{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Deze systemen zijn in de meeste gevallen maat- en vormvast, wat maatwerk bemoeilijkt. Ondergrond wordt moeilijk bereikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verharding moet opgehoogd kunnen worden. Aandacht voor afwatering en aansluitingen op de omgeving zijn dus belangrijk. Het bovenste deel moet ongevuld blijven om wortelgroei op die plek te voorkomen. € 1.150,00 Wortelkap en verhardingsherstel Verharding wordt opgenomen, wortels worden weggekapt en de verharding wordt teruggelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze oplossing is snel uit te voeren en heeft op korte termijn effect.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wortels groeien weer aan en zullen op termijn opnieuw opdruk veroorzaken. Daarmee is het een repeterende kostenpost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afzagen van boomwortels beïnvloedt de conditie van de boom negatief en kan hem zelfs instabieler maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het gaat om grote hoeveelheden, of dikke wortels, is een bomeneffectanalyse vooraf nodig. Uitvoering moet heel zorgvuldig gebeuren om de boom en zijn wortels zo min mogelijk te schaden. Eén jaar na dato is boomcontrole op veiligheid nodig. € 250,00 Wortelschermen aanbrengen Wortels worden afgekapt en wortelschermen worden geplaatst op de grens waar wortels niet mogen passeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het scherm vorst een fysieke grens en kan daarom handig op bijvoorbeeld perceelsgrenzen. Schermen kunnen wortels geleiden naar een lager geleden betere groeiplaats (indien aanwezig).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is een relatief dure maategel en de ervaring leert dat een minimaal foutje bij aanleg er al toe leidt dat de schermen onvoldoende effect hebben. Ook raken schermen vaak beschadigd bij graafwerkzaamheden waardoor het effect teniet gaat. De schermen kunnen tot een 'bloempoteffect' leiden wat ongunstig is voor de conditie en stabiliteit van de boom.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schermen mogen niet leiden tot ontoelaatbare inperking van de wortelgroei en het wegnemen van stabiliteitsgroei. (zie ook de tabel onder stroomschema A van het rapport). Bij afwijken van deze tabel moet een boomdeskundige worden geraadpleegd. De schermen mogen niet rondom de boom (dus aan vier zijden) worden aangebracht. De schermen moeten met hun bovenzijde één cm boven het maaiveld uit komen. De schermen moeten met hun onderzijde tot in het grondwater reiken of tot in een niet doorwortelbare laag. (te verdicht of zuurstofarm). In het verband met de kans op beschadigingen alleen toe te passen op plekken waar zelden wordt gegraven. € 760,00 Groeiplaats verbeteren In het kader van verhardingsopdruk is dit geen op zichzelf staande maatregel. Groeiplaatsverbetering alleen heeft een minimaal effect op verhardingsopdruk. Het zorgt wel voor conditieverbetering van de bomen en in combinatie met bovenstaande maatregelen biedt het wel een oplossing. Ongeschikt substraat wordt omgewisseld voor verbeterd substraat. Door een juiste substraatkeuze en een goede situering kunnen nieuwe boomwortels in een bepaalde richting of diepte worden gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is niet alleen sturing van wortels, maar kan door de extra voedingsstoffen, ook leiden tot conditieverbetering van de boom. Als substraten volledig worden uitgewisseld, kunnen wortels omlaag worden gebogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is altijd moeilijk in bestaande situaties en daarmee vrij duur. € 2.000,00 Tabel 8. Oplossingen bij verhardingsopdruk BijlageG: Financiën G.1 Geldstromen Door geld slim te besteden wordt hetzelfde werk uitgevoerd voor minder geld. Een voorbeeld is het werk maken met werk. Het vervangen van bomen of verbeteren van groeiplaatsen kan bijvoorbeeld gecombineerd worden met een rioolvervanging. Het effect is hierdoor tweeledig: door het meeliften met andere projecten wordt niet alleen geld bespaard, maar vermindert ook de overlast voor de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">G.2 Alternatieve baten Naast het budget van de gemeente Nuenen zelf, wil de gemeente ruimte voor alternatieve baten uit bijvoorbeeld burgerinitiatieven. Naast financieel voordeel biedt dit ook betrokkenheid van de Nuenenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">G.3 Vervangingskosten G 3.1. Vervanging In de komende jaren is een verschuiving van ontwikkeling naar beheer en onderhoud te verwachten. Hierbij wordt de renovatie (vervanging) van openbare ruimte steeds belangrijker. Ook het groen raakt een keer op. Met technische beheer wordt de kwaliteit van bomen in stand gehouden. Dit voorkomt dat bomen vroegtijdig aan vervanging toe zijn. Gemiddeld gaan bomen 40 tot 60 jaar mee. Hierna is meestal vervanging aan de orde of vinden er grootschalige renovatieprojecten plaats. Voor de noodzakelijke vervangingen moeten wel voldoende middelen gereserveerd of beschikbaar worden gesteld zodat deze tijdig kunnen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">G 3.2. Technische afschrijving Door tijdig te vervangen wordt voorkomen dat aftakelende bomen gevaar opleveren (omwaaien of takbreuk) voor hun omgeving. Daarnaast motiveert achterstallig onderhoud bewoners zeker niet betrokken te zijn bij hun leefomgeving. De jaarlijkse kosten voor vervanging worden bepaald door het aantal bomen en de levensduur van deze bomen. Samen vormen ze de theoretische vervangingskosten. Deze zogenoemde technische afschrijving is bepaald op basis van het werkelijke areaal, een inschatting van de gemiddeld levensduur en een grove berekening van de gemiddelde vervangingskosten. Kosten voor ontwerp en nazorg zijn hierin niet opgenomen. Naast het uitvallen van bomen na hun omloop zijn ook andere factoren van invloed op de levensduur zoals bijvoorbeeld aanrijdingen, ziekten en plagen, herontwikkeling en slechte groeiplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">G 3. 3. Middelen De theoretische vervangingskosten voor planmatige vervanging bedragen gemiddeld € 316.000,- per jaar. Hiervoor zijn in het verleden geen structurele middelen beschikbaar gesteld. De reden is dat grootschalige vervanging van bomen onderdeel was van grotere renovatieprojecten. De middelen werden hierdoor steeds incidenteel beschikbaar gesteld. Incidentele vervanging van bomen werd betaald vanuit de inboet. Het is de wens dit te veranderen omdat nu niet iedere boom vervangen wordt die eigenlijk vervangen zouden moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt in het op te stellen beheerplan onderscheid gemaakt tussen het projectmatig en het planmatig vervangen. Voorgesteld wordt om de middelen voor vervanging van bomen binnen projecten onderdeel te laten zijn van de budgetaanvraag voor het project. Het planmatig vervangen van bomen wordt via een vijf-jaren-planning onderdeel van het op te stellen beheerplan. In dat beheerplan wordt rekening gehouden met de dekking uit en aframing van de post ‘vervanging groen bij einde levensduur’ (inboet). Deze post is onderdeel van het product ‘openbaar groen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast het vervangen van bomen is ook onderhoud aan bomen noodzakelijk. Het onderhoud wordt bekostigd vanuit de voorziening openbaar groen. Hier is jaarlijks een bedrag beschikbaar van € 269.875,-. In het nog op te stellen beheerplan zal dit budget mede op basis van het Bomenbeleidsplan geactualiseerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de uitvoering van het beheerplan en het actualiseren van de beheerdata is een bedrag gemoeid van circa € 7.600,- Deze kosten worden via de concrete vijf-jaren-planning opgenomen in het nog op te stellen beheerplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder dient na afloop van dit Bomenbeleidsplan rekening te worden gehouden met bijkomende kosten voor communicatie en actualisatie van het beleidsplan van circa € 49.000,-. In het beheerplan zal dit budget mede op basis van het Bomenbeleidsplan geactualiseerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">G.4. Bomenfonds In een zogenoemd Bomenfonds worden bijvoorbeeld compensatiegelden of geld van geïncasseerde boomschades verzameld. Dit is een uitstekende manier om gelden die niet direct worden ingezet te bewaren. De inhoud van dit Bomenfonds dient ten goede te komen aan duurzame investeringen in het bomenbestand. Voorafgaand moet goed bekeken worden of en in welke vorm dit fonds juridisch wordt opgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">G.5. Uitvoering beleidsplan Zoals met ieder plan zijn ook met het uitvoeren van dit beleidsplan kosten gemoeid. Hieronder zijn enkele bekende vaste posten opgesomd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeren confirmeren aan het Handboek Bomen, Normeninstituut: € 2.600,- per jaar scannen van de buitenruimte om beheerdata actueel te houden, € 5.000,- per jaar Actualiseren communicatie traject omtrent dit Bomenbeleidsplan: € 10.000,- tot € 15.000,- communicatie algemeen: € 5.000,- actualiseren Bomenbeleidsplan € 31.000,- BijlageH: Onderhoud op particuliere grond en Pootrechten Noot: wordt intern nog besproken De gemeente Nuenen heeft de zorgplicht voor bomen die in haar eigendom zijn. Deze zorgplicht bestaat uit het uitvoeren van voldoende controles naar de veiligheid van de bomen en voldoende onderhoud. Op sommige plaatsen in de gemeente staan echter bomen in een vorm van ‘openbare ruimte’. Deze bomen of de ruimten waar zij staan, zijn dan niet in eigendom van de gemeente, maar in eigendom van private partijen zoals vastgoedmaatschappijen. Ook kunnen private partijen zakelijk gerechtigde zijn tot de bomen of ruimten. ‘Zakelijke rechten’ zijn rechten die niet zomaar verloren kunnen gaan of kunnen ontstaan maar die gekoppeld zitten aan een soort ‘moederrecht’. Denk bijvoorbeeld aan zakelijke rechten op een perceel, zoals het recht om een opstal (bomen) daarop te hebben, zonder dat men eigenaar van het perceel is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bijzonder zakelijk recht is het poot-, plant- of voorpootrecht. Dit is het recht om bomen te planten in de berm van gemeentelijke of provinciale wegen. Het pootrecht stamt uit de middeleeuwen. Om die reden is het soms niet duidelijk wie het eigendom op de bomen in een berm heeft of dat sprake is bomen geplant op grond van het pootrecht. De gemeente wil af van de onduidelijkheden die hier uit voortvloeien. Denk aan onduidelijkheid rond het beheer, onderhoud en aansprakelijkheid van deze pootrechtbomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieronder staat beschreven hoe de gemeente de onduidelijkheden omtrent pootrechten en particuliere bomen in de ‘openbare ruimte’ wil wegnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">H.1 Onderhoud aan particuliere bomen in de ‘openbare ruimte’ De gemeente wil voorkomen dat zij bomen onderhoudt zonder daartoe op grond van wetgeving of overeenkomst of verbintenis toe verplicht te zijn. Uitgaande van de gedachte dat bomen geen onderdeel van bermen vormen, dan verricht de gemeente slechts onderhoud aan bomen vanuit: de zorgplicht die de gemeente als boomeigenaar heeft om aansprakelijkheidstelling ex artikel 6:162 BW te voorkomen; de verplichting die de gemeente op grond van overeenkomst heeft, om bomen van private partijen te onderhouden. Laat de gemeente dit onderhoud na, dan is zij mogelijk aansprakelijk te stellen (wanprestatie 6:74 BW) voor vermogensschade die de private partij lijdt als gevolg van aansprakelijkstelling door derden. De aansprakelijkheid ex artikel 6:162 BW voor de schade door tak- of stambreuk ligt echter bij de private partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijkende gevallen beoordeelt de gemeente of onderhoud gestaakt kan worden. Hiertoe zal de gemeente de eigenaar aanschrijven dit onderhoud voortaan zelf uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">H.2 Pootrechten Omschrijving Dit is het recht van het- in de meeste gevallen-aanliggende erf om bomen in de berm van de gemeentelijke of provinciale wegen te planten. De pootgerechtigde heeft het recht om de bomen te kappen en naar keuze te herplanten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erkennen pootrechten Er is formeel gezien sprake van pootrechten als deze ingeschreven staan in de openbare registers van het kadaster. Verder dient er een vorm van een akte te zijn. Pootrechten kunnen bij de rechter mogelijk gemakkelijk worden aangetoond aan de hand van oude documenten en getuigenverklaringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechten Pootgerechtigden hebben het recht op aanplant, kap, verkoop van hout, herplant van bomen et cetera. Pootrechten kunnen worden verkocht, verpacht en verhypothekeerd. De zorgplicht voor de pootbomen ligt bij de pootgerechtigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansprakelijkheid In het kader van goed wegbeheer/bermbeheer zal de wegbeheerder in wel het gezag over de berm hebben en om die reden ook een mate van toezicht op de bomen moeten houden. De pootgerechtigde is echter verantwoordelijk voor voldoende controle en onderhoud aan de pootbomen. Voldoet een pootgerechtigde hier niet aan, dan is deze bij schade door takval of stambreuk mogelijk aansprakelijk voor de schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oude overeenkomsten De in het verleden afgesloten overeenkomsten in het kader van gedogen van gebruik van bomen in de gemeentelijk berm, op grond van het gemeentelijk beleid van 1980, zijn discutabel. Deels omdat zij niet de aansprakelijkheid voor schade afdekken. De bomen zijn en blijven – op grond van dergelijke overeenkomsten- namelijk eigendom van de gemeente. Verder lijken zij in strijd met de Boswet. Dit geeft strijd met de ‘doorkruisingsleer’ nu er hogere wetgeving opzij gezet wordt door een overeenkomst. Ook is het maar de vraag of deze overeenkomsten zijn afgesloten met in achtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidslijn Het lijkt onmogelijk om pootrechten, oude zakelijke rechten, niet te erkennen. Gemeente Nuenen erkent daarom pootrechten wanneer kan worden aangetoond dat deze rechten ooit verworven zijn. Zij gaat er echter niet naar op zoek. Door het erkennen van pootrechten wordt het beheer van deze bomen mogelijk gemakkelijker. Alleen bestaande pootrechten worden erkend. Het is niet mogelijk om onder het huidige Burgerlijk Wetboek nieuwe pootrechten te vestigen; er komen geen nieuwe meer bij. De gemeente Nuenen onderzoekt of de oude overeenkomsten in strijd zijn met hogere regelgeving. Gemeente Nuenen stelt daarmee een aparte gedragslijn op hoe zij omgaat met de pootrechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">BijlageI: Zonnepanelen In Nederland is de aanleg van zonnepanelen populair en wordt ook door de overheid aangemoedigd. Enerzijds zal de gemeente Nuenen dergelijke initiatieven ondersteunen, anderzijds wil zij niet dat voor de meest gunstige werking van zonnepanelen, bomen moeten worden geveld of grootschalig gesnoeid. De vraag is nu hoe het college met dergelijke snoei/kapverzoeken moet omgaan. Kan sprake zijn van een verplichting om mee te werken aan kap of snoei?</p>\n<p class=\"lf-p\">I.1 Beoordeling klachten over bomenbij zonnepanelen Burenrecht Overlastklachten over gemeentelijke bomen vallen onder het burenrecht. De gemeente is namelijk voor de aanwonende een nabuur. Ook een gemeente heeft zich aan de regels daaromtrent van het Burgerlijk Wetboek te houden. Van belang is dan:</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:37</span><span class=\"lf-art-t\">BW verbod op onrechtmatige hinder als in 6:162 (onrechtmatige daad)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:42</span><span class=\"lf-art-t\">BW verbod op bomen in de verboden zone erfgrens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5:44 lid 1 BW recht op snoei van overhangende takken Feitelijk handelen Beslissingen over vellen van bomen (zonder omgevingsvergunning ) zijn geen ‘besluiten’ waar bezwaar en beroep tegen open staat. Dit soort beslissingen zijn beslissingen in ‘feitelijk handelen’. Ook dan dient een bestuursorgaan echter te handelen volgens algemene beginselen van behoorlijk bestuur ex artikel 3:1 lid 2 Awb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schouw Het college neemt de klachten over bomen dus serieus en zal daarbij een schouw van de situatie moeten uitvoeren. Daarbij is het zaak de klager uit te nodigen en alle ruimte te geven zijn vragen en klacht te berde te brengen. Een goede manier ter afhandeling, is bij de schouw direct een boomdeskundig advies over de overlast op te nemen. Verricht een onafhankelijke derde de schouw en rapportage, dan staat de gemeente daarmee op voorsprong indien het tot een geding komt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:37</span><span class=\"lf-art-t\">BW Onrechtmatigehinder/onrechtmatige daad</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van overlast bijvoorbeeld door bomen bij zonnepanelen, beroept de burger zich op het verbod tot hinder van artikel 5:37 BW in samenhang met artikel 6:162 (e.v.) BW. In artikel 5:37 BW staat dat een eigenaar geen onrechtmatige hinder mag toebrengen aan andermans erf door onder andere het onthouden van licht, lucht of het verspreiden van rumoer of stank. Voor ‘echte’ hinder moet echter sprake zijn van onrechtmatige hinder. Dit betekent dat de hinder ook echte schade moet veroorzaken en dat die schade ook is aan te tonen. Daarbij is de ernst (omvang) en de duur van de hinder doorslaggevend. Het feit dat bomen op een bepaalde standplaats al lange tijd aanwezig zijn, kan daarbij een rol spelen. Volgens de rechtspraak hoeft een eigenaar niet te dulden dat hij belemmerd wordt in het gebruik van zijn eigendom, maar dit zal alleen voorkomen bij echt duidelijk zware en buitenproportionele hinder. Kortom, enige mate van hinder is normaal. De in de natuur voorkomende vruchtval, pluis, bladval en dergelijke is bijna nooit een reden voor de rechter om onrechtmatige hinder vast te stellen. Verder speelt een rol dat inwoners zelf wisten van de aanwezigheid van bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hinder</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:37</span><span class=\"lf-art-t\">BW stelt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">“De eigenaar van een erf mag niet in een mate of een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onrechtmatige daad</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:162</span><span class=\"lf-art-t\">BW stelt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt Onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW Voor onrechtmatige hinder moet aan de volgende voorwaarden van de onrechtmatige daad zijn voldaan: onrechtmatig handelen geen rechtvaardigingsgrond aanwezig toerekenbaarheid schade causaal verband tussen handelen en ontstaan schade Verder moet de kwestie voldoen aan: vereiste van relativiteit Onrechtmatig handelen Mochten de bomen schade aan naburig gelegen eigendommen toebrengen, dan is er in zijn algemeenheid sprake van onrechtmatig handelen in de vorm van een doen (het veroorzaken van schade door bomen die schaduw geven) van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtvaardigingsgronden Een rechtvaardigingsgrond zoals noodweer of overmacht aan de zijde van de gemeente lijkt niet aannemelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toerekenbaarheid De schade als gevolg van schaduwwerking van de bomen is de gemeente mogelijk toe te rekenen. Een tegenargument is dat de inwoners zelf schade hadden kunnen voorkomen door geen panelen aan te leggen. Zij wisten van de aanwezigheid van de bomen en kunnen hun groeikracht inschatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schade door verminderde opbrengst De nabuur zal moeten aantonen of daadwerkelijk sprake is van schade. Zoals schade door een verminderde opbrengst van de panelen. Dat zal niet eenvoudig zijn. Want de opbrengst is vaak een geschatte en niet een daadwerkelijke. Mogelijk kan een nabuur dit aantonen door middel van de opbrengst in zonnige wintermaanden als de bomen niet in blad zitten. Door de verminderde zonuren zal ook dit lastig zijn. Bovendien moet de schade niet minimaal zijn, maar substantieel zijn in verhouding met de geschatte opbrengst. Dit zal de nabuur zelf moeten aantonen door middel van bewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schade door vallende takken op zonnepanelen Dergelijk schade lijkt mij niet aan te voeren als onrechtmatige hinder. Takval is te zien als calamiteit en kan bovendien worden voorkomen door het verwijderen van zieke, slechte of dode takken. Dergelijke takken worden al door gemeente Nuenen verwijderd in het reguliere snoeiprogramma. Ook worden de bomen regelmatig gecontroleerd op de aanwezigheid van slechte takken. Als deze aanwezig zijn, zal de gemeente eerder ingrijpen. Indien de gemeente hiermee voldoet aan haar zorgplicht zal de nabuur zijn schade moeten verhalen op zijn opstal- of inboedelverzekering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Causaal verband tussen handelen en ontstaan schade Kan de nabuur de schade aantonen, dan zal hij tevens het oorzakelijk verband tussen de aanwezigheid van de bomen en de verminderde opbrengst moeten aantonen. Dit zal het grootste struikelblok zijn. Want de verminderde opbrengst hoeft niet per se het gevolg te zijn van de schaduwwerking van de bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vereiste van relativiteit De woningen en tuinen van de inwoners worden beschermd door de norm van het eigendomsrecht. Mocht die norm worden geschonden door de onrechtmatige hinder dan hebben inwoners wel degelijk een belang bij hun klacht. Aldus is dan aan het vereiste van relativiteit ex artikel 6:163 BW voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie onrechtmatige hinder Het zal voor aanwonenden mogelijk lastig zijn om daadwerkelijk onrechtmatige hinder aan te tonen. Weliswaar zullen inwoners overlast ervaren, dit zal mogelijk niet te scharen zijn onder onrechtmatige hinder als in artikel 5:37 BW. Want het aantonen van substantiële schade maar ook het causaal verband vormt een struikelblok; bovendien zijn inwoners zelf overgegaan tot aanschaf van panelen terwijl de aanwezigheid van de bomen bekend was. De schade is de gemeente mogelijk niet toe te rekenen. Dit alles maakt dat geen sprake is van onrechtmatige hinder en dat de gemeente om die reden de bomen niet hoeft te snoeien of te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Misbruik van bevoegdheid artikel 3:13 BW Mocht toch sprake zijn van onrechtmatige hinder, dan kan een beroep daarop bovendien misbruik van bevoegdheid geven. Dit is aan de orde indien het belang van verwijdering van de bomen niet opweegt tegen het algemeen belang dat de bomen dienen. In het algemeen is de visie dat bomen behoren tot de aankleding van de openbare ruimte en daar belangrijk voor zijn. Is de status van bomen beschermd door een bestemmingsplan, beleidsplan, beleidsregel, APV/Bomenverordening, dan weegt de rechter die status mee bij zijn beslissing. Mogelijk kan een vaste gedragslijn daar ook toe dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de hoge kosten van herinrichting en de precedentwerking die van de kap of snoei uitgaat, kunnen daarbij mee tellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid Het slechts op grond van college/raadsbeleid afwijzen van een overlastklacht wordt door de Nationale Ombudsman en burgerlijke rechter niet als juist geacht. Een klacht afhandelen door simpelweg te verwijzen naar een college- of raadsbeleid kan dus niet. Het college dient daarom in het kader van zorgvuldig onderzoek, overlastklachten van inwoners per geval, concreet te beoordelen en te onderzoeken. Het beleid dient om de weging van het boombelang mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kijken wij naar de rechtspraak dan blijkt dat rechters en bindend adviseurs over het algemeen terughoudend zijn, met het toekennen van vorderingen in het kader van overlast zoals eisen van kap of snoei. Zou een rechter alle eisen van kap en snoei of kap toekennen, dan zou Nederland heel wat bomen kwijtraken. Het overlastbelang zoals bij zonnepanelen weegt vaak niet op tegen het behoud van een karakteristiek landschapselement of wijkelement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is echter wel zaak bomen te beschermen, door het boombelang te verhogen door hen een belangrijke status toe te kennen in het Bomenbeleidsplan. Hiervoor moet wel duidelijk per wijk, structuur of gebied het belang van bomen worden aangegeven. Verder kan in het kader van voorkomen van een succesvol beroep op het snoeirecht of onrechtmatige hinder, over de gewenste beeldkwaliteit van bomen ook beleid worden vastgesteld. Het opnemen van overlastparagraaf omtrent zonnepanelen in beleidstukken helpt daarbij. De rechter kan in zijn (civielrechtelijke) beoordeling bovendien meenemen, dat bomen bijzonder zijn omdat zij beschermd worden door een kapverbod in de Bomenverordening. Ook dit is namelijk een bewijs van de bijzondere status van de bomen. Extra mee kan wegen dat de gemeenteraad de afstand van de verboden zone tot de erfgrens ex artikel 5:42 lid 2 voor gemeentelijke bomen heeft verkleind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Precedentwerking en kosten Een kwalijke precedentwerking kan aan de orde zijn indien het college overlastklachten, zelfs indien sprake is van onrechtmatige hinderklachten, gaat honoreren. Want heel veel bomen staan in de omgeving van gebouwen. Voor de gemeente zal verwijdering of snoei een grote kostenpost kunnen geven. Mocht de gemeente zich op de precedentwerking willen beroepen, dan moet zij deze echter wel aantonen door vergelijkbare gevallen in kaart te brengen. Verder moet het college niet uit coulance klachten honoreren. Gaat het namelijk om overlast en niet om onrechtmatige hinder (bijvoorbeeld geen echte aantoonbare schade), dan zal het college de klacht zeker moeten afwijzen. Want lichte overlastklachten honoreren, kan ook voor andere inwoners een reden zijn ook te klagen over de aanwezigheid van bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie misbruik van bevoegdheid Heeft de gemeente haar bomen goed beschermd in beleid et cetera dan zal bij bestaande bomen en indien de nabuur daarna zonnepanelen heeft aangelegd, een geslaagd beroep op onrechtmatige hinder hoogst waarschijnlijk misbruik van bevoegdheid geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dergelijke goed beschermde bomen in het kader van beheer of calamiteit verdwijnen, dan kan indien dit goed geborgd is in beleid/beheerplannen, wel degelijk herplant plaatsvinden. Heeft een nabuur zonnepanelen aangelegd en plant de gemeente daarna bomen aan, dan kan hun standplaats toch gerechtvaardigd zijn in het kader van het algemeen belang. Doordat de nabuur dan echter in zijn rechten is geschaad, zal een schadevergoeding op zijn plaats zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Snoeirecht overhangende takken artikel 5:44 lid 1 BW Mag een nabuur zelf over zijn perceel hangende takken wegnemen? Artikel 5:44 lid 1 BW geeft in beginsel aan de nabuur het recht op het snoeien van de overhangende takken. Hij zal hiertoe eerst de gemeente moeten verzoeken de snoei in haar eigen beheer uit te voeren. Weigert de gemeente dit dan mag de nabuur zelf tot snoei overgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente zal dit snoeirecht aan aanwonenden mogelijk verbieden. De reden voor de weigering van de snoei is dat bomen hierdoor in een slechte conditie en beeldkwaliteit komen, de gemeente hogere kosten krijgt en de gemeente hiermee een precedent schept naar andere bomen in de gemeente. In een gemeente kunnen namelijk veel meer bomen staan, die overhang geven op nabije percelen. Ook hier is weer de borging van de status van bomen in beleid van belang. Hoe zwaarder het algemeen belang, hoe eerder mogelijk sprake is van misbruik van bevoegdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Combinatie van wetsartikelen Wetartikelen kunnen ook in samenhang worden gebruikt. Zo kan een beroep op het gebruik van het snoeirecht op overhangende takken ex artikel 5:44 lid 1 BW, mogelijk gepareerd worden door eerst een zorgvuldige afweging te maken of sprake is van onrechtmatige hinder ex artikel 5:37 BW in samenhang met artikel 6:162 BW. Is er geen onrechtmatige hinder vast te stellen, dan is er mogelijk geen belang bij het gebruik van het snoeirecht. In dat geval zou snoei misbruik van bevoegdheid ex artikel 3:13 BW kunnen geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kan de gemeente afwegen of de maatregel van snoei daadwerkelijk zal helpen om de klacht van verminderde opbrengst weg te nemen. Is dit niet het geval dan kan de gemeente trachten zich ook hier op misbruik van bevoegdheid te beroepen. Toch is dit beroep bij gebruik van het snoeirecht op overhangende takken, lastiger dan bij onrechtmatige hinder an sich.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wil het college gebruik van het snoeirecht weigeren, dan kan zij het beste bij notoire klagers een schouw uit laten voeren en een boomdeskundig advies uit laten brengen over mogelijkheden en gevolgen van snoei. Om vervolgens het belang van de bomen af te wegen tegen het belang van de nabuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbod tot het hebben van bomen in deverboden zone tot erfgrens: Artikel 5:42 BW Het is aan te bevelen de standplaats van bomen te waarborgen door de afstand waarin bomen tot de erfgrens mogen staan, voor gemeentelijke bomen te stellen op 50 cm. Deze bevoegdheid geeft artikel 5: 42 lid 2 BW. Dit voorkomt verwijdering van bomen die te dicht op de erfgrens staan. Laat de gemeenteraad dit na om op te nemen in de Bomenverordening, dan kan verwijdering worden gevorderd mits de verjaring van 20 jaar van het verwijderingsrecht nog niet is voltooid. Verwijdering kan echter ook gevorderd worden als een nieuwe erfgrens ontstaat bijvoorbeeld door verkoop of verkrijgende verjaring van grond na inbezitneming. De rechter wijst dit dan toe. Mogelijk kan misbruik van bevoegdheid nog worden aangevoerd om dit te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvergunning Het kan zijn dat een particulier een omgevingsvergunning aanvraagt in het kader van een betere lichttoetreding. Het bevoegd gezag zal bij de belangenafweging eerst moeten kijken of sprake is van een belang genoemd in de Bomenverordening dat weigering of toewijzing noodzakelijk maakt. Is dit niet aan te tonen, dan kan het zijn dat op grond van beoordelingscriteria het bevoegd gezag de vergunning weigert of bij een ontheffingsaanvraag deze niet toewijst. Dit is afhankelijk van het beleid dat het college hierin opstelt. Het is dus niet per definitie zo dat een omgevingsvergunning altijd moet worden verleend indien een aanvrager schade lijdt door verminderde opbrengst. Hiervoor kan vergelijkbaar worden gewogen als bij de vaststelling of sprake is van onrechtmatige hinder.</p>\n<p class=\"lf-p\">I.2 Conclusie Geeft een verminderde opbrengst van zonnepanelen door de aanwezigheid van gemeentelijke bomen, een vorm van onrechtmatige hinder als in artikel 5:37 BW in samenhang met artikel 6:162 BW?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 1. Indien de bomen er stonden voor de aanleg van de panelen, geeft dit geen onrechtmatige hinder. Bovendien moet schade en causaal verband door de nabuur worden aangetoond en dat zal moeilijk zijn. Herplant van bomen is dan tevens gerechtvaardigd. Nieuwe aanplant daarentegen geeft mogelijk een recht op schadevergoeding bij de nabuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien sprake is van onrechtmatige hinder, is een beroep daarop dan misbruik van bevoegdheid ex artikel 3:13 BW?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 2. Vordering van verwijdering kan misbruik van bevoegdheid geven, indien de bomen een belangrijke beleidsstatus et cetera hebben. Ook hoge kosten en precedentwerking spelen dan een rol. Dit versterkt het afwijzen van claims tot verwijdering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan een nabuur een verzoek doen tot wegnemen van overhangende takken in het kader van het snoeirecht van artikel 5:44 lid 1 BW ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 3. In beginsel is dit recht aanwezig. De gemeente zal aanvoeren dat sprake is van misbruik van bevoegdheid, doordat geen sprake is van onrechtmatige hinder. Tevens speelt vernieling van bomen die een groot algemeen belang dienen, precedentwerking en hoge kosten een rol. Misbruik van bevoegdheid wil in dit geval echter niet altijd slagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan een bewoner verwijdering van een gemeentelijke boom vorderen die binnen de verboden zone erfgrens staat?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 4. Dit vorderingsrecht is in beginsel aanwezig. De gemeenteraad heeft de afstand voor gemeentelijke bomen tot de erfgrens ex artikel 5:42 lid 2 BW in de Bomenverordening, daarom verkleind naar 50 cm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien sprake is van een verminderde opbrengst van zonnepanelen door de aanwezigheid van een boom van een particulier, moet het bevoegd gezag dan eenomgevingsvergunning voor vellen verstrekken aan een aanvrager?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 5. Het bevoegd gezag zal bij de belangenafweging eerst moeten kijken of sprake is van een belang genoemd in de Bomenverordening dat weigering of toewijzing noodzakelijk maakt. Is een belang (zoals schade) niet aan te tonen, dan kan het zijn dat op grond van beoordelingscriteria het bevoegd gezag de vergunning weigert of bij een ontheffingsaanvraag deze niet toewijst. Dit is afhankelijk van het beleid dat het college hierin opstelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">I.3 Beleidslijn Als de boom eerder aanwezig was dan de zonnepanelen is er geen sprake van onrechtmatige hinder. De kans dat een verzoek tot snoei gehonoreerd wordt is dan klein. Bij overhangende takken of de aanplant van een boom nabij bestaande zonnepanelen ligt dit anders.</p>\n<p class=\"lf-p\">BijlageJ: Overlast J.1 Inleiding Aanleiding De gemeente Nuenen ontvangt regelmatig meldingen over bomen. De aanleiding daarvan kan divers zijn: mensen vinden een boom lastig omdat deze bladeren en zaden laat vallen, schaduw geeft of omdat zijn wortels in hun tuinen groeien. Ook komt het voor dat mensen klagen over een boom omdat ze bang zijn dat deze omwaait of dat er takken zullen uitbreken. Daarnaast kunnen zich in bomen ook dieren ophouden die overlast geven. Denk aan poepende vogels, eikenprocessierupsen die irriterende brandharen verspreiden en luizen die een kleverige vloeistof afscheiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kanttekening Bovenstaande opsomming schetst geen rooskleurig beeld van bomen. Hierbij moet echter worden opgemerkt dat de tevreden inwoners zich doorgaans veel minder laten horen dan de inwoners die onvrede ervaren. Het is zelfs al vaak gebleken dat veel inwoners de aanwezigheid van bomen juist waarderen. In plaats van hinderlijke schaduw, ervaren zij plezierige verkoeling en in plaats van rommelige bladval, genieten zij van de seizoenswisselingen. Dit laat zien dat de binnenkomende meldingen vaak een subjectieve component in zich hebben. Aan de gemeente de uitdaging om meldingen over gemeentelijke bomen zorgvuldig te wegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Definitie hinder De term ‘hinder’ is het centrale onderwerp in dit stuk. De gemeente Nuenen maakt een duidelijk onderscheid in:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onrechtmatige hinder: hinder overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek 5:37. Dit is hinder waarop de gemeente sowieso actie onderneemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Matige hinder: hinder die door inwoners wordt ervaren van gemeentelijke bomen maar die niet van dien aard is dat deze als onrechtmatige hinder moet worden beschouwd. Formeel hoeft de gemeente hierin geen actie te ondernemen. Hierin bestaan diverse overlastvormen waarin de gemeente in principe dan ook geen actie onderneemt. Maar in enkele gevallen kan de gemeente, als beheerder van de openbare ruimte en als buur van haar inwoners, wel actie ondernemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In beide gevallen heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om hierin zorgvuldig te handelen volgens de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling Deze bijlage heeft tot doel om de beleidslijn te schetsen die de gemeenteraad van Nuenen hanteert in het zorgvuldig handelen inzake onrechtmatige en matige hinder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar waar in het plan wordt gesproken over ‘de gemeente’, wordt dus bedoel het feitelijk handelen van het college, binnen de beleidskaders die de gemeenteraad in dit stuk heeft vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Horizon en reikwijdte Dit plan gaat over meldingen, klachten en verzoeken die inwoners hebben over bomen die eigendom zijn van de gemeente. Het gaat dus alleen over deze ‘publieke’ bomen en de relatie tussen de gemeente en haar inwoners, als zijnde elkaars buren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe inwoners bomen waarderen, of hier juist hinder van ervaren, is niet exact te meten. In 2007 heeft de Wageningen Universiteit onderzoek gedaan naar de oorzaak van het toenemend aantal meldingen over bomen. In juni 2015 hebben wij een enquête gehouden waarin expliciet werd gevraagd naar de mening van inwoners ten aanzien van bomen en hinder. Ook geeft een analyse van de meldingen uit het jaar 2014 een beeld van de aard van de meldingen. In dit hoofdstuk worden alle drie de onderzoeken kort toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.2 Onderzoek Wageningen Universiteit 2007 De Bomenstichting heeft de wetenschapswinkel van Wageningen Universiteit en Research Centrum gevraagd onderzoek te doen naar een mogelijk veranderende houding van inwoners ten aanzien van bomen in de stad. Daaruit bleek dat het aantal meldingen is toegenomen, maar ook dat het aantal initiatieven voor behoud van bomen of het planten van nieuwe bomen is toegenomen. Aan bomen in de stad worden door alle mensen één of meer waarden toegekend – in geen van de onderzochte gevallen was er een negatieve houding ten opzichte van bomen in het algemeen. Wel weegt men deze waarden af tegen overlast die bomen kunnen veroorzaken en tegen andere functies die een claim op de ruimte leggen. Als mensen de mogelijkheid krijgen om te kiezen, kiezen velen van hen voor bomen die zo min mogelijk moeite en hinder opleveren (bijvoorbeeld geen lindes die kunnen druipen) of zelfs voor ander gebruik van de ruimte (bijvoorbeeld parkeerplaatsen). Een deel van de toename in claims wordt veroorzaakt door de toegenomen mondigheid van de burger, die tevens gefaciliteerd wordt door de vergrote klantgerichtheid van de meeste gemeenten. In het vervolgonderzoek naar mogelijkheden voor een betere omgang met bomen bleek het volgende: Als een gemeente consequent is in het uitvoeren van haar eigen beleid, zal zij daardoor krediet verwerven onder inwoners en in bezwaarcommissies. (Bron: Bomen en mensen – rapport 234) J.3 Meldingen 2014 In tabel 9 vindt u de verschillende categorieën meldingen, gerangschikt van meest voorkomend naar minst voorkomend. Daarnaast zijn de meldingen ingedeeld naar de locatie waar de melding betrekking op heeft: openbaar gebied, of privaat terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvallend Angst voor omwaaien of vallende takken staat bovenaan qua aantal meldingen. Bij nadere analyse van de meldingen, blijkt dat veel melders willen dat de gemeente zorgt voor voldoende controle en snoei. Expliciete verzoeken tot verwijdering zitten er weinig bij. Het feit dat opmerkingen over beheer op de tweede plaats staan, ondersteunt dit. Onder deze categorie vallen zaken zoals snoeihout dat nog langs de weg ligt omdat vergeten is het op te halen. Een tweede opvallend feit is dat verzoeken tot het kappen van bomen (11 stuks) nagenoeg gelijk zijn aan het aantal verzoeken om bomen aan te planten (9 stuks).</p>\n<p class=\"lf-p\">J.4 Enquête juni 2015 Van 15 tot en met 30 juni 2015 zijn inwoners in de gelegenheid gesteld om een enquête in te vullen. In totaal zijn 339 enquêtes ingevuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvallend De resultaten laten een duidelijke piek zien op een bepaald antwoord. Dergelijke opvallende resultaten sommen wij hieronder op. De vragen en antwoorden waarbij de resultaten evenredig verdeeld waren, laten wij hier buiten beschouwing. De ergernis top drie is: afvallende bladeren stuifmeel omdat het bij sommige mensen tot allergieklachten leidt wortels die de verharding omhoog drukken Daarentegen vindt ruim 73% van de respondenten dat afvallende bladeren een overlastvorm is die mensen moeten accepteren. Evenals andere zaken die van bomen afvallen zoals bloesem, vruchten en stuifmeel. Van stuifmeel die bij sommigen tot allergie leidt vindt bijna 24% dat men dit moet accepteren. Opgedrukte verharding scoort het laagste: slechts 7% vindt dat mensen dat moeten accepteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruim 62% van de respondenten vindt dat de gemeente bomen weg moet halen als deze overlast geven (al dan niet in samenspraak met de mening uit de straat). Anderzijds vinden veel respondenten (ruim 75%) bomen wel belangrijk voor het imago en het woongenot en willen zij dat er voldoende bomen blijven staan. Ruim 71% van de respondenten stelt dat de gemeente een andere boomsoort moet terugplanten nadat zij een overlastboom heeft verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel respondenten geven aan dat bomen in de gemeente Nuenen van een verkeerde soort zijn (ruim 42%) of te groot worden (ruim 48%). Anderzijds wordt ook door meer dan de helft van de respondenten aangegeven dat meer bomen de kans moeten krijgen om echt oud te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wettelijk kader Burenrecht Veel rechten en plichten ten aanzien van bomen zijn terug te vinden in het burenrecht. De gemeente en haar inwoners zijn op grond van het burgerlijk recht immers ook buren van elkaar. Niet alleen takken van bomen van inwoners kunnen over elkaars percelen hangen, dit gebeurt ook bij takken van gemeentebomen. De regels van het burenrecht gelden in beide situaties. Echter, wel met een aantal kanttekeningen. Gemeentebomen dienen namelijk een groot algemeen maatschappelijk belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hinder Hinder door bomen is lastig. Dit is iets dat ook in rechterlijke uitspraken is terug te vinden. Een rechter is over het algemeen zeer terughoudend in het toekennen van eisen zoals kap of snoei. Want bomen geven immers niet alleen hinder, maar bovenal groene uitstraling aan een straat, wijk en gemeente. Zou een rechter alle eisen van kap en snoei toekennen, dan zou Nederland heel wat bomen kwijtraken. En dat is niet de bedoeling. Om die reden weegt de rechter het algemene ‘boombelang’ tegen het hinderbelang. Het hinderbelang weegt dan vaak niet op tegen het behoud van een karakteristiek landschapselement.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.5 Hinder volgens Burgerlijk Wetboek Het wettelijk kader voor hinder is terug te vinden als het verbod op onrechtmatige hinder in het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarbij zijn twee artikelen relevant:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onrechtmatige hinder 5:37 BW Onrechtmatige daad 6:162 BW Onrechtmatige hinder In geval van hinder beroept de burger zich op hinder van artikel 5:37 in samenhang met artikel 6:162 (e.v.) BW. In artikel 5:37 BW staat dat een eigenaar geen onrechtmatige hinder mag toebrengen aan andermans erf door onder andere het onthouden van licht, lucht of het verspreiden van rumoer of stank. Voor ‘echte’ hinder moet echter sprake zijn van onrechtmatige hinder. Dit betekent dat de hinder ook echte schade moet veroorzaken en dat die schade ook is aan te tonen. Daarbij is de ernst (omvang) en de duur van de hinder doorslaggevend. Ook het feit dat bomen op een bepaalde standplaats al lange tijd aanwezig zijn, speelt een rol. Volgens de rechtspraak hoeft een eigenaar niet te dulden dat hij belemmerd wordt in het gebruik van zijn eigendom, maar dit zal alleen voorkomen bij echt duidelijk zware en buitenproportionele hinder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kortom enige mate van hinder is normaal. De in de natuur gebruikelijke vruchtval, pluis, bladval en mate van schaduwwerking is geen reden voor de rechter om onrechtmatige hinder aanwezig te achten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onrechtmatige daad Een beroep op hinder moet dus voldoen aan een vorm van ‘onrechtmatige daad’. Een ‘onrechtmatige daad’ zoals beschreven in artikel 6:162 BW moet echter in al zijn onderdelen worden bewezen. Hiervoor moet aan vijf voorwaarden worden voldaan. Er moet sprake zijn van:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onrechtmatig handelen: er moet sprake zijn van handelen dat in strijd is met de wettelijke plicht of inbreuk op een recht of met hetgeen in de maatschappij gebruikelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daadwerkelijke schade: er moet sprake zijn van aantoonbaar substantiële schade. Indien sprake is van overlast bij agrariërs of ondernemers zal economische schade terdege aangetoond moeten worden om een beroep op onrechtmatige hinder te rechtvaardigen. In de zaak tussen een teler en Rijkswaterstaat vond de rechter een schadepost van € 15.000,- tot € 20.000,- niet in verhouding staan tot de grote omzet van de teler. Een beperkt percentage schade heeft men te dulden als aanvaard maatschappelijk risico. Breidt een bedrijf uit en krijgt men daarna te maken met onrechtmatige hinder door bomen dan zijn de gevolgen hiervan voor de ondernemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Causaal verband tussen activiteit en schade: het verband tussen de hinder gevende boom en de schade moet aangetoond worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relativiteit: betrokkenheid, de schadelijdende partij moet een beroep mogen doen op vergoeding van de schade. Een particulier die op afstand van de boom woont, kan dit niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen rechtvaardigingsgrond voor de veroorzaker: de veroorzaker van de schade kan zich niet op overmacht beroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal meldingen 2014 openbaar gebied private percelen Totaal Angst voor omwaaien of vallende takken 36 19 55 Opmerking over beheer 29 1 30 Overhangende takken op perceel 25 25 Verzoek snoei 14 5 19 Afgebroken tak in openbare ruimte 16 16 Schaduw op tuinen 16 16 Boomwortels in tuinen en riolering of onder bouwwerken 1 10 11 Verzoek verwijderen boom 11 11 Verzoek aanplant boom 8 1 9 Kapprocedure 7 1 8 Dieren en uitwerpselen 1 5 6 Zaadval 5 5 Blad- en bloesemval 1 3 4 Opmerking aanleg 4 4 Aanrijdingsschade 3 3 Vruchtval 1 2 3 Allergie voor pollen 2 2 Verhardingsopdruk op openbaar terrein 2 2 Schaduw op zonnepanelen 2 2 Gevaarzetting / VTA 1 1 Onbekend 1 1 Kerstboom 1 1 Totaal 138 96 234 Tabel 9. Overzicht meldingen 2014 Het is niet eenvoudig om bij een claim inzake onrechtmatige hinder door bomen aan al deze onderdelen te voldoen. Dit maakt dat hinder door bomen zelden echte onrechtmatige hinder is. De rechter is hierin ook zeer terughoudend. Daarnaast bestaat een aantal relevante artikelen die specifiek gaan over bomen die vlak bij andermans erf staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.6 Afstand bomen tot erfgrens / verboden zone Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentebomen staan soms dicht bij percelen van particulieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader In artikel 5:42 lid 1 BW staat dat de afstand van bomen tot de perceelgrens 2,0 m hoort te zijn. Gemeenten hebben op grond van artikel 5:42 lid 2 BW echter het recht deze afstand in hun regelgeving aan te passen. In Bomenverordening gemeente Nuenen 2017 is deze afstand verkleind tot 0,5 m voor bomen en nihil voor heggen en heesters voor zover het bomen, heesters en heggen betreft in de openbare ruimte. Daar is bewust voor gekozen om te voorkomen dat verwijdering kan worden gevorderd van de vele gemeentelijke bomen die dicht bij erfgrenzen staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat gemeentebomen gerechtvaardigd tot een afstand van 0,5 m van een perceelgrens mogen staan. Soms staan gemeentelijke bomen echter dichter op de perceelgrens. Toch betekent dit niet direct dat particulieren verwijdering kunnen vorderen. Ten eerste verjaart het recht op verwijdering twintig jaar na aanplant en/of na zichtbaar worden van de boom boven de perceelafscheiding De gemeente heeft bovendien de status van haar bomen in beleidstukken vastgelegd. In het Groenstructuurplan Nuenen c.a. heeft de gemeente de hoofd- en nevenstructuur aangewezen die zij duurzaam wil beschermen. Dit betekent dat de rechter – indien toch nog een vorderingsrecht tot verwijdering aanwezig is- bij de afweging van het algemeen belang tegen het verwijderingsbelang, het belang van de instandhouding van dergelijke gemeentebomen zwaarder zal laten wegen dan een mogelijk verwijderingsbelang. In dat geval kan het toch vorderen van verwijdering ‘misbruik van bevoegdheid’ ex artikel 3:13 BW geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.7 Doorschietende wortels particulier terrein / wortelkaprecht Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wortels van gemeentebomen kunnen doorschieten op andermans perceel. Hierdoor kunnen inwoners hun tuin soms niet aanleggen of gebruiken zoals zij dat zelf zouden willen. Denk aan het aanleggen van vijvers of het gebruiken van de tuin als moestuin.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Belangrijk hierbij is dat een eigenaar van een perceel een wortelkaprecht heeft. Op grond van artikel 5:44 lid 2 BW heeft een perceeleigenaar het recht om wortels van andermans bomen die zijn perceel ingroeien, tijdig te verwijderen. Dit mag echter niet tot gevolg hebben dat een boom afsterft of omvalt. Dit zou bijvoorbeeld het gevolg zijn als een perceeleigenaar na lange tijd pas grote stabiliteitswortels verwijdert. Dit wortelkaprecht maakt bovendien dat een perceeleigenaar zelf de verantwoordelijkheid heeft om wortels van gemeentebomen niet zijn perceel in te laten groeien. Verzuimt een eigenaar tijdig en met regelmaat wortels weg te halen, dan zijn de gevolgen voor hem zelf. Een gemeente heeft dan geen ‘betaalplicht’ voor ontstane schade, maar wel een ‘doeplicht’ om mee te werken aan een oplossing. Daarbij kan men denken aan ondersteuning bij het opbreken van de bestrating op openbaar terrein, zodat de eigenaar van het naburige perceel de schade aan zijn eigendom kan herstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.8 Overhangende takken – snoeirecht Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen die staan op openbaar gebied kunnen met hun takken over perceelsgrenzen hangen. inwoners kunnen hinder ervaren doordat die takken schaduw geven, hun eigendommen raken of hun eigendommen beschadigen/vervuilen. Denk aan schurende takken tegen tuinhuisjes en vallend blad of luizendruip.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Een eigenaar van een perceel heeft in beginsel volgens het Burgerlijk Wetboek het recht om over zijn perceel hangende takken van gemeentelijke buurbomen weg te nemen. Dit op grond van artikel 5:44 lid 1 BW. Daar is echter een aantal voorwaarden aan verbonden. Ten eerste dient de perceeleigenaar de gemeente te sommeren - het liefst schriftelijk – om zelf de overhang te snoeien. De gemeente hoort daar een aantal weken de tijd voor te krijgen. Bij zeer grote bomen zal die termijn redelijk moeten zijn, bijvoorbeeld zes weken. Na afloop van de termijn mag de perceeleigenaar zelf de overhangende takken snoeien. Echter lang niet in alle gevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden Het snoeirecht gaat niet zover dat een boom hierdoor ernstige schade mag oplopen. Wordt een boom namelijk gesnoeid, dan kan dat gevolgen hebben voor zijn conditie of stabiliteit. Bij rigoureuze snoei zal dit meer gevolgen hebben dan bij het wegnemen van een aantal kleine takken. Is een boom de jeugdfase voorbij, dan is begeleidingssnoei (vormsnoei) vaak niet meer mogelijk. Wordt dan wel gesnoeid, dan kan sprake zijn van niet-boomdeskundige wijze van snoeien. Hierdoor kan de boom ernstige schade oplopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet alleen de mate van snoei vormt een risico, maar ook de soort boom. Het snoeien van bijvoorbeeld beuken kan tot gevolg hebben dat de bomen afsterven door bastverbranding, doordat na de snoei de zon vrij spel heeft op de bast van de bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook gaat het snoeirecht niet zover dat de snoeilijn per se loodrecht langs de erfgrens hoort te lopen. Het kan zijn dat aan het snoeiverzoek is voldaan als een kroon enigszins wordt ingenomen. Het is bovendien logisch dat een boom niet gehalveerd mag worden door de snoei; dit in verband met de stabiliteit. Kortom, het snoeirecht gaat niet zover dat de buur misbruik van deze bevoegdheid mag maken. Doet een buur dit wel, dan maakt hij zich schuldig aan vernieling van andermans eigendom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dient de boom een groot algemeen belang, geven de overhangende takken geen daadwerkelijke onrechtmatige hinder of verhelpt de snoei niet de hinder, dan is er mogelijk geen reden het snoeirecht uit te oefenen. Snoeit een aanwonende de overhang dan toch, dan kan sprake zijn van misbruik van bevoegdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bescherming publieke houtopstand Gemeente Nuenen verbiedt het snoeien van gemeentelijke bomen zonder toestemming van het college. Dit is geregeld in de Bomenverordening gemeente Nuenen 2017, artikel 15, lid 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijk kapverbod Ook kan het zijn dat bomen met overhangende takken slechts gesnoeid mogen worden met verlening van een omgevingsvergunning voor vellen, afgegeven door het bevoegd gezag. De gemeente moet voor grootschalige snoei van haar eigen bomen, voor zover hier een kapverbod op rust, namelijk ook een ‘Omgevingsvergunning voor vellen’ aanvragen. Snoeit een perceeleigenaar, ondanks het ontbreken van een omgevingsvergunning, toch de overhangende takken, dan maakt hij zich schuldig aan illegaal vellen van een houtopstand. Dit is een strafbaar feit op grond van artikel 2, lid 4, Wet op de economische delicten (WED). Daarmee loopt de snoeier het risico op een boete omdat hij grootschalig snoeit zonder omgevingsvergunning en op een fikse schadeclaim omdat hij gemeentelijke bomen vernielt. Overigens mag alleen een zakelijk gerechtigde een dergelijke vergunning aanvragen. Indien een burger een dergelijke vergunning zou aanvragen, zou die niet ontvankelijk worden verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijke kaders en regels Hoe de gemeente Nuenen om wil gaan met de ontwikkeling en bescherming van verschillende soorten houtopstanden in de gemeente, is te lezen in de Bomenverordening en het Groenstructuurplan. Deze documenten laten zien welke houtopstanden de gemeenteraad belangrijk vindt en waar ze extra zuinig op wil zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.9 Bomenverordening In de Bomenverordening is een velverbod opgenomen voor de houtopstanden: opgenomen op de Waardevollehoutopstandenlijst; opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting; die staan op een perceel gelegen rondom een monument; die zijn aangeplant op grond van een herplantplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het vellen van deze houtopstanden is een omgevingsvergunning inzake vellen vereist. Hiermee laat de gemeente zien dat zij grote waarde toekent aan deze houtopstanden en deze goed wil beschermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.10 Groenstructuurplan Een belangrijk kader voor deze beleidslijn inzake overlast is het Groenstructuurplan Nuenen c.a. (2010). Dit plan heeft tot doel het vaststellen van de structuur- en beeldbepalende delen van het openbaar groen binnen de bebouwde kommen van de gemeente Nuenen, zodat het beleid van de gemeente kan worden gericht op behoud en ontwikkeling van het – historisch waardevolle – groene karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofd- en nevenstructuur zijn op de groenstructuurkaart globaal ingetekend en daardoor in één oogopslag te herkennen. De intentie bij het opstellen van de groenstructuurkaart was om alle bomenlinten langs openbare wegen als structuur aan te duiden. Al het overige groen in de kernen valt onder buurtgroen. Voor deze drie onderdelen uit de groenstructuur, geeft het Groenstructuurplan een beleidslijn aan. De meest essentiële zaken ten aanzien van overlast zijn weergegeven in tabel 10 en 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.11 Drie sporen Dit hoofdstuk laat zien welk beleid de gemeente hanteert als het gaat om hinder door bomen. Daarbij handelt zij volgens drie sporen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als eigenaar/beheerder werkt zij zelf actief aan de ontwikkeling en bescherming van haar groen. De keuzes die zij daarin maakt, hebben invloed op het bomenbestand én de mogelijk ervaren overlast. Die beleidslijn vindt u in paragraaf J.12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als buur en bestuursorgaan heeft het college de verantwoordelijkheid om vragen en meldingen over de gemeentelijke bomen zorgvuldig te behandelen. Hoe zij meldingen van individuele inwoners behandelt, is uitgewerkt in paragraaf J.13.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze tijd van burgerparticipatie staat de gemeente open voor burgerinitiatieven. Hoe zij die initiatieven afweegt tegen haar eigen beleid, is beschreven in paragraaf J.14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groenstructuur Hoofdstructuur representatief groen voor de gemeente Nuenen. Betreft historische en moderne structuren door gehele kern Nevenstructuur groen met gebruiksfunctie voor gehele wijk Buurtgroen overig groen (woonstraten, dorpsranden, overhoeken) Tabel 10. Indeling groenstructuur (bron: Groenstructuurplan Nuenen c.a. 2010) Hoofdstructuur Nevenstructuur Buurtgroen Inrichting bepaald door historie, karakter en functie locatie bepaald door karakter en functie locatie per locatie divers door omvang, functie en gebruik Bescherming aanwezig groen duurzame bescherming, beperkte inspraak duurzame bescherming, beperkte inspraak Inrichting aanpasbaar, in overleg met inwoners Prioriteit verbetervoorstellen hoog gemiddeld laag Tabel 11. Beleidslijn groenstructuur (bron: Groenstructuurplan Nuenen c.a. 2010) J.12 Meldingen voorkomen Principe 1: Bij nieuwe aanplant van bomen voorkomt de gemeente hinder zo veel mogelijk. Nieuwe aanplant ziet de gemeente als kans om hinder/onrechtmatige hinder in de toekomst zo veel mogelijk te voorkomen. Uiteraard zijn de inrichtingsvereisten uit het Groenstructuurplan leidend bij inrichtingsplannen. Om hinder/onrechtmatige hinder te voorkomen worden bomen zo ver als mogelijk van erfgrenzen en verhardingen geplant. En bij de keuze van boomsoorten kijkt de gemeente bewust naar de omvang van de boom in relatie tot zijn omgeving. In een straat waar aanwonenden slechts kleine tuinen hebben en de bomen vlak bij percelen moeten staan, worden bijvoorbeeld relatief kleine bomen, of bomen met transparante kronen aangeplant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soorten die bekend staan om het veelvuldig laten vallen van materialen (berken, elzen) of het aantrekken van plaagdieren (linden, eiken) worden alleen toegepast na zorgvuldige afweging. Bij die afweging spelen, naast de mogelijke meldingen door inwoners, ook de onderhoudskosten voor de gemeente mee. Denk bijvoorbeeld aan extra beheerkosten als gevolg van verhardingsopdruk of extra veegronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgerparticipatie bij nieuwe aanplant Ook een belangrijk onderdeel in het voorkomen van hinder is het betrekken van inwoners bij de planvorming. Bij een renovatie of reconstructie waarbij bomen worden vervangen, werkt de gemeente als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente stelt een ontwerp op waarin zij de bovengenoemde punten al meeneemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens een informatieavond kunnen belanghebbenden hun reactie geven op dit ontwerp. De gemeente geeft duidelijk aan binnen welke (technische en financiële) kaders aanpassingen mogelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente past het ontwerp aan op basis van de resultaten van de eerste informatieavond. Soms wordt hierbij gewerkt met een werkgroep die een afvaardiging vormt van een groep belanghebbenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente presenteert het aangepast ontwerp tijdens een informatieavond en betrekt hierbij de uitvoerende aannemer. Hij informeert de aanwonenden over de projectplanning, de werkwijze en de manieren waarop hij overlast door de uitvoering zo veel mogelijk beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Principe 2: Vervanging vraagt om herbezinning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het moment dat bomen individueel uitvallen, plant de gemeente meestal een boom terug. Dit vanuit het oogpunt dat een ontwerp in stand gehouden moet worden en niet mag ‘uithollen’ als gevolg van uitval. Daarbij wordt echter wel altijd zorgvuldig en rationeel overwogen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Of de afgestorven boom werkelijk vervangen moet worden om het oorspronkelijk ontwerp gestand te doen; als de overblijvende bomen voldoende drager van de groene structuur zijn, kan de gemeente ervoor kiezen geen boom terug te planten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Of de boom of structuur gekwalificeerd staat als veroorzaker van onrechtmatige hinder conform artikel 5:37 BW in samenhang met artikel 6:162 BW; als sprake is van dergelijke onrechtmatige hinder, wordt een andere soort teruggeplant, of er wordt geen boom teruggeplant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Principe 3: De gemeente handelt proactief op plekken waar hinder voorzienbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente vindt het belang van gemeentelijke bomen doorgaans groot en hun standplaats gerechtvaardigd, waardoor zij slechts zeer incidenteel onrechtmatige hinder als in artikel 5:37 BW zal erkennen. Door hun standplaats en/of toenemende omvang kunnen gemeentelijke bomen echter een structurele kostenpost gaan vormen voor de gemeente. In die gevallen worden de waarden van die bomen (volgens het Groenstructuurplan) afgewogen tegen de structurele kosten. Indien de gemeente het niet gerechtvaardigd vindt om dergelijke hoge en tevens structurele uitgaven te doen aan een boom of bomenstructuur, kan zij besluiten deze te vervangen. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen die periodiek verhardingen opdrukken en waarvoor geen structurele oplossing mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen die een omvang hebben gekregen waardoor hun takken gevels raken en daardoor frequentere snoei nodig is dan in het regulier onderhoudsprogramma is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente herleidt dergelijke locaties uit haar administratie van aanvullende opdrachten aan de snoeiploeg (meerwerk op het bestek) en de inspectierapporten van de wegbeheerder. Dergelijke maatregelen worden projectmatig aangepakt en kunnen alleen doorgang vinden als er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. De gemeente moet die middelen speciaal voor deze projecten vrijmaken want de onderhoudsbegroting biedt geen ruimte voor dergelijke renovaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Principe 4: Regulier onderhoud is gericht op het zorgvuldig en duurzaam beheren van bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Nuenen onderhoudt al haar bomen. Daarbij zorgt zij onder andere voor controle op boomveiligheid, onderhoudsmaatregelen zoals bijvoorbeeld snoei, plaagdierenbeheersing en herstel van (opgedrukte) verhardingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke gemeentelijke boom wordt periodiek gecontroleerd op boomveiligheid en waar nodig worden maatregelen getroffen om de situatie weer veilig te stellen. Om die reden is het ervaren van angst voor omvallende bomen of uitwaaiende takken geen reden om bomen te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen worden gesnoeid zodra uit de boomveiligheidscontroles de noodzaak daartoe blijkt. Het onderhoudsbudget is hierop afgestemd en laat weinig ruimte voor aanvullende snoeimaatregelen. De populatie van eikenprocessierupsen wordt onder controle gehouden door bij de grootste eikenopstanden op de locaties met de hoogste gebruiksintensiteiten rupsen te bestrijden voordat deze gaan vervellen. Buiten de bebouwde kommen vindt bestrijding plaats op basis van binnenkomende meldingen. De gemeente heeft niet de intentie de soort volledig uit te roeien. Dat is een onmogelijke en kostbare zaak. Wel zorgt zij op deze manier voor beheersing van de problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Druip door luizen wordt incidenteel bestreden door de inzet van natuurlijke middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oneffen verhardingen als gevolg van boomwortels worden in het kader van het gemeentelijk wegbeheer hersteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Principe 5: De gemeente informeert en communiceert zorgvuldig en frequent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door regelmatig aandacht te besteden aan de meerwaarde van bomen, de mogelijke overlast en de acties die de gemeente daartegen onderneemt, ondervangt de gemeente meldingen. Voor deze communicatie worden lokale media en social media benut. Op die manier laat de gemeente zien dat zij begrip heeft voor de overlast die inwoners kunnen ervaren en creëert zij draagvlak voor gemeentelijk groen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.13 Behandeling individuele meldingen Principe 6: Omdat de gemeenteraad van Nuenen de waarden van bomen erkent en een groene gemeente wil blijven, is zij terughoudend in het kappen van bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen zorgen voor aankleding van de openbare ruimte en zijn door hun omvang vaak sterk bepalend voor de identiteit van een plek. Ze zijn in staat om fijnstof af te vangen en zuurstof te produceren en hebben daardoor een positieve uitwerking op de luchtkwaliteit. Daarnaast vlakken bomen extreme temperatuurverschillen af waardoor het in het stedelijk gebied in de zomer minder heet, en in de winter minder guur wordt. Goed geplaatste bomenrijen begeleiden en sturen het verkeer en hebben een verkeersremmend effect. Oude bomenrijen vertellen ons over de lokale geschiedenis. Ook vormen bomen een belangrijke biotoop voor veel soorten vogels, vleermuizen, insecten, (korst-)mossen enzovoort. Hiermee zijn ze van wezenlijk belang voor de biodiversiteit in Nuenen. Daarnaast is het voor een gemeente met een dorpse uitstraling als Nuenen extra belangrijk om zich te onderscheiden van de grote steden waartussen zij is ingeklemd. Een groen en dorps karakter zorgt voor onderscheid en maakt dat mensen zich bewust vestigen in een plaats als Nuenen. Daarbij moet vermeld worden dat de waarde van onroerend goed aantoonbaar toeneemt als er sprake is van groen in de directe nabijheid van woningen. De waarde van een woning stijgt wel tot 8% als men vanuit de woning uitzicht heeft op groen. (bron: De baten van de groene stad, 2005) Daartegenover staat dat de bomen in de openbare ruimte door de gemeente zijn geplant. Daarbij zijn bewuste keuzes gemaakt in positionering en soortkeuze om een bepaald beeld te realiseren. Die keuzes maken dat elke straat in de gemeente Nuenen een duidelijk karakter heeft. Voor het planten en onderhouden van die bomen is gemeenschapsgeld ingezet. Het voortijdig rooien van bomen zou dan ook kapitaalsvernietiging betekenen en een aanslag op de zorgvuldig opgebouwde beeldkwaliteit. Tot slot biedt de onderhoudsbegroting geen ruimte voor het voortijdig verwijderen of vervangen van bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Principe 7: Hoe hoger de status van de boom, hoe meer de aanwezigheid van de boom gerechtvaardigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen in de openbare ruimte dienen een algemeen maatschappelijk belang. Ze staan er in het belang van de hele gemeenschap. Dat is ook het wezenlijk verschil tussen ‘publieke’ bomen en bomen die eigendom zijn van particulieren. Bomenrijen en –groepen in de openbare ruimte zorgen voor een groene aankleding en structurering van het stedelijk gebied op een schaal die met alleen de bomen in tuinen nooit bereikt kan worden. Dat maakt ook dat de gemeente Nuenen de gemeentelijke bomen in de basis een hoge waarde toekent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen alle gemeentelijke bomen maakt gemeente Nuenen nog onderscheid, dat in het Groenstructuurplan Nuenen c.a. (2010) is vastgelegd. In tabel 12 worden de drie niveaus, in aflopende hoogte van status, benoemd. Hoe hoger de status van een boom of de structuur waarin deze staat, hoe hoger de bescherming die de gemeente aan die bomen geeft. Uit die tabel blijkt al dat de hoofdstructuren op het niveau van de hele kern van belang zijn. De nevenstructuren zijn dat op wijkniveau. Het feit dat deze bomen op een hoog schaalniveau en voor grote aantallen mensen (zowel inwoners als bezoekers van de gemeente Nuenen) belangrijk zijn, maakt dat de gemeente het gerechtvaardigd vindt dat deze bomen er staan. Ook als een individuele aanwonende meent dat hij hiervan hinder ondervindt. Daarom is de gemeente bij deze bomen terughoudender met het toekennen van onrechtmatige hinder en het nemen van maatregelen dan bij het buurtgroen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Principe 8: Natuurlijke verschijnselen zoals blad¬en vruchtval, bloesem en stuifmeel zijn geen reden om bomen te vellen of te snoeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat de mate waarin mensen bomen waarderen sterk individueel bepaald is, zullen er altijd inwoners zijn die bomen, en al wat daarmee samenhangt, als hinder ervaren. Blad, bloesem, stuifmeel, nectar, vruchten, insecten.....het hoort allemaal bij de levenscyclus van een boom. Zonder dit alles kan een boom zichzelf niet in stand houden. Deze factoren kunnen als hinderlijk worden ervaren. Maar wil een gemeente bomen hebben, dan zullen ook deze aanwonenden zowel de lusten als de lasten moeten dragen. Wanneer echter de volksgezondheid in het geding komt zal de gemeente ingrijpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Principe 9: Altijd zorgvuldig beoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Nuenen onderzoekt elke klacht heel zorgvuldig. Daarbij beoordeelt zij op de volgende onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er sprake van substantiële en financiële schade waarvan de oorzaak aan de gemeente kan worden toegeschreven en die door de eiser kan worden bewezen? Is sprake van onrechtmatige hinder/daad door de standplaats van de bomen met financiële gevolgen? Dan wordt deze schade financieel afgehandeld volgens de reguliere methode van schade-afhandeling. De gemeente beoordeelt in hoeverre zij maatregelen kan treffen om herhaling te voorkomen, waarbij zij de beleidslijn in het Groenstructuurplan en de regels in de Bomenverordening mee laat wegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er sprake van hinder die door de nabuur (of zijn rechtsvoorganger) zelf voorkomen had kunnen worden? Bijvoorbeeld ingeval van doorschietende wortels? Dan doet de gemeente in principe niets omdat de verantwoordelijkheid ligt bij de nabuur. Als de nabuur hulp nodig heeft van de gemeente om verdere schade of hinder, of herhaling daarvan te voorkomen, dan werkt de gemeente daar wel aan mee. Dit meewerken beperkt zich – in beginsel - tot kleine maatregelen op openbaar terrein, zoals het openbreken van het openbare trottoir. De gemeente Nuenen treft geen maatregelen zoals wortelschermen. Indien een nabuur dat wenst, moet hij deze op eigen terrein aanbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er sprake van misbruik van bevoegdheid doordat een aanwonende onterecht gebruikmaakt van snoeirecht, wortelkaprecht of verwijderingsrecht? Indien een burger een van deze rechten in wil zetten zonder dat dit een hoger doel dient of daadwerkelijke oplossing van onrechtmatige hinder als in artikel 5:37 BW geeft, ziet de gemeente dit als misbruik van bevoegdheid ex artikel 3:13 BW. Een nabuur mag geen overhangende takken of doorschietende wortels van gemeentelijke bomen weghalen, puur en alleen omdat hij meent daar recht op te hebben. Hij moet een goede reden hebben om die takken en wortels weg te halen. Hij mag dit alleen doen omdat het nodig is om zijn perceel of gebouwen te beschermen tegen daadwerkelijke en buitenproportionele schade. Daarbij speelt ook mee dat hij van een boom in de hoofd- of nevenstructuur meer overlast of overhang zal moeten dulden dan van buurtgroen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na het doorlopen van de bovenstaande principes, blijven de locaties over waar de standplaats van de boom in combinatie met de omvang daarvan, oorzaak is van een matige hinder en daardoor klachten geeft. Weliswaar is dan geen sprake van onrechtmatige hinder als in art. 5:37 BW, maar dergelijke meldingen kunnen een signaal zijn dat ooit ongelukkige keuzes zijn gemaakt in het ontwerp. Of dat bomen een maat aan het bereiken zijn die niet meer passend is bij het ontwerp waar ze deel van uitmaken. De gemeente kan dan, als beheerder van de openbare ruimte en als buur van haar inwoners, wel actie ondernemen als de maatregel het woongenot van de nabuur sterk verhoogt en de beheerbaarheid van de openbare ruimte ten goede komt. In die gevallen kan de gemeente besluiten om een boom te verwijderen, te vervangen of te snoeien als: de waarde van de boom zoals die in het kader van het algemeen belang voor de omgeving geldt, niet opweegt tegen de mate van hinder die een individu hiervan ondervindt én; de volksgezondheid in het geding komt (zie ook bijlage K) en; de maatregel geen nadelige gevolgen heeft voor de overblijvende houtopstand of het beeld van de omgeving én; de maatregel niet leidt tot een ongewenst precedent ten aanzien van vergelijkbare gevallen én; de maatregel past binnen het beschikbaar budget van de gemeente Nuenen, of de eenmalige investering verdient zich terug door verminderde beheerkosten in de toekomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad a en b. Afweging en gevolg De afweging tussen de waarde van de boom voor de omgeving en de mate van hinder die een individu ondervindt, gebeurt op basis van een standaardformulier, een matrix. In die matrix wordt ook het gevolg van de maatregel meegewogen. Een maatregel kan namelijk een nadelig gevolg hebben bijvoorbeeld voor de beeldkwaliteit van de omgeving. Maar het kan ook juist een positief gevolg hebben. Bijvoorbeeld als het wegnemen van een boom zorgt voor betere uitgroei van de overblijvende houtopstand. Door het gebruik van de matrix zorgt de gemeente voor eenduidige beoordeling van alle hindermeldingen. De matrix wordt door het college vastgesteld en is beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad c. Precedentwerking De gemeente houdt altijd rekening met de verdere werking die van deze maatregelen uitgaat. Een boom staat namelijk vaak niet alleen, maar met meerdere in een straat of buurt. Als sprake is van veel bomen in vergelijkbare omstandigheden, kan dat ertoe leiden dat de gemeente diezelfde maatregel op al die vergelijkbare bomen moet toepassen. Als dat onwenselijk is, bijvoorbeeld omdat dat leidt tot kaalslag of een financieel onhaalbare situatie, kan de gemeente besluiten om ook op dat individuele verzoek negatief te beslissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad d. Kosten Als alle principes positief doorlopen zijn, maar er voor de maatregel geen middelen beschikbaar zijn, kan de gemeente beslissen een maatregel niet uit te voeren of deze pas uit te voeren als er wel middelen beschikbaar zijn. Dit kan ook inhouden dat de middelen door de melder beschikbaar worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de volgende pagina volgt een samenvatting met de meest voorkomende hindermeldingen en de beleidslijn die de gemeente daarin volgt (tabel 15). In het volgende hoofdstuk worden de diverse hindermeldingen in detail behandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.14 Burgerinitiatieven binnen de komgrenzen Principe 10: 80:20-regel bij buurtgroen in de kernen Het kan voorkomen dat een verzoek tot maatregelen op basis van een individuele klacht wordt afgewezen. Bijvoorbeeld doordat geen onrechtmatige hinder ex art. 5:37 BW kan worden vastgesteld. Als echter grote groepen inwoners in een straat dezelfde klacht hebben, en gezamenlijk met een voorstel tot verbetering komen, kan de gemeente haar afwijzing heroverwegen. Als groepen inwoners de gemeente vragen om maatregelen te treffen met betrekking tot hinder door bomen in hun straat, beoordeelt de gemeente die aanvragen als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gaat het om hoofd- of nevenstructuren?</p>\n<p class=\"lf-p\">Dan is sprake van beperkte inspraak door inwoners. Hinder is in principe geen reden om maatregelen te treffen aan deze structuren. Worden, om wat voor reden dan ook, wijzigingen aangebracht aan deze structuren? Dan bepaalt de gemeente de inrichting en het sortiment maar kan daarbij – ondanks dat geen sprake is van onrechtmatige hinder - wel de mening van aanwonenden meenemen in haar overwegingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gaat het om buurtgroen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Dan zijn maatregelen aan de bomen mogelijk onder de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorgestelde maatregel past binnen het beleid zoals verwoord in het Groenstructuurplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alternatieven die leiden tot boombehoud zijn niet mogelijk of bieden onvoldoende oplossing. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van bladkorven, het snoeien van bomen of het dunnen van bomenrijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorgestelde maatregel moet een significante en duurzame verbetering van het woongenot opleveren. Het vervangen door een andere soort om esthetische redenen valt daar niet onder. Ook het vervangen van bomen omwille van blad- en bloesemval valt daar niet onder omdat een dergelijk probleem terugkomt zodra er nieuwe bomen zijn geplant.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorgestelde maatregel moet door minimaal 80% van alle huishoudens in de straat of het woonerf worden gesteund. Dit moet blijken uit een enquête die door de gemeente zelf wordt gehouden waarbij mensen de mogelijkheid hebben om anoniem hun mening te geven. Dit om te voorkomen dat mensen onder groepsdruk hun mening aanpassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatregel leidt niet tot een ongewenst precedent.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatregel past binnen het beschikbaar budget van de gemeente Nuenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet in buitengebied Deze regel wordt alleen in de kernen gehanteerd en niet in het buitengebied. Dit omdat daar vaak sprake is van relatief weinig aanwonenden aan relatief forse bomenstructuren. De gemeente wil voorkomen dat een klein aantal aanwonenden de kap van een complete laan kan bewerkstelligen. Daarmee zou de verhouding tussen het algemeen belang en het individueel belang scheef gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15 Standpunt per hindervorm J.15.1 Angst voor omwaaien of afvallende takken Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen kunnen omvallen en uit een boom kunnen takken naar beneden vallen. Sommige mensen hebben daardoor angst voor de bomen die vlak bij hun woning staan. Vooral na een storm komen verzoeken binnen om bomen te laten controleren of te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Meestal zal dit geen reële angst zijn. Een boomeigenaar heeft een zorgplicht voor zijn bomen. De gemeente heeft deze zorgplicht dus ook. Dit houdt in dat de gemeente haar bomen regelmatig aan een boomveiligheidsonderzoek moet onderwerpen en tevens voldoende onderhoud aan de bomen moet verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente voert op haar gehele bomenbestand regelmatig visuele controles uit om de veiligheidstoestand in beeld te brengen. In vakjargon worden dit Visual Tree Assessments (VTA-controles) genoemd. Bij bomen die een risico vormen gebeurt dit zelfs met een verhoogde frequentie. Indien daadwerkelijk sprake is van een verhoogd gevaar, dan zullen maatregelen worden uitgevoerd zoals snoei of kap. Dat een boom in de nabijheid van een woonhuis staat, is voor de rechter geen reden tot kap. Een angstige eigenaar verandert daar niets aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente Voor de gemeente bestaat een wezenlijk verschil tussen werkelijk gevaar en het ervaren van angst. Omdat angst voor bomen in de meeste gevallen niet realistisch is, erkent de gemeente dat in principe niet als een grondslag om maatregelen te nemen. Uiteraard wordt elke vraag of klacht daarover in behandeling genomen. De opzichter zorgt voor een visuele inspectie om te bepalen of er symptomen zijn die wijzen op onveiligheid. Bij twijfel wordt een boomspecialist geraadpleegd. Alle noodzakelijke maatregelen die daaruit voortvloeien, worden zo snel mogelijk uitgevoerd. Blijkt een boom gevaarlijk te zijn? Dan wordt zo snel mogelijk actie ondernemen om de situatie weer veilig te krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.2 Dieren en uitwerpselen Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel dieren gebruiken bomen als voedselbron, nest- of rustplaats. Zo brengen bomen de natuur in al haar facetten het bebouwd gebied in. Echter, vogels ontlasten zich ook terwijl ze in de boom zitten en kunnen zo auto’s en stoepen bevuilen. Als dat in grote hoeveelheden plaatsvindt, kan dat leiden tot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Dit natuurlijk verschijnsel is een vorm van hinder die redelijkerwijs geaccepteerd dient te worden. Daarnaast geldt in dit kader de Flora- en faunawet die dergelijke fauna en hun vaste rust- en nestplaatsen beschermt. Bij ernstige hinder waarbij bijvoorbeeld het risico op het overbrengen van ziektes bestaat kan het ministerie een ontheffing verlenen om dieren te mogen verjagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente De gemeente erkent dat uitwerpselen en ander vuil een vervelende bijkomstigheid is van dieren in bomen. Het kan echter nooit een reden zijn om bomen weg te halen of te snoeien. Dit past niet bij het beleid om zuinig om te gaan met de gemeentelijke bomen. Met het verjagen van dieren stelt de gemeente zich terughoudend op, ze moet zich immers houden aan de Flora- en faunawet. In ernstige gevallen werkt zij mee bij het aanvragen van een ontheffing.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.3 Blad- en bloesemval Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwikkelen van blad en bloesem hoort bij de natuurlijke cyclus van een boom. Evenals als het afstoten daarvan. Bladeren zijn de motor van de boom en zonder bloesem kan een boom zich niet voortplanten. Blad- en bloesemval zijn inherent aan het hebben van (loof-)bomen. Het gevolg is dat straten met bomen elk najaar enige tijd bezaaid zijn met bladeren. In het voorjaar kunnen bloesemresten een rommelig beeld geven. Blad en bloesem kunnen leiden tot verstopte dakgoten, rioolkolken en tot gladheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Bomen brengen natuur in de stedelijke omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat de rechter dit meeneemt in zijn oordeel. Bladval en bloesemval behoren tot de normale levenscyclus van een boom. Slechts indien sprake is van zware en buitenproportionele en dus onrechtmatige hinder wordt ingrijpen nodig geacht. Dit kan het geval zijn indien een dakconstructie zodanig van vorm is dat een huiseigenaar technisch gezien niet in staat is zijn dakgoten bladvrij te maken of dit door een aannemer te laten uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente De gemeente erkent dat blad- en bloesemafval een bijkomstigheid zijn van bomen die door sommigen als vervelend kan worden ervaren. Het kan echter nooit een reden zijn om bomen weg te halen of andere maatregelen te treffen. Blad en bloesem zijn immers onlosmakelijk verbonden aan het fenomeen boom. Het weghalen van bomen om deze reden zou een erg ongewenst precedent scheppen. Alle bomen hebben immers blad en bloesem. Ook de tijdelijkheid van de hinder speelt daarbij een rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.4 Zaadval Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Sommige soorten maken enorme hoeveelheden zaad om dat vervolgens door de wind te laten verspreiden. Denk aan berkenzaad, iepenzaad of populierenpluis. Door de verspreiding via de wind is dit probleem moeilijk aan te pakken. De zaden verspreiden zich over een grote afstand en verwaaien snel. Overlast wordt ervaren door het zaad zelf dat een rommelige aanblik geeft en door de zaailingen die hieruit opschieten. Denk bijvoorbeeld aan esdoorns die voor massale hoeveelheden zaailingen kunnen zorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Als voorbeeld een uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage van 7 januari 2008. Een kassenhouder claimt schade door overwaaiende zaden van populieren van Rijkswaterstaat. De rechter vindt echter dat dit geen hinder is omdat de kassenhouder niet kan aantonen dat hij echte zware economische schade heeft. De schade moet namelijk een fiks bedrag zijn op zijn totale winst. Een beperkt percentage schade heeft zelfs deze teler volgens de rechter te dulden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente Bij nieuwe aanplant houdt de gemeente rekening met dit aspect om overlast in de toekomst te voorkomen. In bestaande situaties is het geen reden om maatregelen te treffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.5 Vruchtval Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder vruchten worden verstaan: eikels, noten en kastanjes, peren, kersen en andere vruchten. Het vallen van deze vruchten wordt problematisch als ze in zulke grote hoeveelheden op het wegdek terechtkomen dat gevaar ontstaat voor vallen door wandelaars en fietsers of slippen met de auto. Bij zachte vruchten kan het vormen van glibberige of insectaantrekkende substanties een probleem vormen. Vruchtval leidt zelden tot directe schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Specifiek over het onderwerp ‘vruchten’ is geen jurisprudentie gevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente Bij nieuwe aanplant houdt de gemeente rekening met dit aspect om hinder in de toekomst te voorkomen. Zachte vruchten die glibberige substanties opleveren, worden bijvoorbeeld niet bij verhardingen aangeplant. In bestaande situaties is het bijna nooit een reden om (onderhouds-)maatregelen te treffen. Normaal veegwerk hoort bij het onderhoudspakket van de gemeente. Van de gemeente kan echter redelijkerwijs niet worden verwacht dat zij voorkomt dat vruchten vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.6 Allergie voor pollen Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de bloeifase ontwikkelt een boom pollen (= stuifmeel). Mensen kunnen een allergie hebben of ontwikkelen voor pollen. Dat is hinderlijk omdat het leidt tot gezondheidsklachten in de vorm van niezen, kriebelende en tranende ogen en benauwdheid. Allergie voor pollen maakt ook onderdeel uit van het onderzoek naar Gezondheidsklachten en bomen in Bijlage K.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Het komt slechts zeer zelden voor dat de rechter een allergie voor pollen een reden vindt om hinder toe te kennen. Weliswaar kunnen de gevolgen voor een bewoner bijzonder lastig zijn; er is dan toch geen sprake van onrechtmatige hinder als bedoeld in art. 5:37 BW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente De gemeente haalt geen bomen weg omwille van allergieklachten. Op dit moment is niet bekend wat de invloed van het verwijderen van enkele bomen is op de totale pollenconcentratie. Daarmee is niet te zeggen of het verwijderen van enkele bomen allergieklachten voldoende verminderen. Pollen waaien namelijk van kilometers afstand een straat in. Het is niet te verantwoorden om onderhoudsgelden te steken in maatregelen die geen bewezen oplossing bieden. Wanneer wetenschappelijke onderzoek anders uitwijst zal de gemeente zich op dit standpunt beraden.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.7 Economische schade Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Belanghebbenden kunnen op meerdere manieren hinder ervaren van gemeentelijke bomen. Als voorbeelden zijn het druppen van linden boven een terras, waardoor stoelen en parasols vuil worden en het terras er minder aantrekkelijk uit gaat zien. Daarnaast komen gevallen voor waarbij agrariërs opbrengstvermindering hebben als gevolg van concurrentie van bomen. Ook autobedrijven die regelmatig hun auto’s moeten wassen vanwege vallend blad, bloesem of druip uit bomen, vallen onder deze categorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Indien sprake is van overlast zal economische schade terdege aangetoond moeten worden om een beroep op schadevergoeding door onrechtmatige hinder te rechtvaardigen. In de zaak tussen een teler en Rijkswaterstaat vond de rechter een schadepost van € 15.000,- tot € 20.000,- niet in verhouding staan tot de grote omzet van de teler. Een beperkt percentage schade heeft men te dulden. Breidt een bedrijf uit en krijgt men daarna te maken met hinder door bomen, dan zijn de hindergevolgen voor de ondernemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente In nieuwe situaties houdt de gemeente rekening met zo veel mogelijk belangen. In bestaande situaties is het in principe nooit een reden om maatregelen te treffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.8 Schaduw – op tuinen Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Boomkronen nemen licht weg. Dat varieert van het filteren van zonlicht tot het werpen van zware slagschaduw. De beleving daarvan is voor iedereen verschillend. Waar de één de verkoelende werking als plezierig ervaart, vindt de ander dat een bron van hinder. Op dit moment worden steeds meer zonnecollectoren aangebracht op daken. Daarbij kan schaduw beperkend werken en leiden tot meer snoei- of kapverzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Het onthouden van zonlicht in woonvertrekken of tuinen is voor de rechter geen reden om onrechtmatige hinder toe te wijzen. Bij onrechtmatige hinder moet het gaan om het onthouden van daglicht en niet van zonlicht. Bomen die zonlicht aan een tuin onthouden, geven dus geen onrechtmatige hinder. Wel kan sprake zijn van onrechtmatige hinder indien bomen daglicht ontnemen aan het belangrijkste woonvertrek van een huis. Er moet dan echter aan te tonen zijn dat de schaduw een zeer fors aantal uren daglicht bedraagt. Ook het algemeen belang dat gemeentelijke bomen vertegenwoordigen maakt dat de rechter terughoudend is. Schaduwwerking door bomen geeft dus zelden een positieve uitspraak van de rechter. Voorbeeld daarvan is uitspraken van de Rechtbank Oost-Brabant op 23 april 2015. De rechter kijkt vaak naar de verhouding tussen hoogte en breedte van de bomen en de afstand tot de gevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een bestuursrechtelijke zaak bij de Raad van State werd een claim inzake verminderde huuropbrengst en hoge kosten door algengroei en schaduw door bomen afgewezen. Schade door bomen behoort in het algemeen toch tot het normaal maatschappelijk risico.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente Vanuit juridisch oogpunt bestaat zelden een noodzaak tot het uitvoeren van maatregelen. Het feit dat op sommige locaties minder gelukkige keuzes zijn gemaakt ten aanzien van standplaats of soort, geeft echter wel aanleiding om deze meldingen zorgvuldig te beoordelen. Dat gebeurt door middel van het standaard-beoordelingsformulier voor overlast. In dergelijke gevallen is de overlastklacht de aanleiding tot herbezinning, maar een dergelijk initiatief kan ook vanuit de gemeente zelf komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.9 Schaduw – op zonnepanelen Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">In Nederland is de aanleg van zonnepanelen populair en wordt ook door de overheid aangemoedigd. Dit leidt er echter ook toe dat in toenemende mate verzoeken binnenkomen om gemeentelijke bomen weg te halen of te snoeien omwille van een hoger rendement op zonnepanelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Indien een nabuur meent dat er sprake is van onrechtmatige hinder, moet hij dit zelf aantonen en laten zien dat er oorzakelijk verband is tussen de aanwezigheid van de bomen en de verminderde opbrengst. Ook moet de nabuur laten zien dat de schade substantieel is in verhouding met de geschatte opbrengst. Ook het onrechtmatig handelen van de gemeente zal hij moeten aantonen. Bij bomen die al lang aanwezig zijn en/of een groot algemeen belang dienen zal dit niet allemaal aantoonbaar zijn. Kan een nabuur dit niet aantonen, dan zijn zowel de bestaande boom als een eventuele herplant van bomen op dezelfde plek gerechtvaardigd. Worden bomen echter in een geheel nieuw ontwerp aangeplant bij zonnepanelen en geven zij daarbij onrechtmatige hinder en mocht de nabuur ervan uitgaan dat er geen bomen zijn zonnepanelen zouden benadelen, dan is er mogelijk een recht op schadevergoeding voor de nabuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente De gemeente hecht grote waarde aan het hebben van bomen in de openbare ruimte. Bomen dragen onbetwist bij aan de duurzaamheid van onze leefomgeving. Gemeentelijke bomen dienen een algemeen belang dat prevaleert boven het algemeen belang van zonnepanelen. In het geval van bomen in hoofd- of nevenstructuur is dat belang extra groot. Daarnaast is de gemeente van mening dat iemand die zonnepanelen aanbrengt in de nabijheid van bestaande bomen, kan verwachten dat hij daar hinder van ondervindt. Hij kan dus zelf schade voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom verwijdert of snoeit de gemeente geen bomen omwille van zonnepanelen. Indien op een plek altijd een gemeentelijke boom heeft gestaan, plant de gemeente op die plek ook een boom terug na uitval. De particulier mag verwachten dat een dergelijke plek voor een boom bestemd is en hij daar dus mogelijk schaduw van mag verwachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het moment dat nieuwe wijken worden ontwikkeld, waarbij de verwachting bestaat dat particulieren zonnepanelen zullen aanbrengen, zal de gemeente proberen daar rekening mee te houden. Ook daarbij geldt echter dat het aanplanten van lanen en rijen ter verfraaiing van de openbare ruimte wordt gezien als een algemeen maatschappelijk belang dat zwaarder telt dan een individueel belang zoals een grote energieopbrengst van zonnepanelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.10 Boomwortels in tuinen en rioleringen of onder bouwwerken Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wortels van gemeentelijke bomen schieten door op particuliere tuinen. In sommige gevallen wordt dat als hinderlijk ervaren omdat de grond moeilijk bewerkbaar is, verharding of bouwwerken niet netjes kunnen worden gerealiseerd of omdat bijvoorbeeld de planten in de sier- of moestuin slechter groeien. Bij forse diktegroei kunnen die wortels schade veroorzaken aan bouwwerken of verhardingen van de particulier opdrukken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Boomwortels zijn altijd op zoek naar plekken waar ze zo veel mogelijk vocht en voedingsstoffen kunnen vinden. Lekkende rioolstelsels zijn daarvoor een uitstekende bron. Rioolbuizen waarin scheuren zitten of waarvan naden niet geheel sluiten of poreus zijn, zijn potentiële voedingsbronnen voor boomwortels. Wortelgroei in rioolbuizen leidt in ernstige gevallen tot rioolverstoppingen of zelfs tot overstromingen binnenshuis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Zie paragraaf ‘doorschietende wortels op particulier terrein - wortelkaprecht’ (J.7).</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente Van de gemeente is redelijkerwijs niet te verlangen dat zij elke boom controleert op het doorschieten van wortels. De gemeente wijst wortelkap van dikke wortels af omdat dit de conditie en de stabiliteit van bomen in gevaar kan brengen. De gemeente stelt zich hierin reactief op. Als meldingen binnenkomen wordt als volgt gewerkt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De burger dient aan te tonen dat sprake is van ernstige hinder, door wortels vrij te graven op eigen terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">In overleg met de opzichter of andere groendeskundige van de gemeente wordt besloten welke wortels door de burger mogen worden verwijderd en op welke wijze dat verantwoord kan gebeuren. In dat overleg wordt de burger op de hoogte gebracht van zijn recht op wortelkap én van zijn verantwoordelijkheden om dit verantwoord te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De burger dient zelf de aangewezen wortels op zijn terrein te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan een burger vanwege een bouwwerk niet via het eigen terrein bij de wortels komen, dan verleent de gemeente de burger toegang via de openbare ruimte. Dat mag alleen in het bijzijn van medewerkers van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.11 Druipende bomen Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Sommige bomen zijn gastheer voor luizen. Die luizen zuigen plantensappen op en scheiden zoete, kleverige, kleurloze druppels uit die vervolgens van de bladeren afvallen. Na enige tijd vestigt de zwarte roetdauwschimmel zich op kleverige substantie. Die wordt daardoor zwart. Dat wordt honingdauw genoemd. Dit wordt als hinderlijk ervaren, omdat deze druppels plakken op de ondergrond. Denk aan verharding, maar ook aan auto’s, ramen en meubilair.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Een beroep op onrechtmatige hinder slaagt zeer zelden. De rechter vindt druipen van linden in verreweg de meeste gevallen een normaal verschijnsel waartegen men zelf maatregelen kan nemen. Zoals het afdekken van tuinmeubilair en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente Er zijn diverse methoden ontwikkeld om de hinder door luizen te beperken, maar geen enkele methode biedt een significant verminderde hinderdruk. Daarentegen zijn deze methoden wel vrij kostbaar. Daarom is de gemeente zeer terughoudend in het bestrijden van luizen en past zij slechts zeer incidenteel een natuurlijke bestrijding toe. Dit zou bijvoorbeeld voor kunnen komen in het geval van een laan die door de gemeente heel waardevol wordt geacht maar waar grote groepen aanwonenden ernstige hinder ondervinden van druip. In dergelijke gevallen kan een natuurlijke bestrijding worden toegepast om de laan te kunnen behouden en de aanwonenden enigszins tegemoet te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.12 Eikenprocessierupsen (EPR) Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Eikenprocessierupsen (EPR) hebben brandharen. Die brandharen hebben weerhaakjes en dringen daardoor gemakkelijk in de huid, luchtwegen en ogen. De reactie daarop verschilt van persoon tot persoon. Vaak is er sprake van irritatie in de vorm van hevige jeuk, rode uitslag en pijn. Bij inademing kan het leiden tot slikklachten en ontstekingen aan de luchtwegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Een gemeente kan als eigenaar van een boom of beheerder van een terrein te maken krijgen met EPR. Veroorzaakt die EPR daadwerkelijke schade bij een derde? Dan kan deze de gemeente mogelijk aansprakelijk stellen voor de schade op grond van de ‘onrechtmatige daad’ van artikel 6:162 BW. De vraag is dan wel in hoeverre de gemeente daadwerkelijk aansprakelijk is voor die schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schade Iemand die schade lijdt, moet wel kunnen aantonen dat er echte schade is en dat deze veroorzaakt is door EPR. Heeft een gemeente echter voldoende gedaan om schade door EPR te voorkomen en kan zij dit aantonen, dan is zij ondanks deze schade niet aansprakelijk. De gemeente heeft dan aan haar ‘zorgplicht’ voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspraak Er is slechts één rechterlijke uitspraak bekend waarbij EPR-bestrijding centraal stond. De rechtbank Roermond 18 juni 2008 rolnr. 81352 stelt daarin dat een gemeente een zorgplicht heeft tot het voorkomen of beperken van overlast door EPR. Dit omdat de rups gevaar kan opleveren voor de volksgezondheid, ook al is de gemeente niet verantwoordelijk voor het ontstaan van EPR. Bij verhoogd gevaar moeten toch afdoende maatregelen genomen worden. Is bestrijden niet mogelijk, dan moet afdoende gewaarschuwd worden. De rechter oordeelt in deze zaak dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente onderbouwd heeft dat zij structureel heeft geprobeerd EPR ter plaatse te bestrijden. Na ingewonnen adviezen bij deskundige mocht de gemeente ervan uitgaan dat het gebruikte bestrijdingspreparaat op het gebruikte tijdstip effectief was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Weliswaar geen EPR-bestrijdingsbeleid of draaiboek bij de gemeente voor handen was,maar wel aantoonbaar overleg met verschillende deskundigen is geweest. De gemeente kon en mocht vertrouwen op de ingewonnen adviezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente de inwoners heeft voorgelicht over de risico’s van EPR.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin EPR bestreden kan worden mede afhankelijk is van factoren waarop de gemeente geen invloed had.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststaat dat de brandharen van de rups vele jaren (vijf tot acht jaar volgens deskundigen) hun gevaarlijke werking blijven behouden, zodat de zorgplicht van een gemeente niet verder kan reiken dan het beheersbaar houden van de overlast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schade in dit geval ook een gevolg kan zijn van brandharen, die zijn achtergebleven na bestrijding of van brandharen (uit nesten) van de jaren voorafgaande aan het jaar van geleden schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechter vindt de gemeente in dit geval niet aansprakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Dieren kunnen gezondheidsklachten krijgen door weidegang in de buurt van EPR. De Gezondheids-en welzijnswet voor dieren kan in dat geval gevolgen hebben. Deze wet geeft een zorgverplichting die op eenieder rust. Dit houdt in dat een gemeente die terreineigenaar is en weet heeft van dierenleed door EPR op die terreinen, een zorgplicht voor deze dieren heeft. Op die verplichting kan ook gehandhaafd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente Het is niet de intentie om de EPR binnen de gemeentegrenzen volledig uit te roeien. Dat is ondoenlijk en onbetaalbaar. De gemeente steekt in op het beheersbaar houden van het hinderprobleem. Dat betekent dat wordt gefocust op de locaties waar plaagdruk en risico het grootst zijn. De preventieve methode is het goedkoopst en het meest effectief. Daarom hanteert de gemeente deze methode. Omdat dit middel ook andere rupsen doodt, wordt selectief gewerkt. In gebieden waarin beschermde vlinders voorkomen, wordt niet gespoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.13 Verhardingsopdruk op openbaar terrein Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhardingsopdruk is een gevolg van een natuurlijk mechanisme in een boom. Boomwortels worden door de boom zodanig ‘gestuurd’ dat ze de boom goed in de grond verankeren. Daarnaast zorgt de boom ervoor dat zijn wortels voldoende lengte en diepte hebben om voeding en vocht op te kunnen nemen voor een goede groei. Daarbij zijn boomwortels opportunisten. Waar ruimte, vocht en voeding zijn, stuurt de boom zijn wortels heen. Daarom komen ze vaak vlak onder de verharding voor. Zodra de diktegroei begint, begint ook de opdruk van verharding. Voor een boom zijn die ruimte, vocht en voeding zijn eerste levensbehoeften. Daarom is het doorgaans onmogelijk dit mechanisme te remmen. Boomwortels drukken met een kracht van 1,6 MPa om zichzelf te verankeren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat opsluitbanden en verharding compleet worden weggedrukt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afzagen van boomwortels biedt slechts zelden een structurele oplossing. Omdat een boom zijn wortels niet kan missen, start hij direct met het aanmaken van nieuwe wortels. Vaak schieten de afgezaagde wortels opnieuw uit, zodat het probleem van vooraf aan begint.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is een tweeledig probleem:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het netjes en veilig houden van de weg is het vaak nodig boomwortels te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het gezond en veilig houden van de bomen is wortels weghalen erg onwenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Opdruk wegen en dergelijke door wortels De gemeente is niet alleen verantwoordelijk voor haar bomen als boomeigenaar, maar ook verantwoordelijk voor het instandhouden van veilige openbare wegen en de daarbij behorende trottoirs. Deze verantwoordelijkheid als wegbeheerder heeft zij op grond van de Wegenwet. Dit houdt in dat de gemeente ook verantwoordelijk is voor het zo veel mogelijk voorkomen van gevaarlijke verhardingsopdruk die door bomen wordt veroorzaakt. Komt een gemeente deze verplichtingen niet na, dan kan zij op grond van artikel 6:174 BW mogelijk aansprakelijk worden gehouden voor het ontstaan van schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansprakelijkheid voor schade Weggebruikers kunnen schade oplopen door wegverharding die is opgedrukt. De rechter oordeelt eerder dat een gemeente aansprakelijk is voor door gebrekkige wegen dan in gevallen waarbij bomen zelf schade of letsel veroorzaken (vallende takken, omvallende bomen). De aansprakelijkheid die de gemeente heeft voor het beheer van de wegen noemt men risicoaansprakelijkheid in plaats van de bij bomen geldende schuldaansprakelijkheid. Dit houdt een verzwaring van de aansprakelijkheid in. Komt de schadevordering bij de rechter, dan zal deze ook hier kijken naar de omstandigheden van het geval. Wegen die veel gebruikt worden door fietsers en onoverzichtelijk zijn, zullen sneller reden geven tot handelen dan wegen die door minder kwetsbare groepen worden gebruikt. Ook de omgeving kan van belang zijn. Staan daar ziekenhuizen of bejaardenhuizen dan dient naar een lager afwijkingsniveau te worden gestreefd. De gemeente heeft een taak tot beheer, maar de gebruiker moet zeker ook opletten. Een racefietser die met slecht zicht zijn snelheid niet aanpast, heeft zelf ook schuld aan schade mocht hij komen te vallen door verhardingsopdruk. Ook de bekendheid met verhardingsopdruk in de eigen woonomgeving maakt een beroep op vergoeding van schade lastiger. Wel moet een gemeente handelen indien sprake is van een gevaarlijke situatie. Dit kan inhouden dat er als tijdelijke maatregel gewaarschuwd wordt of de gevaarlijke situatie wordt weggenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente De gemeente probeert verhardingsopdruk zo veel mogelijk te voorkomen door goede groeiplaatsen in te richten en de juiste soorten te kiezen. In bestaande situaties wordt verhardingsopdruk beheersbaar gehouden door met regelmaat kleinschalig herstelwerk uit te voeren en verhardingen glooiend omhoog te straten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wortelkap kan negatieve gevolgen hebben voor de conditie en stabiliteit van een boom en wordt daarom zo veel mogelijk voorkomen. De voorkeur gaat uit naar structurele oplossingen. Denk daarbij aan het verruimen van boomspiegels of het vervangen van verharding door open grond. Dat voorkomt niet alleen verhardingsopdruk maar verhoogt ook de kwaliteit van de groeiplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij buurtgroen kan het in sommige gevallen een optie zijn om de bomen weg te halen. Of verharding of bomen worden verwijderd, kan eventueel in samenspraak met inwoners worden beslist. Dure maatregelen zoals wortelbruggen worden in heel incidentele gevallen toegepast, als sprake is van monumentale bomen of bomen in de hoofd- of nevenstructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">J.15.14 Overhangende takken Waar gaat het over?</p>\n<p class=\"lf-p\">Overhangende takken zijn feitelijk geen hindervorm. De gevolgen van overhangende takken kunnen wel hinder geven zoals angst voor afbrekende takken, druip door luizen, schaduw, blad- en bloesemval en dergelijke. Hoe de gemeente daarmee omgaat is in de desbetreffende paragrafen hierboven uitgewerkt. Daaruit blijkt dat in de meeste gevallen geen sprake is van onrechtmatige hinder. Desondanks komen toch regelmatig verzoeken binnen om overhangende takken weg te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Het juridisch kader omtrent overhangende takken is uitgebreid behandeld in paragraaf 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt gemeente De gemeentelijke bomen dienen een algemeen belang en zijn daarom voor een grote groep mensen waardevol. De bomen in de hoofd- en nevenstructuren vertegenwoordigen een extra groot belang. Het is dan ook erg onwenselijk als de gemeentelijke bomen worden ontsierd door snoei van overhang. Een burger kan zich beroepen op zijn snoeirecht in het kader van het Burgerlijk Wetboek (artikel 5:44 lid 1 BW). Indien hij de gemeente sommeert tot snoei van overhang gelden de volgende beleidsregels:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het snoeien van gemeentelijke bomen is toestemming van het college nodig. Dit is vastgelegd in de Bomenverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van hinder wordt zorgvuldig afgewogen tegen de status van de boom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een burger snoei van overhangende takken wil afdwingen, zonder dat hij hiervoor een goede reden heeft (anders dan het gebruik willen maken van zijn recht) ziet de gemeente dat als misbruik van recht. In dergelijke gevallen zal de gemeente geen snoei van overhangende takken toestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Snoei wordt alleen uitgevoerd als dit op een boomtechnisch verantwoorde wijze mogelijk is. Of snoei van overhang nog op een boomtechnisch verantwoorde wijze mogelijk is, wordt bepaald door een groendeskundige van de gemeente of een extern onafhankelijk adviseur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de gemeente erkent dat sprake is van hinder die snoei van overhang legitimeert, snoeit de gemeente de bomen zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij waardevolle bomen zal de gemeente zeer terughoudend zijn in het toestaan van snoei dit het algemeen belang kan schaden. Een burger mag deze bomen niet eigenhandig snoeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens het Burgerlijk Wetboek moet een boomeigenaar een redelijke termijn krijgen om snoei uit te voeren. De termijn waarbinnen snoei van gemeentelijke bomen plaatsvindt, wordt bepaald door de planning van de snoeiploeg. Zij snoeien volgens een vooropgezet en goed doordacht plan. Daarbij is onder andere rekening gehouden met het feit dat sommige boomsoorten slechts in een specifiek jaargetijde mogen worden gesnoeid in verband met bloedingen. Van de gemeente mag niet worden verwacht dat zij de snoeiplanning aanpast aan individuele wensen waardoor de onderhoudskosten toenemen of de kwaliteit van het bomenbestand afneemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de snoei van overhangende takken een regelmatig terugkerende maatregel wordt, kan de gemeente ervoor kiezen om een boom te kappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">BijlageK: Gezondheidsklachten en bomen K.1 Inleiding Bomen kunnen op verschillende manieren hinder veroorzaken. Mensen die deze hinder ervaren gaan de gemeente hierop mogelijk aanspreken. Gemeente Nuenen zal in ieder geval actie moeten ondernemen indien bomen werkelijk onrechtmatige hinder veroorzaken als bedoeld in artikel 5:37 BW. Daarnaast komen gezondheidsklachten voor die formeel gezien geen onrechtmatige hinder zijn en waarbij de gemeente dus niet perse op grond van artikel 5:37 Burgerlijk Wetboek maatregelen moet nemen. Het kan dan gaan om klachten die niet eenduidig zijn te categoriseren naar ‘onrechtmatige hinder – ernstige hinder - geen hinder’ of juist vanuit goed bestuur gezien, maatregelen zouden rechtvaardigen. In dit hoofdstuk staat een overzicht van gezondheidsklachten veroorzaakt door of via bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaders Alleen gezondheidsklachten met een fysieke achtergrond worden beschreven. Hinder en klachten in de vorm van letsel of met een psychische achtergrond zijn niet onderzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze Voor het tot stand komen van dit rapport hebben wij de volgende werkwijze gevolgd: onderzoek onder boomspecialisten; onderzoek bij deskundigen en in beschikbare literatuur; onderzoek naar jurisprudentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.2 Resultaten Voor diverse gezondheidsklachten is een causaal verband vastgesteld tussen een boom en de eventueel daarop voorkomende organismen en de geconstateerde klacht. Uit de interviews en het literatuuronderzoek blijken de volgende boomeigenschappen en of organismen veroorzakers zijn van gezondheidsklachten: eikenprocessierups allergieën roetschorsziekte oesterzwam giftigheid planten(delen) ziekteverspreiding door vogels Teken Teken worden ook vaak in verband gebracht met bomen. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, leven teken echter niet in bomen, maar in gras en kruiden. Daarom wordt hier niet verder op teken en de verspreiding van ziekten door teken ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.2.1 Eikenprocessierups De eikenprocessierups is de larve van de eikenprocessievlinder (Thaumetopoeaprocessionea L.), een onopvallende nachtvlinder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Levenscyclus De vlinder legt in augustus eitjes die in april uitkomen. De larve doorloopt verschillende stadia totdat deze zich ontpopt tot vlinder. Zie afbeelding 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 14.Levenscyclus eikenprocessierups Herkenning De rups doorloopt zes larvale stadia en groeit bij elke vervelling. Daarnaast verandert de rups de eerste vier stadia van kleur (zie foto’s 2 t/m 5). De rugzijde van een volgroeide rups is blauwgrijs en de buikzijde groengrijs. De kop is zwartbruin. Het lichaam van de rups is bedekt met lange witte lichaamsharen. Op de rug heeft de rups enkele segmenten met honderdduizenden korte, zeer gemakkelijk loslatende brandharen. Deze brandharen zijn met het blote oog nauwelijks zichtbaar. De rupsen leven altijd in groepen en verplaatsen zich in kolonnes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Foto 2.Eerste larvale stadium eikenprocessierups(L1) Foto 3.Tweede larvale stadium eikenprocessierups (L2) Foto 4.Derde larvale stadium eikenprocessierups (L3) Foto 5.Vierde larvale stadium eikenprocessierups(L4) Larve bastaardsatijnvlinder Deze soort heeft net als de eikenprocessierups brandharen en de gezondheidsrisico’s zijn over het algemeen hetzelfde. In tegenstelling tot de eikenprocessierups heeft de larve van de bastaardsatijnvlinder twee helderoranje bobbeltjes op het achterlijf (zie foto 6). De vlinder legt eitjes, waar in augustus de larven uitkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Foto 6. Larve bastaardsatijnvlinder De soort overwintert als rups in leerachtige spinselnesten die door hun aanblik tot onrust bij inwoners kunnen leiden. De rups wordt tot 40 mm lang en verpopt zich in juli tot een satijnwitte vlinder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezondheidsrisico’s bij mensen Reacties De brandharen van de eikenprocessierups hebben weerhaakjes en dringen makkelijk in huid, luchtwegen en ogen. Bij contact van de brandharen met de huid en slijmvliezen komt uit de brandharen een lichaamsvreemd eiwit vrij. Dit eiwit activeert een aantal enzymen. De meeste mensen krijgen hierdoor een (pseudo)allergische reactie. De reacties op aanraking verschillen van persoon tot persoon. Naarmate mensen meer in contact zijn geweest met brandharen, worden de reacties heviger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Irritatie Huidirritaties treden over het algemeen binnen acht uur op. Deze gaan gepaard met hevige jeuk, rode uitslag en pijn. Deze reacties kunnen tot twee weken aanhouden. Als er brandharen in de ogen komen treden reacties vaak binnen enkele uren op. De ogen worden pijnlijke en zwellen rood op wat gepaard gaat met jeuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als brandharen worden ingeademd leidt dat tot irritaties in mond en keel en zelfs tot slikklachten. Ook kunnen slijmvliezen van keel, neus en luchtwegen ontstekingsreacties vertonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Allergische reactie Naast bovenstaande klachten kunnen ook algemene klachten ontstaan, zoals koorts, duizeligheid en braken. Deze klachten wijzen op een allergische reactie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klachten; jaarrond Ook zonder contact met de rupsen kunnen mensen klachten krijgen. De brandharen worden namelijk ook door de wind verspreid. Daarom komen de gezondheidsklachten het gehele jaar voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 12. Ontwikkelingsstadia en perioden van overlast voor publiek Geel: Beperkte blootstelling en ongemak als gevolg van de aanwezigheid van brandharen in oude nesten Blauw: Blootstelling en ongemak Rood: Veel blootstelling en ongemak Tabel 12 geeft een overzicht van de verschillende levensstadia van de eikenprocessievlinder en de mate waarin mensen overlast ondervinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risicogroepen Een selecte groep mensen behoort tot een risicogroep. Deze groep heeft een grotere kans op blootstelling of een snellere reactie op de brandharen. De overlastperiode voor mensen uit de risicogroep is daarnaast meestal langer dan die van mensen buiten de risicogroep. Personen die tot de risicogroep behoren zijn: mensen die in de openbare ruimte nabij of in eiken werken (bestrijders, boomverzorgers, groenverzorgers); mensen die verblijven of zich verplaatsen in een omgeving waar veel eikenbomen staan (recreanten, kinderen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Mensen die heftiger en sneller reageren op contact met brandharen behoren ook tot een risicogroep. Dit zijn: mensen die eerder in aanraking zijn geweest met brandharen; mensen die allergisch zijn voor brandharen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorkomen van ongemak Het beste is uiteraard om ongemak te voorkomen. Adviseer mensen om in een gebied waar eikenprocessierupsen aanwezig zijn: armen en benen zoveel mogelijk te bedekken; banken of picknickplaats te controleren op aanwezigheid van eikenprocessierupsen; niet te verblijven binnen 5 m van eikenprocessierupsen; kinderen te waarschuwen voor de gevaren van de rups.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezondheidsrisico’s bij dieren Dieren kunnen ook hinder ondervinden van de brandharen. Vooral honden, paarden en katten kunnen klachten krijgen. Dieren hebben vooral irritaties aan lippen en slijmvliezen in mond en keel. Wanneer dieren veel haren in de mond krijgen, kan ernstig letsel aan tong, lippen en mond ontstaan. Algemene symptomen zijn irritatie van de slokdarm, diarree en koorts. Deze symptomen verdwijnen bij dieren niet zo snel als bij mensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risicogroep De kans op contact met brandharen is bij runderen en paarden het grootst als ze in de directe nabijheid van besmette eiken grazen of eten van maaisel of hooi waar brandharen in zitten. Honden hebben kans op ernstige besmetting als ze snuffelen in bermen waarin nesten van eikenprocessierupsen zijn gevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bronnen L. Moraal et al: Gulzige vreters en irriterende brandharen, (Tuin &amp; Landschap [16] 2006) M. van Ass et al: GGD-richtlijn medische milieukunde: de eikenprocessierups en gezondheid, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2008 W. I. Hagens, C. Mulder: Gezondheidsaspecten van de eikenprocessierups, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2013 Gemeente Helmond: beleidsplan eikenprocesierups,2010 G. Rutten, H. Kuppen: Eikenprocessierupsregistratiesysteem Digidis protocol versie 1.1, 2009 Kuppen boomverzorging bv: Rapportage eikenprocessierups Risicoanalyse en beheerplan gemeente Amsterdam, 2009 RIVM: Publieksfolder eikenprocessierups, 2009 - J.J. Fransen et al, Leidraad beheersing eikenprocessierups, Plantenziektenkundige Dienst, update 2008 H.W.A. Jans, A.E.M. Franssen: Tijdschrift voor diergeneeskunde, deel 133, aflevering 10, 15 mei 2008 Jeroen Reijnen, Beoordeling van het vrijkomen en de verspreiding van brandharen tijdens bestrijding van de eikenprocessierups, 2009 Informatiesheet over de Bastaardsatijnvlinder, NVWA, 2010 http://www.gelderland.nl/eCache/DEF/10/268.htm http://documentatie.leefmilieubrussel.be/documents/IF_Biodiversiteit_eikenprocessierups_NL.PDF http://www.natuurkalender.nl http://www.vlindernet.nl http://www.vlinderstichting.nl http://library.wur.nl/dps/diensten/dossiers/eikenprocessierups.html http://www.natuurloket.nl www.minlnv.nl\\eikenprocessierups www.rivm.nl – toolkit eikenprocessierups www.eikenprocessierups.org Kennisbank Cobra adviseurs K.2.2 Allergieën Stuifmeel Allergische reactie Wanneer planten, grassen en bomen bloeien vormen ze in veel gevallen stuifmeel, ofwel pollen. Hooikoorts is een jaarlijkse terugkerende en seizoensgebonden aandoening, veroorzaakt door overgevoeligheid voor stuifmeel (pollen) van windbestuivende planten. Door een allergische reactie van de slijmvliezen van de neus, keel en ogen ontstaan jeukende, rode en tranende ogen, niesbuien en neusverstopping. Jeuk in de oren en keel, leidt tot hoesten, stemklachten en schrapen van de keel. Door de gezwollen neusslijmvliezen raakt de afvoer van de neusbijholtes naar de neus vaak verstopt. Dit geeft dan een vol gevoel in het hoofd en een zeurderige hoofdpijn. In ernstige gevallen zijn er ook klachten van de diepere luchtwegen, zoals hoesten met het opgeven van slijm, piepen en kortademigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bloeiperiode Graspollen zijn in Europa de grootste verwekker van hooikoorts. Behalve door een overgevoeligheid voor stuifmeelkorrels van grassen worden hooikoortsklachten ook veroorzaakt door stuifmeel van bomen (bijvoorbeeld berken, elzen, hazelaars) en diverse kruidachtige planten (bijvoorbeeld bijvoet, weegbree en zuring). De klachten treden op afhankelijk van de bloeitijd van het betreffend gewas. De hazelaar en els bloeien vroeg in het jaar: december tot en met maart. De berken bloeien in maart tot en met mei, grassen van eind april tot eind augustus en de bijvoet vooral in de maand augustus. Gedurende de bloeitijd van een soort bloeit een individuele plant of boom vaak maar een beperkte periode. Zo bloeien berken maar enkele dagen tot enkele weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding Stuifmeel wordt verspreid door de wind. In de directe nabijheid van een stuifmeel producerende plant is de concentratie het hoogst, gedurende de periode van bloei van de betreffende boom. Er is altijd een bepaalde mate van ‘achtergrondconcentratie’ aan pollen. Tijdens de bloei van een boom ontstaat er een piek in de concentratie, deze verdwijnt na de bloei van de betreffende boom. Het grootste deel van het seizoen veroorzaken andere bomen dus voor de aanwezige pollen. Welke rol individuele bomen hebben op de lokale pollenconcentratie is nog onduidelijk, hiervoor wordt nader wetenschappelijk onderzoek opgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Allergietesten Met een allergietest kan worden aangetoond voor welke plantensoorten een persoon gevoelig is. Indien men gevoelig is kan bij blootstelling een allergische reactie ontstaan. Maar of die reactie optreedt en de mate waarin is afhankelijk van de persoon, de pollenconcentratie waaraan de persoon is blootgesteld, de duur van blootstelling en een serie van andere factoren zoals kruisreacties met voedselproducten maar mogelijk ook de luchtkwaliteit. Daarnaast is het nodig te weten wanneer in het seizoen iemand last heeft van hooikoorts. Dit kan vergeleken worden met de bloeiperiodes van planten en bomen. Een allergische reactie op een bepaalde pollensoort wil namelijk niet zeggen dat dit ook de trigger is die de hooikoorts veroorzaakt. Door het wanneer en waarvoor te combineren is met redelijke zekerheid vast te stellen welke soort hooikoorts veroorzaakt. Daarna is vast te stellen of en welke maatregelen mogelijk en zinvol zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bronnen Dr. Ir. Arnold J.H. van Vliet, werkzaam bij WU Omgevingswetenschappen, onderdee l Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse, gespecialiseerd in de ontwikkeling en coördinatie van citizen science netwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Allergie-centrum Haaglanden www.allergieradar.nl www.pollennnieuws.nl www.hooikoortsradar.nl www.lumc.nl/org/longziekten/patientenzorg/polle n-en-hooikoorts/pollentelling/ www.wageningenur.nl/nl/Expertises-Dienstverlening/Onderzoeksinstituten/Alterra/show/Hooikoorts.htm Hooikoorts, afdeling Allergologie; patiënten folder Erasmus MC, 2011 Achter ‘hooikoortsplant’ schuilt gezondheidsgevaar; doortesten op specifiek IgE tegen ambrosia blijkt noodzakelijk, News Reporter/Siemens Diagnostics 6, Dr. Ir. AJH van Vliet, WUR, 2010 Toekomstschets Ambrosia, Team invasieve Exoten Min LNV, Dr. Ir. AJH van Vliet et. al. , 2009 Kennisbank Cobra adviseurs Platanenstof Irritatie luchtwegen Verschillende mensen geven aan irritatie aan de luchtwegen of slijmvliezen te ervaren na of tijdens het werken in of direct onder platanen. Dit wordt veroorzaakt door zogenoemd ‘platanenstof’, haren afkomstig van de jonge bladeren en vruchten dat voornamelijk door wind wordt verspreidt. De klachten zijn hoesten, niezen en rode, tranende ogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vluchtige organische stof Er zijn ook aanwijzingen dat de irritatie aan de luchtwegen veroorzaakt kan worden door vluchtige organische stof (VOS). Dit zijn stoffen die onder andere platanen aanmaken, waarschijnlijk als bescherming tegen UV straling. Hoe zonniger en warmer, hoe hoger de aanmaak van VOS is. VOS koppelt zich gemakkelijk aan zeer fijne deeltjes en kan daarom diep in de longen dringen. Welke rol VOS van platanen bij gezondheidsklachten precies spelen is nog onduidelijk, hiervoor wordt nader wetenschappelijk onderzoek opgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bronnen www.rivm.nl/Onderwerpen/B/Binnenmilieu/Vluch tige_organische_stoffen_VOSBiogenic www.floravannederland.nl/plantanen/plataan Stadsbomen voor een goede luchtkwaliteit, F Tonneijk en V Kuypers, Bomennieuws, 2006 Planten en luchtkwaliteit, Ir MHA Hoffman, Dendroflora nr 46, 2009 Volatile organic compound emissions from nine species used in an urban tree-planting program, A. Curtis et.al, Atmospheric environment, 2014 Natural volatile organic compound emission rate estimates for US woodland landscapes, A Guenther et. Al, Atmospheric environment, 1993 Kennisbank Cobra adviseurs K.2.3 Roetschorsziekte Omschrijving Roetschorsziekte wordt veroorzaakt door de schimmel Cryptostroma corticale en komt vooral voor op esdoorns. Sporen van de schimmel dringen binnen via wonden en gebroken takken. De schimmel kan zich onder de schors snel uitbreiden, zeker bij warm en droog weer. In de beginfase van de aantasting is bast- en cambiumafsterving zichtbaar, dit is te zien door vlekken die worden veroorzaakt door slijmafscheiding. In de nazomer begint de boom te verwelken en sterft de kroon af, later sterft de hele boom af. In het spinthout van een aangetaste boom zijn op dwarsdoorsnede groene tot blauwachtige verkleuringen te zien. Binnen enkele maanden na het afsterven van de boom ontstaan langwerpige scheuren in de bast, de buitenste schorslaag wordt afgestoten en onder de schors is een zwarte laag sporen te zien van de schimmel die de ziekte veroorzaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevolgen voor mensen De droge sporen die de schimmel vormt kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen. Een veelvuldige en langdurige blootstelling kan bij mensen extrinsieke allergische alveolitis (EAA) veroorzaken. Door een late allergische reactie op geïnhaleerde organisch stof ontstaat een type ontsteking in en rond de longblaasjes. De acute vorm van deze aandoening geeft symptomen als benauwdheid, hoesten, koorts en algemene malaise. Deze vorm geneest binnen een aantal weken na beëindiging van de blootstelling. De chronische vorm zorgt geleidelijk voor een toenemende kortademigheid en kan leiden tot blijvende invaliditeit. EAA is erkend als beroepsziekte die voorkomt bij onder andere mensen werkzaam in de agrarische sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanwezigheid van roetschorsziekte In Engeland is de ziekte al sinds eind jaren '40 aanwezig. Sinds 2003 (extreem warme en droge zomer) komt de ziekte ook in Zwitserland, Frankrijk en Oostenrijk voor. De schimmel is in 2005 voor het eerst in zuidwest Duitsland vastgesteld in een bosgebied. In augustus 2013 werd de roetschorsziekte al in ons land ontdekt, maar deze vondst werd pas in februari 2014 als roetschorsziekte vastgesteld. Sindsdien is de ziekte al op meerdere plaatsen in Nederland aangetroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bronnen QS Cryptostromale corticale, NVWA pest risk analyses, 2014 Extrinsieke allergische alveolitis (EAA), folder Erasmus UMC, Rotterdam Allergy Frontiers: Diagnosis and Health Economics, R Pawankar et. al, Springer, 2009 blz 275-280 Pneumonitis Due to Cryptostroma corticale (Maple-Bark Disease), Dean A. et. al, New Journal of Medicine, 1966 Richtlijn voor aanpak roetschorsziekte, R Schraven, Boomzorg nr 4, 2016 mens-en-gezondheid.infonu.nl/ziekten/171172-roetschorsziekte-boomziekte-gevaarlijk-voormensen.html www.bioinfo.org.uk/html/Cryptostroma_corticale.html Kennisbank Cobra adviseurs K.2.4 Oesterzwam Omschrijving Gewone oesterzwam (Pleurotus ostreatus) is een algemeen voorkomende zwakteparasiet die voorkomt op zowel dood als levend hout. De schimmel infecteert levende bomen via tak en stamwonden en veroorzaakt daar rot in het kernhout. Op de stam of takken verschijnen na verloop van tijd de vruchtlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Allergische reactie Het inademen van een sporenwolk van de gewone oesterzwam kan zorgen voor een heftige astmatische reactie. Daarnaast kunnen hun sporen oogontstekingen veroorzaken. Beide zijn vooral het geval bij veelvuldig inademen van de sporen. Dit is daarom voornamelijk een risico voor kwekers van oesterzwammen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bronnen www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=paddenstoelen&amp;id=527 Stadsbomenvademecum 3 c, IPC Groene Ruimte, 2007 Allergie ‘Sporen van de oesterzwam zijn verraderlijk’, T. Hermans, Paddestoelen 2 blz. 4-5, 1997 De Champignonskwekerslong, ILD Care Today nummer 02, Dr. Anton L Cox, 2010 K.2.5 Giftigheid planten(delen) Omschrijving</p></div>", "next": 239685}