{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">ToezichtToezicht is het uitvoeren van controles en het naar aanleiding van klachten of meldingen verzamelen van informatie, ten einde te beoordelen of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen in wet en/of regelgeving. Van toezicht kan een preventieve werking uitgaan: het resultaat van toezicht kan zijn dat voorschriften, zonder inzet van verdere handhavingsmiddelen, worden nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht omvat een breed scala aan activiteiten, zoals bijvoorbeeld ook in een voorlichtende, meedenkende en adviserende rol. Op deze wijze kan al in een vroeg stadium worden voorkomen dat een strijdige situatie ontstaat. Door middel van aansporing, overreding of een waarschuwing kan worden bereikt dat de voorschriften alsnog worden nageleefd. De bestuurlijke opdracht is om vooral in gesprek te gaan en geen ‘bonnen’ te schrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien desondanks het gewenste effect niet bereikt wordt gaan we over tot handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">HandhavingOp het moment dat geconstateerd wordt dat niet aan de wet- en regelgeving wordt voldaan, zal hierop door ons ingegrepen worden met als doel de overtreding te beëindigen, het eventuele nadelige effect ongedaan te maken dan wel te beperken en om herhaling te voorkomen. De manier waarop dit gebeurt, is afhankelijk van de ernst van de overtreding en kan variëren van een eerste waarschuwing eventueel gecombineerd met voorlichting tot in het uiterste geval het stilleggen van een bedrijf en eventueel het ontruimen van een pand. Welke afwegingen wij hierin maken en welke instrumenten wij hiertoe inzetten wordt verder uitgewerkt in paragraaf 7.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Efficiënte, heldere en transparantere uitvoering van takenVergunningverlening, toezicht en handhaving vindt zoveel mogelijk gestandaardiseerd plaats. Dit betekent dat er gebruik gemaakt wordt van protocollen, werkprocessen en instructies. Op die manier dient een uniforme werkwijze gegarandeerd te worden. Vergelijkbare situaties worden zoveel mogelijk op gelijke wijze afgehandeld: willekeur en rechtsongelijkheid worden voorkomen en het proces is voorspelbaar. Nog niet voor alle procedures zijn protocollen of werkprocessen beschreven. Als gevolg van nieuwe ontwikkelingen op ICT gebied en actualisatie van beleidsonderwerpen is ons doel op te gaan stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal werkenDoor het integrale karakter van dit beleidsplan wordt benadrukt dat uitvoering van taken op het gebied van VTH niet per deelaspect plaats vindt, maar dat alle van belang zijnde aspecten worden meegewogen. Zo nodig wordt bijvoorbeeld bij toezicht en handhaving ook op basis van verschillende wet- en regelgeving samen opgetreden. Vergunningverleners, toezichthouders en juristen werken zoveel mogelijk samen met interne en externe partners, zoals de omgevingsdienst, de brandweer en politie.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2Preventiestrategie In hoeverre gestelde normen ook daadwerkelijk worden nageleefd wordt bepaald door een groot complex aan factoren. De primaire taak van een handhavingsorganisatie is om naleving van de gestelde regels te bewerkstelligen. Het verbeteren van het naleefgedrag kan beïnvloed worden door de inzet van preventieve instrumenten, zoals voorlichting en communicatie, eenduidige regels (in bijvoorbeeld bestemmingsplannen en de Algemene Plaatselijke Verordening) en een juiste balans tussen vergunningvrij (wenselijk vanuit lastenverlichting) en vergunningsplichtig (wenselijk omdat dit duidelijkheid verschaft in wat wel en niet mag).</p>\n<p class=\"lf-p\">Door vooraf te investeren in inzicht en duidelijkheid van regels, kunnen we een deel van de overtredingen door onze burgers en bedrijven voorkomen. Het betreft vooral overtredingen die door goedwillende en onbewuste overtreders worden gemaakt. Deze preventiestrategie richt zich op het vergroten van de bewustwording bij burgers en bedrijven. Voorlichting levert een bijdrage aan het creëren van draagvlak en het stimuleren van gewenst of verplicht gedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorlichting en communicatieDe gemeente Oosterhout probeert in eerste instantie via voorlichting en communicatie (bv. via social media) te bereiken dat overtredingen die kunnen ontstaan uit een gebrek aan informatie en kennis worden voorkomen. Burgers en bedrijven worden geïnformeerd door de gemeente over verandering van wet- en regelgeving, indieningsvereisten, mogelijkheden voor aanvragen, et cetera.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorlichting vindt plaats door: informatieverstrekking over beleid, wetgeving, indieningsvereisten op onze website; verwijzing naar websites van (landelijke) overheden met actuele informatie over wetgeving, indieningsmogelijkheden (omgevingsloket online) op onze website; vooroverleg over indieningsvereisten, kansrijkheid van plannen en mogelijkheden voor indiening van aanvragen (in fasen, in delen of integraal); bespreken van (toetsings-)resultaten na indiening van een concept aanvraag (met uitzondering van bouwactiviteiten); bij weigering of het buiten behandeling laten, wordt de aanvrager vóór bekendmaking geïnformeerd over het besluit en de overwegingen; informatieverstrekking tijdens controles.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot bouwactiviteiten kan een informeel principeverzoek ingediend worden of via het Omgevingsloket Online (OLO) een formeel vooroverlegplan. Het eindresultaat van een principeverzoek betreft een ambtelijke indicatie van de haalbaarheid van een initiatief op bepaalde maatgevende facetten zoals ruimtelijke inpassing, milieu, welstand, monumenten, flora en fauna. De aanvrager kan zijn initiatief zo nodig aanpassen en verder uitwerken en loopt zodoende in het formele vergunningentraject niet meer tegen onverwachte obstakels aan. Tevens kan de gemeente in het voortraject adviseren over de wijze van de vergunningaanvraag (gefaseerd, deelactiviteiten). Voor een vooroverlegplan via OLO worden leges geheven en worden verrekend met de uiteindelijk voor de verleende vergunning te betalen bouwleges.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3Vergunningenstrategie 7.3.1 AlgemeenDe gemeente is verantwoordelijk voor het tijdig afgegeven van kwalitatief goede vergunningen. De initiatiefnemers van vergunningaanvragen zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het (tijdig) indienen van een complete aanvraag. Ook zijn initiatiefnemers zelf verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak en acceptatie van de voorgenomen plannen bij belanghebbenden zoals buren. Met ingang van de Omgevingswet wordt hiervoor de werkwijze van de ‘omgevingsdialoog geïntroduceerd. De gemeente heeft begrip voor de wensen van de initiatiefnemer. Omgekeerd verwacht de gemeente ook begrip van de aanvrager indien een initiatief niet vergunbaar is. Van burgers en bedrijven mag worden verwacht dat zij zelf verantwoordelijkheid nemen om problemen op te lossen, bijvoorbeeld door overleg met de omgeving of de gemeente. Oplossingen die in gezamenlijkheid worden gevonden hebben de voorkeur boven oplossingen die van bovenaf worden opgelegd vanwege het grotere draagvlak dat hierdoor ontstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente houdt zich bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. We bekijken bij gemeentelijke beleidsvrijheid voortdurend naar nut en noodzaak ten aanzien van het aanvraagproces en de vergunningsvoorwaarden. Overbodige toetsingskaders, procedure stappen en indieningsvereisten worden geschrapt indien deze niet noodzakelijk zijn voor een objectieve toets van de aanvraag. Echter, niet vergeten mag worden dat de gemeente een belangrijke taak heeft om het algemeen belang te bewaken. Dat kan uiteraard op gespannen voet staan met de belangen van een individuele aanvrager van een vergunning of ontheffing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente heeft de taak om de verschillende belangen vanuit de verschillende disciplines te coördineren. De komst van de Wabo heeft er toe geleid dat bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt gewerkt met casemanagement. Bij elke aanvraag wordt een behandelend ambtenaar toegewezen. De klant beschikt hierdoor over één vast aanspreekpunt. De behandelend ambtenaar krijgt vanuit de betrokken disciplines adviezen aangereikt en ziet toe op het integrale karakter van de omgevingsvergunning. Deze werkwijze zal onder de Omgevingswet worden voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De behandelend medewerker beoordeelt of collegiaal overleg nodig is, o.a. om andere benodigde disciplines te laten beoordelen of een toetsing noodzakelijk is. In het gedigitaliseerde werkproces zijn ook de contactmomenten met externe en interne adviseurs opgenomen. Afhankelijk van de aangevraagde activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs.</p>\n<p class=\"lf-p\">In principe worden vergunningen voor onbepaalde tijd verleend. Bij te verlenen tijdelijke vergunningen wordt bepaald tot wanneer die vergunning geldt. Voor situaties, waarbij vergunning gevraagd wordt voor een jaarlijks terugkerende activiteit voor een beperkte periode per jaar, wordt er naar gestreefd deze vergunning voor meerdere jaren te verlenen. Wanneer sprake is van een zogenaamde schaarse vergunning moet worden afgewogen voor hoe lang de vergunning in redelijkheid kan worden verleend. Daar waar sprake is van mogelijke risico’s op onveilige situaties zal moeten worden bezien of en onder welke voorwaarden er eventueel voor meerdere jaren een vergunning kan worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wet Bibob geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken. Als er een reëel risico aanwezig is dat de vergunning of subsidie wordt gebruikt voor criminele activiteiten, kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken. Oosterhout heeft Bibob-beleid vastgesteld en past dit toe. Zie ook paragraaf 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de wet- en regelgeving kunnen bij vergunningprocedures zienswijze(n) worden ingediend, bezwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld. Net als voor vergunningen, toezicht en handhaving, geldt dat wij bij bezwaar en beroep streven naar een adequaat juridisch niveau, conform de Algemene wet bestuursrecht, binnen de gestelde termijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bezwaar tegen vergunningen zal altijd eerst geprobeerd worden om via overleg (mediation) tot een oplossing te komen. Komen we niet tot een oplossing of hebben partijen aangegeven geen behoefte te hebben aan overleg, dan zal de zaak worden behandeld in de bezwaarschriftencommissie van de gemeente. Bij handhavingszaken zal tot aan het opleggen van een sanctiemaatregel geprobeerd worden via overleg een overtreding ongedaan te laten maken. Dit kan bij de constatering door de toezichthouder of gedurende het sanctietraject plaatsvinden. Ervaringen op het gebied van vergunningen, handhaving en toezicht leren dat het inzetten van mediationvaardigheden zinvol is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Goede communicatie met de klant is minstens zo belangrijk als de tijdigheid van een beslissing. Hiermee kunnen geschillen en conflicten juist worden voorkomen. Het bespaart tijd, kosten en administratieve lasten. Het leidt vaak tot een win-win situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2 BouwBasiswerkwijzeOns hoofdproces voor het besluiten op een vergunningaanvraag en het beoordelen van een melding volgt de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Awb en de Wabo. Een samenvatting van het Wabo-werkproces is als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Registeren aanvraag in het registratiesysteem Key2 vergunningen gebeurt automatisch zodra een aanvraag in het omgevingsloket is ingediend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sturen ontvangstbevestiging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Behandelend ambtenaar omgevingsvergunning bepaalt: bevoegd gezag; te voeren procedure (regulier of uitgebreid); meervoudige of enkelvoudige aanvraag; publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">En bewaakt overzicht over lopende procedures en de voortgang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De behandelend ambtenaar is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: toets volledigheid en ontvankelijkheid; (vak)inhoudelijke toets aan alle relevante beoordelingskaders; uitzetten bij interne- en externe adviseurs; bewaken van de termijn; aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; opstellen (concept)beschikking; publicatie van ontwerp-beschikkingen bij de uitgebreide procedure; archiveren beschikking met bescheiden in Corsa of in de nabije toekomst in het zaaksysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningaanvragen worden digitaal behandeld. Alle correspondentie wordt per post aan de aanvrager en de eventueel gemachtigde verzonden. Afhankelijk van het zwaartepunt van de aanvraag wordt bepaald welke medewerker de aanvraag behandelt. De basiswerkwijze voor het verlenen van een omgevingsvergunning is vastgelegd in Key2 vergunningen, waarbij de processtappen worden doorlopen. Correspondentie, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften zijn gestandaardiseerd voor de toestemmingen die onder de Wabo vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afhandelingstermijn voor de aanvragen maakt het noodzakelijk om snel na ontvangst van de aanvraag te onderzoeken of alle vereiste stukken zijn ingediend. Dit is de toets op ontvankelijkheid. Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen dan mogelijk, wanneer de vereiste stukken aanwezig zijn. Zijn niet de vereiste stukken ingediend, dan is de aanvraag niet ontvankelijk, maar krijgt de aanvrager nog wel de gelegenheid de vereiste stukken alsnog in te dienen. De indieningsvereisten voor aanvragen zijn landelijk geüniformeerd en toegeschreven op de verschillende categorieën van activiteiten. Aan de hand van het landelijk voorgeschreven aanvraagformulier voor de omgevingsvergunning is relatief eenvoudig te bepalen of alle stukken bij de aanvraag zijn ingediend. De marges voor het toestaan van uitzonderingen zijn gering. Het consequent toetsen van een aanvraag op ontvankelijkheid voorkomt dat in het vervolg van het proces de toetsing niet (geheel) kan worden uitgevoerd. In het kader van de termijnbewaking is de ontvankelijkheidstoets dus een belangrijk onderdeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Oosterhout verricht een volledige ontvankelijkheidstoets bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning. Als richtlijn geldt dat binnen een termijn van twee weken na ontvangst van de aanvraag schriftelijk om aanvullende gegevens wordt verzocht. De aanvraag wordt buiten behandeling gelaten, als de gevraagde stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd. Tegen dit besluit om de aanvraag buiten behandeling te laten, kan de aanvrager bezwaar indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het nemen van een besluit op een aanvraag kan éénmalig worden verdaagd voor maximaal 6 weken. Dit moet worden gemotiveerd en schriftelijk bekend worden gemaakt bij de aanvrager. Het besluit tot verlenging van de beslistermijn wordt gepubliceerd. Reden om een aanvraag te verlengen kan zijn dat er meer tijd nodig is om tot een correcte beoordeling van bijvoorbeeld een bouwplan te komen, doordat er interne- of externe adviseurs geraadpleegd moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vormen van vergunningverleningDe volgende vormen van vergunningverlening worden onderscheiden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Reguliere procedure7Reguliere procedure; college beslist binnen 8 weken op een verzoek, welke eenmalig met 6 weken is te verdagen. Tegen het besluit kan gedurende 6 weken bezwaar worden ingediend bij het college. Een beslissing op bezwaar door het college, staat gedurende 6 weken open voor beroep bij de rechtbank. Een uitspraak van de rechtbank staat vervolgens gedurende 6 weken open voor hoger beroep bij de Raad van State (8 weken, eenmalig te verdagen met 6 weken, betreft een fatale termijn8Na overschrijding van deze termijn is de vergunning van rechtswege verleend.) Uitgebreide procedure9Uitgebreide procedure; college beslist binnen 6 maanden op een verzoek. Hiertoe wordt een ontwerp van het besluit gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarna het college een definitief besluit neemt. Een beslissing van het college, staat gedurende 6 weken open voor beroep bij de rechtbank. Een uitspraak van de rechtbank staat vervolgens gedurende 6 weken open voor hoger beroep bij de Raad van State. Indien het een uitgebreide procedure betreft die gebaseerd is op de Wro (wijzigingsplan of herziening bestemmingsplan) dan wordt beroep bij de rechtbank overgeslagen en is er direct hoger beroep mogelijk bij de Raad van State. (6 maanden, eenmalig te verdagen met 6 weken, betreft een termijn van orde10Na overschrijding van deze termijn is de vergunning niet van rechtswege verleend.) Gefaseerde aanvraag (verschillende termijncombinaties mogelijk) Aanvraag van deelactiviteiten (langste termijn van ieder van de deelactiviteiten) Opleggen van maatwerkvoorschriften (milieu) of nadere voorwaarden (brandveilig gebruik).</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een aanvraag in fasen of deelactiviteiten wordt aangevraagd, worden de bovenstaande stappen bij iedere fase/deelactiviteit doorlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Initiatiefnemers van vergunde werken die een jaar na het onherroepelijk worden van het besluit niet zijn gestart, kunnen van ons in principe een verzoek tot intrekking ontvangen. Daarmee proberen we te voorkomen dat activiteiten gerealiseerd worden volgens verouderde normen in wetgeving. Voorafgaand aan een eventuele intrekking dient de vergunninghouder hierover te worden gehoord. Indien een vergunning wordt ingetrokken kan de aanvrager aanspraak maken op een gedeeltelijke restitutie van leges. Tegen het besluit tot intrekking kan bezwaar worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingskader bouwenVoor de activiteiten bouw geldt dat de gemeentelijke toets (de zogenaamde preventieve toets) gekarakteriseerd wordt als een ‘aannemelijkheidstoets’: een vergunning voor de activiteit bouwen wordt alleen verleend als voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften. Hiermee stelt de wetgever duidelijk dat de gemeente bij het toetsen van de bouwaanvraag niet de verantwoordelijkheid overneemt van de vergunninghouder of de bouwpartij.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toetsingsstrategie zorgt voor (bouw)aanvragen voor een uniforme manier van toetsen. Ongeacht wie de behandelend medewerker is, vindt hierdoor een eenduidige toetsing plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen voor vergunningsplichtige bouwwerken toetsen we, na uitvoering van de ontvankelijkheidstoets achtereenvolgens aan de volgende onderdelen, indien van toepassing: toetsing aan bestemmingsplan toetsing aan gemeentelijke Bouwverordening toetsing aan welstandseisen bouwtechnische toetsing (Bouwbesluit 2012) Ad a. Toetsing aan bestemmingsplanActiviteiten die niet door het Rijk vergunningvrij zijn gemaakt, moeten worden getoetst aan het bestemmingsplan. Het gehele grondgebied van de gemeente Oosterhout is belegd met actuele bestemmingsplannen. Er zijn in Oosterhout geen beheersverordeningen vastgesteld. Ter voorbereiding op de Omgevingswet worden nu de bestemmingsplannen gedigitaliseerd en voorzien van eenzelfde set regels, die vastgelegd worden in het Handboek digitale Bestemmingsplannen. Dit laatste zorgt bij burgers en plantoetsers voor meer gebruiksgemak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een aanvraag in strijd is met het bestemmingsplan, wordt de aanvraag (ook principe-verzoeken of verzoeken om informatie) voorgelegd aan een (wekelijks gehouden) intern multidisciplinair ambtelijk overleg. Indien een afwijking van het bestemmingsplan wenselijk is (onder het aangeven van de argumenten waarom, waaronder een toetsing aan een goede ruimtelijke ordening), wordt één van onderstaande procedures ingezet:</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnenplanse afwijking (omgevingsvergunning) op basis van de regels opgenomen in het bestemmingsplan. Betreft een reguliere procedure op basis van de Wabo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnenplanse wijziging (wijzigingsplan) op basis van de regels opgenomen in het bestemmingsplan. Betreft een uitgebreide procedure op basis van de Wro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitenplanse afwijking (omgevingsvergunning) op basis van de kruimelgevallenregeling zoals wettelijk bepaald in het Besluit omgevingsrecht. Betreft een reguliere procedure op basis van de Wabo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitenplanse afwijking (omgevingsvergunning) op basis van de Wabo, ook wel bekend als projectbesluit. Betreft een uitgebreide procedure op basis van de Wabo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestemmingsplanherziening (postzegelplan) op basis van de Wro. Betreft een uitgebreide procedure op basis van de Wro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er verschillende procedures voor handen zijn, zal gebruik worden gemaakt van de lichtste procedure (de reguliere procedure). Het verlenen van medewerking met de uitgebreide procedure vindt plaats, indien er dusdanige belangen in het geding zijn, dat het voeren van een reguliere procedure geen recht doet aan deze belangen. Indien bij de toepassing van de afwijking medewerking kan worden verleend via een Wro-procedure, wordt het initiatief overgedragen aan de werkeenheid Ruimtelijke Ordening. Deze begeleidt het te voeren planologisch proces. Indien medewerking kan worden verleend via een Wabo-procedure, dan zorgt de unit V&amp;H voor de verdere afhandeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oosterhout streeft er naar dat de bestemmingsplannen een zeer actueel kader bieden en dat er dientengevolge zo min mogelijk toepassing wordt gegeven aan buitenplanse afwijkingen. Indien er voor een bepaalde activiteit een buitenplanse afwijkingsprocedure gevolgd wordt, wordt nagegaan of dit een omissie is het bestemmingsplan, en zo ja hoe dit kan worden verwerkt in het Handboek Digitale Bestemmingsplannen. De gewijzigde regeling zal daarmee successievelijk, via de actualisaties, onderdeel uitmaken van de bestemmingsplannen. Totdat de regeling is opgenomen in alle bestemmingsplannen, dient het Handboek digitale Bestemmingsplannen als een beleidskader voor de toepassing van de kruimelgevallenregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">In sommige gevallen is er aanvullend een specifieke beleidsregeling van toepassing, die concreet de toetsingsvoorwaarden omvat voor het afwijken van een bestemmingsplan. Bijvoorbeeld de regeling voor niet-zelfstandige bewoning (regeling voor kamerverhuur en huisvesting van arbeidsmigranten) en de regels voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf. In het kader van de preventiestrategie (zie paragraaf 7.2) wordt bij het opstellen van bestemmingsplanregels continu gekeken naar de balans tussen vergunningsplichtig en vergunningvrij (c.q. balans tussen “duidelijkheid wat wel en niet mag” versus “lastenverlichting”), en het draagvlak voor en de eenduidigheid van de gestelde regels. Door periodieke opname van deze nieuwe inzichten in het Handboek Digitale Bestemmingsplannen zullen nieuwe bestemmingsplannen de laatste inzichten in wijze van regelen bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad b. Toetsing aan gemeentelijke bouwverordeningBij de beoordeling van bouwplannen vormt de gemeentelijke bouwverordening op een aantal onderdelen nu nog een toetsingskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad c. Toetsing aan welstandseisenMet ingang van 1 oktober 2015 zijn in bijna heel Oosterhout de welstandsregels en de welstandstoetsing afgeschaft. Dit betekent dat aanvragen voor een omgevingsvergunning in de welstandsvrije gebieden niet langer getoetst worden aan welstandscriteria. In de beschermde stads- en dorpsgezichten, bij rijks- en gemeentelijke monumenten en in de nieuwbouwwijk de Contreie blijven de welstandsregels van kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen voor omgevingsvergunningen in welstandsvrije gebieden kunnen wel achteraf aan de excessenregeling getoetst worden. Dit kan gebeuren als mensen in de omgeving een bouwplan niet acceptabel vinden en geconstateerd wordt dat er sprake is van een exces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toetsing en advisering aan de welstandsregels worden aanvragen voorgelegd aan de Monumentencommissie, geleverd door de Stichting Dorp, Stad en Land.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad d. Toetsing aan bouwbesluitDe wetgever heeft de technische voorschriften in het Bouwbesluit 2012 niet naar zwaarte gedifferentieerd. Het is praktisch onmogelijk om alle geldende voorschriften even uitputtend te toetsen. Hiervoor ontbreken de (financiële) middelen en capaciteit. Bovendien vraagt niet elk bouwwerk om deze controle. Voor de technische toetsing van aanvragen voor de omgevingsvergunning bouwen is het daarom noodzakelijk dat er een lokaal kader is, waarin de gemeente Oosterhout aannemelijk maakt dat aan de regelgeving wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het Bouwbesluit zijn voorschriften gegeven voor het bouwen van woningen en woongebouwen, woonwagens en standplaatsen, niet tot bewoning bestemde gebouwen en voor bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het bouwbesluit maakt vervolgens onderscheid tussen twaalf verschillende gebruiksfuncties. De voorschriften voor de verschillende bouwwerken zijn verdeeld in vier thema’s, te weten: veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. De voorschriften kunnen wat betreft zwaarte per gebruiksfunctie verschillen. Bovendien hanteert het Bouwbesluit verschillende niveaus met betrekking tot deze voorschriften. Bij verandering van zowel het gebruik als de technische staat van een bouwwerk zijn de voorschriften voor nieuwbouw uitgangspunt. Indien sprake is van een ondergeschikte verbouwing kan vrijstelling voor een lager niveau worden gegeven met als ondergrens het bestaande niveau als beschreven in het Bouwbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de hand van de vier thema’s zijn hieronder een aantal aspecten benoemd waarop toetsing door de gemeente Oosterhout plaatsvindt, te weten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften uit het oogpunt van veiligheid: constructieve veiligheid gebruiksveiligheid, brandveiligheid en sociale veiligheid Voorschriften op het gebied van gezondheid richten zich op bescherming tegen: geluid/vocht waterafvoer ventilatie beperking invloed schadelijke stoffen / dieren watervoorziening daglicht Voorschriften die vanwege bruikbaarheid worden gesteld houden verband met toegankelijkheid ruimten opstelplaatsen Voorschriften op het gebied van energiezuinigheid richten zich op het terugdringen van het gebruik van gas en elektriciteit en houden, in zijn algemeenheid, verband met: energiezuinigheid (beoordelen EPC-berekeningen) Bij de technische eisen waaraan bouwwerken moeten voldoen, wordt onderscheid gemaakt naar soort bouwwerk. Het Bouwbesluit hanteert hiervoor een functionele indeling die redelijk technisch van opzet is. Om de toetsing ook voor minder ingewijden in het vakgebied inzichtelijk te gaan maken, gaan we de volgende gebruikelijke toegankelijke indeling hanteren: publieksfuncties &gt; € 100.000,- (verbouw, uitbreiding en nieuwbouw); publieksfuncties &lt; € 100.000,- (verbouw en uitbreiding); bedrijfsfuncties &gt; € 100.000,- (verbouw, uitbreiding en nieuwbouw); bedrijfsfuncties &lt; € 100.000,- (verbouw en uitbreiding); woningen nieuwbouw (particulier en projectmatig); woningen verbouw en uitbreiding (particulier en projectmatig); bouwwerken geen gebouw zijnde; tijdelijke bouwwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze indeling vormt het vertrekpunt om vervolgens per type bouwwerk de intensiteit of zwaarte van toetsing te bepalen. Deze intensiteit of zwaarte van de toets wordt weergegeven in zogenaamde toetsniveaus. Namelijk een 100%-toets kost circa tien keer zoveel tijd en past niet binnen een verantwoorde bedrijfsvoering. Daarbij komt dat de ontwerpende en uitvoerende bouw in Nederland van een dermate niveau zijn en zijn de belangen van opdrachtgevers, afnemers en verzekeraars zo evident dat een behoorlijk niveau ook zonder enige vorm van toetsing en toezicht wordt gerealiseerd. Er moeten en kunnen dus keuzes gemaakt worden in de toetsing aan de voorschriften van het Bouwbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">ToetsingsniveausVoor de toetsing aan het bouwbesluit van iedere aanvraag met een bouwactiviteit maken we gebruik van de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit (LTB 2012). Deze werkt met vier niveaus van toetsing. Per type bouwwerk is afhankelijk van het risico bepaald op welk niveau ieder van de aspecten getoetst wordt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zogenaamde toets niveaus. Deze toets niveaus beschrijven de diepgang die de beoordeling van bouwplannen aan de verschillende thema’s van het Bouwbesluit moet hebben. Bij de keuze en omschrijving van de toets niveaus is aangesloten bij de definities zoals die in het landelijk project Collectieve Kwaliteitsnormering Bouwvergunningen (CKB) zijn omschreven. Doelstelling daarbij is om de toetsingskwaliteit van aanvragen te waarborgen. Onder toetsingskwaliteit wordt verstaan: het afspreken van een minimaal toets niveau waaraan wordt getoetst en waardoor inzicht wordt verschaft in wat is getoetst. Het hierbij afgesproken collectieve minimum toets niveau wordt gezien als een verantwoord niveau van toetsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn vier toets niveaus waarbij de diepgang van de controle oploopt van niveau 1 naar niveau 4, te weten: uitgangspunten (sneltoets), globaal (visueel), gemiddeld (representatief) en grondig (integraal). Er is voor gekozen om de toets niveaus redelijk algemeen te beschrijven en niet voor elk individueel voorschrift van het Bouwbesluit te definiëren wat onder het toets niveau moet worden verstaan. Door middel van verbetering van de werkafspraken en gestandaardiseerde werkprocessen wordt bevorderd dat de hantering van de toets niveaus door de verschillende bouwplantoetsers steeds meer op uniforme wijze wordt toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage 5 is de toetsingsmatrix opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingskader slopenVoor slopen geldt bij karakteristieke objecten (bij monumenten, bij gebieden met archeologische verwachting en volgens het bestemmingsplan) een vergunningplicht. Deze worden door de gemeente Oosterhout beoordeeld en verleend. Voor overige objecten kan er afhankelijk van de hoeveelheid sloopafval en of er asbest aanwezig is een meldingsplicht gelden. De sloopmelding wordt op diverse thema’s uitvoerig beoordeeld door de OMWB. De testresultaten worden vertaald naar nadere voorwaarden in de vergunning of aan de melding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingskader brandveiligheidHet toetsen van meldingen en aanvragen omgevingsvergunning voor gebouwen in relatie tot brandveiligheid gebeurt op basis van een 100% toets. De brandweer checkt integraal of de juiste gegevens zijn aangeleverd en geeft hierop een advies aan de gemeente. Als de melding of aanvraag voldoet dan wordt deze verder in behandeling genomen door de gemeente Oosterhout. Aanvragen om vergunning en meldingen voor het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk en het gebruik hiervan worden door Oosterhout ter beoordeling voorgelegd aan de brandweer. Het betreft hierbij die initiatieven die een zekere mate van risico voor gebruikers en omgeving met zich meebrengen. Basis hiervoor vormen de gebouwgroep-categorieën als bedoeld in het basistakenpakket Risicobeheersing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingskader monumentenDe omgevingsvergunning voor monumenten (wijziging) vergt bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk cultuurhistorisch erfgoed. Naast de gebruikelijke beoordeling van de aanvraag via de Monumentencommissie (Stichting Dorp, Stad en Land), ligt het voor de hand dat bij de toetsing van aanvragen voor een vergunning voor monumenten wordt aangesloten bij de toetsingsstrategie voor omgevingsvergunningen activiteit bouwen. Immers, voor vrijwel alle veranderingen aan een monument is ook een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vereist. Door de intensiteit van toetsing en toezicht te vergroten als het een monument betreft kan een afdoende waarborg tegen vernietiging van monumentale waarden worden verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingskader aanleg, kap, reclame en inrittenVoor het realiseren van activiteiten die als wettelijke basis in de APV zijn geregeld, vindt toetsing primair plaats op basis van de bepalingen in de APV. Naast deze publiekrechtelijke toetsing, worden vaak ook privaatrechtelijke afspraken gemaakt als de activiteiten plaatsvinden op publieke gronden (bijvoorbeeld bij de aanleg van inritten). Afstemming vindt plaats met de wegbeheerders. Binnen onze gemeente zijn dit de gemeente zelf, het Waterschap of de provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de APV is opgenomen in welke gevallen voor het kappen/vellen van bomen een vergunning nodig is. In aanvulling hierop zijn ook beeldbepalende bomen in enkele bestemmingsplannen aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beoordeling van aanvragen voor de activiteit ‘aanleg’ wordt 100% getoetst aan de bepalingen in het bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.3 MilieuBeoordelingskader milieuVoor de activiteit milieu is het bedrijf primair verantwoordelijk voor een milieuverantwoorde bedrijfsvoering, binnen de kaders die hiervoor door de overheid zijn gesteld. De werkzaamheden rondom vergunningverlening milieu hebben betrekking op het beoordelen van aanvragen ingevolge de Wabo voor activiteiten die van invloed zijn op het milieu en het beoordelen van meldingen ingevolge het Activiteitenbesluit milieubeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De OMWB is gemandateerd om voor de gemeente deze aanvragen in behandeling te nemen. De indieningsvereisten zijn voor een vergunning vastgelegd in hoofdstuk 4 van de regeling omgevingsrecht, maar de beoordeling van de aanvraag en de vertaling in vergunningvoorschriften kent een bepaalde mate van vrijheid. Dit komt omdat de milieutoets betrekking heeft op een grote variëteit aan bedrijfsactiviteiten, waarbij ook de locatie en aard en omvang van de bedrijvigheid een belangrijke rol speelt. Voor een bedrijf dat is gevestigd op een industrieterrein worden doorgaans andere milieueisen gesteld dan aan een bedrijf dat is gevestigd in een woonwijk. Daarnaast kenmerkt de milieuregelgeving zich door een grote diversiteit en hoeveelheid (pseudo-)wetgeving. Deze laatste is vastgelegd in de bijlage van de Regeling omgevingsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de landelijke regelgeving moet ook rekening worden gehouden met provinciale en gemeentelijke regelgeving, de verordeningen. Vanwege het verschil in werkwijze gelden voor het behandelen van vergunningaanvragen en meldingen afzonderlijke beoordelingskaders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beoordelingskader voor vergunningsplichtige activiteiten bestaat uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Actuele milieuwet- en regelgeving, inclusief provinciale en gemeentelijke verordeningen (zoals geurverordening);</p>\n<p class=\"lf-p\">Standaarden: er wordt gewerkt met standaarden voor bijvoorbeeld vergunningvoorschriften, consideransen, brieven en overige documenten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandachtspunten besluitvorming: in de besluitvorming wordt deugdelijk gemotiveerd op welke wijze invulling is gegeven aan de beoordelingsvrijheid en benoemd welke regelgeving bij de besluitvorming is betrokken. Ook wordt gemotiveerd op welke wijze eventueel ingebrachte adviezen en/of bedenkingen bij de beschikking zijn betrokken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassen vergunning: de gemeente heeft de bevoegdheid en soms ook de plicht om vergunningen te actualiseren, te reviseren (integraal te herzien) en in te trekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beoordelingskader voor meldingsplichtige activiteiten bestaat uit het Activiteitenbesluit met eventueel een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM). Een OBM kan alleen worden verleend of worden geweigerd. Daarnaast kan het voorkomen dat voor een vergunningsplichtige inrichting ook een OBM nodig is. Elk type OBM heeft een eigen toetsingskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Oosterhout is de beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Externe veiligheid heeft te maken met de opslag, het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen. Deze stoffen zijn vaak onmisbaar voor de industrie en in ons dagelijks leven. Hoewel de kans op ongelukken met gevaarlijke stoffen klein is, kunnen de gevolgen groot zijn. Het is dus van groot belang om risico’s waar mogelijk te voorkomen en waar aanwezig zo goed mogelijk te beheersen. Een belangrijke voorzorgsmaatregel is het rekening houden met “externe veiligheid‟ bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen. Met name door het creëren van een ruimtelijke scheiding tussen risicobronnen en kwetsbare objecten als woningen en scholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingskader bodem, bouwstoffen en grondstromenDe provincie Brabant is binnen onze gemeente bevoegd gezag in het kader van de Wet bodembescherming. De uitvoering van deze taken ligt echter bij de OMWB. Met de invoering van de Omgevingswet zullen veel van deze taken bij de gemeente komen te liggen. Warme overdracht tussen provincie en gemeente gaat nog plaatsvinden. Dan wordt ook duidelijk welke taken dit gaat betreffen en kan hieraan nadere invulling aan worden gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvragen omgevingsvergunningen is in sommige gevallen advies vanuit bodem van toepassing (bouwwerken met bestemming verblijven van mensen). De doelstelling is het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond. Bij sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ dient een procedure bij het bevoegd gezag doorlopen worden (OMWB). De omgevingsvergunning kan eventueel verleend worden met een ‘uitgestelde inwerkingtreding’. Na een positieve beschikking van het bevoegd gezag treedt de vergunning in werking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen gemeente Oosterhout is sprake van een tweetal grondwaterwinningen ten behoeve van drinkwater. Deze worden beschermd door middel van grondwaterbeschermingsgebieden (25-jaarzones). Bij aanvragen omgevingsvergunning wordt getoetst aan bijvoorbeeld uitlogende bouwmaterialen, graafwerkzaamheden dieper dan 3 meter, etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het aanleggen van (gesloten) bodemenergiesystemen geldt een meldplicht (OLO). De gemeente is het bevoegd gezag voor systemen met een capaciteit van minder dan 70kW. Het toezicht en handhaving wordt door de OMWB uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het beheer van de leefomgeving is regelmatig grondverzet noodzakelijk. Dit is ook omschreven in de LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandachtspunten bij grondverzet zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het werken in verontreinigde grond Het is van groot belang te weten wat de kwaliteit van de bodem is om blootstelling aan verontreinigde grond te voorkomen en om de juiste voorzorgsmaatregelen te kunnen treffen. Hiervoor wordt verwezen naar de CROW 400, ‘Werken in of met verontreinigde bodem – Richtlijn voor veilig, zorgvuldig en risico gestuurd werken’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hergebruik van grond Bij grondverzet is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het Besluit Bodemkwaliteit is een onderdeel van de Wet bodembescherming (in de toekomst onderdeel van de Omgevingswet).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de bodembeheernota is het beleid voor het (opnieuw) toepassen van grond en baggerspecie in de regio nader uitgewerkt. De bodembeheernota is op 19 oktober 2010 in de gemeente Oosterhout in werking getreden voor een periode van 10 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In veel gevallen moeten toepassingen van grond en baggerspecie worden gemeld bij het Meldpunt Bodemkwaliteit (https://www.meldpuntbodemkwaliteit.nl/Voorportaal.aspx). Wanneer en hoe de melding gedaan moet worden is geregeld in het Besluit bodemkwaliteit. De OMWB beoordeelt de meldingen op juistheid en volledigheid. De OMWB voert daarnaast veldcontroles uit en handhaaft op het Besluit Bodemkwaliteit onderdeel van de werkzaamheden van de OMWB.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bodemkwaliteitskaart vormt de basis voor het vastleggen van de kwaliteitseisen die gelden op de locatie van toepassing. In sommige gevallen kan de bodemkwaliteitskaart ook gebruikt worden als milieuhygiënische verklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regionale bodemkwaliteitskaart is op 16 februari 2012 vastgesteld en wordt geactualiseerd. De verwachting is dat de nieuwe regionale bodemkwaliteitskaart geen veranderingen brengt ten opzichte van de huidige kaart. De bodembeheernota, de bodemfunctiekaart en de bodemkwaliteitskaart zijn te raadplegen via internet: https://gisportal.anteagroup.nl/Html5/BKKMiddenWestBrabant/Mobiel Transport van grond Grond zal uiteindelijk óf worden hergebruikt óf worden afgevoerd. Vrijkomende grond is per definitie afval, een afvalstof. Het transport van afval moet gemeld worden bij het LMA: Landelijk Meldpunt Afvalstoffen conform het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen. Voor transport is een begeleidingsbrief noodzakelijk van het LMA. Dat geldt ook voor schone grond en licht verontreinigde grond. De opdrachtgever kan zelf de melding doen, of dit uitbesteden aan een adviseur, aannemer of vervoerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingskader Wet natuurbeschermingDit betekent dat vanuit de Wabo het bevoegde gezag beoordeelt of ook natuuronderdelen (bijv. flora en fauna, natuurbeschermingsgebied) moeten worden aangevraagd en of de gegevens hiervoor ontvankelijk zijn. De natuuronderdelen in de Wabo procedure worden getoetst door de provincie. Indien vergunbaar, geeft de provincie een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af aan de gemeente. We nemen de resultaten van deze toetsing (verklaring van geen bedenkingen) over in onze beschikking. Een initiatiefnemer kan er voor kiezen om voorafgaand aan de Wabo aanvraag een losse Wnb-aanvraag in te dienen. Een losse Wnb-procedure wordt ingediend en afgehandeld door de provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.4 Algemene plaatselijke verordening en Bijzondere WettenIn de APV is de gemeentelijke regelgeving op het gebied van leefbaarheid en openbare orde opgenomen. Het gaat met name om onderwerpen en activiteiten die in de openbare ruimte plaatsvinden zoals bijvoorbeeld exploitatievergunningen, (grote) evenementen en parkeren. De APV wordt door de gemeenteraad vastgesteld en is grotendeels gebaseerd op de modelverordening van de VNG, waarbij opgemerkt dat de APV van Oosterhout sterk gedereguleerd is. Oosterhout gaat uit van ‘meer mogelijk maken met minder regels’ en het uitgangspunt dat de APV een slagvaardig bestuurlijk instrument moet zijn. Afhankelijk van het onderwerp is het college of de burgemeester het bevoegd gezag.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de APV heeft de gemeente de mogelijkheid om aan activiteiten die in de leefomgeving plaatsvinden extra regels te binden. Voor een aantal activiteiten eist de APV expliciet dat vooraf een vergunning wordt aangevraagd. Voor andere activiteiten dient een ontheffing te worden aangevraagd en bij weerandere kan volstaan worden met een melding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingskader Drank- en Horecawet – exploitatievergunningDe burgemeester is het bevoegd gezag als het gaat om het verstrekken van vergunningen op grond van de Drank- en Horecawet (DHW) en op grond van de APV voor de exploitatievergunning (Artikel 2.28).</p>\n<p class=\"lf-p\">De Drank- en Horecawet vereist dat ieder bedrijf of iedere (para-commerciële) instelling die alcoholhoudende dranken schenkt en / of verkoopt voor gebruik ter plaatse hiervoor een vergunning heeft. Voor slijterijen, waar alcohol verkocht wordt met een promillage van meer 15% voor gebruik elders dan ter plaatse geldt eveneens een vergunningplicht. Horecabedrijven en slijterijen mogen niet in werking zijn zonder vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragers van een DHW-vergunning worden altijd in persoon uitgenodigd om hun aanvraag toe te lichten. Bovendien is dit een gelegenheid om toe te lichten welke stukken op grond van de wet of het Bibob-beleid aangeleverd moeten worden bij de aanvraag en de aanvrager te wijzen op andere regelgeving op grond waarvan wellicht ook een vergunning aangevraagd moet worden. Dit kan bijvoorbeeld een exploitatievergunning zijn, een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een vergunning in verband met de aanwezigheid van een speelautomaat. Bij wijziging van een bestaande vergunning wordt de aanvraag alleen getoetst aan het onderdeel dat gewijzigd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Drank- en Horecawet bepaalt uitputtend welke bijlagen bij de aanvraag om vergunning gevoegd moeten worden. Elke aanvraag wordt volledig getoetst en zo nodig worden er voorschriften aan de vergunning verbonden. De inrichting wordt, voordat deze in gebruik wordt genomen, altijd gecontroleerd op de inrichtingseisen door een bouwtoezichthouder. Bovendien worden politie en brandweer altijd om advies gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast worden er ook ontheffingen verleend, bijvoorbeeld in verband met het tijdelijk verstrekken van alcohol. Dit gaat vaak samen met evenementen. Het toetsingskader voor aanvragen op grond van de DHW ligt vast in de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de APV zijn in aanvulling op de DHW bijzondere bepalingen opgenomen voor paracommerciële rechtspersonen, het verstrekken van sterke drank en happy hours.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingskader evenementenHet spreekt voor zich dat risicovolle evenementen, of evenementen die (grote) overlast veroorzaken voor de omgeving of die veiligheidsrisico’s met zich meebrengen, vergunningsplichtig zijn. Op die manier kan preventief het risico en de overlast voor de omgeving op een acceptabel niveau gebracht worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">We onderscheiden drie categorieën evenementen, te weten meldingen, vergunningsplichtige evenementen categorie A, B en C. Deze indeling wordt landelijk veel gebruikt. De categorie is bepalend voor de indieningstermijn voor een aanvraag, de aanvraagprocedure, afhandeling van de vergunningaanvraag en beleidsregels die van toepassing zijn. De burgemeester kan nadere regels stellen voor het verlenen van een vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meldingsplichtige evenementenVoor kleine evenementen kan volgens de APV (art. 2:25, lid 3 en 4) volstaan worden met een melding, mits aan alle voorwaarden, zoals opgenomen in de APV wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melder ontvangt een bericht van de acceptatie van zijn melding met daarbij eventuele aanvullende voorschriften en/of aandachtspunten bij het organiseren van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De A-evenementen hebben een beperkte impact op de directe omgeving en zijn alleen vergunningsplichtig. Deze aanvragen worden door de gemeente getoetst op diverse elementen waarvoor een ontheffing of ander besluit nodig is. Dit kan bijvoorbeeld een verkeersbesluit zijn of een ontheffing in het kader van de Drank- en Horecawet. De aanvrager ontvangt een evenementenvergunning met daarbij aanvullende voorschriften en/of aandachtspunten bij het organiseren van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De B-evenementen hebben een grotere impact op de directe omgeving en C-evenementen nog meer en zijn om die reden vergunningsplichtig. Zowel B als C evenementen kennen bovendien een hoog risico voor wat betreft veiligheid en openbare orde. Standaard wordt een vooroverleg gepland met de organisator om alle aspecten van het evenement met elkaar door te nemen. Vaak zijn ook hulpdiensten zoals politie, brandweer en GHOR bij dit overleg betrokken. Aanvragen worden standaard getoetst op volledigheid, veiligheid en of er overlast beperkende maatregelen worden getroffen. Indien er constructies zoals tribunes of tenten geplaatst worden, dan wordt advies gevraagd aan de experts van bouwen (vergunningverlening en handhaving) ten aanzien van brandveiligheid en constructieve veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig APV-vergunningen, -ontheffingen en -meldingenAlle overige vergunningen, ontheffingen en meldingen die op basis van de APV worden aangevraagd worden in principe getoetst aan de geldende regels. Zo nodig wordt bij collega’s en externe partijen om advies gevraagd. De diepgang van die toetsing hangt af van de prioriteit die hieraan is toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige gemeentelijke regelgevingAanvragen voor alle overige gemeentelijke regelgeving wordt altijd volledig getoetst. Het gaat hier bijvoorbeeld om (markt)standplaatsvergunningen en vergunningen voor de aanwezigheid van kansspelautomaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.4Toezichtstrategie 7.4.1. AlgemeenOp grond van het Bor moet het bestuursorgaan inzicht geven in de wijze waarop het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving wordt uitgeoefend. In Oosterhout vindt toezicht in een vorm en intensiteit plaats welke leidt tot een adequate naleving van wet en regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht in Oosterhout vindt plaats op basis van: het jaarlijks uitvoeringsprogramma VTH aangevraagde vergunningen en ontvangen meldingen specifieke thema’s of projecten (bijv. aanpak recreatieterreinen of vuurwerk) ontvangen klachten, handhavingsverzoeken en calamiteiten waarnemingen in het vrije veld: oog en oor Vormen van toezicht in Oosterhout kunnen zijn: administratief toezicht (bijvoorbeeld vergunningvrij bouwen in relatie tot BAG) structurele (routinematige) controles: periodiek toezicht op vergunningen en meldingen ad hoc toezicht vanwege bijzondere omstandigheden thematische of branche controles. Deze worden geformuleerd in het UVP gebiedsgerichte controles, bijvoorbeeld op bedrijfsterreinen of in het buitengebied hercontroles. De hercontrole bevat toezicht op één of enkele aspecten en vindt plaats aan de hand van een brief die is verzonden naar aanleiding van de vorige controle of op basis van een controlerapport.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het houden van toezicht is een prioriteitstelling noodzakelijk. De basis hiervoor is de risicoanalyse zoals deze in bijlage 2 is opgenomen (risico-gestuurd toezicht). Daarnaast snijden wij de mate van intensiviteit van het toezicht toe op wat we tijdens het toezicht aantreffen. Particulieren en bedrijven met een goedwillende houding vragen een andere intensiteit dan particulieren en bedrijven met een “moet kunnen” attitude. Ook zijn er particulieren en bedrijven die calculerend gedrag vertonen of in het uiterste geval zelfs crimineel gedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevindingen bij de periodieke (her)controles, quick scans, thema- of branchecontroles kunnen aanleiding geven tot het inzetten van andere vormen van toezicht zoals:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ketentoezicht, waarbij de toezichthouder een hele keten onderzoekt van bijvoorbeeld de producent van een bepaalde grondstof tot aan de producent van het eindproduct.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integrale onderzoeken, waarbij alle voorschriften uit de vergunning of van toepassing zijnde regelingen worden gecontroleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diepte-onderzoeken, waarbij slechts op een gedeelte van de vergunning wordt gecontroleerd, omdat uit bijvoorbeeld een probleemanalyse is gebleken dat daar de meeste risico’s zitten (bijvoorbeeld brandveiligheid bij zorginstellingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Administratieve controle, waarbij de administratieve organisatie en interne beheersing van bedrijven in relatie tot bepaalde voorschriften in de vergunning of de van toepassing zijnde regelgeving wordt beoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Systeemgericht toezicht, waarbij het toezicht is gericht op het functioneren van de systemen, processen en methoden die de ondernemer heeft om de naleving van wettelijke eisen te borgen en niet gericht is op de feitelijke naleving zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De controles kunnen aangekondigd uitgevoerd worden of onaangekondigd, afhankelijk van de aard van de controle en wat we met de controle willen bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De controles worden door de toezichthouder, eventueel samen met toezichthouders vanuit andere disciplines, voorbereid. Onderdeel daarvan is het kennisnemen van de bevindingen van vorige controles. Alle bevindingen worden digitaal vastgelegd in de controleverslagen. De bevindingen worden ook ter beschikking gesteld aan de gecontroleerde. Als er naar aanleiding van een bevinding een hersteltermijn wordt gegeven, dan is dit een realistische hersteltermijn en vindt de hercontrole, al dan niet ter plaatse, te allen tijde direct na afloop van de hersteltermijn plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.4.2 Thema’s en samenwerkingVeiligheidDe aanpak van georganiseerde criminaliteit vraagt om een stevige aanpak van zowel de gemeente als het OM, de belastingdienst en de politie. Het effectief bestrijden vraagt veel meer dan alleen een strafrechtelijke invalshoek. Een integrale aanpak dus, vanuit strafrecht, fiscaalrecht en bestuursrecht met als doel het verstoren van criminele handel, vitale elementen, logistieke processen en gelegenheidsstructuren. In Oosterhout worden als onderdeel van deze aanpak integrale multidisciplinaire controles gepland en uitgevoerd in de samenwerkingsverbanden BIT en carrousel, zoals beschreven in paragraaf 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling van een RIEC is de deelnemende gemeenten te ondersteunen en te faciliteren bij een bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Informatie wordt eenvoudiger uitgewisseld en samenwerking wordt makkelijker. Het RIEC biedt de mogelijkheid om vanuit verschillende vakdisciplines (straf-, bestuurs- en fiscaalrecht) de georganiseerde criminaliteit aan te pakken. Binnen het RIEC werken gemeenten samen met de politie, het OM, de Douane, de Koninklijke Marechaussee, de belastingdienst, zoals de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD)11De SIOD is een onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, met als doel de strafrechtelijke handhaving van de wet- en regelgeving op het terrein van werk en inkomen., de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst – Economische controledienst (FIOD-ECD)12De FIOD-ECD is een onderdeel van de belastingdienst, met als doel de strafrechtelijke handhaving van onder andere faillissementsfraude, witwassen, economische delicten zoals verboden prijsafspraken of fraude met tarieven., VROM en de provincie Noord-Brabant. Hiertoe is een convenant Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Convenant hennepteelt Zeeland - West-Brabant 2013: de convenantpartners onderkennen de dreigingen die met de illegale hennepteelt gepaard gaan en komen overeen de bedrijfsmatige teelt van cannabis (hennep) producten via een integrale aanpak te voorkomen en te bestrijden en gevaarlijke situaties onmiddellijk te beëindigen. De convenantpartners zijn de 39 gemeenten binnen de eenheid Zeeland - West-Brabant; de Politie Zeeland - West-Brabant het Openbaar Ministerie Zeeland - West-Brabant, woningcorporaties en overige verhuurders, gevestigd - dan wel actor -binnen de eenheid Zeeland - West-Brabant; Delta Netwerkbedrijf B.V.(DNWB) en Enexis B.V., Brabant Water, het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen en de Sociale Verzekeringsbank. Het convenant wordt geëvalueerd en geactualiseerd, maar de samenwerking wordt in ieder geval voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Driehoeksoverleg: We onderscheiden drie soorten driehoeksoverleg waar afgestemd wordt dan wel afspraken worden gemaakt over de inzet van de politie i.r.t. strafrechtelijk en bestuursrechtelijk optreden in het kader van de openbare orde en veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het niveau van het basisteam is er een periodiek gepland teamdriehoek (TDO) tussen de burgemeesters van de 6 gemeenten binnen het basisteamgebied (Oosterhout, Drimmelen, Geertruidenberg Aalburg, Werkendam en Woudrichem), de (gebieds)officier van justitie en de teamchef van politie. Op basis van de veiligheidsproblematiek binnen een basisteam worden in gezamenlijkheid de prioriteiten en de in te zetten capaciteit door de politie bepaald. Daarnaast zorgen bestuur, OM en politie voor de realisatie van de regionale veiligheidsthema's, landelijke prioriteiten en eventuele lokale prioriteiten, als die zich in het basisteam voordoen. In het TDO wordt de voortgang van geprioriteerde thema’s / onderwerpen bewaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is er het zgn. Right to call ofwel het Lokale driehoeksoverleg. Hier gaat het om zeer speciale lokale zaken waarbij een afstemming dan wel beslissing nodig is van het OM, de burgemeester van Oosterhout en de politie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot kennen we ook een districtelijk driehoeksoverleg (DDO). Hier worden op districtelijk niveau (11 gemeenten, OM en districtsleiding Politie) bovenlokale (gemeenschappelijke) vraagstukken opgepakt. Zo worden daar bv zaken rondom het BIT besproken en besloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">BouwNet als bij het toetsen van bouwplannen in de vergunning fase het geval is, geldt ook hier dat tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes moeten worden gemaakt wat en hoe dit wordt gecontroleerd. Voor deze fase hebben we het toezichtprotocol uitgewerkt. Het landelijke toezichtprotocol (LTP) van de Vereniging BWT Nederland heeft als basis gediend voor het gemeentelijk protocol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiteraard wordt op die onderdelen waaraan een bouwplan intensiever wordt getoetst ook intensiever toezicht gehouden. De categorieën van bouwwerken zijn onderverdeeld aan de hand van de bouwsommen. De bouwsommen hangen immers samen met de omvang van een bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de Wabo kan vaker zonder omgevingsvergunning worden gebouwd, zowel particulier als zakelijk. Echter, bij vergunningvrij is men wel aan regels gebonden. Deze regels omvatten vooral maximale oppervlakten en maximale afmetingen. In ieder geval gelden altijd de regels uit de Woningwet, het Bouwbesluit (onder meer voor veiligheid en gezondheid), de Bouwverordening en het burenrecht uit het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toezicht op de realisatie van bouwwerken vormt voor het team bouwtoezicht de grootste taak. Daarnaast is uit de prioriteitenmatrix gebleken dat ook toezicht bij bestaande gebouwen aandacht verdiend. Het gaat dan met name om gebouwen waar veel (kwetsbare) mensen verblijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorschriften, die tijdens sloopwerkzaamheden moeten worden nageleefd, en waar toezicht op moet worden gehouden zijn: de wijze van slopen de veiligheid van het sloopterrein en de directe omgeving het omgaan, verwerken en afvoeren van diverse soorten vrijkomend sloopafval, waaronder asbest Het toezicht slopen wordt sinds april 2016 uitgevoerd door de OMWB en vindt plaats volgens het landelijke (risicogerichte) toezichtprotocol voor sloopwerken met en zonder asbest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadat een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw en monumenten is afgegeven, zullen de monument specifieke aspecten worden meegenomen in de reguliere bouwinspecties, tenzij in een specifieke zaak extra toezicht nodig is kan de monumentencommissie worden ingeschakeld. Het toezicht blijft voor bouwtoezicht beperkt van omvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht gebruik – BrandveiligheidVoor wat betreft het toezicht Wabo gebruik was voorheen in veel gemeenten het uitgangspunt dat alle gebruiksvergunningplichtige en gebruiksmeldingplichtige objecten periodiek werden gecontroleerd. De frequentie van toezicht was gebaseerd op een bepaalde risico-indeling, meestal conform of vergelijkbaar met het Preventie activiteitenplan (Prevap). Deze manier van prioritering en uitvoering van het toezicht sluit niet meer aan bij de huidige beleving van risicobeheersing, omdat er te weinig differentiatie was in de manier van toezicht houden in relatie tot het brandrisico. Hiermee bedoelen we dat ook standaard ingezet werd op controles van objecten met een beperkt brandrisico. Deze controles kenmerken zich door een één op één benadering, waarbij de risicobeheerser controleert en meedeelt of aan de voorschriften wordt voldaan. In de visie risicobeheersing 2.0 van de Brandweer Midden- en West-Brabant (BMWB) kan het brandveiligheidsdoel bij dergelijke objecten op een andere meer effectieve manier bereikt worden, die meer gericht is op het bewustmaken van de eigen verantwoordelijkheid op gebied van brandveiligheid. Dit betekent steeds meer doelgroep benadering en beantwoorden van vragen die leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze systematiek is daarom een ondergrens opgenomen voor één op één toezicht bij de verschillende gebouwfuncties. Bij de objecten boven die ondergrens wordt daarnaast onderscheid gemaakt in diepgang van de controles, afhankelijk van de grootte van de risico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indeling gebouwgroepen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebouwgroep BvB Ondergrens Gebruiksfunctie Bouwbesluit Gebouwgroep 1:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfredzaam Utiliteit &gt;50 personen &gt;150 personen Andere bijeenkomstfunctie Andere gezondheidszorgfunctie Industriefunctie Kantoorfunctie Onderwijsfunctie Sportfunctie Winkelfunctie Overige gebruiksfunctie Bouwwerk geen gebouw zijnde Gebouwgroep 2:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfredzaam Slapen Utiliteit &gt;10 personen Logiesfunctie Gebouwgroep 3:</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet-zelfredzaam Slapen Utiliteit &gt;10 personen Woonfunctie voor 24-uurs zorg* Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang (jonger dan 4 jaar) Celfunctie Gezondheidszorgfunctie met bedgebied Gebouwgroep 4:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfredzaam Woongebouwen Woningen Kamerverhuur Wonen met zorg Woonfunctie voor kamergewijze verhuur Andere woonfunctie Restrisico’s incidentbestrijding Nvt (Dit betreft gebouwen met een verhoogd restrisico t.a.v. incidentbestrijding.) Maatschappelijk belang Nvt (Gebouwen die niet in bovenstaande gebouwgroepen vallen, maar waar vanuit lokaal maatschappelijk belang wel toezicht gewenst is.) Voor de achtergrond en definities van de gebruikte termen in deze tabel wordt verwezen naar de IFV-uitgave Basis voor Brandveiligheid dan wel het Bouwbesluit 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risicogericht toezicht en bestuurlijke prioriteitenDe afgelopen jaren heeft BMWB er voor gekozen om toezicht daar te plegen waar de fysieke veiligheidsrisico’s het hoogst zijn. Het doel daarbij is bewustzijn van (brand)veiligheid te realiseren bij object eigenaren en gebruikers. Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant heeft binnen het Bestuurlijk Toezichtprogramma 2015-2018 (BTP) een aantal prioriteiten benoemd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorginstellingen BRZO+ (Dit zijn bedrijven die vallen onder het ‘Besluit risico’s zware ongevallen’ en zijn dus risicovolle bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brandveilig Leven / Toolbox Nachtrecreatie (kampeerterreinen) Jaarlijks betekent het dat BMWB zich in het toezicht op brandveiligheid richt op de objecten met de hoogste risico’s en de prioriteiten zoals het Algemeen Bestuur ze heeft benoemd. De te bezoeken objecten worden verder in overleg met gemeente Oosterhout vastgesteld en in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het toezicht wordt er in dit kader met name gecontroleerd op: de aanwezigheid van een vergunning brandveilig gebruik/melding Bouwbesluit de voorschriften van een vergunning brandveilig gebruik/melding Bouwbesluit de aanwezigheid van vereiste documenten, logboeken en certificaten transparant- en noodverlichting het blokkeren, afsluiten en niet functioneren van vluchtroutes, nooduitgangen, blusmiddelen, rookbrandscheidingen en ontruimings-, brandmeld-, rookafvoer- en warmteafvoerinstallaties Daarnaast vinden er met name binnen de prioriteit Brandveilig Leven / Toolbox veel preventieve- en bewustwordings- activiteiten plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op dit moment wordt er vorm en inhoud gegeven aan de actualisatie van het meerjarenbeleidsplan 2019-2023 van de Veiligheidsregio. Naar verwachting wordt deze begin 2019 ter consultatie en besluitvorming voorgelegd aan het AB en gemeenten. Na vaststelling van dit meerjarenbeleidsplan 2019-2023 wordt bezien welke effecten dit geeft op de werkwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht aanleg, kap, reclame en inrittenVoor de activiteiten aanleg, reclame aanbrengen en kappen van bomen beperken wij ons tot het toezicht op basis van klachten en meldingen. In dit kader gaan wij uit van de eigen verantwoordelijkheid van de uitvoerder van de werkzaamheden. De inritvergunningen worden gecontroleerd door de opzichter civiel van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Milieuvergunning / activiteitenbesluitWanneer de vergunning (milieu) is verleend of de melding Activiteitenbesluit wordt geaccepteerd, worden de controles door de OMWB ingepland en uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Structureel vindt overleg plaats met de OMWB (voor de milieu- en bodemtaken) en de veiligheidsregio (voor de brandveiligheidstaken). Toezichtprogramma’s worden zoveel mogelijk afgestemd. Op basis van het integrale handhavingsbeleid kiezen we ervoor de periodieke (milieu)controles tijdens de gebruiksfase zo veel mogelijk integraal uit te voeren. De bevindingen worden, afhankelijk van het dossier, afgestemd met OMWB, Politie, Vreemdelingenpolitie, Belastingdienst, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Waterschap, de douane, Koninklijke marechaussee, Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit of Algemene Inspectiedienst (extern).</p>\n<p class=\"lf-p\">Samen sterk in Brabant – Convenant Groene Handhaving Noord-BrabantHet buitengebied is uniek, waardevol en kwetsbaar. Daarom is het belangrijk om het in de huidige staat te behouden. Voor veel gemeenten, zo ook voor Oosterhout geldt dat we geen boa’s domein 2 in dienst hebben. Daarom is gestart met “Samen Sterk in Brabant” (SSiB). Een samenwerking van de Omgevingsdiensten Brabant Noord, Zuidoost-Brabant en Midden- en West-Brabant, de Provincie Noord-Brabant, alle Brabantse gemeenten, waterschappen, Openbaar ministerie, politie en terreinbeheerders, met als doel een schoner en veiliger buitengebied in de gehele Provincie Noord-Brabant. Als gevolg van de handhavingsafspraken heeft de OMWB de opdracht handhavend op te treden in het buitengebied. Om vervolgens mogelijk te maken dat er op elkaars grondgebied en over gemeentegrenzen heen kan worden opgetreden en ook juridische kan worden opgetreden, is het convenant Groene handhaving Noord-Brabant opgesteld en ondertekent in 2017 en een gezamenlijk interventie-arrangement wildcrossen opgesteld en ondertekent.</p>\n<p class=\"lf-p\">De focus ligt op de aanpak van stroperij, wild crossen en (drugs)afvaldumpingen. Maar overtredingen als het verwaarlozen van dieren en illegale hennepteelt worden ook opgespoord. Hiertoe is een handhavingsteam 24 uur per dag en zeven dagen per week op pad in het buitengebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">EvenementenHet toezicht op bepalingen uit de APV, of naar aanleiding van verleende vergunningen en/of ontheffingen op grond van de APV, wordt uitgevoerd door de boa’s en de regiopool. De APV-vergunningverleners zetten alle verleende vergunningen en ontheffingen digitaal door naar de boa’s zodat zij op de hoogte zijn. Verder speelt de samenwerking met politie en andere hulpdiensten een rol als het gaat om bijvoorbeeld verkeersbesluiten of besluiten die invloed kunnen hebben op het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van het evenement bepaalt welke vorm en intensiteit van toezicht wordt ingezet. Bij de kleinschalige en evenementen vindt toezicht plaats op basis van klachten en meldingen. Bij de grootschalige evenementen vindt afhankelijk van de risico’s en duur van het evenement een of meerdere fysieke controlemomenten plaats. De intensiteit en diepgang van de controles bij de grote evenementen wordt voorafgaand aan het evenement bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Drank en HorecawetOp 16 december 2013 zijn de colleges van de elf gemeenten binnen politiedistrict De Baronie en daarbij ook Gilze Rijen, een regionale samenwerking aangegaan ten aanzien van toezicht DHW (horecapool). Het aangaan van deze samenwerking op basis van een convenant maakt het mogelijk dat toezichthouders van deelnemende gemeenten toezichtstaken kunnen verrichten op elkaars grondgebied. Naast het ondervangen van de kwetsbaarheid, wordt hiermee ook een eenduidigere wijze van toezicht en handhaving nagestreefd binnen de regio. Door de gezamenlijke aanwijzing van toezichthouders beschikt Oosterhout samen met de andere gemeenten over dertig bevoegde toezichthouders. Deze toezichthouders controleren twaalf keer op jaarbasis in Oosterhout. Een van de taken van de horecapool is het uitvoeren van controles op het verkrijgen van alcohol door 18-minners en het verstrekken van alcohol aan 18-minners. Hiervoor worden mystery-shoppers (jongeren) ingezet. Bij overtredingen maakt de DHW-toezichthouder een boeterapport op. Daarnaast vinden er controles plaats door onze eigen DHW controleurs op zaken die in de DHW bepaald zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de prioriteitenmatrix, door zogenaamde hotspots te onderscheiden en aanvullende acties die in het preventie en handhavingsplan alcohol, wordt jaarlijks een actieplan en controlelijst opgesteld met te bezoeken alcohol verstrekpunten. Hotspots zijn plaatsen waarvan bekend is dat jongeren er proberen alcohol te kopen of er veel komen of waarvan bekend is dat het naleefgedrag slecht is. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt het aantal controles en de soort controle opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking en taakverdeling politie en boaMet betrekking tot de taakverdeling bestaat de algemene regel dat, indien het de naleving betreft van gemeentelijke regelgeving, dat dan de boa’s verantwoordelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het UVP wordt voor de boa’s een planning van activiteiten gemaakt, gebaseerd op de prioritering uit de risicoanalyse en de gestelde doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De politie houdt toezicht op de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente. In de praktijk is het zo dat men intensief en regelmatig contact heeft, zowel individueel als in structurele afstemmingsoverleggen. Daarnaast staan de boa’s in direct contact met de meldkamer van de politie voor meldingen en eventuele calamiteiten. Politie, met name de wijkagenten en de boa’s hebben twee wekelijks clusteroverleg, waarin zaken met elkaar gedeeld worden. De lijntjes met de wijkagenten zijn kort en steeds meer gaat wanneer een bepaalde casus speelt een wijkagent samen met een boa op pad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een ander gedeelte van de samenwerking tussen onze gemeente en de politie heeft betrekking op de uitgeschreven proces verbalen in het kader van de geconstateerde overtredingen in het kader van de APV en de Wet Mulder. De boa’s sturen alle proces verbalen naar het Centraal justitieel incassobureau (CJIB).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het opsporen en bestrijden van (middel)zware milieucriminaliteit is binnen de politie Midden- en West Brabant een RMT (Regionaal Milieu Team) werkzaam. Het RMT en de taakaccent-houders van de politie verrichten enerzijds zelfstandig opsporingsactiviteiten en geven anderzijds een strafrechtelijk vervolg aan constateringen van onze toezichthouders. In de werkwijze worden de afspraken gevolgd zoals deze zijn vastgelegd in de Landelijke Handhavingsstrategie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klachten en meldingenKlachten en meldingen kunnen per telefoon, schriftelijk, per e-mail of via de website van de gemeente binnenkomen. Bij een verzoek van een burger of bedrijf wordt contact opgenomen. Wij zullen hier te allen tijde passend op reageren. Daarbij wordt rekening gehouden met de urgentie, de impact van het geconstateerde en de in dit plan gestelde prioriteiten. In goed onderling overleg wordt gezocht naar een snelle en informele oplossing van het probleem. Als dit niet mogelijk blijkt, dan wordt bij een herhaalde constatering een definitieve afweging gemaakt en schriftelijk gecommuniceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij anonieme verzoeken wordt de impact ingeschat. Afhankelijk van deze inschatting wordt eventueel verdere actie ondernomen. Het streven is om de klager binnen twee werkdagen op de hoogte te stellen dat de klacht is ontvangen en te informeren over het vervolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij horeca gerelateerde overtredingen wordt veelal direct gereageerd. Door in een vroeg stadium in overleg te gaan met een ondernemer, worden ieders verwachtingen duidelijk en mogelijke toekomstige problemen voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meldingen over de openbare ruimte, bijvoorbeeld over kapotte verlichting in de straat, zwerfafval, verstopte riolering of losse tegels kunnen gericht worden aan het Meldpunt Openbare Ruimte. Dit kan via de website van Oosterhout13https://www.oosterhout.nl/gemeentewinkel/klacht-over-openbare-ruimte-indienen/ en kan 24 uur per dag via het formulier Melding Openbare ruimte. Ook via de app MijnGemeente kunnen meldingen over de openbare ruimte worden doorgegeven. Meldingen worden in principe binnen tien werkdagen afgehandeld. Lukt dit niet, dan wordt contact opgenomen met de melder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor milieucalamiteiten (bijvoorbeeld een brand waarbij asbest vrijkomt) is de OMWB voor alle milieu activiteiten oproepbaar. De ondersteuning vindt plaats door middel van het verlenen van kennis, toezicht (monsteropnames, meedenken bij oplossingen) en materiaal (zoals meetapparatuur). Hierbij geldt een 24-uurs bereik- en beschikbaarheid. Bij dit soort spoedmeldingen kan er een telefonische melding worden gedaan via het nummer 073-6812821.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het niet om spoed gaat, maar wel om overlast van geur, geluid, trillingen of stof van bedrijven in de buurt, bodem-, lucht- of waterverontreiniging of een afvaldumping buiten de bebouwde kom, dan kan er via een onlineformulier een melding gedaan worden bij de MilieuKlachtenCentrale14https://www.omwb.nl/voor-inwoners-2/meld-een-milieuklacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een extra instrument dat de gemeente, voor vooralsnog een jaar (2019), gaat gebruiken is Meld Misdaad Anoniem (MMA). Hierdoor wordt het voor de burger eenvoudiger om anoniem meldingen te doen over verdachte omstandigheden. De gemeente gaat de informatie van deze meldingen gebruiken in haar aanpak van openbare orde en veiligheid. Zij kan hierdoor haar burgers ook gerichter gaan informeren. Voorbeelden van meldingen zijn: diefstal, drugs, geweld, milieuzaken, onverantwoord verkeersgedrag, woninginbraken of vermoeden van heling. Na een jaar vindt een evaluatie plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.4.3 Bijzondere vormen van toezichtBuurtbemiddelingBuurtbemiddeling helpt inwoners van Oosterhout om ‘buren’-ruzies op te lossen. Het doel van buurtbemiddeling is om de communicatie tussen medebuurtbewoners op gang te brengen en hen te ondersteunen in het maken van afspraken om overlast in de toekomst te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buurtbemiddelaars zijn opgeleid en hebben veel ervaring met het bemiddelen in conflictsituaties. Betrokkenen moeten wel bereid zijn om samen tot een oplossing te komen. Bij de aanpak van buurtbemiddeling blijven politie en justitie buiten beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">BuurtpreventieBuurtpreventie in Oosterhout is ontstaan op initiatief van buurtbewoners. Een team buurtbewoners zorgt samen voor het vormen en in standhouden van een veilige en leefbare woonomgeving. Doordat buurtbewoners onveilige situaties melden aan politie of gemeente krijgen inbrekers en vernielers nog maar weinig kans om hun slag te slaan in de buurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een buurtpreventieteam, werkt nauw samen met elkaar, de gemeente (onder andere met de buurt coördinatoren en de boa’s) en de politie. Buurtpreventieteams bepalen zelf op welke manier zij hun buurt veilig en leefbaar maken en houden. Iedere buurt is anders en heeft een eigen aanpak nodig. een aantal buurtpreventieteams hebben een gestructureerd overleg waarbij de boa aansluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sinds 2017 is BuurtPreventie Oosterhout (BPO) actief. BPO is het overkoepelend orgaan van alle buurtpreventiegroepen in de Gemeente Oosterhout. BPO stimuleert, faciliteert en motiveert buurtpreventiegroepen in de gemeente Oosterhout. Dit doen ze door middel van kennisdeling, georganiseerd overleg met de partners en het organiseren van verschillende evenementen. Samen met BPO gaan we bekijken hoe de al bestaande samenwerking nog verder versterkt kan worden. Een eerste oriënterend gesprek heeft hierover plaatsgevonden met BPO.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.5Handhavings- en sanctiestrategie Indien preventieve maatregelen of toezicht niet leidt tot beëindiging van de overtreding is de gemeente in beginsel verplicht om hier tegen op te treden. Professionele handhaving kenmerkt zich onder andere door een consequente uitvoering. Handhaving kan zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk. Voor het laatste zijn de mogelijkheden beperkt: naast de politie kunnen alleen de boa’s strafrechtelijk optreden. Als zij dat doen, handelen zij echter niet in naam van het college van B&amp;W maar doen zij dat namens het Openbaar Ministerie. Strafrechtelijk optreden zal, als het om andere werkvelden gaat dan de APV en de Wegenverkeerswet, veelal in samenwerking met externe partners als de politie moeten plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.5.1 Bestuursrechtelijke maatregelenBestuursrechtelijk handhaven is primair gericht op het doen opheffen dan wel voorkomen van de overtreding. De instrumenten van het bestuursrechtelijk optreden zijn vooral toegesneden op het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van de overtreding en op het herstel van de situatie. Kortom op het wegnemen van de overlast of aantasting en het alsnog aanbrengen van voorzieningen. Indien controle en aanschrijving niet resulteren in het gewenste effect zijnde het opheffen van de overtreding, zal een bestuursrechtelijke handhavingsbeschikking moeten worden genomen. Bij het toepassen van een instrument dient voorop te staan dat sprake is van het meest geëigende middel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij is de keuze: het opleggen van een last onder dwangsom het opleggen van een last onder bestuursdwang intrekken begunstigde beschikking 7.5.2 Strafrechtelijke maatregelen / bestuurlijke boeteDe instrumenten van het strafrecht zijn vooral toegesneden op het straffen van de overtreder en op het wegnemen van diens wederrechtelijk genoten (concurrentie)voordeel. De boa van de gemeente en de politie kunnen al dan niet in overleg met het Openbaar Ministerie (OM) een proces-verbaal opmaken. Vervolgens kan het OM stappen ondernemen (bijvoorbeeld bevelen/vorderen van een voorlopige maatregel en/of het vorderen van een passende eis ter zitting) om de situatie te doen ophouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties sluiten elkaar niet uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gemeente kan sinds 2009 gebruikmaken van het instrument ‘bestuurlijke boete’.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Oosterhout maakt momenteel nog geen gebruik van dit instrument voor VTH.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gemeente de bestuurlijke boete gaat toepassen dan vloeien de ontvangsten uit de boeten naar de gemeentekas. Daar staat tegenover dat de gemeente dan zelf zorg moet dragen voor onder meer het innen van de boete en de bezwaar- en beroepsprocedure. Indien de inzet van dit middel gewenst is, moet onderzocht worden of de gemeente beschikt over de capaciteit, zowel kwantitatief als kwalitatief, om de bestuurlijke boete in te voeren. Dit onderwerp is als doel om uit te zoeken opgenomen in paragraaf 6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In april 2014 is de Landelijke handhavingsstrategie versie 1.7 (LHS) verschenen. Dit is een instrument voor alle overheden om eenduidig te interveniëren naar aanleiding van tijdens het toezicht gedane bevinden. Deze strategie is breder toepasbaar dan alleen voor het omgevingsrecht. Het college van Oosterhout heeft deze LHS bij de vaststelling van het Beleidsplan Fysieke Leefomgeving 2015-2018 vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijke uitgangspunten van de Landelijke handhavingsstrategie, die wij onderstrepen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Afgestemd en effectief bestuurs- en/of strafrechtelijk handelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven met passende interventies en vergelijkbare keuzes in vergelijkbare situaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De strategie werkt op basis van een vijf stappenplan, waarin de afstemming met betrokken bestuursorganen en een goede dossiervorming zijn geborgd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Positionering bevinding in de interventiematrix Bepalen verzwarende aspecten Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is Optreden met de interventiematrix Vastlegging Wij handhaven om onze beleidsdoelstellingen te realiseren en om onze geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en integriteit te bevestigen. Zoals in onze visie aangegeven hoort bij het geven van vertrouwen ook dat degene die de regels niet naleven in alle gevallen ter verantwoording worden geroepen. Dit is ook onze expliciete taak als bevoegd gezag. Dit willen wij op een objectieve en transparante wijze doen en de LHS is daartoe een goed instrument. Om die reden conformeren wij ons aan de in bijlage 6 opgenomen LHS. Ten aanzien van de toepassing van deze strategie willen wij benadrukken dat wij alle stappen die in het handhavingstraject worden gezet vastleggen en aan de gecontroleerde bekendmaken. Wij geven invullingen aan onze verantwoordelijkheid door realistische termijnen te stellen en deze te allen tijde te handhaven teneinde de fysieke leefomgeving te beschermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhavings- en sanctiestrategieën die reeds door ons zijn vastgesteld en in lijn zijn met de LHS, maar een specifiek taakveld beslaan, blijven naast de LHS bestaan en worden onverminderd door ons gevolgd. Het gaat dan om het Alcohol- en horecasanctiebeleid Oosterhout (januari 2014), zoals opgenomen in bijlage 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verzoek om handhavingBurgers en bedrijven kunnen een verzoek tot handhaving aan de gemeente richten. De gemeente moet, binnen de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn, op een dergelijk verzoek reageren. Dit impliceert niet dat dan ook altijd tot handhaving moet worden overgegaan. Tegen de beslissing van de gemeente op een handhavingsverzoek staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.6Gedogen Er kunnen omstandigheden zijn die er toe leiden dat wij bij een overtreding tijdelijk afzien van handhaven. Het kan dan gaan om een situatie waarin sprake is van overmacht, er sprake is van een overgangssituatie of als het onmogelijk of zeer onwenselijk is om te handhaven. In dat geval nemen wij daarover een expliciet besluit door middel van een gedoogbeschikking. Om een gelijk speelveld te borgen gaan wij zeer terughoudend om met gedogen. Als wij wel gedogen, doen wij dat voor een zo kort mogelijke periode. In feite geven wij de overtreder dus een hersteltermijn. Binnen die termijn zoekt de overtreder naar mogelijkheden om de overtreding te beëindigen. Wij kunnen hier ondersteuning bij bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien vooruitlopend op besluitvorming rond vergunningverlening wordt gedoogd, is een ontvankelijke vergunningaanvraag ingediend Bestuursrechtelijk gedogen sluit eventuele strafvervolging door het OM niet uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer blijkt dat de voorwaarden die zijn opgenomen in de gedoogbeschikking niet worden nageleefd, dan moet deze worden ingetrokken en dient er handhavend te worden opgetreden om de overtreding te beëindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zicht op legalisatieBij een geconstateerde overtreding wordt allereerst getoetst of legalisatie van de overtreding mogelijk is. Als dit mogelijk is, dan is dat de aangewezen weg gelet op de hieruit voortvloeiende rechtszekerheid voor alle betrokkenen. Een voorwaarde hiervoor is wel dat legalisatie van de overtreding binnen een overzienbare termijn gerealiseerd moet kunnen worden. Wat een overzienbare termijn is hangt af van de situatie en wordt door ons bij toepassing daarvan goed gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er concreet zicht is op legalisatie van een overtreding, kan overwogen worden om van handhavend optreden af te zien. Er kunnen echter ook maatregelen nodig zijn om de overtreding voor zolang als deze nog niet gelegaliseerd is te beëindigen en de gevolgen weg te nemen of ten minste te beperken. Afhankelijk van de situatie en het risico bij voortduren van de overtredingen, wordt een afweging gemaakt en al dan niet overgegaan tot handhavend optreden. Bij het toepassen van de interventiematrix uit de LHS is de mogelijkheid van legalisatie een verzachtende omstandigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.7Optreden tegen eigen organisatie Handhaving van een vergunning of een wettelijke norm is voor een andere overheid of met een ander onderdeel van de eigen overheid niet anders dan anders. Ook daar geldt: “afspraak is afspraak”. Nog meer dan bij bedrijven of particulieren geldt de sfeer van algemeen normbesef en de geloofwaardigheid van de normerende overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als binnen onze organisatie overtredingen worden geconstateerd, vindt hierover overleg plaats met de betrokken collega’s en wordt de afdelingsmanager van de afdeling die verantwoordelijk is voor de overtreding en de afdelingsmanager die verantwoordelijk is voor de unit handhaving op de hoogte gesteld. Gezamenlijk wordt een stappenplan met een, gezien onze voorbeeldfunctie, zo kort mogelijk tijdspad uitgezet om de overtreding te legaliseren dan wel te beëindigen. In dit stappenplan wordt ook meegenomen op welke manier herhaling wordt voorkomen. Als er geen stappenplan kan worden overeengekomen of de overtredende afdeling komt de afspraken uit het stappenplan niet na, dan wordt de situatie voorgelegd aan de directie en in uiterste gevallen aan ons college. In dat geval nemen wij een bindend besluit ten aanzien van het stappenplan, dat wordt uitgevoerd door de betrokken afdelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Organisatie en middelen Voor het uitvoeren van strategieën en het bereiken van doelen, zijn personele capaciteit en financiële middelen nodig. Die capaciteit en middelen zijn geborgd in de begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Rijk heeft in artikel 7.5 van het Bor eisen gesteld aan de borging van personele capaciteit en financiële middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.1Gemeentelijke organisatie Het college is op het gebied van de Wabo het bevoegde bestuursorgaan voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het college is bestuurlijk verantwoordelijk voor het gevoerde beleid en de uitvoering van taken. In sommige gevallen (Drank- en Horecawet, enkele bepalingen in de APV) is de burgemeester het bevoegde bestuursorgaan. Hij zorgt er als coördinerend bestuurder ook voor dat daar waar nodig op bestuurlijk niveau afstemming plaatsvindt. Het management en de beleidsmedewerkers hebben regelmatig overleg met bestuurders om beleidsmatige en lopende zaken te bespreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De formatieplaatsen die binnen de organisatie betrokken zijn bij de uitvoering van de VTH-taken zijn grotendeels werkzaam op de afdeling Informatie- en Servicecentrum (ISC).</p>\n<p class=\"lf-p\">De afdeling ISC biedt directe dienstverlening aan individuele klanten en draagt zorg voor de beleidsontwikkeling, de werkvoorbereiding, de werkuitvoering en de evaluatie gericht op het gebied van:</p>\n<p class=\"lf-p\">1e lijn klantcontact;</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgerzaken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet op de lijkbezorging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet Maatschappelijke Ondersteuning (individuele verstrekkingen);</p>\n<p class=\"lf-p\">De Sociale Zekerheidswetten;</p>\n<p class=\"lf-p\">De Algemene Plaatselijke Verordening (APV);</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningaanvragen en meldingen in het kader van het brede omgevingsrecht; en Toezicht en handhaving van de bepalingen uit het brede omgevingsrecht en de APV/bijzondere wetten Vergunningverlening en toezicht &amp; handhaving is ondergebracht bij de unit Vergunningen &amp; Handhaving en de uitvoering is zo veel mogelijk gescheiden. Dit is wettelijk bepaald, omdat het ongewenst is dat een vergunningverlener zijn of haar eigen vergunning zou kunnen controleren. Het bovenstaande houdt niet in dat deze taken op afstand van elkaar moet worden gezet. Sterker nog de onderlinge uitwisseling van informatie is onmisbaar om het functioneren van de organisatie te optimaliseren. Zo zijn de toezichthouders de oren en ogen van de handhavers, leveren de handhavers feedback aan de vergunningverleners en worden de handhavers op het gebied van specifieke regelgeving ondersteund door de vergunningverleners.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage 9 is het organogram van de gemeentelijke organisatie opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">ISC - Unit Vergunningen &amp; HandhavingIn de Unit Vergunningen &amp; Handhaving werken vergunningverleners, medewerkers bouwtoezicht en boa’s samen. De unit wordt ondersteund door de Unit Procesondersteuning, waar de beleidsmedewerker vergunningen, toezicht en handhaving werkzaam is en een kwaliteitsmedewerker. Bij de Unit Procesondersteuning zijn ook beleidsmedewerkers van veiligheid werkzaam wat ook een nauwe en natuurlijke samenwerking tot gevolg heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningverleners van de Unit Vergunningen &amp; Handhaving voeren de Wabo-taken uit en taken in het kader van de Bijzondere wetten in de APV, zoals de uitvoering van de Drank- en Horecawet, de Wet op de Kansspelen, het standplaatsenbeleid, het evenementenbeleid en de Bibob toetsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De medewerkers bouwtoezicht hebben naast het Wabo bouwtoezicht ook een rol in de werkzaamheden in het kader van carrouselacties, BIT acties en bij de uitvoering van het Damocles beleid. Ook zijn de medewerkers betrokken bij projecten als ‘vervuilde woningen’ en ‘recreatieterreinen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">De groep boa’s (6 vaste krachten en 3 inhuurkrachten) heeft een coördinator / coach. Alle boa’s zijn aangewezen als toezichthouder en zijn verantwoordelijk voor toezicht in de openbare ruimte voor taken die voortkomen uit de APV en aanverwante vergunningverlening en beleidsterreinen en landelijke wetgeving. De inzet van de boa´s is op maandag overdag, dinsdag tot en met zaterdag tot 21.00 uur en op zondag wanneer inzet bij een evenement noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere boa heeft een taakaccent, maar is multifunctioneel inzetbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Taakaccenten betreffen onder andere deelnemer aan Carrousel- acties, studie begeleider voor studenten van de opleiding Vitalis, werkzaamheden in het kader van de Drank- en Horecawet, optreden als marktmeester, ondermijning en taakaccent op jeugd als jeugd boa.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de taakaccenten zijn de boa’s verantwoordelijk voor een aangewezen wijk in de gemeente, de bedrijventerreinen en het buitengebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De boa’s werken nauw samen met onder andere de politie (wijkagenten, dieren politie), Thuisvester (huismeesters, woonconsulenten) en buurtpreventieteams.</p>\n<p class=\"lf-p\">De functie van marktmeester is komen te vervallen en de taak is ondergebracht, als taakaccent, bij de boa’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadsontwikkeling – Unit Beleid en StrategieWerkzaamheden in het kader van parkeerbeleid en parkeerontheffingen worden uitgevoerd door afdeling Stadsontwikkeling (StO).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze afdeling werken tevens vak deskundigen op het gebied van milieu, duurzaamheid en externe veiligheid voor taken die niet bij de OMWB zijn belegd en het betreft met name adviestaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenleving &amp; Stadsbeheer (S&amp;S)De afdeling Samenleving en Stadsbeheer draagt in het kader van het VTH domein zorg voor de beleidsontwikkeling, de werkvoorbereiding, de advisering en de evaluatie gericht op het gebied van onder andere de kinderopvang, gezondheidszorg (bijvoorbeeld het preventie- en handhavingsplan), buurt- en wijkbeheer, beheer openbare ruimte en afvalverwijdering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfsvoering – Juridische zaken (JZ)De juristen hebben een primaire taak in het afhandelen van bezwaar en beroepszaken als het gaat om het domein VTH. In de praktijk ondersteunen de medewerkers van JZ de vergunningverleners, medewerkers bouwtoezicht en de boa’s, zowel door advisering als door het voeren van bestuursrechtelijke handhavingsprocedures. Brieven of besluiten als gevolg van taken van de boa’s worden vak door de medewerkers van JZ geschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Interne overlegstructuurBinnen de Unit Vergunningen &amp; Handhaving vinden unitbrede overleggen plaats en overleggen binnen de verschillende teams. Ook is er iedere twee weken een kwaliteitsoverleg waaraan de unitleider, de senioren bouwen, milieu en APV, de kwaliteitsmedewerker en de beleidsmedewerker deelnemen. Daarnaast zijn er ook afdeling overstijgende overleggen, waaronder het wekelijkse Initiatieven Sturings Overleg (ISO). In dit overleg worden plannen, die afwijken van het bestemmingsplan, vraagstukken over vergunningvrij bouwen, de legaliseringsvraag bij handhavingszaken, nieuw ingediende initiatieven en andere ruimtelijk relevante zaken, besproken. De plantoetsers en handhavers treden in overleg met de disciplines ruimtelijke ordening en stedenbouw over de verdere afhandeling van de voorliggende zaken. Daarnaast vindt op ad hoc basis, naar aanleiding van voorliggende initiatieven, overleg plaats tussen de afdelingen ISC, StO en SenS. De lijnen tussen de afdelingen zijn hierbij kort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemiddeld is er een driewekelijks afstemming met de bestuurlijke portefeuillehouders in de vorm van een portefeuillehouders overleg, waaraan de betreffende portefeuillehouder, eventuele betrokken andere portefeuillehouders, de betreffende directeur, de afdelingsmanager, de unitleider en de beleidsmedewerker deelnemen. Daar waar noodzakelijk vindt er tussentijds overleg plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2Kwaliteitsborging 8.2.1 Interne controleDoelstelling van de interne controle is het geven van advies en een oordeel over de kwaliteit van het proces omgevingsvergunningen. Procesbeschrijvingen dienen door de proceseigenaren vastgelegd en beheerd te worden in het programma Engage. Het proces omgevingsvergunningen is vastgelegd in Engage en bestaat uit twee stromen: Vergunningen &amp; Flitsvergunningen. Vanuit de procesbeschrijving in Engage en de gesprekken met de adviseur planning &amp; control en de kwaliteitsadviseur zijn binnen het proces omgevingsvergunningen beheersingsmaatregelen geïdentificeerd. Zie onderstaande tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Interne beheersingsmaatregelenActiviteit Interne beheersingsmaatregelen Keycontrols Accountant Vergunningen Registreren omgevingsvergunning en toetsen op volledigheid (ontvankelijkheidstoets) Na de aanvraag van een omgevingsvergunning vindt er een ontvankelijkheidstoetsing plaats door de verantwoordelijke behandelaar. Hierbij wordt de aanvraag gecontroleerd op volledigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsen omgevingsvergunning aan kaders wet- en regelgeving (inhoudelijke toets) Na beoordeling van de ontvankelijkheid vindt er een inhoudelijke toetsing plaats door de verantwoordelijke behandelaar. Hierbij wordt op financieel, inhoudelijk en procedureel vlak getoetst of de omgevingsvergunning kan worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afgeven legesbrief Ondertekening van de legesbrief door de vergunningverlener (gemandateerde).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht (alleen bij reguliere vergunningen) Visuele en fysiek toezicht door team Handhaving in Oosterhout. Daarnaast is sprake van een publicatieplicht voor afgegeven omgevingsvergunningen. Burgers kunnen een melding maken van niet aangevraagde omgevingsvergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Innen omgevingsvergunning Via proces invordering (financiële administratie). Niet in scope bij controle proces omgevingsvergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige Proces overkoepelende beheersingsmaatregel Binnen het proces is sprake van controle technische functiescheiding tussen de registrerende / uitvoerende, controlerende en beschikkende rollen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces overkoepelende beheersingsmaatregel De kwaliteitsadviseur (VH) voert elk kwartaal deelwaarnemingen (5) uit op de verleende omgevingsvergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces overkoepelende beheersingsmaatregel Per kwartaal wordt een aansluiting gemaakt tussen de primaire registratie (Key2vergunningen) en de financiële administratie (Decade) door Senior medewerker financiële administratie i.s.m. de senior medewerker VH - Bouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces overkoepelende beheersingsmaatregel Maandelijkse beoordeling op juiste boeking, vergelijking met voorgaand jaar en vergelijking met de begroting door de adviseur P&amp;C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces overkoepelende beheersingsmaatregel Bij het opstellen van de jaarrekening beoordeelt de adviseur P&amp;C de balanspositie aan de hand van achterliggende brondocumentatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces overkoepelende beheersingsmaatregel 1 x per jaar worden luchtfoto’s gemaakt. Handhaving beoordeelt deze luchtfoto’s en bespreekt verschillen met voorgaande luchtfoto’s met het team omgevingsvergunningen. Bij onverklaarbare verschillen wordt toezicht uitgevoerd door handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Application control – Key2vergunningen Koppeling van vastgestelde tarieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toebedeling aparte rollen en bevoegdheden in het systeem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal uit te voeren gegevensgerichte werkzaamheden is bepaald op basis van de geïdentificeerde risico’s en tabel inzake minimaal aantal uit te voeren waarnemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkzaamheden per interne beheersingsmaatregel gegevensgerichte werkzaamhedenActiviteit Interne beheersingsmaatregelen Gegevensgerichte werkzaamheden # Vergunningen Registreren omgevingsvergunning en toetsen op volledigheid (ontvankelijkheidstoets).</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de aanvraag van een omgevingsvergunning vindt er een ontvankelijkheidstoetsing plaats door de verantwoordelijke behandelaar. Hierbij wordt de aanvraag gecontroleerd op volledigheid. o Maak een selectie van 12 waarnemingen (4 waarnemingen reeds al bij organisatiegerichte werkzaamheden geselecteerd) verspreid over het jaar uit de dump Key2vergunningen. o Stel voor de geselecteerde waarnemingen vast dat de aanvraag volledig is ingediend. o Stel voor de geselecteerde waarnemingen vast dat de ontvankelijkheidstoets door een behandelaar is uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 Toetsen omgevingsvergunning aan kaders wet- en regelgeving (inhoudelijke toets).</p>\n<p class=\"lf-p\">Na beoordeling van de ontvankelijkheid vindt er een inhoudelijke toetsing plaats door de verantwoordelijke behandelaar. Hierbij wordt op financieel, inhoudelijk en procedureel vlak getoetst of de omgevingsvergunning kan worden toegekend. o Stel voor de geselecteerde waarnemingen vast dat de aanvraag inhoudelijk in overeenstemming is en voldoet aan de legesverordening o Stel voor de geselecteerde waarnemingen vast dat de inhoudelijk toets door de behandelaar is uitgevoerd 12 Afgeven legesbrief Ondertekening van de legesbrief door de vergunningverlener (gemandateerde). o Stel voor de geselecteerde waarnemingen vast dat het besluit is getekend door de gemandateerde.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 Toezicht (alleen bij reguliere vergunningen) Visuele en fysieke toezicht door team Handhaving in Oosterhout. Daarnaast is sprake van een publicatieplicht voor afgegeven omgevingsvergunningen. Burgers kunnen een melding maken van niet aangevraagde omgevingsvergunningen. o Stel voor de geselecteerde waarnemingen vast of toezicht door team Handhaving heeft plaatsgevonden. o Stel voor de geselecteerde waarnemingen vast dat de vergunning is gepubliceerd en dat eventuele bezwaren zijn opgepakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 8.2.2 Kwaliteitscriteria 2.1De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH taken) door gemeenten, provincies en omgevingsdiensten in het Omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. Deze kwaliteitscriteria zijn in brede samenwerking door de bevoegde gezagen ontwikkeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voldoen aan de criteria zorgt ervoor dat het bevoegd gezag in staat is om de gewenste kwaliteit en continuïteit te leveren aan burgers, bedrijven en instellingen en zorgt ervoor dat overheden onderling kwaliteit leveren en geeft duidelijkheid over welke kwaliteit we als opdrachtgevers mogen verwachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenteraad heeft als gevolg van de wetgeving met betrekking tot deze kwaliteitscriteria 2.1, de ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Oosterhout’ vastgesteld, welke vanaf 5 april 2017 van kracht is. Deze verordening regelt de kwaliteit van de in opdracht van burgemeester en wethouders door de omgevingsdienst uitgevoerde vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) binnen het omgevingsrecht. Ten aanzien van de overige Wabo-taken die door of in opdracht van burgemeester en wethouders worden uitgevoerd hebben burgemeester en wethouders een zorgplicht voor een goede kwaliteit van de uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kwaliteitsniveau van de uitvoering van de taken wordt jaarlijks door burgemeester en wethouders bepaald en geborgd in het ‘Uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving Fysieke Leefomgeving’ (UVP). Zie ook hoofdstuk 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud van de kwaliteitscriteriaDe kwaliteitscriteria hebben betrekking op de organisatie en op de medewerkers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat over:</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces (denk aan beschrijving werkprocessen, toetsingscriteria, handhavingsbeleid etc.) Inhoud en prioriteiten (denk aan vaststellen van doelen en prioriteiten) Kritieke massa: deskundigheid en continuïteit DeskundigheidOpleiding: de minimale basisopleiding en een indicatie van de aard en de omvang van de benodigde aanvullende opleidingen waarmee de kennis is te verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkervaring: het minimale aantal jaren relevante werkervaring die men nodig heeft om de taak zelfstandig uit te kunnen voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende kennis: de minimaal benodigde basiskennis en diepgaande kennis voor de zelfstandige uitvoering van de taak, in aanvulling op de opleidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">ContinuïteitFrequentie: de minimale frequentie per jaar waarmee een taak zelfstandig moet worden uitgevoerd om de deskundigheid te behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal: het minimale aantal medewerkers met de omschreven deskundigheid en frequentie waarover de organisatie moet kunnen beschikken om de noodzakelijke deskundigheid te kunnen borgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Borging: de omgeving waar deze activiteiten uitgevoerd moeten worden (binnen de overheid of uitbesteed) en de mogelijkheden die er zijn om in te huren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het volgende overzicht is aangegeven of en in welke mate we voldoen aan het kwaliteitscriterium kritieke massa. Daar waar we constateren kwetsbaar te zijn, lossen we dat op door ofwel bijscholing ofwel expertise in te huren. Wat brandveiligheid betreft biedt de brandweer ons haar expertise en voor de constructieve veiligheid huren we expertise in. In het geval van toezicht op groene wetten zijn we kwetsbaar om de reden dat we in Oosterhout niet twee medewerkers, zoals de criteria dat voorschrijven in dienst hebben, maar één medewerker. Deze medewerker kan wel de beoogde kwaliteit leveren en zo voldoen we wel aan de zorgplicht. Ditzelfde geldt voor bouwakoestiek en cultuurhistorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2.3 Capaciteit en financiële middelenOp grond van de landelijke en lokale ontwikkelingen, onze gestelde prioriteiten en doelen en de omgevingsanalyse kan een inschatting gemaakt worden van wat er op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving de komende beleidsperiode enerzijds op ons af komt en anderzijds waar wij proactief op in willen zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De te verwachten werklast wordt jaarlijks op basis van een actualisatie van de omgevingsanalyse en de evaluatie van het voorgaande jaar in aantallen en te besteden uren concreet gemaakt in het UVP. Daarbij worden ook uren gereserveerd om adequaat te kunnen reageren op meldingen en om in te springen op ontwikkelingen die direct aandacht behoeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens wordt bepaald welke capaciteit benodigd is om onze taken adequaat en dienstverlenend uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de kwaliteitseisen van de wet VTH.</p>\n<p class=\"lf-p\">De benodigde financiële middelen voor het realiseren van de doelen en acties uit dit beleidsplan, welke jaarlijks worden geconcretiseerd in het UVP, worden in de begroting geborgd. Bij de begroting worden de benodigde budgetten, na besluitvorming door de gemeenteraad, voor de uitvoering beschikbaar gesteld. Op de benutting van de budgetten wordt gerapporteerd bij de twee concernrapportages die en aan het college en aan de gemeenteraad worden aangeboden ter besluitvorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer blijkt dat er onvoldoende financiële en personele beschikbare middelen beschikbaar zijn, wordt onderzocht of er aanvullende middelen beschikbaar zijn, dan wel wordt het UVP aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de meerjarenbegroting 2019-2022 is voor de inzet op bouwen en APV (vergunningverlening, bouwtoezicht en handhaving door boa’s) € 1.509.661,- geraamd voor 22,39 fte plus 1 fte voor de kwaliteitsondersteuning. In totaal zijn er 6 boa’s in vaste dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wordt 3 fte ingevuld door inhuurkrachten voor (parkeer)handhaving bekostigd uit de exploitatie van het parkeren. Dit betreft een budget van € 176.400. (1fte staat voor 1315 productie-uren).</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteitsmedewerker biedt kwaliteitsondersteuning en heeft de volgende taken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwikkelen van kwaliteit op dienstverlening, relevante wet- en regelgeving en het signaleren van ontwikkelingen op deze terreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Adviseren van de afdeling, het management en het bestuur over de kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitscontroles en reviews uitvoeren en procesverbeteringen doorvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het leveren van input voor de planning &amp; controlcyclus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is budget beschikbaar voor een beleidsmedewerker VTH die beleidsondersteuning biedt voor 0,89 fte en de volgende taken heeft:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwikkelen van beleid voor het brede terrein van VTH, relevante wet- en regelgeving en het signaleren van ontwikkelingen op deze terreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Adviseren van de afdeling, het management en het bestuur over vakinhoudelijke ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het leveren van input voor de planning &amp; controlcyclus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evalueren van beleid Participeren binnen ketenontwikkeling en regionale samenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor milieu geldt dat de uitvoering is belegd bij de OMWB. De OMWB draagt op grond van het door ons opgestelde jaarlijkse werkprogramma en bijbehorend budget zorg voor voldoende capaciteit om de werkzaamheden uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de OMWB is tot en met 2022 jaarlijks € 929.226 geraamd. Deze kosten worden deels gedekt uit leges voor vergunningverlening bouwen en APV en uit naheffingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2.4 MonitoringOm te kunnen beoordelen of de beleidsdoelstellingen en de geplande werkzaamheden uit het UVP gehaald en uitgevoerd zijn, is het belangrijk dat de activiteiten geregistreerd worden. Monitoring is het stelselmatig en systematisch verzamelen, bewerken en verstrekken van gegevens om na te gaan of en in hoeverre het gevoerde beleid slaagt en of de gestelde doel- en taakstellingen behaald zijn of gaan worden. Om verantwoording te kunnen afleggen over de inspanningen en resultaten zijn verschillende gegevens nodig. Deze gegeven moeten periodiek opvraagbaar zijn voor zowel managementdoeleinden (voortgang van de uitvoering) als voor periodieke verantwoording naar het college en de gemeenteraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze managementinformatie (dashboard) is in ontwikkeling, steeds meer gegevens vanuit de diverse ICT systemen worden ontsloten door Cognos. In paragraaf 3.4.6 is uiteengezet met welke ICT systemen er gewerkt wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De OMWB stelt ieder jaar een jaarverslag op dat ter vaststelling naar het college wordt gestuurd en samen met het UVP ter kennisname verstuurd wordt aan de gemeenteraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast registratie van de werkzaamheden, zien we de resultaten van onze inspanningen tevens terug in diverse gemeentelijke enquêtes. Wat betreft de prioriteiten en doelen gaan we in het UVP na wat we bereikt hebben in het afgelopen jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage1:Afkortingen/begrippenlijst AMvB Algemene Maatregel van Bestuur APV Algemene plaatselijke verordening AVG Algemene verordening gegevensbescherming AWB Algemene Wet Bestuursrecht BAG Basisregistratie Adressen en Gebouwen Bgbop Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen BGT Basisregistratie Grootschalige Topografie Bibob Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur BIT Baronie Interventie Team Boa Buitengewoon opsporingsambtenaar Bor Besluit omgevingsrecht BPO Buurt Preventie Oosterhout BRZO Besluit Risico Zware Ongevallen BRZO+ bedrijven Bedrijven die risicovolle activiteiten hebben maar net niet onder de criteria van het BRZO vallen BTP Bestuurlijk Toezichtprogramma BW Bijzondere Wetten BZV Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij CJIB Centraal justitieel incassobureau CKB Collectieve Kwaliteitsnormering Bouwvergunningen DDO Districtelijke driehoek overleg DHW Drank- en horecawet District Baronie Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Oosterhout, Werkendam, Woudrichem en Zundert.</p>\n<p class=\"lf-p\">EED Europese Energie-Efficiency Richtlijn FIOD-ECD Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst – Economische controledienst GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio GGD Gewestelijke Gezondheidsdienst LHS Landelijke Handhavingsstrategie LTP Landelijke toezichtprotocol MER Besluit milieueffectrapportage MJPIV Meerjarenplan Integrale Veiligheid MOR Ministeriële regeling Omgevingsrecht OBM Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets OLO Omgevingsloket Online OMWB Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Prevap Preventieactiviteitenplan RIEC Regionale Informatie en Expertise Centrum SenS Samenleving en Stadsbeheer SIOD Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst SSiB Samen Sterk In het Buitengebied StO Stadsontwikkeling UVP Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving, Vergunningen, Toezicht en Handhaving VRMWB Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant VTH Vergunningen, Toezicht en Handhaving Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wko Wet kinderopvang Wnb Wet natuurbescherming Wrp wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche Bijlage2:Risicoanalyse gemeentelijke taken Uitleg risicoanalyse:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage3:Risicoanalyse VTH Milieu – OMWB Bijlage4:Wijk en Buurtindeling Oosterhout Bijlage5:Toetsingsmatrix bouwen Bijlage6:Landelijke handhavingsstrategie Bijlage7:Alcohol- en sanctiebeleid 2014 en bijbehorende sanctietabel (vanaf 6-2-2014 van kracht) VoorwoordVoor u ligt het Alcohol- en Horecasanctiebeleid van de Gemeente Oosterhout. Dit beleid beschrijft de aanpak van overtredingen bij (met name) alcoholverstrekkers en is gebaseerd op het Brabants Alcohol- en Horecasanctiebeleid dat is opgesteld door de Brabantse werkgroep Drank- en Horecawet. Dit beleid is op provinciaal niveau afgestemd met organisaties als de KHN en de politie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor ontstaat op provinciaal niveau zo veel mogelijk een uniforme aanpak van overtredingen bij alcoholverstrekkers. Een uniforme aanpak heeft verschillende voordelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het draagt bij aan het tot stand brengen van een provinciaal level playing field voor alcoholverstrekkers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschaft duidelijkheid over wat de bovenlokale handhavingspartners (politie en openbaar ministerie) van de gemeenten in Noord-Brabant mogen verwachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschaft duidelijkheid over wat de alcoholverstrekkers (en hun belangenbehartigers) van de gemeenten in Noord-Brabant mogen verwachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het draagt bij aan het voorkomen van een ‘waterbedeffect’ waarbij alcoholverstrekkers die zich niet aan de regels wensen te houden zich verplaatsen naar een andere gemeente (binnen de regio) omdat overtredingen daar niet of minder streng wordt gesanctioneerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het draagt bij aan een betere handhaving en het terugdringen van zogenaamd ‘free rider’ gedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Alcohol- en Horecasanctiebeleid van de Gemeente Oosterhout is op hoofdlijnen gelijk aan het Brabants Alcohol- en Horecasanctiebeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">KaderDe Brabantse handhavingsstrategie ‘Zó handhaven wij in Brabant’ vormt het algemene kader waarbinnen, ook voor wat betreft de Drank- en Horecawet, kan worden gesanctioneerd. Dit beleid is dan ook een nadere uitwerking van de Brabantse Handhavingsstrategie voor wat betreft het sanctioneren van overtredingen bij alcoholverstrekkers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alcohol- en Horecasanctiebeleid Gemeente OosterhoutIn dit beleid worden sanctiemaatregelen beschreven voor de meest voorkomende overtredingen bij alcoholverstrekkers. Het betreft hier voorkeurssancties die in het algemeen direct kunnen worden toegepast. In de bijlage is een sanctietabel opgenomen. Dit is expliciet in een bijlage gedaan, omdat dan het beleid niet hoeft te worden gewijzigd als er aanpassingen nodig zijn in de tabel, bijvoorbeeld als de hoogte van de bestuurlijke boetes wordt aangepast.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Inleiding1.1 Uitgangspunten handhavend optredenBij constatering van overtredingen van wet- en regelgeving wordt als algemeen uitgangspunt gesteld, dat er in beginsel altijd tegen overtredingen wordt opgetreden. Dit uiteraard voor zover de wettelijke bevoegdheden en de prioriteitenstelling van de handhavingpartners dit toelaten. Er heeft voor zover mogelijk beleidsafstemming plaats gevonden binnen de gemeenten van het politiedistrict de Baronie.</div>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de opzet is uitgegaan van de “Brabantse Handhavingsstrategie”, zoals die is vastgesteld in het kader van de regionale handhavingsamenwerking. Die strategie loopt als een rode draad door het gehele beleid heen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit beleid is bedoeld om overtredingen op te heffen en herhaling te voorkomen. Het is ook bedoeld om risicovolle situaties op te heffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het beoordelen van een overtreding en het bepalen van de juiste sanctie wordt rekening gehouden met: de mogelijke gevolgen van die overtreding, en; de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan, en; de houding en het gedrag van de overtreder, en; de voorgeschiedenis, en; het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel. Dit wil zeggen dat de sanctie moet worden toegepast die het minst ingrijpend is en het beste past om het gestelde doel te bereiken. Dit betekent dat bij een overtreding niet standaard één bepaalde interventie mogelijk is. De toezichthouder moet in elke specifieke situatie bepalen welke sanctie de beste is. Daarbij wordt corrigerend opgetreden en eventueel ook sanctionerend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de toezichthouder een overtreding constateert, past hij het handhavingstappenplan (zie tabel 1 op pagina 4) toe. Als van het stappenplan wordt afgeweken, moet die afwijking gemotiveerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Basis handhavenDe wettelijke bevoegdheid tot het doen naleven van wetten en regels is gelegen in artikel 125 van de Gemeentewet en in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met name in de artikelen 5:21 en 5:32. In enkele bijzondere gevallen is de handhavingbevoegdheid geregeld in de desbetreffende bijzondere wet. Verder zijn in de artikelen 172 t/m 178 van de Gemeentewet diverse bevoegdheden toegekend aan de burgemeester in het kader van handhaving van de openbare orde, het toezicht op openbare gelegenheden, ordeverstoring vanuit woningen, ongeregeldheden e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3 SanctiemaatregelenDe Awb en andere wetten (waaronder de Drank- en Horecawet) geven aan welke sancties het bevoegde gezag kan inzetten tegen het voorkomen of voortduren van overtredingen. Deze zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Opleggen van een last onder bestuursdwang, waarbij door feitelijk handelen de overtreding door of namens gemeente ongedaan wordt gemaakt (artikel 125 van de Gemeentewet en titel 5.3 van de Awb). Hieronder valt ook het sluiten en verzegelen van gebouwen en terreinen. De kosten van het toepassen van bestuursdwang kunnen worden verhaald op de overtreder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opleggen van een last onder dwangsom, waarbij onder dreiging van het invorderen van een geldbedrag de overtreding ongedaan moet worden gemaakt en/of voortduring en herhaling moet worden voorkomen; de last kan ook preventief worden opgelegd (artikel 5:7 van de Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Intrekken van de vergunning ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en/of de Drank- en Horecawet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schorsen van de Drank- en Horecavergunning (artikel 32 van de Drank- en Horecawet);</p>\n<p class=\"lf-p\">Sluiting van de inrichting ingevolge de APV, artikel 174 van de Gemeentewet of artikel 13b van de Opiumwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontzeggen van de toegang tot een ruimte indien in strijd met de Drank- en Horecawet alcoholhoudende drank wordt verstrekt (artikel 36 van de Drank- en Horecawet).</p>\n<p class=\"lf-p\">Opleggen van een bestuurlijke boete (artikel 44a Drank- en Horecawet).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijk stilleggen van de alcoholverkoop in de detailhandel (three strikes out op grond van artikel 19a Drank- en Horecawet).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast kan op basis van artikel 1 van de Wet economische delicten en artikel 45 van de Drank- en Horecawet (strafbaarstelling jongeren &lt; 18 jaar) strafrechtelijk worden opgetreden door boa’s, politie en OM.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.4 SanctiestrategieBinnen de regionale handhavingsamenwerking is een sanctiestrategie voor het omgevingsrecht opgesteld, de zogenaamde “Brabantse handhavingsstrategie”. Deze strategie is overigens – en zeker als wijze van aanpak c.q. stappenplan – goed bruikbaar voor overtredingen van overige wetgeving, waaronder de Drank- en Horecawet. De strategie deelt overtredingen grofweg op in drie categorieën, met elk hun eigen aanpak. De categorieën zijn van zwaar naar licht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie 0 (spoedeisend):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij Categorie 0-overtredingen gaat het om urgente, ernstige zaken die direct dan wel binnen de kortst mogelijke termijn dienen te worden beëindigd. Er is sprake van acuut gevaar voor de gezondheid of veiligheid. Er is snelheid vereist om tot beëindiging van de overtreding te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie 1:</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie 1-overtredingen zijn ernstige overtredingen maar er is geen sprake van een acute (gevaarlijke)situatie. Een overtreding kan ook als categorie 1 worden aangemerkt als er verzwarende omstandigheden met betrekking tot de overtreder aan de orde zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie 2:</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie 2-overtredingen zijn de overige overtredingen. Deze overtredingen zijn minder ernstig/van minder dringende aard, bijvoorbeeld administratieve vereisten, signaleringen en gedragingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1Overtreding Acties Categorie 0 Last onder bestuursdwang of spoedbestuursdwang15Overtreding in categorie 0 impliceert de aanwezigheid van gevaar voor de gezondheid of veiligheid. Dit is een contra-indicatie voor het opleggen van een bestuurlijke boete. Zie artikel 44a lid 3 DHW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie 1 1. Vooraankondiging sanctie met termijn voor zienswijze.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Zienswijze verwerken en sanctiebeschikking opstellen en verzenden (last onder bestuursdwang of dwangsom dan wel bestuurlijke boete).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>a. Indien niet tijdig hersteld; invorderen dwangsom of uitvoeren bestuursdwang; dan wel b. invorderen bestuurlijke boete.</div>\n<p class=\"lf-p\">Categorie 2 1. Vooraanschrijving met voornemen tot handhaving met hersteltermijn en termijn voor zienswijze16De lengte van de termijn wordt bepaald aan de hand van het soort overtredingen en de termijn waarbinnen deze overtredingen redelijkerwijs kunnen worden verholpen..</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien overtreding niet tijdig ongedaan gemaakt of herhaald; zienswijze verwerken en sanctiebeschikking opstellen en verzenden (last onder bestuursdwang of dwangsom dan wel bestuurlijke boete).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>a. Indien niet tijdig hersteld; invorderen dwangsom of uitvoeren bestuursdwang; dan wel b. invorderen bestuurlijke boete.</div>\n<p class=\"lf-p\">Spoedeisende bestuursdwang Spoedeisende bestuursdwang in de vorm van sluiting van een horecabedrijf (door de burgemeester) kan bijvoorbeeld geschieden wanneer:</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar door misdrijf verkregen voorwerpen zijn verworven, voorhanden zijn of worden overgedragen dan wel zijn bewaard of verborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning dan wel verlof is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zich daar andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van die ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar is gehandeld in strijd met het bepaalde in de Opiumwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het spoedeisend optreden zal in deze gevallen veelal niet plaatsvinden op grond van de Drank- en Horecawet maar bijvoorbeeld op grond van artikel 2:30 van de APV, artikel 174 van de Gemeentewet of artikel 13b van de Opiumwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.5 UitvoeringstrategieAls uitgangspunt geldt: “Wie A zegt, moet ook B zeggen”! Zodoende zal een eenmaal opgestart handhavingtraject ook moeten worden afgerond. Het handhavend optreden door gemeente, politie en het Openbaar Ministerie (OM) moet immers effectief en geloofwaardig zijn. Anders wordt het sanctiebeleid een papieren tijger en zal het naleefgedrag afnemen. Elke overtreding dient dus in beginsel te leiden tot handhavend optreden. Uiteraard indien en voor zover de partners daartoe bevoegd zijn en voor zover hun prioriteitenstelling daarmee strookt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opgelegde bestuurs- en strafrechtelijke maatregelen dienen daadwerkelijk ten uitvoer te worden gelegd17Behoudens uitzonderlijke omstandigheden, zoals overmacht en niet-voorzienbare zaken. Op basis van het opportuniteitsbeginsel zal het Openbaar Ministerie vanuit haar wettelijke bevoegdheid beslissen over strafrechtelijke vervolging.. Dit betekent het daadwerkelijk invorderen van opgelegde bestuurlijke boeten en verbeurde dwangsommen18Denk aan de fatale invorderingstermijn van een jaar (art. 5:35 Awb). en het effectueren van de bestuursdwang. Indien er proces-verbaal is opgemaakt, dient dit bij voorkeur te leiden tot een strafrechtelijke vervolging.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.6 Bepalen zwaarte sanctieDe hoogte van de dwangsom dient proportioneel te zijn (in redelijke verhouding te staan) tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging. Voor het bepalen van de dwangsom kunnen bijvoorbeeld de kosten voor het ongedaan maken van de overtreding(en) als uitgangspunt worden genomen. De daardoor verkregen hoogte van de dwangsom mag in het kader van de beoogde werking worden verhoogd met een “toeslag”, bijvoorbeeld van 25%. De dwangsom mag immers niet worden gezien als een afkoopsom. Om die reden en om de beoogde werking van de dwangsomoplegging veilig te stellen, mag de dwangsom hoger zijn dan het bedrag voor het ongedaan maken van de overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het opleggen van sancties is geen doel op zich. Sancties zijn in eerste instantie bedoeld als pressiemiddel om de overtredingen ongedaan te maken. Ook gaat er van het hebben van sanctiemiddelen een preventieve werking uit. Blijft een ondernemer of burger echter volharden in zijn overtreding, dan wordt de sanctie ook daadwerkelijk toegepast of uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook bij het inzetten van een last onder bestuursdwang dient de zwaarte van de dwangmaatregel in proportie te staan tot de aard, de gevaarzetting en de urgentie van de overtreding. Als de maatregel is gericht op een tijdelijke sluiting van een bedrijf, dan dient zowel de sluiting zelf, als de duur van de sluiting in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van de overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">In specifieke situaties kan er worden afgeweken van de in deze beleidsnota voorgestelde sancties en termijnen. Hierbij is artikel 4:84 Awb van belang. Het bestuursorgaan handelt namelijk overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Het afwijken van de beleidsregels moet in het besluit worden gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.7 Uitwisseling informatie/gegevensBij het gezamenlijk handhavend optreden worden desgevraagd (binnen de kaders die de privacy wetgeving daarvoor biedt) de relevante gegevens uitgewisseld tussen gemeenten onderling en tussen gemeente en politie, indien en voor zover deze noodzakelijk zijn voor een adequaat bestuurs- en/of strafrechtelijk optreden. Voor persoonlijke en gevoelige gegevens geldt uiteraard een geheimhoudingplicht. Deze data dienen vertrouwelijk te worden behandeld.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Sanctietabel Oosterhouts alcohol- en horecasanctiebeleidDit beleid is uitgewerkt in een sanctietabel die als bijlage bij het beleid is opgenomen. Voor zover noodzakelijk geacht is hieronder een aantal begrippen uit de sanctietabel verder uitgewerkt.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.1. Begrip ‘recidive’Bij recidive is aansluiting gezocht bij de eerder genoemde Brabantse Handhavingsstrategie. Wanneer een alcoholverstrekker of alcoholgebruiker een overtreding begaat en daarvoor een sanctiebeschikking krijgt, wordt dezelfde overtreding van de dezelfde overtreder binnen 2 jaar na de 1e sanctiebeschikking beschouwd als recidive.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover de periode van 2 jaar verstrijkt zonder overtreding door de alcoholverstrekker (exploitant) of alcoholgebruiker, vervalt deze termijn en wordt bij een nadien gepleegde overtreding in beginsel weer gestart met de eerste stap in de sanctiestrategie in de oorspronkelijke sanctiecategorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2. Begrip ‘overtreder’Als een overtreding vaker heeft plaatsgevonden, maar de overtreder vanwege juridische constructies verschillend is, is in formele zin geen sprake van recidive. Als kan worden aangetoond dat de overtreder dezelfde natuurlijke persoon betreft dan dient de overtreding te worden aangemerkt als recidive. In de sanctiebeschikking dient dit expliciet te worden verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 ScopeDit beleid beperkt zich tot overtredingen en de daartegen te treffen aanbevolen sancties bij horeca- en alcoholgerelateerde zaken. Er wordt per overtreding voor een bepaald sanctiemiddel gekozen. Als de gekozen sanctie niet effectief blijkt te zijn, ligt het evenwel voor de hand te kiezen voor een ander (effectief) sanctiemiddel.</p></div>", "next": 239842}