{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het groen is zoveel als mogelijk als “gebruiksgroen” in het gebied gelegen. Een aarden dijkje vormt de scheiding tussen het “gebruiksgroen” en prive-terrein. De groenvoorziening en de dijkjes maken met het middengebied structureel onderdeel uit van de planopzet. Het middengebied is een groen openbaar gebied waarin speel- en verblijfsplekken en een langzaam- verkeersroute hun plaats hebben. Het woongebied wordt op twee plaatsen ontsloten vanaf de Ransuil. De twee ontsluitingen kruisen met drie woonstraten het middengebied en zetten zich voort in noordoostelijke richting.&lt;vet&gt;Bebouwing op zich &lt;/vet&gt;Bij de gronduitgifte heeft clustering plaats gevonden per ruimtelijke eenheid. Hierdoor is samenhang in het bebouwingsbeeld aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afzonderlijke bebouwing is weer dan een optelsom van de verschillende bouwplannen. Als een woning gelegen is aan het openbaar gebied komt dit tot uitdrukking in het ontwerp. Op een hoek laat de woning meerdere “voor- gevels” zien. Bijgebouwen passen bij de architectuur van de woning.&lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;Uitgangspunt is een duurzaam gebouwde woonwijk in een traditionele vorm. Kenmerkend hiervoor is de toepassing van natuurlijke bouwmaterialen. Bij kleurtoepassing moeten te grote kleurverschillen worden vermeden. Per ruimtelijke eenheid is een toetskleur vastgesteld.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:Bebouwing en omgeving•De architectuur en de directe openbare ruimte zijn in samenhang ontworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze dient te worden behouden. •Behouden en versterken van de eenheid is uitgangspunt bij de van ingrepen. •De bebouwing moet georiënteerd zijn naar de openbare weg. Bij hoeksituaties is oriëntatie naar twee zijden uitgangspunt. •De clusterwaarde is bepalend voor aanpassingen, toevoegingen of nieuwbouw.Bebouwing op zich•De clusterwaarde is bepalend voor aanpassingen, toevoegingen of nieuwbouw, Veranderingen moeten passen binnen de (stijl)kenmerken, het imago en de expressiviteit van het cluster. •De gevelopbouw, indeling en de repetitie van de samengestelde elementen zijn uitgangspunt bij veranderingen en toevoegingen. •Extra ramen in de kopgevel zijn toegestaan voor zover deze overeenstemmen met de karakteristiek van het bouwwerk. •Er dient een relatie te zijn tussen de gevelindeling en de achterliggende functies. •De dakvlakken dienen als één geheel herkenbaar te blijven. •Dakkapellen aan de voorzijde die niet zijn opgenomen in het architectonische concept verstoren van het straatbeeld. •Op- en aanbouwen moeten ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa. &lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;•Bestaand kleur- en materiaalgebruik in bepalend voor de complex- waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit draagt wezenlijk bij de uitstraling en is uitgangspunt voor aanpassingen. •Bij detaillering dient te worden uitgegaan van het oorspronkelijke Ontwerp. •Horizontale bouwdelen zoals goten dienen qua detaillering en kleurstelling op elkaar te worden afgestemd. •Erfafscheidingen dienen zoveel mogelijk te worden uitgevoerd van levend materiaal of in een transparante vorm.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.14</span><span class=\"lf-art-t\">Individuele woningbouw</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;Vrijstaande woningen binnen dit thema zijn gelegen binnen de verschillende gebieden. Vanwege het individuele karakter zijn de woningen goed herkenbaar en belangrijk voor de oriëntatie. Bebouwing en openbare ruimte in de directe omgeving sluiten goed op elkaar aan. De bebouwing is op de openbare ruimte georiënteerd.&lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;De architectuur is gevarieerd, vaak beïnvloed door de opdrachtgever en sterk afhankelijk van de periode waarin deze woningen zijn gebouwd. De bebouwingsstructuur is open. De bebouwing is vrijstaand en incidenteel twee-onder-één-kap woningen. Door de maatvoering van de kavel staan de nokken over hef algemeen haaks op de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijgebouwen komen zowel vrijstaand als aangebouwd aan het hoofdgebouw voor. De verschijningsvorm sluit vaak aan op die van het hoofdgebouw. De variatie van de individuele woningen is bepalend voor het straatbeeld. Belangrijk daarvoor zijn de voortuinen en de groene erfafscheidingen.&lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;Kleur-, materiaalgebruik en detaillering verschilt per woning en hangt nauw samen met de periode waarin het gebouwd is. De onderlinge samenhang zorgt voor een eigen identiteit en verhoogt hierbij de herkenbaarheid. Over het algemeen is de verschijningsvorm traditioneel.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:Bebouwing en omgeving•De stedenbouwkundige opzet dient in de toekomst leesbaar te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijk hierbij is de aansluiting op de openbare ruimte en de rang- schikking van de bebouwing. •Veranderingen aan het hoofdgebouw moeten passen in het straatbeeld, De regelmatige plaatsing van de woningen moet niet worden verstoord. •De bebouwing moet georiënteerd zijn naar de openbare weg. Bij hoeksituaties is oriëntatie naar twee zijden uitgangspunt. Bebouwing op zich•De huidige hoofdvorm is maatgevend voor de architectonische eenheid. •Uitgangspunt is de bestaande gevelopbouw van de individuele woningen. •Er dient een relatie te zijn tussen de gevelindeling en de achterliggende functies. •Aanbouwen moeten ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa. •Dakkapellen aan de voorzijde verstoren het straatbeeld. &lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;•Het individuele karakter van de woning is maatgevend. •Kleur-, materiaalgebruik en detaillering van het oorspronkelijke ontwerp dienen als uitgangspunt voor aanpassingen. •Erfafscheidingen dienen zo veel mogelijk te worden uitgevoerd van levend materiaal of in een transparante vorm.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-315\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzonder bebouwing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;In de gebieden voor bijzondere bebouwing zijn scholen, kantoren en (Openbare) gebouwen opgenomen. Deze gebieden zijn qua inrichting afgestemd op grote aantallen bezoekers. Hierbij is aandacht besteed aan parkeervoorzieningen en het creëren van de verblijfssfeer. De gebouwen oriënteren zich overwegend naar de ontsluitingsweg. In recent ontwikkelde gebieden is sprake van meer onderlinge samenhang.&lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;De entreepartij van de gebouwen is meestal gericht naar de ontsluitingsweg. Er is vaak sprake van een duidelijk ritme in het gevelbeeld. De gebouwen hebben aan alle kasten ramen. Bij het ontwerp van de panden ligt meer de nadruk op het individuele gebruik en minder op de onderlinge samenhang.&lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;Er is een grote variatie in architectonische vormgeving te zien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleur-, materiaalgebruik en detaillering benadrukken het individuele ontwerp van de gebouwen en is afhankelijk van de periode waarin ze zijn gebouwd. De individuele bebouwing speelt voor de hei kenbaarheid en identiteit van het gebied een belangrijke rol.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:Bebouwing en omgeving•Bij het ontwerp dient rekening te worden gehouden met de situering van het gebouw ten opzichte van de stedenbouwkundige structuur. •De bebouwing moet georiënteerd zijn naar de ontsluitingsweg. •Bij hoeksituaties is oriëntatie naar twee zijden uitgangspunt.Bebouwing op zich•De gebouwen oriënteren zich naar de ontsluitingsweg. •Wijzigingen aan het gebouw dienen aan te sluiten op de bestaande bouwmassa. •De hoofdentree moet duidelijk herkenbaar zijn. •Het individuele gebruik van het gebouw mag tot uitdrukking komen in het ontwerp, mits aandacht wordt besteed aan de onderlinge samenhang in het gebied.&lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;•Kleur-, materiaalgebruik en detaillering van het oorspronkelijke Ontwerp dienen als uitgangspunt voor aanpassingen. •Incidentele afwijkingen moeten pannen binnen de karakteristiek van het gebouw. •Erfafscheidingen dienen zo veel mogelijk te worden uitgevoerd van levend materiaal of in een transparante vorm.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-316\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16</span><span class=\"lf-art-t\">Winkelcentra</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;Winkelcentra zijn in twee typen onder te verdelen. Het eerste type is meer ingebed in de stedenbouwkundige structuur en wordt vaak gecombineerd met woningen boven of naast de voorzieningen. Dergelijke winkelcentra zijn opgenomen in het straten- patroon van de omliggende wijk, vaak georiënteerd op de hoofdontsluiting. De bebouwing binnen deze vorm heeft een gevarieerde functie en uitstraling. Door de functiemenging heeft de beganegrond een geheel andere uitstraling dan de laag erboven. Het tweede type is het intern gerichte winkelcentrum “Urkerhard”. De winkels zijn gelegen aan een gedeeltelijk overdekt stratenstelsel en hebben nagenoeg geen uitstraling naar de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parkeren vindt veelal plaats rondom het winkelcentrum. Het besloten karakter van dit winkelcentrum wordt hierdoor nog eens benadrukt. De bevoorrading van de winkels geschiedt aan de buitenzijde.Reclame speelt een belangrijke rol in winkelcentra. Reclame-uitingen moeten in samenhang met de bebouwing worden ontworpen.Het winkelcentrum Wijk 2 maakt deel uit van het gebied Kom Urk. Dit gebied wordt afzonderlijk beschreven en maakt geen onderdeel uit van dit bebouwingsthema.&lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;De bebouwing van de extern gerichte winkelcentra is divers. Vooral de begane grond van de bebouwing heeft een openbaar karakter. Functiemenging vult af te lezen uit de gevelopbouw. De begane grond onderscheidt zich qua uitstraling van de lagen erboven.Intern gerichte winkelcentra hebben een gesloten uitstraling naar de directe omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De entreepartijen vormen hierop een uitzondering. Dit zijn in het oog springende onderdelen van het winkelcentrum. Naast deze entreepartijen bestaat de buitenzijde voornamelijk uit gesloten gevels waar de bevoorrading van de winkels plaatsvindt.De functie aan het gebouw komt tot uitdrukking in het ontwerp. Het ontwerp zou reclame-uitingen overbodig moeten maken. Omdat dit niet altijd mogelijk is, moet de reclamevoering worden meegenomen in het ontwerp. &lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;Evenals architectuur verschillen detaillering, kleur-, en materiaalgebruik in de winkelcentra van elkaar. Binnen de winkelcentra van het eerste type geldt dit ook voor de winkels afzonderlijk.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;Vanwege de diversiteit in architectuur binnen dit bebouwingsthema gelden alleen de algemene welstandscriteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-317\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17</span><span class=\"lf-art-t\">Lemsterhoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;Het gebied Lemsterhoek is het oudste bedrijventerrein op Urk. Het terrein ligt ingeklemd tussen de Urkerweg, de Sluisweg en de Urkervaart. De groenstrook tango deze wegen en de Urkervaart omsluit het bedrijventerrein. Het gebied is gedateerd en voldoet niet meer aan de hedendaagse inzichten. Om de gebruiksfunctie van het gebied te optimaliseren is revitalisering noodzakelijk. Bij ontwikkelingen binnen dit gebied is onder andere het masterplan uitgangspunt.&lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;De architectuur van de bebouwing en het gebruik daarvan is gedateerd. Dit wordt veroorzaakt door de oorspronkelijke kleinschaligheid die later door veranderende inzichten grootschaliger is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat in de beginperiode de bestemmingsplanvoorschriften voorzagen in een geringe rooilijn staan de bedrijven dicht op de erfgrens. Belangrijk onderdeel van de bebouwing is de aanwezigheid van vrijstaande bedrijfswoningen, die in architectuur afwijken van de bedrijven. Vaak staan deze woningen aan de voorzijde van het bedrijfsperceel. Veelal is bij de vormgeving van de bedrijfswoningen geen rekening gehouden met de beeldaspecten van de directe omgeving en de bedrijfsgebouwen.&lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;Op het bedrijventerrein komt in de gevels een grote diversiteit aan materialen voor. Ook in detaillering en kleurgebruik zijn er grote verschillen te herkennen. Erin over het algemeen weinig samenhang in kleur-, materiaalgebruik en detaillering tussen de verschillende bedrijfspercelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke kavel vormt een individuele eenheden heeft een eigen identiteit.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;•De architectuur van de bebouwingsmassa dient aan te sluiten op de stedenbouwkundige visie waarbij wordt gestreefd naar meer samenhang binnen het bedrijventerrein. •Bij hoeksituatie is oriëntatie naar twee zijden uitgangspunt.Bebouwing op zich•De gebouwen oriënteren zich naar de ontsluitingsweg. •De hoofdentree moet duidelijk herkenbaar zijn. •Wijzigingen aan het gebouw dienen aan te sluiten op de bestaande bouwmassa. •Indien er sprake is van afzonderlijke bouwmassa’s dient de bebouwing per bedrijf(eenheid) een herkenbare eenheid te zijn. •Aanpassingen kunnen aansluiten op het oorspronkelijke ontwerp van het gebouw mits de onderlinge samenhang op het bedrijventerrein wordt versterkt. &lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;•Er dient per perceel sprake te zijn van samenhang in materiaal, detaillering en kleurgebruik. •In het straatbeeld moet een zekere samenhang in kleurgebruik zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-318\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18</span><span class=\"lf-art-t\">Kamperhoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;Na realisering van het bedrijventerrein Lemsterhoek zijn er percelen uitgegeven op bedrijventerrein Kamperhoek. Het terrein ligt ingeklemd tussen de Domineesweg, Urkervaart en Meep. De groenstrook langs deze wegen omsluit het bedrijventerrein. Aan de zijde van de Urkervaart heeft het terrein een open karakter. Het westelijke deel van het gebied is gedateerd en voldoet niet meer aan de hedendaagse inzichten. Om de gebruiksfunctie van dat gebied te optimaliseren is revitalisering noodzakelijk.&lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;De bedrijven staan ruimer op de kavel dan het bedrijventerrein Lemsterhoek. Ten westen van het Stortemelk maken zelfstandige bedrijfswoningen onderdeel uit van de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten Oosten hiervan komen ze incidenteel voor. De woningen wijken in architectuur nogal af van de bedrijven. Veelal is bij de vormgeving van de bedrijfswoningen geen rekening gehouden met de beeldaspecten van de directe omgeving en de bedrijfsgebouwen.&lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;Op het bedrijventerrein komt in de gevels een grote diversiteit aan materialen voor. Ook in detaillering en kleurgebruik zijn er grote verschillen te herkennen. Er is over het algemeen weinig samenhang in kleur-, materiaalgebruik en detaillering tussen de verschillende bedrijfspercelen. Elke kavel vormt een individuele eenheid en heeft een eigen identiteit.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:Bebouwing en omgeving•De architectuur van de bebouwingomssna dient aan te sluiten op de stedenbouwkundige structuur waarbij wordt gestreefd naar meer samenhang binnen het bedrijventerrein. •De bebouwing dient zich te oriënteren naar de openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er sprake is van een hoeksituatie dient er dan ook naar twee zijden georiënteerd te worden. Bebouwing op zich•De gebouwen oriënteren zich naar de ontsluitingsweg. •De hoofdentree dient duidelijk herkenbaar te zijn. •Wijzigingen aan het gebouw dienen aan te sluiten op de bestaande bouwmassa. •Indien er sprake is van afzonderlijke bouwmassa’s dient de bebouwing per bedrijfseenheid) een herkenbare eenheid te zijn. •Er dient sprake te zijn van samenhang in architectuur tussen eventuele bedrijfswoningen en de bedrijfsbebouwing. &lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;•Er dient per perceel sprake te zijn van samenhang in matenaal, detaillering en kleurgebruik. •In het straatbeeld moet samenhang in kleurgebruik zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-319\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19</span><span class=\"lf-art-t\">Zwolsehoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;Het gebied ligt tussen Meep. Urkervaart (Urkerweg), Zuidermeertocht en Domineesweg en wordt voor het grootste deel omsloten door water Dit bedrijventerrein beslaat een groot gebied en is een samenvoeging van een drietal bestemmingsplannen. Door uitgifte van bedrijventerreinen naar behoefte is onderscheid ontstaan tassen de gebieden en de onderlinge grootte van de kavels. Voor de percelen die het gebied omsluiten wordt een hogere beeldkwaliteit nagestreefd. Deze percelen zijn op de gebiedstypenkaart aangegeven.&lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;De bebouwing kenmerkt zich door de zelfstandigheid van de bebouwing op de kavel. De veelal grote visverwerkingsbedrijven hebben hun geheel eigen uitstraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleinere kavels en bedrijven zijn of onder architectuur gebouwd of zijn standaard zadeldak loodsen. Hierdoor is er veel onderscheid. Bedrijfswoningen komen zelfstandig en inpandig voor. Veelal is bij de vormgeving van de bedrijfswoningen geen rekening gehouden met de beeldaspecten van de directe omgeving en de bedrijfsgebouwen.&lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;Op het bedrijventerrein komt in de gevels een grote diversiteit aan materialen voor. Ook in detaillering en kleurgebruik zijn er grote verschillen te herkennen. Er iv over het algemeen weinig samenhang in kleur-, materiaalgebruik en detaillering tussen de verschillende bedrijfspercelen. Elke kavel vormt een individuele eenheid en heeft een eigen identiteit.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:Bebouwing en omgeving•De architectuur van de bebouwingsm05 5a dient aan te sluiten Op de stedenbouwkundige structuur waarbij meer samenhang binnen het bedrijventerrein moet ontstaan. •De bebouwing dient zich te oriënteren naar de openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er sprake is van een hoek- situatie dient er dan ook neer twee zijden georiënteerd te worden. •Voor de percelen die het gebied omsluiten geldt een hogere beeldkwaliteit. •Voor de overige percelen wordt een samenhangende beeldkwaliteit nagestreefd. Bebouwing op zich• De gebouwen oriënteren zich naar de ontsluitingsweg. •De hoofdentree dient duidelijk herkenbaar te zijn. •Wijzigingen aan het gebouw dienen aan te sluiten Op de bestaande bouwmassa. •Indien er sprake is van afzonderlijke bouwmassa’s dient de bebouwing per bedrijf(eenheid) een herkenbare eenheid te zijn. •Er dient sprake te zijn van samenhang in architectuur tussen eventuele bedrijfswoningen en de bedrijfsbebouwing. &lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;•Er dient per perceel sprake te zijn van samenhang in materiaal, detaillering en kleurgebruik. •In het straatbeeld moet samenhang in kleurgebruik zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.20</span><span class=\"lf-art-t\">Havengebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing en omgeving Het havengebied wordt omsloten door de Oost- en Westhavenkade, de Klif-, Sluis-, en Domineesweg en set IJsselmeer. De hoofdentree van Urk valt binnen het gebied en wordt gedomineerd door weinig representatieve bebouwing die qua verschijningsvorm geen relatie heeft maf het unieke karakter van Urk. De hoofdentree heeft een lage beeldkwaliteit. Dit geldt ook voor het gebied aan de Klif- en Handelskade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de Gemeenteraad is voor het Havengebied het masterplan “Hart van Urk” vastgesteld. Het plan is gericht op de herinrichting van het gebied. De Oost- en Westhavenkade onderscheiden zich ruimtelijk door ligging, inrichting en bijbehorende bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerkend is het contrast tussen compacte bebouwing van het oude dorp en de openheid in het havengebied. Zichtlijnen dienen gerespecteerd te worden. Onderscheid wordt aangebracht in een recreatief havengebied (inclusief wonen) en een gebied waar industrie gevestigd is (omgeving Werkhaven(. Hierdoor wordt ook ruimtelijk goed zichtbaar dat de Werkhaven met bijbehorende kades en bebouwing anders is dan bijvoorbeeld de Handels- en Burgemeester Schipperkade. Als gevolg van nieuwbouw ontstaat een ander beeld. Bij ontwikkelingen binnen dit gebied is het masterplan uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing op zich In het industrie deel van gebied is de architectuur van de bebouwing gedateerd. De bebouwing heeft een sobere en functionele uitstraling en meestal plat afgedekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het centrum van het havengebied is ruimte voor een bouwmassa in meerdere bouwlagen, met daaronder een parkeervoorziening. Op de begane grond moeten functies worden gerealiseerd met een aantrekkelijke uitstraling. Het geheel moet niet massaal overkomen maar eerder het beeld oproepen van geschakelde panden, die qua architectuur een relatie hebben met het unieke karakter van Urk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De herinrichting van de Klifweg heeft als gevolg dat er sloop, nieuwbouw en functieverandering plaatsvindt. De woonfunctie op de bovenverdieping draagt bij aan de sociale controle het gebied. Gestimuleerd moet worden dat de begane grond aan het openbaar gebied een aantrekkelijk beeld bezit &lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;De huidige kwaliteit van de bebouwing binnen het gebied is mager. Wat detaillering materiaal- en kleurstelling betreft wordt een bepaalde verwantschap ervaren met de bebouwing in aansluitende gebieden. In de bebouwing komt het tijdsbeeld tot uitdrukking. Voor nieuwbouw dient een kwaliteitsslag uitgangspunt te zijn zoals omschreven in het masterplan. Aansluiting dient gezocht te worden bij voor Urk karakteristieke materialen, kleuren en detailleringen zoals omschreven in het Beeldkwaliteitplan Urk 2004.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;De volgende uitgangspunten gelden voor Ontwerp en toetsing:&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;•In de architectuur van de bebouwingsmassa dient de functie tot uitdrukking te komen. •De bebouwing dient zich te oriënteren naar het openbaar gebied. •De bebouwing aan de hoofdentree en de ontsluitingsweg naar het centrum van het havengebied moet voldoen aan een hoge beeldkwaliteit en in relatie staan met het unieke karakter van Urk. •Voor overige bebouwing wordt een samenhangende beeldkwaliteit nagestreefd. •Natuurlijke hoogteverschillen dienen te worden gehandhaafd. •De zichtlijnen in combinatie met het hoogteverschil dienen te worden gehandhaafd. •Het openbare groen moet zoveel mogelijk worden hersteld. &lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;•Indien er sprake is van afzonderlijke bouwmassa’s dient de bebouwing per (bedrijfs)eenheid een herkenbare eenheid te zijn. •De hoofdentree dient duidelijk herkenbaar te zijn. •Wijzigingen aan het gebouw dienen aan te sluiten op de bestaande bouwmassa. •De noordgevels in de as van de Klifweg moeten qua schaal, maal en detaillering entra aandacht krijgen vanwege de beeldbepalende positie. •Voor nieuwe ontwikkelingen wordt aansluiting gezocht bij het de karakteristieken van de gebieden en van de overige beschreven elementen in het Beeldkwaliteitplan Urk 2004. •De erfafscheiding verdient aandacht en dient te passen bij het karakter van de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betonnen en dichte houten schuttingen zijn niet toegestaan.&lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;•Er dient per architectonische eenheid sprake te zijn van samenhang in materiaal, detaillering en kleur- gebruik. •In het straatbeeld moet samenhang in kleurgebruik zijn. •De panden van winkelcentrum ‘t Klif, de Handelskade en de Klifweg dienen qua hoofdopzet aan te sluiten bij het oude dorp. •De relatie tussen boven- en onder- gevel moet in tact blijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.21</span><span class=\"lf-art-t\">Groen met verspreide bebouwing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;Aan de noordkant van de Staartweg ligt een bosgebied. In dit gebied komt verspreid bebouwing voor zoals verenigingsgebouwen, camping, sportterreinen, maneges, begraafplaats en (bedrijfs)woningen. De bebouwing staat in open ruimten die zijn omgeven door hoog opgaand groen dat het zicht op de bebouwing meestal ontneemt. In het gebied ligt een staatsnatuurmonument waar geen bebouwing voorkomt. &lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;De aanwezige bebouwing is functioneel en eenvoudig van uitstraling. De bebouwing bestaat veelal uit een bouwlaag met een plat dak of flauw zadeldak.&lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;De materiaaltoepassing is sober en doelmatig en vaak ondergeschikt aan de omgeving.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;•Het groene karakter van het gebied dient behouden te blijven. •Het bouwwerk dient ondergeschikt te zijn aan het karakter van het bosgebied en zich te richten op de landschappelijke structuur. Daarbij wordt gebruik gemaakt van zichtlijnen en landschappelijke verbijzonderingen.&lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;•Massa en norm van bebouwing dient te passen in de omgeving. •Voor verenigingsgebouwen is een houten gebouw met een flauw zadeldak uitgangspunt. •Grootschaligheid is niet toegestaan tenzij het bestemmingsplan hiervoor de mogelijkheid biedt. •Sterke contrasten tussen omgeving en bebouwing zijn niet toegestaan. &lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;•Kleuren die sterk contrasteren met de omgeving zijn niet toegestaan. •Voor nieuwbouw is een eenvoudige materiaalkeus en detaillering gewenst, passend in de omgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.22</span><span class=\"lf-art-t\">Natuurgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;Het staatsnatuurmonument “Het Toppad” wordt ingesloten door de wegen Toppad en Urkerweg en de welstandsgebieden Urkerhard en Natuurwijk.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;De volgende uitgangspunten gelden voor Ontwerp en toetsing:&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;•In het gebied is functionele bebouwing ten dienste van de beleving van de natuurwaarde toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.23</span><span class=\"lf-art-t\">Agrarisch gebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;Het gebied bevindt zich aan de oostkant van de van de bebouwde kom. Het gebied wordt omsloten door het Urkerbos, de Zuidermeertocht en de wegen Vormtweg, Staartweg, Urkerdwarspad, Urkerweg, Karel Doormanweg en Domineesweg. Het maakt onderdeel uit van het Belvederegebied Noordoostpolder-Urk structuur en kwaliteit zijn vastgelegd in de Kwaliteitskaart Noordoostpolder Urk . De standaard agrarische kavel aan 300 x 800 meter vormt de primaire bouwsteen van de polder. Kenmerkend voor het gebied zijnde agrarische bouwpercelen die zijn voorzien van karakteristieke erfbeplanting. De agrarische erfbebouwing kenmerkt zich door de eenheid in bebouwingsstijl en de indeling van de erven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het algemeen zijn de bouw- percelen met twee of vier gegroepeerd langs de wegen omgeven door dichte erfbeplanting en met karakteristieke erfpalen. Arbeiderswoningen staan verspreid in groepjes van twee, drie of vier en hebben ook omringende beplanting. Op langere termijn zat de agrarische functie in het gebied nagenoeg verdwijnen. Het gebied is aangemerkt aIs te ontwikkelen stedelijk gebied. Daarnaast kan het aansluitende natuurgebied worden ontwikkeld.&lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;In de Noordoostpolder werden verschillende boerderijtypen toegepast. De woningen van de boerderijen binnen het agrarisch gebied zijn opgetrokken in traditioneel metselwerk en de schuur vaak in montagebouw. Er zijn vrijstaande woningen met een tussenlid verbonden aan de schuur en aan de wegzijde aangebouwde woningen met dezelfde kapvorm als de schuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De arbeiderswoningen zijn voorzien van langskappen en vaak naar de ontsluitingsweg georiënteerd. Door de eenvoudige hoofdmassa’s en de eenheid in kapvorm is er sprake van een rustig bebouwingsbeeld. De balans in de bouwblokken uit zich in de regelmaat van de gevels die wordt ondersteund door de schoorstenen op het dak. De indeling van de gevels is duidelijk herkenbaar. De rood gedekte kappen van de boerderijen en arbeiderswoningen geven door de gelijkvormigheid een karakteristiek beeld. Typerend voor de architectuur is de horizontale massaopbouw. Dakkapellen bevinden zich bij de arbeiderswoningen zowel in het voor als in het achterdakvlak. De architectuur en uitstraling van de verschillende panden zijn nagenoeg gelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitbreidingen zijn vaak uitgevoerd in een tijdgebonden architectuur, die nogal afwijkt van de oorspronkelijke. Bij ontwikkelingen is het oorspronkelijke concept uitgangspunt.&lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;De oorspronkelijke woningen zijn herkennen aan de hard grauwe baksteen en rode dakpannen. Kenmerkend zijn de detailleringen van goot en entree. De bedrijfspanden zijn of in baksteen of montagebouw uitgevoerd. De eigen identiteit speelt daarbij voor de herkenbaarheid een grote rol. Het bestaande kleur-, materiaalgebruik en detaillering is voor deze samenhang bepalend.&lt;vet&gt;Criteria&lt;/vet&gt;De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:&lt;vet&gt;Bebouwing en omgeving&lt;/vet&gt;•Voor de situering van do bebouwingsmassa dient rekening te worden gehouden met de steden- bouwkundige structuur waarin het karakter van het gebied tot uitdrukking komt. •De architectonische identiteit binnen de groensingels van de individuele kavels dient behouden te blijven. •De bestaande oriëntatie van de bebouwing qua bezonning en ligging dient te worden gehandhaafd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veranderingen kunnen niet individueel plaatsvinden, maar altijd in onderlinge samenhang. &lt;vet&gt;Bebouwing op zich&lt;/vet&gt;•De gevelopbouw, -indelingen de herhaling van de samenstellende elementen zijn uitgangspunt bij veranderingen, aanpassingen en toevoegingen. •De huidige hoofdvorm is maatgevend voor de architectonische eenheid. •De dakvlakken dienen zelfstandig herkenbaar te blijven. •Dakkapellen dienen in het dakvlak te staan. •Aanbouwen moeten ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa. &lt;vet&gt;Materiaal, detaillering en kleur&lt;/vet&gt;•Het bestaande kleur- en materiaalgebruik is bepalend voor de bebouwing en draagt wezenlijk bij aan de expressiviteit en is uitgangspunt voor wijzigingen. •Bij detaillering dient te worden uitgegaan van het oorspronkelijke ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk4Sneltoetscriteria De hierna aangegeven ruimtelijke eisen omtrent vergunningvrije of licht vergunningplichtige bouwwerken zijn onder voorbehoud. Aan eventuele tekstuele of illustratieve fouten kunnen geen rechten worden ontleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk worden sneltoetscriteria gegeven voor, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, kozijn- en gevelwijzigingen, dakkapellen, erfafscheidingen, dakramen, zonnepanelen en -collecloren, spriet-, staaf- en schotelantennes, rolhekken en (rol (luiken. Een bouwplan is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als:•Het bouwwerk voldoet aan de door de gemeente vastgestelde sneltoetscriteria, of; •Het bouwwerk bij vervanging qua plaatsing en vormgeving identiek aan het oorspronkelijke bouwwerk, mits de vervanging geen gevolg is van repressief welstandstoezicht, of; •Het bouwwerk qua plaatsing en vormgeving identiek maan een in het betreffende bouwblok of straat eerder (afgelopen 3 jaar) als zodanig door de Welstandscommissie goedgekeurd exemplaar (bij gelijk- vormige kapvorm/woningtype), of; •Het bouwwerk qua plaatsing en vormgeving voldoet aan een door een architect vooraf ontworpen en door de gemeente geaccepteerde optionele toevoeging of wijziging voor een woonwijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er voor een bepaald type licht-vergunningplichtig bouwplan geen sneltoetscriteria zijn opgenomen zal het bouwplan door de Welstandscommissie worden getoetst aan redelijke eisen van welstand. De Welstandscommissie zal het bouwplan dan beoordelen op basis van de gebiedsgerichte en/of de algemene welstandscriteria. Het kan voorkomen dat een bouwwerk in strijd is met de criteria maar wel een waardevolle en/of kwalitatieve toevoeging vormt voor het hoofdgebouw of de omgeving. Daarnaast kan het voorkomen dat juist het hoofdgebouw of de omgeving zich vet leent voor het voorgestelde bouwwerk. Om dit soort situaties te voorkomen is een vangnet gebruikt door het toevoegen van de regel:“Deze criteria gelden tenzij er sprake is van een bijzondere situatie en er gerede twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de genoemde criteria”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het gebruik van dit vangset dient deugdelijk gemotiveerd te worden waarom er een uitzondering wordt gemaakt op de opgestelde criteria. Deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op art. 4:84 Algemene wet bestuursrecht.Tenzij anders aangegeven worden de afstanden loodrecht en maten buitenwerks (buitenzijde gebouw) gemeten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aan- en uitbouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aan- of uitbouw is een grondgebonden toevoeging van een bouwlaag aan een gevel van een gebouw. Het bestemmingsplan treedt bij de vergunningplichtige aan- en uitbouwen in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn ze door het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom uit naar een aan- of uitbouw aan de achterkant (achtererf of ziterf als deze niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen). Om het straatbeeld te respecteren en intact te houden dient er bij de mogelijke toepassing van aas- en uitbouwen aan de voorkant een bufferzone aanwezig te zijn tussen gevel en straat.De gemeente streeft in gebieden naar een herhaling van gelijkvormige exemplaren die passen bij het karakter van de straat en de gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijk is dat de contour en het silhouet van het oorspronkelijke gebouw of bouwblok zichtbaar blijven en dat de aan- of uitbouw qua uitstraling en volume ondergeschikt is aan het oorspronkelijke gebouw. Ten behoeve van de aanbouw dient de overgang naar/scheiding tussen de naastliggende hoofdbebouwing met aanbouw gelijkvormig en duidelijk aangegeven te worden (bijvoorbeeld door een gemetselde muurdam). Bij hoekaanbouwen dienen de gevels van de achter- en zijaanbouw gelijk te lopen, waardoor een aaneensluitende hoekoplossing Ontstaat.Aan- of uitbouwen aan de voorgevel, zoals erkers, en aan- en uitbouwen die contrasferen met het hoofdgebouw zullen altijd aan de Welstandscommissie worden voorgelegd.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor aan- en uitbouwen aan de voorkant &lt;/vet&gt;Een aan- of uitbouw aan de voorkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet een aan- Of uitbouw niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stadsof dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.Een aan- of uitbouw aan de voorgevel is altijd van grote invloed op het straatbeeld. Deze aan- of uitbouwen zullen dan ook altijd aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. &lt;vet&gt;algemeen:&lt;/vet&gt;•De aan- of uitbouw voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van hef gebied maar deze geplaatst gaaf worden •De aan- of uitbouw is een Ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw •Geen secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld aan een bestaande aan- of uitbouw.&lt;vet&gt;plaatsing en aantal:&lt;/vet&gt;•Geen aan- of uitbouw aan de voorgevel (voor advies naar de Welstandscommissie) •Afstand van de aan- of uitbouw aan de zijgevel tot voorgevellijn minimaal 3.00 meter, tenzij het bestemmingsplan ruimere mogelijkheden biedt. •De achtergevel van de aan- of uitbouw aan de zijgevel dient bijvoorkeur niet gelijk te lopen met de achtergevellijn van hoofdgebouw, maar juist te verspringen. •Erin geen andere aan- of uitbouw aan de betreffende gevel aanwezig.&lt;vet&gt;Maatvoering:&lt;/vet&gt;•Hoogte niet hoger dan eerste bouwlaag/vloer 1ste verdieping van hoofdgebouw. •Breedte maximaal 75% van de breedte van de oorspronkelijke zijgevel. •Diepte maximaal 3.00 meter gemeten vanaf oorspronkelijke zijgevel. •Oppervlakte tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk zijtuin is bebouwd. &lt;vet&gt;vormgeving:&lt;/vet&gt;•Vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond. •Plat afgedekt. •Gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw. •Indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw. • Geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boei- boord en ornamenten. &lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik:&lt;/vet&gt;•Materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw. •Aan- of uitbouw bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/glasvlak. •Bij tussenwoningen een eenvormige en ondergeschikte overgang door bijvoorbeeld gemetselde muur op erfgrens (muurdam( of met behulp van scheidende penant.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor aan- uitbouwen aan de achterkant &lt;/vet&gt;Een aan- of uitbouw aan de achterkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet een aan- of uitbouw niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.&lt;vet&gt;algemeen:&lt;/vet&gt;•De aan- of uitbouw voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar deze geplaatst gaat worden. •De aan- of uitbouw is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw. •Geen secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld aan bestaande aan- of uitbouw).&lt;vet&gt;plaatsing en aantal:&lt;/vet&gt;•Afstand van de aan- of uitbouw aan de zijgevel tot voorgevellijn minimaal 3.00 meter, tenzij het bestemmingsplan ruimere mogelijkheden biedt. •Aan- of uitbouw aan de achtergevel mag de zijgevellijn niet overschrijden, tenzij er sprake is van een hoekaanbouw. •Bij een hoekaanbouw dient de achter- en zijaanbouw op elkaar aan te sluiten. • er is geen andere aan- of uitbouw aan de betreffende gevel aanwezig.&lt;vet&gt;maatvoering:&lt;/vet&gt;•Hoogte in ieder geval niet hoger dan eerste bouwlaag/vloer iste verdieping van hoofdgebouw. •Breedte maximaal 100% van de breedte oorspronkelijke achter- of zijgevel van hoofdgebouw, tenzij sprake is van een hoekaanbouw. •Diepte maximaal 3.00 meter gemeten vanaf oorspronkelijke gevel. •Oppervlakte tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk voor- of zijerf is bebouwd.&lt;vet&gt;vormgeving:&lt;/vet&gt;•Vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond. •Plat afgedekt of desgewenst een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en nokrichting. •Geen doorgetrokken dakvlak van hoofdgebouw over aan- of uitbouw. •Gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw. •Indelingen profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw. •Geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boei- boord en ornamenten.&lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik:&lt;/vet&gt;•Materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw. •Aan- of uitbouw aan de zijgevel bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/glasvlak. •Bij tussenwoningen een eenvormige en ondergeschikte overgang door bijvoorbeeld gemetselde muur op erfgrens (muurdam) of met behulp van scheidende penant.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Bijgebouwen en overkappingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;Een bijgebouw of overkapping is een grondgebonden gebouw van één bouwlaag. ben bijgebouw staat los op het erf van het hoofdgebouw en is meestal bedoeld als schuur, tuinhuis, of garage. De overkapping staat los op het erf of tegen het hoofdgebouw aan en is meestal bedoeld als carport of luifel boven een deur of raampartij. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en minimale afmetingen. Als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom uit naar een bijgebouw of overkapping aan de achterkant (achtererf of zijerf als deze niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen).De gemeente streeft in principe naar een bescheiden uiterlijk van de bijgebouwen en overkappingen: materialen en kleuren van gevels en dak- vlakken afgestemd op die van het hoofdgebouw, eenvoudige kapvorm en geen onnodig grote dakoverstekken of versieringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijgebouwen moeten qua uitstraling en volume ondergeschikt zijn aan het oorspronkelijke hoofdgebouw en afgestemd worden op het karakter van het hoofdgebouw of de erfinrichting. Bijgebouwen of overkappingen die contrasteren met het hoofdgebouw zullen altijd aan de Welstandscommissie worden voorgelegd.&lt;vet&gt;Welstandcriteria voor bijgebouwen en overkappingen aan de voorkant&lt;/vet&gt;Een bijgebouw of overkapping aan de voorkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Voldoet een bijgebouw of overkapping niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. to geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.Een bijgebouw of overkapping op het voorerf is altijd van grote invloed op het straatbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bijgebouwen of overkappingen zullen dan ook altijd aan de Welstandscommissie worden voorgelegd.&lt;vet&gt;algemeen:&lt;/vet&gt;•Bijgebouw of overkapping voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar deze geplaatst gaat worden. •Geen secundaire overkapping (bijvoorbeeld aan een reeds bestaande aan-, uitbouw of bijgebouw) &lt;vet&gt;plaatsing en aantal:&lt;/vet&gt;•Geen bijgebouw of overkapping op het voorerf (voor advies naar de Welstandscommissie) •Afstand tot voorgevellijn minimaal 3.00 meter tenzij het bestemmingsplan ruimere mogelijkheden biedt. •Afstand tot erfgrens minimaal 0.50 meter (achter erfafscheiding) tenzij bijgebouw wat betreft materialisering is geïntegreerd in erfafscheiding (bijvoorbeeld beide metselwerk) •Niet meer dan twee bijgebouwen en! of overkappingen op het gehele erf. &lt;vet&gt;maatvoering:&lt;/vet&gt;•Hoogte maximaal 2.70 meter gemeten vanaf het aansluitend terrein. •Oppervlakte maximaal 20 m2 tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk achter- of zijerf is bebouwd. &lt;vet&gt;vormgeving:&lt;/vet&gt;•Vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekig plattegrond •Overkapping met maximaal twee zijden tegen gevels hoofdgebouw en minimaal aan twee zijden open en plat afgedekt. &lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik:&lt;/vet&gt;•Materiaal en kleur gevels, kozijnen en profielen gelijk aan het hoofdgebouw of afgestemd op •Tuinkarakter (metselwerk of hout).</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen golfplaat, betonplaten of damwandprofielen. •Bij integratie met erfafscheiding materiaal en kleurgebruik gelijk aan erfafscheiding. •Bijgebouw bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/glasvlak.Welstandscriteria voor bijgebouwen en overkappingen aan de achterkant bijgebouw of overkapping aan de achterkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Voldoet een bijgebouw of overkapping niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toetsbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.&lt;vet&gt;algemeen:&lt;/vet&gt;•Bijgebouw of overkapping voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied maar deze geplaatst gaat worden. •Geen secundaire overkapping (bijvoorbeeld aan een reeds bestaande aan-, uitbouw of bijgebouw) plaatsing en aantal:•Afstand van tot voorgevellijn minimaal 3.00 meter tenzij het bestemmingsplan ruimere mogelijkheden biedt. •Afstand tot erfgrens minimaal 1.00 meter (achter erfafscheiding( tenzij bijgebouw wat betreft materialisering is geïntegreerd in erfafscheiding (bijvoorbeeld beide metselwerk). •Niet meer dan twee bijgebouwen en overkappingen op het gehele erf.&lt;vet&gt;maatvoering&lt;/vet&gt;:•Hoogte maximaal 3.25 meter gemeten vanaf het aansluitend terrein. •Bij toepassing van kap goothoogte minimaal 2.70 meter en nokhoogte maximaal 5.00 meter gemeten vanaf het aansluitend terrein. •Oppervlakte maximaal 30 m tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk achter- of zijerf is bebouwd.&lt;vet&gt;vormgeving&lt;/vet&gt;:•Vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekig plattegrond. •Overkapping met maximaal twee zijden tegen gevels hoofdgebouw en minimaal aan twee zijden open.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plat afgedekt of desgewenst een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -hellingen nokrichting. •Gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw. •Indeling en prof eten van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw. •Geen overmaat aan detailleringen, duo bescheiden oxerstek, boei- boord en ornamenten.&lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik&lt;/vet&gt;:•Materiaal en kleur gevels, kozijnen en profielen gelijk aan het hoofdgebouw of afgestemd op tuinkarakter (metselwerk of hout(. Geen golfplaat, betonplaten of damwandprof leien. •Bijgebouw bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/glasvlak.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Kozijn- en gevelwijzigingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;Van een kozijn- of gevelwijziging is sprake bij het veranderen of verplaatsen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel. Omdat de opbouw en indeling van de gevel een belangrijk onderdeel is van de architectonische vormgeving van het gebouw en/of de straatwand moeten ook de kozijn- of gevelwijzigingen zorgvuldig worden ingepast. In principe mag de samenhang en de ritmiek in straatwanden niet worden verstoord door incidentele kozijn- of gevelwijzigingen. Met name een kozijn- of gevelwijziging in de voorgevel of zijgevel als deze gekeerd is naar de weg of het openbaar groen vraagt om een zorgvuldige vormgeving. Een kozijn- of gevelwijziging moet passen bij hef karakter van het hoofdgebouw en de karakteristiek van de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een naoorlogse woning vraagt bijvoorbeeld om andere vormgeving dan een historisch pand uit de l0de eeuw.Het uitgangspunt van de sneltoetscriteria is dat de oorspronkelijke of originele vormgeving in elk geval niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Belangrijke te handhaven kenmerken daarbij zijn de maatvoering van de negge en profilering van het kozijn en het raamhout. De materialisering en (mate aan) detaillering is voornamelijk afhankelijk van het gebiedsgerichte beoordelingskader. Wijzigingen in de gevel die contrasteren met het hoofdgebouw of de directe omgeving zullen altijd aan de Welstandscommissie voorgelegd.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor kozijn of gevelwijzigingen&lt;/vet&gt;Een kozijn- of gevelwijziging is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet een kozijn- of gevelwijziging niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stadsof dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd. Wijzigingen aan de voorgevel of zijgevel als deze gekeerd is naar de weg of openbaar groen zijn de veranderingen altijd van grote invloed op het straatbeeld Dergelijke kozijn- of gevelwijziging zullen dan ook altijd aan de Welstandscommissie worden voorgelegd.&lt;vet&gt;algemeen:&lt;/vet&gt;•De kozijn- of gevelwijziging voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar de verandering of wijziging betrekking op heeft. plaatsing en aantal:•Niet aan voorgevel of zijgevel als zijerf/-gevel gekeerd is naar de weg of openbaar groen. &lt;vet&gt;maatvoering:&lt;/vet&gt;•Oorspronkelijke maatvoering kozijn en ramen behouden. •Diepte van negge gelijk aan bestaande situatie. •De oorspronkelijke profielafmetingen van het kozijn en/of het raam- host behouden.&lt;vet&gt;vormgeving:&lt;/vet&gt;•Gevelwijziging blijft in overeenstemming met de architectuur/tijdsbeeld van de oorspronkelijke gevel. •Een individuele wijziging leidt niet tot een wijziging van de oorspronkelijke geleding en indeling van de gehele gevel, met ander woorden verticale of horizontale indeling van gevel handhaven. •Samenhangen ritmiek van de straatwand worden niet verstoord. •De gevel van begane grond en verdieping(enj blijft samenhangend. •De hoofdindeling komt overeen met de oorspronkelijke indeling. •Indeling raamfront behouden. •Geen toepassing van tussen dubbelglas geplaatste imitatieroedes. •Toegevoegde of vervangende draaiende of schuivende delen is mogelijk. •Gevelopeningen niet geblindeerd met panelen of Schilderwerk. •Bestaande Iateien, onderdorpels, raamlijsten, speklagen en/of rollagen in originele staat of in ieder geval in overeenstemming met de vormentaal van andere in de gevel voorkomende lateien, onderdorpels en/of raamlijsten.&lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik&lt;/vet&gt;:•Materiaal- en kleurgebruik overeenkomstig de reeds aanwezige materialen en kleuren van het hoofdgebouw. •Stalen kozijnen en raamhout vervangen door aluminium; alleen aluminium kan de dimensionering en profilering van staal benaderen. •In principe geen toepassing van kunststof bij vervanging van houten kozijnen. •Geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Dakkapellen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de licht- toetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn, als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom uit naar een dakkapel aan de achterkant op het achterzijdakvlak als het zijerf of- gevel niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen).Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dak- vlak. Het plaatsen van een dakkapel mag dus niet ten koste gaan van de karakteristiek van de kapvorm. Daarom mag een dakkapel nooit domineren in het silhouet van het dak moet de noklijn van het dak, afhankelijk van straatprofiel, vanaf de weg zichtbaar blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien moet de ruimte tussen dakkapel en goot voldoende zijn. Bij meerdere dakkapellen op één doorgaand dak- vlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Herhaling binnen een blok (van dezelfde architectuur/bouwstijl) kun rust en samenhang brengen.In plaats van een dakkapel kunnen ook dakramen worden aangebracht. Deze zijn minder dominant in het straatbeeld. Ook voor dakramen geldt het streven naar herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor dakkapellen aan de voorkant&lt;/vet&gt;Een dakkapel aan de voorkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande welstandscriteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet een dakkapel niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.&lt;vet&gt;algemeen:&lt;/vet&gt;•Een dakkapel voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar deze geplaatst gaat worden. •De dakkapel is gelijkvormig aan eerder geplaatste dakkapellen op het betreffende dakvlak van het bouwblok, mits de gemeente ervoor gekozen heeft om een eerder geplaatste dakkapel als trend- setter aan te wijzen. •De dakkapel ineen ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw. •Geen dakkapel op bijgebouw, aan- of uitbouw. &lt;vet&gt;Plaatsing en aantal:&lt;/vet&gt;•Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rang- schikking op horizontale lijn, dus niet boven elkaar gerangschikt. •Bij individuele hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding voorgevel. •Minimaal 1.00 meter dakvlak boven en ter weerszijden van de dakkapel, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van dakkapel). •Afstand tot goot minimaal 0.50 meter en maximaal 1.00 meter. •Niet meer dan één dakkapel per woning op het betreffende dak- vlak. &lt;vet&gt;maatvoering:&lt;/vet&gt;•Hoogte maximaal 50% van dein het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1.25 meter gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim. •Breedte in totaal maximaal 30% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 2.00 meter gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel).&lt;vet&gt;vormgeving:&lt;/vet&gt;•Plat afgedekt. •Gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw. •Indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw. •Geen overmaat aan detailleringen, dus geen overstek, boeiboord en ornamenten.&lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik&lt;/vet&gt;:•Materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw. •Geen toepassing van dichte panelen in het voorvlak; bij binnenwanden eventueel een ‘dubbele stijl toepassen. •Zijwanden dakkapel in donkere kleur of afgewerkt in kleur van het dakvlak.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor dakkapellen aan de achterkant&lt;/vet&gt;Een dakkapel aan de achterkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande welstandscriteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet een dakkapel niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.&lt;vet&gt;algemeen&lt;/vet&gt;:•Bijgebouw of overkapping voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar deze geplaatst gaat worden. •De dakkapel is gelijkvormig aan eerder geplaatste dakkapellen op het betreffende dakvlak van het bouwblok. •De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw.&lt;vet&gt;plaatsing en aantal:&lt;/vet&gt;BBij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus niet boven elkaar gerangschikt. •Bij individuele woning/pand gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding achtergevel. •Minimaal 0.50 meter dakvlak boven en ter weerszijden van de dakkapel, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel). •Afstand tot goot minimaal 0.50 meter en maximaal 1.00 meter. •Bij meerdere dakkapellen/dakramen een tussenruimte van minimaal 1.00 meter. •Maximaal twee dakkapellen per woning op het betreffende dak- vlak; deze dienen gelijkvormig aan elkaar te zijn. &lt;vet&gt;maatvoering&lt;/vet&gt;:•Hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1.65 meter gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim. •Breedte in totaal maximaal 50% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 3.00 meter gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel).&lt;vet&gt;vormgeving&lt;/vet&gt;:•Plat afgedekt of, bij een dakhelling groter dan 45° desgewenst een aangekapte dakkapel met een minimale dakhelling van 25°. •Gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw. •Indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw •Geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten. &lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik:&lt;/vet&gt;•Materiaal- en kleurgebruik gevels, kozi1nen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw. •Materiaal- en kleurgebruik van kap bij aangekapte dakkapel gelijk aan kap hoofdgebouw. •Voorvlak grotendeels gevuld met glas, beperkte toepassing van dichte panelen. •Zijwanden dakkapel in donkere kleur of afgewerkt in kleur van het dakvlak. &lt;vet&gt;Aanvullende criteria voor dakkapellen per kapvorm&lt;/vet&gt;Bij een aantal afwijkende kapnormen zijn naast bovenstaande sneltoetscriteria voor de voor- en achterkant een aantal aanvullende welstandcriteria van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van combinaties van verschillende dakvormen zal door de Welstandscommissie per situatie een afweging gemaakt worden van de toelaatbare uitbreidingen.&lt;vet&gt;Zadeldak met hellingshoek &amp;amp;lt; 30&lt;/vet&gt;° Soms geeft een zadeldak door de flauwe helling weinig tot geen gelegenheid om een dakkapel toe te passen. Door de flauwe helling wordt de bovenzijde van de dakkapel namelijk (nagenoeg) gelijk met de nok. Hierdoor worden het dakvlak en het silhouet te sterk aangetast, daarom is het plaatsen van een dakkapel op een zadeldak met een helling kleiner dan 30° welstandshalve ongewenst. Een reguliere dakkapel is hier dus niet goed mogelijk. Sneltoetscriteria voor dakkapellen zijn hier niet van toepassing; plaatsing zal door de Welstandscommissie worden getoetst op redelijke eisen van welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vrije hoogte onder de nok tenminste 2.00 meter bedraagt kan soms een oplossing worden gevonden door de nok te verplaatsen en te verhogen. Dan spreken we van een dakopbouw. Plaatsing valt dan onder een reguliere vergunningprocedure en zal door de Welstandscommissie worden getoetst op redelijke eisen van welstand.&lt;vet&gt;Zadeldak met hellingshoek &gt;30°&lt;/vet&gt;De algemene sneltoetscriteria voor dakkapellen zijn hier van toepassing Hiervoor gelden dus geen aanvullende sneltoetscriteria.&lt;vet&gt;Zadeldak met wolfseind&lt;/vet&gt;De beperkte maat van het wolfseind is ongeschikt voor toevoegingen. De zijdevlakken zijn hiervoor meer geschikt en dienen behandeld te worden als het zadeldak. Hierbij dienen de wolfseinden gerespecteerd te worden.&lt;vet&gt;Zadeldak met vliering&lt;/vet&gt;De basismaat van de vliering is te gering om een dakkapel te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing hoog in het dakvlak geeft een onevenwichtig beeld. Bij deze dakvorm dus geen dakkapellen hoog in het dakvlak.&lt;vet&gt;Schild-, tent- of piramidedak&lt;/vet&gt;Het karakter van deze kapvormen, mat naar de nok toelopende hoekkepers, vereist een zeer beperkte afmeting van de dakkapel. Bij situering van de dakkapel dient respect te zijn voor de hoekkepers en moet minimaal één meter dakvlak vrij te blijven, gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel.&lt;vet&gt;Mansardodak&lt;/vet&gt;Een daktoevoeging aan de achterkant is toegestaan in het onderste deel van het dakvlak. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen een schuin afgedekte dakkapel en een dakkapel met plat dak, In beide gevallen dient de bonenaansluiting met het dakvlak op de knik van het dakvlak plaatste vinden.&lt;vet&gt;Lessenaardak&lt;/vet&gt;Voor dakkapellen op lessenaardaken gelden dezelfde uitgangspunten als voor zadeldaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de hoek van het dak en de nok- en goothoogte gelden verschillende regels. Wanneer de hoek kleiner is dan 30° is een dakkapel welstandshalve niet wenselijk.&lt;vet&gt;Asymmetrisch dak&lt;/vet&gt;Een dakkapel hoog in het dakvlak geeft bij een asymmetrisch dakvlak een onevenwichtig beeld en in welstandshalve niet gewenst. Het advies hierin omzetten naar het andere dak- vlak, In het algemeen worden dakkapellen onder in het dakvlak toegepast. Door de grootte van het dakvlak ontstaat hiermede een goed en evenwichtig beeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Dakopbouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;In sommige gevallen is door de geringe hoogte van de kapverdieping het plaatsen van een dakkapel niet mogelijk omdat de stahoogte onder de dakkapel te gering zou zijn. In dit geval wordt vaak één van beide dak- vlakken verlengd zodat er ter plaatse van de dakopbouw een nieuwe (hogere) nokhoogte wordt geïntroduceerd.Hoewel een dergelijke oplossing in het algemeen geen bijdrage levert aan een positieve ruimtelijke ontwikkeling biedt het wel soelaas bil ruimtegebrek. Dergelijke dakopbouwen zijn aanvaardbaar met inachtneming van de ambtelijke toetsingscriteria voor een dakopbouw. Alle overige vormen van opbouwen van daken alsmede dakopbouwen aan een monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening, of in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988 vallen buiten deze richtlijn en zijn regulier vergunningplichtig en moeten per geval door de Welstandscommissie worden beoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dakopbouw is nooit vergunningsvrij.&lt;vet&gt;Standaardplan&lt;/vet&gt;Een dakopbouw voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als deze identiek is aan een voor het betreffende bouwblok of in de betreffende straat eerder als zodanig door de Welstandscommissie goedgekeurd standaardplan. Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de afdeling Bouwen, Wonen en Milieu van de gemeente Urk.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor dakopbouwen&lt;/vet&gt;Als er geen standaardplan is, voldoet een dakopbouw op het achterdakvlak in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als wordt voldaan aan onderstaande criteria;&lt;vet&gt;Maat en plaats&lt;/vet&gt;•Per dakvlak of gevelbreedte in slechts één dakopbouw toegestaan. •Bestaande dakhelling handhaven. •Afstand tot de kopgevel weer dan 1.20 meter. •De verhoging bedraagt niet meer dan 30% van de oorspronkelijke kaphoogte, loodrecht gemeten tussen bestaande goot- en nokhoogte, met een maximum hoogte van 0.90 meter •Aan de onderzijde van de dakopbouw moet minimaal 1 meter overblijven. •Dakopbouwen op mansardekappen worden voorgelegd aan de Welstandscommissie. •Ingeval van een tussenwoning kan de ene zijde op de bouwwuur worden geplaatst terwijl de andere zijde minimaal 0.75 meter los moet blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit om koppeling van maximaal twee dakopbouwen mogelijk te maken. •De afstand van een dakopbouw van van een dakopbouw tot een hoek- of kilkeper bedraagt minimaal 1 meter. •De glasopeningen bevinden zich aan de achtertuinzijde, zodat de dakopbouw zo min mogelijk zichtbaar is vanaf de straatzijde. &lt;vet&gt;Architectonische uitwerking&lt;/vet&gt;•Materiaal- en kleurgebruik sluiten aan bij de rest van het pand. •De dakopbouw wordt afgestemd op de beeldbepalende kozijnen in de onderbouw. •De hoogte in breedte van de vensters hebben per verdieping een aflopende maat. •Maatverhoudingen zijn gerelateerd aan de vensters in ondergevel. •Verticalen in de dakopbouw lijnen aan de verticalen in de ondergevel. •Zijwangen zijn Ondoorzichtig. •Zijwangen en constructie in gedekte kleur. •Geen blinde panelen tussen dak- vlak en ramen van de dakkapel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Dakramen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten Een dakraam ix een raam aangebracht in het dakvlak, waarbij de hoofdvorm van het dakvlak behouden blijft en dakbedekking rondom aanwezig is. Dakramen zijn niet erg dominant in het straatbeeld, maar kunnen door verschil in grootte en plaatsing binnen een dakvlak toch storend zijn.Dakramen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Het plaatsen van een dakraam mag dus niet ten koste gaan van de eenheid van het dakvlak. Bij meerdere dakramen op éen doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Daarbij moet de ruimte tussen het dakraam en goot of nok voldoende zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dok de onderlinge afstand tussen verschillende dakramen moet voldoende zijn om het dak- vlak als eenheid te respecteren.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor dakramen&lt;/vet&gt;Een dakraam is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Voldoet een dakraam niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.&lt;vet&gt;algemeen:&lt;/vet&gt;•Het dakraam voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar het dakraam geplaatst gaat worden. &lt;vet&gt;Plaatsing en aantal:&lt;/vet&gt;•Bij meerdere dakramen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dan in beginsel niet boven elkaar gerangschikt. •Bij individuele woning/pand gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding voorgevel. •Minimaal 0.50 meter dakvlak boven, onder en ter weerszijden van het dakraam, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van het dakraam (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/voet van het dakraam). •Maximaal twee dakramen op voordakvlak en nier dakramen op achter- en zijdakvlak tot in •Totaal maximaal 50% van het oppervlak van het betreffende dak- vlak is bebouwd. &lt;vet&gt;maatvoering&lt;/vet&gt;:•Oppervlakte maximaal 2.00 m2 per dakraam. • Bij meerdere dakramen identieke maatvoering aanhouden. &lt;vet&gt;vormgeving:&lt;/vet&gt;•Eenvoudige vormgeving, geen overmaat aan detailleringen, duo bescheiden kozijn en profelen. &lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik:&lt;/vet&gt;•Eenvoudig en bescheiden kleurgebruik, geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Zonnepanelen en –collectoren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;Een zonnepaneel dient voor energieopwekking en een zonnecollector voor warmteopwekking. Deze voorzieningen worden in toenemende mate ontwikkeld en toegepast. Inmiddels is er zodanig ervaring mee opgedaan dat een zorgvuldige vormgeving en plaatsing mogelijk zijn. Zonnecollectoren of panelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied hebben weinig ontsierende invloed. De situering van zonnepanelen of -collectoren wordt echter bepaald door de optimale stand ten opzichte van de zon. Voorkeur van de gemeente voor situering aan de achterzijde kan daarom niet van doorslaggevende aard zijn bij de beoordeling van dergelijke bouwaanvragen. Alleen in beschermde stads- en dorpsgezichten, op monumenten of beeldbepalende panden lijkt een alternatieve situering aan minder belangrijke zijden of op tuinbergingen een voor de hand liggend alternatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonnecollectoren of -panelen kunnen in het ontwerp van en gebouw worden geïntegreerd. Als losse toevoeging kunnen ze echter heel storend werken. Bij meerdere collectoren/panelen op een doorgaand dak- vlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor zonnepanelen of -collectoren&lt;/vet&gt;Een zonnepaneel of -collector is niet in strijd net redelijke amen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Vulduet een zonnepaneel of -collector niet daaraan is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een beschermd monument steen beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.&lt;vet&gt;algemeen: &lt;/vet&gt;•Paneel/collector voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van hel gebied waar deze geplaatst gaat worden. &lt;vet&gt;plaatsing en aantal:&lt;/vet&gt;•Bij meerdere panelen/collectoren regelmatige rangschikking op horizontale of verticale lijn in een bepaalde ordening. •Op schuine daken: geheel binnen het dakvlak en de hellingshoek gelijk aan de hellingshoek van het dakvlak. •Op platte daken: geheel is gelegen binnen een hoek van 15° vanaf de dakrand. &lt;vet&gt;vormgeving:&lt;/vet&gt;•Paneel/collector integraal opnemen in het ontwerp van het bouwwerk. •Paneel/collector vormt qua vormgeving een geheel met de installatie voor het opslaan van water ut vuur de opwekking van elektriciteit, zo niet dan in de installatie in het bouwwerk geplaatst. &lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik:&lt;/vet&gt;•De kleur overeenkomstig met het achterliggende dakvlak of anders zwart, net raciet of donker grijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Spriet-, staaf- en schotelantennes</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;Het gaat hier uw antennes die van wezenlijk belang zijn voor het kunnen zenden en/of ontvangen van radio-, televisie- en andere communicatie- signalen. Onder spriet- of staafantennemast worden niet begrepen calamiteitensirenes en antenne-installaties ten behoeve van mobiele telefonie. Antennes kenmerken zich door een zeer eigen technische vormgeving die vooral aan de voorzijde storend kan zijn vuur het straatbeeld. De gemeente streeft dan nok naar plaatsing van antennes achter het hoofdgebouw, in ieder geval Onzichtbaar vanaf de weg of openbaar groen.Antennes kunnen vrijstaand worden geplaatst of aan een bouwwerk worden aangebracht. Een antenne dient een ondergeschikt element te blijven ten opzichte van de omringende bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als losse toevoeging kunnen ze storend merken op het uiterlijk van een gebouw. Met name de hoogte, de bouwkundige uitwerking en detaillering van antennes mogen geen zwaar stempel op de omgeving drukken. Een zorgvuldige plaatsbepaling kan een goed middel zijn om deze voorzieningen in te passen in de omgeving. Het heeft de voorkeur een antenne achter het hoofdgebouw en in ieder geval achter de voorgevel- lijn te plaatsen. Daarnaast is de maatvoering en een zorgvuldige kleurkeuze van belang. De antenne dient altijd ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw of het erf waarop deze geplaatst wordt en in ieder geval niet de boventoon te voeren.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor spriet-, staaf- en schotelantennes &lt;/vet&gt;Een spriet-, staaf- of schotelantenne is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet een spriet-, staaf- of schotelantenne niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stadsof dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.&lt;vet&gt;algemeen:&lt;/vet&gt;•De antenne voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar de antenne geplaatst gaat worden.&lt;vet&gt;plaatsing en aantal&lt;/vet&gt;:•Antennes bij voorkeur aan een achtergevel bevestigen, in ieder geval achter de voorgevellijn geplaatst. •Niet aangebracht aan monumenten of beeldbepalende panden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gestapelde woningbouw op het platte dak. •Bij gestapelde woningbouw op of aan het balkon geplaatst binnen het verticale en horizontale vlak van het balkon en niet aan de gevel of kozijn. •Maximaal één spriet-, staaf- of schotelantenne aan, op of bij een woning/pand.&lt;vet&gt;maatvoering&lt;/vet&gt;:•Hoogte spriet- of staafantenne bij plaatsing op erf maximaal 5.00 meter. •Hoogte spriet- of staafantenne bij plaatsing aan gevel binnen bijzondere beeldbepalende gebieden zoals een dorpskern of centrumgebied maximaal 3.00 meter vanaf het snijpunt met het aangrenzende dakvlak. •Hoogte spriet- of staafantenne bij plaatsing aan gevel binnen overige gebieden zoals een bedrijventerrein , sportcomplex of woonwijk maximaal 5.00 meter vanaf het snijpunt met het aangrenzende dakvlak. •Hoogte schotelantenne maximaal 3.00 meter gemeten vanaf de voet van de antenne(drager). •Doorsnede schotel maximaal 2.00 meter. &lt;vet&gt;vormgeving:&lt;/vet&gt;•Antenne en bijbehorende voorzieningen (mast, bedrading, tuidraden etc.) als één geheel vormgeven. •Indien zichtbaar vanaf de weg of het openbaar groen zo onzichtbaar mogelijk (een minimum aan dwarssprieten kan hiertoe bijdragen), •Beperken van aantal tuidraden; bij bevestiging aan gevel geen tuidraden (stabiliteit wordt behaald uit de bevestiging aan de gevel).&lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik:&lt;/vet&gt;•Materiaal en kleur onopvallend en aanvaardbaar is relatie tot de geen felle, contrasterende kleuren maar antraciet of donkar grijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Erfafscheidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;Een erfafscheiding is een bouwwerk, bedoeld om het erf af te scheiden van een buurerf of van de openbare weg. Een erfafscheiding tussen buren moet in de eerste plaats door beide kanten worden gewaardeerd. Indien aan deze voorwaarde wordt voldaan zal de gemeente zich terughoudend opstellen. Erfafscheidingen aan de openbare weg zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen te voorkomen. Vooral in nieuwbouwwijken is dit een belangrijk punt omdat het groen hier de eerste jaren nog niet volgroeid is.Erfafscheidingen moeten passen bij het karakter van de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het buitengebied vraagt bijvoorbeeld om andere erfafscheidingen dan de woongebieden. Erfafscheidingen moeten op een zorgvuldige en professionele manier worden geplaatst en moeten worden gemaakt van duurzame materialen. Een lange, gesloten, slecht onderhouden schutting wekt bij velen het gevoel op van verloedering en sociale onveiligheid. Begroeide hekwerken en beplantingen hebben een open en vriendelijke uitstraling.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor erfafscheidingen&lt;/vet&gt;Het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Voldoet een erf- of perceelafscheiding niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.&lt;vet&gt;algemeen:&lt;/vet&gt;•De erf- of perceelafscheiding voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar de erf- perceelafscheiding geplaatst gaat worden. &lt;vet&gt;maatvoering:&lt;/vet&gt;•Hoogte maximaal 2.00 meter als erfafscheiding wordt geplaatst tenminste 1.00 meter achter de voorgevellijn. Bij plaatsing verder naar voren: hoogte maximaal 1.00 meter &lt;vet&gt;vormgeving&lt;/vet&gt;:•Vormgeving afgestemd op erfafscheiding van belendend perceel, tenzij deze niet voldoet aas de hier genoemde sneltoetscriteria voor erf- en perceelafscheidingen. •Haagplanten zoals liguster, buxus of haagbeuken, volledig te begroeien gazen hekwerken, of ander natuurlijk materiaal. •Geleding houten erfafscheiding afgestemd op erfafscheiding van belendend perceel of reeds bestaande erfafscheiding in de omgeving.&lt;vet&gt;materiaal en kleurgebruik&lt;/vet&gt;:•Materiaal en kleurgebruik aansluitend op erfafscheiding van naburig perceel, tenzij deze niet voldoet aan de hier genoemde sneltoetscriteria voor erf- en perceelafscheidingen. •Geplaatst achter de voorgevellijn op de zij- of achtererfgrens als deze niet gekeerd is naar de weg of openbaar groen. •Metselwerk conform het hoofdgebouw, waarboven mogelijk metalen stijlen in donkere kleur of schotten van houten planken tussen gemetselde penanten. •Geen toepassing van beton, kunststof, staal, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten, vlechtschermen of felle contrasterende kleuren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11</span><span class=\"lf-art-t\">Rolhekken en (rol)luiken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;Rolhekken en (rol)luiken zijn voorzieningen om ruiten van gebouwen tegen inbraak en vandalisme te beschermen. Deze voorzieningen kunnen de omgeving een rommelig aanzien geven. Daarom stimuleert de gemeente in de eerste plaats het toepassen van alternatieve oplossingen zoals geweldbestendig glas of elektronische beveiligingssystemen.Voor woningen is het toepassen van rolhekken en (rol)luiken vergunningvrij gesteld. Voor gebouwen anders dan woningen en woongebouwen echter niet. Juist in winkelgebieden zijn de problemen met deze anti- inbraak en -vandalisme voorzieningen het grootst. De gemeente streeft er daarom naar dat rolhekken en (rol)luiken de uitstraling van een pand niet negatief beïnvloeden.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor rolhekken of (rol)luiken&lt;/vet&gt;Een rolhek of (rol)luik is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet een rolhek of (rol)luik niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.&lt;vet&gt;algemeen&lt;/vet&gt;:•Rolhek of (rol)luik voldoet aan het gebiedugerichte beoordelingskader van het gebied waar deze geplaatst gaat worden. &lt;vet&gt;plaatsing:&lt;/vet&gt;•minimaal 2.00 meter teruggelegen van de uitwendige scheidingsconstructie (pui). •Aan de binnenzijde van de uitwendige scheidingsconstructie (pui), mits voor minimaal 70% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de buitengevel, mits plaatsing aan de binnenzijde niet mogelijk is en voor minimaal 90% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen. •Rolkasten, geleidingen en rolhekken in de gevel worden ingepast. •Ingetogen kleurgebruik of kleuren harmoniërend met gevel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.12</span><span class=\"lf-art-t\">Terras- en cafémeubilair</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;De bebouwing en de openbare ruimte zijn voor het dorpsbeeld twee gelijkwaardige elementen die elkaar wederzijds beïnvloeden. De gebouwen normen als het ware de wanden van de openbare ruimte en de inrichting het comfort. De invloed van de inrichting op het totaal is groot. Om meer samenhang in de inrichting van horecaterrassen en in de inrichting van de openbare ruimte te krijgen zijn er enkele richtlijnen opgenomen voor terras- en café- meubilair.&lt;vet&gt;Terrasschotten&lt;/vet&gt;Om bezoekers van terrassen uit de wind te laten zitten, mogen terras- schotten worden geplaatst. Een maximale hoogte van 1.50 meter is voldoende om aap dit doel te voldoen, waarvan minimaal de bovenste 0.75 meter volledig transparant is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De terrasschotten dienen demontabel/ inklapbaar te zijn, zodat zij kunnen worden verwijderd gedurende de tijden, dat het terras niet wordt geëxploiteerd en de tafeltjes en stoelen van het terras zijn verwijderd. Naast deze in de vergunning opgenomen terrasschotten, kunnen er ook terras- schotten zijn, die op eigen terrein- niet deel uitmakende van de weg- zijn gesitueerd. Ten behoeve van deze permanente terrasschotten moeten de daarvoor benodigde vergunningen worden aangevraagd.&lt;vet&gt;Terrasinrichting&lt;/vet&gt;Omdat in de oude dorpskom en het havengebied van Urk kwaliteit wordt nagestreefd is het noodzakelijk ten aanzien van de inrichting van terrassen kwaliteitscriteria op te stellen. Zo hebben stoelen van naturelkleurig rotan, riet of materiaal dat oogt als rotan of riet veruit de voorkeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitstraling van de terrasinrichting moet een directe relatie hebben met het type bedrijf. Zo nodig kan in overleg met de Welstandscommissie een passende oplossing worden gezocht.Parasols (incl. voet) mogen uiteenworden toegepast indien zij naast een semi-permanent karakter, een rustige kleurstelling hebben en als afzonderlijke elementen herkenbaar blijven.Bovendien moeten ze inklapbaar zijn de parasolvoeten verwijderbaar zijn. In uitgeklapte toestand moet de onderkant van de volant zich op minimaal 2.20 meter hoogte bevinden, terwijl de omvang van de parasol beperkt wordt tot de afmetingen van het terras. Verlichtings- en verwarmingselementen mogen alleen worden aangebracht aan de gevel van het pand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de maatvoering van het terras hiertoe geen mogelijkheden biedt in overleg met de gemeente naar een passende oplossing worden gezocht.&lt;vet&gt;Reclame&lt;/vet&gt;Op transparante gedeelten van terrasschotten mag geen reclame worden aangebracht. Het overige gedeelte van de terrasschotten mag voor maximaal 10% van de oppervlakte gebruikt worden voor reclame. Op parasols mag maximaal 10% van de oppervlakte of alleen de volant gebruikt zijn voor reclame.Welstandscriteria voor terras- cafémeubilair&lt;vet&gt;Plaatsing en aantal:&lt;/vet&gt;•De voor de rijbaan bestemde gedeelten van de Openbare weg dienen volledig obstakelvrij te zijn. De minimumnorm voor vrije ruimte op de voor voetgangers bestemde gedeelten van de openbare weg bedraagt 1.50 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een doelmatig en veilig gebruik van de openbare weg wordt gewaarborgd kan van deze maat worden afgeweken tot een minimum van 1.00 meter. •Vervuilende objecten die schade aan de weg kunnen veroorzaken zijn niet toegestaan, zware objecten dan wel objecten die geplaatst worden door middel van het verwijderen van klinkers of tegels alleen onder naders voorwaarden. •De toegang of ontsluiting van percelen mag niet belemmerd worden. •Onder normale omstandigheden kunnen terrassen niet geplaatst worden op de voor de rijbaan bestemde gedeelten van de openbare weg. Op de voor de voetgangers of andere weggebruikers bestemde gedeelten van de openbare weg zijn wel mogelijkheden, waarbij een minimumnorm van 1.50 meter voor vrije ruimte gehanteerd wordt. •Door de structuur en het karakter van de oude dorpskom komen er situaties voor waar deze maat niet gehaald wordt, In deze enkele gevallen kan worden volstaan met een afwijkende maatvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze mag echter nooit minder bedragen dan het huidige minimum van 1.00 meter zodat het doelmatig en veilig gebruik van de openbare weg wordt gewaarborgd. •Op plaatsen waar het mogelijk is meer ruimte vrijhouden, omdat in verband met de functie van desbetreffende ruimte dit de voorkeur geniet. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan gebieden die vanwege zeer frequent gebruike weer vrije ruimte behoeven (doorstroming). Boven dit gedeelte dieet minimaal 2.20 meter Vrije ruimte te bestaan zodat de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar komt. •In bijzondere gevallen (evenementen) kan het College de exploitatie van een terras toestaan op de voor de rijbaan bestemde gedeelten van de openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een minimale doorgang van 3.50 meter is vereist voor het waarborgen van de toegang voor direct omwonenden en hulpverleningsdiensten.&lt;vet&gt;maatvoering:&lt;/vet&gt;•Terrasschotten maximaal 1,50 meter hoog. •Minimaal de bovenste 0,75 meter transparant. •Wanneer rekening gehouden wordt met al het hiervoor gesteld ten aanzien van diepte, breedte en obstakelvrije zone, zijn er met name in de oude dorpskom locaties voorhanden die volledig benut zouden kunnen worden voor het plaatsen van een terras. Aangezien dit niet overeen hoeft te stemmen met een ter plaatse beoogd straatbeeld, is het College bevoegd aan het terras een maximum-oppervlakte te verbinden. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen op plaatsen waar de voor voetgangers bestemde gedeelten van de openbare weg heel royaal is of op het voor parken bestemde gedeelten van de openbare weg. inrichting/vormgeving:•Omdat in de oude dorpskom en het havengebied van Urk kwaliteit wordt nagestreefd, is het noodzakelijk ten aanzien van de inrichting van terrassen kwaliteitscriteria op te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo hebben stoelen van naturelkleurig rotan, riet of materiaal dat oogt als rotan of riet veruit de voorkeur. Zo nodig kan in overleg met de Welstandscommissie een passende oplossing worden gezocht. •Parasols (incl. voet) mogen alleen worden toegepast indien zij naast een semi-permanent karakter, een rustige kleurstelling hebben en als afzonderlijke elementen herkenbaar blijven. Bovendien moeten ze inklapbaar zijn en de parasolvoeten verwijderbaar zijn. In uitgeklapte toestand moet de onderkant van de volant zich op minimaal 2.20 meter hoogte bevinden, terwijl de omvang van de parasol beperkt wordt tot de afmetingen van het terras. Verlichtings- en verwarmingselementen mogen alleen worden aangebracht aan de gevel van het pand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de maatvoering van het terras hiertoe geen mogelijkheden biedt kan in overleg met de gemeente naar een passende oplossing worden gezocht. •Op transparante gedeelten van terrasschotten mag geen reclame worden aangebracht. Het overige gedeelte van de terrasschotten mag voor maximaal 10% van de oppervlakte gebruikt worden voor reclame. Op parasols mag maximaal 10% van de oppervlakte of alleen de volant gebruikt zijn voor reclame,</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.13</span><span class=\"lf-art-t\">Reclames</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspuntenAlgemeen&lt;/vet&gt;Reclame bestaat al zolang mensen economisch actief zijn. Wat permanent verandert is de vormgeving en de presentatie ervan. Bij de tijd zijn is een vorm van overleven. Wat vandaag nog moderne reclame is, is morgen misschien al hopeloos verouderd. Oude reclamespotjes wekken soms alleen nog maar de lachlust op. Reclames vragen vanuit hun doelstelling aandacht en bepalen daardoor in hoge mate de belevingswaarde van het visuele milieu. Ze kan een positieve uitstraling hebben wanneer de plaatsing en vormgeving deel uitmaken van een doordacht concept. Is dit niet het geval, dan wordt het snel als storend ervaren en is het contraproductief. Bijvoorbeeld opschriften uitgevoerd in losse letters zijn over het algemeen minder storend in de gebouwde omgeving dan bijvoorbeeld borden met dezelfde tekst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met andere woorden, ze leveren een positieve bijdrage aan de architectuur van gebouw en gevelwand. Een bekend verschijnsel is de welhaast natuurlijke behoefte aan steeds meer reclames, die elkaar dan ook nog moeten overtreffen in attentiewaarde. Dit proces gaat de oorspronkelijke architectuur verdringen en draagt, net als rolluiken, bij tot een beeld van verloedering en daarmee van economische achteruitgang.Andersom kan een zorgvuldige reclamevoering, als een stuwende kracht, de economie bevorderen. Ze werkt omzet verhogend, wat gunstig is voor het bedrijfsleven en de middenstand, maar, in de vorm van werkgelegenheid, ook voor de gemeente. Daarom zal het fraaier en doelmatiger resultaat, Ondanks eventuele hogere kosten, zich vele malen zelf terug verdienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij moet de volgende opmerking worden gemaakt: in het spanningsveld tussen prijsstelling en visuele kwaliteiten gaat het laatste al te vaak ten koste van het eerste. Met andere woorden: het goedkoopste prevaleert. Toch heeft de vormgever de opdracht te voldoen aan redelijke eisen van welstand. Hij dient daarom een ontwerp te maken waarbij de aan te brengen reclame wordt geïntegreerd in de architectuur van het pand en de omgeving. De vormgevers moeten dus in de ontwerpfase al rekening houden met de plaats en de vorm van de reclames op en aan de gebouwen. De Welstandscommissie zal hier nadrukkelijk op wijzen.Een apart onderwerp zijn de reclames in de vorm van sandwichborden, die door winkeliers op het trottoir worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze borden vormen maar al te vaak een obstakel voor de voetgangers en belemmeren de doorstroming over het trottoir. Hoewel dit meer een verkeerskwestie is, zitten ook hieraan enige aspecten voor welstandszorg. Een overdaad aan sandwichborden schaadt de visuele kwaliteit van het winkelgebied en doet een aanslag op de kwaliteit van de Openbare ruimte.&lt;vet&gt;Juridische aspecten&lt;/vet&gt;In de Algemene plaatselijke verordening Urk (APV) is bepaald dat aan een gebouw geen zaken mogen worden bevestigd die boven de weg draaien of uitsteken. Burgemeester en Wethouders kunnen hiervan ontheffing verlenen (artikel C23 APV). Ook is het verboden, zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders, op of aan de weg commerciële reclame te maken door middel van onder andere borden en doeken.&lt;vet&gt;Criteria reclames&lt;/vet&gt;•Reclame moet optimaal worden afgestemd op de architectuur van het gebouw en moet passen in het straat- en dorpsbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het aanbrengen van reclame plaatsvindt als onderdeel van nieuwbouw of van een verbouwingsplan van de gevel, verdient het aanbeveling om de reclame in het bouwplan te integreren. •Er moet een direct verband zijn tussen de reclame en de activiteiten die in het pand danwel op het perceel worden uitgeoefend. •Knipperende, bewegende en reflecterende reclames zijn in beginsel niet toegestaan. •Reclames op daken zijn niet toegestaan, tenzij de ruimtelijke omgeving dit aanvaardbaar maakt en/of indien het naamsaanduidingen betreft op grote, in de regel vrijstaande gebouwen (hotels, kantoren, en bedrijfsgebouwen). •Het aantal, de grootte en soort van de per gebouw toelaatbare reclames is afhankelijk van de afmetingen, schaal, de architectuur en de aard van het gebouw, alsmede van het prohel en de breedte van de straat, danwel van de ruimtelijke omgeving. •Reclames die vlak tegen de gevel worden aangebracht, mogen in beginsel niet hoger worden geplaatst dan de scheiding van de begane grond en de eerste verdieping, danwel de onderkant van de raamdorpels van de eerste verdieping.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts mogen deze reclames niet over de volle breedte van de gevel worden aangebracht. •Reclames die loodrecht op het gevelvlak worden aangebracht mogen in beginsel niet hoger worden geplaatst dan de scheiding van de begane grond en de eerste verdieping, danwel de onderkant van de raamdorpels van de eerste verdieping. •Reclames die aan de binnenzijde van etalages of van ramen worden aangebracht, maar die zich richten tot- en/of zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, moeten zijn afgestemd op de architectuur van het gebouw en passen in de omgeving. Ruiten dienen niet geheel of grotendeels te worden dichtgeplakt met reclames. •Een huisstijl van een onderneming en/of een gestandaardiseerde reclame worden niet per definitie afgewezen maar deze huisstijl moet optimaal worden afgestemd op de afmetingen, schaal, de architectuur en de aard van het gebouw en de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dominantie van de huisstijl over de totale gevel, of over de totale gevel van de begane grond, is niet toegestaan. •Reclames moeten niet alleen goed worden afgestemd op de architectuur van het gebouw en passen in de omgeving, maar moeten ook een eigen kwaliteit hebben. Criteria waaraan reclames op zichzelf worden getoetst zijn: vormgeving, maatvoering typografie, kleurstelling, lay-out, materiaal gebruik en wijze van plaatsing. •Geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaats vinden respectievelijk worden verkocht. •Indien er een afbakening is tussen de onderbouw en het bovenste van de gevel, bijvoorbeeld door een luifel, dan vormt deze afbakening de uiterste plaats van de reclame. •Reclame op luifels mag niet hoger zijn dan de halve borstweringshoogte boven de luifel, met een totale hoogte van 0.40 meter. •Reclame moet qua afmetingen passen binnen de contouren van het gebouw. •Horizontale reclames hebben maximaal een lengte van één derde deel van de gevelbreedte. •Loodrecht op de gevelstaande moeten afgestemd zijn op de schaal van de gevel en worden in het verlengde van het vroegere uitgangsbord. •Loodrecht op de gevel staande reclames mogen het zicht op andere panden, gezien in de langsrichting van de weg, niet belemmeren. •Loodrecht op de gevel staande reclame is niet hoger dan 0.50 meter en steekt niet meer dan 0.80 meter uit de gevel. •Aan de voorgevel: reclame-uiting als zelfstandig element vormgeven, waarbij vorm, maatvoering, detailleringen en kleur zijn afgestemd op en harmoniëren met de oorspronkelijke gevel. •Aan de voorgevel: de aanwezige samenhangende ritmiek mag niet worden verstoord. •Reclame-uitingen waar mogelijk integreren in de architectuur en beperken tot het hoogst noodzakelijke. •Grote reclame-uitingen dienen een architectonisch onderdeel te vormen van de totale compositie van de gevel. •Geen mechanisch bewegende delen. •Geen lichtcouranten of bewegende lichtobjecten en/of lichtreclame. •Geen daglichtreflecterende reclame.Bovenstaande criteria gelden voor reclames in het algemeen, ongeacht gebied waar de reclames zullen worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn gebieden de gemeente waar, gelet op de stedenbouwkundige, architectonische en/of monumentale kwaliteiten, naast bovenstaande algemene criteria specifieke criteria noodzakelijk kunnen zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de oude dorpskern. Er zijn ook gebieden waar bovenstaande criteria altijd onverkort worden toegepast, zoals bedrijventerreinen.&lt;vet&gt;Specifieke criteria reclames&lt;/vet&gt;Voor onderstaande gebieden gelden volgende specifieke criteria:Oude dorpskern•Wanneer in bestaande historische architectuur reeds specifieke reclame mogelijkheden aanwezig zijn, zoals koofborden en reclamevel- den, dan is dat de aangewezen plaats voor reclames. •Als het aanbrengen van reclame plaats vindt als onderdeel van een nieuwbouw- of verbouwplan, kan worden geëist dat de reclames volledig worden geïntegreerd in het totale architectonische ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bestaande gebouwen met grote architectonische en/of monumentale kwaliteiten dient zeer terughoudend reclame te worden toegepast en kan worden geëist dat er slechts losse letters in het vlak van de gevel worden toegepast, eventueel in combinatie met kleine (licht)reclames haaks op de gevel.&lt;vet&gt;Winkelgebieden&lt;/vet&gt;Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de achtergevel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan:•Geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaats vinden respectievelijk worden verkocht. •Maximaal één reclame-uiting tegen de gevel en één reclame-uiting loodrecht op de gevel. •Plaatsing loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan de gevel. •Geen reclame aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming of bouwlagen met een bedrijfsfunctie zonder publieksfunctie. &lt;vet&gt;Woonwijken&lt;/vet&gt;Er bestaat geen relatie tussen woonmilieu en reclame-uitingen, tenzij sprake is van een buurtwinkel of bedrijfsvoering aan huis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een reclame-uiting op het erf, aan de voorgevel, zijgevel of de achtergevel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan:•In gebieden met een overwegende woonfunctie dient reclame zeer terughoudend te worden toegepast. •Voor woningen met praktijk-aan-huis is een beperkte onverlichte naams- of beroepsaanduiding toegestaan. •Aan een buurtwinkel is een beperkte verlichte reclame-uiting toegestaan mits die niet hinderlijk is voor de omgeving. &lt;vet&gt;Bedrijventerreinen&lt;/vet&gt;Bedrijventerreinen zijn minder gevoelig dan bijvoorbeeld een beschermd dorpsgezicht. Dit betekent niet dat welstandstoetsing hier niet van belang is, Het verdient aanbeveling te streven naar een centrale aanduiding als bewegwijzering, bijvoorbeeld bij de ingang(en) van een bedrijventerrein.•Gelet op de schaal, de aard van de gebouwen en van de omgeving kan worden afgeweken van de algemene criteria. •Teneinde een geïntegreerd ontwerp te krijgen zou de architect in een vroeg stadium moeten aangeven waar de geschikte plaats en vorm van reclames in zijn ontwerp is en hierover contact opnemen met het reclamebureau. •De reclame-uitingen op bedrijfspanden harmonieert met de architectuur van het pand. &lt;vet&gt;Sportterrein en landelijke gebied&lt;/vet&gt;In deze gebieden zijn geen reclame- uitingen mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor sportcomplexen wordt een uitzondering gemaakt ten behoeve van (sponsor) reclame. Een reclame-uiting voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan:•Reclame-uitingen op het sportcomplex dienen op het complex gericht te zijn. •Reclame-uitingen op sportcomplexen zijn voorzover mogelijk niet zichtbaar vanaf de openbare weg. &lt;vet&gt;Reclame-uitingen los van de gevel&lt;/vet&gt;Een reclame-uiting ton van de gevel voldoet in ieder gevat aan redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande criteria wordt voldaan.•Geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht. •Maximaal één reclame-uiting per erf. •Plaatsing bij de entree van het erf of op een parkeerplaats •Geen reclame-uitingen die het uitzicht op de Openbare ruimte of het open landschap ernstig belemmeren. •Reclame-uiting als zelfstandig element normgenen, waarbij de maatvoering en detailleringen zijn afgestemd op en harmoniëren met het hoofdgebouw. •Reclame beperken tot het hoogst noodzakelijke. •Geen mechanisch bewegende delen. •Geen lichtcouranten of bewegende lichtobjecten en/of lichtreclame. •Geen daglichtreflecterende reclame.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14</span><span class=\"lf-art-t\">Balkons</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">&lt;vet&gt;Omschrijving en uitgangspunten&lt;/vet&gt;Het aanbrengen van balkons hangt vaak samen met de wens om het woongenot te vergroten. Balkons beïnvloeden het aanzien van de gevels ingrijpend. De wijze waarop men balkons ervaart, wordt voor een deel beïnvloed door de afstand tot de weg (wel of geen tuin aanwezig) en voor een deel door de afmetingen. Omdat de opbouw en indeling van de gevel een belangrijk onderdeel is van de architectonische vormgeving en de straatwanden moeten balkons zorgvuldig worden ingepast. In principe mag de samenhangende ritmiek in de straatwanden niet worden verstoord door de aanwezigheid van balkons.Wanneer balkons bonen eigen grond zijn gesitueerd, zoals doorgaans in de nieuwbouw, kan alleen via de welstandseisen regulerend worden opgetreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer balkons boven gemeentegrond uitsteken is toestemming van de gemeente nodig. Deze situatie komt meer voor bij noorgevelu in het oude dorp. Hier heeft de gemeente dan ook een sterker handnat om regulerend op te treden. Balkons gericht naar de openbare ruimtes vragen om een zorgvuldiger vormgeving. Balkons kunnen zowel in- als uitpandig worden uitgevoerd, terwijl de tussennorm halfinpandig ook wordt toegepast. Ten aanzien van balkons ie het oude dorp, dient met name aan de voorgevels, een terughoudend welstandsbeleid te worden gevoerd. Aan de achterzijde van gebouwen en niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte kan ten aanzien van balkons een ruimhartiger standpunt worden ingenomen. Dit neemt niet weg dat balkons bescheiden van afmetingen dienen te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een te omvangrijk balkon verstoort doorgaans de schaal van het gebouw in ernstige mate.Het uitgangspunt van de criteria is dat de oorspronkelijke of originele vormgeving van de gevelopbouw zoveel mogelijk behouden blijft. Omdat met name uitstekende balkons aandachtvragende elementen in de gevelwand zijn, moet een aanvraag voor een balkon altijd worden voorgelegd aan de Welstandscommissie. Een balkon moet op grond van de Bouwverordening minimaal 4.20 meter bonen een rijweg, inclusief een strook van 0.50 meter breedte ter weerszijden van die rijweg of minimaal 2.20 meter boven een ander deel van de weg zijn gesitueerd.Buiten de gevels van gebouwen draaiende of uitstekende voorwerpen dienen zo te worden aangebracht dat ze geen gevaar of hinder voor het verkeer opleveren.&lt;vet&gt;Welstandscriteria voor balkons&lt;/vet&gt;Een balkon voldoet aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan.&lt;vet&gt;algemeen&lt;/vet&gt;:Balkons moeten voldoen aan het betreffende gebiedsgerichte beoordelingskader.&lt;vet&gt;maat, plaats en aantal&lt;/vet&gt;:•Aanbevolen wordt om een balkon aan de achterzijde van de gebouwen te plaatsen. •Aan de voorzijde maximaal 1.00 meter uitsteken en maximaal 60% van de gevelbreedte. •Niet zichtbaar vanaf de openbare weg en niet boven gemeentegrond maximaal 1.50 meter uitsteken en maximaal 75% van de gevelbreedte. &lt;vet&gt;Vormgeving:&lt;/vet&gt;•Balkons dienen, met name in het oude dorp, kleinschalig van opzet te zijn. •Balkons dienen, in welke norm dun ook, goed in het totale architectonische concept te zijn geïntegreerd. •Het hekwerk rondom het balkon moet transparant zijn of de onderbouw moet vragen om een gesloten uitvoering. &lt;vet&gt;Materiaal- en kleurgebruik:&lt;/vet&gt;•Materiaal- en kleurgebruik overeenkomstig de reeds aanwezige kleuren van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk5Overgangbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op een aanvraag om een bouwvergunning, vrijstelling of toestemming anderszins, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze beleidsregels van kracht worden en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden vóór de vaststelling van de onderhavige beleidsregels, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de onderhavige beleidsregels worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Urk, gehouden op 24 juni 2004,De griffier, De voorzitter, Straatnamenregister1 AbbertAchterlandAchteronderAkkers, deAlmerelaanAmbachtswegAmsteldiepAnkerplaatsArubastraat Zwolse hoekHooilandDe StaartTopNoordLemsterhoekZwolse hoekUrkerhardNoord BaakBakkerkade, EvertBalg, DooveBalgzandBasaltBergeendBlauwborstBoeg, deBonairestraatBorndiepBornholmlaanBoterbloemstraatBreehornBreezandBremerbergBrug, deBuizerd De Reede/UrkerwegHavensZwolse hoekZwolse hoekPolderwijkNatuurwijkNatuurwijkDe StaartNoordZwolse hoekTuindorpFlattenZwolse hoekUrkerhardZwolse hoekDe staartNatuurwijk PolderwijkNoord TopFlattenDe StaartAgrarische gebiedAgrarische gebiedHavens Natuurwijk Urkerhard/De Staart FitisFlevostraatFok, GroteFok, KleineFoksdiep NatuurwijkNoordTopTopZwolse hoek GammelsGeerGeulGeulGiek, DeGolfoploopGriendGrindrugGuineastraat, Nieuw UrkerhardTopDe Reede/UrkerwegUrkerhardDe StaartPolderwijkZwolse hoekDe Reede/UrkerwegNoord NatuurwijkHavensUrkerhardUrkerhardTopNoordTopHooilandZwolse hoekZwolse hoekUrkerhard LemsterhoekKamperhoek Julianastraat, Kon Noord KamperzandKamvarenKetelKeteldiepKiekendiefKiel, DeKlif, NieuweKlifkadeKlifwegKolkKooizandKooltuinenKraagstuk UrkerhardNatuurwijkUrkerhardZwolse hoekNatuurwijkDe StaartDe Reede/UrkerwegHavensHavensDe Reede/UrkerwegUrkerhardUrkerhardPolderwijk LaconLier, DeLijkant UrkerhardDe StaartUrkerweg/De Reede MakjanMakkummerwaardMarsdiepMast, DeMeepMeerkoetMeeuwenlaanMiddelbuurtMiddelgrondenMolengatMolenkampMolenstraatMuiderzandMunnikplaat UrkerhardZwolse diepZwolse diepDe StaartKamperhoek/ZwolsehoekNatuurlijkFlattenUrkerhardZwolse hoekZwolse hoekTopFlattenUrkerhardUrkerhard NagelNagelNijverheidspadNinkNoord, DeNoorderpalenNoorderzandNoordgat De StaartUrkerhardLemsterhoekTopTopTopNoorZwolse hoek OosthavenkadeOostwalOslolaanOude Dijk HavensZwolse hoekNoordTop PampusPinksterbloemstraatPionierPlecht, dePyramideweg Zwolse hoekFlattenPolderwijkDe StaartTop/De Reede RamswelleRansuilReede, deReede, deReigerRichelRiepel, deRiet, LangeRietgorRif, hetRijswerkerRobbenhoekRobbenplaatRoer, HetRoggebotRotholmRotholmRuim, het UrkerhardPolderwijkDe ReedeDe Reede/UrkerwegNatuurwijkUrkerhardZwolse hoekFlatten NatuurwijkDe Reede/UrkerwegPolderwijkUrkerhardUrkerhardDe StaartUrkerhardDe ReedeDe Reede/UrkerwegDe Staart SurinamestraatSuchtelenlaan, Burg. J.StortemelkSteven, De SteenzetterSteenbankStaverse kadeStaartwegStaartwegSpijk, hetSpiekSpaanderbankSluiswegSlenkSingelSchulpengatSchroef, DeSchotbalkSchipperkade, Burg. J.ScheurrakSchelpenhoekScheer, het</p>\n<p class=\"lf-p\">Zwolse hoekSchelpenhoek/WaaiershoekZwolse hoekHavensPolderwijkDe StaartZwolse hoekIndividueel/Bijzondere woningbouwDe Reede/UrkerwegHavensUrkerhardZwolse hoekZwolse hoekAgrarische gebiedGroen met verspreide bebouwingHavensDe ReedePolderwijkDe StaartKamperhoekNoordNoord TaludTexelstroomToppadTopshoofdTopshoofdTrintelTuinfluiter PolderwijkZwolse hoekUrkerhardDe ReedeUrkerwegUrkerhardNatuurwijk UrkerdwarspadUrkerweg Agrarische gebiedAgrarische gebied VlaakVlechttuinenVliestroomVlieterVoorlandVooronderVormtwegVormtwegVrouwenzand UrkerhardBijzondere bebouwingKamperhoekZwolse hoekTopDe StaartAgrarische gebiedGroengebiedUrkerhard WaaiershoekWaaigatWaakhoogteWaard, deWagenpadWaterhoenWellerzandWestgatWestwalWiepenWijk 1Wijk 2Wijk 3Wijk 4Wijk 5Wijk 6Wijk 7Wijk 8WilgenroosWinterpeil Schelpenhoek/WaaiershoekZwolse hoekPolderwijkUrkerhardUrkerhardNatuurwijkUrkerhardKamperhoekZwolse hoekPolderwijkKom UrkKom UrkKom UrkKom UrkKom UrkKom UrkKom Urk/TuindorpTuindorpNatuurwijkPolderwijk ZZandplaatzate ZeeasterstraatZeedistelstraat, BlauweZinkstukZuiderhoofdZuiderhoofdZuiderpalenZuiderzandZuidoostrakZuidwalZwinZwolsche Diep De Reede/UrkerwegPolderwijkFlattenFlattenPolderwijkDe Reede/UrkerwegUrkerhardTopNoordKamperhoekZwolse hoekUrkerhardZwolse hoek Begrippenlijst2 &lt;vet&gt;A&lt;/vet&gt;Aanbouwen: Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw.Aangekapt: Met kap bevestigd aan dakvlak.Aardtinten: Rood/bruine tinten,Achtergevellijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzenAchterkant: De achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en hel dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde jzijdelingsj niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen.Afdak: Hellend dak, hangend of op stijlen aangebracht tegen een gebouw of een muur, om alsgedeeltelijke beschutting te dienen,Afstemmen: In overeenstemming brengen met,Antennedrager: Antennemast of andere constructie bedoelt voor de bevestiging van een antenne.Antenne-installatie: Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie,Asymmetrische kap: Zadeldak met twee ongelijke dakvlakken.Authentiek: Overeenslemmend met oorspronkelijke, origineel, eigen kenmerken dragend, oorspronkelijk.BBand: Horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen, kunststeen of baksteenBebouwing: Eén of meer gebouwen en/of andere bouwwerken.Beschot: Houten bekleding van een muur, inwendig als een lambrisering, meestal niet lot de volle hoogte.Bedrijfsbebouwing: Gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter.Behouden: handhaven, bewaren, in stand houden.Belendende: Naastgelegen, (direct) grenzend aan.Bijgebouwen: Grondgebonden gebouw meestal van één bouwlaag dat los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage,Blinde wand, muur of gevel: Gevel of muur zonder raam, deur of andere opening.Boeiboord: Opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uilgevoerd in hout of plaatmateriaal.Boerderij: Gebouw/gebouwen op een erf met een _oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuisBorstwering: Lage dichte muur tot borsthoogteBouwblok: Een geheel van geschakelde bebouwing.Bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk.Bouwlaag: Horizontale reeks ruimten in een gebouw.Bouwvergunning: Vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid van de Woningwet.Bouwperceel: Een aaneengesloten terreinoppervlak, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.Bouwwerk: Algemene benaming voor alle soorten gebouwde objecten,Bovenbouw: Bovenste, uit een oogpunt van gebruik meestal belangrijkste gedeelte van een gebouw, meestal in tegenstelling tot de onderbouw, het dragende gedeelte, fundament.Bungalow: Meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd.&lt;vet&gt;C&lt;/vet&gt;Carport: Afdak om de auto onder te stallen, meestal bij of grenzend aan een woning.Classicisme: Stroming in de bouwkunst, bouwstijl.Conformeren: Zich voegen naar, gelijkvorming maken, aanpassen aan, afstemmen op.Context: Omgeving, situatie, geheel van omringende ruimtelijke kenmerken.Contrasteren: Een tegenstelling vonmen.&lt;vet&gt;D&lt;/vet&gt;Dak: Overdekking van een gebouw of onderdeel ervan, bestaande uit één of meer hellende vlakken (schilden) of uit een horizontaal vlak.Dakafdekking: Vlak of hellend dak van een gebouw, waarop dakbedekking is aangebracht.Dakhelling: De hoek van het dakvlak.Dakkapel: Ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak, vooral bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten.Daknok: Hoogste punt van een schuin dak, Horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dakDakopbouw: Een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of dakrand ven het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert,Dakraam: Raam in een dak,Daktrim: Afwerking bovenzijde dakrand les behoeve van waterkering.Dakvlak: Een vlak van het dak/kap.Dakvoet: Laagste punt van een schuin dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het snijpunt van de daklijn en de onderliggende gevellijn.Damwandprofiel: Metalen beplatingmateriaal met een damwandprofilering,Detail: Ontmoeting/aansluiting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raameter.Detaillering: Uitwerking, weergave van de verschillende onderdelen c.q. aansluitingen.Diversiteit: Verscheidenheid, afwisseling, variatie.Drager en invulling: De drager is de constructie van een gebouw, waarde invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral belrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden).&lt;vet&gt;E&lt;/vet&gt;Ensemble: Architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel.Erf: al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, de bestemming deze inrichting niet verbied.Voorerf: gedeelte van het erf dat aan voorzijde van het gebouw is gelegen.Achtererf: gedeelte van het erf dat aan de achterzijde van het gebouw is gelegen.Zijerf: gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw is gelegen,Eerste verdieping: Tweede bouwlaag van de woning of het woongebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen.Erker: Kleine toevoeging van meestal één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, op de begane grond meestal uitgevoerd in metselwerk, en glas,&lt;vet&gt;G&lt;/vet&gt;Galerij: Gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen.Gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.Gepotdekseld: Horizontaal gedeeltelijk over elkaar vallende gevelbeplating (oorspronkelijk houten planken),Gevel: Verticaal scheidingsvlak van een gebouw tussen buiten en binnen,(Gevel)geleding: Onderverdeling van de gevel in kleinere vlakken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, verspringingen of andere gevelkenmerken en -detailleringen.Gevelmakelaar: Decoratieve bekroning van een geveltop.Goot: Waterafvoer, veelal tussen gevel en dakvlak.Goothoogte: Voor de definitie wordt verwezen naar het betreffende bestemmingsplan.Gootklos: Zie klossen.Gootlijn: Veelal horizontale lijn die een goot of meerdere goten aan de gevel vormen. &lt;vet&gt;H&lt;/vet&gt;Hoekaanbouw: Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan de hoek van een gebouw.Hoek- en kilkeper: snijlijn van twee aansluitende dakvlakken.Hoofdgebouw: Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.&lt;vet&gt;I&lt;/vet&gt;Industriebebouwing: Bebouwing met een industriële bestemming.Installatie: set van beeld- en/of geluidsapparatuur, het aanbrengen van technische toestellen(montage) en/of deze toestellen zelf.&lt;vet&gt;K&lt;/vet&gt;Kap: Samenstel van houten, ijzeren of betonnen onderdelen dat de dakbedekking draagt.Kavel: Grondstuk, kadastrale eenheid.Keper: Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken.Kern: Veelal kleinschalig stedelijk gebied, ook wel centrum van een dorp of stadKlossen: Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten.Koofbord: Gebogen vlak dat de overgang vormt van en vlakke zoldering of vlak plafond naar de muur.Kop: In het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw.&lt;vet&gt;L&lt;/vet&gt;Lak: Afwerklaag van schilderwerk.Landschappelijke waarde: De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van (niet levende en levende) natuur.Latei: Draagbalk boven gevelopening.Lessenaarsdak: Dak mei één hellend, niet onderbroken, dakvlak.Lichtkoepel: Raamconstructie meestal in een plat dak, in de vorm van een koepel.Lijst: Een meestal versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kroonlijst, gootlijst.Lineair: Rechtlijnig, langgerekt.Lint(bebouwing): Langgerekte lijn van (veelal vrijstaande) bebouwing langs een weg of waterverbinding.Luifel: afdak buiten tegen de muur van een gebouw aangebracht en verder niet ondersteund, meestal boven een deur, raampartij of gehele pui.&lt;vet&gt;M&lt;/vet&gt;Maaiveld: Bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht, de hoogte van het terrein, grenzend aan de gevels, op het van de aanvraag om bouwvergunning.Mansardekap: Een dak met aan twee zijden onder een stompe boek geknikt of gebroken dakvlak.Markies: Opvouwbaar zonneschermeterMassa: Zichtbaar volume van bebouwing.Metselverband: Het zichtbare van metselwerk,Middenstijl: Verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn.Monument: Aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan.Muurdam: Op de erfgrens aan de gevel gemetselde muur.&lt;vet&gt;N&lt;/vet&gt;Natuurlijke waarde: De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische,geomorfologische, bodemkundige biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlingesamenhang.Negge: Het vlak c.q. de maat tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn. &lt;vet&gt;O&lt;/vet&gt;Ondergeschikt: Voert niet de boventoon.Onderbouw: Het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met meerdere verdiepingen,Ontsluiting: De toegang tot een gebouw, gebied of een terrein.Oorspronkelijk: Origineel, aanvankelijke vorm, authentiek.Oorspronkelijke Bevel: Gevel van een gebouw zoals deze nieuw is gebouwd.Openbaar groen: Met het openbaar groen wordt bedoeld hetgeen daaronder is het normale spraakgebruik wordt verstaan, zoals parken, plantsoenen en speetveldjes, die het gehele jaar (of een groot deel van het jaar) voor het publiek toegankelijk zijn. Een weiland, bos of water kan in dit verband niet worden aangemerkt als openbaar groen.Orthogonaal: Rechthoekig.Oriëntatie: De hoofdrichting van een gebouw.Overstek: Bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel.&lt;vet&gt;P&lt;/vet&gt;Paneel: Rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting.Penant: Gemetselde steunpilaar van het fundament van een gebouw, metselwerk ineen gevel langs openingen,Pilaster: Weinig uitspringende muurpijler, die dient om een boog of hoofdgestel te dragen.Plaatmateriaal: Materiaal van kunststof, staat, hout meestal ten behoeve van gevelbekleding.Plint: Een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw.Profiel: omtrek van een gebouw of bouwdeel (bijvoorbeeld kozijn) of een doorsnede daarvan.Profilering: aangebrachte vorm en maatvoering van profiel.Portiek: Gemeenschappelijke trappenhuis en/of een terugspringende ruimte voor de straat- of toegangsdeur.&lt;vet&gt;R&lt;/vet&gt;Raamdorpel: Horizontal stenen element onder de onderdorpel van een houten kozijn, dat ervoor zorgt dat water onder het kozijn buiten het muurvlak wordt afgevoerd,Raamhout: Hout waaruit ramen vervaardigd worden of omlijsting waarbinnen het paneel van een deur of beschot wordt ingesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook wel draaiende of schuivende delen van kozijn/post.Referentiekader: Het geheel van waarden en normen binnen een bepaalde groep waarnaar verwezen kan worden.Renovatie: Vernieuwing.Respecteren: Met eerbied behandelen, eerbiedigen, waarderen.Rijenwoningen: Geschakelde eengezinswoningen in een rij.Ritmiek: Regelmatige herhaling.Rollaag: Een in verband gemetselde laag van op hun kant of kop gemetselde stenen. Horizontale of gebogen rij stenen of betonbalk boven een genelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand.Rooilijn: Lijn die in het bestemmingsplan of bouwverordening aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden.&lt;vet&gt;S&lt;/vet&gt;Schilddak: Dak, gevormd door twee driehoekige schilden aan de smalle en twee trapeziumvormige aan de lange zijde.Slagenlandschap: Een landschap met langgerekte ontginningslinten wet haaks daarop een stelsel van smalle kavels gescheiden door afwateringssloten.Situering: Plaats van het bouwwerk in zijn omgeving.Speklaag: lichte natuurstenen band als afwisseling in baksteenmetselwerk, doorgaans van Brabantse arduin, later ook van zandsteen.Stijl: Architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of van een bepaalde stroming.&lt;vet&gt;T&lt;/vet&gt;Tactiel: Met de tastzin verbonden.Tent-, punt- of piramidedak: Dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen.Textuur: De waarneembare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk).Tympaan: Driehoekig of segmentvormige bekroning van een (klassiek) gebouw of van een onderdeel daarvan.&lt;vet&gt;U&lt;/vet&gt;Uitbouw: Aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is.&lt;vet&gt;V&lt;/vet&gt;Verdieping: bouwlaag.Volant: Strook stof als afronding en versiering van zonnescherm of markies.Voorgevellijn: Denkbeeldige lijn die loopt langs de voorgevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen.Voorgevelrooilijn: Voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan dan weide gemeentelijke bouwerordening.Voorkant: De voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar de weg of het openbaar groen.&lt;vet&gt;W&lt;/vet&gt;Weg: Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.Windveer: Plank bevestigd langs de kanten van een met riet of pannen gedekt dak ter afdekking van de voorrand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden soms aan de bovenzijde over elkaar gekeept.Woning: Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding.Wolfdak/wolfeinden: Meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft (wolfeind).&lt;vet&gt;Z&lt;/vet&gt;Zadeldak: Een dak dat aan twee zijden schuin is met een symmetrisch profiel.Zijgevellijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lijst Rijksmonumenten3 Overzicht Rijksmonumenten gemeente Urk datum lijst 18 mei 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 Wijk 2-51 Visserswoning 35876 2 wijk 2-74 Woonhuis 35877 3 Wijk 3-80 Vuurtoren 35880 4 Wijk 3-96 Kerkje a/d Zee 35882 5 Wijk 4-1 Toren kerkje a/d Zee 35881 6 Wijk 4-68 Visserswoning 35884 7 Wijk 4-99 Visserswoning 35885 8 Wijk 5-10 Visserswoning 35887 9 Wijk 5-11 Woonhuis 35888 10 Wijk 5-26 Woonhuis 35893 11 Wijk 5-29 Visserswoning 35894 12 Wijk 5-63 Visserswoning i.c.m. nr. 64 35898 13 Wijk 5-64 Visserswoning i.c.m. nr. 63 35899 14 Wijk 5-84a Visserswoning 35901 15 Wijk 5-116 Woonhuis 35902 16 Wijk 5-125 Visserswoning 35903 17 Wijk 5-126 Visserswoning 35905 18 Wijk 6-22 Visserswoning 35907 19 Wijk 6-88 Visserswoning 35908 20 Wijk 6-81 Timmerwerkplaats 515910 21 Wijk 4-101 Kerkgebouw 515909 22 wijk 4-20 Brood- en banketbakkerij 515908 23 Wijk 3-28 Schoenwinkel/woning 515907 24 wijk 3-3 Kerkgebouw 515906 25 Wijk 2-85 Woonhuis 515905 26 Wijk 2-26 Smederij 515904 27 Wijk 2-1/2/3 Museumcomplex 515903 28 Wijk 1-57 Zeilmakerij 515902 29 Domineesweg 33 Gemaal en sluiscomplex 515897 30 Wijk 2-4 Visserswoning 515911 31 Wijk 1-61 Werfschuur in procedure 32 Wijk 1-61a Kantoor in procedure Besluit bouwvergunningvrije en licht-bouwvergunningplichte bouwwerken4 Besluit van 13 juli 2002, houdende voorschriften omtrent het bouwen waarvoor het vereiste van een bouwvergunning niet geldt, en omtrent het bouwen waarvoor een lichte bouwvergunning vereist is (Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken)(Tekst gelegd op 16-12-2004)Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 27december 2001 vr. MJZ 2001143595, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving; Gelet op de artikelen 12a, vierde lid, 43, eerste lid, onderdeel c, en 44, tweede lid, van de Woningwet, en op artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening; De Raad van State gehoord (advies van 30 mei 2002, nr. W08.02.0016N(; Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12juli 2002, nr. MJZ2002056919, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;Hebben goedgevonden en verstaan:&lt;vet&gt;Hoofdstuk I &lt;/vet&gt;Algemene bepalingen &lt;vet&gt;Artikel 1&lt;/vet&gt;1. In dit besluit wordt verstaan onder:· achtererf: gedeelte van het erf dat aan de achterzijde van het gebouw is gelegen;· antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;· antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en deal dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;· daknok: hoogste punt van een schuin dak;· dakvoet: laagste punt van een schuin dak;· eerste verdieping: tweede bouwlaag van de woning of het woongebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen;· erf: al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voorzover een bestemmingsplan van toepassing is, de bestemming deze inrichting niet verbiedt;· voorerf: gedeelte van het erf dat aan voorkant van het gebouw is gelegen;· voorgevelrooilijn: voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan dan wel de gemeentelijke bouwverordening;· weg: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;· wet: Woningwet;· zijerf: gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw is gelegen.2.</p></div>", "next": 239535}