{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">d. Het nemen van besluiten op aanvragen van bijzondere doelgroepen en zelfstandigen om schuldhulpverlening en het beëindigen van schuldhulpverlening (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, het beleidsplan en de beleidsregels Schuldhulpverlening en de Wet schuldsanering natuurlijke personen en titel III van de Faillissementswet).</p>\n<p class=\"lf-p\">H. Bankreglement Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam, Garantiefonds Microkredieten Amsterdam en het Europees Fonds voor Regionale ontwikkeling:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemandateerd aan de RVE-manager Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van het Bankreglement Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA), Gemeenteblad 2009 afd. 3B nr. 45) en in verband met het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam en het Europees Fonds voor Regionale ontwikkeling: a. Het nemen van besluiten inzake het verstrekken van kredieten aan kredietnemers met een inkomen tot 130% van het minimumloon, een beschadigd kredietverleden of problematische schulden dan wel kredietnemers die zonder extra zekerheden geen krediet kunnen krijgen, in overeenstemming met de Wet financiering decentrale overheden (artikel 15, tweede lid van het Bankreglement GKA). b. Het nemen van besluiten inzake het verstrekken van saneringskredieten c. Het nemen van besluiten tot het incasseren dan wel kwijtschelden van verstrekte kredieten (artikel 32 en 33 van het Bankreglement GKA). d. Het aanbieden van budgetbeheer, budgetbegeleiding, schuldregeling en schuldhulpverlening. e. Het opstellen van algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de door de gemeentelijke kredietbank gesloten kredietovereenkomsten (artikel 24 van het Bankreglement GKA). f. Het opstellen van algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de door de gemeentelijke kredietbank gesloten overeenkomst tot schuldregeling (artikel 39 van het Bankreglement GKA). g. Het vaststellen van een kredietvergoeding (interest) als bedoeld in (artikel 30, eerste lid van het Bankreglement GKA). h. Het nemen van besluiten in alle gevallen waarin de Wet op het financieel toezicht of het Bankreglement van de GKA niet voorziet, (artikel 51 van het Bankreglement GKA). i. Het beheren van het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam (inkomsten en uitgaven van het fonds). j. Het nemen van besluiten tot het verlenen van borgstellingen ten behoeve van banken voor klanten in het kader van het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam. k. Het nemen van besluiten tot het ten laste van het Garantiefonds uitbetalen van de borg aan een bank, na uitwinning van de borgstelling door deze bank. l. Het vorderen op klanten van de na uitwinning van de borgstelling ten laste van het fonds gekomen bedragen. m. Het nemen van besluiten tot het begeleiden van klanten na de start van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep en de verlenging van borgstelling in het kader van het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam, al dan niet in samenwerking met contractpartners. n. Het nemen van besluiten tot het terugbetalen aan het ministerie van Economische Zaken ten behoeve van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).</p>\n<p class=\"lf-p\">o. Het ten laste van het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam vergoeden van kosten van bedrijfsadvisering en -begeleiding van contractpartners in het kader van het garantiefonds. p. Het nemen van besluiten inzake het verstrekken van leningen vanuit het investeringsfonds sociale firma's.</p>\n<p class=\"lf-p\">I. Faillissementswet Gemandateerd aan de RVE-manager Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Faillissementswet: a. Het afgeven van een verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn tot buitengerechtelijke schuldsanering alsmede het aangeven welke aflossings-mogelijkheden er zijn, als bedoeld in artikel 285, eerste lid onder e, van de wet J. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Gemandateerd aan de RVE-manager Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering: a. Het geven van informatie respectievelijk van een verklaring betreffende het verrichten van periodieke betalingen, als bedoeld in de artikelen 475g, derde lid en 476a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">K. Participatiewet, WWB, IOAW, IOAZ en andere wetten Gemandateerd aan de RVE-manager Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Participatiewet, de WWB, de IOAW, de IOAZ en andere wetten: a. Het indienen van de door het college vastgestelde verantwoordingsverslagen over de uitvoering van de WWB en de Participatiewet als bedoeld in artikel 77 van de WWB en de Participatiewet. b. Het indienen van een verzoek om een aanvullende uitkering inkomensdeel als bedoeld in artikel 74 van de Participatiewet. c. Het desgevraagd aan de minister verstrekken van inlichtingen die hij nodig heeft voor het toezicht, de statistiek, de informatievoorziening en de beleidsvorming inzake de Participatiewet, de WWB, de IOAW en de IOAZ. d. Het indienen van verantwoordingsverslagen over de uitvoering van andere wetten, voor zover de uitvoering hiervan binnen het werkterrein valt van de RVE Inkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">L. Gemeentewet Gemandateerd aan de RVE-manager Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. Het vormgeven van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Re-integratieverordening Participatiewet, de Verordening op de cliëntenparticipatie en de Verordening WSW (artikel 160, eerste lid onder e van de wet) b. Het nemen van besluiten over geleden schade als gevolg van feitelijk handelen en genomen beschikkingen zoals kosten rechtsbijstand, wettelijke rente en gevolgschade (artikel 160, eerste lid onder e van de wet). c. Het doen van aangifte van een misdrijf, als bedoeld in artikel 66 van de Participatiewet, artikel 66 WWB, artikel 47 IOAW, artikel 47 IOAZ. (artikel 160, eerste lid onder e van de wet). d. Het verlenen van ondermachtiging aan notarissen en medewerkers van een notariskantoor ten behoeve van het passeren van notariële akten (artikel 171, tweede lid van de wet) e. Het afgeven van een verklaring aan de werkgever, als bedoeld in de artikelen 47 en 48a van de Wet financiering sociale verzekeringen. f. Het doen leggen en opheffen van conservatoir beslag (artikel 160, eerste lid onder e van de wet). g. Het aangaan van overeenkomsten voor budgetbeheer (artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>RVE-manager Werk A. Subsidies en voorzieningen 1. Gemandateerd aan de directeur Werk wordt de bevoegdheid tot het nemen van besluiten tot het verstrekken van subsidies en voorzieningen op het gebied van de aanpak jeugdwerkloosheid, aan in de gemeentebegroting vermelde subsidieontvangers alsmede het verstrekken van subsidies waartoe het college ten laste van een begrotingspost heeft besloten op grond van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gemandateerd aan de directeur Werk worden de volgende bevoegdheden op grond van de Subsidieregeling ESF 2014-2020: a. Het aangaan van overeenkomsten. b. Aanvragen van projectsubsidie met betrekking tot re-integratietrajecten en andere in artikel 4, eerste lid, sub a, van de subsidieregeling genoemde onderwerpen en het indienen van einddeclaraties. c. Het verlenen, vaststellen en terugvorderen van subsidies ten behoeve van derden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Gemandateerd aan de directeur Werk worden de volgende bevoegdheden op grond van de Subsidieregeling AMIF: a. Het aangaan van overeenkomsten in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie. b. Het aanvragen van projectsubsidie met betrekking tot projecten op het gebied van integratie migranten en het indienen van einddeclaraties. c. Het verlenen, vaststellen en terugvorderen van subsidies.</div>\n<p class=\"lf-p\">B. Participatiewet en Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam Gemandateerd aan de RVE-manager Werk worden de volgende bevoegdheden op grond van de Participatiewet en de Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam: a. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 6b, 7, 9, 9a, 10, 10b, 10c, 10d, 10f, 17, 18, 18a, 44a, 47c, 53a, 54, 55, 63, 67 en 78z van de Participatiewet. b. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam met uitzondering van het vaststellen van nadere regels als bedoeld in de artikelen 1.5, 3.1, 3.4, 3.6, 3.7 en 4.5.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Maatregelenverordening Participatiewet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Verordening Tegenprestatie Participatiewet Amsterdam.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Verordening WSW.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Verordening op de Cliëntenparticipatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Amendement 2004/937 (motie Sargentini).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Nadere regels Re-integratieverordening Participatiewet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Nadere regels Maatregelenverordening Participatiewet.</div>\n<p class=\"lf-p\">C. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Gemandateerd aan de RVE-manager Werk worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW): a. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 20 en34 van de IOAW en de daarbij behorende besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Gemandateerd aan de RVE-manager Werk worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ): a. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 20 en 34 van de IOAZ en de daarbij behorende besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Wet kinderopvang Gemandateerd aan de RVE-manager Werk worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet kinderopvang: a. Het uitoefenen van de bevoegdheden en het uitvoeren van de taken als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet Kinderopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">F. Wet sociale werkvoorziening Gemandateerd aan de RVE-manager Werk worden de volgende bevoegdheden op grond a. de Wet sociale werkvoorziening (WSW), waaronder het nemen van besluiten over subsidies op grond van de WSW : a. Het nemen van besluiten die op grond van de wet aan het college zijn toebedeeld met uitzondering van de verrekening van de WSW-subsidie met andere gemeenten waar SW-werknemers wonen en met gemeenten waar Amsterdamse SW-geïndiceerden werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">G. Faillissementswet Gemandateerd aan de RVE-manager Werk worden de volgende bevoegdheden op grond van de Faillissementswet: a. Het afgeven van een verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn tot buitengerechtelijke schuldsanering alsmede het aangeven welke aflossings-mogelijkheden er zijn, als bedoeld in artikel 285, eerste lid onder e, van de wet H. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Gemandateerd aan de RVE-manager Werk worden de volgende bevoegdheden op grond van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering: a. Het geven van informatie respectievelijk van een verklaring betreffende het verrichten van periodieke betalingen, als bedoeld in de artikelen 475g, derde lid en 476a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">I. Gemeentewet Gemandateerd aan de RVE-manager Werk worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. Het aangaan en beëindigen van dienstbetrekkingen als bedoeld in de artikelen 1, derde lid en 2, eerste lid van de Wet sociale werkvoorziening en daarmee samenhangende rechtshandelingen als bedoeld in boek 7, titel 10 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 160, eerste lid, onder e van de wet). b. Het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 7:610 BW met personen uit de doelgroep van de Participatiewet en het verrichten van (andere) daaruit voortvloeiende of daarmee samenhangende (rechts)handelingen krachtens de Participatiewet, de Re-integratieverordening Participatiewet en de nadere regels Participatiewet (artikel 160, eerste lid onder e van de wet). c. Het verrichten van alle rechtshandelingen voortvloeiend uit of samenhangend met de arbeidsovereenkomsten voor personen met een Wiw-dienstverband op 31 december 2003, als bedoeld in artikel 78d, tweede lid Participatiewet (artikel 160, eertse lid onder e van de wet). d. Het vormgeven van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Re-integratieverordening Participatiewet, de Verordening op de cliëntenparticipatie en de Verordening WSW (artikel 160, eerste lid onder e van de wet). e. Het nemen van besluiten over geleden schade als gevolg van feitelijk handelen en genomen beschikkingen zoals kosten rechtsbijstand, wettelijke rente en gevolgschade (artikel 160, eerste lid onder e van de wet). f. Het doen van aangifte van een misdrijf, als bedoeld in artikel 66 van de Participatiewet, artikel 66 WWB, artikel 47 IOAW, artikel 47 IOAZ. (artikel 160, eerste lid onder e van de wet). g. Het verlenen van ondermachtiging aan notarissen en medewerkers van een notariskantoor ten behoeve van het passeren van notariële akten (artikel 171, tweede lid van de wet). h. Het afgeven van een verklaring aan de werkgever, als bedoeld in de artikelen 47 en 48a van de Wet financiering sociale verzekeringen. i Het doen leggen en opheffen van conservatoir beslag (artikel 160, eerste lid onder e van de wet).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>RVE-manager Participatie A. Subsidies en voorzieningen 1. Gemandateerd aan de directeur Participatie wordt de bevoegdheid tot het nemen van besluiten tot het verstrekken van subsidies en voorzieningen op het gebied van inburgering en participatie, aan in de gemeentebegroting vermelde subsidieontvangers alsmede het verstrekken van subsidies waartoe het college ten laste van een begrotingspost heeft besloten op grond van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gemandateerd aan de directeur Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Subsidieregeling ESF 2014-2020: a. Het aangaan van overeenkomsten. b. Aanvragen van projectsubsidie met betrekking tot re-integratietrajecten en andere in artikel 4, eerste lid, sub a, van de Subsidieregeling genoemde onderwerpen en het indienen van einddeclaraties. c. Het verlenen, vaststellen en terugvorderen van subsidies ten behoeve van derden (Subsidieregeling ESF 2014-2020).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Gemandateerd aan de directeur Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Subsidieregeling AMIF: a. Het aangaan van overeenkomsten in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie. b. Het aanvragen van projectsubsidie met betrekking tot projecten op het gebied van integratie migranten en het indienen van einddeclaraties. c. Het verlenen, vaststellen en terugvorderen van subsidies.</div>\n<p class=\"lf-p\">B. Participatiewet en Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam Gemandateerd aan de RVE-manager Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Participatiewet en de Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam: a. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 6b, 7, 9, 9a, 10, 10b, 10c, 10d, 10f, 17, 18, 18a, 44a, 47c, 53a, 54, 55, 67 en 78z van de Participatiewet. b. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam met uitzondering van het vaststellen van de nadere regels als bedoeld in de artikelen 1.5, 3.1, 3.4, 3.6, 3.7 en 4.5.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Maatregelenverordening Participatiewet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Verordening Inburgering Amsterdam 2013.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Verordening WSW.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Verordening op de Cliëntenparticipatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Amendement 2004/937 (motie Sargentini).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Nadere regels Re-integratieverordening Participatiewet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Nadere regels Maatregelenverordening Participatiewet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Beleidsregels educatievoorziening volwassenen.</div>\n<p class=\"lf-p\">C. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Gemandateerd aan de RVE-manager Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW): a. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 20 en 34 van de IOAW en de daarbij behorende besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Gemandateerd aan de RVE-manager Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ): a. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 20 en 34 van de IOAZ en de daarbij behorende besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Wet kinderopvang Gemandateerd aan de RVE-manager Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet kinderopvang: a. Het uitoefenen van de bevoegdheden en het uitvoeren van de taken als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet kinderopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">F. Wet educatie en beroepsonderwijs Gemandateerd aan de RVE-manager Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs: a. Het uitoefenen van de bevoegdheden en het uitvoeren van de taken die in de Wet educatie en beroepsonderwijs aan het college zijn toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">G. Vervallen regelingen Gemandateerd aan de RVE-manager Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond de hieronder genoemde regelingen die met ingang van 1 januari 2013 zijn ingetrokken: a. Het nemen van besluiten op aanvragen die vóór 1 januari 2013 zijn ingediend en waarop nog geen besluit is genomen alsmede het afhandelen van dossiers die op grond van de volgende regelingen eerder zijn aangelegd:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Wet Inburgering (artikelen 5, 6, 19, 22 t/m 25 en 29 t/m 34) H. Faillissementswet Gemandateerd aan de RVE-manager Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Faillissementswet: a. Het afgeven van een verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn tot buitengerechtelijke schuldsanering alsmede het aangeven welke aflossings-mogelijkheden er zijn, als bedoeld in artikel 285, eerste lid onder e, van de wet I. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Gemandateerd aan de RVE-manager Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering: a. Het geven van informatie respectievelijk van een verklaring betreffende het verrichten van periodieke betalingen, als bedoeld in de artikelen 475g, derde lid en 476a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</div>\n<p class=\"lf-p\">J. Gemeentewet Gemandateerd aan de RVE-manager Participatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. Het vormgeven van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Re-integratieverordening Participatiewet, de Verordening op de cliëntenparticipatie en de Verordening WSW (artikel 160, eerste lid onder e van de wet) b. Het nemen van besluiten over geleden schade als gevolg van feitelijk handelen en genomen beschikkingen zoals kosten rechtsbijstand, wettelijke rente en gevolgschade (artikel 160, eerste lid onder e van de wet). c. Het doen van aangifte als bedoeld in artikel 66 van de Participatiewet, artikel 66 WWB, artikel 47 IOAW, artikel 47 IOAZ. (artikel 160, eerste lid onder e van de wet). d. Het afgeven van een verklaring aan de werkgever, als bedoeld in de artikelen 47 en 48a van de Wet financiering sociale verzekeringen. e. Het doen leggen en opheffen van conservatoir beslag (artikel 160, eerste lid .</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>RVE-manager Onderwijs, Jeugd en Zorg A. Algemene wet bestuursrecht Gemandateerd aan de RVE-manager Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): a. Het nemen van besluiten over subsidies op grond van de:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bijzondere subsidieverordening ondersteuning mantelzorg en vrijwilligerswerk.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bijzondere subsidieverordening belangenbehartiging.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bijzondere subsidieverordening voor opvang en een begeleiding van kwetsbare burgers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Subsidieregeling burgerschap en diversiteit 5. Subsidieregeling beschermd wonen 6. Subsidieregeling maatschappelijke dienstverlening 7. Subsidieregeling Amsterdamse Lerarenbeurs mbo 8. Subsidieregeling Scholenbeurs mbo 9. Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuterspeelzaalwerk 2016 10. Subsidieregeling individuele voorschoolplaatsen kindercentra 2016-2017 11. Subsidieregeling Amsterdamse Impuls Schoolpleinen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Subsidieregeling Projectplannen MBO-agenda. b. Het nemen van besluiten gericht op de uitvoering van de VVE beleidskaders neergelegd in het beleidsplan \"Ontwikkelingskansen voor alle Amsterdamse peuters. Beleidsplan peutergroep/vve 2016-2018.</div>\n<p class=\"lf-p\">B. Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2018 Gemandateerd aan de directeur Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2018: a. Het nemen van besluiten als bedoeld in de artikelen 2.2, tweede lid, 2.2, derde lid, 2.8, eerste lid, derde lid en vierde lid, 2.9, tweede, derde en vierde lid, 2.11, derde lid, 3.2, vijfde lid, 3.3 eerste lid, 3.4 tweede lid, derde lid 3.5 tweede lid, 4.1 tweede lid, 5.3, vierde lid, 6.2 derde lid, 7.4 tweede lid, 7.7, vijfde lid en 8.1, vierde lid, van de verordening. b. Het nemen van besluiten op grond van bijlagen I , II en III bij de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Wet op het onderwijstoezicht Gemandateerd aan de rve-directeur Onderwijs, Jeugd en Zorg wordt de bevoegdheid op grond van artikel 15i, vijfde lid van de Wet op het onderwijstoezicht tot het indienen van een verzoek als bedoeld in artikel 15h, tweede lid van de Wet op het onderwijstoezicht door de inspectie.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Verordening op het lokaal onderwijsbeleid in de gemeente Amsterdam 2014 Gemandateerd aan de directeur Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid in de gemeente Amsterdam 2014: a. Het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 1, sub f en g, van de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Amsterdam Gemandateerd aan de directeur Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Amsterdam: a. Het nemen van alle besluiten inzake leerlingenvervoer als bedoeld in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">F. Wet kinderopvang Gemandateerd aan de directeur Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet kinderopvang: a. Het nemen van besluiten als bedoeld in de artikelen 1.46, 1.47, 1.65, eerste, tweede en vierde lid, 1.66, 1.72 van de wet en voor zover van toepassing in samenhang met titel 4.4 en hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht. b. Het toezien op naleving van de regels als bedoeld in artikel 1.61, eerste lid van de wet (juncto artikel 160, eerste lid onder e, van de Gemeentewet).</p>\n<p class=\"lf-p\">G. Kinderopvangvoorziening voor sociaal-medisch geïndiceerden Gemandateerd aan de RVE-manager Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de brief van de staatssecretaris OCW d.d. 16 maart 2014, kenmerk KO/106412: a. het verstrekken van een kinderopvangvoorziening of voorziening voor buitenschoolse opvang aan ouder(s) of verzorger(s) die niet in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag in het kader van de Wet kinderopvang en waarvoor de GGD de voorziening sociaal medisch heeft geïndiceerd b. Het bepalen van de hoogte van de ouderbijdrage aan de hand van de bij het Besluit Kinderopvangtoeslag behorende bijlage 1 c. Het (besluiten) tot het aangaan van een plaatsingsovereenkomst met een kinderopvang-voorziening of een voorziening voor buitenschoolse opvang voor een geïndiceerd kind. d. Het verstrekken van een ondermandaat en ondervolmacht voor de onder a tot en met c genoemde bevoegdheden aan een bemiddelingsbedrijf voor kinderopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">H. Jeugdwet en Verordening op de Zorg voor de jeugd Amsterdam 2018 Gemandateerd aan de directeur Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de Jeugdwet en de Verordening op de Zorg voor de jeugd Amsterdam 2018: a. Het nemen van besluiten inzake toegang tot algemene en individuele voorzieningen als bedoeld in artikel 2.3 van de wet. b. Het nemen van besluiten inzake een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1. van de wet. c. Het vaststellen van formulieren en modellen inzake de aanvraag van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 3.11 van de verordening. d. Het nemen van besluiten en het uitvoeren van taken in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst Ouder- en Kindteams, ingangsdatum 1 januari 2019 en de daarbij behorende bijlagen. e. Het nemen van besluiten en het uitvoeren van taken in het kader van het programmamanagement als neergelegd in de Samenwerkingsovereenkomst Samen DOEN d.d. 1 januari 2016 en de daarbij behorende addenda, protocollen en bijlagen. f. Het nemen van besluiten om in bijzondere gevallen af te wijken van de nadere regels ten gunste van de jeugdige of zijn ouders als bedoeld in artikel 7.3 van de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">I. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015 Gemandateerd aan de directeur Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015: a. Het in spoedeisende gevallen nemen van besluiten tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2 vaan de wet, en de aanvraag van de cliënt (artikel 2.3.3 van de wet) b. Het nemen van besluiten op een aanvraag voor een maatwerkvoorziening (artikel 2.4 en 2.6 van de verordening). c. Het nemen van besluiten op een aanvraag voor een persoonsgebonden budget (artikel 2.5 en 2.6 van de verordening). d. Het nemen van besluiten op een aanvraag voor een financiële tegemoetkoming meerkosten (artikel 2.5a en 2.6 van de verordening). e. Het nemen van besluiten over een eigen bijdrage voor algemene voorzieningen (artikel 5.1.1, eerste lid, en 5.2.1 van de verordening). f. Het nemen van besluiten over een eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening (artikel 5.1.1, tweede lid, en 5.3.1 van de verordening). g. Het nemen van besluiten over het geheel of gedeeltelijk intrekken, herzien of wijzigen van een beschikking tot verlening van een voorziening (artikel 6.1 van de verordening) h. Het nemen van besluiten over maatregelen bij misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen (artikel 6.2 van de verordening). i. Het nemen van besluiten omtrent het in bijzondere gevallen ten gunste van de persoon met beperkingen afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt (artikel 9.1 van de verordening). j. Het vaststellen van formulieren inzake het aanvragen van voorzieningen als bedoeld in hoofdstuk 4 van de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">J. Gemeentewet Gemandateerd aan de RVE-manager Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. Het sluiten van een plaatsingsovereenkomst met een kinderopvangvoorziening of een voorziening voor buitenschoolse opvang voor een geïndiceerd kind.(artikel 160, eerste lid onder e van de wet). b. Het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet c. Het afnemen van de eed als bedoeld in artikel 16, tweede lid van de Leerplichtwet juncto artikel 160, eerste lid onder e van de wet d. Het toezien op naleving van de regels als bedoeld in artikel 1.61, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (kinderopvang) en artikel 2.19, eerste lid van de wet (peuterspeelzalen) juncto artikel 160, eerste lid onder e van de wet). e. Het verstrekken van gegevens en inlichtingen aan de minister van Onderwijs als bedoeld in de artikelen 1.68 en 2.25 van de onder d bedoelde wet juncto artikel 160, eerste lid onder e van de wet). f. Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid (onder)gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris (artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet).</p>\n<p class=\"lf-p\">K. Vervallen regelingen en nog in te trekken regelingen Gemandateerd aan de RVE-manager Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond de hieronder genoemde regelingen die met ingang van 1 januari 2015 zijn ingetrokken of op een later tijdstip worden ingetrokken: a. Het nemen van besluiten op aanvragen die vóór 1 januari 2015 zijn ingediend en waarop nog geen besluit is genomen alsmede het afhandelen van dossiers die op grond van de volgende regelingen eerder zijn aangelegd:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieregeling pilot peuterschool 2013-2014 b. Het nemen van besluiten op grond van de verordeningen voorzieningen lokaal onderwijsbeleid en de verordeningen materiële en financiële gelijkstelling van de stadsdelen als bedoeld in Bijlage A bij dit besluit.</div>\n<p class=\"lf-p\">L. Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015 Gemandateerd aan de rve-directeur Onderwijs, Jeugd en Zorg wordt de volgende bevoegdheid op grond van het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015: a. Het wijzigen van de bij het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015 behorende tarievenlijst ‘Gemeentelijke tarieven bijdrage in de kosten 2015 voor maatwerkvoorzieningen'.</p>\n<p class=\"lf-p\">N. Wet op de jeugdverblijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemandateerd aan de rve-directeur Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet op de jeugdverblijven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Het in ontvangst nemen van mededelingen van het in stand houden van een jeugdverblijf zoals bedoeld in artikel 2 van de wet op de jeugdverblijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Zorg dragen voor uitvoering van het toezicht, zoals bedoeld in artikel 7, lid 1 van de wet op de jeugdverblijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het nemen van besluiten zoals genoemd in artikel 9 wet op de jeugdverblijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">M. Leerplichtwet 1969 Gemandateerd aan de directeur Onderwijs, Jeugd en Zorg worden de volgende bevoegdheden op grond van de Leerplichtwet 1969: a. Het nemen van besluiten inzake vervangende leerplicht, vervangende leerplicht in het laatste schooljaar, het aanwijzen van deskundigen, het verlenen van vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3a, 3b, 7, en 15 van de Leerplichtwet 1969 en het nemen van gedoogbesluiten inzake het tijdelijk niet bezoeken van een school door een niet van leerplicht vrijgestelde leerling. b. Het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet 1969 op grond van artikel 16, eerste lid, van de wet. c. Het afnemen van de eed als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Leerplichtwet.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>RVE-manager Sport en Bos A. Algemene wet bestuursrecht Gemandateerd aan de RVE-manager Sport en Bos worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): a. Het nemen van besluiten over subsidie op grond van de:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bijzondere subsidieverordening voor aanpassing van verenigingsaccommodaties.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bijzondere subsidieverordening buitenschools sportgebruik van gymnastiek-accommodaties.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidieregeling Gehandicaptensport 6. RVE-manager GGD Amsterdam A. Regeling genetisch gemodificeerde organismen Gemandateerd aan de RVE-manager GGD worden de volgende bevoegdheden op grond van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen: a. het aanstellen van een biologische veiligheidsfunctionaris als bedoeld in artikel 4 van de Regeling B. Wet op de lijkbezorging Gemandateerd aan de RVE-manager GGD worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet op de lijkbezorging: a. Het verlenen van toestemming tot het verrichten van sectie en het verwijderen van organen ten behoeve van transplantatie als bedoeld in artikel 72 van de wet indien de burgemeester op grond van het bepaalde in artikel 21 van de wet de zrg voor het lijk op zich heeft genomen, onder de voorwaarde dat</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hij, alvorens toestemming te verlenen, zich ervan heeft verzekerd dat het onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid en bereikbaarheid van de in artikel 72 bedoelde personen met uiterste zorgvuldigheid is verricht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>is vastgesteld dat de in artikel 72 van de wet genoemde personen afwezig zijn dan wel binnen de voor deze beslissing beschikbare tijd niet kunnen worden bereikt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de overledene geen enkel blijk van bezwaar heeft gegeven tegen sectie en/of verwijderen van zijn organen ten behoeve van transplantatie. b. Het treffen van maatregelen ter voorkoming van verdere besmettingen als bedoeld in artikel 22a van de wet, met uitzondering van een besluit betreffend ede termijn waarbinnen of de wijze waarop de lijkbezorging plaats zal vinden.</div>\n<p class=\"lf-p\">C. Wet publieke gezondheid Gemandateerd aan de RVE-manager GGD worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet publieke gezondheid: a. Het opleggen van maatregelen tot het verrichten van onderzoek, bemonstering en ontsmetting van gebouwen, vervoermiddelen, goederen en waren, het vernietigen van vectoren en het geven van voorschriften (artikel 47, eerste en tweede lid Wet publieke gezondheid). b. Het opleggen van maatregelen tot toelating of onttrekking van schepen en luchtvaartuigen voor de maximale duur van 6 uur (artikel 53, eerste en tweede lid van de Wet publieke gezondheid). c. Het geven van opdracht of toestemming met betrekking tot het betreden of verlaten, dan wel het laden of lossen van schepen en luchtvaartuigen (artikel 53, derde lid onder a van de Wet publieke gezondheid). d. Het doen van een verzoek om passagiersgegevens (artikel 53, derde lid onder b van de Wet publieke gezondheid). e. Het geven van opdrachten (artikel 54 en 55 van de Wet publieke gezondheid). f. Het afgeven van sanitaire certificaten (artikel 57, eerste lid Wet publieke gezondheid). g. Het doen van een verzoek om nadere medische en epidemiologische gegevens (artikel 30 van de Wet publieke gezondheid). h. Het doen van een verzoek om een gezondheidsverklaring (artikel 51 van de Wet publieke gezondheid).</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg Gemandateerd aan de directeur GGD worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg: a. Het treffen van een schriftelijke regeling voor een effectieve en laagdrempelige opvang en afhandeling van hem betreffende klachten als bedoeld in artikel 13 van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Gemandateerd aan de directeur GGD worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): a. Het horen van betrokkene voorafgaand aan het nemen van een crisismaatregel (artikel 7:1, lid 3, aanhef en onder b, Wvggz); b. Het uitvoeren van het verkennend onderzoek naar de noodzaak tot geestelijke gezondheidszorg, dat mogelijk moet worden verleend met verplichte zorg na een melding als bedoeld in artikel 5:2, lid 1,Wvggz (artikel 5:2, lid 2, Wvggz); c. Het zo nodig indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 5:3 Wvggz (artikel 5:2, lid 3, Wvggz); d. Het zo nodig berichten van degene die de melding heeft gedaan (artikel 5:2, lid 4,Wvggz); e. Het indienen van een aanvraag voor de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging vergezeld van het verkennend onderzoek, indien degene die de melding heeft gedaan van mening is dat de noodzaak tot verplichte zorg aanwezig is en de melding is gedaan door een van de in artikel 5:2, lid 5, Wvggz opgesomde personen (artikel 5:2, lid 5, Wvggz).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>RVE-manager Subsidies en Inkoop Sociaal A. Algemene wet bestuursrecht Gemandateerd aan de rve-directeur Subsidies en Inkoop Sociaal worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht: a. Het voorbereiden en het nemen van beslissingen op bezwaarschriften waarvan de primaire besluiten worden genomen door de rve's behorende tot het Cluster Sociaal. b. Het nemen van verdagingsbesluiten, besluiten tot schadevergoeding, besluiten inzake kosten rechtsbijstand, wettelijke rente en gevolgschade. c. Besluiten dat dat de bevoegdheid tot het voorbereiden, inclusief het horen van belanghebbenden, van beslissingen op bezwaar zoals genoemd onder a wordt opgedragen aan één persoon, dan wel een bezwaarcommissie, bestaande uit meerdere leden.</div>\n<p class=\"lf-p\">B. Participatiewet Gemandateerd aan de rve-directeur Subsidies en Inkoop Sociaal worden de volgende bevoegdheden op grond van de Participatiewet: a. Het uitoefenen van de bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 7, 9, 10,17, 63, 67, 78e en 78z van de Participatiewet. b. Het uitoefenen van de bevoegdheden en het uitoefenen van taken als bedoeld in de:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam met uitzondering van het vaststellen van nadere regels als bedoeld in de artikelen 1.5, 3.1, 3.4, 3.6, 3.7, en 4.5.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Amendement 2004/937 (Gemeenteblad 2009, afd. Nr. 937, motie Sargentini).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Nadere regels Re-integratieverordening Participatiewet, hoofdstuk 4. Tijdelijke loonkostensubsidie.</div>\n<p class=\"lf-p\">C. Diverse wetten Gemandateerd aan de rve-directeur Subsidies en Inkoop Sociaal worden de volgende bevoegdheden op grond van de diverse wetten: a. Het nemen van besluiten over vergoeding van geleden schade als gevolg van feitelijk handelen en genomen beschikkingen door het cluster Sociaal (kosten rechtsbijstand, wettelijke rente en gevolgschade) met inachtneming van de Beleidsregels wegingsfactoren kosten rechtsbijstand in bezwaarfase. b. Het treffen van een regeling voor de behandeling van klachten over een gedraging van een zorgaanbieder of van voor hem werkzame personen jegens een cliënt (artikel 2 van de Wet klachtrecht cliënten zorgsector). c. Het beslissen op ingebrekestellingen en het vaststellen van de hoogte van de dwangsom met betrekking tot de Wet werk en bijstand, Participatiewet, de Wi, het Bbz 2004, de IOAW, de IOAZ, de Wbp, de Wob, de Wet kinderopvang, artikel 12 Wet sociale werkvoorziening en artikel 8 Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken, de Tijdelijke wet pilot loondispensatie, schadebesluiten, de Subsidieregelingen ESF 2007-2013 en 2014-2020, alsmede de uitvoering van het amendement 2004/937 (motie-Sargentini), subsidies op het gebied van armoedebeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Algemene Subsidieverordening Amsterdam, bijzondere subsidieverordeningen en subsidieregelingen Gemandateerd aan de rve-directeur Subsidies en Inkoop Sociaal worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam, bijzondere subsidieverordeningen en subsidieregelingen: a. Het vaststellen van formulieren voor het indienen van een aanvraag om subsidie als bedoeld in de artikelen 5 en 14 van de ASA en in vergelijkbare bepalingen in overige regelingen b. Het verrichten van handelingen ter voorbereiding van het nemen van besluiten inzake aanvragen om subsidie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Manager Clusterstaf Sociaal A. Participatiewet, WWB, IOAW en IOAZ, en andere wetten Gemandateerd aan de manager Clusterstaf Sociaal worden de volgende bevoegdheden op grond van de Participatiewet, de WWB, IOAW en IOAZ: a. Het indienen van de door het college vastgestelde verantwoordingsverslagen over de uitvoering van de WWB en de Participatiewet (artikel 77 van de WWB en de Participatiewet). b. Het indienen van een verzoek om een aanvullende uitkering inkomensdeel (artikel 74 van de Participatiewet). c. Het desgevraagd aan de minister verstrekken van de inlichtingen die hij nodig heeft voor het toezicht, de statistiek, de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot de Participatiewet, de WWB, de IOAW en de IOAZ. d. Het indienen van verantwoordingsverslagen over de uitvoering van de overige wetten die binnen het cluster Sociaal worden uitgevoerd.</div>\n<p class=\"lf-p\">IV. Cluster Dienstverlening en Informatie 1. RVE-manager Dienstverlening A. Burgerlijk wetboek Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van het Burgerlijk Wetboek: a. Het aanwijzen van de (buitengewone) ambtenaren van de burgerlijke stand (artikel 1:16 Burgerlijk Wetboek en Reglement burgerlijke stand 2014).</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Gemeentewet 1. Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. Het legaliseren van handtekeningen. b. Het voeren van regie op de totstandkoming van de legestarieven en het voordragen van de tarieven voor leges in burgerzaken (artikel 229, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet). c.Subsidie te verstrekken op grond van de Bijzondere subsidieverordening Erfgoed Amsterdam 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbehouden aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. Het oninbaar verklaren van belastingen (artikel 255, vijfde lid van de Gemeentewet).</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Wet basisregistratie persoonsgegevens Gemandateerd aan de rve-directeur Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet basisregistratie personen (BRP):</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle bevoegdheden van het college op grond van hoofdstuk 2 en 3, artikel 4.4, derde tot en met het vijfde lid, en artikel 4.13 van de Wet BRP, hoofdstuk 2 en 3 van het Besluit BRP, en het uitvoeren van de artikelen 12, 15 en 16 van het Reglement basisinformatie 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle bevoegdheden van het college op grond van het Besluit mandaat Registratie Niet-Ingezetenen (Stcrt. 2013, 34447).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beoordelen van DNA-bewijs als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van het Besluit DNA-onderzoek vaderschap (Stb. 2008, 417, zoals gewijzigd Stb. 2013, 496).</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Algemene wet inzake rijksbelastingen Voorbehouden aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR): a. Het toepassen van de hardheidsclausule (artikel 63 van de AWR). b. Het besluiten tot het kwijtschelden van de boete (artikel 66 van de AWR).</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens a. Het in ontvangst nemen van een aanvraag om een verklaring omtrent het gedrag (artikel 30 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens); b. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens aan de burgemeester zijn opgedragen (Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens).</p>\n<p class=\"lf-p\">F. Rijkswet op het Nederlanderschap Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap: a. Het in ontvangst nemen van een verzoek tot het verkrijgen van het Nederlanderschap (naturalisatieverzoek) (artikel 7 tot en met 11 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap). b. Het in ontvangst nemen van een verklaring tot het verkrijgen van het Nederlanderschap (optie) en het beslissen hierover. c. Het heffen van leges overeenkomstig het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002. d. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Rijkswet op het Nederlanderschap aan de burgemeester zijn opgedragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">G. Paspoortwet Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Paspoortwet: a. Het in ontvangst nemen van een aanvraag om een reisdocument en Nederlandse identiteitskaart en het beslissen hierop (artikel 26 en 40 van de Paspoortwet). b. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Paspoortwet aan het college of de burgemeester zijn opgedragen (Paspoortwet).</p>\n<p class=\"lf-p\">H. Wegenverkeerswet Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wegenverkeerswet: a. Het in ontvangst nemen van een aanvraag om toekenning van een rijbewijs en het beslissen hierop (artikelen 111 tot en met 116 van de Wegenverkeerswet). b. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan de burgemeester zijn opgedragen (Wegenverkeerswet).</p>\n<p class=\"lf-p\">I. Kieswet Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden, bij andere verkiezingen die voor de leden van het algemeen bestuur van de bestuurscommissies, de volgende bevoegdheden op grond van de Kieswet: a. Het registreren van de kiesgerechtigdheid in de GBA (artikel D1 tot en met D9 van de Kieswet). b. Het verdelen van de gemeente in stemdistricten (artikel E2 van de Kieswet). c. Het benoemen van de leden van het hoofdstembureau (artikel E7 van de Kieswet). d. Het versturen van de stempassen (artikel J7 van de Kieswet). e. Het ter kennis brengen van de kandidatenlijsten (artikel J9 van de Kieswet). f. Het in ontvangst nemen en beslissen over verzoeken om te stemmen in een stembureau naar keuze en te stemmen bij volmacht (artikelen K6 en L11 van de Kieswet). g. Het aanwijzen van ambtenaren ten behoeve van de uitvoering van de artikelen H 4, K 8, K 10, L 11, M 4, N 11 van de Kieswet en N 6 van het Kiesbesluit. h. Het registreren van onderdanen van andere lidstaten van de Europese Gemeenschappen voor de verkiezing van de leden van het Europese Parlement (artikel Y32 enY33 van de Kieswet). i. Het registreren van de kiesgerechtigdheid in de BRP van personen die werkelijke woonplaats in Amsterdam hebben maar niet in de BRP staan ingeschreven (artikel D1a van het Kiesbesluit). j. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Kieswet aan het college of de burgemeester zijn opgedragen (Kieswet).</p>\n<p class=\"lf-p\">J. Kaderwet dienstplicht Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Kaderwet dienstplicht: a. Het inschrijven van de dienstplicht (artikel 3 van de Kaderwet dienstplicht). b. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Kaderwet dienstplicht aan het college zijn opgedragen (Kaderwet dienstplicht).</p>\n<p class=\"lf-p\">K. Inkwartieringswet Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Inkwartieringswet: a. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen ter voorziening in de behoeften aan inkwartiering, onderhoud, transporten en leverantiën, (artikel 6 van de Inkwartieringswet). b. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Inkwartieringswet aan de burgemeester zijn opgedragen (Inkwartieringswet).</p>\n<p class=\"lf-p\">L. Wet op de Lijkbezorging Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet op de Lijkbezorging: a. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om verkorting of verlenging van de termijn voor lijkbezorging (artikel 17 van de Wet op de lijkbezorging). b. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om ontleding van een stoffelijk overschot (artikel 68 van de Wet op de lijkbezorging). c. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om opgraving van een lijk (artikel 29 van de Wet op de lijkbezorging). d. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om een laissez-passer (artikel 11 van het Besluit op de lijkbezorging). e. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Wet op de lijkbezorging aan de burgemeester zijn opgedragen (Wet op de Lijkbezorging).</p>\n<p class=\"lf-p\">M. Besluit Algemene burgerlijke pensioenwet Gemandateerd aan de RVE-manager Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van het besluit van 12 januari 1966, houdende vaststelling van voorschriften omtrent de wijze en de voorwaarden van de betaling van pensioenen als bedoeld in artikel R1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1966, 17): a. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om een verklaring omtrent in leven zijn (artikel 3 van het Besluit Algemene burgerlijke pensioenwet).</p>\n<p class=\"lf-p\">N. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken Gemandateerd aan de rve-directeur Dienstverlening wordt de bevoegdheid tot het uitvoeren van artikelen 21 en 22 van het Reglement basisinformatie 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">O. Aanwijzen trouwlocaties Gemandateerd aan de directeur Dienstverlening wordt de bevoegdheid om trouwlocaties aan te wijzen, in te trekken of te wijzigen (artikel 1:63 Burgerlijk Wetboek jo. artikel 108 en 147 Gemeentewet en het mandaatbesluit van de raad, Gemeenteblad 2018, 227851).</p>\n<p class=\"lf-p\">P. Taxiverordening Amsterdam 2012 Gemandateerd aan de directeur Dienstverlening worden de volgende bevoegdheden op grond van de Taxiverordening Amsterdam 2012 en de Algemene wet bestuursrecht : a. Het nemen van beslissingen op de aanvragen voor een Taxxxivergunning waaronder het verlenen en het weigeren van de Taxxxivergunning ex artikel 1.2, 1.3 juncto 2.12 en 2.13 van de Taxiverordening Amsterdam 2012 en het verlenen van de Taxxxivergunning onder voorwaarden ex artikel 1.4 van de Taxiverordening Amsterdam 2012 (Wet personenvervoer en Taxiverordening Amsterdam 2012). b. Het nemen van maatregelen waaronder het wijzigen, het schorsen en het intrekken van de Taxxxivergunning ex artikel 2.17 of 1.5 van de Taxiverordening Amsterdam 2012 (Wet personenvervoer en Taxiverordening Amsterdam 2012). c. Het opleggen van een last onder dwangsom ex artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht aan chauffeurs die zonder geldige Taxxxivergunning ex artikel 2.3 eerste lid van de Taxiverordening Amsterdam 2012 op de opstapmarkt opereren (Wet personenvervoer en Taxiverordening Amsterdam 2012). d. Het opleggen van een last onder dwangsom ex artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht aan chauffeurs die na schorsing, intrekking of het van rechtswege vervallen van de Taxxxivergunning hun Taxxxiraamkaart en/of de keycard niet onverwijld hebben ingeleverd bij het college (Wet personenvervoer en artikel 3.4 Taxiverordening Amsterdam 2012).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>RVE-manager Belastingen A. Gemeentewet Voorbehouden aan de RVE-manager Belastingen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. Het oninbaar verklaren van belastingen (artikel 255, vijfde lid van de Gemeentewet). b. Het ondertekenen van uitspraken in administratief beroep inzake het verlenen van kwijtschelding en uitstel van betaling voor gemeentelijke belastingen (artikel 255 van de Gemeentewet en artikel 25 van de Invorderingswet).</div>\n<p class=\"lf-p\">B. Algemene wet inzake rijksbelastingen Voorbehouden aan de RVE-manager Belastingen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR): c. Het toepassen van de hardheidsclausule (artikel 63 van de AWR). d. Het instellen van cassatie (artikel 28 van de AWR, artikel 231, tweede lid, onderdeel a van de Gemeentewet en artikel 30, zesde lid, laatste volzin van de Wet Waardering Onroerende Zaken). e. Het besluiten tot het kwijtschelden van de boete (artikel 66 van de AWR). f. Het verlenen van ontheffing van de geheimhoudingsplicht dit met de beperking dat indien het verzoek tot gegevenslevering persoonsgegevens betreft, de registratiecommissie beoordeelt of er (op basis van de privacy-wetgeving) bezwaren zijn tegen de gegevenslevering (artikel 67 van de AWR).</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Algemene wet bestuursrecht Gemandateerd aan de rve-directeur Belastingen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de Leerplichtwet 1969 in het kader van de invordering van dwangsommen en bestuurlijke boetes: a. Het doorberekenen van de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 4:98 Awb; b. Het bij gebreke van betaling van de verbeurde dwangsom en boetes verzenden van een aanmaning en bij uitblijven van betaling uitvoeren van invorderingsmaatregelen; c. Het bij dwangbevel invorderen van een geldsom, zoals bedoeld in artikel 5:10 Awb.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Bestuurlijke Boete Gemandateerd aan de rve-directeur Belastingen worden alle bevoegdheden van het college en de burgemeester op grond van artikel 154b lid 4 van de Gemeentewet juncto artikel 1 van de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Wet waardering onroerende zaken Gemandateerd aan de directeur Belastingen worden de bevoegdheden van het college bij of krachtens de Wet waardering onroerende zaken, hoofdstuk VI en hoofdstuk VII.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>RVE-manager Stadsbank van Lening Geen specifieke mandaten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>RVE-manager Monumenten en Archeologie A. Erfgoedverordening Gemandateerd aan de stadsarcheoloog worden de volgende bevoegdheden op grond van de Erfgoedverordening: a. Het nemen van een selectiebesluit (artikel 24, eerste lid van de Erfgoedverordening). b. Het stellen van nadere eisen ten aanzien van een archeologisch onderzoek en het vaststellen van een programma van eisen voor de kwaliteit van een archeologisch veld onderzoek (artikel 24, tweede lid en derde lid van de Erfgoedverordening). c. Het bepalen dat een terrein in het belang van een archeologisch onderzoek wordt betreden, dat daarop metingen worden verricht, dan wel daarin opgravingen worden gedaan, voor zover dat onderzoek dient ter voorbereiding of ter uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 26 van de Erfgoedverordening).</div>\n<p class=\"lf-p\">B. Monumentenwet 1988 Gemandateerd aan de stadsarcheoloog worden de volgende bevoegdheden op grond van de Monumentenwet 1988: a. Het vaststellen of een archeologisch rapport voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van de RVE monumenten en archeologie (artikel 39, tweede lid van de Monumentenwet 1988). b. Het opstellen van een selectiebesluit aan de hand van een archeologisch rapport als bedoeld onder a (Monumentenwet 1988, de Wet op de archeologische monumentenzorg, de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en de Erfgoedverordening).</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Reglement basisinformatie 2018 Gemandateerd aan de rve-directeur Monumenten en Archeologie wordt de volgende bevoegdheid op grond van het Reglement basisinformatie 2018: de rol van bronhouder van de kernregistratie Monumenten, 5. RVE-manager Stadsarchief A. Archiefwet 1995 Gemandateerd aan de conform artikel 32, derde lid van de Archiefwet aangewezen gemeentearchivaris worden de volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995: a. Het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden die naar een archiefbewaarplaats zijn overgebracht (artikel 15, tweede lid en 16, tweede lid van de Archiefwet 1995). b. Het opheffen dan wel buiten toepassing laten van beperkingen gesteld aan de openbaarheid van archiefbescheiden die naar een archiefbewaarplaats zijn overgebracht (artikel 15, derde lid van de Archiefwet 1995).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>RVE-manager Basisinformatie A. Burgerlijk wetboek Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van het Burgerlijk Wetboek: a. Het aanwijzen van (buitengewone) ambtenaren van de burgerlijke stand (artikel 1:16 Burgerlijk Wetboek en Reglement burgerlijke stand 2014).</div>\n<p class=\"lf-p\">B. Gemeentewet Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a.Het legaliseren van handtekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Wet basisregistratie personen Gemandateerd aan de rve-directeur Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet basisregistratie personen (BRP):</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle bevoegdheden van het college bij of krachtens de Wet BRP, en het uitvoeren van artikelen 3 tot en met 6 van de Verordening basisinformatie 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens c. Het in ontvangst nemen van een aanvraag om een verklaring omtrent het gedrag (artikel 30 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens); d. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens aan de burgemeester zijn opgedragen (Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens).</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Rijkswet op het Nederlanderschap Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap: e. Het in ontvangst nemen van een verzoek tot het verkrijgen van het Nederlanderschap (naturalisatieverzoek) (artikel 7 tot en met 11 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap). f. Het in ontvangst nemen van een verklaring tot het verkrijgen van het Nederlanderschap (optie) en het beslissen hierover. g. Het heffen van leges overeenkomstig het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002. h. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Rijkswet op het Nederlanderschap aan de burgemeester zijn opgedragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">F. Paspoortwet Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Paspoortwet: c. Het in ontvangst nemen van een aanvraag om een reisdocument en Nederlandse identiteitskaart en het beslissen hierop (artikel 26 en 40 van de Paspoortwet). d. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Paspoortwet aan het college of de burgemeester zijn opgedragen (Paspoortwet).</p>\n<p class=\"lf-p\">G. Wegenverkeerswet Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wegenverkeerswet: c. Het in ontvangst nemen van een aanvraag om toekenning van een rijbewijs en het beslissen hierop (artikelen 111 tot en met 116 van de Wegenverkeerswet). d. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan de burgemeester zijn opgedragen (Wegenverkeerswet).</p>\n<p class=\"lf-p\">H. Wet personenvervoer Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet personenvervoer: a. Het beslissen op aanvragen voor vergunningen voor alternatief personenvervoer, het intrekken van vergunningen voor alternatief personenvervoer en het besluiten tot toepassing van bestuursdwang en het opleggen van een dwangsom als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Wet Personenvervoer, Uitvoeringsbeleid Alternatief personenvervoer ex art 2.51 APV 2008).</p>\n<p class=\"lf-p\">I. Kieswet Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden, bij andere verkiezingen die voor de leden van het algemeen bestuur van de bestuurscommissies, de volgende bevoegdheden op grond van de Kieswet: a. Het registreren van de kiesgerechtigdheid in de GBA (artikel D1 tot en met D9 van de Kieswet). b. Het verdelen van de gemeente in stemdistricten (artikel E2 van de Kieswet). c. Het benoemen van de leden van het hoofdstembureau (artikel E7 van de Kieswet). d. Het versturen van de stempassen (artikel J7 van de Kieswet). e. Het ter kennis brengen van de kandidatenlijsten (artikel J9 van de Kieswet). f. Het in ontvangst nemen en beslissen over verzoeken om te stemmen in een stembureau naar keuze en te stemmen bij volmacht (artikelen K6 en L11 van de Kieswet). g. Het aanwijzen van ambtenaren ten behoeve van de uitvoering van de artikelen H 4, K 8, K 10, L 11, M 4, N 11 van de Kieswet en N 6 van het Kiesbesluit. h. Het registreren van onderdanen van andere lidstaten van de Europese Gemeenschappen voor de verkiezing van de leden van het Europese Parlement (artikel Y32 enY33 van de Kieswet). i. Het registreren van de kiesgerechtigdheid in de BRP van personen die werkelijke woonplaats in Amsterdam hebben maar niet in de BRP staan ingeschreven (artikel D1a van het Kiesbesluit). j. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Kieswet aan het college of de burgemeester zijn opgedragen (Kieswet). k. De taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Wet raadgevend referendum aan het college of de burgemeester zijn opgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">J. Kaderwet dienstplicht Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Kaderwet dienstplicht: c. Het inschrijven van de dienstplicht (artikel 3 van de Kaderwet dienstplicht). d. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Kaderwet dienstplicht aan het college zijn opgedragen (Kaderwet dienstplicht).</p>\n<p class=\"lf-p\">K. Inkwartieringswet Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Inkwartieringswet: c. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen ter voorziening in de behoeften aan inkwartiering, onderhoud, transporten en leverantiën, (artikel 6 van de Inkwartieringswet). d. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Inkwartieringswet aan de burgemeester zijn opgedragen (Inkwartieringswet).</p>\n<p class=\"lf-p\">L. Wet op de Lijkbezorging Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet op de Lijkbezorging: f. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om verkorting of verlenging van de termijn voor lijkbezorging (artikel 17 van de Wet op de lijkbezorging). g. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om ontleding van een stoffelijk overschot (artikel 68 van de Wet op de lijkbezorging). h. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om opgraving van een lijk (artikel 29 van de Wet op de lijkbezorging). i. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om een laissez-passer (artikel 11 van het Besluit op de lijkbezorging). j. De overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Wet op de lijkbezorging aan de burgemeester zijn opgedragen (Wet op de Lijkbezorging).</p>\n<p class=\"lf-p\">M. Besluit Algemene burgerlijke pensioenwet Gemandateerd aan de RVE-manager Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van het besluit van 12 januari 1966, houdende vaststelling van voorschriften omtrent de wijze en de voorwaarden van de betaling van pensioenen als bedoeld in artikel R1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1966, 17): b. Het in ontvangst nemen en beslissen op aanvragen om een verklaring omtrent in leven zijn (artikel 3 van het Besluit Algemene burgerlijke pensioenwet).</p>\n<p class=\"lf-p\">N. Reglement verkeersregels en verkeerstekens Gemandateerd aan de rve-directeur Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens: te beslissen op verzoeken om ontheffing van het verbod voor taxichauffeurs om gebruik te maken van busbanen, busstroken en trambanen, alsmede te besluiten tot de intrekking van een verleende ontheffing, het toepassen van bestuursdwang en het nemen van dwangsombesluiten (artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, artikel 125 van de Gemeentewet, artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 150 van de Wegenverkeerswet 1994).</p>\n<p class=\"lf-p\">O. Wet basisregistratie adressen en gebouwen Gemandateerd aan de rve-directeur Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG): Alle bevoegdheden van het college bij of krachtens de Wet BAG met uitzondering van het indelen van het grondgebied van de gemeente in een of meer woonplaatsen, en het vaststellen van openbare ruimten, en toekennen van namen daaraan, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Verordening basisinformatie 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">P. Wet basisregistratie grootschalige topografie Gemandateerd aan de rve-directeur Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet basisregistratie grootschalige topografie (BGT): Alle bevoegdheden van het college bij of krachtens de Wet BGT.</p>\n<p class=\"lf-p\">Q. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) Gemandateerd aan de rve-directeur Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wkpb: Alle bevoegdheden van het college bij of krachtens de Wkpb.</p>\n<p class=\"lf-p\">R. Reglement basisinformatie 2018 Gemandateerd aan de rve-directeur Basisinformatie worden de volgende bevoegdheden op grond van het Reglement basisinformatie 2018: de rol van stelselregisseur, stelselbeheerder, gemeentelijke verstrekker, bronhouder van de kernregistraties behalve Monumenten, en - voor de Registratie normaal Amsterdams peil (NAP) - het uitvoeren van artikel 23 van het Reglement basisinformatie 2018.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>RVE-manager Handhaving en Toezicht. [vervallen] 8. RVE-manager Onderzoek, Informatie en Statistiek Geen specifieke mandaten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>RVE-manager Clusterstaf Dienstverlening en Informatie Geen specifieke mandaten.</div>\n<p class=\"lf-p\">V. Cluster Bedrijfsvoering 1. RVE-manager Personeel en Organisatieadvies A. Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) en het Besluit sollicitatieplicht Appa gewezen politieke ambtsdragers Gemandateerd aan de RVE-manager Personeel en Organisatieadvies worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) en het Besluit sollicitatieplicht Appa gewezen politieke ambtsdragers: a. Het uitoefenen van alle taken en bevoegdheden die op grond van de Appa en het Besluit sollicitatieplicht Appa gewezen politieke ambtsdragers aan het college zijn toegekend en die betrekking hebben op (gewezen) burgemeesters en wethouders alsmede op voormalige leden van de dagelijks besturen van de deelgemeenten zoals die tot 19 maart 2014 bestonden. Dit met uitzondering van de bevoegdheid om bezwaarschriften te behandelen en te beslissen op bezwaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Protocol voor gegevensverwerking en -verstrekking van alle personen die werkzaamheden verrichten voor de gemeente Amsterdam Alleen de RVE-directeur PO is bevoegd besluiten te nemen ingevolge artikel 18.4 NRGA.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>RVE-manager Communicatiebureau Geen specifieke mandaten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>RVE-manager Financiën Geen specifieke mandaten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>RVE-manager ICT Geen specifieke mandaten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>RVE-manager Facilitair Bureau Geen specifieke mandaten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>RVE-manager Bureau Interim en Advies Geen specifieke mandaten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>RVE-manager Juridisch Bureau Geen specifieke mandaten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>RVE-manager VGA Verzekeringen Geen specifieke mandaten.</div>\n<p class=\"lf-p\">VI. Cluster Gebiedsgericht Werken en Stadsbeheer 1. Directeur Stadswerken A. Wegenverkeerswet 1994 Gemandateerd aan de directeur Stadswerken worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wegenverkeerswet 1994: a. Het nemen van verkeersbesluiten en het plaatsen van verkeersborden, voor zover het plusnet auto, plusnet ov tram, hoofdnet ov tram en basisnet ov tram betreft (artikel 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994). b. Het nemen van verkeersbesluiten en het plaatsen van verkeersborden op alle wegen als sprake is van een grootstedelijk project of als sprake is van beheer, onderhoud vervanging en uitbreiding van assets en dit een stedelijke taak betreft of een stedelijk belang heeft (artikel15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994). c. Het toepassen en plaatsen van verkeerstekens en onderborden alsmede het nemen van maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer die niet krachtens een verkeersbesluit geschieden en wanneer er sprake is van een grootschalig project (artikel 17 Wegenverkeerswet 1994).</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Marktverordening Gemandateerd aan de directeur Stadswerken worden de volgende bevoegdheden op grond van de Marktverordening: a. inschrijving in het register, alsmede weigering, verlenging en doorhalen daarvan, en het verstrekken van een bewijs van inschrijving (artikel 2.1, 2.3 en 2.4). b. verstrekken vervangerskaart en bijschrijving (artikel 2.5). c. het aanwijzen van waren die verboden zijn te verhandelen op een markt (artikel 3.2, lid 3) d. plaatsing op de marktlijst, alsmede overschrijving en doorhalen daarvan (artikel 3.4, 3.5 en 3.6 onder a, b, c en f). e. het verlenen, weigeren en intrekken van vergunningen voor markten op afstand, het vaststellen van de vergoeding voor het gebruik van de grond en van een borgsom voor een markt op afstand (artikel 4.3 en 4.4). f. het tijdelijk verbieden van handel in bepaalde waren, het gelasten dat een markt op afstand niet wordt gehouden of ontruimd vanwege bijzondere omstandigheden (artikel 4.6). g. het aanwijzen van gedeelten van een markt op afstand waar het venten of verspreiden dan gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen dan wel het voeren van propaganda is toegestaan (artikel 4.7). h. het weigeren of intrekken van een vergunning of ontheffing of vervangerskaart (artikel 6.2 lid 2 onder a t/m e, g en k). i. intrekking van een vervangerskaart (artikel 6.2 lid 3). j. het toepassen van de hardheidsclausule in geval van het overschrijven van een plaats op de marktlijst (artikel 7.4 voor zover betrekking hebbend op artikel 3.5).</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten Gemandateerd aan de directeur Stadswerken worden de volgende bevoegdheden op grond van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten: a. Inschrijving in het register, alsmede weigering, verlenging en doorhalen daarvan, het verstrekken van een bewijs van inschrijving en het verlenen van ontheffing van de eis tot inschrijving in het register (artikel 2.1, 2.3 en 2.4). b. Het verstrekken of weigeren van een partnerkaart (artikel 2.5). c. Plaatsing, overschrijving en doorhalen op de sollicitantenlijst staanplaatsen (artikel 3.2, 3.5 en 3.6 ). d. Het bekendmaken en toewijzen van vrijgekomen lijstplaatsen en de herplaatsing op de sollicitantenlijst (art. 3.3). e. Het verlenen van een ventvergunning alsmede het verbinden van een maximum aan het aantal te verlenen ventvergunningen (artikel 4.1 lid 1 en 3). f. Handhaving van het verbod om geluidshinder te veroorzaken en het verlenen van ontheffing van het verbod op geluidsversterkende apparatuur of andere middelen die geluidshinder kunnen veroorzaken (artikel 4.2) g. Het weigeren van een ventvergunning (artikel 6.1, lid 3 en 4). h. Het intrekken van een vergunning op diverse gronden (artikel 6.1 lid 5 onder a t/m g, h.4, i, k). i. Het toepassen van de hardheidsclausule ten aanzien van het doorhalen van een plaats op de sollicitantenlijst (artikel 7.4 voor zover betrekking hebbend op artikel 3.6) 2. Directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte A. Algemene wet bestuursrecht, Wegenverkeerswet 1994 en de Gemeentewet 1. Gemandateerd aan de directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wegenverkeerswet 1994 en de Gemeentewet: a. Het toepassen van bestuursdwang door het overbrengen en in bewaring stellen van een op de weg staand voertuig alsmede het opmaken van een proces-verbaal van meevoeren en opslaan (artikel 170, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 125 van de Gemeentewet, artikel 5:29, eerste tot en met derde lid van de Awb en artikel 5 van het Besluit wegslepen van voertuigen). b. Het bijhouden van een bewaringsregister (artikel 170, vierde lid van de Wegenverkeerswet). c. Het opschorten van de afgifte van een weggesleept voertuig tot de verschuldigde kosten zijn voldaan (artikel 5:29, vierde lid van de Awb). d. Het invorderen van de kosten (titel 4.4 van de Awb). e. Het bekendmaken van de beschikking (artikel 171 van de Wegenverkeerswet 1994). f. Het verkopen, overdragen en vernietigen van weggesleepte voertuigen (artikel 5:30, eerste en tweede lid van de Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">g. Het verkopen, overdragen in eigendom om niet of vernietigen van het voertuig alsmede het terugbetalen van de kosten en/of het vaststellen en betalen van een redelijke schadeloosstelling (artikel 172, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid van de Wegenverkeerswet 1994). h. Het verrichten van feitelijke handelingen in verband met het wegslepen van voertuigen door het toepassen van bestuursdwang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voorbehouden aan de directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wegenverkeerswet 1994 en de Gemeentewet: a. Het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom, het feitelijk ten uitvoer leggen van deze lasten en het nemen van invorderingsbeschikkingen in het Westpoortgebied in verband met de handhaving van de bepalingen uit de Algemene Plaatselijke verordening, de Verordening op de Vastgoedregistratie Amsterdam, de Telecommunicatiewet, de WIOR, de Afvalstoffen Verordening Amsterdam 2009, de Verordening op de Straathandel 2008 en de Bomenverordening 2008 (artikel 5:37 Awb, artikel 125 Gemeentewet en afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 Awb). b. Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het college die in mandaat door de korpschef van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland dan wel in ondermandaat verleend door de korpschef inzake het wegslepen van voertuigen zijn genomen (artikel 170 tot en met 174 Wegenverkeerswet 1994, het Besluit wegslepen van voertuigen en de Wegsleepverordening Amsterdam 2010). c. Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het college die in mandaat door de RVE-manager Verkeer en openbare ruimte dan wel in ondermandaat verleend door de RVE-manager inzake het parkeren van fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen voor zover het gebieden bij NS stations betreft zijn genomen (artikel 4.27 van de APV). d. Het opleggen van een last onder dwangsom en het nemen van een invorderingsbeschikking in verband met de handhaving van artikel 17 van de Afvalstoffenverordening 2009 (artikel 125 van de Gemeentewet en afdeling 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht).</div>\n<p class=\"lf-p\">B. Besluit wegslepen van voertuigen Gemandateerd aan de directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte worden de volgende bevoegdheden op grond van het Besluit wegslepen van voertuigen: a. Het verrichten van bestuursrechtelijke en feitelijke handelingen voor de registratie in het bewaringsregister (artikel 6 tot en met 11 van het Besluit wegslepen van voertuigen b. Het verstrekken van een opdracht aan een beëdigd taxateur om een rapport betreffende de waarde op te stellen (artikel 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen).</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Reglement verkeersregels en verkeerstekens Gemandateerd aan de directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte worden de volgende bevoegdheden op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens: a. Het verlenen van ontheffingen in situaties die stadsdeelgrensoverschrijdend zijn (artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens). b. Het verlenen van ontheffingen voor het inrijden van de milieuzone (artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en het Gemeentelijk ontheffingenbeleid milieuzone vrachtauto’s Amsterdam). c. Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het college die in mandaat door de RVE-manager Verkeer en openbare ruimte dan wel in ondermandaat verleend door de RVE-manager inzake ontheffingen zijn genomen (artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens).</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Algemene wet bestuursrecht, Wet personenvervoer 2000, de Circulaire Buitengewoon Opsporingsambtenaar, de Afvalstoffen Verordening Amsterdam 2009 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Gemandateerd aan de directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht, Wet personenvervoer 2000, de Circulaire Buitengewoon Opsporingsambtenaar, de Afvalstoffen Verordening Amsterdam 2009 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: a. Het aanwijzen van toezichthouders en het aanwijzen van ambtenaren belast met de opsporing en vervolging van strafbare feiten (titel 5.2 en artikel 5:11 van de Awb, artikel 87 lid 1 sub c van de Wet personenvervoer 2000, de Circulaire Buitengewoon Opsporingsambtenaar, bijlage A-1 Domeinlijst, artikel 23 van de Afvalstoffen Verordening Amsterdam 2009 en artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) inzake de naleving van het bepaalde bij of krachtens:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Artikel 437 en 437ter van het wetboek van Strafrecht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Artikel 82a en 82b van de Wet personenvervoer en artikel 2.3, eerste lid, 2.4 en 2.15 van de Taxiverordening Amsterdam 2012.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De Algemene Plaatselijke Verordening 2008.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De Verordening Werken in de openbare ruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De Afvalstoffenverordening 2009.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>De Marktverordening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>De Bomenverordening 2014.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>De Parkeerverordening 2013.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>De Verordening op de Vastgoedregistratie Amsterdam.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>Verordening op het binnenwater 2010.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Directeur Afval en Grondstoffen Geen specifieke mandaten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 5 Gemeentewet De directeuren en de stadsdeelsecretarissen mandateren de bevoegdheid aan de afdelingshoofden en teamleiders van hun organisatieonderdeel om overeenkomstig het bepaalde in de Budgethoudersregeling besluiten te nemen privaatrechtelijke overeenkomsten aan te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arbeidsrecht De directeuren en stadsdeelsecretarissen mandateren de arbeidsrechtelijke bevoegdheden, die niet aan het college, de gemeentesecretaris of de directeuren zijn voorbehouden aan de afdelingshoofden van hun organisatieonderdeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan afdelingshoofden is het niet toegestaan om ondermandaat te verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeuren en stadsdeelsecretarissen mandateren de in de Tabel ondermandaat teamleiders vermelde arbeidsrechtelijke bevoegdheden aan de teamleiders van hun organisatieonderdeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan teamleiders is het niet toegestaan om ondermandaat te verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdelingshoofden wijzen een ander afdelingshoofd binnen het organisatieonderdeel aan als plaatsvervanger en stellen de rve Personeel en Organisatieadvies daarvan in kennis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ondermandaat teamleiders Nr.</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie Declaratiesoort Grondslag 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie BABS Andere bedrijfsactiviteiten H19 Personeelshandboek, artikel 19.6 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie BABS Toeslag onregelmatige uren H19, Personeelshandboek , art.19.5 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie BABS Voltrekken huwelijk gratis/budget/eenvoudig H19 Cao Amsterdam, Art. 19.4 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie BABS Voltrekken huwelijk regulier H19 Cao Amsterdam, Art. 19.4 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie BABS Onkostenvergoeding BABS H19 Cao Amsterdam, art. 19.7 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Documenten Document VOG H2 Cao Amsterdam, art. XX Verklaring omtrent gedrag 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Documenten Vergoeding groot rijbewijs Bedrijfsvoeringkosten ogv budgethoudersregeling 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Documenten Vergoeding inschrijving beroepenregister Bedrijfsvoeringkosten ogv budgethoudersregeling 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eten &amp; drinken Ontbijt - Binnenland Cao Amsterdam, art.3.21.3, tegemoetkoming binnenlandse dienstreis.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eten &amp; drinken Lunch - Binnenland Cao Amsterdam, art.3.21.3, tegemoetkoming binnenlandse dienstreis.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eten &amp; drinken Diner - Binnenland Cao Amsterdam, art.3.21.3, tegemoetkoming binnenlandse dienstreis.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eten &amp; drinken Ontbijt - Buitenland Cao Amsterdam, art.3.21.4, tegemoetkoming buitenlandse dienstreis.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eten &amp; drinken Lunch - Buitenland Cao Amsterdam, art.3.21.4, tegemoetkoming buitenlandse dienstreis.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eten &amp; drinken Diner - Buitenland Cao Amsterdam, art.3.21.4, tegemoetkoming buitenlandse dienstreis.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eten &amp; drinken Maaltijd bij overwerk Cao Amsterdam, artikel 11.7.3 Tegemoetkoming maaltijd bij overwerk 16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eten &amp; drinken Consumptie (Medewerker Buitendienst) Cao Amsterdam, artikel 11.7.2 Tegemoetkoming consumpties 17.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eten &amp; drinken Traktaties op de afdeling Decentraal personeelsbeleid 18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig Geschenken &amp; attenties Personeelsbeleid, Protocol Lief en Leed 19.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig Materiele schade art. 7:658 BW 20.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig Representatiekosten Bedrijfsvoeringskosten ogv budgethoudersregeling 21.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig Intermediaire kosten Bedrijfsvoeringkosten ogv budgethoudersregeling 22.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwerk &amp; urendeclaratie Overschrijding arbeidsduur per jaar Cao Amsterdam, art. 5.4 lid 8 23.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwerk &amp; urendeclaratie Buitendagvenstertoelage (schaal 1 t/m 10a) Cao Amsterdam,art. 3.12 24.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwerk &amp; urendeclaratie Extra werken binnen dagvenster Cao Amsterdam,art. 5.4 lid 11 25.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwerk &amp; urendeclaratie Urendeclaratie oproepkracht Cao Gemeenten, art. 2.4 26.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwerk &amp; urendeclaratie Overwerkvergoeding (schaal 1 t/m 10a) Cao Gemeenten,\\rt. 3.19 27.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reizen Kilometer vergoeding (dienstreis) Cao Amsterdam, art. 3.21. 3.22.4 A’damse regeling horende bij hoofdstuk 19 arbeidsvoorwaarden buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, art. xx reiskostenvergoeding 28.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reizen Kilometer vergoeding (woon-werk) art. 2.4.CAO Gemeenten 29.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reizen Parkeerkosten Cao Amsterdam, artikel 3.21.1 en 3.21.2 en 3.22.4 30.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reizen Taxikosten A’damse regeling horende bij CAO Gemeenten art. 3.21.1, resp. 3.22.4 31.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reizen Openbaar Vervoer A’damse regeling horende bij CAO Gemeenten art. 3.21, resp. 3.22.4 32.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reizen Belastingvoordeel reiskosten Cao Amsterdam, hoofdstuk 4 33.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studie &amp; cursussen Studiekosten Cao Amsterdam, artikel 8.9.3 34.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studie &amp; cursussen Congres- of cursuskosten Cao Amsterdam, artikel 8.9.3 35.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijfskosten &amp; activiteiten Overnachting dienstreis - Binnenland Cao Amsterdam, art.3.21.4, tegemoetkoming buitenlandse dienstreis.</p>\n<p class=\"lf-p\">36.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijfskosten &amp; activiteiten Overnachting dienstreis - Buitenland Cao Amsterdam, art.3.21.4, tegemoetkoming buitenlandse dienstreis.</p>\n<p class=\"lf-p\">37.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijfskosten &amp; activiteiten Afdelings- of projectactiviteiten interne locatie Bedrijfsvoeringskosten ogv budgethoudersregeling 38.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijfskosten &amp; activiteiten Afdelings- of projectactiviteiten externe locatie Bedrijfsvoeringskosten ogv budgethoudersregeling 39.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ziektekosten, vaccinatie en Arbo Vaccinatie buitenlandse dienstreis Cao Amsterdam, art.3.21.4, tegemoetkoming buitenlandse dienstreis.</p>\n<p class=\"lf-p\">40.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ziektekosten, vaccinatie en Arbo Beeldschermbril Personeelsbeleid, Protocol beeldschermbril 41.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ziektekosten, vaccinatie en Arbo Medische kosten vanwege werk Cao Gemeenten, art. 7.3 lid 6 42.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ziektekosten, vaccinatie en Arbo Vergoeding hoge ziektekosten Cao Amsterdam, artikel 3.27.2 – Regeling hoge ziektekosten Toelichting bevoegdhedenbesluit ALGEMENE TOELICHTING Algemeen In het Bevoegdhedenbesluit is voor de gemeente Amsterdam de bevoegdhedenoverdracht vastgelegd voor bevoegdheden van het college en de burgemeester aan functionarissen in de ambtelijke organisatie: de gemeentesecretaris, de directeuren van de clusters en van Bestuur &amp; Organisatie, de stadsdeelsecretarissen en de rve-directeuren. Het bevat zowel algemene mandaten, voor bevoegdheden waarover al deze functionarissen moeten beschikken, als mandaten aan bepaalde functionarissen. Bij mandaat gaat het om de bevoegdheid om namens het bestuursorgaan besluiten te nemen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 10:1 Awb). Een besluit is volgens de Awb een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het nemen van een besluit (in de zin van de Awb) verandert er iets in de verhouding tussen het bestuursorgaan en één of meer anderen, ook wel belanghebbenden genoemd. Met mandaat kan dus een andere functionaris, bijvoorbeeld de gemeentesecretaris of de rve-directeur namens het bestuursorgaan besluiten. Een door de gemandateerde genomen besluit geldt dan als een besluit van het bestuursorgaan (college of burgemeester). Met dit bevoegdhedenbesluit verlenen de bestuursorganen naast mandaat ook privaatrechtelijke volmacht en de machtigingen tot het verrichten van handelingen die geen besluiten zijn in de zin van de Awb en die ook geen privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn. Voor de uitoefening van een feitelijke handeling geldt ook dat deze wordt uitgeoefend namens het college respectievelijk de burgemeester.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestuursorganen blijven tegelijkertijd ook bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opbouw van het Bevoegdhedenbesluit Het bevoegdhedenbesluit bestaat uit een algemeen artikelsgewijs deel en vijf bijlagen. De structuur is als volgt:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">0.</span>Het Besluit zelf met een kleine twintig artikelen. Hierin zijn algemene regels gegeven omtrent mandaat en is de hoofdstructuur van de mandatering vastgelegd; namelijk dat bevoegdheden aan de gemeentesecretaris worden gemandateerd. Deze worden automatisch aan rve-directeuren ondergemandateerd. Dit tenzij specifieke functionarissen zijn aangewezen of tenzij een bevoegdheid alleen door de gemeentesecretaris wordt uitgeoefend. De opsommingen van de bevoegdheden waarop dit mandaat en ondermandaat betrekking heeft, zijn te vinden in de bijlagen 1 t/m 5 bij het besluit.</div>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn in het Besluit ook algemene regels opgesteld over de reikwijdte van het mandaat en instructies over de situaties waarin mandaten niet mogen worden uitgeoefend, bv. wanneer het gaat om zaken met hoge afbreukrisico's of organisatieonderdeel-overstijgende belangen. Dit zijn dezelfde uitzonderingen die worden gebruikt in de bevoegdhedentoekenning aan de bestuurscommissies in de Verordening op de bestuurscommissies.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bijlage 1 bevat een opsomming van de algemene bevoegdheden die worden gemandateerd aan de gemeentesecretaris. Een aantal bevoegdheden is benoemd die de gemeentesecretaris niet ondermandateert, zoals bepaalde zware rechtspositionele bevoegdheden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bijlage 2 betreft een overzicht van algemene bevoegdheden die de gemeentesecretaris rechtstreeks mandateert aan bepaalde functionarissen (zoals lead buyership ICT en huisvesting).</div>\n<p class=\"lf-p\">A. Personeelsaangelegenheden Bijlage 2.A. bevat twee rechtspositionele ondermandaten aan specifieke functionarissen. Bij A.1. gaat het in bijna alle gevallen om bevoegdheden die te maken hebben met de organisatiebrede taken die de rve-directeur Personeel en Organisatieadvies heeft. Zij hebben te maken met de organisatiebrede taken die de rve-directeur Personeel en Organisatieadvies heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">In A.2. worden aan de stedelijk directeuren bevoegdheden gemandateerd voor hun leidinggevende taken ten aanzien van de rve-directeur. Zie ook de toelichting op bijlage 1, onderdeel A.2, f.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In bijlage 3 staan de algemene bevoegdheden die door rve-directeuren niet ondergemandateerd mogen worden (bv. relatief zware rechtspositionele bevoegdheden).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Bijlage 4 bevat de specifieke inhoudelijke bevoegdheden voor beleids-rve's (zoals uitkeringen en subsidies vaststellen) en de directies B&amp;O.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Bijlage 5 bevat rechtspositionele ondermandaten aan de afdelingshoofden en teamleiders.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene versus inhoudelijke bevoegdheden Hierboven zijn twee soorten bevoegdheden onderscheiden, algemene (bijlage 1 tot en met 3) en specifieke (bijlage 4). Deze kunnen als volgt worden toegelicht:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de algemene, meer bedrijfsmatige bevoegdheden a. Het gaat hier om bevoegdheden die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van de organisatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aan het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen, het ondertekenen van stukken, het behandelen van klachten, het besluiten op Wob-verzoeken, etc. Het gaat om bevoegdheden die niet specifiek aan het werk van één organisatieonderdeel is te verbinden. Voor veel van deze bevoegdheden geldt dan ook, dat als ze niet uitsluitend centraal worden uitgeoefend, ze aan alle functionarissen op een bepaald niveau worden toebedeeld: ondermandaat bijv. aan alle rve-directeuren in plaats van aan de directeur van één specifieke rve.</div>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegdheden waar het hier om gaat, worden aan de gemeentesecretaris gemandateerd en vervolgens is er sprake van ondermandaat aan directeuren, stadsdeelsecretarissen en Rve-directeuren. Deze constructie maakt centrale sturing mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo kunnen bepaalde onderdelen van de bevoegdheden bijvoorbeeld worden voorbehouden aan specifieke functionarissen. Neem bijvoorbeeld de beslissingen die te maken hebben met de huisvesting van het ambtenarenapparaat. Die zijn bij één Rve-directeur belegd en dan zodanig, dat de gemeentesecretaris kan sturen op de wijze van uitoefening. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor het \"leadbuyership\" van bepaalde organisaties. Het gaat dan om de verantwoordelijkheid voor de inkoop van bijvoorbeeld een heel cluster (bv. bij het cluster sociaal door de rve Inkoop), of voor de gemeentelijke inkoop van alle ICT (belegd bij de rve ICT). b. Daarnaast is er een bijzondere categorie algemene bevoegdheden, te weten de rechtspositionele bevoegdheden. Ook deze bevoegdheden worden gemandateerd aan de gemeentesecretaris die ze vervolgens ondermandateert aan de stedelijk directeuren voor hun clusterstaven, de Rve-directeuren en de directeuren van Bestuur &amp; Organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stadsdeelsecretarissen krijgen sinds 19 maart 2014 hun rechtspositionele bevoegdheden van het college in plaats van de dagelijks besturen van de bestuurscommissies. Van deze bevoegdheden wordt met dit besluit dus ook aan hen ondermandaat verleend door de gemeentesecretaris.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de inhoudelijke, dienstspecifieke bevoegdheden De bevoegdheid om bijvoorbeeld uitkeringen of een subsidie vast te stellen is een voorbeeld van bevoegdheden die betrekking op het werkproces van een specifieke rve. Het mandaat van dit soort bevoegdheden is dus ook per rve verschillend.</div>\n<p class=\"lf-p\">ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, zoals zij in dit besluit gebruikt worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Overeenkomstige toepassing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Bepaald is dat waar in het besluit wordt gesproken over \"mandaat\" daaronder ook volmacht en machtiging wordt verstaan. Daarvoor gelden dus dezelfde regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mandaat, volmacht en machtiging zijn vergelijkbare rechtsfiguren, waarbij centraal staat dat een ander bevoegdheden kan uitoefenen namens en onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan of de gemeente Amsterdam. Bij mandaat gaat het om de bevoegdheid om namens het bestuursorgaan besluiten te nemen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 10:1 Awb), bij volmacht om het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en bij een machtiging om het verrichten van feitelijke handelingen (die geen besluiten in de zin van de Awb en geen privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn). In artikel 10:12 van de Awb is bepaald dat de in afdeling 10.1.1 van de Awb, opgenomen voorschriften over mandaat, ook van toepassing zijn op volmacht en machtiging. Wie (beslissings)mandaat heeft, ondertekent het besluit dat hij neemt ook. Het ondertekenen is dus altijd in het mandaat inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Het is denkbaar dat er buiten dit besluit, andere besluiten worden genomen waarin mandaat wordt verleend. Bepaald is dat de algemene bepalingen uit het bevoegdhedenbesluit ook voor die specifieke besluiten gelden tenzij dat uitdrukkelijk wordt uitgesloten. De werking is beperkt tot de functionarissen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het college ingetrokken. Het betreft hier dus niet de mandaatbesluiten van de bestuurscommissies aan stadsdeelsecretarissen of andere functionarissen en ook niet de mandaatbesluiten aan externe organisaties (zoals Haven, Omgevingsdienst of Waternet) of binnengemeentelijke niet-ondergeschikten van het college (zoals de directeur Rekenkamer, de Ombudsman, directeur ACAM of de Raadsgriffier). Voor zover dit besluit wel op hen van toepassing moet zijn, wordt dit apart bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid Met dit lid worden ook allerlei feitelijke handelingen om een bevoegdheid uit te oefenen, betrokken bij het mandaat. Degene die een mandaat heeft, mag dus bijvoorbeeld ook correspondentie voeren over de uitoefening daarvan of zorgen voor publicatie van een in mandaat genomen besluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Ondertekening stukken van het college</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er ter uitvoering van een in de collegevergadering genomen collegebesluit een stuk moet worden verstuurd, ondertekent ingevolge artikel 59a van de Gemeentewet de burgemeester een dergelijk stuk, samen met de gemeentesecretaris. De burgemeester mag de ondertekening opdragen aan de gemeentesecretaris of andere ambtenaren, mits het college daartoe toestemming geeft. Dit artikel behelst die toestemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene vereisten bij mandaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft een aantal randvoorwaarden voor de uitoefening van het mandaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Het schrijft voor dat de houder van een mandaat deze bevoegdheid alleen mag uitoefenen met inachtneming van een aantal kaders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub a Het gaat hier om vastgesteld beleid, beleidsregels, verordeningen, ambtelijke instructies, regels en voorschriften etc. sub b Dit betreft een algemene beperking. Los van het totale budget dat beschikbaar is gesteld voor bepaalde activiteiten, gelden ook nog specifieke beperkingen voor bepaalde functionarissen en beperkingen voor bepaalde transacties. Deze zijn te vinden in het budgethoudersbesluit en de op grond daarvan vastgestelde maxima.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub c De bevoegdheden in dit besluit zijn nodig voor de dagelijkse bedrijfsvoering van organisatieonderdelen. Degene die daartoe mandaat heeft, benut deze bevoegdheden dan ook alleen ten behoeve van het werkterrein van het eigen organisatieonderdeel. De bevoegdheid om een overeenkomst aan te gaan, beperkt zich bijvoorbeeld tot wat nodig is voor het eigen organisatieonderdeel (zie ook het tweede lid). sub d In voorkomende gevallen moet de mandaathouder zich ervan vergewissen dat verplichte externe adviezen zijn ingewonnen en dat interne afstemming heeft plaatsgevonden. Indien er intern geen overeenstemming is, beoordeelt de mandaathouder of, zonodig na overleg met de (onder)mandaatgever, of er gebruik kan worden gemaakt van het mandaat. sub e Onder de reikwijdte van dit onderdeel vallen ook bevoegdheden ten opzichte van oud-medewerkers van een organisatieonderdeel (bv. In het kader van een beëindigingsovereenkomst) en aspirant-medewerkers (bv. in het kader van een sollicitatieprocedure).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Het tweede lid gaat in op bevoegdheden die een financieel gevolg hebben. Het gaat dan niet alleen om het doen van uitgaven, maar ook om het verstrekken van uitkeringen, subsidies, het innen van gelden, het opleggen van een boete of het vaststellen van een erfpachtcanon. sub a Alleen wanneer een mandaathouder is aangewezen als budgethouder, mag hij rechtshandelingen verrichten die financiële gevolgen hebben. In of op grond van de budgethoudershoudersregeling worden budgethouders aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub b In of op grond van de budgethoudersregeling worden voor rechtshandelingen met financiële gevolgen maxima vastgesteld:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in het algemeen voor functionarissen (bijvoorbeeld voor de groep \"rve-directeuren\")</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>specifiek voor bepaalde functionarissen (bijvoorbeeld een rve-directeur van een bepaalde rve of een afdelingshoofd van een bepaalde afdeling) Sub c Wanneer het gaat om privaatrechtelijke rechtshandelingen mag het mandaat niet worden uitgeoefend, zonder dat een lead buyer is ingeschakeld. Zie hiervoor de toelichting bij bijlage 2.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene beperkingen bij mandaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Spreekt voor zich.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene instructie bij de uitoefening van mandaten, conform art. 10:6 Awb</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze instructie is gericht tot de functionarissen die een gemandateerde bevoegdheid uitoefenen. Het beperkt niet de omvang van de gemandateerde bevoegdheden, en kan in die zin niet aan derden worden tegengeworpen, maar geeft wel aan wanneer functionarissen geen gebruik mogen maken van de aan hen gemandateerde bevoegdheid. Het is in dit bevoegdhedenbesluit opgenomen, zodat het voor functionarissen kenbaar is in welke gevallen er in ieder geval geen gebruik van een mandaat mag worden gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen mandaat aan gemeentesecretaris</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel verwijst naar bijlage 1 waarin de bevoegdheden zijn opgesomd die door het college aan de gemeentesecretaris worden gemandateerd. Het tweede lid geeft de gemeentesecretaris de bevoegdheid om bevoegdheden die aan een bepaalde functionaris zijn toebedeeld, tijdelijk aan een ándere functionaris toe te bedelen in afwachting van de eerstvolgende periodieke wijziging van het bevoegdhedenbesluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen mandaat aan directeuren, stadsdeelsecretarissen en rve-directeuren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle bevoegdheden uit bijlage 1, worden met dit artikel ondergemandateerd aan de directeuren en de rve-directeuren. De stedelijk directeuren krijgen ondermandaat voor zover het de direct onder hen ressorterende clusterstaven en eventuele andere organisatieonderdelen betreft. Tevens krijgen zij ten aanzien van de onder hen ressorterende rve-directeuren ondermandaat voor bepaalde rechtspositionele bevoegdheden. De rve-directeuren krijgen hun ondermandaat rechtstreeks van de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris mag dus aanwijzingen en instructies geven of de bevoegdheden zelf uitoefenen. De stedelijk directeuren hebben in die relatie alleen een rol voor zover dat expliciet is bepaald (bijvoorbeeld met betrekking tot het co-signeren voor bedragen boven bepaalde maxima o.g.v. de budgethoudersregeling).</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage 1 is een aantal bevoegdheden expliciet uitgezonderd van het ondermandaat dat in dit artikel wordt geregeld. Die bevoegdheden blijven dus voorbehouden aan de gemeentesecretaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met onderdeel b van het eerste lid worden de bevoegdheden in bijlage 2 door de gemeentesecretaris rechtstreeks gemandateerd aan specifieke functionarissen. Die bevoegdheden vallen dus niet onder het algemene ondermandaat van de aanhef van het lid. Directeuren en rve managers beschikken dus niet over de bevoegdheden, genoemd in bijlage 2. Het betreft hier bevoegdheden die centrale sturing mogelijk maken op een aantal bedrijfsvoeringsonderwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid van dit artikel regelt dat de stadsdeelsecretarissen hun arbeidsrechtelijke bevoegdheden rechtstreeks van de gemeentesecretaris ondergemandateerd krijgen. Dit is nodig omdat alle medewerkers die bij de bestuurscommissies werkzaam zijn, in dienst zijn van het college. Er is dus één bevoegd gezag. Om rechtspositionele bevoegdheden te kunnen uitoefenen over de medewerkers bij hun bestuurscommissieorganisaties, moeten de stadsdeelsecretarissen deze bevoegdheid dus krijgen van het college. Door middel van dit tweede lid gebeurt dat via de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris mag dus aanwijzingen en instructies geven of de bevoegdheden zelf uitoefenen. De stadsdeelsecretaris kan besluiten op verzoeken gebaseerd op de Wet openbaarheid van bestuur die zijn gerelateerd aan de gemandateerde arbeidsrechtelijke bevoegdheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid geeft de bevoegdheid om ook leidinggevende functionarissen van zelfstandige organisatieonderdelen die geen rve of directie of stadsdeelorganisatie zijn, de algemene bevoegdheden te geven die noodzakelijk zijn voor de dagelijkse bedrijfsvoering. Te denken valt aan tijdelijke projectorganisaties of een organisatieonderdeel als de het secretariaat van de Kunstraad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzonder mandaat voor bepaalde functionarissen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De in bijlage 4 opgenomen bevoegdheden worden door het college rechtstreeks gemandateerd aan bepaalde functionarissen, dus zonder ommekomst van de gemeentesecretaris. Het betreft specifieke bevoegdheden die nodig zijn voor het werkterrein van specifieke organisatieonderdelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">Mandaat voor het beslissen op bezwaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het mandaatbesluit is degene die het mandaat heeft om een primair besluit te nemen ook bevoegd om op bezwaar te beslissen De bevoegdheid om te beslissen op bezwaar kan alleen worden uitgeoefend als de (onder)gemandateerde functionaris niet zelf het primaire besluite neemt. Dit zal dus in ondermandaatbesluiten, goed geregeld moeten worden. Er is een aantal beperkingen opgenomen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub a Vanwege de overgang van de rechtspositie van de ambtenaren van de gemeente naar het arbeidsrecht per 1 januari 2020 is de werking van onderdeel a beperkt tot het behandelen van bezwaren (op grond van de Algemene wet bestuursrecht) tegen ambtenaarrechtelijke besluiten die genomen zijn en bekend zijn gemaakt voor 1 januari 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit onderdeel is de bevoegdheid om te beslissen op bezwaren in ambtenaarrechtelijke rechtspositionele kwesties uitgezonderd van (onder)mandaat. De directeur DJZ mag in deze kwesties beslissen, op grond van zijn algemene bevoegdheid om te beslissen op bezwaarschriften (bijlage 4). Dit is ingegeven door de wens om uniformiteit te creëren bij dit type beslissingen. Van het mandaat van de directeur DJZ is overigens uitgezonderd het nemen van beslissingen op bezwaren tegen besluiten die de gemeentesecretaris zelf heeft genomen, of die hem betreffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub b Dit onderdeel maakt het mogelijk om bij het mandateren van bevoegdheden de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar uit te zonderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span><span class=\"lf-art-t\">Ondermandaat aan afdelingshoofden en andere functionarissen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Met dit artikel wordt het mogelijk om van de bevoegdheid die bij of krachtens dit besluit zijn verleend, ondermandaat te verlenen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub a Binnen het eigen organisatieonderdeel Sub b binnen de gemeente, maar aan het hoofd van een ander organisatieonderdeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mandaat aan niet ondergeschikten van buiten de gemeentelijke organisatie is niet toegestaan. Dergelijke besluiten moeten worden voorgelegd aan het college, tenzij de bevoegdheid is opgenomen in bijlage 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de praktijk blijkt behoefte om aan functionarissen die niet werkzaam zijn voor het eigen organisatieonderdeel mandaat te kunnen verlenen om overeenkomsten te kunnen aangaan. Dit is bijvoorbeeld het geval als een medewerker van PMB of het IBA voor de rve Grond en Ontwikkeling een project uitvoert. Deze medewerkers worden aangesteld als projectleider, projectmanager etcetera. Van hen wordt verwacht dat ze overeenkomsten aangaan met derden om zodoende het project of het programma uit te voeren. Dit artikel maakt het mogelijk om de specifieke bevoegdheid om te besluiten overeenkomsten aan te gaan, aan een functionaris die niet werkt voor het eigen organisatieonderdeel mandaat te verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Budgethoudersregeling maakt reeds mogelijk dat deze functionarissen worden aangesteld als budgethouder. Deze functionarissen worden op verzoek van de hoofdbudgethouder (de directeur van d erve) door de gemeentesecretaris aangewezen als deelbudgethouder. De aanwijzing vindt plaats op functie en niet op naam van de betrokken medewerker. Het Bevoegdhedenbesluit voorziet erin dat voor het besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijk rechtshandelingen (en alleen voor deze specifieke bevoegdheid) door een directeur een mandaat kan worden verleend. De functionaris moet, om rechtsgeldig overeenkomsten te kunnen aangaan, op grond van artikel 7 van de Budgethoudersregeling door de GS zijn aangewezen als deelbudgethouder (bijvoorbeeld als projectleider, projectmanager of andere functies die daarvoor in aanmerking komen) in de zin van de Budgethoudersregeling en dient daarbij te beschikken over een mandaat van de directeur die de (budgettaire) eindverantwoordelijkheid draagt voor het programma of project. De directeur van de rve stelt de rve FIN in kennis van de aanwijzing van een functionaris als projectleider, programmaleider of programmadirecteur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Bepaald is dat bij ondermandaat nadere kaders en beperkingen kunnen worden vastgesteld. Dit dus naast de kaders die al op grond van dit besluit gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage 5 zijn de bevoegdheden opgenomen die de directeuren en de stadsdeelsecretarissen (voor zover aan hen gemandateerd) direct ondermandateren aan afdelingshoofden en/of teamleiders. Het betreft hier bijvoorbeeld besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Afdelingshoofden en teamleiders hebben op grond van bijlage 5 de bevoegdheid om te besluiten privaatrechtelijke rechtshandelingen aan te gaan. Deze functionarissen zijn conform het organisatiemodel aangesteld als afdelingshoofd of als teamleider. Op grond van de Budgethoudersregeling zijn afdelingshoofden en teamleiders aangewezen als deelbudgethouder en kunnen zij in die hoedanigheid verplichtingen aangaan namens het college. In het proces tot het aanwijzen van Budgethouders (vindplaats intranetpagina DMC) wordt uiteengezet hoe controle op deze aanwijzing plaatsvind.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het personeelssysteem zijn afdelingshoofden geautoriseerd een aantal besluiten te nemen op grond van de arbeidsrechtelijke regelgeving. Op grond van artikel 11 lid 3 juncto bijlage 5 van het Bevoegdhedenbesluit beschikken afdelingshoofden over een toereikend ondermandaat de besluiten te nemen die niet zijn voorbehouden aan het college, de gemeentesecretaris of de rve directeuren. Afdelingshoofden hebben niet de bevoegdheid deze besluitvorming aan teamleiders te ondermandateren. Afdelingshoofden wijzen een ander afdelingshoofd werkzaam binnen hetzelfde organisatieonderdeel aan als plaatsvervanger om de besluiten te nemen in het geval van afwezigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 11 lid 3 juncto bijlage 5 van het Bevoegdhedenbesluit beschikken teamleiders over een ondermandaat voor een aantal veel voorkomende arbeidsrechtelijke rechtshandelingen, zoals het accorderen van declaraties. Teamleiders hebben niet de bevoegdheid deze besluitvorming aan medewerkers te ondermandateren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span><span class=\"lf-art-t\">Vervangingsregeling gemeentesecretaris</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zoals in de definitiebepalingen is gestipuleerd, heeft de gemeentesecretaris verschillende hoedanigheden. In zijn hoedanigheid van gemeentesecretaris en directeur bestuursdienst wordt hij vervangen door één van de B&amp;O-directeuren. In zijn hoedanigheid van Algemeen Directeur door één van de leden van het GMT.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Vervangingsregeling overige functionarissen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Spreekt voor zich.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span><span class=\"lf-art-t\">Wijze van ondertekening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Spreekt voor zich.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span><span class=\"lf-art-t\">Beheer en wijzigingen Bevoegdhedenbesluit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt geregeld dat binnen de gemeente Amsterdam één organisatieonderdeel verantwoordelijk is voor bijhouden en wijzigen van het Bevoegdhedenbesluit. De directie Juridische Zaken van B&amp;O wordt daartoe aangewezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking vorige besluiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met dit artikel worden alle bestaande mandaatbesluiten van het college die bestemd zijn voor functionarissen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het college ingetrokken. Het betreft hier dus niet de mandaatbesluiten van de bestuurscommissies aan stadsdeelsecretarissen of andere functionarissen en ook niet de mandaatbesluiten aan externe organisaties (zoals Haven, Omgevingsdienst of Waternet) of binnengemeentelijke niet-ondergeschikten van het college (zoals de directeur Rekenkamer, de Ombudsman of de directeur ACAM). De bestaande bevoegdhedentoebedeling voor deze functionarissen blijft bestaan en voor zover daar aanleiding toe bestaat, worden aparte besluiten voorbereid in lijn met het onderhavige bevoegdhedenbesluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16a</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Deze bepaling maakt dat bevoegdheden die per abuis niet in dit bevoegdhedenbesluit zijn opgenomen alsnog op grond van de oude mandaatbesluiten worden gemandateerd. Het mandaat wordt dan geacht aan de meest voor de hand liggende functionaris te zijn verleend..</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Dit artikel geldt alleen voor de overgangssituatie. Op 1 juli 2015 vervalt het artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 A. Arbeidsrechtelijke regelingen en WOR In onderdeel A staan de rechtspositionele bevoegdheden die worden gemandateerd aan de gemeentesecretaris en worden ondergemandateerd tenzij expliciet voorbehouden aan de gemeentesecretaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden (A.1) worden vier uitzonderingen gemaakt. Bij de eerste drie gaat het om zware bevoegdheden die dermate ingrijpend zijn, dat ervoor wordt gekozen die niet te mandateren. De vierde uitzondering spreekt voor zich.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij A.2 staan beperkingen op de bevoegdheid tot ondermandaat door de gemeentesecretaris Bij a. tot en met d. gaat het om de zwaarte en ingrijpendheid van de bevoegdheid, naast het belang van uniformiteit in de toepassing van de NRGA. Met f. is zichtbaar gemaakt dat de stedelijk directeuren namens de gemeentesecretaris hiërarchisch leidinggevende zijn van rve-directeuren, maar, vanwege de ingrijpendheid van de besluiten en de noodzaak daarbij uniformiteit te betrachten, een aantal bevoegdheden is uitgezonderd. Het betreft samengevat de bevoegdheden rondom het aangaan van een arbeidsovereenkomst en ontslag. De bepaling bij g. spreekt voor zich.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Gemeentewet Het onderdeel betreft enkele bevoegdheden uit de Gemeentewet. Het gaat allereerst om de bevoegdheid tot het besluiten privaatrechtelijke rechtshandelingen aan te gaan, anders dan arbeidsrechtelijke rechtshandelingen. Niet voor alle gevallen wordt aan de gemeentesecretaris dit mandaat verleend. Hij heeft het mandaat niet in het geval er sprake is van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de oprichting of deelneming in een rechtspersoon:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het lenen of uitlenen van geld:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de borgstelling of garantstelling voor schulden van derden:</div>\n<p class=\"lf-p\">In deze gevallen moeten de besluiten door het college zelf worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een tweede bevoegdheid waarvan, in dit geval, machtiging wordt gegeven betreft het vertegenwoordigen van de rechtspersoon de gemeente Amsterdam. In artikel 171, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigt. In het tweede lid van hetzelfde artikel is bepaald dat de burgemeester deze vertegenwoordiging kan opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. In dit besluit draagt de burgemeester zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid op aan de gemeentesecretaris. De vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft uitsluitend betrekking op de gevallen waarin de gemeente als rechtspersoon (volgens privaatrecht) aan het maatschappelijk verkeer deelneemt (zie art. 2:1 lid 1 BW). Waar de gemeente een overeenkomst sluit, of voor de rechter verschijnt, is het nodig dat een natuurlijk persoon voor de rechtspersoon optreedt en de nodige (rechts)handelingen verricht. In de combinatie met het hiervoor genoemd mandaat tot het besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen, kan de gemeentesecretaris dus op basis van het Bevoegdhedenbesluit besluiten of de gemeente een overeenkomst aangaat en vervolgens namens de gemeente de overeenkomst ondertekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het mandaat betreffende bevoegdheden uit de Gemeentewet betreft tenslotte de ondertekening van stukken die van het college uitgaan, Het gaat hierbij om gevallen waarin een besluit wel in de vergadering van het college is genomen, maar de ondertekening niet overeenkomstig de hoofdregel van artikel 59a van de Gemeentewet door burgemeester en gemeentesecretaris plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Algemene wet bestuursrecht De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat onder andere een groot aantal algemene voorschriften over hoe procedures gevoerd moeten worden, met andere woorden over hoe een bestuursrechtelijk besluit tot stand komt. Het gaat bij de bevoegdheden waarvan hier mandaat en machtiging wordt verleend bijvoorbeeld over de voorbereiding van besluiten, en bevoegdheden in het kader van de regeling ‘dwangsom niet tijdig beslissen', bevoegdheden met betrekking tot bestuursrechtelijke geldschulden en de behandeling van klachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2 A. Personeelsaangelegenheden Bijlage 2.A. bevat twee rechtspositionele ondermandaten aan specifieke functionarissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij A.1. gaat het in bijna alle gevallen om bevoegdheden die te maken hebben met de organisatiebrede taken die de rve-directeur Personeel en Organisatieadvies heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">In A.2. worden aan de stedelijke directeuren bevoegdheden gemandateerd voor hun leidinggevende taken ten aanzien van de rve-directeur. Zie ook de toelichting op bijlage 1, onderdeel A.2., f.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Privaatrechtelijke rechtshandelingen, onderdeel 1 tot en met 3 (Lead Buyership) Algemeen De combinatie van de algemene vereisten bij mandaat met betrekking tot privaatrechtelijke rechtshandelingen (onderdeel twee lid, onderdeel c van het Bevoegdhedenbesluit) met deze bepalingen in bijlage 2 legt de verantwoordelijkheid voor het organiseren van gemeentebrede inkooptrajecten exclusief bij de aangewezen Lead Buyers, voor zover die inkooppakketten aan hen zijn toegewezen. Voor zover een inkooppakket niet aan een Leadbuyer expliciet is toebedeeld, voert Bestuur en Organisatie namens het college de inkooptaken ten behoeve van dat betreffende inkooppakket uit. Het is dus niet toegestaan voor budgethouders om zelfstanding zonder de inschakeling van de aangewezen Lead Buyer inkooptrajecten te organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een onderscheid gemaakt tussen de gemeentelijke inkooptaak, die wordt toebedeeld aan de Lead Buyer en het daaropvolgende contractmanagement, dat: a. kan worden toebedeeld aan de budgethouders, of b. wordt uitgevoerd door de Lead Buyer.</p>\n<p class=\"lf-p\">In sommige gevallen vallen Lead Buyer en ambtelijk opdrachtgever samen in één organisatieonderdeel, nl in het geval de Lead Buyer tevens de budgethouder is voor een productgroep. In dat geval selecteert de Lead Buyer zowel de marktpartij en is de Lead Buyer tevens als opdrachtgever verantwoordelijk voor het daaropvolgende contractmanagement van het met de betreffende marktpartij gesloten contract.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gunning vs. aangaan en ondertekenen van overeenkomsten Het besluit tot het aanwijzen van de marktpartij waarmee het contract zal worden gesloten -het gunningsbesluit - is een bevoegdheid van de Lead Buyer. Van het gunningsbesluit moet het besluit tot het aangaan van de overeenkomst met die aangewezen marktpartij worden onderscheiden. De bevoegdheid tot het aangaan van de overeenkomst en de ondertekening daarvan komt toe aan de budgethouder. In het geval van een gemeentebrede raamovereenkomst waarbij de Lead Buyer het inkoopproces heeft uitgevoerd heeft de Lead Buyer de bevoegdheid de gemeentebrede raamovereenkomst te ondertekenen. De uitnutting van die raamovereenkomst - het bestellen c.q sluiten van nadere overeenkomsten - vindt dan plaats door de budgethouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaving en borging van de inkoopprocessen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien opdrachtgevers, in tegenstelling het ondermandaatbesluit aangeeft, toch zelfstandig op de markt producten of diensten verwerven, wordt dit door de Lead Buyer gesignaleerd op basis van de spendanalyse. DMC Inkoop als onderdeel van Bestuur en Organisatie maakt een totaalanalyse van de gemeentelijke uitgaven en draagt ervoor zorg dat de Lead Buyer een deelanalyse krijgt van de uitgaven met betrekking tot de inkooppakketten waarvoor de Lead Buyer verantwoordelijk is. Indien de Lead Buyer uitgaven signaleert welke buiten de afspraken met de Lead Buyer om of niet door de Lead Buyer zelf zijn gedaan, dan rapporteert de Lead Buyer hierover aan de betreffende rve-directeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3 Bijlage 3 bevat een aantal uitzonderingen op de door de rve-directeuren, de stedelijk directeur, directeur B&amp;O en de stadsdeelsecretaris onder te mandateren bevoegdheden. Het betreft zonder uitzondering zware bevoegdheden die zich naar hun aard niet lenen voor doormandatering door deze functionarissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 4 Bijlage 4 bevat de bevoegdheden die door het college rechtstreeks aan bepaalde functionarissen (grotendeels rve-directeuren) worden gemandateerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bevoegdheden zien op de taken die door de rve's en directies op hun specifieke beleidsterreinen worden verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de uitvoering van deze bevoegdheden valt ook de voorbereiding van beleid voor de verschillende taken die tot het beleidsterrein behoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de weergave van de bevoegdheden is zoveel mogelijk dezelfde volgorde aangehouden, waarbij eerst de meer algemene bevoegdheden worden genoemd die voortkomen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet, daarna gevolgd door de meer specifieke wetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omwille van de leesbaarheid is geen onderscheid gemaakt tussen mandaat, volmacht en machtiging (zie ook het bevoegdhedenbesluit zelf, artikel 2, eerste lid); in de overzichten wordt alleen de term mandaat gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De specifieke bevoegdheden zijn per cluster ingedeeld. Als aan een rve of directie geen specifieke bevoegdheden worden gemandateerd dan is dat met zoveel woorden vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een onderdeel algemene bepalingen gaat aan de specifieke bevoegdheden vooraf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierin wordt aangegeven dat het nemen van bepaalde soorten besluiten ook de daarmee samenhangende besluiten omvat. Dat is gedaan om te voorkomen dat iedere keer dat het nemen van bepaalde besluiten wordt gemandateerd ook al deze andere daarmee samenhangende besluiten zouden moeten worden opgenoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aantal van de specifieke bevoegdheden wordt (mede) uitgevoerd door een andere rve dan de rve of directie die inhoudelijk voor het beleidsterrein verantwoordelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 9 van het algemeen mandaatbesluit maakt het mogelijk om de uitvoering van deze taken te ondermandateren aan een andere rve-directeur, directeur of stadsdeelsecretaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de begroting van de gemeenteraad worden instellingen genoemd die van de gemeente subsidie krijgen. De naam van de instelling en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld worden op de begroting genoemd. Deze zogenaamde begrotingssubsidies (artikel 4:23 lid 3 onder c) worden op dit moment door het college verstrekt. Aangezien de naam van de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden verleend op de begroting worden genoemd is het onwenselijk het college te belasten deze besluiten te nemen. De directeur van een rve kan deze subsidies verstrekken tot het niveau waarop hij op grond van de Budgethoudersregeling bevoegd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het bevoegdhedenbesluit staan alle subsidieregelingen genoemd die door de rve directeuren worden uitgevoerd. Zij hebben van het college mandaat gekregen om subsidie te vertrekken op basis van de subsidieregeling die tot het werkterrein van de rve behoort. In de praktijk blijkt dat jaarlijks veel nieuwe subsidieregelingen worden vastgesteld en veel subsidieregelingen komen te vervallen. Door in het Bevoegdhedenbesluit een algemene bepaling op te nemen dat de rve directeuren bevoegd zijn subsidie te verstrekken op basis van de subsidieregelingen op hun werkterrein, wordt voorkomen dat per vastgestelde of vervallen subsidieregeling het Bevoegdhedenbesluit moet worden gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur van de rve Metro en Tram kan ingevolge dit mandaat rechtstreeks notarissen machtigen om namens hem privaatrechtelijke rechtshandelingen, bv vastgoedtransacties en het vestigen van zakelijke rechten, te verrichten. In de praktijk blijkt hieraan behoeft. Deze bevoegdheid is ook verleend aan de directeur van de rve Grond en Ontwikkeling en de directeur van de rve Vastgoed. De directeur van de rve Metro en Tram beschikt, vanwege de werkzaamheden van de rve, over dezelfde bevoegdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 4, I Bestuur en Organisatie, onderdeel 4: Directeur Juridische Zaken Voor alle onderstaande bevoegdheden geldt, dat deze kunnen worden ondergemandateerd aan andere functionarissen. Door dit via de directeur DJZ te laten verlopen, is centrale sturing mogelijk, zodat de gemeente Amsterdam als juridische entiteit naar buiten optreedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel A. Gemeentewet Onderdelen a t/m c: het gaat hier om procedurehandelingen en procesbesluiten van de gemeente Amsterdam als rechtspersoon. Het gaat dus niet om de juridische procedures die tegen de verschillende bestuursorganen van de gemeente worden gevoerd. Voor de stadsdelen geldt al dat de procesbesluiten niet aan hen zijn gemandateerd of gedelegeerd, maar zijn opgedragen aan de directeur DJZ. Hierdoor is meer centrale regie mogelijk, niet alleen voor wat betreft de inhoud van de procedure en de vraag wanneer een procedure wordt gestart maar ook bijvoorbeeld wie in de procedure als gemachtigde optreedt en of er wellicht voor alternatieve geschillenbeslechting moet worden gekozen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel d: Het gaat hier om een bevoegdheid van de burgemeester om de gemeente feitelijk te vertegenwoordigen. Deze machtigingen zullen voortaan centraal worden bijgehouden door de directeur Juridische Zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel C. Algemene wet bestuursrecht Deze bevoegdheid betreft bezwaren tegen primaire besluiten die zijn genomen en bekendgemaakt vóór 1 januari 2020. Vanaf die datum worden geen primaire ambtenaarrechtelijke besluiten meer genomen. De vanaf dan te verrichten rechtshandelingen vallen onder het arbeids(proces)recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel a: Het betreft hier een bevoegdheid die bestaat náást de bevoegdheid van andere rve-directeuren om een beslissing op bezwaar te nemen. De directeur DJZ is dus altijd bevoegd een beslissing op bezwaar te nemen. Dat betreft dus ook beslissingen op bezwaar tegen besluiten die door rve-directeuren, directeuren of stadsdeelsecretarissen genomen worden op grond van dit bevoegdhedenbesluit. In ieder geval is de directeur DJZ met uitsluiting van andere functionarissen gemandateerd om beslissingen op bezwaar in rechtspositionele aangelegenheden te nemen, met uitzondering van besluiten die de gemeentesecretaris of de directeur DJZ persoonlijk betreffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel d: De bevoegdheden genoemd onder sub b) tot en met e) hebben betrekking op de uitvoering van een aantal door Europese regelgeving voorgeschreven administratieve verplichtingen die de gemeente heeft tegenover de Europese Commissie. In de meeste gevallen wordt niet rechtstreeks met het Europese Commissie gecorrespondeerd, maar gaat dat via het ministerie van Binnenlandse Zaken.</p></div>", "next": 239538}