{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Als de ontvanger een vordering doet op een periodieke uitkering waaraan een beslagvrije voet is verbonden, ten laste van een belastingschuldige van wie geen woon- of verblijfadres bekend is, stelt hij de beslagvrije voet vast overeenkomstig artikel 475da, vierde lid, Rv. Zodra de ontvanger bekend wordt met het feit dat de belastingschuldige in Nederland woont of een vaste verblijfplaats heeft, stelt de ontvanger alsnog de juiste beslagvrije voet vast en past deze toe vanaf de eerstvolgende inhouding, dus zonder terugwerkende kracht. Het laatste geldt niet als de belastingschuldige kan aantonen dat het ontbreken van het adresgegeven niet aan hem te wijten is.</p>\n<p class=\"lf-p\">19.3.5.Belastingschuldige woont in buitenland en beslagvrije voet Als de belastingschuldige buiten Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, stelt de ontvanger overeenkomstig artikel 475da, vierde lid, Rv de beslagvrije voet vast bij het doen van een vordering op een periodieke uitkering waaraan een beslagvrije voet is verbonden. Na de vooraankondiging van de vordering kan de belastingschuldige door middel van het aanleveren van informatie de ontvanger op de hoogte stellen over zijn leefsituatie en bronnen van inkomsten. Als de belastingschuldige aantoont wat zijn leefsituatie en inkomen is, stelt de ontvanger op basis van de verstrekte informatie de beslagvrije voet vast. Als de belastingschuldige geen inzicht verschaft of onduidelijkheid blijft bestaan over zijn leefsituatie en inkomstenbronnen blijft de ontvanger uitgaan van de beslagvrije voet overeenkomstig artikel 475da, vierde lid, Rv.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eventuele periodieke inkomsten die de belastingschuldige uit zijn woonland geniet, komen in mindering op de beslagvrije voet. Indien de belastingschuldige kenbaar maakt dat de beslagvrije voet onjuist is vastgesteld, maar niet de juiste informatie verstrekt voor de goede vaststelling ervan, stelt de ontvanger hem in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn alsnog de juiste informatie te verstrekken. Indien de belastingschuldige de juiste informatie binnen de door de ontvanger gestelde termijn aanlevert, herstelt de ontvanger de beslagvrije voet met ingang van de inhouding volgend op het moment waarop de belastingschuldige kenbaar maakte dat de beslagvrije voet onjuist was vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de belastingschuldige niet binnen de door de ontvanger gestelde termijn de juiste informatie aanlevert om de beslagvrije voet opnieuw vast te stellen, dan wordt uitgegaan van de juistheid van de eerder vastgestelde beslagvrije voet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige buiten Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, kan hij uit Nederland een periodieke uitkering genieten die in het woonland belast is op grond van een overeenkomst inzake voorkoming van dubbele belasting. In dat geval wordt op verzoek van de belastingschuldige het beslag op de periodieke uitkering beperkt met de belasting die in het woonland over die uitkering verschuldigd is. De belastingschuldige moet bij zijn verzoek gegevens overleggen waaruit deze belasting blijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">19.3.6.Verrekening ex artikel 117 Ambtenarenwet Vervallen 19.3.7.Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnorm Periodieke uitkeringen kunnen lager zijn dan de bijstandsnorm omdat de betrokkene in natura geniet wat een bijstandsgerechtigde uit de bijstandsnorm geacht wordt te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een dergelijk geval vermindert de ontvanger de beslagvrije voet met het bedrag dat aan deze genietingen in natura kan worden toegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">19.3.8.Vordering in relatie tot voorlopige teruggaaf N.v.t. voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">19.4.Beslagvrije voet en overheidsvordering Als de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hij vanwege de toepassing van de overheidsvordering, bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de wet, een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, maakt de ontvanger de overheidsvordering op verzoek van de belastingschuldige in zoverre ongedaan met inachtneming van hetgeen hierna volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verzoek verstrekt de belastingschuldige naast de gegevens die van belang zijn voor de vaststelling van de beslagvrije voet een overzicht van de banktegoeden, waaronder begrepen spaartegoeden, waarover de belastingschuldige onmiddellijk na de overheidsvordering kon beschikken. Ongedaanmaking blijft beperkt tot de laatste overheidsvordering voorafgaand aan het verzoek van de belastingschuldige. Als sprake is van een belastingschuldige als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet, berekent de ontvanger de beslagvrije voet met inachtneming van het bepaalde in artikel 19, eerste lid, laatste volzin van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in artikel 19.1.7. van deze leidraad is hierbij van toepassing. Voordat de ontvanger tot teruggaaf overgaat, gaat hij na of de belastingschuldige op het moment dat de overheidsvordering is gedaan, beschikte over banktegoeden, waaronder begrepen spaartegoeden. Als het totaal van de banktegoeden waarover de belastingschuldige onmiddellijk na de overheidsvordering kon beschikken groter is dan de voor hem geldende beslagvrije voet, vermindert de ontvanger de teruggaaf met het meerdere.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel20</span><span class=\"lf-art-t\">Lijfsdwang</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">N.v.t.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel21</span><span class=\"lf-art-t\">Voorrecht rijksbelastingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">N.v.t.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22</span><span class=\"lf-art-t\">Het bodemrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 22 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de werkingssfeer van het bodemrecht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemrecht en bestuurlijke boeten; -overbetekening bodembeslag;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemrecht en voorrang;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verzet en beroep.</div>\n<p class=\"lf-p\">22.1.Werkingssfeer bodemrecht Derden die de eigendom pretenderen van in beslag genomen roerende of onroerende zaken, kunnen hun rechten op die zaken -op de voet van de artikelen 456 respectievelijk 538 en volgende Rv -geldend maken. Op grond van artikel 435 Rv kunnen derden zich ook tegen het beslag verzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onafhankelijk hiervan kunnen derden die geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben op roerende zaken waarop voor een belastingschuld beslag is gelegd, hun bezwaren tegen de beslaglegging van die zaken in de administratieve sfeer door middel van een beroepschrift voorleggen aan het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met derden worden hier niet alleen bedoeld degenen die zich op een eigendomsrecht beroepen, maar ook degenen die een beperkt recht op de zaak menen te hebben. Een tijdig ingediend beroepschrift op de voet van artikel 22, eerste lid, van de wet schort de executie van rechtswege op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22, derde lid, van de wet ontneemt derden de mogelijkheid van verzet in rechte tegen de inbeslagneming van de in dat artikel bedoelde zaken en genoemde belastingaanslagen. Dit noemt men het bodemrecht van de fiscus. Dit voorrecht is niet toepasbaar door de ontvanger van de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.2.Bodemrecht en bestuurlijke boeten Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.3.Overbetekening bodembeslag Als de ontvanger bekend is met de omstandigheid dat zaken in eigendom toebehoren aan een derde, dan is hij op grond van artikel 435, derde lid Rv verplicht bij beslaglegging op die zaken, dit beslag binnen acht dagen na de beslaglegging aan die derde te doen betekenen door de belastingdeurwaarder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze overbetekening moet de derde schriftelijk worden gemeld dat hij de mogelijkheid heeft een beroepschrift tegen de inbeslagneming te richten aan het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger gaat onmiddellijk tot betekening aan de derde over als hij op enig later tijdstip -maar vóór de geplande verkoopdatum -kennis krijgt van het feit dat de in beslag genomen zaken eigendom zijn van die derde. Als tussen het moment van de betekening aan de derde en de vastgestelde verkoopdatum minder dan acht dagen liggen, gaat de ontvanger over tot het vaststellen van een nieuwe verkoopdatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.4.Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.5.Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.6.Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.7.Bodemrecht en voorrang Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.Verzet en beroep 22.8.1.Verzet artikel 435, derde lid Rv tegen bodembeslag Als uit een verzetschrift ex artikel 435, derde lid Rv blijkt dat de derde geen eigenaar is van de zaken genoemd in dat verzetschrift, of voor de ontvanger anderszins duidelijk is dat de derde geen eigenaar is van de betreffende zaken, dan vindt executie van die zaken in beginsel doorgang.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.2.Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid, Rv inzake bodembeslag Als de derde een schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid Rv heeft gedaan, heft de ontvanger het beslag op als zonder meer duidelijk is dat het zaken betreft waarop de ontvanger geen verhaal kan nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de overige gevallen zendt de ontvanger de schriftelijke mededeling door naar het dagelijks bestuur. Als ook het dagelijks bestuur geen aanleiding ziet aan het verzet tegemoet te komen, dan stuurt de ontvanger de stukken door naar een advocaat met het verzoek een procedure aan te spannen om een executoriale titel tegen de derde te verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.3.Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag Een verzet op de voet van artikel 456 Rv tegen de verkoop van roerende zaken schort de voortgang van de executie niet van rechtswege op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niettemin schort de ontvanger de invordering in het algemeen op en neemt hij geen onherroepelijke maatregelen, tenzij naar het oordeel van de ontvanger het opschorten van de invordering de belangen van Sabewa Zeeland schaadt, of, naar het oordeel van de ontvanger, de verzetsprocedure alleen wordt gebruikt om de invordering te traineren.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.4.Beroepschrift ex artikel 22 van de wet Het beroepschrift ex artikel 22 van de wet moet worden ingediend bij de ontvanger, waaronder de belastingschuldige ressorteert. Een beroepschrift kan niet meer worden ingediend als het beslag is opgeheven of vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als toch een beroepschrift wordt ingediend, dan zal het dagelijks bestuur dit beroepschrift niet in behandeling nemen omdat het beslag niet meer ligt.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.5.Beroepschriftprocedure ex artikel 22 van de wet Onverminderd het bepaalde in artikel 22 van de wet geldt voor de beroepsfase dat als uit een beroepschrift niet duidelijk blijkt waarop het beroep is gebaseerd, de ontvanger de indiener verzoekt om het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren. De ontvanger wijst de indiener op een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan de motiveringsplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.6.Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet Een beroepschrift dat te laat is ingediend -maar dat betrekking heeft op een beslag dat nog steeds ligt -zal het dagelijks bestuur niet ontvankelijk verklaren, tenzij hij van oordeel is dat de indiener niet in verzuim is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beroepschrift dat in verband met te late indiening niet-ontvankelijk is verklaard, zal het dagelijks bestuur ambtshalve in behandeling nemen. De ontvanger schort in het algemeen eveneens de verkoop op -ongeacht de eventuele wettelijke noodzaak daartoe -als een tijdig ingediend beroepschrift niet op alle in beslag genomen zaken betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de belanghebbende zich met zijn bezwaren tot de ontvanger wendt voordat hij een beroepschrift indient of een procedure aanspant, dan wijst de ontvanger de belanghebbende op de mogelijkheid een beroepschrift tot het dagelijks bestuur te richten. Als de ontvanger in dit stadium met de belanghebbende tot een oplossing kan komen, verdient dit uiteraard aanbeveling. In geval van leasing geldt echter dat de ontvanger een beslag niet opheft dan na overleg met het dagelijks bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.7.Beslissing dagelijks bestuur op het beroepschrift tegen een bodembeslag Het dagelijks bestuur motiveert de beslissing ook als sprake is van een te laat ingediend beroepschrift. Het dagelijks bestuur zendt zijn beslissing op een ontvankelijk verklaard beroepschrift aan de ontvanger. De ontvanger draagt zorg voor onmiddellijke betekening van de beslissing aan de derde, aan de belastingschuldige of hun gemachtigden en -zo nodig -aan de bewaarder. Voor de betekening van de beslissing van het dagelijks bestuur worden geen kosten in rekening gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beslissing op een niet-ontvankelijk verklaard beroepschrift wordt hetzij door het dagelijks bestuur rechtstreeks aan de adressant of zijn gemachtigde en zo nodig aan de bewaarder gezonden, hetzij op verzoek van het dagelijks bestuur verzonden en betekend op de wijze die geldt voor een ontvankelijk verklaard beroepschrift.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het gewenst is dat de zaken -in afwachting van de beslissing op het beroepschrift -spoedig worden verkocht, dan kan de ontvanger na overleg met het dagelijks bestuur erin toestemmen dat de verkoop door de derde gebeurt mits de opbrengst -die in de plaats van de zaken treedt -in afwachting van de beslissing bij de ontvanger wordt gedeponeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.8.Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag De situatie kan zich voordoen dat de ontvanger uit het ingediende bezwaarschrift niet kan opmaken of is beoogd administratief beroep in te stellen op grond van artikel 22 eerste lid, van de wet dan wel verzet aan te tekenen op grond van artikel 435, derde lid Rv.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dat het geval is, nodigt de ontvanger de derde uit zich daarover binnen tien dagen uit te laten. Als de derde niet reageert, wordt het geschrift aangemerkt als een beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.9.Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag Als de derde zowel een beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet indient als een schriftelijke mededeling doet als bedoeld in artikel 435, derde lid Rv, dan zendt de ontvanger eerst het beroepschrift ter behandeling aan het dagelijks bestuur voordat hij het verzet ex artikel 435, derde lid Rv, behandelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.10.Criteria voor de beslissing op het beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">22.8.11.Beëindiging operationele leaseovereenkomst Vervallen 22.8.12.Executie en bodemrecht Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.9</span><span class=\"lf-art-t\">Terughoudend beleid bij reëel eigendom derde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel22bis, 22a, 23, 23a Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel24</span><span class=\"lf-art-t\">Verrekening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 24 van de wet regelt de verrekening door de ontvanger van in te vorderen en uit te betalen bedragen. Bij de verrekening mag de ontvanger geen gebruik maken van de algemene verrekeningsbepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Tijdens faillissement, surseance en wettelijke schuldsanering geldt artikel 24 van de wet niet; dan zijn de artikelen 53 tot en met 56, 234, 235 en 307 van de FW van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 24 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>wanneer verrekening;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>betwiste schuld en verrekening;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>reikwijdte van de verrekening;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bekendmaking verrekening;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>instemmingsregeling bij cessie en verpanding.</div>\n<p class=\"lf-p\">24.1.Wanneer verrekening De verrekening vindt niet van rechtswege plaats. De ontvanger bepaalt of al dan niet tot verrekening wordt overgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige de ontvanger verzoekt een bepaalde belastingteruggaaf of een ander uit te betalen bedrag met een bepaalde openstaande aanslag of andere vordering te verrekenen, dan willigt de ontvanger dit verzoek altijd in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit geldt ook als het verzoek wordt gedaan nog voordat de teruggaaf is geformaliseerd of het uit te betalen bedrag is vastgesteld. In dat geval schort de ontvanger de invordering echter niet zonder meer op. Zo nodig kan de belastingschuldige om uitstel van betaling in verband met de te verwachten teruggaaf respectievelijk het te verwachten uit te betalen bedrag verzoeken (zie artikel 25.3 van deze leidraad).</p>\n<p class=\"lf-p\">24.1.1Verrekening voorlopige teruggaaf inkomsten belasting en beslagvrije voet Deze bepaling is niet van toepassing voor Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.2.Betwiste schuld en verrekening In het algemeen gaat de ontvanger niet tot verrekening over met een te betalen bedrag dat de belastingschuldige betwist en waarvoor de ontvanger uitstel van betaling heeft verleend op grond van artikel 25.2 van deze leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger kan wel verrekenen als de financiële situatie van de belastingschuldige zodanig is dat vrees voor onverhaalbaarheid bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.3.Reikwijdte van de verrekening Ondanks het feit dat de wet daartoe wel de mogelijkheid biedt, worden uit te betalen bedragen niet automatisch verrekend met aanslagen die (nog) niet invorderbaar zijn. Dit laat onverlet dat de ontvanger bevoegd is om in daartoe aanleiding gevende gevallen binnen de betalingstermijn te verrekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij belastingaanslag waarvan een termijnbetaling is verstreken, kan de ontvanger alleen verrekenen voor zover de termijnen zijn verstreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierop maakt de ontvanger een uitzondering als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen b, c of d, van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dan is verrekening mogelijk met alle termijnen van de voorlopige aanslag vanaf het moment dat zich één van de genoemde situaties voordoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrekening met andere bedragen waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen, kan plaatsvinden vanaf het moment waarop de invordering aan de ontvanger is opgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.3aVerrekening teruggaaf artikel 29, eerste lid, Wet op de omzetbelasting Deze bepaling is niet van toepassing voor Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.4.Bekendmaking verrekening Verrekening van een uit te betalen bedrag door de ontvanger gebeurt bij beschikking. De beschikking wordt aan de belastingschuldige bekendgemaakt door toezending of uitreiking van een kennisgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het achterwege laten van de bekendmaking heeft niet tot gevolg dat de verrekening nietig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.5.Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting N.v.t. voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.6.Instemmingsregeling bij cessie en verpanding 24.6.1.Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding In artikel 24, vierde lid, van de wet is een instemmingsregeling opgenomen die verrekening uitsluit als de ontvanger instemt met cessie (artikel 3:94 BW) of stille verpanding (artikel 3:239 BW) van een uit te betalen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ontvanger niet heeft ingestemd, kan hij tot verrekening met openstaande schulden overgaan ook al is de cessie of verpanding aan hem meegedeeld. De ontvanger verrekent het uit te betalen bedrag met de belastingschulden die openstaan op het moment van formalisering van het uit te betalen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij openbare verpanding van een uit te betalen bedrag geldt geen instemmingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.6.2.Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen Cessie of stille verpanding van een uit te betalen bedrag is mogelijk mits dit bedrag voldoende bepaald is omschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stille verpanding is mogelijk vanaf het moment dat de aanspraak op teruggaaf van het saldo van positieve en negatieve elementen van de belastingaanslag of de teruggaafbeschikking materieel vaststaat. Dit is op zijn vroegst het geval na het einde van het jaar of tijdvak waarop de teruggaaf betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.6.3.Instemming of weigering met een cessie of verpanding De weigering van een instemming met de cessie of verpanding heeft betrekking op de gehele cessie of verpanding. De instemming wordt niet gedeeltelijk verleend. Wel bestaat de mogelijkheid om een uit te betalen bedrag in gedeelten te cederen of te verpanden. De ontvanger moet dan bij iedere cessie of verpanding afzonderlijk beoordelen of hij daarmee instemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Instemming met een cessie of verpanding wordt alleen geweigerd als de ontvanger gegronde redenen heeft om aan te nemen dat instemmen met de cessie of verpanding zal kunnen leiden tot oninbaarheid dan wel onverhaalbaarheid van een ten tijde van de mededeling invorderbare belastingaanslag (of anderszins voor verrekening vatbare schuld) waarmee het uit te betalen bedrag zonder cessie of verpanding had kunnen worden verrekend. De weigering voorkomt aldus dat de invordering van deze aanslag wordt gefrustreerd. Deze situatie zal zich onder meer voordoen bij een belastingschuldige die bekend staat als een notoir slechte betaler.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met nadruk wordt vermeld dat bij de beoordeling of met een cessie of verpanding moet worden ingestemd geen rekening wordt gehouden met materieel ontstane belastingschulden die nog niet zijn geformaliseerd in een belastingaanslag. De ontvanger is verplicht met een cessie of verpanding in te stemmen als op het tijdstip van de mededeling van de cessie of verpanding ten name van de belastingschuldige geen voor verrekening vatbare (en dus geformaliseerde) schuld invorderbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In verband met het cessie- en verpandingsverbod van artikel 7b van de wet geldt dit niet voor uitbetalingen inkomstenbelasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger maakt zijn beschikking aan de belastingschuldige en aan de derde -in dit geval de pandhouder of cessionaris -bekend door middel van een gedagtekende kennisgeving, waarbij de belastingschuldige op de mogelijkheid wordt gewezen bij het dagelijks bestuur beroep in te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing op een verzoek om instemming met een cessie of verpanding wordt aangemerkt als een financiële beschikking in de zin van de Awb.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.6.4.Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb Onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet geldt met betrekking tot een beroepschrift waaruit niet direct duidelijk blijkt waarop het beroep is gebaseerd, dat de ontvanger de indiener verzoekt het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren. De ontvanger wijst de indiener op een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan deze motiveringsplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.6.5.Bekendmaking beschikking dagelijks bestuur bij cessie of verpanding De beschikking van het dagelijks bestuur op het beroepschrift wordt bekend gemaakt door toezending of uitreiking van de beschikking aan zowel de belastingschuldige als de derde, in dit geval de pandhouder of cessionaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">24.6.6.Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming metcessie of verpanding De belastingschuldige kan zich tot de voorzieningenrechter wenden met het verzoek de ontvanger te verbieden de instemming te weigeren. Totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan, gaat de ontvanger niet tot verrekening over.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de rechter het verzoek afwijst, dan verrekent de ontvanger niet eerder dan nadat veertien dagen zijn verstreken na de dag van de uitspraak, tenzij tegen deze uitspraak hoger beroep is ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de rechter het verzoek ook in hoger beroep afwijst, verrekent de ontvanger niet eerder dan nadat de uitspraak in hoger beroep onherroepelijk vaststaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel van betaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 25 van de wet kan de ontvanger -onder door hem te stellen voorwaarden -uitstel van betaling verlenen aan de belastingschuldige voor (een gedeelte van) een opgelegde belastingaanslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verlenen van uitstel van betaling gebeurt in beginsel op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan de ontvanger ook ambtshalve uitstel van betaling verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger kan een verleend uitstel van betaling bij beschikking tussentijds beëindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor voornoemde belasting, wordt geen uitstel van betaling verleend, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 73.5 van de Leidraad (uitstel van betaling gedurende de periode van minnelijke schuldsanering). Gedurende het uitstel vangt de dwanginvordering niet aan, dan wel wordt deze geschorst.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 25 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de algemene uitgangspunten van het uitstelbeleid;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>uitstel in verband met betalingsproblemen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>betalingsregeling voor particulieren;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>betalingsregeling voor ondernemers;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>administratief beroep.</div>\n<p class=\"lf-p\">25.1.Algemene uitgangspunten uitstelbeleid 25.1.1.Houding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstel Gedurende de behandeling van het verzoek om uitstel van betaling handelt de ontvanger overeenkomstig het beleid dat wordt gevoerd als het verzoek is toegewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland kunnen worden geschaad, kan de ontvanger ondanks het verzoek om uitstel wel invorderingsmaatregelen treffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.2.Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling Bij toewijzing van het verzoek vermeldt de ontvanger de voorwaarden waaronder hij uitstel van betaling verleent in de beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.3.Redenen afwijzing verzoek om uitstel Een verzoek om uitstel van betaling wordt in ieder geval afgewezen als: a. de medewerking van de verzoeker aan de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland naar het oordeel van de ontvanger onvoldoende is; b. onjuiste gegevens worden verstrekt; c. de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de door de ontvanger daartoe gestelde termijn zijn verstrekt; d. de gevraagde zekerheid niet wordt gesteld (zie artikel 25.1.13, 25.2.5, 25.5.2 en 25.6.2 van deze leidraad); e. de waarde van vermogensobjecten in redelijkheid te gelde kan worden gemaakt teneinde daarmee de verschuldigde belasting te betalen; f. de berekende betalingscapaciteit zodanig is dat de schuld direct voldaan kan worden; g. de betalingsregeling zich over een voor de ontvanger onaanvaardbare termijn uitstrekt; h. de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling volgens de ontvanger geen uitkomst zal bieden; i. indien de belastingschuldige reeds eerder een regeling heeft genoten, maar deze niet is nagekomen; j. indien ter zake van de aanslag reeds een beslagopdracht naar de belastingdeurwaarder is uitgegaan dan wel door de belastingdeurwaarder reeds beslag is gelegd; k. in geval van een vordering op grond van artikel 19 van de wet; l. voor de betreffende aanslag een beroepschrift is ingediend. m. het verzoek niet schriftelijk is ingediend, tenzij sprake is van een verzoek om uitstel als bedoeld in artikel 25.5.3 of 25.6.2d;</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger is niet verplicht de belastingschuldige in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te laten brengen voordat hij het verzoek om uitstel geheel of gedeeltelijk afwijst. Als het verzoek om uitstel wordt afgewezen, moet gemotiveerd worden waarom tot afwijzing van het verzoek is besloten. Daarbij moeten alle afwijzingsgronden worden genoemd; er kan niet worden volstaan met het noemen van de voornaamste afwijzingsgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.4.Redenen beëindigen uitstel Het uitstel wordt in ieder geval beëindigd als: a. niet aan de voorwaarden wordt voldaan waaronder het uitstel is verleend; b. tijdens de looptijd van het uitstel blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt; c. de aanleiding tot uitstel van betaling is weggevallen; d. de financiële omstandigheden van de belastingschuldige zodanig veranderen of zijn veranderd dat het naar het oordeel van de ontvanger onjuist is het uitstel te continueren; e. de medewerking van de verzoeker aan de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland naar het oordeel van de ontvanger onvoldoende is; f. zich een situatie voordoet zoals omschreven in artikel 10 van de wet en de ontvanger van mening is dat de verhaalbaarheid van de belastingschuld waarvoor uitstel is verleend, ernstig in gevaar komt; g. belastingschuldige in staat van faillissement wordt verklaard, hem surseance van betaling wordt verleend of hij wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.5Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn Als de belastingschuldige een betalingsregeling van meer dan één termijn niet nakomt, kan de ontvanger alvorens hij de regeling beëindigt, de belastingschuldige in de gelegenheid stellen om alsnog binnen tien dagen de achterstand te voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.6.Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel Als de ontvanger uitstel heeft verleend tot een bepaald tijdstip en dit tijdstip is verstreken, dan is daardoor het uitstel van rechtswege vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het verzoek om uitstel van betaling schriftelijk is ingediend, stelt de ontvanger de belastingschuldige van het vervallen van het verleende uitstel schriftelijk op de hoogte onder opgaaf van reden.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.7.Geen invordering tijdens verleend uitstel Tenzij in de leidraad anders is aangegeven, kan de ontvanger voor een belastingaanslag waarvoor hij uitstel van betaling heeft verleend, geen invorderingsmaatregelen nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.8.Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijd Als de ontvanger geen (verder) uitstel van betaling verleent of een verleend uitstel beëindigt, of als het dagelijks bestuur afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing of beëindiging, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van tien dagen na dagtekening van de beschikking. Hetzelfde geldt als het uitstel van betaling van rechtswege is vervallen en daarvan een mededeling is gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dergelijke mededeling blijft overigens achterwege als op telefonisch verzoek uitstel is verleend. In dat geval geldt de termijn van tien dagen niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkorting of het niet verlenen van deze termijn vindt onder meer plaats als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet onmiddellijk aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland worden geschaad. Verder geldt deze termijn niet als een executieverkoop wordt opgeschort en in verband daarmee uitstel van betaling is verleend in samenhang met een prolongatieovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.9.Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.10.Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.11.Uitstel voor een bestuurlijke boete Niet van toepassing op de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.12.Tijdens uitstel nieuwe aanslagen voldoen Deze bepaling is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.13.Zekerheid bij uitstel De ontvanger kan bij het verlenen van uitstel van betaling de voorwaarde stellen dat de belastingschuldige of een derde zekerheid stelt. Bij het stellen van zekerheid gaat de voorkeur uit naar zekerheden die op eenvoudige wijze kunnen worden gesteld, bewaakt en uitgewonnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aangeboden zekerheid in de vorm van een bezitloze verpanding van voorraden is in beginsel niet aanvaardbaar vanwege de aard van deze zekerheid. De ontvanger aanvaardt een bezitloze verpanding van voorraden slechts als aannemelijk is dat de belastingschuld niet kan worden betaald en andere zekerheidsvormen niet voorhanden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.14.Tijdstip indiening verzoek om uitstel De ontvanger neemt een verzoek om uitstel van betaling altijd in behandeling, ongeacht het tijdstip van indiening en het stadium van de invordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger wijst een verzoek om uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen in het algemeen af als het verzoek is ingediend nadat aankondiging van een ten laste van de belastingschuldige te houden executoriale verkoop in een dagblad heeft plaatsgevonden, of als publicatie daarvan niet meer is te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de belangen van de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland niet te schaden, kan de ontvanger de beslissing op een vlak voor de executoriale verkoop ingediend verzoek om uitstel mondeling bekend maken. De ontvanger bevestigt deze beslissing zo spoedig mogelijk bij beschikking. In dat geval geldt uiteraard niet de termijn van tien dagen waarbinnen de ontvanger de invordering niet mag aanvangen of voortzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger willigt geen enkel verzoek om uitstel meer in als de belastingdeurwaarder is begonnen met de executoriale verkoop.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.1.15.Verzoekschriften aan andere instellingen De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij de Nationale Ombudsman/de Zeeuwse Ombudsman, het algemeen of dagelijks bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Sabewa Zeeland worden geschaad, kan de invorderingsambtenaar na voorafgaande toestemming van het dagelijks bestuur toch invorderingsmaatregelen treffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland verleent geen uitstel van betaling bij bezwaar of (hoger) beroep. In uitzonderlijke gevallen is maatwerk in overleg met de invorderingsambtenaar mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.3.Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag 25.3.1.Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen bedragen Als binnen afzienbare tijd een door de ontvanger uit te betalen bedrag wordt verwacht, kan de ontvanger uitstel van betaling verlenen tot het moment waarop hij dit uit te betalen bedrag kan verrekenen met de belastingaanslag waarvoor uitstel wordt gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van een binnen afzienbare tijd te verwachten belastingteruggaaf als:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het belastingjaar of belastingtijdvak waarover de teruggaaf wordt verwacht is afgelopen en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de belastingschuldige een verzoek om teruggaaf heeft ingediend en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>over die teruggaaf tussen de ontvanger en de belastingplichtige geen verschil van mening bestaat.</div>\n<p class=\"lf-p\">25.3.2.Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel Bij het verzoek om uitstel moet een berekening van het uit te betalen bedrag zijn gevoegd. Als dit ontbreekt of onvoldoende is gemotiveerd, verleent de ontvanger uitstel om de verzoeker in de gelegenheid te stellen alsnog zijn verzoek (nader) te motiveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger verleent dit uitstel voor ten hoogste één maand na de dagtekening van de uitstelbeschikking. De ontvanger kan voor een langere periode uitstel verlenen als hij dit redelijk acht. De invordering wordt voor die termijn geschorst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als na het verstrijken van de gestelde termijn het verzoek niet (nader) is gemotiveerd, is het uitstel vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.3.3.Beslissing op het verzoek om uitstel in verband met een uit te betalen bedrag De ontvanger beslist -onder door hem te stellen voorwaarden -in het algemeen positief op een volledig gemotiveerd verzoek om uitstel van betaling. De toewijzende beslissing strekt zich niet verder uit dan tot het te verrekenen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil tussen het bedrag van de belastingaanslag en het te verrekenen bedrag moet de belastingschuldige tijdig betalen. De ontvanger kan echter een betalingsregeling toestaan als daartoe aanleiding bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.3.4.Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag Uit te betalen bedragen waarop het uitstel geen betrekking heeft, verrekent de ontvanger met de openstaande belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is verleend in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag. De invorderingsambtenaar kan echter een betalingsregeling toestaan als daartoe aanleiding bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als volgens de ontvanger de continuïteit van de bedrijfsvoering direct gevaar loopt als gevolg van een eventuele verrekening van teruggaven en niet hoeft te worden gevreesd voor onverhaalbaarheid van de schuld, dan kan hij deze teruggaven (gedeeltelijk) uitbetalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.4.Uitstel in verband met betalingsproblemen 25.4.1.Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen Als de belastingschuldige de belasting -geheel of gedeeltelijk -niet binnen de wettelijke betalingstermijnen kan voldoen, kan de ontvanger aan de belastingschuldige op diens verzoek een betalingsregeling toestaan. De ontvanger kan daarbij voorwaarden stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van het verzoek om uitstel spelen niet alleen de omstandigheden van dat moment een rol. Als de belastingschuldige in het verleden bijvoorbeeld niet heeft gereserveerd voor redelijkerwijs voorzienbare schulden of nalatig is geweest bij het doen van aangiften of betalingen, kan dit een rol spelen bij het toestaan en verlengen van een betalingsregeling of bij het stellen van voorwaarden bij een betalingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger zal een betalingsregeling in ieder geval niet toestaan als de betalingsproblemen zijn terug te voeren op structurele problemen of activiteiten die geen perspectief bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.4.2.Uitstel en motorrijtuigenbelasting Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.4.3.Verrekening tijdens een betalingsregeling Tijdens een betalingsregeling verrekent de ontvanger belastingteruggaven en andere teruggaven met een openstaande belastingschuld. Als daar aanleiding toe is, kan de ontvanger afzien van het verrekenen van bepaalde teruggaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.4.4.Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is, moet de ontvanger op de gebruikelijke wijze bij de curator dan wel de bewindvoerder aanmelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze schulden treft de ontvanger geen betalingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger kan tijdens een surseance van betaling op verzoek van de bewindvoerder uitstel van betaling verlenen voor de belastingschuld die voor de aanvang van de surseance materieel verschuldigd is geworden. De ontvanger stelt daarbij de voorwaarde dat de belastingschuldige nieuw opkomende verplichtingen stipt nakomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo lang onzeker is of alle boedelschulden uit de boedel kunnen worden voldaan kan de ontvanger voor de betaling daarvan uitstel verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger kan ook tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling niet van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor belastingaanslagen zekerheid is gesteld, wint de ontvanger deze uit. Daarna informeert hij de curator dan wel de bewindvoerder over de wijziging in de hoogte van de belastingschuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.4.5.Uitstel van betaling erfbelasting bij verkrijging eigen woning door broers of zussen van de erflater Deze bepaling is niet van toepassing voor Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.Betalingsregeling voor particulieren 25.5.1.Duur betalingsregeling particulieren De ontvanger verleent de belastingschuldige uitstel van betaling voor een periode die maximaal loopt tot het einde van het kalenderjaar waarin de belastingaanslag is opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slechts als er volgens de ontvanger bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn gunnen. Een betaalregeling kan echter nooit langer dan 36 maanden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.2.Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren De ontvanger kan aan het verlenen van uitstel verschillende voorwaarden verbinden. In ieder geval stelt de ontvanger aan het verlenen van een betalingsregeling de voorwaarde dat nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen -waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen -tijdig worden nagekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger kan alvorens het uitstel te verlenen zekerheid eisen als de aard en de omvang van de schuld in relatie tot de uitsteltermijn en de bekende verhaalsmogelijkheden daartoe aanleiding geven. Ook het aangifte-en betalingsgedrag in het verleden kan aanleiding zijn voor het eisen van zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.3.Kort uitstel particulieren Op schriftelijk of telefonisch verzoek kan zonder nader onderzoek een betalingsregeling worden getroffen met een looptijd tot maximaal zes maanden na de laatste vervaldag van de (oudste) aanslag, als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: a. De totale openstaande schuld van de belastingschuldige bedraagt minder dan € 10.000. Hierbij wordt geen rekening gehouden met belasting schuld waarvoor uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaar-of beroepschrift is verleend. b. Vervallen. c. Aan de belastingschuldige is niet voor dezelfde belastingaanslag of voor andere belastingaanslagen uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen of uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag verleend; d. Vervallen e. De belastingschuldige heeft geen belastingschuld openstaan waarvoor een overheidsvordering staat gepland.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.4.Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren In andere gevallen als bedoeld in artikel 25.5.3 van deze leidraad, gaat de ontvanger aan de hand van de daartoe door de verzoeker verstrekte gegevens over tot de berekening van de betalingscapaciteit en de beoordeling van de vermogenspositie. De ontvanger verleent in ieder geval geen uitstel van betaling als voor de belastingschuld waarvoor uitstel wordt gevraagd al uitstel op grond van artikel 25.5.3 van deze leidraad is verleend, ongeacht of dit uitstel nog loopt of reeds is beëindigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van de betalingscapaciteit vraagt de ontvanger zo nodig nadere gegevens bij de verzoeker op. Bij de berekening van de betalingscapaciteit gaat de ontvanger uit van de begrippen en normen die gelden bij het kwijtscheldingsbeleid, behalve voor zover daarvan in de artikelen 25.5.5 tot en met 25.5.11 van deze leidraad wordt afgeweken. Ook met betrekking tot het vermogen gaat de ontvanger uit van het vermogensbegrip zoals dat geldt in de kwijtscheldingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.5.Vermogen en betalingsregeling particulieren De aanwezigheid van vermogen op het moment van het indienen van het verzoek staat een betalingsregeling in het algemeen in de weg. Dit geldt met name indien het vermogen zonder bezwaar liquide is te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermogen dat onder het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren is vrijgesteld, staat een betalingsregeling echter niet in de weg. Onder vermogen wordt in dit verband verstaan de bezittingen van de belastingschuldige en diens echtgenoot (zoals bedoeld in artikel 3 Pw), verminderd met de schulden die een hogere preferentie hebben dan de belastingschuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met toepassing van artikel 3 Pw wordt als echtgenoot ook aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het een bloedverwant in de eerste graad betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.6.Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren Naast het aanwezige vermogen speelt bij de beoordeling van de financiële omstandigheden de zogenoemde betalingscapaciteit van de verzoeker een belangrijke rol, zowel ten tijde van het indienen van het verzoek als gedurende de looptijd van de betalingsregeling. De betalingscapaciteit van de belastingschuldige die door de ontvanger wordt berekend, bepaalt in belangrijke mate het bedrag dat de belastingschuldige (periodiek) op de achterstallige schuld moet aflossen. De betalingscapaciteit geeft ook aan in hoeverre een betalingsregeling zinvol is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt voor de berekening van de betalingscapaciteit bij een verzoek om een betalingsregeling is het inkomen van de belastingschuldige en diens echtgenoot. Het inkomen en de uitgaven ten behoeve van bij de belastingschuldige inwonende kinderen zal bij de berekening van de betalingscapaciteit niet in aanmerking worden genomen. Een uitzondering daarop vormt de ontvangen alimentatie ten behoeve van minderjarige kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de berekening van de betalingscapaciteit gaat de ontvanger met betrekking tot de huur-en hypotheekverplichtingen voor de woning waarin de belastingschuldige feitelijk verblijft uit van de werkelijke uitgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betalingscapaciteit bestaat uit het netto besteedbaar inkomen na aftrek van het normbedrag voor levensonderhoud. Voor de betalingsregeling eist de ontvanger 80% van de betalingscapaciteit op (de zogeheten uitvoerings- tolerantie). Voor een belastingschuldige die in het buitenland woont, past de invorderingsambtenaar op het normbedrag voor levensonderhoud eerst het percentage toe dat in artikel 1 van de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012 en de bijlage bij die regeling is opgenomen voor het woonland van de belastingschuldige. Eventuele periodieke inkomsten die de belastingschuldige uit zijn woonland geniet, telt de invorderingsambtenaar op bij de aldus berekende betalingscapaciteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.7.Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven De ontvanger kan -afhankelijk van de concrete situatie van de belastingschuldige en zijn gezin -bepaalde aanvaardbare uitgaven op de berekende betalingscapaciteit in mindering brengen. Het moet dan gaan om uitgaven die samenhangen met de maatschappelijke positie van de belastingschuldige, en die naar het oordeel van de ontvanger niet in redelijkheid kunnen worden betaald uit het normbedrag voor levensonderhoud en de zogenoemde uitvoeringstolerantie van 20%.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.8.Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het algemeen blijven bij de berekening van de betalingscapaciteit de aflossingsverplichtingen aan derden buiten beschouwing. De ontvanger kan een uitzondering maken voor aflossingen op schulden waarvan het niet betalen tot ongewenste effecten kan leiden, of waaraan preferentie is verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.9.Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten Bij de berekening van de betalingscapaciteit houdt de ontvanger slechts rekening met extra inkomsten, zoals vakantiegeld, tantièmes en dergelijke, voor zover uitbetaling daarvan plaatsvindt dan wel zou moeten plaatsvinden in de periode waarvoor de betalingsregeling geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.10.Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor Als een belastingschuldige uitstel vraagt en tegelijkertijd een betalingsregeling voorstelt waarbij de schuld binnen twaalf maanden wordt afbetaald en deze regeling afwijkt van hetgeen de ontvanger heeft berekend, dan hoeft een niet al te grote afwijking niet te leiden tot afwijzing van het verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de regeling die door de belastingschuldige is voorgesteld voor de ontvanger niet aanvaardbaar is, maar een andere regeling wel ingewilligd kan worden, dan deelt de ontvanger onder afwijzing van het verzoek de belastingschuldige mee welke regeling hij desgevraagd wel kan verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.5.11.Betalingsregeling langer dan twaalf maanden Het beleid zoals beschreven bij de berekening van de betalingscapaciteit bij regelingen tot en met twaalf maanden, is van overeenkomstige toepassing op een regeling die vanwege bijzondere omstandigheden langer dan twaalf maanden duurt. Hierbij moet in acht worden genomen dat de belastingschuldige zijn van de kwijtscheldingsnormen afwijkende uitgaven waaronder ook de huur of de hypotheeklasten -in de eerste twaalf maanden van de betalingsregeling zodanig moet verminderen, dat na de twaalfde maand zoveel mogelijk de volledige betalingscapaciteit die aan het kwijtscheldingsbeleid is ontleend, kan worden benut om de schuld te voldoen. De ontvanger sluit met de betalingsregeling hier op aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.6.Betalingsregeling voor ondernemers 25.6.1.Duur betalingsregeling ondernemers De Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland verleent in beginsel geen uitstel van betaling aan ondernemers. In uitzonderlijke situaties kan hiervan worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een betalingsregeling moet een zo kort mogelijke periode beslaan. Bij het vaststellen van de duur van de betalingsregeling houdt de ontvanger rekening met de omstandigheden, bijvoorbeeld de aard en de omvang van de schuld, de liquiditeits-en de vermogenspositie van de onderneming en het aangifte-en betalingsgedrag in het verleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betalingsregeling zal in elk geval een looptijd van twaalf maanden niet te boven gaan, gerekend vanaf de (laatste) vervaldag van de belastingaanslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.6.2.Voorwaarden betalingsregeling ondernemers Aan het verlenen van een betalingsregeling stelt de ontvanger de voorwaarde dat de belastingschuldige nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen -waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen -bijhoudt. Bovendien stelt de ontvanger de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld (zie artikel 25.1.13 van deze leidraad). De hoogte van de zekerheid moet gelijk zijn aan de schuld waarvoor uitstel wordt verzocht. De invorderingsambtenaar kan zekerheid stellen door het leggen van beslag (on)roerende zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.6.2A. Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers Als een ondernemer door een oorzaak die buiten zijn invloed ligt of bijzondere omstandigheden, in tijdelijke liquiditeitsproblemen, is gekomen, kan de ontvanger desgevraagd uitstel voor een langere periode verlenen of zonder dat voor het volledige bedrag zekerheid is gesteld. Daartoe moet de ondernemer aan de hand van een door een derde deskundige opgestelde verklaring (zie artikel 25.6.2B) het voor de ontvanger aannemelijk maken dat: a. het gaat om werkelijk bestaande betalingsproblemen; b. die betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn; c. die betalingsproblemen vóór een bepaald tijdstip zullen worden opgelost; d. dat er sprake is van een levensvatbare onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger kan bij het verlenen van dit uitstel nadere voorwaarden stellen. Om bij onvoorziene tegenslagen de mogelijke verliezen voor de gemeente te beperken, wordt zoveel als mogelijk is door de ontvanger zekerheid verlangd. De zekerheid kan ook omvatten een beslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.6.2B. Verklaring derde deskundige De verklaring van de derde deskundige bevat een beoordeling van de aard van de betalingsproblemen, gaat in op de aannemelijkheid van de bedrijfseconomische gezondheid van de onderneming, de haalbaarheid van het in de toekomst inlopen van de betalingsachterstand en geeft blijk van de waarneming van de aan dat oordeel ten grondslag liggende feiten en omstandigheden door de deskundige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de derde deskundige worden geen formele eisen gesteld. Het kan bijvoorbeeld gaan om een externe consultant, een externe financier, een brancheorganisatie of de (huis)accountant. De ontvanger kan aan de verklaring van de derde deskundige ook eisen stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.6.2C. Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemen als al kort uitstel is verleend De ontvanger verleent in ieder geval geen uitstel van betaling als voor de belastingschuld waarvoor uitstel is gevraagd al uitstel op grond van artikel 25.6.2D is verleend, ongeacht of dit uitstel nog loopt of reeds is beëindigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.6.2D. Kort uitstel van betaling voor ondernemers Ondernemers kunnen zonder nader onderzoek op schriftelijk of telefonisch verzoek kort uitstel van betaling krijgen. Dit uitstel bedraagt maximaal vier maanden na de laatste vervaldag van de (oudste) aanslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden die aan de ontvanger stelt aan dit uitstel zijn: a. De totale openstaande schuld van de belastingschuldige bedraagt minder dan € 10.000. Hierbij wordt geen rekening gehouden met belastingschuld waarvoor uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaar-of beroepschrift is verleend. b. Er staan ten name van de belastingschuldige geen belastingaanslagen open waarvoor dwangbevelen zijn betekend. c. Er staat geen vergrijpboete open. d. Aan de belastingschuldige is niet voor dezelfde belastingaanslag of voor andere aanslagen uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen of uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag verleend. e. N.v.t. f. Er is geen sprake van een aangifteverzuim.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.6.3.Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers Voor ex-ondernemers is het uitstelbeleid van toepassing zoals dat geldt voor particulieren, ook als de belastingschuld betrekking heeft op de ondernemingsperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.6.4. Uitstel voor ondernemers en overheidssteun/subsidie Als het de ontvanger bekend is dat van overheidszijde een onderzoek wordt ingesteld naar de mogelijkheid van subsidie-of steunverlening om de schuld te voldoen of een sanering mogelijk te maken, dan verleent de ontvanger uitstel van betaling als hij de verwachting heeft dat het verzoek door de (potentiële) subsidiënt zal worden gehonoreerd. De belastingschuldige moet dan wel aan de lopende verplichtingen voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.7.Administratief beroep 25.7.1.Toetsing uitstelbeschikking door het dagelijks bestuur Als de ontvanger een schriftelijk ingediend verzoek om uitstel afwijst of een verleend uitstel beëindigt, kan de belastingschuldige daartegen administratief beroep instellen bij het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland. De belastingschuldige moet het beroepschrift indienen bij de ontvanger die de beschikking heeft genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de behandeling van het beroepschrift handelt de ontvanger overeenkomstig het beleid dat wordt gevoerd als het verzoek om uitstel is toegewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland kunnen worden geschaad, kan de ontvanger ondanks de behandeling van het beroep wel invorderingsmaatregelen treffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.7.2.Beroepsfase uitstel De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt tien dagen na dagtekening van de bestreden beschikking. Als uit het beroepschrift niet duidelijk blijkt waarop het beroep gebaseerd is, verzoekt de ontvanger de belastingschuldige het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren. De ontvanger wijst daarbij op een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan deze motiveringsplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.7.3.Beslissing dagelijks bestuur op beroepschrift bij uitstel In alle gevallen waarin het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland het beroep gegrond oordeelt, kan hij de zaak inhoudelijk afdoen, hetzij door het verzoek alsnog toe te wijzen, hetzij door het af te wijzen onder verbetering of vervanging van de gronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.7.4.Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel De belastingschuldige kan beroep instellen bij het dagelijks bestuur tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op een verzoek om uitstel van betaling. Het indienen van een beroepschrift is in deze situatie niet aan een termijn gebonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als tijdens de beroepsprocedure blijkt dat de ontvanger uitstel van betaling had moeten verlenen, dan hoeft het dagelijks bestuur niet te volstaan met de uitspraak dat de ontvanger niet tijdig heeft beslist, maar kan hij op het beroepschrift van de belastingschuldige inhoudelijk beslissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">25.7.5.Beroep, bezwaar, of nieuw verzoek om uitstel van betaling bij de ontvanger 1. De ontvanger merkt een door de belastingschuldige ingediend bezwaarschrift tegen de beslissing op het verzoek om uitstel aan als een beroepschrift. Dit geldt ook als de belastingschuldige een nieuw verzoek om uitstel indient voor dezelfde belastingschuld als waarvoor de ontvanger eerder een verzoek om uitstel geheel of gedeeltelijk had afgewezen, zonder daarbij andere feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In de in het eerste lid bedoelde situaties geeft de ontvanger een nieuwe beschikking af, als hij op dat moment aanleiding ziet om een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing te nemen. Als de belastingschuldige het ook met de nieuwe beschikking niet eens is, kan hij daartegen binnen tien dagen in beroep gaan bij het dagelijks bestuur.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als de belastingschuldige in zijn nieuwe verzoek om uitstel voor dezelfde belastingschuld andere feiten of veranderde omstandigheden vermeldt, beslist de ontvanger zelf op dat verzoek. Bij zijn beslissing houdt hij rekening met deze feiten of veranderde omstandigheden. Als de belastingschuldige het ook met de nieuwe beschikking niet eens is, dan kan hij daartegen binnen tien dagen in beroep gaan bij het dagelijks bestuur.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als de belastingschuldige opnieuw verzoekt om uitstel van betaling, ter zake van een belastingschuld waarvoor het college reeds op een administratief beroep afwijzend heeft beslist, zonder daarbij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, wijst de ontvanger dit verzoek af onder verwijzing naar de uitspraak van het college. Als de belastingschuldige het met deze beschikking niet eens is, dan kan hij daartegen binnen tien dagen in beroep gaan bij het dagelijks bestuur.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25a</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel van betaling exitheffingen inkomstenbelasting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25a</span><span class=\"lf-art-t\">1.Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling van exitheffingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25b</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel van betaling exitheffingen vennootschapsbelasting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25b</span><span class=\"lf-art-t\">1.Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26</span><span class=\"lf-art-t\">Kwijtschelding van belastingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beleid omtrent de kwijtschelding van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen door Sabewa Zeeland is neergelegd in de Leidraad Kwijtschelding Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27</span><span class=\"lf-art-t\">Verjaring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op afdeling 4.4.3 (artikelen 4:104 tot en met 4:111) AWB regelt artikel 27 van de wet enkele specifieke (aanvullende) zaken met betrekking tot verjaring: -dat stuiting van de verjaring door de ontvanger mogelijk is door het zenden van een schriftelijke mededeling waarin het recht op betaling ondubbelzinnig wordt voorbehouden; -als de belastingschuldige heeft opgehouden te bestaan (oftewel: de onderneming bestaat niet meer) en er is iemand aansprakelijk gesteld voor de belastingschuld, dan treedt de aansprakelijk gestelde in de plaats van de belastingschuldige (oftewel: in dat geval kan ook de aansprakelijkheidsschuld zelfstandig worden gestuit of verlengd).</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op afdeling 4.4.3 van de Awb en artikel 27 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>versnelde invordering en verjaring;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>aansprakelijkgestelden en verjaring;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>stuiting van de verjaring;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>schorsing van de verjaring;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>afstand van verjaring;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>rente en kosten en verjaring;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verjaring van belastingteruggaven.</div>\n<p class=\"lf-p\">27.1.Versnelde invordering en verjaring Als de invordering is aangevangen met toepassing van artikel 10 van de wet begint de verjaringstermijn te lopen op het moment dat de belastingaanslagen onmiddellijk en tot het volle bedrag invorderbaar werden. De oorspronkelijke vervaldag heeft op dat moment voor de verjaring geen belang meer.</p>\n<p class=\"lf-p\">27.2.Aansprakelijkgestelden en verjaring Een aansprakelijkheidsschuld (beschikking ex artikel 49 van de wet) is niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de belastingaanslag ter zake waarvan aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht van dwanginvordering en verrekening van de aansprakelijkheidsvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">27.3.Stuiting van de verjaring Als de betekening van een dwangbevel uitsluitend plaatsvindt om de verjaring te stuiten, dan licht de ontvanger de belastingschuldige in over het doel van de betekening. Deze betekening is kosteloos.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de verjaring te stuiten kan een dwangbevel meer dan één maal worden betekend. Als de ontvanger de verjaring van een rechtsvordering tot betaling stuit door een schriftelijke mededeling, maakt hij die schriftelijke mededeling bekend aan de belastingschuldige.</p>\n<p class=\"lf-p\">27.4.Schorsing van de verjaring Uitstel van betaling voor een gedeelte van de belastingaanslag verlengt de verjaringstermijn voor de gehele belastingaanslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">27.5.Afstand van verjaring Van eenmaal verkregen verjaring kan afstand worden gedaan. De ontvanger beroept zich echter alleen op afstand van verjaring, als zonder meer duidelijk is dat de belastingschuldige daadwerkelijk bedoelt afstand van de verjaring te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">27.6.Rente en kosten en verjaring De op een belastingaanslag belopen rente en kosten zijn onlosmakelijk met de belastingaanslag verbonden. Als voor een belastingaanslag de verjaring is ingetreden, laat de ontvanger dus ook voor de rente en kosten invordering en verrekening achterwege.</p>\n<p class=\"lf-p\">27.7.Na verjaring geen civiele invordering Na intreding van de verjaring maakt de ontvanger geen gebruik van de mogelijkheid om in te vorderen door middel van een dagvaarding.</p>\n<p class=\"lf-p\">27.8Verjaring van belastingteruggaven Voor verjaring van belastingteruggaven geldt eenzelfde verjaringstermijn als voor belastingschulden. Na verjaring ontstaat een natuurlijke verbintenis. De invorderingsambtenaar zal een beroep op de verjaring doen, tenzij hij gerede twijfel heeft of de belastingaanslag aan de belastingschuldige is bekendgemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27a</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingskorting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28</span><span class=\"lf-art-t\">Invorderingsrente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 28 van de wet regelt het in rekening brengen en vergoeden van invorderingsrente. In aansluiting op artikel 28 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correctie berekende invorderingsrente;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verzuim van de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland en invorderingsrente;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>rente- of schadevergoeding;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verminderingen en toepassing artikel 28, zesde lid, van de wet.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28.1</span><span class=\"lf-art-t\">Cheque buitenland en invorderingsrente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen 28.2Correctie berekende invorderingsrente De ontvanger corrigeert de renteberekening als daarbij onjuiste gegevens zijn gebruikt. Dit geldt ook voor een belastingaanslag waaraan een nieuwe dagtekening wordt toegekend die leidt tot een ander aanvangstijdstip voor de renteberekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wordt invorderingsrente gecorrigeerd in de volgende gevallen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Voor zover na het in rekening brengen van de invorderingsrente een afname van de schuld, anders dan door betaling, kwijtschelding of verrekening tot stand is gekomen en geen rente wordt vergoed op grond van artikel 28b van de wet. Deze situatie zal zich voordoen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij vermindering van belastingaanslagen, en;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>als een positieve belastingaanslag wordt gevolgd door een negatieve belastingaanslag over dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak.</div>\n<p class=\"lf-p\">28.3.Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente Als de ontvanger als gevolg van een te late betaling terecht rente in rekening brengt, kan er slechts in uitzonderlijke situaties aanleiding bestaan die rente te verminderen. De ontvanger moet dan van mening zijn dat het niet tijdig voldoen van de belastingschuld niet kan worden verweten aan de belastingschuldige en bovendien dat de invordering van rente onredelijk en onbillijk is. De ontvanger kan slechts naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift de verschuldigde rente verminderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">28.4verzuim van de belastingdienst en invorderingsrente vervallen 28.5rente- of schadevergoeding Vervallen 28.6kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk Kwijtschelding van uitsluitend invorderingsrente is niet mogelijk. De ontvanger doet ook geen toezegging dat de rente niet zal worden ingevorderd. Dit laat onverlet dat de ontvanger kwijtschelding verleent of rente buiten invordering laat, als hij de hoofdsom kwijtscheldt of buiten invordering laat op grond van het bepaalde in de Leidraad KwijtscheldingSa Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">28.7 Vervallen 28.8Drempelbedrag Rentebedragen van € 25,- of minder worden bij een slotbetaling op een belastingaanslag niet in rekening gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">28aInvorderingsrente bij terugbetaling Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">28bInvorderingsrente bij vermindering Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">28.c Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel29</span><span class=\"lf-art-t\">Invorderingsrente / wettelijke rente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel30</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikking betalingskorting en invorderingsrente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 30 van de wet bepaalt dat de ontvanger het bedrag van de betalingskorting en de invorderingsrente vaststelt bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Op deze beschikking is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van toepassing. De ontvanger kan geen betalingskorting verlenen van gemeentelijke en waterschapsbelastingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 30 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beschikking terug te nemen betalingskorting;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verzoek tot vermindering rente is bezwaar;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting.</div>\n<p class=\"lf-p\">30.1.Beschikking terugnemen betalingskorting Niet van toepassing voor Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">30.2.Verzoek tot vermindering rente is bezwaar Een verzoek van de belastingschuldige tot vermindering van in rekening gebrachte rente merkt de ontvanger aan als een bezwaarschrift.</p>\n<p class=\"lf-p\">30.3.N.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">30.4.Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling Het beleid omtrent teruggenomen betalingskorting is niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indiening van een bezwaar-of beroepschrift (in hoger beroep) schort de verplichting om de invorderingsrente te betalen niet op. Als om uitstel van betaling wordt verzocht is het beleid van artikel 25 van deze leidraad en artikel 34 van de regeling van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">30.5.Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel31en artikel 31a Renteregeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31</span><span class=\"lf-art-t\">Invorderingswet 1990 geeft aan het algemeen bestuur de bevoegdheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">om regels te stellen voor de bij de berekening van invorderingsrente toe te passen afrondingen en voor het niet in rekening brengen van invorderingsrente beneden een bepaald bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts is in artikel 31 Invorderingswet 1990 de bevoegdheid opgenomen nadere regels te stellen met betrekking tot een doelmatige invordering van invorderingsrente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het algemeen bestuur heeft hiertoe een besluit genomen waarin is geregeld dat</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk III van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 van toepassing is</h3>\n<p class=\"lf-p\">verklaard, met uitzondering van artikel 33 van die regeling. Artikel 33 regelt een drempelbedrag wanneer geen invorderingsrente in rekening wordt gebracht; hiervoor is geen afwijkende bepaling in het besluit opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij iedere deel-of eindbetaling brengt de ontvanger geen invorderingsrente in rekening als het aan rente verschuldigde bedrag € 23,- of minder bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel32</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 32 van de wet bepaalt dat naast de aansprakelijkheidsbepalingen die in hoofdstuk VI van de wet zijn opgenomen, de ontvanger ook een beroep kan doen op aansprakelijkheidsbepalingen in andere wettelijke regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger kan dus ook een beroep doen op aansprakelijkheidsbepalingen uit bijvoorbeeld het Burgerlijk Wetboek of het Wetboek van Koophandel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 32 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>keuze aansprakelijkheid;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid.</div>\n<p class=\"lf-p\">32.1.Keuze aansprakelijkheid In situaties waarin de ontvanger feitelijk de keuze heeft tussen de toepassing van zowel een aansprakelijkheidsbepaling uit de wet als een aansprakelijkheidsbepaling uit het civiele recht, geldt in beginsel hetgeen is vermeld in artikel 3.1 van deze leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de belangenafweging die aan de aansprakelijkstelling voorafgaat, wordt in beginsel doorslaggevend gewicht toegekend aan die aansprakelijkheidsbepaling waarbij de aansprakelijke in de gelegenheid is zich te disculperen.</p>\n<p class=\"lf-p\">32.2.Gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel33</span><span class=\"lf-art-t\">Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 33 van de wet bevat hoofdelijke aansprakelijkheidsregels die gelden voor de invordering van alle belastingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze regels dienen ertoe om in geval dat op een in dit artikel genoemd lichaam geen verhaal meer kan worden uitgeoefend, die personen voor de nog verschuldigde belasting aan te spreken, die in een nauwe betrekking staan of stonden tot het desbetreffende lichaam en invloed (hadden) kunnen uitoefenen op het betalen van de belastingschulden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 33 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>feitelijke vestiging;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>lichaam dat is ontbonden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vereffenaar;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bestuurder;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gewezen bestuurder.</div>\n<p class=\"lf-p\">33.1.Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkheid De begrippen “vaste inrichting” en “vaste vertegenwoordiger” zijn dezelfde als bij de heffing van de diverse belastingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">33.2.Feitelijke vestiging bij aansprakelijkheid Het begrip 'gevestigd' in artikel 33, eerste lid, onderdeel b, van de wet, heeft een feitelijke betekenis. Waar een lichaam is gevestigd, moet worden beoordeeld naar de omstandigheden van het geval.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger moet hierbij aansluiting zoeken bij het materiële vestigingsbegrip van artikel 4, eerste lid, van de AWR.</p>\n<p class=\"lf-p\">33.3.Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid De ontbinding van het lichaam waarop artikel 33, eerste lid, onderdeel c, van de wet doelt, kan -behalve op grond van de verschillende formele ontbindingsbepalingen -onder omstandigheden ook worden afgeleid uit handelingen van vennoten of organen van rechtspersonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van de driejaarstermijn wordt de stilzwijgende ontbinding -bedoeld in de vorige volzin -geacht zich te hebben voltrokken ten tijde van het verrichten van de handelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ontbinding kan niet worden aangemerkt het feitelijk staken van de bedrijfsuitoefening en/of het voortzetten van de activiteiten van de vennootschap in een andere rechtsvorm, het zogenaamde 'leeg' maken van het lichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">33.4.Vereffenaar bij aansprakelijkheid Niet alleen degene die met de vereffening is belast, is aansprakelijk op grond van artikel 33, eerste lid, onderdeel c, van de wet, maar ook degene die feitelijk als vereffenaar is opgetreden zonder dat van een uitdrukkelijke lastgeving sprake is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger moet aannemelijk maken dat het niet-betalen van de belastingschuld is te wijten aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van de vereffenaar. De betekenis van het begrip kennelijk onbehoorlijk bestuur in dit lid is dezelfde als in artikel 36 van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">33.5.Bestuurder bij aansprakelijkheid Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">33.6.Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid De ontvanger kan de gewezen bestuurder aansprakelijk stellen voor de belastingschuld waarvoor hij ten tijde van zijn bestuursperiode hoofdelijk aansprakelijk was, te weten de schuld die in deze periode materieel is ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">33.7.Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers Bestuurders van lichamen zonder rechtspersoonlijkheid of van een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam dat niet volledig rechtsbevoegd is alsmede leiders van een vaste inrichting van een niet in Nederland gevestigd lichaam dan wel de in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger van dat lichaam, zijn niet aansprakelijk voor zover zij bewijzen dat de niet-betaling niet aan hen is te wijten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet-verwijtbaarheid wordt naar redelijkheid en billijkheid beoordeeld, waarbij veel afhankelijk is van de feitelijke omstandigheden. Zo kan van niet-verwijtbaarheid sprake zijn als een ondernemer, hoewel hij de nodige voorzieningen heeft getroffen om eventuele tegenslagen in zijn bedrijf het hoofd te bieden, toch wordt geconfronteerd met niet te voorziene calamiteiten. Daaronder is begrepen een sterk verslechterde economische situatie van zodanige omvang dat hij ondanks zijn voorzorgen niet meer in staat is zijn betalingsverplichtingen na te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook kan plotseling betalingsonmacht ontstaan door een bijzondere gebeurtenis, bijvoorbeeld een niet voorzienbare, omvangrijke miscalculatie of door het faillissement van een belangrijke debiteur. Bij dit laatste geldt echter dat een ondernemer die zijn bedrijf uitoefent op een te zwakke financiële basis zich niet gemakkelijk op niet-verwijtbaarheid zal kunnen beroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel34tot en met 47 N.v.t. voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel48</span><span class=\"lf-art-t\">Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 48 van de wet regelt niet de aansprakelijkheid van de erfgenaam, maar geeft aan dat de erfgenaam -als rechtsopvolger van de erflater -niet voor alle belastingaanslagen voor het volle bedrag zal worden aangesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 48 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beneficiaire aanvaarding;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege.</div>\n<p class=\"lf-p\">48.1.Beneficiaire aanvaarding Als een nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, wordt de vereffening van de boedel afgewacht, met dien verstande dat de ontvanger maatregelen neemt ter beveiliging van zijn rechten (zie echter ook artikel 14.1.3 van deze leidraad).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantasting van het vermogen van de erfgenamen blijft uiteraard achterwege.</p>\n<p class=\"lf-p\">48.2.Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege als voor een belastingaanslag ten name van een overledene niet meer tegen de gezamenlijke erfgenamen kan worden opgetreden, blijft invordering ten laste van een erfgenaam van wie minder dan € 23,-moet worden ingevorderd achterwege, tenzij het de hoofdsom van de aanslag betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan ook aanleiding bestaan een gering restbedrag op tactische gronden buiten invordering te laten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel48a</span><span class=\"lf-art-t\">Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting of omzetbelasting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49</span><span class=\"lf-art-t\">Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 49 van de wet regelt de formele bepalingen voor aansprakelijkstellingen. Het geeft aan op welke wijze een materiële aansprakelijkheid wordt omgezet in een formele aansprakelijkstelling. De bepalingen gelden niet alleen voor de in de wet opgenomen aansprakelijkheidsregels, maar gelden ook voor de aansprakelijkheid in enige andere wettelijke regeling, bijvoorbeeld in het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aansprakelijkstelling vindt plaats bij voor bezwaar vatbare beschikking, en wel afzonderlijk voor ieder die aansprakelijk wordt gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 49 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>aansprakelijkstelling voor invorderingsrente;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>aansprakelijkstelling -in gebreke zijn;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten-en inlenersaansprakelijkheid;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>eerst uitwinning belastingschuldige;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>volgorde van aansprakelijk stellen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bezwaar en uitstel van betaling;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>overgangsrecht.</div>\n<p class=\"lf-p\">49.1.Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete N.v.t voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.2.Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente Als aan de aansprakelijkgestelde invorderingsrente in rekening moet worden gebracht, dan wordt de rente berekend over het bedrag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover in het bedrag van de aansprakelijkstellingsbeschikking tevens een bedrag aan invorderingsrente is opgenomen, wordt over dat bedrag geen rente in rekening gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.3.De aansprakelijkstelling -in gebreke zijn 49.3.1.Wanneer in gebreke De belastingschuldige is in gebreke als de betaling van zijn belastingschuld niet heeft plaatsgevonden binnen de betalingstermijn die voor de belastingaanslag geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.3.2.In gebreke zijn en versnelde invordering De belastingschuldige wordt ook geacht in gebreke te zijn als de belastingaanslag op grond van artikel 10 van de wet terstond invorderbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.3.3.In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’ Als de ontvanger aan de belastingschuldige een beschikking heeft gestuurd waarin hij toezegt geen verdere invorderingsmaatregelen tegen de belastingschuldige meer te nemen, kan een derde voor de desbetreffende belastingschuld niettemin aansprakelijk worden gesteld, mits die mogelijkheid uitdrukkelijk in de beschikking is vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.4.Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten-en inlenersaansprakelijkheid N.v.t. voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.5.Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden Op grond van het bepaalde in artikel 49, zesde lid, van de wet moet de ontvanger de aansprakelijk gestelde desgevraagd op de hoogte stellen van de gegevens over de belasting waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de gegevens die op grond van genoemde bepaling moeten worden verstrekt, behoren in elk geval de stukken die op de zaak betrekking hebben als bedoeld in de artikelen 7:4 en 8:42 Awb. Hieronder worden verstaan alle stukken die bij het nemen van het besluit een rol hebben gespeeld. Naast de gegevens die zijn vastgelegd in de genoemde stukken moeten desgevraagd ook andere gegevens worden verstrekt, mits die gegevens redelijkerwijs van belang kunnen worden geacht voor het maken van bezwaar of het instellen van beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens worden -na een daartoe strekkend verzoek van de aansprakelijk gestelde -vooruitlopend op het indienen van een bezwaarschrift of op het instellen van beroep verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel artikel 49, zesde lid, van de wet betrekking heeft op de gegevens over de belasting, is goedgekeurd dat de gegevensverstrekking zich daartoe niet beperkt, maar mede betrekking heeft op (alle) andere aspecten van de aansprakelijkheidsbeslissing. Voorwaarde is wel dat deze gegevens hetzij gerekend kunnen worden tot de stukken die op de zaak betrekking hebben als hiervoor genoemd, hetzij redelijkerwijs van belang kunnen worden geacht voor het maken van bezwaar tegen de aansprakelijkheidsbeschikking of het instellen van beroep tegen daarop volgende beslissingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.6.Aansprakelijkheid: eerst uitwinning belastingschuldige De ontvanger zal zich in beginsel eerst verhalen op vermogensbestanddelen van de belastingschuldige voordat hij overgaat tot uitwinning van de vermogensbestanddelen van de aansprakelijk gestelde, tenzij zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 14.1.4 van de leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.7.Volgorde van aansprakelijk stellen Als de ontvanger een derde aansprakelijk kan stellen op grond van meer dan één fiscale of civielrechtelijke aansprakelijkheidsbepaling, dan hoeft hij daarbij geen volgorde in acht te nemen. Hetzelfde geldt als de ontvanger verscheidene derden op grond van dezelfde dan wel op grond van verschillende aansprakelijkheidsbepalingen aansprakelijk kan stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit geldt niet in de gevallen waarvoor in de wet of deze leidraad anders is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.8.Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikking aansprakelijkstelling 49.8.1.Uitstel in verband met bezwaar tegen een beschikking aansprakelijkstelling Het beleid voor uitstel van betaling verwoord in artikel 25.2 is van overeenkomstige toepassing: a. als bezwaar wordt gemaakt tegen de beschikking aansprakelijkstelling; b. als beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de ontvanger op het bezwaarschrift tegen een beschikking aansprakelijkstelling, en; c. als hoger beroep of beroep in cassatie wordt ingesteld tegen een rechterlijke uitspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.8.2.Beslissing op het bezwaarschrift Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.9.Overgangsrecht Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.9.1.Bij civiele procedure geen invordering of verrekening Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">49.9.2.Wijziging eis Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel51</span><span class=\"lf-art-t\">Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De versnelde invordering op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet is niet van toepassing op een aansprakelijk gestelde. Wel heeft de ontvanger de mogelijkheid conservatoir beslag te leggen op grond van artikel 51 van de wet met toepassing van de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 51 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">51.1.Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar Als er conservatoir beslag ligt en de aansprakelijk gestelde verzoekt om uitstel van betaling in verband met een bezwaar tegen de beschikking, dan verleent de ontvanger alleen uitstel van betaling als er zekerheid wordt gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel52</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 52, eerste lid, van de wet heeft de aansprakelijk gestelde een betalingstermijn van twee maanden na dagtekening van de beschikking van de aansprakelijkstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als na het verstrijken van deze termijn geen betaling heeft plaatsgevonden en geen bezwaarschrift tegen de beschikking is ingediend, is het in de beschikking vermelde bedrag invorderbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 52 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over vermindering van de belastingaanslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">52.1.Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling Als de heffingsambtenaar de aanslag vermindert, past de ontvanger het bedrag van de aansprakelijkstellingsbeschikking aan voor zover dat voortvloeit uit de vermindering en deelt dat mee aan de aansprakelijk gestelde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel53</span><span class=\"lf-art-t\">Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger heeft op grond van het bepaalde in artikel 53 recht om ook de regels voor de verrekening (artikel 24 van de wet met uitzondering van het derde lid) toe te passen voor een aansprakelijk gestelde. Dit leidt ertoe dat een openstaande aansprakelijkheidsschuld kan worden verrekend met een aan de aansprakelijk gestelde uit te betalen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aansprakelijk gestelde niet in staat is -anders dan met buitengewoon bezwaar -de belastingschuld waarvoor hij aansprakelijk is gesteld geheel of gedeeltelijk te voldoen, dan kan aan hem op verzoek ontslag van betalingsverplichting worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 53 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>ontslag van betalingsverplichting aansprakelijk gestelde bestuurder en verwijtbaarheid.</div>\n<p class=\"lf-p\">53.1.Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld Een aansprakelijkheidsschuld (beschikking ex artikel 49 van de wet) is niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de belastingaanslag waarvoor aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht van dwanginvordering en verrekening van de aansprakelijkheidsvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">53.2Ontslag van betalingsverplichting aansprakelijk gestelde bestuurder en verwijtbaarheid De ontvanger verleent geen ontslag van betalingsverplichting als sprake is van verwijtbaarheid van de kant van de aansprakelijk gestelde. Dit volgt uit artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de regeling. De vraag of sprake is van verwijtbaarheid beoordeelt de ontvanger op basis van gedragingen van de aansprakelijk gestelde. Dit betekend dat als de aansprakelijkstelling van een bestuurder is gebaseerd op artikel 36, vierde lid, van de wet, het enkele feit dat het lichaam niet op de juiste wijze heeft gemeld niet in de weg hoeft te staan aan ontslag van betalingsverplichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel54</span><span class=\"lf-art-t\">Mededeling aan de aansprakelijk gestelde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 54 van de wet regelt de uitbetaling van een teruggaaf aan de aansprakelijk gestelde die het gevolg is van een vermindering van de belastingaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 54 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">54.1.Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling De ontvanger houdt de betaling van de teruggaaf -als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de wet -aan gedurende vier weken na de dagtekening van de schriftelijke mededeling aan de belastingschuldige.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze periode kan de belastingschuldige -als de derde zich al voor de aansprakelijkheidsschuld op hem heeft verhaald -derdenbeslag leggen onder de ontvanger op het bedrag van de teruggaaf. In de derdenbeslagprocedure zal worden uitgemaakt aan wie de ontvanger het bedrag van de teruggaaf moet betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel55tot en met 57 N.v.t. voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel58</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijk gestelde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 58 van de wet regelt de verplichting voor de belastingschuldige en de Aansprakelijk gestelde tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen en het ter beschikking stellen van gegevensdragers die voor de invordering van de 'eigen' belastingschulden van belang zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder regelt artikel 58 van de wet de identificatieverplichting tegenover de ontvanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de gegevens die voor de invordering van de 'eigen' belastingschulden van de belastingschuldige van belang zijn, vallen ook de gegevens die de ontvanger nodig heeft om te beoordelen of hij mogelijk derden aansprakelijk kan stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 58 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gegevens voor invordering ‘eigen’ belastingschulden.</div>\n<p class=\"lf-p\">58.1.Geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure Het is de ontvanger niet toegestaan een invorderingsonderzoek te doen instellen, nadat de rechter de ontvanger in de gelegenheid heeft gesteld bewijs te leveren voor in een procedure aangevoerde stellingen, indien en voor zover dat onderzoek wordt ingesteld om gegevens te verwerven om dat bewijs te kunnen leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">58.2Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden Onder gegevens die voor de invordering van de ‘eigen’ belastingschulden van de belastingschuldige van belang zijn, vallen ook de gegevens die de ontvanger nodig heeft om te beoordelen of hij mogelijk derden aansprakelijk kan stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">58.3.Invorderingsonderzoek tijdens faillissement Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel59</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 249 Gemeentewet en artikel 138 Waterschapswet is artikel 20 van de wet niet van toepassing bij de invordering van gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel60</span><span class=\"lf-art-t\">Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 60 van de wet regelt de formele bepalingen voor de informatieverplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 60 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het stellen van een redelijke termijn voor verstrekken van informatie;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen.</div>\n<p class=\"lf-p\">60.1.Redelijke termijn voor verstrekken van informatie De ontvanger stelt een redelijke termijn voor het verstrekken van de gegevens en inlichtingen of het ter beschikking stellen van de gegevensdragers. Als de ontvanger belang heeft bij een spoedige verstrekking of beschikbaarstelling kan deze termijn ook terstond zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">60.2.Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen Als de opgevraagde gegevens niet duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden verstrekt, herhaalt de ontvanger zijn verzoek en vordert hij op basis van artikel 60, eerste lid, van de wet correcte en concrete gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de gegevens ook na herhaald verzoek niet voldoen aan de gestelde eisen, beoordeelt de ontvanger of hij een civiele procedure begint of de strafsancties van Hoofdstuk VIII van de wet toepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevensverstrekking vindt in beginsel uitsluitend schriftelijk plaats. In uitzonderingssituaties kan de ontvanger toestaan dat de gegevens mondeling worden verstrekt. In verband met de bewijsvoering zorgt de ontvanger voor een vastlegging van het gesprek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel61</span><span class=\"lf-art-t\">Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 61 van de wet bepaalt voor de in de artikelen 58, 59 en 60 van de wet opgenomen verplichtingen dat niemand zich op geheimhouding kan beroepen, zelfs niet als die geheimhoudingsverplichting bij wettelijk voorschrift zou zijn opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 61 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over niet van de administratie gescheiden (beroeps-)vertrouwelijke gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">61.1.Niet van de administratie gescheiden (beroeps-) vertrouwelijke gegevens De ontvanger heeft alleen belang bij die gegevens en inlichtingen en gegevensdragers die hem inzicht verschaffen in de financiële positie van de belastingschuldige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorgaans zijn de beroepsvertrouwelijke gegevens en de financiële gegevens gescheiden. Als het onvermijdelijk is dat de ontvanger privacygegevens onder ogen krijgt, vormt dit geen grond om de verstrekking van gegevens of de beschikbaarstelling van gegevensdragers te weigeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger is op grond van artikel 67, eerste lid, van de wet gehouden tot geheimhouding van die gegevens.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel62</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieverplichtingen van de administratieplichtige</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 249 Gemeentewet en artikel 138 Waterschapswet is artikel 20 van de wet niet van toepassing bij de invordering van gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel62a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn in deze leidraad op artikel 62a van de wet geen beleidsregels gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 63 en 63a Artikelen 63b en 63c Bestuurlijke boeten Niet van toepassing op de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel65aen artikel 66 Er zijn in deze leidraad op artikel 65a en artikel 66 van de wet geen beleidsregels gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel67</span><span class=\"lf-art-t\">Geheimhoudingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 67 van de wet regelt de geheimhoudingsplicht. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat de geheimhoudingsplicht niet geldt als:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bekendmaking verplicht is volgens een wettelijk voorschrift;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>sprake is van structurele gegevensverstrekking aan bestuursorganen die bij ministeriële regeling zijn aangewezen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de bekendmaking plaatsvindt aan de belastingschuldige zelf voor zover deze gegevens door of namens hem zijn verstrekt.</div>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast kan de minister van Financiën op grond van het derde lid ontheffing van de geheimhoudingsplicht verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op artikel 67 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bekendmaking gegevens op verzoek van de belastingschuldige zelf;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen.</div>\n<p class=\"lf-p\">67.1.Bekendmaking aan de belastingschuldige De geheimhoudingsplicht geldt niet voor de bekendmaking van gegevens aan degene op wie zij betrekking hebben (de belastingschuldige) voor zover deze gegevens door of namens hem zijn verstrekt. Ook het verstrekken van informatie over belastingschulden aan de belastingschuldige zelf valt niet onder de geheimhoudingsplicht. Onder belastingschuldige moet hier mede worden verstaan: diens vertegenwoordiger, curator, bewindvoerder of erfgenaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">67.2Bekendmaking aan derden in het belang van de invordering De geheimhoudingsplicht geldt niet voor zover de bekendmaking van gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de Invorderingswet 1990.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat laatste moet ruim worden opgevat. Als bekendmaking van belang is voor de invordering van de verschuldigde belasting (aanslag) of een aansprakelijkheidsvordering (beschikking), kan de bekendmaking (aan derden) plaatsvinden zonder dat daarmee de geheimhoudingsplicht wordt geschonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">67.3.Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen Deze bepaling is niet van toepassing voor Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel68, 70 tot en met 72 Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68 tot en met 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel69</span><span class=\"lf-art-t\">Niet toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel73</span><span class=\"lf-art-t\">Insolventieprocedures</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is het volgende beleid over insolventieprocedures opgenomen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de algemene uitgangspunten insolventieprocedures;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>insolventieprocedure en wettelijke schuldsanering;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>insolventieprocedure en surséance;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>insolventieprocedure en faillissement;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>insolventieprocedure en minnelijke schuldsanering door leden van de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren of gemeenten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>insolventieprocedure en minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>insolventieprocedures en akkoorden.</div>\n<p class=\"lf-p\">73.1.Algemene uitgangspunten insolventieprocedures 73.1.1.Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement Uiterlijk veertien dagen vóór de verificatievergadering meldt de ontvanger zijn vorderingen ter verificatie aan bij de bewindvoerder. Daarbij wordt er van uitgegaan dat belastingschulden die naar tijdvak worden geheven, geacht worden van dag tot dag te ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger meldt ook conserverende belastingschulden ter verificatie aan bij de bewindvoerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het indienen van vorderingen in het faillissement wordt verwezen naar artikel 19.2 van deze leidraad. De ontvanger maakt ook voor rechten bij invoer gebruik van deze vordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.1.2.Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement Het uitbrengen van aansprakelijkstellingen voor belastingaanslagen tijdens zowel het faillissement als tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling is mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.1.3.Boedelschulden De ontvanger ziet er op toe dat de boedelschulden tijdig door de curator worden voldaan. Als belastingschulden die als boedelschulden kunnen worden aangemerkt, ten onrechte niet worden voldaan, wendt de ontvanger zich in beginsel eerst tot de curator teneinde informatie te verkrijgen over de toestand van de boedel en zo mogelijk langs minnelijke weg alsnog voldoening te bewerkstelligen. Als dit niet leidt tot een bevredigende oplossing wendt de ontvanger zich met zijn grieven tot de rechtercommissaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het uiterste geval kan de ontvanger rechtstreeks verhaal zoeken op de boedel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorgaande is ook van toepassing bij een wettelijke schuldsaneringsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de invordering van boedelschulden kan de ontvanger tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling niet het faillissement van de schuldenaar aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn boedelschulden in het faillissement (zie artikel 19.2.2 van deze leidraad).</p>\n<p class=\"lf-p\">73.1.4.Proceskostengarantie Als de curator een gerechtelijke procedure (niet zijnde de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure) moet aanspannen om een bate voor de boedel te kunnen realiseren, en de aanwezige baten van de boedel niet toereikend zijn om de proceskosten te voldoen, kan de curator bij de ontvanger een gemotiveerd verzoek indienen om garantstelling voor het bedrag dat niet uit de boedel kan worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van het verzoek neemt de ontvanger als uitgangspunt dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de boedel bij de actie van de curator moet zijn gebaat;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de ontvanger (een deel van) de in het faillissement ingediende vordering zal kunnen innen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast stelt de ontvanger de eis dat de schuldeisers –die bij een verdeling van de activa eveneens zullen profiteren van de vermoedelijke opbrengst van de procedure –bereid zijn om naar evenredigheid mee garant te staan voor de proceskosten. Dit geldt ook voor boedelschuldeisers. Als een bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling de ontvanger een verzoek om garantstelling doet, treedt de ontvanger in overleg met het dagelijks bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.1.5.Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.1.6.Bodemvoorrecht in faillissement en in de WSNP Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.1.7.Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.1.8.Uitstel in relatie tot faillissement en WSNP Voor uitstel van betaling in relatie tot faillissement en WSNP wordt verwezen naar artikel 25.1.4 en artikel 25.4.4 en naar artikel 74 (uitstelfaciliteiten) van deze leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.1.9.Kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP Zie voor kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP artikel 26.2.9 van deze leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.1.10.Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot faillissementen WSNP Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.1.11.Toeslagenschuld in relatie tot WSNP en faillissement Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland 73.1.12.Verplichtingensignaal in relatie tot WSNP en faillissement Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland 73.2.Insolventieprocedure en Wettelijke schuldsanering 73.2.1.Kwijtschelding tijdens WSNP Voor de situatie dat een belastingschuldige, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, verzoekt om kwijtschelding van nadien opgekomen belastingschulden die niet zijn aan te merken als boedelschuld, wordt verwezen naar artikel 26.2.17 van deze leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.2.2.Na de toepassing van de WSNP Belastingvorderingen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is en voor zover die na de beëindiging op grond van artikel 356, tweede lid FW onvoldaan zijn gebleven, zijn aan te merken als natuurlijke verbintenissen ongeacht of de vorderingen door de ontvanger bij de bewindvoerder zijn aangemeld. Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen die betrekking hebben op de periode waarin de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging (met schone lei) van die regeling, zal de ontvanger in beginsel afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de bewindvoerder de aan de betreffende aanslag voorafgaande voorlopige aanslagen / teruggaven dan wel het ontbreken daarvan voldoende op juistheid heeft getoetst; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</div>\n<p class=\"lf-p\">Belastingteruggaven met een dagtekening gelegen na de datum waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling is geëindigd met een schone lei, die materieel betrekking hebben op een periode vóór de uitspraak van de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, zal de ontvanger in beginsel niet verrekenen met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. De ontvanger verrekent deze belastingteruggaven alleen als het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als de hij de belastingteruggave niet kan verrekenen. Daarvan is in ieder geval sprake als de vordering van de ontvanger, en de belastingteruggaaf zien op dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook na beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de ontvanger derden nog aansprakelijk stellen voor niet-betaalde belastingaanslagen die als natuurlijke verbintenissen moeten worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reeds in gang gezette aansprakelijkheidsprocedures kan de ontvanger voortzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.2.3.De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken De WSNP kan ook eindigen zonder schone lei (artikel 358, tweede lid, Fw) en de reeds verstrekte schone lei kan worden ingetrokken (artikel 358a, eerste lid, Fw). In die situaties kan de ontvanger de invordering hervatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.2.4.De WSNP is tussentijds beëindigd Als een schuldsaneringsregeling tussentijds wordt beëindigd in de zin van artikel 350, vijfde lid, Fw, blijft omzetting in faillissement achterwege als er geen baten beschikbaar zijn. In die situatie geldt het invorderingsbeleid voor natuurlijke personen bij opheffing van een faillissement wegens gebrek aan baten (artikel 73.4.14).</p>\n<p class=\"lf-p\">73.3.Insolventieprocedure en surséance Voor uitstel van betaling in relatie tot surséance wordt verwezen naar artikel 25.1.4 en 25.4.4 van deze leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.3.1.Uitstel en Surséance Voor kwijtschelding in relatie tot surseance wordt verwezen naar artikel 26.1.9 van deze leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.3.2.Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot surséance Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.3a.WHOA-akkoord 73.3a.1.Geldend beleid bij aangeboden WHOA-akkoord Het beleid in deze leidraad en in de regeling dat ziet op kwijtschelding van belastingen is ook van toepassing op een verzoek om instemming met een akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, tenzij daarvan wordt afgeweken in de volgende artikelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.3a.2.Voorwaarden WHOA-akkoord 1. De ontvanger kan instemmen met een aan hem aangeboden akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>het akkoord is schriftelijk aangeboden en voldoet aan de in artikel 375 FW gestelde eisen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>de ontvanger is in de juiste klasse ingedeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>het is aannemelijk dat het aangeboden akkoord, afgezien van de daarvoor nog te verrichten formaliteiten, door de rechtbank zou worden gehomologeerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De ontvanger houdt bij de beoordeling van een aan hem aangeboden bedrag in het kader van een akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, rekening met de zogenoemde 20%-regel als bedoeld in artikel 374, tweede lid, FW.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De ontvanger kan ook instemmen met een aan hem aangeboden akkoord als bedoeld in artikel 370 FW, als dit niet ziet op alle schuldeisers van de belastingschuldige. De ontvanger kan eveneens instemmen met een akkoord als er nog een redelijke mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen. Zie in dit verband artikel 73.3a.3.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De ontvanger kan instemmen met een aan hem aangeboden akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, waarbij een of meer schuldeisers het gedeelte van hun vordering dat niet wordt voldaan, niet kwijtschelden maar omzetten in aandelen. De ontvanger stemt echter niet in met een akkoord als de betaling van het akkoordbedrag aan hem, geschiedt door omzetting van de belastingschuld in aandelenkapitaal of enige andere betalingsvorm van gelijke strekking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Deze regeling is ook van toepassing op belastingaanslagen waarvoor in beginsel geen kwijtschelding wordt verleend.</div>\n<p class=\"lf-p\">73.3a.3.Gevolgen homologatie WHOA-akkoord bij instemming Als de ontvanger instemt met een akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, verleent hij kwijtschelding voor het deel van de belastingschuld dat onbetaald blijft, nadat het akkoord tot stand is gekomen dan wel is gehomologeerd en hij het bedrag dat hem op grond van het akkoord toekomt, heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger kan voor belastingaanslagen waarvoor derden in redelijkheid aansprakelijk kunnen worden gesteld toezeggen dat daarvoor ten aanzien van de belastingschuldige geen verdere invorderingsmaatregelen worden genomen in plaats van kwijtschelding te verlenen. De ontvanger vermeldt in dat geval in de beschikking dat hij zich het recht voorbehoudt om derden aansprakelijk te stellen voor de betreffende belastingaanslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.3a.4Gevolgen homologatie WHOA-akkoord zonder instemming Als een akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, waarmee de ontvanger niet heeft ingestemd, door de rechtbank wordt gehomologeerd, verleent de ontvanger voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding maar neemt hij geen verdere invorderingsmaatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingvorderingen die resteren na homologatie van een akkoord zijn aan te merken als natuurlijke verbintenissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belastingteruggaven met een dagtekening gelegen na de datum van homologatie van een akkoord die materieel betrekking hebben op een periode waarop het akkoord betrekking heeft, zal de ontvanger in beginsel niet verrekenen met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. De ontvanger verrekent deze belastingteruggaven alleen als het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als hij de belastingteruggaaf niet kan verrekenen. Daarvan is in ieder geval sprake als de vordering van de ontvanger en de belastingteruggaaf zien op dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.Insolventieprocedure en faillissement 73.4.1.Faillissementsaanvraag: algemeen De belastingaanslag(en) waarvoor de ontvanger het faillissement aanvraagt, moet(en) onherroepelijk vaststaan of in redelijkheid materieel verschuldigd worden geacht. Een faillissementsaanvraag blijft achterwege als de belastingschuldige aantoont dat de betalingsonmacht van korte duur is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een voorlopige aanslag vraagt de ontvanger slechts een faillissement aan als:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>die aanslag is gevolgd door een definitieve aanslag; of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>naast de voorlopige aanslag ook andere aanslagen onbetaald zijn gebleven.</div>\n<p class=\"lf-p\">73.4.2.Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag Als sprake is van een rechtspersoon die geen activiteiten meer uitoefent, en bovendien bekend is dat geen baten aanwezig zijn, dan wordt de voorkeur gegeven aan het treffen van maatregelen die moeten leiden tot ontbinding van die rechtspersoon boven het aanvragen van het faillissement van die rechtspersoon. Conform artikel 2:19a BW boven het aanvragen van het faillissement van die rechtspersoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.3.Particulieren en faillissement Het aanvragen van het faillissement van een particulier blijft achterwege als wordt verwacht dat de ontvanger de eventuele vermogensbestanddelen ook geheel of nagenoeg geheel zonder faillissement kan uitwinnen, zelfs als daarbij niet de gehele schuld wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Particulieren zijn in dit verband natuurlijke personen die niet een onderneming drijven of zelfstandig een beroep uitoefenen en waarvan niet aannemelijk is dat zij van plan zijn dit te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover de openstaande belastingschulden het gevolg zijn van bedrijfsvoering of uitoefening van een zelfstandig beroep, worden natuurlijke personen die hun bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening hebben gestaakt in dit verband niet beschouwd als particulieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.4.Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag Als de belastingschuldige -voordat de faillissementsaanvraag in behandeling is genomen -een verzoek om kwijtschelding doet, dan wel een buitengerechtelijk akkoord aanbiedt (een en ander in de zin van artikel 73.6 van deze leidraad), dan zal de ontvanger de faillissementsaanvraag aanhouden dan wel intrekken om het verzoek dan wel het aanbod aan een nader oordeel te onderwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervan wordt afgeweken als op voorhand duidelijk is dat het verzoek dan wel het aanbod louter is gedaan om de behandeling van de faillissementsaanvraag te traineren. Er wordt ook van afgeweken als het aanbod onvoldoende past binnen het door de fiscus gehanteerde kwijtscheldingsbeleid respectievelijk het in het kwijtscheldingsbeleid opgenomen saneringsbeleid, en/of gebaseerd is op een onjuiste voorstelling van zaken. In deze gevallen wijst de ontvanger het verzoek dan wel het aanbod bij beschikking gemotiveerd af, zonder de faillissementsaanvraag in te trekken of aan te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.5.Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraag door rechter Als de belastingschuldige een verzoek om uitstel van betaling doet, voordat de rechtbank de faillissementsaanvraag in behandeling heeft genomen, dan zal de ontvanger de faillissementsaanvraag aanhouden dan wel intrekken om het verzoek aan een nader oordeel te onderwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger doet dit niet als duidelijk is dat het verzoek louter is gedaan om de behandeling van de faillissementsaanvraag te traineren, of als het verzoek onvoldoende past binnen het door de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland gehanteerde uitstelbeleid, en/of gebaseerd is op een onjuiste voorstelling van zaken. In deze gevallen wijst de ontvanger het verzoek bij beschikking gemotiveerd af, zonder de faillissementsaanvraag in te trekken of aan te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.6.Toestemming voor faillissementsaanvraag De ontvanger moet voor iedere faillissementsaanvraag schriftelijk toestemming van het dagelijks bestuur hebben. Het voorgaande geldt ook voor in hoger beroep te voeren zaken over een faillissementsaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.7.Steunvordering derden voor faillissementsaanvraag Als de invorderingsambtenaar bij zijn faillissementsaanvraag gebruik wil maken van de vordering van een derde als zogenoemde steunvordering, dat hij dit alleen als de derde schriftelijk te kennen heeft gegeven hiertegen geen bezwaar te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.8.Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag Voor het verstrekken van de gegevens van de belastingschuldige geldt niet hetgeen in artikel 73.4.1 tot en met 73.4.6 is vermeld met betrekking tot een faillissementsaanvraag door de ontvanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel is voor het verstrekken van de gegevens toestemming van het dagelijks bestuur vereist, als het een belastingschuldige betreft die een bedrijf voert of zelfstandig een beroep uitoefent waaraan in totaal meer dan vijftig werknemers zijn verbonden. De gegevens worden uitsluitend schriftelijk verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ontvanger zelf het initiatief neemt om een andere schuldeiser van de belastingschuldige te benaderen met het verzoek het faillissement van de belastingschuldige aan te vragen met gebruikmaking van de belastingschuld als steunvordering, dan geldt wel hetgeen is vermeld in artikel 73.4.1, 73.4.3 en 73.4.6 van deze leidraad. In dat geval is dus ook toestemming van het dagelijks bestuur vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.9.Verzet tegen faillietverklaring Als de ontvanger gebruik wil maken van de mogelijkheid tot verzet tegen de faillietverklaring als bedoeld in artikel 10 FW heeft hij hiervoor toestemming van het dagelijks bestuur nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.10.Beroep op regresrecht in faillissement Niet van toepassing voor belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.11.Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement Voor toezending of uitreiking van het aanslagbiljet ingeval van faillissement wordt verwezen naar artikel 8.1 van deze leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.12.Opkomen in faillissement Van de bevoegdheid op grond van artikel 19 van de wet om van de curator dadelijke voldoening aan de vordering te verlangen wordt verwezen naar artikel 19.2.3 van deze leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.13.Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement Niet van toepassing voor de Belastingsamenwerking Sabewa Zeeland.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.14.Na de toepassing van het faillissement De ontvanger maakt in beginsel geen gebruik van de bevoegdheid van artikel 196 FW, om na de beëindiging van een faillissement het proces-verbaal van de verificatievergadering voor het onbetaald gebleven bedrag tegen de schuldenaar te executeren. Als er wel aanleiding tot invordering bestaat, doet de ontvanger dit zoveel mogelijk bij dwangbevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij natuurlijke personen hervat de ontvanger slechts in bijzondere omstandigheden de invordering na beëindiging van het faillissement. Deze omstandigheden doen zich onder andere voor als de betrokkene binnen vijf jaar na het faillissement beschikt over een meer dan modaal inkomen of over vermogensbestanddelen van substantiële waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als na beëindiging van het faillissement daaruit ontvangen gelden moeten worden terugbetaald, treedt de ontvanger in verband met artikel 194 FW in overleg met de curator.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.15.Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure Als de belastingschuldige woont of gevestigd is in een lidstaat van de EU niet Denemarken -en aldaar in staat van insolventie verkeert terwijl in Nederland sprake is van een nevenvestiging, kan in Nederland op grond van de EG-insolventieverordening een zogenoemde territoriale of secundaire procedure worden geopend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onmiddellijk na kennisname van de in het buitenland geopende hoofdprocedure, beoordeelt de ontvanger of hij baat heeft bij het openen van een secundaire of territoriale procedure in Nederland. Een secundaire procedure betreft alleen de liquidatieprocedure -dus niet de surseance van betaling -en wordt afgewikkeld volgens het in Nederland geldende recht. De staat van insolventie behoeft daarbij niet te worden aangetoond.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.4.16.Omzetting faillissement in WSNP Als omzetting van een faillissement in een wettelijke schuldsaneringsregeling mogelijk is, toetst de ontvanger -als de schuldenaar hier uitdrukkelijk om verzoekt -een door de schuldenaar in het faillissement aangeboden akkoord aan het beleid ingevolge artikel 19a en 22a van de regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.5.Insolventieprocedure en minnelijke schuldsanering 73.5.1Voorwaarden voor MSNP Stabilisatiefase Een schuldhulpverleningstraject vangt in het algemeen aan met een stabilisatie-overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldhulpverlener als hierna bedoeld in onderdeel b. Voor de toepassing van dit artikel wordt met een stabilisatie-overeenkomst gelijkgesteld een schriftelijke mededeling van de schuldhulpverlener waarin staat dat hij activiteiten ontplooit die erop gericht zijn de financiële situatie van de schuldenaar op korte termijn te stabiliseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de ontvangst van een afschrift van de stabilisatie-overeenkomst neemt de ontvanger gedurende een periode van maximaal 240 dagen geen dwanginvorderingsmaatregelen. Lopende invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo nodig in overleg met de schuldhulpverlener. Daarnaast vindt verrekening alleen plaats met belastingteruggaven die (materieel) zijn ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. Het in deze alinea beschreven terughoudende beleid geldt niet in situaties waarin op voorhand duidelijk is dat de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor uitstel van betaling op basis van het hierna in dit artikel beschreven beleid. De ontvanger informeert de schuldhulpverlener hierover.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schuldregelingsovereenkomst Nadat de schuldhulpverlener de ontvanger schriftelijk heeft bericht dat de overeenkomst tot schuldregeling tot stand is gekomen, verleent de ontvanger uitstel van betaling voor een voor een periode van, in beginsel, maximaal 36 maanden als: a. de schuldregeling betrekking heeft op natuurlijke personen; b. de schuldhulpverlener lid is van de NVVK of de schuldregeling wordt uitgevoerd door een gemeente in eigen beheer (zie ook artikel 73.5a); c. een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK tot stand is gekomen of een overeenkomst tot stand is gekomen die dezelfde strekking heeft als die gedragscode en waarbij voor de berekening van de aflossingscapaciteit wordt uitgegaan van de door Recofa gepubliceerde normen; d. een schuldregelingsovereenkomst tot stand is gekomen conform de Module Schuldregeling in het kader van schuldhulpverlening voor ondernemers van de NVVK of een daarmee gelijk te stellen overeenkomst en waarbij voor de berekening van de aflossingscapaciteit wordt uitgegaan van de door Recofa gepubliceerde normen, voor zover de schuldregeling ziet op een natuurlijk persoon, zijnde ondernemer; e. het aannemelijk is dat het bedrijf of beroep tijdens en na het volledig hebben doorlopen van de schuldregeling met een levensvatbare bedrijfsuitoefening kan worden voortgezet, voor zover de schuldregeling ziet op een natuurlijk persoon, zijnde ondernemer; f. redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de belastingschuldige - afgezien van de formaliteiten die daarvoor verricht moeten worden - in aanmerking zou komen voor een schuldregeling als bedoeld in artikel 287a FW; g. aan het eind van de looptijd van de schuldregelingsovereenkomst een bedrag zal zijn betaald van ten minste dezelfde omvang als kan worden verkregen indien er sprake zou zijn van een wettelijke schuldsanering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden onder d en e zijn niet van toepassing op een ex-ondernemer indien aannemelijk is dat hij in de toekomst geen bedrijf zal uitoefenen of niet zelfstandig een beroep zal uitoefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger kan ervoor kiezen om aanslagen, waarvoor hij redelijkerwijs derden aansprakelijk kan stellen, niet te betrekken in de schuldregeling, voor zover deze ziet op een natuurlijk persoon, zijnde ondernemer. Artikel 26.3.2 is hierbij van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger kan in bijzondere omstandigheden een langere termijn voor uitstel van betaling toekennen dan 36 maanden. Daarbij gelden als voorwaarden dat de schuldhulpverlener daar schriftelijk om verzoekt en aannemelijk maakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die een langere periode rechtvaardigen en dat de belangen van de belastingschuldige onevenredig worden geschaad als wordt vastgehouden aan de termijn van 36 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitstel vangt aan met ingang van de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Na totstandkoming van een schuldregelingsovereenkomst onderzoekt de schuldhulpverlener of een schuldregeling met de schuldeisers tot stand kan worden gebracht. De schuldhulpverlener streeft ernaar dit onderzoek af te ronden binnen 120 dagen, maar uiterlijk binnen 240 dagen, gerekend vanaf de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Wanneer de schuldregeling met de schuldeisers tot stand is gebracht, zet de schuldhulpverlener de schuldregelingsovereenkomst voort; hij stelt de schuldeisers daarvan schriftelijk op de hoogte. Slaagt de schuldhulpverlener niet tijdig in het tot stand brengen van de schuldregeling, dan beëindigt hij de schuldregelingsovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling is ook van toepassing op belastingaanslagen waarvan in beginsel geen kwijtschelding wordt verleend (zoals belastingaanslagen motorrijtuigenbelasting), omdat de wettelijke schuldsaneringsregeling ook van toepassing is op die belastingaanslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitstelregeling geldt voor belastingaanslagen die betrekking hebben op de (materieel) verschuldigde belasting tot en met de dag van de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst en is definitief in die zin dat daarop van de zijde van de ontvanger in beginsel niet meer kan worden teruggekomen. In voorkomend geval wordt het bedrag van de verschuldigde belastingen door middel van schatting bepaald. In het geval de in de vorige volzin bedoelde schatting naar achteraf blijkt substantieel te laag mocht zijn, kan de ontvanger daarop alleen terugkomen indien ter zake van die belasting ten tijde van de schatting ten onrechte geen aangifte was gedaan dan wel indien de belastingschuldige of de schuldhulpverlener wisten of behoorden te weten dat de schatting te laag was.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.5.2.Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.5.3.Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen Een schuldhulpverleningstraject vangt in het algemeen aan met een stabilisatie-overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 73.5.1, onder b. Voor de toepassing van dit artikel wordt met een stabilisatie-overeenkomst gelijkgesteld een schriftelijke mededeling van de schuldhulpverlener inhoudend dat hij activiteiten ontplooit die erop gericht zijn de financiële situatie van de schuldenaar op korte termijn te stabiliseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de ontvangst van een afschrift van de stabilisatie-overeenkomst neemt de ontvanger gedurende 120 dagen geen dwanginvorderingsmaatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lopende invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo nodig in overleg met de schuldhulpverlener.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts vindt verrekening alleen plaats met teruggaven die betrekking hebben op belasting die (materieel) is ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als zich bijzondere omstandigheden voordoen kan de voormelde termijn door de schuldhulpverlener in overleg met de ontvanger met maximaal 120 dagen worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eventuele gelegde beslagen vervallen zodra een schuldregeling tussen de schuldenaar en diens schuldeisers tot stand is gekomen (en de schuldregelingsovereenkomst dus wordt voortgezet).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende het uitstel is verrekening mogelijk van belastingaanslagen waarvoor uitstel van betaling is verleend. Verrekening kan plaatsvinden met teruggaven die betrekking hebben op belasting die (materieel) is ontstaan tot en met de dag waarop het verzoek van de schuldhulpverlener om een gespecificeerde schriftelijke opgave van de openstaande vorderingen is ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.5.4.Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP Als sprake is van een verleend uitstel van betaling vanwege een schuldregelingsovereenkomst, handelt de ontvanger gedurende de periode van uitstel op dezelfde wijze als bij een wettelijke schuldsaneringsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige verzoekt om kwijtschelding van belastingschulden die materieel zijn ontstaan na de dag van de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst, dan wordt het verzoek behandeld overeenkomstig het bestaande beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit houdt onder meer in dat bij de berekening van de betalingscapaciteit op het inkomen van de belastingschuldige niet in mindering wordt gebracht dat deel van het inkomen dat door de schuldhulpverlener wordt beheerd. Verder wordt opgemerkt dat de middelen die onder beheer van de schuldhulpverlener berusten, niet worden beschouwd als vermogen in de zin van artikel 12 van de regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">73.5.5.Intrekken uitstel gedurende MSNP De ontvanger trekt het uitstel in als:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hij niet uiterlijk binnen 120 dagen na de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst door de schuldhulpverlener schriftelijk is geïnformeerd dat de schuldregelingsovereenkomst</div></div>", "next": 239665}