{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">a. Wegens beperkingen in het normale gebruik is verhuizing medisch noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet zijn vastgesteld dat wegens beperkingen in het normale gebruik van de woning verhuizing medisch noodzakelijk is. Van noodzaak is slechts sprake indien de beperkingen niet te voorzien waren, doordat ze bijvoorbeeld plotseling ontstaan zijn en het normale gebruik van de woning daadwerkelijk belemmeren. Hiervan kan sprake zijn als er een rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de ondervonden (naar objectieve medische maatstaf aanwezige) beperkingen en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de door de persoon met beperkingen bewoonde woning. De beperkingen moeten voorts in of bij de woning zelf (waaronder ook de toegankelijkheid en de bereikbaarheid van de woning moet worden begrepen) worden ondervonden. b. Verhuizen naar zelfstandige woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is dat men naar een - zelfstandige - woning gaat verhuizen, en niet naar kamers of een niet-zelfstandige woonruimte. Van een niet-zelfstandige woonruimte is sprake, als de wezenlijke voorzieningen zich buiten de eigenlijke woonruimte bevinden. Als wezenlijke voorzieningen worden de keuken en het toilet aangemerkt. c. Verhuizen naar geschikte woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tegemoetkoming wordt alleen uitbetaald indien de te betrekken woonruimte voldoet aan de gestelde wooneisen en aan de overige voorwaarden uit de Wmo-verordening 2015. De eisen waaraan de nieuwe woonruimte moet voldoen worden in de beschikking opgenomen. In de beschikking wordt de toezegging gedaan dat een financiële tegemoetkoming van een verhuizing wordt toegekend, onder voorwaarde dat in de (nog te zoeken en te vinden) woning de beperkingen zullen worden weggenomen of aanzienlijk verminderd. Als een woonruimte beschikbaar is die voldoet aan de wooneis bestaat de mogelijkheid dat in die woonruimte aanpassing nog steeds noodzakelijk is, maar dat de kosten van de aanpassing aanzienlijk lager zullen zijn dan wanneer de persoon met beperkingen niet zou verhuizen. d. Verhuizen naar interim-woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen die verblijven in een revalidatiecentrum moeten vertrekken nadat de behandeling voltooid is. Als hun woning ongeschikt is en ook niet geschikt is te maken, is een verhuizing onvermijdelijk. Het kan voorkomen dat op korte termijn geen geschikte (rolstoel)woning beschikbaar is. Omdat verblijf in het revalidatiecentrum niet meer noodzakelijk is, bestaat dan de mogelijkheid te verhuizen naar een interim-woning. Dat is een (rolstoel)woning die niet geheel voldoet omdat hij te klein is (bijvoorbeeld te weinig kamers in relatie tot de gezinsgrootte) of in een verkeerd deel van Amsterdam ligt (bijvoorbeeld vanwege mantelzorg).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwachting van het beschikbaar komen van een woning die wel voldoet, kan men verhuizen naar een interim-woning en dan een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing krijgen. Bij de daaropvolgende verhuizing naar de ‘definitieve’ (wel passende) rolstoelwoning kan men wederom in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing. Dit wordt bij de verhuizing naar de interim-woning vastgelegd in de beschikking. De aanpassingen die aan de interim-woning zullen plaatsvinden, zijn minimaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitingen a. Oude woning verlaten voordat aanvraag is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woont een persoon met beperkingen niet meer in de woonruimte op het moment dat een aanvraag wordt ingediend, dan dient de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de financiële tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing achteraf beoordeeld te worden. Onderzocht wordt wat in deze situatie de goedkoopst adequate oplossing was geweest. De omstandigheden van de oude woonruimte worden bij de besluitvorming betrokken. Voor huurders geldt dus dat de financiële tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing in beginsel niet verleend wordt als een huuropzegging heeft plaatsgevonden voordat bij de gemeente een aanvraag is ingediend. Als huuropzegging wordt beschouwd de laatste dag waarop voor de te verlaten woning nog huur verschuldigd was en leeg opgeleverd moet worden. Voor woningeigenaren geldt hetzelfde: de aanvraag moet zijn ingediend voor de dag waarop de woning leeg opgeleverd moet zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag voor huuropzegging, of in geval van verkoop voor het leeg opleveren van de woning, is ingediend dan is het college in de gelegenheid advies in te winnen over de aard en omvang van de door belanghebbende ondervonden beperkingen en aan de hand van de door de extern adviseur uitgebrachte rapportage uit te maken wat in de gegeven omstandigheden de meest adequate oplossing is. Het college zal op basis hiervan een beslissing nemen over de aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing. b. Verhuizen naar bijzonder type woonruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een financiële tegemoetkoming is uitgesloten voor verhuizing naar een woonruimte die niet bestemd is om het gehele jaar te bewonen (bijvoorbeeld verhuizing naar vakantiehuizen). Als verhuisd wordt naar een Wlz-instelling, verzorgingshuis, verpleeghuis of een andere mede door de Wlz gefinancierde woonzorgvorm dan komt de persoon met beperkingen niet voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing in aanmerking. Bij verhuizing naar een woonruimte waarvoor geen huurovereenkomst maar een verzorgingsovereenkomst is afgesloten komt men niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking. c. Algemeen gebruikelijke verhuizingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten van een algemeen gebruikelijke verhuizing geven de persoon met beperkingen geen meerkosten ten opzichte van anderen. Daarom wordt bij een algemeen gebruikelijke verhuizing geen financiële tegemoetkoming toegekend. Voorbeelden zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het eerst in Nederland zelfstandig gaan wonen, zoals kinderen die zelfstandig gaan wonen, en immigranten die eerst bij familie of vrienden gaan inwonen, en vervolgens een eigen woonruimte betrekken. Dit geldt ook voor remigranten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhuizen om economische redenen: een verhuizing die noodzakelijk is omdat elders ander werk wordt aanvaard;</p>\n<p class=\"lf-p\">Langzaam toenemende beperkingen, waarbij is te voorzien dat er op termijn aanpassingen in de woning nodig zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhuizen uit een woning waarvan duidelijk is dat bewoning tijdelijk is, bijvoorbeeld omdat er een tijdelijke huurovereenkomst is die eindig is op redelijk korte termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij geldt dat per aanvraag een afweging wordt gemaakt op basis van de persoonlijke omstandigheden, gezinssituatie en woonsituatie. De capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien wordt ook bij de afweging betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan persoon zonder beperkingen De gemeente stelt voor een verhuizing, waardoor een rolstoelgeschikte woning vrijkomt voor een persoon met beperkingen, een financiële tegemoetkoming beschikbaar. Sinds 1 augustus 2003 kan op grond van het huurrecht in het huurcontract een bepaling worden opgenomen waardoor verhuizing van de achtergebleven huisgenoten na vertrek of overlijden van de persoon met beperkingen niet langer een vrijwillige aangelegenheid is, maar rechtens afdwingbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.2 Woonruimteaanpassingen aProductbeschrijving Woonruimteaanpassingen zijn voorzieningen die bestaan uit een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan de woonruimte. Ze worden aard- en nagelvast aangebracht. Dat betekent dat deze voorzieningen niet uit de woning zijn te verwijderen zonder daarbij gebruik te maken van gereedschap. Losse woonvoorzieningen, zoals doucherolstoelen, kan men ‘onder de arm’ meenemen. Dit worden daarom roerende woonvoorzieningen genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonruimteaanpassingen beogen de woonruimte bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar te maken door het wegnemen of aanzienlijk verminderen van de belemmeringen bij het normale gebruik van de woning. Doorgaans wordt één verdieping aangepast. Liggen de woonactiviteiten verspreid over meerdere woonlagen, dan doet de gemeente in eerste instantie een appèl op het reorganisatievermogen van de betrokkene en diens sociale omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn buitenshuis aanpassingen aan te brengen. Bijvoorbeeld het aanpassen van de oprit naar de woning. Deze aanpassing wordt in het kader van de Wmo verricht omdat de aanpassing noodzakelijk is om de beperkingen die de belanghebbende bij het betreden van de woning ondervindt op te heffen of te verminderen. Een aanpassing buitenshuis kan ook noodzakelijk zijn als de aanpassing het gevolg is van een Wmo-verstrekking, zoals het aanbrengen van een oplaadpunt voor een scootmobiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woonruimte wordt aangepast overeenkomstig het uitvoeringsniveau van een sociale huurwoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanpassingen die naar verwachting de grens van het bij het primaat verhuizen in het Financieel besluit opgenomen bedrag te boven gaan, wordt vanaf de start van de melding het alternatief van verhuizen meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder woonruimteaanpassingen vallen onder andere: verbreden van deuren, aanpassing in de douche/badkamer (plaatsen van een drempelhulp, aanbrengen van een stroeve douchevloer), aanpassing in de keuken (plaatsen van een onderrijdbare keuken), trapliften, vaste patiëntenlift (plafondlift). Ten behoeve van elektrische rolstoelen en/of scootmobielen tevens het aanleggen van een elektriciteitsvoorziening voor het opladen van accu's en aanpassing van de bestrating. De verhoogde toiletpot (6+ en 10+) en het plaatsen van beugels en steunen worden als algemeen gebruikelijk beschouwd. bVoorwaarden voor verstrekking Hoofdverblijf Op grond van de Wmo-verordening 2015 beperkt het verlenen van woonvoorzieningen zich tot het hoofdverblijf van de persoon met beperkingen. Een aanpassing is in beginsel alleen mogelijk van een woonruimte waar de belanghebbende daadwerkelijk zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor die gevallen waarin een belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling. Het college bepaalt of eenmalig een woonruimte wordt aangepast waar een persoon met beperkingen vaak verblijft. Het gaat dan om het bezoekbaar maken van een woonruimte door woonruimteaanpassingen voor het toegankelijk maken van de entree, de woonkamer en het toilet. De belanghebbende verblijft in die woonruimte slechts beperkt en het is dan ook redelijk, dat geen volledige, maar een beperkte aanpassing plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het komt met name bij kinderen die in een Wlz-instelling verblijven steeds vaker voor dat zij in de weekends en gedurende de vakanties voor een langere periode naar het ouderlijk huis gaan. Daarom is het ook mogelijk de ouderlijke woning logeerbaar te maken. Hierbij gaat het om het toegankelijk maken van de woning en het toegankelijk en bruikbaar maken van de slaapkamer, de douche en het toilet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar analogie van het beleid ten aanzien van kinderen die in een Wlz-instelling verblijven, kan ook, indien de ouders van een gehandicapt kind gescheiden leven, de tweede woning worden aangepast en logeerbaar worden gemaakt. Daarbij moet worden gedacht aan de situatie van gehandicapte kinderen die in co-ouderschap door beide ouders worden opgevoed en daadwerkelijk de ene helft van de tijd bij de ene ouder wonen en de andere helft van de tijd bij de andere ouder. Het spreekt voor zich dat dit alleen geldt voor woningen in Amsterdam. Voor roerende woonvoorzieningen geldt dat in beginsel slechts één roerende voorziening wordt verstrekt waarover ouders onderling afspraken maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke ruimten Een tegemoetkoming voor het aanpassen van gemeenschappelijke ruimten (bijvoorbeeld de aanleg van een hellingbaan vanaf de openbare weg naar de toegang van het woongebouw) wordt alleen dan verstrekt als de persoon met beperkingen de toegang tot de woonruimte uitsluitend vanuit de gemeenschappelijke ruimten kan bereiken na het realiseren van deze aanpassing. De gemeenschappelijke ruimten betreffen voornamelijk entrees, trapportalen en portieken van woongebouwen. Het aanpassen van een gemeenschappelijke recreatieruimte wordt niet gecompenseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonwagens, woonschepen en binnenschepen Voor woonwagens met een vaste standplaats, woonschepen met een officiële ligplaats en het woonverblijf van binnenschepen gelden dezelfde regels als voor zelfstandige woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen met beperkingen ondervinden in deze woonvormen echter eerder problemen die ook ernstiger van aard zijn dan bij woningen. Dit houdt verband met de specifieke vormgeving van deze woonvormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen moeten passen in het karakter van woonschepen en woonwagens. Aanvragen voor een overdekte overgang van de woonwagen naar het douche-/toiletgebouw komen bijvoorbeeld niet voor een vergoeding in aanmerking, omdat één van de kenmerken van het wonen in een woonwagen is dat het toilet zich buiten de wagen bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonwagens, woonschepen en binnenschepen hebben een kortere levensduur dan woningen. De voorziening kan slechts worden toegekend indien de kosten van de voorziening in redelijke verhouding staan tot de (technische) levensduur van de woonvorm. Hieronder wordt verstaan dat een woonschip en een woonwagen alleen aangepast worden als de resterende technische levensduur minimaal vijf jaar is en de lig- c.q. standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">ADL-woningen Een ADL-woning is een woning die deel uitmaakt van een aantal bij elkaar horende rolstoeldoorgankelijke woningen (onder andere bekend als Fokuswoningen). ADL-woningen zijn bedoeld voor mensen met een zwaar lichamelijke beperking die zijn aangewezen op hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL-assistentie) vanuit een centraal gelegen unit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele woonvoorzieningen in bestaande ADL-woningen worden verstrekt in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Hiermee is het aanspraakniveau van woonvoorzieningen in ADL-woningen gelijk aan dat van alle andere Amsterdamse woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de volgende collectieve voorzieningen kunnen bewoners niet bij de Wmo terecht: het alarmintercomsysteem, het sanitair (waaronder het hoog/laagbad) en de deurmotoren in de ADL-unit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Traplift Bij het overbruggen van hoogteverschillen bij het betreden van de woning en bij het verplaatsen binnenshuis kan het installeren van een of meer trapliften een adequate oplossing zijn. Uitgangspunt voor toekenning van de voorziening is dezelfde als bij de afweging aanpassen/verhuizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij plaatsing van trapliften in gemeenschappelijke trapportalen moet worden voldaan aan de eisen van de brandveiligheid zoals die door het college van burgemeester en wethouders zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedieningselementen Om het normale gebruik van deuren, keukenkastjes en dergelijke mogelijk te maken, kan het noodzakelijk zijn een voorziening te treffen. Voorbeelden zijn het aanbrengen van elektrische deuropeners, bedieningsapparatuur voor (buiten)zonwering, maar soms ook voor het installeren van speciale knoppen op de centrale verwarming, de thermostaat van de centrale verwarming voor blinden of slechtzienden of speciale knoppen op keukenkastjes, waarbij deze worden beschouwd als vast onderdeel van de keuken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedieningselementen die in relatie staan tot aard- en nagelvaste zaken in de woning worden wel verstrekt, maar als het gaat om de bediening van losse of inrichtingselementen wordt geen voorziening verstrekt (zoals voor speciale knoppen op het gasfornuis of op kasten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het openen en sluiten van gordijnen geldt een uitzondering. Indien installeren van een bedieningselement (een motor) de enige oplossing is, is verstrekking hiervan wel mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stalling van een scootmobiel Voor verstrekking van een scootmobiel geldt als voorwaarde dat er een geschikte stallingsmogelijkheid aanwezig is of te realiseren moet zijn. Het betreft een voorziening die het mogelijk maakt de scootmobiel te stallen en op te laden. Dit kan op drie verschillende manieren: bij de woning: plaatsen van haak en oplaadpunt en leveren van beschermhoes, onder voorwaarde dat de persoon met beperkingen de haak, het oplaadpunt en de hoes kan hanteren; binnen de woning of wooncomplex: aanpassing van bestaande berging, aanpassing binnenruimte van de woning of aanpassing gemeenschappelijke ruimte wooncomplex; bij de woning: vergoeding als tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een openbare overdekte stalling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er een scootmobielpool is en de persoon met beperkingen kan hier gebruik van maken is dat een voorliggende oplossing en worden geen aanpassingen ten behoeve van stalling gedaan. Als er geen geschikte stallingsmogelijkheid aanwezig is en een eventuele scootmobielpool is geen adequate oplossing dan wordt beoordeeld welke van de drie manieren de goedkoopst adequate oplossing biedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitingen a. Ruimte wordt bestemd voor andere doeleinden Als een ruimte wordt bestemd voor andere doeleinden - bijvoorbeeld een slaapkamer wordt studeerkamer of hobbykamer – beperkt de aanpassing zich tot het toegankelijk en bruikbaar maken van de ruimte voor zover het de oorspronkelijke functie betreft, in dit geval dus van slaapkamer. Alles wat extra nodig is om van die ruimte een hobbykamer of studeerkamer te maken, komt voor eigen rekening. b. Aanpassingen uit therapeutisch oogpunt Aanpassingen uit therapeutisch oogpunt zijn uitgesloten omdat zij geen problemen in het normale gebruik van de woning wegnemen. Het gaat bijvoorbeeld om het plaatsen van een ligbad. De uitraasruimte, waar later nog op terug wordt gekomen, vormt hier een uitzondering op. c. Aanpassingen ten behoeve van derden Aanpassingen ten behoeve van derden zijn niet mogelijk, bijvoorbeeld ter voorkoming van door de persoon met beperkingen veroorzaakte geluidsoverlast, uit oppas- of verzorgingsoverwegingen (bijvoorbeeld de aanbouw van een kamer voor een verpleegkundige). d. Verhuizing naar ongeschikte woning Bij verhuizing naar een ongeschikte woning komen de noodzakelijke aanpassingen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat bij een dergelijke verhuizing de problemen voorzienbaar waren. e. Inrichtingselementen Het aanbrengen van inrichtingselementen, zoals kasten, (keramische of inductie) kookplaten, stoffering en zonneschermen komen niet voor vergoeding in aanmerking. Ook centrale verwarmingsinstallaties en douches worden niet aangebracht in de woning. Dit zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen die vallen onder woningverbetering en het aanpassen van een woning aan de eisen van de tijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eigenaar/bewoner Bij aankoop van een (nieuwbouw)woning worden geen woonvoorzieningen verstrekt als ten tijde van het sluiten van het definitieve koopcontract te voorzien was dat in deze woonruimte aantoonbare beperkingen zouden worden ondervonden. Zou een hoger bedrag dan het in het Financieel besluit vastgelegde bedrag nodig zijn, dan is men voor verstrekking vanuit de Wmo verkeerd verhuisd. Het is dus van belang dat vooraf, in opdracht van het college, een bouwkundige beoordeelt of de woning geschikt is en wat de eventuele kosten van een noodzakelijke woningaanpassing zullen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medewerking woningeigenaar In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is in artikel 2.3.7 vastgelegd dat, als het college heeft besloten om een woningaanpassing te verstrekken voor een woning waarvan de Amsterdammer met beperkingen niet de eigenaar is, het college dan wel de Amsterdammer met beperkingen, bevoegd is om zonder toestemming van de eigenaar deze woningaanpassing aan te (laten) brengen. De gemeente dient wel vooraf de woningeigenaar te horen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De medewerking van verhuurders kan worden gestimuleerd door het verlenen van een financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van een of meer trapliften in een gemeenschappelijk trappenhuis is daarnaast onderhevig aan de eisen van brandveiligheid die de gemeente Amsterdam hiervoor hanteert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de woningeigenaar om medebewoners over de aanpassingen in gemeenschappelijke ruimten te informeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.3Roerende woonvoorzieningen Roerende woonvoorzieningen zijn woonvoorzieningen van niet-bouwkundige of woontechnische aard. Het gaat uitsluitend om tilliften en losse sanitaire voorzieningen die niet algemeen gebruikelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tilliften a Productbeschrijving De tillift is een hulpmiddel voor transfers in en uit het bed, naar en van het toilet enzovoort. Het verplaatsen van een persoon met beperkingen vanuit en naar de rolstoel kan in een aantal gevallen problemen opleveren. Een tillift kan dan een oplossing bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn verschillende soorten tilliften, te weten: vaste of plafondliften (deze vallen onder de woonruimteaanpassingen omdat ze aard- en nagelvast zijn aangebracht in de woning) en losse mobiele tilliften. De tillift wordt in bruikleen verstrekt of als Pgb. bVoorwaarden voor verstrekking Uitgangspunt bij deze voorziening is dat een persoon met beperkingen niet in staat is zelfstandig in en uit bed te gaan, noch zelfstandig in een rolstoel plaats kan nemen. De persoon met beperkingen moet langdurig op het gebruik van deze voorziening zijn aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De functiebeperkingen van de betrokkene spelen een belangrijke rol. Een bepaalde vorm van lichaamsondersteuning kan gebonden zijn aan een bepaald type tillift.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een mobiele tillift heeft de voorkeur omdat dit doorgaans de goedkoopste oplossing biedt. Of een mobiele tillift mogelijk is hangt af van de bouwkundige situatie ter plekke, de beschikbare ruimte en de noodzakelijke lichaamsondersteuning die de voorziening moet bieden. Als er voldoende ruimte is, kan de keuze vallen op een mobiele tillift, anders ligt een vaste plafondlift meer voor de hand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Losse sanitaire voorzieningen aProductbeschrijving Losse sanitaire voorzieningen zijn hulpmiddelen bij het baden, douchen en toiletgebruik. Op grond van de Wmo komen de volgende voorzieningen voor verstrekking in aanmerking: doucherolstoelen, douchebrancards, badliften en de toiletlift. De toiletstoel, douchestoel, douchetoiletstoel, bad- of douchekruk (al dan niet in hoogte verstelbaar), toiletverhoger (6+ en 10+), badzitje en badplank worden als algemeen gebruikelijk beschouwd. Deze voorzieningen zijn niet algemeen gebruikelijk als het noodzakelijk is dat zij verrijdbaar of kantelbaar zijn of op het individu moeten worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzieningen die voor verstrekking in aanmerking komen krijgt men in bruikleen of als Pgb. bVoorwaarden voor verstrekking Uitgangspunt bij de verstrekking is dat een persoon met beperkingen niet staande kan douchen of problemen ondervindt bij de toiletgang of bij het gebruik van het bad en een algemeen gebruikelijke voorziening of een algemene voorziening (zie Wmo-verordening 2015 artikel 3.6) de beperkingen niet (voldoende) opheft.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.4Onderhoud, keuring en reparaties van voorzieningen aProductbeschrijving Reparaties, onderhoud en - indien noodzakelijk - keuringen van toegekende voorzieningen, bijvoorbeeld van trapliften, inrichtingen voor het verstellen van keukenblokken, elektromechanische openings- en sluitingsapparaten van deuren, washairs (voor reiniging na toiletgebruik), sanibroyeurs (vermaler bij tweede toilet), halofoons maar ook tilliften, douche- en toiletstoelen. bVoorwaarden voor verstrekking Reparatie-, onderhouds- en vervangingswerkzaamheden alsmede eventuele keuringen behoren in principe tot de verplichting van de eigenaar van de woning. De kosten van onderhoud, keuring en reparatie van voorzieningen die in het kader van de Wmo verstrekt zijn, komen echter voor rekening van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.5a Financiële tegemoetkoming tijdelijke huisvesting aProductbeschrijving Een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting voor een periode van maximaal 6 maanden, gerekend vanaf de tweede maand. De tegemoetkoming wordt berekend op basis van het huurbedrag (exclusief eventuele individuele stookkosten) dat per maand is verschuldigd voor de woning die men wel moet huren maar nog niet kan gebruiken vanwege nog uit te voeren woonruimteaanpassingen. Indien de cliënt voor de woning recht heeft op huurtoeslag dan wordt dit in mindering gebracht op de tegemoetkoming. De tegemoetkoming stopt zodra de woonruimteaanpassingen zijn opgeleverd. bVoorwaarden voor verstrekking Wanneer een woonruimte van een belanghebbende wordt aangepast, is deze soms genoodzaakt tijdelijk elders te wonen. Ook kan de situatie zich voordoen, dat een belanghebbende of zijn verzorger al een andere woonruimte heeft gehuurd, doch deze nog niet kunnen betrekken, omdat daarin nog aanpassingen moeten plaatsvinden en het niet mogelijk is zonder deze aanpassingen normaal gebruik van de woning te maken. Voor de periode dat dit noodzakelijk is, kan tot vergoeding van extra woonlasten in verband met tijdelijke huisvesting worden overgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tegemoetkoming heeft betrekking op de kosten die gemaakt worden in verband met het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte, het tijdelijke betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte of de huur van de nieuwe woning zolang die nog niet betrokken kan worden. De eerste maand huur wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd, daarom gaat de vergoeding in vanaf de tweede maand van leegstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling is ook van toepassing op tijdelijke niet-zelfstandige woonruimte als de huidige woning niet meer bruikbaar is en iemand is opgenomen in een verpleeghuis ter revalidatie en de terugkeer naar de eigen woning pas mogelijk is nadat de noodzakelijke aanpassingen zijn uitgevoerd. De tegemoetkoming in de kosten wordt dan verstrekt als voor het verblijf in het verpleeghuis een eigen bijdrage is verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.5b Financiële tegemoetkoming bij huurderving aProductbeschrijving Een financiële tegemoetkoming aan de verhuurder voor de kosten van huurderving van een aangepaste (rolstoelgeschikte) woonruimte voor een periode van ten hoogste zes maanden, te rekenen vanaf de tweede maand van leegstand. De tegemoetkoming wordt berekend op basis van de kale huur (huur exclusief servicekosten, watergeld, eventuele stookkosten e.d.) van de betreffende woning. bVoorwaarden voor verstrekking Zowel gemeenten als verhuurders hebben er belang bij dat al aangepaste woningen weer opnieuw aan personen met een beperking worden toegewezen. Het vinden van een geschikte kandidaat die baat heeft bij de woonruimte zal veelal enige tijd in beslag nemen. Deze vergoeding bevordert dat de desbetreffende aangepaste woonruimte beschikbaar blijft voor personen met een beperking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de eigenaar van de woonruimte kan een financiële tegemoetkoming worden verleend indien ten gevolge van huurbeëindiging van de aangepaste woonruimte niet direct een geschikte kandidaat aanwezig is en de eigenaar huurinkomsten moet derven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste maand leegstand wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd bij het leegkomen van een woning en zijn als frictiekosten aan te merken. Daarom gaat de vergoeding in vanaf de tweede maand van leegstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hergebruik Een woning die eenmaal is aangepast, wordt bij voorkeur ook in de toekomst weer aan een persoon met beperkingen toegewezen. Met de woningcorporaties zijn hierover afspraken gemaakt. Woningen, gebouwd of aangepast voor personen met beperkingen (onder andere rolstoelwoningen en ADL-woningen), zijn opgenomen in een apart bestand en worden voor deze groep gereserveerd. Komt een dergelijke woning vrij, maar is niet direct een geschikte kandidaat voorhanden, dan kan de eigenaar een vergoeding voor huurderving aanvragen. Met geschikte kandidaat wordt een persoon bedoeld voor wie de woning, gelet op diens beperkingen, adequaat is te achten. ~ 4.8.6Uitraasruimte aProductbeschrijving Ruimte waarin een persoon met beperkingen die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende woonruimteaanpassingen zijn mogelijk: het verwijderen van gevaarlijke onderdelen uit de slaapkamer van de persoon met beperkingen zoals het omhoog brengen van een radiator en het aanbrengen van veiligheidsglas maar ook het omheinen van de tuin en het afsluitbaar maken van andere (slaap)kamers zodat deze niet ongewenst betreden kunnen worden. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling de woning te veranderen in een privékliniek. bVoorwaarden voor verstrekking In het algemeen komen woonruimteaanpassingen alleen voor vergoeding in aanmerking als er sprake is van het wegnemen of aanzienlijk doen verminderen van aantoonbare beperkingen bij het normale gebruik van de woning. Voor een beperkte groep kinderen geldt hierop een uitzondering. Het gaat om kinderen met onbeheersbaar en oncontroleerbaar gedrag waarbij normale oppas- en zorgmaatregelen die je van ouders mag verwachten niet voldoende bescherming bieden. Therapeutische behandeling biedt daarbij geen soelaas. Het is dan noodzakelijk een aantal aanpassingen te verrichten in de sfeer van veiligheid die de bruikbaarheid van de woning vergroten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonder aanpassingen is het onmogelijk deze kinderen (langer) thuis te laten wonen. In sommige gevallen kan een verhuizing naar een grotere woning noodzakelijk zijn zodat het betreffende kind over een eigen kamer kan beschikken. Een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing behoort dan tot de mogelijkheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maken van een ‘echte’ uitraasruimte (in een aparte kamer) is in Amsterdam meestal niet mogelijk vanwege de aard van de woningvoorraad: veel kleine huur(etage)woningen. Daarom is gekozen voor de bovenstaande oplossing die toch in bepaalde gevallen uitkomst kan bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitraasruimte is niet bedoeld om overlast voor huisgenoten en omwonenden te beperken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.9Hulp bij het huishouden (artikel 4.8 Wmo-verordening 2015) aProductbeschrijving Hulp bij het huishouden (Hbh) is het geheel of gedeeltelijk overnemen van huishoudelijke activiteiten bij Amsterdammers die deze niet of niet meer zelf kunnen (regelen). De gemeente Amsterdam onderscheidt vijf te bereiken resultaten: een schoon en leefbaar huis, beschikken over schone was, beschikken over boodschappen, beschikken over maaltijden en thuis zorgen voor kinderen. Voor meer informatie zie ook bijlage 1, maatstaf hulp bij het huishouden, bijlage 2, toelichting puntensysteem persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden en bijlage 3 normering thuis zorgen voor kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast worden twee producten voor bijzondere doelgroepen onderscheiden: Hbh OGGZ (openbare geestelijke gezondheidszorg) en Hbh Bijzondere schoonmaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp bij het huishouden kan ook worden geboden aan de Amsterdammer als zijn mantelzorger overbelast dreigt te raken. Om de zelfredzaamheid van de Amsterdammer te bevorderen kan advies, instructie en voorlichting worden geboden. Onderdeel van advies, instructie en voorlichting is de activering en ondersteuning van de Amsterdammer en zijn netwerk en signalering van veranderingen in de persoonlijke situatie. Zo nodig wordt de Amsterdammer ook ondersteund bij de dagelijkse organisatie van het huishouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De noodzakelijke inzet van de huishoudelijke hulp wordt bepaald in overleg met de Amsterdammer en betreft altijd maatwerk. In het ondersteuningsplan worden door het buurtteam en/of de zorgaanbieder afspraken vastgelegd over de te behalen doelen, resultaten en activiteiten en de duur en frequentie van de ondersteuning (zie ook paragraaf 2.4 van de Nadere regels). Voor de resultaten van hulp bij het huishouden worden de activiteiten en frequentie benoemd in het afsprakenoverzicht dat naast het ondersteuningsplan wordt opgesteld. Basis hiervoor is de vastgestelde maatstaf in bijlage 1. Op verzoek is voor de Amsterdammer een beschikking in uren beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schoon en leefbaar huis Om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te kunnen behalen kan (gedeeltelijke) overname van schoonmaakactiviteiten nodig zijn. Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. In de maatstaf hulp bij het huishouden in bijlage 1 worden alle structurele basis schoonmaakactiviteiten en incidentele schoonmaakactiviteiten, inclusief de uitvoeringsfrequentie, voor een schoon en leefbaar huis, omschreven. Aan de hand van de persoonlijke situatie wordt bepaald wat daadwerkelijk gedaan moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschikken over schone was Elke Amsterdammer moet kunnen beschikken over schone was. Hieronder wordt verstaan dat de normale, dagelijkse kleding van de Amsterdammer, inclusief textiel zoals handdoeken en beddengoed, gewassen en gedroogd wordt. In de maatstaf hulp bij het huishouden in bijlage 1 worden de activiteiten beschreven die bij dit resultaat horen. Ook wordt aangegeven met welke maximale frequentie de activiteiten moeten worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In beginsel wordt ervan uitgegaan dat een ieder kan beschikken over strijkvrije bovenkleding. Op grond hiervan maakt strijken alleen bij uitzondering deel uit van het resultaat schone was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschikken over boodschappen Dit resultaat heeft betrekking op de boodschappen die voor elke Amsterdammer nodig zijn voor de dagelijkse levensbehoeften. Hieronder vallen levensmiddelen, toiletartikelen en schoonmaakmiddelen. In de maatstaf hulp bij het huishouden in bijlage 1 worden de activiteiten beschreven die bij dit resultaat horen. Ook wordt aangegeven met welke maximale frequentie de activiteiten moeten worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wmo is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft uitsluitend een taak als boodschappenservices ontoereikend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschikken over maaltijden Ook het klaarzetten van brood- en/of warme maaltijden valt onder hulp bij het huishouden. In de maatstaf hulp bij het huishouden in bijlage 1 worden de activiteiten beschreven die bij dit resultaat horen. Het uitgangspunt bij broodmaaltijden is dat deze 1x per dag gemaakt worden. Broodmaaltijden die in de ochtend gemaakt zijn kunnen tot ’s avonds in de koelkast bewaard worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dat nodig is, wordt de Amsterdammer één keer per dag ondersteund bij het opwarmen van een maaltijd. De Wmo is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft uitsluitend een taak als maaltijdservices ontoereikend zijn. Het bereiden van warme maaltijden is gezien het aanbod van kant en klaar maaltijden in beginsel niet noodzakelijk. Kant en klaar maaltijden zijn voorliggend op het bereiden van maaltijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Thuis zorgen voor kinderen Bij het thuis zorgen voor kinderen gaat het om de dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen die tot het gezin behoren als beide ouders/verzorgers niet in staat zijn deze te leveren. Het betreft activiteiten als wassen en aankleden, hulp bij eten en/of drinken, een maaltijd voorbereiden en toezicht houden. Ook problemen op het gebied van mobiliteit, zoals het begeleiden van kinderen naar school vallen eronder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de verantwoordelijkheid van ouders/verzorgers om opvang te regelen, op tijden dat zij beiden niet in staat zijn om voor de kinderen te zorgen. Om het resultaat thuis zorgen voor kinderen te behalen wordt, als het om opvang gaat, maximaal drie maanden ondersteuning ingezet. Deze niet-structurele opvang van kinderen wordt alleen ingezet bij ontwrichting of calamiteiten, bijvoorbeeld bij het acuut wegvallen van één of beide ouders/verzorgers. Voor de verzorging van kinderen kan langer hulp worden ingezet. Hierbij wordt rekening gehouden met gebruikelijke hulp voor kinderen per levensfase, zie bijlage 4. De Wmo is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft vooral een taak in het bijspringen, zodat voor het gezin ruimte ontstaat om zelf een al dan niet tijdelijke oplossing te vinden. Meer informatie over de normering voor thuis zorgen voor kinderen staat in bijlage 3. bVoorwaarden voor verstrekking Het besluit over de inzet van hulp bij het huishouden wordt genomen door de gemeente op advies van het buurtteam of op advies van de gecontracteerde aanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per huishouden worden alleen de huiskamer, de als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimte(s), sanitaire ruimten (max. 1 badkamer en 2 toiletten), de keuken en de hal structureel schoongemaakt. Als een trap aanwezig is hoort deze bij de hal. Overige en niet in gebruik zijnde ruimtes worden incidenteel of niet schoongemaakt. Het type woning, de grootte van de woning of het aantal inwoners van de woning heeft geen invloed op het aantal te behalen resultaten binnen het huishouden. De grootte van de woning en het aantal bewoners kan wel invloed hebben op de frequentie van ondersteuning. Huisdieren kunnen invloed hebben op de tijdsbesteding van schoonmaak, maar hebben geen invloed op de frequentie van de huishoudelijke ondersteuning. Een uitzondering hierop is de hulphond; deze kan zowel invloed hebben op de tijdsbesteding als op de frequentie van huishoudelijke ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het schoonhouden of schoonmaken van de buitenkant van het huis, zoals het ramen lappen aan de buitenkant, maakt geen deel uit van hulp bij het huishouden. Ook het onderhouden van de tuin, het uitlaten van huisdieren en overige activiteiten buiten het huis, vallen buiten de reikwijdte van hulp bij het huishouden. Dit is ook van toepassing op hand- en spandiensten zoals het vervangen van een lamp of ophangen van een plank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het resultaat beschikken over schone was wordt alleen in uitzonderingssituaties gestreken. In beginsel wordt strijkvrije bovenkleding als voorliggend beschouwd. Onderkleding (ondergoed en sokken) en alle vormen van bed-, keuken- en badtextiel worden niet gestreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de Amsterdammer wordt medewerking gevraagd om deze ondersteuning zo efficiënt mogelijk te kunnen organiseren. Dit betekent dat van de Amsterdammer wordt verwacht dat hiermee rekening wordt gehouden bij de inrichting van de woning en planning van huishoudelijke werkzaamheden. Te denken valt bijvoorbeeld aan het ergonomisch verantwoord inrichten van de woning. Ook wordt van de Amsterdammer gevraagd om binnen zijn mogelijkheden werkzaamheden te (blijven) uitvoeren en in ieder geval de woning op te ruimen, zodat het schoonmaken efficiënter gebeurt. Het schoonmaken van verzamelingen valt niet onder hulp bij het huishouden. Als de Amsterdammer regie kan voeren over het huishouden, mag van hem tevens worden verwacht dat werkzaamheden worden geprioriteerd en keuzes worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast bovenstaande wordt bij hulp bij het huishouden gekeken naar wat de Amsterdammer zelf kan en welke ondersteuning zijn sociale netwerk kan bieden. De mate van zelfredzaamheid van de Amsterdammer wordt onderzocht en gestimuleerd. Er wordt gekeken welke ondersteuning vanuit de gemeente aanvullend noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inzetten van eigen kracht Ter versterking van de zelfredzaamheid van de Amsterdammer wordt allereerst gekeken naar de mogelijkheden en vaardigheden van de Amsterdammer zelf om het huishouden op eigen kracht te organiseren en uit te voeren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan: het aanschaffen van algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals een uitschuifbare ramenlapper, een wringmechanisme voor een dweil of strijkvrije kleding, een strijkservice, het anders organiseren van de boodschappen of de maaltijden of het inzetten van vormen van opvang, zoals een crèche, kinderopvang of buitenschoolse opvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een droger of afwasmachine hoeft niet verplicht aangeschaft te worden. Maar als deze aanwezig zijn, is het gebruik ervan voorliggend op de inzet van hulp bij het huishouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vergroten van de inzet van het eigen sociale netwerk Gebruikelijke hulp Bij het eigen sociaal netwerk gaat het allereerst om de zogenoemde gebruikelijke hulp (zie hoofdstuk 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente gaat ervan uit dat volwassen huisgenoten een bijdrage leveren aan het huishouden. Van kinderen wordt geen bijdrage verwacht. Bij gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de belastbaarheid van de volwassen huisgenoot. Huisgenoten van 18 tot en met 22 jaar gelden als volwassen huisgenoten en kunnen een eenpersoonshuishouden voeren. Taken die bij een eenpersoonshuishouden horen zijn: schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en een kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen. Indien nodig kan ook de opvang en/of verzorging van jongere gezinsleden tot hun taken behoren. Huisgenoten vanaf 23 jaar kunnen alle huishoudelijke taken volledig overnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruikelijke hulp en werk Als gebruikelijke hulp geleverd wordt door (fulltime) werkenden, wordt met het werk en daarmee samenhangende drukte ten aanzien van huishoudelijke taken geen rekening gehouden. Stofzuigen of de badkamer schoonmaken kan immers ook in het weekend of vrije tijd verricht worden door werkenden in het kader van gebruikelijke hulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen op dit uitgangspunt zijn personen die op grond van hun beroep langdurig van huis moeten zijn zoals zeevarenden of (internationale) vrachtwagenchauffeurs en daarmee vergelijkbare beroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de volgende situaties is er geen sprake van een leefeenheid, oftewel van een gezamenlijk huishouden en daarom ook geen sprake van gebruikelijke hulp:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerverhuur (op basis van een huurovereenkomst) Als er sprake is van kamerverhuur, wordt de huurder van de betreffende ruimte niet tot het huishouden gerekend. Van huurders mag niet verwacht worden dat zij de huishoudelijke taken overnemen; er is bijvoorbeeld geen sprake van familiebanden. Er moet wel een huurovereenkomst aanwezig zijn. Als mensen zelfstandig samenwonen op een adres en gemeenschappelijke ruimten delen, wordt verondersteld dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimten bij uitval van een van de leden wordt overgenomen door de andere leden van een leefeenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig sociaal netwerk Naast de gebruikelijke hulp wordt ook gekeken naar het overig sociaal netwerk van de Amsterdammer. Het sociaal netwerk bestaat bijvoorbeeld uit vrienden, kennissen of buren. Er wordt met de Amsterdammer besproken of het sociale netwerk, op basis van vrijwilligheid of wederkerigheid, ondersteuning kan bieden op gebied van het huishouden, zoals grootouders die de kinderen opvangen, vrienden die maaltijden verzorgen of buren die boodschappen meenemen of het afval aan de straat zetten of in de container doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beroep doen op andere wetgeving De Zorgverzekeringswet (Zvw) kan voorliggend zijn als behandeling of medicatie kan leiden tot verbetering van functioneren of handelen (vaardigheden). Ook het opnemen van ouderschapsverlof of zorgverlof of het gebruik van buitenschoolse opvang kan een voorliggende oplossing zijn. Voor Amsterdammers die een indicatie hebben of kunnen krijgen voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), geldt dat de Wlz voorliggend is op de Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik maken van voorzieningen in de sociale basis en algemene voorzieningen in de wijk Hulp bij het huishouden wordt pas verstrekt als er geen alternatieve basis- of algemene voorzieningen in de wijk of buurt voorhanden zijn, van waaruit activiteiten worden georganiseerd en diensten worden aangeboden. Zo zijn bijvoorbeeld eettafels, het doen van boodschappen of het verzorgen van een maaltijd voorliggende activiteiten op ondersteuning voor boodschappen of maaltijden vanuit de Wmo. Ook eventuele nieuwe algemene voorzieningen, waarvan gestimuleerd wordt dat ze ontwikkeld worden in de komende jaren, zijn voorliggend als zij de belemmeringen op het gebied van het huishouden voldoende oplossen en kunnen tot bijstelling van de geleverde hulp leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere producten Als de reguliere hulp bij het huishouden niet voldoende is, wordt gekeken of de Amsterdammer tot een bijzondere doelgroep behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp bij het huishouden OGGZ a Productbeschrijving Hulp bij het huishouden OGGZ wordt ingezet bij Amsterdammers bij wie sprake is van een ernstig vervuild huishouden of een onveilige woning en bestaat uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">De benodigde hulp bij het huishouden voor een schoon en leefbaar huis, beschikken over schone was, beschikken over boodschappen en beschikken over maaltijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het formuleren en bijstellen van doelen met betrekking tot het huishouden en het helpen verkrijgen en handhaven van structuur en organisatie in het huishouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het motiveren van de Amsterdammer om mee te helpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het actief signaleren van problemen en veranderingen in de situatie van de Amsterdammer en zijn sociale netwerk (waaronder mantelzorg) waardoor mogelijk inzet van andere/aanvullende dienstverlening en/of voorzieningen noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp bij het huishouden OGGZ heeft het volgende resultaat: een veilige en hygiënische leefomgeving voor de Amsterdammer en de omwonenden en een zodanige organisatie van het huishouden dat de ondersteuning, waar mogelijk, kan worden geboden door reguliere hulp bij het huishouden al dan niet in combinatie met aanvullende individuele ondersteuning of begeleid thuis. b Voorwaarden voor verstrekking Er is sprake van een ernstig vervuild huishouden of een onveilige woning als gevolg van een psychische beperking (denk aan verslaving, verzameldwang of een ernstig psychosociaal probleem) en de aanwezigheid van meerdere problemen op andere leefgebieden zoals inkomen en dagbesteding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Amsterdammer is hierdoor onvoldoende in staat om in zijn eigen bestaansvoorwaarden te voorzien, er is sprake van een gebrek aan mogelijkheden om zelf problemen op te lossen en daarbij speelt de afwezigheid van een adequate hulpvraag een rol. Er is mogelijk sprake van een beperkt sociaal netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp bij het huishouden Bijzondere schoonmaak a Productbeschrijving Hulp bij het huishouden Bijzondere schoonmaak betreft het eenmalig en in een aaneengesloten periode grondig schoonmaken van een te volle of extreem vervuilde woning van een Amsterdammer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp bij het huishouden Bijzondere schoonmaak bestaat uit de volgende werkzaamheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het motiveren van de Amsterdammer voor schoonmaak van zijn/haar woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opruimen van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalen, zoveel mogelijk in overleg met de Amsterdammer, welke huisraad en overige spullen kunnen worden afgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afvoeren van overtollig huisraad en overige spullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reinigen van de complete woning zodanig dat daarna reguliere hulp bij het huishouden voldoende is om de woning schoon te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motiveren van de Amsterdammer om mee te helpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het opruimen van buitenruimten voor zover deze overlast gevend zijn voor de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitvoeren van activiteiten ten behoeve van de veiligheid van de medewerkers en het faciliteren van de praktische uitvoering van de Hbh Bijzondere schoonmaak (bijv. het repareren van loshangende stopcontacten, watervoorziening).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het resultaat van hulp bij het huishouden Bijzondere schoonmaak is dat de woning in een zodanige staat verkeert dat er een veilige, hygiënische leefomgeving voor de Amsterdammer en de omwonenden is ontstaan, en dat de voorwaarden zijn gecreëerd voor de meer structurele inzet van hulp bij het huishouden OGGZ, reguliere hulp bij het huishouden en/of aanvullende individuele ondersteuning of begeleid thuis. b Voorwaarden voor verstrekking Er is sprake van een ernstig vervuild huishouden of een onveilige woning als gevolg van een psychische beperking (denk aan verslaving, verzameldwang of een ernstig psychosociaal probleem) en de aanwezigheid van meerdere problemen op andere leefgebieden zoals inkomen en dagbesteding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Amsterdammer is hierdoor onvoldoende in staat om in zijn eigen bestaansvoorwaarden te voorzien, er is sprake van een gebrek aan mogelijkheden om zelf problemen op te lossen en daarbij speelt de afwezigheid van een adequate hulpvraag een rol. Er is mogelijk sprake van een beperkt sociaal netwerk. Hbh Bijzondere schoonmaak wordt ingezet in een acute of urgente situatie waarbij sprake is van een veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor de Amsterdammer of de omwonenden, of om voorwaarden te scheppen voor de structurele inzet van hulp bij het huishouden OGGZ, reguliere hulp bij het huishoudenHbh en/of aanvullende individuele ondersteuning of begeleid thuis.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10Vervoersvoorzieningen (artikel 4.9 en 4.11 Wmo-verordening 2015) Inleiding Leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving Compensatie voor langdurige beperkingen bij het lokaal verplaatsen van personen is gericht op het sociaal vervoer, ook wel vervoer in het kader van het leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving genoemd. Het gaat in beginsel om verplaatsingen die de gemiddelde Nederlander in zijn of haar eigen woonomgeving maakt, zoals vervoer om boodschappen te doen, vrienden en familie te bezoeken, vervoer naar clubs en sociaal-culturele instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directe woon- of leefomgeving is de wijk of het stadsdeel waarin de persoon met beperkingen woont. Sociale bestemmingen buiten het eigen stadsdeel maar binnen Amsterdam kunnen ook in de directe woon- of leefomgeving vallen als deze bestemmingen dichterbij niet voorkomen en voor de aanvrager aantoonbaar van belang zijn voor het leven van alledag. Een voorbeeld hiervan is familie en vrienden bezoeken die aan de andere kant van de stad wonen. Vervoer naar nog verder weggelegen bestemmingen valt onder verantwoordelijkheid van het Rijk en wordt uitgevoerd door Valys.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is dat de Amsterdammer 1.500 kilometer in zijn directe woon- en leefomgeving kan afleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wegingsfactoren Wanneer een persoon met beperkingen in overwegende mate en langdurig niet kan deelnemen aan het leven van alledag kan een Wmo vervoersvoorziening die sociale participatie bewerkstelligt verstrekt worden. Een verstrekking hoeft niet geheel tegemoet te komen aan de vervoersbehoefte van de aanvrager. Het is aanvaardbaar dat de aanvrager zich ook enige beperkingen getroost en zijn vervoerspatroon en de vervoersbehoefte aanpast aan zijn mogelijkheden. Door het uitblijven van een verstrekking mag de aanvrager echter niet in een sociaal isolement terecht komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het vaststellen of iemand in aanmerking komt voor een Wmo vervoersvoorziening wordt rekening gehouden met: de individuele vervoersbehoefte van de aanvrager aan sociaal-recreatieve activiteiten; de beperkingen van de aanvrager; de mogelijkheid om op andere wijze geheel of gedeeltelijk in die vervoersbehoefte te voorzien. de mogelijkheid van de aanvrager om op een verantwoorde wijze gebruik te maken van een vervoersvoorziening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad a. Individuele vervoersbehoefte Bij het vaststellen van de individuele vervoersbehoefte wordt gekeken naar vervoersdoelen, de hiervoor af te leggen afstanden en de frequentie waarin ze worden bezocht. Deze aspecten zijn van belang enerzijds om te kunnen bepalen of de vervoersbehoefte in relatie staat tot sociale participatie en op grond daarvan al dan niet onder de Wmo valt; anderzijds om te bepalen welke vervoersvoorziening de goedkoopst adequate en meest proportionele voorziening is Ad b. Beperkingen De beperkingen moeten de aanleiding zijn voor het vervoersprobleem. De beperkingen moeten blijvend of langdurig aanwezig zijn en dit moet medisch zijn vastgesteld. Dit is nodig omdat alleen nadat gebleken is dat het fysieke of psychische probleem niet (verder) door behandeling kan worden opgelost, vastgesteld kan worden of een vervoersvoorziening - en zo ja welke - langdurig noodzakelijk zal zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad c. Voorliggende oplossingen Voorliggende oplossingen die aan de orde komen zijn andere wet- en regelgevingen, oplossingen die de aanvrager zelf zonder meerkosten kan bewerkstelligen (zoals de aanwezigheid van een eigen vervoermiddel, mogelijkheden in het sociale netwerk, algemeen gebruikelijke voorzieningen, waarvan in ieder geval het openbaar vervoer, daarin begrepen OV-reisassistentie en de OV-coach. Van verwijzing naar andere wet en regelgeving kan sprake zijn als (een deel van) de vervoersbehoefte geen betrekking heeft op sociaal vervoer. Voorbeelden hiervan zijn woon-werk verkeer en vervoer van en naar school (leerlingenvervoer).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als na de weging van voorliggende oplossingen een sociale vervoersbehoefte resteert waarin niet wordt voorzien dan biedt het college hiervoor compensatie door het verstrekken van de goedkoopst adequate voorziening Ad d. Gebruik Bij het vaststellen van de goedkoopst adequate voorziening, wordt ook gekeken naar de mogelijkheid van de aanvrager om van de beoogde voorziening op een verantwoorde wijze gebruik te maken. Problemen in bijvoorbeeld de waarneming en/of de motoriek kunnen dusdanig van invloed zijn op de rijgeschiktheid, dat toekenning van een voorziening niet verantwoord is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leven van alledag: de weging van verschillende vervoersdoelen a. Doen van boodschappen Als een persoon met beperkingen problemen heeft met het doen van boodschappen zijn er binnen de Wmo voorzieningen van de verordening twee oplossingsrichtingen: hulp bij het huishouden of een vervoersvoorziening. Een vervoersvoorziening als oplossingsrichting komt in beeld als er sprake is van langdurige noodzaak en het doen van boodschappen voor de persoon met beperkingen belangrijk is voor zijn sociale participatie. b. Recreatief vervoer en buiten zijn Als recreatief vervoer of het buiten zijn voor de persoon met beperkingen deel uitmaakt van het leven van alledag, wordt met dit vervoersdoel rekening gehouden in de afweging voor een Wmo vervoersvoorziening. c. Zorg voor kinderen Bij de verstrekking van vervoersvoorzieningen aan ouders met een beperking wordt rekening gehouden met de zorg voor kinderen. Dit kan aanleiding zijn voor het verstrekken van een individueel vervoermiddel. Er worden echter ook alternatieven betrokken die de ouders zelf voor dat vervoer kunnen organiseren. Als dergelijke alternatieven voorhanden zijn, wordt geen individueel vervoermiddel verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intramuraal verblijf Er worden geen individuele vervoersvoorzieningen en vervoer naar dagbesteding verstrekt aan bewoners van Wlz-instellingen . Collectief vervoer buiten de instelling kan wel verstrekt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitingen a. Algemeen gebruikelijk Algemeen gebruikelijk is onder andere reizen met het openbaar vervoer, lopen, fietsen, rijden op een bromfiets, (mee)rijden in een auto als die beschikbaar is. Als mensen een vervoersprobleem hebben dat zij met een algemeen gebruikelijk middel kunnen oplossen, dan is er geen aanleiding om op grond van de Wmo in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening. b. Vervoer in verband met werk Bij de beoordeling van aanspraken op vervoersvoorzieningen wordt geen rekening gehouden met vervoersbehoefte in verband met werk. Voor werkgerelateerde voorzieningen zijn andere regelingen voorliggend. Deze regelingen worden uitgevoerd door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) of vallen onder de Participatiewet. c. Vervoer in verband met therapie, dagbehandeling/dagbesteding of bezoek aan medische behandelaars Vervoer van en naar dagbehandeling of dagbesteding gefinancierd vanuit de Wlz of de Zvw valt niet onder de Wmo. Voor deze vervoersbestemmingen zijn de Wlz en de Zvw voorliggend. Voor vervoer van en naar medische behandelaars is er voor bepaalde situaties een voorliggende voorziening vanuit de Zvw. d. Vervoer in verband met het volgen van onderwijs en opleiding Vervoer in verband met onderwijs valt evenmin onder de Wmo. Er zijn voorliggende voorzieningen, zoals het leerlingenvervoer op grond van de onderwijswetgeving, en voorzieningen die via het UWV worden verstrekt, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Participatiewet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele vervoersvoorzieningen: vervoermiddelen in natura of als persoonsgebonden budget, en financiële tegemoetkomingen De individuele Wmo vervoersvoorzieningen bestaan uit: vervoersvoorzieningen in natura; vervoersvoorzieningen in de vorm van een persoonsgebonden budget; vervoersvoorzieningen als financiële tegemoetkoming; sportvoorzieningen in de vorm van een financiële tegemoetkoming meerkosten. a. Verstrekkingen in natura of als persoonsgebonden budget Onder naturaverstrekkingen vallen goederen en diensten die aan de persoon met beperkingen in bruikleen worden toegekend. Het onderhoud, de reparatie en verzekering van door de Wmo verstrekte vervoermiddelen komen ten laste van de gemeente. Voor vervoermiddelen die in bruikleen zijn verstrekt zijn de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering in de bruikleenovereenkomst geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In principe kan op verzoek van de aanvrager een individuele vervoersvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt. De situaties waarin dat niet mogelijk is zijn in paragraaf 4.2 van deze Nadere regels opgenomen. Een aantal vervoersvoorzieningen wordt enkel als persoonsgebonden budget verstrekt, te weten aanpassingen aan een eigen vervoermiddel, gebruik (rolstoel) taxi of vervoer door derden en gebruik (rolstoel) taxi of vervoer door derden naast fiets, scootmobiel of (elektrische) rolstoel. b. Financiële tegemoetkomingen vervoer Financiële tegemoetkomingen in de kosten van vervoer zijn vergoedingen voor het gebruik van een vanuit de Wmo verstrekt of eigen vervoermiddel, of een geldbedrag bedoeld voor zelf te regelen vervoer. De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op een aantal aflegbare kilometers in het kader van het leven van alledag, op de kosten van het gebruik van het vervoermiddel dat nodig is om de afstand te overbruggen of om het vervoer naar dagbesteding mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding wordt toegekend voor één jaar; daarna volgt een verlenging met mogelijk een herbeoordeling. Het bedrag van een toegekende vergoeding voor vervoer wordt berekend beginnend op de eerste dag van de maand waarin de aanvrager het verzoek hiertoe heeft ingediend. De vergoeding voor vervoer wordt vooraf per drie maanden uitbetaald. Een bedrag lager dan € 300,00 per jaar wordt in één keer uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als binnen een huishouden de persoon met beperkingen samen reist met een ander lid van het huishouden dan zijn er geen of minder meerkosten dan in de situatie dat de persoon met beperkingen alleen reist. Daarom wordt met samenvallende vervoersbehoeften rekening gehouden bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding. Deze situatie doet zich voor bij leden van één huishouden, kinderen en volwassenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als meerdere leden van een huishouden op grond van hun beperking in aanmerking komen voor een vergoeding, wordt er vanuit gegaan dat een deel van de vervoersbehoefte samenvalt. De hoogte van de vergoeding bedraagt in het geval dit twee personen betreft voor iedere persoon met beperkingen 75%. c. Financiële tegemoetkoming meerkosten sportvoorziening De financiële tegemoetkoming in de meerkosten van een sportvoorziening is een geldbedrag als tegemoetkoming in de (meer)kosten van de aanschaf en het onderhoud van een, door de persoon met beperkingen zelf te bepalen, sportvoorziening of aanpassing op een sportvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele vervoersvoorzieningen Een persoon met beperkingen kan voor een vervoersvoorziening in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen het gebruik van het openbaar vervoer onvoldoende mogelijk maken. Uitsluitend aantoonbare beperkingen in relatie tot de individuele vervoersbehoefte van de persoon met beperkingen zijn bepalend voor de vraag of, en zo ja in hoeverre de aanvrager in aanmerking komt voor een voorziening. Is een bus of tram voor iemand met een beperking niet toegankelijk, dan kan men recht hebben op verstrekking van een vervoersvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er een voorliggende voorziening mogelijk is wordt geen individuele vervoersvoorziening verstrekt. Psychische problemen (men durft niet in een drukke bus, men is bang in een tram) zijn in principe geen indicatie voor een vervoersvoorziening. Behandeling is in dat geval de voorliggende voorziening. Als blijkt dat het probleem niet (meer) door behandeling opgelost kan worden dan is wel een langdurige noodzaak aanwezig en zou wel een vervoersvoorziening verstrekt kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Amsterdammer met beperkingen wordt in staat gesteld om zich te verplaatsen, zodat hij datgene kan doen wat mensen normaal gesproken doen: het zogenaamde leven van alledag. ~ 4.10.1 Collectief vervoer aProductbeschrijving Collectief vervoer is een uitsluitend voor pashouders toegankelijk vervoerssysteem waarbinnen mensen op afroep zittend worden vervoerd. De chauffeur biedt de cliënt de benodigde begeleiding. De begeleiding kan variëren van licht (ondersteuning bij het bereiken van het voertuig, en bij het in- en uitstappen) tot intensief (hulp bij het bereiken van het voertuig, waaronder zo nodig ook tilservice, en bij de toegang tot het voertuig). De chauffeurs zijn professionele krachten die op grond van ervaring en/of opleiding in staat zijn de dienstverlening van het vervoersproduct te bieden. De cliënt betaalt aan de vervoerder een ritbijdrage die is vastgelegd in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het collectief vervoer maakt vervoer over alle afstanden mogelijk in de directe woon- en leefomgeving en biedt een actieradius van 25 kilometer volgens een erkende routeplanner gerekend vanaf woonadres volgens de BRP, of zoveel meer dan nodig om vanaf het woonadres een bestemming binnen Amsterdam te bereiken. Het vervoer wordt uitgevoerd in personenbusjes, personenauto’s of combi-voertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vervoerder bepaalt welk voertuig ingezet wordt en houdt daarbij rekening met de beperkingen van de cliënt. Het materieel biedt de mogelijkheid om loophulpmiddelen, rolstoelen en scootmobielen te vervoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een cliënt kan op aanvraag een reisgenoot meenemen. De reisgenoot maakt exact dezelfde rit als de pashouder. Het is cliënten niet toegestaan een reisgenoot mee te nemen die begeleiding van de chauffeur nodig heeft, tenzij deze reisgenoot zelf een pas heeft voor het collectief vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor reisgenoten geldt: voor cliënten in het bezit van een OV-Begeleiderskaart: de begeleider reist gratis mee; voor cliënten met indicatie “Begeleider verplicht”: verplichte begeleider reist gratis mee; voor gehandicapte kinderen jonger dan 12 jaar, en voor ouders met een beperking met kinderen jonger dan 12 jaar: alle gezinsleden mogen meereizen en betalen dezelfde ritbijdrage als de pashouder; kinderen tot en met 3 jaar reizen gratis. Kinderen jonger dan 12 jaar dienen altijd onder begeleiding van een volwassen begeleider gebruik te maken van het vervoer; sociaal reisgenoten: dit betreft reisgenoten anders dan voorgaande categorieën. Zij betalen dezelfde bijdrage als de pashouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulphonden en blindengeleidehonden mogen gratis meereizen. Kleine huisdieren mogen alleen mee zolang deze op schoot genomen kunnen worden, en reizen dan eveneens gratis mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verschillende vervoersproducten binnen het collectief vervoer hebben naast deze algemene kenmerken aanvullende vervoersspecificaties. Deze worden besproken in paragraaf 4.10.1d. Daarnaast geldt dat alle cliënten die gebruik maken van het collectief vervoer groepsvervoer kunnen aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groepsvervoer Groepsvervoer is vervoer van meer dan twee personen (cliënten en reisgenoten) van en/of naar hetzelfde adres. Cliënten kunnen groepsvervoer aanvragen ongeacht hun indeling in de vervoersproducten. De rit wordt uitgevoerd door de vervoerder van de cliënt met het zwaarste vervoersproduct. b Voorwaarden voor verstrekking Het openbaar vervoer is niet voldoende bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar. Ook de OV-reisassistentie door de vervoerder of de begeleiding door de OV-coach blijken niet afdoende. Indien personen wegens aantoonbare beperkingen niet of onvoldoende gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer is er voor hen het collectief vervoer. Redenen dat een persoon met beperkingen niet kan reizen met het openbaar vervoer zijn bijvoorbeeld dat hij of zij: een afstand van 800 meter niet zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo, kan afleggen; niet kan wachten bij een halte van het openbaar vervoer; niet in- en/of uit kan stappen in bus, tram, of metro; niet zelf de regie kan voeren voor, tijdens of na de reis, en er niet altijd iemand is die begeleiding kan bieden, of een vervoermiddel niet met anderen kan delen dan de chauffeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het collectief vervoer worden aan personen met beperkingen die niet met het openbaar vervoer kunnen reizen alternatieven geboden om zich te kunnen verplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de verstrekking van vervoersvoorzieningen is het uitgangspunt ‘collectief als het kan, en individueel als het moet’. Het primaat is gelegd bij het collectief vervoer. Alleen wanneer het collectief vervoer niet (of in beperkte mate) in de vervoersbehoefte van de persoon met beperkingen voorziet, kan die persoon in aanmerking komen voor een aanvullende individuele vervoersvoorziening. Het collectief vervoer kan om verschillende redenen niet of niet volledig adequaat zijn: als de persoon vanwege zijn of haar beperkingen niet met het collectief vervoer kan reizen, dan is dit vervoer niet adequaat; als vanwege zeer frequente vervoersbehoeftes het collectief vervoer niet adequaat is, bijvoorbeeld als een belangrijk onderdeel van het dagelijks vervoerspatroon is dat een gehandicapte ouder kinderen van en naar school brengt, en in dit vervoersprobleem niet op een andere wijze kan worden voorzien; als het gaat om vervoer van een gehandicapte ouder die niet in staat is toezicht/begeleiding te bieden aan meereizende kinderen jonger dan 12 jaar, en geen reisgenoot voor begeleiding van deze kinderen beschikbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Amsterdam bestaan drie vormen van collectief vervoer voor personen met een beperking: ‘Deur tot deur Samenreizend vervoer’, ‘Deur tot deur Plus vervoer’ en ‘Kamer tot kamer vervoer’. Deze vormen onderscheiden zich van elkaar in de dienstverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.1a Deur tot deur Samenreizend vervoer a Productbeschrijving Vervoer vanaf de deur van de woning of vanaf de ingang van het wooncomplex, tot aan de deur van het bestemmingsadres of de ingang van het wooncomplex en vice versa, met - zo nodig – begeleiding door of ondersteuning van de chauffeur bij het bereiken van het voertuig, het bestemmingsadres en bij het in- en uitstappen. Het is mogelijk dat de cliënt met meerdere (onbekende) passagiers reist. bVoorwaarden voor verstrekking Deur tot deur Samenreizend vervoer is voor Amsterdammers die als gevolg van een beperking niet met het openbaar vervoer kunnen reizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënten kunnen maximaal 1.500km per jaar reizen. Een hoger kilometertegoed kan verstrekt worden als de cliënt aantoonbaar meer nodig heeft in de hiernavolgende situaties, en de verplaatsing niet met een voorliggende oplossing gemaakt kan worden; cliënt is mantelzorger, cliënt bezoekt regelmatig een unieke specifieke locatie die niet dichterbij te vinden is en noodzakelijk is voor zijn welbevinden (bv aangepast sporten), cliënt woont meer dan 800m van een Ov-halte Bij dit vervoersproduct kunnen de volgende aanvullende vervoersspecificaties worden toegekend: Gratis ritten tot 800 meter en Begeleider verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.1b Deur tot deur Plus vervoer aProductbeschrijving Vervoer vanaf de voordeur van de eigen woning, tot aan de voordeur van het bestemmingsadres en vice versa. Cliënten krijgen van de chauffeur begeleiding of ondersteuning bij het bereiken van het voertuig, het bestemmingsadres en bij het in- en uitstappen. bVoorwaarden voor verstrekking Er moet sprake zijn van een beperking waardoor reizen met het openbaar vervoer niet mogelijk is en de cliënt langdurig geen gebruik kan maken van het Deur tot deur Samenreizend vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij dit vervoersproduct kunnen de volgende aanvullende vervoersspecificaties worden toegekend: Alleen reizen, Rechtstreeks vervoer, Gratis ritten tot 800 meter en Begeleider verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.1c Kamer tot kamer vervoer aProductbeschrijving Vervoer waarbij de cliënt binnen (thuis of in een ander gebouw) wordt opgehaald of gebracht, en vice versa. Cliënten krijgen van de chauffeur begeleiding of ondersteuning bij het verlaten of betreden van het woon- of bestemmingsadres, en bij het in- en uitstappen. Er wordt zo nodig tilservice geboden bij het verlaten of betreden van de eigen woning, zolang dit uitvoerbaar is binnen de mogelijkheden van de ARBO wetgeving. Daarnaast kan overdrachtservice geboden worden. bVoorwaarden voor verstrekking Kamer tot kamer vervoer is voor Amsterdammers die als gevolg van een beperking niet met het openbaar vervoer kunnen reizen, en binnen het collectief vervoer langdurig geen gebruik van het Deur tot deur Plus vervoer kunnen maken. Zij kunnen de voordeur van hun woning niet zelfstandig bereiken, maar kunnen wel zittend vervoerd worden. Zij kunnen niet zelfstandig de eigen woning in- en uitgaan en/of niet zelf de regie over het verlaten of betreden van het woon- en/of bestemmingsadres voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij dit vervoersproduct kunnen de volgende aanvullende vervoersspecificaties worden toegekend: Alleen reizen, Rechtstreeks vervoer, Tilservice, Overdrachtservice, Gratis ritten tot 800 meter en Begeleider verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.1d Aanvullende vervoersspecificaties Alleen reizen De beperking van de cliënt maakt alleen reizen noodzakelijk. Cliënt wordt alleen vervoerd en krijgt begeleiding of ondersteuning bij het in- en uitstappen en het bereiken van het voertuig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtstreeks vervoer De beperking van de cliënt maakt een minimale reistijd noodzakelijk. De rit duurt zo kort als mogelijk. Het is mogelijk dat de cliënt samen met andere, onbekende passagiers wordt vervoerd. De route wordt dan bepaald door de rit van de passagier die rechtstreeks vervoer nodig heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tilservice Tilservice wordt geboden bij het verlaten of betreden van de eigen woning, zolang dit uitvoerbaar is binnen de mogelijkheden van de ARBO wetgeving. De cliënt wordt maximaal 3 etages getild. Tilservice wordt in principe niet geboden wanneer dit uitsluitend noodzakelijk is bij het in- of uitgaan van het adres dat door de cliënt wordt bezocht. Afwijking van deze regel kan slechts met onderbouwde motivering. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat het betreffende vervoersdoel voor de persoon met beperkingen van dermate groot belang is dat door het uitblijven van collectief vervoer met tilservice de aanvrager in een sociaal isolement dreigt te komen. Te denken valt aan bezoeken van de echtelijke woning bij permanent verblijf in een Wlz-instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overdrachtservice Overdrachtservice houdt in dat de cliënt op de plaats van bestemming altijd wordt overgedragen aan een contactpersoon. Voor de cliënt is een warme overdracht noodzakelijk bij het ophalen en op de plaats van bestemming. De contactpersoon draagt de verantwoordelijkheid voor de cliënt bij het ophaaladres aan de chauffeur over en de chauffeur draagt de verantwoordelijkheid bij het bestemmingsadres over aan de contactpersoon aldaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gratis ritten tot 800 meter Het kostenvrij reizen met het collectief vervoer voor ritten met een afstand tot 800 meter. Dit ter compensatie van de extra kosten die de persoon met beperkingen anders zou maken voor het overbruggen van de zeer korte afstand (100 meter), ten opzichte van een valide persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen is ten gevolge van objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en/of loopfunctie niet in staat zichzelf lopende of zelfstandig rijdend in een rolstoel of vervoermiddel voor de korte afstand te verplaatsen over een zeer korte afstand (tot 100 meter).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de aanvrager is de verstrekking of het gebruik van een rolstoel of een individueel vervoermiddel geen adequate oplossing, omdat: aanvrager deze afstand er niet zelfstandig mee kan overbruggen; aanvrager niet in staat is een vervoermiddel te bedienen; stalling van een vervoermiddel onmogelijk is; of omdat: aanvrager om medische redenen afhankelijk is van gesloten vervoer over die afstand (100 meter).</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleider verplicht Begeleider verplicht kan worden toegekend wanneer de cliënt ouder is dan 12 jaar en vanwege storend gedrag tijdens het vervoer altijd met een volwassen begeleider moet reizen die in staat is de benodigde begeleiding te bieden. De begeleider betaalt geen ritbijdrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.2Fietsen aProductbeschrijving Hieronder worden verstaan een driewielfiets, een loopfiets en voor rolstoelgebruikers een rolstoelfiets of een handbike.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hier om een vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte vanaf de voordeur tot en met 8 kilometer. Hiermee kan de persoon met beperkingen zichzelf verplaatsen (driewielfiets, loopfiets, handbike) of zich door of met hulp van derden laten verplaatsen (rolstoelfiets).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er zich ook buiten het bereik van de fiets een vervoersprobleem voordoet, dan kan de fiets worden gecombineerd met collectief vervoer, of – als collectief vervoer niet mogelijk is -, met een vervoerskostenvergoeding. De fiets kan niet worden gecombineerd met een scootmobiel of een andere voorziening voor de zeer korte en korte afstand. bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen heeft belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis. De problemen doen zich voor op de zeer korte afstand (tot 100 meter) of de iets langere afstanden (tot 500 meter). Er is een dagelijkse vervoersbehoefte in het gebruiksgebied van de fiets (8 kilometer) waarin niet of niet volledig op andere wijze voorzien kan worden (openbaar vervoer, een algemeen gebruikelijk vervoermiddel, een vervoermiddel dat de cliënt al heeft, collectief vervoer, of een al eerder verstrekte voorziening zoals handbewogen rolstoel).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een persoon met beperkingen door lichamelijke, zintuiglijke en/of cognitieve aandoeningen niet in staat is om zelfstandig van een vervoermiddel gebruik te maken dan kan een voorziening worden verstrekt die het mogelijk maakt dat die persoon zich door of met hulp van anderen laat verplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitingen Algemeen gebruikelijke fietsen, zoals een tweewielfiets al dan niet met hulpmotor, lage instapfiets, bromfiets, snorfiets, tandem of bakfiets.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de loopfiets geldt dat deze alleen kan worden verstrekt als verplaatsingsmiddel voor buiten. Als deze fiets uitsluitend bestemd is voor gebruik binnen, dan kan verstrekking plaatsvinden op grond van de Zvw en valt verstrekking dus niet onder de Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.2a Aanpassingen aan fietsen Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen en/of die van de vaste begeleider. Dergelijke aanpassingen komen in aanmerking voor vergoeding indien deze medisch noodzakelijk zijn. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op: bediening zadel en vering zithouding meenemen van een loopmiddel 4.10.2b Fietszitjes aProductbeschrijving Speciaal voor gehandicapte kinderen ontwikkeld zitelement voor op de fiets.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van een aangepast kinderzitje maakt het mogelijk dat ouders een gehandicapt kind veilig mee kunnen nemen op de fiets. bVoorwaarden voor verstrekking Er moet voor de ouders een noodzaak zijn dat zij hun gehandicapt kind meenemen bij hun verplaatsingen in het kader van het leven van alledag. Algemeen gebruikelijke oplossingen zijn niet mogelijk (zoals: kind kan niet worden gedragen, niet in een gewone kinderwagen, niet in een standaardzitje op fiets of in auto, gebruik van openbaar vervoer is niet mogelijk). Als al sprake is van de verstrekking van een andere voorziening (aangepaste wandelwagen, speelvoorziening, aangepast autozitje) dan wordt beoordeeld in hoeverre deze reeds voorziet in de vervoersbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.2c Vervoerskostenvergoeding voor gebruik taxi of vervoer door derden naast fiets aProductbeschrijving Een tegemoetkoming in de kosten van vervoer waarin de fiets niet voorziet die als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De hoogte van de vergoeding is gerelateerd aan 250-750 aflegbare kilometers. Dit is hetzelfde aantal kilometers als waarop de vervoerskostenvergoeding voor het gebruik van een (rolstoel)taxi of vervoer door derden naast een scootmobiel is gebaseerd. bVoorwaarden voor verstrekking Men komt in aanmerking voor deze vergoeding als men voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een fiets op grond van de Wmo en men beschikt over een fiets. Tegelijkertijd is er een aantoonbare sociale vervoersbehoefte op de langere afstand waarin niet op andere wijze kan worden voorzien (zoals met collectief vervoer).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.2d Gewenningslessen driewielfietsen a Productbeschrijving Het betreft theoretisch en praktisch onderricht in de bediening van de driewielfiets, het rijden en manoeuvreren met de driewielfiets en de kennis en toepassing van de verkeersregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kunnen in principe maximaal drie lessen worden verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de driewielfiets, dus met het eigen hulpmiddel. b Voorwaarden voor verstrekking Aan de persoon met beperkingen is een driewielfiets toegekend. In de indicatiefase, al dan niet na proeflessen, of na verstrekking van de driewielfiets, is echter gebleken dat de cliënt nog onvoldoende vaardigheid heeft om de driewielfiets te bedienen en/of onvoldoende rijvaardig is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. In de gewenningslessen moeten deze vaardigheden alsnog worden geleerd. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de driewielfiets, dan wordt de driewielfiets weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.3 Speelvoertuigen aProductbeschrijving Voorzieningen voor kinderen ten behoeve van spel in de directe woonomgeving. Voorbeelden zijn: (aangepaste) drie-/vierwielfietsen, speelmobielen, kruipwagens en kruiphulpmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening wordt gebruikt om buiten te spelen onder toezicht van ouders/verzorgers, in een beschermde omgeving (zoals op het trottoir of een pleintje in de buurt, of in een park). bVoorwaarden voor verstrekking Speelvoertuigen worden aan twee groepen personen met beperkingen verstrekt: kinderen jonger dan 12 jaar die als gevolg van motorische beperkingen, al dan niet in combinatie met of ten gevolge van zintuiglijke en/of cognitieve beperkingen, geen gebruik kunnen maken van een algemeen gebruikelijk speelvoertuig zoals een standaard driewieler of standaard fiets. Er is geen voorliggende voorziening; aanvrager heeft een cognitieve of verstandelijke handicap in combinatie met motorische beperkingen en woont niet in een Wlz-instelling. Er kan geen gebruik gemaakt worden van een algemeen gebruikelijk speelvoertuig zoals een standaard driewieler of standaard fiets. Er is geen voorliggende voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.4 Scootmobiel aProductbeschrijving Een scootmobiel is een open voertuig, aangedreven door een elektromotor en bestuurd met een mechanisch stuur. De motor, verlichting en claxon worden gevoed door een of twee accu’s, die men regelmatig moet opladen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hier om een – in principe - éénpersoons vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de zeer korte afstand tot en met de middellange afstand (tot 10 kilometer). Er mag gebruik gemaakt worden van het voetpad, het fietspad en de rijbaan. De maximumsnelheid op voetpad en trottoir is 6 km/uur. Vaak zijn openbare gebouwen, openbaar vervoer en winkels met een scootmobiel toegankelijk. Een scootmobiel kan meegenomen worden in het collectief vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn verschillende uitvoeringen met onder andere verschil in actieradius en snelheid. Scootmobielen met extra grote actieradius en afwijkende hoge snelheid worden niet verstrekt. Aan personen voor wie een zwaardere, bredere of beter geveerde uitvoering medisch noodzakelijk is, kan wel een andere dan de gebruikelijke uitvoering worden toegekend. bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen heeft objectief aangetoonde ernstige belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis. Deze problemen doen zich voor op de zeer korte afstand (tot 100 meter) of de iets langere afstanden (tot 500 meter).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan geen gebruik gemaakt worden van het openbaar vervoer, de fiets, een rolstoel, rollator, stok, en dergelijke. In de vervoersbehoefte is niet of niet volledig te voorzien met collectief vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is dat met de scootmobiel de dagelijkse vervoersbehoeften op de (zeer)korte en middellange afstanden kunnen worden ingevuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er een scootmobielpool is waarmee de persoon met beperkingen voldoende wordt gecompenseerd is deze voorliggend. Bij een indicatie voor een individuele scootmobiel moet een geschikte stallingsmogelijkheid met aansluitpunt voor opladen aanwezig zijn, of die mogelijkheid moet gerealiseerd kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er zich ook buiten het bereik van de scootmobiel een vervoersprobleem voordoet, dan kan de voorziening worden gecombineerd met collectief vervoer of, als collectief vervoer niet mogelijk is, met een vervoerskostenvergoeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.4a Aanpassingen aan scootmobiel aProductbeschrijving Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op: bediening stoel en vering zithouding meenemen van een loopmiddel Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld in verband met de noodzaak een kind mee te nemen. Deze aanpassing betreft: een kinderzitje op de scootmobiel bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen moet in aanmerking komen voor een scootmobiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De noodzaak van de aanpassing moet medisch zijn aangetoond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kinderzitje op een scootmobiel wordt geplaatst als algemeen gebruikelijke oplossingen niet mogelijk zijn en er een noodzaak bestaat om een kind mee te nemen bij verplaatsingen in het kader van het leven van alledag.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.4b Vervoerskostenvergoeding voor gebruik (rolstoel)taxi of vervoer door derden naast scootmobiel aProductbeschrijving Een tegemoetkoming in de kosten van vervoer waarin de scootmobiel niet voorziet die als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De vervoerskostenvergoeding voor het gebruik van individuele vervoersvoorzieningen (auto, gesloten buitenwagen) is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Uit jurisprudentie blijkt dat de scootmobiel voorziet in 1250 kilometer; dit zijn met name de korte en middellange ritten. De hoogte van het persoonsgebonden budget is daarom gerelateerd aan de ontbrekende 250-750 kilometer. bVoorwaarden voor verstrekking Men komt in aanmerking voor deze vergoeding als men voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een scootmobiel op grond van de Wmo, men beschikt over een scootmobiel, en er een aantoonbare vervoersbehoefte is op de langere afstand waarin niet kan worden voorzien met het collectief vervoer omdat er een contra indicatie is voor het collectief vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.4c Gewenningslessen scootmobiel aProductbeschrijving Het betreft theoretisch en praktisch onderricht in de bediening van de scootmobiel, het rijden en manoeuvreren met de scootmobiel en de kennis en toepassing van de verkeersregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kunnen in principe maximaal drie lessen worden verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de scootmobiel, dus met het eigen hulpmiddel. bVoorwaarden voor verstrekking Aan de persoon met beperkingen is een scootmobiel toegekend. In de indicatiefase, al dan niet na proeflessen, of na verstrekking van de scootmobiel, is echter gebleken dat de cliënt nog onvoldoende vaardigheid heeft om de scootmobiel te bedienen en/of onvoldoende rijvaardig is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gewenningslessen moeten deze vaardigheden alsnog worden geleerd. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de scootmobiel, dan wordt de scootmobiel weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.4d Financiële tegemoetkoming stalling scootmobiel aProductbeschrijving Een vergoeding die het mogelijk maakt een scootmobiel veilig te stallen en op te laden in een openbare overdekte stalling. Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt is gelijk aan het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten. bVoorwaarden voor verstrekking Als voorwaarde voor verstrekking van een scootmobiel geldt dat er een geschikte stallingsmogelijkheid aanwezig is, of te realiseren moet zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.5 Vervoerskostenvergoeding voor gebruik (rolstoel)taxi of vervoer door derden aProductbeschrijving Het gaat hier om een vergoeding in de vorm van een persoonsgebonden budget die naar eigen keuze aangewend kan worden voor het gebruik van een (rolstoel)taxi of vervoer door derden. Indien men voor deze vergoeding in aanmerking komt, heeft men de keuze tussen een vastgesteld standaardbedrag en een gemaximeerd maatwerkbedrag. Kiest men voor een maatwerkbedrag dan moeten alle werkelijk gemaakte kosten middels declaratie verantwoord worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vervoerskostenvergoeding voor de kosten van het gebruik van een (rolstoel)taxi en vervoer door derden is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Dit is inclusief de zeer korte afstand (tot 100 meter). bVoorwaarden voor verstrekking De cliënt heeft objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis op alle afstanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt van deze voorziening is dat hiermee de dagelijks noodzakelijke en voor de cliënt zeer essentiële vervoerbehoefte kan worden ingevuld omdat het openbaar vervoer, collectief vervoer en andere verplaatsingsmiddelen (met uitzondering van auto(bus) en gesloten buitenwagen) geen adequate oplossing bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokkene moet op grond van medische beperkingen voor iedere verplaatsing buitenshuis op taxivervoer, dan wel vervoer door derden zijn aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn twee verschillende bedragen: één voor mensen die gebruik moeten maken van een rolstoeltaxi, en één voor mensen die gebruik kunnen maken van een gewone taxi.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.6 Gesloten buitenwagen aProductbeschrijving Een gesloten buitenwagen is een speciaal voor gehandicapten ingericht overdekt voertuig, uitgerust met benzine- of elektromotor, dat niet breder is dan 1.10 meter. De gesloten buitenwagen mag op de rijbaan maximaal 45 km/uur en op het (brom)fietspad binnen de bebouwde kom 30 km/uur en daarbuiten 40 km/uur. Op voetpad en trottoir is de maximumsnelheid 6 km/uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mag geen gebruik gemaakt worden van auto(snel)wegen. Provinciale wegen die verboden zijn voor landbouwvoertuigen zijn ook verboden voor de gesloten buitenwagen. Een autorijbewijs of een bromfietscertificaat is niet nodig. Een gesloten buitenwagen biedt plaats aan maximaal drie personen, van wie er ten hoogste twee volwassen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonder parkeerontheffing mag geparkeerd worden op een gehandicaptenparkeerplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parkeren op het trottoir is toegestaan voor zover de vrije doorgang voor andere gebruikers niet wordt gehinderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hier om een vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de korte afstand (vanaf 100 meter), in de directe omgeving van de eigen woning en op langere afstand (tot 30 kilometer). Overigens geldt voor de Wmo dat de voorziening wordt verstrekt ten behoeve van de vervoersbehoefte voor wat betreft sociaal vervoer in de directe woonomgeving. Dat met een gesloten buitenwagen verder kan worden gereden is een bijkomende eigenschap van de voorziening, maar geen grond voor de verstrekking. De voorziening kan gecombineerd worden met een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van dit vervoermiddel. bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen heeft objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het zich verplaatsen buitenshuis, zowel op de korte als op de langere afstanden. Het openbaar vervoer, collectief vervoer en/of andere verplaatsingsmiddelen (bijvoorbeeld fiets, taxi, scootmobiel) en een vervoerskostenvergoeding komen op medische gronden niet in aanmerking. De betrokkene moet op grond van medische en functionele beperkingen op een gesloten buitenwagen zijn aangewezen. Taxivervoer kan - praktisch gezien - niet als een adequate voorziening worden beschouwd en een combinatie van medische en functionele beperkingen moet tot de conclusie leiden dat er geen andere adequate oplossing voor het probleem is dan de gesloten buitenwagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt van deze voorziening is dat hiermee de in het kader van het leven van alledag noodzakelijke en voor de persoon met beperkingen zeer essentiële vervoersbehoefte kan worden ingevuld. Het betreft een vervoersbehoefte om sociaal-maatschappelijk te kunnen participeren, die niet uitstelbaar en/of planbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.6a Aanpassingen aan gesloten buitenwagen aProductbeschrijving Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op: bediening stoel en vering meenemen van een loopmiddel, rolstoel of ander hulpmiddel meenemen van een kind Aanpassingen worden verstrekt voor het vervoer van de persoon met beperkingen in de directe woonomgeving. Het voorzieningenniveau is daarop afgestemd. Dit betekent dat er geen aanpassingen worden verstrekt die alleen noodzakelijk zijn om buiten Amsterdam te kunnen reizen. bVoorwaarden voor verstrekking De noodzaak van de aanpassing moet medisch zijn aangetoond.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.6b Gewenningslessen gesloten buitenwagen aProductbeschrijving Het betreft theoretisch en praktisch onderricht in de bediening van de gesloten buitenwagen, het rijden en manoeuvreren met de gesloten buitenwagen en de kennis en toepassing van de verkeersregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er worden in principe maximaal drie lessen verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de gesloten buitenwagen, dus in het eigen hulpmiddel. bVoorwaarden voor verstrekking Aan de persoon met beperkingen is een gesloten buitenwagen toegekend, maar in de indicatiefase of na verstrekking is gebleken dat cliënt nog onvoldoende vaardigheid heeft om het voertuig te bedienen en/of onvoldoende rijvaardig is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. In drie rijlessen moeten deze vaardigheden alsnog kunnen worden geleerd. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de gesloten buitenwagen, dan wordt de gesloten buitenwagen weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.6c Financiële tegemoetkoming parkeren gesloten buitenwagen aProductbeschrijving Parkeren van een gesloten buitenwagen geeft doorgaans geen problemen, omdat een gesloten buitenwagen op het trottoir mag staan. Mochten zich bij uitzondering toch problemen voordoen, dan zijn er mogelijkheden om het parkeren bij de eigen woning te vergemakkelijken. Deze faciliteit is bijvoorbeeld een gemarkeerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. De financiële tegemoetkoming heeft betrekking op de aanleg van de parkeerplaats. bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperking moet in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerplaats en voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking voor een gesloten buitenwagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.6d Financiële tegemoetkoming gebruik (eigen) gesloten buitenwagen aProductbeschrijving Een geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van verplaatsing met een gesloten buitenwagen. Het bedrag is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Dit is inclusief de zeer korte afstand (tot 100 meter). bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen moet voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking van een gesloten buitenwagen. Daarnaast wordt bekeken of het gebruik van een gesloten buitenwagen leidt tot meerkosten voor de persoon met beperkingen ten opzichte van de situatie voor de aanvraag en ten opzichte van andere personen zonder beperkingen in een vergelijkbare situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.7 Auto en autobus aProductbeschrijving Een auto is een motorrijtuig op vier wielen, ingericht voor het vervoer van meerdere personen, dat blijkens het kentekenbewijs als personenauto is aangeduid. Met een autobus wordt hier bedoeld een bedrijfsauto, die zodanig is aangepast, dat een persoon met beperkingen er zittend in een rolstoel in vervoerd kan worden. Een grijs kenteken is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimum leeftijd is 18 jaar. Een rijbewijs is noodzakelijk. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) stelt bij mensen met beperkingen de rijvaardigheid en rijgeschiktheid vast. Op grond daarvan wordt aangegeven welke aanpassingen voor bediening en/of besturing nodig zijn. Deze worden op het rijbewijs aangetekend als beperkende bepalingen. Minimaal is een WA-verzekering verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hier om een vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de korte afstand (vanaf 100 meter) tot zeer lange afstanden (verder dan 100 kilometer). Overigens geldt voor de Wmo dat de voorziening wordt verstrekt ten behoeve van de vervoersbehoefte voor wat betreft sociaal vervoer in de directe woonomgeving. Dat met een auto verder kan worden gereden is een bijkomende eigenschap van de voorziening, maar geen grond voor de verstrekking. Auto en autobus kunnen gecombineerd worden met een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van dit vervoermiddel. bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen heeft objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis, zowel op de korte als op de langere afstanden. De betrokkene moet op grond van medische beperkingen voor iedere verplaatsing buitenshuis op een auto zijn aangewezen, zodat taxivervoer - praktisch gezien - niet als een adequate voorziening kan worden beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt van deze voorziening is dat hiermee de dagelijks noodzakelijke en voor de persoon met beperkingen zeer essentiële vervoersbehoefte kan worden ingevuld. Het openbaar vervoer, collectief vervoer en/of andere verplaatsingsmiddelen (bijvoorbeeld fiets, taxi, scootmobiel, gesloten buitenwagen) en een vervoerskostenvergoeding komen op medische gronden niet in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de combinatie van medische, sociale en functionele beperkingen en mogelijkheden van de persoon met beperkingen die tot de conclusie moet leiden dat een auto of autobus de enige adequate oplossing voor het probleem is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de afweging wordt mee gewogen of een auto(bus) voor betrokkene als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt. Als dat het geval is, is verstrekking niet aan de orde. De aanvrager moet in bezit zijn van een geldig rijbewijs. Het halen van een rijbewijs is algemeen gebruikelijk; de kosten van rijlessen worden daarom niet vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.7a Aanpassingen aan bruikleen- en eigen auto aProductbeschrijving Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op: bediening en besturing in en uit de auto komen zithouding meenemen van noodzakelijke hulpmiddelen verzorging van de persoon met beperkingen inrijden van een rolstoel vergrendeling van een rolstoel bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een auto vanuit de Wmo. In het geval dat de aanvrager een eigen auto heeft, worden aanpassingen uitsluitend vergoed als de auto alleen maar gebruikt kan worden als deze wordt aangepast. Wanneer de persoon met beperkingen voor de eigen auto kiest, terwijl adequate, goedkopere alternatieven beschikbaar zijn, dan is dat zijn keus voor een duurdere oplossing. Indien dan vervolgens de keuze ook het aanbrengen van aanpassingen impliceert, moet de aanvrager die voor eigen rekening nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergoeding van de kosten voor aanpassingen van een eigen auto is alleen mogelijk als de auto redelijk is aan te passen, in goede staat verkeert en in beginsel niet ouder dan drie jaar is of nog vijf jaar mee kan. Voldoet de eigen auto hier niet aan, dan wordt de goedkoopst adequate auto met aanpassingen in bruikleen toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten van het plaatsen van de aanpassing in de eigen auto worden maximaal eenmaal in een periode van 5 jaar vergoed. Binnen deze periode wordt het overplaatsen van aanpassingen in een andere auto alleen vergoed wanneer is aangetoond dat vervanging van de auto noodzakelijk was als gevolg van een gewijzigde medische of sociale situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het rijbewijs van de aanvrager is voorzien van de door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) vastgestelde beperkende bepalingen als er een noodzaak is om de bediening en besturing van de auto aan te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen aan de auto moeten functioneel noodzakelijk zijn voor mensen met een beperking en niet algemeen gebruikelijk of standaard ingebouwd zijn, zoals rem- of stuurbekrachtiging, airconditioning, airbags, etc. De aanpassingen zijn noodzakelijk voor de persoon met beperkingen en dienen alleen door hem gebruikt te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergoeding voor een speciale autostoel kan worden verstrekt indien: een autostoel niet als voornaamste doel heeft de zithouding te verbeteren; de stoel niet normaal in de handel verkrijgbaar is; de belanghebbende reeds klachten krijgt na het rijden van enkele kilometers of binnen een kwartier; de aanschaf van de stoel niet uit preventief oogpunt geschiedt; de persoon met beperkingen bij de aankoop van de auto rekening heeft gehouden met zijn/haar beperkingen en het noodzakelijke zitcomfort; er geen andere hulpmiddelen zijn om de stoel adequaat te maken voor de korte en middellange afstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen worden verstrekt voor het vervoer van de persoon met beperkingen in de directe woonomgeving. Het voorzieningenniveau is daarop afgestemd. Dit betekent dat er geen aanpassingen worden verstrekt uitsluitend om het mogelijk te maken buiten Amsterdam te reizen. Als een aanpassing aan de eigen auto wordt toegekend, gebeurt dit in de vorm van een persoonsgebonden budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.7b Autozitjes voor gehandicapte kinderen aProductbeschrijving Speciaal voor gehandicapte kinderen ontwikkeld zitelement voor in de auto.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van een aangepast autozitje maakt het mogelijk dat ouders een gehandicapt kind veilig mee kunnen nemen in de auto. bVoorwaarden voor verstrekking Het gebruik van de auto is noodzakelijk voor en maakt deel uit van de verplaatsingen in het kader van het leven van alledag. Bij deze verplaatsingen kan het kind vanwege beperkingen niet (veilig) plaatsnemen in een standaard autozitje. Algemeen gebruikelijke oplossingen zijn niet mogelijk, zoals het kind kan niet worden gedragen, niet in een gewone kinderwagen, niet in een standaardzitje op fiets of in auto en het gebruik van openbaar vervoer is niet mogelijk. Als al sprake is van de verstrekking van een andere voorziening, zoals een aangepaste wandelwagen, speelvoorziening of een aangepast fietszitje, dan wordt beoordeeld in hoeverre deze voorziening reeds voorziet in de vervoersbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten van het plaatsen van het autozitje in de eigen auto wordt maximaal eenmaal in een periode van 5 jaar vergoed. Binnen deze periode wordt het overplaatsen van het reeds verstrekte autozitje in een andere auto alleen vergoed wanneer is aangetoond dat vervanging van de auto noodzakelijk was als gevolg van een gewijzigde medische of sociale situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.7c Rijlessen/rij-instructies voor de aangepaste auto aProductbeschrijving Rijlessen en/of rij-instructies bedoeld voor het kunnen bedienen van en deelname aan verkeer met een aangepaste auto of autobus. Rijlessen voor aangepaste auto’s worden door erkende rijschoolinstructeurs gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijlessen maken mogelijk dat iemand zijn rijbewijs behaalt, noodzakelijk voor het besturen van een aangepaste auto. bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen moet in ieder geval voldoen aan de voorwaarden om voor een aangepaste auto of autobus in aanmerking te komen. Bij gebruik van een aangepaste (eigen) auto(bus) worden de meerkosten van lessen in een aangepaste ten opzichte van een niet-aangepaste lesauto vergoed. Dit geldt ook voor de meerijsituatie. Rijlessen voor een auto zijn algemeen gebruikelijk en worden om die reden niet vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer belanghebbende voor zijn vervoerbehoefte is aangewezen op een bruikleenauto en hij hiervan alleen gebruik kan maken als rijlessen gevolgd zijn, of extra rij-instructies gegeven zijn, kan deze voorziening (nog) niet worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.7d Financiële tegemoetkoming parkeren auto aProductbeschrijving Voor personen met een beperking zijn er mogelijkheden om het parkeren van hun vervoermiddel te vergemakkelijken. Dit betreft bijvoorbeeld een gemarkeerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De financiële tegemoetkoming heeft betrekking op de aanleg van de parkeerplaats. bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperking moet in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerplaats en voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking van een auto of autobus.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.7e Financiële tegemoetkoming gebruik (eigen) auto of autobus aProductbeschrijving Een geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van verplaatsing met de (eigen) auto of autobus. Het bedrag is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Dit is inclusief de zeer korte afstand (tot 100 meter). bVoorwaarden voor verstrekking De persoon met beperkingen moet voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking van een auto of autobus. Daarnaast wordt bekeken of het gebruik van een (eigen) auto of autobus leidt tot meerkosten voor de persoon met beperkingen ten opzichte van de situatie voor de aanvraag en ten opzichte van andere personen zonder beperkingen in een vergelijkbare situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10.8 Financiële tegemoetkoming vervoer dagbesteding aProductbeschrijving Een geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van vervoer van en naar een locatie waar de Amsterdammer aan dagbesteding deelneemt. bVoorwaarden voor verstrekking De Amsterdammer komt voor een financiële tegemoetkoming voor vervoer van en naar dagbesteding in aanmerking als voorliggende oplossingen niet toereikend zijn en de dagbesteding met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht. Dit betekent dat de Amsterdammer eerst een aanspraak maakt op de eigen mogelijkheden voor het organiseren van vervoer. Wanneer deze mogelijkheden ontoereikend zijn biedt de pgb aanbieder een oplossing voor vervoer. De compensatie voor het vervoer van en naar dagbesteding is meegenomen in het tarief.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11 Rolstoelvoorziening (artikel 4.10 Wmo-verordening 2015) Inleiding In het kader van de Wmo kunnen voor verplaatsingen binnen- en buitenshuis rolstoelen worden verstrekt. Voor dergelijke verplaatsingen zijn er twee soorten rolstoelen: de handbewogen rolstoel en de elektrische rolstoel. In dit hoofdstuk wordt ook de sportrolstoel beschreven. Een sportrolstoel is bedoeld voor het kunnen beoefenen van een sport.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11.1Rolstoelen voor verplaatsing binnen- en buitenshuis aProductbeschrijving Onder handbewogen rolstoelen vallen rolstoelen die de persoon met beperkingen zelf voortbeweegt, en duwwandelwagens. De zogenaamde zelfbewegers bestaan uit een frame van buizen met eenmalig instelbare of verstelbare zitting en/of rugleuning, grote wielen achter met hoepels voor handmatig voortbewegen, kleine zwenkwielen voor, en beensteunen. Duwwandelwagens zijn rolstoelen met vier kleine wielen en worden door derden voortbewogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elektrische rolstoelen zijn rolstoelen die worden aangedreven door een elektromotor. De rolstoel kan met behulp van zeer uiteenlopende besturingssystemen bestuurd worden door de gebruiker zelf, of de rolstoel heeft een elektrische aandrijving ter ondersteuning van het duwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon met beperkingen kan zich in een handbewogen of elektrische rolstoel zelfstandig voortbewegen of geduwd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een duwwandelwagen voorziet in twee zeer uiteenlopende situaties, namelijk: de persoon met beperkingen kan zich niet zelfstandig voortbewegen, noch in een handbewogen, noch in een elektrische rolstoel; de cliënt heeft zelf de voorkeur voor een duwwandelwagen boven een handbewogen rolstoel, bijvoorbeeld omdat - in eenvoudige uitvoering - de duwwandelwagen makkelijker mee te nemen is in een auto.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rolstoel kan ook bedoeld zijn om zittend in de rolstoel vervoerd te kunnen worden in het collectief vervoer, in eigen vervoer of in een rolstoeltaxi. bVoorwaarden voor verstrekking Voor de persoon met beperkingen is er een medische noodzaak tot het zich in belangrijke mate zittend moeten verplaatsen. Loopmiddelen die op grond van de Zvw worden verstrekt bieden onvoldoende oplossing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er een rolstoelpool is waarmee de persoon met beperkingen voldoende wordt gecompenseerd is deze voorliggend. Bij elektrische rolstoelen moet naast de medische noodzaak tot zittend verplaatsen blijken dat een handbewogen rolstoel niet geschikt of toepasbaar is (bijvoorbeeld als gevolg van een beperkte arm- of handfunctie, of energetische problemen waardoor niet meer dan een aantal meters met een handbewogen rolstoel gereden kan worden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de duwwandelwagen geldt aanvullend dat de persoon met beperkingen zich niet zelfstandig kan of wenst te verplaatsen, en er een partner, huisgenoot, mantelzorger of hulpverlener beschikbaar is die de rolstoel kan duwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluiting Voor rolstoelen geldt het compensatiebeginsel voor alle personen met beperkingen die woonachtig zijn in Amsterdam, met uitzondering van mensen die een Wlz indicatie kunnen krijgen. Deze mensen krijgen de rolstoel verstrekt vanuit de Wlz. Amsterdammers met een Wlz indicatie die thuis wonen vormen hierop een uitzondering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11.2Aanpassingen aan rolstoelen a Productbeschrijving Aanpassingen aan rolstoelen kunnen uiteenlopen van zeer eenvoudig tot complex en van standaard tot individueel. Standaardaanpassingen zijn onder andere diverse typen armleuningen en voetsteunen, antikiepsteuntjes, asgatverlenger, duwbeugel (kinderrolstoel), duwhandvatten, hijsoog, trapdop.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele aanpassingen zijn onder andere anatomisch gevormde rugsteunen, lig-/zitorthese, beenbakken, beenfixatiemiddelen, kniekussens, elektronische aanpassingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Accessoires die noodzakelijk zijn voor het gebruik van een rolstoel als verplaatsingsvoorziening worden vergoed. Doorgaans betreft dit spaakbeschermers, been- en voetzak, schootskleed, stokkenbak, boodschappenmand, handschoenen (2x per jaar). b Voorwaarden voor verstrekking De noodzaak voor de aanpassing moet medisch aangetoond zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11.3 Gewenningslessen elektrische rolstoel a Productbeschrijving Het betreft praktisch onderricht in de bediening van de elektrische rolstoel, het rijden en manoeuvreren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kunnen in principe maximaal drie lessen worden verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de elektrische rolstoel, dus met het eigen hulpmiddel. b Voorwaarden voor verstrekking In de indicatiefase, al dan niet na proeflessen, of na verstrekking van de elektrische rolstoel blijkt dat de persoon met beperkingen onvoldoende vaardigheid heeft om de elektrische rolstoel te bedienen of hiermee naar buiten te gaan. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de elektrische rolstoel, dan wordt de elektrische rolstoel weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11.4Vervoerskostenvergoeding voor gebruik (rolstoel)taxi of vervoer door derden naast elektrische rolstoel aProductbeschrijving Een tegemoetkoming in de kosten van vervoer waarin de elektrische rolstoel niet voorziet, die als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De hoogte van de vergoeding is gerelateerd aan 250-750 aflegbare kilometers. Dit is hetzelfde aantal kilometers als waarop de vervoerskostenvergoeding voor het gebruik van een (rolstoel)taxi of vervoer door derden naast een scootmobiel is gebaseerd. bVoorwaarden voor verstrekking Men komt in aanmerking voor deze vergoeding als men voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een elektrische rolstoel op grond van de Wmo, men beschikt over een elektrische rolstoel, en er een aantoonbare vervoersbehoefte is op de langere afstand waarin niet kan worden voorzien met het collectief vervoer omdat er een contra indicatie is voor het collectief vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.12 Financiële tegemoetkoming wijziging geslachtsregistratie a Productbeschrijving Een financiële tegemoetkoming voor de noodzakelijke administratieve kosten bij wijziging geslachtsregistratie in de geboorte akte, het Basis Registratie Persoonsgegevens en de identiteitsdocumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">B Voorwaarden voor verstrekking De tegemoetkoming heeft betrekking op: de kosten voor het vervangen van de identiteitsdocumenten bij het wijzigen van de geslachtsaanduiding en – eventueel- voornaam; de kosten die gemaakt worden in verband met de noodzakelijke deskundigenverklaring voor een wijziging van ‘man’ naar ‘vrouw’ en van ‘vrouw’ naar ‘man’ in de geboorte akte en Basis Registratie Persoonsgegevens;</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigen bijdrage voor het verzoekschrift bij de Rechtbank voor het aanvragen van een ‘x’ in de identiteitsdocumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling is van toepassing op personen die geen vergoeding krijgen voor de kosten via Bijzondere Bijstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassing van de geboorteakte gebeurt bij geslachtswijziging van ‘man’ naar ‘vrouw’ of van ‘vrouw’ naar ‘man’ door de gemeente waar iemand geboren is. Als in de geboorteplaats een vergoeding voor de gemaakte kosten wordt verstrekt, is deze vergoeding voorliggend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk4b.Financiële tegemoetkoming meerkosten 4.13.1Financiële tegemoetkoming meerkosten sportvoorziening (artikel 4.12 Wmo-verordening 2015) aProductbeschrijving Geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van de aanschaf en het onderhoud van een, door de persoon met beperkingen zelf te bepalen, sportvoorziening of aanpassing op een sportvoorziening. Een sportvoorziening is speciaal bestemd voor een tak van sport. Voor een niet-elektrisch aangedreven sportvoorziening wordt het bedrag in beginsel verstrekt voor een periode van drie jaar, voor een elektrische aangedreven sportvoorziening wordt het bedrag in beginsel verstrekt voor een periode van zes jaar. De verstrekking is bedoeld voor structurele sportbeoefening in verenigingsverband. bVoorwaarden voor verstrekking Sportbeoefening is voor de aanvrager onmogelijk zonder sportvoorziening, als gevolg van aantoonbare beperkingen. Zowel rolstoelgebruikers, als personen die normaliter niet op het gebruik van een rolstoel zijn aangewezen maar voor sportbeoefening, als personen die vanwege hun beperkingen een sportvoorziening of een aanpassing op een sportvoorziening nodig hebben, kunnen voor een financiële tegemoetkoming in de meerkosten sportvoorziening in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager moet in staat zijn tot deelname aan een tak van sport en dit in de praktijk ook doen op structurele basis. Voor incidentele sportbeoefening, zoals een ski-vakantie, wordt geen vergoeding verstrekt. Omdat het te behalen resultaat op maatschappelijke participatie is gericht wordt de vergoeding alleen verstrekt voor sporten in verenigingsverband. De persoon met beperkingen moet daarom lid zijn van een sportvereniging. De basis van de verstrekking zijn de meerkosten van de sportvoorziening of de aanpassing van de sportvoorziening ten opzichte van een soortgelijke sportvoorziening voor een persoon zonder beperkingen. Wanneer belanghebbende binnen de periode waarvoor het bedrag is toegekend een nieuwe aanvraag voor een zelfde voorziening indient, waarbij de bestaande voorziening niet meer adequaat is, wordt een financiële tegemoetkoming in de meerkosten verleend naar rato van de inmiddels verstreken tijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.13.2Financiële tegemoetkoming in de meerkosten voor mensen met een chronische ziekte of beperking (artikel 4.12 Wmo-verordening 2015) De tegemoetkoming in de meerkosten voor mensen met een chronische ziekte of beperking is het gevolg van de afschaffing van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Aanvullende tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Atcg) die de gemeente Amsterdam hanteerde. aProductbeschrijving Het college verstrekt aan Amsterdammers met een chronische ziekte of beperking met een laag inkomen en niet meer dan een bescheiden vermogen op aanvraag een vergoeding ter bestrijding van aannemelijke meerkosten. Het betreft hier de tegemoetkoming voor Amsterdammers die ten gevolge van een chronische ziekte of beperking extra kosten maken, bijvoorbeeld kosten van maaltijden of van gas of elektriciteit. Deze tegemoetkoming wordt maandelijks uitgekeerd door Werk, Participatie en Inkomen (WPI). Zij omvat:</p>\n<p class=\"lf-p\">Basiscompensatie De basiscompensatie is bedoeld om te voorzien in algemene meerkosten die verband houden met ziekte of beperkingen en die niet op een andere manier worden vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">De basiscompensatie wordt verstrekt als er een indicatie bestaat voor tenminste één van de tegemoetkomingen voor maaltijden, extra energie, extra bewassing of extra kledingslijtage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Compensatie verplicht eigen risico zorgverzekering Deze tegemoetkoming is bedoeld ter compensatie van de vervallen landelijke regeling Compensatie Eigen Risico (CER). Het verplicht eigen risico geldt voor een basisverzekering op grond van de Zvw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze compensatie wordt enkel aan Amsterdammers van 18 jaar of ouder verstrekt als er een indicatie bestaat voor tenminste één van de tegemoetkomingen voor maaltijden, extra energie, extra bewassing of extra kledingslijtage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegemoetkoming maaltijden Deze tegemoetkoming is bedoeld te voorzien in extra kosten van kant-en-klaar (vers)maaltijden voor Amsterdammers die niet in staat zijn zelf een warme maaltijd te bereiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegemoetkoming energiekosten Deze tegemoetkoming is bedoeld te voorzien in extra kosten voor gas en stroom. Het betreft energiegebruik voor verwarming, douchen en baden en koken, extra stroom voor (accu’s van) hulpmiddelen etcetera.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegemoetkoming kosten bewassing Deze tegemoetkoming is bedoeld voor kosten voor extra wasbeurten voor kleding en beddengoed. Hier is slijtage door extra bewassing bij inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegemoetkoming kosten ten gevolge van kledingslijtage Deze tegemoetkoming is bedoeld voor kosten die veroorzaakt worden door mechanische slijtage van kleding en schoeisel door bijvoorbeeld protheses of langdurig zitten. bVoorwaarden voor verstrekking Zoals beschreven kent deze tegemoetkoming in de meerkosten een specifieke doelgroep, die gekenmerkt wordt door langdurige beperkingen en een laag inkomen. Om vast te stellen wie voor deze tegemoetkoming in aanmerking komt, is er een specifieke regeling opgesteld die hieronder is opgenomen. De regeling wordt uitgevoerd door WPI, die ook de inkomenstoets doet en voor medisch advies gebruik maakt van de keuringsartsen van de GGD Amsterdam, en luidt als volgt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Begripsbepalingen De begrippen in deze Nadere regels worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).</div>\n<p class=\"lf-p\">Voorts wordt in deze Nadere regels verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bescheiden vermogen: Het vermogen dat de grenzen zoals genoemd in artikel 34 Participatiewet niet te boven gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mensen met een chronische ziekte of beperking: Inwoners van de gemeente Amsterdam die blijkens een medische verklaring voor tenminste 12 maanden zodanig chronisch ziek zijn en/of fysieke of psychische beperkingen ondervinden, dat zij gedurende die periode noodgedwongen extra kosten maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fiscaal inkomen: Het brutoloon met daarbij gerekend belaste vergoedingen, waaronder begrepen de vergoeding van de werkgever voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, zoals dit blijkt uit de jaaropgave of inkomensspecificatie van een werkgever en/of een uitkeringsinstelling zoals WPI.</p>\n<p class=\"lf-p\">Laag inkomen &lt; pensioengerechtigde leeftijd (PGL): een fiscaal gezinsinkomen dat minder dan of gelijk is aan 130% van het bruto wettelijk minimumloon (WML) voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden of; een afgeleid percentage van het WML voor alleenstaanden of alleenstaande ouders dat elk half jaar door de directeur Inkomen wordt vastgesteld of; een fiscaal gezinsinkomen dat hoger is dan 130% van die normen, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of een schuldregeling van een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Laag inkomen &gt; PGL: Een (pensioen) of ander fiscaal (gezins) inkomen dat minder dan of gelijk is aan 130% van de op de gezinssituatie van toepassing zijnde maximale bruto AOW norm, of meer dan 130% van die norm, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Peildatum: 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het inkomensniveau in het jaar van de peildatum niet beschikbaar is, wordt het inkomensniveau in het jaar voorafgaand aan de peildatum gebruikt. Hetzelfde geldt voor het vermogensniveau op de peildatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vermogen: Alle bezittingen in geld en goederen behoudens een gebruikelijke woninginrichting en medisch noodzakelijke (vervoers)voorzieningen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Aanvraag en toekenning Het college verstrekt aan Amsterdammers met een chronische ziekte of beperking met een laag inkomen en niet meer dan een bescheiden vermogen op aanvraag een tegemoetkoming ter bestrijding van aannemelijke meerkosten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Amsterdammers die in een instelling op basis van de Wlz of de Wmo verblijven komen niet in aanmerking voor de financiële tegemoetkoming in de meerkosten. Bij uitzondering kunnen Amsterdammers in een Wmo-instelling die bijdrageplichtig zijn en/of die een persoonlijke toelage op grond van de Participatiewet ontvangen, in aanmerking komen voor de module kledingslijtage en compensatie verplicht eigen risico zorgverzekering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag (om herziening) voor een specifieke tegemoetkoming kan één keer per twaalf maanden worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toekenning wordt het laag inkomen &lt; PGL of &gt; PGL in aanmerking genomen zoals dat voor aanvragers gold op de peildatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het voorgaande lid kan een laag inkomen bestaand uit een sociale verzekeringsuitkering of voorziening die naar verwachting in het kalenderjaar blijft voortduren, tussentijds voor de toekenning in aanmerking genomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toekenningsbesluit geldt voor twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend en wordt telkens stilzwijgend verlengd met twaalf maanden, tenzij er geen noodzaak meer is voor ongewijzigde verlenging.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Uitkering De vergoeding wordt afgestemd op de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager en bestaat uit een of meer algemene vergoedingen en afhankelijk van de individuele omstandigheden een of meer specifieke vergoedingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Advisering De samenstelling van de totale vergoeding wordt, voor zover het college dat nodig acht, vastgesteld na het inwinnen van advies van een door het college aangewezen medisch deskundige.</div>\n<p class=\"lf-p\">De medisch deskundige beoordeelt de mate waarin de gezondheidssituatie van de aanvrager naar verwachting over een periode van tenminste 12 maanden leidt tot bepaalde aannemelijke meerkosten zoals genoemd in artikel 3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies van de medisch deskundige heeft een geldigheid van tenminste 12 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 4.1 kan de samenstelling van de totale vergoeding in overleg met een representatieve vertegenwoordigende organisatie en medisch deskundigen tot stand komen, als de vergoeding bestemd is voor een vastgestelde groep mensen met een chronische ziekte of beperking.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Herbeoordeling Voor zover het college dat nodig acht wordt een toegekende tegemoetkoming, na stilzwijgende verlenging, tenminste eenmaal per vijf jaar herbeoordeeld door een medisch deskundige.</div>\n<p class=\"lf-p\">De medisch deskundige beoordeelt of de gezondheidssituatie en de aannemelijk te maken meerkosten afwijken van het eerdere advies en adviseert het college over de (gewijzigde) voortzetting van de vergoedingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inkomen en vermogen van deelnemers met een laag inkomen uit een (voortdurende) (pensioen) uitkering wordt eenmaal per vijf jaar herbeoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inkomen en vermogen van deelnemers met een laag inkomen uit arbeid wordt jaarlijks herbeoordeeld.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Afwijkende inkomenstoets Indien reeds een inkomenstoets in het kader van een gemeentelijke regeling op grond van het armoedebeleid heeft plaatsgevonden en daarbij is vastgesteld dat het laag inkomen niet hoger is dan het relevante toetsbedrag, kan het college besluiten dat het inkomen niet opnieuw wordt getoetst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Verplichtingen deelnemers Mensen met een chronische ziekte of beperking die een vergoeding ingevolge deze regeling ontvangen zijn verplicht het college (WPI) in te lichten, indien hun inkomen en/of vermogen boven de grenzen bedoeld in artikel 1, onder d. tot en met h., zal stijgen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Intrekken en terugvorderen Het college kan een besluit, genomen op grond van deze Nadere regels, geheel of gedeeltelijk intrekken indien de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, terwijl de aanvrager wist, of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onvolledig of onjuist waren en tot een ander besluit zouden hebben geleid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Indien een besluit is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde vergoeding uit hoofde van deze Nadere regels worden teruggevorderd, dit voor zover na de datum van het besluit tot toekenning van de voorziening nog geen vijf jaren zijn verstreken.</p></div>", "next": 239944}