{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Deze bepaling is opgenomen in het belang van een zorgvuldige dossiervorming en een zorgvuldige procedure. De inhoud van het (integraal) onderzoeksplan is in de verordening niet in detail beschreven. Wel dát de uitkomsten van het gesprek altijd in het (integraal) onderzoeksplan vastgelegd worden. De jeugdige en zijn ouders krijgen daarbij de gelegenheid om eventuele opmerkingen of aanvullingen aan het (integraal) onderzoeksplan toe te voegen, voordat de toegang dit verslag gebruikt als basis voor haar besluitvorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is belangrijk dat de jeugdhulpaanbieder weet wat de gezinssituatie is. Ook moet de aanbieder weten van de afspraken en de gestelde doelen die in het onderzoeksplan staan. De jeugdige en/of de ouder(s) zijn zelf verantwoordelijk dat de aanbieder deze informatie krijgt. Het cjg of de toegang kan dit ook doen als dat nodig is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Behandeling aanvraag individuele jeugdhulpvoorziening</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41-50\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2.9 onderdeel a van de Jeugdwet is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening moet aangeven wat de voorwaarden voor toekenning van een individuele voorziening zijn. In dit artikel is ter uitwerking van deze verplichting een kader gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijk is dat eerst de problematiek in kaart wordt gebracht en is vastgesteld welke hulp gelet op deze problematiek passend is om aan de jeugdwetdoelen te voldoen. Het uitgangspunt is dat we kijken wat de jeugdige en/of de ouder(s) zelf kunnen doen. Samen met hun sociale netwerk. Daarna kijken we welke vrij toegankelijke voorzieningen er zijn waar ze gebruik van kunnen maken. Is er daarmee niet genoeg om de hulpvraag te beantwoorden? Dan kijken we naar een individuele voorziening. Dit is een van de belangrijkste uitgangspunten van de Jeugdwet: het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouder(s) en hun omgeving (artikel 2.1 onderdeel d van de Jeugdwet).</p>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid onder d is bepaald dat de inzet van een individuele voorziening een laatste vangnet vormt. Eerst wordt gekeken naar de mogelijkheid om de noodzaak voor de inzet van jeugdhulp te verminderen of weg te nemen met een andere of overige voorziening. Voorwaarde is wel dat deze voorziening daadwerkelijk beschikbaar is en passend en toereikend is voor de hulpvraag. Een andere of overige voorziening waarvoor bijvoorbeeld een wachtlijst geldt terwijl de hulp aan de jeugdige niet kan wachten, is geen voorziening die aan deze criteria voldoet. Omgekeerd, als de jeugdige wel even kan wachten voordat hij daadwerkelijk van de voorziening gebruik kan maken, dan voldoet de voorziening wel aan deze criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder lid e wordt als uitgangspunt genomen dat de gemeente op basis van de wet aan zet is als er sprake is van een hulpvraag als bedoeld in de wet. Als er problemen zijn binnen een gezin, die met name bij de ouders liggen, zonder dat er een hulpvraag is vanuit het kind, is er geen verplichting om jeugdhulp te verstrekken. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin ouders zich in een vechtscheiding bevinden en niet bereid zijn het gedrag aan te passen ten behoeve van de jeugdige, of geldproblemen binnen het gezin die direct effect hebben op de jeugdige en waar ouders via een andere weg dan de jeugdhulp deze geldproblemen kunnen verminderen. In die situatie is jeugdhulp mogelijk minder doelmatig dan een alternatieve optie zoals lotgenotencontact (bij een vechtscheiding) of schuldhulpverlening bij geldproblemen. Onder lid 1e wordt dit uitgangspunt genuanceerd in die zin dat indien er sprake is van meervoudige problematiek in de context van het kind en gezin, en binnen die problematiek speelt ook een hulpvraag, de gemeente op grond van de wet dan wel verplicht is jeugdhulp te verstrekken. Deze bepalingen bieden het cjg en de toegang ruimte om bij problemen in de context van het gezin niet als automatisme jeugdhulp te verstrekken, maar om zich goed af te vragen of er daadwerkelijk sprake is van een hulpvraag en er sprake is van een jeugdhulpplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er wel een individuele voorziening nodig is, dan kiest de toegang de goedkoopst adequate voorziening ( lid 2). Ook dan is van belang dat de jeugdige hier voor hem tijdig gebruik van kan maken. Dit betreft een individuele beoordeling van de situatie van de jeugdige en het gezin. Dit betekent ook dat als de voorziening in de vorm van pgb verstrekt wordt, het pgb-bedrag gebaseerd wordt op de goedkoopst passende voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige en/of de ouder(s) zijn zelf verantwoordelijk om zich op tijd bij de gemeente (cjg) te melden. Doen zij dat later? Dan kan de toegang toch een individuele voorziening toekennen. Daar gelden een aantal voorwaarden bij:</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige en/of de ouder(s) moeten nog doelgroep van de Jeugdwet zijn. Dit is zo als de problemen er nog steeds zijn op het moment van het gesprek met de toegang/cjg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toegang moet kunnen beoordelen of de ingeschakelde hulp nodig en passend is. Blijkt bijvoorbeeld dat andere hulp beter was geweest? Dan hoeft het college geen individuele voorziening toe te kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de jeugdige en/of de ouder(s) zich heel laat bij ons melden, is dat hun eigen verantwoordelijkheid. Een periode van 3 maanden lijkt ons redelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vijfde lid is bepaald dat de individuele voorziening in de vorm van Zorg in natura of een Pgb kan worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling (boven)gebruikelijke hulp en eigen kracht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft uitleg van wanneer er sprake is van eigen kracht en biedt een duidelijker (afwegings)kader voor het cjg om afwegingen te maken voor de benodigde jeugdhulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.3 van de wet legt als uitgangspunt vast dat het college op grond van de wet alleen een voorziening moet treffen als de jeugdige en zijn ouders er met eigen mogelijkheden niet uitkomen. De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders staat voorop. Pas als zij zelf – zo nodig met hulp van het sociale netwerk en/of andere hulpverlenende instellingen – niet in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, moet het college hulp bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen ligt allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf. Van ouders mag worden verwacht dat zij de nodige aanpassingen doen om de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen te realiseren. Dat kan betekenen dat zij hun eigen loopbaanplannen, de wijze waarop zij hun betaalde arbeid hebben georganiseerd of hun financiële situatie moeten bijstellen om voor het kind beschikbaar te zijn en de noodzakelijke hulp te bieden. Als uit zorgvuldig uitgevoerd onderzoek blijkt dat de noodzakelijke hulp met eigen mogelijkheden en het eigen probleemoplossend vermogen kan worden geboden, hoeft het college geen voorziening te treffen. Ouders behoren de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden, ook als het kind een ziekte, aandoening of beperking heeft, zo blijkt uit rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat de ouder, die haar baan had opgezegd in verband met de zorg voor haar kind, de zorg aankon en verleende en het dus van haar mocht worden verwacht. Er was sprake van voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (CRvB 17 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2362).</p>\n<p class=\"lf-p\">Eigen kracht Eigen kracht’ kan verschillende zaken inhouden, zoals:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inzetten van vrijwilligers of mensen uit het sociale netwerk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Mogelijkheden van de ouder zelf. Ouder(s) moeten gemotiveerd aangeven waarom en waardoor ze vast lopen aan de hand van voorbeelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanspraak kunnen maken op een Aanvullende verzekering Nadat de noodzakelijke hulp voor het gezin in kaart is gebracht door het cjg, moet worden onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Dit wordt vermeld in het (integraal) onderzoeksplan. Van ouder(s)/verzorgers wordt verwacht dat zij ondersteunen bij de activiteiten die de jeugdige niet kan uitvoeren. Hulp en ondersteuning kan worden ingezet wanneer dit de eigen draagkracht overstijgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eigen kracht van ouder(s) is leidend. Wanneer er problemen zijn in het voldoende kunnen ondersteunen en begeleiden van de jeugdigen, wordt onderzocht of het gezin dit tekort op eigen kracht, dat wil zeggen zonder een (jeugdhulp)voorziening, aan kan. Bij voldoende eigen kracht wordt geen individuele jeugdhulpvoorziening afgegeven; ook niet in de vorm van een Pgb.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begrippen \"draagkracht\" en \"draaglast\" sluiten beter aan bij de geest van de Jeugdwet en benadrukken het uitgangspunt van normaliseren. Het geeft een kader voor vragen als: wat kan er van opvoeders zelf verwacht worden en wanneer overstijgt dit de “normale” opvoeding?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het cjg onderzoekt en beoordeeld wanneer er sprake is van gebruikelijke hulp en wanneer van bovengebruikelijke hulp. Maar ook in welke situaties er toch sprake is van onvoldoende eigen kracht, ook al er is er in principe sprake van gebruikelijke hulp (dat is het geval als draagkracht en draaglast niet in balans zijn). Ook kan juist de omgekeerde situatie aan de orde zijn dat er in principe sprake is van bovengebruikelijke hulp, maar doordat de draagkracht en draaglast in balans zijn, er toch voldoende eigen kracht is. De draagkracht en draaglast is dus een onderdeel bij het bepalen van de eigen kracht. Deze begrippen en het afwegingskader worden in de nadere regels nader ingevuld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud beschikking individuele jeugdhulpvoorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het al dan niet toekennen van jeugdhulp, of het tussentijds wijzigen van de rechten en plichten rondom een jeugdhulpvoorziening, zal het college een schriftelijke beschikking afgeven. Hiertegen kan de Jeugdige of zijn ouder(s) bezwaar en beroep indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige of zijn ouder(s) moeten met de beschikking de informatie krijgen die nodig is om hun rechtspositie te bepalen en te begrijpen. Hiervoor is nodig dat de beschikking de jeugdige of zijn ouder(s) goed en volledig informeert. In dit artikel zijn de essentialia opgenomen die in ieder geval in de beschikking moeten worden opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Verlenging en her indicering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Soms krijgt een jeugdige voor een lange tijd specialistische jeugdhulp. Bijvoorbeeld als hij of zij een ernstige beperking heeft. De toegang beoordeelt dan namens het college of de specialistische jeugdhulp door moet gaan. Die beoordeling vindt plaats als sprake is van verlenging. Wanneer procesregie gevoerd wordt vindt de beoordeling plaats tijdens de 1 gezin 1 plan ( ondersteuningsplan) overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om tijdige voortzetting van de hulpverlening na afloop van een indicatie te kunnen waarborgen dient minimaal acht weken voor afloop van die indicatie een verzoek tot verlenging te worden ingediend. Na ontvangst van het verzoek tot verlenging, met een evaluatierapport of –verslag over de voorliggende periode, zal een herbeoordeling van de hulpverlening plaatsvinden, waarna een besluit zal worden genomen over voortzetting dan wel wijziging van de individuele voorziening, alsmede het volume en de duur van de herindicatie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Individuele jeugdhulpvoorziening via PGB</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende criteria Pgb</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Wanneer een jeugdige of zijn ouders naar aanleiding van het onderzoek in aanmerking komt voor een individuele voorziening, en de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger vervolgens aangeeft deze in de vorm van een pgb geleverd te willen hebben, is aan dit verzoek een aantal eisen verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking wil komen voor een Pgb, wordt om een Pgb-budgetplan gevraagd. Het budgetplan Pgb Jeugd vervangt het (integraal) onderzoeksplan niet. Het is een extra bijlage bij het (integraal) onderzoeksplan. In het (integraal) onderzoeksplan staat wat de hulpvraag en gewenste doelresultaten zijn. In het budgetplan staat waarom de jeugdige en/of de ouder(s) een Pgb willen. Ook staan er details in over de kosten. Met het Pgb-budgetplan laat de jeugdige of zijn ouder(s) zien dat is nagedacht over de manier waarop het budget zal worden besteed. Maar belangrijker nog: het vraagt de jeugdige of zijn ouder(s) ook om na te denken over de besteding van het budget dat zij aanvragen. Het Pgb-budgetplan is dus ook een hulpmiddel voor de jeugdige of zijn ouder(s).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de bepaling is aangegeven welke onderdelen in ieder geval opgenomen moeten zijn in dat Pgb- budgetplan om te kunnen beoordelen of aan 1 of meerdere voorwaarden voor het verstrekken van een Pgb is voldaan. Een aantal zaken vloeien rechtstreeks voort uit de wet. Uit de motivering in het pgb-plan moet duidelijk blijken dat men zelf de regie kan voeren, hoe men dit gaat doen en waarom men een pgb wil in plaats van gebruik te maken van het aanbod dat de gemeente heeft voor zorg in natura. Ook moet onderbouwd worden dat de beoogde voorziening van voldoende kwaliteit is. Van belang is of de motivering doordacht en houdbaar is en verband houdt met de rechten, verplichtingen en vrijheden die een pgb met zich meebrengt. Het pgb-plan moet zijn van voorzien van een motivatie waarom is voldaan aan de 10 punten van pgb-vaardigheid als benoemd in dit artikel van de verordening. Verder moet uit het pgb-plan blijken welke kosten er aan de inhuur van de beoogde uitvoerder van de jeugdhulp verbonden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het cjg vindt dat de hulp die de betreffende hulpverlener biedt geen passende oplossing is voor de problematiek van de jeugdige of ouder, kan de toegang het Pgb om die reden afwijzen. Let wel: de jeugdige of ouder komt nog steeds in aanmerking voor de benodigde hulp! Alleen niet bij de hulpverlener die hij of zij zelf voor ogen had.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De bekwaamheid voor het hebben van een persoonsgebonden budget wordt in samenspraak met de Aanvrager getoetst, maar het oordeel van het cjg is hierin leidend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier worden de criteria genoemd aan de hand waarvan wordt beoordeeld of budgethouder/beheerder in staat is om de aan het beheer van een persoonsgebonden budget voortvloeiende taken te kunnen uitvoeren. Deze zijn afgeleid van de 10 punten uit de 'Kader Pgb-vaardigheid' noemen, ontwikkeld door de VNG en VWS. het doorlopen van het aanvraagtraject: hiervoor moet een budgethouder of budgetbeheerder kennis hebben van het Pgb in het sociaal domein. Een budgethouder of budgetbeheerder moet bijvoorbeeld een (her-) indicatie kunnen aanvragen en een (budget-)plan kunnen opstellen; inkopen zorg: Hiervoor moet een budgethouder zijn eigen zorgbehoefte kunnen uitdrukken en kennis hebben van het jeugdhulpaanbod. Een budgethouder of budgetbeheerder moet namelijk zelf jeugdhulpbieders zoeken en contracteren; goed werkgeverschap: de budgethouder of budgetbeheerder moet kennis hebben van zijn of haar rechten en plichten als werkgever. Activiteiten die vallen onder deze taak zijn onder andere het inwerken van jeugdhulpaanbieders, plannen/roosteren en monitoren of de doelstellingen uit het opgestelde onderzoeksplan behaald worden; coördinatie formele of informele jeugdhulpaanbieders: een belangrijke activiteit die onder deze taak valt is het voeren van afstemmingsgesprekken met betrokkenen. Hiervoor is het belangrijk dat de budgethouder of budgetbeheerder communicatief vaardig is; administratie voeren: een belangrijk onderdeel van het beheren van een Pgb is de administratie. Hiervoor moet een budgethouder of budgetbeheerder financiële vaardigheden hebben zodat deze de facturen kan controleren en het budget kan monitoren. Verantwoording: Om aan deze taak te kunnen voldoen is het nodig dat een budgethouder of budgetbeheerder kennis heeft van de wetgeving op dat terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5. Recent heeft de CRvB uitspraak gedaan over de dubbelrol: CRvB 27-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3761. Het gaat hier om een uitspraak in het kader van de Wmo, waarvan wij uitgaan dat dit ook voor jeugd geldt. De CRvB bepaalt in deze uitspraak dat het college zich op het standpunt mag stellen dat een beoogde zorgverlener niet het Pgb van de cliënt kan beheren, omdat hij niet met voldoende afstand en kritisch de beheerstaken kan vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">NB: Een ouder die het Pgb beheert en de andere ouder die de hulp verleent, mag op grond van deze uitspraak niet geweigerd worden. Artikel 8.1.1 lid 2 onderdeel a Jeugdwet maakt deze constructie mogelijk. Een Pgb dat beheerd wordt door een ander dan degene die de hulp gaat is toegestaan, dus dat geldt ook als zij een persoonlijke relatie hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder 5b wordt uitgewerkt onder welke omstandigheden de budgethouder of een budgetbeheerder niet in staat wordt geacht de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Deze omstandigheden geven het signaal aan de beoordelaar van de aanvraag van het pgb dat dóór de omstandigheden, de budgethouder niet in staat wordt geacht zelf een pgb te kunnen beheren. In de afwijzende beschikking dient deze beoordeling per geval goed onderbouwd en gemotiveerd te worden. Van een categorale uitsluiting is derhalve geen sprake.</p>\n<p class=\"lf-p\">Problematische schuldenproblematiek: Problematische schuldenproblematiek maakt de kans groot en aannemelijk dat de budgethouder of budgetbeheerder voor het beheren van een pgb belangrijke financiële vaardigheden en verantwoordelijkheden ontbreken. Het is daarom niet wenselijk dat deze persoon, zolang hij zijn financiële zaken niet goed en zelfstandig op orde heeft, een pgb beheert. Signalen die kunnen wijzen op problematische schulden zijn bijvoorbeeld dat de budgethouder of budgetbeheerder zelf aangeeft dat er verwijtbare schulden zijn, in de schuldhulpverlening of schuldsanering zit, onder bewind staat, dan wel een indicatie heeft gekregen voor het resultaatgebied ‘Financiën’. Voor de definitie van problematische schulden wordt verwezen naar de definitie zoals deze door NVVK wordt gehanteerd. Er is volgens deze definitie sprake van problematische schulden als sprake is van de situatie waarin te voorzien is dat een natuurlijke persoon schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ernstige verslavingsproblematiek: Ernstige verslavingsproblematiek bij een budgethouder of budgetbeheerder maakt dat deze vanwege de verslaving niet in staat is regie te voeren over zijn eigen leven, laat staan over een pgb. Ook de omstandigheid van een problematische ex-verslaving of de omstandigheid dat de budgethouder of budgetbeheerder bezig is de verslaving de baas te worden maakt dat deze persoon minder in staat geacht wordt om regie te voeren over zijn eigen leven, of over een pgb. Bij vermoedens van ernstige verslaving kan daar in het onderzoek nader onderzoek naar gedaan worden, bijvoorbeeld door het opvragen van een medische verklaring dan wel inschakeling van betrokken hulpverlening. Signalen die kunnen wijzen op verslavingsproblematiek bij budgethouder of budgetbeheerder, zijn bijvoorbeeld dat dit onderdeel is van de melding en uit het onderzoek komt, of dat cliënt verslaving gerelateerd gedrag vertoont.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangetoonde fraude begaan in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag: Wanneer budgethouder of budgetbeheerder eerder frauduleus heeft gehandeld, op welk terrein dan ook, is het aannemelijk dat de verleidingsrisico’s bij het verstrekken van een pgb te groot zijn. Dit geldt te meer indien budgethouder of budgetbeheerder, dan wel het bedrijf waar de vertegenwoordiger werkt, dan wel de beoogde pgb-aanbieder, eerder betrokken is geweest bij pgb-fraude.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanmerkelijke verstandelijke beperking: Een indicatie voor een verstandelijke beperking is een laag of zeer laag IQ. Tevens zijn er beperkingen in de sociale aanpassing die - zonder ondersteuning - participatie in de weg staan. Er is vaak sprake van moeite met concentratie en aandacht en een laag zelfbeeld; soms zijn er bijkomende lichamelijke problemen dan wel een kwetsbare gezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een ernstig psychiatrisch ziektebeeld: Bij GGZ-problematiek die in ernstige mate aanwezig is, is de kans groot dat het vrijwel onmogelijk is voor de budgethouder of budgetbeheerder om op stabiele en consistente wijze de regie te kunnen voeren over een pgb. Met name de beoordeling of de geleverde zorg doeltreffend en professioneel is, zal ingewikkeld zijn. Dat maakt dat er een verhoogd risico is op niet wenselijke afhankelijkheidsrelaties tussen de budgethouder of budgetbeheerder en de pgb-aanbieder. Een aanbod van ZIN past vaak beter in het zorgbelang van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vastgestelde blijvende cognitieve stoornis: Wanneer een budgethouder of budgetbeheerder een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis heeft, is het aannemelijk dat cliënt daarmee de regie over zijn leven niet in de hand heeft. Voorbeelden van blijvende cognitieve stoornissen zijn de diverse vormen van dementie, de gevolgen van ander niet-aangeboren hersenletsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal, in woord en geschrift: Het beheren van een pgb is niet mogelijk wanneer budgethouder of budgetbeheerder de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Het voldoende kunnen begrijpen, en daarmee kunnen lezen, van alle voorwaarden en eisen ten aanzien van een pgb, is niet mogelijk bij een onvoldoende beheersing van het Nederlands. Ook het opstellen en afsluiten van bijvoorbeeld zorgovereenkomsten, is dan buiten bereik. Hiervan afgeleid kan tevens worden gesteld dat men voldoende kennis dient te hebben van de Nederlandse samenleving, zodat men bijvoorbeeld de vraag kan beantwoorden wat de Sociale verzekeringsbank (hierna: SVB) is en doet in relatie tot het pgb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag waaruit blijkt dat er geen bezwaren bestaan tegen het uitvoeren van de werkzaamheden als budgethouder of budgetbeheerder Om te waarborgen dat jeugdhulp in de vorm van een pgb, evenals jeugdhulp in de vorm van zorg in natura, op een verantwoorde manier wordt verleend zijn in deze bepaling kwaliteitseisen uitgewerkt. Dit moet ervoor zorgen dat de jeugdhulp van goed niveau is en in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder. In lid 6 onder a is opgenomen dat de informele hulpverlener beschikt over een geldige verklaring omtrent het gedrag (VOG). Uitzondering hierop is als de informele hulpverlener een ouder is, zoals bedoeld in de Jeugdwet. De verlener van informele hulp is verplicht de VOG desgevraagd te overhandigen aan het cjg. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zesde lid, n. Deze bepaling is opgenomen ter voorkoming van overbelasting van de informele hulp. De overbelasting wordt getoetst aan de arbeidstijdenwet. Verricht een informele hulpverlener ook betaalde arbeid dan mag hij in totaal- over een periode van 16 weken- gemiddeld maximaal 48 uur per week werken, conform de Arbeidstijdenwet. Het pgb kan in deze gevallen (deels) geweigerd worden om zo overbelasting te voorkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende criteria Formele hulp</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">We maken verschil tussen formele en informele hulp. Op basis daarvan bepalen we de hoogte van het Pgb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de hulp gegeven vanuit een organisatie of een beroep? Dan gaat het om formele hulp. Uit lid blijkt 1 hoe we dat vaststellen. Van formele hulp is, kortweg, sprake als de hulp verleend wordt in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep en volgens professionele standaarden. De hulp wordt dan verleend door een jeugdhulpaanbieder of door een zelfstandige jeugdhulpverlener (ZZP-er), die onder toezicht staat van de in de wet aangewezen inspecties. Van formele hulp is ook sprake als de hulpverlener een BIG of SKJ registratie heeft. Overigens kunnen niet alle professionals binnen de jeugdhulp een SKJ-registratie krijgen. Een voorbeeld zijn therapeuten die zelfstandig werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Familieleden geven altijd informele hulp. De reden is dat zij vooral een persoonlijke relatie hebben met de jeugdige en/of de ouder(s) ( 1e of 2e graad (o.a. (groot)ouders, broers, zussen en (adoptie)kinderen). Ook al gaat het om een hulpverlener die bijvoorbeeld BIG-geregistreerd is en voldoet aan de criteria genoemd in dit artikel; dan nog wordt hulp van deze bloed- of aanverwant in het kader van deze verordening als informele hulp beschouwd. De achtergrond daarvan is dat ook familieleden met een zorg-gerelateerd beroep of opleiding in eerste instantie een affectieve relatie hebben met de budgethouder. Dat bepaalt het tarief voor het Pgb.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende criteria Informele hulp</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">, derde lid, Jeugdwet geeft de gemeenteraad de bevoegdheid om bij verordening te bepalen onder welke voorwaarden de persoon aan wie een Pgb wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Dit wordt ook wel informeel Pgb genoemd. De gemeente heeft dus beleidsruimte. Het is echter niet mogelijk de inzet van het Pgb voor iemand uit het sociale netwerk helemaal uit te sluiten in de verordening. De beleidsruimte beperkt zich tot het vastleggen in welke situaties en onder welke voorwaarden een Pgb voor het sociale netwerk kan worden ingezet In het eerste lid zijn de criteria opgenomen wanneer iemand voor een Pgb in aanmerking komt bij het betrekken van een persoon uit het sociaal netwerk. Deze criteria zijn aanvullend op de criteria die genoemd zijn in artikel 5.1. Een van de in het zesde lid genoemde voorwaarden is dat geen Pgb wordt verstrekt als dat tot overbelasting leidt van de persoon uit het sociaal netwerk die de hulp gaat verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het jeugddomein komt het veelvuldig voor dat een persoonsgebonden budget gebruikt wordt om informele zorg, bijvoorbeeld geleverd door de ouder zelf, te bekostigen. Gemeenten mogen op grond van de Jeugdwet (artikel 8.1.1 derde lid) hieraan beperkingen stellen. De informele zorgverlener dient ook aan een aantal minimale kwaliteitscriteria te voldoen die horen bij de aard van de geboden ondersteuning. Dit betekent dat niet alle kwaliteitseisen die in de Jeugdwet gesteld worden aan jeugdhulpaanbieders onverkort voor de informele zorgverlener gelden, maar er wel basisvereisten zijn. Zo wordt geen registratie in een beroepsregister (SKJ of BIG) verwacht, maar kan de informele zorgverlener wel gevraagd worden aan te tonen over de juiste kennis en expertise te beschikken en/of ondersteuning door een professionele zorgverlener richting de informele zorgverlener goed geregeld te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Jeugdwet verbiedt echter niet om bepaalde vormen van jeugdhulp uit te sluiten en, zeker bij vormen van jeugdhulp waarbij de inzet van professionals nodig is, ligt het niet voor de hand te veronderstellen dat de hulp ook door iemand uit het sociale netwerk kan worden geboden. Een uitsluiting in de verordening is feitelijk niet nodig omdat in het onderzoek naar jeugdhulp bij het onderdeel ‘aard en omvang van de benodigde jeugdhulp’ al bepaald is dat de hiervoor genoemde hulp door een professional moet worden geboden. Voor de duidelijkheid is echter in het eerste lid onder b opgenomen dat een Pgb informeel niet kan worden toegekend voor ggz-zorg, omdat in dat geval niet aan de kwaliteit kan worden voldaan (dus dan is niet aan de voorwaarden voldaan). Dit geldt bij ggz-zorg altijd en is dus niet casus afhankelijk. GGZ-behandeling kan, gelet op de aard van de hulp, alleen door een professional worden geboden. Professionele hulp vergt een objectieve en onafhankelijke blik. Een persoon uit het sociaal netwerk is door de relatie met de jeugdige, ongeacht zijn of haar diploma’s en werkervaring, niet in staat een professionele afstand tot de jeugdige te bewaren en dus de vereiste professionaliteit te bieden die vereist is voor dit type jeugdhulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het derde lid zijn extra voorwaarden gesteld aan een Pgb voor logeren. Dit moet leiden tot ontlasting van de verzorgende ouder(s) en in belangrijke mate bijdragen aan het vergroten van de eigen kracht van de jeugdige of zijn ouder(s). Tevens moet hiermee de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp worden voorkomen of verminderd. Deze extra voorwaarden zijn opgenomen om te voorkomen dat het logeren bij bijv. opa en oma, wat niet ongebruikelijk is, wordt verstrekt met een Pgb. Een Pgb is dan alleen mogelijk als daarmee daadwerkelijk aan de doelen van jeugdhulp wordt gewerkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling hoogte PGB</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel berust op artikel 2.9, onder c, van de Jeugdwet. In deze wetsbepaling staat dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald op welke wijze de hoogte van een Pgb wordt vastgesteld. Uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2017:1803 en ECLI:NL:CRVB:2019:467) volgt dat de vaststelling van de hoogte van het Pgb en de wijze van tarifering behoren tot de essentialia van het voorzieningenpakket. Dat betekent dat de gemeenteraad deze zaken in de verordening moet regelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de eerste plaats wordt gekeken naar een adequate jeugdhulpvoorziening en in tweede instantie zijn de kosten leidend in de keuze die gemaakt wordt. Daarbij geldt dat de hoogte toereikend moet zijn om de benodigde hulp in te kunnen kopen. Ook als de hulp wordt betrokken van het sociale netwerk. De jeugdige en zijn ouders wordt gevraagd in goed overleg met het cjg een inschatting te maken van de benodigde inzet, uitgedrukt in aantal uren, dagdelen of etmalen (afhankelijk van de aard van de zorg). De toegang maakt vervolgens een inschatting of het door de pgb-zorgverlener gevraagde aantal uren, dagdelen of etmalen en tarief reëel is en neemt hierover een besluit. Op die manier wordt gestreefd naar passende zorg voor alle kinderen, die dat nodig hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Pgb is niet hoger dan de kosten van de goedkoopst adequate voorziening in natura (eerste lid). Uit jurisprudentie volgt dat daar sprake van is als de jeugdhulp met het vastgestelde tarief bij tenminste één jeugdhulpaanbieder kan worden ingekocht. De tarieven voor professionele jeugdhulp zijn afgeleid van de naturatarieven, tenzij uit het pgb-plan blijkt dat de hulp voor een lager tarief ingekocht kan worden. Dan mag uitgegaan worden van dit lagere tarief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten tarieven: het formeel tarief en informeel tarief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor formele hulp gelden hogere pgb-tarieven en voor informele hulp geldt het lagere minimumtarief op basis van het cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT). Daarmee wordt rekening gehouden met de aanvullende kosten die formele aanbieders moeten maken om aan de kwaliteitseisen die op hen van toepassing zijn te kunnen voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tarieven voor formele hulp zijn afgeleid van de tarieven zorg-in-natura.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor formele hulp door kleine aanbieders, in elk geval zzp-ers, wordt een lager tarief gehanteerd. Het tarief voor een dergelijke zorgaanbieder is lager vanwege een lager opslagpercentage voor overheadkosten waarmee is gerekend. In de praktijk hebben deze organisaties vaak lage overheadkosten en een hogere productiviteit als gevolg van minder beleidsmatige activiteiten en of zeer beperkt vast personeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De pgb-tarieven voor formele hulp worden jaarlijks geïndexeerd met de OVA-index (de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA), zoals opgenomen in lid 3, lid 4, lid 5. De wijze van indexering is gelijk aan de indexering die van toepassing is op de door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Voor de tekst van het artikel is aangesloten bij de tekst van de modelovereenkomst contractstandaard jeugd van het Ketenbureau I-Sociaal Domein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recent is nieuwe rechtspraak over het Pgb-tarief voor informele hulp. Conform de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB 16-8-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1394 en CRvB 16-8-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1580)) geldt dat het tarief voor een pgb voor informele hulp overeenkomt met de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT). Inmiddels is er ook een uitspraak van de Rechtbank Limburg van 30 november 2023 (ECLI:NL:RBLIM:2023:6979) dat dit ook voor Pgb’s uit de Jeugdwet geldt. De jeugdige of ouder kan daarmee te allen tijde aan zijn arbeidsrechtelijke verplichtingen voldoen. Omdat het bij informele hulp vrijwel altijd gaat om hulp uit het sociale netwerk, waarbij de hulp op de eerste plaats voortvloeit uit de affectieve relatie, is een tarief op basis van cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) passend geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er vindt in principe geen indexatie plaats van het tarief voor de inzet van het sociaal netwerk en is gebaseerd op de ontwikkeling van de inflatie en/ of de stijging betreffend CAO.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Besteding Pgb</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Trekkingsrecht Er wordt geen bedrag aan de jeugdige en zijn ouder(s) uitgekeerd waaruit ze zelf betalingen kunnen doen; het college stelt een bedrag ter besteding beschikbaar. Het college verricht, via de Sociale Verzekeringsbank (SVB), betalingen als de door de jeugdige en zijn ouder(s) zelf ingekochte jeugdhulp voldoet aan de gestelde voorwaarden. Voor dit trekkingsrecht is gekozen om fraude met besteding van het budget zoveel mogelijk tegen te gaan. De constructie zorgt ervoor dat het budget alleen wordt besteed om jeugdhulp in te kopen die ertoe strekt betrokkene de ondersteuning, hulp en zorg te bieden die de jeugdige of zijn ouder(s) nodig hebben (TK 2012-2013, 33 684, nr. 4 pagina 11).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Regeling Jeugdwet (paragraaf 8) zijn de bepalingen omtrent de Pgb nader uitgewerkt. Zo is te lezen dat de persoon aan wie een Pgb is verstrekt, de budgethouder, een schriftelijke overeenkomst, overeenkomst van opdracht of overeenkomst voor vervoer sluit met iedere derde die hij ten laste van zijn Pgb jeugdhulp laat verlenen. Deze overeenkomsten moeten voldoen aan door de SVB vastgestelde modelovereenkomsten. De overeenkomsten moeten ook door het college worden goedgekeurd. Deze goedkeuring is een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb.</p>\n<p class=\"lf-p\">De budgethouder kan het budget gebruiken om met een jeugdhulpaanbieder de benodigde hulp in te kopen. De aanbieder, zal na verlening van de hulp, een factuur sturen die dan door de budgethouder moet worden geaccordeerd en doorgezonden aan de SVB. Die zal vervolgens de betaling aan de aanbieder voor hulp verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanuit de SVB bestaat de mogelijkheid dat budgethouder en zorgaanbieder in de zorgovereenkomst een vast maandloon overeenkomen. Maandelijkse betaling aan de zorgaanbieder vindt dan automatisch plaats door SVB zonder vooraf ontvangen factuur of specificatie. Dergelijke afspraken zijn niet wenselijk, omdat zorg in de praktijk veelal fluctueert en een vast maandloon daar geen rekening mee houdt. Het is belangrijk dat de budgethouder per maand te zien krijgt welke zorg er is geleverd en wat de daarmee samenhangende kosten zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vijfde lid is opgenomen welke kosten voor vergoeding uitgesloten zijn vanuit een Pgb. Tevens staat opgenomen dat het college geen vrij besteedbaar bedrag oftewel een verantwoordingsvrij bedrag toekent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5.6 tussentijdse beëindiging pgb In dit artikel zijn situaties opgenomen wanneer het PGB mogelijk stopt. Dat kan in de gevallen als het budget niet wordt gebruikt, bij verhuizing, overlijden, veranderde situatie of als de budgethouder overstapt naar zorg in natura.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61-60\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Herziening ,intrekken, wijzigen en beëindigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige of de ouder(s) moeten bij een Pgb alle relevante informatie geven aan het college. Dat staat in artikel 8.1.2 lid 1 van de Jeugdwet. Wij passen deze informatieplicht niet alleen toe bij het Pgb, maar ook bij Zorg in natura. Het Pgb is namelijk ook een individuele voorziening. Ook bij een individuele voorziening in natura is het logisch dat jeugdigen en hun ouder(s) voldoende en juiste informatie geven. Alleen dan kan het college beoordelen of ze terecht gebruik willen maken van de voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">In lid 2 staat in welke situaties het college een besluit mag herzien, wijzigen, intrekken of beëindigen: herzien: het college verandert het besluit, omdat het recht op de voorziening anders was in het verleden. wijzigen: het college verandert het besluit, omdat het recht op de voorziening anders is voor de toekomst. intrekken: het college stopt de voorziening vanaf een datum in het verleden. beëindigen: het college stopt de voorziening vanaf een datum in de toekomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college is niet verplicht om gebruik te maken van deze bevoegdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Jeugdwet staan regels voor het herzien en intrekken van Pgb’s (artikel 8.1.4). Uit de toelichting bij de wet blijkt dat het ook om wijzigen en beëindigen gaat. Wij noemen dit expliciet zo in de verordening. Ook passen we deze regels toe voor de Zorg in natura.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3. We verwachten van de jeugdige en/of de ouder(s) dat zij kort na het besluit in actie komen. Het Pgb voor de individuele voorziening helpt hen namelijk om de gewenste resultaten te bereiken. Hebben zij het Pgb in de 6 maanden na het besluit nog niet gebruikt? Dan kunnen wij ervanuit gaan dat zij het Pgb niet meer gaan gebruiken. Het college kan het besluit dan intrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5. Alvorens tot invordering te kunnen overgaan, moet het college het bedrag echter eerst terugvorderen. Deze bepaling is nodig voor een goede juridische basis. In dit lid regelen we de terugvordering. Dit staat namelijk niet in de Jeugdwet. Het is wel belangrijk, omdat de terugvordering nodig is om een bedrag te mogen invorderen. Bij terugvorderen eisen we het bedrag terug. Bij invorderen nemen we maatregelen om het bedrag echt terug te krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bepaalde gevallen is (tijdelijke) opschorting van een betaling uit het pgb naar aanleiding van een declaratie een beter instrument dan beëindiging of zelfs intrekken of herzien van het verleningsbesluit. Middels opschorting kan ruimte geboden worden voor herstelmaatregelen of nader onderzoek. Bijvoorbeeld als het gaat om de overeenkomsten die de budgethouder is aangegaan of bij herziening van de toekenningbeschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om deze redenen is in het zevende lid de mogelijkheid voor het college om de SVB te verzoeken over te gaan tot opschorting hier opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiteraard moet het college het verzoek goed motiveren en – met inachtneming van de daarvoor geldende regels – de SVB van voldoende informatie voorzien op grond waarvan de SVB over kan gaan tot deugdelijke besluitvorming ten aanzien van het al dan niet nemen van een besluit tot opschorting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er voor ten hoogste dertien weken worden opgeschort. Hierbij is aansluiting gezocht bij de termijn zoals deze ook wordt gehanteerd in artikel 4:56, van de Awb en onder de Wlz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan daarnaast de SVB gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid, onder f. Deze bepaling is toegevoegd omdat het voor kan komen dat een jeugdige tijdelijk geen gebruik van een individuele voorziening in de vorm van pgb kan maken door (tijdelijke) opname in een instelling. In dat geval kan het praktischer zijn de individuele voorziening of het pgb tijdelijk op te schorten. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van dit verzoek. Deze bepaling is toegevoegd naar analogie van artikel 5.20, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling langdurige zorg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Fraudepreventie en controle</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 2.9 onderdeel d van de Jeugdwet moeten in de verordening regels worden gesteld over de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening in natura of een Pgb evenals van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Deze bepaling is een uitwerking van deze wettelijke plicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1.Het is van belang dat jeugdigen en ouder(s) zich bewust zijn van de rechten, maar ook de plichten die verbonden zijn aan een jeugdhulpvoorziening. Denk bijvoorbeeld aan de plicht om het college op de hoogte te houden van alle relevante feiten en omstandigheden. Of de regels rondom verantwoording van een Pgb. Het college moet de jeugdige en ouder(s) hierover informeren en ook uitleggen welke mogelijke consequenties het kan hebben als men zich niet houdt aan deze verplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2.In deze bepaling is de mogelijkheid en de grondslag gegeven om een toezichthouder aan te wijzen die zich bezighoudt met het toezicht op een rechtmatige uitvoering van de Jeugdwet (zie artikel 5:11 Awb). Anders dan in de Wmo 2015, is in de Jeugdwet niet bepaald dat het college een toezichthouder moet aanwijzen. Toch kan uit de wetsgeschiedenis worden afgeleid dat het mogelijk is een toezichthouder aan te wijzen. Zo wordt in de Memorie van Toelichting bijvoorbeeld de medewerkingsverplichting jegens de toezichthouder benoemd (zie TK 2013-2014, 33684, nr. 11).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toezicht door de aangewezen toezichthouder ziet niet op de kwaliteit van de door de jeugdhulpaanbieders geleverde jeugdhulp. Dat toezicht is namelijk belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Veiligheid en Justitie (zie Hoofdstuk 9 van de Jeugdwet). Zij voeren het kwaliteitstoezicht uit binnen het samenwerkingsverband Toezicht Sociaal Domein (TSD). Voor zover de gemeente signalen ontvangt over de kwaliteit van de te leveren of geleverde zorg, stuurt de gemeente deze door naar het TSD.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toezicht door de gemeentelijke toezichthouder Jeugd ziet o.a. op de rechtmatigheid van ingediende declaraties door jeugdhulpaanbieders. Het college stelt nadere regels vast over de taken en bevoegdheden van de gemeentelijke toezichthouder. De toezichthouder is bij de uitoefening van zijn taak gebonden aan de regels zoals vastgelegd in de artikelen 5:11 t/m 5:20 van de Awb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 In deze bepaling is vastgelegd dat het college nadere regels kan vaststellen over de (reikwijdte van) taken en bevoegdheden van de gemeentelijke toezichthouder Jeugd (zie ook artikel 5:14 Awb).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 Afstemming met andere domeinen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de Jeugdwet artikel 2.9 zijn gemeenten verplicht in hun verordening op te nemen hoe de afstemming met andere voorzieningen geregeld is. Afstemming met andere voorzieningen is belangrijk in het kader van het toekomstplan, dat immers over alle domeinen heen gaat. Afstemming betekent samenwerking met uitvoerders van andere wet- en regelgeving om de problematiek binnen het gezin te verminderen of zelfs op te lossen. Als de hulp vanuit de wet niet (langer) volstaat, dan zal de overgang naar hulp vanuit een andere wet goed afgestemd moeten worden. Jeugdigen mogen niet in een gat vallen waar aanspraken uit de gelijktijdig toepasselijke wet- en regelgeving niet naadloos op elkaar aansluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgang naar volwassenheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wij vinden het belangrijk dat jeugdigen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Ook als ze die hulp na hun 18e verjaardag nog steeds nodig hebben. Daarom vindt er op tijd afstemming plaats. We hebben niet gekozen voor een vast moment, omdat dit per hulpvraag kan verschillen. Vaak vindt de afstemming plaats als de jeugdige 16,5 jaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verlengde jeugdhulp vindt de afstemming later dan 16,5 jaar plaats. Het is wel belangrijk dat de afstemming op tijd plaatsvindt. Daarbij houden we rekening met de tijd die nodig is om de andere voorziening te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder heeft de verplichting om samen met cliënten die in zorg zijn vanaf het 16e jaar een ‘toekomstplan’ op te stellen, als blijkt dat de jeugdige de ondersteuning nodig heeft na 18e levensjaar (plan t.a.v. wonen, werken en daginvulling) met een duidelijk omschreven en haalbare tijdslijn naar volwassenheid. Ook wordt hierin aangegeven of en zo ja welke hulp en/of ondersteuning nog nodig is en hoe deze vanuit de Wmo 2015, Wlz, Zorgverzekeringswet wordt ingezet vanaf de 18e verjaardag. De aanbieder betrekt minimaal een half jaar voordat een jongere de leeftijd van 18 jaar (voor pleegzorg en gezinshuis 21 jaar) bereikt, de verwijzer bij (het opstellen van) het toekomstplan. Belangrijke uitgangspunten voor de overgang naar volwassenheid zijn: - Toekomstgericht werken. De big 5 als basis ( wonen, werk/school, inkomen en welzijn). Op tijd en voldoende aandacht besteden aan de overgang voor jongeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werk integraal. Zorgen dat jongeren een stabiele en passende oplossing krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jongeren helpen bij wettelijke veranderingen. Werk relationeel samen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Help de overgang voor jongeren verkleinen. Zet de juiste mensen op de juiste plek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toekomstplan is van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Als er tot de inzet van specialistische jeugdhulp besloten is, is het wel van het grootste belang dat de aldus betrokken jeugdhulpaanbieder weet heeft van de gezinssituatie en afspraken en doelen zoals vastgelegd in het toekomstplan. De relevante informatie uit het toekomstplan kan door de jeugdige en/of zijn ouder(s) zelf of door het cjg en/of toegang aan de betrokken jeugdhulpaanbieder overgedragen worden. De ouder(s)/jeugdige zijn hier in eerste instantie zelf de verantwoordelijke partij voor.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Afstemming gezondheidszorg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij lid 1 gaat het om specialistische jeugdhulp die eerst onder de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen viel. Deze jeugdhulp valt vanaf 18 jaar onder de Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeraars stellen hierbij eisen. Zo moet de huisarts, jeugdarts of medisch specialist de verwijzer zijn. Het cjg en/of toegang kan voor zo’n verwijzing zorgen door contact op te nemen met de verwijzer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 18 jaar heeft de jeugdige een eigen zorgverzekering nodig. Daarbij geldt ook een eigen risico. Dit kan ervoor zorgen dat de jeugdige de hulp wil stoppen. Het cjg en/of toegang is hier alert op. Ook kan het cjg de jeugdige ondersteunen bij de veranderingen en nieuwe verantwoordelijkheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Afstemming langdurige zorg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Wanneer jeugdigen levenslang en levens-breed zorg nodig hebben, vallen zij onder de Wet langdurige zorg. Bij kinderen is dit echter nog niet altijd makkelijk vast te stellen. Het cjg en/of toegang, ondersteunt de jeugdige en zijn ouder(s) (zo nodig) bij de aanvraag bij het Centraal indicatieorgaan zorg (CIZ), die over toegang tot de langdurige zorg gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Dit lid is een nadere uitwerking van de Jeugdwet, artikel 1.2 eerste lid onderdeel c:”Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:...indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.” Hierbij zal natuurlijk altijd het belang van de jeugdige voorop staan. De jeugdige mag nooit het slachtoffer worden van onwillige ouder(s).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Veel kinderen in de leeftijd van 0 – 4 jaar bezoeken een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal en brengen een groot deel van hun tijd op die plekken door. De gemeente speelt een belangrijke rol in de bevordering van de pedagogische kwaliteit van deze voorschoolse voorzieningen en het vergroten van het bereik onder specifieke doelgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Korte lijnen tussen onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en het cjg zijn belangrijk. Zorgen om kinderen kunnen zo makkelijk gedeeld worden, advies ingewonnen en zo nodig gestart worden met het bespreken met kind en/of ouder(s) welke ondersteuning, jeugdhulp geboden kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs spelen een centrale rol bij het organiseren van passend onderwijs( bijv. onderwijsondersteuning, begeleiding bij dyslexie ,huiswerkbegeleiding, remedial teaching en begeleiding bij leerstoornissen) en (speciale) onderwijszorg op de scholen en bovenschools. In veel gevallen zullen onderwijszorg en zorg voor de jeugd elkaar nauw raken. Het is dan ook van belang dat er goede afspraken zijn tussen gemeente en het onderwijs, met name als het gaat om de vraag vanuit welke partij welke ondersteuning kan worden geleverd. Bovendien volgt uit de wet dat de gemeente en het schoolbestuur in individuele gevallen overleggen als een individuele jeugdhulpvoorziening nodig is (zie artikel 2.7 lid 1 Jeugdwet).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Afstemming maatschappelijke ondersteuning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het hier gestelde betekent dat het cjg en/of de toegang, indien de situatie zich voordoet, afstemming zoekt met een Wmo-consulent danwel een passende Wmo-aanbieder. Ook vallen bepaalde voorzieningen, waaronder in ieder geval begeleiding, na het 18e jaar niet meer onder de Jeugdwet, maar onder de Wmo. De gemeente is verantwoordelijk voor een warme overdracht na het 18e jaar. Daarbij is van belang dat tijdig, minimaal een half jaar tevoren, met uitgangspunt 1,5 jaar, bekeken wordt wat er gaat veranderen na het 18e jaar. Zodat de continuïteit van zorg geborgd is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Afstemming werk en inkomen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Soms speelt in gezinnen die jeugdhulp nodig hebben, ook armoede- en schuldenproblematiek. De jeugdhulp kan daardoor niet of veel minder effectief zijn. Het is daarom van belang dit soort problematiek tijdig te signaleren en gezinnen naar de juiste hulp en armoedevoorzieningen te leiden. Ook van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen wordt hierin een actieve houding verwacht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Afstemming met gecertificeerde instellingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gecertificeerde instellingen kunnen zelfstandig jeugdhulp inzetten bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering (gedwongen kader). Het is dan ook van belang dat de gemeente, als financier van de gecertificeerde instellingen én de jeugdhulp, goede afspraken maakt met de gecertificeerde instellingen. Dit artikel benoemt een aantal concrete onderwerpen waarover afspraken moeten worden gemaakt. De afspraken worden vastgelegd in een samenwerkingsprotocol met de gecertificeerde instellingen. De Jeugdwet stelt zo’n samenwerkingsprotocol verplicht (zie artikel 3.5 lid 3 Jeugdwet).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-78-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Afstemming met het justitiedomein</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de strafrechtelijke beslissing– in het kader van een taakstraf of (gedrag beïnvloedende) maatregel – kan de rechter besluiten tot de inzet van jeugdhulp. In de regel zal de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) hierover adviseren. Bij (jeugdreclasserings)maatregelen zal de gecertificeerde instelling betrokken zijn bij de uitvoering hiervan. Gaat het om taakstraffen, dan is dat de RvdK. Daarnaast kan de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts, of directeur van de justitiële jeugdinrichting besluiten tot de inzet van jeugdhulp in het kader van het scholings‐ en trainingsprogramma in het nazorgtraject. De gemeente is betrokken in het trajectberaad. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het samenwerkingsprotocol met de RvdK.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.9</span><span class=\"lf-art-t\">Afstemming met Veilig Thuis</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wmo 2015 legt het college de plicht op om een Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (AMHK) in te richten. Het AMHK, beter bekend als Veilig Thuis, is beschikbaar voor advies en consult voor professionals. Hoogwaardige specialistische kennis is nodig bij bijvoorbeeld complexe situaties van huiselijk geweld en kindermishandeling, eer gerelateerd geweld, seksueel misbruik, achterlating en huwelijksdwang, extreme stalking. Veilig Thuis kan passende hulp inschakelen. In het kader hiervan zijn in ieder geval afspraken nodig over de toegang en eventueel doorverwijzing naar jeugdhulpvoorzieningen Hoofstuk 8 Waarborging verhouding prijs-kwaliteit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat wat we doen om de verhouding tussen prijs en kwaliteit te beschermen. De gemeente moet hierover regels maken. Dat staat in artikel 2.12 van de Jeugdwet. Het gaat om de prijs en kwaliteit van jeugdhulp of van de uitvoering van een maatregel van de kinderbescherming of jeugdreclassering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Klachtregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente is op grond van de Awb in het algemeen verplicht tot een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van personen en bestuursorganen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn. In Hoofdstuk 9 van de Awb is de klachtbehandeling uitvoering geregeld. Dit artikel is toch in de verordening opgenomen vanwege het belang om in de verordening een compleet overzicht van rechten en plichten van jeugdigen en ouder(s) te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de melding van klachten over de feitelijke hulpverlening moeten jeugdige of zijn ouder(s) zich richten tot de aanbieder/instelling die de hulpverlening biedt. De klachtmogelijkheid tegenover de aanbieder is geregeld in artikel 4.2.1 e.v. van de Jeugdwet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83-74\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inspraak en medezeggenschap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel zijn bepalingen opgenomen over inspraak en medezeggenschap bij de gemeente. De mogelijkheid tot inspraak en medezeggenschap tegenover de aanbieder is al geregeld in artikel 4.2.4 e.v. van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid is verwezen naar de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde inspraakverordening. Op deze manier wordt gewaarborgd dat voor het jeugdhulpbeleid eenzelfde inspraakprocedure geldt als voor andere terreinen. De inspraak geldt voor alle ingezetenen. Dit is uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever, omdat iedereen op enig moment aangewezen kan raken op ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofstuk 9 Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91-75\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Evaluatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel regelt dat het college iedere 2 jaar het gevoerde beleid evalueert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92-76\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat het college in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) kan afwijken van de bepalingen van deze verordening (en dus niet van de in de wet zelf genoemde bepalingen). Zo nodig wordt hierbij advies ingewonnen. Afwijken kan alleen maar ten gunste, en nooit ten nadele van de betrokken jeugdige of zijn ouder(s).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder is met nadruk gemeld: in bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering en niet als een regel. Gaat het om het verlenen van individuele jeugdhulpvoorzieningen, dan verplicht artikel 2.3 Jeugdwet het college al maatwerk te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van de hardheidsclausule zal daarom in dat opzicht niet snel aan de orde komen. In uitzonderingsgevallen zou het bijvoorbeeld kunnen spelen bij de regels rondom het verstrekken van een Pgb. Bij toepassing van de hardheidsclausule moet het college uitgebreid motiveren waarom in de desbetreffende situatie van de verordening wordt afgeweken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking oude verordening en overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze bepalingen zorgen we ervoor dat de jeugdhulp blijft doorgaan. Ook als onze afspraken met aanbieders veranderen in de nieuwe verordening. De jeugdige en/of de ouder(s) moeten namelijk kunnen rekenen op de jeugdhulp. In het tweede lid is duidelijk gemaakt dat bestaande rechten doorlopen, totdat een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden. Tot slot is in lid 3 vastgelegd dat aanvragen die nog bij het college in behandeling zijn, op grond van deze verordening beoordeeld zullen worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94-78\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding en citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel spreekt voor zich.</p>\n<p class=\"lf-p\">BijlageI Individuele voorzieningen In deze bijlage is de beschrijving en de doelgroep per beschikbare voorziening Jeugdhulp opgenomen. De afspraken die de jeugdhulpaanbieder op basis van de contract- of subsidierelatie heeft gemaakt zijn te vinden op https://hulpinregioalkmaar.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdhulp zonder verblijf: a.Ondersteuningsgericht Individueel Licht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze lichte individuele begeleiding is gericht op het stimuleren en behouden van de huidige situatie van zelfredzaamheid en participatie en op het voorkomen van een achteruitgang daarin. De beperking/problematiek van de jeugdige is niet dermate complex dat een hoge graad van deskundigheid nodig is voor de omgang met de jeugdige. Desondanks lukt het ouders en jeugdige niet om hun leven zelfstandig vorm te geven. De begeleiding is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid van de jeugdige en het gezin. Het accent ligt op het eigen maken van vaardigheden of nieuw gedrag door langdurig oefenen en trainen, zodat deze vaardigheden of nieuw gedrag eigen gemaakt worden bij de jeugdige en/of gezin. De begeleiding is planbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuningsgerichte inzet in het kader van respijtzorg Begeleiding is in het kader van respijtzorg, enkel met toestemming van de gemeente mogelijk. Ook hierbij is de inzet vanuit het eigen netwerk of lokale voorzieningen altijd voorliggend en is dit onderdeel van een systemische aanpak. Bij het ontbreken van mogelijkheden binnen het eigen netwerk kan begeleiding tijdelijk ingezet worden. In die periode worden er alternatieven in het eigen netwerk/omgeving/vrij toegankelijke voorzieningen onderzocht en georganiseerd. De gemeentelijke toegang wordt bij het vinden van deze oplossing betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijke Verzorging Persoonlijke verzorging kán een onderdeel zijn van de hulpvraag. Dit wordt binnen dit perceel geleverd om een tekort aan zelfredzaamheid op te heffen bij algemene dagelijkse levensverrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van het resultaat in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het gezin en het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige zelf:</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige heeft ondersteuning nodig bij het oefenen van (sociale) vaardigheden of handelingen, het aanbrengen van dag en/of weekstructuur en/of het vergroten of behouden van de regie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige heeft mogelijk daarnaast fysieke ondersteuning/hulp nodig bij de dagelijkse persoonlijke verzorging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lichte beperkingen houden in dat de jeugdige lichte problemen heeft met de dagelijkse routine en met het uitvoeren van vooral complexere activiteiten. Met enige stimulans en/of toezicht is hij/zij in staat het sociale leven zelfstandig vorm te geven, aankopen te doen en zijn/haar geld te beheren (jongvolwassenen). Wat betreft het aangaan en onderhouden van sociale relaties, op school, op het werk, met het sociale netwerk, is er met praten bij te sturen vanuit gezin, het sociale netwerk en/of school. De jeugdige kan zelf om hulp vragen en er is geen noodzaak tot het daadwerkelijk overnemen van taken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelgroep bestaat uit Jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en het systeem die structureel hulp nodig hebben bij het opgroeien en opvoeden, bijvoorbeeld omdat de jeugdige (of ouders) een beperking, langdurige psychische stoornis of chronische ziekte heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen en/of ouders bij wie naar aanleiding van een herstelgericht ambulant jeugdhulp traject ondersteuning nodig is voor het bestendigen van de interventies onder herstelgerichte ambulante jeugdhulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij gaat het dan om:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een (licht) verstandelijke beperking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een zintuiglijke beperking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een lichamelijke beperking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een somatische aandoening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een psychiatrische aandoening; en Jeugdigen met blijvende, diepgewortelde en problemen in de thuissituatie die een belemmering vormt voor de ontwikkeling van de jeugdige Jeugdigen waarbij het gedrag van de jeugdige een grote belasting vormt voor de ouders, broers en zussen. b.Ondersteuningsgericht Individueel Midden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele begeleiding Midden is gericht op het stimuleren en behouden van de huidige situatie van zelfredzaamheid en participatie en op het voorkomen van achteruitgang daarin. De beperking/problematiek van de jeugdige is niet dermate complex dat een hoge graad van deskundigheid nodig is voor de omgang met de jeugdige, maar de behoefte aan ondersteuning is hoog. De begeleiding is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid van de jeugdige en het gezin. Het accent ligt op het eigen maken van vaardigheden of nieuw gedrag door langdurig oefenen en trainen zodat deze vaardigheden of nieuw gedrag eigen gemaakt worden bij de jeugdige en/of gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding is in het kader van respijtzorg, enkel met toestemming van de gemeente mogelijk. Ook hierbij is de inzet vanuit het eigen netwerk of lokale voorzieningen altijd voorliggend en is dit onderdeel van een systemische aanpak. Bij het ontbreken van mogelijkheden binnen het eigen netwerk kan begeleiding tijdelijk ingezet worden. In die periode worden er alternatieven in het eigen netwerk/omgeving/vrij toegankelijke voorzieningen onderzocht en georganiseerd. De gemeentelijke toegang wordt bij het vinden van deze oplossing betrokken. De begeleiding is planbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijke Verzorging Persoonlijke verzorging kán een onderdeel zijn van de hulpvraag. Dit wordt binnen dit perceel geleverd om een tekort aan zelfredzaamheid op te heffen bij algemene dagelijkse levensverrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor, of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige zelf:</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige heeft ondersteuning nodig bij het oefenen met (sociale) vaardigheden of handelingen, het aanbrengen van dag en/of weekstructuur en/of het vergroten of behouden van de regie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hierbij om jeugdigen bij wie sprake is van matig tot zwaar regieverlies door bijvoorbeeld ernstige gedragsproblemen, psychische problematiek, niet aangeboren hersenletsel of een audiovisuele beperking. De jeugdige heeft te maken met complexe problematiek waarvan de achterliggende oorzaak veelal bekend is. Zonder deze begeleiding kan de jeugdige niet goed in het gezin functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Matige beperkingen houden in dat het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine (gebrek aan dag- en nachtritme) voor de jeugdige niet vanzelfsprekend zijn. Dit levert af en toe problemen op waardoor de jeugdige afhankelijk is van hulp. De communicatie gaat niet altijd vanzelf doordat de jeugdige soms niet goed begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf soms niet voldoende begrijpelijk kan maken. Het niet inzetten van begeleiding kan leiden tot verwaarlozing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelgroep bestaat uit Jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en het systeem die structureel hulp nodig hebben bij het opgroeien en opvoeden, bijvoorbeeld omdat de jeugdige (of ouders) een beperking, langdurige psychische stoornis of chronische ziekte heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van ernstig tekortschietende (zelf)regie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van complexe en/of meervoudige problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet is gericht op stabilisatie van de situatie en coördinatie in het gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen en/of ouders bij wie tijdens een herstelgericht ambulant jeugdhulp traject ondersteuning nodig is voor het bestendigen van de interventies onder herstelgerichte ambulante jeugdhulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Minimaal 1 uur per week; Maximaal 7 uur per week Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 24 maanden Verlenging Ja c.Ondersteuningsgericht Individueel Zwaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">De begeleiding is erop gericht de huidige situatie van zelfredzaamheid en participatie te stimuleren/behouden en achteruitgang daarvan te voorkomen. De beperking/problematiek van de jeugdige is dermate complex dat specifieke deskundigheid nodig is voor de omgang met de jeugdige, de behoefte aan ondersteuning is hoog. De regie moet (deels) worden overgenomen, doordat onvoldoende inzicht bestaat in de eigen beperkingen/omvang van de eigen problematiek. De jeugdige en/of het gezin zit met het denken en handelen vast in bepaalde patronen en heeft ondersteuning nodig om deze te doorbreken. De begeleiding is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid van de jeugdige en het gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begeleiding is planbaar en/of oproepbaar, wat maakt dat inzet in de avonduren, weekenden en feestdagen tot dit perceel behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijke Verzorging Persoonlijke verzorging kán een onderdeel zijn van de hulpvraag. Dit wordt binnen dit perceel geleverd om een tekort aan zelfredzaamheid op te heffen bij algemene dagelijkse levensverrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige zelf:</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige heeft ondersteuning nodig bij het oefenen met (sociale) vaardigheden of handelingen, het aanbrengen van dag en/of weekstructuur en/of het vergroten of behouden van de regie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hierbij om jeugdigen bij wie sprake is van zwaar regieverlies door bijvoorbeeld ernstige gedragsproblemen, psychische problematiek, niet aangeboren hersenletsel of een audiovisuele beperking. De jeugdige heeft te maken met complexe problematiek waarvan de achterliggende oorzaak veelal bekend is. Zonder deze begeleiding kan de jeugdige niet goed in het gezin functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beperkingen houden in dat het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine (gebrek aan dag- en nachtritme) voor de jeugdige niet vanzelfsprekend zijn. Dit levert zodanige problemen op, dat de jeugdige afhankelijk is van hulp. De communicatie gaat niet altijd vanzelf, doordat de jeugdige soms niet goed begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf soms niet voldoende begrijpelijk kan maken. Het niet inzetten van begeleiding kan leiden tot verwaarlozing of uithuisplaatsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelgroep bestaat uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en het systeem die structureel hulp nodig hebben bij het opgroeien en opvoeden, bijvoorbeeld omdat de jeugdige (of ouders) een beperking, langdurige psychische stoornis of chronische ziekte heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen en/of ouders bij wie naar aanleiding van een herstelgericht ambulant jeugdhulp traject ondersteuning nodig is voor het bestendigen van de interventies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De situatie in het gezin is instabiel, er is een reëel risico op het ontstaan van een crisis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn); Minimaal 1 uur per week; maximaal 7 uur per week Duur per beschikking(richtlijn); Maximaal 24 maanden Verlenging; Ja d.Ondersteuningsgericht Groep Licht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdhulp is gericht op het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen. De in te zetten hulp is doelmatig met een passende (personele) inzet om de gestelde doelen te bereiken en de leefbaarheid te optimaliseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulp is bestemd voor jeugdigen met een licht verstandelijke en/of lichamelijke beperking en/of lichte ontwikkelingsproblemen, waarbij ook hun opvoeders praktische handvatten meekrijgen hoe hiermee om te gaan. Hierdoor is er sprake van een systemische aanpak. Begeleiding vindt plaats op locatie van de jeugdhulpaanbieder, waarbij de jeugdige deelneemt aan groepsactiviteiten. Het dagprogramma betreft een volledig aanbod, gebaseerd op een begeleidingsplan waarin MBO- en HBO-opgeleide jeugdprofessionals hun kennis inzetten om een zo groot mogelijke verbetering te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dagbesteding biedt structurele zingevende daginvulling. Het activiteitenprogramma biedt de jeugdige structuur, sociale contacten en zingeving. Persoonlijke begeleiding bij de activiteiten is soms noodzakelijk. Vrijwilligers en mantelzorgers kunnen een gedeelte van de zorg en begeleiding op zich nemen met ondersteuning van professionele hulp. De dagbesteding wordt aangeboden in een groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit perceel kan niet worden ingezet als kinderopvang. Kinderopvang valt niet onder de Jeugdwet en kan dan ook niet met dit perceel worden geleverd. Indien ondersteuning passende onder de Jeugdwet gedurende kinderopvang nodig is, is aanvullende inzet vanuit de gemeente wel mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij jeugdigen die zijn vrijgesteld van de leerplicht kan scholing of educatie ook onderdeel zijn van de opdracht. Het gaat hierbij om onderwijs vervangende dagbesteding, waarbij ook in de toekomst geen sprake is van deelname aan onderwijs of dagvullende activiteit in de vrije tijd in de vorm van respijtzorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleren van vaardigheden om mee te kunnen in het onderwijs vallen expliciet niet onder deze zorgvorm, maar worden geleverd vanuit Passend Onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om deel te nemen aan deze vorm van dagbesteding gedurende lestijden is er sprake van een (tijdelijke) vrijstelling van de leerplicht. In dat geval wordt voor iedere jeugdige samen met de wettelijke vertegenwoordigers en het onderwijs een Onderwijs Ontwikkelperspectiefplan opgesteld. De aangeboden activiteiten passen bij het beschreven perspectief. Dit plan wordt in samenwerking met het onderwijs uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige vraagt ondersteuning bij het vasthouden of vergroten van de regie. De problematiek beperkt zich tot één of enkele leefgebieden, waarbij sprake is van lichte beperkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijke verzorging Persoonlijke verzorging kán een onderdeel zijn van de hulpvraag. Dit wordt binnen dit perceel geleverd om een tekort aan zelfredzaamheid op te heffen bij algemene dagelijkse levensverrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige zelf:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betreft hulp voor jeugdigen die gebruik moeten maken van dagbesteding, omdat zij niet mee kunnen in het reguliere of speciale onderwijssysteem, en gedurende de dag (na het volgen van onderwijs) niet thuis kunnen blijven. Ze worden overdag of tijdens dagdelen opgevangen in gespecialiseerde voorzieningen. Bij deze jeugdigen is zorg voorliggend, omdat de problematiek te complex is voor het regulier of speciaal onderwijs en ook voor de reguliere naschoolse opvang. De zorg die in dit segment wordt geboden kan niet door het onderwijs worden gefaciliteerd en valt niet onder de verantwoordelijkheid van Passend Onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelgroep bestaat uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en het systeem die structureel hulp nodig hebben bij het opgroeien en opvoeden, bijvoorbeeld omdat de jeugdige (of ouders) een beperking, langdurige psychische stoornis of chronische ziekte heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen en/of ouders bij wie naar aanleiding van een herstelgericht ambulant jeugdhulp traject ondersteuning nodig is voor het bestendigen van de interventies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook kan het voor de ontlasting binnen een gezinssysteem of het netwerk nodig zijn dat jeugdigen één of meer dagdelen binnen een afgewogen tijdsperiode activiteiten elders hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij gaat het dan om:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een (licht) verstandelijke beperking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een zintuiglijke beperking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een lichamelijke beperking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een somatische aandoening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een psychiatrische aandoening; en Jeugdigen met blijvende, diepgewortelde en ernstige problemen in de thuissituatie die een ernstige bedreiging of belemmering vormen voor de ontwikkeling van de jeugdige;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen die vanwege hun gedrag een ondraaglijk grote belasting vormen voor de ouders, broers en zussen Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Minimaal 1 dagdeel per week; maximaal 2 dagdelen per week Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 12 maanden Verlenging: Ja e.Ondersteuningsgericht Groep Midden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulp is bestemd voor jeugdigen met een licht verstandelijke en/of lichamelijke beperking en/of ontwikkelingsproblemen waarbij ook hun opvoeders praktische handvatten meekrijgen hoe hiermee om te gaan. Begeleiding vindt plaats op locatie van de jeugdhulpaanbieder, waarbij de jeugdige deelneemt aan groepsactiviteiten zonder dat opname en verblijf met overnachting nodig is. Er wordt gewerkt met goed omschreven doelen gericht op het ontwikkelen en aanleren van praktische of sociaal emotionele vaardigheden en het vermogen om kennis op te nemen en verwerken. De mogelijkheden van de jeugdige worden zo goed mogelijk benut, zodanig dat een zo zelfstandig mogelijk niveau van functioneren bereikt wordt. Het dagprogramma betreft een volledig aanbod, gebaseerd op een begeleidingsplan waarin MBO- en HBO-opgeleide jeugdprofessionals hun kennis inzetten om een zo groot mogelijke verbetering te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dagbesteding biedt structurele zingevende daginvulling. Het activiteitenprogramma biedt de jeugdige structuur, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt begeleiding geboden in een groep. Persoonlijke begeleiding bij de activiteiten is soms noodzakelijk. Vrijwilligers en mantelzorgers kunnen een gedeelte van de zorg en begeleiding op zich nemen met ondersteuning van professionele hulp. De dagbesteding wordt aangeboden in een groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit perceel kan niet worden ingezet als kinderopvang. Kinderopvang valt niet onder de Jeugdwet en kan dan ook niet met dit perceel worden geleverd. Indien ondersteuning passende onder de Jeugdwet gedurende kinderopvang nodig is, is aanvullende inzet vanuit de gemeente wel mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij jeugdigen die zijn vrijgesteld van de leerplicht kan scholing of educatie ook onderdeel zijn van de opdracht. Het gaat hierbij om onderwijs vervangende dagbesteding, waarbij ook in de toekomst geen sprake is van deelname aan onderwijs of dagvullende activiteit in de vrije tijd in de vorm van respijtzorg. Aanleren van vaardigheden om mee te kunnen in het onderwijs vallen expliciet niet onder deze zorgvorm, maar worden geleverd vanuit Passend Onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om deel te nemen aan deze vorm van dagbesteding gedurende lestijden is er sprake van een (tijdelijke) vrijstelling van de leerplicht. In dat geval wordt voor iedere jeugdige samen met de wettelijke vertegenwoordigers en het onderwijs een Onderwijs Ontwikkelperspectiefplan opgesteld. De aangeboden activiteiten passen bij het beschreven perspectief. Dit plan wordt in samenwerking met het onderwijs uitgevoerd. De jeugdige vraagt ondersteuning bij het vasthouden of vergroten van de regie. De problematiek beperkt zich tot twee tot vier leefgebieden, waarbij sprake is van lichte beperkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijke verzorging Persoonlijke verzorging kán een onderdeel zijn van de hulpvraag. Dit wordt binnen dit perceel geleverd om een tekort aan zelfredzaamheid op te heffen bij algemene dagelijkse levensverrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige zelf:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betreft hulp voor jeugdigen die gebruik moeten maken van dagbesteding, omdat zij niet mee kunnen in het reguliere of speciale onderwijssysteem en gedurende de dag niet thuis kunnen blijven. Ze worden overdag of tijdens dagdelen opgevangen in gespecialiseerde voorzieningen. Bij deze jeugdigen is zorg voorliggend, omdat de problematiek te complex is voor het regulier of speciaal onderwijs en ook voor de reguliere naschoolse opvang. De zorg die in dit segment wordt geboden kan niet door het onderwijs worden gefaciliteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelgroep bestaat uit Jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en het systeem die structureel hulp nodig hebben bij het opgroeien en opvoeden, bijvoorbeeld omdat de jeugdige (of ouders) een beperking, langdurige psychische stoornis of chronische ziekte heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen en/of ouders bij wie naar aanleiding van een herstelgericht ambulant jeugdhulp traject ondersteuning nodig is voor het bestendigen van de interventies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook kan het voor de ontlasting binnen een gezinssysteem of het netwerk nodig zijn dat jeugdigen één of meer dagdelen binnen een afgewogen tijdsperiode activiteiten elders hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Minimaal 1 dagdeel per week; maximaal 4 dagdelen per week Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 12 maanden Verlenging; Ja f.Ondersteuningsgericht Groep Zwaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulp is bestemd voor jeugdigen met een licht verstandelijke en/of lichamelijke beperking en/of matig of ernstige ontwikkelingsproblemen waarbij ook hun opvoeders praktische handvatten meekrijgen hoe hiermee om te gaan. Begeleiding vindt plaats op locatie van de jeugdhulpaanbieder, waarbij de jeugdige gedurende een dagdeel of dag (2 dagdelen) deelneemt aan groepsactiviteiten. Er wordt gewerkt met goed omschreven doelen gericht op het ontwikkelen en aanleren van praktische of sociaal emotionele vaardigheden en het vermogen om kennis op te nemen en verwerken. De mogelijkheden van de jeugdige worden zo goed mogelijk benut, zodanig dat een zo zelfstandig mogelijk niveau van functioneren bereikt wordt. Het dagprogramma betreft een volledig aanbod, gebaseerd op een begeleidingsplan waarin MBO- en HBO-opgeleide jeugdprofessionals hun kennis inzetten om een zo groot mogelijke verbetering te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dagbesteding biedt structurele activerende daginvulling. Het activiteitenprogramma biedt de jeugdige structuur, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt begeleiding geboden in een groep. Persoonlijke begeleiding bij de activiteiten is soms noodzakelijk. Vrijwilligers en mantelzorgers kunnen een gedeelte van de zorg en begeleiding op zich nemen met ondersteuning van professionele hulp. De dagbesteding wordt aangeboden in een groep. Dit perceel kan niet worden ingezet als kinderopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderopvang valt niet onder de Jeugdwet en kan dan ook niet met dit perceel worden geleverd. Indien ondersteuning passende onder de Jeugdwet gedurende kinderopvang nodig is, is aanvullende inzet vanuit de gemeente wel mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij jeugdigen die zijn vrijgesteld van de leerplicht kan scholing of educatie ook onderdeel zijn van de opdracht. Het gaat hierbij om onderwijs vervangende dagbesteding, waarbij ook in de toekomst geen sprake is van deelname aan onderwijs of dagvullende activiteit in de vrije tijd in de vorm van respijtzorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleren van vaardigheden om mee te kunnen in het onderwijs vallen expliciet niet onder deze zorgvorm, maar worden geleverd vanuit Passend Onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor iedere jeugdige is samen met de wettelijke vertegenwoordigers en het onderwijs een Onderwijs Ontwikkelperspectief opgesteld. De aangeboden activiteiten passen bij het beschreven perspectief. Dit plan wordt in samenwerking met het onderwijs uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijke verzorging Persoonlijke verzorging kán een onderdeel zijn van de hulpvraag. Dit wordt binnen dit perceel geleverd om een tekort aan zelfredzaamheid op te heffen bij algemene dagelijkse levensverrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige zelf:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betreft hulp voor jeugdigen die gebruik moeten maken van dagbesteding, omdat zij niet mee kunnen in het reguliere of speciale onderwijssysteem en gedurende de dag niet thuis kunnen blijven. Ze worden overdag of tijdens dagdelen opgevangen in gespecialiseerde voorzieningen. Bij deze jeugdigen is zorg voorliggend, omdat de problematiek te complex is voor het regulier of speciaal onderwijs en ook voor de reguliere naschoolse opvang. De zorg die in dit segment wordt geboden kan niet door het onderwijs worden gefaciliteerd en valt niet onder de verantwoordelijkheid van Passend Onderwijs Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelgroep bestaat uit Jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en het systeem die structureel hulp nodig hebben bij het opgroeien en opvoeden, bijvoorbeeld omdat de jeugdige (of ouders) een beperking, langdurige psychische stoornis of chronische ziekte heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen en/of ouders bij wie naar aanleiding van een herstelgericht ambulant jeugdhulp traject ondersteuning nodig is voor het bestendigen van de interventies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook kan het voor de ontlasting binnen een gezinssysteem of het netwerk nodig zijn dat jeugdigen één of meer dagdelen binnen een afgewogen tijdsperiode activiteiten elders hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij gaat het dan om:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een (licht) verstandelijke beperking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een zintuiglijke beperking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een lichamelijke beperking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een somatische aandoening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen met een psychiatrische aandoening; en Jeugdigen met blijvende, diepgewortelde en ernstige problemen in de thuissituatie die een ernstige bedreiging of belemmering vormen voor de ontwikkeling van de jeugdige Jeugdigen die vanwege hun gedrag een ondraaglijk grote belasting vormen voor de ouders, broers en zussen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de jeugdige en zijn gezinssysteem voor wie gestelde doelen als gevolg van ernstige en meervoudige problematiek door een beperking, stoornis of aandoening niet zelfstandig of in reguliere voorzieningen voor onderwijs of vrije tijd haalbaar zijn én voor wie de ondersteuning daarin vanuit het gezin en eigen netwerk niet toereikend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige ervaart regieverlies. Er is sprake van complexe problematiek op vier of meer leefgebieden. Of eventueel sprake van zware beperkingen op één tot drie leefgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Minimaal 1 dagdeel per week; maximaal 9 dagdelen per week Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 12 maanden Verlenging: Ja g.Herstelgericht Individueel Medicatiecontrole;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken van de jeugdhulp:</p>\n<p class=\"lf-p\">De curatieve GGZ-zorg is gericht op medicamenteuze behandeling van lichte tot matige, licht- tot middelcomplexe ADHD of stabiele chronische problematiek na afloop van een behandeltraject in de GGZ.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige zelf:</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige ervaart gedragsproblemen en psychische en/of psychiatrische stoornissen waarbij medicatie noodzakelijk is om de belemmerende effecten van de aandoening te dempen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen waarvoor het periodiek bijstellen van de medicatie noodzakelijk is om de medicatie zo efficiënt en doelmatig mogelijk te laten werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Maximaal 10 keer per jaar Duur per beschikking (richtlijn): 15 tot 30 minuten per keer Verlenging: Ja h.Herstelgericht Individueel Licht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Soms hebben jeugdigen of ouders ondersteuning nodig bij het opgroeien of bij de opvoeding. Het product Herstelgericht Individueel Licht kan dan worden ingezet voor o.a. opvoedondersteuning, het trainen van sociale vaardigheden, stimuleren van de sociaal emotionele ontwikkeling of het aanleren van vaardigheden of leren omgaan met belemmeringen voortkomend uit een beperking en/of gedragsproblematiek. Begeleidingsvormen vallen hier expliciet niet onder. Het gaat om een therapeutische of corrigerende behandeling. De jeugdhulp wordt individueel of als gezinsbehandeling aangeboden gericht op het gedrag van de jeugdige, de opvoeding of de (gezins)problematiek. Het in kaart brengen en beschrijven van de problematiek is een onderdeel van dit product, in combinatie met behandeling van de hulpvraag. Dit product wordt alleen ingezet als het voorliggende veld ontoereikend is gebleken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van interventies/modules binnen dit perceel kunnen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaktherapie Sociale weerbaarheidstraining Sociale vaardigheidstraining Vanuit de inzet wordt integraal gekeken naar het hele systeem, waarbij het gezin in het behandelplan en de analyse wordt betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen maken onderdeel uit van de behandeling op momenten dat deze van meerwaarde kunnen zijn voor de jeugdige of het gezin. Van ervaringsdeskundigen wordt verwacht dat zij aantoonbaar ervaringsdeskundige zijn en dat zij een relevante op jeugdhulp gerichte opleiding en/of opleiding tot ervaringskundige hebben gevolgd op minimaal MBO-niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Herstelgericht Individueel Licht kan worden ingezet voor jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en/of hun ouders/opvoeders, die problematiek ervaren waarbij de inzet van coaching of begeleiding niet toereikend is. De interventie kan zowel van toepassing zijn op ouders, alsmede de jeugdige zelf. In geval van ouders zal de behandeling zich o.a. richten op het aanleren van bepaalde opvoedvaardigheden of op problematiek voortkomend uit een echtscheiding. In geval van de jeugdige zal de behandeling zich richten op de gedragsproblematiek of het vergroten van sociale vaardigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermende factoren zijn voldoende aanwezig: op zowel het niveau van jeugdige, gezin en omgeving, Een enkelvoudige hulpvraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige loopt achter op een aantal ontwikkeltaken en/of vertoont probleemgedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfstandigheid is niet vanzelfsprekend, ook niet met hulp vanuit het netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijsturing is hierbij vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige of het gezin is afhankelijk van hulp. Soms is het nodig om taken over te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Goede communicatie is niet altijd mogelijk, het gezin staat niet altijd open voor behandeling en het leervermogen kan beperkt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Goede samenwerking tussen aanbieder en het gezin is niet vanzelfsprekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Maximaal 1 uur per week gedurende maximaal 26 weken Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 26 uur totale inzet gedurende maximaal 26 weken (6 maanden) Verlenging Ja i.Herstelgericht Individueel Midden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Soms hebben jeugdigen of ouders ondersteuning nodig bij het opgroeien of bij de opvoeding. Het product Herstelgericht Individueel Midden kan dan worden ingezet voor o.a. het stimuleren van de sociaal emotionele ontwikkeling of het aanleren van vaardigheden of leren omgaan met belemmeringen voortkomend uit een beperking en/of gedragsproblematiek. Begeleidingsvormen vallen hier expliciet niet onder. Het gaat om een therapeutische of corrigerende behandeling. De jeugdhulp wordt individueel of als gezinsbehandeling aangeboden, gericht op het gedrag van de jeugdige, de opvoeding of de (gezins)problematiek. Het in kaart brengen en beschrijven van de problematiek is een onderdeel van dit product, in combinatie met behandeling van de hulpvraag. De jeugdhulp richt zich op complexe problematiek, waarbij een intensieve, maar praktische behandeling nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van interventies/modules binnen dit perceel kunnen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouderschap blijft Signs of Safety Verbindend Gezag Geweldloos Verzet Kinderen uit de knel (KUK) DEES IAG/IOG Theraplay Floorplay Vanuit de inzet wordt integraal gekeken naar het hele systeem, waarbij het gezin in het behandelplan en de analyse wordt betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen maken onderdeel uit van de behandeling op momenten dat deze van meerwaarde kunnen zijn voor de jeugdige of het gezin. Van ervaringsdeskundigenwordt verwacht dat zij aantoonbaar ervaringsdeskundige zijn en dat zij een relevante op jeugdhulp gerichte opleiding en/of opleiding tot ervaringskundige hebben gevolgd op minimaal MBO-niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Herstelgericht Individueel Midden kan worden ingezet voor jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en/of hun ouders/opvoeders die opvoedproblematiek ervaren waarbij de inzet van coaching of begeleiding niet toereikend is. De interventie kan zowel van toepassing zijn op ouders, alsmede de jeugdige zelf. In geval van ouders zal de behandeling zich richten op het aanleren van bepaalde opvoedvaardigheden of op (gezins)problematiek bijvoorbeeld voortkomend uit een echtscheiding. In geval van de jeugdige zal de behandeling zich richten op de gedragsproblematiek of het vergroten van (sociale) vaardigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zowel beschermende als risicofactoren zijn in gelijke mate aanwezig. Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een meervoudige hulpvraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige wordt bedreigd in zijn of haar ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfstandigheid is niet vanzelfsprekend, ook niet met hulp vanuit het netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijsturing is hierbij vereist. De jeugdige of het gezin is afhankelijk van hulp. Soms is het nodig om taken over te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gezin of de jeugdige staat niet altijd open voor behandeling en het leervermogen kan beperkt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn beperkte veiligheidsrisico’s aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Goede communicatie is niet altijd mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Goede samenwerking tussen aanbieder en het gezin is niet vanzelfsprekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Gemiddeld 2 uur per week cliëntcontact Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 6 tot 12 maanden Verlenging: Ja j.Herstelgericht Individueel Zwaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Soms hebben jeugdigen of ouders ondersteuning nodig bij het opgroeien of bij de opvoeding. Het product Herstelgericht Individueel Zwaar kan worden ingezet voor o.a. het stimuleren van de sociaal emotionele ontwikkeling of het aanleren van vaardigheden of leren omgaan met belemmeringen voortkomend uit een beperking en/of gedragsproblematiek. Begeleidingsvormen vallen hier expliciet niet onder. Het gaat om een therapeutische of corrigerende behandeling. De jeugdhulp wordt individueel of als gezinsbehandeling aangeboden, gericht op het gedrag van de jeugdige, de opvoeding of de (gezins)problematiek. Het in kaart brengen en beschrijven van de problematiek is een onderdeel van dit product, in combinatie met behandeling van de hulpvraag. De jeugdhulp richt zich op meervoudige complexe problematiek. Het gaat om intensieve behandeling op basis van wetenschappelijke methoden, geboden door een behandelaar op WO-niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">De interventie richt zich op een meervoudige complexe hulpvraag. Denk aan gezinnen met complexe opvoedproblematiek, jeugdigen en gezinnen met een stapeling van hulpvragen, generationele/systeemgebonden problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van interventies/modules binnen dit perceel kunnen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Systeemtherapie Relationele gezinstherapie (RGT) MDFT Vanuit de inzet wordt integraal gekeken naar het hele systeem, waarbij het gezin in het behandelplan en de analyse wordt betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen maken onderdeel uit van de behandeling op momenten dat deze van meerwaarde kunnen zijn voor de jeugdige of het gezin. Van ervaringsdeskundigenwordt verwacht dat zij aantoonbaar ervaringsdeskundige zijn en dat zij een relevante op jeugdhulp gerichte opleiding en/of opleiding tot ervaringskundige hebben gevolgd op minimaal MBO-niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Herstelgericht Individueel Zwaar kan worden ingezet voor jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en/of hun ouders/opvoeders. In geval van ouders zal de behandeling zich richten op aanleren van bepaalde opvoedvaardigheden of bijvoorbeeld op problematiek voortkomend uit een echtscheiding. In geval van de jeugdige zal de behandeling zich richten op de gedragsproblematiek of het vergroten van (sociale) vaardigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van:</p>\n<p class=\"lf-p\">Weinig beschermende factoren en veel risicofactoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een meervoudige complexe hulpvraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulpvraag speelt op het niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Complexe vragen op meerdere leefgebieden. Jeugdige wordt ernstig bedreigd in zijn of haar ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beperkte zelfstandigheid, waarbij deskundige sturing nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijkheid van hulp, kan niet zelfstandig functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gezin of de jeugdige staat niet altijd open voor behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn veiligheidsrisico’s aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Communiceren gaat moeizaam, leervermogen is zeer beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onvoorspelbaarheid in gedrag en zorgbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beperkte of complexe samenwerking tussen aanbieder en jeugdige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Gemiddeld 5 uur per week cliëntcontact Duur per beschikking (richtlijn): 6 tot 12 maanden Verlenging: Ja k.Herstelgericht Groep Licht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat bij Herstelgerichte Groep Licht bijvoorbeeld om het observeren van gedrag, het trainen van sociale vaardigheden (waar in het voorliggende veld geen passend aanbod beschikbaar is), psycho-educatie, het aanleren van vaardigheden of omgaan met bepaalde vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanbod, inclusief de behandeling, wordt geleverd in groepsverband. Observatie/diagnostiek kan een onderdeel zijn in combinatie met behandeling van de hulpvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van een enkelvoudige hulpvraag die met een gerichte interventie beantwoord moet kunnen worden. De hulpvraag betreft één of maximaal twee leefgebieden van de jeugdige. De keuze voor de aanpak, doelen en resultaten zijn concreet bij aanvang of in maximaal twee sessies concreet te maken. Observatie wordt ingezet wanneer de hulpvraag enige verheldering nodig heeft. Expliciet vallen hier begeleidingsvormen niet onder. Het gaat om therapeutisch of corrigerende behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden Therapeutische Groepsjeugdhulp Stapelen met andere vormen van ambulante jeugdhulp is mogelijk. Andere ambulante vormen richten zich daarbij op concrete doelen die alleen in de thuissituatie te bereiken zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen maken onderdeel uit van de behandeling op momenten dat deze van meerwaarde kunnen zijn voor de jeugdige of het gezin. Van ervaringsdeskundigenwordt verwacht dat zij aantoonbaar ervaringsdeskundige zijn en dat zij een relevante op jeugdhulp gerichte opleiding en/of opleiding tot ervaringskundige hebben gevolgd op minimaal MBO-niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige zelf:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om problematiek die niet door coaching of begeleiding kan worden aangeleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van de jeugdige zal de interventie zicht richten op sociale vaardigheden of (grensoverschrijdend) gedrag. Ouders ervaren problemen bij de jeugdige en/of in het gezin en zijn derhalve onderdeel van de behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermende factoren zijn voldoende aanwezig: Op het niveau van jeugdige, gezin en omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft een enkelvoudige vraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige loopt achter op een aantal ontwikkeltaken en/of vertoont probleemgedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfstandigheid is niet vanzelfsprekend, bijsturing is hierbij vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk niet vanzelfsprekend., De jeugdige of het gezin is afhankelijk van hulp. Soms is het nodig om taken over te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Goede samenwerking tussen aanbieder en het gezin is niet vanzelfsprekend: Goede communicatie niet altijd mogelijk, het gezin staat niet altijd open voor ondersteuning, en het leervermogen kan beperkt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er spelen in het gezin geen of nauwelijks veiligheidsrisico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar met een enkelvoudige hulpvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulpvraag betreft een enkelvoudige, oplosbare en tijdelijke ondersteuningsbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Maximaal 2 dagdelen per week Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 26 weken (6 maanden) Verlenging: Ja l.Herstelgericht Groep Midden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat bij Herstelgerichte ambulante jeugdhulp groep Midden bijvoorbeeld om intensief observeren van gedrag, het trainen van sociale vaardigheden (waar in het voorliggende veld geen passend aanbod beschikbaar is), psycho-educatie, het aanleren van vaardigheden of omgaan met bepaalde vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanbod, inclusief de behandeling wordt geleverd in groepsverband en er is een noodzaak voor een multidisciplinaire aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van een onduidelijke en/of meervoudige hulpvraag van een jeugdige, ouders en/of gezin. Observatie/diagnostiek kan binnen dit perceel een combinatie vormen met de behandeling. Deze diagnostiek wordt multidisciplinair ingericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stapelen met andere vormen van ambulante jeugdhulp is mogelijk. Andere ambulante vormen richten zich op daarbij op concrete doelen, die alleen in de thuissituatie te bereiken zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen maken onderdeel uit van de behandeling op momenten dat deze van meerwaarde kunnen zijn voor de jeugdige of het gezin. Van ervaringsdeskundigenwordt verwacht dat zij aantoonbaar ervaringsdeskundige zijn en dat zij een relevante op jeugdhulp gerichte opleiding en/of opleiding tot ervaringskundige hebben gevolgd op minimaal MBO-niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige zelf:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om problematiek die niet door coaching of begeleiding kan worden aangeleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van de jeugdige zal de interventie zich richten op sociale vaardigheden of (grensoverschrijdend) gedrag. Ouders ervaren problemen bij de jeugdige en/of in het gezin en zijn derhalve onderdeel van de behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermende en risicofactoren zijn in gelijke mate aanwezig. Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meervoudige vraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdige loopt achter op een aantal ontwikkeltaken en/of vertoont probleemgedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk is niet vanzelfsprekend. De jeugdige of het gezin is afhankelijk van hulp. Soms is het nodig om taken over te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Goede samenwerking tussen aanbieder en het gezin is niet vanzelfsprekend. Goede communicatie is niet altijd mogelijk. Het gezin of de jeugdige staan niet altijd open voor ondersteuning en het leervermogen kan beperkt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er spelen in het gezin beperkte veiligheidsrisico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar met een onduidelijke en/of meervoudige hulpvraag en hun ouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders/opvoeders van jeugdigen van 0 tot 18 jaar met een hulpvraag op twee tot vier leefgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): 3 tot 5 dagdelen per week Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 6 tot 12 maanden Verlenging; Ja m.Herstelgericht Groep Zwaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulpvraag betreft een complexe hulpvraag; er is sprake van meerdere (meer dan twee) hulpvragen op meerdere leefgebieden op verschillende domeinen in het systeem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan sprake zijn generationele/systeemgebonden problematiek. Er is onderzoek/diagnostiek nodig naar oorzaken en oplossingsrichtingen. Deze observatie/diagnostiek heeft noodzakelijkerwijs een multidisciplinair karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een multidisciplinaire aanpak nodig om tot een aanpak en vaak ook om tot herstel te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het multidisciplinaire karakter van de zorg kan domein- en wet overstijgend zijn, waardoor onderdelen, zoals bijvoorbeeld logopedie ook vanuit de andere wetgeving (ZVW) worden gefinancierd. De hulpverlener draagt er zorg voor dat indien nodig, deze zorg is verankerd in het aanbod. Binnen de behandeling is een prominente rol verankerd voor de gedragswetenschapper.</p>\n<p class=\"lf-p\">De behandeling bestaat uit en cyclus van behandeling en diagnostiek/analyse.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Multidisciplinaire Kinderdagbehandeling (Daghulp) Stapelen met andere vormen van ambulante jeugdhulp is mogelijk. Andere ambulante vormen richten zich op daarbij op concrete doelen, die alleen in de thuissituatie te bereiken zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen maken onderdeel uit van de behandeling op momenten dat deze van meerwaarde kunnen zijn voor de jeugdige of het gezin. Van ervaringsdeskundigenwordt verwacht dat zij aantoonbaar ervaringsdeskundige zijn en dat zij een relevante op jeugdhulp gerichte opleiding en/of opleiding tot ervaringskundige hebben gevolgd op minimaal MBO-niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige zelf:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om problematiek die niet door coaching of begeleiding kan worden aangeleerd. In geval van de jeugdige zal de interventie zicht richten op sociale vaardigheden of (grensoverschrijdend) gedrag. Ouders ervaren problemen bij de jeugdige en/of in het gezin en zijn derhalve onderdeel van de behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulpvraag speelt op het niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meervoudige complexe vraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Complexe vragen op meerdere leefgebieden. Jeugdige loopt achter op een meerdere ontwikkeltaken en/of vertoont ernstig probleemgedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beperkte zelfstandigheid waardoor deskundige sturing nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beperkte of complexe samenwerking tussen aanbieder en jeugdige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leervermogen is beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onvoorspelbaarheid in gedrag en zorgbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn veiligheidsrisico’s aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar met een meervoudige hulpvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulpvraag betreft een meervoudige, oplosbare en tijdelijke ondersteuningsbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn); 3-9 dagdelen per week Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 9 tot 18 maanden Verlenging: Ja n.Herstelgericht Individueel GGZ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">De individuele GGZ is gericht op behandelen van matig tot ernstige, complexe psychische problemen of niet-stabiele chronische problematiek met matige tot ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren. De problematiek vraagt niet om een multidisciplinaire aanpak. De inzet is doelmatig en passend om het behandeldoel te bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele GGZ is voor jeugdigen met een beperking op grond van een DSM-5–benoemde stoornis of een vermoeden hiervan. Het gezin wordt betrokken bij het opstellen van het behandelplan. Gedurende de behandeling wordt integraal gekeken, waarbij de gezinsleden een actieve rol spelen in de behandeling. Diagnostiek kan onderdeel zijn van de behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">De problematiek waar de jeugdige mee kampt is psychiatrisch of psychisch van aard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulpvraag vraagt niet om een multidisciplinaire aanpak. Er is sprake van een DSM-5 stoornis of een vermoeden hiervan. Het betreft hierbij jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): 1 tot 2 uur per week Duur per beschikking (richtlijn): doorlooptijd 6 maanden Verlenging: Ja o.Herstelgericht Individueel Hoogspecialistische-GGZ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogspecialistische-GGZ behandeling is multidisciplinaire behandeling voor jeugdigen (of gezinnen) met zeer complexe problematiek, bij wie een of meer ernstige psychiatrische stoornissen (benoemd in de DSM-5) op de voorgrond staan. De methoden die worden gebruikt zijn Evidence Based.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoog specialistische GGZ komt pas in beeld als andere behandelmogelijkheden geen uitzicht (meer) bieden tot verbetering of stabilisatie van de psychiatrische of psychische problematiek van de jeugdige en de belemmeringen in het dagelijks functioneren die dit met zich meebrengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Psychiatrische diagnostiek vindt plaats gedurende de behandeling, echter indien nodig kan aanvullende of hernieuwde diagnostiek onderdeel uitmaken van de behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">GGZ-systeeminterventies vallen ook onder ‘hoogspecialistische behandeling’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de behandeling wordt integraal gekeken, waarbij de gezinsleden een actieve rol spelen in de behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen maken onderdeel uit van de behandeling op momenten dat deze van meerwaarde kunnen zijn voor de jeugdige of het gezin. Van ervaringsdeskundigen wordt verwacht dat zij aantoonbaar ervaringsdeskundige zijn en dat zij een relevante op jeugdhulp gerichte opleiding en/of opleiding tot ervaringskundige hebben gevolgd op minimaal MBO-niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige:</p>\n<p class=\"lf-p\">De problematiek van de jeugdige mee kampt is psychiatrisch of psychisch van aard. Er is sprake van ernstig internaliseren en/of externaliserende problematiek bij de jeugdige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in aanmerking te komen voor dit perceel, is er sprake van co-morbiditeit en is een multidisciplinaire inzet noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen (0-18 jaar) met zeer complexe problematiek, bij wie één of meer ernstige psychiatrische stoornissen (benoemd in de DSM-5) op de voorgrond staan en voor wie geen passende ambulante behandeling en/of basis- en specialistische GGZ behandeling beschikbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te denken valt aan de volgende situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een hoge mate van ernst van de stoornis en/of co-morbiditeit en/of complicaties met impact op meerdere leefgebieden van jeugdigen of gezin;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onvoldoende respons op/effect van behandeling in de specialistische GGZ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Problematiek die complexe interventies van meerdere disciplines of hoog- specialistische kennis vereisen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een hoog risico op gevaar voor zichzelf of anderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): 2 tot 4 uur per week Duur per beschikking (richtlijn): Gemiddeld 445 dagen Verlenging: Ja p.Herstelgericht Individueel Forensische Psychiatrie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">De Forensische Psychiatrie levert een multidisciplinaire behandeling voor jeugdigen met zeer complexe problematiek, bij wie een of meer ernstige psychiatrische stoornissen (benoemd in de DSM-5) op de voorgrond staan en hebben geleid tot een delict en/of seksueel of agressief grensoverschrijdend gedrag vertonen (of bij wie de dreiging hiertoe in de nabije toekomst groot is). De methoden die worden gebruikt zijn Evidence Based.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tegenstelling tot de (hoog)specialistische GGZ staan het gevaarcriterium en het risicogericht handelen centraal. Binnen de forensische zorg wordt daarom in het bijzonder aandacht besteed aan delict- (of grensoverschrijdend) gerelateerd gedrag en risicotaxatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de jeugdige is óf een strafrechtelijke maatregel opgelegd wegens het plegen van een strafbaar feit volgens het jeugdstrafrecht of adolescentenstrafrecht óf een civielrechtelijke maatregel, een civielrechtelijk onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een forensische zorginstelling of een zorginstelling met een forensische poli beschikt over meer dan drie onderscheidende interventies/methodieken/zorgprogramma's die specifiek ontwikkeld zijn voor de forensische doelgroep, waarvan minimaal één interventie of zorgprogramma erkend is als minimaal 'goed onderbouwd' door de erkenningscommissie justitiële interventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) en de andere behandelvormen minimaal gebaseerd zijn op de werkzame Risk-Need- Responsivity-principes (RNR).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen maken onderdeel uit van de behandeling op momenten dat deze van meerwaarde kunnen zijn voor de jeugdige of het gezin. Van ervaringsdeskundigenwordt verwacht dat zij aantoonbaar ervaringsdeskundige zijn en dat zij een relevante op jeugdhulp gerichte opleiding en/of opleiding tot ervaringskundige hebben gevolgd op minimaal MBO-niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige:</p>\n<p class=\"lf-p\">De stoornis die mogelijk ten grondslag ligt aan de zorg is geen in- of exclusiecriterium voor de inzet van forensische zorg. Het gevaarcriterium is dit echter wel. Zonder passende en tijdige behandeling vormen deze jeugdigen een gevaar voor zichzelf en hun omgeving en wordt het steeds moeilijker om het grensoverschrijdende gedrag te beperken en de negatieve ontwikkeling en achterliggende problematiek aan te pakken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen (12-23 jaar) met zeer complexe problematiek, bij wie het gevaarcriterium uitwijst dat de jeugdige een gevaar voor zichzelf of de omgeving is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): 2 tot 5 behandelingen per week Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 365 dagen Verlenging: Ja q.Herstelgericht Dagbehandeling GGZ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van een therapeutisch groepsklimaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagbehandeling GGZ is jeugdhulp gericht op het herstellen of op gang brengen van een ernstig vastgelopen of verstoorde ontwikkeling van een jeugdige en het versterken van de opvoedingskracht van het gezin als gevolg van een psychiatrische stoornis.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulp vindt plaats in een groep gedurende een of meer dagdelen per week, afhankelijk van de behandelbehoefte. Er wordt een interventieprogramma in een structuurversterkend klimaat geboden door een multidisciplinair team. Ouder(s) worden altijd bij de behandeling betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de behandel- en ondersteuningsvragen van de jeugdige en/of ouder(s) kan het aanbod verder bestaan uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling door de kinder- en jeugdpsychiater, GZ-psycholoog en vaktherapeuten GGZ diagnostiek/aanvullend onderzoek;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de dag momenten van 1 op 1 behandeling, bijvoorbeeld om de jeugdige te helpen het gedrag te reguleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen maken onderdeel uit van de behandeling op momenten dat deze van meerwaarde kunnen zijn voor de jeugdige of het gezin. Van ervaringsdeskundigen wordt verwacht dat zij aantoonbaar ervaringsdeskundige zijn en dat zij een relevante op jeugdhulp gerichte opleiding en/of opleiding tot ervaringskundige hebben gevolgd op minimaal MBO-niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding met het onderwijs en/of dagbesteding Het onderwijs en/of dagbesteding wordt altijd betrokken indien het traject of de hulpvraag gevolgen voor of effect op de dagbesteding van de jeugdige heeft. Bij het bestendigen van de hulpvraag in de eigen omgeving van de jeugdige of het gezin, wordt samen met het onderwijs bepaald welke rol het onderwijs daarin kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de jeugdige:</p>\n<p class=\"lf-p\">De problematiek waar de jeugdige mee kampt is psychiatrisch of psychisch van aard. Er is sprake van ernstig internaliseren en externaliserende kindeigen problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de doelgroep Dagbehandeling GGZ is bedoeld voor jeugdigen van 0 tot 18 jaar waarbij:</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdigen zodanig beperkt zijn in hun ontwikkeling en zelfredzaamheid dat een betekenisvolle invulling van de dag in reguliere voorzieningen voor kinderopvang, vrije tijd of netwerk niet mogelijk is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er sprake is van een ondersteuningsvraag vanwege meervoudige problematiek, namelijk een combinatie van meerdere beperkingen, stoornissen of aandoeningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Noodzakelijk is: een behandelprogramma met intensieve ontwikkelingsstimulering en het aanleren van nieuw gedrag en nieuwe vaardigheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De intensiteit en behandelmogelijkheden van ambulante individuele hulp niet passend zijn voor de jeugdige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er sprake is van ernstige psychiatrische problematiek Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Gemiddeld 2 dagdelen per week Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 6 tot 12 maanden Verlenging: Ja r.Hulp bij Ernstige Dyslexie (Diagnostiek);</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Alvorens een school een leerling wil doorverwijzen voor dyslexie dienen de stappen te zijn doorlopen zoals deze beschreven zijn in het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling 3.0 (of latere versie):</p>\n<p class=\"lf-p\">De screening: de dyslexieaanbieder controleert of de school heeft voldaan aan alle vereisten om de leerling te kunnen verwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het diagnostisch onderzoek: de dyslexieaanbieder brengt met behulp van classificerend en verdiepend onderzoek in kaart wat de aard is van de klachten die de jeugdige ervaart en in de factoren die een rol spelen in het ontstaan of in stand houden hiervan, en geeft op basis hiervan antwoord op de hulpvraag. Op het individu toegesneden handelingsadviezen worden vastgelegd in een zorgplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afgeven van behandelindicatie: na het diagnostisch onderzoek vindt een analyse plaats van de uitkomsten en wordt een eindrapport opgemaakt met eventueel een behandelplan dat besproken wordt met de ouders. Indien jeugdige niet zelf in het vervoer kan voorzien zijn de vervoerskosten ook onderdeel van het arrangement. Dit is ter bepaling tussen aanbieder en jeugdige onderling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen in de basisschoolleeftijd waarbij de gegevens vanuit het onderwijs een vermoeden opleveren dat er sprake is van ernstige dyslexie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Gemiddeld 1 keer in de 2 weken Duur per beschikking (richtlijn): 6 maanden Verlenging: Nee s. Hulp bij Ernstige Dyslexie (Behandeling);</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">De behandeling bestaat ten minste uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Trainen letter-klank koppeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Trainen fonologische vaardigheden (klankverwerking van taal);</p>\n<p class=\"lf-p\">Een algoritme voor het aanleren van spellingsregels op grond van fonologische en morfologische woordkenmerken en regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">Specialistische leestraining: kortdurende visuele letter/woord presentaties, waarbij aandacht is voor systematisch opgebouwde herhaling en koppeling geschreven en gesproken woordvormen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Integratie onderdelen: protocol waarin verantwoord wordt hoe deze inhouden zijn verwerkt in modules en hoe modules zich verhouden ten opzichte van elkaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een Dyslexie Behandeling mag alleen worden uitgevoerd, nadat uit de Diagnose Dyslexie is gebleken dat een Dyslexie Behandeling noodzakelijk is. De Diagnose Dyslexie is de onderlegger van de Behandeling Dyslexie;</p>\n<p class=\"lf-p\">De behandeling heeft een expliciet begin- en eindpunt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle leerdoelen zijn per module voor behandelaar duidelijk omschreven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een behandelsessie bestaat altijd uit een combinatie van schriftelijke en mondelinge interactie en wordt computerondersteund;</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wekelijkse behandelsessies met een gespecialiseerde behandelaar, regelmatige oefeningen onder begeleiding van een oefenpartner;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het programma voorziet in oefenmateriaal waarmee de jeugdige onder begeleiding van een oefenpartner dagelijks kan oefenen (vereist voldoende grote bestanden van woorden);</p>\n<p class=\"lf-p\">In alle gevallen van Ernstige Dyslexie dient tijdens de behandeling psycho-educatie gegeven te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Systematische evaluatie van de behandelresultaten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Gemiddeld 45-60 behandelingen van 50-60 minuten, meestal 1 keer per week Duur per beschikking (richtlijn): Gemiddeld 18 maanden Verlenging: Nee t. Consultatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Consultatie kan voor verschillende doelen worden ingezet. Een verzoek kan zowel vanuit de jeugdhulpaanbieder als vanuit de gemeentelijke toegang komen. De gemeentelijke toegang stelt de toekenning vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is consultatie mogelijk op de volgende niveaus:</p>\n<p class=\"lf-p\">AMS WO++ WO+ WO HBO+ HBO Consultatie kan worden ingezet indien de gemeente specifieke expertise van een jeugdhulpaanbieder nodig heeft. Dit kan in de volgende gevallen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Consult bij speciale hulpvragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hierbij om inzet die niet binnen de reguliere dienstverlening van de jeugdhulpaanbieder ten behoeve van intake, diagnostiek of probleemanalyse. De inzet van consult betekent niet automatisch dat de jeugdige of het gezin bij deze jeugdhulpaanbieder jeugdhulp ontvangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waakvlamfunctie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij afsluiting van de jeugdhulp kan de gemeentelijke toegang in overleg met jeugdige, gezin en hulpverlener bepalen dat consultatie voor een maximum van 10 uur ingezet kan worden in het kader van nazorg. Dit is alleen het geval indien deze functie niet door partijen in het voorliggend veld kan worden geleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelname aan het Regionaal Expertise Team (RET):</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelname aan het RET wordt vergoed door middel van een consultatietarief op het opleidingsniveau van de deelnemer. Voor deelname is met de gemeente een afspraak gemaakt over de reikwijdte van de in te zetten uren en het opleidingsniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op welk niveau consultatie geleverd wordt, wordt bepaald in overleg tussen de gemeente en de te consulteren partij of tussen het RET en de te consulteren partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en/ of diens gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een consultatievraag wordt ingezet in het kader van een bestaand jeugdhulptraject of naar aanleiding van een vraag vanuit de gemeentelijke toegang of de gecertificeerde instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waakvlamfunctie wordt ingezet als nazorg. Nazorg betreft geen standaard toewijzing, er is sprake van een risico op terugval. Er is nog sprake van een hulpvraag van de jeugdige en/ of het gezin na afloop van het traject.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende leveringsvoorwaarden voor deze voorziening Intensiteit (richtlijn): Maximaal 16 uur binnen de duur van de beschikking Duur per beschikking (richtlijn): Maximaal 3 maanden Verlenging: Ja u. Ambulant Crisishulpverlening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambulant: Crisishulpverlening wordt ingezet indien er sprake is van een crisissituatie in het gezin. Dit kan zijn vanwege een onveilige situatie in het gezin door de jeugdige zelf, ouders of andere inwonende gezinsleden. De dreiging is intern in het gezin zelf of extern naar de directe omgeving. Ambulant Crisishulpverlening kan alleen worden ingezet indien er een directe acute noodzaak is voor directe hulpverlening in het gezin. Uitstellen van de crisisinterventie voor 24 uur of langer heeft directe onacceptabele gevolgen voor de veiligheid van een jeugdige, het gezin of de omgeving. De inzet van Ambulant: Crisishulpverlening voorkomt dat jeugdigen uit huis moeten worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep:</p></div>", "next": 239587}