{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Bij de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft de gemeente de verantwoordelijkheid, maar ook de vrijheid gekregen om vast te stellen onder welke condities de burgers een beroep kunnen doen op het voorzieningenpakket. Dit houdt onder anderen in dat de gemeente de ruimte krijgt om de informatievoorziening maar ook de toegangsbewaking eenvoudiger op te zetten. Dit geldt voornamelijk voor de indicatieprocedures die onder de Wvg en de AWBZ gebruikelijk waren. De huidige vier voorzieningen in de Wmo. Vanuit het perspectief van de burger verandert voor een deel de toegang tot de zorg. Tot 1 januari 2007 liep de scheidslijn tussen toegang bij de gemeente (Wvg) en toegang via de Centraal indicatieorgaan Zorg (CIZ). De toegangscriteria zullen voortaan echter door de gemeente worden bepaald. Dit is een kans om onnodige bureaucratie voor burgers te voorkomen. Zijdelings voordeel daarbij is de mogelijkheid van een beperking van de administratieve lastendruk. In de Wvg is uitgebreid ervaring opgedaan met een zorgvuldige, snelle en onbureaucratische toekenning van voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wmo geeft aan deze oplossingsrichting nieuwe impuls. Onder indicatiestelling in de Wmo verstaan we het integraal benaderen van de hulpvraag van een burger, door het verstrekken van algemene of individuele voorzieningen, omdat hij niet in staat is om zelf een probleem op te lossen. Dit is wezenlijk anders dan de toekenning van een “verzekerd recht”. De Wmo vraagt van gemeenten dan ook een dubbele motivering: waarom al dan niet een voorziening én is het probleem van de burger opgelost. Gemeenten zijn nadrukkelijk niet verplicht om externe indicaties te laten stellen voor individuele Wmo-voorzieningen, maar ontwikkelt zelf een oplossing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wat betreft de positionering van de indicatiestelling wordt het aanbevolen om de indicatiestelling door de gemeente (lokaal loket) in combinatie met een extern adviesorgaan te laten uitvoeren. In de lijn met de visie op het lokaal loket wordt aanbevolen om aansluiting te zoeken met de Wvg praktijk waarin de gemeenten zelf de eenvoudige indicaties stellen en de meer complexe aanvragen door externe deskundige laten uitvoeren. Het streven daarbij is dat de burger geen enkele hinder ondervindt dat de toegang via verschillende instanties loopt. Veel waarde wordt gehecht aan een snelle en transparante indicering. De snelheid waarmee de ondersteuning tot stand komt is voor de burger erg belangrijk Te lange procedures kunnen de periode tussen aanmelding en daadwerkelijke ondersteuning onnodig verlengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het hanteren van een onderscheid in de enkelvoudige en meer complexe aanvragen is het voor de gemeente mogelijk een knip te leggen wanneer een indicatieadvies van een externe deskundige is vereist of dat via een eenvoudige procedure kan worden afgehandeld.Bij een eenvoudige indicatie zal meestal sprake zijn van het verstrekken van eenvoudige voorzieningen bv het realiseren van eenvoudige woningaanpassingen, standaard vervoersvoorzieningen inclusief collectieve voorzieningen. Wanneer het persoonlijke dienstverlening in de vorm van hulp bij het huishouden betreft, kan eveneens met een interne deskundige intakeprocedure voorkomen worden dat extern advies noodzakelijk is. Hierbij moet gedacht worden aan situaties waarbij het eenvoudig is vast te stellen dat bij de persoon sprake is van aantoonbare beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek. Hetzelfde geldt voor herindicaties of aanvragen voor kortdurende hulp. Bij de meer complexere aanvragen zal de interne deskundigheid niet toereikend zijn om de hulpvraag te kunnen beoordelen.Dit kan bijvoorbeeld zijn indien het gaat om de beoordeling of het wellicht om een progressief ziektebeeld gaat, waarbij het vooruitlopend op dit proces reeds eerder ingrijpende maatregelen genomen moeten worden dan op dat moment nodig lijkt. Ook geldt dit bij aanvragen die mogelijk op medische gronden worden afgewezen. Bij deze aanvragen is een onafhankelijk medisch advies nodig voor een goede besluitvorming en dubbele motivering van het besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indicatiestelling is onderdeel van een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Indien de klant/de burger het niet met het besluit eens is kan bezwaar gemaakt worden bij de gemeente. Ook dan zal externe advisering een rol spelen, met name vanuit het oogpunt van onafhankelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Professionele bemensingMen kan slechts aanspreekpunt zijn als men ook aanspreekbaar is op resultaten, zowel in positieve als in negatieve zin. Dit stelt eisen aan een professionele inrichting die de daarin werkzame personen goed outilleert. Aan deze personen worden uiteraard eisen gesteld voor wat betreft opleiding, ervaring en kunde. Kennis en vaardigheden worden doorlopend op peil gehouden. De mate waarin verantwoordelijkheid bij de betrokken personen wordt neergelegd, betekent ook dat het WMO-loket in de kern in ieder geval niet met vrijwilligers wordt bemenst. Dit neemt overigens niet weg dat juist bij ondersteuning en advisering er veel goed werk wordt verricht door vrijwilligers, die ook door hun grote aantal en hun plaatselijke bekendheid en aanwezigheid een zeer belangrijke rol spelen. Het Wmo-loket zal steunpunt kunnen zijn voor deze vrijwilligers en wellicht in een zekere vorm ook uitvalsbasis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen-welzijn-zorg coördinatorIn de afgelopen jaren is een uitgebreid netwerk binnen wonen, welzijn en zorg opgebouwd waarbinnen samengewerkt wordt t.b.v. van de klant. Het college heeft samen met vier andere gemeenten in het Land van Cuijk voor 2008 en zo mogelijk ook voor 2009 het project wwz-coördinatie voortgezet. De wwz-coördinator voor Boxmeer (28 uren per week) wordt als een vraagbaak van het lokale loket gezien. Met deze werkwijze is het loket ook zichtbaar als vooruitgeschoven post in de diverse kernen van de gemeente. De samenwerking is op dit punt geïntensiveerd. De samenwerking heeft vooral een praktisch op de dienstverlening aan de klant gericht karakter. Waar nodig worden nieuwe afspraken gemaakt over doorverwijzing en afstemming. Zoals met Pantein V&amp;V, tot eind 2007 uitvoerder van het project wwz-coördinator en met het Wmo-loket vanaf januari 2008 .De samenwerking met de Wmo-consulenten van het loket is inhoudelijk en gericht op onderlinge doorverwijzing. Met de vrijwillige ouderenadviseurs bestaan afspraken, maar is het goed om deze nog eens samen te actualiseren. Er zal zo min mogelijk deel worden genomen aan structurele overlegsituaties met een beleidsmatig karakter omwille van de beperkte formatie. Relevante signalen en knelpunten in de onderlinge afstemming zullen door Radius ingebracht worden in de lokale wwz-kernteams in de gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met wie werken we samen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkingspartners cliëntenondersteuningMomenteel zijn er veel instellingen die op enigerlei wijze actief zijn bij het bieden van cliëntenondersteuning. Een logische consequentie van het prestatieveld 3 is, dat de gemeente de onderscheiden inspanningen coördineert. De gemeente zal daarom vanuit de taakstelling van dit prestatieveld de samenwerking zoeken met organisaties die ondersteuning op het gebied van zorg bieden in de vorm van cliëntondersteuning. Onder cliëntondersteuning wordt verstaan de ondersteuning van de cliënt bij het maken van een keuze of het oplossen van een probleem. Cliëntondersteuning heeft de regieversterking van de cliënt (en zijn omgeving) tot doel teneinde de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie te bevorderen. Cliëntondersteuning wordt verleend door bijvoorbeeld• Algemeen Maatschappelijk Werk • Dichterbij (praktische vrijwillige thuishulp)• Feritas • GGZ• MEE• Pantein V&amp;V • Radius • Stichting Thuiszorg Brabant Noordoost (Steunpunt Mantelzorg)• SWOGB Als ambitie is verwoord om een regelloket in te richten voor alle dienstverlening aan burgers binnen het Wmo taakveld. Buiten de hierboven genoemde organisaties zijn er nog een aantal relevante partijen actief (mogelijk niet uitputtend), zoals:• De thuiszorgaanbieders • De indicatiestellers• De leveranciers van hulpmiddelen en voorzieningen • De informatie- en adviespunten• De AWBZ- zorginstellingen• De instellingen voor verslavingszorg Partners in het bredere veld van zorgverleningCentrale uitdaging is om het verbrokkelde en verkokerde zorgveld toegankelijker te maken en beter te laten functioneren door de partners op een lijn te brengen. We roepen in herinnering:De gemeente is aanspreekpunt en regievoerder voor de ondersteuning dichtbij huis (woningaanpassingen, sociale ondersteuning, lichte zorg). Het lokaal loket is een instrument voor deze regievoering en wel op twee niveaus. Een heldere, toegankelijke en uniforme toegang tot de zorg stopt niet bij het inrichten van het loket. De fase ná het loket is tenminste even belangrijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Wmo-loket zal voor de toegang tot de zorg uiteindelijk moeten functioneren als het contactpunt tussen “de instellingen” en de burger. Daarmee wordt het Wmo-loket een front-office voor deze instellingen. In verhoudingen tussen frontoffice en backoffice is het van essentieel belang om goede samenwerkingsafspraken te maken vertrekkend vanuit een gezamenlijk dienstverleningsconcept. Immers: de frontoffice en de back-office moeten dezelfde taal spreken. Zij moeten elkaar herkennen en erkennen in hun rol en positie, aan elkaar werk kunnen overdragen, een gezamenlijke boodschap uitdragen. Het kan en mag niet zo zijn dat het Wmo-loket niet kan uitdragen wat de achterliggende instelling doet, noch dat de achterliggende instelling iets anders doet dan het Wmo-loket uitdraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten zullen voor de toekomst de instellingen in het zorgveld (de Wmo-partners) derhalve moeten uitnodigen om deel te nemen in het concept van het Wmo-loket en mee te denken en mede vorm te geven aan het daaraan ten grondslag liggende dienstverleningsconcept. Dit is een gezamenlijke dialoog, die uitmondt in een gecoördineerd en daardoor herkenbaar en bereikbaar aanbod richting de burger. Het vertrekpunt is voor elke gemeente in het Land van Cuijk anders. De huidige inrichting van de dienstverlening bepaalt de startpositie om te komen tot een bredere invulling van het lokale loket. Deze richt zich op de informatievoorziening in het kader van de Wmo en dat is breder dan alleen de gemeentelijke voorzieningen die in de huidige loketten aanwezig zijn. Aangezien ook de gemeente Boxmeer vertrekt vanuit een “smallere” situatie wordt voorzien dat van een groeimodel sprake zal zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het procesHet WMO-loket is een groeimodel. Begonnen zal worden met het nader vormgeven van de bestaande oorspronkelijke Wvg-loketten en het herkenbaar maken daarvan als Wmo-loket. Het verdiepen en verbreden van dit loket zal vervolgens stapsgewijs plaatsvinden vanuit het betrekken van alle partners. Vanuit dit gezichtspunt wil de gemeente de betrokken partijen benaderen om mede vorm en inhoud te geven aan het lokaal loket. Met name gaat het daarbij om een gezamenlijk gedragen visie op het dienstverleningsconcept voor dit loket.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke middelen zijn hier voor nodig?De hulpvragers kunnen op dit moment terecht bij vrijwillige ouderenadviseurs. Daarnaast het Advies en Informatiepunt Boxmeer actief voor burgers met vragen. De kosten hiervan zijn verdisconteerd in subsidies aan de gelieerde instellingen. Zonder uitputtend te zijn kunnen de volgende (verzamelposten) in de begroting 2008 gelinkt worden aan dit prestatieveld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Loketfunctie Sociale Zaken € 391.090,--Digitale sociale kaart € 9.650,--Wonen-welzijn-zorg coördinatie € 100.021,-- 6.4. Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers Prestatieveld 4: Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligersMantelzorg is langdurende zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. De vrijwillige inzet van burgers, zowel informeel en ongeorganiseerd (kleinschalig burgerinitiatief) als in georganiseerd verband (vrijwilligersorganisaties en bijvoorbeeld sport), vormt een onmisbaar deel van de ‘civil society’. In de gemeente Boxmeer hebben veel mensen iets voor elkaar of voor de samenleving over. Over de hele gemeente gaat het over ruim 14.000 personen die zich inzetten om dit prettige leefklimaat in stand te houden. Onder vrijwillige inzet verstaan wij; “de inzet die onverplicht en onbetaald wordt verricht voor anderen of de samenleving”. Als gemeente willen wij de betrokkenheid en solidariteit onder burgers stimuleren door een vrijwilligersvriendelijk klimaat te creëren. Door de komst van de Wmo krijgt het vrijwilligersbeleid een wettelijk kader en is tevens de mantelzorg toegevoegd aan het gemeentelijk beleid. Daarbij gaat het in de regel om algemene beleidsmaatregelen en niet zozeer om individuele voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning van mantelzorgers is een aandachtsgebied waar de gemeenten tot voor kort weinig bemoeienis mee hadden. De financiering van bijvoorbeeld het Steunpunt Mantelzorg was een zaak van het Zorgkantoor. Met de invoering van de Wmo op 1 januari 2007 is dit veranderd en worden gemeenten zelf verantwoordelijk. Dit heeft begin 2007 geleid tot een notitie over het te voeren beleid met betrekking tot mantelzorgondersteuning. In deze notitie “Krachtdadig ondersteunen” wordt een start gemaakt met deze nieuwe verantwoordelijkheid. De notitie is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van de regionale projectgroep Wmo waarin de 5 gemeenten in het Land van Cuijk waren vertegenwoordigd. De aanbevelingen zijn op 6 februari 2007 door het college van burgemeester en wethouders in Boxmeer overgenomen. Als zodanig is destijds ook het gebruikelijke inspraak- en adviestraject met betrekking tot deze notitie gevolgd (regionale klantsupportgroep, lokale adviesraden). De notitie is bedoeld als deelnotitie (onderlegger) van dit integrale beleidsplan Wmo. De notitie Mantelzorg is/wordt hiermee onderdeel van het beleidsplan Wmo. De formele besluitvorming over de aanbevelingen voor mantelzorg door het college en gemeenteraad gebeurt dus nu bij de vaststelling van dit integrale beleidsplan Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is ten aanzien van het (lokaal) vrijwilligersbeleid op 9 februari 2006 reeds een afzonderlijke notitie door de gemeenteraad van Boxmeer vastgesteld. Deze notitie “De onmisbare schakel” is uitgangspunt voor de integrale benadering van lokale vrijwilligers in het kader van dit beleidsplan Wmo. De belangrijke aandachtspunten in het kader van lokaal vrijwilligersbeleid zullen daarom na de aspecten rondom mantelzorgondersteuning bij dit prestatieveld nogmaals worden aangehaald.Het wettelijk kaderDe centrale boodschap van de Wet maatschappelijke ondersteuning is “meedoen”. Dit doel wordt bereikt door de zorg en ondersteuning aan burgers op een andere manier te regelen. Er is een krachtige, sociale structuur nodig, waar zelforganisatie, maatschappelijke binding en eigen verantwoordelijkheid een belangrijke plaats innemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarvoor is een samenhangend beleid van belang op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, wonen en welzijn én op aanpalende terreinen. Burgers zullen een grotere eigen verantwoordelijkheid moeten nemen, als het gaat om ondersteuning en zorg. Daarbij denkt de wetgever aan een grotere inzet van de eigen sociale omgeving (bieden van gebruikelijke zorg, mantelzorg, zorg door vrienden en buurtgenoten), het benutten van vrijwilligerswerk en het inzetten van eigen (financiële) middelen voor het aanpassen van de woning en het verwerven van de nodige diensten en zorg. Pas als deze mogelijkheden aangewend zijn, kan de burger een beroep doen op de mogelijkheden die de gemeente biedt (vangnet functie).</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente moet hierop in samenwerking met (professionele) aanbieders beleid maken, omdat deze een geheel eigen verantwoordelijkheid (en belang) hebben bij het in stand houden van de mantelzorg en het vrijwilligerswerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4.1. MantelzorgbeleidHoe staan we er nu voor in het kader van de mantelzorgondersteuning?</p>\n<p class=\"lf-p\">De rol van de mantelzorgers evenals die van vrijwilligers krijgt binnen het gemeentelijke Wmo-beleid een centrale plaats. Want mensen dienen zoveel mogelijk hun eigen problemen op te lossen of hun eigen hulp te organiseren, eventueel met hulp van familie, vrienden of vrijwilligers. Mantelzorg en vrijwilligerswerk worden in de Wmo als prestatieveld in een adem genoemd. Het grote verschil tussen mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg en ondersteuning is dat vrijwilligers zelf hiervoor kiezen op basis van eigen overwegingen en verwachtingen. Ze werken veelal voor vreemden. Mantelzorgers werken binnen de eigen familie en kiezen niet of maar zeer ten dele voor het werk. De eigen verwachtingen en wensen worden vaak ondergeschikt gemaakt aan het verlenen van de zorg, met andere woorden: ‘mantelzorg overkomt je’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondanks de nauwe relatie tussen mantelzorg en vrijwilligerswerk in zorg, welzijn en dienstverlening is de notitie “Krachtdadig ondersteunen” specifiek gericht op het domein van de mantelzorg. De mantelzorg verdient het om afzonderlijk belicht te worden vanwege de gevolgen van de invoering van de Wmo op 1 januari 2007 voor de verleners en ontvangers van mantelzorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Steunpunt Mantelzorg Land van CuijkIn het Steunpunt Mantelzorg Land van Cuijk zijn twee medewerkers in dienst voor ieder 20 uur per week. Het steunpunt is ondergebracht bij Stichting Thuiszorg. De financiering gebeurde tot 1 januari 2007 vanuit de CVTM-gelden (Coördinatie Vrijwillige Thuiszorg en Mantelzorg) van het Zorgkantoor. Op 1 januari 2007 is deze subsidieregeling overgegaan naar de gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar willen we naartoe in het kader van de mantelzorgondersteuning?Ontwikkelingen in mantelzorg in het Land van CuijkBij mantelzorg gaat het om het verlenen van zorg die mensen op vrijwillige basis, dus niet in professioneel verband, verlenen aan (oudere) mensen of mensen met chronische ziekte of handicap, die voortvloeit uit de sociale relatie die men met elkaar heeft. Het gaat om het bieden van extra zorg die qua duur en qua intensiteit de normale gang van zaken in het huishouden overstijgt. Mantelzorg is dus zorg die veelal verleend wordt door directe familieleden zoals partner, kind of ouder maar ook door buren en vrienden. Voor het verlenen van deze zorg wordt niet gekozen, maar deze vloeit voort uit de sociale relatie en het is daarom moeilijk of onmogelijk om je aan deze verantwoordelijkheid te onttrekken. De mantelzorg neemt in de loop van de tijd stapsgewijs toe, zonder dat er voldoende sprake is van ontlasting door andere betrokkenen (familieleden, vrijwilligerswerk of professionele ondersteuning). In veel gevallen is het einde van de zorgverlening niet te bepalen. Door het verlenen van langdurige en intensieve mantelzorg levert de mantelzorger vaak een deel van het eigen leven in waardoor de eigen behoeften en de sociale ontwikkeling onder druk komt te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tegenstelling tot dat wat vaak gedacht wordt is het niet zo dat er in deze tijd minder mantelzorg wordt verleend dan vroeger. Het belang van mantelzorg blijkt wel uit het feit dat 80% van de zorg wordt verleend door mantelzorgers. In het land van Cuijk blijkt dat 32,8% van de ouderen/mensen met een beperking een beroep doen op mantelzorg, terwijl 18,5% een beroep doet op professionele zorg (thuiszorg etc.).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Boxmeer levert dit volgens de gegevens in de notitie het volgende beeld op ten aanzien van mantelzorg:</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwoneraantal (2005): 29.158Aantal inwoners 20+: 21.631Aantal mantelzorgers: 4.543Inzet 5 uur per dag (20%): 909 Inzet 6 uur per week (56%): 2.544Inzet 8 uur per maand (18%): 818Inzet 36 uur per jaar (6%): 273 Praktische Thuishulp (PTH)Hoewel Praktische Thuishulp Brabant Noordoost en Noordelijk Noord Limburg als vrijwilligersorganisatie deel uit maakt van het samenwerkingsverband van het Steunpunt Mantelzorg is afzonderlijke vermelding op zijn plaats al was het maar vanwege de financiële verantwoordelijkheid in 2007, die eveneens van het Zorgkantoor over gaat naar de gemeenten. PTH biedt door middel van oppas, aanwezigheidshulp, speelhulp, hulp bij activiteiten, licht verzorgende hulp, vervoer en gastgezinnen aan de mantelzorger de mogelijkheid even tijd voor zich zelf te hebben. Het gaat altijd om hulpvragen zonder indicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alzheimer CaféHet Alzheimer Café is een trefpunt voor mensen met dementie, hun partners, familieleden en vrienden. Ook hulpverleners en andere belangstellenden zijn welkom. De gasten praten met elkaar over de dingen die ze meemaken, over dementie en over mogelijkheden voor hulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Project De Vriendendienst van de GGZIndien gewenst zoekt GGZ een maatje bij iemand met chronisch psychiatrische klachten om kwaliteit van leven van persoon met klachten te verbeteren en tegelijkertijd mantelzorgers te ontlasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Stichting Welzijn Ouderen Land van CuijkDe RSWO is verantwoordelijk voor de uitvoering van het project Coördinatie Oppasdienst voor ouderen. Met inzet van vrijwilligers wordt de taak van mantelzorgers (partners, huisgenoten of kinderen) die belast zijn met de zorg voor thuiswonende hulpbehoevende ouderen verlicht. Gedurende een of indien nodig meerdere dagdelen in de week neemt de vrijwilliger de zorg over, waarvoor een geringe bijdrage wordt betaald. Het gaat om aanwezigheidshulp en de daarbij horende verzorgingstaken, maar niet om huishoudelijke taken. De Coördinatie Oppasdienst voor ouderen werd betaald door het Zorgkantoor. Vanaf 1 januari 2007 zijn gemeenten financieel verantwoordelijk. De oppasdiensten worden momenteel alleen geboden in Boxmeer en Cuijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvattend:Als (oudere) mantelzorgers hulp bieden, is dat dus vaak voor een langere periode onder andere omdat de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Door de medische mogelijkheden is de gemiddelde levensverwachting van alle mensen toegenomen. Daarbij denken we niet uitsluitend aan ouderen maar ook aan mensen met lichamelijke, verstandelijke en/of psychiatrische beperkingen en mensen met een chronische en/of terminale ziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zowel landelijk, provinciaal als regionaal wordt extra inzet gepleegd op de positie van de jonge mantelzorgers, allochtone mantelzorgers en mantelzorgers bij mensen met psychische en/of psychiatrische problematiek. Bij deze groepen is de dreiging van overbelasting vaak het grootst. Dit is o.a. terug te voeren op het feit dat in deze situatie vaak sprake is van een combinatie van mantelzorg, school en/of een betaalde baan en een grotere psychische belasting. Uit gegevens van de provincie blijkt dat 1 op de 10 jongeren mantelzorger is d.w.z. betrokken bij een familielid (ouder, broer of zus) die zorg behoeft van de eigen familie. Daarnaast is het belangrijk om activiteiten te stimuleren waardoor de mantelzorgers worden ontlast, waardoor hulp langer kan worden geboden. De aandacht moet zich niet per definitie richten op méér inzet van de mantelzorg, maar op het ontlasten van mantelzorgers en het (her)verdelen van de lasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Steunpunt Mantelzorg is dé organisatie als het gaat om ondersteuning voor mantelzorgers. De voorlichtingcampagne “jongeren zonder zorgen” is inmiddels afgerond. Door deze campagne is er meer aandacht geweest voor jongere mantelzorgers. Respijtweekenden zijn georganiseerd om ondersteuningsbehoeften te peilen. Daarnaast anticipeert het Steunpunt op de landelijke en regionale ontwikkelingen op het gebied van mantelzorg. Het Steunpunt kan de wensen en behoeften van de doelgroep signaleren. De gemeente(n) stellen in haar subsidieopdracht(en) in goed overleg met het Steunpunt eisen ten aanzien van de activiteiten van het Steunpunt richting mantelzorgers. In 2007 is voor het eerst een waardering vanuit de landelijke overheid richting mantelzorgers gegevens via een individuele financieel gebaar in de vorm van een mantelzorgcompliment.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbevelingen voor ondersteuning mantelzorgIn de notitie mantelzorg “Krachtdadig ondersteunen” worden twaalf aanbevelingen gedaan om tot feitelijke ondersteuning te komen. Hieronder volgt hiervan een overzicht:1. Om de hulp en zorg door de familie te ondersteunen en overbelasting te voorkomen is een ruimhartige interpretatie van het begrip “gebruikelijke zorg” als preventie en als een steun in de rug voor hen die deze gebruikelijke zorg leveren, nodig.2. De bijzondere aandacht van het Steunpunt Mantelzorg voor de “verborgen” groep mantelzorgers, het overnemen van regeltaken, het verruimen van de mogelijkheden van respijtzorg en het bereiken van de specifieke doelgroepen dient breed ondersteund te worden.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afstemming van voorlichting, advisering en begeleiding van de mantelzorgers met alle relevante partijen zoals het Steunpunt mantelzorg, ouderenwerkers, ouderenadviseurs, WWZ-coördinatoren, zorgconsulenten etc. blijft een punt van aandacht.4. Zorg ervoor dat in het te realiseren Wmo-loket mantelzorg in de systeembenadering zit.5. De gemeente bevordert de onderlinge samenwerking tussen het Steunpunt Mantelzorg Land van Cuijk, de steunpunten voor vrijwilligerswerk en andere betrokken partijen, zowel vrijwilligersorganisaties als professionals in zorg en welzijn.6. Mantelzorg dient vertegenwoordigd te blijven in de Wmo-advies- c.q. participatieraden7. Bij de indicatiestelling wordt rekening gehouden met de inbreng van de mantelzorger.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mantelzorgers dienen actief gewezen/geïnformeerd te worden over de mogelijkheden voor het aanpassen van de woning.9. De mogelijkheden voor het lenen van materialen zoals ziekenhuisbedden etc, moeten beter bekend worden gemaakt bij de mantelzorger en deze voorzieningen moeten snel ingezet kunnen worden.10. Onderzoek hoe de wenselijkheid van mantelzorg zich verhoudt tot het beginsel van economische zelfredzaamheid en welke afstemming nodig is. Tref daarbij ook voorzieningen voor het parttime bijhouden of verwerven van arbeidsmarktgerichte competenties tijdens een periode van mantelzorg. Overweeg eventueel ontheffing van de sollicitatieplicht als iemand mantelzorg verleent.11. Ter voorkoming van overbelasting van de mantelzorger en mensen die gebruikelijke zorg leveren dient het steunpunt Mantelzorg samen met betrokken professionele zorgaanbieders en zorg gerelateerde vrijwilligers te beschikken over een adequaat systeem voor het registreren van signalen uit de omgeving van degene die zorg ontvangt, zoals kinderen, ouders, partner en overige familieleden of vrienden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wordt rekening gehouden met regels die in het kader van privacy gelden.12. In het belang van de mantelzorg wordt het beleid van het Steunpunt Mantelzorg om voldoende mogelijkheden voor respijtzorg voor de regio te realiseren onderschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met wie werken we samen in het kader van de mantelzorgondersteuning?In het Land van Cuijk is het Steunpunt Mantelzorg actief. Het betreft een samenwerkingsverband van Pantein Verpleging en Verzorging, GGZ Centrum Land van Cuijk, Regionale Stichtingen Welzijn Ouderen Land van Cuijk, MEE, Dichterbij, Praktische Thuishulp Brabant Noordoost, Stichting Thuiszorg Brabant Noordoost. Het Steunpunt Mantelzorg Land van Cuijk is vertegenwoordigd in het Platform Belangenbehartiging Mantelzorg Noordoost-Brabant. Daarnaast zijn in onze gemeente vrijwilligersorganisaties actief op het terrein van mantelzorgondersteuning zoals het Rode Kruis en de Zonnebloem. Ook individuele mantelzorginitiatieven dragen hun steentje bij aan een breed ondersteuningsaanbod op dit terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke middelen zijn nodig in het kader van de mantelzorg?De gemeente Boxmeer ondersteunt in financiële zin het Steunpunt Mantelzorg in haar regionale functie en activiteiten. In 2008 zijn er aanvullende mogelijkheden geboden voor het Steunpunt Mantelzorg om extra ondersteuning te bieden aan de doelgroep. De gemeente Boxmeer heeft eveneens mogelijkheden geboden aan initiatiefnemers om bijzondere mantelzorgprojecten financieel te ondersteunen in de gemeente. Zonder uitputtend te zijn kunnen de volgende (verzamelposten) in de begroting 2008 gelinkt worden aan dit prestatieveld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandeel Boxmeer in het Steunpunt Mantelzorg € 41.000,--Initiatieven mantelzorg € 34.000,--Aandeel Boxmeer in Praktische thuishulp € 16.694,--Aandeel Boxmeer in project vriendendienst GGZ € 13.650,--Stichting Voor en Door € 4.140,--Coördinatie activerend huisbezoek en ouderenoppas € 28.842,-- 6.4.2. Vrijwilligersbeleid Hoe staan we er nu voor in het kader van het vrijwilligersbeleid?</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijwilligers vervullen in onze gemeente met haar elf dorpskernen een belangrijke rol. De betrokkenheid van de inwoners bij de eigen leefomgeving is groot. Inwoners zijn bereid zich in te zetten voor elkaar en voor de gemeenschap. Dit zorgt ervoor dat Boxmeer een gemeente is waar het prettig wonen is. Er is een bloeiend verenigingsleven en er worden talloze activiteiten georganiseerd die de gelegenheid bieden elkaar te ontmoeten. Vrijwilligers spelen hierin een belangrijke rol. Zonder de vrijwilligers zou de sociale infrastructuur als een kaartenhuis in elkaar storten. Vrijwilligers vormen de onmisbare schakel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Boxmeer gaat het om ruim 14.000 personen die zich inzetten om dit prettige leefklimaat in stand te houden. Als gemeente willen we deze vrijwilligers zoveel mogelijk ondersteunen zodat zij zich ook in de toekomst willen blijven inzetten voor de gemeenschap. Het uiteindelijke doel van het Boxmeerse vrijwilligersbeleid is de positie van het vrijwilligerswerk te versterken door vrijwilligers te ondersteunen en te stimuleren. Dat willen wij doen op basis van wensen en knelpunten en aanbevelingen vanuit het vrijwilligerswerk zelf. De beleidsnotitie “De onmisbare schakel” heeft daarvoor de basis gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijwilligerswerk is van groot belang voor de gemeenschap, de gemeente Boxmeer en de vrijwilligers zelf. De gemeenschap vaart wel bij een actief verenigingsleven en bij mensen die zich inzetten voor elkaar. Vrijwilligers leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid in de kernen en voor vrijwilligers zelf kan het werk bijdragen aan een nuttige vrijetijdsbesteding, ontmoeting met anderen en zelfontplooiing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot nu toe worden vrijwilligers op diverse manieren vanuit diverse terreinen van het gemeentelijk beleid ondersteund, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van accommodaties of subsidies. De gemeentelijke bemoeienis met vrijwilligerswerk is echter in de loop der jaren met stukjes en beetjes ontstaan. Er was behoefte aan een samenhangend vrijwilligersbeleid waarin het vrijwilligerswerk vanuit een breed kader wordt belicht. Een beleid dat erop is gericht knelpunten op te lossen waarmee de waardering vanuit de gemeente voor vrijwilligerswerk het beste tot uitdrukking zou komen. Vanuit die gedachte is de beleidsnotitie “De onmisbare schakel” op 9 februari 2006 door de gemeenteraad van Boxmeer vastgesteld. De nota heeft betrekking op vrijwilligers in zowel georganiseerd als ongeorganiseerd verband.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar willen we naartoe in het kader van het vrijwilligersbeleid?In de notitie worden een aantal aanbevelingen gedaan waarmee vorm en inhoud gegeven kan worden aan het vrijwilligersbeleid in de gemeente Boxmeer. Deze zijn totstandgekomen op basis van de resultaten van de bijeenkomsten met klankbordgroep vrijwilligersbeleid en de bijeenkomst met het vrijwillig jeugd- en jongerenwerk (lagerhuisdiscussie) en algemeen gesignaleerde trends in vrijwilligerswerk en literatuurstudie. In 2006 is gestart met de uitvoering van deze aanbevelingen. Daartoe is een actieplan opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbevelingen voor ondersteuning vrijwilligersIn de nota lokaal vrijwilligersbeleid “De onmisbare schakel” worden zeven aanbevelingen gedaan om tot feitelijke ondersteuning te komen. Deze aanbevelingen zijn inmiddels allemaal nader vorm gegeven. Hieronder volgt hiervan een overzicht:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De klankbordgroep vrijwilligersbeleid heeft zich unaniem uitgesproken voor het instellen van een vrijwilligerssteunpunt als eerste prioriteit van het vrijwilligersbeleid. Een steunpunt met een brede functie. Het steunpunt wordt bemand door een professional, bijgestaan door vrijwilligers. Het steunpunt wordt door een vrijwilligersplatform aangestuurd, zodat vraag (vanuit vrijwilligers) en aanbod (vanuit het vrijwilligerssteunpunt) kunnen worden bijgesteld op basis van ontwikkelingen. Als uitvoeringspunt is inmiddels gekozen voor de bibliotheek. 2. Procedures nemen vaak veel tijd in beslag en het is voor vrijwilligers vaak niet duidelijk wanneer uitsluitsel of beantwoording van vragen gaat plaatsvinden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Met het benoemen van een coördinerend ambtenaar zouden deze problemen deels kunnen worden ondervangen. Dit geldt met name wanneer er sprake is van complexe evenementen, waarbij diverse afdelingen van de gemeente betrokken zijn. De coördinerend ambtenaar kan de organisaties wegwijs maken en de afstemming tussen gemeente en organisaties verbeteren. Ook kan deze persoon zorgdragen voor de interne afstemming van de betrokken afdelingen binnen de gemeente. De functie is te vergelijken met de rol van de huidige coördinator wijk- en dorpsraden.3. Met betrekking tot accommodaties ervaren veel vrijwilligersorganisaties knelpunten in de sfeer van beheer. Het beheer kost veel tijd en inzet en er is in sommige gevallen gebrek aan financiële middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast bestaat er onvrede met de verschillen in huurtarieven en de verschillen in subsidies per accommodatie. Op dit moment worden de problemen met betrekking tot accommodaties in beeld gebracht. De door de vrijwilligersorganisaties aangegeven knelpunten worden hierin meegenomen. Aan de hand van de probleemanalyse accommodaties zullen voorstellen voor oplossingen worden geformuleerd, gekoppeld aan een uitvoeringsplanning.4. Voor een vereniging is minimaal het hebben van een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering (WA) noodzakelijk. Daarnaast is het nuttig om een ongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering voor bestuurders te overwegen. Er bestaat bij verenigingen vaak onduidelijkheid en onzekerheid over het wel of niet aanwezig en noodzakelijk zijn van verzekeringen en of deze verzekering de mogelijke risico’s voldoende ondervangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom is het nodig om meer aandacht aan het informeren van verenigingen te besteden. Tevens wordt voorgesteld een checklist te (laten) maken aan de hand waarvan iedere vereniging kan nagaan of men afdoende verzekerd is. Bekeken zal worden of het financieel haalbaar is om voor meerdere organisaties een collectieve verzekering af te sluiten. Hierbij wordt vooral gedacht aan een collectieve verzekering voor die verenigingen die niet via bonden of andere koepels al goed verzekerd zijn.5. Het gemeentelijk vergunningenbeleid is niet altijd ‘vrijwilligersvriendelijk’. Soms kost het de vrijwilliger veel tijd en moeite om een vergunning te krijgen. Daarnaast ervaren veel organisaties het betalen van leges voor vergunningen voor bijvoorbeeld evenementen, als ontmoedigend en nodeloos duur.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van een stimulerend vrijwilligersbeleid dienen daarom zullen de regels gescreend te worden op duidelijkheid, noodzaak, wenselijkheid en kosten. Om het beleid voor de verenigingen en organisaties wat ‘vrijwilligersvriendelijker’ te maken, kan worden onderzocht of het mogelijk is voor vrijwilligersorganisaties die volgens hun statuten ideële doelstellingen hebben, voor bepaalde activiteiten geen kosten meer aan de vergunningverlening te verbinden. 6. Tijdens de bijeenkomsten met de klankbordgroep is aangegeven dat men meer tijd had willen hebben om vanuit het vrijwilligerswerk zelf vorm en inhoud te geven aan het vrijwilligersbeleid van de gemeente Boxmeer. De bijeenkomsten met de klankbordgroep worden om die reden voortgezet en op basis van de inbreng van het vrijwilligerswerk wordt het beleid verankerd en verder uitgediept.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijkertijd kan de klankbordgroep adviseren inzake de uitvoering van de in de nota opgenomen beleidsaanbevelingen en toezien op correcte uitvoering. Het doel van de bijeenkomsten met de klankbordgroep is het vrijwilligerswerk te versterken en te stimuleren. Naast de opgenomen aanbevelingen kunnen vanuit de klankbordgroep op basis van ontwikkelingen, nieuwe aanbevelingen worden geformuleerd. 7. Nagegaan is of in het kader van de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) een cursusaanbod ontwikkeld kon worden op bijvoorbeeld het gebied van kadervorming. Een voordeel van een dergelijk aanbod is dat uitvoering van het onderwijsaanbod dicht bij huis kan plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met wie werken we samen in het kader van het vrijwilligersbeleid?</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze sector kent zeer veel verschillende organisaties waarin veel vrijwilligers actief zijn. De ouderenorganisatie SWOGB draagt met vrijwilligers zorg voor een maaltijdvoorziening en heeft vrijwillige ouderenbezoekers. Er zijn vrijwilligers actief bij onder andere het Maasziekenhuis, Pantein, het Rode Kruis, Zonnebloem, het Platform Gehandicapten Boxmeer, de verschillende parochies, Stichting MEE en er zijn vrijwilligers verbonden aan de welzijnsorganisatie Radius. Daarnaast zijn er de mantelzorgers en de informele hulpverleners die een zeer belangrijk aandeel leveren in de totale hulp- en dienstverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijna in elke dorpskern zijn er diverse sportverenigingen actief, zoals voetbal-, tennis- en ruiterverenigingen, volleybalclubs, gym- en biljartclubs, etc. Deze verenigingen worden vrijwel allemaal geheel gerund door vrijwilligers, voor zowel bestuurstaken als beheers- en kantinetaken. De gemeente ondersteunt veel van deze clubs door middel van sportvoorzieningen (bijvoorbeeld accommodaties als sporthallen en buurthuizen) en subsidies. In het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is te verwachten dat met name op de vrijwilligers in deze sector in de komende jaren een groter beroep zal worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijwilligers zijn actief bij scholen, als voorlees-, luizen-, overblijf- en poetsouder, maar ook als lid van de ouderraad. Bij de bibliotheek zijn vrijwilligers actief, ondermeer als bestuurslid. Voorts zijn er mensen als bestuurslid actief bij de Volksuniversiteit, Radius, peuterspeelzalen, toneelclubs, zangverenigingen en harmonieën en fanfarekorpsen. Er is in Boxmeer een Werkgroep Kunstadvisering waarin vrijwilligers zitting hebben en die het college gevraagd en ongevraagd adviseert inzake kunst in de openbare ruimte. Bij fondsenwervende activiteiten, zoals het ophalen van oud papier of oud ijzer, de verkoop van kaarten en het organiseren van evenementen zetten veel vrijwilligers zich in. Daarnaast zijn er vele vrijwilligers actief in organisaties die zich bezighouden met volkscultuur zoals carnavalsverenigingen en oranjecomités. Deze verenigingen organiseren vaak laagdrempelige festiviteiten die toegankelijk zijn voor de hele gemeenschap (carnavalsoptochten, koninginnedagfeesten, gildefeesten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn vrijwilligers actief bij het open jongerenwerk, Scouting Nederland, Jong Nederland, kindervakantiewerk en de diverse jeugdbewegingen binnen de dorpen. Er zijn vrijwilligers in de begeleidende zin bezig bij de jeugdhuizen (o.a.. De Box, Mannekino). Ook de besturen van deze organisaties bestaan uit vrijwilligers. In iedere dorpskern is een Katholieke Bond voor Ouderen (KBO) aanwezig waar vrijwilligers als bestuurslid en organisator van activiteiten bij betrokken zijn. Alleen Groeningen en Vierlingsbeek hebben een gezamenlijke KBO. De gemeente Boxmeer een heeft een zeer actief ouderwerk in de vorm van de SWOGB. En de Seniorenraad geeft de gemeente gevraagd en ongevraagd advies op het gebied van het ouderenbeleid en ouderenwerk. Vrijwilligers zijn actief bij de gemeenschapshuizen waarbij de nadruk vooral op beheerswerkzaamheden ligt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn vrijwilligers werkzaam op het gebied van voorlichting en natuurbehoud zoals bij het Instituut voor Natuurbeschermingseducatie (IVN), Milieuvereniging Land van Cuijk en diverse imkers- en vogelwerkgroepen. Er zijn vrijwilligers werkzaam bij onder andere het zending- en missiewerk en bij de Stichting Ontwikkelingssamenwerking. Ook de Wereldwinkel draait volledig door de inzet van vrijwilligers. De nadruk ligt enerzijds op voorlichting en bewustwording en anderzijds op fondsenwerving. In de gemeente is een werkgroep actief die vluchtelingen en nieuwkomers opvangt en begeleidt om zelfstandig te kunnen functioneren in de Boxmeerse samenleving. Vrijwilligers zijn ook actief in de diverse politieke partijen, men heeft zitting in het bestuur en er worden themabijeenkomsten georganiseerd. Daarnaast bestaan de voor de gemeente belangrijke wijk- en dorpsraden ook uit vrijwilligers. Tevens zijn vrijwilligers actief in buurtverenigingen, belangengroeperingen, vakbonden etc. Ook in kerk- en geloofsgemeenschappen zijn vrijwilligers actief in bestuurs- (kerkenraad) en begeleidende functies en in praktische zaken zoals het onderhoud van het kerkgebouw of gebedshuis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Professionele ondersteuningDe medewerkers van de welzijnsorganisatie Radius ondersteunen en adviseren ouderenorganisaties, zelforganisaties, jeugd- en jongerenorganisaties en wijk- en dorpsraden zodanig dat deze organisaties in staat zijn zelfstandig hun activiteiten en taken uit te voeren. Ook op incidentele basis kunnen organisaties bij Radius ondersteuning en advies aanvragen. In sommige sectoren kunnen vrijwilligers ondersteund worden door regionale, provinciale en landelijke instellingen, zoals Steunpunt Mantelzorg Land van Cuijk, Prisma Brabant, het Brabants Steunpunt Jeugdwelzijn en de Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV). Daarnaast zijn er diverse koepelorganisaties die los van het gemeentelijk beleid ondersteuning bieden. Voorbeelden zijn de ouderenbonden, sportbonden, vrouwenorganisaties, scouting, Zonnebloem en het Rode Kruis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke middelen zijn nodig in het kader van het vrijwilligersbeleid?Vanaf 2007 is in de meerjarenbegroting jaarlijks een bedrag begroot. Dit bedrag wordt structureel ingezet ten behoeve van het gerealiseerde vrijwilligerssteunpunt in de plaatselijke bibliotheek. Natuurlijk ligt hier in financiële zin ook een verband met de subsidiëring van de vele vrijwilligersorganisaties zoals genoemd in de bijdragen in het kader van leefbaarheid en sociale samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijdrage aan het steunpunt vrijwilligers kan op basis van de begroting 2008 rechtstreeks gelinkt worden aan dit prestatieveld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Steunpunt Vrijwillligers Boxmeer € 25.000,-- 6.5. Deelname maatschappelijk verkeer en zelfstandig functioneren Prestatieveld 5: Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vijfde prestatieveld wordt gedoeld op algemene maatregelen die, zonder dat men zich tot de gemeente behoeft te wenden, ten goede kunnen komen aan een ieder die daaraan behoefte heeft. In die zin behoeft de maatregel dus niet bij uitsluiting gericht te zijn op mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem. Het is wel belangrijk dat er bij het nadenken over deze maatregelen nagedacht is over het gebruik door deze groepen, zodat niet achteraf blijkt dat zij bij het gebruik daarvan buiten de boot vallen. Bij dit prestatieveld komen verschillende doelgroepen nadrukkelijk in beeld, kwetsbare ouderen, mensen met lichamelijke of verstandelijke beperkingen, mensen met chronische psychische en psychiatrische problemen en mensen met psychosociale problemen. Voor deze mensen is het vaak moeilijk om zelfstandig te functioneren en volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Kernvraag is op welke wijze we deze inwoners kunnen helpen hun talenten te benutten en te voorkomen dat zij in een sociaal isolement raken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe staan we er nu voor?Steeds meer mensen met beperkingen blijven (langer) wonen in hun eigen wijk of dorp. Om zelfstandig te kunnen blijven zijn allerlei vormen van ondersteuning nodig op het gebied van wonen, (informele)zorg, welzijn en dienstverlening. Deze ontwikkeling wordt vooral veroorzaakt door: • Sterke groei van het aantal ouderen • Dubbele vergrijzing: ook de meest zorgbehoevende groep (75+) neemt toe • Vermaatschappelijking van de zorg (van intramuraal naar extramuraal) We beginnen niet vanuit het niets. Ten aanzien van de groep (kwetsbare) ouderen is in de loop der jaren al beleid ontwikkeld. Op basis daarvan is op veel fronten een passend en effectief aanbod tot stand gekomen dat er toe leidt dat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen en minder snel in een sociaal isolement terecht komen. Te denken valt aan het op 28 april 2005 door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader ouderenbeleid. Maar ook de jaarlijkse maatregelen in het kader van Inclusief Beleid (BTB-toegankelijkheid) waardoor de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van voorzieningen en accommodaties in de gemeente worden vergroot. Ouderen kunnen gebruik maken van een collectief vraagafhankelijk vervoerssysteem (Taxihopper) wat de gemeente Boxmeer in samenwerking met andere gemeenten in de regio Brabant-Noordoost en de Provincie aanbiedt voor alle burgers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vervoerssysteem is daarnaast zeer geschikt voor mensen met beperkingen. In de gemeente is specifiek vervoer voor bewoners van intramurale instellingen beschikbaar. Dit vervoer wordt vaak gecombineerd met het vervoer naar dagactiviteiten voor inwoners die hiervoor in aanmerking komen. Ondersteuning van de rijvaardigheid en verkeersveiligheid voor ouderen vindt reeds enkele jaren plaats via het zogenaamde Broemproject. Het Metusa-project (Met u samen) haakt in op de groeiende eenzaamheid onder ouderen. Om eenzaamheid en sociaal isolement te voorkomen worden voor een geselecteerde groep ouderen nieuwe sociale contacten gestimuleerd. Ouderen krijgen laagdrempelig informatie, advies en ondersteuning via de vrijwillige ouderenadviseurs of zonodig via de professionele wwz-coördinator.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met preventieve huisbezoeken worden ouderen bereikt die niet van de reguliere kanalen gebruik maken. Daarnaast zijn er diverse activiteiten gericht op ontmoeting, ontspanning en activering. Om goed te kunnen functioneren zijn daarnaast de individuele verstrekkingen zoals huishoudelijke verzorging, woningaanpassingen en vervoersfaciliteiten (zie prestatieveld 6) onontbeerlijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar willen we naartoe?Door de toenemende vergrijzing zal de omvang van de groep verder toenemen. De verwachting is dat de vraag naar maatschappelijke ondersteuning en zorg zal toenemen. Via o.a. de jaarlijkse Wmo-evaluatie houden we deze ontwikkeling in de gaten en doen we zonodig voorstellen voor aanpassingen of nieuw beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingen vervoerBegin 2007 besloot de provincie Noord-Brabant pilots op te starten om de mogelijkheden voor gratis openbaar vervoer in de regio te onderzoeken. Inmiddels hebben Provinciale Staten voorgesteld om de pilots voor gratis en goedkoop openbaar vervoer te verbreden tot de hele provincie. Gedeputeerde Staten (GS) hebben een voorstel in die richting voorgelegd aan de commissie economie, mobiliteit en grotestedenbeleid (EMG). Voor de pilots is een bedrag van 28 miljoen euro beschikbaar. Gedeputeerde Staten wil hiermee de mogelijkheden in beeld brengen voor gratis openbaar vervoer voor doelgroepen (ouderen, jongeren) en gefaseerde invoering van een vast laag tarief voor alle provinciale Brabants openbaar vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze mogelijkheden worden in een pilot van maximaal 18 maanden in de praktijk gebracht. De resultaten van deze pilots worden in 2009 verwacht. Gedeputeerde Staten bezien dan ook wat succes van de pilot betekent, als dit wordt omgezet in vast beleid. De uitkomsten van de pilot kunnen mogelijk een positief effect hebben op de openbaar vervoermogelijkheden in de regio. Het plan sluit aan bij de tendens om huidige vervoersmogelijkheden beter te benutten. De beheersorganisatie van Taxihopper voor de 14 gemeenten in de regio is in samenwerking met de provincie actief in het zoeken naar mogelijkheden om tot bundeling van doelgroepenvervoer te komen. Dit om bestaande vervoerssystemen efficiënter in te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het mes snijdt dan aan twee kanten: De reiziger kan beter worden bediend en de kosten van de afzonderlijke systemen gaan omlaag. In de komende jaren zal meer duidelijkheid komen over de extra mogelijkheden die (OV)vervoerssystemen in onze regio te bieden hebben. Ook voor de leefbaarheid in de kleine kernen is een goed systeem van openbaar vervoer essentieel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verstandelijk gehandicaptenDe doelgroep gehandicapten bestaat uit mensen met een lichamelijke en verstandelijke handicap. Tot nu toe investeren we in beperkte mate vooral in de eerste groep: in belangenbehartiging (Platform Gehandicapten Boxmeer) en in de toegankelijkheid van gebouwen en openbare ruimte. Mensen met een verstandelijke handicap zijn tot nu toe niet of nauwelijks onderwerp van gemeentelijk beleid geweest. Zij waren eigenlijk niet in beeld. Er is contact geweest met direct betrokken organisaties ((MEE, Vereniging van ouders van geestelijke gehandicapten VOGG). Deze eerste verkenningen vormen een belangrijke basis voor nader onderzoek. In 2008 wordt de specifieke problematiek/vraag en de wensen en behoeften van mensen met een verstandelijke beperking verder in beeld gebracht. Daarna kan een passende match tussen vraag en aanbod tot stand worden gebracht en vermoedelijk in 2009 (nieuw) beleid worden ontwikkeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geestelijke gezondheidszorgPersonen met chronische psychische of psychosociale problemen zijn, evenals verstandelijk gehandicapten, nauwelijks onderwerp van gemeentelijk beleid geweest. De instelling voor geestelijke gezondheidszorg heeft een scala aan activiteiten om de participatie van (ex)cliënten te bevorderen (vriendendiensten, maatjesprojecten, cliëntondersteuning). In 2007 en voor 2008 heeft de gemeente via subsidies aan GGZ-Land van Cuijk en Stichting Door en Voor zelf ook een aantal activiteiten ondersteund. De gemeente gaat in 2008 en 2009 in overleg met GGZ en Stichting “Door en Voor” haar opdrachtformulering in het kader van de subsidieverlening nadrukkelijker omschrijven waardoor een betere afstemming op de wensen en behoeften voor deze specifieke doelgroep mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activerend huisbezoek en ouderenoppasDeze activiteiten werden vóór 1 januari 2007 in het kader van de Coördinatie Vrijwillige Thuiszorg en Mantelzorg (CVTM) via het Zorgkantoor bekostigd. Vanaf 1 januari 2007 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de zogenaamde CVTM-middelen. In het kader van een goede continuïteit zijn met instellingen en organisaties die in dit kader middelen ontvingen via het Zorgkantoor overgangsafspraken gemaakt voor 2007 en 2008. De beschikbare middelen voor deze organisaties zijn ook voor 2008 toegekend. In de loop van 2008 en 2009 zal nadere beoordeling volgen over de inzet ten aanzien van deze activiteiten. De welzijnsorganisatie Radius ontvangt ten behoeve van de coördinatie van het activerend huisbezoek en ouderenoppas een subsidie. De uitvoering is in Boxmeer in handen van de SWOGB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activerend huisbezoek, is bedoeld voor 50 plussers die u een steuntje in de rug nodig hebben om het heft weer zelf in handen te nemen. Activerend huisbezoek kan mensen helpen de draad weer op te pakken, weer initiatief te nemen. Er is iemand die luistert en even meedenkt. Mensen krijgen een vaste vrijwilliger, die speciaal opgeleid is voor activerend huisbezoek. Deze persoon helpt weer mensen weer op weg zodat ze zelf weer verder kunnen. Door gesprekken met de vrijwilliger probeert deze meer zicht te krijgen op de individuele wensen en mogelijkheden. Samen met de vrijwilliger worden stappen ondernomen om de situatie te verbeteren. Wanneer hulvragers weer zelf verder kunnen, worden de huisbezoeken afgebouwd. Activerend huisbezoek wordt vaak ingezet bij:• overlijden van partner, kind of vrienden• verhuizing (zelf, familie of vrienden)• achteruitgang in de gezondheid en daardoor ook vaak moeilijk ter been• door samenloop van omstandigheden uit het evenwicht raken Ouderenoppas: Vaak is een mantelzorger (partner of familielid) overbelast met de zorg van een zieke of dementerend gezinslid. Om die zorg te kunnen blijven verrichten is het voor de mantelzorger van groot belang dat hij/zij zo nu en dan de handen vrij heeft om even iets anders te doen. Een moment zonder zorgen omdat hij/zij weet dat het gezinslid thuis in goede handen is. Daarnaast zijn er steeds meer alleenstaande, zelfstandig wonende ouderen zonder kinderen of familie in de buurt waarvoor het belangrijk is dat zij een uurtje in de week gezelschap krijgen zodat zij niet in een sociaal isolement vervallen. De ouderenoppasdienst heeft vrijwilligers die bereid zijn bij een oudere aanwezig te zijn. Met taken als samen wat praten en luisteren naar elkaar, een spelletje doen of de krant voorlezen en afhankelijk van de mogelijkheden van de oudere, een wandelingetje maken worden individuele situaties ontlast of deelname aan het maatschappelijk verkeer bevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pilot: Thuishuis voor eenzame ouderenWoonmaatschappij Maasland heeft in het kader van haar maatschappelijk ondernemerschap “Thuis in Welzijn” een haalbaarheidsonderzoek verricht naar het opzetten van een Thuishuis voor alleenstaande ouderen als pilotproject in de gemeente Boxmeer. De gemeente Boxmeer is blij met nieuwe initiatieven in de combinatie wonen en welzijn voor Boxmeer. Met een korte beschrijving van deze pilot bieden wij u een voorbeeld van initiatieven op het terrein van ondersteuning om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Thuishuis is een gewoon huis in de straat waar circa 5 personen uit de doelgroep “alleenstaande ouderen” met elkaar onder één dak wonen. Het betreft ouderen die niet alleen willen wonen of dreigen te vereenzamen. Initiatiefnemer van het pilotproject is Woonmaatschappij Maasland.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewoners van het Thuishuis worden, indien nodig, ondersteund door deze vrijwilligers. De vrijwilligers sluiten met hun aanbod aan op de wensen en behoeften van de bewoners. Op dit moment staat nog niet vast waar er een Thuishuis komt in Boxmeer. Het Thuishuisconcept past goed binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning. De visie van deze wet gaat uit van een grote eigen verantwoordelijkheid van de burger voor zichzelf en voor de mensen om hem heen. Is de burger niet in staat om zelf, of met behulp van de mensen in het eigen sociale netwerk of eigen leefomgeving zijn participatie te regelen, dan springt de gemeente in. De gemeente kan aanvullende voorzieningen aanreiken om er voor te zorgen dat burgers zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven meedoen. De bewoners van het Thuishuis kunnen, net zoals de andere bewoners uit de buurt een beroep doen op professionele zorg-en dienstverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">IntegraliteitPrestatieveld 5 heeft een directe relatie met prestatieveld 1, Sociale samenhang en leefbaarheid strekt zich immers uit tot álle inwoners van een wijk of dorp.Vermaatschappelijking van de zorg is méér dan dat kwetsbare groepen in een wijk of dorp kunnen (blijven) wonen. Zo’n proces vergt inspanningen van meerdere kanten. De wijk of het dorp, haar bewoners en de aanwezige voorzieningen zullen mee moeten veranderen om ruimte te bieden aan “mensen met beperkingen”. Die dienen op hun beurt zelf stappen te ondernemen, eventueel met ondersteuning van professionele instellingen. Uiteraard zijn “mensen met beperkingen’ vaak aangewezen op individuele verstrekkingen en voorzieningen op het gebied van woningaanpassing en vervoer. Daarom zijn onze ambities t.a.v. participatie en meedoen onlosmakelijk verbonden met de ambities in prestatieveld 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met wie werken we samen?In het kader van dit prestatieveld wordt nauw samengewerkt met de beheersorganisatie Taxihopper. Deze is verantwoordelijk voor een adequate uitvoering van het vervoerssysteem. Hiervoor is regelmatig overleg met de vervoerder (Connexxion) noodzakelijk. De Provincie Noord Brabant is eveneens betrokken. Dit als verantwoordelijke voor een goed en toegankelijk het openbaar vervoer in de regio. Het Platform Gehandicapten Boxmeer is met name betrokken bij de te stellen prioriteiten rondom het Inclusief Beleid. Daarnaast vervullen zij een rol in de lokale Wmo-adviesraad. De MEE-organisatie zal als deskundige op het gebied van ondersteuning ten behoeve van (verstandelijk) gehandicapten nadrukkelijker in beeld komen in relatie tot de één-loketgedachte. Ook met specifieke organisaties als GGZ in samenwerking met Stichting Door en Voor zal naar mogelijkheden gezocht worden om de doegroep (ex) GGZ-ers te blijven betrekken bij onze samenleving. De Thuishuispilot vraagt verdere afstemming met initiatiefnemer Woonmaatschappij Maasland. Natuurlijk is er regelmatig contact met de wijk-en dorpsraden om elkaar op de hoogte te houden en zo gewenst te spreken over alle plannen en nieuwe ontwikkelingen in de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke middelen zijn hier voor nodig?Zonder uitputtend te zijn kunnen de volgende (verzamelposten) in de begroting 2008 gelinkt worden aan dit prestatieveld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandeel Boxmeer in de Taxihopperregio € 125.000,--Bijdrage vervoersproject AWBZ-instelling € 21.680,--Stichting Voor en Door € 4.140,--Activiteitenbudget activerend huisbezoek en ouderenoppas € 6.300,-- Activiteiten (VTV) voor mensen met een beperking € 6.070,--Sociale alarmering € 12.400,-- 6.6. Het treffen van voorzieningenPrestatieveld 6: Het treffen van voorzieningen voor mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en voor mensen met een psychosociaal probleem voor het behouden en bevorderen van hun zelfstandig functioneren en/of hun deelname aan de maatschappij;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zesde prestatieveld betreft de verstrekking van specifieke, op de persoon toegesneden voorzieningen. Voor de hand liggende vormen zijn woonvoorzieningen, rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, hulp bij het huishouden maar ook begeleiding bij zelfstandig wonen, dagbesteding voor ouderen, maaltijdvoorziening, sociale alarmering, klussendiensten, algemeen maatschappelijk werk of vormen van psychosociale hulpverlening. De voorbereidingen voor dit prestatieveld zijn in 2007 in gang gezet. In september heeft de raad de Wmo-verordening vastgesteld. Het college heeft in de maand november een besluit genomen ten aanzien van de nadere beleidsregels en de financiële paragraaf voor de Wmo-voorzieningen. Hiermee voldoet de gemeente aan een van de wettelijk nieuwe taken van de Wmo. Voor de klanten is de overgang vrij geruisloos verlopen. Dit prestatieveld richt zich op individuele verstrekkingen aan burgers die essentieel zijn voor het persoonlijk fysiek functioneren. Dit zijn vaak oudere mensen met een beperking. De noodzaak wordt veelal medisch getoetst (geïndiceerd). Deze voorzieningen stellen burgers in staat om op een goed niveau te kunnen participeren in de samenleving en voorkomen dat er minder snel een beroep wordt gedaan op de intramurale voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe staan we er nu voor?</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente heeft op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning een compensatieplicht. Dit houdt in dat de gemeente aan mensen met beperkingen zodanige voorzieningen moet aanbieden, dat zij in staat zijn om ondanks die beperkingen deel te nemen aan het leven van alledag in en rond de thuissituatie. Deze verantwoordelijkheid doet op zich niets af aan de verantwoordelijkheid van burgers zelf om hun eigen leven in te richten. Ook doet deze verantwoordelijkheid niets af aan de verantwoordelijkheid die op grond van bijvoorbeeld regelgeving elders ligt. Bij het beantwoorden van een hulpvraag zijn gemeenten volgens de nieuwe wetgeving gehouden tot dubbele motivering van het besluit. Gemeenten moeten aangeven waarom zij al dan niet bepaalde voorzieningen verstrekken en daarnaast in hoeverre zij hebben getoetst dat de burger “in totaliteit”, dus met voorziening en overige omstandigheden, in staat is om zich in de thuissituatie te redden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitgangspunten zijn nieuw en daarmee nog niet volledig uitgekristalliseerd. Wat echter ook duidelijk is, is dat er geen plotselinge breuk met bestaande zorgarrangementen wordt beoogd door de wetgever. De wetgever heeft dan ook geen aanleiding gezien om de beschikbare budgetten uit te breiden hetzij te beperken. Er is weliswaar sprake van een nieuwe impuls aan de ontwikkeling van de gemeentelijke taak, maar tegelijkertijd van continuïteit tussen de oude en de nieuwe situatie. Ook onder de oude wetgeving bestond verandering en aanpassing aan veranderende omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar willen we naartoe?De uitgangspunten bij het verlenen van voorzieningen voor mensen met beperkingen zijn verder uitgewerkt in 21 conclusies en beslispunten. De zogenaamde implementatienota Wmo is op 8 mei 2007 door het college en op 21 juni 2007 door de raad van de gemeente Boxmeer vastgesteld. De volgende afwegingen lagen hier onder andere aan ten grondslag:</p>\n<p class=\"lf-p\">Eigen verantwoordelijkheid vs. Verantwoordelijkheid van gemeenteZowel de oude als de nieuwe wetgeving stelt eisen aan de zelfredzaamheid van burgers. Veelal heeft dit de meest zichtbare vertaling op het financiële vlak. Een aanvrager betaalt op basis van inkomen een eigen bijdrage. Ook elders wordt er een beroep gedaan op de eigen verantwoorde-lijkheid van burgers. De wordingsgeschiedenis van de Wmo wijst duidelijk in de richting van subsidiariteit van de gemeentelijke hulpverlening. De gemeente faciliteert de zelfredzaamheid, maar dat komt aan bod als de mogelijkheden van de betrokkene zelf en in bredere zin van de maatschappij zijn uitgeput. Dit is een richtinggevend beginsel, dat niet verward moet worden met spijkerharde juridische regels over het wel of niet hebben van aanspraken. Er kunnen wel regels uit afgeleid worden, die vervolgens in een verordening vorm krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eigen bijdragenOok de WVG en de AWBZ kenden een verhouding tot eigen draagkracht, hoewel minder principieel vormgegeven. Ook hier bestaat een continuïteit die geen gelijkheid is.Zowel de AWBZ als de Wvg kenden een systeem van eigen bijdragen. Voor de hulp bij het huishouden uit de oude AWBZ gold, dat de eigen bijdrage een zeer substantieel deel uitmaakte van de financieringsgrondslag. Circa 20% van de huishoudelijke hulp werd via eigen bijdragen gefinancierd. De Wvg leunde financieel veel minder zwaar op de eigen bijdragen. Dit lag in de orde van grootte van enkele procenten. In de Wvg was de eigen bijdrage meer een sturingsinstrument dan een financieringsbron. Het is goed en verstandig om degenen die dat kunnen, te laten bijdragen aan de kosten die voor hen gemaakt worden. Dit leidt tot een bewuster omgaan met voorzieningen en tot het evenwichtig verdelen van lasten. Besloten is om de eigen bijdragen te handhaven, alsmede de inkomensgrenzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigen bijdragen worden vanaf 1 januari 2007 door het CAK (Centraal Administratiekantoor) geadministreerd en geïnd, waarbij op die plek gewaakt wordt tegen ongewenste cumulatie van verschillende eigen bijdragen. Dit heeft geleid tot enkele technische aanpassingen op de vormgeving van eigen bijdragen, bijvoorbeeld door het verplicht hanteren van het bruto belastbaar inkomen als inkomensbegrip in plaats van het netto inkomen. Ook de communicatie met het CAK vraagt in deze extra aandacht en afstemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Primaat verhuizingOok onderdeel van de eigen verantwoordelijkheid is het uit de Wvg bekende “primaat van verhuizing”. Een verhuizing naar een geschikte woning heeft in principe voorrang boven het aanpassen van een ongeschikte woning. Van burgers mag verwacht worden dat zij voorzorg treffen om hun woonsituatie zo goed mogelijk af te stemmen op hun mogelijkheden en hun levensfase. De gemeenten faciliteren dit ook. In het Land van Cuijk hebben in de voorliggende perioden projecten gelopen waarin mensen werden uitgenodigd en ondersteund om hun woning “ouderenproof” te maken en zijn er projecten geweest rond het thema “mantelzorgwoning”. Deze uitgangspunten, voorzorgprincipe, primaat van verhuizing, zijn niet eenvoudig in regels te vangen. Veel is maatwerk en komt tot stand in een wisselwerking tussen de gemeente en de burger. Soms kom je tegen dat een aanvrager zelf al “het primaat van verhuisd zijn” heeft gehanteerd en met vooruitziende blik maatregelen heeft genomen om passende huisvesting te vinden. Dat is echter lang niet iedereen gegeven. Vaak ontbreekt zelfs voldoende passende woonruimte en kun je aan de afweging niet eens toekomen. Het primaat van verhuizing is daarmee eerder een “zachte waarde”, een uitgangspunt, dan een hard juridisch gegeven. Als uitgangspunt verdient het echter zeker zijn plaats. Het erin besloten appel op de burger en het appel aan de overheid en volkshuisvesters om te zorgen voor voldoende adequate woonruimte, staat hiermee rechtovereind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Protocol gebruikelijke zorgBij de huishoudelijke verzorging speelt eveneens een voorzorgsbeginsel, dat zich echter niet alleen richt tot de aanvrager zelf, maar tot zijn huishouden. Dit beginsel dat is neergelegd in het protocol gebruikelijke zorg, geeft weer dat als een persoon binnen het huishouden niet meer voor het huishouden kan zorgdragen, andere personen die taken overnemen tenzij er omstandigheden zijn die dat verhinderen. Kort gezegd komt het erop neer dat ook van de echtgenoot verwacht mag worden dat hij stofzuigt, ook al heeft hij het huishoudelijk werk voordien altijd aan zijn vrouw overgelaten. Onder de regelgeving van de AWBZ is dit beginsel nader uitgewerkt in het protocol gebruikelijke zorg. Deze handreiking voor de uitvoering werd gehanteerd door het CIZ bij de indicatiestellingen. Nu de gemeente zelf de verantwoordelijkheid voor indicatiestelling draagt gaat zij het protocol gebruiken als vertrekpunt. Het protocol heeft hiermee meer de status van een richtlijn gekregen dan een regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">IndicatiestellingOnder indicatiestelling in de Wmo verstaan we het integraal benaderen van de hulpvraag van een burger, door het verstrekken van algemene of individuele voorzieningen, omdat hij niet in staat is om zelf een probleem op te lossen. Dit is wezenlijk anders dan de toekenning van een “verzekerd recht”. De Wmo vraagt van gemeenten dan ook een dubbele motivering: waarom al dan niet een voorziening én is het probleem van de burger opgelost. Gemeenten zijn nadrukkelijk niet verplicht om externe indicaties te laten stellen voor individuele Wmo- voorzieningen, maar ontwikkeld zelf een oplossing. De mate waarin een beroep wordt gedaan op externe deskundigheid op dit terrein is in belangrijke mate afhankelijk van de inrichting van het loket. Met andere woorden welke expertise is ”in huis” beschikbaar. Op dit moment wordt in beperkte mate gebruik gemaakt van zogenaamde eigen indicaties (bij eenvoudige voorzieningen). De beschreven ontwikkelingen in prestatieveld 3 met betrekking tot de inrichting van het lokale loket spreken hier van een groeimodel voor de toekomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extern adviseurVoor een evenwichtige situatie verdient het aanbeveling om over meerdere indicatiestellers te kunnen beschikken. Vooral in complexe situaties waar bezwaar- en beroep een rol speelt verdient de burger de kans om in een tweede instantie een frisse blik op het dossier te kunnen krijgen. In de praktijk zijn nu vier indicatiestellers actief in het Land van Cuijk. Ook ten aanzien van specifieke bouwkundige advisering bij Wmo-woonvoorzieningen wordt gebruik gemaakt van externe expertise.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente als inkoper van hulpmiddelenDeze oude en bekende Wvg-taak is onder de Wet maatschappelijke ondersteuning zoals gezegd als continuïteit overgenomen. Met uitzondering van het collectief vervoer (dat op een andere wijze is aanbesteed en in een groter samenwerkingsverband wordt vormgegeven), zijn de Wmo-hulpmiddelen vanaf 2008 opnieuw aanbesteed. Deze aanbesteding heeft geleid tot 3 geselecteerde aanbieders van hulpmiddelen voor de klanten in de gemeenten van het Land van Cuijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgaan met persoonsgebonden budgetHet persoonsgebonden budget (PGB) is voor wat betreft de hulpmiddelen een nieuw fenomeen. Dat het PGB moet worden aangeboden en wordt aangeboden is onomstreden. De hoogte van het PGB was wel een mogelijk punt van discussie. In de gemeente Boxmeer is er voor gekozen om de klant in alle vrijheid te laten kiezen voor deze optie. De hoogte is vastgesteld op 100% van de overeengekomen tarieven met de aanbieders van zorg en hulpmiddelen. De PGB-houder ervaart vaak de financiële verantwoording van zijn/haar PGB richting gemeente als belastend. Om aan deze (mogelijke) drempel tegemoet te komen kan de PGB-houder (gratis) gebruik maken van de ondersteunende diensten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten van deze dienstverlening worden uit de gemeentelijke Wmo-middelen gedekt. Met betrekking tot de facilitering in ondersteunende dienstverlening wordt eveneens “maatwerk” verricht. De gemeente als inkoper van hulp bij het huishoudenDe Wmo geeft aan dat cliënten uit minimaal twee aanbieders een keuze moeten kunnen maken voor de zorg in natura. Het gaat hierbij om het aantal aanbieders en niet om het aantal contracten dat de gemeente afsluit. Ook van de zijde van de zorgvragers is aangegeven dat keuzevrijheid een belangrijk aspect is. Naast het verlenen van hulp bij het huishouden in natura zal deze voorziening ook als financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget kunnen worden geleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien het gegeven dat in de regio groepen wonen met een duidelijke eigen identiteit (mensen met diverse culturele achtergrond, verstandelijk en lichamelijk gehandicapten) is het belangrijk dat ook aan de behoefte van deze groepen kan worden voldaan. De aanbesteding voor hulp bij het huishouden vanaf 2008 heeft geleid tot 2 geselecteerde aanbieders van zorg voor de klanten in de gemeenten van het Land van Cuijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De invoering van de Wmo bood de gelegenheid om te kiezen voor een zeer taakgerichte functionele definitie of anders voor een combinatie van functionele en relatiegerichte definitie van hulp bij het huishouden. Het hulpaanbod wordt hiermee bij de tijd gebracht. Gemeenten bieden hulp aan in termen van het te bereiken resultaat i.p.v. in termen van de gebezigde financieringsstroom. De nadruk ligt dan op het zowel leveren van een dienst (het verrichten van huishoudelijk werk) als om de klant hierbij te betrekken (het bieden van ondersteuning op andere gebieden, signaleringsfunctie). Om inzicht te krijgen in de huishoudelijke werkzaamheden zijn de volgende vier categorieën hulp bij het huishouden vastgesteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie A: Huishoudelijke werkzaamheden(alleen huishoudelijke hulp)  Veel cliënten hebben hulp nodig in de huishouding voor het schoonmaken(= stoffen, stofzuigen en de afwas) van het huis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie B: Huishoudelijke werkzaamheden aangevuld met lichte ondersteuning lichte tot zware schoonmaakwerkzaamheden; verzorging kleding en linnengoed( wassen, strijken); boodschappen doen voor dagelijks leven; broodmaaltijdverzorging/warme maaltijd Categorie C: Huishoudelijke werkzaamheden, aangevuld met organisatie van het huishouden  Een deel van de cliënten heeft additionele hulp nodig bij het organiseren van het huishouden. Deze wordt vastgesteld op basis van de indicatiestelling en kunnen onder meer (tijdelijk) bestaan uit de volgende functies:• opvang en/of verzorging van kinderen/volwassen huisgenoten• helpen met lichte vormen van zelfverzorging, niet zijnde persoonlijke verzorging• helpen met maaltijdbereiding• dagelijkse organisatie van het huishouden Categorie D: Huishoudelijke werkzaamheden aangevuld met hulp bij een ontregeld huishouden in verband met een psychische stoornis: instructie, advies en voorlichting gericht op het huishouden eenvoudige psychosociale hulp en observatie De laatste categorie is de meest zware vorm van lichte hulp. Deze komt slechts incidenteel voor en vereist zeer veel maatwerk. De te contracteren aanbieders moeten deze hulp kunnen bieden, maar in voorkomende gevallen moet de gemeente de mogelijkheid hebben om elders een passender aanbod te kunnen inkopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">DoelgroepdifferentiatieVanuit het verleden is de situatie ontstaan dat enkele kleine aanbieders in zeer beperkte omvang voor een specifieke wijk of kern of een kleine doelgroep diensten aanbieden. Onder het regime van de AWBZ was dit geen enkel probleem. Bij de inkoop via aanbesteding is dit aspect ook overeind gehouden, de gemeente heeft er immers geen enkel belang bij om dit hele gerichte zorgaanbod te willen verhinderen. Eerder heeft het maatwerk dat geleverd wordt een toegevoegde waarde. In de gemeente Boxmeer zijn voor een beperkte specifieke doelgroep aanvullende afspraken gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvattend:De vastgestelde uitgangspunten bij het verlenen van voorzieningen voor mensen met beperkingen in één overzicht:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Constateren dat er sprake is van continuïteit in de omvang en inrichting van het voorzieningenpakket tussen de oude en de nieuwe wetgeving.2. Eigen bijdragen – behoudens noodzakelijke technische aanpassingen - handhaven op het bestaande niveau.3. Eigen bijdragebeleid kan per gemeente afwijken.4. Primaat van verhuizing blijft gehandhaafd.5. Het protocol gebruikelijke zorg is vertrekpunt voor de uitvoering van de huishoudelijke verzorging.6. Binnen het WMO-loket is plaats voor een gekwalificeerde intake die indicaties kan stellen voor de door de gemeente te leveren zorg. Daarnaast is er voor complexe situaties en ten behoeve van het oplossen van eventuele geschillen een onafhankelijke externe adviseur.7.</div>\n<p class=\"lf-p\">De opdracht aan de externe adviseur geschiedt per onderhandse aanbesteding, waarbij ten minste twee adviseurs worden gecontracteerd. 8. De hulpmiddelen worden opnieuw aanbesteed.9. Voor hulpmiddelen is een PGB mogelijk, op het niveau van de kosten die de gemeente maakt. De gemeente bedingt in de aanbesteding een korting voor PGB – houders.10. Inkoop van Hulp bij het Huishouden geschiedt via een Europese aanbesteding.11. De contractering van minimaal 2 organisaties voor Hulp bij het Huishouden.12. De gemeenten gaan niet over op het Zeeuwse model13. Inkopen via een full-service contract. Te contracteren aanbieder kan alle vormen van hulp bij het huishouden leveren.14. Aanbieders moeten hun hulpaanbod op alle plekken in het Land van Cuijk gelijkelijk aanbieden.15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de inkoop via aanbesteding ruimte bieden voor kleine aanbieders om in kleine volumes tegen gelijke contractuele voorwaarden een bijzondere vraag te bedienen.16. AWBZ definitie voor Huishoudelijke Verzorging loslaten en een functiegerichte WMO definitie voor Hulp bij het Huishouden invoeren. 17. Hulp bij het huishouden onderverdelen in vier categorieën functie-georiënteerde categorieën A tot en met D. 18. De gemeente treedt niet in de beslissing van de aanbieder van hulp bij het huishouden om al dan niet alfahulpen in te schakelen voor de gecontracteerde diensten.19. Er worden geen volumeafspraken gemaakt en er wordt geen garantie afgegeven voor het aantal uren.20. Er wordt een selectiegrens (bovengrens) in de aanbesteding gehanteerd die overeenstemt met het huidige tariefniveau.21.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan nieuw toetredende aanbieders wordt de voorwaarde opgelegd om bestaand uitvoerend personeel over te nemen tegen de bestaande arbeidsvoorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verordening, beleidsregels en financieel besluit Wmo vanaf 2008Het college van burgemeester en wethouders heeft, rekening houdend met de adviezen die hieromtrent zijn ontvangen op 24 juli 2007 een voordracht gedaan aan de gemeenteraad van Boxmeer ten aanzien van de Wmo-verordening vanaf 2008. Deze Verordening is op 27 september 2007 door de gemeenteraad vastgesteld. Aanvullend zijn, eveneens rekening houdend met inspraak hieromtrent, door het college van burgemeester en wethouders de beleidsregels en financieel besluit vastgesteld in de collegevergadering van 27 november 2007. Een aantal belangrijke lokale punten zijn hierbij maatgevend geworden voor het beleid in de gemeente Boxmeer. Hieronder een overzicht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>De burger en in het bijzonder de burger met functiebeperkingen staat in het kader van deze Wmo-verordening centraal. Hier past het uitgangspunt “zorg op maat”. Daarbij gaat het om zowel collectieve als individuele voorzieningen. De uitvoering van de Wmo hoort echter niet beperkt te blijven tot de kwetsbare groep burgers. Het nieuwe systeem zal pas werken als de vitaliteit en solidariteit binnen de lokale samenleving wordt versterkt. Toewijzing van zorg moet er op gericht zijn om de ondersteuning terecht te laten komen bij degenen die deze nodig hebben. • Het College heeft op verzoek van de Raad haar intenties met betrekking tot de uitvoering van de Wmo nader geformuleerd in een memo. • Ondanks het hanteren van een eigen bijdrage blijven de noodzakelijke voorzieningen voor de betreffende persoon of doelgroep bereikbaar.</div>\n<p class=\"lf-p\">Getracht is om het eigen bijdragebeleid in de gemeenten van het Land van Cuijk zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Gezien de eigen beleidsvrijheid van gemeenten kan echter sprake zijn van afwijkende individuele accenten.• In de concept-beleidsregels is expliciet opgenomen dat het gehanteerde “protocol gebruikelijke zorg” geen verplichtend karakter moet krijgen bij de toetsing van hulpvragen maar richtinggevend en als vertrekpunt moet dienen voor het zoeken naar een maatwerkoplossing.• De gemeente heeft zich ingezet om tegen gelijke voorwaarden waarborgen te krijgen voor de PGB-houders bij de inkoop van hulpmiddelen en voorzieningen. De keuzevrijheid voor een PGB ligt in deze volledig bij de klant. • De hoogte van eigen bijdragen is gekoppeld aan een maximum op jaarbasis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit maximum wordt vastgesteld (door het Centraal Administratie Kantoor) door toetsing van het individuele inkomen. Het CAK bewaakt in het kader van integraliteit mogelijke cumulaties in eigen bijdragen. • In het kader van de aanbesteding van Wmo-voorzieningen zijn voldoende waarborgen aanwezig die invulling kunnen geven aan de keuzevrijheid van de klant.• Ten aanzien van de interpretatie van de term “goedkoopst-adequaat” mogen geen misverstanden ontstaan. De te verstrekken voorziening moet bovenal adequaat zijn en hiervan de goedkoopste mogelijkheid.• Bij het bezoekbaar maken van de woning dient in situaties van kinderen met beperkingen (bijv. bij co-ouderschap) maatwerk te worden verricht in het belang van het kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lokaal accentBij de vaststelling van de nadere beleidsregels zijn in een viertal gevallen accenten in de beleidsuitgangspunten aangebracht, te weten:1. Rekening houdend met een stellige advisering in deze en de voordelen wegend vanuit klantperspectief is besloten om het PGB voor hulp bij het huishouden in de gemeente Boxmeer op een 100% niveau vast te stellen (100% van het afgesproken tarief met de zorgaanbieder(s). Hiermee volgt het PGB bij “hulp bij het huishouden” de huidige PGB-praktijk bij het verstrekken van voorzieningen (100% van de offertes in deze).2. De voorgestelde besparingsbijdrage (een vorm van eigen bijdrage) in het Financieel Besluit is in de gemeente Boxmeer geschrapt. 3. In het Financieel Besluit gemeente Boxmeer is geen oplaadkostenvergoeding meer voor elektrische voorzieningen opgenomen.4. In het Financieel Besluit gemeente Boxmeer is in artikel 18 een aanvullende financiële bijdrage opgenomen van € 150,-- op jaarbasis voor eenieder die als gevolg van beperkingen naast het recht op een CVV-vervoerspas (tegen gereduceerd tarief) met dit bedrag, naar keuze eigen geschikt vervoer kan regelen. Dit conform eerder “Boxmeers” Wvg-beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pilotproject Mantelzorgunits vanaf 2008Het “Bestemmingsplan Mantelzorg”, dat door de raad van de gemeente Boxmeer in 2006 is vastgesteld, maakt het mogelijk dat, onder voorwaarden, een bestaand bijgebouw verbouwd kan worden en woonbestemming krijgt t.b.v. de zorgvrager. Voor de gevallen waarin een dergelijk bijgebouw er echter niet is, biedt het bestemmingsplan geen oplossing. Op verzoek van Woonmaatschappij Maasland en Zorgaanbieder Pantein is gekeken naar aanvullende oplossingen om op dit punt meer maatwerk te kunnen bieden. Het plaatsen van een zogenaamde mantelzorgunit zou mogelijk in bepaalde situaties uitkomst kunnen bieden. Een pilot zou meer informatie moeten opleveren over de voor en nadelen van zo’n mantelzorgunit. Deze pilot, waarbij een woonunit geplaatst wordt bij een woning, zal, bij positief resultaat, kunnen leiden tot een uitbreiding van het vastgestelde beleid inzake Bestemmingsplan Mantelzorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van het streven om mensen zolang mogelijk zelfstandig te laten wonen wordt een pilotproject gestart. In het pilotproject wordt een woonunit aangeschaft en geplaatst bij de woning van de zorgvrager. Afhankelijk van de situatie kan de unit bewoond worden door de mantelzorger of de zorgvrager. In de pilot worden maximaal 3 woonunits aangeschaft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de pilot is vast te stellen of deze wijze van flexibel wonen een oplossing kan bieden voor de situatie die ontstaat wanneer de mantelzorger de zorgbehoevende niet in huis kan nemen en als ook aan- of bijbouwen geen optie is. Op 23 oktober 2007 is het college van burgemeester en wethouders in de gemeente Boxmeer akkoord gegaan met het starten van een pilotproject voor mantelzorgunits in de gemeente. De pilot moet ook meer inzicht geven in de wensen en behoeften op dit punt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere voorzieningen voor ondersteuningHet accent met betrekking tot de voorzieningen voor ondersteuning ligt nadrukkelijk op de hierboven reeds genoemde voorzieningen als woonvoorzieningen, rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en hulp bij het huishouden. Daarnaast zijn echter nog een aantal niet geheel onbelangrijke ondersteunende voorzieningen voor burgers beschikbaar. Soms is hierbij geen, of in lichte mate, sprake van indicatiestelling. De volgende diensten worden onder andere in de gemeente Boxmeer in dit kader nog uitgevoerd:• Woonvormen met begeleiding• Sociale alarmering• Maaltijdvoorzieningen• Klussendienst• Boodschappendienst• Bezoekdienst• Oppasdienst• Telefooncirkel Met wie werken we samen?Als ambitie is onder prestatieveld 3 verwoord om voor de toekomst een regelloket in te richten voor alle dienstverlening aan burgers binnen het Wmo taakveld. Verstrekking van voorzieningen vraagt afgezien van een goede communicatie met de klant afstemming en communicatie met onder andere:  Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) Centraal Administratie Kantoor (CAK) Centrum voor indicatiestelling Zorg (CIZ) Dichterbij (praktische vrijwillige thuishulp) Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) MEE Pantein Vepleging en Verzorging Radius organisatie voor welzijn Land van Cuijk Steunpunt Mantelzorg Stichting Welzijn Ouderen Gemeente Boxmeer (SWOGB) Sociale Verzekeringsbank (SVB) Wmo-adviesraad en lokale ondersteuning Diverse vrijwilligers-en maatschappelijke organisaties Buiten de hierboven genoemde organisaties zijn er nog een aantal relevante partijen actief zoals: De thuiszorgaanbieders• Stichting Thuiszorg Brabant Noord-oost• Zorggroep VDA  De (andere) indicatiestellers (o.a. indicaties hulpmiddelen)• Argonaut• Stichting Thuiszorg Brabant Noord-oost• Trivium De leveranciers van hulpmiddelen en voorzieningen• Harting Bank• De Thuiszorgwinkel• Welzorg Het Advies en Informatiepunt Boxmeer (AIB) De andere AWBZ- zorginstellingen De instellingen voor opvang en verslavingszorg• Verdihuis• Novadic-Kentron Welke middelen zijn hier voor nodig?Voor 2008 is de Wmo-voorzieningen begroting vastgesteld op ca. 3 mln euro. Hiervoor worden ten dele rijksmiddelen aan het gemeentefonds toegevoegd (ca. 2 mln euro). Een belangrijk deel hiervan wordt aangewend voor de dienstverlening “hulp bij het huishouden”. Met betrekking tot de begroting van financiële middelen ten behoeve van de Wmo-dienstverlening, voorzieningen en hulpmiddelen wordt aangetekend dat de realisatie afhankelijk is van de daadwerkelijk uitgevoerde dienstverlening en toegekende voorzieningen. Er is immers sprake van een “open eindregeling” (beleid gaat vóór middelen) met de hieraan gekoppelde financiële consequenties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonder uitputtend te zijn kunnen de volgende belangrijke posten in de begroting 2008 gelinkt worden aan dit prestatieveld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dienstverlening hulp bij het huishouden € 1.230.000,--Persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden € 386.000,--Diverse overige regelingen Wmo-budget € 100.000,--Wmo-voorzieningen en hulpmiddelen € 1.363.470,-- 6.7. Maatschappelijke opvang, oggz en verslavingsbeleid We streven er naar dat alle inwoners naar vermogen volwaardig aan de samenleving deelnemen. Meer dan in het verleden ligt er een verantwoordelijkheid bij het individu om zelf problemen op te lossen of eigen hulp te organiseren. Er is een groep mensen die dit (tijdelijk) niet of onvoldoende kan. Door psychiatrische, psychosociale of verslavingsproblemen kunnen ze de problemen niet zelfstandig oplossen en hun sociaal netwerk is te beperkt of ook niet in staat hen daarbij te helpen. Deze groep inwoners noemen we “bijzondere groepen”. Hieronder verstaan we mensen met psychische/psychosociale en/of verslavingsproblemen die tevens problemen hebben op minimaal twee levensgebieden (wonen, werken, scholing, dagbesteding, inkomen sociaal netwerk, gezondheid) en niet voldoende zelfredzaam zijn om deze problemen zelfstandig (of met hulp van hun sociale omgeving) op te lossen. In het kader van deze prestatievelden besteden we ook aandacht aan de bestrijding van huiselijk geweld. Slachtoffers, daders, getuigen van huiselijk geweld kunnen tot de bijzondere groepen behoren maar dit hoeft niet. Voor de bijzonder groepen is in het verleden vanuit verschillende invalshoeken beleid opgesteld. Voor de prestatievelden 7,8 en 9 is daarom een samenhangende visie opgesteld die de vraag van de klant centraal stelt. Bij de vormgeving van de maatschappelijke ondersteuning voor deze groep gaan we uit van de keten; preventie, signalering en melding, hulp, opvang en zorg, nazorg en maatschappelijk herstel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe staan we er nu voor?Op het terrein van de maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid en OGGZ werken de 14 gemeenten (Oss, Uden, Veghel, Boekel, St. Oedenrode, Bernheze, Landerd, Lith, Maasdonck, Grave, St. Anthonis, Mill en St. Hubert, Cuijk, Boxmeer) van de regio BNO met de betrokken professionele instelling(en) samen in het voorbereidende regionaal ambtelijk overleg maatschappelijke opvang, verslavingszorg en OGGZ, alsmede in het Portefeuillehoudersoverleg. Het Portefeuillehoudersoverleg brengt aan de gemeentebesturen advies uit over te nemen besluiten. De gemeente Oss vervult de rol van de beleidscoördinerende centrumgemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanuit deze samenwerking is een gezamenlijke visie vastgesteld: Mensen met complexe problemen in staat stellen samenhangende zorg te ontvangen, waardoor zij zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren en kunnen deelnemen aan de samenleving: huisvesting, scholing/werk, dagbesteding, inkomen, gezondheid en sociaal netwerk. Hiervoor is ketenbenadering noodzakelijk, waarin zelfstandige partners samenwerken aan het realiseren van afgestemde producten die voorzien in de behoefte(n) van de cliënt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Preventie, signalering en melding• Hulp, opvang en zorg• Nazorg en maatschappelijke participatie De zorg sluit aan bij de belevingswereld, leefstijl en sociaal-culturele achtergrond van de cliënt. De professionele instellingen dragen zorg voor een adequate registratie over het bereik van geleverde producten en diensten en over de omvang, samenstelling en toestand van de te onderscheiden groepen van kwetsbare mensen. De instellingen rapporteren trends en ontwikkelingen aan de gemeente(n) en doen op basis daarvan aanbevelingen voor beleidsaccenten Gemeentelijke regieHet belangrijkste aspect van de gemeentelijke regierol is het tot stand brengen van afspraken tussen de professionele instellingen en andere partners over de uitvoering van maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid en openbare geestelijke gezondheidszorg. De gemeente Oss heeft daarnaast een stimulerende, coördinerende, bindende en faciliterende functie, evenals de functie van subsidiënt. De regierol van de centrumgemeente Oss is gericht op het creëren van een (regionale) infrastructuur voor de maatschappelijke opvang, het verslavingsbeleid en de OGGZ, alsmede het scheppen van randvoorwaarden voor ketensamenwerking. De regiogemeenten richten zich op lokale voorzieningen, zoals vroegsignalering en schuldhulpverlening. Afstemming en overleg tussen de centrumgemeente en de regiogemeenten over de besteding van de rijksuitkering is dan ook van belang, los van het feit dat de Wmo de centrumgemeente verplicht tot overleg met de regiogemeenten. Dit overleg vindt goed en regelmatig plaats.</div>\n<p class=\"lf-p\">In 2010 vindt een evaluatie plaats met (beleids) aanbevelingen voor 2011-2014. Dit betreft niet alleen maatschappelijke opvang, maar ook de openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Om een integrale benadering mogelijk te maken en de opgedragen regietaak voor gemeenten uitvoerbaar te maken is het gewenst in samenhang met het traditionele beleidsveld verslavingszorg en het ‘nieuwe terrein’ openbare geestelijke gezondheidszorg, niet langer van producten uit te gaan maar van integrale aandachtsgebieden en afspraken te maken over de inzet van de verschillende instellingen, uitgaande van een maximale verblijfsduur van 6 maanden in de maatschappelijke opvang. De volgende aandachtsgebieden en interventies worden onderscheiden:  het bereiken van kwetsbare groepen en risicogroepen door • het herkennen van risicofactoren en probleemsituaties• het opsporen, contact leggen en contact houden met kwetsbare mensen • het toeleiden naar zorg van kwetsbare mensen  het begeleiden van kwetsbare groepen en risicogroepen door • het vergroten van sociale steun • ondersteuning bij het dagelijks functioneren • belangenbehartiging • begeleiding/behandeling van psychische, verslavings- en/of somatische problemen • voorkomen van terugval  het functioneren als meldpunt voor signalen van crisis of dreiging van crisis bij kwetsbare personen en risicogroepen en het organiseren en uitvoeren van de crisisopvang het tot stand brengen van afspraken tussen betrokken organisaties over de uitvoering van de maatschappelijke opvang, de OGGZ en de verslavingszorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.1. Maatschappelijke opvang Prestatieveld 7: Het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang en het voeren van beleid ter bestrijding van huiselijk geweld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat is maatschappelijke opvang? Het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door één of meer problemen, al dan niet gedwongen, de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht in de samenleving te handhaven. Maatschappelijke opvang is een tijdelijke voorziening voor dak- en thuislozen voor een inmiddels landelijk geaccepteerde periode van maximaal 6 maanden. Maatschappelijke opvang kent een directe relatie met het gemeentelijke jeugdbeleid (16-23 jarigen) Doel maatschappelijke opvang en opdracht aan de gemeente(n) Het doel van maatschappelijke opvang is om dak- en thuislozen onderdak te bieden en deze mensen vervolgens zo optimaal en zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren in de samenleving. Het maatschappelijk effect is dus het herstellen van de zelfredzaamheid van mensen, mensen de gelegenheid te bieden om maatschappelijk te participeren en daarvoor op lokaal niveau voorwaarden te scheppen. De WMO draagt de gemeente(n) deze taak op. De gemeente heeft daarom de regietaak voor de toeleiding naar zorg en voor de samenwerking tussen partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat is daarvoor nodig? Daarvoor is een adequaat basisaanbod nodig met als aandachtspunten: • het bieden van dag- en nachtopvang• het regelen van crisisopvang en acute zorg• het bieden van ‘doorstroombedden’ voor opvang voor maximaal 6 maanden (bed, bad en brood)• het bieden van ondersteunende begeleiding, gericht op uitstroom • preventieactiviteiten in samenhang met collectieve OGGZ • een adequate registratie Het basisaanbod is gericht op een integraal en multidisciplinair individueel zorgplan, dat uitstroom uit de maatschappelijke opvang tot doel heeft binnen een in het zorgplan vastgestelde termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op wie heeft maatschappelijke opvang betrekking? Maatschappelijke opvang richt zich op mensen die dak- en thuisloos zijn, zich lichamelijk en geestelijk verwaarlozen, een risico vormen voor de eigen gezondheid en/of overlast veroorzaken. Door al deze factoren staat of dreigt deze doelgroep naast de samenleving te komen staan en is niet of onvoldoende in staat om in basisvoorwaarden als huisvesting, inkomen, sociale contacten en zelfverzorging te voorzien. Deze mensen vragen niet altijd hulp of willen zelfs geen hulp: zorgwekkende zorgmijders. Tot de doelgroep behoort niet vrouwenopvang als bedoeld in de Wmo, voor zover deze opvang is gerelateerd aan dreigend of feitelijk geweld in de thuissituatie. Voor Oss en de regio Brabant-Noordoost is de gemeente ’s-Hertogenbosch voor deze vrouwenopvang centrumgemeente. Ook (zwerf)jongeren tot 18 jaar vallen niet onder de doelgroep, omdat deze jongeren onder de verantwoordelijkheid van jeugdzorg vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijke opvang jaar 2008 – 2010 Hoewel niet helemaal onder de eerder geformuleerde doelgroep vallend is het streven in samenhang met het gemeentelijk jeugdbeleid te komen tot de realisering van maatschappelijke opvang voor jongeren van 16 tot 23 jaar. Stichting Maatschappelijke Opvang Verdihuis is verantwoordelijk voor het project of de activiteit en die kan als subsidieaanvrager met alle daaraan verbonden rechten en plichten optreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Speerpunten 2008-2010• Opvang, begeleiding en doorstroming met regionale vervolgtrajecten wonen (mede in relatie tot het te ontwikkelen Stedelijk Kompas en het project nazorg).• Realiseren van maatschappelijke opvang voor jongeren van 16-23 jaar in samenhang met jeugdbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.2. Openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) Prestatieveld 8: Het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen.Onder het bieden van openbare geestelijke gezondheidszorg wordt nagenoeg hetzelfde verstaan als hetgeen in de Wet collectieve preventie volksgezondheid nu hieronder wordt verstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat is OGGZ? Het signaleren en bestrijden van risicofactoren op het gebied van de openbare geestelijke gezondheidszorg, het bereiken en begeleiden van kwetsbare personen en risicogroepen, het functioneren als meldpunt voor signalen van crisis of dreiging van crisis bij kwetsbare personen en risicogroepen en het tot stand brengen van afspraken tussen betrokken organisaties over de uitvoering van de openbare geestelijke gezondheidszorg. Openbare GGZ is ook een aspect van het lokale gezondheidsbeleid en het gemeentelijke jeugdbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel OGGZ en opdracht aan de gemeente(n) Het doel en tevens het maatschappelijk effect van OGGZ is het voorkomen van problemen en de daaruit voortvloeiende individuele en maatschappelijke schade bij mensen met (latente) psychische problematiek, alsmede het aanpakken van (complexe) psychische problemen bij individuen en groepen, waarvoor de reguliere vraaggestuurde weg naar behandeling en hulpverlening niet open staat. Uiteindelijk gaat het om het herstel van de zelfredzaamheid en de gelegenheid om maatschappelijk te participeren voor mensen met een ernstige psychische en/of psychosociale problematiek en daarvoor op lokaal niveau voorwaarden te scheppen. De Wmo en de Wcpv dragen de gemeente(n) deze taak op. De gemeente heeft daarom de regietaak voor de toeleidingsactiviteiten naar zorg en voor de samenwerking tussen partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat is daarvoor nodig? Daarvoor is een adequaat basisaanbod nodig met als aandachtspunten:• het regelen van crisisopvang en acute zorg• het organiseren van bemoeizorg• zorg voor dak- en thuislozen • zorg voor slachtoffers (en daders) van huiselijk geweld• preventieactiviteiten (collectieve GGZ) • het beschikbaar zijn van een sociale kaart• het organiseren van de onderlinge consultatie tussen de OGGZ-partners en anderen (o.a. maatschappelijk werk en opbouwwerk)• een adequate registratie (bij participerende instellingen) • psychosociale hulpverlening bij ongevallen en rampen (WCPV) Voor het signaleren en bestrijden van risicofactoren moet het aanbod OGGZ gericht zijn op integrale en multidisciplinaire toeleidingsactiviteiten en moet OGGZ betrekking hebben op signaleren, opsporen, melden, contact houden, toeleiden en ongevraagde nazorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderscheid OGGZ OGGZ kan worden onderverdeeld in toeleidingsactiviteiten en preventieactiviteiten. Dit onderscheid is mede gebaseerd op de door de (centrum)gemeente(n) te ontvangen geoormerkte rijksmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op wie heeft OGGZ betrekking? OGGZ richt zich op mensen die naast de samenleving staan of dreigen te komen, zoals verslaafden, dak- en thuislozen en mensen die vereenzamen. Vaak vragen deze mensen zelf geen hulp of willen zelfs geen hulp: zorgwekkende zorgmijders. Het gaat om mensen, die een psychiatrische stoornis of ernstige psychosociale problemen hebben naast tegelijkertijd problemen op andere leefgebieden. Hierdoor zijn zij onvoldoende in staat om in eigen basisvoorwaarden te voorzien als huisvesting, inkomen, sociale contacten en zelfverzorging.</p>\n<p class=\"lf-p\">OGGZ jaar 2008 – 2010 Bij deze aandachtsgebieden wordt onderscheid gemaakt tussen zelfzorg, mantelzorg en algemene zorg (trede 1), zorg aan huis (trede 2), institutionele zorg (trede 3) en zorg op straat (trede 4). Deze indeling sluit aan op de ‘Handreiking OGGZ in de Wmo’ van de VNG van november 2006. In het kader van zorgvernieuwing binnen de OGGZ is het gewenst dat voor (ex)GGZ-cliënten integrale en multidisciplinaire trajecten worden ontwikkeld die leiden naar sociale activering en maatschappelijke participatie. Stichting GGZ Oost Brabant zal (in nagenoeg alle gevallen) verantwoordelijk zijn voor het project of de activiteit en die kan als subsidieaanvrager met alle daaraan verbonden rechten en plichten optreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Speerpunten 2008-2010 OGGZ• Toeleiding naar zorg o Continuering bemoeizorgproject o Continuering consultatie en begeleidingsactiviteiten huiselijk geweld • Collectieve preventie o Preventie depressie en angststoornissen, mede gericht op allochtone vrouwen o Preventie gericht op KOPP (kinderen van ouders met psychiatrische problemen) • Zorgvernieuwing o Continuering ondersteuning ex-GGZ-cliënten (Stichting Door en Voor) op basis van subregionale afstemming 6.7.3. Verslavingsbeleid Prestatieveld 9: Het bevorderen van verslavingsbeleid.Ambulante verslavingszorg doelt op activiteiten bestaande uit ambulante hulpverlening, gericht op verslavingsproblemen, en preventie van verslavingsproblemen, inclusief activiteiten in het kader van overlastbestrijding van overlast door verslaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat is verslavingsbeleid? Het ontmoedigen van het (overmatig) gebruik van genotmiddelen en het beperken van de risico’s van het gebruik voor de gebruiker zelf en de omgeving van de gebruiker. Verslavingsbeleid is daarom maatschappelijke zorg voor verslaafden in de context van de sociale en maatschappelijke gevolgen voor de gebruiker en de samenleving. Bestrijding van overlast in de omgeving door verslaving maakt daar onderdeel van uit. Verslavingsbeleid is ook een aspect van het lokale gezondheidsbeleid. Bovendien bestaat er een directe relatie met het gemeentelijke jeugdbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel verslavingsbeleid en opdracht aan de gemeente(n) Het doel van het lokale verslavingsbeleid is het voorkomen of beperken van gezondheidsrisico’s en maatschappelijke problemen die voortvloeien uit het overmatig gebruik van alcohol en drugs. Verslavingsbeleid richt zich met een sluitend aanbod van maatregelen primair op herstel en zonodig op het bieden van opvang, waarbij het herstellen van de zelfredzaamheid van mensen en het zo optimaal en zo zelfstandig mogelijk functioneren in de samenleving voorop staat. Het maatschappelijk effect is het bieden van de mogelijkheid om maatschappelijk te participeren, waarvoor op lokaal niveau voorwaarden worden gecreëerd. De Wmo draagt de gemeente(n) deze taak op. De gemeente heeft daarom de regietaak voor de toeleiding naar zorg en voor de samenwerking tussen partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat is daarvoor nodig? Daarvoor is een adequaat basisaanbod nodig met als aandachtspunten: • preventie in samenhang met collectieve GGZ • voorlichting en advies, vooral gericht op onderwijs en jeugdhulpverlening• ambulante zorg met aanmeldspreekuren• maatschappelijk herstel • een adequate registratie Het basisaanbod is gericht op integrale en multidisciplinaire activiteiten en heeft betrekking op signaleren, opsporen, melden, contact houden, toeleiden naar zorg en nazorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op wie heeft verslavingsbeleid betrekking? Verslavingsbeleid richt zich vooral op het voorkomen en bestrijden van alcohol- en drugsverslaving. Rook-, gok- en medicijnverslaving heeft in dat kader geen prioriteit. Met betrekking tot roken en gokken wordt het landelijke beleid gevolgd. Voor verslavingsbeleid is de primaire invalshoek gezondheidszorg en ligt het accent minder op openbare orde en rechtshandhaving. Er bestaat een relatie met het lokale gezondheidsbeleid en het lokale jeugdbeleid. De gemeentelijke verantwoordelijkheid voor verslavingszorg beperkt zich tot ambulante verslavingszorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt voor verslavingsbeleid is het bereiken en instandhouden van de maatschappelijke participatie van verslaafden, waardoor deze mensen in staat zijn te voorzien in basisvoorwaarden als huisvesting, inkomen, sociale contacten en zelfverzorging. Verslaafde mensen vragen niet altijd hulp of willen zelfs geen hulp: zorgwekkende zorgmijders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verslavingsbeleid jaar 2008 – 2010 Stichting Novadic-Kentron is verantwoordelijk voor het project of de activiteit en die kan als subsidieaanvrager met alle daaraan verbonden rechten en plichten optreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">SPEERPUNT 2008-2010 verslavingsbeleidAlcohol en jongeren in samenhang met het lokale gezondheidsbeleid en het alcoholproject Brabant-Noord. Dit project loopt gedurende de periode 2008-2012 (in 2012 is een evaluatie gepland).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met wie werken we samen?De WMO is een participatiewet met samenhangende prestatievelden. Ook vanuit maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid en openbare GGZ moeten dwarsverbanden worden gelegd naar mantelzorgondersteuning en andere initiatieven voor het bereiken en het bestendigen van maatschappelijke activering en maatschappelijke participatie. Voor zowel toeleidings-activiteiten als preventieactiviteiten zal op basis van de bovenstaande aandachtsgebieden op het terrein van het bereiken en het begeleiden van kwetsbare personen voor de periode 2008 – 2010 aan de Stichting GGZ Oost Brabant, SMO Verdihuis, Stichting Novadic-Kentron, Maatschappelijk Werk subregio’s Oss, Uden-Veghel en Land van Cuijk en GGD Hart voor Brabant gevraagd worden integrale multidisciplinaire offertes in te dienen. De GGD Hart voor Brabant vervult daarnaast voor de gemeente(n) op het terrein van OGGZ de rol van adviseur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke middelen zijn hier voor nodig?Het regionale financieringsplafond voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid ligt voor 2008 op basis van de historische verdeling van de rijksuitkering MO-VB voor maatschappelijke opvang op € 1.350.000,-- en voor verslavingsbeleid op € 700.000,--. Dit laat onverlet dat de betrokken instellingen op basis van inhoudelijke argumenten kunnen overeenkomen een andere verdeling toe te passen, mits het totaal van de uitgaven voor MO-VB de door de centrum-gemeente Oss te ontvangen rijksuitkering niet overstijgt. In 2007 bedroeg deze uitkering totaal € 2.040.000,--.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het financieringsplafond voor OGGZ-toeleidingsactiviteiten ligt voor 2008 op € 755.000,--. Dit komt overeen met de aan de centrumgemeente Oss toegekende rijksuitkering 2007. Voor OGGZ collectieve preventie gaan de rijksmiddelen voor het jaar 2008, net zoals in 2007, naar de individuele gemeenten. Insteek daarbij is de beschikbare middelen niet in elke gemeente afzonderlijk in te zetten maar te kiezen voor regionale projecten. Het regionale financieringsplafond voor collectieve preventie ligt voor 2008 op € 180.000,--. Dit komt overeen met het regionale budget 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonder uitputtend te zijn kunnen de volgende belangrijke posten in de begroting 2008 van Boxmeer gelinkt worden aan dit prestatieveld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal maatschappelijk Centrum € 393.280,--Verdihuis € 3.850,--GGD € 405.710,--Bemoeizorg € 15.270,-- Jeugdgezondheidszorg vroegsignalering € 26.340,-- 7. Bijlage I : Een schematisch overzicht per prestatieveld7.1. Sociale samenhang en leefbaarheidSchematisch Prestatieveld 1 Het bevorderen van de sociale samenhang en leefbaarheid in dorpen wijken en buurten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerjarig programma 2008 – 2011S pecifiek Doelstelling De gemeente Boxmeer stelt zich ten doel de communicatie tussen de burgers en de gemeente goed te laten verlopen en op peil te houden en, daar waar mogelijk samen met burgers, zorg te dragen voor het in stand houden of verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving van de burgers. Hierbij past om burgers directer verantwoordelijk te laten zijn voor hun leefomgeving en hen daarin te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">M eetbaar Subdoelen• Een discussie voeren met inwoners en professionals over het voorzieningenniveau in een wijk of kern. De uitkomsten opnemen in de dorpsontwikkelingsprogramma’s;• Financiële ondersteuning van een uitgebreid stelsel van sport- en gemeenschapsvoorzieningen, goed gespreid over de hele gemeente;• Meewerken aan instandhouding en bevordering van een gedifferentieerd aanbod van basisonderwijs en voortgezet onderwijs;• Een discussie voeren met de inwoners van wijk of kern over het multifunctioneel gebruik van beschikbare of gewenste accommodaties.• Meewerken aan instandhouding en bevordering van voorzieningen voor multifunctioneel gebruik voor zorg, welzijn en ontmoeting;• Stimuleren van betrokkenheid van alle kernen bij het gemeenschapsleven en bestuur, o.a. door samenwerking met de wijk- en dorpsraden, op basis van een convenant, de tweejaarlijkse bezoeken van het College aan alle wijken en dorpen en door ondersteuning van het vrijwilligerswerk.• De rol van de wijk-/dorpsraad nog verder ontwikkelen en hierbij krachtige ondersteuning blijven bieden• Verder ontwikkelen van wijk-of dorpsprogramma’s• Nader beoordelen of een vorm van wijk/dorpsbeheer een aanvulling is op onze aandacht voor de woonomgeving van de bewoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">A anvaardbaar Visie betrokkenen intern en externDe gemeente voert de regie om te komen tot de gewenste resultaten vanuit een dialoog met belanghebbenden en betrokken inwoners. Deze moeten voldoende toegerust zijn om hun rol te kunnen vervullen. R ealistisch BelemmeringenEr zijn veel spelers en even zoveel belangen in het veld. De leefbaarheid van wijken en dorpen vraagt naast een goede facilitering van de gemeente Boxmeer ook heldere keuzes en een verantwoordelijkheid (betrokkenheid) van de burgers zelf ten aanzien van hun leefomgeving.T ijdgebonden Verloop gedurende de programmaperiodeGefaseerde uitrol gedurende de komende vier jaar (2008 t/m 2011). Elk project heeft zijn eigen planning. Op dit moment zijn er met betrekking tot de diverse lopende projecten te veel (externe) onzekerheidsfactoren om tijdsfasering aan te brengen in de realisatie. Prestatie-indicatoren • Realisering gemeenschapshuis in Overloon.• Realisering project hart voor Beugen.• Realisering Weijerstaete als woonzorgaccommodatie.• Voor alle 11 kernen zijn nader uitgewerkte dorpsontwikkelingsprogramma’s beschikbaar.Discussie afgerond over mogelijke toepassing van wijk/dorpsbeheer.7.2. Preventieve ondersteuning van jeugdigen en ouders Schematisch Prestatieveld 2 Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met het opgroeien en ondersteuning van ouders met problemen met opvoeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerjarig programma 2008 – 2011 S pecifiek Doelstelling Alle jeugdigen en ouders (en/of opvoeders) in de gemeente moeten vóór 2012 terecht kunnen bij een herkenbaar “loket”: het Centrum voor Jeugd en Gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">M eetbaar Subdoelen• informatie verstrekken aan ouders/opvoeders, kinderen en jeugdigen over opvoeden en opgroeien; • signaleren van problemen door instellingen als jeugdgezondheidszorg, jeugd- en jongerenwerk en het onderwijs; • toegang tot het (gemeentelijk) hulpaanbod, beoordelen en toeleiden naar voorzieningen aan de hand van een 'sociale kaart' voor ouders, kinderen, jeugdigen en verwijzers; • lichte pedagogische hulpverlening, zoals schoolmaatschappelijk werk en coachen van jongeren; • coördineren van zorg in het gezin op lokaal niveau. • alle peuters en kleuters in aanraking laten komen met voor- en vroegschoolse educatie (VVE);• een sluitende zorgstructuur rondom het kind en/of de jongere;• een sluitend aanbod van onderwijs en welzijnsvoorzieningen in de vorm van een “brede-school-concept”;• iedere jongere tot en met 23 jaar volgt onderwijs, werkt of heeft een andere maatschappelijk georiënteerde dagbesteding.</p>\n<p class=\"lf-p\">A anvaardbaar Visie betrokkenen intern en externVoor de invulling van de vijf gemeentelijke functies binnen de sluitende jeugdketen gaan we uit van professioneel werkende organisaties en kwalitatief goed op hun taak toegeruste medewerkers. Van peuterspeelzaal tot onderwijsvoorziening, van jeugdgezondheidszorg tot algemeen maatschappelijk werk, verwacht mag worden dat voorzieningen en werkers de hen toebedeelde taak professioneel uitvoeren. Waar deze deskundigheid onvoldoende is, dient ze vergroot te worden.R ealistisch BelemmeringenDe gemeente voert de regie in het proces om te komen tot een sluitende jeugdketen. De samenwerking tussen de gemeenten in de regio Land van Cuijk en de gezamenlijke keuze voor invoering van de ontwikkelde jeugdketenstructuur biedt een uitstekend uitgangspunt om te komen tot een “Centrum voor Jeugd en Gezin” op regionale schaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij spelen naast de huidige stand van zaken in de keten uiteraard ook de financiële mogelijkheden van gemeenten, voorzieningen en vindplaatsen een rol. De stappen die dienen te worden gezet om vanuit de huidige situatie naar een optimale invulling van de ketenstructuur te komen zijn per gemeente verschillend.T ijdgebonden Verloop gedurende de programmaperiodeSommige zaken vragen nog om verdere uitwerking en de structuur dient immers op onderdelen nog verder geïmplementeerd te worden. Een aantal onderdelen van het model zijn in de dagelijkse praktijk binnen de gemeenten aanwezig.In de gemeente Boxmeer zal in 2010 één loket gerealiseerd zijn waar alle zorgvragen van kinderen en opvoeders beantwoord kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2010 is eveneens een brede-school-concept op iedere onderwijslocatie geïntroduceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolg Schematisch Prestatieveld 2 Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met het opgroeien en ondersteuning van ouders met problemen met opvoeden.Prestatie-indicatoren • Met ingang van 22 april 2008 is in het Centrum Jeugd en Gezin Land van Cuijk beschikbaar:• Een goed signaleringssyteem voor de inrichting van een sluitende lokale jeugdketen. Dit systeem omvat vier elementen: Ketenregistratie, signaaluitwisseling, afspraken over zorgcoördinatie, genereren van beleidsinformatie.• er is één herkenbaar loket voor opvoed- en opgroeivragen, waarin de informatie- en adviesfunctie van alle betrokken organisaties zijn samengebracht;• de vindplaatsen signaleren opvoed- en opgroeiproblematiek bij jeugdigen en ouders; hebben de signaleringsfunctie in hun organisatie ingebed; maken het gesignaleerde bespreekbaar met ouders en/of jeugdige; geleiden zonodig door naar voorzieningen voor licht pedagogische hulp;• op iedere vindplaats is een ‘zorgadviesoverleg’ gerealiseerd;• de voorzieningen voor licht pedagogische hulp bieden een aanspreekpunt voor vindplaatsen en bieden hulp aan jeugdigen en ouders;• de zorg wordt gecoördineerd dat wil zeggen er wordt informatie uitgewisseld, afgestemd en samengewerkt.• jaarlijks wordt geëvalueerd, in afstemming met de landelijke ontwikkelingen of de opgestelde prioriteiten voor de beleidsperiode geactualiseerd en/of bijgesteld moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3. Het geven van informatie advies en cliëntondersteuningSchematischPrestatieveld 3 Het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning Meerjarig programma 2008 – 2011 S pecifiek Doelstelling Een regelloket inrichten voor alle dienstverlening aan burgers binnen het Wmo taakveld. Burgers zullen via een digitaal loket informatie en advies over maatschappelijke ondersteuning kunnen verkrijgen. Voor een groot deel van de Wmo-doelgroep die geen toegang heeft tot deze dienstverlening, is persoonlijke ondersteuning bij het verkrijgen van informatie en advies vereist en hiervoor wordt een loket op maat gerealiseerd.M eetbaar Subdoelen• Laagdrempelig/toegankelijk• Telefonisch, fysiek en digitaal bereikbaar• Kosteloze dienstverlening aan het loket• Aan het loket horen ook vormen van klantondersteuning/zorgcoördinatie, geboden te worden (bijvoorbeeld; ouderenadviseurs, wwz-coördinator, MEE-consulent)• Een intensieve vorm van samenwerking bij opzet, inrichting en vormgeving van het Wmo-loket;• Een brede woon-welzijn-zorg-variant van het lokale loket;• Een loket waarbij een aanvraag wordt ingenomen en afgehandeld• Een gezamenlijke opzet van een digitale sociale kaart • een uniforme digitale aanvraagprocedure voor Wmo-voorzieningen.• Het lokaal Wmo-loket is een “diep” loket, waarbij vragen worden ingenomen en het proces van afhandelen in gang wordt gezet.• Een gezamenlijk gedragen dienstverleningsconcept met de Wmo-partners in het veld.• Het Wmo-loket is niet afhankelijk van afzonderlijke zorgaanbieders.• Binnen het Wmo-loket is plaats voor een gekwalificeerde intake die indicaties kan stellen voor de door de gemeente te leveren hulp en voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is er voor complexe situaties en ten behoeve van het oplossen van eventuele geschillen een onafhankelijke externe adviseur.• Het Wmo-loket wordt gebaseerd op professionele dienstverlening.• Het lokaal loket inrichten als groeimodel. Groeimodel met als uiteindelijke resultaat het hele proces van aanvraag tot zorgverlening inclusief een klantvolgsysteem;</p>\n<p class=\"lf-p\">A anvaardbaar Visie betrokkenen intern en externGemeente Boxmeer moet vanuit de taakstelling van dit prestatieveld de samenwerking zoeken met organisaties die ondersteuning op het gebied van zorg bieden in de vorm van cliëntondersteuning. Onder cliëntondersteuning wordt verstaan de ondersteuning van de cliënt bij het maken van een keuze of het oplossen van een probleem. Cliëntondersteuning heeft de regieversterking van de cliënt (en zijn omgeving) tot doel teneinde de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie te bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">VervolgSchematischPrestatieveld 3 Het geven van informatie, advies en cliëntondersteuningR ealistisch BelemmeringenHet WMO-loket is een groeimodel. Er is in 2008 begonnen met het nader vormgeven van de bestaande oorspronkelijke Wvg-loketten en het herkenbaar maken daarvan als Wmo-loket. Het verdiepen en verbreden van dit loket zal vervolgens stapsgewijze moeten plaatsvinden vanuit het betrekken van alle partners. Vanuit dit gezichtspunt gaat de gemeente de betrokken partijen benaderen om mede vorm en inhoud te geven aan het lokaal loket. Met name gaat het daarbij om een gezamenlijk gedragen visie op het dienstverleningsconcept voor dit loket. De medewerkers beschikken over een dienstverlenende instelling met kennis van de sociale kaart en specifieke kennis van de Wmo/Awbz-voorzieningen. Voor de uitvoering van taken is minimaal een mbo-niveau vereist, voor een deel van de werkzaamheden is hbo-niveau vereist.T ijdgebonden Verloop gedurende de programmaperiodeDe gemeente Boxmeer heeft vanaf 1-1-2008 een Wmo-loket operationeel. Medio 2008 zal gestart worden om de werkwijze en instructie van medewerkers meer af te stemmen op de doelstellingen. Dit is een groeimodel wat in de loop van 2009 en 2010 verder wordt uitgebouwd. Met de komst van het nieuwe gemeentehuis zal de dienstverlening voldoen aan de geformuleerde doelstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prestatie-indicatoren • Iedereen doet mee (gemeente biedt vangnet)• Vraag van de burger is leidend• Klanttevredenheid over serviceverlening aan het loket• Deskundig en professioneel personeel• Cijfers over aantallen bezoekers, telefoontjes etc.• Integraliteit bij de klantbenadering • Eenvoudige procedures en snelle afhandeling• Minimaal aantal overdrachtsmomenten• Afstemming met ketenpartners• Afgenomen administratieve belasting voor de klant 7.4. Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers Schematisch Prestatieveld 4a Het ondersteunen van mantelzorgers Meerjarig programma 2008 – 2011 S pecifiek Doelstelling De mantelzorgers zodanig ondersteunen dat zij hun taak kunnen vervullen. Het streven is niet gericht op méér inzet van mantelzorg, maar op het ontlasten van mantelzorgers en het (her)verdelen van de lasten.M eetbaar Subdoelen• er wordt een ruimhartige interpretatie gehanteerd van het begrip “gebruikelijke zorg” als preventie en als een steun in de rug voor die deze gebruikelijke zorg leveren;• de bijzondere aandacht van het Steunpunt Mantelzorg voor de “verborgen” groep mantelzorgers, het overnemen van regeltaken, het verruimen van de mogelijkheden van respijtzorg en het bereiken van de specifieke doelgroepen, wordt breed ondersteund;• afstemming van voorlichting, advisering en begeleiding van de mantelzorgers met alle relevante partijen is een blijvend punt van aandacht;• mantelzorg zit in de systeembenadering van het te realiseren WMO-loket;• de gemeente bevordert de onderlinge samenwerking tussen alle betrokken partijen, zowel vrijwilligersorganisaties als professionals in zorg en welzijn;• mantelzorg is vertegenwoordigd in de Wmo-adviesraden c.q. participatieraden;• bij de indicatiestelling wordt rekening gehouden met de inbreng van de mantelzorger;• mantelzorgers worden actief gewezen/geïnformeerd over de mogelijkheden van het aanpassen van de woning;• de mogelijkheden voor het lenen van materialen zoals ziekenhuisbedden etc, worden beter bekend gemaakt bij de mantelzorger en deze voorzieningen kunnen snel ingezet worden;• onderzocht wordt hoe de wenselijkheid van mantelzorg zich verhoudt tot het beginsel van economische zelfredzaamheid; voorzieningen worden getroffen voor het parttime bijhouden of verwerven van arbeidsmarktgerichte competenties tijdens een periode van mantelzorg; eventueel wordt iemand die mantelzorg verleend van de sollicitatieplicht ontheven;• ter voorkoming van overbelasting van de mantelzorger is er een adequaat systeem voor het registreren van signalen uit de omgeving van de zorgontvanger;• het beleid van het Steunpunt Mantelzorg om voldoende mogelijkheden voor respijtzorg voor de regio te realiseren, wordt onderschreven.A anvaardbaar Visie betrokkenen intern en externMantelzorgers werken veelal binnen de eigen familie en kiezen niet of maar ten dele voor het werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mantelzorg ‘overkomt je’. Als de mogelijkheden van deze vorm van zorg zijn uitgeput, vormt de gemeente de vangnet-functie. De mantelzorgers moeten goed toegerust zijn voor hun functie. R ealistisch BelemmeringenMantelzorgers zijn een ongeorganiseerde groep mensen, die zichzelf soms niet bewust zijn van het feit dat zij mantelzorger zijn.T ijdgebonden Verloop gedurende de programmaperiodeVanaf 2008 wordt jaarlijks extra aandacht besteed aan prioriteiten en behoeften van mantelzorgers o.a. in de subsidieafspraken met het Steunpunt Mantelzorg. Vervolg Schematisch Prestatieveld 4a Het ondersteunen van mantelzorgers Prestatie-indicatoren • Jaarlijks werkplan en verslag van Steunpunt mantelzorg• Klanttevredenheid ten aanzien van mantelzorgondersteuning• Actieve benadering van mantelzorgers op het gebied van ondersteuningsaanbod• Inventarisatie ondersteuningsbehoefte Schematisch Prestatieveld 4b Het ondersteunen van vrijwilligers Meerjarig programma 2008 – 2011 S pecifiek Doelstelling Het scheppen van de juiste voorwaarden om mensen te stimuleren zich vrijwillig in te zetten en onbetaald actief te zijn voor anderen en voor de samenleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">M eetbaar Subdoelen• er is een vrijwilligerssteunpunt ingericht;• er is een aanspreekpunt voor vrijwilligers binnen de gemeentelijke organisatie;• het accomodatiebeleid is onderzocht en uitgewerkt;• een vrijwilligersverzekering is ingesteld;• er is een vrijwilligersvriendelijk vergunningenbeleid;• er is een vrijwilligers-klankbordgroep;• er zijn opleidingsmogelijkheden in het kader van de Wet Educatie Beroepsonderwijs.</p></div>", "next": 238722}