{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-547-255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene instrumenten vitaliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar kan, in overleg met het dagelijks bestuur, binnen de in dit hoofdstuk genoemde gesprekken en van het PBB een diversiteit aan andere instrumenten inzetten. Gedacht kan worden aan: medische keuring; fitheidtest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-548-256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Preventief medisch onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur laat preventief medisch onderzoek verrichten. Deelname aan het onderzoek is voor de ambtenaar vrijwillig. De ambtenaar krijgt inzicht in de eigen gezondheid en het onderzoek geeft het dagelijks bestuur inzicht in de werkdruk en de gezondheid in de organisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-549-257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststellen belastend werk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur en de medezeggenschap stellen in overleg vast welke werkzaamheden zodanig belastend zijn dat deze werkzaamheden vanuit het oogpunt van duurzame inzetbaarheid gedurende een beperkt aantal jaren kunnen worden uitgevoerd. De RIE en het sectoraal ontwikkelde beoordelingsmethodiek Bezwarende Omstandigheden zijn hierbij belangrijke middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ambtenaar die deze werkzaamheden uitvoert gelden de onderstaande voorzieningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5410-258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Belastend werk en vitaliteitsscan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die in opdracht van het dagelijks bestuur belastende werkzaamheden uitvoert kan jaarlijks een vitaliteitscan gebruiken om te onderzoeken hoe het met de eigen vitaliteit en gezondheid is gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5411-259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.11</span><span class=\"lf-art-t\">Loopbaangesprek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met de ambtenaar die belastende werkzaamheden uitvoert, wordt iedere drie jaar als onderdeel van de gesprekscyclus een loopbaangesprek gehouden dat tot doel heeft de inzetbaarheid van de ambtenaar verder te ontwikkelen. Het gesprek richt zich zowel op de vitaliteit en inzetbaarheid in de huidige functie als op ontwikkeling, bredere inzetbaarheid en tijdig perspectief op een tweede loopbaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5412-260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.12</span><span class=\"lf-art-t\">Tweede loopbaan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Blijkt uit de vitaliteitscan dat de belastbaarheid minder wordt, dan krijgt de ambtenaar voor een jaar het transferbudget toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de in te zetten faciliteiten worden tussen het dagelijkse bestuur en de ambtenaar afspraken gemaakt om de tweede loopbaan te realiseren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5413-261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.13</span><span class=\"lf-art-t\">Korting arbeidsduur op medische indicatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor muskusrattenbestrijders geboren voor 1 januari 1961 gelden de volgende bepalingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Blijkt uit medische onderzoek dat de werkzaamheden voor de muskusrattenbestrijder te belastend worden, dan heeft de muskusrattenbestrijder recht op urenvermindering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze ambtenaar heeft op medische indicatie recht op 2,5 ontzie uren per week. Voor de ambtenaar van 60 jaar en ouder wordt dit recht verhoogd tot maximaal 5 ontzie uren per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die in de loop van het kalenderjaar op medische indicatie gaat deelnemen aan deze regeling, mag in dat jaar naar evenredigheid (in hele weken) deelnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar zal de ontzie uren aanwenden voor herstel. De ontzie uren worden op medische indicatie ingeroosterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er vindt geen inhouding op het salaris plaats voor de ontzie uren. De ontzie uren hebben geen gevolgen voor de andere arbeidsvoorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die deel neemt aan de seniorenregeling uit deel 3 SAW of soortgelijke regeling is van deze regeling uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5 Actief van werk naar werk Het doel van de eerste activeringsperiode is van werk naar werk en het voorkomen van werkloosheid. Het doel van de tweede activeringsperiode is om van uitkering naar werk te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activeren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Activeren in het kader van reorganisatie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Activeringsinstrumentarium</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inkomen tijdens de eerste activeringsperiode</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Toelagen en vergoedingen tijdens de activeringsperiode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Salarisgarantie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Salarisgarantie en perspectief binnen de eigen organisatie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-556\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Salarisgarantie en perspectief buiten de eigen organisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">WW periode Het doel van de tweede activeringsperiode is om van uitkering naar werk te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-557\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Rechten na reorganisatie ontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitkeringsrechten bij werkloosheid na reorganisatieontslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-558\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Bepalingen Werkloosheidswet</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende uitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-559\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aanvullende uitkering: berekeningsgrondslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aanvullende uitkering: bedrag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvulling op ziekengeld</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvulling op uitkering Arbeid en zorg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aansluitende uitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanspraak aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.14</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.15</span><span class=\"lf-art-t\">Arbeidsverleden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.16</span><span class=\"lf-art-t\">Duur van de aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.17</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvang en betaling aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5518\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.18</span><span class=\"lf-art-t\">Remplaçant</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5519\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.19</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551-281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Herplaatsing in het kader van reorganisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die op basis van een reorganisatie volgens artikel 1.1.4 SAW boventallig is verklaard heeft recht op een eerste activeringsperiode van 18 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Binnen twee maanden na het vaststellen van boventalligheid stelt het dagelijks bestuur in overleg met de boventallig verklaarde ambtenaar een actieplan ‘van werk naar werk’ vast. Het dagelijks bestuur en de ambtenaar komen daarbij een wederzijdse inspanningsverplichting overeen om het maximale te doen om hem/haar naar ander werk te begeleiden. In dit actieplan wordt vastgelegd welke activeringsinstrumenten en welke middelen zullen worden ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 In de eerste activeringsperiode heeft de ambtenaar een transferbudget van tenminste € 5.000,00 ter beschikking om in te zetten voor zijn/haar ontwikkeling en loopbaan gericht op het vinden van ander werk, binnen of buiten het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Indien na afloop van de eerste activeringsperiode het actieplan voor de boventallig verklaarde ambtenaar niet heeft geleid tot het vinden van werk, komen partijen een vervolgplan overeen. In dit vervolgplan wordt vastgelegd of een wijziging van strategie nodig is, en welke instrumenten gedurende de WW-fase moeten worden ingezet om de tweede activeringsperiode succesvol te laten verlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Bij geschiktheid, of potentiële geschiktheid, heeft de boventallige of ontslagen ambtenaar bij vacatures die na de reorganisatie binnen het waterschap ontstaan de voorkeur boven (andere) interne of externe kandidaten. Als er meerdere (potentieel) geschikte boventallige ambtenaren op de vacature solliciteren, heeft diegene die het langst boventallig is de voorkeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Bij gelijke geschiktheid, of geschikt te maken, heeft de boventallige of de al ontslagen ambtenaar bij vacatures die na de reorganisatie binnen het waterschap ontstaan de voorkeur boven (andere) interne of externe kandidaten. Als er meerdere geschikte of geschikt te maken boventallige ambtenaren op de vacature solliciteren, heeft diegene die het langst boventallig is en een uitkering geniet, de voorkeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 Het dagelijks bestuur kan op basis van zwaarwegende persoonlijke omstandigheden besluiten: de in lid 1 bedoelde eerste activeringsperiode te verlengen; het op basis van het in lid 4 bedoelde actieplan ‘van werk naar werk’ overeengekomen activeringsinstrumentarium, uit te breiden; dat de boventallige ambtenaar geschikt, of geschikt te maken is voor de betreffende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordat het dagelijks bestuur een besluit neemt, wordt advies ingewonnen bij een derde. Deze derde is een paritaire commissie, bij voorkeur in het kader van een organisatiewijziging genoemd in artikel 1.1.4 SAW.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552-282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Activeringsinstrumentarium</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Volgens artikelen 5.5.1 SAW kunnen maatwerk afspraken worden gemaakt over het gebruik van activeringsinstrumenten. Naast de in hoofdstuk 5 SAW genoemde instrumenten zijn in ieder geval de volgende activeringsinstrumenten beschikbaar: in kaart brengen van kennis, vaardigheden, belangstelling en mogelijkheden op de arbeidsmarkt, in verschillende vormen; om- her- en bijscholing; detachering, indiensttreding bij een outplacementbureau of re-integratiebedrijf; begeleiding bij het opzetten van een eigen bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur heeft de mogelijkheid om het activeringsinstrumentarium uit dit artikel aan te bieden aan groepen van ambtenaren die (nog) niet boventallig zijn maar bij organisatie onderdelen werken waar boventalligheid dreigt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553-283\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inkomen tijdens de eerste activeringsperiode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de eerste activeringsperiode, volgens artikel 5.5.1, lid 1 en lid 6 SAW heeft de boventallig verklaarde ambtenaar recht op zijn/haar salaris en het IKB-collectief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554-284\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Toelagen en vergoedingen tijdens de activeringsperiode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur en de organisaties van overheidspersoneel maken in een sociaal plan, afspraken over toelagen en vergoedingen van de boventallig verklaarde ambtenaar gedurende de activeringsperiode. Dit voor zover de SAW niet voorziet in een afbouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-555-285\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Salarisgarantie en perspectief binnen de eigen organisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvaarding van een functie met een lager maximum salaris binnen de eigen organisatie, wordt een garantiesalaris conform artikel 1.2.1 SAW toegekend tot het niveau van het salaris dat geldt direct voor de plaatsing. Het salaris wordt aangevuld tot het niveau van het oude salaris op het moment van boventalligheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-556-286\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Salarisgarantie en perspectief buiten de eigen organisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvaarding van een passende functie buiten de eigen organisatie met een lager salaris, wordt het salaris als volgt aangevuld tot het niveau van het oude salaris op het moment van boventalligheid: gedurende de resterende maanden van de eerste activeringsperiode tot 100% van het salaris; gedurende de volgende 12 maanden tot 90% van het salaris; gedurende de volgende 12 maanden tot 80% van het salaris; gedurende de volgende 12 maanden tot 70% van het salaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvaarding buiten de eigen organisatie van een passende functie met een lager salaris, voor minder uren dan de oorspronkelijke aanstellingsduur, kan deze salarisgarantie samen lopen met het recht op aanvullende WW-uitkering volgens artikel 5.5.8 tot en met 5.5.18 SAW.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-557-287\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Rechten na reorganisatie ontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ex-ambtenaar aan wie ontslag is verleend op grond van reorganisatie (artikel 8.6 SAW) gelden de volgende bepalingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De ex-ambtenaar aan wie ontslag is verleend volgens dit artikel, krijgt voor de uitvoering van het vervolgplan de beschikking over het transferbudget van ten minste € 5.000,00 van de voormalige werkgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ex-ambtenaar die recht heeft op een uitkering volgens de Werkloosheidswet, heeft recht op een bovenwettelijke uitkering volgens artikel 5.5.8 en verder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-558-288\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Bepalingen Werkloosheidswet</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ex-ambtenaar: aan wie ontslag is verleend op grond van reorganisatie (artikel 8.6 SAW) en, die uit hoofde van voornoemd ontslag recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en, deze WW-uitkering daadwerkelijk ontvangt: heeft recht op een aanvullende en aansluitende uitkering naar aanleiding van dit hoofdstuk, volgens de voorwaarden die zijn vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De begrippen en bepalingen van de Werkloosheidswet, voor zover relevant en naar aard en strekking toepasbaar, zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvullende en aansluitende uitkering in dit hoofdstuk, zoals onder meer: het dagloon de betalingssystematiek, de bepalingen over het einde en de herleving, het volledige verplichtingen- en sanctieregime, de regels over anticumulatie en verrekening, en de regels met betrekking tot scholing en onbeloonde activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-559-289\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aanvullende uitkering: berekeningsgrondslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De berekeningsgrondslag voor de aanvullende uitkering is het dagloon, maar dan ongemaximeerd, op de dag voorafgaande aan het ontslag waaraan de ex-ambtenaar recht op aanvullende uitkering wordt toegekend, voor zover dat betrekking heeft op het inkomen uit de functie waaraan het recht op aanvullende uitkering wordt ontleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5510-290\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aanvullende uitkering: bedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De uitkering volgens de Werkloosheidswet en de aanvullende uitkering bedragen samen een percentage van de berekeningsgrondslag van de aanvullende uitkering, zoals bedoeld in artikel 5.5.9 SAW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het in lid 1 genoemde percentage bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de eerste 6 maanden 90%;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de daarop volgende 6 maanden 80%;</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarna tot het einde van de WW-uitkering 70%;</p>\n<p class=\"lf-p\">En tot het einde van de aansluitende uitkering 70%.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5511-291\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvulling op ziekengeld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ex-ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is om arbeid te verrichten en dientengevolge een uitkering volgens de Ziektewet ontvangt (ziekengeld), heeft, indien hij recht zou hebben op een aanvullende uitkering als hij niet ziek was geweest, recht op aanvulling van dat ziekengeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het ziekengeld en de in het eerste lid genoemde aanvulling bedragen samen een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat betrokkene op grond van artikel 5.5.10 SAW zou ontvangen wanneer hij niet wegens ziekte ongeschikt zou zijn om arbeid te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het verplichtingen- en sanctieregime van de Ziektewet is van toepassing op de aanvulling op het ziekengeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5512-292\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvulling op uitkering Arbeid en zorg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ex-ambtenaar die:</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform deze paragraaf een aanvulling op de Werkloosheidsuitkering zou ontvangen als zij niet wegens zwangerschap- en bevallingsuitkering verhinderd zou zijn om arbeid te verrichten, en Daarom een uitkering volgens de Wet arbeid en zorg ontvangt, heeft recht op een aanvulling van de Arbeid en zorg-uitkering als deze uitkering minder bedraagt dan de uitkering die zij volgens artikel 5.5.10 SAW zou hebben ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De aanvulling bedraagt het verschil tussen de uitkering volgens artikel 5.5.10 SAW en het bedrag van de Arbeid en zorg-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het verplichtingen- en sanctieregime van de Wet arbeid en zorg is van toepassing op deze aanvulling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5513-293\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanspraak aansluitende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De aansluitende uitkering compenseert de wijzigingen in de opbouw en de duur van de uitkering op grond van de Werkloosheidswet (hierna ook: de wettelijke uitkering) per 1 januari 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ex-ambtenaar die recht heeft op de aanvullende uitkering, heeft tevens recht op een aansluitende uitkering, met uitzondering van de situaties zoals bedoeld in artikel 5.5.11 en 5.5.12 SAW, indien de uitkomst van de formule, zoals vermeld in artikel 5.5.16, lid 1 SAW, hoger is dan 0.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Onverminderd het bepaalde in lid 2 van dit artikel, ontstaat geen recht op een aansluitende uitkering, als de wettelijke uitkering of aanvullende uitkering eindigt vóór aanvang van de aansluitende uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Als ingevolge dit artikel recht ontstaat op de aansluitende uitkering, duurt de aanvullende uitkering van de ex-ambtenaar, zoals bedoeld in artikel 5.5.8 SAW e.v., tevens voort en wel tot aan het einde van de aansluitende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5514-294\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.14</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aansluitende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de aansluitende uitkering wordt bepaald overeenkomstig de dagloonbepalingen van de Werkloosheidswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5515-295\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.15</span><span class=\"lf-art-t\">Arbeidsverleden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het arbeidsverleden wordt bedoeld het arbeidsverleden dat ingevolge de Werkloosheidswet van toepassing is en meetelt voor de duur van de wettelijke uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5516-296\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.16</span><span class=\"lf-art-t\">Duur van de aansluitende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De duur van de aansluitende uitkering wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: A – B = Duur aansluitende uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 In de formule vermeld in lid 1 van dit artikel staat:</p>\n<p class=\"lf-p\">A voor de maximale duur van de wettelijke uitkering voor de ex-ambtenaar, zoals opgebouwd aan de hand van het meetellende arbeidsverleden op grond van de Werkloosheidswet geldend op 31 december 2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">B voor de maximale duur van de wettelijke uitkering voor de ex-ambtenaar, zoals opgebouwd aan de hand van het meetellende arbeidsverleden op grond van de Werkloosheidswet geldend per 1 januari 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5517-297\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.17</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvang en betaling aansluitende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aansluitende uitkering wordt ontvangen door de ex-ambtenaar direct aansluitend op de wettelijke uitkering waarop de ex-ambtenaar aanspraak heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5518-298\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.18</span><span class=\"lf-art-t\">Remplaçant</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien een ex-ambtenaar aangeeft als remplaçant voor ontslag op grond van reorganisatie (artikel 8.6 SAW) in aanmerking te willen komen en de uitvoeringsinstelling als gevolg hiervan de uitkering volgens de Werkloosheidswet als sanctie geheel of gedeeltelijk weigert, kent het dagelijks bestuur een aanvulling op de aanvullende uitkering toe, zodanig dat de uitkering volgens de Werkloosheidswet en de aanvullende uitkering samen een bedrag vormen dat overeenkomt met het bedrag waarop de ex-ambtenaar recht zou hebben gehad indien hij niet te kennen zou hebben gegeven voor ontslag in aanmerking te willen komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Deze waterschaps-werkloosheidsuitkering bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt, indien aan de voorwaarden van artikel 5.5.8 SAW wordt voldaan, aangevuld met een aanvullende uitkering. Op deze waterschaps-werkloosheidsuitkering zijn eveneens de bepalingen van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt de waterschaps-werkloosheidsuitkering gelijkgesteld met een uitkering volgens de Werkloosheidswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5519-299\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.19</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ex-ambtenaar die aanspraak heeft op een aanvullende respectievelijk een aansluitende uitkering zoals bedoeld in deze paragraaf, of een aanvulling zoals bedoeld in artikel 5.5.11 of artikel 5.5.12 SAW, wordt een overlijdensuitkering toegekend aan de nabestaanden. De overlijdensuitkering bedraagt 100% van de berekeningsgrondslag zoals vermeld in artikel 5.5.9 SAW, berekend over een periode van drie maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Op de overlijdensuitkering wordt in mindering gebracht enige andere betaling of uitkering waarop de nabestaanden recht hebben ten gevolge van het overlijden van de ex-ambtenaar op grond van een andere bepaling in of voortvloeiende uit de SAW, of op grond van een andere wettelijke of vrijwillige verzekering (tegen bijvoorbeeld ziekte, arbeidsongeschiktheid, of onvrijwillige werkloosheid).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6 Werkzekerheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Uitgangspunt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Duur</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslaggrond</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-564\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inspanning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-565\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Terugkeergarantie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-566\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Inspanningsverplichting ambtenaar</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-561-306\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Uitgangspunt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de sector waterschappen vinden gedurende zes jaar geen gedwongen ontslagen ten gevolge van reorganisatie plaats. Daarmee is een balans gevonden tussen zekerheid en verandering in de arbeidssituatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-562-307\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Duur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De garantie uit artikel 5.6.1 SAW geldt van 2 juli 2015 tot 2 juli 2021.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-563-308\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslaggrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de periode genoemd in artikel 5.6.2 kan het dagelijks bestuur: de aanstelling niet beëindigen op grond van artikel 8.6 SAW. de arbeidsovereenkomsten niet beëindigen op grond van bedrijfseconomische omstandigheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-564-309\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inspanning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar spant zich maximaal in om in de in artikel 5.6.2 genoemde periode aan het werk te blijven. Het dagelijks bestuur ondersteunt de ambtenaar hierbij met instrumenten en voorzieningen zoals opgenomen in paragraaf 5.5 van de SAW en door werk te realiseren door: het terugdringen van de inhuur van externen; de ambtenaar te detacheren naar een andere werkgever, waarbij het verschil in loonkosten voor rekening van het waterschap is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-565-310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Terugkeergarantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De boventallige ambtenaar die ontslag neemt op eigen verzoek heeft onder de volgende voorwaarden recht op terugkeer:</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar krijgt bij de nieuwe werkgever een tijdelijke aanstelling of tijdelijke arbeidsovereenkomst aangeboden voor maximaal 12 maanden. Deze tijdelijke aanstelling of overeenkomst wordt voor of op de einddatum beëindigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De garantie op terugkeer geldt op de beëindigingdatum en tot uiterlijk 2 juli 2021.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-566-311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Inspanningsverplichting ambtenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de boventallige ambtenaar, in de periode van de werkgarantie volgens artikel 5.6.2 SAW, zich onvoldoende inspant om opgedragen werkzaamheden naar behoren uit te voeren, kan het dagelijks bestuur op grond van artikel 7.2 SAW een disciplinaire maatregel opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Deskundige begeleiding bij ziekte en arbeidsongeschiktheid 6.1 Deskundige begeleiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Deskundigen op het gebied van preventie en bescherming</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-612\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Consultatie deskundigen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-613\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Periodiek onderzoek</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-614\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Non-actief stelling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-615\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Arbeidsgezondheidskundig onderzoek bij ziekte</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-616\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Deskundigen oordeel (second opinion)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-617\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Re-integratie–inspanning en passende arbeid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-611-319\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Deskundigen op het gebied van preventie en bescherming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het waterschap laat zich bijstaan door deskundigen als bedoeld in de artikelen 13 (bijstand deskundige werknemers op het gebied van preventie en bescherming), 14 (maatwerkregeling aanvullende deskundige bijstand bij specifieke taken op het gebied van preventie en bescherming) en 14a (vangnetregeling aanvullende deskundige bijstand op het gebied van preventie en bescherming) van de Arbeidsomstandighedenwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het dagelijks bestuur stelt nadere regels vast ten aanzien van de organisatie van de deskundige begeleiding als bedoeld in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-612-320\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Consultatie deskundigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar heeft het recht om bij gezondheidsproblemen een bedrijfsarts rechtstreeks te consulteren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-613-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Periodiek onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die in verband met de uitoefening van zijn/haar werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn/haar gezondheid blootstaat dan wel voor een goede vervulling van zijn/haar functie aan bijzondere gezondheidseisen moet voldoen, is verplicht aan een periodiek onderzoek (b.v. Preventief Medisch Onderzoek of Periodiek ArbeidsGezondheidskundig Onderzoek) deel te nemen, indien dit naar het oordeel van het dagelijks bestuur, na overleg met de deskundigen, noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het dagelijks bestuur is bevoegd om deskundigen opdracht te geven de ambtenaar aan een onderzoek deel te laten nemen: indien naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijkerwijs aanleiding bestaat tot twijfel aan een goede gezondheidstoestand van de ambtenaar; indien de ambtenaar niet of niet langer volledig geschikt is gebleken voor het naar behoren vervullen van zijn/haar functie, om na te gaan of hiervoor medische oorzaken zijn aan te wijzen; om na te gaan of de ambtenaar geschikt is voor Wachtdienst en/of Onregelmatige dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De ambtenaar is verplicht aan een onderzoek, volgens de vorige leden, deel te nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-614-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Non-actief stelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien bij een onderzoek, volgens artikel 6.1.3 SAW, blijkt van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand van de ambtenaar, dat naar het oordeel van de deskundigen de belangen van de ambtenaar, die van de dienst of die van bij de dienstuitoefening betrokken derden zich tegen voortzetting van zijn/haar functie verzetten, dan wordt de ambtenaar door het dagelijks bestuur op non-actief gesteld (NB geen disciplinaire straf).</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Op non-actief gesteld worden, als bedoeld in het vorige lid, vindt niet plaats indien, naar het oordeel van de deskundigen, de lichamelijke of geestelijke toestand van de ambtenaar het wenselijk maakt dat hij/zij tijdelijk met andere werkzaamheden wordt belast, indien en voor zover deze voorhanden zijn. In dat geval is artikel 6.2.4 SAW van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Op non-actief gesteld worden, als bedoeld in lid 1, wordt voor de toepassing van de overige artikelen van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een verhindering wegens ziekte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-615-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Arbeidsgezondheidskundig onderzoek bij ziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar is verplicht zich te onderwerpen aan een door of vanwege de deskundigen in te stellen arbeidsgezondheidskundig onderzoek ter beantwoording van de vragen: of er sprake is van verhindering tot het vervullen van zijn/haar functie wegens ziekte; in welke mate er sprake is van verhindering als bedoeld onder a; of de ambtenaar de verhindering tot het vervullen van zijn/haar functie opzettelijk heeft veroorzaakt; of de ambtenaar ten onrechte nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen dan wel zich niet houdt aan de voorschriften hem/haar door de behandelende geneeskundige gegeven, met dien verstande dat de voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard zijn uitgezonderd; of de ambtenaar zich zodanig gedraagt, dat zijn/haar genezing wordt belemmerd of vertraagd; of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het herstel van zijn/haar gezondheid dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn/haar arbeidsgeschiktheid; wanneer en in welke mate de vervulling van de functie kan worden hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De deskundige die het onderzoek, als bedoeld in het vorige lid, heeft verricht, deelt na het afsluiten van het onderzoek de uitkomst daarvan terstond schriftelijk mede aan de ambtenaar en zendt het dagelijks bestuur een afschrift van die mededeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-616-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Deskundigen oordeel (second opinion)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij verschil van mening tussen de werkgever en de ambtenaar kan, na advisering door de deskundige namens de werkgever, door zowel de werkgever als de ambtenaar een niet bindend deskundigenoordeel worden gevraagd aan de UWV. Zulks onder meer ten aanzien van de vraag of: de ambtenaar arbeidsongeschikt is; er binnen de organisatie passende arbeid is; zowel de werkgever als de ambtenaar voldoende re-integratie-inspanningen verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten van het deskundigenoordeel komen voor rekening van de werkgever.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-617-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Re-integratie–inspanning en passende arbeid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar wordt na 6 maanden ziekte het transferbudget van tenminste € 5.000,00 toegekend en aan het persoons gebonden basis budget toegevoegd om in te zetten voor maatregelen die de gezondheid en vitaliteit bevorderen en voor ontwikkeling en loopbaan ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur en de ambtenaar leggen vast welke instrumenten worden ingezet. Het instrumentarium vanuit activerend personeelsbeleid wordt daarbij gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het dagelijks bestuur zal zich, binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid, maximaal inspannen om de ambtenaar, die wegens ziekte verhinderd is zijn functie te vervullen, passende arbeid aan te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het dagelijks bestuur zal daarbij trachten: de arbeidsplek en het werk zodanig aan te passen dat de ambtenaar zijn/haar functie naar behoren kan blijven vervullen; en indien dit niet mogelijk is passende arbeid in een andere functie aan te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 In geval voor de ambtenaar uit het eerste lid, door het UWV een mate van arbeidsongeschiktheid van tussen de 35% en 80% wordt vastgesteld, zullen de inspanningen van de werkgever uit het tweede lid, er op gericht zijn om passende arbeid aan te bieden waardoor de ambtenaar minimaal 50% van zijn/haar restverdiencapaciteit benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Indien de ambtenaar volgens het eerste en derde lid, in staat is passende arbeid te verrichten en hij/zij door zijn werkgever of een andere werkgever daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, is hij/zij verplicht die arbeid te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Onder de in dit artikel bedoelde term passende arbeid wordt verstaan passende arbeid als bedoeld in artikel 658a van boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Indien de ambtenaar volgens het eerste lid, zonder deugdelijke grond weigert de in het vorige lid bedoelde passende arbeid te verrichten, worden de inkomsten die hij/zij uit deze passende arbeid zou hebben ontvangen indien hij/zij deze arbeid wel zou hebben verricht, geheel in mindering gebracht op zijn/haar bezoldiging volgens artikel 6.2.1 SAW, eerste en tweede lid, respectievelijk artikel 6.2.2 SAW Lid 7 De ambtenaar krijgt na 18 maanden ziekte nogmaals het volledige transferbudget van tenminste € 5.000,00 toegekend om in te zetten voor ontwikkeling en loopbaanondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2 Aanspraken bij ziekte en arbeidsongeschiktheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-621\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bezoldiging bij ziekte</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvulling op de bezoldiging bij minder dan 35% arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-623\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met andere inkomsten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-624\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Korting bezoldiging bij re-integratie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-625\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beperking aanspraak bezoldiging</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-626\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere omstandigheden bij ziekte en arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-627\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Uitkering bij ziekte en arbeidsongeschiktheid ontstaan voor ontslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-628\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Uitkering bij ziekte en arbeidsongeschiktheid ontstaan na ontslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-629\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende en aansluitende uitkering wegens arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Berekeningsbasis bij bijzondere beloning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Salarisgarantie bij minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bij aanvaarding van een passende functie buiten de eigen organisatie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende uitkering bij ontslag minder dan 35% arbeidsongeschikt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-621-338\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bezoldiging bij ziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn/haar functie te vervullen, heeft vanaf de eerste dag van die verhindering gedurende twaalf maanden aanspraak op de volle bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar heeft na afloop van de in sub a genoemde periode tot het einde van zijn/haar dienstverband aanspraak op:</p>\n<p class=\"lf-p\">70% van de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief, indien en voor zolang hij/zij geen werkzaamheden noch re-integratieactiviteiten verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">80% van de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief, indien en voor zolang hij/zij 1 tot en met 12 uur per week werkzaamheden en/of reintegratieactiviteiten verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">90% van de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief, indien en voor zolang hij/zij meer dan 12 maar minder dan 26 uur per week werkzaamheden en/of re-integratieactiviteiten verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief, indien en voor zolang hij/zij 26 of meer uur per week werkzaamheden en/of reintegratieactiviteiten verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in sub b genoemde uren gelden voor deeltijders naar evenredigheid van het dienstverband.</p>\n<p class=\"lf-p\">De periode van zwangerschap– en bevallingsverlof, volgens artikel 4.4.2 SAW, schort de periode uit sub a en b op.</p>\n<p class=\"lf-p\">De periode waarover de ambtenaar voorafgaand aan de periode uit sub d, ziek is als gevolg van zwangerschap, schort de periode uit sub a en b op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ambtenaar heeft ook na afloop van de in het eerste lid, sub a genoemde periode van twaalf maanden tot aan het einde van zijn/haar dienstverband aanspraak op de volle bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij/zij ongeschikt is zijn/haar arbeid te verrichten, in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de hem/haar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht en niet aan zijn/haar schuld of nalatigheid is te wijten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Voor de toepassing van dit artikel worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld indien zij: elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken volledige werkhervatting opvolgen of; direct voorafgaan en aansluiten op een periode van zwangerschap– en bevallingsverlof, volgens artikel 4.4.2 SAW, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn/haar functie te vervullen, kan worden bepaald dat hij/zij zijn functie slechts weer zal mogen vervullen indien het dagelijks bestuur, gelet op het advies van de deskundigen of van het UWV, daarvoor toestemming heeft verleend, onder bepaling van de mate waarin de hervatting kan geschieden. Deze toestemming is in ieder geval vereist indien de ambtenaar gedurende meer dan een jaar volledig verhinderd is geweest zijn/haar functie te vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 De in het eerste en tweede lid bedoelde doorbetaling van bezoldiging eindigt indien de ambtenaar wordt herplaatst in een andere functie, maar niet eerder dan 24 maanden na de eerste dag van verhindering wegens ziekte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622-339\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvulling op de bezoldiging bij minder dan 35% arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt verklaard, en die wordt herplaatst tegen een lagere bezoldiging dan de bezoldiging voor de eerste ziektedag, heeft recht op een aanvulling op de lagere bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ambtenaar heeft met inachtneming van artikel 6.2.1, vijfde lid SAW, recht op de aanvulling vanaf het moment van herplaatsing en duurt tot het einde van zijn/haar dienstverband.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De hoogte van de aanvulling bedraagt 80% van het verschil tussen de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief voor de eerste ziektedag, en de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief zoals die geldt op het moment van herplaatsing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-623-340\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met andere inkomsten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien de ambtenaar gedurende de periode uit artikel 6.2.1, eerste of tweede lid SAW, recht heeft op een ZW, WAO, IVA-, WGA–, WW–uitkering of bovenwettelijke aanvulling op grond van het ABP pensioenreglement, wordt het bedrag van de uitkering of bovenwettelijke aanvulling in mindering gebracht op het bedrag waarop hij/zij ingevolge de in artikel 6.2.1, eerste en tweede lid SAW bedoelde bezoldiging recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien de ambtenaar gedurende de periode uit artikel 6.2.2, tweede lid SAW, recht heeft op verhoging van het inkomen en/of een uitkering als bedoeld in art. 6.2.3, lid 1 SAW, wordt het bedrag van de verhoging en/of uitkering op de aanvulling uit artikel 6.2.2, eerste lid SAW, in mindering gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien de ambtenaar uit hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen recht heeft op een in het eerste of tweede lid genoemde uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste respectievelijk tweede lid, toegerekend aan de dienstbetrekkingen waarvan zijn bezoldiging wordt doorbetaald, naar evenredigheid van de bezoldigingen uit de desbetreffende dienstbetrekkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar de in het eerste of tweede lid genoemde uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt deze uitkering voor het vaststellen van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Voor toepassing van het vierde lid wordt, in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid, uitgegaan van de uitkering waarop de ambtenaar recht zou hebben gehad in geval van volledige ziekte of arbeidsongeschiktheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Op verzoek van de werkgever verleent de ambtenaar alle medewerking aan het via de werkgever tot uitbetaling laten komen van de uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 Op verzoek van de werkgever verstrekt de ambtenaar alle informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-624-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Korting bezoldiging bij re-integratie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar tijdens de verhindering tot het vervullen van zijn/haar functie, op grond van een aan het dagelijks bestuur door de deskundigen of door het UWV uitgebracht advies, in het belang van zijn/haar genezing of zijn re-integratie dan wel in het kader van herplaatsing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, worden de inkomsten in mindering gebracht op de bezoldiging, voor zover de inkomsten plus bezoldiging het niveau van de bezoldiging uit artikel 6.2.1, eerste en tweede lid SAW, respectievelijk artikel 6.2.2 SAW overstijgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-625-342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beperking aanspraak bezoldiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Geen aanspraak op doorbetaling van bezoldiging bestaat: indien blijkens het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, volgens artikel 6.1.5, eerste lid SAW, er sprake is van een in dat lid, sub c, bedoelde omstandigheid, tenzij de ambtenaar daarvan op grond van zijn/haar geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt; indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na de in artikel 2.1.3, tweede lid SAW, bedoelde arbeidsgezondheidskundige keuring en als dan blijkt dat de ambtenaar hierbij onjuiste informatie omtrent zijn/haar gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring dat tegen de vervulling van zijn/haar functie uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan, ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij/zij te goeder trouw heeft gehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De doorbetaling van bezoldiging wordt gestaakt, indien en voor zolang: blijkens het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, volgens artikel 6.1.5, eerste lid SAW, zich een van de omstandigheden, bedoeld in dat lid, onder d of e, voordoet; de ambtenaar weigert de in de artikelen 6.1.3, derde lid SAW, en 6.1.5, eerste lid SAW, neergelegde verplichting tot het verlenen van medewerking aan een door of vanwege de deskundigen in te stellen medisch onderzoek na te komen; de ambtenaar tijdens de verhindering om zijn/haar functie te vervullen voor zichzelf of voor derden arbeid verricht, tenzij dit door de deskundigen in het belang van zijn/haar genezing wenselijk wordt geacht en het dagelijks bestuur daartoe toestemming heeft verleend; de ambtenaar in gebreke blijft op het door de deskundigen bepaalde tijdstip en in de door deze deskundige bepaalde mate zijn functie weer te vervullen, tenzij hij/zij daarvoor een inmiddels opgekomen – door deze deskundige erkende – reden heeft opgegeven; de ambtenaar door zijn toedoen er de oorzaak van is dat controle bij ziekte niet kan plaats hebben; de ambtenaar weigert om – op verzoek van de werkgever – de noodzakelijke informatie te verstrekken, volgens artikel 6.2.3, zevende lid SAW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Ten aanzien van het in het vorige lid onder a en b bepaalde vindt doorbetaling van bezoldiging wel plaats indien een ambtenaar van het zich niet houden aan de voorschriften op grond van zijn/haar geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-626-343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere omstandigheden bij ziekte en arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het dagelijks bestuur kan indien daarvoor naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden aanleiding geven, bepalen dat de volgens artikel 6.2.5 SAW niet uitbetaalde bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan de ambtenaar zal worden uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Voor zover het dagelijks bestuur van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt volgens artikel 6.2.5 SAW niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald wanneer de ambtenaar op grond van de second opinion die hij/zij volgens artikel 32, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (wet SUWI) heeft aangevraagd, inzake het oordeel over de ongeschiktheid tot werken in het gelijk gesteld wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-627-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Uitkering bij ziekte en arbeidsongeschiktheid ontstaan voor ontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ex ambtenaar die: geen aanspraak kan ontlenen aan artikel 5.5.7 tot en met 5.5.18 SAW (WW periode); en wegens ziekte, ontstaan voor de datum van ingang van zijn ontslag, nadien nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen en dientengevolge een uitkering krachtens de Ziektewet (ziekengeld) ontvangt; heeft recht op een aanvullende uitkering tot uiterlijk 52 weken na aanvang van zijn/haar ongeschiktheid. Deze aanvullende uitkering is gelijk aan het bedrag van de uitkering die de ambtenaar volgens artikel 5.5.18 SAW zou hebben genoten indien dit op hem/haar van toepassing zou zijn geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het verplichtingen– en sanctieregime van de Ziektewet is van toepassing op de aanvulling op het ziekengeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Dit artikel vindt geen toepassing op degene die op of na het tijdstip van zijn ontslag in verband met de aanvaarding van een functie van tenminste een gelijke omvang als die waaruit hij/zij is ontslagen, aanspraak kan maken op loon of bezoldiging dan wel op een uitkering krachtens de Ziektewet of een daarmee gelijk te stellen wettelijke regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-628-345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Uitkering bij ziekte en arbeidsongeschiktheid ontstaan na ontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ex ambtenaar die: geen aanspraak kan ontlenen aan artikel 5.5.7 tot en met 5.5.18 SAW; en tenminste twee maanden zijn functie heeft vervuld, en die binnen een maand na de datum van zijn ontslag wegens ziekte ongeschikt wordt een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen en dientengevolge een uitkering krachtens de Ziektewet (ziekengeld) ontvangt; heeft recht op een aanvullende uitkering tot uiterlijk 52 weken na de aanvang van zijn/haar ongeschiktheid. Deze aanvullende uitkering zal niet minder mogen bedragen dan die hij/zij volgens artikel 5.5.17 SAW zou hebben genoten indien dit op hem/haar van toepassing zou zijn geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het verplichtingen– en sanctieregime van de Ziektewet is van toepassing op de aanvulling op het ziekengeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Dit artikel vindt geen toepassing in de gevallen genoemd in artikel 6.2.7, derde lid SAW.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-629-346\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende en aansluitende uitkering wegens arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Aan de ex-ambtenaar die volgens artikel 8.5 SAW ontslag is verleend en die recht heeft op een WGA-of IVA-uitkering, wordt een aanvullende uitkering verleend. Het recht op een aanvullende uitkering bestaat ook, als de arbeidsongeschiktheid is ontstaan in of door de dienst. Het recht op de aanvullende uitkering kan alleen ontstaan en bestaan, zolang er recht bestaat op de WGA- of IVA-uitkering en deze daadwerkelijk wordt ontvangen en voor een maximale termijn van 38 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende uitkering bij een IVA-uitkering Lid 2 Indien de ex-ambtenaar zoals bedoeld in het eerste lid recht heeft op een IVA–uitkering, houdt de aanvullende uitkering in een aanvulling op de IVA–uitkering plus bovenwettelijke aanvulling op grond van het ABP pensioenreglement tot 90% van de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief, waarop de ambtenaar recht had op de dag voor de periode zoals aangegeven in artikel 6.2.1 SAW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende uitkering bij een WGA-uitkering Lid 3 Indien de ex-ambtenaar zoals bedoeld in het eerste lid recht heeft op een WGA– uitkering, houdt de aanvullende uitkering in een aanvulling op de WGA–uitkering plus bovenwettelijke aanvulling op grond van het ABP pensioenreglement:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de loongerelateerde WGA–uitkering, in geval de restverdiencapaciteit volledig wordt benut, tot 90% van het verschil tussen de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief op de dag voor de periode zoals aangegeven in artikel 6.2.1 SAW en de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief tijdens de loongerelateerde WGA–uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de loongerelateerde WGA–uitkering, in geval de restverdiencapaciteit niet volledig wordt benut, tot 80% van het verschil tussen de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief op de dag voor de periode zoals aangegeven in artikel 6.2.1 SAW en de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief tijdens de loongerelateerde WGA–uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluitende uitkering tijdens de loongerelateerde WGA-uitkering Lid 4 De ex-ambtenaar zoals bedoeld in het derde lid heeft recht op een aansluitende uitkering overeenkomstig de artikelen 5.5.14 t/m 5.5.18 SAW, die de wijzigingen in de opbouw en de duur van de loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA per 1 januari 2016 compenseert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Gedurende de periode dat de ex-ambtenaar recht heeft op een aansluitende uitkering zoals bedoeld in het derde lid, behoudt deze ex-ambtenaar tevens zijn aanspraak op de aanvullende uitkering op grond van het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verval aanvullende en aansluitende uitkering Lid 6 De aanspraak op de aanvullende en aansluitende uitkering op grond van deze paragraaf van de ex-ambtenaar zoals bedoeld in het derde lid, vervalt met ingang van de dag na de dag dat de mate van arbeidsongeschiktheid lager is dan 35%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overlijdensuitkering Lid 7 . Indien de betrokkene op het moment van overlijden recht heeft op een uitkering als bedoeld in het eerste of derde lid en zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van arbeidsongeschiktheid, bedoeld in het eerste of derde lid, wordt aan degenen die in verband met dit overlijden uit hoofde van dit dienstverband een nabestaandenpensioen genieten, een uitkering verleend ten bedrage van 18% van dit pensioen, zonder dat daarop de bepalingen inzake inbouw van AOW/AWW respectievelijk bepalingen inzake vermindering met de franchise zijn toegepast. De uitkering eindigt op de dag van de maand, waarop de overledene de AOW gerechtigde leeftijd zou hebben bereikt dan wel – indien de weduwe of de weduwnaar aan wie een pensioen werd toegekend hertrouwt– met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die van het hertrouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verstrekken van inlichtingen Lid 8 De ex-ambtenaar aan wie een uitkering als bedoeld in het eerste of het derde lid is toegekend, is verplicht gedurende de termijn van de uitkering het dagelijks bestuur op de hoogte te stellen van wijzigingen in zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering, of zijn bovenwettelijke aanvulling op grond van het ABP pensioenreglement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6210-347\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Berekeningsbasis bij bijzondere beloning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het bepaalde in de voorgaande artikelen van dit hoofdstuk worden de vergoeding, volgens artikel 3.3.10 SAW, de overgangstoelage onregelmatige dienst, alsmede de prestatietoeslag slechts geacht te behoren tot de bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie kalendermaanden of in de dertien kalenderweken, voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de functie is ontstaan, gemiddeld per maand of per week is toegekend, al naar gelang de bezoldiging van de ambtenaar per maand of per week wordt uitbetaald. Voor zover de ambtenaar op even bedoelde datum minder dan drie kalendermaanden of dertien kalenderweken zijn/haar functie heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem/haar gemiddeld per maand of per week is toegekend over het tijdvak waarin hij/zij vóór het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6211-348\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Salarisgarantie bij minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bij aanvaarding van een passende functie buiten de eigen organisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvaarding buiten de eigen organisatie van een passende functie met een lager salaris, wordt het salaris als volgt aangevuld tot het niveau van het oude salaris voor de eerste ziektedag: gedurende de eerste 12 maanden tot 90% van het salaris; gedurende de volgende 12 maanden tot 80% van het salaris; gedurende de volgende 12 maanden tot 70% van het salaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvaarding buiten de eigen organisatie van een passende functie met een lager salaris, voor minder uren dan de oorspronkelijke aanstellingsduur, kan deze salarisgarantie samenlopen met het recht op aanvullende WW-uitkering volgens artikel 6.2.12.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6212-349\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende uitkering bij ontslag minder dan 35% arbeidsongeschikt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die volgens artikel 8.7, lid 3 en 4 SAW (minder dan 35% arbeidsongeschiktheid en zwaarwegend dienstbelang) wordt ontslagen en recht heeft op een uitkering volgens de Werkloosheidswet en deze daadwerkelijk ontvangt, heeft recht op de aanvullende en aansluitende uitkering volgens artikel 5.5.8 tot en met 5.5.18 SAW.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Disciplinaire maatregelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Plichtsverzuim</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets wat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Aan de ambtenaar die de hem/haar opgelegde verplichtingen niet nakomt, plichtsverzuim, kan een disciplinaire maatregel worden opgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Disciplinaire maatregelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het dagelijks bestuur kan de volgende disciplinaire maatregelen opleggen: de toegang ontzeggen tot netwerken, kantoren, werkplaatsen of andere arbeidsterreinen. De ambtenaar levert bij de ontzegging van de toegang direct alle eigendommen van de werkgever in; schriftelijke berisping; geldboete tot ten hoogste 1% van het salaris per jaar; niet–betaling van het salaris, tot ten hoogste het salaris over een halve maand; stilstand van verhoging van het salaris voor ten hoogste vier jaar, met uitzondering van verhoging als gevolg van algemene loonmaatregelen of een herwaardering van de functie; vermindering van salaris voor ten hoogste twee jaar, met ten hoogste het bedrag van de laatste twee verhogingen. Indien de ambtenaar een functie heeft zonder schaal vermindering van het salaris met ten hoogste 5%; plaatsing in een andere functie voor bepaalde of onbepaalde tijd, met behoud van salaris; plaatsing in een andere functie voor bepaalde of onbepaalde tijd, met vermindering van het salaris; schorsing; ontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Bij het opleggen van een maatregel kan worden bepaald dat deze niet ten uitvoer wordt gelegd indien de ambtenaar zich gedurende de termijn niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim of aan enig ander ernstig plichtsverzuim. Ook kan worden bepaald dat de ambtenaar zich gedurende deze termijn moet houden aan bijzondere voorwaarden, die bij het opleggen van de maatregel gesteld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De maatregelen c tot en met j, worden niet ten uitvoer gelegd, zolang de ambtenaar zich niet heeft kunnen verantwoorden volgens artikel 7.3 SAW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De maatregelen worden niet ten uitvoer gelegd voor zover deze strijdig zijn met wet- en regelgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording door de ambtenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar wordt gehoord door het dagelijks bestuur, voordat een disciplinaire maatregel uit artikel 7.2 lid 1 c tot en met j wordt opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Op verzoek van de ambtenaar worden hij/zij en zijn/haar raadsman in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de ambtelijke rapporten of andere bescheiden die op de hem/haar ten laste gelegde feiten betrekking hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De verantwoording door de ambtenaar kan schriftelijk of mondeling gebeuren. De verantwoording vindt plaats in de periode tussen zes maal 24 uur en twaalf maal 24 uur nadat aan de ambtenaar kennis heeft genomen van het voornemen de maatregel op te leggen. Op verzoek van de ambtenaar kan van deze termijn worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Verantwoord de ambtenaar zich mondeling, dan wordt daarvan binnen 36 uur proces– verbaal opgemaakt. Na voorlezing wordt het procesverbaal getekend door de ambtenaar en het dagelijks bestuur. Weigert de ambtenaar te tekenen, dan wordt daarvan in het proces–verbaal melding gemaakt. Hierbij worden zo mogelijk de redenen voor het niet tekenen vermeld. De ambtenaar krijgt een afschrift van het proces–verbaal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Schorsingsgronden en –besluit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het dagelijks bestuur kan de ambtenaar schorsen: wanneer hem/haar het voornemen tot ontslag is meegedeeld of de maatregel tot ontslag is opgelegd; wanneer tegen hem volgens bepalingen van het Wetboek van Strafvordering een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd, of wanneer tegen hem/haar een strafrechtelijke vervolging voor een misdrijf wordt ingesteld; in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het belang van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval: een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat; een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Schorsing en bezoldiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Tijdens de schorsing volgens artikel 7.2 SAW, kan tot de in de strafaanzegging of – oplegging van de maatregel genoemde datum van ingang van het ontslag de bezoldiging geheel of gedeeltelijk worden ingehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Tijdens de schorsing volgens artikel 7.2 SAW, kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere vermindering van het uit te keren bedrag, ook tot het volle bedrag van de bezoldiging, plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De inhouding volgens lid 1 en 2 mag per maand niet meer zijn dan anderhalf maal het salaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Het betaalbare gedeelte van de bezoldiging kan aan anderen dan de ambtenaar worden uitgekeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Gedurende de schorsingsperiode blijft de ambtenaar in ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan het op hem/haar verhaalbare gedeelte van de premie voor pensioen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Indien op de schorsing met de maatregel ontslag, het ontslag niet volgt, dan wordt niet uitgekeerde bezoldiging alsnog uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 Indien de schorsing niet door een door de strafrechter opgelegde straf wordt gevolgd of op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten, wordt niet uitgekeerde bezoldiging alsnog uitbetaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het dagelijks bestuur kan de ambtenaar de maatregel ontslag opleggen: wanneer hem/haar het voornemen tot ontslag is meegedeeld en de ambtenaar zich volgens artikel 7.3 verantwoord heeft; wanneer een veroordeling tot vrijheidsstraf voor een misdrijf onherroepelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Een ontslag op grond van dit artikel wordt niet eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De maatregel van ontslag bevat in ieder geval de datum waarop het ontslag in gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Ontslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoegdheid en ingangsdatum</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Ontslag wordt verleend door het bevoegde bestuursorgaan dat de ambtenaar aanstelde in zijn/haar laatste functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 In het besluit tot het verlenen van ontslag wordt de datum van ingang van het ontslag vermeld dan wel een omschrijving of aanduiding van die datum.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen verzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem/haar dit eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Dit ontslag wordt niet verleend met ingang van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien de ambtenaar dit verzoekt, kan van lid 2 worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig is of indien overwogen wordt hem/haar in aanmerking te brengen voor disciplinaire straf, kan het nemen van een beslissing op een verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag voor de AOW-gerechtigde leeftijd en deeltijd pensioen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de ambtenaar wordt het ontslag vanaf de in artikel 7.4 van het Pensioenreglement ABP genoemde leeftijd voor een gedeelte van de voor hem/haar geldende werktijd verleend. De omvang van de overblijvende functie, c.q. werktijd bedraagt tenminste 10% van de oorspronkelijke aanstellingsduur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar wordt eervol ontslag verleend, met ingang van de dag waarop hij/zij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het bepaalde in dit artikel kan in bijzondere gevallen worden afgeweken. Dit ter beoordeling van het dagelijks bestuur dat bevoegd is het ontslag te verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag na de AOW-gerechtigde leeftijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na de AOW-gerechtigde leeftijd geldt voor het dagelijks bestuur en de ambtenaar één maand opzegtermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van ziekte geldt een opzegtermijn van 13 weken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag bij reorganisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens:</p>\n<p class=\"lf-p\">Opheffing van zijn/haar functie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verandering in de inrichting van het dienstonderdeel waarbij hij/zij werkzaam is of van andere dienstonderdelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verminderde behoefte aan arbeidskrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien aan een ambtenaar op grond van dit artikel ontslag wordt verleend, wordt een opzegtermijn van drie maanden in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Ontslag op één van de in lid 1 genoemde gronden kan slechts plaatsvinden na afloop van de in artikel 5.5.1 SAW benoemde herplaatsingtermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Indien het dagelijks bestuur, op basis van artikel 5.5.1, lid 6 SAW besluit dat de herplaatsingtermijn wordt verlengd, kan het ontslag op grond van één van de in het eerste lid genoemde gronden slechts plaatsvinden na afloop van de verlengde herplaatsingtermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 De ambtenaar aan wie ontslag is verleend volgens dit artikel, verkrijgt met ingang van de datum van ontslag aanspraak op een uitkering volgens de artikelen 5.5.8 tot en met 5.5.18 SAW.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag bij arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van arbeidsongeschiktheid voor de vervulling van zijn/haar functie wegens ziekte. Het ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Een ontslag als bedoeld in lid 1 mag slechts plaatsvinden indien: er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn/haar functie wegens ziekte gedurende een periode van 24 maanden; herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde periode van 24 maanden is te verwachten; het na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de ambtenaar binnen de openbare dienst van het waterschap andere arbeid op te dragen dan wel indien de ambtenaar zodanige werkzaamheden weigert te aanvaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Geen ontslag vindt plaats, indien de ambtenaar door het UWV, in het kader van de uitvoering van de WIA, minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard, tenzij sprake is van een zwaarwegend dienstbelang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Van een zwaarwegend dienstbelang is in ieder geval sprake indien: de huidige arbeidsplek en het werk, in alle redelijkheid en billijkheid, niet zodanig kan worden aangepast dat de arbeidsongeschikte zijn/haar functie naar behoren kan blijven uitoefenen; én er geen andere passende arbeid bij het waterschap aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Voor het bepalen van het tijdvak van 24 maanden als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt niet in aanmerking genomen afwezigheid van een vrouwelijke ambtenaar wegens door de zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte van de ambtenaar samen geteld: indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen; indien zij worden onderbroken door afwezigheid wegens door zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van de zwangerschap; indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd door een periode van arbeidsgeschiktheid, die in totaal minder dan vier weken bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 Het bestuursorgaan betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, sub a, b en c het resultaat van de claimbeoordeling op grond van de WIA en een door het bestuursorgaan of de ambtenaar aangevraagd deskundigenoordeel van het UWV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 8 Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de WIA–beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 9 De kosten van het door het bestuursorgaan of de ambtenaar bij het UWV aangevraagde deskundigenoordeel, komen ten laste van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 10 Indien de ambtenaar een WAO-uitkering ontvangt, is dit artikel op gelijke wijze van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag bij onbekwaamheid en ongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn/haar functie anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van: verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de functie geldt; aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de functie zou uitsluiten; staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding, tenzij hem/haar daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Een ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan op de dag volgende op die waarop de reden voor het ontslag voor het eerst aanwezig was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.10</span><span class=\"lf-art-t\">Onverenigbaarheid van karakters</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het dagelijks bestuur kan bepalen dat een ambtenaar die vast is aangesteld eervol kan worden ontslagen op een bij zijn besluit omschreven grond, niet vallende onder de gronden in vorige artikelen van deze paragraaf genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De grond waarop het ontslag berust, wordt slechts op verzoek van de ambtenaar in het ontslagbesluit vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 In geval van ontslag op grond van dit artikel kunnen het dagelijks bestuur en de betrokken ambtenaar afspraken maken over de inzet van het re-integratie-instrumentarium uit artikel 5.5.2 SAW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De ambtenaar aan wie ontslag is verleend volgens dit artikel heeft recht op een transitievergoeding, conform artikel 673 lid 2 Burgerlijk Wetboek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.11</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag na functie in publiekrechtelijk college</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij/zij was benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn/haar ambt, wordt, indien hij/zij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij/zij naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.12</span><span class=\"lf-art-t\">Einde van rechtswege van de aanstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De aanstelling voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege op de datum waarop die tijd verstrijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Ingeval aan een ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor het verstrijken van de termijn ontslag wordt verleend, wordt de grond waarop het ontslag berust slechts op verzoek van de ambtenaar vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien na het einde van rechtswege het dienstverband feitelijk wordt gehandhaafd, zonder dat opnieuw een aanstelling is verleend, wordt de tijdelijke aanstelling geacht nogmaals voor dezelfde periode en dezelfde omvang te zijn aangegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De aanstelling van de ambtenaar eindigt van rechtswege met ingang van de dag na het overlijden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-813\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanzeggen bij tijdelijke aanstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien de tijdelijke aanstelling van rechtswege eindigt, worden de volgende termijnen voor aanzeggen aangehouden: drie maanden, als de ambtenaar een aanstelling voor 15 maanden of langer heeft; twee maanden, als de ambtenaar een aanstelling van 8 maanden of meer en korter dan 15 maanden heeft; één maand, als de ambtenaar een aanstelling van minder dan 8 maanden heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Over de tijd die aan de in lid 1 bedoelde aanzegtermijn ontbreekt, heeft de ambtenaar recht op een bedrag ter grootte van het salaris over de ontbrekende aanzegtermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Op het moment van aanzeggen wordt het transferbudget toegekend en aan het persoonsgebonden basis budget zoals bedoeld in artikel 5.3.1 SAW toegevoegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-814\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.14</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslagbescherming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Opzegging of ontslag volgens dit hoofdstuk kan niet geschieden wegens het feit dat de ambtenaar geplaatst is op de kandidatenlijst van de Ondernemingsraad, lid is van de Ondernemingsraad of van een commissie van de Ondernemingsraad of korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de Ondernemingsraad of van een commissie van de Ondernemingsraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Opzegging of ontslag als bedoeld in dit hoofdstuk kan niet plaatsvinden wegens het feit dat de ambtenaar door een centrale volgens artikel 1, tweede lid, van de Overlegregeling of door een daarbij aangesloten vereniging, is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn/haar centrale of een daarbij aangesloten vereniging, dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn/haar centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten verenigingen te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het bepaalde in de voorgaande leden geldt tevens voor de plaatsvervangers van de genoemde personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Integriteit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Integriteitsbeleid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur van het waterschap: voert een integriteitsbeleid dat is gericht op het bevorderen van goed ambtelijk handelen en dat in ieder geval aandacht besteedt aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie; zorgt ervoor dat het integriteitsbeleid een vast onderdeel uitmaakt van het personeelsbeleid in ieder geval door integriteit in de gesprekscyclus en werkoverleg aan de orde te stellen en door het aanbieden van scholing en vorming op het gebied van integriteit; draagt zorg voor de totstandkoming van een gedragscode voor goed ambtelijk handelen; stelt in overeenstemming met het algemeen bestuur, vast op welke wijze jaarlijks verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde integriteitsbeleid en over de naleving van de gedragscode;</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Integriteitsvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Voor zover deze onderwerpen niet bij of krachtens de wet zijn geregeld, worden voor de ambtenaren, door het waterschap aangesteld, voorschriften vastgesteld over: de verplichte aflegging van de eed of belofte door de ambtenaar bij zijn/haar aanstelling; de melding en de registratie van nevenwerkzaamheden die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken; de openbaarmaking van de krachtens onderdeel b geregistreerde nevenwerkzaamheden van ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter bescherming van de integriteit van de openbare dienst openbaarmaking van nevenwerkzaamheden noodzakelijk is; het verbieden van nevenwerkzaamheden waardoor de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd; de melding van financiële belangen respectievelijk van het bezit van en transacties in effecten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken voor ambtenaren aangesteld in een functie waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is; een procedure voor het omgaan met bij een ambtenaar levende vermoedens van misstanden binnen de organisatie waar hij/zij werkzaam is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ambtenaar die te goeder trouw de bij hem/haar levende vermoedens van misstanden meldt volgens de procedure, bedoeld in het eerste lid onder f, zal als gevolg van het melden van die vermoedens geen nadelige gevolgen voor zijn/haar rechtspositie ondervinden tijdens en na het volgen van die procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 Overleg</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Commissie voor georganiseerd overleg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het dagelijks bestuur zal een commissie voor georganiseerd overleg instellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, kunnen in de commissie voor georganiseerd overleg afspraken worden gemaakt, voor zover daarin niet is voorzien door het LAWA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De samenstelling, bevoegdheid en werkwijze van de commissie, bedoeld in het eerste lid, worden bij afzonderlijke regeling geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Als er geen commissie als bedoeld in het eerste lid is ingesteld, moeten de vak- organisaties worden gehoord conform artikel 10.2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Formeel overleg met vakorganisaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Met de organisaties, waarbij de ambtenaren zijn aangesloten, vindt overleg plaats over de aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, voor zover daarin niet wordt voorzien door het centraal arbeidsvoorwaardenoverleg in het Landelijk Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Als organisaties bedoeld in het vorige lid worden aangemerkt de landelijke verenigingen van overheidspersoneel aangesloten bij de centrales van overheidspersoneel, toegelaten tot het centraal arbeidsvoorwaardenoverleg in het vorige lid bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het overleg wordt gevoerd door aan een organisatie een ontwerp van het voorgenomen besluit met toelichting toe te zenden, met het verzoek binnen een daarbij te stellen termijn, welke niet korter dan veertien dagen zal zijn, het dagelijks bestuur schriftelijk haar gevoelen kenbaar te maken. Indien de organisatie dit verlangt, wordt zij tot mondelinge toelichting toegelaten. Mocht een der deelnemers aan dit overleg tot het oordeel komen dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst die de instemming van alle deelnemers aan het overleg zal hebben, dan kan een beroep worden gedaan op de Advies– en Arbitragecommissie voor de lagere overheden. De voorzitter van de Advies– en Arbitragecommissie bepaalt als dan de procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Aan de bepaling van lid 1 wordt geacht te zijn voldaan, indien de organisatie in gebreke is gebleven binnen de in het vorige lid bedoelde termijn van haar gevoelen te doen blijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Behoort het nemen van het in lid 3 bedoelde besluit tot de bevoegdheid van het algemeen bestuur, dan vermeldt het dagelijks bestuur bij het ontwerp van het besluit tevens het gevoelen van de organisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Het dagelijks bestuur zendt een afschrift van zijn besluiten en van de besluiten van het algemeen bestuur, binnen veertien dagen nadat deze zijn genomen, aan de organisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 Indien met de vakorganisaties overlegd wordt volgens dit artikel moeten de volgende artikelen in de SAW als volgt worden gelezen: in artikel 1.1.4 SAW en artikel 2.1.7, lid 5 SAW zullen de woorden ‘in de commissie volgens 10.1 SAW’ moeten worden gelezen als ‘met de organisaties.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Bijlagen BijlageSalaristabel Salarisschalen waterschappen 1 juli 2017 (verhoging WML) Schaal 0= Minimumloon (WML) 1-7-2017 Leeftijd Bedrag Bedrag 15 469,60 469,60 16 540,05 540,05 17 618,35 618,35 18 743,55 743,55 19 860,95 860,95 20 1095,80 1095,80 21 1330,60 1330,60 22 1565,40 1565,40 Salaris1-1-2016 Bedrag Schaal -&gt; 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Bedrag 1628 min 1628 1695 min 1695 1765 min 1765 1838 min 1838 1912 min 1912 1937 max 1937 1996 min 1996 2042 max 2042 2125 min 2125 2153 max 2153 2269 max 2269 2326 min 2326 2391 max 2391 2559 max 2559 2584 min 2584 2797 max 2797 2890 min 2890 3121 max 3121 3232 min 3232 3540 max 3540 3613 min 3613 4014 max 4014 4038 min 4038 4442 min 4442 4552 max 4552 4887 min 4887 5161 max 5161 5376 min 5376 5853 max 5853 5917 min 5914 6438 max 6438 6505 min 6505 7082 max 7082 7791 max 7791 8571 max 8571 9428 max 9428 De hoogte van de minimumvakantietoelage bedraagt: 152 euro Bijlage I Transponeringstabel SAW Transponeringstabel SAW (oud) naar SAW (nieuw) SAW 1 januari 2016 SAW 15 december 2016 2.1.7 8.11 2.1.8 2.1.7 2.1.9 2.1.8 2.1.10 2.1.9 2.1.11 2.1.10 2.1.12 2.1.11 3.2.6 3.2.5 3.2.7 3.2.6 3.2.8 3.2.7 3.2.9 3.2.8 3.2.10 3.2.9 3.3.1 1.2.1 lid 3 3.3.2 3.3.1 3.3.3 3.3.2 3.3.4 3.3.3 3.3.5 3.3.4 3.3.6 3.3.5 3.3.7 3.3.6 3.3.8 3.3.7 3.3.9 3.3.8 3.3.10 3.3.9 3.3.11 3.3.10 3.3.12 3.3.11 3.3.13 3.3.12 3.4.20 3.4.20 4.1.2 4.1.3 4.1.3 4.1.4 4.1.4 4.1.5 4.4.5 4.4.1 4.4.8 4.4.2 6.2.1 a 6.2.2 6.2.2 6.2.3 6.2.3 6.2.4 6.2.4 6.2.5 6.2.5 6.2.6 6.2.6 6.2.7 6.2.7 6.2.8 6.2.8 6.2.9 6.2.9 3.4.20 8.11 8.12 Bijlage II, 5.1 Bijlage II, 4.1 Bijlage II Procedure FuWater Inhoudsopgave</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 1 Algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Het opmaken van nieuwe functiebeschrijvingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Waarderen en conversie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Schriftelijke mededeling</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2 Specifieke functiebeschrijvingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure specifiek functiebeschrijven</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3 Generieke functiebeschrijvingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure generiek functie beschrijven</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4 Slot</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepalingen</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 1 Algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze regeling wordt verstaan onder: ambtenaar: degene zoals bedoeld in artikel 1.2.1, van de Sectorale arbeidsvoorwaardenregelingen waterschapspersoneel (SAW); bezwarencommissie: de commissie bedoeld in artikel 4.1 van deze regeling; conversietabel: de tabel in bijlage V die de resultaten van het waarderingsproces vertaald naar functieschalen; functiebeschrijving: een generieke of specifieke taakomschrijving van een organieke functie; functieboek: een weergave van alle functies binnen (een samenhangend deel van) de organisatie; functiefamilie: dit is een verzameling van functies die een grote verwantschap met elkaar hebben en vergelijkbare eisen stellen aan de competenties van de functiehouders; functiewaardering: het proces van het waarderen van functies volgens de in artikel 3.1.4 SAW genoemde methodiek FuWater; functiewaarderingsdeskundige: een FuWater gecertificeerde adviseur;</p>\n<p class=\"lf-p\">FuWater: het functiewaarderingssysteem zoals bedoeld in artikel 3.1.4 van de SAW; generieke functiebeschrijving: een beschrijving van taken die een weergave is van aard, karakter, niveau en complexiteit: logisch voortvloeiend uit de organisatiestructuur en verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen het waterschap; management: de ambtena(a)r(en) die verantwoordelijk is/zijn voor het organisatie- en personeelsbeleid van het waterschap; organieke functie: een taak of groep van taken, logisch voortvloeiend uit de organisatiestructuur en verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen het waterschap, die door of namens het dagelijks bestuur is vastgesteld om door een ambtenaar te worden vervuld; plaatsingsbesluit: het besluit waarin vastgelegd wordt welke functiebeschrijving voor de ambtenaar geldt; specifieke functiebeschrijving: een expliciete beschrijving van taken die de organisatie van een bepaalde medewerker verwacht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Het opmaken van nieuwe functiebeschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Functiebeschrijvingen worden opgemaakt: voor alle organieke functies: die bij de invoering van FuWater bij het waterschap bestaan; bij het ontstaan van nieuwe functies; bij een niveaubepalende wijziging van de taakinhoud van één of meer functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het management is verantwoordelijk voor de actualiteit van de functiebeschrijvingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De procedure functiebeschrijving is opgenomen in de artikelen 2.1 en 3.1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Waarderen en conversie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Onder de verantwoordelijkheid van het management wordt de beschreven functie met behulp van FuWater, door de functiewaarderingsdeskundige gewaardeerd en wordt, aan de hand van de door het LAWA vastgestelde conversietabel de daarbij behorende functieschaal toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het dagelijks bestuur stelt de waardering en de functieschaal op basis van het bepaalde in het vorige lid vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Schriftelijke mededeling van de plaatsing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur deelt tegelijkertijd schriftelijk aan de ambtenaar het volgende mede: de functiebeschrijving; de waardering van de functie en de bijbehorende functieschaal; de ingangsdatum van de functiebeschrijving en de waardering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2 Specifieke functiebeschrijvingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure specifiek functiebeschrijven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Van iedere specifieke functie wordt door een functiewaarderingsdeskundige, onder verantwoordelijkheid van het management, een functiebeschrijving opgesteld op basis van FuWater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De functiebeschrijving wordt ter beschikking gesteld aan de ambtenaar die de betreffende functie vervult. De ambtenaar kan zijn opmerkingen over de functiebeschrijving schriftelijk, of indien hij/zij dit wenst mondeling, kenbaar maken. De opmerkingen worden schriftelijk vastgelegd. De ambtenaar ontvangt hiervan een kopie. De opmerkingen van de ambtenaar maken onderdeel uit van het dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het management beoordeelt of de gemaakte opmerkingen al dan niet worden verwerkt in de functiebeschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De ambtenaar tekent de functiebeschrijving daarna voor gezien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 De functiebeschrijvingen worden door het dagelijks bestuur vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 De functie van de secretaris–directeur wordt beschreven onder de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3 Generieke functiebeschrijvingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure generiek functie beschrijven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Van iedere generieke functie wordt door een functiewaarderingsdeskundige, onder verantwoordelijkheid van de secretaris directeur van het waterschap een generieke functiebeschrijving opgesteld. De secretaris directeur stelt deze beschrijving voorlopig vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De voorlopig vastgestelde generieke functiebeschrijving wordt als voorgenomen besluit ter advisering (artikel 25 Wet op de Ondernemingsraden) aan de OR voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Nadat de OR heeft geadviseerd stelt het dagelijks bestuur de generieke functiebeschrijving vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De functie van de secretaris–directeur wordt beschreven onder de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Het functieboek wordt gewijzigd voor nieuwe functiefamilies en/of bandbreedtes bij wijziging of aanpassing van de organisatiestructuur, taken of doelstellingen van de organisatie die duurzaam moeten worden vervuld en die niet op basis van het vigerende functieboek kunnen worden vervuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Onder verantwoordelijkheid van de directie zal door het managementoverleg jaarlijks worden bezien in hoeverre de noodzaak tot herbeschrijven aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 Een verzoek tot herbeschrijven kan ook worden ingediend door de Ondernemingsraad. Het verzoek wordt tenminste eenmaal besproken in een overlegvergadering. De WOR bestuurder beslist binnen acht weken na ontvangst van een verzoek tot herbeschrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 8 Een ambtenaar geplaatst op een generieke functie kan verzoeken tot herziening van het eigen plaatsingsbesluit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4 Slot</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Deze regeling wordt aangehaald als procedure FuWater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, beslist het dagelijks bestuur in de geest van deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage IV Conversietabel FuWater Schaal Punten 1 14 t/m 16 2 17 t/m 20 3 21 t/m 24 4 25 t/m 27 5 28 t/m 30 6 31 t/m 34 7 35 t/m 37 8 38 t/m 41 9 42 t/m 44 10 45 t/m 48 11 49 t/m 51 12 52 t/m 54 13 55 t/m 58 14 59 t/m 61 15 62 t/m 64 16 65 t/m 67 17 68 t/m 69 18 70 Bijlage IV Herkomst middelen IKB-collectief Artikel SAW 31 december 2011 Artikel SAW 2009 Naamgeving in SAW 2009 Aanduiding in gebruik 3.2.3 lid 1 3.2.1 Vakantietoelage 3.2.3 lid 2 3.2.2 Eindejaarsuitkering 3.5 Collectieve resultatendeling 3.5.2.3 Maandelijkse levensloopbijdrage 3.5.2.1 Maandelijkse levensloopbijdrage 4.5 Seniorenregeling 3.2.3 lid 2 a 4.5 Seniorenregeling 3.2.3 lid 2 b 3.5.2.1 Maandelijkse levensloopbijdrage 3.2.3 lid 3 3.2.2.1 Eindejaarsuitkering Bodem bepaling 3.5.1 Jaarlijkse levensloopbijdrage 3.5.2.2 Maandelijkse levensloopbijdrage 3.2.4 lid 1 3.5.2.1 Maandelijkse levensloopbijdrage Bovenwettelijk verlof 4.2.3.2 Verlofrechten 3.2.4 lid 2 a 3.5.2.1 Maandelijkse levensloopbijdrage 3.2.4 lid 2 b 4.2.3.3 Aanvullende verlofrechten Leeftijdsdagen 3.2.4 lid 2 c 4.2.3.3 Aanvullende verlofrechten Leeftijdsdagen 3.2.4 lid 3 4.2.3.5 Aanvullende verlofrechten Extra verlof voor wachtdienst en ORT Per 1-1-2016 vervalt dit lid en gaan de middelen naar de toelagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.4 lid 4 4.2.3.6 Aanvullende verlofrecht Feestdagencompensatie Artikel SAW 1 januari 2012 Artikel SAW 31 december 2011 Naamgeving in de SAW 2012 Aanduiding in gebruik 3.2.3 lid 2 3.2.3 lid 2 Opbouw van het IKB collectief CAO afspraak 1 procentpunt verhoging IKB Artikel SAW 1 januari 2013 Artikel SAW 2012 Naamgeving in SAW 2012 Aanduiding in gebruik 3.2.3 lid 2 3.2.3 lid 2 Opbouw van het IKB collectief CAO afspraak 1 procentpunt verhoging IKB 3.2.3 lid 2 4.1.3.4 Minder werken Ouderschapsverlof Lokale regelingen 3.2.3 lid 3 5.3.2 Tegemoetkoming ziektekostenvoorziening Per 1-1-2016 is dit uit het IKB gehaald en als vergoeding opgenomen in 3.4 3.2.4 lid 1 3.2.5 4.3.2 Nieuw Verlof op een bijzondere dag Lokale feestdag SAW deel 3: Overgangsrecht 1 Wachtdienst Inhoudsopgave Inleiding SAW artikel 3.3.1, 3.3.2, 3.3.5 en 3.3.6 (31 december 2007)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toeslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Leeftijdsgrens</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Leeftijdsgarantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inleiding 1 januari 2008 is een nieuwe wachtdienstregeling in de SAW opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij is het volgende overgangsrecht afgesproken:</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die op 31 december 2007 in dienst was bij het waterschap en was aangewezen voor het verrichten van wachtdiensten had vóór 31 december 2007 een eenmalige keuze.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar kon kiezen voor de regeling van wachtdienst zoals deze luidt vanaf 1 januari 2008. of De ambtenaar kon kiezen voor de wachtdienstregeling van de artikelen 3.3.1 SAW, 3.3.2 SAW, 3.3.5 SAW en 3.3.6 SAW zoals deze luidden tot 31 december 2007, waarbij in artikel 3.3.6 lid 2 SAW de verwijzing naar artikel 3.3.4 SAW (afbouwregeling) gelezen dient te worden als een verwijzing naar de afbouwperiode naar het artikel in de SAW zoals deze luidt vanaf januari 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het overgangsrecht wordt verwezen naar artikel 3.3.4 SAW. Dit artikel regelt de afbouw. Door herindeling verandert het artikelnummer. 31 december 2013 is dit artikel 3.4.5 SAW.</p>\n<p class=\"lf-p\">SAW artikel 3.3.1, 3.3.2, 3.3.5 en 3.3.6 (31 december 2007)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wachtdienst:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het buiten de voor hem geldende werktijden in opdracht van de werkgever verplicht bereikbaar en beschikbaar zijn van de ambtenaar om zo nodig arbeid te verrichten op basis van artikel 6.2.8, lid 2 onder c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra gebondenheid:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wachtdienst, waarbij de ambtenaar verplicht is zich in of nabij zijn woning op te houden, dan wel op een andere door de (algemeen) directeur aangewezen plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toeslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De toeslag voor wachtdienst per uur bedraagt: op maandag t/m vrijdag 5%; op zater–, zon– en feestdagen 10%; van het maximum van schaal 6 van de salarisschalen waterschapspersoneel;</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van extra gebondenheid zoals bedoeld in artikel 3.3.1 lid 2 worden de in dit artikel genoemde percentages met de helft verhoogd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Leeftijdsgrens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verplichting tot het verrichten van wachtdiensten eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 58 jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Leeftijdsgarantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die de leeftijd van 58 jaar heeft bereikt en gedurende ten minste tien voorafgaande jaren een maandelijkse wachtdienstvergoeding heeft genoten, behoudt deze vergoeding in de vorm van een toelage tot de beëindiging van zijn dienstverband. Deze toelage wordt berekend over de gemiddeld genoten maandelijkse wachtdiensttoelage over de laatste 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ambtenaar die tijdens de in artikel 3.3.4 genoemde afbouwperiode de leeftijd van 58 jaar bereikt en gedurende ten minste tien voorafgaande jaren wachtdienst heeft verricht, behoudt de afbouwtoelage die hij, op het moment waarop hij de leeftijd van 58 jaar bereikt, geniet, tot de beëindiging van zijn dienstverband.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Seniorenregeling Inhoudsopgave Inleiding SAW paragraaf 4.5 Seniorenregeling (30 september 2009)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Evenredige spreiding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inhouding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Overige arbeidsvoorwaarden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Beëindiging</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-457\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Deeltijdaanstelling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-458\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">FPU</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-459\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Uitsluiting</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Duur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Inleiding Deze regeling gaf de oudere ambtenaar de mogelijkheid om tegen voorwaarden gedurende de laatste jaren van zijn werkzame leven minder te gaan werken. In de regeling werden de bijdrage van de oudere medewerker voor de organisatie en de wenselijkheid om op een gezonde manier de (pre)pensioenleeftijd te bereiken gecombineerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regeling is 1 oktober 2009 beëindigd. De regeling is als overgangsrecht gebleven voor medewerkers die op 30 september 2009 deelnamen aan de regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">SAW paragraaf 4.5 Seniorenregeling (30 september 2009)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Met inachtneming van de bepalingen van deze regeling heeft de ambtenaar van 55 jaar en ouder recht op urenvermindering of taakverlichting tegen de in artikel 4.5.4 vastgestelde inhouding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien de ambtenaar kiest voor: urenvermindering, heeft de ambtenaar van 55 jaar of ouder recht op 125 seniorenverlofuren per kalenderjaar. Voor de ambtenaar van 58 jaar en ouder wordt dit recht verhoogd tot maximaal 250 seniorenverlofuren per kalenderjaar. Voor de ambtenaar die de voor hem geldende spilleeftijd van de FPU heeft bereikt, wordt dit recht verder verhoogd tot maximaal 500 seniorenverlofuren per kalenderjaar. Onder de spilleeftijd wordt verstaan de spilleeftijden van de categorieën deelnemers zoals bepaald in het ‘Hoofdlijnenakkoord inzake aanpassing ABP-regelingen aan VPL-wetgeving’. taakverlichting, stelt de werkgever in overleg met de ambtenaar vast hoeveel uren gemoeid zijn met de taken die niet meer uitgevoerd zullen worden. De ambtenaar blijft hetzelfde aantal uren werken. De ambtenaar van 55 jaar kan maximaal taken inleveren die corresponderen met 125 uren. Voor de ambtenaar van 58 jaar en ouder bedraagt dit 250 uren. De ambtenaar die de voor hem geldende spilleeftijd FPU heeft bereikt mag taken inleveren die maximaal corresponderen met 500 uur. Onder de spilleeftijd wordt verstaan de spilleeftijden van de categorieën deelnemers zoals bepaald in het ‘Hoofdlijnenakkoord inzake aanpassing ABP-regelingen aan VPL-wetgeving’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De ambtenaar die in de loop van het kalenderjaar de vereiste leeftijd voor deelname aan deze regeling bereikt mag in dat jaar naar evenredigheid deelnemen vanaf de eerste van de maand waarin hij deze leeftijd bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die gebruik wil maken van urenvermindering of taakverlichting dient hiertoe een verzoek in bij het dagelijks bestuur. Het verzoek wordt ingewilligd tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Evenredige spreiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De vermindering van uren of verlichting van taken moet evenredig over het jaar worden gespreid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 In overleg tussen ambtenaar en werkgever kan worden afgeweken van lid 1: als een andere wijze van invulling van de vermindering van uren of de verlichting van taken bijdraagt aan het gezond ouder worden van de ambtenaar; en de wijze van opname de bedrijfsvoering niet onevenredig schaadt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inhouding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inhouding per uur bedraagt: voor de uren tot en met 250, 0,04% van de bezoldiging, eindejaarsuitkering en vakantietoelage van de ambtenaar; voor de uren vanaf 251, 0,02% van de bezoldiging, eindejaarsuitkering en vakantietoelage van de ambtenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Overige arbeidsvoorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de grondslag van de berekening van ziektekosten–, pensioen– en VUT-fondspremie wordt de in artikel 4.5.4 genoemde inhouding buiten beschouwing gelaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Beëindiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die deelneemt aan deze regeling kan deze deelname beëindigen – indien, voor zover en zodra de werkgever hiermee instemt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Deeltijdaanstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ambtenaar met een deeltijdaanstelling geldt het bepaalde in artikel 4.5.1 lid 2 naar rato van de individuele arbeidsduur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">FPU</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die kiest om met deeltijd–FPU te gaan, kan geen gebruikmaken van de seniorenregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Uitsluiting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die gebruik maakt van de seniorenregeling, kan niet gelijktijdig gebruikmaken van de in artikel 12.2.1 geboden mogelijkheid om meer uren te gaan werken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Duur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling geldt tot 1 oktober 2009. Voor die datum zullen werkgevers en vakbonden in het kader van de bredere studie naar levensfasebewust personeelsbeleid, gezamenlijk onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn om medewerkers op een gezonde manier tot aan het pensioen werkzaam te laten zijn. Ook de mogelijkheid van een toekomstige op deze doelgroep toegesneden regeling, zonder hierbij het verboden onderscheid naar leeftijd te maken, wordt in deze studie betrokken. Hierbij worden ook de middelen die samenhangen met deze regeling betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Voorjaar 2015 heeft het LAWA extern juridisch advies gevraagd welke uitleg aan het begrip spilleeftijd in artikel 4.5.1, lid 2 b moet worden gegeven?</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhoging van het aantal uren taakverlichting/seniorenverlof naar 500 uur wordt toegestaan aan medewerkers die reeds deelnemen aan de seniorenverlofregeling en daarom verzoeken. Daarbij is de leeftijd waarop medewerkers gebruik kunnen maken van de verhoging naar 500 uur taakverlichting/seniorenverlof bepaald op 63 jaar en 6 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Persoonlijke toelage Inleiding Met de individuele prestatietoeslag willen sociale partners een landelijk eenduidige regeling invoeren, een systematiek waaraan rechten ontleend kunnen worden. Dit vervangt de tot dan toe decentraal overeen gekomen regelingen voor persoonlijke toelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociale partners wilden tevens de op dat moment bestaande mogelijk betere rechten handhaven en hadden de nadrukkelijke wens om niet te stapelen met goed functioneringsbeloningen. Dit is uitgewerkt in een keuze tussen het behouden van de persoonlijke toelage op basis van artikel 3.1.15 SAW (2010) of de op dat moment nieuwe individuele prestatietoeslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die op basis van een regeling persoonlijke toelage op 1 januari 2011 een toelage gebaseerd op goed functioneren boven het maximum van de voor hem geldende salarisschaal ontving, kon eenmalig kiezen voor behoud van de regeling van het waterschap, c.q. deze persoonlijke toelage of de individuele prestatietoeslag. Heeft hij voor het gegarandeerd krijgen van de waterschapsregeling gekozen dan is hij daarmee uitgesloten van de prestatietoeslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waterschapsregelingen in dit overgangsrecht zijn gebaseerd op de SAW.</p>\n<p class=\"lf-p\">SAW artikel 3.1.15 Persoonlijke toelage (2010)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1.15</span><span class=\"lf-art-t\">Persoonlijke toelage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Aan de ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan door het dagelijks bestuur, wanneer daartoe naar zijn oordeel op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver aanleiding bestaat, een toelage worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De in het voorgaande lid bedoelde toelage is niet hoger dan 10% van het salaris van de betrokken ambtenaar, met dien verstande dat de som van dat salaris en die toelage het hoogste bedrag van de naast hogere salarisschaal niet overschrijdt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De toelage wordt ingetrokken indien de gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij het dagelijks bestuur van oordeel is dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting De toekenning van een persoonlijke toelage was één van de mogelijkheden om bij de bezoldiging rekening te houden met de persoonlijke inbreng van de ambtenaar als aanvulling op het beginsel dat aard en niveau van de functie de salarisschaal van de ambtenaar bepalen. Als voorwaarde voor de toekenning van de toelage gold naast de eis van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver, dat de ambtenaar het maximumsalaris van zijn schaal heeft bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Levensloopregeling Inhoudsopgave Inleiding SAW paragraaf 4.5 Levensloopregeling waterschap personeel (31 december 2011)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen en –omschrijvingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Werkingsfeer</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inleg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Procedures inleg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Einde spaarperiode</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Het levenslooptegoed</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Overboeken</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verlofaanvraag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Uitkeringen tijdens het levensloopverlof</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Gevolgen voor arbeidsvoorwaarden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.12</span><span class=\"lf-art-t\">Ziekte tijdens de verlofperiode</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.13</span><span class=\"lf-art-t\">Zwangerschap- en bevallingsverlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Inleiding Voortzetting aan de levensloopregeling waterschapspersoneel is vanaf 1 januari 2012 mogelijk voor de ambtenaar die op 31 december 2011 deelnemer aan de levensloopregeling is en een positief saldo van € 3.000,00 op de levenslooprekening en of polis heeft staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze medewerkers blijft de regeling gelden. Veranderende regelgeving van de overheid gaat boven de SAW. Nieuwe afspraken over levensloop worden automatisch voor de groep deelnemers van kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">SAW paragraaf 4.5 Levensloopregeling waterschap personeel (31 december 2011)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen en –omschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: levensloopverlof: verlof zonder behoud van bezoldiging waarvoor een uitkering uit het levenslooptegoed wordt toegekend; spaarperiode: de periode gedurende welke de ambtenaar een geldelijke voorziening spaart ten behoeve van het opnemen van een periode van levensloopverlof; levenslooptegoed: de bij een levensloopinstelling opgebouwde voorziening in geld, vermeerderd met de met de daarop gekweekte inkomsten en de daarmee behaalde rendementen, die wordt aangewend voor een financiële vergoeding gedurende de levensloopverlofperiode; levenslooploon: het loon afkomstig uit het levenslooptegoed dat via de werkgever aan de ambtenaar op diens verzoek tijdens onbetaald verlof wordt uitgekeerd; levensloopinstelling: een door de ambtenaar gekozen instelling die voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 19g, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964; levenslooprekening: een geblokkeerde rekening op naam van de ambtenaar bij een levensloopinstelling; levensloopverzekering: een verzekering op naam van de ambtenaar bij een levensloopinstelling; levensloopverlofperiode: de periode waarin onbetaald verlof wordt genoten en levenslooploon wordt verkregen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Werkingsfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De Levensloopregeling waterschapspersoneel heeft ten doel het treffen van een geldelijke voorziening uitsluitend ter financiering van een periode van onbetaald verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het bepaalde in deze regeling is van toepassing voor zover niet anders is bepaald in de Wet arbeid en zorg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar kan een aanvraag indienen om een voorziening in geld te sparen voor een levensloopverlofperiode. De aanvraag dient de volgende gegevens te bevatten: het nummer van de levenslooprekening of het (polis)nummer van de levensloopverzekering; het te sparen bedrag; de geldelijke voorziening voor levensloopverlof kan door de medewerker worden ingehouden op het Individuele KeuzeBudget; een verklaring van de ambtenaar waaruit blijkt: dat hij bekend is met de inhoud van de Levensloopregeling waterschapspersoneel; of hij in een of meer inmiddels beëindigde dienstbetrekkingen buiten het waterschap een levenslooptegoed heeft opgebouwd en wat de omvang daarvan op 1 januari van het kalenderjaar van de ondertekening van de verklaring is; dat hij ermee instemt dat diens gehele of gedeeltelijke levenslooptegoed aan het bevoegd gezag wordt uitgekeerd in de situaties als bedoeld in artikel 4.5.8; dat hij er zorg voor draagt dat per 1 januari van elk jaar een overzicht wordt verstrekt van het levenslooptegoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien het een eerste aanvraag bij het waterschap betreft dient de ambtenaar een verklaring van de levensloopinstelling te overleggen waaruit blijkt dat deze instelling: ten aanzien van de levenslooprekening of de levensloopverzekering conform het gestelde in deze regeling en de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 zal handelen; de werkgever aan het begin van elk kalenderjaar een opgave zal verstrekken van het levenslooptegoed op 1 januari van dat jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien in een of meer inmiddels beëindigde dienstbetrekkingen een levenslooptegoed is opgebouwd dient de ambtenaar een verklaring te overleggen van de levensloopinstelling waar dat tegoed is opgebouwd waarin wordt aangegeven hoeveel kalenderjaren de ambtenaar heeft gespaard, en tot welke bedragen in die jaren een voorziening in geld ten behoeve van levensloopverlof is uitgekeerd en wat de omvang van het levenslooptegoed op 1 januari van het lopende kalenderjaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De ambtenaar dient de aanvraag minimaal twee maanden voor de gewenste ingangsdatum van de spaarperiode in. Het dagelijks bestuur kan de ambtenaar toestaan de aanvraag na genoemde datum in te dienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inleg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De per kalenderjaar te sparen geldelijke voorziening voor levensloopverlof bedraagt ten hoogste 12 procent van het brutoloon in dat jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het in het eerste lid bedoelde maximumpercentage is niet van toepassing op de ambtenaar die op 31 december 2005 de leeftijd van 51 maar niet de leeftijd van 56 jaar heeft bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Procedures inleg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het dagelijks bestuur kent binnen 30 kalenderdagen na datum van indiening de in artikel 4.5.3 bedoelde aanvraag toe, tenzij het levenslooptegoed, vermeerderd met: het levenslooptegoed uit een of meer inmiddels beëindigde dienstbetrekkingen; het saldo van de fiscaal verlofspaarregeling waterschapspersoneel, op 1 januari gelijk is aan of meer bedraagt dan 2,1 maal het brutoloon op jaarbasis over het voorafgaande kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Voor de toepassing van het eerste lid mag een salarisvermindering buiten beschouwing blijven, voor zover deze het gevolg is van het aanvaarden van een deeltijdfunctie of een lager gekwalificeerde functie in de periode die aanvangt tien jaar direct voorafgaand aan de pensioendatum mits de omvang van het dienstverband in geval van het aanvaarden van een deeltijdfunctie niet met meer dan 50% verminderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De inleg als bedoeld in artikel 4.5.4 wordt gestort op de levenslooprekening dan wel overgemaakt als premie voor de levensloopverzekering in de maand waarin dit door de werknemer aangewezen wordt in het IKB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Het is de ambtenaar niet toegestaan gelden rechtstreeks op zijn levenslooprekening of levensloopverzekering te storten of te doen storten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Indien in een kalenderjaar het geld dat gedurende dat kalenderjaar is ingelegd meer bedraagt dan 12 procent van het bruto jaarsalaris, wordt het bovenmatige gedeelte door de levensloopinstelling aan de werkgever uitgekeerd en vervolgens als salaris aan de ambtenaar uitgekeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Einde spaarperiode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar kan in het IKB de spaarperiode beëindigen uiterlijk met ingang van de dag van de eerst volgende salarisverwerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Het levenslooptegoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Over het levenslooptegoed wordt uitsluitend beschikt: ten behoeve van de uitbetaling van levenslooploon; ten behoeve van het levenslooptegoed in een aanspraak als bedoeld in artikel 17.10.3 van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, mits na de omzetting de aanspraak nog blijft binnen de in of krachtens hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964 gestelde grenzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het levenslooptegoed wordt op geen enkele wijze afgekocht, vervreemd, prijsgegeven dan wel formeel of feitelijk als voorwerp van zekerheid anders dan ten behoeve van de in artikel 61k van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 bedoelde verpanding worden aangeboden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Overboeken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een verzoek van de ambtenaar aan de werkgever om het levenslooptegoed dat is opgebouwd in een of meer inmiddels beëindigde dienstbetrekkingen buiten het waterschap geheel of gedeeltelijk over te boeken naar een op grond van deze regeling geopende levenslooprekening of afgesloten levensloopverzekering wordt gehonoreerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verlofaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar dient een verzoek om verlof voor minder dan drie maanden tenminste drie maanden voor het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk bij de werkgever in. Bij een verlof van drie maanden of langer moet de aanvraag tenminste zes maanden voor het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk bij de werkgever worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag in daartoe aanleiding gevende gevallen toestaan dat een kortere aanvraagtermijn in acht wordt genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De aanvraag om toekenning van levensloopverlof bevat de volgende gegevens: de gewenste datum van ingang van de levensloopverlofperiode; het aantal uren levensloopverlof dat wordt opgenomen; de verdeling van de uren levensloopverlof over de weken; het percentage van het maandinkomen dat als uitkering moet worden betaald; een machtiging van de ambtenaar om een eenmalige of maandelijkse uitkering ter grootte van het in de aanvraag aangegeven bedrag ten laste van zijn levenslooptegoed aan de werkgever te verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De werkgever stemt in met de aanvraag als bedoeld in het eerste lid van dit artikel tenzij de belangen van de dienst zich verzetten tegen toekenning op het voorgestelde tijdstip en/of de vorm van het verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Ingeval de werkgever niet instemt met de verlofaanvraag, deelt de werkgever dat schriftelijk en gemotiveerd binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek mee.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Uitkeringen tijdens het levensloopverlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Gedurende het levensloopverlof ontvangt de ambtenaar een maandelijkse uitkering als bedoeld in artikel 4.5.9, derde lid sub d. De uitkering is ten hoogste gelijk aan het maandinkomen dat de ambtenaar direct voorafgaand aan de verlofperiode ontving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien het levensloopverlof voor een deel van de voor de ambtenaar geldende arbeidsduur wordt toegekend bedraagt de uitkering samen met salaris en andere toegekende beloningen niet meer dan het maandinkomen dat de ambtenaar direct voorafgaand aan de verlofperiode ontving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Gevolgen voor arbeidsvoorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Over de opgenomen uren levensloopverlof vindt geen opbouw van het IKB-collectief plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Tijdens de opgenomen uren levensloopverlof bestaat geen aanspraak op doorbetaling van bezoldiging, toeslagen, toelagen, tegemoetkomingen, uitkeringen en vergoedingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.12</span><span class=\"lf-art-t\">Ziekte tijdens de verlofperiode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar heeft in geval sprake is van langdurige ziekte het recht om de opname van het levenslooploon stop te zetten. Dit kan niet wanneer er sprake is van verlof voorafgaand aan pensionering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Dit recht ontstaat vanaf het moment waarop de ambtenaar, na melding van de ziekte bij de werkgever, tenminste vier weken aaneengesloten ziek is geweest en de ziekte naar verwachting van de bedrijfsarts van langdurige aard zal zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Na herstel van de ambtenaar zullen ambtenaar en werkgever in onderling overleg bepalen of, en zo ja op welke wijze, het resterende deel van het levensloopverlof wordt opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.13</span><span class=\"lf-art-t\">Zwangerschap- en bevallingsverlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de duur van het zwangerschap- en bevallingsverlof wordt het levensloopverlof opgeschort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting De pensioenopbouw tijdens de periode van levensloopverlof is gebaseerd op de afspraak die op centraal niveau met vakbonden in de Pensioenkamer is gemaakt en is vastgelegd in het Pensioenreglement: de pensioenopbouw stopt na 1 jaar levensloopverlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze pensioenopbouw geldt de gebruikelijke normale premieverdeling tussen werkgever en werknemer. Er zijn geen afwijkende of andere afspraken op sectoraal niveau gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de komst van het IKB in 2012 kon de medewerker zelf de keuzes voor inleg in de levensloopregeling maken, zowel frequentie als hoogte inleg werd door de medewerker zelf in de keuzemodule van het IKB aangegeven. In het overgangsrecht kan de medewerker van zijn salaris storten naar de levenslooprekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitvoerige toelichting is te vinden in de paragrafen 22.2 en 22.3 / 21.2 en 21.3 van het Handboek en de site van de Belastingdienst: www.belastingdienst.nl, met zoekterm “levensloop”.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Bovenwettelijke regeling bij werkloosheid Inhoudsopgave Inleiding SAW paragraaf 8.2 Bovenwettelijke regeling bij werkloosheid (31 december 2015) 8.2 Bovenwettelijke regeling bij werkloosheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-821\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden voor recht op aanvullende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-822\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aanvullende uitkering: berekeningsgrondslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-823\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aanvullende uitkering: indexering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-824\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aanvullende uitkering: bedrag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-825\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beëindiging van het recht op uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-826\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Herleving van het recht op uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-827\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verlenging van het recht op uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-828\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen en sancties</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-829\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Anticumulatie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Scholing aanvullende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvulling op ziekengeld</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvulling op uitkering Arbeid en zorg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.13</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluitende uitkering: diensttijd</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.14</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden voor recht op aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.15</span><span class=\"lf-art-t\">Duur van de aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.16</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aansluitende uitkering: berekeningsgrondslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.17</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aansluitende uitkering: indexering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.18</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de uitkering: bedrag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.19</span><span class=\"lf-art-t\">Beëindiging van het recht op aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.20</span><span class=\"lf-art-t\">Nawerking Ziektewet</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.21</span><span class=\"lf-art-t\">Herleving van het recht op uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.22</span><span class=\"lf-art-t\">Pensioenpremie bij reorganisatieontslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.23</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen en sancties</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.24</span><span class=\"lf-art-t\">Anticumulatie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.25</span><span class=\"lf-art-t\">Scholing aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.26</span><span class=\"lf-art-t\">Re-integratiepremie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.27</span><span class=\"lf-art-t\">Grensarbeiders</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.28</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsregeling duur aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.29</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inleiding n het cao akkoord 2014-2016 hebben Sociale partners een aantal afspraken over uitstroom en WW gemaakt. Vanaf 1 januari 2016 sluiten de waterschappen aan op wijzigende wet- en regelgeving. De aanvullende WW uitkering wordt geïntegreerd in hoofdstuk 5 en de nawettelijke WW vervalt. Daarvoor in de plaats komt de volledige financiering door de werkgever van het derde WW jaar. Voor medewerkers die op 31 december 2015 een WW uitkering hebben, blijft hoofdstuk 8 paragraaf 2 van kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">SAW paragraaf 8.2 Bovenwettelijke regeling bij werkloosheid (31 december 2015) 8.2 Bovenwettelijke regeling bij werkloosheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden voor recht op aanvullende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Recht op een aanvullende uitkering heeft de ex ambtenaar die recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet en is ontslagen op grond van: artikel 8.1.4 SAW (reorganisatie); artikel 8.1.5, lid 3 SAW (minder dan 35% arbeidsongeschikt); artikel 8.1.6 SAW (onbekwaamheid/ongeschiktheid); artikel 8.1.7, lid 1 sub a of c SAW (verlies vereiste bij aanstelling/staat van curatele); artikel 8.1.8 SAW (onverenigbaarheid van karakters).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aanvullende uitkering: berekeningsgrondslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De berekeningsgrondslag voor de aanvullende uitkering is het dagloon op de dag voorafgaande aan het ontslag waarvan de ex ambtenaar recht op aanvullende uitkering wordt toegekend, voor zover dat betrekking heeft op het inkomen uit de functie waaraan het recht op aanvullende uitkering wordt ontleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aanvullende uitkering: indexering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De berekeningsgrondslag van de aanvullende uitkering wordt telkens aangepast aan de indexering van de WW.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aanvullende uitkering: bedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De uitkering volgens de Werkloosheidswet en de aanvullende uitkering bedragen samen een percentage van de berekeningsgrondslag van de aanvullende uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het in lid 1 genoemde percentage bedraagt: gedurende de eerste 6 maanden 90%; gedurende de daarop volgende 6 maanden 80%; daarna tot het einde van de WW-uitkering 70%.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beëindiging van het recht op uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen betreffende de gehele of gedeeltelijke beëindiging van het recht op uitkering vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van toepassing op de aanvullende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Herleving van het recht op uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen betreffende de herleving van het recht op uitkering vastgelegd in de Werkloosheidswet zijn van toepassing op de aanvullende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verlenging van het recht op uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen betreffende de verlenging van het recht op uitkering vastgelegd in de Werkloosheidwet zijn van toepassing op de aanvullende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen en sancties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het verplichtingen– en sanctieregime van de Werkloosheidwet is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering, met inachtneming van het in lid 2 gestelde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien een ex ambtenaar ontslagen wordt op grond van artikel 8.1.4 SAW, nadat hij heeft aangegeven voor dit ontslag in aanmerking te willen komen en de uitvoeringsinstelling als gevolg hiervan de uitkering krachtens de Werkloosheidswet als sanctie gedeeltelijk weigert, kent het dagelijks bestuur een aanvulling op de aanvullende uitkering toe zodanig dat de uitkering krachtens de Werkloosheidswet en de aanvullende uitkering samen een bedrag vormen dat overeenkomt met het bedrag waarop de ex ambtenaar recht zou hebben gehad indien hij niet te kennen zou hebben gegeven voor ontslag in aanmerking te willen komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien een ex ambtenaar ontslagen wordt op grond van artikel 8.1.4 SAW, nadat hij heeft aangegeven voor dit ontslag in aanmerking te willen komen en de uitvoeringsinstelling als gevolg hiervan de uitkering krachtens de Werkloosheidswet geheel weigert, kent het dagelijks bestuur een waterschapswerkloosheidsuitkering toe, waarvan de hoogte en de duur overeenkomen met de uitkering krachtens de Werkloosheidswet waarop de ex ambtenaar recht zou hebben gehad indien hij niet te kennen zou hebben gegeven voor ontslag in aanmerking te willen komen. Deze waterschapswerkloosheidsuitkering wordt, indien aan de voorwaarden van artikel 8.2.1 SAW wordt voldaan, aangevuld met een aanvullende uitkering. Op deze waterschapswerkloosheidsuitkering zijn de bepalingen van de Werkloosheidswet van toepassing. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt de waterschapswerkloosheidsuitkering gelijkgesteld aan een uitkering krachtens de Werkloosheidswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Anticumulatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 35 van de Werkloosheidswet is van toepassing op de aanvullende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Scholing aanvullende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen met betrekking tot opleiding, scholing en onbeloonde activiteiten zoals beschreven in artikel 75 tot en met 78 van de Werkloosheidswet zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvulling op ziekengeld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ex ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is om arbeid te verrichten en dientengevolge een uitkering krachtens de Ziektewet ontvangt (ziekengeld), heeft, indien hij recht zou hebben op een aanvullende uitkering in de zin van artikel 8.2.1 SAW als hij niet ziek was geweest, recht op aanvulling van dat ziekengeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het ziekengeld en de in het eerste lid genoemde aanvulling bedragen samen een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat de betrokkene op grond van artikel 8.2.4 SAW zou ontvangen wanneer hij niet wegens ziekte ongeschikt zou zijn om arbeid te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het verplichtingen– en sanctieregime van de Ziektewet is van toepassing op de aanvulling op het ziekengeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvulling op uitkering Arbeid en zorg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ex ambtenaar die: conform deze paragraaf een aanvulling op de werkloosheidsuitkering zou ontvangen als zij niet wegens zwangerschap– en bevallingsuitkering verhinderd zou zijn om arbeid te verrichten, en daarom een uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg ontvangt heeft recht op een aanvulling van de Arbeid en zorg–uitkering als deze uitkering minder bedraagt dan de uitkering die zij volgens artikel 8.2.4 SAW zou hebben ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De aanvulling bedraagt het verschil tussen de uitkering volgens artikel 8.2.4 SAW en het bedrag van de Arbeid en zorg–uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het verplichtingen– en sanctieregime van de Wet arbeid en zorg is van toepassing op deze aanvulling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.13</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluitende uitkering: diensttijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Voor de aansluitende uitkering wordt verstaan onder diensttijd: de aan het ontslag voorafgaande in overheidsdienst doorgebrachte tijd waaraan het ambtenaarschap in de zin van de Wet privatisering ABP is verbonden, alsmede de tijd die door inkoop voor pensioen geldig zou zijn verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Onder diensttijd bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan de tijd doorgebracht in de functie waaruit ontslag is verleend, indien aan die tijd op grond van de Regeling beperking van het zijn van overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP (Stc. 1997, 164) het ambtenaarschap in de zin van even genoemde regeling niet is verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid blijven buiten beschouwing: diensttijd liggende vóór een onderbreking van meer dan een jaar; diensttijd die in aanmerking is genomen bij de berekening van de duur van een eerder toegekend wachtgeld, een daarmee gelijk te stellen uitkering wegens onvrijwillige werkloosheid of een bovenwettelijke uitkering wegens onvrijwillige werkloosheid ten laste van de overheid; diensttijd die in aanmerking is genomen bij de berekening van een pensioen krachtens het pensioenreglement dan wel voorafgaat aan een ontslag verleend wegens functioneel leeftijdsontslag of een soortgelijke bepaling in een andere overheidsregeling; tijd bedoeld in artikel 5.4 van het Pensioenreglement; tijd in een aangehouden functie, dan wel in een functie welke de betrokkene had kunnen aanhouden, maar uit die hij vrijwillig ontslag heeft genomen met ingang van de datum waarop de uitkering krachtens de Werkloosheidswet ingaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.14</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden voor recht op aansluitende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Recht op een aansluitende uitkering heeft de ex ambtenaar die recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet en ontslagen is op grond van: artikel 8.1.4 SAW (reorganisatie); artikel 8.1.5 SAW lid 3 (minder dan 35% arbeidsongeschikt); artikel 8.1.8 SAW (onverenigbaarheid van karakters).</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Eveneens recht op een aansluitende uitkering heeft de ex ambtenaar die door het dagelijks bestuur op basis van artikel 8.2.8 derde lid SAW een waterschaps–werkeloosheidsuitkering is toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het recht op een aansluitende uitkering ontstaat op de eerste dag van de werkloosheid waarbij de aansluitende uitkering ingaat zodra de uitkering krachtens de Werkloosheidwet en de aanvullende uitkering zijn geëindigd op grond van artikel 20, lid 1 onderdeel e van de Werkloosheidswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.15</span><span class=\"lf-art-t\">Duur van de aansluitende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De duur van de aansluitende uitkering is een aantal hele maanden. Dit aantal wordt berekend door het aantal dienstjaren te vermenigvuldigen met de correctiefactor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De correctiefactor bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">1,4 voor dienstjaren die voor de leeftijd van 40 jaar van betrokkene hebben plaatsgevonden;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 voor dienstjaren die vanaf de leeftijd van 40 jaar tot de leeftijd van 50 jaar van de ex ambtenaar hebben plaatsgevonden;</p>\n<p class=\"lf-p\">3 voor dienstjaren die vanaf de leeftijd van 50 jaar van de ex ambtenaar hebben plaatsgevonden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.16</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aansluitende uitkering: berekeningsgrondslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">SAW is van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.17</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de aansluitende uitkering: indexering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">SAW is van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.18</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de uitkering: bedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aansluitende uitkering bedraagt 70% van de berekeningsgrondslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.19</span><span class=\"lf-art-t\">Beëindiging van het recht op aansluitende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De bepalingen in de Werkloosheidswet van de gehele of gedeeltelijke beëindiging van het recht op WW zijn ook van toepassing op de aansluitende uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 In afwijking van het gestelde in lid 1 eindigt het recht op aansluitende uitkering niet in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte en er geen aanspraak bestaat op een uitkering krachtens de Ziektewet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het in het eerste lid gestelde geldt niet in geval het recht op uitkering krachtens artikel 20, lid 1 onderdeel e van de Werkloosheidswet zou worden beëindigd wegens het verstrijken van de uitkeringsduur. In dat geval eindigt het recht op uitkering na het verstrijken van de uitkeringsduur van de aansluitende uitkering berekend overeenkomstig artikel 8.2.15 SAW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De aansluitende uitkering eindigt uiterlijk met ingang van de dag waarop hij de AOWgerechtigde leeftijd bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.20</span><span class=\"lf-art-t\">Nawerking Ziektewet</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien op grond van artikel 46 van de Ziektewet na aanvang van de aansluitende uitkering recht ontstaat op een uitkering krachtens de Ziektewet, wordt deze uitkering krachtens de Ziektewet in mindering gebracht op de aansluitende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.21</span><span class=\"lf-art-t\">Herleving van het recht op uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De bepalingen in de Werkloosheidswet betreffende de herleving van het recht op uitkering zijn van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Artikelen 43 van de Werkloosheidswet met betrekking tot verlenging van het recht op uitkering krachtens de Werkloosheidswet is niet van toepassing op de aansluitende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.22</span><span class=\"lf-art-t\">Pensioenpremie bij reorganisatieontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ex ambtenaar die op grond van artikel 8.1.4 SAW (reorganisatie) is ontslagen, heeft recht op vergoeding van het werkgeversdeel van de pensioenpremie op basis van de doorsneepremie, voor de pensioenopbouw van 50% tot 100% bij het ABP, gedurende de WW-fase en aansluitende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.23</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen en sancties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het verplichtingen– en sanctieregime van de Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Tijdens ziekte is het verplichtingen– en sanctieregime van de Ziektewet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.24</span><span class=\"lf-art-t\">Anticumulatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 20 en 35 van de Werkloosheidswet zijn van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.25</span><span class=\"lf-art-t\">Scholing aansluitende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen met betrekking tot opleiding, scholing en onbeloonde activiteiten, vastgelegd in de Werkloosheidswet, zijn van toepassing op de aansluitende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.26</span><span class=\"lf-art-t\">Re-integratiepremie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ex ambtenaar die tijdens de WW-fase of aansluitende uitkering een baan vindt ontvangt een re-integratiepremie van één maand uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.27</span><span class=\"lf-art-t\">Grensarbeiders</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bovenwettelijke regeling als bedoeld in deze paragraaf wordt ook toegepast op de ex ambtenaar die in het buitenland woont en werkte in de sector waterschappen in Nederland. Hij heeft recht op een aanvullende uitkering, die de buitenlandse wettelijke werkloosheidsuitkering aanvult tot de in de SAW genoemde niveaus, en op een aansluitende uitkering na afloop van deze buitenlandse werkloosheidsuitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.28</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsregeling duur aansluitende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 In afwijking van artikel 8.2.15 SAW wordt de duur van de aansluitende uitkering, voor de ambtenaar die op 1 januari 2008 een aanstelling heeft bij een organisatie in de sector waterschappen, en op die datum 20 of meer dienstjaren heeft, op de ontslagdatum als volgt vastgesteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">19,5% van de diensttijd plus vervolgens 1,5% van de diensttijd per leeftijdsjaar dat de ambtenaar ouder is dan 21 jaar, met in totaal een bovengrens van 78% van de diensttijd; verminderd met 1 jaar en 9 maanden en; verminderd met de duur van de uitkering krachtens de Werkloosheidswet, zoals deze is vastgesteld op de dag van werkloosheid en; verminderd met het verschil tussen de duur van de uitkering krachtens de Werkloosheidswet zoals deze van kracht was op 31 september 2006 en de duur van de uitkering krachtens de Werkloosheidswet zoals deze van kracht was op 1 oktober 2006, zoals weergegeven in bijlage VI.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ex ambtenaar die op het tijdstip van ontslag de leeftijd van 58,5 jaar of ouder heeft bereikt en een aaneengesloten diensttijd van tenminste twintig jaren heeft, heeft recht op een aansluitende uitkering tot de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin hij de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Een uitkering op basis van de Algemene Ouderdomswet wordt in mindering gebracht op de aansluitende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2.29</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien wettelijke wijzigingen leiden tot een neerwaartse wijziging in de hoogte en de duur van de uitkering zal in het LAWA worden overlegd over de wijze waarop deze wijziging invloed heeft op de bovenwettelijke aanspraken. Indien dit overleg zes maanden na publicatie in het Staatsblad van de wetswijziging niet tot overeenstemming heeft geleid zullen de wettelijke wijzigingen integraal gelden voor het wettelijke en bovenwettelijke deel van de uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Aanvullende uitkering wegens arbeidsongeschiktheid Inleiding In het cao akkoord 2014-2016 hebben Sociale partners een aantal afspraken over uitstroom en WW gemaakt. Vanaf 1 januari 2016 sluiten de waterschappen aan op wijzigende wet- en regelgeving. De werkgever financiert het 3e WW-jaar. Deze afspraken worden ook doorgetrokken naar de loongerelateerde WGA. Voor medewerkers die op 31 december 2015 een WAOuitkering, een WGA-uitkering of een IVA-uitkering hebben blijft artikel 6.2.8 van kracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende uitkering wegens arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Aan de ex ambtenaar die recht heeft op een WAO–uitkering wordt – indien de arbeidsongeschiktheid in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan hem opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of nalatigheid is te wijten – een aanvullende uitkering verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De aanvullende uitkering genoemd in het eerste lid is gelijk aan het bedrag dat nodig is om de aan de ambtenaar toegekende WAO–uitkering vermeerderd met een hem toegekend invaliditeitspensioen ingevolge het pensioenreglement aan te vullen tot een bepaald percentage van de bezoldiging die de ambtenaar heeft genoten in het jaar voorafgaand aan zijn ontslag. Dit percentage is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van:</p>\n<p class=\"lf-p\">80% of meer 90,02%;</p>\n<p class=\"lf-p\">65 tot 80% 65,27%;</p>\n<p class=\"lf-p\">55 tot 65% 54,01%;</p>\n<p class=\"lf-p\">45 tot 55% 45,01%;</p>\n<p class=\"lf-p\">35 tot 45% 36,01%;</p>\n<p class=\"lf-p\">25 tot 35% 27,00%;</p>\n<p class=\"lf-p\">15 tot 25% 18,01%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3</p></div>", "next": 239926}