{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Uiteindelijk moet iedere gebouweigenaar zelf een keuze maken hoe hij of zij zijn of haar woning of gebouw verwarmt. Maar dit kan alleen binnen de mogelijkheden die de infrastructuur geeft. Die infrastructuur bestaat uit het elektriciteitsnetwerk, het gasnetwerk en mogelijk een warmtenet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bebouwde kom van Lisse denken we aan zowel collectieve warmtenetten als individuele oplossingen. De maatschappelijke kosten van die twee oplossingen liggen dicht bij elkaar. Zeker voor een warmtenet met geothermie als warmtebron zijn duidelijke kansen. Bij individuele oplossingen gaat het in de basis om verwarmen met behulp van elektriciteit (zoals met warmtepompen). Dit soort oplossingen zijn alleen mogelijk als de gebouwen goed geïsoleerd zijn. Woningen moeten dan ten minste energielabel B hebben. Als veel gebouwen met behulp van elektriciteit gaan verwarmen moet ook het elektriciteitsnetwerk verzwaard of uitgebreid worden. Ook ruimtelijke (on)mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld ruimte in de ondergrond, zullen net als kosten, beïnvloeden welke oplossingsrichtingen waar mogelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hybride warmtepompen zijn ook mogelijk. Een hybride warmtepomp is een warmtepomp die op elektriciteit werkt in combinatie met een CV-ketel op gas. Om hier gebruik van te kunnen maken, hoeven gebouwen minder goed geïsoleerd te zijn dan bij volledig elektrische verwarming met alleen warmtepompen. Ook wordt er minder elektriciteit verbruikt. Een hybride oplossing heeft ook nog gas nodig. Dat kan nu nog aardgas zijn. Uiteindelijk kan dit vervangen worden door groen gas of misschien zelfs waterstof. Op dit moment gaan we er van uit dat áls er hernieuwbare gassen komen, dat niet veel zal zijn. Niet iedereen kan hier dan gebruik van maken. Dat betekent dat we er zuinig mee om moeten gaan en het alleen moeten gebruiken samen met hybride warmtepompen en goede isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het landelijk gebied zijn het aantal gebouwen en de bebouwingsdichtheid veel lager dan in de bebouwde kom. Daardoor is het erg duur om hier warmtenetten aan te leggen. We gaan er dan ook vanuit dat er in het landelijk gebied geen warmtenetten komen. Dat betekent dat hier individuele oplossingen per gebouw nodig zijn, zoals hierboven beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe woningen Aangezien nieuwe woningen niet meer op het aardgasnet worden aangesloten, biedt de woningopgave de kans om te experimenteren met aardgasvrije wijken, hetzij door collectieve oplossingen (WKO, warmtenet, geothermie), hetzij door ‘all-electric’ oplossingen. Zo zou het voor de nieuwe woonwijk Geestwater waardevol zijn om de mogelijkheden voor een collectieve, duurzame warmtevoorziening te onderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klimaatadaptatie en water Om in te kunnen spelen op de gevolgen van klimaatverandering is een klimaatadaptieve inrichting van onze leefomgeving van groot belang. We hanteren daarom de volgende uitgangspunten: alle nieuwbouw realiseren we klimaatbestendig; bestaand bebouwd gebied maken we klimaatbestendig; het buitengebied maken we klimaatbesteding; de essentiële infrastructuur maken we klimaatbestendig.</p>\n<p class=\"lf-p\">We zorgen waar mogelijk voor voldoende groen en water(berging), waarmee we hittestress, wateroverlast (ook op straat) en droogte tegengaan. Daarbij zorgen we ook voor een goede waterkwaliteit, onder meer door hemelwater zoveel mogelijk af te koppelen. Het behouden en versterken van groen- en waterstructuren is ook belangrijk om een grotere biodiversiteit te realiseren. In ons nieuwe beheerbeleid voor bermen en oevers houden we ook nadrukkelijk rekening met de biodiversiteit (onder meer door het instellen van een ecologisch maaibeheer).</p>\n<p class=\"lf-p\">In lijn met de regionale klimaatvisie die het Hoogheemraadschap van Rijnland schetst in ‘De Blauwe Lens op de Duin- &amp; Bollenstreek’ en de Kamerbrief ‘Water en Bodem sturend’, zal water steeds meer leidend worden voor andere (ruimtelijke) opgaven. Dat wil zeggen, dat de fysieke leefomgeving zich steeds meer zal moeten voegen naar de randvoorwaarden vanuit het bodem- en watersysteem. Bij nieuwe ontwikkelingen zullen de waterbelangen integraal worden meegewogen, in nauwe afstemming met het hoogheemraadschap. Zo is het bij (her)ontwikkelingen gunstig om met meer en grotere schommelingen van het waterpeil rekening te houden, wat de waterbeheerder in staat stelt meer water te bufferen en robuuster te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in regioverband (Duin- en Bollenstreek) invulling te geven aan klimaatadaptieve maatregelen nemen we deel aan de ‘Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie’. De bijdrage vanuit de impulsregeling moet uiterlijk in 2027 zijn besteed. Hierbij zoeken we combinaties op met andere functies, zoals natuur, recreatie, energie en mobiliteit. Ons streven is ook het waterbeleid in regionaal verband vast te leggen in een Integraal Afvalwaterketenplan en Programma water en klimaatadaptatie, waarin we maatregelen uitwerken op wijk en straatniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een klimaatadaptieve inrichting van de omgeving zijn verschillende maatregelen denkbaar. Deze worden nader uitgewerkt in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). De aanleg van wadi’s kan op sommige plekken een van de mogelijke oplossingen zijn die bijdragen aan het verminderen van wateroverlast en zorgt daarnaast voor een groter aandeel openbaar groen. Wadi’s vereisen wel relatief veel ruimte en zijn niet overal in Lisse mogelijk (alleen op de zandgronden). Met een stimuleringsprogramma kunnen we inwoners uitnodigen hun tuinen te vergroenen en daarmee de bebouwde omgeving waterbestendiger te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vergroten van het aandeel openbaar groen helpt ook bij het tegengaan van hittestress. Schaduwwerking (bijvoorbeeld door het inzetten op een maximaal kroonvolume van bomen) draagt hieraan bij. Ook kan door meer groen binnen de bebouwde kom hemelwater langer vastgehouden worden, wat verdroging tegengaat. Een aanvullende maatregel tegen verdroging is om eisen te stellen aan waterverbruik van verpacht land. Andere maatregelen worden nog onderzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extensievere woonmilieus (buiten de bebouwde kom) bieden kansen om het aandeel openbaar groen te vergroten, en daarmee de bufferruimte voor hemelwater. Ook kan daardoor het stedelijk hitte-eilandeffect worden beperkt. Inbreiding leidt juist tot intensiever ruimtegebruik binnen de bebouwde kom en daarmee mogelijk het risico op een grotere gevoeligheid voor wateroverlast. Bij ontwikkelingen binnen de bebouwde kom beschouwen we dit dan ook als een aandachtspunt. Tegelijkertijd kan gestapeld bouwen ook juist ruimte op de grond vrijmaken voor meer openbaar groen. Ook kan worden ingezet op multifunctioneel ruimtegebruik, zoals groene en blauwe daken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Circulaire samenleving Op weg naar een afvalloze samenleving, faciliteren en stimuleren we de ontwikkeling naar een circulaire economie, en initiatieven die daaraan bijdragen. Een belangrijk onderdeel hiervan is circulair bouwen en slopen. Het is onze ambitie om in 2040 een circulaire economie te hebben in Lisse.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat betreft circulariteit zijn we voor een deel afhankelijk van bovengemeentelijke ontwikkelingen. Wel kunnen we hierin sturen, door het verkleinen van reststromen. Een maatregel is bijvoorbeeld het laten meewegen van de (breed gedefinieerde) milieu footprint bij ons inkoop- en aanbestedingsbeleid. Daarmee geven we een positieve impuls aan ondernemers die circulair werken. Ook zijn in de bouw en afvalverwerking maatregelen te nemen om grondstoffenstromen binnen de volledige keten te verkleinen. Het sluiten van grondstoffenstromen in productieketens kan bijdragen aan een duurzaam imago van de gemeente, wat de gemeente aantrekkelijker maakt voor innovatieve en duurzame bedrijven. Daarnaast stimuleren we bedrijven tot het hergebruiken van materialen, en onderzoeken we wat de gemeentewerf hierin kan betekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verduurzaming bollenteelt Verduurzamen van de bollenteelt is nodig, onderkent ook de bollensector. Zo zet zij zelf in op het verhogen van de bodemvruchtbaarheid door biologische bestrijdingsmiddelen toe te passen, innovatief werken met een modern, energieneutraal teeltsysteem en vergroten van de biodiversiteit door te investeren in klimaatadaptatie en het leveren van ecosysteemdiensten. De aanpak hiervoor stoelt op een mix van kennisontwikkeling, ondersteuning van ondernemers door bijvoorbeeld bodemcoaches en het ontwikkelen van nieuwe technieken en maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel ons handelingsperspectief hier beperkt is, faciliteren we deze (bovengemeentelijke) ontwikkelingen in ieder geval. Omdat we als Lisse een grote speler zijn binnen de bollenteelt, kunnen we waar mogelijk een proactieve rol innemen in de transitie naar een duurzamere teelt. Bijvoorbeeld door ontwikkelingen aan te jagen die leiden tot een afname van stikstof- en fosfaatbelasting op grond- en oppervlaktewater, het minder verbruiken van grondwater en het beperken van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen kunnen we deze transitie versnellen. Belangrijk daarbij is het opzetten van een onderzoeks-, uitvoerings- en monitoringsprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezamenlijk verduurzamen Deze verduurzamingsopgave is iets dat we gezamenlijk moeten doen; daarom ondersteunen en betrekken we inwoners en bedrijven in Lisse actief bij het zoeken naar duurzame en klimaatadaptieve oplossingen. We werken samen op regionaal niveau. Zo stimuleren we samen met de Economic Board Duin- en Bollenstreek, Stichting Greenport Duin- en Bollenstreek en het Overlegplatform Greenport Duin- en Bollenstreek bijvoorbeeld een innovatief en duurzaam ondernemersklimaat in de regio.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2.6 Ondersteunen van initiatieven Als gemeente willen we de in deze omgevingsvisie beschreven doelen samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verwezenlijken. We willen de energie van de samenleving gebruiken om de visie tot uitvoering te brengen. We zullen daarom van harte die initiatieven ondersteunen die op een of andere manier bijdragen aan de gezamenlijke doelen, zoals die in deze omgevingsvisie zijn weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Integrale afwegingskaders hieronder zijn de doelen weergegeven, die voortvloeien uit de paragrafen 4.2.1 t/m 4.2.5. In 4.3 Ontwikkelrichting per deelgebied hebben we per gebiedsdeel nog aanvullende doelen weergegeven (zie de aanvullende afwegingskaders voor de verschillende deelgebieden in de paragrafen 4.3.1 t/m 4.3.7). Zo kan iedere initiatiefnemer aan de voorkant zien waarop zijn of haar voorstel wordt beoordeeld. Natuurlijk zal een initiatief in de praktijk niet op alle onderdelen maximaal ‘scoren’, maar het is wel wenselijk dat er geen hele slechte scores tussen zitten. Het gaat hier overigens om een kwalitatieve en niet om een normatieve inschatting. Vervolgens gaat het erom dat er gemiddeld een positieve score uitkomt. Dan is sprake van een maatschappelijke meerwaarde. Daarbij is ook van belang dat de initiatiefnemer in overleg treedt met omwonenden en eventuele andere belanghebbenden en daarbij op zoek gaat naar draagvlak voor het initiatief. In het omgevingsplan werken we het afwegingskader verder uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Strategie Mobiliteit Holland Rijnland In de regio Holland Rijnland werken we samen aan een toekomstbestendig mobiliteitssysteem. Dit ‘toekomstbestendig mobiliteitssysteem’ vraagt een aanpak op regionale schaal. De verplaatsingen voor werk, school, sport, uitgaan en recreatie gaan de gemeentegrenzen over. Deze verplaatsingen noemen we het ‘daily urban system’. De onderdelen van het mobiliteitssysteem die dat daily urban system draaiende houden lopen nu al tegen de grenzen van de capaciteit aan. Dat merken we onder meer aan overvolle fietsenstallingen bij Leiden Centraal, congestie op de Rijkswegen en in de dorpskernen en daarmee gepaard gaande zorgen over de leefbaarheid en verkeersveiligheid aldaar. Opstoppingen zien we ook op het water en in het openbaar (bus)vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteit is meer dan een weg-, rail- of vaarverbinding. Mobiliteit is een voorwaarde. Mobiliteit maakt het voor mensen mogelijk deel te nemen aan de maatschappij en zorgt voor sociale contacten. In de regio Holland Rijnland vinden we dat iedereen moet kunnen meedoen, daarin is het kunnen verplaatsen met OV, fiets of auto een wezenlijk onderdeel. We zien kansen om hier verbeteringen in aan te brengen en hebben hiervoor een maatregelenpakket opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kansen liggen er ook voor de fiets. Het fietsgebruik in onze regio kan aanzienlijk groeien. Voorwaarde is wel dat de fietsinfrastructuur direct, comfortabel, samenhangend en veilig is vormgegeven en de stallingscapaciteit op orde is. In de Regionale Omgevingsagenda 2040 Holland Rijnland; zie paragraaf 4.1) gaan we uit van verstedelijking op de assen Leiden – Katwijk en Leiden– Alphen aan den Rijn. Intensiever gebruik van de ruimte voor wonen en werken geeft mogelijkheden voor een groeiend gebruik van OV en fiets en het terugdringen van het gebruik van de auto. Tot slot zien we de mogelijkheid een aanzienlijke bijdrage te leveren aan verduurzaming van de mobiliteit, met schonere, slimmere en andere mobiliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) geven we antwoord op de vraag hoe ons mobiliteitssysteem de verwachte regionale ontwikkeling kan accommoderen en hoe we daarbij de interne en externe bereikbaarheid van onze regio waarborgen. We staan verder stil bij de rol van onze regio in het bijdragen aan de ambities op het gebied van duurzaamheid van het Rijk, de provincie én onszelf. Kortom: ‘hoe werken we samen toe naar een toekomstbestendig mobiliteitssysteem?’ We geven in de regio met drie speerpunten richting aan die ambitie: versterken van de regionale ontwikkelassen rond knooppunt Leiden Centraal; realiseren van toekomstbestendige, robuuste netwerken; benutten van kansen voor duurzame(keten)mobiliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is nu van belang de drie speerpunten om te zetten in een slagvaardige realisatiestrategie. Deze Regionale Strategie Mobiliteit zet daartoe de eerste stap, onder meer door het formuleren van een aantal sleutelprojecten en door aansluiting te houden bij lopende projecten en initiatieven, zoals de aanleg van de Rijnlandroute. De RSM wordt in een later stadium vertaald naar een uitvoeringsprogramma met acties, maatregelen en projecten om - aanvullend op wat al loopt - de komende jaren gezamenlijk op te pakken. Deze kunnen we als individuele gemeenten, maar ook als regio, overigens niet realiseren zonder de hulp van (overheids)partners en externe middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Water Waterketen De waterketenpartners binnen het samenwerkingsverband Bollenstreek (gemeenten, hoogheemraadschap, drinkwatermaatschappij) hebben een integraal Waterketenplan opgesteld, dat invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor drink- en rioolwater. Hierin heeft de gemeente Lisse haar beleid en maatregelen op dit gebied vastgelegd. Anno 2021 wordt dit beleid nog doorontwikkeld. Belangrijke uitgangspunten voor de thema’s volksgezondheid, droge voeten en leefomgeving zijn: de behandeling van stedelijk afvalwater mag niet tot gezondheidsrisico’s, geurhinder, water- of bodemkwaliteitsproblemen leiden; het afstemmen en optimaliseren van de capaciteit van de afvalwaterzuiveringsinstallaties op de capaciteitsbehoefte; het voorkomen van toekomstige wateroverlast als gevolg van de klimaatontwikkelingen; de ontvlechting van de waterstromen: het hemelwater wordt van het rioolstelsel afgekoppeld en gescheiden afgevoerd; mogelijkheden onderzoeken tot het sluiten van de energie- en grondstoffenkringloop; vergroten van de samenwerking en gezamenlijk innovaties oppakken; drinkwater is wereldwijd een kostbaar goed en vraagt om weloverwogen toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stedelijk afvalwater De hydraulische afvoercapaciteit van het rioolstelsel onder normale omstandigheden is getoetst. Daar waar wateroverlast wordt berekend en in de praktijk ook knelpunten worden geconstateerd worden maatregelen genomen. De klimaatverandering gaat echter leiden tot een toename van hevige buien. Het verbeteren van de klimaatbestendigheid wordt opgepakt op het moment dat er sprake is van een geplande reconstructie of herinrichting. Naast het mogelijk verbeteren van de ondergrondse hemelwaterafvoer is het verbeteren van de bovengrondse berging en/of afvoer hierbij een belangrijk uitgangspunt. Alleen bij risicolocaties wordt gekozen voor een versnelde aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hemelwater Zowel voor de bestaande als voor de nieuwe riolering wordt uitdrukkelijk gekozen voor een duurzame en beheersbare inrichting. De ambitie is al het hemelwater te gaan afkoppelen van de (bestaande) riolering. Het tempo van ontvlechten wordt bepaald door de noodzaak van rioolvervangingen. Gelijktijdig wordt rekening gehouden met het verbeteren van de klimaatbestendigheid en bestrijding van grondwateroverlast. Deze integrale aanpak krijgt vorm in een afvoerstructuurplan en draagt bij aan kostenefficiëntie. Voor het doelmatig ontvlechten van de waterstromen is de keuze voor het al dan niet verplicht scheiden dan wel afkoppelen op perceelniveau door burgers en bedrijven mede van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondwater In Lisse wordt een grondwatersysteem nagestreefd, waarbij de grondwaterstand binnen de gestelde randvoorwaarden natuurlijk kan fluctueren en waarbij geen overlast wordt ervaren als gevolg van structureel te hoge of te lage grondwaterstanden. Als er grote structurele problemen optreden en de maatregelen zijn effectief dan is de gemeente bereid in te grijpen door de aanleg van drainages op wijkniveau. Ingrijpen wordt gecombineerd met de geplande herinrichtingen en rioolvervangingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integrale afwegingskaders Onze leefomgeving laten bloeien Gezonde en veilige leefomgeving Actief inspelen op veranderingen in de maatschappij, om een fijne leefomgeving te behouden Extra aandacht voor buurten die dat nodig hebben Streven naar een goede kwaliteit van de ruimte om ons heen De openbare ruimte en publieke gebouwen zijn veilig en toegankelijk voor iedereen Lisse is in 2040 een groene en levendige gemeente Bevorderen van de gezondheid van inwoners De openbare ruimte stimuleert bewegen Terugdringen van geluidhinder Terugdringen van geur Terugdringen van fijnstof Versterken van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het buitengebied Terugdringen van verrommeling in het buitengebied Groenstructuren/openbare ruimte Versterken van groenstructuren Vergroten van de hoeveelheid groen in de openbare ruimte waar mogelijk Zoeken naar ruimte voor grote bomen en robuuste laanstructuren Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aandacht voor aandeel openbaar groen en klimaatadaptieve inrichting (onderdeel van een integrale afweging) Op en aan zomen van bedrijventerreinen ruimte bieden aan extra groenstructuren Natuur/biodiversiteit Stimuleren natuurinclusiviteit in de wijken: ruimte bieden aan planten en dieren Toevoegen van groen en water (met natuurvriendelijke oevers), vooral laan-/groen- en waterstructuren met elkaar en met het buitengebied verbinden Aanplanten van zoveel mogelijk gebiedseigen planten- en bomensoorten Zoveel mogelijk toepassen ecologisch maaibeheer Aansluiten bij het ontwikkelen van een ‘bijenlint’ (Groene Cirkel Bijenlandschap) Ophangen van nestkasten voor vogels en vleermuizen Inwoners stimuleren bij te dragen aan het beheer van de openbare ruimte (adoptiegroen) Inwoners stimuleren hun woning/bebouwing en tuinen geschikt te maken voor planten en dieren Natuurinclusiviteit is een voorwaarde bij nieuwbouw en herontwikkelingen Verhogen van de biodiversiteit in het buitengebied Versterken van natuurwaarden in bermen en in en rondom watergangen Zoeken naar kansen voor combinatie met recreatieve ontwikkelingen In het bollengebied en weidegebied stimuleren van een omslag naar duurzame, circulaire en natuurinclusieve bedrijfsvoering en zoeken naar koppelkansen en aangepaste verdienmodellen voor agrariërs en het komen tot kortere ketens Landschap (buitengebied) Kwaliteiten en karakteristieken van verschillende landschapstypen zijn leidend bij alle ontwikkelingen (zie 4.3 Ontwikkelrichting per deelgebied) Erfgoed, kunst en cultuur Cultureel erfgoed behouden en waar nodig en mogelijk beter zichtbaar maken en meer bekendheid geven</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar nodig streven naar toekomstgerichte functies van erfgoed Cultuurhistorisch-landschappelijk waardevolle elementen en structuren vormen zoveel mogelijk de onderlegger c.q. zijn zoveel mogelijk terug te zien bij ruimtelijke ontwikkelingen Behouden van de musea en het bruisende verenigingsleven Stimuleren van lokale evenementen en waar mogelijk faciliteren van nieuwe evenementen Aansluiten bij evenementen die in regionaalverband plaatshebben Recreatie en toerisme Verbeteren van het recreatieve netwerk Ruimte bieden aan initiatieven die inspelen op de recreatieve waarde van de gemeente Vergroten van de recreatieve beleving van landschap en natuur Zorgen dat alle doelgroepen profiteren Zodanig inrichten van routes dat ze ook voor minder mobiele mensen toegankelijk zijn Versterken van de relatie tussen het buitengebied en het dorp, door uitbreiding en verbetering van het wandelroutenetwerk Verbeteren van het recreatieve netwerk richting de kust en Noordwijkerhout Uitbreiden van de mogelijkheden voor waterrecreatie Vergroten van de mogelijkheden tot beleving van het water Ruimte bieden aan kleinschalige, hoogwaardige verblijfsaccommodaties (op bestaande erven) die bijdragen aan jaarronde beleefbaarheid van Lisse Verbinden van boven- en ondergrond Gebruik maken van maar ook rekening houden met de kwaliteiten van de ondergrond In stand houden van de identiteit van het gebied en daarbij behorende geologische en aardkundige waarden De ondergrond zichtbaarder maken: verschillen in bodemopbouw beter afleesbaar maken Ondergrondse voorzieningen inzetten voor ‘bollentoerisme’ Infrastructuur en mobiliteit Verbeteren van de bereikbaarheid en doorstroming van verkeer Verbeteringen zoeken in oost-westverbindingen en bereikbaarheid met het openbaar vervoer Realiseren van een HOV-verbinding Noordwijk-Lisse-Schiphol Realiseren van een nieuwe brug tussen Lisse en Lisserbroek ten behoeve van de HOV-verbindingen fietsverkeer Realiseren van een extra verkeersbrug over de Ringvaart naar Lisserbroek Realiseren van een nieuwe wegverbinding ten zuiden van Lisse tussen de N208 en de A44 Aanpakken van het knelpunt in de N207 ter hoogte van de brug over de Ringvaart Waar mogelijk gebieden autoluw maken (bijvoorbeeld in het centrum) Bevorderen van duurzame mobiliteit (door nieuw parkeerbeleid) Veiliger en beter toegankelijk maken van verbindingen in en met het buitengebied Stimuleren van duurzame vormen van mobiliteit (zoals elektrisch rijden) Zorgen voor laadinfrastructuur Ruimte bieden voor (innovatieve) mobiliteitsconcepten die voor iedereen toegankelijk zijn</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoveel mogelijk stimuleren van het gebruikvan de fiets Zorgen voor veilige en aantrekkelijke fietsverbindingen (bijvoorbeeld van en naar het centrum en rondom scholen) Plaatsen van bewaakte fietsenstallingen, met laadpalen voor elektrische fietsen en voldoende ruimte voor bijzondere fietsen Zorgen voor een hoge mate van verkeersveiligheid, met speciale aandacht voor fietsers en schoolroutes/-zones Betere scheiding tussen rijbanen van 50km/u-wegen en fietspaden Bushaltes en trottoirs zijn goed toegankelijk voor mensen met een beperking Bijdragen aan toegankelijke mobiliteit door aanwezigheid van deelmobiliteit in alle wijken Inwoners stimuleren te bewegen Zorgen voor aantrekkelijke, comfortabele en veilige fiets- en wandelroutes Realiseren van voldoende fietsparkeerplaatsen en rust-, recreatie- en ontmoetingsplekken Lisse leert, werkt en onderneemt met oog op de toekomst Circulaire economie/werken en ondernemen Bevorderen van de werkgelegenheid in de nabijheid Verbeteren van de sociaal-economische positie van mensen Inspelen op economische kansen die de toenemende vergrijzing en daaruit volgende vraag naar gezondheidszorg biedt Benutten in economische zin van de aanwezigheid van het brede gebied rond Keukenhof Blijven bouwen aan een levendig dorpshart Investeren in een kwalitatief hoogwaardig ‘kernwinkelgebied’, met een concentratie van winkels en horeca (geen wonen op de begane grond) In de aanloopstraten ruimte bieden voor nieuwe functies (wonen, werken, verblijf en vermaak) Clusteren van verspreid liggende bedrijven(terreinen) op een kleiner aantal toekomstbestendige bedrijventerreinen Streven naar uitplaatsen (op termijn) van grootschalige/zwaardere bedrijven op locaties dichtbij (potentiële) woongebieden Mogelijk maken van meer flexibiliteit en functiemenging van werken en wonen In nieuwe woongebieden ruimte bieden aan innovatieve woon-werkwoningen, kleine bedrijfsverzamelgebouwen voor zzp’ers, gemengd met passende ‘lichte’ bedrijven Ontwikkelen van een nieuw kleinschalig en duurzaam bedrijventerrein ‘Lisse-Zuid’ in Rooversbroekpolder (afhankelijk van de vraag naar nieuwe locaties en de komst van een nieuwe wegverbinding en afhankelijk van nader onderzoek) Onderwijs Streven naar toekomstbestendige en brede onderwijsvoorzieningen in Lisse Inzetten op duurzame verbinding en tussen onderwijs, onderzoek, ondernemingen en overheid In regionaal verband samenwerken met het bedrijfsleven, EBDB en OGDB om de vraag vanuit economische sectoren en het opleidingsniveau van inwoners beter op elkaar aan te laten sluiten</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzetten op cultuureducatie: toegankelijk maken en levendig houden van de historie van de bollencultuur Dorps wonen in het centrum van de Bollenstreek Ruimte bieden aan een gevarieerde woningvraag Nieuwbouw van woningen is gericht op het voorzien in de lokale woningbehoefte en het op peil houden van de leefbaarheid en het voorzieningenniveau Realiseren van een woningbouwopgave van ruim duizend woningen tot 2030:</p>\n<p class=\"lf-p\">450 woningen op de locatie Geestwater overige woningen realiseren op ‘binnendorpse’ locaties Ruimte bieden aan gestapelde bouw (maximaal 6-8 bouwlagen) waar dat past Herontwikkeling van bedrijventerrein tot woon-werkgebied Omvorming van panden in het centrum buiten het kernwinkelgebied naar woningen Bouwplannen sluiten zo goed mogelijk aan bij de woningbehoefte Realiseren van meer betaalbare woningen Minimaal 25% sociale huurwoningen en 35% middeldure huur-, sociale koop- en betaalbare koopwoningen bij nieuwbouwprojecten Zorgen voor een afwisseling van aantrekkelijke woongebieden, waar inwoners duurzaam, betaalbaar en comfortabel wonen Woonwijken en woningen klaar voor de toekomst Nieuwe woningen zijn voorbereid op toekomstige eisen en wensen t.a.v. klimaatverandering Alle nieuwe woningen leveren per saldo energie op Vergroten van de aantrekkelijkheid van Lisse als woonplaats Kwaliteitsverbetering van de bestaande woongebieden in combinatie met een verduurzamingsslag Toevoegen van (ruimtelijke) accenten op strategischeplekken Stimuleren van ontwikkelingen die passen binnen de gebiedskenmerken en kwaliteit toevoegen aan de omgeving om zo de uitstraling te versterken Ontwikkelingen dragen bij aan een aantrekkelijk karakter dat past binnen de deelgebieden Passend woonaanbod Mogelijk maken en faciliteren dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen Verder uitrollen van het glasvezelnetwerk Verschillende woonvormen realiseren tussen zelfstandig thuis wonen en een verzorgingstehuis in Tegengaan van eenzaamheid Goede voorzieningen Behouden van voorzieningen die een regionale aantrekkingskracht hebben Behouden van het dorpse karakter Zorg dragen voor een kwalitatief hoogwaardig en passend voorzieningenniveau (op de juiste plaats voor de juiste doelgroep) Behouden van het aanbod van hoogwaardige sportvoorzieningen Bijdragen aan een aangenaam leefklimaat met kunst en cultuur Aanpassen van het voorzieningenniveau op de toenemende vergrijzing Stimuleren van omvorming van panden in aanloopstraten van het centrum naar levensloopbestendige appartementen Hanteren van een wijkgerichte aanpak om alle wijken op een geschikte manier aan te passen Een toegankelijke en gezonde leefomgeving Bijdragen aan een aantrekkelijke woonomgeving meteen kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte Uitnodigen tot beweging met een groene omgeving Zorgen voor een goede inrichting van de buitenruimte (bijv. groen, bankjes en sport- en spelmogelijkheden) en de aanwezigheid van voorzieningen Zorgen dat het centrum, de woongebieden en aanwezige voorzieningen voor iedereen bereikbaar en toegankelijk zijn</p>\n<p class=\"lf-p\">In Lisse floreert iedereen een leven lang Inclusieve samenleving Ook de meest kwetsbare mensen kunnen een plek vinden en houden binnen Lisse Zowel oorspronkelijke als nieuwe Lissers voelen zich thuis Faciliteren van mantelzorg, vrijwilligers en verenigingen, en activiteiten voor jong en oud Zorg voor kwetsbare inwoners is beschikbaar wanneer zij dat nodig hebben Organiseren van goede jeugdhulp en zorg voor mensen met dementie Streven dat Lissers betrokken zijn bij hun omgeving Inwoners vragen zorg te dragen voor een stukje van de openbare ruimte of om een actieve rol bij (veiligheids)crises Positieve gezondheid Zorgen voor een rookvrije omgeving rond kinderopvangcentra, schoolpleinen, speeltuinen, sportverenigingen en kinderboerderijen Beweeg- en speelvriendelijke leefomgeving Faciliteren en stimuleren van fietsgebruik Aanleggen van ‘vitaliteitsroutes’ (veilige en aantrekkelijke wandelroutes) Aanbrengen van verbeteringen in de detaillering bij herinrichtingen, zoals opritten voor rolstoelen Zorgen voor nabijheid van voldoende openbaar groen en ontmoetingsmogelijkheden Milieu Zorgen dat de negatieve invloed van milieufactoren zo laag mogelijk is Behouden van de huidige geluidssituatie en waar nodig het verbeteren hiervan Bijdragen aan een goede luchtkwaliteit door bijvoorbeeld het verduurzamen van de bollenteelt, terugdringen van (vracht)verkeer, bevorderen van de doorstroming en stimuleren van OV- en fietsgebruik In principe geen nieuwe gevoelige functies (zoals scholen) realiseren in de nabijheid van drukke wegen Veiligheid De leefomgeving is veilig en wordt door inwoners als veilig ervaren Geen risicovolle activiteiten op plaatsen waar ze conflicteren met de leefbaarheid Bedrijven en activiteiten passen bij de karakteristieken en beoogde koers van het gebied Lisse gaat voor duurzaamheid Duurzame energie: elektriciteit Besparen van energie Duurzaam opwekken van elektriciteit (met zon en/of wind) Benutten van zoveel mogelijk daken voor het opwekken van zonne-energie Zoeken naar functiecombinaties (bijv. natuurontwikkeling, recreatie, waterberging, landbouw) en goede landschappelijke inpassing bij het plaatsen van zonnevelden en windturbines Stimuleren van duurzame vormen van mobiliteit (bijv. elektrische auto’s en e-bikes) Inspelen op de veiligheidsrisico’s door de energietransitie (niet zien als belemmering) en waar nodig maatregelen nemen om de veiligheid te garanderen Duurzame energie: warmte In 2050 alleen nog verwarming via alternatieve bronnen voor aardgas Isolatie van bestaand vastgoed</p>\n<p class=\"lf-p\">Collectieve oplossingen als geothermie en restwarmte, mogelijk aangevuld door aquathermie en individuele oplossingen als warmtepompen Stimuleren van inwoners om hun woningen te verduurzamen en van het aardgas af te gaan Experimenteren met aardgasvrije wijken bij de woningopgave, hetzij door collectieveoplossingen (WKO, warmtenet, geothermie), hetzij ‘all-electric’ oplossingen Maatregelen voor verduurzaming gaan gepaard met realisatie van een goed binnenklimaat Zoveel mogelijk voorkomen van overlast (bijv. geluid door warmtepompen) Klimaatadaptatie en water Zorgen waar mogelijk voor voldoende groen en water(berging), hemelwater langer vasthouden Tegengaan van wateroverlast (ook op straat) Zorgen voor een goede waterkwaliteit, o.a. door zoveel mogelijk afkoppelen hemelwater Water en bodem zijn leidend voor andere (ruimtelijke) opgaven (fysieke leefomgeving voegt zich naar randvoorwaarden vanuit het watersysteem) Integraal meewegen van waterbelangen bij nieuwe ontwikkelingen Rekening houden met schommelingen van het waterpeil bij (her)ontwikkelingen Inwoners uitnodigen hun tuinen te vergroenen en de bebouwde omgeving waterbestendiger te maken Tegengaan van verdroging / droogte Tegengaan van hittestress Inzetten op een maximaal kroonvolume van bomen voor schaduwwerking Multifunctioneel ruimtegebruik, zoals groene en blauwe daken Circulaire samenleving Ontwikkelen van een circulaire economie Ontwikkelen van een afvalloze samenleving Sluiten van grondstoffenstromen in productieketens Stimuleren van bedrijven tot hergebruiken van materialen Verduurzaming bollenteelt Verduurzamen van de bollenteelt Verhogen van de bodemvruchtbaarheid Innovatief werken met een modern, energieneutraalteeltsysteem Vergroten van de biodiversiteit Investeren in klimaatadaptatie en leveren van ecosysteemdiensten Zorgen voor een afname van stikstof- en fosfaatbelasting op grond- en oppervlaktewater Minder verbruiken van grondwater Beperken van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen Gezamenlijk verduurzamen Actief ondersteunen en betrekken van inwoners en bedrijven in Lisse bij het zoeken naar duurzame en klimaatadaptieve oplossingen Stimuleren samen met EBDB, SGDB en OGDB van een innovatief en duurzaam ondernemersklimaat in de regio 4.3 Ontwikkelrichting per deelgebied 4.3.0 Inleiding In de vorige paragraaf hebben we de richtinggevende ambities voor de gemeente als geheel geschetst. Hieronder vertalen we deze naar een ontwikkelrichting voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente. We onderscheiden de volgende zeven deelgebieden, die duidelijk van elkaar verschillen qua karakter, sfeer en identiteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">bollengebied; recreatieve zone; natuurlijke zone; weidegebied; centrum; woongebieden; bedrijventerreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van elk deelgebied beschrijven we de karakteristieken die samen het huidige karakter (de huidige identiteit) vormen. Per deelgebied geven we vervolgens op basis van dat huidige karakter de ontwikkelrichting op hoofdlijnen op weg naar 2040: hoe willen we de bestaande kwaliteiten van het deelgebied behouden en versterken en welke typen ontwikkelingen kunnen daaraan bijdragen? Deze ontwikkelrichtingen zijn een nadere uitwerking van de richtinggevende ambities die we voor de hele gemeente hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kaart met alle deelgebieden samen vormt een ‘ruimtelijk raamwerk’ dat dient als kapstok voor (nieuwe) ontwikkelingen. Ontwikkelingen kunnen hieraan worden opgehangen, mits ze passen bij de sfeer/het karakter van het deelgebied. Zo dragen ze bij aan het behoud of de versterking van de kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De grenzen tussen de diverse gebieden hebben we logisch gelegd. Hierdoor zijn deze grenzen ‘hard’ en is duidelijk zichtbaar welke visie voor welk gebied geldt. Soms kan het echter voorkomen dat een specifieke locatie op de grens van twee gebieden ligt. Ook dan biedt de visie voldoende aanknopingspunten om het gesprek over een bepaalde ontwikkeling of initiatief op de juiste manier te kunnen voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3.1 Bollengebied Kaart Bollengebied Huidig karakter Het bollengebied is heel belangrijk voor de identiteit van onze gemeente. Karakteristiek voor het bollengebied is de teelt van bollen en vaste planten (al zijn er ook twee veeteeltbedrijven aanwezig). Het landschap bestaat hoofdzakelijk uit grootschalige open bollenvelden, maar er zijn in Lisse ook nog relatief veel bollenvelden die een veel meer besloten karakter hebben doordat ze zijn omzoomd door houtwallen, bomenrijen, beukenhagen en bosjes (bollenvelden in groene ‘kamers’). Afwisselend staan hiertussen oude in cultuurhistorisch opzicht waardevolle boerderijen en bollenschuren, maar ook grote (moderne) bollenschuren, soms verdekt en soms open en bloot in het landschap. In en om de bollenvelden komen akkervogels als patrijs, gele kwikstaart en veldleeuwerik voor, al zijn deze de afgelopen decennia sterk in aantallen achteruit gegaan. Het prachtige bollenlandschap vormt in het voorjaar een internationale toeristische trekker en het hele jaar door een uitloopgebied voor Lissers om te recreëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bollengebied is als onderdeel van de Greenport Duin- &amp; Bollenstreek van grote economische waarde voor Nederland. Bedrijven uit deze regio verzorgen bijna twee derde van de mondiale handel en export van bloembollen. Behalve de wereldberoemde bollenteelt vindt hier ook teelt en veredeling van bloemen, knollen en vaste planten plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelrichting Gezien de grote waarde van het bollengebied voor Lisse, zowel in economisch, toeristisch-recreatief, landschappelijk als cultuurhistorisch opzicht, hechten we veel waarde aan het behouden van de bestaande bollenvelden. De beleidsmaatregel uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport DuinenBollenstreek (ISG; Duin- en Bollenstreek 2016; zie Greenport Duin- en Bollenstreek en Bijlage II Continuering ISG-beleid onder de Omgevingswet) dat het totale areaal van eersteklas bollenveld niet af mag nemen zal de komende jaren blijven gelden. Het meest karakteristieke landschap van Lisse blijft daarmee behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">We willen onze positie als centrum van de bloembollensector op het gebied van kennis en expertise én op toeristisch gebied behouden. Nieuwe ontwikkelingen moeten hieraan bijdragen of mogen dit in ieder geval niet in de weg staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In navolging van de Strategische agenda ruimte Duin- en Bollenstreek en de ISG2016 zetten we in op verduurzaming van de teelt van bloemen, bollen, knollen en vaste planten. We faciliteren in samenwerking met de partners in de Duin- en Bollenstreek innovatie en kennisontwikkeling op dit gebied. Hierin onderschrijven wij de ‘ambitie plantgezondheid 2030’ van de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) voor gezonde planten, leefomgeving en markt. Dit breiden wij uit met het streven dat de teelt in Lisse in 2030 100% circulair, emissieloos en residuvrij is, met een duurzaam bodemgebruik. Daarmee kan de bollensector een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzamingsopgave, en daarbij ook zorgen voor een verbetering van de milieukwaliteit. We faciliteren de schaalvergroting, intensivering en herstructurering die noodzakelijk zijn voor een rendabele bedrijfsvoering indien per saldo kwaliteitsverbetering optreedt door bijdrage te leveren aan: een circulaire, emissieloze en residuvrije teelt met een duurzaam bodemgebruik; landschappelijke kwaliteitsverbetering met behoud of versterking van de gebiedskarakteristieken, waaronder (de beleving/zichtbaarheid van) cultuurhistorische elementen en structuren; het realiseren van een robuust klimaatbestendig bodem- en watersysteem; het verbeteren van de waterkwaliteit in het bollengebied; het verhogen van de karakteristieke natuurwaarden, waaronder de populaties akkervogels; het bollentoerisme.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook andere initiatieven die bijdragen aan bovenstaande punten kunnen rekenen op een positieve grondhouding van de gemeente. Zo verandert ons bollenteeltgebied geleidelijk in een duurzame Greenport die aantrekkelijk is voor duurzame ondernemers, de inwoners van het buitengebieden voor alle Lissers. Met deze duurzame Greenport kunnen we bovendien beter inspelen op de (inter)nationale bekendheid van ons bollengebied en de toeristisch-recreatieve potenties nog meer benutten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overigens volgt uit de ISG2016 dat nieuwe vestiging van bedrijven niet mogelijk is in het bollengebied. Nieuwvestiging van bedrijven met aantoonbare emissieloze en residuvrije teelt is echter wel mogelijk indien het Overlegplatform Greenport RO Duin en Bollenstreek hierover een positief advies afgeeft (maatwerkadviesprocedure).</p>\n<p class=\"lf-p\">Greenport Duin- en Bollenstreek Al in 1996 hebben de bollengemeenten en maatschappelijke organisaties de handen ineengeslagen en het ‘Pact van Teylingen’ opgesteld om de aantasting en verrommeling van het buitengebied tegen te gaan. In 2004 is dit uitgebreid met het ‘Offensief van Teylingen’ om gewenste ontwikkelingen die vertraagd werden, alsnog te kunnen realiseren. Dit is vertaald in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) waarin op tal van terreinen beleid is geformuleerd. Met het oog op de uitvoering is de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) opgericht. In 2016 is de ISG geactualiseerd en dit document vormt voor het buitengebied de basis voor de omgevingsvisie. De ISG2016 blijft voor Lisse van kracht tot het moment, dat het beleid van de ISG2016 Omgevingswet-proof is gemaakt. In Bijlage II Continuering ISG-beleid onder de Omgevingswet is de uitwerking van het strategische beleid van de ISG2016 opgenomen. Daarnaast wordt naar verwachting door de gemeenten een gezamenlijk Programma Duurzame Greenport en Landelijk Gebied opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2019 is tevens de stichting Greenport Duin- en Bollenstreek opgericht. Binnen deze stichting werken ondernemers, onderwijs en overheid samen aan de versterking van de economische positie van de Greenport. De stichting wordt gefinancierd vanuit de Greenport-gemeenten en vanuit een subsidie van de provincie Zuid-Holland. Voor de uitvoering van projecten worden samenwerkingspartners gezocht. En projecten van derden die bijdragen aan de economische positie van de Greenport worden ondersteund.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschappelijke kwaliteit De openheid van de bollenvelden (al dan niet omsloten door beplanting) in combinatie met het karakteristieke slotenpatroon (zandsloten) is een gewaardeerde karakteristiek die wij willen behouden. Het is daarom belangrijk om ‘verrommeling’ tegen te gaan. Dit betekent onder meer dat wij ernaar streven dat (grootschalige) kassencomplexen uitgeplaatst worden, dat vervallen schuren en verwaarloosde bedrijven worden gesaneerd of opgeknapt en dat nieuwe en bestaande bebouwing goed landschappelijk wordt ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">We streven ook naar uitplaatsing van (grootschalige) niet passende bedrijvigheid - zoals transportbedrijven, detailhandel en (andere) bedrijven meteen sterk verkeersaantrekkende werking - uit het bollengebied. Dit om de uitstraling, leefbaarheid en toekomstbestendigheid van het gebied te vergroten,en daarmee ook de toeristisch-recreatieve waarde van het bollengebied. Maatwerkoplossingen voor bedrijfssanering of -verplaatsing zijn mogelijk onder de voorwaarden dat zo een actie bijdraagt aan een (ruimtelijke) kwaliteitsverbetering en de duurzaamheidsambities.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouw van nieuwe woningen is in het bollengebied niet toegestaan, met uitzondering van de bouw van zogenaamde Greenport-woningen. Om het herstructureringsprocesen de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit te financieren is in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek afgesproken om 500 ‘offensiefwoningen’ (‘dun en duur’) en 100 zogenaamde ‘landgoedwoningen’ (‘heel dun en duur’) in het buitengebied van de regio te bouwen. Deze twee categorieën zijn samengevoegd tot 600 Greenportwoningen en ook als zodanig opgenomen in de Regionale Woonagenda.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de vijf gemeenten wordt gekeken naar geschikte locaties voor deze Greenportwoningen. Bij de ontwikkeling van Greenportwoningen dient een financiële bijdrage te worden geleverd aan de GOM. De GOM realiseert hiermee kwaliteitsverbetering ergens in het buitengebied van de bollenstreek. Naast de bijdrage aan de GOM is ook uitgangspunt dat op de ontwikkellocatie zelf door de bouw van de Greenportwoningen de kwaliteit van de fysieke leefomgeving ten minste gelijk blijft. De Greenportwoningen kunnen onder die voorwaarden worden gerealiseerd in het buitengebied, maar in principe alleen als ‘eerste lijn bebouwing’ (dat wil zeggen langs een weg en niet achter bestaande bebouwing). De voorkeur gaat uit naar het clusteren van Greenportwoningen aansluitend aan de kern van Lisse of een van de buurtschappen, passend naar aard en schaal. We zijn uiterst terughoudend met het realiseren van Greenportwoningen elders (in de bestaande lintbebouwing) in het buitengebied, omdat we de openheid van het landschap zoveel mogelijk willen behouden. Bij voorkeur wordt met zo een ontwikkeling een bestaand ruimtelijk probleem aangepakt (bijvoorbeeld het transformeren van een rommelige dorpsrand tot een fraaie overgang tussen dorp en buitengebied). De ontwikkeling van Greenportwoningen dient de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in stand te houden of te versterken (zichtlijnen, cultuurhistorisch, duurzaamheid e.d.) en mag geen negatieve invloed hebben op de milieukwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toekennen van een woonfunctie of passende bedrijfsfunctie aan vrijkomende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, zoals een monumentale bollenschuur, is onder voorwaarden mogelijk. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten verwijzen we naar het regionaal geldende beleid. Verder is er geen woningbouw toegestaan in het buitengebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhogen natuurwaarden Emissieloze en residuvrije teelt van bloemen, bollen, knollen en vaste planten zorgt voor een verhoging van de biodiversiteit. Kansen voor het verhogen van de natuurwaarden in het bollengebied liggen daarnaast in het aanleggen van natuurvriendelijke oevers langs de brede watergangen, het ontwikkelen van kruidenrijke akkerranden en bermen en het terugbrengen van de karakteristieke beukenhagen in het gebied. Het is belangrijk steeds te blijven zoeken naar een balans tussen de productieve en ecologische waarde om zo ook de lokale natuurwaarden te versterken. Huidige en nieuwe landbouwactiviteiten dienen overigens conform de Wet natuurbescherming uitgevoerd te worden. Op deze manier worden nabijgelegen Natura 2000-gebieden (o.a. Kennemerland-Zuid) beschermd tegen stikstofdepositie. Stikstofreductie en andere doelen voor een vitaal platteland worden momenteel uitgewerkt in concrete plannen in het kader van het ZH-PLG (zie ook 4.2.1 Onze leefomgeving laten bloeien).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeristisch-recreatieve waarde In het bollengebied faciliteren we kleinschalig bollentoerisme (bijvoorbeeld een bloemenpluktuin, rondleidingen op een bollenbedrijf, een boeren(-mini)camping of een bed &amp; breakfast in een oude bollenschuur). Ontbrekende schakels in het recreatieve routenetwerk pakken we aan om zodoende een betere ontsluiting voor voetgangers, fietsers en kleinschalige recreatievaart te realiseren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om een nieuwe oost-westverbinding voor fietsers, die Lisse verbindt met de duinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend afwegingskader Bollengebied Behouden van de bestaande bollenvelden (totale areaal eersteklas bollenveld neemt niet af) Behouden van de positie als centrum van de bloembollensector op het gebied van kennis, expertise en toerisme Verduurzamen van de teelt van bloemen, bollen, knollen en vaste planten: overgang naar een 100% emissieloze en residuvrije teelt met een duurzaam bodemgebruik Faciliteren van schaalvergroting, intensivering, herstructurering teeltbedrijven Verbeteren van de ruimtelijke/landschappelijke kwaliteit en versterken van de gebiedskarakteristieken: behouden van de openheid van bollenvelden, het herstellen van hagen en houtwallen langs de randen en het behouden/versterken van het karakteristieke slotenpatroon Verhogen van de leefbaarheid en toekomstbestendigheid Uitplaatsen van (grootschalige) kassencomplexen en niet passende bedrijvigheid, saneren of opknappen van verwaarloosde bedrijven, landschappelijk inpassen van nieuwe en bestaande bebouwing Benutten van recreatieve potenties: faciliteren van kleinschalig bollentoerisme, toevoegen van ontbrekende schakels in het recreatieve routenetwerk; realiseren van een betere ontsluiting voor voetgangers, fietsers en recreatievaart Verhogen van de biodiversiteit: aanleggen van natuurvriendelijke oevers, ontwikkelen van kruidenrijke akkerranden en bermen, terugbrengen van karakteristieke beukenhagen Realiseren van een robuust klimaatbestendig bodem- en watersysteem, met een goede waterkwaliteit Geen verslechtering laten optreden van de milieukwaliteit Geen nieuwe woningen bouwen, eventueel met uitzondering van Greenportwoningen (onder voorwaarden); deze worden bij voorkeur geclusterd ontwikkeld aansluitend aan de kern van Lisse of een van de buurtschappen, passend naar aard en schaal (eventueel elders als eerstelijnsbebouwing) Door de bouw van Greenportwoningen blijft de kwaliteit van de fysieke leefomgeving ten minste gelijk en treedt geen negatieve invloed op de milieukwaliteit op Toekennen van een woon- of passende bedrijfsfunctie aan vrijkomende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen is onder voorwaarden mogelijk 4.3.2 Recreatieve zone Kaart Recreatieve zone Huidig karakter De recreatieve zone bevindt zich aan de westkant van de N208, ten westen van het centrum van Lisse. Met diverse recreatieve voorzieningen is het een deels intensief gebruikt recreatiegebied. Vooral in het voorjaar wordt dit deelgebied door vele toeristen bezocht, terwijl Lissers het gebied het hele jaar door gebruiken om te sporten of te recreëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bekendste toeristische trekker is natuurlijk Lentepark Keukenhof, dat met zijn voorjaarstentoonstelling van bloeiende bloembollen een internationale trekker van toeristen vormt. Maar Keukenhof fungeert ook als een platform voor de Nederlandse sierteeltsector en als ontmoetingsplek voor zakelijke contacten van kwekers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Even ten zuiden van het bloemenpark liggen het Kasteel en het Landgoed Keukenhof, met naast het kasteel onder andere de kasteeltuin en beeldentuin, Hofboerderij, kinderboerderij en een goed toegankelijk bosgebied. Op het landgoed bevindt zich het Lisser Art Museum (LAM), een kunstmuseum voor alle leeftijden. Hier is dus veel te vinden op het gebied van kunst en cultuur(historie). En vooral het bosgebied (een oud duinbos) is ook van groot belang voor de natuur: onder meer verschillende soorten vleermuizen en bosvogels als spechten en uilen komen hier voor. Het landgoed is daarom onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige ecologische hoofdstructuur).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de zuidkant van de recreatieve zone zijn hoogwaardige sportfaciliteiten voor diverse sporten aanwezig op Sportpark Ter Specke. Hier liggen onder meer een atletiekbaan, tennisvelden, hockeyvelden, voetbalvelden, een honk- en softbalveld, wielerbaan en enkele golfbanen. Ook wordt er momenteel een integrale sportaccommodatie/-hal ontwikkeld, die ook geschikt is voor bewegingsonderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelrichting De diverse recreatieve voorzieningen in het gebied zijn momenteel al van grote kwaliteit en leveren een belangrijke bijdrage aan de kracht van Lisse. Daarom willen we het erfgoed, de cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de natuurwaarden en de recreatieve beleving hiervan behouden en waar mogelijk versterken. Daarbij besteden we onder meer aandacht aan voldoende rustplekken en faciliteiten voor minder mobiele mensen, waardoor het gebied een aangename verblijfsplek is die toegankelijk is voor iedereen. Waar mogelijk versterken we ook de ruimtelijke en economische relaties van de recreatieve zone met het dorp, bijvoorbeeld door goede en toegankelijke wandelroutes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keukenhof blijft een belangrijke toeristische trekpleister voor Lisse, die door de regio Duin- en Bollenstreek is aangewezen als zogenoemd ‘potentiegebied’. Door de provincie Zuid-Holland is Landgoed Keukenhof en omgeving (de Bollenstreek) bovendien aangeduid als ‘kroonjuweel’: een cultuurhistorisch ankerpunt waar behoud van de uitzonderlijke kwaliteit, de structuur en de fysieke kenmerken het uitgangspunt is. Door het verlengen van het toeristisch-recreatieve seizoen kan de aantrekkende functie van Keukenhof (inclusief landgoed, Keukenhofbos en omliggende landerijen/gebieden, musea, evenementen en arrangementen) nog verder worden versterkt. Door het verbeteren van de bereikbaarheid (bijvoorbeeld via een NS-station Lisse en/of een noordelijke mobiliteitshub) en nieuwe verblijfsaccommodaties in de omgeving kan Lisse (en de hele regio) nog meer profiteren van alle bezoekers uit binnen- en buitenland. Om Keukenhof nog beter op de kaart te zetten, wordt de mogelijkheid onderzocht voor een aanvraag voor Keukenhof als UNESCO Werelderfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Convenant tussen Keukenhof en gemeente Lisse In een convenant hebben we samen met Keukenhof afspraken gemaakt over hoe we samen optrekken bij belangrijke thema’s als duurzaamheid, toerisme en sociaal-maatschappelijke thema’s. Tegelijkertijd staan er ook heel praktische en zichtbare afspraken in het convenant. Een daarvan is dat Keukenhofrotondes langs de randweg adopteert en bijdraagt aan het groenonderhoud langs de wegen rondom Keukenhof. Zo draagt Keukenhof bij aan mooi visitekaartje voor Lisse.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is het belangrijk om de uitstekende sportvoorzieningen in de recreatieve zone ook in te toekomst te behouden en kwalitatief op peil te houden. Waar dat mogelijk is zetten we faciliteiten multifunctioneel in. En we blijven werken aan aantrekkelijke en veilige verbindingen voor langzaam verkeer (fietsers, wandelaars) vanuit Lisse, Lisserbroek en omliggende dorpen van/naar de recreatieve zone, zowel naar Ter Specke als naar Keukenhof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend afwegingskader Recreatieve zone Behouden en waar mogelijk versterken van erfgoed en cultuurhistorie Behouden en waar mogelijk versterken van de landschappelijke en natuurwaarden Behouden en waar mogelijk versterken van de recreatieve beleving Behouden en waar mogelijk versterken van het gebied als aangename verblijfsplek die toegankelijk is voor iedereen (bijvoorbeeld met voldoende rustplekken en faciliteiten voor minder mobiele mensen) Versterken van de ruimtelijke en economische relaties met het dorp Behouden van de uitzonderlijke kwaliteit, structuur en fysieke kenmerken van ‘kroonjuweel’ Keukenhof Verlengen van het toeristisch-recreatieve seizoen Verbeteren van de bereikbaarheid Behouden en kwalitatief op peil houden van sportvoorzieningen en deze waar mogelijk multifunctioneel inzetten Zorgen voor aantrekkelijke en veilige verbindingen voor langzaam verkeer 4.3.3 Natuurlijke zone Kaart Natuurzone Huidig karakter De natuurlijke zone ligt ietwat verscholen in een langwerpige strook aan de westkant van onze gemeente: tussen de Trekvaart Haarlem-Leiden aan de westkant en de recreatieve zone en het bollengebiedaan de oostkant. Dit deelgebied (dat bestaat uit drie polders: Lageveense Polder, Kleine Looster enGroote Looster) is een uniek en beschermd natuurgebied dat deel uitmaakt van het NatuurnetwerkNederland (NNN). Het gebied heeft een halfopen landschap: natte veenweides afgewisseld met vochtige bosjes (‘broekbos’). Hier zijn nog nachtegalen en wielewalen te vinden, evenals de ijsvogel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Trekvaart Haarlem-Leiden vormt langs dit landschap een belangrijke cultuurhistorische lijn en fungeert daarnaast ook als een ecologische verbindingszone in het natuurnetwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het grootste deel van de natuurlijke zone is slechts beperkt (recreatief) toegankelijk, via enkele laarzenpaden. Dit maakt het gebied aantrekkelijk voor mensen die er speciaal naar toe komen om van de rust en de natuur te genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de Stationsweg loopt door het gebied. Aan deze weg ligt een Toeristisch overstappunt (TOP), bij het voormalige treinstation van Lisse. Het TOP fungeert als knooppunt waar diverse recreatieve routes samenkomen. Ook is er een horecagelegenheid aanwezig. Hier kunnen bezoekers hun auto parkeren en verder te voet of op de fiets de natuurlijke zone en/of de andere delen van Lisse en de bollenstreek verkennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelrichting Gezien de belangrijke natuurwaarden het gebieden de status als NNN is de ontwikkelrichting voor dit deelgebied in eerste instantie gericht op het behouden en waar mogelijk versterken van de natuurwaarden. Combinaties met opgaven als vernatting en het tegengaan van bodemdaling kunnen mogelijk interessant zijn. In het gebied willen we ook ruimte bieden voor de icoonsoorten zoals aangewezen door de provincie Zuid-Holland, zoals dotterbloem, rietorchis, argusvlinder, glassnijder (libel), blauwborst, nachtegaal, rosse vleermuis en op termijn wellicht otter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Langs de Trekvaart Haarlem-Leiden ligt een provinciale ecologische verbindingszone. Deze is bedoeld om als geïsoleerd aangeduide polder- en bosgebieden zoals de Lageveense Polder (en aansluitend Landgoed Keukenhof), Landgoed Leeuwenhorst en de Hoogewegpolder (zuid van Voorhout) met elkaar te verbinden. De natuurdoelen richten zich op moerasvegetaties, kruiden- en faunarijk grasland en ruigteveld. In regionaal verband onderzoeken we momenteel de mogelijkheden voor realisatie van deze verbindingszone (en van eventuele aansluitende verbindingen in oost-westrichting).</p>\n<p class=\"lf-p\">We onderzoeken of het mogelijk is het recreatieve netwerk van wandel-, sloepen en/of kano- en eventueel fietsroutes uit te breiden, zonder dat dit ten koste gaat van de aanwezige flora en fauna. Een goede zonering in ruimte en/of in tijd (bijvoorbeeld alleen toegankelijk buiten het broedseizoen) is daarbij belangrijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">In samenwerking met de andere gemeenten in de regio Duin- en Bollenstreek en provincie Zuid-Holland gaan we ervoor zorgen dat de recreatieve potenties van de Trekvaart Haarlem-Leiden beter benut worden. Dat kan onder meer door de cultuurhistorische waarden beter zichtbaar/beleefbaar te maken en de mogelijkheden voor de pleziervaart te vergroten. Het Toeristisch overstappunt (TOP) stellen we centraal als uitvalsbasis voor wandel- en fietsroutes in de omgeving. Ook gaan we onderzoeken of heropening van het oude station Lisse (in het Keukenhofseizoen) haalbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend afwegingskader Natuurlijke zone Behouden en waar mogelijk versterken van natuurwaarden Vernatten en tegengaan van bodemdaling Ruimte bieden voor icoonsoorten (zoals aangewezen voor de provincie) Realiseren van de ecologische verbindingszone langs de Trekvaart Uitbreiden van het recreatieve netwerk van wandel-, vaar- en fietsroutes Beter benutten van de recreatieve potenties van de Trekvaart (o.a. vergroten van de mogelijkheden voor pleziervaart) Beter zichtbaar/beleefbaar maken van cultuurhistorische waarden Centraal stellen toeristisch overstappunt (TOP) als uitvalsbasis voor wandel- en fietsroutes 4.3.4 Weidegebied Kaart Weidegebied Huidig karakter Ten zuiden van de kern Lisse ligt een weidelandschap, tussen het bollengebied en de Ringvaart. Kenmerkend voor dit weidegebied is de grote mate van openheid, vooral in de Lisserpoelpolder en Hellegatspolder. Op sommige plekken wordt de openheid onderbroken door pestbosjes: kleine, met bomen begroeide en vaak met een ringsloot omzoomd stukjes land in de weides (vroeger gebruikt om het zieke en dode vee te begraven dat was bezweken aan veepest of miltvuur).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied is voor een groot deel groen, laag gelegen en nat. Het wordt doorkruist door veel verschillende watergangen en begrensd door de dijk langs de Ringvaart. Het beeld van het landschap wordt verder ingevuld door de koeien in de wei en de weidevogels die in het gebied nestelen. Langs de Ringvaart valt de Lisserpoelmolen op als een aantrekkelijke landmark in het landschap. Langs de Ringvaart bevindt zich een jachthaven. Daarnaast lopen er diverse recreatieve routes door het gebied. In de overgang naar het woongebied van de Poelpolder zijn een ijsbaan, een scoutingterrein, een speelroute voor de jeugd en een sportveld aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Rooversbroekpolder (gelegen direct ten zuiden van het dorp) is minder open door de aanwezigheid van bebouwing en kassen. De kassen staan vooral in het noordelijk dat in de ISG2016 is aangewezen als glastuinbouwgebied. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland (2023) is het een ‘maatwerkgebied glastuinbouw’, wat inhoudt dat omvorming van glastuinbouw naar andere functies onder voorwaarden mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelrichting Open houden van de Lisserpoelpolder en Hellegatspolder In de toekomst willen we het open agrarisch karakter van de Lisserpoelpolder en Hellegatspolder zoveel mogelijk behouden. Belangrijk punt daarbij is het tegengaan van verrommeling in het landschap. In principe bieden we geen ruimte voor nieuwe woningen of bedrijvigheid, maar als uitzondering wel voor transformaties waarbij een kwaliteitsverbetering optreedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Biodiversiteit en transitie van de landbouw We zien in beide polders ook de noodzaak de biodiversiteit te herstellen. Dat kan onder andere door het uitdiepen van watergangen en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Het realiseren van extra waterberging kan bijdragen aan de natuurwaarde van het gebied, waarbij van belang is dat de karakteristieke structuren in stand blijven. Maar we willen vooral de geschiktheid van de Lisserpoelpolder en Hellegatspolder voor weidevogels vergroten; deze polders zijn voor een groot deel door de provincie aangewezen als ‘belangrijk weidevogelgebied’. Het gaat niet goed met de Nederlandse weidevogels, terwijl ons land internationaal gezien van groot belang is voor een soort als grutto. Bescherming van weidevogelgebieden - zelfs als ze relatief klein zijn zoals in Lisse - is daarom belangrijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast het behoud van de openheid en de rust is ook een omslag naar een duurzame, circulaire en ‘natuurinclusieve’ bedrijfsvoering van groot belang. Dat betekent bijvoorbeeld dat reststoffen worden hergebruikt, de stikstofuitstoot wordt verminderd, waterstanden hoger worden, er geen insecticiden worden gebruikt, het maaibeheer wordt aangepast en er ruimte is voor onder meer insecten en boerenlandvogels op de erven en in de weilanden. Uiteraard moet dat wel gepaard gaan met behoud van een rendabele bedrijfsvoering. We gaan in gesprek met onze agrariërs om te bespreken wat zij nodig hebben om deze omslag te maken en hoe we ze daarbij kunnen ondersteunen. Samenwerking met provincie en hoogheemraadschap is daarbij essentieel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier liggen belangrijke raakvlakken met het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (zie 4.2.1 Onze leefomgeving laten bloeien). In overleg kunnen we samen op zoek gaan naar koppelkansen en verdienmodellen. Te denken valt aan natuur- en landschapsbeheer, klimaatadaptatie (tegengaan van droogte door water vast te houden in plaats van snel af te voeren), opwekken van duurzame energie en recreatie. We onderzoeken daarbij ook hoe de agrarische producten meer regionaal kunnen worden afgezet (met kortere ketens).</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieve beleving Daarnaast willen we graag de recreatieve toegankelijkheid van het weidegebied verbeteren, bijvoorbeeld door meer ommetjes (bijvoorbeeld laarzenpaden) te creëren vanuit het dorp. Voorwaarde daarbij is dat dit niet ten koste gaat van de aanwezige natuurwaarden, waaronder de weidevogelpopulatie. Dit kan door een goede zonering in ruimte en/of tijd (bijvoorbeeld wandelpaden alleen op afstand van de broedvogels en/of alleen toegang buiten het broedseizoen). Er is ook ruimte voor kleinschalige recreatieve activiteiten, mits deze plaatsvinden op de bestaande erven (bijvoorbeeld een bed &amp; breakfast of een theetuin).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelen Rooversbroekpolder, inclusief nieuwe wegverbinding Het noordelijk deel van de Rooversbroekpolder grenst aan het dorp (wijk Poelpolder) en juist hier is een recreatief uitloopgebied dan ook van groot belang. Tegelijkertijd willen we graag dat hier (in het verlengde van de 2e Poellaan) een nieuwe oost-westverbinding komt tussen de N208 en de A44 om zo de ontsluiting van Lisse te verbeteren. Hierover zijn we in gesprek met onder meer de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland, de gemeente Haarlemmermeer en de regio. De komst van zo een wegverbinding biedt mogelijk kansen voor duurzame bedrijvigheid in de Rooversbroekpolder, ingepast in een groene omgeving (zie 4.3.7 Bedrijventerreinen). Dit alles vraagt om een integraal ontwerp waarin alle verschillende functies goed op elkaar worden afgestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom gaan we een gebiedsvisie opstellen om te komen tot een aantrekkelijke dorpsrand, met ruimte voor recreatie, waterberging, natuurontwikkeling en eventueel bedrijven in het groen. Daarbij zetten we er onder meer op in dat oude kassen in het gebied worden opgeruimd en er ter plaatse een (ruimtelijke) kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd. Belangrijk aspect bij deze integrale ontwikkeling is ook de leefbaarheid van de bestaande woongebieden. Het toevoegen van (Greenport)woningen is vrijwel niet mogelijk in dit gebied als gevolg van de beperkingen vanuit Schiphol, maar voor bedrijvigheid is wel ruimte. Alleen aan de Middenweg en de Rooversbroekdijk is beperkte ruimte aanwezig, bijvoorbeeld als maatwerkoplossing om agrarische bedrijfsbebouwing te vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend afwegingskader Weidegebied Behouden van het open agrarisch karakter in de Lisserpoelpolder en Hellegatspolder Tegengaan van verrommeling Nieuwe woningen of bedrijvigheid zijn uitsluitend mogelijk bij transformaties met kwaliteitsverbetering Herstellen van de biodiversiteit Uitdiepen van watergangen, aanleggen van natuurvriendelijke oevers, realiseren van extra waterberging Vergroten van de geschiktheid voor weidevogels Behouden van de openheid en rust Omslag maken naar een duurzame, circulaire en natuurinclusieve agrarische bedrijfsvoering Verbeteren van de recreatieve toegankelijkheid als dit niet ten koste gaat van de natuurwaarden (weidevogels) Ontwikkelen van kleinschalige recreatieve activiteiten op bestaande erven Ontwikkelen nieuwe oost-westverbinding tussen de N208 en de A44 Creëren van een aantrekkelijke dorpsrand langs Poelpolder (met ruimte voor recreatie, waterberging, natuurontwikkeling en eventueel bedrijven in het groen) Opruimen van oude kassen, realiseren (ruimtelijke) kwaliteitsverbetering ter plaatse 4.3.5 Centrum Kaart Centrum Huidig karakter Het centrum van Lisse is een aantrekkelijk winkel- en woongebied. Het historische karakter en de cultuurhistorische waarden dragen bij aan de uitstraling van het centrum. In combinatie met de hoogwaardige winkelvoorzieningen en horeca geeft dit Lisse een stedelijk tintje. Het voorzieningenniveau is echt onderscheidend: door het brede aanbod aan kwaliteitswinkels worden niet alleen de Lissers bediend, maar heeft het centrum ook een regionale aantrekkingskracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook op het gebied van kunst en cultuur heeft het centrum veel te bieden, met onder andere museum De Zwarte Tulp. Cultureel centrum Floralis - met een theater en een bioscoop - ligt weliswaar net buiten het centrumgebied, maar kan wel gezien worden als de poort tot het centrum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al deze zaken maken het dorpscentrum tot een belangrijke plek voor Lissers en bezoekers om elkaar te ontmoeten en hun vrije tijd te besteden. Wel staat de vitaliteit van het (winkel)centrum door recente trends onder druk, en is revitalisering (compacter kernwinkelgebied, nieuwe functies, transformatie naar wonen) nodig om verschraling in de toekomst te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelrichting Winkelaanbod en voorzieningen We willen ook in de toekomst het onderscheidend voorzieningenniveau in ons centrum behouden, met eigen kwaliteitswinkels en -voorzieningen die een regionale aantrekkingskracht hebben. Tegelijkertijd hebben we ook in Lisse te maken met een terugloop in het aanbod (en daardoor leegstand) als gevolg van online winkelen en schaalvergroting. Daarom werken we toe naar een concentratie van winkels in een kwalitatief hoogwaardig ‘kernwinkelgebied’. Wonen is hier op de begane grond (in de plint) niet toegestaan. Verhuizing van winkels vanuit de aanloopstraten naar het kernwinkelgebied moedigen we aan. In de aanloopstraten bieden we ruimte voor nieuwe functies, ook op de begane grond. Daarbij richten we ons vooral op wonen (bijvoorbeeld appartementen), werken/ondernemen, verblijf en vermaak. Naast aan detailhandel willen we in het centrum ook ruimte bieden aan andere functies die voldoende aanloop genereren, zoals horeca en (andere) nieuwe toeristisch- of recreatief-economische activiteiten. Ook bieden we ruimte aan kleine jonge bedrijfjes (startups), eenmanszaken en bedrijven in de creatieve sector. Door deze concentratie en functiemenging verkleinen we het risico op leegstand en verschraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de uitstraling van het centrum en daarmee ook voor de identiteit van Lisse is het behouden van de cultuurhistorisch waardevolle gebouwen van groot belang. Samen met eigenaren, bewoners, gebruikers en beheerders zoeken we (waar dat nodig is) naar toekomstgerichte functies van het erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het voorzieningenpeil in het centrum is het belangrijk dat er een betere verbinding komt met Lisserbroek, waar de komende periode veel nieuwe woningen worden gebouwd. De huidige en nieuwe bewoners in Lisserbroek kunnen dan gebruik maken van de voorzieningen die Lisse te bieden heeft. De Lisserbrug vormt momenteel de enige verbinding en is daarom kwetsbaar. De komende jaren wordt er daarom een nieuwe verbinding voor fietsers en hoogwaardig openbaar vervoer gerealiseerd over de Ringvaart tussen Lisse en Lisserbroek. We vinden het belangrijk dat er daarnaast in de toekomst nog een extra brugverbinding komt waar ook gemotoriseerd verkeer gebruik van kan maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel een goede bereikbaarheid met de auto vanuit de regio van belang is om onze aantrekkingskracht als onderscheidend historisch dorpscentrum in de (groeiende) regio te behouden, stimuleren we zo veel mogelijk het gebruik van de fiets van en naar het centrum. Veilige en groene langzaam verkeersroutes en goede (bewaakte) fietsenstallingen inclusief elektrische laadpalen maken met aantrekkelijker om met de fiets naar het centrum te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantrekkelijk en toekomstbestendig centrum We spannen ons in om het centrum te behouden en verder te ontwikkelen als compacte ontmoetingsplek met allure en aantrekkingskracht voor iedereen uit Lisse en omgeving. Daarbij hoort een aantrekkelijke - en waar mogelijk groene - verblijfsruimte, met bijvoorbeeld op Het Vierkant meer ruimte voor terrassen. We willen daarom het parkeren zoveel mogelijk verplaatsen naar de randen van het centrum en het centrum autoluw maken. Belangrijk is dat het centrum goed toegankelijk is voor voetgangers en fietsers, maar ook voor mensen met een fysieke en/of visuele beperking.</p>\n<p class=\"lf-p\">In samenspraak met de ondernemers in het centrum gaan we bovendien onze identiteit als bloemendorp nog nadrukkelijker in het centrum naar voren laten komen. Hoewel daar weinig voor ruimte is, willen we het centrum waar mogelijk groener maken, niet alleen voor de uitstraling maar ook vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie (verkoeling op warme dagen, ruimte voor waterberging) en biodiversiteit. Ook inwoners en ondernemers kunnen bijdragen, bijvoorbeeld met groene gevels en geveltuintjes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend afwegingskader Centrum Behouden van de aantrekkingskracht als onderscheidend historisch dorpscentrum in de regio, met een onderscheidend voorzieningenniveau Concentreren van winkels in een kwalitatief hoogwaardig kernwinkelgebied (hier geen woonfuncties op de begane grond) Verhuizen van winkels vanuit aanloopstraten naar het kernwinkelgebied In aanloopstraten nieuwe functies ontwikkelen: wonen, werken/ondernemen (startups, eenmanszaken en creatieve sector), verblijf en vermaak (horeca, toeristische of recreatieve activiteiten) Behouden van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en waar nodig zoeken naar toekomstgerichte functies van erfgoed Betere verbinding creëren met Lisserbroek Stimuleren fietsgebruik van en naar het centrum (veilige en groene langzaamverkeersroutes, (bewaakte) fietsenstallingen incl. laadpalen) Behouden en verder ontwikkelen van het centrum als compacte ontmoetingsplek met allure en aantrekkingskracht Op Het Vierkant meer ruimte bieden voor terrassen Centrum autoluw maken en het parkeren zoveel mogelijk verplaatsen naar de randen Centrum goed toegankelijk houden/maken voor voetgangers en fietsers, inclusief mensen met een beperking Identiteit als bloemendorp nadrukkelijker naar voren laten komen Waar mogelijk vergroenen van het centrum (ten behoeve van de uitstraling, klimaatadaptatie, biodiversiteit), bijvoorbeeld met groene gevels 4.3.6 Woongebied Kaart Woongebied Huidig karakter Lisse herbergt verschillende woonomgevingen, in de kern van Lisse en in de verschillende kleinschalige buurtschappen in het bollengebied. Halfweg is een buurtschap aan de noordwestkant van de gemeente en bestaat uit lintbebouwing aan de Trekvaart Haarlem-Leiden en de Stationsweg/Delfweg met achterliggende bedrijvigheid. Daarnaast ligt in Halfweg het voormalige treinstation van Lisse, dat tegenwoordig dienst doet als Toeristisch overstappunt (TOP). Buurtschap De Engel ligt aan de zuidkant van Lisse, ten westen van de N208. De Engel heeft gezien van de Heereweg (N208) een wat rommelig aanzicht, is relatief ‘stenig’ en er is weinig groen. Even verder oprichting het zuiden langs de N208 ligt het kleinschalige woongebied Ter Beek. De Engelbewaarderskerk is hier een beeldbepalend element. Nog iets verder zuidwaarts, tegen de zuidgrens van de gemeente, bevindt zich een woongebied rondom de 3e Poellaan. Dit is verbonden met het woongebied van Sassenheim.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woongebieden bieden onze inwoners (en nieuwe bewoners) een aangename plek om te wonen. Er zijn diverse hoogwaardige (maatschappelijke) voorzieningen aanwezig. Ook is er een rijk verenigingsleven in Lisse en vinden er veel evenementen plaats. Er is altijd groen en natuur in de buurt en onze gemeente is rijk aan beeldende kunst en cultuur. In breder perspectief zijn we gunstig gelegen nabij de kust, nabij steden én Schiphol, waar veel voorzieningen en werkgelegenheid zitten. Bij elkaar opgeteld, maakt dit van Lisse een zeer aantrekkelijke keuze als plaats om te wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningvoorraad in Lisse bestaat voornamelijk uit enerzijds relatief dure koopwoningen, en anderzijds sociale huurwoningen. Het woningaanbod in het middensegment is relatief beperkt. Aandachtspunt op het gebied van woningbouw zijn de beperkingen aan de zuidzijde van Lisse, als gevolg van de contouren van Schiphol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelrichting Om ook in de toekomst aantrekkelijke woongebieden te kunnen blijven bieden, willen we allereerst voldoende woningen bouwen voor de lokale behoefte, op locaties die reeds in voorbereiding zijn. Daarbij richten we ons onder meer op het middensegment, op jongeren die na hun studie willen terugkeren naar Lisse (met hun gezinnen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot 2030 realiseren we dit in de eerste plaats door inbreiding en transformatie, vooral van bedrijventerreinen. Om ook in kwalitatieve zin, dat wil zeggen het gewenste type woningen, aan de vraag te voldoen, kijken we ook naar uitbreiding op de locatie Geestwater. Voor de periode na 2030, gaan we afhankelijk van de vraag op zoek naar nieuwe locaties voor woningbouw. Belangrijke voorwaarde voor nieuwbouw is dat deze moet passen bij het dorpse karakter van Lisse - inclusief innovatieve en kleinere (betaalbare) woonvormen voor een- of tweepersoonshuishoudens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het terugdringen van de CO2-uitstoot is een belangrijke opgave. Het Rijk heeft bepaald dat de Nederlandse huishoudens in 2050 geen aardgas meer gebruiken. Dat betekent dat de bestaande woningvoorraad moet verduurzamen door middel van isolatie en omschakeling van aardgas naar een alternatieve duurzame warmtebron. Nieuwe woningen worden aardgasloos gebouwd en zijn minimaal energieneutraal, maar leveren bij voorkeur energie op. Ze worden bovendien klimaatbestendig en natuurinclusief gebouwd. Omdat bij ouderen de effecten van het klimaat op hun gezondheid (met name hittestress) groter is hebben wij bij seniorenwoningen speciale aandacht voor dit thema. Deze woningen worden zoveel mogelijk in een groene omgeving gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">We willen bovendien dat woningen, tuinen en wijken natuurinclusief worden ingericht, dat wil zeggen dat er meer ruimte komt voor planten en dieren, wat leidt tot een toename van de biodiversiteit. Voorbeelden van maatregelen zijn het toepassen van gebiedseigen beplanting in plaats van verharding, het toepassen van groene/sedumdaken en het ophangen van nestkasten. Door voorlichting en het creëren van bewustwording willen we ook inwoners hiertoe stimuleren. Daarnaast stellen we bij nieuwbouw en herontwikkelingen natuurinclusiviteit als een van de voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">We blijven onverminderd werken aan kwaliteitsverbetering van zowel onze bestaande als nieuwe woongebieden. Daaronder verstaan we onder meer dat er binnen een straal van 300 meter voldoende groen moet zijn. Dat stimuleert ontmoeting en beweging, maar helpt ook bij het tegengaan van hittestress, biedt ruimte voor waterberging en vergroot de biodiversiteit. Uitgangspunt daarbij is dat enkele grote groene plekken de voorkeur hebben boven meerdere kleine. Met vergroening kunnen we ook ‘rommelig’ aan doende delen zoals langs de Heereweg in De Engel verbeteren en tegelijk een aantrekkelijkere entree van de gemeente creëren. Specifiek voor de entrees van het dorp ontwikkelen we een gebiedsaanpak die gericht is op een representatieve / hoogwaardige uitstraling, zodat de entrees de visitekaartjes van het dorp worden. Daarbij kijken we ook welk soort woningbouw daar (eventueel) bij past.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanuit het oogpunt van gezondheid, stimuleren we daarnaast dat bedrijven in de woongebieden met een grote milieucontour, veiligheidsrisico’s en/of veel vrachtverkeer hun bedrijfsvoering aanpassen dan wel een andere locatie (verder weg van woongebieden) zoeken. Om onze woongebieden aantrekkelijker te maken, maken we ze ook beter bereikbaar. We willen de ontsluiting van woongebieden met het openbaar vervoer verbeteren, onder andere naar scholen in de regio.</p>\n<p class=\"lf-p\">We willen dat onze woongebieden voor íedereen een fijne plek zijn om te wonen. Door het creëren van voldoende ontmoetingsplekken en een passend maatschappelijk voorzieningenniveau versterken we de sociale cohesie in onze wijken en buurten. We bieden ook ruimte om te wonen aan bijzondere doelgroepen, zoals vluchtelingen en mensen die uit zorginstellingen uitstromen. Gezien het ouder worden van onze bevolking is het ook van groot belang het voorzieningenniveau daarop aan te passen. Dagelijkse boodschappen en zorgvoorzieningen moeten op loopafstand van de woonplek van ouderen bereikbaar zijn. In dat kader zetten we onder meer in op de inrichting van woonzorgzones.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend afwegingskader Woongebieden Bouwen van voldoende woningen voor de lokale behoefte: tot 2030: inbreiding en transformatie, plus uitbreiding op locatie Geestwater na 2030 op naar nieuwe locaties, afhankelijk van de vraag Nieuwbouw past bij het dorpse karakter van Lisse Verduurzamen van de bestaande woningvoorraad (isolatie en omschakeling naar een alternatieve duurzame warmtebron) Nieuwe woningen zijn minimaal energieneutraal en leveren bij voorkeur energie op Nieuwe woningen worden klimaatbestendig gebouwd, met speciale aandacht hiervoor bij seniorenwoningen Natuurinclusief inrichten van woningen, tuinen en wijken: o.a. toepassen van gebiedseigen beplanting in plaats van verharding, groene/sedumdaken, nestkasten, hagen in plaats van schuttingen/hekken/muren Natuurinclusiviteit is een voorwaarde bij nieuwbouw en herontwikkelingen Kwaliteitsverbetering realiseren in ‘rommelig’ aandoende delen in bestaande woongebieden, met voldoende groen Realiseren van toegankelijk openbaar groen binnen een straal van 300 meter Stimuleren van bedrijfsaanpassing of verhuizing van bedrijven in woongebiedenmet milieuhinder/risico’s/(verkeers)overlast Verbeteren van de bereikbaarheid van woongebieden, onder meer met het openbaar vervoer Versterken sociale cohesie in wijken en buurten, onder meer door het creëren van voldoende ontmoetingsplekken en een passend maatschappelijk voorzieningenniveau Ruimte creëren voor bijzondere doelgroepen om te wonen Aanpassen van het voorzieningenniveau op de ouder wordende bevolking Inrichten van woonzorgzones 4.3.7 Bedrijventerreinen Kaart Bedrijventerrein Huidig karakter De ligging in de westflank van de Randstad, nabij Leiden, Haarlem, Schiphol en de Metropoolregio Amsterdam (MRA) maakt Lisse aantrekkelijk als vestigingslocatie voor bedrijven. In Lisse hebben we meerdere bedrijventerreinen. De terreinen verschillen in omvang en huisvesten een mix van kleine en grote bedrijven. De grootste bedrijventerreinen zijn Meer &amp; Duin aan de noordkant van het dorp en Dever aan de zuidwestzijde. Deze terreinen hebben een grote economische waarde. Regionaal gezien bevinden zich hier bovengemiddeld veel kleine bedrijfsruimten voor het midden- en kleinbedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast deze twee grotere bedrijventerreinen liggen er verspreid in onze gemeente verschillende kleinere terreinen en losse (grote) bedrijven. De meeste daarvan liggen in en rondom De Engel. Aan de oostkant van Lisse ligt de locatie Grevelingstraat met een bouwmarkt en een aantal autobedrijven. En in Halfweg liggen enkele bedrijven achter de woningen langs de Trekvaart Haarlem-Leiden. Een deel van deze verspreide bedrijvigheid ligt in de directe nabijheid van woongebieden en/of op een plek in het open bollengebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondanks de gunstige ligging in de regio is de bereikbaarheid van de terreinen nu vaak niet optimaal. De N207 ten noorden van Lisse (bij bedrijventerrein Meer &amp; Duin) loopt vaak vast ter hoogte van de brug over de Ringvaart, waardoor de bereikbaarheid van(af) de A4 en A44 onder druk staat. Dever en de kleinere bedrijfslocaties aan de zuidzijde van Lisse zijn nog minder goed bereikbaar van(af) de rijkswegen. Op sommige plaatsen is sprake van leegstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">In regionaal verband van de Duin- en Bollenstreek komt bijna de helft van de arbeidsplaatsen voort uit activiteiten op bedrijventerreinen. Dit terwijl zij slechts een klein ruimtebeslag hebben (3% van het totale areaal). Daarbij is de leegstand met 6% beperkt. Er is over het algemeen dan ook sprake van vitale bedrijventerreinen die goed aansluiten bij de behoeften vanuit de regionale economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelrichting We streven in Lisse naar clustering van de al aanwezige grootschalige en/of zwaardere bedrijvigheid op een beperkt aantal toekomstbestendige bedrijventerreinen in combinatie met een verbeterde bereikbaarheid van deze terreinen. Daarmee willen we het leefklimaat en de uitstraling van Lisse verder verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de precieze invulling van onze toekomstige bedrijventerreinen gaan we concrete profielen uitwerken om aan te geven waar welke typen bedrijvigheid en activiteiten mogelijk zijn en ook waar we ruimte zien voor (her)ontwikkeling of transformatie. Hierbij gaan we uit van de aanwezige bedrijvigheid, welke mogelijkheden er per locatie zijn en regionale afspraken. Ook lokale en regionale ontwikkelingen, zoals de realisatie van nieuwe infrastructuur, zijn hierbij van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betere bereikbaarheid voor bedrijven Voor de aantrekkelijkheid van Lisse als vestigingsplaats voor bedrijven is het belangrijk dat de bereikbaarheid van(af) de A4 en A44 wordt verbeterd. Dat betekent dat het knelpunt in de N207 ter hoogte van de brug over de Ringvaart moet worden aangepakt en dat er een nieuwe wegverbinding moet komen ten zuiden van Lisse, tussen de N208 en de A44 (door de noordkant van de Rooversbroekpolder, in het verlengde van de 2e Poellaan). Hierover zijn we in gesprek met de bevoegde overheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Clusteren van bedrijvigheid In combinatie met het verbeteren van de ontsluiting streven we naar een clustering van grootschalige en zwaardere (niet-agrarische) bedrijvigheid - waaronder bedrijvigheid die veel (vracht)verkeer genereert - aan de noord- en aan de zuidzijde van Lisse: aan de noordkant van Lisse op bedrijventerrein Meer &amp; Duin; aan de zuidkant van Lisse: op het bestaande terrein langs de 2e Poellaan en het naastgelegen Mallegatspoort;; ter plaatse van het bestaande cluster van bedrijven tussen de N208 en de Achterweg-Zuid (tegenover ’t Huys Dever);</p>\n<p class=\"lf-p\">We onderzoeken, bij de aanleg van een nieuwe aansluiting op de A44, de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een nieuw duurzaam bedrijventerrein ‘Lisse-Zuid’ 2.0 in de Rooversbroekpolder, mede afhankelijk van de uitplaatsing van bedrijven op andere locaties in Lisse en regionale ontwikkelingen. De realisatie van de nieuwe wegverbinding geldt hiervoor als randvoorwaarde. Het nieuwe terrein kan zorgen voor de opvang van grootschalige en zwaardere bedrijven die in de huidige situatie een plek hebben buiten één van de hierboven genoemde locaties (Meer &amp; Duin, 2e Poellaan, N208/Achterweg-Zuid). Voorwaarde is wel dat de bedrijven veel werkgelegenheid bieden. Voor arbeidsextensieve bedrijven (met een groot ruimtebeslag) moet een plek gezocht worden buiten Lisse, op een (boven)regionaal bedrijventerrein. Uitgangspunt is dat Lisse-Zuid een kleinschalig en duurzaam (‘all electric’) bedrijventerrein wordt, met voldoende ruimte voor waterbergingen ruim ingepast in het groen. Hier zou mogelijk ook ruimte geboden kunnen worden voor bijvoorbeeld de gemeentewerven van HLTsamen (Meerlanden) of Lisserbroek, als daarvoor een nieuwe locatie wordt gezocht. De locatie wordt, op het moment dat hier een bedrijvenlocatie in ontwikkeling komt, onderdeel van het deelgebied ‘bedrijventerreinen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omvormen van bedrijventerreinen naar innovatieve woon-werkgebieden De bedrijvenlocatie Grevelingstraat wordt omgevormd tot woongebied. Deze ontwikkeling is de laatste fase van de herontwikkeling van voormalig bedrijventerrein Meerzicht, waarvan een groot deel al is getransformeerd. Op de locatie is ruimte voor innovatieve woon-werkwoningen (voor zzp’ers die van huis uit willen werken) en kleine bedrijfsverzamelgebouwen voor zzp’ers en ‘lichte’ bedrijven die passen bij een ligging in het woongebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook bedrijventerrein Dever willen we geleidelijk omvormen (transformeren). Dever ligt, in tegenstelling tot de locatie ‘Lisse-Zuid’, buiten het beperkingengebied van Schiphol en dat betekent dat hier woningbouw mogelijk is. De transformatie van Dever kan - gezien de beperkte mogelijkheden van Lisse om woningen te bouwen - vooral op de lange termijn (na 2030) nodig zijn om aan de woningvraag te kunnen voldoen. Als er - mede gelet op de grotere woningbehoefte die de provincie schetst - eerder extra woningbouwlocaties nodig zijn willen we ruimte bieden voor wonen op de locatie van Swets &amp; Zeitlinger. Als vervangende ruimte voor bedrijven hebben we de locatie van de Onderwaterhallen aan de Achterweg-Zuid op het oog. Grootschalige bedrijven en/of bedrijven die veel (vracht)verkeer genereren stimuleren we daarom op termijn een andere locatie te zoeken, mogelijk in de toekomst op Lisse-Zuid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitsverbetering, klimaatadaptatie en verduurzaming We zetten op de bedrijventerreinen in op kwaliteit, klimaatadaptatie en duurzaamheid. Een groene omgeving (met ruimte voor waterberging) en (ruimtelijke) kwaliteit in bredere zin dragen bij aan een aantrekkelijk werkklimaat. Vooral op bedrijventerrein Meer &amp; Duin en het terrein aan de 2e Poellaan is een kwaliteitsslag nodig. Voor de kwaliteitsverbetering is het ook belangrijk dat de juiste bedrijven op de terreinen aanwezig zijn, met veel werkgelegenheid per vierkante meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de bedrijventerreinen moet daarnaast een belangrijk deel van onze duurzaamheidsambities worden verwezenlijkt, bijvoorbeeld door plaatsing van zonnepanelen op bedrijfsdaken en boven parkeerplaatsen, maar ook door andere vormen van maatschappelijk verantwoord ondernemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het leveren van een bijdrage aan onze ambities ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit en een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving is steeds voorwaarde voor medewerking aan bedrijfsuitbreidingen en de komst van nieuwe bedrijven. Van belang is ook dat de verkeersveiligheid op het betreffende terrein en in de rest van Lisse ten minste gelijk blijft. Voor nieuwe risicovolle bedrijven/bedrijven met grote milieucontouren en datacenters is geen plek in Lisse.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijven die buiten de aangewezen bedrijventerreinen vallen, dienen te voldoen aan de uitgangspunten voor het deelgebied waarbinnen ze liggen. De gemeente gaat waar nodig in gesprek met bedrijven om te bespreken hoe de gewenste situatie bereikt kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend afwegingskader Bedrijventerreinen Clusteren van grootschalige en/of zwaardere bedrijvigheid op een beperkt aantal toekomstbestendige bedrijventerreinen: aan de noordkant (Meer &amp; Duin) en aan de zuidkant (langs 2e Poellaan, tussen N208 en Achterweg-Zuid) Verbeteren van de bereikbaarheid Ontwikkelen van een nieuw kleinschalig en duurzaam (‘all-electric’) bedrijventerrein ‘Lisse-Zuid’ in de Rooversbroekpolder (afhankelijk van de vraag naar nieuwe locaties en de komst van een nieuwe wegverbinding N208-A44 en afhankelijk van nader onderzoek), ingepast in een groene omgeving en met voldoende ruimte voor waterberging Omvormen van bedrijvenlocatie Grevelingenstraat tot woongebied met ruimte voor innovatieve woon-werkwoningen en kleine bedrijfsverzamelgebouwen passend in een woongebied Geleidelijk omvormen van bedrijventerrein Dever naar woongebied (vooral na 2030); ruimte bieden voor wonen op de locatie Swets &amp; Zeitlinger als eerder extra woningbouwlocaties nodig zijn Inzetten op kwaliteit, klimaatadaptatie en duurzaamheid op bedrijventerreinen: o.a. een kwaliteitsslag maken op de terreinen Meer &amp; Duin en 2e Poellaan Verwezenlijken van de duurzaamheidsambities (bijv. zonnepanelen op bedrijfsdaken en boven parkeerplaatsen) Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit en een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving/werkklimaat Geen nieuwe risicovolle bedrijven/bedrijven met een grote milieucontour en geen datacenters huisvesten (Bedrijven buiten de aangewezen bedrijventerreinen voldoen aan de uitgangspuntenvan het betreffende deelgebied) 4.4 Omgevingsvisiekaart Inleiding Eerder in dit hoofdstuk hebben we op basis van het huidige karakter een indeling gemaakt in verschillende deelgebieden. De kaart met de deelgebieden vormt de basis (de onderlegger) voor de omgevingsvisiekaart. Voor elk deelgebied hebben we een ontwikkelrichting geformuleerd, aan de hand waarvan we richting hebben gegeven aan toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, die passen bij het karakter van het deelgebied. De ontwikkelrichtingen voor de verschillende deelgebieden met de belangrijkste ontwikkelingen en opgaven voor de periode tot 2040 staan verbeeld op de omgevingsvisiekaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvisiekaart is gebaseerd op bestaande kwaliteiten, vigerend beleid en lopende plannen en voegt daaraan nieuwe keuzes toe (symbolen, pijlen en arceringen). Het is belangrijk vast te stellen dat de omgevingsvisiekaart geen bestemmingsplan-/omgevingsplankaart is en dat deze geen ontwikkelingen onwrikbaar vastlegt. Het gaat om de hoofdlijnen van beleid, die verder worden uitgewerkt in het omgevingsplan en in programma’s. De raad zal bovendien periodiek (iedere twee jaar) de omgevingsvisie opnieuw vaststellen. Dit kan mede op basis van monitoring en ontwikkelingen in de uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaart Legenda 5 Uitvoering en monitoring 5.0 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie denken uit te voeren. Dit doen we als gemeente samen met de samenleving. Daarom laten zien hoe - vanuit welke sturingsfilosofie - we omgaan met initiatieven van inwoners en ondernemers. We beschrijven hier verder de diverse (kern)instrumenten die we aanvullend op de visie gaan opstellen en we geven aan hoe we omgaan met het actualiseren van de visie. Bovendien gaan we in op diverse andere aspecten die met de uitvoering samenhangen, zoals kostenverhaal, verevening en voorkeursrecht. Ook beschrijven we de samenhang van de omgevingsvisie met de milieueffectrapportage (plan-m.e.r.) waarmee de milieugevolgen van de omgevingsvisie in beeld zijn gebracht. Tot slot geven we aan hoe we omgaan met de monitoring, evaluatie en handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1 Sturingsfilosofie Het uitgangspunt van de Omgevingswet is ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Met de omgevingsvisie laten we inhoudelijk op hoofdlijnen zien hoe we in Lisse initiatieven willen ondersteunen waarmee tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met deze visie als onderlegger gaan we daar de komende tijd concreet mee aan de slag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De concrete uitwerking van de omgevingsvisie hangt ook af van de rol die de gemeente aanneemt. We hebben als overheid diverse rollen en sturingsfilosofieën tot onze beschikking. Deze meervoudigheid van overheidssturing is te vatten in vier benaderingen van sturing (zie afbeelding hieronder).</p>\n<p class=\"lf-p\">In elk van de vier benaderingen gaat het om overheidssturing, in die zin dat de overheid doelen formuleert en die probeert te realiseren in interactie met de omgeving. De aanduidingen in de kwadranten geven accenten aan in de rolopvatting en geen scheidingen. Zo wil de ‘Netwerkende Overheid’ óók prestaties leveren en ook zorgvuldig en duidelijk de kaders stellen, net als de ‘Rechtmatige Overheid’.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben als gemeente hoge ambities om de democratie van onderaf beter te faciliteren, meer gebiedsgericht en van buiten naar binnen te werken. Dit past goed bij de geest van de Omgevingswet. Deze visie sluit goed aan bij de ‘netwerkende’ en ‘responsieve’ overheid. Hierbij staat ‘van buiten naar binnen werken’ centraal en draagt de samenleving initiatieven aan. Dat is voor ons een belangrijke leidraad. We zetten daarom in op alliantievorming, het zoeken naar partners om gezamenlijke doelen of belangen te behalen. Dit doen we met een relatiegerichte houding en we moedigen actief burgerschap aan. Ideeën en initiatieven van organisaties en inwoners die bijdragen aan de doelen in de omgevingsvisie ondersteunen we daar waar mogelijk. Bij deze ontwikkeling naar een meer netwerkende en responsieve overheid ligt ook een organisatorische opgave.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenstaande neemt niet weg dat het belangrijk is te benoemen dat we op verschillende thema’s en/of gebieden verschillende sturingsfilosofieën nodig zullen hebben om het gewenste resultaat te behalen. Op onderdelen zal er dus een andere sturingsfilosofie gekozen worden. We werken dit verder uit bij concrete projecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sturingsfilosofie gaat overigens niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving maar ook over de rolneming van de raad ten opzichte van het college. In Lisse vinden we het belangrijk dat de raad nauw betrokken blijft bij de uitvoering van de visie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 De omgevingsvisie en de andere Omgevingswetinstrumenten Instrumentenmix Met de komst van de Omgevingswet verandert de manier waarop we als gemeente omgaan met onze leefomgeving. Enerzijds is dit omdat de wet ons nieuwe instrumenten biedt die we kunnen inzetten. Anderzijds omdat we de komende tijd aan de slag moeten om alle ontwikkelingen die op ons afkomen en ambities die we hebben goed te stroomlijnen en uit te voeren. In deze paragraaf beschrijven we hoe we de verschillende instrumenten van de Omgevingswet inzetten in Lisse.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integrale beleidsvorming De Omgevingswet is één samenhangende wet die ontwikkelingen stimuleert en de kwaliteit van de leefomgeving waarborgt. De wet regelt voor burgers, bedrijven en overheden het doelmatige en duurzame beheer, gebruik, behoud en ontwikkeling van een veilige en gezonde leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingevolge de Omgevingswet is een omgevingsvisie een integrale visie, die de keuzes voor de lange termijn voor die leefomgeving laat zien en die de beleidsmatige basis biedt voor de overige kerninstrumenten van de wet. Officieel vervangt de omgevingsvisie de structuurvisie, het waterplan, het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoerplan en de ruimtelijke aspecten van de natuurvisie uit de Wet natuurbescherming. Gelet op de doelstelling van de wet gaat de omgevingsvisie niet alleen in op deze documenten, maar op de volle breedte van de leefomgeving. Dit betekent dat de omgevingsvisie feitelijk (de strategische onderdelen van) alle beleidsdocumenten op het gebied van de fysieke leefomgeving (inclusief de hierboven genoemde documenten) vervangt en dat resterend beleid in een van de andere kerninstrumenten van de Omgevingswet (omgevingsplan of programma) moet worden opgenomen (zie het schema hieronder: de stippellijn bij bestaand beleid geeft aan dat alleen het strategische deel van het bestaande beleid is overgenomen in de omgevingsvisie).</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatie van de omgevingsvisie met de andere kerninstrumenten uit de Omgevingswet; de stippellijn bij bestaand beleid geeft aan dat alleen het strategische deel wordt overgenomen in de omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport De Intergemeentelijke StructuurvisieGreenport (ISG; Duin- en Bollenstreek, 2016) blijft voor Lisse van kracht tot het moment, dat het beleid van de ISG Omgevingswet-proof is gemaakt. In Bijlage II Continuering ISG-beleid onder de Omgevingswet is de uitwerking van het strategische beleid van de ISG opgenomen. Daarnaast wordt naar verwachting door de gemeenten een gezamenlijk Programma ISG opgesteld. In de omgevingsvisie hebben we - ten opzichte van de ISG - een aantal ambities toegevoegd, zoals op het gebied van duurzaamheid (waaronder emissieloze en residuvrije bollenteelt), gezondheid en openheid en andere karakteristieken van het landschap. Zo gelden voor de komst van GOM-woningen de uitgangspunten van de ISG, maar is het uitgangspunt ook dat deze woningen bijdragen aan de specifieke ambities en uitgangspunten voor het deelgebied waarin eventuele woningen beoogd zijn (zie 4.3.1 Bollengebied).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het resterende beleid geen plek krijgt in het omgevingsplan of in het programma/de programma’s en het is niet (meer) relevant, dan vervalt het. De doelstelling is dat er op termijn verder geen andere beleidsstukken, die de fysieke leefomgeving betreffen, meer overblijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke dag vers Met deze omgevingsvisie lopen we vooruit op de werkwijze die straks onder de Omgevingswet de norm zal worden. We hebben daarmee geen blauwdruk waarmee we tot 2040 vooruit kunnen. Op enig moment zullen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat een herziening van de visie nodig is. In de geest van de Omgevingswet moet de omgevingsvisie ‘elke dag vers’ gehouden worden. Daarom actualiseren we de omgevingsvisie tweejaarlijks.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidscyclus De Omgevingswet gaat uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. Dat betekent dat de omgevingsvisie een ‘dynamisch’ document is dat we in samenhang met de andere instrumenten en samen met betrokken stakeholders blijven aanscherpen (zie ook hierboven onder ‘Elke dag vers’). De Omgevingswet bevat verschillende instrumenten, elk met hun eigen toepassing: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvisie b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De programma’s c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het omgevingsplan d.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het projectbesluit Doorwerking in het omgevingsplan Een belangrijke bepaling in de Omgevingswet is dat een gemeente één gebiedsdekkend omgevingsplan heeft. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving voor het hele gemeentelijk grondgebied. Het plan vervangt straks alle bestemmingsplannen en een groot deel van de verordeningen. Het omgevingsplan wordt, net als de omgevingsvisie, vastgesteld door de gemeenteraad. In het omgevingsplan werken we onze ambities uit de omgevingsvisie concreet uit in regels die bindend zijn voor iedereen. Hierbij kan gedacht worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en bijvoorbeeld regels over bepaalde activiteiten. Ook wordt in het omgevingsplan vastgelegd voor welke activiteiten in de toekomst een vergunning moet worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente hoeft niet al bij inwerkingtreding van de Omgevingswet te beschikken over een actueel omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de wet. Vooralsnog is eind 2029 het moment dat een gemeente volledig moet voldoen aan de wet. Totdat moment of tot het moment daarvoor dat de gemeente een omgevingsplan heeft opgesteld, vormen de huidige bestemmingsplannen, andere ruimtelijke besluiten en een aantal verordeningen van rechtswege het omgevingsplan. De regels vanuit het Rijk krijgen hier ook tijdelijk een plek in: dit is de zogenoemde ‘bruidsschat’. In Lisse starten we medio 2022 met het opstellen van het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvisie biedt de beleidsmatige basis voor het omgevingsplan. Toch kan het omgevingsplan aanleiding zijn de omgevingsvisie bij de actualisering op onderdelen aan te passen, bijvoorbeeld omdat een ambitie voor de korte termijn te hoog blijkt te zijn en niet in regels te vatten is of andersom omdat de visie scherpere keuzes moet maken om regels te kunnen stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorwerking in programma’s Gemeenten kunnen strategisch beleid uit de omgevingsvisie verder uitwerken of operationaliseren via programma’s. Binnen de Omgevingswet zijn er vier verschillende soorten programma’s, elk met eigen kenmerken. Het gaat hier om het vrijwillige programma, dat dient voor de uitwerking van de omgevingsvisie. Dit soort programma’s kunnen gebiedsgericht en thematisch ingezet worden en gericht zijn op verschillende schaalniveaus. Hierin kunnen concrete projecten worden opgenomen en kan worden aangegeven hoe bepaald gedrag kan worden gestimuleerd door subsidies en educatie (soms in aanvulling op en soms in plaats van verboden in regels).</p>\n<p class=\"lf-p\">Programma geluid Het programma geluid is het enige verplichte programma en alleen voor een aantal gemeenten (artikel 3.6. van de Omgevingswet). Voor Lisse is een programma geluid niet verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tegenstelling tot de omgevingsvisie en het omgevingsplan is het programma formeel een bevoegdheid van het college. Het programma is, net zoals de omgevingsvisie, zelfbindend voor het gemeentebestuur maar niet voor andere partijen en inwoners. Vooralsnog willen we beschikken over de volgende programma’s (zie onderstaande tabel: Programma's).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een deel van deze programma’s is reeds vastgesteld en een deel wordt binnenkort vastgesteld of gaan we nog opstellen. Ons streven is op termijn zoveel mogelijk sectoraal beleid, inclusief de inhoud van de programma’s, op te nemen in de volgende versie(s) van de omgevingsvisie (2.0, 3.0 en verder), zodat er uiteindelijk één omgevingsvisie, één omgevingsplan en een beperkt aantal programma’s resteert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijke Agenda Naast de omgevingsvisie (gericht op de fysieke omgeving) hebben we de ‘Maatschappelijke Agenda’ (MAG: gericht op de sociale omgeving). Het eerste uitvoeringsprogramma voor de MAG is vastgesteld, Lokaal plan van aanpak voor het Gezond en Actief Leven Akkoord Lisse. Voor de gezamenlijke opgaven zullen we de uitvoeringsprogramma’s op elkaar afstemmen. De volgende opgaven en ambities worden in de maatschappelijke agenda benoemd:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vitaliteit (onze inwoners hebben gelijke kansen op gezondheid van –9 maanden tot 100+);- talentontwikkeling (onze inwoners kunnen zich hun leven lang ontwikkelen);- zorg voor elkaar (onze inwoners steunen elkaar en zetten zich in voor leefbare en veilige wijken);- werk en Inkomen (onze inwoners hebben voldoende inkomen voor hun levensonderhoud en om mee te kunnen doen naar vermogen);- opgroeien en opvoeden (onze kinderen groeien op in een gezonde en veilige omgeving en ouders en opvoeder voelen zich gesteund als dat nodig is);- thuis wonen (onze inwoners wonen zolang mogelijk comfortabel en veilig thuis);- hulp bij meedoen (onze inwoners zijn in staat zichzelf te redden en kunnen rekenen op hulp als ze dat nodig hebben).</div>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingswaarden De Omgevingswet biedt de mogelijkheid in het omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen, bijvoorbeeld ten aanzien van de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke overlast. In dat geval is ook een programma verplicht. Vooralsnog gaan we uit van de standaardwaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het vervolg gaan we de milieunormen specifiek uitwerken voor de verschillende deelgebieden (zie 4.3 Ontwikkelrichting per deelgebied), bij actualisatie van deze omgevingsvisie, in het omgevingsplan en/of in programma’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Programma's 5.3 Financiën Kostenverhaal en verevening We hebben in de omgevingsvisie tal van ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven een groot deel hiervan bekostigen. Ontwikkelaars van bouwlocaties hebben echter ook profijt van die investeringen. Daarom is de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht de kosten die zij als gemeente maakt voor een bouwinitiatief, te verhalen op de initiatiefnemers. Dit gebeurt onder meer naar redelijkheiden mate van profijt. In grote lijnen is dit systeem overgenomen in het nieuwe stelsel maar er zijn ook wijzigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wetgeving rondom kostenverhaal en verevening staat in de Aanvullingswet Grondeigendom die is opgenomen in de Omgevingswet. Met de Aanvullingswet Grondeigendom wil de wetgever het instrumentarium voor faciliterend grondbeleid verbeteren en meer rekening houden met de diverse ontwikkelopgaves waarin het eindbeeld onzeker is, waaronder organische gebiedsontwikkeling. Het instrumentarium bestaat uit twee hoofdgroepen, elk verdeeld naar twee subgroepen: regulier kostenverhaal (wettelijke plicht om dit toe te passen): bij integrale ontwikkeling; bij organische ontwikkeling. kostenverhaal van financiële bijdragen (wettelijke bevoegdheid om dit toe te passen): bij integrale ontwikkeling; bij organische ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beide hoofdgroepen geldt ook nog dat het zowel privaat- als publiekrechtelijk toegepast kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gemeente straks wenst te beschikken over de publiekrechtelijke mogelijkheid voor kostenverhaal voor financiële bijdragen, dan is de reikwijdte beperkt tot dekostensoorten van kostensoortenlijst die als bijlage IV is opgenomen bij artikel 8.15 van het Omgevingsbesluit (Ob). De financiële bijdragen kunnen gevraagd worden voor ontwikkelingen als kwalitatieve verbeteringen van landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de aanleg of aanpassingen van infrastructuur en daartoe benodigde voorzieningen. Anterieur kunnen ook andere bijdragen worden gevraagd. In beide gevallen moet de functionele samenhang tussen de projecten waarvan een bijdrage wordt gevraagd en de projecten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd onderbouwd worden in de omgevingsvisie of in een programma. We hebben er in Lisse voor gekozen de onderbouwing in een afzonderlijk (nog op te stellen) ‘programma kostenverhaal’ op te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie en cofinanciering Daarnaast gaan we deze omgevingsvisie gebruiken als onderbouwing in subsidie- en cofinancieringstrajecten. In de visie hebben we de koers voor Lisse op weg naar 2040 uitgezet. Het koppelen en verbinden van geldstromen aan de realisatie van deze koers is waar we ons hard voor maken. Daarbij gebruiken we de brede inbedding van eigen projecten in grotere structuren ook om de financiering van ambities beter mogelijk te maken. Daarnaast kan de visie wellicht ook door andere initiatiefnemers worden gebruikt in de motivering van subsidieaanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorkeursrecht Door voorkeursrecht te vestigen (voor een toegedachte niet-agrarische functie of een moderniseringslocatie) kunnen bestuursorganen in een vroeg stadium van planvorming voorkomen dat open beleidsontwikkeling wordt bemoeilijkt doordat marktpartijen al in die fase grondposities innemen die de aanpak van maatschappelijke opgaven belemmeren. De omgevingsvisie, maar ook het omgevingsplan of een programma, kan dienen als grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht. Voor de grondslagen is gekozen voor deze drie, omdat dit de kerninstrumenten zijn die het dichtst blijven bij de huidige beleidsdocumenten en normstellende documenten uit de Wet ruimtelijke ordening die de grondslagen vormen voor vestiging van een voorkeursrecht in de Wet voorkeursrecht gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de betreffende functie aan een locatie toegedacht in de omgevingsvisie, dan is dat de te gebruiken grondslag voor vestiging van het voorkeursrecht. Als het voorkeursrecht (nog) niet in een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan staat en het bestuursorgaan stelt vóór afloop van de geldingsduur een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan vast, voorkomt dat het verval van het voorkeursrecht. Het voorkeursrecht vervalt van rechtswegedrie jaar na het ingaan ervan. Met andere woorden,de gemeente kan op basis van een omgevingsvisievoorkeursrecht vestigen of vooruitlopend daarop(met een voorkeursrechtbeschikking). In het laatstgenoemde geval moet de gemeente binnen drie jaar een omgevingsvisie vaststellen om het te bestendigen. De vraag of het zinvol is gebruik te maken van de vestiging van voorkeursrecht, hangt onder meer van de volgende zaken af: is de grond niet al in eigendom van speculantenen/of ontwikkelaars? wil de gemeente een grondpositie (is actieve grondpolitiek mogelijk) of is het ook acceptabel als een andere eigenaar ontwikkelt? is realisatie van woningbouw binnen afzienbaretijd het geval? Het publiek belang moet worden aangetoond. Bovendien draagt de gemeente anders lang de rentelasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de inzet van voorkeursrecht nuttig en gewenst is, zal de gemeenteraad hierover in beslotenheid vergaderen en een besluit nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4 Samenhang met de milieueffectrapportage Een milieueffectrapportage (procedure; m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvormingsprocedure een plaats te geven. Een Milieueffectrapport (rapport; MER) brengt op voorgeschreven wijze de milieugevolgen van een plan of project in beeld voordat het besluit wordt genomen of het plan wordt vastgesteld. Zo kan het bevoegd gezag de milieugevolgen bij zijn afwegingen betrekken en krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming over projecten en plannen met mogelijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het MER wordt altijd tegelijk met het ontwerp van de omgevingsvisie opgesteld en wordt samen met de ontwerpvisie formeel ter inzage gelegd. Ook voor deze Omgevingsvisie Lisse is een m.e.r. uitgevoerd, parallel aan het opstellen van de ontwerpvisie. Het MER is gelijktijdig met het ontwerp van de omgevingsvisie afgerond en beide documenten hebben te zamen zes weken ter inzage gelegen in de periode van 26 augustus tot en met 6 oktober 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het m.e.r. is onderzoek gedaan naar de effecten van beleidsuitspraken op een aantal onderwerpen, zoals we die in een koersdocument hadden opgenomen. Dit koersdocument vormde de aanzet voor de koersen op de verschillende beleidsterreinen die in het ontwerp van de omgevingsvisie vervolgens verder zijn uitgewerkt. Belangrijke onderwerpen waren onder meer wonen, klimaatadaptatie, duurzaamheid, natuur, biodiversiteit en openbaar groen, landschap, cultuurhistorie en recreatie, centrum en economie en mobiliteit. Voor deze onderwerpen zijn in de m.e.r. de effecten van twee denkrichtingen onderzocht: een conserverende denkrichting die uitgaat van maatregelen die in het verlengde van het huidige beleid liggen; een innoverende denkrichting met meer ingrijpende maatregelen, zoals die in de omgevingsvisie zijn verwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">De conclusie uit de m.e.r. was dat de conserverende denkrichting, met maatregelen die voortbouwen op het huidige beleid, onvoldoende perspectief biedt om de bedreigingen die volgen uit de autonome ontwikkelingen het hoofd te bieden. Om de huidige kwaliteiten van Lisse te behouden, dienen voor veel opgaven de ingrijpende keuzes uit de innoverende denkrichting gemaakt te worden. Mede op basis van de conclusies en aanbevelingen uit de m.e.r. is in (het ontwerp van) de omgevingsvisie nog een aantal ingrijpende maatregelen uit de innoverende denkrichting toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor sommige thema’s wordt in het MER geconcludeerd dat zelfs de beleidsmaatregelen volgend uit de innoverende denkrichting nog niet ver genoeg gaan om alle ambities te verwezenlijken. Het is daarbij belangrijk te constateren dat voorliggende omgevingsvisie een versie 1.0 betreft die de komende jaren middels actualisaties steeds verder zal worden uitgebouwd en aangescherpt. In het MER zijn voor enkele opgaven aanbevelingen gedaan die gebruikt kunnen worden bij deze toekomstige actualisaties van de omgevingsvisie. Bij die actualisaties - waarbij ook nieuw op te stellen beleid als de Lokale Energiestrategie (LES) in de omgevingsvisie wordt verwerkt - zal integraal worden gekeken of (en hoe) verdergaande maatregelen kunnen worden getroffen of dat ambities naar beneden moeten worden bijgesteld. In de tussentijd worden de aanbevelingen uit het MER ook meegenomen bij de uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s en het omgevingsplan. We zien er daarbij op toe dat strategische beleidswijzigingen - via de beleidscyclus - in de actualisaties van de omgevingsvisie landen, zodat een integrale afweging plaats kan vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5 Monitoring, evaluatie en handhaving Levend document Wij beschouwen de omgevingsvisie, en in het verlengende daarvan alle Omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers? Is er nieuw beleid? Zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden? Halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak?</p>\n<p class=\"lf-p\">Een monitoringsprogramma voor de omgevingsvisie zou zich moeten richten op de ambities die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De afwegingskaders (zie Integrale afwegingskaders) vormen een belangrijk middel voor de monitoring en evaluatie, aangezien deze overzichtelijk onze ambities weergeven. Het gebruikmaken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie. De m.e.r. levert hier een bijdrage aan omdat daarin een totaalbeeld wordt geschetst van de huidige stand van zaken (‘Foto van de Leefomgeving’) binnen Lisse op de verschillende thema’s: wonen; klimaatadaptatie; duurzaamheid; natuur, biodiversiteit en openbaar groen; landschap, cultuurhistorie en recreatie; economie en bedrijven; mobiliteit; gezondheid en veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de monitoring is dat relevant omdat dan in de toekomst een goede vergelijking met de uitgangssituatie mogelijk wordt (nulmeting) en daarmee de voortgang van het realiseren van de in de omgevingsvisie beschreven ambities.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de monitoring dient zoveel mogelijk aangesloten te worden op de toetsing die in het planMER uitgevoerd is. Binnen de individuele beleidsvelden van de gemeente vindt monitoring plaats die kan leiden tot het aanpassen of herijken van het vigerende beleid. De resultaten van de monitoring in de beleidsvelden die in de omgevingsvisie beschreven worden en een ruimtelijke component hebben, zouden periodiek gebruikt kunnen worden om een strategische, integrale herijking van de omgevingsvisie uit te voeren. Daarbij kan aangesloten worden op het beoordelingskader dat in het planMER gebruikt is. Deels kunnen deze criteria gekwantificeerd en/of aangescherpt worden. Onderstaande tabel uit het planMER geeft een voorzet voor een monitoringsprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Periodiek dienen monitoringsgegevens vanuit verschillende beleidsvelden die in de periode sinds de laatste herijking van de omgevingsvisie beschikbaar gekomen zijn, gebruikt te worden om te beoordelen of aan opgaven op basis van deze informatie een ander kwaliteitsniveau toegekend zou moeten worden. Indien deze werkwijze periodiek binnen een meerjarig monitoringsprogramma wordt toegepast, ontstaat voortschrijdend inzicht in de opgaven die zich volgens plan ontwikkelen en de opgaven waar extra aandacht nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsagenda Concrete projecten werken we uit in een separate uitvoeringsagenda. Deze gaan we jaarlijks herzien, waarbij we de projectplannen steeds verder uitwerken en updaten. De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks als onderdeel van de begroting vastgesteld. We zijn voornemens de omgevingsvisie zelf tweejaarlijks te actualiseren. Wij hebben de ambitie ook na vaststelling van de omgevingsvisie een permanente dialoog met de samenleving te onderhouden. We onderzoeken hoe we de actualisering en hierbij kunnen gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Steeds verdere integratie van beleid in de omgevingsvisie Zoals we in 5.2 De omgevingsvisie en de andere Omgevingswetinstrumenten hebben aangegeven is het op termijn de bedoeling dat al het strategischebeleid wordt samengevoegd in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie versie 1.0 uit 2021 en voorliggende actualisatie uit 2024 zetten daar de eerste stappen in. In voorliggende versie zijn alle verschillende ruimtelijke thema’s met elkaar verbonden en de koppeling gezocht met andere beleidstrajecten en ontwikkelingen. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek vooral het strategisch ruimtelijk beleid wordt. Omdat de omgevingsvisie een ‘levend’ document is, werken we in het kader van de beleidscyclus ook toe naar een steeds verdere integratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaving De Omgevingswet is gebaseerd op vertrouwen. Niettemin is handhaving een onderdeel van het werken in de beleidscyclus, omdat illegale activiteiten moeten worden aangepakt. De omgevingsvisie is echter alleen bindend voor het bestuur. In het omgevingsplan zijn de regels opgenomen die wel bindend zijn voor burgers. Die regels bieden de basis voor handhaving als dat nodig is. Het is op visieniveau wel goed om na te denken over de gevolgen van de sturingsfilosofie (5.1 Sturingsfilosofie) en de inrichting van het omgevingsplan die daaruit volgt. Dit heeft namelijk gevolgen voor de inzet op handhaving. Zo betekent het werken met voorwaardelijke verplichtingen (het mag mits aan een aantal voorwaarden voldaan is), dat handhaving naar later in het traject verschuift.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage I Overzicht Informatieobjecten bedrijventerrein /join/id/regdata/gm0553/2025/gioa7be80e8-df0e-4c26-b402-012ab75981f4/nld@2025-04-23;11 bollengebied /join/id/regdata/gm0553/2025/gio1f166ea0-c7a9-4cb8-9afc-2dfc39dcbb3f/nld@2025-04-23;15 centrum /join/id/regdata/gm0553/2025/giocdccbe2e-81bb-45b3-a756-0b4277c9c99a/nld@2025-04-23;10 kernwinkelgebied /join/id/regdata/gm0553/2025/gio9efea6a5-829c-4334-bcba-155f03256789/nld@2025-04-23;29 natuurzone /join/id/regdata/gm0553/2025/gio930578aa-dfd4-4758-afa0-565f14f53b78/nld@2025-04-23;31 recreatieve zone /join/id/regdata/gm0553/2025/gioe4b5d7a5-63ac-4bb0-9a79-d59f6e6ee091/nld@2025-04-23;18 weidegebied /join/id/regdata/gm0553/2025/gio2d28194c-353c-407b-af09-4d79f19180d4/nld@2025-04-23;43 woongebied /join/id/regdata/gm0553/2025/gio42a20f3c-d1e1-4e6b-a28a-27cdbf0e5a3d/nld@2025-04-23;42 Bijlage II Continuering ISG-beleid onder de Omgevingswet Greenport Duin- en Bollenstreek De Duin- en Bollenstreek geniet internationale bekendheid vanwege de Keukenhof en het bollen- en sierteeltcomplex. Economie en landschap zijn hiervan oudsher nauw verbonden. Het bollencomplex is bepalend voor de bollenteelt en het karakteristieke landschap dat is ontstaan in de binnenduinrand. In 2005 wees het kabinet de Duin- en Bollenstreek aan als één van de vijf Greenports in Nederland. Daarmee erkent het Rijk het economisch belang van het totale bollen- en sierteeltcomplex in de Bollenstreek, met zijn productie, handel, distributie, onderzoek en promotie. Ook in het opvolgend rijksbeleid is het economisch belang van de Duin- en Bollenstreek bekrachtigd. Tegelijkertijd kent de streek - mede door de ligging op het schakelpunt van de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad - een hoge ruimtedruk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al in 1996 hebben overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties de handen ineengeslagen en het ‘Pact van Teylingen’ vastgesteld om de aantasting en verrommeling van het gebied tegen te gaan en de bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten te behouden. In 2004 is dit uitgebreid met het ‘Offensief van Teylingen’ om gewenste ontwikkelingen die vertraagd werden, alsnog gebiedsgewijs te kunnen realiseren. Dit beleid is in 2009 vertaald in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG); een wettelijk bindend planologisch kader waarin de gemeenschappelijke ambities van de Greenportgemeenten zijn geformuleerd. Om de omvangrijke economische en landschappelijke vitaliseringsopgave voortvarend ter hand te nemen hebben de Greenportgemeenten de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) opgericht. Het is voor de uitvoering van het beleid van groot belang dat deze gemeentelijke ambities geborgd blijven, ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de afzonderlijke omgevingsvisies van greenportgemeenten zijn de gezamenlijke doelstellingen opgenomen, die in de omgevingsplannen worden vertaald naar planregels. Daarnaast zal een Intergemeentelijk uitvoeringsprogramma Greenport Duin- en Bollenstreek worden vastgesteld waarin de doelstellingen, het beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en de uitvoering worden uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstellingen</p></div>", "next": 239692}