gebruik te maken van een voor meerdere jaren verleende vergunning moet gebruik worden gemaakt van het daarvoor vastgestelde kennisgevingsformulier. Als de kennisgeving op een andere manier dan via het vastgestelde kennisgevingsformulier wordt ingediend, moet deze aangevuld worden met het vastgestelde kennisgevingsformulier. Pas na ontvangst van het kennisgevingsformulier wordt de kennisgeving in behandeling genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kennisgevingsformulier wordt meegestuurd bij de oorspronkelijke vergunning. Het staat ook als e-formulier op de gemeentelijke website. Dit e-formulier moet via DigiD of e-Herkenning worden ingevuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3Indieningstermijnen De hieronder genoemde indieningstermijnen gelden niet voor evenementen waarbij openbare circussen worden georganiseerd of schaatsbanen op natuurijs in gebruik worden genomen. Daarvoor gelden afwijkende indieningstermijnen, zie paragraaf 5.6 en 5.13.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de APV is in artikel 1:8 lid 2 opgenomen dat een vergunning of ontheffing geweigerd kan worden als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Deze termijn kan op grond van het derde lid worden verlengd tot ten hoogste 26 weken. Voor alle vergunningsplichtige evenementen wordt de termijn verlengd. Dit betekent dat een aanvraag welke minder dan het gestelde aantal weken voor de datum van het evenement wordt ingediend en waarbij een goede behandeling niet meer mogelijk is, dat de vergunning in beginsel geweigerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.1Vergunningsplichtige A-evenementen Een aanvraag voor een vergunningsplichtig A-evenement moet minimaal 14 weken (8 weken beslistermijn en 6 weken bezwarentermijn) voorafgaand aan het evenement, dan wel de start van de opbouw van het evenement, worden ingediend. Deze termijn geldt tevens voor eventuele andere toestemmingen die nodig zijn voor het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.2Vergunningsplichtig B-evenementen Een aanvraag voor een B-evenementen moet minimaal 14 weken (8 weken beslistermijn en 6 weken bezwarentermijn) voorafgaand aan het evenement, dan wel de start van de opbouw van het evenement, worden ingediend. Deze termijn geldt tevens voor eventuele andere toestemmingen die nodig zijn voor het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.3Vergunningsplichtige C-evenementen Een aanvraag voor een C-evenementen moet minimaal 26 weken (20 weken beslistermijn en 6 weken bezwarentermijn) voorafgaand aan het evenement, dan wel de start van de opbouw van het evenement, worden ingediend. Deze termijn geldt tevens voor eventuele andere toestemmingen die nodig zijn voor het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.4Kennisgeving meerjarige vergunning Een kennisgeving om gebruik te maken van een meerjarige vergunning moet minimaal 8 weken voorafgaand aan de nieuwe editie van het evenement, dan wel de start van de opbouw van het evenement, worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4Procedure Voor de procedure wordt aangesloten bij hetgeen in het Uitvoeringsbeleid Kwaliteit Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht is omschreven. De burgemeester is bevoegd te besluiten over evenementen. Over andere toestemmingen die nodig zijn voor het evenement besluit het college dan wel de burgemeester.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4.1Vergunning De aanvraag wordt ingediend via het vastgestelde aanvraagformulier. Op het formulier worden overige benodigde toestemmingen tegelijkertijd mee aangevraagd. Het aanvraagformulier met bijlagen wordt na ontvangst door de gemeente doorgezonden naar team Vergunningen van Samenwerking Kempengemeenten. De aanvraag wordt bij team Vergunningen als zaak geregistreerd in een geautomatiseerde procedureapplicatie. Per zaak wordt een casemanager APV/Bijzondere wetten voor het hele proces aangewezen. Er wordt een ontvangstbevestiging verzonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt kritisch gekeken naar de volledigheid van een aanvraag. Bij een onvolledig ingediende aanvraag wordt de aanvrager 1 keer in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen een redelijke termijn, in principe 2 weken, aan te vullen en/of te verbeteren. De beslistermijn wordt opgeschort met de termijn die gebruikt wordt voor het indienen van de benodigde gegevens. Als de gegevens niet tijdig of niet volledig worden aangeleverd wordt de aanvraag niet verder in behandeling genomen. Aanvragen die te laat binnenkomen (minder dan 14 respectievelijk 26 weken voor aanvang van het evenement) worden in beginsel geweigerd als dat een goede behandeling in de weg staat. Deze werkwijze geldt bij alle evenementen, dus ook voor evenementen die al vaker zijn georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De casemanager APV/Bijzondere wetten bepaalt de risicoscore en daarmee de behandelaanpak door het invullen van de behandelscan op basis van de gegevens uit de aanvraag. Wanneer in de voorfase al een voorlopige risicoscore en behandelaanpak is vastgesteld wordt de behandelscan definitief gemaakt op basis van de gegevens uit de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De burgemeester wordt in ieder geval geïnformeerd over aanvragen voor C-evenementen en over die evenementen vindt overleg met haar plaats. Het al dan niet informeren van de burgemeester over aanvragen voor A- of B-evenementen is ter beoordeling van de casemanager APV/Bijzondere wetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag compleet is en de risicoscore is bepaald zijn grote veranderingen niet meer mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op vergunningsplichtige A-evenementen vindt een inhoudelijke toetsing op hoofdlijnen plaats. Uitsluitend wanneer het soort evenement of de omvang daarvan daar aanleiding toe geeft volgt een monodisciplinaire aanpak. Wanneer een monodisciplinaire aanpak niet nodig is wordt de vergunning verleend met de standaardvoorschriften. Wanneer er wel een monodisciplinaire aanpak nodig is vraagt de casemanager APV/Bijzondere wetten (maatwerk)adviezen per mail aan de veiligheidsmedewerker van de gemeente en/of aan de politie en/of via een ketenportaal aan de VRBZO/GHOR. Ook kan advies worden gevraagd van vakinhoudelijke medewerkers van de gemeente, adviseurs van verbonden partijen, aan andere bestuursorganen, natuur of bosbeheerders of busmaatschappijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor B-evenementen wordt in principe uitgegaan van een monodisciplinaire aanpak. Door de casemanager APV/Bijzondere wetten worden monodisciplinair (maatwerk)adviezen per mail gevraagd aan de veiligheidsmedewerker van de gemeente en aan de politie en via een ketenportaal aan de VRBZO/GHOR. Bij het vragen van advies aan deze partijen wordt de ingevulde behandelscan meegestuurd. Ook kan advies worden gevraagd van vakinhoudelijke medewerkers van de gemeente, adviseurs van verbonden partijen, aan andere bestuursorganen, natuur- of bosbeheerders of busmaatschappijen. De veiligheidsmedewerker van de gemeente verzorgt naast de advisering tevens een toets op hoofdlijnen van het veiligheidsplan bij middelgrote/complexe B-evenementen. Bij het uitbrengen van de adviezen wordt onder andere ingegaan op de vraag of maatwerkvoorschriften nodig zijn boven op de standaardvoorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Optioneel kan voor B-evenementen gekozen worden voor een multidisciplinaire aanpak. Voor C-evenementen wordt onder regie van de casemanager APV/Bijzondere wetten, eventueel ondersteund door de casemanager van de VRBZO, altijd uitgegaan van een multidisciplinaire aanpak. Door de multidisciplinaire behandeling wordt integraliteit geborgd. Voordat advies wordt gevraagd kan onder regie van de casemanager APV/Bijzondere wetten samen met de hulpdiensten een multidisciplinaire risicoanalyse worden uitgevoerd*. Vervolgens wordt door de casemanager APV/Bijzondere wetten per mail advies gevraagd aan de veiligheidsmedewerker van de gemeente en de politie en via een ketenportaal aan de VRBZO/GHOR. Bij het vragen van advies aan deze partijen wordt de ingevulde behandelscan meegestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook kan advies worden gevraagd van vakinhoudelijke medewerkers van de gemeente, adviseurs van verbonden partijen, aan andere bestuursorganen, natuur- of bosbeheerders of busmaatschappijen. De veiligheidsmedewerker van de gemeente verzorgt naast de advisering tevens een toets op hoofdlijnen van het veiligheidsplan. Een inhoudelijke toetsing vindt niet plaats. Voor C-evenementen geeft de VRBZO hierbij aanvullend advies over alarmering, opschaling, informatiemanagement, leiding en coördinatie, organisatie en over samenvallende evenementen in de regio. Zo nodig wordt een multi-gedisciplineerd overleg gepland. De casemanager APV/Bijzondere wetten voert de contacten met de organisatie. Als een C-evenement voor de eerste keer wordt georganiseerd, voert de casemanager APV/Bijzondere wetten een intakegesprek met de organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij C-evenementen vindt een volledige beoordeling plaats op maatwerkvoorschriften. Bij het uitbrengen van advies worden de maatwerkvoorschriften meegegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na beoordeling van de aanvraag en bundeling van de adviezen verleent de gemeente al dan niet de vergunning. Bij knelpunten moeten er aanvullende adviezen komen ten aanzien van de specifieke knelpunten. De adviezen kunnen leiden tot het opnemen van specifieke zaken in een veiligheidsplan (paragraaf 4.1.2). Zo nodig wordt de burgemeester betrokken bij de besluitvorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verleende evenementenvergunning, met bijbehorende toestemmingen, wordt toegezonden aan de aanvrager en gepubliceerd op overheid.nl. De gemeente stelt de politie en de VRBZO (brandweer/ GHOR) via DigiMak in kennis van vergunningen voor B- en C-evenementen. Zij hebben dan de mogelijkheid om met gebruikmaking van hun wettelijke bevoegdheden, met de organisatie van het evenement in contact te treden over mogelijk noodzakelijke maatwerk afspraken. Als bij vergunningverlening af wordt geweken van een door een hulpdienst verstrekt advies wordt de hulpdienst die dat advies heeft gegeven daarvan apart op de hoogte gesteld. Wanneer vakinhoudelijke medewerkers van de gemeente, adviseurs van verbonden partijen, andere bestuursorganen, natuur- of bosbeheerders of busmaatschappijen een rol hebben na vergunningverlening wordt de vergunning ook aan hen kenbaar gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens van deskundigen worden alleen steekproefsgewijs getoetst, tenzij er een aanleiding is die een andere aanpak rechtvaardigt. Uit de ingediende stukken moet voldoende aannemelijk zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. *Bij een multidisciplinaire risicoanalyse worden risico’s inzichtelijk gemaakt, de impact van risico’s ingeschat en wordt beoordeeld of de maatregelen van de organisatie in verhouding staan tot de risico's. Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse kan de organisatie om aanvullende maatregelen worden verzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4.2Kennisgeving meerjarige vergunning De casemanager APV/Bijzondere wetten beoordeelt of het evenement wat via het kennisgevingsformulier wordt gemeld gelijk is aan de verleende vergunning. Is het evenement gelijk dan verklaart de casemanager APV/Bijzondere wetten dat het evenement in de gemelde vorm doorgang kan vinden. Is het evenement niet gelijk aan wat eerder is vergund dan deelt de casemanager APV/Bijzondere wetten de organisatie mee dat een nieuwe aanvraag (tijdig) ingediend moet worden. Is voor een enkel onderdeel een nieuwe vergunning of ontheffing nodig, dan deelt de casemanager APV/Bijzondere wetten de organisatie mee dat dat onderdeel (tijdig) aangevraagd moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5Voorschriften Voorschriften moeten haalbaar en uitvoerbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5.1Vergunningsplichtige A-evenementen De eventuele risico’s die verbonden zijn aan vergunningsplichtige A-evenementen worden ondervangen door het stellen van standaardvoorschriften. De voorschriften worden als bijlage bij de vergunning mee gestuurd. Als voor een vergunningsplichtig A-evenement de standaardvoorschriften de risico’s niet voldoende afdichten kan besloten worden aanvullende (maatwerk)voorschriften op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5.2Vergunningsplichtige B- en C-evenementen De risico’s die verbonden zijn aan B- en C-evenementen worden zoveel als mogelijk ondervangen door het stellen van standaardvoorschriften. De voorschriften worden als bijlage bij de vergunning mee gestuurd. Daarnaast kunnen aan B- of C-evenement aanvullende (maatwerk)voorschriften worden verbonden. De maatwerkvoorschriften worden in de vergunning vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5.3Kennisgeving meerjarige vergunning De voorschriften uit de oorspronkelijk verleende vergunning blijven gedurende de looptijd van de vergunning ongewijzigd van kracht. Vanwege bijzondere omstandigheden kunnen nadere voorschriften aan de meerjarige vergunning of ontheffing worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6Besluiten 6.6.1Vergunning In principe moet op grond van artikel 1:2 eerste lid van de APV binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit worden genomen. Op grond van artikel 1:2 derde lid kan voor bepaalde door het bestuursorgaan aan te wijzen vergunningen of ontheffingen de termijn van 8 weken verlengd worden tot ten hoogste 26 weken. Voor vergunningsplichtige A- en B-evenementen blijft de in artikel 1:2 eerste lid bedoelde termijn van 8 weken gelden. Voor C-evenementen wordt de termijn verlengd tot 20 weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als aanvullende gegevens worden opgevraagd wordt de van toepassing zijnde beslistermijn opgeschort met de termijn die gebruikt wordt voor het indienen van de benodigde gegevens. Als de gegevens niet tijdig of niet volledig worden aangeleverd wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslistermijn kan op grond van artikel 1:2 tweede lid met ten hoogste 8 weken worden verdaagd. Het verdagen van de termijn moet schriftelijk aan de aanvrager van de vergunning worden meegedeeld. Als de vergunning niet binnen de gestelde termijn is verleend ontstaat geen vergunning van rechtswege (artikel 1:9 APV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het voornemen bestaat een evenementenvergunning te weigeren moet de aanvrager daarvan in kennis worden gesteld en worden gehoord op grond van de artikelen 4:7 Awb voordat het besluit tot weigeren wordt genomen. Het weigeren van een evenementenvergunning moet gebeuren binnen de (verdaagde) beslistermijn. Bij de weigering van de evenementenvergunning wordt ook een besluit genomen over het weigeren van de andere voor het betreffende evenement aangevraagde toestemmingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen een buiten behandeling gelaten aanvraag, verleende of geweigerde vergunning kan door belanghebbenden gedurende 6 weken bezwaar worden gemaakt. De termijn voor het indienen van bezwaar start op de dag nadat het besluit buiten behandeling is gesteld of de vergunning of weigering is verzonden. Een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking, het besluit treedt in werking na verzenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6.2Kennisgeving meerjarige vergunning Het verklaren dat een evenement identiek is aan de verleende vergunning gebeurt binnen 8 weken na ontvangst. Deze verklaring is geen besluit. Wanneer naar aanleiding van de wijziging van een onderdeel van een meerjarige vergunning een nieuwe vergunning of ontheffing voor dat onderdeel wordt verleend, wordt deze verleend tot uiterlijk de termijn van de eerste vergunning, dus maximaal vijf jaar vanaf de eerste vergunning, verleend. Het opnieuw vergunnen van dat onderdeel is een besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7Wijzigen vergunning Na het verlenen van een vergunning kunnen nog veelvuldig wijzigingen op in het evenement optreden. Ook kleine wijzigingen kunnen grote invloed hebben op de veiligheid. Als de wijzigingen of afwijkingen ten opzichte van de vergunning niet bekend zijn bij de hulpdiensten kunnen deze niet doorgevoerd worden in hun plannen. Wijzigingen na het verkrijgen van de vergunning kunnen daarom niet meer plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8Onverwachte evenementen Het kan voorkomen dat een evenement zich plotseling en onverwacht voordoet, zoals bijvoorbeeld naar aanleiding van een kampioenschap, huldiging of loterijprijs. Dit kan voor de burgemeester reden zijn om af te wijken van de termijn voor indiening, om de procedure te verkorten en/of om versneld toestemming te verlenen. Van deze mogelijkheid wordt uitsluitend gebruikt gemaakt als er sprake is van een (zeer) bijzondere omstandigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.9Meerjarige toestemmingen Veel activiteiten keren jaarlijks terug. Er wordt gekozen om, indien mogelijk en bij minder risicovolle zaken, meerjarige toestemmingen af te geven. Het algemene uitgangspunt is dat medewerking wordt verleend voor een termijn van 5 jaar. De voorwaarden waaronder een meerjarige toestemming wordt verleend en de jaarlijkse verplichtingen daarbij zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.10Evenementenkalender Alle evenementenvergunningen worden op een evenementenkalender gezet. Deze evenementenkalender is uitsluitend voor intern gebruik. Om de evenementenkalender zo optimaal mogelijk in te kunnen zetten moet, zodra de datum van een evenement bekend is (voor aanvragen vergunning) deze doorgegeven worden aan de gemeente. Hiervoor moet een mail worden gestuurd naar de gemeente met daarin vermeld de naam van het evenement, de omschrijving, de exacte locatie en de datum of data. Het doorgeven van een evenement is van groot belang als er meerdere gegadigden zijn voor een evenement op dezelfde locatie op hetzelfde moment. Ook is het tijdig doorgeven van belang als er op die locatie een maximaal aantal evenementen wordt toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor B-evenementen met een verwachte inzet van hulpdiensten en C-evenementen geldt dat deze voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar van het evenement doorgegeven moeten worden (paragraaf 6.1.1.). Deze evenementen worden ook op de evenementenkalender geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing van een doorgegeven datum op de evenementenkalender biedt geen zekerheid over de toelaatbaarheid van het evenement. Er vindt voorafgaand aan plaatsing dan geen inhoudelijke toets plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.11Mandaat In de Mandaatregeling VTH-taken Samenwerking Kempengemeenten - Oirschot zijn de mandaten geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.12Gelijktijdige evenementen In verband met de (verkeers)veiligheid, handhaving van de openbare orde, voorkomen of beperken van overlast, uitstralingseffecten en cumulatie van geluid kan het gewenst zijn om niet meerdere evenementen op hetzelfde tijdstip toe te staan. Wanneer sprake is van gelijktijdige evenementen dan: krijgen ongespecificeerde aanvragen de gelegenheid tot nadere specificatie. Aanvragen die niet binnen de afgesproken termijn een nadere specificatie hebben ingediend worden niet verder in behandeling genomen; worden bij concurrerende aanvragen aanvragers onderling in contact met elkaar gebracht om na te gaan of er samengewerkt of anderszins tot een oplossing kan worden gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsing Een aanvraag die in behandeling wordt genomen wordt aan de hand van de volgende toetsingscriteria beoordeeld: de mate waarin door het evenement beslag wordt gelegd op de ruimte (uitstraling), tijd en hulpdiensten; de mate waarin het evenement passend is bij de kenmerken van de gemeente; het aantal bezoekers dat wordt verwacht; of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter of bestemming van de gevraagde locatie; of er gevaar bestaat voor openbare orde, gezondheid of veiligheid, waaronder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijkheden; of er gevaar bestaat voor belemmeringen van het verkeer; of er gevaar bestaat voor onevenredige belasting van het woon- of leefklimaat in de omgeving van het evenement; of de organisatie voldoende waarborgen biedt of kan bieden voor een goed verloop van het evenement; historie/ervaringen met aanvrager uit het verleden (tot 3 jaar) met het organiseren van evenementen. Gedacht kan daarbij worden aan: hoe is in het verleden het traject van vergunningverlening verlopen, hoe is het evenement verlopen, hoe was de evaluatie, hoeveel overtredingen zijn geconstateerd en zijn de afspraken nagekomen. Als een aanvrager een evenement traditioneel en met succes op een bepaalde plaats heeft georganiseerd wordt dat meegewogen; bij concurrerende aanvragen hebben jaarlijks terugkerende evenementen voorrang op nieuwe evenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keuze Als het in verband met de (verkeers)veiligheid, handhaving van de openbare orde, voorkomen of beperken van overlast, uitstralingseffecten en cumulatie van geluid niet gewenst is meerdere evenementen op het zelfde moment plaats te laten vinden dan wordt uitsluitend medewerking verleend aan het evenement waarvan de aanvraag als eerste is ontvangen. De datum van ontvangst door de gemeente is hiervoor bepalend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.13Per evenement een aanvraag Als op een locatie meerdere (gelijksoortige) evenementen worden georganiseerd moet per evenement een vergunning worden aangevraagd. Er wordt geen medewerking verleend aan een aanvraag waarin meerdere losse evenementen worden aangevraagd. Ook wordt geen medewerking verleend aan een aanvraag waarin de datum van het evenement nog moet worden bepaald, behoudens voor schaatsevenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.14DigiMak Binnen de VRBZO bestaat de Digitale Multidisciplinaire ActiviteitenKalender (DigiMak). Deze regionale activiteitenkalender is een bestuurlijk instrument dat binnen de veiligheidsregio wordt gebruikt door brandweer, politie en de GHOR om inzicht te krijgen in het evenementenaanbod in de regio. De regionale kalender draagt daarnaast bij aan de planning voor eventuele inzet, voorbereiding op calamiteiten, de operationele uitvoering en nazorg rondom een evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verleende vergunningen binnen categorie B en C worden door de gemeente in DigiMak ingevoerd. Ook vergunningsplichte A-evenementen waarbij sprake is van een wegafsluiting worden hierin ingevoerd. Vergunningsvrije evenementen en overige vergunningsplichtige A-evenementen worden niet ingevoerd. Zoveel als mogelijk worden vooraankondigingen en aanvragen van B- en C-evenementen al opgenomen in DigiMak. De volgende documenten moeten in ieder geval worden ingevoerd: vooraankondiging (indien van toepassing), aanvraagformulier, de vergunning, contactgegevens en relevantie documenten (veiligheidsplan, calamiteitenplan en plattegronden e.d.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vervangende applicatie van DigiMak wordt ingevoerd worden vergunningen daarin geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.15Bibob Op grond van artikel 7 van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) kan op vergunningen die voortkomen uit een gemeentelijke verordening een Bibob-toets uitgevoerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het gemeentelijke Bibob-beleid is opgenomen dat voor het organiseren van bepaalde soorten evenementen een Bibob-toets uitgevoerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.16Leges en kosten 6.16.1Leges De leges, zoals opgenomen in de tarieventabel behorende bij de gemeentelijke legesverordening, moeten betaald worden. Dit geldt voor vergunningen. Bij een evenementenvergunning kan het zijn dat voor andere benodigde toestemmingen (ook) legeskosten betaald moeten worden. In de legesverordening kan een uitzondering worden gemaakt voor het betalen van de leges. Als een toestemming korter dan 3 weken voor aanvang van de aangevraagde activiteit wordt ingediend en de aanvraag wordt toch behandeld moet een legesboete worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.16.2Waarborgsom De gemeente kan aan het gebruiken van gemeentelijke grond of een gemeentelijk terrein voor een evenement het betalen van een waarborgsom verbinden. De gemeente doet dit als een grote kans bestaat dat na afloop van het evenement onderdelen van de publieke ruimte zo beschadigd zijn dat deze binnen regulier onderhoud niet kunnen worden hersteld. Als na de controle blijkt dat de publieke ruimte in originele staat en schoon is achtergelaten, wordt de waarborgsom teruggestort. Als werkzaamheden uitgevoerd moeten worden om de publieke ruimte in originele staat terug te brengen of schoon te maken worden de kosten die daaraan zijn verbonden verrekend met de waarborgsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.16.3Gebruik openbare ruimte Voor evenementen op gemeentegrond moet betaald worden voor het gebruik van de grond. Voor evenementen die worden georganiseerd door een organisatie met een maatschappelijke doestelling en zijn gevestigd in Oirschot geldt een vrijstelling voor het betalen voor het gebruik van de grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.17Gemeentelijke diensten en kosten 6.17.1Gemeentelijke water- en elektriciteitsvoorziening Als ten behoeve van een evenement gebruik gemaakt moet worden van gemeentelijke water- en elektriciteitsvoorzieningen moet hiervoor toestemming worden gevraagd. Als hierom wordt gevraagd geeft de gemeente bij het toestaan van een evenement aan hoe de feitelijke aansluiting geregeld moet worden. De kosten voor het gebruik van deze gemeentelijke voorzieningen worden in rekening gebracht, evenals de aansluitkosten.</p></div>", "next": 239868}