{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">4.De instelling heeft aantoonbare ervaring met de uitvoering van de makelaarsfunctie uit de Wet Maatschappelijke Stage.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-76\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:76</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidie indien er naar het oordeel van het college onvoldoende afstemming plaatsvindt met de scholen voor het voortgezet onderwijs en de vrijwilligersorganisaties in de stad Groningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:77</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze verdeeld over de overige, op tijd ingediende subsidieaanvragen die het beste voldoen aan artikel 4:74 en 4:75.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.17Caribische Nederlanders in Groningen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-78\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:78</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: a. Caribische Nederlanders : inwoners van Groningen die afkomstig zijn uit de voormalige Nederlandse Antillen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-79\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:79</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een aanvrager subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de integratie en participatie van Caribische Nederlanders in Groningen. De werkzaamheden van de aanvrager dienen zich te richten op: interactie met de Caribische Nederlanders in Groningen; het in kaart brengen van de wensen en de noden van de Caribische Nederlanders in Groningen en te vertalen naar (beleids)initiatieven; hiertoe onderzoekswerkzaamheden te (laten) verrichten; het initiëren van activiteiten die bijdragen aan communicatie en samenwerking binnen de Carbisch-Nederlandse gemeenschap in Groningen; het initiëren van activiteiten die bijdragen aan participatie van Caribische Nederlanders in de gemeente Groningen; het leveren van een bijdrage aan het tot stand komen van een dialoog tussen de Caribisch-Nederlandse gemeenschap en (vertegenwoordigers van) de Nederlandse samenleving; het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college over beleidsonderwerpen met de betrekking tot de Caribisch-Nederlandse gemeenschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-80\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:80</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager heeft een aantoonbaar sociaal netwerk binnen de Caribisch Nederlandse gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager geeft voldoende bekendheid aan de werkzaamheden onder de Caribisch Nederlandse gemeenschap in Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voldoende Caribische Nederlanders zijn actief betrokken bij de uitvoering van de werkzaamheden van de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager licht de werkzaamheden minimaal één keer per jaar toe in een bestuurlijk overleg met het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:81</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidie indien: de aanvrager onvoldoende draagvlak kan aantonen binnen de Caribisch Nederlandse gemeenschap; de aanvrager onvoldoende kan aantonen dat er een dialoog tussen de Caribische Nederlanders en (vertegenwoordigers van) de Nederlandse samenleving tot stand is gebracht; de activiteiten niet voldoende toegankelijk zijn voor de Caribische Nederlanders in Groningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:82</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze verdeeld over de overige, op tijd ingediende subsidieaanvragen die het beste voldoen aan artikel 4:79 en 4:80.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.18 Activiteiten WIJ-teams</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:83</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-83-185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:83</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:84</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedures</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor deze paragraaf zijn naast de uitgebreide procedure, zoals opgenomen in de verordening, tevens de in hoofdstuk 5 van het Beschrijvend document opgenomen criteria en de bijbehorende beoordelingsmethode van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 12, leden 4 en 5 van de verordening zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:85</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen die hebben voldaan aan de subsidievoorwaarden zoals opgenomen in de Selectieleidraad subsidie verlenen voor: activiteiten ter uitvoering van de functie generalistisch werker met het specialisme psychiatrie volwassenen tot een maximum van 32 uur per week per functie en per WIJ-team; activiteiten ter uitvoering van de functie generalistisch werker met het specialisme middelengebruik tot een maximum van 32 uur per week per functie en per WIJ-team; activiteiten ter uitvoering van de functie generalistisch werker met het specialisme verstandelijke beperkingen tot een maximum van 32 uur per week per functie en per WIJ-team; activiteiten ter uitvoering van de functie generalistisch werker met het specialisme (psychiatrie) ouderen tot een maximum van 16 uur per week per functie en per WIJ-team; activiteiten ter uitvoering van de functie generalistisch werker met het specialisme zorgmijders en zware multiproblem huishoudens tot een maximum van 32 uur per week per functie en per WIJ-team; activiteiten ter uitvoering van de functie generalistisch werker met het specialisme gezinsondersteuning tot een maximum van 32 uur per week per functie en per WIJ-team.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:86</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor in artikel 4:87 onder 1, 2, 3, 5 en 6 genoemde activiteiten bedraagt € 56.092 op jaarbasis per functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor in artikel 4:87 onder 4 genoemde activiteiten bedraagt € 28.046 op jaarbasis per functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan besluiten om de in de leden 1 en 2 genoemde bedragen te wijzigen. Het college motiveert in dat geval zijn besluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:87</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidieaanvragen dienen te voldoen aan de bepalingen en verplichtingen, zoals die gesteld zijn in het Beschrijvend document.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidieaanvragen zijn voorzien van een plan van aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het plan van aanpak dient in te gaan op de volgende kwaliteitsaspecten: bijdrage aan visie en doelstellingen (generiek); bijdrage deskundigheid WIJ teams (specifiek per functiegroep); specifieke aanpak t.b.v. Groningen (specifiek per functiegroep); een beschrijving van de competenties waarover de functionarissen beschikken die met de activiteitenuitvoering worden belast.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidieaanvragen zijn voorzien van een berekening van de kosten per functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De subsidieontvanger ondertekent het Convenant WIJ-Teams en onderschrijft daardoor de in het convenant opgenomen uitgangspunten, definities en werkwijze en het daarin opgenomen privacyreglement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-88\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:88</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college weigert een subsidieaanvraag als die afkomstig is van een instelling die niet heeft voldaan aan de subsidievoorwaarden zoals opgenomen in de Selectieleidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college weigert een subsidieaanvraag als die niet voldoet aan de Vormvereisten inzake indienen van de Subsidieaanvraag, zoals bedoeld in artikel 3.3 van het Beschrijvend document.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college weigert een subsidieaanvraag als die niet op de wijze is ondertekend, zoals bedoeld in artikel 3.4 van het Beschrijvend document.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college weigert een subsidieaanvraag voor zover aan de aanvrager al voor drie functies op de functiegroepen aanpak zorgmijders / zware multiproblem huishoudens en gezinsondersteuning subsidie is verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-89\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:89</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafonds en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van artikel 4:4 bedragen de subsidieplafonds voor 2016 voor: functiecategorie psychiatrie volwassenen ; € 617.007 functiecategorie middelengebruik ; € 617.007 functiecategorie verstandelijke beperkingen ; € 617.007 functiecategorie (psychiatrie) ouderen ; € 308.504 functiecategorie aanpak zorgmijders en multiproblem huishoudens ; € 336.549 functiecategorie gezinsondersteuning 280.458.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als het totaal van de aanvragen de respectievelijke subsidieplafonds overschrijdt dan is de verdeling daarvan als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Resteert na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget dan wordt dat over de in aanmerking komende aanvragen verdeeld op basis van de in artikel 4:86 bedoelde criteria en de bijbehorende beoordelingsmethode, waarbij hoger geplaatste aanvragen eerder voor subsidie in aanmerking komen dan lager geplaatste.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.19- Innovatieateliers Beschermd wonen en Opvang</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-90\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:90</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Innovatie De ontwikkeling en implementatie van nieuwe (producten, diensten of modellen) die bijdragen aan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de bevordering van de uitstroom van cliënten Beschermd wonen en Opvang naar zelfstandig wonen met passende ondersteuning en daginvulling.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de preventie van de instroom in een voorziening Beschermd wonen of Opvang;</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Innovatieatelier Beschermd wonen en Opvang Projectmatige activiteiten gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie van (zeer) kwetsbare inwoners waarbij de effecten geborgd kunnen worden en een kostenreductie gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Profijtgroepen Mensen die zich individueel of samen met anderen, al dan niet in formele samenwerkingsverbanden, inzetten om bij te dragen aan het bepaalde in de leden 1 en 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:91</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 4:2 is voor de toepassing van deze paragraaf de reguliere procedure van toepassing, ongeacht de hoogte van de subsidie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 13 Algemene Subsidieverordening is de datum voor het indienen van subsidieaanvragen 15 oktober 2018.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:92</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen voor projectmatige activiteiten Innovatieatelier Beschermd wonen en Opvang die naar het oordeel van het college voldoen aan de innovatiekenmerken zoals deze in artikel 4: 90 zijn omschreven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het subsidietijdvak loopt van 1 september 2018 tot en met uiterlijk 31 december 2019.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-93\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:93</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 4:3 van dit hoofdstuk bedraagt de subsidie voor de in artikel 4:92 genoemde activiteiten maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 15.000,- per aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-94\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:94</span><span class=\"lf-art-t\">De aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvraag om subsidieverlening dient te zijn voorzien van een projectplan met hierin opgenomen:</div>\n<p class=\"lf-p\">Het vraagstuk, de activiteiten, de doelen en de samenhang met het te bereiken beoogd effect;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een begroting van de kosten en de baten van de uit te voeren activiteiten. De aanvraag bevat een beschrijving van de wijze waarop het verschil tussen de subsidiabele projectkosten en de door het college te verstrekken subsidie wordt gedekt ofwel de overige baten naast de gewenste subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-95\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:95</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling projectplan</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college zal het projectplan beoordelen volgens het toekennen van een score aan de hand van punten op de onderdelen:</div>\n<p class=\"lf-p\">Impact, Draagvlak, Ondernemend, toekomstbestendig Schaalbaar, Vernieuwend product, dienst of model.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het initiatief zal op elk onderdeel een score krijgen van 1, 2, 3, 4, of 5 punten met een maximum van 25 punten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-96\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:96</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen en verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een nulmeting, een tussenmeting en een eindmeting in het kader van een impactanalyse.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-97\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:97</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college weigert een aanvraag indien het aantal behaalde punten, toegekend volgens de systematiek van artikel 4:95, minder is dan 15 punten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-98\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:98</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond voor de in artikel 4:92 genoemde activiteiten bedraagt het daarmee in de begroting corresponderende bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het totaal van de aanvragen hoger is dan het beschikbare budget, dan worden de ontvankelijke subsidieaanvragen toegewezen naar de mate waarin ze naar het oordeel van burgemeester en wethouders het hoogste scoren volgens de systematiek van artikel 4:95 leden 1 en 2.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-99\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:99</span><span class=\"lf-art-t\">Duur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling eindigt op 31 december 2019.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-100\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:100</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vaststelling van de subsidie die verleend is voor 1 september 2018, geldt de regeling zoals deze luidde op 1 september 2017 en bekend is gemaakt in het Gemeenteblad 2017 nr. 36243 dd. 7 maart 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene toelichting Conform de Wmo 2015 werken de Groninger gemeenten samen op het gebied van Beschermd wonen en Opvang. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken dat in de vorm van een centrumregeling te doen. Dit betekent dat we met de regiogemeenten overleggen. We geven gestalte aan het overleg in de eerste fase van de procedure om te komen tot subsidiëring. De subsidie wordt verstrekt voor de periode van één jaar. Er vindt toetsing aan het inkoopdocument plaats en de gemeente Groningen verstrekt de subsidie op grond van de centrumregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces van aanvraag en toekenning verloopt in de volgende stappen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Innovatieatelier d.d. 1 juli 2016: van instellingen wordt verwacht dat zij in een pitch van 3 minuten hun innovatieve plan presenteren voor commissie van bestuurders (wethouders) van de centrumgemeente én de regiogemeenten alsmede beleidsmedewerkers van de centrumgemeente én de regiogemeenten (werkgroep innovatieve pilots BW&amp;O). Na de pitch kan de commissie vragen stellen ter verheldering. Deze commissie maakt een voorselectie van de innovatieve plannen met het oog op de subsidieaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvraag inclusief projectplan en begroting indienen vóór 22 augustus 2016 (conform de Nadere Regels).</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de ontvankelijkheidstoets beoordeelt de werkgroep innovatieve pilots BW&amp;O de projectplannen inhoudelijk aan de hand van de afwegingscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van de gemeente Groningen verleent de subsidie, ook in de regiogemeenten op basis van de centrumregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting 4:91 Op grond van artikel 4:2 van de Nadere regels is de uitgebreide procedure van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4:92 In het inkoopdocument ten behoeve van “Continuïteit Beschermd Wonen, 18+” en het inkoopdocument ten behoeve van “Wonen met begeleiding op maat, 18+” staan criteria vermeld om de kwaliteit van de aanbieders én de kwaliteit van de dienstverlening te borgen. Deze criteria zijn leidend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4:95 De criteria staan vermeld in het Beschrijvend document.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk5Sport en bewegen (OCSW)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.1Sport algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-1-204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: sportvereniging : een vereniging die is aangesloten bij een landelijke, door het NOC*NSF erkende of bij een andere landelijke of internationale sportbond en die statutair gevestigd is in de gemeente Groningen; talentopleiding: een vereniging of stichting die activiteiten uitvoert op het gebied van ontwikkeling en begeleiding van jeugdsporters met als doel training voor of deelname aan competities; clubgebouw: een gebouw of deel daarvan dat grotendeels gebruikt wordt door de leden van de subsidieontvanger, anders dan voor de beoefening van sport; duurzame sportmaterialen: materialen bestemd voor het beoefenen van een binnensport, die niet behoren tot de basisuitrusting van een gemeentelijke binnensportaccommodatie en die onder normale omstandigheden een levensduur hebben van tenminste 3 jaren; jeugdlid: een lid van een sportvereniging dat door de sportbond waarbij die vereniging is aangesloten wordt beschouwd als een jeugdlid; topsportevenement: een sportevenement met ten minste een landelijke uitstraling waaraan wordt deelgenomen door sporters van nationaal en/of internationaal aanzien; sportseizoen: het tijdvak lopend van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend. Als de landelijke sportkoepel waarbij de subsidieaanvrager is aangesloten een ander tijdvak hanteert, geldt dat laatstgenoemde tijdvak; seizoensaanvraag: een aanvraag om huur van een sportaccommodatie voor de duur van een sportseizoen mits ingediend uiterlijk 8 weken voor aanvang van het sportseizoen; gemeentelijke sportaccommodatie: een sportaccommodatie die het eigendom is van de gemeente Groningen met uitzondering van de 400-meter baan van Sportcentrum Kardinge en atletiekcentrum Stadspark; standaardhuurtarief: het standaard tarief zoals gehanteerd door de Werkmaatschappij Sport en Recreatie. sportinfrastructuur: het geheel aan gebouwen, velden, sportmaterialen en overige fysieke zaken die noodzakelijk zijn om sportuitoefening mogelijk te maken. strategie Sport verbindt: strategie als bedoeld in het Meerjarenprogramma Sport en bewegen 2016-2020, vastgesteld door de raad op 8 juni 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beter benutten: actie om te komen tot optimale bezetting van sportaccommodaties, als bedoeld in de nota het Meerjarenprogramma Sport en bewegen 2016-2020, vastgesteld door de raad op 8 juni 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:2</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor dit hoofdstuk is bij subsidies: van meer dan € 45.000,-- de uitgebreide procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing; tussen € 5.000,-- en € 45.000,-- de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing; bij subsidies van minder dan € 5.000,-- de lichte procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor alle in dit hoofdstuk genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten. Per paragraaf kunnen meer precieze hoogtes van de subsidie gesteld worden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.2Investeringen in sportmaterialen en sportinfrastructuur</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-3a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:3a</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedures</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van de in artikel 5.2 genoemde procedures, voor zover die betrekking hebben op de data waarop de aanvragen voor subsidies moeten worden ingediend, geldt voor de in deze paragraaf beschreven subsidies dat voorstellen die een voornemen betreffen een subsidieaanvraag te doen te allen tijde aan het college kunnen worden voorgelegd. Deze voorstellen zijn geen aanvragen als bedoeld in artikel 1:3, derde lid Algemene wet bestuursrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De in het eerste lid bedoelde voorstellen worden, indien door de sportvereniging niet ingetrokken, geacht een aanvraag voor subsidie te zijn nadat de gemeenteraad de jaarrekening van het voorgaande jaar heeft vastgesteld en het college het subsidieplafond heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De van toepassing zijnde beslistermijn, behorende bij de in artikel 5.2 genoemde procedures, neemt een aanvang een dag na de bekendmaking van het subsidieplafond in het elektronisch gemeenteblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Aanvragen die na de in het vorige lid bedoelde datum zijn ingediend, worden afgedaan met in achtneming van artikel 5:7, eerste lid onder v.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Aanvragen die na 1 oktober van enig jaar zijn ingediend die betrekking hebben op activiteiten in datzelfde jaar zijn niet ontvankelijk, en worden geacht een voornemen te zijn als bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college legt subsidieaanvragen voor advies voor aan de Adviescommissie voor de Sport.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-3b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:3b</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidietijdvak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidietijdvak voor de subsidies op grond van deze paragraaf loopt van 1 juli tot en met 30 juni.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportverenigingen subsidie verlenen in de kosten van sportinfrastructuur: investeringen in nieuwbouw, uitbreiding of vernieuwing van clubgebouwen indien dit aantoonbaar bijdraagt aan de strategie ‘Sport verbindt’ of de actie ‘Beter benutten’. aanschaf van duurzame sportmaterialen; investeringen in nieuwbouw, uitbreiding, of vernieuwing van sportaccommodaties die vanwege het innovatieve karakter van die nieuwbouw, uitbreiding of vernieuwing een aanvulling zijn op het gemeentelijke aanbod van sportaccommodaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van artikel 5:3 bedraagt de subsidie: voor de investeringen in nieuwbouw en verbouw van clubgebouwen indien dit aantoonbaar bijdraagt aan de strategie ‘Sport verbindt’ of de actie ‘Beter benutten’ maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 45.000,- per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de aanschaf van duurzame sportmaterialen maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 6.000,- per aanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de investeringen in uitbreiding of vernieuwing van sportaccommodaties die vanwege het innovatieve karakter van die uitbreiding of vernieuwing een aanvulling zijn op het gemeentelijke aanbod van sportaccommodaties maximaal 50 % van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 45.000,- per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In bijzondere gevallen kan het college ten gunste van de subsidieontvanger afwijken van de in het eerste lid van dit artikel genoemde maxima.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:6</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de subsidieaanvraag wordt beschreven hoe door middel van de gewenste investering de participatie onder sporters en onder mensen die nog niet sportief actief zijn wordt vergroot.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-6a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:6a</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college wijst een subsidieaanvraag voor de in artikel 5:4, onder a. en c. genoemde activiteiten, af als het bouwplan niet voldoet aan de eisen die het bouwbesluit stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie op grond van deze paragraaf wordt geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op de nieuwbouw, uitbreiding of vernieuwing van kleedkamers op gemeentelijke sportaccommodaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidieaanvragen voor investeringen op grond van deze paragraaf, anders dan voor duurzame sportmaterialen, gelden de volgende regels: het subsidieplafond bedraagt voor de in artikel 5:4, eerste lid onder a. en c. genoemde activiteiten dat deel van het budget van de “Bestemmingsreserve Vrijval kapitaallasten sportaccommodaties” dat voor het betreffende subsidietijdvak door het college wordt vastgesteld; als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan honoreert het college de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen in deze volgorde: subsidieaanvragen afkomstig van subsidieontvangers die in de afgelopen 3 jaar nog niet eerder subsidie op grond van deze paragraaf ontvangen hebben, gaan boven subsidie ontvangers die wel de afgelopen drie jaar een dergelijke subsidie hebben ontvangen; subsidieaanvragen die aantoonbaar bijdragen aan Sport Verbindt of aan Beter benutten gaan voor voorstellen die dat niet of minder doen. subsidieaanvragen die voorstellen betreffen die meer op jeugd gericht zijn gaan boven voorstellen die meer op volwassenen zijn gericht. subsidieaanvragen die meer gericht zijn op innovatie gaan boven aanvragen die meer gericht zijn op uitbreiding van het bestaande aanbod; resteert er na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget dan honoreert het college de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen, en die bij het college zijn binnengekomen na de in artikel 5:3a lid 3 bedoelde datum maar voor 1 oktober, in de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor subsidieaanvragen voor de aanschaf van duurzame sportmaterialen gelden de volgende regels:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond bedraagt het budget “duurzame sportmaterialen” dat voor het betreffende subsidietijdvak door het college wordt vastgesteld; als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan honoreert het college de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen in deze volgorde: aanvragen afkomstig van subsidieontvangers die nog niet eerder voor de aanschaf van duurzame sportmiddelen subsidie ontvangen hebben; subsidieaanvragen die meer gericht zijn op talentontwikkeling en jeugd gaan boven andere aanvragen. resteert er na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget dan honoreert het college de overige aanvragen die aan de voorwaarden voldoen, in de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.3Subsidies gebruik sportaccommodaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportverenigingen, landelijke sportbonden of aan talentopleidingen een basissubsidie verlenen voor het gebruik van gemeentelijke sportaccommodaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportverenigingen, landelijke sportbonden of aan talentopleidingen een jeugdsubsidie verlenen voor het gebruik van gemeentelijke sportaccommodaties door jeugdleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportverenigingen, landelijke sportbonden of aan talentopleidingen die niet in een gemeentelijke accommodatie terecht kunnen een subsidie verlenen voor het gebruik van niet-gemeentelijke sportaccommodaties door jeugdleden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt één derde deel van het geldende tarief van de niet-gemeentelijke accommodatie maal het aantal uren waarop de aanvrager de accommodatie gedurende een sportseizoen heeft gehuurd. Deze subsidie kan nooit hoger zijn dan één derde deel van het standaardhuurtarief voor een vergelijkbare gemeentelijke accommodatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er geen vergelijkbare gemeentelijke accommodatie bestaat, bedraagt de subsidie € 7,-- per jeugdlid per sportseizoen maal het aantal jeugdleden van de aanvrager. De bij de sportorganisatie gangbare teldatum geldt als peildatum voor het bepalen van het aantal jeugdleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie voor de 400-meter baan van sportcentrum Kardinge € 14,-- per jeugdlid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:10</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen bij subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag voor huur van een niet-gemeentelijke sportaccommodatie dient uiterlijk 8 weken vóór het begin van de huur in bezit te zijn van het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:11</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college verstrekt geen subsidie van minder dan € 100,--.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de in artikel 5:2 bedoelde procedure besluit het college op een subsidieaanvraag voor huur van een niet-gemeentelijke sportaccommodatie uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst daarvan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-11a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:11a</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een aanvraag voor subsidie voor een niet-gemeentelijke accommodatie weigeren als de subsidieaanvrager naar het oordeel van het college van een gemeentelijke accommodatie gebruik kan maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting op de Nadere Regel tot wijziging van de nadere regels subsidie gemeente Groningen Toelichting op de Nadere Regel tot wijziging van de nadere regels subsidie gemeente Groningen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.4 Verbetering verenigingsstructuur</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:12</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportverenigingen subsidie verlenen voor de kosten van: fusie, reorganisatie of samenwerking met als doel schaalvergroting en/of structuurverbetering; deskundigheidsbevordering van bestuurlijk en begeleidingskader en - in bijzondere gevallen - van sporttechnisch kader; knelpunten die ontstaan door de overdracht van het beheer van gemeentelijke sportaccommodaties aan sportverenigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college verleent de in het vorige lid bedoeld subsidie voor een tijdvak van ten hoogste 2 jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan het college de subsidie met ten hoogste 1 jaar verlengen als het college dit wenselijk acht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:13</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor de in artikel 5:12 genoemde activiteiten bedraagt het daarmee in de begroting corresponderende bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten laste van het subsidiebudget worden subsidieaanvragen toegekend op basis van de volgorde waarop deze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.5 Stimulering sportdeelname</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportverenigingen subsidie verlenen voor activiteiten met als doel om groepen burgers en buurten met een lage sportparticipatie te stimuleren tot sportdeelname.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan andere instellingen dan sportverenigingen subsidie verlenen voor projectmatig opgezette activiteiten met als doel groepen burgers en buurten met een lage sportparticipatie te stimuleren tot sportdeelname mits de activiteiten na afloop van de projectperiode door een sportvereniging kunnen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient een sportvereniging bereid te zijn de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie is verleend na beëindiging van de subsidie binnen de eigen organisatie voort te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college verleent de in beide vorige leden bedoelde subsidies voor een tijdvak van ten hoogste 2 jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het vierde lid kan het college de subsidie met ten hoogste 1 jaar verlengen als het college dit wenselijk acht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:15</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor de in artikel 5:14 genoemde activiteiten bedraagt het daarmee in de begroting corresponderende bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten laste van het subsidiebudget worden subsidieaanvragen toegekend op basis van de volgorde waarop deze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.6Sportevenementen (vervallen zijn de artikelen 5:16 tot en met 5:18)</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7Gebruik Martiniplaza voor sportwedstrijden</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:19</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan (sport)organisaties subsidie verlenen voor het gebruik van Martiniplaza ten behoeve van sportwedstrijden of activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:20</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt een nader door het college te bepalen deel van de accommodatiehuur die Martiniplaza aan de subsidieaanvrager in rekening brengt voor de activiteiten, genoemd in artikel 5:19.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:21</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/ verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidieaanvraag als de aanvrager voor zijn activiteiten terecht kan in een andere geschikte sportaccommodatie in de gemeente Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidieaanvraag weigeren: voor zover de gevraagde subsidie betrekking heeft op verhoging van de huur voor het gebruik van Martiniplaza en de daarvan deel uitmakende voorzieningen en diensten ten behoeve van sportwedstrijden; als de aanvrager geen stichtings- of verenigingsvorm heeft of geen samenwerkingsverband daarvan met rechtspersoonlijkheid is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:22</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor de activiteiten, genoemd in artikel 5:24, bedraagt het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag onder aftrek van de reeds lopende meerjarige verplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een (groot) deel van het subsidieplafond reserveren voor specifiek door hem aangewezen sportorganisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, is de verdeling van het subsidieplafond over de aanvragen als volgt: als eerste komen in aanmerking de subsidieaanvragen van aanvragers die in 3 aaneengesloten en direct voorafgaande jaren een korting op de huur ontvangen hebben uit de bijdrage sportaccommodatie Martiniplaza en/of een subsidie op grond van de in deze paragraaf bedoelde regeling; als op grond van bovenstaande verdeelwijze het totaalbedrag van de subsidieaanvragen het beschikbare subsidieplafond overtreft, wordt dat naar evenredigheid over de onder a bedoelde aanvragers verdeeld; als na toepassing van de onder a genoemde verdeelwijze nog een deel van het subsidieplafond resteert, wordt dat over de nadien ontvangen subsidieaanvragen toegewezen op basis van de volgorde van binnenkomst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8Regionale Trainingscentra en individuele talenten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:23</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal Trainingscentrum (RTC): een door de betreffende sportbond erkend trainingscentrum, waarbinnen talenten uit de regio (extra) training krijgen met als doel uiteindelijk door te stromen in de landelijke senioren topsportprogramma’s van de sportbonden, dat aan de volgende criteria voldoet: de trainingen vinden in de stad Groningen plaats; het programma is door de betreffende nationale sportbond erkend; er is sprake van een samenwerkingsverband tussen RTC en het onderwijs; er is sprake van cofinanciering van het RTC; bij het RTC trainen talenten met een Nationaal Talent of Internationaal Talent-status; het betreft een programma met een looptijd van minimaal vier jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een talentvereniging wordt gelijkgesteld met een RTC.</p>\n<p class=\"lf-p\">Talentvereniging : een sportvereniging waar individuele talenten trainen, die niet onder een RTC vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individueel talent : een sporter met een door diens bond afgegeven status van Nationaal Talent of Internationaal Talent volgens de regels van NOC*NSF, die voldoet aan tenminste twee van de volgende criteria: de sporter woont in stad Groningen; de sporter is lid van een sportvereniging in stad Groningen; de sporter gaat naar school of studeert in stad Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Topsporttraining : training middels een door de betreffende sportbond erkend opleidingsprogramma, waarbij gebruik gemaakt wordt van de door de betreffende bond aangewezen begeleiding en faciliteiten voor die specifieke doelgroep. De trainingen worden gegeven door een gekwalificeerde trainer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gekwalificeerde trainer : een door de betreffende sportbond erkende en gekwalificeerde trainer die door Topsport NOORD is goedgekeurd. De gekwalificeerde trainer is een combinatiefunctionaris die: talenten coacht in een RTC; conform het activiteitenprogramma, bedoeld in artikel 5:26 sportles (doet) geven op scholen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:24</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan subsidie verlenen aan in Groningen gevestigde RTC’s voor topsporttrainingen onder leiding van een gekwalificeerde trainer, waarbij de subsidie kan worden ingezet voor: het voldoen van de loonkosten van de trainer; het voldoen van de huurkosten van een trainingsaccommodatie of het voldoen van de kosten van trainingsmaterien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college erkent maximaal zeven RTC’s in Groningen, in de disciplines 1, 2, 3, 4a en 4b volgens de indeling van NOC*NSF en Topsport NOORD. Alleen deze kunnen voor subsidie in aanmerking komen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Topsport NOORD adviseert het college in de keuze van deze zeven RTC’s en over de subsidieaanvraag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:25</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in artikel 5:24 genoemde activiteiten bedraagt per activiteit maximaal 50% van de noodzakelijke kosten, tot een maximum van eenzevende deel van het totale budget, zoals in artikel 5:28 bedoeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:26</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/ verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de in artikel 5:24 genoemde activiteiten zijn de volgende verplichtingen van toepassing:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gekwalificeerde trainer geeft als combinatiefunctionaris sportlessen op scholen of zorgt ervoor dat die geven worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de subsidieaanvraag wordt aangegeven wat de stand van zaken is van bij derden aangevraagde gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de subsidieaanvraag wordt een activiteitenprogramma gevoegd, waarin beschreven wordt hoe de gekwalificeerde trainer invulling geeft aan de verplichting onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de subsidieaanvraag worden de noodzakelijke kosten van de onder 5:24 genoemde subsidiabele activiteiten afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en onderbouwd in een gespecificeerde begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na afloop van de activiteit wordt gerapporteerd over de uitvoering van het activiteitenprogramma.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college weigert een aanvraag voor een in artikel 5:24 genoemde activiteit als Topsport NOORD geen positief advies heeft uitgebracht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Topsport NOORD adviseert het college op basis van de volgende informatie: het aantal talenten met Nationaal Talent, Internationaal Talent of Belofte-status dat deelneemt aan het RTC-programma; het percentage talenten dat een hogere status behaalt en/ of doorstroomt naar een vervolgprogramma in de betreffende tak van sport; de toekomstbestendigheid van het RTC; de kwaliteit van de trainer; de kwaliteit van het trainingsprogramma van het RTC; of er sprake is van cofinanciering van het RTC; de hoogte van de noodzakelijke kosten van het RTC-programma; de kwaliteit van de samenwerkingsverbanden ten behoeve van het RTC (bijvoorbeeld onderwijs, medische begeleiding etc.).</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:28</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Per RTC, zoals in artikel 5:24 bedoeld, wordt maximaal een zevende van het in de begroting opgenomen bedrag toegekend; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden die toegevoegd aan het budget Talentevenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9Talentevenementen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:29</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Talentevenement: een evenement van een door het NOC*NSF erkende sport in de stad Groningen, dat een directe relatie heeft met talentontwikkeling in de stad, dat voldoet aan de volgende criteria: het evenement biedt talenten uit de regio de kans om wedstrijdervaring op te doen; het betreft een door de betreffende bond erkend kampioenschap (NK, EK, WK) en/of een evenement met een kwalitatief sterk deelnemersveld; het evenement speelt zich af in de stad Groningen; het evenement legt een link met de breedtesport in de stad; het betreft een evenement waarvoor brede publieke belangstelling valt te verwachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Talenten uit de regio : een sporter met een door diens bond afgegeven status van Belofte, Nationaal Talent of Internationaal Talent volgens de regels van NOC*NSF, die voldoet aan tenminste twee van de volgende criteria: de sporter woont in stad Groningen; de sporter is lid van een sportvereniging in stad Groningen; de sporter gaat naar school of studeert in stad Groningen.gen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Talentdeel : het onderdeel van een talentevenement waar talenten uit de r aan deelnemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:30</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor het talentdeel van de organisatie van talentevenementen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:31</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in artikel 5:30 genoemde activiteiten bedraagt per activiteit maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:32</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/ verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de in artikel 5:30 genoemde activiteiten zijn de volgende verplichtingen van toepassing:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de subsidieaanvraag worden de noodzakelijke kosten van het talentdeel afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en onderbouwd in een gespecificeerde begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in de subsidiebeschikking aanvullende regels stellen aan de promotie-uitingen van de subsidieontvanger voor het eveneme</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:33</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidieaanvraag voor competitiewedstrijden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-34\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:34</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: de Adviescommissie voor de Sport geeft advies over de status en rangorde van de aanvragen. Over de erkende Talentevenementen wordt op volgorde van rang het subsidiebedrag verdeeld. als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze over de overige, later binnengekomen en door de Adviescommissie voor de Sport erkende subsidieaanvragen verdeeld op basis van welke subsidieaanvragen het beste voldoen aan artikel 5:30.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk6 Cultuur (OCSW)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.1Cultuur algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: de cultuurnota: de door de gemeenteraad van Groningen vastgestelde, op dit moment geldende cultuurnota; aanvraagperiode: een door het college te bepalen tijdvak waarin subsidieaanvragen kunnen worden ingediend voor activiteiten waarvoor op grond van dit hoofdstuk subsidie kan worden verleend; noodzakelijke: kosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van activiteiten kosten waarvoor het college op grond van dit hoofdstuk subsidie kan verlenen onder aftrek van de op die activiteiten betrekking hebbende baten, met als minimum de inkomstennorm; inkomstennorm: het percentage van de overheidsbijdragen dat instellingen minimaal aan eigen inkomsten verwerven, zoals publieksinkomsten of sponsoring. Het percentage bedraagt vanaf 2013 tenminste 17,5 % en vanaf 2016 tenminste 21,5%; eigen inkomsten: publieksinkomsten, inkomsten uit particuliere fondsen, overige inkomsten, zijnde directe opbrengsten, sponsorinkomsten en overige inkomsten; indirecte opbrengsten en overige bijdragen. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan, overige bijdragen uit publieke middelen, rentebaten en overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap; kernvoorziening: een grote instelling met een breed aanbod voor een breed publiek, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; specifieke voorzieningen: voor de looptijd van de geldende cultuurnota gesubsidieerde instellingen van zeer verschillende aard, kleinschaliger dan kernvoorzieningen en waarvan het aanbod een aanvulling vormt op dat van de kernvoorzieningen, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; amateurkunst: een activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur, beoefend in de vrije tijd, die voor de kunstbeoefenaar geen primaire inkomstenbron oplevert; kunstvakopleiding: elke door de rijksoverheid erkende beroepsopleiding voor kunstenaars op Universitair of HBO niveau; kunstprofessional: vakmatig beoefenaar van kunst en cultuur met professionele kennis en ervaring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunstraad Groningen: onafhankelijke instelling die voor de provincie en de gemeente Groningen (onder meer) subsidieaanvragen voor kunst- en:cultuurprojecten beoordeelt en daarover adviseert, dan wel subsidies in mandaat verleent; community art: vorm van kunstbeoefening waarin amateurs zoveel mogelijk op basis van gelijkwaardigheid met (een) kunstprofessional(s) deelnemen aan een artistiek proces, met een kunstuiting of kunstwerk als resultaat; actieve kunstdeelname: het zelf beoefenen van een kunst- of cultuurdiscipline, zoals muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur; podiumkunsten: verzamelnaam voor kunstvormen die een tijdelijk waarneembaar:product opleveren, waarvoor ze afhankelijk zijn van uitvoerende:kunstenaars, bijvoorbeeld toneel, opera, muziek, cabaret en dergelijke; beeldende kunst: verzamelnaam van kunstvormen die een duurzaam, optisch waarneembaar object voortbrengen, dat onafhankelijk van zijn schepper voort bestaat; daarmee is zij tegengesteld aan podiumkunsten; voorbeelden zijn schilderkunst, grafische kunst, film en beeldhouwkunst; immaterieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, in de vorm van gebruiken, verhalen en gewoonten; materieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn, zoals voorwerpen in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen; letteren: activiteiten die zich richten op de promotie of productie van:literatuur en poëzie of vallen onder de kerntaken van de openbare bibliotheek zoals benoemd in de bibliotheekvisie, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 30 maart 2011; culturele beurzen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidies in de vorm van een geldbedrag voor een door het college uitgeschreven uitdaging, toe te kennen op basis van beoordeling door een jury. cultuurnota: het document met de titel Cultuurstad Groningen, City of Talent 2017-2020 zoals vastgesteld door de gemeenteraad in het najaar van 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:2</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de paragrafen 6.6 tot en met 6.10 van dit hoofdstuk is de uitgebreide procedure, zoals opgenomen in de verordening van toepassing, waarbij subsidie verleend wordt voor de gehele periode van de geldende cultuurnota. In afwijking van artikel 7, lid 1 van de verordening stelt het college de aanvraagperiode vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de paragrafen 6.2, 6.4 en 6.5 is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening van toepassing, met de volgende toevoegingen: de termijn voor het indienen van een aanvraag is altijd 13 weken voor aanvang van de activiteit; artikel 20 eerste lid van de verordening is van toepassing op alle subsidies die op grond van dit hoofdstuk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op de paragrafen 6.3 en 6.11 van dit hoofdstuk is de lichte procedure, zoals opgenomen in de verordening van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:3</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de paragrafen 6.2 en 6.4 geldt als drempelcriterium dat een aanvraag voldoende artistieke kwaliteit moet hebben. Indien dat het geval is, dan worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd om te bepalen of een aanvraag in aanmerking komt voor subsidie: aanvullend op het aanbod; cultureel ondernemerschap; deelnemers- en/of publieksbereik; degelijkheid van de financiële onderbouwing; stevigheid van de organisatie; kans van slagen van het project.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4</span><span class=\"lf-art-t\">Reproductie/openbaarmaking/publiciteit/toegankelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de incidentele subsidies, zoals bedoeld in paragraaf 6.2 tot en met 6.5 gelden de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager verleent het college indien van toepassing toestemming voor verveelvoudiging of openbaarmaking van beelden of andere reproducties van het project of het kunstobject door middel van beeld- of promotiemateriaal of op welke andere wijze ook.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient door middel van publiciteit ruchtbaarheid te geven aan de publieke uiting van het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht in zijn publiciteitsuitingen te vermelden dat de activiteit mede tot stand is gekomen dankzij subsidie van de gemeente Groningen. De subsidieontvanger maakt daarbij gebruik van het door het college voorgeschreven logo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat het project toegankelijk is voor het publiek door uitvoering of plaatsing in de openbare ruimte of in een openbaar of voor publiek opengesteld gebouw binnen de provincie Groningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.2Incidentele activiteiten cultuur</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan subsidie verlenen als bijdrage aan incidentele activiteiten cultuur die voldoen aan de criteria van artikel 6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Community artprojecten die onder het eerste lid vallen, dienen bovendien aan alle onderstaande criteria tegelijk te voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoende wijkbewoners zijn actief betrokken bij opzet, invulling en uitvoering van het project; bij de uitvoering van het project is een professional betrokken; het project draagt bij aan leefbaarheid in de wijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor de in het vorige artikel, eerste lid genoemde activiteiten bedraagt maximaal eenderde deel van de noodzakelijke kosten .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor de in het vorige artikel, tweede lid genoemde activiteiten bedraagt maximaal de helft van de noodzakelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Een aanvrager kan per kalenderjaar voor maximaal € 15.000 aan subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:7</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger is verplicht een naar het oordeel van het college redelijke financiële eigen bijdrage te leveren aan de uitvoering van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor zover van toepassing is de subsidieontvanger verplicht een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entree te heffen van de bezoekers van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger is verplicht om de relatie aan te geven tussen de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd en zijn reguliere activiteiten als hij daarvoor subsidie ontvangt krachtens een gemeentelijke subsidieregeling of van een derde.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidieontvanger die naast de activiteiten waarvoor subsidie krachtens deze paragraaf wordt gevraagd tevens andere activiteiten uitvoert, dient: bij de aanvraag tot subsidieverlening een begroting te voegen van al zijn baten en lasten tenzij hij deze begroting reeds eerder bij het college heeft ingediend, en bij de aanvraag tot subsidievaststelling een rekening van al zijn baten en lasten te voegen tenzij hij deze rekening reeds eerder bij het college heeft ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Subsidie wordt alleen verstrekt voor een activiteit, niet voor investeringen in goederen of huisvesting.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Voor community artprojecten, zoals bedoeld in artikel 6:5, tweede lid, gelden de volgende, aanvullende vereisten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal van een project is op wijkniveau. Stedelijke projecten komen niet voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvraag betrekking heeft op een specifiek kunstobject dient de subsidieaanvraag gegevens te bevatten over de uiterlijke verschijningsvorm waarbij de subsidieontvanger ingaat op: het risico van overlast en hinder voor de omgeving; de mate waarin het kunstobject gevoelig is voor vandalisme; risico’s voor de verkeersveiligheid of de veiligheid in het algemeen; de duur van het project en - indien van toepassing - de periode dat de subsidieontvanger het met de subsidie tot stand gebrachte kunstobject voor het publiek toegankelijk houdt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvrager geeft voldoende bekendheid in de wijk aan het project waarvoor subsidie wordt gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college behoudt zich het recht voor om een tijdelijk kunstobject, dat mede door subsidie krachtens deze paragraaf tot stand is gebracht en tijdelijk in de openbare ruimte of in gemeentelijke eigendommen is geplaatst, vanwege het algemeen belang na overleg met de maker te verwijderen of te doen verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er sprake is van een kunstwerk of kunstobject, is dit van tijdelijke aard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college weigert een aanvraag voor een in artikel 6:5 genoemde activiteit als: het een project betreft rond materieel erfgoed, behalve als daarin door middel van een actieve scheppingsdaad de verschillende elementen van het verleden in een hernieuwd kader worden vervat en zo een eigen vitale betekenis krijgen; die activiteit plaatsvindt in het kader van een opleiding van de subsidieontvanger of een publicatie van wetenschappelijke werken en/of leermethoden; de subsidieontvanger een volgens de cultuurnota structureel gesubsidieerde voorziening is tenzij de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd aantoonbaar een inhoudelijke aanvulling is op de reeds structureel gesubsidieerde activiteiten van de subsidieontvanger of tenzij het college op grond van de cultuurnota alleen een bijdrage in de huisvestings- en/of organisatiekosten verleent; de activiteit wordt geïnitieerd door amateurs; er niet duidelijk sprake is van community art, indien de aanvraag betrekking heeft op artikel 6:5, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan voorts een subsidieaanvraag weigeren: die primair betrekking heeft op publicaties en beeld- en geluidsdragers die geen uniek kunstwerk betreffen; als de aanvrager een beroep doet op artikel 6:5, tweede lid niet bereid is om een andere locatie te kiezen voor de uitvoering van het community artproject of de plaatsing van een kunstobject in gevallen dat het algemene belang zich tegen de voorgenomen locatie verzet; voor zover die betrekking heeft op onderhouds- of instandhoudingskosten van een bestaand kunstobject.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Per kalenderjaar is het subsidieplafond voor de in artikel 6:5 genoemde activiteiten gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan per kalenderjaar een of meer aanvraagperioden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college bepaalt jaarlijks voor alle aanvraagperioden de uiterste datum waarop de subsidieaanvraag in bezit moet zijn van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan per aanvraagperiode een deelbudget vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget toevoegen aan een deelbudget van een daaropvolgende aanvraagperiode. Dit geldt niet voor de laatste aanvraagperiode van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget ook toevoegen aan een deelbudget dat betrekking heeft op paragraaf 6.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Het college brengt in de subsidieaanvragen voor de in artikel 6:5 genoemde activiteiten een rangschikking aan waarbij de aanvragen hoger worden gerangschikt naarmate ze: voor het eerste lid beter voldoen aan de in artikel 6:3 genoemde criteria; voor het tweede lid beter voldoen aan de in dat lid genoemde criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.In de afweging van het college wegen de in artikel 6:3 eerder genoemde criteria zwaarder dan later genoemde.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.Het college kan besluiten om de behandeling van een subsidieaanvraag uit te stellen tot een volgende aanvraagperiode mits het college met in achtneming van de daarvoor geldende termijn de gelegenheid heeft een besluit te nemen voordat de activiteit wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.In uitzonderlijke gevallen kan het college gemotiveerd besluiten om subsidie te verlenen voor de in artikel 6:5 genoemde activiteiten in afwijking van de in het zevende lid bedoelde rangschikking.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.3Basissubsidies amateurkunst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan statutair in de gemeente Groningen gevestigde verenigingen en stichtingen die actief zijn op het gebied van amateurkunst subsidie verlenen in de kosten van deskundige artistieke leiding en de huur van repetitieruimten (basissubsidie).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten bedraagt 30% van het totaal van de honoraria voor deskundige artistieke leiding en de huur van repetitieruimten met een gezamenlijk maximum van € 1.589,-- per subsidieontvanger per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:12</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, is de uiterste datum waarop een subsidieaanvraag voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten in bezit moet zijn van het college 1 december van het voorafgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieontvanger dient ten minste 1 maal per jaar een openbare presentatie in de gemeente Groningen te geven. Hiertoe wordt niet gerekend een presentatie, die plaatsvindt in het kader van onderwijs, als onderdeel van een levensbeschouwelijke of politieke bijeenkomst of als onderdeel van een bedrijfsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger wordt verzocht zich aan te melden bij VRIJDAG huis van de amateurkunst Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Een subsidieontvanger levert naar het oordeel van het college een redelijke eigen bijdrage in de kosten via contributie van de actieve leden en andere inkomstenbronnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Artikel 6:12, lid 3</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidie: voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als de subsidieontvanger statutair niet in de gemeente Groningen is gevestigd; voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als subsidieontvanger niet de repetitieruimte in de gemeente Groningen heeft; voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als de subsidieontvanger minder dan twee jaar staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als de subsidieontvanger onderdeel is van of gelieerd is aan rechtspersonen zonder primaire doelstellingen op het gebied van de amateurkunst; indien de presentaties op grond van artikel 6:12, tweede lid niet in de gemeente Groningen uitgevoerd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als het totaal van de subsidieaanvragen op basis van artikel 6:10 het subsidieplafond overschrijdt dan worden deze naar evenredigheid over de op tijd ontvangen subsidieaanvragen verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafonds en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Klik hier om het document te downloaden]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.4Plusregeling amateurkunst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:15</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen aan producties of projecten op het gebied van de amateurkunst die voldoen aan de criteria van artikel 6.3 en die vallen onder: uitvoeringen, die een mate van bijzonderheid hebben ten opzichte van reguliere uitvoeringen en die zich onderscheiden op het gebied van artistieke kwaliteit, participatie/bereik, samenwerking en/of scholing op niet-individueel niveau; samenwerkingsprojecten met andere partners uit het amateurveld; festivals; inhoudelijke, niet individuele deskundigheidsbevordering (scholing, workshops, trainingen); investeringen in infrastructuur zoals repetitieruimtes of podia die naar het oordeel van het college ten goede komen aan de totale sector van de brede amateurkunst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Artikel 6:15, onder a en e</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:16</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor de in artikel 6:15 genoemde activiteiten bedraagt maximaal één derde deel van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvrager kan per kalenderjaar voor maximaal € 15.000,-- aan subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:17</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd een presentatie is, heft de subsidieontvanger een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entreegeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als een subsidieontvanger ook subsidie ontvangt op grond van paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk geeft hij in zijn subsidieaanvraag de meerwaarde aan van de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd ten opzichte van zijn overige, door de gemeente Groningen gesubsidieerde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Bij de voorbereiding van de activiteiten maakt de subsidieontvanger gebruik van de expertise van ter zake deskundigen. In het activiteitenplan, geeft de subsidieontvanger aan hoe deze voorwaarde zal worden vervuld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:18</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college weigert een subsidieaanvraag: als minder dan de helft van de actieve leden en/of actieve deelnemers in de gemeente Groningen woont. Dit dient te worden aangetoond met een door het bestuur gewaarmerkte deelnemers- en/of ledenlijst, dat wil zeggen getekend door tenminste twee bestuursleden; als de subsidieaanvrager onderdeel is van of gelieerd is aan een of meer rechtspersonen zonder statutaire doelstellingen op het gebied van de amateurkunst; als de uitvoering niet plaatsheeft in de gemeente Groningen voor de in artikel 6:15 genoemde activiteiten als subsidieontvanger niet de repetitieruimte in de gemeente Groningen heeft.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren als aan de uitvoerenden voor hun medewerking een financiële vergoeding wordt verstrekt. Deze bepaling geldt niet als de vergoeding voor artistieke leiding wordt verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Artikel 6:18, onder a</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:19</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:15 genoemde activiteiten bedraagt het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan per kalenderjaar meerdere aanvraagperioden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan per aanvraagperiode een deelbudget vaststellen. Het deelbudget van een aanvraagperiode is gelijk aan het subsidieplafond gedeeld door het aantal aanvraagperioden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget toevoegen aan het deelbudget van de daaropvolgende aanvraagperiode. Dit geldt niet voor de laatste aanvraagperiode van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget ook toevoegen aan een deelbudget dat betrekking heeft op paragraaf 6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college brengt in de ontvangen subsidieaanvragen een rangorde aan op basis van de in artikel 6:3 genoemde criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.In de afweging van het college wegen eerder genoemde criteria zwaarder dan later genoemde.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Als het totaal van de subsidieaanvragen voor een aanvraagperiode hoger is dan het beschikbare subsidiebudget of hoger dan een deelbudget zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel, dan wordt het budget over de aanvragen verdeeld op basis van de rangorde zoals bedoeld in het vijfde lid van dit artikel.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.5Stimuleringsregeling cultuurparticipatie in de wijk (De wijk als werkplaats) (vervallen zijn de artikelen 6:20 t/m 6:24).</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.6Podiumkunsten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:25</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan stichtingen of verenigingen subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de podiumkunsten, zoals bedoeld in de cultuurnota. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:26</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.25 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:28</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:25 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6.25 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.7Beeldende kunst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:29</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan stichtingen of verenigingen subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de beeldende kunst, zoals bedoeld in de cultuurnota, met name voor collectievorming, museale presentaties, opdrachten aan aansprekende beeldende kunstenaars, instandhouding collectie of productie. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:30</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:31</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.29 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:32</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:29 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6:29 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.8Materieel Erfgoed</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:33</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen subsidie verlenen voor het in stand houden en onder de aandacht brengen van materieel erfgoed, zoals bedoeld in de cultuurnota. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-34\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:34</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:35</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.33 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:36</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:33 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6:33 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.9Immaterieel Erfgoed</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:37</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen subsidie verlenen voor het in stand houden en onder de aandacht brengen van immaterieel erfgoed.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:38</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:39</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag voor immaterieel erfgoed bevat gegevens over: het tijdsverloop tussen het subsidiebesluit van het college en de dag dat de activiteit plaatsvindt; de uiterlijke verschijningsvorm waarbij de subsidieontvanger ingaat op: het risico van overlast en hinder voor de omgeving; risico’s voor de verkeersveiligheid of de veiligheid in het algemeen. de locatie waar de activiteit plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-40\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:40</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidieaanvraag voor immaterieel erfgoed weigeren als: de activiteit naar het oordeel van het college niet voldoende toegankelijk is voor het algemene publiek; het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:41</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:38 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze over de overige, op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.10Letteren</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:42</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de letteren, zoals bedoeld in de cultuurnota en/of de bibliotheekvisie. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:43</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:44</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.42 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:45</span><span class=\"lf-art-t\">Subsid0ieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:42 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6:42 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.11Culturele beurzen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:46</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan subsidie verlenen, in de vorm van een beurs, naar aanleiding van een prijsvraag of als stipendium. De volgende beurzen komen voor subsidie in aanmerking:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hendrik de Vriesstipendium;</p>\n<p class=\"lf-p\">George Verbergstipendium;</p>\n<p class=\"lf-p\">Andrea Elkenbrachtfonds;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadsdichter;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stipendium Samenleven met cultuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Om in aanmerking te komen voor subsidie dient voldaan te worden aan de bij uitschrijving van de beurs relevante criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie wordt toegekend op basis van beoordeling door een jury.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:47</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:48</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidiebedrag dient aangewend te worden voor de realisering van een kunstuiting van de subsidieontvanger, zoals bedoeld in de regels van de relevante culturele beurs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:49</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college verleent geen subsidie, indien de inzendingen voor de beurs naar het oordeel van de jury van onvoldoende kwaliteit zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6:12 Activiteiten Groninger Forum</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-50\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:50</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 6.1 wordt voor de toepassing van de paragraaf 6.12 verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Groninger Forum :</p>\n<p class=\"lf-p\">Een openbare, multifunctionele cultuurinstelling in Groningen, met een vernieuwende interdisciplinaire programmering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:51</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen voor een integraal aanbod van de volgende activiteiten in één publieks- en cultuurinstelling (Groninger Forum), op het gebied van: de voorbereiding van de opening van het Groninger Forum; ontmoeting en debat; kennis en informatie; lezen en literatuur; leesbevordering; film; cultuur educatie; netwerktaken zoals omschreven in de Bibliotheekvisie; culturele activiteiten.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college houdt bij de verlening van subsidie op basis van het eerste lid onder b. tot en met i. rekening met het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De Kunstraad Groningen houdt in zijn advies aan het college rekening met de in de cultuurnota genoemde criteria, alsmede met de volgende toetsingscriteria: aanvullend op het aanbod; cultureel ondernemerschap; deelnemers- en/of publieksbereik; degelijkheid van de financiële onderbouwing; stevigheid van de organisatie; kans van slagen van het project.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:52</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in artikel 6:51 genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:53</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Met betrekking tot de subsidie op basis van de Nadere regel zijn de volgende bepalingen van toepassing. De subsidieontvanger stelt een jaarlijks te actualiseren integraal activiteitenplan op. Dat moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de deelname aan de activiteiten; gegevens over de eigen bijdrage van de deelnemers aan de activiteiten; gegevens over de frequentie waarmee de activiteiten worden uitgevoerd een beschrijving van welk percentage van de inkomsten uit eigen inkomsten afkomstig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient vrijwilligersbeleid te formuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient vrijwilligers die actief zijn binnen de organisatie, alsmede inwoners te betrekken bij zowel bij de ontwikkeling als bij de uitvoering van activiteiten en programma’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient goede bereikbaarheidsinformatie op te nemen in diens marketinguitingen (zowel in print als online) en zich in te spannen om alle informatie ook zo goed mogelijk beschikbaar maakt voor mensen met een auditieve of visuele beperking en anderstaligen (in elk geval Engels en Duits).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Met betrekking tot de subsidie op basis van de Nadere regel zijn de volgende verplichtingen van toepassing:</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient tot aan de opening jaarlijks gemiddeld 5% van de toegekende subsidie te reserveren voor het opbouwen van voldoende weerstandsvermogen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger rapporteert driemaandelijks aan het college over de activiteiten genoemd in artikel 6:51 lid 1 onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van het vorige sub lid zorgt de subsidieontvanger voor een sluitende exploitatie en adequate governance en rapporteert daar over aan het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:54</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag voor de in artikel 6:51 bedoelde activiteiten weigeren als er onvoldoende vorderingen in verband met de in artikel 6:51 lid 1 onder a. bedoelde activiteiten wordt geconstateerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.51 lid 2 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien niet wordt voldaan aan de verplichting zoals genoemd in artikel 6:53 lid 2 onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de Code Cultural Governance.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de voorwaarden zoals die zijn gesteld in de Kadernota Cultuur Ruimte voor vernieuwing, vernieuwing voor ruimte ten aanzien van cultureel ondernemerschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien er onvoldoende weerstandsvermogen opgebouwd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien het integraal activiteitenplan te weinig kwaliteit heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:55</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het totaal van de in artikel 6:51 lid 1 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelgewijze toelichting Artikelgewijze toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.13 Cofinancieringsfonds</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:56</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze paragraaf geldt de volgende procedure:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen kunnen twee keer per jaar worden ingediend resp. voor 1 maart en 1 september.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:57</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor projecten die sector overstijgend zijn op het gebied van cultuur en ruimtelijke ordening of cultuur en maatschappij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:58</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 50% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvrager kan per kalenderjaar voor maximaal € 30.000 aan subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:59</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De activiteiten dienen een bijdrage te leveren aan de strategieën zoals genoemd in de cultuurnota en aan één of meer van de onderstaande voorwaarden te voldoen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Door middel van kunst en cultuur een bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, zorg en sociale cohesie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door middel van culturele activiteiten in de openbare ruime een bijdrage leveren aan gebiedsontwikkeling en het vergroten van het publieksbereik van de culturele sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieontvanger is verplicht: een naar het oordeel van het college redelijke financiële eigen bijdrage te leveren aan de uitvoering van de activiteiten evenals een redelijke bijdrage van derden. voor zover van toepassing een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entree te heffen van de bezoekers van de activiteit. om de relatie aan te geven tussen de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd en zijn reguliere activiteiten als hij daarvoor subsidie ontvangt krachtens een gemeentelijke subsidieregeling of van een derde.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger die naast de activiteiten waarvoor subsidie krachtens deze paragraaf wordt gevraagd tevens andere activiteiten uitvoert, dient: bij de aanvraag tot subsidieverlening een begroting te voegen van al zijn baten en lasten tenzij hij deze begroting reeds eerder bij het college heeft ingediend, en bij de aanvraag tot subsidievaststelling een rekening van al zijn baten en lasten te voegen tenzij hij deze rekening reeds eerder bij het college heeft ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie wordt alleen verstrekt voor een activiteit, niet voor investeringen in goederen of huisvesting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-60\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:60</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidieaanvraag weigeren als de activiteiten gericht zijn op het behalen van winst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:61</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Per kalenderjaar is het subsidieplafond voor de in artikel 6:57 genoemde activiteiten gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het subsidiebedrag over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie op volgorde van binnenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.14 Vernieuwingsfonds</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:62</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 13 ASV worden aanvragen om subsidieverlening ingediend uiterlijk 8 weken voor de aanvang van de activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:63</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die bijdragen aan de strategieën genoemd in de cultuurnota. Deze paragraaf heeft betrekking op nieuwe initiatieven die niet op grond van paragraaf 6.13 Cofinancieringsfonds voor subsidie in aanmerking komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:64</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 20.000,- per aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:65</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om voor een subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking te komen moet de activiteit of de aanvrager een positief advies van de Kunstraad Groningen hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:66</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Per kalenderjaar is het subsidieplafond voor de in artikel 6:63 genoemde activiteiten gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan per kalenderjaar een of meer aanvraagperioden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college bepaalt jaarlijks voor alle aanvraagperioden de uiterste datum waarop de subsidieaanvraag in bezit moet zijn van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan per aanvraagperiode een deelbudget vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget toevoegen aan een deelbudget van een daaropvolgende aanvraagperiode. Dit geldt niet voor de laatste aanvraagperiode van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college verdeelt het subsidiebedrag over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie op basis van welke subsidieaanvragen het beste voldoen aan artikel 6:63.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Toelichting Paragraaf6.15Pronkjewail Fonds</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:67</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsdefinitie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Oudere:</p>\n<p class=\"lf-p\">Iemand die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Culturele activiteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten in de disciplines beeldende kunst, dans, erfgoed, film/nieuwe media, literatuur, muziek of theater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Noodzakelijke kosten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een subsidiabele activiteit onder aftrek van de eigen inkomsten. De in artikel 6:1 onder d bedoelde inkomstennorm is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organisatie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vereniging of een stichting met volledige rechtsbevoegdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Particulieren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieronder verstaan wij een individueel persoon of een groep van individuele personen die niet is of zijn aangesloten bij een stichting, vereniging of anderszins.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:68</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op subsidies voor de in artikel 6:69 genoemde activiteiten van particulieren is de lichte procedure volgens de Verordening van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op subsidies van € 10.000 of hoger voor de in artikel 6:69 genoemde activiteiten van organisaties is de reguliere procedure volgens de Verordening van toepassing. Als de subsidie lager is dan € 10.000, is de lichte procedure van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:69</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zowel particulieren als organisaties kunnen subsidie aanvragen voor culturele activiteiten waarbij ouderen actief participeren in de activiteit. Receptieve activiteiten, zoals het bezoeken van theatervoorstellingen, concerten, musea e.d. vallen hier niet onder. Onder culturele activiteiten worden activiteiten verstaan op het gebied van de amateurkunst (muziek, beeldende kunst, theater, dans, literatuur, film/nieuwe media) en erfgoed. Combinaties hierin zijn mogelijk. De culturele activiteit draagt aantoonbaar bij aan healthy ageing, is aanvullend op regulier bestaand aanbod en richt zich op de specifieke doelgroepen: kwetsbare ouderen, zorgbehoevende ouderen en ouderen met een andere culturele achtergrond. Vitale ouderen kunnen hier alleen onderdeel van uitmaken wanneer zij een actieve rol spelen voor de hiervoor genoemde specifieke doelgroepen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:70</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor activiteiten van particulieren bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten tot een maximum van € 1.000 per aanvrager per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie activiteiten van organisaties bedraagt maximaal 50% van de noodzakelijke kosten tot een maximum van € 20.000 per aanvrager per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in de beide vorige leden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:71</span><span class=\"lf-art-t\">De aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een subsidieaanvraag voor activiteiten van particulieren dient uiterlijk 8 weken voor het begin van de activiteit in bezit te zijn van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college stelt voor activiteiten van organisaties twee aanvraagronden vast. Aanvragen voor de eerste ronde moeten uiterlijk op 15 juni 2017, maar niet later dan 13 weken voor het begin van de activiteiten in bezit zijn van het college. Aanvragen voor de tweede ronde moeten uiterlijk op 1 november 2017, maar niet later dan 13 weken voor het begin van de activiteiten in bezit zijn van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor een subsidieaanvraag voor activiteiten van particulieren dient de aanvrager gebruik te maken van het Aanvraagformulier Particulieren. Deze aanvraag moet zijn voorzien van een projectplan en een begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor een subsidieaanvraag voor activiteiten van organisaties dient de aanvrager gebruik te maken van het Aanvraagformulier Organisaties. Deze aanvraag moet zijn voorzien van een projectplan en een begroting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:72</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen en verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Om in aanmerking te komen voor subsidie voor activiteiten van particulieren moet zijn voldaan aan onderstaande criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">De deelnemers aan de activiteiten dienen overwegend in de provincie Groningen woonachtig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De deelnemers dienen in overwegende mate ouder te zijn dan 65 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten dienen voor deelnemers en publiek openbaar toegankelijk te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit dient plaats te vinden in 2017 of 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit dient plaats te vinden in de provincie Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de voorbereiding en de uitvoering van de activiteit maakt de subsidieaanvrager gebruik van de expertise van een professional. In de aanvraag moet worden aangegeven op welke wijze aan deze voorwaarde wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit dient open te staan voor personen uit tenminste een van onderstaande doelgroepen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwetsbare ouderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgbehoevende ouderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Oudere met een andere culturele achtergrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de gesubsidieerde activiteit dient bij particuliere initiatieven door tenminste 10 personen uit de hiervoor in lid 1 onder g genoemde doelgroepen actief te worden deelgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen worden beoordeeld op de volgende aspecten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin het gaat om nieuwe, innovatieve initiatieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin het gaat om doorontwikkeling en verduurzaming van bestaande initiatieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal ouderen dat wordt bereikt. (Hoe realistisch is de inschatting?) De mate waarin activiteiten aantoonbaar op initiatief van ouderen worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De spreiding van activiteiten in de provincie Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van betrokkenheid van organisaties uit andere domeinen dan cultuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De programmeerbaarheid in de actiemaand voor ouderen Kunst op Stee en/of het festival De kunst van het ouder worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij overvraging van het budget wordt een rangschikking gemaakt op basis van bovenstaande aspecten, waarbij de volgorde het belang aangeeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Om in aanmerking te komen voor subsidie voor activiteiten van organisaties moet zijn voldaan aan onderstaande criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">De deelnemers aan de activiteiten dienen overwegend in de provincie Groningen woonachtig te zijn De deelnemers dienen in overwegende mate ouder te zijn dan 65 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten dienen voor deelnemers en publiek openbaar toegankelijk te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit dient plaats te vinden in 2017 of 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit moet plaatsvinden in de provincie Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de voorbereiding en de uitvoering van de activiteit maakt de subsidieaanvrager gebruik van de expertise van een professional. In de aanvraag moet worden aangegeven op welke wijze aan deze voorwaarde wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit moet open staan voor personen uit tenminste een van onderstaande doelgroepen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwetsbare ouderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgbehoevende ouderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Oudere met een andere culturele achtergrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de gesubsidieerde activiteit dient door tenminste 15 personen uit de hiervoor in lid 2 onder g genoemde doelgroepen actief te worden deelgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen worden beoordeeld op de volgende aspecten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin het gaat om nieuwe, innovatieve initiatieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin het gaat om doorontwikkeling en verduurzaming van bestaande initiatieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal ouderen dat wordt bereikt. (Hoe realistisch is de inschatting?) De mate waarin activiteiten aantoonbaar op initiatief van ouderen worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De spreiding van activiteiten in de provincie Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van betrokkenheid van organisaties uit andere domeinen dan cultuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De programmeerbaarheid in de actiemaand voor ouderen Kunst op Stee en/of het festival De kunst van het ouder worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij overvraging van het budget wordt een rangschikking gemaakt op basis van bovenstaande aspecten, waarbij de volgorde het belang aangeeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor activiteiten van particulieren geldt dat de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na afloop van het tijdvak waarvoor het college de subsidie heeft verstrekt een kort inhoudelijk verslag van de activiteiten moet indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor activiteiten van organisaties geldt dat de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na afloop van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend een aanvraag om subsidievaststelling moet indienen, bestaande uit een financieel en inhoudelijk activiteitenverslag. Het financieel verslag dient op dezelfde wijze te zijn gerubriceerd als de begroting op basis waarvan het college de subsidie heeft verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:73</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college legt elke subsidieaanvraag voor aan een Adviescommissie. Het college kan een subsidieaanvraag weigeren als deze commissie hierop negatief adviseert.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college weigert een subsidieaanvraag voor boeken, cd’s of andere beeld- en geluidsdragers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college weigert een subsidieaanvraag voor regulier cursusaanbod van stedelijke en/of provinciale instellingen of vergelijkbaar aanbod van particulieren en/of organisaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-74\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:74</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor activiteiten van particulieren bedraagt voor de hele looptijd van deze paragraaf € 12.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college stelt voor de activiteiten van organisaties twee aanvraagperioden vast. De eerste aanvraagperiode loopt van 15 juni tot en met 31 december 2017; de tweede aanvraagperiode loopt van 1 januari tot en met 31 december 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het subsidieplafond voor beide aanvraagperioden tezamen bedraagt voor de hele looptijd van deze regeling € 58.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Als op 31 januari 2018 nog een deel van het subsidiebudget voor activiteiten van organisaties resteert, kan het college dit toevoegen aan het subsidiebudget voor activiteiten van particulieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het in lid 1 van dit artikel genoemde subsidieplafond dan wordt het beschikbare plafond over de in aanmerking komende subsidieaanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het in de lid 3 van dit artikel genoemde subsidieplafond dan komen aanvragen eerder voor subsidie in aanmerking naarmate: meer sprake is van doorontwikkeling en verduurzaming van reeds bestaande initiatieven; meer ouderen aan de activiteiten deelnemen; activiteiten aantoonbaar meer op initiatief van de ouderen worden georganiseerd; meer sprake is van een gelijkmatige spreiding van de activiteiten in de provincie Groningen; de betrokkenheid van organisaties uit andere domeinen dan cultuur groter is; de activiteiten meer worden geprogrammeerd in de actiemaand voor ouderen Kunst op Stee en/of het festival De kunst van het ouder worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.In de afweging van het college wegen de in lid 6 eerder genoemde criteria zwaarder dan later genoemde.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Het college kan besluiten om de behandeling van een subsidieaanvraag aan te houden tot een volgende aanvraagperiode mits het college met in achtneming van de daarvoor geldende termijn voldoende gelegenheid heeft een besluit te nemen voordat de activiteit wordt uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-75\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:75</span><span class=\"lf-art-t\">Overige bepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Deze paragraaf kan worden aangehaald als de subsidieregeling Pronkjewail Fonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Deze subsidieregeling eindigt van rechtswege op 31 december 2018 maar hij blijft van toepassing voor de vaststelling van subsidies die op grond van deze paragraaf zijn verstrekt en voor beslissingen op bezwaarschriften die zijn ingediend tegen subsidiebesluiten die het college op grond van deze paragraaf heeft genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op deze regeling is de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2011 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk7Verkeer (RO/EZ)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7.1 Openbaar toegankelijke oplaadpunten voor elektrische auto’s</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze verordening wordt verstaan onder: schoon vervoer : vervoermiddelen zonder motor of enige andere vorm van mechanische aandrijving en vormen van gemotoriseerd vervoer die voldoen aan minimaal de EURO 6/VI norm; elektrische vervoer : een volledig elektrisch voertuig of plug-in hybride voertuig met 4 wielen en met een minimaal volledig elektrisch bereik van 50 km; instelling : een organisatie die aan andere personen of rechtspersonen producten levert of diensten verleent zonder winstdoelstelling; bedrijf/onderneming : een organisatie die aan andere personen of rechtspersonen producten levert of diensten verleent met een winstdoelstelling; oplaadpunt : parkeerplek met bijbehorende (openbare) voorziening waar een elektrisch voertuig, kan worden opgeladen, waarbij: de stroom kan worden aan- en uitgeschakeld door gebruikers; een systeem van persoonlijke identificatie en beveiliging nodig is om de stroom aan en uit te schakelen en misbruik te voorkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:2</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze regeling is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:3</span><span class=\"lf-art-t\">Te subsidiëren activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor het realiseren van oplaadpunten voor elektrische auto’s op particuliere parkeerterreinen ter bevordering van schoon vervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de aanvrager kan subsidie worden verleend voor de kosten voor het aanleggen van oplaadpunten voor elektrische auto’s: de subsidie bedraagt maximaal € 1000,-- per openbaar oplaadpunt en maximaal € 500,-- per niet-openbaar oplaadpunt; tot een maximum van € 2500,-- per adres en/of per aaneengesloten parkeerterrein bij openbare oplaadpalen en € 1000,-- per adres en/of per aaneengesloten parkeerterrein bij niet-openbare oplaadpal</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:5</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie kan worden aangevraagd door bedrijven/ondernemingen of instellingen in de gemeente als zodanig geregistreerd bij de Kamer van Koophandel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het oplaadpunt/de oplaadpunten moeten worden aangelegd op een bij het bedrijf of instelling horend parkeerterrein met minimaal 3 parkeerplekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het oplaadpunt/de oplaadpunten moeten binnen zes maanden na verlening van de subsidie worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor openbare oplaadpunten geldt tevens:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrijf of de instelling dient er voor te zorgen dat de oplaadpunten openbaar toegankelijk zijn voor bezoekers gedurende openingstijden. Eigen voertuigen dienen buiten de openingstijden te worden opgeladen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laadpunten moeten, zo mogelijk, zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De te realiseren oplaadpunten en bijbehorende dienstverlening moet voldoen aan de volgende specificaties: interoperabiliteit voor de gebruikers; laden volgens normering Type 2, mode 3; openbaar toegankelijk op openingstijden organisatie voor een periode van minimaal 4 jaar na ingebruikname oplaadpunt; de tijden van openbare beschikbaarheid oplaadpunten dienen in ieder geval te worden vermeld op de website van de organisatie en op de volgende websites: * www.laadpunten.nl; * www.laad.nl; * www.oplaadpunten.nl.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan afwijken van het vorige lid ten behoeve van een betere verspreiding van laadpunten over de gemeente of ten voordele van openbare oplaadpunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk8Wonen (RO/EZ/MD)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.1 Milieu en duurzaamheid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: ingezetene: alle natuurlijke- en rechtspersonen binnen de gemeente Groningen; leefomgevingskwaliteit: de kwaliteit van het geheel van aspecten die de fysieke leefomgeving kunnen beïnvloeden (zoals: afval, geluid, groen, lucht en water);</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor de toepassing van deze nadere regels wordt telkens waar de term activiteiten wordt gebruikt tevens projecten bedoeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:2</span><span class=\"lf-art-t\">Relevant arrangement</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze paragraaf is de lichte procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die naar het oordeel van het college substantieel het milieubelang in de stad Groningen dienen of activiteiten die de medeverantwoordelijkheid van ingezetenen van Groningen voor het milieu stimuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die naar het oordeel van het college het mondiale (milieu)bewustzijn van de ingezetenen van Groningen versterken of de leefomgevingskwaliteit en het milieu in andere landen verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die naar het oordeel van het college substantieel bijdragen aan: vermindering van het energieverbruik, daaronder kan ook verstaan worden CO2 –reductie door het gebruik van andere energiebronnen; het vergroten van de kennis op het gebied van duurzame maatregelen; verbetering van de leefomgevingskwaliteit in de stad Groningen; het proces tot bewustwording en gedragsverandering bij ingezetenen van Groningen met betrekking tot het bewust energieverbruik en de verbetering van de leefomgevingskwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college zal jaarlijks specifieke subsidiabele activiteiten aanwijzen die vallen onder de genoemde generieke subsidiabele activiteiten in dit artikel, eerste tot en met derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan voor de activiteiten zoals bedoeld in het vierde lid, de criteria aangeven waar de te subsidiëren activiteit aan moet voldoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan per subsidiabele activiteit, de hoogte van de subsidie aangeven in een vast bedrag of in een percentage ten opzichte van de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidie verstrekken voor maximaal 100% van de kosten van de in artikel 8:3, eerste tot en met vierde lid genoemde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In aanvulling op het eerste lid kan het college tevens aangeven welke kosten wel of niet subsidiabel zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:5</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen ingezetenen van de gemeente Groningen kunnen een aanvraag indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de in artikel 6 van de verordening genoemde gevallen kan subsidie worden geweigerd, indien voor soortgelijke activiteiten als waarvoor de betreffende subsidieaanvraag wordt ingediend al subsidie is aangevraagd of verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafonds en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond kan gedifferentieerd naar de activiteiten of voor de gehele paragraaf vastgesteld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien het college op grond van artikel 8:3, vierde lid meerdere activiteiten aanwijst die voor subsidie in aanmerking komen dan kan het college het ter beschikking gestelde bedrag middels een verdeelsleutel verdelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan de verdeelsleutel tussentijds aanpassen indien naar het oordeel van het college de verdeling van het vastgestelde plafond niet tot een optimaal resultaat zal leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Aanvragen worden in beginsel behandeld in volgorde van binnenkomst, tenzij het college anders aangeeft.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.2 Energiescans</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:7</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">MKB-bedrijf: een bedrijf dat voldoet aan de criteria genoemd in artikel 8:13; aanvrager: de aanvraag kan worden ingediend door een eigenaar van een MKB-bedrijf in de gemeente Groningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien er sprake is van een bedrijfsverzamelgebouw dan kan de eigenaar of exploitant van het bedrijfsverzamelgebouw de aanvraag indienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:8</span><span class=\"lf-art-t\">Relevant arrangement</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze paragraaf is de lichte procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor een energiescan, uitgevoerd door een erkend bedrijf in het kader van de BRL 9500 \"Energieprestatieadvisering” of een bedrijf dat naar het oordeel van het college vergelijkbaar is met een erkend bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 75 % van de kosten verminderd met de omzetbelasting (BTW) voor uitvoering en rapportage van een energiescan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal € 3.000,-- per MKB-bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:11</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrijf dat de energiescan uitvoert dient een extern bedrijf te zijn zonder organisatorische of functionele banden met het bedrijf waar de scan wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De energiescan en de rapportage moeten voldoen aan de criteria zoals gesteld in artikel 8:12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de kosten van de energiescan komen in aanmerking voor subsidie, overige en interne kosten van het bedrijf komen niet in aanmerking voor subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rapportage van de energiescan moet ter bespreking worden voorgelegd aan het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:12</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria van een MKB-bedrijf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het uitgangspunt voor de criteria van een MKB-bedrijf zijn de door de Europese Commissie vastgestelde definities van de kleine en middelgrote ondernemingen (bron: Publicatieblad Europese Commissie van de Europese Gemeenschappen L 107, 30 april 1996, bijlage “Door de Commissie vastgestelde definities van de kleine en middelgrote ondernemingen”, artikel 1, eerste, derde, zesde, zevende en achtste lid): als kleine en middelgrote ondernemingen, hierna “KMO’s” genoemd, worden beschouwd ondernemingen: met minder dan 250 werknemers, en waarvan ofwel de jaaromzet 40 miljoen euro niet overschrijft, ofwel het jaarlijkse balanstotaal 27 miljoen euro niet overschrijdt en die het zelfstandigheidscriterium in acht nemen zoals dit onder 2 is omschreven. als “zelfstandig” wordt beschouwd de onderneming die niet voor 25% of meer van het kapitaal of van de stemrechten in handen is van 1 onderneming of van verscheidene ondernemingen gezamenlijk die niet aan de definitie van de KMO of van de kleine onderneming, naar gelang van het geval, beantwoorden. Deze drempelwaarde mag in 2 gevallen worden overschreden: indien de onderneming in handen is van openbare participatiemaatschappijen, van ondernemingen van risicokapitaal of van institutionele beleggers, mits deze individueel noch gezamenlijk in enig opzicht zeggenschap over de onderneming hebben; indien het wegens de spreiding van het kapitaal onmogelijk is te weten in wiens handen het is, en de onderneming verklaart dat zij redelijkerwijs mag aannemen niet voor 25% of meer in handen te zijn van 1 onderneming of van verscheidene ondernemingen gezamenlijk die niet aan de definitie van de “KMO” of van de kleine onderneming, naar gelang van het geval, beantwoorden; indien ondernemingen op de balansdatum boven de aangegeven werknemersdrempels of financiële maxima blijven, verliezen zij de hoedanigheid van “KMO”: “middelgrote onderneming” of “kleine onderneming”, eerst indien die omstandigheid zich gedurende 2 opeenvolgende boekjaren voordoet; het aantal werknemers komt overeen met het aantal jaar-arbeidseenheden (JAE), zijnde het aantal gedurende een jaar voltijds werkende werknemers, waarbij deeltijdwerkers en seizoenarbeiders in fracties van JAE worden uitgedrukt. Het in aanmerking te nemen referentiejaar is het laatste afgesloten boekjaar; de voor de omzet en het balanstotaal te hanteren drempels zijn die welke betrekking hebben op het laatste afgesloten boekjaar van 12 maanden. Bij recent opgerichte ondernemingen waarvan de jaarrekening nog niet is afgesloten, dienen de in aanmerking te nemen bedragen te worden bepaald door middel van een in de loop van het boekjaar te goeder trouw gemaakte schatting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:13</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden rapportage energiescan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rapportage van energiescan dient de volgende elementen te bevatten: beschrijving van het bedrijf: productie-omvang, aantal werknemers, bedrijfstijden; belangrijkste processen en activiteiten; eventueel een organisatieschema; beschrijving van bestaande of geplande bouwwerken en processen in hun geheel: beschrijving van de gebouwen (ligging, bouwjaar, oppervlakte, staat van isolatie, tochtwering, etcetera). Processen dienen duidelijk omschreven te worden. Dit kan het beste door gebruik te maken van stroomschema ’s waar per processtap wordt aangegeven wat in- en uitgaat. Daarbij moet een inventarisatie gemaakt worden van alle installaties en voorzieningen; energiehuishouding van de bouwwerken en processen in hun geheel: overzichten van het jaarverbruik (zowel kosten als hoeveelheden) van alle energiedragers (gas, elektra, huisbrandolie, etcetera) van de afgelopen jaren inclusief trendanalyse, overzichten van het maandelijks verbruik; energiebalans van de relevante energiedragers per bedrijfsonderdeel: daarbij moet 90%van het energieverbruik van de betreffende energiedrager gespecificeerd worden. Voor moeilijk te meten energiedragers zoals stoom of perslucht kan volstaan worden met een specificatie van 80% van het energieverbruik; energiezorg: beschrijving van de wijze waarop energiezorg in het bedrijf wordt geborgd; overzicht van de technische en organisatorische mogelijkheden tot energiebesparing en de kwantificering ervan (ook van de niet redelijke maatregelen). Per maatregel wordt de volgende informatie vermeld: algemene beschrijving, toepasbaarheid (inclusief eventuele voorwaarden), investeringskosten, de te verwachten energiebesparing (in hoeveelheid en in kosten), een berekening van de terugverdientijd. Ook de maatregelen die al genomen zijn of nog lopen worden vermeld. Bij het beschrijven van al genomen en lopende maatregelen moet vermeld worden wat de (voorlopige)resultaten van die maatregelen zijn en wat de knelpunten bij het invoeren zijn of waren. Ook eerder onderzochte opties die niet zijn uitgevoerd behoren hier te worden beschreven, met vermelding van de redenen voor het niet doorvoeren van de opties; overzicht van de subsidie- en fiscale mogelijkheden per maatregel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 8:6 is van overeenkomstige toepassing op deze paragraaf.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.3Subsidie schoonmaakacties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:15</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: ingezetenen : alle natuurlijke personen en rechtspersonen die woonachtig dan wel gevestigd zijn in de gemeente Groningen; openbare ruimte : de gemeenschappelijke, publieke ruimte waaronder in ieder geval wordt verstaan: openbare wegen, openbare wateren en openbaar groen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:16</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze paragraaf is de lichte procedure zoals opgenomen in de verordening van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:17</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verstrekken voor allerhande schoonmaakacties in het kader van LenteKriebels, zusje van LenteKriebels, ZomerKriebels, zwerfvuilteams of overige incidentele acties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten genoemd in het eerste lid, dienen geheel of gedeeltelijk in de openbare ruimte plaats te vinden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:18</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie in het kader van zwerfvuilteams bedraagt maximaal € 250,-- per team per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie in het kader van LenteKriebels bedraagt maximaal € 250,-- per activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie in het kader van incidentele acties bedraagt maximaal € 250,-- per activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie in het kader van het zusje van LenteKriebels bedraagt maximaal € 250,-- per activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie in het kader van ZomerKriebels bedraagt maximaal € 250,-- per activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie wordt bepaald door het aantal aanvragen, door de omvang en het te verwachten effect van de activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:19</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag dient 2 weken vóór aanvang van de activiteiten te zijn ingediend bij het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:20</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten laste van het onder het eerste lid genoemde beschikbare bedrag wordt subsidie overeenkomstig onderstaande volgorde toegekend: als eerste de subsidie voor zwerfvuilteams en voorts de overige subsidies en wel op volgorde van binnenkomst van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag genoemd onder het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.4 Subsidie oud papier</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:21</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: garantieprijs : door het college vastgestelde prijs per kilogram ingezameld oud papier, die aan inzamelaars wordt betaald op het moment dat de marktprijs lager is dan de garantieprijs; marktprijs : prijs die door het papier inzamelend en/of verwerkend bedrijf aan de Milieudienst wordt betaald; inzamelaar : inzamelaar van oud papier die beschikt over een geldige inzamelvergunning ex artikel 11, eerste lid van de Afvalstoffenverordening van de gemeente Groningen; papier inzamelend en/of papier verwerkend bedrijf : het bedrijf dat het transport en de inzameling van door inzamelaars aangeleverd oud papier verzorgt, welk bedrijf op dat moment een contract heeft met ARCG; inzameloverzicht : een door het papier inzamelend en verwerkend bedrijf verstrekt overzicht van het door de inzamelaar ingezameld papier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:22</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze paragraaf is de lichte procedure zoals opgenomen in de verordening van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:23</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan een inzamelaar subsidie verstrekken voor de inzameling van oud papier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:24</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt in de vorm van een garantieprijs: indien de marktprijs op een bepaald moment lager is dan de door het college vastgestelde garantieprijs, wordt de garantieprijs uitgekeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van de marktprijs wordt uitgegaan van de datum van de weegbon.</p>\n<p class=\"lf-p\">De garantieprijs, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks door het college vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:25</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen subsidieaanvraag en betaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het bepaalde in de verordening, geldt het door het oud papier inzamelend en/of verwerkend bedrijf verstrekte inzameloverzicht als subsidieaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoeveelheid ingezameld oud papier wordt bepaald door het papier inzamelend en/of papier verwerkend bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kopie van het inzameloverzicht wordt aan het college verstrekt en dient als basis voor de eventueel te subsidiëren hoeveelheid ingezameld oud papier.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt aan de inzamelaar betaald door het papier inzamelend en/of verwerkend bedrijf.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.5Groene daken</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:26</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:27</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze regeling is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:28</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor de aanleg van groene daken zodanig dat de aanleg daarvan een bijdrage levert aan de waterbergingscapaciteit van hemelwater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:29</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt: € 30,- per m² voor oppervlakken van 6 tot 100 m2; € 20,- per m² voor oppervlakken van 100 tot 250 m2; € 10,- per m² voor oppervlakken van 250 tot 1000 m2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:30</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verleend als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: het dient te gaan om een plat dak van minimaal 6 m2 op een gebouw; er dient niet met de aanleg te zijn begonnen voordat op de subsidieaanvraag is beslist; aanvrager dient eigenaar van gebouwen of bijgebouwen in de gemeente Groningen te zijn of huurder van gebouwen of bijgebouwen in de gemeente Groningen terwijl hij beschikt over een akkoordverklaring van de eigenaar voor de aanleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden overgelegd: een gespecificeerde begroting van de kosten of een offerte van de kosten; een situatietekening op schaal; een foto van het bestaande dak; een bouwvergunning of een monumentenvergunning, indien vereist; de schriftelijke akkoordverklaring van de eigenaar (als aanvrager huurder is).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de subsidie intrekken indien blijkt dat de werkzaamheden niet binnen 1 jaar na de datum van verlening van de subsidie zijn uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de aanvraag om vaststelling van de subsidie dient aanvrager de datum te vermelden waarop de werkzaamheden zijn afgerond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:31</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst afgehandeld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.6Onderhoud woonboten diepenring (Vervallen zijn de artikelen 8:32 tot en met 8:37)</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.7 Beter verbeteren</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:38</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze regeling is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:39</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor het herstel van historisch waardevolle onderdelen van monumentale panden zoals bedoeld in 'Beter Verbeteren' zoals vastgesteld in de raad van 6 december 1995 onder nr. 6 vastgesteld bij nota 'Van ethiek naar strategie'.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-40\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:40</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten bepaald volgens de methode van de 'Leidraad subsidiabele kosten' van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal € 5000,- per adres per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:41</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verleend als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: het dient te gaan om een rijksmonument, een gemeentelijk monument of anderszins om een aantoonbaar historisch waardevol pand; het dient te gaan om herstel van historische waardevolle onderdelen, die niet op basis van een rijkssubsidieregeling gesubsidieerd kunnen worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:42</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan afwijken van de behandelvolgorde indien herstel dringend vereist is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.8Monumentale molens</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:43</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:44</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze regeling is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:45</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan, in aanvulling op de Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten, subsidie verlenen voor het fysiek in stand houden van monumentale molens.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:46</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bestaat uit een geldelijke bijdrage voor het in stand houden van monumentale windmolens in aanvulling op de door het rijk op grond van het Brim verleende subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie bedraagt maximaal 30% van de door het rijk op grond van het Brim vastgestelde instandhoudingskosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:47</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verleend als voor de activiteit door het rijk subsidie is verleend op grond van het Brim.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college verstrekt subsidieontvanger jaarlijks een voorschot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na afloop van de vaststelling door het rijk op grond van de Brim stelt het college de (gemeentelijke) subsidie vast op grond van de afrekening door het Rijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie dient aanvrager een afschrift van de vaststellingsbeschikking van het Rijk te voegen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.9 Monumentale kerken</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:48</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:49</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze regeling is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-50\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:50</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan, in aanvulling op de Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten, subsidie verlenen voor het fysiek in stand houden van monumentale kerken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:51</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bestaat uit een geldelijke bijdrage voor het in stand houden van monumentale kerken in aanvulling op de door het rijk op grond van het Brim verleende subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 25% van de door het rijk op grond van het Brim vastgestelde instandhoudingskosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verleend als voor de activiteit door het rijk subsidie is verleend op grond van het Brim.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college verstrekt subsidieontvanger jaarlijks een voorschot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na afloop van de vaststelling door het rijk op grond van de Brim stelt het college de (gemeentelijke) subsidie vast op grond van de afrekening door het Rijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie dient aanvrager een afschrift van de vaststellingsbeschikking van het Rijk te voegen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.10Revolverend fonds monumenten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:53</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:54</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze regeling is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:55</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor buitengewoon onderhoud of restauratie van gemeentelijke monumenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:56</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bestaat uit een geldelijke lening voor het verbeteren van de staat van onderhoud en restauratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor onderhoudskosten verlopen via een lening tot 100% van de kosten, te vermeerderen met de bijkomende kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:57</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt slechts verleend als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: het dient te gaan om een door de gemeente aangewezen monument in de zin van de Erfgoedverordening; aanvrager dient voldoende zakelijk gerechtigde van het monument te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag om verlening van subsidie dient aanvrager alle gegevens te overleggen die nodig zijn om voldoende inzicht in de uitvoering van de werkzaamheden te krijgen. In elk geval worden de volgende gegevens overgelegd: het aanvraagformulier; een gespecificeerde begroting van de kosten of een offerte van de kosten; rapport van de monumentenwacht; en een beschrijving hoe de voorgenomen werkzaamheden zullen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na het besluit tot het verlenen van de subsidie dient aanvrager een ingevuld en van gevraagde bijlagen voorzien aanvraagformulier SVN(Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten) in te dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager dient overeenkomstig het bijgevoegde onderhoudsplan het monument gedurende de looptijd van de lening in goede staat van onderhoud te houden en lid te zijn van Monumentenwacht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:58</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan afwijken van de behandelvolgorde indien herstel dringend vereist is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.11 Geluidreducerende maatregelen kamerverhuurpanden</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:59</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-60\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:60</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:61</span><span class=\"lf-art-t\">Te subsidiëren activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:62</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:63</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:64</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.12 Subsidie Vastgoedverbetering Vishoek, Hoekstraat en Muurstraat</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:65</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerk: hoofdgebouw aan de straatzijde op één duidelijk bouwvlak of kadastraal perceel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Projectkosten: bouwkosten alsmede bijkomende kosten (opstellen verbeterplan, ontwerpkosten procedurekosten, advies- en begeleidingskosten en btw voor zover niet aftrekbaar).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:66</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze regeling is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:67</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college verleent subsidie voor het verbouwen of bouwkundig verbeteren van panden naar woningen met eventueel gedeeltelijke bedrijfsfunctie in de aangewezen delen van de Vishoek, Hoekstraat en Muurstraat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:68</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 25 procent van de projectkosten tot maximaal € 25.000 per te verbeteren of op te richten bouwwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:69</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt slechts verleend als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het pand moet liggen in de Vishoek, Hoekstraat en Muurstraat zoals aangegeven op de bijbehorende kaart;</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de gesubsidieerde activiteit moet het pand bestaan uit: in elk geval zelfstandige woningen van minimaal 50 m2 gebruiksoppervlakte (GO) bewoond door één huishouden; en op de begaande grond eventueel bedrijfsruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpassingen moeten bestaan uit gebruikelijke bouwkundige aanpassingen en worden uitgevoerd in algemeen aanvaarde goede uitvoeringskwaliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het casco en de funderingen moeten indien nodig worden aangepakt conform de bijlage technische voorwaarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvrager dient eigenaar van gebouwen te zijn of huurder of beheerder van de gebouwen terwijl hij beschikt over een akkoordverklaring van de eigenaar voor de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mag niet met de uitvoering zijn begonnen voordat op de subsidieaanvraag is beslist, uitgezonderd aanvang werkzaamheden in de periode 1 januari 2016 tot en met een maand na inwerkingtreding van deze regeling;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden overgelegd: een realistische en gespecificeerde begroting opgesteld door een voldoende gecertificeerd bureau van de kosten of een realistische en gespecificeerde offerte van de kosten; een gespecificeerd en gedetailleerd verbeterplan conform de bijlage technische voorwaarden; een bouwkundige opname van het pand conform NEN 2767; een situatietekening op schaal; tekeningen van de ‘bestaande situatie’ en de ‘nieuwe situatie’ conform de eisen uit de Wabo aanvraag aspect bouwen; indien een omgevingsvergunning is vereist de vergunningen of een zo goed als complete aanvraag; de schriftelijke akkoordverklaring van de eigenaar in het geval de aanvrager huurder of beheerder is.</div>\n<p class=\"lf-p\">Als de werkzaamheden deel uitmaken van de onderneming van aanvrager of eigenaar een ingevulde en getekende De-minimisverklaring.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan de subsidie intrekken indien blijkt dat de werkzaamheden niet binnen 1 jaar na de datum van verlening van de subsidie zijn uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Voor de aanvraag om vaststelling van de subsidie dient aanvrager: schriftelijk de werkzaamheden gereed te melden; te beschikken over alle vereiste vergunningen en te voldoen aan de daarvoor geldende regelgeving voor de uitgevoerde werkzaamheden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Voor de definitieve vaststelling van de subsidie dient de gemeente de gereedmelding voor akkoord te hebben geïnspecteerd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:70</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voorschotten worden verstrekt op vertoon van een rekening van een aannemer of voor de kosten horend bij een gedeelte dat is gereed gemeld.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er wordt tot maximaal 60% van het verleende subsidiebedrag aan voorschotten verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indiende de activiteiten tevens worden gefinancierd via de SVN wordt er geen voorschot verstrekt maar wordt na de vaststelling van de subsidie de voor de activiteiten lopende lening verminderd met het vastgestelde subsidiebedrag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:71</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst afgehandeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij gecombineerde aanvragen over meerdere percelen mogen de bijkomende projectkosten worden verdeeld over de verschillende percelen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bij artikel 8:69 lid 1 sub d in Paragraaf 8.12 (Subsidie Vastgoedverbetering Vishoek-Hoekstraat-Muurstraat) van de Nadere regels Subsidies Gemeente Groningen Bijlage (bij artikel 8:69 lid 1 sub d in Paragraaf 8.12 (Subsidie Vastgoedverbetering Vishoek-Hoekstraat-Muurstraat) van de Nadere regels Subsidies Gemeente Groningen) Toelichting bij hoofdstuk 8 Nadere regels subsidies gemeente Groningen Toelichting paragraaf 8.1 Artikelsgewijze toelichting Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk9Onderhoud en beheer openbare ruimte (RO/EZ)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 9.1Monumentale houtopstand</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9:2</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze regeling is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor het treffen van maatregelen die noodzakelijk zijn voor instandhouding van monumentale houtopstand. In dat kader kan het college subsidie verlenen voor het treffen van maatregelen voor de instandhouding van monumentale houtopstand op particulier terrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9:4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 50% van de door het college vast te stellen subsidiabele kosten met een maximum van € 1000,--.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9:5</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verleend als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: het dient te gaan om maatregelen voor onderhoud aan een monumentale houtopstand; het dient te gaan om een monumentale houtopstand op particulier terrein; aanvrager dient krachtens zakelijk recht bevoegd te zijn om over de monumentale houtopstand te beschikken; de maatregelen dienen noodzakelijk te zijn voor instandhouding van de monumentale houtopstand; er dient de afgelopen 15 jaar niet eerder subsidie verstrekt te zijn voor de betreffende monumentale houtopstand; de houtopstand dient binnen een door de raad aangewezen stadsvernieuwingsgebied te liggen en er dient niet met het werk begonnen te zijn voordat op de aanvraag is beslist, behoudens wanneer het college schriftelijke toestemming heeft gegeven om eerder te beginnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkzaamheden dienen door een erkend boomverzorgingsbedrijf te worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden overgelegd: vermelding van de monumentale houtopstand waarvoor subsidie wordt aangevraagd, verduidelijkt door een tekening of foto; een overzicht van de te treffen maatregelen; een gespecificeerde offerte van een erkend boomverzorgingsbedrijf.</p></div>", "next": 239933}