{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">woongebied rondom de Burgemeet (zie gebiedstypenkaart)</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : diverse woongebieden ten zuiden van de historische dorpskern (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : woonwijken ten noorden van de Meerkoetlaan en rondom de Gladiolenstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint Philipsland : diverse woonwijken ten westen van de historische dorpskern (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Scherpenisse : diverse woonwijken rondom de historische dorpskern (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : woongebieden rondom de Boswei, de Koning Haakonstraat en ten westen van de Prins Bernhardstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : woongebied ten westen van de Ten Ankerweg en de woonwijken Buitenzorg III en Molenhoek (zie gebiedstypenkaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid Binnen de woonwijken met individuele woningbouw wordt gestreefd naar een evenwicht tussen diversiteit en eenheid. De eenheid wordt met name gevonden in de plaatsing van de bebouwing op de percelen en de bebouwingsdimensies, zoals goot- en nokhoogte en het aantal bouwlagen. De bestemmingsplannen “Steintjeskreek Anna Jacobapolder”, Steintjeskreek 2e fase Anna Jacobapolder”, “Kom Oud-Vossemeer”, “Kom Poortvliet”, “Kom Sint-Annaland”, “Stoofweg Sint-Annaland”, “Achter ‘t bos Sint-Maartensdijk”, “Kern Sint Philipsland”, “Kom Scherpenisse”, “Scherpenisse West”, “Kom Stavenisse”, “Buitenzorg Tholen”, “Buitenzorg III Tholen” en “Molenhoek Tholen” geven richtlijnen waaraan nieuw te bouwen en te wijzigen objecten aan moeten voldoen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus De individuele woningbouw kenmerkt zich door zijn diversiteit in bouwstijlen, kleur- en materiaalgebruik en situering. Om te voorkomen dat het totaalbeeld van de individuele woongebieden rommelig en onsamenhangend wordt, dient voor de welstandsbeoordeling op basis van gebiedsgerichte criteria getoetst te worden op welstandsniveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de grootte van het perceel is de plaatsing van het object afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen. Bij zeer grote percelen is de plaatsing van de objecten op buurpercelen van ondergeschikt belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig.</p>\n<p class=\"lf-p\">In compacte woongebieden is de kapvorm, nokrichting en oriëntatie van het object afgestemd op die van objecten op belendende percelen. In ruim opgezette woongebieden is dit in mindere mate aan de orde. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw en de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en vertonen samenhang. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5Bedrijvengebieden B.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5.1B2: bedrijventerrein Beschrijving Bedrijventerreinen zijn er in veel vormen en maten. Van oorsprong kwam bedrijvigheid voor langs ontsluitingen over het water (rivieren, kanalen, weteringen) en het spoor. Later werd veel bedrijvigheid ontwikkeld langs provinciale en rijkswegen. De laatste jaren zien we enorme ontwikkelingen op de zogenaamde “zichtlocaties” langs de autosnelwegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de kleinere kernen komt kleinschalige bedrijvigheid voor waar lokale ondernemers dicht bij huis hun bedrijf voeren in de ambachtelijke sfeer. De bebouwing bestaat veelal uit eenvoudige loodsen, uitgevoerd in een geprofileerde staalplaat, met een klein kantoor- en kantinegedeelte. Dikwijls is de gevel van het kantoorgedeelte geheel of gedeeltelijk opgetrokken uit metselwerk. De gebouwen zijn voorzien van een plat of flauw hellend dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleurgebruik is sober, variërend van grijs tot bruin en groen, met af en toe een accentkleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de grotere kernen en in de buurt van de autosnelwegen hebben zich de laatste decennia de zogenaamd logistieke transportcentra ontwikkeld. Immense opslagloodsen met rijen “loadingdocks” bepalen het beeld van deze grootschalige bedrijventerreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laatste jaren wordt meer zorg en aandacht besteed aan de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen. De vormgeving van de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte en de bedrijfspercelen kan goed worden geregisseerd door middel van beeldkwaliteitplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen vallen de volgende gebieden onder gebiedstype B2:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Oud-Vossemeer : “Bedrijfsterrein Oud-Vossemeer” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet : gedeelte van “Bedrijfsterrein Poortvliet” en de bedrijventerreinen langs de Paasdijkstraat en de Hogeweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : “Bedrijfsterrein Sint-Annaland” en het bedrijventerrein rondom de Havenweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : “Bedrijfsterrein Sint-Maartensdijk” en het bedrijventerrein rondom de Wouthoekweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint Philipsland : “Bedrijfsterrein Provinciale weg” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : bedrijventerrein langs de pilootweg</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : “Bedrijventerrein Welgelegen”, “Bedrijventerrein Noord”, “Bedrijfsterrein Slabbekoornpolder” en het bedrijventerrein aan de Postweg (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid Het beleid van de gemeente Tholen ten aanzien van de bedrijventerreinen is met name gericht op het behoud of het versterken van de basiskwaliteit van de werkomgeving.</div>\n<p class=\"lf-p\">De bestemmingsplannen “Bedrijfsterrein Oud-Vossemeer”, “Kom Poortvliet”, “Bedrijfsterrein Poortvliet”, “Kom Sint-Annaland”, “Bedrijfsterrein Sint-Annaland”, “Bedrijfsterrein Sint-Maartensdijk”, “Buitengebied”, “Bedrijfsterrein Provinciale weg Sint Philipsland”, “Kom Stavenisse”, “Bedrijventerrein Welgelegen Tholen”, “Bedrijventerrein Noord Tholen”, “Bedrijfsterrein Slabbekoornpolder Tholen” en “Buitenzorg Tholen” geven inzicht in de toegestane ontwikkelingen van de bedrijventerreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus De bedrijventerreinen liggen allen buiten de kernen van de steden en dorpen en zijn eenvoudig van opzet en vormgeving. Functionaliteit speelt een belangrijkere rol dan de uiterlijke verschijningsvorm. Het welstandstoezicht garandeert handhaving en/of versterking van de basiskwaliteit van het bedrijventerrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleinere bedrijventerreinen liggen vaak aan de rand van de bebouwde kom en zijn in meer of mindere mate verweven met de randbebouwing. Dit is het geval bij de bedrijventerreinen langs de Hogeweg in Poortvliet, rondom de Havenweg in Sint-Annaland, langs de Pilootweg in Stavenisse en rondom de Wouthoekweg in Sint-Maartensdijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze terreinen worden ten behoeve van de welstandsbeoordeling op basis van de gebiedsgerichte criteria getoetst op welstandsniveau 2. De overige, grotere bedrijventerreinen worden getoetst op welstandsniveau 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de plaatsing van het object afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen. Bij grote afstanden is de plaatsing van de objecten op buurpercelen van ondergeschikt belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bouwvolume op zichzelf is evenwichtig van compositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld een hal en kantoorgedeelte) van het object zijn in evenwicht. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw en de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en vertonen samenhang. Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de gevelopbouw van het object afgestemd op die van objecten op belendende percelen. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleurgebruik is ingetogen en niet fel of contrasterend. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">De compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, is evenwichtig en vertoont samenhang. Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object afgestemd op die van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het gevelvlak en de gevelplint) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en vertonen samenhang. Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object afgestemd op die van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5.2B4: perifere detailhandel Beschrijving Aan de rand van grotere kernen treffen we vaak gebieden aan waar grootschalige detailhandel is gevestigd. De grotere doe-het-zelf- en kluswinkels, alsook diverse groothandels zijn hier gevestigd. Op deze terreinen zijn grote parkeerterreinen aanwezig om te voorzien in de grote toestroom van winkelend publiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing bestaat veelal uit grote stalen hallen, voorzien van geprofileerde staalplaatbekleding. De basiskleur van de hal is ingetogen, lichtgrijs of beige. Ter plaatse van de entree is veelal een verbijzondering aangebracht met behulp van afwijkend materiaal of kleurgebruik. De gebouwen zijn voorzien van een plat dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen is ten noorden van de stad Tholen een perifere detailhandelslokatie in ontwikkeling. Bij de procedure van de stedenbouwkundige planvoorbereiding worden tevens de gebiedsgerichte welstandscriteria opgesteld (zie ook § 2.2.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen vallen de volgende gebieden onder gebiedstype B4:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet : gedeelte van “Bedrijfsterrein Poortvliet” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : het bedrijventerrein in ontwikkeling ten noorden van de Nieuwe postweg (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid Het beleid van de gemeente Tholen ten aanzien van de bedrijventerreinen met perifere detailhandel is gericht op het aantrekken van lokale en bovenlokale publieksgerichte bedrijven. Het bestemmingsplan “Bedrijfsterrein Poortvliet” geeft inzicht in de toegestane ontwikkelingen van het bedrijventerrein in Poortvliet.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Het “bedrijfsterrein Poortvliet” is, ondanks zijn publiekstrekkende functie, behoudend vormgegeven. Dit bedrijventerrein worden ten behoeve van de welstandsbeoordeling op basis van de gebiedsgerichte criteria getoetst op welstandsniveau 3. Hiermee wordt de basiskwaliteit van het bedrijventerrein gehandhaafd en/of versterkt .</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de plaatsing van het object afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen. Bij grote afstanden is de plaatsing van de objecten op buurpercelen van ondergeschikt belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. Bij de plaatsing van het object is rekeningen gehouden met parkeervoorzieningen. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bouwvolume op zichzelf is evenwichtig van compositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld een hal en winkelgedeelte) van het object zijn in evenwicht. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw en de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en vertonen samenhang. Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de gevelopbouw van het object afgestemd op die van objecten op belendende percelen. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleurgebruik is ingetogen en niet fel of contrasterend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6Groene gebieden G 6.6.1G1: parken, groengebieden en sportcomplexen Beschrijving Stadsparken komen in veel gevallen voor op voormalige verdedigingslinies die aan het eind van de 19de eeuw zijn geslecht. Ook voormalige landgoederen zijn in het verleden als wandelpark voor het publiek opengesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groengebieden komen verspreid in de dorpen en steden voor. Met name vanaf de jaren zestig werden ruime groene lobben in de stedenbouwkundige structuur opgenomen als scheiding tussen verschillende wijken of buurten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sportcomplexen komen van oudsher voor aan de randen van kernen. Oudere sportcomplexen zijn later ingebouwd door nieuwere uitleggebieden en daardoor midden in de bebouwde kom komen te liggen. Op deze complexen is meestal bebouwing aanwezig in de vorm van kantines met kleedlokalen, sporthallen en tribunes. Deze bebouwing is veelal sober en doelmatig vormgegeven. Metselwerk gevels overheersen, maar ook materialen als hout en beton komen regelmatig voor. Het kleurgebruik is zeer divers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bijzondere groep gebieden binnen categorie G1 vormen de begraafplaatsen. Deze liggen vrijwel overal verspreid aan de randen van de kommen van de dorpen en steden. In sommige gevallen is er bebouwing in de vorm van een rouwcentrum of een poortgebouwtje op het terrein aanwezig. Deze bouwwerken hebben een stemmig en ingetogen karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen vallen de volgende gebieden onder gebiedstype G1:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Oud-Vossemeer : sportvelden aan de Bou Kooijmanstraat (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet : sportvelden ten noorden van de Deestraat (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : sportvelden aan de Dorpsweg en de ijsbaan aan de Annewas (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : sportcomplex Haestinge (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint Philipsland : groengebied langs de Luijsterlaan (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Scherpenisse : ijsbaan langs de Westzeedijk (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : sportvelden langs de Pilootweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : sportcomplex Zoekweg (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen is van mening dat sport- en spelvoorzieningen voor iedereen bereikbaar dienen te zijn. Een geactualiseerde inventarisatie maakt deel uit van de ontwikkelingsplannen per kern. In de bestemmingsplannen “Kom Oud-Vossemeer”, “Kom Poortvliet”, “Kom Sint-Annaland”, “Buitengebied”, “Kern Sint Philipsland”, “Bedrijfsterrein Sint-Maartensdijk”, “Kom Stavenisse” en “Sportcomplex Zoekweg Tholen” zijn de uitgangspunten voor deze ontwikkelingen opgenomen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Parken, groengebieden en sportcomplexen hebben een grote toegevoegde waarde in de beleving van de dagelijkse leefomgeving. De sportcomplexen liggen met name aan de randen van de stads- en dorpskernen. Deze gebieden kunnen beperkte afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen verdragen. Voor de welstandsbeoordeling op basis van gebiedsgerichte criteria kan worden volstaan met een toetsing op welstandsniveau 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parken en groengebieden liggen meer verspreid binnen de kommen. Soms rondom een kerk en soms als natuurlijke grens tussen twee woongebieden. Dergelijke groengebieden vragen om een zorgvuldige afstemming van ontwikkelingen van de ruimtelijke kwaliteit en nieuwe bouwkundige ingrepen. Voor de welstandsbeoordeling op basis van gebiedsgerichte criteria wordt getoetst op welstandsniveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object verstoort de landschappelijke inrichting van het gebied niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de karakteristiek van het plangebied. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw en de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en passen binnen de gebiedskarakteristiek. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object past binnen de karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">De compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, past binnen de karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6.2G3: boerenerven – agrarisch buitengebied Beschrijving In Zuid-Holland en Zeeland treffen wij een rijke verzameling van gebieden aan die zijn ontstaan vanuit verschillend agrarisch grondgebruik. Diverse methoden van akkerbouw en veeteelt zijn in de loop der eeuwen in de vorming van het landschap tot uitdrukking gekomen en worden nu als cultuurhistorische waardevolle gebieden beschermd. Denk hierbij aan het veenweidegebied in de waarden, het slagenlandschap in midden Holland en de akkerbouwgebieden op de Zeeuwse eilanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oudere erven nemen een eigen positie in binnen het landschap. Meestal liggen ze op de overgang van hoge naar lage gronden. Het zijn clusters van relatief forse bouwmassa’s; onregelmatig ten opzichte van elkaar geplaatst. In de meeste gevallen zijn de gebouwen opgetrokken uit metselwerk en voorzien van een met pannen gedekte schuine kap. Gevelonderdelen als kozijnen, luiken, gootombouwen en boeiboorden zijn meestal uitgevoerd in hout en voorzien van overwegend wit schilderwerk, soms aangevuld met een tweede, veelal donkere kleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel oude erven zijn daarnaast belangrijke schakels in de landschappelijke structuur. De oude gebouwen vormen een waardevol en cultuurhistorisch erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">De “jongere” erven liggen vaak langs een weg. Meestal is het voorhuis naar de weg gekeerd en liggen daarachter de schuren in een rechthoekig patroon. Sommige erven maken deel uit van een bebouwingslint.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laatste jaren vindt er een ingrijpende schaalvergroting plaats in de agrarische bebouwing. De oudere, bakstenen schuren maken plaats voor grote loodsen in geprofileerd staalplaat. Deze verhouden zich vaak moeizaam met de van oudsher aanwezige bebouwing en de schaal van het landschap. Ook vindt er op voormalige boerenerven een functieverschuiving plaats naar wonen en andersoortige bedrijvigheid. De oorspronkelijke karakteristiek van de erven staat hierdoor eveneens onder druk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het agrarische buitengebied is qua oppervlakte het grootste gebiedstype van de gemeente Tholen. In grote lijnen kan worden gesteld dat het gehele gebied buiten de kernen van de steden en dorpen, met uitzondering van de natuur- en recreatiegebieden, valt onder gebiedstype G3. Op de gebiedstypekaart, die als bijlage aan deze nota is toegevoegd, is dit terug te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid Voor het buitengebied wordt door de gemeente Tholen differentiatie nagestreefd. Door gebieden aan te wijzen waar het accent op de agrarische sector, natuur of recreatie ligt, wordt voorkomen dat deze functies voor elkaar belemmeringen opwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het grootste gedeelte van het Thoolse buitengebied staat de agrarische functie centraal. Hier worden aan de ontwikkelingsmogelijkheden van deze sector, voor zover het grondgebonden teeltvormen betreft, zo min mogelijk beperkingen opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestemmingsplan “Buitengebied” geeft inzicht in de toegestane ontwikkelingen in het agrarische buitengebied. In de 5e herziening van dit bestemmingsplan is de regeling voor teeltondersteunende voorziening verruimd, passend in het stimuleringsbeleid gericht op intensivering van de grondgebonden landbouw. Teeltondersteunende voorzieningen zijn te onderscheiden in tijdelijke en permanente voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zoals b.v. plastic boog- en gaaskassen zijn vanwege de tijdelijkheid niet onderhevig aan een welstandstoets.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wat betreft de welstandstoets van permanente teeltondersteunende voorzieningen zoals b.v. tunnelkassen met een permanente constructie wordt aangesloten bij de planologische randvoorwaarden. Zo dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inbedding afhankelijk van de agrarische zone; in agrarisch gebied (zone I volgens bestemmingsplan Buitengebied) is een landschappelijke inbedding van minder belang. Verder is een permanente teeltondersteunende voorziening welstandshalve aanvaardbaar indien deze logisch en functioneel in het agrarische bouwvlak is geplaatst. Een gebogen hoofdvorm is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de welstandstoets van nieuwe agrarische bedrijfsloodsen is het van belang dat een overwegend donkere kleurstelling wordt gekozen voor de gevel- en dakvlakken. Ook secundaire gevelonderdelen zoals (overhead)deuren dienen bij voorkeur in een donkere kleurstelling te worden uitgevoerd, echter een lichte kleurstellng is eveneens acceptabel aangezien vele loodsen met lichte deuren zijn uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook veel in het buitengebied voorkomende bouwwerken, geen gebouw zijnde, bijvoorbeeld bij paardenpakken dienen bij voorkeur in een donkere kleurstelling te worden uitgevoerd. Gelet op de omvang en de aanwezigheid van dergelijke bouwwerken in het buitengebied, wordt een lichte kleurstelling niet uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daken van agrarische bedrijfswoningen en burgerwoningen in het buitengebied zijn veelal afgedekt met keramische pannen. In voorkomende gevallen zijn deze pannen voorzien van een mat-geglazuurde afwerklaag. Af en toe wenst men geglazuurde dakpannen toe te passen. Deze glanzende pannen komen slechts incidenteel voor. In 2012 heeft de gemeenteraad besloten om - hoewel afwijkend van de gebiedskarakteristiek - deze geglazuurde pannen toe te staan in het buitengebied. Dit is ook ingegeven door het feit dat sinds de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht per 1 oktober 2010 het vervangen van dakpannen sec een vergunningsvrije handeling is geworden en daarmee niet onderhevig meer is aan een welstandstoets Waardebepaling en welstandsniveaus De gemeente Tholen is bij uitstek een agrarische gemeente. De boerenerven en de omliggende landerijen bepalen voor een groot gedeelte het aanzien van de eilanden. Door de ontwikkelingen in de agrarische sector in de afgelopen decennia is er een veranderende behoefte voor wat betreft de inrichting en het gebruik van de erven. Om de ruimtelijke kwaliteit van het agrarisch buitengebied te handhaven dient er zorgvuldig te worden gekeken naar nieuwe bouwkundige ingrepen op en rondom de boerenerven. Voor de welstandsbeoordeling op basis van gebiedsgerichte criteria wordt getoetst op welstandsniveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied en is, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kapvorm, nokrichting en oriëntatie is, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op die van objecten op belendende percelen. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw van het object is evenwichtig en past binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken zijn, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op die van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object past binnen de karakteristiek van het plangebied en is, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op het materiaal- en kleurgebruik van objecten op belendende percelen. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">De compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, past binnen de karakteristiek van het plangebied en is, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op de compositie van de bouwvolume-onderdelen van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken zijn, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op die van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6.3G4: natuurgebieden Beschrijving In Zeeland is vrijwel iedere vierkante meter een keer door mensenhanden bewerkt. De diversiteit in het landschap is door de verschillende wijzen van bewerking erg groot. De complexe en afwisselende geologische opbouw van Zeeland draagt aan deze diversiteit sterk bij. Nu de laatste jaren de waardering voor “de natuur” stijgt en het voor de agrariërs steeds moeilijker wordt gemaakt in Nederland bedrijf te voeren, worden steeds meer gebieden bestempeld tot natuurgebied. Instanties als Staatsbosbeheer, Stichting Natuurmonumenten en bijvoorbeeld het Brabants Landschap hebben thans een groot aantal gebieden in beheer. Veelal zijn deze gebieden voor het recreërend publiek toegankelijk gemaakt door fiets- en wandelpaden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gebieden komt sporadisch bebouwing voor. Het toevoegen van nieuwe bebouwing wordt van overheidswege tegengegaan. Uitgangspunt hierbij is dat natuur en bebouwing slecht samengaan en een scheiding daartussen gehandhaafd moet blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen vallen de volgende gebieden onder gebiedstype G4:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Pluimpot’ ten zuiden van Sint-Maartensdijk</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Rammegors’ tussen Oud-Vossemeer en Sint Philipsland</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘de welen’ ten zuiden van Stavenisse</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Stinkgat’ in de van Haaftenpolder, tussen Oud-Vossemeer en Sint-Annaland</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Zuidweihoek’ bij Poortvliet</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Bruintjeskreek’ bij Anna Jacobapolder</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Eendenkooi Sint Philipsland’</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>de Thoolse dijkbeemden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>de buitendijkse slikken en schorren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : langs de Nieuwelandseweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : rondom het Stenepad (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Scherpenisse : langs de Stoofdijk (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : langs de Oudelandsedijk (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : langs de Gemaalweg (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen streeft naar een verdere versteking van de natuurwaarden. Het beleid is er op gericht om het landschappelijk-cultuurhistorisch erfgoed, waarvan met name de dijken een duidelijke exponent zijn, meer zichtbaar en beleefbaar te maken. Nieuwe bebouwing wordt niet of nauwelijks toegelaten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Enkele gebieden, zoals ‘Pluimpot’, ‘Rammegors’, ‘de welen’ en ‘Stinkgat’, zijn aangewezen als natuurgebied. In de bestemmingsplannen “Buitengebied” en “Buitengebied Sint Philipsland” zijn de toegestane ontwikkelingen in de natuurgebieden terug te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus De natuurgebieden van de gemeente Tholen hebben een grote ornithologische en botanische waarde. De buitendijkse slikken en schorren zijn foerageerplekken en pleisterplaatsen voor talrijke vogelsoorten. Op de begroeide schorren komen de typisch Zeeuwse gewassen als zeekraal en lamsoor voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze gebieden, met zijn bijzondere landschappelijke karakteristieken, krijgen ten behoeve van de welstandstoetsing op basis van gebiedsgerichte criteria welstandsniveau 1, zodat nieuwe ingrepen extra zorgvuldig beoordeeld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de landschappelijke structuur van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het perceel gesitueerd. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorm, richting en oriëntatie van het bouwvolume is afgestemd op de landschappelijk elementen. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw van het object is evenwichtig en past binnen de gebiedskarakteristiek. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object past binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">De compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, past binnen de landschappelijke karakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de landschappelijke gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object. detailaspecten materialen / kleuren onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object past binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang. detaillering onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object past binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object is in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunt de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6.4G5: recreatieparken en vakantiewoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving Op verschillende plekken in de gemeente Tholen komen recreatieparken voor, bijvoorbeeld bungalowparken die projectmatig zijn opgezet. Ook komen gebieden voor waar in eigen beheer vakantiewoningen kunnen worden gebouwd. De laatste jaren is veel ophef ontstaan omdat veel vakantiewoningen permanent worden bewoond. Deze ontwikkeling wordt aangewakkerd door de ruime mogelijkheden die de bestemmings-plannen bieden voor het bouwen van ruime “vakantiewoningen”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieparken en zogenaamde bungalowparken zijn meestal rondom een klein centrum met voorzieningen gelegen. De parken zijn meestal op zichzelf gelegen en naar binnen gekeerd. De woonbebouwing is veelal geclusterd in kleinere eenheden die ontsloten worden door kronkelende wegen en wandelpaden. De woningen zijn veelal opgetrokken uit houten of metselwerk gevels of een combinatie ervan. De bebouwing bestaat uit één bouwlaag, met de goothoogte op circa 2,5 meter. De daken zijn overwegend schuin, met diverse dakbedekkingen. Gevelonderdelen als kozijnen en boeiboorden zijn vaak in hout uitgevoerd, maar ook wel in meer onderhoudsvrije materialen als aluminium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aparte groep binnen de categorie G5 vormen de woonwagencentra. De bouwwerken staan in kleine groepjes bij elkaar op terreinen die soms in het buitengebied liggen en soms ingebed zijn in de bebouwde kom van de dorpen en steden. De éénlaagse woningen zijn veelal uit hout opgetrokken en hebben een platte of flauw hellende kap.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen kunnen we de volgende gebieden onderscheiden die onder gebiedstype G5 vallen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet : kampeerterreinen langs het Tholense Gat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : langs de Nieuwelandseweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : rondom het Stenepad (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : langs de Oudelandsedijk (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : langs de Gemaalweg (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen streeft naar een versteking van de recreatieve sector, met behoud van de kwaliteiten rust en ruimte. De gemeente richt zich met name op de natuur- en cultuurliefhebber. De dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen worden beperkt tot een aantal specifiek daarvoor aangewezen gebieden. In de bestemmingsplannen “Buitengebied”, “Buitengebied Sint Philipsland”, “Kampeerterreinen”, “Recreatiegebied Suzannapolder”, “Camping de Muye”, “Kampeerterrein Muyepolder”, “Wulpdal”, “Recreatieterrein Buurtweg” en “Woonwagencentrum Tholen” zijn de toegestane ontwikkelingen in de recreatieparken en woonwagencentra weergegeven.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus De recreatiesector is een potentiële inkomstenbron voor de gemeente Tholen. Voor een aangenaam verblijf dienen de bezoekers van de recreatieparken en kampeerterreinen in een verzorgde en aantrekkelijke omgeving te verkeren. Deze parken en terreinen kunnen afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen verdragen. De recreatieparken en campings zijn veelal omgeven door groengordels en vormen daarmee een op zichzelf staand gebied, waarin veel standaard recreatiewoningen in de loop der jaren zijn vernieuwd dan wel zijn uitgebreid. Hierdoor is een bebouwingskarakteristiek ontstaan met een diversiteit, zij het dat dit verschilt per park. Na een proefperiode van twee jaar zijn deze gebieden in 2010 dan ook aangewezen als welstandsvrij gebied (welstandsniveau 4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de landschappelijke structuur van het plangebied en is afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kapvorm, nokrichting en oriëntatie van het object is afgestemd op die van objecten op belendende percelen. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw van het object is evenwichtig en past binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn afgestemd op de verhoudingen van de gevelvlakken van objecten op belendende percelen. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object past binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied en is afgestemd op het materiaal- en kleurgebruik van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7Gebieden met bijzonder bebouwingsthema’s T 6.7.1T1: hoogbouwaccenten Beschrijving De bebouwing in de gemeente Tholen bestaat uit laagbouw. Alleen in de stad Tholen is sprake van de (toekomstige) ontwikkeling van wat hogere bebouwing. Wordt onder hoogbouw meestal verstaan bebouwing hoger dan 20 meter, in Tholen wordt bij een hoogte vanaf 15 meter al van hoogbouw gesproken. De geplande incidentele hoogbouwaccenten zijn gesitueerd buiten de historische binnenstad op karakteristieke zichtlocaties aan het water en/of aan belangrijke verkeerswegen. De impact van hoogbouw op het beeld van stad of dorp is zeer groot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Momenteel zijn in de gemeente Tholen geen gebieden die vallen onder gebiedstype T1. Wel is incidentele hoogbouw gepland in de stad Tholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen streeft naar een gedifferentieerd, evenwichtig en toekomstgericht woningaanbod. De ontwikkeling van hoogbouwaccenten vormt een onderdeel van dit beleid. Bij deze nieuwe ontwikkelingen staan duurzaam bouwen en aanpasbaar bouwen hoog op de agenda.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Hoogbouw heeft een grote invloed op het beeld van de stad Tholen. Het geeft de stad een wat meer ‘werelds’ karakter in plaats van die van een plattelandsstadje. Hoogbouwaccenten kunnen, mits op de juiste wijze toegepast, een toegevoegde waarde hebben voor de gemeente Tholen. Ze dienen met name als oriëntatiepunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanwege de grote impact van hoogbouwaccenten op de beleving van de stad worden nieuwe ontwikkelingen, ten behoeve van de welstandstoetsing op basis van gebiedsgerichte criteria, getoetst op welstandsniveau 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige structuur van het plangebied en is afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oriëntatie van het object past binnen de stedenbouwkundige en/of landschappelijke structuur van het plangebied. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw van het object is evenwichtig en past binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn afgestemd op de verhoudingen van de gevelvlakken van objecten op belendende percelen. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object past binnen de karakteristiek van het plangebied en is afgestemd op het materiaal- en kleurgebruik van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">De compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, past binnen de karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object. detailaspecten materialen / kleuren onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object past binnen de karakteristiek van het plangebied en is afgestemd op het materiaal- en kleurgebruik van de bouwvolume-onderdelen van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang. detaillering onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object past binnen de karakteristiek van het plangebied en is afgestemd op de detaillering van de bouwvolume-onderdelen van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object is in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunt de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.2T3: instituten Beschrijving Onder instituten worden grotere bebouwingscomplexen verstaan die min of meer solitair zijn gelegen, zoals opleidingsinstituten, scholen, verzorgingstehuizen en solitair gelegen bedrijven. De bebouwing is veelal naar binnen gekeerd en ingebed in een groene en soms parkachtige terreininrichting. De bouwwerken bestaan vaak uit een combinatie van éénlaagse bebouwing en gebouwen met meerder bouwlagen en zijn in veel gevallen opgetrokken uit metselwerk. De daken zijn veelal plat. Het kleur- en materiaalgebruik is zeer divers.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen kunnen we de volgende gebieden onderscheiden die onder gebiedstype T3 vallen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Oud-Vossemeer : basisscholencomplex aan de Burgemeester Versluijsstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet : scholencomplex aan de Schoolstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Scherpenisse : scholencomplex aan de Watertorenstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : zorgcentrum ‘de Schutse’, gemeenschapscentrum “De Wellevaete” en het basisscholencomplex aan de Schoolstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : het Scheldecollege en zorgcentrum ‘Maartenshof’ (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : complex rondom de “Rehobothschool” en oud gereformeerde kerk aan de Prins Bernhardstraat en het scholencomplex aan de Schoolstraat (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : het scholencomplex aan de Molenvlietsedijk en het complex rondom zorgcentrum ‘Ten Anker’, met o.m. het politiebureau en kinderdagverblijf “Puk en Muk” (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen heeft geen expliciet ruimtelijk beleid ten aanzien van instituten. Bovenstaande complexen en centra vallen beleidsmatig onder de bestemmingsplannen van aangrenzende gebieden. In dit geval zijn dit de bestemmingsplannen “Kom Oud-Vossemeer”, “Kom Poortvliet”, “Kom Scherpenisse”, “Kom Sint-Annaland”, “Achter ’t bos Sint-Maartensdijk”, “Kom Sint-Maartensdijk”, “Kom Stavenisse”, “Molenvliet Tholen” en “Sportcomplex Zoekweg Tholen”.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus De complexen en centra die onder gebiedstype T3 vallen hebben voornamelijk een grote maatschappelijke waarde. De gebouwen hebben vaak een beschermende, naar binnen gekeerde opzet. Hierdoor zijn wijzigingen en ontwikkelingen in de ruimtelijke structuur en architectonische vormgeving slechts in beperkte mate van invloed op de omgeving. Voor de welstandsbeoordeling op basis van gebiedsgerichte criteria wordt getoetst op welstandsniveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied Bij de plaatsing van het object is rekening gehouden met de plaatsing van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de kapvorm, nokrichting en oriëntatie van het object is rekening gehouden met objecten op belendende percelen. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw van het object is evenwichtig. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object is rekening gehouden met de karakteristieken van aangrenzende plangebieden en het materiaal- en kleurgebruik van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, is rekening gehouden met de karakteristiek van het aangrenzende plangebied en de compositie van de bouwvolume-onderdelen van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en vertonen samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8Nieuwe ontwikkelingen N In de gemeente Tholen zijn (nog) geen gebieden die als ‘nieuwe ontwikkeling’ kunnen worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.9Woongebieden met een beeldkwaliteitplan BKP Beschrijving Naast incidentele nieuwbouw van woningen heeft de gemeente Tholen momenteel zes grote(re) woongebieden in ontwikkeling en/of in aanbouw. Deze woonwijken hebben een duidelijke stedenbouwkundige structuur, waarbij de wijk wordt opgedeeld in herkenbare deelgebieden. Het woningaanbod is gevarieerd, van vrijstaande woningen tot bebouwingslinten. De hoofdstructuur van de wijk wordt versterkt door bebouwingsaccenten. Groen en water spelen een belangrijke rol bij de inrichting van de openbare ruimte. Verder is er veel aandacht voor verkeersveiligheid en duurzaam bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen zijn 6 uitbreidingsgebieden met een beeldkwaliteitplan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Oud-Vossemeer : “Welhoek” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : “Vroonstede” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : “Muyepolder” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint Philipsland : “Graefnisse” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : “Poststraat Zuid” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : “Stadszicht” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : “Stadszicht II” (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid Het beeldkwaliteitplan vormt een leidraad voor de ruimtelijke vormgeving en de inrichting van de woongebieden. Het doel ervan is een goede onderlinge communicatie en afstemming te bewerkstelligen tussen alle bij het planproces betrokken disciplines.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Bij de realisatie van de woongebieden wordt bijzondere aandacht besteed aan de ruimtelijke belevingskwaliteit. In de beeldkwaliteitplannen staan de ambitieniveaus die de gemeente Tholen voor ogen heeft in deze gebieden omschreven. De welstandsbeoordeling geschiedt op basis van de criteria, zoals omschreven in het beeldkwaliteitplan. De bouwplannen worden getoetst op welstandsniveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria Het beeldkwaliteitplan bevat de toetsingscriteria voor de welstandsbeoordeling. De beeldkwaliteitplannen zijn daarmee onderdeel van het welstandsbeleid. Tevens dienen de bouwplannen te voldoen aan de gebiedsgerichte criteria van gebiedstype W3-8.</p>\n<p class=\"lf-p\">7Welstandscriteria bijzondere bouwwerken In dit hoofdstuk zijn de welstandscriteria voor bijzondere bouwwerken in de gemeente Tholen vastgelegd. Bijzondere bouwwerken zijn bouwwerken, die vanwege hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde van groot belang zijn voor de gemeente Tholen. Er zijn drie soorten bijzondere bouwwerken te onderscheiden: monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en overige bijzondere bouwwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten vanuit de Monumentenwet 1988 reeds gedetailleerde redengevende beschrijvingen zijn, wordt in de betreffende paragrafen naar deze beschrijvingen verwezen. Van de overige bijzondere bouwwerken zijn de karakteristieken wel in deze nota opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.1Monumenten Beschrijving Monumenten zijn bouwwerken die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. Een monument kan door het Rijk worden aangewezen tot rijksmonument als het bouwwerk daarnaast ook een nationale, unieke waarde heeft en ouder is dan vijftig jaar. De gemeente Tholen kent 150 rijksmonumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanwijzing tot rijksmonument worden de kwaliteiten van het betreffende bouwwerk zeer nauwkeurig vastgelegd in een redengevende beschrijving. Het gaat hierbij om algemene vorm- en stijlkenmerken en de specifieke kenmerken van het exterieur, zoals bijvoorbeeld kroonlijsten, en het interieur. Hierbij valt te denken aan een bijzondere tegelvloer of een karakteristiek plafond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De Monumentenwet 1988 regelt de wettelijke bescherming van de afzonderlijke monumenten. Deze wet beschrijft de taken en bevoegdheden van de overheid en de regels, waaraan de eigenaar van een beschermd monument zich dienen te houden. Eén van de taken van de gemeente Tholen is het informeren en begeleiden van eigenaren, beheerders en andere betrokkenen bij wijzigingen aan of rondom een monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor monumenten geldt dat alle vergunningvrije bouwwerken, zoals genoemd in de AmvB, licht-vergunningplichtig zijn. Dat houdt in dat kleine bouwplannen die normaal gesproken vergunningvrij zijn vooraf getoetst worden aan redelijke eisen van welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontwikkelingen aan of rondom een monument worden de karakteristieke kenmerken en de ruimtelijke kwaliteit als zwaarwegend belang onderkent. De bestemmingsplannen vormen het beleidsmatige uitgangspunt voor ruimtelijke ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Het behoud van de historische en ruimtelijke karakteristieken van een monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, wordt van groot belang geacht. Voor de welstandsbeoordeling dient getoetst te worden op welstandsniveau 1, zodat nieuwe ingrepen extra zorgvuldig beoordeeld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscriteria Voor bouwplannen op, aan of nabij monumenten vormt de redengevende beschrijving van het monument de basis voor onderstaande welstandscriteria. hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een monument, past de plaatsing van het object binnen de historisch-ruimtelijke karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object is dit object logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de historische karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een monument is de kapvorm, nokrichting en oriëntatie van het object afgestemd op die van het monument en, indien van toepassing, op monumenten op belendende percelen. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een monument of een nieuw op te richten object nabij of aan een monument is de gevelopbouw afgestemd op de karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een monument zijn de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object afgestemd op de verhoudingen van de gevelvlakken van het monument. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object zijn evenwichtig en passen binnen de historische karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een monument past de compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, binnen de historische karakteristiek van het monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, en is de compositie, indien van toepassing, afgestemd op de compositie van de bouwvolume-onderdelen van monumenten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen van het object op zichzelf staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume en passen binnen de historische karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een monument of een nieuw op te richten object nabij of aan een monument zijn de indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de historische karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een monument of een nieuw op te richten object nabij of aan een monument is de indeling en vormgeving van de gevelvlakken en venstertraveeën van het object, indien van toepassing, afgestemd op die van monumenten op belendende percelen. Patronen en ritmiek binnen aaneengesloten gevels van een straatwand zijn gerespecteerd. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl van het monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object. detailaspecten materialen / kleuren onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een monument of een nieuw op te richten object nabij of aan een monument past de materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object binnen de historische karakteristiek van het monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, en is het materiaal- en kleurgebruik, indien van toepassing, afgestemd op die van de bouwvolume-onderdelen van monumenten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang. detaillering onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een monument of een nieuw op te richten object nabij of aan een monument past de detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object binnen de historische karakteristiek van het monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, en is de detaillering, indien van toepassing, afgestemd op de veelal rijke detaillering van de bouwvolume-onderdelen van monumenten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object is in overeenstemming met de bouwstijl van het monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, en ondersteunt de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2Beschermde Stads- en Dorpsgezichten Delen van een stad of een dorp kunnen door het Rijk worden aangewezen als beschermd stad- of dorpsgezicht. Het gaat hier om groepen van bouwwerken die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde en tenminste één monument bevatten. De Monumentenwet 1988 regelt de wettelijke bescherming van de stads- en dorpsgezichten. Met de bescherming wordt geprobeerd de historisch gegroeide structuur van een stad of dorp te handhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Tholen kent twee beschermde stadsgezichten, te weten “Stadskern Tholen” en “Kom Sint-Maartensdijk”. Bij de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht zijn de kwaliteiten van de betreffende stadskern zeer nauwkeurig vastgelegd in een redengevende beschrijving. Deze toelichting gaat in op de ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van de kern. Voorts is een nadere typering gegeven van de te beschermen waarden en worden verschillende gebiedsdelen met hun specifieke kwaliteiten benoemd. Daarnaast is, op grond van het bepaalde in artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, voor beide beschermde stadsgezichten het bestaande bestemmingsplan aangepast. Het gaat hier om de bestemmingsplannen “Stadskern Tholen” en “Kom Sint-Maartensdijk”.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschermde stadsgezichten vallen beiden onder gebiedstype H3, de historische stedelijke bebouwing. In paragraaf 6.3.3 H3: historische stedelijke bebouwing (gesloten, perceelsgewijze bebouwing) van hoofdstuk 6 komen het ruimtelijk beleid, de waardebepaling, het welstandniveau en de beoordelingscriteria van deze beschermde stadsgezichten aan de orde. Voor beschermde stads- en dorpsgezichten geldt dat alle vergunningvrije bouwwerken, zoals genoemd in de AmvB, licht-vergunningplichtig zijn. Dat houdt in dat kleine bouwplannen, die normaal gesproken vergunningvrij zijn, vooraf getoetst worden aan redelijke eisen van welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3PV-systemen in de beschermde stadsgezichten en op monumenten Maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering, stijgende energieprijzen, energiearmoede en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen hebben ervoor gezorgd dat zonnepanelen een vast onderdeel van onze gebouwde omgeving zijn geworden. Zonnepanelen horen vanzelfsprekend bij verduurzaming, want isoleren en het duurzaam opwekken van energie vullen elkaar aan. Het verruimen van het beleid voor PV-systemen in de beschermde stadsgezichten is daarom wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijkertijd is het Thoolse erfgoed, wat we van onze voorouders hebben geërfd, van belang voor de identiteit van de gemeente en vooral van haar inwoners. De beschermde stadsgezichten van Tholen en Sint-Maartensdijk en de monumenten binnen de gemeente zijn onderdeel van dit erfgoed en verdienen het om beschermd te worden. Met de landelijke doelstelling om in 2030 een reductie van 60% te hebben van onze CO2 uitstoot en in 2050 van 95% minder uitstoot, is verduurzaming van onze gebouwen echter benodigd, waaronder het gebouwd erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het plaatsen van PV-systemen binnen de beschermde stadsgezichten mogelijk te maken met respect voor de cultuurhistorische waarden zijn de beschermde gezichten in twee zones verdeeld. Deze zones zijn hieronder opgenomen en worden toegelicht in het rapport ‘Zonering zonnepanelen: beschermde stadsgezichten Tholen en Sint-Maartensdijk’, opgesteld door Erfgoed Zeeland. Door het opstellen van afzonderlijke uitgangspunten voor gebieden met hoge cultuurhistorische waarde en gebieden met minder hoge cultuurhistorische waarde kunnen PV-systemen worden toegestaan waar het kan en uitgesloten waar het moet. Daarnaast zijn uitgangspunten opgesteld voor het plaatsen van PV-systemen op monumenten, waarmee meer duidelijkheid wordt gegeven en meer mogelijkheden ontstaan voor eigenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.1Algemeen 7.3.1.1 Begripsbepalingen Openbaar toegankelijk gebied: een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is;</p>\n<p class=\"lf-p\">PV-systemen: Fotovoltaïsche-systemen. Zonne-energie installaties zoals zonnepanelen en -collectoren met alle bijbehorende buizen en leidingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.1.2 Toepassingsbereik De uitgangspunten voor het plaatsen van PV-systemen zijn van toepassing op alle bebouwing binnen de beschermde stadsgezichten van Tholen en Sint-Maartensdijk zoals opgenomen in (het tijdelijk deel van) het omgevingsplan en voor alle monumenten binnen de gemeente Tholen, waarbij het gaat om alle (voor)beschermde rijksmonumenten en (voor)beschermde gemeentelijke monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2Uitgangspunten Voor het plaatsen van PV-systemen binnen de beschermde gezichten en op monumenten gelden de algemene uitgangspunten uit paragraaf 7.3.2.1. Daarnaast gelden de zone specifieke uitgangspunten van paragraaf 7.3.2.2 voor de bebouwing, met uitzondering van monumenten, in zone 1 en de zone specifieke uitgangspunten van paragraaf 7.3.2.3 voor de bebouwing, met uitzondering van monumenten, in zone 2. Voor alle monumenten binnen de gemeente gelden naast de algemene uitgangspunten de uitgangpunten van paragraaf 7.3.2.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.1 Algemene uitgangspunten Er wordt geen kapvergunning verleend indien deze wordt aangevraagd om de opbrengst van zonnepanelen te vergroten;</p>\n<p class=\"lf-p\">De energieopwekking is ten bate van het eigen pand of de panden op één perceel, tenzij hogere wetgeving anders bepaalt;</p>\n<p class=\"lf-p\">PV-systemen worden op het dak geplaatst (niet aan gevels en wanden of in voortuinen);</p>\n<p class=\"lf-p\">Op schuine daken worden PV-systemen met een hellingshoek gelijk aan het dakvlak gelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">De PV-systemen steken niet uit voorbij de nok, de dakvoet of de dakranden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op daken met een bijzondere vorm of afwerking (zoals ronde, spitse of veelhoekige daken, daken met een bijzonder decoratief patroon of daken van bijzondere materialen, zoals zeldzame dakpannen, sommige leien daken, de meeste daken van riet, koper, zink of lood) is het plaatsen van PV-systemen ongewenst, tenzij onderzoek uitwijst dat de omgevingskwaliteit niet wordt aangetast;</p>\n<p class=\"lf-p\">PV-systemen worden reversibel aangebracht waarbij zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande leidingentracés.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.2 Uitgangspunten zone 1 – hoge cultuurhistorische waarde Zone 1 bestaat uit de gebieden binnen de beschermde gezichten met hoge cultuurhistorische waarde. PV-systemen zijn in deze zone toelaatbaar met een zorgvuldig ontworpen plan. Voor deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de zone specifieke uitgangspunten hieronder. Voor monumenten binnen deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de uitgangspunten voor monumenten (paragraaf 7.3.2.4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 1 is vergunningsvrij (meldingsplichtig) indien niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied en wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;</p>\n<p class=\"lf-p\">De PV-systemen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 1 in het zicht vanaf openbaar toegankelijk gebied is met vergunning toegestaan, mits er wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven PV-systemen op de historisch waardevolle bebouwing. Alternatieven elders op het perceel of uit het zicht zijn afgewogen en leveren geen rendabele installatie op;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 30 cm boven de dakrand uitsteken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoud van historische dakbedekking is leidend, daarom zijn geen geïntegreerde zonnecellen in dakpannen of dakleien toegestaan. Als de dakbedekking op dit moment al niet (meer) van monumentale waarde is, kunnen er in specifieke gevallen meer mogelijkheden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Panelen op hoofdgebouwen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.). Voor panelen op bijgebouwen geldt geen minimale afstand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een zorgvuldig ontworpen plan voor het aanbrengen van de PV-systemen, zodat er geen sprake is van een onevenredige visuele verstoring van het pand of zijn omgeving. Dit blijkt onder meer uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op hellende daken (m.u.v. mansardekappen) worden PV-systemen zo veel mogelijk op de onderste helft van het dakvlak geplaatst, tenzij andere plaatsing de omgevingskwaliteit minder aantast;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op mansardekappen worden panelen alleen op het bovenste dakvlak geplaatst, tenzij plaatsing op het onderste dakvlak de omgevingskwaliteit minder aantast.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.3 Uitgangspunten zone 2 – minder hoge cultuurhistorische waarde Zone 2 bestaat uit de gebieden binnen een beschermd gezicht met minder hoge cultuurhistorische waarde. PV-systemen zijn onder ruimere voorwaarden toelaatbaar. Voor deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de zone specifieke uitgangspunten hieronder. Voor monumenten binnen deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de uitgangspunten voor monumenten (paragraaf 7.3.2.4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 2 is vergunningsvrij (meldingsplichtig), mits er wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven PV-systemen op de historisch waardevolle bebouwing;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 50 cm boven de dakrand uitsteken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Panelen op hoofdgebouwen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.). Voor panelen op bijgebouwen geldt geen minimale afstand;</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen worden zo veel mogelijk in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.4 Uitgangspunten monumenten Het plaatsen van PV-systemen op monumenten is met vergunning toegestaan, mits wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven panelen op de historisch waardevolle bebouwing. Alternatieven elders op het perceel of uit het zicht zijn afgewogen en leveren geen rendabele installatie op;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 30 cm boven de dakrand uitsteken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantasting van historische dakbedekking is niet toegestaan, daarom zijn geen geïntegreerde zonnecellen in dakpannen of dakleien toegestaan. Als de dakbedekking op dit moment al niet meer van monumentale waarde is, kunnen er in specifieke gevallen meer mogelijkheden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Panelen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.);</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een zorgvuldig ontworpen plan voor het aanbrengen van de PV-systemen, zodat er geen sprake is van een onevenredige visuele verstoring van het monument of zijn omgeving. Dit blijkt onder meer uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische dakelementen of opbouwen (schoorstenen, dakkappellen, decoraties, et cetera) worden behouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan) dat ondergeschikt blijft aan de hoofdvorm van het dak en de daarop aanwezige elementen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak;</p>\n<p class=\"lf-p\">Maximeren van de opbrengst (aantal panelen of keuze dakvlak) mag niet ten koste gaan van de monumentale waarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonering zonnepanelen Beschermde stadsgezichten Tholen en Sint-Maartensdijk Erfgoed Zeeland, 2024 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Tholen kent twee beschermde stadsgezichten: Sint-Maartensdijk en Tholen. Na de invoering van de Monumentenwet in 1988 zijn de binnensteden van deze plaatsen in 1991 door het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur aangewezen als beschermd stadsgezicht. De gemeente Tholen heeft nog geen specifiek beleid voor zonnepanelen in de beschermde stadsgezichten waardoor de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit per aanvraag moet beoordelen of zonnepanelen aanvaardbaar zijn. In 2022 heeft de gemeente een onderzoek laten uitvoeren naar de behoeften m.b.t. zonnepanelen in de beschermde stadsgezichten.1Citisens (2022). Onderzoek Duurzaamheid en zonnepanelen. Hieruit bleek dat twee op de vijf inwoners van de stadsgezichten hinder ervaren van de eis dat zonnepanelen niet vanaf de openbare weg zichtbaar mogen zijn en dat twee van de drie inwoners dit geen goede eis vinden. In 2020 heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn adviesbeleid voor zonnepanelen versoepeld.2Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2020). Advieslijn zonnepanelen op rijksmonumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat de behoefte naar zonnepanelen de afgelopen jaren toegenomen is, wil de gemeente Tholen beleid opstellen voor zonnepanelen binnen de beschermde stadsgezichten. De gemeente heeft Erfgoed Zeeland gevraagd een overzichtelijke zonering binnen de stadsgezichten aan te brengen op basis van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op verzoek van de gemeente is gekozen voor twee zones: één van hoge cultuurhistorische waarde, waarin een omgevingsvergunning in principe benodigd blijft voor het plaatsen van zonnepanelen. In de zone met minder hoge cultuurhistorische waarde zouden de beleidsregels versoepeld kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Probleemstelling In de huidige situatie gelden voor de volledige beschermde stadsgezichten dezelfde regels m.b.t. zonnepanelen. De uitgangspunten voor de beschermingen worden gevormd door de toelichtingen bij de besluiten tot aanwijzing.3Rijksdienst voor de Monumentenzorg (1987). Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van St. Maartensdijk als beschermd stadsgezicht; Rijksdienst voor de Monumentenzorg (1988). Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van Tholen als beschermd stadsgezicht. In deze toelichtingen zijn de geschiedenis en het ruimtelijke karakter beschreven. Hierin wordt wel aangegeven welke straten het meest bepalend zijn voor de ruimtelijke structuur, maar een waardering van welke delen de hoogste cultuurhistorische waarde hebben ontbreekt. Wel zijn op de historisch-ruimtelijke waarderingskaarten, die bijlagen vormen bij de toelichtingen, de zones aangegeven waar de historische structuur ingrijpend gewijzigd is. Ook is hier op aangegeven waar de rooilijnen zijn verlegd of gesloopt. Deze toelichtingen en kaarten zijn gepubliceerd in 1987 en 1988 en niet langer actueel. Zo hebben nieuwe veranderingen van de historische bebouwing plaatsgevonden en zijn eerdere verstoringen inmiddels weer gesloopt. De toelichtingen bij de aanwijzingsbesluiten voldoen dus niet om te bepalen welke delen van de stadsgezichten hogere en lagere cultuurhistorische waarde hebben. Als de gemeente Tholen wil differentiëren binnen de beschermde stadsgezichten, is dus nader onderzoek nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3 Werkwijze Het onderzoek bestaat uit twee delen: een bureauonderzoek en veldwerk. In het bureauonderzoek zijn de historische structuren van de steden onderzocht, in welke zones zich oudere en jongere bebouwing bevindt en waar monumenten aanwezig zijn. In het veldwerk is op locatie onderzocht waar zich bebouwing van cultuurhistorische waarde bevindt, waar de ruimtelijke kwaliteit en samenhang (ensemblewaarde) hoog zijn en waar de dakvlakken goed zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Op basis van deze gegevens is een zonering opgesteld. Deze conceptzonering is met de gemeente Tholen besproken en naar aanleiding van de opmerkingen op enkele punten aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Eerst wordt ingegaan op het beschermd stadsgezicht Tholen, daarna op Sint-Maartensdijk. Per stad wordt ingegaan op de resultaten uit het bureauonderzoek. Dit bestaat uit een onderzoek naar het beschermd stadsgezicht, de historische bebouwing en de monumenten. Daarna worden de bevindingen uit het veldwerk besproken, geïllustreerd met foto’s. Dit alles leidt tot een voorstel voor een zonering, bestaand uit een zone met hoge cultuurhistorische waarde en een zone met minder hoge cultuurhistorische waarde. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op daktypen en plaatsing van zonnepanelen. In het laatste hoofdstuk worden conclusies getrokken op basis van het onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot zijn in bijlage 1 de kaartbeelden vergroot weergegeven. In bijlage 2 is het raadsbesluit ingevoegd dat voorziet in een wijziging van de welstandsnota op het onderwerp PV-systemen in de beschermde stadsgezichten en op monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Resultaten 2.1 Tholen 2.1.1 Bureauonderzoek Beschermd stadsgezicht Het beschermd stadsgezicht Tholen omvat de volledige oude binnenstad, inclusief de vestingwerken en grachten. De begrenzing is aangebracht aan de buitenzijde van de grachten, waar deze nog aanwezig zijn. Deze zijn niet langer aanwezig in het uiterste noordoosten (bij de Eendrachtsdijk) en in het zuiden (bij het scoutingcentrum). Hier is de begrenzing iets verder doorgetrokken dan de voormalige gracht. In het zuiden valt een open terrein, wat doorloopt tot de Gemaalweg en het Hertenkamp, onder de bescherming vanwege het belang van het zicht op de stad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische bebouwing De nederzettingsgeschiedenis van de stad Tholen kan grofweg in vier deelgebieden ingedeeld worden. Het begint met bebouwing op een dijk uit ca. 1220 die tegenwoordig de Hoogstraat en Verbrandestraat vormt. De stad ontwikkelde zich ten zuidwesten van deze dijk. Dit deel wordt daarom ook de Oudestad genoemd. Vervolgens werd eind veertiende eeuw de Dalempolder ingepolderd. Deze bedijking vormt tegenwoordig de Dalemsestraat. De Dalempolder, het gebied tussen de Dalemsestraat en de Verbrandestraat, heet daarom de Nieuwe Stad of Nieuwstad. Na deze bedijking nam de verzanding van de haven (bij de huidige Visstraat) toe, waarna deze werd verplaatst richting de huidige haven. Het deel van de stad wat tussen de Hoogstraat, Dalemsestraat en de haven ligt, staat bekend als de Buitenstad. In de Tachtigjarige Oorlog werden rond de stad vestingwerken aangelegd. Deze zijn later in de meeste gevallen bebouwd. De ruimte binnen de vestingwerken werd ook pas in de loop van de geschiedenis opgevuld. Op oude kaarten is te zien hoe een aanzienlijk deel van de stad uit moestuinen bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oudste plattegrond van de stad is die van Jacob van Deventer uit het derde kwart van de zestiende eeuw. Als de straten van deze plattegrond ingetekend worden op de moderne kaart van Tholen, is te zien dat een groot deel van het huidige stratenpatroon in de zestiende eeuw ook al bestond. Deze straten vormen een belangrijke stedenbouwkundige basis van de stad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 1: Het stratenpatroon van Tholen uit het derde kwart van de zestiende eeuw ingetekend op de huidige kaart Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0 Dat het stratenpatroon redelijk gaaf is gebleven zegt weinig over de historische bebouwing zelf. Deze kan immers vervangen zijn door moderne bebouwing. Op basis van adresgegevens van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is weergegeven waar zich historische bebouwing concentreert. Hierbij moet de opmerking worden geplaatst dat het bouwjaar in deze basisregistratie niet altijd correct is. Wel kan hier in grote lijnen een beeld van de bouwjaren geschetst worden. Uit deze gegevens blijkt dat de bebouwing van voor 1800 zich concentreert in de Oudelandsestraat, Markt, Stoofstraat, Hoogstraat, Kerkstraat, Bakstraat en Brugstraat. Deze concentratie vormt een zone die van zuidwest naar noordoost door het centrum loopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 2: Gebouwen met bouwjaren voor 1800 Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0 Het grootste deel van de gebouwen heeft een bouwjaar tussen 1800 en 1965. Hierin zitten weinig opvallende verschillen tussen zones binnen het beschermd stadsgezicht. In de moderne bebouwing (1965 tot heden) valt wel een aantal concentraties op: het appartementencomplex uit de jaren 1970 tussen de Verbrandestraat en het Schuttershof; de bungalows uit de jaren 1960 op de hoek van de Regentessestraat; het appartementencomplex uit de jaren 1980 aan de Kaaij; verspreide moderne bebouwing aan de Doelweg, Dalemsestraat en Eendrachtweg; nieuwbouw van na 2020 op het Bastion; historiserende bebouwing in de omgeving Venkelstraat-Bosstraat; verschillende garages. Deze bevinden zich overwegend uit het zicht achter rijen huizen en zijn dus niet heel relevant in dit onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 3: Gebouwen met bouwjaren na 1965 Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0 Monumenten Het beschermd stadsgezicht Tholen kent 52 rijksmonumenten. In deze monumenten kan ook een zonering aangebracht worden: de vestingwerken aan de randen van het centrum zijn als complex beschermd; de overige monumenten, behalve de twee molens, bevinden zich sterk geconcentreerd in het gebied Markt, Stoofstraat, Hoogstraat, Kerkstraat, Brugstraat, Botermarkt, Dalemsestraat en Bakstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zone waar de monumenten zich sterk concentreren komt grotendeels overeen met de zone waar zich gebouwen bevinden die ouder zijn dan het jaar 1800. De gemeente Tholen is daarnaast bezig met het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Omdat dit proces op het moment van dit onderzoek nog bezig is, is dit niet meegenomen in dit rapport. De aan te wijzen gemeentelijke monumenten bevinden zich iets meer verspreid over het centrum dan de rijksmonumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4: Rijksmonumenten in het beschermd stadsgezicht Tholen Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0 2.1.2 Veldwerk Tijdens het veldwerk in het beschermd stadsgezicht Tholen is de cultuurhistorische waarde en omgevingskwaliteit van de bebouwing onderzocht. Tijdens dit veldwerk viel een aantal zaken op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het centrum van Tholen heeft een overwegend monumentaal karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aantal zones heeft geen monumentaal karakter en een lage beeldkwaliteit. Dit betreft de zone met bungalows aan de Regentessestraat, doorlopend in de Plantagestraat, de appartementencomplexen aan de Kaaij, Hoogstraat, Schuttershof, Verbrandestraat, Doelweg en Bastion (Kruittoren).</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel moderne bebouwing is historiserend gebouwd en bevindt zich tussen historische bebouwing. Hoewel deze gebouwen geen cultuurhistorische waarde hebben, dragen ze evengoed bij aan de beeld- en omgevingskwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In grote delen van de Nieuwstad (het noordelijke deel tussen de Dalemsestraat en de Verbrandestraat) is de bebouwing rommelig te noemen. Hier wisselen oude en nieuwe, gave en aangetaste panden elkaar af. Er is veel afwisseling tussen daktypen en bebouwing wijkt in veel gevallen af van de rooilijn. Hoewel zich hier historische panden bevinden, is de beeldkwaliteit laag door het gebrek aan samenhang. Uitzonderingen hierop vormen ensembles aan de Hofstraat en de Vossemeersepoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de singels zijn relatief weinig dakvlakken te zien door de bebossing op de bolwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de vestingwerken zijn met name vanaf de zuidoostelijke zijde (Cromvliet en Contre Escarpe) veel dakvlakken zichtbaar, omdat het wandelpad hier vlak langs de bebouwing loopt en het zicht niet belemmerd wordt door bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de jachthaven en de overzijde van het water (Schelde-Rijnweg) zijn veel dakvlakken te zien van de straten achter de haven. Dit aanzicht wordt wel gedomineerd door het moderne appartementencomplex aan de Kaaij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5: Veel dakvlakken zijn zichtbaar vanaf de vestingwerken, met name aan de zuidzijde Afbeelding 6: Modern appartementencomplex aan de Kaaij Afbeelding 7: Rij woningen met dezelfde bouwstijl en daktypen aan de Vossemeersepoort, een deel van de Nieuwestad waar wel sprake is van samenhang en ensemblewaarde Afbeelding 8: Woningen op de hoek van de Vossemeersepoort en de Doelweg. De afwisseling tussen oude en moderne panden en verschillende daktypen zorgt voor een lage beeldkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 9: Modern appartementencomplex aan de Verbrandestraat Afbeelding 10: Ensemble van woningen met dezelfde bouwstijl en dakoverstekken in de Hofstraat 2.1.3 Zonering Op verzoek van de gemeente Tholen is het beschermd stadsgezicht opgedeeld in twee zones: één met bebouwing van hoge cultuurhistorische waarde en één met minder hoge cultuurhistorische waarde. Omdat het centrum een overwegend hoge cultuurhistorische waarde heeft, is het grootste deel als zodanig aangemerkt. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat een deel van het beschermd stadsgezicht (bolwerken, gracht, haven en weide aan de zuidzijde) onbebouwd is. De gemeente Tholen gaat uit van het principe ‘van zon op grond, naar zon op dak’. Dat wil zeggen dat de gemeente alleen nog zonnepanelen wil toestaan op daken, niet langer op de grond. De onbebouwde delen van het beschermd stadsgezicht vallen dan per definitie in een zone waar de gemeente het vergunningsvrij plaatsen van zonnepanelen niet wil toestaan. Deze onbebouwde gebieden zijn daarom, ongeacht de cultuurhistorische waarde, in de zone geplaatst waar de vergunningsplicht gehandhaafd blijft. Op de gebouwen in deze zone wil de gemeente Tholen zonnepanelen toestaan, mits dit gebeurt op basis van een zorgvuldig ontworpen plan. De uitgangspunten hiervoor vindt u in de beleidsregel in bijlage 2. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen deze zone gelden aanvullende uitgangspunten. Deze vindt u in dezelfde beleidsregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In zone 2 bevinden zich de gebieden van minder hoge cultuurhistorische waarde. Hierin zijn de zones met moderne(re) bebouwing opgenomen. Dit betreft de omgeving van het Bastion met daarop de Kruittoren (punt 1), de appartementencomplexen aan de Kaaij en Hoogstraat (punt 2), de bungalows en rijtjeshuizen aan de Regentessetraat en Plantagestraat (punt 3) en de appartementencomplexen aan de Doelweg, Verbrandestraat en Schuttershof (punt 4). De wat rommelige zone in de Nieuwestad en tussen de Dalemsestraat en Eendrachtsweg, die weliswaar historische panden kent, maar een lage beeldkwaliteit vanwege het gebrek aan samenhang, is na overleg met de gemeente ook aan deze zone toegevoegd. De uitgangspunten voor het plaatsen van zonnepanelen binnen deze zone vindt u in de beleidsregel in bijlage 2. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen deze zone gelden aanvullende uitgangspunten. Deze vindt u in dezelfde beleidsregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 11: Zonering beschermd stadsgezicht Tholen Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0 2.2 Sint-Maartensdijk 2.2.1 Bureauonderzoek Beschermd stadsgezicht Het beschermd stadsgezicht Sint-Maartensdijk omvat de volledige oude binnenstad. Dit gezicht wordt begrensd door de voormalige vest (Westvest en Wal) en aan de oostelijke zijde door de voormalige singel (Oostsingel). In het originele aanwijzingsbesluit viel het voormalige kasteelterrein ten noorden van de stad ook binnen het beschermd stadsgezicht. Tegenwoordig valt dit terrein volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed niet langer binnen de begrenzing. Ook in het Bestemmingsplan Kommen Gemeente Tholen valt dit terrein niet binnen het beschermd stadsgezicht. Het volledige kasteelterrein is wel beschermd als rijksmonument, waardoor het dus alsnog bescherming geniet. Het terrein is dus niet relevant voor dit onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische bebouwing De stad Sint-Maartensdijk ontstond aan de geul de Haastee, tegenwoordig de Pluimpot geheten. Aan deze geul ontstond een haven en noordelijker werd een kasteel gebouwd. De tussenliggende nederzetting groeide uit tot een kleine stad. De plaats waar ooit de stadsvest lag, is nog goed herkenbaar in het stratenpatroon. De Pluimpot en de haven zijn ingepolderd. De haven is nog wel herkenbaar als plein aan de zuidkant van het centrum. De stedenbouwkundige opzet van het beschermd gezicht wordt verder gedomineerd door een groot marktplein en een open ruimte rond de kerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oudste kaart van de stad is gemaakt door Jacob van Deventer in het derde kwart van de zestiende eeuw. Als het stratenpatroon van deze kaart vergeleken wordt met de huidige plattegrond, valt op dat dit nagenoeg gelijk is. De haven en grachten zijn weliswaar gedempt, maar alle straten uit de zestiende eeuw bestaan nog. Alleen De Ark en de Blauwstraat zijn nieuw aangelegde straten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 12: De kaart van Sint-Maartensdijk van Jacob van Deventer Dat het stratenpatroon redelijk gaaf is gebleven zegt weinig over de historische bebouwing zelf. Deze kan immers vervangen zijn door moderne bebouwing. Op basis van adresgegevens van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is weergegeven waar zich historische bebouwing concentreert. Hierbij moet de opmerking geplaatst worden dat het bouwjaar in deze basisregistratie niet altijd correct is. Wel kan hier in grote lijnen een beeld van de bouwjaren geschetst worden. Uit deze gegevens blijkt dat de bebouwing van voor 1800 zich concentreert rond de Markt en enkele huizen rond de Sint-Maartenskerk en de Haven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 13: Gebouwen met bouwjaren voor 1800 Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0 Het grootste deel van de gebouwen heeft een bouwjaar tussen 1800 en 1965. Hierin zitten weinig opvallende verschillen tussen zones binnen het beschermd stadsgezicht. In de moderne bebouwing (1965 tot heden) vallen twee concentraties op: aan de vesten (Oostsingel, Westvest en Wal) en het gebied Korte Vest, De Ark en Blauwstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 14: Gebouwen met bouwjaren na 1965 Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0 Monumenten Het beschermd stadsgezicht Sint-Maartensdijk kent 20 rijksmonumenten. In deze monumenten kan ook een zonering aangebracht worden. Ze bevinden zich allemaal aan de Markt en rond de Sint-Maartenskerk. De gemeente Tholen is daarnaast bezig met het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Omdat dit proces op het moment van dit onderzoek nog bezig is, is dit niet meegenomen in dit rapport. De aan te wijzen gemeentelijke monumenten bevinden zich iets meer verspreid over het centrum dan de rijksmonumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 15: Rijksmonumenten in het beschermd stadsgezicht Sint-Maartensdijk Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0 2.2.2 Veldwerk Tijdens het veldwerk in het beschermd stadsgezicht Sint-Maartensdijk is de cultuurhistorische waarde en omgevingskwaliteit van de bebouwing onderzocht. Tijdens dit veldwerk viel een aantal zaken op:</p>\n<p class=\"lf-p\">De ruimtelijke structuur van het stadscentrum wordt sterk bepaald door twee pleinen: de Markt en de Haven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Markt en de omgeving van de Sint-Maartenskerk hebben een hoge cultuurhistorische waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buitenrand (vesten en singels) van het beschermd gezicht en de omgeving van de Korte Vest, De Arke en Blauwstraat hebben een lage cultuurhistorische waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De westelijke zijde van de Oostvest heeft een karakteristieke uitstraling door een rij oudere schuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Kaaistraat heeft een monumentale uitstraling, maar de meeste dakvlakken zijn niet zichtbaar vanaf de openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn veel locaties waar zich doorkijkjes richting de Sint-Maartenskerk bevinden. Eventuele zonnepanelen beïnvloeden het zicht op dit monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 16: De Markt is een belangrijke ruimtelijke structuur met veel monumentale panden Afbeelding 17: In het midden van het centrum bevindt zich een zone met moderne bebouwing Afbeelding 18: De Haven vormt net als de Markt een belangrijke ruimtelijke structuur. De bebouwing is minder monumentaal Afbeelding 19: Binnen het beschermd stadsgezicht bevinden zich veel doorkijkjes naar de Sint-Maartenskerk Afbeelding 20: Rij van oude schuren aan de Oostvest 2.2.3 Zonering Op verzoek van de gemeente Tholen is het beschermd stadsgezicht opgedeeld in twee zones: één met bebouwing van hoge cultuurhistorische waarde en één met minder hoge cultuurhistorische waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn twee zones met een hoog monumentaal karakter: de Markt (punt 1) en de omgeving van de Sint-Maartenskerk (punt 2). Ook zijn er twee zones die door hun open ruimte een belangrijk onderdeel vormen van de ruimtelijke structuur: de Markt (punt 1) en de Haven (punt 3). Deze zones zijn aangemerkt als gebied van hoge cultuurhistorische waarde. Op de gebouwen in deze zone wil de gemeente Tholen zonnepanelen toestaan, mits dit gebeurt op basis van een zorgvuldig ontworpen plan. De uitgangspunten hiervoor vindt u in de beleidsregel in bijlage 2. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen deze zone gelden aanvullende uitgangspunten. Deze vindt u in dezelfde beleidsregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buitenrand (vesten, punten 4), de bebouwing óp het terrein van de voormalige haven (punt 5) en het midden van het gezicht (Korte Vest, Blauwstraat en De Ark, punt 6) zijn aangemerkt als zone van minder hoge cultuurhistorische waarde. Een deel van de Kaaistraat (punt 7) is ook aan deze zone toegevoegd omdat de dakvlakken hiervan niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. De uitgangspunten voor het plaatsen van zonnepanelen binnen deze zone vindt u in de beleidsregel in bijlage 2. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen deze zone gelden aanvullende uitgangspunten. Deze vindt u in dezelfde beleidsregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 21: Zonering beschermd stadsgezicht Sint-Maartensdijk Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0 3 Daken en zonnepanelen 3.1 Daktypen De beste plaats voor zonnepanelen in een beschermd stadsgezicht is uit het zicht. Of een dakvlak uit het zicht is vanaf de openbare weg, hangt af van de dakvorm en de ligging van het dakvlak ten opzichte van de straat. Hieronder worden kort enkele veel voorkomende dakvormen behandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zadeldak Een van de meest voorkomende daktypen is het zadeldak. Het bestaat uit twee dakvlakken die in het midden, op het hoogste punt, bij elkaar komen. Deze daken zijn, afhankelijk van de ligging op het zuiden, zeer geschikt voor zonnepanelen, omdat de dakvlakken rechthoekig zijn en dus eenvoudig kunnen worden voorzien van enkele aaneengesloten rijen zonnepanelen. Als het dakvlak evenwijdig aan de huizenrij/straat ligt (langskap), is het voordakvlak, afhankelijk van de hoogte van het gebouw en de hellingshoek van het dakvlak, goed zichtbaar vanaf de straat. In dit geval zijn eventuele zonnepanelen goed zichtbaar vanaf de straat en kunnen ze de beeldkwaliteit verstoren. Als dit het geval is, hebben zonnepanelen op de achterdakvlakken, mits niet zichtbaar vanaf een andere openbare weg, de voorkeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de dakvlakken loodrecht op de straat staan, is er sprake van een dwarskap. In dit geval bevindt de voorgevel zich aan de straat. De dakvlakken zijn, afhankelijk van de hellingshoek en hoogte van het gebouw, deels zichtbaar vanaf de straat. In dit geval is het wenselijk dat de zonnepanelen zo ver mogelijk naar achter op de onderste helft van het dakvlak worden geplaatst, zodat ze niet/zo min mogelijk zichtbaar zijn vanaf de straat. Als een gebouw met een zadeldak zich op de hoek van twee straten bevindt, kan een dakvlak zowel als een langskap als dwarskap gezien worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 22: Schematische weergave van een zadeldak Bron: Wikipedia Commons. Licentie: CC BY-SA 3.0 Afbeelding 23: Woningen met zadeldaken (langskappen). De voordakvlakken zijn goed zichtbaar vanaf de straat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 24: Schuren met zadeldaken (dwarskappen). De voorste stukken van de zijdakvlakken zijn zichtbaar vanaf de straat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schilddak Een schilddak heeft dezelfde basis als een zadeldak, alleen zijn de dakvlakken aan beide kanten afgeknot met een driehoekig schild. Deze schilden bevinden zich aan de korte zijden van het gebouw. Net als bij een zadeldak zijn de dakvlakken aan de straatzijde vaak het best zichtbaar. Daarom geldt ook hier dat zonnepanelen bij voorkeur op het achterdakvlak en de achterste en onderste (minder zichtbare) delen van de zijdakvlakken geplaatst worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 25: Schematische weergave van een schilddak Bron: Wikipedia Commons. Licentie: CC BY-SA 3.0 Afbeelding 26: Schilddaken. Bij het witte huis met schilddak valt door de hoogte van het gebouw ook het zijdakvlak op vanaf de straat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mansardedak Een mansardedak is een variant op een zadeldak, waarbij de dakvlakken geknikt zijn. De delen van dakvlakken hebben zodoende een andere hellingshoek: de onderste steiler dan de bovenste. Zodoende zijn de onderste delen van de dakvlakken beter zichtbaar vanaf de straat. Het plaatsen van zonnepanelen op de bovenste helft van het dakvlak heeft daarom altijd de voorkeur. Als de dakvlakken dwars gepositioneerd zijn ten opzichte van de straat, geldt hetzelfde als bij een zadeldak: hoe verder naar achter de zonnepanelen liggen, hoe minder zichtbaar ze zijn. Als het dak evenwijdig aan de straat loopt, worden zonnepanelen bij voorkeur op het achterdakvlak geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 27: Mansardekappen in de dwarsrichting ten opzichte van de straat met zonnepanelen op het bovenste helft van het dakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 28: Mansardekappen in de langsrichting ten opzichte van de straat. Doordat de woningen relatief laag zijn, zijn zowel de boven- als onderkant van het voordakvlak goed zichtbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plat dak Op platte daken worden zonnepanelen doorgaans schuin op een stellage geplaatst, zodat ze op de zon gericht staan. Als deze ‘staande’ zonnepanelen vanaf de openbare weg zichtbaar zijn, kan dit beeld verstorend werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere dakvormen Naast deze opsomming van veel voorkomende daktypen, zijn er ook nog bijzondere dakvormen, bijvoorbeeld met rondingen of aaneenschakelingen van meerdere dakvormen. Bij deze bijzondere gevallen wordt geadviseerd om deze per casus te beoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 29: Een ensemble van woningen met een bijzonder daktype. In dit geval zouden zonnepanelen op alle voordakvlakken zichtbaar zijn vanaf de straat.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Zonnepanelen Naast de plaatsing kan ook in het type zonnepanelen worden gevarieerd. De keuzes die hierin worden gemaakt,hebben ook invloed op de beeldkwaliteit en monumentale waarden. Een aantal criteria zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenduidigheid. Het heeft de voorkeur om zonnepanelen van hetzelfde type (grootte, kleur, enz.) op een dak te plaatsen. Het gebruik van verschillende types verlaagt de beeldkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legpatronen. Het heeft de voorkeur om zonnepanelen in rechthoekige formatie te plaatsen. Een L-vormig of willekeurig patroon verlaagt de beeldkwaliteit. Wanneer er zich meerdere woningen onder een dak bevinden, is het wenselijk dat de legpatronen op elkaar zijn afgestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afstand tot dakranden en elementen. Het heeft de voorkeur om zonnepanelen op voldoende afstand van de dakranden en elementen zoals ramen, dakkapellen en schoorstenen te plaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleur. Om het contrast tussen het dak en de panelen zo klein mogelijk te houden hebben rode zonnepanelen de voorkeur op rode daken en zwarte zonnepanelen op zwarte of grijze daken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Randen. Een egaal zonnepaneel valt het minst op. Daarom hebben deze zonnepanelen de voorkeur boven zonnepanelen met randen of kaders in een afwijkende kleur. Ook kabels en andere onderdelen moeten zo onopvallend mogelijk worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reversibiliteit. Om de cultuurhistorische waarde van de gebouwen binnen beschermde stadsgezichten te behouden, dienen de gebouwen zo min mogelijk beschadigd te worden bij het aanbrengen en verwijderen van zonnepanelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 30: De dicht op de dakranden geplaatste zonnepanelen van verschillende grootte, zorgen voor een lage beeldkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 31: Egale zonnepanelen (midden rechts) vallen minder op dan panelen met randen (midden links).</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Conclusie De gemeente Tholen heeft erfgoed en beeldkwaliteit hoog in het vaandel staan. Het is een gemeente met ambitieuze doelstellingen voor het beschermen, benutten en beleven van erfgoed, zoals blijkt uit de in 2021 vastgestelde Erfgoedvisie Trots op Tholen. De gemeente wil echter van erfgoed geen hindermacht maken. In tijden waarin grote maatschappelijke opgaven spelen, zoals de energietransitie, moet een afweging worden gemaakt tussen behoud en ontwikkeling van erfgoed. De gemeente heeft bovendien doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en wil burgers die hun steentje willen bijdragen zo weinig mogelijk in de weg zitten. Dit past in het ‘Omgevingswetdenken’: van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. Zeker in de beschermde stadsgezichten Tholen en Sint-Maartensdijk is er daarom ruimte voor versoepeling van het beleid voor zonnepanelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het onderzoek blijkt dat in de beide stadsgezichten een onderverdeling in zones te maken is waarbij de cultuurhistorische waarde als uitgangspunt is genomen, naast beeldkwaliteit en ensemblewaarde. Om deze onderverdeling niet onnodige ingewikkeld te maken, is op verzoek van de gemeente Tholen gekozen voor een tweedeling, een zone met een hoge en minder hoge waarde, waarin verschillend met plaatsing van zonnepanelen en de beoordeling daarvan wordt omgegaan. Dit laatste is vastgelegd in een beleidsregel die als bijlage is toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1: Kaarten zonering Bijlage 2: Raadsbesluit De raad van de gemeente Tholen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024; b e s l u i t : de Welstandsnota gemeente Tholen als volgt te wijzigen:</p>\n<p class=\"lf-p\">A Onder hoofdstuk 7 ‘Welstandscriteria bijzondere bouwwerken’ wordt na paragraaf 7.2 ‘Beschermde Stads- en Dorpsgezichten’ een nieuw onderdeel ingevoegd luidende als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3 PV-systemen in de beschermde stadsgezichten en op monumenten Maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering, stijgende energieprijzen, energiearmoede en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen hebben ervoor gezorgd dat zonnepanelen een vast onderdeel van onze gebouwde omgeving zijn geworden. Zonnepanelen horen vanzelfsprekend bij verduurzaming, want isoleren en het duurzaam opwekken van energie vullen elkaar aan. Het verruimen van het beleid voor PV-systemen in de beschermde stadsgezichten is daarom wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijkertijd is het Thoolse erfgoed, wat we van onze voorouders hebben geërfd, van belang voor de identiteit van de gemeente en vooral van haar inwoners. De beschermde stadsgezichten van Tholen en Sint-Maartensdijk en de monumenten binnen de gemeente zijn onderdeel van dit erfgoed en verdienen het om beschermd te worden. Met de landelijke doelstelling om in 2030 een reductie van 60% te hebben van onze CO2 uitstoot en in 2050 van 95% minder uitstoot, is verduurzaming van onze gebouwen echter benodigd, waaronder het gebouwd erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het plaatsen van PV-systemen binnen de beschermde stadsgezichten mogelijk te maken met respect voor de cultuurhistorische waarden zijn de beschermde gezichten in twee zones verdeeld. Deze zones zijn hieronder opgenomen en worden toegelicht in het rapport ‘Zonering zonnepanelen: beschermde stadsgezichten Tholen en Sint-Maartensdijk’, opgesteld door Erfgoed Zeeland. Door het opstellen van afzonderlijke uitgangspunten voor gebieden met hoge cultuurhistorische waarde en gebieden met minder hoge cultuurhistorische waarde kunnen PV-systemen worden toegestaan waar het kan en uitgesloten waar het moet. Daarnaast zijn uitgangspunten opgesteld voor het plaatsen van PV-systemen op monumenten, waarmee meer duidelijkheid wordt gegeven en meer mogelijkheden ontstaan voor eigenaren 7.3.1 Algemeen 7.3.1.1 Begripsbepalingen Openbaar toegankelijk gebied: een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is;</p>\n<p class=\"lf-p\">PV-systemen: Fotovoltaïsche-systemen. Zonne-energie installaties zoals zonnepanelen en -collectoren met alle bijbehorende buizen en leidingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.1.2 Toepassingsbereik De uitgangspunten voor het plaatsen van PV-systemen zijn van toepassing op alle bebouwing binnen de beschermde stadsgezichten van Tholen en Sint-Maartensdijk zoals opgenomen in (het tijdelijk deel van) het omgevingsplan en voor alle monumenten binnen de gemeente Tholen, waarbij het gaat om alle (voor)beschermde rijksmonumenten en (voor)beschermde gemeentelijke monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2 Uitgangspunten Voor het plaatsen van PV-systemen binnen de beschermde gezichten en op monumenten gelden de algemene uitgangspunten uit paragraaf 7.3.2.1. Daarnaast gelden de zone specifieke uitgangspunten van paragraaf 7.3.2.2 voor de bebouwing, met uitzondering van monumenten, in zone 1 en de zone specifieke uitgangspunten van paragraaf 7.3.2.3 voor de bebouwing, met uitzondering van monumenten, in zone 2. Voor alle monumenten binnen de gemeente gelden naast de algemene uitgangspunten de uitgangpunten van paragraaf 7.3.2.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.1 Algemene uitgangspunten Er wordt geen kapvergunning verleend indien deze wordt aangevraagd om de opbrengst van zonnepanelen te vergroten;</p>\n<p class=\"lf-p\">De energieopwekking is ten bate van het eigen pand of de panden op één perceel, tenzij hogere wetgeving anders bepaalt;</p>\n<p class=\"lf-p\">PV-systemen worden op het dak geplaatst (niet aan gevels en wanden of in voortuinen);</p>\n<p class=\"lf-p\">Op schuine daken worden PV-systemen met een hellingshoek gelijk aan het dakvlak gelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">De PV-systemen steken niet uit voorbij de nok, de dakvoet of de dakranden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op daken met een bijzondere vorm of afwerking (zoals ronde, spitse of veelhoekige daken, daken met een bijzonder decoratief patroon of daken van bijzondere materialen, zoals zeldzame dakpannen, sommige leien daken, de meeste daken van riet, koper, zink of lood) is het plaatsen van PV-systemen ongewenst, tenzij onderzoek uitwijst dat de omgevingskwaliteit niet wordt aangetast;</p>\n<p class=\"lf-p\">PV-systemen worden reversibel aangebracht waarbij zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande leidingentracés.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.2 Uitgangspunten zone 1 – hoge cultuurhistorische waarde Zone 1 bestaat uit de gebieden binnen de beschermde gezichten met hoge cultuurhistorische waarde. PV-systemen zijn in deze zone toelaatbaar met een zorgvuldig ontworpen plan. Voor deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de zone specifieke uitgangspunten hieronder. Voor monumenten binnen deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de uitgangspunten voor monumenten (paragraaf 7.3.2.4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 1 is vergunningsvrij (meldingsplichtig) indien niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied en wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;</p>\n<p class=\"lf-p\">De PV-systemen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 1 in het zicht vanaf openbaar toegankelijk gebied is met vergunning toegestaan, mits er wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven PV-systemen op de historisch waardevolle bebouwing. Alternatieven elders op het perceel of uit het zicht zijn afgewogen en leveren geen rendabele installatie op;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 30 cm boven de dakrand uitsteken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoud van historische dakbedekking is leidend, daarom zijn geen geïntegreerde zonnecellen in dakpannen of dakleien toegestaan. Als de dakbedekking op dit moment al niet (meer) van monumentale waarde is, kunnen er in specifieke gevallen meer mogelijkheden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Panelen op hoofdgebouwen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.). Voor panelen op bijgebouwen geldt geen minimale afstand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een zorgvuldig ontworpen plan voor het aanbrengen van de PV-systemen, zodat er geen sprake is van een onevenredige visuele verstoring van het pand of zijn omgeving. Dit blijkt onder meer uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op hellende daken (m.u.v. mansardekappen) worden PV-systemen zo veel mogelijk op de onderste helft van het dakvlak geplaatst, tenzij andere plaatsing de omgevingskwaliteit minder aantast;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op mansardekappen worden panelen alleen op het bovenste dakvlak geplaatst, tenzij plaatsing op het onderste dakvlak de omgevingskwaliteit minder aantast.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.3 Uitgangspunten zone 2 – minder hoge cultuurhistorische waarde Zone 2 bestaat uit de gebieden binnen een beschermd gezicht met minder hoge cultuurhistorische waarde. PV-systemen zijn onder ruimere voorwaarden toelaatbaar. Voor deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de zone specifieke uitgangspunten hieronder. Voor monumenten binnen deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de uitgangspunten voor monumenten (paragraaf 7.3.2.4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 2 is vergunningsvrij (meldingsplichtig), mits er wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven PV-systemen op de historisch waardevolle bebouwing;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 50 cm boven de dakrand uitsteken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Panelen op hoofdgebouwen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.). Voor panelen op bijgebouwen geldt geen minimale afstand;</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen worden zo veel mogelijk in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.4 Uitgangspunten monumenten Het plaatsen van PV-systemen op monumenten is met vergunning toegestaan, mits wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven panelen op de historisch waardevolle bebouwing. Alternatieven elders op het perceel of uit het zicht zijn afgewogen en leveren geen rendabele installatie op;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 30 cm boven de dakrand uitsteken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantasting van historische dakbedekking is niet toegestaan, daarom zijn geen geïntegreerde zonnecellen in dakpannen of dakleien toegestaan. Als de dakbedekking op dit moment al niet meer van monumentale waarde is, kunnen er in specifieke gevallen meer mogelijkheden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Panelen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.);</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een zorgvuldig ontworpen plan voor het aanbrengen van de PV-systemen, zodat er geen sprake is van een onevenredige visuele verstoring van het monument of zijn omgeving. Dit blijkt onder meer uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische dakelementen of opbouwen (schoorstenen, dakkappellen, decoraties, et cetera) worden behouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan) dat ondergeschikt blijft aan de hoofdvorm van het dak en de daarop aanwezige elementen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak;</p>\n<p class=\"lf-p\">Maximeren van de opbrengst (aantal panelen of keuze dakvlak) mag niet ten koste gaan van de monumentale waarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">B In het opschrift van paragraaf 7.3 wordt ‘7.3’ vervangen door ‘7.4’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Tholen in zijn openbare vergadering van 12 december 2024. , voorzitter , griffier 7.4Overige bijzondere bouwwerken Beschrijving Naast de 150 rijksmonumenten en 2 beschermde stadsgezichten kent de gemeente Tholen nog 11 overige bijzondere bouwwerken. Dit zijn bouwwerken die (nog) geen monument zijn, maar die door hun schoonheid, bijzondere maatschappelijke functie of grote culturele waarde van algemeen belang zijn voor de gemeente Tholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen kunnen we de volgende overige bijzondere bouwwerken onderscheiden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Anna Jacobapolder: kerkgebouw, Langeweg 51</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet: molenstomp, Zanddreef 2 voormalig gemeentehuis, Langestraat 16</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland: kerkgebouw, Ring 1 voormalig weeshuis, Bierensstraat 22 museum De Meestoof, voormalig gemeenthuis, Bierensstraat 6/8</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk: gemaal De Noord, Noordpolder van Sint-Maartensdijk, Gemaalweg N1</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint Philipsland: watertoren, hoek Rijksweg - Kwekerijweg</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen: kerkgebouw, uitbreidingsgebied \"Stadszicht\", ds. G.H. Kerstenstraat pompgemaal, Gemaalweg 24 molenstomp, Vlasmarkt Toelichting Per bijzonder bouwwerk wordt hierna toegelicht wat de specifieke kenmerken van het bouwwerk zijn. kerkgebouw, Anna Jacobapolder Deze gereformeerde kerk uit 1959 aan de Langeweg 51 is aan de rand van Anna Jacobapolder gesitueerd. Het gebouw ligt, vanaf de weg gezien, terug ten opzichte van de woningen van de bebouwde kom. De kerk heeft een rechthoekige bouwmassa van één bouwlaag en is voorzien van een zadel/schilddak, dat haaks op de Langeweg staat. De gevels zijn opgetrokken uit rood metselwerk en het dak is voorzien van grijsblauw genuanceerde dakpannen. De entree aan de oostzijde wordt gemarkeerd door een gemetselde klokkentoren met betonnen verbindingselementen en een ijsblauw geschilderd entreeportaal. De houten puien van de kerkzaal hebben een vierkante vlakverdeling en zijn rozerood van kleur. Het laatste raam in de westgevel heeft een wit betonnen omlijsting en steekt boven de dakrand uit. De gevel aan de straatzijde is deels voorzien van verticale puien met gekleurd glas. In de langsgevels zijn vierkante sierelementen boven in het metselwerk opgenomen. molenstomp, Poortvliet De molenstomp aan de Zanddreef 2 in Poortvliet dateert uit 1851 en was oorspronkelijk als getailleerde stellingmolen beeldbepalend.De ronde stenen romp in gelige baksteen met rode baksteen rond vensters en deuren heeft een ruineus uiterlijk (m.n. de bovenrand van het metselwerk). Verder bestaat de molenstomp uit rondboog vensters en rechthoekige dubbele deuren in een rondboog opening. voormalig gemeentehuis, Poortvliet Dit voormalig gemeentehuis aan de Langestraat 16 in Poortvliet was oorspronkelijk een woonhuis.Gezien de zijgevels is er een nieuwe lijstgevel voor een (18e eeuws) oud pand gezet. Deze lijstgevel met zijrisalieten, waarvan de rechter als topgevel is uitgevoerd, is in kruisverband gemetseld met rode machinale baksteen. Opvallend zijn de wit geschilderde, horizontale gevelbanden. Bogen en fries zijn uitgevoerd in grijs kunststeen en de lateien hebben een granito effect. De plint van de voorgevel is gepleisterd. De twee-maal-drie ruits schuiframen zijn uitgevoerd in hout. De entreepartij is geheel vernieuwd. Het dak bestaat uit een zadeldak met rechts een dwarskap en een lager gedeelte achter de topgevel. Het dak is gedekt met grijze gesmoorde kruispanen. Overige bijzonderheden: sierlijk gesmede gevelankers; groene geglazuurde topgevel afdekstenen; op de nok een houten, open dakruitertje met zinken spits en windhaan.</div>\n<p class=\"lf-p\">kerkgebouw, Sint-Annaland Deze Nederlands Hervormde kerk aan Ring 1 in Sint-Annaland is een sober, maar interessant uitgevoerde en harmonisch uitgebreide kerk van rond 1900.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kerk is oorspronkelijk gebouwd als zaalkerk met vierkante fronttoren, waartegen entree-uitbouwen geplaatst zijn. Onder het topgeveltje bevindt zich een rondboogentree geflankeerd door natuursteen kolommen. Het schip is voorzien van boogfriezen met aanzetblokjes van natuursteen. Het metselwerk is uitgevoerd van roodbruine baksteen in kruisverband, echter de dwarsbeuk-aanbouwen zijn in halfsteens verband gemetseld. De achtergevel van de kerk is gepleisterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen de topgevels zijn zadeldaken geplaatst. Oorspronkelijk één zadeldak, sinds de uitbreidingen in kruisvorm. Alle daken zijn gedekt met gesmoorde grijze kruispannen en op het hoofddak staan nog twee oorspronkelijke dakkapellen. De entree-uitbouw is voorzien van houten rondboog entreedeuren en ijzeren rondboog glas-in-lood ramen in stenen sponningen. De later aangebrachte dwarsbeukuitbouwen zijn uitgevoerd met entrees van houten rondboogdeuren in een getrapte nis in een uitbouwtje onder het zadeldak. De rondboogramen van deze uitbouwen zijn in staal uitgevoerd. In enkele architectuurdetails is de invloed van de Jugendstil te bespeuren (o.a. rond de entree). Overige bijzonderheden: in de topgevels zijn natuurstenen dekplaten verwerkt; de toren is voorzien van een uurwerk, heeft een opengewerkte houten spits, een met leien gedekt dak, luidklokken en een bekroning van de torenspits met een metalen windhaan. voormalig weeshuis, Sint-Annaland Dit voormalig weeshuis aan de Bierensstraat 22 in Sint Annaland dateert uit 1897 en heeft een eclectische bouwstijl. De voorgevel staat in één lijn met de linkerburen. De hoofdmassa bestaat uit twee bouwlagen, is rechthoekig van vorm en met een gebroken tentdak gedekt met grijze, gesmoorde pannen. De gevels zijn opgebouwd uit roodbruine machinale vormbakstenen in kruisverband en in de voorgevel (lijstgevel) zijn witte pleisterwerk banden, gerotste blokken, rijk gedetailleerde kroonlijst, een waterlijst en plint opgenomen. Aan weerszijden van de entree en aan de zijkanten van de lijstgevel springt de gevel over de volle hoogte iets naar voren. De achtergevel is gepleisterd met schijnvoegen. De hoge, iets getoogde houten T-vensters zijn eenduidig van vormgeving en per bouwlaag op gelijke hoogte geplaatst. De omlijsting van de vensters zijn wit; de overige delen donker gekleurd. De houten dubbele entreedeuren met ruiten zijn eveneens donker gekleurd. Boven de voordeur zijn jaartal en oorspronkelijke functie in de gevel opgenomen. museum De Meestoof, Sint-Annaland De oorspronkelijke functie van museum De Meestoof aan de Bierensstraat 6/8 in Sint Annaland was gemeentehuis met veldwachterswoning, brandspuithuis en arrestantenlokaal. Het is in 1940 gebouwd en uitgebreid in 1965. Het gebouw bestaat uit één bouwlaag van een samenstelsel van rechthoekige plattegronden met zadeldaken en eindschoorstenen. De hoofdmassa is evenwijdig aan de straat gesitueerd en de iets lagere massa’s dwars daarop met op de samenkomst van beide massa’s in de voorgevel een sobere vierkante toren. De gevels zijn gemetseld in een gele vrij dunne machinale baksteen in klezorenverband. De hoofdmassa heeft een hoge terugliggende plint in dezelfde steen, boven eindigend met een staand verband. De 9- en 12 (vierkant-)ruits witte stalen kozijnen zijn op regelmatige wijze in de gevels geplaatst. In de lagere massa aan de voorzijde zijn brede, witte houten kozijnen met kruisroeden en hogere ruiten geplaatst. De zadeldaken zijn gedekt met enigszins genuanceerde, gesmoorde, holle grijze pannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wit geschilderde, getimmerde en geprofileerde bakgoten rusten op kleine, donker geschilderde houten klossen. De kleine dakkapellen liggen in één lijn met de gevel onderin het dakvlak. Ter plaatse van de dakkapellen zijn de bakgoten onderbroken en loopt het metselwerk tot aan de onderzijde van de dakkapellen door. De kozijnen in de dakkapellen zijn 9-ruits en met hout afgewerkt. Ze worden afgedekt met een flauwhellend zadeldak dwars op het steilere hoofddak.Op de toren staat een zeer opengewerkte houten bekroning. gemaal De Noord, Sint-Maartensdijk Het gemaal “De Noord” in de Noordpolder van Sint-Maartensdijk is in 1958 in gebruik genomen. Het gemaal pompt overtollig water uit het gebied De Noord in de Oosterschelde. Het gebouw is tegen de dijk gesitueerd, waardoor de voorgevel circa 2.5 meter hoger ligt dan de achtergevel. De gevels zijn opgetrokken uit lichtrood metselwerk. Aan de dijkzijde zijn vier grote blank geanodiseerde aluminium puien opgenomen in een schoon grindbetonnen omlijsting. Hier bevindt zich ook de hoofdentree in de vorm van dubbele metalen deuren in een turkooizen kleur. De enkele zijdeur is eveneens van metaal en turkoois van kleur. Het dak heeft een afgeknotte schildkap met een bitumineuze dakbedekking. Onder het dak zit een betonnen geprofileerde daklijst die enigszins uitkraagt. watertoren, Sint Philipsland De watertoren aan de Rijksweg 4 in Sint Philipsland dateert uit 1925 en is een bijzonder (in Art Deco stijl) vormgegeven object van beeldbepalende en architectuurhistorische waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De watertoren kenmerkt zich door de vierkante betonnen schacht met iets dikkere, gedecoreerde kop en het acht-vlakkig, gebroken tentdak met verticale aanzetvlakken met koperen beplating. In de gevelsleuven zijn zeer kleine lichtopeningen opgenomen. De entree bestaat uit een sobere ingangsdeur in een strakke omlijsting. kerkgebouw, Tholen Dit kerkgebouw van de gereformeerde gemeente aan de Ds. G.H. Kerstenstraat aan de rand van Tholen, nabij de wijk “Stadszicht”, is in 2003 gereedgekomen. Het markante bouwwerk staat langs de Postweg, een uitvalsweg van Tholen, en is georiënteerd op het kruispunt met de Ten Ankerweg en de Jonkheer van Vredenburchlaan. Het bouwvolume bestaat uit drie onderdelen: een onderbouw in rood metselwerk, een antracietgrijze bovenbouw en een groen koperen klokkentoren. De bovenbouw is ‘losgemaakt’ van de onderbouw door een glasstrook tussen beide volumeonderdelen. Het dak van de kerkzaal loopt schuin op richting de klokkentoren. In de wigvormige torenspits zijn verticale sleuven aangebracht en een opening ten behoeve van de klokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopeningen in de onderbouw hebben een verticaal karakter en zijn in een regelmatig patroon gerangschikt. De kozijnen zijn antracietgrijs van kleur. In de bovenbouw zijn verticale sleuven met glasopeningen en roosters aangebracht. Deze sleuven zijn aan de onderzijde voorzien van koperen blokken die onder het bouwvolume uitsteken. pompgemaal, Tholen Het elektrische gemaal “De Eendracht” aan de Gemaalweg 24 te Tholen dateert van 1957. Het gebouw is tegen de dijk gesitueerd, waardoor de voorgevel circa 2.5 meter hoger ligt dan de achtergevel. De gevels zijn opgetrokken uit lichtrood metselwerk. Het zadeldak is voorzien van grijs genuanceerde holle dakpannen. In de zijgevels zijn lange verticale puien aangebracht met kleine glasopeningen en lichte grijs-witte elementen ter hoogte van de tussenvloer. molenstomp, Tholen</p></div>", "next": 239725}