{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">We anticiperen op toekomstige ontwikkelingen en richten onze omgeving op een sociaal veilige manier in. Sociale veiligheid laten we een bepalende rol spelen bij het ontwerp van nieuw groen en het beheer van bestaand groen. Het realiseren van plinten (de begane grond van een gebouw) waar activiteit plaatsvindt speelt hierin ook een belangrijke rol. We werken aan sociaal veiligere wijken en focussen ons hierbij op de wijken die nu de meeste sociale problemen kennen. Hierbij geven we aandacht aan jongeren en aan positieve gezondheid als onderdeel van brede welvaart2. De inrichting van de openbare ruimte laten we hieraan bijdragen, zoals met de onlangs gerealiseerde praatbankjes in park Prinsenhof.</p>\n<p class=\"lf-p\">We geven aandacht aan onze weerbaarheid. Geopolitieke en andere ontwikkelingen zoals klimaatverandering hebben grote gevolgen voor Nederland en Leidschendam-Voorburg. Dit maakt duidelijk dat het van belang is de weerbaarheid te vergroten langs twee sporen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhogen van de militaire paraatheid (Defensie);</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergroten van maatschappelijke weerbaarheid (NCTV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 14: Innovatieve concepten gemeente Leidschendam-Voorburg, OpenAI (2025), ChatGPT) Met name het vergroten van maatschappelijke weerbaarheid raakt het werkveld van de gemeente en de veiligheidsregio. Het doel hiervan is om maatschappelijke ontwrichting te voorkomen, te beheersen en te herstellen. Risicocommunicatie en opvangvoorzieningen zijn hierbij belangrijke hulpmiddelen. We inventariseren bestaande voorzieningen zoals sporthallen en scholen om te kunnen dienen als opvanglocatie. We bouwen aan een lokaal netwerk met vitale partners en verstevigen de regionale samenwerking op het vlak van de weerbaarheid. Daarnaast is het van belang om te zorgen voor voldoende voedselzekerheid in tijden van nood.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 15: Goed verbonden Buro SRO Huygens Museum gemeente Leidschendam-Voorburg Figuur 16: Huygens Museum met Huygenstunnel gemeente Leidschendam-Voorburg, OpenAI (2025), ChatGPT 1 Verkeersveiligheid: heeft betrekking op de mate waarin iedereen veilig kan deelnemen aan het verkeer. Sociale veiligheid: heeft betrekking op de mate van bescherming of het zich beschermd voelen tegen gevaar van menselijk handelen in de openbare ruimte. Omgevingsveiligheid: heeft betrekking op de risico’s van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Het gaat om de ‘feitelijke’ risico’s, met soms grote onzekerheden, én om gepercipieerde risico’s. Water- en klimaatveiligheid: heeft betrekking op de mate waarin fysieke risico’s als gevolg van klimaateffecten zoals droogte en overstroming worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Brede welvaart gaat in essentie over het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles dat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4 Goed verbonden Algemeen Leidschendam-Voorburg is een gunstig gelegen, goed bereikbare gemeente. Maar dit staat onder druk door bestaande knelpunten, uitblijvende ingrepen vanuit het rijk en toename van verkeer door verstedelijking. Om in de toekomst bereikbaar én leefbaar te blijven voor inwoners, ondernemers en organisaties zorgen we voor een veilig mobiliteitsnetwerk met ruimte voor voetgangers, fietsers, OV, deelmobiliteit en de auto. Voor een goede bereikbaarheid van de stad met de auto is het belangrijk dat reizigers zoveel mogelijk kiezen voor andere vervoerswijzen. Maar ook met het oog op duurzaamheid zetten we voor de toekomst in op een geleidelijke verschuiving naar een duurzamere een ruimte-efficiëntere mobiliteit. Daarbij stimuleren we de alternatieven voor de auto én zorgen we er voor dat mensen ook met de auto hun bestemming kunnen blijven bereiken. We benutten en verbeteren bestaande fiets- en wandelpaden, sporen, tram- en metrolijnen en wegen en staan open voor innovatie, zodat iedereen in de gemeente kan meedoen en gemakkelijk van a naar b kan. Dat is duurzaam, comfortabel, veilig, gezond en gemakkelijk. Hier zorgen we samen met buurgemeenten en partners zoals Rijkswaterstaat, provincie, MRDH en vervoerders voor. Met de MRDH regio werken we in het kader van de Mobiliteitsvisie onder de titel ‘Publieke Mobiliteit’ aan een toekomstbestendig mobiliteitssysteem met meer integratie en meer innovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">STOMP-principe We willen de mensen tot ander gedrag verleiden met het oog op leefbaarheid. Dit door te werken volgens het STOMP-principe, waarin bij planvorming achtereenvolgens gekeken wordt naar: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service, Privéauto. We maken daarom voetgangersparels en zorgen met de locatiekeuze voor nieuwe functies voor korte loopafstanden. We zorgen voor een evenwichtig netwerk aan doorgaande fietsverbindingen langs de N14, langs de Vliet, langs de Centrale As en langs het spoor. Deze routes zijn belangrijk voor vlot en veilig fietsverkeer naar belangrijke voorzieningen voor onder andere jongeren, zoals scholen sportcomplexen en winkelcentra. Dit netwerk versterken we daar waar dat het meest nodig is, zoals bij de fietsroute parallel aan de N14. Maar ook door een rechtstreekse centrale noord-zuid route door onze woongebieden als toevoeging op de minder centrale Velostrada en de route langs de Vliet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de grote verstedelijkingsopgaven in en direct rond onze gemeente is het bestaande openbaar vervoer ontoereikend. Daarom zetten we in op meer openbaar vervoer in combinatie met actieve mobiliteit (lopen en fietsen). Opwaardering van de Oude Lijnen, de nieuwe De Vlietlijn (een HOV-tramverbinding met aandacht voor een goede inpassing) door de Binckhorst van en naar Voorburg en Rijswijk dragen hier aan bij. Ook verkennen we de mogelijkheden om tramlijn 6 door te trekken richting Noordsingel. Door het verlengen of toegankelijker maken van metrostation Leidschendam-Voorburg verbeteren we het matig bereikbare Leidschendam-Zuid. Ook ontwerpen we onze leefomgeving zodanig dat het bereik van ov-haltes vergroot wordt. Zo stimuleren we het reizen van en naar het openbaar vervoer door middel van ‘stappen’ en ‘trappen’. Dit betekent bijvoorbeeld extra stallingsgelegenheid voor fiets en deelmobiliteit bij haltes en stations.</p>\n<p class=\"lf-p\">In wijken met een beperkter aanbod aan OV en een groter afstand tot voorzieningen zetten we in op de fiets en ‘mobility as a service’, waaronder deelmobiliteit. Een mooi voorbeeld hiervan is de ‘pilot deelscootmobielen’. We beperken de 50km/u wegen tot enkele hoofdwegen en zetten, in overleg met onze inwoners en met de openbaar vervoer- en hulpdiensten, andere wegen om naar 30km/u en woonstraten naar 15km/u. We beëindigen de gedoogsituatie van half parkeren op de stoep door een afgestemde inrichting van de openbare ruimte bij herinrichting of herbestrating.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nabijheid en 15-minuten stad Naast en in het verlengde van het STOMP-principe zetten we in op nabijheid. Door wonen, werken en voorzieningen zoveel mogelijk in elkaars nabijheid te situeren vermijden we autoverkeer en zorgen we in het kader van de toenemende vergrijzing voor een goede bereikbaarheid van onze voorzieningen voor ouderen. We bereiken dit door bij de situering van nieuwe functies te kiezen voor goed bereikbare locaties per fiets en HOV. Maar ook door werkruimten in de wijk te stimuleren om woon-werkverkeer met de auto te vermijden. We werken hierbij met het concept van de 15-minuten stad: belangrijke functies en voorzieningen, zoals stationsomgevingen en centra, zijn voor onze inwoners te voet en te fiets bereikbaar binnen 15 minuten van huis. Voor een goede nabijheid hoeven die functies niet altijd letterlijk binnen onze gemeentegrenzen te liggen. We grenzen aan meerdere gebieden waar nu en in de toekomst veel stedelijke voorzieningen tot ontwikkelingen komen; CID, Binckhorst en bedrijventerreinen Forepark en Westvlietweg in de Vlietzone. We kunnen hiervan profiteren en met goede verbindingen er naar toe ons voordeel doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verschuiving naar duurzame mobiliteit en stimuleren innovatie Bij de verschuiving naar een duurzame mobiliteit houden we gelijke tred met het aanbod aan geschikte alternatieven. Door te voorzien in voldoende laadpunten, faciliteiten voor schone deelauto’s en door flexibiliteit en maatwerk te bieden in onze parkeernormen en in onze parkeerregulering beperken we het reguliere autoverkeer en maken we een verduurzamingsslag. We geven in de wijken aandacht aan brede hubs waar spelen, ontmoeten, e-laden, deelmobiliteit waaronder parkeerruimte voor schone deelauto’s, pakketservices en andere functies samen kunnen komen. Aan de randen van het bebouwd gebied zetten we in op duurzame P&amp;R hubs. We zullen experimenten uitproberen, bijvoorbeeld een “Samenleefstraat”. Een deel van een straat wordt dan tijdelijk afgesloten voor verkeer. De vrijgekomen ruimte wordt gebruikt voor activiteiten zoals spelen, straatmaaltijden en ontmoetingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onze doelen voor duurzamere mobiliteit kunnen goed aansluiten op innovatieve en technologische ontwikkelingen binnen de mobiliteit. Denk hierbij aan zelfrijdende schone auto’s of openbaar vervoer, schone deelauto’s, slimme laadpalen, innovatieve mobiliteitshubs op strategische plekken in of net buiten de gemeente zoals HOV stations, bij voorzieningen of P&amp;R locaties, slimme logistieke oplossingen voor bezorgdiensten of een cable car verbinding tussen belangrijke voorzieningen. Dit soort ontwikkelingen zijn volop in beweging. We willen deze ontwikkelingen volgen en er, daar waar we toepassingsmogelijkheden zien, in onze gemeente ruimte aan bieden als alternatief voor een traditioneler mobiliteitsconcept.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoofdwegennet is een belangrijk onderdeel voor met name verplaatsingen buiten onze gemeente. Ook Stompwijk en het buitengebied zullen grotendeels afhankelijk blijven van de auto. We zorgen er daarom voor dat ons hoofdwegennet goed onderhouden en toereikend blijft en geen barrière vormt voor langzaam verkeer. Voor verplaatsingen binnen de gemeente en het stedelijk gebied geven we echter prioriteit aan actieve mobiliteit en verplaatsingen met het openbaar vervoer. Het hoofdwegennet mag geen barrière vormen voor deze verplaatsingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkeersveiligheid en leefbaarheid We zijn pas goed verbonden als het verkeer zich op een veilige manier afwikkelt en de leefbaarheid niet in de weg staat. Bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid kwamen in de participatie dan ook nadrukkelijk naar voren. Wat betreft verkeersveiligheid leggen we de nadruk op kwetsbare verkeersdeelnemers zoals kinderen en senioren. De verandering naar een duurzame mobiliteit kan hier goed mee samen gaan. We concentreren het gemotoriseerd verkeer op een beperkt aantal hoofdroutes die aansluiten op de N14, N206, A12 en A4. Zo houden we de wijken en voorzieningen bereikbaar, ook voor openbaar vervoer en hulpdiensten, en verbeteren we de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Alle andere verbindingen richten we in als leefbare en veilige 30 km/uur gebieden (en woonerven 15 km/uur). De Parkweg, de Julianalaan en het tracé Heuvelweg – Monseigneur van Steelaan vergroenen we, waar nodig met behoud van 50km/u. We verkennen ook of er gebieden in aanmerking komen voor 15 km/u in combinatie met vergroening en verblijfskwaliteit. Tot slot werken we, onder andere met ons actieplan verkeersveiligheid aan een veiligere inrichting van onze gevaarlijkste kruispunten en volgen we daarbij het STOMP-principe.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5 Duurzaam toekomstbestendig De gevolgen van klimaatverandering nemen toe. Wateroverlast, hittegolven en langere perioden van droogte en bodemdaling drukken ons met de neus op de feiten. Het beperken van de opwarming is urgent. Het is een mondiaal probleem en het raakt ook onze leefomgeving. We kunnen en willen hierin onze verantwoordelijkheid nemen. Dit doen we samen met onze inwoners en belanghebbenden. In het participatietraject hebben zij duidelijk laten blijken dit thema belangrijk te vinden. Daarom maken we onze gemeente duurzaam en dragen we bij aan het tegengaan van de opwarming. Daarnaast richten we de fysieke leefomgeving klimaatadaptief en toekomstbestendig in. Zo kan het de gevolgen van klimaatverandering opvangen. Hierbij hoort ook een duurzaam gebruik van de ondergrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodem en water sturend Een goede kwaliteit en kwantiteit van water en bodem is een voorwaarde voor een gezonde leefomgeving. Het is niet prettig te verblijven in een gebied waar dit niet op orde is. Niet alles is maakbaar en haalbaar. Bodem en water laten we daarom sturend zijn bij de inrichting van onze leefomgeving. Dat begint bij de locatiekeuze, waar wel gebouwd kan worden en waar beter niet. Bij iedere (her)inrichting of onderhoudsproject van een buurt of straat kijken we daarom eerst naar de eigenschappen van het bodem- en watersysteem en de mogelijkheden die daaruit voortvloeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 17: Duurzaam en toekomstbestendig Buro SRO Op het gebied van bodem hebben we een belangrijke opgave om de gevolgen van bodemdaling tegen te gaan. Ook willen we zorgen voor een goede en schone kwaliteit van onze bodem. We stemmen het bovengrondse ruimtegebruik zorgvuldig af op het ondergrondse. In de ondergrond hebben we enerzijds ruimte nodig voor het opvangen, vasthouden en transporteren van water, voor het vergroenen van de bovengrond en het verrijken van de biodiversiteit. Aan de andere kant legt de vraag naar elektriciteit, snelle dataverbindingen en alternatieven voor aardgas een steeds groter beslag op de ondergrond. Evenals het streven naar een efficiënt, duurzaam en meervoudig ruimtegebruik. Bij het afstemmen van deze benodigde ruimte staat het gezond houden van de bodem voorop. Hier houden we bij elke (her)inrichting van de leefomgeving rekening mee. De inrichting van de ondergrond krijgt daarom de benodigde aandacht in het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestaande watervisie blijft staan: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het watersysteem is duurzaam en robuust. Het watersysteem kan zoveel water bergen dat wij wateroverlast en verdroging kunnen voorkomen. Het rioolsysteem is betrouwbaar en wordt toekomstbestendig ingezet. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het water is schoon. Ecologisch gezond water stroomt, ruikt fris, is helder, diep genoeg en kent een rijke flora en fauna. Schoon water ontstaat dankzij een watersysteem dat biologisch goed functioneert. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het water is aansprekend. Door water te zien als integraal onderdeel in alle ruimtelijke plannen en de potenties van water te benutten, kunnen we de leefomgeving aantrekkelijker maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wateroverlast hanteren we de streef- en ontwerpwaarden voor de omstandigheden en herhalingstijden waarvoor wateroverlast acceptabel is. Samen met Hoogheemraadschap van Rijnland gaan we onderzoeken waar en hoe groot de overloopgebieden zijn en over de eventuele benutting van het water in de diepe polders (20%). Ook hanteren we de wateroverloopgebieden die onderlopen als het harder regent dan de in die tabel aangegeven herhalingstijden. In het buitengebied zijn daarbij gebieden overgenomen uit modelberekeningen van de provincie. In het stedelijk gebied betreft het waterbergingslocaties waarvoor het acceptabel is dat de normale gebruiksfunctie bij wateroverlast in het geding komt. Hier wordt niet gebouwd en niet opgehoogd zodat ze beschikbaar blijven voor waterberging. De streef- en ontwerpwaarden en een kaart van de huidige overloopgebieden zijn opgenomen als bijlage bij deze omgevingsvisie: Bijlage 5 Streef- en ontwerpwaarde acceptatie wateroverlast in stedelijk gebied Op het gebied van water verdelen we onze ambities in drie onderdelen. We werken aan waterkwantiteit door te voorzien in extra ruimte voor water, waterberging en het vasthouden van water buiten het watersysteem. We werken aan de waterkwaliteit door emissies en schadelijke stoffen terug te dringen en te zorgen voor goede doorstroom- en zuiveringsmogelijkheden. Dit doen we samen met onze regionale partners. We werken aan beleefbaar water door groenzones, fietsroutes en recreatieve activiteiten te koppelen aan de waterstructuren in onze gemeente. Voor dat laatste is het geleidelijk ontwikkelen van een ‘Parkway De Vliet’ één van de ambities; het beleefbaar maken van de Vliet en haar historie vanaf de oevers. Met doorgaande fietsverbindingen, recreatieve voorzieningen, herkenbare historische kwaliteiten en veel groene ruimten willen we dit mogelijk maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">We zorgen voor schoon water, afgekoppeld schoon regenwater en zetten in op minder verspilling van drinkwater. We werken mee aan initiatieven gericht op een duidelijke reductie van stikstofemissie uit de landbouw, tuinbouw, bedrijven en woningen. Daardoor proberen we te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water en de nationale stikstofdoelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een klimaatadaptieve en natuurinclusieve leefomgeving In 2050 zijn we klimaatbestendig. Waterveiligheid zien we als een belangrijk onderdeel van klimaatadaptatie. We hanteren de drie lagen van het principe van meerlaagse waterveiligheid. 1 – preventie om overstromingen te voorkomen. 2 – duurzame ruimtelijke planning om schade en overlast te voorkomen. 3 – calamiteitenmanagement om bij overstromingen de juiste maatregelen te nemen. We onderzoeken welke acties hierbij nodig zijn en werken daarbij samen met de hoogheemraadschappen aan een integrale aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">We passen ons aan de klimaatontwikkeling aan en anticiperen op verdere klimaatverandering dan waar nu in de wet- en regelgeving rekening mee wordt gehouden. Dat geldt met name voor droogte. We onderzoeken de ideeën die we hebben om dit tegen te gaan, zowel in het buitengebied als in de bebouwde omgeving. Spaarzaam omgaan met water bijvoorbeeld door ‘grijze’ maatregelen – zoals het hergebruik van water uit de douche of wasmachine voor het doorspoelen van het toilet - is daarbij een aandachtspunt. We zetten meerdere inrichtingsprincipes in. Het beperken van verharding, het bevorderen van verkoeling en schaduw met voldoende hoge bomen, het vasthouden en bergen van water en het zorgen voor ventilatie met lage groenstructuren bij hogere gebouwen zijn voorbeelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast stimuleren we maatregelen met onze subsidieregeling Groene daken en met regentonacties en hanteren we maximale bebouwingspercentages in het omgevingsplan en waterbergingseisen in de hemelwaterverordening. Dit is per ontwikkeling maatwerk. Het vergroten van de biodiversiteit zien we als een vanzelfsprekend onderdeel van een klimaatadaptieve leefomgeving. Zowel met de inrichting van onze groengebieden als door natuurinclusief te bouwen zorgen we daarvoor. Hittestress voorkomen we door te voorzien in substantieel groen bij nieuwe woningen, op eigen perceel, als openbare ruimte of op plekken waar daar geen ruimte voor is in de vorm van groene daklandschappen. Naast het anticiperen op klimaatverandering (adaptatie) zetten we ons ook voor klimaatmitigatie (het tegengaan van verdere opwarming van de aarde door uitstoot van broeikasgassen te verminderen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadskantoor Leidschendam-Voorburg Bim&amp;Beyond CO2 neutraal In 2050 zijn we CO2 neutraal. Dit lijkt ver weg maar om dit te halen zijn er nu stappen nodig en moeten we tussentijds resultaten boeken. We volgen de landelijke trends, monitoren hoe onze gemeente zicht daartoe verhoudt en zorgen ervoor dat we in de pas blijven lopen. Dit bereiken we ten eerste door verstandig om te gaan met energie en in te zetten op besparing. Door de historische opbouw van de gemeente is een vrij groot aandeel van de woningvoorraad matig geïsoleerd (lager dan energielabel B). In dat kader verduurzamen we onze bebouwingsvoorraad en realiseren we CO2-neutrale nieuwe bebouwing. Maar minstens zo belangrijk is de omschakeling naar hernieuwbare energiebronnen. We werken toe naar een energiesysteem waarbij beschikbare bronnen zo goed mogelijk benut worden, maar import van duurzaam gas en elektriciteit geaccepteerd wordt. De lokale energiestrategie (LES) is daarin leidend.</p>\n<p class=\"lf-p\">We geven als gemeente zelf het goede voorbeeld met verduurzaming van onze gebouwen en elektrificatie van ons wagenpark (volledig elektrisch in 2029). Ons energiesysteem is daarnaast integraal onderdeel van het energiesysteem van onze Regionale Energie Strategie (RES) regio Rotterdam Den Haag en de provincie Zuid-Holland. Via een gemeentebrede en met de regio afgestemde bronnenstrategie hebben we in beeld waar de potentie ligt. Bronnen voor warmte zijn lokaal opgewekte elektriciteit, restwarmte, aardwarmte en warmte uit water (aquathermie). De lokale bron voor elektriciteit is zonne-energie. We staan welwillend tegenover collectieve bewonersinitiatieven voor opwek van windenergie en vinden het wenselijk om deze samen te verkennen op haalbaarheid, draagvlak en behoud van landschappelijke kwaliteit. We houden daarbij rekening met de uitkomsten van de planMER voor de RES voor de MRDH. De mogelijkheden voor grote regionale warmtenetten lijken in onze gemeente beperkt gezien de afwisseling van hoog- en laagbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">In lijn met de LES laten we de bebouwde omgeving geleidelijk de energieovergang maken waarbij we steeds bekijken welke bron het meest geschikt is. We worden CO2-neutraal door fors in te zetten op isolatie, waar mogelijk gebruik van eigen bodemwarmte via warmtepompen en warmte/koude opslag en inkoop van groene elektriciteit die op termijn volledig CO2-vrij is en hernieuwbaar. We zetten zo veel mogelijk in op het benutten van lokale warmtebronnen en opwek van lokale elektriciteit. Op het gebied van elektriciteit zetten we in op zo veel mogelijk lokaal en collectief eigendom. We faciliteren het verzwaren van elektriciteitsnetwerken en zorgen voor de benodigde extra hoofdverdeelstations en elektriciteitshuisjes. De behoefte bedraagt op dit moment circa 160 extra laagspanningsstations, verdeeld over alle wijken in onze gemeente. Deze realiseren we bij voorkeur inpandig bij nieuwe bebouwing. Daarnaast zijn er twee extra tussenspanningsstations van circa 2.500 tot 3.000 m2 nodig. Eén voor Voorburg en één voor Leidschendam. We passen we de verzwaring van de elektriciteitsinfrastructuur integraal en landschappelijk in bij openbare ruimte projecten. We maken een inpassingskader voor de inpassing van de elektriciteitshuisjes en volgen een buurtaanpak om de buurten in één stap klaar voor de toekomst te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Circulair In 2050 zijn we circulair. We stellen circulariteit voortaan centraal in ons beleid en onze ontwikkeling. Een manier van bouwen, wonen en ondernemen, produceren en consumeren waarin grondstoffen en materialen langer worden gebruikt en slim worden hergebruikt, afval wordt geminimaliseerd en natuurlijke hulpbronnen behouden blijven. Door circulair te bouwen en biobased materialen te gebruiken, dragen we bij aan een duurzame toekomst en een gezonde leefomgeving voor iedereen. Om onze visie op circulariteit concreet te maken, schetsen we een aantal praktijkvoorbeelden. Deze laten zien hoe we als gemeente én als inwoners samen stappen kunnen zetten naar een circulaire toekomst:</p>\n<p class=\"lf-p\">Biobased isoleren – Slim en duurzaam isoleren met natuurlijke materialen zoals houtvezel, hennep en schapenwol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Biobased en modulair optoppen – Extra woonruimte creëren met lichte, circulaire houtbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transitie landbouw naar biobased materialen – Samenwerking met boeren voor bouwmaterialen uit de regio.</p>\n<p class=\"lf-p\">Circulair slopen – Gebouwen als grondstoffenbanken, waarbij materialen een tweede leven krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijk vastgoed als voorbeeld – Onze gebouwen verduurzamen met biobased isolatie, houtbouw en circulair slopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzien in voldoende ruimte voor circulaire hubs, plekken waar gebruikte materialen en grondstoffen opgeslagen worden om van daaruit klaargemaakt en gedistribueerd te worden voor hergebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een zoveel mogelijk gesloten watercyclus, waarbij in droge perioden zo min mogelijk water hoeft te worden aangevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6 Afwegingsleidraad De voorgaande vijf ambities behandelen de hoofdlijnen voor de toekomst van de leefomgeving in onze gemeente als geheel. Het zijn echter concrete projecten en initiatieven die er voor zorgen dat ambities ook daadwerkelijk uitkomen. Met deze omgevingsvisie willen we daarom een leidraad bieden die helpt bij de afweging of projecten en initiatieven voldoende bijdragen aan onze ambities. We werken hierbij vooral met ambities en richtlijnen en zo min mogelijk met ‘harde’ normen per locatie of gebied ruimte te houden voor een afweging op maat. Op basis van de vijf ambities hebben we een afwegingsleidraad opgesteld met daarbij een afwegingsweb als hulpmiddel. Omdat de ambities per gebiedstype anders doorwerken en er per gebiedstype andere prioriteiten zijn, hebben we de leidraad zo opgesteld dat deze per gebiedstype in kan spelen op de specifieke uitdagingen en de doorwerking van de gemeentebrede ambities voor dat gebiedstype. Voor de erven in het buitengebied hebben we wel met eigen, specifieke richtlijnen voor dat gebiedstype gewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf behandelen we de afwegingsleidraad. De uitwerking van de richtlijnen is als bijlage bij deze omgevingsvisie opgenomen: Bijlage 6 Richtlijnenlijst afwegingsleidraad initiatieven en Bijlage 7 Richtlijnenlijst afwegingsleidraad erven. In hoofdstuk 6 gaan we per gebiedstype in op de gebiedsgerichte vertaling van de gemeentebrede ambities en de prioriteiten daarbij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel en reikwijdte afwegingsleidraad De afwegingsleidraden zijn een hulpmiddel dat inzicht geeft in welke mate initiatieven bijdragen aan de ambities voor onze leefomgeving. Initiatienemers kunnen het gebruiken om hun plannen daar op af te stemmen. Daarnaast kunnen we de leidraad als gemeente gebruiken om:</p>\n<p class=\"lf-p\">Af te wegen of de initiatieven die er worden voorgesteld aansluiten op onze ambities en wettelijke regelgeving;</p>\n<p class=\"lf-p\">In samenspraak met de initiatiefnemers te kijken hoe we die initiatieven daar nog beter op aan kunnen laten sluiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Richting te geven aan onze eigen initiatieven en plannen op het gebied van bouwen, vastgoed en inrichting en beheer van de openbare ruimte. En om richting te geven aan onze op te stellen programma’s;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onze opgaves en projecten te prioriteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een ontwikkeling die betrekking heeft op twee of meer locaties zullen we met initiatiefnemer in gesprek gaan en de ontwikkelingen op de direct betrokken locaties in samenhang bespreken en beoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben 18 aandachtspunten gedestilleerd die samen de vijf toekomstambities het beste vertegenwoordigen. Deze zijn terug te zien in het afwegingsweb (figuur 18). Met deze aandachtspunten ontstaat er een complete maar ook overzichtelijke leidraad. Door per gebiedstype in hoofdstuk 6 prioriteiten aan de ambities toe te kennen op basis van de visie voor het betreffende gebiedstype is de afwegingsleidraad gebiedsgericht toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 18: Afwegingsweb Buro SRO Hoe bepalen we in welke mate een initiatief aansluit op de ambities?</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te bepalen in welke mate een initiatief aansluit op onze ambities hanteren we in de leidraad drie categorieën.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een initiatief kan een echte meerwaarde hebben voor een overkoepelende ambitie. Het kan hierdoor ook een meerwaarde hebben voor een groter gebied dan de locatie zelf. Dit duiden we met ‘meerwaarde’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een initiatief kan ook prima voldoen aan een ambitie of daar goed op aansluiten maar geen directe of slechts een beperkte meerwaarde voor hebben. Dit duiden we met ‘aansluiting’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot kan een initiatief geen bijdrage leveren aan een ambitie of hier zelfs afbreuk aan doen. Dit duiden we met ‘strijdig’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen bijdrage aan een ambitie leveren hoeft overigens niet per definitie een probleem te zijn. Niet altijd en overal moet een bijdrage aan alle ambities geleverd te worden, zelfs niet aan de ambities die in het betreffende gebiedstype belangrijk zijn. Soms kan het zo zijn dat een grote bijdrage aan één ambitie het ontbreken ervan bij andere compenseert. Aan harde eisen (o.a. beleidsregels) en wettelijke eisen moet natuurlijk altijd voldaan worden of kan alleen in specifieke gevallen afgeweken worden. Ook blijft het huidige algemene afwegingskader dat we hanteren, met daarin aandacht voor financiële haalbaarheid, zorgvuldige participatie, grondeigendom, onverminderd van kracht. Tot slot is toetsing aan het rijksbeleid, waaronder de algemene uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit (niet afwentelen, meervoudig ruimtegebruik, recht doen aan gebiedskenmerken), altijd aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien het abstracte karakter van de meeste ambities is het hoofdzakelijk een deskundigheidsoordeel die bepaalt of er sprake is van ‘meerwaarde’, ‘aansluiting’ of ‘strijdig’. Maar het is geen willekeur. Door middel van vijf ‘richtlijnenlijsten’ hebben we voor de vijf ambities richtlijnen geformuleerd die bepalen wanneer er sprake is van ‘meerwaarde’, ‘aansluiting’ of ‘strijdig’. Het deskundigheidsoordeel vindt op basis van die richtlijnen plaats. De richtlijnenlijsten zijn als bijlage opgenomen in deze visie. Er is daarbij onderscheid tussen richtlijnenlijsten voor algemene initiatieven en richtlijnenlijsten specifiek voor initiatieven op de erven in het buitengebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe kan de afwegingsleidraad gebiedsgericht toe worden gepast?</p>\n<p class=\"lf-p\">De prioriteit van de ambities wisselt per gebiedstype. Ook de manier waarop de ambities per gebiedstype doorwerken varieert. In het volgende hoofdstuk ‘visie per gebiedstype’ is dit uitgewerkt. Per gebiedstype eindigen we met een afwegingsweb waarin te zien is welke van de 18 ambities in dat gebied prioriteit krijgen, welke ambities belangrijk zijn en welke ambities minder relevant zijn. Op basis daarvan kan met behulp van de richtlijnenlijsten een afweging worden gemaakt en het web worden ingevuld. Daarbij is het ook goed mogelijk om het initiatief te vergelijken met de bestaande situatie door ook daarvoor het web in te vullen. Door de oude en nieuwe situatie te vergelijken is te zien welke verbetering optreedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leidraad leent zich makkelijk voor het definiëren van bepaalde spelregels. Een initiatief moet dan bijvoorbeeld op minimaal een bepaald aantal ambities een meerwaarde hebben en mag op maximaal een bepaald aantal ambities een ‘strijdig’ opleveren. We hebben er bewust voor gekozen om dit niet te doen. Het is een afwegingsleidraad en geen beoordelingskader, een hulpmiddel en geen toets. Met dit hulpmiddel willen we per initiatief bekijken hoe het zo goed mogelijk op onze ambities aan kan sluiten en niet vooraf een in beton gegoten toetsingskader opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat wel geldt is dat in de meeste situaties een verbetering moet optreden. Verder is de schaal van het initiatief van belang en het vermogen om een bijdrage te leveren. Een kleine ontwikkeling op een locatie waar al bebouwing stond kan maar een beperkte bijdrage leveren aan de kwaliteit van het groen in een buurt, een grotere gebiedsontwikkeling ontworpen moet worden op basis van de huidige inzichten over groen omdat het een nieuwe woonomgeving gaat vormen. Ook is de haalbaarheid van het initiatief van belang. Het is niet de bedoeling dat het zoveel geld kost om aan ambities te voldoen dat het initiatief en hierdoor de meest gewenste ambitie niet gerealiseerd kan worden. Ook dit wordt meegewogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Visie per deelgebied 6.1 Algemeen De verschillende gebieden in onze gemeente kennen ieder hun eigen kenmerken, kwaliteiten, problematieken en uitdagingen. Daarmee is de prioriteit van de vijf ambities (hoogwaardig verblijfsklimaat, goed verbonden, plek van en voor iedereen, economisch vitaal en duurzaam toekomstbestendig), per gebied anders en werken die ambities per gebied anders door. In dit hoofdstuk zetten we een integrale ‘visie per gebiedstype’ uiteen. Daarin geven we op basis van de kenmerken van dat gebiedstype aan hoe we invulling aan de gemeentebrede ambities willen geven en wat daarbij prioriteit krijgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebiedstypen in deze omgevingsvisie sluiten aan op de gebiedstypering zoals we die ook in het omgevingsplan hanteren. Wat betreft het woongebied verfijnen we dat, mede op basis van de nota omgevingskwaliteit, nog verder naar verschillende typen woongebieden in onze gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2 Levendige centrumgebieden Korte kenschets Hieronder vallen de vier kernwinkelgebieden van Leidschendam-Voorburg: Leidschendam Centrum, Huygenskwartier, Julianabaan en de Mall. Belangrijke economische en/of recreatieve trekkers die samen het grootste aanbod aan bedrijvigheid, winkels, voorzieningen en horeca binnen de gemeente herbergen. In de toekomst willen we onderzoeken of er nog meer winkelgebieden zijn die we als centrumgebied willen aanmerken, zoals bijvoorbeeld het winkelgebied aan de Prins Frederiklaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In zowel Leidschendam Centrum als het Huygenskwartier is het historische karakter dé bepalende kernkwaliteit die samengaat met levendigheid en een groot aanbod aan winkels en voorzieningen. Deze historische kernen vormen de brandpunten in onze gemeente. Historie, ruimtelijke kwaliteit, verblijfskwaliteit en stedelijke dynamiek komen hier samen. Beide gebieden zijn beschermd stadsgezicht. Hier hoort een hoog beheerniveau bij.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Leidschendam Centrum is er onderscheid tussen het ‘winkelgebied’ rond de Damlaan en de Damstraat en een gebied dat meer gericht is op verblijven en recreëren rond de Sluiskant. Parkeren gebeurt deels geconcentreerd aan de rand van het centrum (parkeerterrein Oude Trambaan en in de toekomstige garage Rijnlandstraat en terrein Venestraat) en onder het Damplein. Deels is er sprake van parkeren in de winkelstraat. Het Damplein zelf is een rustiger, autovrij plein achter de drukke winkelstraat. Vanwege de hoeveelheid (doorgaand) gemotoriseerd verkeer staan de leefbaarheid en verkeersveiligheid onder druk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Huygenskwartier ligt enigszins verborgen ten opzichte van doorgaande structuren, zoals de Vliet en de Parkweg. In het Huygenskwartier is sprake van een groter verblijfsgebied (voetganger en fiets) als winkelstraat (Herenstraat). Deze straat komt uit op het Stationsplein dat aantrekkelijker wordt gemaakt met terrassen en groen. Langs de Herenstraat, een compacte straat met historische panden, ligt een gevarieerde mix aan winkels, kunstgalerieën, horecagelegenheden, cultuurvoorzieningen, dienstverlenende bedrijven en ateliers. Dit autovrije centrum is opgespannen tussen twee buitenplaatsen aan de zuidwest- en noordoostzijde (Hofwijck en Vreugd en Rust). Centraal in het gebied ligt de Oude Kerk. Via de Kerkstraat staat het gebied in verbinding met de Vliet en de horeca rond de haven. Parkeren gebeurt voornamelijk op twee geconcentreerde parkeergelegenheden aan de randen; in de parkeergarage Oude Haven en onder de snelweg en het spoor en in de nabije toekomst ook onder de Herentuyn. Snelweg en spoor zijn door de verhoogde ligging dominant aanwezig. Hiervoor speelt de wens deze onder de grond te brengen (Huygenstunnel).</p>\n<p class=\"lf-p\">Beide historische centra zijn in ontwikkeling. In Leidschendam Centrum nadert de voltooiing van de grote herstructurering van de afgelopen 20 jaar die hier de functionele, ruimtelijke en economische structuur versterkt en de leefbaarheid, kwaliteit, sfeer en uitstraling van het historische centrum verbetert. Het gebied is inmiddels wel één van de meest versteende delen in onze gemeente. Naast nieuwe bebouwing zorgt met name een sterkere relatie met de Vliet hiervoor. Door de herstructurering is er naast de historische bebouwing sprake van nieuwe stadsblokken, waaronder die rond het Damplein met daaronder de parkeergarage. In het Huygenskwartier is de verandering minder grootschalig. Hier wordt momenteel een centrumplan uitgevoerd waarbij het voormalige gemeentehuis, grotendeels Rijksmonument, wordt getransformeerd naar een supermarkt, parkeergarage en woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 19: Omgevingsvisiekaart Buro SRO Het derde kernwinkelgebied, Julianabaan, heeft een heel ander karakter. Dit centrum is vooral functioneel en belangrijk voor het grote woongebied eromheen. Hier dus geen historische panden, haventjes en terrasjes aan het water. Het is een functioneel centrum uit de jaren zestig, met winkels in de gebouwplinten rond een centraal parkeerterrein en in een overdekte winkelpassage. Er is ook een grote parkeergarage aan de rand. Het gebied is omgeven door flats en appartementengebouwen tot 11 lagen hoog. Het is deels verouderd en de hittestress, sociale veiligheid en overlast vormen een aandachtspunt. Direct ten noordoosten ligt park ’t Loo, onderdeel van de hoofdgroenstructuur en ‘de groene ruit’ van Den Haag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook dit winkelcentrum is aan verandering onderhevig. Het centrale parkeerterrein en de winkelpassage zijn in de jaren negentig toegevoegd na een grote vernieuwingsslag. Momenteel is er een ontwikkelvisie in voorbereiding voor het toekomstbestendig maken en het vergroenen van het winkelcentrum. Mogelijk in combinatie met het toevoegen van woningen, culturele voorzieningen en een parkeergarage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vierde kernwinkelgebied, de Mall, is een winkelcentrum van internationale allure en een grote publiekstrekker voor mensen uit heel Nederland. Het eerdere winkelcentrum Leidsenhage heeft hier plaatsgemaakt voor het grootste overdekte winkelcentrum van Nederland. Het heeft een hoogwaardige uitstraling en is deels voorzien van intensief begroeide gevels. De Mall biedt ruimte aan winkels, restaurants, een versmarkt en vrijetijdsvoorzieningen. De Mall is omgeven door infrastructuur en bevat meerdere parkeergarages, parkeerdekken en parkeerterreinen. De hoeveelheid winkels en voorzieningen zorgt voor drukte en verkeersoverlast. Rondom het gebouw en het grote parkeerterrein ligt een groene buffer in de vorm van het Groot Zijdepark.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorwerking en prioritering ambities In de vier kernwinkelgebieden willen we de levendigheid en attractiviteit verder vergroten. Dat doen we onder meer met kleinschalige vergroenings- en verkeersveiligheidsmaatregelen. Daarnaast gaan we door met het toestaan van kleinschalige daghoreca die ondersteunend is aan detailhandelzaken, inpandig dan wel in de vorm van een terrasje vóór de eigen zaak. Tegelijkertijd heeft de ervaring geleerd dat ruime bestemmingen in het omgevingsplan ook ‘winkels’ toelaten die juist géén positieve bijdrage leveren aan de levendigheid en attractiviteit en dat terrassen bij sommige winkels overlast voor omwonenden veroorzaken. Binnen de juridische beperkingen, waarmee de gemeente rekening moet houden bij het reguleren hiervan, gaan we zo veel als mogelijk sturen op het karakter van de detailhandel en de detailhandelondersteunende horeca die we toestaan in de kernwinkelgebieden. Waar nodig passen we het omgevingsplan en/of bestaande beleidsregels daarop aan. Onderdeel van deze aanpassing is dat we ook buiten de kernwinkelgebieden in kleinere winkelcentra meer ruimte bieden aan detailhandelondersteunende horeca, op een manier dat deze positief bijdraagt aan de levendigheid van een straat of plein en geen negatieve impact heeft voor omwonenden. We onderzoeken de mogelijkheden en doen daartoe een pilot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische centra De kernwinkelgebieden zijn stuk voor stuk belangrijke economische trekkers binnen de gemeente en een plek voor het toevoegen van extra economische functies en voorzieningen. Voor de historische centra als brandpunten van levendigheid gaat de prioriteit uit naar een hoogwaardig verblijfsklimaat en economische vitaliteit. Hiermee sluiten we aan op de door de raad uitgesproken ambitie voor Leidschendam Centrum. Doel van die ambitie is om het centrum verder te ontwikkelen tot een leefbaar, levendig, recreatief en groen centrum op basis van een integraal stappenplan met aandacht voor vergroening, verkeersgedrag, economie, laden- en lossen (mobiliteitshubs, elektrisch vervoer), handhaving, milieuzone (luchtkwaliteit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Levendige centrumgebieden Figuur 20: Ligging deelgebied levendige centrumgebieden Buro SRO Voor beide historische centra stellen we de historische en stedenbouwkundige kwaliteit, waaronder een sterke relatie met de Vliet, centraal. Dit combineren we met het versterken van het voorzieningenaanbod. Levendige voorzieningen en historische kwaliteit versterken elkaar en dit zorgt voor de toeristische en recreatieve aantrekkingskracht van deze centra. Dit willen we zo houden. De winkelgebieden zijn fijne plekken om te verblijven, te winkelen en/of gebruik te maken van de aanwezige horeca. Daar hoort een fijne verblijfskwaliteit bij, waarin de voetganger centraal staat. We houden de centra daarom compact met een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte en een hoog beheerniveau. Fietsen is op veel plekken toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bezoeker per auto is welkom en kan parkeren in één van de collectieve parkeervoorzieningen of voor een korte boodschap op straat. Om de verkeersveiligheid en de oversteekbaarheid te verbeteren en de omgeving een plek te laten zijn waar het fijn verblijven is, willen we geen doorgaand verkeer door het winkelgebied. Hier gaat prioriteit uit naar winkels en horeca in de plint en is alleen op de verdiepingen ruimte voor wonen. Een goede balans tussen horeca en winkels die niet te ver doorslaat richting horeca is daarbij van belang. Ook willen we sturen op een type horeca dat goed aansluit op de hoogwaardige verblijfskwaliteit van deze gebieden. Aan de randen van de compacte centra is er ruimte voor andere economische of maatschappelijke voorzieningen en voor wonen in de plint.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere prioritering hiervan vindt plaats in het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 21: Diagram historische centra Buro SRO Om te kunnen functioneren als prettig verblijfsgebied met goed toegankelijke voorzieningen is een goede bereikbaarheid essentieel. Te veel auto’s en autoverkeer doet echter afbreuk aan de kwaliteit. We zetten daarom in op nabijheid en verdichten het gebied in en rond het centrum voor zover passend bij de historische kwaliteit. Zo hoeft de auto minder gebruikt te worden. Optoppen, herontwikkelen met respect voor de historie en duurzame en natuurinclusieve bebouwing met meervoudig en compact ruimtegebruik zijn daarbij de principes. Met goede langzaam verkeersverbindingen naar en door deze centra en door het beperken van autoverkeer en parkeergelegenheid in de winkelstraten passen we hier het STOMP-principe toe. Bebouwd parkeren aan de randen in combinatie met dubbel ruimtegebruik is het uitgangspunt. Dit draagt ook bij aan het verminderen van uitstoot. Een eventuele combinatie met milieuzones of alternatieve en innovatieve bevoorradingsconcepten ligt voor de hand en gaan we op voorhand niet uit de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte voor vergroening is er niet veel in deze compact en te verdichten centra. Waar het kan worden kansen benut zoals bij het vergroenen van de Havenkant tussen Kerkbrug en Park Vreugd en Rust. De centrumgebieden zijn in hun aard hittestress-gevoelig. Met kleinschalige vergroening verbeteren we de situatie. Slimme, compacte vormen van groen zoals gevelgroen, daklandschappen, pocketparcs en groene binnenterreinen zijn daarom het streven, voor zover inpasbaar bij de historische kwaliteit van de beschermde stadsgezichten. Daarnaast streven we naar een goede aantrekkelijke verbinding met de naastgelegen groen/blauwe gebieden, zoals Park ‘t Loo, de Vliet en het Groot Zijdepark. In de Raadhuisstraat in het Huygenskwartier zal komende jaren hemelwaterriolering worden aangelegd om de wateroverlast zoveel mogelijk te beperken. Dit biedt kansen voor een betere beleving, een groenere inrichting en een sterkere verbinding tussen de Herenstraat en de Vliet, waar meer verkoelingsmogelijkheden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Julianabaan Bij De Julianabaan liggen andere prioriteiten. Dit centrum typeert de stedenbouwkundige periode waarin het is gebouwd en is daardoor vooral gericht op functionaliteit. Niet het koesteren van het bestaande beeld, maar juist een meer aansprekende, groenere en sociaal veiligere omgeving is hier de opgave. De eerste prioriteit gaat daarom uit naar vergroening en een klimaatbestendigere, sociaal veiligere omgeving. De Julianabaan is en blijft vooral een functioneel centrum gericht op winkels en boodschappen. Ook hier sturen we daarom op een compact gebied met winkels en horeca in de plint en bieden we alleen aan de randen ruimte aan andere economische en maatschappelijke voorzieningen en wonen in de plint.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door actieve plintfuncties en een groene omgeving met aandacht voor ontmoetingsplekken in het zicht vergroten we de sociale veiligheid. Hiermee behouden we de rol van Julianabaan als sociaal-maatschappelijke spil te midden van een groot woongebied met sociale uitdagingen. Het behouden van een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van de voorzieningen is hier ook belangrijk. Ook hier zetten we in op verblijfskwaliteit, lopen en fietsen, geen doorgaand verkeer meer door het centrum en parkeren meer aan de randen. Een ander belangrijk aandachtspunt is het verbeteren van de relatie met de ontwikkelingen rond stationsomgeving Laan van NOI. Het verdichten in en om drukke centrumgebieden in het kader van nabijheid en duurzame verstedelijking willen we hier een plek geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in 2024 goedgekeurde voorkeursvariant is hierin richtinggevend. Vergroening, bereikbaarheid, verdichting en behoud van voorzieningen kunnen alleen samengaan door slim en hoog te bouwen. Met meervoudig ruimtegebruik en bebouwde parkeervoorzieningen. Zo blijft De Julianabaan een functioneel en sociaal centrum voor een groot deel van onze gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Julianabaan, Voorburg gemeente Leidschendam-Voorburg Figuur 22: Diagram Julianabaan Buro SRO De Mall De Mall is een publiekstrekker van formaat. Dit willen we zo houden en daarom moet het gebied vooral doelmatig functioneren en voor iedereen goed toegankelijk blijven. De grootste uitdaging is het verminderen van verkeersoverlast. Niet nóg meer autoverkeer genereren maar juist het autogebruik terugdringen. Daarvoor zijn zeker kansen. Een deel van het aanbod is gericht op boodschappen, waarvoor autobereikbaarheid belangrijk blijft. In dat kader zetten we bij de Mall in op het realiseren van ongelijkvloerse kruisingen met de N14. Maar de Mall bevat ook veel functies die zich ervoor lenen om met openbaar vervoer of per fiets bezocht te worden. Dit willen we stimuleren en daarvoor is optimalisatie nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de tram die voor de deur stopt is niet genoeg. We zetten in op directere verbindingen vanaf één of meerdere HOV-knopen of park and ride locaties buiten de stad. We werken ook aan goede, veilige fietsenstallingen. Innovatieve concepten zoals de cable car, zelfrijdende elektrische shuttlebussen of andere duurzame opties wegen we serieus af. Bij deze oplossingen hoort ook dat de inkopen probleemloos en zonder vertraging thuis of op de park and ride locatie bezorgd worden. Een andere keuze is om de footprint van de Mall samen met de hoeveelheid verharding niet toe te laten nemen. De groene ruimte eromheen blijft groen. Intensivering, verdichting of uitbreiding is alleen mogelijk door middel van meervoudig ruimtegebruik van bestaande bebouwde en verharde ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met toepassing van natuurinclusief gevelgroen, daklandschappen boven bebouwingen meerlaagse, groen ingerichte maaivelden liggen daarvoor kansen. Voorwaarde is wel dat dit hand in hand gaat met verbetering van de bereikbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Mall gemeente Leidschendam-Voorburg Figuur 23: Diagram de Mall Buro SRO 6.3 Groene woonwijken A | Historische linten en oude woongebieden in Leidschendam en Voorburg Korte kenschets Dit betreffen de oudere woongebieden in onze gemeente. De linten bestaan uit het stedelijk lint ‘Veur’ en uit het lint aan de oostzijde van de Vliet. Het stedelijk lint ‘Veur’ is een doorlopende structuur door meerdere woonwijken en centrumgebieden. Het lint aan de oostzijde van de Vliet strekt zich uit van de Deftsekade tot de Leidsekade. De oudere wijken zijn de wijken die in de ‘nota omgevingskwaliteit’ nader zijn onderverdeeld als ‘rooilijnstedenbouw’ (vanaf 1890), ‘stratenplan’ (vanaf 1920) en ‘stadsblokken’ (vanaf 1920). De wijken ‘Voorburg West’, ‘Voorburg Oud’, ‘Voorburg Noord’ en de buurten ‘Damsigt’ en het ‘Raadhuiskwartier’ vallen hieronder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De linten bestaan uit verschillende zones met lintbebouwing, afgewisseld door het rijke groen van de buitenplaatsen Middenburg / Sonnenburgh, Vreugd en Rust, Eemwijk, Arentsburgh en Hoekenburg. De lintbebouwing is grotendeels historisch en zeer gevarieerd. Van statige oude villa’s met ruime voortuinen aan het Oosteinde en de Voorburgseweg tot de meer aaneengesloten bebouwing aan het Westeinde, de Koningin Julianaweg, de Veursestraatweg en de vlietkades. Dit wordt afgewisseld met nieuwere bebouwing. Het stedelijk lint ‘Veur’ kent een flinke groene begeleiding. Historische en groene kwaliteit zijn beide zeer herkenbaar. De historische Broeksloot in Voorburg begrenst dit gebied en vormt een groen-blauwe zone.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oudere woongebieden vertonen allemaal een samenhangend beeld en zijn als eenheid ontworpen. Over het algemeen zijn er bouwblokken van lage woonbebouwing. Rijke panden van twee lagen met kap aan woonstraten en lanen en arbeiderswoningen, jaren dertig woningen en appartementenblokken aan straten en pleintjes. De woningen zijn sterk op de openbare ruimte gericht die over het algemeen ruim is opgezet. Ook hier zijn historische en groene kwaliteiten beide herkenbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aandeel grondgebonden woningen is in dit gebiedstype over het algemeen relatief hoog. Er wonen veel jongeren en gezinnen met kinderen en er is sprake van veel eigen woningbezit en weinig (sociale) huur. Deze gebieden scoren erg gunstig op het gebied van ‘meedoen’, ‘gezondheid’ en de ‘fysieke en sociale woonomgeving’, al steekt ‘Voorburg Noord Noord’ daar ongunstig bij af. Op het gebied van verkeersveiligheid en criminaliteit spelen er wel uitdagingen, met name het aantal diefstallen en inbraken is relatief hoog. Daarnaast zijn de woningen hier oud en gaat dat vaak gepaard met veel energieverbruik en warmteverlies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerdere van de ontwikkellocaties liggen in of nabij deze woongebieden. Dit betreffen het Diaconessenhuis, Stationsomgeving Voorburg, Stationsomgeving Laan van NOI, Stationsomgeving Leidschendam-Voorburg, Klein Plaspoelpolder, en Omgeving Leidschendam centrum. Deze ontwikkellocaties hebben hun eigen ambities. Een zorgvuldige aansluiting op het gebiedstype historische linten en oude woongebieden is daarbij een voorwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Historische linten en oude woongebieden Figuur 24: Ligging historische linten en oud woongebieden Buro SRO Figuur 25: Diagram historische linten en oude woongebieden Buro SRO Doorwerking en prioritering ambities Deze gebieden zijn belangrijk voor de hoogwaardige woonomgeving die Leidschendam-Voorburg heeft te bieden. De herkenbare groene en historische kwaliteiten, het grote aandeel aan grondgebonden woningen in de hogere prijsklassen en de gunstige score op belangrijke sociale aspecten onderscheiden deze gebieden van andere woongebieden. Deze onderscheidende kwaliteiten willen we vooral koesteren en beschermen. Ontwikkelingen dienen zich hier naar te voegen. Prioriteit aan historische kwaliteit betekent bijvoorbeeld ook grote terughoudendheid ten aanzien van insteekhavens aan de historische Vliet. Langs de Broeksloot werken we aan het versterken van de biodiversiteit en waterkwaliteit (doelstelling KRW) door meer natuurvriendelijke oevers te realiseren. Het versterkt de kwaliteit van de woonomgeving en draagt bij aan klimaatadaptatie. Met uitzondering van de ontwikkellocaties die deze gebieden soms overlappen streven we hier geen grootschalige verdichting na. Dat betekent niet dat er helemaal geen bebouwing of intensivering plaats kan vinden. Optoppen en splitsen, sloop/nieuwbouw en inpassing van nieuwe bebouwing op perceelniveau kan soms passend zijn. Met dit soort ingrepen kunnen we binnen de bestaande context op een zorgvuldige manier bijdragen aan een doelmatig gebruik van de bestaande woonvoorraad en ook hier bijdragen aan het vergroten of verrijken van het woningaanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze gebieden liggen dicht bij centrumvoorzieningen en HOV-haltes. Ook is er al een hoge dichtheid, waarmee er vaak al sprake is van nabijheid. Dit biedt kansen om meer ruimte te maken voor lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit en minder voor de privéauto, met name in Voorburg-Noord en Voorburg-West. Het is zaak om te zorgen voor betere verbindingen naar de voorzieningen en de HOV-haltes. Ook naar het CID, Binckhorst en de Vlietzone die vlakbij meerdere buurten in dit gebiedstype liggen. Verder willen we bedrijvigheid in deze woongebieden stimuleren door, daar waar dit passend is, ruimte te bieden aan uitbreiding van woningen met werkruimte of aan werkplekken in de woonbuurt. Dit draagt, naast een economische impuls ook bij aan vermindering van het autogebruik. Ondanks het stimuleren van deze bedrijvigheid blijven deze gebieden vooral prettige woongebieden. Ruimte voor grotere bedrijven is hier niet passend evenmin als toeristische voorzieningen op grotere schaal. Voor toerisme en recreatie zien we eerder kansen voor goede relaties naar de Vlietzone en de buitenplaatsen op korte afstand van dit gebiedstype.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote uitdagingen in dit gebiedstype zijn het terugdringen van het energieverbruik, het verduurzamen van de oude bebouwing, het vergroten van de hoeveelheid groen en waterberging en het voorkomen van hittestress. We volgen hierin het uitvoeringsprogramma duurzaamheid en de transitievisie warmte. Maar vanwege het grote aandeel eigen woningbezit zijn we ook afhankelijk van particuliere initiatieven. Juist in deze gebieden met oudere, niet-duurzame woningen willen we deze initiatieven stimuleren, met de bewoners meedenken, ruimte bieden aan plannen en voorlichting geven. Het echte groen ligt vaak aan de randen van de buurten in de vorm van de landgoederen. Deze houden we groen en beschermen we. Ruimte voor extra groen is lastig. Ook hier speelt particulier bezit in de vorm van grote woonpercelen met tuinen een grote rol. Ook op dat gebied willen we bewoners stimuleren hun percelen zo groen mogelijk te maken en te houden. In enkele straten van Voorburg-Noord willen we grote weg- en rioolvervangingsprojecten combineren met het realiseren van een duurzamere en klimaatbestendigere inrichting. Denk hierbij aan het scheiden van regenwater en afvalwater, het vasthouden van water in de bodem en het meer reguleren van de grondwaterstanden. De aanpak in Voorburg Noord zetten we door naar al onze wijken waar opgaven in de openbare ruimte liggen: multidisciplinaire aanpak, toekomst bestendig en participatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kerkstraat gemeente Leidschendam-Voorburg B | Tuinstad Korte kenschets Dit zijn de eerste naoorlogse uitbreidingswijken van onze gemeente: Voorburg Midden, Bovenveen, De Heuvel / Amstelwijk en Prinsenhof. Kenmerkend is de open verkaveling met veel rijwoningen, portiekflats en galerijflats tot 8 bouwlagen hoog. Deze zijn in repeterende stempels over de wijken gesitueerd. De rechtlijnige en ruim opgezette openbare ruimte biedt plaats aan veel groen in de vorm van parkjes en plantsoenen. De buurten Prinsenhof hoog en De Heuvel zijn bijzonder van opzet met bebouwing rond groene ‘superhoven’. Het zijn cultuurhistorisch waardevolle wederopbouwgebieden van nationaal belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Voorburg Midden en Bovenveen zijn Park ’t Loo en het Waterspoorpark ruime groenzones. Hier komen meerdere functies zoals waterberging, recreatie, sport en beweging en natuur samen. Het is een mooi voorbeeld hoe water, groen met natuurvriendelijke oevers zorgen voor verkoeling en de juiste parkbeleving. Toch zijn er nog kansen de biodiversiteit van onder andere de oevers op meer plaatsen te versterken. Dit draagt bij aan de Kader Richtlijn Water. Prinsenhof hoog en De Heuvel liggen juist tussen twee doorgaande groenzones; de infra-as en de centrale verbindingszone en hebben zelf belangrijke groengebieden in de vorm van de grote groene hoven. De wijken kenmerken zich binnen onze gemeente tot slot als een verkeersveilige omgeving met HOV-knooppunten en/of OV haltes op korte afstand van de woningen en goede fietsverbindingen daar naar toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met zo’n 13.000 woningen, waarvan veel betaalbare woningen en zo’n 35% sociale huur levert het gebiedstype Tuinstad een belangrijke bijdrage aan de zo nodige betaalbare huisvesting. Er bevinden zich in dit gebiedstype meerdere aandachtsbuurten: Voorburg Midden noord, Bovenveen midden, De Heuvel zuid, Amstelwijk, De Heuvel noord en Prinsenhof hoog. In deze buurten bevinden zich over het algemeen kleinere, goedkope woningen, een groot aandeel etagewoningen en relatief veel sociale huurwoningen. Er zijn naar verhouding veel alleenstaanden, veel eenoudergezinnen en mensen met een niet westerse afkomst. Er wordt weinig sociale cohesie ervaren en het gevoel van onveiligheid is hoger dan gemiddeld in de gemeente. Ook op het gebied van meedoen in de samenleving en gezondheid functioneren deze aandachtsbuurten minder goed dan gemiddeld. Zo hebben er in verhouding veel inwoners geen werk, is het beroep op de bijstand groot, zijn er veel arbeidsongeschikten en is er veel sprake van armoede. Ook doen inwoners relatief veel beroep op jeugdhulp en andere vormen van zorg en ondersteuning. Tot slot vormen zelfredzaamheid en eenzaamheid hier een uitdaging evenals een gezonde leefstijl. Doordat er meerdere van deze aandachtsbuurten in dit gebiedstype liggen is dit van invloed op het gebied als geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In andere delen binnen dit gebiedstype is er meer sprake van evenwicht. Evenwicht tussen grondgebonden woningen en gestapelde bebouwing, tussen eigen woonbezit en huur en in de samenstelling van de inwoners op het gebied van gezinssituatie en leeftijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerdere van de ontwikkellocaties liggen in of nabij deze woongebieden. Dit betreffen Winkelcentrum Julianabaan, Stationsomgeving Laan van NOI en Veurse Achterweg. Deze ontwikkellocaties hebben hun eigen ambities. Een zorgvuldige aansluiting op het gebiedstype tuinstad is daarbij een voorwaarde. Daarnaast grijpen we bij de ontwikkellocaties eventuele verbeterkansen voor de omliggende buurten aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Tuinstad Figuur 26: Ligging deelgebied tuinstad Buro SRO Figuur 27: Diagram tuinstad Buro SRO Doorwerking en prioritering ambities In een deel van dit gebiedstype, zoals in Bovenveen, is er sprake van een optelsom van uitdagingen om de ambities uit deze visie waar te kunnen maken. Daar waar dit het geval is kan dit een aanleiding vormen om de mogelijkheden tot een integrale herontwikkeling te onderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aandachtsbuurten ligt de prioriteit op de sociale en economische ambities. Hier verdienen onze ambities voor een gezonde en veilige leefomgeving en een inclusieve en sociale samenleving, samen met economische vitaliteit dan ook de prioriteit. Er is aandacht nodig voor sociale cohesie en sociale veiligheid. Er kan hier kruisbestuiving plaatsvinden met de ontwikkellocaties aan de randen van dit gebied (Fluitpolderplein, Mariahoeve/Appelgaarde en Voorburg ’t Loo). Meer functiemenging en variatie in woningtypen is daarom het streven. Met meer variatie in woningtypen willen we de eenzijdige bevolkingssamenstelling verrijken, meedoen in de samenleving verbeteren en bijdragen aan een passend woningaanbod. Samen met extra ruimte voor niet-woon functies kan dit het gebied levendiger maken. Het goede aanbod aan voorzieningen op korte afstand willen we hier behouden en versterken. Zeker maatschappelijke voorzieningen op het gebied van zorg, ondersteuning, sport, onderwijs en ontmoeting. Het aanbod aan gezondheidsvoorzieningen is niet optimaal en dit willen we verbeteren. Vanuit Voorburg Midden en Bovenveen zijn de verbindingen naar kernwinkelcentrum Julianabaan erg van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambities met betrekking tot cultuurhistorie en erfgoed, identiteit van de omgeving, de hoeveelheid en de kwaliteit van het groen zijn zeer relevant in dit gebied. Het gebied heeft veel te bieden op deze vlakken en deze bestaande kwaliteiten willen we koesteren en behouden. Ook op het gebied van mobiliteit zijn er voldoende aanknopingspunten om voort te bouwen op de bestaande situatie. Het gebied leent zich al goed voor stappen, trappen en openbaar vervoer en de centrale noord-zuid fietsroute kan dit verder verbeteren. We gaan de mogelijkheden verkennen om tramlijn 6 door te trekken richting Noordsingel in combinatie met de gebiedsontwikkeling Veurse Achterweg. Daarnaast willen we het aanbod aan schoon deelvervoer vergroten en flexibiliteit in parkeernormen bieden. Naast het feit dat STOMP bijdraagt aan duurzaamheid is dit voor deze wijken extra wenselijk zodat er ook voor inwoners die zich geen auto kunnen veroorloven goede vervoersmogelijkheden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied is al zeer groen en dat blijft zo. Het inspelen op klimaatadaptatie om hittestress en wateroverlast tegen te gaan heeft hier minder prioriteit ten opzichte van andere gebiedstypen. Hier willen we vooral sturen op het vergroten van de biodiversiteit binnen het bestaande groen en op het beter verbinden van het groen. Niet zozeer op meer groen. Het overschakelen op duurzame energie krijgt hier in lijn met de transitievisie Warmte wel prioriteit op de korte en middellange termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Heuvel en Prinsenhof Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Siebe Swart C | Suburbaan Korte kenschets Dit zijn de woonwijken die vanaf de jaren zestig voor een grote groei zorgden. In Leidschendam betreft het de gebieden De Zijde, Duivenvoorde, Prinsenhof laag, ’t Lien, de Verzetsheldenwijk en het grootste deel van Leidschendam-Zuid (De Tol /’t Hert, De Oude Bleijk en de Zeeheldenwijk). In Voorburg gaat het om Essesteijn en een deel van de Kleurenbuurt. Deze wijken liggen met name aan de randen van het bebouwd gebied dicht tegen snelweg en spoor en soms op grote afstand van de centra en openbaar vervoersknooppunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zijn stuk voor stuk samenhangende, eenduidig herkenbare woonwijken. Onderling vertonen ze juist veel verschil. Sommige wijken bestaan uit half open bouwblokken omgeven door ruime groene woonstraten. In andere wijken is er een strokenverkaveling of een stempelverkaveling met daartussen ruime groenzones. Overal is het overwegende woningtype de rijwoning van twee bouwlagen met kap. Aan de randen is er meestal sprake van flats en appartementengebouwen. De wijken zijn doorgaans zeer groen. Soms dooradert het groen de hele wijk zoals in Essesteijn, soms is er juist sprake van groene woonstraten, pleintjes of woonerven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook op sociaal vlak zijn er verschillen, maar is er wel een algemene lijn te herkennen. De wijken vormen vrijwel allemaal een zeer gewaardeerde woonomgeving. Ze scoren met name goed op sociale cohesie, veiligheid en meedoen. Wel is het aspect gezondheid in sommige delen een aandachtspunt. Het beroep op zorg- en ondersteuning is hier relatief hoog. Ook overlast is een terugkerend probleem. Ondanks de positieve waardering steken enkele buurten er minder goed bij af; De Tol/’t Hert en De Oude Bleijk. Hier wordt de sociale woonomgeving juist slechter gewaardeerd, is de overlast groter, is er relatief veel sprake van eenzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze woongebieden bieden ruimte aan een groot deel van de grondgebonden woningen in onze gemeente, met name rijwoningen. Er is veel eigen woningbezit en weinig sociale huur. In veel buurten is het aandeel 55-plussers hoog, evenals het aantal alleenstaanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerdere van de grotere ontwikkellocaties liggen in of nabij deze woongebieden. Dit betreffen Stationsomgeving Mariahoeve, Veurse Achterweg en Omgeving Leidschendam Centrum. Deze ontwikkellocaties hebben hun eigen ambities. Een zorgvuldige aansluiting op het gebiedstype ‘Suburbaan’ is daarbij een voorwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Suburbaan Figuur 28: Ligging deelgebied suburbaan Buro SRO Figuur 29: Diagram suburbaan Buro SRO Doorwerking en prioritering ambities In een deel van dit gebiedstype, zoals in de Zeeheldenbuurt, is er sprake van een optelsom van uitdagingen om de ambities uit deze visie waar te kunnen maken. Daar waar dit het geval is kan dit een aanleiding vormen om de mogelijkheden tot een integrale herontwikkeling te onderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze woonwijken dragen duidelijk bij aan onze typering als groene woongemeente met een hoogwaardig verblijfsklimaat. Het aanwezige aanbod aan goede woningen in een groene woonomgeving is waardevol. Het behouden en versterken van de bestaande kwaliteiten in deze wijken staat daarom centraal. Om de groene woonomgeving te beschermen behouden we het groen in en om deze wijken. Ook het groen dat geen onderdeel van de hoofdstructuur is. Er vindt dus geen nieuwbouw plaats ten koste van groenzones zonder dat dit kwalitatief gecompenseerd wordt. Het groen moet ook toegankelijk zijn als ontmoetingsplek en ruimte om in te sporten en bewegen. Zo draagt het zo veel mogelijk bij aan een gezonde leefstijl en een sociaal veilige omgeving. Ook de voorzieningen zijn belangrijk voor de sociale samenhang en gezondheid. Zeker in verband met het hoge aandeel 55-plussers die in de periode van deze omgevingsvisie 80-plussers worden. Om een fijne woonomgeving te blijven, ontmoeting te stimuleren en eenzaamheid tegen te gaan willen we de aanwezige voorzieningen zoals buurtcentra, medische- en zorgfaciliteiten, sportzalen, onderwijsvoorzieningen en speelplekken behouden. Alleen dan blijven deze wijken een plek van en voor iedereen. Veel van deze wijken liggen verder van de centra en vertonen tegelijkertijd een hiaat in het aanbod aan basisvoorzieningen, gezondheidsvoorzieningen en onderwijsvoorzieningen. Het is van belang om hierin verbeteringen aan te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor veel andere voorzieningen blijven de wijken gericht op de grotere centrumgebieden die vaak op grotere afstand liggen. Voor Leidschendam-Zuid zijn er goede kansen voor verbindingen naar de werkplekken en voorzieningen in de Vlietzone, Overgoo. Voor Essesteijn bieden de ontwikkelingen rond station Mariahoeve kansen. Enkele van de wijken liggen verder van stations en HOV-knooppunten. Hier zijn onze ambities op het gebied STOMP lastiger waar te maken dan in de wijken dicht bij centra en HOV-knooppunten. De nabijheid kan wel verbeteren door werk in en om huis mogelijk te maken. Dit kunnen we stimuleren door werkplekken in onze buurtcentra te faciliteren en welwillend te staan tegenover woninguitbreiding ten behoeve van werk aan huis. Het STOMP-principe komt verder tot uiting door aandacht voor veilige voet- en fietspaden naar voorzieningen, openbaar vervoershaltes en omliggende centra. Met de centrale noord-zuid fietsroute streven we naar een belangrijke verbetering die het trappen hier stimuleert. Verder zoeken we naar maatwerkoplossingen zoals kleinschalige mengvormen tussen openbaar vervoer en doelgroepenvervoer en zetten we breed in op deelmobiliteit met meer parkeerplekken voor deelauto’s. We zien in deze gebieden voorlopig minder kansen voor lagere parkeernormen voor reguliere auto’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om een plek van en voor iedereen te blijven moeten er woningen zijn voor meerdere doelgroepen. Starters, jonge gezinnen en senioren verdienen allemaal een plek in deze wijken. Om er te kunnen blijven wonen maar ook om er te kunnen komen wonen. Naast de ontwikkellocaties in en nabij dit gebiedstype verkennen we ruimte voor nieuwbouw en verdichting ter plaatse van bestaande parkeerterreinen, zoals in Essesteijn. Maar ruimte voor wonen is er vooral in de bestaande woningvoorraad. Daarom willen we de bestaande woningvoorraad doelmatig benutten en beschikbaar maken voor met name starters, senioren en jonge gezinnen. Soms zijn daarvoor aanpassingen nodig. Initiatieven daartoe stimuleren we. Bij de grondgebonden (rij)woningen kan het dan gaan om het levensloopbestendig maken van woningen, het bieden van uitbreidingsmogelijkheden voor jonge gezinnen of juist het splitsen om de woningen geschikt te maken voor starters. De appartementen willen we aantrekkelijk maken voor senioren die hun grondgebonden woning willen verlaten, zodat grondgebonden woningen vrijkomen voor starters en jonge gezinnen. Bij nieuwbouw willen we hier vooral richten op doorstroming van 55+ers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de woningvoorraad doelmatig te benutten moeten de woningen toekomstbestendig zijn. Ze zijn tientallen jaren oud en niet gebouwd volgens de huidige duurzaamheidseisen. Onderhoud, behoud van kwaliteit en verduurzaming en energietransitie zijn dus belangrijke opgaven. We willen eigenaren hierin stimuleren door hen te informeren en mee te denken. Sommige van de wijken hebben te kampen met bodemdaling of aantasting van houten paalfunderingen. Dit kan de kwaliteit en de toekomstbestendigheid van de woningen bedreigen. Daar waar dit speelt willen we dit samen met de eigenaren aanpakken. We zorgen voor voldoende informatie en kijken welke maatregelen het beste zijn. We hanteren hierin de volgorde voorkomen van bodemdaling, voorkomen van schade bij bodemdaling, herstellen van schade bij bodemdaling door de eigenaren, herontwikkeling bij onvoldoende zicht op schadeherstel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een enkele straat of buurt zullen delen zijn waar herontwikkeling op termijn onontkoombaar is vanwege de funderingen en de bodemdaling. Hiervoor stellen we gericht beleid op. Juist in de gebieden waar deze bodemproblemen aan de orde zijn is het inspelen op klimaatadaptatie van belang en geven we prioriteit aan de juiste maatregelen om de overlast tegen te gaan. In Essesteijn, Duivenvoorde en ’t Hert willen we grote weg- en rioolvervangingsprojecten combineren met het realiseren van een duurzamere en klimaatbestendigere inrichting. Denk hierbij aan het scheiden van regenwater en afvalwater, het vasthouden van water in de bodem en het meer reguleren van de grondwaterstanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Antoniushove gemeente Leidschendam-Voorburg D | Recente inbreidingen Korte kenschets Dit zijn de recentere woonbuurten in onze gemeente. In tegenstelling tot de eerdere buurten zijn deze buurten juist binnen het bestaande bebouwde gebied of ter vervanging van bestaande bebouwing gerealiseerd. Het zijn de transformatiegebieden van een sportcomplex, een bedrijventerreinen, een glastuinbouwgebied of een zorgterrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om de jaren negentig buurten Park Veursehout en De Rietvink. Park Veursehout is gerealiseerd op een voormalige sportcomplex. Een grote gemengde woonbuurt met een variatie aan woningtypen gestructureerd rond een centrale groene ruimte. De Rietvink is gebouwd ter plaatse van een voormalig glastuinbouwgebied. Eveneens een gemengde buurt met veel groenzones, gericht op de Vliet en met een langzaam verkeersverbinding naar Leidschendam – Centrum. Het gaat ook om de inbreidingen die in de jaren 2000 plaatsvonden, Sijtwende en Nieuw Essesteijn/Zijdesigt. De onbebouwde gronden tussen de woonwijken die gereserveerd waren voor de Sijtwendetunnel en opnieuw de transformatie van een sportcomplex boden hiervoor de ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dak van de tunnel werd een tweede maaiveld en benut als parkzone. Sijtwende is aangelegd als parkachtig woongebied rond het centrale Sijtwendepark. Nieuw Essesteijn is juist zeer compact met stadswoningen, appartementen en een tweede maaiveld met daaronder het parkeren. Na voltooiing van deze jaren 2000 wijken bleef er ook de afgelopen jaren sprake van inbreidingen. Klein Plaspoelpolder verandert momenteel van een kantoren- en bedrijvengebied naar een woonwerklocatie. In de plannen is veel aandacht uitgegaan naar ambities die ook in deze omgevingsvisie belangrijk zijn: natuurinclusief, klimaatadaptief en circulair bouwen, duurzame mobiliteit, duurzame energie en een sociaal inclusieve omgeving zijn belangrijke uitgangspunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied wordt momenteel gerealiseerd. Dat geldt ook voor Leidschendam Noordoost. Hier maken een zorgterrein, een voormalig bedrijventerrein en een glastuinbouwgebied plaats voor meerdere woonbuurten. In deze buurten, landgoed Voorlei, buitenplaats de Horst, Vliethaven en Vlietvoorde speelt de groene woonomgeving, klimaatadaptatie en de landschappelijke en historische context een duidelijke rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al deze gebieden hebben hun eigen karakter, maar vertonen ook gemeenschappelijke kenmerken. Elke buurt op zich is als eenheid ontworpen en steeds is er sprake van een evenwichtige mix aan woningtypen, zowel grondgebonden als gestapeld en zowel eigen woningbezit als sociale huur. De (bestaande) buurten worden daarnaast allemaal zeer gewaardeerd. Zowel de groene woonomgeving als de sociale cohesie. Er wonen in deze gebieden relatief veel ouderen en paren zonder kinderen. Op het gebied van meedoen en veiligheid scoren deze buurten goed, op een enkele uitzondering na. Het zijn vaak pure woonomgevingen. Op het vlak van maatschappelijke voorzieningen en gezondheidsvoorzieningen is de score daarom soms wat minder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontwikkellocatie Leidschendam centrum ligt in dit woongebied. Deze ontwikkellocatie heeft haar eigen ambities. Een zorgvuldige aansluiting op het gebiedstype ‘Recente inbreidingen’ is daarbij een voorwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Recente inbreidingen Figuur 30: Ligging deelgebied recente inbreiding Buro SRO Figuur 31: Diagram recente inbreiding Buro SRO Doorwerking en prioritering De recente inbreidingen zijn de jongste buurten in onze gemeente. Sommige worden momenteel zelfs nog aangelegd of zijn in verkoop. Bij deze buurten is al veel aandacht gegeven aan de ambities waar we in deze omgevingsvisie belang aan hechten. Deze jonge woonomgevingen willen we daarom vooral tot wasdom laten komen volgens de ideeën waarmee ze bedacht zijn. Grote ingrepen en veranderingen hebben we hier dus niet voor ogen. Wel willen we in de gaten houden of de ontwerpprincipes werken en nageleefd worden en tot het beoogde resultaat leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze gebieden zijn over het algemeen ontworpen met een hoogwaardig verblijfsklimaat in gedachten. Er is vaak aandacht voor cultuurhistorie en erfgoed, klimaatadaptatie, aansluiting op de stedenbouwkundige en landschappelijke context, beleefbaar groen en een gezond woon- een leefklimaat. Het koesteren en bewaken van deze kwaliteiten heeft hier onze prioriteit. Veel van de gebieden liggen dichtbij voorzieningen, openbaar vervoershalten en langzaam verkeersverbindingen. Daarmee zijn er goede voorwaarden voor het STOMP-principe aanwezig. Door ruimte te bieden aan deelvervoer, de parkeerbehoefte en het autobezit te monitoren en met passende parkeernormen (tweede) autobezit te ontmoedigen stimuleren we dit verder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buurten in Leidschendam Noordoost zijn een uitzondering. Ze liggen verder van voorzieningen en openbaar vervoer. De auto blijft hier belangrijk. We sturen daarom niet op strengere parkeernormen om autobezit te ontmoedigen, maar bewegen wel mee met toekomstige gedragsveranderingen en dalende trends op het gebied van autobezit per woning. We zetten in op fietsverbindingen, waaronder de verlenging van de noord-zuidroute richting Noortheylaan, en deelmobiliteit. Ook maken we goede thuiswerkfaciliteiten mogelijk om woon-werkverkeer te verminderen. Het woningaanbod in deze buurten is vrij gemengd en dat willen we zo houden. We willen graag dat mensen in hun woning en buurt blijven wonen en dat het aanbod geschikt blijft voor meerdere doelgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We zijn daarom, voor zover stedenbouwkundig passend, flexibel bij initiatieven tot vergroting van de levensloopbestendigheid, werk aan huis en splitsing en staan open voor voornemens om wonen met werken te mengen. In deze nieuwe wijken is al veel aandacht voor duurzaam bouwen en een groene klimaatadaptieve inrichting. Energiebesparing, van het gas af, eigen opwek en opslag, een adequate energie-infrastructuur, ontharding en vasthouden van regenwater blijven echter ook hier continue aandachtspunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoek Zaagmolenstraat Nota Omgevingskwaliteit Leidschendam-Voorburg E | Villaparken Korte kenschets Meerdere landgoederen zijn in de eerste helft van de 20e eeuw omgevormd tot villawijken. Vaak is het landhuis met veel groen daaromheen bewaard gebleven en werden andere delen bebouwd met villa’s. Soms is de structuur van de landgoederen nog te herkennen. Vaker nog is het de groene, lommerrijke sfeer die deze villaparken bijzonder maakt. De villaparken liggen verspreid over onze gemeente en zijn opzichzelfstaande buurtjes binnen een grotere buurt of wijk. Vrijstaande woningen en tweekappers op ruime kavels, afgeschermd met groen bepalen het beeld. Samen met ruim opgezette lanen of straten met begeleidende bomenrijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat de villaparken vaak deel uitmaken van een grotere buurt zijn de vitaliteitskenmerken uit de wijkatlas niet bekend. Op basis van de villaparken die wel een eigen buurt of een groot deel van een buurt vormen komt er echter wel een beeld naar voren. Zowel de fysieke als de sociale woonomgeving wordt hoog gewaardeerd en de buurten scoren goed op het gebied van meedoen, gezondheid en veiligheid. Er zijn weinig voorzieningen en deze buurten liggen ook nog eens vrij ver van de centra. Het eigen woningbezit is hoog en er is nauwelijks sprake van sociale huur. Er wonen relatief veel ouderen en paren zonder kinderen en weinig alleenstaanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontwikkellocatie Stationsomgeving Leidschendam-Voorburg ligt in of nabij deze woongebieden. Deze ontwikkellocatie heeft haar eigen ambities. Een zorgvuldige aansluiting op het gebiedstype ‘Villaparken’ is daarbij een voorwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Villaparken Figuur 32: Ligging deelgebied villaparken Buro SRO Figuur 33: Diagram villaparken Buro SRO Prioritering en doorwerking De villaparken zijn prettige, groene woonomgevingen waarin de historie en het rijke en oude groen nog herkenbaar is. Bijzondere onderscheidende woonmilieus binnen onze gemeente en kenmerkend voor de identiteit van Voorburg en Leidschendam. Het karakter en de kwaliteiten van deze gebieden willen we koesteren. We voorzien voor deze gebieden geen grote wijzigingen of ingrepen. Initiatieven op kleinere schaal moeten passend aansluiten op het bestaande te behouden karakter. Wel is er iets meer menging, variatie en levendigheid wenselijk. Door ruimte te bieden aan werk aan huis en mee te werken bij initiatieven tot woningsplitsing maken we dit mogelijk. Met goede mogelijkheden voor werk aan huis en ruimte voor deelmobiliteit stimuleren we hier vermindering van het autogebruik. De woningen en de percelen hebben de ruimte om zelfstandig een verduurzamingsslag te bereiken. Zonnepanelen, warmtepompen en overige installaties kunnen hier ingepast worden. Grote groene kavels met zo min mogelijk verharding kunnen bijdragen aan waterberging en versterking van de biodiversiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lindelaan, Leidschendam Oozo.nl 6.4 Bedrijventerreinen Korte kenschets Dit betreffen de zes bedrijventerreinen van onze gemeente. De Veenpoldersweg en het Klaverblad in Stompwijk, De Star in Leidschendam en Essesteijn, Prinses Irenelaan en de Tennet-locatie in Voorburg. Allemaal bescheiden in omvang. Het aandeel aan bedrijventerreinen in onze gemeente, wat oppervlakte betreft, is dan ook zeer klein. Bovendien zijn er in het verleden meerdere terreinen getransformeerd naar woongebieden en na de fusie grondgebied van Den Haag geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Tennet-locatie wijkt af van de andere terreinen. Hier zijn geen afzonderlijke bedrijven maar is het terrein volledig in gebruik als elektriciteitsvoorziening. De andere vijf terreinen hebben een onderling vergelijkbaar karakter. Ze dateren uit de jaren tachtig en zijn bedoeld voor bedrijven in de lichtere milieucategorieën. Ze liggen dicht tegen woongebieden en zijn daar met groen van afgeschermd. De bereikbaarheid is niet altijd optimaal aangezien de terreinen redelijk achteraf liggen en het verkeer vaak eerst over smalle wegen of langs woonwijken moet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De terreinen bevatten meerdere bedrijfspercelen (versnipperd privaat eigendom) hoofdzakelijk voor lokaal verzorgende midden-en kleinbedrijven zoals auto- en aannemersbedrijven en enkele middelgrote maak- en handelsbedrijven. De terreinen zijn als geheel uitgegeven maar in de loop van de tijd zijn ze perceelsgewijs veranderd. Een groot deel bestaat uit inmiddels verouderde bedrijfspanden, terwijl andere delen zijn vernieuwd en weer andere percelen stap voor stap zijn volgebouwd. De niet-bebouwde delen van de percelen zijn vrijwel volledig in gebruik voor parkeren, bevoorrading en opslag. Samen met het gebrek aan groen in de openbare ruimte en het gefragmenteerde, gedateerde bebouwingskarakter zorgt dit voor een rommelige indruk. Ook is er door de huidige benutting weinig ruimte voor uitbreiding op het eigen bedrijfsperceel, behalve in de hoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Bedrijventerreinen Figuur 34: Ligging deelgebied bedrijventerreinen Buro SRO Figuur 35: Diagram bedrijventerreinen Buro SRO Prioritering en doorwerking Juist vanwege de geringe omvang is de ruimte aan bedrijventerreinen in onze gemeente van groot belang. We willen onze bedrijventerreinen dan ook behouden voor met name stadsverzorgende en ambachtelijke bedrijven. Het kleine aandeel mag niet nog verder afnemen. De beperkte omvang, het weinig representatieve beeld en de matige bereikbaarheid maken deze gebieden echter kwetsbaar, waardoor behoud niet vanzelf gaat. De terreinen moeten toekomstbestendig worden en een kwaliteitsimpuls krijgen. Zowel wat betreft functies, uitstraling, bereikbaarheid en duurzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functies We kiezen voor de vestiging van het juiste type bedrijven met een focus op stadsverzorgende en ambachtelijke bedrijven. Zo blijven we zorgen voor werkgelegenheid voor praktisch opgeleiden. Vanwege de beperkte ruimte is het zaak om de bedrijfspercelen beter te benutten voor dit type bedrijven. Vestiging van andere hoofdfuncties op de begane grond, zoals sport- en recreatievoorzieningen, kantoren of opslagloodsen, willen we voortaan voorkomen. Sommige van die functies kunnen wel een plek krijgen op de verdieping(en). We maken geen nieuwe bedrijfswoningen mogelijk zodat we de ruimte ook echt voor bedrijven benutten. Door flexibel te zijn in de maximale bouwhoogte (optoppen en meerlaagse nieuwbouw) stimuleren we dit soort meervoudig ruimtegebruik en ontstaat er ruimte voor een betere en groenere inrichting op maaiveld. Hiermee benutten we de ruimte optimaal. We maken geen nieuwe bedrijfswoningen mogelijk zodat we de ruimte ook echt voor bedrijven benutten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitstraling We willen een aantrekkelijker, groener en minder rommelig beeld. Vernieuwing van verouderde bebouwing, vergroening van de (openbare) buitenruimte en het vermijden van zichtbare buitenopslag zijn daarvoor de middelen. De vergroening staat op gespannen voet met de beschikbare ruimte. Zowel de openbare ruimte als de onbebouwde delen van de bedrijfspercelen dienen immers ook voor verkeer, parkeren, bevoorraden en logistiek. Vergroening mag niet ten koste gaan van deze functionele inrichting of van de beschikbare oppervlakte voor bedrijven. Substantiële toevoeging van groen op grote schaal is dan ook niet mogelijk. Er zijn oplossingen nodig met een beperkt ruimtebeslag zoals gevelgroen, begeleidende hagen of begroeide hekwerken, groene parkeerplaatsen en efficiëntere straatprofielen. Daarnaast biedt het bouwen in de hoogte de kans om een deel van de ‘rommelige’ voorzieningen inpandig op te lossen en zo ruimte voor groen, waterberging en biodiversiteit op de bedrijventerreinen te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteit Die vergroening kan mogelijk samengaan met veranderingen op het gebied van mobiliteit. Ook voor bedrijventerrein biedt het STOMP-principe kansen om het reguliere autogebruik te beperken. Er zijn veel lokale bedrijven met medewerkers die dichtbij wonen (op fietsafstand), de opkomst van elektrische fietsen maakt grotere fietsafstanden voor woon-werkverkeer mogelijk, de Velostrada en de route langs de Vliet voeren langs bedrijventerreinen. De terreinen in Voorburg zijn daarnaast goed bereikbaar per openbaar vervoer. Het stimuleren van de fiets of het openbaar vervoer, bijvoorbeeld met aandacht voor voldoende fietsvoorzieningen, is hier kansrijk en kan de ruimtebehoefte voor de auto mogelijk inperken. Dit biedt samen met een slimme herinrichting van de openbare ruimte kansen voor een groener en representatiever beeld én draagt bij aan onze duurzaamheidsambities.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarmaken van de kwaliteitsimpuls Voor de beoogde kwaliteitsimpuls zijn er ingrepen nodig. Door het versnipperde eigendom is een grootschalige herstructurering van de terreinen als geheel op korte termijn echter niet realistisch. De veranderingen zullen vanuit de markt perceelsgewijs plaatsvinden. Om de beoogde impuls te bereiken is het zaak dat dit soort perceelsgewijze veranderingen stap voor stap bijdragen aan het gewenste totaalbeeld. Bij initiatieven die zich op de bedrijventerreinen aandienen gaan we daarop sturen. Daarnaast kijken we wat we ondanks het versnipperde eigendom als gemeente zelf kunnen organiseren, waarbij we ook een actief grondbeleid overwegen indien dit nodig is om de doelen te bereiken. Daarnaast wordt in regionaal verband nagedacht over nut en noodzaak van een regionale ontwikkelingsmaatschappij die gemeenten helpt bij hun (her)ontwikkelambities op bedrijventerreinen. Met een programma voor toekomstbestendige en duurzame bedrijventerreinen willen we hier nadere invulling aan geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzaamheid De bedrijventerreinen spelen ook een cruciale rol bij een andere duurzaamheidsambitie; het overschakelen naar een circulaire bedrijfsvoering. Dit willen we stimuleren en faciliteren. De overschakeling zit deels in de inkoop van benodigde materialen en grondstoffen en deels in het hergebruik van reststoffen. Voor dat laatste is ruimte nodig. Ruimte voor opslag, inzameling, sortering en transport van reststoffen. Circulaire hubs kunnen hierin voorzien. We bekijken of we op de bedrijventerreinen zelf ruimte kunnen bieden aan dit soort circulaire hubs, of dat we juist voor een efficiënte transportservice voor adequaat hergebruik van reststoffen elders zorgen. Hiermee stimuleren we de bedrijven om over te schakelen. Daarnaast willen we bij de vestiging van nieuwe bedrijven eisen stellen en zo selecteren op duurzame en circulaire bedrijfsvoering. Tot slot zijn de bedrijventerreinen belangrijk voor de energiehuishouding in de gemeente. Hier valt veel winst te halen. Enerzijds door de terreinen snel van het aardgas af te halen. Anderzijds door het daklandschap optimaal en meervoudig te benutten voor zowel wateropvang, energieopwekking als begroeiing (isolatie + biodiversiteit). Met zonnepanelen op de daken willen we voorzien in collectieve, duurzame energieopwekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Populierendreef gemeente Leidschendam-Voorburg Slimme herinrichting bedrijventerrein gemeente Leidschendam-Voorburg, OpenAI (2025), ChatGPT 6.5 Kern Stompwijk Korte kenschets Stompwijk is ontstaan aan het lint van waaruit het veengebied in gebruik werd genomen als landbouwgrond. Het dorp groeide langs dit lint en het lintje haaks daarop, de Meerlaan. Lange tijd bleef de bebouwing beperkt tot deze twee structuren. In de tweede helft van de vorige eeuw groeide het dorp met woonwijken aan weerszijden van de Meerlaan. Het dorp is aan de oost-, zuid- en westzijde omsloten met de dijken, de provinciale weg en de sportvelden. Aan de noordzijde grenzen juist achterkanten van lintpercelen aan de polder. Met de aanleg van de Veenpoldersweg is het landschap hier ingesloten komen te liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stompwijk is een gevarieerd dorp met hoofdzakelijk grondgebonden woningen op een dorpse schaal. Het historische lint en de Meerlaan zijn duidelijk herkenbaar en vormen samen met de kerk en het Dorpspunt belangrijke identiteitsdragers van het dorp. Andere ruimtelijke eenheden zijn de twee woonbuurten aan weerszijden van de Meerlaan, de beide bedrijventerreinen en de sportvelden. Stompwijk herbergt een aantal voorzieningen. Dit zijn de basisschool, de supermarkt met enkele ondersteunende voorzieningen daaromheen, de huisartsenpraktijk, buurthuis het Dorpspunt, de kerk, het restaurant, sporthal de Meerhorst, de sportvelden van Stompwijk ’92 en de bushalte aan de provinciale weg. Via deze bushalte zijn Zoeterwoude, Leiden en Zoetermeer middels HOV goed bereikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sociale structuur van het dorp is hecht en mensen uit Stompwijk willen graag in het dorp blijven wonen. De ontwikkeling van woningbouwlocaties is echter onvoldoende van de grond gekomen om in die behoefte te kunnen voorzien. Het Dorpspunt fungeert als een belangrijke plek in het dorp en herbergt veel verenigingen en stichtingen. Dit is kenmerkend voor de Stompwijkse samenleving. Belangrijke activiteiten in het dorp zijn carnaval, de Stompwijkse Paardendagen en Stompwijk Summerland. Samen met de voorzieningen zijn deze activiteiten en het verenigingsleven essentieel voor de leefbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Kern Stompwijk Figuur 36: Ligging deelgebied Stompwijk Buro SRO Figuur 37: Diagram Stompwijk Buro SRO Prioritering en doorwerking Stompwijk onderscheidt zich als klein dorp in het landschap. Het dorp is daarmee duidelijk anders dan de andere kernen in onze gemeente. Stompwijk heeft dan ook te maken met een kenmerkende problematiek voor kleine dorpen. De omvang en opbouw van de bevolkingssamenstelling zorgt ervoor dat de voorzieningen, en daarmee de leefbaarheid, onder druk staan. Er zijn daarom meer woningen nodig om de vitaliteit te behouden. Dit is de belangrijkste opgave voor de kern Stompwijk. Met een gebiedsprogramma op basis van een vitaliteitsonderzoek werken we, parallel aan deze omgevingsvisie, aan een ontwikkelingsrichting daarvoor. De belangrijkste uitgangspunten uit het vitaliteitsonderzoek en het gebiedsprogramma zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">De behoefte aan circa 180 - 190 nieuwe woningen en circa 4.000 m2 aan werkruimte in het dorp om de vitaliteit en de huidige voorzieningen te kunnen behouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze om dit aantal woningen en die werkruimte in de komende 15 jaar ook proberen te realiseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze om woningbouw via een combinatie van ontwikkelingsrichtingen waar proberen te maken. In ieder geval door inbreiding en functieverandering van bestaande bebouwde erven in het lint of percelen in de kern van Stompwijk. Aanvullend via een nog nader te onderzoeken en uit te werken voorstel, waarbij gedacht kan worden aan transformatie van een deel van de sportvelden, beperkte uitbreiding aan de westkant van Stompwijk en/of uitbreiding in de Westeinderpolder. In alle voorstellen wordt behoud van goede sportvoorzieningen voor Stompwijk gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze om werkruimte mogelijk proberen te maken door a) bedrijvigheid aan huis, b) beter benutten bestaande bedrijvigheid en c) het glastuinbouwgebied (buiten de kernzone) te mengen met overige bedrijvigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stompwijk gemeente Leidschendam-Voorburg We behouden en versterken het groen in de buurten en het contact met het landschap. Dit combineren we met ruimte voor ontmoeten en bewegen en een inrichting die bijdraagt aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. We koesteren de historische kwaliteit van de erven en het lint en zorgen ervoor dat het gebied rond het Dorpspunt en het gebied rond supermarkt en restaurant levendig blijven. Zo geven we voor Stompwijk vorm aan onze ambities op het gebied van een onderscheidend en hoogwaardig verblijfsklimaat. Met goede recreatieve verbindingen maken we van het dorp een pleisterplaats voor bezoekers. De bestaande woningvoorraad laten we beter bijdragen aan ‘5.1. We streven ernaar dat iedere woning bewoond wordt door de huishoudensvorm waar de woning geschikt voor is of geschikt voor gemaakt wordt. Dat kan betekenen dat we het gemakkelijk maken voor bewoners om naar een geschiktere woning te verhuizen binnen Stompwijk zodat bestaande woningen vrijkomen voor anderen. Maar het kan ook betekenen dat we woningen levensloopbestendig maken of splitsen. Deze omgang met de bestaande woningvoorraad combineren we met een verduurzamingslag zodat de dorpse woonomgeving duurzaam toekomstbestendig wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Twee van de bedrijventerreinen van onze gemeente liggen in Stompwijk. Deze ruimte aan bedrijvigheid behouden we om economisch vitaal te blijven. We bieden daarom waar mogelijk ruimte voor groei, verduurzaming en vernieuwing op deze terreinen. Met het behouden van de bedrijvigheid laten we ook Stompwijk een belangrijke bijdrage leveren aan onze ambities op het gebied van ‘5.2. De ruimte voor groei combineren we met hoge duurzaamheidsambities. We stimuleren bedrijven om over te schakelen naar een circulaire bedrijfsvoering en vergroening van het terrein en zien de grote dakoppervlakte van de bedrijven als essentiële bron voor duurzame zonne-energie. Daarnaast vinden we werkruimten en kleinschalige bedrijvigheid aan huis passend in een dorpse omgeving en willen we hieraan waar mogelijk ruimte bieden. Dit betekent flexibiliteit in bouw- en uitbreidingsmogelijkheden, voor zover stedenbouwkundige en landschappelijk goed ingepast kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stompwijkse Vaart, Stompwijk gemeente Leidschendam-Voorburg Stompwijk is sterk dooraderd en geflankeerd door groenzones en waterverbindingen. Deze maken we beter beleefbaar om het verblijfsklimaat te versterken. Met de inrichting dragen we bij aan ruimte voor ontmoeting, bewegen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Zo komen er hier meerdere ambities samen. In de omgeving van de Van Santhorststraat willen we het rioolvervangingsproject combineren met het realiseren van een duurzamere en klimaatbestendigere inrichting. Denk hierbij aan het scheiden van regenwater en afvalwater en het meer reguleren van de grondwaterstanden. Er zijn daarmee goede kansen voor vergroening en verbetering van de inrichting van de openbare ruimte. De ontsluitingswegen in het dorp maken we veiliger en leefbaarder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de aanleg van de Veenpoldersweg hebben we hier al goede stappen in gezet. Daarbij zetten we in op een blijvend veilige fietsroute naar Leidschendam. Vanwege de ligging in het buitengebied zetten we in op een snelle frequente busverbinding Zoetermeer-Leiden via Stompwijk en streven we OV-verbinding met Leidschendam na. We zien op termijn kansen in een combinatie van openbaar en besloten busvervoer richting Leidschendam. Daarbij zetten we in op maatwerkvervoer in de vorm van een buurtbus tussen Stompwijk en Leidschendam, zodat Stompwijk ook per (maatwerk) openbaar vervoer rechtstreeks verbonden is met Leidschendam en Voorburg. Daarnaast is het voor Stompwijk voornamelijk van belang om te zorgen voor goede faciliteiten voor deelmobiliteit en slimme innovatieve oplossingen om tegemoet te komen aan het STOMP-principe.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stompwijk gemeente Leidschendam-Voorburg 6.6 Buitengebied A | Landschap, linten en erven Korte kenschets Via de Landschapstafel Duin Horst Weide werken we met regiogemeenten en andere gebiedspartners aan landschappelijke, recreatieve en ecologische versterking van het landschap. Het grootste deel van ons buitengebied bestaat uit polderlandschap. Open weiden op langgerekte kavels, doorsneden door de dijklinten, tochten en de ringdijk. Ook de A4 doorsnijdt dit landschap. In de zuidelijke hoek grenst het polderlandschap aan het waterbergings-, recreatie- en natuurgebied de Nieuwe Driemanspolder. Vanwege het succes van de natuurontwikkeling is hier een behoefte aan zonering ontstaan. In de noordwestelijke hoek gaat ons polderlandschap over in het bosrijkere horstenlandschap dat de verbinding tussen het weide- en het duinlandschap vormt. Ook grenst het polderlandschap hier aan natuurgebied vogelplas Starrevaart in het Leidschendammerhout en recreatiegebied Vlietland.</p>\n<p class=\"lf-p\">De polder is vrijwel volledig in gebruik als grasland voor de melkveehouderij en een aantal paardenhouderijen en maneges, afgewisseld met enkele bospercelen. De Stompwijkseweg en Wilsveen zijn hogere bebouwingslinten in de lagere polder. Verspreid daaraan liggen de bebouwde erven. Soms met alleen een woonfunctie, vaak met agrarische bebouwing of andere bedrijvigheid. Daarbij ligt er doorgaans een (historisch) woonhuis aan het lint en bevinden zich achter op het erf grotere stallen, schuren en bedrijfsgebouwen. Tussen en over de erven zijn er doorzichten naar de polder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit polderland van weiden, sloten, tochten, linten en erven heeft veel landschappelijke en cultuurhistorische waarde. De ecologische verbindingszones tussen de duinen en het Groene Hart en midden-Delfland liggen rond Stompwijk. Een eventuele dorpsuitbreiding moet hier rekening mee houden. Daarnaast zit de waarde hem in zowel de historische gebouwen, zoals de molens en de oude hoeven, als in de landschappelijke openheid en de hoogteverschillen, het waterrijke karakter en de historische verkaveling en erfindeling. In het landschap zijn nog de oude kreken van voor de veenafgravingen te zien, die nu hoger liggen. Ook het niet uitgeveend gedeelte van de gemeente is zeer waardevol voor landschap en natuurwaarden. Het huidige landschap wordt in stand gehouden door voornamelijk agrarische ondernemers. Ze zorgen voor bedrijvigheid die economische waardevol is voor de gemeente en de regio. Het landschap heeft verder een bescheiden functie voor de stad op het gebied van recreatie en voedselvoorziening. Het buitengebied heeft ecologische waarde, met name door de houtwallen, de oevers en de weidevogelgebieden. Ondanks deze waarde gaat het slecht met onder andere boerenlandvogels. Boerenlanddieren en insecten. De potentie van het buitengebied voor natuur is groot bij extensivering en meer groenblauwe dooradering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wilsveen gemeente Leidschendam-Voorburg Het aantal melkveehouderijen neemt af. Bedrijfsopvolging en milieueisen vormen soms een belemmering. Bij gebrek aan beleid voor een gezonde afbouw van de bedrijvigheid vindt er soms ongewenste verkoop van gronden plaats aan speculanten. Deze gronden worden doorverkocht aan kleine beleggers en zijn daarmee niet meer productief. Ook de kwaliteit van de agrarische erven gaat hierdoor achteruit. Er is nog sprake van veel kleine boeren in dit landschap. Dit biedt goede kansen voor een overstap naar duurzame landbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Landschap, linten en erven Figuur 38: Ligging deelgebied Landschap, linten en erven Buro SRO Figuur 39: Diagram Landschap, linten en erven Buro SRO Prioritering en doorwerking Landschap Ten noordoosten van Leidschendam versterken we het karakteristieke coulissenlandschap. Vanwege de landschappelijke, historische, economische, recreatieve én ecologische waarde willen we het poldergebied groen en open houden. Al deze kwaliteiten zijn hier bij gebaat en hebben eronder te lijden als de openheid verdwijnt. In het polderlandschap willen we deze kwaliteiten behouden en beter met elkaar samen laten gaan door een groenblauwe dooradering onder andere via natuurvriendelijke overs en bloemrijke bermen. Daarvoor moeten we wel ruimte bieden aan functies aanvullend op de landbouw. Vooral op de (voormalige) agrarische erven maar ook op de weilanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van de prioriteiten heeft het visierapport ‘De toekomst van ons buitengebied’ (Adviesraad Stompwijk, juni 2022) een grote rol gespeeld. Het huidige open en groene polderlandschap is ontstaan en gemaakt door boeren. We beschermen het open en groene karakter, behouden goede boerengronden en laten boeren en ondernemers daar hun sleutelrol in blijven vervullen. Het verbeteren van de ecologische waarden vinden we hierbij belangrijk en we zetten daarbij in op betere groen/blauwe dooradering. Ontwikkelingen dienen zich hier altijd naar te voegen. Concreet betekent dit dat de weilanden dus niet gebruikt gaan worden voor zonneweiden of bebouwing. Het poldergebied blijft een belangrijke rol voor onze voedselvoorziening vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat betekent niet dat de gronden helemaal niet van functie kunnen veranderen. We willen vooral op de (voormalige) agrarische erven ruimte bieden aan een diverser gebruik, passend bij het open en groene karakter. Andere functies zijn nodig om het gebied economisch vitaal te houden en boeren een goed toekomstperspectief te bieden. Dit is broodnodig om ze als beheerders en rentmeesters van dit landschap te behouden. Als beleidslijn hanteren we daarom: ‘onze boeren en ondernemers als beheerders van een open en groen landschap´. Daarbij is er ook ruimte voor een passende diversiteit aan duurzame en economisch toekomstbestendige functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">We behouden de goede boerengrond zoveel mogelijk voor een duurzame en circulaire melkveehouderij, zonder dat we het belang van onze voedselzekerheid uit het oog verliezen. Op de minder goede gronden bieden we ruimte aan andere functies. Functies op het gebied van extensieve recreatie zijn hierbij denkbaar. Bijvoorbeeld blote voetenpaden, beleefnatuur, natuurkamperen of gemeenschapslandbouw. Maar ook andere vormen van landbouw en aangepaste teelten, natuurontwikkeling en waterberging zijn interessant. Dit betekent dat we ook inzetten op herstelmaatregelen op het gebied van biodiversiteit en de functie van het buitengebied als waterbuffer verder benutten. Om droogte en verzilting tegen te gaan en ook als de poldergemalen de regenval niet bij kunnen houden onderzoeken we de mogelijkheid om 20% van de laagst liggende delen van de droogmakerijen te reserveren voor waterberging in tijden van nood. Moeras of veenvorming zijn dan inrichtingsmogelijkheden. We zullen ons huidige paardenbeleid (2008) voortzetten, met ruimte voor alle vormen van paardenhouderij in de stadsrandzones, ruimte als ondergeschikte functie op een agrarisch bedrijf en ruimte voor hobbymatige paardenhouderij in het algemeen in het buitengebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze beleidslijn geeft gehoor aan veel van onze ambities. Met name de economische vitaliteit. Maar er ontstaan hiermee ook goede mogelijkheden voor een beter toegankelijk landschap. Via fiets-, wandel-, en klompenpaden waarmee we het gebied voor de (stedelijke) recreant ontsluiten en we de herkenbaarheid van het cultuurhistorisch waardevolle gebied vergroten. Daarmee dragen we ook bij aan onze ambities voor hoogwaardige verblijfskwaliteit. Tegelijkertijd verminderen we hierdoor de recreatiedruk op natuurgebieden. We bewaken wel de balans; een te grote drukte is namelijk storend. Juist voor de kwaliteiten die het gebied zo aantrekkelijk maken. Ook maken we met deze beleidslijn natuurontwikkeling, een klimaatadaptieve waterhuishouding en een verkenning naar de mogelijkheden voor drinkwaterwinning mogelijk. Zo laten we het buitengebied bijdragen aan onze ambities voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en bodem en water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Definitie: een duurzame landbouw zorgt voor:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zorgt voor een goed inkomen voor boeren en hun medewerkers;- zorgt voor meer welzijn, gezondheid (voedselveiligheid) en betere sociale condities wereldwijd;- houdt rekening met de omgeving;- heeft slechts beperkte negatieve gevolgen voor het milieu, bodem, lucht en water;- heeft oog voor het landschap, biodiversiteit, dieren en planten;- gebruikt water, energie en grondstoffen zodanig dat er geen tekorten optreden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Erven en kwaliteitsleidraad We zijn trots op de historische kwaliteiten van de erven en de linten in het buitengebied en beschermen deze dan ook. Tegelijkertijd moet ruimte voor andere of aanvullende functies ook op de bebouwde erven aan de linten mogelijk zijn, afhankelijk van de plaatselijk te behouden kwaliteiten. De bebouwde erven tekenen zich met erfbeplanting en bebouwing juist af tegen het open landschap. En vaak bevatten ze grotere bedrijfsgebouwen. Energieopwekking door zonnepanelen op de daken van schuren is goed in te passen. De plaatsing van erfmolens, met sterke voorkeur voor collectief eigendom, tot 15 meter hoog zal op basis van nadere inpassingscriteria worden uitgewerkt. We stimuleren hierbij een meervoudig ruimtegebruik door daken zowel te benutten voor wateropvang, energieopwekking en begroeiing (isolatie + biodiversiteit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Maar ook voor functieverandering staan we open. Dit is vaak, naast economisch noodzakelijk, een kans op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het milieu. Het kan bijdragen aan de herkenbaarheid van landschap en historie. Aan het aanbod op het gebied van recreatie en toerisme en de verkoop van streekproducten. Aan bijzondere woonconcepten of (maatschappelijke) voorzieningen in een landelijke setting. Erfinitiatieven benaderen we daarom, meer dan in het verleden, als kans. Dit is geen vrijbrief. Initiatieven moeten wel een aantoonbare verbetering opleveren en bijdragen aan onze ambities. De provincie heeft daarnaast beleid vastgesteld voor vrijkomende agrarische erven. Erven behouden hun historische indeling en hun erfbeplanting als overgang naar het landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo houden we het buitengebied beleefbaar, toegankelijk en herkenbaar. Plannen die dit in zich hebben maken we met maatwerk mogelijk. Verrommeling, gebiedsvreemde invulling of intensivering van bebouwd oppervlakte moeten we juist voorkomen. De afwegingsleidraad voor erfinitiatieven (zie 5.6 en bijlage) maakt dit inzichtelijk. Bij een ontwikkeling die betrekking heeft op twee of meer locaties zullen we met initiatiefnemer in gesprek gaan en de ontwikkelingen op de direct betrokken locaties in samenhang bespreken en beoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitengebied gemeente Leidschendam-Voorburg Samenwerking Het realiseren van andere functies gaat niet van zelf maar staat of valt met plannen van boeren en ondernemers. Meer dan voorheen willen we hieraan ruimte bieden en samen optrekken. We erkennen de waarde van onze boeren en ondernemers voor de waarborging van ons buitengebied. Binnen onze mogelijkheden willen we hen helpen om op een duurzame en circulaire manier te groeien of juist om passend af te bouwen en naar een andere invulling van hun gronden toe te werken. Vrijwillige kavelruil en het stimuleren van ondernemersplannen om voor te sorteren op het ‘Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied’ en een mogelijke doorstart van het ‘Nationaal Programma Landelijk Gebied’ zien we daarbij als concrete voorbeelden. Speculatie willen we daarbij tegengaan, mede door onze duidelijke keuze om geen zonneweiden of woonbebouwing toe te staan in dit gebied. In de gesprekken met agrariërs zullen we aandacht vragen voor concrete maatregelen gericht op hun lokale binding en verduurzaming, zoals gewassen passend bij de bodem- en waterhuishoudkundige situatie, vermindering van kunstmestgebruik en chemische bestrijdingsmiddelen, kruidenrijke akkerranden en gebruik van de diepste delen van de polders als wetlands of retentiegebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">B | Natuurgebieden Korte kenschets Verspreid over het buitengebied bevinden zich meerdere ecologisch waardevolle natuurgebieden. Aan de noord- en oostzijde gaat het dan om het niet uitgeveende deel van de Westeindsche Polder en om ‘Natuurgebied Geerpolder’, het eerste natuurgebied in Nederland dat aangelegd is door boeren. Veenweidenatuur een vogelpoel, een plas-drasgebied en natuurvriendelijke oevers vormen een leefgebied voor weidevogels. Dit gaat hier samen met duurzame en extensieve landbouw. Een ander natuurgebied is het Leidschendammerhout, direct ten zuidwesten van recreatiegebied Vlietland. Twee vogelplassen zijn hier met een eiland van de recreatieplas gescheiden. Het gebied bestaat verder uit jong en gevarieerd bos, riet, ruige graslanden en waterrijke weiden. Verder is de Nieuwe Driemanspolder een belangrijk waterbergings- recreatie en natuurgebied, dat we samen met Zoetermeer beheren. Het waterrijke gebied is gemaakt om water te bergen bij piekbelastingen, maar is ingericht met natte natuur, moeras, rietland en wilgenstruweel. Moerasvogels, amfibieën, vlinders en libellen hebben er inmiddels hun plek gevonden. Versterking van de biodiversiteit en klimaatadaptatie gaan hier dus hand in hand. Tot slot ligt er een groot natuurgebied aan de overzijde van het spoor naar Leiden. Hier zijn de horsten van ‘Duin, Horst en Weide’ te vinden. Het gebied kenmerkt zich door een afwisseling van bossen en weilanden en is deel van de regionale landgoederenzone op het strandwallenlandschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Natuurgebieden Figuur 40: Ligging deelgebied natuurgebieden Buro SRO Figuur 41: Diagram natuurgebieden Buro SRO Prioritering en doorwerking Vanwege de waarde van deze gebieden op het gebied van natuur en het belang daarvan staat natuur in deze gebieden voorop. De Nieuwe Driemanspolder is een uitzondering, hier is waterberging leidend en zijn natuur en recreatie nevendoelstellingen. Dat wil niet zeggen dat er in de natuurgebieden geen andere functies mogelijk zijn. Zo onderzoeken we voor bestaande of mogelijk zelfs nieuwe natuurgebieden de mogelijkheden voor drinkwaterwinning uit oppervlaktewater. Natuur kan daarnaast goed samen gaan met andere functies zoals extensieve en duurzame landbouw, recreatie en klimaatadaptatie. Deze gebieden laten dit nu al zien. Juist dit soort combinaties van functies hebben we ook voor de toekomst voor ogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maar het is belangrijk dat de natuur leidend is. Recreatie mag niet tot drukte en verstoring leiden. We versterken daarom juist in het landbouwgebied de toegankelijkheid en de padenstructuur zodat deze natuurgebieden grotendeels vrij blijven van toenemende recreatiedruk. Landbouw in de natuurgebieden moet geschikt zijn om naast de natuur te fungeren en is daarom altijd extensief en duurzaam. Om aanvullende functies aan onze natuurgebieden toe te kennen, verkennen we de mogelijkheden om het natuurgebied Leidschendammerhout, inclusief recreatieve functies, uit te breiden. We willen de verschillende gebieden beter verknopen en slechten daarom fysieke barrières. Zo zetten wij ecologische verbindingen in als meekoppelkansen bij civieltechnische werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">We verkennen de mogelijke ontsluiting van de Duivenvoordse en Veenzijdse Polder via een wandelpad langs de N14. Voor het Leidschendammerhout werken we aan een gebiedsvisie gericht op uitbreiding van natuur, bos en inclusieve recreatieve functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vliet gemeente Leidschendam-Voorburg C | Recreatie- en natuurgebied Korte kenschets Een specifiek deel van ons buitengebied, Vlietland, is gericht op landschappelijk ingepaste verblijfsrecreatie. Daarmee voorziet het gebied in een grote behoefte voor de gemeente en de regio. Maar daarmee is het gebied ook van economische betekenis. Het gebied rond de noordoostelijke waterplas bevat een strand en biedt ruimte voor zwemmen en andere watersportactiviteiten. Er is een restaurant, een jachthaven, een camping en een aquapark. Verder zijn er andere sport- en recreatieactiviteiten te ondernemen zoals klimmen, fietsen, paardrijden en skaten. Het gebied rond de zuidwestelijke waterplas is gericht op extensieve recreatie en natuur. Recreatie- en natuurgebied Vlietland is daarmee één van de acht Hollandse Plassen; gebieden met landschappelijk ingepaste verblijfsrecreatie waar veel gebeurt. Er zijn plannen om het gebied verder te ontwikkelen met verblijfsrecreatie aan de plas. Deze plannen zijn al planologisch verankerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Recreatiegebied Figuur 42: Ligging deelgebied recreatie- en natuurgebied Buro SRO Figuur 43: Diagram recreatie- en natuurgebied Buro SRO Prioritering en doorwerking Recreatie- en natuurgebied Vlietland is belangrijk voor onze gemeente en voor de regio. Economisch en als toeristische en recreatieve trekker. Maar ook op het gebied van gezondheid en welzijn is Vlietland belangrijk als plek waar mensen kunnen sporten, ontspannen en vrijetijd door kunnen brengen. Deze belangrijke functie willen we behouden en versterken. Daarbij willen we het gebied zich binnen het toeristisch recreatieve profiel verder laten ontwikkelen en zien we kansen voor extra bedrijvigheid en arbeidsplaatsen. Door juist de intensievere recreatievormen in Vlietland te concentreren, kunnen we de rest van ons buitengebied rustiger houden en daar de aandacht richten op landbouw, landschap, natuur en extensievere recreatie zoals wandelen, fietsen en kanoën.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door privaat- en publieksrechtelijke overeenkomsten tussen de provincie Zuid-Holland en de erfpachter voor 107 jaar, zet de provincie in op een kwaliteitsimpuls op dit recreatie- en natuurgebied op basis van zonering in een intensiever noordoostelijk deel en een extensiever zuidwestelijk deel. De gemeente Leidschendam-Voorburg is gehouden aan deze provinciale inzet bij de landschappelijk inpassing van verblijfsrecreatie. We versterken de economische en recreatieve waarde. Daarmee landen er dus met name ambities op het gebied van economische vitaliteit. Een goede balans tussen die intensivering en de ruimte voor sporten, bewegen en ontspannen in het groen is daarbij wel belangrijk. Intensivering mag niet ten koste van die laatste kwaliteiten aangezien die het gebied zo aantrekkelijk maken en belangrijk zijn voor onze ambities op het gebied van gezondheid. Daarnaast is het groen houden van deze omgeving van belang voor biodiversiteit en klimaatadaptatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het grote aanbod aan activiteiten en het nog eens intensiveren daarvan heeft ook een verkeersaantrekkende werking. Dit willen we zo duurzaam mogelijk afwikkelen via het STOMP principe. Het gebied is echter nauwelijks bereikbaar per openbaar vervoer. Daarom zijn goede fietsen wandelverbindingen extra belangrijk. Ook van en naar het centrum van Voorschoten met haar voorzieningen dat op korte afstand van het gebied ligt. Met de doorfietsroute langs de Vliet naar Voorschoten (langs Vlietland) en een onderzoek naar één of enkele extra verbindingen (zoals een fietsbrug) in het recreatieve netwerk zorgen we hiervoor. Een extra fietsbrug zou een welkome bijdrage kunnen leveren. Daarnaast zien we mogelijkheden voor laadpalen en parkeermogelijkheden voor deelmobiliteit op de parkeerterreinen en is het de moeite waard om mogelijkheden voor betaald regulier parkeren te verkennen. Andere belangrijke aandachtspunten zijn hier een goede (zwem)waterkwaliteit en het netjes houden van het park met aandacht voor hergebruik en het voorkomen van afval. Met een goed bereikbaar, schoon en goed benut Vlietland dragen we als samenwerkende overheden bij aan een kwaliteitsimpuls en het versterken van de toeristische en economische waarde van de regio. Hiermee sluiten we aan op het eerdere ontwikkelperspectief voor Vlietland en de kwaliteitsimpulsen waar momenteel al aan wordt gewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">D | Glastuinbouwgebied Korte kenschets In de Meeslouwerpolder is een deel van de polder in gebruik als glastuinbouwgebied. Een belangrijke functie voor onze gemeente en onze regio op het gebied van voedselvoorziening en economisch waardevol. Vanaf de jaren zestig is dit gebied als tuinbouwgebied tot ontwikkeling gekomen met inmiddels meerdere kassen langs de Huysitterweg en de Tuinbouwweg. Het gebied kent een afwisseling van kassen, open lucht tuinbouw, graslanden, bedrijfswoningen, bijgebouwen en waterbassins. Aan de Tuinbouwweg liggen de kleinere kassen en rond de Huysitterweg de grotere. Het deel tussen deze wegen is in de provinciale verordening aangeduid als kernzone glastuinbouwgebied en daarmee beschermd. De overige delen niet. De kassen worden afgewisseld met andere bedrijven, zowel wel als niet gelieerd aan de tuinbouw. In de huidige vorm zijn de percelen en bouwvlakken voor glastuinbouw te kleinschalig voor een duurzaam toekomstperspectief met groeimogelijkheden, bij voorkeur gericht op voedselproductie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Glastuinbouw gemeente Leidschendam-Voorburg Prioritering en doorwerking De glastuinbouw is belangrijk voor Stompwijk, voor de gemeente en de regio. De glastuinbouw verdient dan ook een toekomstperspectief. Maar wel glastuinbouw met een duurzame en schone bedrijfsvoering. Daar waar dit duurzame toekomstperspectief er is willen we er ruimte aan bieden. Daar waar daar geen zicht op is staan we open voor andere passende functies. Hierbij denken we aan bedrijvigheid passend bij de plek en in combinatie met kwaliteitsverbetering. Dit biedt kansen om bedrijven uit het buitengebied en de omgeving die geen binding met het landschap hebben, hinder veroorzaken of uit hun jasje groeien hier te situeren. Hiervoor is nog wel instemming van de provincie nodig. Bij de uitwerking van dit duurzame toekomstperspectief zullen we aandacht besteden aan de landschappelijk inpassing. Bij grootschalige (her)ontwikkelingen in dit gebied is bodemonderzoek een voorwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte bieden aan glastuinbouwbedrijven met een duurzaam toekomstperspectief heeft hier onze prioriteit. Dit draagt bij aan zowel onze ambities voor een economisch vitaal buitengebied als aan verduurzaming. De nieuwe ontsluitingsweg maakt een economische impuls voor het gebied kansrijk. Maar alleen glastuinbouw is wellicht niet genoeg. Daar waar glastuinbouwbedrijven onvoldoende mogelijkheden voor verduurzaming en toekomstbestendigheid hebben, zien we ruimte voor andere bedrijvigheid. Niet voor wonen. Wel voor bedrijvigheid met een passende milieuzonering. Hiermee zorgen we voor een doelmatig gebruik van het gebied. De onbebouwde gronden rond de kassen hebben echter wel een landschappelijke waarde. Voor de randen langs dit landschap zien we kansen voor vergroening. Met een landschappelijke inpassing van gebiedseigen beplanting verminderen we de visuele impact van de kassen en gebouwen. Met doelmatig gebruik van het gebied, bedoelen we dan ook de bestaande bebouwde percelen en de percelen met agrarische bouwvlakken. We zetten de deur niet open voor bebouwing van de open weilanden. Deze zorgen voor landschappelijke kwaliteit en afwisseling in het gebied, zijn daarmee van waarde voor de identiteit en de cultuurhistorie. Deze houden we dus onbebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het perspectief voor de Meeslouwerpolder blijft dus gericht op duurzame glastuinbouw, met de mogelijkheid om dit gefaseerd om te zetten in bedrijvigheid met een daarbij passende milieuzonering en kwaliteitsverbetering. Naar aanleiding van de kritische uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan erkennen we dat dat de toegekende bouwrechten hier niet gerealiseerd kunnen worden. In samenhang met alle betrokkenen zal een nieuw ruimtelijk perspectief worden ontwikkeld, met daarin ook maatregelen voor beperking van de visuele impact op het landschap. Dit met aandacht voor de eerder toegekende bouwrechten. Daarbij is het ook denkbaar dat de bouwrechten landen in de omgeving van de Meeslouwerpolder, bijvoorbeeld in of bij de kern Stompwijk, passend binnen de structuur van de kern.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging deelgebied: Glastuinbouwgebied Figuur 44: Ligging deelgebied glastuinbouwgebied Buro SRO Figuur 45: Diagram glastuinbouwgebied Buro SRO 6.7 Ontwikkellocaties Korte kenschets We spreken van ontwikkellocaties als het gaat om ontwikkelingen van meer dan 50 woningen op locaties waar op dit moment nog geen vergevorderde, uitgewerkte plannen zijn. Uiteraard vinden er ook op kleinere schaal ontwikkelingen plaats. Voor die kleinere ontwikkelingen geldt de visie van het betreffende gebiedstype waar de ontwikkeling in ligt. En uiteraard zijn er ook plannen met meer dan 50 woningen die al in uitvoering zijn. Die plannen vallen onder het gebiedstype recente inbreidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze omgevingsvisie kiezen we duidelijk voor het realiseren van nieuwe woningen binnen de bestaande bebouwde omgeving. Dit betekent dat we geen uitbreidingswijken meer maken. We plannen juist ontwikkelingen rond HOV-knooppunten, voorzieningencentra en transformatiegebieden. Deze locaties nemen het leeuwendeel van onze woningopgave voor hun rekening. Juist deze ontwikkellocaties zijn belangrijk voor het waarmaken van onze ambities. Hier ontstaan immers echt nieuwe leefomgevingen en verandert de bestaande situatie ingrijpend. Voor de ontwikkellocaties is ons ambitieniveau daarom hoog. We gaan in deze omgevingsvisie uit van de volgende ontwikkellocaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Diaconessenhuis Voorburg Stationsomgeving Voorburg Omgeving winkelcentrum Julianabaan Stationsomgeving Laan van Noi Stationsomgeving Voorburg ’t Loo Stationsomgeving Mariahoeve Stationsomgeving Leidschendam-Voorburg Fluitpolderplein Bovenveen Omgeving de Mall Overgoo Klein Plaspoelpolder Omgeving Leidschendam centrum Veurse Achterweg (Fugro en omgeving) Kern Stompwijk (zie gebiedsprogramma Kern Stompwijk) Iedere ontwikkellocatie heeft haar eigen karakter. Een gedeeld kenmerk is dat de ontwikkellocaties op goed bereikbare locaties liggen en dat er ruimte is voor verdichting, verandering en alternatieve mobiliteit. Op de ontwikkellocaties, zeker de grotere, ontstaat er dan een compleet nieuwe omgeving en verandert de bestaande situatie ingrijpend. Vanwege de binnenstedelijke ligging grenzen de ontwikkellocaties echter ook aan bestaande bebouwde omgeving. Een passende overgang naar de bestaande directe omgeving is voor iedere ontwikkellocatie een bepalende en sturende factor en zal dan ook een belangrijk onderdeel van het project zijn.</p></div>", "next": 239164}