{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Destructiekosten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Abonnementskosten vast (aansluiting);</p>\n<p class=\"lf-p\">Energiekosten variabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:4</span><span class=\"lf-art-t\">Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: de stichting is volgens de Kamer van Koophandel gevestigd in de gemeente Breda; de stichting is volgens de statuten opgericht voor het hebben van een dierenweide of kinderboerderij; de stichting heeft voor de dierenweide of de kinderboerderij gratis gemeentegrond in bruikleen van de gemeente Breda; en de dierenweide of de kinderboerderij is openbaar en vrij toegankelijk voor bezoekers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoeveel subsidie is er?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 63.424.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Iedere subsidieaanvrager kan maximaal per jaar € 25.000 subsidie aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvraag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:6</span><span class=\"lf-art-t\">Wat is er nodig bij de aanvraag?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een activiteitenplan voor het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd met een duidelijk overzicht van de kosten voor het beheren van een dierenweide of kinderboerderij; [vervallen] [vervallen] 2.Als er sprake is van staatssteun en de Europese de-minimisverordening van toepassing is, wordt een de-minimisverklaring meegestuurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:7</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders ingeleverd zijn vóór 1 oktober voor het subsidiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiebehandeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoe wordt de subsidie verdeeld?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond volgens de regel wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dat betekent dat de subsidie wordt verdeeld volgens de beoordelingscriteria van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:9</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:10</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer wordt de subsidie geweigerd?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie ook als de subsidie wordt aangevraagd voor: onderhoudskosten; andere kosten, zoals kosten voor nieuwe investeringen; het opbouwen van eigen vermogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieverstrekking</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:11</span><span class=\"lf-art-t\">Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie: de gemeente wordt meteen geïnformeerd als de dierenweide of de kinderboerderij stopt; de gemeente wordt meteen geïnformeerd als er minder kosten worden gemaakt. De subsidie moet dan worden terugbetaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:12</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkingsmogelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze subsidieregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Afwijking van deze regels kan in gevallen waarin het toepassen van de regels onredelijk is voor de subsidieaanvrager of de subsidieontvanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van deze regels als zij vinden dat het toepassen van de regels een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk8Sport Paragraaf8.1Subsidieregeling breedtesportevenementen, topsportevenementen en talentontwikkeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vigerend beleidskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beleidskader voor subsidies uit dit hoofdstuk is de nota Team Breda, Visie op sport &amp; bewegen 2017-2030 en specifiek het bijbehorende uitvoeringsprogramma 2023-2026 zoals vastgesteld door de raad op 6 april 2017.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:2</span><span class=\"lf-art-t\">Voor wie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bredase sportverenigingen en andere sportorganisaties die als kerntaak hebben activiteiten te organiseren voor inwoners van Breda en gericht zijn op de uitoefening van een sport die erkend is door NOC*NSF, dan wel organisaties die als kerntaak hebben activiteiten te organiseren voor inwoners van Breda die gericht zijn op het in algemene zin stimuleren van actieve lichaamsbeweging door middel van de uitoefening van sport- en spelactiviteiten onder deskundige leiding en ter beoordeling van burgemeester en wethouders. De organisatie dient met haar activiteiten een aantoonbare bijdrage te leveren aan de vastgestelde gemeentelijke beleidsdoelen zoals opgenomen in het vigerend beleidskader.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:3</span><span class=\"lf-art-t\">Met welk doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt teneinde mede mogelijk te maken dat de vastgestelde gemeentelijke beleidsdoelen zoals opgenomen in het vigerend beleidskader gerealiseerd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Wat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eenmalige subsidie kan worden verstrekt voor uitsluitende de volgende activiteiten c.q. maatregelen: breedtesportevenementen; topsportevenementen. talentontwikkeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:5</span><span class=\"lf-art-t\">Breedtesportevenementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onder breedtesportevenementen vallen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Schoolsporttoernooien waarvan er maximaal twee toernooien per sport per jaar voor subsidie in aanmerking komen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Side-events van Bredase topsportevenementen met minimaal 100 Bredase deelnemers aan de tot het side-event behorende activiteit 2.De subsidie bedraagt maximaal een derde van de door burgemeester en wethouders aanvaardbaar en noodzakelijk geachte kostenbestanddelen op de begroting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:6</span><span class=\"lf-art-t\">Topsportevenementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een evenement wordt aangemerkt als een topsportevenement als het voldoet aan de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft een Nationaal Kampioenschap, Europees Kampioenschap, Wereldkampioenschap dan wel een sportevenement dat een aantoonbare bijdrage levert aan de promotie van de desbetreffende sport in Breda; en Er zijn minimaal drie deelnemers / deelnemende teams uit de top 8 ranking (Nationaal, Europees en Wereld).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie bedraagt maximaal een derde van de door burgemeester en wethouders aanvaardbaar en noodzakelijk geachte kostenbestanddelen. Er wordt geen subsidie verleend voor start- en prijzengelden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:7</span><span class=\"lf-art-t\">Sportleerbedrijf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:8</span><span class=\"lf-art-t\">Talentontwikkeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om in aanmerking te komen voor een subsidiebijdrage voor talentontwikkeling dient de aanvrager te voldoen aan de volgende criteria: er is sprake van een professionele organisatie zonder commercieel oogmerk die gericht is op het stimuleren van talentvolle sporters tussen 11 en 18 jaar uit Breda en omgeving; de activiteit is erop gericht sporters en sportverenigingen te ondersteunen en te begeleiden, als onderdeel van erkende opleidingsprogramma’s of regionale trainingscentra, gericht op de doorstroom van (individuele) sporters naar nationaal topsportniveau; ten minste een derde van de begroting van het project is afkomstig uit andere inkomstenbronnen, zoals landelijke of provinciale bijdragen, deelnemersbijdragen of sponsoring; er is sprake van erkende opleidingsprogramma’s, onder regie van de betreffende sportbond(en); er is sprake van aantoonbare kwaliteit wat betreft de selectie en begeleiding van deelnemers; er is afstemming met betrokken verenigingen, bonden, ouders, scholen en ondersteunende partijen over de activiteit; de activiteit draagt bij aan talentidentificatie in het onderwijs en/of bij sportaanbieders en de verbetering van de kwaliteit van trainers en coaches; er vindt samenwerking plaats met lokale en bovenlokale partijen, zowel financieel als inhoudelijk; er is afstemming over de accommodaties die worden gebuikt; de activiteit heeft een meerjarenperspectief; de activiteit behoort niet tot de reguliere taken/activiteiten van een vereniging of andere sportaanbieder; het project draagt bij aan versterking van de (top)sportinfrastructuur van de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:9</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Aanvragen voor subsidie voor talentontwikkeling dienen jaarlijks voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd te worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Aanvragen voor subsidie voor breedtesport- en topsportevenementen dienen minimaal 13 weken voor het evenement te worden aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2025 is als volgt verdeeld: voor sportevenementen als bedoeld in artikel 8:5 en 8:6: € 155.000. voor talentontwikkeling als bedoeld in artikel 8:8: € 279.950.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie wordt verdeeld aan de hand van toetsing aan de criteria zoals opgenomen in artikel 8:8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf8.2Investeringsregeling ten behoeve van buitensportaccommodaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:11</span><span class=\"lf-art-t\">Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.Buitensportvereniging: Een binnen de gemeente Breda gevestigde buitensportvereniging, die haar activiteiten in hoofdzaak ten behoeve van de inwoners van de gemeente Breda uitvoert op een gemeentelijk sportcomplex danwel een sportcomplex in eigen beheer. b.Buitensportveld: Een sportvoorziening in de buitenlucht met een aangepaste ondergrond die noodzakelijk is om te kunnen trainen dan wel wedstrijden op te spelen met daarbij behorende vaste elementen. (Denk aan ondergrond, hekwerk, veld of baanverlichting, verharding rondom het veld, publieksstroken opsluiting veld, dug-outs en vaste doelen) c.Herstructurering: Een ontwikkeling waarbij de structuur van een gebied wordt omgevormd en de functie van de plek verandert. Dit betreft o.a. de eerste aanleg van een buitensportvoorziening of uitbreiding c.q. inbreiding danwel herindeling van een sportcomplex.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:12</span><span class=\"lf-art-t\">Voor wie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bredase buitensportverenigingen die als kerntaak hebben activiteiten te organiseren voor inwoners van Breda die gericht zijn op de uitoefening van een sport die erkend is door NOC*NSF en gericht zijn op het stimuleren van actieve lichaamsbeweging door middel van de uitoefening van sport- en spelactiviteiten onder deskundige leiding ter beoordeling van burgemeester en wethouders en die met de activiteiten een aantoonbare bijdrage leveren aan de vastgestelde gemeentelijke beleidsdoelen zoals opgenomen in het vigerend beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is toegestaan dat de sportvereniging bij het aanvragen van de investeringsregeling en/of garantstelling vertegenwoordigd wordt door een aan de vereniging gelieerde exploitatiestichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:13</span><span class=\"lf-art-t\">Met welk doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt teneinde mede mogelijk te maken dat de vastgestelde gemeentelijke beleidsdoelen zoals opgenomen in het vigerend beleidskader gerealiseerd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:14</span><span class=\"lf-art-t\">Wat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan eenmalig worden verstrekt in de periode 2023-2026 voor uitsluitend de volgende activiteiten c.q. maatregelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Investeringen in buitensportvelden: aanpassing van een bestaand buitensportveld; aanleg van een nieuw buitensportveld. investeringen in kleedwasaccommodaties: aanpassing c.q. uitbreiding van een bestaande kleedwasaccommodatie; bouw van een nieuwe kleedwasaccommodatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Investeringen of aanpassingen die bijdragen aan de toegankelijkheid van het buitensportcomplex voor mindervaliden, inclusief de sportkantine.</p>\n<p class=\"lf-p\">Investeringen in duurzaamheid buitensportaccommodaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder investeringen in duurzaamheid worden verstaan investeringen gericht op energiebesparing of het opwekken van duurzame energie voor een (sport)accommodatie die eigendom is van een sportvereniging, waarbij sprake is van aantoonbare positieve effecten op energieverbruik en exploitatie van de desbetreffende accommodatie, ter beoordeling van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen voor subsidie voor investeringen in duurzaamheid omvatten (het opstellen van) een objectieve rapportage of meting (bijvoorbeeld een energiescan) waaruit de positieve effecten blijken. Onder positieve effecten wordt verstaan: zij die een bijdrage leveren aan de energietransitie, een CO2-neutraal Breda.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen zijn voorzien van een planning waaruit blijkt dat de maatregelen binnen twee jaar gerealiseerd kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sportverenigingen kunnen slechts eenmaal per subsidieperiode (2023 t/m 2026) een beroep doen op subsidie voor verduurzaming van de buitensportaccommodaties totdat het plafond van de regeling bereikt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie per aanvraag bedraagt (in beginsel) maximaal € 35.000 én voor maximaal één derde van de door burgemeester en wethouders aanvaardbaar en noodzakelijk geachte kostenbestandsdelen op de begroting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:15</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor het subsidiëren van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 8:14 is het bedrag beschikbaar zoals dat in de begroting voor het vigerende beleidskader is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De volledige ingediende aanvragen worden behandeld volgens vastgestelde criteria zoals opgesteld in artikel 8:17.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:16</span><span class=\"lf-art-t\">Tranches</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Jaarlijks gelden voor het aanvragen van subsidie de volgende indieningstermijnen: voor uitkering subsidie in 2024: uiterste indiening aanvraag op 31 mei 2023; voor uitkering subsidie in 2025: uiterste indiening aanvraag op 31 mei 2024 en; voor uitkering subsidie in 2026: uiterste indiening aanvraag op 31 mei 2025.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Burgemeester en wethouders dienen op volledige subsidieaanvragen voor het volgend jaar uiterlijk 31 december van het lopend jaar een besluit te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond per periode vast en maakt dit bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie kan per periode verleend worden totdat het plafond van de regeling bereikt is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:17</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Sportverenigingen kunnen slechts eenmalig per drie jaar (dagtekening datum beschikking toekenning subsidie) een beroep doen op de subsidieverlening op grond van artikel 8:14.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Uit de aanvraag voor de subsidie dient minimaal te blijken dat (indien van toepassing): aan alle geldende wetgeving wordt voldaan; de subsidie ten goede komt aan het faciliteren van activiteiten gelieerd aan het doel en strekking van de vereniging; er adequaat wordt ingespeeld op maatschappelijke en/of demografische ontwikkelingen of ondercapaciteit die uitwijzen dat er op termijn noodzaak is voor extra capaciteit voor de desbetreffende sport zoals uitgewezen in het rapport Capaciteitsonderzoek gemeente Breda 2017; door middel van de subsidie wordt voldaan aan de inrichtingseisen vermeld in de landelijke richtlijnen van het NOC*NSF en de sportbonden, alsmede vigerende wet- en regelgeving; de investering ten goede komt aan de samenwerking of fusie met een andere vereniging (dan wel of niet zelfde sportsoort); er extra aandacht is voor verduurzaming van betreffende sportaccommodatie; er extra aandacht is voor toegankelijkheid voor mindervaliden; er extra aandacht is voor samenwerking met andere (maatschappelijke) partijen; er extra aandacht is voor de ontplooiing van activiteiten voor kwetsbare groepen in de samenleving;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Aanvragen voor subsidie moeten zijn voorzien van: de balans en jaarrekening van de laatste twee boekjaren; duiding van de aanwezige financiële reserve; meerjarenbegrotingsoverzicht met minimaal een begroting voor de eerstkomende twee jaar; ontwikkelingsoverzicht van het ledenbestand (spelende leden), respectievelijk aantal verenigingsteams; stichtingskostenraming, voorzien van een open begroting welke inzicht biedt in de detailactiviteiten en kosten; projectplan, detailbegroting, risico analyse (t.b.v. veiligheid en omgevingsoverlast), plattegronden en offertes van de planvorming, aansluitend op de kwaliteitseisen/ normering die gesteld worden door de desbetreffende sportbond en gemeentelijke kaders en richtlijnen; verslag van de Algemene Ledenvergadering waaruit blijkt dat de meerderheid instemt met de plannen; een (beoogde) tijdsplanning, afgestemd met de afdeling Vastgoed van de Gemeente Breda.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidie bedraagt maximaal één derde van de door burgemeester en wethouders aanvaardbaar en noodzakelijk geachte kostenbestanddelen op de begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het bedrag van de totale investering bedraagt minimaal € 15.000,-. De subsidie per aanvraag bedraagt maximaal € 250.000,-. Subsidie wordt berekend op basis van de begroting, inclusief BTW. Wanneer burgemeester en wethouders dit nodig achten, kan zij van het maximumbedrag per subsidieaanvraag afwijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Opeenstapeling van gemeentelijke subsidies is in beginsel niet toegestaan. Burgemeester en wethouders kunnen een afwijkend besluit nemen op basis van Verbeter Breda.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Er wordt geen subsidie verstrekt voor horeca gerelateerde investeringen zoals sportkantines, tenzij deze bijdragen aan de toegankelijkheid van minder validen. Tevens wordt geen subsidie verstrekt voor voorzieningen/ meerkosten ten behoeve van reclame-uitingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.In geval van herstructurering van een buitensportcomplex behouden burgemeester en wethouders zich het recht voor om af te wijken van de subsidie op grond van artikel 8:13.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:18</span><span class=\"lf-art-t\">Garantstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Indien landelijk opererende waarborgfondsen niet tot 100% waarborgen kan de gemeente voor het resterende gedeelte een deelgarantie afgeven. Voorbeeld hiervan is stichting waarborgfonds sport (SWS).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Bij aanvulling van de subsidie door middel van een lening waarvoor de Gemeente garant dient te staan, dient als voorliggende voorziening een garantstelling aangevraagd te worden bij Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). Als er een gemeentegarantie wordt verstrekt, worden in principe twee separate leningen afgesloten. Voor de ene lening staat SWS borg, voor de andere lening staat de gemeente garant. De looptijd van een borgstelling is maximaal 15 jaar, de borgstelling van SWS is nooit hoger dan € 250.000* per project en bedraagt maximaal de helft van de aan te trekken lening. * Genoemde bedragen zijn onder voorbehoud van wijzigingen in het garantiebeleid van Stichting Waarborg Fonds Sport. Gemeente Breda volg in haar garantiebeleid de minima en maxima die SWS in haar actuele garantiebeleid hanteert.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Bij deelgaranties - garantieverlening in samenwerking met SWS - volgt de gemeente de uitkomsten van de uitgevoerde krediettoets door SWS. De gemeente zal dan in principe zelf geen krediettoets uitvoeren. Aanvullende informatie dient enkel op aanvraag van de gemeente verstrekt te worden 4.Er mag niet zijn/worden begonnen met de bouw of aanleg, voordat SWS en de gemeente de borgstelling heeft afgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Bij deelgaranties - garantieverlening in samenwerking met de Stichting Waarborgfonds Sport wordt geen risico opslag in rekening gebracht. De aanvrager dient zich te houden aan het gemeentelijk garantiebeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Bij deelgaranties hanteert de gemeente Breda de criteria die SWS aanhoudt met betrekking tot het maximum garantiebedrag voor zover niet strijdig met het gemeentelijke garantiebeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.In aanvulling op artikel 8:16, derde lid, legt de aanvrager de volgende gegevens over:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een offerte van de geldlening van de geldverstrekker Een kopie van de afgesloten geldlening Een toegewezen garantstelling van Stichting Waarborgfonds Sport De onderbouwing dat er geen andere financieringsmiddelen of eigen middelen aangewend kunnen worden voor de investering waarvoor garantie wordt aangevraagd, De onderbouwing dat de financieringslasten van de investering passen binnen de structureel beschikbare budgetten van de aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:19</span><span class=\"lf-art-t\">Overname</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Wanneer de vereniging gebruik maakt van de investeringsregeling ten behoeve van buitensport zoals genoemd in artikel 8:13, stemt de vereniging in met de overname van het eigendom van desbetreffende veld of kleedwasaccommodaties en daarmee het beheer en onderhoud hiervan, voorafgaand aan de realisatie van de (ver)bouwing. De grond blijft hierbij in eigendom van de gemeente. In overleg met de gemeente Breda worden afspraken gemaakt omtrent het vestigen van zakelijk recht op de grond (erfpacht of opstalrecht), beheer en onderhoud. De vereniging dient voorafgaand aan het beschikking van de subsidie hierover principe-afspraken te maken met de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De beschikte subsidie dient pas aangewend te worden wanneer het veld waarvoor de subsidie verstrekt wordt formeel in eigendom is overgedragen aan de sportvereniging c.q. gelieerde exploitatiestichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:20</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieaanvraag afwijzen, indien: de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd al in uitvoering zijn genomen; de aanvrager niet beschikt over een gezonde financiële positie en ledenbestand; de plannen niet aansluiten bij de toekomstige gebiedsontwikkeling; ingediende offertes niet overeenkomen met beeldvorming die burgemeester en wethouders hebben over de marktconforme prijshantering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Wanneer een vereniging niet in aanmerking komt voor de subsidie maar wel voor de garantieregeling benoemd in artikel 8:18 hanteren burgemeester en wethouders de lijn van het vigerend garantiebeleid van de gemeente Breda.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:21</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende bepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle aanvragen voor subsidie worden ingediend door middel van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk9Specifieke nadere regels mantelzorgwoning Vervallen Hoofdstuk10Water en groen op eigen terrein Paragraaf10.1Subsidieregeling Water en groen op eigen terrein</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Groene daken Dit zijn beplante daken met een waterbergend vermogen, een substraat laag en met een gevarieerde samenstelling van sedum beplanting, grassen, kruiden en/of vaste planten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene gevels Dit zijn grondgebonden beplante gevels die indien nodig gebruik maken van klimsteunen in de vorm van een of meerdere vaste planten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regenwatervoorzieningen Dit zijn voorzieningen die regenwater vasthouden en/of laten infiltreren in de bodem, zoals een voorziening met eenzelfde principewerking als een verlaging in de tuin voor de tijdelijke opvang van regenwater, een regenton of een infiltratiekoffer. Verharde opritten waar grint of grasbeton wordt aangelegd, zijn ook toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onttegelen- en vergroenen van tuinen Dit zijn maatregelen waarin verharding wordt verwijderd en vervangen wordt door een robuuste vergroening in de voor- en/of achtertuin. Het gaat hier om de aanleg van gras, planten, struiken en bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hemelwaterriolering Rioolstelsel via welke uitsluitend hemelwater wordt afgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene schoolpleinen Een groen schoolplein is een natuurlijke speel- en leeromgeving. Een groen schoolplein biedt een rijk speel- en leerlandschap waar zowel ruimte is voor kinderen om vrij te spelen als voor natuur om zich te ontwikkelen en draagt bij aan biodiversiteit en aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress;</p>\n<p class=\"lf-p\">Groenvisie bedrijventerrein Een visie op het water- en groen van een (deel van een) bedrijventerrein met de doelstelling om richting te geven aan een universeel en herkenbaar toekomstbeeld van het (deel van een) bedrijventerrein. De groenvisie dient als richtsnoer voor losse projecten om met slim gekozen ontwerpprincipes, materialen en planten toe te werken naar (groene) uniformiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij dient de groenvisie zich ook voor 90% te richten op de inrichting van het eigen terrein van de bedrijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het doel van deze subsidieregeling is het stimuleren van een maatregelpakket:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat regenwater vasthoudt waar het valt en de afvoer van regenwater op de riolering vermindert en hiermee de kans op wateroverlast beperken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die bijdraagt aan herstel van het natuurlijk watersysteem en hiermee verdroging van de bodem tegengaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die de leefomgeving voor planten en dieren, de biodiversiteit bevordert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die door het groene karakter een positieve bijdrage levert aan verkoeling en luchtkwaliteit (opname van fijnstof) van de buitenruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het doel van deze subsidieregeling specifiek voor groene Schoolpleinen is, naast de doelen uit lid 1:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het creëren van een natuurlijke leefomgeving waarin bewegen en spelen wordt gestimuleerd en bijdraagt aan het mentaal welbevinden voor kinderen (&lt;18jaar).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een plek creëren waar kinderen in aanraking komen met natuur en gezonde voeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 35% van de bespeelbare oppervlakte van de schoolomgeving heeft een natuurlijk karakter, zoals: groen oppervlak (gras, struiken en bomen), onthard oppervlak (boomsnippers, zand). Er zijn verschillende vormen van groen te onderscheiden, zoals: speelgroen (spelen in en met groen), educatief groen, eet- en ruikgroen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groen schoolplein is ingericht met (overwegend) natuurlijke duurzame materialen, waarbij hergebruik van materialen voorop staat;</p>\n<p class=\"lf-p\">De speelomgeving biedt plek voor rust, natuurbeleving, creatieve vormen van spel en avontuurlijk bewegen. De basis hiervoor ligt in de diversiteit en verscheidenheid van het plein met kenmerken als hoog/laag, nat/droog, schaduw/zon;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van de buitenruimte is geïntegreerd in het lesprogramma. Naast de mogelijkheden om bijvoorbeeld taal- en rekenlessen te geven op het plein kunnen kinderen ook leren over planten, dieren, weersverschijnselen, moestuinieren en natuurlijke materialen en biedt kansen voor bewegend leren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het doel van deze subsidieregeling specifiek voor Groene bedrijventerreinen is, naast de doelen uit lid 1:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een toevoeging leveren aan de toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen in de gemeente Breda.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedrijfspercelen op het bedrijventerrein met minimaal 10% te vergroenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:3</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieregeling staat open voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen, zoals Bedrijven, stichtingen, VVE’s en scholen, die eigenaar of huurder zijn van een bestaande opstal binnen de gemeente Breda waarvoor de subsidieaanvraag wordt gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor het opstellen van een groenvisie staat open voor een coalitie van minimaal tien aangrenzende en/of tegenover elkaar liggende bedrijven (eigenaren en huurders) op een bedrijventerrein in de gemeente Breda maximaal onderbroken door één bedrijf, gezien vanaf de hoofdentree van het bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:4</span><span class=\"lf-art-t\">Maatregelen en subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieregeling is van toepassing op de volgende categorieën van maatregelen voor alle doelgroepen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene daken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene gevels. De subsidie is niet van toepassing op de aanleg van gevelsystemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regenwatervoorzieningen (regenton, infiltratievoorziening). Een subsidie voor een regenton/regenzuil kan enkel in combinatie met een subsidie voor een andere maatregel worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onttegelen en vergroenen van tuinen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiten dakoppervlak grondgebonden woningen op hemelwaterriolering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiten dakoppervlak appartementencomplexen op hemelwaterriolering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiten dakoppervlak appartementencomplexen op hemelwaterriolering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiten afwaterende verharding rond appartementencomplexen op hemelwaterriolering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Constructief voorbereidend onderzoek ten behoeve van aanleg groen dak;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbereidend bodem- en grondwaterstandonderzoek ten behoeve van aanleg regenwatervoorziening (infiltratievoorziening);</p>\n<p class=\"lf-p\">Criteria, nadere bepalingen en uitzonderingen per doelgroep zijn opgenomen in bijlage 3 van deze subsidieregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie wordt zowel verstrekt wanneer de maatregel aangelegd wordt door derden als wanneer de maatregel wordt aangelegd in eigen persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieregeling biedt aan de doelgroep gezamenlijke bedrijven op een bedrijventerrein, naast de maatregelen en subsidiabele kosten uit het eerste lid ook een vergoeding voor het opstellen van een Groenvisie. Voor het opstellen van de Groenvisie geldt dat burgemeester en wethouders moeten worden betrokken. Het moet namelijk aansluiten op de openbare ruimte;</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidieregeling biedt aan de doelgroep individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen, naast de maatregelen en subsidiabele kosten uit het eerste lid ook een vergoeding voor het opstellen van een ontwerp- en inrichtingsschets van het buitenterrein met minimaal 10% nieuw groen in aanleg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is als volgt: voor water en groen voor particulieren en individuele bedrijven en stichtingen: € 113.396. voor groene schoolpleinen: € 60.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidieverstrekking vindt plaats op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvragen, totdat het vastgesteld subsidieplafond is bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Er gelden maximum toe te kennen bedragen voor de maatregelenpakketten, de maximumbedragen zijn gespecificeerd in bijlage 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Alleen de werkelijke kosten worden gesubsidieerd. Blijken de kosten lager uit te vallen dan het verleende subsidiebedrag, dan dient de aanvrager dit actief te melden aan burgemeester en wethouders zodat de verlening hierop aangepast kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Subsidie voor de inrichtingsschets voor individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen wordt per jaar in totaal voor maximaal 20 aanvragen verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:6</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording na verstrekken van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Om te kunnen controleren of de activiteit waarvoor de subsidie is verleend is uitgevoerd, verstrekt de aanvrager een getekende offerte (indien van toepassing), fotomateriaal aan burgemeester en wethouders. De foto’s zijn vrij van rechten door de gemeente gebruikt kunnen worden. Het fotomateriaal dient te bestaan uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een foto van de situatie vóór aanpassing;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een foto van de situatie na aanleg waarmee wordt aangetoond dat de maatregel is uitgevoerd en daarmee aan de subsidievoorwaarden is voldaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Enkel voor gezamenlijk bedrijven op een bedrijventerrein:</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te kunnen controleren of de activiteit waarvoor de subsidie is verleend, is uitgevoerd verstrekt de aanvrager de groenvisie binnen 26 weken aan de Gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Enkel voor doelgroep individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen die een ontwerp-of inrichtingsschets maken, gelden de aanvullende verantwoordingseisen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te kunnen controleren of aan de activiteit waarvoor de subsidie is verleend is uitgevoerd verstrekt de aanvrager de ontwerpschets binnen 16 weken aan de Gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Enkel voor de doelgroep groene schoolpleinen, geldt de volgende aanvullende verantwoordingseis:</p>\n<p class=\"lf-p\">Foto’s van het schoolplein voorafgaand, tijdens de werkzaamheden en het resultaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:7</span><span class=\"lf-art-t\">Stapelen van subsidies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager mag de ‘subsidie Water en Groen’’ stapelen met andere subsidies van waterschap, provincie of het rijk. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gestapelde subsidie die wordt uitgekeerd bedraagt nooit meer dan 100% van de totale kosten van de voorgenomen maatregelen en bijbehorende werkzaamheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager meldt te allen tijde bij burgemeester en wethouders wanneer door derden een subsidie of korting is verstrekt voor dezelfde maatregel(pakket);</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij constatering van het ten onrechte hebben ontvangen van de verleende subsidie wordt het door burgemeester en wethouders verstrekte subsidiebedrag teruggevorderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:8</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningsvoorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager dient de aanvraag in met gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier. In geval een subsidie voor meerdere partijen wordt aangevraagd wordt een penvoerder aangewezen die gemachtigd is namens de andere partijen de aanvraag te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieaanvraag voor particulieren, huurders en bedrijven dient uiterlijk zes weken na aanleg van de voorziening te zijn ontvangen. Bij de aanvraag voor een groen dak mag de indiener voorafgaand aan de aanleg een subsidieverzoek indienen. Bij de aanvraag benodigde gegevens zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Volledig ingevuld aanvraagformulier;</p>\n<p class=\"lf-p\">Offerte van de aan te vragen maatregelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving van de maatregel of pakket aan maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie aanvraag voor gezamenlijke bedrijven op een bedrijventerrein bevat een plan van aanpak inclusief opdrachtnemer en de begroting voor opstellen van een groenvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidieaanvraag voor groene schoolpleinen bevat een projectplan inclusief begroting, een plattegrond van de huidige situatie, een schetsontwerp voor de nieuwe situatie waaruit percentages groen en verharding zijn af te leiden en duidelijke foto’ s van het huidige schoolplein.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De aanvrager legt uiterlijk 13 weken na aanvraag van de subsidie de voorziening aan indien sprake is van de aanvraag van subsidie voor een groen dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De aanvrager van een aanvraag voor groene schoolpleinen heeft de inrichtingswerkzaamheden uiterlijk 1,5 jaar na toekenning van de subsidie de werkzaamheden gereed.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Subsidieaanvragen voor particulieren, huurders en bedrijven kunnen gedaan worden in de periode van 1 januari tot en met 15 december.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Subsidieaanvragen voor groene schoolpleinen en gezamenlijke bedrijven op een bedrijventerrein kunnen gedaan worden in de periode van 1 januari tot en met 1 december.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager is verantwoordelijk voor de instandhouding en het beheer en onderhoud van de voorziening voor een periode van minimaal 5 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Alleen voor groene schoolpleinen geldt een instandhoudings-, onderhouds- en beheerplicht van minimaal 10 jaar na vergroening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor scholen geldt de verplichting om de gemeente te betrekken bij het proces van openen van het groene schoolplein. Aanvrager is verplicht bij media-uitingen de gemeentelijke subsidie te vermelden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:10</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd indien:</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatregel wordt toegepast waarbij niet voldaan wordt aan gestelde eisen voor veiligheid, toegankelijkheid en de ruimtelijke inpassing in de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening of maatregel niet voldoet aan het vastgestelde welstandbeleid, de bouwverordening of andere wet- en regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatregel geen – op kwalitatieve wijze- uitlegbare bijdrage levert aan het oplossen van knelpunten in een klimaatbestendige stad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp, aanleg en beheer van het groene schoolplein niet deugdelijk en zorgvuldig uitgevoerd wordt/is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt aangevraagd door projectontwikkelaars voor de herontwikkeling van bestaand en nieuw vastgoed;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er door de gemeente Breda in de periode van 2018 tot en met 2021 voor een schoolplein subsidie is verleend aan de betreffende aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10:11</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen desgewenst in bijzondere omstandigheden afwijken van deze subsidieregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk11Specifieke nadere regels subsidie bereikbaarheidsmaatregelen (Betere Benutten Vervolg) Breda 2017 Vervallen Hoofdstuk12Toegepaste Technologie en Creativiteit Breda Paragraaf12.1Subsidieregeling Toegepaste Technologie en Creativiteit Breda</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:1</span><span class=\"lf-art-t\">Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze subsidieregeling is het verlenen van subsidie voor activiteiten die bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen door het versterken van de toepassing van (creatieve) technologie. Dit heet ‘Tech for Good’. Dit doel volgt uit het beleidskader dat is vastgelegd in de Economische Visie Breda, vastgesteld door de raad van de gemeente Breda op 12 september 2019. Dit beleidskader is van toepassing voor dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:2</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenissen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subsidieregeling betekent:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingscommissie: de commissie die de ingediende subsidieaanvragen beoordeelt aan de hand van de voorwaarden die in deze subsidieregeling staan. De beoordelingscommissie bestaat uit drie tot vijf medewerkers van de gemeente Breda met voldoende kennis over en ervaring met de toepassing van (creatieve) technologie in de praktijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">De-minimisverklaring: een document waarin de aanvrager verklaart gedurende een periode van drie jaar niet meer dan € 300.000,- aan overheidssteun te hebben ontvangen;</p>\n<p class=\"lf-p\">TTC-Pitch: een bijeenkomst waarin ondernemers hun project aan de gemeente Breda presenteren en uitleggen waarvoor ze de subsidie nodig hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:3</span><span class=\"lf-art-t\">Voor wie is deze subsidie bedoeld?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie op basis van deze regeling is bedoeld voor: een bedrijf of organisatie die in de gemeente Breda als onderneming of organisatie actief is en waarvan, volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, de hoofdvestiging in de gemeente Breda is gevestigd. een samenwerkingsverband van bedrijven of organisaties waarvan de penvoerder, volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, de hoofdvestiging in de gemeente Breda heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:4</span><span class=\"lf-art-t\">Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is voor projecten waarin nieuwe (creatieve) technologische toepassingen worden ontwikkeld en in de praktijk worden getest. Een bedrijf of organisatie (of een samenwerkingsverband) mag per jaar maar voor één project een aanvraag indienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:5</span><span class=\"lf-art-t\">Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing van de (creatieve) technologie in de praktijk vindt ten minste in de gemeente Breda plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het project draagt bij aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen op een of meer van deze gebieden: energietransitie; grondstoffengebruik en circulaire economie; landbouw- en voedseltransitie; gezondheid en zorg; mobiliteit en transport; inclusieve samenleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het project wordt getest of de oplossing in de praktijk werkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het project duurt maximaal 1 jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoeveel subsidie is er?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het maximale subsidiebedrag (het subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 175.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Iedere subsidieaanvrager kan maximaal € 25.000 subsidie aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie mag alleen worden ingezet voor de volgende kosten die voor het project worden gemaakt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Facturen die worden betaald aan derden, zoals kosten voor inkoop van materialen, apparatuur, software en voor producten en diensten die door externe deskundigen of adviseurs zijn vervaardigd of worden geleverd voor het project. De subsidie is maximaal 75% van deze kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Loonkosten van bij het project betrokken eigen personeel van de onderneming of organisatie. De subsidie is maximaal 25% van deze kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Bij het bepalen van de loonkosten, die voor subsidie in aanmerking komen, geldt een vast uurtarief van € 80.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvraag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:7</span><span class=\"lf-art-t\">Wat is er nodig bij de aanvraag?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een projectplan; een sluitende projectbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar; een rechtsgeldig ondertekende de-minimisverklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als de subsidie wordt aangevraagd namens een samenwerkingsverband treedt een van de partijen op als penvoerder en dient de aanvraag in.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Een aanvraag kan pas ingediend worden als de aanvrager eerst in januari van het subsidiejaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, deelneemt aan de TTC-Pitch en zich hiervoor minstens twee weken van tevoren heeft ingeschreven via de website www.breda.nl/subsidies-ondernemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Tijdens de TTC-Pitch presenteert de aanvrager zijn project. Pitches worden meteen van feedback voorzien. De aanwezige vertegenwoordigers van de gemeente Breda en externe deskundigen adviseren de aanvrager onder meer over hoe het project en de aanvraag nog verder verbeterd kan worden. De vertegenwoordigers van de gemeente Breda en de externe adviseurs baseren hun advies op de doelen en voorwaarden uit deze subsidieregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:8</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 4, lid 1 van de subsidieverordening moet een subsidieaanvraag bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd vóór 1 maart van het subsidiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiebehandeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:9</span><span class=\"lf-art-t\">Hoe wordt de subsidie verdeeld?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Alle complete subsidieaanvragen die op tijd zijn ingeleverd, en die niet geweigerd zijn op grond van artikel 6 van de ASV, worden beoordeeld door de beoordelingscommissie die vervolgens een advies opstelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De beoordelingscommissie hanteert daarbij het volgende beoordelingskader:</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Maximale toekenning punten Toelichting Bijdrage aan de doelen van deze regeling 60 Mate waarin het project op een vernieuwende wijze een technologische oplossing combineert met een aangegeven maatschappelijke uitdaging, zoals benoemd in artikel 5 van deze subsidieregeling:</p>\n<p class=\"lf-p\">0-20: weinig vernieuwend, bijvoorbeeld doordat al andere oplossingen voor het probleem in de markt beschikbaar zijn met dezelfde technologie 20-40: redelijk vernieuwend, bijvoorbeeld bestaande technologische toepassingen, maar in een nieuw domein 40-60: echt innovatieve oplossing vanwege een nieuwe technologische toepassing in het domein van impact Inzet van technologieën 20 Extra punten indien gebruik wordt gemaakt van één van de volgende technologieën: robottechnologie; gametechnologie en gamification; immersive technologies (waaronder VR AR XR); web3 en blockchain;</p>\n<p class=\"lf-p\">Internet of Things (IoT); data en Artificial Intelligence (AI).</p>\n<p class=\"lf-p\">Haalbaarheid / Kans op succes 20 Kans dat het project succesvol uitgevoerd wordt en een blijvend effect creëert 3. De subsidieaanvraag dient minimaal 50 punten te scoren bij de beoordeling.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Na advies van de beoordelingscommissie worden de ingediende aanvragen door burgemeester en wethouders op volgorde van het aantal behaalde punten toegekend, totdat het subsidieplafond is bereikt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Burgemeester en wethouders mogen gemotiveerd afwijken van het advies van de beoordelingscommissie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Als aan twee of meer aanvragen hetzelfde aantal punten is toegekend en het subsidieplafond wordt door toekenning van deze aanvragen overschreden, dan wordt de subsidie toegekend door loting tussen de aanvragen die hetzelfde aantal punten hebben behaald. De loting wordt verricht door een notaris.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:10</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Burgemeester en wethouders kunnen de beslistermijn van 13 weken nog eens met maximaal 13 weken verlengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:11</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een aanvraag minder dan 50 punten heeft behaald in de beoordeling door de beoordelingscommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieverstrekking</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:12</span><span class=\"lf-art-t\">Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie: de ontvanger van de subsidie neemt deel aan intervisie en evaluaties die de gemeente Breda hiervoor organiseert. de ontvanger van de subsidie werkt mee aan activiteiten die de gemeente Breda organiseert om de bekendheid van de projecten te vergoten in de media, onder mogelijke nieuwe deelnemers en bij het brede publiek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:13</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkingsmogelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze subsidieregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van deze subsidieregeling als zij vinden dat het toepassen van de subsidieregeling een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieverantwoording</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12:14</span><span class=\"lf-art-t\">Hoe moet de subsidie worden verantwoord?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 14, lid 2 van de ASV staat hoe de subsidie moet worden verantwoord. In het kader van de subsidie Toegepaste Technologie en Creativiteit bedoelen we met de documenten genoemd in sub c van dat artikel het volgende: kopieën van betaalde facturen, zoals bedoeld in artikel 12:6, lid 3 onder a van deze subsidieregeling; een urenverantwoording van de inzet van het eigen personeel, zoals bedoeld in artikel 12:6, lid 3 onder b van deze subsidieregeling, waarin per activiteit het volgende is vermeld: de functie(s) van de medewerker(s) die de activiteit heeft/hebben uitgevoerd; het aantal uren dat deze medewerker(s) aan de activiteit besteed heeft/hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk13Evenementen Paragraaf13.1Subsidieregeling Evenementen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vigerend beleidskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beleidskader voor subsidies uit dit hoofdstuk is de “Nota Evenementenbeleid Breda 2020”, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 23 april 2020.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Voor wie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie op grond van deze paragraaf komen in aanmerking: organisatoren van evenementen die binnen de gemeente Breda plaatsvinden; organisatoren van evenementen die gedeeltelijk buiten de gemeente Breda plaatsvinden, uitsluitend indien het belang van het evenement voor de gemeente Breda groot genoeg is. Daarnaast zijn één of meer van onderstaande uitgangspunten van toepassing: de organisatie van het gehele evenement is binnen Breda redelijkerwijs niet mogelijk; het betreft een evenement dat over de gemeentegrenzen gaat en/of meerdere (festival) locaties heeft; het betreft een evenement dat door de gemeente Breda in gezamenlijkheid met andere gemeenten wordt ondersteund.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:3</span><span class=\"lf-art-t\">Wat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met inachtneming van het in artikel 13:1 genoemde beleidskader kan een subsidie worden verstrekt voor de organisatie van een evenement. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt op basis van de in artikel 13:4 genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoe wordt de subsidie verdeeld?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie op grond van deze paragraaf komen in aanmerking evenementen die bijdragen aan de doelen genoemd in het beleidskader “Nota Evenementenbeleid Breda 2020”.</p>\n<p class=\"lf-p\">De evenementen dienen dan te voldoen aan de volgende uitgangspunten: de subsidie aan een evenement wordt beschikt onder voorbehoud van het verkrijgen van de benodigde vergunning(en) voor het betreffende evenement. Indien de benodigde vergunning(en) niet verleend wordt / worden, houdt dit in dat het beschikte subsidiebedrag moet worden terugbetaald; het evenement conflicteert niet met andere evenementen voor wat betreft inhoud, doelgroep, datum / tijd en plaats; de organisator heeft oog voor de omgeving waarin het evenement georganiseerd wordt. Dit houdt in zorgvuldige communicatie en respectvolle omgang met omwonenden en omgeving en het tot een minimum beperken van de overlast; de organisator beschikt aantoonbaar over de benodigde organisatiekracht en professionaliteit om het evenement te realiseren. Indien het een nieuwe organisator betreft, zal de in artikel 13:5, lid 3 genoemde adviescommissie hiervan een inschatting maken. indien het evenement in het voorgaande jaar ook subsidie heeft ontvangen, geldt dat de integrale evaluatie van de voorgaande editie positief was. Indien dit niet het geval is, kan dit gevolgen hebben voor de (hoogte van de) subsidie. een subsidie kan nooit meer bedragen dan een derde van de totale begroting van een evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten die worden georganiseerd rondom of verband houden met het Sinterklaasfeest dienen in lijn te zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas. Subsidie aanvragen voor activiteiten die niet in lijn zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas worden geweigerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op basis van een advies van de beoordelingscommissie over de kwaliteit van de ingediende complete subsidieaanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieverzoeken zullen worden beoordeeld op de volgende criteria, deze hanteert de (interne) beoordelingscommissie :</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal-maatschappelijke relevantie en traditie de mate van draagvlak onder Bredase bevolking; de mate van versterking van de sociale cohesie; lokale verankering bij ondernemers, instellingen, organisaties en andere partijen; de mate waarin een evenement een traditie is (geworden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadspromotie / citymarketing de verwachte publiciteitswaarde van een evenement voor de stad; de mate waarin een evenement de inhoud en betekenis van ‘Het Verhaal van Breda’ lading geeft; de kwaliteit van het marketingplan van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep kwantiteit van de doelgroep: hoeveel mensen worden bereikt; kwaliteit van de doelgroep: de mate waarin het evenement zich richt op een specifieke doelgroep die van belang is voor de stad (bijvoorbeeld blijkend uit andere beleidsdoelstellingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Economische spin-off de mate van stimuleren economische activiteit en werkgelegenheid; de mate van bevorderen uitgaven in de stad (detailhandel, horeca); de mate van bevorderen meerdaags verblijf in de stad (bevorderen toerisme en stimuleren van terugkerend bezoek).</p>\n<p class=\"lf-p\">Innovatie de mate van uniciteit ten opzichte van het totale evenementenaanbod; de mate van vernieuwing ten opzichte van voorgaande edities van het betreffende evenement;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stimuleren van lokaal talent (broedplaatsfunctie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Excelleren de mate waarin een evenement boven het gemiddelde niveau uitstijgt. Een evenement kan op verschillende gebieden excelleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanjager van gebiedsontwikkeling de mate waarin een evenement een impuls geeft aan een gebied dat de gemeente in de toekomst wil ontwikkelen of om een andere reden wil stimuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzaamheid 3.Per criteria, zoals in het derde lid opgenomen, worden punten toegekend van 1 tot en met 5. Waarbij 1 de laagste score, voldoet niet, en 5 de hoogste score, voldoet helemaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Na advies van de (interne) beoordelingscommissie worden de ingediende aanvragen door burgemeester en wethouders op volgorde van het aantal behaalde punten toegekend, totdat het subsidieplafond is bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Burgemeester en wethouders mogen gemotiveerd afwijken van het advies van de beoordelingscommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Als aan twee of meer aanvragen hetzelfde aantal punten is toegekend en het subsidieplafond wordt door toekenning van deze aanvragen overschreden, dan wordt de subsidie toegekend door loting tussen de aanvragen die hetzelfde aantal punten hebben behaald. De loting wordt verricht door een notaris.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:5</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De organisator van een evenement dient vóór 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het evenement aan burgemeester en wethouders het evenement een aanvraag voor een subsidie in.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een verzoek om subsidie voor de organisatie van een evenement wordt met gebruikmaking van het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Burgemeester en wethouders stellen een (interne) beoordelingscommissie in, die tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om subsidie om een evenement te organiseren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 449.487.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie wordt verdeeld zoals opgenomen in artikel 13:4.</div>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk14Specifieke nadere regels Klimaatprojecten Vervallen Hoofdstuk15Specifieke nadere regels 75 jaar Vrijheid Breda Vervallen Hoofdstuk16Kinderopvang en voorschoolse educatie Paragraaf16.1Kinderopvang en voorschoolse educatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroepkind: Peuters in de leeftijd van 2,5 jaar tot 4 jaar, met een VE-indicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gastouderopvang: Gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">VE-indicatie: Een door het consultatiebureau van de Jeugdgezondheidszorg afgegeven verklaring dat de afgesproken criteria voor deelname aan VVE van toepassing zijn, die afname van 16 uur VVE rechtvaardigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdgezondheidszorg (JGZ): De publieke gezondheidszorg, waarbij een landelijk preventief gezondheidszorgpakket actief wordt aangeboden aan alle jeugdigen tot 18 jaar als bedoeld in artikel 1 van de Wet publieke gezondheid. De JGZ is verantwoordelijk voor het vaststellen of een kind binnen de doelgroep voor het VE- aanbod valt en de toeleiding naar een VE-locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderopvang: Kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderopvangtoeslag (KOT): Een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van kinderopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kindplaats: Een gesubsidieerde opvangplaats op een kinderopvang of bij gastouderopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk Register Kinderopvang (LRK): Het register bedoeld in artikel 1.47b Wet kinderopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normtarief: Het jaarlijks door de belastingdienst vastgestelde landelijk maximum uurtarief per opvangsoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouder(s): De bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, met dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een vergoeding op grond van de Jeugdwet buiten beschouwing blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouderbijdragetabel: Een jaarlijks opgestelde adviestabel van de VNG, op basis van toeslagen van de Belastingsdienst, over de hoogte van de eigen bijdrage voor ouders per uur, per inkomenscategorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Peuterregeling: De peuterregeling, voorheen Kostwinnersregeling, is een tegemoetkoming van gemeente Breda in de kosten voor de kinderopvang voor kinderen in de leeftijd van 2.5 tot 4 jaar, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regeling Sociaal-Medische Indicatie (SMI): De regeling op basis van een Sociaal-Medische Indicatie is een maatwerkregeling bedoeld om ouders tijdelijk te ontlasten die om sociaal-medische redenen niet de volledige zorg voor hun kind(eren) in de leeftijd van 0 tot 12 jaar kunnen dragen. SMI is een tijdelijke regeling (maximaal 6 maanden).</p>\n<p class=\"lf-p\">SMI-indicatie: Een door een jeugdprofessional afgegeven verklaring gebruik van de regeling SMI rechtvaardigt voor een specifiek gezin. Er is geen voorliggende regeling die ingezet kan worden, zoals KOT, VE, de peuterregeling of opvang binnen het eigen netwerk. Onderdeel van de indicatie is een plan van aanpak waarin is beschreven wie op welke termijn actie onderneemt om de geconstateerde knelpunten bij ouder of kind op te lossen, waardoor de regeling SMI niet meer nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingsinkomen: Door de Belastingdienst gehanteerde term voor het inkomen dat meetelt voor het bepalen van de hoogte van toeslag, in dit geval de hoogte van de ouderbijdrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschoolse educatie (VE): Uitvoering van een door burgemeester en wethouders gesubsidieerd programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten. Het programma is gericht op kinderen die op basis van omschreven criteria meer risico hebben op een onderwijsachterstand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:2</span><span class=\"lf-art-t\">Beleid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beleidskader voor de subsidies uit dit hoofdstuk is de “Strategische Onderwijsagenda Breda 2019/2020 – 2023/2024” en ‘Kader Breda Doet, Samen Doen 2021-2022’’.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:3</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de subsidieregeling is het bieden van gelijke en optimale ontwikkelkansen voor alle Bredase kinderen door het subsidiëren van aanbod kinderopvang, en daar waar nodig een extra kwalitatief hoogwaardig programma van Voorschoolse Educatie (VE) voor kinderen die risico lopen op een onderwijsachterstand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan enkel worden aangevraagd door een aanbieder van kinderopvang of gastouderopvang geregistreerd in het LRK en gevestigd in gemeente Breda.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:5</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroepen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie is beschikbaar voor de volgende doelgroepen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroepkinderen die een VE kindplaats bezetten, en waarvan ouders aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroepkinderen die een VE kindplaats bezetten, en waarvan ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag; (Doelgroep)kinderen die een reguliere kindplaats bezetten, en waarvan ouders aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderen die een reguliere kindplaats bezetten, en waarvan ouders aantoonbaar een SMI-indicatie hebben, en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:6</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschoolse educatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan worden versterkt voor Voorschoolse Educatie (VE); Het uitvoeren van VE aan Bredase Doelgroepkinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar voor tenminste 3 dagdelen en tenminste 16 uren per week, op tenminste 3 verschillende dagen per week, voor maximaal 40 weken per jaar, en de aanvullende activiteiten en materialen die door het Rijk verplicht zijn gesteld ten behoeve van de kwaliteit van de VE.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De VE-uurprijs wordt bepaald door het Normtarief en een extra subsidie voor het uitvoeren van VE minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage al bedoeld in artikel 9. Jaarlijks stellen burgemeester en wethouders de VE-uurprijs vast. De hoogte van de subsidie aan de aanbieder wordt als volgt berekend:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag een vergoeding over de eerste 8 uur ter hoogte van het verschil in uurprijs tussen het Normtarief en de VE-uurprijs gesubsidieerd. Voor de tweede 8 uur wordt de VE-uurprijs volledig gesubsidieerd door burgemeester en wethouders voor Doelgroepkinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag geldt voor de eerste 8 uur dat de VE-uurprijs wordt gesubsidieerd minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van het Normtarief, zoals bedoeld in artikel 9 Voor de tweede 8 uur wordt de VE-uurprijs volledig gesubsidieerd door burgemeester en wethouders voor Doelgroepkinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verlenen tot maximaal 5.000,- euro voor eventuele opleidingskosten en benodigdheden om de ruimte in te richten, wanneer een aanbieder start met het aanbieden van VE of wanneer een aanbieder moet uitbreiden met een nieuwe locatie. De hoogte van de verleende subsidie is afhankelijk van het aantal VE-kindplaatsen op de betreffende locatie. Burgemeester en wethouders subsidiëren enkel datgene wat nodig is om te voldoen aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Om voor subsidie voor een kindplaats VE in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager van een subsidie voor voorschoolse educatie voldoet aan de kwaliteitseisen van artikel 1.50.b van de Wet kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en aan de Regeling wet kinderopvang ;</p>\n<p class=\"lf-p\">De opvang vindt plaats in een LRK-geregistreerde kinderopvang, niet zijnde gastouderopvang, geregistreerd als VE- voorziening;</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor een kindplaats VE mag alleen worden ingezet voor kinderen met een VE-indicatie, zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid onder a en b van deze regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:7</span><span class=\"lf-art-t\">Peuterregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan worden verstrekt voor de Peuterregeling; het aanbieden van een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang voor ouders die geen recht hebben op KOT, en die geen recht hebben op VE voor Bredase kinderen in de leeftijd van 2.5 tot 4 jaar voor maximaal 8 uur per week, voor maximaal 40 weken per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De hoogte van de subsidie wordt bepaald door het Normtarief voor maximaal 8 uur kinderopvang per week minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage als bedoeld in artikel 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Om voor subsidie voor een kindplaats Peuterregeling in aanmerking te komen moet de opvang plaatsvinden in een LRK- geregistreerde kinderopvang, niet zijnde gastouderopvang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:8</span><span class=\"lf-art-t\">Sociaal-Medische Indicatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan worden verstrekt voor het aanbieden van kinderopvang aan kinderen van ouders, die om sociaal-medisch redenen een aantal uren per week ontlast dienen te worden van de zorg van hun kinderen. Artikel 5, eerste lid onder d is onverkort van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie kan voor maximaal 26 weken per kalenderjaar en voor maximaal 160 uur kinderopvang per maand worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Om voor subsidie voor een kindplaats in aanmerking te komen moet de opvang plaatsvinden in een LRK-geregistreerde voorziening voor kinderopvang en gastouderopvang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:9</span><span class=\"lf-art-t\">Ouderbijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De hoogte van de ouderbijdrage wordt door de aanbieder bepaald op basis van het verwachte Toetsingsinkomen over het betreffende jaar. Dit verwachte inkomen wordt bepaald aan de hand van de door ouders te overleggen inkomensverklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Na bepaling van het verwachte toetsingsinkomen van het betreffende jaar stelt de aanbieder de hoogte van de ouderbijdrage vast aan de hand van de Ouderbijdragetabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor het gebruik maken van de regeling VE betaalt een ouder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonder recht op kinderopvangtoeslag: voor de eerste 8 uur een inkomensafhankelijke bijdrage aan de hand van de Ouderbijdragetabel, plus het verschil tussen de vraagprijs van de aanbieder en het in dat jaar geldende normtarief. De tweede 8 uur zijn gratis voor Doelgroepkinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met recht op kinderopvangtoeslag: de eerste 8 uur betalen ouders zelf conform de vraagprijs van de voorziening. De tweede 8 uur zijn gratis voor Doelgroepkinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor de Peuterregeling betaalt een ouder de inkomensafhankelijke ouderbijdrage aan de hand van de Ouderbijdragetabel plus het verschil tussen de vraagprijs van de aanbieder en het in dat jaar geldende Normtarief 5.Voor de regeling SMI betaalt een ouder de inkomensafhankelijke ouderbijdrage aan de hand van de Ouderbijdragetabel plus het verschil tussen de vraagprijs van de aanbieder en het in dat jaar geldende Normtarief</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:10</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanbieder levert jaarlijks vóór 1 juli en met de verantwoording (zoals bedoelt in de artikelen 13, 14 en 15 van de ASV) de volgende gegevens aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Naam, adres, LRK-registratie van de voorziening;</p>\n<p class=\"lf-p\">De verantwoording bevat per opvanglocatie de volgende gegevens: het aantal kindplaatsen per het type regeling (en in het geval van VE het aantal ouders met en zonder recht op KOT); het aantal afgenomen uren kinderopvang; hoogte van de besteding van de subsidie;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Burgemeester en wethouders kunnen bij de aanbieder nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is de aanbieder verplicht burgemeester en wethouders desgewenst inzage te geven in diens administratie betreffende onder meer:</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomensverklaringen of andere bewijzen hoogte gezinsinkomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaringen dat ouders gedurende het subsidietijdvak geen aanspraak konden maken van een voorliggende voorziening, zoals KOT;</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsingsovereenkomst kind waaruit aantal uren, soort kindplaats, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum blijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">VE-indicaties voor plaatsingen van doelgroepkinderen SMI-indicaties voor plaatsingen reguliere kinderen die gebruik maken van de SMI.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie voor de VE, de Peuterregeling en de regeling SMI wordt vastgesteld op basis van het daadwerkelijke aantal afgenomen uren kinderopvang in het betreffende subsidietijdvak en het daarvoor geldende tarief, met aftrek van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:11</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder van kinderopvang of het gastouderopvang is verplicht met de ouder van een te plaatsen kind een plaatsingscontract te sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:12</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De maximale subsidiebedragen (subsidieplafond) voor het jaar 2025 staan opgenomen in bijlage 1 (onder ‘leert’).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:13</span><span class=\"lf-art-t\">Nieuwe feiten en omstandigheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder van kinderopvang doet op verzoek van burgemeester en wethouders en onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk is dat deze aanleiding kunnen geven tot heroverweging van het besluit tot het verlenen van subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16:14</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager of de betreffende ouder afwijken van de bepalingen van deze subsidieregeling indien toepassing van de subsidieregeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk17Herdenkingen en plechtigheden Paragraaf17.1Subsidieregeling Herdenkingen en plechtigheden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17:1</span><span class=\"lf-art-t\">Voor wie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan worden aangevraagd door:</p>\n<p class=\"lf-p\">Herdenkingscomités;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting Bredase Veteranen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Soortgelijke organisaties die zich voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 17:3 inzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Burgemeester en wethouders verstrekken jaarlijks per stichting en vereniging slechts eenmaal subsidie op grond van deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17:2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het doel van subsidie op grond van deze paragraaf is het financieel bijdragen aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Plechtige activiteiten die verband houden met het herdenken van slachtoffers en/of deelnemers aan de Tweede Wereldoorlog en/of met het vieren van de bevrijding door middel van een georganiseerde bijeenkomst, of;</p>\n<p class=\"lf-p\">Plechtige activiteiten die verband houden met de Emancipatiewet de dato 1 juli 1863, te weten: het afschaffen van de slavernij in Suriname en op de Nederlandse Antillen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17:3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de jaarlijkse organisatie van:</p>\n<p class=\"lf-p\">De dodenherdenking Breda op 4 mei;</p>\n<p class=\"lf-p\">De herdenking van de bevrijding van Breda;</p>\n<p class=\"lf-p\">De jaarlijkse Bredase Veteranendag;</p>\n<p class=\"lf-p\">De herdenking van de slachtoffers van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië en het officieel einde van de Tweede Wereldoorlog op 15 augustus;</p>\n<p class=\"lf-p\">De Kristallnacht herdenking in de nacht van 9 op 10 november;</p>\n<p class=\"lf-p\">De herdenking en viering afschaffing slavernij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17:4</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan jaarlijks worden aangevraagd voor 1 maart van het betreffende subsidiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een financieel verslag van het voorgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17:5</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De organiserende comités volgen de richtlijnen/adviezen zoals die onder andere zijn opgesteld door het Nationaal Comité 4 en 5 mei, Nederlands Veteraneninstituut en de Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945;</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvrager is gevestigd in de gemeente Breda, of organiseert de activiteiten voor de inwoners van de gemeente Breda.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17:6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan, in aanvulling op de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 7 en 8 van de ASV, geweigerd worden indien:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde (soort) activiteit waarvoor de aanvrager een subsidieaanvraag indient, al wordt vervuld door een andere instelling, or organisatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvrager voor dezelfde (soort) activiteit al een gemeentelijke subsidie ontvangt;</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit enkel gericht is op wijk- of straatniveau van de kernen van de gemeente Breda.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17:7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en wijze van verdeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 25.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een subsidie bedraagt maximaal voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten als bedoeld in artikel 17:3, eerste lid, sub a, b en c: € 5.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten als bedoeld in artikel 17:3, eerste lid, sub d, e en f: € 2.500.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidieverlening vindt plaats op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Burgemeester en wethouders kunnen desgewenst in bijzondere omstandigheden afwijken van hetgeen gesteld in het tweede lid, en besluiten om een subsidie met een waarde hoger dan ofwel € 5.000 ofwel € 2.500 toe te kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk18Maatschappelijke Opvang, Openbare Geestelijke Gezondheidszorg en Verslavingspreventie Paragraaf18.1Subsidieregeling Maatschappelijke Opvang, Openbare Geestelijke Gezondheidszorg en Verslavingspreventie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18:1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onder ‘Beleidskader’ wordt in dit hoofdstuk verstaan: Beleidskader Maatschappelijke Opvang, OGGZ en Verslavingspreventie regio Breda “Een (t) huis = een zorg minder”.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op ontmoeting en activering dak- en thuislozen, toeleiding naar ondersteuning/zorg en voorkomen en terugdringen van overlast, verslavingspreventie en opvang dak- en thuislozen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In afwijking van artikel 1:2, derde lid van deze subsidieregeling komen de subsidies van dit Beleidskader ten goede aan inwoners van gemeenten Altena, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Moerdijk, Oosterhout en Zundert, hierna te noemen regio Breda.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18:2</span><span class=\"lf-art-t\">Voor wie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een subsidie kan worden verstrekt aan de volgende organisaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting Annahuis Stichting GGz Breburg Groep Stichting Maatschappelijke Opvang Breda en omgeving Stichting Villa Boerenbont Stichting Novadic-Kentron Stichting de Herberg Stichting Instituut voor Maatschappelijk Welzijn Breda e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Huischmeesters B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organisaties, met rechtspersoonlijkheid, met aantoonbare expertise op het gebied van ontmoeting en activering dak- en thuislozen, toeleiding naar ondersteuning/zorg en voorkomen en terugdringen van overlast, verslavingspreventie en opvang dak- en thuislozen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18:3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de organisatie(s) genoemd in artikel 18:2 komen de volgende activiteiten in aanmerking voor subsidie, mits zij voldoen aan elk van de opgenomen eisen per categorie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Inloopvoorziening dak- en thuislozen (Categorie A) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 1.1, Beleidskader, waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De inloopvoorzieningen werken met elkaar samen om een zo effectief mogelijk gespreid aanbod van inlooptijden en bijhorende activiteiten voor de dak- en thuislozen neer te zetten;</p>\n<p class=\"lf-p\">De inloopvoorziening dak- en thuislozen zijn gelokaliseerd in de gemeente Breda;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn maximaal drie verschillende inloopvoorzieningen voor dak- en thuislozen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Per dagdeel zijn maximaal twee verschillende inloopvoorzieningen voor dak- en thuislozen gelijktijdig geopend die op een gespreide afstand van minimaal 1 kilometer reisafstand van elkaar liggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 1.1, Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 3 partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Programmatisch activiteitenaanbod dak- en thuislozen (Categorie B) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 1.2, Beleidskader, waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 1.2, Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijk Steunsysteem (Categorie C) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 2.1, Beleidskader, waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">In iedere gemeente in de regio Breda is minimaal 1 MASS overleg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 2.1, Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bemoeizorg (Categorie D) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 2.2, Beleidskader, waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeleiden van 300 zorgwekkende zorgmijders per jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 2.2, Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 5 partijen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De partijen werken samen in één integraal team bemoeizorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Straatteam (Categorie E) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 2.3, Beleidskader, waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 2.3, Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verslavingspreventie (Categorie F) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 3.1, Beleidskader, waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 3.1, Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dag- en nachtopvang (Categorie G) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.1, Beleidskader, waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De dag- en nachtopvang is gelokaliseerd in de gemeente Breda;</p>\n<p class=\"lf-p\">In ieder geval 30 plekken (in 1 a 2 persoonskamers) voor dag- en nachtopvang;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Crisiswoningen (Categorie H) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.2, Beleidskader, waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">In ieder geval 20 crisiswoningen in regio Breda;</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.2, Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvang dak- en thuisloze jongeren (Categorie I) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.3, Beleidskader, waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Per jaar wordt maximaal 6 trajecten van 12 weken aangeboden aan dak- en thuisloze jongeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.3, Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussenvoorziening Neubourgstraat (Categorie J) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.4, Beleidskader waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">In ieder geval 10 tijdelijke woonplekken in de tussenvoorziening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgdragen voor persoonlijke ondersteuning en begeleiding van dak- en thuislozen die verblijven in de tussenvoorziening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgdragen voor beheer, exploitatie en algemene woonbegeleiding van de tussenvoorziening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.4, Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal twee partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussenvoorziening Warm Thuis (Categorie K) zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.4, Beleidskader waarbij het volgende geboden wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">In ieder geval 10 tijdelijke woonplekken in de tussenvoorziening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgdragen voor persoonlijke ondersteuning en begeleiding van dak- en thuislozen jongeren die verblijven in de tussenvoorziening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgdragen voor (omgevings)beheer, exploitatie en algemene woonbegeleiding van de tussenvoorziening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.4, Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal één partij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18:4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Om voor de subsidie in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende subsidiecriteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Inloopvoorziening dak- en thuislozen (Categorie A):</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 1.1, Beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Programmatisch activiteitenaanbod dak- en thuislozen (Categorie B):</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 1.2, Beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Maatschappelijk Steunsysteem (Categorie C):</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 2.1, Beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Bemoeizorg (Categorie D):</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 2.2, Beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Straatteam (Categorie E):</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 2.3, Beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Verslavingspreventie (Categorie F):</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 3.1, Beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Dag- en nachtopvang (Categorie G) Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.1, Beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Crisiswoningen (Categorie H) Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.2, Beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Opvang dak- en thuisloze jongeren (Categorie I) Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.2, Beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussenvoorziening Neubourgstraat (Categorie J) Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.2, Beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussenvoorziening Warm Thuis (Categorie K) De woonplekken zijn gelokaliseerd binnen de gemeente Breda; en Activiteit is enkel gericht op inwoners van de gemeente Breda; en Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in Bijlage C, hoofdstuk 4.2, Beleidskader.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18:5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier, zie (www.breda.nl/subsidies), voor de duur van twee kalenderjaren. Bij de aanvraag moet een plan gevoegd zijn, bestaande uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beschrijving van de activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een sluitende begroting/overzicht van inkomsten en uitgaven die noodzakelijk worden geacht voor de realisatie van de activiteiten. Uit deze begroting moet duidelijk worden wat de kosten per kalenderjaar zijn. De begroting bevat een dekkingsplan met een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een productencatalogus of deelbare informatie over de activiteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een paragraaf waaruit de samenwerking met ketenpartners van de “Overlegtafel Regio Breda vangt Op” blijkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beschrijving van de resultaten; het bereik en de meetindicatoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Uit de onderbouwing bij de subsidieaanvraag dient te blijken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er wordt voldaan aan de voorwaarden van deze regeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op welke doelgroepen de activiteit zich richt met daarbij vermeld de verwachte omvang van de doelgroep (aantallen);</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke doelen behaald zullen worden en de te verwachten resultaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Een aanvraag kan uitsluitend worden ingediend voor activiteiten zoals opgenomen in artikel 18:3 onder i. Deze aanvraag dient vóór 1 oktober 2024 te zijn ingediend. Dit betekent dat voor deze regeling geen subsidie (meer) kan worden aangevraagd met uitzondering van de activiteit opgenomen in artikel 18:3 onder i.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Alleen voor activiteiten zoals opgenomen in artikel 18:3 onder i kan subsidie worden aangevraagd. De overige subsidies zijn reeds meerjarig verleend. Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 voor de activiteiten zoals opgenomen in artikel 18:3 onder i is € 55.928.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders worden verhoogd, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op ophoging van dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 18:5 lid 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als gedurende het jaar een activiteit wordt toegevoegd aan artikel 18:3 en hiertoe een subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders worden vastgesteld, kunnen subsidie55aanvragen worden ingediend die betrekking hebben op dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 18:5 lid 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Aanvullende subsidieaanvragen, na een plafondophoging of toevoeging zoals bedoeld in lid 2 en 3, kunnen worden ingediend op de dag na bekendmaking tot twee weken na bekendmaking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18:7</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten genoemd onder artikel 1:3 én er is sprake van meerdere aanvragen voor vergelijkbare activiteiten door verschillende organisaties, of van een overschrijding van het subsidieplafond, dan maken burgemeester en wethouders een weging op basis van de volgende criteria: de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals genoemd in het Beleidskader; in het bijzonder bijlage C, maximaal 40 punten; de mate van vakmanschap en relevante ervaring, maximaal 15 punten; de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van passende ervaringsdeskundigheid, maximaal 15 punten; de mate waarin er wordt samengewerkt met andere relevante organisaties, maximaal 15 punten; de kostprijs, maximaal 15 punten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Burgemeester en wethouders toetsen de aanvraag aan de criteria door middel van een beoordelingsformat, dat als bijlage 4 bij deze subsidieregeling is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Alleen de aanvraag met de meeste punten, zoals genoemd in het eerste lid, komt in aanmerking voor toekenning. Bij een gelijk aantal punten, wordt er geloot.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Als het totaal van de tijdig ingediende, volledige en in aanmerking komende subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaat, zonder dat er sprake is van overlappende activiteiten, worden de aanvragen naar rato toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Burgemeester en wethouders kunnen van de procedure zoals beschreven in het eerste, tweede en derde lid afwijken als dit in het belang is van de optimale verdeling van de beschikbare middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De subsidie wordt voor maximaal 2 kalenderjaren verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Voor de betaling en bevoorschotting van de subsidie, is het bepaalde in artikel 1:8 van deze subsidieregeling van toepassing, met dien verstande dat jaarlijks de resterende 5% wordt uitgekeerd indien aan de tussentijdse verantwoordingseisen als bedoeld in artikel 18:8 eerste en tweede lid is voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18:8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onverminderd de artikelen 8 en 9 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vòòr 1 juni 2025 wordt door subsidieontvanger een inhoudelijke en financiële voortgangsrapportage overlegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Steeds na 6 maanden organiseert de subsidieontvanger met de gemeente een accountgesprek, waar de voortgang van de doelstellingen en resultaten worden besproken;</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten worden uitgevoerd conform bijlage C bij het Beleidskader;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op welke dagdelen de Inloopvoorziening dak- en thuislozen (Categorie A) dient te zijn geopend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk19gereserveerd Gereserveerd Hoofdstuk20Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel20:1</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van deze regeling of een of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten, als zij vinden dat het toepassen van de regeling een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd of als toepassing van de regeling leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met de regeling te dienen doelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel20:2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De Nadere Regels subsidieverstrekking Gemeente Breda 2017 blijven van toepassing op aanvragen die betrekking hebben op 2024 en eerder, alsmede op besluiten op die aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het vorige lid blijft Hoofdstuk 10 Subsidieregeling Water en groen op eigen terrein van toepassing op reeds ingediende en nog in te dienen aanvragen en besluiten op die aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor zover er ingevolge het overgangsrecht behorend bij de ‘Nadere Regels subsidieverstrekking Gemeente Breda 2017’ op aanvragen als bedoeld in de eerste volzin andere regels van toepassing zijn verklaard, blijven deze van toepassing op die aanvragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel20:3</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken Nadere regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017 worden ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel20:4</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en geldt voor aanvragen voor activiteiten vanaf 2025.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel20:5</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze nadere regels worden aangehaald als: ‘Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Breda in de vergadering van 2 juli 2024., burgemeester , gemeentesecretarisBijlage1Subsidieplafonds behorende bij Hoofdstuk 2 Sociaal Domein</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Waardenetwerken</h3>\n<p class=\"lf-p\">2025 in € 2026 (/2027) in € Kleine stedelijke initiatieven 66.000 sub-waardenetwerk Gezond en Actief Leven Gezond en actief leven 2.397.703 2.368.710 (en 2027: 2.368.710 onder voorbehoud van SPUK) GALA Valpreventies (GALA) 453.292 467.400 sub-waardenetwerk Kansrijke Jeugd Preventieve hulp en ondersteuning 1.210.000 Mentale weerbaarheid preventie 106.000 Preventieve ondersteuning bij middelenproblematiek 125.000 Preventie en vroegtijdige ondersteuning bij relatie en scheiding 106.000 Jongerenwerk individueel 1.237.000 Jongerenwerk met een veiligheidsbril 136.000 Jongerenwerk collectief 750.000 Wijksport 200.000 Individuele en gezinsgerichte hulp en ondersteuning 1.339.700 Ondersteuning en hulp bij de huisarts 650.500 Ondersteuning en hulp bij opvoed- en opgroeivragen in de schoolcontext 940.000 Kansrijke start (GALA) 152.688 Opgroeien in een Kansrijke omgeving (GALA) 23.857 Leert Leert:</p>\n<p class=\"lf-p\">4.969.904 sub-waardenetwerk Zelf- en samenredzaamheid Versterken sociale basis (GALA) 343.546 257.547 Mantelzorg (GALA) 95.430 85.849 Een tegen eenzaamheid (GALA) 76.344 Welzijn op recept (GALA) 109.744 128.773 Bijlage 1a:In december 2024 vastgesteld Subsidieplafonds behorende bij Hoofdstuk 2 Sociaal Domein</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Waardenetwerken</h3>\n<p class=\"lf-p\">2024 2025 Waardenetwerk ‘Zelf- en Samenredzaamheid’ onder sub thema: ‘Faciliteren community building/woonzorginitiatief’ - € 145.000 Voor de drie subsidieplafonds in bijlage 1A geldt dat het aanvraagtijdvak aanvangt op de dag na publicatie en twee weken duurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1b Waardenetwerk “Thuiskomen in Breda” onder sub thema: maatschappelijke begeleiding € 900.000,- Waardenetwerk “Thuiskomen in Breda” onder sub thema: Participatie Verklaringstraject € 70.000,- Voor de subsidieplafonds in deze bijlage geldt dat het aanvraagtijdvak aanvangt op de dag na bekendmaking en twee weken duurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2A Beoordelingsformat subsidieaanvragen waardenetwerken Criterium Score Maatschappelijk resultaat Hoe draagt de activiteit bij aan de maatschappelijke doelen uit het hoofdstuk ‘Wat willen we bereiken: waarden, visie, inwonergroepen en doelen uit het beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, het Beleidskader GALA? Wat heb je als de activiteit klaar is?</p>\n<p class=\"lf-p\">Scoremogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">40 punten Op basis van de omschrijving van de activiteit is het duidelijk wat de inwoner van deze activiteit mag verwachten en wat het beoogde resultaat hiervan is. Het is (eventueel op basis van onderzochte effectiviteit) zeer aannemelijk dat de activiteit bijdraagt aan het realiseren van één of meerdere voor de waarde geformuleerde maatschappelijke doelen en het rendement van de activiteit en het bereik daarvan aanzienlijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">30 punten Op basis van de omschrijving van de activiteit is het duidelijk wat de inwoner van deze activiteit mag verwachten en wat het beoogde resultaat hiervan is. Het is (eventueel op basis van onderzochte effectiviteit) zeer aannemelijk dat de activiteit bijdraagt aan het realiseren van één voor de waarde geformuleerde maatschappelijke doelen en het rendement van de activiteit en het bereik daarvan goed is.</p>\n<p class=\"lf-p\">20 punten Op basis van de omschrijving van de activiteit is het niet geheel duidelijk wat de inwoner van deze activiteit mag verwachten en wat het beoogde resultaat hiervan is. Het lijkt desondanks aannemelijk dat de activiteit bijdraagt aan het realiseren van meerdere voor deze waarde geformuleerde maatschappelijke doelen en het rendement van de activiteit en het bereik daarvan beperkt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 punten Op basis van de omschrijving van de activiteit is het niet geheel duidelijk wat de inwoner van deze activiteit mag verwachten en wat het beoogde resultaat hiervan is. Het lijkt desondanks aannemelijk dat de activiteit bijdraagt aan het realiseren van één voor de waarde geformuleerde maatschappelijke doelen en het rendement van de activiteit en het bereik daarvan beperkt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">0 punten Op basis van de omschrijving van de activiteit is het niet duidelijk wat de inwoner van deze activiteit mag verwachten en wat het beoogde resultaat hiervan is. Daardoor kan ook niet beoordeeld worden of en hoe de activiteit bijdraagt aan het realiseren van de voor de waarde geformuleerde maatschappelijke doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Score Kostprijs De prijs per bereikt lid uit de doelgroep. Ook hoort hierbij: een schatting van de kosten die bespaard kunnen worden door maatwerkvoorzieningen (indien van toepassing, weergave businesscase). Kan de kostprijs worden onderbouwd? Hoe verhoudt de prijs zich tot andere aanvragen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Scoremogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">20 punten Prijs per bereikt lid uit de doelgroep is beschreven en onderbouwd. Met een businesscase is aannemelijk gemaakt dat sprake is van een besparing op de kosten van maatwerkvoorzieningen(indien van toepassing). De prijs ligt in lijn met andere aanvragen 15 punten Prijs per bereikt lid uit de doelgroep is beschreven en onderbouwd. Met een businesscase is aannemelijk gemaakt dat sprake is van een besparing op de kosten van maatwerkvoorzieningen(indien van toepassing). De prijs is duurder dan andere aanvragen 10 punten Prijs per bereikt lid uit de doelgroep is beschreven en onderbouwd 5 punten Prijs per bereikt lid uit de doelgroep is beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">0 punten Er is geen prijs per bereikt lid uit de doelgroep beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Score Vakmanschap Wat is de toegevoegde waarde van de inzet van betaalde professionals? Anders gezegd: wat doen betaalde en opgeleide professionals beter of anders dan een willekeurige buurvrouw? En waar kan iemand die er weinig kennis van heeft dat aan zien?</p>\n<p class=\"lf-p\">Scoremogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">15 punten Er wordt een bewuste keuze gemaakt rondom professionele inzet. Uit de omschrijving van de activiteit blijkt in welke situaties sprake is van professionele inzet en wordt uitgelegd en aannemelijk gemaakt wat de meerwaarde hiervan is. Ook wordt beschreven op welke manier professionals ondersteund worden/professionaliteit op peil wordt gehouden en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als (zeer) goed.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval sprake is van (uitsluitend) vrijwillige of niet professionele inzet, wordt aannemelijk gemaakt dat dit passend is voor kwalitatief goede uitvoering van de activiteit. Ook wordt beschreven op welke manier vrijwillige/niet professionele inzet door de aanvrager ondersteund wordt bij uitvoering van taken en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als zeer goed.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 punten Aanvrager omschrijft in welke situaties sprake is van professionele inzet en geeft globaal aan wat de meerwaarde hiervan is. Er wordt aangegeven op welke manier professionals ondersteund worden/professionaliteit op peil wordt gehouden en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als voldoende.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval sprake is van (uitsluitend) vrijwillige of niet professionele inzet, wordt beschreven op welke manier vrijwillige/niet professionele inzet door de aanvrager ondersteund wordt bij uitvoering van taken en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als voldoende.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 punten Aanvrager omschrijft slechts globaal de wijze waarop professionele dan wel vrijwillige inzet wordt ondersteund bij uitvoering van de activiteit. Op basis hiervan kan enig zicht verkregen worden over de kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">0 punten Aanvrager omschrijft niet of nauwelijks hoe invulling wordt gegeven aan vakmanschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Score Samenwerking Draagt de activiteit bij aan het realiseren van een ambitie? Kan deze activiteit door slim samenwerken zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd worden? Draagt de activiteit bij aan het realiseren van een ambitie? Kan deze activiteit door slim samenwerken zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd worden? In welke mate wordt samengewerkt met andere partners binnen de waarde? Wat levert deze samenwerking op?</p>\n<p class=\"lf-p\">Scoremogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">10 punten Aanvrager werkt slim samen met andere maatschappelijke partners binnen de waarde. Hij maakt aannemelijk dat de activiteit juist door samenwerking zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 punten Aanvrager werkt met verschillende partners samen. Duidelijk is waar deze samenwerking uit bestaat en wat de waarde daarvan is voor een deelnemer aan de activiteit. De meerwaarde in termen van kwaliteit, snelheid en kosten is niet expliciet aannemelijk gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 punten Aanvrager werkt bij uitvoering van de activiteit beperkt samen met anderen. Of uit de omschrijving blijkt wel dat wordt samengewerkt, maar wordt niet aangegeven hoe precies.</p>\n<p class=\"lf-p\">0 punten Aanvrager omschrijft niet of nauwelijks hoe invulling wordt gegeven aan samenwerking Criterium Score Bereik Hoe groot is de doelgroep? (aantal personen) En hoeveel personen binnen die doelgroep worden bereikt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Scoremogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">5 punten Uit de omschrijving van de activiteit blijkt duidelijk hoe groot de doelgroep voor activiteiten is. De doelgroep komt overeen met een van de in hoofdstuk ‘Wat willen we bereiken: waarden, visie, inwonergroepen en doelen” van het Beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, het Beleidskader GALA benoemde doelgroepen. In de omschrijving wordt aangegeven hoeveel personen uit de doelgroep bereikt worden. Op basis van de door aanvrager beschreven aanpak is het aannemelijk dat dit bereik ook realistisch is. Het bereik beslaat een groot deel van de doelgroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 punten Uit de omschrijving van de activiteit blijkt duidelijk hoe groot de doelgroep voor activiteiten is. De doelgroep komt overeen met een van de in hoofdstuk ‘Wat willen we bereiken: waarden, visie, inwonergroepen en doelen” van het Beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, het Beleidskader GALA benoemde doelgroepen. In de omschrijving wordt aangegeven hoeveel personen uit de doelgroep bereikt worden. Op basis van de door aanvrager beschreven aanpak is het aannemelijk dat dit bereik ook realistisch is. Het bereik beslaat een beperkt deel van de doelgroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,5 punten De aanvrager beschrijft globaal wat de doelgroep voor de activiteiten is. De doelgroep komt overeen met een van de in hoofdstuk ‘Wat willen we bereiken: waarden, visie, inwonergroepen en doelen” van het Beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, het Beleidskader GALA benoemde doelgroepen. In de omschrijving wordt onvoldoende concreet aangegeven hoeveel personen uit de doelgroep bereikt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">0 punten De omschrijving van de activiteit bevat geen doelgroepomschrijving en/of deze komt niet overeen met een van de in hoofdstuk ‘Wat willen we bereiken: waarden, visie, inwonergroepen en doelen” van het Beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, het Beleidskader GALA benoemde doelgroepen en/of er wordt niet aangegeven hoeveel mensen uit de doelgroep bereikt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Score Zelfredzaamheid Wat kan een persoon zelf, al dan niet met steun van anderen uit zijn/haar omgeving?</p>\n<p class=\"lf-p\">Scoremogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">5 punten De activiteit is gericht op ondersteuning in dan wel herstel van zelfredzaamheid van de deelnemer. De activiteit gaat uit van en is gericht op wat de deelnemer zelf of met hulp van anderen uit zijn/haar omgeving kan. Mogelijkheden en belemmeringen worden (individueel dan wel groepsgewijs) in kaart gebracht, waarna een aanpak wordt bepaald. Uit de omschrijving blijkt duidelijk op welke manier dit gebeurt en wat het resultaat hiervan is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 punten De activiteit is gericht op ondersteuning in dan wel herstel van zelfredzaamheid van de deelnemer. De activiteit gaat uit van en is gericht op wat de deelnemer zelf of met hulp van anderen uit zijn/haar omgeving kan. Aanvrager geeft een globale omschrijving blijkt duidelijk op welke manier dit gebeurt en wat het resultaat hiervan is.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,5 punten De activiteit is gericht op ondersteuning in dan wel herstel van zelfredzaamheid van de deelnemer. Uit de omschrijving blijkt niet op welke manier dit gebeurt en wat het resultaat hiervan is.</p>\n<p class=\"lf-p\">0 punten De activiteit is niet of nauwelijks gericht op ondersteuning in dan wel herstel van zelfredzaamheid van de deelnemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Score Tevredenheid Hoe tevreden is de klant en zijn/haar omgeving? Maar ook: hoe tevreden zijn financiers, medewerkers, toezichthouders? De activiteiten moeten in de eerste plaats belangrijk en nuttig zijn voor de klant. Ook moeten alle betrokkenen in beeld zijn. Wat vindt de omgeving belangrijk? Hoe kun je daaraan bijdragen? En hoe kun je daar steeds beter in worden? We noemen dit omgevingssensitiviteit. Het gaat hierbij om hoe je tevredenheid in kaart brengt, voor nieuwe of bestaande activiteiten Scoremogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">5 punten Aanvrager is zich bewust van zijn omgeving. Hij meet (de ontwikkeling van) de tevredenheid van de klant en beschrijft ook hoe tevredenheid bij financiers, medewerkers en toezichthouders gemeten/onderzocht wordt. Hij heeft een doel geformuleerd dat tegelijkertijd ambitieus en realistisch is. Aanvrager beschrijft hoe hij resultaten van tevredenheidsonderzoek vertaalt in verbeteracties.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 punten Aanvrager meet tevredenheid bij deelnemers aan de activiteit en koppelt hier verbeteracties aan. Hij heeft een doel geformuleerd dat tegelijkertijd ambitieus en realistisch is.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,5 punten Aanvrager meet (de ontwikkeling van) de tevredenheid bij deelnemers aan de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">0 punten Aanvrager omschrijft niet of nauwelijks hoe tevredenheid gemeten wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2B2Waardenetwerk Kansrijke Jeugd Opgroeien 2025 Bijlage2C Wegingscriteria Subsidieregeling Stevig Lokaal Team Breda (bouwstenen) Weerbaarheid Omschrijving Een jeugdige is weerbaar als hij of zij voldoende genoeg kan omgaan met tegenslagen, negatieve invloeden of verleidingen, (sociale) uitsluiting en negatieve ervaringen in de directe én indirecte omgeving (media, cultuur, maatschappij). Het gaat daarbij om cognitieve, emotionele en sociale vaardigheden waardoor iemand in staat is om goed genoeg te zijn in verschillende sociale rollen en functies gedurende zijn of haar leven. Weerbaarheid zorgt er ook voor dat jeugdigen de negatieve gevolgen van tegenslagen en ondermijnende invloeden voor hun eigen welzijn hunnen beperken. (Bron: https://www.movisie.nl/publicatie/wat-werkt-versterken-weerbaarheid-jongeren) Jeugdhulp op het gebied van weerbaarheid is gericht op het bevorderen of het behouden van de weerbaarheid van de jeugdige en het bieden van handvatten aan zijn of haar systeem om de jeugdige hierin te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep Jeugdigen die vanwege een lage weerbaarheid negatieve gevolgen ervaren, zoals een negatief zelfbeeld, sociaal-emotionele minder goede ontwikkeling, moeite hebben met inschatten van situaties en personen en het weerstaan van verleidingen of (groeps-)druk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relatie en scheiding Omschrijving We spreken van een conflictscheiding als ouders door aanhoudende (ernstige) conflicten en communicatieproblemen het belang en welzijn van hun kinderen én het wederzijdse belang uit het oog verliezen. Dat kan gepaard gaan met een langdurige juridische strijd en/of met verbaal en/of fysiek geweld tussen de ouders. Het lukt de ouders dan niet om tot constructieve afspraken te komen en/of deze na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kind komt vrijwel altijd in een lastige situatie door een scheiding. Vooral conflictscheiding heeft een grote impact op de betrokken kinderen. Vaak komen zij in een loyaliteitsconflict terecht of ontstaat er een relatiebreuk met een van de ouders, zoals ouderverstoting. Daarnaast kan een conflictscheiding grote gevolgen hebben voor het gevoel van veiligheid van kinderen en hun (persoonlijkheids-)ontwikkeling. Bij scheidingsproblematiek vindt de hulp plaats op een neutrale locatie aan de ouders en/of de kinderen. De hulp richt zich op de gehele (samengestelde) gezinssituatie (gezinsplan).</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in kaart te brengen welke hulp het meest passend is, is het belangrijk dat er een goede analyse van de situatie wordt gemaakt. Daarin worden onder meer de fase van de scheidingsmelding, de escalatieladder, de partnerdynamiek en de ouderproblematiek meegenomen. Ook de nieuw samengestelde gezinnen en relaties zijn van invloed op de situatie en alle betrokkenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep Voor alle gezinnen waar er problemen zijn in de relatie tussen (stief)ouders of er sprake is van een (aankomende) scheiding, waardoor de kinderen belast worden en/of belemmerd worden in hun ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheidsvraagstukken Omschrijving Veiligheidsvraagstukken zijn kwesties waarbij de veiligheid van een jeugdige of zijn of haar gezinssysteem in gevaar komen of kunnen komen. Denk aan jongeren die een (dreigend) gevaar vormen of die zelf in gevaar (dreigen te) komen door bijvoorbeeld huiselijk geweld, mishandeling, eergerelateerd geweld, of contact met het criminele milieu. De (ontwikkeling van de) jeugdige kan hierdoor in gevaar komen. Direct ingrijpen is dan nodig om schade aan de jeugdige te voorkomen of te beperken. Soms is ondersteuning nodig om de veiligheid te kunnen waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We werken daarbij volgens deze uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beschermen van jeugdigen valt onder de verantwoordelijkheid van elke jeugdprofessional. Veiligheid is ieders zorg, en zorg en veiligheid gaan altijd samen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke jeugdprofessional werkt volgens de Visie gefaseerde ketensamenwerking, en de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep Alle veiligheidsvragen die binnen het vrijwillig kader kunnen worden gewaarborgd vallen binnen het SLT, als ook het toe leiden naar de veiligheidsketen/ gedwongen kader. Het vaste contactpersoon blijft dan betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkeling en opvoeding Omschrijving Ontwikkeling Kinderen met een ontwikkelingsprobleem ontwikkelen zich op één of meerdere gebieden anders dan leeftijdsgenootjes. De oorsprong kan zowel ontstaand zijn uit erfelijke en niet erfelijke factoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvoeding Van opvoedingsproblemen is sprake als problemen tussen ouders en kinderen niet meer alleen binnen het gezin zelf opgelost kunnen worden. Er zijn dan interventies nodig, zoals ondersteuning voor de ouders, begeleiding in het gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan een verschil gemaakt worden tussen opvoedingscompetentie en problemen in de ouder-kind interactie. (Bron: NJI) Deze hulp is gericht op het bevorderen, het behouden of het compenseren van zelfredzaamheid en participatie van jeugdigen met (ernstige) opgroeiproblematiek of ontwikkelingsproblematiek. De hulp zorgt voor het bevorderen, behouden en compenseren van de opvoedvaardigheden en regie van de ouders en/of opvoeders.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulp is gericht op het herstellen of op gang brengen van een ernstig vastgelopen of verstoorde ontwikkeling en het versterken van de opvoedingskracht van het gezin en waar nodig de betrokken (jeugd)professionals.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep De hulp is bedoeld voor jeugdigen en hun gezinssysteem, voor wie de gestelde doelen door een ernstig gebrek aan zelfredzaamheid en/of regieverlies in het opgroeien en opvoeden niet zelfstandig haalbaar zijn en bij wie de ondersteuning vanuit het gezin en het eigen netwerk niet toereikend is. De hulp bestaat uit het behandelen en/of begeleiden van de jeugdige en zijn of haar gezinssysteem in het o.a. aanleren, toepassen, oefenen en inslijpen van vaardigheden en gedrag rondom algemeen dagelijkse handelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mentale gezondheid Omschrijving Vraagstukken zijn gericht op het aanpakken, herstellen, of stabiliseren van de mentale gezondheid bij jeugdigen. Het gaat hierbij om behandeling en begeleiding waarbij het beloop redelijk voorspelbaar en planbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzet:</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding, collectief en individueel Diagnostisch onderzoek en/of behandeling binnen categorie A van het landelijk kwaliteitsstatuut ggz. Collectief en individueel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie A In deze categorie gaat het om situaties waarbij de problematiek en het zorgaanbod laagcomplex zijn. Denk hierbij aan een depressieve stoornis waardoor iemand is uitgevallen op school soms in combinatie met medicatie, om weer te herstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Laagcomplexe problematiek Bij laagcomplexe problematiek gaat het over psychische problemen waarbij na zorgvuldig ontrafelen goed is te doorzien welke behandeling of begeleiding nodig is. Er kunnen meerdere problemen spelen, maar de interactie tussen die problemen staat niet op de voorgrond. Standaarden helpen voldoende om na een grondige probleemanalyse te bepalen wat het best passende zorgaanbod is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Laagcomplex zorgaanbod Bij laagcomplex zorgaanbod gaat het over eenduidige vormen van behandeling of begeleiding, waarbij het beloop redelijk voorspelbaar is. Vaak gaat het over monodisciplinaire interventies van beperkte duur, maar dat hoef niet altijd. Een laagcomplex zorgaanbod kan ook multidisciplinair en van lange duur zijn, als het beloop redelijk voorspelbaar is. Denk bijvoorbeeld aan een aanvankelijk hoogcomplex zorgaanbod, dat in een stabiele fase komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bron: https://www.zorginzicht.nl/binaries/content/assets/zorginzicht/kwaliteitsinstrumenten/landelijk-kwaliteitsstatuut-ggz.pdf Doelgroep De hulp is bedoeld voor de jeugdige en zijn gezinssysteem voor wie gestelde doelen ,als gevolg van psychische of psychiatrische problematiek, niet zelfstandig haalbaar zijn en de ondersteuning daarin vanuit het gezin en eigen netwerk niet toereikend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwstenen Onderstaande bouwstenen bieden een kader voor het toekomstige SLT en minimale vereisten voor de Proof of Concept. Deze bouwstenen zijn opgesteld met als doel om gelijke uitgangspunten te hebben binnen de regio. De minimale vereisten zijn bijvoorbeeld niet alleen voor de subsidie partner, maar ook voor de gemeente of regio zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdere invulling van deze bouwstenen gebeurt samen met de subsidie partner en aan de hand van de ervaringen in het POC.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veelvoorkomende vormen van Jeugdhulp Definitie Het bieden van vrij toegankelijk veel voorkomende vormen van (jeugd)hulp (VVJ) door een strategisch partner in het SLT. De strategisch partner is per definitie onderdeel van het samenwerkingsverband.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdhulpaanbieder levert basishulp (in lijn met richtinggevend kader toegang en lokale teams) en de 5 beschreven vormen van veelvoorkomende vormen van jeugdhulp (cf de uitvoeringsagenda) en ontwikkelt samen met de netwerkpartners uit het SLT collectieve en preventieve alternatieven, zodat kinderen en ouders in staat worden gesteld om te gaan met hobbels in hun leven, zelfstandig of met (lichte) hulp of ondersteuning Het bepalen van de best passende ondersteuning, bezien vanuit de gehele context van het gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is waar kan collectief. De jeugdhulp richt zich op het organiseren van coaching, begeleiding en behandeling voor alle jeugdigen die op basis van één of meerdere van de 5 thema's behoefte hebben aan jeugdhulp vanuit het SLT. De thema’s betreffen weerbaarheid, opgroei- en opvoedondersteuning, relatieproblematiek, veiligheidsvraagstukken en psychische klachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling Bewerkstelligen van de benodigde beweging ‘naar de voorkant’ Het aanbod wat nu valt onder de VVJ wordt vrij toegankelijk binnen het verband van een SLT/POC georganiseerd, waarbij rechtszekerheid voor de inwoner wordt geborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beweging van individueel naar collectief waar dat kan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimale vereisten POC Er zijn afspraken gemaakt vanaf 1-1-2025 over de invulling van rollen, taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de functionaliteiten én preventief, en collectief aanbieden van voorzieningen (of ontwikkeling daarvan). Dit is in lijn met de regionale afspraken over de functionaliteiten en verantwoordelijkheidsverdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijk Sociaal Domein Definitie Het uitvoeren van een brede analyse, vanuit gezinsgericht- systemisch perspectief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepalen van de best passende hulp, bezien vanuit de gehele context van het gezin bij domeinoverstijgende problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling Borging van een integrale aanpak binnen het sociaal domein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenduidige en uniforme afspraken over de instrumenten en methoden die ingezet worden om te komen tot een goede vraagverheldering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De medewerkers in een SLT/POC hanteren een brede blik en doen, samen met inwoners, een brede analyse met oog voor de context en verschillende leefgebieden van hulpvrager en (waar van toepassing) het gezin en omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medewerkers maken in het gesprek de behoeften en zogeheten mate van ‘zelfregie’ van de hulpvrager leidend, aangezien dit een belangrijk werkend element in de toegang is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is dat de hulpvrager zelf zoveel als realistisch mogelijk ‘eigenaar’ is van zijn ondersteuning, waarbij de betrokken professional een vast aanspreekpunt is, die de inwoner in zijn zelfregie ondersteunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimale vereisten POC In een SLT/POC wordt gewerkt met een uniforme eenduidige werkwijze van vraagverkenning/verheldering (wie doet wat?). Er worden afspraken gemaakt over besluitvorming en mandaat. Hierbij wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van MDO’s Er zijn binnen de gemeente afspraken gemaakt over de inzet van domeinoverstijgende collega’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Procesregie wordt of belegd bij de strategisch partner of bij het gemeentelijk sociaal domein, afhankelijk van het zwaartepunt van de vraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkingsverband Definitie Het samenwerkingsverband bestaat uit een partij uit de sociale basis en een jeugdhulpaanbieder. Ten aanzien van de vorm (bijvoorbeeld penvoerderschap) als inhoud (functionaliteiten &amp; verantwoordelijkheidsverdeling) worden afspraken gemaakt cf. de verantwoordelijkheidsverdeling. Zij vormen gezamenlijk met het gemeentelijk sociaal domein een strategisch partnerschap Het samenwerkingsverband ontwikkelt preventieve en collectieve voorzieningen op basis van de behoefte binnen het gebied van een SLT Doelstelling Expertise van deelnemende partners maximaal benutten en deze verbinden De beweging van individueel naar collectief waar dat kan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewerkstelligen van de benodigde beweging ‘naar de voorkant’ Uniformiteit in het fundament (samenstelling, functionaliteiten en verantwoordelijkheidsverdeling) van het SLT Realiseren van matched care Minimale vereisten POC Bij aanvang van de POC zijn er tussen de partijen in het samenwerkingsverband én het gemeentelijk sociaal domein afspraken vastgelegd over de functionaliteiten, verantwoordelijkheden en inzet. Er is hierin speciale aandacht voor de kennisdeling (door gezamenlijke taakuitvoering) tussen gemeente én het samenwerkingsverband i.r.t. de toegang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor regievoering (tenzij domein overstijgende problematiek), vraagverheldering, triage en de toeleiding naar niet vrij toegankelijke jeugdhulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn afspraken gemaakt met de partijen uit de sociale basis en jeugdhulpaanbieder over de inzet en bijdrage aan normaliseren, de weerbare samenleving én het aanbieden van collectieve voorzieningen (in opdracht van SLT) Er zijn afspraken gemaakt over het signaleren en monitoren van trends en ontwikkelingen binnen het SLT/POC.</p>\n<p class=\"lf-p\">Taakgerichte bekostiging Definitie Uniforme afspraken over taakgerichte uitvoering en de daarbij horende bekostiging, administratie en verantwoording van het samenwerkingsverband binnen een POC/SLT Doelstelling Uniforme afspraken (het wat) tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over de wijze van bekostiging, administratie, facturatie &amp; verantwoording Mogelijk maken van de inzet van vrij toegankelijke veelvoorkomende vormen van jeugdhulp binnen het SLT Minimale vereisten POC Het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor het monitoren van de uitnutting van het budget en verantwoording Deel sociale basis Definitie De sociale basis omvat het netwerk van onze jeugdigen. De sociale basis zetten we in om problemen bij het kind en het gezin te voorkomen of klein te houden door de weerbaarheid te vergroten. Voorzieningen waar mensen logischerwijs terechtkomen, zijn onder meer de huisarts, het consultatiebureau, de school en de bibliotheek. Daarnaast biedt de sociale basis (lichte) vormen van (collectieve)jeugdhulp, zoals jongerenwerk, maatschappelijk werk en preventieve projecten. De nadruk ligt op een preventief, laagdrempelig aanbod en op signalering. We maken onderscheid tussen de persoonlijke, de gezamenlijke en institutionele sociale basis. Deze bouwsteen betreft enkel de institutionele sociale basis die onderdeel is van het SLT.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling Laagdrempelig, in de wijk (check met uitvoeringsagenda) We bekijken vragen en problematiek van jeugdigen integraal en in de eigen context. Dat doen we vanuit de sociale basis, waarbij de SLT’s een sleutelrol spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik (blijven of gaan) maken van het netwerk, verbinding met organisaties als de bibliotheek, sportverenigingen e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimale vereisten POC De partner uit de sociale basis heeft de beschikking over een relevant netwerk binnen het SLT-gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn afspraken gemaakt met de partijen (buiten het SLT) uit de sociale basis over de inzet en bijdrage aan normaliseren, de weerbare samenleving én het aanbieden van collectieve voorzieningen (in opdracht van/samenwerking met SLT) Expertise naar voren Definitie Het gaat om domein overstijgende samenwerking tussen professionals uit SLT en 'specialistische' niet vrij toegankelijke expertise om de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding te kunnen bieden. Het gaat om consultatie tussen twee professionals, waarbij de professional in het SLT de ‘vrager’ is en de professional vanuit de gespecialiseerde hulp de ‘bevraagde partij’. Het gaat onder meer om diagnostische vragen, advies over verdere aanpak van begeleiding, advies ten aanzien van terugvalpreventie of hoe om te gaan met een kind en/of gezin in een bepaalde situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling Versterken van de vraagverheldering en vraagverkenning van het samenwerkingsverband op specifieke aandachtsgebieden zoals GGZ of verslaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzet specialistische kennis en expertise op afroep voor 0 – 100 Minimale vereisten POC Binnen een SLT wordt gewerkt aan de hand van de regionale afspraken (overeenkomsten zijn regionaal afgesloten) over de inzet van consultatie. De medewerkers van een SLT weten wanneer en hoe consultatie ingezet kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monitoring en sturing Definitie Het monitoren van realisatie van gezinsplannen Monitoring van de werking van het stelsel incl. voorliggende voorzieningen, SB en NVTJ aan de hand van KPI's Monitoring van de beweging van de financiële ontwikkeling Het gestructureerd (bij)sturen om doelen te realiseren middels overlegvormen met werkafspraken en heldere rollen, taken en bevoegdheden Doelstelling Leren op stelselniveau Resultaten en successen meten, KPI's meten Creëren van inzicht Anticiperen op trends en ontwikkelingen Minimale vereisten POC Outcome van registraties en van sturing moet regionaal vergelijkbaar zijn Minimaal gezamenlijk bepaalde KPI’s vaststellen waarop gemeten wordt Leer en ontwikkelcyclus o.b.v. o.a. dialoog uit de dialoogmatrix Leren Definitie Het inbouwen van een continue leerproces op verschillende niveaus: 1) stelsel/beweging, 2) inhoud en aanbod, 3) professionals Een leercyclus die gaat over het leren van de praktijk, gevoed door de inhoudelijke opgaven uit de regiovisie en Hervormingsagenda.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een leercyclus die gaat over het leren op stelselniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling Continue verbeteren van de praktijk door een cyclus van leren, reflecteren en aanpassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Anticiperen op trends en ontwikkelingen Minimale vereisten POC Een leercyclus die zowel op inhoud als op proces aansluit op de organisatie en proces structuur (bouwsteen ontwikkeling) van een SLT.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een leercyclus die is ingericht volgens de principes van een dialoogmatrix met een tijdelijk werkbare overeenkomst om tot resultaat te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Output en outcome moeten regionaal vergelijkbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkeling en innovatie Definitie Het ontwikkelen van voorzieningen gericht op normaliseren, collectief aanbod en weerbare samenleving in het SLT en de sociale basis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelen van eigentijdse voorzieningen o.a. met behulp van digitalisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces om te komen tot de inrichting van een minimale variant van een SLT per 2027. Waarin in ieder geval de organisatie en processtructuur zijn beschreven waaronder de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de samenwerkende partners. In essentie gaat het om welke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn belegd bij welke partners in het strategisch partnerschap Hoe te komen tot het realiseren van de inhoudelijke opgaven (regiovisie, hervormingsagenda, werken aan veiligheid) en wie welke rol en verantwoordelijkheid daarin heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling Ontwikkeling en innovatie vormen de basis om te leren. Knelpunten worden gesignaleerd en zo mogelijk opgelost of gemitigeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duidelijkheid scheppen met de partners in het strategisch partnerschap over verwachtingen ten aanzien van de inhoudelijke opgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimale vereisten POC Een goede beschrijving van ontwikkeldoelen met bijbehorende verantwoordelijkheidsverdeling draagt bij aan een innovatieve organisatie Verbinding onderwijs-jeugdhulp (lokaal) Definitie De verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp richt zich op het versterken van de pedagogische basis zowel binnen als buiten de schoolomgeving. Dit omvat activiteiten vanuit het SLT die de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en jeugdhulporganisaties bevorderen om de algehele ontwikkeling en welzijn van jongeren te ondersteunen. Door deze samenwerking worden er bruggen geslagen tussen het onderwijsveld en andere leefomgevingen van jongeren, zoals hun buurt en familie. Het doel is om een geïntegreerde aanpak te creëren die bijdraagt aan een veilige en stimulerende omgeving waarin jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit wordt in Breda gerealiseerd door gezamenlijke programma's en projecten die voortbouwen op de sterke punten van zowel het onderwijs als de jeugdhulp, en die de continuïteit en consistentie van ondersteuning voor jongeren verbeteren. Het SLT speelt hierin een cruciale rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling Optimalisatie van de verbinding tussen onderwijs, jeugdhulp en de sociale basis, waarbij preventie, aandacht voor aanwezigheid van leerlingen op school, en normaliseren centraal staat Zorgen voor een optimale afstemming tussen de expertise, het type leerling en de veelvoorkomende (hulp)vragen op scholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scholen beter in staat stellen de pedagogische opdracht voor hun doelgroep te beschrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beter in kaart brengen welke indirecte leervoorwaarden bijdragen aan de verbetering van het leerpotentieel en daarmee de basisvaardigheden Voorkomen van verzuim en schooluitval en daarin samenwerken met de leerplichtambtenaar, onderwijs en jeugdhulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimale vereisten Duidelijk onderscheid maken tussen collectieve preventieve en collectieve curatieve activiteiten binnen het SLT.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelen van een reflectiekader om met het onderwijs meer effectieve handelingsperspectieven te creëren voor hun doelgroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning bieden aan scholen bij het formuleren van een heldere pedagogische visie en doelstellingen die afgestemd zijn op de specifieke behoeften van hun leerlingen, rekening houdend met hun leefomgeving zoals buurt en familie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Verantwoordelijkheidsverdeling (SLT) Bijlage2DBeoordelingsformat subsidieaanvragen Stevig Lokaal Team ONDERDEEL SCORE MINIMALE VEREISTEN Het samenwerkingsverband bestaat minstens uit: één partij uit de sociale basis en minstens één jeugdhulpaanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja/Nee In de aanvraag is een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja/Nee De aanvraag voldoet aan artikel 2:29 lid 1 en lid 2 van de subsidieregeling: a. Gelet op de aard van de activiteiten en het doel van de Subsidieregeling kan het college slechts aan de penvoerder van één samenwerkingsverband per in het tweede lid aangewezen grondgebied subsidie verstrekken voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja/Nee b. De subsidiabele activiteiten kunnen uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van jeugdigen die woonachtig zijn binnen het volgende geografisch afgebakende gedeelte van de gemeente: a. Noordwest bestaat uit de wijken: Kesteren, Muizenberg, Heksenwiel, Hagebeemd, Overkroeten, Kroeten, Gageldonk en Kievitsloop en het dorp Prinsenbeek (met postcodes 4822, 4823, 4824, 4841).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja/Nee De aanvraag voldoet aan artikel 2:27 van de subsidieregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja/Nee VEELVOORKOMENDE VORMEN VAN JEUGDHULP 30 In de aanvraag wordt \"de klantreis\" beschreven, waarin de volgende elementen duidelijk beschreven worden: rol sociale basis, rol SLT, rol gemeentelijk sociaal domein, rol niet vrij toegankelijk aanbod, één gezinsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De beschreven \"klantreis\" laat volledig nieuw aanbod zien, waarbij inzichtelijk is gemaakt dat de tweede lijn niet enkel wordt overgedragen naar de eerste lijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De beschreven \"klantreis\" geeft weer op welke wijze er aandacht wordt besteed aan de leidende principes: a. Hobbels horen bij het leven;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 b. Normaliseren vraagt iets van ons allemaal;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 c. We kijken naar jeugdigen in hun context;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 d. We bepalen samen welke hulp nodig is;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 e. We houden kleine problemen klein en geven grote problemen passende aandacht;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 f. Thuis is de basis van onze hulpverlening;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 g. Continuïteit in de kwaliteit van hulp en een doorgaande ontwikkellijn zijn een uitgangspunt;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 h. Jeugdprofessionals hebben een mooi vak en we zijn trots op hen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De beschreven \"klantreis\" geeft weer dat deze past bij de vastgestelde verantwoordelijkheidsverdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De beschreven \"klantreis\" geeft weer hoe deze tot een afname van verwijzingen van overige wettelijke verwijzers naast de gemeentelijke toegang komt. Te weten de huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters, jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In de aanvraag staat beschreven hoe de triage (d.m.v. de gedeelde vraaganalyse) wordt ingericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In de aanvraag heeft het samenwerkingsverband een communicatieplan opgenomen, waarin in ieder geval staat opgenomen hoe zij ervoor gaat zorgen dat de inwoner het SLT gaat vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 GEMEENTELIJK SOCIAAL DOMEIN 5 In de aanvraag staat beschreven hoe het samenwerkingsverband de samenwerking met het gemeentelijke sociaal domein vormgeeft in overeenstemming met de vastgestelde verantwoordelijkheidsverdeling 5 SAMENWERKINGSVERBAND 10 In de aanvraag staan heldere afspraken over de rollen, taken en verantwoordelijkheden binnen het samenwerkingsverband beschreven. Hieruit wordt duidelijk hoe het samenwerkingsverband de volgende taken van het samenwerkingsverband vormgeeft: signaleren, opdrachten geven, aanbod creëren en het aanbod monitoren, (mandaat om) opdrachten waar nodig te stoppen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In de aanvraag staat beschreven wie het mandaat heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In de aanvraag staat de inhoudelijke betrokkenheid en regievoering beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2</p></div>", "next": 239962}