{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">soms weinig contacten met (klein)kinderen en overige familieleden, wat het gevolg kan zijn van ‘terugtrekgedrag’, waarin de familie zich volledig terugtrekt en alle zorgverantwoordelijkheid aan instanties overlaat, met als gevolg veelal meer ziektegedrag, meer en langere opnames en dus meer zorgkosten; verwaarlozing kan uitmonden in excessen als misbruik en mishandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het beleid voor de ouderengezondheidszorg dient meer en meer oog te komen voor de functies en disfuncties van een groter verband. Dat wil zeggen meer oog hebben voor de invloed van het sociale verband op efficiëntie en effectiviteit van de zorg. Hierbij dient te worden gedacht aan familiediagnostiek, adequate gezin- en familiegerichte interventies (o.a. de zogenaamde Family Care), het herverdelen van de zorgverantwoordelijkheid en uiteraard voldoende personeelsontwikkeling op dit gebied. Naast de primaire en directe sociale omgeving van ouderen (de familie), is ook de secundaire omgeving van belang (de wijk en het kennissennetwerk).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beleid en de in dat kader te nemen beslissingen is een met zekere regelmaat ge-update inventarisatie van de behoefte aan opvang in een instelling of centrum noodzakelijk. Hierbij dient de opvang zoveel mogelijk aan te sluiten bij de behoefte aan zorg en de minimale kwaliteitseisen. Dit zal de nodige investeringen vergen, zowel in infrastructuur als in capaciteitsontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4 Personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking De zorg voor personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking verdient bijzondere aandacht. Een goede gezondheidszorg is in het bijzonder voor personen met een beperking een essentiële voorwaarde om actief en volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving. Vanuit dit perspectief is de gezondheidszorg het startpunt van waaruit de bescherming en bevordering van de rechten van personen met een beperking vorm krijgt. Deze zorg vindt plaats binnen een multidisciplinaire setting. Hierbij kan gedacht worden aan diverse deelgebieden, zoals het bevorderen van een actieve deelname aan de samenleving, ontwikkelingen op het gebied van toegankelijkheid en het waarborgen van correcte hygiënische omstandigheden in de directe leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorg voor personen met een beperking hoort afgestemd te zijn op de specifieke behoeften van het individu. Het systematisch volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand en het sociale welzijn van deze groep is daarbij van belang. Op basis hiervan kunnen de groepspecifieke behoeften aan zorg worden vastgesteld en een gelijke toegang tot de gezondheidszorg worden bewerkstelligd.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Preventie en bestrijding van niet overdraagbare ziekten Voorliggend ontwerp stelt naast de reeds genoemde onderwerpen ook regels ten aanzien van de preventie en bestrijding van niet overdraagbare ziekten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Niet overdraagbare ziekten treffen alle leeftijdsgroepen en zijn op dit moment wereldwijd de hoofdoorzaak van sterfte, in alle regio’s uitgezonderd Afrika. Deze ziekten kunnen worden aangemerkt als de grootste bedreigingen voor de gezondheid wereldwijd, met vergelijkbare lasten als die infectieziekten met zich meebrengen. De effecten van niet overdraagbare ziekten ondermijnen zowel de sociale als de economische ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het past dan ook in de taak die de overheid heeft tot het treffen van maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid om zich in te spannen voor de preventie en bestrijding van niet overdraagbare ziekten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diverse gedragingen zijn aan te merken als risicofactoren voor en oorzaken van de meeste niet overdraagbare ziekten, zoals met name tabaksgebruik, lichamelijke inactiviteit, een ongezond dieet en het schadelijk gebruik van alcohol. Deze gedragingen leiden tot veranderingen in de stofwisseling en in het lichaam, zoals hypertensie (verhoogde bloeddruk), overgewicht of obesitas, hyperglycemie (hoog bloedsuikergehalte) en hyperlipidemie (hoog vetgehalte in het bloed). Aan hypertensie wordt 13% van de wereldwijde sterftegevallen toegeschreven, aan tabaksgebruik 9%, aan hyperglycemie 6%, aan lichamelijke inactiviteit 6% en aan overgewicht en obesitas 5%. 8 Global status report on noncommunicable diseases 2010, WHO, april 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de invloed van niet overdraagbare ziekten op individuen en de samenleving te verkleinen is een alomvattende aanpak vereist. Samenwerking tussen verschillende sectoren is noodzakelijk om de risicofactoren voor niet overdraagbare ziekten te verminderen en maatregelen ter preventie en bestrijding te bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een belangrijke manier om niet overdraagbare ziekten aan te pakken is het verkleinen van de risicofactoren, zoals tabaksgebruik, ongezond dieet, lichamelijke inactiviteit en het schadelijk gebruik van alcohol. Hiernaast is het van belang de omvang van niet overdraagbare ziekten en de bijbehorende risicofactoren in kaart te brengen. Andere manieren om niet overdraagbare ziekten te verminderen zijn maatregelen die zich richten op de gezondheidszorg om vroegtijdige opsporing en tijdige aanpak van de aandoeningen te versterken. Een tijdige opsporing en behandeling kan de noodzaak voor duurdere behandelingen verminderen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Laboratoriumonderzoeken Van oudsher is de laboratoriumzorg wettelijk geregeld geweest en wel in de Gezondheidslandsverordening.</div>\n<p class=\"lf-p\">Als gevolg van de herbezinning op de functie en rol van de voormalige landsoverheid van de Nederlandse Antillen rond de eeuwwisseling - mede als gevolg van de deplorabele overheidsfinanciën onder druk van het IMF - zijn diverse overheidsdiensten verzelfstandigd dan wel op afstand geplaatst. Hiertoe behoorde ook het toenmalige Landslaboratorium. De instelling van het ADC (Analytisch Diagnostisch Centrum) bracht echter met zich mee dat de niet rendabele overheidstaken inzake de volksgezondheid en justitie alsnog gewaarborgd dienden te blijven. Daartoe is een landsverordening tot stand gebracht tot wijziging van onder meer de Gezondheidslandsverordening. De Gezondheidslandsverordening heeft nu nog slechts betrekking op de laboratoriumzorg ten behoeve van de volksgezondheid en justitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regering acht het voor de hand liggend dat de regeling inzake de laboratoriumzorg betreffende de volksgezondheid en justitie thans wordt geïncorporeerd in de voorliggende nieuwe algemene wettelijke regeling inzake de publieke gezondheid. Het is duidelijk dat in het bijzonder in het kader van de internationale verantwoordelijkheid inzake infectieziekten, zoals die in deze ontwerp-landsverordening wordt geïmplementeerd, de laboratoriumzorg een belangrijke plaats inneemt en adequate regeling behoeft in een geïntegreerd kader. De relevante bepalingen van de Gezondheidslandsverordening zijn dan ook overgenomen in het onderhavige ontwerp. In dit verband wordt erop gewezen dat de kwaliteitscriteria te stellen aan laboratoria zijn ingebed in de regulering van de Landsverordening zorginstellingen, welke landsverordening onder meer gericht is op de kwaliteit van zorginstellingen en van de in die instellingen te leveren zorg. Krachtens die landsverordening worden specifieke kwaliteitscriteria gesteld aan laboratoria, die zowel zullen gelden bij de toelating van een laboratorium tot de markt van de gezondheidszorg als bij de regelmatige toetsing op de naleving van de wettelijke voorschriften.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>De zorg voor de volksgezondheid binnen het Koninkrijk Met de nieuwe status van Sint Maarten als land binnen het Koninkrijk der Nederlanden is het praktisch en werkbaar dat met deze landsverordening zoveel als mogelijk het stramien van de Wet publieke gezondheid van Nederland is gevolgd. Laatstgenoemde wet dient eveneens ter implementatie van de nieuwe Internationale Gezondheidsregeling. Waar immers buitenlandse betrekkingen ingevolge artikel 3, eerste lid, onder b, van het Statuut voor het Koninkrijk tot de aangelegenheden van Koninkrijk behoren, is het wenselijk dat de implementatie van verdragsverplichtingen alsmede de uitvoering daarvan niet alleen grote mate van gelijkheid vertonen, maar voor zover nodig ook op elkaar zijn afgestemd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Zo is de indeling van de diverse ziekten in groepen A, B1, B2 en C nagenoeg gelijk aan die in Nederland. Enkel in groep C wordt afgeweken van de indeling in Nederland, omdat de melding van bepaalde ziekten, die in Nederland niet gemeld hoeven te worden, hier wel degelijk nodig wordt geacht vanuit het belang van de volksgezondheid. Het betreft ziekten die in Nederland niet voorkomen in tegenstelling tot Sint Maarten, namelijk dengue en chikungunya, en ziekten waarvan de melding noodzakelijk wordt geacht om onder meer inzicht te verkrijgen in de volksgezondheidsituatie, namelijk infectie met het humaan immunodeficiëntievirus en seksueel overdraagbare aandoeningen. Dit inzicht is zowel noodzakelijk om vrijwillige maatregelen te adviseren aan de betrokkene als om collectieve maatregelen te treffen, waartoe ook het ontwikkelen en uitvoeren van specifiek preventiebeleid en –campagnes behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. Bescherming persoonsgegevens 1. Landsverordening bescherming persoonsgegevens Onderhavige landsverordening schept de verplichting tot het doen van meldingen betreffende infectieziekten door geneeskundigen, het hoofd van het laboratorium, het hoofd van een instelling waar voor infectieziekten kwetsbare populaties verblijven of samenkomen en de Dienst Collectieve Preventie. De meldingen zijn van belang voor zowel de bescherming van de nationale volksgezondheid als om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de IHR. Ze worden gedaan aan de minister, de Inspectie voor de Volksgezondheid en de Dienst Collectieve Preventie. Deze meldingen bevatten gegevens omtrent de betrokken persoon bij wie een infectieziekte is vastgesteld of ten aanzien van wie een vermoeden bestaat dat hij aan een infectieziekte lijdt, waaronder gegevens omtrent de gezondheidstoestand van de betrokkene.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwerking van gegevens betreffende iemands gezondheid is verboden op grond van artikel 16 van de Landsverordening bescherming persoonsgegevens, behoudens in deze landsverordening bepaalde uitzonderingen. De in onderhavige landsverordening voorgeschreven meldingen vallen onder de uitzonderingen beschreven in de Landsverordening bescherming persoonsgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meldingen door geneeskundigen en andere meldingsplichtigen zijn noodzakelijk om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de IHR. Deze meldingsplicht aan de WHO is beschreven in paragraaf 2.2 van het algemeen deel van deze toelichting. De meldingen van bepaalde ziektegevallen door geneeskundigen en andere meldingsplichtigen zijn dan ook noodzakelijk ter voldoening aan een volkenrechtelijke verplichting. In dergelijke gevallen is het verbod om persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid te verwerken niet van toepassing, zo volgt uit artikel 23, eerste lid, onderdeel d, van de Landsverordening bescherming persoonsgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verwerken van persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid wordt in onderhavige ontwerplandsverordening voorts in specifieke gevallen bepaald ter bescherming van de volksgezondheid, conform artikel 23, eerste lid, onderdeel e, van de Landsverordening bescherming persoonsgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verwerken van persoonsgegevens als naam, adres en identificatienummer van de betrokkene bij een melding is noodzakelijk met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, namelijk de bescherming van de volksgezondheid. Op basis van een melding van een (vermoeden van een) ziektegeval behorend tot groep A, B1 of B2 kunnen maatregelen worden getroffen om verspreiding van deze infectieziekte en een mogelijke epidemie te voorkomen. Hierbij is het van belang om te beschikken over de persoonsgegevens van de betrokkene, om bron- en contactopsporing te kunnen verrichten en diverse maatregelen te kunnen treffen ten aanzien van deze persoon, ter bescherming van de volksgezondheid. Welke maatregelen gekoppeld zijn aan welke groepen is beschreven in paragraaf 3.1 van het algemeen deel van deze toelichting. De bij of krachtens onderhavige landsverordening vastgestelde groepen van infectieziekten kunnen voor de bevolking zeer gevaarlijke situaties doen ontstaan. Een tijdig en adequaat optreden tegen deze infectieziekten is vereist om verspreiding van de ziekten, en daarmee ernstig gevaar voor de volksgezondheid, te voorkomen. Bron- en contactopsporing en zo nodig isolatie- of quarantainemaatregelen zijn middelen die met de grootste spoed moeten worden ingezet. De meldingsplicht is hierbij een noodzakelijk middel om tijdig en adequaat te kunnen optreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhavige landsverordening schrijft het doen van dergelijke meldingen dan ook dwingend voor. Hierbij worden passende waarborgen geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals is voorgeschreven in artikel 23, eerste lid, onder e, van de Landsverordening bescherming persoonsgegevens. Zo schrijft onderhavige landsverordening voor dat de gegevensverwerking bij meldingen beveiligd moet worden, opdat enkel degenen die bij of krachtens de landsverordening gerechtigd zijn tot inzage hiervan kennis kunnen nemen (artikel 13, vijfde lid).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Afdeling 5, Boek 7 BW (Geneeskundige behandelingsovereenkomst) Naast de Landsverordening bescherming persoonsgegevens is het verwerken van medische gegevens ook geregeld in Afdeling 5 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dat ziet op de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling. In artikel 454 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat de hulpverlener een dossier inricht met betrekking tot de behandeling van de patiënt. In het dossier wordt aantekening gehouden van de gegevens omtrent de gezondheid van de patiënt en de verrichtingen die zijn uitgevoerd ten aanzien van de patiënt. Artikel 457 legt de geheimhoudingsplicht van de hulpverlener ten aanzien van patiëntinformatie vast. Een uitzondering op deze geheimhoudingsplicht is de situatie waarin verstrekking van dergelijke informatie wettelijk verplicht is (artikel 457, eerste lid). Dit is het geval ten aanzien van de meldingsplichten in onderhavige landsverordening. Deze wettelijke meldingsplichten in het belang van de volksgezondheid houden een uitzondering op de geheimhoudingsplicht van de hulpverlener in.</div>\n<p class=\"lf-p\">Voorgesteld wordt om op basis van onderhavige landsverordening een (vrijwillig) vaccinatieprogramma op te zetten. De gegevens ten aanzien van de vaccinatie behoren tot het patiëntdossier als bedoeld in artikel 454 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Onderhavige landsverordening verplicht tot het digitaal en centraal bijhouden van deze gegevens, om kwalitatief goede zorg te waarborgen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de gegevens van desbetreffende verrichting (de vaccinatie) adequaat wordt bewaard en zowel de hulpverlener als de patiënt (in een later stadium) deze gegevens kan inzien. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel 4 wordt nader op het vaccinatieregister ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">III. Financiële gevolgen Aan deze ontwerp-landsverordening zijn financiële gevolgen voor het Land verbonden waar het gaat om het voldoen aan de vereisten van de IHR.</p>\n<p class=\"lf-p\">De IHR laat zich niet uit over de wijze waarop de lidstaten organisatorisch invulling geven aan de infectieziektebestrijding, het gaat om het resultaat. De IHR heeft de rol en taken van een coördinatiepunt voor infectieziektebestrijding gedefinieerd. Het coördinatiepunt dient over de nodige wettelijke en administratieve autoriteit te beschikken om de opgedragen functies te kunnen uitvoeren. Eveneens dienen (samenwerkings)verbanden en coördinatiemechanismen met bestaande nationale rampenstructuren zowel binnen als buiten de gezondheidssector te bestaan. Zoals reeds is opgemerkt is het voornemen om het zogenaamde sub-coördinatiepunt onder te brengen bij de Dienst Collectieve Preventie en de Afdeling Volksgezondheid. Daarmee wordt gebruikgemaakt van de reeds bestaande structuren en mechanismen. Dit zal dan ook naar verwachting geen noemenswaardige aanvullende kosten met zich meebrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhavig ontwerp van landsverordening draagt een aanzienlijke hoeveelheid taken op aan de Dienst Collectieve Preventie. Om deze taken naar behoren uit te kunnen voeren, zal het noodzakelijk zijn om de formatie van de Dienst Collectieve Preventie uit te breiden met een epidemioloog, zodat de dienst de taken die in onderhavige landsverordening aan de dienst zijn opgedragen daadwerkelijk kan uitvoeren. De epidemioloog zal onder meer de binnenkomende gegevens op het terrein van infectieziekten analyseren. Deze formatieuitbreiding zal een toename in het personeelsbudget van de dienst tot gevolg hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Land draagt tevens de kosten van de maatregelen die genomen worden krachtens hoofdstuk 3 van voorliggende ontwerp landsverordening en van de tegemoetkomingen aan hen die inkomsten derven door de maatregelen. Vooraf is niet aan te geven welke kosten hiermee gepaard zullen gaan. Deze kosten kunnen aanzienlijk zijn, bijvoorbeeld in geval van een uitbraak van een infectieziekte behorend tot groep A.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Land draagt voorts de kosten die gemoeid zijn met het nationaal vaccinatieprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorliggende ontwerp landsverordening bepaalt voorts dat de kosten van de maatregelen die de minister oplegt aan exploitanten van (lucht)havens en vervoersexploitanten door die exploitanten zelf worden gedragen, evenals de kosten die verband houden met het vereiste voorzieningenniveau van de (lucht)haven. Deze kostentoedeling wordt redelijk geacht, aangezien deze partijen met hun bedrijfsmatige activiteiten het risico op besmetting (door bijvoorbeeld de invoer van besmette goederen) vergroten, waardoor een volksgezondheidsrisico ontstaat. Hiermee in lijn ligt het op het terrein van de genoemde partijen om de kosten te dragen die gepaard gaan met het elimineren van deze risico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">IV. Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bevat de definitiebepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Publieke gezondheidszorg Met het begrip ‘publieke gezondheidszorg’ wordt gedoeld op dat deel van de gezondheidszorg dat een publiek karakter heeft. Het is daarmee complementair op de curatieve zorg die wordt bepaald door de hulpvraag van een individu. Het karakter van de publieke gezond-heidszorg wordt bepaald door de gemeenschap, de uitvoering daarvan kan echter wel individueel zijn gericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besmetting en infectie Het begrip besmetting is in deze ontwerp-landsverordening voorbehouden voor gebouwen, goederen of vervoermiddelen, terwijl het begrip infectie is voorbehouden voor mensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Goed In dit begrip zijn naast vervoermiddelen ook lijken als bedoeld in de Begrafenisverordening uitgezonderd. De reden om lijken naast vervoermiddelen uit te zonderen is gelegen in het verschillend regime dat daarop van toepassing is. In verband daarmee zijn de voorschriften betreffende goederen, vervoermiddelen en lijken in afzonderlijke bepalingen opgenomen. Zie respectievelijk voor goederen en vervoermiddelen artikel 38 en voor lijken artikel 39. Met deze bepalingen wordt de op grond van de IHR noodzakelijke implementatie gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groepen A, B1, B2 en C Voor een toelichting op deze onderverdeling wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van het algemeen deel van deze memorie van toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dienst Ten tijde van de totstandkoming van voorliggend ontwerp zijn de taken collectieve preventie en het bestrijden van infectieziekten ondergebracht bij de Dienst Collectieve Preventie van het Ministerie van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-78\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De minister is verantwoordelijk voor de bevordering van de kwaliteit en doelmatigheid van de publieke gezondheidszorg. Dit impliceert het opzetten van de benodigde activiteiten. Gelet op de verantwoordelijkheid in het kader van het naleven van internationale verplichtingen richt deze bepaling zich tevens op een goede uitvoering van de IHR.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-79\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat de continuïteit en de samenhang tussen de verschillende aspecten in het brede gebied van de publieke gezondheidszorg worden gewaarborgd. Daarnaast is het van belang, opdat gescheiden circuits worden vermeden, dat de afstemming met de curatieve gezondheidszorg en met de geneeskundige hulpverlening bij (ernstige) ongevallen en rampen ter hand wordt genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid wordt omschreven welke werkzaamheden moeten worden verricht ter behartiging van de bevorderingstaak, bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder het verwerven van inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, genoemd onder a, wordt onder meer verstaan het verzamelen en analyseren van gegevens over de gezondheidssituatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder medische milieukunde wordt verstaan de leer van de invloed van de fysieke omgeving op de gezondheid van de mens. Het milieu kan een gezondheidsbepalende en gezondheidsbedreigende rol spelen. Het doel van preventief medisch milieukundige zorg is het voorkomen of beperken van gezondheidsrisico’s ten gevolge van milieuverontreiniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij technische hygiënezorg, genoemd onder e, gaat het om het nagaan waar een verhoogd risico bestaat op verspreiding van pathogene micro-organismen (bijvoorbeeld hepatitis B, legionella of bacteriën die infecties van het maag-darmkanaal veroorzaken) en het nemen van maatregelen om die risico’s in te dammen. De minister dient in het kader van deze bevorderingstaak er zoveel mogelijk voor te zorgen dat bedrijven waar dergelijke risico’s bestaan, dit onderzoek zelf ook verrichten en deze maatregelen ook treffen. Bedrijven waar dergelijke risico’s bestaan zijn bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, tatoeage- en piercingstudio’s en bedrijven waar commerciële seksuele diensten worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijven zijn uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor het verrichten van onderzoek naar de verspreiding van pathogene micro-organismen en het treffen van maatregelen om dergelijke verspreiding te voorkomen. Indien er evenwel daadwerkelijk een volksgezondheidsrisico ontstaat, zal de minister dienen op te treden. Deze heeft ook de bevoegdheden om de dwingende maatregelen, zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van deze ontwerp-landsverordening, toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen en instellingen die werkzaam zijn op het terrein van de gezondheidszorg zijn op grond van het derde lid verplicht om desgevraagd aan de minister gegevens te verstrekken die inzicht geven in de gezondheidssituatie van de bevolking. Deze gegevens worden geacht zodanig geanonimiseerd te zijn, dat ze niet herleidbaar zijn tot een persoon. De minister dient over dergelijke gegevens te beschikken om uitvoering te kunnen geven aan de in dit artikel vermelde zorgplichten, zijn wettelijke taak. De geanonimiseerde gegevens worden gebruikt voor statistiek en onderzoek. Op basis hiervan kunnen onder andere preventieprogramma’s worden opgezet en kan beleid op het gebied van de gezondheidszorg worden ontwikkeld. Ook zijn dergelijke gegevens noodzakelijk om te voldoen aan de rapportageverplichtingen aan internationale organisaties, zoals PAHO en CARPHA.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Landsverordening bescherming persoonsgegevens is niet van toepassing op deze gegevensverwerking. Het gaat immers om niet tot een persoon te herleiden gegevens. Er is pas sprake van een persoonsgegeven in de zin van de Landsverordening bescherming persoonsgegevens indien de identiteit van desbetreffende persoon redelijkerwijs zonder onevenredige inspanning vastgesteld kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de gegevensverstrekking. Deze nadere regels betreffen bijvoorbeeld de wijze van verstrekking. Hiernaast kan worden geregeld dat de kosten worden vergoed die de personen en instellingen hebben gemaakt in verband met de gegevensverstrekking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-80\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel legt de verantwoordelijkheid van de minister vast voor de uitvoering van de zorg voor kwetsbare groepen, zoals jeugdigen, ouderen, personen met een lichamelijke of geestelijke beperking en personen levend in armoede. Deze zorgplicht is een verbijzondering van de meer algemene taken inzake de publieke gezondheidszorg die de minister heeft. De regering acht het van belang om deze zorgplicht specifiek vast te leggen, om doelgroepspecifiek beleid en gezondheidsprogramma’s te garanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid vastgelegde verantwoordelijkheid beperkt zich niet tot de in het tweede lid met name genoemde kwetsbare groepen. Het systematisch volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand, het geven van voorlichting, het ramen van de behoeften aan zorg en het realiseren van specifieke programma’s kan ook worden gerelateerd aan andere groepen die als kwetsbaar zijn aan te merken, zoals personen die vanwege hun beroep een meer dan gemiddeld gezondheidsrisico lopen, personen die werkzaam zijn in de commerciële seksbranche of personen die vanwege hun seksuele geaardheid of geslacht in bepaalde opzichten meer kwetsbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het derde lid van het artikel genoemde werkzaamheden ter uitvoering van de zorgplicht, bedoeld in het eerste lid, geven aan welke werkzaamheden in ieder geval dienen te worden verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het derde lid is onder f bepaald dat de zorgplicht in ieder geval het formuleren van uitvoeringsmaatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen omvat. Bij deze ruime omschrijving moet worden gedacht aan praktische maatregelen, dan wel specifiek beleid gericht op een of meerdere van de kwetsbare groepen. Deze uitvoeringsmaatregelen kunnen erg uiteenlopen, naar gelang de groep waarop zij van toepassing zijn en de specifieke situatie die zich voordoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgesteld wordt om bij ministeriële regeling een vaccinatieprogramma vast te stellen, zo vloeit voort uit onderdeel g van het derde lid. Het gaat hierbij voornamelijk om zuigelingen, peuters en jeugdigen tot en met zeventien jaar. Het programma betreft bepaalde vaccinaties die aan de doelgroep kostenloos worden aangeboden. Alle vaccinaties vinden plaats op basis van vrijwilligheid. Sinds april 2000 bestaat in Sint Maarten een vaccinatieprogramma dat van overheidswege is opgezet. Dit programma en de financiering ervan worden krachtens onderhavige ontwerp landsverordening wettelijk vastgelegd. De uitvoering van het vaccinatieprogramma is krachtens artikel 17, tweede lid, onderdeel k, van het Organisatiebesluit Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid neergelegd bij de Dienst Collectieve Preventie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderen in de leeftijd tot vier jaar worden gevaccineerd in de baby clinic, die onder de Dienst Collectieve Preventie valt. Ouders kunnen daar binnenlopen of een afspraak maken. Kinderen van vier jaar en ouder worden gevaccineerd bij de schoolgezondheidszorg in Vineyard building of tijdens vaccinatierondes op scholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid, onderdeel h, verplicht tevens tot gecentraliseerde digitale gegevensopslag ten aanzien van deze vaccinaties. Hieronder wordt begrepen het opzetten en beheren van dit centrale register. Dit zogenaamde vaccinatieregister wordt van belang geacht in het kader van het behoud en de overdracht van informatie omtrent de gegeven vaccinaties, hetgeen van belang is met het oog op de gezondheid(szorg) van de betrokkene. Hierbij gaat het om de relevante patiëntgegevens met betrekking tot de gegeven vaccinatie. Inzage in dit register hebben enkel de betrokken arts(en) en verpleegkundige(n) en de medewerker die de gegevens invoert op het moment van invoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit elektronisch vaccinatieregister valt binnen de wetgeving inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Boek 7, afdeling 5, van het Burgerlijk Wetboek). Op basis van artikel 454 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft een hulpverlener de verplichting tot het inrichten van een dossier bij het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst ten aanzien van een patiënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ouders of het kind dat gevaccineerd is (de patiënt) kunnen een uitdraai krijgen van de opgeslagen gegevens. Dit vloeit voort uit artikel 456 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. In de artikelen 454 en 455 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is de bewaartermijn van deze gegevens geregeld en de verplichting tot vernietiging binnen drie maanden na een daartoe strekkend verzoek van de patiënt. De hulpverlener heeft op grond van artikel 457 van Boek 7 de verplichting tot geheimhouding van de patiëntgegevens. De noodzaak tot het beveiligen van de toegang tot deze patiëntgegevens spreekt in dit verband voor zich.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 458 van Boek 7 is een uitzondering opgenomen ten aanzien van het verstrekken van inlichtingen over de patiënt of inzage in het dossier ten behoeve van statistiek of wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de volksgezondheid. Deze uitzondering is met waarborgen omkleed. Zo moet het vragen van toestemming van de patiënt in redelijkheid niet mogelijk zijn en moet worden voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de patiënt niet onevenredig wordt geschaad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opslag van relevante gegevens omtrent de patiënt en de vaccinatie geschiedt voorts binnen de regels die de Landsverordening bescherming persoonsgegevens stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de zorgplichten genoemd in het derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit kader wenst de regering te benadrukken dat bij de zorg voor de genoemde kwetsbare groepen niet kan worden volstaan worden met een louter op het individu gerichte benadering. De directe sociale omgeving is voor deze groepen van essentieel belang. In vrijwel alle gevallen zal een jeugdige ter zake geen keuze hebben. Maar ook voor onze ouderen is dat vaak het geval. De directe sociale omgeving (gezin, school of wijk) is sterk determinant voor de kwaliteit van leven, zeker als sprake is van beperkte mobiliteit. Om die reden dient met dit aspect terdege rekening te worden gehouden bij de benadering van genoemde kwetsbare groepen. Voor het overige wordt verwezen naar de paragrafen 4.2 tot en met 4.4 van het algemeen gedeelte van deze memorie van toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van dit artikel draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de infectieziektebestrijding op aan de minister. Een van de in dat kader te verrichten werkzaamheden is het nemen van algemene preventieve maatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de voorbereiding op een grieppandemie. Het gaat hier om maatregelen waarvoor de minister verantwoordelijk is en waarbij de Dienst Collectieve Preventie een belangrijke rol zal spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze taak is dus een andere dan het bevorderen van technische hygiënezorg, voorgeschreven in artikel 3, tweede lid, onderdeel f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bron- en contactopsporing is uiteraard ook als taak opgenomen. In de praktijk dient immers altijd bron- en contactopsporing plaats te vinden wanneer er sprake is van een infectueuze ziekte die zich onder de bevolking kan verspreiden. Daarom is het eerste lid, onder c en d, bron- en contactopsporing als taak gekoppeld aan de meldingen, bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14, alsook aan de bestrijding van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen. In alle gevallen vindt bron- en contactopsporing plaats op grond van vrijwillige medewerking van de betrokkenen. De bron- en contactopsporing verloopt voorts via de betrokken geneeskundige. Alleen de geneeskundige heeft de beschikking over de persoonsgegevens van de betrokken persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen in geval van bronopsporing waarbij gebouwen, vervoermiddelen, goederen of lijken verdacht zijn van besmetting, kunnen op grond van de artikelen 37 of 38 in samenhang met artikel 57 betrokkenen worden gedwongen om medewerking te verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het tweede lid opgenomen delegatiebepaling schept de mogelijkheid om bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, nadere regels te stellen. Van deze mogelijkheid zal gebruik worden gemaakt als dit nodig is of wenselijk wordt geacht. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de noodzaak verplichte medewerking voor te schrijven als het verzamelen van de in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, bedoelde gegevens op basis van vrijwilligheid niet leidt tot een bruikbare respons voor het zinvol analyseren en op basis daarvan toepassen van de verkregen gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">In verband kan ook worden gewezen op artikel 3, vierde lid, waarin een soortgelijke mogelijkheid is opgenomen voor het verstrekken van in dit geval geanonimiseerde informatie aan de minister.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel regelt de bevoegdheid van de minister om te besluiten hoe de verdeling van vaccins, profylaxe middelen en andere medicijnen plaatsvindt in een situatie als beschreven in dit artikel. Daarvan kan worden gebruik gemaakt indien er bij een (dreigende) epidemie van een ziekte behorend tot groep A er schaarste is of dreigt van deze middelen. Het gaat hierbij vooral om de aanwijzing van groepen in de bevolking die als eerste in aanmerking komen voor de bedoelde beschermende middelen. Een zodanig besluit zal natuurlijk eerst mogen worden getroffen nadat een zorgvuldig medisch advies van de zijde van medisch deskundigen, werkzaam bij de dienst, is ingewonnen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze bepaling wordt de zorgplicht van de minister neergelegd omtrent het voldoen aan de informatieverplichtingen die voortvloeien uit de Internationale Gezondheidsregeling en overige internationale en regionale communicatie en afstemming op het gebied van infectieziekten. Internationale en regionale afstemming zal met name plaatsvinden met het RIVM, PAHO en CARPHA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling legt de verantwoordelijkheid voor de bestrijding en preventie van niet overdraagbare aandoeningen bij de minister. Zoals reeds opgemerkt in het algemene deel van deze toelichting is het ten behoeve van het verminderen van niet overdraagbare ziekten van belang om de aard en omvang van de niet overdraagbare ziekten en de risicofactoren in kaart te brengen. Tevens is voorlichting van groot belang in het kader van de preventie van deze ziekten en ten behoeve van de vermindering van risicofactoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling benoemt deze taken dan ook expliciet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hypertensie, diabetes en astma behoren tot de top drie van niet overdraagbare ziekten in Sint Maarten volgens de Census van 2011. Hypertensie en diabetes laten een verdubbeling in cijfers zien in 2011 ten opzichte van 2001. Borstkanker, baarmoederhalskanker, darmkanker en prostaatkanker behoren eveneens tot veel voorkomende niet overdraagbare aandoeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid biedt de mogelijkheid om bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, nadere regels te stellen ten aanzien van de bestrijding en preventie van niet overdraagbare ziekten. Het kan wenselijk zijn om van deze mogelijkheid gebruik te maken om bij voorbeeld regels te stellen omtrent preventieve campagnes.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ziekten die behoren bij groep C worden bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, aangewezen om meer flexibiliteit te verkrijgen bij de indeling van deze groep. Dit is van belang als het noodzakelijk is om een ziekte tijdelijk of met spoed onder de meldingsplicht te brengen. Dit kan het geval zijn als zonder meldingsplicht onvoldoende inzicht bestaat in het voorkomen van bepaalde ziekten of als het noodzakelijk is om vrijwillige maatregelen te stimuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de personen die lijden aan een ziekte aan groep C kunnen geen dwingende maatregelen worden toegepast. Verwezen wordt voorts naar paragraaf 3.2 van het algemene gedeelte van deze memorie van toelichting voor een nadere toelichting op de in deze groep op te nemen ziekten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zoals al is aangegeven in het algemeen deel van deze memorie van toelichting is het wenselijk mogelijk te maken dat op zeer korte termijn een infectieziekte wordt opgeschaald naar een hogere groep en dat een nieuwe infectieziekte of ziektebeeld onder de werking van de landsverordening wordt gebracht. Artikel 10 strekt ertoe dit mogelijk te maken bij ministeriële regeling. Een dergelijke ministeriële regeling kan op korte termijn tot stand worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat de maatregelen die getroffen kunnen worden ten aanzien van personen die besmet zijn met een ziekte uit groep A, B1 of B2 zeer ingrijpend kunnen zijn, is in het vierde lid een extra vereiste opgenomen ten aanzien van een dergelijke ministeriële regeling. Binnen een jaar na inwerkingtreding van een dergelijke ministeriële regeling moet een ontwerp-landsverordening aan de Staten worden gezonden, waarin de inhoud van de ministeriële regeling wordt vastgelegd bij landsverordening. Op deze manier is het mogelijk om bij vereiste spoed snel een voorziening te treffen (bij ministeriële regeling), maar wordt de democratische legitimatie gewaarborgd door het onderwerp binnen een jaar aan de Staten voor te leggen. Indien dit niet gebeurt of de ontwerp-landsverordening wordt ingetrokken of niet wordt goedgekeurd door de Staten, vervalt de ministeriële regeling onverwijld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vijfde lid is bepaald dat een ministeriële regeling waarbij een infectieziekte in een andere groep wordt geplaatst onmiddellijk na bekendmaking in werking kan treden indien dat noodzakelijk is. In verband met deze onmiddellijke noodzaak kan de bekendmaking in eerste instantie geschieden op andere dan wettelijk voorgeschreven wijze, bijvoorbeeld door publicatie in een landelijk dagblad en op de internetpagina van de overheid. Dit is bedoeld als spoedvoorziening die noodzakelijk is voor de bescherming van de volksgezondheid. De regeling zal vervolgens ook op de normale, in de Landsverordening bekendmaking en inwerkingtreding voorgeschreven wijze, worden bekendgemaakt in het Afkondigingsblad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van dit artikel dient ertoe om te kunnen voldoen aan de verplichting van de IHR om ook ziektegevallen aan de WHO te melden die naar de stand van de wetenschap een onbekende oorzaak of bron hebben en die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid zouden kunnen opleveren (vergelijk het begin van de SARS-epidemie in 2003 in Azië). Juist wanneer de oorzaak niet bekend is, kan een zeer gevaarlijke situatie ontstaan voor de bevolking. Ook de melding van een nieuw humaan subtype influenzavirus valt onder de werking van dit artikel. Een zuiver, objectief criterium voor het moment waarop de meldingsplicht op grond van het eerste lid van dit artikel in werking treedt, is daarmee niet gegeven. Het diagnosticeren van een infectieziekte vraagt immers altijd tijd en is een proces van in- en uitsluiten van mogelijke oorzaken c.q. mogelijke ziekteverwekkers. De meldingsplicht is in ieder geval aanwezig op het moment dat bij de geneeskundige ernstige twijfel post vat of hij tot een diagnose zal kunnen komen en er zich meer patiënten hebben gepresenteerd met hetzelfde ziektebeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid voorziet in de meldingsplicht bij constatering van een lijk met een besmetting waardoor een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de in het derde lid opgenomen verplichting dient op de eerste plaats te worden gedacht aan ziektes die in de regio niet voorkomen, maar elders in de wereld endemisch zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De situaties, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen een zeer hoog risico voor de volksgezondheid doen ontstaan. Bron- en contactopsporing, en mogelijk ook isolatie- of quarantainemaatregelen, dienen met de grootste spoed te worden ingezet. Om die reden dient er onverwijld, dus zonder enige vertraging, te worden gemeld. Bij de situaties, bedoeld in het derde lid, kan worden volstaan met een melding binnen een tijdsbestek van 24 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder geneeskundige wordt verstaan degene die handelingen verricht op het gebied van de geneeskunde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meldingen die verplicht zijn op grond van de artikelen 11, 12 en 14 worden gedaan aan de Dienst Collectieve Preventie. Er is voor gekozen om dit meldpunt rechtstreeks bij de dienst neer te leggen in plaats van bij de minister, vanwege enerzijds de inhoud en het karakter van de meldingen en anderzijds het belang van het vermijden van onduidelijkheden omtrent aan wie te melden. Dergelijke onduidelijkheden moeten te allen tijde worden vermeden in verband met de vereiste spoed en het belang van de bescherming van de volksgezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen wordt het van belang geacht dat volstrekt duidelijk is aan welke publieke instantie de niet geanonimiseerde persoonsgegevens van de betrokkene bij een melding moeten worden verstrekt. Enkel de dienst beschikt vervolgens over deze gegevens. Indien de minister gegevens die een melding bevat nodig heeft voor de uitoefening van de bevoegdheden die de landsverordening aan hem toekent, verstrekt de dienst deze gegevens aan de minister, zo volgt uit artikel 16, vierde lid. Deze gegevensverstrekking beperkt zich echter tot enkel die gegevens die strikt noodzakelijk ziin in het kader van de taakuitoefening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-88\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid is bepaald dat de melding onverwijld dient te geschieden. Dezelfde redenering als bij artikel 11 is uiteengezet omtrent het moment waarop de meldingsplicht in werking treedt, geldt uiteraard ook hier. Het gaat immers om ziekten van de hoogste letaliteit en besmettelijkheid, waarbij bron- en contactopsporing, alsook isolatiemaatregelen meteen moeten worden toegepast. Het eerste lid stelt dat zelfs bij een vermoeden van een infectie met een infectieziekte behorend tot groep A dient te worden gemeld. De ernstige dreiging voor de volksgezondheid van ziekten behorende tot groep A rechtvaardigt dit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid staat dat voor difterie, rabies, virale hemorragische koorts en humane infectie veroorzaakt door een dierlijk influenzavirus ook een vermoeden van een van deze ziekten bij een onderzocht persoon onder de meldingsplicht valt. Deze dient in tegenstelling tot de verplichting in het eerste lid (onverwijld) echter binnen 24 uur te geschieden. Ook hier gaat het immers om ernstig verlopende ziekten, die snel tot de dood kunnen leiden. Effectieve maatregelen bij personen die in contact met een patiënt zijn gekomen, zijn mogelijk indien deze binnen enkele dagen na het contact worden genomen. Dit betekent dat reeds bij een vermoedelijk geval van deze ziekten een contactonderzoek door de Dienst Collectieve Preventie moet worden gestart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een infectieziekte behorend tot groep B1, B2 of C wordt vastgesteld, dient dit eveneens binnen 24 uur te worden gemeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid ziet op de situatie dat een geneeskundige een persoon niet kan onderzoeken omdat deze persoon dat onderzoek weigert te ondergaan. Indien in die situatie de geneeskundige een gegrond vermoeden heeft dat deze persoon lijdt aan een infectieziekte behorende tot groep B1 of B2, dient de geneeskundige dat vermoeden binnen 24 uur te melden als er door het gedrag van de betrokken persoon een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan door de verspreiding van die infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vierde lid maakt het mogelijk om de meldingslasten onder te stellen voorwaarden te beperken. Deze mogelijkheid wordt voorgesteld om geneeskundigen te kunnen ontlasten van meldingsplichten in gevallen waarin meldingen om bepaalde redenen, voor bijvoorbeeld een bepaalde termijn of onder bepaalde voorwaarden, te belastend of niet strikt noodzakelijk worden geacht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-89\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft een limitatieve opsomming van de gegevens die een melding, gedaan op grond van de artikelen 11 en 12, dient te bevatten. Deze gegevens dienen als basis voor de beslissing of het noodzakelijk is maatregelen te treffen en zo ja welke. Het is denkbaar dat bepaalde gegevens niet bekend zijn bij de geneeskundige, bijvoorbeeld omdat de patiënt geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, het identificatienummer niet bekend is (bijvoorbeeld bij illegaal verblijvende personen of jonge mensen die nog niet over een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening identificatieplicht beschikken), dan wel de patiënt simpelweg weigert deze gegevens te verschaffen. Dit dient de melding echter niet te vertragen en de geneeskundige dient in een zodanig geval de gegevens te verschaffen die hij redelijkerwijs wel heeft kunnen achterhalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de verhouding van het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in dit artikel met de Landsverordening bescherming persoonsgegevens, wordt verwezen naar hoofdstuk II, Bescherming persoonsgegevens, van deze toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het zesde lid wordt bepaald dat de gegevensverwerking beveiligd moet worden, om zoveel mogelijk waarborgen te bieden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14-90\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid is bepaald dat het hoofd van een laboratorium de vaststelling van een ziekteverwekker van een infectieziekte behorend tot een van de wettelijke gedefinieerde groepen (A, B1, B2 of C) aan de Dienst Collectieve Preventie dient te melden, onverminderd de meldingsplicht van de geneeskundige op grond van artikel 12. Het hoofd van een laboratorium kan slechts de vaststelling van een ziekteverwekker melden, omdat het vaststellen van de betrokken infectieziekte steeds door een geneeskundige moet geschieden. Het eerste lid is opgenomen, opdat de Dienst Collectieve Preventie de gegevens verkregen op grond van de melding van de geneeskundige en die van het laboratorium kan koppelen. Ten aanzien van het ontbreken van bepaalde persoonsgegevens geldt hetzelfde als is gesteld in de toelichting op artikel 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vierde lid wordt het nadere onderzoek geregeld naar de microbiologische gegevens van de ziekteverwekker. Indien dit al niet in het kader van de behandeling plaatsvond, gebeurt dit alsnog op verzoek van de Dienst Collectieve Preventie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel ziet op ziekenhuizen, verpleeghuizen, plaatsen voor kinderopvang en andere instellingen waar voor infectieziekten kwetsbare populaties verblijven of samenkomen voor een of meer dagdelen per etmaal. Jonge kinderen, hoogbejaarden en zieken zijn extra kwetsbaar voor infectieziekten. Infecties kunnen voor deze groepen ernstige gevolgen hebben. Bij instellingen waar deze groepen samenkomen of verblijven kan het optreden van een ongewoon aantal ziektegevallen vroegtijdig worden opgemerkt. Door de Dienst Collectieve Preventie daarvan op de hoogte te brengen, kan in een vroeg stadium worden onderzocht om welke ziekte het gaat en de ernst van de situatie worden beoordeeld, opdat de gevolgen kunnen worden beperkt door het treffen van hygiënemaatregelen of vaccinaties. In ernstige gevallen kan de minister overgaan tot het treffen van dwingende maatregelen als bedoeld in artikel 37. De aandoeningen die worden genoemd, zijn ook door niet geneeskundigen te constateren. Het is vanzelfsprekend niet de bedoeling dat infecties zoals een verkoudheid worden gemeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het artikel beoogt dat de Dienst Collectieve Preventie de minister inlicht, die immers verantwoordelijk is voor het treffen van de noodzakelijke maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens die de Dienst Collectieve Preventie dient te verstrekken, zijn in het vierde lid omschreven. De verstrekking dient te worden beperkt tot de gegevens die de minister nodig heeft voor de uitoefening van de bij deze landsverordening toegekende bevoegdheden. Dat houdt veelal in dat tot de persoon herleidbare gegevens (zoals naam en adres) niet hoeven te worden verstrekt omdat deze niet relevant zijn bij de afweging of een maatregel moet worden genomen. Op voorhand kan niet worden aangegeven of er gegevens moeten worden verstrekt, en zo ja, welke dat moeten zijn. Het gaat er in ieder geval altijd om dat de gegevensverstrekking wordt beperkt tot de situaties dat zulks nodig is en in de mate waarin zulks nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt geen verplichting in het leven geroepen voor de Dienst Collectieve Preventie om aan de minister melding te doen van de vaststelling van een ziekteverwekker door het laboratorium.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het laboratorium wordt namelijk geen ziekte vastgesteld, enkel de aanwezigheid van een ziekteverwekker. Alleen een geneeskundige kan een ziekte vaststellen. De noodzaak van de melding van de Dienst aan de minister van de vaststelling van een meldingsplichtige ziekte houdt verband met de bevoegdheid van de minister om zo nodig maatregelen te treffen ten aanzien van de persoon bij wie die ziekte is vastgesteld. Deze noodzaak ontbreekt bij de vaststelling van de aanwezigheid van een ziekteverwekker door het laboratorium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een geneeskundige vaststelt dat een persoon die in het laboratorium is onderzocht daadwerkelijk ziek is, wordt dit via de geneeskundige en de Dienst aan de minister gemeld. De minister kan vervolgens overgaan tot het treffen van de noodzakelijke maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-93\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Dienst Collectieve Preventie dient alle op grond van de artikelen 11 en 12 binnengekomen meldingen door te geven aan de Inspectie voor de Volksgezondheid vanwege de toezichthoudende taak van deze dienst op de naleving van deze landsverordening. Dit artikel regelt voorts de termijnen waarbinnen moet worden doorgemeld alsook welke gegevens moeten worden doorgemeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de persoon herleidbare gegevens als de naam, het adres en het identificatienummer worden niet verstrekt aan de Inspectie, omdat deze gegevens niet noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taak en het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene hieraan in de weg staat. Omdat de gegevens die worden verstrekt niet tot een persoon herleidbaar zijn, is geen sprake van persoonsgegevens in de zin van de Landsverordening bescherming persoonsgegevens. Hierbij zij opgemerkt dat de medewerkers van de Inspectie op basis van de Landsverordening Inspectie voor de Volksgezondheid verplicht zijn tot geheimhouding van gegevens waarvan ze het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt geen verplichting in het leven geroepen voor de Dienst Collectieve Preventie om aan de Inspectie melding te doen van de vaststelling van een ziekteverwekker door het laboratorium. Voor de Inspectie is de vaststelling van de aanwezigheid van een ziekteverwekker na laboratoriumonderzoek niet relevant voor de uitoefening van de wettelijke taak in het kader van deze landsverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-94\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Persoonsgegevens dienen niet langer worden bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkene te identificeren, dan noodzakelijk is voor de verwerkelijking van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld, zo volgt uit artikel 10, eerste lid, van de Landsverordening bescherming persoonsgegevens. Indien het bewaren van de persoonsgegevens met het oog op de infectieziekte bestrijding niet langer noodzakelijk is, dan dienen deze dan ook uit de registratie te worden verwijderd. Het voor enige tijd bewaren van de gegevens kan noodzakelijk zijn ten behoeve van bijvoorbeeld bron- en contactopsporing. Als verwijdering op grond van dit criterium nog niet heeft plaatsgevonden, dan dient dit in ieder geval te gebeuren na het verloop van vijf jaar vanaf het moment van opname van de gegevens, tenzij de patiënt schriftelijk toestemming geeft om deze gegevens langer te bewaren, hetgeen bijvoorbeeld met het oog op wetenschappelijk onderzoek wenselijk kan zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-19-95\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel stelt de minister in staat om ter voorkoming van de verdere verspreiding van een infectieziekte alle noodzakelijke medische en epidemiologische gegevens op te vragen. In het artikel is voor alle duidelijkheid bepaald dat het om medische of epidemiologische gegevens dient te gaan. Voorbeelden daarvan zijn gegevens betreffende de vraag of de patiënt zich onder (verdere) medische behandeling heeft gesteld, of deze zich aan de aanwijzingen van de geneeskundige houdt, alsmede aan gegevens die gericht contactonderzoek mogelijk maken. De minister kan van deze bevoegdheid slechts gebruik maken voor zover verstrekking van deze gegevens noodzakelijk is voor de vaststelling van de aard en de omvang van het gevaar van verspreiding. Bovendien dient de betrokkene naar zijn oordeel gevaar op te leveren voor de overbrenging van de infectieziekte. Dat zal bij een infectieziekte behorend tot groep A altijd het geval zijn. De verstrekking van deze aanvullende gegevens is, evenals de daaraan voorafgaande melding zelf, niet afhankelijk van de toestemming van betrokkene.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op voorhand kan niet verder worden aangegeven welke gegevens er precies moeten worden verstrekt. De aard van de gegevens die opgevraagd moeten worden, kan per geval ver uiteen lopen. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van de ziekte waar het om gaat, de daarvan bekende transmissieroutes en de ziektegeschiedenis van de patiënt. Het betreft enkel de gegevens die in dat specifieke geval noodzakelijk zijn om de aard en omvang van het gevaar van verspreiding van de infectieziekte vast te stellen. Deze verplichte gegevensverstrekking is noodzakelijk met het oog op het belang van de bescherming van de volksgezondheid. Voor zover hierbij sprake is van het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Landsverordening bescherming persoonsgegevens, zijn de waarborgen van artikel 23, eerste lid, onderdeel e, van die landsverordening van kracht. Voor de nadere verhouding van het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in dit artikel met de Landsverordening bescherming persoonsgegevens, wordt verwezen naar hoofdstuk II, Bescherming persoonsgegevens, van deze toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20-96\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van dit artikel regelt de bevoegdheid van de minister om een persoon, tegen zijn wil, onverwijld ter isolatie in een zorginstelling te doen opnemen. Voordat de maatregel kan worden getroffen, dient aan de voorwaarden, zoals omschreven in het eerste lid, te zijn voldaan. De maatregel van isolatie kan alleen worden getroffen bij infectieziekten behorende tot groep A en B1. Bij infectieziekten behorende tot groep A is er een directe ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. De infectieziekten behorende tot groep B1 zijn echter ook dermate ernstig en besmettelijk dat het uit het oogpunt van de bescherming van de volksgezondheid noodzakelijk is om daarmee geïnfecteerde personen, die niet vrijwillig de nodige beschermende maatregelen nemen, tegen hun wil te isoleren. Indien deze maatregel niet zou worden getroffen in de in het eerste lid beschreven gevallen, bestaan het risico op een epidemie van een (zeer) ernstige infectieziekte, met mogelijk desastreuze gevolgen voor de bevolking van Sint Maarten. De maatregel van isolatie is in de beschreven gevallen dan ook noodzakelijk ter bescherming van de volksgezondheid. Vanuit het oogpunt van de bescherming van de volksgezondheid wordt een dergelijke inbreuk op de grondrechten van de ter isolatie op te nemen persoon gerechtvaardigd geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, dient ertoe om zonodig vast te stellen of de ter isolatie opgenomen persoon daadwerkelijk lijdt aan een infectieziekte. Het is mogelijk dat een persoon ter isolatie is opgenomen terwijl dit nog niet onomstotelijk vast is komen te staan. Indien voor het afwenden van het onmiddellijke gevaar voor de gezondheid van derden een dergelijk onderzoek niet nodig is omdat het gevaar voor de volksgezondheid al afdoende is afgewend door de isolatie, blijft in die situatie het onderzoek achterwege als de betrokkene blijft weigeren om het onderzoek te ondergaan. Deze waarborg dient ter bescherming van de grondrechten van de betrokkene.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het derde lid is bepaald dat onderzoek in het lichaam pas mag worden uitgevoerd nadat daartoe rechterlijke machtiging is verkregen. De daarbij te volgen procedure vloeit voort uit Titel 10 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarin de situatie is beschreven dat de rechter op schriftelijk verzoek of ambtshalve een beschikking geeft (namelijk de machtiging tot onderzoek in het lichaam). Voorbeelden van dergelijk onderzoek zijn de huid penetrerende ingrepen zoals het afnemen van bloed, biopsie-ingrepen, onderzoek via lichaamsopeningen en onderzoek met gebruik van ioniserende straling, echografie of nuclear magnetic resonance.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vierde lid stelt dat het onderzoek niet meer mag omvatten dan nodig is ter afwending van het gevaar voor derden. Daarmee wordt gedoeld op de situatie dat indien minder ingrijpende vormen van onderzoek volstaan, zoals onderzoek op faeces, urine of sputum, daarvoor moet worden gekozen. Met deze bepaling wordt beoogd geen meer ingrijpende inbreuk te maken op de grondrechten van de betrokkene dan noodzakelijk is ter bescherming van de volksgezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit van de minister om over te gaan tot de maatregel tot opneming ter isolatie of tot onderzoek in het lichaam wordt neergelegd in een beschikking, zo bepaalt het vijfde lid. In artikel 21 wordt nader ingegaan op deze beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het zesde lid is bepaald dat als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het gevaar voor de volksgezondheid door verspreiding van de infectieziekte is geweken of op minder ingrijpende wijze kan worden afgewend, de minister onverwijld de maatregel opheft. Bij het beoordelen of het gevaar voor verspreiding van de infectieziekte is geweken worden uiteraard de specifieke omstandigheden van het geval betrokken. Zo kan bij tuberculose de isolatie van een persoon met een reputatie van therapietrouw gewoonlijk worden opgeheven zodra deze niet meer besmettelijk is, terwijl dat bij een reputatie van therapieontrouw nog niet verantwoord is. Deze bepaling betekent overigens niet dat dit de enige wijze is waarop de maatregel van isolatie kan worden opgeheven. In de paragraaf Rechterlijke toetsing maatregelen tot isolatie, medisch onderzoek en quarantaine is voorts opgenomen dat de beschikking tot opneming ter isolatie vervalt indien de officier van justitie besluit geen verzoek in te dienen als bedoeld in artikel 29, eerste lid. Voorts kan de ter isolatie opgenomen persoon de rechter verzoeken de maatregel op te heffen, zo is bepaald in artikel 31, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het zevende lid is bepaald dat de minister advies inwint van de Dienst Collectieve Preventie, waar de expertise omtrent infectieziektebestrijding in het ministerie is neergelegd. Dit advies is niet bindend. Het ligt in de rede dat in de beschikking wordt vermeld dat dit advies is ingewonnen. Indien deze adviesverplichting niet wordt nagekomen, zou dit een reden kunnen zijn voor de officier van justitie om geen verzoek in te dienen tot voortzetting van de maatregel. De betrokkene zou zulks ook aan kunnen voeren bij het Gerecht in de eventuele navolgende procedure, zoals beschreven in de navolgende paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21-97\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bevat enige bepalingen omtrent de beschikking tot opneming ter isolatie. Die beschikking dient aan de betrokkene in persoon te worden uitgereikt en daarin dient te worden aangegeven in welke zorginstelling de opneming ter isolatie moet worden uitgevoerd. Dat dient een zorginstelling te zijn die op grond van artikel 23 daartoe door de minister is aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het derde lid is bepaald dat de toevoeging van een raadsman pas hoeft te geschieden nadat de beschikking is uitgereikt en de maatregel uitvoerbaar is verklaard. Omdat in de situaties waarbij isolatie is aangewezen snel moet worden gehandeld, is het voor de hand liggend om het formeel nemen van de beschikking tot oplegging van de maatregel niet afhankelijk te maken van deze toevoeging, maar deze toevoeging nadien te realiseren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-98\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat de beschikking om een ter isolatie opgenomen persoon in het lichaam te doen onderzoeken aan de betrokkene moet worden uitgereikt. De minister dient verder in die beschikking de omvang van het gedwongen onderzoek vast te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het aspect rechtsbescherming wordt verwezen naar de artikelen 27 tot en met 35 en de daarbij behorende toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23-99\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid van dit artikel dient ertoe om eisen te kunnen stellen betreffende de voorwaarden waaronder de isolatie en het onderzoek in de zorginstelling dienen plaats te vinden. Te denken valt daarbij aan bijvoorbeeld regels over de hygiëne en het ontvangen van bezoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vierde lid strekt ertoe om zonodig met bestuursdwang de opname van te isoleren patiënten af te dwingen, alsook om de voorwaarden toe te passen die bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, zijn gesteld. In paragraaf 2 van hoofdstuk 6 van onderhavige landsverordening is de bevoegdheid omtrent het toepassen van bestuursdwang nader beschreven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24-100\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedwongen quarantaine is mogelijk bij vooralsnog gezonde personen die in contact zijn geweest met een geïnfecteerde persoon, ten einde te bezien of zij geïnfecteerd zijn geraakt en ziekteverschijnselen ontwikkelen. Juist omdat het om gezonde personen gaat, is quarantaine een zeer ingrijpende maatregel die snel tot ernstige onrust onder de bevolking kan leiden. Om die reden is in dit voorstel de inzet van de quarantainemaatregel beperkt tot het vermoeden van een ziekte behorend tot groep A. Een zodanige maatregel zal alleen genomen mogen worden als er een directe en ernstige dreiging is dat een dergelijke ziekte zich in Sint Maarten kan gaan voordoen. De ziekten behorende tot groep A zijn dermate besmettelijk dat aldus ook een epidemie ervan dreigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Thuisquarantaine is op grond van het tweede lid mogelijk omdat dit een uitvoeringsmodaliteit betreft waarbij potentieel besmette personen niet in één ruimte worden samengebracht, en die dus naar verwachting tot minder onrust zal leiden. Indien deze maatregel niet zou worden getroffen in de in het eerste lid beschreven gevallen, bestaan het risico op een epidemie van een (zeer) ernstige infectieziekte, met mogelijk desastreuze gevolgen voor de bevolking van Sint Maarten. De maatregel van quarantaine is in de beschreven gevallen dan ook noodzakelijk ter bescherming van de volksgezondheid. Vanuit het oogpunt van de bescherming van de volksgezondheid wordt een dergelijke inbreuk op de grondrechten van de in quarantaine geplaatste persoon gerechtvaardigd geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mogelijkheid van medisch onderzoek van degene die onderworpen is aan de quarantainemaatregel, is geregeld in het derde lid. Onderzoek in het lichaam is niet mogelijk, daarvoor zal de betrokkene eerst onderworpen moeten worden aan de maatregel van isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vierde lid is opgenomen dat de quarantaine en het medisch toezicht dienen plaats te vinden onder zodanige voorwaarden en omstandigheden en gedurende een zodanige periode als noodzakelijk is om het gevaar voor de volksgezondheid af te wenden. Volledigheidshalve is daaraan de bepaling toegevoegd dat, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit gevaar is geweken of op minder ingrijpende wijze kan worden afgewend, de minister de maatregel onverwijld dient op te heffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25-101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bevat enige bepalingen omtrent de beschikking tot onderwerpen aan de maatregel van quarantaine. Bij het opleggen van een quarantainemaatregel dient, evenals bij het opleggen van de maatregel van isolatie, te worden voorzien in de verplichte bijstand van een raadsman, tenzij betrokkene daartegen bedenkingen heeft. De ingrijpendheid van de maatregel is erg groot, volledig gezonde mensen kunnen er immers aan worden onderworpen. Evenals bij de maatregel van isolatie behoeft de toevoeging van een raadsman echter pas te geschieden nadat de beschikking is uitgereikt en de maatregel uitvoerbaar is verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De situatie kan zich voordoen dat een uitbraak van een infectieziekte een dermate epidemische vorm aanneemt, dat zeer grote aantallen mensen in quarantaine moeten worden gebracht. De SARS-uitbraak in Azië en Canada heeft hiervan voorbeelden laten zien. Verwacht mag worden dat het overgrote deel van de getroffen mensen de aanwijzingen van de overheid vrijwillig op zal volgen. Een dwingende maatregel zal naar verwachting dus slechts ten aanzien van een gering aantal personen moeten worden getroffen. Niettemin is het denkbaar dat door capaciteitsgebrek en tijdsgebrek zowel de juridische bijstand als de toetsing door de officier van justitie en de rechter voor het individu in het gedrang komen. In die situaties zal zo goed als mogelijk is geïmproviseerd moeten worden met de beschikbare capaciteit aan menskracht en zullen vormen van collectieve rechtsbijstand moeten worden toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26-102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Iedere vorm van beroeps- en bedrijfsuitoefening valt onder de werking van dit artikel. Het is dus niet voorbehouden tot betaalde arbeid, maar betreft ook vrijwilligerswerk. Een eventueel te treffen werkverbod op grond van dit artikel zal evenwel uiteraard vooral beroepen in de levensmiddelenbranche, de medische en verplegende sector of de piercing- en tatoeagebranche betreffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de betrokkene in dienstverband werkt, dient eerst zijn werkgever te worden gehoord voordat de maatregel kan worden genomen. De reden daarvan is dat mogelijk door aanpassing van de werkzaamheden de verspreiding van een infectieziekte al kan worden voorkomen. In dat geval kan worden volstaan met het opleggen van een werkverbod voor bepaalde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 27 tot en met 35 Voorgesteld wordt om de Landsverordening administratieve rechtspraak uit te zonderen ten aanzien van beschikkingen tot opneming ter isolatie, tot onderzoek in het lichaam en tot onderwerping aan de maatregel van quarantaine. In de navolgende artikelen wordt een bijzondere rechtsbescherming voorgesteld vanwege het ingrijpende karakter van de maatregelen die onverwijld kunnen worden getroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo is bepaald dat de maatregelen van isolatie en quarantaine slechts mogen worden voortgezet en de maatregel van gedwongen onderzoek in het lichaam slechts ten uitvoer mag worden gelegd, nadat, op verzoek van een officier van justitie, daartoe rechterlijke machtiging is verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de officier van justitie van oordeel is, dat niet aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 20, eerste of derde lid, of 24 is voldaan, zal hij besluiten geen verzoek in te dienen. Alvorens het besluit te nemen geen verzoek in te dienen, wint de officier van justitie volgens het derde lid van artikel 29 het advies van de Inspectie in, opdat hij beschikt over een onafhankelijk professioneel advies. Dit zwaarwegend advies is weliswaar niet bindend, maar er mag ook niet lichtvaardig van worden afgeweken. Wanneer de officier van justitie besluit wel een vordering in te stellen, behoeft geen advies gevraagd te worden. Overigens staat het de officier van justitie vrij bij een persoon of een instantie advies in te winnen, indien dit wenselijk wordt geacht. Het besluit om al dan niet een verzoek in te dienen, wordt schriftelijk meegedeeld aan de betrokkene, de minister en de zorginstelling, indien de betrokkene in een zorginstelling verblijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vijfde lid van artikel 29 stelt vast, dat de beschikking van rechtswege vervalt indien de officier van justitie besluit geen verzoek in te dienen. De maatregel zal dan direct moeten worden beëindigd en de betrokkene kan niet worden verplicht het onderzoek te ondergaan. Indien de betrokkene in een zorginstelling verblijft moet de instelling derhalve direct op de hoogte worden gesteld of de officier een verzoek indient. Derhalve bepaalt het derde lid van artikel 29 dat de officier de betrokkene alsmede de zorginstelling hiervan onverwijld in kennis stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onderzoek door deskundigen, genoemd in artikel 30, derde lid, dat de rechter kan bevelen kan men denken aan een ‘second opinion’ door een andere arts.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens het vijfde lid van artikel 30 moet de rechter binnen drie dagen op de vordering beslissen. Voor deze korte beslissingstermijn is gekozen, opdat de onvrijwillige opneming zonder machtiging zo kort mogelijk duurt. Voorts dient snel duidelijkheid te bestaan of het onderzoek bedoeld in artikel 20, derde lid, mag worden verricht. Bovendien dient de betrokkene niet langer dan noodzakelijk in onzekerheid te verkeren. Ook dwingt het volksgezondheidsbelang tot snelle besluitvorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingevolge het vijfde lid van artikel 30 staat tegen de beslissing geen voorziening open. De behandeling van een beroep in cassatie tegen het verlenen van een rechterlijke machtiging zou naar alle waarschijnlijkheid plaatsvinden op een tijdstip waarop de opneming ter isolatie reeds is beëindigd of het onderzoek is verricht. Wel staan voor de betrokkene de procedures van de artikelen 31 en 32 open.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van artikel 31 geeft de ter isolatie opgenomen persoon het recht om de rechter te verzoeken de tegen hem genomen maatregel op te heffen. Op deze wijze wordt bewerkstelligd dat de betrokken persoon zelf het initiatief kan nemen om de isolatie snel te doen beëindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook is voorzien in procedures volgens welke de betrokkene de rechter kan verzoeken om schadevergoeding, waarbij is gekozen voor het regime van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze procedures zijn uitgewerkt in de artikelen 32 en 33. De betrokkene kan om schadevergoeding verzoeken op de grond dat de beschikking van de minister onrechtmatig was dan wel omdat de betrokkene nadeel heeft geleden doordat de rechter of de officier van justitie een van de bepalingen uit de paragraaf Rechterlijke toetsing maatregelen tot isolatie, medisch onderzoek en quarantaine niet in acht heeft genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de besluiten ten aanzien van andere maatregelen dan isolatie, gedwongen onderzoek en quarantaine is de Landsverordening administratieve rechtspraak van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36-103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 68 is voorzien in de intrekking van de Landsverordening van 9 juni 1921, houdende bepalingen ter bestrijding van besmettelijke ziekten. Die landsverordening kent echter een aantal bepalingen die niet zonder nadere voorziening kunnen komen te vervallen. Het betreft hier maatregelen die niet zozeer betrekking hebben op besmettelijke ziekten zelf, maar veeleer op preventie ter voorkoming van de ontwikkeling en verspreiding van vectoren die voor het ontstaan van ziekten als gele koorts of dengue verantwoordelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het past niet in de systematiek van de onderhavige ontwerp-landsverordening om de desbetreffende maatregelen die hoofdzakelijk betrekking hebben op de (waterhuishouding van) gebouwen, de percelen waarop gebouwen zijn geplaatst en de verder zich op die percelen bevindende goederen en voertuigen (waaronder de wrakken die her en der in de tuin van mensen staan), in het ontwerp zelf op te nemen. In verband daarmee is gekozen om te volstaan met een delegatiebepaling. Hierdoor zullen de desbetreffende op preventie gerichte maatregelen bij of krachtens gelijktijdig met deze ontwerp-landsverordening in werking te treden landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen worden vastgesteld en aldus op dit punt in het belang van de volksgezondheid de continuïteit van de beoogde preventie waarborgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37-104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter implementatie van de IHR moeten de maatregelen ten aanzien van gebouwen, vervoermiddelen en goederen worden gerelateerd aan het begrip ‘besmetting’. Bij het toepassen van deze maatregelen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan ontsmettingsmaatregelen voor containers met goederen afkomstig uit risicogebieden, indien aanbevelingen van de WHO zijn uitgevaardigd. Het kan voorkomen dat containers de haven al zijn gepasseerd, bijvoorbeeld omdat ze niet tijdig waren gedetecteerd. Om in dat verband toch te kunnen ingrijpen in deze gevallen voorziet dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in het eerste lid is opgenomen om, indien geen vrijwillige medewerking wordt verleend, toch onderzoek mogelijk te maken om besmetting vast te kunnen stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtsbescherming tegen optreden op grond van dit artikel loopt via de Landsverordening administratieve rechtspraak. Zie het slot van de toelichting op de artikelen 27 tot en met 35. Uit vaste rechtspraak volgt dat op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur een hoorplicht bestaat alvorens opgetreden wordt. Dit impliceert dat de minister de betrokken eigenaar hoort voordat hij de maatregel neemt, tenzij de vereiste spoed zich hiertegen verzet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38-105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 38</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ook ten aanzien van lijken worden maatregelen voorgesteld die kunnen worden getroffen in overeenstemming met de IHR. Deze maatregelen kunnen noodzakelijk zijn in het belang van de volksgezondheid om verdere besmetting te voorkomen. De maatregelen, het afnemen van bloed of andere vloeistoffen en het isoleren of verbranden van een lijk, kunnen enkel worden getroffen indien een lijk besmet is met een infectueus of giftig agens of stof, of een gegrond vermoeden daarvan bestaat. Daarbij moet er sprake zijn van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid. De maatregelen worden in dat geval toegepast met het doel om het gevaar voor de volksgezondheid af te wenden. Om deze reden worden deze maatregelen in een dergelijk geval niet disproportioneel geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 39 en 40 In artikel 39 is bepaald dat de eisen van paragraaf 6 van hoofdstuk 3 van toepassing zijn op de bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, aangewezen havens en luchtvaartterreinen. Wat een haven of luchtvaartterrein is, staat gedefinieerd in artikel 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens wordt in artikel 40 het voorzieningenniveau voor de haven of het luchtvaartterrein bepaald. Vooralsnog is dat beperkt tot het hebben van een plan voor noodsituaties op het gebied van de infectieziektebestrijding, met inbegrip van de benoeming van een coördinator. Uit dit plan moet blijken hoe de uitvoering van een infectieziektecalamiteit in de haven of luchtvaartterrein zal worden aangepakt. Daaruit moet ook blijken hoe de Dienst Collectieve Preventie en eventuele andere betrokken organisaties op het gebied van rampenbestrijding hun werk kunnen doen in de haven of luchtvaartterrein. Zonodig kunnen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, andere eisen betreffende het voorzieningenniveau in de haven of luchtvaartterrein worden gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41-106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel beschrijft de verplichte meldingsketen voor schepen of luchtvaartuigen die een internationale reis maken, een haven of luchtvaartterrein aandoen en (mogelijk) mensen vervoeren die een infectieziekte hebben waarbij een gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan. De gezagvoerder van het schip of luchtvaartuig dient de (lucht)verkeersleiding op de hoogte te stellen. De gezagvoerder van het schip dient tevens de aan boord komende loods te informeren. De (lucht)verkeersleiding dient de exploitant van de haven of het luchtvaartterrein te informeren. De exploitant van de haven of luchtvaartterrein dient vervolgens de Dienst Collectieve Preventie op de hoogte te stellen, die verder de minister op de hoogte moet brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle meldingsplichten dienen binnen de kortst mogelijke termijnen te worden uitgevoerd opdat de nodige voorbereidingen tijdig kunnen worden getroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel dient niet te worden gelezen als een operationeel draaiboek. Het mag worden verondersteld dat in de praktijk soms sneller wordt gemeld dan via de verplichte meldingsketen. Niettemin ontslaat dat niemand van het (alsnog) volgen hiervan. De verplichte meldingsketen is er immers op gericht dat degenen die formeel verantwoordelijk zijn voor het nemen van beslissingen, ook over de juiste informatie beschikken om die beslissingen (tijdig) te kunnen nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42-107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat in dit artikel om het op verzoek verplicht verstrekken door de gezagvoerder van een schip of luchtvaartuig dat een internationale reis maakt van bepaalde gegevens over de gezondheidstoestand van de zich aan boord bevindende passagiers. Dit staat als zodanig los van de meldingsplicht van artikel 41. Een lidstaat kan al dan niet gebruik maken van deze te verstrekken verklaringen. Normaliter zal er door de minister geen gebruik worden gemaakt van deze bevoegdheden, omdat er geen toegevoegde waarde van wordt verwacht. Niettemin kan in bijzondere omstandigheden het gebruik ervan wel opportuun zijn. Bijvoorbeeld bij verkeer uit (bewezen) risicogebieden, waarbij de verklaring ook kan dienen als een hulpmiddel voor de gezagvoerder om specifieke risico’s te bepalen. De inzet van de verklaringen kan ook worden aanbevolen door de WHO.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43-108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 43</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een melding als bedoeld in artikel 41 heeft plaatsgevonden of anderszins is gebleken van omstandigheden aan boord van een schip of luchtvaartuig dat een internationale reis maakt, die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren, dient de minister, nadat het schip of luchtvaartuig is aangekomen op grond van het eerste lid van dit artikel te bepalen waar het schip of luchtvaartuig precies moet dokken. Ook dient de minister in die situatie te bepalen wanneer er personen of goederen van of aan boord mogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid geeft de minister de bevoegdheid om dezelfde maatregelen te treffen ten aanzien van een schip of luchtvaartuig dat een internationale reis maakt, indien er een directe dreiging is van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A. Een directe dreiging doet zich al voor indien op grond van de situatie in het buitenland ervoor moet worden gevreesd dat de ziekte Sint Maarten in korte tijd kan bereiken. Deze bevoegdheid ziet dan ook op de situatie dat er (nog) geen melding als bedoeld in artikel 41 heeft plaatsgevonden en ook niet anderszins is gebleken van omstandigheden aan boord van het schip of luchtvaartuig die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren, maar er niettemin al voldoende aanleiding is om voorzorgsmaatregelen te treffen. Daarbij moet worden gedacht aan het doen dokken van het schip of luchtvaartuig op een bepaalde plaats waar de passagiers aan onderzoek kunnen worden onderworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het derde lid, onder a, is uitdrukkelijk bepaald dat in bovenbedoelde situaties de gezagvoerder ervoor dient te zorgen dat niemand aan of van boord gaat en er geen goederen mogen worden geladen of gelost, tenzij de minister daartoe opdracht geeft. De Dienst Collectieve Preventie kan vervolgens het schip of het luchtvaartuig betreden om het nodige onderzoek uit te voeren. Zodra de ernst van het gevaar duidelijk is en er is gebleken van de noodzaak tot het treffen van quarantainemaatregelen zullen deze op grond van artikel 24 moeten worden getroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het derde lid, onder b, is bepaald dat in bovenbedoelde situaties de gezagvoerder op verzoek van de minister een overzicht dient te verstrekken van de persoonsgegevens en de bestemming van de passagiers, voor zover deze gegevens bekend zijn bij de gezagvoerder. Voor de begeleiding van passagiers, de eventuele uitvoering van quarantaine, het beleid ten aanzien van doorreizen naar andere bestemmingen en de informatie aan andere havens en luchtvaartterreinen, alsmede latere bronopsporing en informatie aan contacten, zijn deze gegevens van groot belang. De verplichting tot medewerking richt zich op de gezagvoerder. De passagiers leveren hun gegevens op basis van vrijwilligheid aan. De gezagvoerder dient de gegevens te verzamelen voordat de passagiers van boord gaan. Een formulier dat door de passagiers kan worden ingevuld, zal hiervoor volstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vierde lid tenslotte is aangegeven dat de minister de maatregelen niet langer mag toepassen dan nodig is om het onderzoek uit te voeren om de ernst van het gevaar vast te stellen. Voorkomen moet immers worden dat het toepassen van de maatregelen gaat leiden tot het feitelijk toepassen van quarantainemaatregelen. Indien deze maatregelen nodig zijn, dan dienen zij, zoals al gesteld, op grond van artikel 24 van dit ontwerp te worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 44, 45 en 46 Artikel 46 maakt de toepassing van bestuursdwang mogelijk ten aanzien van de toepassing van de in de artikelen 43, eerste en tweede lid, 44 en 45 aan de minister toegekende bevoegdheden, indien gezagvoerders de hen door een minister opgelegde verplichtingen niet nakomen. De overigens bij het toepassen van bestuursdwang in aanmerking te nemen regels zijn neergelegd in de artikelen 58 tot en met 63.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorlichting aan reizigers en onderzoeken van reizigers Van de exploitant van een haven of een luchtvaartterrein alsook de vervoersexploitant kan op grond van de artikelen 44, onder a, en 45, onder a, door de minister een inzet worden verlangd bij het voorlichten van reizigers over het nemen van maatregelen ter voorkoming van een infectie of besmetting van de bagage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 44, onder b, kan de minister de exploitant van een haven of een luchtvaartterrein tot medewerking dwingen bij het onderzoeken van vertrekkende of aankomende reizigers op symptomen die wijzen op de aanwezigheid van een ziekte van infectueuze aard die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren. Het is denkbaar dat de WHO vanwege een elders ter wereld uitgebroken besmettelijke ernstige infectieziekte een aanbeveling uitvaardigt om passagiers uit risicogebieden tijdelijk te onderzoeken. De minister zal dit onderzoek in de haven of luchtvaartterrein uitvoeren met behulp van de Dienst Collectieve Preventie en het bestrijden van infectieziekten en meer in het bijzonder de aldaar werkzame geneeskundige belast met infectieziektebestrijding. Van de exploitant van een haven of een luchtvaartterrein kan vervolgens worden verlangd om medewerking aan het onderzoek te verlenen. De medewerking van de reiziger aan een dergelijk onderzoek kan niet direct worden afgedwongen. Wel kan de minister besluiten om reizigers te onderwerpen aan de maatregel van quarantaine op grond van artikel 24, indien aan de ter zake geldende voorwaarden is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoeken op besmetting, maatregelen ter voorkoming- en ter bestrijding van besmetting Op grond van de artikelen 44, onder c, en 45, onder b, kan de minister van de exploitant van een haven of een luchtvaartterrein of de vervoersexploitant verlangen om maatregelen ter voorkoming van een besmetting te nemen. Op grond van artikel 45, onder c, kan de minister van de vervoersexploitant verlangen om vervoermiddelen en goederen te controleren op de aanwezigheid van een besmetting. Op grond van artikel 44, onder d, kan van de exploitant van een haven of een luchtvaartterrein worden verlangd dat ter bestrijding van een besmetting gebouwen of terreinen dan wel gedeelten daarvan worden gesloten. Op grond van artikel 45, onder d, kan van de vervoersexploitant worden verlangd dat ten aanzien van een schip of luchtvaartuig en de hierin aanwezige goederen ontsmettingsmaatregelen worden doorgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze inzet zal alleen in bijzondere omstandigheden nodig zijn. Daarbij dient vooral te worden gedacht aan de situatie dat de WHO aanbevelingen uitvaardigt voor het vervoer van goederen of personen van en naar risicogebieden. In hoeverre inzet van de haven- of luchtvaartterreinexploitant dan wel van de vervoersexploitant nodig is, is sterk afhankelijk van welke maatregelen precies nodig zijn, en zal van geval tot geval moeten worden bezien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47-109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zoals al in het algemeen deel van deze memorie van toelichting is gesteld, verplicht de IHR ertoe om certificaten van sanitaire controle van schepen en certificaten tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen af te geven op verzoek van de gezagvoerder indien het schip vrij is van besmetting. Op schepen die internationale reizen maken moet een van deze geldige certificaten aanwezig zijn. Welk certificaat men krijgt wordt bepaald door de bevindingen bij de inspectie: is alles in orde, dan wordt het certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle afgegeven, men is dan vrijgesteld van het nemen van sanitaire maatregelen. Worden zaken gevonden die maatregelen vergen, dan wordt na afronding daarvan het certificaten van sanitaire controle afgegeven. Deze certificaten vervangen de oude ontrattingscertificaten die werden afgegeven op basis van de Quarantaineverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De certificaten dienen te worden opgesteld conform een door de IHR voorgeschreven model. De afgifte van een certificaat van sanitaire controle vindt plaats als het schip vrij is van besmetting nadat ontsmettingsmaatregelen zijn getroffen. De afgifte van een certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle vindt plaats als het schip vrij is van besmetting en geen ontsmettingsmaatregelen hoeven plaats te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het tweede lid zal bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden bepaald waarop moet worden gecontroleerd opdat een certificaat kan worden afgegeven en dus sprake is van een schip dat vrij is van besmetting. Daartoe zal worden verwezen naar het programma van eisen sanitaire controle van schepen dat is gebaseerd op de normen van de WHO, zoals omschreven in het ‘WHO Interim technical advice for inspection and issuance of ship sanitation certificates’ van augustus 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vierde lid is de verlenging geregeld van een bestaand geldig certificaat als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de IHR. Het voorziet in het belang van de gezagvoerder in situaties waarin door ongewone omstandigheden in de haven geen volledige inspectie kan worden uitgevoerd en dus geen certificaat kan worden afgegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48-110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft uitwerking aan artikel 36 van de IHR. Op grond van artikel 36, waarin wordt verwezen naar de bijlagen 6 en 7 van de IHR, dienen lidstaten eisen te stellen aan de inenting tegen gele koorts. Er zijn op dit moment geen andere inentingen of profylaxe (medicatie ter voorkoming van ziektes) waarvoor in het kader van de IHR eisen of aanbevelingen zijn gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inentingen tegen gele koorts dienen op grond van het eerste lid te worden verzorgd door de Dienst Collectieve Preventie. In plaats van, of naast deze kan de minister ook andere personen aanwijzen die dit mogen verzorgen. In het tweede lid zijn daarvoor eisen opgenomen. Deze eisen moeten waarborgen dat degenen die inentingen tegen gele koorts verschaffen over afdoende kennis beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het derde lid is bepaald wie het certificaat mag ondertekenen en in het vierde lid wordt met betrekking tot de entstof tegen gele koorts de eis gesteld, dat deze door de WHO goedgekeurd moet zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 49 en 50 Deze artikelen zijn, behoudens enige aanpassingen, overgenomen uit de Gezondheidslandsverordening. Na de wijziging van 27 december 2004 bevatte de Gezondheidslandsverordening nog slechts de onder-havige bepalingen, die betrekking hebben op de van overheidswege te controleren en reguleren laboratoriumzorg met betrekking tot de volksgezondheid en justitie. Het is gewenst deze bepalingen thans in het onderhavige ontwerp te integreren, omdat het reguleren van adequate laboratoriumzorg moet worden aangemerkt als een essentieel bestanddeel van de zorg voor de volksgezondheid - in het bijzonder waar het betreft de bestrijding van infectieziekten. Hiermee kan de Gezondheidslandsverordening worden ingetrokken. Zie daartoe artikel 68 van het ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 49 ziet niet enkel op laboratoriumonderzoeken ten behoeve van de volksgezondheid, maar ook ten behoeve van justitie. Om deze reden wordt in het vijfde lid ook de Minister van Justitie genoemd. Hoewel de laboratoriumonderzoeken ten behoeve van justitie geen directe binding hebben met de publieke gezondheid, wordt toch wenselijk geacht en daarom voorgesteld deze justitiecomponent hier op te nemen. Zoals reeds is opgemerkt, is het voorgestelde artikel 49 overgenomen uit de Gezondheidslandsverordening. Dit deel kan dan ook niet zonder gevolgen geschrapt worden, zonder dat op andere wijze de laboratoriumonderzoeken ten behoeve van justitie worden geregeld. Het ligt in de rede dat laboratoriumonderzoek ten behoeve van justitie in de toekomst op een andere plaats zal worden geregeld. Tot die tijd wordt voorgesteld dit onderdeel in artikel 49 te laten bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het goedkeuren van de statuten door de minister, voorgesteld in het vierde lid, wordt opgemerkt dat het in de rede ligt dat de goedkeuring van de statuten geschiedt vanuit het oogmerk van het algemeen belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jaarlijkse verplichting tot het opstellen van een verslag is gesteld voor 1 juni. Deze datum is gelijk aan die genoemd in artikel 12, eerste lid, van de Landsverordening zorginstellingen, op basis waarvan zorgaanbieders jaarlijks een verslag ter openbare inzage moeten leggen, waarin verantwoording wordt afgelegd van het beleid dat in het afgelopen jaar ter uitvoering van die landsverordening ter zake van de kwaliteit van de zorg is gevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten overvloede wordt opgemerkt dat het laboratorium dient te voldoen aan de bij of krachtens de Landsverordening zorginstellingen gestelde eisen, om zorg ondersteunende werkzaamheden te mogen verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 51 en 52 Het eerste lid van artikel 51 legt onder meer vast dat Sint Maarten de kosten draagt die zijn verbonden aan het vaccinatieprogramma. Hiermee is beoogd dat bepaalde vastgestelde vaccinaties kosteloos worden aangeboden aan kinderen vanaf de geboorte tot en met zeventien jaar. De vaccins in dit programma worden ingekocht via het revolving fund van PAHO, hetgeen een grote financiële besparing oplevert. De kosten komen ten laste van de begroting van de Dienst Collectieve Preventie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid van artikel 51 is bepaald dat de exploitanten van de havens of luchtvaartterreinen en de vervoersexploitanten de kosten dragen van de maatregelen die door de minister worden opgedragen. Naast het verschaffen van voorlichting aan passagiers gaat het bij deze maatregelen om ontsmettingsmaatregelen voor goederen, vervoermiddelen en gebouwen. Slechts in bijzondere omstandigheden zal de minister van deze bevoegdheid gebruik maken. Hierbij dient vooral gedacht te worden aan het opvolgen van WHO-aanbevelingen bij een internationale volksgezondheidscrisis, dan wel aan de situatie dat een volksgezondheidscrisis met mogelijk internationale impact in Sint Maarten ontstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het derde lid van artikel 51 is vastgelegd dat een schadeloosstelling wordt uitgekeerd ten aanzien van goederen die worden vernietigd wegens besmetting waarbij ernstig gevaar dreigt voor de volksgezondheid. Een soortgelijke regeling bestaat reeds op basis van artikel 7, derde lid, van de Landsverordening houdende bepalingen ter bestrijding van besmettelijke ziekten (P.B. 1921, no. 61, laatstelijk gewijzigd bij AB 2013, GT no. 748). In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat nagenoeg waardeloze stoffen kunnen worden vernietigd zonder vergoeding, terwijl het derde lid bepaalt dat in overige gevallen de mogelijkheid van onteigening bestaat. Onteigening geschiedt volgens de bepalingen van de Onteigeningsverordening. Bij het ontbreken van minnelijke schikking wordt een schadeloosstelling bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vierde lid is een uitzondering opgenomen op de hoofdregel dat het Land de kosten draagt die verbonden zijn aan de maatregelen die zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van onderhavige landsverordening. De hoofdregel is opgenomen in het eerste lid van onderhavig artikel en dient te voorkomen dat onduidelijkheid over de kostentoedeling of financiële omstandigheden bij de betrokkenen een belemmering vormen bij het tegengaan van de verspreiding van infectieziekten, hetgeen van groot belang is ter bescherming van de volksgezondheid. Indien een persoon zich echter onttrekt aan maatregelen die gezondheidsschade beperken en de volksgezondheid beogen te beschermen, en indien deze persoon daardoor extra kosten voor het Land veroorzaakt, dan kan deze persoon voor deze kosten worden aangesproken. Het eventueel verhalen van deze kosten geschiedt vanzelfsprekend met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid. Indien de kosten redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de betrokken persoon behoren te komen, mogen de kosten niet op deze persoon worden verhaald (zie artikel 60, eerste lid).</p>\n<p class=\"lf-p\">De mogelijkheid om deze kosten te verhalen op personen die niet tot vrijwillige medewerking bereid zijn geweest, moet overigens niet worden gezien als chantagemiddel om deze persoon tot vrijwillige medewerking te dwingen. In dat geval zou deze bevoegdheid tot kostenverhaal worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze bevoegdheid gegeven is, hetgeen een schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in zou houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53-111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 53</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het derde lid van dit artikel wordt beoogd te voldoen aan de artikelen 41 en 42 van de IHR. Daarin staat dat een lidstaat bij toepassing van gezondheidsmaatregelen uit hoofde van IHR slechts één tarief dient toe te passen dat niet hoger ligt dan de werkelijk gemaakte kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 54, 55 en 56 De aangewezen ambtenaren van de Inspectie voor de Volksgezondheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Landsverordening Inspectie voor de Volksgezondheid, zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van het bij en krachtens deze landsverordening bepaalde. Zij zijn tevens, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen, verantwoordelijk voor de opsporing van de bij of krachtens deze landsverordening strafbaar gestelde feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 56 strekt ertoe dat ook de minister en door deze aangewezen medewerker(s) van de Dienst Collectieve Preventie - in het bijzonder de geneeskundige belast met de infectieziektebestrijding – of de Afdeling Volksgezondheid van het Ministerie van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid ingeval van een besmetting of infectie of bij een gegrond vermoeden daarvan plaatsen moet kunnen betreden en weer verlaten, zonodig met gebruikmaking van de sterke arm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 57 tot en met 62 De in deze artikelen opgenomen bepalingen ter zake de uitoefening van bestuursdwang komen overeen met soortgelijke bepalingen in andere (ontwerp)landsverordeningen. Op deze wijze wordt de uniformiteit van hetgeen hier geregeld wordt gewaarborgd, hetgeen ten goede komt aan de rechtszekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het karakter van de onderhavige ontwerp-landsverordening zijn niet de recent herziene bepalingen betreffende bestuursdwang van de Nederlandse Algemene Wet Bestuursrecht overgenomen, al stemt het in het ontwerp neergelegde systeem daar wel in hoofdlijnen mee overeen. Oogmerk bij de huidige opzet was dat de hier te lande nog niet gecodificeerde algemene beginselen van behoorlijk bestuur bij de toepassing van bestuursdwang in ieder geval nageleefd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 63 tot en met 66 De sancties voor het niet naleven van vergelijkbare verplichtingen zijn zoveel mogelijk gelijkgesteld. De zwaarte van de sanctie voor het niet naleven van opdrachten die krachtens artikel 43, eerste en tweede lid, zijn gegeven en het niet naleven door de gezagvoerder van artikel 43, derde lid, onder a, is gebaseerd op het potentieel grote belang voor de volksgezondheid van het naleven van deze verplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een strafrechtelijke sanctie bij het niet naleven van de meldingsplichten voor artsen zal naar verwachting hoogst zelden worden opgelegd. Indien echter in alle redelijkheid kan worden gesteld dat er sprake is van grove nalatigheid op dit punt, dan dient er wel voldoende afschrikwekkend te kunnen worden opgetreden. Datzelfde geldt voor de meldingsplichten van anderen zoals gezagvoerders van schepen of luchtvaartuigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-67-112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 67</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten tijde van de totstandkoming van onderhavige ontwerp-landsverordening is tevens een ontwerp-landsverordening tot vaststelling van een nieuw Wetboek van Strafrecht aanhangig. In het nieuwe Wetboek van Strafrecht zijn categorieën van geldboeten opgenomen. De geldboete die voor een strafbaar feit ten hoogste kan worden opgelegd, is gelijk aan het bedrag van de categorie die voor dat feit is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze categorieën zijn als volgt bepaald: de eerste categorie, NAf 500,-; de tweede categorie, NAf 5.000,-; de derde categorie, NAf 10.000,-; de vierde categorie, NAf 25.000,-; de vijfde categorie, NAf 100.000,-; de zesde categorie, NAf 1.000.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderhavig artikel is met het oog op deze wijziging opgenomen dat deze boetecategorieën worden vermeld in de artikelen 63 tot en met 66 van onderhavige landsverordening, nadat de Landsverordening tot vaststelling van een nieuw Wetboek van Strafrecht in werking is getreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-68-113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 68</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderhavige ontwerp-landsverordening treedt in de plaats van de voorschriften van de in deze bepaling genoemde, verouderde landsverordeningen. Deze landsverordeningen kunnen dan ook worden ingetrokken. De op deze landsverordeningen gebaseerde gedelegeerde regelgeving zal eveneens worden ingetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige gedelegeerde regelgeving die is gebaseerd op de in het eerste lid genoemde landsverordeningen vervalt tegelijk met het intrekken van deze landsverordeningen van rechtswege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft hierbij in ieder geval de volgende regelgeving die wordt ingetrokken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van 11 december 1917, houdende aanwijzing van de plaatsen, waar het gezondheidsonderzoek wordt ingesteld en waar de quarantainemaatregelen worden toegepast (P.B. 1917, no. 52, laatstelijk gewijzigd bij AB 2013, GT no. 201);</p>\n<p class=\"lf-p\">Landsbesluit vogelgriep;</p>\n<p class=\"lf-p\">Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van 26 augustus 1936, ter uitvoering van artikel 15a van de Quarantaineverordening (P.B. 1936, no. 85, laatstelijk gewijzigd bij AB 2013, GT no. 838);</p>\n<p class=\"lf-p\">Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van 11 december 1917, houdende voorschriften ten aanzien van de periodieke verdelging van ratten aan boord van schepen (P.B. 1917, no. 50, laatstelijk gewijzigd bij AB 2013, GT no. 203);</p>\n<p class=\"lf-p\">Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van 11 december 1917, houdende omschrijving van het sein, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Quarantaineverordening (P.B. 1917, no. 46, laatstelijk gewijzigd bij AB 2013, GT no. 202);</p>\n<p class=\"lf-p\">Ministeriële regeling van 20 februari 1918, tot vaststelling van de vorm van de gezondheidspas en van de verklaringen, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Quarantaineverordening (P.B. 1918, no. 9, laatstelijk gewijzigd bij AB 2013, GT no. 253).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70-114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel regelt de inwerkingtreding, die bij landsbesluit zal plaatsvinden, zodat deze gestroomlijnd kan worden met de inwerkingtreding van de regelgeving die op onderhavige landsverordening is gebaseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid De Minister van Algemene Zaken BijlageI Implementatie IHR in ontwerplvo publieke gezondheid IHR artikel Inhoud Voorstel in Lvo pg</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">begripsomschrijvingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">doel en reikwijdte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">beginselen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">aanwijzing IGR-coördinatiepunt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 79</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het landelijk coördinatiepunt is voor het Koninkrijk in principe ondergebracht bij het RIVM. Beoogd is om de Dienst Collectieve Preventie en de Afdeling Volksgezondheid als subcoördinatiepunt deze taak te laten vervullen voor Sint Maarten. Deze Dienst rapporteert onder meer aan het RIVM</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">bewaking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoofstuk 3, § 2 Meldingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">kennisgeving WHO</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">delen van informatie bij bijzondere gebeurtenissen volksgezondheid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">overleg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">overige verslagen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">verificatie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span><span class=\"lf-art-t\">informatieverschaffing door WHO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span><span class=\"lf-art-t\">vaststelling van een internationale noodsituatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">maatregelen volksgezondheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 2, § 3 Infectieziektebestrijding; hoofstuk 3, § 1 Algemeen; § 2 Meldingen; artikelen 20, 24 en 26; § 5 Maatregelen gericht op gebouwen, goederen, vervoermiddelen en lijken; § 6 Havens en luchtvaartterreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span><span class=\"lf-art-t\">samenwerking WHO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span><span class=\"lf-art-t\">tijdelijke aanbevelingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 5, eerste lid, onderdeel b, 20, 24, 26, 37, 38; hoofdstuk 3, § 6 Havens en luchtvaartterreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span><span class=\"lf-art-t\">permanente aanbevelingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 5, eerste lid, onderdeel b, 20, 24, 28, 37, 38, 42 t/m 46</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span><span class=\"lf-art-t\">criteria voor aanbevelingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span><span class=\"lf-art-t\">aanbevelingen mbt personen, goederen en vervoermiddelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanbevelingen kunnen worden opgevolgd conform de artikelen 37, 40, 43, 44 en 45</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19</span><span class=\"lf-art-t\">algemene verplichtingen plaatsen van binnenkomst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-40-116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 40</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20</span><span class=\"lf-art-t\">luchtvaartterreinen en havens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 39, 40 en 47</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21</span><span class=\"lf-art-t\">Grensovergangen op land</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wordt niet toegepast</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22</span><span class=\"lf-art-t\">Rol van de bevoegde autoriteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 44, 45, 46</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23</span><span class=\"lf-art-t\">Gezondheidsmaatregelen bij aankomst en vertrek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 44, eerste lid, onder b en c, 45, eerste lid, onder c</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24</span><span class=\"lf-art-t\">Vervoersexploitanten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 45 en 46</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 25</span><span class=\"lf-art-t\">Schepen en luchtvaartuigen op doorreis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 26</span><span class=\"lf-art-t\">Civiele vrachtwagens, treinen en autobussen op doorreis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27-117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27</span><span class=\"lf-art-t\">Getroffen vervoermiddelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 44, 45 en 46</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28-118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28</span><span class=\"lf-art-t\">Schepen en luchtvaartuigen bij plaatsen van binnenkomst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 43</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29</span><span class=\"lf-art-t\">Civiele vrachtwagens, treinen en autobussen bij plaatsen van binnenkomst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30-120\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 30</span><span class=\"lf-art-t\">Reizigers die ten behoeve van de volksgezondheid onder observatie staan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31-121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31</span><span class=\"lf-art-t\">Gezondheidsmaatregelen met betrekking tot de binnenkomst van reizigers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 20, 24</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32-122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32</span><span class=\"lf-art-t\">Behandeling van reizigers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33-123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 33</span><span class=\"lf-art-t\">Goederen in doorvoer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34-124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34</span><span class=\"lf-art-t\">Containers en laadzones voor containers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 44, 45, 46</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35-125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 35</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel gezondheidsdocumenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 36</span><span class=\"lf-art-t\">Bewijs van inenting of van een andere profylaxe</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 48</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37</span><span class=\"lf-art-t\">Maritieme gezondheidsverklaring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 42, eerste lid</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 38</span><span class=\"lf-art-t\">Gezondheidsgedeelte van de algemene verklaring voor luchtvaartuigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 42, tweede lid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39-126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 39</span><span class=\"lf-art-t\">Certificaten van sanitaire controle van schepen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 47</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 40</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten van gezondheidsmaatregelen met betrekking tot reizigers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 51, 53</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 41</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten voor bagage, vracht, containers, vervoermiddelen, goederen of postpakketten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51-127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 51</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 42</span><span class=\"lf-art-t\">Implementatie van gezondheidsmaatregelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 43</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende gezondheidsmaatregelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing alleen in crisissituaties, via: hoofdstuk 2, § 3 Infectieziektebestrijding; hoofstuk 3, § 2 Meldingen; artikelen 20, 24, 26, 37, 28, 32 en 44; hoofdstuk 3, § 6 Haven en luchtvaartterreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44-128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 44</span><span class=\"lf-art-t\">Samenwerking en assistentie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 2 en 7</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45-129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 45</span><span class=\"lf-art-t\">Behandeling van persoonsgegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 13, vijfde lid, 14, zesde lid, en 18, tweede lid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46-130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 46</span><span class=\"lf-art-t\">Vervoer en omgang met biologische stoffen, reagens en materialen voor diagnostische doeleinden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 47</span><span class=\"lf-art-t\">Samenstelling commissies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 48</span><span class=\"lf-art-t\">Mandaat en samenstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49-131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 49</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-50-132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 50</span><span class=\"lf-art-t\">Mandaat en samenstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 51</span><span class=\"lf-art-t\">Gang van zaken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52-133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 52</span><span class=\"lf-art-t\">Verslagen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 53</span><span class=\"lf-art-t\">Procedures permanente aanbevelingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54-134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 54</span><span class=\"lf-art-t\">Verslaglegging en toetsing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55-135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 55</span><span class=\"lf-art-t\">Wijzigingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56-136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 56</span><span class=\"lf-art-t\">Regeling van geschillen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57-137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 57</span><span class=\"lf-art-t\">Verhouding tot andere internationale overeenkomsten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie Artkel 58 Internationale sanitaire verdragen Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59-138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 59</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60-139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 60</span><span class=\"lf-art-t\">Nieuwe lidstaten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61-140\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 61</span><span class=\"lf-art-t\">Verwerping</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62-141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 62</span><span class=\"lf-art-t\">Voorbehouden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63-142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 63</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking van verwerping en voorbehouden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64-143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 64</span><span class=\"lf-art-t\">Staten die geen lid van de WHO zijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65-144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 65</span><span class=\"lf-art-t\">Kennisgevingen door de Directeur- Generaal WHO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66-145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 66</span><span class=\"lf-art-t\">Authentieke teksten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen wettelijke implementatie BijlageII Achtergrondgegevens per ziekte Anthrax (miltvuur) Verwekker: Bacillus anthracis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte waarbij de kans op verspreiding van mens op mens niet groot is. Op de persoon terug te voeren gegevens zijn nodig omdat ontsmettingsmaatregelen of vernietiging van de besmettingsbron vereist kan zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bof Verwekker: Bofvirus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een matig ernstige infectieziekte. Collectieve – vrijwillige – maatregelen kunnen zijn geboden (bijvoorbeeld vaccinatiecampagnes). In dit verband zijn op de patiënt te herleiden gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Botulisme Verwekker: Clostridium botulinum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige voedselvergiftiging. Geen verspreiding van mens op mens. Het opsporen van het besmette levensmiddel kan nodig zijn. In dit verband zijn op de patiënt te herleiden gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buiktyfus Verwekker: Salmonella Typhi.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kans op verspreiding van mens tot mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen, waaronder een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brucellose Verwekkers: Brucella abortus, Brucella melitensis, Brucella suis, Brucella canis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een (matig) ernstige (voedsel)infectie waarbij het nodig kan zijn om besmette melk(producten) op te sporen en te vernietigen. In dit verband zijn op de patiënt te herleiden gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Chikungunya Verwekker: Chikungunya virus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een infectieziekte die ernstig van aard kan zijn. Geen verspreiding van mens tot mens. Verspreiding via besmette muggen (Ades Aegypti en Aedes albopictus) die overdag steken. Eventueel zijn ontsmettingsmaatregelen nodig ter verwijdering van de vectoren. Collectieve maatregelen kunnen geboden zijn. In dit verband zijn op de patiënt terug te voeren gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cholera Verwekker: Vibrio cholerae Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte. Kans op verspreiding van mens op mens. Besmetting vindt meestal plaats door besmet water of voedsel. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen, waaronder tijdelijk verbod op beroepsuitoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dengue virus infectie Verwekker: Dengue virus (type 1 – 4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een infectieziekte die ernstig van aard kan zijn. Geen verspreiding van mens tot mens. Verspreiding via besmette muggen (Ades Aegypti en Aedes albopictus) die overdag steken. Eventueel zijn ontsmettingsmaatregelen nodig ter verwijdering van de vectoren. Collectieve maatregelen kunnen geboden zijn. In dit verband zijn op de patiënt terug te voeren gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Difterie Verwekker: Corynebacterium diphteriae.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte met grote kans op verspreiding van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen, waaronder isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gele koorts Verwekker: Gele koorts virus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eventueel zijn ontsmettingsmaatregelen nodig ter verwijdering van de vectoren. Op de patiënt te herleiden gegevens zijn nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hantavirusinfectie Verwekkers: Hantavirussen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen verspreiding vindt plaats van mens op mens. Reservoir van besmetting wordt gevormd door dieren. Eventuele ontsmettingsmaatregelen kunnen nodig zijn (vernietiging reservoirs). Daarom zijn op de patiënt te herleiden gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hepatitis A Verwekker: Hepatitis A virus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een vooral bij volwassenen ernstige infectieziekte. Wordt verspreid van mens op mens en door water en levensmiddelen. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen, waaronder een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hepatitis B Verwekker: Hepatitis B virus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte met kans op levenslang dragerschap. Wordt verspreid van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contact onderzoek en eventueel te nemen maatregelen, waaronder een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hepatitis C Verwekker: Hepatitis C virus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een infectieziekte met kans op ernstige gevolgen door levenslang dragerschap. Wordt verspreid via bloed en bloedcontacten. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en de te nemen maatregelen, waaronder een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Humaan immunodeficiëntie virus infectie Verwekker: Humaan immunodeficiëntie virus (type 1 en type 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: Een infectieziekte met enrstige levenslange gevolgen. Er bestaat geen genezende therapie. Besmetting met het virus vindt plaats door contact met besmette lichaamsvloeistoffen. Voorlichting aan de patiënt en vrijwillige te adviseren maatregelen zijn noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Humane infectie met dierlijke influenza Verwekker: Influenzavirus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een soms ernstige infectie die moeilijk van mens op mens overdraagbaar is. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen, waaronder isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Invasieve Heamophilusinfluenzae infectie Verwekker: Haemophilus influenzae.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding vindt plaats van mens op mens. Maatregelen binnen het gezin (behandeling) zijn soms noodzakelijk. In dit verband zijn op de patiënt te herleiden gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Invasieve pneumokokkenziekte Verwekker: Streptococcus pneumoniae.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding vindt plaats van mens op mens. Voor vaccinatie in de omgeving en onderkenning van vaccinfalen zijn op de patiënt herleidbare gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Invasieve groep A streptokokkeninfectie Verwekker: Streptococcus pyogenes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding vindt plaats van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met maatregelen in het gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinkhoest Verwekkers: Bordetella pertussis, Bordetella parapertussis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een vooral bij zuigelingen ernstige infectieziekte. Verspreiding van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen, waaronder een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legionellose Verwekkers: Legionella pneumophila, Legionella non-pneumophila.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding hoofdzakelijk door water (o.a. airconditioning, douches). Brononderzoek en ontsmettingsmaatregelen zijn noodzakelijk. Daarom zijn op de patiënt te herleiden gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leptospirose Verwekker: Leptospira interrogans.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen verspreiding vindt plaats van mens op mens. Reservoir van besmetting wordt gevormd door dieren. Ontsmettingsmaatregelen zijn vaak noodzakelijk (bijvoorbeeld knaagdierenbestrijding). In dit verband zijn op de patiënt te herleiden gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Listeriose Verwekker: Listeria monocytogenes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met brononderzoek en te nemen maatregelen voor de bevolking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Malaria Verwekkers: Plasmodium falciparum, Plasmodium vivax, Plasmodium ovale, Plasmodium malariae.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vector is de malariamug. In het kader van preventie (malariaprofylaxe, resistentiebepalingen malariaparasiet) bij reizigers naar malariagebieden, is het belangrijk zo snel mogelijk van de patiënt epidemiologische informatie te verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mazelen Verwekker: Mazelenvirus Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een matig ernstige infectieziekte met niet zelden ernstige complicaties. Verspreiding van mens op mens. Collectieve maatregelen kunnen geboden zijn (bijv. vaccinatiecampagnes bij mazelenexplosies onder bepaalde bevolkingsgroepen). In dit verband kunnen op de patiënt terug te voeren gegevens nodig zijn. Een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening kan in sommige gevallen nodig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meningokokkenziekte Verwekker: Neisseria meningitidis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding vindt plaats van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met individuele (vrijwillige) maatregelen in het gezin (therapie, vaccinatie). Ook collectieve maatregelen kunnen nodig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Middle East respiratorysyndrome coronavirus (MERS-CoV) Verwekker: MERS-coronavirus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: A.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte die zich verspreidt van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen (individueel en collectief), waaronder quarantaine en isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">MRSA infectie Verwekker: Meticillineresistente-Staphylococcus aureus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een matig tot ernstige infectieziekte. Verspreiding vindt plaats van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en te nemen maatregelen (individueel en collectief).</p>\n<p class=\"lf-p\">Paratyfus Verwekkers: Salmonella Paratyphi A, Salmonella Paratyphi B, Salmonella Paratyphi C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte met kans op verspreiding van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen (individueel en collectief), waaronder een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pest Verwekker: Yersinia pestis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding via vlooien van ratten en andere knaagdieren en bij longpest ook van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen (individueel en collectief), waaronder isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pokken Verwekker: Variolavirus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: A.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte met verspreiding van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen (individueel en collectief), waaronder quarantaine en isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Polio Verwekkers: Poliovirus type 1, Poliovirus type 2, Poliovirus type 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: A.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte waarbij de verspreiding van mens op mens plaatsvindt. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen (individueel en collectief), waaronder quarantaine en isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Psittacose Verwekker: Chlamydophila psittaci.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een matig ernstige infectieziekte die bij oudere mensen ernstiger kan verlopen. Verspreiding vindt plaats via vogels (vooral papegaai-achtigen). Collectieve maatregelen zijn vaak nodig. In dit verband zijn op de patiënt te herleiden gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Q-koorts Verwekker: Coxiella burnetii.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een matig ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding via landbouwhuisdieren zoals schapen, geiten en koeien (melk!) en andere dieren, ook kleine huisdieren. Brononderzoek en collectieve maatregelen zijn nodig. In dit verband zijn op de patiënt te herleiden gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rabies Verwekker: Rabiesvirus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding via besmette dieren (vossen, honden, vleermuizen etc.). Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen (individueel en collectief), waaronder isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rubella Verwekker: Rubellavirus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: geen ernstige infectieziekte, maar levert wel gevaar op van congenitale rubella bij niet-immune zwangeren. Verspreiding geschiedt van mens op mens. Collectieve maatregelen kunnen nodig zijn, waaronder het opsporen van mogelijk aan de ziekte blootgestelde niet-immune zwangeren, alsook een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">SARS Verwekker: SARS coronavirus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: A.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte die zich verspreidt van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen (individueel en collectief), waaronder quarantaine en isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA) Verwekkers: divers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: Syfilis is een SOA die veroorzaakt wordt door de Treponemapallidum subspecies pallidum, een spiraalvormige bacterie behorend tot de familie van Spirichaetaceae (spiraalvormigen). In een later stadium van de ziekte kan tertiaire orgaansyfilus ontstaan, waarbij uiteindelijk inwendige organen, worden aangetast. In dit stadium kan ook neurosyfilis ontstaan. Deze vorm van syfilis kan gepaard gaan met hoofdpijn, verwardheid, persoonlijkheidsverandering, uitval van hersenzenuwen en dementie. Tijdens een zwangerschap kan syfilis leiden tot een spontane abortus. Bij pasgeborenen kan aangeboren syfilis optreden, een zeer ernstige infectie met blijvend letsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Chlamydia wordt veroorzaakt door de bacterie Chlamydia trachomatis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gonorroe is een veel voorkomende SOA en wordt veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoeae. Zowel gonorroe als chlamydia kunnen bij vrouwen uiteindelijk onvruchtbaarheid veroorzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijwillige te adviseren maatregelen zijn noodzakelijk bij deze SOA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Shigellose Verwekkers: Shigella dysenteriae, Shigella flexneri, Shigella boydii, Shigella sonnei.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte met kans op verspreiding van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen (individueel en collectief), waaronder een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">STEC/enterohemorragische E. coli-infectie Verwekker: Shigatoxine producerende Escherichia coli.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: B2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte met kans op verspreiding van mens op mens. Op de patiënt terug te voeren gegevens zijn noodzakelijk in verband met bron- en contactonderzoek en eventueel te nemen maatregelen (individueel en collectief), waaronder een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tetanus Verwekker: Clostridium tetani.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden voor de meldingsplicht in deze categorie: een ernstige infectieziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen verspreiding vindt plaats van mens op mens. Collectieve maatregelen kunnen zijn geboden (bijv. vaccinatiecampagnes). In dit verband zijn op de patiënt terug te voeren gegevens nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Trichinose Verwekkers: Trichinella spiralis, andere Trichinella soorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgestelde categorie: C.</p></div>", "next": 239651}