{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Ligging één hoofdmassa bepaalt het beeld van het erf of de kavel het hoofdgebouw naar het lint richten rooilijnen parallel aan de weg of haaks op het slotenpatroon laten lopen de rooilijnen van hoofdmassa’s terugleggen en ten opzichte van elkaar laten verspringen de nokrichting evenwijdig aan of haaks op het slotenpatroon plaatsen bijgebouwen achter het hoofdgebouw plaatsen of ernaast zetten en deel uit laten maken van de straatwand Massa panden en ensembles zijn afwisselend en individueel de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden gebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met een kap zonder wolfseind op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa schaalvergroting door bijvoorbeeld samenvoeging of grote aanbouwen is ongewenst Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren, van eenvoudig tot rijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume raamopeningen staand uitvoeren traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen bebouwing in de tweede lijn eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als het hoofdgebouw bijgebouwen waaronder schuren eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa Materiaal- en kleurgebruik gevels bij voorkeur uitvoeren in rode baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen eventueel met hout hellende daken bij voorkeur voorzien van donkere pannen een terughoudend kleurgebruik dat niet sterk afwijkt van belendende panden is gewenst plinten in afwijkende, terughoudende kleur of materiaal vormgeven recente woongebieden vinkeveen (beschrijving) gebied 11 Hoofdlijnen De jaren ‘90 uitbreidingen in Vinkeveen bestaan uit rijen en twee-onder één-kap woningen in een verzorgde architectuur. De jaren ‘90 bouw van Vinkeveen is gegroepeerd in de Elzenhof ten zuiden van de Spoorlaan en in Bloemhaven aan de zuidkant van de Heulweg. Ten noorden van de Heulweg is de woonwijk Kerkelanden gepland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte Elzenhof en Bloemhaven liggen beide evenwijdig aan het slotenpatroon ten westen van het lint van Vinkeveen vanwaaruit de gebieden ontsloten worden. De gebieden worden omringd door sloten. De buitenruimte is in het algemeen verzorgd. De hoofdweg van Bloemhaven is begeleid door een sloot met groene taluds en bruggen die richting Heulweg leiden. De onvolgroeide bomen, het asfalt van de weg en de parkeervlakken voor de deur geven het profiel een stenig karakter. De openbare ruimte van Elzenhof is gedifferentieerd door verschillende kleuren betonsteen waarmee een zonering van kleine voortuinen, de rijweg en een parkeerstrook is aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De bebouwing aan de Elzenhof en de Bloemhaven is gebaseerd op twee-onder-één-kapwoningen en rijen met herhaalde woningtypen. De bebouwing loopt in het algemeen langs een zelfde rooilijn die meestal de weg volgt. De woningen zijn in principe gericht op de weg. Bijgebouwen staan achter de woning. Achterkanten zijn veelal op water gericht. Sommige hoekwoningen zijn verbijzonderd met een aanbouw aan de zijgevel. De architectuur van de woningen is verzorgd. De massa is samengesteld uit rechthoekige volumes in drie bouwlagen met een plat of flauw hellend dak. Vaak is de bovenste bouwlaag iets teruggelegen en is ruimte voor een dakterras ontstaan. Sommige achtergevels hebben glazen serres. De gevels hebben veelal een horizontale geleding door brede, uitstekende dakranden, luifels en structuur in het materiaal. De detaillering is in het algemeen verzorgd. Gevels van gebouwen in de Bloemhaven zijn voornamelijk opgetrokken uit baksteen met veel glas en hout. Gebouwen in de Elzenhof hebben gevels die grotendeels met hout bekleed zijn en entreepartijen in baksteen. Vaak zijn meerdere kleuren naast elkaar gebruikt. De meeste kozijnen zijn van hout. Samen met de deuren hebben ze veelal accentuerende maar terughoudende kleuren. De meeste dakranden zijn geschilderd in een lichte kleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid Kenmerkend voor de jaren ‘00 uitbreidingen van Vinkeveen is de heldere stedenbouwkundige opzet met de bebouwing in een verzorgde architectuur ingepast in de landschappelijke structuur. Er zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden. Het beeld van de openbare ruimte verandert nog door onder meer het onvolgroeide groen. Het beleid voor de openbare ruimte is gericht op behoud van het groene karakter en het groenareaal met aandacht voor de oorspronkelijke ontwerpuitgangspunten en het bijbehorend beheer. Voor de bebouwing zijn geen bijzondere ontwikkelingen te verwachten. Het beleid voor de bebouwing is terughoudend en gericht op beheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de recente woongebieden Bloemhaven en Elzenhof te Vinkeveen geldt geen bijzonder beleid. recente woongebieden vinkeveen (criteria) Regulier welstandsregime Voor de jaren ‘90 uitbreidingen van Vinkeveen met de heldere opzet en de wooneenheden in een verzorgde architectuur geldt een regulier welstandsregime.‑Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte aandacht voor de overgang van openbaar naar privé; overgangen van gevel naar voorerf of -tuin, trottoir en weg doorzichten naar het water versterken bijgebouwen aan de waterkant niet direct aan het water plaatsen Ligging woningen richten op de belangrijkste openbare ruimte rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden in oriëntatie, ritme en ontsluiting aanpassen aan belendingen bijgebouwen achter het hoofdgebouw plaatsen Massa gebouwen bij voorkeur opbouwen uit drie lagen met een plat of flauw hellend dak gebouwen in maat en schaal aanpassen aan belendingen op- en aanbouwen per woningtype in hetzelfde model uitvoeren bijgebouwen onderschikken aan de hoofdmassa zo min mogelijk gesloten wanden op straatniveau Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren gebouwen aanpassen aan belendingen bij een herhaald woningtype dezelfde gevelritmiek en dakopbouw toepassen traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen het uitgangspunt Materiaal- en kleurgebruik gevels in principe uitvoeren in baksteen, vergelijkbare steenachtige materialen of hout hellende daken van woningen voorzien van donkere keramische pannen, die van bijgebouwen bij voorkeur ook op, aan- en uitbouwen van een herhaald woningtype qua kleur en materiaal afstemmen op het hoofdgebouw een terughoudend kleurgebruik dat niet sterk afwijkt van de belendingen is gewenst waverveen (beschrijving) gebied 12 Hoofdlijnen Waverveen is een op bovenland gesitueerd lintdorp, opgebouwd uit merendeels vrijstaande, individuele gebouwen. Het dorp ligt aan weerszijden van de Cliffordweg die de polder Groot-Mijdrecht verdeelt in een noordelijk en zuidelijk deel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De op een dijk gelegen Cliffordweg is de belangrijkste openbare ruimte van de kern Waverveen. Het dijkprofiel oogt in het algemeen groen door de aan weerszijden gelegen heesters langs bermsloten en een open scherm van bomen. De taluds zijn grotendeels met gras bedekt, hier en daar onderbroken door vlakken halfverharding voor het parkeren. Vooral de zuidzijde van het lintdorp heeft een open structuur. De aansluiting van de achtererven op het omringende landschap verdient bijzondere aandacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De bebouwing staat aan weerszijden van de Cliffordweg. In het zuiden staan veelal grote boerderijen en in het noorden voornamelijk kleinschalige, dichter op elkaar gelegen bebouwing. De gebouwen liggen niet direct aan de weg en hebben de rooilijn veelal evenwijdig aan de weg of aan het slotenpatroon van de polder. De rooilijnen aan de voorzijde verspringen ten opzichte van elkaar. De panden zijn meestal met de top- en soms met de langsgevel naar de weg gericht. Bijgebouwen staan in principe een eind achter het hoofdgebouw. De hoofdvorm van de bebouwing is eenvoudig en veelal opgebouwd uit een onderbouw van één laag met een kap die in verschillende vormen voorkomt. De nokrichting loopt evenwijdig aan of haaks op de rooilijn. De gevels hebben veelal staande begane grondramen die horizontaal gelijnd zijn. Sommige ramen worden geflankeerd door houten luiken. De detaillering is in het algemeen zorgvuldig. Bij de traditionele panden is de voorgevel meestal rijk vormgegeven. Bijzondere details al verfijnde daklijsten en kozijnen komen voor. De gebouwen zijn meestal opgetrokken uit baksteen en hebben een kap die veelal is afgedekt met keramische pannen en soms met riet. Een aantal panden heeft een in een andere kleur baksteen uitgevoerde plint. Kozijnen en daklijsten van de traditionele panden zijn in principe uitgevoerd in hout. Het kleurgebruik is terughoudend en aangepast aan de landelijke omgeving. Bijzonder is de aan de zuidzijde gelegen Nederlands Hervormde kerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid Het op bovenland gelegen oude veendorp aan weerszijden van de dijk is cultuurhistorisch waardevol. Het aanzien van de openbare ruimte zal veranderen als geplande in- of uitbreidingen doorgaan. Het beleid voor de openbare ruimte is gericht op behoud van het groene karakter en de open structuur. Het kleine kernen beleid is voor Waverveen gericht op enige uitbreiding in geringe dichtheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de kern van Waverveen geldt geen aanvullend beleid. waverveen (criteria) Bijzonderwelstandsregime Voor de kern Waverveen met de historische structuur en de gevarieerde lintbebouwing geldt een bijzonder welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte eenvormigheid in gebruik van verhardingen en beplanting van het lintprofiel nastreven begeleidende bermen, sloten en bomenschermen door laten lopen langs het gehele lint doorzichten behouden en waar mogelijk versterken aandacht voor de achterkanten van het lint Ligging één hoofdmassa bepaalt het beeld van het erf of de kavel hoofdgebouwen richten op de belangrijkste weg rooilijnen parallel aan de weg of haaks op het slotenpatroon laten lopen de rooilijnen van hoofdmassa’s terugleggen en ten opzichte van elkaar laten verspringen nokrichting evenwijdig aan of haaks op de rooilijn laten lopen bijgebouwen achter het hoofdgebouw plaatsen Massa panden en ensembles zijn afwisselend en individueel de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden gebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met een kap op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren, van eenvoudig tot rijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume raamopeningen in principe staand uitvoeren traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen bebouwing en bijgebouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als het hoofdgebouw Materiaal- en kleurgebruik gevels bij voorkeur uitvoeren in rode baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, eventueel met hout hellende daken bij voorkeur voorzien van donkere of rode keramische pannen of riet een terughoudend kleurgebruik dat niet sterk afwijkt van belendende panden is gewenst kleine kernen (beschrijving) gebied 13 Hoofdlijnen Langs de rivieren Kromme Mijdrecht, Amstel en Oude Waver liggen de oude kernen en buurtschappen De Hoef, Amstelhoek, Nessersluis en Gemaal. De Hoef ligt aan de Kromme Mijdrecht en Amstelhoek tegenover de oude kern van Uithoorn. Bij het kruispunt van de Amstel en de Oude Waver is Nessersluis ontstaan en Gemaal ligt in polder Groot-Mijdrecht, ten westen van Botshol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De kernen bestaan grotendeels uit lintbebouwing aan de rivierdijk. Deze dijken maken met de rivieren deel uit van de hoofdgroenstructuur, waarbij er uit waterstaatkundig oogpunt geen beplanting op de dijken mogelijk is. In het algemeen hebben de lintkernen een sterke relatie met het water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De dijk vormt de hoofdweg van de kleine kernen. De bebouwing die hieraan staat is gericht op de rivier en heeft in het algemeen een wisselende rooilijn die evenwijdig loopt aan de dijk of aan het slotenpatroon dwars op de dijk. In Amstelhoek heeft de kern zich rond de gereformeerde kerk richting het oosten uitgebreid. De bebouwing is individueel en afwisselend en bestaat bij de Hoef, Gemaal en Nessersluis grotendeels uit kleine (arbeiders)woningen en boerderijen. In de kern van Amstelhoek wisselen kleine woonhuizen, statige panden en enkele bedrijfjes elkaar af. De bebouwing staat overwegend vrij, in Amstelhoek komen ook korte clusters voor. Bijgebouwen liggen in principe achter het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meeste bebouwing heeft een eenvoudige hoofdvorm en is opgebouwd uit één tot twee lagen met een kap, waarvan de nokrichting meestal haaks op, of evenwijdig aan de rooilijn loopt. Bij grotere panden zijn de hoofdvorm en de kap vaak samengesteld. Dakkapellen sieren sommige daken. Veel panden hebben een plint in een afwijkende maar terughoudende kleur. De topgevels van panden aan het dijklint zijn in het algemeen representatief. De gevelgeleding is in principe zowel horizontaal als verticaal met op de begane grond staande ramen die horizontaal gelijnd zijn. De panden hebben grotendeels een zorgvuldige detaillering. Soms vormen nadrukkelijke daklijsten of ankers rijk gedetailleerde accenten. Ook siermetselwerk komt veel voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aantal boerderijen en woonhuizen heeft een fijn bewerkte windveer. Het materiaalgebruik is in principe traditioneel en het kleurgebruik terughoudend. De meeste gevels zijn opgetrokken uit baksteen. Een enkele keer is de voorgevel wit gepleisterd. Kozijnen, daklijsten en dakkapellen zijn veelal van hout, geschilderd in een lichte kleur. Roeden in raamvlakken zijn vaak in een donkere kleur geschilderd. De keramische pannen waarmee het merendeel van de daken is afgedekt, hebben meestal een donkere en soms een rode kleur. Bijzondere bebouwing in de kernen zijn onder meer de kerken in Amstelhoek en De Hoef en de monumentale boerderijen in De Hoef.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De vaak traditionele, gevarieerde bebouwing van de kleine kernen langs de rivieren is cultuurhistorisch waardevol. Langs de kernen Amstelhoek en De Hoef wordt de ecologische hoofdstructuur gerealiseerd. Het beleid voor de openbare ruimte is gericht op behoud van de grasbermen en rietoevers langs de Kromme Mijdrecht en op realisatie van de ecologische hoofdstructuur. Conserveren en incidentele inbreiding in afstemming met het bestaande karakter is het beleid voor de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de kleine kernen geldt geen aanvullend beleid. kleine kernen (criteria) Bijzonder welstandsregime Voor de gevarieerde, deels historische bebouwing van de kleine kernen in de cultuurhistorisch waardevolle lintstructuur geldt een bijzonder welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte ·relatie tussen de bebouwing en de rivier handhaven en versterken door behoud/versterking van het zicht op het water Ligging bij boerderijen is een heldere ordening van verschillende gebouwen en handhaving van traditionele erfbeplanting op het erf gewenst per erf of kavel is één hoofdmassa wenselijk hoofdgebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte rooilijnen evenwijdig aan de weg of parallel aan de sloten laten lopen rooilijnen van hoofdmassa’s ten opzichte van elkaar laten verspringen bijgebouwen in principe achter het hoofdgebouw plaatsen Massa panden en ensembles zijn afwisselend en individueel hoofdvorm in principe eenvoudig houden hoofdvorm van de grote panden samenstellen gebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met een kap op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa zijgevels hebben vensters Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren, van eenvoudig tot rijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume gevels zowel horizontaal als verticaal geleden het verschil tussen voorhuis en achterhuis van boerderijen benadrukken traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen bijgebouwen als hallen en schuren eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa Materiaal- en kleurgebruik gevels in hoofdzaak uitvoeren in bruine of rode baksteen, eventueel gestuct of geschilderd in een lichte kleur hellende daken bij voorkeur voorzien van rode of donkere keramische pannen plinten in afwijkende kleur of afwijkend materiaal uitvoeren houtwerk schilderen: elementen als windveren en kozijnen in traditionele contrasterende lichte tinten zoals gebroken wit een terughoudend kleurgebruik , passend in het landschap, is gewenst uitbreidingen kleine kernen (beschrijving) gebied 14 Hoofdlijnen De kernen van De Hoef, Amstelhoek en Waverveen zijn uitgebreid met woningen in een veelal rechte structuur. Amstelhoek heeft een uitbreiding ten noorden van de Mijdrechtse Zuwe en een recentere uitbreiding aan de zuidzijde, achter de Kromme Mijdrecht. Bij De Hoef is een aantal seriematige woningen aan de zuidzijde van de Spoorbaan gebouwd en een uitbreiding ten zuiden van de rooms-katholieke kerk. Waverveen is aan de noordwestzijde uitgebreid met rijenwoningen langs de Selijnsweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De woningen staan in het algemeen langs rechte straten. Het meeste groen in de wijkjes bestaat uit de voor- en achtertuinen. Bij de recente buurten is veel aandacht besteed aan de bestrating, per verkeersfunctie uitgevoerd in verschillende kleuren en patronen. Bij de uitbreiding ten noorden van de Mijdrechtse Zuwe bepaalt een sloot, geflankeerd door brede taluds en woonstraten, grotendeels het groene beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De bebouwing bestaat in het algemeen uit twee- onder één-kap-woningen en rijen. De woningen staan in principe met de rooilijn evenwijdig aan of haaks op de weg. Bij de recente uitbreiding in Amstelhoek zijn de hoeken van rijtjes vaak verbijzonderd door bijvoorbeeld nadrukkelijke schoorstenen langs de zijgevel of ingekorte dakvlakken. De hoofdvorm van de bebouwing is veelal eenvoudig. Panden bestaan in het algemeen uit twee lagen en een kap waarvan de nokrichting veelal parallel aan of haaks op de rooilijn loopt. De kap heeft meestal de vorm van een zadel- en een enkele keer van een lessenaarsdak. In het recente woonbuurtje bij Amstelhoek staan tevens appartementen in drie bouwlagen, afgedekt met een teruggelegen vierde bouwlaag en een plat dak. Gevelopeningen zijn vaak staand. Sommige gevels van rijen hebben een horizontale geleding door een kleurverschil in het deel van de begane grond en de verdieping. Bij andere gevels is dit kleurverschil aangebracht tussen de gevel van de onderbouw en die van de kaplaag. Een aantal gevels heeft naar voren geschoven entrees, waarbij de dakvlakken soms over de entrees zijn doorgetrokken of overgaan in een dakopbouw. De detaillering is in het algemeen eenvoudig maar zorgvuldig. Gevels zijn meestal in lichte of rode baksteen uitgevoerd en daken afgedekt met pannen. Het kleurgebruik is samenhangend en terughoudend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De uitbreidingen van de kleine kernen kenmerken zich in het algemeen door hun rechte verkaveling en samenhangende bebouwing. Er zijn geen cultuurhistorische waarden. Voor de openbare ruimte zijn er geen bijzondere ontwikkelingen. Het beleid is gericht op beheer. In het kleine kernenbeleid wordt voorgesteld een gering aantal woningen toe te voegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de uitbreidingen van de kleine kernen geldt geen aanvullend beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waverveen Aan de noordwestkant van de kern staat een aantal recentere geschakelde woningen die afwijken van de traditionele bebouwing. uitbreidingen kleine kernen (criteria) Regulier welstandsregime Voor de uitbreidingen met de herhaalde bebouwing langs rechte straten geldt een regulier welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte behouden groenareaal aandacht voor de overgang van openbaar naar privé; overgangen van gevel naar voorerf of -tuin, trottoir en weg Ligging gebouwen inpassen in het stedenbouwkundig patroon de individuele woning per cluster/rij uitvoeren als deel van het geheel bij clusters/rijen aansluiten op oriëntatie en ontsluiting van het geheel de nokrichting evenwijdig aan of haaks op de rooilijn laten lopen rooilijnen per cluster/rij laten samenhangen aan- en bijgebouwen in principe achter het hoofdgebouw plaatsen Massa een sterke onderlinge samenhang van clusters/rijen is gewenst woongebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met een kap of drie bouwlagen met een plat dak. op-aan- en uitbouwen zijn bij voorkeur per cluster/rij van hetzelfde model op- , aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa uitbouw aan uitbouw voorkomen Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume of cluster/rij gevelritmiek per cluster/rij door laten lopen traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen Materiaal- en kleurgebruik het kleur- en materiaalgebruik per cluster/rij laten samenhangen gevels in principe uitvoeren in baksteen, eventueel met puien of houten beschot hellende daken van woningen voorzien van donkere of rode dakpannen een samenhangend en terughoudend kleurgebruik is gewenst het materiaal- en kleurgebruik van op- aan-, en uitbouwen aanpassen het hoofdgebouw. woongebied wederopbouw (beschrijving) gebied 15 Hoofdlijnen De wederopbouwgebieden bestaan uit rijenwoningen in een heldere, open structuur aan een zorgvuldig ingerichte openbare ruimte. De wederopbouwwijkjes vormen meestal de overgang tussen het centrum en de planmatige wijken van latere datum. In Mijdrecht is dat het Oranje Nassaukwartier tussen Proostdijland en het centrum en ten noorden van het centrum van Wilnis ligt tegen de ringvaart een wederopbouwgebied. In Vinkeveen staan wederopbouwwoningen aan de Juliana- en Prins Bernardlaan ten noorden en aan de Spoor-, Wilgenlaan en Heulweg ten zuiden van het centrum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De openbare ruimte in de wederopbouwgebieden is meestal verzorgd. De overgang tussen privé en openbaar is in het algemeen zorgvuldig vormgegeven met voortuinen tussen trottoir en woning en groenzones tussen de verschillende verkeersstromen. Parken liggen veelal centraal, hebben gevarieerde beplanting en zijn in het algemeen goed onderhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing Wederopbouwgebieden bestaan grotendeels uit rijenwoningen met herhaling van hetzelfde woningtype als basis. Een open verkaveling en ruime voor- en achtertuinen zorgen mede voor het open, groene karakter van de woongebieden. Woningen zijn in het algemeen met de voorgevel gericht op de belangrijkste openbare ruimte. De rooilijn is daarbij per rij in samenhang en verspringt meestal niet. De nokrichting loopt veelal evenwijdig aan de weg. Bijgebouwen liggen achter het hoofdgebouw. De woningen zijn eenvoudig van opbouw met een onderbouw van meestal twee bouwlagen en een zadeldak. Binnen de rijen zijn er weinig accenten. Hoekwoningen zijn op ramen in de zijgevel na merendeels gelijk aan de tussenwoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sommige rijen zijn voorzien van dakkapellen of schoorstenen die ritme geven aan de rijen. De gevelgeleding is helder met grote ramen op de begane grond en kleinere ramen op de verdieping die in het algemeen dicht tegen de dakrand aan zitten. De verfijning van het woningtype vindt plaats op detailniveau. Bij veel rijen hebben zijgevels van de hoekwoningen ter hoogte van de dakgoot accenten in de vorm van trapsgewijs uitkragende consoles. Ook gevelstenen komen voor. Sommige rijen hebben gevels met een gevelpatroon van baksteen in verschillende kleuren. Natuurstenen ondiepe luifels boven de deuren en een rechthoekig venster met hoeken in de noord-zuidrichting accentueren vele entrees. Het materiaal -en kleurgebruik is eenduidig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meeste gevels zijn opgetrokken uit rode of bruine baksteen en hebben een kap die afgedekt is met rode of donkere keramische pannen. De kozijnen zijn veelal van hout, geschilderd in een lichte kleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De wederopbouw-uitbreidingen kenmerken zich door hun heldere opzet en samenhangende, verzorgde bouw. Er zijn weinig cultuurhistorische waarden. Alleen het Oranje Nassaukwartier kan genoemd worden. Het openbaar groen dreigt versnipperd te raken door aanleg van fiets- of voetpaden of parkeerplaatsen. Ook is het zicht op aanwezig water niet altijd meer duidelijk. Het beleid voor de openbare ruimte is gericht op behoud of versterking van het groene karakter en het groenareaal. De verwachting voor de woningen is dat er de komende jaren meer aanvragen zullen komen voor op- en aanbouwen. Het beleid is hier gericht op beheer en hier en daar enige revitalisering/renovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de wederopbouwgebieden geldt geen aanvullend beleid. woongebied wederopbouw (criteria) Regulier welstandsregime Voor de wederopbouwgebieden met de heldere opzet en herhalende wooneenheden geldt een regulier regime.‑Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte groene randzones langs de wijken openhouden samenhang boombestand en onderbeplanting per bebouwingscluster of straat/weg behouden en eventueel versterken zicht op het water versterken bijgebouwen aan de waterkant niet direct aan het water plaatsen behouden groenareaal Ligging gebouwen inpassen in het stedenbouwkundig patroon hoofdgebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte bij clusters/rijen aansluiten op oriëntatie en ontsluiting van het geheel de individuele woning per cluster/rij uitvoeren als deel van het geheel de nokrichting in principe evenwijdig aan de rooilijn laten lopen rooilijnen per cluster/rij laten samenhangen een open verkaveling is gewenst aan- en bijgebouwen in principe achter het hoofdgebouw plaatsen en tenminste 1,00 m. achter de rooilijn Massa een sterke onderlinge samenhang van clusters/rijen is gewenst woongebouwen in principe opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met een zadeldak de hoofdvorm van gebouwen eenvoudig houden op-, aan- en uitbouwen zijn bij voorkeur per cluster/rij van hetzelfde model op- , aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa Architectonische uitwerking ontwerpaandacht voor alle details wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume of cluster/rij gevelritmiek per cluster/rij door laten lopen traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen bijgebouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig vormgeven als het hoofdgebouw Materiaal- en kleurgebruik het kleur- en materiaalgebruik per cluster/rij laten samenhangen gevels in principe uitvoeren in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen hellende daken van woningen voorzien van keramische pannen een terughoudend kleurgebruik is gewenst materiaal- en kleurgebruik van op-, aan- en uitbouwen aanpassen aan het hoofdgebouw uitbreidingen jaren ‘60 - ’70 (beschrijving) gebied 16 Hoofdlijnen In de jaren ‘60 - ’70 zijn de eerste grote, planmatige uitbreidingen in de droogmakerijen rond de kernen Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen gebouwd. Ten westen van Mijdrecht zijn Proostdijland en Hofland-zuid verschenen, in de polder Groot-Mijdrecht zuid ligt de noordelijke uitbreiding van Wilnis Veenzijde I en ten westen van Vinkeveen de wijk Zuiderwaard. De wijken zijn heldere stedenbouwkundige eenheden met duidelijke randen, die gevormd worden door de ontsluitingsweg, een dijk of een tocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De hoofdstructuur van de wijk bestaat veelal uit de hoofdontsluitingswegen en de watergangen met groene oevers. Deze lopen door de wijken en langs een centrale of aan de rand gelegen openbare ruimte met voorzieningen als parken, sport, of scholen. De planmatig opgezette bebouwing is veelal op de openbare ruimte in de wijk gericht en staat meestal met de achterkanten naar het landschap. Het buurtgroen bestaat voornamelijk uit groenvelden die deel uitmaken van bebouwingsclusters. Hier versterken groen en bebouwing elkaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing Rijen en blokken worden herhaald en vormen een samenhangende compositie. Rijen en blokken zijn op hun beurt veelal opgebouwd uit herhaalde wooneenheden. De rooilijn is per cluster of rij in samenhang. Nokrichtingen staan meestal haaks op- of evenwijdig aan de weg. Woningen aan de randen van de wijk zijn hierop vaak een uitzondering. De bebouwing bestaat veelal uit woningen van één tot twee bouwlagen en een zadeldak. Uitzonderingen zijn de plat afgedekte drive-in woningen van meestal drie bouwlagen, de bungalows en de gebouwencomplexen met voorzieningen. Binnen de rijen zijn er weinig accenten. Dakkapellen komen veel, dakopbouwen soms voor. Ook zijn er woningen met balkons, meestal aan de achter- en soms aan de voorzijde van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enkele woningen hebben op de begane grond een luifel. De materialisering en detaillering is eenvoudig maar zorgvuldig. Gevels zijn in het algemeen opgebouwd uit baksteen en hebben soms deels een houten beschot. Hellende daken zijn meestal afgedekt met donkere keramische pannen. Raampartijen beslaan soms in combinatie met houten betimmering een groot deel van de gevel. Kozijnen zijn veelal van hout. Het kleurgebruik van de woningen is terughoudend en in principe per cluster in samenhang. Bij de plat afgedekte bebouwing zijn de boeiborden en garagedeuren meestal van houten delen. De gestapelde bouw in Westerheul wijkt in detaillering en materiaalgebruik enigszins af. Kenmerkend voor deze woningen zijn onder meer de gevels van betonsteen, golfplaat en hout, de dakopbouwen met schuine voorgevel en de benadrukking van de traveeën door middel van betonnen staanders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sommige rijen hebben doorlopende balkons.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De uitbreidingen kenmerken zich in het algemeen door hun heldere opzet en samenhangende bebouwing. Er zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden. Het groen van de openbare ruimte dreigt hier en daar versnipperd te raken door aanleg van fiets- of voetpaden of parkeerplaatsen. Verder is de hoofdstructuur niet altijd meer helder door dichte begroeiing. Het beleid voor de openbare ruimte is gericht op behoud van het oorspronkelijke karakter en het groenareaal. Voor de bebouwing is de verwachting dat er de komende jaren aanvragen zullen komen voor op - en aanbouwen. Verder wordt er gerenoveerd. Het beleid is terughoudend en gericht op beheer en enige revitalisering en/ of renovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor jaren ‘60 - ’70 wijken geldt geen aanvullend beleid. uitbreidingen jaren ‘60 - ’70 (criteria) Regulier welstandsregime Voor de uitbreidingen met de heldere opzet en herhalende wooneenheden geldt een regulier regime.‑Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte groene randzones langs de wijken openhouden (routes naar) parkingangen zorgvuldig vormgeven verhelderen parkingangen samenhang boombestand en onderbeplanting per bebouwingscluster of straat/weg behouden en eventueel versterken zicht op het water versterken doorzichten naar het omringende landschap versterken bijgebouwen aan de waterkant niet direct aan het water plaatsen behouden groenareaal Ligging gebouwen inpassen in het stedenbouwkundig patroon hoofdgebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte bij clusters/rijen aansluiten op oriëntatie en ontsluiting van het geheel de individuele woning per cluster/rij uitvoeren als deel van het geheel de nokrichting evenwijdig aan of haaks op de rooilijn laten lopen rooilijnen per cluster/rij laten samenhangen een open verkaveling is gewenst aan- en bijgebouwen in principe achter het hoofdgebouw plaatsen en tenminste 1,00 m. achter de rooilijn overige gebouwen kunnen vrij op het kavel staan Massa een sterke onderlinge samenhang van clusters/rijen is gewenst woongebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met een zadeldak of drie lagen met een plat dak appartementen en complexen kunnen drie, soms vier lagen hoog zijn de hoofdvorm van gebouwen eenvoudig houden op-, aan- en uitbouwen zijn bij voorkeur per cluster/rij van hetzelfde model op- , aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa bungalows hebben een (samengestelde) rechthoekige plattegrond opbouwen op woningen met plat dak in Westerheul vormgeven als complete verdieping met per type hetzelfde model Architectonische uitwerking ontwerpaandacht voor alle details wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume of cluster/rij gevelritmiek per cluster/rij door laten lopen traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen bij opbouwen het boeideel door laten lopen Materiaal- en kleurgebruik het kleur- en materiaalgebruik per cluster/rij laten samenhangen gevels in principe uitvoeren in baksteen, eventueel met puien of houten beschot puien van de woningen in Westerheul met de platte daken in principe uitvoeren in golfplaat en hout en zijgevels in betonsteen hellende daken van woningen voorzien van keramische pannen een terughoudend kleurgebruik is gewenst materiaal- en kleurgebruik van op-, aan- en uitbouwen aanpassen aan het hoofdgebouw houtwerk dient te worden geschilderd/gebeitst uitbreiding jaren ‘80 (beschrijving) gebied 17 Hoofdlijnen De woongebieden uit de jaren ‘80 bestaan uit in buurtjes geclusterde rijen, geschakelde of vrijstaande woningen langs meanderende straten of woonerven. Het zijn stedenbouwkundige eenheden met heldere randen, gevormd door een dijk, tocht of ontsluitingsweg. De wijken liggen aan de randen van de drie grote kernen. Bij Mijdrecht zijn dat Molenland, Twistvlied en Hofland-noord, bij Wilnis is dat Veenzijde II en bij Vinkeveen bestaat een deel van Westerheul uit jaren ‘80 bouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De hoofdstructuur in de wijken is vooral herkenbaar aan de ontsluitingswegen die de wijken doorlopen of er rondom liggen, aan de meanderende watergangen met de groene oevers en aan verspreid liggende buurtparken. De wijkontsluitingswegen aan de randen liggen soms op een dijk met ruime taluds, hebben veelal een helder profiel al dan niet met bomenschermen. De watergangen zijn vaak losgekoppeld van het langzaam verkeer en in sommige gevallen van de gehele openbare ruimte (Hofland-noord). Buurtparken bestaan meestal uit grasvelden met enige speelvoorzieningen. Achterkanten van woningen zijn deels naar de openbare ruimte gekeerd, vooral aan de randen van de wijken. Bebouwing en hoofdgroenstructuur versterken elkaar veelal niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De buurtjes met de straten of woonerven geven een samenhangend beeld met woningen in een rooilijn die vaak verspringt en meestal de hoofdweg volgt. De bebouwing staat veelal geclusterd in rijen- of twee- onder-één-kapwoningen en ook vrijstaande woningen komen voor. De nokrichting staat vaak haaks op- of evenwijdig aan de hoofdrichting van de weg of het woonerf. Binnen rijen zijn er weinig accenten. Hoeken van rijen zijn soms verbijzonderd met gedraaide nokken of uitbouwen. Eén tot twee woonlagen en een zadeldak vormen de basisopbouw van de jaren ‘80-woning. Varianten hierop zijn de in de hoofdmassa opgenomen en veel voorkomende aan- of uitbouwen met platte daken of doorlopende dakvlakken. Ook in dezelfde architectuur ontworpen dakopbouwen en carports zijn te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Varianten op de zadeldaken zijn onder meer afgeplatte nokken en lessenaarsdaken. Sommige woningen hebben balkons. Bij een aantal woningen zijn later dakkapellen aangebouwd of carports geplaatst. Raampartijen beslaan veelal een groot deel van de gevel en ook zijn er vaak dakramen te vinden. De detaillering en materialisering is in het algemeen eenvoudig maar zorgvuldig. Gevels bestaan voornamelijk uit baksteen, soms met houten puien en betimmeringen. Daken zijn afgedekt met donkere of rode pannen. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Het kleurgebruik is terughoudend. Bij een aantal woningen is het oorspronkelijke uiterlijk drastisch gewijzigd. Wijzigingen van onder meer vorm en kleur van de gevel verstoren hier de samenhang met de belendende woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De uitbreidingen uit de jaren ‘80 kenmerken zich in het algemeen door hun heldere opzet en samenhangende bebouwing. Er zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden. Het groen van de openbare ruimte dreigt versnipperd te raken door eventuele aanleg van fiets- of voetpaden of parkeerplaatsen. Verder is de hoofdstructuur niet altijd leesbaar door dichte begroeiing. Het beleid voor de openbare ruimte is gericht op behoud of versterking van het karakter en het groenareaal. De verwachting voor de woningen is dat er de komende jaren meer aanvragen zullen komen voor op- en aanbouwen. Het beleid is hier gericht op beheer en enige revitalisering/renovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor jaren ‘80-wijken geldt geen aanvullend beleid. uitbreiding jaren ‘80 (criteria) Regulier welstandsregime Voor de uitbreidingen uit de jaren ‘80 met de heldere opzet en herhalende wooneenheden geldt een regulier regime.‑Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte groene randzones langs de wijken openhouden samenhang boombestand en onderbeplanting per bebouwingscluster of straat/weg behouden en eventueel versterken zicht vanaf de wijkentree op openbare ruimte vergroten zicht rond watergangen versterken door laaghouden taludbeplanting doorzichten naar het omringende landschap versterken de gebruikswaarde van de groenzones vergroten voorkanten van nieuwe woningen richten naar de openbare ruimte behouden groenareaal Ligging gebouwen inpassen in het stedenbouwkundig patroon de individuele woning per cluster/rij uitvoeren als deel van het geheel bij clusters/rijen aansluiten op oriëntatie en ontsluiting van het geheel de nokrichting evenwijdig aan of haaks op de rooilijn laten lopen rooilijnen per cluster/rij laten samenhangen overige gebouwen kunnen vrij op het kavel staan aan- en bijgebouwen in principe achter het hoofdgebouw plaatsen en tenminste 1,00 m. achter de rooilijn Massa een sterke onderlinge samenhang van clusters/rijen is gewenst woongebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met een kap op-aan- en uitbouwen zijn bij voorkeur per cluster/rij van hetzelfde model op- , aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa uitbouw aan uitbouw voorkomen Architectonische uitwerking ontwerpaandacht voor alle details wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume of cluster/rij gevelritmiek per cluster/rij door laten lopen overige gebouwen aanpassen aan belendingen traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen Materiaal- en kleurgebruik het kleur- en materiaalgebruik per cluster/rij laten samenhangen gevels in principe uitvoeren in baksteen, eventueel met puien of houten beschot hellende daken van woningen voorzien van donkere of rode dakpannen een samenhangend en terughoudend kleurgebruik is gewenst het materiaal- en kleurgebruik van op- aan-, en uitbouwen aanpassen het hoofdgebouw bedrijventerreinen (beschrijving) gebied 18 Hoofdlijnen Aan de randen van Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen ligt een aantal bedrijventerreinen met sobere tot representatieve bedrijfsgebouwen in een eenvoudige stedenbouwkundige opzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In polder Groot-Mijdrecht-Zuid, tegen Mijdrecht en Wilnis, liggen Bedrijventerrein Noord en Zuid en wordt aansluitend bedrijventerrein Werkeiland aangelegd. Vinkeveen heeft twee bedrijventerreinen. Voorbancken ligt ten zuiden van uitbreidingswijk Westerheul en tussen ringvaart en Spoorlaan ligt een iets kleiner bedrijventerrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De bedrijventerreinen zijn veelal helder van opzet. De openbare ruimte wordt grotendeels bepaald door de ontsluitingswegen. De hoofdontsluitingswegen zijn veelal begeleid door bomenschermen en grasbermen en soms door een bermsloot. Een aantal hoofdwegen wordt begeleid door langzaam verkeersroutes (Industrieweg, Veenweg). Bij de overige wegen komen soms ook bomen voor en wordt de overgang tussen weg en bedrijvenzone vaak met grasvlakken aangegeven. De openbare ruimte van het Werkeiland bestaat uit een noord-zuidlopende laan en een diagonale groenvoorziening die onbebouwd dient te blijven vanwege de WKR-leiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De bebouwing varieert van eenvoudige loodsen tot representatieve bedrijven. De vrijstaande bebouwing staat meestal in een iets verspringende rooilijn evenwijdig aan de weg. De representatieve gevels zijn veelal naar de weg gericht. De hoofdvorm is vaak eenvoudig en bij de representatievere gebouwen wat gevarieerder. Daken zijn veelal plat en een enkele keer hellend. In het oog springende dakranden en luifels komen voor. De gevelgeleding is grotendeels horizontaal door banden en vlakken in afwijkende materialen en kleuren. Er komen verschillende materialen voor waaronder baksteen, plaatmateriaal en glas. Het kleurgebruik is veelal terughoudend met soms enkele kleuraccenten. Reclameuitingen beperken zich meestal tot bedrijfsnamen op de gevel. In Bedrijventerrein Zuid staat langs de Industrieweg enige woonbebouwing. Bijzondere elementen zijn de boerderij, de pionierswoning en de watertoren die alledrie langs de industrieweg staan. De bebouwing van bedrijventerrein Werkeiland is in drie zones opgedeeld. De noordzone heeft de functie van zichtlokatie, in het oosten zijn voornamelijk showrooms en kantoren gedacht en de westzone is geschikt voor bedrijvigheid met een klein kantorenprogramma. De architectuur dient ingetogen en zakelijk te zijn met een terughoudend kleur- en materiaalgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De bedrijventerreinen van De Ronde Venen zijn helder van opzet. De bebouwing is functioneel en het beeld afwisselend. Voor de openbare ruimte is het van belang dat de groenzones niet versteend raken. Het beleid is gericht op beheer en behoud van het groene, openbare karakter. In Bedrijventerrein-Zuid wordt het MOB-complex heringericht. Het bedrijventerrein werkeiland is in uitvoering. Het beleid is terughoudend en gericht op beheer en enige revitalisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor het Werkeiland is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin onder meer richtlijnen zijn opgenomen voor de inrichting van de openbare ruimte, de architectuur en het materiaal- en kleurgebruik. bedrijventerreinen (criteria) Regulier welstandsregime Voor de functionele, gevarieerde bebouwing in een eenvoudige hoofdstructuur geldt een regulier welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte hoofdontsluitingsweg (Industrieweg) begeleiden met bomenschermen en waar mogelijk vergroting/verbreding openbaar groen groene bermen langs zijwegen behouden als openbaar groen en één groenbeeld voor alle zijwegen nastreven groene beeld van Veenweg handhaven meer eenvormigheid in straatmeubilair Ligging dichte gevels langs de weg vermijden opslag bij voorkeur uit het zicht houden representatieve en openbare functies zijn bij voorkeur op de weg gericht Massa de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden gebouwen bij voorkeur opbouwen uit een ongedeelde hoofdmassa; eventuele zijvleugels of aan- en uitbouwen onderschikken uitbouw aan uitbouw is niet wenselijk geledingen zijn wenselijk Architectonische uitwerking ontwerpaandacht voor alle details accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume reclame-uitingen in maat, schaal en vormgeving aanpassen aan de gevel waarop deze bevestigd wordt Materiaal- en kleurgebruik het materiaal- en kleurgebruik is terughoudend grote vlakken opbouwen uit materialen met een structuur als bijvoorbeeld baksteen of uit gevelelementen die een structuur vormen architectonische verbijzonderingen zoals horizontale vlakken en gevelbanden kunnen in afwijkende materialen en/of kleuren worden uitgevoerd sport en recreatie (beschrijving) gebied 19 Hoofdlijnen Op de bovenlanden en in de droogmakerijen en geconcentreerd rondom de kernen liggen recreatiecomplexen die variëren van sportvelden tot jachthavens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De sport- en recreatiegebieden zijn in het algemeen duidelijk afgebakende ruimtelijke eenheden. De sportterreinen worden veelal omringd door bomenwanden of -schermen. Sportvelden en parken die aan elkaar grenzen kunnen in het algemeen beter met elkaar geïntegreerd worden tot één groot park met een heldere route en duidelijke entrees.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De gebouwen van de sportvelden staan vrij. In het algemeen bestaat de bebouwing uit een hoofdgebouw en vaak meerdere bijgebouwen als kleedkamers. De gebouwen hebben meestal een eenvoudige, rechthoekige plattegrond en zijn veelal gericht op het belangrijkste veld. Ze bestaan in hoofdzaak uit één tot twee bouwlagen met een plat of licht hellend dak. Het materiaal- en kleurgebruik is terughoudend. Grote vlakken bestaan uit materiaal met een structuur als baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat. Gebouwen rond jachthavens zijn meestal vrijstaand en zowel gericht op het water als op de weg. De hoofdvorm is in principe eenvoudig, de detaillering sober maar zorgvuldig. Gevels zijn in het algemeen van donkere baksteen, vaak met grote glasvlakken of opgetrokken uit in een lichte kleur geschilderd hout.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De sportcomplexen en recreatiegebieden zijn groene terreinen met bebouwing in een veelal terughoudende architectuur. Terreinen rondom jachthavens zijn meer steenachtig en hebben een veel opener karakter. Er zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden. De recreatieve druk op met name het gebied rond de Vinkeveense plassen is hoog. Dichtslibben van de randen van de plassen dient tegen te worden gegaan. Het beleid is zowel voor de openbare ruimte als de bebouwing terughoudend en gericht op beheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de sportcomplexen en jachthavens geldt geen aanvullend beleid. Enkele jachthavens liggen in linten waarvoor het beeldkwaliteitsplan ‘De linten van Vinkeveen’ is gemaakt. Hierin wordt onder meer de vorm en het materiaalgebruik voorgeschreven. sport en recreatie (criteria) Regulier welstandsregime Voor de sport- en recreatiecomplexen met de veelal heldere indeling geldt een regulier welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte doorzichten naar het omringende landschap behouden/versterken bij voorkeur groene afscheidingen toepassen overgangen van sportvelden naar andere openbare functies als parken zorgvuldig vormgeven samenhang tussen bebouwing en groen behouden en/of versterken Ligging gebouwen vrij op het kavel laten staan het hoofdgebouw van het sportterrein vrijstaand en individueel houden zonder scherpe contrasten met het karakter van de panden in de buurt de voorzijde van de hoofdmassa richten op de weg of naar de belangrijkste activiteit per sportterrein is één hoofdmassa toegestaan geen opslag op open terrein, uitgezonderd seizoensberging van zeilboten Massa gebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met een plat of schuin dak op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden bijgebouwen onderschikken en deel uit laten maken van de compositie van het gebouw of complex Architectonische uitwerking ontwerpaandacht voor alle details accenten en geledingen bij sportgebouwen en gebouwen rond jachthavens ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal afstemmen op het hoofdvolume Materiaal- en kleurgebruik gevels bij voorkeur uitvoeren in baksteen, vergelijkbare steenachtige materialen of hout grote vlakken opbouwen uit materialen met een structuur zoals baksteen of houten betimmering het kleurgebruik aanpassen aan het landelijk gebied Stacaravans en chalets (beschrijving) gebied 20A Hoofdlijnen Verspreid over het grondgebied van de gemeente en vooral geconcentreerd in de linten rondom de Vinkeveense plassen liggen recreatiecomplexen met stacaravans en chalets. De terreinen hebben een centrale intern gelegen ontsluitingsstructuur, enkele centrale voorzieningen en een centrale exploitatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De recreatieterreinen met stacaravans en chalets zijn in het algemeen duidelijk afgebakende ruimtelijke eenheden en worden omgeven door hekwerken of bomenwanden of -schermen. De terreinen hebben een kleinschalige hoofdopzet. Smalle onverharde wegen zorgen voor de ontsluiting van de kavels en volgen meestal het slotenpatroon van het landschap of de richtingen van de legakkers. De complexen met stacaravans en chalets hebben geen samenhangende inrichting van de openbare ruimte. De kavels hebben over het algemeen een groen karakter en zijn vaak met zorg ingericht als tuin. Heggen en struiken zorgen voor duidelijke grenzen tussen semi-openbaar en privé.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De complexen worden gekenmerkt door individueel vormgegeven stacaravans en chalets die vrij op de kavel staan. De stacaravans en chalets staan in een veelal wisselende, soms gelijke rooilijn gericht op het water of de hoofdontsluiting van het recreatiepark. De stacaravans en chalets op de legakkers hebben de rooilijn evenwijdig aan de legakker lopen. De stacaravans en chalets hebben veelal een eenvoudige hoofdvorm en bestaan over het algemeen uit één bouwlaag met in principe een flauw hellende zadeldak en soms een plat dak. Aanbouwen en uitbouwen zorgen ervoor dat enkele stacaravans en chalets een meer complexe opbouw hebben. De gevelverdeling is veelal helder, waarbij een duidelijk onderscheid bestaat tussen de voor- en de achterkant. De detaillering is in principe eenvoudig en verzorgd. De stacaravans en chalets zijn veelal gebouwd uit hout of uit plaatmateriaal. Daken zijn veelal bekleed met beplating met een structuur of met bitumen. De stacaravans en chalets hebben veelal een lichte of natuurlijke kleurstelling die is aangepast aan het landelijk gebied. Houtwerk is geschilderd in terughoudende tinten. Aan- en uitbouwen aan stacaravans en chalets zijn vaak gebouwd met zeer verschillende materialen en verschillende kleuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De gebieden met stacaravans en chalets zijn groene terreinen met bebouwing in een veelal terughoudende en bescheiden architectuur. Er zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden. De recreatieve druk op met name het gebied rond de Vinkeveense plassen is hoog. Dichtslibben van de randen van de plassen dient tegen te worden gegaan. Het beleid is zowel voor de openbare ruimte als de bebouwing gericht op terughoudendheid, behoud van de enkelvoudige hoofdmassa het voorkomen van een rommelig inrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de complexen met stacaravans en chalets geldt geen aanvullend beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stacaravans en chalets (criteria) Regulier welstandsregime Voor de recreatiecomplexen met stacaravans en chalets geldt een regulier welstandsregime. Bij twijfel over het type recreatiewoning beslist de welstandscommissie aan de hand van beschrijving welke welstandscriteria van toepassing zijn. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte doorzichten naar het omringende landschap behouden/versterken bij voorkeur groene afscheidingen toepassen overgangen van recreatiecomplexen naar het omliggende landschap zorgvuldig vormgeven samenhang tussen bebouwing en groen behouden en/of versterken Ligging gebouwen vrij op het kavel laten staan het hoofdgebouw van de recreatiecomplexen vrijstaand en individueel houden zonder scherpe contrasten met het karakter van de panden in de buurt de voorzijde van de hoofdmassa richten op de hoofdontsluiting van het complex of naar het water of aansluiten bij belendingen per kavel is één hoofdmassa toegestaan Massa de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden gebouwen opbouwen uit een onderbouw van één laag met een plat of flauwhellend zadeldak aan- en uitbouwen zoveel mogelijk vermijden of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen onderschikken en deel uit laten maken van de compositie van het gebouw of complex Architectonische uitwerking ontwerpaandacht voor alle details accenten en geledingen bij centrale voorzieningengebouwen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal afstemmen op het hoofdvolume Materiaal- en kleurgebruik gevels uitvoeren in duurzame materialen en bij voorkeur uitvoeren in hout of in een plaatmateriaal met een structuur het kleurgebruik aanpassen aan het landelijk gebied Seriematige recreatiewoningen (beschrijving) gebied 20B Hoofdlijnen Verspreid over de bovenlanden en in de droogmakerijen en vooral geconcentreerd in de linten rondom de Vinkeveense plassen liggen recreatiecomplexen met in serie gebouwde recreatiewoningen. De terreinen hebben een centrale intern gelegen ontsluitingsstructuur, maar nagenoeg geen op het terrein gelegen centrale voorzieningen. De woningen zijn veelal in particulier bezit en worden niet door een centrale organisatie geëxploiteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De gebieden met recreatiewoningen zijn in het algemeen duidelijk afgebakende ruimtelijke eenheden. Enkele terreinen zoals het complex met vakantiewoningen langs de A2 worden door hekwerken afgeschermd. Andere complexen zijn omgeven door bomenwanden of -schermen. De complexen hebben een heldere hoofdopzet, die meestal gelijk loopt aan het slotenpatroon van het landschap. Bij de recente complexen van tweede huisjes is veel aandacht besteed aan de inrichting van de openbare ruimte. De kavels hebben over het algemeen een groen en een bij het open landschap passend karakter met groene overgangen tussen openbaar en privé.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De complexen met vakantiewoningen worden gekenmerkt door de herhaling van een meestal vrijstaand woningtype langs een heldere structuur. De woningen staan in een soms wisselende, soms gelijke rooilijn gericht op het water of de hoofdweg. Vakantiehuisjes op de legakkers hebben de rooilijn evenwijdig aan de legakker lopen. De huisjes hebben veelal een eenvoudige hoofdvorm en bestaan meestal uit één en soms uit twee bouwlagen met in principe een schuin en soms een plat dak. Enkele woningen hebben een meer complexe opbouw en andere kapvormen als bijvoorbeeld een pyramidedak. De gevelverdeling is veelal helder. Sommige woningen hebben een duidelijke verdeling in onderbouw en kaplaag. De detaillering is in principe eenvoudig en verzorgd. Gevels zijn veelal van hout of baksteen. Daken zijn bekleed met pannen of beplating met een structuur. Het kleurgebruik is aangepast aan het landelijk gebied. Houtwerk is geschilderd in terughoudende tinten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De gebieden met seriematige recreatiewoningen zijn groene terreinen met bebouwing in een veelal terughoudende architectuur. Er zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden. De recreatieve druk op met name het gebied rond de Vinkeveense plassen is hoog. Dichtslibben van de randen van de plassen dient tegen te worden gegaan. Het beleid is zowel voor de openbare ruimte als de bebouwing terughoudend en gericht op beheer van het bestaande beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de complexen met seriematig gebouwde recreatiewoningen geldt geen aanvullend beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Seriematige recreatiewoningen (criteria) Regulier welstandsregime Voor de seriematige recreatiewoningen op afzonderlijke complexen met de veelal heldere indeling geldt een regulier welstandsregime. Bij twijfel over het type recreatiewoning beslist de welstandscommissie aan de hand van beschrijving welke welstandscriteria van toepassing zijn. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte doorzichten naar het omringende landschap behouden/versterken bij voorkeur groene afscheidingen toepassen overgangen van de recreatiewoningencomplexen naar het open landschap zorgvuldig vormgeven samenhang tussen bebouwing en groen behouden en/of versterken de heldere hoofdopzet van recreatiewoningcomplexen handhaven Ligging bij vakantiewoningcomplexen aansluiten op oriëntatie en ontsluiting van het geheel gebouwen vrij op het kavel laten staan de voorzijde van de hoofdmassa richten op de weg of naar de belangrijkste activiteit per sportterrein is één hoofdmassa toegestaan geen opslag op open terrein, uitgezonderd seizoensberging van zeilboten Massa gebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met een bij voorkeur schuin of anders plat dak op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden bijgebouwen onderschikken en deel uit laten maken van de compositie van het gebouw of complex Architectonische uitwerking ontwerpaandacht voor alle details accenten en geledingen bij centrale voorzieningengebouwen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal afstemmen op het hoofdvolume Materiaal- en kleurgebruik gevels bij voorkeur uitvoeren in baksteen, vergelijkbare steenachtige materialen of hout grote vlakken opbouwen uit materialen met een structuur zoals baksteen of houten betimmering terughoudende kleuren toepassen en aanpassen aan het landelijk gebied individuele recreatiewoningen (beschrijving) gebied 20C Hoofdlijnen Recreatiecomplexen met individuele recreatiewoningen liggen verspreid in de gemeenten en vooral geconcentreerd rondom de Vinkeveense plassen. De terreinen hebben een centrale intern gelegen ontsluitingsstructuur, maar nagenoeg geen op het terrein gelegen centrale voorzieningen. De woningen zijn veelal in particulier bezit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De gebieden met recreatiewoningen zijn in het algemeen duidelijk afgebakende ruimtelijke eenheden. De terreinen worden door hekwerken, bomenwanden of -schermen omgeven. De complexen hebben een heldere hoofdopzet, die meestal de richtingen van het slotenpatroon de legakkers volgen. De kavels hebben over het algemeen een groen en een bij het open landschap passend karakter met groene overgangen tussen openbaar en privé.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De complexen met vakantiewoningen worden gekenmerkt door individuele en vrijstaande recreatiewoningen langs een heldere structuur. De recreatiewoningen staan in een soms wisselende, soms gelijke rooilijn en zijn veelal gericht op het water of de hoofdontsluiting van weg. Vakantiehuisjes op de legakkers hebben de rooilijn evenwijdig aan de legakker lopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De huisjes hebben veelal een eenvoudige hoofdvorm en bestaan meestal uit één en soms uit twee bouwlagen met in principe een schuin en soms een plat dak. Enkele woningen hebben door aan- en uitbouwen een meer complexe opbouw samengestelde kapvormen. De gevelverdeling is veelal helder. Sommige woningen hebben een duidelijke verdeling in onderbouw en kaplaag, dat door verschillen in materiaalgebruik tot uiting komt. De detaillering is in principe eenvoudig en verzorgd. Gevels zijn veelal van hout of baksteen. Daken zijn bekleed met pannen of beplating met een structuur. Het kleurgebruik is aangepast aan het landelijk gebied. Houtwerk is geschilderd in terughoudende tinten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De gebieden met individuele recreatiewoningen zijn groene terreinen met bebouwing in een veelal terughoudende architectuur. Er zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden. De recreatieve druk op met name het gebied rond de Vinkeveense plassen is hoog. Dichtslibben van de randen van de plassen dient tegen te worden gegaan. Het beleid is zowel voor de openbare ruimte als de bebouwing terughoudend en gericht op beheer van het bestaande beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de complexen met individueel gebouwde recreatiewoningen geldt geen aanvullend beleid. individuele recreatiewoningen (criteria) Regulier welstandsregime Voor de seriematige recreatiewoningen op afzonderlijke complexen met de veelal heldere indeling geldt een regulier welstandsregime. Bij twijfel over het type recreatiewoning beslist de welstandscommissie aan de hand van beschrijving welke welstandscriteria van toepassing zijn. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte doorzichten naar het omringende landschap behouden/versterken bij voorkeur groene afscheidingen toepassen overgangen van de recreatiewoningencomplexen naar het open landschap zorgvuldig vormgeven samenhang tussen bebouwing en groen behouden en/of versterken de heldere hoofdopzet van recreatiewoningcomplexen handhaven Ligging bij vakantiewoningcomplexen aansluiten op oriëntatie en ontsluiting van het geheel gebouwen vrij op het kavel laten staan de voorzijde van de hoofdmassa richten op de weg of naar de belangrijkste activiteit per kavel is één hoofdmassa toegestaan geen opslag op open terrein, uitgezonderd seizoensberging van zeilboten Massa gebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met bij voorkeur een zadeldak op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden en bij voorkeur ongedeeld bijgebouwen onderschikken en deel uit laten maken van de compositie van het gebouw of complex Architectonische uitwerking ontwerpaandacht voor alle details accenten en geledingen bij centrale voorzieningengebouwen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal afstemmen op het hoofdvolume Materiaal- en kleurgebruik gevels bij voorkeur uitvoeren in baksteen, vergelijkbare steenachtige materialen of hout grote vlakken opbouwen uit materialen met een structuur zoals baksteen of houten betimmering terughoudende kleuren toepassen en aanpassen aan het landelijk gebied kassengebied (beschrijving) gebied 21 Hoofdlijnen In polder de Derde Bedijking ligt een concentratie van kassen met woonhuizen, boomkwekerijen en waterbassins. De kassengebieden liggen aan weerszijden van de Oosterlandweg in de noordwesthoek van de polder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte Bij de plaatsing van de kassencomplexen is de rechte verkaveling en de hoofdrichting van de droogmakerij als basis genomen. De kassencomplexen worden ontsloten door de Oosterlandweg en de deels parallel gelegen Schattekerkerweg. De kassencomplexen grenzen in het zuiden aan de machinetocht. In het noorden eindigen de kassen bij de Kerkvaart. Bebouwing en weg vormen samen een lintstructuur. Beide wegen zijn begeleid met bomenschermen. Dwars op de hoofdwegen lopen watergangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De kassencomplexen hebben in het algemeen een heldere kavelindeling. Vooraan, iets terug van de weg staat meestal het woongebouw. Hiernaast of erachter staan de bijgebouwen, gevolgd door de kassen. De waterbassins staan vaak achteraan op het kavel. Sommige bedrijven hebben boomkwekerijen. De bebouwing staat in principe parallel aan het slotenpatroon of de weg en is grotendeels gericht op de weg. Kassen staan meestal dicht op elkaar terwijl de overige bebouwing merendeels vrij staat. Nokrichtingen lopen evenwijdig aan de rooilijn. Bouwmassa’s hebben meestal een eenvoudige vorm. Woongebouwen bestaan in principe uit één tot twee lagen met een kap en hebben veelal staande ramen. De gevels zijn grotendeels opgebouwd uit baksteen en daken gedekt met dakpannen. De detaillering is veelal zorgvuldig. Bijgebouwen hebben merendeels één bouwlaag met een plat dak of kap. Bij de bijgebouwen wordt behalve baksteen ook wel gevouwen staalplaat gebruikt. De detaillering is in het algemeen sober en weinig nadrukkelijk. Het kleurgebruik is in principe terughoudend. De kassen bestaan meestal uit een rechthoekige massa met een zadeldak. Deze basiseenheid wordt meerdere malen herhaald en geschakeld. Gevels en daken bestaan hoofdzakelijk uit glas. Ondoorzichtige gevels of daken vergroten de massiviteit van de kassencomplexen en verkleinen daarmee een zorgvuldige inpassing in het landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De kassencomplexen in polder De Derde Bedijking zijn eenvoudig en compact van opzet. Er zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden. Binnen de kassencomplexen ligt geen onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Het beleid voor de openbare ruimte is gericht op behoud van het groene profiel van de hoofdontsluitingswegen en het behouden van een zekere afstand tussen woonbebouwing en kassen. Het kassengebied en de nabije omgeving is in de ontwikkelingsvisie van De Ronde Venen aangewezen als concentratiegebied voor de glastuinbouw. Nieuwe kassencomplexen kunnen hier gerealiseerd- en reeds bestaande complexen hier naartoe verplaatst worden. Het beleid voor de kassen is gericht op concentratie, modernisering en een goed beheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de glastuinbouw in polder De Derde Bedijking geldt geen aanvullend beleid. kassengebied (criteria) Regulier welstandsregime Voor de afwisselende bebouwing en de seriematig opgebouwde kassen langs de hoofdwegen van de polder de derde bedijking geldt een regulier welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte begeleidende groenzones of bomenrijen door laten lopen langs de gehele tocht, vaart, dijk of polderweg met per lijn hetzelfde groentype de hoofdstructuur van polderwegen, tochten en dijken is uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen de profielen van de polderwegen ruim houden heldere overgang tussen bebouwing en landschap nastreven Ligging een heldere ordening van het erf met woongebouwen aan de wegzijde, bijgebouwen erachter gevolgd door de kassen en vervolgens de bassins is gewenst per erf of kavel is één hoofdmassa wenselijk rooilijnen parallel aan de weg of haaks op het slotenpatroon laten lopen rooilijnen van hoofdmassa’s terugleggen en ten opzichte van elkaar laten verspringen nokrichting evenwijdig aan of haaks op de rooilijn laten lopen Massa panden zijn afwisselend en individueel de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden hoofdgebouwen opbouwen uit een onderbouw van één laag met een kap op-, aan- en uitbouwen van hoofdgebouwen‑als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen van woongebouwen bijgebouwen net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa Materiaal- en kleurgebruik gevels van hoofd- en bijgebouwen in hoofdzaak uitvoeren in bruine of rode baksteen hellende daken van hoofdgebouwen bij voorkeur voorzien van rode of donkere keramische pannen kassenbij voorkeur uitvoeren in glas gevels en daken van kassen bij voorkeur transparant houden grote vlakken van overige bedrijfsgebouwen opbouwen uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, metaal- of golfplaat een terughoudend kleurgebruik, passend in het landschap, is gewenst LANGS DE RIVIEREN (beschrijving)gebied 22 Hoofdlijnen Het bovenland tussen veenrivier Kromme Mijdrecht, de Amstel en de droogmakerijen heeft een fijnmazig slotenpatroon met aan de rivierzijde afwisselende en soms monumentale bebouwing. Het gebied grenst in het noorden aan het dorp Nessersluis, loopt langs de oostkant van de rivieren en grenst in het zuiden aan de Wilnisse Zuwe.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte Dit deel van het bovenland ligt deels op de stroomruggen van de rivieren en heeft tussen de sloten lange kavels dwars op de rivier. Een aantal kavels is in gebruik voor het kweken van bomen, heesters en planten. Kenmerkend voor dit gebied is de meanderende rivier met de dijken vanwaaruit het landschap vanuit verschillende hoeken zichtbaar is. De hoge ligging maakt het mogelijk over het bovenland in de droogmakerijen te kijken. Langs de rivieren en de meeste dijken lopen karakteristieke bomenschermen, die veelal in particulier eigendom zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing Het merendeel van de bebouwing staat vrij in een lint ten westen van de rivieren. De overige gebouwen staan grotendeels aan de dijken langs de droogmakerijen. De bebouwing is gevarieerd en bestaat onder meer uit kleinschalige en monumentale panden, boerderijen, recente agrarische bedrijfsgebouwen en recreatiewoningen. Gebouwen staan met de rooilijn evenwijdig aan het slotenpatroon of de weg. De meeste gebouwen liggen terug en zijn gericht op de weg. Bijgebouwen liggen veelal achter het hoofdgebouw. De gebouwen hebben meestal een eenvoudige hoofdvorm en bestaan meestal uit één en soms twee lagen met een kap die in vele variaties voorkomt en vaak een overstek heeft. Veel gebouwen hebben in de architectuur opgenomen dakkapellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevels hebben veelal zowel een horizontale als verticale geleding met staande begane grondramen die horizontaal gelijnd zijn. De gebouwen zijn in het algemeen zorgvuldig gedetailleerd en een aantal gebouwen heeft rijk gedetailleerde ornamenten als versierde dak- en deurlijsten en siermetselwerk. Boerderijen hebben vaak symmetrische voorgevels en windveren. Het materiaal- en kleurgebruik is in principe terughoudend. Gevels zijn meestal opgebouwd uit rode of bruine baksteen al dan niet gestuct of geschilderd in een lichte kleur. Soms heeft het gebouw een natuurstenen plint. Daken zijn meestal voorzien van donkere of rode keramische dakpannen. Daklijsten, kozijnen en dergelijke zijn in principe opgebouwd uit hout engeschilderd in een lichte kleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarische bedrijfsgebouwen en recreatiewoningen wijken af van het algemene beeld. Agrarische bedrijfsgebouwen hebben meestal een (bak)stenen plint en zijn grotendeels afgedekt met een materiaal met reliëf als golfplaat. Typerend voor recreatiewoningen is de eenvoudige opbouw en de repetitie van de woning langs een rechte structuur. Bijzondere elementen zijn onder meer de oude spoorbrug over de Amstel en het gemaal Eerste Bedijking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid Het fijnmazige bovenland langs de rivieren met zicht op de droogmakerijen en de afwisselende lintbebouwing is cultuurhistorisch waardevol. Het gebied is in de ontwikkelingsvisie benoemd tot natuurontwikkelingslokatie. Het beleid is gericht op behoud van het huidige beheer bij een veranderende functie. Het verdwijnen van enige agrarische bedrijvigheid is te verwachten. Het beleid voor de bebouwing is gericht op behoud en versterking van de bijzondere cultuurhistorische waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor het gebied langs de rivieren geldt geen aanvullend beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">LANGS DE RIVIEREN (criteria) Bijzonder welstandsregime Voor de afwisselende bebouwing langs de rivieren en de dijken geldt een bijzonder welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte coulissenwerking langs de rivier behouden en eventueel versterken podiumwerking van het bovenland met het zicht op de droogmakerijen bij natuurontwikkeling handhaven geen uitbreidingen bomenschermen de mogelijkheid tot het toevoegen van agrarische bedrijfsgebouwen is afhankelijk van de schaalvergroting (zie objecten) Ligging bij boerderijen is een heldere ordening van verschillende gebouwen en handhaving van traditionele erfbeplanting op het erf gewenst per erf of kavel is één hoofdmassa wenselijk hoofdgebouwen richten op de belangrijkste weg rooilijnen evenwijdig aan de weg of parallel aan de sloten laten lopen rooilijnen van hoofdmassa’s terugleggen en ten opzichte van elkaar laten verspringen bijgebouwen in principe naast of achter het hoofdgebouw plaatsen Massa panden en ensembles zijn afwisselend en individueel de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden gebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met een kap op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa zijgevels hebben vensters Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren, van eenvoudig tot rijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume gevels zowel horizontaal als verticaal geleden het verschil tussen voorhuis en achterhuis van boerderijen benadrukken traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen bijgebouwen als hallen en schuren eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa Materiaal- en kleurgebruik gevels in hoofdzaak uitvoeren in bruine of rode baksteen, eventueel gestuct of geschilderd in een lichte kleur hellende daken bij voorkeur voorzien van rode of donkere keramische pannen houtwerk schilderen: elementen als windveren en kozijnen in traditionele contrasterende lichte tinten zoals gebroken wit plinten in afwijkende kleur of afwijkend materiaal uitvoeren een terughoudend kleurgebruik , passend in het landschap, is gewenst grote vlakken van agrarische bedrijfsgebouwen opbouwen uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, metaal- of golfplaat droogmakerijen (beschrijving) gebied 23 Hoofdlijnen Droogmakerijen zijn laaggelegen landschappelijke eenheden, die zijn drooggemalen en omringd door dijken en vaarten. Centraal in De Ronde Venen ligt de rondvormige polder Groot-Mijdrecht-Zuid. Hieromheen liggen ten noorden, westen en zuiden de overige droogmakerijen. De Vinkeveense plassen in het oosten geven een beeld van een stuk veenlandschap dat niet drooggemalen is. In de droogmakerijen is, veelal langs de rechte polderwegen, bebouwing ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De turfwinning die in de 16e eeuw een vlucht nam leidde in het veenweidegebied tot een aantal plassen. Om het gevaar van de grote watervlakten te weren en het grondareaal te vergroten werd in de 19e eeuw besloten tot het droogmalen van de meeste plassen en ontstonden de droogmakerijen. Kenmerkend voor de droogmakerijen is het vlakke land met de rechte verkaveling en de heldere omkadering. Vaarten en dijken aan de rand van de droogmakerijen vormen samen met de tochten en polderwegen de hoofdstructuur. De tussengelegen vlakken zijn deels bebouwd met uitbreidingen van de kernen Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen. Het overige deel bestaat vooral uit agrarisch gebied met boerderijen. Veel boerderijcomplexen hebben een erf met traditionele beplanting en een kenmerkende compositie van gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing Langs sommige polderwegen en dijken is vrijstaande en individuele bebouwing ontstaan die voornamelijk uit boerderijcomplexen met een ruime onderlinge afstand bestaat. De bebouwing staat evenwijdig aan het slotenpatroon in een verspringende en teruggelegen rooilijn met de voorzijde naar de weg. De hoofdgebouwen zijn in principe opgebouwd uit één tot twee lagen met kap, meestal een schild- of zadeldak die is afgedekt met keramische pannen of riet. De bedrijfsgebouwen liggen veelal achter het hoofdgebouw en hebben een eenvoudige hoofdvorm met meestal een zadel- en soms een piramidedak. Sommige panden hebben een plint. De voorgevel van het hoofdgebouw heeft voornamelijk staande ramen. De detaillering is zorgvuldig en soms rijk. Een aantal voorgevels is versierd met siermetselwerk, windveren of luiken. Daken hebben tegenwoordig vaak ramen of dakkapellen. Gevels bestaan voornamelijk uit baksteen en zijn soms gestuct. Elementen als windveren en kozijnen zijn veelal van hout, geschilderd in een lichte kleur. Agrarische bedrijfsgebouwen hebben een gevelmateriaal met structuur, zoals baksteen, houten betimmering en deels beplating. Het kleurgebruik is rustig en aangepast aan het landschap. In de droogmakerijen staat een aantal typen boerderijen van monumentale waarde langs de polderwegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De heldere structuur en de daaraan gekoppelde veelal agrarische bebouwing op ruime onderlinge afstand kenmerken de droogmakerijen. In Polder Groot-Mijdrecht wordt natuur ontwikkeld. Het beleid is gericht op behoud van het oorspronkelijke landschapsbeheer bij een functiewijziging naar onder meer natuurontwikkeling. Andere ontwikkelingen zijn onder meer het verdwijnen van traditionele erfbeplanting, de komst van grote agrarische bedrijfsgebouwen en de gevolgen van de ‘ruimte voor ruimte-regeling’. Het karakter van de hoofdstructuur dient behouden en hier en daar versterkt te worden, de erfbeplanting behouden en de bedrijfsgebouwen ingepast in het landschap. Bouwontwikkelingen zijn te verwachten in polder de Derde Bedijking waar een kassencomplex ligt dat in de toekomst wordt uitgebreid. Het beleid voor de bebouwing is terughoudend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de droogmakerijen geldt geen aanvullend beleid. droogmakerijen (criteria) Bijzonder welstandsregime Voor de afwisselende bebouwing langs de hoofdwegen van de droogmakerijen geldt een bijzonder welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte begeleidende groenzones of bomenrijen door laten lopen langs de gehele tocht, vaart, dijk of polderweg met per lijn hetzelfde groentype de richting van polderwegen versterken met bijvoorbeeld een solitair, een bomencluster of bomenschermen de hoofdstructuur van polderwegen, tochten en dijken is uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen de profielen van de randen ruim houden of de ruimte geven heldere overgang tussen bebouwing en landschap nastreven de mogelijkheid tot het toevoegen van agrarische bedrijfsgebouwen is afhankelijk van de schaalvergroting (zie objecten) toe te voegen agrarische bedrijfsgebouwen opnemen in het bestaande bebouwingscluster en eventueel omzomen Ligging bij boerderijen is een heldere ordening van verschillende gebouwen en handhaving van traditionele erfbeplanting op het erf gewenst per erf of kavel is één hoofdmassa wenselijk hoofdgebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste weg rooilijnen van hoofdmassa's parallel aan de sloten laten lopen rooilijnen van hoofdmassa’s terugleggen en ten opzichte van elkaar laten verspringen bijgebouwen in principe naast of achter het hoofdgebouw plaatsen Massa panden zijn afwisselend en individueel de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden gebouwen opbouwen uit een onderbouw van één laag met een zadel-, schild- of piramidedak op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa zijgevels hebben vensters Architectonische uitwerking zorgvuldig en gevarieerd detailleren wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume het verschil tussen voorhuis en achterhuis van het hoofdgebouw benadrukken traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen bijgebouwen als hallen en schuren eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa Materiaal- en kleurgebruik gevels in hoofdzaak uitvoeren in bruine of rode baksteen, eventueel gestuct of geschilderd hellende daken bij voorkeur voorzien van rode of donkere keramische pannen of riet houtwerk schilderen: elementen als windveren en kozijnen in traditionele contrasterende lichte tinten zoals gebroken wit danwel lichtgroen of lichtgeel plinten in afwijkende kleur of afwijkend materiaal uitvoeren een terughoudend kleurgebruik , passend in het landschap, is gewenst grote vlakken van agrarische bedrijfsgebouwen opbouwen uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, metaal- of golfplaat</p>\n<p class=\"lf-p\">bovenland (beschrijving) gebied 24 Hoofdlijnen Het Bovenland is het oude landschap met individuele, afwisselende bouw in de zuidoosthoek van De Ronde Venen, tussen de Heinoomsvaart en de Vinkeveense plassen. Rondom de Vinkeveense plassen liggen ook nog enkele gebieden die bij het bovenland horen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte Typerend voor het bovenland is het opstrekkende, middeleeuwse verkavelingspatroon, ontstaan door ontginning. Het landschap heeft een fijnmazig netwerk van sloten met een aantal ontginningswegen waarlangs de meeste bebouwing op enige afstand tot elkaar staat. De overgang van de bebouwing naar het landschap verdient de aandacht evenals het behoud van de erfinrichting bij boerderijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De bebouwing bestaat grotendeels uit boerderijen en woningen maar ook recente bedrijfsgebouwen komen voor. De bebouwing langs de wegen is overwegend vrijstaand en gericht op de weg. Panden worden veelal via de hoofdweg ontsloten en bebouwing aan een sloot is merendeels door bruggetjes te bereiken. De gebouwen liggen enigszins terug van de weg met de rooilijn en de daknok evenwijdig aan of haaks op het slotenpatroon. Rooilijnen van de voorgevels verspringen. De panden zijn meestal één, soms twee lagen hoog met een kap die meestal de vorm van een schild- of zadeldak heeft. De hoofdvorm is veelal eenvoudig. Veel panden hebben een plint. De voorgevel heeft veelal staande ramen die horizontaal gelijnd zijn. Voorgevels van boerderijen zijn vaak symmetrisch. Soms loopt de voorgevel door en vormt deze een front. De detaillering is overwegend zorgvuldig en soms rijk. Siermetselwerk en daklijsten met windveren komen voor. Gevels zijn merendeels opgebouwd uit baksteen. Hellende daken zijn voornamelijk bekleed met keramische pannen. Het kleurgebruik is terughoudend. De agrarische bijgebouwen wijken met hun bekleding van golfplaat op een veelal bakstenen plint af van de overige, meer traditionele bebouwing. Een aantal bouwwerken op het bovenland, waaronder sommige boerderijen en arbeiderswoningen, is aangewezen als monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid Voor het oorspronkelijke ontginningspatroon met de gevarieerde bebouwing geldt een bijzonder regime. Het beleid voor de openbare ruimte is gericht op behoud. Sommige agrarische bedrijven willen uitbreiden en verdere functieverandering van land- en tuinbouw naar wonen wordt verwacht. Het beleid voor de bebouwing is gericht op behoud van het bestaande karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor het bovenland geldt geen aanvullend beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOVENLAND (criteria) Bijzonder welstandsregime Voor het bovenland met de historische structuur en de gevarieerde bebouwing aan de lintwegen geldt een bijzonder welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte doorzichten behouden en waar mogelijk versterken aandacht voor de overgangen van het erf naar het landschap traditionele erfinrichting van boerderijen handhaven uitbreiding opgaande beplanting is niet gewenst Ligging één hoofdmassa bepaalt het beeld van het erf of de kavel voorgevel van het hoofdgebouw naar de weg richten rooilijnen evenwijdig aan het slotenpatroon laten lopen de rooilijnen van hoofdmassa’s terugleggen en ten opzichte van elkaar laten verspringen nokrichting evenwijdig aan of haaks op het slotenpatroon plaatsen bijgebouwen achter het hoofdgebouw plaatsen Massa panden zijn afwisselend en individueel de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden gebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met bij voorkeur een schild- of zadeldak op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren, van eenvoudig tot rijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume raamopeningen in principe staand uitvoeren traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen bebouwing in de tweede lijn en bijgebouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als het hoofdgebouw Materiaal- en kleurgebruik gevels bij voorkeur uitvoeren in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, eventueel met hout hellende daken bij voorkeur voorzien van donkere of rode keramische pannen of riet een terughoudend kleurgebruik dat niet sterk afwijkt van belendende panden is gewenst. open linten Wilnis en Vinkeveen (beschrijving) gebied 25 Hoofdlijnen Over het bovenland lopen de open linten de Oudhuijzer- en Uitweg met aan weerszijden de gevarieerde, veelal agrarische bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte Hoofdopzet van de veenontginning is een weg met aan één of twee zijden lintbebouwing. Sloten, gegraven vanaf deze weg bepalen de fijnmazigheid van het landschap. Bijzonder is de open structuur van de linten. Landschap en bebouwing wisselen elkaar af en vanaf het lint is er zicht op de erven en het achterland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De bebouwing bestaat grotendeels uit boerderijen en woningen maar ook recente bedrijfsgebouwen komen voor. De lintbebouwing verschilt per zijde. Langs de Uitweg staan vooral tuinbouwbedrijven en de bebouwing aan de Oudhuijzerweg bestaat aan de noordkant veelal uit woningen en bedrijven en aan de zuidkant uit grote boerderijen. De bebouwing langs de linten is overwegend vrijstaand en gericht op de weg. De bebouwing wordt veelal via de hoofdweg ontsloten en bebouwing langs de bermsloot is merendeels door bruggetjes te bereiken. De gebouwen liggen enigszins terug van de weg met de rooilijn en de daknok evenwijdig aan of haaks op het slotenpatroon. Rooilijnen van de voorgevels verspringen. De panden zijn meestal één, soms twee lagen hoog met een vaak iets uitstekende kap die meestal de vorm van een schild- of zadeldak heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofdvorm is veelal eenvoudig. Veel panden hebben een plint. De voorgevel heeft veelal staande ramen die horizontaal gelijnd zijn. Voorgevels van boerderijen zijn vaak symmetrisch. Soms loopt de voorgevel door en vormt deze een front. De detaillering is overwegend zorgvuldig en kan vooral bij de boerderijen rijk zijn. Siermetselwerk, ramen met rollagen en luiken, kozijnen met roedeverdeling en daklijsten met windveren komen veel voor. Gevels zijn merendeels opgebouwd uit baksteen en zijn soms voorzien van een witte stuc- of verflaag. Hellende daken zijn voornamelijk bekleed met keramische pannen of riet. Het kleurgebruik is terughoudend. De agrarische bijgebouwen van de tuinbedrijven wijken met hun bekleding van golfplaat op een veelal bakstenen plint af van de overige, meer traditionele bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de open linten bijzonder maakt is onder meer de grote concentratie van monumentale veenboerderijen. Hiertussen vormen het landhuis Vinkenstein en de veenmolen aan de Oudhuijzerweg cultuurhistorisch waardevolle accenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid Voor de bijzondere, vaak monumentale bebouwing die met de hoofdwegen transparante linten vormen, geldt een bijzonder regime. Het dempen van de bermsloten en verdichting dient tegen te worden gegaan. Het beleid voor de openbare ruimte is onder meer gericht op behoud van de openheid tussen de bebouwing. Sommige agrarische bedrijven willen uitbreiden en verdere functieverandering van land- en tuinbouw naar wonen wordt verwacht. De ‘ruimte voor ruimte-regeling’ is van invloed op de erven van de boerderijen. Het beleid voor de bebouwing is gericht op behoud van het bestaande lintkarakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor deze open linten geldt geen aanvullend beleid. open linten Wilnis en Vinkeveen (criteria) Bijzonder welstandsregime Voor de open linten met de historische structuur en de gevarieerde bebouwing geldt een bijzonder welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte eenvormigheid in gebruik van verhardingen, straatmeubilair en beplanting van het lintprofiel nastreven begeleidende bermen, bomen en sloten door laten lopen langs het lint eenheid erfinrichting behouden; bij meer dan twee parkeerplaatsen deze achter het erf realiseren asymmetrisch profiel behouden doorzichten behouden en waar mogelijk versterken aandacht voor de achterkanten van de linten panden langs de bermsloot bij voorkeur met een brug ontsluiten Ligging één hoofdmassa bepaalt het beeld van het erf of de kavel voorgevel van het hoofdgebouw naar de weg richten rooilijnen evenwijdig aan het slotenpatroon laten lopen de rooilijnen van hoofdmassa’s terugleggen en ten opzichte van elkaar laten verspringen nokrichting evenwijdig aan of haaks op het slotenpatroon plaatsen bij nieuwbouw met de kap in de richting van het kavel uitvoeren bijgebouwen achter het hoofdgebouw plaatsen Massa panden en ensembles zijn afwisselend en individueel de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden gebouwen opbouwen uit een onderbouw tot twee lagen met bij voorkeur een schild- of zadeldak op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa kloeke bouwvolumes terugbouwen met rijke details bouwvolume van panden breder maken dan hoog Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren, van eenvoudig tot rijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen bebouwing in de tweede lijn en bijgebouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als het hoofdgebouw Materiaal- en kleurgebruik gevels bij voorkeur uitvoeren in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, eventueel met hout hellende daken bij voorkeur voorzien van keramische pannen of riet een terughoudend kleurgebruik is gewenst materialen, kleur en architectuur aan landschapskant in harmonie met historisch langhuisboerderijkarakter donkereind en Demmerik (beschrijving) gebied 26 Hoofdlijnen Over het bovenland lopen de open linten Demmerik en Donkereind met aan weerszijden de gevarieerde, veelal agrarische bebouwing met een grote afwisseling tussen open en gesloten delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte Kenmerkend is een wisselde open en gesloten bebouwingsstructuur met duidelijke verschillen tussen de oostelijke en westelijke zijde. Kleine en grote doorzichten tussen de gebouwen zorgen voor een sterke relatie met het achterliggende landschap. Verdraaiingen in kavelrichtingen zorgen voor een wisselende groene en blauwe landschapsbeleving en een veranderende oriëntatie van woningen ten opzichte van de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing Oostelijk van het lint staan vooral grote monumentale langhuisboerderijen en er tegenover kleinere tuinders- en veenarbeiderswoningen. Het verschil is terug te voeren op het vroegere landgebruik. Bij de Heulweg en het voormalige station is het lint verdicht en heeft de aangesloten bebouwing een dorps karakter. Verdraaiingen van kavelrichtingen bepalen de beleving van het landschap en de oriëntatie van de woningen op de weg. Rooilijnen staan in de meeste gevallen haaks op de richting van de sloten. Dit betekent dat langs het Donkereind de voorgevels veelal evenwijdig aan de weg staan, maar doordat het lint langs het Demmerik het kavelpatroon schuin doorsnijdt bepalen ook zijgevels hier het straatbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing is overwegend vrijstaand en gericht op de weg. De kavels worden ontsloten over het lint en de oostelijke kavels zijn via bruggetjes over de bermsloot te bereiken. De meeste gebouwen liggen enigszins terug van de weg, waarbij de rooilijnen onderling verspringen. Noklijnen van boerderijen lopen evenwijdig met de sloten, terwijl ze bij kleinere woningen er veelalhaaks op staan. Bijgebouwen staan achter het hoofdgebouw en er bij voorkeur duidelijk los van. De panden zijn meestal één en soms twee lagen hoog met een vaak iets overstekend zadeldak. Aan de westzijde komen ook schild- of mansardekappen en wolfseinden voor. De hoofdvorm is veelal eenvoudig en heeft een veelal langgerekte plattegrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgevel vormen een front naar de weg en hebben sterk symmetrische indeling. Gevelopeningen zijn horizontaal gelijnd, rechthoekig en staand. De hoofdentree zit veelal in de zijgevel. De detaillering is zorgvuldig en bij boerderijen en oudere woningen rijk. Dit geldt vooral voor de naar de weg gerichte voorgevels, zijgevels hebben een soberder detaillering. Siermetselwerk, ramen met rollagen en luiken, kozijnen met roedeverdeling en daklijsten met bewerkte windveren en makelaars komen hier veel voor. Gevels zijn gemetseld in baksteen en soms voorzien van een witte verf- of stuclaag. Veelal zijn ze uitgevoerd met een trasraam in een ander kleur baksteen of gepleisterd en in terughoudende kleuren geverfde plint.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hellende daken zijn afgedekt met donkere en soms oranje keramische pannen. Nieuwe woonboerderijen zijn vaak geheel of gedeeltelijke gedekt met riet. Kleurgebruik is veelal terughoudend. Uitzonderingen hierop vormen de agrarische bijgebouwen die bekleedt zijn met stalen golfplaten op een bakstenen plint en glazen kassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid Voor de bijzondere, vaak monumentale bebouwing geldt een bijzonder regime. Het dempen van bermsloten en verdichting dient tegen te worden gegaan. Het beleid voor de openbare ruimte is onder meer gericht op behoud van de afwisselende openheid. Sommige boerenbedrijven willen uitbreiden en verdere verschuiving van landbouw naar wonen wordt verwacht. De ‘ruimte voor ruimte-regeling’ is hierbij van invloed. Het beleid is gericht op behoud van het bestaande lintkarakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid Voor de linten is het beeldkwaliteitsplan ‘De linten van Vinkeveen’ gemaakt waarin onder meer de vorm en het materiaalgebruik wordt voorgeschreven. In hoofdstuk 2 worden onder 'Linten' de ruimtelijke kwaliteiten van Donkereind en Demmerik verder toegelicht donkereind en Demmerik (criteria) Bijzonder welstandsregime Voor de linten Donkereind en Demmerik met de historische structuur en de gevarieerde bebouwing geldt een bijzonder welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte eenvormigheid in gebruik van verhardingen, straatmeubilair en beplanting van het lintprofiel nastreven begeleidende bermen, bomen en sloten door laten lopen langs het lint eenheid erfinrichting behouden; bij meer dan twee parkeerplaatsen deze achter het erf realiseren asymmetrisch profiel met bermsloot en bruggetjes behouden doorzichten behouden en waar mogelijk versterken aandacht voor de achterkanten van de linten panden langs de bermsloot bij voorkeur met een brug ontsluiten Ligging één hoofdmassa bepaalt het beeld van het erf of de kavel voorgevel van het hoofdgebouw naar de weg richten rooilijnen haaks op het slotenpatroon laten lopen de rooilijnen van hoofdmassa’s terugleggen en ten opzichte van elkaar laten verspringen nokrichting evenwijdig aan of haaks op het slotenpatroon plaatsen nieuwbouw met de kap in de richting van het kavel uitvoeren bijgebouwen achter het hoofdgebouw plaatsen Massa panden en ensembles zijn afwisselend en individueel de hoofdvorm van gebouwen in principe eenvoudig houden met rechthoekige hoofdvorm van plattegrond gebouwen opbouwen uit een onderbouw van bij voorkeur één laag met een enkelvoudig schild- of zadeldak op-, aan- en uitbouwen als erkers en dakkapellen onderschikken en vormgeven als toegevoegd element of opnemen in de hoofdmassa kloeke bouwvolumes terugbouwen met rijke details woonhuizen hebben een lage goot, een brede steile kap en een rechthoekige plattegrond panden aan de oostelijke zijde hebben een lage goot, een brede steile kap en een rechthoekige diepe plattegrond Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren, van eenvoudig tot rijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume de voorgevel van panden langs Demmerik en Donkereind symmetrisch uitvoeren met rijke details en zijgevel duidelijk soberder traditionele Hollandse houten profileringen vormen het uitgangspunt voor kozijnen bebouwing in de tweede lijn en bijgebouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als het hoofdgebouw Materiaal- en kleurgebruik gevels bij voorkeur uitvoeren in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, eventueel met hout hellende daken bij voorkeur voorzien van keramische pannen of riet een terughoudend kleurgebruik is gewenst materialen, kleur en architectuur aan de oostelijke zijde in harmonie met historisch langhuisboerderijkarakter Gosewijn van Aemstelstraat (beschrijving) Eén gebouwHet gebouw wordt gesitueerd onder aan het dijklichaam. Dit dijklichaam heeft een waterkerende functie. Op de begane grond kan maar in een beperkte diepte gebouwd worden door de eis van Waternet dat het dijkprofiel met een 1:6 lijn niet doorsneden mag worden. Voor de realisatie van 24 appartementen is gekozen voor één gebouw. Deze keuze maakt het mogelijk om het beschikbare groen rond het gebouw maximaal in te zetten voor het versterken van de kenmerken en beleving van de overgangszone. Ten noorden van het complex wordt afstand gecreëerd tot de aangrenzende grondgebonden drive-in woningen. Het nieuwe appartementen complex komt daardoor ‘los’ te liggen van de aangrenzende woningen. Op deze plek ontstaat een duidelijke zichtlijn tussen de dijk en de polder tussen de bebouwing door. Tevens ontstaat de mogelijkheid een royale groene plek aan de andere zijde van het gebouw grenzend aan de Anselmusstraat toe te voegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">OriëntatieHet gebouw kent meerdere zijden die belangrijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De straatzijde aan de Gosewijn van AemstelstraatAan deze zijde komt de hoofdentree. Tevens vormt deze zijde de zonzijde van het gebouw. Voor de gebruikers van de Gosewijn van Aemstelstraat vormt deze zijde de formele voorkant.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dijkzijde langs het ProostdijlaantjeHet laantje maakt onderdeel uit van een openbare groenstructuur tussen het hoger gelegen ‘oude lint’ en de lager gelegen polder (‘droogmakerij’). Deze zone wordt mogelijk door de het waterschap heringericht en wordt daardoor aantrekkelijker dan de uitstraling in de huidige situatie. De aantrekkelijkheid van deze zijde van het gebouw bepaalt mede de aantrekkelijkheid van de Proostdijlaantje. Daarom dient deze zijde ook ontworpen te worden als ware het een voorkant. De aanleg van een verbinding ‘op hoogte’ tussen de 1e verdieping van het wooncomplex en het dijkje versterkt de formele uitstraling van deze zijde en verbetert tevens de verbinding met het centrum van Mijdrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kop richting de AnselmusstraatDeze zijde is de eerste gevel van het gebouw dat gezien wordt vanuit de omgeving. Deze zuidelijke (op de zon gelegen) kop van het gebouw draagt bij aan de herkenning van de overgangszone. Deze gevel moet verbijzonderd worden (bijvoorbeeld door raampartijen in de hoekwoningen te situeren en/of zonnige balkons toe te passen) om bij te dragen aan dit oriëntatiepunt en er contact ontstaat met het omliggende gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De noordelijke kopgevelDe noordelijke kopgevel heeft stedenbouwkundig een andere betekenis dan de zuidelijke kopgevel. De verbijzondering van deze gevel is met name vastgelegd door de opbouw van het blok. Deze gevel moet verbijzonderd worden ten behoeve van de relatie met de omgeving. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld raampartijen en/of balkons.</p>\n<p class=\"lf-p\">De entreeHet gebouw krijgt zowel een entree vanaf de Gosewijn van Aemstelstraat als het Proostdijlaantje. Vanaf de straatzijde zal dit geschieden door de formele hoofdentree; de plek waar ook de brievenbussen gesitueerd kunnen worden. De entree dient zichtbaar (als transparante gevel) onderdeel uit te maken van de gevel als onderbreking van het bouwblok. Vanaf het laantje, de bovenzijde van het dijk en tevens het niveau waarop de winkels zijn gelegen, krijgt de dijk een directe verbinding met de eerste woonlaag. Op deze wijze krijgen de bewoners een directe verbinding met het hoger gelegen centrum. De gevel rond de entree en het centrale trappenhuis dient transparant te worden vormgegeven zodat een doorzicht mogelijk is tussen de Gosewijn van Aemstelstraat en het Proostdijlaantje.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw en materialisering van de gevelDe straatzijde is de zonnige zijde. Hier worden de balkons gerealiseerd. Het is mogelijk ook aan de kopgevels (met name de zuidelijke kopgevel) balkons te situeren. In principe mogen de balkons zowel ‘inpandig / half inpandig’ als ‘uitkragend’ (hangend aan de gevel) worden opgelost. Door eventueel met de situering van de balkons ten opzichte van elkaar te spelen, kan het straatbeeld levendiger worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dijkzijde is de zijde waar de ontsluiting van de individuele appartementen zal plaatsvinden; hoogstwaarschijnlijk met een galerij ontsluiting. De galerij kan ‘inpandig’ worden opgelost. Deze ligt dan als het ware achter de gevel van het complex. Daardoor bepaalt niet de uitstraling van een galerij het aanzicht, maar de gevel van dit complex. Door openingen uit te sparen in de gevel blijft het contact tussen binnen en buiten aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als basismateriaal dient gekozen te worden voor baksteen. De kleur dient af te wijken van de omliggende bebouwing zodat de individualiteit van het complex benadrukt wordt. Afwijkingen ten aanzien van het basis materiaal zijn mogelijk en deels noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een noodzakelijke afwijking is de materialisering rond de entrée van het complex. De gevel rond deze entree en het centrale trappenhuis dient transparant te worden vormgegeven zodat een doorzicht mogelijk is tussen de Gosewijn van Aemstelstraat en het Proostdijlaantje.</p>\n<p class=\"lf-p\">Accenten in materialisering in bijvoorbeeld de plint, bovenste laag of nabij de entrees van het gebouw zijn mogelijk ter verbetering van de functionele ‘leesbaarheid’ van het gebouw of voor het eventueel aanzetten van een gewenste geleding van het gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De plint aan dijkzijdeDoor de beperkte bebouwingsmogelijkheden aan de dijkzijde vanwege de eisen vanuit Waternet, kan er slechts tot aan de taludlijn (ongeveer 15 meter vanaf de top van de dijk) gebouwd worden. Het gebouw zal echter wel over deze lijn heen worden gebouwd. Het zweeft als het ware boven het talud. Voor de ruimte die gelegen is onder het gebouw zijn diverse oplossingen denkbaar. Een mogelijke oplossing is dat dit een loze ruimte wordt. De ruimte zal worden afgesloten van de omgeving bij voorkeur met een groene afrastering. Dit versterkt het gevoel vanaf de dijk dat het gebouw in de overgangszone is gelegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">ParkerenOp basis van de parkeernorm is het noodzakelijk bij 24 appartementen 29 parkeerplaatsen te realiseren. In de onderstaande afbeelding is een indicatief voorstel geschetst voor de parkeeroplossing rond het complex. Door daarin gebruik te maken van de groene restruimte tegenover deze locatie, ontstaat de mogelijkheid om voor het gebouw een trottoir te situeren en langs dit trottoir voor het nieuwe complex ‘langs parkeren’ te introduceren. Door aan de voet van de dijk aan weerszijden van de koppen van het gebouw enkele haaksparkeerplaatsen te realiseren wordt het mogelijk naast de 29 noodzakelijke parkeerplaatsen voor het gebouw nog eens (ongeveer) 4 extra parkeerplaatsen te realiseren. Het is eventueel mogelijk om het langs parkeren voor het gebouw als haaksparkeren uit te voeren. Het haaksparkeren op de beide koppen van het gebouw kan dan grotendeels komen te vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dijktaludDe visie voor de ontwikkeling van de overgangszone is dat het te ontwikkelingen gebouw als het ware in het dijktalud komen te staan. Dit betekent dat de gehele zone direct rond het gebouw de uitstraling moeten krijgen van een dijktalud. Daarbij ligt de nadruk op gras met 1 of meerdere wandelpaden die beneden (de polder) verbinden met boven (het lint).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de voet van het talud kunnen bomen geplant worden die bijdragen aan het groene karakter van de dijk en deze plek. Om het zicht op de voor het gebouw gesitueerde parkeerplaatsen te onderbreken en het groene karakter van deze zone te versterken, is het wenselijk op diverse plekken tussen de parkeervakken hagen toe te passen. Bij de verdere uitwerking zal in samenwerking met de gemeente en zo nodig met het waterschap een inrichtingsplan voor de omgeving worden opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prins Bernhardlaan 1 InleidingIn deze notitie is het beeldkwaliteitsplan beschreven in woord en beeld. Dit plan beschrijft de beeldkwaliteitseisen ten behoeve van de ontwikkeling van een appartementencomplex met 21 appartementen aan de Prins Bernhardlaan. Voor deze ontwikkeling is ook een herziening van het bestemmingsplan opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit beeldkwaliteitsplan schetst de kaders waaraan het uit te werken plan voor deze opgave moet voldoen. Deze kaders vormen dus enerzijds de bindende kaders waarbinnen de architect en aannemer het plan dienen uit te werken. Anderzijds vormen deze kaders de toetsingscriteria voor welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 1: Het plangebied Figuur 2: Het stedenbouwkundig plan (indicatief) 2 Beeldkwaliteitskaders: het gebouw2.1 Eén gebouwHet gebouw wordt gesitueerd onder aan het dijklichaam. Dit dijklichaam heeft een waterkerende functie, Op de begane grond kan maar in een beperkte diepte gebouwd worden door de eis van Waternet dat het dijkprofiel met een 1:6 lijn niet doorsneden mag worden. Voor de realisatie van 21 appartementen is gekozen voor één gebouw. Deze keuze maakt het mogelijk om de resterende ruimte rond het gebouw maximaal in te zetten voor het versterken van de beleving van de groene overgangszone, al moet ook ruimte worden gemaakt voor de ontsluiting vanaf de Prins Bernhardstraat. Ten noorden van het complex resteert groene onbebouwde ruimte tussen het bestaande gemaaltje en het complex. Ten zuiden blijft voldoende afstand over tussen de te handhaven aangrenzende bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Oriëntatie Het gebouw kent één formele zijde aan de Prins Bernhardlaan. Deze zijde van het gebouw dient als voorzijde ontworpen te worden. Om deze formele uitstraling te benadrukken dient vanaf de dijk een (brug)verbinding te worden gerealiseerd met de eerste woonlaag van het complex.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beide kopgevels zijn, voornamelijk vanaf de Prins Bernardlaan, ook beeldbepalend. Ook deze zijden dienen aantrekkelijk te worden vorm gegeven. Aanleidingen vormen de oriëntatie van de zuidelijke kopgevel op de zon en de ligging van de noordelijke kopgevel met uitzicht op aangrenzende groene onbebouwde ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 De entrees Bij het ontwerpen van dit gebouw speelt de situering van de hoofdentree een belangrijke rol. De formele ‘voorkant’ uitstraling is aan de Prins Bernhardlaan zijde. De functionele entree voor bewoners en bezoekers met de auto vindt aan de achterkant van het gebouw plaats. Dit vraagt om een slimme uitwerking van de plattegrond waarbij voldoende aandacht is gegeven aan zowel de functionaliteit als de esthetische uitwerking (een formeel en herkenbaar ingerichte hoofdentree voor beide zijden van het complex op zowel de begane grond als de eerste verdieping).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn meerdere aanknopingspunten om met de situering van de entrees in te spelen op de omgeving. De voorkeur gaat uiteindelijk uit naar een decentrale noordelijke ligging waarbij de ‘dijk-entree’ met (brug)verbinding recht tegenover het bestaande bruggetje die de Prins Bernhardlaan verbindt met de Prinses Wilhelminalaan wordt gesitueerd, zie hiervoor ook figuur 2. Hierdoor sluit de routing door het nieuwe gebouw aan op de routing van de omgeving. Bij de genoemde decentrale oplossing zal de noordelijke kopgevel ontwikkeld worden met hoekwoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4 De opbouw en materialisering van de gevelDe gevel langs de Prins Bernhardlaan samen met de twee kopgevels worden de identiteitsbepaler van het gebouw. Deze (voor)gevels bieden tevens de meeste kansen op een aantrekkelijk uitzicht vanuit het gebouw. De achterzijde sluit aan op de aangrenzende achtertuinen van rijwoningen en kijkt uit op de eigen parkeerplaats. Dit betreft een (zonnige) westgevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze waar de balkons dienen te komen wordt vrijgelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er sprake is van een galerij moet de galerij (inclusief hekwerk en verlichting) integraal onderdeel uitmaken van het gevelontwerp. De hoekwoningen in het gevelbeeld moeten de entree op deze plek versterken. Deze woningen kunnen met raampartijen georiënteerd worden op de speelweide. Hierbij moet aandacht zijn voor privacy van omliggende woonpercelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als basismateriaal dient gekozen te worden voor baksteen. De kleur dient af te wijken van de omliggende bebouwing van, zowel het oude centrumgebied als de naoorlogse uitbreiding in de polder, zodat de ligging van het complex in de overgangszone benadrukt wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen ten aanzien van het basismateriaal zijn mogelijk en deels noodzakelijk. Accenten in materialisering in bijvoorbeeld de plint, bovenste laag of nabij de entrees van het gebouw zijn mogelijk ter verbetering van de functionele ‘leesbaarheid’ van het gebouw of voor het eventueel aanzetten van een gewenste geleding van het gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5 De plint aan dijkzijdeDoor de beperkte bebouwingsmogelijkheden aan de dijkzijde vanwege de eisen van Waternet, kan er slechts tot aan de taludlijn (ongeveer 15 meter vanaf de top van de dijk) gebouwd worden. Het gebouw zal echter wel over deze lijn heen worden gebouwd. Het zweeft als het ware boven het talud. Voor de ruimte die gelegen is onder het gebouw zijn diverse oplossingen denkbaar. Een mogelijke oplossing is dat dit een loze ruimte wordt. De bergingen worden vanaf de achterzijde ontsloten. In dat geval zal deze ruimte worden afgesloten van de omgeving (Prins Bernhardlaan zijde), bij voorkeur met een groene afrastering. Dit versterkt het gevoel vanaf de dijk dat het gebouw in de groene overgangszone is gelegen. Een andere oplossing is dat deze ruimte achter de bergingen, dus op het talud, gebruikt wordt als toegangszone van de bergingen. Ook dan zal tussen de dijk en deze zone een (transparante) groene afrastering geplaatst dienen te worden. Hierdoor kan men echter van buitenaf activiteiten (en verlichting) onder het gebouw waarnemen. Op deze wijze komt het gebouw echt los van het maaiveld. Voorwaarde is wel dat de bergingen niet als één blok aaneen gebouwd worden uitgevoerd maar op diverse plekken toegankelijk zijn vanaf de parkeerplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Beeldkwaliteitskaders: openbare ruimte3.1 ParkerenOp basis van de norm is het noodzakelijk bij 21 appartementen 26 parkeerplaatsen te realiseren. De gehele zone tussen het slootje en het nieuwe gebouw (westzijde) kan gebruikt worden om dit aantal te realiseren. Er hoeft geen rekening gehouden te worden met extra parkeren voor de omgeving. Gelet op andere stedenbouwkundige en verkeerskundige overwegingen ligt het voor de hand om direct langs het slootje te parkeren, in combinatie met haaks parkeren onder het gebouw. Voor de pakketdiensten is het mogelijk om zowel via de Prins Bernhardlaan het gebouw te benaderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Het dijktaludDe visie voor de ontwikkeling van de overgangszone is dat het te ontwikkelen gebouw in het dijktalud komt te staan. Dit betekent dat de gehele zone direct rond het gebouw de uitstraling moet krijgen van een dijktalud. Het gras zal aan drie zijden tegen het gebouw aangroeien. De groene vormgeving van de plint van het gebouw aan de dijkzijde versterkt dit groene beeld. De bomen langs de Prins Bernhardlaan worden gezien als een enorme kwaliteit van deze plek en worden zoveel mogelijk gehandhaafd. In het dijktalud is in de huidige situatie naast het gemaaltje reeds een trap gelegen die de dijk met de lager gelegen polder (en parkeerplaats van het gebouw) verbindt. Deze route wordt gehandhaafd als verbinding. Aan de andere zijde is het dijktalud nodig voor de ontsluiting haaks op de Prins Bernhardlaan, naar de parkeerplaatsen achter het gebouw. Die parkeerplaatsen worden langs de sloot en eventueel tegen het talud aangelegd. Deze parkeerplaatsen liggen in de groene overgangszone. Om deze parkeerplekken goed in te passen worden deze voorzien van een haag zodat auto’s niet beeldbepalend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk5 Welstandscriteria specifieke bouwwerken In dit hoofdstuk worden de objectgerichte welstandscriteria genoemd voor de bouwwerken die bijzonder specifiek en beeldbepalend zijn voor De Ronde Venen. De criteria zijn gebaseerd op de historische karakteristieken, om te bereiken dat nieuwe bouwwerken of ingrepen aan bestaande bouwwerken harmoniëren met de bestaande gebouwde omgeving. Dat wil overigens niet zeggen dat om imitatie van historische elementen wordt gevraagd. Juist een eigentijdse vormgeving kan de karakteristieken benadrukken (zie hiervoor ook de algemene welstandscriteria).</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid ten aanzien van specifieke bouwwerken In De Ronde Venen zijn verschillende gebouwtypen benoemd als bouwwerken waarvoor een beoordelingskader met ‘eigen’ welstandscriteria kan worden opgesteld. De opzet van deze objectgerichte beoordelingskaders is vergelijkbaar met de gebiedsgerichte beoordelingskaders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook voor de specifieke bouwwerken is het vaststellen van het welstandsregime van belang. Het moet aansluiten bij het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. In theorie zijn voor de specifieke bouwwerken vier welstandsregimes mogelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen monumenten. Aangewezen monumenten zijn erkend als bouwwerken van groot algemeen belang en genieten een wettelijke bescherming. Alle ingrepen aan monumenten zijn naast monumentenvergunningplichtig ook bouwvergunningplichtig, dus ook de zaken die elders vergunningsvrij zijn. De welstandsbeoordeling is gericht op het op hoog kwaliteitsniveau handhaven, herstellen en versterken van de historische karakteristieken van de gevel en de samenhang van het monument met zijn omgeving. Het is niet noodzakelijk gebleken om voor alle monumenten expliciete welstandscriteria op te stellen omdat de algemene, gebiedsgerichte- en objectgerichte welstandscriteria kunnen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere welstandsobjecten waarbij extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is. Het welstandstoezicht wordt gericht op het voorkomen van aantasting van de karakteristieken en het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. Het kwaliteitsniveau van ingrepen aan deze bouwwerken moet hoog zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reguliere welstandsobjecten waarbij de basiskwaliteit moet worden gehandhaafd. De gemeente stelt geen bijzondere eisen aan de ruimtelijke kwaliteit maar heeft wel toegesneden welstandscriteria opgesteld omdat de gebiedsgerichte welstandscriteria niet altijd bruikbaar zijn. Het welstandstoezicht is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van deze bouwwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandsvrije objecten. Het aanwijzen van welstandsvrije bouwwerken of objecten anders dan in de wet genoemd, wordt in De Ronde Venen niet wenselijk geacht. forten (beschrijving) Object 1 Hoofdlijnen Fort ‘Waver-Amstel’ bij Nessersluis en fort ‘bij Uithoorn’ ten zuiden van Amstelhoek maken deel uit van de Stelling van Amsterdam. Beide forten liggen in de noordoosthoek van De Ronde Venen, aan de westkant van de Amstel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte De Stelling van Amsterdam werd in de 19e eeuw aangelegd om het Nederlandse leger in terug te kunnen laten trekken als de Nieuwe Hollandse Waterlinie door de vijand zou worden ingenomen. De stelling is een landschappelijke zone met verdedigingswerken rond de hoofdstad die ten tijde van oorlog onder water gezet kon worden. Op strategische plekken werden verdedigingswerken geplaatst. De forten zien uit op de hoger gelegen wegen en de open droogmakerijen. Het fort ‘Waver-Amstel’ diende deels om de Veldweg te verdedigen en vanuit fort ‘bij Uithoorn’ werd onder meer de dijk die door polder De Tweede Bedijking loopt beheerst. Vanuit het open land werden de forten zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. Aan de achterkant van de forten staat opgaand groen. Op de voorzijde van de wallen, die veelal met gras bekleed zijn, staat onder andere meidoorn. De forten zijn in de loop der tijd dichtbegroeid geraakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing De forten worden omringd door een gracht en hebben aarden wallen waar het hoofdgebouw gedeeltelijk in ligt. De forten zijn gericht op de vroeger te verdedigen wegen en op het open landschap voor het fort. De forten bestaan uit een in grindbeton opgetrokken bomvrij hoofdgebouw dat deels in de aarden wallen is verzonken. De hoofdgebouwen worden geflankeerd door bijgebouwen die voor munitieopslag of vergelijkbare militaire functies dienden en meestal eveneens gedeeltelijk zijn weggezonken in de aarden wallen. De deuren en raamkozijnen zijn in principe van hout, geschilderd in een donkere kleur. Aan de rand van het fort bij Uithoorn, nabij de oeververbinding, staat de uit baksteen opgetrokken fortwachterswoning met een zadeldak dat gedekt is met keramische pannen. Bij de ingang is een genieloods geplaatst, met een gevel die bekleed is met houten, geschilderde delen. Bij fort 'Waver-Amstel' staat een woning geplaatst op de plek waar vroeger de genieloods stond. Deze woning is grotendeels opgetrokken uit hout, met een dak dat afgedekt is met keramische pannen. Bij fort ‘bij Uithoorn’ zijn nog de restanten aanwezig van een inundatie sluis en aangrenzende ‘kom’ voor het water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepalingen, ontwikkelingen en beleid De samenhang tussen fort en landschap evenals de cultuurhistorisch waardevolle opbouw van gracht, omwalling en gebouw zijn waardevol. De forten zijn in de loop der jaren dichtbegroeide groengebieden geworden. Het beleid is gericht op het vinden van passende functies voor de forten en handhaving en versterking van de ligging in het landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend beleid De Stelling van Amsterdam staat op de UNESCO werelderfgoedlijst en de forten zijn alle Rijksmonumenten. forten (criteria) Bijzonder welstandsregime Voor de unieke forten en hun ligging in het landschap geldt een bijzonder welstandsregime. Er zal worden beoordeeld op de uit het beleid volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte het verschil tussen voor- en achterkant van het fort benadrukken door verschil in begroeiing ontsluiting aan de achterzijde van het fort handhaven oriëntatie op en ligging in het landschap handhaven en waar mogelijk versterken zicht vanuit het fort op de voorgelegen wegen en droogmakerij behouden Ligging per fort is één hoofdgebouw wenselijk het fort richten op het voorgelegen landschap de heldere ordening van gebouwen op het fort handhaven Massa het hoofdgebouw en versterkte bijgebouwen liggen deels verzonken in de aarden wal verschil in de open en de gesloten zijde van gebouwen handhaven de fortwachterswoning heeft één bouwlaag en een zadeldak Architectonische uitwerking zorgvuldig detailleren wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume bij wijzigingen karakteristieke detaillering behouden bijgebouwen net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa Materiaal- en kleurgebruik luiken en deuren in hout uitvoeren, geschilderd in een donkere kleur gevels van het hoofdgebouw zijn van grindbeton in een donkere kleur de fortwachterswoning in baksteen uitvoeren, met keramische pannen op het dak gevels van de voormalige genieloodsen afdekken met houten delen die zijn geschilderd het kleurgebruik aanpassen aan het landelijk gebied boerderijen (beschrijving) Object 2 Hoofdlijnen De boerderijen maken meestal deel uit van de linten en zijn zowel op het bovenland als langs de rivier en in de droogmakerijen te vinden. De Ronde Venen heeft een grote variatie aan boerderijen. De boerderijen zijn grofweg in te delen in het veentype, de verschillende boerderijen in de droogmakerijen en de modernere boerderijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbebouwde ruimte Bij de traditionele boerderijen maakt de erfindeling en de erfbeplanting van oorsprong deel uit van de compositie van het geheel. Mede door de functiewijziging van sommige boerderijen tot woonhuizen veranderen veel erven mee en gaat de traditionele erfindeling met bijbehorende beplanting verloren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing Boerderijen liggen meestal niet direct aan de weg, maar dieper op de met leilinden, fruitbomen of hagen begroeide kavels. De rooilijnen verspringen en lopen meestal evenwijdig aan de weg of het slotenpatroon. De bebouwing bestaat vaak uit een hoofdgebouw en iets teruggelegen bijgebouwen als zomerhuizen, stallen, schuren en hooibergen. Het hoofdgebouw staat in principe met de top- of langsgevel gericht naar de hoofdweg. Het langhuisboerderijtype komt het meest voor in De Ronde Venen. Het hoofdgebouw is soms onderverdeeld in een woon-en een bedrijfsdeel en meestal voorzien van een plint, een begane grond en een laag met een kap, die bij het veentype meestal de vorm van een zadeldak heeft en bij de overige typen in verschillende vormen voorkomt.</p></div>", "next": 239702}