{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">4 Subsidie wordt niet verstrekt voor grond waarop nog verplichtingen rusten op grond van: de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Gelderland; de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister van economische zaken; hoofdstuk 4 of afdeling 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2009; de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden; of de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-498\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Binnen twaalf weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is opgenomen: de verplichting dat de subsidieontvanger de grond niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert overeenkomstig het natuurbeheertype zoals voorgeschreven in het natuurbeheerplan en datgene nalaat wat de veiligstelling van het natuurbeheertype verstoort; en dat de verplichting, als bedoeld onder a, zal overgaan op al degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De overeenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk binnen vier weken na totstandkoming daarvan op initiatief van de subsidieontvanger en op kosten van de provincie als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het terrein ingeschreven in de openbare registers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidieontvanger is verplicht er voor zorg te dragen dat een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers in afschrift wordt toegezonden aan de provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op verzoek van de subsidieontvanger kunnen de termijnen als bedoeld in voorgaande leden van dit artikel worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Subsidieontvanger is verplicht zorg te dragen dat de grond waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten minste 358 dagen per jaar wordt opengesteld en toegankelijk blijft voor het publiek, tenzij daarvan door gedeputeerde staten ontheffing wordt verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Ontheffing als bedoeld in lid 5 wordt verleend indien: gehele of gedeeltelijke sluiting van het terrein noodzakelijk is ter voldoening aan de bij of krachtens de Flora- en faunawet gestelde regels voor soortenbescherming of de krachtens de artikelen 10, 10a, 19, 19a en 21 van de Natuurbeschermingswet 1998 voor beschermde natuurmonumenten of Natura-2000-gebieden vastgestelde instandhouding doelstellingen en toegangsbeperkingen; het terrein door buiten de macht van de subsidieontvanger gelegen oorzaken blijvend geheel of gedeeltelijk niet bereikbaar of naar zijn aard niet begaanbaar is; sluiting van ten hoogste één hectare van het terrein wenselijk is vanwege de beschermingvan de persoonlijke levenssfeer; of andere belangen gehele of gedeeltelijke sluiting rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Subsidieontvanger is verplicht binnen twaalf weken na subsidieverlening bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot aanpassing van de bestemming inhoudende dat de grond enkel als natuur mag worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Artikel 1.4.7 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-499\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen bij aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een afschrift overgelegd van het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 21 van de AsG wordt nadat de aanvrager een afschrift heeft overgelegd van de vestiging van de kwalitatieve verplichting een voorschot uitgekeerd van ten hoogste 90%.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met de vigerende Catalogus Groenblauwe Diensten en de Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014/C 204/01).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.10 Asbest eraf, zonnepanelen erop</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: de sanering van asbestdaken op gebouwen van een agrarische onderneming die zijn gelegen op een bedrijfslocatie; de sanering van asbestdaken op gebouwen op een voormalige agrarische bedrijfslocatie of op een voormalig agrarisch bouwblok.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.10.1 wordt slechts verstrekt voor het saneren van asbestdaken indien: de te saneren oppervlakte minimaal 250 m2 asbest dak betreft; de sanering wordt uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf; de aanvrager tegelijkertijd zonnepanelen plaatst op een asbestvrij dak van een gebouwwaarvan hij eigenaar, erfpachter of pachter is en dat gelegen is op dezelfde bedrijfslocatie als het te saneren gebouw; de te plaatsen zonnepanelen een capaciteit hebben van tenminste 5 kiloWatt-piek; de subsidiabele activiteit uiterlijk op 31 december 2016 is afgerond; en de zonnepanelen uiterlijk op 31 december 2016 zijn geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 4.10.2, onder b, wordt subsidie als bedoeld in artikel 4.10.1, onder b, slechts verstrekt indien de aanvrager tegelijkertijd zonnepanelen plaatst op een asbestvrij dak van een gebouw waarvan hij eigenaar, erfpachter of pachter is en dat gelegen is op dezelfde voormalige agrarische bedrijfslocatie als het te saneren gebouw of waarvan hij eigenaar is en dat gelegen is op hetzelfde voormalig agrarisch bedrijfsblok als het te saneren gebouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van verwijdering en afvoer van asbestdaken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.10.1, onder a, wordt verstrekt aan een agrarische ondernemer die eigenaar, erfpachter of pachter is van het gebouw of de gebouwen waarvan de daken worden gesaneerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.10.1, onder b, voor zover het betreft een voormalige agrarische onderneming, wordt verstrekt aan de eigenaar, erfpachter of pachter van een voormalige agrarische bedrijfslocatie indien: sinds 1993 de landbouwtelling, bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet, tenminste één keer is ingevuld; of de onderneming op een agrarisch bouwblok werd uitgeoefend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie als bedoeld in artikel 4.10.1, onder b, voor zover het betreft een voormalig agrarisch bouwblok, wordt verstrekt aan eigenaren van een voormalig agrarisch bouwblok indien: het te verwijderen en af te voeren asbestdak of asbestdaken is gelegen op het voormaligagrarisch bouwblok; en het agrarisch bouwblok na 1 januari 1993 een agrarische bestemming heeft gehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag moet worden ingediend voor 1 november 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie bedraagt € 4,50 per m2 te saneren asbestdak met een maximum van € 15.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover het verstrekken van subsidie onder het toepassingsbereik valt van Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU L352), wordt de subsidie in afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met die verordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.11 Verwijderen van drugsafval</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: drugsafval: afval dat ontstaat bij de productie van synthetische drugs; erkende verwijderaar: verwijderaar die gekwalificeerd is voor de verwijdering van drugsafval of bodemverontreinigingen; saneren: saneren als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming; synthetische drugs: uit chemische grondstoffen geproduceerde verdovende middelen; verwijdering: verwijdering als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het verwijderen van drugsafval; het saneren van bodemverontreiniging die is ontstaan als een rechtstreeks gevolg van de aanwezigheid van drugsafval.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager verantwoordelijk of mede verantwoordelijk is voor: het ontstaan van het drugsafval; de aanwezigheid van het drugsafval op het terrein waarop de aanvraag betrekking heeft; of de verontreiniging van de bodem waarop de aanvraag betrekking heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: er sprake is van illegale dumping van drugsafval; van de dumping aangifte is gedaan bij de politie; voor de verwijdering of de sanering opdracht is gegeven in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag is ingediend; de verwijdering of de sanering uiterlijk drie maanden na opdrachtverlening is uitgevoerd; de verwijdering of de sanering is uitgevoerd door een erkend verwijderingsbedrijf of bodemsaneringsbedrijf in overeenstemming met de daarvoor geldende regels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan eigenaren van het terrein waarop het drugsafval zich bevindt of waarvan de bodem is verontreinigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een kaart met een schaal van maximaal 1:50.000 waarop de locatie is aangegeven waar het drugsafval is aangetroffen of de bodemverontreiniging is ontstaan; indien de aanvraag strekt tot subsidie voor het verwijderen van drugsafval: foto’s en een beschrijving van het aangetroffen afval; een kopie van aangifte bij de politie; bewijs dat de verwijdering of de bodemsanering is uitgevoerd; bewijs voor de gemaakte de kosten voor de verwijdering of de bodemsanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beter Benutten Vervolg: programma zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten bij besluit van 20 januari 2015 inzake het gebied van de voormalige Stadsregio Arnhem-Nijmegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestedingsplan BDU: door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan, waarin de besteding is vastgelegd van de brede doeluitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer; fietsvoorziening: infrastructurele voorzieningen, fietsenstallingen en fietspilotprojecten ten behoeve van de fiets die zijn opgenomen in het bovenlokale fietsnetwerk zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten; goederenvervoer: vervoer van goederen over de weg en over water;</p>\n<p class=\"lf-p\">MIAM: Meerjaren InvesteringsAgenda Mobiliteit met een overzicht van alle (beoogde) projecten en programma’s die een bijdrage leveren aan regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer; mobiliteitsmanagement: alle activiteiten gericht op het afstemmen van vraag en aanbod van verkeer en vervoer gericht op het keuzeproces en bewustwording van de reiziger en goederen; openbaar vervoer: vervoer per trein, bus, tram of regiotaxi dat wordt verzorgd door een vervoerder waaraan op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkingsovereenkomst basismobiliteit : overeenkomst tussen provincie en in regioverband samenwerkende gemeenten waarbij de vervoerstaken van de regiotaxi worden overgedragen aan de regio’s; snelfietsroute: een door Gedeputeerde Staten als zodanig aangewezen samenhangend geheel van voorzieningen, gebruik en infrastructurele werken ten behoeve van de fiets; sociale veiligheid: objectieve veiligheid en het gevoel van veiligheid onder reizigers en personeel, ten aanzien van misdaad en wangedrag binnen het openbaar vervoer en bij halteplaatsen van het openbaar vervoer; vervoerder: de rechtspersoon die openbaar vervoer verricht, waaronder begrepen regiotaxi.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.2 Infrastuctuurprojecten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: infrastructurele projecten waarvoor in het MIAM middelen beschikbaar zijn gesteld; en infrastructurele projecten waarvoor in de bestedingsplannen Brede Doeluitkering middelen beschikbaar zijn gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan publiekrechtelijke rechtspersonen en aan ProRail B.V.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 5.2.1, onderdeel a, bedraagt ten hoogste 100% van de kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.2.1, onderdeel b, bedraagt ten hoogste het bedrag dat in de bestedingsplannen BDU is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht erop worden voor ten hoogste 15% meegerekend in de kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.3 Openbaar vervoer en regiotaxi</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het verrichten van: openbaar vervoer; vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning in de vorm van regiotaxi en de bijbehorende kosten voor het beheer van de regiotaxi.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het verrichten van openbaar vervoer wordt slechts verstrekt voor de duur van de concessie of voor de duur van de overeenkomst tussen de provincie en de vervoerder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, onder a, wordt verstrekt aan vervoerders.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, onder b, wordt verstrekt aan gemeenten en openbare lichamen in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking op het bepaalde in het tweede lid kan subsidie worden verstrekt aan een rechtspersoon waaraan de in het eerste lid genoemde aanvragers haar taak ten aanzien van de regiotaxi heeft overgedragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, onder a, bedraagt ten hoogste het bedrag zoals is overeengekomen in de concessie. De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, onder b, bedraagt ten hoogste het bedrag zoals is overeengekomen in artikel 8 van de Samenwerkingsovereenkomst basismobiliteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.4 Infrastructurele openbaarvervoervoorzieningen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de aanpassing of uitbreiding van infrastructuur en voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer in het gebied van de voormalige Stadsregio.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 7 van de AsG worden aanvragen ingediend voor 1 maart van het jaar waarin de activiteiten zullen plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Aanvragen worden op basis van een onderlinge vergelijking in een rangorde geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde Staten kunnen bij onderbesteding van het budget na 1 maart tot een tweede openstelling besluiten. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op aanvragen die in een tweede openstellingsperiode worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 90% van de kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.5 Sociale veiligheid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten ter verbetering van de sociale veiligheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die plaatsvinden in gebieden waarvoor de provincie Gelderland bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan vervoerders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 80% van de kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden voor ten hoogste 15% meegerekend in de subsidiabele kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.6 Consumentenorganisaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten die ondernomen worden om de belangen van de OV-reiziger in Gelderland te behartigen in het kader van de Wet personenvervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan de organisatie die is aangewezen om de belangen te behartigen van de OV-reiziger in Gelderland in het kader van de Wet personenvervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de kosten met een maximum van € 125.000 per jaar.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7 Fietsvoorzieningen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-571\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: de aanleg van fietsvoorzieningen in de voormalige Stadsregio; de aanleg van fietsvoorzieningen in de provincie met uitzondering van de voormalige Stadsregio; de aanleg van snelfietsroutes.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-572\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-573\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 7 van de AsG worden aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, onder a en b, ingediend voor 1 maart van het jaar waarin de activiteiten zullen plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Aanvragen als bedoeld in het eerste lid worden op basis van een onderlinge vergelijking in een rangorde geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde Staten kunnen bij onderbesteding van het budget voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, eerste lid, onder a en b, na 1 maart tot een tweede openstelling besluiten. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op aanvragen die in een tweede openstellingsperiode worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-574\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, onder a en b, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 35.000 en een maximum van € 500.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, onder c, bedraagt ten hoogste 90% van de kosten voor de realisatie van nieuwe snelfietsroutes.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden voor ten hoogste 15% meegerekend in de subsidiabele kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8 Mobiliteitsprojecten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-581\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor haalbaarheidsstudies, onderzoek, pilots en projecten gericht op gedragsbeinvloeding met betreking tot mobiliteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-582\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten; privaatrechtelijke rechtspersonen: voor zover de activiteit gericht is op de eigen organisatie en uitsluitend voor eigen gebruik is; of die zich krachtens hun statuten inzetten voor de bevordering van mobiliteitsmanagement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-583\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9 Logistiek en Goederenvervoer</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-591\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: haalbaarheids- en onderzoeksstudies voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer; investeringsprojecten infrastructuur ten behoeve van overslagvoorzieningen voor multimodaal goederenvervoer; pilots of praktijkproeven voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-592\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten worden uitgevoerd in de provincie Gelderland dan wel, in geval van een provinciegrensoverschrijdende goederenvervoerstroom, het eind- of beginpunt in Gelderland ligt; de activiteiten passen binnen het strategisch uitvoeringsprogramma logistiek en Goederenvervoer; voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 6.9.1, onder c, de beoogde innovatie een bijdrage of besparing oplevert voor de Gelderse logistieke sector.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-593\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, onder a, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 100.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, onder b, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 1.000.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, onder c, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van: € 100.000 voor zover de subsidie betrekking heeft op transport over de weg; € 200.000 voor zover de subsidie geen betrekking heeft op transport over de weg; € 300.000 voor zover de activiteit wordt uitgevoerd door publiekrechtelijke rechtspersonen of publiekrechtelijke instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden voor ten hoogste 15% meegerekend in de subsidiabele kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10 Beter Benutten Vervolg</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van projecten in het kader van Beter Benutten Vervolg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de projecten zijn opgenomen in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde bestedingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 1.3.5, eerste lid onder b, zijn de kosten voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5.10.1 die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen, subsidiabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan de gemeenten Arnhem en Nijmegen, en aan de dienst Rijkswaterstaat van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 Regionale economie</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Actieplan Vrijetijdseconomie: het actieplan zoals vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 22 mei 2012; arbeidsmarktdiscrepantie: kwalitatief of kwantitatief verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; arm’s length-voorwaarden: de voorwaarden van de transactie tussen de contractpartijen die niet afwijken van die welke zouden zijn overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, en die geen enkele vorm van heimelijke verstandhouding behelzen. Iedere transactie die voortvloeit uit een open, transparante en niet-discriminerende procedure wordt geacht te voldoen aan het arm's length-beginsel; basisvoorwaarden: voorwaarden waaraan een business case moet voldoen, zijnde duidelijkheid omtrent een beproefde techniek, aangetoonde marktkansen, een beschouwing van de financiering van de marktintroductie en de organisatorische inbedding van de marktintroductie; bedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat waarbinnen daadwerkelijk economische activiteiten, niet zijnde primaire landbouwproductie, worden verricht; bedrijfsverplaatsing: verplaatsing van een geheel bedrijf; vervallen; bedrijventerrein: terrein in gebruik van meer dan één bedrijf, dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, industrie en commerciële en niet-commerciële dienstverlening; businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving: een uitgewerkt plan dat inzicht geeft in de knelpunten, investeringskansen op zowel publiek als privaat terrein, beoogde maatregelen inclusief begroting en een visie op toekomstig beheer en onderhoud van het desbetreffende bedrijventerrein; circulaire: Circulaire schadevergoedingen, Staatscourant 1997, 246; concept: een schriftelijke uitwerking van een innovatie met een onderbouwing ter voldoening aan ten minste één van de basisvoorwaarden; vervallen; vervallen; economische spin-off: het realiseren van de additionele opbrengsten door het vergroten van bestedingen van bezoekers, deelnemers, media en de organisaties in Gelderland; evenement: een bestaand één- of meerdaags sport- of cultuurevenement met een (boven)regionaal karakter dat georganiseerd wordt in Gelderland en past binnen het Gelders Evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken; evenementenkalender: een lijst van sportevenementen verspreid over een jaar of meerdere jaren; experimentele ontwikkeling: het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten. Dit kan ook activiteiten omvatten die gericht zijn op de conceptuele formulering, de planning en documentering van alternatieve producten, procedés of diensten. Experimentele ontwikkeling kan prototyping, demonstraties, pilotontwikkeling, testen en validatie omvatten van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren onder reële omstandigheden, met als hoofddoel verdere technische verbeteringen aan te brengen aan producten, procedés of diensten die niet grotendeels vast staan. Dit kan de ontwikkeling omvatten van een commercieel bruikbaar prototype of pilot die noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en die te duur is om te produceren alleen met het oog op het gebruik voor demonstratie- en validatiedoeleinden. Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, zelfs indien die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">haalbaarheidsproject: een project dat bestaat uit een haalbaarheidsstudie of een combinatie van een haalbaarheidsstudie en experimentele ontwikkeling of industrieel onderzoek; haalbaarheidsstudie: het onderzoek en de analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico's in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn; incubator: broedplaats die tot doel heeft om startende ondernemingen te ondersteunen in hun groei naar gezonde, goed draaiende ondernemingen, door hen huisvesting, seedcapital, administratie, technische ondersteuning, contacten en managementadvies te bieden; industrieel onderzoek: planmatig of kritisch onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten, of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren. Het omvat de creatie van onderdelen voor complexe systemen en kan ook de bouw omvatten van prototypes in een laboratoriumomgeving en/of in een omgeving met gesimuleerde interfaces voor bestaande systemen, alsmede pilotlijnen, wanneer dat nodig is voor het industriële onderzoek en met name voor de validering van generieke technologie; innovatie: het proces waarbij kennis en technologie, worden samengebracht met het benutten van marktkansen voor nieuwe of betere producten, diensten en zakelijke processen ten opzichte van wat al op de markt beschikbaar is; innovatieadviesproject: een door een kennisinstelling of een onafhankelijke adviesorganisatie, niet zijnde de aanvrager, verrichte activiteit bestaande uit het, al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek, adviseren over een toepassingsgerichte kennisvraag van een ondernemer, uitgaande van voor de ondernemer nieuwe kennis met betrekking tot de vernieuwing van producten, productieprocessen of diensten, dan wel het verstrekken van innovatiesteun in de vorm van innovatieadviesdiensten of innovatieondersteuningsdiensten als bedoeld in artikel 2, nummers 94 en 95 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; innovatieprogramma Topsectoren: programma zoals bedoeld in artikel 3.4.2 van de Regeling nationale EZ-subsidies en gepubliceerd in Staatscourant 2015, 10567 en te raadplegen op www.op-oost.eu of daarvoor in de plaats tredende programma’s;</p>\n<p class=\"lf-p\">innovatieve onderneming: een onderneming die aan de hand van een door een externe deskundige uitgevoerde evaluatie kan aantonen dat zij in de voorzienbare toekomst producten, diensten of procedés zal ontwikkelen die in technologisch opzicht nieuw zijn of een wezenlijke verbetering inhouden ten opzichte van de huidige stand van de techniek in deze sector, en die een risico op technologische of industriële mislukking inhouden; of waarvan de kosten voor onderzoek en ontwikkeling ten minste 10 % bedragen van haar totale exploitatiekosten in ten minste één van de drie jaren voorafgaande aan de toekenning van de steun of, in het geval van een startende onderneming zonder enige financiële voorgeschiedenis, bij de audit van haar lopende belastingjaar, gecertificeerd door een onafhankelijke accountant; kennisinstelling: universiteiten, hogescholen en academische ziekenhuizen, instellingen voormiddelbaar beroepsonderwijs en onderzoeksinstellingen die zonder winstoogmerk onderzoek en ontwikkeling verrichten en voor minimaal 10% meerjarig structureel door de overheid worden gefinancierd; kernsport: atletiek, judo, tennis, hippische sport, volleybal en wielersport; kernsportbond: atletiek: Koninklijke Nederlandse Atletiekunie en Koninklijke Wandel Bond Nederland; hippische sport: Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie; wielersport: Koninklijke Nederlandsche Wielerunie en Nederlandse Toerfietsunie; volleybal: Nederlanse Volleybalbond; judo: Judobond Nederland; tennissport: Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond; maakindustrie: het met behulp van machines bedrijfsmatig bewerken van grondstoffen en produceren van halffabricaten en eindproducten voor de commerciële markt; maatschappelijke spin-off: de mate waarin de activiteit een stimulerend effect heeft op het bereiken van maatschappelijke doelen; marktintroductie: overgang van de eindfase van het innovatieproces naar de pioniersfase van ondernemerschap; fase waarin afnemers en producenten van innovatieve producten overeenkomsten aangaan; vervallen;</p>\n<p class=\"lf-p\">MKB-onderneming: een onderneming die behoort tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling (EG) nr. 2003/361 van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124); ondersteunende sector: de sectoren ICT, water, creatieve industrie, chemie of maakindustrie; startende onderneming: een kleine onderneming tot vijf jaar na haar registratie, die nog geen winst heeft uitgekeerd en niet uit een fusie is ontstaan. Voor een onderneming die zich niet hoeft te laten registreren, kan de periode van vijf jaar geacht worden aan te vangen op het tijdstip dat de onderneming ofwel haar economische activiteiten aanvangt of belastingplichtig wordt voor haar economische activiteiten organisatie: degene die een sportevenement of programma van side events organiseert; vervallen; potentiele kernsport: golf, gymnastiek, handbal, hockey, schaatsen (inclusief skeeleren), schermen, vrouwenvoetbal, waterpolo en zwemmen; primaire landbouwproductie: de in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de EU vermelde producten van de bodem en van de veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van deze producten wijzigt; proeftuinen: fysieke of virtuele proefomgeving voor meerdere onafhankelijke ondernemingen en organisaties waar eindgebruikers van innovatieprojecten of innovatieprocessen in participeren teneinde te komen tot versnelde marktintroducties van een innovatief product; programma van side events: geheel van side events, dat als doel heeft het vergroten van de economische en de maatschappelijke spin-off van het sportevenement; programma: samenhangende reeks van projecten en activiteiten met een gezamenlijk doel; regiocontract: contract tussen enerzijds provincie en anderzijds regio's en steden in het kader van het Programma Stad en Regio;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Bureaus voor Toerisme: organisaties ter bevordering van toerisme per regio zoals aangegeven op een als bijlage bij onderhavige subsidieregeling gevoegde kaart;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Centra voor Technologie: de stichting Achterhoeks Centrum voor Technologie te Doetinchem, de stichting Platform Creatieve Technologie te Arnhem, de stichting RCT Rivierenland te Tiel, de stichting RCT Vallei te Ede, stichting Regionaal Nijmeegs Centrum voor Technologie te Nijmegen, stichting Innovatienetwerk Stedendriehoek te Apeldoorn, de stichting Veluws Centrum voor Technologie te Nunspeet; vervallen; tt. side event: nevenactiviteit voor, tijdens of na het sportevenement, dat een duidelijke verbinding heeft met het sportevenement en gericht is op het vergroten van de maatschappelijk of economische spin-off van het sportevenement; vervallen; sportevenement: één- of meerdaags samenhangend geheel van sportwedstrijden, of een topsportwedstrijd indien binnen de betreffende kernsport geen samenhangend geheel van sportwedstrijden wordt georganiseerd; sporttalent: Gelderse sporter waaraan NOC*NSF of Topsport Gelderland de talentenstatus heeft toegekend; toeristische informatie: informatie ten behoeve van (dag)recreanten die ten minste bezienswaardigheden, horeca, natuur en landschap en dagrecreatieve mogelijkheden betreft; vrijetijdseconomie: de economie die bestaat uit ondernemingen die zich in hoofdzaak bezighouden met dienstverlening ten behoeve van (dag)recreanten en toeristen;</p>\n<p class=\"lf-p\">WESP-methodiek: richtlijnen van de landelijke Werkgroep Evaluatie Sportevenementen;</p>\n<p class=\"lf-p\">S3-sector: de sectoren (Agro)Food, Health, High Tech Systemen &amp; Materialen of Energie- en Milieutechnologie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal multisporttalentencentrum: een organisatie gericht op de opleiding van een geselecteerde groep talenten in diverse sporten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal Talentencentrum: een organisatie gericht op de opleiding van een geselecteerde groep talenten binnen een kernsport;</p>\n<p class=\"lf-p\">Long Term Athlete Development: model, toegepast door NOC/NSF en de stichting Topsport Gelderland, dat specifieke informatie bevat over training, competitie en herstel gebaseerd op de ontwikkeling van sporters op verschillende niveaus en in alle leeftijdsfasen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.2 Verbeteren positie van starters</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.3 Versnellen van innovaties in logistiek, vrijetijdseconomie en de creatieve sector</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.4 Verkleinen arbeidsmarktdiscrepantie in logistiek, vrijetijdseconomie, land- en tuinbouw en de creatieve sector</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 1 mei 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.5 Collectief onderzoek</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.6 Projectsubsidie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.7 Onderzoeksinfrastructuur voor economische activiteiten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.8 Kwaliteitsverbetering en meeropbrengst ondernemingen vrijetijdseconomie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-681\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor regionale projecten ter versterking van de vrijetijdseconomie, niet zijnde marketing en promotie;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van activiteiten ter uitvoering van de beleidsuitwerking Lange termijnvisie economie (PS2011-644) en Het Gelders evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken (PS2013-477), zover deze betrekking hebben op de versterking van de vrijetijdseconomie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-682\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit: plaatsvindt in de sector vrijetijdseconomie; bijdraagt aan de doelstellingen uit het Actieplan Vrijetijdseconomie; is gericht op verhoging van de kwaliteit van de activiteiten van aanvrager, toeristische bezoekersaantallen of werkgelegenheid; leidt tot meer toeristische bestedingen; aanvrager voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste vier andere ondernemingen uit eenzelfde regio en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd; en bijdraagt aan de bestaande regionale identiteit zoals die volgt uit het Actieplan Vrijetijdseconomie of aansluit bij de activiteiten uit het regiocontract.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-683\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor: uitvoering van procesbegeleiding; uitvoering van haalbaarheidsonderzoek; investeringsbijdragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-684\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen in de sector vrijetijdseconomie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan anderepersonen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-685\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000. Hiervan kan ten hoogste € 10.000,- worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.8.3, onder c.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.9 Samenwerkingsinitiatieven vrijetijdseconomie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-691\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: procesbegeleiding bij nieuwe samenwerkingsinitiatieven; conceptontwikkeling van nieuwe producten of diensten; haalbaarheidsonderzoek naar nieuwe producten of diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van activiteiten ter uitvoering van de beleidsuitwerking Lange termijnvisie economie (PS2011-644) en Het Gelders evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken (PS2013-477), zover deze betrekking hebben op de versterking van de vrijetijdseconomie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-692\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector vrijetijdseconomie; de subsidiabele activiteit bijdraagt aan de doelstellingen uit het Actieplan Vrijetijdseconomie; de subsidiabele activiteit leidt tot meer toeristische bestedingen, hogere toeristische bezoekersaantallen of een toename van werkgelegenheid; en aanvrager voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste twee andere ondernemingen en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-693\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen in de sector vrijetijdseconomie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan anderepersonen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-694\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 15.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.10 Kwaliteitsverbetering routes voor wandelen, fietsen, varen, hardlopen, paardrijden enmennen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het verbeteren van de kwaliteit van regionaal dekkende routestructuren voor fietsen, wandelen, hardlopen, paardrijden of mennen, het maken van nieuwe aanlegplaatsen voor vaartuigen; het maken van een digitaal routesysteem in de vorm van een applicatie voor wandelen, fietsen, hardlopen, varen, paardrijden of mennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van activiteiten ter uitvoering van de beleidsuitwerking Lange termijnvisie economie (PS2011-644) en Het Gelders evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken (PS2013-477), zover deze betrekking hebben op de versterking van de vrijetijdseconomie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien het onderhoud en beheer na uitvoering van de subsidiabele activiteit voor minimaal 5 jaar zijn verzekerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 6.10.1, onder c, wordt slechts verstrekt indien: de applicatie de gehele provincie Gelderland betreft; en de applicatie toeristische informatie bevat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie als bedoeld in artikel 6.10.1, onder a, komen de kosten voor aanleg, wijziging of onderhoud van infrastructurele kunstwerken niet in aanmerking;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor subsidie als bedoeld in artikel 6.10.1, onder c, komen de kosten voor het verzamelen van data en toeristische informatie niet in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een toelichting verstrekt in de vorm van een projectplan op de in artikel 6.10.2 opgenomen criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 200.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit: zich niet leent voor herhaalde toepassing ten aanzien van andere routestructuren dan diewaar de aanvraag betrekking op heeft; de aanleg van nieuwe wandel,- fiets- of ruiterroutes betreft, tenzij het de aanleg van ontbrekende schakels betreft tussen bestaande routes waarbij: voor wandelroutes er binnen een straal van 2 kilometer geen alternatieve mogelijkheden bestaan voor recreatief wandelen, respectievelijk fietsen of paardrijden; voor fiets, of ruiteroutes er binnen een straal van 5 kilometer geen alternatieve mogelijkheden bestaan voor recreatief wandelen, respectievelijk fietsen of paardrijden de aanleg van wandelknooppunten betreft; reguliere onderhoudswerkzaamheden betreft; geheel of gedeeltelijk bestaat uit marketing en promotie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie zoals bedoeld in artikel 6.10.1, onder a wordt geweigerd indien de activiteit wordt verricht in een gebied waarvoor in de 10 jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag overheidssubsidie werd verleend voor eenzelfde type routestructuur.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.11 Marketing en promotie vrijetijdseconomie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor generieke marketing en promotie van de provincie Gelderland of Gelderse regio's ter bevordering van de vrijetijdseconomie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van activiteiten ter uitvoering van de beleidsuitwerking Lange termijnvisie economie (PS2011-644) en Het Gelders evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken (PS2013-477), zover deze betrekking hebben op de versterking van de vrijetijdseconomie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Bureaus voor Toerisme;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting Toerisme Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 750.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de activiteit niet past binnen het Actieplan Vrijetijdseconomie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.12 Haalbaarheidsprojecten MKB</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de uitvoering van een haalbaarheidsproject.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in een S3-sector of in een S3-sector in combinatie met een ondersteunende sector; en de subsidiabele activiteit past binnen de innovatieprogramma’s Topsectoren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie die betrekking heeft op experimentele ontwikkeling of industrieel onderzoek komenin aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkend boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor subsidie die betrekking heeft op een haalbaarheidsstudie komen de kosten van de studie inaanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan anderepersonen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie ingediend tenminste zeven weken voor de aanvang van de subsidiabele activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een schriftelijk bewijsstuk verstrekt waar het economische perspectief en de uitvoerbaarheid alsmede de technische en financiële risico’s van de te onderzoeken activiteiten uit blijken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit niet voor ten minste 60% van de subsidiale kosten betrekking heeft op een haalbaarheidsstudie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager op grond van artikel 6.12.1 in totaal reeds driemaal of maximaal € 100.000 subsidie heeft ontvangen dan wel binnen het ten tijde van de aanvraag geldende subsidieplafond reeds subsidie heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor zover door verstrekking van een subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiabele activiteit is binnen twaalf maanden na aanvang afgerond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.12a Innovatieadviesprojecten MKB</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-612a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">1 Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor een innovatie-adviesproject.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">2 Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in een S3-sector of een S3-sector in combinatie met eenondersteunende sector; en de subsidiabele activiteit past binnen de innovatieprogramma’s Topsectoren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">3 Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten, met inbegrip van personeelskosten, van het verstrekken van advies en procesbegeleiding en de kosten verbonden aan innovatieadviesdiensten en diensten inzake innnovatieondersteuning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">4 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan anderepersonen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">5 Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie ingediend tenminste zeven weken voor de aanvang van de subsidiabele activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de navolgende gegevens verstrekt: een beknopt plan met een beschrijving van de kennisvraag en de doelstelling van het innovatieadviesproject alsmede de vermelding van de kennisinstelling of adviesorganisatie die het innovatieadviesproject gaat uitvoeren; een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de kennisinstelling of adviesorganisatie die met de aanvrager het innovatieadviesproject gaat uitvoeren organisatorisch en financieel onafhankelijk is van de aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">6 Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">7 Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager en de kennisinstelling of adviesorganisatie die het innovatieadviesproject gaat uitvoeren voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag reeds verplichtingen jegens elkaar zijn aangegaan over het innovatieadviesproject.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager op grond van artikel 6.12a.1 in totaal reeds driemaal subsidie heeft ontvangen dan wel binnen het ten tijde van de aanvraag geldende subsidieplafond reeds subsidie heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor zover door verstrekking van een subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">8 Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiabele activiteit is binnen twaalf maanden na aanvang afgerond.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.13 Collectief onderzoek</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.14 Projectsubsidie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.15 Onderzoeksinfrastructuur voor economische activiteiten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur waarmee economische activiteiten worden verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health of Maakindustrie; de infrastructuur wordt gebruikt voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling; de prijs die voor de exploitatie of het gebruik van de infrastructuur wordt berekend, overeenstemt met een marktprijs; en de toegang tot de infrastructuur open staat voor meerdere gebruikers en op transparante en niet-discriminerende basis wordt verleend. Ondernemingen die ten minste 10% van de investeringskosten van de infrastructuur hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 300.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met artikel 26 en hoofdstuk I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.16 Proeftuinen ten behoeve van marktintroducties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het ontwikkelen van proeftuinen ten behoeve van marktintroducties door een innovatiecluster; het generiek promoten van het Gelderse proeftuinklimaat; het generiek promoten van het Gelderse ondernemingsklimaat voor innoverende ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health of Maakindustrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 6.16.1, onder c, wordt slechts verstrekt indien de aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste één andere onderneming, kennisinstelling of publiekrechtelijke rechtspersoon en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 6.16.1, onder a, wordt verstrekt aan de onderneming die het innovatiecluster exploiteert (de clusterorganisatie).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 6.16.1, onder b, wordt verstrekt aan Valleybureaus en Regionale Centra voor Technologie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie als bedoeld in artikel 6.16.1, onder c, wordt verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; privaatrechtelijke rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 200.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op de realisatie, verkrijging, gebruik of beheer van onroerende zaken en infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie als bedoeld in artikel 6.16.1, onder a, slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 27 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.17 Ondersteunen innovatieve starters</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.18 Innovatieve starters Novio Tech Campus</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: consulting, bijstand en opleiding ter bevordering van ondernemerschap; huur van bedrijfsruimte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health of Maakindustrie; de aanvrager een startende onderneming is; de aanvrager een innovatieve onderneming is; en de aanvrager statutair en feitelijk is gevestigd op de Novio Tech Campus zoals aangeduid en begrensd door de gemeenteraad van Nijmegen in zijn besluit van 29 april 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan Nijmegen Goffert-Winkelsteeg-4 (NTC).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 7, eerste lid, AsG dient de aanvraag om subsidie te worden ingediend tenminste 4 weken voor de aanvang van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag in elk geval een door de verhuurder en aanvrager ondertekende huurovereenkomst gevoegd waaruit blijkt dat de aanvrager voor een periode van ten minste drie jaren vanaf het moment van subsidieverlening bedrijfsruimte huurt op de NovioTech Campus.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">75% van de kosten met een maximum van € 5.000 voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 6.18.1, onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de kosten met een maximum van € 24.500 voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 6.18.1, onder b.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 6.18.1, onder b, kan worden aangevraagd voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten kalenderjaren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager van subsidie zoals bedoeld in artikel 6.18.1, onder b, is verplicht om vanaf het moment van subsidieverlening gedurende een periode van ten minste drie jaren statutair en feitelijk gevestigd te blijven op de Novio Tech Campus.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 22 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.19 Verkleinen arbeidsmarktdiscrepantie sectoren Food, Health of Maakindustrie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 1 mei 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.20 Ondersteuning Valleybureaus als innovatiecluster</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.21 Aanjagen en stimuleren van regionale gebiedsontwikkeling</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.22 Herstructureren van de fysieke bedrijfsomgeving</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.22.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving; de uitvoering van maatregelen op het bedrijventerrein waarmee investeringskansen worden verzilverd, zoals omschreven in het businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.22.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 6.22.1, onder b, wordt slechts verstrekt indien: er sprake is van een ruimtelijk knelpunt op het bedrijventerrein die het (toekomstig) functioneren van tenminste één bedrijf bemoeilijkt, er aantoonbaar draagvlak bij de ondernemers aanwezig is en er een positief effect is op de ontwikkeling of behoud van de werkgelegenheid op het bedrijventerrein; en er een businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving aan de activiteit ten grondslag ligt dat voldoet aan de volgende vereisten: een omschrijving van de knelpunten, kansen, ambities en doelstellingen; een beschrijving van de projecten of deelprojecten; een beschrijving van de organisatie, communicatie, planning, kosten en financiering van de maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.22.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.22.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de kosten tot een maximum van € 25.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.22.1, onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.22.1, onder b.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.23 Bedrijfsverplaatsingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het verstrekken van een bijdrage voor bedrijfsverplaatsing vanwege een milieuhygiënisch knelpunt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de bijdrage wordt verstrekt voor een bedrijfsverplaatsing vanwege een milieuhygiënisch knelpunt veroorzaakt door het te verplaatsen bedrijf; de bijdrage van de gemeente ten hoogste 50% bedraagt van de kosten voor de verplaatsing van het bedrijf; de gemeente bij het bepalen van haar bijdrage in de kosten voor de verplaatsing van het bedrijf toepassing geeft aan de circulaire; de gemeente haar bijdrage in de kosten voor de verplaatsing van het bedrijf vaststelt op basis van een taxatie die is opgesteld door een onafhankelijk taxateur; sprake is van bedrijfsverplaatsing binnen de provincie Gelderland naar een bedrijventerrein; het milieuhygiënische knelpunt blijvend wordt opgelost.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komt in aanmerking de bijdrage van de gemeente in de kosten voor de verplaatsing vanhet bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.24 Samenwerking fysieke bedrijfsomgeving</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.24.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een haalbaarheidsonderzoek naar de oprichting van een rechtspersoon die het beheer van een bedrijventerrein als statutair doel heeft; het opstellen van een haalbaarheidsonderzoek naar de uitvoering van energiebesparende maatregelen op een bedrijventerrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.24.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 6.24.1, onder a, wordt slechts verstrekt indien aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste één onderneming of gemeente en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.24.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten en ondernemingen voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.24.1, onder a; aan rechtspersonen die het beheer van een bedrijventerrein als statutair doel hebben voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.24.1, onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6244\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.24.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de kosten met een maximum van € 50.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.24.1, onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de kosten met een maximum van € 25.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.24.1, onder b.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.25 Economische impact - Sportevenementen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.1</span><span class=\"lf-art-t\">Evenementenkalender</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Gedeputeerde Staten stellen een evenementenkalender vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de evenementenkalender worden sportevenementen opgenomen die: betrekking hebben op een kernsport of een potentiele kernsport mits het sportevenement een hoge economische impact heeft; en een Nederlands, Europees of wereldkampioenschap betreffen of een ander vergelijkbaar aansprekend nationaal of internationaal evenement waar sporters op het hoogste competitieniveau tegen elkaar uitkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: de organisatie van een sportevenement waarbij een programma van side events wordt georganiseerd; de organisatie van een programma van side events.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie voor de organisatie van een sportevenement wordt slechts verstrekt indien: het sportevenement op de evenementenkalender staat; en er gelijktijdig een programma van side events wordt georganiseerd dat breedtesportactiviteiten bevat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie voor de organisatie van een programma van side events wordt slechts verstrekt indien: het sportevenement op de evenementenkalender staat; het programma breedtesportactiviteiten bevat; een gedeelte van de breedtesportactiviteiten gericht is op gehandicapten; en bij de organisatie van de activiteiten gericht op het vergroten van de economische spin-off het regionale bedrijfsleven substantieel wordt betrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 24, eerste lid, van de AsG, dient de subsidieontvanger binnen 9 maanden na afloop van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie voor de organisatie van een sportevenement bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van: € 60.000 voor een Nederlands kampioenschap; € 120.000 voor een Europees kampioenschap; € 160.000 voor een wereldkampioenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie voor de organisatie van een programma van side events bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van: € 15.000 voor een Nederlands kampioenschap; € 30.000 voor een Europees kampioenschap; € 40.000 voor een wereldkampioenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een evenement als bedoeld in artikel 6.25.1, tweede lid, onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie voor de organisatie van een programma van side-events wordt slechts één keer per sportevenement verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie voor de organisatie van een programma van side-events wordt geweigerd indien het sportevenement niet plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6257a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.7a</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling aanvragen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger overlegt bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een onderzoeksrapport, waarin de resultaten van een onderzoek naar de economische impact van het sportevenement voor het bedrijfsleven in Gelderland conform de WESP-methodiek staan beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het onderzoeksrapport mag ten hoogste een jaar oud zijn mits het is opgesteld voor de uitvoering van eenzelfde sportevenement als waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accommodatie of locatie waar het sportevenement wordt georganiseerd toegankelijk is voor gehandicapten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.26 Economische impact - kennis en innovatie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.26.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de toepassing van innovatie op het gebied van top- en breedtesport in Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.26.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten betrekking hebben op een kernsport of een potentiele kernsport; over de activiteiten een positief advies is uitgebracht door de kernsportbond(en) waar de activiteiten betrekking op hebben; uit de aanvraag blijkt dat de resultaten van een innovatie in eerste instantie ten goede komen aan Gelderse sporttalenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.26.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 50.000 per activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.26.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen subsidie wordt verstrekt voor het verrichten van fundamenteel onderzoek.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.27 Onderwijs- en arbeidsmarktbeleid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.27.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: arbeidsmarktdiscrepanties: kwalitatief of kwantitatief verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, zoals weergegeven in de Provinciale en regionale discrepantieanalyses Gelderland; organiserend Vermogen: samenwerkingsverband tussen afgevaardigden vanuit Onderwijs, Ondernemers en Overheid, met als doelstelling een bijdrage leveren aan de regionale arbeidsmarkt; regionaal uitvoeringsplan organiserend vermogen onderwijs en arbeidsmarkt: plan, inclusief provinciale matrix, waarin beschreven staat hoe het organiserend vermogen vorm geeft aan de subsidiabele activiteiten zoals beschreven in artikel 6.27.2, lid 1, aanhef en onder b;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nationaal Techniekpact 2020: het op 13 mei 2013 door onderwijsinstellingen, werkgevers, werknemers, jongeren, topsectoren, regio’s en Rijk gesloten techniekpact; regionaal zorgpact: overeenkomst gesloten door onderwijsinstellingen, werkgevers, werknemers, jongeren en regio’s, waarin afspraken worden gemaakt over verkleining van arbeidsmarktdiscrepanties; duurzame inzetbaarheid: situatie waarbij werknemers in hun arbeidsleven doorlopend over daadwerkelijk realiseerbare mogelijkheden alsmede over de voorwaarden beschikken, om in huidig en toekomstig werk met behoud van gezondheid en welzijn te blijven functioneren; gebiedsopgaven: opgave van de provincie om aan zes deelgebieden van Gelderland, te weten de Achterhoek, de Veluwe, de regio Arnhem/Nijmegen, Food Valley (Ede/Wageningen en omgeving), de Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen en omgeving), de Gelderse Corridor (het gebied van de A15, de Betuwelijn en de grote rivieren), extra aandacht te besteden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.27.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: activiteiten die bijdragen aan het verkleinen van arbeidsmarktdiscrepanties door te investeren in duurzame inzetbaarheid van personeel door: het stimuleren van behoud van vakbekwame mensen in de regio; het afstemmen van onderwijs en praktijk; of te investeren in flexibilisering van de (toekomstige) beroepsbevolking; activiteiten als uitwerking van het Nationaal Techniekpact 2020 door: meer leerlingen te laten kiezen voor een techniekopleiding; meer leerlingen en studenten met een technisch diploma ook aan de slag te laten gaan in een technische baan; of mensen die werken in de techniek, te behouden voor de techniek en mensen met een technische achtergrond die met ontslag bedreigd worden of al langs de kant staan, elders in te zetten in de techniek; activiteiten als uitwerking van een regionaal uitvoeringsplan organiserend vermogen onderwijs en arbeidsmarkt, te weten: het aanjagen van activiteiten in het kader van het Nationaal Techniekpact 2020; een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onderwijs- en arbeidsmarktprojecten in de regio; het stimuleren van nieuwe onderwijs- en arbeidsmarktconcepten in de regio; het stimuleren van grensoverschrijdende samenwerking of de ontwikkeling van een regionaalzorgpact; of het verbinden van de hiervoor genoemde activiteiten aan de gebiedsopgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Geen subsidie wordt verstrekt indien voor de betreffende activiteit subsidie kan worden verstrekt op grond van de Europese subsidieregeling INTERREG.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.27.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 6.27.2, eerste lid, aanhef en onder a en b, wordt slechts verstrekt indien: bij de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten één of meerdere ondernemingen of brancheorganisaties betrokken zijn; alle bij de activiteiten betrokken partijen een reële bijdrage leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 6.27.2, eerste lid, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt indien: minimaal vijf activiteiten worden georganiseerd, ondersteund of uitgevoerd, die verband houden met de uitwerking van het Nationaal Techniekpact 2020; minimaal vijf activiteiten op het gebied van het realiseren van onderwijs- en arbeidsmarktprojecten in de regio worden ondersteund; minimaal één activiteit wordt uitgevoerd om nieuwe onderwijs- en arbeidsmarktconcepten te stimuleren; of vijf activiteiten worden uitgevoerd die grensoverschrijdende samenwerking stimuleren of een bijdrage leveren aan de ontwikkeling of uitvoering van regionale zorgpacten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.27.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 6.27.2, eerste lid, wordt verstrekt aan ondernemingen, onderwijs- enkennisinstellingen, gemeenten of samenwerkingsverbanden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.27.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 1.3.6, eerste lid, wordt voor aanvragen onder artikel 6.27.2, eerste lid, aanhef en onder a en b, de vaste uursystematiek toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Geen subsidie wordt verstrekt voor de kosten van investeringen in materiële vaste activa.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.27.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 6.27.2, eerste lid, aanhef en onder a en b, bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 200.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is de hoogte van de subsidie 100% van de kosten als bedoeld in artikel 1.3.6, eerste lid, aanhef en onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de activiteit als bedoeld in artikel 6.27.2, eerste lid, aanhef en onder a en b is opgenomen in een uitwerkingsagenda als bedoeld in artikel 2.9.2, is het maximum als bedoeld in het eerste lid niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 6.27.2, eerste lid, aanhef en onder c, bedraagt jaarlijks maximaal voor de volgende gebieden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Achterhoek: € 76.800;</p>\n<p class=\"lf-p\">Food Valley: € 93.600;</p>\n<p class=\"lf-p\">Noord Veluwe: € 51.600;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rivierenland: € 67.800;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stedendriehoek: € 114.600;</p>\n<p class=\"lf-p\">Arnhem: € 92.400;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio Liemers: € 21.600;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nijmegen: € 81.600.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.27.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 1.2.3, wordt bij de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie als bedoeld in artikel 6.27.2, eerste lid, aanhef en onder a en b, in elk geval een door alle deelnemers ondertekende samenwerkingsovereenkomst verstrekt, waaruit de gezamenlijke aanpak blijkt voor het verrichten van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In de aanvraag geven de betrokken partijen aan op welke wijze zij hun kennis en bevindingen delen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.27.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht om zijn kennis en bevindingen te delen op de in de aanvraag beschreven wijze of een door Gedeputeerde Staten te bepalen wijze.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.28 Regionale talentenondersteuning</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.28.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het oprichten of doorontwikkelen van een Regionaal Talentencentrum.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.28.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien het Regionaal Talentencentrum: gericht is op het opleiden van talenten; minimaal de sportgenerieke leerlijnen van NOC/NSF toepast; tijdens de opleiding structureel aandacht besteedt aan de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling van talenten; een programma aanbiedt dat past binnen het meerjarenopleidingsplan van de betreffende kernsportbond; een stabiel management heeft; gedurende drie jaar wordt uitgevoerd; en positief is beoordeeld door de stichting Topsport Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6283\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.28.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een kernsportbond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6284\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.28.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag in elk geval: een schriftelijke verklaring van de stichting Topsport Gelderland verstrekt waaruit blijkt dat de betreffende subsidiabele activiteit positief is beoordeeld; en aangegeven op welke wijze wordt bijgedragen aan een stabiel management.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6285\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.28.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 60.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6286\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.28.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Per Regionaal Talentencentrum wordt slechts een maal subsidie verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt voorts geweigerd indien de aanvrager op basis van deze paragraaf reeds tweemaal subsidie heeft ontvangen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.29 Regionaal multisporttalentencentrum</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6291\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.29.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het oprichten van een regionaal multisporttalentencentrum.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6292\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.29.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien het Regionaal multisporttalentencentrum: is gericht op het opleiden van talenten; de sportgenerieke leerlijnen van NOC/NSF toepast; tijdens de opleiding structureel aandacht besteedt aan de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling van talenten; is gericht op minimaal drie sporten; het sportprogramma heeft afgestemd met onderwijs; een stabiel management heeft; gedurende minimaal drie jaar wordt uitgevoerd; en positief is beoordeeld door de stichting Topsport Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6293\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.29.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 60.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6294\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.29.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag in elk geval: een schriftelijke verklaring van de stichting Topsport Gelderland verstrekt waaruit blijkt dat debetreffende subsidiabele activiteit positief is beoordeeld; en aangegeven op welke wijze wordt bijgedragen aan een stabiel management.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6295\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.29.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt niet verstrekt aan een kernsportbond en de stichting Topsport Gelderland.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt geweigerd indien op basis van deze paragraaf reeds subsidie is verstrekt voor de oprichting van een multisporttalentencentrum in de betreffende regio.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.30 Versterken jeugdopleiding</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6301\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.30.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het versterken van de jeugdopleiding van een vereniging binnen een Gelderse kernsport.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6302\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.30.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten betrekking hebben op de verbetering van jeugdopleidingen van minimaal acht verenigingen binnen een Gelderse kernsport; de activiteiten betrekking hebben op de toepassing van de methodiek Long Term Athlete Development; bij de uitvoering van de activiteit minimaal twee bestuurders van de vereniging betrokken zijn en minimaal drie door de betreffende bond gecertificeerde jeugdtrainers ingezet worden; en de activiteit positief is beoordeeld door de stichting Topsport Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6303\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.30.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 28.000 per aanvraag op basis van maximaal € 3.500 per jeugdopleiding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6304\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.30.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan kernsportbonden, gemeenten en openbare lichamen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6305\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.30.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag in elk geval een schriftelijke verklaring van de stichting Topsport Gelderland verstrekt waaruit blijkt dat de betreffende subsidiabele activiteit positief is beoordeeld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.31 Talenten als ambassadeur</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.31.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten die talenten met een status de mogelijkheid geven om als ambassadeur van de sport op te treden op scholen, evenementen en bijeenkomsten met het bedrijfsleven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.31.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten betrekking hebben op de ontwikkeling van de presentatievaardigheden van talenten met een status om als ambassadeur van de sport op te treden; de activiteiten betrekking hebben op de toepassing in basis- en voortgezet onderwijs in Gelderland, op sportevenementen van de Gelderse sportevenementenkalender en op bijeenkomsten met het bedrijfsleven; scholing van het talent met een status als ambassadeur van de sport door de stichting TopsportGelderland heeft plaatsgevonden; en de activiteit betrekking heeft op inzet van minimaal tien talenten met een status als ambassadeurvan de sport op scholen, evenementen of bijeenkomsten met het bedrijfsleven, waarbij elk talent met een status minimaal drie keer wordt ingezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.31.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 10.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.31.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan kernsportbonden en de stichting Topsport Gelderland.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.32 Samenwerking Gelderland – Lubelskie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.32.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: activiteiten betreffende samenwerking, educatie en ondersteuning aangaande het Herinneringscentrum Sobibor; uitwisselingen rond prioritaire thema’s in het kader van de samenwerking tussen de regio Lubelskie en de provincie Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.32.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit past binnen de doelstellingen in de samenwerkingsovereenkomst van 14 maart 2014 tussen de provincie Gelderland en de regio Lubelskie voor de periode 2014-2017 of daarvoor in de plaats tredende samenwerkingsafspraken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.32.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste € 25.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 Cultuur en erfgoed</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: cultuurhistorisch object: elk object behorende tot tenminste een van de volgende categorieën: andere objecten dan de waterlinieforten genoemd onder k (waterliniefort) en die een functie hadden in de militaire werking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie; relicten van landschappelijke veranderingen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot en met 1945 die direct het gevolg zijn van doorbraken van een kade of dijk van een inundatiekom; relicten van maatregelen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot en met 1945 om schade als gevolg van een doorbraak van kade of dijk van een inundatiekom te herstellen; relicten van menselijke ingrepen in het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als onderdeel van ontginningen voor landbouwkundig gebruik tot en met 1945; draaipremie: subsidie verstrekt voor het jaar 2012 op grond van artikel 7 van de Verordening Cultuurhistorie Gelderland; historische molen: een door wind, water of ros aangedreven krachtwerktuig inclusief het bouwwerk, geschikt of bedoeld voor een historisch maal- productieactiviteitbedrijf; normaal onderhoud: regulier onderhoud dat noodzakelijk is om de functie en zichtbare kenmerken van een object te behouden; restauratie: werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en noodzakelijk zijn voor het herstel van een object of om verval van een object te voorkomen; voorbereiding: alle handelingen, die nodig zijn om met de uitvoering van werkzaamheden te kunnen starten, inclusief het aanvragen van vergunningen; waardenkaart: een besluit van een gemeentebestuur waarin de cultuurhistorische of archeologische waarden binnen het gehele grondgebied van de gemeente zijn weergegeven en dat gebruikt kan worden bij het voorbereiden van ruimtelijke planvorming.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7.2 Instandhouding historische molens en stoomgemalen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-721\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het verstrekken van subsidie voor de instandhouding van historische molens en stoomgemalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-722\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de aanvrager beschikt over een subsidieregeling op grond waarvan aan een eigenaar van een historische molen of stoomgemaal subsidie kan worden verstrekt voor het instandhouden van de historische molen of stoomgemaal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-723\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-724\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie als bedoeld in artikel 7.2.1 bedraagt ten hoogste € 3.100 per historische molen of stoomgemaal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-725\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is verplicht om in de subsidieregeling als bedoeld in artikel 7.2.2 te bepalen of te doen bepalen dat: de subsidie aangevraagd wordt door de eigenaar van het monument of de molen waaraan de subsidie ten goede komt; de subsidie aangevraagd wordt uiterlijk op 31 december 2016; de subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan eigenaren van historische molens of stoomgemalen die een provinciale draaisubsidie hebben ontvangen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7.3 Draaisubsidie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-731\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de asomwenteling van een monumentale molen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-732\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar of beheerder van een monumentale molen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-733\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie ingediend voor 1 april van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-734\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt: € 1 (een Euro) per 300 asomwentelingen voor molens met kleppen; of € 1 (een Euro) per 200 asomwentelingen voor molens met zeilen met een maximum van € 1.200 per jaar; € 450 per jaar voor een molen die niet door wind wordt aangedreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt verstrekt op basis van het aantal asomwentelingen dat de molen heeft gemaakt in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt verstrekt indien er sprake is van het regelmatig draaien van de molen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-735\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen subsidie wordt verstrekt indien de subsidie als bedoeld in artikel 7.3.4, eerste lid, minder dan € 70 zou bedragen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7.4 Waardenkaarten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-741\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het opstellen van de volgende typen waardenkaarten: archeologische waardenkaarten; cultuurhistorische waardenkaarten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-742\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts eenmaal verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-743\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-744\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste € 10.000,- per type waardenkaart.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8 Kwaliteit van het openbaar bestuur</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.1 Programma Sterk Bestuur</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: bestuurskracht: het vermogen van een gemeente of regio om nu en in de toekomst: wettelijke taken uit te voeren en de kwaliteit van de lokale leefomgeving te versterken; regionale ontwikkelingen mogelijk te maken ter versterking van de ruimtelijke en economischestructuur van de regio; bestuurskrachtonderzoek: onderzoek naar versterking van de bestuurskracht van een gemeente of een regio; bestuurskrachttraject: traject waarbij de provincie gemeenten of regio’s ondersteuning biedt bij het bevorderen van duurzame bestuurskracht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Programma Sterk Bestuur: programma zoals weergegeven in de PS-brief van 8 juli 2015, P2015-0375; subregionaal: een samenwerking van twee of meer gemeenten, niet zijnde een gemeenschappelijke regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het laten uitvoeren van een bestuurskrachtonderzoek; het laten uitvoeren van een onderzoek naar de gewenste vorm van gemeentelijke samenwerking of gemeentelijke herindeling; het realiseren van een innovatief instrument ter versterking van de bestuurskracht; het opstellen van een regionale, subregionale of lokale visie op de toekomstige bestuurlijke of ambtelijke organisatie; of het organiseren van regionale, subregionale of lokale bijeenkomsten voor het opstellen van een regionale visie op de toekomstige bestuurlijke of ambtelijke organisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-813\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 8.1.2 wordt slechts verstrekt indien: de activiteit is gericht op een duurzame en toekomstbestendige versterking van de bestuurskracht van Gelderse gemeenten en regio’s; de activiteit past binnen het programma Sterk Bestuur; de activiteit wordt uitgevoerd door een onafhankelijke externe partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de activiteit als bedoeld in artikel 8.1.2, onderdeel e.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een activiteit als bedoeld in het eerste lid kan ook worden uitgevoerd in aan Gelderland grenzende gemeenten, indien deze activiteit bijdraagt aan een duurzame en toekomstbestendige versterking van de bestuurskracht van de Gelderse gemeenten of regio’s.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-814\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten in Gelderland; samenwerkingsverbanden tussen gemeenten waarvan het merendeel in Gelderland ligt; of openbare lichamen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarvan het merendeel van de deelnemers bestaat uit Gelderse gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-815\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag om subsidie de op de samenwerking betrekking hebbende gemeenschappelijke regeling gevoegd of, indien geen gemeenschappelijke regeling is getroffen een overeenkomst of andere stukken waaruit de aard en de reikwijdte van de samenwerking blijkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-816\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 8.1.2, aanhef en onder a tot en met d, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 35.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 8.1.2, aanhef en onder e, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 5.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-817\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 8.1.2 wordt geweigerd indien: aan de aanvrager op grond van deze paragraaf subsidie is verleend voor een andere activiteit genoemd in artikel 8.1.2 die nog niet is afgerond; of de activiteit niet verenigbaar is met een reeds ingezet herindelingsontwerp, herindelingsadvies of een herindelingsregeling als bedoeld in de Wet algemene regels herindeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, kan subsidie worden verleend voor een activiteit als genoemd in artikel 8.1.2, onderdeel c, indien een andere activiteit waarvoor subsidie is verleend nog niet is afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie kan worden geweigerd indien reeds aan een of meer betrokken gemeenten een subsidie voor hetzelfde bestuurskrachttraject is verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-818\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht de activiteit binnen een jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De kennis die of het systeem dat wordt verkregen uit de ontwikkeling van het instrument als bedoeld in artikel 8.1.2, onderdeel c, dient voor een ieder beschikbaar te worden gesteld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 9 Overgangs- en slotbepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.1</span><span class=\"lf-art-t\">De volgende regelingen en beleidsregels worden ingetrokken:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Regels Subsidieverordening vitaal Gelderland 2011;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels subsidieverstrekking SmpG Cultuur en Erfgoed 2013;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels asbest eraf, zonnepanelen erop Gelderland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere regels loonkosten Subsidieregeling meerjarenprogramma’s Gelderland 2008;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere regels loonkosten Subsidieregeling meerjarenprogramma's Gelderland 2012;</p>\n<p class=\"lf-p\">Herziene regels subsidieverstrekking economie 2013;</p>\n<p class=\"lf-p\">Herziene regels energiebesparing en hernieuwbare energie 2013;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels subsidieverstrekking sociaal-economisch beleid 2011;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels subsidieverstrekking Sociaal en Jeugd 2011;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregel recessie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieregeling voor ontruiming en vernietiging van krotstandplaatsen voor woonwagens 1998;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels subsidieverstrekking klimaat 2011;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere regels subsidieverordening jeugdzorg provincie Gelderland 2010;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregel subsidieverstrekking ontgroening en vergrijzing;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsregels cultuur Gelderland 2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels subsidieverstrekking archieven 2011;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels subsidieverstrekking cultuur 2011;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere regels Subsidieregeling sociaal beleid Gelderland 2004;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels subsidieverstrekking groenblauwe diensten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels subsidieverstrekking Programma Thuisgeven in Gelderland 2011;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsregeling stadsvernieuwingsfonds Gelderland 1998;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsrichtlijnen Subsidieverordening vernieuwing landelijk gebied 1998;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregels voor het opstellen van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels subsidieverstrekking activiteiten ruimtelijke kwaliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regels subsidieverstrekking Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 Gelderland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregels verlagen subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling wordt aangehaald als Regels Ruimte voor Gelderland 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De in artikel 9.1 bedoelde regelingen blijven van kracht op aanvragen om subsidie die zijn ingediend en besluiten omtrent subsidie die zijn genomen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten van Gelderland Toelichting bij Regels Ruimte voor Gelderland 2016 Algemene toelichting Met ingang van 1 januari 2016 is de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016 (AsG 2016) in werking. De AsG 2016 is ontstaan door samenvoeging van de Algemene subsidieverordening Gelderland 1998, de Subsidieverordening vitaal Gelderland 2011 en de Subsidieverordening meerjarenprogramma’s Gelderland 2012. Door deze samenvoeging, waarbij tevens stappen zijn gezet in de sfeer van uniformering en deregulering, is het stelsel van subsidieregels van de provincie aanzienlijk vereenvoudigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Algemene wet bestuursrecht bevat in hoofdstuk 4 een titel (4.2) voor subsidies. De doelstellingen van de Algemene wet bestuursrecht op het onderdeel subsidies zijn de beheersbaarheid van de overheidsuitgaven, het verschaffen van rechtszekerheid voor aanvragers en het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik. Subsidieverstrekking vindt mede met het oog daarop plaats op wettelijke grondslag. De AsG 2016 bevat een bijlage waarop de programma’s zijn opgenomen voor de uitvoering waarvan Gedeputeerde Staten bevoegd zijn om subsidies te verstrekken en derhalve ook nadere regelste stellen. De AsG 2016 en de bijbehorende bijlage vormen de door de Algemene wet bestuursrecht vereiste wettelijke grondslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De AsG 2016 bepaalt in artikel 3, eerste lid, dat Gedeputeerde Staten bevoegd zijn tot het nemen van besluiten omtrent subsidie indien zij daartoe in de AsG 2016, in een bijzondere verordening of bij besluit van Provinciale Staten bevoegd zijn verklaard. Indien Gedeputeerde Staten bevoegd zijn, zijn zij op grond van artikel 3, zesde lid, van de AsG 2016 tevens bevoegd om nadere regels te stellen. De Regels Ruimte voor Gelderland 2016 voorzien in die nadere regels voor de onderwerpen waarvoor Gedeputeerde Staten op grond van de AsG 2016 bevoegd zijn. De nadere regels gelden voor alle besluiten omtrent subsidie waarvoor Gedeputeerde Staten krachtens de ASG 2016 het bevoegde gezag zijn. Dat zijn 1) subsidies ter uitvoering van een gewoon programma (artikel 11 AsG 2016), subsidies ter uitvoering van een bijzonder programma (artikel 12 AsG 2016), 2) subsidies ten aanzien waarvan Provinciale Staten in de begroting de ontvanger en de maximale subsidie hebben vastgelegd (artikel 3, tweede lid, AsG2016), 3) besluiten tot afwijzing van incidentele subsidies (artikel 3, derde lid, AsG 2016) en 4) waarderingssubsidies (artikel 31 AsG 2016). Voor zover het betreft subsidies waarvoor niet in de hoofdstukken 2 tot en met 8 specifieke nadere regels zijn opgenomen, is de relevantie van deze bepaling gelegen in het van toepassing zijn van hoofdstuk 1 op die subsidies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast bevat de AsG 2016 diverse en uiteenlopende algemeen geldende bepalingen in verband met subsidieverstrekking, waaronder het uitgangspunt van subsidieverstrekking aan rechtspersonen, diverse termijnen, algemene weigeringsgronden, het Uniform subsidiekader, regels over bevoorschotting en vaststelling. Verwezen wordt op deze plaats naar de AsG 2016 en de daarbij behorende toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verstrekken van subsidie moeten de regels omtrent staatssteun in acht worden genomen. Europeesrechtelijk is vastgelegd dat staatssteun alleen is toegestaan als een uitzondering op het staatssteunverbod geldt (artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Alvorens te toetsen aan het staatssteunverbod en eventuele uitzonderingen moet eerst worden vastgesteld of er sprake is van staatssteun. Daarvoor gelden de volgende cumulatieve eisen: a. er is sprake van een steunmaatregel die een voordeel verschaft, in welke vorm dan ook; b. dit voordeel wordt direct of indirect bekostigd uit overheidsmiddelen; c. hierdoor worden één of meer specifieke ondernemingen begunstigd; d. dit vervalst de mededinging of dreigt dat te doen; en e. hierdoor wordt de handel tussen de Europese lidstaten ongunstig beïnvloed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te kunnen spreken van staatssteun moet aan al deze criteria zijn voldaan. Is dat niet het geval dan is er geen sprake van staatssteun.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van staatssteun als er geen economische activiteiten worden gesubsidieerd. De subsidieontvanger wordt daardoor in zoverre niet als onderneming aangemerkt waardoor er alleen al daarom niet aan de cumulatieve eisen wordt voldaan om te kunnen spreken van staatssteun. Het betreft de paragrafen 2.7, 3.3, 3.5, 3.6, 3.7, 4.3, 4.6, 4.11, 5.6, 6.11, 6.23, 6.28, 7.2, 7.3, 7.4 en 8.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten die worden uitgevoerd ter uitvoering van een wettelijke taak door overheden dan wel door overheid geliëerde instanties zijn aan te merken als overheidstaken en hebben derhalve geen economisch karakter. Gelet hierop vallen deze subsidies buiten de werking van het staatssteunrecht. Dit betreft paragraaf 5.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanleg van openbare infrastructuur, zoals wegen, fietspaden, straatverlichting en aansluiting op openbare nutsvoorzieningen, vormt een belangrijk deel van overheidsinvesteringen bij gebiedsontwikkeling. Zolang deze infrastructuur algemeen toegankelijk blijft voor alle potentiële eindgebruikers is er geen sprake van staatssteun. Voor wat betreft de aanleg of verbetering van infrastructuur ter verbetering van de sociale veiligheid geldt dat geen staatssteun optreedt zolang de infrastructuur niet commercieel wordt geëxploiteerd en algemeen toegankelijk blijft voor alle potentiële eindgebruikers. Het betreft de paragrafen 2.6, 5.2, 5.4, 5.5, 5.7 en 5.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het bijzonder bij subsidieverstrekking aan gemeenten kan de situatie zich voordoen dat de subsidieverstrekking op zichzelf geen staatssteun oplevert, maar dat de subsidie wordt gebruikt voor het ondersteunen van activiteiten van derden. In die gevallen zal de gemeente een staatssteunbeoordeling moeten maken en de relatie met genoemde derden zo moeten vormgeven dat geen ongeoorloofde staatssteun optreedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bepaalde activiteiten heeft de Europese Commissie specifieke vrijstellingsverordeningen vastgesteld. Het gaat daarrbij vooral om de Algemene groepsvrijstellingsverordening, de Landbouw groepsvrijstellingsverordening en de Landbouw de-minimisverordening. Daar waar een specifieke vrijstellingsverordening van toepassing is, wordt niet getoetst aan de De-minimisverordening of andere vrijstellingsverordeningen. Dit betreft de paragrafen 2.2, 2.3, 3.2, 4.5, 4.7, 4.10, 6.12, 6.15, 6.16 en 6.18.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een enkel geval worden aanvragen getoetst aan andere regels omtrent staatssteun, of zijn voorwaarden die zijn opgenomen in een goedkeurend besluit van de Europese Commissie als voorwaarden in de regels overgenomen. Op die manier wordt verzekerd dat geen ongeoorloofde staatssteun wordt verleend. Het betreft de paragrafen 4.4, 4.8 en 4.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor aanvragen onder de paragrafen 2.8, 2.9 en 6.5 (artikel 6.25) geldt maatwerk. Voor de verschillende typen aanvragen gelden andere staatssteunoplossingen. Dit wordt per aanvraag beoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor alle overige paragrafen geldt dat indien de subsidie valt binnen de reikwijdte van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en er geen andere staatssteungrondslag is, zij alleen kan worden verstrekt in overeenstemming met de De-minimisverordening. Op grond van die verordening bedraagt de totale overheidssteun maximaal € 200.000 over een periode van drie jaren. De verordening bevat een aantal (procedurele) voorwaarden waaraan in alle gevallen moet worden voldaan. Het proces van subsidieverlening bij de provincie Gelderland is zodanig ingericht dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Voor subsidie op grond van de paragrafen 2.4, 2.5, 3.3, 4.2, 5.8, 5.9, 6.8, 6.9, 6.10, 6.12a, 6.22, 6.24, 6.26 en 6.27 is expliciet geregeld dat die slechts wordt verstrekt met inachtneming van de De-minimisverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het melden van een voorgenomen activiteit bij de Europese Commissie met als doel goedkeuring te verkrijgen voor een subsidie komt in de provinciale praktijk niet voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij subsidietenders moet op transparante wijze een onderlinge beoordeling van de aanvragen plaatsvinden. De aanvragen worden als het ware bevroren op het moment van sluiting van de openstellingsperiode. Dit betekent dat aanvragers na deze datum geen gelegenheid meer hebben om onvolledige aanvragen te completeren. De onvolledigheid kan gelegen zijn in het niet bijvoegen van verplichte bijlagen, in het niet onderbouwen van kosten van activiteiten op de begroting of het niet voldoen aan criteria die in de betrokken regels zijn opgenomen. Wanneer een onderdeel van de begroting niet is onderbouwd kan niet beoordeeld worden of de daarbij behorende actiteiten ook daadwerkelijk subsidiabel zijn. Vaste praktijk is dat aanvragers die ten minste 10 werkdagen voor de sluiting van de aanvraagperiode een aanvraag indienen, in de gelegenheid worden gesteld hun aanvraag te completeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragers die later een aanvraag indienen, ontnemen zichzelf de mogelijkheid om aanvragen aan te vullen. Een aanvulling na de sluitingsdatum is in strijd met de transparantie van de onderlinge beoordeling van de aanvragen. Artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht kan in deze situatie praktisch gezien niet worden toegepast. Om die reden is het zesde lid opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fort Asperen - gemeente Geldermalsen - Complexnummer 531771;</p>\n<p class=\"lf-p\">Fort de Nieuwe Steeg - gemeente Lingewaal - Complexnummer 531807;</p>\n<p class=\"lf-p\">Fort Vuren - gemeente Lingewaal - Complexnummer 531890;</p>\n<p class=\"lf-p\">Werk op de Spoorweg bij de Diefdijk - gemeente Geldermalsen - Complexnummer 531760;</p>\n<p class=\"lf-p\">Batterij onder Poederoijen - gemeente Zaltbommel - Complexnummer 531925;</p>\n<p class=\"lf-p\">Batterij onder Brakel - gemeente Zaltbommel - Complexnummer 531918;</p>\n<p class=\"lf-p\">Fort Everdingen - gemeenten Vianen en Culemborg - Complexnummers 531650 en 531840.</p>\n<p class=\"lf-p\">Procesbegeleidingsactiviteiten kunnen zijn:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Het opstellen van een gezamenlijk programma van eisen van het collectief</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Het opstellen schetsontwerp en bouwkostenraming</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Het opstellen van het projectplan</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Het begeleiden en ondersteunen van het collectief in overleg met betrokken partijen in deze haalbaarheidsfase</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Het bewaken van een kostenbegroting, planning en kwaliteit Met de subsidieverstrekking wordt beoogd doelstellingen van het project Beleef de Waal te realiseren. De doelen van het project Beleef de Waal zijn:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>het invulling geven aan de belevingsdoelen van WaalWeelde (recreatie en toerisme, cultuur en cultuurhistorie);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>het versterken van de beleefbaarheid en beleving van de rivier de Waal en haar oevers;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>het ondersteunen van de ontwikkeling van duurzame vormen van toerisme langs de Waal;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>als bijeffect het creëren van draagvlak voor herinrichtingsprojecten en gebiedsontwikkelingen die de komende jaren langs de Waal worden uitgevoerd.</div>\n<p class=\"lf-p\">De subsidies zijn gericht op het verder uitbouwen en versterken van de samenwerking tussen initiatiefnemers in het gebied, op het ondersteunen van initiatieven op het gebied van toerisme die passen in een duurzame ontwikkeling van het gebied en passen bij de versterking van de beleefbaarheid en de beleving van de Waal en haar oevers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vertierplekken geven een gelegenheid om bij de Waal te recreëren en de rivier te beleven. De minimale inrichting van de vertierplekken sluit aan bij het streven naar duurzaam toerisme waarbij zorg voor bestaande natuur- en cultuurwaarden nadrukkelijk een plaats krijgt. Een vertierplek is dus nadrukkelijk niet een recreatieplek met voorzieningen zoals speelvoorzieningen, steigers, badhokjes, zitmeubilair en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidiëren van producten en arrangementen bevordert de samenwerking tussen recreatieondernemers en levert daarmee een bijdrage aan een duurzame toeristisch-economische ontwikkeling in het gebied. Te denken valt aan een overnachtingsarrangement waarbij de exploitant in samenwerking met andere ondernemers een georganiseerde fietstocht met picknick aanbiedt of een wandelroute van meerdere dagen met diverse overnachtingen en een aanbod van lunches &amp; diners tegen gereduceerd tarief bij diverse gelegenheden die de wandelaars onderweg tegenkomen. De betrokkenheid van lokale ondernemers draagt bij aan de duurzaamheid van de toeristische sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreid over de Waal zijn er meerdere veerverbindingen. Subsidies worden verstrekt voor het opzetten en ontwikkelen van samenwerkingsverbanden tussen ondernemers die het doel hebben in het gebied bij en tussen twee veerverbindingen een interessant vrijetijdsaanbod voor inwoners van Gelderland en toeristen te creëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een duurzame toeristisch-economische ontwikkeling in het gebied is een langdurige betrokkenheid van gemeenten, personen en rechtspersonen noodzakelijk. Een subsidie wordt daarom alleen verleend aan rechtspersonen waarvan aangenomen kan worden dat zij een langdurige verbinding met het WaalWeeldegebied bewerkstelligen en zo zullen bijdragen aan een duurzame ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor andere rechtspersonen dan gemeenten geldt dat zij niet per se gevestigd hoeven te zijn in het WaalWeeldegebied. Wanneer uit de doelstellingen en activiteiten van de rechtspersoon blijkt dat zij een bijdrage kunnen leveren aan Beleef de Waal, komen zij in aanmerking voor subsidie. Te denken valt aan rechtspersonen in de sector van de vrijetijdseconomie (bijvoorbeeld campinghouder, fietsen- of kanoverhuurbedrijf) die net buiten het WaalWeeldegebied gevestigd zijn en die toeristische activiteiten willen ontplooien in het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Draagvlak voor de activiteiten bij het plaatselijk bestuur is van belang bij het ontwikkelen van een duurzame vrijetijdseconomie. Daarom wordt een schriftelijke verklaring van een betrokken college gevraagd, waarin wordt uitgesproken dat het college positief staat tegenover de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Een verklaring is niet vereist wanneer het een subsidie voor de ontwikkeling of het opzetten van een samenwerkingsverband betreft, omdat dit niet een activiteit is die zich in de openbare ruimte afspeelt en dus geen betrokkenheid van het gemeentebestuur vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 2.6 heeft tot doel de aanleg van tweesterren pleisterplaatsen te stimuleren. Daarom moet op de betreffende locatie nog niet alle voorzieningen als bedoeld in artikel 2.6.2, onder d, onderdelen i tot en met iv, aanwezig zijn. Na afloop van de subsidiabele activiteit moeten deze wel aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiermee wordt bedoeld de bodeminformatie op orde krijgen door invoeren volgens een uniform format in één systeem voor het kunnen uitwisselen en delen van bodemdata, zodat uitwisseling kan plaatsvinde nmet het provinciale bodeminformatiesysteem Squit Ibis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder een rapport kan bijvoorbeeld ook worden verstaan een visie, verkenning, oriëntatie, kaartenatlas of bodemboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het rapport kan bijvoorbeeld gericht zijn op: a. het in beeld brengen en delen van bodem- en ondergrondaspecten die gebruikt worden voor een planvormingstadium van een ruimtelijke ingreep, het opstellen van een ruimtelijke visie (omgevingsvisie of omgevingsplan) of bestemmingsplan. Hierbij kan deze informatie bijdragen aan: i. het beschouwen/meewegen in keuzes die worden gemaakt in de planvorming; of ii. input leveren of een voorbereiding zijn voor business cases voor gebiedsontwikkeling waarbodem- en ondergrondaspecten onderdeel van zijn; b. het bieden van een kennisfundament voor alle regionaal relevante ondergrondkwaliteiten; c. de ontwikkeling van een instrument om de ondergrondambitie te operationaliseren. Het ontwikkelen van een handelingskader, bedoeld als een instrument dat professionals en ook niet-professionals stimuleert en enthousiasmeert en verleidt om de schouders te zetten onder de ambitie om te komen tot een duurzaam en integraal gebruik en bescherming van de ondergrond in relatie tot integrale gebiedsontwikkeling en gebiedsbeheer in samenhang met de bovengrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder k wordt bedoeld bos- en landgoederen die deel uitmaken van de cultuurhistorie van Gelderland. Bos- en landgoederen kennen verschillende verschijningsvormen die samenhangen met de ontstaansgeschiedenis. Op het goed kan uitsluitend bos voorkomen. Maar een goed kan ook bestaan uit een combinatie van bos en agrarische percelen, met lanen en bijvoorbeeld een poel. Op bos- of landgoederen komt veelal een buitenplaats voor of andere bij het karakter van de onroerende zaak passende opstallen, maar dat is niet altijd het geval.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van cultuurhistorische landschapselementen onder m zijn bijvoorbeeld steilranden, grafheuvels, kerkenpaden, legakkers, terpen, wielen en kolken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen bedoeld onder jj zijn bijvoorbeeld een bos van geringe omvang, heggen, hagen, houtwallen en lanen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regulier onderhoud en beheer worden niet ondersteund. Achterstallig onderhoud wordt in beperkte mate ondersteund, namelijk als de activiteit bijdraagt aan een provinciale doelstelling en onmogelijk rendabel kan worden uitgevoerd. Met achterstallig onderhoud worden bedoeld: werkzaamheden die aanvullend op het reguliere beheer en onderhoud nodig zijn voor de instandhouding van het landschapselement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor aanleg van eenvoudige openbare onverharde paden als bedoeld in het eerste lid, onder d, is bedoeld om de toegankelijkheid en de mate waarin het landschap beleefd kan worden te vergroten. Het openbaar toegankelijk maken van het landschap is het primaire doel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenvoudige onverharde paden zijn paden die niet zijn voorzien van klinkers, asfalt, beton, puin, grind en dergelijke. Voorbeelden zijn zandpaden, graspaden of paden enkel voorzien van een toplaag van houtsnippers ter bevordering van de toegankelijkheid voor voetgangers.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid onder e worden met kleine recreatieve voorzieningen eenvoudige voorzieningen bedoeld waarmee het recreatief medegebruik op landgoederen wordt vergroot, zoals een bankje of een parkeervoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanleg van eenvoudige loopbruggen onder f wordt ondersteund met als doel de toegankelijkheid en het recreatief medegebruik van het landschap te vergroten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In veel landschapsplannen is betrokkenheid en participatie als bedoeld onder g een instrument om tot groene prestaties te komen. Activiteiten die daaraan bijdraagt kunnen worden gesubsidieerd. Denk bijvoorbeeld aan een informatieavond voor vrijwilligers die aan de slag willen in het landschap, of een interactief proces om samen met bewoners tot afspraken over realisatie van het landschapsplan te komen. Ook educatieve activiteiten om jongeren mee te nemen in het verhaal over het landschapkunnen worden gesubsidieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een landschapsplan als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden bestaande kwaliteiten van een landschap benoemd en de mogelijkheden geïnventariseerd om die kwaliteiten te behouden en te versterken door landschapsinrichting en beheer. Activiteiten die voortvloeien uit een landschapsplan dragen aantoonbaar en voor de lange termijn bij aan het behoud en versterking van de in het plan opgenomen landschappelijke kernkwaliteiten en zijn daarom subsidiabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van houtopstanden, rijbeplanting en hoogstamfruitgaarden zijn in het eerste lid, onder b, aanvullende voorwaarden opgenomen zodat deze landschapselementen onder de beschermende werking van de Boswet vallen en de instandhouding voor de lange termijn is geborgd. Voor hagen en heggen gelden geen aanvullende eisen omdat hagen en heggen karakteristiek kunnen zijn zonder een bepaalde minimale omvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een poel moet voor de lange termijn in stand te houden zijn. Omdat bij een diepe grondwatertrap de poel opdroogt, wordt in het eerste lid, onder c, de voorwaarde gesteld van een grondwatertrap 3 of minder. Dat betekent dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand zich op 20 cm onder maaiveld bevindt en de gemiddelde laagste grondwaterstand op 90 cm beneden maaiveld of daarmee vergelijkbare situaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De achtergrond van het eerste lid, onder d, is dat als het aanleggen van heggen en hagen binnen de EHS een provinciale doelstelling is, dit is gevat in het Natuurbeheerplan. Ondersteuning daarvan vindtplaats vanuit andere regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Normenboek Natuur, Bos en Landschap van Alterra wordt gehanteerd om met initiatiefnemers op gelijke wijze subsidieafspraken te kunnen maken. In het Normenboek staan tijd- en kostennormen voor maatregelen die in natuur, bos en landschap worden uitgevoerd. Het Normenboek is te bestellen op de website www.normenboek.nl. en is in te zien bij de provincie. De normen zijn marktconform en worden elke 2 jaar geactualiseerd. Voor de aanvraag dient de jaargang van de datum van de subsidieaanvraag te worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij nodigen landgoedeigenaren uit planmatig aan landschapskwaliteiten te werken. Daarom dient een landgoedvisie of landgoedplan als bedoeld in het tweede lid als basis voor de aanvraag. In het plan wordt een beeld geschetst van de activiteiten die nu en in de toekomst nodig zijn om op het goed de voorkomende kwaliteiten voor de lange termijn in stand te houden of verder te versterken. Er worden geen verdere voorwaarden gesteld aan het plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten die worden gemaakt voor natuurontwikkeling binnen de EHS zoals bedoeld in het Natuurbeheerplan Gelderland, met uitzondering van kosten die worden gemaakt voor de aanleg en voor het wegwerken van achterstallig onderhoud aan poelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestaande landschapsplannen en landgoedplannen dienen als basis voor een subsidieaanvraag. Er wordt geen nadere uitwerking gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Nationale Landschappen zijn symbolen van de diversiteit van het Gelderse landschap, daarom hebben ze in de regeling ruimere mogelijkheden in de vorm van een hoger subsidiepercentage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regeling ondersteunt in het tweede lid gemeenten die planmatig uitvoering willen geven aan hun landschapsplannen. Het is mogelijk om afspraken te maken voor een planperiode van maximaal vierjaar. Met de ondergrens nodigen we gemeenten uit om voor die periode een behoorlijke ambitie vast te leggen. De bovengrens is bedoeld om met de beschikbare middelen een groot deel van Gelderlandte kunnen bedienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regeling ondersteunt in het derde lid landgoedeigenaren die planmatig uitvoering willen geven aan hun landgoedplannen. Zij kunnen rekenen op 75% subsidie. Het is mogelijk om afspraken te maken voor een planperiode van maximaal vier jaar. Met de ondergrens nodigen we eigenaren uit om voor die periode een behoorlijke ambitie vast te leggen. De bovengrens is bedoeld om met de beschikbare middelen een groot deel van Gelderland te kunnen bedienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van faunavoorzieningen zijn: a. amfibiën- en dassentunnels; b. herpetoducten; c. verkeersmaatregelen bij gelijkvloerse oversteken, waaronder snelheidsverlaging en waarschuwingssystemen; d. vispassages; e. loopplanken; f. faunauittreeplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie is beschikbaar voor de verwerving van een natuurambitieterrein of voor de beëindiging van een pachtovereenkomst die nog van toepassing is op een natuurambititieterrein. Daarnaast is het mogelijk om subsidie te verkrijgen op de waarde daling van gebouwen als verwerving van deze gebouwen onlosmakelijk en aantoonbaar gekoppeld is aan de verwerving van het natuurambitieterrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie op de waardedaling van gebouwen wordt slechts verstrekt als het natuurambitieterrein waar de gebouwen aan zijn gekoppeld tenminste 20 ha bedraagt en door Gedeputeerde Staten een natuurontwikkelplan is vastgesteld voor een gebied waarbinnen het betreffende natuurterrein met gebouwen liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In lijn met het besluit van de Europese Commissie van 13 juli 2011 (N308/2010) kan op grond van de regeling in beginsel aan eenieder subsidie worden verleend die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten. Dat betekent dat een aanvrager over voldoende deskundigheid moet beschikken of externe deskundigheid moet inschakelen. Voor de vraag wie in aanmerking komt voor subsidie, is onder meer van belang welk type natuurbeheer is voorgeschreven. Complexe natuurbeheertypen stellen hogere eisen dan eenvoudiger typen. In voorkomend geval zal van een aanvrager een nadere onderbouwing van zijn aanvraag worden verlangd om te bepalen of die aanvrager aan de regeling op dit onderdeel voldoet, bijvoorbeeld in de vorm van een plan van aanpak. Met de Europese Commissie zijn Gedeputeerde Staten van oordeel dat de regeling een goed evenwicht bevat tussen de behoefte aan rechtszekerheid en de wens geen aanvragers op voorhand uit te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het eerste lid, onder a, is de subsidieontvanger verplicht het verworven terrein direct na verwerving of pachtvrij maken als natuur te beheren. De wijze van beheer is mede afhankelijk van het natuurdoeltype en het daarbij behorende gebruik. Mits daardoor het gebruik conform natuurbeheertype niet in gevaar komt, kan beperkt afgeleid landbouwkundig gebruik verenigbaar zijn met de regeling op dit punt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts is de subsidieontvanger op grond van het eerste lid, onder c, verplicht het verworven terrein binnen twee jaar na verwerving of pachtvrij maken overeenkomstig het beheertype te beheren. Bij dit beheer kan beperkt afgeleid landbouwkundig gebruik verenigbaar zijn mits daardoor het voorgeschreven natuurbeheertype niet in gevaar komt. Voor zover noodzakelijk worden in de beschikking tot subsidieverlening hieromtrent verplichtingen opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het wijzigen van de bestemming staat in het eerste lid, onder f, geen termijn. Indien het uit een oogpunt van doelmatigheid aangewezen is om een bestemmingswijziging te koppelen aan een algehele wijziging, kan daar ruimte voor zijn. Gedeputeerde Staten hechten eraan dat het GNN ook in de bestemmingsplannen is verankerd, dus los van privaatrechtelijke bedingen ten aanzien van het gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het achtste lid wordt met een gescheiden boekhouding het volgende bedoeld. De Europese Commissie heeft in haar besluit van 13 juli 2011 (N308/2010) de aankoop van terreinen voor de realisering van het GNN gekwalificeerd als DAEB. Daarbij heeft zij als eis opgenomen dat wanneer een onderneming activiteiten verricht die zowel binnen als buiten de werkingssfeer van de DAEB vallen, in de interne boekhouding de kosten en de inkomsten die met die DAEB verband houden, en die welke met andere diensten verband houden, gescheiden moeten worden aangegeven alsmede de parameters voor de toerekening van die kosten en inkomsten. Deze eis is gebaseerd op de DAEB-kaderregeling (Mededelingvan de Commissie van 11 januari 2011, PbEU 2012, C8/15) en op Richtlijn 2006/111/EG van de Commissie van 16 november 2006, PbEG 2006, L318 (Transparantierichtlijn) die op dit onderdeel is geïmplementeerd in artikel 25b van de Mededingingswet. Uit deze bepalingen volgt dat de afgescheiden boekhouding zodanig is ingericht dat: a. de registratie van de lasten en baten van de DAEB gescheiden is van de overige activiteiten. De Transparantierichtlijn spreekt over interne rekeningen die voor verschillende activiteiten gescheiden moeten zijn. Dat dienen afzonderlijke en betrouwbare rekeningen te zijn; b. alle lasten en baten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, correct worden toegerekend; en c. de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de administratie wordt gevoerd, duidelijk zijn vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel hiervan is om te waarborgen dat de uit andere activiteiten resulterende kosten niet aan de DAEB inzake grondverwerving kunnen worden toegerekend. Op grond van artikel 25b, eerste lid, van de Mededingingswet bestaat de verplichting om de onder a, b en c genoemde gegevens ten minste vijf jaar te bewaren, gerekend vanaf het einde van het boekjaar waar de gegevens betrekking op hebben. Bovengenoemde verplichtingen gelden ook voor andere DAEB’s dan die in verband met grondverwervingvoor realisatie van het GNN.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per 1 januari 2016 is de Subsidieverordening kwaliteitsimpuls natuur en landschap Gelderland (SKNL) ingetrokken als separate subsidieverordening. Vanaf deze datum gelden voor functieverandering en inrichting van nieuwe en bestaande natuur de paragrafen 4.8 en 4.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeleid en bepaalt waar zij welke doelen wil realiseren en welke financiële middelen zij hiervoor inzet. De doelen zijn vastgelegd in de Beleidsuitwerking Natuur en Landschap en het provinciale Natuurbeheerplan dat uitwerking geeft aan de beleidsuitwerking. De Ambitiekaart van het Natuurbeheerplan beschrijft de beleidsdoelen ten aanzienvan de ontwikkeling van nieuwe natuur en vormt de basis voor de aanvraag van deze subsidies. Het soortenbeschermingsplan, de beheerplannen Natura 2000, de PAS-gebiedsanalyse en herstel van natte landnatuur uit de Omgevingsvisie vormen het beleidskader voor de subsidie voor kwaliteitsverbetering voor bestaand natuur.De omschrijving van de activiteiten geeft inzicht in de te onderscheiden activiteiten die voor subsidie in aanmerking kunnen komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor inrichting van nieuwe natuur. Nieuwe natuur aan te leggen in het kader van de Programmatisch Aanpak Stikstof (PAS) of Natura 2000 vallen onder deze activiteit. Daarnaast is subsidie mogelijk voor kwaliteitsverbetering in bestaande natuur voor: PAS-maatregelen, onderzoek en monitoring zoals in de PAS-gebiedsanalyse van de afzonderlijk PAS-gebieden is beschreven, voor Natura 2000 maatregelen, soortenbeschermingsmaatregelen en herstelmaatregelen voor natte landnatuur.Subsidie voor inrichting van nieuwe natuur is beschikbaar voor percelen die op de ambitiekaart als zodanig zijn aangegeven. Op de ambitiekaart is aangeven welk natuurbeheertype of welke indicatieve verhouding beheertypen gerealiseerd moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is mogelijk om af te wijken van de ambitiekaart, indien uit een landschap ecologische onderbouwing blijkt dat het aangegeven beheertype niet kan worden gerealiseerd of niet doelmatig is of dat natuur met een hogere kwaliteit mogelijk is. Gedeputeerde Staten kunnen dan subsidie verlenen voor het realiseren van een ander natuurbeheertype, mits het voorgestelde natuurbeheertype de natuurkwaliteit van het natuurgebied borgt. Voor programma aanvragen is de begrenzing als nieuwe natuur op de ambitiekaart het criterium voor het aanvragen van een subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan natuurlijke personen of rechtspersonen, die zeggenschap hebben over het terrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Gecertificeerde begunstigden kunnen daarnaast een programma aanvraag indienen voor gronden, waarover zij geen zeggenschap hebben. Bij de aanvraag dient dan wel een verklaring gevoegd zijn waarin de eigenaar aangeeft geen bezwaar te hebben tegen de inrichting als natuur.De subsidieontvanger is verplicht om de door de inrichting gerealiseerde natuur in stand te houden. Hiervoor kan een subsidie voor natuurbeheer op grond van de Subsidieverordening natuur en landschapsbeheer Gelderland 2016 worden aangevraagd.Indien de ontvanger een subsidie voor PAS maatregelen ontvangt is hij verplicht een gescheiden boekhouding te voeren. Dit betekent dat op projectniveau de kosten voor PAS-maatregelen in de boekhouding apart moeten worden bijgehouden. De reden hiervoor is dat de uitvoering van PAS-maatregelen wordt beschouwd als niet-economische activiteiten waarbij van staatssteun geen sprake is. Het houden van een gescheiden boekhouding heeft als doel deze activiteiten te kunnen onderscheiden van andere activiteiten van de aanvrager.Voor subsidie komt in aanmerking het verschil in marktwaarde voor en na functieverandering van landbouwgrond die wordt omgevormd naar natuurterrein. Hierbij wordt rekening gehouden met de feitelijke restwaarde van het natuurterrein, die bijvoorbeeld bij natuurlijke graslanden hoger is dan bij een moeras.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil in marktwaarde voor en na functieverandering wordt voor 100% gesubsidieerd, met eenmaximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien functieverandering onderdeel is van een wettelijke of contractuele verplichtingen zoals ontgronding of compensatie voor ruimtelijke ontwikkeling is geen subsidie mogelijk. Geen subsidie is mogelijk als de grond om niet is verkregen van de overheid, minder subsidie als deze voor minder dan de marktwaarde van de overheid is verkregen. In die gevallen heeft de eigenaar de gronden immers al met overheidssteun verkregen ten behoeve van natuurrealisatie.</p></div>", "next": 239378}