{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Onderstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen situaties zijn waarin het verstrekken van een persoonsgebonden budget niet gewenst is. In deze situaties kan een persoonsgebonden budget worden geweigerd. Om een persoonsgebonden budget af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft een toekenning voor het collectief vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting: het verantwoord kunnen laten functioneren van het collectiefvervoerssysteem kan een zwaarwegend belang zijn voor het college om zoveel mogelijk belanghebbenden te laten deelnemen aan het collectief vervoer, om het collectiefvervoerssysteem in stand te houden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is voorzienbaar dat in de (medische) situatie van de persoon met beperkingen zich binnen de looptijd van het persoonsgebonden budget een ingrijpende wijziging voordoet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting: De maatwerkvoorziening zal kortere tijd adequaat zijn dan de looptijd van het budget. Bij de in natura verstrekking kunnen de in deze situatie verstrekte maatwerkvoorzieningen worden herverstrekt. Omdat herverstrekking van een door een inwoner met een persoonsgebonden budget gekocht middel zeer complex, zo niet onmogelijk is, ontstaan hoge extra kosten. Dit treedt op bij voorzieningen voor kinderen, voor zover die voorzieningen ‘mee moeten groeien’, en bij mensen bij wie te voorzien is dat de (medische) situatie zich binnen de looptijd van het budget ingrijpend zal wijzigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft een toekenning voor een maatwerkvoorziening die al in natura is verstrekt of een aanpassing daaraan;</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitsluiting van een aanpassing aan een al in natura verstrekte maatwerkvoorziening voorkomt dat één voorziening twee ‘eigenaren’ krijgt. Voor een al verstrekt middel dat nog adequaat is wordt daarom geen persoonsgebonden budget verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon met beperkingen heeft bij een eerder verstrekt persoonsgebonden budget dit niet of niet op de juiste wijze verantwoord;</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon met beperkingen heeft bij een eerder verstrekt persoonsgebonden budget niet voldaan aan de in de beschikking gestelde verplichtingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon wordt niet in staat geacht om de regie over het persoonsgebonden budget te kunnen voeren. Hierbij wordt ook gerekend het beheren van het persoonsgebonden budget via het sociale netwerk dan wel via een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting: Personen die niet in staat worden geacht de regie over het persoonsgebonden budget te kunnen voeren betreffen in ieder geval personen waarbij sprake is van ernstige cognitieve problemen. Om te toetsen of een inwoner vaardig is om de regie over het persoonsgebonden budget te voeren, kan het Sociaal Team Oegstgeest ervoor kiezen de inwoner een pgb-zelftest te laten invullen als middel om in gesprek te gaan over de wenselijkheid van het persoonsgebonden budget als financieringsvorm en de plichten die hieraan verbonden zijn Indien de persoon die ondersteuning biedt in de vorm van een pgb ook de persoon is die het pgb beheert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien met het persoonsgebonden budget naar het oordeel van het college niet is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting: Dit artikel is conform de wet. De wet stelt tevens dat het college bij het beoordelen van de kwaliteit meeweegt of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het persoonsgebonden budget niet is aangewend volgens de eisen zoals gesteld in de beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting: Indien een voorziening wordt aangeschaft die niet aan de gestelde eisen en voorwaarden voldoet zal gedurende de looptijd van het budget een aanvraag voor een voorziening voor hetzelfde probleem als waarvoor het budget is toegekend niet in behandeling worden genomen. Ook eventuele meerkosten van onderhoud en verzekering aan de niet adequate voorziening worden door de gemeente niet vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3Omvang van het persoonsgebonden budget Het persoonsgebonden budget voor maatwerkvoorzieningen dient in beginsel toereikend en vergelijkbaar te zijn met een voorziening in natura.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.4.Geen uitruil budgetten Per verstrekte maatwerkvoorziening wordt een budget toegekend om de vastgestelde doelen te bewerkstelligen. Uitruil tussen de verstrekte persoonsgebonden budgetten behorend bij de verschillende maatwerkvoorzieningen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.5Kwaliteit van het persoonsgebonden budget De budgethouder heeft zelf de regie over de ondersteuning die hij met het persoonsgebonden budget contracteert of inkoopt. Daarmee krijgt hij de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde ondersteuning en kan hij zo nodig bijsturen. Voor de ondersteuning die ingekocht wordt met een persoonsgebonden budget gelden dezelfde kwaliteitscriteria als voor maatwerkvoorzieningen in natura.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan voor- of achteraf toetsen of de veiligheid en doeltreffendheid voldoende is gegarandeerd. De kwaliteitseisen die gelden voor ingekochte ondersteuning in natura kunnen niet één op één worden toegepast. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt mee of diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De aanvrager dient inzichtelijk te maken in zijn motivatie: waar hij zijn ondersteuning zal inkopen; op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid; hoe de veiligheid en doeltreffendheid van ondersteuning is gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een Pgb voor ambulante ondersteuning en (specialistisch) Wonen met ondersteuning worden de volgende aanvullende voorwaarden gesteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorg wordt geleverd aan de hand van een zorgplan, waarin staat vastgelegd welke doelen belanghebbende wil bereiken tijdens de periode dat hij gebruik maakt van Wonen met ondersteuning. Deze doelen zijn omschreven in het zorgplan aan de hand van welke zorgactiviteiten plaatsvinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Belanghebbende beschikt over een budgetplan, waarin staat vastgelegd bij welke zorgverleners hij de zorg gaat inkopen, het tarief van de zorgverlener en het aantal uren per zorgverlener.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.6Pgb voor wonen met ondersteuning Voor Wonen met ondersteuning gelden de volgende kwaliteitseisen Er is 24-uurs zorg oproepbaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorg wordt geleverd aan de hand van een zorgplan, waarin staat vastgelegd welke doelen belanghebbende wil bereiken tijdens de periode dat hij gebruik maakt van de Beschermde woonvorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een scheiding tussen de budgethouder van het Pgb en de uitvoerende zorgverlener. De budgethouder is financieel verantwoordelijk. De budgethouder legt verantwoording af over het besteedde bedrag aan de gemeente;</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgverlener(s) beschikken over een VOG;</p>\n<p class=\"lf-p\">Belanghebbende beschikt over een budgetplan, waarin staat vastgelegd bij welke zorgverleners hij de zorg gaat inkopen, het tarief van de zorgverlener en het aantal uren per zorgverlener. Ook geeft belanghebbende aan om welke reden hij geen gebruik wil maken van zorgaanbieders die gecontracteerd zijn door de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het gaat om één zorgverlener dan dient belanghebbende aan te tonen op welke manier de zorg gewaarborgd kan worden als deze zorgverlener uitvalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend op het gestelde in artikel 9.5 wordt aan een Pgb(-voorziening) (specialistische) Wonen met ondersteuning de volgende voorwaarden gesteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Pgb kan alleen ingezet worden voor het inhuren van instelling In het wooninitiatief wonen minimaal 3 en maximaal 26 bewoners, die een Pgb ontvangen voor ten minste de resultaatgebieden individuele ondersteuning en sociaal beheer en veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewoners verblijven op één BRP adres, of op meerdere BRP adressen binnen een straal van 100 meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is, die geschikt is om de bewoners in de gelegenheid te stellen samen activiteiten te ontplooien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een persoon inwoont bij ouders, vertegenwoordigers of andere particuliere personen, dan wordt dit niet beschouwd als een wooninitiatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitseisen zoals zijn geformuleerd voor zorg in natura zijn van kracht en kunnen worden getoetst:</p>\n<p class=\"lf-p\">Belanghebbende moet formeel wonen bij het wooninitiatief (basis registratie personen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een organisatie is gecontracteerd voor (specialistisch) Wonen met ondersteuning (Zorg in natura), kan de organisatie niet diezelfde ondersteuning via een pgb leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor (specialistische voorzieningen) Wonen met ondersteuning geldt dat wanneer een nieuw Pgb gefinancierd wooninitiatief start, de gemeente pas overgaat tot het verstrekken van een Pgb voor deze maatwerkvoorziening wanneer de kwaliteit van het initiatief met de gemeente is afgestemd. Indien een wooninitiatief niet of niet meer voldoet aan de kwaliteitseisen, zal een verbeterplan moeten worden opgesteld. Wanneer niet kan worden voldaan aan het verbeterplan, zal het Pgb niet meer kunnen worden ingezet bij het betreffende wooninitiatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.7.Pgb voor Woonvoorzieningen, hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen De hoogte van het Pgb wordt vastgesteld op de kostprijs van de goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. Indien dit een tweedehands voorziening betreft, dan kan het college de hoogte daar dus op baseren, mits de cliënt met dit bedrag dan ook daadwerkelijk de voorziening kan aanschaffen bij een aanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de voorziening via het persoonsgebonden budget duurder is dan de voorziening in natura, wordt alleen een budget verstrekt ter hoogte van de kosten van de natura-voorziening (of het bedrag wat voor de betreffende maatwerkvoorziening is opgenomen in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2023). De inwoner kan dan de extra kosten zelf bijbetalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten van de maatwerkvoorziening bij verstrekking in natura worden bepaald op basis van contracten die met leveranciers zijn afgesloten. Deze Pgb-bedragen worden opgenomen in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2023 en zijn inclusief kosten voor verzekering en onderhoud. Als er voor de maatwerkvoorziening geen contract is afgesloten worden de kosten bepaald op basis van een door de gemeente op te vragen offerte waarin, indien van toepassing, dan ook bedragen worden gevraagd voor het onderhoud en de verzekering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor woonvoorzieningen wordt in principe geen budget toegekend voor onderhoud en verzekering. Hier zijn uitzonderingen mogelijk zoals de onderhoudskosten van een traplift of een plafondlift. Het gaat daarbij om voorzieningen waarbij de gemeente verplicht is om de technische staat te keuren en te onderhouden. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor deze kosten is dan gelijk aan de kosten voor onderhoud van een voorziening in natura. Voor roerende woonvoorzieningen worden na toestemming vooraf, op declaratiebasis, reparatiekosten toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij maatwerkvoorzieningen in de vorm van vervoersvoorzieningen en bij hulpmiddelen wordt voor verzekering een budget toegekend dat tenminste gelijk is aan de prijs die de leverancier waarmee een contract is afgesloten in rekening brengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.7.1Eenmalige uitkering voor materiële voorzieningen Wanneer sprake is van een persoonsgebonden budget voor materiele maatwerkvoorzieningen in de vorm van eenmalige uitkering voor een woonvoorziening, individuele vervoersvoorziening en rolstoel levert de persoon met beperkingen binnen zes maanden een aankoopverplichting aan bij de gemeente. De betaling van het budget vindt plaats na aanlevering van het bewijs van aankoop, een onderhoudscontract en - indien van toepassing - een verzekeringsbewijs. De component voor de voorziening wordt in één keer volledig uitbetaald; de componenten voor het onderhoud en de verzekering worden betaald in jaarlijkse termijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.7.2Beëindiging van het persoonsgebonden budget materiële voorziening Bij intrekking of beëindiging van het persoonsgebonden budget gedurende de looptijd (zoals bij overlijden) dient de aangeschafte materiele maatwerkvoorziening in principe te worden overgenomen, door inwoner of bij overlijden door erfgenamen of nabestaanden, tegen de restwaarde. In het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning 2023 Oegstgeest zijn hiervoor percentages vastgelegd. In bijzondere gevallen kan vanuit de gemeente verzocht worden het eigendomsrecht over te dragen aan de gemeente in verband met hergebruik. Deze voorwaarden dienen in de beschikking opgenomen te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.8Pgb voor diensten Voor de maatwerkvoorzieningen Huishoudelijke Ondersteuning, Maaltijdvoorziening, Kindzorg en de Maatwerkarrangementen is de hoogte van het persoonsgebonden budget per resultaat vastgelegd in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2023. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand van het te bereiken resultaat. Voor dit persoonsgebonden budget geldt dat het budget per kalenderjaar wordt vastgesteld. Daarnaast geldt dat reiskosten alleen vergoed worden indien dit onderdeel uitmaakt van het resultaattarief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze budgetten worden toegekend voor het hoofdverblijf in de gemeente. Bij verblijf van drie maanden of langer in een recreatiewoning of in het buitenland, wordt geen budget toegekend voor deze periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het persoonsgebonden budget geldt dat: het persoonsgebonden budget niet aangewend kan worden voor een feestdagenuitkering; er geen eenmalige uitkeringen uit het persoonsgebonden budget gedaan kunnen worden; bemiddelingskosten niet vergoed kunnen worden vanuit een persoonsgebonden budget; er geen aparte reiskosten kunnen worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.8.1.Tarieven verschillende typen zorgverleners Er wordt onderscheid gemaakt tussen professionele (professionele hulp die wordt ingekocht bij een zorginstelling of een ter zake kundig gediplomeerde zzp-er of éénmansbedrijf ) en non-professionele/informele hulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tarief professionele zorg geleverd door zorginstelling:</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorg wordt geleverd door gekwalificeerd personeel dat in loondienst is bij een erkende zorginstelling. In dit tarief is rekening gehouden met de werkgeverslasten die gebruikelijk zijn voor een dergelijke zorginstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit kan aangetoond worden door het overleggen van een kopie van een inschrijving van het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van een onderneming die geheel of voor het grootste deel bestaat uit het verlenen van (Wmo)zorg en een kopie van een geanonimiseerde arbeidsovereenkomst waaruit blijkt welke voor de betreffende sector relevante cao wordt toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tarief professionele zorg geleverd door zzp-er:</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorg wordt geleverd door een ter zake kundig persoon die beroepsmatig is gekwalificeerd voor de betreffende ondersteuning en bij de Kamer van Koophandel staat geregistreerd als zelfstandige, eenmansbedrijf of freelancer. Dit kan aangetoond worden door een kopie van een inschrijving van het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van een onderneming die geheel of voor het grootste deel bestaat uit het verlenen van (Wmo)zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tarief non-professionele zorg:</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorg wordt verleend door personen die niet beroeps- of bedrijfsmatig zorg verlenen. Inwoners die een Pgb aanvragen voor de ondersteuning van iemand in dezelfde leefeenheid worden altijd als een non-professional beschouwd. Hetzelfde geldt voor ouders die voor kinderen zorgen en kinderen die voor ouders zorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betalen van ondersteuning of hulp die anders geleverd zou worden uit het sociale netwerk van de inwoner komt niet voor vergoeding in aanmerking.. Er zijn situaties die hierop een uitzondering kunnen zijn. Aan de hand van de volgende criteria wordt bepaald of dit het geval is:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet sprake zijn van zorg die de algemeen gebruikelijke hulp overstijgt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als iemand vanuit het netwerk de ondersteuning gaat bieden, moet dat gepaard gaan met een wijziging in de bestaande situatie, omdat tijdens het gesprek blijkt dat vanuit de bestaande situatie de inzet van het sociale netwerk ontoereikend is. Er is dus extra inzet nodig buiten de inzet die al door het sociale netwerk geleverd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet van het sociaal netwerk is (aantoonbaar beter en flexibeler) dan professionele ondersteuning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitgangspunt is dat het persoonsgebonden budget voor niet-professionele zorgverleners beperkt moet blijven tot die gevallen waarin dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt. Het belang van de inwoner staat hierbij centraal. Het gaat om argumenten zoals: zorgcontinuïteit: partner of ouder kan zorgen voor permanent toezicht. Een professional kan dit niet. emotionele binding: partner, ouder of andere familie/kennis heeft een emotionele band, dat bijdraagt aan de effectiviteit van de ondersteuning/hulp. veiligheid: hulp of zorg in de eigen leefomgeving door ouder, partner of andere familie/kennis is vertrouwd en veilig en draagt daarmee bij aan de resultaten in het arrangement of de beschikking. praktische reden: partner of ouder kan taken flexibel combineren die anders door meerdere professionals op verschillende tijdstippen/locaties worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning moet passend, adequaat en veilig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als iemand vanuit het sociale netwerk de ondersteuning gaat bieden, moet diegene wel de juiste vaardigheden hebben. Of een persoon in staat is om de juiste ondersteuning te bieden wordt besproken tijdens het gesprek en is afhankelijk van de specifieke situatie. Eventueel worden de mogelijkheden besproken om door middel van scholing te komen tot de juiste vaardigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het netwerk moet zich bewust zijn van de consequenties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon die vanuit het netwerk de ondersteuning biedt moet zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die hij, mogelijk langdurig, op zich neemt. Vraag die daarbij gesteld moet worden is, kan de degene die de hulp levert een keer overslaan als hij ziek is of op vakantie gaat, en hoe wordt de hulp dan geleverd?</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen persoonsgebonden budget bij dreigende overbelasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer ondersteuning wordt ingezet in situaties waarin sprake is van (dreigende) overbelasting van de Pgb-houder en/of de verlener, zal zorgvuldig gekeken worden of het inzetten van persoonsgebonden budget de juiste oplossing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.8.2Betaling van het persoonsgebonden budget voor Begeleiding (maatwerkarrangementen) en huishoudelijke ondersteuning (het trekkingsrecht) In de Wmo 2015 is sprake van trekkingsrecht. Trekkingsrecht wil zeggen dat de gemeente het persoonsgebonden budget niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op de rekening van het servicecentrum PGB van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten of de ondersteuning is geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de zorgverlener. Het niet volledig besteedde persoonsgebonden budget wordt door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. Het trekkingsrecht is alleen aan de orde bij een persoonsgebonden budget voor Begeleiding (maatwerkarrangementen), Huishoudelijke Ondersteuning en wonen met ondersteuning. Na ontvangst van de gegevens en de goedgekeurde zorgovereenkomst zal de SVB op basis van declaratie tot betaling overgaan. De klant dient vervolgens facturen in bij de SVB. Door het trekkingsrecht is het voor inwoners niet meer mogelijk om te betalen via een automatische incasso. Wanneer aanbieders hiervoor extra kosten rekenen mogen deze kosten worden voldaan vanuit het persoonsgebonden budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.9Verantwoording van het persoonsgebonden budget Voor Begeleiding (maatwerkarrangementen), Huishoudelijke Ondersteuning en Wonen met ondersteuning vindt de controle van het persoonsgebonden budget in principe plaats via de Sociale Verzekeringsbank. De SVB betaalt op declaratiebasis het persoonsgebonden budget uit aan de in de zorgovereenkomst benoemde persoon of zorgverlenende organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor andere voorzieningen voert de gemeente de controle uit. Declaratie vindt plaats op basis van een van de volgende stukken (afhankelijk van de voorziening): de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; het betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening; het bewijs van verzekering van de voorziening – indien van toepassing; het onderhouds- en reparatiecontract voor de voorziening; een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen; de met de zorgverlener overeengekomen zorgovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan daarnaast steekproefsgewijs onderzoeken of het persoonsgebonden budget rechtmatig wordt besteed en wordt gebruikt om het resultaat, zoals omschreven in de beschikking, te realiseren. Blijkt bij controle dat het budget is besteed aan het doel of de activiteit waarvoor het is toegekend, dan hoeft er niets te worden terugbetaald. Is het persoonsgebonden budget anders besteed dan bedoeld, dan kan het college het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Daarbij wordt in redelijkheid en billijkheid gehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk10Maatwerkvoorziening tegemoetkoming Het college kan op basis van de Verordening (artikel 20) een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie aan inwoners die, als gevolg van een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen, aantoonbare of aannemelijke meerkosten hebben, die met de beperking of de chronische psychische of psychosociale problemen verband houden. Tijdens het gesprek met de burger zal aangetoond moeten worden of er sprake is van aannemelijke meerkosten. Het kan hierbij gaan om een verhuizing die door plotseling optredende beperkingen eerder plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een tegemoetkoming kan in ieder geval worden verstrekt voor de hiernavolgende meerkosten in verband met verhuis- en inrichtingskosten. De tegemoetkoming wordt rechtstreeks uitbetaald aan de inwoner. De hoogte van de tegemoetkoming is een vast bedrag en is opgenomen in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2024. De tegemoetkoming wordt betaalbaar gesteld op declaratiebasis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verhuiskostenvergoeding kan verstrekt worden wanneer er sprake is van ondervonden belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, die door middel van een verhuizing op de goedkoopst-compenserende wijze kunnen worden opgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhuiskostenvergoeding is bedoeld als goedkoopst-compenserend alternatief voor een (dure) woningaanpassing in gevallen waarin die verhuizing niet algemeen gebruikelijk is, gelet op leeftijd, gezins- of woonsituatie. De tegemoetkoming wordt gebaseerd op de Nibud prijzengids en een bedrag voor verhuizing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitingsgronden Verhuizingen wegens gezinsuitbreiding of om als jongvolwassene zelfstandig te gaan wonen zijn in beginsel algemeen gebruikelijk, evenals voorspelbare verhuizingen van senioren. De verhuiskostenvergoeding is een tegemoetkoming in de meerkosten van verhuizing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt tevens geen verhuiskostenvergoeding verstrekt voor verhuizingen naar woningen die niet geschikt of bestemd zijn voor permanente bewoning, of die niet geschikt zijn voor de specifieke situatie van de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college verstrekt in beginsel geen verhuiskostenvergoeding indien de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat op de aanvraag is beschikt, tenzij achteraf alsnog kan worden vastgesteld dat er problemen bij het normale gebruik van de woning werden ondervonden in de verlaten woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk11Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening en algemene voorzieningen 11.1Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen Voor de eigen bijdrage voor diensten wordt aangesloten op wat daarover is opgenomen in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Daarin staat een aparte eigen bijdrage systematiek voor wonen met ondersteuning, die wordt geïnd door het CAK. Voor de eigen bijdrage voor de overige maatwerkvoorzieningen geldt het landelijke abonnementstarief. Ook het abonnementstarief wordt geïnd door het CAK.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Verordening zijn in artikel 12 en 13 uitzonderingen geregeld voor het abonnementstarief voor de volgende voorzieningen. De eigen bijdrage geldt niet voor het collectief vraagafhankelijk vervoer een rolstoel (inclusief aanpassingen) een maatwerkvoorziening in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen een hulpmiddel voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar begeleiding individueel intensiteit waakvlam (lage frequentie van ondersteuning) kortdurend verblijf individueel vervoer verhuiskosten Voor de maatwerkvoorzieningen in de vorm van diensten, zoals Huishoudelijke ondersteuning, en Begeleiding geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd zolang de inwoner de maatwerkvoorziening ontvangt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor hulpmiddelen zoals scootmobielen geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd zolang de inwoner het hulpmiddel in bruikleen heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een persoonsgebonden budget geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd zolang de inwoner het persoonsgebonden budget ontvangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.2Start eigen bijdrage De gemeente meldt aan het CAK vanaf welke datum de inning van de eigen bijdrage moet gaan plaatsvinden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij maatwerkvoorzieningen: Vanaf de datum dat de zorgaanbieder de zorg start. De zorgaanbieder levert hiervoor een geautomatiseerd bericht aan (iWmo-bericht).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij hulpmiddelen: Vanaf de datum van levering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij woningaanpassingen/trapliften: Vanaf de datum van (op)levering.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.3Einde eigen bijdrage De gemeente meldt aan het CAK vanaf welke datum de inning van de eigen bijdrage beëindigd moet worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij maatwerkvoorzieningen: Vanaf de eerste dag volgend op de maand waarin de levering van de zorg beëindigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij scootmobielen: Vanaf de eerste dag volgend op de maand waarin de verstrekking van de scootmobiel beëindigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij woningaanpassingen/trapliften: Vanaf de eerste dag volgend op de maand waarin de verstrekking van de woningaanpassing / traplift beëindigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van een eenmalig persoonsgebonden budget stopt de eigen bijdrage bij het bereiken van de kostprijs. bij overlijden stopt de eigen bijdrage oplegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.4Pauzeren (tijdelijk opschorten) eigen bijdragen De inwoner aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden is verstrekt, kan alleen bij de gemeente een verzoek tot pauzeren (tijdelijk opschorten) van de eigen bijdrage doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verzoek tot pauzeren van de eigen bijdrage; is alleen van toepassing op een verstrekte maatwerkvoorziening in de vorm van diensten (huishoudelijke ondersteuning, begeleiding groep, ambulante begeleiding, etc). Dit geldt zowel voor een voorziening verstrekt in natura als voor een persoonsgebonden budget; is pas van toepassing bij een tijdelijke onderbreking van de voorziening van tenminste drie aaneengesloten kalendermaanden;</p>\n<p class=\"lf-p\">11.5Eigen bijdragen specialistische maatschappelijke opvang en vrouwenopvang In afwijking op het gestelde in artikel 11.1 wordt de eigen bijdrage voor de specialistische maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang vastgesteld en geïnd door de betreffende organisatie. Voor de centrale maatschappelijke opvang geldt een eigen bijdrage per nacht. De eigen bijdrage voor de vrouwenopvang betreft de wooncomponent van de voorziening. Het uitgangspunt is dat voor de cliënt in ieder geval de norm voor zak- en kleedgeld, zoals genoemd in artikel 23 van de Participatiewet, beschikbaar blijft. Vanwege persoonlijke financiële omstandigheden bestaat de mogelijkheid om van het standaard bedrag af te wijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk12Overige bepalingen 12.1Kwaliteitseisen aanbieders maatschappelijke ondersteuning Onder kwaliteitsinstrumenten verstaan we begrippen als richtlijnen, standaarden, samenwerkingsafspraken, protocollen en productbeschrijvingen die tot doel hebben de ondersteuning voor de inwoner te optimaliseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.2Contractmanagement Wmo Het beheer van de contracten voor ingekochte Wmo diensten en producten is ondergebracht bij de contractmanagers sociaal domein. Zij bewaken namens de Leidse regio de toepassing van de contracten en ziet toe op het nakomen van de contractafspraken door de aanbieders en gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitseisen zijn een onderdeel van de contracten. De contractmanagers sociaal domein werken proactief door bijvoorbeeld voortgang van het contract te meten en in gesprek te zijn met de leveranciers over de uitvoering van de contracten. Contractmanagement werkt ook reactief door bij wanprestatie verbetertrajecten te initiëren en monitoren en eventueel boetes op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.3Klantervaringsonderzoek Jaarlijks dienen gemeenten uitvraag te doen naar de ervaringen van inwoners (i.p.v. meten van tevredenheid) die maatschappelijke ondersteuning hebben ontvangen. De ministeriële regeling geeft nadere regels over de inrichting van het onderzoek. Het onderzoek is bedoeld om te meten hoe inwoners de aan hen geboden maatschappelijke ondersteuning ervaren en geeft de gemeente input voor de lokale beleidscyclus.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.4Klachten en bezwaren Uitgangspunt is het voorkomen van klachten en bezwaren en het voorkomen van juridisering wanneer klachten of bezwaren zich voordoen. Klachtbehandeling is laagdrempelig en informeel met oog voor maatwerk en persoonlijk contact.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de afhandeling van klachten hanteert de gemeente de volgende route:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de afhandeling van klachten hanteert de gemeente de volgende route:</p>\n<p class=\"lf-p\">Klachtafhandeling bij de behandelende persoon (aanbieder, medewerker Sociaal Team Oegstgeest). Als een inwoner een klacht heeft zal betrokkene eerst in gesprek gaan met de desbetreffende organisatie. Dit gesprek met de inwoner is er op gericht om tot overeenstemming te komen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Klachtafhandeling bij de direct leidinggevende, als stap 1 niet naar wens is afgerond;</p>\n<p class=\"lf-p\">Klachtafhandeling bij de gemeente: Om in deze situatie en/of bij conflict met een zorgverlener inwoners de mogelijkheid te bieden hun klacht kenbaar te maken, is er de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de gemeente. De klacht wordt dan opgepakt door de toezichthoudende ambtenaar (bij klachten over zorgverleners), of door de klachtencoördinator (bij klachten over medewerkers gemeente). Deze zorgen ook voor registratie, toetsing en afhandeling van de klachten. Uitgangspunt bij de klachtenafhandeling is om door middel van mediation en mondeling horen klachten af te handelen. De mogelijkheid om klachten schriftelijk in te dienen staat ook open. Dit kan per post of digitaal via de website van de gemeente. De procedure die hierbij wordt gehanteerd is conform de klachtenverordening Oegstgeest 2014;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierna staat nog de mogelijkheid open een klacht in te dienen bij de Nationale Ombudsman (tweedelijns voorziening).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een klacht betreft geen bezwaar. Een bezwaar naar aanleiding van een besluit kan via de mogelijkheid van bezwaar en beroep worden afgehandeld. Een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking wordt ter behandeling voorgelegd aan de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Leiden (voorheen Servicepunt71). Ook in de werkwijze bij behandeling van bezwaren kan mediation een belangrijke rol vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.5Toezichthoudende ambtenaar Gemeenten zijn conform de Wmo 2015 verplicht een toezichthoudende ambtenaar aan te stellen voor de Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toezichthoudende ambtenaar moet toezien dat de uitvoering van de taken door derden aan deze kwaliteitsvereisten voldoet. Het gaat hier niet (alleen) om controleren, maar juist ook om voortdurend monitoren en in gesprek zijn en blijven over de kwaliteit én de meetinstrumenten die daarvoor ingezet worden en om onderzoek te doen bij eventuele calamiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezichthouden betekent ook tijdig signaleren van factoren die de kwaliteit van de dienstverlening en ondersteuning negatief kunnen beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast hoort tot de taak van de toezichthoudende ambtenaar het zogenaamde calamiteiten toezicht. Aanbieders zijn ingevolge de Wmo 2015 verplicht een eventueel bij hen opgetreden calamiteit te melden aan de toezichthouder. De toezichthouder zal na een opgetreden calamiteit onderzoek verrichten naar de oorzaken die hebben geleid tot de calamiteit. Dit onderzoek is er vooral op gericht om aanbevelingen te kunnen doen waarmee in de toekomst de kans op het optreden van een dergelijke calamiteit wordt verkleind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toezicht voor de gemeente Oegstgeest is per 1 oktober 2016 ondergebracht bij de GGD Hollands Midden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht op rechtmatigheid Het college heeft een team toezichthouders rechtmatigheid aangesteld die erop toezien dat de beschikte zorg (zorg in natura en pgb) rechtmatig besteed wordt. Deze toezichthouders zijn verbonden aan het team Ondersteuning Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Leiden. Met ‘rechtmatigheid’ bedoelen we het uitvoeren van gemeentelijke voorzieningen en verstrekkingen volgens de geldende regels en besluiten. Onrechtmatigheid (ook wel misbruik) kan zowel onbewust als bewust zijn. Als een inwoner onbewust in strijd met de geldende regels handelt, dan noemen we dit een fout. Dit kan het gevolg zijn van onduidelijkheid, vergissingen of onoplettendheid. Hieronder valt ook ondoelmatig en/of ongepast gebruik: indien de geleverde ondersteuning niet noodzakelijk en/of effectief is en er sprake is van overbehandeling (verspilling) of onderbehandeling. Bewust in strijd met de geldende regels handelen, noemen we fraude. Onder fraude verstaan we het opzettelijk en doelbewust in strijd met de regels handelen met het doel om eigen of andermans financieel voordeel te verkrijgen. De toezichthouders kunnen zowel proactief (risicogestuurd: op basis van vooraf vastgestelde prioriteiten of thema's) als reactief (signaalgestuurd naar aanleiding van een melding van vermoedelijke fouten of fraude) optreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.6Ondersteuning aan 16-27 jarigen Jongvolwassen in de leeftijd van 16,5 tot 27 jaar die kampen met de volgende problematiek kunnen in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening: problemen op het gebied van wonen, school en/of werk, tekorten op het gebied van zowel sociale als praktische vaardigheden, moeite met leefritme en bijbehorende discipline, gebrekkig sociaal netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.6.1Zorgcontinuïteit Iedere jeugdige die al in jeugdhulp is, wordt door de betreffende aanbieder tijdig voorbereid op de achttiende verjaardag: jeugdhulpaanbieders in Holland Rijnland wordt verplicht om uiterlijk bij 16,5 jaar, samen met de jongere een (perspectief)plan opgesteld te hebben. In dit plan worden alle relevante leefdomeinen opgenomen, van werk of school tot financiën, zorg en welzijn, inclusief mogelijke vervolgtrajecten. Dit plan heeft als doel zorgcontinuïteit beter te regelen, en zorgt er daarnaast voor dat jongeren goed voorbereid zijn op alle veranderingen en verplichtingen als zij achttien worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wordt ook gekeken of de situatie qua problematiek het best afgehandeld kan worden door het jeugd- en gezinsteam of door het loket Zorg, Werk en Inkomen van de gemeente. Dit kan per situatie variëren. Nauwe afstemming tussen de jeugdige zelf, het jeugd- en gezinsteam, de zorgconsulent en de betrokken aanbieder(s) is daarom ten alle tijden cruciaal. De invulling van de voort te zetten begeleiding is zowel afhankelijk van de behoefte van de jongere als van de mogelijkheden van de aanbieder(s), 12.6.2Verlengde jeugdhulp Soms kan de begeleiding vanuit de jeugdhulp doorlopen. Het gaat dan om verlengde jeugdhulp. Of, en op welke wijze, dit het geval is, zal in nauwe onderlinge afstemming met de jongere, het jeugd- en gezinsteam, en het loket Zorg, Werk en Inkomen beoordeeld worden. Van verlengde jeugdhulp kan alleen sprake zijn als er geen ander wettelijk kader is waarin hulp kan worden aangeboden. Om in aanmerking te komen voor verlengde jeugdhulp dient tijdig - tenminste een half jaar voor de 18e verjaardag - een perspectiefplan te worden gemaakt op basis waarvan een besluit voor verlengede jeugdhulp kan worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.7Meldcode Huiselijk geweld De gemeente heeft een meldcode waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. De gemeente bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.8Privacy Eén van de uitgangspunten van de decentralisaties is dat de eigen verantwoordelijkheid van burgers voorop staat. Burgers die vrijwillig een beroep doen op hulp hebben zélf de regie over hun gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie-uitwisseling staat ten dienste van de dienstverlening aan de burger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordat de professional besluit samen te werken met andere professionals en wel of geen informatie over een inwoner met andere professionals te delen, dient hij/zij zorgvuldig af te wegen waarmee het uiteindelijke belang van de inwoner het meest gediend is: het respecteren van diens privacy, of een inbreuk op deze privacy (en het eventueel doorbreken van de geheimhoudingsplicht).</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer is gegevensuitwisseling mogelijk Als de inwoner hiervoor (expliciet) toestemming geeft, of Als de wet (Algemene verordening gegevensbescherming AVG, Jeugdwet, Wmo, Participatiewet e.d.) het toestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de veiligheid van de inwoner in het geding is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van gegevensuitwisseling gelden o.a. de voorwaarden van de AVG.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat houdt onder meer het volgende in:</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokkene kan op verzoek inzicht krijgen in de eigen gegevens, in welke gegevens met welke partijen zijn uitgewisseld en welke (vroeg)signalen zijn gemeld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als informatie niet direct getoond kan worden (bijvoorbeeld in het gedwongen kader) wordt achteraf alsnog inzichtelijk gemaakt welke gegevens zijn ingezien of uitgewisseld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel is niet te bereiken met een ander (of minder vergaand) middel (subsidiariteitsbeginsel);</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast geldt het proportionaliteitsbeginsel, wat betekent dat er alleen strikt noodzakelijke gegevens worden uitgewisseld.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.10Overgangsrecht Zorg in Natura Inwoners met een lopende indicatie voor Begeleiding, Dagbesteding en Beschermd Wonen houden deze tot en met de daarbij geldende einddatum maar uiterlijk tot en met 31 december 2024. Voor een eventuele indicatie daarna worden ze geherindiceerd volgens het arrangementenmodel.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.11Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels indien toepassing van de beleidsregels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.12Citeertitel en inwerkingtreding Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2024”.</p>\n<p class=\"lf-p\">De “Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2023” worden ingetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten in de vergadering van 24 september 2024.Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest,J. Versluis secretaris E.R. JaenschburgemeesterBijlage1Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen WOONVOORZIENINGEN Aankleedtafel voor kinderen en volwassenen Airco – losse eenheid Antislip coating Antislip tegels bij nieuwbouw of renovatie Automatische deuropeners voor garages Centrale verwarming Dakkapellen Douchecabine Douchekop en glijstang / standaard douche(toilet)beugel Eengreepsmengkranen Eenhendelmengkraan (m.u.v. lange hendel) Elektrische bediening inrichtingselementen (licht, gordijnen, zonwering) Elektrische bediening zonwering Kookplaten Inductie en keramisch Handgrepen/beugels (m.u.v. stationaire/opklapbare toiletbeugels, wastafelbeugels) Raamopeners (m.u.v. rolstoelgebonden personen) Renovatie badkamer (20 jaar) Renovatie keuken (15 jaar) Screens en zonneschermen Thermostatische mengkraan Toiletpot (verstelbaar/verlaagd/verhoogd 6+ t/m 9+) Toilet verhoger (los) Vervanging keukenapparatuur Vervanging lavet door douche Spoel-föhn installatie toilet Drempelhulpen VERVOERSVOORZIENINGEN Auto – airconditioning Auto - automatische transmissie Auto - blindering Auto – elektrische raambediening Auto - stuurbekrachtiging Fiets – aankoppelfiets voor kinderen Fiets – bakfiets Fiets – buggy (tot 18 kilo) Fiets – elektrische fiets Fiets – fietskarretje voor kinderen (voor fiets en scootmobiel) Fiets – fiets met hulpmotor Fiets – fiets met lage instap Fiets – ligfiets Fiets – tandem (normale uitvoering en uitvoering met hulpmotor OVERIGE boodschappendienst crèche financieel-administratieve ondersteuning Gastouder Hondenuitlaatservice Kinderopvang Maaltijdservice Glazenwasser Bijlage2Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Onder een leefeenheid wordt verstaan alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam gezamenlijk huishouden te voeren. Onder een huisgenoot wordt iedere persoon verstaan die tot de leefeenheid van de inwoner behoort. Bij een commerciële huurders- of kostgangersrelatie worden volwassen huisgenoten geacht geen deel uit te maken van de leefeenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen uitgangspunt Bij een ondersteuningsvraag wordt eerst bezien of en in hoeverre iemand zelf of met gebruikelijke hulp in staat is zijn problemen op te vangen. Wat onder gebruikelijke hulp valt, wordt bepaald door wat op dat moment naar algemene aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht. In onze samenleving wordt het normaal geacht dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten als dat nodig en mogelijk is hun rol nemen in het huishouden. Gebruikelijke hulp vloeit rechtstreeks voort uit de sociale relatie, waarin het voeren van een gemeenschappelijk huishouden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van dat huishouden met zich brengt. Gebruikelijke hulp is dan ook de normale, dagelijkse hulp die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwegingskader gebruikelijke hulp Het is wenselijk om een objectief afwegingskader vast te stellen wat betreft de afbakening en inzet van gebruikelijk hulp om te voorkomen dat sprake is van toeval of van willekeur. Het college neemt daarbij een aantal uitgangspunten over zoals die golden in de AWBZ en voor wat betreft het overnemen van huishoudelijke werkzaamheden blijven de regels gelden zoals onder de Wmo 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding en overnemen huishoudelijke werkzaamheden Het college houdt bij de boordeling of van de huisgenoot gebruikelijke hulp kan worden gevergd in ieder geval rekening met:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner;</p>\n<p class=\"lf-p\">De aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de inwoner;</p>\n<p class=\"lf-p\">De leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De mogelijkheid om de gebruikelijke hulp aan te leren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij kan onderscheid bestaan tussen gebruikelijke hulp ingeval van begeleiding en/of het overnemen van huishoudelijke taken door huisgenoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner De aard van de ondersteuningsbehoefte kan zeer divers zijn. De inwoner kan aangewezen zijn op hulp bij zelfzorg, de thuisadministratie, het plannen of ondernemen van dagelijkse activiteiten in het kader van participatie of bij problematisch gedrag. De mate van zelfredzaamheid is enerzijds afhankelijk van de beperkingen die de inwoner daarbij ondervindt. Anderzijds wordt de mate van zelfredzaamheid bepaald door wat de inwoner wel zelf kan al dan niet met hulp van anderen of met gebruikmaking van bijvoorbeeld algemene voorzieningen. Het college houdt in ieder geval rekening met hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de omvang van de ondersteuningsbehoefte kan divers van aard zijn. Zo kan de inwoner zijn aangewezen op permanent toezicht wat zware eisen kan stellen aan de persoon van wie gebruikelijke hulp wordt gevergd. Daarnaast kan de totale omvang van de ondersteuningsbehoefte met zich meebrengen dat (deels) niet meer van gebruikelijke hulp kan worden gesproken. Dat deel daarvan kan daarom als boven-gebruikelijk worden aangemerkt, tenzij het uitstelbare ondersteuning betreft of bijvoorbeeld gebruik kan worden gemaakt van andere oplossingen. Is dat niet aan de orde, dan kan het college een maatwerkvoorziening verlenen. Het kan echter ook gaan om een meer incidentele vorm van hulp die wel een structureel karakter heeft. Denk bijvoorbeeld aan hulp bij zelfzorg of participatie. De omvang van de hulp kan onder de normale routine van de leefeenheid vallen. Denk bijvoorbeeld aan het uitzoeken en klaarleggen van kleding, het gezamenlijk eten, et cetera. In die gevallen zal de hulp al snel als gebruikelijke hulp kunnen worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte Afhankelijk van de aard van de beperking kan er een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte bestaan bij de inwoner. Bij een kortdurende ondersteuningsbehoefte is er uitzicht op herstel in de mate van de zelfredzaamheid van de inwoner. In het algemeen geldt hiervoor een periode van drie maanden. Bij langdurig gaat het om een situatie waarbij de ondersteuningsbehoefte naar verwachting langer dan drie maanden aanwezig zal zijn. Indien er sprake is van hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar geacht wordt geboden te worden, is het in principe niet van belang of sprake is van een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van de duur in het kader van het overnemen van huishoudelijke werkzaamheden wordt ook in principe geen rekening gehouden met een onderscheid tussen een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de inwoner Als algemeen uitgangspunt geldt dat huisgenoten elkaar onderling gebruikelijke hulp moeten bieden. Immers huisgenoten binnen de leefeenheid hebben de keuze gemaakt om een duurzaam gezamenlijk huishouden te voeren. Dat maakt hen verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden. Het college moet wel rekening houden met de aard van de relatie die de persoon binnen de leefeenheid heeft met de inwoner. Dat betekent dat er onderscheid kan bestaan tussen wat van echtgenoten/partners ten opzichte van elkaar als gebruikelijke hulp kan worden aangemerkt, tussen kinderen ten opzichte van hun ouders en huisgenoten die bijvoorbeeld geen bloedverwantschap hebben met de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van de duur in het kader van het overnemen van huishoudelijke werkzaamheden wordt in principe geen rekening gehouden met de aard van de relatie. Het gaat er om of sprake is van een huisgenoot binnen de leefeenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college houdt wel rekening met hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar geacht wordt geboden te worden. Voorbeelden zijn: hulp bij een bezoek aan de familie, vrienden, huisarts, et cetera; hulp bij of het overnemen van taken die tot een gezamenlijk huishouden behoren zoals de thuisadministratie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp aan derden, die behoren tot de omgeving van de cliënt, in het omgaan met de beperkingen van de cliënt. Denk aan familie, vrienden, leerkracht, et cetera;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp van ouders aan kinderen, waaronder ook toezicht, bij activiteiten zoals zwemmen of andere activiteiten die kinderen normaal gesproken doen en waar zij door hun ouders bij begeleid worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn meer voorbeelden denkbaar die afhankelijk zijn van de individuele situatie. Verder kan het zijn dat de naar algemene maatstaven geldende ‘gebruikelijke hulp’ substantieel wordt overschreden bij ouders en kinderen. Hier kan het gaan om een langdurige ondersteuningsbehoefte, die in vergelijking tot gezonde kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel, substantieel wordt overschreden. In die gevallen kan een maatwerkvoorziening zijn aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als uitgangspunt geldt dat van echtgenoten/partners ten opzichte van elkaar meer wordt verwacht in het kader van gebruikelijke hulp dan van kinderen ten opzichte van hun ouders. Dat heeft te maken met wat gebruikelijk is volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer: de onderhoudsplicht. Zo wordt het normaal geacht dat de ene partner de ander aanspoort tot bijvoorbeeld zelfzorg of hulp biedt bij de sociale redzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het algemene principe van de verantwoordelijkheid voor de leefeenheid geldt ook voor de hulp of ondersteuning van kinderen naar hun ouders. Het hoeft niet in alle gevallen zo te zijn dat het volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer gebruikelijk is dat kinderen hun ouder(s) bijvoorbeeld aansporen tot zelfzorg. Daarbij kan de mate van beperkingen en de noodzakelijke aansporing tot zelfzorg bepalend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het algemene principe van de verantwoordelijkheid voor de leefeenheid geldt ook voor de hulp of ondersteuning van huisgenoten ten opzichte van elkaar. Gelet op aard van de relatie (bijvoorbeeld niet familierechtelijk) kan het zijn dat het volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer niet gebruikelijk is dat ene huisgenoot de ander aanspoort tot zelfzorg. Daarbij kan de mate van beperkingen en de noodzakelijke aansporing tot zelfzorg bepalend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht van ouders voor hun kinderen strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de ‘zorg’ bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp voor de kinderen over. Gebruikelijke hulp voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon die past bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Het overnemen van de gebruikelijke hulp van de kinderen kan een Wmo-aanspraak zijn, maar structurele opvang van kinderen in beginsel niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen Als de inwoner thuiswonende kinderen heeft, dan gaat het college er in beginsel vanuit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en de ontwikkelingsfase, een bijdrage kunnen leveren aan het overnemen van huishoudelijke werkzaamheden. Ondersteuning bieden, zoals begeleiding, ligt minder voor de hand en dat beoordeelt het college in het individuele geval.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval de leefeenheid van de inwoner mede bestaat uit kinderen, dan gaat het college er vanuit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. Een volwassenen huisgenoot van 23 jaar en ouder dient het huishouden geheel over te nemen. Een 18- tot 23-jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Als uitgangspunt hanteert het college 2 uur voor uitstelbare taken en 3 uur per week voor niet-uitstelbare taken. Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden. Onder omstandigheden kan ook andere hulp of ondersteuning van het meerderjarige kind aan de ouder(s) onder de gebruikelijke hulp vallen. Verder geleden de volgende uitgangspunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand doen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier wordt door het Sociaal Team Oegstgeest gekeken of dit redelijk en reëel van kinderen verwacht kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mogelijkheid om de gebruikelijke hulp aan te leren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan voorkomen dat er (tijdelijk) geen gebruikelijke hulp kan worden gevergd. Een reden daarvoor kan zijn dat de huisgenoot niet weet op welke manier zij gebruikelijke hulp kan of moet verlenen, maar dat wel kan aanleren. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin men wordt geconfronteerd met een ondersteuningsbehoefte van de inwoner door niet eerder aanwezige beperkingen zoals een niet aangeboren hersenletsel (NAH) of (beginnende) dementie. Of een huisgenoot die bijvoorbeeld nooit heeft geleerd huishoudelijke werkzaamheden uit te voeren, maar wel leerbaar is. Het college kan dan tijdelijk een maatwerkvoorziening inzetten om de gebruikelijke hulp aan te leren. De ondersteuning is dan ook gericht op het in staat te stellen om te gaan met (de gevolgen van) de beperkingen van de inwoner. Ook de leerbaarheid van de inwoner speelt hierbij een belangrijke rol. Die kan betrekking hebben op het (leren) accepteren van de gebruikelijke hulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis dan wel vaardigheden mist om gebruikelijke hulp aan de inwoner te bieden en deze vaardigheden niet kunnen worden aangeleerd wordt van hen geen gebruikelijke hulp verwacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overbelasting en gebruikelijke hulp De vraag is of in individuele situaties van een uitzondering sprake is op grond waarvan toch taken of activiteiten in het kader van gebruikelijke hulp moeten worden overgenomen. Een van de redenen daarvoor kan zijn dat degenen van wie wordt verwacht dat zij gebruikelijke hulp bieden, overbelast zijn (geraakt) en niet meer in staat zijn dat te doen. Steeds moet duidelijk zijn hoe de overbelasting zich uit en wat deze inhoudt. De met de overbelasting gepaard gaande klachten moeten duidelijk beschreven worden. In voorkomende gevallen kan het opnemen van contact met de huisarts over de ouder, partner of huisgenoot helpen om een oordeel te vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet alleen de omvang van de planbare hulp, maar ook de mate van de noodzaak tot het continu aanwezig zijn om onplanbare ondersteuning te bieden is van invloed op de belastbaarheid van de degene geacht wordt gebruikelijke hulp te verlenen. Met andere woorden: het uitvoeren van enkele taken op vooraf afgesproken momenten is vaak minder belastend dan het uitvoeren van dezelfde taken waarbij continue aanwezigheid en alertheid van degene die geacht wordt gebruikelijke hulp te verlenen. Het college zal bij de beoordeling over (dreigende) overbelasting ook rekening moeten houden met de gebruikelijke zorg in het kader van verpleging en verzorging op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Jeugdwet. Het kan dus zijn dat deze zorg of hulp wordt verleend zonder dat aanspraak wordt gedaan op de betreffende wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3Onderzoek dreigende overbelasting Algemeen Het college onderzoekt altijd of er in de individuele situatie moet worden afgeweken van de algemene regels. Een van de redenen om in de individuele situatie af te wijken kan zijn dat degene van wie wordt verwacht dat zij taken overneemt, reeds overbelast dreigt te raken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overbelasting is: “meer belasten dan het prestatievermogen toelaat”. In medische kringen praten we over het (on)evenwicht tussen draagkracht(= belastbaarheid) en draaglast (= belasting).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overbelasting kan veroorzaakt worden door een combinatie van symptomen van lichamelijke en/of psychische aard en wordt bepaald door in- en uitwendige factoren. Het kan soms heel duidelijk zijn dat de mantelzorger of de persoon die gebruikelijke hulp levert overbelast is, in ander gevallen is dat minder duidelijk en zal dit in het gesprek moeten worden uitgediept.</p>\n<p class=\"lf-p\">Factoren die van invloed zijn op de draagkracht zijn onder meer: lichamelijke conditie; geestelijke conditie; wijze van omgaan met problemen (coping); motivatie voor zorgtaak; sociaal netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Factoren die van invloed zijn op de draaglast zijn onder meer: omvang en mate van (on)planbaarheid van zorgtaken; ziektebeeld en prognose; inzicht van mantelzorger in ziektebeeld van de zorgvrager; woonsituatie; bijkomende sociale problemen; bijkomende emotionele problemen; bijkomende relationele problemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieronder volgt een reeks van vragen die tijdens het gesprek zouden kunnen helpen bij het verkrijgen van een indruk over de eventuele overbelasting van de mantelzorger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat zegt de mantelzorger er zelf over, hoe ervaart hij of zij het zorgen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe is de (lichamelijke en geestelijke) gezondheid van de mantelzorger?</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn er signalen van overbelasting: nervositeit, vermoeidheid?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft de mantelzorger een “uitlaatklep”? Heeft hij of zij de mogelijkheid om activiteiten buitenshuis te doen? Kan iemand zijn verhaal kwijt bij vrienden, familie of professionals? Wordt er respijtzorg geboden zodat de mantelzorger even op adem kan komen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe is de relatie tussen de mantelzorger en de cliënt? Hoe stelt de cliënt zich op, veeleisend of juist dankbaar? Kan de mantelzorger grenzen aangeven en ‘nee’ zeggen? Is er irritatie tussen de mantelzorger en cliënt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft de mantelzorger inzicht in de ziekte van de cliënt? (Als men weet dat bepaald gedrag uit de ziekte voortkomt, kan het gemakkelijker zijn dat gedrag te accepteren.) Hoeveel tijd heeft de mantelzorger? Heeft iemand een baan, een eigen gezin, een ander familielid dat zorg behoeft? Voorbeeld: een echtgenoot wordt ziek, terwijl zijn vrouw ook al voor haar ouders zorgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de zorg te plannen of is er continue controle en toezicht nodig?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe is de prognose? (Een terminale situatie is altijd zwaar, maar een situatie die langdurig en stabiel is, kan ook veeleisend zijn.) Wat zijn de knelpunten in de zorg?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe is de woonsituatie? Woont men afgelegen, of in een flat zonder lift zodat de cliënt en de mantelzorger min of meer samen opgesloten zitten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting Diverse symptomen zijn waar te nemen bij (dreigende) overbelasting. Het is mogelijk, dat slechts één van deze symptomen waarneembaar is. Over het algemeen zullen meerdere symptomen gecombineerd optreden. De mate, waarin ze zich manifesteren, zal van persoon tot persoon verschillen. Daarnaast dient men zich te bedenken dat het hierbij om veelal, aspecifieke symptomen gaat, die ook bij andere stoornissen kunnen passen. Het bestaan van deze symptomen moet dus als een mogelijk signaal worden opgevat. Indien er meerdere van onderstaande symptomen aanwezig zijn, is het raadzaam dat de mantelzorger zijn huisarts raadpleegt, omdat bij langdurige aanwezigheid en/of verwaarlozing van dergelijke symptomen weer kunnen leiden tot andere, ernstige stoornissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mogelijke symptomen van overbelasting zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gespannen spieren, vaak in schoudergordel en rug;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge bloeddruk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewrichtspijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevoelens van slapte;</p>\n<p class=\"lf-p\">Slapeloosheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Migraine, duizeligheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Spierkrampen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verminderde weerstand, ziektegevoeligheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvliegingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ademnood en gevoelens van beklemming op de borst;</p>\n<p class=\"lf-p\">Plotseling hevig zweten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevoelens van beklemming in de hals;</p>\n<p class=\"lf-p\">Spiertrekkingen in het gezicht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhoogde algemene prikkelbaarheid, boosheid, (verbale) agressie, zwijgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongeduld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaak huilen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Neerslachtigheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Isolering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbittering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Concentratieproblemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dwangmatig denken, niet meer kunnen stoppen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rusteloosheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Perfectionisme;</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen beslissingen kunnen nemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Denkblokkades.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage4Wat valt wel en niet onder Begeleiding individueel?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat is begeleiding?</p>\n<p class=\"lf-p\">De individuele Begeleiding is in de nieuwe inkoop opgedeeld in Sociaal persoonlijk functioneren, Geldzaken en Zelfzorg. In artikel 7 van deze beleidsregels zijn de terreinen van beperkingen beschreven. Wanneer een cliënt een of meer zware beperkingen heeft kan overgegaan worden tot het toekennen van een maatwerkvoorziening. Onder begeleiding individueel vallen handelingen waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. Begeleiding is erop gericht om de zelfredzaamheid van belanghebbende te handhaven of te bevorderen. Begeleiding individueel kan gaan om het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur, praktische ondersteuning bij vaardigheden / handelingen, toezicht en interventies op- en het aansturen / corrigeren van gedrag ten gevolge van een stoornis. Ook kan het gaan om oefenen met het aanbrengen van structuur of het uitvoeren van handelingen ten behoeve van de zelfredzaamheid, niet te verwarren met therapie / behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding individueel bestaat uit activiteiten waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. Het bieden van toezicht buitenshuis kan nodig zijn voor de regie over het eigen leven en valt daarom onder de definitie van begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzet van begeleiding De cliënt ontvangt één maatwerkarrangement. Dit Arrangement bestaat uit een op de cliënt individueel afgestemd pakker aan ondersteuning op één of meerdere resultaatgebieden. Als de ondersteuning via Zorg in Natura (ZIN) wordt geleverd, ontvangt cliënt de benodigde ondersteuning in principe van één gecontracteerde zorgaanbieder. Als een aanbieder bijvoorbeeld bepaalde expertise niet in huis heeft doe wel helpend voor de cliënt is, kan de zorgaanbieder kiezen om een andere zorgaanbieder in te zetten als onderaannemer. Dit gebeurt altijd in overleg met de cliënt. De aanbieder die de opdracht krijgt is verantwoordelijk voor de gehele begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij individuele begeleiding of groepsbegeleiding in de vorm van een pgb is ook sprake van één indicatie per soort maatwerkvoorziening. Een belanghebbende kan er vervolgens wel voor kiezen om uit het budget via de zorgovereenkomst meerdere personen of organisaties voor bijvoorbeeld de individuele begeleiding in te huren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier volgt een overzicht dat de gemeente hanteert van producten of diensten die volgens de gemeente Leiden al dan niet passen binnen de maatwerkvoorziening begeleiding individueel. Deze lijst is geen limitatieve opsomming; het kan zijn dat een onderwerp niet op de lijst staat omdat er nog geen uitspraak over gedaan is, of omdat er zelden tot nooit vragen over zijn gesteld. Het kan ook zijn dat een onderwerp wel op de lijst staat, maar dat de situatie zo bijzonder is dat het toch kan worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Administratie: Nee, behalve het aanleren / ondersteunen (als onderdeel van de dagelijkse begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arbeids(re)integratie: Nee (loopt via Werk en Inkomen of het UWV) Begeleiding via moderne media (face to face begeleiding): Ja, mits de begeleiding op zich valt onder de Wmo. Er moet sprake zijn van substantieel direct contact (een combinatie van fysiek contact en beeldbellen). Dit sluit begeleiding via bijvoorbeeld mail of sms uit. Het gaat hier bijvoorbeeld om het ondersteunen in het aanbrengen van structuur, het stimuleren en aanzetten tot activiteit en daardoor het uitvoeren van vaardigheden die de zelfredzaamheid bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding in het buitenland: Nee, behalve wanneer het buitenlandse verblijf verplicht is voor de studie, er al begeleiding plaatsvindt en de begeleiding (op afroep, in een lage intensiteit) strikt noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beheer pgb: Nee, inwoner moet zelf een pgb kunnen beheren dan wel iemand uit diens netwerk. Het pgb mag niet worden beheerd door de begeleidende aanbieder en is daarom ook geen activiteit van de begeleiding (anders moet Zorg in Natura worden toegekend).</p>\n<p class=\"lf-p\">Casemanager dementie: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Coaching: Nee. Dit geldt voor zowel coaching met dieren, individuele coaching als groepscoaching Fitness (medische - fysio - ): Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gespecialiseerd verpleegkundig handelen: Nee. Alle verpleging valt binnen de Zvw aanspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huiswerkbegeleiding: Nee, tenzij het plannen en structureren van het huiswerk maken betreft en onderdeel is van de reguliere dagelijkse begeleiding. Het betreft dan hulp bij het plannen en structureren van de gehele week waar huiswerkplanning onderdeel van is. Deze begeleiding is in de regel tijdelijk en gericht op normalisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp bij eten en drinken: Nee, hier is de maaltijdvoorziening (i.h.k.v. PV/Verpleging/Wmo) voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulphonden: Nee, alleen op individuele gronden en indien niet overwegend therapeutisch. . Hulphonden ten behoeve van een fysieke en/of zintuigelijke beperking (bijvoorbeeld blindengeleidenhond) worden vergoed door de zorgverzekeraar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jobcoach: Nee. Zie arbeids (re)intergratie Meegaan naar afspraken met instanties en (para)medische afspraken: nee, het stelselmatig meegaan naar (para)medische afspraken en instanties is niet de bedoeling van een maatwerkvoorziening begeleiding. Incidenteel meegaan naar een afspraak is mogelijk als dit noodzakelijk is voor de aanbieder om de doelen van de cliënt te kunnen realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Neurolinguïstisch programmeren (NLP): Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Orthopedagogische hulpverlening: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pastorale hulpverlening: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pedagogische hulpverlening: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pgb administratie: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclassering en begeleiding tijdens reclasseringstoezicht: Nee, indien inwoner toezicht heeft vanuit reclassering dan valt eventuele hierop aanvullende begeleiding onder de zorginkoop van justitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Remedial teaching: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rouwverwerking: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Seksuele dienstverlening, knuffelzorg, flexzorg: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stage, begeleiding bij: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studiebegeleiding (bijles): Nee. Alleen ja als er sprake is van meervoudige problematiek en nooit als enig doel. Dagbesteding die plaatsvindt vanuit een prikkelarme studieruimte, die grotendeels gericht is op de studiebegeleiding, wordt derhalve niet als onderdeel van de Wmo gezien. Dagbesteding als onderdeel van een herstel- of reïntegratietraject (nadat er sprake is geweest van discontinuïteit in de studie) is wel mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht: Ja, mits dit onderdeel is van de begeleiding individueel en nooit als enig doel Uitstapjes school, begeleiding bij: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vertalen/tolken: nee Video home training: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijetijdsbesteding (begeleiding bij): Ja, mits het begeleiding in de vorm van toezicht betreft en deze begeleiding op grond van de indicatie noodzakelijk is. De recreatieve activiteit zelf (denk aan contributie sport, toegangskaartje concert/ theater bezoek) wordt niet vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Training: Nee. LET OP, dit is een beperkte opsomming:</p>\n<p class=\"lf-p\">Agressieregulatietraining Brugklastraining Cognitieve training Communicatietraining Feldenkraismethode Fietstraining Kanjertraining Luistertraining Motorische vaardigheidstraining Sociale vaardigheidstraining TOM (Theory of Mind) training Rots, water, vuur training Weerbaarheidstraining Bijlage5Huishoudelijke Ondersteuning Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning, maken we gebruik van het HHM-normenkader. Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning maakt onderdeel uit van de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van de gemeenten in de Leidse regio. Het is een leidraad waarin werkzaamheden en uitgangspunten benoemd zijn, die leiden tot een schoon en leefbaar huis. Samen met inwoner wordt bekeken welke werkzaamheden in de specifieke situatie overgenomen moeten worden Het is goed mogelijk dat inwoner nog wel in staat is (een deel van) de lichte huishoudelijke taken zelf uit te voeren. Dit wordt gestimuleerd in het kader van de zelfstandigheid. Het leveren van maatwerk is het uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Resultaatgericht indiceren Huishoudelijke Ondersteuning wordt resultaatgericht ingezet. “Hoe” de resultaten het beste gerealiseerd kunnen worden, wordt overgelaten aan de zorgaanbieder in overleg met de inwoner. Hierbij wordt ook gekeken welke werkzaamheden de inwoner zelf nog kan uitvoeren (of het sociale netwerk). Afspraken hierover leggen inwoner en de zorgaanbieder vast in een ondersteuningsplan. Daar waar inwoner en zorgaanbieder niet gezamenlijk tot een ondersteuningsplan kunnen komen, zal de gemeente betrokken worden om in goed overleg met partijen tot een werkbare oplossing te komen. De afspraken die gemaakt worden in het ondersteuningsplan (van de aanbieder) en wat de inwoner (of zijn sociale netwerk) zelf kunnen doen worden opgenomen in de beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een inwoner moet gebruik kunnen maken van de ruimtes die frequent (dagelijks of in ieder geval meerdere keren per week) in gebruik zijn, zoals de woonkamer, slaapkamers die in gebruik zijn, keuken, badkamer, toilet en gang/trap. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitenruimtes bij het huis (tuin, balkon etc.) of buitenzijde van het huis (ramen) en overige kamers/ruimtes in het huis worden niet door de huishoudelijk ondersteuner schoongemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verzwarende omstandigheden Er kunnen factoren zijn die ervoor zorgen dat schoonmaakwerkzaamheden met een hogere frequentie of intensiever mogen plaatsvinden. Inwoners zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk om de factoren die leiden tot een hogere frequentie weg te nemen. Het kan daarbij gaan om roken door inwoner of eventuele huisgenoten, het aantal en de grootte van de meubels, de aanwezigheid van veel kleine spullen of het hebben van huisdieren. Als de aanwezigheid van huisdieren tot vervuiling van de woning leidt zal het Sociaal Team Oegstgeest het gesprek met belanghebbende aangaan. De huishoudelijk ondersteuner heeft de taak alert te zijn op verwaarlozing van huisdieren. In deze situaties is er (in principe) geen sprake van verzwarende omstandigheden. Per inwoner zal echter beoordeeld worden of er in die specifieke situatie sprake is van verzwarende omstandigheden en daarmee een toekenning voor de intensiteit Zwaar nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soms is het nodig dat schoonmaakwerkzaamheden met een hogere frequentie of intensiever plaatsvinden. Voorbeelden van verzwarende omstandigheden kunnen zijn (niet limitatief):</p>\n<p class=\"lf-p\">Als door gevolg van rolstoelgebruik, bedlegerigheid, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren of besmet wasgoed (bijv. bij chemokuur), een hogere frequentie van schoonmaken en/of wassen nodig is om vervuiling te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als door ernstige klachten als gevolg van huisstofmijtallergie, astma, longemfyseem of COPD een hoger hygiëneniveau en hogere frequentie van schoonmaken nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als inwoner door ernstige beperkingen door reuma, spasticiteit, verlamming of amputatie niet in staat is om de woning dagelijks op orde te houden (aanrecht schoonmaken, algemeen opruimen, etc.) en dit een hogere frequentie van schoonmaken noodzakelijk maakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als vanwege de aanwezigheid van drie of meer kinderen onder de 12 jaar een hogere frequentie van schoonmaken nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veranderende situatie De situatie van inwoners kan veranderen. Bijvoorbeeld doordat de gezondheid verandert of doordat de ondersteuning vanuit het netwerk wijzigt. Daarmee kan ook de behoefte aan ondersteuning wijzingen. Door korte lijnen tussen aanbieder en belanghebbende is er ruimte om daar waar nodig aanpassingen te verrichten in de mate van ondersteuning. Als de zorgaanbieder en inwoner concluderen dat het resultaat niet bereikt kan worden binnen de ingezette voorziening nemen zij contact op met het Sociaal Team Oegstgeest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden voor ondersteuning Belanghebbende moet zelf zorgdragen voor schoonmaakmiddelen en –attributen, als afwasmiddel, poetsdoeken en een (werkende) stofzuiger. Ook het hebben van een wasmachine is een voorwaarde voor het ontvangen van huishoudelijke hulp. Het schoon te maken huis moet zodanig zijn ingericht dat het zonder veel moeite te reinigen is. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat de huishoudelijk ondersteuner met zware meubels moet schuiven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten We maken onderscheid tussen basisactiviteiten en incidentele activiteiten. Voor de resultaten Schoon en leefbaar huis en wasverzorging wordt in het normenkader onderscheid gemaakt tussen basis-en incidentele werkzaamheden. Basiswerkzaamheden zijn werkzaamheden die regelmatig uitgevoerd moeten worden. Incidentele werkzaamheden hoeven slechts één of enkele keren per jaar uitgevoerd te worden om een schoon en leefbaar huis te bereiken. Samen met de inwoner wordt gekeken welke werkzaamheden belanghebbende of zijn sociale netwerk uit kunnen uitvoeren en welke activiteiten de zorgaanbieder uitvoert. De daadwerkelijke frequentie en activiteiten zijn afhankelijk van de situatie van de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normenkader: activiteiten en frequenties Schoon en leefbaar huis Ruimte Basisactiviteit Frequenties Woonkamer (en andere kamers) Stof afnemen hoog incl. luchtfilters 1x per 2 weken Stof afnemen midden 1x per week Stof afnemen laag 1x per week Opruimen 1x per week Stofzuigen 1x per week Dweilen 1x per week Slaapkamer(s) Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters 1x per 6 weken Stof afnemen midden 1x per week Stof afnemen laag 1x per week Opruimen 1x per week Stofzuigen 1x per week Dweilen 1x per 2 weken Bed verschonen of opmaken 1x per 2 weken Keuken Stofzuigen 1x per week Dweilen 1x per week Keukenblok (buitenzijde) inclusief tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, eventuele tafel 1x per week Keukenapparatuur (buitenzijde) 1x per week Afval opruimen 1x per week Afwassen 1x per week Sanitair Badkamer schoonmaken (inclusief stofzuigen en dweilen) 1x per week Toilet schoonmaken 1x per week Hal Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters 1x per week Stof afnemen midden 1x per week Stof afnemen laag 1x per week Stofzuigen 1x per week Trap stofzuigen (binnenshuis) 1x per week Dweilen 1x per week Ruimte Incidentele activiteit Frequenties Woonkamer (en andere kamers) Gordijnen wassen 1x per jaar Reinigen lamellen/luxaflex 2x per jaar Ramen binnenzijde wassen 4x per jaar Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten 2x per jaar Zitmeubels afnemen (droog/nat) 1x per 8 weken Radiatoren reinigen 2x per jaar Slaapkamer(s) Gordijnen wassen 1x per jaar Reinigen lamellen/luxaflex 2x per jaar Ramen binnenzijde wassen 4x per jaar Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten 2x per jaar Radiatoren reinigen 2x per jaar Matras draaien 2x per jaar Keuken Gordijnen wassen 2x per jaar Reinigen lamellen/luxaflex 3x per jaar Ramen binnenzijde wassen 4x per jaar Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten 2x per jaar Radiatoren reinigen 3x per jaar Keukenkastjes (binnenzijde) 2x per jaar Koelkast (binnenzijde) 3x per jaar Oven/magnetron (grondig schoonmaken) 4x per jaar Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid) 1x per jaar Afzuigkap reinigen (binnenzijde) - vaatwasserbestendig 2x per jaar Afzuigkap reinigen (binnenzijde) – niet vaatwasserbestendig 2x per jaar Bovenkant keukenkastjes 1x per 6 weken Tegelwand (los van keukenblok) 2x per jaar Sanitair Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten 2x per jaar Radiatoren reinigen 2x per jaar Tegelwand badkamer afnemen 4x per jaar Gordijnen wassen 1x per jaar Ramen binnenzijde wassen 4x per jaar Reinigen lamellen/luxaflex 3x per jaar Hal Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten 2x per jaar Radiatoren reinigen 2x per jaar Wasverzorging Activiteit</p>\n<p class=\"lf-p\">Frequenties* Wasgoed sorteren 1x per week Behandelen van de vlekken 5x per 2 weken (indien nodig) Was in de wasmachine stoppen (incl. wasmachine aanzetten) 5x per 2 weken Wasmachine leeghalen 5x per 2 weken Sorteren naar droger of waslijn 5x per 2 weken Was in de droger stoppen 5x per 2 weken Droger leeghalen 5x per 2 weken Was ophangen 5x per 2 weken Was afhalen 5x per 2 weken Was opvouwen 5x per 2 weken Was strijken** 1x per week Was opbergen/opruimen 5x per 2 weken In een tweepersoonshuishouden wordt uitgegaan van een frequentie van 5x per 2 weken voor de was, in een eenpersoonshuishouden is dat 2x per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strijken vindt in principe niet plaats. Het strijken (van bovenkleding) kan slechts in uitzonderingsgevallen plaatsvinden, als dit vanwege medische redenen noodzakelijk is. De frequentie is dan 1x per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normenkader: normtijd De activiteiten, frequenties en bijbehorende normtijden zijn gebaseerd op een gemiddelde cliëntsituatie. Dit betekent dat gemiddeld genomen de totale tijd per resultaatgebied voldoende is om de activiteiten volgens de bijbehorende frequenties uit te voeren. Maar per inwoner kan de benodigde/ingezette tijd verschillen. Er kan zowel meer als minder tijd ingezet worden dan de gemiddelde normtijd om de genoemde resultaten te kunnen bereiken. Dit is afhankelijk van de afspraken in het ondersteuningsplan dat de aanbieder in overleg met de inwoner opstelt (zie Resultaatgericht indiceren). In onderstaande tabel zijn de normtijden voor een gemiddelde cliëntsituatie per resultaat benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensiteit Resultaat Normtijd per week Midden Schoon en leefbaar huis 125 minuten Wasverzorging 35 minuten 1 persoons huishouden43 minuten 2(+) persoons huishouden Regie 30 minuten Zwaar Schoon en leefbaar huis (+ extra inzet) 200 minuten Wasverzorging 51 minuten 1 persoons huishouden59 minuten 2(+) persoons huishouden Regie 30 minuten Eenmalige aanpak schoonmaakwerkzaamheden bij ernstige vervuiling Grote schoonmaak/eenmalige aanpak schoonmaakwerkzaamheden bij ernstige vervuiling varieert van de bekostiging van containers voor de afvoer van huisvuil en/of de bekostiging van schoonmaakbedrijven om de huizen weer begaanbaar/bewoonbaar te maken tot het inzetten van vrijwilligers voor de schoonmaak en het vullen van de containers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eenmalige schoonmaak van een ernstig vervuilde woning kan een maatwerkvoorziening Wmo zijn. Voordat wordt overgegaan tot het verstrekken van een Wmo-voorziening moeten een aantal vragen doorlopen worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er sprake van een aanmelding door b.v. Meldpunt Zorg en Overlast?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de inwoner bekend met begeleiding door bijvoorbeeld een GGZ-aanbieder of wordt de aanmelding door een andere aanbieder/huisarts of andere professional/betrokkene gedaan?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er (nog) sprake van eigen kracht? Is de inwoner in staat om, eventueel met ondersteuning, zelf regie te nemen bij het opruimen van de woning?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er (nog) sprake van een sociaal netwerk en in welke mate kan de inwoner gebruikmaken van dit netwerk?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er mogelijk gebruik te maken van vrijwillige organisaties in het voorveld?</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op: de eventueel te huren containers zijn algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en zouden via de bijzondere bijstand geregeld moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De noodzakelijke omvang van de eenmalige schoonmaak moet vooraf worden ingeschat. De gecontracteerde aanbieder doet een voorstel voor het aantal benodigde uren voor de eenmalige schoonmaak, waarna de gemeente dit voorstel beoordeelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage6Normtijden maaltijdvoorziening Maaltijdvoorziening Broodmaaltijden (voor)bereiden Omschrijving Tafeldekken, broodmaaltijd en drinken klaarzetten (1 maaltijd op tafel en indien nodig 1 in de koelkast), afruimen of in/uitruimen van de vaatwasmachine Normtijd 20 minuten per keer, in het principe 1 x per dag. Max 2 x per dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Warme maaltijden (voor)bereiden Omschrijving Warme maaltijd opwarmen, tafeldekken, warme maaltijd en drinken klaarzetten, afwassen of in/uitruimen van de vaatwasmachine. In uitzonderlijke gevallen kan het bereiden van de maaltijd hierbij horen (o.b.v. indicatie) Normtijd 20 minuten per keer, maximaal 1 x per dag Toezicht op het nuttigen van de maaltijd Omschrijving Wanneer toezicht op de maaltijd aan de orde is, ziet de medewerker erop toe dat de client het eten en drinken daadwerkelijk tot zich neemt (dit geld bijvoorbeeld voor mensen die anders vergeten te eten) Normtijd 15 minuten per keer, maximaal 3 x per dag. (Deze tijd wordt opgeteld bij de normtijd behorende bij de desbetreffende maaltijd).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage7:Maatwerkarrangementen en Resultatengids Leidse Regio Resultatengids Arrangementenmodel Leidse Regio Voor de percelen Wonen met Ondersteuning, Volwassenen (O)GGZ ambulant en ambulant plus, Volwassenen LVB / LG / NAH ambulant en ambulant plus en voor de doelgroep met ouderdomsgerelateerde problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit document is de Resultatengids van de Leidse Regio vastgelegd. De Resultatengids wordt door de Sociale Teams gebruikt om een Beschikking in het kader van de Wmo op te stellen. De omschreven Resultaatgebieden en hun Intensiteiten zijn geen vervanging van de hulpvraag van de cliënt. Het uitgangspunt blijft de hulpvraag van de cliënt en de omvang ervan. Deze Resultatengids wordt gebruikt als hulpmiddel om de passende mate van ondersteuning in te schalen voor de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Allereerst omschrijft dit document de systematiek van het Arrangementenmodel van de Leidse Regio. Het verband tussen de Modules en Resultaatgebieden wordt uitgelegd, en het document beschrijft welke factoren doorslaggevend zijn in het Inschalen van de Intensiteit op een Resultaatgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens worden alle Resultaatgebieden omschreven, daarbij is aandacht voor de doelen die binnen het Resultaatgebied gerealiseerd kunnen worden en is uitgewerkt op welke wijze de Intensiteiten binnen het Resultaatgebied van elkaar verschillen. Voor het resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren is dat tevens in een overzichtstabel weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het einde van de resultatengids staat een overzichtstabel met percelen, ondersteuningsvormen, onderscheidende kenmerken en de modules die van toepassing zijn. Voor de doelgroep Ouderdomsproblematiek is alleen de ondersteuningsvorm Ambulant en daarmee alleen de vier Resultaatgebieden van de Module Ondersteuning. Het gedeelte over de Modules Sociaal Beheer, Veiligheid of Intramuraal (pagina 21 en verder) zijn voor deze doelgroep niet aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Modules en Resultaatgebieden Module Ondersteuning Leefgebieden (groen) met daarin de vier Resultaatgebieden op het vlak van individuele (of groepsgewijze) ondersteuning en daginvulling:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het primaire Resultaatgebied is Sociaal en persoonlijk functioneren. Bij dit Resultaatgebied gelden vijf Intensiteiten. Indien er relatief veel begeleidingsinzet gaat naar indirecte cliëntgebonden uren zal een hogere Intensiteit worden afgegeven.1 Het Resultaatgebied zelfzorg bestaat uit twee Intensiteiten. Een zeer lichte behoefte op het gebied van Zelfzorg maakt deel uit van Resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren. Het Resultaatgebied zelfzorg zal alleen worden geïndiceerd indien er een grote opgave ligt die intensieve inzet en/of specifieke expertise vraagt. Het Resultaatgebied zal in de regel alleen tijdelijk worden geïndiceerd (maximaal 1 jaar in ambulante setting (richtlijn) en bij Wonen met Ondersteuning maximaal de duur van het woontraject).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Resultaatgebied geldzaken bestaat uit twee Intensiteiten. Een zeer lichte behoefte op het gebied van Geldzaken maakt deel uit van Resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren. Het Resultaatgebied geldzaken zal alleen worden geïndiceerd indien er een grote opgave ligt die intensieve inzet en/of specifieke expertise vraagt. Het Resultaatgebied zal in de regel alleen tijdelijk worden geïndiceerd (maximaal 1 jaar in ambulante setting (richtlijn) en bij Wonen met Ondersteuning maximaal de duur van het woontraject).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Resultaatgebied Daginvulling gelden vijf Intensiteiten. Bij daginvulling wordt een onderscheid gemaakt in daginvulling regulier en daginvulling plus. De laatste is bedoeld voor cliënten waarbij het vanuit de begeleidingsbehoefte noodzakelijk is dat er een groepsgrootte van minder dan 6 cliënten op één begeleider is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een cliënt geen andere mogelijkheden heeft om naar en van de daginvulling via het Maatwerkarrangement te komen, zal er aanvullend op dit Resultaatgebied ook vervoer van en naar de daginvulling worden geïndiceerd en gefinancierd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laagste Intensiteit (0-2 dagdelen per week) geldt doorgaans alleen bij de opstartfase (wenfase) en is dus in de regel tijdelijk. Er wordt vanuit gegaan dat er vervolgens doorgaans wordt doorgeschakeld naar meer dagdelen. Hiervan kan worden afgeweken indien de laagste Intensiteit het hoogst haalbare blijkt te zijn en geen oplossing hiervoor gevonden kan worden in het Voorveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedoeling is dat daginvulling (niet gespecialiseerd) met een frequentie van 1 tot 6 dagdelen per week voornamelijk (gaat) verlopen via het aanbod in het Voorveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Module en Resultaatgebied Veiligheid (blauw) uiteenlopend van 24 uurs oproepbaarheid tot een wakende aanwezigheid op de locatie in de avond en nacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Module en Resultaatgebied Sociaal Beheer (zalmroze) hierin zit ten eerste de structurele behoefte aan ongeplande ondersteuning overdag, zowel bij ambulante cliënten als bij het wonen in een woonlocatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten tweede behoren bij het wonen in een woonlocatie ook de volgende aspecten: substantiële gezamenlijke groepsruimtes of een inwonend beheerder; optioneel eventuele vaste aanwezigheid overdag van de begeleiding op de groep cliënten van de woonlocatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Module Intramuraal (oker) waarin de kosten zitten voor huur, inrichting en extra verblijfskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1. Beschikbare Modules en Resultaatgebieden per Perceel Voor Veiligheid en Sociaal Beheer staat bij perceel 2 en 3 x/✓ aangegeven, omdat van deze modules alleen de eerste intensiteit van toepassing is. Dde andere intensiteiten van deze modules zijn niet beschikbaar binnen deze percelen. Voor cliënten met ouderdomsgerelateerde problematiek zijn Sociaal Beheer, Veiligheid of Intramuraal niet aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Modules samen één pakket Modules zijn gericht op de realisatie van het ontwikkelingsperspectief en doelen van de cliënten op verschillende Resultaatgebieden, de doelen ten aanzien van de ondersteuning bij stabilisatie en herstel, dan wel de ondersteuning gericht op het voorkomen van verdere achteruitgang van de situatie. Per Resultaatgebied zijn er maximaal vijf Intensiteiten waarop door het Sociaal Team de mate van professionele inzet wordt bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een Intensiteit wordt uiteindelijk uitgedrukt in een geldbedrag. Het verschil in de geldbedragen tussen de intensiteiten in de Module Ondersteuning staan voor het verschil in de mate van gevraagde inzet aan ondersteuning per week op een Resultaatgebied. Het tarief per Intensiteit kent weliswaar als onderlegger een aantal uren per week, maar de indicatie wordt gesteld in resultaten en niet in uren. Er wordt uiteindelijk één totaalpakket geïndiceerd, opgebouwd uit meerdere Modules en Resultaatgebieden. De sturing vindt plaats op het realiseren van de doelen en de duur van het traject. Er vindt geen afrekening op daadwerkelijke uren plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Percelen/ Doelgroepen Het Sociaal Team zal aan de hand van de benodigde ondersteuning en problematiek bezien welke Modules en Resultaatgebieden bij een cliënt aan de orde zijn en vanuit welk perceel de cliënt geholpen dient te worden. Het Sociaal Team beschikt over een overzicht van de aanbieders per perceel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tijdseenheden waarmee gerekend is voor de Intensiteiten van de Modules en Resultaatgebieden zijn voor alle percelen gelijk. Het tarief waarmee die tijdseenheid is vermenigvuldigd is per perceel/ doelgroep iets verschillend. Deze zijn berekend door het bureau Rebel en hun rapport is een bijlage van de aanbestedings/toelatingsstukken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de percelen “Wonen met Ondersteuning” en \"Volwassenen (O)GGZ Ambulant en Ambulant plus” geldt de tijdelijke mogelijkheid tot een verbijzonderd verhoogd tarief voor de doelgroep Jongvolwassenen indien voldaan wordt aan alle vereisten zoals vastgelegd in het bijschrijvend document. Die vereisten zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige heeft een leeftijd van 16 tot 23 jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige stroomt vanuit de Jeugdwet door naar de Wmo (of indien het een 16 of 17 jarige betreft, zou anders zijn ingestroomd in de Jeugdwet);</p>\n<p class=\"lf-p\">De begeleiding is gericht op de jeugdige, dat begeleid wordt richting zelfstandigheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">De begeleiding is niet gericht op ouder- of opvoedproblematiek;</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige heeft een beperkt sociaal netwerk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het perspectiefplan is de basis voor de begeleiding, waarbij wonen, onderwijs/werken en versteviging netwerk een belangrijke basis vormen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verhoogd tarief voor de jeugdige kan maximaal twee jaar worden ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het afwegingskader 16-23 jarigen Leidse Regio is nader uitgewerkt in welke gevallen Jongvolwassenen (vervroegd) via de Wmo worden geholpen en in welke gevallen zij (eventueel verlengd) via de Jeugdwet worden ondersteund.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen met Ondersteuning in het bijzonder: ondergrens en inschaling Veiligheid en Sociaal Beheer Voor wat betreft Wonen met Ondersteuning geldt dat vooral de inzet op de Resultaatgebieden Sociaal en persoonlijk functioneren, zelfzorg en geldzaken per cliënt kan verschillen binnen dezelfde woonlocatie. Ten aanzien van Begeleid, Beschut en Beschermd Wonen geldt hierbij wel dat de inzet op het Resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren aan een minimum verbonden is, zoals weergegeven in onderstaande tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze ondergrenzen worden gehanteerd om ervoor te zorgen dat de personele bezetting en daarmee de benodigde inzet richting de cliënten enigszins geborgd is. Het zijn nadrukkelijk ondergrenzen. In de regel zal de optelling van de gekozen Intensiteiten op de drie individuele Resultaatgebieden doorgaans hoger liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor cliënten binnen dezelfde woonlocatie zal de gekozen Intensiteit van de resultaatgebieden Veiligheid en Sociaal Beheer hetzelfde, dus locatiegebonden, zijn. Voor het Sociaal Team is een overzicht beschikbaar van alle woonlocaties in de Leidse Regio met de toepasselijke Intensiteit voor Sociaal Beheer en Veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2: Ondergrens inzet op de Resultaatgebieden Sociaal en persoonlijk functioneren, zelfzorg en geldzaken bij Wonen met Ondersteuning Inschaling door Sociaal Team van Intensiteit van Arrangement Per Resultaatgebied wordt de hoeveelheid van professionele ondersteuning ingeschat en geïndiceerd door de medewerkers van de Sociale Teams. De zwaarte van de ondersteuning per Resultaatgebied wordt uitgedrukt in een Intensiteit. Een forse behoefte aan ondersteuning vanwege de situatie van de cliënt wordt uitgedrukt in ondersteuning op een hogere Intensiteit binnen het Resultaatgebied. De inschaling per Intensiteit wordt verder bepaald, rekening houdend met:</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoonlijke situatie van de cliënt;</p>\n<p class=\"lf-p\">De directe en indirecte cliëntgebonden tijd die nodig is om de resultaten te behalen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van onplanbaarheid van de ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste uitgangspunt gaat om de persoonlijke situatie van de cliënt. Onderzocht wordt in hoeverre voorliggende voorzieningen dan wel het netwerk van de cliënt een deel van de ondersteuning kan oppakken. Als een deel van de ondersteuning opgepakt kan worden door voorliggende voorzieningen zal een lagere Intensiteit worden ingezet. De ondersteuning van de Aanbieder is namelijk altijd aanvullend op voorliggende voorzieningen. Daarnaast bepaalt de belastbaarheid van de cliënt ook de hoogte van de Intensiteit. De belastbaarheid van de cliënt verschilt per cliënt. Een beperkte belastbaarheid van een cliënt kan ervoor zorgen dat de ondersteuning op een lagere Intensiteit wordt toegekend. En dat cliënten die zwaarder belast kunnen worden, mogelijk eerder in aanmerking zullen komen voor een hogere Intensiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning op meerdere Resultaatgebieden waarbij de ondersteuningsvraag van de cliënt complex is, vraagt om een grotere inzet dan bij een cliënt die deels beschikt over zelfregie. In de eerste situatie zal een hogere Intensiteit of (tijdelijk) meerdere Resultaatgebieden gelijktijdig worden beschikt dan in de tweede situatie. Ook kan er bij gebrek aan zelfregie en/of sociaal netwerk sprake zijn van veel indirect cliëntgebonden inzet van de Aanbieder. Deze zal meegenomen worden in de af te geven Intensiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het tweede uitgangspunt gaat het erom hoeveel inzet de aanbieder moet leveren om de resultaten te behalen. Moet er tegelijkertijd aan verschillende resultaten worden gewerkt of kan de aanbieder een fasering aanbrengen in het oppakken van de hulpvraag van de cliënt. Wanneer er meer inzet van de aanbieder verlangd wordt om de opgestelde doelen te realiseren zal een hogere Intensiteit en/of (tijdelijk) meerdere Resultaatgebieden gelijktijdig worden afgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot gaat het erom in welke mate de ondersteuning onplanbaar is. Bij sommige cliënten heeft het ziektebeeld en het herstelproces een onvoorspelbaar verloop. De ondersteuning is dan minder goed planbaar dan bij cliënten die zich in een stabielere situatie bevinden. De mate van onplanbaarheid kan worden vertaald naar het afgeven van een hogere Intensiteit binnen de module Ondersteuning, dan wel het aanvullend indiceren van de modules Sociaal Beheer en/of Veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgtijdelijk indiceren Het Sociaal Team zal waar mogelijk en nodig in het kader van de regie en sturing op het begeleidingstraject volgtijdelijk indiceren. Dat wil zeggen dat het Sociaal Team al bij aanvang kiest voor een indicatie die bestaat uit twee delen, bijvoorbeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een Arrangement met een beperkte looptijd, gebaseerd op de actuele noodzaak om bijvoorbeeld in de eerste 6 maanden fors in te zetten op geldzaken (intensiteit 3) en daarnaast Sociaal en persoonlijk functioneren op intensiteit 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een lichter Arrangement met een ingangsdatum die aansluit op het eerste deel van de indicatie, gebaseerd op de toekomstige voldoende geachte ondersteuning. In het genoemde voorbeeld na de forse inzet op geldzaken (Resultaatgebied geldzaken staat weer uit) gaat het Resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren van intensiteit 2 naar 3 om aan verder te werken aan de andere doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Resultatengids: nadere beschrijving van Modules, Resultaatgebieden en Intensiteiten Leesopmerking vooraf! De onderstaande beschrijving per resultaatgebied geeft een beschrijving van de Intensiteiten in relatie tot de mogelijke situatie en problematiek van de cliënt. Dit is gedaan om een beeld te schetsen. Vaak zal het voorkomen dat bijvoorbeeld minder inzicht in eigen functioneren of een zwaardere problematiek ook vraagt om het inzetten van een zwaardere intensiteit. Maar zoals omschreven onder het voorgaande kopje “Inschaling door Sociaal Team van Intensiteit van Arrangement” spelen bij het bepalen van de benodigde Intensiteit bij een cliënt ook andere zaken, waaronder de ingeschatte directe en indirecte cliëntgebonden tijd die nodig is om de resultaten met de cliënt te behalen, een belangrijke rol in de afweging welke Intensiteit het meest passend is bij de hulpvraag van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Module Ondersteuning Resultaatgebied Sociaal &amp; persoonlijk functioneren Het Resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren richt zich op ondersteuning aangaande familie, relaties, netwerk, sociale vaardigheden, financiën, wonen, participatie, gedrag en organisatie van het leven. De ondersteuning is gericht om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zo veel mogelijk eigen regie te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten Psychosociale begeleiding – zelfpresentatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding gericht op regulatie van emotionele vaardigheden, herstellen en/of versterken van contact met naasten en vrienden, verwerking van verlies van contacten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hebben en/of organiseren van een zingevende daginvulling zoals een dagactiviteit, opleiding, en/of (vrijwilligers)werk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het krijgen en/of behouden van huisvesting/aanleren woonvaardigheden zodat de cliënt zelfstandig kan wonen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stimuleren en ondersteunen van naasten bij het overnemen van taken, indien dit voor cliënt blijvend (deels) onmogelijk is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzicht gevende begeleiding t.a.v. mogelijk reactief gedrag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteunen bij overgang naar volwassenheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het krijgen en/of behouden van structuur of regie in het dagelijks leven/plannen van dagelijkse activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het niet lukt om een cliënt zelf of met begeleiding door de toegang naar een voorliggende, algemene voorziening te laten gaan, kunnen onderstaande activiteiten tijdelijk ook worden uitgevoerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeleiding naar workshops en lotgenotencontact gericht op persoonlijk herstel, sociale weerbaarheid en opnieuw aannemen van rolidentiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeleiding naar Maatjesproject/ Vriendendiensten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeleiding naar deelname aan collectieve (buurt)voorzieningen en toeleiding naar reguliere verenigingen indien mogelijk, bijvoorbeeld herpakken sport;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeleiding naar deelname aan workshops/cursussen/opleidingen voor het aanleren van praktische en digitale vaardigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstellingen De cliënt kan wederkerige verbindingen aangaan in de eigen leefomgeving;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan een beroep doen op personen uit zijn eigen netwerk;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan omgaan met zijn mogelijkheden en beperkingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft een gezonde en veilige woonsituatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt is toegeleid naar passende daginvulling en/of beschikt daarover;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het netwerk van de cliënt voelt zich erkend, gesteund en ontlast;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt voelt zich veilig;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt is voldoende zelfredzaam om terugval/verergering te voorkomen of (in het geval van ouderdomsproblematiek) achteruitgang te vertragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft regie over het dagelijks leven;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan eigen emoties reguleren;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan eigen grenzen aangeven en stellen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De inkomsten en uitgaven van de cliënt zijn in balans;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan regie voeren op het voeren van een huishouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt ontvangt op elkaar afgestemde ondersteuning, hulp en zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensiteit omschrijving Intensiteit 1 De cliënt woont zelfstandig, heeft redelijk inzicht in zijn Sociaal en persoonlijk functioneren. Er is sprake van meervoudige problematiek, die zich uit in bijvoorbeeld een gebrekkig sociaal netwerk en/of het ontbreken van dagelijkse activiteiten. De situatie is stabiel en de cliënt heeft de ruimte en vaardigheden om aan de resultaten te werken. De mate van regie is redelijk tot goed, het verlies eraan is beperkt. De cliënt is in staat zijn ondersteuningsvraag uit te stellen tot een afgesproken contactmoment met de Begeleider. De ondersteuning kan gericht zijn op stimuleren van het plannen en organiseren van dagelijkse activiteiten, het op orde krijgen van de (financiële) administratie en/of versterken van vaardigheden om het sociale netwerk te herstellen. De ondersteuning is goed planbaar. De cliënt kan op basis van aanwijzingen en advies van de Begeleider een planning opstellen en is in staat deze (grotendeels) zelfstandig uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt wordt waar mogelijk op korte termijn toegeleid naar voorliggende en algemene voorzieningen. Echter er kan ook sprake zijn van het behoud van het huidige niveau van zelfredzaamheid of het voorkomen van achteruitgang van de zelfredzaamheid in die gevallen waar herstel niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De contactmomenten vinden op een lage frequentie (wekelijks kort of 2-wekelijks een langer moment) plaats en zijn bedoeld om de algehele situatie te bestendigen en/of aan kleine doelen te werken. Wanneer nodig is er tussentijds telefonisch of digitaal contact tussen cliënt en de Begeleider.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensiteit 2 De cliënt woont zelfstandig (of in een locatie voor begeleid wonen of staat op de wachtlijst voor Wonen met Ondersteuning en ontvangt nog veel steun vanuit sociaal netwerk), heeft redelijk inzicht in zijn Sociaal en persoonlijk functioneren. Er is sprake van meervoudige problematiek. Dit uit zich bijvoorbeeld in een gebrekkig sociaal netwerk, een verstoord zelfbeeld en/of verstoorde huiselijke relaties of het ontbreken van regie op het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. De situatie is stabiel. De cliënt heeft ruimte en bezit ook de meeste vaardigheden die nodig zijn, om aan de resultaten te werken. De mate van regie is redelijk, het verlies eraan is beperkt. De cliënt is over het algemeen redelijk goed in staat zijn ondersteuningsvraag uit te stellen tot een afgesproken contactmoment met de Begeleider. De ondersteuning kan gericht zijn op stimuleren van het plannen en organiseren van dagelijkse activiteiten, het op orde krijgen van de (financiële) administratie en/of versterken van vaardigheden om het sociale netwerk te herstellen. De ondersteuning is goed planbaar. De cliënt kan op basis van aanwijzingen en advies van de Begeleider een planning opstellen en is in staat deze (grotendeels) zelfstandig uit te voeren. De Begeleider stimuleert vooral en ziet toe op de uitvoering door de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De intentie is om de cliënt op termijn toe te leiden naar voorliggende en algemene voorzieningen waar dat mogelijk is. Echter er kan ook sprake zijn van het behoud van het huidige niveau van zelfredzaamheid of het voorkomen van achteruitgang van de zelfredzaamheid in die gevallen waar herstel niet mogelijk is. De contactmomenten vinden op een lage frequentie (wekelijks) plaats en zijn bedoeld om aan overzichtelijke doelen te werken en de algehele situatie te verbeteren. Wanneer nodig is er tussentijds telefonisch of digitaal contact tussen cliënt en de Begeleider.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensiteit 3 De cliënt heeft beperkt inzicht in zijn Sociaal en persoonlijk functioneren. Er is sprake van meervoudige tot complexe problematiek. De cliënt kan sociaal onaangepast gedrag vertonen. Daarnaast kan er sprake zijn van verstoorde (huiselijke) relaties. De cliënt heeft soms onvoldoende vaardigheden om relaties te herstellen en kan zich bijvoorbeeld terugtrekken uit de samenleving en hierdoor vereenzamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt woont weliswaar zelfstandig, maar in sommige gevallen is de ondersteuning een voorwaarde om dit te kunnen blijven doen danwel de wachttijd voor Wonen met Ondersteuning te overbruggen. Of de cliënt woont in een Begeleid, Beschut of Beschermde woonlocatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De situatie is meestal stabiel, maar kan soms even instabiel zijn. De mate van regie is matig, het verlies eraan is duidelijk aanwezig en uit zich soms in het niet gemotiveerd lijken om de huidige situatie te kunnen veranderen. Meestal is de ondersteuning goed te plannen, maar soms ook niet. De cliënt is meestal wel maar soms ook niet in staat zijn ondersteuningsvraag uit te stellen tot een afgesproken contactmoment met de Begeleider. Vaak heeft de cliënt nog niet genoeg vaardigheden om zijn dagelijkse activiteiten te plannen en organiseren. De ondersteuning kan gericht zijn op stimuleren, aanleren, of soms overnemen van het plannen en organiseren van dagelijkse activiteiten, het op orde krijgen van de (financiële) administratie, het vergroten van het sociale netwerk, herstellen van relaties, motiveren tot deelname aan de samenleving en het toeleiden naar en behouden van een zingevende invulling van de dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning aan de cliënt is voorwaardelijk om aan de resultaten te werken. Cliënt heeft deels behoefte aan aansporen en coaching en daar waar de vaardigheden nog verder ontwikkeld moeten worden kan het ook de vorm krijgen van aanleren met gedetailleerde instructies en soms tijdelijke overname van taken. De cliënt maakt samen met de Begeleider een planning, maar de cliënt heeft vaak meer motivatie nodig om aan de resultaten te werken. Het kan ook nodig zijn dat de acties samen worden uitgevoerd omdat de cliënt niet de ruimte en de vaardigheden heeft om zelfstandig aan de resultaten te werken. De contactmomenten vinden redelijk frequent (wekelijks een lang moment of een beperkt aantal korte momenten per week) plaats en zijn bedoeld om aan meerdere doelen te werken, die de nodige inspanning vragen. Begeleider moet soms naast het directe contact met de cliënt ook tijd en inzet plegen ten behoeve van het begeleidingstraject van de cliënt. Wanneer nodig is er tussentijds telefonisch of digitaal contact tussen cliënt en de Begeleider.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensiteit 4 De cliënt heeft weinig inzicht in zijn Sociaal en persoonlijk functioneren. De problematiek is complex en wisselend. De cliënt kan sociaal onaangepast gedrag vertonen. Daarnaast kan er sprake zijn van verstoorde (huiselijke) relaties. De cliënt heeft onvoldoende vaardigheden om relaties te herstellen en kan zich bijvoorbeeld terugtrekken uit de samenleving en hierdoor vereenzamen. De cliënt woont weliswaar zelfstandig, maar de ondersteuning is meestal een voorwaarde om dit te kunnen blijven doen danwel de wachttijd voor Wonen met Ondersteuning te overbruggen. Of de cliënt woont in een Begeleid, Beschut of Beschermde woonlocatie. De situatie is vaak niet heel stabiel. De cliënt kan regelmatig slechtere perioden kennen. De mate van regie is zeer matig, het verlies eraan is behoorlijk en uit zich onder meer in het zelfstandig niet de kracht hebben om de huidige situatie te kunnen veranderen. De ondersteuning is niet altijd goed te plannen, met enige regelmaat kan er op ongeplande momenten ondersteuning nodig zijn. Dat komt omdat de cliënt soms niet in staat is om zijn ondersteuningsvraag uit te stellen tot een afgesproken contactmoment met de Begeleider.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaak heeft de cliënt zeer beperkte vaardigheden om zijn dagelijkse activiteiten te plannen en organiseren. De ondersteuning kan gericht zijn op stimuleren, aanleren, of overnemen van het plannen en organiseren van dagelijkse activiteiten, het op orde krijgen (financiële) administratie, het vergroten van het sociale netwerk, herstellen van relaties, motiveren tot deelname aan de samenleving en het toeleiden naar en behouden van een zingevende invulling van de dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning aan de cliënt is voorwaardelijk om aan de resultaten te werken. Cliënt heeft vooral behoefte aan meer inzicht krijgen, motiveren en het opbouwen van vaardigheden. Dat betekent coaching en aansturing, ook in de vorm van gedetailleerde instructies. Er is dan sprake van overname van taken, zoals het voeren van een telefoongesprek of het maken van een afspraak. Cliënt kan of wil vanwege zijn problematiek regelmatig niet zelf om hulp vragen en/of het netwerk is daartoe niet in staat, bereid of beschikbaar. Eventueel is samenwerking en afstemming met gespecialiseerde hulpverlening nodig om de situatie in kaart te brengen en te stabiliseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De contactmomenten vinden frequent (aantal keer per week) plaats en zijn bedoeld om aan een aantal forse doelen te werken, die de nodige inspanning vragen. Begeleider moet regelmatig naast het directe contact met de cliënt, ook tijd en inzet plegen ten behoeve van het begeleidingstraject van de cliënt. Wanneer nodig is er tussentijds telefonisch of digitaal contact tussen cliënt en de Begeleider.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensiteit 5 De cliënt heeft nauwelijks tot geen inzicht in zijn Sociaal en persoonlijk functioneren en heeft niet de vaardigheden om zich aan te passen. De problematiek is complex en wisselend. Er kan sprake zijn van acute problematiek waardoor de cliënt de regie (tijdelijk) kwijt is. Het uitgangspunt is dat deze Intensiteit in ambulante setting meestal alleen tijdelijk wordt ingezet om deze problematiek te stabiliseren. De Begeleider werkt samen met de cliënt aan de stabilisatie van de problematiek waarna er ruimte is om aan vaardigheden te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De situatie is vaak instabiel. De cliënt kan regelmatig slechtere perioden kennen. De behoefte aan ondersteuning is vaak niet goed te plannen of onvoorspelbaar, vaak is er op ongeplande momenten ondersteuning nodig zijn. Dat komt omdat de cliënt regelmatig niet in staat is om de ondersteuningsvraag uit te stellen tot een afgesproken contactmoment met de Begeleider. De mate van regie is zeer laag, het verlies eraan is aanzienlijk en uit zich onder meer in het zelfstandig niet de kracht hebben om de huidige situatie te kunnen veranderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt woont wel zelfstandig, maar de ondersteuning is een voorwaarde om dit te kunnen blijven doen danwel de wachttijd voor Wonen met ondersteuning te overbruggen. Of de cliënt woont in een Beschut of Beschermde woonlocatie. De ondersteuning kan gericht zijn op stimuleren, aanleren, of overnemen van het plannen en organiseren van dagelijkse activiteiten, het op orde krijgen van de (financiële) administratie, het vergroten van het sociale netwerk, herstellen van relaties, motiveren tot deelname aan de samenleving en het toeleiden naar en behouden van een zingevende invulling van de dag. De cliënt maakt samen met de Begeleider een planning, maar de cliënt moet veelvuldig gemotiveerd worden om aan de resultaten te werken. Veel acties worden samen uitgevoerd of overgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan sprake zijn van acute problematiek, waardoor direct begeleiding door gespecialiseerde hulpverlening ingezet moet worden, afstemming en samenwerking is in dat geval noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De contactmomenten vinden hoogfrequent (meerdere keer per week/ (nagenoeg) dagelijks) plaats en zijn bedoeld om aan een aantal forse doelen te werken, die de nodige inspanning vragen. Begeleider moet regelmatig naast het directe contact met de cliënt, ook tijd en inzet plegen ten behoeve van het begeleidingstraject van de cliënt. Wanneer nodig/mogelijk is er tussentijds telefonisch of digitaal contact tussen cliënt en de Begeleider.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belangrijkste onderscheidende elementen van de intensiteiten zijn opgenomen in de overzichtstabel op pagina 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenhang met andere Resultaatgebieden Het Resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren is het hoofdresultaatgebied en vormt daarmee de basis van het Arrangement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het Resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren zit ook al de niet intensieve ondersteuning besloten met betrekking tot: ondersteuning op het Resultaatgebied zelfzorg &amp; gezondheid ondersteuning op het Resultaatgebied geldzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval dat de ondersteuning op zelfzorg of geldzaken inbegrepen is bij Sociaal en persoonlijk functioneren gaat het veelal om het vinger aan de pols houden op deze vlakken of het zo nu en dan motiveren van cliënt om het vol te houden. De gevraagde inzet hiervoor kan hierdoor gemakkelijk worden meegenomen bij en gecombineerd worden in het wekelijkse (of frequentere) contactmoment om te werken aan de doelen op het vlak van Sociaal en persoonlijk functioneren. De inzet op het vlak van zelfzorg en gezondheid of voor geldzaken is in dat geval laag frequent. Het gaat in dat geval dus om het stabiel houden of om kleine doelen te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er sprake is van veelvuldige aansporen/ aanleren dan wel instructie/ actieve ondersteuning vereist is om zelfzorg of een goede omgang met financiën te bevorderen of in stand te houden, dan is er vaak sprake van de noodzaak tot een meer trajectmatige aanpak. In dat geval dient er Extra Ondersteuning op de Resultaatgebieden zelfzorg en gezondheid of voor geldzaken tijdelijk (ambulant in de regel maximaal 1 jaar, bij Wonen met Ondersteuning maximaal de duur van het woonbegeleidingstraject) erbij te worden geïndiceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van zelfzorg en gezondheid als onderdeel van Resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het motiveren van de cliënt tot betere zelfzorg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het motiveren voor toeleiding naar behandeling of stimuleren van het volhouden daarvan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stabiel houden van de ondersteuning indien sprake is van de afwezigheid van een netwerk waar de cliënt op kan terugvallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van geldzaken als onderdeel van Resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren:</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt helpen bij het vinden van passende voorzieningen en/of cursussen die hem kunnen ondersteunen bij het weer zelfstandig uitvoeren van zijn financiële taken;</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een (afgerond) hulpverleningstraject op het vlak van financiën en/of schulden zal de cliënt bij de uitvoering/bestendiging van het plan zo nodig begeleid worden door de Aanbieder. Deze begeleiding richt zich op de laagfrequente (praktische) ondersteuning bij de uitvoering van het plan of het motiveren van de cliënt om zich aan de gemaakte afspraken en doelstellingen te houden (gedragscomponent).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Resultaatgebied voeren van een huishouden maakt geen onderdeel uit van het arrangementenmodel en dit Inkooptraject. Van Aanbieder wordt wel verwacht dat de cliënt gestimuleerd wordt om het huishouden zelfstandig vorm te geven. Het gaat hier dan nadrukkelijk om het coachen op het krijgen van regie op het voeren van het huishouden in plaats van het overnemen van huishoudelijke taken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waakvlam na maatwerkwerkarrangement Waakvlam Als een maatwerkarrangement is afgesloten, kan het noodzakelijk zijn dat de aanbieder nog een tijdje vinger aan de pols houdt. In dat geval kan het product Waakvlam worden geïndiceerd. De aanbieder kan deze vorm van ondersteuning incidenteel factureren indien de cliënt zelfstandig woont, dankzij Wmo-maatwerkondersteuning meer zelfredzaam is geworden en/of naar vermogen participeert in de maatschappij. Er is geen continue ondersteuning meer nodig. Om terugval te voorkomen, wordt laagfrequent een vinger aan de pols gehouden. Het moment en de duur van het contact wordt in overleg tussen Aanbieder en cliënt afgestemd. De Waakvlam bedraagt in de regel maximaal 40 uur per jaar. Om deze Intensiteit af te geven is het van belang dat er nog wel met enige regelmaat een fysiek contactmoment plaats vindt. Primair doel van inzet van Waakvlam is om de professionele ondersteuning vanuit een Maatwerkvoorziening uiteindelijk definitief te kunnen afbouwen. In uitzonderingsgevallen kan het noodzakelijk blijken om de Waakvlam langduriger af te geven, omdat definitieve afbouw niet mogelijk is. Tevens is het in uitzonderingssituaties mogelijk om het product Waakvlam preventief in te zetten om cliënten die nog niet klaar zijn voor het starten met een Maatwerkarrangement in beeld te houden, indien het Sociaal Team of andere voorliggende voorzieningen hierin niet kunnen voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3: Overzicht met onderscheidende elementen bij de Intensiteiten van Sociaal en persoonlijk functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeswijzer Deze overzichtstabel is bedoeld als een hulpmiddel bij keuze uit de vijf intensiteiten. Vaak zullen niet alle beschreven elementen van een Intensiteit passen bij de persoonlijke situatie van een cliënt. Daarom is het belangrijk om steeds hetgeen wat beschreven staat onder het kopje “Inschaling door Sociaal Team van Intensiteit van Arrangement” te betrekken bij de afweging welke Intensiteit meest passend is. Dat betekent bijvoorbeeld dat een cliënt met complexe problematiek vanwege andere factoren, bijvoorbeeld overzichtelijke doelen niet wordt ingedeeld in intensiteit 4 of 5, maar toch in intensiteit 2 of 3. Andersom kan gelden dat iemand met meervoudige problemen die stabiel is en al veel vaardigheden heeft om aan doelen te werken, wellicht met het afgeven van hogere intensiteit (3 of 4 in plaats van 2) in staat is om aan meerdere doelen te werken en/of in een kortere tijd het begeleidingstraject te doorlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Element Intensiteit 1 Intensiteit 2 Intensiteit 3 Intensiteit 4 Intensiteit 5 Complexiteit Meervoudig Meervoudig Meervoudig tot Complex Complex &amp; Wisselend Complex &amp; Wisselend Stabiliteit ja Ja Meestal Matig (Kan regelmatig slechte periodes kennen) Zeer matig/ Onvoorspelbaar (soms regie volledig kwijt) Mate van inzicht Redelijk Redelijk Beperkt Weinig Nauwelijks tot geen Mate van regie Redelijk tot Goed Redelijk Matig Matig tot vaak geen Zeer laag/ Vaak geen Vaardigheden om aan doelen te werken Aanwezig Grotendeels aanwezig: vooral stimuleren en toezien op uitvoering Deels aanwezig, deels aanleren, soms overname Onvoldoende: Regelmatig overnemen/ gedetailleerde instructie nodig Veelvuldig overnemen/ gedetailleerde instructie nodig Planbaar Goed Goed Meestal wel Regelmatig niet Vaak niet In staat ondersteuningsvraag uit te stellen Goed Redelijk goed Meestal wel Regelmatig niet Vaak niet Bestendiging/werken aan doelen Bestendigen en/of kleine doelen Overzichtelijke doelen Grotere doelen Omvangrijke doelen Omvangrijke doelen Sprake van relatief veel indirect cliëntgebonden tijd Weinig Weinig Soms Regelmatig Regelmatig Frequentie Laag Laag Medium Hoog Hoog Contactmomenten Wekelijks kort of 2-wekelijks een langer moment Wekelijks Wekelijks één lang moment of een aantal kortere momenten per week Aantal keer per week Meerdere keren per week tot nagenoeg dagelijks Module Ondersteuning Resultaatgebied Extra Ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid Ondersteuning op dit Resultaatgebied wordt ingezet als een trajectmatige aanpak nodig is om stevige doelen op dit gebied te bereiken en er geen aanspraak gedaan kan worden op de zorgverzekeringswet (die voorliggend is) of een andere voorliggende, algemene voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten ten aanzien van mentale gezondheid:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning gericht op het herkennen van en anticiperen op de psychische klachten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteunen bij tegengaan van zelfdestructief gedrag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning gericht op het voorkomen en omgaan met verward gedrag/signalen van crisis;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning gericht op het versterken van de mentale weerbaarheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning gericht op het omgaan met de problemen op het gebied van sociale, werkgerelateerde of fysieke activiteiten als gevolg van een verslaving (voor zover dit geen onderdeel is of kan zijn van een behandeling);</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien nodig toeleiding naar GGZ behandeling, vinger aan de pols houden bij het verloop ervan en ondersteuning bieden bij het volhouden ervan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeleiding naar workshops en lotgenotencontact gericht op persoonlijk herstel, psychische weerbaarheid en sociale weerbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten ten aanzien van lichamelijke gezondheid:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stimuleren, aanleren van en toezien op Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL) gericht op persoonlijke hygiëne en verzorging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning gericht op het verbeteren van het slapen/dag- en nachtritme;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning gericht op goed en zelfstandig medicatiegebruik/beheer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansporen tot gezond en regelmatig eten en eventueel toeleiding naar leefstijlprogramma;</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien nodig toeleiding naar behandeling bij middelengebruik/verslavingszorg), vinger aan de pols houden bij het verloop ervan en ondersteuning bieden bij het volhouden ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstellingen Gericht op het versterken van de vaardigheden van cliënt ten aanzien van fysieke en mentale gezondheid (voeding, gedrag, gebruik verslavingsmiddelen, alcohol) en persoonlijke hygiëne.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om ondersteuning bij het (zelf laten) uitvoeren van de ADL door cliënten die belemmeringen hebben in de eigen regie hierop.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning wordt gegeven in het verlengde van de overige benodigde begeleiding bij Sociaal en persoonlijk functioneren. Dat neemt niet weg dat in sommige gevallen de Beroepskracht actief ondersteunt en de ondersteuning feitelijk verricht (al dan niet in het kader van (weer) aanleren).</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunnen omgaan met psychische kwetsbaarheid, zelfpresentatie, anticiperen op terugval, hulpvraag kunnen stellen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt is zich bewust van diens fysieke en/of psychische/mentale conditie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft een evenwichtig dag-/nachtritme;</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt kan lichamelijke klachten kenbaar maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft middelengebruik/verslaving onder controle;</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt is in staat om zelf medicatie te beheren (op tijd en volgens voorschrift);</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt ontvangt ondersteuning om terugval/verergering van problematiek te voorkomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt is in staat zichzelf te verzorgen en de mate van verzorging vormt geen belemmering voor participatie in brede zin;</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt kan zich oriënteren in tijd en plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensiteit omschrijvingen In het geval het gaat om laag frequent vinger aan de pols houden of zo nu en dan het motiveren om het vol te houden is het inbegrepen in Sociaal en persoonlijk functioneren. Om die reden begint de telling van de intensiteiten van dit Resultaatgebied niet bij intensiteit 1, maar bij 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensiteit 2 De cliënt heeft forse belemmeringen op het gebied van zelfzorg en gezondheid, door psychische, lichamelijke, verstandelijke en/of verslavingsproblemen. Er kan sprake zijn van verwaarlozing op het gebied van zelfzorg en gezondheid, behandeling of medicatie. Het kan zijn dat de cliënt niet gemotiveerd is voor behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning kan bestaan uit stimuleren, aanleren, of (tijdelijk) overnemen van korte dagelijkse activiteiten gericht op basale zelfzorg en gezondheid of motiveren/begeleiden richting behandeling en/of het volhouden ervan. Eventueel is ondersteuning in combinatie met behandelaren, andere Begeleiders of verpleegkundigen noodzakelijk. Het kan zijn dat de Begeleiders de ruimte nodig hebben om vertrouwen op te bouwen en aan de ondersteuningsrelatie te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Contactmomenten ambulant zullen vaak 1 keer (of 2x korter) per week zijn. Bij Wonen met Ondersteuning kan het ook de vorm hebben van korte momenten meerdere keren per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensiteit 3 De cliënt heeft door psychische, lichamelijke, verstandelijke en/of verslavingsproblemen ernstige belemmeringen, die kunnen leiden tot acute problematiek, waardoor situaties met gevaar voor de cliënt of voor anderen kunnen ontstaan. Vaak is behandeling nog niet opgestart. Samenwerking en afstemming met gespecialiseerde hulpverlening is nodig om de situatie in kaart te brengen en te stabiliseren. Hierbij is het van belang dat de Begeleiders de ruimte krijgen om vertrouwen op te bouwen en aan de ondersteuningsrelatie te werken.</p></div>", "next": 239781}