{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Behalve in geval van situering op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat en mits het bouwperceel niet grenst aan bebouwingstype G2, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De historische dorpse bebouwingslinten hebben vaak een hoge (cultuur)historische, architectonische, landschappelijke of stedenbouwkundige waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zijn vaak oude routes die in de huidige stedenbouwkundige structuur zijn opgenomen, maar nog duidelijk herkenbaar zijn. Vooral de variatie, individualiteit, korrelgrootte en de aandacht voor detaillering is kenmerkend voor deze gebieden. In de bebouwingslinten komen dan ook vaak monumenten, beeldbepalende en beeldondersteunende panden voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is gewenst om in deze gebieden de (historische) kenmerken te behouden, omdat ze een beeld geven van de ontstaansperiode en daarmee de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Daarnaast zijn het vaak de belangrijkste structuren in een kern.</p>\n<p class=\"lf-p\">Langs historische bebouwingslinten is meestal sprake van een matige dynamiek. Het gaat daarbij om functieverandering van panden zoals verwinkeling en verzakelijking, om schaalvergroting en verdichting van de bebouwing. Ook de behoefte aan presentatie van bedrijven en faciliteiten voor bezoekers en bedienend verkeer is aanleiding om veranderingen aan gebouwen, op erven of op de openbare weg aan te brengen. Deze veranderingen doen zich geleidelijk en incidenteel voor, maar kunnen op den duur tot ingrijpende en onbedoelde verandering van het bebouwingsbeeld leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dit bebouwingstype zijn de navolgende gebiedsgerichte criteria van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Op plekken waar in het verleden panden gerealiseerd zijn met de kenmerken van een andere architectuurperiode, zijn de kenmerken van deze architectuurperiode bij verbouw en/of renovatie uitgangspunt bij de beoordeling van plannen, zodat hierdoor de essentie van de bestaande architectuur gehandhaafd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving De karakteristiek van de bebouwing dient aan te sluiten op de karakteristiek van de omliggende historische bebouwing. De karakteristiek van de bebouwing uit zich onder andere in de bouwmassa, de kapvorm, de mate van detaillering, het kleur- en materiaalgebruik en de variatie daartussen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De situering of wijziging van de bouwmassa en/of de oriëntatie mag het historische straatbeeld niet verstoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing op bijzondere plekken kan zo worden vormgegeven, waarbij een afwijkende architectuur mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wisselende bebouwingsbeeld van herkenbare individuele panden met variabele onderlinge afstanden is uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De huidige mate van open- en geslotenheid is leidend voor veranderingen. De openheid tussen twee bebouwingselementen of -complexen dient zoveel mogelijk bewaard te blijven; bestaande waardevolle doorzichten moeten zoveel mogelijk gehandhaafd blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing op één perceel dient tezamen een eenheid te vormen in kleur- en materiaalgebruik, architectonische uitwerking e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe (agrarische) bedrijfsgebouwen moeten achter het bestaande hoofdgebouw worden gesitueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderscheid tussen hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken moet worden gehandhaafd en is bepalend voor nieuwe ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe, herkenbaar eigentijdse invullingen of toevoegingen dienen te passen bij het bestaande karakter en geïnspireerd te zijn op de bestaande historische bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen Bij een aanpassing of wijziging van de bebouwing dient zorgvuldig omgegaan te worden met de (cultuur)historische waarde van de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvoeging van bouwmassa’s is ongewenst. De oorspronkelijke parcellering moet herkenbaar blijven. Kortom: De bebouwingseenheden dienen individueel herkenbaar te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oorspronkelijke kapsituatie en de oorspronkelijke bouwvorm moeten leesbaar blijven bij verandering aan de bouwmassa.</p>\n<p class=\"lf-p\">De positionering en uitstraling van opbouwen en bijbehorende bouwwerken dient overeenkomstig de gebiedskarakteristiek te worden weergeven en dient ondergeschikt te zijn aan de hoofdvorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Traditionele kapvormen zijn uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij panden, die een stedenbouwkundig geheel vormen, dienen toevoegingen per pand ondergeschikt te zijn aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingrepen op begane-grondniveau mogen de harmonie van de individuele gevel als geheel niet verstoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oorspronkelijke gevelopbouw en traditionele indeling van de gevels dienen gerespecteerd te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorgevel van de hoofdmassa dient gericht te zijn op de openbare ruimte, waarbij de hoofdgebouwen met een representatieve gevel gericht dienen te zijn op deze openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal De oorspronkelijke ornamenten en detailleringen in de gevel dienen herkenbaar en zinvol te blijven. Bij verbouwing en renovatie dient zorgvuldig omgaan te worden (herstel, interpretatie of reactie) met de ornamentiek zoals: overstekken, daklijsten, siermetselwerk, lijsten en speklagen en de specifieke detaillering van gevelopeningen, balkonhekken, deurluifels en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofdkleurtoon en het overwegend materiaalgebruik dienen afgestemd te zijn op de karakteristiek van het landschap, waarbij het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen voorop staat: de daken moeten gedekt zijn met riet of gebakken donkere pannen en de gevels dienen te bestaan uit rode/bruinrode baksteen of licht pleisterwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunststof en plaatmaterialen zijn niet toegestaan, tenzij in verschijningsvorm vergelijkbaar met traditionele materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van heldere, felle en contrasterende kleuren is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veranderingen in materiaal- en kleurgebruik van de individuele bebouwing dient in relatie te staan met de gevelwand als geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Gelet op de karakteristiek van de betreffende gebieden (het min of meer dorpse karakter) dienen reclamevoeringen qua hoeveelheid, afmetingen, kleurstellingen en vormgeving terughoudend te zijn en het karakter van deze gebieden te respecteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van reclame wordt ervan uitgegaan dat deze technisch, reclametechnisch en visueel optimaal wordt aangepast aan het gebouw en ingepast in de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De attentiewaarde dient meer op het stedenbouwkundig-architectonische ensemble te liggen dan op alleen de commerciële reclamekant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij reclame moet sprake zijn van integratie in de architectuur van het pand. Aan de kwaliteit van het pand mag geen afbreuk worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij nieuwbouw en/of verbouw moet in het ontwerp worden aangegeven waar de ontwerper reclames mogelijk acht, rekening houdend met de criteria Reclame moet een functionele relatie met het betreffende pand hebben. Verwijzen naar een elders gelegen bedrijf of winkel is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een reclame moet zich als een bescheiden en terughoudend vormgegeven toevoeging aan een pand presenteren, hetgeen geldt voor de grootte, vorm en materialisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Productenwerving of presentatie op doeken die gespannen zijn tussen metalen frames op gevels van gebouwen zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per pand mogen in beginsel slechts twee reclame-uitingen worden aangebracht; één vlak tegen de gevel en één als uithangbord, banier of lichtreclame die loodrecht op de gevel staat. Hoekpercelen kunnen aan beide gevels reclame voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames bovenop luifels, daken, gebouwen, dakgoten of dienovereenkomstige bouwdelen zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een huisstijl van een onderneming of gestandaardiseerde reclame is alleen toegestaan, indien deze voldoet aan de in deze nota gestelde eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enkelzijdige lichtbakken zijn niet toegestaan, tenzij deze zijn geïntegreerd in het pui-ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verticaal gerichte, bewegende of knipperende reclames zijn niet toegestaan. Als uitgangspunt is het onderstrepen van teksten en benadrukken van de winkellengte door een licht- of neonlijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gebieden met een overwegende woonbestemming dienen reclames achterwege te blijven, omdat zij de visuele rust van de omgeving verstoren. Een uitzondering hierop vormen woningen met een praktijkruimte. In deze gevallen is een beperkte naams- of beroepsaanduiding mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Reclame tegen de gevel Handelsreclame tegen de gevel moet passen binnen de zone tussen de onderpui en verdiepingramen en moet in een goede verhouding tot de gevel en de omgeving staan. Reclames mogen niet boven de onderkant van de raamdorpels van de verdiepingskozijnen uitkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij reclames bestaande uit losse belettering zijn twee- of meerregelige teksten niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames mogen niet in of nabij de perceelsgrenzen worden aangebracht, maar dienen bij voorkeur nabij de hoofdingang van een gebouw te worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Uitstekende reclame Handelsreclame welke haaks op de gevel is geplaatst mag niet meer dan 0,8 m uit de gevel steken, met een maximale breedte van 0.6 m, een maximale hoogte van 0,6 m en een maximale dikte van 0,3 m. Reclames mogen niet boven de onderkant van de raamdorpels van de verdiepingskozijnen uitkomen en mogen niet bevestigd worden aan erkers of balkons. De minimale doorgangshoogte onder uitstekende reclames dient 2.3 meter te bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Vlaggen Het gebruik van vlaggen, vaandels, wimpels of banieren is beperkt tot één per 4 m gevelbreedte van het pand met een maximale vlagomvang van 150 x 75 cm, en een maximale banieromvang van 180 x 60 cm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vlaggenstokken moeten bevestigd worden onder de vloer van de eerste verdieping, banieren onder de bovendorpel van de kozijnen op de eerste verdieping. Banieren mogen maximaal 0,8 m uit de gevel steken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Andere aspecten Kokers uitsluitend bestemd voor het opbergen van elektrische leidingen en andere hulpconstructies die voor het bevestigen van reclames zijn bedoeld dienen geschilderd te worden in de kleur van het gevelvlak, waartegen de reclame wordt aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij nieuwbouw aan en verbouwing van bestaande panden dienen de elektrische leidingen ten behoeve van de reclame onzichtbaar te worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame op zonweringen is slechts beperkt toegestaan, op de volant of op het onderste segment van de markies, met een maximale hoogte van 0,15 m, bij voorkeur nabij de toegangsdeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.3 Bebouwingslinten (H3) Waar komt dit bebouwingstype voor?</p>\n<p class=\"lf-p\">Als bebouwingslinten zijn aan te merken: de Julianalaan en de Koningstraat in Raamsdonksveer en de Raadhuisstraat in Raamsdonk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving Bebouwingslinten zijn vaak ontstaan als bebouwingsconcentraties langs historische verbindingswegen. In tegenstelling tot de historische bebouwingslinten, heeft de ontwikkeling van bebouwing langs deze linten in een relatief korte tijdspanne haar beslag gekregen. Voor de betreffende straten in de gemeente Geertruidenberg gaat het overwegend om bebouwing die is opgericht in de periode jaren ’30 - jaren ’60.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing is perceelsgewijs tot stand gekomen waardoor een wisselend straatbeeld is ontstaan. De bebouwing is overwegend kleinschalig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kavels zijn veelal smal. De hoofdbebouwing is direct aan de ontsluitingsweg gelegen en richt zich hierop. De rooilijn kent weinig verspringingen en lange rechtstanden. De bebouwingsstructuur kenmerkt zich door vrijstaande, halfvrijstaande en aaneengebouwde woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De openbare ruimte, de straat en de begeleidende bomen enerzijds en anderzijds de voortuinen of de aanstrating en stoep zijn bepalend in het straatbeeld en zorgen voor de samenhang. Hierdoor vormen de perceelsgewijze, individuele invullingen één straatwand terwijl ze onderling van elkaar verschillen in hoogte, afmetingen, materialen, details en kleuren. De kavels hebben vaak diepe achtertuinen en voortuinen die in diepte variëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het straatbeeld wordt bepaald door hoofdgebouwen. Aanbouwen en bijgebouwen staan op het erf en zijn meestal niet of nauwelijks zichtbaar vanaf de openbare ruimte. De aanbouwen en bijgebouwen onderscheiden zich duidelijk van de hoofdgebouwen. Ze zijn veelal kleiner en lager dan de hoofdgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen is de overwegend functie van de bebouwing in de bebouwingslinten. Incidenteel komen andere functies voor. Soms heeft een functieverandering plaatsgevonden. Als dit heeft plaatsgevonden met behoud van de oorspronkelijke bebouwingsmassa wordt dit niet als storend ervaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: massaopbouw, gevel en onderdelen De bebouwing in de bebouwingslinten is divers van karakter, maar minder divers dan in de historische bebouwingslinten omdat de bebouwing in een kortere tijdsperiode is gebouwd. Er is sprake van eenheid binnen de verscheidenheid. De bebouwing bestaat overwegend uit één tot twee lagen met een kap. Kenmerkend is dat er niet één goothoogte voorkomt, maar de goothoogte verschilt per pand. Daarnaast komen diverse kapvormen voor zoals een zadeldak (met wolfseind) en mansardekap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal De gevels zijn in de meeste gevallen opgetrokken uit baksteen. Het dak is bedekt met pannen. De kleur van de gevels is in hoofdzaak rood. De daken zijn vaak voorzien van rode of gesmoord blauwe dakpannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bebouwing is divers en afhankelijk van de ontstaansperiode. Veelal zijn bij recent gebouwde woningen wel details opgenomen, zoals die bij (oudere) woningen aan het lint voorkomen. Men treft diverse ornamenten, detailleringen in het metselwerk (strek- en rollagen) en diverse gevelbeëindigingen aan. Kenmerkend is het contrast tussen de kleur van het metselwerk en die van de kozijnen. Het kleur- en materiaalgebruik van kozijnen en draaiende delen is ingetogen en traditioneel. Vaak zijn deze in hout uitgevoerd en (wit) geschilderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering en dynamiek; achtererfgebied welstandsvrij Behalve in geval van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwingslinten hebben vooral stedenbouwkundige betekenis, omdat zij bijdragen aan de herkenbaarheid van de opbouw van een dorp. In tegenstelling tot de historische bebouwingslinten komt aan de bebouwingslinten veelal bebouwing van recentere datum voor, met minder cultuurhistorische waarde. Door de ligging aan kenmerkende routes en de gevarieerde bebouwing is een welstandstoets wel wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is gewenst om in deze gebieden de belangrijkste kenmerken te behouden, omdat ze een beeld geven van de ontstaansperiode en daarmee de ontstaansgeschiedenis van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Langs bebouwingslinten is meestal sprake van een matige dynamiek. De veranderingen doen zich geleidelijk en incidenteel voor, maar kunnen op den duur tot ingrijpende en onbedoelde verandering van het bebouwingsbeeld leiden. Het gaat vooral om kleine bouwwerken die een grote impact kunnen hebben op het straatbeeld en dus niet eenvoudig te vatten zijn onder enkele specifieke criteria. Een integrale beoordeling is nodig. Dus gelden voor alle bouwplannen in dit gebied onderstaande criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving De karakteristiek van de bebouwing dient aan te sluiten op de karakteristiek van de omliggende bebouwing. De karakteristiek van de bebouwing uit zich onder andere in de bouwmassa, de kapvorm, de mate van detaillering, het kleur- en materiaalgebruik en de variatie daartussen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De situering of wijziging van de bouwmassa en/of de oriëntatie mag het historische straatbeeld niet verstoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wisselende bebouwingsbeeld van herkenbare individuele panden is uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing op één perceel dient tezamen een eenheid te vormen in kleur- en materiaalgebruik, architectonische uitwerking e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderscheid tussen hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken moet worden gehandhaafd en is bepalend voor nieuwe ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe, herkenbaar eigentijdse invullingen of toevoegingen dienen te passen bij het karakter van de bestaande bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen Bij een aanpassing of wijziging van de bebouwing dient zorgvuldig omgegaan te worden met de (cultuur)historische waarde van de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvoeging van bouwmassa’s is ongewenst. De oorspronkelijke parcellering moet herkenbaar blijven. Kortom: De bebouwingseenheden dienen individueel herkenbaar te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oorspronkelijke kapsituatie en de oorspronkelijke bouwvorm moeten leesbaar blijven bij verandering aan de bouwmassa.</p>\n<p class=\"lf-p\">De positionering en uitstraling van opbouwen en bijbehorende bouwwerken dient overeenkomstig de gebiedskarakteristiek te worden weergeven en dient ondergeschikt te zijn aan de hoofdvorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Traditionele kapvormen zijn uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij panden, die een stedenbouwkundig geheel vormen, dienen toevoegingen per pand ondergeschikt te zijn aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingrepen op begane-grondniveau mogen de harmonie van de individuele gevel als geheel niet verstoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oorspronkelijke gevelopbouw en traditionele indeling van de gevels dienen gerespecteerd te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra aandacht is gewenst voor een verzorgde vormgeving van de overgang tussen openbaar gebied en privéterrein, bijvoorbeeld door groene erfafscheidingen (haag, heg).</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorgevel van de hoofdmassa dient gericht te zijn op de openbare ruimte, waarbij de hoofdgebouwen met een representatieve gevel gericht dienen te zijn op deze openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal De oorspronkelijke ornamenten en detailleringen in de gevel dienen herkenbaar en zinvol te blijven. Bij verbouwing en renovatie dient zorgvuldig omgegaan te worden (herstel, interpretatie of reactie) met de ornamentiek zoals: overstekken, daklijsten, siermetselwerk, lijsten en speklagen en de specifieke detaillering van gevelopeningen, balkonhekken, deurluifels en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofdkleurtoon en het overwegend materiaalgebruik dienen afgestemd te zijn op de karakteristiek van het landschap, waarbij het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen voorop staat: de daken moeten gedekt zijn met riet of gebakken donkere pannen en de gevels dienen te bestaan uit rode/bruinrode baksteen of licht pleisterwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunststof en plaatmaterialen zijn niet toegestaan, tenzij in verschijningsvorm vergelijkbaar met traditionele materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van heldere, felle en contrasterende kleuren is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veranderingen in materiaal- en kleurgebruik van de individuele bebouwing dient in relatie te staan met de gevelwand als geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Gelet op de karakteristiek van de betreffende gebieden (het min of meer dorpse karakter) dienen reclamevoeringen qua hoeveelheid, afmetingen, kleurstellingen en vormgeving terughoudend te zijn en het karakter van deze gebieden te respecteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van reclame wordt ervan uitgegaan dat deze technisch, reclametechnisch en visueel optimaal wordt aangepast aan het gebouw en ingepast in de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De attentiewaarde dient meer op het stedenbouwkundig-architectonische ensemble te liggen dan op alleen de commerciële reclamekant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij reclame moet sprake zijn van integratie in de architectuur van het pand. Aan de kwaliteit van het pand mag geen afbreuk worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij nieuwbouw en/of verbouw moet in het ontwerp worden aangegeven waar de ontwerper reclames mogelijk acht, rekening houdend met de criteria Reclame moet een functionele relatie met het betreffende pand hebben. Verwijzen naar een elders gelegen bedrijf of winkel is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een reclame moet zich als een bescheiden en terughoudend vormgegeven toevoeging aan een pand presenteren, hetgeen geldt voor de grootte, vorm en materialisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Productenwerving of presentatie op doeken die gespannen zijn tussen metalen frames op gevels van gebouwen zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per pand mogen in beginsel slechts twee reclame-uitingen worden aangebracht; één vlak tegen de gevel en één als uithangbord, banier of lichtreclame die loodrecht op de gevel staat. Hoekpercelen kunnen aan beide gevels reclame voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames bovenop luifels, daken, gebouwen, dakgoten of dienovereenkomstige bouwdelen zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een huisstijl van een onderneming of gestandaardiseerde reclame is alleen toegestaan, indien deze voldoet aan de in deze nota gestelde eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enkelzijdige lichtbakken zijn niet toegestaan, tenzij deze zijn geïntegreerd in het pui-ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verticaal gerichte, bewegende of knipperende reclames zijn niet toegestaan. Als uitgangspunt is het onderstrepen van teksten en benadrukken van de winkellengte door een licht- of neonlijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gebieden met een overwegende woonbestemming dienen reclames achterwege te blijven, omdat zij de visuele rust van de omgeving verstoren. Een uitzondering hierop vormen woningen met een praktijkruimte. In deze gevallen is een beperkte naams- of beroepsaanduiding mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Reclame tegen de gevel Handelsreclame tegen de gevel moet passen binnen de zone tussen de onderpui en verdiepingramen en moet in een goede verhouding tot de gevel en de omgeving staan. Reclames mogen niet boven de onderkant van de raamdorpels van de verdiepingskozijnen uitkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij reclames bestaande uit losse belettering zijn twee- of meerregelige teksten niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames mogen niet in of nabij de perceelsgrenzen worden aangebracht, maar dienen bij voorkeur nabij de hoofdingang van een gebouw te worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Uitstekende reclame Handelsreclame welke haaks op de gevel is geplaatst mag niet meer dan 0,8 m uit de gevel steken, met een maximale breedte van 0.6 m, een maximale hoogte van 0,6 m en een maximale dikte van 0,3 m. Reclames mogen niet boven de onderkant van de raamdorpels van de verdiepingskozijnen uitkomen en mogen niet bevestigd worden aan erkers of balkons. De minimale doorgangshoogte onder uitstekende reclames dient 2.3 meter te bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Vlaggen Het gebruik van vlaggen, vaandels, wimpels of banieren is beperkt tot één per 4 m gevelbreedte van het pand met een maximale vlagomvang van 150 x 75 cm, en een maximale banieromvang van 180 x 60 cm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vlaggenstokken moeten bevestigd worden onder de vloer van de eerste verdieping, banieren onder de bovendorpel van de kozijnen op de eerste verdieping. Banieren mogen maximaal 0,8 m uit de gevel steken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Andere aspecten Kokers uitsluitend bestemd voor het opbergen van elektrische leidingen en andere hulpconstructies die voor het bevestigen van reclames zijn bedoeld dienen geschilderd te worden in de kleur van het gevelvlak, waartegen de reclame wordt aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij nieuwbouw aan en verbouwing van bestaande panden dienen de elektrische leidingen ten behoeve van de reclame onzichtbaar te worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame op zonweringen is slechts beperkt toegestaan, op de volant of op het onderste segment van de markies, met een maximale hoogte van 0,15 m, bij voorkeur nabij de toegangsdeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2 Gebieden met een reguliere toets 6.2.1 Tuindorp/wijk (W1) Waar is dit bebouwingstype van toepassing?</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit bebouwingstype komt alleen voor in Raamsdonksveer aan de Koningstraat, Groenstraat, Irenestraat, Margrietstraat en Marijkestraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving De tuinstadgedachte is ontstaan aan het begin van de negentiende eeuw en was een reactie op de overbevolking en ‘grote stedelijkheid’ van toen. Vanaf de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw werd een groot aantal wijken gebouwd waarvan de bouwstijl enigszins werd beïnvloed door de architectuur van Frank Lloyd Wright. Het idee dat hieraan ten grondslag ligt, is de bevrijding van het industrieproletariaat uit de ongezonde woonomstandigheden. Als alternatief voor de stenige, overvolle stad werden woonwijken gebouwd waarin de menselijke maat en de individuele woning weer een grote rol spelen. In Nederland was vooral het gedachtegoed van architect Granpré Molière bepalend voor de tuinstadgedachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Irenestraat Raamsdonksveer Kenmerkend is dat tuindorpen en -wijken oorspronkelijk als samenhangend geheel zijn ontworpen met specifieke architectonische en stedenbouwkundige kenmerken. Het accent binnen de wijken ligt vooral op de straatruimte zelf. De straatgevels vormen een intieme, kleinschalige openbare ruimte. De woningen zijn bijna allemaal georiënteerd op de straat en bovenwoningen werden gemeden. De hoofdgebouwen zijn ook overwegend geplaatst in een (doorgaande) rooilijn, evenwijdig aan de straat. De meeste woningen hebben een eigen ruime voortuin en in veel gevallen beschikt de woning ook over een zijtuin. De tuin vormt een belangrijke schakel in de oorspronkelijke tuinstadgedachte. Uitgangspunt was een menswaardige huisvesting voor iedereen waarbij de verbondenheid met de natuur belangrijk was.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overgang van de privéruimte naar de openbare ruimte is zeer zorgvuldig vormgegeven en wordt gemarkeerd door een haag of een gebouwde (lage) erfafscheiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zeer kenmerkend op grote schaal is de uniformiteit van de stedenbouwkundige indeling en architectuur van de wijken en op een lager schaalniveau het oog voor detail en individualiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dorpen treft men de tuinwijk vaak aan in kleine clusters aan straten. Door de samenhang binnen de wijken en de groeninrichting van de straten, pleintjes en voortuinen is een aangenaam en vriendelijk omgevingsbeeld ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen De massavorm is bepalend voor de straat en het straatbeeld. De bebouwing bestaat uit aaneengebouwde woningen en incidenteel twee-onder-één-kapwoningen van één of twee bouwlagen met een kap. De woningen hebben vaak forse kappen met ruime dakoverstekken en vaak accenten in de vorm van erkers en loggia’s. De kappen bestaan uit zadeldaken, die gekenmerkt worden door brede en houten dakgoten. De kappen zijn wisselend haaks op of evenwijdig aan de straat gesitueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevel en het dakvlak hebben een horizontaal karakter wat voornamelijk tot uitdrukking komt in een doorlopend dak, de lage, liggende dakkapellen en de doorlopende goot met overstek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijk in het straatbeeld en voor de individuele woning zijn de bindende elementen zoals de kap, de goot en het metselwerk. Dit in samenhang met de elementen die voor ritmiek zorgen, zoals voordeuren, ramen, erkers, balkons, kleine sprongen in de rooilijn, dakkapellen en schoorstenen en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij alle woningen is er een onderscheid in maat en schaal tussen hoofdgebouwen en aanbouwen en bijgebouwen. Aanbouwen en bijgebouwen zijn in het oorspronkelijk plan veelal achter de hoofdmassa gesitueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakkapellen zitten vaak onder in het dakvlak en zijn daarin opgenomen als losse elementen, waardoor het vlak als geheel niet onderbroken wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal De architectuur is overwegend ingetogen en sober van opzet met een verfijning in de kleurtoepassing en detaillering. De huizen zijn veelal opgetrokken uit (donker)rode baksteen en hebben een pannendak van overwegend rode pannen. De bebouwing is met zorg ontworpen en heeft kenmerkende details en ornamenten in de gevel en het dak. De gevels zijn voorzien van (veelal in wit geschilderde) houten kozijnen, rechthoekig van vorm, verticaal gericht. De ambachtelijke detaillering en de verbanden in het donkere metselwerk geven de woningen een ingetogen allure. Opvallend en kenmerkend zijn de dakoverstekken, de brede goten, erkers en entreepartijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame Algemeen kan worden opgemerkt dat in typische woongebieden primair de rust van de omgeving het karakter dient te bepalen en dat aan woningen aangebrachte reclames deze rust nadelig beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames die geen betrekking hebben op een ter plaatse gevestigde inrichting of bedrijf, of op een ter plaatse uitgeoefend beroep, zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gebieden met een woonfunctie dienen reclames in principe achterwege te blijven, omdat zij storend zijn in het omgevingsbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitzondering hierop vormen de woningen met een praktijkruimte. In deze gevallen is een beperkte naams- of beroepsaanduiding, bij voorkeur nabij de toegangsdeur, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering en dynamiek; achtererfgebied welstandsvrij Behalve in geval van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tuinwijken en -dorpen zijn zeer zorgvuldig ontworpen en vertonen een grote samenhang. De omgevingskwaliteit is hoog. Er is sprake van een intieme sfeer met menselijke maat. Door de grote betekenis van de straatruimte zelf kan in deze gebieden worden volstaan met een reguliere welstandstoets die zich richt op hoofdaspecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veranderingen aan de voorzijde kunnen echter grote impact hebben op de uitstraling van het gebied. Dus is ook hier een integrale beoordeling gewenst. Bovendien zijn kleine bouwwerken vaak onderdeel van het architectonisch ontwerp en in samenhang met de gehele architectuur ontworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dit bebouwingstype zijn navolgende gebiedsgerichte criteria van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Op plekken waar in het verleden panden gerealiseerd zijn met de kenmerken van een andere architectuurperiode, zijn de kenmerken van deze architectuurperiode bij verbouw en/of renovatie uitgangspunt bij de beoordeling van plannen, zodat hierdoor de essentie van de bestaande architectuur gehandhaafd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving De architectuur en de openbare ruimte zijn vaak in samenhang ontworpen. Waar deze samenhang aanwezig is, dient deze behouden te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het straatbeeld is de massavorm van de bebouwing uitgangspunt. De bestaande samenhang in kapvormen, rooilijnen en goot- en bouwhoogtes is leidend bij veranderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningen dienen met een representatieve gevel gericht te zijn op de straatruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgvuldig vormgegeven overgangen privé – openbaar zijn zeer kenmerkend en dienen behouden te blijven. Vooral in de voorgebieden is verdichting of verstening ongewenst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen De huidige massavorm is uitgangspunt. Hierin spelen de grote daken en de doorlopende goot met overstek een belangrijke rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakvlakken dienen als een geheel herkenbaar te blijven. Dakkapellen worden onder in het dakvlak, maar wel los van de goot, geplaatst. Lage liggende dakkapellen kunnen passen in het architectuurbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De originele gevelindeling is maatgevend bij veranderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderscheid tussen bijbehorende bouwwerken en de hoofdbouwmassa dient herkenbaar te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal Het kleurgebruik dient sober en ingetogen te zijn en passend bij de oorspronkelijke architectuur. Afwijkend, niet oorspronkelijk kleurgebruik is mogelijk, mits passend binnen de karakteristieken van het gehele gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerkende details en ornamenten dienen behouden te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerkende dakoverstekken, brede goten, erkers en entreepartijen dienen behouden te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Bij een in of bij een woning gevestigde bedrijfs- of praktijkruimte, welke op grond van het bestemmingsplan (of via een binnenplanse ontheffing) is toegestaan (zoals ‘beroep aan huis’), is een beperkte naams- of beroepsaanduiding nabij de toegangsdeur, dan wel een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Reclame tegen de gevel Reclame tegen de gevel dient naast de voordeur of entree van de praktijkruimte, en in ieder geval onder de vloer van de eerste verdieping, te worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame tegen de gevel mag maximaal 0,2 m breed en 0,2 m hoog zijn, en maximaal 0,3 m uit de gevel steken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Vrijstaande reclame Een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein dient qua vormgeving, materialisering, detaillering en kleurstelling een esthetische en duurzame kwaliteit te bezitten. De maximale maten van een zuiltje of bord bedragen 0,6 x 0,2 x 1,2 m, en de afstand tot de erfafscheiding bedraagt minimaal 1 m..</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.2 Traditionele blokverkaveling (W2) Waar is dit bebouwingstype van toepassing?</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit bebouwingstype komt voor in de noord- en westrand van de historische stad van Geertruidenberg en in een groot deel van het uitleggebied ten noordwesten van deze stad.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Raamsdonksveer betreft het grote delen van de Boterpolder en Sandoel en de gebieden aan weerszijden van de Julianalaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Raamsdonk betreft het de woningen aan het Kuijperspolderke en de Sluisakker, alsook de woningen aan de Dijkgraafstraat, Baljuwstraat en de zuidzijde van de Schepenenstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving In 1901 werd de Woningwet vastgesteld. Als gevolg hiervan werd de woningbouw niet alleen genormaliseerd, maar trad er ook een schaalvergroting in het ontwerpproces op. In de jaren dertig nam de bouwproductie toe om de groeiende woningnood op te vangen. De industrialisatie in de bouw kwam op en de eerste geprefabriceerde bouwonderdelen deden hun intrede. De standaardisatie ging meer en meer de architectuur en de maat van de woningen bepalen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog wordt deze bouwstijl gebruikt om de dan ontstane woningnood op te vangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de hele 20e eeuw zijn plannen gerealiseerd met een eenvoudig patroon van rechte straten met een symmetrisch straatprofiel, voortuinen en bomen op trottoirs. Langs deze straten zijn woningen gebouwd, veelal in rijtjes van drie of meer, afgewisseld met twee-onder-één-kappers en vrijstaande woningen. Soms is sprake van een geclusterde stedenbouwkundige opzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningen aan de Rubensstraat Woningen aan de Burgemeester Meijerstraat De woningbouw is seriematig tot stand gekomen met een relatief grote mate van eenvormigheid en herhaling, vaak door de wijken heen. Deze woongebieden hebben een overzichtelijk, rustig en relatief groen karakter. De wijken zijn in hun oorspronkelijke opzet architectonisch en stedenbouwkundige met zorg ontworpen. Soms is sprake van een stempeling van het stratenpatroon van de buurt. Kenmerkend zijn het blokvormig stratenpatroon en het straatgericht wonen. De straathoeken zijn open, waarbij de woningen veelal een duidelijk onderscheid hebben tussen voorgevel en zijgevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rust in het bebouwingsbeeld ontstaat door de eenvoudige hoofdmassa’s en kapvormen, zoals zadelkappen en soms schilddaken. De herhaling van gelijkvormige koppen van bouwblokken geven een karakteristiek beeld naar zijstraten. Voor- en zijtuinen zijn gescheiden van de openbare ruimte door eenvoudige, lage erfafscheidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook wijken van recentere datum kunnen stijlkenmerken vertonen van de traditionele strokenverkaveling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: massaopbouw, gevel en onderdelen De architectuur binnen dit bebouwingstype kenmerkt zich door ambachtelijk metselwerk en relatief kleine, verticaal gerichte gevelopeningen in het metselwerk. De rust in het bebouwingsbeeld ontstaat door eenvoudige hoofdmassa’s en de eenheid in kapvorm. In de meeste gevallen is sprake van langskappen. De balans in het blok zit hem dan ook in de ritmiek van de gevels, ondersteund door de schoorstenen op het dak. De indeling van de woningen is duidelijk afleesbaar in de gevel. De gelijkvormige koppen van de bebouwingsstroken geven de zijstraten een karakteristiek beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Typerend aan de architectuur is de verticale gevelopbouw en de horizontale massaopbouw. Dit laatste komt vooral tot uitdrukking wanneer de woningen geschakeld of in rijen gebouwd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De architectuur en uitstraling van de verschillende woningen binnen één blok zijn bijna gelijk. Verstoringen van het bebouwingsbeeld doen zich vooral voor bij hoekwoningen, omdat aanbouwen, bijgebouwen en schuttingen in de zijtuinen vaak op gespannen voet staan met de stedenbouwkundige karakteristiek van de woonwijk. Er is sprake van een gesloten, blinde zijgevel omdat vaak de bebouwing direct aansluit op het trottoir.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningen aan de Haven (Geertruidenberg) Woningen aan de Baljuwstraat Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal De samenhang in het straatbeeld ontstaat onder meer door een eenvoudig materiaal- en kleurgebruik. Het ambachtelijk metselwerk (jaren ’50) en dakpannen zijn hierbij de meest gebruikte materialen. Veelal wordt gebruik gemaakt van een rode of zandkleurige steen met rode of grijze pannen. Gebruik van de eerste prefab elementen (jaren ’60) is al zichtbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame Algemeen kan worden opgemerkt dat in typische woongebieden primair de rust van de omgeving het karakter dient te bepalen en dat aan woningen aangebrachte reclames deze rust nadelig beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames die geen betrekking hebben op een ter plaatse gevestigde inrichting of bedrijf, of op een ter plaatse uitgeoefend beroep, zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gebieden met een woonfunctie dienen reclames in principe achterwege te blijven, omdat zij storend zijn in het omgevingsbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitzondering hierop vormen de woningen met een praktijkruimte. In deze gevallen is een beperkte naams- of beroepsaanduiding, bij voorkeur nabij de toegangsdeur, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering en dynamiek; achtererf welstandsvrij Behalve in geval van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing is eenvoudig qua opzet, massa en detaillering en vertoont daarmee veel samenhang, maar geeft ruimte voor individuele aanpassingen. In deze gebieden is sprake van een gering publiek belang. Bewoners zouden zelf verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de kwaliteit van hun woonomgeving. Bewoners worden adequaat genoeg geacht om zelfcontrolerend en zelfcorrigerend te zijn De welstandstoets richt zich in deze gebieden dan ook uitsluitend op het behoud van de meest kenmerkende aspecten van de architectuur aan de voorkant.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gebieden is er sprake van een vrij lage dynamiek. De veranderingen die plaatsvinden hebben veelal te maken met een verhoging van het wooncomfort. Dit houdt renovaties in, waarbij woningvergroting plaatsvindt door toevoeging van aanbouwen, dakkapellen en garages. Dus zijn voor dit gebied specifieke criteria opgenomen voor enkele veel voorkomende kleine bouwwerken. Deze zijn weergegeven na de gebiedsgerichte criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Op plekken waar in het verleden panden gerealiseerd zijn met de kenmerken van een andere architectuurperiode, zijn de kenmerken van deze architectuurperiode bij verbouw en/of renovatie uitgangspunt bij de beoordeling van plannen, zodat hierdoor de essentie van de bestaande architectuur gehandhaafd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving Veranderingen mogen de aanwezige samenhang in de straatwanden niet verstoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stedenbouwkundig patroon dient in de toekomst leesbaar te blijven, zowel naar de straatruimte en groenstructuur en de aansluiting daarop, als naar de rangschikking van de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen Uitgangspunt is de huidige eenvoudige gevelopbouw van de individuele woningen; het principe van gaten in het metselwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient een afleesbare relatie te zijn tussen de gevelindeling en de achterliggende functies (bv. een relatief grote gevelopening ter plaatse van de woonkamer en een kleine gevelopening bij het toilet).</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal Het ambachtelijk gedetailleerd metselwerk, al dan niet met (prefab) ornamenten, dient te worden gerespecteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanpassingen is het bestaande kleur- en materiaalgebruik uitgangspunt en dient de eenheid in het bouwblok gehandhaafd te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Bij een in of bij een woning gevestigde bedrijfs- of praktijkruimte, welke op grond van het bestemmingsplan (of via een binnenplanse ontheffing) is toegestaan (zoals ‘beroep aan huis’), is een beperkte naams- of beroepsaanduiding nabij de toegangsdeur, dan wel een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Reclame tegen de gevel Reclame tegen de gevel dient naast de voordeur of entree van de praktijkruimte, en in ieder geval onder de vloer van de eerste verdieping, te worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame tegen de gevel mag maximaal 0,2 m breed en 0,2 m hoog zijn, en maximaal 0,3 m uit de gevel steken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Vrijstaande reclame Een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein dient qua vormgeving, materialisering, detaillering en kleurstelling een esthetische en duurzame kwaliteit te bezitten. De maximale maten van een zuiltje of bord bedragen 0,6 x 0,2 x 1,2 m, en de afstand tot de erfafscheiding bedraagt minimaal 1 m..</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende gebiedscriteria in het beschermd stadsgezicht Indien een bouwplan wordt gerealiseerd binnen het beschermd stadsgezicht zijn de volgende aanvullende criteria van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De situering of wijziging van de bouwmassa en/of de oriëntatie mag het historisch straatbeeld niet verstoren Bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen dienen toevoegingen per woning ondergeschikt te zijn aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken Indien een bouwplan wordt gerealiseerd binnen het beschermd stadsgezicht zijn de volgende specifieke criteria niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erkers in het voorerfgebied Een erker voor de voorgevel dient binnen de buitenste kozijnstijlen van het oorspronkelijk gevelelement te vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de erker dient minimaal gelijk te zijn aan de kozijnhoogte van de entreepui en dient maximaal te komen tot de onderkant van verdiepingsvloer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erker dient niet gekoppeld te worden aan een eventuele luifel boven de entree, waarbij de minimale afstand 60 centimeter bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient sprake te zijn van een van het hoofdgebouw afgeleide sobere detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op dat van het hoofdgebouw, waarbij de gevels van de erker transparant dienen te zijn, eventueel voorzien van een borstwering van maximaal 60 centimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakkapellen in het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak De dakkapel dient te worden geplaatst op een hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakkapel dient in één horizontale lijn te worden gerangschikt met andere dakkapellen in het hetzelfde bouwblok.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient per woning minimaal 0,50 meter dakvlak aan de bovenkant en minimaal 1,00 meter dakvlak aan weerszijden van de dakkapel (afstand tot bovenkant verticaal gemeten en afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel en bij kilkepers vanaf de onderkant) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de dakkapel dient er een dakvlak van minimaal 0,50 meter en maximaal 1,50 meter hoogte (afstand tot onderkant verticaal gemeten) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tussenruimte tussen dakkapellen of de afstand tot andere daglichtvoorzieningen in hetzelfde dakvlak dient minimaal 1,00 meter te bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de dakkapel mag maximaal 1,50 meter bedragen, gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde van het boeiboord of de daktrim.</p>\n<p class=\"lf-p\">De breedte van de dakkapel (gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel en bij kilkepers vanaf de onderkant) mag niet meer bedragen dan 40% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 2,50 meter, gemeten tussen de eindgevels of de hartlijn van woningscheidende bouwmuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakkapel dient plat afgedekt te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling van de kozijnen dient afgestemd te worden op de indeling van de kozijnen van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering dient afgestemd te worden op de detaillering van al aanwezige dakkapellen of van de detaillering van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient gelijk(waardig) te zijn aan al aanwezige dakkapellen op hetzelfde dakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erf- of perceelsafscheidingen op minder dan 1,00 meter afstand van het openbaar toegankelijke gebied in voorerfgebied De vormgeving en het kleur- en materiaalgebruik van de erf- of perceelsafscheiding dient te worden afgestemd op die van de erf- of perceelsafscheiding van het belendend perceel, tenzij deze niet voldoet aan de hier genoemde criteria voor erf- en perceelafscheidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erf- of perceelsafscheiding dient een rechte vormgeving te hebben (toogvormen zijn ongewenst).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een erf- of perceelafscheiding die langer is dan 10 meter dient een geleding te worden aangebracht, waardoor de erf- of perceelsafscheiding visueel wordt opgeknipt in meerde delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erf- of perceelsafscheiding dient te bestaan uit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haagplanten zoals liguster, buxus of haagbeuken of gelijkwaardig of een volledig te begroeien gazen hekwerk, of een ander natuurlijk materiaal of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een houten erf- of perceelsafscheiding waarbij het houtwerk om en om is aangebracht en waarvan de geleding is afgestemd op die van de erf- of perceelsafscheiding van het belendend perceel of van een al bestaande erf- of perceelsafscheiding in de omgeving of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>metselwerk dienovereenkomstig het hoofdgebouw, waarboven eventueel metalen stijlen in een donkere kleur zijn toegestaan of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>schotten van houten planken tussen gemetselde penanten.</div>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van beton, kunststof, staal, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten of vlechtschermen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van felle en/of contrasterende kleuren is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kozijn- en gevelwijzigingen aan de voorzijde Nieuwe gevelopeningen dienen gelijk te zijn aan, of afgeleid te zijn van, de bestaande of oorspronkelijke gevelopeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelwijziging dient in overeenstemming te blijven met de architectuur van de oorspronkelijke gevel, waarbij de samenhang en de ritmiek in de straatwand behouden dient te blijven. Het principe van gaten in het metselwerk dient duidelijk afleesbaar te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient slechts sprake te zijn van een geringe wijziging door het toevoegen of weglaten van stijlen, dorpels, roedes of ramen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopeningen dienen open te blijven en mogen niet geblindeerd worden met panelen of schilderwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerkende details van de oorspronkelijke architectuur (zoals lateien, onderdorpels, raamlijsten, speklagen, rollagen en dergelijke) dienen behouden te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik is overeenkomstig of gelijkwaardig aan de al aanwezige materialen en kleuren van het hoofdgebouw of er moet sprake zijn van een verbetering in kwaliteit en/of uitstraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakramen en andere daklichtvoorzieningen in het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak De daglichtvoorziening dient in één horizontale lijn te worden gerangschikt met andere daglichtvoorzieningen in hetzelfde bouwblok.</p>\n<p class=\"lf-p\">De daglichtvoorziening dient bij een individuele woning te worden gecentreerd in het dakvlak of te worden geplaatst gelijk aan de geleding van de voorgevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient per woning minimaal 0,50 meter dakvlak aan de boven- en onderkant en beide zijkanten van de daglichtvoorziening (afstand tot bovenkant verticaal gemeten) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tussenruimte tussen meerdere daglichtvoorzieningen in hetzelfde dakvlak dient minimaal 0,50 meter te bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mogen maximaal twee dakramen op één dakvlak worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte per daglichtvoorziening mag niet meer bedragen dan 2,00 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij meerdere daglichtvoorzieningen in hetzelfde dakvlak dienen er een identieke maatvoering te worden aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De daglichtvoorziening dient eenvoudig te worden vormgegeven, zonder overmaat aan detailleringen en met een eenvoudig en bescheiden kleurgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.3 Het Nieuwe Bouwen (W3) Waar is dit bebouwingstype van toepassing?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het nieuwe bouwen komt als bebouwingstype voor in Geertruidenberg ten westen van de Graaf Willem I Straat en in Raamsdonksveer rond het Smidspad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving Dit bebouwingstype kan beschouwd worden als een verdere voortzetting van de industrialisatie in de bouw zoals dit al in kleine schaal werd toegepast bij de traditionele blokverkaveling.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw zijn op basis hiervan uitbreidingswijken gerealiseerd die qua verschijningsvorm afwijken van wat tot dan toe gebouwd werd. Ook treffen we experimentele verkavelingsvormen aan. Er wordt gebruik gemaakt van stedenbouwkundige stempels, waarbij een bepaalde compositie van gebouwen meerdere keren terugkomt binnen de wijk. Deze stempels zijn vaak opgebouwd uit verschillende soorten woningen. In de opbouw van de gebieden is een duidelijke functiescheiding aangebracht tussen wonen, werken, winkelen, groen en verkeer. In het verkeerssysteem is een hiërarchie aanwezig en naast parkeren aan de straat komt ook meer geconcentreerd parkeren voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook wijken van recentere datum kunnen stijlkenmerken vertonen van Het Nieuwe Bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: massaopbouw, gevel en onderdelen De bebouwing binnen dit thema bestaat uit veel verschillende types. Naast grondgebonden woningen zijn er gestapelde woningen te vinden. De geïndustrialiseerde bouwmethoden krijgen steeds meer invloed op de architectonische vorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen de betonnen dragers heeft de gevel een horizontale, eenvoudige opbouw. De genormeerde plattegronden lenen zich uitstekend voor geprefabriceerde bouwsystemen. De aldus genoemde woningscheidende wanden geven aan de buitenzijde ritmiek in de straatgevel. Daartussen worden de puien gemonteerd als voor- en achtergevel. De gevel is horizontaal verdeeld in borstweringen en gevelopeningen. Hierdoor zijn de verschillende functies binnen de woning niet altijd afleesbaar in de gevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakvorm verschilt per blok waarbij de helling en hoogte maatgevend zijn voor de mogelijkheid van een dakkapel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal Het kenmerk van de seriematige bouw is het gebruik van prefab elementen op grote schaal. Tussen de geprefabriceerde woningscheidende dragers is de gevel voornamelijk opgebouwd uit prefab puien. Deze opzet is maatgevend voor de gevelopbouw en zorgt voor een opvallend kleurgebruik. Het ambachtelijke metselwerk is bijna helemaal verdwenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame Algemeen kan worden opgemerkt dat in typische woongebieden primair de rust van de omgeving het karakter dient te bepalen en dat aan woningen aangebrachte reclames deze rust nadelig beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames die geen betrekking hebben op een ter plaatse gevestigde inrichting of bedrijf, of op een ter plaatse uitgeoefend beroep, zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gebieden met een woonfunctie dienen reclames in principe achterwege te blijven, omdat zij storend zijn in het omgevingsbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitzondering hierop vormen de woningen met een praktijkruimte. In deze gevallen is een beperkte naams- of beroepsaanduiding, bij voorkeur nabij de toegangsdeur, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering en dynamiek; achtererfgebied welstandsvrij Behalve in geval van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gebieden is sprake van een gering publiek belang. Bewoners zouden zelf verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de kwaliteit van hun woonomgeving. Bewoners worden adequaat genoeg geacht om zelfcontrolerend en zelfcorrigerend te zijn. De welstandstoets richt zich in deze gebieden dan ook uitsluitend op het behoud van de meest kenmerkende aspecten van de architectuur aan de voorkant.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gebieden is er sprake van een vrij lage dynamiek. De veranderingen die plaatsvinden hebben veelal te maken met een verhoging van het wooncomfort. Dit houdt renovaties in, waarbij woningvergroting plaatsvindt door toevoeging van aanbouwen, dakkapellen en garages. Dus zijn voor dit gebied specifieke criteria opgenomen voor enkele veel voorkomende kleine bouwwerken. Deze zijn weergegeven na de gebiedscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Op plekken waar in het verleden panden gerealiseerd zijn met de kenmerken van een andere architectuurperiode, zijn de kenmerken van deze architectuurperiode bij verbouw en/of renovatie uitgangspunt bij de beoordeling van plannen, zodat hierdoor de essentie van de bestaande architectuur gehandhaafd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving Veranderingen mogen de aanwezige samenhang in de straatwanden niet verstoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stedenbouwkundig patroon dient in de toekomst leesbaar te blijven, zowel naar de straatruimte en groenstructuur en de aansluiting daarop, als naar de rangschikking van de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen De schaal en architectonische identiteit van een complex dient behouden te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De samenhang, ritmiek en compositie van de straatgevel is uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanbouwen aan de straatzijde dient het onderscheid tussen drager en inbouw herkenbaar te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal Materiaal en kleurgebruik dienen passend te zijn bij de oorspronkelijke architectuur. Afwijkend, niet oorspronkelijk kleurgebruik is mogelijk, mits passend bij het complex.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Bij een in of bij een woning gevestigde bedrijfs- of praktijkruimte, welke op grond van het bestemmingsplan (of via een binnenplanse ontheffing) is toegestaan (zoals ‘beroep aan huis’), is een beperkte naams- of beroepsaanduiding nabij de toegangsdeur, dan wel een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Reclame tegen de gevel Reclame tegen de gevel dient naast de voordeur of entree van de praktijkruimte, en in ieder geval onder de vloer van de eerste verdieping, te worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame tegen de gevel mag maximaal 0,2 m breed en 0,2 m hoog zijn, en maximaal 0,3 m uit de gevel steken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Vrijstaande reclame Een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein dient qua vormgeving, materialisering, detaillering en kleurstelling een esthetische en duurzame kwaliteit te bezitten. De maximale maten van een zuiltje of bord bedragen 0,6 x 0,2 x 1,2 m, en de afstand tot de erfafscheiding bedraagt minimaal 1 m..</p>\n<p class=\"lf-p\">Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken Bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied voor zover niet vrijstaand uitgevoerd De hoogte van de aan- en/of uitbouw mag niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw en dient onder de gootlijn van het hoofdgebouw te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afmetingen van de aan- of uitbouw dienen aan te sluiten bij het karakter van de gevel en dienen de oorspronkelijk indeling van de gevel te respecteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aan- en/of uitbouw dient te worden vormgegeven in een rechthoekige plattegrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aan- of uitbouw dient plat afgedekt te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorm van kozijnen en ramen is gelijk aan of afgestemd op die van kozijnen en ramen van het hoofdgebouw, passend bij het karakter van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient sprake te zijn van een van het hoofdgebouw afgeleide sobere detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op dat van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erkers in het voorerfgebied De hoogte van de erker dient minimaal gelijk te zijn aan de kozijnhoogte van de entreepui en dient maximaal te komen tot de onderkant van verdiepingsvloer..</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient sprake te zijn van een van het hoofdgebouw afgeleide sobere detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op dat van het hoofdgebouw, waarbij de gevels van de erker transparant dienen te zijn, eventueel voorzien van een borstwering van maximaal 60 centimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakkapellen in het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak De dakkapel dient te worden geplaatst op een hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakkapel dient in één horizontale lijn te worden gerangschikt met andere dakkapellen in het hetzelfde bouwblok.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient per woning minimaal 0,50 meter dakvlak aan de bovenkant en minimaal 1,00 meter dakvlak aan weerszijden van de dakkapel (afstand tot bovenkant verticaal gemeten en afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel en bij kilkepers vanaf de onderkant) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de dakkapel dient er een dakvlak van minimaal 0,50 meter en maximaal 1,50 meter hoogte (afstand tot onderkant verticaal gemeten) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tussenruimte tussen dakkapellen of de afstand tot andere daglichtvoorzieningen in hetzelfde dakvlak dient minimaal 1,00 meter te bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de dakkapel mag maximaal 1,50 meter bedragen gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde van het boeiboord of de daktrim.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakkapel dient plat afgedekt te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling van de kozijnen dient afgestemd te worden op de indeling van de kozijnen van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering dient afgestemd te worden op de detaillering van al aanwezige dakkapellen of van de detaillering van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient gelijk(waardig) te zijn aan al aanwezige dakkapellen op hetzelfde dakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erf- of perceelsafscheidingen op minder dan 1,00 meter afstand van het openbaar toegankelijke gebied in voorerfgebied De vormgeving en het kleur- en materiaalgebruik van de erf- of perceelsafscheiding dient te worden afgestemd op die van de erf- of perceelsafscheiding van het belendend perceel, tenzij deze niet voldoet aan de hier genoemde criteria voor erf- en perceelafscheidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erf- of perceelsafscheiding dient een rechte vormgeving te hebben (toogvormen zijn ongewenst).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een erf- of perceelafscheiding die langer is dan 10 meter dient een geleding te worden aangebracht, waardoor de erf- of perceelsafscheiding visueel wordt opgeknipt in meerde delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erf- of perceelsafscheiding dient te bestaan uit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haagplanten zoals liguster, buxus of haagbeuken of gelijkwaardig of een volledig te begroeien gazen hekwerk, of een ander natuurlijk materiaal of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een houten erf- of perceelsafscheiding waarbij het houtwerk om en om is aangebracht en waarvan de geleding is afgestemd op die van de erf- of perceelsafscheiding van het belendend perceel of van een al bestaande erf- of perceelsafscheiding in de omgeving of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>metselwerk dienovereenkomstig het hoofdgebouw, waarboven eventueel metalen stijlen in een donkere kleur zijn toegestaan of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>schotten van houten planken tussen gemetselde penanten.</div>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van beton, kunststof, staal, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten of vlechtschermen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van felle en/of contrasterende kleuren is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kozijn- en gevelwijzigingen aan de voorzijde De gevelwijziging dient in overeenstemming te blijven met de architectuur van de oorspronkelijke gevel, waarbij de horizontale geleding in de gevel zichtbaar dient te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het principe van ‘puivullingen’ dient gehandhaafd te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerkende details van de oorspronkelijke architectuur dienen behouden te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik is overeenkomstig of gelijkwaardig aan de al aanwezige materialen en kleuren van het hoofdgebouw of er moet sprake zijn van een verbetering in kwaliteit en/of uitstraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakramen en andere daklichtvoorzieningen in het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De daglichtvoorziening dient qua plaatsing, maatvoering en uitstraling afgestemd te zijn op de architectuur van het hoofdgebouw en de eventuele belendingen in eenzelfde bouwvolume..</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient per woning en per daglichtvoorziening minimaal 0,50 meter dakvlak aan de boven-, onder en beide zijkanten van de daglichtvoorziening (afstand tot bovenkant verticaal gemeten) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mogen maximaal twee daglichtvoorzieningen op één dakvlak worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte per daglichtvoorziening mag niet meer bedragen dan 2,00 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij meerdere daglichtvoorzieningen in hetzelfde dakvlak dienen er een identieke maatvoering te worden aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.4 Woonerven (W4) Als reactie op de strakke blokverkaveling en Het Nieuwe Bouwen, ontstaan in de jaren ’70 en ’80 wijken van de vorige eeuw die gebouwd zijn met het gedachtegoed van de Forumbeweging; de woonerven. De menselijke maat en schaal vormt de basis voor deze nieuwe woonwijken. Intimiteit, herbergzaamheid, ruimte voor de kinderen waren de thema’s op basis waarvan nieuwe woongebieden werden ontworpen. Grote gebaren en lange straten werden vervangen door korte, bochtige straten en erven waaraan de woningen zijn gelegen. De erven zijn informeel ingericht en de auto is te gast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar is dit bebouwingstype van toepassing?</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonerven komen voor in het uitleggebied ten westen van de Rivierkade in Geertruidenberg.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Raamsdonksveer komt dit bebouwingstype voor in de Hooipolder en in de straten aan weerszijden van ’t Spant en in Raamsdonk rond de Cornelis Oomestraat en in het uitleggebied ten noorden van de Schepenenstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving Binnen de wijken komen veel verschillende woningsoorten en financieringsklassen voor. Anders dan het geval was in de tot dan toe bestaande wijken is bewust gekozen voor een mix aan woningtypes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de woonerven is veel openbaar groen, vaak matig van kwaliteit door de verspreide ligging. De woonerven zijn sterk naar binnen gericht. Een groot aantal woningen is niet op de straat, maar op de privé- buitenruimte georiënteerd. De overgang van privé naar openbaar, de aansluiting van de bebouwing op de groen- en verkeersstructuur, wordt op verschillende manieren opgelost en speelt een rol bij de uiteindelijke betekenis van de bebouwing in relatie tot de opbouw van de wijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het straatbeeld wordt bepaald door aaneengebouwde en geschakelde woningen, waarbij verspringingen in de rooilijn de diversiteit en kleinschaligheid in de openbare ruimte ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar waar bergingen vóór de huizen geplaatst zijn, ontstaat vaak een onoverzichtelijk straatbeeld. De wijken uit deze periode bestaan meestal uit een aantal intern gerichte bebouwingsclusters.</p>\n<p class=\"lf-p\">De clusters zijn samengesteld uit een aantal woningen die een grote onderlinge samenhang vertonen. Deze samenhang is vooral terug te vinden in de mate van de verwevenheid van de bouwmassa’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: massaopbouw, gevel en onderdelen Alhoewel er sprake is van verschillende woningtypen, heeft het beeld, qua architectonische opzet, een grote eenduidigheid. De architectuur is overwegend ingetogen en introvert. De wens om kleinschalig te bouwen en een op de individuele bewoner gerichte woonomgeving te realiseren is vaak zo groot dat de wijk onoverzichtelijk wordt. Meestal ontbreekt het aan visueel- ruimtelijke aanknopingspunten voor de oriëntatie in de wijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningen zijn kleinschalig en vooral op de achtertuin georiënteerd. Naar de straatzijde is de gevel dikwijls zeer gesloten. Kenmerkend is de situering van keukens en bergingen aan de voorzijde van de woningen. De bebouwing bestaat uit één of meer bouwlagen met een kap. Deze kap loopt in een aantal gevallen door tot over de bijgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningen zijn samengesteld uit verschillende massa’s die met elkaar verweven zijn, waardoor de hoofdmassa vaak niet duidelijk te herkennen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal De woningen in de woonerven zijn te herkennen aan over het algemeen de donkere materialen; donkere of rode baksteen, pannen en geschilderd hout. Hoofdmassa en bijgebouwen kennen hetzelfde kleur- en materiaalgebruik. De woningen hebben een eenvoudige detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame Algemeen kan worden opgemerkt dat in typische woongebieden primair de rust van de omgeving het karakter dient te bepalen en dat aan woningen aangebrachte reclames deze rust nadelig beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames die geen betrekking hebben op een ter plaatse gevestigde inrichting of bedrijf, of op een ter plaatse uitgeoefend beroep, zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gebieden met een woonfunctie dienen reclames in principe achterwege te blijven, omdat zij storend zijn in het omgevingsbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitzondering hierop vormen de woningen met een praktijkruimte. In deze gevallen is een beperkte naams- of beroepsaanduiding, bij voorkeur nabij de toegangsdeur, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering en dynamiek; achtererfgebied welstandsvrij Behalve in geval van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gebieden is sprake van een gering publiek belang. Bewoners zouden zelf verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de kwaliteit van hun woonomgeving. Bewoners worden adequaat genoeg geacht om zelfcontrolerend en zelfcorrigerend te zijn. De welstandstoets richt zich in deze gebieden dan ook uitsluitend op het behoud van de meest kenmerkende aspecten van de architectuur aan de voorkant.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gebieden is er sprake van een vrij lage dynamiek. De veranderingen die plaatsvinden hebben veelal te maken met een verhoging van het wooncomfort. Dit houdt renovaties in, waarbij woningvergroting plaatsvindt door toevoeging van aanbouwen, dakkapellen en garages. Dus zijn voor dit gebied specifieke criteria opgenomen voor enkele veel voorkomende kleine bouwwerken. Deze zijn weergegeven na de gebiedscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Op plekken waar in het verleden panden gerealiseerd zijn met de kenmerken van een andere architectuurperiode, zijn de kenmerken van deze architectuurperiode bij verbouw en/of renovatie uitgangspunt bij de beoordeling van plannen, zodat hierdoor de essentie van de bestaande architectuur gehandhaafd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving Het oorspronkelijke informele stedenbouwkundig patroon dient in de toekomst leesbaar te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij veranderingen aan de bebouwing dient de onderlinge samenhang met aanliggende bebouwing behouden te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen Veranderingen mogen niet leiden tot een vergroving van het massa- en/of gevelbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwevenheid van de bouwmassa's dient gerespecteerd te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal De terughoudende materialisering en kleurstelling dienen gerespecteerd te worden, waarbij de samenhang niet mag worden verstoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Bij een in of bij een woning gevestigde bedrijfs- of praktijkruimte, welke op grond van het bestemmingsplan (of via een binnenplanse ontheffing) is toegestaan (zoals ‘beroep aan huis’), is een beperkte naams- of beroepsaanduiding nabij de toegangsdeur, dan wel een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Reclame tegen de gevel Reclame tegen de gevel dient naast de voordeur of entree van de praktijkruimte, en in ieder geval onder de vloer van de eerste verdieping, te worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame tegen de gevel mag maximaal 0,2 m breed en 0,2 m hoog zijn, en maximaal 0,3 m uit de gevel steken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Vrijstaande reclame Een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein dient qua vormgeving, materialisering, detaillering en kleurstelling een esthetische en duurzame kwaliteit te bezitten. De maximale maten van een zuiltje of bord bedragen 0,6 x 0,2 x 1,2 m, en de afstand tot de erfafscheiding bedraagt minimaal 1 m..</p>\n<p class=\"lf-p\">Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken Bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied voor zover niet vrijstaand uitgevoerd De aan- en/of uitbouw dient te worden vormgegeven in een rechthoekige of een op de situatie afgestemde plattegrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kapvorm dient te worden afgestemd op die van het dakvlak (zelfde hellingshoek en richting) of is plat afgedekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorm van kozijnen en ramen is gelijk aan of afgestemd op die van kozijnen en ramen van het hoofdgebouw, passend bij het karakter van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient sprake te zijn van een van het hoofdgebouw afgeleide detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op dat van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erkers in het voorerfgebied De kapvorm dient te worden afgestemd op die van het dakvlak (zelfde hellingshoek en richting) of is plat afgedekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient sprake te zijn van een van het hoofdgebouw afgeleide detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op dat van het hoofdgebouw, waarbij de gevels van de erker transparant dienen te zijn, eventueel voorzien van een borstwering van maximaal 60 centimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakkapellen in het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak De dakkapel dient te worden geplaatst op een hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de dakkapel mag maximaal 1,50 meter bedragen gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde van het boeiboord of de daktrim.</p>\n<p class=\"lf-p\">De breedte van de dakkapel (gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel en bij kilkepers vanaf de onderkant) mag niet meer bedragen dan 40% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 2,50 meter gemeten tussen de eindgevels of de hartlijn van woningscheidende bouwmuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling van de kozijnen dient afgestemd te worden op de indeling van de kozijnen van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering dient afgestemd te worden op de detaillering van al aanwezige dakkapellen of van de detaillering van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient gelijk(waardig) te zijn aan al aanwezige dakkapellen op hetzelfde dakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erf- of perceelsafscheidingen op minder dan 1,00 meter afstand van het openbaar toegankelijke gebied in voorerfgebied De vormgeving en het kleur- en materiaalgebruik van de erf- of perceelsafscheiding dient te worden afgestemd op die van de erf- of perceelsafscheiding van het belendend perceel, tenzij deze niet voldoet aan de hier genoemde criteria voor erf- en perceelafscheidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een erf- of perceelafscheiding die langer is dan 10 meter dient een geleding te worden aangebracht, waardoor de erf- of perceelsafscheiding visueel wordt opgeknipt in meerde delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erf- of perceelsafscheiding dient te bestaan uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van beton, kunststof, staal, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten of vlechtschermen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van felle en/of contrasterende kleuren is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kozijn- en gevelwijzigingen aan de voorzijde De gevelwijziging dient in overeenstemming te blijven met de architectuur van de oorspronkelijke gevel. Het ingetogen karakter dient gehandhaafd te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopeningen dienen open te blijven en mogen niet geblindeerd worden met panelen of schilderwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerkende details van de oorspronkelijke architectuur dienen behouden te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik is overeenkomstig of gelijkwaardig aan de al aanwezige materialen en kleuren van het hoofdgebouw of er moet sprake zijn van een verbetering in kwaliteit en/of uitstraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakramen en andere daklichtvoorzieningen in het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De daglichtvoorziening dient qua plaatsing, maatvoering en uitstraling afgestemd te zijn op de architectuur van het hoofdgebouw en de eventuele belendingen in eenzelfde bouwvolume..</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient per woning en per daglichtvoorziening minimaal 0,50 meter dakvlak aan de boven-, onder en beide zijkanten van de daglichtvoorziening (afstand tot bovenkant verticaal gemeten) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mogen maximaal twee daglichtvoorzieningen op één dakvlak worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte per daglichtvoorziening mag niet meer bedragen dan 2,00 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij meerdere daglichtvoorzieningen in hetzelfde dakvlak dienen er een identieke maatvoering te worden aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.5 Thematische bebouwing (W5) Als reactie op de woonerven ontstaat een veelvormige postmoderne stedenbouw en architectuur. Klassieke thema's uit de geschiedenis van de stedenbouw zoals crescents (halfronde cirkels), symmetrie en straalvormig gegroepeerde straten vormen de inspiratie voor de nieuwe wijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Thematische bebouwing komt zowel voor op binnenstedelijke locaties als in grootschalige uitbreidingsgebieden. Door verlies van de functie zijn stukken grond binnen het bebouwde gebied vrijgekomen, waar nieuwe woongebieden of woongebouwen zijn verrezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomst is dat bij zowel de in- als de uitbreidingen veel aandacht is besteed aan de architectonische en stedenbouwkundige uitstraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar komt dit bebouwingstype voor?</p>\n<p class=\"lf-p\">In Geertruidenberg komt thematische bebouwing voor aan de Schoutenlaan en in het gebied tussen de oude stad en de Donge.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Raamsdonksveer betreft het het woongebied aan weerszijden van de Thorbeckelaan, het woongebied bij de Dongebrug (Maasdijk, Bergsedijk), de woningen rond de straten Kardeel en Touwbaan, twee woongebiedjes aan weerszijden van de Pieter Breugelstraat, woongebiedjes rond het westelijk deel van de Beatrixlaan en bebouwing aan de Vijfhoevenlaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Raamsdonk gaat het om een klein gebiedje aan de Spoordijk en een nieuwbouwlocatie ten zuiden van de Molenstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving De inbreidingen en utibreidingen hebben een duidelijke verschijningsvorm en tegelijkertijd kan geconstateerd worden dat veelal een relatie met de stedenbouwkundige context van de buurt/wijk als geheel ontbreekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het creëren van een wervend, hoogwaardig woonmilieu is het uitgangspunt bij de thematische uitbreidingen. In toenemende mate is, in tegenstelling tot de inbreidingswijken, de landschappelijke context de basis voor het stedenbouwkundig plan. Er is veel aandacht besteed aan de architectonische en stedenbouwkundige uitstraling. Door de landschappelijke en stedenbouwkundige context in het plan te verweven worden verschillende woonmilieus onderscheiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichting van het openbaar gebied en de woningen zijn als samenhangend geheel ontworpen en vormen één geheel. In de verkavelingopzet is gestreefd naar een helder onderscheid tussen openbaar en privé. Er is sprake van eenheid door een gemeenschappelijk thema.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: massaopbouw, gevel en onderdelen Binnen de thematische gebieden zijn verschillende woonmilieus en/of architectuurstijlen te onderscheiden. In de inbreidingen en uitbreidingen treffen we veel stapeling aan en de architectuur is expressief en onderscheidend van aard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de wijken zijn de diverse complexen te herkennen aan de architectonische vorm van bebouwing. Deze complexen bestaan uit een wisselend aantal woningen. De complexwaarde is hierbij belangrijk, waarbij de gevelopbouw, dakvorm en dergelijke zorgen voor samenhang in de bebouwing. In het algemeen heeft deze woningbouw een frisse en gevarieerde uitstraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal Het kleur- en materiaalgebruik is complexgebonden en dus niet onder één noemer te brengen. In het algemeen kan gesteld worden dat deze complexen door de keuze van materiaal, detaillering en kleur de eigen identiteit versterken en daarmee onderscheidend zijn ten opzichte van de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame Algemeen kan worden opgemerkt dat in typische woongebieden primair de rust van de omgeving het karakter dient te bepalen en dat aan woningen aangebrachte reclames deze rust nadelig beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames die geen betrekking hebben op een ter plaatse gevestigde inrichting of bedrijf, of op een ter plaatse uitgeoefend beroep, zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gebieden met een woonfunctie dienen reclames in principe achterwege te blijven, omdat zij storend zijn in het omgevingsbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitzondering hierop vormen de woningen met een praktijkruimte. In deze gevallen is een beperkte naams- of beroepsaanduiding, bij voorkeur nabij de toegangsdeur, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering en dynamiek; achtererfgebied welstandsvrij Behalve in geval van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gebieden acht de gemeente burgers zelf in staat zorg te dragen voor voldoende basiskwaliteit. De welstandstoets richt zich in deze gebieden dan ook uitsluitend op het behoud van de meest kenmerkende aspecten van de architectuur aan de voorkant.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gebieden is er sprake van een vrij lage dynamiek. De veranderingen die plaatsvinden hebben veelal te maken met een verhoging van het wooncomfort. Dit houdt renovaties in, waarbij woningvergroting plaatsvindt door toevoeging van aanbouwen, dakkapellen en garages. Dus zijn voor dit gebied specifieke criteria opgenomen voor enkele veel voorkomende kleine bouwwerken. Deze zijn weergegeven na de gebiedscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Op plekken waar in het verleden panden gerealiseerd zijn met de kenmerken van een andere architectuurperiode, zijn de kenmerken van deze architectuurperiode bij verbouw en/of renovatie uitgangspunt bij de beoordeling van plannen, zodat hierdoor de essentie van de bestaande architectuur gehandhaafd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving De architectuur en de directe openbare ruimte zijn in samenhang ontworpen. Deze samenhang dient te worden behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen De ensemblewaarde is bepalend voor aanpassingen, toevoegingen of (ver)nieuwbouw. Veranderingen moeten passen binnen de (stijl)kenmerken, het imago en de expressiviteit van het ensemble.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw en -indeling en de repetitie van de samenstellende elementen zijn uitgangspunt bij veranderingen, aanpassingen en toevoegingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal Het bestaande kleur- en materiaalgebruik is bepalend voor de ensemblewaarde, zij dragen wezenlijk bij aan de expressiviteit ervan en zijn uitgangspunt voor aanpassingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Bij een in of bij een woning gevestigde bedrijfs- of praktijkruimte, welke op grond van het bestemmingsplan (of via een binnenplanse ontheffing) is toegestaan (zoals ‘beroep aan huis’), is een beperkte naams- of beroepsaanduiding nabij de toegangsdeur, dan wel een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Reclame tegen de gevel Reclame tegen de gevel dient naast de voordeur of entree van de praktijkruimte, en in ieder geval onder de vloer van de eerste verdieping, te worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame tegen de gevel mag maximaal 0,2 m breed en 0,2 m hoog zijn, en maximaal 0,3 m uit de gevel steken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Vrijstaande reclame Een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein dient qua vormgeving, materialisering, detaillering en kleurstelling een esthetische en duurzame kwaliteit te bezitten. De maximale maten van een zuiltje of bord bedragen 0,6 x 0,2 x 1,2 m, en de afstand tot de erfafscheiding bedraagt minimaal 1 m..</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende gebiedscriteria in het beschermd stadsgezicht Indien een bouwplan wordt gerealiseerd binnen het beschermd stadsgezicht zijn de volgende aanvullende criteria van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De situering of wijziging van de bouwmassa en/of de oriëntatie mag het historisch straatbeeld niet verstoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen dienen toevoegingen per woning ondergeschikt te zijn aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken Indien een bouwplan wordt gerealiseerd binnen het beschermd stadsgezicht zijn de volgende specifieke criteria niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erkers in het voorerfgebied Een erker dient de bestaande indeling van de gevel te respecteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erkers dienen te worden geïntegreerd in de architectuur van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient sprake te zijn van een van het hoofdgebouw afgeleide sobere detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op dat van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakkapellen in het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak De dakkapel dient te worden geplaatst op een hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakkapel dient in één horizontale lijn te worden gerangschikt met andere dakkapellen in het hetzelfde bouwblok.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakkapel dient qua plaatsing, maatvoering en uitstraling afgestemd te worden op de architectuur van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tussenruimte tussen dakkapellen of de afstand tot andere daglichtvoorzieningen in hetzelfde dakvlak dient minimaal 1,00 meter te bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling van de kozijnen dient afgestemd te worden op de indeling van de kozijnen van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering dient afgestemd te worden op de detaillering van al aanwezige dakkapellen of van de detaillering van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient gelijk(waardig) te zijn aan al aanwezige dakkapellen op hetzelfde dakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erf- of perceelsafscheidingen op minder dan 1,00 meter afstand van het openbaar toegankelijke gebied in voorerfgebied De vormgeving en het kleur- en materiaalgebruik van de erf- of perceelsafscheiding dient te worden afgestemd op die van de erf- of perceelsafscheiding van het belendend perceel, tenzij deze niet voldoet aan de hier genoemde criteria voor erf- en perceelafscheidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een erf- of perceelafscheiding die langer is dan 10 meter dient een geleding te worden aangebracht, waardoor de erf- of perceelsafscheiding visueel wordt opgeknipt in meerde delen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De erf- of perceelsafscheiding dient te bestaan uit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haagplanten zoals liguster, buxus of haagbeuken of gelijkwaardig of een volledig te begroeien gazen hekwerk, of een ander natuurlijk materiaal of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een houten erf- of perceelsafscheiding waarbij het houtwerk om en om is aangebracht en waarvan de geleding is afgestemd op die van de erf- of perceelsafscheiding van het belendend perceel of van een al bestaande erf- of perceelsafscheiding in de omgeving of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>metselwerk dienovereenkomstig het hoofdgebouw, waarboven eventueel metalen stijlen in een donkere kleur zijn toegestaan of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>schotten van houten planken tussen gemetselde penanten.</div>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van beton, kunststof, staal, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten of vlechtschermen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van felle en/of contrasterende kleuren is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kozijn- en gevelwijzigingen aan de voorzijde Nieuwe gevelopeningen dienen gelijk te zijn aan, of afgeleid te zijn van, de bestaande of oorspronkelijke gevelopeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelwijziging dient in overeenstemming te blijven met de architectuur van de oorspronkelijke gevel, waarbij de samenhang en de ritmiek in de straatwand behouden dient te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient slechts sprake te zijn van een geringe wijziging door het toevoegen of weglaten van stijlen, dorpels, roedes of ramen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopeningen dienen open te blijven en mogen niet geblindeerd worden met panelen of schilderwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerkende details van de oorspronkelijke architectuur (zoals lateien, onderdorpels, raamlijsten, speklagen, rollagen en dergelijke) dienen behouden te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik is overeenkomstig of gelijkwaardig aan de al aanwezige materialen en kleuren van het hoofdgebouw of er moet sprake zijn van een verbetering in kwaliteit en/of uitstraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakramen en andere daklichtvoorzieningen in het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De daglichtvoorziening dient qua plaatsing, maatvoering en uitstraling afgestemd te zijn op de architectuur van het hoofdgebouw en de eventuele belendingen in eenzelfde bouwvolume..</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient per woning en per daglichtvoorziening minimaal 0,50 meter dakvlak aan de boven-, onder en beide zijkanten van de daglichtvoorziening (afstand tot bovenkant verticaal gemeten) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mogen maximaal twee daglichtvoorzieningen op één dakvlak worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte per daglichtvoorziening mag niet meer bedragen dan 2,00 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij meerdere daglichtvoorzieningen in hetzelfde dakvlak dienen er een identieke maatvoering te worden aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.6 Individuele woningbouw (W6) Individuele woningbouw is welstandsvrij met uitzondering van de individuele woningbouw langs de Heemraadweg en omgeving in Raamsdonk, omdat deze bepalend is voor het ruimtelijk beeld langs deze ontsluitingsweg en met uitzondering van deze woningbouw in beschermd stadsgezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behalve in geval van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het welstandsvrije gebied van W6 zie paragraaf 6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving Bij de individuele woningbouw wordt het beeld bepaald door de individuele verschijningsvorm van de woningen. Er is geen of beperkt sprake van samenhang in de verschijningsvorm van de woningen. Gezien het individuele karakter van de bebouwing hebben individuele initiatieven minder invloed op het totale beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen De massavorm is bepalend voor de straat en het straatbeeld. De bebouwing bestaat uit vrijstaande woningen en incidenteel twee-onder-één-kapwoningen van één of twee bouwlagen met een kap. De woningen hebben overwegend kappen, bestaande uit zadeldaken. De kappen zijn wisselend haaks op of evenwijdig aan de straat gesitueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal De woningen zijn te herkennen aan over het algemeen baksteen, pannen en geschilderd hout. Hoofdmassa en bijgebouwen kennen hetzelfde kleur- en materiaalgebruik. De woningen hebben een eenvoudige detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Op plekken waar in het verleden panden gerealiseerd zijn met de kenmerken van een andere architectuurperiode, zijn de kenmerken van deze architectuurperiode bij verbouw en/of renovatie uitgangspunt bij de beoordeling van plannen, zodat hierdoor de essentie van de bestaande architectuur gehandhaafd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving Voor het straatbeeld is de massavorm van de bebouwing uitgangspunt. De bestaande samenhang in kapvormen, rooilijnen en goot- en bouwhoogtes is leidend bij veranderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningen dienen met een representatieve gevel gericht te zijn op de straatruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen De huidige massavorm is uitgangspunt. Hierin spelen de grote daken en de doorlopende goot een belangrijke rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">De originele gevelindeling is maatgevend bij veranderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderscheid tussen bijbehorende bouwwerken en de hoofdbouwmassa dient herkenbaar te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal Materiaal en kleurgebruik dienen passend te zijn bij de oorspronkelijke architectuur. Afwijkend, niet oorspronkelijk kleurgebruik is mogelijk, mits passend bij het complex.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Bij een in of bij een woning gevestigde bedrijfs- of praktijkruimte, welke op grond van het bestemmingsplan (of via een binnenplanse ontheffing) is toegestaan (zoals ‘beroep aan huis’), is een beperkte naams- of beroepsaanduiding nabij de toegangsdeur, dan wel een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein, mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Reclame tegen de gevel Reclame tegen de gevel dient naast de voordeur of entree van de praktijkruimte, en in ieder geval onder de vloer van de eerste verdieping, te worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame tegen de gevel mag maximaal 0,2 m breed en 0,2 m hoog zijn, en maximaal 0,3 m uit de gevel steken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Vrijstaande reclame Een in afmetingen beperkte reclame in het voorterrein dient qua vormgeving, materialisering, detaillering en kleurstelling een esthetische en duurzame kwaliteit te bezitten. De maximale maten van een zuiltje of bord bedragen 0,6 x 0,2 x 1,2 m, en de afstand tot de erfafscheiding bedraagt minimaal 1 m..</p>\n<p class=\"lf-p\">Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken Bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied voor zover niet vrijstaand uitgevoerd De hoogte van de aan- en/of uitbouw mag niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw en dient onder de gootlijn van het hoofdgebouw te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afmetingen van de aan- of uitbouw dienen aan te sluiten bij het karakter van de gevel en dienen de oorspronkelijk indeling van de gevel te respecteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aan- en/of uitbouw dient te worden vormgegeven in een rechthoekige plattegrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aan- of uitbouw dient plat afgedekt te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorm van kozijnen en ramen is gelijk aan of afgestemd op die van kozijnen en ramen van het hoofdgebouw, passend bij het karakter van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient sprake te zijn van een van het hoofdgebouw afgeleide sobere detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op dat van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erkers in het voorerfgebied De hoogte van de erker dient minimaal gelijk te zijn aan de kozijnhoogte van de entreepui en dient maximaal te komen tot de onderkant van verdiepingsvloer..</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient sprake te zijn van een van het hoofdgebouw afgeleide sobere detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op dat van het hoofdgebouw, waarbij de gevels van de erker transparant dienen te zijn, eventueel voorzien van een borstwering van maximaal 60 centimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakkapellen in het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak De dakkapel dient te worden geplaatst op een hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakkapel dient in één horizontale lijn te worden gerangschikt met andere dakkapellen in het hetzelfde bouwblok.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient per woning minimaal 0,50 meter dakvlak aan de bovenkant en minimaal 1,00 meter dakvlak aan weerszijden van de dakkapel (afstand tot bovenkant verticaal gemeten en afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel en bij kilkepers vanaf de onderkant) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de dakkapel dient er een dakvlak van minimaal 0,50 meter en maximaal 1,50 meter hoogte (afstand tot onderkant verticaal gemeten) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tussenruimte tussen dakkapellen of de afstand tot andere daglichtvoorzieningen in hetzelfde dakvlak dient minimaal 1,00 meter te bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de dakkapel mag maximaal 1,50 meter bedragen gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde van het boeiboord of de daktrim.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakkapel dient plat afgedekt te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling van de kozijnen dient afgestemd te worden op de indeling van de kozijnen van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering dient afgestemd te worden op de detaillering van al aanwezige dakkapellen of van de detaillering van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik dient gelijk(waardig) te zijn aan al aanwezige dakkapellen op hetzelfde dakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erf- of perceelsafscheidingen op minder dan 1,00 meter afstand van het openbaar toegankelijke gebied De vormgeving en het kleur- en materiaalgebruik van de erf- of perceelsafscheiding dient te worden afgestemd op die van de erf- of perceelsafscheiding van het belendend perceel, tenzij deze niet voldoet aan de hier genoemde criteria voor erf- en perceelafscheidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erf- of perceelsafscheiding dient een rechte vormgeving te hebben (toogvormen zijn ongewenst).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een erf- of perceelafscheiding die langer is dan 10 meter dient een geleding te worden aangebracht, waardoor de erf- of perceelsafscheiding visueel wordt opgeknipt in meerde delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erf- of perceelsafscheiding dient te bestaan uit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haagplanten zoals liguster, buxus of haagbeuken of gelijkwaardig of een volledig te begroeien gazen hekwerk, of een ander natuurlijk materiaal of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een houten erf- of perceelsafscheiding waarbij het houtwerk om en om is aangebracht en waarvan de geleding is afgestemd op die van de erf- of perceelsafscheiding van het belendend perceel of van een al bestaande erf- of perceelsafscheiding in de omgeving of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>metselwerk dienovereenkomstig het hoofdgebouw, waarboven eventueel metalen stijlen in een donkere kleur zijn toegestaan of:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>schotten van houten planken tussen gemetselde penanten.</div>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van beton, kunststof, staal, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten of vlechtschermen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van felle en/of contrasterende kleuren is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kozijn- en gevelwijzigingen aan de voorzijde De gevelwijziging dient in overeenstemming te blijven met de architectuur van de oorspronkelijke gevel, waarbij de horizontale geleding in de gevel zichtbaar dient te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het principe van ‘puivullingen’ dient gehandhaafd te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerkende details van de oorspronkelijke architectuur dienen behouden te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleur- en materiaalgebruik is overeenkomstig of gelijkwaardig aan de al aanwezige materialen en kleuren van het hoofdgebouw of er moet sprake zijn van een verbetering in kwaliteit en/of uitstraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakramen en andere daklichtvoorzieningen in het voordakvlak of een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De daglichtvoorziening dient qua plaatsing, maatvoering en uitstraling afgestemd te zijn op de architectuur van het hoofdgebouw en de eventuele belendingen in eenzelfde bouwvolume..</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient per woning en per daglichtvoorziening minimaal 0,50 meter dakvlak aan de boven-, onder en beide zijkanten van de daglichtvoorziening (afstand tot bovenkant verticaal gemeten) aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mogen maximaal twee daglichtvoorzieningen op één dakvlak worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte per daglichtvoorziening mag niet meer bedragen dan 2,00 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij meerdere daglichtvoorzieningen in hetzelfde dakvlak dienen er een identieke maatvoering te worden aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.7 Industrieterrein (B1) Waar komt dit bebouwingstype voor?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beeld van Geertruidenberg wordt sterk bepaald door de Amercentrale langs de Amer aan de noordzijde van de kern. De koeltoren en het ketelhuis torenen hoog boven Geertruidenberg uit en zijn ook vanuit de verre omtrek goed zichtbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het gebied van B1 dat is gesitueerd in beschermd stadsgezicht gelden de algemene welstandscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het welstandsvrije gebied van B1 zie paragraaf 6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving Een industrieterrein is vooral bedoeld om bedrijfsactiviteiten uit te oefenen. De verschijningsvorm van industrieterreinen wordt voornamelijk bepaald door de gehuisveste typen van industrie en de bijbehorende productieprocessen. Omdat industriële functies vanwege milieuhinder (geluid, stankhinder, externe veiligheid en gevaar) op afstand van de woongebieden zijn gesitueerd, ontstaat vaak een scherp contrast tussen het industrieterrein en het omliggende landschap. De percelen zijn veelal met (transparante) hekwerken afgescheiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: massaopbouw, gevel en onderdelen De bebouwing op de terreinen kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van schoorstenen, opslagtanks en -loodsen en installaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit geval springen vooral de grote koeltorens in het oog. De bebouwingen op een perceel vormen samen een ensemble, zover de functie dit toelaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal Op de industrieterreinen wordt overwegend gebruik gemaakt van plaatmateriaal van metalen en kunststoffen en in mindere mate van gemetselde materialen. Esthetische detaillering (detaillering zonder directe functie) komt bijna niet voor op de industrieterreinen. De bouwwerken zijn veelal in grijstinten uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame De schaal van de bebouwing en de omgeving laat op bedrijventerreinen veelal een grotere mogelijkheid aan vormgeving en maatvoering aan reclame toe. Toch dient ook op een bedrijventerrein er voor te worden gewaakt dat er geen wildgroei ontstaat, die afbreuk doet aan de aantrekkelijkheid van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een bedrijventerrein is een snelle herkenning van de locatie van een bedrijf van belang. Een goede bewegwijzering is hiertoe een voorwaarde. Hierbij dient ook aandacht gegeven te worden aan clustering van bewegwijzering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Amercentrale Waardering en dynamiek; achtererfgebied soms welstandsvrij Behalve in geval van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat en mits het bouwperceel niet grenst aan bebouwingstype G2 en evenmin aan de Donge en aan de Bergsche Maas, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten in een beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dynamiek in deze gebieden is zeer laag. Voor zover veranderingen plaatsvinden, is te verwachten dat deze ondergeschikt zijn aan de schaal van het complex en dat een welstandstoets van weinig invloed is op de verschijning van het totaal. De welstandsbeoordeling richt zich uitsluitend op die zaken die het aanblik sterk kunnen beïnvloeden. Het opnemen van specifieke criteria voor kleine bouwwerken is niet wenselijk, omdat deze niet of nauwelijks voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal Bij aanpassingen is het bestaande kleur- en materiaalgebruik uitgangspunt en dient de eenheid in het bouwblok gehandhaafd te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van felle of contrasterende kleuren is in ieder geval niet gewenst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Bij de beoordeling van reclame wordt ervan uitgegaan dat deze technisch, reclametechnisch en visueel optimaal wordt aangepast aan het gebouw en ingepast in de omgeving. De attentiewaarde dient meer op het stedenbouwkundig-architectonische ensemble te liggen dan alleen op de commerciële kant.</p>\n<p class=\"lf-p\">De reclame op zich dient geïntegreerd te zijn in de architectuur van het gebouw. Bij nieuwbouw kan dit het beste worden bereikt door de reclame-uitingen van meet af aan mee te nemen in het ontwerpproces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame moet een functionele relatie bezitten met het betreffende gebouw. Verwijzingen naar een elders gelegen bedrijf of winkel of het presenteren van een merknaam is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per pand mogen maximaal 4 zichtbare reclame-uitingen worden aangebracht aan de voorgevel, en maximaal 1 aan de zijgevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij reclames bestaande uit losse belettering zijn twee- of meerregelige teksten niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelsreclame mag niet knipperen of bewegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.8 Bedrijventerrein (B2) (zichtlocaties) In de loop der jaren is er een duidelijke verschuiving te zien in de situering van de bedrijventerreinen. Van oorsprong waren bedrijven gelegen langs de ontsluitingsroutes over het water en het spoor. Veel bedrijven waren gevestigd aan rivieren, kanalen, weteringen en de spoorlijn. Toen het vervoer over de weg een belangrijkere plek innam werd de afhankelijkheid van de waterwegen en het spoor kleiner. Meer bedrijven vestigden zich langs provinciale wegen en rijkswegen. Tegenwoordig is de situering van een bedrijf op een goed bereikbare en vooral door veel mensen zichtbare locatie belangrijk geworden voor een ondernemer (onder andere in verband met naamsbekendheid). Langs de autosnelwegen en andere doorgaande wegen zijn zogenaamde ‘zichtlocaties’ ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Geertruidenberg is de relatie met het water en de hoofdinfrastructuur nog duidelijk zichtbaar. Dit is vooral zichtbaar op Dombosch, aan de Rivierkade en rondom de Dongecentrale in het zuiden van de gemeente. Zowel op Dombosch en rond de Dongecentrale zijn er zichtlocaties waar een welstandsbeoordeling gewenst is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het welstandsvrije gebied van B2 zie paragraaf 6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving Op de bedrijventerreinen is sprake van een mengeling van kleine en middelgrote bedrijfskavels met (zorgvuldig ontworpen) bedrijfsgebouwen. Een mix van losstaande gebouwen op een kavel komt vaak voor. Vaak zijn er thematische architectonische kenmerken, al dan niet gestuurd door een beeldkwaliteitplan of supervisor. Veel aandacht wordt besteed aan erfafscheidingen en presentatie, maar bovenal staat functionaliteit voorop.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzijde van een bedrijfsperceel is bepalend voor het straatbeeld. Ondergeschikte bouwdelen, die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, zijn niet bepalend voor het straatbeeld. De welstandstoets richt zich dan ook vooral op de voorzijde van de bebouwing. Hoewel er sprake lijkt te zijn van één rooilijn is de afstand tussen de voorgevel en de openbare weg wisselend. Het voorterrein is meestal verhard en de overgang van openbaar naar privéterrein bestaat veelal uit een hekwerk, waarbij vaak een verandering van bestratingsmateriaal wordt toegepast om de overgang te accentueren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dongecentrale Zichtlocatie A27 Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen Op de bedrijventerreinen komt een grote diversiteit aan bebouwing voor. De bebouwing op de zichtlocaties is vaak dominant in uitstraling. De bebouwingsmassa’s hebben veelal een extravert karakter met het doel het oog van de voorbijganger te trekken. Dit kan door uitgesproken architectuur, maar ook met behulp van grote uithangborden aan de gevel(s).</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing is naar de aard van de functie groot van schaal en bestaat over het algemeen uit gesloten volumes. Enkele gebouwen zijn niet meer dan grote dozen, bestaande uit damwandplaten, met gesloten gevels. Het zijn vaak enkelvoudige volumes of samengestelde volumes als er sprake is van een showroom of kantoorfuncties. Deze functies wijken in architectuur soms af van de achterliggende bedrijfsbebouwing en hebben meer een representatief karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijk voor alle bedrijfsgebouwen is dat de functionaliteit voorop staat. De hoofdentree van de bedrijfsbebouwing is vaak door borden aangegeven. Niet in alle gevallen is de entree ook ruimtelijk en architectonisch duidelijk vormgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In sommige gebieden zijn op de bedrijfspercelen bedrijfswoningen geplaatst. Vaak staan deze woningen aan de voorzijde van het bedrijfsperceel. Veelal is er bij de vormgeving van deze bedrijfswoningen geen rekening gehouden met de beeldaspecten van de directe omgeving en de bedrijfsbebouwing. Hierdoor vormen de bedrijfswoningen vaak vreemde elementen op een bedrijventerrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal Op de bedrijventerreinen komt in de gevels een zeer grote diversiteit aan materialen voor. Ook in detaillering en kleurgebruik zijn er grote verschillen te herkennen. Er is over het algemeen weinig samenhang in materialisering, detaillering en kleurgebruik tussen de verschillende bedrijfspercelen. Per perceel is deze eenheid vaak juist wel te herkennen. Elk (cluster van) bedrijfsgebouw(en) vormt een individuele eenheid en heeft een eigen identiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bedrijventerrein komen damwandplaten en ander plaatmateriaal vaak voor. Maar ook bakstenen en glas zijn veel voorkomende materialen. De kleuren variëren, maar overwegend zijn er grijze en groene staalplaten aanwezig. Daarnaast komen ook roodgekleurde bakstenen en pannen voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame De schaal van de bebouwing en de omgeving laat op bedrijventerreinen veelal een grotere mogelijkheid aan vormgeving en maatvoering aan reclame toe. Toch dient ook op een bedrijventerrein er voor te worden gewaakt dat er geen wildgroei ontstaat, die afbreuk doet aan de aantrekkelijkheid van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een bedrijventerrein is een snelle herkenning van de locatie van een bedrijf van belang. Een goede bewegwijzering is hiertoe een voorwaarde. Hierbij dient ook aandacht gegeven te worden aan clustering van bewegwijzering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering en dynamiek; achtererfgebied soms welstandsvrij Behalve in geval van situering op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat en mits het bouwperceel niet grenst aan bebouwingstype G2 en evenmin aan de Donge en aan de Bergsche Maas, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij. Bij bouwactiviteiten op een perceel waarop een monument/beeld-bepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gebieden is er sprake van een vrij hoge dynamiek, maar staat tegelijk de functionaliteit voorop. De veranderingen die plaatsvinden hebben veelal te maken met praktische veranderingen om de functionaliteit te verbeteren. Deze aanpassingen zijn te toetsen door de relatief beperkte gebiedscriteria. Vooral erf- en perceelsafscheidingen bepalen hier het beeld en komen in veelvoud voor. Dus zijn voor dit gebied specifieke criteria opgenomen voor erf- en perceelsafscheidingen. Deze zijn weergegeven na de gebiedsgerichte criteria. De gebiedscriteria lenen zich er immers niet goed voor om uitspraken te doen over erf- en perceelsafscheidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dit bebouwingstype zijn gebiedsgerichte criteria van toepassing op de volgende wijze:</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle gebiedsgerichte criteria zijn van toepassing op de gebieden binnen dit bebouwingstype, die op de kaart de aanduiding ‘reguliere toets’ hebben gekregen. Dit betreft de bebouwing inclusief erfafscheidingen langs de A27, de bedrijfsbebouwing aan de Pontonnier, het zuidelijk deel van de Zalmweg en het zuidelijk deel van de Weegbree.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een aantal gebieden zijn alleen de criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken (i.e. erfafscheidingen) van toepassing. Deze gebieden hebben op de kaart de aanduiding ‘reguliere toets erfafscheidingen’ gekregen. Het betreft de erfafscheidingen langs de straten Lissenveld, Oeverkruid, Ramsgatseweg, Steurweg en Zalmweg tot en met de splitsing met de Meerval, alsook de Elftweg voor zover gelegen tussen de Bliekweg en de Steurweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving De bebouwing dient zich te oriënteren naar de openbare weg. Indien er sprake is van een hoeksituatie dienen de twee hoekzijden van deze bebouwing georiënteerd te worden naar de openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De architectuur van de bebouwingsmassa dient in te spelen op de situering van het gebouw ten opzichte van de stedenbouwkundige structuur. (Een ligging op de grens van het buitengebied vraagt om een andere benadering dan een ligging nabij de snelweg.) Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen De bebouwing op één perceel dient in uitstraling en architectuur op elkaar aan te sluiten voor zover de functie dat toelaat. Showrooms en kantoorfuncties dienen een representatieve uitstraling te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient een duidelijk verschil te zijn tussen de representatieve delen en de bebouwing voor productie en opslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Publieke en representatieve functies moeten naar de straatzijde georiënteerd zijn, waarbij de hoofdentree duidelijk herkenbaar dient te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfshallen dienen in schaal te worden verfijnd door het aanbrengen van een duidelijke geleding in de gevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal Het materiaal- en kleurgebruik is in principe vrij, waarbij plaatmateriaal aan de voorzijde in principe ongewenst is, tenzij goed vormgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient per perceel sprake te zijn van samenhang in materiaal, detaillering en kleurgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van felle en contrasterende gevelvlakken is niet gewenst. Kleuraccenten zijn toegestaan om het bedrijfsimago tot uiting te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van bedrijfsgebouwen dient eenvoudig maar zorgvuldig te zijn. Dit betekent dat er geen overmaat aan detailleringen voor moet komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Bij de beoordeling van reclame wordt ervan uitgegaan dat deze technisch, reclametechnisch en visueel optimaal wordt aangepast aan het gebouw en ingepast in de omgeving. De attentiewaarde dient meer op het stedenbouwkundig-architectonische ensemble te liggen dan alleen op de commerciële kant.</p>\n<p class=\"lf-p\">De reclame op zich dient geïntegreerd te zijn in de architectuur van het gebouw. Bij nieuwbouw kan dit het beste worden bereikt door de reclame-uitingen van meet af aan mee te nemen in het ontwerpproces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame moet een functionele relatie bezitten met het betreffende gebouw. Verwijzingen naar een elders gelegen bedrijf of winkel of het presenteren van een merknaam is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per pand mogen maximaal 4 zichtbare reclame-uitingen worden aangebracht aan de voorgevel, en maximaal 1 aan de zijgevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij reclames bestaande uit losse belettering zijn twee- of meerregelige teksten niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelsreclame mag niet knipperen of bewegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken Erf- of perceelsafscheidingen op minder dan 1,00 meter afstand van het openbaar toegankelijke gebied De erf- of perceelsafscheiding dient zorgvuldig te worden vormgegeven, afgestemd op de erf- of perceelsafscheidingen die voorkomen in de omgeving, door een hek, haag of overgang tussen verschillende bestratingsmaterialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van beton, kunststof, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten of vlechtschermen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van felle en/of contrasterende kleuren is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.9 Bijzondere bebouwing (T1) Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving De gebouwen binnen dit thema vervullen door het gebruik (en de ligging) een bijzondere functie binnen een wijk of kern. Het gaat onder andere om scholen, kerken, dorpshuizen, instituten als een zorgcentrum of verpleegtehuis, een cultureel centrum, brandweer, een winkelcentrum etc. De gebouwen zijn verspreid en in clusters aanwezig. Dit soort gebouwen onttrekt zich vaak aan de stedenbouwkundige context van de omliggende bebouwing. De gebouwen hebben een individueel karakter, waardoor zij goed herkenbaar zijn en belangrijk zijn voor de oriëntatie binnen de kern. De architectuur van de bebouwing is verschillend, afhankelijk van de bouwperiode en van de functie die wordt gehuisvest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de gebouwen binnen dit thema geldt dat de bebouwing en de directe omgeving als geheel ontworpen zijn, waarbij de open ruimte en het gebouw elkaar ruimtelijk en functioneel aanvullen. Voorbeelden zijn een school met schoolplein of een kerk met kerkplein. Hoewel het hoofdgebouw door zijn functie veelal naar binnen gekeerd kan zijn, is de bebouwing ook georiënteerd op de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen De massa, vorm en architectuurstijl van de bebouwing variëren in grote mate, afhankelijk van de periode waarin deze gebouwd is en welke functie er gehuisvest wordt. Naast gebouwen met een traditionele bouwstijl komen, binnen dit brede scala van dit thema, gebouwen voor met een afwijkende - uitdagender - vormgeving. De gebouwen zijn één of meerdere bouwlagen hoog. Afhankelijk van het type en de bouwtijd vormen aan- en bijgebouwen onderdeel van de architectuur of wijken zij juist af van het hoofdgebouw (bijvoorbeeld in schaal, maat en uiterlijk). In de loop der tijd zijn veel gebouwen en voorzieningen uitgebreid, veelal in een andere (afwijkende) bouwstijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Winkelcentrum Hooipolder De Peuzelaer Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal Het materiaal- en kleurgebruik en de detaillering verschilt per object en hangt nauw samen met de periode waarin het gebouwd is en de soort functie die gehuisvest wordt. Voor uitbreidingen wordt soms gebruik gemaakt van moderne materialen en felle kleuren. Het kleur- en materiaalgebruik past veelal bij de architectuur van het individuele gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame Het betreft hier voornamelijk solitaire gebouwen zoals onder andere kloosters, instituten, kerken, scholen, buurtcentra etc. In het algemeen maakt iedere toepassing van reclame inbreuk op het karakter van deze gebouwen en de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames die bedoeld zijn om van veraf te worden opgemerkt, moeten zeker als onaanvaardbaar worden gezien en ook de toepassing van kleinschalige reclames dient zoveel mogelijk te worden vermeden. Aanduidingen die bedoeld zijn als gebruiksaanwijzing voor het gebouw, dienen bescheiden te zijn en uitsluitend vanuit die functie vorm te krijgen. Het bijzondere karakter van deze gebouwen rechtvaardigt het hanteren van hoge criteria bij het beoordelen van incidentele reclametoepassingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering en dynamiek; achtererfgebied welstandsvrij Behalve in geval van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijzondere bebouwing (bijvoorbeeld scholen, buurthuizen, kerken) zijn over het algemeen goed herkenbaar en van belang voor de oriëntatie. Dergelijke gebouwen herbergen meestal belangrijke functies, zoals maatschappelijke functies. Anderzijds zijn het overwegend solitaire gebouwen. Om die reden is het dan ook niet noodzakelijk dat een op zichzelf staand gebouw samenhang vertoont met zijn omgeving. Individuele initiatieven hebben minder invloed op het totale beeld. Bovendien hebben dit soort gebouwen bijna altijd zo’n functie, dat de verwachting is dat vanzelfsprekend al aandacht besteed wordt aan de architectuur. Om deze reden kan worden volstaan met een reguliere welstandstoets.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dynamiek in deze gebieden is vaak laag. Als een gebouw eenmaal is gerealiseerd worden er slechts ondergeschikte aanpassingen (vaak inwendig) gedaan. Dus is het opnemen van specifieke criteria voor kleine bouwwerken niet nodig, met uitzondering van erf- en perceelsafscheidingen die wel een specifieke beoordeling vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dit bebouwingstype zijn navolgende gebiedsgerichte criteria van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving De openbare ruimte in de directe omgeving van de gebouwen en de bebouwing op zich dienen als geheel te worden gezien.</p>\n<p class=\"lf-p\">De individuele uitstraling van de bebouwing staat centraal: een eigen architectonische vormgeving met een representatieve uitstraling die recht doet aan het ruimtelijke en functionele belang van het gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massa-opbouw, gevel en onderdelen Aanpassingen aan de bebouwing dienen ondergeschikt te zijn aan de gevel als geheel en aan te sluiten op de architectonische uitstraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal Bouwkundige wijzigingen en toevoegingen dienen aan te sluiten bij de architectuur van het desbetreffende gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebruikte materialen en kleuren moeten bijdragen aan een hoogwaardige, representatieve en duurzame architectonische uitstraling en de herkenbaarheid van de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Bij deze gebouwen is in de regel geen reclame mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een eventuele naamsaanduiding op deze gebouwen dient terughoudend en bescheiden in afmeting, vormgeving en kleurstelling te zijn en altijd te worden geïntegreerd in de (bestaande) architectuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is, dat toepassing van neon lichtlijnen vanwege de overheersende en felle uitstraling op de architectuur en omgeving niet is toegestaan. Bovendien vormen dergelijke richtlijnen een onacceptabele overdaad aan attentiewaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Productenwerving of presentatie op doeken die gespannen zijn tussen metalen frames op gevels van gebouwen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames in de vorm van lichtreflexborden zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Vlaggen Vlaggenmasten met reclamevlaggen zijn vanwege het overheersende karakter op de omgeving en de overmatige attentiewaarde niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende gebiedscriteria in het beschermd stadsgezicht Indien een bouwplan wordt gerealiseerd binnen het beschermd stadsgezicht zijn de volgende aanvullende criteria van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De situering of wijziging van de bouwmassa en/of de oriëntatie mag het historisch straatbeeld niet verstoren Bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen dienen toevoegingen per woning ondergeschikt te zijn aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken Indien een bouwplan wordt gerealiseerd binnen het beschermd stadsgezicht zijn de volgende specifieke criteria niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erf- of perceelsafscheidingen op minder dan 1,00 meter afstand van het openbaar toegankelijke gebied Bij een erf- of perceelafscheiding die langer is dan 10 meter dient een geleding te worden aangebracht, waardoor de erf- of perceelsafscheiding visueel wordt opgeknipt in meerde delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van beton, kunststof, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten of vlechtschermen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van felle en/of contrasterende kleuren is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.10 Centrumvoorzieningen (T2) In Raamsdonksveer is één winkelcentrum aanwezig dat in deze nota zo is aangemerkt. Kleinschaligere winkelvoorzieningen zijn ondergebracht in het bebouwingstype ‘Bijzondere bebouwing’. Het winkelcentrum betreft Het Anker, in het centrum van Raamsdonksveer, aansluitend op het historisch dorpsgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving Door de ligging achter de historische hoofdstructuren, het hoogteverschil met de Hoofdstraat en een afwijkende architectuur neemt het gebied een eigen positie in de kern in. Het gebied is uitsluitend op het winkelen gericht. Er zijn geen woningen boven de winkels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen In het gedeelte grenzend aan de Hoofdstraat is door het gebruik van kapjes getracht een dorpse sfeer te creëren. Verder heeft het gebied een zeer gesloten uitstraling, waar weinig aandacht is besteed aan de uitstraling van de bebouwing. Op de begane grond zijn panden voorzien van glazen puien, die plaatselijk afgeplakt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal Het materiaalgebruik, de winkelpuien, de luifels en de maat en schaal wijken sterk af van het karakter van het aangrenzende historisch dorpsgebied. In het centrum wordt veel gebruik gemaakt van plaatmateriaal. Daarnaast bepalen reclame-uitingen het beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Winkelcentrum het Anker Reclame Het betreft hier het winkelgebied rond ’t Anker en het winkelcentrum aan de Krijmansgeerde, waarbij het winkelen centraal staat. De reclame is veelal al geconcentreerd. Onderlinge afstemming van de reclames op elkaar en op de architectuur van het winkelcentrum is hier noodzakelijk om wildgroei te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maat, schaal, aantal, plaatsing en vormgeving dienen zorgvuldig te worden afgewogen. Reclames die bedoeld zijn om van ver af te worden opgemerkt, zijn hier onaanvaardbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering en dynamiek; achtererfgebied welstandsvrij Behalve in geval van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwactiviteiten in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het winkelcentrum is goed herkenbaar en van belang voor de oriëntatie. Het is een solitair gebied zonder enige relatie met de omgeving, waarbij de uitstraling van de gebouwen, door de planmatige ontwikkeling, op elkaar is afgestemd. Om deze reden kan worden volstaan met een reguliere welstandstoets.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dynamiek in deze gebieden is groot. De dynamiek richt zich echter meer op de aanwezige functies en minder op aanpassingen aan de bebouwing. Reclame-uitingen zijn wel aan verandering onderhevig, zeker bij wijzigingen van eigenaar. Deze uitingen hebben vooral hun invloed op de invulling van de individuele gevel. Dus zijn voor kozijn- en gevelwijzigingen specifieke criteria opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige kleine bouwwerken komen niet of nauwelijks voor. Hiervoor zijn dan ook geen specifieke criteria opgenomen. Deze bouwplannen worden getoetst aan de gebiedscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dit bebouwingstype zijn navolgende gebiedsgerichte criteria van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedscriteria Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving Individuele aanpassingen mogen de aanwezige ensemblewerking niet verstoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelaspecten: Massa-opbouw, gevel en onderdelen Aanpassingen aan de bebouwing dienen ondergeschikt te zijn aan de gevel als geheel en aan te sluiten op de architectonische uitstraling van het geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal Bouwkundige wijzigingen en toevoegingen dienen aan te sluiten bij de architectuur van het desbetreffende gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebruikte materialen en kleuren moeten bijdragen aan een hoogwaardige, representatieve en duurzame architectonische uitstraling en de herkenbaarheid van de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclamerichtlijnen: Algemeen Bij de beoordeling van reclame wordt ervan uitgegaan dat deze technisch, reclametechnisch en visueel optimaal wordt aangepast aan het gebouw en ingepast in de omgeving. De attentiewaarde dient meer op het stedenbouwkundig-architectonische ensemble te liggen dan alleen op de commerciële kant.</p></div>", "next": 239747}