{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Indien de accountant op een moment na afgifte van het assurance-rapport informatie ontvangt op basis waarvan hij vaststelt dat de aanvrager ná afgifte van zijn assurance-rapport niet heeft voldaan aan deze voorwaarden, zoals hiervoor genoemd, dan dient hij de werkgever te verzoeken dit kenbaar te maken aan UWV en erop toe te zien dat dit daadwerkelijk plaats vindt. In deze situatie hoeft de accountant zijn assurance-rapport niet in te trekken, maar wordt wel verwacht dat hij actief erop toeziet dat de werkgever het niet voldoen aan de additionele voorwaarden aan UWV meldt en dat hij dit eventueel zelf meldt op grond van de NV NOCLAR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van deze verbodsbepalingen zijn in bijlage I, tabel A5 en B5 behorende bij dit accountantsprotocol mogelijke risico’s geïdentificeerd en daarop afgestemde uit te voeren accountantswerkzaamheden opgenomen. Hierin is ook aangegeven op basis waarvan de accountant kan beoordelen of de bewering van het management dat er geen bonussen, dividenden zijn uitgekeerd en/of eigen aandelen zijn ingekocht zijn aangegaan wel of niet aannemelijk is. Vanwege het belang van naleving van dit verbod wordt geadviseerd dat de accountant deze evaluatie en afwegingen hierbij goed documenteert en vastlegt in zijn dossier. De verwachtingen van de gebruikers ten aanzien van deze accountantswerkzaamheden voor aan assurance verwante opdrachten respectievelijk assurance-opdrachten zijn opgenomen in de toelichtingen voorafgaand aan de tabellen A (assurance verwante opdrachten) en B (assurance-opdrachten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van zijn professioneel kritische instelling en in het geval van een assurance-opdracht ook zijn risicoanalyse dient de accountant, gericht op het verkrijgen van een deugdelijke grondslag voor zijn verklaring, te overwegen of deze werkzaamheden moeten worden uitgebreid met andere (gegevensgerichte) werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5 Werkzaamheden bij aanvragen op grond van artikel 7 NOW 5 en artikel 6 NOW 6 (werkmaatschappij) Deze paragraaf is alleen van toepassing indien wordt aangevraagd op het niveau van werkmaatschappij, aangezien er dan aanvullende voorwaarden gelden. Bij een dergelijke aanvraag is een assurance-opdracht met een beperkte of een redelijke mate van zekerheid vereist (zie Tabel voor aanvragen op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 zoals opgenomen in hoofdstuk 1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze werkzaamheden betreffen: – de accountant dient vast te stellen dat de groep minder dan 20% omzetdaling heeft, maar de werkmaatschappij/tussenholding 20% of meer (artikel 7 lid 1 sub d NOW 5 of artikel 6 lid 1 sub d NOW 6)11Indien gebruik wordt gemaakt van gegevens van een andere accountant dient te worden voldaan aan de vereisten hiervoor in de Standaard en de vereisten in dit accountantsprotocol.; – de accountant dient vast te stellen dat de omzet voor de meetperiode in overeenstemming met de aanvullende voorwaarden in de regeling is berekend (artikel 7 lid 2, 3, 4 en 5 NOW 5 en artikel 6 lid 2, 3, 4 en 5 NOW 6); – de accountant dient vast te stellen dat de werkmaatschappij/tussenholding heeft voldaan aan de additionele voorwaarden (artikel 7 lid 1 sub a tot en met c NOW 5 en artikel 6 lid 1 sub a tot en met c NOW 6). Dit geldt tot de datum van afgifte van het assurance-rapport.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de accountant op een moment na afgifte van het assurance-rapport informatie ontvangt op basis waarvan hij vaststelt dat de aanvrager ná afgifte van zijn assurance-rapport niet heeft voldaan aan de additionele voorwaarden, zoals hiervoor genoemd, dan dient hij de werkgever te verzoeken dit kenbaar te maken aan UWV en erop toe te zien dat dit daadwerkelijk plaats vindt. In deze situatie hoeft de accountant zijn assurance-rapport niet in te trekken, maar wordt wel verwacht dat hij erop toeziet dat de werkgever het niet voldoen aan de additionele voorwaarden aan UWV meldt en dat hij dit eventueel zelf meldt op grond van de NV NOCLAR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van deze aanvullende voorwaarden voor aanvragen op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 zijn in bijlage I, tabel B6 behorende bij dit accountantsprotocol mogelijke risico’s geïdentificeerd en daarop afgestemde accountantswerkzaamheden opgenomen. De verwachtingen van de gebruikers ten aanzien van deze accountantswerkzaamheden zijn opgenomen in de toelichting voorafgaand aan tabel B (assurance-opdrachten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van zijn professioneel kritische instelling en zijn risicoanalyse dient de accountant, gericht op het verkrijgen van een deugdelijke grondslag voor zijn verklaring, te overwegen of deze werkzaamheden moeten worden uitgebreid met andere (gegevensgerichte) werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.6 Werkzaamheden betreffende andere informatie Naast de informatie waarvoor de accountantswerkzaamheden zijn uitgewerkt in de paragrafen 2.2, 2.3, 2.4 en 2.5 bevat de aanvraag tot vaststelling ook andere informatie. Dit betreft: – de verklaring dat het bedrijf zich heeft gehouden aan alle plichten die horen bij de tegemoetkoming NOW; – de gegevens van de werkgever en, indien van toepassing, de NOW-groep; en – de gegevens over de accountantsverklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit houdt in dat de accountant deze andere informatie leest en op basis van zijn kennis en begrip (verkregen vanuit zijn werkzaamheden ten aanzien van de opgave van de omzet over de referentieperiode, de omzet over de meetperiode, de genoemde aspecten van de loonsom over de periode van de betreffende tranche, het verbod op het uitkeren van dividenden en bonussen en het verbod op inkoop eigen aandelen, en, indien van toepassing, de aanvullende voorwaarden voor aanvragen op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6, of anderszins) overweegt of de andere informatie (materiële) afwijkingen bevat en desgewenst aanvullende werkzaamheden uit te voeren. De accountant die een assurance-opdracht uitvoert dient deze andere informatie te beschouwen als andere informatie in de zin van Standaard 720 uit de NV COS.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Materialiteit Voor de netto omzet verwachten UWV en het Ministerie van SZW voor alle opdrachten inclusief aan assurance verwante opdrachten dat alle tijdens het onderzoek door de accountant geïdentificeerde afwijkingen worden gecorrigeerd in de aanvraag tot vaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1 Aan assurance verwante opdracht Materialiteit is niet van toepassing voor de accountant die belast is met een aan assurance verwante opdracht (kwadrant I), maar kan wel behulpzaam zijn bij de invulling van de diepgang van de werkzaamheden. UWV en het Ministerie van SZW gaan er vanuit dat indien de accountant een samenstellingsverklaring heeft afgegeven in overeenstemming met Standaard 4415N: – hij rekening heeft gehouden met de bevindingen die tijdens zijn werkzaamheden naar voren zijn gekomen; – hij bij de samenstelling van de aanvraag tot vaststelling voor bevindingen met betrekking tot de beweringen inzake de specifieke aspecten van de loonsom heeft vastgesteld dat herstelacties hebben plaatsgevonden (zie verder in dit hoofdstuk); – hij bij de samenstelling van de aanvraag tot vaststelling voor bevindingen inzake het verbod op het uitkeren van dividenden en bonussen en het verbod op inkoop eigen aandelen heeft vastgesteld dat herstelacties hebben plaatsgevonden (zie verder in dit hoofdstuk); en – hij is nagegaan dat de andere informatie in de aanvraag tot vaststelling verenigbaar is met de kennis en begrip die verkregen is uit de werkzaamheden uitgevoerd door de accountant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het hiervoor genoemde niet het geval is kan er ook geen samenstellingsverklaring verstrekt worden door de accountant.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Assurance-opdracht met een redelijke mate van zekerheid Een goedkeurend assurance-rapport met een redelijke mate van zekerheid impliceert dat in het vaststellingsformulier geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven materialiteitsgrens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van een materialiteit voor het onderzoek naar de omzet en een materialiteit voor het onderzoek naar de aspecten van de loonsom. Voor het voldoen aan de (kwalitatieve) voorwaarden zoals opgenomen in artikel 16 (NOW 5) en – in geval van aanvragen op grond van artikel 7 – artikel 7 (NOW 5) en artikel 13 en – in geval van aanvragen op grond van artikel 6 – artikel 6 (NOW 6) is geen materialiteit van toepassing. De materialiteitsgrenzen worden door de accountant gebruikt bij de evaluatie van de bevindingen ten aanzien van de omzet van de referentieperiode, de omzet van de meetperiode en de aspecten van de loonsom. De materialiteitsgrenzen zijn tevens het uitgangspunt voor de berekening van de uitvoeringsmaterialiteitsgrenzen die door de accountant worden gebruikt voor de planning van de werkzaamheden ten aanzien van de omzet van de referentieperiode, de omzet van de meetperiode en de aspecten van de loonsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant dient de materialiteitsgrens te herzien wanneer hij zich gedurende dan wel na afloop van het onderzoek bewust wordt van informatie die ertoe leidt dat de te hanteren materialiteitsgrens substantiële neerwaartse aanpassing behoeft. Hierbij wordt ook verwezen naar paragraaf 44 en A53 van Standaard 3900N.</p>\n<p class=\"lf-p\">Materialiteit in geval van een onderzoek naar de omzet van één periode in één opdracht Voor het onderzoek naar de omzet in de referentieperiode en het onderzoek naar de omzet in de meetperiode in november en december 2021 (NOW 5) en januari tot en met maart 2022 (NOW 6) bedraagt de goedkeuringsmaterialiteit 2% van de omzet in de referentieperiode op het niveau van de groep (indien van toepassing). Voor het bepalen van de groep wordt verwezen wordt naar artikel 6 lid 9 NOW 5 en artikel 5 lid 9 NOW 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien bij een reeds gecontroleerde jaarrekening (of jaarrekeningen) een andere materialiteit is gehanteerd wordt dit voor de omzet in de referentieperiode geaccepteerd (zie subparagraaf 2.2.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">Materialiteit in geval van een onderzoek naar de omzet van meerdere tranches in één opdracht (gecombineerde opdracht) Voor de controle van de NOW 5 en de NOW 6, wanneer een onderneming van beide periodes gebruik heeft gemaakt, is het voor het onderzoek naar de omzet toegestaan dat de accountant de opdracht voor de beide tranches kan beschouwen als ware het één opdracht. De accountant controleert in één keer, na afloop van de laatste tranche, de omzet van beide periodes en de van toepassing zijnde voorwaarden. Daarbij moet de accountant nog steeds rekening houden met de voorwaarden die aan de beide individuele tranches verbonden zijn en per tranche afzonderlijk rapporteren. In plaats van twee onderzoeken wordt er dan één onderzoek voor de omzet uitgevoerd. De te hanteren materialiteit bedraagt dan 2% van de totale omzet in de referentieperiode (van de tranches waarvoor een aanvraag tot vaststelling wordt gedaan). Dit resulteert in een te hanteren materialiteit van 2% van het totaal van de omzet in de referentieperiode voor NOW 5 en de omzet in de referentieperiode voor NOW 6. Voor een nadere uitwerking verwijzen wij naar de website van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants (NBA), www.nba.nl, en in het bijzonder FAQ P27 – Materialiteit voor de omzet bij een gecombineerde opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien bij een reeds gecontroleerde jaarrekening (of jaarrekeningen) een adequate materialiteit is gehanteerd, wordt dit ook voor de omzet in de referentieperiode geaccepteerd (zie subparagraaf 2.2.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Materialiteit in geval van een onderzoek naar de loonsom Voor het onderzoek per tranche naar aspecten van de loonsom bedraagt de goedkeurings-materialiteit 2% van 2 (NOW 5) of 3 (NOW 6) keer de gecorrigeerde loonsom in de verlenings-beschikking. Dit is, afhankelijk van de verleningsbeschikking 2 keer de gecorrigeerde loonsom van september 2021 (of wanneer er verloning per 4 weken plaatsvindt het tiende aangiftetijdvak van het jaar 2021) voor de NOW 5, voor de NOW 6 is dat 3 keer de gecorrigeerde loonsom van oktober 2021 (of wanneer er verloning per 4 weken plaatsvindt het elfde aangiftetijdvak van het jaar 2021).</p>\n<p class=\"lf-p\">De materialiteit voor het onderzoek naar de aspecten van de loonsom wordt berekend op loonheffingennummer, niet het niveau van de groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de strekking van het oordeel dienen per component de volgende materialiteitsgrenzen gehanteerd te worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Netto omzet Goedkeurende verklaring: resterende onzekerheden en niet gecorrigeerde fouten &lt; 2%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring met beperking: resterende onzekerheden en niet gecorrigeerde fouten &gt;= 2% en &lt; 4%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van oordeelonthouding: resterende onzekerheden &gt;= 4%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afkeurende verklaring: niet gecorrigeerde fouten &gt;= 4%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aspecten van de loonsom Goedkeurende verklaring: niet gecorrigeerde fouten &lt; 2%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afkeurende verklaring: niet gecorrigeerde fouten &gt;= 2%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie bevindingen Indien de accountant zowel fouten in de informatie opgenomen in de aanvraag tot vaststelling als onzekerheden in het onderzoek aantreft, dan weegt hij deze bij zijn oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang. Hierbij is relevant dat de resterende onzekerheden én niet-gecorrigeerde fouten in onderlinge samenhang moeten worden bezien tegen de vermelde materialiteitsgrenzen. Van fouten in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek is gebleken dat de verantwoordingsinformatie in het formulier onjuistheden bevat omdat deze niet voldoen aan de vereisten in de regeling en de toetsingscriteria zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van dit accountantsprotocol. Van een onzekerheid in het onderzoek is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om de ingevulde verantwoordingsinformatie in het formulier als goed of fout aan te merken. Kortom, indien onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de toetsingscriteria zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van dit accountantsprotocol.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 Assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid Een goedkeurend assurance-rapport met een beperkte mate van zekerheid impliceert dat dat de accountant geen reden heeft om te veronderstellen dat de in het vaststellingsformulier opgenomen gegevens niet in alle van materieel belang zijnde aspecten zijn opgesteld in overeenstemming met de vereisten bij of krachtens de NOW 5-regeling/NOW 6-regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van een materialiteit voor het onderzoek naar de omzet en een materialiteit voor het onderzoek naar de aspecten van de loonsom. Voor het voldoen aan de (kwalitatieve) voorwaarden zoals opgenomen in artikel 16 (NOW 5) en – in geval van aanvragen op grond van artikel 7 – artikel 7 (NOW 5) en artikel 13 en – in geval van aanvragen op grond van artikel 6 – artikel 6 (NOW 6) is geen materialiteit van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materialiteitsgrenzen worden door de accountant gebruikt bij de evaluatie van de bevindingen ten aanzien van de omzet van de referentieperiode, de omzet van de meetperiode en de aspecten van de loonsom. De materialiteitsgrenzen zijn tevens het uitgangspunt voor de berekening van de uitvoeringsmaterialiteitsgrenzen die door de accountant worden gebruikt voor de planning van de werkzaamheden ten aanzien van de omzet van de referentieperiode, de omzet van de meetperiode en de aspecten van de loonsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant dient de materialiteitsgrens te herzien wanneer hij zich gedurende dan wel na afloop van het onderzoek bewust wordt van informatie die ertoe leidt dat de te hanteren materialiteitsgrens substantiële neerwaartse aanpassing behoeft. Hierbij wordt ook verwezen naar paragraaf 44 en A53 van Standaard 3900N.</p>\n<p class=\"lf-p\">Materialiteit in geval van een onderzoek naar de omzet van één periode in één opdracht Voor het onderzoek naar de omzet in de referentieperiode en het onderzoek naar de omzet in de meetperiode in 2021/2022 bedraagt de goedkeuringsmaterialiteit 3% van de omzet in de referentieperiode op het niveau van de groep (indien van toepassing). Verwezen wordt naar artikel 6 lid 9 van de NOW 5 en artikel 5 lid 9 van de NOW 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien bij een reeds gecontroleerde jaarrekening(of jaarrekeningen) een adequate materialiteit is gehanteerd, wordt dit ook voor de omzet in de referentieperiode geaccepteerd (zie subparagraaf 2.2.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Materialiteit in geval van een onderzoek naar de omzet van meerdere perioden in één opdracht (gecombineerde opdracht) Voor het onderzoek van de NOW 5 en de NOW 6, wanneer een onderneming van beide periodes gebruik heeft gemaakt, is het voor het onderzoek naar de omzet toegestaan dat de accountant de opdracht voor de beide tranches kan beschouwen als ware het één opdracht. De accountant controleert in één keer, na afloop van de laatste tranche, de omzet van beide periodes en de van toepassing zijnde voorwaarden. Daarbij moet de accountant nog steeds rekening houden met de voorwaarden die aan de beide individuele tranches verbonden zijn en per tranche afzonderlijk rapporteren. In plaats van twee aparte onderzoeken wordt er dan één onderzoek voor de omzet uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De te hanteren materialiteit bedraagt dan 3% van de totale omzet in de referentieperiode (van de tranches waarvoor een aanvraag tot vaststelling wordt gedaan) (of vanaf de eerstvolgende volledige kalendermaand later in geval van een starter of een overname). Dit resulteert in een te hanteren materialiteit van 3% van het totaal van de omzet in de referentieperiode voor NOW 5 en de omzet in de referentieperiode voor NOW 6. Voor een nadere uitwerking verwijzen wij naar de website van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants (NBA), www.nba.nl, en in het bijzonder FAQ P27 – Materialiteit voor de omzet bij een gecombineerde opdracht Indien bij een reeds gecontroleerde jaarrekening (of jaarrekeningen) een adequate materialiteit is gehanteerd, wordt dit ook voor de omzet in de referentieperiode geaccepteerd (zie subparagraaf 2.2.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Materialiteit in geval van een onderzoek naar de loonsom Voor het onderzoek per tranche naar aspecten van de loonsom bedraagt de goedkeurings-materialiteit 3% van 2 (NOW 5) of 3 (NOW 6) keer de gecorrigeerde loonsom in de verlenings-beschikking. Dit is, afhankelijk van de verleningsbeschikking 2 keer de gecorrigeerde loonsom van september 2021 voor de NOW 5 (of wanneer er verloning per 4 weken plaatsvindt het tiende aangiftetijdvak van het jaar 2021), voor de NOW 6 is dat 3 keer de gecorrigeerde loonsom van oktober 2021 (of wanneer er verloning per 4 weken plaatsvindt het elfde aangiftetijdvak van het jaar 2021).</p>\n<p class=\"lf-p\">De materialiteit voor het onderzoek naar de aspecten van de loonsom wordt berekend op loonheffingennummer, niet op het niveau van de groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de strekking van de conclusie dienen per component de volgende materialiteitsgrenzen gehanteerd te worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Netto omzet Goedkeurende verklaring: resterende onzekerheden en niet gecorrigeerde fouten &lt; 3%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring met beperking: resterende onzekerheden en niet gecorrigeerde fouten &gt;= 3% en &lt; 6%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van oordeelonthouding: resterende onzekerheden &gt;= 6%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afkeurende verklaring: niet gecorrigeerde fouten &gt;= 6%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aspecten van de loonsom Goedkeurende verklaring: niet gecorrigeerde fouten &lt; 3%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afkeurende verklaring: niet gecorrigeerde fouten &gt;= 3%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie bevindingen Indien de accountant zowel fouten in de informatie opgenomen in de aanvraag tot vaststelling als onzekerheden in het onderzoek aantreft, dan weegt hij deze bij zijn oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang. Hierbij is relevant dat de resterende onzekerheden én niet-gecorrigeerde fouten in onderlinge samenhang moeten worden bezien tegen de vermelde materialiteitsgrenzen. Van fouten in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek is gebleken dat de verantwoordingsinformatie in het formulier onjuistheden bevat omdat deze niet voldoen aan de vereisten in de regeling en de toetsingscriteria zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van dit accountantsprotocol. Van een onzekerheid in het onderzoek is sprake als er onvoldoende (assurance-)informatie beschikbaar is om de ingevulde verantwoordingsinformatie in het formulier als goed of fout aan te merken. Kortom, indien onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de toetsingscriteria zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van dit accountantsprotocol.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4 Gevolgen voor de accountantsrapportage n.a.v. geconstateerde bevindingen Hierna wordt ingegaan op gevolgen naar aanleiding van bevindingen m.b.t. de netto omzet, de specifieke aspecten van de loonsom, voorwaarden die voorvloeien uit de verplichting tot het niet uitkeren van dividenden en bonussen (artikel 16 NOW 5 en artikel 13 NOW 6) en de voorwaarden samenhangend met een aanvraag op grond van artikel 7 van de NOW 5 en artikel 6 van de NOW 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Netto omzetdaling Zoals eerder vermeld verwachten UWV en het Ministerie van SZW voor alle opdrachten dat alle tijdens het onderzoek door de accountant geïdentificeerde fouten en onzekerheden betreffende de netto omzetdaling door de werkgever worden gecorrigeerd in de aanvraag tot vaststelling. UWV vergoedt namelijk alleen bedragen waarvan is vastgesteld dat deze correct zijn en geen bedragen waarvan de accountant oordeelt of concludeert dat deze fout of onzeker zijn. Indien fouten en onzekerheden betreffende de omzetdaling groter dan de materialiteit van 2% (in geval van een onderzoek gericht op het verstrekken van een redelijke mate van zekerheid of 3% (in geval van een onderzoek gericht op het verstrekken van een beperkte mate van zekerheid) niet door de werkgever in zijn aanvraag tot vaststelling worden gecorrigeerd, kan de accountant geen goedkeurend(e) oordeel/conclusie afgeven. Dit kan leiden tot een oordeel of conclusie met beperking, een oordeelonthouding of onthouding van conclusie of tot een afkeurend(e) oordeel of conclusie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er sprake is van een kwantificeerbare fout en/of onzekerheden tussen 2% en 4% (redelijke mate van zekerheid) of tussen 3% en 6% (beperkte mate van zekerheid) leidt dit tot een oordeel of conclusie met beperking. In dat geval dient de accountant het effect van de fout(en) en onzekerheden voor de gegevens met betrekking tot de netto-omzet in de referentieperiode en/of de netto-omzet in de meetperiode en de omzetdaling (in %) pro-forma te berekenen en de uitkomsten daarvan als separate sectie inzake overige rapporteringsverplichtingen op te nemen in zijn assurance-rapport.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij gelden de volgende instructies: – Voor fouten gaat de accountant bij de kwantificering van het effect op de genoemde gegevens uit van de werkelijke vastgestelde afwijking. – Voor onzekerheden met betrekking tot de omzet van de referentieperiode en/of de omzet van de meetperiode heeft de accountant al gekwantificeerd en vastgesteld dat deze lager zijn dan 4% van de omzet van de referentieperiode (maar hoger dan 2%) in geval van een redelijke mate van zekerheid en lager zijn dan 6% van de omzet van de referentieperiode (maar hoger dan 3%) in geval van een beperkte mate van zekerheid. Voor de onzekerheden lager dan 4% (of 6%) gaat de voorgeschreven berekening bij de kwantificering uit van de bandbreedte van de mogelijke afwijkingen als gevolg van de onzekerheid gedeeld door 2. Dit betreft derhalve het middelpunt van de onzekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit wordt door de Minister van SZW en het UWV beschouwd als passende correctie in een situatie waarbij sprake is van een oordeel of conclusie met beperking als gevolg van een onzekerheid in het onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeldberekening De werkgever geeft in de aanvraag tot vaststelling van de NOW-subsidie het volgende op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Netto-omzet in de meetperiode: € 300.000 Netto-omzet in de referentieperiode: € 1.200.000 Percentage netto-omzetdaling: 75% De accountant constateert zowel een fout als een onzekerheid ten aanzien van de netto-omzet in de meetperiode die de werkgever weigert te corrigeren. De accountant heeft geen bevindingen over de netto-omzet in de referentieperiode en evenmin over de aspecten van de loonsom. De door de accountant geconstateerde fout betreft een te lage opgave van de netto-omzet in de meetperiode van € 16.000. Daarnaast heeft de accountant een onzekerheidsinterval van € 0 tot € 30.000 over de volledigheid van de netto-omzet in de meetperiode. De som van het bedrag van de geconstateerde fout en de bovenkant van het onzekerheidsinterval is bepalend voor de vraag of de in het accountantsprotocol voorgeschreven materialiteitsgrenzen worden overschreden. In dit geval gaat het opgeteld om € 46.000, zijnde 3,8% van de netto-omzet in de referentieperiode. Dit betekent dat de accountant een verklaring met beperking dient af te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het middelpunt van het onzekerheidsinterval (de maximale afwijking als gevolg van de onzekerheid gedeeld door 2) is € 15.000. De som van het bedrag van de fout en het bedrag van het middelpunt van het onzekerheidsinterval komt uit op € 31.000. De voorgeschreven pro forma berekening leidt dan tot de volgende uitkomsten (het percentage netto-omzetdaling mag hierbij op grond van artikel 6, eerste lid (NOW 5) of artikel 5, eerste lid, van de NOW 6-regeling naar boven worden afgerond):</p>\n<p class=\"lf-p\">Netto-omzet in de meetperiode: € 331.000 Netto-omzet in de referentieperiode: € 1.200.000 Percentage netto-omzetdaling: 73% Aangezien de Minister van SZW en UWV bij de vaststelling uitgaan van bovenstaande gegevens in het assurance-rapport van de accountant, is het dringende advies vastgestelde fouten en onzekerheden, die leiden tot een oordeel of conclusie met beperking, te (laten) corrigeren in de aanvraag tot vaststelling. Als de aanvrager kiest voor een correctie, dan kan de accountant een goedkeurend(e) oordeel of conclusie verstrekken. Indien de aanvrager dit niet doorvoert, zal de accountant de fout of onzekerheid rapporteren en conform bovenstaande in de referentie-omzet, en/of de omzet in de meetperiode en de omzetdaling mee te nemen in zijn pro-forma berekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afkeurend(e) oordeel of conclusie zal leiden tot een vaststelling van de subsidie op nihil en terugvordering van de verstrekte voorschotten. Derhalve wordt ook bij een afkeurend(e) oordeel of conclusie vanwege niet gecorrigeerde fouten &gt;= 4% (of 6% in geval van een onderzoek gericht op het verstrekken van een beperkte mate van zekerheid) van de referentieomzet dringend geadviseerd de afwijkingen te laten corrigeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een oordeelonthouding of onthouding van conclusie heeft de accountant niet kunnen vaststellen dat de omzet in de meetperiode volledig is en hiermee het percentage omzetdaling voor de NOW-subsidie juist is. Hij heeft daarover niet voldoende en geschikte assurance-informatie kunnen verkrijgen. In deze gevallen kan de subsidieverstrekker (Ministerie van SZW) zich daarom ook geen oordeel vormen over de juistheid van de gegevens van de aanvraag tot vaststelling. Een oordeelonthouding of een onthouding van conclusie samenhangend met een onzekerheid van diepgaande invloed leidt in principe tot een vaststelling van de subsidie op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dergelijke werkwijze kan wel tot schrijnende situaties leiden bij ondernemingen die een verklaring met een redelijke mate van zekerheid nodig hebben, maar waarbij uitsluitend sprake is van inherente beperkingen in het kader van een NOW-onderzoek op grond van Standaard 3900N, artikel 16 lid c en d. De Minister van SZW en het UWV verzoeken, als dit het geval is, dit expliciet te verwoorden in de sectie ‘Basis voor ons oordeel’ aan de hand van onderstaande passage. Dit betekent dat de Minister van SZW en UWV erop vertrouwen dat er volgens de accountant geen andere aangelegenheden zijn die tot een niet-goedkeurend oordeel zouden hebben geleid dat de in de aanvraag tot vaststelling opgenomen gegevens over de netto-omzet en de netto-omzetdaling niet in alle van materieel belang zijnde aspecten zijn opgesteld in overeenstemming met de vereisten bij of krachtens de NOW 5/NOW 6-regeling. In deze gevallen zullen het Ministerie van SZW en het UWV de subsidie niet op nihil stellen, maar een korting op de subsidie toepassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijgevoegd is de passage opgenomen waarin de accountant aangeeft dat deze oordeelonthouding uitsluitend het gevolg is van inherente beperkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oordeelonthouding is uitsluitend het gevolg van inherente beperkingen op grond van Standaard 3900N12Indien deze aanvullende uiting niet kan worden gedaan, dient deze tekst te worden verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals uit het bovenstaande blijkt, is onze oordeelonthouding uitsluitend het gevolg van inherente beperkingen zoals gedefinieerd in Standaard 3900N artikel 16 lid c of artikel 16 lid d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er sprake is van een inherente beperking op grond van artikel 16 lid c van de Standaard 3900N in geval van een onderzoek gericht op het verstrekken van een beperkte mate van zekerheid heeft dit geen invloed op het oordeel (en zal dit dan leiden tot een goedkeurend oordeel). Indien er echter sprake is van een inherente beperking op grond van artikel 16 lid d zal dit wel leiden tot een oordeelonthouding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke aspecten van de loonsom Aangezien voor de loonsom drie specifieke aspecten op juistheid worden onderzocht, wordt van de accountant verwacht dat hij werkzaamheden uitvoert op basis waarvan hij concludeert of wel of niet is voldaan aan deze aspecten. Indien sprake is van afwijkingen inzake de specifieke aspecten van de loonsom verwacht de subsidieverstrekker dat de aanvrager alle afwijkingen herstelt door middel van een correctie in zijn loonaangifte en/of nabetaling van de nettolonen aan de werknemers waarvoor de lonen zijn opgenomen in de loonaangifte, alsmede dat de accountant dit vaststelt, vóórdat de accountant tot afgifte van zijn verklaring overgaat. Indien een werkgever op basis van dit onderzoek zijn loonaangifte corrigeert door de loonsom over de periode waarover de NOW wordt berekend13Indien per periode van vier weken (in plaats van per kalendermaand) loonaangifte wordt gedaan bij de Belastingdienst, zie de juiste tijdvakken bij voetnoot 7. naar beneden bij te stellen dient hij dit bij de aanvraag tot vaststelling te verklaren en daarbij tevens te verklaren per welke datum de laatste correctie naar beneden heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen wordt nog naar de artikelen 8 lid 7 voor de NOW 5 en artikel 15 lid 7 voor de NOW 6. UWV gaat bij de vaststelling van de subsidie uit van deze datum. De accountant stelt dan vast of de werkgever deze bewering heeft opgenomen op het formulier en of per de datum, zoals vermeld in de aanvraag tot vaststelling, inderdaad de correctie in de loonaangifte heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mocht de aanvrager afwijkingen groter dan de materialiteit niet herstellen/corrigeren in overeenstemming met de voorgaande alinea, dan verwachten UWV en het Ministerie van SZW dat de accountant, mede vanwege de aard van de specifieke aspecten, een afkeurend(e) oordeel/ conclusie in zijn assurance-rapport afgeeft. Dit zal leiden tot een vaststelling van de subsidie op nihil en terugvordering van de voorschotten. Als gevolg van het voorgaande zijn een oordeel/ conclusie met beperking of een oordeelonthouding/ onthouding van conclusie vanwege bevindingen ten aanzien van de loonsom niet aan de orde. Het betekent dat in geval een accountant de aannemelijkheid van de informatie niet heeft kunnen vaststellen, dit altijd moet worden aangemerkt als een fout (afwijking).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplichting tot verbod van uitkeren van bonussen en dividenden en verbod van inkoop eigen aandelen De accountant dient vast te stellen dat de werkgever of rechtspersoon in overeenstemming heeft gehandeld met artikel 16 NOW 5 en artikel 13 NOW 6 (verbod op uitkeren van bonussen, dividenden en de inkoop van eigen aandelen). De accountant stelt daarbij vast dat de werkgever of rechtspersoon over 2021 (voor zover gebruik wordt gemaakt van de NOW 5) of 2022 (voor zover gebruik wordt gemaakt van de NOW 6) geen dividenden heeft uitgekeerd aan aandeelhouders, bonussen aan de Raad van Bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap, waaronder mede begrepen winstuitdelingen, en er ook geen eigen aandelen ingekocht zijn. Bij de controle hierop dient rekening gehouden te worden met de aard van de aanvraag; dit kan op grond van artikel 6 of artikel 7 van de NOW 5 of artikel 5 of artikel 6 van de NOW 6. Voor beide artikelen ziet het verbod op bonussen, dividenden, en de inkoop van eigen aandelen toe op een verschillende groep aan werkgevers of rechtspersonen die deel uit maken van een groep (zie artikel 16 lid 1 en lid 4 NOW 5 en artikel 13 lid 1 en 4 NOW 6). Daarnaast is de hoogte van het voorschot en de hoogte van het bedrag conform de aanvraag tot vaststelling van belang (zie artikel 16 lid 3 NOW 5en artikel 13 lid 3 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant stelt tevens vast dat de rechtspersoon een overeenkomst heeft gesloten met ten minste één belanghebbende vereniging van werknemers (zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet melding collectief ontslag) waarin schriftelijke afspraken zijn vastgelegd over het bonus- en dividendbeleid. Indien de aanvrager minder dan 20 werknemers heeft kan worden volstaan met een andere vertegenwoordiging van werknemers: de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of de vergadering (zoals bedoeld in artikel 35b, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden). (art. 16 lid 2 NOW 5artikel 13 lid 2 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van bevindingen dient de accountant, onafhankelijk van de financiële impact van de bevindingen, vast te stellen dat herstelacties plaatsvinden vóór afgifte van zijn assurance-rapport of verklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mocht de aanvrager afwijkingen niet herstellen/corrigeren in overeenstemming met de voorgaande alinea, dan verwachten UWV en het Ministerie van SZW dat de accountant, mede vanwege de aard van de verplichting, een afkeurend(e) oordeel/conclusie in zijn assurance-rapport opneemt. Dit zal leiden tot een vaststelling van de subsidie op nihil en terugvordering van de voorschotten. Als gevolg van het voorgaande zijn een oordeel/conclusie met beperking of een oordeelonthouding/ onthouding van conclusie vanwege bevindingen ten aanzien van deze verplichting niet aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 (aanvragen op niveau van een individuele werkmaatschappij) Indien sprake is van het niet voldoen aan één of meer van de voorwaarden uit artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 brengt de accountant dit altijd tot uitdrukking in zijn oordeel of conclusie. Indien sprake is van het niet voldoen aan één of meer van de voorwaarden uit artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 leidt dit altijd tot een afkeurend(e) oordeel / conclusie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5 Overig Het Ministerie van SZW benadrukt dat de tolerantie, die de accountant hanteert voor het onderzoek van het formulier, alleen bedoeld is voor de opzet, uitvoering en evaluatie van de werkzaamheden van de accountant. Het is de werkgever niet toegestaan om de tolerantie te gebruiken als acceptabele foutmarge voor het opstellen van het formulier. Dit laatste geldt uiteraard voor alle opdrachten, inclusief aan assurance verwante opdrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot wordt benadrukt dat van de accountant wordt verwacht dat de strekking van het oordeel of de conclusie wordt bepaald door het zwaarste oordeel of conclusie van de onderliggende assurance-objecten: netto-omzet, aspecten van de loonsom en, indien van toepassing, naleving van de voorwaarden op grond van artikel 16 NOW 5 en artikel 13 NOW 6 en naleving van de voorwaarden op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6. Indien de accountant bijvoorbeeld tot een goedkeurend(e) oordeel of conclusie komt voor de netto-omzet, maar tot een afkeurend(e) oordeel of conclusie over de aspecten van de loonsom, verstrekt de accountant een afkeurende verklaring.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Format en inhoud accountantsverklaring Het onderzoek van de accountant leidt tot een accountantsverklaring die samen met de aanvraag tot vaststelling bij het UWV wordt ingediend. Met de term accountantsverklaring wordt in dit protocol bedoeld een assurance-rapport volgens Standaard 3900N of een samenstellingsverklaring volgens NVCOS Standaard 4415N.</p>\n<p class=\"lf-p\">De formats van de verklaring van de accountant zijn opgenomen op de websites www.uwv.nl, www.rijksoverheid.nl en www.nba.nl. De accountant dient op grond van dit protocol verplicht gebruik te maken van deze verklaringen, die ook in pdf-versie beschikbaar zullen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals ook in paragraaf 1.1 is opgenomen, dient er rekening te worden gehouden met situaties waarbij sprake is van meerdere aanvragen binnen één groep, zoals vermeld in artikel 6 lid 9 NOW 5 of artikel 5 lid 9 NOW 6. Per loonheffingennummer dient een aanvraag tot vaststelling bij het UWV te worden ingediend. Voor de bepaling van het type accountantsproduct worden de criteria toegepast op het niveau van de groep, dat wil zeggen de NOW-bedragen van alle aanvragen binnen de groep en het voldoen aan de criteria voor controleplicht voor de groep. Het type accountantsverklaring dat hieruit volgt is van toepassing op alle aanvragen tot vaststelling binnen de groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien gekozen is voor een gecombineerde opdracht moet voldaan worden aan de vereisten die gelden voor de individuele periodes. Daarbij is de ‘zwaarste opdracht’ (dat wil zeggen: de opdracht met de hoogste mate van zekerheid) bepalend voor de te onderzoeken aanvragen binnen de gecombineerde opdracht. Als voorbeeld: als voor NOW 5 een beperkte mate van zekerheid gevraagd wordt en voor de NOW 6 een aan assurance verwante opdracht voldoet, dan dient in een gecombineerde opdracht voor alle periodes een onderzoek uitgevoerd worden gericht op het verstrekken van een beperkte mate van zekerheid uitmondende in een assurance-rapport voor alle twee de perioden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij elke aanvraag tot vaststelling dient een accountantsverklaring te worden ingediend waarbij de gegevens van de omzet betrekking hebben op de groep (in geval van een aanvraag op grond van artikel 6 NOW 5 en artikel 5 NOW 6) of de omzet van een individuele aanvrager indien deze als rechtspersoon deel uit maakt van een groep (in geval van een aanvraag op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6) en de aspecten van de loonsom en verplichtingen op grond van artikel 16 NOW 5 of artikel 13 NOW 6 op de individuele aanvrager (loonheffingennummer).</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit kader wordt tevens verwezen wordt tevens naar paragraaf 64 tot en met 66 van Standaard 3900N en paragraaf 30 van Standaard 4415N voor wat betreft het gebruik van gegevens van een andere accountant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierna is nadere toelichting opgenomen voor de samenstellingsverklaring (kwadrant I) en het assurance-rapport (kwadranten II, III en IV, alsmede aanvragen op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenstellingsverklaring (kwadrant I) Voor de verklaring inzake de aan assurance verwante opdracht geldt dat de accountant zelf heeft bijgedragen c.q. ondersteund bij de samenstelling van de aanvraag tot vaststelling. De gebruikers van zijn rapportage en de aanvraag tot vaststelling gaan ervanuit dat indien de accountant een samenstellingsverklaring heeft afgegeven de aanvrager in zijn aanvraag tot vaststelling alle bevindingen met betrekking tot de omzet heeft verwerkt c.q. laten verwerken en dat voor alle bevindingen ten aanzien van dividenden, bonussen en inkoop eigen aandelen en van de specifieke aspecten van de loonsom vervolgacties hebben plaatsgevonden vóór afgifte van de verklaring. Verwezen wordt naar hoofdstuk 3. De andere informatie die door het management van de organisatie is opgesteld en is opgenomen in de aanvraag tot vaststelling is volgens de accountant verenigbaar met de kennis en begrip die hij heeft verkregen naar aanleiding van de uitgevoerde werkzaamheden. Indien vorenstaande niet het geval is en/of niet heeft plaatsgevonden kan er ook geen samenstellingsverklaring verstrekt worden door de accountant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Assurance-rapport met een beperkte mate van zekerheid (kwadrant II en III) en assurance-rapport met een redelijke mate van zekerheid (kwadrant IV en aanvragen ex artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6) De gebruikers van de assurance-rapporten en de aanvraag tot vaststelling verwachten dat alle bevindingen met betrekking tot de omzet zijn verwerkt in de aanvraag tot vaststelling en dat voor alle bevindingen ten aanzien dividenden, bonussen en inkoop eigen aandelen en van de specifieke aspecten van de loonsom vervolgacties hebben plaatsgevonden vóór afgifte van het assurance-rapport. Verwezen wordt naar hoofdstuk 3. De andere informatie opgenomen in de aanvraag tot vaststelling is volgens de accountant verenigbaar met de kennis en begrip die hij heeft verkregen naar aanleiding van de uitgevoerde werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebruikers verwachten vervolgens dat de accountant een eventuele niet-goedkeurend(e) oordeel of conclusie in een afzonderlijke paragraaf afdoende toelicht, inclusief kwantificering van het (mogelijke) effect bij een verklaring met beperking. Voor deze verklaring met beperking of een oordeelonthouding wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van dit protocol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgang met kennis over het niet-naleven van de NOW-regeling die de accountant ter kennis komt na afgifte van de verklaring of het assurance-rapport Indien de accountant informatie ontvangt op basis waarvan hij vaststelt dat zijn verklaring of assurance-rapport onjuist is (bijv. tot de accountant is informatie gekomen waaruit blijkt dat de omzet over de meetperiode materieel hoger is dan gerapporteerd), dan dient hij zijn verklaring of assurance-rapport in te trekken en dient de aanvrager dit onverwijld te melden bij UWV. De accountant ziet erop toe dat deze melding plaats vindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals aangegeven in paragraaf 2.4 (aanvragen op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6) en paragraaf 2.5 (verbod op uitkeren bonussen en dividenden en inkoop eigen aandelen) dient de accountant, indien hij op een moment na afgifte van de verklaring of het assurance-rapport informatie ontvangt op basis waarvan hij vaststelt dat de aanvrager ná afgifte van zijn assurance-rapport niet heeft voldaan aan de voorwaarden van de NOW-regeling, zoals de voorwaarden van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 en artikel 16 NOW 5 of artikel 13 NOW 6, op grond van de NV NOCLAR, de werkgever te verzoeken dit kenbaar te maken aan de bevoegde instantie, in dit geval UWV14In de regeling in artikel 20, eerste lid van zowel NOW 5 als NOW 6 is UWV aangewezen als uitvoerder van de Regeling. Daarbij wordt op grond van het vierde lid worden de UWV werknemers aangewezen als ambtenaren belast met het toezicht. Dit valt onder het algemene aanwijzingsbesluit van de directie Handhaving van UWV: https://wetten.overheid.nl/BWBR0023509/2015-01-21., en er op toe te zien dat dit daadwerkelijk plaats vindt. In deze situatie hoeft de accountant zijn assurance-rapport niet in te trekken, maar wordt wel verwacht dat hij erop toeziet dat de werkgever het niet voldoen aan de regeling aan UWV meldt en eventueel zelf meldt op grond van de NV NOCLAR. Een melding van fraude kan worden gedaan via de website van UWV.15https://www.uwv.nl/particulieren/klantenservice/fraude-melden/index.aspx.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage I Tabellen werkzaamheden Algemene toelichting In deze bijlage zijn in tabellen de voornaamste risico’s en (mogelijke) werkzaamheden met betrekking tot de regeling opgenomen die door de gebruiker zijn onderkend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderscheid wordt gemaakt tussen tabellen voor aan assurance verwante opdrachten (tabellen deel A) respectievelijk tabellen voor assurance opdrachten (tabellen deel B en deel C). Dit onderscheid is van belang omdat voor aan assurance verwante opdrachten geldt dat de werkzaamheden (grotendeels) zijn voorgeschreven, terwijl voor assurance-opdrachten geldt dat de werkzaamheden zoals opgenomen in de tabellen deel B gezien moeten worden als werkzaamheden samenhangend met mogelijke risico’s, afhankelijk van de risico-inschatting die de accountant dient uit te voeren op basis van paragraaf 43 tot en met 47 in Standaard 3900N. Geadviseerd wordt dat deze risico-inschatting (met evaluatie en afweging) wordt vastgelegd in het controledossier. De tabellen C bevatten werkzaamheden die ook op grond van Standaard 3900N verplicht zijn voorgeschreven in geval van een inherente beperking betreffende de NOW-groep en verplichte werkzaamheden inzake de controle op Nederlandse SV-lonen bij buitenlandse entiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aan assurance verwante opdrachten worden nader toegelicht voorafgaand aan de tabellen deel A. De assurance opdrachten worden nader toegelicht voorafgaand aan de tabellen deel B en deel C.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de tabellen zijn de type werkzaamheden opgenomen. Voor de omvang en diepgang van de werkzaamheden wordt verwezen naar de Standaard 4415N, paragraaf 26 tot en met 29 (Aan assurance verwante opdrachten) en Standaard 3900N (assurance-opdrachten), paragraaf 30 tot en met 70, alsmede hetgeen in de nadere toelichting voorafgaand aan de tabellen deel A, deel B (inherente beperkingen met betrekking tot de AO/IB samenhangend met de omzet) en deel C (inherente beperking betreffende de NOW-groep en de controle op Nederlandse SV-lonen bij buitenlandse entiteiten) is vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deel A Nadere toelichting tabellen voor aan assurance verwante opdrachten (kwadrant I) De accountant belast met een aan assurance verwante opdracht dient zich er bewust van te zijn dat er omstandigheden kunnen zijn die ertoe leiden dat de aangeleverde informatie en documentatie onjuist en/of niet volledig is. Daarom zijn er voor hem aanvullende werkzaamheden opgenomen die naast de reguliere werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor inherente beperkingen met betrekking de AO/IB samenhangend met de omzet geldt het volgende: Bij de organisaties waarbij van de accountant gevraagd wordt om een aan assurance verwante opdracht (inclusief aanvullende werkzaamheden) uit te voeren, zou het kunnen zijn dat de AO/IB, gezien de relatief beperktere omvang van de onderneming, niet van voldoende niveau is en/of niet voldoende heeft gefunctioneerd. Bij deze organisaties wordt dit laatste echter ook niet gevraagd. Het niet voldoende aanwezig zijn of niet voldoende functioneren van procedures samenhangende met de omzet hoeft derhalve geen gevolgen te hebben voor het kunnen afgeven van de samenstellingsverklaring, die wordt verstrekt aan UWV en het Ministerie van SZW. Benadrukt wordt dat de accountant in dergelijke situaties wel de omvang en diepgang van zijn de werkzaamheden uitbreidt. In algemene zin geldt bij de tabellen dat de mate van diepgang van de werkzaamheden van de accountant mede afhankelijk is van de aard en kwaliteit van de administratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tabellen zijn als volgt onderverdeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel A.1: Risico’s en werkzaamheden rapportage juiste niveau omzetdaling Tabel A.2: Risico’s en werkzaamheden netto-omzet referentieperiode Tabel A.3: Risico’s en werkzaamheden netto-omzet meetperiode Tabel A.4: Risico’s specifieke werkzaamheden loonsom Tabel A.5: Risico’s en specifieke werkzaamheden verbod op uitkering bonussen en dividenden en verbod op inkoop eigen aandelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet-schuingedrukte werkzaamheden zijn verplicht, tenzij het risico evident niet aanwezig is (bijvoorbeeld: er zijn geen risico’s op fouten met onderhanden projecten, omdat de onderneming deze niet heeft). Schuingedrukt zijn mogelijke werkzaamheden opgenomen die de accountant kan verrichten indien hij dit nodig acht. Daarnaast kan de accountant op grond van zijn professioneel kritische instelling zelf aanvullende werkzaamheden bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deel A Tabellen voor aan assurance verwante opdrachten 16Zoals al is aangegeven worden de werkzaamheden in het kader van de aan assurance verwante opdrachten https://wetten.overheid.nl/BWBR0023509/2015-01-21 (grotendeels) voorgeschreven. Indien de werkgever al heeft deelgenomen aan eerdere NOW regelingen en hier ook een aan assurance verwante opdracht is uitgevoerd is het mogelijk om, ter voorkoming van doublures, deze werkzaamheden en de uitkomsten daarvan ook te hanteren mits er geen wijzigingen zijn in het concern; het betreft hier dan met de werkzaamheden in het kader van het bepalen van de referentieomzet., NB: Vanwege de leesbaarheid van de teksten in de tabel is in de tekst ‘de accountant stelt vast’/’de accountant gaat na’ ook begrepen dat de accountant rekening houdt met het risico bij het zelfstandig opstellen/bepalen van de aanvraag tot vaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel A1: Risico’s en werkzaamheden bepaling juiste niveau omzet (kwadrant I) ONDERDEEL NIVEAU GROEPS-/WERKMAATSCHAPPIJ NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant 1.1 Het risico bestaat dat de werkgever het omzetverlies berekent op het niveau van de werkgever en niet op het niveau van de relevante groep of moeder(s)/dochter(s).</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1a De accountant stelt vast dat de omzetdaling in de meetperiode op het juiste organisatorische niveau is berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1b De accountant gaat na wie de aandeelhouders zijn van de organisatie van de werkgever, en waar relevant wie haar aandeelhouders zijn tot op het hoogste groepsniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1c De accountant gaat na welke entiteiten tot de groep op het hoogste niveau behoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Het risico bestaat dat de organisatie van de werkgever zich niet realiseert dat haar buitenlandse moeder andere Nederlandse deelnemingen of buitenlandse deelnemingen met Nederlands SV loon heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2a De accountant stelt vast (ook in geval van wijzigingen hierin) dat bij de bepaling van de omzetdaling rekening is gehouden is met alle relevante entiteiten. Hij verkrijgt daartoe de juridische structuur per 1 november 2021 (NOW 5)/ per 1 januari 2022 (NOW 6) en vergelijkt deze met 2019 en stelt vast of er wijzigingen (overnames, afstotingen, starters binnen het concern) hebben plaatsgevonden en op welk moment tussen 1 januari 2019 en de 1 november 2021 (NOW 5) of 1 januari 2022 (NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant kan hierbij gebruik maken van de jaarrekeningen van de moedermaatschappij op het hoogste niveau en aanvullende documenten waaruit blijkt welke Nederlandse deelnemingen en welke buitenlande deelnemingen met SV-loon in deze jaarrekening zijn geconsolideerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3 Het risico bestaat dat binnen de groep niet dezelfde meetperiode is gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3a De accountant stelt vast dat per entiteit binnen de groep dezelfde meetperiode is gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel A2: Risico’s en werkzaamheden omzet referentieperiode (kwadrant I) ONDERDEEL OMZET REFERENTIEPERIODE NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant 2.1 Het risico bestaat dat de netto-omzet over de referentieperiode niet is bepaald in overeenstemming met de definitie van artikel 1 lid 2 tot en met lid 5 (rechtspersonen en natuurlijke personen), alsmede de toelichting hierop.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1a De accountant stelt vast dat de omzet voor de referentieperiode correct is berekend in overeenstemming met artikel 1, lid 2 tot en met lid 5 (NOW 5 en NOW 6), artikel 6, (NOW 5) en artikel 5 (NOW 6), de toelichting hierop en de kamerbrief d.d. 9 december 2020 inzake de aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronavirus en bijlage III bij deze brief. De accountant bespreekt met het management hoe deze de opgave heeft opgesteld: hoe de netto-omzet is bepaald t.b.v. de NOW-subsidie rekening houdende met de voorwaarden uit de NOW-regeling; hoe is gewaarborgd dat grondslagen goed zijn toegepast; en hoe de juistheid van de referentie-omzet is gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wordt uitgegaan van de laatste vastgestelde jaarrekening 2019 voor 1 november 2021 (NOW 5) of 1 januari 2022 (NOW 6). Verwezen wordt ook naar paragraaf 2.2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Het risico bestaat dat de netto-omzet in de referentieperiode nog niet is samengesteld c.q. vastgesteld als onderdeel van de jaarrekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2a De accountant stelt vast dat de werkgever de relevante jaarrekening(en) heeft vastgesteld zoals opgenomen bij 2.1a of dat de samenstellingsverklaring (of beoordelingsverklaring) hierbij door de accountant is afgegeven en dat de omzet uit de referentieperiode aansluit (of is aangesloten) op de relevante jaarrekening(en). Voor zover er rekening is gehouden met buitenlandse organisaties is van belang dat buitenlandse ondernemingen zonder Nederlands SV-loon niet worden meegenomen in de berekening van de omzet van de referentieperiode en de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2b Indien de relevante jaarrekening(en) nog niet is/zijn vastgesteld c.q. de samenstellingsverklaring (of beoordelingsverklaring) nog niet is afgegeven voor zoals opgenomen bij 2.1a wordt dit proces bij voorkeur eerst afgerond. Indien dit niet mogelijk is, dan dient de accountant de achterliggende administratie te betrekken bij zijn onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2c Indien sprake is van een gebroken boekjaar:</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant stelt vast dat de werkgever de relevante jaarrekening(en) heeft vastgesteld of dat de samenstellingsverklaring hierbij door de accountant is afgegeven Indien niet, zie 2.2b.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 Het risico bestaat dat in geval van een gebroken boekjaar de afgrenzing niet correct is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3a De accountant stelt bij een gebroken boekjaar de toerekening van de omzet vast door:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Aansluiting met de Btw-afdrachten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Aansluiting met de administratie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>De beoordeling van de verwerking van facturen rondom de afgrenzingsdatum (1 januari 2019 en 31 december 2019) van het gebroken boekjaar bijvoorbeeld de splitsing van de omzet op peilmoment 1 januari 2019 in het gebroken boekjaar 2018/2019 en de splitsing van de omzet op peilmoment 31 december 2019 in het gebroken boekjaar 2019/2020.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.4 Het risico bestaat dat ter bepaling van de omzet in de referentieperiode niet het juiste aantal maanden is genomen ter bepaling/berekening van de omzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4a Indien er sprake is van een onderneming die na 1 januari 2019 is gestart c.q. is afgestoten stelt de accountant de juiste ingangsdatum vast aan de hand van officiële documenten zoals contracten, notariële aktes etc. Bij start, overgang of beëindiging van onderneming na 1 januari 2019 kan een afwijkende berekening gelden (zie paragraaf 2.2.2 en 2.2.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4b Indien er sprake is van overgang van onderneming (overgang van een economische eenheid) of een zuivere aandelentransactie) in de periode vanaf 2 januari 2019 tot en met 1 oktober 2021 stelt de accountant de juiste ingangsdatum vast aan de hand van officiële documenten zoals contracten, notariële aktes etc. Bij start of overgang van onderneming/zuivere aandelentransactie na 1 januari 2019 geldt een afwijkende berekening (zie paragraaf 2.2.2. en 2.2.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5 Het risico bestaat dat de afgrenzing van de netto-omzet in de referentieperiode niet juist heeft plaatsgevonden omdat de jaarrekening nog niet is samengesteld, beoordeeld ten tijde van de start van de meetperiode. Het risico is dat de netto-omzet in de referentieperiode ten onrechte hoger wordt vastgesteld en zo een hogere omzetdaling wordt gerealiseerd 2.5a De accountant stelt vast dat de omzet in de juiste periode (jaar) is verantwoord waarbij met name aandacht moet zijn voor verschuivingen van omzet naar de referentieperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5b De accountant stelt vast dat de omzet 2019 aansluit met de aangifte BTW / suppletieaangifte en eventuele subsidiebeschikkingen (ook onderdeel van de netto-omzet volgens de regeling artikel 6, lid 10 NOW 5 en artikel 5 lid 10 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager gebruikt maakt van aan andere referentieperiode stelt de accountant de aansluiting op eenzelfde manier vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5c De accountant analyseert de handmatige journaalposten, creditboekingen/nota’s, kortingen en ongebruikelijke boekingen per jaareinde 2019/einde referentieperiode (afgrenzing) op relevantie voor de regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager gebruikt maakt van aan andere referentieperiode analyseert de accountant de handmatige journaalposten, creditboekingen/nota’s, kortingen en ongebruikelijke boekingen na afloop van referentieperiode op relevantie voor de regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5d De accountant stelt van facturen geboekt in december 2019 vast dat de leveringsdatum/datum van de goederen/dienstverlening niet in 2020 is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager gebruikt maakt van aan andere referentieperiode stelt de accountant vast dat de facturen geboekt in de desbetreffende maanden ook een leveringsdatum/datum van goederen/dienstverlening in de referentieperiode hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5e De accountant analyseert de bepaling van het onderhanden werk/ onderhanden projecten op tendenties om omzet in de referentieperiode te boeken. (Bijvoorbeeld; meerwerk 2020 ten onrechte meenemen in 2019).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5f Omzetbonussen moeten in de juiste periode opgenomen worden. Bij het samenstellen houdt de accountant hier rekening mee. Als voorbeeld; omzetbonussen over 2020 dienen in boekjaar 2020 verantwoord te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel A3: Risico’s en werkzaamheden omzet meetperiode (kwadrant I) ONDERDEEL OMZET MEETPERIODE NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant 3.1 Het risico bestaat dat de omzetdefinitie niet consistent is gehanteerd 3.1a De accountant stelt vast dat de omzet voor de meetperiode correct is berekend in overeenstemming met artikel 1, lid 2 tot en met 5 en artikel 6 (NOW 5)/artikel 1, lid 2 tot en met 5 en artikel 5 (NOW 6) de toelichting hierop en de Kamerbrief d.d. 9 december inzake de aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronavirus en bijlage III bij deze brief en hierbij sprake is van een consistente toepassing conform de in de laatst vastgestelde jaarrekening /IB-aangifte gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling. Doel hiervan is dat dezelfde grondslagen van waardering en resultaatbepaling gehanteerd worden voor de omzetbepaling in de referentieperiode als in de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1b De accountant stelt, in geval van NOW aanvragen voor aansluitende tijdvakken, bij de afgrenzing vast dat, met inachtneming van een consistente toepassing zoals bij het voorgaande punt genoemd, dat de omzet juist en volledig is verwerkt in het juiste tijdvak.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1c De accountant gaat na of er sprake is van een consistente toepassing van de presentatie van de omzet met specifieke aandacht voor de tendentie die het management kan hebben (door bijvoorbeeld omzet te verschuiven of subsidies niet meenemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1d De accountant bespreekt met het management hoe deze de opgave dan wel documenten ten grondslag aan de opgave heeft opgesteld: hoe de netto-omzet is bepaald t.b.v. de NOW-subsidie, rekening houdende met de voorwaarden uit de NOW regeling; hoe is gewaarborgd dat grondslagen goed zijn toegepast; en hoe juistheid en volledigheid van de omzet in de meetperiode is gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1e De accountant neemt kennis van de interne managementrapportages en notulen en onderzoekt verschillen met de verantwoording voor de NOW-subsidie alsmede mogelijke tendenties die hieruit blijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1f De accountant sluit de omzet zoals opgenomen in de aanvraag tot vaststelling aan met de financiële administratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1g De accountant gaat de juiste classificatie/presentatie van omzet na met specifieke aandacht voor de tendentie die het management hierbij kan hebben (door bijvoorbeeld subsidies niet mee te nemen).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Het risico bestaat dat de meetperiode volgens de aanvraag gedaan bij opening van de regeling niet overeenkomt met de meetperiode zoals gebruikt in het formulier tot vaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2a De accountant vergelijkt de meetperiode volgens de aanvraag met het formulier tot vaststelling. De accountant dient vast te stellen dat de meetperiode overeenkomt met de aanvraag voor de subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 Het risico bestaat dat binnen de groep aanvragen zijn ingediend bij de opening van de regeling waarbij entiteiten binnen groep verschillende meetperiodes hebben gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3a De accountant stelt vast dat de meetperiode voor alle aanvragen tot vaststelling binnen het concern/groep gelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant dient vast te stellen dat de periode in aanvraag tot vaststelling overeenkomt met de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkgever en het concern/groep hebben anders een aanvraag gedaan die in strijd is met de regeling. Werkgever en het concern moeten dan eerst de fout herstellen. Anders kan er niet een juist vaststellingsverzoek worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4 Het risico bestaat dat de afgrenzing van de netto-omzet in de meetperiode niet juist heeft plaatsgevonden. Het risico is dat de omzet in de meetperiode te laag wordt opgegeven waardoor een te grote omzetdaling wordt gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4a De accountant doet onderzoek of de omzet in de juiste meetperiode is verantwoord waarbij met name aandacht moet zijn voor verschuivingen van omzet in de meetperiode naar vóór of na de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4b De accountant voert een cijferanalyse uit op de netto-omzet voor wat betreft de periode vóór de meetperiode, de periode tijdens de meetperiode en de periode na de meetperiode met als doel mogelijke verschuivingen van de omzet van de meetperiode naar buiten de meetperiode te detecteren. Hij stelt vast of er uitkomsten zijn die nader in detail onderzocht moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting; denk hierbij aan cijferanalyses (inclusief mogelijke logische verbanden) van omzet en debiteuren, voorraden/OHW, inkopen versus verkopen en urenregistraties (kosten van de omzet) gericht op risico’s van verschuivingsgevaar o.b.v. verwachtingen en mogelijke patronen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4c De accountant stelt vast dat de netto omzet in de gekozen meetperiode aansluit op de gerapporteerde omzet in het formulier aanvraag tot vaststelling en stel vast dat er ook een aansluiting is met de financiële administratie, tussentijdse rapportages etc. Let daarbij op de juiste afgrenzing, relevantie van OHW, bestendige toepassing van verslaggevingsprincipes, boekingen op juiste rekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4d De accountant stelt de aansluiting vast met de aangifte BTW / suppletieaangifte en eventuele subsidiebeschikkingen (indien ook onderdeel van de netto-omzet volgens artikel 6, lid 10 NOW 5 en artikel 5 lid 10 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4e De accountant analyseert de handmatige journaalposten, creditboekingen/nota’s, kortingen en ongebruikelijke boekingen (afgrenzing) op juistheid met inachtneming van de geïdentificeerde risico’s op grond van de geldende regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4f De accountant analyseert de bepaling van het onderhanden werk/onderhanden projecten op tendenties om omzet buiten de meetperiode te boeken. (Bijvoorbeeld; meerwerk 2020 ten onrechte meenemen in 2019).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4g De accountant analyseert de berekening van nog te verstrekken bonussen gerelateerd aan verkopen/ omzet die betrekking hebben op de omzet in de meetperiode door af te stemmen met contracten, de voor de berekening relevante informatie te beoordelen en na te gaan of deze aansluit op de verantwoorde omzet in de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4h De accountant stelt aan de hand van de bankafschriften en kasontvangsten vast of zowel voorafgaande, gedurende als na afloop van de meetperiode de omzet samenhangend met de ontvangen gelden op een correcte wijze zijn toegerekend aan de meetperiode en gaat na of hier aanwijzingen voor opbrengsten uit naar voren komen die niet als omzet in de meetperiode zijn verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4i De accountant neemt het grootboek door op mogelijke niet op omzetrekeningen geboekte omzet. Hij beoordeelt daar met name boekingen die in het dagboek verkoop (of het dagboek waar normaliter de omzet in wordt geboekt, bijvoorbeeld kasboek bij horeca) zijn geboekt maar niet op een omzetrekening zijn geboekt en overige onverklaarbare creditboekingen op andere grootboekrekeningen, zoals bijvoorbeeld tussenrekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant onderzoekt de geboekte omzet door analyse en overige werkzaamheden uit te voeren t.a.v. de omzet geboekt voorafgaande aan de meetperiode en na afloop de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting: Risico is dat omzet buiten de meetperiode wordt verantwoord terwijl die wel betrekking wel heeft op de meetperiode (levering heeft wel plaatsgevonden bijvoorbeeld).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5 Omzet verantwoorden buiten de entiteit/groep. Het risico bestaat dat activiteiten en of omzet buiten de entiteit is verantwoord, bv. winkel binnen winkel, andere entiteit, van zakelijk naar privé (volledigheid en afgrenzing).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5a De accountant bespreekt met het management hoe COVID-19 effect heeft gehad op de activiteiten en wat het management heeft gedaan om de onderneming overeind te houden. Aanvullend bespreken of in de administratie voldoende aandacht is geweest voor het risico dat activiteiten en of omzet buiten de omzetverantwoording is gehouden (bijvoorbeeld door verschuiving naar een andere/nieuw opgerichte entiteit) of dat er naar de mening van het management mogelijk omzet niet in de administratie is verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant gaat hierbij tevens na of op andere manieren omzet gerealiseerd is die niet verantwoord is. Dit betreft onder meer de omzet uit nieuwe, alternatieve, activiteiten, omzetcompensatie-subsidies en omzet samenhangend met het uitlenen van personeel aan andere organisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.6 Het risico bestaat dat transacties met verbonden partijen niet volledig en nauwkeurig zijn verantwoord (niet at ‘arms length’).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.6a De accountant bespreekt met management of transacties met verbonden partijen hebben plaatsgevonden en zo ja, of deze goed zijn verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.7 Het risico bestaat op onjuiste presentatie en waardering van netto-omzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.7a De accountant stelt vast dat dezelfde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gehanteerd voor de meetperiode als voor de laatst vastgestelde jaarrekening (peildata zie 2.1a).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.8 Het risico bestaat dat andere netto-omzet niet wordt verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.8a De accountant gaat na of vervreemde activa met opbrengsten op een juiste wijze zijn verantwoord in de omzet. Gedacht kan worden aan afvalproducten met opbrengsten of incourante voorraden met een restwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.8b De accountant beoordeelt contracten, notulen op (incidentele) omzet en omzet elders verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.9 Het risico bestaat dat barter/ruil transacties niet verwerkt zijn als omzet en kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.9a De accountant bespreekt met het management of barter-transacties (ruiltransacties) hebben plaatsgevonden en hoe deze zijn verwerkt. Hij onderzoekt daartoe notulen en andere documentatie om vast te stellen dat alle barter-transacties zijn geïdentificeerd en verwerkt conform de grondslagen van de vennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.10 Het risico bestaat dat niet-betaalde of oninbare facturen niet zijn opgegeven als omzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.10a De accountant stelt vast dat facturen in de juiste periode zijn verantwoord, ook als er sprake is van (mogelijke) oninbaarheid. Hij let hierbij onder andere op opeenvolgende nummering en dateringen op de facturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting: ook al zijn de facturen nog niet (of later) betaald of oninbaar, dan dienen deze wel als omzet te worden meegenomen (uitgezonderd verantwoordingen op kasstelsel).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.11 Het risico bestaat dat onderneming andere subsidieregelingen niet heeft verantwoord in de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.11a Overige baten die behoren tot de normale activiteiten van de organisatie behoren ook tot de omzet worden gerekend (zie artikel 1 lid 2). Onder overige baten vallen bijvoorbeeld ook de subsidies die bedoeld zijn als compensatie van de omzetdaling niet zijnde de NOW-subsidie (met uitzondering van de TVL vanaf NOW 3) De accountant stelt vast of ook aanspraak is gemaakt op andere subsidieregelingen en of de verantwoording in de juiste periode heeft plaatsgevonden daarbij rekening houdende met de nadere verduidelijking van het omzetbegrip in de Kamerbrief d.d. 9 december 2020 inzake de aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronavirus en bijlage III bij deze brief.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12 Het risico bestaat dat facturatie niet in de juiste periode hebben plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12a De accountant analyseert de vooruit gefactureerde posten en de vooruit ontvangsten van klanten in de meetperiode en vooruit gefactureerde posten en vooruit ontvangsten in de periode vóór de meetperiode. De accountant gaat na dat verantwoording in de juiste periode heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel A4: Risico’s en specifieke werkzaamheden loonsom (kwadrant I) ONDERDEEL LOONSOM NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant 4.1 Het risico bestaat dat de lonen en salarissen niet uitbetaald worden terwijl wel de NOW vergoeding wordt geclaimd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1a De accountant stelt vast dat de lonen en salarissen over de periode behorende bij de desbetreffende tranche van de NOW 5 en de NOW 6 uitbetaald zijn door een aansluiting te maken tussen de gerapporteerde loonheffingennummers met bijbehorende loonaangifte, de salarisadministratie en de bankbetalingen. Indien dit niet aansluit, gaat hij na of na deze periode er salarisbetalingen hebben plaatsgevonden die zien op de loonaangifte van de eerdere periode (foutherstel), waardoor vastgesteld kan worden dat de salarissen zijn betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Het risico bestaat dat de lonen en salarissen niet op de juiste bankrekeningen worden uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2a De accountant stelt vast dat de uitbetaling van de lonen en salarissen is gedaan op basis van de bankrekeningnummers van de werknemers. Dit kan hij doen door aansluiting te zoeken met het personeelsdossier van de werknemer. Hij beoordeelt daarbij eventuele wijzigingen in de bankrekeningnummers in de periode behorende bij de desbetreffende tranche van de NOW 5 en de NOW 6 ten opzichte van bankrekeningnummers in voorgaande maanden. Indien dit niet mogelijk is kan er ook gebruik worden gemaakt van een opgave van de medewerker waarin deze verklaart dat het salaris is ontvangen (door middel van een steekproef) en waarbij de omvang van het aantal te controleren salarisbetalingen geschiedt op basis van de risico-inschatting door de accountant en hij hierbij ook rekening houdt met een spreiding over de maanden van de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3 Het risico bestaat dat de loonsom op niveau wordt gehouden door het afsluiten van gefingeerde arbeidsovereenkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3a De accountant beoordeelt gedurende de periode behorende bij de desbetreffende tranche van de NOW 5 en de NOW 6 de nieuwe dienstverbanden en uitbreidingen van dienstverbanden op aannemelijkheid op basis van een gesprek met het management en eventuele overige documentatie, zoals arbeidsovereenkomsten, over de functie en werkzaamheden van het nieuw aangenomen personeel c.q. de uitbreiding van het dienstverband, toegang die zij hebben tot de werkplek en het bestaan van vacatures.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een mogelijke werkzaamheid is dat de accountant de uitdiensttredingen na afloop van de desbetreffende NOW periode in het personeelsbestand in zijn onderzoek betrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel A.5 risico’s en specifieke werkzaamheden verbod op uitkering bonussen en dividenden en verbod op inkoop eigen aandelen ONDERDEEL VERBOD UITKERING BONUSSEN EN DIVIDENDEN EN VERBOD INKOOP EIGEN AANDELEN NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant 5.1 Het risico bestaat dat er bonussen worden uitgekeerd aan de Raad van Bestuur en directie van het concern, dat er eigen aandelen worden ingekocht of dividend uitgekeerd (artikel 16 NOW 5, artikel 13 NOW 6) 5.1a De accountant stelt vast dat de werkgever of rechtspersoon over 2021 (NOW 5) en over 2022 (NOW 6) geen dividenden heeft uitgekeerd aan aandeelhouders of bonussen aan de Raad van Bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap, waaronder mede begrepen winstuitdelingen, en er ook geen eigen aandelen ingekocht zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiertoe treedt hij in overleg met de Raad van Bestuur en de directie van het concern en de werkmaatschappij(en)/tussenholding. In dit overleg zal hij ook navraag doen of de Raad van Bestuur en de directie voornemens zijn om later bonussen/dividend uit te keren en/of eigen aandelen in te kopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onderzoek hiernaar dient rekening gehouden te worden met de aard van de aanvraag; dit kan op grond van artikel 6 of 7 van de NOW 5 of artikel 5 of 6 van de NOW 6. Voor beide artikelen ziet het verbod op dividend, bonus en de inkoop van eigen aandelen toe op een verschillende groep aan werkgevers of rechtspersonen die deel uit maken van een groep (zie artikel 16 lid 1en lid 4 van de NOW 5 en artikel 13 lid 1 en lid 4 van de NOW 6). Daarnaast is bij aanvragen op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 de hoogte van het voorschot en de hoogte van het bedrag conform de aanvraag tot vaststelling van belang (zie artikel 16 lid 3 NOW 5 en artikel 13 lid 3 NOW 6). Indien is aangevraagd op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 dient er altijd een controle naar de verbodsbepalingen plaats te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1b De accountant neemt tenminste kennis van de notulen van de Raad van Bestuur betreffende eventuele bonussen en dividenden die zijn uitgekeerd over 2021 ten behoeve van de NOW5 en 2022 ten behoeve van de NOW6 en eigen aandelen die zijn ingekocht in 2021 (NOW5)/2022 (NOW6).</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant kan nog andere werkzaamheden, zoals een interview met het management en raadplegen van persberichten, uitvoeren op grond waarvan hij vaststelt dat het aannemelijk is dat er geen bonussen en dividend zijn uitgekeerd en geen eigen aandelen zijn ingekocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1c De accountant stelt vast door analyse van de personeelskosten dat er geen bonussen zijn uitgekeerd aan de Raad van bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap, waaronder mede begrepen winstuitdelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Het risico bestaat dat er geen schriftelijke overeenkomst is over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het bonus- en dividendbeleid in het kader van artikel 16 lid 2 NOW 5, artikel 13, lid 2 NOW 6) 5.2a De accountant gaat na of er tijdig (voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling) een schriftelijke overeenkomst over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het bonus- en dividendbeleid is gesloten met tenminste één belanghebbende vereniging van werknemers. Hij neemt kennis van de overeenkomst met de belanghebbende vereniging van werknemers en treedt, indien nodig, in contact met de belanghebbende vereniging van werknemers (artikel 16 lid 2 NOW 5, artikel 13 lid 2 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deel B Nadere toelichting tabellen voor assurance-opdrachten (kwadranten II, III en IV en aanvragen op grond van artikel 7 NOW 5 en artikel 6 NOW 6) Hierna zijn tabellen opgenomen met mogelijke risico’s die zijn geïdentificeerd in het kader van de regeling en mogelijke werkzaamheden die door een accountant kunnen worden uitgevoerd in het kader van een assurance-opdracht. Niet alle risico’s in deze tabellen zullen bij elke organisatie relevant zijn en deze tabellen bevatten ook niet alle risico’s. Hetzelfde geldt voor de kolom met mogelijke werkzaamheden om informatie te verkrijgen dat de risico’s niet hebben geleid tot een materiële afwijking. De accountant zal op basis van de specifieke situatie in het kader van zijn professioneel-kritische instelling en risicoanalyse moeten bepalen welke risico’s aanwezig zijn en welke werkzaamheden hij uit zal voeren om hierop in te spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is het ook mogelijk dat er andere risico’s en werkzaamheden zijn die niet zijn opgenomen in de tabellen. De accountant zal de werkzaamheden dan ook op maat moeten maken en deze zijn onder meer afhankelijk van de typologie, of de accountant al dan niet moet, wil en/of kan steunen op de AO/IB, of er eerder accountantscontrole heeft plaatsgevonden, of er wijzigingen zijn in omstandigheden bij de werkgever, etc. De accountant is verantwoordelijk om voldoende en geschikte assurance-informatie te verzamelen voor zijn assurance-rapport. Hierbij is relevant dat de gebruiker van de accountant verwacht dat er een volledige risicoanalyse en planning en uitvoering van de werkzaamheden heeft plaatsgevonden en is vastgelegd in het dossier, die bij een assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid gelijk is aan die met een redelijke mate van zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen bij de evaluatie en rapportering zullen beide opdrachten uit elkaar lopen. Dat wordt hieronder (schuingedrukt) uiteengezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor inherente beperkingen met betrekking de AO/IB samenhangend met de omzet geldt het volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van een assurance-opdracht met een redelijke mate van zekerheid is het van belang dat de accountant vaststelt dat de onvervangbare maatregelen van AO/IB, die van invloed zijn op de vaststelling van de omzet hebben gefunctioneerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dat niet het geval is, kan dat niet gecompenseerd worden met gegevensgerichte werkzaamheden. De gebruikers verwachten echter dat de organisaties waarvan een assurance-rapport met een redelijke mate van zekerheid wordt gevraagd een dusdanig grote omvang hebben dat het functioneren van de onvervangbare maatregelen van AO/IB, ook gedurende de periode van COVID-19, veelal van voldoende niveau is gebleven c.q. had moeten blijven, en dat dit achteraf door de accountant kan worden vastgesteld. Mocht dit desondanks niet het geval zijn, dan dient de accountant de omvang en diepgang van de werkzaamheden uit te breiden, in vergelijking met situaties waarin de accountant wél heeft kunnen vaststellen dat de betreffende procedures, inclusief onvervangbare maatregelen van AO/IB, toereikend zijn én ook gedurende de meetperiode in voldoende mate hebben gefunctioneerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts dient de accountant in een dergelijke situatie in zijn assurance-rapport de eventuele oordeelonthouding in een afzonderlijke paragraaf te onderbouwen en hierbij gebruik te maken van het format dat beschikbaar gesteld wordt. De Minister van SZW en het UWV verzoeken daarom de accountant in een oordeelonthouding tot uitdrukking te brengen, indien van toepassing, dat deze oordeelonthouding uitsluitend komt door inherente beperkingen zoals toegelicht in Standaard 3900N. Dit laatste is voor de gebruikers van belang om het recht op en de hoogte van de subsidie te kunnen vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij organisaties waar gevraagd wordt om een assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid zou het kunnen zijn dat de AO/IB samenhangend met de omzet, gezien de relatief beperktere omvang van de onderneming, niet van voldoende niveau is en/of niet voldoende heeft gefunctioneerd om een oordeel te geven met een beperkte mate van zekerheid in het kader van het NOW onderzoek. Het niet voldoende aanwezig zijn of niet voldoende functioneren van procedures ten behoeve van de omzet hoeft voor deze opdracht derhalve geen gevolgen te hebben voor de strekking van de conclusie die wordt verstrekt aan UWV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Benadrukt wordt dat de accountant in dergelijke situaties wel de omvang en diepgang van de (gegevensgerichte) werkzaamheden dient uit te breiden, in vergelijking met situaties waarin de accountant wél heeft kunnen vaststellen dat de betreffende procedures, inclusief onvervangbare maatregelen van AO/IB, toereikend zijn én ook gedurende de meetperiode in voldoende mate hebben gefunctioneerd. Hierbij wordt ook verwezen naar hetgeen in Standaard 3900N is vermeld hierover.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de tabel C1 zijn verplichte door de accountant uit te voeren werkzaamheden opgenomen in geval van de constatering dat er t.a.v. de NOW-groep geen voldoende zekerheid verworven kan worden, leidende tot een inherente beperking (tabel C1). In tabel C2 zijn werkzaamheden opgenomen die de accountant minimaal dient te verrichten in het kader van de vaststelling van het bestaan van Nederlands SV-loon bij buitenlandse entiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tabellen voor de assurance opdracht zijn als volgt onderverdeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B1: Risico’s en werkzaamheden rapportage juiste niveau omzetdaling Tabel B2: Risico’s en werkzaamheden netto-omzet referentieperiode Tabel B3: Risico’s en werkzaamheden netto-omzet meetperiode Tabel B4: Risico’s specifieke werkzaamheden loonsom Tabel B5: Risico’s en specifieke werkzaamheden verbod op uitkering bonussen en dividenden en verbod op inkoop eigen aandelen Tabel B6: Aanvullende risico’s en aanvullende werkzaamheden inzake artikel 7 NOW 5 en artikel 6 NOW 6 Tabel C1: Verplichte werkzaamheden in geval van een inherente beperking t.a.v de NOW-groep Tabel C2: Verplichte werkzaamheden inzake het onderzoek naar Nederlandse SV-lonen bij buitenlandse entiteiten Deel B Tabellen voor assurance-opdrachten Tabel B1: Risico’s en werkzaamheden bepaling juiste niveau omzet ONDERDEEL NIVEAU GROEPS-/WERKMAATSCHAPPIJ NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant 1.1 Het risico bestaat dat de werkgever het omzet verlies berekent op het niveau van de werkgever en niet op het niveau van de relevante groep of moeder(s)/dochter(s).</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1a De accountant stelt vast dat de omzetdaling in de meetperiode op het juiste organisatorische niveau is berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1b De accountant gaat na wie de aandeelhouders zijn van de organisatie van de werkgever, en waar relevant wie haar aandeelhouders zijn tot op het hoogste groepsniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1c De accountant gaat na welke entiteiten tot de groep op het hoogste niveau behoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1d De accountant gaat na dat de netto-omzet van alle Nederlandse organisaties alsmede buitenlandse organisaties met Nederlands SV-loon zijn meegenomen om tot de omzetdaling te komen zoals opgenomen in de aanvraag tot vaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Het risico bestaat dat de organisatie van de werkgever zich niet realiseert dat haar buitenlandse moeder andere deelnemingen met Nederlands SV loon heeft 1.2a De accountant stelt vast (ook in geval van wijzigingen hierin) dat bij de bepaling van de omzetdaling rekening is gehouden is met alle relevante entiteiten. Hij verkrijgt daartoe de juridische structuur per 1 november 2021 (NOW 5)/ per 1 januari 2022 (NOW 6) en vergelijkt deze met 2019 en stelt vast of er wijzigingen (overnames, afstotingen, starters binnen het concern) hebben plaatsgevonden en op welk moment tussen 1 januari 2019 en de 1 november 2021 (NOW 5) of 1 januari 2022 (NOW 6) De accountant kan hierbij gebruik maken van de jaarrekeningen van de moedermaatschappij op het hoogste niveau en aanvullende documenten waaruit blijkt welke Nederlandse deelnemingen en welke buitenlande deelnemingen met SV-loon in deze jaarrekening zijn geconsolideerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3 Het risico bestaat dat binnen de groep niet dezelfde meetperiode is gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3a De accountant stelt vast dat per entiteit binnen de groep dezelfde meetperiode is gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de specifieke risico’s, en de daaraan gekoppelde werkzaamheden m.b.t. aanvragen tot vaststelling op niveau van werkmaatschappij (gebruik van artikel 7 NOW 5 en artikel 6 NOW 6) wordt verwezen naar tabel B5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B.2: Risico’s en werkzaamheden omzet referentieperiode ONDERDEEL OMZET REFERENTIEPERIODE NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant 2.1 Het risico bestaat dat de netto-omzet over de referentieperiode niet is bepaald in overeenstemming met de definitie van artikel 1 lid 2 tot en met 5 (rechtspersonen en natuurlijke personen), alsmede de toelichting hierop.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1a De accountant stelt vast dat de omzet voor de referentieperiode correct is berekend in overeenstemming met artikel 1, lid 2 tot en met 5 (NOW 5 en NOW 6), artikel 6 (NOW 5) en artikel 5 (NOW 6), de toelichting hierop en de kamerbrief d.d. 9 december 2020 inzake de aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronavirus en bijlage III bij deze brief. De accountant bespreekt met het management hoe deze de opgave heeft opgesteld: hoe de netto-omzet is bepaald t.b.v. de NOW-subsidie rekening houdende met de voorwaarden uit NOW-regeling; hoe is gewaarborgd dat grondslagen goed zijn toegepast; en hoe de juistheid van de referentie-omzet is gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wordt uitgegaan van de laatste vastgestelde jaarrekening 2019 voor 1 november 2021 (NOW 5) of 1 januari 2022 (NOW 6). Verwezen wordt ook naar paragraaf 2.2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Het risico bestaat dat de netto-omzet in de referentieperiode nog niet is gecontroleerd c.q. vastgesteld als onderdeel van de jaarrekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2a De accountant stelt vast dat de werkgever de relevante jaarrekening(en) heeft vastgesteld of dat de controle hierop door de accountant is afgerond zoals opgenomen bij 2.1a en dat de omzet uit de referentieperiode aansluit op de jaarrekening. Voor zover er rekening is gehouden met buitenlandse organisaties is van belang dat buitenlandse ondernemingen zonder Nederlands SV-loon niet worden meegenomen in de berekening van de omzet van de referentieperiode en de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2b Indien de jaarrekeningcontrole, beoordeling of samenstelling nog niet is afgerond voor de peildata zoals opgenomen bij 2.1a wordt dit proces bij voorkeur eerst afgerond, of dient/dienen de relevante jaarrekening(en) eerst te worden vastgesteld. Hierbij dient aandacht te zijn voor de omstandigheid dat de jaarrekening is vastgesteld na de peildata zoals opgenomen bij 2.1a (in verband met het mogelijk verhoogde verschuivingsrisico indien er sprake is van een vaststelling na bekendmaking van de NOW-regeling), tenzij de accountant niet in de samenstellingsopdracht of beoordelingsopdracht voor de jaarrekening al rekening mee heeft gehouden. Zie hierna ook 2.5 in deze tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2c Indien sprake is van een gebroken boekjaar:</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant stelt vast dat de werkgever de relevante jaarrekeningen heeft vastgesteld of dat de controle hierop door de accountant is afgerond voor de peildata zoals opgenomen bij 2.1a. Indien niet, zie 2b.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 Het risico bestaat dat in geval van een gebroken boekjaar de afgrenzing niet correct is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3a De accountant stelt bij een gebroken boekjaar de toerekening van de omzet vast door;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Aansluiting met de BTW-afdrachten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Afstemming met de administratie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>De beoordeling van de verwerking van facturen rondom de afgrenzingsdatum (1 januari 2019 en 31 december 2019) van het gebroken boekjaar bijvoorbeeld de splitsing van de omzet op peilmoment 1 januari 2019 in het gebroken boekjaar 2018/2019 en de splitsing van de omzet op peilmoment 31 december 2019 in het gebroken boekjaar 2019/2020.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.4 Het risico bestaat dat ter bepaling van de omzet in de referentieperiode niet het juiste aantal maanden is genomen ter bepaling/berekening van de omzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4a Indien er sprake is van een onderneming die na 1 januari 2019 is gestart stelt de accountant de juiste ingangsdatum vast aan de hand van officiële documenten zoals contracten, notariële aktes etc. Bij start, overgang of beëindiging van een onderneming na 1 januari 2019 kan een afwijkende berekening gelden (zie paragraaf 2.2.2 en 2.2.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4b Indien er sprake is van overgang van onderneming (overgang van een economische eenheid) of een zuivere aandelentransactie) in de periode vanaf 2 januari 2019 tot en met 1 oktober 20211 stelt de accountant de juiste ingangsdatum vast aan de hand van officiële documenten zoals contracten, notariële aktes etc. Bij start of overgang van onderneming/zuivere aandelentransactie na 1 januari 2019 geldt een afwijkende berekening (zie paragraaf 2.2.2 en 2.2.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5 Het risico bestaat dat de afgrenzing van de netto-omzet (referentieperiode) niet juist heeft plaatsgevonden omdat de werkgever niet controleplichtig was en de jaarrekening niet voor 1 november 2021 is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5a De accountant stelt vast dat de omzet in de juiste periode (jaar) is verantwoord waarbij met name aandacht moet zijn voor verschuivingen van omzet, creditboekingen, aanpassingen in onderhanden projecten etc. naar de referentieperiode om hiermee een grotere omzetdaling te realiseren. De mate van diepgang van de werkzaamheden van de accountant is mede afhankelijk van de kwaliteit van de administratieve organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5b De accountant stelt vast dat de omzet 2019 aansluit met de aangifte BTW / suppletieaangifte en eventuele subsidiebeschikkingen (ook onderdeel van de netto-omzet volgens de regeling artikel 6, lid 10 NOW 5 en artikel 5 lid 10 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager gebruikt maakt van aan andere referentieperiode stelt de accountant de aansluiting op eenzelfde manier vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5c De accountant analyseert de handmatige journaalposten en ongebruikelijke boekingen per jaareinde 2019 (afgrenzing) op relevantie voor de regeling. Het risico hierbij is dat de netto-omzet 2019 ten onrechte hoger wordt voorgesteld).</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager gebruikt maakt van aan andere referentieperiode analyseert de accountant de handmatige journaalposten, creditboekingen/nota’s, kortingen en ongebruikelijke boekingen na afloop van referentieperiode op relevantie voor de regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5d De accountant stelt van facturen geboekt in december 2019 vast dat de leveringsdatum/datum van de dienstverlening niet in 2020 is i.v.m. risico op verschuiving omzet naar 2019 om zodoende hogere omzetdaling te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager gebruikt maakt van aan andere referentieperiode analyseert de accountant de handmatige journaalposten, creditboekingen/nota’s, kortingen en ongebruikelijke boekingen na afloop van referentieperiode op relevantie voor de regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5e De accountant analyseert de bepaling van het onderhanden werk op tendenties om omzet naar de referentieperiode te boeken. (Bijvoorbeeld meerwerk 2020 ten onrechte meenemen in 2019).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5f De accountant analyseert de berekening van nog te verstrekken bonussen gerelateerd aan verkopen/ omzet die betrekking hebben op de omzet in de meetperiode door af te stemmen met contracten, de voor de berekening relevante informatie te beoordelen en na te gaan of deze aansluit op de verantwoorde omzet in de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B3: Risico’s en werkzaamheden omzet meetperiode ONDERDEEL OMZET MEETPERIODE NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant 3.1 Het risico bestaat dat de omzetdefinitie niet juist/consistent is gehanteerd 3.1a De accountant stelt vast dat de omzet voor de meetperiode correct is berekend in overeenstemming met artikel 1, lid 2 tot en met 5 en artikel 6 (NOW 5)/artikel 1, lid 2 tot en met 5 en artikel 5 (NOW 6)de toelichting hierop en de Kamerbrief d.d. 9 december inzake de aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronavirus en bijlage III bij deze brief en hierbij sprake is van een consistente toepassing conform de in de laatst vastgestelde jaarrekening /IB-aangifte gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling. Doel hiervan is dat dezelfde grondslagen van waardering en resultaatbepaling gehanteerd worden voor de omzetbepaling in de referentieperiode als in de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1.b De accountant stelt, in geval van NOW aanvragen voor aansluitende tijdvakken bij de afgrenzing vast dat, met inachtneming van een consistente toepassing zoals bij het voorgaande punt genoemd, dat de omzet juist en volledig is verwerkt in het juiste tijdvak.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1c De accountant gaat na of er sprake is van een consistente toepassing van de presentatie van de omzet met specifieke aandacht voor de tendentie die het management kan hebben (door bijvoorbeeld omzet te verschuiven of subsidies niet meenemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1d De accountant neemt kennis van de interne managementrapportages en notulen en onderzoekt verschillen met de verantwoording voor de NOW-subsidie alsmede mogelijke tendenties die hieruit blijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1e De accountant sluit de aanvraag tot vaststelling aan op de financiële administratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1f De accountant gaat de juiste classificatie/presentatie van omzet na met specifieke aandacht voor de tendentie die het management hierbij kan hebben (door bijv. omzet te verschuiven of subsidies niet mee te nemen).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1g De accountant toetst of in de meetperiode sprake is geweest van een toereikende functionerende administratieve organisatie, voor wat betreft de onvervangbare maatregelen van interne beheersing die van belang zijn voor onderzoek naar de verantwoording van de omzet over de meetperiode. Voor de overige maatregelen van AO/IB beoordeelt de accountant de opzet en het bestaan en afhankelijk of de accountant wil en/of kan steunen op de AO/IB toetst hij de werking. Eventuele bevindingen hieromtrent neemt hij mee in zijn onderzoeksaanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1h Indien er sprake is van een voor het onderzoek relevante AO/IB dient de accountant deze te toetsen, evenals de mogelijke wijzigingen in AO/IB. Dit betreft in ieder geval de onvervangbare maatregelen van interne beheersing. Voor de overige maatregelen van AO/IB beoordeelt de accountant de opzet en het bestaan en afhankelijk of de accountant wil en/of kan steunen op de AO/IB toetst hij de werking. De accountant gaat na of er wijzigingen zijn in de AO/IB en of er mogelijkheden voor het management zijn om de AO/IB te doorbreken. De accountant gaat na of er nieuwe/gewijzigde processen zijn en of er mogelijkheden voor het management zijn om de AO/IB te doorbreken. Let op mogelijke wijzigingen in onder meer functiescheiding (ook in de systemen) en integriteit van systemen en gegevens als gevolg van mogelijk gewijzigde situatie (bijv. door thuiswerken, remote control door IT-beheerder, nieuwe processen inclusief nieuwe applicaties daarvoor (change management), aangepaste gebruikersrechten, mutatie prijstabellen). Eventuele bevindingen hieromtrent neemt hij mee in zijn onderzoeksaanpak. Indien de accountant reeds tussentijdse werkzaamheden in het kader van de jaarrekeningcontrole heeft uitgevoerd kan hij de bevindingen hiervan meenemen bij het bepalen van de aard en omvang en uitvoering van de te verrichten werkzaamheden in het kader van het onderzoek naar de aanvraag tot vaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Het risico bestaat dat de meetperiode volgens de aanvraag gedaan bij opening van de regeling niet overeenkomt met de meetperiode zoals gebruikt in het formulier tot vaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2a De accountant vergelijkt de meetperiode volgens de aanvraag met het formulier tot vaststelling. De accountant dient vast te stellen dat de meetperiode voor de aanvragen tot vaststelling gelijk is met de subsidieverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 Het risico bestaat dat binnen de groep aanvragen zijn ingediend bij de opening van de regeling waarbij entiteiten binnen groep verschillende meetperiodes hebben gehanteerd (UWV heeft namelijk geen inzicht in de concernrelaties).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3a De werkgever en het concern/groep hebben dan een aanvraag gedaan die in strijd zijn met de regeling. Werkgever en het concern moeten dan de fout herstellen. Anders kan er niet een juiste aanvraag tot vaststelling worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant dient vast te stellen dat de meetperiode voor alle aanvragen tot vaststelling binnen het concern gelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant dient vast te stellen dat de periode in aanvraag tot vaststelling overeenkomt met de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4 Het risico bestaat dat de afgrenzing van de netto-omzet in de meetperiode in niet juist heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4a De accountant doet onderzoek of de omzet in de juiste meetperiode is verantwoord waarbij met name aandacht moet zijn voor verschuivingen van omzet in de meetperiode naar voor of na de meetperiode, creditboekingen, aanpassingen in onderhanden projecten, de mutatie voorraad gereed product (indien er sprake is van een aanvraag op basis van artikel 7 NOW 5, artikel 6 NOW 6) etc. om hiermee een grotere omzetdaling te realiseren. De mate van diepgang van de werkzaamheden van de accountant is mede afhankelijk van de kwaliteit van de administratieve organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een gecombineerde opdracht (zie verlichting, mogelijk vanaf NOW 3) zal het verschuiven van omzet tussen NOW-verantwoordingsperiodes die allebei onderdeel uitmaken van de gecombineerde opdracht pas als een risico op een materiële afwijking als gevolg van fraude gezien worden als die verschuiving een materiële impact heeft op de totaal toe te kennen NOW steun (indien bijvoorbeeld door een verschuiving van omzet de drempel voor de minimale omzetdaling behaald wordt). De hierbij te gebruiken materialiteit is de materialiteit berekend volgens het accountantsprotocol voor een gecombineerde opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het percentage van de loonsteun en de opslag gelijk zijn in twee verantwoordingsperiodes en in beide periodes is de omzetdaling hoger dan 20% dan is het risico van verschuiving niet relevant voor de controle omdat de impact van de verschuiving op de NOW-subsidie nihil is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de percentages wel verschillend zijn dan zal de accountant na moeten gaan of er zoveel omzet verschoven kan zijn dat dit een materieel effect heeft op de toe te kennen NOW-subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4.b De accountant voert een cijferanalyse uit op de netto-omzet voor wat betreft de periode vóór de meetperiode, de periode tijdens de meetperiode en de periode na de meetperiode met als doel mogelijke verschuivingen van de omzet van de meetperiode naar buiten de meetperiode te detecteren. Hij stelt vast of er uitkomsten zijn die nader in detail onderzocht moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting; denk hierbij aan cijferanalyses (inclusief mogelijke logische verbanden) van omzet en debiteuren, voorraden/OHW, inkopen versus verkopen en urenregistraties (kosten van de omzet) gericht op risico’s van verschuivingsgevaar o.b.v. verwachtingen en mogelijke patronen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4c De accountant bespreekt met het management hoe de interne beheersing is ingericht ten aanzien van maandafsluitingen en hoe dit heeft gewerkt in de meetperiode. De accountant beoordeelt de opzet van de afsluitingsprocedures en stelt het bestaan van deze procedures vast. Afhankelijk of de accountant wil en/of kan steunen op deze procedures, toetst hij de werking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4d De accountant stelt vast dat de netto omzet in de gekozen meetperiode zoals gerapporteerd in het formulier aanvraag tot vaststelling aansluit op de financiële administratie, tussentijdse rapportages etc. Hij let daarbij op de juiste afgrenzing, relevantie van onderhanden projecten, toerekening van baten naar rato van de meetperiode, boekingen op juiste rekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4e De accountant stelt de aansluiting vast met de aangifte BTW / suppletieaangifte en eventuele subsidiebeschikkingen (ook onderdeel van de netto-omzet volgens artikel 6, lid 10 NOW 5 en artikel 5 lid 10 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4f De accountant analyseert de handmatige journaalposten, creditboekingen/nota’s, kortingen en ongebruikelijke boekingen (afgrenzing) op juistheid met inachtneming van de geïdentificeerde risico’s op grond van de geldende regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4g De accountant onderzoekt de bepaling van het onderhanden werk/onderhanden projecten en de mutatie voorraad gereed product (indien er sprake is van een aanvraag op basis van artikel 7 NOW 5, artikel 6 NOW 6) etc. op tendenties om omzet buiten de meetperiode te boeken (bijvoorbeeld meerwerk 2020 ten onrechte meenemen in 2019).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4h De accountant analyseert de berekening van nog te verstrekken bonussen gerelateerd aan verkopen/ omzet die betrekking hebben op de omzet in de meetperiode door af te stemmen met contracten, de voor de berekening relevante informatie te beoordelen en na te gaan of deze aansluit op de verantwoorde omzet in de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4i De accountant stelt aan de hand van de bankafschriften en kasontvangsten vast of zowel voorafgaande, gedurende als na afloop van de meetperiode de omzet samenhangend met de ontvangen gelden op een correcte wijze zijn toegerekend aan de meetperiode en gaat na of hier aanwijzingen voor opbrengsten uit naar voren komen die niet als omzet in de meetperiode zijn verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5 Timing; Het risico bestaat dat omzetstromen buiten de periode worden gehouden (verschuivingsgevaar) (volledigheid, afgrenzing, presentatie), zowel bij de start en het einde van de meetperiode, zoals: – Leveringen onterecht uitstellen tot na de meetperiode;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Leveringen aan het einde van de meetperiode administratief na de meetperiode verantwoorden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>eventuele subsidies en overige) baten die voortkomen uit de uitvoering van normale activiteiten niet toegerekend aan de periode 3.5a De accountant gaat na of de omzet over de meetperiode op nauwkeurige wijze is berekend overeenkomstig de regeling. De accountant gaat na of het verband tussen het moment van het verantwoorden van de omzet en het moment van het verrichten van de gerelateerde prestaties is vastgesteld. Hij voert hiervoor verschillende werkzaamheden uit, zoals detailtesten gericht op verantwoording omzet in juiste periode (levering versus omzet rond beide afgrensmomenten van de meetperiode), ook buiten de meetperiode.</div>\n<p class=\"lf-p\">De accountant onderzoekt de volledigheid van de geboekte omzet door analyse en overige werkzaamheden uit te voeren t.a.v. de omzet geboekt voorafgaande aan de meetperiode en na afloop de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting: Risico is dat omzet buiten de meetperiode wordt verantwoord terwijl die wel betrekking heeft op de meetperiode (levering heeft bijvoorbeeld wel plaatsgevonden).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5b De accountant voert een onderzoek uit op de juistheid (terecht) van de creditnota's, kortingen etc. die zijn geboekt in de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5c Overige baten die behoren tot de normale activiteiten van de organisatie behoren ook tot de omzet worden berekend (zie artikel 1 lid 2 en de toelichting hierop). Onder overige baten vallen bijvoorbeeld ook de subsidies die bedoeld zijn als compensatie van de omzetdaling. De accountant stelt vast dat subsidieregelingen en andere tegemoetkomingen op een juiste wijze in de netto-omzet in de meetperiode zijn verwerkt. Verwezen wordt naar de Kamerbrief d.d. 9 december inzake de aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronavirus en bijlage III bij deze brief en hierbij sprake is van een consistente toepassing conform de in de laatst vastgestelde jaarrekening /IB-aangifte gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.6 Omzet verantwoorden buiten de entiteit/groep. Het risico bestaat dat activiteiten en of omzet buiten de entiteit is verantwoord, bv. winkel binnen winkel, andere entiteit, van zakelijk naar privé (volledigheid en afgrenzing) 3.6a De accountant bespreekt met het management hoe COVID-19 effect heeft gehad op de activiteiten en wat het management heeft gedaan om de onderneming overeind te houden. Aanvullend bespreken of in de administratie voldoende aandacht is geweest voor het risico dat activiteiten en of omzet buiten de omzetverantwoording is gehouden (bijvoorbeeld door verschuiving naar een andere/nieuw opgerichte entiteit) of dat er naar de mening van het management mogelijk omzet niet in de administratie is verantwoord en hoe dit risico is gemitigeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant gaat hierbij tevens na of op andere manieren omzet gerealiseerd is die niet verantwoord is. Dit betreft onder meer het omzet uit nieuwe, alternatieve, activiteiten, omzetcompensatie-subsidies en omzet samenhangend met het uitlenen van personeel aan andere organisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.7 Het risico bestaat dat transacties met verbonden partijen niet volledig en nauwkeurig zijn verantwoord (niet at ‘arms length’).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.7a De accountant bespreekt met het management of transacties met verbonden partijen hebben plaatsgevonden en zo ja, of deze goed zijn verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.7b De accountant stelt vast of er transacties zijn met verbonden partijen. Daarbij gaat hij na of deze op het juiste niveau zijn geautoriseerd, hoe is vastgesteld dat deze ‘at arms length’ zijn verantwoord en op de juiste wijze zijn verwerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.8 Het risico bestaat op onjuiste presentatie en waardering van netto-omzet, zoals:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>subsidies parkeren op balans, subsidies in mindering op kosten, bij subsidies alleen voorschot verwerken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>kortingen: onjuiste %, kortingen later verrekenen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>retourneren en andere specifieke zaken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Onterechte uitstel facturering (inconsistent met gebruikelijke procedures c.q. AO/IB).</div>\n<p class=\"lf-p\">3.8a De accountant stelt vast dat dezelfde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gehanteerd voor de meetperiode als voor de laatst vastgestelde jaarrekening (peildata zie 2.1a).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.9 Het risico bestaat dat de mutatie onderhanden projecten zodanig wordt voorgesteld dat dit leidt tot een lagere netto-omzet in de meetperiode en/of dat er conservatieve(re) schattingen van de voortgang van projecten is gemaakt etc. Aandacht dient ook te zijn voor boekingen voorafgaande en na afloop van de meetperiode met als doel de netto-omzet in de meetperiode te verlagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.9a Afhankelijk van specifieke situatie voert de accountant (additionele) werkzaamheden uit op mutaties onderhanden projecten/onderhanden werk. Onderdeel hiervan kan zijn een onderzoek naar en toetsen van de relevante AO/IB. Nagegaan dient te worden welke (wijzigingen in) processen er zijn rondom OHW (denk aan functiescheiding inclusief autorisatie o.a. tussen projectadministratie en financiële administratie (wie autoriseert en boekt b.v. uren en kosten op projecten), het maken van calculaties/schattingen en (maand)afsluitingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.9b De accountant voert deelwaarnemingen uit gericht op de verantwoording onderhanden werk/projecten mutaties, mutatie voorraad gereed product (indien er sprake is van een aanvraag op basis van artikel 7 NOW 6, artikel 6 NOW 6) etc. in juiste periode, ook buiten de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.9c De accountant onderzoekt de berekeningen, schattingen en overige onderbouwingen etc. behorende bij de standen van het onderhanden werk/projecten bij de start en het einde van de meetperiode (voortgang van projecten en dienstverlening, variabele vergoedingen etc.).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.10 Het risico bestaat dat begin en/of eindstanden van voorraden niet zijn geïnventariseerd bij de start en/of het einde van de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.10a De accountant gaat na of goederenontvangsten en -afgiften volledig, juist en tijdig worden verantwoord o.a. door functiescheiding tussen bewaring, in- en verkoop en registratie 3.11 Het risico bestaat dat voorraadstanden worden gemanipuleerd om omzetdaling in meetperiode zo hoog mogelijk weer te geven 3.11a De accountant woont voor zover mogelijk en noodzakelijk voorraadopnames in de meetperiode bij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien bijwonen niet mogelijk is:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Overweegt hij of het mogelijk is zelf een voorraadopname uit te voeren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>gaat hij na of de werkgever zelf (een) voorraadopname(s) heeft uitgevoerd en inspectie van de resultaten daarvan (b.v. verwerking van voorraadverschillen) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>inspecteert hij documentatie met betrekking tot voorraadwijzigingen (aankoop en/of verkoop van voorraden, afboekingen die niet geleid hebben tot verkopen).</div>\n<p class=\"lf-p\">De accountant voert deelwaarnemingen uit op de voorraadmutaties en sluit deze aan met verkopen/verantwoorde omzet (brondocumenten).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12 Het risico bestaat dat andere netto-omzet niet wordt verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12a De accountant gaat na of op andere manieren omzet gerealiseerd is die niet verantwoord is. Dit betreft onder meer het omzet uit nieuwe, alternatieve, activiteiten, omzetcompensatie uit subsidies en omzet samenhangend met het uitlenen van personeel aan andere organisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12b De accountant gaat na of vervreemde activa met opbrengsten op de juiste wijze zijn verantwoord in de omzet. Gedacht kan worden aan afvalproducten die hebben geleid tot opbrengsten of incourante voorraden met een restwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12c De accountant beoordeelt contracten, notulen op (incidentele) omzet en omzet elders verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12d De accountant laat afnemers contractvoorwaarden bevestigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12e De accountant stelt vast dat afboekingen van voorraad als gevolg van verkopen ook leiden tot omzet c.q. dat in geval incourante voorraden er geen mogelijkheden zijn om deze buiten de entiteit/administratie te verkopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.13 Het risico bestaat dat barter/ruil transacties niet verwerkt zijn als omzet en kosten;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.13a De accountant bespreekt met het management of barter-transacties hebben plaatsgevonden en hoe deze zijn verwerkt. Hij onderzoekt daartoe notulen en andere documentatie om vast te stellen dat alle barter-transacties zijn geïdentificeerd en verwerkt conform de grondslagen van de vennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.14 Het risico bestaat dat niet-betaalde of oninbare facturen niet zijn opgegeven als omzet 3.14a De accountant stelt vast dat facturen in de juiste periode zijn verantwoord, ook als er sprake is van (mogelijke) oninbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting: ook al zijn de facturen nog niet (of later) betaald of oninbaar, dan dienen deze wel als omzet te worden meegenomen (uitgezonderd verantwoordingen op kasstelsel) 3.15 Het risico bestaat dat onderneming andere subsidieregelingen niet heeft verantwoord in de meetperiode 3.15a Overige baten die behoren tot de normale activiteiten van de organisatie behoren ook tot de omzet worden gerekend (zie artikel 1 lid 2) en de toelichting hierop en de Kamerbrief d.d. 9 december 2020 inzake de aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronavirus en bijlage III bij deze brief. Onder overige baten vallen bijvoorbeeld ook de subsidies die bedoeld zijn als compensatie van de omzetdaling niet zijnde de NOW-subsidie. De accountant stelt vast of ook aanspraak is gemaakt op andere subsidieregelingen en of de verantwoording in de juiste periode heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.16 Het risico bestaat dat facturatie niet in de juiste periode hebben plaatsgevonden 3.16a De accountant analyseert de vooruit gefactureerde posten en de vooruit ontvangsten van klanten in de meetperiode en vooruit gefactureerde posten en vooruit ontvangsten in de periode vóór de meetperiode. De accountant gaat na dat verantwoording in de juiste periode heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B4: Risico’s en specifieke werkzaamheden loonsom ONDERDEEL LOONSOM NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant 4.1 Het risico bestaat dat de lonen en salarissen niet uitbetaald worden terwijl hier wel de NOW vergoeding wordt geclaimd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1a De accountant stelt vast dat de lonen en salarissen over de periode behorende bij de desbetreffende tranche van de NOW 5 en de NOW 6 uitbetaald zijn door een aansluiting te maken tussen de gerapporteerde loonheffingennummers met bijbehorende loonaangifte, de salarisadministratie en de bankbetalingen. Indien het niet aansluit gaat hij na of na deze periode er salarisbetalingen hebben plaatsgevonden die zien op de loonaangifte van de eerdere periode (foutherstel), waardoor vastgesteld kan worden dat de salarissen zijn betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Het risico bestaat dat de lonen en salarissen niet op de juiste bankrekeningen uitbetaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2a De accountant stelt vast dat de uitbetaling van de lonen en salarissen is gedaan op basis van de bankrekeningnummers van de werknemers. Dit kan hij doen door aansluiting te zoeken met het personeelsdossier van de werknemer. Hij beoordeelt daarbij eventuele wijzigingen in de bankrekeningnummers in de periode behorende bij de desbetreffende tranche van de NOW 5 en de NOW 6 ten opzichte van bankrekeningnummers in voorgaande maanden (bijvoorbeeld januari 2020). Indien dit niet mogelijk is kan er ook gebruik worden gemaakt van een opgave van de medewerker waarin hij verklaart dat het salaris is ontvangen (door middel van een steekproef) en waarbij de omvang van het aantal te controleren salarisbetalingen geschiedt op basis van de risico-inschatting door de accountant en hij hierbij ook rekening houdt met een spreiding over de maanden van de meetperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3 Het risico bestaat dat personeel uit dienst niet is gemeld en dat salarissen wel worden aangegeven op de loonaangifte.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3a De accountant beoordeelt gedurende de periode behorende bij de desbetreffende tranche van de NOW 5 en de NOW 6 de opzet van de AO/IB rondom de aanname en ontslag van personeel en stelt het bestaan van de AO/IB vast. Afhankelijk of de accountant wil en/of kan steunen op de AO/IB toetst hij de werking van de maatregelen van AO/IB dan wel voert hij gegevensgerichte controlewerkzaamheden uit op de mutaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betreft mede de tijdige verwerking van uitdiensttredingen in de salarisadministratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4 Het risico bestaat dat er gefingeerde dienstverbanden en/of uitbreidingen worden aangegaan ‘ter compensatie’ van de personeelskosten van ontslagen medewerkers om zodoende de loonsom gelijk te houden 4.4a De accountant stelt vast aan de hand van een mutatieoverzicht personeel gedurende de periode behorende bij de desbetreffende tranche van de NOW 5 en de NOW 6 dat nieuwe dienstverbanden of uitbreiding van dienstverbanden tot stand zijn gekomen op basis van de reguliere procedures die van kracht waren vóór deze periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4b De accountant beoordeelt de nieuwe dienstverbanden en uitbreidingen van dienstverbanden vanaf 1 september 2021 op aannemelijkheid op basis van een gesprek met het management en eventuele overige documentatie, zoals arbeidsovereenkomsten, over de functie en werkzaamheden van het nieuw aangenomen personeel c.q. de uitbreiding van het dienstverband, toegang die zij hebben tot de werkplek en het bestaan van vacatures.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een mogelijke werkzaamheid is dat de accountant de uitdiensttredingen na afloop van de desbetreffende NOW-periode in het personeelsbestand in zijn onderzoek betrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B5: risico’s en specifieke werkzaamheden verbod op uitkering bonussen, dividenden en inkoop eigen aandelen ONDERDEEL VERBOD OP UITKERING BONUSSEN EN DIVIDENDEN EN VERBOD OP INKOOP EIGEN AANDELEN NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant 5.1 Het risico bestaat dat er bonussen worden uitgekeerd aan de Raad van Bestuur en directie van het concern, dat er eigen aandelen worden ingekocht of dividend uitgekeerd (artikel 16 NOW 5, artikel 13 NOW 6) 5.1a De accountant stelt vast dat de werkgever of rechtspersoon over 2021 (NOW 5) en over 2022 (NOW 6) geen dividenden heeft uitgekeerd aan aandeelhouders of bonussen aan de Raad van Bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap, waaronder mede begrepen winstuitdelingen, en er ook geen eigen aandelen ingekocht zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiertoe treedt hij in overleg met de Raad van Bestuur en de directie van het concern en de werkmaatschappij(en)/tussenholding. In dit overleg zal hij ook navraag doen of de Raad van Bestuur en de directie voornemens zijn om later bonussen/dividend uit te keren en/of eigen aandelen in te kopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onderzoek hiernaar dient rekening gehouden te worden met de aard van de aanvraag; dit kan op grond van artikel 6 of 7 van de NOW 5 of artikel 5 of 6 van de NOW 6. Voor beide artikelen ziet het verbod op dividend, bonus en de inkoop van eigen aandelen toe op een verschillende groep aan werkgevers of rechtspersonen die deel uit maken van een groep (zie artikel 16 lid 1en lid 4 van de NOW 5 en artikel 13 lid 1 en lid 4 van de NOW 6). Daarnaast is bij aanvragen op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 de hoogte van het voorschot en de hoogte van het bedrag conform de aanvraag tot vaststelling van belang (zie artikel 16 lid 3 NOW 5 en artikel 13 lid 3 NOW 6). Indien is aangevraagd op grond van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 dient er altijd een controle van de verbodsbepalingen plaats te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1b De accountant neemt tenminste kennis van de notulen van de Raad van Bestuur betreffende eventuele bonussen die zijn uitgekeerd, eigen aandelen die zijn ingekocht en dividend dat is uitgekeerd over 2021 (ten behoeve van NOW5)/2022 (ten behoeve van NOW6).</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant kan nog andere werkzaamheden, zoals een interview met het management en raadplegen van persberichten, uitvoeren op grond waarvan hij vaststelt dat het aannemelijk is dat er geen bonussen en dividend zijn uitgekeerd en geen eigen aandelen zijn ingekocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1c De accountant stelt vast door analyse van de personeelskosten dat er geen bonussen zijn uitgekeerd aan de Raad van bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap, waaronder mede begrepen winstuitdelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Het risico bestaat dat er geen schriftelijke overeenkomst is over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het bonus- en dividendbeleid in het kader van artikel 16 lid 2 NOW 5, artikel 13, lid 2 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2a De accountant gaat na of er tijdig (voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling) een schriftelijke overeenkomst over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het bonus- en dividendbeleid is gesloten met tenminste één belanghebbende vereniging van werknemers. Hij neemt kennis van de overeenkomst met de belanghebbende vereniging van werknemers en treedt, indien nodig, in contact met de belanghebbende vereniging van werknemers (artikel 16 lid 2 NOW 5, artikel 13 lid 2 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B6: Aanvullende risico’s en werkzaamheden regeling artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 Deze tabel met mogelijke risico’s is van toepassing indien sprake is van gebruik van de regeling op niveau van de werkmaatschappij Een tussenholding kan ook een verzoek doen op grond van de regeling om als werkmaatschappij behandeld te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">ONDERDEEL REGELING WERKMAATSCHAPPIJ (artikel 7 NOW 5, artikel 6 NOW 6) NR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Werkzaamheden accountant (indien relevant) 6.1 Het risico bestaat dat er geen overeenkomst is omtrent werkbehoud in het kader van het beroep op de NOW regeling in het kader van artikel 7 lid 1b NOW 5, artikel 6, lid 1b NOW 6) 6.1a De accountant gaat na of er tijdig (voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling) een overeenkomst over werkbehoud is gesloten met tenminste één belanghebbende vereniging van werknemers op grond van de werkmaatschappijregeling (artikel 7 NOW 5, artikel 6 NOW 6). Hij neemt kennis van de overeenkomst met de belanghebbende vereniging van werknemers (zie artikel 7 lid 1b NOW 5 en 6 lid 1b NOW 6) en treedt, indien nodig, in contact met de belanghebbende vereniging van werknemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betreft een overeenkomst inzake werkbehoud en is additioneel op de overeenkomst zoals bedoeld in artikel 16 lid 2 NOW 5, artikel 13 lid 2 NOW 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inhoudelijk toetsen van deze overeenkomst inzake werkbehoud valt buiten de reikwijdte van de werkzaamheden van de accountant in het kader van het NOW-onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2 Risico op inconsistent gebruik van de transferpricing systematiek 6.2a De accountant analyseert de verhouding van omzet versus loonkosten bij werkmaatschappij(en) en voert aanvullende werkzaamheden uit indien hier aanleiding toe is. Indien dit onjuist is doorgevoerd vindt hier een correctie op plaats conform de regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3 Het risico bestaat dat de mutatie in de voorraad gereed product niet wordt toegerekend aan de omzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3a De accountant stelt vast dat bij de berekening van de netto omzet over de meetperiode rekening is gehouden met de mutatie in de voorraad gereed product.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4 Het risico dat een aanvraag wordt ingediend op werkmaatschappijniveau (artikel 7 NOW 5, artikel 6 NOW 6) van de regeling) terwijl de omzetdaling voor de groep hoger is dan 20% (waardoor de afrekening op groepsniveau moet plaatsvinden).</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4a Indien de aanvraag is gebaseerd op artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6, stelt de accountant vast dat de omzetdaling op groepsniveau is bepaald (met een redelijke mate van zekerheid en waarbij is voldaan aan dit accountantsprotocol en Standaard 3900N) en dat deze lager is dan 20% (mede ook om vast te stellen of de aanvraag op basis van artikel 7 NOW 5 of artikel 6 NOW 6 terecht heeft plaatsgevonden). Dit houdt in dat van de accountant wordt verwacht dat naar mate het % omzetdaling op groepsniveau richting de 20% gaat, de aard en omvang van de werkzaamheden met meer diepgang (conform protocol) worden uitgevoerd 6.5 Het risico bestaat dat binnen de groep verschuiving van netto-omzet naar andere groepsonderdelen plaatsvindt die niet voor de bepaling van de NOW netto omzet meegenomen hoeven te worden. Deze verschuivingen van netto-omzet zijn niet conform de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zoals die golden voor het boekjaar 2019 en hebben ook geen bedrijfseconomische rechtvaardiging (ongebruikelijke transactie). (Dit kan ook effect hebben op een aanvraag om NOW gelden in het kader van artikel 7 NOW 5, artikel 6 NOW 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5a De accountant stelt vast dat de omzet bij juiste werkmaatschappijen is verantwoord:</p>\n<p class=\"lf-p\">De accountant stelt vast dat er geen activiteiten en daaraan gekoppelde netto-omzet buiten de verantwoording van de NOW wordt gehouden en is verschoven tussen werkmaatschappijen. Daartoe is hij alert op ongebruikelijke (administratieve) transacties tussen de entiteiten die in aanmerking komen voor de NOW gelden en entiteiten binnen de groep waarvoor dat niet geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5b De accountant neemt kennis van contractpartijen en het contract, de van de aard producten/diensten t.o.v. de activiteiten die de entiteiten normaal gesproken uitvoeren en beoordeelt hij de consistentie ten opzichte van het voorgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5c De accountant onderzoekt en toetst de relevante AO/IB rondom het consolidatieproces inzake de netto-omzet inclusief wijzigingen/doorbrekingen hiervan. Indien nodig voert de accountant hier detailtesten op uit. Eventuele bevindingen hieromtrent neemt hij mee in zijn controleaanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5d De accountant analyseert de verhouding omzet versus loonkosten bij de werkmaatschappijen en voert aanvullende werkzaamheden uit indien hiertoe aanleiding is.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5e</p></div>", "next": 239157}