{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De attracties op een kermis, wat ook een evenement is, produceren geluid. In afwijking van de algemene geluidsvoorschriften moeten de attracties aan de volgende geluidsvoorschriften voldoen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het LAeq,T op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten, mag niet hoger zijn dan 85 dB(A) en 99 dB(C).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het LAeq,T mag per attractie niet hoger zijn dan 88 dB(A), gemeten op een afstand van 2 meter rondom de attractie op 1,5 meter meethoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Horeca tijdens kermis Voor evenementen (deels) buiten de grenzen van de inrichtingen van horecagelegenheden op of direct aansluitend aan het kermisterrein (tijdens een kermis in betreffende kern) mag het LAeq,T tijdens de kermisdagen in de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag tot 0.45 uur en de overige dagen tot 23.45 uur niet meer bedragen dan 85 dB(A) en 99 dB(C) op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Carnavalsoptochten Deelnemende wagens en groepen aan een carnavalsoptocht of een andere vergelijkbare optocht produceren geluid. In afwijking van bovengenoemde geluidsnormen moeten de deelnemers aan een dergelijke optocht aan de volgende geluidsnormen voldoen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemiddelde geluidsniveau ter hoogte van de loopgroep voor de wagen mag niet hoger zijn dan 103 dB(A), hierbij worden geluid producerende voorzieningen niet (haaks) op het publiek gericht. De geluid producerende voorzieningen op de wagen zijn naar voren, naar de loopgroep toe, gericht. De geluid producerende voorzieningen op het startwagentje zijn naar achteren, ook naar de loopgroep toe, gericht. Vanwege mogelijke overlast wordt geadviseerd de geluid producerende voorzieningen niet te hoog te hangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.1.2Evenementen in een inrichting Voor inrichtingen die vallen onder de Wet milieubeheer of het Activiteitenbesluit gelden de daarin opgenomen geluidsnormen voor het ten gehore brengen van versterkte muziek. Op basis van artikel 4:3 van de APV kunnen 4 keer per jaar incidentele festiviteiten worden georganiseerd, waarbij andere geluidsnormen gelden voor het ten gehore brengen van versterkte muziek binnen de grenzen van de inrichting, mits een kennisgeving van de incidentele festiviteit is gedaan. In de APV zijn de afwijkende geluidsnormen opgenomen, met daarbij de maximale eindtijd. Hierbij mag zowel inpandig als op het buitenterrein van de inrichting versterkte muziek ten gehore worden gebracht. Bij collectieve festiviteiten op basis van artikel 4:2 van de APV gelden ook andere geluidsnormen voor het ten gehore brengen van versterkte muziek, dan opgenomen in de Wet milieubeheer of het Activiteitenbesluit. In de APV zijn ook hiervoor de afwijkende geluidsnormen en eindtijd opgenomen, die zowel voor inpandig als het buitenterrein gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor onversterkte muziek gelden de normen, zoals die zijn opgenomen in artikel 4:5 van de APV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor evenementen binnen de grenzen van een inrichting, dus niet de normale bedrijfsvoering of incidentele of collectieve festiviteiten, gelden dezelfde geluidsvoorschriften inclusief de aanvullingen en uitzonderingen daarop als bij niet-inrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatwerkvoorschriften Als bij een inrichting het organiseren van evenementen (buiten gebouwen) tot de normale bedrijfsvoering hoort kan het zijn dat de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit te laag zijn. In dat geval kunnen maatwerkvoorschriften voor die inrichting worden vastgesteld. Er kunnen maatwerkvoorschriften worden opgenomen voor de bedrijfsduurcorrectie, een ander LAeq,T en maximaal geluidsniveau LAmax (eventueel voor een bepaalde activiteit), plaats waar de geluidsnormen gelden en technische voorzieningen en gedragsregels om aan de geluidsvoorschriften te voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.2Eindtijden Het ten gehore brengen van versterkte en onversterkte muziek mag gebeuren vanaf 10.00 uur. In de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag mag dit tot maximaal 0.45 uur en in de nachten van zondag op maandag tot en met donderdag op vrijdag tot maximaal 23.45 uur, zijnde een kwartier voor de eindtijd van het evenement. Als een evenement wordt georganiseerd op een dag voor een nationale feestdag mag de eindtijd ook in de nachten van zondag op maandag tot en met donderdag op vrijdag maximaal 0.45 uur bedragen. Bij uitzondering kan van de gestelde tijden worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor evenementen in (reguliere) openbare inrichtingen mag (on)versterkt geluid worden geproduceerd binnen de reguliere openingstijden (eventueel met ontheffing daarop) van het bedrijf (bijvoorbeeld horecabedrijf of paracommerciële inrichting). Voor evenementen buiten de inrichting, ook als het evenement slechts deels buiten de inrichting plaatsvindt, gelden de algemene eindtijden van 0.45 uur, respectievelijk 23.45 uur. Voor collectieve festiviteiten of gemelde incidentele festiviteiten gelden de eindtijden zoals die zijn opgenomen in de APV, zijnde uiterlijk 01.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.3Gehoorschade en -bescherming Beperken geluidsvolume Om gehoorschade bij kinderen/jongeren te voorkomen mag bij evenementen die voornamelijk gericht zijn op personen jonger dan 18 jaar het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte maximaal 88 dB(A) bedragen. Dit is inclusief stem- en omgevingsgeluid. Van kinderen kan namelijk niet verwacht worden dat zij hun eigen gehoor beschermen. Waarschuwingen en gehoorbescherming zijn dan niet nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij meldingsplichtige A-evenementen mag het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte maximaal 92 dB(A) bedragen. Dit is de gezondheidskundige streefwaarde en is inclusief stem- en omgevingsgeluid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen bij vergunningsplichtige evenementen mag het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte meer dan 92 dB(A) bedragen, inclusief stem- en omgevingsgeluid. Het geluidsniveau mag maximaal 103 dB(A) bedragen inclusief stem- en omgevingsgeluid, mits onderstaande aanvullende maatregelen worden getroffen. Wel moet zoveel als mogelijk gestreefd worden naar een geluidsniveau rond de 92 dB(A).</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisator moet in het aanvraagformulier aangeven welke maatregelen worden genomen ter voorkoming van gehoorschade. Hierdoor wordt de organisator gedwongen na te denken over het geluidsniveau bij een podium of geluidproducerende voorziening en eventueel te nemen maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatregelen gehoorbescherming Bij een geluidsniveau hoger dan gemiddeld 92 dB(A) is gehoorbescherming erg belangrijk. Dit geldt zowel bij inpandige als buitenevenementen. Bij evenementen met een dergelijke geluidsniveau moet daarom door de organisatie informatie worden verschaft over gehoorschade, gehoorbescherming met een muziekfilter beschikbaar worden gesteld en moeten de geluidsboxen tot een afstand van 2 meter van het publiek worden afgeschermd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatievoorziening Bezoekers moeten worden voorgelicht over: hoe zij gehoorschade kunnen voorkomen; waar gehoorbescherming verkrijgbaar is op het terrein; de te verwachten geluidsniveaus en op welke plekken op het terrein het volume zo laag is dat het gehoor rust kan krijgen (bijvoorbeeld geluidplattegronden en actuele decibeldisplays).</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatieverstrekking kan bijvoorbeeld via de website van het evenement, bij de ticketverkoop, in het programmaboekje, op een plattegrond of op posters of digitale schermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gehoorbescherming Op het evenemententerrein moet op een laagdrempelige manier gehoorbescherming verkrijgbaar zijn. Dit kan door bijvoorbeeld verkoop van gehoorbescherming door de organisatie bij de ingang, EHBO of bonnenverkoop, door oordopautomaten of een standplaats van een fabrikant/leverancier. Het is raadzaam de gehoorbescherming al bij de verkoop van de tickets mee te verkopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gehoorbescherming die wordt aangeboden moet het geluid aanzienlijk reduceren, zonder dat dat ten koste gaat van de geluidbeleving. Gehoorbescherming moet een minimale beschermingsfactor van SNR15 hebben. Schuimoordoppen als gehoorbescherming worden afgeraden, omdat deze vaak niet goed afsluiten, deze doppen de muziek vervormen en er lastig een gesprek mee gevoerd kan worden. Ook worden schuimoordoppen vaak niet goed ingedaan, waardoor een vals gevoel van veiligheid ontstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen die vervoerd worden op of in de wagen tijdens een (carnavals)optocht of zich bevinden in de loopgroep rondom de wagen zijn verplicht gehoorbescherming met een minimale beschermingsfactor van SNR15 te dragen (geen schuimoordoppen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige bescherming Onderstaande maatregelen zijn niet verplicht, maar helpen de gehoorschaderisico’s verder te beperken, meestal zonder aantasting van de geluidbeleving:</p>\n<p class=\"lf-p\">De muziekinstallatie is voorzien van een geluidsbegrenzer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Creëer geluidsluwe zones en las stilte pauzes in op festivals. Zorg ook voor dynamiek in de muziek door een bewuste afwisseling van geluidsvolume tussen en binnen nummers. Daardoor blijft de beleving goed gedurende het evenement (of neemt deze zelfs toe), zonder dat het nodig is om de volumeknop in de loop van de tijd steeds verder open te draaien. Het maakt bezoekers eerder bewust van bijvoorbeeld oorsuizingen als eerste signaal dat het geluid te hard is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaal de meest ideale opstelling van de geluidsinstallatie en inrichting van de locatie, met het doel de geluidsbelasting voor de bezoekers te beperken. Let op bij buitenevenementen: dit moet niet ten koste gaat van de geluidbelasting bij omwonenden, i.v.m. geluidhinder.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7Milieu en afval 4.7.1 Duurzaamheid Ook bij evenementen moet worden gestreefd naar duurzaamheid. Duurzaamheid bij evenementen wordt niet afgedwongen, maar wordt vanuit de gemeente wel gestimuleerd richting organisatoren. Stimulatie vindt in ieder geval plaats door organisatoren bij het doen van een aanvraag/melding na te laten denken over doelstellingen ten aanzien van preventie van milieubelasting en welke maatregelen daarvoor worden genomen. Enkele voorbeelden om evenementen te verduurzamen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijk verantwoord ondernemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Afvalpreventie: zo min mogelijk of niet gebruiken van single use plastic (herbruikbaar), vermijden moeilijk in te zamelen plastic (rietjes, wegwerpflesjes/-dopjes, lampionnen enzovoorts), toepassen recyclebare/afbreekbare bekers en gescheiden afvalinzameling (voornamelijk backstage, maar ook frontstage);</p>\n<p class=\"lf-p\">Terugdringen waterverbruik bij bijvoorbeeld toiletvoorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvangen zuivere urine ten behoeve van nutriënten terugwinning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van groene stroom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Energiebesparende maatregelen, zoals LED-verlichting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieden van alternatief vervoer van en naar het evenement;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoger parkeertarief voor auto’s met een brandstofmotor;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik maken van leveranciers die voldoen aan de eisen voor milieuzones Gebruik maken van lokale of regionale leveranciers, zodat transportwegen kort zijn. Hierdoor wordt er ook meer draagvlak voor het evenement gecreëerd bij de lokale ondernemers;</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien catering wordt aangeboden, voorkeur geven aan biologisch en/of regionaal geproduceerd voedsel. Ook fairtrade producten kiezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Promotiematerialen, zoals flyers, posters en programmaboekjes op 100% gerecycled papier met milieuvriendelijk inkt laten drukken. Het beperken van het materiaal scheelt een hoop afval. Kies daarnaast voor kleinere formaten van dubbelzijdig bedrukt papier.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.2Afval Om de hoeveelheid afval te beperken wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van wegwerpmaterialen. Dit kan bereikt worden door het gebruik maken van grote verpakkingen voor drank, herbruikbaar bestek/bekers/borden/glazen of biologisch afbreekbaar materiaal. Wanneer plastic bekers/flessen verplicht worden gesteld bij een evenement, moet worden gestimuleerd die bekers/flessen te hergebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie is zelf verantwoordelijk voor het schoonhouden van het evenemententerrein en de directe omgeving (50 meter vanaf de grens van de evenementenlocatie) en het opruimen van afval, ook na afloop van het evenement. Voor de inzameling van afval moeten op de evenementenlocatie voldoende voorzieningen worden getroffen in de vorm van afsluitbare afvalcontainers. Het afval wordt tijdig opgehaald, zodat er geen afval rondom of buiten de afvalbakken hoeft te worden gedeponeerd. Afval wordt dagelijks, of zo nodig meerdere keren per dag, verzameld bij een aparte overslagplaats in gesloten containers. De overslagplaats wordt zodanig schoongehouden dat het geen ongedierte aantrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie moet er voor zorgen dat glas-, papier- en PMD-afval en damesverband apart kan worden ingezameld. Dierlijke afvalstoffen, zoals mest, moeten gescheiden van overige afval verzameld worden. Bezoekers mogen hiermee niet in aanraking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij beschikbaarheid kan gebruik worden gemaakt van de in de gemeente beschikbare recycling afvaleilanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.3Duurzame mobiliteit Om het gebruik van de auto van en naar het evenement te verminderen worden organisatoren gestimuleerd om verschillende duurzame vervoersmogelijkheden naar het evenement toe en terug aan te bieden. Hierbij kan gedacht worden aan extra en/of betere openbaar vervoerverbindingen en het opzetten van pendeldiensten naar dichtstbijzijnde bus- en treinstations. Ook het zorgen voor bewegwijzering van fietsroutes naar het evenement en het plaatsen van tijdelijke (bewaakte) fietsenstallingen kan hieraan bijdragen, net als het aanbieden van combinatiekaarten waarin het (openbaar) vervoer in op is genomen. Goede communicatie over de beschikbare duurzame vervoersmiddelen is hierbij noodzakelijk. Hierdoor vermindert de verkeersdrukte voor en na het evenement en de parkeeroverlast tijdens het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.4Energie- en watergebruik Tijdens een evenement ontstaat er een piekbelasting op gebied van water en energie voor het gebruik van licht, geluid, koeling, toiletten enz. Dit kan ondervangen worden door het opwekken van groene energie op het evenement door middel van verrijdbare zonnepanelen. Ook het gebruik van energiebesparende machines, zoals energiebesparend keukenmateriaal of pompen, helpt om het energieverbruik terug te dringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het evenement kunnen waterbesparende kranen worden geïnstalleerd en watervrije of waterbesparende toiletten worden gebruikt. Het plaatsen van voldoende urinoirs en toiletten beperkt het risico van wildplassen en daarmee bodemverontreiniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8Activiteiten in de lucht 4.8.1 Vuurwerk Het afsteken van consumentenvuurwerk is, uitgezonderd tijdens de jaarwisseling, niet toegestaan. Bij evenementen kan wel professioneel vuurwerk, door daarvoor erkende en gecertificeerde bedrijven, worden afgestoken. Het bedrijf dat de ontbranding van het vuurwerk verzorgt moet bij de provincie Noord-Brabant een vergunning aanvragen. Voor het afsteken van maximaal 10 kg theatervuurwerk of 100 kg professioneel vuurwerk kan volstaan worden met een melding, mits het ontbrandingsbedrijf tenminste tien werkdagen vóórdat het evenement plaatsvindt melding hiervan doet bij provincie Noord-Brabant. Dit geldt zowel voor het afsteken in de openlucht als in een gebouw, zijnde theatervuurwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het Vuurwerkbesluit stelt de provincie onder meer voorschriften over de opslag van het vuurwerk en de afstand bij het afsteken tot het publiek. De provincie stemt met het ontbrandingsbedrijf de vervoersroute af. De provincie neemt, in gevallen waarbij sprake is van een vergunning, contact op met de gemeente voor de door de burgemeester af te geven verklaring van geen bedenkingen. De gemeente kan hierbij aanvullende voorschriften stellen in het kader van de openbare orde en veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van natuurbrandrisico fase 2 (www.natuurbrandrisico.nl) mag er geen vuurwerk worden afgestoken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.2Ballonnen oplaten Het oplaten van ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van helium of andere gassen of hete lucht afkomstig van vuur is op grond van de APV niet toegestaan. Het gaat hierbij om alle soorten ballonnen die zonder sturing wegdrijven, zoals bijvoorbeeld herdenkingsballonnen, vuurballonnen, sfeerballonnen, gelukslampionnen en -ballonnen, Thaise wensballonnen, papieren ballonnen en heliumballonnen. Van het verbod kan ontheffing worden verleend. Ontheffing, zowel voor ballonnen met vuur als gevuld met een gas, wordt uitsluitend verleend voor het oplaten van ballonnen waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van biologisch afbreekbare materialen. Er mag dus geen metaal, folie, kunststof/plastic en dergelijke in of aan de ballon verwerkt zitten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ontheffing voor het oplaten van ballonnen met vuur worden de volgende voorwaarden verbonden. Een ballon met vuur mag niet worden opgelaten: bij een windkracht van meer dan 2 Beaufort; bij regen of zeer vochtige lucht (bijvoorbeeld mist); in een periode van droogte; door personen jonger dan 18 jaar; binnenshuis; wanneer er objecten aan worden bevestigd, anders dan de door de importeur bijgeleverde kaarten; wanneer het papier van de ballon beschadigd is; in de omgeving van hoge objecten (huizen, bomen enzovoorts); de ballon met twee mensen op wordt gelaten; een wachttijd van 1,5 tot 2 minuten in acht te nemen voordat de ballon na het aansteken los wordt gelaten; de ballon zo lang mogelijk na wordt gekeken, zodat bij gevaar ingegrepen kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ontheffing voor het oplaten van ballonnen gevuld met helium of een ander gas worden de volgende voorwaarden verbonden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ballonnen die hoger of breder zijn dan 75 cm mogen niet worden opgelaten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ballonnen mogen niet aan elkaar vast worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de veiligheid is het raadzaam om bij ballonnen gevuld met helium of een ander gas het volgende in acht te nemen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Laat de ballonnen ongevuld komen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vul de ballonnen met ballonnengas, geen waterstofgas;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorg dat bij het vullen van de ballonnen geen publiek aanwezig is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorg dat bij het vullen van de ballonnen in de nabijheid niet gerookt wordt en er geen open vuur aanwezig is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vul de ballonnen bij voorkeur in de open lucht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorg dat de gasflessen niet kunnen omvallen en beschermd zijn tegen beschadiging of zonnewarmte;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorg dat voldaan wordt aan de voorschriften van de leverancier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er 1000 of meer ballonnen opgelaten worden in een gebied van 8 kilometer van Eindhoven Airport moet minimaal 5 dagen voor het oplaten van de ballonnen toestemming worden gevraagd aan de verkeersleidingdienst van Eindhoven Airport via de vluchtvoorlichtingsafdeling. Een gedeelte van het grondgebied van de gemeente Bladel is in deze 8 kilometerzone gelegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.3Helikoptervluchten Wanneer buiten een officieel luchtvaartterrein opgestegen of geland gaat worden door bijvoorbeeld een helikopter en het terrein bevindt zich op het grondgebied van de gemeente, dan is hiervoor een ontheffing nodig op grond van de Wet Luchtvaart. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de provincie Noord-Brabant. Er zijn 3 verschillende ontheffingen mogelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Generieke ontheffing (maximaal 1 jaar): ontheffing voor meerdere onbekende terreinen, met melding 1 werkdag van te voren, voor maximaal 2x2-vliegbewegingen per terrein, voor maximaal 12 al dan niet bekende dagen per kalenderjaar per terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Locatiegebonden ontheffing (maximaal 1 jaar): ontheffing voor één of meerdere bekende terreinen, met melding 1 werkdag van te voren, voor maximaal 48 vliegbewegingen, verdeeld over maximaal 12 dagen per jaar per terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke ontheffing: ontheffing bij evenementen of projecten voor meerdere starts of landingen op één bekend terrein voor één dag per jaar met een maximum van 100 vliegbewegingen (50 vluchten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een specifieke ontheffing vraagt de provincie een verklaring van geen bedenkingen aan de burgemeester van de gemeente waar het betreffende terrein is gelegen. Deze verklaring van geen bedenkingen wordt gevraagd in het kader van de openbare orde en veiligheid. In woonwijken worden in principe geen landingen van helikopters of heteluchtballonnen toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.4Heteluchtballonnen Voor het op laten stijgen van een heteluchtballon is geen ontheffing van de provincie nodig. Wel moet toestemming worden verleend door de burgemeester voor het op mogen stijgen op gronden in de gemeente, via de zogenaamde verklaring van geen bezwaar. De gemeente kan voorschriften stellen aan de verklaring van geen bezwaar. Voor de locatie waar geland wordt is geen verklaring van geen bezwaar nodig. Er moet altijd voldaan worden aan de veiligheidsvoorschriften uit de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen. Er mag maximaal tot de in het Luchthavenbesluit Eindhoven genoemde hoogtes worden gevlogen. Als wordt gevlogen binnen het beperkingengebied van Eindhoven Airport, zoals die is weergegeven in het Luchthavenbesluit Eindhoven, moet in de heteluchtballon een transponder aanwezig zijn en moet bij het opstijgen contact zijn met de verkeersleiding van dit vliegveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.5Lasershows Steeds vaker vinden op buitenluchtevenementen spectaculaire lasershows plaats, al dan niet begeleid door muziek. Krachtige lasers produceren teksten of figuren in de lucht of op de wolken. Deze lasershows zijn spectaculair om te zien, maar kunnen ook tot op grote afstand invloed hebben op vliegtuigoperaties. Dit laatste is niet zonder risico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het geven van een evenementenvergunning/melding voor een lasershow moet daarom ook goedkeuring van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Luchtvaart worden verkregen. De shows mogen alleen plaatsvinden op locaties die afgesloten zijn van verkeer. Dit in verband met de verkeersveiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.6Kleurenpoeder Vanuit gezondheidskundig oogpunt wordt een evenement met het gooien van kleurenpoeders in het algemeen afgeraden. Waar het gaat om evenementen met kinderen (18-), mensen met gevoelige luchtwegen (zoals astma en COPD) en mensen met hart- en vaatziekten wordt het gooien van kleurenpoeders tijdens het evenement niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebruik van kleurenpoeders zijn uitsluitend die kleurenpoeders toegestaan waarvan de samenstelling bekend is en welke voldoen aan de REACH-verordening (Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen). De organisatie moet de samenstelling van de kleurenpoeders aan de gemeente aanleveren. De voorkeur gaat uit naar kleurenpoeders op basis van zetmeel, die enkel toegelaten levensmiddelenkleurstoffen bevatten en geen vervuilingen of allergenen. Daarnaast moeten de volgende maatregelen worden getroffen om negatieve gezondheidseffecten te beperken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelnemers, vrijwilligers en publiek moeten vooraf worden geïnformeerd over de mogelijke risico’s (irritatie van de luchtwegen, ogen en huid). Zo kunnen zij zelf beslissen wat dat betekent voor hun deelname of aanwezigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan deelnemers, vrijwilligers en publiek moeten de volgende gedragsadviezen worden gegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Neem zelf geen kleurenpoeder mee, maar gebruik alleen het kleurenpoeder dat de organisatie beschikbaar stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gooi het poeder niet in het gezicht van andere deelnemers of omstanders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Draag een bril om onbedoeld contact met de ogen te voorkomen. Dragers van contactlenzen zullen extra gevoelig zijn voor irritaties door stof in de lucht. Het is beter om geen contactlenzen te dragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Draag een stofmasker/mondkapje.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reinig de onbedekte huid kort nadat er kleurenpoeder op is gegooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risicogroepen (kinderen, mensen met luchtwegklachten en mensen met hart- en vaatziekten) dienen ook als omstander/toeschouwer op voldoende afstand te blijven, zodat inademen van stof zo veel mogelijk vermeden wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet minimaal één EHBO-post op het evenement aanwezig zijn. Op iedere locatie waar met kleurenpoeder gegooid wordt moet EHBO verleend kunnen worden (o.a. met oogdouches).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet voorzien zijn in een wasgelegenheid met water van drinkwaterkwaliteit, zodat deelnemers poeder kunnen wegspoelen dat in ogen of mond en op de huid terecht is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moeten voldoende stofkapjes/mondkapjes en (veiligheids)brillen voor deelnemers en omstanders beschikbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De productinformatie (veiligheidsinformatieblad) moet aanwezig zijn op het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8.7Drones De gemeente hoeft geen toestemming te verlenen om te mogen vliegen met drones. Er zijn echter wel regels waaraan voldaan moet worden. Dat zijn de Europese regels. In de Europese regels wordt geen onderscheid gemaakt tussen recreatieve en beroepsmatige dronebestuurders. Een dronebestuurder moet minimaal 16 jaar oud zijn en moet zich registeren in een Europees systeem, met uitzondering van speelgoeddrones zonder camera’s. Er moet hiervoor een verplichte kennistoets afgelegd worden, tenzij de drone minder dan 250 gram weegt. Als er camerabeelden worden opgenomen moet de bestuurder van de drone zich houden aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitend bij verstoring van de openbare orde met drones kan de gemeente optreden tegen het gebruik. In geval van oproerig beweging, andere ernstige wanordelijkheden of rampen, of vanwege ernstige vrees voor het ontstaan daarvan kan in een noodverordening worden vastgesteld dat drones tijdelijk niet zijn toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.9Levende dieren Evenementen waarbij in het verleden is gebleken dat het dierenwelzijn in het geding is of in het geding kan zijn, worden actief geweerd binnen de gemeente op grond van de Wet dieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wet dieren verbiedt dieren als prijs of beloning uit te reiken, dierengevechten te houden en snelheids- of krachtwedstrijden te houden met dieren. Het te koop aanbieden van dieren op jaarmarkten en braderieën is op grond van de Wet dieren niet verboden, maar daar zijn wel landelijke regels aan gesteld. Ook behendigheidswedstrijden en demonstraties (bijvoorbeeld hondensport, paarden met aanspanningen en traditionele vormen van landbewerking) zijn onder voorwaarden toegestaan. Evenementen waarop gezelschapsdieren (zoogdieren, vogels, vissen, reptielen en amfibieën) worden tentoongesteld en/of verhandeld moeten door de organisatie tijdig worden aangemeld bij de NVWA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het laten optreden van wilde dieren, behoudens de dieren die voorkomen op bijlage 4 bij het Besluit houders van dieren, in circussen is landelijk verboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dierenverblijven voor op het evenement aanwezige dieren moeten voldoen aan de bouw- en inrichtingseisen daarvoor, zoals opgenomen in de Hygiënerichtlijn voor evenementen van het RIVM. De verblijven moeten schoon worden gehouden. Om medewerkers en bezoekers zo goed mogelijk te beschermen tegen het overbrengen van ziekteverwekkers is het van belang dat er op een evenement alleen gezonde dieren aanwezig zijn. Bezoekers moeten worden geïnformeerd over de regels omtrent de aanwezige dieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de Wet natuurbescherming moeten dieren in het wild in meerdere of mindere mate beschermd worden tegen verstoring, verjaging, verwonding of doding. De organisator van een evenement heeft de zorgplicht om deze dieren te beschermen. De verschillende aspecten van de Wet natuurbescherming moeten nageleefd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10Overnachten Tijdens evenementen wil men soms overnachten op of nabij het evenemententerrein. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen in een daarvoor ingericht gebouw, maar ook in een gebouw wat niet is ingericht voor overnachten (niet logiesgebouw) of in de vorm van tentjes in de openlucht. Bij een niet-logiesgebouw moet gedacht worden aan bijvoorbeeld een sporthal, kleedruimtes of een schoolgebouw. Een niet-logiesgebouw is niet ingericht om daar brandveilig te overnachten. Met het toestaan van overnachtingen in niet-logiesgebouwen wordt daarom in beginsel terughoudend omgegaan. Als wel toestemming wordt verleend, wordt dat gedaan met een melding brandveilig gebruik. In die gevallen moet gezorgd worden voor voldoende ventilatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als met kampeermiddelen (zoals een tentje, caravan etc.) op een terrein overnacht wil worden tijdens een evenement, is een ontheffing nodig op basis van artikel 4:18 APV. Dit omdat kampeermiddelen geplaatst worden op een terrein dat niet als kampeerterrein in het bestemmingsplan (mede) bestemd is. Aan een dergelijke ontheffing worden in ieder geval de volgende voorschriften verbonden Als gebruik wordt gemaakt van een grasveld waar normaal vee graast, dan moet het vee minimaal twee weken voor het evenement plaats vindt ergens anders ondergebracht worden. Voorafgaan aan het evenement moet het veld worden gecontroleerd en aanwezige uitwerpselen moeten worden verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er huisdieren op het kampeerterrein zijn toegestaan moet gezorgd worden dat er geen dierlijke uitwerpselen op het terrein terecht komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bezoekers en deelnemers moeten op de kampeergelegenheid voldoende sanitaire voorzieningen aanwezig zijn. Adviesberekening is 1 toilet op 60 gelijktijdig aanwezige bezoekers. Alle overige onder ‘toiletten’ genoemde voorwaarden zijn ook hier van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per 35 bezoekers is er 1 douche, met een minimum van 2. Het aantal douches en wastafels hangt af van het aantal overnachtende personen, de samenstelling van het publiek, het soort evenement (bijvoorbeeld festival, sportwedstrijd) en de openingstijden van de doucheruimte (bijvoorbeeld 24 uur per dag open of korte openingstijden, of direct na een sportwedstrijd).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overnachten bezoekers in caravans en/of campers met een eigen chemisch toilet, dan moet er een stortplaats zijn voor het legen van de toiletten. De afvoer van de stortplaats is aangesloten op een gesloten afvoersysteem. In de onmiddellijke nabijheid van de stortplaats is een kraan. Deze kraan wordt alleen gebruikt voor het schoonmaken van de chemische toiletten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11Toegankelijkheid mensen met een beperking Gelet op het VN-verdrag Handicap moet bij de organisatie van een evenement aandacht worden geschonken aan de sociale en fysieke toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Hulp- en blindengeleidehonden voor blinden en slechtzienden, maar ook voor mensen met een motorische handicap, moeten toegelaten worden op een evenemententerrein. Bij maatregelen die genomen kunnen worden voor mensen met een beperking kan gedacht worden aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toegankelijkheid locatie Toegangs- en doorgangswegen die breed en hoog genoeg zijn: om voor rolstoelen goed toegankelijk te zijn moeten toegangswegen minimaal 150 centimeter breed zijn. Dit past binnen de eisen die de brandweer en hulpdiensten stellen met betrekking tot de bereikbaarheid. Bij obstakels op de toegangswegen is een vrije breedte van 90 centimeter noodzakelijk om rolstoelgebruikers en mensen met andere hulpmiddelen (rollator, scootmobiel) er zelfstandig te kunnen laten passeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerdere in- en uitgangen: grote drukte bij de in- en uitloop van een evenement is voor rolstoelgebruikers, mensen met andere hulpmiddelen en mensen die slecht ter been zijn vaak een groot probleem. Bij een afgesloten terrein is daarom een aparte in- en uitgang voor deze mensen wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pendeldienst: zorg bij het gebruiken maken van een pendeldienst dat deze ook toegankelijk is voor mensen met een beperking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondergrond: zorg voor een voldoende harde, vlakke en slipvrije ondergrond. Vermijd hoogteverschillen van meer dan 2 centimeter, deze vormen een hindernis. Gebruik waar nodig op- en afrijplaten of een hellingbaan (niet te stijl, maximaal 5%).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een goed toegankelijkheid evenement is niet alleen van belang voor mensen met een beperking. Hierbij moet ook gedacht worden aan ouderen met rollators en ouders met kinderwagens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen Kassa en stands: zorg dat een kassa of drank-, eet- en reclamestand bereikbaar en bruikbaar is voor rolstoelgebruikers. Dat betekent dat ze maximaal 100 centimeter hoog mogen zijn. Wanneer maar een deel van de stands hieraan voldoet, geef dit dan duidelijk aan en geef aan waar deze stands zich bevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanitair: zorg voor voldoende aangepaste toiletten en geef op het terrein zelf duidelijk aan waar deze te vinden zijn. Zorg dat een aangepast toilet altijd bruikbaar is, dus geen sleutel elders moeten halen of de ruimte als opslagruimte gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleedruimte en douches: zorg bij sportevenementen met deelnemers met een beperking voor geschikte kleedruimtes en douches met voldoende bewegingsruimtes en ondersteuningsfaciliteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoende licht: voorzie met name aan- en afvoerwegen van voldoende licht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zichtplekken podium: voor mensen met een lichamelijke beperking is de zichtbaarheid op het podium vaak een probleem. Hiervoor moet een ruimte bij het podium voor deze groep vrij worden gemaakt en vrij worden gehouden of moet gebruik worden gemaakt een toegankelijke en veilige verhoging. Er moeten zitplaatsen zijn voor begeleiders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parkeervoorzieningen: zorg voor voldoende parkeerplaatsen voor mensen met een beperking dicht bij het evenement/evenemententerrein. Gewenst is een afstand van niet meer dan 25 meter, maar maximaal 100 meter. Duidt deze parkeerplaatsen ter plaatse aan. Maak het mogelijk om minder valide mensen zo dicht mogelijk bij de ingang af te laten zetten. Maar hierover duidelijke afspraken met de veiligheidsmensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHBO: zorg dat een EHBO-voorziening, en eventuele relaxruimte, toegankelijk zijn voor mensen met een beperking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatie Goed gestructureerde en duidelijke taal: gebruik voor de te verspreiden informatie, zoals brochures, website (digitoegankelijk.nl of drempelvrij.nl), informatie op de locatie, goed gestructureerde en duidelijke taal in een goed leesbaar lettertype. Gebruik in de communicatie bij voorkeur “mensen/personen met een beperking” in plaats van “invaliden”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Correcte informatie over voorzieningen vooraf: het is voor mensen die er gebruik van willen maken belangrijk om vooraf te weten welke aangepaste voorzieningen er wel en niet zijn bij het evenement en waar deze te vinden zijn. Geef dit aan bij de te verspreiden informatie, bijvoorbeeld via de website van het evenement. Laat daarbij ook weten of en hoe mensen het van te voren moeten melden als ze gebruik willen maken van een bepaalde voorziening, zoals bijvoorbeeld van zichtplekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangepaste informatievoorziening: voor blinde en slechtziende mensen is schriftelijke informatie slecht bruikbaar. Filmpjes of geluidsopnamen op internet bieden voor hen mogelijkheid tot meer informatie. Ook kan overwogen worden de mogelijkheid te bieden informatie op de website door de computer te laten voorlezen. Voor dove of slechthorende mensen is een andere informatievoorziening nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorg voor duidelijke signalering op de juiste hoogte. Geef aan waar aangepaste voorzieningen te vinden zijn op het evenemententerrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op deze bepalingen over het toegankelijk maken van evenementen voor mensen met een beperking wordt gewezen in een evenementenvergunning of bij de acceptatie van een melding, als dat op het betreffende evenement van toepassing is. De gemeente neemt deze maatregelen ter informatie ook op de gemeentelijke website op.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.12Kansspelen Loterij Voor het organiseren van een loterij is op grond van artikel 3 van de Wet op de kansspelen een vergunning nodig. Om een vergunning te kunnen krijgen moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De belangrijkste zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elke loterij moet de doelstelling van de loterij van algemeen belang zijn, zoals bijvoorbeeld de bouw van een nieuw clubhuis voor de sportvereniging, het kopen van nieuwe instrumenten voor de muziekvereniging of de renovatie van de kerk. Commerciële activiteiten vallen hier dus niet onder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezamenlijke waarde van de prijzen mag niet meer dan € 4.500,00 bedragen (prijspeil 2014, nog geldend). Als de totale (economische) waarde van het prijzenpakket meer bedraagt dan € 4.500,- is een vergunning nodig van de minister van Justitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten voor de loterij mogen niet meer bedragen dan 50% van de opbrengst van de verkochte loten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning moet worden aangevraagd in de gemeente waar de aanwijzing van de winnaars (trekking) gebeurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet achteraf een (financiële) verantwoording over de loterij bij de gemeente worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor afzonderlijke prijzen met een waarde van boven de € 449,00 (prijspeil 2014, nog geldend) moet kansspelbelasting worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klein kansspel Kleine kansspelen, zoals een vogelpiekspel, een rad van avontuur, een bingo, een enveloppenspel of vergelijkbare kleine kansspelen, moeten op grond van artikel 7c van de Wet op de kansspelen worden gemeld. Om een klein kansspel te mogen organiseren moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De belangrijkste zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">De organiserende vereniging/instelling moet minimaal 3 jaar bestaan en heeft een duidelijk omschreven doel, niet zijnde de beoefening van enige vorm van kansspelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelstelling van het kansspel mag niet in strijd zijn met het algemeen belang, zoals bijvoorbeeld de bouw van een nieuw clubhuis voor de sportvereniging, het kopen van nieuwe instrumenten voor de muziekvereniging of de renovatie van de kerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prijzen in geld, premies of goederen mag geen hogere waarde hebben dan € 400,00 per serie/set. De gezamenlijke waarde daarvan mag geen hogere waarde hebben dan € 1.550,00 per bijeenkomst (prijspeil 2014, nog geldend).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de locatie waar het kansspel wordt georganiseerd vindt op hetzelfde moment geen soortgelijke bijeenkomst plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden van de organiserende vereniging mogen op geen enkele manier persoonlijk voordeel halen uit het organiseren van het kansspel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achteraf hoeft geen (financiële) verantwoording over het kleine kansspel bij de gemeente ingediend te dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.13Communicatie en aankondiging 4.13.1 Omwonenden De organisatie zorgt ervoor dat bewoners en bedrijven, die mogelijk directe hinder ondervinden van het evenement of verkeersmaatregelen daarvoor, minimaal 2 weken voorafgaand aan het evenement worden geïnformeerd. Dit gebeurt door middel van een direct communicatiemiddel, zoals een brief. Hierin wordt in ieder geval vermeld: de datum/data en tijd(en) van het evenement, de aard van het evenement en de naam en het telefoonnummer van de contactpersoon tijdens het evenement en tijdens de op- en afbouw van het evenement. Indien van toepassing worden ook verkeersmaatregelen vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie zorgt ervoor dat inwoners van de gemeente minimaal 2 weken voorafgaand aan het evenement worden geïnformeerd over het plaatsvinden van het evenement en eventuele consequenties voor de inwoners. Dit kan via de plaatselijke of regionale huis-aan-huis bladen of het Toeristisch Informatie Punt (TIP).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.13.2Promotie of aankondiging Ter promotie of aankondiging van evenementen kunnen de digitale informatiezuilen die op verschillende plekken in de gemeente staan worden gebruikt voor het aankondigen van evenementen. Om een evenement hierop aan te kondigen moet contact op worden genomen met TIP. Daarnaast kunnen spandoeken worden opgehangen op de daarvoor aangewezen locaties (met vergunning). Het plakken van affiches op gemeente-eigendommen of eigendommen van derden en het plaatsen van sandwichborden/driehoeksborden is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.14Overig 4.14.1 Standplaatsen Weekmarkt Op dagen dat de weekmarkt wordt gehouden is het marktterrein in principe niet beschikbaar voor het houden van evenementen of het treffen van voorbereidingen daarvoor. In paragraaf 4.4.1 is opgenomen op welke dagen welke locaties in principe niet beschikbaar zijn, omdat daar dan een weekmarkt wordt gehouden. Slechts in uitzonderlijke gevallen, behoudens de kermis, wordt als het onmogelijk is het evenement op een andere locatie of ander tijdstip te organiseren in overleg met de Marktmeester de weekmarkt verplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reguliere standplaatsen In de gemeente is een aantal locaties gelegen die door reguliere standplaatsen worden ingenomen. Dit betekent een structurele bezetting van dit stuk openbaar gebied. Als verzocht wordt een evenement op een dergelijke locatie of in de directe omgeving daarvan plaats te laten vinden, is het uitgangspunt dat de reguliere standplaats op de betreffende locatie ingenomen mag blijven. Als dit onmogelijk is, zal bij uitzondering overleg gevoerd worden met de standplaatshouder voor een alternatieve locatie gedurende het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten tijde van kermissen worden de reguliere standplaatsen wel verplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op of bij evenementen Standplaatsen op een evenement worden niet gezien als standplaatsen in de zin van de APV (artikel 5:17 APV). Deze standplaatsen vallen onder de verantwoordelijkheid van de organisator. Aan derden wordt geen vergunning verleend voor het innemen van een tijdelijke of incidentele standplaats in de (directe) nabijheid van een evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.14.2Gemeentelijke eigendommen Als voor het evenement gebruik wordt gemaakt van het openbaar gebied dan moet hiervoor toestemming worden gevraagd. Het indienen van een melding of aanvraag door de organisatie van het evenement wordt gezien als het verzoek om die toestemming. Bij de behandeling van de melding of de aanvraag wordt beoordeeld of het terrein geschikt is voor het organiseren van het betreffende evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.14.3Verzekeringen De organisatie van een evenement is verantwoordelijk voor het evenement en een goed verloop daarvan. Er kunnen echter altijd onvoorziene omstandigheden optreden of een ongelukje gebeuren. Daarom wordt voor alle soorten evenementen die op gemeente-eigendom plaatsvinden en die georganiseerd worden door een vereniging, stichting of bedrijf een aansprakelijkheidsverzekering verplicht gesteld. Voor evenementen die elders plaatsvinden of bij evenementen op gemeente-eigendom die niet door een vereniging, stichting of bedrijf worden georganiseerd wordt een aansprakelijkheidsverzekering geadviseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het gebied van verzekeringen wordt voor alle soorten evenementen het volgende geadviseerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijwilligersverzekering: als bij een evenement gebruik wordt gemaakt van vrijwilligers, zijn deze veelal verzekerd via de collectieve vrijwilligersverzekering van de gemeente. Vanwege de specifieke situaties per organisatie is het verstandig om vooraf contact op te nemen met de verzekeraar of deze gedekt zijn (zie hiervoor de website van de gemeente);</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenementenverzekering: deze verzekering kan afgesloten worden om te verzekeren tegen de financiële risico’s die een organisatie loopt als een evenement moet worden onderbroken, uitgesteld of afgelast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisator wordt erop attent gemaakt om contact op te nemen met de verzekeringsmaatschappij voor controle van de dekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.14.4Collectieve vrijwilligersverzekering Vrijwilligers verrichten werkzaamheden die risico’s met zich mee kunnen brengen. Het is daarom van belang dat vrijwilligers goed verzekerd zijn. De gemeente heeft hiervoor een collectieve vrijwilligersverzekering afgesloten. Vrijwilligers hoeven zich niet apart aan te melden voor de collectieve verzekering. Deze collectieve verzekering geldt automatisch voor iedere vrijwilliger die in enig organisatorisch verband onverplichte en onbetaalde werkzaamheden verricht ten behoeve van anderen en/of de samenleving waarbij een maatschappelijk belang wordt gediend. Omdat de collectieve vrijwilligersverzekering beperkende voorwaarden kent is het raadzaam om als organisatie zelf nog een aanvullende vrijwilligersverzekering af te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk5Bijzondere evenementen 5.1Carnaval 5.1.1 Collectieve festiviteit In artikel 4:2 van de APV heeft de gemeenteraad jaarlijkse collectieve festiviteiten aangewezen. Voor een aangewezen collectieve festiviteit gelden de geluidsnormen als bedoeld in artikel 2.17, 2.19 en 2.10 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, in artikel 4:5 van de APV of in paragraaf 4.6.1 van dit uitvoeringsbeleid evenementen niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Carnaval is voor alle kernen aangewezen als jaarlijks terugkerende collectieve festiviteit. Voor inrichtingen gelden tijdens de collectieve festiviteiten aparte geluidsnormen tot de in artikel 4:2 lid 7 opgenomen tijden. Deze geluidsnormen zijn opgenomen in artikel 4:2 APV.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1.2Carnavalsoptocht Naast de in paragraaf 5.7 genoemde criteria worden de voorschriften, zoals hieronder opgenomen, verbonden aan het organiseren van een carnavalsoptocht of vergelijkbare andere optocht met carnavalswagens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de grootte van carnavalswagens kan het noodzakelijk zijn dat bomen langs de route worden gesnoeid voor de optocht of dat lantaarnpalen gedraaid moeten worden. Dat zijn niet gewenste ingrepen in het openbaar gebied en zullen dus ook niet uitgevoerd worden ten behoeve van een carnavalsoptocht. Daarnaast kunnen carnavalswagens instabiel zijn of niet brandveilig. Om die reden moeten alle carnavalswagens die deelnemen aan een optocht in de gemeente aan de volgende voorschriften voldoen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De afmetingen van de wagens moeten zodanig zijn dat de wagens veilig en ongehinderd de te volgen route kunnen rijden. Dit betekent dat de hoogte zodanig moet zijn dat de route kan worden gereden zonder dat bomen, lantaarnpalen en andere obstakels worden beschadigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als gebruik wordt gemaakt van een schuif- en/of kantelmechanisme moet de uitbeelding op de wagen in snel tempo teruggebracht kunnen worden. Het zwaartepunt van de constructie moet binnen de wielbasis en spoorbreedte van de wagen blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle wagens moeten op een deugdelijke manier aan de voor-, achter- en zijkanten dicht zijn, zodat de wielen worden afgeschermd, waarbij aan de onderzijde een vrije ruimte aanwezig moet zijn van minimaal 25 tot maximaal 35 centimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle wagens moeten op een deugdelijke manier aan het trekkende voertuig zijn bevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle wagens moeten aan de voor- en achterzijde voorzien zijn van een trek- of sleepoog (voor noodsituaties).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zwaartepunt van de wagen moet zodanig liggen dat bij een klapband of dergelijke de wagen niet kantelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij scharende wagens moeten er minimaal 4 begeleiders aanwezig zijn, op iedere hoek 1. Bij niet scharende wagens moeten er minimaal 2 begeleiders aanwezig zijn. De begeleiders moeten minimaal 16 jaar zijn en duidelijk herkenbaar zijn aan een witte armband om de linkerarm of een opvallend tenue voorzien van het verenigingslogo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestuurder van het voertuig moet steeds een goed uitzicht hebben. Afwijking hiervan is alleen toegestaan als 1 extra begeleider en de chauffeur van de wagen gezamenlijk in direct onderling contact met elkaar staan via een elektronisch communicatiemiddel, zodat de chauffeur over de te rijden route kan worden geloodst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidproducerende voorzieningen mogen niet (haaks) op het publiek gericht zijn. De geluidproducerende voorzieningen op de wagen moeten naar voren worden gericht, naar de loopgroep toe. De geluidproducerende voorzieningen op het startwagentje moeten naar achteren worden gericht, ook naar de loopgroep toe. Vanwege mogelijke overlast wordt geadviseerd de geluidproducerende voorzieningen zo laag mogelijk te hangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemiddelde geluidsniveau ter hoogte van de loopgroep voor de wagen mag niet hoger zijn dan 103 dB(A).</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen die vervoerd worden op of in de wagen of zich bevinden in de loopgroep rondom de wagen moeten gehoorbescherming met een minimale beschermingsfactor van SNR15 dragen (geen schuimoordoppen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen die zich op de wagen op een hoogte van meer dan 2,5 meter van de grond bevinden moeten door aanlijnen, zekeren of een andere deugdelijke valbeveiliging voorzien zijn van een valbeveiliging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De snelheid die gereden mag worden mag niet hoger zijn dan 15 km/uur (stapvoets).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als in een act bij de wagen gebruik wordt gemaakt van motorvoertuigen mag de snelheid ook met deze voertuigen, welke moeten behoren tot de langzaam verkeer categorie, niet hoger zijn dan 15 km/uur (stapvoets). Binnen 5 seconden moet het voertuig tot stilstand kunnen worden gebracht. Voertuigen die niet stapvoets kunnen rijden en voertuigen die niet tot de langzaam verkeer categorie behoren zijn niet toegestaan. Met geen enkel motorvoertuig mag tegen de rijrichting in worden gereden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de buitenzijde van de wagen moet een externe noodrem aanwezig zijn of er moet wanneer de chauffeur ingebouwd is in de wagen een tweede persoon de chauffeur vergezellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van luchtdrukflessen, compressoren en appendages is toegestaan, mits gebruik wordt gemaakt van veilig en deugdelijk materiaal (bij voorkeur voorzien van een keurmerk).</p>\n<p class=\"lf-p\">Brandveiligheid:</p>\n<p class=\"lf-p\">Op elke wagen moet minimaal een goedgekeurd draagbaar blustoestel met een inhoud van minimaal 6 liter/kilo beschikbaar zijn, geschikt voor het blussen van branden in brandklasse A, B en C. Elk ander object, niet zijnde een wagen, moet ook van een dergelijk blustoestel zijn voorzien als gebruik wordt gemaakt van brandbare vloeistoffen en/of gassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de chauffeur ingebouwd is in de wagen moet de chauffeur over een eigen blustoestel kunnen beschikken. In de nabijheid van de ingebouwde chauffeur wordt een koolstofmonoxidemelder geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de chauffeur, de eventuele bijrijder en andere personen die zich op of in de wagen bevinden moet er een vluchtweg zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van vuur is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het trekkende voertuig is ingepakt, moet een goede ventilatie van uitlaatgassen zijn gewaarborgd. Uitlaatgassen moeten de wagen kunnen verlaten via een degelijke afvoer, zonder dat deelnemers en toeschouwers hier hinder van hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebruik van een generator ter opwekking van elektrische energie moet deze zijn voorzien van een deugdelijke isolatiebewaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mag maximaal 10 liter brandbare vloeistof als voorraad worden meegevoerd. Deze moet opgeborgen zijn in deugdelijke, speciaal daartoe bestemde houders die zorgen dat de vloeistof stevig op de plek blijft staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gasflessen en brandbare vloeistoffen (behalve die voor generatoren) zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van gemakkelijk brandbare materialen (polystereen schuim, plastic, etc.) moet tot een minimum beperkt worden en als het aanwezig is afgeschermd worden van hitte bronnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de optocht mogen geen voorwerpen van de wagens vallen of worden gegooid. Het is toegestaan snoepgoed of slingers van de wagen te werpen, mits dit gericht op het publiek en van de wagen af plaatsvindt en op een zodanige wijze dat niemand er schade van ondervindt of letsel door oploopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Confetti of papiersnippers waarin plastic is verwerkt zijn niet toegestaan, er moet gebruik worden gemaakt van biologisch afbreekbaar materiaal. Ook overmatig gebruik van confetti of papiersnippers is verboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beschikbaar hebben en gebruik van alcoholhoudende dranken en/of drugs voor of tijdens de optocht is niet toegestaan. Onder invloed verkerende personen mogen niet deelnemen aan de optocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle deelnemers moeten zich onthouden van bedreiging, discriminatie en/of ernstige belediging en alles wat in strijd is met goede zeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wagens, uitbeeldingen en trekkende voertuigen mogen niet voorzien zijn van discriminerende teksten of tekens of dit karakter hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelname aan de optocht met dode dieren is niet toegestaan. Met levende dieren mag uitsluitend deel worden genomen als dat op een diervriendelijke manier gebeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar mogelijk moet het gebruik van voertuigen in de optocht met dieselmotoren worden beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de bouw van de wagens wordt vanuit gemeentewege niet gecontroleerd of aan de voorschriften wordt voldaan. Voorafgaand aan en tijdens de optocht kan steekproefsgewijs gecontroleerd worden. De organisatie van de optocht moet toezien op de naleving van de voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1.3Weersomstandigheden De organisator van de optocht moet vanaf windkracht 5 nadrukkelijk overwegen en afwegen of ‘windgevoelige objecten’ moeten worden uitgesloten van de optocht. Dat windstoten de aangegeven windkracht te boven gaan moet daarbij in acht worden genomen. Vanaf windkracht 6 moet de organisator van de optocht ‘windgevoelige objecten’ in ieder geval uitsluiten van de optocht(en). Dit geldt ook bij lagere windsnelheden in combinatie met winstoten van 50km/u en hoger. Daarnaast moet vanaf windkracht 5 de route van de optocht gecontroleerd worden op windgevoelige objecten/ situaties. Dat kan leiden tot omleiden of inkorten van de route om deze locaties te vermijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de openbare orde en veiligheid in het geding is kan de burgemeester besluiten de optocht in het geheel af te lassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s voor het publiek &amp; deelnemers tijdens onstuimig weer De volgende risico’s en gevaren zijn aannemelijk voor carnavalsoptochten tijdens onstuimig weer: omwaaien van windgevoelige carnavalswagens; wegwaaien van voorwerpen vanaf de carnavalswagens en/of andere windgevoelige objecten vanuit de omgeving; paniek in de menigte.</p>\n<p class=\"lf-p\">En het daaraan verbonden risico op slachtoffers. Deze risico’s kunnen zowel voor, tijdens of na de optocht plaatvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verantwoordelijkheden De organisator van een evenement is primair verantwoordelijk voor een veilig en ordelijk verloop van een evenement. Dus ook voor het nemen van maatregelen in geval van onstuimig weer. Dit moet door de organisatoren uitgewerkt zijn in een scenario slecht/extreem weer in het calamiteitenplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente (burgemeester) is het bevoegd gezag en kan de optocht afgelasten als de openbare orde en veiligheid in het geding zijn. De hulpdiensten ondersteunen en adviseren de gemeente hierin.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onstuimig weer Het actuele weerbeeld moet worden gemonitord voor en tijdens de optocht. Niets is veranderlijker dan het weer. Windstoten kunnen de aangegeven windkracht ver te boven gaan. De organisator is verantwoordelijk voor het monitoren van het weerbeeld en daarover afwegingen te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente monitort het eigen weerbeeld. Als het nodig is treedt de gemeente (op basis van weersbericht/-voorspelling) tijdig en frequent in overleg met de organisatoren van optochten en eventuele andere ‘weer- en windgevoelige’ carnavalsevenementen. Afhankelijk van plotseling veranderende (lokale) niet te voorspellen weersomstandigheden kan dit ook pas op het laatste moment zijn. Bijvoorbeeld als de regio getroffen wordt door windhozen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast moet de route van de optocht door de organisator worden gecontroleerd op windgevoelige objecten/situaties. Dit om te kijken of de route moet worden omgeleid of ingekort om deze locaties te vermijden. Ook het annuleren van de hele optocht kan noodzakelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2Kermissen 5.2.1 Collectieve festiviteit In artikel 4:2 van de APV heeft de gemeenteraad jaarlijkse collectieve festiviteiten aangewezen. Voor een aangewezen collectieve festiviteit gelden de geluidsnormen als bedoeld in artikel 2.17, 2.19 en 2.10 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, uit artikel 4:5 van de APV of in paragraaf 4.6.1 van dit uitvoeringsbeleid evenementen niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kermissen zijn voor alle kernen, op de dagen dat de kermis in die kern plaatsvindt, aangewezen als jaarlijks terugkerende collectieve festiviteit. Voor inrichtingen gelden tijdens de collectieve festiviteiten aparte geluidsnormen tot de in artikel 4:2 lid 7 opgenomen tijden. Deze geluidsnormen zijn opgenomen in artikel 4:2 APV.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.2Horeca tijdens kermissen Alleen bestaande horecagelegenheden met een geldende alcoholvergunning in de kern waar het op dat moment kermis is mogen, tijdens alle dagen van de kermis, de horeca-activiteiten op het bij de inrichting horende terras en daar direct aansluitend aan buiten de inrichting uitbreiden of een evenement organiseren bij hun horecagelegenheid die de normale bedrijfsvoering overstijgt. Ook op het kermissterrein, waar de attracties staan, of daar direct aangrenzend aan mogen evenementen worden georganiseerd waarbij horeca-activiteiten worden geëxploiteerd. In alle gevallen onder de voorwaarde dat de openbare veiligheid en de bereikbaarheid te allen tijde gewaarborgd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij dergelijke uitbreidingen van de inrichting of evenementen wordt het gebruik van kunststof drinkgerei en -flessen altijd verplicht gesteld. Dit geldt voor terrassen en direct aansluitend daaraan en zowel voor alcoholhoudende als niet-alcoholhoudende drank. Voor het binnengedeelte van de inrichting geldt dit niet, mits de horecaondernemer er op toeziet of laat zien dat er geen glaswerk of servies mee naar buiten en/of het terras gaat. Voor restaurants en andere horecabedrijven die voornamelijk gericht zijn op eten wordt de verplichting tot het gebruiken van kunststof drinkgerei en -flessen niet opgelegd, mits het gebruik van het servies en glaswerk uitsluitend inpandig en/of op het bij de inrichting horende terras plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.3Eetkramen op kermis De eindtijd voor de verkoop van etenswaren vanuit kramen op het kermisterrein kan gelijk worden gesteld met de sluitingstijd van omliggende horecagelegenheden, als de sluitingstijden van de horecagelegenheden afwijken van de eindtijd van de kermisattracties. Eetkramen mogen nooit langer open zijn dan de omliggende horecagelegenheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3Rijdende cafés Rijdende cafés, zoals herrie-, geluid- of zuipwagens, zijn niet toegestaan in de reguliere (carnavals)optochten. Ook mag met deze wagens geen aparte optocht gereden worden. Ook wordt niet toegestaan dat dergelijke wagens, individueel of met meerdere tegelijkertijd, over de openbare wegen van de gemeente rijden en neer worden gezet op een locatie binnen de gemeente met als doel het produceren van geluid en het drinken van alcohol, zoals bijvoorbeeld een pleinfeest. Dit geldt zowel voor locaties binnen de bebouwde kom, als buiten de bebouwde kom. Het maakt hierbij ook niet uit of de wagens met of zonder personen te vervoeren naar een locatie toe rijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4Schuurfeesten Schuurfeesten zijn feesten met meerdere van onderstaande kenmerken: georganiseerd door een groep personen in de leeftijd tot ongeveer 25 tot 30 jaar; een bepaald besloten karakter; zonder winstoogmerk; meer dan 100 bezoekers; in een tent of in een schuur, die niet bestemd is voor het houden van evenementen; waarbij muziek ten gehore wordt gebracht; waar alcoholische dranken worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schuurfeest, waarbij geen sprake is van een besloten feest en er meer dan 100 aanwezigen zijn, moet aangemerkt worden als evenement. Omdat in de gemeente sprake is van voldoende uitgaansmogelijkheden binnen de bestaande horecabedrijven en in het belang van de openbare orde wordt geen toestemming verleend voor schuurfeesten. Deze feesten zijn dus niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5Gemotoriseerde evenementen Openlucht Er worden 4 vormen van gemotoriseerde evenementen in de openlucht onderscheiden. De veiligheidsrisico’s voor deelnemers en publiek, de (geluids)overlast die veroorzaakt kan worden en het verstoren van de flora en fauna, zijn bij evenementen waarbij gemotoriseerde voertuigen worden gebruikt van dien aard, dat beperkt medewerking wordt verleend aan gemotoriseerde evenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wedstrijden of tochten met een wedstrijdelement op verharde en onverharde wegen en paden, zoals een autorally of autorace: alleen aan de bestaande (jaarlijks) terugkerende evenementen met auto’s, die bij eerdere edities geheel volgens de gestelde voorschriften zijn georganiseerd en waar uitsluitend openbare wegen (wegenlegger) worden gebruikt, wordt toestemming verleend. Aan overige gemotoriseerde evenementen wordt geen medewerking verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wedstrijden of een met een wedstrijd vergelijkbare demonstratie op (particuliere) terreinen, zoals auto- of motorcrosswedstrijden of -demonstratie zijn uitsluitend toegestaan op daarvoor ingerichte terreinen, zoals een motorcrossterrein, en op ruimtelijke tot evenemententerrein aangewezen locaties, mits het terrein ingericht is voor dergelijke activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pulling of trekkertrek wedstrijden mogen plaatsvinden op akker- en weilanden of hiervoor ingerichte ruimtelijk tot evenemententerrein aangewezen locaties. Er moet in alle gevallen voldaan worden aan de richtlijnen van Stichting European Pulling Safety. Naast de in de richtlijnen genoemde minimale maten en afscheidingen tussen de banen en het publiek moet in alle gevallen een extra baanafscheiding worden aangebracht in de vorm van barriers, greppels of vangrails. Deze extra baanafscheiding moet ook voldoen aan de richtlijnen van Stichting European Pulling Safety.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stuntshows met auto’s of motoren: aan stuntshows met auto’s of motoren wordt geen medewerking verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toertochten op verharde en onverharde wegen en paden waarbij de geldende verkeersregels opgevolgd moeten worden, zoals oriëntatieritten en een pijlenrit: uitsluitend aan toertochten over openbare wegen en paden, zoals die zijn aangegeven op de wegenlegger, wordt medewerking verleend. Alle deelnemers moeten voldoen aan de eisen van de Wegenverkeerswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor motorsportevenementen, waarbij gereden wordt met motoren zonder kenteken en deze motoren bestemd zijn voor de beoefening van motorsport, is mogelijk ook een ontheffing op basis van het Besluit geluidproduktie sportmotoren vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indoor Bij gemotoriseerde indoorevenementen mogen de gemeten piekwaarden van de blootstelling aan koolmonoxide (CO) niet boven de 150 ppm komen bij evenementen van maximaal 4 uur. Bij meerdaagse evenementen en evenementen die meer dan 4 uur per dag duren mogen de gemeten piekwaarden niet boven de 100 ppm komen. Hiervoor moeten de CO-waarden gedurende het hele evenement worden gemeten. De locaties van de meetpunten moeten zo worden gekozen dat de hoogste risico’s voor aanwezigen in beeld worden gebracht. De meetinstrumenten moeten goed gekalibreerd zijn. Bij een CO-waarde van 100 respectievelijk 150 ppm of hoger moeten de activiteiten stil worden gezet. Een tussentijds gemeten verhoogde CO-waarde van 50 ppm moet leiden tot extra maatregelen, bijvoorbeeld verhoogde ventilatie, openzetten van extra deuren, plaatsen van extra ventilatoren en het verhogen van de ventilatievoud. Als dit niet mogelijk is moet een extra pauze ingelast worden of moeten andere maatregelen ter reductie van de CO-uitstoot worden uitgevoerd. Zodra de CO-waarde weer tot onder 25 ppm is gedaald, is hervatten van de activiteiten weer toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het mogelijk is zonder (geluid)overlast voor omwonenden moeten motoren buiten worden opgestart. Het plaatsen van personen nabij het startpunt (achter de voertuigen) moet vermeden worden, omdat hier de hoogste concentraties CO te verwachten zijn, ver boven de toegestane waarden. Dit geldt in het bijzonder voor risicogroepen, zoals zwangeren, mensen met hart- en vaatziekten en (kleine) kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels met betrekking tot gehoorbescherming zijn ook op deze evenementen van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie informeert bezoekers over mogelijke gezondheidsrisico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6Circus In verband met de beperking van overlast en het “overvoeren” van het circuspubliek, is het doel om de circussen te spreiden over het kalenderjaar. Het gaat hierbij om circussen die openbaar toegankelijk zijn, dus waarvoor iedereen kaartjes kan kopen. Besloten circusvoorstellingen ten behoeve van speciale doeleinden, waarvoor geen entreegelden worden geheven, vallen niet onder onderstaande criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.1Locatie Circussen van beperkte omvang mogen 2 keer per jaar plaatsvinden op de locatie aan de Dalweg in Hapert. Deze locatie is ongeveer 80 x 80 meter groot. De speelperiodes moeten zijn gelegen in april/mei en in september/oktober. Om gebruik te mogen maken van het terrein moet een waarborgsom worden betaald, om zo schade achteraf aan de ondergrond te kunnen verhalen. Naast deze locatie kunnen openbare circussen ook op vakantieparken, grote campings of terreinen van andere recreatieve inrichtingen worden geplaatst. Daarvoor moet dan wel, los van de evenementenvergunning of -melding, toestemming zijn gegeven door de exploitant van de inrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het circusterrein in een dusdanige staat verkeert dat de gemeente het niet verantwoord acht om een circus plaats te laten vinden behoudt de gemeente het recht om een andere tijd of andere locatie dwingend aan het geboekte circus op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.2Indiening en beslissing De uiterlijke indieningdatum voor de aanvraag van een evenementenvergunning voor een circus is 1 november van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de optredens plaatsvinden. Een definitieve beslissing op de aanvraag wordt uiterlijk vóór 1 januari genomen en aan de circussen medegedeeld. De circussen zijn dan in staat om aaneensluitende tournees voor te bereiden. Deze indieningtermijn is afwijkend ten opzichte van de reguliere indieningtermijn voorafgaand aan het evenement, zoals bedoeld in paragraaf 6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.3Vereisten voor de aanvraag Een aanvraag moet het volgende bevatten: de periode van optreden; een zogenaamd circus- c.q. bouwboek met alle technische gegevens van de tent, (muziek)installaties, een stoelenplan, een plattegrond van de circustent, waarop aangegeven alle (nood)uitgangen en brandpreventieve maatregelen, een plattegrond van de terreinindeling (inclusief overige tenten, voertuigen, woonwagens en andere opstallen) en indien van toepassing een lijst van het soort dieren en het aantal daarvan; een overzicht van plaatsen waar het afgelopen seizoen is gespeeld; een calamiteitenplan in verband met de tent en eventuele dieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.4Selectiecriteria Als het aantal aangevraagde circussen het maximum overschrijdt worden bij de keuze uit de aanvragen de volgende selectiecriteria gehanteerd: circussen aan wie nog niet eerder een vergunning werd verleend komen het eerst aan bod. Vervolgens komt de aanvrager aan bod aan wie het langst geleden een vergunning is verleend. Daarna is de volgorde van binnenkomst van de aanvraag bepalend voor vergunningverlening. circussen die in het voorafgaande jaar een evenementenvergunning hebben gekregen komen niet in aanmerking voor een nieuwe vergunning, tenzij er onvoldoende aanvragen zijn ingediend; positieve beoordeling van het circus- c.q. bouwboek en calamiteitenplan door brandweer en/of politie; ervaringen van voorgaande jaren; ervaringen van andere gemeenten; het circus moet voldoen aan de primaire en secundaire bedrijfsvoeringsregels van de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO); het circus moet voldoen aan de Wet dieren, er mogen geen wilde dieren optreden en het dierenwelzijn mag niet in het geding zijn of komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een circus waarbij wangedrag van of gevaarzetting door de aanwezige medewerkers of dieren wordt geconstateerd kan voor maximaal 2 jaar worden uitgesloten van inschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.5Duur circus Ter voorkoming van onevenredige overlast voor de woon- en leefomgeving is het maximum aantal dagen van een evenementenvergunning bepaald op 7 dagen. Deze periode is inclusief op- en afbouw van het circus. Een eventuele verlenging kan worden besproken met de gemeente voordat toestemming wordt verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7Op- en intochten en wedstrijden met parcours Het soort op- of intocht of wedstrijd, de lengte van het parcours, de duur, het aantal deelnemers en het aantal toeschouwers bepalen de omvang van het evenement. Ook de mate van hinder die wordt ondervonden door het verkeer en de hulpdiensten speelt een rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Routes en verkeersmaatregelen Vaak worden op- en intochten en wedstrijden gehouden op wegen en paden die hiervoor voor een bepaalde duur afgesloten worden. De routes hiervoor moeten worden aangegeven op een plattegrond die bij het formulier voor het organiseren van een evenement gevoegd moet worden. Ook een verkeersplan moet bijgevoegd worden. De route wordt door de gemeente en andere partners (politie, VRBZO etc.) beoordeeld. Dit in verband met de bereikbaarheid van de hulpdiensten. Ook de te nemen verkeersmaatregelen komen hierbij aan de orde. De maatregelen zijn afhankelijk van de omvang van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontheffing Wegenverkeerswet Op grond van de Wegenverkeerswet is het verboden op de weg een wedstrijd met voertuigen, zoals auto’s, motoren en fietsen, te houden of daaraan deel te nemen. Hier kan ontheffing voor worden verleend. Deze ontheffing wordt verleend door de Minister van Infrastructuur en Milieu voor Rijkswegen of voor alle andere wegen door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Als alle wegen waarvoor ontheffing wordt gevraagd zijn gelegen in 1 gemeente dan wordt de ontheffing verleend door het college van burgemeester en wethouders. Als Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de ontheffing verlenen moet elke gemeente waarvan wegen voor de wedstrijd worden gebruikt verklaren geen bezwaar te hebben tegen het gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHBO Bij wedstrijden over een parcours is de kans op blessures aanzienlijk. De organisatie van een wedstrijd moet daarom altijd zorgen voor EHBO. Strategische punten voor EHBO in de route zijn dus van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bos- en natuurgebieden Op- en intochten en wedstrijden moeten zo min mogelijk overlast veroorzaken en geen schade aanrichten aan de omgeving. Een aantal gebieden is dan ook niet geschikt voor dit soort evenementen. Voor de voorschriften voor op- en intochten en wedstrijden in bos- en natuurgebieden wordt verwezen naar paragraaf 4.4.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wegafzettingen en verkeersregelaars Het veilige verloop hangt samen met het afzetten van de wegen en het inzetten van verkeersregelaars. De organisatie is verplicht op druk bezette punten verkeersregelaars in te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parkeergelegenheid Bij grotere wedstrijden worden veel deelnemers en toeschouwers verwacht. Om deze reden is de organisatie van grotere wedstrijden verplicht om te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid. Deze parkeergelegenheid moet aangegeven worden op de situatietekening die bij het formulier voor het organiseren van een evenement gevoegd moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.8Tochten Er zijn evenementen in de vorm van tochten zonder wedstrijdelement. Hierbij wordt vaak geen gebruik gemaakt van wegafsluitingen en verkeersomleidingen, maar worden verkeersbegeleiders en -regelaars ingezet. Hierbij wordt geen hinder veroorzaakt voor het verkeer en de hulpdiensten. Tochten worden om deze reden onderscheiden van optochten, intochten, en wedstrijden, zoals bedoeld in paragraaf 5.7. Voorbeelden hiervan zijn: toertocht, toerrit, wandeltocht, fietstocht, spooktocht, skeelertocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bos- en natuurgebieden Voor de voorschriften wanneer in bos- en natuurgebieden tochten gehouden mogen worden wordt verwezen naar paragraaf 4.4.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9Evenementen in paracommerciële inrichtingen In paracommerciële inrichtingen, zoals verenigingsgebouwen, gemeenschapshuizen en sporthallen, mogen (enkele) evenementen worden gehouden. Voordat een evenement in een dergelijke inrichting wordt verleend moeten de consequenties in beeld worden gebracht. In besluiten, huurovereenkomsten of bestemmingsplannen kunnen namelijk beperkingen zijn gesteld aan het houden van evenementen. Deze beperkingen kunnen variëren van een maximum aantal evenementen per jaar, het alleen toestaan van evenementen gerelateerd aan de doelstelling van de inrichting, regulering van consumptieprijzen en regulering van tijdstippen waarop consumpties mogen worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besloten feesten of bijeenkomsten, die dus niet aangemerkt kunnen worden als evenement, buiten de doelstelling van de paracommerciële inrichting om zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sluitingstijd De sluitingstijden, zoals die zijn opgenomen in artikel 2:29 van de APV, gelden. Een paar keer per jaar kan de exploitant een verruiming van de sluitingstijd vragen. Aan een verruiming worden voorwaarden verbonden, zoals bijvoorbeeld tot welk tijdstip de verruiming geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brandveiligheid De brandveiligheidsvoorschriften die voor een inrichting gelden zijn vastgelegd in een gebruiksvergunning dan wel gebruiksmelding. Deze voorschriften gelden in principe ook voor evenementen die gehouden worden binnen de inrichting. Bij evenementen kunnen echter aanvullende brandveiligheidsvoorschriften van toepassing zijn voor het afwijkend gebruik van het pand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluid Voor welke geluidsnormen gelden bij welke soort activiteit wordt verwezen naar paragraaf 4.6.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.10Evenementen in commerciële horeca-inrichtingen Activiteiten die behoren tot de normale bedrijfsvoering van de inrichting zijn geen evenementen. Als een activiteit wordt georganiseerd die niet behoort tot de normale bedrijfsvoering en aangemerkt moet worden als evenement kan een aantal zaken van belang zijn voor de inrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sluitingstijd De sluitingstijden, zoals die zijn opgenomen in artikel 2:29 van de APV, gelden voor de horeca-inrichting. Een paar keer per jaar kan de exploitant een verruiming van de sluitingstijd vragen. Aan een verruiming worden voorwaarden verbonden, zoals bijvoorbeeld tot welk tijdstip de verruiming geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brandveiligheid De brandveiligheidsvoorschriften die voor een inrichting gelden zijn vastgelegd in een gebruiksvergunning dan wel gebruiksmelding. Deze voorschriften gelden in principe ook voor evenementen die gehouden worden binnen de inrichting. Bij evenementen kunnen echter aanvullende brandveiligheidsvoorschriften van toepassing zijn voor het afwijkend gebruik van het pand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluid Voor welke geluidsnormen gelden bij welke soort activiteit wordt verwezen naar paragraaf 4.6.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.11Activiteiten tijdens WK, EK of NK Tijdens de periode van een WK, EK of NK worden er vaak activiteiten op straat georganiseerd, zoals het gezamenlijk kijken naar een sportuitzending. Dat moet gezien worden als een evenement. Gelet op de grote hoeveelheid van dergelijke evenementen in de hele politieregio Oost-Brabant en dus mogelijk beperkte inzet wordt zeer terughoudend omgegaan met het toestaan van dergelijke evenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.11.1Straatversiering Bij het versieren van straten en buurten, moet er rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de straat of buurt voor de hulpdiensten (politie, brandweer en ambulance). Het versieren van straten of buurten is toegestaan, voor zover dit plaatsvindt op particulier terrein. Voor versieringen in het openbaar gebied moet toestemming worden gevraagd aan de gemeente (artikel 2:10 APV).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.12Vechtsportgala’s Een vechtsportgala wordt aangemerkt als een evenement als het niet wordt georganiseerd in een regulier clubgebouw van een vechtsportvereniging of sportschool. Onder een regulier clubgebouw wordt verstaan de accommodatie waarin de vechtsport normaliter wordt getraind, beoefend, wedstrijden daarvoor worden gehouden of demonstraties worden gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vechtsportgala’s, en dus vechtsportevenementen, kunnen bijzondere risico’s met zich meebrengen ten aanzien van de openbare orde, veiligheid en gezondheid. Met name als het gaat om full contact vechtsporten, zoals kickboksen, Thaiboksen en Mixed Martial Arts. Op grond hiervan worden full contact vechtsportgala’s altijd als categorie C evenementen aangemerkt, waarbij altijd advies zal worden ingewonnen bij de regionale politie en/of het Openbaar Ministerie. Voor niet full contact vechtsportgala’s gebeurt dit niet als het gala naar aard en omvang aangemerkt kan worden als een kleinschalig evenement. In beide gevallen wordt de vergunning uitsluitend verleend als: de organisatie en/of vergunninghouder niet van slecht levensgedrag is; de organisatie en/of vergunninghouder aan is gesloten bij een door de NOC*NSF erkende bond; voldaan wordt aan de namens de Stichting Nederlandse Vechtsportautoriteit opgestelde richtlijn voor vechtsportevenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als besloten wordt de vergunning te verlenen, worden hieraan in elk geval voorwaarden verbonden over: het schenken en nuttigen van alcoholhoudende drank in de ruimte waar de wedstrijden plaatsvinden; het niet schenken en nuttigen van sterke drank in de ruimtes waar de wedstrijden niet plaatsvinden; de minimale leeftijd van bezoekers; transparante geldstromen, waarbij een registratie plaatsvindt van kopers van vip-tafels, sponsoren van het evenement en het prijzengeld en waarbij geen sprake is van contante betalingen; de aanwezigheid van voldoende gecertificeerde beveiligers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de gemeentelijke beleidsregel voor bevordering van integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) wordt bij alle vechtsportgala’s een Bibob-toets uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.13Schaatsen op natuurijs Als het enige dagen achter elkaar vriest bestaat de kans dat er geschaatst kan worden op natuurijs. Het kan dan gaan om ijsvorming op openbaar water of met water opgespoten pleinen e.d. Of er geschaatst kan worden hangt af van de duur van de vorstperiode. De gemeente doet geen uitspraken over de betrouwbaarheid van het schaatsijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra er sprake is van evenementen rondom het schaatsen kan het zijn dat het evenement gemeld moet worden of dat in uitzonderlijke gevallen een vergunning aangevraagd moet worden. Omdat echter niet duidelijk is wanneer de vorstperiode lang genoeg zal zijn om te kunnen schaatsen kan niet lang van te voren een aanvraag worden ingediend. Met de indieningstermijn wordt soepel omgegaan, maar wel op de voorwaarde dat een draaiboek voor het gebruik van het natuurijs klaar ligt voordat de winterperiode aanbreekt. In dat draaiboek moet ook aandacht worden besteed aan de eventuele ondersteunende voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.14Watersportevenementen Bij voorkeur vinden watersportevenement waarbij mensen te water gaan plaats in officiële of aangewezen zwemlocaties. Op die locaties zijn risico’s voor gezondheid en veiligheid van de zwemmers in kaart gebracht en beheerst. Voor evenementen in, op of rondom ongecontroleerde wateren moet de organisatie: bij de beheerder van het water advies vragen over de waterkwaliteit en veiligheid. Als een evenement plaatsvindt in de zomer kan door warmte de waterkwaliteit snel veranderen. De organisatie moet hiervoor met de beheerder van het water overleggen waarop hierbij gelet moet worden. rekening houden met veiligheidsaspecten in en rondom het water, zoals puin in en om het water, diepte van het water, koude waterlagen, enz. Hierbij moet ook gekeken worden naar of een deelnemer in problemen makkelijk of snel het water kan verlaten en hoe toezicht wordt gehouden om deelnemers in de problemen te assisteren of redden. de deelnemers informeren over mogelijke risico’s en ze gedragsadviezen geven. de toezichthouder van zwemwater in Brabant op de hoogte brengen van het evenement. De toezichthouder is Provincie Noord-Brabant, maar namens hen is Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant de contactpersoon (zwemwater@odzob.nl of 073-6808058).</p>\n<p class=\"lf-p\">Watersportevenementen in de zin van varen met gemotoriseerde vaartuigen, zoals waterscooters, ‘jetski’-vaartuigen of soortgelijke vaartuigen, zijn op alle wateren in de gemeente verboden, omdat zich daarvoor in de gemeente geen geschikte wateren bevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.15Mud en obstacle runs Een Mud- en Obstacle run is nooit zonder risico’s. Er zal altijd gevaar zijn voor de gezondheid en veiligheid voor de deelnemers. Zo is er een hoog risico op letsel, zoals kneuzingen en botbreuken. Daarnaast bestaat de kans op het oplopen van infectieziekten. Om deze risico’s te beperken moeten maatregelen worden getroffen. De GHOR zal voor dit type evenement altijd maatwerkadvies leveren, maar de volgende maatregelen zijn altijd verplicht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is altijd een EHBO-post aanwezig met voldoende materiaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn voldoende EHBO-ers en minimaal 1 ALS-team (bestaande uit één ambulanceverpleegkundige en -chauffeur) aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De EHBO-ers en het ALS-team moeten over het gehele parcours binnen 5 minuten inzetbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet geregistreerd worden bij welk obstakel welk type letsel wordt opgelopen. Van te voren moet de organisatie bedenken bij hoeveel personen met letsel een obstakel wordt gesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor overige maatregelen die de organisatie kan nemen om risico’s is binnen de VRBZO een factsheet ontwikkeld. Deze factsheet hanteert de gemeente in het overleg met de organisatie van een Mud- en Obstacle run.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.16Slipjacht Bij een slipjacht wordt een reukspoor uitgezet, als simulatie voor wild. Honden moeten dat reukspoor volgen, waarbij ze gevolgd worden door de “jager” met zijn paard. Door slipjachten kan het aanwezige wild worden verstoord, waardoor ook de normale jacht verstoord kan worden. Om die reden wordt geen medewerking verleend aan evenementen waarbij sprake is van het organiseren van een slipjacht. Dit geldt zowel voor slipjachten over al dan niet openbare wegen/paden als voor akker- en weilanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.17Wapens Voor het gebruik van wapens, in welke vorm dan ook, tijdens evenementen is altijd apart toestemming nodig. Voor het meevoeren van wapens uit categorie III of IV tijdens een re-anactment (naspelen of uitbeelden historische gebeurtenis) is verlof nodig van de korpschef, welke een verklaring van geen bezwaar zal vragen aan de burgemeester. Als het alleen gaat om optochten met wapens uit deze categorie is alleen toestemming van de burgemeester nodig. Voor het gebruik van (nep)wapens uit categorie I of II moet ontheffing worden gevraagd aan de Minister van Justitie en Veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Speelgoedwapens met een CE-keurmerk volgens de Europese speelgoedrichtlijn, die van kracht is in Nederland, zijn wel toegestaan. Deze mogen alleen niet naar publieke ruimtes worden meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.18Jaar- en rommelmarkten In 4 kernen wordt een jaarlijks terugkerend groot opgezette jaar- of rommelmarkt georganiseerd. Hiervoor moeten grootschalige maatregelen (in belang van openbare orde, voorkomen of beperken van overlast (parkeren/geluid) en de verkeersveiligheid) worden getroffen. Het betreft: Koningsmarkt en Boerenmèrt in Hapert, Loonse Lentemert in Hoogeloon, de Zomermarkt en Toeristische dagen in Bladel en de Brigidamarkt in Netersel. Met het uitbreiden van soortgelijke evenementen moet zorgvuldig worden omgegaan om scheefgroei te voorkomen. Het houden van teveel van dergelijke (grootschalige) evenementen kan ten koste gaan van andere (mogelijke) evenementen. Om een te grote belasting voor de betreffende kernen te voorkomen moet met een uitbreiding van grootschalige jaar- of rommelmarkten terughoudend en evenwichtig om worden gegaan. Voor nieuwe activiteiten op dit terrein moet aangetoond worden dat binnen de betreffende kern hiervoor draagvlak bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.19Vreugdevuren Uitsluitend voor vreugdevuren en culturele vuren, zoals kampvuren en de traditionele kerstboomverbrandingen en Sint Maartensvuren, wordt ontheffing verleend van het stookverbod wat is opgenomen in de APV. Aan een ontheffing worden regels in het kader van brandveiligheid verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk6Vergunningen en meldingen 6.1Voorfase Het organiseren van een evenement start met een idee van de organisator. Dit idee werkt de organisator uit en op enig moment wordt in overleg met de gemeente getreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.1Vooraankondiging Organisatoren kunnen een vooraankondiging doen bij de gemeente. Vooraankondigingen hebben tot doel gemeenten in een vroegtijdig stadium kennis te laten nemen van de voorziene evenementen. Vooraankondigingen hebben dan ook niet de status van melding of aanvraag. Zodra een vooraankondiging wordt ontvangen wordt deze op de interne evenementenkalender geplaatst. Plaatsing op de interne evenementenkalender biedt geen zekerheid over de toelaatbaarheid van het evenement. Er vindt voorafgaand aan plaatsing dan ook geen inhoudelijke toets plaats. Categorie B- en C-evenementen worden ook vast geplaatst in DigiMak.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.2Vooroverleg Een vooroverleg tussen de organisator en de gemeente helpt om informatie uit te wisselen. Enerzijds over het beoogde evenement, anderzijds over het te doorlopen evenementenproces en de vergunningverlening. Verwachtingen over en weer kunnen worden doorgenomen. In het verdere (formele) proces komen beide partijen minder snel voor verrassingen te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van het evenement (vergunningsplichtig of niet) en de behoefte van de vergunningverlener, kunnen de adviesdiensten ook aansluiten bij een vooroverleg. De uitnodiging hiervoor moet tijdig worden gedaan. In het vooroverleg worden geen inhoudelijke adviezen over het evenement verstrekt. Door de adviesdiensten zal over oplossingsrichtingen worden meegedacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.3Voorlopige behandelaanpak Op basis van de vergaarde informatie in de voorfase wordt door de gemeente een voorlopige behandelaanpak volgens de behandelscan (hoofdstuk 3) bepaald. Met een voorlopige behandelaanpak stelt de gemeente de organisator in staat om een tijdige en complete aanvraag in te dienen. Immers gelden bij de verschillende behandelclassificaties andere behandeltermijnen en indieningsvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.4Opzetten van het evenementenproces Al in de voorfase kan de gemeente het verdere evenementenproces opzetten en (overleg)data gaan inplannen. In het geval van C-evenementen kan de casemanager van de veiligheidsregio met de gemeente meedenken over de opzet van het proces.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2Aanvraag 6.2.1 Aanvraagformulier Voor het doen van een vergunningaanvraag of melding moet gebruik worden gemaakt van een daarvoor vastgesteld aanvraagformulier. Andere toestemmingen die nodig zijn voor het evenement kunnen via hetzelfde formulier worden aangevraagd. Gedacht kan dan worden aan een ontheffing Alcoholwet, ontheffing voor het produceren van geluid en een melding brandveilig gebruik voor het plaatsen van een tent. Als de aanvraag of melding op een andere manier dan via het vastgestelde aanvraagformulier wordt ingediend, moet deze aangevuld worden met het aanvraagformulier. Pas na ontvangst van het aanvraagformulier wordt de aanvraag of melding in behandeling genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanvraagformulier kan gedownload worden van de gemeentelijke website.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.2Bijlagen Bij het aanvraagformulier moeten de daarop vereiste bijlagen worden ingediend. Bij elke aanvraag of melding moet in ieder geval een overzichtstekening (situatie- en indelingstekening) van de evenementenlocatie op schaal (maximaal 1:20.000), ingetekend op een kadastrale ondergrond worden bijgevoegd. Op het vastgestelde aanvraagformulier staat aangegeven welke zaken op de overzichtstekening aangegeven moeten worden en welke bijlagen in welke situaties vereist zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de beoordeling van een aanvraag meer gegevens nodig zijn kan de gemeente hierom verzoeken. De aanvrager krijgt dan een termijn van in principe 2 weken om de benodigde gegevens aan te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3Indieningstermijnen De hieronder genoemde indieningstermijnen gelden niet voor evenementen waarbij openbare circussen worden georganiseerd of schaatsbanen op natuurijs in gebruik worden genomen. Daarvoor gelden afwijkende indieningstermijnen, zie paragraaf 5.6 en 5.13.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.1Meldingsplichtige evenementen De melding moet minimaal 6 weken voorafgaand aan het evenement worden ingediend. Deze termijn geldt tevens voor eventuele andere toestemmingen die nodig zijn voor het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.2Vergunningsplichtige evenementen In de APV is in artikel 1:8 lid 2 opgenomen dat een vergunning of ontheffing geweigerd kan worden als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Deze termijn kan op grond van het derde lid worden verlengd tot ten hoogste 26 weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor B-evenementen wordt de termijn verlengd naar 8 weken. Voor C-evenementen wordt de termijn verlengd naar 26 weken. Dit geldt in beide gevallen ook voor de andere benodigde toestemmingen die nodig zijn voor het evenement. Dit betekent dat als een aanvraag voor een evenementenvergunning minder dan 8 respectievelijk 26 weken voor de datum van het evenement wordt ingediend en een goede behandeling niet meer mogelijk is, dat de vergunning in beginsel geweigerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4Procedure Voor de procedure wordt aangesloten bij hetgeen in het Uitvoeringsbeleid Kwaliteit Vergunningen, Toezicht en Handhaving is omschreven. De burgemeester is bevoegd te besluiten over evenementen. Over andere toestemmingen die nodig zijn voor het evenement besluit het college dan wel de burgemeester.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4.1Melding- en vergunningsplichtige evenementen Algemeen De melding of aanvraag wordt ingediend via het vastgestelde aanvraagformulier. Op het formulier worden overige benodigde toestemmingen tegelijkertijd mee aangevraagd. Het aanvraagformulier met bijlagen wordt na ontvangst door de gemeente doorgezonden naar afdeling VTH de Kempen. De melding of aanvraag wordt bij afdeling VTH de Kempen als zaak geregistreerd in een geautomatiseerde procedureapplicatie. Per zaak wordt een verantwoordelijke voor het hele proces aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt kritisch gekeken naar de volledigheid van een melding of aanvraag. Bij een onvolledig ingediende melding of aanvraag wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de melding of aanvraag binnen een redelijke termijn, in principe 2 weken, aan te vullen en/of te verbeteren. De beslistermijn wordt opgeschort met de termijn die gebruikt wordt voor het indienen van de benodigde gegevens. Als de gegevens niet tijdig of niet volledig worden aangeleverd wordt de melding of aanvraag niet verder in behandeling genomen. Aanvragen die te laat binnenkomen (minder dan 8 respectievelijk 26 weken voor aanvang van het evenement) worden in beginsel geweigerd als dat een goede behandeling in de weg staat. Deze werkwijze geldt bij alle evenementen, dus ook voor evenementen die al vaker zijn georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Een meldingsplichtig evenement wordt geclassificeerd op basis van de behandelscan. In beginsel worden meldingen niet inhoudelijk beoordeeld. Alleen als er een vermoeden is dat door het organiseren van het evenement de belangen van openbare orde of veiligheid, volksgezondheid en de bescherming van het milieu worden geschaad wordt een inhoudelijke beoordeling gemaakt. Na classificering op basis van de behandelscore wordt een ontvankelijkheidstoets uitgevoerd. Bij een positieve toets van volledigheid wordt een acceptatie van de melding gestuurd. Voordat dit wordt gedaan wordt vanaf de risicoscore genoemd in het Uitvoeringsbeleid Kwaliteit Vergunningen, Toezicht en Handhaving de burgemeester geïnformeerd over het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitend in bijzondere situaties of bij specifieke situaties wordt advies gevraagd aan de veiligheidsmedewerker van de gemeente, de politie, VRBZO of de GHOR. In het geval van het vragen van advies wordt de ingevulde behandelscan meegestuurd. Er wordt globaal beoordeeld of maatwerkvoorschriften nodig zijn boven op de standaardvoorschriften. De geaccepteerde melding, met bijbehorende toestemmingen, wordt toegezonden aan de aanvrager en bekend gemaakt door publicatie in een van gemeentewege uitgegeven blad, op de gemeente website of via digitale bekendmaking. De gemeente stelt de politie en de VRBZO (brandweer) in kennis van de melding. Zij hebben dan de mogelijkheid om met gebruikmaking van hun wettelijke bevoegdheden, met de organisator van het evenement in contact te treden over mogelijk noodzakelijke maatwerk afspraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Bij aanvragen om evenementenvergunningen wordt na classificatie op basis van de behandelscan een ontvangstbevestiging gestuurd. In de ontvangstbevestiging wordt vermeld dat de aanvraag is ontvangen en binnen welke (wettelijke) termijn een besluit op de aanvraag wordt genomen. De burgemeester wordt geïnformeerd over de aanvraag en er vindt overleg met hem/haar plaats over het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor B-evenementen wordt in principe uitgegaan van een monodisciplinaire aanpak. Monodisciplinair worden (maatwerk)adviezen per mail gevraagd aan de veiligheidsmedewerker van de gemeente en aan de politie en via een ketenportaal aan de VRBZO/GHOR. Bij het vragen van advies wordt de ingevulde behandelscan meegestuurd. De veiligheidsmedewerker van de gemeente verzorgt naast de advisering bij middelgrote/complexe B-evenementen tevens een toets op hoofdlijnen van het veiligheids- en calamiteitenplan, een inhoudelijke toetsing vindt niet plaats. Bij het uitbrengen van advies wordt onder andere ingegaan op de vraag of er maatwerkvoorschriften nodig zijn boven op de standaardvoorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Optioneel kan voor B-evenementen gekozen worden voor een multidisciplinaire aanpak. Voor C-evenementen wordt onder regie van de gemeente, eventueel ondersteund door de casemanager van de VRBZO, altijd uitgegaan van een multidisciplinaire aanpak. Door de multidisciplinaire behandeling wordt integraliteit geborgd. Voordat advies wordt gevraagd wordt onder regie van de gemeente samen met de hulpdiensten een multidisciplinaire risicoanalyse uitgevoerd*. Vervolgens wordt per mail advies gevraagd aan de veiligheidsmedewerker van de gemeente en de politie en via een ketenportaal aan de VRBZO/GHOR. Bij het vragen van advies wordt de ingevulde behandelscan meegestuurd. Voor C-evenementen geeft de VRBZO hierbij aanvullend advies over alarmering, opschaling, informatiemanagement, leiding en coördinatie, organisatie en over samenvallende evenementen in de regio. Zo nodig wordt een multi-gedisciplineerd overleg gepland. De gemeente voert de contacten met de organisatie. Als een C-evenement voor de eerste keer wordt georganiseerd, voert de gemeente een intakegesprek met de organisatie. Bij C-evenementen vindt een volledige beoordeling plaats op maatwerkvoorschriften. Bij het uitbrengen van advies worden de maatwerkvoorschriften meegegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na beoordeling van de aanvraag en bundeling van de adviezen verleent de gemeente al dan niet de vergunning. Bij knelpunten moeten er aanvullende adviezen komen ten aanzien van de specifieke knelpunten. De adviezen kunnen leiden tot het opnemen van specifieke zaken in een veiligheidsplan (paragraaf 4.1.2). Zo nodig wordt de burgemeester betrokken bij de besluitvorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verleende evenementenvergunning, met bijbehorende toestemmingen, wordt toegezonden aan de aanvrager en bekend gemaakt door publicatie in een van gemeentewege uitgegeven blad, op de gemeente website of via digitale bekendmaking. De gemeente stelt de politie en de VRBZO (brandweer) in kennis van de vergunning en plaatst deze in DigiMAK. Zij hebben dan de mogelijkheid om met gebruikmaking van hun wettelijke bevoegdheden, met de organisator van het evenement in contact te treden over mogelijk noodzakelijke maatwerk afspraken. Als bij vergunningverlening af wordt geweken van een verstrekt advies wordt de adviseur die dat advies heeft gegeven daarvan apart op de hoogte gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens van deskundigen worden alleen steekproefsgewijs getoetst, tenzij er een aanleiding is die een andere aanpak rechtvaardigt. Uit de ingediende stukken moet voldoende aannemelijk zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. *Bij een multidisciplinaire risicoanalyse worden risico’s inzichtelijk gemaakt, de impact van risico’s ingeschat en wordt beoordeeld of de maatregelen van de organisator in verhouding staan tot de risico's. Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse kan de organisator om aanvullende maatregelen worden verzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5Voorschriften Voorschriften moeten haalbaar en uitvoerbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5.1Meldingsplichtige evenementen De eventuele risico’s die verbonden zijn aan meldingsplichtige evenementen worden ondervangen door het stellen van standaardvoorschriften. De voorschriften worden als bijlage bij de acceptatie van de melding mee gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor een meldingsplichtig evenement de standaardvoorschriften de risico’s niet voldoende afdichten kan besloten worden aanvullende (maatwerk)voorschriften op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5.2Vergunningsplichtige evenementen Er worden standaardvoorschriften opgesteld voor vergunningsplichtige evenementen. De standaardvoorschriften worden als bijlage bij de vergunning mee gestuurd. Daarnaast kunnen aan een vergunningsplichtig evenement aanvullende (maatwerk)voorschriften worden verbonden. De maatwerkvoorschriften worden in de vergunning vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6Besluiten 6.6.1 Melding Binnen 3 weken na ontvangst van de melding moet deze op ontvankelijkheid worden beoordeeld. Een ontvankelijke melding moet binnen 6 weken na ontvangst van de melding worden geaccepteerd. Tegen een geaccepteerde melding kan geen bezwaar worden gemaakt. Als de burgemeester het evenement wil verbieden moet dit binnen 3 weken na ontvangst van de melding kenbaar worden gemaakt. Tegen het verbieden van een evenement kan wel bezwaar worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als aanvullende gegevens worden opgevraagd wordt de beslistermijn opgeschort met de termijn die gebruikt wordt voor het indienen van de benodigde gegevens. Als de gegevens niet tijdig of niet volledig worden aangeleverd wordt de melding niet verder in behandeling genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijkomende toestemmingen zijn een ontheffing of vergunning. Op die toestemmingen wordt ook binnen 6 weken na ontvangst van de melding beslist. Tegen deze toestemmingen kan wel bezwaar worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende (maatwerk)voorschriften zijn een apart besluit, waartegen ook bezwaar gemaakt kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6.2Vergunning In principe moet op grond van artikel 1:2 eerste lid van de APV binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit worden genomen. Deze termijn kan op grond van artikel 1:2 tweede lid met ten hoogste 8 weken worden verdaagd. Het verdagen van de termijn moet schriftelijk aan de aanvrager van de vergunning worden meegedeeld. Als de vergunning niet binnen de gestelde termijn is verleend ontstaat geen vergunning van rechtswege (artikel 1:9 APV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 1:2 derde lid kan voor bepaalde door het bestuursorgaan aan te wijzen vergunningen of ontheffingen de termijn van 8 weken verlengd worden tot ten hoogste 26 weken. Voor alle B-evenementen blijft de in artikel 1:2 eerste lid bedoelde termijn 8 weken, voor C-evenementen wordt de termijn verlengd tot 26 weken. Als de vergunning niet binnen de gestelde termijn is verleend ontstaat geen vergunning van rechtswege (artikel 1:9 APV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als aanvullende gegeven worden opgevraagd wordt de beslistermijn opgeschort met de termijn die gebruikt wordt voor het indienen van de benodigde gegevens. Als de gegevens niet tijdig of niet volledig worden aangeleverd wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het voornemen bestaat een evenementenvergunning te weigeren moet de aanvrager daarvan in kennis worden gesteld en worden gehoord op grond van de artikelen 4:7 Awb voordat het besluit tot weigeren wordt genomen. Het weigeren van een evenementenvergunning moet gebeuren binnen de beslistermijn. Bij de weigering van de evenementenvergunning wordt ook een besluit genomen over het weigeren van de andere voor het betreffende evenement aangevraagde toestemmingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen een buiten behandeling gelaten aanvraag, verleende of geweigerde vergunning kan door belanghebbenden gedurende 6 weken bezwaar worden gemaakt. De termijn voor het indienen van bezwaar start op de dag nadat het besluit buiten behandeling stellen, de vergunning of weigering is verzonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7Wijzigen vergunning of melding Na het verlenen van een evenementenvergunning of het accepteren van een melding treden nog veelvuldig wijzigingen op in het evenement. Kleine wijzigingen kunnen grote invloed hebben op de veiligheid. Als de wijzigingen of afwijkingen van de vergunning/melding niet (tijdig) bekend zijn bij de hulpdiensten kunnen deze niet doorgevoerd worden in hun plannen. Wijzigingen na het verkrijgen van toestemming moeten daarom ook worden doorgegeven bij de gemeente. De gemeente laat de wijzigingen accorderen door de hulpdienst waarop de wijziging invloed heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8Onverwachte evenementen Het kan voorkomen dat een evenement zich plotseling en onverwacht voordoet, zoals bijvoorbeeld naar aanleiding van een kampioenschap, huldiging of loterijprijs. Dit kan voor de burgemeester reden zijn om af te wijken van de termijn voor indiening, om de procedure te verkorten en/of om versneld toestemming te verlenen. Van deze mogelijkheid wordt uitsluitend gebruikt gemaakt als er sprake is van een (zeer) bijzondere omstandigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.9Meerjarige toestemmingen Veel activiteiten keren jaarlijks terug. Er wordt gekozen om, indien mogelijk en bij minder risicovolle zaken, meerjarige toestemmingen af te geven. Het algemene uitgangspunt is dat medewerking wordt verleend voor een termijn van 5 jaar. De voorwaarden waaronder een meerjarige toestemming wordt verleend en de jaarlijkse verplichtingen daarbij zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Bij het doen van de kennisgeving om gebruik te maken van de meerjarige toestemming moet het programma of een activiteitenoverzicht van de betreffende editie worden bijgevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.10Evenementenplanning Voor jaarlijks terugkerende evenementen en andere evenementen waarvan de datum al bekend is moet in de periode tussen 1 november en 15 december van elk jaar het evenement voor het daaropvolgende jaar worden gemeld bij de gemeente. Hiervoor moet een mail worden gestuurd naar de gemeente met daarin vermeld de naam van het evenement, de omschrijving, de exacte locatie en de datum of data. Het melden van een evenement is van groot belang als er meerdere gegadigden zijn voor een evenement op dezelfde locatie op hetzelfde moment. Ook is het tijdig melden van belang als er op die locatie een maximaal aantal evenementen wordt toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.11Mandaat In de Mandaatregeling VTH de Kempen - Bladel zijn de mandaten geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.12Gelijktijdige evenementen In verband met de (verkeers)veiligheid, handhaving van de openbare orde, voorkomen of beperken van overlast, uitstralingseffecten en cumulatie van geluid kan het gewenst zijn om niet meerdere evenementen op hetzelfde tijdstip toe te staan. Wanneer sprake is van gelijktijdige evenementen dan: krijgen ongespecificeerde aanvragen de gelegenheid tot nadere specificatie. Aanvragen die niet binnen de afgesproken termijn een nadere specificatie hebben ingediend worden niet verder in behandeling genomen; worden bij concurrerende aanvragen aanvragers onderling in contact met elkaar gebracht om na te gaan of er samengewerkt of anderszins tot een oplossing kan worden gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsing Een aanvraag die in behandeling wordt genomen wordt aan de hand van de volgende toetsingscriteria beoordeeld: de mate waarin door het evenement beslag wordt gelegd op de ruimte (uitstraling), tijd en hulpdiensten; de mate waarin het evenement passend is bij de kenmerken van de gemeente; het aantal bezoekers dat wordt verwacht; of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter of bestemming van de gevraagde locatie; of er gevaar bestaat voor openbare orde, gezondheid of veiligheid, waaronder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijkheden; of er gevaar bestaat voor belemmeringen van het verkeer; of er gevaar bestaat voor onevenredige belasting van het woon- of leefklimaat in de omgeving van het evenement; of de organisatie voldoende waarborgen biedt of kan bieden voor een goed verloop van het evenement; historie/ervaringen met aanvrager uit het verleden (tot 3 jaar) met het organiseren van evenementen. Gedacht kan daarbij worden aan: hoe is in het verleden het traject van vergunningverlening verlopen, hoe is het evenement verlopen, hoe was de evaluatie, hoeveel overtredingen zijn geconstateerd en zijn de afspraken nagekomen. Als een aanvrager een evenement traditioneel en met succes op een bepaalde plaats heeft georganiseerd wordt dat meegewogen; bij concurrerende aanvragen hebben jaarlijks terugkerende evenementen voorrang op nieuwe evenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keuze Als het in verband met de (verkeers)veiligheid, handhaving van de openbare orde, voorkomen of beperken van overlast, uitstralingseffecten en cumulatie van geluid niet gewenst is meerdere evenementen op het zelfde moment plaats te laten vinden dan wordt uitsluitend medewerking verleend aan het evenement waarvan de aanvraag/melding als eerste is ontvangen. De datum van ontvangst door de gemeente is hiervoor bepalend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.13Per evenement een aanvraag Als op een locatie meerdere (gelijksoortige) evenementen worden georganiseerd moet per evenement een melding worden gedaan of een evenementenvergunning worden aangevraagd. Er wordt geen medewerking verleend aan een aanvraag waarin meerdere losse evenementen worden aangevraagd. Ook wordt geen medewerking verleend aan een aanvraag waarin de datum van het evenement nog moet worden bepaald, behoudens voor schaatsevenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.14DigiMak Binnen de VRBZO bestaat de Digitale Multidisciplinaire ActiviteitenKalender (DigiMak). Deze regionale activiteitenkalender is een bestuurlijk instrument dat binnen de veiligheidsregio wordt gebruikt door brandweer, politie en de GHOR om inzicht te krijgen in het evenementenaanbod in de regio. De regionale kalender draagt daarnaast bij aan de planning voor eventuele inzet, voorbereiding op calamiteiten, de operationele uitvoering en nazorg rondom een evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verleende vergunningen, dus alleen categorie B en C, worden door de gemeente in DigiMak ingevoerd. Categorie 0 (vergunningsvrij) en meldingsplichtige evenementen wordt hier niet ingezet. Zoveel als mogelijk worden vooraankondigingen en aanvragen al opgenomen in DigiMak. De volgende documenten moeten in ieder geval worden ingevoerd: vooraankondiging (indien van toepassing) aanvraagformulier, de vergunning, contactgegevens en relevantie documenten, zoals het veiligheidsplan, calamiteitenplan en plattegronden e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vervangende applicatie van DigiMak wordt ingevoerd worden vergunningen daarin geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.15Bibob Op grond van artikel 7 van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) kan op vergunningen die voortkomen uit een gemeentelijke verordening een Bibob-toets uitgevoerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het gemeentelijke Bibob-beleid is opgenomen dat voor het organiseren van bepaalde soorten evenementen een Bibob-toets uitgevoerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.16Leges en kosten 6.16.1 Leges De leges, zoals opgenomen in de tarieventabel behorende bij de gemeentelijke legesverordening, moeten betaald worden. Dit geldt voor vergunningen. Meldingen zijn vrij van legeskosten. Zowel bij een evenementenvergunning als bij evenementenmelding kan het zijn dat voor andere benodigde toestemmingen (ook) legeskosten betaald moeten worden. In de legesverordening kan een uitzondering worden gemaakt voor het betalen van de leges. Als een toestemming korter dan 3 weken voor aanvang van de aangevraagde activiteit wordt ingediend en de aanvraag wordt toch behandeld moet een legesboete worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.16.2Waarborgsom De gemeente kan aan het gebruiken van gemeentelijke grond of een gemeentelijk terrein voor een evenement het betalen van een waarborgsom verbinden. De gemeente doet dit als een grote kans bestaat dat na afloop van het evenement onderdelen van de publieke ruimte zo beschadigd zijn dat deze binnen regulier onderhoud niet kunnen worden hersteld. In ieder geval wordt voor circussen in de publieke ruimte altijd met een waarborgsom gewerkt. Als na de controle blijkt dat de publieke ruimte in originele staat en schoon is achtergelaten, wordt de waarborgsom teruggestort. Als werkzaamheden uitgevoerd moeten worden om de publieke ruimte in originele staat terug te brengen of schoon te maken worden de kosten die daaraan zijn verbonden verrekend met de waarborgsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.16.3Toeristenbelasting Voor evenementen waar overnacht wordt door bezoekers van buiten de gemeente moet toeristenbelasting worden betaald. In de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting is het tarief of het percentage wat aan toeristenbelasting betaald moet worden bepaald. De aanslag wordt opgelegd aan de organisator van het evenement. De organisatie moet een administratie bijhouden (nachtregister).</p>\n<p class=\"lf-p\">6.17Gemeentelijke diensten en kosten 6.17.1 Gemeentelijke water- en elektriciteitsvoorziening Als ten behoeve van een evenement gebruik gemaakt moet worden van gemeentelijke water- en elektriciteitsvoorzieningen moet hiervoor toestemming worden gevraagd. Als hierom wordt gevraagd geeft de gemeente bij het toestaan van een evenement aan hoe de feitelijke aansluiting geregeld moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">N.B. Lichtmasten zijn geen elektra-aansluitingen!</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aansluiting van toiletten e.d. op het gemeentelijke rioolstelsel wijst de gemeente de put aan waarop geloosd mag worden en hoe de aansluiting plaats moet vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.17.2Materialen De gemeente stelt (verkeers)materialen, zoals (verkeers)borden, hekken, afzetschragen, afvaleilanden e.d., al dan niet kosteloos, ter beschikking aan de organisatie van een evenement. Wel moeten de materialen door de organisatie gereserveerd worden bij de gemeente. In de vergunning of acceptatie van de melding wordt aangegeven waar en hoe de materialen gereserveerd kunnen worden. Hierbij geldt dat de gemeente levert zolang de voorraad strekt. In de acceptatie van de melding of in de vergunning wordt ook aangegeven wat de organisatie moet doen om over materialen te kunnen beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhalen en terugbrengen materialen De materialen moeten door de organisatie van het evenement zelf worden afgehaald en teruggebracht. De materialen moeten compleet en in oorspronkelijke staat teruggebracht worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen materialen De organisatie is zelf verantwoordelijk voor het plaatsen van de (verkeers)materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.17.3Herstel en opruimwerkzaamheden De organisatie is verantwoordelijk voor het achterlaten van gemeentelijke terreinen en de directe omgeving daarvan in de oorspronkelijke staat, dus schoon en schadevrij. Dit geldt ook als het afval van een evenement op privé-eigendom door de organisatie wordt doorgeschoven naar een naburig terrein wat gemeente-eigendom is. Als een terrein of de directe omgeving daarvan niet in de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht verhaalt de gemeente de kosten voor de herstel- en/of opruimwerkzaamheden op de organisatie. Hiervoor stelt de organisatie zelf vooraf de staat van het terrein vast. De gemeente gaat uit van een terrein in goede en schone staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.17.4Afvalinzameling De organisator van een evenement is zelf verantwoordelijk voor het afvoeren van afval. Dit kan als particulier bij de gemeentelijke milieustraat of als bedrijf bij een inzamelaar van bedrijfsafval.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.17.4Gemeentelijk aanspreekpunt De vergunningverleners APV en bijzondere wetten van het team Vergunningen van afdeling VTH de Kempen zijn de eerste aanspreekpunten voor het organiseren van evenementen, zowel voor organisatoren als interne en externe adviseurs. De veiligheidscoördinator is het aanspreekpunt als er zich calamiteiten voordoen tijdens evenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk7Toezicht en handhaving 7.1Samenwerking/verantwoordelijkheden Organisatie De organisatie is primair verantwoordelijk voor een ordelijk en veilig verloop van het evenement zelf. De organisatie is verantwoordelijk voor het naleven van de aan de vergunning of melding verbonden voorschriften. Ook is de organisatie verantwoordelijk voor alle medewerkers die worden ingezet voor, tijdens en na het evenement. Dit geldt ook voor medewerkers die via professionele partijen worden ingehuurd. De organisatie moet naar eigen oordeel de maatregelen nemen die leiden tot een vermindering van risico’s op het gebied van openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu. Afspraken over verantwoord drank verstrekken, een veiligheidsbeleid, alertheid op drugs en wapens en over het schoonhouden van de directe omgeving kunnen daaruit voortvloeien. Uitgangspunt daarbij is dat nadrukkelijk aandacht besteed wordt aan de wettelijke verplichtingen (Alcoholwet, Wet milieubeheer) en verplichtingen die voortvloeien uit de APV. De Arbowet is van ook toepassing op organisatoren. Onderaannemers zijn verantwoordelijk voor het nakomen van contractuele verplichtingen met de organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij grote evenementen is het voor de organisatie raadzaam om gebruik te maken van een veiligheidscoördinator, welke de inzet van beveiligingspersoneel en bedrijfshulpverleners coördineert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente De gemeente, de burgemeester specifiek, is verantwoordelijk voor het lokale veiligheidsbeleid en handhaving van de openbare orde en veiligheid. De gemeente voert hierin de regie en organiseert het overleg met de betrokken organisaties. De gemeente heeft een verantwoordelijkheid voor de fysieke infrastructuur en kan deze verantwoordelijkheid invullen door het nemen van maatregelen of het stellen van voorschriften. De gemeente houdt toezicht op hoe de organisatie de voorschriften naleeft en treedt op als de voorschriften niet nageleefd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees daarvoor, is de burgemeester op grond van artikel 172 lid 3 Gemeentewet bevoegd bevelen te geven die hij noodzakelijk acht voor de handhaving van de openbare orde of de veiligheid. Deze bevoegdheden kan hij ingevolge artikel 178 Gemeentewet niet overdragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Politie De verantwoordelijkheid van de politie is gericht op het houden van toezicht op hoe de organisatie (beveiliging) de openbare orde op het evenemententerrein handhaaft en hoe de organisatie de verkeersregulatie nabij het evenemententerrein op de (hoofd)verkeerswegen handhaaft. Daarnaast is de politie verantwoordelijk voor het nemen en uitvoeren van maatregelen om de openbare orde op het evenemententerrein en in de directe omgeving van het evenemententerrein te handhaven, wanneer hier aanleiding toe is. Tot slot is de politie verantwoordelijk voor het uitvoeren van eventueel noodzakelijk strafrechtelijk onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toezicht door de politie richt zich op een gerichte bijdrage aan het terugdringen van criminaliteit en handhaving op het gebied van de openbare orde. De wijze waarop aan dit toezicht vorm wordt gegeven kan onderwerp van afspraken zijn tussen gemeente, politie en organisatoren. Het toezicht en optreden van de politie is gebonden aan het door de Lokale Driehoek vastgestelde beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie voert het vervolgingsbeleid uit en ondersteunt afspraken uit de Lokale Driehoek. Dit kan de effectiviteit van de afgesproken maatregelen versterken. Denk hierbij aan lik-op-stukbeleid, nulbeleid, handhaving van de \"kleine norm \" en een stelselmatige daderaanpak. Het Openbaar Ministerie zorgt voor een effectief repressief beleid als sluitstuk. Daarnaast kan het Openbaar Ministerie preventieve en proactieve maatregelen stimuleren en ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulpdiensten/VRBZO/adviseurs De hulpdiensten, zoals de brandweer en GHOR, zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van hun wettelijke taken en verantwoordelijkheden. Daarnaast adviseren de hulpdiensten aan de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere overheden of diensten kunnen de gemeente ook adviseren of ondersteunen. Gedacht kan dan worden aan Provincie Noord-Brabant, VRBZO, Rijkswaterstaat, regionale vervoerders, waterbeheerders, natuurbeheerders en andere gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2Crisis- en rampenbeheersing 7.2.1 Evenement afgelasten De burgemeester kan in het geval van overmacht situaties besluiten dat een evenement (tijdelijk) geen doorgang kan vinden. Van een overmacht situatie is bijvoorbeeld sprake bij (plotseling) opkomend extreem weer (warm, koud, storm), een pandemie, slechte waterkwaliteit bij watersportevenement, aanwijzingen van een terreurdaad of een gesprongen waterleiding in de omgeving van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2.2Terreur Zonder aanwijzingen voor of dreiging van een terreurdaad worden er geen standaard of aanvullende voorschriften hierover aan vergunningen en meldingen verbonden. Als in een specifieke vergunning of melding nadere voorschriften in dat kader opgenomen moeten worden adviseert de veiligheidscoördinator van de gemeente, de politie of de VRBZO hierover aan de burgemeester. Het advies hierover moet meegenomen worden in het advies wat ze al geven in het kader van het vergunningenproces. Dit geldt ook als een vergunning al is verleend of als een melding al is geaccepteerd en er nog toezicht op het evenement uitgeoefend moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat hulpdiensten veelal niet al aanwezig zijn op een evenement waar een terreurdaad wordt gepleegd moet in de planvorming voor risicovolle evenementen rekening worden gehouden met dit scenario.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2.3Veiligheids- en crisismanagement Met veiligheidsmanagement wordt de aanpak van veiligheid in reguliere omstandigheden bedoeld. Is sprake van buitengewone omstandigheden die vaak om geheel andersoortige maatregelen vragen, dan is crisismanagement aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheidsmanagement De burgemeester is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente waar een evenement plaatsvindt. Bij een optreden in verband met de veiligheid op of rond een evenement is het onderscheid tussen normale en buitengewone omstandigheden relevant. Van de normale bevoegdheden kan de burgemeester gebruikmaken indien de veiligheid op enigerlei wijze in het geding is en waarbij de normale bevoegdheden (nog) toereikend zijn om de veiligheid te handhaven. Hierbij gaat het om veiligheidsmanagement. Dit omvat de maatregelen die de organisatie in samenwerking met de overheid voorbereidt om de randvoorwaarden voor een veilig verloop van het evenement in normale omstandigheden te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belangrijkste onderdelen van het veiligheidsmanagement van evenementen zijn: de beveiliging van in- en uitgangen en niet voor publiek toegankelijke gedeeltes; het reguleren van publieksstromen op het evenement; het reguleren van verkeersstromen van en naar het evenement; de toegangscontrole: leeftijd, verboden middelen, wapens; surveillance op het terrein: signaleren, ingrijpen; de controle op brandveiligheid; de inzet van EHBO-ers en artsen voor het verzorgen van bezoekers; de communicatie naar bezoekers, onder andere over ge- en verboden, gedragsregels en veiligheidsvoorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Crisismanagement Met de term crisis wordt hier gedoeld op buitengewone omstandigheden die om een snelle effectieve respons vragen. Hierbij wordt aangesloten bij de definitie van crisismanagement: het management van uitzonderlijke situaties die een ernstige bedreiging vormen voor de (maatschappelijke) basisstructuren, waarin met geringe tijd om te beslissen en een hoge mate van onzekerheid kritische beslissingen moeten worden genomen. Uitgangspunt is dat bij een crisis de reguliere veiligheidsmaatregelen niet meer afdoende zijn. De organisator kan het in feite niet meer af met de eigen maatregelen. Er ontstaat een veel nadrukkelijkere rol van de overheid. Het is immers de taak van de overheid om de veiligheid van haar burgers te waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omslagpunt van veiligheids- naar crisismanagement Tot hoever maatregelen onder veiligheidsmanagement vallen en wanneer het omslagpunt is bereikt waarop crisismanagement nodig is, hangt af van een tweetal factoren. Ten eerste hangt het af van de mate waarin de betrokken actoren zich hebben voorbereid op bepaalde calamiteiten. Ten tweede hangt het af van de mate waarin de aanpak van een calamiteit met de middelen die voorhanden zijn kan worden afgedaan. Het omslagpunt van veiligheidsmanagement naar crisismanagement heeft zowel voor de organisator als voor de overheid grote consequenties. Belangrijk is daarom dat betrokkenen ook daadwerkelijk vaststellen dat er sprake is van een crisis en beseffen welke gevolgen deze beslissing heeft. Bij grotere C-evenementen is het daarom verstandig dat vertegenwoordigers van politie, brandweer, GHOR en gemeente zich nadrukkelijk bemoeien met het verloop van het evenement en de aanpak van incidenten. Zij kunnen dan ook samen met de organisator afwegingen maken over de te nemen maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het belang van bekendheid met veiligheids- en crisismanagement De bij het evenement betrokken organisaties moeten vooraf kennis hebben van de verschillen tussen veiligheids- en crisismanagement. De betrokken partijen moeten vooraf door middel van afspraken, scenariobesprekingen en oefeningen voldoende bekend zijn gemaakt met hun taak en positie in uiteenlopende situaties. Organisaties die pas actief betrokken raken als er sprake is van crisismanagement moeten ook bekend zijn met de wijze waarop het veiligheidsmanagement is georganiseerd. Zij moeten daarmee immers rekening houden in een crisissituatie. Hulpverleningsdiensten moeten bekend zijn met zaken als welke uitvalswegen het publiek moet gebruiken, hoe de hekken zijn opgesteld in verband met ontruiming en welke maatregelen in het kader van brandveiligheid zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooral bij C-evenementen moet de organisatie bekend zijn met veiligheids- en crisismanagement. Ook bij B-evenementen kan hier door de gemeente aandacht voor worden gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2.4Ontruiming Het kan voorkomen dat er op een evenement een ernstig incident plaatsvindt. Er kan dan besloten worden om over te gaan tot ontruimen. Doordat op een evenement veel bezoekers op een beperkte ruimte bij elkaar kunnen komen moet vooraf bekend zijn hoe er dan wordt ontruimd. Als er een beveiligingsorganisatie aanwezig is, heeft deze de taak om de ontruiming te begeleiden en/of uit te voeren. Als er geen beveiligingsorganisatie aanwezig is, is dit een taak van de organisatie. De organisatie moet medewerkers/vrijwilligers vooraf informeren over hun rol bij een ontruiming. Ontruimen kan gedeeltelijk of volledig plaatsvinden. Er kunnen diverse redenen zijn om te ontruimen. Deze zijn bijvoorbeeld: brand; weersomstandigheden (storm, hevige regen, hagelbui of hevig onweer, blikseminslag); bouwkundige omstandigheden (bijvoorbeeld instortingsgevaar van een tribune); bommelding; het vinden van een verdacht voorwerp; ongeregeldheden (denk aan verdrukking, massale vechtpartij, bestorming van het evenementengebied, vuurwerk); uitvallen van voorzieningen (stroom, geluid, tourniquets (draaihekken), water, verlichting); gaslek en gasexplosie; het gebruik van traangas of andere vormen van gas.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontruimingsprocedure</p></div>", "next": 239744}