{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De inwerkingtreding van de Omgevingswet is de aanleiding voor het vaststellen van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO heeft een breder werkings- bereik dan zijn voorganger, de Landelijke handhavingsstrategie (LHS) uit 2014. Een deel van de taken, het basistakenpakket, moet worden uitgevoerd door de regionale omgevingsdiensten. Voor die basistaken moeten de bestuursorganen die in een omgevingsdienst deelnemen gezamenlijk een uniforme handhavingsstrategie vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die strategie moet zo nodig worden afgestemd met de instanties belast met de strafrechtelijke handhaving. Het Omgevingsbesluit stelt eisen aan de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De decentrale bestuursorganen stellen op basis daarvan kwaliteitscriteria vast voor het VTH-beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De LHSO is daarvan een belangrijk onderdeel. De decentrale bestuursorganen stellen op basis van deze eisen een uitvoerings- en handhavingsstrategie vast. Deze twee strategieën vormen in feite het uitvoerings- en handhavingsbeleid. Het is noodzakelijk dat hierin ook het handhavingsbeleid wordt opgenomen, bij voorkeur wordt er hier de LHSO voor gebruikt. Voor de omgevingsdiensten is het verplicht om, voor dit onderdeel, aan te sluiten bij de LHS en zijn opvolgers; nu dus de LHSO.10Op grond van de modelverordening uitvoering en handhaving van de VNG en het IPO. De link voor de omgevingsdiensten met de LHS en de LHSO staat beschreven in deel C (procescriteria), onder de 9b (de sanctiestrategie).</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2Doelstelling en werkingssfeer De overheid is verantwoordelijk voor het handhaven van het omgevingsrecht. Voor het bestuur geldt (bij herstelsancties) de zogenoemde beginselplicht tot handhaving. Het Openbaar Ministerie is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. De kwaliteitseisen die het Unierecht aan nationale handhaving stelt – handhaving moet doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn –, gelden door de toenemende invloed van het Unierecht op het omgevingsrecht voor een steeds groter deel van het omgevingsrecht en worden in de LHSO dan ook als uitgangspunt genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer regels worden overtreden – en het vertrouwen daardoor wordt geschaad –, is een passende interventie geboden. Welke interventie passend is, hangt af van de aard, zwaarte, oorzaken en gevolgen van de overtreding en van het verwachte effect van de interventie. Het gedrag van de overtreder speelt vooral bij bestraffende interventies ook een belangrijke rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit een oogpunt van rechtsgelijkheid behoren interventies in vergelijkbare situaties op eenzelfde wijze te worden toegepast. Interveniëren is daarbij breder dan het opleggen van sancties; ook aanspreken, waarschuwen en informeren kunnen in een concreet geval passende interventies zijn. De LHSO biedt een afwegingsinstrument om in concrete gevallen afgestemd, eenduidig, effectief en evenredig te kunnen interveniëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De LHSO dient als hulpmiddel voor een effectieve en rechtmatige handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brede toepasselijkheid; werkingssfeer ook naast de verplichte basistaken mogelijk De LHSO heeft betrekking op de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regels. Ze is bedoeld als instrument voor de organisaties belast met de handhaving daarvan. Toepassing van de LHSO leidt tot afgestemd en effectief bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk optreden. Daarom is de LHSO met de daarin neergelegde visie, uitgangspunten en richtsnoeren, breed toepasbaar. De LHSO kan dan ook door bestuursorganen worden vastgesteld voor andere taken dan de verplichte basistaken. Ook zou de LHSO kunnen worden toegepast door andere bestuursorganen. De uiteindelijke werkingssfeer hangt dus af van de mate waarin bestuursorganen de LHSO toepassen en in hun handhavingsbeleid overnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle bij de LHSO betrokken handhavingspartners hebben de wens en zien de verplichting om te komen tot integrale en effectieve handhaving op het geheel van ordeningswetgeving, en het omgevingsrecht in het bijzonder. De noodzaak ligt besloten in de wijze waarop de Europese en Nederlandse wetgever toezicht en opsporing en handhaving hebben geregeld. De noodzaak komt ook naar voren uit een reeks onderzoeksrapporten. De LHSO is de tussen de handhavingspartners afgestemde strategie om tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving af te wegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de vaststelling van de LHSO door het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOb) vervalt de landelijke handhavings- strategie van 4 juni 2014. De LHSO zal vijf jaar na de vast- stelling op initiatief van het Interprovinciaal overleg worden geëvalueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3Opzet van dit document Het grote bereik van de Omgevingswet brengt mee dat de LHSO een brede reikwijdte heeft. Er is daarom gekozen voor de volgende opzet. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten en beginselen voor de handhaving van het omgevingsrecht uiteengezet, waaronder die voor de noodzakelijk samenwerking tussen de handhavingspartners. Die beginselen en uitgangspunten spelen een belangrijke rol bij de wijze waarop de passende interventie wordt gekozen. De algemene strategie hiervoor is te vinden in hoofdstuk 3 (visie) en hoofdstuk 4 (stappenplan). In hoofdstuk 5 worden de randvoorwaarden en processtappen voor het werken met de LHSO gegeven. In aanvulling op de LHSO kunnen er handhavings- of sanctiestrategieën zijn voor specifieke deelterreinen van het omgevingsrecht vergelijkbaar met de aanvulling voor Seveso- overtredingen (Brzo) uit 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijke handhavingsstrategie (algemeen/basis) De handhavingsstrategie bestaat inhoudelijk uit een visie op de handhaving, een beschrijving van de keuzes tussen interventies, de processtappen om – in het licht van de uitgangspunten en beginselen – in een concreet geval tot de juiste keuze voor een passende interventie te komen en de beslispunten voor het bevoegd gezag. De landelijke VTH kwaliteitscriteria11In dit document wordt uitgegaan van de VTH Kwaliteitscriteria 2.2 uit 2019. vereisen voor het basistakenpakket een uniforme handhavingsstrategie op het niveau van de regio; door het overnemen van de landelijke handhavingsstrategie kan aan deze verplichting van met name de deelnemers aan een Omgevingsdienst worden voldaan. De handhavingsstrategie in hoofdstuk 3 ziet dan ook primair op de basistaken, waarvoor het vaststellen van een uniforme handhavingsstrategie op het niveau van de omgevingsdienst voor met name de deelnemers aan een Omgevingsdienst wettelijk verplicht is, maar kan ook worden vastgesteld voor en toegepast bij de uitvoering en handhaving van de niet-basistaken. De LHSO kan op deze manier worden gebruikt voor (veel) meer delen van of zelfs het gehele omgevingsrecht. Dat heeft als voordeel dat ook handhavingspartners zoals de politie en bijzondere toezicht- en opsporingsinstanties er meer mee zouden kunnen gaan werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keuzemodules niet-basistakenpakket: keuzestrategieën Vanwege de breedte van het omgevingsrecht is de handhavingsstrategie naar zijn aard algemeen. De keuze van bestuursorganen om de LHSO ook vast te stellen voor handhaving buiten de verplichte basistaken kan verder worden ondersteund met een aantal modules waarin bouwstenen en modellen zijn opgenomen voor specifieke deelterreinen van het omgevingsrecht buiten dat basistakenpakket. Te denken valt aan bouwregels en erfgoedregels, vanwege de daarvoor bestaande bestuurlijke boetebevoegdheden, maar het is denkbaar dat in de loop van de komende tijd andere modules worden toegevoegd die geschikt zijn voor een landelijke benadering.12De landelijke handhavingsstrategie Brzo die van toepassing is bij de hand­ having van Seveso­voorschriften, is een voorbeeld van een landelijke module die al bestond vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hier om een module ‘bovenop’ de algemene landelijke handhavingsstrategie voor eenbasistaak waarvoor de specifieke deskundigheid is vereist die bij een klein aantal (6) omgevingsdiensten is gebundeld. Er valt ook te denken aan modules voor andere taken dan de verplichte basistaken. Deze domeinspecifieke strategieën kan het bevoegd gezag (het OM daaronder begrepen) naar keuze vaststellen, al dan niet aangepast aan de lokale situatie. Ook kan het bevoegd gezag ervoor kiezen samen met het vaststellingsbesluit LHSO of in een latere aanvulling daarop eigen lokale, bovenlokale of regionale strategieën vast te stellen voor bepaalde deelterreinen naar keuze. De elektronische bekendmaking van zo’n besluit maakt deze beleidskeuze transparant.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 2 Uitgangspunten en beginselen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aan het Unierecht en het Nederlandse geschreven en ongeschreven recht kan een aantal uitgangspunten en beginselen worden ontleend die centraal staan bij de handhaving van het omgevingsrecht en de samenwerking tussen de handhavingspartners. Dat zijn de volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1Uitgangspunten A.Veilige en gezonde fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaving door de overheid van het omgevingsrecht draagt bij aan het bereiken van de doelen van de Omgevingswet: duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Ook handhaving is gericht op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en op het doelmatig beheren en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Vertrouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Omgevingswet gaat uit van vertrouwen. Bij vertrouwen hoort het nemen van verantwoordelijkheid. De overheid wil erop kunnen vertrouwen dat burgers en bedrijven zich houden aan de voor hen geldende regels. Burgers en bedrijven moeten er op kunnen vertrouwen dat de overheid degenen die regels overtreden daarop aanspreekt. Het spreekt vanzelf dat burgers en bedrijven erop kunnen vertrouwen dat de overheid ook zelf de regels naleeft. En de instanties die met de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht zijn belast, handelen op basis van onderling vertrouwen en respect.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Integraal, risico gestuurd en effectgericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaving in het omgevingsrecht is integraal (de activiteiten van de betrokken overheidsorganisaties zijn onderling afgestemd), risico gestuurd (prioritering op basis van regelmatige risico-inventarisatie om met beperkte capaciteit een zo groot mogelijke beperking van risico’s te bereiken) en effectgericht (het doel is een zo groot mogelijke naleving om bij te dragen aan de doelen van de Omgevingswet).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanzelfsprekend wordt waar nodig en/of op verzoek van handhavingspartners ook buiten vooraf gestelde prioriteiten opgetreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Onafhankelijk en professioneel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tot handhaving bevoegde gezag is sterk, slagkrachtig en onbevangen. Het heeft een onafhankelijke houding, is deskundig en professioneel, en handelt zonder vooringenomenheid. Handhavingsinstanties en hun medewerkers handelen consequent en vasthoudend op basis van de geldende wet- en regelgeving en de landelijke handhavingsstrategie. Het belang van sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhaving is groot. De handhavingsinstanties zijn daarom robuust, hebben voldoende kritische massa en beschikken over de benodigde professionele afstand tot het politiek-bestuurlijke gezag. Ook is het belangrijk dat er ruimte is voor medewerkers om hun professionele mening naar voren te brengen. Alle bevoegde bestuursorganen en handhavingsorganisaties dragen hier aan bij. Indien en voor zover omgevingsdiensten met de uitvoering van handhavingstaken op grond van de Omgevingswet zijn belast, verstrekken de bevoegde bestuursorganen deze diensten een duidelijke opdracht en een ruim mandaat om die opdracht op professionele wijze uit te kunnen voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Loyale samenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op effectieve handhaving werken de met handhaving belaste bestuurlijke, politiële en justitiële autoriteiten loyaal met elkaar samen, hebben ze regelmatig overleg en handelen ze op basis van vertrouwen en respect. Ze wisselen waar mogelijk en noodzakelijk informatie met elkaar uit en delen kennis met elkaar. Ze stemmen hun handhavingsprogramma’s op elkaar af om planmatig effectief en integraal te handhaven en ze stemmen hun handhavingsactiviteiten af om te komen tot passende interventies en de gekozen interventies effectief te doen zijn. Ze beseffen dat het delen van beschikbare informatie een noodzakelijke voorwaarde is voor een toereikende informatiepositie en effectieve handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhavingspartners voldoen zo aan de verplichtingen uit het Unierecht die zijn neergelegd in vele richtlijnen en verordeningen en worden afgeleid uit de algemene verplichting tot loyale samenwerking bij handhaving. Ook de aangifteplicht uit artikel 162 Sv en de voorlegplicht bij bestuurlijke boetes op grond van artikel 5:44 Awb zijn invulling van loyale samenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">F. Adequate overlegstructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Effectieve handhaving gaat uit van een adequate overlegstructuur waarin de bevoegde instanties en de bij hen werkzame toezichthouders en opsporingsambtenaren elkaar op het juiste moment informeren, overleg hebben en de vereiste loyale samenwerking tot stand brengen. De LHSO gaat uit van het bestaan van deze adequate overlegstructuur op zowel zaaksniveau als op meer algemeen, strategisch en beleid vaststellend niveau, met inachtneming van organisatorische verschillen per regio. Met deze overlegstructuur wordt ook de samenwerking tussen het bestuur en de politie en het openbaar ministerie loyaal en effectief gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">G. Dienstbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tot handhaving bevoegde bestuurlijk gezag verwacht van zijn bestuurders en medewerkers dat zij handelen in het algemeen belang en dat zij zich dienstbaar opstellen en rolvast zijn richting betrokken burgers en bedrijven, verzoekers om handhaving en overtreders.</p>\n<p class=\"lf-p\">H. Transparant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tot handhaving bevoegde gezag is transparant over zijn afwegingen, beleid, prioriteiten, activiteiten en resultaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2Beginselen A. Handhaving van het omgevingsrecht is gelijkwaardig, doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig om een goede naleving te bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Unierecht normeert een steeds groter deel van het omgevingsrecht en in toenemend detail. Dat betekent dat de nationale handhaving aan unierechtelijke kwaliteitseisen moet voldoen. De handhaving van unierechtelijke regels dient gelijkwaardig te zijn aan die van nationale regels, en ze dient doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig te zijn. Deze algemene, op artikel 4, derde lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie gebaseerde eisen horen daarom thuis in de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evenredigheidsbeginsel brengt met zich dat de herstelsancties, bijvoorbeeld de hoogte van de dwangsom, evenredig zijn aan het doel ervan en dat bij bestuurlijke boetes maatwerk wordt betracht. Bij de strafrechtelijke handhaving geldt het opportuniteitsbeginsel en is het evenredigheidsbeginsel beter bekend als beginsel van proportionaliteit en subsidiariteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Beginselplicht tot handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken (of een handhavingstraject in gang moeten zetten dat tot het gebruiken van die bevoegdheid zal of kan leiden). Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevorderen van normconform gedrag staat bij handhaving centraal. In het omgevingsrecht is vaak herstel van de rechtmatige situatie mogelijk. Voor herstelsancties geldt de beginselplicht tot handhaven. Het overheidsoptreden is erop gericht dat eenieder zich uit eigen beweging normconform gedraagt. De beginselplicht tot handhaving biedt in veel gevallen ruimte om eerst te waarschuwen. Een bepaald gedrag of de aard van de overtreding kan echter aanleiding zijn om niet te waarschuwen, en dan wordt normconform gedrag in beginsel afgedwongen door de inzet van steviger handhavingsinstrumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de geconstateerde overtreding nog voortduurt, is het handhavend optreden in ieder geval gericht op het beëindigen van de overtreding, herstel van de rechtmatige situatie (het naleven van de norm) en het voorkomen van herhaling, en bestraffing. Het bevoegd gezag beziet in voorkomende gevallen of er aanleiding is om ook een bestuurlijke boete op te leggen aan de overtreder of om in nauw overleg met het openbaar ministerie strafrechtelijk te reageren. Bestraffende sancties en herstelsancties kunnen immers naast elkaar voor dezelfde overtreding worden opgelegd. Met algemene kaders of in een concreet geval moet dan ook steeds worden bezien of er aanleiding is voor strafrechtelijke of bestuursrechtelijke bestraffing.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Gelijkheidsbeginsel De overheid behoort gelijke gevallen gelijk te behandelen. Voor het bestuurlijk bevoegd gezag vloeit dat voort uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het waarborgen van een level playing field is daarvan een onderdeel. Bij handhaving is dat van zo mogelijk nog groter belang. Dit vergt van de handhavende instanties dat zij stelselmatig en consistent handelen. Het uitgangspunt van transparantie en het gelijkheidsbeginsel betekenen dat het bestuursorgaan voorspelbaar handelt bij overtredingen. Het Openbaar Ministerie weegt bij zijn strafrechtelijke beslissingen het opportuniteitsbeginsel met het gelijkheidsbeginsel af. De werking van dat beginsel is in het strafprocesrecht niet altijd gelijk aan de werking in het bestuursrecht. Onderlinge afstemming en overleg is van groot belang om recht te doen aan zowel de bestuursrechtelijke als de strafrechtelijke invulling van het gelijkheidsbeginsel met het oog op effectieve handhaving en naleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Verdedigingsbeginsel De persoon of onderneming die als overtreder of als klager te maken krijgt met handhavend overheidsoptreden moet in de gelegenheid worden gesteld haar of zijn zienswijzen kenbaar te maken, en daarvoor een redelijke termijn te krijgen. Bij bestuursrechtelijke handhaving heeft dit beginsel mede uitwerking gekregen in de hoorplicht van art. 4:7 en 4:8 Awb (spoedeisende gevallen uitgezonderd). In voorkomend geval betekent dit dat de verklaring van een deskundige of getuige moet kunnen worden ingebracht. Het draagvlak van de handhaving wordt versterkt door een overheid die recht doet aan de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het verdedigingsbeginsel. Dat beginsel is ook neergelegd in tal van verdragsbepalingen (zoals artikel 6 EVRM) en in het Unierecht. In het strafrecht wordt de verdachte (onderneming) ook beschermd door zijn verdedigingsrechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Respect voor fundamentele rechten Het spreekt vanzelf, en het staat zeker niet op de laatste plaats: respect voor fundamentele rechten. Juist bij handhaving – waar veel handelen inbreuk (kan) maken op deze rechten - is dat respect van groot belang. Er moet daarbij in het bijzonder worden gedacht aan fundamentele rechten zoals het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het huisrecht en het zwijgrecht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 3 Visie op een passende interventie</h3>\n<p class=\"lf-p\">De LHSO zet in op een passende interventie bij iedere overtreding. Handhavers hanteren de strategie bij iedere constatering van een overtreding en maken daarbij gebruik van de daarin aangegeven instrumenten. Dit waarborgt een effectieve en doelmatige handhaving. Het draagt bij aan passend en eenduidig optreden. Het waarborgt rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een passende interventie is een interventie die is gebaseerd op de verzamelde feiten en op een beoordeling van de aard en ernst van de overtreding en van de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd, en die zo effectief en efficiënt mogelijk leidt tot spoedig herstel van de rechtmatige toestand, verdere naleving waarborgt, herhaling voorkomt en/of straft indien dit passend of noodzakelijk is om de normadressaat tot naleving te bewegen dan wel om de norm te bevestigen (speciale en generale preventie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in het omgevingsrecht tot een passende interventie te komen, zijn de volgende twee hoofdvragen leidend:</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzake herstel Is herstel mogelijk? Zo ja, dan is in elk geval bestuursrechtelijk optreden aangewezen en is de vervolgvraag:</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke bestuursrechtelijke interventie is in dit geval het meest geschikt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzake bestraffing Is er aanleiding voor bestraffing? Zo ja, dan is de vervolgvraag:</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke weg (bestuursrechtelijk of strafrechtelijk) is het meest passend?</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit zijn twee vragen met gelijk belang. Positieve beantwoording van de één betekent niet dat beantwoording van de andere hoofdvraag achterwege zou moeten worden gelaten. De vragen zijn nevengeschikt. Het zijn vragen die zowel door de bestuurlijke als door de strafrechtelijke handhavingspartners behoren te worden gesteld. In combinatie met het beginsel van loyale samenwerking betekent dit bijvoorbeeld ook dat het Openbaar Ministerie zich dient af te vragen of er herstel mogelijk is met bevoegdheden van de bestuurlijke handhavingspartners, en deze laatste partners of er bestraffende interventies kunnen zijn aangewezen waar het Openbaar Ministerie een taak heeft. Loyale samenwerking betekent onder meer ook dat waar mogelijk tijdig informatie wordt gewisseld om het beantwoorden van deze hoofdvragen op het juiste moment mogelijk te maken voor de ander in de handhavingssamenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 1a en 1b (inzake herstel) Centrale doelstelling van het omgevingsrecht is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit betekent dat bij de handhaving van het omgevingsrecht herstel van de rechtmatige toestand altijd het eerste doel moet zijn, indien herstel uiteraard mogelijk is. Herstel wordt hier ruim opgevat: het beëindigen van de overtreding, het wegnemen of beperken van de gevolgen van de overtreding en/of het voorkomen van herhaling van de overtreding. Het aansturen op herstel ligt primair op de weg van het bestuur, dat zo nodig namelijk een herstelsanctie (last onder bestuursdwang of last onder dwangsom) kan opleggen en effectueren. Dit volgt ook uit de beginselplicht tot handhaving. Welke bestuurlijke interventie het meest passend is, hangt af van de omstandigheden van het geval, zoals de aard en ernst van de overtreding, kenmerken van de overtreder en de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd of ontstaan. De keuze vindt plaats aan de hand van het stappenplan en de interventiematrix uit hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 2a en 2b (inzake bestraffing) In het kader van integrale handhaving moet steeds worden beoordeeld of er aanleiding is om de overtreder te bestraffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Redenen voor bestraffing worden ontleend aan de feiten en omstandigheden rond de overtreding, de overtreder of een combinatie daarvan. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de overtreder al eerder in de fout is gegaan (recidive) of dat de overtreder de overtreding calculerend of welbewust heeft gepleegd. Ook de ernst van de overtreding, de wens om wederrechtelijk genoten economisch voordeel af te romen, het belang van ontmoediging, normbevestiging, individuele en algemene preventie etc. kunnen dergelijke redenen vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafrechtelijke handhaving is vaak aangewezen bij overtreding van de regels door een bepaalde functionaris of onderneming die in ethisch opzicht of in verband met het bijzondere vertrouwen dat in haar of zijn nastreven van normconform gedrag wordt gesteld een voorbeeldrol heeft. Dit kan per geval en ook per domein verschillen en wordt beoordeeld aan de hand van het stappenplan en de toepasselijke interventiematrix alsmede aan de hand van tussen de betrokken handhavingspartners gemaakte (afgestemde) afspraken. Als herstel niet meer mogelijk is, kan geen herstelsanctie worden opgelegd. Dat kan een indicatie zijn om een bestraffende sanctie op te leggen. Zie verder hoofdstuk 4 van deze strategie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien in een concreet geval aanleiding bestaat voor bestraffing en het bestuursrecht voor de betrokken overtreding een bestraffende sanctie mogelijk maakt (bestuurlijke boete), moet worden bekeken welke weg in dat geval het meest passend is: de bestuursrechtelijke of de strafrechtelijke. Dit kan per geval en per domein verschillen. Het OM en het bestuur zullen hierover afspraken moeten maken. Bij deze afspraken zal in de eerste plaats rekening moeten worden gehouden met de wens van de wetgever in het betrokken domein over de verhouding tussen de bestuurlijke of strafrechtelijke bestraffing. Juist waar de wetgever bepaalde overtredingen niet uitsluitend beboetbaar heeft gesteld, maar zowel strafbaar als beboetbaar kan de wens van de wetgever over de keuze tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke bestraffing per domein of zelfs per (soort) overtreding uiteenlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook bij de inzet van het strafrecht is de effectiviteit in relatie tot de inzet van andere instrumenten leidend (optimum remedium in plaats van ultimum remedium). Doeltreffendheid, afschrikwekkendheid en evenredigheid zijn eisen die aan zowel de bestuursrechtelijke als de strafrechtelijke handhaving worden gesteld. Echter, het accent van deze eisen ligt bij strafrechtelijke handhaving iets anders dan bij bestuursrechtelijke handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo zal de doeltreffendheid bij de bestuursrechtelijke handhaving meer gewicht hebben, en afschrikwekkendheid meer bij de strafrechtelijke handhaving. De scherpte van de sancties in het strafrecht en de kracht van de strafprocesrechtelijke bevoegdheden en methoden voor waarheidsvinding onderscheiden zich van bestuursrechtelijke handhaving. Dat betekent vaak dat bestuursrechtelijke handhaving sneller en breder effect kan hebben, terwijl strafrechtelijke handhaving dieper kan en moet gaan, en mede daardoor in voorkomend wat meer tijd kan vergen. Dit zijn factoren die bij de keuze tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke bestraffing en bij de daarover te maken afspraken een rol zullen (moeten) spelen. OM, politie en andere opsporingsdiensten evenals het bestuur werken in voorkomende gevallen loyaal samen om tot een passende bestraffing te komen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 4 Stappenplan om te komen tot een passende interventie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk geeft een stappenplan voor het toepassen van de visie uit hoofdstuk 3. Startpunt van het stappenplan zijn de bevindingen van het toezicht (al dan niet na een melding of aangifte): de constatering van feiten en omstandigheden en het oordeel van de toezichthouder, boa of handhaver daarover (de vaststelling dat sprake is van een overtreding). Het stappenplan is een hulpmiddel om de juiste afwegingen te maken en moet in geen geval als een rigide beslisboom worden beschouwd. De LHSO is immers vooral een afwegingsinstrument voor uitvoerders en richt zich tot hen. Aan de hand van het stappenplan, waartoe de hierna weer te geven interventiematrix behoort, kan worden gekomen tot onderling afgestemd en effectief handelen van de handhavingspartners.13Dit is ook de reden waarom de LHSO – evenals haar voorgangster – niet als recht in de zin van artikel 79 RO kan worden beschouwd (zie onder meer HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:436 en Hof Arnhem­Leeuwarden 7 juli 2021, ECLI:NL:G­ HARL:2021:640). Uit rechtspraak vloeit voort dat op het openbaar ministerie niet de verplichting rust om in individuele, concrete gevallen te motiveren waarom de omstandigheden van die zaak het OM tot afwijking van de LHSO deden besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stappenplan bestaat uit de volgende vijf stappen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 1: positionering van de bevindingen in de basisinterventiematrix.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 2: bepalen van de verzwarende aspecten die aanleiding kunnen geven voor een ingrijpender herstelsanctie of voor strafrechtelijk onderzoek of bestraffing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 3: optreden aan de hand van de [algemene of domeinspecifieke] interventiematrix.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 4: bepalen of afstemmingsoverleg nodig is Stap 5: vastleggen stappen en beslissingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stappenplan wordt hieronder per stap toegelicht. Het begrip ‘handhaver’ ziet op iedere functionaris – toezichthouder, opsporingsambtenaar, handhavingsjurist – die binnen de betrokken organisatie (een of meer onderdelen van) het stappenplan doorloopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1Stap 1: positionering van de bevindingen in de basisinterventiematrix De handhaver14Afhankelijk van de organisatie of het complexe karakter van de betrokken kwestie kan dit positioneren door twee (of meer) handhavers plaatsvinden. bepaalt in welk segment van de in figuur 1 opgenomen matrix (de basisinterventiematrix) hij zijn bevindingen positioneert door (1) het beoordelen van de gevolgen van de overtreding voor de fysieke leefomgeving, zoals milieu, erfgoed, natuur, water, ruimtelijke ordening, veiligheid, gezondheid e.d., en (2) het typeren van de (vermeende) overtreder.15Uit een oogpunt van duidelijkheid wordt de term overtreder gebruikt, ook al kan in de praktijk op enig moment in een procedure blijken dat betrokkene toch niet als overtreder kan worden aangemerkt (bijvoorbeeld – vgl. bij rechts­ personen – omdat de overtreding hem/haar niet kan worden toegerekend of omdat er achteraf beschouwd geen sprake was van een overtreding).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Aanzienlijk en/of onom- keerbaar A4 B4 C4 D4 3. Van belang A3 B3 C3 D3 2. Beperkt A2 B2 C2 D2 1. Vrijwel nihil A1 B1 C1 D1 [gevolgen ↑/ overtreder →] A.</div>\n<p class=\"lf-p\">Goedwillend B.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverschillig C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Calculerend D.</p>\n<p class=\"lf-p\">Notoir/ crimineel Figuur 1Basisinterventiematrix voor het positioneren van de overtreding naar gevolgen en typering overtreder Ad 1 Typering van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving De handhaver beoordeelt de gevolgen van de geconstateerde overtreding voor de fysieke leefomgeving als: (vrijwel) nihil; of beperkt; of van belang; of aanzienlijk en/of onomkeerbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder gevolgen worden ook dreigende gevolgen verstaan, dat wil zeggen als de overtreding (mogelijk) leidt tot (bij categorie 3 en 4: aanmerkelijke) nadelige gevolgen van belang (of het risico daarop) voor de fysieke leefomgeving, zoals hinder, schade aan beschermde waarden (zoals milieu, natuur of erfgoed), verontreiniging, zieken, gewonden of doden (mens, plant en dier). Ook kunnen daaronder de gevolgen van een overtreding worden verstaan die de mogelijkheden van controle beperken of onmogelijk maken, en de gevolgen of verstorende effecten die de overtreding heeft of kan hebben voor het gezag van de overheid of voor het systeem van ordening- of normering van de betrokken bedrijfstak als zodanig. Bij gevolgen is sprake van een glijdende schaal en het verschilt per (type) overtreding wat de gevolgen kunnen zijn en hoe ernstig die kunnen zijn. In zijn algemeenheid gaat het bij categorie 1 en 2 om lichte overtredingen. Het onderscheid tussen gevolgen van belang (categorie 3) en aanzienlijke gevolgen (categorie 4) zit vooral in de ernst en omvang van de (dreigende) schade. Schade van enige omvang die onomkeerbaar is, wordt in beginsel ingedeeld in categorie 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor specifieke domeinen of specifieke (bijvoorbeeld veelvoorkomende) overtredingen kan de kwalificatie van de gevolgen van een geconstateerde overtreding nader worden uitgewerkt om de handhavers houvast te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver baseert zijn kwalificatie van de gevolgen op de bevindingen van het toezicht. Als duidelijk is dat de overtreding nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving heeft of kan hebben maar de precieze omgeving daarvan nog niet kan worden vastgesteld, hanteert hij als uitgangspunt dat er gevolgen van belang zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 2 Typering van (het gedrag van) de overtreder De handhaver typeert de overtreder aan de hand van zijn gedrag als:</p>\n<p class=\"lf-p\">Goedwillend (indien de overtreder proactief is, geneigd is om de regels te volgen en/of de overtreding het gevolg is van onbedoeld handelen); of Neutraal/onverschillig (indien de overtreder passief of reactief is, een houding van ‘moet kunnen’ heeft en/of de bevinding en de gevolgen van zijn handelen hem koud laten); of Calculerend/opportunistisch (indien de overtreder wist of moest weten wat de gevolgen van de bevinding zouden zijn en die op de koop toe neemt, alleen tot normconform gedrag overgaat indien de toezichthouder daar uitdrukkelijk op wijst (of daarvoor een sanctie laat opleggen of oplegt), bewust risico(’s) op overtreding neemt); of Notoir/crimineel (indien de overtreder bewust en structureel de regels overtreedt, controle bewust belemmert, criminele activiteiten ontplooit en/of deel uitmaakt van een criminele organisatie, sprake is van fraude, oplichting of witwassen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Van professionele marktpartijen en ervaren personen of bedrijven mag worden verwacht dat zij de regels kennen en streven naar de naleving daarvan.16Dit neemt uiteraard niet weg dat van de overheid kan worden verwacht dat burgers en bedrijven goed worden voorgelicht over nieuwe regels en wijzigingen van regels. Goede voorlichting en transparantie draagt bij aan grotere naleving. En voor de overheid als overtreder geldt hier dat voor de kennis over en de naleving van regels gelet op haar voorbeeldfunctie strenge maatstaven gelden. Dat betekent dat een geconstateerde overtreding al snel wijst op een onverschillige houding of zelfs aanknopingspunt kan zijn voor het aannemen van calculerend gedrag. Dat geldt sterker indien een overtreding (steeds) pas ongedaan wordt gemaakt nadat een toezichthouder erop heeft gewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver baseert de typering op de bevinding van het toezicht en neemt daarbij het gedrag van de overtreder en de toezicht- en handhavingshistorie mee in de beschouwing. De typering van de overtreder moet objectief en controleerbaar zijn en mag niet zijn gebaseerd op ‘onderbuikgevoelens’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de handhaver niet in staat is om de overtreder te typeren, dan is typering A het uitgangspunt bij overtredingen waarvan de gevolgen vrijwel nihil zijn (categorie 1) en typering B het uitgangspunt bij overtredingen met beperkte gevolgen, gevolgen van belang of aanzienlijke/onomkeerbare gevolgen (categorie 2, 3 en 4).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2Stap 2: bepalen van de verzwarende aspecten die aanleiding kunnen geven voor een ingrijpender herstelsanctie of voor strafrechtelijk onderzoek of bestraffing De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die aanleiding geven voor een meer ingrijpende op herstel gerichte interventie of voor bestraffing. Bij de op herstel gerichte interventie hangen de verzwarende aspecten samen met de mate waarin er op feiten en omstandigheden gebaseerd vertrouwen is dat de overtreder terugkeer naar normconformiteit nastreeft en herstel. Dat vertrouwen is bijvoorbeeld geschonden wanneer er sprake is van recidive. (hoofdvragen 1a en 1b) De handhaver bepaalt of er aspecten zijn die aanleiding geven voor bestraffing (hoofdvraag 2a), hetzij, - indien wettelijk mogelijk - met een bestuursrechtelijke bestraffing (bestuurlijke boete), hetzij met een strafrechtelijke bestraffing (strafbeschikking of strafvervolging). Hieronder valt ook de beslissing dat (nader) strafrechtelijk onderzoek aangewezen lijkt. De uitkomst van beantwoording van de hiervoor beschreven twee hoofdvragen (herstel of bestraffing) kan in veel gevallen zijn dat met herstel kan worden volstaan. Bij sommige aspecten is sowieso strafrechtelijke handhaving geïndiceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In zijn algemeenheid geldt dat de keuze voor de soort bestraffing afhankelijk is van de wens van de wetgever in het betrokken domein. De wens van de wetgever over de keuze tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke bestraffing loopt per domein of zelfs per (soort) overtreding uiteen. Zoals hiervoor is toegelicht, zal de doeltreffendheid bij de bestuursrechtelijke handhaving met bestraffende sancties meer gewicht hebben, en afschrikwekkendheid meer bij de strafrechtelijke handhaving. De scherpte van de sancties in het strafrecht en de kracht van de strafprocesrechtelijke bevoegdheden en methoden voor waarheidsvinding onderscheiden zich van bestuursrechtelijke handhaving. Dit zijn factoren die bij de keuze tussen bestuurs- rechtelijke en strafrechtelijke bestraffing en bij de daarover te maken afspraken in zijn algemeenheid een rol zullen (moeten) spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende aspecten worden in elk geval meegewogen bij de keuze voor strafrechtelijke bestraffing:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onomkeerbare gevolgen/geen herstelsanctie mogelijk: de overtreding heeft nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving die niet (meer) kunnen worden weggenomen, zoals onherstelbare milieuschade, of de normadressaat heeft het anderszins niet (meer) in zijn macht om de rechtmatige toestand te herstellen. Hoe groter en/of ernstiger de schade, hoe eerder strafrechtelijke handhaving is geïndiceerd. Een overtreding met onomkeerbare gevolgen zal overigens veelal al meteen bij het indelen in de basisinterventiematrix (stap 1) in de zwaardere interventiecategorie vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recidive: de normadressaat was al eerder in de fout gegaan en eerdere herstelsancties en/of een bestuurlijke boete hadden een onvoldoende preventief effect. Omdat het hier een beleidsmatige afweging betreft, zijn (algemene of domeinspecifieke) afspraken mogelijk over wat onder recidive wordt verstaan: herhaling van dezelfde overtreding, van eenzelfde type overtreding (en wat dat dan is) of van een overtreding in het betrokken domein – en alles daartussen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van recidive worden ook overtredingen meegenomen uit andere regio’s, ook overtredingen uit aangrenzende landen of het verdere buitenland kunnen worden meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkregen financieel voordeel (winst of besparing): de normadressaat heeft door zijn handelen of nalaten financieel voordeel behaald en/of het behalen van financieel voordeel was het doel. Als het voordeel (substantieel) hoger is dan de maximale bestuurlijke boete die voor het betrokken feit kan worden opgelegd of als er helemaal geen bestuurlijke boete kan worden opgelegd, is strafrechtelijke handhaving aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Combinatie met andere relevante strafbare feiten: de normadressaat heeft andere strafbare feiten gepleegd om de in het omgevingsrecht geconstateerde overtreding te verhullen, zoals valsheid in geschrifte of omkoping, of de geconstateerde overtreding is gepleegd in het kader van andere strafbare feiten, zoals witwassen. Een zeer belangrijke indicator is ook het vermoeden van het bestaan van een criminele organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medewerking van malafide deskundigen (“facilitators”):</p>\n<p class=\"lf-p\">De normadressaat is bij zijn handelen ondersteund door malafide deskundigen, zoals malafide vergunningverlenende of certificerende instellingen, keuringsinstanties en brancheorganisaties. Het gaat hier om de inschakeling van ‘facilitators’, dat wil zeggen sleutelfiguren in een branche die niet-naleving bewust faciliteren. Het ligt voor de hand dat het strafrecht zich in het bijzonder juist op deze facilitators zal richten. Loyale samenwerking tussen het OM en het bestuur is hier van groot belang alleen al gelet op de taken en bevoegdheden van het bestuur bij het verlenen en intrekken van vergunningen, certificaten en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarheidsvinding: soms is strafrechtelijke handhaving aangewezen vanwege de mogelijkheid van het toepassen van opsporingsbevoegdheden waarover de bestuurlijke organisaties niet beschikken. Strikt genomen gaat het hier niet om een verzwarende omstandigheid maar om de inzet van onderzoeksbevoegdheden die alleen in het strafrecht voorhanden zijn. Die bevoegdheden kunnen veelal alleen worden ingezet bij zwaardere feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normbevestiging: het strafrecht is het meest indringende corrigerende systeem. Juist door zijn expressieve kracht is het bij uitstek geschikt om het belang van regels en de ernst van niet-naleving te agenderen bij politiek, publiek en branche.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op deze algemene verzwarende aspecten kunnen per domein domeinspecifieke verzwarende aspecten worden geformuleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3Stap 3: optreden aan de hand van de algemene of domeinspecifieke interventiematrix De LHSO heeft als uitgangspunt om de meest effectieve interventie in te zetten. Dat betekent in veel gevallen dat kan worden volstaan met een lichte interventie. In andere gevallen brengt de situatie mee dat zo’n lichte interventie geen recht doet, en moet een zwaardere, meer ingrijpende interventie worden gekozen. Per situatie wordt deze ‘interventieladder’ beoordeeld met de vraag wat de meest effectieve interventie is in het concrete geval. Daarbij speelt ook het maatschappelijk draagvlak voor handhaving een belangrijke rol. Zo zal bij een goedwillende overtreder die een lichte overtreding zonder nadelige gevolgen heeft gepleegd (positionering in segment A1) in eerste instantie kunnen worden volstaan met aanspreken, informeren of waarschuwen.17Dit is ook de bedoeling van de wetgever (MvT Omgevingswet, Kamerstukken II 2013/14, 33962, nr. 3, p. 48): “Wanneer de gevolgen van een overtreding beperkt zijn en de overtreder normaal gesproken de regels naleeft en de betreffende overtreding onbedoeld heeft begaan, zal kunnen worden volstaan met een lichte interventie, zoals een waarschuwing.” Moet die overtreder (beperkte) maatregelen treffen om de overtreding op te heffen en laat hij dat na of gaat hij anderszins weer in de fout, dan wordt opgeschaald naar bijvoorbeeld het opleggen van een herstelsanctie of een bestuurlijke boete.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver gebruikt bij stap 4 de algemene of, indien beschikbaar en van toepassing, de domeinspecifieke interventiematrix. Dit werkt als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van de toepasselijke interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 (paragraaf 4.1) in de basisinterventiematrix heeft gepositioneerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de bij het betreffende segment behorende interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is. Daarbij maakt hij gebruik van zijn bevindingen bij stap 2 (inzake eventuele verzwarende aspecten; paragraaf 4.2).</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver zet de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft, pakt de handhaver direct door via het inzetten van een zwaardere (combinatie van) interventie(s).</p>\n<p class=\"lf-p\">De (mogelijke) gevolgen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Interventiematrix 4. Aanzienlijk en/of onomkeerbaar Strafrecht BSB (indien mogelijk)/PV Strafrecht BSB (indien mogelijk)/PV Strafrecht BSB (indien mogelijk)/PV/ nader strafr. onderzoek Strafrecht PV/nader strafr. onderzoek Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht ingrijpend Exploitatieverbod/sluiting Schorsen/intrekken vergunning, erkenning of certificaat Bestuursrecht ingrijpend Exploitatieverbod/sluiting Schorsen/intrekken vergunning, erkenning of certificaat Bestuursrecht herstellend LOD/LOB (incl.tijdelijk stilleggen) Verscherpt toezicht Bestuursrecht herstellend LOD/LOB (incl.tijdelijk stilleggen) Verscherpt toezicht Bestuursrecht herstellend LOD/LOB (incl.tijdelijk stilleggen) Bestuursrecht herstellend LOD/LOB (incl.tijdelijk stilleggen) 3. Van belang Strafrecht BSB (indien mogelijk)/PV Strafrecht BSB (indien mogelijk)/PV Strafrecht BSB (indien mogelijk)/PV/ nader strafr. onderzoek Strafrecht PV/nader strafr. onderzoek Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht ingrijpend Exploitatieverbod/sluiting Schorsen/intrekken vergunning, erkenning of certificaat Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek/ waarschuwing Bestuursrecht herstellend LOD/LOB (incl.tijdelijk stilleggen). Verscherpt toezicht Bestuursrecht herstellend LOD/LOB (incl.tijdelijk stilleggen). Verscherpt toezicht Bestuursrecht herstellend LOD/LOB (incl.tijdelijk stilleggen) 2. Beperkt Strafrecht BSB (indien mogelijk)/PV Strafrecht BSB (indien mogelijk)/PV Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek/ waarschuwing Bestuursrecht herstellend LOD/LOB (incl.tijdelijk stilleggen). Verscherpt toezicht Bestuursrecht herstellend LOD/LOB (incl.tijdelijk stilleggen) 1. Vrijwel nihil Strafrecht BSB (indien mogelijk)/PV Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijkeboete (indien mogelijk) Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek/ waarschuwing Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek/ waarschuwing</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gedrag van de overtreder is:</p>\n<p class=\"lf-p\">A. Goedwillend, proactief (dwz beëindigt overtreding eigener beweging) B. Onverschillig C. Calculerend D. Notoir/crimineel In aanvulling op de LHSO kunnen er handhavings- of sanctiestrategieën zijn voor specifieke deelterreinen van het omgevingsrecht vergelijkbaar met de aanvulling voor Seveso-overtredingen (Brzo) uit 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatvoering (termijnen) In algemene zin geldt voor het stellen van termijnen het volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedragsvoorschriften dienen direct in acht te worden genomen. Hiervoor moet geen of hooguit een zeer korte termijn te worden gesteld om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In alle andere gevallen, waaronder ook situaties waarin voor het treffen van herstelmaatregelen (al dan niet aanzienlijke) investeringen moeten worden gedaan, geldt: hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. De termijn moet altijd worden afgestemd op de tijd die redelijkerwijs nodig is om de benodigde herstelmaatregelen te treffen, dus rekening houdend met de technische en organisatorische uitvoerbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4Stap 4: bepalen of afstemmingsoverleg nodig is Indien er aan de hand van stap 1 en stap 2 wordt vastgesteld dat er aanleiding is voor bestraffing, beziet de handhaver bij stap 3 of er overleg met andere handhavende instanties is afgesproken of om andere redenen nodig is. Indien er is afgesproken dat de bestraffende interventie een strafrechtelijke is, dan wordt die weg ingezet. Indien er sprake is van opzettelijk of zeer nalatig veroorzaken van gevaar aan personen en/of milieu wordt steeds overleg met het OM gevoerd. Afhankelijk van de afspraken vindt er nadere afstemming plaats of niet. De gemaakte afspraken en de afstemming kunnen betekenen dat er een gezamenlijke interventie plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze stap beoogt het faciliteren van goede afstemming en weloverwogen inzet van het handhavingsinstrumentarium. Het betreft daarom tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien nodig en volgens de (algemene of domeinspecifieke) gemaakte afspraken het overleg op met politie en OM en omgekeerd. Samen met tijdige informatie- uitwisseling is dit tweerichtingsverkeer een uitwerking van het beginsel van loyale samenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan overleg is meer behoefte als voor de betrokken situatie geen standaard afspraken over de afstemming tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De standaardafspraken voor de betrokken situatie kunnen voorzien in overleg of overleg wordt gezocht als de handhaver in de bevindingen van het concrete geval aanleiding ziet om van de standaard afspraken af te wijken. Uit een oogpunt van doelmatige handhaving wordt zoveel mogelijk gehandhaafd op basis van algemene afspraken tussen bestuur, politie en justitie over afstemming en keuzes voor afdoening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de handhaver in een concreet geval concludeert dat overleg over de afstemming en inzet van bestuurs- en/ of strafrecht nodig is, wordt gehandeld op basis van vooraf tussen bestuursrechtelijke handhavingsinstanties, bijzondere opsporingsdiensten, politie en OM gemaakte algemene afspraken over hun inzet en samenspel (afstemming). Alleen zo kan in voorkomende gevallen accuraat en effectief optreden worden gewaarborgd, vooral als sprake is van spoed en/of heterdaad. Situaties waarin de vooraf gemaakte afspraken niet voorzien, zullen apart door de betrokken instanties worden beoordeeld, in een regulier overleg of in ad hoc overleg als snelheid is vereist. Uit het overleg volgt hoe de betreffende overtreding verder wordt opgepakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten slotte wordt, ongeacht de positionering van overtreding en overtreder, standaard aangifte bij het OM gedaan als toezichthouders de volgende ernstige bevindingen doen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toezicht wordt bewust onmogelijk gemaakt, bijvoorbeeld door het onterecht weigeren van toegang, intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van bewijs en/of poging tot omkoping.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toezichthouder constateert dat er opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder andere sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van verkeerde informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze vormen van niet-medewerking aan het toezicht wordt tevens bestuursrechtelijk opgetreden met het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang (artikel 5:20, derde lid, en 5:32 Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.5Stap 5: vastlegging stappen en beslissingen De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden systematisch, verifieerbaar en transparant vastgelegd, zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod van misbruik van bevoegdheid. De handhaver neemt hierbij in aanmerking dat handhavingsbeleid, waartoe naar vaste rechtspraak ook een handhavingsstrategie en/of interventieladder behoort, in de regel moet worden gevolgd en dat handelen in afwijking van het beleid zorgvuldig moet worden afgewogen en deugdelijk moet worden gemotiveerd. Ook wordt zo inzichtelijk op welke wijze verzwarende en verzachtende omstandigheden een rol hebben gespeeld bij de keuze, wat bijdraagt aan een consistent overheidshandelen. Het verdient aanbeveling om te werken met een vast model voor verslaglegging dat zoveel mogelijk landelijk wordt gehanteerd en in de gebruikte ICT systemen is ingebouwd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 5 Randvoorwaarden voor werken met de LHSO</h3>\n<p class=\"lf-p\">Eventuele vaststelling en bekend­ making als beleid(sregel) De LHSO kan elektronisch worden bekendgemaakt als beleidsregel. Vaak zal er daarnaast een beleidsregel moeten worden vastgesteld waarin duidelijk wordt gemaakt dat en hoe de LHSO wordt gevolgd in het eigen beleid. Er is daarvoor een model-vaststellingsbesluit beschikbaar dat door het betrokken bestuursorgaan kan worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afstemming met ander handhavingsbeleid Het bestaande handhavingsbeleid dient waar nodig te worden afgestemd op de LHSO. De betrokken handhavende instantie is verplicht om een handhavingsstrategie vast te stellen en kan hierbij gebruik maken van de LHSO. Voor bepaalde beleidsterreinen zullen daarvoor naar verwachting in de toekomst modellen worden ontwikkeld die kunnen worden overgenomen of waarbij aansluiting kan worden gezocht. Om recht te doen aan het uitgangspunt van een transparante overheid zouden deze keuzestrategieën ook als beleidsregel moeten worden vastgesteld die elektronisch wordt bekendgemaakt. Het model-vaststellingsbesluit gaat uit van deze mogelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overlegstructuur Het is voor een effectieve handhaving van groot belang dat er effectief en loyaal wordt samengewerkt tussen alle betrokkenen (bevoegde bestuursorganen, toezichthouders en opsporingsambtenaren, politie en openbaar ministerie). Deze samenwerking moet zo zijn georganiseerd dat de juiste personen op het juiste moment structureel of juist ad hoc en zaakgericht overleggen en informatie uitwisselen. Structureel afstemmingsoverleg en overleg over signalen of concrete zaken met het OM en de politie dient te zijn gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organisatorische borging Niet alleen op papier, maar ook organisatorisch moet uitvoering van de LHSO en in het bijzonder de afstemming en samenwerking geborgd zijn. Dat betekent dat de betrokken instanties ervoor zorgen dat relevante functies (zoals contactpersonen en specialisten) structureel bemenst zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Model verslaglegging stappen Het verdient aanbeveling om te werken met een vast model voor verslaglegging van de stappen en beslissingen in handhavingstrajecten dat zoveel mogelijk landelijk wordt gehanteerd en in de gebruikte ICT systemen is ingebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">BIJLAGE 1 Concept Model vaststellingsbesluit handhavingsstrategie Omgevingsrecht Beleidsregel Handhavingsstrategie Omgevingsrecht provincie xxx/ Waterschap xxx/ Gemeente xxx Het college van Gedeputeerde Staten/het college van dijkgraaf en heemraden/het college van Burgemeester en wethouders (en de burgemeester) Gelet op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 18.1 en 18.20, eerste lid, Omgevingswet;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.5</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsbesluit;</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel xx Verordening Kwaliteit, toezicht en handhaving Omgevingsrecht xx Besluit vast te stellen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregel Handhavingsstrategie omgevingsrecht en de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht De handhavingsstrategie Bouwen (bij wijze van voorbeeld) De handhavingsstrategie Cultureel Erfgoed (bij wijze van voorbeeld) De handhavingsstrategie Horeca ((bij wijze van voorbeeld van een optioneel lokaal geformuleerde strategie) Het verdient aanbeveling om in het vaststellingsbesluit (of in de daarmee vast te stellen besluiten) voorzieningen op te nemen van overgangsrecht, en een uitdrukkelijke bepaling die de citeertitel voorschrift.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage3Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen Versie 2023 Inleiding Met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) is inzichtelijk gemaakt hoe verschillende handhavingsinstrumenten kunnen worden ingezet bij bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving van het omgevingsrecht. Wanneer uit de LHSO volgt dat een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang moet worden opgelegd is zorgvuldige besluitvorming van belang. Deze leidraad helpt bij het motiveren van de begunstigingstermijn en de evenredigheid van de hoogte van de last. De leidraad benoemt veel voorkomende overtredingen en geeft standaard begunstigingstermijnen en standaard dwangsombedragen. Het bevoegd zal natuurlijk wel altijd zelf moeten kunnen motiveren waarom voor deze termijn of hoogte van het dwangsombedrag gekozen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leidraad is geschreven met de Omgevingswet als scope. Voor de hoogte van de dwangsommen is aangesloten bij MKB-bedrijven omdat het hier gaat om veel voorkomende overtredingen van soortgelijke omvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leidraad tracht een overzicht te geven van jurisprudentie en belangrijke overwegingen. Het bestuursrecht is dynamisch waardoor deze leidraad niet compleet kan zijn. Dit document is dan ook informerend van aard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijzigingen ten opzichte van eerdere versies.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze editie is jurisprudentie tot begin 2023 opgenomen over het opleggen en verbeuren van dwangsommen. De scope van de leidraad is verbreed door ook expliciet aandacht te geven aan de bestuurlijke waarschuwing en het innen van dwangsommen. Daarnaast is het aspect ‘recidive’ expliciet opgenomen. Tot slot zijn de dwangsombedragen aangepast naar de huidige stand van zaken en is een rekenmethodiek toegevoegd voor die gevallen dat er sprake is van een zeer financieel krachtige ondertoezichtstaande.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeswijzer Het proces om te komen tot een handhavingsbeschikking verloopt veelal via een tweestapshandhaving zoals weergegeven in figuur 1. Dit proces is dan ook gebruikt voor de structuur van deze leidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 1: proces van toezicht en handhaving Hoofdstuk 1 gaat over het uitvoeren van toezicht en heeft betrekking op de stappen ‘initiële controle’ tot en met ‘hercontrole’. In hoofdstuk 2 wordt het uitvoeren van de handhaving van ‘vooraankondiging’ tot en met ‘controle op de last’ behandeld. Hoofdstuk 3 gaat vervolgens over de te nemen vervolg stappen. In hoofdstuk 4 wordt uitleg gegeven over standaard dwangsombedragen en begunstigingstermijnen. Vanwege spoedeisendheid zijn bepaalde stappen in het proces over te slaan. Hierover wordt in paragraaf 2.1 verder aandacht besteed.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage 1 zijn van veelvoorkomende overtredingen van het omgevingsrecht de kwalificatie volgens de LHSO weergegeven, evenals de mogelijke sancties, de hoogte van de dwangsom en eventuele bijzonderheden. Bijlage 2 is een rekenmethode opgenomen voor financieel draagkrachtige ondertoezichtstaanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">1Het uitvoeren van toezicht In dit hoofdstuk wordt het uitvoeren van toezicht behandeld. In paragraaf 1.1 wordt ingezoomd op de initiële controle en de beleidsmatige verankering van deze leidraad. Paragraaf 1.2 gaat over het vaststellen van overtredingen, het bepalen wie de normaddressaat en overtreder is en ook of er sprake is van recidive.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1Initiële controle Het proces van toezicht en handhaving start altijd met een initiële controle. Deze controle kan planmatig, thematisch of vanuit een klacht/handhavingsverzoek ontstaan. De diepgang van de controle is afhankelijk van het soort controle en het beleid dat gevoerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1.1 Beleid Het bevoegd gezag is op basis verplicht om uitvoerings- en handhavingsbeleid op te stellen. In dit beleid wordt gemotiveerd aangegeven welke doelen het bevoegd gezag zichzelf stelt bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten zij daartoe zullen uitvoeren. Dit beleid wordt ook afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zoals het openbaar ministerie. In dit uitvoeringsbeleid zijn de volgende onderwerpen opgenomen: prioriteitstelling, samenwerking met strafrecht, hoe de doelen van het beleid worden gemonitord, op welke wijze en hoe uitvoering gegeven wordt aan bestuurlijke sancties, de termijnen die bij het geven en uitvoeren van sancties worden gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de LHSO is inzichtelijk gemaakt hoe en welk handhavingsinstrument kan worden ingezet bij bestuurs- en strafrechtelijke handhaving van het omgevingsrecht. De LHSO is voor de basistaken verplicht om toe te passen. Voor de taken die het bevoegd gezag zelf uitvoert of als plustaak laat uitvoeren door een omgevingsdienst, moet in het uitvoerings- en handhavingsbeleid worden bepaald welke strategie gevolgd wordt. Hierbij heeft eenduidige aansluiting bij de LHSO de voorkeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1.2 Prioritering en handhavingsverzoeken De capaciteit voor Toezicht en Handhaving is beperkt. Daarom is prioritering altijd nodig. Volgens vaste jurisprudentie mag handhavingsbeleid er niet toe strekken dat tegen overtredingen met een lage prioriteit nooit wordt opgetreden (ECLI:NL:RVS:2014:1982).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het prioriteringsbeleid kan wel een reden zijn om bij handhavingsverzoeken een aanvullende afwegingen te maken. Het karakter van het overtreden voorschrift, het daarbij betrokken algemene belang en de belangen van de verzoeker om handhaving van de verzoeker om handhaving kunnen van geval tot geval reden zijn om al dan niet over te gaan tot handhaving (ECLI:NL:RVS:2021:1961).</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2Bepalen overtreding en overtreder 1.2.1 Overtreding Op grond van artikel 5:1 van de Awb is sprake van een overtreding als er een gedraging is die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Het aspect gedraging moet ruim worden opgevat. Ook het nalaten van een handeling of het laten bestaan van een situatie valt onder een gedraging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezichthouders voeren hun toezichtstaak uit op grond van hun bevoegdheden uit hoofdstuk 5 van de Awb, eventueel aangevuld met bevoegdheden uit bijzondere wetten, .</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2.2 Normaddressaat en overtreder Wanneer een overtreding is vastgesteld, dient vastgesteld te worden wie normaddressaat en overtreder is. De normaddressaat is de (rechts)persoon voor wie de norm geldt. Afhankelijk van de na te leven norm kan dat zijn ‘een ieder’ (zie bijvoorbeeld art 13 Wet bodembescherming), ‘de drijver van de inrichting’ (bijvoorbeeld bij vergunningen), ‘degene die de activiteit uitvoert’ (zie bijvoorbeeld art 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer). Naast deze voorbeelden bestaan er nog meerdere rechtsfiguren voor de normaddressaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een handhavingsbeschikking moet opgelegd worden aan de overtreder. De overtreder hoeft niet per definitie de (rechts)persoon te zijn op wiens naam de vergunning of melding voor de betreffende activiteit staat. De overtreder kan zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is, net als in het strafrecht, dat de bestuurlijke sanctie kan worden opgelegd aan degene of degenen, die de gedraging «pleegt» of «plegen». Dat kan zijn door het fysiek zelf uitvoeren van een verboden handeling of door tussenkomst van een ander (functionele pleger). Ook als de overtredingen worden uitgevoerd door medewerkers of andere ondergeschikten en de eigenaar/bestuurder van een bedrijf deze handelingen heeft aanvaard ontstaat functioneel pleger. Ook deelnemers, medeplegers, feitelijk leidinggevenden zijn via de last onder dwangsom aan te schrijven. Artikel 5:1 lid 3 Awb verklaart artikel 51 lid 2 Sr namelijk van toepassing.18Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 78-79 19 Bleeker T.R., 2021, MILIEUAANSPRAKELIJKHEID VAN LEIDINGGEVENDEN : Over strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke sanctionering van leidinggevenden voor milieuovertredingen in bedrijfscontext 1.2.3 Recidive Omdat recidive duidt op slecht naleefgedrag en daarmee afbreuk wordt gedaan aan de belangen die met de wet- en regelgeving worden beschermd, is het noodzakelijk om stevig op te treden. Dit kan één van de redenen zijn om stappen in het handhavingsproces te versnellen of een hogere handhavingsbeschikking op te leggen. Voor recidive is niet noodzakelijk dat de overtreding wordt herhaald binnen dezelfde gemeente. Ook herhaling van een overtreding binnen een andere gemeente of provincie van de Omgevingsdienst kunnen worden aangemerkt als recidive.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recidive kan ook ontstaan als: nog geen vijf jaar verstreken zijn sinds het plaatsvinden van de vorige overtreding, en; eerder een voornemen tot handhavend optreden verzonden; dit voornemen heeft geleid tot het ongedaan maken van de overtreding, of; eerder een proces-verbaal opgemaakt is dat heeft geleid tot een onherroepelijke strafbeschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er sprake is een overtreding van een voorschrift dat een periodiek karakter heeft (bijvoorbeeld een 10 jaarlijkse periodieke keuring van een installatie) moet in afwijking van bovengenoemde vijf jaar gekeken worden naar de cyclus van het overtreden voorschrift. In dit voorbeeld is dus ook na 10 jaar nog sprake van recidive.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoeft niet specifiek te gaan om hetzelfde overtreden voorschrift of artikel. Recidive ontstaat ook bij eerdere overtreding binnen hetzelfde omgevingscompartiment (bijvoorbeeld bodem, welstand, water etc.) die voor de beoordeling van de voorliggende overtreding relevant zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3Bestuurlijke waarschuwing De LHSO geeft, met uitzondering van overtredingen die een aanzienlijk en/of onomkeerbaar gevolg hebben voor de fysieke leefomgeving, de mogelijkheid om een bestuurlijk gesprek/waarschuwing te gebruiken als instrument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bestuurlijke waarschuwing is in principe geen besluit als bedoeld in de Awb waardoor hier geen rechtsmiddelen tegen kunnen worden aangewend. Uitzondering hierop is als de waarschuwing direct volgt uit een wettelijke voorschrift en als in het handhavingsbeleid is opgenomen dat een bestuurlijke waarschuwing gegeven moet worden alvorens een ander handhavingsinstrument ingezet moet worden (ECLI:NL:RVS:2018:1449). In het Omgevingsrecht is veelal sprake van handhaving op grond van beleidsregels. Dergelijke waarschuwingen zijn geen besluit als bedoeld in de Awb (ECLI:NL:CBB:2019:30).</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu er geen sprake is van een besluit als bedoeld in de Awb gelden er beperkte kwaliteitseisen voor de bestuurlijke waarschuwing. Relevant is wel dat door het uitdragen van een waarschuwing het bevoegd gezag op de hoogte is van een overtreding. Het enkele feit dat er een lange termijn kan zitten tussen een waarschuwing en daadwerkelijk opleggen van een handhavingsbeschikking ontslaat de overtreder er niet van om actie te ondernemen (ECLI:NL:RVS:2019:2610), maar kan wel belemmeringen opleveren bij latere handhaving (ECLI:NL:RVS:2022:559). Ook het vertrouwensbeginsel (zie LHSO voor nadere uitwerking) kan aandacht vragen als er een lange termijn zit tussen de bestuurlijke waarschuwing en het opleggen van de feitelijke last.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.4 Hercontrole De laatste stap in de fase van toezicht houden is het uitvoeren van een hercontrole. Na het verlopen van de termijn opgenomen in de bestuurlijke waarschuwing volgt een hercontrole. Doel van deze controle is het vaststellen of de vastgestelde overtreding is beëindigd en/of hersteldhersteld. Als de situatie is opgelost eindigt het proces van toezicht. Als de overtreding niet (volledig) is beëindigd wordt overgestapt naar handhaving. Het is mogelijk dat tijdens de hercontrole een andere overtreding wordt vastgesteld dan opgenomen in de bestuurlijke waarschuwing. In zo’n geval zal voor de nieuw vastgestelde overtreding een nieuwe bestuurlijke waarschuwing moeten worden opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Opleggen en uitvoeren van bestuurlijke sancties In dit hoofdstuk wordt de fase van het uitvoeren van handhaving, vanaf het opstellen van een vooraankondiging tot en met de controle op de uitvoering van de handhavingsbeschikking, beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1Vooraankondiging Voordat een definitieve handhavingsbeschikking wordt opgelegd, wordt – met uitzondering van gevallen met zeer spoedeisend belang –een vooraankondiging opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.1 Spoedeisend belang Er is sprake van spoedeisend belang als de situatie zo spoedeisend is dat een besluit niet kon worden afgewacht (ECLI:NL:RVS:2016:3299). Bij spoedeisend belang kan uitsluitend gebruik worden gemaakt van bestuursdwang op grond van artikel 5:31 Awb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft twee mogelijkheden 1) bij voldoende spoedeisend belang direct een handhavingsbesluit zonder begunstigingstermijn nemen of 2) bij zeer spoedeisende situaties pas na afloop een handhavingsbesluit nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag moet onderbouwen waarom er sprake is van een spoedeisende situatie. Veelal gaat het om situaties waarbij direct moet worden ingegrepen vanwege de gevaren voor mens of milieu. De bouwvallige staat van een pand, lekkende vaten chemisch afval of acuut brandgevaar of het ontbreken van brandbeveiligingsinstallaties zijn allen aangemerkt als spoedeisende situaties (ECLI:NL:RVS:2021:1549; ECLI:NL:RVS:2016:1855, ECLI:NL:RVS:2015:1458, ECLI:NL:RVS:2020:514).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook zeer ernstige hinder, bijvoorbeeld ernstige geuroverlast kan aanleiding zijn om spoedeisende bestuursdwang toe te passen (ECLI:NL:RVS:2019:3552).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij spoedeisendheid belang speelt ook mee hoe lang het bevoegd gezag al op de hoogte was van de situatie. Even wachten met handelen mag (ECLI:NL:RVS:2015:3550), maar niet te lang (ECLI:NL:RVS:2007:BA2669). Natuurlijk hangt deze termijn af van de specifieke situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook al is er sprake van een spoedeisende situatie dan berust op het bevoegd gezag de taak om te oordelen of een korte begunstigingstermijn geboden kan worden (ECLI:NL:RVS:2021:1549). Ook moet de overtreder altijd zelf in de gelegenheid worden gesteld de overtreding te beëindigen (ECLI:NL:RVS:2021:1159).</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er geen sprake van een spoedeisend belang, dan zal altijd een vooraankondiging moeten worden opgesteld. In de vooraankondiging geeft het bevoegd gezag aan dat het van plan is om een handhavingsbeschikking te nemen. De vooraankondiging is geen besluit waartegen bezwaar en beroep open staat. Met de vooraankondiging wordt gepoogd om de ondertoezichtstaande in de gelegenheid te stellen om een zienswijze in te dienen (4:8 Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vooraankondiging wordt ingezet bij herstelsancties (last onder dwangsom en last onder bestuursdwang). Bij een bestuurlijke boete is de formele term ‘voornemen’ (5:50 Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.2 Keuze voor het handhavingsinstrument In de vooraankondiging wordt het gekozen handhavingsinstrument gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofdregel van de Awb (zie artikel 5:21) is dat gekozen wordt voor het instrument bestuursdwang. In afwijking van bestuursdwang kan gekozen worden voor een last onder dwangsom als het belang van het te handhaven voorschrift zich daar niet tegen verzet (5:32 Awb). Zo is bij urgente en onomkeerbare zaken bestuursdwang meer geschikt dan de dwangsom. In de LHSO volgt dit ook duidelijk uit de interventiematrix. Ook bij een incidentele overtreding is een dwangsom niet altijd een effectief instrument. Bestaat er gevaar voor herhaling, waarbij de aard van de overtreding, de mate van overeenkomst en tijdsverloop van belang is, kan een dwangsom wel ingezet worden (ECLI:NL:CBB:2014:223). In de twee volgende paragrafen wordt ingegaan op de vormvereisten van beide handhavingsinstrumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2Last onder dwangsom De last onder dwangsom is een handhavingsbeschikking met als doel de overtreder te bewegen tot naleving van de geldende regels. Van de dwangsom moet een zodanige prikkel uitgaan dat de last wordt uitgevoerd (ECLI:NL:RVS:2020:86). De last onder dwangsom is een herstelsanctie en wordt veelvuldig ingezet in het omgevingsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit moet zorgvuldig genomen worden (3:4 Awb). Dit laatste betekent dat de bestuursrechter kan kijken of de dwangsom geschikt is om het doel te bereiken, of niet met een minder vergaande last kon worden volstaan, en of de last in het concrete geval evenwichtig is (ECLI:NL:RVS:2022:285). Een voorbeeld van dat laatste aspect is de uitspraak (ECLI:NL:RVS:2022:321) waarbij de verwachte huurinkomsten bij het niet naleven van de last niet zijn betrokken. Gelet op Europees recht dient er sprake te zijn van een doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend ingezet instrument. Vooral de doeltreffendheid vraagt aandacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De last onder dwangsom bestaat feitelijk uit twee aspecten: wat is het overtreden voorschrift (de ‘last’) en hoe moet dit worden hersteld (de herstelmaatregel). De herstelmaatregel moet dusdanig geformuleerd zijn dat er voldoende vrijheid bestaat richting overtreder om te bepalen hoe aan de last wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhouding tussen de last en de herstelmaatregel moet voldoende duidelijk zijn. Dit betekent dat de handhavingsbeschikking als zelfstandig document leesbaar moet zijn en de overtreder duidelijk weet wat verlangd wordt (ECLI:NL:RVS:2020:169). De last mag ook niet verder strekken dan tot het treffen van de daartoe vereiste minst bezwarende maatregel (ECLI:NL:RVS:2022:397). Andersom mag een last ook niet zo geformuleerd zijn dat wanneer voldaan is aan de last, de overtreding niet is beëindigd (ECLI:NL:RBGEL:2023:353).</p>\n<p class=\"lf-p\">De last onder dwangsom bevat een begunstigingstermijn. De begunstigingstermijn is de periode dat de overtreder nog de mogelijkheid heeft om de situatie te herstellen zonder dat de dwangsom wordt verbeurd. De begunstigingstermijn is niet langer dan noodzakelijk wat benodigd is om de overtreding op te heffen (ECLI:NL:RVS:2015:3891) of om te legaliseren. Als de overtreding onmiddellijk gestaakt kan worden, is een begunstigingstermijn niet nodig maar wel wenselijk (ECLI:NL:RVS:1997:AH7216). Tot slot wordt gemeld dat ook bij zicht op legalisatie niet altijd kan worden afgezien van handhaving (ECLI:NL:RVS:2022:800) Het kan zijn dat voor naleving een vergunning nodig is van een ander bevoegd gezag. In dat geval moet de begunstigingstermijn worden afgestemd met het andere bevoegde gezag (ECLI:NL:RVS:2018:3952 en ECLI:NL:RVS:2019:169). Immers de last onder dwangsom kan zorgen voor een legalisatie van de vergunningplichtige activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sommige lasten worden geformuleerd als ‘.. 4 weken na het besluit dient voldaan te worden aan..’. Dergelijke lasten zonder feitelijke datum beginnen te lopen de dag na het nemen van het besluit (ECLI:NL:RVS:2016:3388). Het benoemen van een concrete datum maakt het duidelijker voor de overtreder. Dit heeft dan ook de voorkeur. Als er sprake is van een herhalende overtreding is een begunstigingstermijn niet noodzakelijk om te stellen (ECLI:NL:RVS:2011:BP1330).</p>\n<p class=\"lf-p\">Is een last onder dwangsom opgelegd en kan niet aan de begunstigingstermijn worden voldaan, dan mag het bevoegd gezag voor verbeuring van de dwangsom een besluit tot verruiming van de begunstigingstermijn nemen (ECLI:NL:RVS:2013:1829).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de last onder dwangsom moet opgenomen zijn wat er gebeurt na het verlopen van de begunstigingstermijn, namelijk of de dwangsom ineens, per tijdseenheid of per overtreding wordt verbeurd. Als richtlijn geldt dat een dwangsom per tijdseenheid veelal wordt opgelegd bij voortdurende overtredingen. Voor bedragen ineens wordt gekozen als het een ernstige overtreding is die gezien de ernst niet herhaald of langdurig mag voorkomen. Een dwangsom per overtreding van de last komt veelal voor bij gedragsovertredingen. Indien gekozen wordt voor een verbeuring per (geconstateerde) overtreding, wordt een passage opgenomen waarin een sub maximum per tijdseenheid wordt gesteld. Op deze wijze wordt voorkomen dat de overtreder binnen een zeer korte periode (bijvoorbeeld een uur) wordt geconfronteerd met een veelvoud aan verbeurde dwangsommen. De tijdseenheid is afhankelijk van het type overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongeacht voor welke wijze van verbeuring wordt gekozen dient de last ook het maximale bedrag te bevatten. De hoogte van de dwangsom hangt af van de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestuursrechter gaat uit van een bestuurlijke afweging voor de hoogte van de dwangsom wat een terughoudende toetsing impliceert (ECLI:NL:RVS:2017:1100). Daarom is het aan de overtreder om aan te dragen waarom een last onevenredig hoog zou zijn in de rechtsprocedure naar aanleiding van de last (ECLI:NL:RVS:2019:2609).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de hoogte van de dwangsommen in deze leidraad, moet rekening gehouden worden met de gevolgen van overtredingen, conform de LHSO getypeerd in de volgende gradaties: gevolgen zijn vrijwel nihil gevolgen zijn beperkt gevolgen zijn van belang gevolgen zijn aanzienlijk Onder gevolgen worden ook dreigende gevolgen verstaan, dat wil zeggen als de overtreding (mogelijk) leidt tot nadelige gevolgen van belang (of het risico daarop) voor de fysieke leefomgeving, zoals hinder, schade aan beschermde waarden (zoals milieu, natuur of erfgoed), verontreiniging, zieken, gewonden of doden (mens, plant en dier). Ook kunnen daaronder de gevolgen van een overtreding worden verstaan die de mogelijkheden van controle beperken of onmogelijk maken, en de gevolgen of verstorende effecten die de overtreding heeft of kan hebben voor het gezag van de overheid of voor het systeem van ordening- of normering van de betrokken bedrijfstak als zodanig. Bij gevolgen is sprake van een glijdende schaal en het verschilt per (type) overtreding wat de gevolgen kunnen zijn en hoe ernstig die kunnen zijn. Het onderscheid tussen gevolgen van belang en aanzienlijke gevolgen zit vooral in de ernst en omvang van de (dreigende) schade. Schade van enige omvang die onomkeerbaar is, wordt in beginsel ingedeeld als aanzienlijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Los van de gevolgen zijn ook de omvang van de onderneming en diens activiteiten, de omvang en ernst van de milieuschade, de mate van overlast en de vereiste investeringen, de rechtsvorm, kapitaal, draagkracht, het aantal werknemers, de omzet en de winst van de onderneming relevant voor het bepalen van de hoogte van de dwangsom. Deze aspecten kunnen niet in deze leidraad worden opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedragen opgenomen in de bijlage van deze leidraad gaan uit van een gemiddeld mkb-bedrijf / bouwproject. Voor de kleinere bedrijven, natuurlijke personen of bouwprojecten kunnen genoemde bedragen verlaagd worden en voor de grote verhoogd (ECLI:NL:RVS:2022:321). Al verkregen financieel voordeel mag niet betrokken worden bij de hoogte van de last onder dwangsom (ECLI:NL:RVS:2011:BP7185).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast kan het ook niet zo zijn dat een dwangsom dermate laag wordt gesteld dat er geen prikkel tot naleving ontstaat. Dergelijke dwangsommen zijn niet effectief en niet deugdelijk gemotiveerd als bedoeld in art. 3:46 Awb (ECLI:NL:RVS:2006:AZ1263).</p>\n<p class=\"lf-p\">De jaaropbrengst kan ook gebruikt worden voor de het bepalen van de dwangsomhoogte (ECLI:NL:RVS:2022:334). Voor bouwprojecten kan ook aangesloten worden bij de bouwsom. In bijlage 2 is een rekenmethodiek opgenomen die gehanteerd kan worden voor ondertoezichtstaanden die financieel erg draagkrachtig zijn of waarbij het vermoeden bestaat dat deze financieel erg draagkrachtig zijn. De jaarrekening kan op grond van de algemene bevoegdheden uit hoofdstuk 5 van de Awb door toezichthouders worden opgevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3Last onder bestuursdwang De last onder bestuursdwang kent haar grondslag in artikel 5:21 van de Awb: ‘de herstelsanctie, inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd’. Uit deze definitie volgt dat het bevoegd gezag een feitelijke handeling mag uitvoeren maar dat het de voorkeur heeft dat de overtreder dit zelf doet. Feitelijke handelingen moeten ruim worden geïnterpreteerd. Het wegnemen, ontruimen, beletten, in vorige toestand herstellen of verrichten van hetgeen in strijd met voorschriften is ongedaan maken, valt onder deze handelingen.20Kamerstukken II 1993/94, 23700, nr. 3, p. 150 Net als de last onder dwangsom moet de last onder bestuursdwang een omschrijving bevatten van de te nemen herstelmaatregelen en de termijn waarbinnen de last moet worden uitgevoerd. Ook moet de last een begunstigingstermijn bevatten. Aangezien deze aspecten al zijn benoemd onder last onder dwangsom wordt hier niet verder op ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De last onder bestuursdwang moet bekendgemaakt worden aan de overtreder, de rechthebbende op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft en aan de aanvrager (5:24 lid 3 Awb). Worden niet alle partijen geïnformeerd dan kan de last onder bestuursdwang alsnog in werking treden (ECLI:NL:RVS:2016:543). Indien sprake is van een verzoek tot handhaving dan is de verzoeker de partij die valt onder de noemer ‘aanvrager’.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de last onder bestuursdwang moet ook opgenomen zijn welke en hoe de kosten van toepassing van de last worden verhaald op de overtreder (artikel 5:25 Awb). Alle kosten gemaakt vanaf het moment van het opstellen van de vooraankondiging mogen betrokken worden in dit kostenverhaal. Blijkt bij de controle op de last onder bestuursdwang dat de overtreding is beëindigd dan mogen deze kosten niet alsnog in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4Zienswijze Nadat de vooraankondiging kenbaar is gemaakt wordt de ondertoezichtstaande in de gelegenheid gesteld om zienswijze in te dienen (4:8 Awb). De termijn voor het indienen van zienswijze is afhankelijk per geval. Bij spoedeisende zaken kan een zeer korte zienswijzetermijn worden gehanteerd. Regelmatig wordt een termijn tot twee weken gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de verplichting tot het vragen van een zienswijze kan worden afgestapt als er sprake is van een herhalende last, er is eerder een soortgelijke last opgelegd, en er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn (4:11 Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5Definitieve last Na de zienswijze termijn moeten de ingebrachte zienswijze betrokken worden bij het formuleren van de definitieve last. Wanneer de zienswijzen niet betrokken worden in de definitieve beschikking ontstaat er een zorgvuldigheidsgebrek Na het opstellen van het definitieve besluit moet dit toegezonden, uitgereikt (art 3:40 Awb) of als dat niet mogelijk is op een andere wijze (art 3:41 Awb) bekend worden gemaakt aan belanghebbende. Bekendmaking op een andere wijze kan onder andere plaats vinden via publiceren in een dag of nieuwsblad en aanplakken op de locatie.21Kamerstukken II 2003/04, 23700, nr. 3, p. 13. Direct na het bekendmaken treedt de beschikking in werking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ondertoezichtstaande de inwerkingtreding van de beschikking wil uitstellen zal verzocht moeten worden om een voorlopige voorziening (art 8:81 Awb). Het instellen van bezwaar en beroep schorst de werking van de beschikking niet (6:8 en 6:16 Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.6Controle op de last Nadat de handhavingsbeschikking in werking is getreden en de begunstigingstermijn is verlopen kan een controle op de naleving van de last worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan het bevoegd gezag om aannemelijk te maken of er sprake is van een overtreding (ECLI:NL:RVS:2015:1103). Om aannemelijk te maken dat er een overtreding heeft plaats gevonden dient van elk controlemoment een proces-verbaal van bevindingen te worden opgesteld door de toezichthouder. Als de controle wordt uitgevoerd door meerdere toezichthouders kan dit worden gedaan in gezamenlijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van bevindingen moet een deugdelijke en controleerbare vaststelling van de relevante feiten en omstandigheden bevatten (ECLI:NL:RVS:2017:1179). Hieraan wordt voldaan als 1) de overtreding wordt vastgesteld door een deskundig persoon, 2) vastgestelde feiten en omstandigheden duidelijk worden vastgelegd en 3) inzicht wordt gegeven in hetgeen is vastgesteld (ECLI:NL:RVS:2017:1179, ECLI:NL:CBB:2018:128).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een deskundig persoon wordt bedoeld een deskundige medewerker van of in opdracht van het bevoegde gezag of door een ter zake deskundige persoon wiens bevindingen het bevoegd gezag voor zijn rekening heeft genomen. In het laatste geval is het van belang dat het bevoegd gezag heeft vastgesteld dat de externe deskundige daadwerkelijk deskundig is in het betreffende vakgebied (ECLI:NL:RVS:2017:1179).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vaststellen van feiten en omstandigheden kan in rapportage maar ook door middel van foto’s en filmmateriaal. Bij foto’s en filmmateriaal is het van belang dat duidelijk is waar, wanneer en hoe de feiten zijn vastgesteld (ECLI:NL:2016:469). Beeldmateriaal van derden mag betrokken worden in het vaststellen van een overtreding als het bevoegd gezag in staat voor de kwaliteit voor deze beelden (ECLI:NL:CBB:2018:128). Dit laatste betekent dan ook dat beelden van derden niet zonder belangenafweging buiten de handhavingszaak gehouden kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om aan het criterium van voldoende inzicht te voldoen moet het proces-verbaal van bevindingen duidelijk weergeven wat is vastgesteld en op welke wijze. Het proces-verbaal van bevindingen moet ondertekend zijn door de opsteller en voorzien van een dagtekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien gekozen is voor een last onder bestuursdwang, beschikt de toezichthouder op het moment van effectueren van de last over aanvullende bevoegdheden (artikel 5:27 tm 5:30 Awb). Deze bevoegdheden hebben vooral tot doel om de last onder bestuursdwang daadwerkelijk uit te kunnen voeren, waarbij toepassing alleen gerechtvaardigd is voor zo ver dat voor een goede uitvoering noodzakelijk is. De aanvullende bevoegdheden die ontstaan zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreden van plaatsen door het door het bestuursorgaan aangewezen personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiermee wordt het voor personen, bijvoorbeeld installateurs, en dus niet alleen voor de toezichthouders mogelijk om alle plaatsen te betreden die nodig zijn. Gelet op de ruime algemene bevoegdheid tot het betreden van plaatsen en de bevoegdheid van toezichthouders om zich te laten vergezellen zal dit relatief weinig verschil opleveren Het betreden van woningen Voor de uitvoering van de bestuursdwang wordt het mogelijk om zonder toestemming de woning te betreden. Gelet op artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden (Awob) zal vanuit het bevoegd gezag wel een ontheffing moeten worden verleend. De Awob verplicht dat de toezichthouder zich ongevraagd legitimeert, het doel van het bezoek kenbaar maakt en dat na afloop een verslag wordt opgesteld van de binnentreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreden van eigendommen van derden Voor de goede uitvoering van de bestuursdwang kan het soms noodzakelijk zijn om via het terrein of gebouw van derden zich naar de locatie te begeven. Deze aanvullende bevoegdheid wordt aan een toezichthouder verleend als dit tenminste 48 uur van tevoren kenbaar wordt gemaakt aan de betrokkenen. In het geval van spoed kan hiervan worden afgeweken. Schade die wordt veroorzaakt bij het betreden van het pand van derden kan direct verhaald worden op het bevoegde gezag. Het bevoegd gezag verhaalt deze schade vervolgens bij de overtreder via de kostenverhaalbeschikking van de last onder bestuursdwang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzegelen van gebouwen, terreinen en alles wat zich daarin of daarop bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit artikel 5:28 van de Awb volgt de bevoegdheid om gebouwen en installaties te verzegelen. Als de overtreder het zegel opzettelijk verbreekt, opheft of beschadigt of op een andere wijze verijdelt, ontstaat er een misdrijf dat strafbaar is gesteld in art 199 Wetboek van Strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het meevoeren, opslaan, vernietigen of verkopen van goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bepaalde gevallen kan het noodzakelijk zijn om stoffen en goederen af te voeren van de locatie. Uitgangspunt is dat deze stoffen en goederen in principe worden opgeslagen. Als de rechthebbende afstand doet van deze zaken is het aan het bevoegd gezag om te beoordelen wat met de stoffen en goederen wordt gedaan. Als geen bezwaar is aangetekend tegen de last onder bestuursdwang mogen goederen na 13 weken verkocht of vernietigd worden. In het geval van gevaarlijke of bederfelijke stoffen kan gemotiveerd worden afgeweken van eerdergenoemde termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Vervolgstappen Na het uitvoeren van de controle op de last zijn afhankelijk van het gekozen handhavingsinstrument verschillende verplichte en facultatieve stappen. In dit hoofdstuk worden afhankelijk van het gekozen instrument de vervolgstappen omschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1Last onder dwangsom Als na het aflopen van de begunstigingstermijn wordt geconstateerd dat niet is voldaan aan het gestelde in de last, verbeurt de overtreder de opgelegde dwangsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er bestaat een beginselplicht tot invorderen van dwangsommen (ECLI:NL:RVS:2018:1968). Uitsluitend in zwaarwegende omstandigheden kan van (gedeeltelijke) invordering worden afgezien (ECLI:NL:RVS:2018:1152). Betaling van de dwangsom dient plaats te vinden binnen 6 weken nadat de verbeuring heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt van deze leidraad is dat een dwangsom voor maximaal 3 verbeuringen wordt opgelegd. Daarna is de dwangsom ‘volgelopen’ en wordt een nieuw handhavingsbesluit genomen. Ook in het geval dat een dwangsom als niet effectief wordt ervaren kan alvorens deze is ‘volgelopen’ herzien worden, zie hiervoor paragraaf 3.3 ‘nieuwe handhavingsbeschikking’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuursorgaan beslist bij beschikking over de invordering van een verbeurde dwangsom, de invorderingsbeschikking. De bevoegdheid tot invordering van verbeurde bedragen verjaart een jaar na de dag waarop het bedrag is verbeurd (5:35 Awb). Uitzondering hierop is als bezwaar, beroep of hoger beroep openstaat of aanhangig is tegen de last onder dwangsom. Dan wordt de verjaringstermijn verlengd tot het moment dat op het bezwaar, beroep of hoger beroep is beslist. Het bevoegd gezag kan zelfstandig beslissen of per verbeuring of per combinatie van verbeuringen een invorderingsbeschikking wordt opgesteld. De invorderingsbeschikking staat open voor bezwaar, waardoor het niet verplicht is om de mogelijkheid tot zienswijze te bieden. Natuurlijk moeten de rechtsmiddelen wel zijn opgenomen in de beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het invorderen van een dwangsom is een controlerapport vereist waarin de overtreding en de waargenomen feiten en omstandigheden op een duidelijke wijze zijn vastgelegd. Het controlerapport bevat daarnaast wie, wanneer en hoe de overtreding is vastgesteld. Het ontbreken van een controlerapport of een ondeugdelijk controlerapport (ECLI:NL:RVS:2021:1514, ECLI:NL:RVS:2023:165) zorgt voor matiging of volledige intrekking van de invorderingsbeschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een invorderingsbeschikking wordt voorbereid maar ook als deze al is vastgesteld, kan uitstel van betaling worden overeengekomen. Dit uitstel moet bevestigd worden via een beschikking. Aan deze beschikking kunnen voorwaarden worden verbonden (4:94 Awb). Gedurende het uitstel als aan de voorwaarde wordt voldaan, kan het bevoegd gezag niet over gaan tot invordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als vervolgstap kan ook worden gekozen om een dwangsom in te trekken. Er zijn twee redenen om een last onder dwangsom in te trekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de overtreder als een jaar geen overtreding is vastgesteld (5:34 lid 2 Awb) Als de last onder dwangsom niet effectief is, zie hiervoor 3.3 ‘nieuwe handhavingsbeschikking’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sinds het belastingplan 2020 zijn de kosten die gemaakt worden om te voldoen aan een dwangsom en de daadwerkelijke lasten van de dwangsom niet meer fiscaal aftrekbaar.2216. Invoeren aftrekuitsluiting dwangsommen | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl) 3.2Last onder bestuursdwang Na de ten uitvoerlegging van de last onder bestuursdwang is de overtreding beëindigd. Als vervolgstap zal op grond van artikel 5:25 lid 6 van de Awb een kostenverhaal beschikking moeten worden opgesteld. Via deze beschikking worden alle kosten voor het voorbereiden, uitvoeren van de last onder bestuursdwang en het eventueel verreken van de kosten voor het opslaan en meevoeren, bewaring, of vernietigen van goederen en eventuele schade bij derde in rekening gebracht. Als goederen en/of stoffen zijn verkocht, moet de opbrengst hiervan in mindering worden gebracht in de kostenverhaalbeschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de kostenverhaalbeschikking moet gespecificeerd worden weergegeven welke kosten in rekening worden gebracht. Dit betekent dat facturen van derden die voor het bevoegd gezag taken hebben uitgevoerd, moeten worden bijgevoegd. Omdat het bestuursorgaan de kosten in eerste instantie voorschiet kan de ondertoezichtgestelde geen vrijstelling krijgen van de berekende omzetbelasting die derden namens het bevoegde gezag in rekening brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kostenverhaalbeschikking is een besluit en dient aan de algemene vereisten uit de Awb te voldoen. De mogelijkheid tot het bieden van zienswijze is niet noodzakelijk omdat bezwaar kan worden ingediend. Het kan wenselijk zijn om een bezwaarprocedure te voorkomen door facultatief de gelegenheid van zienswijze te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de kostenverhaalbeschikking moet tenminste zijn opgenomen: op welke last onder bestuursdwang deze is gebaseerd; waarom toepassing is gegeven aan de last onder bestuursdwang; het te betalen bedrag en de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden (4:86 en 4:87 Awb) en de in te zetten rechtsmiddelen De Awb bepaalt dat betaling geschiedt binnen zes weken nadat de beschikking bekend is gemaakt. Net als bij de last onder dwangsom kan uitstel van betaling onder voorwaarden worden verleend (4:94 Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3Nieuwe handhavingsbeschikking Als blijkt dat de overtreding niet ongedaan is gemaakt, of verdere overtreding dan wel herhaling niet kan worden voorkomen dan is de prikkel mogelijk onvoldoende geweest en mogelijk de hoogte van de dwangsom te laag gekozen of een verkeerd handhavingsinstrument gekozen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag kan dan besluiten om een nieuwe (hogere) last onder dwangsom op te leggen of te kiezen voor een last onder bestuursdwang. Ook als de last onder dwangsom nog niet volledig verbeurd is beschikt het bevoegd gezag over deze mogelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijk is dat voor eenzelfde overtreding niet gelijktijdig twee lasten van toepassing kunnen zijn. De voorgaande last zal dan actief moeten worden ingetrokken. Het intrekken van de oude last ontslaat de overtreder niet van het betalen van de verbeurde dwangsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de eerdere overtreding al een last onder dwangsom is opgelegd die niet effectief is gebleken, wordt in beginsel een recidivetoeslag toegepast. Er wordt dan bij een volgende last onder dwangsom een hoger dwangsombedrag gehanteerd om de prikkel tot ongedaan making te versterken. De eerdere prikkel is immers niet voldoende gebleken om herhaling van de overtreding te voorkomen. De omvang van deze recidivetoeslag is maatwerk. Gedacht kan worden aan een verdubbeling van de initiële dwangsombedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van deze nieuwe dwangsom dient door het bestuursorgaan te worden gemotiveerd. Dat kan vaak al vrij simpel door aan te geven dat uit ‘omstandigheden is gebleken dat de eerder opgelegde en verbeurde dwangsombedragen niet hebben geleid tot het beëindigen van genoemde overtreding’. Naast deze standaardoverweging zal een weging van de relevante feiten en omstandigheden altijd moet worden uitgevoerd. Wordt dit afdoende gedaan dan kan matiging van de tweede last onder dwangsom ontstaan (ECL:NL:RBMNE:2022:161).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4Intrekken als sanctie Artikel 18.10 van de Omgevingswet biedt de mogelijkheid om als sanctie een beschikking in te trekken. Van deze gelegenheid kan gebruik worden gemaakt als in strijd met de beschikking of de voorschriften van de beschikking wordt gehandeld. Het bevoegd gezag moet de overtreder in de gelegenheid stellen om de overtreding te beëindigen. Het intrekken van de vergunning vindt plaats volgens dezelfde procedure als waarmee de vergunning is voorbereid. Indien de belangen van de bescherming van het milieu zich hiertegen verzetten kan de vergunning niet worden ingetrokken. Het bevoegd gezag kan een beschikking als sanctie ook geheel of gedeeltelijk intrekken als de beschikking is gegeven op basis van een onjuiste of onvolledige opgave van gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de intrekking worden rechten ontnomen. De overtreding zelf wordt veelal niet ongedaan gemaakt. Daarom moet hier veelal nog een afzonderlijke handhavingsbeschikking over worden genomen6.</p>\n<p class=\"lf-p\">4Dwangsom bedragen en begunstigingstermijnen In de voorgaande hoofdstukken is het proces van toezicht en handhaving omschreven. Het goed motiveren van de last onder dwangsom is daarin veelvuldig benoemd. Om een leidraad te bieden zijn in bijlage 1 van dit document zijn veel voorkomende overtredingen beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat het enkel verwijzen naar deze leidraad niet een afdoende motivering is in een handhavingsbeschikking (ECLI:NL:RVS:2022:321).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoende motivering ontstaat bij het van geval tot geval motiveren van de hersteltermijn en hoogte van de dwangsom, dan wel het vaststellen van een eigen beleidsregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verdient de voorkeur om dit document op te nemen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie. Voor een eigen beleidsregel geldt op grond van art 4:84 Awb als uitgangspunt zodat eigen beleidsregels consequent worden toegepast. Afwijking van de beleidsregel is mogelijk en zelfs verplicht als de omstandigheden van het geval op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die handelen overeenkomstig de beleidsregel onevenredig zouden maken in verhouding met de te dienen doelen (ECLI:NL:RBDHA:2022:6663).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze leidraad is niet uitputtend bedoeld. Afwijking van bedragen en termijnen genoemd in deze leidraad is vanwege ernst en omvang van een overtreding, mits gemotiveerd, altijd mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijking van de termijnen is ook mogelijk als er afhankelijkheid van derden zijn (beschikbaarheid of levertijd van leveranciers e.d.) of het feit dat voorbereidende handelingen nodig zijn alvorens de overtreding kan worden opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage 1 zijn van veel voorkomende overtredingen van het omgevingsrecht de volgende onderdelen beschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Overtreding; wat is precies de overtreding?</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedrag of technische maatregel; is er sprake van een gedragsvoorschrift of een technische maatregel? Dit vanwege het uitgangspunt van de LHSO dat gedragsvoorschriften direct in acht moeten worden genomen. Hiervoor moet geen of hooguit een zeer korte termijn worden gesteld om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Typering LHSO; is er sprake van een overtreding met gevolgen die vrijwel nihil; of beperkt; of van belang of aanzienlijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctie: welke sancties kunnen in overeenstemming met de LHSO worden opgelegd. Bij overtredingen die aanzienlijk zijn en waarbij de mogelijkheid van het opleggen van een bestuurlijke boete bestaat is afstemming met strafrecht gewenst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogte dwangsom; de hoogte van het bedrag per overtreding/ per keer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal verbeuringen; het aantal verbeuringen per last onder dwangsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begunstigingstermijn; de te hanteren begunstigingstermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de dwangsom is gerelateerd aan de typering volgens de LHSO. Als dezelfde overtreding plaats vindt maar sprake is van een andere LHSO-typering kan het dwangsombedrag omgerekend worden met de factor 0,25 voor overtreding ‘vrijwel nihil’ en ‘beperkt’. Factor 0,5 voor overtredingen met typering ‘van belang’ en factor 1 met typering ‘aanzienlijk’. Voorbeeld ’het inwerking zijn zonder toereikende melding’ is benoemd als een overtreding met een dwangsom van €1500,- per week uitgaande van de typering ‘van belang’. Als de melding betrekking heeft op een overtreding die aangemerkt kan worden als ‘aanzienlijk’, kan het richtbedrag vermenigvuldig worden met 2 (wijziging van factor 0,5 naar 1). In zo’n situatie kan een dwangsom opgelegd worden van €3000,- per week. Bij overtredingen die lichter worden ingeschaald ten opzichte van de typering opgenomen in de leidraad is omrekening in dezelfde methodiek mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1: Veel voorkomende overtredingen Actualisatie datum Thema Overtreding Gedrag of technische maatregel Typering LHSO Sanctie (1) Sanctie (2) Toelichting op sanctie Hoogte dwangsom (per verbeuring) Toelichting op hoogte dwangsom Aantal Verbeuringen Motivatie waarom eenmalig of meermalig verbeuren?</p>\n<p class=\"lf-p\">Begunstigingstermijn 22-3-2023 afval Gevaarlijke afval afgeven aan niet erkend verwerker Gedragsmaatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, in eens Bestuursdwang Zelf voorzien bij spoed in juiste afgifte 3000 3 eenmalige verbeuring vanwege ernst van de situatie per direct (1 dag) 22-3-2023 afval Niet registreren/ kunnen aantonen afgiftebonnen gevaarlijk afval Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 750 3 Gaat om een administratieve overtreding waarbij gegevens van derden mogelijk noodzakelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 week 22-3-2023 afval Verbranden afval op eigen terrein. Let op niet van toepassing bij huishoudelijke afvalstoffen Gedragsmaatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, in eens Bestuursdwang 5000 1 eenmalige verbeuring vanwege ernst van de situatie per direct (1 dag) 22-3-2023 afval Niet scheiden van afvalstoffen Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding 800 3 Het scheiden van afvalstoffen is een handeling die ingebed moet worden in het werkproces. per direct (1 dag) 22-3-2023 afval Zwerfafval (25 meter) niet voldoende opgeruimd Gedragsmaatregel 2 - beperkt Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang 750 3 Het stelselmatig opruimen van zwerafval is een handeling die ingebed moet worden in het werkproces 1 week 22-3-2023 afval Opslag gevaarlijk afval niet overeenkomstig voorschriften Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding 750 2 1 week 22-3-2023 afval Opslag gevaarlijk afval niet overeenkomstig voorschriften Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Instellen brandwacht, laten afvoeren etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">1500 2 1 week 22-3-2023 afvalwater Geen vetafscheider of olie-benzine afscheider aanwezig Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bij uitblijven van plaatsing, lozing onmogelijk maken 5000 3 4 weken 22-3-2023 afvalwater Olie-benzine/ vetscheider niet (tijdig) legen of onderhouden Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding 1000 3 4 weken 22-3-2023 afvalwater Monsternamevoorziening niet aanwezig Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bij uitblijven van plaatsing, lozing onmogelijk maken 1500 1 8 weken 22-3-2023 afvalwater emissie overschrijding (parameter en concentratie afhankelijk) Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang 1000 3 4 weken 22-3-2023 afvalwater Niet meten, bemonsteren of analyseren Gedragsmaatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bij spoed activiteit waarbij meting noodzakelijk is laten staken 5000 2 per direct (1 dag) 22-3-2023 Algemeen Overtreding administratief voorschrift Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 750 3 4 weken 22-3-2023 Algemeen Niet melden van calamiteiten /meldingen ongewone voorvallen (H 17 Wm) Gedragsmaatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per overtreding 5000 € 2500 (typering 2), € 3000 (typering 3) 3 per direct (1 dag) 22-3-2023 Algemeen Verplicht onderzoek (inclusief rapportage) niet uitgevoerd Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 4000 € 6000 (typering 4), € 2500 (typering 2) 3 4 weken 22-3-2023 Algemeen Niet naleven maatwerkvoorschriften Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang en bestuurlijke boete Bestuurlijke boete afhankelijk van grondslag maatwerkvoorschrift maatwerk 3 4 weken 22-3-2023 Algemeen Niet naleven maatwerkvoorschriften Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang maatwerk afhankelijk van maatwerkvoorschrift 3 4 weken 22-3-2023 Algemeen Ontbreken logboek en onderhoudsbonnen koudemiddelen Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 750 3 4 weken 22-3-2023 Algemeen In werking zonder (toereikende) melding Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bij spoed laten staken van de activiteit 1500 3 1 week 22-3-2023 Algemeen Bescheiden bij (wijzigings-) melding Omgevingsplan activiteit niet ingediend Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 750 3 1 week 22-3-2023 Algemeen In werking zonder (toereikende) vergunning Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang 10000 € 5000 (typering 2), € 6000 (typering 3) 1 3 maanden 22-3-2023 Algemeen Niet opvolgen verorderingen toezichthouder Technische maatregel</p>\n<p class=\"lf-p\">4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang 7500 3 1 week 22-3-2023 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken Bouwen zonder vergunning Gedragsmaatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang 15000 1 per direct (1 dag) 22-3-2023 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken gebruiken zonder vergunning Gedragsmaatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, in eens Bestuursdwang 15000 2 per direct (1 dag) 22-3-2023 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken Bouwwerk bouwen in afwijking van vergunning Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 2000 2 per direct (1 dag) 22-3-2023 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken Bouwwerk gebruiken in afwijking van vergunning Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, in eens Bestuursdwang 2000 2 per direct (1 dag) 22-3-2023 Bodem periodieke keuringen niet (tijdig) uitgevoerd Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bij spoed activiteit waarvoor keuring noodzakelijk is laten staken 1000 2 4 weken 22-3-2023 Bodem Geen of onvoldoende bodembeschermende maatregelen Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Zelf voorzien in bodembeschermende maatregelen / afvoer van stoffen 3000 € 2000 (typering 2), € 5000 (typering 4) 3 4 weken 22-3-2023 Bodem Stoffen in bodem brengen niet of nauwelijks vervuilend, niet spoedeisend Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 2000 € 1000 (typering 2), € 5000 (typering 4) 3 1 week 22-3-2023 Bodem Stoffen in bodem brengen vervuilend, spoedeisend Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 2000 1 per direct (1 dag) 22-3-2023 Bodem Ondergrondse tank niet gesaneerd Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 5000 1 4 weken 22-3-2023 Bodem Bewijs van financiële zekerheid Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 5000 1 8 weken 22-3-2023 Bodem Mestbassin niet overeenkomstig de bouwtechnische richtlijnen Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bij spoed activiteit waarvoor keuring noodzakelijk is laten staken 3000 1 4 weken 22-3-2023 Bodem Opslaan autowrakken niet op bodembeschermende voorzieningen Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bij spoed activiteit laten staken, zorgdragen voor tijdelijke maatregelen 2500 2 1 week 22-3-2023 Bodem Mobiel wassen van motorvoertuigen niet op voorziening Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 2500 3 4 weken 22-3-2023 bodem niet toepassen archeologisch protocol Technische maatregel</p>\n<p class=\"lf-p\">3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 3000 1 per direct (1 dag) 22-3-2023 bodem niet verwijderen / saneren / herstellen van bodemverontreiniging Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bij spoed activiteit laten staken, zorgdragen voor tijdelijke maatregelen 2000 3 4 weken 22-3-2023 bodem toepassen bouwstoffen, grond of baggerspecie &lt; 100 ton Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bij spoed activiteit laten staken, zorgdragen voor tijdelijke maatregelen 2500 € 1000 (typering 2), € 5000 (typering 4) 3 4 weken 22-3-2023 bodem toepassen bouwstoffen, grond of baggerspecie &gt; 100 ton Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 3000 € 1500 (typering 2), € 6000 (typering 4) 3 4 weken 22-3-2023 bodem accu's niet in lekbak Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 1000 € 500 (typering 2), € 3000 (typering 4) 3 per direct (1 dag) 22-3-2023 Bouwen en in stand houden van bouwwerken Repressief welstand Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per maand Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk afhankelijk van de omvang van de afwijking van het welstandsbeleid 3 3 maanden 22-3-2023 Energie eenvoudige energiebesparende maatregelen (TVT 1-2 jaar) Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 750 tenminste de investeringskosten voor de energiebesparende maatregelen 3 8 weken 22-3-2023 Energie gemiddelde energiebesparende maatregelen (TVT 3-4 jaar) Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per maand Bestuursdwang 1500 tenminste de investeringskosten voor de energiebesparende maatregelen 2 3 maanden 22-3-2023 Energie complexe energiebesparende maatregelen (TVT 5 jaar) Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per maand Bestuursdwang 1500 1 3 maanden 22-3-2023 Energie Niet afronden binnen afgesproken termijnen Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 750 2 Zie ook: Handhaving energielabel C-verplichting - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 4 weken 22-3-2023 Energie Verplicht onderzoek energiebesparing niet (laten) uitvoeren Gedragsmaatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, maatwerk 10% energierekening 3 4 weken 22-3-2023 Energie Kantoor voldoet niet aan label C verplichting Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang 2000 2 8 weken 22-3-2023 Gebruik van bouwwerken Overbewoning Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk winst door overbewoning is minimale hoogte dwangsom 3 4 weken 22-3-2023 Gebruik van bouwwerken Bouwvalligheid nabijgelegen bouwerk Technische maatregel 3 - van belang</p>\n<p class=\"lf-p\">Dwangsom, per week, Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk 3 1 week 22-3-2023 Gebruik van bouwwerken Specifieke zorgplicht gebruik bouwerk Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk 3 4 weken 22-3-2023 Geluid en trillingen Geluidsniveau &lt; 5 dB(A) installatiegeluid Technische maatregel 2 - beperkt Dwangsom, per week, Bestuursdwang 2500 tenminste de kosten voor herstel. Aandacht voor eventuele samenloop met vergunningplichtige bouwactiviteiten 3 4 weken 22-3-2023 Geluid en trillingen Geluidsniveau &lt; 5 dB(A) Muziekgeluid Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 1500 tenminste de kosten benodigd voor geluidsreductie 3 4 weken 22-3-2023 Geluid en trillingen Geluidsniveau 5 – 12 dB(A) Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang 3500 2 1 week 22-3-2023 Geluid en trillingen Geluidsniveau 12+ dB(A) Gedragsmaatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang 5000 1 per direct (1 dag) 22-3-2023 Geluid en trillingen Vermoeden van (bewust) saboteren limiter Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang 5000 1 per direct (1 dag) 22-3-2023 Geluid en trillingen Laden en lossen overtreding avond/nacht Gedragsmaatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, 3000 2 per direct (1 dag) 22-3-2023 Geluid en trillingen Festiviteit zonder ontheffing en meer dan 2 ontheffingen verleend Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang 5000 1 per direct (1 dag) 22-3-2023 Geluid en trillingen Niet voldoen aan voorschriften mbt trillingen Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang 3 4 weken 22-3-2023 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwerken Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk 50 euro per elke kg/l aan te veel gevaarlijke stoffen 3 4 weken 22-3-2023 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen Technische maatregel 2 - beperkt Dwangsom, per week, Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk 3 4 weken 22-3-2023 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen Gedragsmaatregel 2 - beperkt Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk 3 4 weken 22-3-2023 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen Bouwvalligheid nabijgelegen bouwerk Technische maatregel 2 - beperkt Dwangsom, per week, Bestuursdwang en bestuurlijke boete</p>\n<p class=\"lf-p\">maatwerk 3 4 weken 22-3-2023 Lichthinder Niet voldoen aan normen voor invallend lichtniveau Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 2500 3 1 week 22-3-2023 Lichthinder verlichting (sportvelden) niet (tijdig) uitgeschakeld Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang Bestuursdwang kan toegepast worden door uitschakelen van verlichting 1000 3 1 week 22-3-2023 Lichthinder ontbreken juiste bovenafscherming bij assimilatie belichting Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bestuursdwang kan toegepast worden door uitschakelen van verlichting 5000 3 per direct (1 dag) 22-3-2023 Lichthinder niet gebruiken van bovenafscherming bij assimilatie belichting Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bestuursdwang kan toegepast worden door uitschakelen van verlichting 2500 3 1 week 22-3-2023 Lichthinder Niet voldoende afschermen van de zijgevel bij assimilatie belichting Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bestuursdwang kan toegepast worden door uitschakelen van verlichting 3000 3 22-3-2023 Lucht Ontbreken SCIOS-keuring stookinstallatie Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang Bij grote stookinstallaties onmogelijk maken van gebruik indien keuring herhadelijk niet is uitgevoerd 2500 afhankelijk van scope. In tabel is uitgegaan van beperkte scope 1 4 weken 22-3-2023 Lucht Gebreken herstellen aan stookinstallatie Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 2500 Eenmalig 1 4 weken 22-3-2023 Lucht Metingen niet correct uitgevoerd Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, in eens Bestuursdwang Bestuursdwang kan betrekking hebben op onmogelijk maken van de activiteit 3000 4 weken 1 Factsheets Technieken voor beperking luchtemissie - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 1 week 22-3-2023 Lucht stankhinder niet naleven/geuroverlast veroorzaken (Afvoerpijp) Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang 1500 Binnen 4 weken ontvankelijke aanvraag, bij verlening binnen 4 weken plaatsen. Bij weigering binnen 4 weken een ontgeuringsinstallatie plaatsen 2 Bij het voorkomen van geurhinder kan gekozen worden voor een afvoerpijp of ontgeuringsinstallatie. Het is in verband met welstand en de monumentenwet niet overal toegestaan om een afvoerpijp te plaatsen. Wanneer het zeker is dat geen pijp is toegestaan direct op ontgeuringsinstallatie aanschrijven. ) 4 weken 22-3-2023 Lucht afvoer van gassen en dampen voldoet niet aan normering in oudour units Technische maatregel</p>\n<p class=\"lf-p\">3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 3000 3 4 weken 22-3-2023 Lucht Doelmatigheid ontgeuringsinstallatie bijv vervangen filters Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 2500 4 weken 3 Factsheets Technieken voor beperking luchtemissie - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 1 week 22-3-2023 Lucht Ontbreken dampretour stage II Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 5000 8 weken 1 Factsheets Technieken voor beperking luchtemissie - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 4 weken 22-3-2023 Lucht Gefluoreerde broeikasgassen (&gt; 30 kg, ≥ 50 ton) geen onderhoud Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, 1500 3 Factsheets Technieken voor beperking luchtemissie - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 1 week 22-3-2023 Lucht Gefluoreerde broeikasgassen (&gt; 300 kg, &gt; 500 ton CO2) geen onderhoud Gedragsmaatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, 2000 2 Factsheets Technieken voor beperking luchtemissie - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) per direct (1 dag) 22-3-2023 Lucht stofoverlast veroorzaken (oa door ontbreken stoffilter) Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding 750 1-3 maanden 3 Factsheets Technieken voor beperking luchtemissie - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 1 week 22-3-2023 Lucht Ontbreken ontgeuringsinstallatie Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per week, Bestuursdwang 5000 1 Factsheets Technieken voor beperking luchtemissie - Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 4 weken 22-3-2023 Lucht Techniek voor beperking luchtemissie ondeugdelijk Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 5000 1 4 weken 22-3-2023 Lucht op en overslag stuifgevoelige stoffen voldoet niet aan voorschriften Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 750 2 1 week 22-3-2023 monumenten beschadigen of vernielen van een rijksmonument (algemeen verbod), Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning, waaronder: onderhoud waarbij het uiterlijk of materiaal wijzigt, bouwen, wijzigen in het interieur van onderdelen anders dan recente inrichtingselementen, aanbouwen, verbouwen, wijzigen constructie, gewijzigd gebruik, sloop.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per maand Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk Totale som: Kosten herstel monument, afhankelijk omvang overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 intensief toezicht nodig op herstelwerkzaamheden bij uitvoering. Wegens complexiteit bouw meer dan 3 maanden termijn nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 maanden 22-3-2023 monumenten verwaarlozen/handelen in strijd met de instandhoudingsplicht of handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per maand Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk Totale som: Kosten herstel monument, afhankelijk ernst overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 intensief toezicht nodig op herstelwerkzaamheden bij uitvoering. Wegens complexiteit bouw meer dan 3 maanden termijn nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 maanden 22-3-2023 monumenten Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning, bodemverstoring veroorzaken. Handelen in strijd met een omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per maand Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk Totale som: Kosten onderzoek en behoud archeologische waarde, afhankelijk ernst overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 intensief toezicht nodig op onderzoek en veilig stellen bij uitvoering. Wegens specialistisch werk meer dan 3 maanden termijn nodig 3 maanden 22-3-2023 monumenten Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning en/of waarbij de cultuurhistorische waarde van het beschermde gezicht wordt aangetast. Of handelen in strijd met een omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per maand Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk Totale som: Kosten herstel cultuurhistorische waarde, afhankelijk ernst overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 intensief toezicht nodig op herstelwerkzaamheden bij uitvoering. Wegens complexiteit bouw meer dan 3 maanden termijn nodig 3 maanden 22-3-2023 monumenten Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning, bodemverstoring veroorzaken. Of handelen in strijd met de voorschriften uit een omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per maand Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk Totale som: Kosten onderzoek en behoud archeologische waarde, afhankelijk ernst overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 intensief toezicht nodig op onderzoek en veilig stellen bij uitvoering. Wegens specialistisch werk meer dan 3 maanden termijn nodig 3 maanden 22-3-2023 monumenten Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning, waaronder: onderhoud waarbij het uiterlijk of materiaal wijzigt, bouwen, wijzigen in het interieur van onderdelen anders dan recente inrichtingselementen, aanbouwen, verbouwen, wijzigen constructie, gewijzigd gebruik, sloop. Of handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per maand Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk Totale som: Kosten herstel monument, afhankelijk ernst overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 intensief toezicht nodig op herstelwerkzaamheden bij uitvoering. Wegens complexiteit bouw meer dan 3 maanden termijn nodig 3 maanden 22-3-2023 monumenten Werkzaamheden uitvoeren die in strijd zijn met de regels voor het uiterlijk van bouwwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per maand Bestuursdwang maatwerk Totale som: Kosten aanpassen bouwwerk, afhankelijk ernst overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 toezicht nodig op herstelwerkzaamheden bij uitvoering. Afhankelijk van de complexiteit uitvoering meer dan 3 maanden termijn nodig 3 maanden 22-3-2023 monumenten Werkzaamheden uitvoeren waarbij de cultuurhistorische waarde van het landschap wordt aangetast. Of handelen in strijd met een omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per maand Bestuursdwang en bestuurlijke boete maatwerk Totale som: Kosten herstel cultuurhistorische waarde, afhankelijk ernst overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 intensief toezicht nodig op herstelwerkzaamheden bij uitvoering. Wegens complexiteit uitvoering meer dan 3 maanden termijn nodig 3 maanden 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Tank niet tegen aanrijden beschermd Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 1500 2 1 week 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Onveilige opslag gevaarlijke stoffen &lt;2.500 kg Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang `Bestuursdwang kan door het terugbrengen van de hoeveelheden, instellen van brandwachten etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">1000 3 1 week 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Onveilige opslag gevaarlijke stoffen 2500 &lt;10.000 Kg Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang `Bestuursdwang kan door het terugbrengen van de hoeveelheden, instellen van brandwachten etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">2000 2 4 weken 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Onveilige opslag gevaarlijke stoffen &gt; 10.000 kg Technische maatregel 4 - aanzienlijk Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang `Bestuursdwang kan door het terugbrengen van de hoeveelheden, instellen van brandwachten etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">7500 1 per direct (1 dag) 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Geen blusmiddelen of onjuist aangesloten Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang 1500 1 per direct (1 dag) 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Geen doelmatig hekwerk rondom propaantank Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 1000 1 4 weken 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Propaantank niet voldoende bereikbaar voor beheer/onderhoud &amp; hulpdiensten Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 1500 1 1 week 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Keuringstermijn emballage opslag gevaarlijke stoffen verlopen Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding maatwerk tenminste de kosten voor keuring van emballage 2 4 weken 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Losplaats of vrij te houden zone onvoldoende gemarkeerd Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang 2500 1 1 week 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Verwijzing noodstop onbemande tankstations Technische maatregel 3 - van belang Dwangsom, per week, Bestuursdwang 1000 1 1 week 22-3-2023 Omgevingsveiligheid Tijdelijke opslag gevaarlijke stoffen (opslag voldoet niet aan eisen) Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang `Bestuursdwang kan door het terugbrengen van de hoeveelheden, instellen van brandwachten etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">3000 2 1 week 22-3-2023 Omgevingsveiligheid geen journaal aanwezig Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding 1500 1 per direct (1 dag) 22-3-2023 Omgevingsveiligheid geen aanwezigheid deskundige Gedragsmaatregel 3 - van belang Dwangsom, per overtreding Bestuursdwang In het geval van spoed zelf voorzien in deskundige 3000 1 per direct (1 dag) 22-3-2023</p></div>", "next": 239520}