{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Om de cijfers van de Kempengemeenten in context te plaatsen, worden eerst een aantal landelijk gemiddelde cijfers geschetst. De cijfers van de afzonderlijke Kempengemeenten zijn vergeleken met de gemiddelde cijfers die we terugzien in andere vergelijkbare gemeenten. Er is gekeken naar gemeenten met een inwonerstal tot 50.000: de afzonderlijke Kempengemeenten passen allemaal in deze categorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter illustratie: Hoewel de gemiddelde verdeling naar inkomensbron ook afhangt van de typering van de gemeente en inwoners, is het meestal zo dat bijstandsgerechtigden zo’n 45 – 50 procent van deze doelgroep uitmaken, AOW’ers circa 30 procent en de groep overige minima varieert van 25 tot 30 procent (overig inkomen bestaat bijvoorbeeld uit inkomen uit werk of een andersoortige uitkering zoals WW).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder zien we in andere vergelijkbare gemeenten dat het gemiddeld aantal alleenstaanden tussen de 50 en 55 procent ligt bij minimahuishoudens. Het aandeel minimahuishoudens met thuiswonende kinderen is bij andere gemeenten 25 à 35 procent. Het aandeel paren zonder kinderen komt op ongeveer 20 procent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bergeijk De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 120 procent Wsm bestaat voor 26 procent uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor 43 procent uit huishoudens met een AOW-uitkering. Ongeveer een derde heeft een overig inkomen. De gemeente Bergeijk heeft relatief minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet en meer huishoudens met een AOW-uitkering in vergelijking met andere gemeenten met een inwonersaantal tot 50.000. Dit sluit ook aan bij de bevolkingssamenstelling van de gemeente: Bergeijk heeft relatief gezien meer AOW-gerechtigden dan landelijk gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van alle minimahuishoudens tot 120 procent Wsm is het grootste deel (52 procent) alleenstaand. In totaal heeft 29 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit komt overeen met het aandeel wat we zien in vergelijkbare gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1.2.2 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tussen 100% en 130% Wsm Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Inkomensbron Participatiewet 110 41% 110 31% 110 26% 110 21% AOW inkomen 74 28% 135 39% 186 43% 243 47% Ander inkomen 81 31% 105 30% 134 31% 167 32% WW/ WAO/ WAJONG 21 8% 29 8% 39 9% 47 9% ZZP 35 13% 40 12% 45 10% 50 10% Werk uit arbeid 25 9% 36 10% 50 12% 70 13% Totaal 265 100% 350 100% 430 100% 520 100% Huishoudtype Alleenstaand 132 50% 178 51% 224 52% 277 53% Eenoudergezin 34 13% 42 12% 48 11% 55 11% Paren zonder kinderen 49 18% 67 19% 81 19% 98 19% Paren met kinderen 50 19% 63 18% 77 18% 90 17% Totaal 265 100% 350 100% 430 100% 520 100% Bladel De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 120 procent Wsm bestaat voor een kwart uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor 42 procent uit huishoudens met een AOW-uitkering. Ruim een derde van de minimapopulatie heeft een overig inkomen. De gemeente Bladel heeft relatief minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet en meer huishoudens met een AOW-uitkering in vergelijking met andere gemeenten. Dit sluit ook aan bij de bevolkingssamenstelling van de gemeente: Bladel heeft relatief gezien meer AOW-gerechtigden dan landelijk gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (52 procent) alleenstaand. In totaal heeft ruim een kwart (28 procent) van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit komt overeen met het aandeel wat we zien in vergelijkbare gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1.2.3 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tussen 100% en 130% Wsm Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Inkomensbron Participatiewet 120 36% 120 31% 120 24% 120 20% AOW inkomen 136 41% 165 42% 205 42% 270 44% Ander inkomen 74 23% 105 27% 165 34% 224 36% WW/ WAO/ WAJONG 19 6% 30 8% 52 11% 78 13% ZZP 30 9% 40 10% 50 10% 55 9% Werk uit arbeid 25 8% 35 9% 63 13% 91 14% Totaal 330 100% 390 100% 490 100% 614 100% Huishoudtype Alleenstaand 168 51% 199 51% 255 52% 326 53% Eenoudergezin 38 12% 43 11% 54 11% 61 10% Paren zonder kinderen 65 20% 78 20% 98 20% 129 21% Paren met kinderen 59 18% 70 18% 83 17% 98 16% Totaal 330 100% 390 100% 490 100% 614 100% Eersel De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 120 procent Wsm bestaat voor een vijfde uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor 44 procent uit huishoudens met een AOW-uitkering. Ruim een derde (34 procent) heeft een overig inkomen. De gemeente Eersel heeft relatief aanzienlijk minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet, ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Het aandeel huishoudens met een inkomen uit een AOW-uitkering is relatief groter in vergelijking met andere gemeenten. Dit sluit ook aan bij de bevolkingssamenstelling van de gemeente: Eersel heeft relatief gezien meer AOW-gerechtigden dan landelijk gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (53 procent) alleenstaand. In totaal heeft 27 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit komt overeen met het aandeel wat we zien in vergelijkbare gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1.2.4 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tussen 100% en 130% Wsm Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Inkomensbron Participatiewet 100 38% 100 28% 100 22% 100 18% AOW inkomen 77 30% 145 41% 197 44% 260 46% Ander inkomen 83 32% 110 31% 152 34% 200 36% WW/ WAO/ WAJONG 22 8% 34 10% 53 12% 74 13% ZZP 36 14% 41 11% 48 11% 56 10% Werk uit arbeid 25 10% 35 10% 51 11% 70 13% Totaal 260 100% 355 100% 450 100% 560 100% Huishoudtype Alleenstaand 133 51% 187 52% 239 53% 298 53% Eenoudergezin 32 12% 41 12% 50 11% 60 11% Paren zonder kinderen 49 19% 67 19% 90 20% 112 20% Paren met kinderen 46 18% 60 17% 72 16% 90 16% Totaal 260 100% 355 100% 450 100% 560 100% Oirschot De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 120 procent Wsm bestaat voor 29 procent uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor 42 procent uit huishoudens met een AOW-uitkering. De rest heeft een overig inkomen. De gemeente Oirschot heeft aanzienlijk minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet en meer huishoudens met een AOW-uitkering en huishoudens met andere inkomens in vergelijking met andere gemeenten. Dit sluit ook aan bij de bevolkingssamenstelling van de gemeente: Oirschot heeft relatief gezien meer AOW-gerechtigden dan landelijk gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (51 procent) alleenstaand. In totaal heeft 30 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit komt overeen met het aandeel wat we zien in vergelijkbare gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1.2.5 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tussen 100% en 130% Wsm Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Inkomensbron Participatiewet 120 47% 120 35% 120 29% 120 24% AOW inkomen 75 30% 128 38% 174 42% 215 43% Ander inkomen 60 23% 92 27% 125 30% 165 33% WW/ WAO/ WAJONG 15 6% 22 7% 30 7% 40 8% ZZP 20 8% 30 9% 40 10% 54 11% Werk uit arbeid 25 10% 40 12% 55 13% 70 14% Totaal 255 100% 340 100% 420 100% 500 100% Huishoudtype Alleenstaand 127 50% 174 51% 215 51% 260 52% Eenoudergezin 27 11% 37 11% 44 11% 50 10% Paren zonder kinderen 49 19% 65 19% 80 19% 100 20% Paren met kinderen 51 20% 65 19% 80 19% 90 18% Totaal 255 100% 340 100% 420 100% 500 100% Reusel-De Mierden De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 120 procent Wsm bestaat voor 26 procent uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor 37 procent uit huishoudens met een AOW-uitkering. 37 procent heeft een overig inkomen. De gemeente Reusel-De Mierden heeft relatief minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet en meer huishoudens met een AOW-uitkering en huishoudens met andere inkomens in vergelijking met andere gemeenten. Dit sluit ook aan bij de bevolkingssamenstelling van de gemeente: Reusel – De Mierden heeft relatief gezien meer AOW-gerechtigden dan landelijk gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (53 procent) alleenstaand. In totaal heeft 27 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit komt overeen met het aandeel wat we zien in vergelijkbare gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1.2.6 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tussen 100% en 130% Wsm Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Aantal Aandeel Inkomensbron Participatiewet 70 39% 70 32% 70 26% 70 21% AOW inkomen 60 33% 79 36% 100 37% 125 38% Ander inkomen 50 28% 70 32% 100 37% 135 41% WW/ WAO/ WAJONG 15 9% 20 9% 25 9% 35 11% ZZP 15 8% 20 9% 25 9% 30 9% Werk uit arbeid 20 11% 30 14% 50 19% 70 21% Totaal 180 100% 219 100% 270 100% 330 100% Huishoudtype Alleenstaand 93 51% 115 52% 144 53% 177 54% Eenoudergezin 20 11% 23 11% 28 10% 33 10% Paren zonder kinderen 35 20% 42 19% 52 20% 67 20% Paren met kinderen 32 18% 39 18% 46 17% 53 16% Totaal 180 100% 219 100% 270 100% 330 100% 1.3 Kinderen Van kinderen tot 18 jaar in de Kempengemeenten groeien er naar schatting, afhankelijk van de gemeente, tussen de 6,3 en 8,7 procent op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent van het voor dat huishouden geldende Wettelijk sociaal minimum 19 Voor kinderen is de primaire doelgroep 130 procent Wsm. Dit is namelijk de primaire doelgroep voor Stichting Leergeld (behalve voor Oirschot, daar is de primaire doelgroep 120 procent Wsm).. Dit aandeel ligt, afhankelijk van de gemeente, iets onder of in lijn met het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten met maximaal 50.000 inwoners (gemiddeld ligt het aandeel kinderen op circa 8 à 9 procent).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1.3.1 Aantal kinderen naar inkomen, cumulatief (schatting) per gemeente Gemeente Kinderen Aantal Aandeel Bergeijk Tot 100% Wsm 168 5,1% Tot 110%Wsm 210 6,3% Tot 120% Wsm 251 7,6% Tot 130%Wsm 290 8,7% Overige inkomens 3.030 91,3% Alle kinderen 3.320 100% Bladel Tot 100% Wsm 185 4,8% Tot 110%Wsm 215 5,6% Tot 120% Wsm 261 6,8% Tot 130%Wsm 303 7,9% Overige inkomens 3.521 92,1% Alle kinderen 3.824 100% Eersel Tot 100% Wsm 148 4,0% Tot 110%Wsm 193 5,2% Tot 120% Wsm 229 6,2% Tot 130%Wsm 285 7,7% Overige inkomens 3.414 92,3% Alle kinderen 3.699 100% Oirschot Tot 100% Wsm 149 4,4% Tot 110%Wsm 193 5,6% Tot 120% Wsm 236 6,9% Tot 130%Wsm 273 8,0% Overige inkomens 3.145 92,0% Alle kinderen 3.418 100% Reusel-De Mierden Tot 100% Wsm 104 3,8% Tot 110%Wsm 125 4,6% Tot 120% Wsm 148 5,4% Tot 130%Wsm 173 6,3% Overige inkomens 2.522 93,6% Alle kinderen 2.695 100% 1.4Minimahuishoudens, alle vermogens In de volgende tabel staan de geschatte aantallen minimahuishoudens op 1 januari 2024 in de Kempengemeenten zonder dat er rekening is gehouden met de hoogte van het vermogen. Het betreft huishoudens met een inkomen tot maximaal 130 procent Wsm waarbij geen rekening is gehouden met de vermogensgrens vanuit de Participatiewet; een deel van de huishoudens uit onderstaande tabel heeft dus een hoger vermogen dan toegestaan is voor de meeste regelingen binnen het minimabeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1.4.1 Aantal en aandeel huishoudens, uitgesplitst naar gemeente Gemeente Kinderen Aantal Aandeel Bergeijk Tot 100% Wsm 377 4,6% Tot 110%Wsm 471 5,7% Tot 120% Wsm 593 7,2% Tot 130%Wsm 692 8,4% Overige inkomens 7.504 91,6% Alle huishoudens 8.196 100% Bladel Tot 100% Wsm 431 4,8% Tot 110%Wsm 528 5,8% Tot 120% Wsm 678 7,5% Tot 130%Wsm 833 9,2% Overige inkomens 8.213 90,8% Alle huishoudens 9.046 100% Eersel Tot 100% Wsm 370 4,4% Tot 110%Wsm 483 5,7% Tot 120% Wsm 599 7,1% Tot 130%Wsm 759 9,0% Overige inkomens 7.677 91,0% Alle huishoudens 8.436 100% Oirschot Tot 100% Wsm 357 4,4% Tot 110%Wsm 454 5,6% Tot 120% Wsm 574 7,1% Tot 130%Wsm 629 7,8% Overige inkomens 7.452 92,2% Alle huishoudens 8.081 100% Reusel-De Mierden Tot 100% Wsm 250 4,4% Tot 110%Wsm 297 5,2% Tot 120% Wsm 385 6,7% Tot 130%Wsm 475 8,3% Overige inkomens 5.268 91,7% Alle huishoudens 5.743 100% 2. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen In dit hoofdstuk gaan we nader in op het gebruik en bereik onder de doelgroep van de gemeentelijke regelingen. Het gaat daarbij om het totale gebruik in 2023. De aantallen over het gebruik zijn aangeleverd door de gemeenten. De doelgroep komt uit hoofdstuk 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1 Regelingen voor het minimabeleid De volgende tabel geeft de inkomensgrens per regeling weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.1.1 Inkomensgrenzen regelingen Categorie Inkomensgrens Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 100% Wsm Individuele bijzondere bijstand 120% Wsm20 Boven een inkomensgrens van 120 procent Wsm wordt een draagkrachtberekening toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele inkomenstoeslag 105% Wsm, 3 jaar Collectievezorgverzekering 120% Wsm Participatieregeling volwassenen 120% Wsm Stichting Leergeld Oirschot: 120% Wsm Overige Kempengemeenten: 130% Wsm Energietoeslag 120% Wsm21 In 2024 wordt de energietoeslag niet meer verstrekt. (Inkomensgrens 2023) Studietoeslag Situatieafhankelijk Woonkostentoeslag N.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en waterschapsbelasting. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm22 Voor de kwijtschelding in de Kempengemeenten geldt tevens een maximaal vermogen dat lager ligt dan de Participatiewet voorschrijft. Hiermee kan in de schatting van de doelgroep geen rekening worden gehouden. De werkelijke doelgroep zou wat lager kunnen liggen, waardoor het bereik wat hoger is, maar daarover zijn geen uitspraken te doen..</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2023 kent de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in de Kempengemeenten een bereik van 20 en 44 procent onder de primaire doelgroep. Daarbij heeft gemeente Eersel het hoogste bereik met 44 procent en de gemeente Oirschot heeft met 22 procent het laagste bereik. Een dergelijk gebruikersaandeel is vergeleken met andere gemeenten aan de lage kant. Gemiddeld gezien maakt tussen de 70 en 75 procent van de doelgroep gebruik van deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.2.1 Bereik kwijtschelding gemeentelijke belastingen Categorie Doelgroep Gebruik Bereik Bergeijk 265 huishoudens 88 huishoudens 33% Bladel 330 huishoudens 133 huishoudens 40% Eersel 260 huishoudens 115 huishoudens 44% Oirschot 255 huishoudens 55 huishoudens 22% Reusel-De Mierden 180 huishoudens 62 huishoudens 34% 2.3 Individuele bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de Kempengemeenten is erop gericht om inwoners die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. De Kempengemeenten beoordelen bij iedere aanvraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelgroep bestaat uit huishoudens met inkomens tot 120 procent van de bijstandsnorm, daarboven geldt een draagkrachtberekening. In onderstaande tabel wordt de doelgroep en het gebruik per gemeente weergegeven. We gaan uit van een doelgroep tot 120 procent Wsm, omdat dit de primaire doelgroep is23 Aangezien een draagkrachtberekening wordt toegepast boven een inkomensgrens van 120 procent Wsm is het mogelijk dat in de gebruikscijfers huishoudens zijn opgenomen die een inkomen boven de 120 procent Wsm hebben; dit is niet uit te splitsen..</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bereik voor de individuele bijzondere bijstand ligt in de Kempengemeenten tussen 20 en 27 procent. Het bereik is het hoogste in de gemeente Oirschot met 28 procent. Een gemiddeld bereik van 20 tot 30 procent is gangbaar in de meeste andere gemeenten; de Kempengemeenten liggen hiermee in lijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.3.1 Bereik individuele bijzondere bijstand Categorie Doelgroep Gebruik Bereik Bergeijk 430 huishoudens 102 huishoudens 24% Bladel 490 huishoudens 104 huishoudens 21% Eersel 450 huishoudens 99 huishoudens 22% Oirschot 420 huishoudens 118 huishoudens 28% Reusel-De Mierden 270 huishoudens 53 huishoudens 20% 2.4 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de Kempengemeenten behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 105 procent Wsm, tot de doelgroep (langdurige minima). Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bereik van de individuele inkomenstoeslag loopt in de Kempengemeenten sterk uiteen per gemeente en ligt tussen 37 (Reusel-De Mierden) en 54 procent (Eersel). Het bereik van de individuele inkomenstoeslag ligt voor de Kempengemeenten over het algemeen in lijn met vergelijkbare gemeenten waar een bereik van 45 à 55 procent gangbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.4.1 Bereik individuele inkomenstoeslag Categorie Doelgroep langdurige minima Gebruik Bereik Bergeijk 143 huishoudens 62 huishoudens 43% Bladel 145 huishoudens 70 huishoudens 48% Eersel 137 huishoudens 74 huishoudens 54% Oirschot 135 huishoudens 65 huishoudens 48% Reusel-De Mierden 90 huishoudens 33 huishoudens 37% 2.5 Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering van zorgverzekeraars CZ en VGZ. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. De pakketten die in samenwerking met CZ worden aangeboden zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">CZ Gemeenten Start;</p>\n<p class=\"lf-p\">CZ Gemeenten Extra;</p>\n<p class=\"lf-p\">CZ Gemeenten Extra Uitgebreid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De pakketten die in samenwerking met zorgverzekeraar VGZ worden aangeboden zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">VGZ Gemeente PakketCompact;</p>\n<p class=\"lf-p\">VGZ Gemeente PakketCompleet;</p>\n<p class=\"lf-p\">VGZ Gemeente Pakket Compleet inclusief eigen risico.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 120 procent Wsm. Omdat een zorgverzekering per persoon wordt afgesloten, en niet per huishouden, geven we het gebruik en bereik weer naar het aantal volwassenen. Kinderen tot 18 jaar zijn gratis meeverzekerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebruikscijfers betreffen de meest recente informatie van aanbieder CZ en gaan over het jaar 2024. Er is geen informatie beschikbaar over 2023. In dit rapport is er daarom voor gekozen door de gemeenten om de cijfers van 2024 mee te nemen. Daarnaast ontbreekt informatie over de verstrekkingen door VGZ, uitgesplitst naar gemeente. De doelgroep en daarmee het bereik van de regelingen kan afwijken voor 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er heeft 21 tot 39 procent van de volwassenen gebruikgemaakt van een collectieve zorgverzekering via CZ. Het gemiddelde bereik voor de collectieve zorgverzekering ligt landelijk tussen de 35 en 40 procent. De Kempengemeenten liggen hiermee afhankelijk van de gemeente in lijn met het gemiddelde of hier net onder (op basis van de beschikbare cijfers, in werkelijkheid kan het aantal gebruikers iets hoger liggen omdat ook inwoners verzekerd zijn bij VGZ).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.5.1 Bereik collectieve zorgverzekering Categorie Doelgroep Gebruik Bereik Bergeijk 588 volwassenen 176 volwassenen 30% Bladel 672 volwassenen 227 volwassenen 34% Eersel 611 volwassenen 227 volwassenen 37% Oirschot 580 volwassenen 122 volwassenen 21% Reusel-De Mierden 368 volwassenen 145 volwassenen 39% 2.6 Participatieregeling 18+ De Kempengemeenten willen ervoor zorgen dat iedereen mee kan blijven doen in de maatschappij. Daarom kunnen volwassen minima gebruikmaken van de Participatieregeling 18+. Daarmee kunnen volwassen inwoners sportieve, culturele en/of recreatieve activiteiten ondernemen. Per volwassene is een bedrag van € 150 per jaar beschikbaar in 2023 (dit is per januari 2024 verhoogd naar € 180 per jaar)24 Vanaf 1 januari 2024 is het bedrag echter verruimd van € 150 naar € 180. Tevens geldt sinds deze datum dat de bestedingsdoelen zijn uitgebreid. Dit zou bij kunnen dragen aan een hoger bereik in 2024.. Het huishoudinkomen mag niet hoger zijn dan 120 procent van het wettelijk sociaal minimum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bereik voor de Participatieregeling 18+ ligt in de Kempengemeenten tussen de 4 en 8 procent. Voor een dergelijke regeling is dat laag te noemen. Gemiddeld gezien ligt het bereik van een participatieregeling voor volwassenen vaak namelijk rond de 35 tot 40 procent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.6.1 Bereik Participatieregeling volwassenen Categorie Doelgroep Gebruik Bereik Bergeijk 588 volwassenen 23 volwassenen 4% Bladel 672 volwassenen 56 volwassenen 8% Eersel 611 volwassenen 36 volwassenen 6% Oirschot 580 volwassenen 27 volwassenen 5% Reusel-De Mierden 368 volwassenen 30 volwassenen 8% 2.7 Stichting Leergeld Stichting Leergeld wil in de Kempengemeenten sociale uitsluiting van kinderen voorkomen. Daarom biedt Stichting Leergeld financiële ondersteuning voor kinderen van 0 tot 18 jaar die pgroeien in een huishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm25 In Oirschot wordt een inkomensgrens tot 120 procent Wsm gehanteerd. Dit is echter geen harde grens.. Hierdoor krijgen deze kinderen de kans om mee te doen aan binnen- en buitenschoolse activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Kempengemeenten loopt het bereik van Stichting Leergeld sterk uiteen. In de gemeente Bladel is het bereik het laagst, met 55 procent. In de gemeente Reusel – De Mierden ligt het bereik met 90 procent veruit het hoogst. In alle gemeentes geldt dat het bereik van Stichting Leergeld hoger ligt dan het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten (35 à 40 procent). Het hoge bereik zou deels verklaard kunnen worden doordat Oekraïense kinderen ook gebruik konden maken Stichting Leergeld. Voor deze kinderen gold in eerste instantie dat er ruimhartiger met de inkomensgrenzen is omgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.7.1 Bereik Stichting Leergeld Categorie Doelgroep Gebruik Bereik Bergeijk 290 kinderen 189 kinderen 65% Bladel 303 kinderen 168 kinderen 55% Eersel 285 kinderen 218 kinderen 77% Oirschot 236 kinderen 133 kinderen 56% Reusel-De Mierden 173 kinderen 156 kinderen 90% 2.8Energietoeslag Het Rijk heeft in 2022 en 2023 geld beschikbaar gesteld om inwoners met een laag inkomen tegemoet te komen in hun energiekosten. Gemeenten hebben deze regeling uitgevoerd. In de Kempengemeenten konden huishoudens met een inkomen van maximaal 120 procent Wsm (ongeacht de hoogte van hun vermogen) aanspraak maken op een energietoeslag. Omdat er geen vermogenstoets werd gedaan is de doelgroep van deze regeling anders dan de ‘reguliere’ regelingen van het minimabeleid. In onderstaande tabel wordt het gebruik en bereik over kalenderjaar 2023 weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bereik van de energietoeslag is in de Kempengemeenten vergelijkbaar met het gemiddelde bereik in andere gemeenten: 80 à 90 procent. De bereikcijfers liggen tussen de 81 procent en 89 procent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.8.1 Bereik Energietoeslag Categorie Doelgroep Gebruik Bereik Bergeijk 593 huishoudens 478 huishoudens 81% Bladel 678 huishoudens 552 huishoudens 81% Eersel 599 huishoudens 498 huishoudens 83% Oirschot 574 huishoudens 508 huishoudens 89% Reusel-De Mierden 385 huishoudens 341 huishoudens 89% 2.9 Studietoeslag Inwoners die een studie of opleiding volgen, maar door een arbeidshandicap moeite hebben om een (bij)baan te hebben, kunnen gebruikmaken van de studietoeslag. De gemeente draagt hiermee bij aan de financiële situatie. Om in aanmerking te komen voor deze regeling zijn een aantal voorwaarden gesteld. Zo moet iemand recht hebben op studiefinanciering of een tegemoetkoming in onderwijsbijdrage en schoolkosten. De inwoner mag geen Wajong uitkering ontvangen en er is sprake van een structurele medische beperking waardoor de persoon naast de studie geen extra inkomsten kan bijverdienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelgroep voor deze regeling kan niet worden vastgesteld, omdat de regeling voor een specifieke doelgroep is bedoeld. Daarom wordt in de volgende tabel enkel het gebruik weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.9.1 Gebruik Studietoeslag Categorie Gebruik Bergeijk 1 persoon Bladel 0 personen Eersel 4 personen Oirschot 1 persoon Reusel-De Mierden 2 personen 2.10 Woonkostentoeslag De Kempengemeenten bieden een tijdelijke bijdrage in de woonkosten aan. Hiervoor komen inwoners in aanmerking als ze geen huurtoeslag kunnen ontvangen doordat hun huurprijs hoger is dan de maximaal toegestane huurgrens. Voor deze regeling kan geen doelgroep bepaald worden, omdat er geen inzicht is in de grootte van de groep huishoudens die geen huurtoeslag kunnen ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.10.1 Gebruik Woonkostentoeslag Categorie Gebruik Bergeijk 8 huishoudens Bladel 8 huishoudens Eersel 12 huishoudens Oirschot 22 huishoudens Reusel-De Mierden 7 huishoudens 3.Inkomenseffecten 3.1 Introductie op de inkomenseffecten In deze paragraaf bespreken we de onderzoeksmethode en aannames van de Inkomens Effectrapportage (IER). Hierbij geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden in dit rapport.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1.2.Voorbeeldhuishoudens We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2024 voor de volgende zes huishoudtypen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Huishoudtypen Niet AOW-gerechtigden: alleenstaande; alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar); paar zonder kinderen; paar met twee kinderen (8 en 13 jaar).</p>\n<p class=\"lf-p\">AOW-gerechtigden: alleenstaande; paar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomenshoogte We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent wettelijk sociaal minimum (Wsm)26 Volgens de Rijksoverheid is het sociaal minimum een bedrag dat iemand minimaal nodig heeft om van te leven. Elk halfjaar wordt het sociaal minimum door de overheid opnieuw bepaald. Dit bedrag hangt af van leeftijd en leefsituatie. Het sociaal minimum wordt ook wel het bestaansminimum genoemd.. Daarnaast berekenen we de inkomenseffecten voor huishoudens die al langer dan drie jaar een inkomen van 100 procent Wsm hebben (langdurige minima).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1.3Opbouw totaal inkomen Het totale inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit: netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; bijdrage Rijk: huurtoeslag; zorgtoeslag; kinderbijslag; kindgebonden budget; combinatiekorting. gemeentelijke minimaregelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik en effect van gemeentelijke minimaregelingen In deze rapportage berekenen wij de inkomenseffecten van de verschillende huishoudens wanneer zij gebruikmaken van alle beschikbare gemeentelijke regelingen. In de praktijk is de ervaring echter dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid zal het budget na alle uitgaven waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Ter vergelijking geven wij daarom ook de inkomenseffecten weer wanneer de voorbeeldhuishoudens van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">26 Volgens de Rijksoverheid is het sociaal minimum een bedrag dat iemand minimaal nodig heeft om van te leven. Elk halfjaar wordt het sociaal minimum door de overheid opnieuw bepaald. Dit bedrag hangt af van leeftijd en leefsituatie. Het sociaal minimum wordt ook wel het bestaansminimum genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Specificatie gemeentelijke minimaregelingen27 In bijlage 1 staan de voorwaarden en vergoedingen per regeling beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderstaande tabel is weergegeven welke regelingen in de begrotingen van de voorbeeldhuishoudens zijn verwerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.1.1 Gemeentelijke minimaregelingen 2024 Regelingen opgenomen in begrotingen Inkomensgrens 2024 Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 100% Wsm Individuele inkomenstoeslag Drie jaar of langer 105%Wsm Collectieve zorgverzekering 120% Wsm Participatieregeling volwassenen 120% Wsm Stichting Leergeld 130% Wsm28 In Bladel, Bergeijk, Eersel en Reusel-De Mierden geldt een inkomensgrens van 130 procent Wsm. In Oirschot wordt een inkomensgrens tot 120 procent Wsm gehanteerd. Dit is echter geen harde grens; ook gezinnen met een iets hoger huishoudinkomen komen in sommige gevallen in aanmerking voor ondersteuning vanuit Stichting Leergeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regelingen niet opgenomen in begrotingen Bijzondere bijstand Draagkrachtberekening Studietoeslag Specifieke doelgroep Een aantal regelingen wordt niet opgenomen in de begrotingen en bij de inkomenseffecten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen (zowel kosten als vergoeding) omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voor komt. Daarnaast geldt voor deze regeling een draagkrachtberekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De studietoeslag is niet opgenomen in de begrotingen omdat deze regeling een specifieke doelgroep kent, namelijk studenten met een lichamelijke of psychische beperking, die niet in staat zijn naast hun studie te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om inzichtelijk te maken in hoeverre de opbouw van gemeentelijke bijdrage verschilt per huishouden, is in bijlage 3 per huishouden weergegeven welke en hoeveel gemeentelijke vergoedingen zij maandelijks kunnen ontvangen bij een inkomen op 100 procent Wsm.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1.4Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar basisuitgaven en kosten voor participatie. De basisuitgaven bestaan uit: vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten29 De kosten voor water zijn gebaseerd op de tarieven van Brabant Water. Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van Waternet. De kosten voor gas en elektriciteit zijn gebaseerd op de tarieven van maatschappij Budget Energie, pakket Europese Groene Stroom en Aardgas, 1 jaar vast (Tarief van moment van schrijven: 1 mei 2024). en verzekeringen; reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; werkgerelateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de basisuitgaven worden kosten voor sociale participatie meegenomen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit bedrag in de begroting kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten, oftewel: kosten voor meedoen aan de samenleving30 Voor deze kosten is eveneens uitgegaan van het normbedrag dat het Nibud per huishoudtype hanteert..</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op normbedragen en berekeningen van het Nibud. Deze zijn terug te vinden in de begrotingen per huishoudtype in bijlage 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1.5Uitgangspunten Voor de inkomenseffecten doen we de volgende aannames.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen De huishoudens maken van alle lokale regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag. Eveneens ontvangen ze alle landelijke toeslagen waar ze recht op hebben. Daarnaast doen we de aanname dat huishoudens geen schulden hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de uitgaven wordt uitgegaan van gemiddelden per huishoudtype. Dit betekent dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten zoals in dit rapport zijn weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermogen van de huishoudens ligt binnen de grenzen van de Participatiewet31 Die vermogensgrens is € 15.150 voor paren, een gezin of alleenstaande ouder en € 7.575 voor een alleenstaande.;</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorbeeldhuishoudens wonen in een huurwoning. We gaan uit van € 624 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 698 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de Kempengemeenten. Er is gerekend met het gemiddelde van de huurprijs in de vijf gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">We gaan er vanuit dat de voorbeeldhuishoudens geen recht hebben op de individuele inkomenstoeslag. In de bijlage is bij de begrotingen per huishouden één kolom opgenomen waarin de individuele inkomenstoeslag wél is meegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huishoudens met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger hebben te maken met werkgerelateerde kosten (werkkleding en woon-werkverkeer). Huishoudens met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm, en huishoudens die de AOW-leeftijd hebben bereikt maken, gezien hun situatie, deze kosten niet;</p>\n<p class=\"lf-p\">We gaan er vanuit dat huishoudens met kinderen kosten maken voor de basisschool (8 jaar) en middelbare school (13 jaar). De gemiddelde kosten van het basisonderwijs (€ 4) en middelbaar onderwijs (€ 70) die zijn opgenomen in de begroting zijn verschillend van elkaar en komen beide uit de schoolkostenmonitor van de Rijksoverheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijke regelingen Voor de kwijtschelding is gerekend met het gemiddelde bedrag van de vijf gemeenten. Hierin is onderscheid gemaakt tussen een eenpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden. Er kan afvalstoffenheffing, rioolheffing en waterschapsbelasting32 De vijf Kempengemeenten zijn aangesloten bij waterschap De Dommel. De tarieven voor waterschapsbelasting zijn gelijk en voor zowel de watersysteemheffing als zuiveringsheffing is volledige kwijtschelding mogelijk. worden kwijtgescholden. Voor de afvalstoffenheffing is de aanname gedaan dat zowel het vastrecht als variabele kosten worden kwijtgescholden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volwassenen kunnen via de Participatieregeling aanspraak maken op € 180 voor sociaal maatschappelijke participatiekosten zoals een lidmaatschap van een vereniging op het gebied van sport, cultuur of ontspanning, cursussen of een abonnement van de bibliotheek, muziekschool, museum of het zwembad. Voor de volwassenen wordt het forfaitaire tarief van € 180 meegerekend in de gemeentelijke bijdragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Stichting Leergeld is eveneens een gemiddeld bedrag gerekend van de vijf gemeenten (€ 353 per kind33 Gebaseerd op de jaarverslagen van 2023. Hiervoor zijn twee jaarverslagen geraadpleegd: Stichting Leergeld Veldhoven en Omstreken (voor de bedragen van Bladel, Bergeijk, Eersel en Reusel-De Mierden) en Stichting Leergeld Oirschot. In de berekening is gekeken naar de vergoedingen voor kinderen; kosten voor overhead e.d. zijn buiten beschouwing gebleven.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvang en BSO Alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Voor alleenstaande ouders met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger zal het 8-jarige kind naar de BSO gaan zodat de ouder kan werken. Daarbij gaan we uit van de volgende uren en tarieven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomen van 110 en 120 procent Wsm: twee dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarige kind tegen een tarief van € 9,12 (maximum uurprijs 2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomen van 130 procent Wsm: drie dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarig kind tegen een tarief van € 9,12 (maximum uurprijs 2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een paar met twee kinderen met een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. We gaan ervan uit dat deze huishoudens geen dagopvang en BSO nodig hebben, omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen. Dit is eveneens waarom een paar met kinderen geen combinatiekorting krijgt bij werkaanvaarding Zorgkosten We doen de aanname dat huishoudens met een inkomen tot en met 120 procent Wsm een collectieve zorgverzekering hebben afgesloten. De Kempengemeenten bieden in samenwerking met CZ een basisverzekering aan en drie aanvullende pakketopties: Start, Extra en Extra Uitgebreid. Daarnaast wordt in samenwerking met VGZ eveneens een basisverzekering aangeboden met drie pakketopties: Compact, Compleet en Compleet met dekking van het wettelijke eigen risico. In deze inkomenseffectrapportage is gerekend met gebruik van de CZ Zorgbewustpolis met Gemeentepakket Extra. Dit is het meest gekozen pakket binnen de collectieve zorgverzekering in de Kempengemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huishoudens met een inkomen van 130 procent Wsm sluiten een reguliere zorgverzekering af. Hiervoor is een gemiddeld premiebedrag (€ 164) berekend van zes grote zorgverzekeraars34 Het gaat om een basisverzekering met € 385 aan wettelijk eigen risico. Binnen de aanvullende verzekering vallen in ieder geval negen fysiobehandelingen en een basis tandverzekering.. AOW-gerechtigden maken gebruik van een uitgebreider pakket voor hun zorgvraag (€ 198)35 Het gaat om een basisverzekering met € 385 aan wettelijk eigen risico met de aanvullende voorwaarde dat inwoners bij ieder ziekenhuis terechtkunnen. Verder geldt dat de aanvullende verzekering en tandverzekering uitgebreider zijn dan bij voetnoot 12..</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de gekozen (collectieve) zorgverzekering is het wettelijke eigen risico niet gedekt. De aanname geldt dat huishoudens zorgkosten hebben en hun wettelijke eigen risico gebruiken. Het bedrag wordt over het hele jaar gespreid en in de inkomenseffectrapportage wordt een bedrag per maand doorgerekend in de reserveringsuitgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1.6.Kanttekening Bij een doorrekening die gestoeld is op een aantal aannames, behoort ook een kanttekening. De uitgaven betreffen de minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om in bepaalde kosten te kunnen voorzien. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks meer (of minder) uitgeeft dan de (norm)bedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden een ander bedrag per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. Individuele situaties kunnen daarom afwijken van de begrotingen zoals opgenomen in deze rapportage.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Resultaten inkomenseffecten In deze paragraaf gaan we per voorbeeldhuishouden in op het effect van inkomensverhoging voor huishoudens in 2024; wat gebeurt er als iemand vanuit de bijstand gaat werken tegen een loon van 110 tot maximaal 130 procent Wsm? Daarbij kijken we naar het budget dat maandelijks overblijft na het doen van de basisuitgaven en uitgaven voor participatie; kunnen huishoudens rondkomen? Daarnaast is de invloed van het gebruik van landelijke en gemeentelijke regelingen te zien. In bijlage 2 staan de volledige begrotingen per voorbeeldhuishouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.2.Alleenstaande Alleenstaanden hebben na hun basisuitgaven voldoende geld over om uit te geven aan participatie; als zij gebruikmaken van alle regelingen én ze besteden maandelijks het normbedrag van € 117 aan participatie dan hebben zij € 130 per maand over. Zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen hebben zij € 31 over na alle uitgaven, inclusief participatie uitgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder zorgt werken vanuit de bijstand tegen een loon van 110 procent Wsm en hoger ervoor dat het maandelijkse budget van alleenstaanden stijgt. Hier is zowel sprake van wanneer alleenstaanden geen regelingen gebruiken, alsook wanneer zij alle regelingen gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeswijzer tabel: het huishouden heeft inkomsten uit uitkering of werk, aangevuld met maximale landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Hiervan trekken we de uitgaven af; basisuitgaven en uitgaven voor sociale participatie. Dit leidt uiteindelijk tot een resterend maandbudget. De onderste regel laat zien hoeveel budget overblijft als het huishouden van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">100% 110% 120% 130% Langdurige minima 100% Inkomsten uitkering of werk 1.284 1.412 1.541 1.669 1.284 Landelijke toeslagen en regelingen 495 495 495 490 495 Gemeentelijke regelingen 99 64 64 0 131 Subtotaal inkomsten 1.878 1.971 2.100 2.159 1.909 Basisuitgaven 1.631 1.701 1.701 1.672 1.631 Uitgaven participatie 117 117 117 117 117 Subtotaal uitgaven 1.748 1.818 1.818 1.789 1.748 Budgetna alle uitgaven 130 154 282 370 162 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen 31 89 218 370 31 Uitgelicht: voorbeeldcasus van een alleenstaande Bijstandsuitkering Hilda is alleenstaand. Zij krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.284 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij heeft maandelijks recht op € 495 aan toeslagen van het Rijk. Voor Hilda bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Hilda rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 99 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, korting op de collectieve zorgverzekering en een vergoeding vanuit de Participatieregeling. Naast deze inkomsten heeft zij natuurlijk verschillende uitgaven; basisuitgaven van € 1.631 per maand en uitgaven voor participatie van € 117 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houdt zij maandelijks nog € 130 over (excl. IIT). Maakt zij echter van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan heeft ze minder te besteden; Hilda houdt dan € 31 over in haar maandbegroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">110 procentWsm Als Hilda werk krijgt tegen een loon van 110 procent Wsm, dan stijgt haar netto-inkomen naar € 1.412 per maand. Zij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 495 per maand. Het recht op de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen vervalt, maar Hilda behoudt het recht op de andere regelingen van € 64. Haar uitgaven stijgen licht door werkgerelateerde kosten die zij nu moet maken. In totaal houdt zij, na alle uitgaven, maandelijks € 154 over. Wanneer Hilda helemaal geen gebruik van de gemeentelijke regelingen maakt, dan houdt zij € 89 per maand over.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.3.Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar Een alleenstaande ouder met twee kinderen van 8 en 13 jaar heeft zowel met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen, maandelijks voldoende geld om alle uitgaven inclusief uitgaven op het gebied van participatie te kunnen doen (resp. € 232 en € 412). Een bijstandsgerechtigde die van alle gemeentelijke regelingen (excl. IIT) gebruikmaakt, heeft € 180 meer te besteden dan een bijstandsgerechtigde die van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor alleenstaande ouders met twee kinderen loont het niet om vanuit de bijstand te gaan werken tegen een loon van 110 procent Wsm. Als zij in beide gevallen gebruik maken van alle gemeentelijke regelingen vallen zij van € 412 terug naar € 403; zij ervaren een terugval in hun budget. Bij loon hoger dan 110 procent Wsm loont het wel om vanuit de bijstand te gaan werken. De landelijke toeslagen stijgen door belastingvoordeel (combinatiekorting en kinderopvangtoeslag stijgen). Waar een alleenstaande ouder op bijstandsniveau € 1.542 van het Rijk krijgt, is dat bij 130 procent Wsm € 1.595.</p>\n<p class=\"lf-p\">100% 110% 120% 130% Langdurige minima 100% Inkomsten uitkering of werk 1.284 1.412 1.541 1.669 1.284 Landelijke toeslagen en regelingen 1.542 1.583 1.589 1.595 1.542 Gemeentelijke regelingen 180 123 123 59 221 Subtotaal inkomsten 3.006 3.118 3.252 3.322 3.047 Basisuitgaven 2.344 2.465 2.426 2.403 2.344 Uitgaven participatie 250 250 250 250 250 Subtotaal uitgaven 2.594 2.715 2.676 2.653 2.594 Budgetna alle uitgaven 412 403 577 669 454 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen 232 280 454 610 232 3.2.4. Paar zonder kinderen Paren zonder kinderen hebben na de basisuitgaven genoeg geld over om te voldoen aan het normbedrag voor de uitgaven van participatiekosten (€ 191) als zij van alle gemeentelijke regelingen gebruik zouden maken. Als dit huishouden in een bijstandssituatie van geen enkele regeling gebruik zou maken dan leidt dit tot een tekort van € 91 per maand na het doen van zowel basis als participatie uitgaven. De gemeentelijke regelingen zijn dus essentieel voor deze huishoudens indien zij alle kosten willen betalen in de bijstandssituatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkaanvaarding vanuit de bijstand tegen een loon van 110 procent Wsm en hoger levert het paar extra geld op. Het dalen van de toeslagen, wegvallen van de gemeentelijke regelingen en de stijging van de uitgaven (dit zijn de werkgerelateerde kosten) worden voldoende gecompenseerd door de inkomensstijging. De stap van werken tegen een inkomen tot 120 procent Wsm naar 130 procent Wsm is bij gebruik van alle regelingen € 4. Paren gaan er dan nauwelijks op vooruit in budget. Dit komt door het wegvallen van de gemeentelijke regelingen bij een inkomen boven 120 procent Wsm.</p>\n<p class=\"lf-p\">100% 110% 120% 130% Langdurige minima 100% Inkomsten uitkering of werk 1.834 2.017 2.201 2.384 1.834 Landelijke toeslagen en regelingen 625 625 583 476 625 Gemeentelijke regelingen 185 129 129 0 231 Subtotaal inkomsten 2.644 2.771 2.912 2.860 2.690 Basisuitgaven 2.359 2.429 2.429 2.372 2.359 Uitgaven participatie 191 191 191 191 191 Subtotaal uitgaven 2.550 2.620 2.620 2.563 2.550 Budgetna alle uitgaven 95 151 293 297 140 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen -91 23 164 297 -91 3.2.5. Paar met kinderen van 8 en 13 jaar Paren met twee kinderen van 8 en 13 jaar hebben na hun basisuitgaven voldoende geld over om uit te geven aan participatie, als zij gebruikmaken van alle regelingen. Zij hebben namelijk € 235 over als zij gebruikmaken van alle regelingen én ze besteden maandelijks het normbedrag van € 325 aan participatie. Zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen komt dit huishouden € 9 te kort om alle uitgaven te kunnen betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeentelijke regelingen vallen geleidelijk weg. De meeste regelingen vervallen bij een inkomen boven 120 procent Wsm, afgezien van Stichting Leergeld (boven 130 procent Wsm). De stap van werken tegen een inkomen tot 120 procent Wsm naar 130 procent Wsm zorgt voor een toename van € 5 in het budget; huishoudens gaan er hier nauwelijks op vooruit. Zij vallen echter niet terug naar een lager budget dan op de eerdere inkomensgrenzen. De inkomensstijging kan het geleidelijk wegvallen van gemeentelijke regelingen en de daling van landelijke toeslagen voldoende compenseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">100% 110% 120% 130% Langdurige minima 100% Inkomsten uitkering of werk 1.834 2.017 2.201 2.384 1.834 Landelijke toeslagen en regelingen 1.365 1.365 1.322 1.215 1.365 Gemeentelijke regelingen 244 187 187 59 290 Subtotaal inkomsten 3.443 3.570 3.710 3.658 3.489 Basisuitgaven 2.883 2.953 2.953 2.897 2.883 Uitgaven participatie 325 325 325 325 325 Subtotaal uitgaven 3.208 3.278 3.278 3.222 3.208 Budgetna alle uitgaven 235 292 432 437 281 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen -9 104 245 378 -9 Uitgelicht: voorbeeldcasus van een paar twee kinderen (8 en 13 jaar) Bijstandsuitkering Sam en Rosanne hebben twee kinderen van 8 en 13 jaar en ze krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.834 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Ze hebben maandelijks recht op € 1.365 aan toeslagen van het Rijk, bestaande uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag. Tot slot kunnen ze een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 244 per maand (excl. IIT). Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, korting op de collectieve zorgverzekering, een bijdrage vanuit de Participatieregeling en Stichting Leergeld. Naast deze inkomsten hebben zij natuurlijk verschillende uitgaven: basisuitgaven van € 2.883 per maand en uitgaven voor participatie van € 325 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houden zij maandelijks € 235 over. Maakt dit gezin echter van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan komen zij € 9 te kort.</p>\n<p class=\"lf-p\">130 procent Wsm Als Sam of Rosanne werk krijgt tegen een loon van 130 procent Wsm, dan stijgt het netto- inkomen van het huishouden naar € 2.384 maand. Ze behouden het recht op huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag, maar de huurtoeslag, de zorgtoeslagen het kindgebonden budget zijn lager. Totaal ontvangen zij nu € 1.215 aan toeslagen van het Rijk per maand. Het recht op de gemeentelijke regelingen is vervallen, behalve Stichting Leergeld, een bedrag van € 59 per maand. De uitgaven stijgen licht door werkgerelateerde kosten die zij nu moeten maken. In totaal houdt dit voorbeeldhuishouden, na alle uitgaven, maandelijks € 437 over. Dit is € 202 meer dan in de bijstandssituatie. Maakt dit gezin van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan houden zij maandelijks € 378 over.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.6.Alleenstaande AOW-leeftijd Een alleenstaande die de AOW-leeftijd heeft bereikt, heeft in alle voorbeeldsituaties maandelijks geld over na het doen van de basis- en participatie uitgaven. Natuurlijk leidt het gebruiken van de gemeentelijke regelingen tot een hoger budget dan het niet gebruiken van de regelingen, dit verschil loopt op tot € 99 op bijstandsniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een alleenstaande AOW’er met een inkomen tussen 110 en 130 procent Wsm heeft een hoger budget na het doen van alle uitgaven dan een alleenstaande AOW’er met een inkomen van 100 procent Wsm. Hoewel de landelijke toeslagen (en de gemeentelijke regelingen) dalen is dit niet zodanig dat dit dus leidt tot een lager budget dan in de bijstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">100% 110% 120% 130% Inkomsten uitkering of werk 1.426 1.568 1.711 1.853 Landelijke toeslagen en regelingen 497 497 460 399 Gemeentelijke regelingen36 Exclusief IIT. De individuele inkomenstoeslag is (wettelijk) niet beschikbaar voor mensen die de AOW leeftijd bereikt hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">99 64 64 0 Subtotaal inkomsten 2.022 2.130 2.235 2.252 Basisuitgaven 1.651 1.651 1.651 1.657 Uitgaven participatie 111 111 111 111 Subtotaal uitgaven 1.762 1.762 1.762 1.768 Budgetna alle uitgaven 260 368 473 484 Budgetbij geen gebruik gemeentelijke regelingen 161 303 409 484 3.2.7.Paar AOW-leeftijd Paren die de AOW-leeftijd hebben bereikt, hebben bij een inkomen van 100 procent Wsm de gemeentelijke regelingen niet nodig om alle maandelijkse uitgaven (incl. uitgaven op het gebied van participatie) te kunnen betalen. Ook als zij van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken hebben zij voldoende budget voor het betalen van hun kosten (€ 35).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm vervallen de gemeentelijke regelingen voor hen. Dit leidt tot een lager budget bij 130 procent Wsm (€ 456) dan bij 120 procent Wsm (€ 480) bij gebruik van de gemeentelijke regelingen. In dit geval wordt de daling van de landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen onvoldoende gecompenseerd door het hogere inkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">100% 110% 120% 130% Inkomsten uitkering of werk 1.932 2.126 2.319 2.512 Landelijke toeslagen en regelingen 648 631 578 501 Gemeentelijke regelingen37 Exclusief IIT. De individuele inkomenstoeslag is (wettelijk) niet beschikbaar voor mensen die de AOW leeftijd bereikt hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">185 129 129 0 Subtotaal inkomsten 2.766 2.885 3.025 3.013 Basisuitgaven 2.366 2.366 2.366 2.378 Uitgaven participatie 179 179 179 179 Subtotaal uitgaven 2.545 2.545 2.545 2.557 Budgetna alle uitgaven 220 340 480 456 Budgetbij geen gebruik gemeentelijke regelingen 35 211 352 456 3.3 Vergelijking resultaten met rapport Commissie Sociaal Minimum In september 2023 heeft de Commissie Sociaal Minimum een rapport uitgebracht met de titel ‘Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum’. In dit rapport wordt de stelling geponeerd dat ‘huishoudens met een laag inkomen de komende jaren tot honderden euro’s tekort gaan komen iedere maand’.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de inkomenseffecten die in paragraaf 1.2 aan de orde zijn gekomen, is dit tekort niet voor ieder huishoudtype zichtbaar. Oftewel: niet alle huishoudens hebben iedere maand te maken met (grote) tekorten. Hiervoor zijn de volgende verklaringen mogelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie Sociaal Minimum rekent een extra bedrag mee voor tegenvallers (afhankelijk van het huishoudtype gaat het om 3, 6 of 9 procent bovenop de reguliere uitgaven); oftewel een zekere marge voor onvoorziene omstandigheden. Dit extra bedrag komt bovenop de bedragen voor reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven en het minimumbudget voor sociale participatie van het Nibud, zoals in voorliggende inkomenseffectrapportage doorgerekend. Het uitgavenbedrag ligt hiermee, afhankelijk van het huishoudtype, circa 50 tot 300 euro hoger dan het uitgavenbedrag op bijstandsniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie Sociaal Minimum rekent een ondergrens mee voor het gemiddelde totaalbedrag aan lokale regelingen waar minimahuishoudens aanspraak op kunnen maken, terwijl in voorliggende inkomenseffectrapportage de specifieke minimaregelingen worden doorgerekend. In de Kempengemeenten ligt het bedrag waar huishoudens aanspraak op kunnen maken hoger. Ter illustratie: een paar met twee kinderen van 8 en 13 jaar kan volgens de berekeningen van de Commissie Sociaal Minimum aanspraak maken op een gemiddeld bedrag van € 160 aan gemeentelijke regelingen, in de Kempengemeenten ligt dit op € 244 (excl. IIT). Dit verschil in totaalbedrag aan gemeentelijke regelingen verschilt per huishoudtype: voor huishoudens met kinderen is het verschil groter dan voor huishoudens zonder kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij geldt overigens de cruciale aanname dat huishoudens gebruikmaken van alle regelingen waar het huishoudtype aanspraak op mag maken. De praktijk is echter weerbarstiger; niet alle inwoners maken gebruik van het volledige aanbod. Dit kan ervoor zorgen dat huishoudens maandelijks minder overhouden dan geschetst. Dat is ook de reden dat we in voorliggend rapport twee situaties schetsen: wanneer huishoudens gebruikmaken van alle regelingen en wanneer zij geen gebruik maken van regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot: voor de kostenposten en inkomsten is in deze inkomenseffectrapportage, waar mogelijk, gewerkt met lokale bedragen zoals van toepassing in de Kempengemeenten. Bijvoorbeeld de huurprijs, huurtoeslag, gemeentelijke- en waterschapsheffingen alsook de gemeentelijke regelingen. Dit betekent dat de resultaten kunnen afwijken van het rapport van de Commissie Sociaal Minimum, waarin gewerkt wordt met gemiddelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Scenarioanalyse 4.1 Introductie scenario In deze paragraaf introduceren we het scenario. Vervolgens wordt een aantal aannames en kanttekeningen beschreven en worden de achterliggende cijfers van de huidige situatie in beeld gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het scenario De inkomensgrens van een aantal regelingen wordt verruimd van 120 naar 130 procent Wsm:</p>\n<p class=\"lf-p\">Collectieve zorgverzekering (CZ en VGZ);</p>\n<p class=\"lf-p\">Participatieregeling 18+;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting Leergeld (gemeente Oirschot)38 In de overige Kempengemeenten wordt reeds een inkomensgrens van 130 procent Wsm gehanteerd..</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolgen hiervan worden in beeld gebracht voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimahuishoudens: inkomensgroei en vrij besteedbaar budget;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aannames en kanttekeningen bij het scenario Voor de inkomenseffecten gaan we uit van dezelfde aannames zoals gesteld in hoofdstuk 3 van het integrale rapport waarin de inkomenseffecten worden berekend: we gaan er vanuit dat ieder huishouden alle regelingen én het maximale bedrag gebruikt39De praktijk leert dat huishoudens niet altijd van alle regelingen gebruikmaken waar ze voor in aanmerking komen. Daarom is in het integrale rapport ook de financiële situatie geschetst als huishoudens geen gebruikmaken van de beschikbare regelingen..</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedragen per regeling blijven gelijk aan de huidige situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doorrekening van de programmakosten vindt plaats op basis van gebruikscijfers over 2023. Hierop geldt één uitzondering: voor de collectieve zorgverzekering zijn alleen de meest recente gebruikscijfers over 2024 beschikbaar. Daarom wordt hiermee gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de doorrekening van de kosten voor de gemeente geldt de aanname dat het bereik van de Participatieregeling 18+ zal toenemen ten opzichte van de huidige situatie (weergegeven in hoofdstuk 2 van het integrale rapport).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwachting over het bereik: Aangezien sinds dit jaar het te besteden bedrag per persoon is verhoogd van 150 naar 180 euro en ook de mogelijkheden waar het bedrag aan uitgegeven kan worden is verruimd, is de verwachting dat het bereik zal stijgen dit jaar. Als gevolg van deze ontwikkelingen lijkt een toename in bereik van 2 procent stijging realistisch. Ook de doelgroep en daarmee het aantal gebruikers wijzigt logischerwijs bij een verruiming van de inkomensgrens. Deze zijn gebaseerd op de cijfers uit de Armoede Index, die eveneens in de integrale rapportage zijn benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de collectieve zorgverzekering gaan we er in het scenario vanuit dat álle pakketten worden gebruikt en dat dit in dezelfde verhouding zal plaatsvinden voor de nieuwe doelgroep. De totalen wijken echter af van de cijfers die in het integrale rapport genoemd zijn, aangezien daarin alleen de cijfers van CZ zijn meegenomen40Op moment van schrijven waren alleen recente cijfers van CZ beschikbaar.. In de scenarioanalyse zijn de cijfers van zowel CZ als VGZ meegenomen. De bereikcijfers van de collectieve zorgverzekering zijn daarom logischerwijs ook anders dan in het integrale rapport.</p>\n<p class=\"lf-p\">VGZ en CZ (gemeenten): Van VGZ was alleen een totaalaantal gebruikers voor alle vijf gemeenten beschikbaar. Om de gebruikersaantallen van VGZ te verkrijgen per gemeente is de aanname gedaan dat de verstrekkingen in dezelfde verhouding plaatsvinden als bij CZ. Oftewel: we gaan ervan uit dat de gebruikersverdeling van CZ naar de afzonderlijke 5 gemeenten ook geldt voor de gebruikersverdeling van VGZ.</p>\n<p class=\"lf-p\">VGZ en CZ (pakketten): Voor het onderscheid naar pakket (VGZ) is eveneens de aanname gedaan dat dit in dezelfde verhouding als bij CZ wordt verstrekt. Daarbij is de aanname gedaan dat CZ Start gelijk staat aan VGZ Compact (omdat ze qua uitgebreidheid van het pakket vergelijkbaar zijn) en dat de gebruikersaantallen van CZ Extra plus CZ Extra Uitgebreid bij elkaar opgeteld gelijk staat aan VGZ Compleet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwachting over bereik: Tot slot gaan we voor de collectieve zorgverzekering uit van een stabiel bereik. Het bereik van de collectieve zorgverzekering in de Kempengemeenten ligt in lijn met het bereik van in andere gemeenten. Naar verwachting zal de collectieve zorgverzekering ook worden benut door de gebruikers in de nieuwe doelgroep, maar verhoudingsgewijs niet meer dan in de lagere inkomensgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Stichting Leergeld gebruiken we een gemiddeld verstrekt bedrag per kind door het totaalbedrag aan verstrekkingen te delen door het totaal aantal gebruikers in de gemeente, weergegeven in het jaarverslag van de gemeente Oirschot. Wel is hierbij van belang op te merken dat deze kosten vermoedelijk niet volledig voor rekening van de gemeente zijn. De gemeente is naast bijvoorbeeld particulieren, bedrijven en loterijorganisaties één van de financiers van Stichting Leergeld in Oirschot41 Gebaseerd op de jaarrekening van 2023 van Stichting Leergeld Oirschot..</p>\n<p class=\"lf-p\">De inkomensgrenzen van de regelingen die niet zijn opgenomen in de scenarioanalyse blijven gelijk aan de huidige situatie. Voor Stichting Leergeld42 Hoewel Stichting Leergeld Veldhoven en de Kempen een inkomensgrens hanteert van 130 procent Wsm en Oirschot van 120 procent Wsm, was dit voor alle vijf gemeenten al doorgerekend tot 130 procent Wsm. Daarom verandert dit scenario niets in de inkomenseffecten. geldt dat deze in de inkomenseffecten al was meegenomen tot 130 procent Wsm, dus hierin wijzigt niets in de inkomenseffecten. (Eventuele wijzigingen in) de uitvoeringskosten worden buiten beschouwing gelaten. In de doorrekening van de beleidsscenario’s ligt de nadruk op de programmakosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om een realistische inschatting van het gebruik, bereik en de kosten van de beleidswijzigingen is voor de lange termijn een bevolkingsprognose noodzakelijk. De omvang en kenmerken van de bevolking in de gemeente kunnen veranderen door natuurlijke (bijvoorbeeld vergrijzing) en externe factoren (bijvoorbeeld migratie). Dit heeft gevolgen voor de behoefte aan ondersteuning en het gebruik van de regelingen. Een bevolkingsprognose behoort niet tot de huidige onderzoeksopdracht. De implicaties van de beleidswijzigingen zijn daarom weergegeven voor een korte/middellange termijn (circa 5 jaar).</p>\n<p class=\"lf-p\">Huidige situatie Er zijn diverse regelingen voor minimahuishoudens in de Kempengemeenten beschikbaar. Op dit moment zijn regelingen toegankelijk voor huishoudens met een inkomen zoals weergegeven in tabel 3.1.1 van het integrale rapport.</p>\n<p class=\"lf-p\">De huidige inkomenseffecten van landelijke en lokale regelingen staan beschreven in hoofdstuk 3 van het integrale rapport.</p>\n<p class=\"lf-p\">De huidige programmakosten van de gemeente voor de regelingen die in het scenario wijzigen (collectieve zorgverzekering en participatieregeling 18+), worden in onderstaande tabellen weergegeven. Uitvoeringskosten (zoals inzet van personeel) zijn hier buiten beschouwing gelaten. De gebruikscijfers voor de collectieve zorgverzekering zijn in bijlage 4 toegelicht Tabel 4.1.1 Huidig gebruik en bereik regelingen scenario in de Kempengemeenten in 2023 Regeling Inkomens- grens Gemeente Doelgroep Gebruik Bereik Collectieve zorgverzekering 43 De bereikcijfers van de collectieve zorgverzekering wijken af van het bereik uit het integrale rapport. In het scenario zijn zowel de cijfers van CZ als VGZ meegenomen, in het integrale rapport alleen de cijfers van CZ.</p>\n<p class=\"lf-p\">120% Wsm Bergeijk Bladel Eersel Oirschot Reusel-De Mierden 588 volwassenen 672 volwassenen 611 volwassenen 580 volwassenen 368 volwassenen 202 volwassenen 264 volwassenen 276 volwassenen 144 volwassenen 167 volwassenen 34% 39% 45% 25% 45% Participatie- regeling 18+ 120% Wsm Bergeijk Bladel Eersel Oirschot Reusel-De Mierden 588 volwassenen 672 volwassenen 611 volwassenen 580 volwassenen 368 volwassenen 23 volwassenen 56 volwassenen 36 volwassenen 27 volwassenen 30 volwassenen 4% 8% 6% 5% 8% Stichting Leergeld (Oirschot) 120% Wsm Oirschot 236 kinderen 133 kinderen 56% Tabel 4.1.2 Huidige programmakosten regelingen scenario in de Kempengemeenten in 2023 Regeling Kosten per gebruiker Gemeente Totale kosten per gemeente Collectieve zorgverzekering Per jaar:</p>\n<p class=\"lf-p\">CZ: Start € 310,80 CZ: Extra € 591,12 CZ:</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra uitgebreid € 591,12 VGZ: compact € 292,80 VGZ: compleet €651,00 Bergeijk Bladel Eersel Oirschot Reusel-De Mierden € 121.181 € 157.630 € 165.762 € 86.518 € 99.154 Participatieregeling 18+ € 180 per persoon44 In 2023 gold voor de Participatieregeling 18+ een bedrag van € 150 per persoon. Per 1 januari 2024 is dit verhoogd naar € 180. Om een meest realistisch beeld van de programmakosten te kunnen weergeven, is in het scenario gerekend met € 180 per persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bergeijk Bladel Eersel Oirschot Reusel-De Mierden € 4.140 € 10.080 € 6.480 € 4.860 € 5.400 Stichting Leergeld in Oirschot heeft te maken met verschillende baten, waaronder een bijdrage van de gemeente (subsidie). Hierdoor zijn onderstaande bedragen omtrent Stichting Leergeld wel de totale programmakosten, maar deze kunnen niet volledig aan de gemeente worden toegeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.1.3 Huidige programmakosten Stichting Leergeld in 2023 Regeling Kosten per gebruiker Gemeente Totale kosten Stichting Leergeld € 387,63 perkind Oirschot € 51.555 4.2 Uitwerking scenarioanalyse Verruiming inkomensgrenzen gemeentelijke regelingen met behoud huidigebedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het scenario wordt de grens van de volgende regelingen verruimd van 120 naar 130 procent Wsm:</p>\n<p class=\"lf-p\">Collectieve zorgverzekering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Participatieregeling 18+;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting Leergeld voor de gemeente Oirschot (de andere vier Kempengemeenten hanteren al 130 procent Wsm).</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedragen van deze drie regelingen wijzigen in dit scenario niet, en blijven dus gelijk aan de huidige situatie. Voor de doorrekening gaan we uit van het maximale bedrag per regeling. Voor de berekening van de doelgroep gaan we uit van de cijfers zoals gepresenteerd in hoofdstuk 1 van het integrale rapport. Voor de weergave van de effecten van het scenario op de gelden de aannames en kanttekeningen zoals eerder beschreven (zie hoofdstuk 1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Per scenario brengen we zowel de financiële effecten op de bestedingsruimte van de minimahuishoudens in kaart als de meerkosten voor de gemeente (programmakosten).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3Effect op bestedingsruimte van minimahuishoudens45 Hoofdstuk 1 laat de geschatte verdeling naar huishoudtypen zien in de afzonderlijke Kempengemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende figuren geven het budget weer per huishoudtype; het totale inkomen minus de totale uitgaven. Stichting Leergeld was in de “huidige situatie” (middelste staafje) al meegenomen tot maximaal 130 procent Wsm46 In Bladel, Eersel, Bergeijk en Reusel-De Mierden geldt namelijk reeds een inkomensgrens van 130 procent Wsm.Voor deze regeling is ten opzichte van het scenario niets gewijzigd bij de inkomenseffecten. De totalen zijn in bijlage 5 in de verkorte begrotingen te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 4.3.1. Alleenstaande, niet AOW-gerechtigd Figuur 4.3.2. Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd Figuur 4.3.3. Paar zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd Figuur 4.3.4. Paar met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd Figuur 4.3.5. Alleenstaande, AOW-gerechtigd Figuur 4.3.6. Paar, AOW-gerechtigd Wat valt op?</p>\n<p class=\"lf-p\">De belangrijkste bevindingen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Logischerwijs stijgt in alle huishoudens het budget; er komt immers meer geld vanuit de gemeentelijke regelingen binnen en de uitgaven wijzigen niet. Het maandelijkse budget stijgt met € 64 tot € 129, afhankelijk van het huishoudtype.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de huishoudtypes met paren geldt dat hun budget in de huidige situatie lager is dan voor alleenstaanden. De stijging van het bedrag aan gemeentelijke regelingen in het scenario heeft daarom relatief gezien meer impact voor hen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paren met en zonder kinderen hadden op de inkomensniveaus 120 en 130 procent Wsm vrijwel evenveel budget; zij gingen er nauwelijks op vooruit als zij meer gingen werken. Als de inkomensgrenzen worden verruimd naar 130 procent Wsm, wordt het verschil in budget tussen beide inkomensniveaus groter.</p>\n<p class=\"lf-p\">AOW-gerechtigde paren ervoeren een terugval in budget tussen 120 en 130 procent Wsm. Wanneer de inkomensgrenzen verruimd worden, gaan zij er ook tussen 120 en 130 procent Wsm op vooruit in budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kanttekening Een kanttekening die hier gemaakt dient te worden is dat het scenario het budget laat zien tot een inkomen tot 130 procent Wsm. Waar de collectieve zorgverzekering en participatieregeling 18+ eerst wegvielen boven een inkomensgrens van 120 procent Wsm, vervalt het recht op de regelingen in het scenario bij een inkomensgrens van 130 procent Wsm. Het zou dus kunnen dat er een verschuiving van de nadelige effecten van het verliezen van de regelingen plaats zal vinden. Dat is op basis van de huidige resultaten echter niet vast te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4. Programmakosten per gemeente In onderstaande tabel staan de programmakosten per gemeente wanneer de inkomensgrens van de collectieve zorgverzekering, participatieregeling 18+ en Stichting Leergeld (alleen Oirschot) worden verruimd naar 130 procent Wsm. De programmakosten worden per gemeente gepresenteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.4.1 Programmakosten bij scenario: Bergeijk Regeling Kosten gemeente per gebruiker Verwacht bereik Gebruikers bij doelgroep 120% Wsm Verwachte gebruikers bij doelgroep 130% Wsm Totale kosten Meerkosten tov huidige situatie Collectieve zorgverzekering Verschilt per pakket 34% 202 volwassenen 243 volwassenen € 145.912 + € 24.731 Participatie- regeling 18+ € 180 6% 47 Bij het genoemde bereik van 2023 in de Inkomens Effectrapportage is in overleg met de gemeente 2 procent bij de Participatieregeling 18+ opgeteld voor alle gemeentes.</p>\n<p class=\"lf-p\">23 volwassenen 31 volwassenen € 5.580 + € 1.440 Tabel 4.4.2 Programmakosten bij scenario: Bladel Regeling Kosten gemeente per gebruiker Verwacht bereik Gebruikers bij doelgroep 120% Wsm Verwachte gebruikers bij doelgroep 130% Wsm Totale kosten Meerkosten tov huidige situatie Collectieve zorgverzekering Verschilt per pakket 39% 264 volwassenen 330 volwassenen € 197.272 + € 39.642 Participatie- regeling 18+ € 180 10% 56 volwassenen 61 volwassenen € 10.980 + € 900 Tabel 4.4.3 Programmakosten bij scenario: Eersel Regeling Kosten gemeente per gebruiker Verwacht bereik Gebruikers bij doelgroep 120% Wsm Verwachte gebruikers bij doelgroep 130% Wsm Totale kosten Meerkosten tov huidige situatie Collectieve zorgverzekering Verschilt per pakket 45% 276 volwassenen 343 volwassenen € 206.185 + € 40.423 Participatie- regeling 18+ € 180 8% 36 volwassenen 45 volwassenen € 8.100 + € 1.620 Tabel 4.4.4 Programmakosten bij scenario: Oirschot Regeling Kosten gemeente per gebruiker Verwacht bereik Gebruikers bij doelgroep 120% Wsm Verwachte gebruikers bij doelgroep 130% Wsm Totale kosten Meerkosten tov huidige situatie Collectieve zorgverzekering Verschilt per pakket 25% 144 volwassenen 173 volwassenen € 103.821 + € 17.304 Participatie- regeling 18+ € 180 7% 27 volwassenen 35 volwassenen € 6.300 + € 1.440 Stichting Leergeld48 De genoemde bedragen bij Stichting Leergeld zijn niet in hun volledigheid toe te schrijven als extra kosten voor de gemeente. € 387,63 56% 133 kinderen 154 kinderen € 59.695 + € 8.140 Tabel 4.4.5 Programmakosten bij scenario: Reusel-De Mierden Regeling Kosten gemeente per gebruiker Verwacht bereik Gebruikers bij doelgroep 120% Wsm Verwachte gebruikers bij doelgroep 130% Wsm Totale kosten Meerkosten tov huidige situatie Collectieve zorgverzekering Verschilt per pakket 45% 167 volwassenen 205 volwassenen € 121.517 + € 22.363 Participatie- regeling 18+ € 180 10% 30 volwassenen 33 volwassenen € 5.940 + € 540 Wat valt op?</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenstaande tabellen worden samengevat in onderstaand totaaloverzicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.4.6 Totaaloverzicht meerkosten programmakosten Kempengemeenten Scenario Collectieve zorgverzekering Participatieregeling 18+ Stichting Leergeld Bergeijk € 24.731 € 1.440 - Bladel € 39.642 € 900 - Eersel € 40.423 € 1.620 - Oirschot € 17.304 € 1.440 € 8.140 Reusel-De Mierden € 22.363 € 540 - De belangrijkste bevindingen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Logischerwijs nemen de programmakosten voor alle Kempengemeenten toe wanneer de inkomensgrenzen van de betreffende regelingen worden verruimd 49 Echter, de mogelijkheid bestaat dat een verruiming van inkomensgrenzen leidt tot minder aanvragen voor de individuele bijzondere bijstand, omdat meer inwoners van de beschikbare regelingen gebruik kunnen maken. Hoe groot dit effect is, is in dit onderzoek niet te bepalen..</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhoudingsgewijs is de toename in programmakosten voor de collectieve zorgverzekering groter dan voor de participatieregeling omdat de collectieve zorgverzekering een hoger bereik (dus meer gebruikers) heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage1.Overzicht minimaregelingen Tabel B1.1 Gemeentelijke minimaregelingen in de Kempengemeenten Regeling Inkomensgrens t.o.v. Wsm 2024 (Maximaal) bedrag Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 100% Wsm Tarieven verschillen per huishoudgrootte. Er is gerekend met de volgende prijzen (gemiddeldes van de vijf gemeenten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afvalstoffenheffing (vast+ variabel): EP 50 Eenpersoonshuishouden.: € 189,53 MP 51 Meerpersoonshuishouden.: € 239,25 Rioolheffing:</p>\n<p class=\"lf-p\">EP: € 113,70 MP: € 193,04 Waterschapsbelasting (watersysteemheffing + zuiveringsheffing):</p>\n<p class=\"lf-p\">EP: € 118,38 MP: € 247,74 Bijzondere bijstand N.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Situatieafhankelijk Individuele inkomenstoeslag Drie jaarof langer tot 105% Wsm Alleenstaande: € 375 Alleenstaande ouder:€ 500 Paren: € 550 Collectieve zorgverzekering 120% Wsm Er is gerekend met CZ Gemeente Extra voor alle huishoudtypes.</p>\n<p class=\"lf-p\">CZ: Er is een basispakket van €143 (zorgbewustpolis) en de volgende aanvullende pakketten kunnen worden toegevoegd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Start €25,90; volledige vergoeding dus €143 i.p.v.€168,90 Extra €49,26; volledige vergoeding dus €143 i.p.v.€192,26 Extra Uitgebreid €60,02;vergoeding van €49,26 dus €153,76 i.p.v.€203,02 VGZ: Er is een basispakket van €146,95 en de volgende aanvullende pakketten kunnen worden toegevoegd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Compact €24,40; volledige vergoeding dus €146,95 i.p.v. €171,35 Compleet €54,25; volledige vergoeding dus €146,95 i.p.v. €201,20 Compleet met €0 eigen risico €83,15; vergoeding van €54,25 dus€175,85 i.p.v. €259 Participatieregeling volwassenen 120% Wsm € 180 per volwassene per jaar Stichting Leergeld 130% Wsm 52 In Oirschot wordt een inkomensgrens tot 120 procent Wsm gehanteerd. Dit is echter geen harde grens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gemiddeld verstrekkingsbedrag per kindin de vijf gemeenten (€ 353) in 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studietoeslag Specifieke doelgroep 25% van het wettelijk brutominimum loon, dat voor belanghebbende geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2. Financieel maandoverzicht In deze bijlage staat per huishoudtype het financieel maandoverzicht. De tabellen geven een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven, bij gebruikmaking van alle landelijke en lokale regelingen. De bedragen die horen bij de huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven zijn afkomstig van het Nibud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B2.1 Alleenstaande, niet AOW-gerechtigd Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Langdurige minima 100% Wsm Inkomsten Netto inkomen incl. VT 1.284 1.412 1.541 1.669 1.284 Bijdragen Rijk Huurtoeslag 372 372 372 367 372 Zorgtoeslag 123 123 123 123 123 Totaal bijdragen Rijk 495 495 495 490 495 Totaal inkomsten 1.779 1.907 2.036 2.159 1.779 Uitgaven Huur 624 624 624 624 624 Gas, water, elektra 154 154 154 154 154 Telefoon, internet en televisie 63 63 63 63 63 Gemeentelijke heffingen 35 35 35 35 35 (Collectieve) zorgverzekering 192 192 192 164 192 Overigeverzekeringen 23 23 23 23 23 Vervoer 20 20 20 20 20 Reserveringsuitgaven 215 215 215 215 215 Huishoudelijke uitgaven 305 305 305 305 305 Werkgerelateerde uitgaven 0 70 70 70 0 Totaal uitgaven 1.631 1.701 1.701 1.672 1.631 Budget exclusief regelingen gemeente 148 206 335 487 148 Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen 35 0 0 0 35 Korting collectieve zorgverzekering 49 49 49 0 49 Individuele inkomenstoeslag 0 0 0 0 31 Participatieregeling 18+ 15 15 15 0 15 Stichting Leergeld 0 0 0 0 0 Totaal regelingen gemeente 99 64 64 0 131 Budget inclusief regelingen gemeente 247 271 399 487 279 Normbedrag sociale participatie 117 117 117 117 117 Budget na alle uitgaven 130 154 282 370 162 Budgetbij geen gebruikgemeentelijke regelingen 31 89 218 370 31 Tabel B2.2 Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Langdurige minima100% Wsm Inkomsten Netto inkomen incl. VT 1.284 1.412 1.541 1.669 1.284 Bijdragen Rijk Huurtoeslag 420 420 420 420 420 Zorgtoeslag 123 123 123 123 123 Combinatiekorting 0 41 47 52 0 Kinderbijslag 246 246 246 246 246 Kindgebonden budget 753 753 753 753 753 Totaal bijdragen Rijk 1.542 1.583 1.589 1.595 1.542 Totaal inkomsten 2.826 2.995 3.129 3.264 2.826 Uitgaven Huur 698 698 698 698 698 Gas, water,elektra 245 245 245 245 245 Telefoon, internet en televisie 75 75 75 75 75 Gemeentelijke heffingen 57 57 57 57 57 (Collectieve) zorgverzekering 192 192 192 164 192 Overige verzekeringen 29 29 29 29 29 Onderwijs 74 74 74 74 74 Kosten BSO 53 De kosten voor BSO zijn in de begroting al verrekend met de kinderopvangtoeslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">0 51 12 18 0 Vervoer 53 53 53 53 53 Reserveringsuitgaven 338 338 338 338 338 Huishoudelijke uitgaven 583 583 583 583 583 Werkgerelateerde uitgaven 0 70 70 70 0 Totaal uitgaven 2.344 2.465 2.426 2.403 2.344 Budget exclusief regelingen gemeente 482 530 704 860 482 Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen 57 0 0 0 57 Kortingcollectieve zorgverzekering 49 49 49 0 49 Individueleinkomenstoeslag 0 0 0 0 42 Participatieregeling 18+ 15 15 15 0 15 Stichting Leergeld 59 59 59 59 59 Totaal regelingen gemeente 180 123 123 59 221 Budget inclusief regelingen gemeente 662 653 827 919 704 Normbedrag sociale participatie 250 250 250 250 250 Budget na alleuitgaven 412 403 577 669 454 Budget bij geen gebruikgemeentelijke regelingen 232 280 454 610 232 Tabel B2.3 Paar zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Langdurige minima100% Wsm Inkomsten Netto inkomen incl. VT 1.834 2.017 2.201 2.384 1.834 Bijdragen Rijk Huurtoeslag 389 389 366 303 389 Zorgtoeslag 236 236 217 173 236 Totaal bijdragen Rijk 625 625 583 476 625 Totaal inkomsten 2.459 2.642 2.784 2.860 2.459 Uitgaven Huur 698 698 698 698 698 Gas, water, elektra 189 189 189 189 189 Telefoon, internet en televisie 75 75 75 75 75 Gemeentelijke heffingen 57 57 57 57 57 (Collectieve) zorgverzekering 385 385 385 328 385 Overigeverzekeringen 37 37 37 37 37 Vervoer 40 40 40 40 40 Reserveringsuitgaven 326 326 326 326 326 Huishoudelijke uitgaven 553 553 553 553 553 Werkgerelateerde uitgaven 0 70 70 70 0 Totaal uitgaven 2.359 2.429 2.429 2.372 2.359 Budget exclusief regelingen gemeente 100 214 355 488 100 Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen 57 0 0 0 57 Korting collectieve zorgverzekering 99 99 99 0 99 Individuele inkomenstoeslag 0 0 0 0 46 Participatieregeling 18+ 30 30 30 0 30 Stichting Leergeld 0 0 0 0 0 Totaal regelingen gemeente 185 129 129 0 231 Budget inclusief regelingen gemeente 286 342 484 488 331 Normbedrag sociale participatie 191 191 191 191 191 Budget na alle uitgaven 95 151 293 297 140 Budgetbij geen gebruikgemeentelijke regelingen -91 23 164 297 -91 Tabel B2.4 Paar met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Langdurige minima100% Wsm Inkomsten Netto inkomen incl. VT 1.834 2.017 2.201 2.384 1.834 Bijdragen Rijk Huurtoeslag 420 420 396 333 420 Zorgtoeslag 236 236 217 173 236 Combinatiekorting 0 0 0 0 0 Kinderbijslag 246 246 246 246 246 Kindgebonden budget 463 463 463 463 463 Totaal bijdragen Rijk 1.365 1.365 1.322 1.215 1.365 Totaal inkomsten 3.199 3.383 3.523 3.599 3.199 Uitgaven Huur 698 698 698 698 698 Gas, water,elektra 282 282 282 282 282 Telefoon, internet en televisie 87 87 87 87 87 Gemeentelijke heffingen 57 57 57 57 57 (Collectieve) zorgverzekering 385 385 385 328 385 Overige verzekeringen 41 41 41 41 41 Onderwijs 74 74 74 74 74 Kosten BSO 0 0 0 0 0 Vervoer 73 73 73 73</p>\n<p class=\"lf-p\">73 Reserveringsuitgaven 453 453 453 453 453 Huishoudelijke uitgaven 734 734 734 734 734 Werkgerelateerde uitgaven 0 70 70 70 0 Totaal uitgaven 2.883 2.953 2.953 2.897 2.883 Budget exclusief regelingen gemeente 316 429 570 703 316 Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen 57 0 0 0 57 Kortingcollectieve zorgverzekering 99 99 99 0 99 Individueleinkomenstoeslag 0 0 0 0 46 Participatieregeling 18+ 30 30 30 0 30 Stichting Leergeld 59 59 59 59 59 Totaal regelingen gemeente 244 187 187 59 290 Budget inclusief regelingen gemeente 560 617 757 762 606 Normbedrag sociale participatie 325 325 325 325 325 Budget na alleuitgaven 235 292 432 437 281 Budget bij geen gebruikgemeentelijke regelingen -9 104 245 378 -9 Tabel B2.5 Alleenstaande, AOW-gerechtigd Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Inkomsten Netto inkomen incl. VT 1.426 1.568 1.711 1.853 Bijdragen Rijk Huurtoeslag 374 374 337 276 Zorgtoeslag 123 123 123 123 Totaal bijdragen Rijk 497 497 460 399 Totaal inkomsten 1.923 2.065 2.171 2.252 Uitgaven Huur 624 624 624 624 Gas, water, elektra 193 193 193 193 Telefoon, internet en televisie 63 63 63 63 Gemeentelijke heffingen 35 35 35 35 (Collectieve) zorgverzekering 192 192 192 198 Overigeverzekeringen 14 14 14 14 Vervoer 17 17 17 17 Reserveringsuitgaven 217 217 217 217 Huishoudelijke uitgaven 296 296 296 296 Totaal uitgaven 1.651 1.651 1.651 1.657 Budget exclusief regelingen gemeente 272 414 520 595 Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen 35 0 0 0 Kortingcollectieve zorgverzekering 49 49 49 0 Participatieregeling 18+ 15 15 15 0 Stichting Leergeld 0 0 0 0 Totaal regelingen gemeente 99 64 64 0 Budget inclusief regelingen gemeente 371 479 584 595 Normbedrag sociale participatie 111 111 111 111 Budget na alle uitgaven 260 368 473 484 Budgetbij geen gebruikgemeentelijke regelingen 161 303 409 484 Tabel B2.6 Paar, AOW-gerechtigd Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Inkomsten Netto inkomen incl. VT 1.932 2.126 2.319 2.512 Bijdragen Rijk Huurtoeslag 412 412 386 337 Zorgtoeslag 236 219 192 164 Totaal bijdragen Rijk 648 631 578 501 Totaal inkomsten 2.580 2.757 2.897 3.013 Uitgaven Huur 698 698 698 698 Gas, water, elektra 236 236 236 236 Telefoon, internet en televisie 75 75 75 75 Gemeentelijke heffingen 57 57 57 57 (Collectieve) zorgverzekering 385 385 385 396 Overigeverzekeringen 17 17 17 17 Vervoer 34 34 34 34 Reserveringsuitgaven 328 328 328 328 Huishoudelijke uitgaven 537 537 537 537 Totaal uitgaven 2.366 2.366 2.366 2.378 Budget exclusief regelingen gemeente 214 390 531 635 Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen 57 0 0 0 Kortingcollectieve zorgverzekering 99 99 99 0 Participatieregeling 18+ 30 30 30 0 Stichting Leergeld 0 0 0 0 Totaal regelingen gemeente 185 129 129 0 Budget inclusief regelingen gemeente 399 519 659 635 Normbedrag sociale participatie 179</p>\n<p class=\"lf-p\">179 179 179 Budget na alle uitgaven 220 340 480 456 Budgetbij geen gebruikgemeentelijke regelingen 35 211 352 456 Bijlage3.Uitsplitsing gemeentelijke bijdragen Figuur B3.1. Maandelijkse gemeentelijke bijdrage per huishouden bij een (langdurig) inkomen van 100 procent Wsm Bijlage4.Bedrag collectieve zorgverzekering In hoofdstuk 1 zijn voor de collectieve zorgverzekering alleen de aantallen van CZ gebruikt en niet van VGZ, omdat voor VGZ alleen een totaal aantal is aangeleverd. Onderscheid naar gemeente was niet mogelijk. Voor het scenario is met de gemeenten afgesproken om wel tot cijfers van de VGZ te komen op basis van enkele aannames om een zo accuraat mogelijk beeld van de kosten te kunnen geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende aannames zijn gedaan:</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhouding verstrekkingen per gemeente is voor VGZ hetzelfde als voor CZ.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhouding pakketkeuze per gemeente is voor VGZ hetzelfde als voor CZ. Hierbij wordt uitgegaan van:</p>\n<p class=\"lf-p\">CZ pakket Start is vergelijkbaar met VGZ pakket Compact.</p>\n<p class=\"lf-p\">CZ pakketten Extra en Extra uitgebreid staan samen gelijk aan VGZ pakket Compleet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de volwassenen die gebruik maken van CZ worden meegenomen in de aantallen. Kinderen zijn automatisch meeverzekerd en leiden niet tot extra kosten voor de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volwassenen die enkel van de basisverzekering gebruikmaken worden buiten beschouwing gelaten. Alleen voor aanvullende pakketten geldt een bijdrage van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cijfers van CZ leiden tot de verhoudingen zoals weergegeven in onderstaande tabel. Dezelfde verhouding is aangehouden voor VGZ wat leidt tot de totalen zoals weergegeven in onderstaande tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B4.1 CZ en VGZ totalen Kempengemeenten Bergeijk Bladel Eersel Oirschot Reusel- De Mierden Totaal CZ volwassenen 163 213 223 116 135 850 Verhouding 19,2% 25,1% 26,2% 13,6% 15,9% 100% VGZ volwassenen* 39 51 54 28 32 204 * Berekend met de percentages van CZ.</p>\n<p class=\"lf-p\">De totalen zijn vervolgens omgezet naar een verhouding per pakket. Deze was bekend voor de pakketten van CZ en zijn berekend voor VGZ, zie onderstaande tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B4.2 CZ en VGZ pakketten Kempengemeenten Bergeijk Bladel Eersel Oirschot Reusel- De Mierden Totaal CZ Start 2 4 2 1 4 13 CZ Extra+ Extra uitgebreid 161 209 221 115 131 837 Percentage Start 1,2% 1,9% 0,9% 0,9% 3,0% 1,5% Percentage Extra + Extra uitgebreid 98,8% 98,1% 99,1% 99,1% 97,0% 98,5% VGZ Compact* 0 1 0 0 1 2 VGZ Compleet* 39 50 53 28 31 201 * Berekend met de percentages van CZ.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 5. Verkorte begrotingen per huishoudtype Tabel B5.1 Alleenstaande, niet AOW-gerechtigd 100% 110% 120% 130% Langdurige minima 100% Inkomsten uitkering of werk 1.284 1.412 1.541 1.669 1.284 Landelijke toeslagen en regelingen 495 495 495 490 495 Gemeentelijke regelingen 99 64 64 0 131 Scenariogemeentelijke regelingen 0 0 0 64 0 Subtotaal inkomsten 1.878 1.971 2.100 2.223 1.909 Basisuitgaven 1.631 1.701 1.701 1.672 1.631 Uitgaven participatie 117 117 117 117 117 Subtotaal uitgaven 1.748 1.818 1.818 1.789 1.748 Budget na alle uitgaven 130 154 282 434 162 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen 31 89 218 370 31 Tabel B5.2 Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd 100% 110% 120% 130% Langdurige minima 100% Inkomsten uitkering of werk 1.284 1.412 1.541 1.669 1.284 Landelijke toeslagen en regelingen 1.542 1.583 1.589 1.595 1.542 Gemeentelijke regelingen 180 123 123 59 221 Scenariogemeentelijke regelingen 0 0 0 64 0 Subtotaal inkomsten 3.006 3.118 3.252 3.387 3.047 Basisuitgaven 2.344 2.465 2.426 2.403 2.344 Uitgaven participatie 250 250 250 250 250 Subtotaal uitgaven 2.594 2.715 2.676 2.653 2.594 Budget na alle uitgaven 412 403 577 733 454 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen 232 280 454 610 232 Tabel B5.3 Paar zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd 100% 110% 120% 130% Langdurige minima 100% Inkomsten uitkering of werk 1.834 2.017 2.201 2.384 1.834 Landelijke toeslagen en regelingen 625 625 583 476 625 Gemeentelijke regelingen 185 129 129 0 231 Scenariogemeentelijke regelingen 0 0 0 129 0 Subtotaal inkomsten 2.644 2.771 2.912 2.989 2.690 Basisuitgaven 2.359 2.429 2.429 2.372 2.359 Uitgaven participatie 191 191 191 191 191 Subtotaal uitgaven 2.550 2.620 2.620 2.563 2.550 Budget na alle uitgaven 95 151 293 426 140 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen -91 23 164 297 -91 Tabel B5.4 Paar met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd 100% 110% 120% 130% Langdurige minima 100% Inkomsten uitkering of werk 1.834 2.017 2.201 2.384 1.834 Landelijke toeslagen en regelingen 1.365 1.365 1.322 1.215 1.365 Gemeentelijke regelingen 244 187 187 59 290 Scenariogemeentelijke regelingen 0 0 0 129 0 Subtotaal inkomsten 3.443 3.570 3.710 3.787 3.489 Basisuitgaven 2.883 2.953 2.953 2.897 2.883 Uitgaven participatie 325 325 325 325 325 Subtotaal uitgaven 3.208 3.278 3.278 3.222 3.208 Budget na alle uitgaven 235 292 432 565 281 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen -9 104 245 378 -9 Tabel B5.5 Alleenstaande, AOW-gerechtigd 100% 110% 120% 130% Inkomsten uitkering of werk 1.426 1.568 1.711 1.853 Landelijke toeslagen en regelingen 497 497 460 399 Gemeentelijke regelingen 99 64 64 0 Scenariogemeentelijke regelingen 0 0 0 64 Subtotaal inkomsten 2.022 2.130 2.235 2.317 Basisuitgaven 1.651 1.651 1.651 1.657 Uitgaven participatie</p>\n<p class=\"lf-p\">111 111 111 111 Subtotaal uitgaven 1.762 1.762 1.762 1.768 Budget na alle uitgaven 260 368 473 549 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen 161 303 409 484 Tabel B5.6 Paar, AOW-gerechtigd 100% 110% 120% 130% Inkomsten uitkering of werk 1.932 2.126 2.319 2.512 Landelijke toeslagen en regelingen 648 631 578 501 Gemeentelijke regelingen 185 129 129 0 Scenariogemeentelijke regelingen 0 0 0 129 Subtotaal inkomsten 2.766 2.885 3.025 3.142 Basisuitgaven 2.366 2.366 2.366 2.378 Uitgaven participatie 179 179 179 179 Subtotaal uitgaven 2.545 2.545 2.545 2.557 Budget na alle uitgaven 220 340 480 585 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen 35 211 352 456 Bijlage 2Overzicht minimaregelingen met kenmerken, inkomensgrenzen/draagkracht en ruimte voor aanpassing Grondslag en uitwerking Kenmerk Inkomensgrens/ draagkracht Ruimte voor aanpassing Verplichte regeling Bijzondere bijstand Art. 35 lid 1 Participatiewet, uitgewerkt in Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2024 Vergoeding van uit bijzondere omstandigheden voorvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan (niet zijnde vaste lasten, voeding etc.) Draagkracht:</p>\n<p class=\"lf-p\">35% van het inkomen boven 120% en 100% vermogen boven vermogensgrens.</p>\n<p class=\"lf-p\">We vergoeden voor een aantal kostensoorten bijzondere bijstand waarvoor dat niet aan de orde is (denk aan bepaalde medische kosten en vervoerskosten). Dat is buitenwettelijk begunstigend beleid. Dat zou voor meer kosten kunnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het draagkrachtpercentage en het inkomen en vermogen waarvoor dat geldt kunnen worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele Inkomenstoeslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 36</span><span class=\"lf-art-t\">Participatiewet, uitgewerkt in Verordening Participatiewet 2015 en Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2024</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">€ 375,- voor een alleenstaande, € 500,- voor een alleenstaande ouder of € 550,- voor gehuwden, die minimaal 36 maanden een laag inkomen hebben en geen zicht op inkomnsverbetering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomensgrens 105% en geen vermogen boven vermogensgrens conform bijstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedragen kunnen worden aangepast (indexatie).</p>\n<p class=\"lf-p\">De inkomensgrens kan worden gewijzigd, maar verhoging past niet bij het karakter van de regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vermogensgrens kan niet worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwijtschelding gemeentelijke belastingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 26</span><span class=\"lf-art-t\">Invorderingswet 1990, 255 Gemeentewet en uitgewerkt in Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijke belastingen worden kwijtgescholden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomensgrens 100% Kwijtschelden is een bevoegdheid op zich. Daarbij kan de keuze worden gemaakt welke belastingen worden kwijtgescholden. Ook zijn er keuzes voor de inkomensgrens al moet deze tussen 90 en 100% liggen en omtrent het vermogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet verplichte regeling Collectieve ziektekostenverzekering Art. 35 lid 3 Participatiewet en uitgewerkt in Beleidsregels bijzondere bijstand Aanbod van een collectieve ziektekostenverzekering met gehele of gedeeltelijke compensatie van het aanvullend pakket. We werken samen met CZ en VGZ. Beide zorgaanbieders bieden een basisverzekering aan met 3 aanvullende pakketten. Bij beide zorgverzekeraars worden de aanvullende pakketten 1 en 2 volledig vergoed en pakket 3 conform de vergoeding van pakket 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomensgrens 120% en vermogen onder vermogensgrens cf bijstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomensgrens en vermogensgrens kunnen worden aangepast. Daarnaast kan de vergoeding van de aanvullende pakketten worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Participatie kinderen Kinderen mee laten doen aan (buiten)schoolse activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomensgrens 130%, maar Stichting Leergeld levert maatwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden liggen bij Stichting Leergeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Participatie 18+ Participatieregeling 18+ Kempengemeenten 2024 € 180 voor sociaal maatschappelijke participatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomensgrens 120% en vermogensgrens conform bijstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kostensoorten, bedrag, inkomensgrens en vermogensgrens kunnen worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3.Terugblik kadernota armoede 2021-2024 3.1Algemene terugblik In het najaar van 2020 is de Kadernota armoedebestrijding “Koersen op de toekomst” 2021-2024 vastgesteld. Een periode van vier jaar die anders is verlopen dan we vooraf hadden kunnen voorzien. In 2020 hadden we al te maken met corona en lockdowns. We konden echter niet voorzien hoe lang dat zou duren. Ook konden we op dat moment niet voorzien dat er een oorlog in de Oekraïne uit zou breken met een energiecrisis en forse inflatie tot gevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meer en andere inwoners kregen te maken met geldzorgen. Landelijk zijn diverse ondersteuningsmaatregelen ontwikkeld, welke als extra taken naar gemeenten kwamen zoals de Eenmalige energietoeslag. Deze ontwikkelingen hebben inzet en aandacht gevraagd. Dat heeft enerzijds tot gevolg gehad dat we geplande ontwikkelingen niet in gang hebben gezet; anderzijds is er een hele nieuwe groep inwoners met geldzorgen in beeld gekomen die we hebben ondersteund en hebben kunnen wijzen op het volledige ondersteuningsaanbod. In het najaar van 2022 heeft er een tussenevaluatie van de kadernota Armoedebestrijding 2021-2024 plaatsgevonden. Uitdagingen zoals de coronapandemie, stijgende energieprijzen en koopkrachtdaling hebben er voor gezorgd dat het thema armoede meer en op een andere manier aandacht heeft gekregen en inzet heeft gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra maatregelen i.v.m. corona en energiecrisis De TONK (en Tozo) regeling is in het leven geroepen voor huishoudens die door corona te maken hadden met inkomstenterugval en hierdoor noodzakelijke kosten zoals woonkosten niet meer konden betalen. Er kwam ook een energietoeslag voor huishoudens met een minimuminkomen om de hoge energielasten te compenseren. We hebben deze regelingen met prioriteit ingevoerd en uitgevoerd. Daarnaast kregen gemeenten te maken met de hersteloperatie Toeslagenaffaire, waarbij vanuit het Rijk aan gemeenten is verzocht om contact te leggen met de potentieel gedupeerden om te onderzoeken of ze ondersteuning nodig hebben en vervolgens een passend hulpaanbod te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vroegsinalering Door de ontwikkelingen is er een steeds grotere groep inwoners die moeite heeft om rond te komen en mee te kunnen doen. Armoedebestrijding is een onderwerp geworden dat steeds nadrukkelijker op de agenda staat en de nodige aandacht krijgt, ook op bestuurlijk niveau. Naast de maatschappelijke ontwikkelingen, hebben er ook wijzigingen plaats gevonden in wet- en regelgeving. Zo is begin 2021 de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gewijzigd. Verhuurders, energie- en waterleveranciers en zorgaanbieders werden verplicht betalingsachterstanden aan gemeenten te melden. Naar aanleiding daarvan is VPS ingericht. VPS staat voor Vindplaats Schulden, dit is een portaal van BKR waar signalen van betalingsachterstanden gemeld worden. Voor kleine partners, zoals particuliere verhuurders, die niet zijn aangesloten bij VPS, is er een mailbox voor het aanleveren van signalen. Vervolgens wordt contact gezocht met de inwoner om ondersteuning aan te bieden. Dat deden we telefonisch en per post. Daarnaast is per 1 januari 2024 de pilot huisbezoeken gestart. Een consulent schuldhulpverlening gaat samen met een maatschappelijk werker van Lumens op huisbezoek bij de betalingsachterstanden die een indicatie vormen voor grote financiële zorgen..</p>\n<p class=\"lf-p\">Om tussentijdse bijsturing mogelijk te maken heeft er in mei 2024 een korte evaluatie met alle betrokken partijen plaatsgevonden. Het aantal succesvolle contactpogingen is hoger ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De eindevaluatie vindt eind 2024 plaats, waarna besloten zal worden of het afleggen van huisbezoeken in het kader van de vroegsignalering een vast onderdeel wordt van de dienstverlening van MD en of en hoe de samenwerking met Lumens wordt voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Preventie In 2021 zijn de Kempengemeenten een samenwerking gestart met Startpunt Geldzaken en met de Nederlandse Schuldhulproute. Dit zijn kanalen die in diverse andere gemeenten succesvol zijn gebleken en die een bijdrage leveren aan het vroegtijdig in beeld krijgen van inwoners met geldzorgen, zodat we hen vroegtijdig een lichte vorm van (zelf)hulp kunnen bieden of kunnen doorverwijzen. De samenwerking met Startpunt Geldzaken is per 1/01/2024 beëindigd omdat er nauwelijks gebruik van werd gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast zijn er andere preventieve activiteiten waar we op hebben ingezet. Gericht op zowel het maatschappelijk middenveld als op inwoners zelf. Hieronder sommen we er een aantal op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Start Nieuwsbrief Geldzaken, de Nieuwsbrief Geldzaken werd in eerste instantie structureel en periodiek uitgegeven. Nadat zichtbaar werd dat het bereik van de nieuwsbrief redelijk laag was is er voor gekozen om de nieuwsbrief enkel uit te brengen bij grotere mededelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenmalig item KempenTV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatiepleinen Eersel en Bladel in samenwerking met de Bibliotheek, het DigiTaalhuis, de Sociaal Raadslieden en de Thuisadministratie Cordaad Welzijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dialoogavonden voor het maatschappelijk middenveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Webinar Budgetteren voor inwoners en Webinar CZV voor maatschappelijk middenveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Taboedoorbreking Er zijn diverse acties uitgezet als het gaat om communicatie uitingen gericht op het laagdrempelig aanbieden van ondersteuning en het doorbreken van het taboe op armoede en schulden. Een van de instrumenten om hier invulling aan te geven is de Nederlandse Schuldhulproute. Verder is in samenwerking met het Praktijkonderwijs van het Pius X-College en de organisatie Save the Children het project Speaking Minds uitgevoerd. Vanuit dit project zijn leerlingen van het praktijkonderwijs betrokken bij implementatievragen vanuit de gemeente over het thema geldzorgen; hoe voorkomen we dat jongeren geldzorgen hebben en hoe maken we geldzorgen beter bespreekbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit project wordt voortgezet en in de komende schooljaren herhaaldelijk uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Collectief aanbod In de kadernota 2020-2024 is de doelstelling opgenomen om samen met het maatschappelijk middenveld een breed collectief aanbod aan te bieden. Binnen het traject schuldhulpverlening zou het volgen van het collectieve programma een vast onderdeel worden. Het collectieve aanbod omvat groepsactiviteiten die bijdragen aan het vergroten van de financiële draagkracht van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door alle ontwikkelingen waar we de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad, corona, energiecrisis en gevraagde inzet als gevolg hiervan, is het collectief aanbod niet van de grond gekomen. Het beoogde doel met het collectief aanbod om naast stabiliseren en oplossen van schulden de financiële zelfredzaamheid te vergroten is door middel van een-op-een begeleiding aan de inwoner aangeboden. De hulpverlening wordt van aanmelding tot nazorg begeleid door een en dezelfde schuldhulpverlener. Schuldhulpverlening is niet enkel voor inwoners met problematische schulden waarvoor een schuldregeling dient te worden opgestart, maar juist ook voor inwoners met hulpvragen in een eerder stadium. Hierbij kan gedacht worden aan korte coachingstrajecten bij losse vragen, kleine betalingsachterstanden waarvoor een individuele betalingsregeling kan worden afgesloten of hulp bij inzicht in financiën of het opstarten van budgetbeheer of budgetcoaching voor een bepaalde periode. Cliënten zijn zo niet meer enkel bezig met het oplossen van een probleemsituatie maar ook met het opdoen van vaardigheden en kennis zodat er in het vervolg geen probleemsituatie ontstaat, of zij eerder hulp weten in te schakelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2Onderzoek KempenPas In de Kadernota armoedebestrijding 2021-2024 is een onderzoek naar de mogelijkheid voor een Kempenpas aangekondigd. Aanleiding voor dit onderzoek is de wens om meer in te zetten op het stimuleren van actieve deelname aan sociale, culturele, educatieve en/of sportieve activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het invoeren van een Kempenpas is mogelijk een alternatief voor de huidige Participatieregeling 18+. Met behulp van deze regeling worden inwoners met een laag inkomen nu financieel ondersteund zodat zij kunnen deelnemen aan maatschappelijke activiteiten. Inwoners kunnen hiervoor één keer per jaar een aanvraag indienen en ontvangen dan een vast bedrag als tegemoetkoming in de kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het idee van een KempenPas is dat inwoners met de pas gratis of met korting kunnen deelnemen aan verschillende sport en beweegactiviteiten, culturele activiteiten en recreatieve activiteiten. De pas verbindt de verschillende domeinen en activiteiten aan elkaar en is voor mensen uit de doelgroep tot 120% van het beleidsmatig minimum gratis. Alle inwoners van de Kempengemeenten zouden kunnen profiteren van deze pas, indien gekozen wordt voor de optie om de pas breed uit te zetten onder alle inwoners van de Kempen. Voor inwoners met een inkomen tot 120% zouden de financiële voordelen groter zijn als voor hen de gemeentelijke meedoenbijdrage op deze pas wordt gezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de verkenning die is uitgevoerd bleek dat diverse gemeenten in het land die een stadspas hebben geïmplementeerd, dit product afnemen bij de organisatie BS&amp;F 54 BS&amp;F is een adviseur en kennispartner in het sociaal domein. Zij ondersteunen o.a. bij beleidskeuzes in gemeentelijk armoedebeleid. . Voor deze verkenning naar de mogelijkheden van een Kempenpas is contact gelegd met BS&amp;F.</p>\n<p class=\"lf-p\">BS&amp;F wees daarbij op een alternatief product dat zij ook aanbieden; het meedoenplatform. Het meedoenplatform is vaak voor kleinere gemeenten een interessant alternatief voor een stadspas. De stadspas wordt vaker ingezet door een grote centrumgemeente, waarbij kleinere regiogemeenten aansluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het meedoenplatform is een soort webshop waar soortgelijke producten en activiteiten als bij een stadspas beschikbaar worden gesteld. Op een meedoenplatform zouden ook andere regelingen en aanbod onder de aandacht kunnen worden gebracht zoals bijzondere bijstand en de collectieve ziektekostenverzekering en het aanbod van stichting Leergeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de verkenning die is uitgevoerd blijken verschillende voordelen van een Kempenpas of een Kempisch meedoenplatform. Denk aan meer bestedingsvrijheid voor inwoners en mogelijk een groter bereik van de regeling. De gemeente heeft meer zicht op de daadwerkelijke besteding van de participatiebijdrage. En naar verwachting is er minder ambtelijke capaciteit nodig voor het toetsen van de regeling. Tot slot kan het een impuls betekenen voor de contacten met verenigingen en ondernemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Echter, we zien ook verschillende knelpunten bij de implementatie van een dergelijke pas of platform. Beide instrumenten vragen om een flink implementatietraject en de kosten voor implementatie, beheer (en onderhoud) en het systeem zijn hoog. Het aan laten sluiten van ondernemers en verenigingen is arbeidsintensief en dit vraagt blijvende inzet. Een vraagstuk daarbij is hoe de betaling aan de aanbieders moet worden ingeregeld. Als het tegoed op een pas komt, zouden aanbieders dit ook moeten kunnen uitlezen om te incasseren. Vraag is welke randapparatuur daarvoor nodig is en welke kosten daaraan zijn verbonden. Een risico is verder dat een pas leidt tot stigmatisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandachtspunt van een meedoenplatform ten opzichte van een pas is dat een online platform lastig kan zijn in gebruik voor inwoners die minder digitaal vaardig zijn. In de Kempen valt de grootste groep huishoudens met een laag inkomen in de AOW gerechtigde leeftijd. Voor een deel van hen kan een online platform lastig zijn. Tot slot verwachten we dat slechts een beperkt aantal regelingen aan de pas zal worden gekoppeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer we de gevraagde inzet en financiële middelen voor een stadspas en meedoenplatform naast het beperkte gebruik van de huidige Participatieregeling 18+ leggen, rijst de vraag of de kosten opwegen tegen het effect en gebruik. Ook als het gebruik zou verdubbelen, is de vraag of de voordelen van een dergelijk systeem opwegen tegen de nadelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In veel regio’s met een stadspas of platform vormt een grotere centrumgemeente de basis. Kleinere gemeenten haken dan aan. Daarmee ontstaat een mooi breed productenpalet. Voor onze regio geldt dat het de vraag is of een stadspas geschikt is om met de vijf gemeenten op te zetten. Elke gemeente heeft andere lokale ondernemers die je dan in dit platform terug wilt laten komen. En zoals hierboven al vermeld is juist het aan laten sluiten van ondernemers arbeidsintensief en vraagt dit om blijvende inzet. Tevens heeft elke gemeente mogelijk weer andere wensen in het betrekken van ondernemers/verenigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het bovenstaande hebben wij geconcludeerd dat een Kempenpas geen passend instrument is. Daarnaast zien we op dit moment ook geen meerwaarde in het opzetten van het meedoenplatform. Het voorstel is om in te zetten op meer communicatie richting inwoners, samenwerkingspartners en verenigingen. De participatieregeling 18+ is verruimd in hoogte (van € 150,- naar € 180,-) en qua bestedingsmogelijkheden. Hiermee willen we de bekendheid en het gebruik van de Participatieregeling 18+ vergroten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3Gebiedsgerichte pilots In de kadernota was opgenomen dat elke gemeente een eigen pilot zou uitvoeren waarbij werd ingezoomd op een specifiek vraagstuk vanuit de kadernota.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pilot Schulden vrije start (Bergeijk) De pilot: De ontwikkeling van jongeren mag niet door schulden worden ondermijnd. Om deze reden start de Gemeente Bergeijk met de Pilot Schulden vrije start! Deze pilot omvat een aanpak waarbij de afkoop van sommige schulden gepaard gaat met het aanleren van financiële vaardigheden. Het gaat om schulden die zijn ontstaan op de vaste lasten als gevolg van het niet hebben van inkomen of toereikend inkomen. Uitgangspunt is dat alle jongeren tot 23 jaar met een schone lei kunnen beginnen aan het leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verloop van de pilot en vervolg De pilot Schuldenvrije Start is in 2021 gestart. Vervolgens is de projectgroep Schuldenvrije Start aan de slag gegaan met de uitvoering van deze pilot. Hier zijn verschillende professionals vanuit het veld betrokken, zoals de jeugdcoach, een schuldhulpverlener als maatschappelijk werk. Ondanks inspanningen in de uitvoering en het verbreden van de doelgroep zijn er geen succesvolle aanmeldingen van jongeren geweest. In de tussenevaluatie is bepaald om de pilot door te laten lopen om te bezien of de aanmeldingen aan zullen trekken. Ook in de eindevaluatie zijn er geen aanmeldingen bij gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar aanleiding van de ‘Motie Ondersteuning Energiecrisis’ is de vraag gesteld of inwoners goed op de hoogte zijn van het volledige aanbod aan ondersteuning in de gemeente en of inwoners de weg weten te vinden naar passende zorg en ondersteuning. Deze vraag kun je ook stellen in het verlengde van de Pilot Schuldenvrije Start. In de raadsinformatiebrief naar aanleiding van deze motie is dan ook de Toegangsscan aangekondigd welke in 2023 is uitgevoed in de gemeente Bergeijk. De Toegangsscan heeft laten zien dat inwoners onvoldoende op de hoogte zijn van de ondersteuningsmogelijkheden. Dus ook op het gebied van financiële ondersteuningsvragen weten inwoners niet of onvoldoende de juiste weg te vinden.Hoe we inwoners het beste kunnen bereiken is een belangrijke opgave,een mogelijkheid kan zijn het centraliseren van de toegang. Hiervoor wordt een plan van aanpak opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pilot Signalering verenigingen (Bladel) Met deze pilot onderzoekt de Kempengemeenten welke standaard werkwijze en ondersteuning er nodig is om verenigingen in staat te stellen om ook op schuldenproblematiek te signaleren. De Bladelse verenigingen krijgen een uitnodiging om deel te nemen aan deze pilot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verloop van de pilot en vervolg De gemeente Bladel is gestart met het doen van een klein onderzoek bij verenigingen. Middels een uitvraag per mail zijn meer dan 100 verenigingen (KBO’s, buurt, sport, muziekverenigingen etc.) benaderd met een viertal vragen. Deze gingen met name over of verenigingen schuldenproblematiek bij leden herkent, signaleert, wat zij op dit moment hieraan doen en of zij ervoor openstaan om hier meer over te weten te komen. 22 verenigingen hebben, na een herinnering, gereageerd op deze uitvraag. De reacties zijn uiteenlopend. Het overgrote deel is niet bekend met armoede-of schuldenproblematiek bij leden en doet dus ook niks op dit moment. Verenigingen die aangeven op dit moment wél iets te doen bij signalering, geven met name aan leden te wijzen/ door te verwijzen op/naar aanbod van bijv. stichting Leergeld. Het overgrote deel geeft aan er voor open te staan hier in het vervolg per mail voor benaderd te worden. Hierover is ook contact geweest met stichting Kempen in Beweging (met de Kempische coördinator sport en preventie die clubs o.a. helpt aan een vertrouwenscontactpersoon, en bewust maakt van aanbod zoals clubkadercoaching en workshops). Hier werd bevestigd dat er behoefte is aan laagdrempelige tips en informatie over het ondersteuningsaanbod en het signaleren van geldzorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben twee duidelijke pdf’s ontworpen met daarop het financiële ondersteuningsaanbod wanneer leden de contributie niet (meer) kunnen betalen en een signaleringskaart (gebaseerd op de signalenkaart Armoede van het NJI) met daarop tips hoe geldzorgen te signaleren en bespreekbaar te maken binnen de vereniging. De documenten zijn naar alle verenigingen (KBO, buurt, sport, muziek etc) verzonden binnen gemeente Bladel en vanuit stichting Kempen in Beweging zijn de volgende acties uitgezet:</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestanden zijn op de website geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beide Pdf’s worden als bijlage met de e-mailnieuwsbrief meegestuurd..</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle op kempeninbeweging.nl geregistreerde sport- en beweegaanbieders (80) hebben beide Pdf’s ontvangen met een begeleidende tekst in een persoonlijke e-mail.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een social post maken over deze onderwerpen en beide PDF als foto meenemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het blijft een uitdaging om de grote groep aan (sport)verenigingen op een goede manier te bereiken. Ook worden vrijwilligers binnen verenigingen steeds schaarser. Daarom blijven we de samenwerking opzoeken met Kempen in Beweging als overkoepelende organisatie. Geldzorgen en armoede staan op de lijst als onderwerp voor hun Kaderdag in januari 2025 en in het najaar van 2024/ begin 2025 willen we, i.s.m. de coördinator sport&amp;preventie Bladelse verenigingen uitnodigen voor een thema-avond waar dit onderwerp ook voorbij zal komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens zijn dit thema’s die voorbij komen in het reeds opgestarte Bladelse netwerk Geldzorgen. Hier nemen lokale partijen aan deel zoals het Cluster senioren, de Kleding- en Voedselbank, Hulp in Nood Hapert en Bladel/Netersel, Zorgcoöperatie Hoogeloon, stichting Leergeld, Sociaal Raadsliedenwerk en thuisadministratie CordaadWelzijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pilot Aanpak Thuisadministratie en Scholing (Eersel) De pilot thuisadministratie en scholing betreft een aanpak waarbij vrijwilligers worden getraind in het opzetten van een thuisadministratie bij cliënten. De training behelst een aanpak waarbij meer methodische kennis wordt toegevoegd aan de werkwijze van vrijwilligers die actief willen zijn in de thuisadministratie. Het doel van deze pilot is de Kempische vrijwilliger die betrokken is bij de thuisadministratie steviger te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze pilot onderzoeken de Kempengemeenten in hoeverre methodische vrijwillige inzet een oplossing kan bieden voor cliënten met enkelvoudige thuisadministratie problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verloop van de pilot en vervolg Het opleiden van vrijwilligers van de Thuisadministratie is aan de Thuisadministratie zelf. Daarom is in overleg met de Thuisadministratie besloten deze pilot om te buigen en een kennisavond te organiseren voor de vrijwilligers van de Thuisadministratie. Het eerste thema was “schuldhulpverlening”. Tijdens deze bijeenkomst hebben schuldhulpverleners en sociaalraadslieden van MD een toelichting gegeven op hun werk. Dat bleek zeer waardevol voor de vrijwilligers. We zetten in om deze bijeenkomst eens per jaar/eens in de twee jaar te organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pilot Gezonde voeding met een laag inkomen (Reusel-De Mierden) De gemeente Reusel-De Mierden start een pilot samen met lokale diëtisten. Het doel is om inwoners met een laag inkomen een gezond voedingspatroon aan te leren, waarbij rekening wordt gehouden met de (on)mogelijkheden van een klein budget. De (al bestaande) interventie “Goedkoop gezonde voeding” is de basis hiervoor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verloop van de pilot en vervolg Drie diëtisten uit de gemeente hebben de opleiding gevolgd die bij deze interventie hoort. Tot twee keer toe hebben we het project on hold moeten zetten omdat de coronamaatregelen het niet toe lieten om groepsbijeenkomsten te organiseren. Hierna hebben twee diëtisten besloten te stoppen en zijn we door gegaan met één diëtiste. Zij heeft in het najaar van 2022 en in het voorjaar van 2023 twee trainingen aangeboden. De trainingen zijn door de deelnemers weliswaar positief beoordeeld. Echter, de opkomst was lager dan verwacht en het bleek moeilijk om voldoende deelnemers te vinden ondanks uitgebreide werving. Gelet hierop hebben we besloten dit zelfde aanbod niet voort te zetten. We zijn nu aan het verkennen of we op een andere wijze iets met gezonde voeding kunnen doen waarbij we uitgaan van wensen van inwoners zelf. Een concrete actie die hieruit is voortgekomen is dat de diëtiste aansluit bij het koffie-uurtje dat Vluchtelingenwerk organiseert voor statushouders in de gemeente en met hen in gesprek gaat over dit thema.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pilot Aanpak integrale toegang schulden (Oirschot) Met Wijzer kent Oirschot een afwijkende toegang tot de dienstverlening in de Kempen. Deze toegang is een integrale 3D toegang tot hulp, ondersteuning en zorg, inclusief het welzijnswerk. Er is kennis en expertise aanwezig over jeugd(zorg), Wmo, participatie, nieuwkomers, maatschappelijk werk, welzijnswerk en het informele (zorg)circuit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Pilot integrale toegang zal de consulent schuldhulpverlening voor een dag(deel) meedraaien. Het doel van deze pilot is om te onderzoeken wat het effect is van het vanaf een gezamenlijke locatie werken op het leveren van schulddienstverlening. Bereiken we een betere aansluiting en samenwerking met sociaal raadsliedenwerk, emplooispreekuur, formulierenspreekuur en andere preventieve activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verloop van de pilot en vervolg Deze pilot is per 1 juni 2022 gestart. Een vaste consulent schuldhulpverlening van MD is éénmaal per twee weken op de woensdag aanwezig geweest in Oirschot en maakte dan deel uit van de integrale toegang tot dienstverlening van team Wijzer voor de inwoners van Oirschot. Uit de praktijk blijkt dat er weinig aanloop is geweest tijdens de aanwezigheid van de consulent schuldhulpverlening. Vervolgens is de pilot on-hold gezet ivm personeelsuitval en onderbezetting bij de afdeling Schuldhulpverlening. Het gezamenlijk verlenen van ondersteuning van schulden aan een inwoner is dan ook niet van de grond gekomen binnen de gestelde termijn van de pilot. Een positief effect van het werken vanuit een gezamelijke locatie is het vergroten van de kennis van schuldhulpverlening bij de medewerkers van WIJzer. Dit heeft bijgedragen aan een betere integrale samenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4Evaluatie beleidsdoelstellingen In de voorgaande kadernota waren 7 beleidsdoelstellingen opgenomen over de ontwikkeling van cliënten ten opzichte van de dienstverlening. Daarnaast waren er 3 doelstellingen geformuleerd die de basis hebben gevormd voor het opstellen van het nieuwe beleid. De eindevaluatie is uitgevoerd middels het beschrijven van de resultaten van de 10 beleidsdoelstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling 1: De financiële draagkracht van inwoners die zich gemeld hebben bij gemeenten voor schuldhulp is duurzaam verhoogd. Zij stijgen een of meerdere treden op het domein financiën van de zelfredzaamheidsmatrix.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dienstverlening is door de corona maatregelen anders verlopen dan van te voren beoogd. Een van de grootste uitdagingen was de plotselinge overstap naar digitale dienstverlening. Omdat fysiek contact vaak niet mogelijk was, moesten schuldhulpverleners hun cliënten op afstand ondersteunen. Schuldhulpverleners kregen te maken met een verhoogde werkdruk en moesten manieren vinden om de toegenomen vraag aan te kunnen, vaak met beperkte middelen. Het gebruik van de zelfredzaamheidsmatrix is daarom niet van de grond gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling 2: 55% van de cliëntcontacten in de financiële dienstverlening is in 2024 via het collectief aanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedoeling was om het aanbod af te stemmen met de lokale organisaties en middels een samenwerking vorm te geven. Door alle ontwikkelingen waar we de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad, corona, energiecrisis en gevraagde inzet als gevolg hiervan, is het collectief aanbod niet van de grond gekomen. Binnen de beperkte middelen hebben we online bijeenkomsten georganiseerd over minimaregelingen. Verder is ingezet op laagdrempelige, algemene voorzieningen voor de eerste ondersteuning. Denk aan Geldfit van de Nederlandse Schuldhulp Route en de Geldplannen van het Nibud. Tot slot zijn er in samenwerking met partners informatiepleinen ingericht in Bladel en Eersel waar inwoners met geldvragen terecht kunnen. Zij kunnen hier meer informatie krijgen over de verschillende voorzieningen die er zijn en hulp krijgen met het aanvragen daarvan. Verder kan een inwoner met beginnende schulden tijdig doorverwezen worden en kunnen de beginnende schulden aangepakt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dienstverlening van schuldhulpverlening bestaat voornamelijk uit één-op-één begeleiding. De schuldhulpverleners zijn opgeleid om de hulpverlening van a tot z uit te voeren waardoor er geen overdrachtsmoment voorkomt. Zo wordt een inwoner breed uitgevraagd op alle leefgebieden en wordt er gecoacht in het opdoen van vaardigheden en kennis op het gebied van financiële zelfredzaamheid. De één-op-één begeleiding biedt mogelijkheden tot ondersteuning en coaching op maat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling 3: Inwoners die deelnemen aan het collectief aanbod stijgen een of meerdere treden op het domein financiën van de zelfredzaamheidsmatrix.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals benoemd in doelstelling 1 en 2 zijn zowel het collectief aanbod als het gebruik van de zelfredzaamheidsmatrix niet van de grond gekomen. Het beoogde doel met het collectief aanbod om naast stabiliseren en oplossen van schulden de financiële zelfredzaamheid te vergroten is daarvoor in plaats door middel van één-op-één begeleiding aan de inwoner aangeboden. De hulpverlening wordt van aanmelding tot nazorg begeleid door één en dezelfde schuldhulpverlener, hierdoor wordt vanaf het eerste besprek een vertrouwensband opgebouwd. Schuldhulpverlening is niet enkel voor inwoners met problematische schulden waarvoor een schuldregeling dient te worden opgestart, maar juist ook voor inwoners met hulpvragen in een eerder stadium. Zo worden er korte coachingstrajecten bij losse vragen aangeboden, wordt een inwoner gestimuleerd in het krijgen van inzicht in financiën en wordt er budgetbeheer of budgetcoaching voor een bepaalde periode opgestart wanneer passend. inwoners zijn zo niet meer enkel bezig met het oplossen van een probleemsituatie maar ook met het opdoen van vaardigheden en kennis samen met de consulent schuldhulpverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling 4: Wij bieden inwoners ontwikkelruimte door de inzet van saneringskredieten. De inzet van het aantal saneringskredieten t.b.v. een schuldregeling is daardoor 40% verhoogd naar 45%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen 0-meting gedaan bij het opstellen van de doelstelling, om deze reden kan er dan ook niet worden geconcludeerd of het aantal saneringskredieten is verhoogd met 45%. Wel kan er geconcludeerd worden dat er uitvoering is gegeven aan de doelstelling om het aantal saneringskredieten toe te laten nemen. Saneringskredieten zijn bedoeld om mensen met problematische schulden te helpen door al hun schulden samen te voegen tot één overzichtelijk krediet, dat zij in een afgesproken termijn kunnen aflossen. Recentelijk zijn er nieuwe plannen gepresenteerd door de overheid en gemeenten om saneringskredieten effectiever en toegankelijker te maken. Een van de kernpunten in deze plannen is het verlagen van de drempel om in aanmerking te komen voor een saneringskrediet. Hierdoor kunnen meer mensen sneller worden geholpen, wat de kans vergroot dat zij hun schulden kunnen aflossen en hun leven weer op de rails krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inzetten van saneringskredieten is meer standaard geworden en dit is opgenomen in de werkprocessen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling 5: Wij kiezen voor een ontwikkelingsgerichte aanpak die inzet op duurzame gedragsverandering. Hiermee neemt de inzet van budgetbeheer met 20% toe, de inzet van beschermingsbewind neemt met 20% af.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet van beschermingsbeheer wordt uitgesproken door de rechtbank, een afname hierin ligt niet binnen het bereik van schuldhulpverlening. Hierin is dan ook geen significant verschil zichtbaar in de afgelopen jaren. Voor inwoners die zich aanmelden bij schuldhulpverlening en nog niet onder bewind staan is de ambitie om aan te bieden wat nodig is. In het kader van duurzame gedragsverandering heeft de inzet van budgetbeheer dan ook de voorkeur mits dit passend is voor de inwoner. In de voorgaande kadernota is er geen 0-meting gedaan waardoor het niet mogelijk is een vergelijking te doen met aantallen uit 2024. Ook kan er niet worden aangetoond of de inzet van budgetbeheer met 20% is toegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling 6: 50% van de inwoners die succesvol het traject van minnelijke schuldhulpverlening hebben afgerond leveren op vrijwillige basis een maatschappelijke bijdrage in een door hen zelf in te vullen variant (bijv. vrijwilligerswerk).</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben afgezien van vragen om een vrijwillige maatschappelijke bijdrage omdat hierop niet gestuurd kan worden. Aan de hulpvraag van een inwoner inzake schuldhulpverlening wordt altijd gehoor gegeven, ongeacht hij of zij een maatschappelijk bijdrage levert. Verder was de invulling van het leveren van een bijdrage beoogd om deel te nemen aan het collectief aanbod als ervaringsdeskundige, door bovengenoemde redenen is het aanbieden van een collectief aanbod niet aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling 7: Cliënten die gemeld zijn bij het meldpunt vroegsignalering zijn binnen 2 weken gesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2023 is de voorgaande kadernota gewijzigd om aan te sluiten bij de Wgs. Een van de gewijzigde onderdelen is de vroegsignalering. Om een hulpaanbod te kunnen doen door middel van bijvoorbeeld huisbezoeken (zoals in de pilot vroegsignalering huisbezoeken) aan een binnengekomen signaal van een betaalachterstand, is de termijn verruimd naar 4 weken. Binnen deze termijn wordt een inwoner gesproken en is de doelstelling behaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelstellingen die waren geformuleerd voor de ontwikkeling van het nieuwe beleid:</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling 8 (nieuw beleid): Er zijn op 1-6-2024 nieuwe doelstellingen geformuleerd voor de opstellingen van het nieuwe beleidsplan 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de huidige kadernota worden de nieuwe doelstellingen gepresenteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling 9 (nieuw beleid): Het haalbaarheidsonderzoek naar de Kempenpas is op 1-6-2024 afgerond en geeft basis om een beslissing te kunnen nemen om de Kempenpas wel/niet in te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het onderzoek dat is uitgevoerd komt de conclusie dat de Kempenpas niet haalbaar is. Zie paragraaf 3.3 voor de uitgebreide toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling 10 (nieuw beleid): De gebiedsgerichte pilots zijn uiterlijk op 1-6-2024 afgerond en worden definitief wel of niet opgenomen in het beleidsplan 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">We zien dat binnen iedere pilot elementen zitten die, al dan niet op aangepaste wijze, een vervolg zullen krijgen en terugkomen in de ambities onder de speerpunten in hoofdstuk 5. Zie paragraaf 3.2 voor de uitgebreide toelichting van de verschillende pilots.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 4.uitkomsten vragenlijst geldzorgen In het voorjaar van 2024 hebben de vijf gemeenten een vragenlijst ontwikkeld en deze verspreid onder alle samenwerkingspartners (zowel professioneel als vrijwillig) die in hun uitvoeringspraktijk nauw in contact staan met inwoners die te maken hebben met een laag inkomen en/of schulden. We hebben gevraagd naar bevindingen met betrekking tot het huidige armoede- en schuldhulpverleningsbeleid en naar suggesties voor verbetering.</p></div>", "next": 239826}