{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor een detectorverbod geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zich anders dan met een vergunning van het college met een metaaldetector te bevinden op de onder het eerste lid bedoelde terreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene aan wie ingevolge artikel 39 en 40 van de Monumentenwet 1988 een opgravingsvergunning is verstrekt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 7 Verstrooiing van as</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-571\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-572\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verboden plaatsen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Incidentele asverstrooiing is verboden op: verharde delen van de weg; gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; speelweiden en andere terreinen bestemd voor spel of sport.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaats vindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het in het eerste lid bedoelde verbod uit het eerste verbod, behoudens voor zover het betreft de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-573\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hinder of overlast</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 8 Lijkbezorging</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-581\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdvak voor begraven e.d</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een lijk naar de begraafplaats te vervoeren, te begraven of urnen met asbus bij te zetten buiten het tijdvak van 08.00 uur tot 16.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet in situaties, waarin artikel 6 van de Wet op de Lijkbezorging of artikel 13 van de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekte-oorzaken van toepassing is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-582\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Onbetamelijk gedrag op een begraafplaats</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden op een begraafplaats nodeloos rumoer te maken of zich anderszins onbetamelijk te gedragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-583\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een ieder is verplicht de aanwijzingen op te volgen, die door of namens de rechthebbende op een begraafplaats gegeven worden met betrekking tot het uitvoeren van werkzaamheden of in het belang van de orde en rust op de begraafplaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-584\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Plaatsen grafzerken e.d</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning van het college op een begraafplaats een grafkelder of graftuin aan te leggen, een gedenkteken, zerk of kruis te plaatsen of een boom of ander gewas te planten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-585\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Onderhoud objecten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechthebbende op een in artikel 5.8.4 genoemd object op een begraafplaats is verplicht dit naar behoren te onderhouden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 9 Toezicht op evenementen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-591\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke, al dan niet tegen betaling, voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: bioscoopvoorstellingen; markten als bedoeld in artikel 160, lid 1, sub h, Gemeentewet; kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.1.2.1, 2.1.4.1 en 2.1.4.2, van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder evenement wordt mede verstaan een herdenkingsplechtigheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-592\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Evenement en evenementenvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: de openbare orde; het voorkomen of beperken van overlast; de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen de zedelijkheid of gezondheid de ruimtelijke en/of karakteristieke structuur en (bebouwde) waarden en het woon- en leefklimaat van de stad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in de vorige leden bepaalde geldt niet voor muziek- en zanggezelschappen die in Maastricht zijn gevestigd en bij de gemeente Maastricht zijn geregistreerd, voor zover zij een voor publiek toegankelijke muziekuitvoering geven. In dat geval moet daarvan ten minste twee weken voordat dit gehouden wordt, kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-593\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Ordeverstoring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-593a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3a</span><span class=\"lf-art-t\">Wanordelijkheden bij evenementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.”</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezichthouders</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aangewezen personen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden woningen normale omstandigheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3a</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden woningen in noodsituaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekend gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op dat tijdstip worden ingetrokken: de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Maastricht, vastgesteld bij besluit van 4 juli 1989, zoals deze sedertdien is gewijzigd; en de Algemene Politieverordening voor Maastricht 1978.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningen en ontheffingen -hoe ook genaamd- verleend krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven -indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken- na inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven -indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken- na inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing -hoe ook genaamd- op grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvrage is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een vergunning of ontheffing -hoe ook genaamd- van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste, vergunning of ontheffing, indien deze aanvrage ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van toepassing: gedurende acht weken na het in werking treden van deze verordening; ook na de onder a. bepaalde termijn, voorzover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De intrekking van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening kan worden aangehaald als \"Algemene plaatselijke verordening Maastricht 2006\" dan wel \"apv\" of “APV”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsbesluiten van de Burgemeester</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende, dat hij op grond van het bepaalde in artikel 2.1.5.1. van de Algemene Plaatselijke Verordening bevoegd is te beslissen op een aanvraag voor een terrasvergunning bij een horecagelegenheid; dat het wenselijk is met betrekking tot de uitoefening van die bevoegdheid beleidsregels als bedoeld in Titel 4.3. van de Algemene wet bestuursrecht vast te stellen; gelet op de artikelen 2.1.5.1. van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vast te stellen als beleidsregel als bedoeld in titel 4.3 van de Awb, de door de Burgemeester op 22 januari 2003 vastgestelde nota actualisering terrassenbeleid, alsmede de Horecanota Maastricht 1997-2005 (raadsbesluit van 3 december 1996) voorzover deze beleidsregels bevat voor de verstrekking of weigering van terrasvergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In te trekken het besluit van 22 januari 2003 houdende vaststelling van de beleidsregel terrassen op grond van Artikel 2.3.1.2. APV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslissingsbevoegdheid uitgifte terrasvergunningen te mandateren aan Hoofd afdeling stadstoezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondertekening terrasvergunningen te mandateren aan hoofd stadstoezicht en navolgende in de terrasvergunning op te nemen: Burgemeester van Maastricht Namens deze, hoofd afdeling stadstoezicht Maastricht, 26 januari 2004 De Burgemeester van Maastricht, Drs. G.B.M. Leers Artikel 2.3.1.2, derde lid DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT, Overwegende, dat het op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verboden is zonder vergunning van de burgemeester een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste lid onder a, sub 3 van de APV te exploiteren; dat de vergunning op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2, derde lid, van de APV uitsluitend aan natuurlijke personen kan worden verleend, persoonsgebonden is en niet kan worden overgedragen; dat de burgemeester op grond van artikel 2.3.1.2, derde lid, van de APV kan bepalen dat de vergunning ten aanzien van bepaalde categorieën inrichtingen slechts aan één natuurlijk persoon kan worden verleend; dat voor de coffeeshops een stelsel van een afnemen maximum geldt, inhoudende dat geen nieuwe inrichtingen worden toegelaten en het huidige aantal door onder meer het staken van de exploitatie, sluiting van de inrichting, of intrekking van de vergunning dienovereenkomstig vermindert; dat het hanteren van dit stelsel van een afnemend maximum zijn grondslag vindt in de bescherming van het woon- en leefklimaat, opdat het niet toelaten van nieuwe vestigingen er toe zal leiden dat het aantal inrichtingen uiteindelijk in het belang van het woon- en leefklimaat omlaag zal gaan; dat het met het oog op dit gehanteerde stelsel van het afnemend maximum niet wenselijk is een vergunning op naam van meer dan één natuurlijk persoon te verlenen; gelet op artikel 2.3.1.2, derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT:</p>\n<p class=\"lf-p\">TE BEPALEN: dat de vergunningen van coffeeshops enkel aan één natuurlijk persoon kunnen worden verleend. dat het bepaalde onder 1 niet geldt voor de vergunninghouders van de coffeeshops welke reeds een coffeeshop exploiteerden op 30 november 2009, zijnde de datum van inwerkingtreding van de betreffende APV- bepaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 20 januari 2010 De Burgemeester van Maastricht, Drs. J.H.H. Mans</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3.1.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT, Overwegende,dat het op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verboden is zonder vergunning van de burgemeester een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste lid onder a, sub 3 van de APV te exploiteren; dat onder inrichting als bedoeld in genoemd artikel wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke ruimte waar bedrijfsmatig, al dan niet door middel van een automaat, eetwaren en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; dathet vooralsnog de bedoeling is met dit vergunningstelsel de overlast rond en nabij de zogenaamde coffeeshops/theehuizen als gevolg van de handel in en gebruik van verdovende middelen tegen te gaan; datonder de begripsomschrijving niet alleen coffeeshops/theehuizen vallen, maar ook andere soorten inrichtingen, waarvan vooralsnog gesteld kan worden dat zich ten aanzien daarvan (nog) geen overlastproblemen als gevolg van drugshandel en -gebruik voordoen; dat de burgemeester krachtens artikel 2.3.1.3 van de APV bij openbaar bekend te maken besluit kan bepalen dat de vorenbedoelde vergunningplicht niet geldt voor een of meer nader aan te duiden soorten inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer aangewezen gedeelten van de gemeente; dat op 3 mei 1994 derhalve een vrijstellingsbesluit is genomen door de burgemeester; dathet sinds 30 november 2009 op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2 van de APV eveneens verboden is zonder vergunning van de burgemeester een afhaalbedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste lid onder a, sub 4 van de APV te exploiteren; dat dit vrijstellingsbesluit daartoe laatstelijk gewijzigd is op 20 januari 2010; datdoor de gemeenteraad van Maastricht is bij besluiten van 20 december 2005, 17 april 2007, 26 juni 2007 en 18 november 2008 nieuw coffeeshopbeleid is vastgesteld en nader is uitgewerkt en onder meer besloten is tot het nemen van locatiespecifieke maatregelen om overlast tegen te gaan; datten behoeve van die overlastbeperkende maatregelen de indeling van de coffeeshops mogelijk verandert waardoor sprake zou kunnen zijn van een eventuele verruiming van het vloeroppervlak van de coffeeshops; dat deze verruiming van het vloeroppervlak in het kader van het hierboven genoemde nieuwe coffeeshopbeleid wordt toegestaan; dat er inmiddels ook een rookverbod in horecalokaliteiten van kracht is ingevolge de Tabakswet, welk rookverbod strijdig is met het gedoogbeleid ten aanzien van coffeeshops die juist zijn bedoeld voor het nuttige van cannabis onder voorwaarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">datook om die reden verbouwingen in de coffeeshops onder voorwaarden dienen te worden toegestaan; dathet uitvoeringsbesluit ex artikel 2.3.1.3 daarom moet voorzien in een mogelijkheid om de inrichtingen van coffeeshops hierop aan te passen; datonverlet het voorgaande het stelsel van het afnemend maximum blijft gelden; gelet op artikel 2.3.1.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening:</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT: het op grond van artikel 2.3.1.3 vastgestelde uitvoeringsbesluit te wijzigen, zodanig dat dit als volgt zal luiden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>dat het gestelde in artikel 2.3.1.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening niet geldt voor de volgende soorten inrichtingen in de gehele gemeente: alle inrichtingen als bedoeld in artikel 2.3.1.1 eerste lid, onder a, sub 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening, zulks met uitzondering van coffeeshops, theehuizen, en dergelijke, onder welke benaming dan ook;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>dat de onder 1 geformuleerde vrijstelling slechts geldt voor zover de daar bedoelde inrichtingen reeds bestonden en feitelijk in exploitatie waren op 8 december 1993, zijnde de datum van inwerkingtreding van de zogenaamde overlastbepalingen in de APV;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>dat het gestelde in artikel 2.3.1.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening niet geldt voor de inrichtingen als bedoeld in artikel 2.3.1.1 eerste lid, onder a, sub 4 van de Algemene Plaatselijke Verordening, voor zover deze reeds bestonden en feitelijk in exploitatie waren op 30 november 2009, zijnde de datum van inwerkingtreding van de vergunningplicht voor afhaalbedrijven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>dat nieuwe vestigingen, onverminderd het hierboven onder 1 en 2 bepaalde, vergunningplichtig zijn en blijven, waarbij onder nieuwe vestigingen mede wordt verstaan, een op 8 december 1993 bestaande onderneming: * die op of na genoemde datum door een andere exploitant is of wordt overgenomen; * die op of na genoemde datum wordt verbouwd c.q. gewijzigd en waarbij de totale oppervlakte van de vergunde inrichting wordt vergroot; * waarvan het gebruik op of na genoemde datum is of wordt gewijzigd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>dat onder nieuwe vestiging als bedoeld in onderdeel 4 van dit besluit niet wordt verstaan een coffeeshop die conform het door de gemeenteraad vastgestelde coffeeshopbeleid met toestemming wordt verbouwd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 21 september 2010 De Burgemeester van Maastricht, Drs. J.H.H. Mans.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2313e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3.1.3e</span><span class=\"lf-art-t\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende, dat het op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2. van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verboden is zonder vergunning van de Burgemeester een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1., eerste lid, onder a, sub 3, van de APV te exploiteren; dat onder inrichting als bedoeld in genoemd artikel wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke ruimte waar bedrijfsmatig, al dan niet door middel van een automaat, eetwaren en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; dat het op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.3e, eerste lid, van de APV de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1., eerste lid, onder a, sub 3, verboden is andere personen dan ingezetenen in de inrichting toe te laten of daarin of aldaar te laten verblijven; dat zij die hun werkelijke woonplaats in Nederland hebben als ingezetenen worden aangemerkt; dat het vooralsnog de bedoeling is met het bepaalde in artikel 2.3.1.3e APV de overlast rond en nabij de zogenaamde coffeeshops/theehuizen als gevolg van de handel in en gebruik van verdovende middelen tegen te gaan; dat onder de begripsomschrijving echter niet alleen coffeeshops/theehuizen vallen, maar ook andere soorten inrichtingen; dat de Burgemeester kan bepalen dat het gestelde in artikel 2.3.1.3e, eerste lid, APV niet geldt voor een of meer in dat besluit aangeduide soorten inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op artikel 2.3.1.3e, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening, BESLUIT:</p>\n<p class=\"lf-p\">TE BEPALEN: dat het gestelde in artikel 2.3.1.3e, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening niet geldt voor de volgende soorten inrichtingen in de gehele gemeente; alle inrichtingen als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste lid, onder a, sub 3 van de APV, zulks met uitzondering van coffeeshops, theehuizen en dergelijke, onder welke benaming dan ook.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 13 juli 2006 De Burgemeester van Maastricht, Drs. G.B.M. Leers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekendgemaakt: 26 juli 2006, Maaspost Inwerkingtreding: 27 juli 2006</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3.1a</span><span class=\"lf-art-t\">3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het bepaalde in artikel 2.3.1a.3, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vast te stellen als maximum aantal smart- head- en growshops waarvoor vergunning kan worden verleend: 26 Welk maximum wordt bepaald conform bijgaand overzicht van smart- head- en growshops dat op het moment van inwerkingtreding van paragraaf 1a “Toezicht op smart- head- en growshops” (12 november 2003) in exploitatie is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester van Maastricht, Drs. G. Leers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzicht smart/head/growshops Smart/headshops:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mirakle Hoenderstraat 4 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Passe-par-tout Hoenderstraat 14 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Yangtze Minckelersstraat 4 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sirius Smart sounds Oude Tweebergenpoort 7a 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mercurius Brusselsestraat 4a 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vision Brusselsestraat 8 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sparkle Brusselsestraat 16 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Big Bud Grote Gracht 59 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sfeergalerie Imagine Kleine Gracht 19a 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sens Kleine Gracht 33 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sirius Smart Gallery Rechtstraat 47a 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spirit Stationsstraat 28 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mediatheek Kleine Gracht 14 Growshops:</p>\n<p class=\"lf-p\">14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organic Earth Brusselsestraat 83 15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Green Spot Clavecymbelstraat 1 16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Flower Power 2000 Volksplein 13 17.</p>\n<p class=\"lf-p\">Top Shop Fort Willlemweg 12b 18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bertha's Fort Willemweg 12c 19.</p>\n<p class=\"lf-p\">Master Agro Materialen (MAM) Sandersweg 90 20.</p>\n<p class=\"lf-p\">Biovision/Growside Galjoenweg 81 21.</p>\n<p class=\"lf-p\">Growside Hoogbrugstraat 32 22.</p>\n<p class=\"lf-p\">Q en Q company Parallelweg 101 A04 23.</p>\n<p class=\"lf-p\">Limbo Grow Adelbert van Scharnlaan D5 24.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groenland Koning Clovisstraat 3 25.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lucky Bud Frankenstraat 200 26.</p>\n<p class=\"lf-p\">Seeds of Passion Grote Gracht 40 Wijziging Gebruiksinstructie gebiedsontzeggingen Artikel 2.4.25 APV Inleiding Bij besluit van 26 juni 2007 heeft de gemeenteraad van Maastricht een gewijzigd artikel 2.4.25 inzake gebiedsontzeggingen opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).</p>\n<p class=\"lf-p\">De tekst van dit artikel luidt:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of - veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan door de politie-ambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">a)</span>de burgemeester aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het eerste lid, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">b)</span>de burgemeester aan de persoon, aan wie eerder een verbod als bedoeld onder a is opgelegd, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes maanden, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd;</div>\n<p class=\"lf-p\">De burgemeester beperkt het in het tweede lid, onder a en b genoemde verbod of de daarin genoemde termijn indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij besluit van 17 juli 2007heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht op grond van het eerste lid van dit artikel een gebied aangewezen. De aanwijzing heeft als gevolg dat personen in dat gebied door politieambtenaren bevolen kan worden zich onmiddellijk te verwijderen, indien dit in het belang is van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of -veiligheid of de gezondheid of zedelijkheid. Dit is het zogenoemde verwijderingsbevel. De burgemeester kan ingevolge artikel 2.4.25, tweede lid van de APV aan personen aan wie ten minste een maal een verwijderingsbevel dan wel eerder een gebiedsontzegging is gegeven een verbod opleggen om zich gedurende een daarin genoemde termijn te bevinden in het door het college vastgestelde gebied. Dit is de zogenoemde gebiedsontzegging. De burgemeester heeft bij besluit van 17 juli 2007 een gebruiksinstructie vastgesteld, waarin wordt geregeld hoe met de bevoegdheid wordt omgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding wijziging In Maastricht is regelmatig gebruik gemaakt van deze bevoegdheid. Tot op heden is dit instrument enkel toegepast ten aanzien van de bij de politie bekende dealers en gebruikers van verdovende middelen. Het is een effectief instrument gebleken, dat in (strafrechtelijke) procedures veelal de juridische toets heeft doorstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de start van de toepassing in augustus 2007 tot januari 2010 zijn er meer dan 800 registraties gedaan, waaronder dus de verwijderingsbevelen en opgelegde gebiedsontzeggingen. Gebleken is ook dat het veelal gaat om notoire “plegers” die vaak recidiveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is het wenselijk om dit instrument ook te kunnen toepassen ten aanzien van andere doelgroepen waar dit in het belang van de openbare orde noodzakelijk is. Zo zal dit een effectief middel kunnen zijn in het kader van de overlastbestrijding, waar andere middelen niet goed hebben gewerkt. Voorgesteld wordt om dit middel te gaan inzetten in het kader van de aanpak van bij de politie bekende overlastverstoorders in de openbare ruimte (zoals bijvoorbeeld op het Plein 1992, waar reeds lange tijd sprake is van een ernstige overlastsituatie) en bij de politie bekende overlastveroorzakers die deel uitmaken van het uitgaanspubliek in de weekends.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging Om bovengenoemde redenen verdient het aanbeveling om in geval van recidive de duur waarvoor een gebiedsontzegging wordt opgelegd te verlengen. Rekening houdend met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit wordt een oplopende duur gehanteerd bij (herhaalde) recidive. Er wordt uitgegaan van een afschrikkende werking bij een langere duur, die er wellicht toe leidt dat de doelgroep van drugsrunners de stad helmaal niet meer opzoekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wordt het aantal doelgroepen waarop dit instrument kan worden toegepast uitgebreid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarmee wordt de gebiedsontzegging van toepassing op vier doelgroepen, nl: dealer of gebruiker van verdovende middelen als bedoeld in de Opiumwet; dak- en thuisloze; overlastveroorzaker in de openbare ruimte; overlastveroorzaker in het uitgaanspubliek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het moet wel bij alle 4 doelgroepen gaan om personen die als zodanig bij de politie bekend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laatste doelgroep (overlastveroorzaker in het uitgaanspubliek) veroorzaakt overlast op bepaalde (uitgaans-) momenten in een relatief klein gebied, te weten het uitgaanscentrum van de stad. Om die reden wordt voorgesteld om voor deze gebiedsontzeggingen een andere duur te hanteren dan bij de andere drie doelgroepen, aangezien de overlast en openbare ordeverstoringen met name in de periode rondom het weekend plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens wordt voorgesteld om deze gebiedsontzeggingen van toepassing te doen zijn op een kleiner gebied, aangezien deze situaties zich doorgaans voordoen in het uitgaanscentrum van de stad, hetgeen deel uitmaakt van het door Burgemeester en Wethouders aangewezen gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewijzigde gebruiksinstructie Voorwaarden individuele gebiedsontzeggingen Degene die een overtreding, misdrijf of openbare orde verstorende handeling pleegt als hierna onder II genoemd (hierna: de overtreder), moet bij de politie bekend zijn als: dealer of gebruiker van verdovende middelen als bedoeld in de Opiumwet; dak- en thuisloze; overlastveroorzaker in de openbare ruimte; overlastveroorzaker in het uitgaanspubliek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd indien: aan de overtreder tenminste eenmaal een verwijderingsbevel als bedoeld in artikel 2.4.25, eerste lid, APV is gegeven, of aan de overtreder eerder een gebiedsontzegging ex artikel 2.4.25, tweede lid, APV is gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overtreder wordt gehoord over zijn belang om in het aangewezen gebied aanwezig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn verklaring wordt schriftelijk vastgesteld en toegevoegd aan het proces-verbaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Of iemand een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, zal door betrokkene zelf moeten worden aangetoond. Doorgaans zal het daarbij gaan om belangen in de persoonlijke sfeer, zoals wonen, werken, het bezoek aan een huisarts, advocaat of hulpverleningsinstanties.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Indien de overtreder kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, worden het gebied of de tijden waarop het verbod van toepassing is dienovereenkomstig aangepast. In de gebiedsontzegging wordt aangegeven welke instanties in dat geval mogen worden bezocht en hoe betrokkene deze kan bereiken.</div>\n<p class=\"lf-p\">In het besluit tot opleggen van een gebiedsontzegging wordt gemotiveerd aangegeven op welk feit of feiten de gebiedsontzegging is gebaseerd, alsmede voor welk tijdvak en gebied de ontzegging geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gebiedsontzegging wordt gemotiveerd aangegeven waarom de gebiedsontzegging voor die duur wordt opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een gebiedsontzegging wordt opgelegd terwijl er al een gebiedsontzegging geldt, gaat de nieuwe gebiedsontzegging in na afloop van de eerder opgelegde gebiedsontzegging, tot een maximum van zes maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van een bij de politie bekende overlastveroorzaker in het uitgaanspubliek wordt de gebiedsontzegging opgelegd voor het horecaconcentratiegebied, zijnde een klein deel van het door Burgemeester en Wethouders in het kader van artikel 2.4.25 aangewezen gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. Strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen Bij de volgende strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen binnen het aangewezen gebied wordt een gebiedsontzegging gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van recidive is er in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast en/of het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat voldoende reden om een gebiedsontzegging voor een langere duur op te leggen. Immers de overtreding is dan binnen een relatief korte tijd reeds voor de tweede of meerdere keer begaan, waardoor de noodzakelijkheid in het belang van de openbare orde aanwezig is. Uit proportionaliteitsoogpunt wordt een oplopende duur gehanteerd, afhankelijk van de hoeveelste constatering het betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">IV. Mandaat De burgemeester mandateert de uitoefening van zijn bevoegdheid tot het opleggen en uitreiken van gebiedsontzeggingen aan de chef van het politiedistrict Maastricht met de mogelijkheid van ondermandaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitoefenen van de bevoegdheid neemt de districtschef de gebruiksinstructie in acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De chef van het politiedistrict Maastricht houdt van de toepassing van de gebiedsontzeggingen een adequate registratie bij. De districtschef rapporteert de burgemeester per maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding Deze gebruiksinstructie treedt in werking op de dag na bekendmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 1 juli 2010 De Burgemeester van Maastricht, Drs. J.H.H. Mans Datum publicatie De Ster: 16 juli 2010 Datum publicatie Gemeenteblad: 19 juli 2010 onder nummer C68-2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding: 17 juli 2010</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">De Burgemeester van Maastricht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende: dat de gemeenteraad hem bij besluit van 21 januari 2003 de bevoegdheid heeft gegeven om bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied; dat uit de Veiligheidsmonitor voor de gemeente Maastricht blijkt dat een groot gedeelte van de burgers zich onveilig voelt; dat deze onveiligheidsgevoelens onder meer samenhangen met het grote aantal buitenlandse drugstoeristen dat de stad bezoekt, dat bij een deel van deze drugstoeristen in het verleden bij fouilleeracties wapens zijn aangetroffen; dat regelmatig in de Maastrichtse horeca, dan wel in de directe nabijheid daarvan, incidenten plaatsvinden die politieoptreden noodzakelijk maken; dat ook in bepaalde wijken sprake is van overlast met geweldsincidenten, om welke reden het gebied op 23 augustus 2011 ook is uitgebreid met deze wijken; dat er in de periode 1 januari 2011 tot en met 31 januari 2012 sprake is geweest van 30 vechtpartijen waarbij bij 4 ervan een wapen is gebruikt en er 10 zware mishandelingen zijn geregistreerd, waarvan 5 met gebruikmaking van een wapen; dat er in die periode 2 pogingen tot doodslag zijn geregistreerd waarvan 1 met gebruikmaking van een wapen en daarnaast 68 bedreigingen zijn geregistreerd, waarbij bij het merendeel sprake is geweest van mondelinge dreiging met wapens; dat gebleken is dat een deel van de in Maastricht aanwezige buitenlandse drugstoeristen wapens bij zich heeft; dat tijdens preventief fouilleeracties in 2011 in totaal tijdens preventief fouilleeracties 122 wapens zijn aangetroffen; dat het effect van de aanwijzing als veiligheidsrisicogebied en de daaruit voortvloeiende acties preventief fouilleren inmiddels is aangetoond; dat overige maatregelen zoals cameratoezicht en de inzet van een politie-biketeam niet hebben geleid tot een reductie van het wapengebruik; dat hiermee de noodzaak voor een verlenging van de aanwijzing als veiligheidsrisicogebied wordt aangetoond, welke noodzaak opnieuw een duur van de aanwijzing van zes maanden rechtvaardigt; dat er overleg gevoerd is met de Officier van Justitie en dat deze heeft ingestemd met dit besluit; gelet op artikel 2.9.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht (APV) en de eerdere aanwijzingen als veiligheidsrisicogebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">1a. binnen de gemeente Maastricht een gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water: de Noorderbrug, de Frontensingel, de Statensingel, het Koningin Emmaplein, de Hertogsingel, het Tongerseplein, de Prins Bisschopsingel inclusief de Hubertuslaan richting de Luikerweg tot en met de kruising Aylvalaan-Pater Lemmensstraat, de John F. Kennedybrug, de John F. Kennedysingel, het Europaplein, de Sibemaweg in noordelijke richting ter hoogte van het Europaplein, de Mockstraat, de Bergerstraat, de Oostermaasweg, de Terblijterweg in westelijke richting, de Markies van Ledestraat, de Stadionweg, de Marathonweg in westelijke richting ter hoogte van de A2, de President Rooseveltlaan in zuidelijke richting tot aan de Viaductweg en de Viaductweg en Noorderbrug , Borgharenweg, Ankerkade, Galjoenweg, Fregatweg, Hoekerweg, Limmelderweg, Meerssenerweg, voetpad natuurgebied tot aan A2, dan in zuidelijke richting tot aan de Stadionweg/Marathonweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">1b. binnen de gemeente Maastricht de volgende toegangswegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven: richting België:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Bosscherweg tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Cabergerweg, de Carl Smulderssingel, de Brusselseweg tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Annalaan,de Dokter van Kleefstraat, de Via Regia tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Tongerseweg tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Cannerweg (inclusief het verbindingsgedeelte van de Bieslanderweg) tot aan de Belgische grens</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Maasboulevard tot aan de Belgische grens richting Eijsden:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Limburglaan, Hoge Weerd tot aan de grens met de gemeente Eijsden,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de A2 in zuidelijke richting vanaf het Europaplein (inclusief de daarbij behorende op- en afritten 55 en 56) tot aan de grens met de gemeente Eijsden, richting Margraten:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Akersteenweg tot aan de grens met de gemeente Margraten richting Valkenburg a/d Geul:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Bergerstraat vanaf de Oostermaasweg tot aan de grens met de gemeente Valkenburg a/d Geul, richting Meerssen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de A2/A79 in noordelijke richting vanaf de Viaductweg (inclusief de daarbij behorende op- en afritten) tot aan beider grens met de gemeente Meerssen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Meerssenerweg, Mariënwaard, Kruisdonk tot aan de grens met de gemeente Meerssen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Willem Alexanderweg, Galjoenweg, Fregatweg tot aan de grens met de gemeente Meerssen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanwijzing als bedoeld onder 1a en 1b te laten gelden voor een periode van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Dit besluit in werking te laten treden met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</div>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 13 maart 2012 De Burgemeester van Maastricht, O. Hoes Datum publicatie De Ster: 23 maart 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie Gemeenteblad: 26 maart 2012 onder nummer C11-2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum inwerkingtreding: 27 maart 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregels Stadionomgevingsverbod De Burgemeester van Maastricht Overwegende: dat er in het stadion de Geusselt voetbalwedstrijden worden gespeeld waarbij het eerste elftal van de betaald voetbalorganisatie (BVO) MVV als thuisspelende ploeg betrokken is, dan wel wedstrijden worden gespeeld georganiseerd door de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, dan wel wedstrijden worden gespeeld waarbij een (andere) betaald voetbalwedstrijd betrokken is; dat de burgemeester op grond van artikel 2.11.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de bevoegdheid heeft in het belang van de openbare orde aan een persoon schriftelijk het verbod op te leggen zich op te houden in de omgeving van het stadion; dat dit verbod kan gelden vanaf 4 uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot 4 uur na afloop van voetbalwedstrijden en voor een bepaalde periode wordt opgelegd, niet langer dan twee jaar; dat deze maatregel in het kader van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk kan zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT: vast te stellen als “beleidsregels stadionomgevingsverbod”:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stadionomgevingsverbod kan, wanneer dit in het kader van de bescherming van de openbare orde noodzakelijk is, worden opgelegd aan een persoon die daarnaast een privaatrechtelijk dan wel strafrechtelijk stadionverbod heeft gekregen, in geval van de bijlage 1 genoemde feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stadionomgevingsverbod wordt opgelegd binnen zes weken nadat een privaatrechtelijk dan wel strafrechtelijk stadionverbod wordt opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de openbare orde rondom het stadion in het geding is kan een stadionomgevingsverbod ook worden opgelegd aan een persoon die bij de politie bekend staat als openbare orde-verstoorder bij voetbalwedstrijden, maar geen privaatrechtelijk en/of strafrechtelijk stadionverbod heeft. Het verbod wordt alsdan opgelegd nadat is geconstateerd dat de persoon de openbare orde in/rondom het stadion heeft verstoord op de dag dat een wedstrijd wordt gespeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stadionomgevingsverbod wordt opgelegd in geval van de in bijlage 1 genoemde overtredingen en voor de in bijlage 1 bij die overtredingen behorende duur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stadionomgevingsverbod geldt voor alle wedstrijden binnen de daarin genoemde geldigheidsduur, ongeacht het risicoprofiel van de wedstrijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stadionomgevingsverbod dat wordt opgelegd in de onder 3 genoemde gevallen, wordt opgelegd voor de duur van 18 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de omgeving van het stadion wordt op grond van artikel 2.11.1 lid 3 van de APV verstaan het gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen, inclusief onderdoorgangen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water: de Marathonweg, Severenstraat, Heukelstraat, Ambyerstraat-Zuid, Terblijterweg, Dr. Schaepmansstraat, Kolonel Millerstraat, Kasteel Hillenraadweg, Marathonweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afbakening van het onder 7 genoemde gebied is ingegeven door problemen die zich in het verleden in en rond voetbalwedstrijden hebben voorgedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de persoon aan wie het stadionomgevingsverbod is opgelegd in het gebied waarvoor dit geldt woont of werkt, wordt het gebied zodanig aangepast dat die persoon een aanlooproute heeft naar en van diens woning of werklocatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 1 juli 2010 De Burgemeester van Maastricht, Drs. J.H.H. Mans Datum publicatie De Ster: 16 juli 2010 Datum publicatie Gemeenteblad: 19 juli 2010 onder nummer C69-2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding: 17 juli 2010 Bijlage 1 “Beleidsregels stadionomgevingsverbod”</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedraging Maanden SV Maanden SOV Overtreding van de wet ID 3 - Opgeven valse naam 3 - Voorhanden hebben en/of afsteken vuurwerk 6 - Poging tot binnendringen van het stadion 6 - Poging tot brandstichting met geringe gevaarzetting 6 6 Baldadigheid 6 - Niet voldoen aan bevel of verordening 6 6 Valsheid in geschrifte 6 - Belediging 6 - Diefstal of verduistering in of rond het stadion 6 6 Vernieling of beschadiging 6 6 Openbare dronkenschap 6 6 Overtreding van de Opiumwet 6 6 Beledigen van een ambtenaar in functie 9 6 Verkopen van toegangskaarten in strijd met de standaardvoorwaarden 9 - Bezit of verkoop illegale kaarten 9 - Opruiing 12 12 Verspreiding discriminerende uitlatingen 12 12 Huisvredebreuk/lokaalvredebreuk 12 12 Brandstichting met geringe gevaarzetting 12 12 Wederspannigheid 12 12 Bedreiging 12 12 Mishandeling 12 12 Overtreding van de Wet Wapens en Munitie 12 12 Gooien van voorwerpen 12 12 Openlijke geweldpleging met geringe gevaarzetting, gering letsel of geringe schade 12 12 Schaden aan het aanzien en/of belang van het voetbal 12 - Poging tot brandstichting met ernstige gevaarzetting 24 24 Poging mishandeling met zwaar lichamelijk letsel als gevolg c.q. zware mishandeling 24 24 Betreden van het speelveld (erfvredebreuk) 24 - Binnendringen van het stadion met geweld 24 24 Bedreiging van personen die belast zijn met de kaartcontrole of handhaven van de orde 24 24 Openlijke geweldpleging met ernstige gevaarzetting en/of ernstige schade 24 24 Vernieling met ernstige gevolgen 24 24 Afsteken van een vuurwerkbom 24 24 Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel als gevolg c.q. zware mishandeling 36 24 Betreden speelveld middels geweld 36 - Brandstichting met ernstige gevaarzetting 36 24 Poging doodslag 36 24 Deelneming aan een aanval of een vechtpartij 36 24 Mishandeling met de dood als gevolg 48 24 Doodslag 48 24 Deelneming aan aanval of vechtpartij met de dood als gevolg 48 24</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3</h3>\n<p class=\"lf-p\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT, BESLUIT: vast te stellen de volgende “Beleidsregels handhaving seksinrichtingenbeleid (Hoofdstuk 3 APV)”:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Exploitatie zonder vereiste vergunning:</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien geconstateerd wordt dat zonder vereiste vergunning een seksinrichting geëxploiteerd wordt, en de exploitatie past niet binnen het seksinrichtingen-beleid, wordt door de politie van deze illegale situatie een rapport opgemaakt ten behoeve van de gemeente. Indien de exploitant ondanks een waarschuwing van de burgemeester blijft exploiteren zal door de politie proces-verbaal worden opgemaakt. Op grond hiervan zal de inrichting conform het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV, voor onbepaalde tijd gesloten worden verklaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het geval dat de exploitatie zonder vereiste vergunning wel binnen het seksinrichtingenbeleid past wordt, op grond van een schriftelijke rapportage van de politie, betrokkene door de burgemeester aangezegd dat hij een vergunning dient aan te vragen bij een daarbij te stellen termijn. Tevens wordt aan hem medegedeeld dat exploitatie zonder vergunning niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien geen vergunning wordt aangevraagd binnen de gestelde termijn of indien op de aanvraag negatief wordt beslist, wordt de inrichting conform het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV voor onbepaalde tijd gesloten indien de exploitatie wordt voortgezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de verleende vergunning aan een seksinrichting wordt ingetrokken en de exploitatie zonder de vereiste vergunning wordt voortgezet wordt de inrichting conform het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV, voor onbepaalde tijd gesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Exploitatie is in strijd met de vergunning:</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de exploitant na het verkrijgen van de vergunning of de beheerder na zijn goedgekeurde aanstelling handelingen verricht in strijd met de gedragseisen zoals genoemd in artikel 3.2.2 APV zal de inrichting conform het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV voor bepaalde tijd gesloten worden dan wel de vergunning conform het bepaalde in artikel 3.2.4a APV worden ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien geconstateerd wordt dat de inrichting geopend is zonder dat de exploitant of de beheerder aanwezig is wordt dit schriftelijk gerapporteerd aan de burgemeester. Bij een eerste overtreding volgt een schriftelijke waarschuwing. Bij een tweede overtreding binnen een half jaar na de eerste overtreding volgt op grond van het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV, een sluiting voor de duur van 2 weken. Bij een derde overtreding binnen een half jaar na de eerste overtreding wordt de vergunning conform het bepaalde in artikel 3.2.4a APV ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer uit een schriftelijke rapportage van de politie blijkt dat de exploitant/beheerder nalatig is in het houden van toezicht dat in de inrichting geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde, wordt de exploitant schriftelijk gewaarschuwd door de burgemeester. Bij een tweede overtreding binnen twee jaar na de eerste overtreding zal de inrichting op grond van het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV, voor de duur van één maand worden gesloten. Bij een derde overtreding binnen twee jaar na de eerste overtreding zal de vergunning conform het bepaalde in artikel 3.2.4a APV worden ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer uit een schriftelijke rapportage van de politie blijkt dat de exploitant/beheerder geen toezicht houdt op het voorkomen van strafbare feiten zoals bepaald in artikel 3.2.5, lid 2 onder a zal afhankelijk van de ernst van de gepleegde strafbare feiten de exploitant schriftelijk gewaarschuwd worden, de inrichting voor bepaalde tijd gesloten (artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV) worden dan wel de vergunning worden ingetrokken (artikel.2.4a APV).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer uit een schriftelijke rapportage blijkt dat een inrichting overlast veroorzaakt wordt de exploitant schriftelijk gewaarschuwd. Wordt binnen een half jaar na de waarschuwing wederom overlast geconstateerd zal de inrichting op grond van het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV voor de duur van één maand gesloten worden. Indien binnen een jaar voor de derde keer overlast wordt veroorzaakt wordt de vergunning ingetrokken (artikel 3.2.4a APV).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de exploitatie van de inrichting in strijd met de vergunningsvoorschriften plaatsvindt wordt de exploitant eerst door de burgemeester schriftelijk gewaarschuwd. Bij een tweede overtreding binnen een half jaar na de eerste overtreding volgt op grond van het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV een sluiting voor de duur van maximaal 3 maanden. Bij een derde overtreding binnen een half jaar na de eerste overtreding wordt de vergunning ingetrokken ( artikel 3.2.4a APV).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de exploitatie van de inrichting in strijd met de nadere regels als bedoeld in artikel 3.1.3. APV plaatsvindt wordt de exploitant eerst door de burgemeester schriftelijk gewaarschuwd. Bij een tweede overtreding binnen een half jaar na de eerste overtreding volgt op grond van het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV een sluiting voor de duur van maximaal 3 maanden. Bij een derde overtreding binnen een jaar na de eerste overtreding wordt de vergunning ingetrokken (artikel 3.2.4a APV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 12 september 2000 De Burgemeester van Maastricht, Mr. Ph.J.I.M. Houben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gepubliceerd in de Maaspost d.d. 14 september 2000 Inwerkingtreding: 1 oktober 2000</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende: dat artikel 5.9.2. van de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht de burgemeester de bevoegdheid geeft om een vergunning ten behoeve van het organiseren van een evenement te weigeren; dat organisatoren van evenementen en burgers over de mogelijkheden voor het organiseren van een evenement in de openbare ruimte moeten worden geïnformeerd; dat in verband met een efficiënte en eenduidige afdoening van evenementenvergunningen gewenst is over te gaan tot het vaststellen van procedureregels, waarmee bij het in behandeling nemen van vergunningaanvragen rekening wordt gehouden;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat met deze procedureregels transparantie en helderheid vooraf wordt geboden aan een initiatiefnemer van een evenement, alsmede invulling wordt gegeven aan de beoogde tijdige bespreking van de plannen van een initiatiefnemer ruim vóór het moment van indiening van de formele vergunningsaanvraag; gelet op het bepaalde in artikel 5.9.2. van de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;</div>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT: vast te stellen de “Procedureregels evenementenvergunning gemeente Maastricht” op de navolgende wijze:</p>\n<p class=\"lf-p\">I.TOEPASSINGSBEREIK De “Procedureregels evenementenvergunning Maastricht” hebben betrekking op de organisatie van alle evenementen in het centrum van de stad Maastricht (het gebied gelegen binnen de singels) zoals nader aangegeven op de kaart zoals die als bijlage a is bijgevoegd. Het gaat dan om het gebied binnen de singels dat (globaal) wordt begrensd door de binnenkant van de singels (Wilhelminasingel, Avenue Ceramique, J.F. Kennedysingel, Hertogsingel, Bisschopsingel, Statensingel, Maagdendries, Boschstraat (inclusief Bassin), Van Hasseltkade en Wilhelminabrug). Het gebied tussen de Wilhelminasingel en het Station en een deel van de Spoorweglaan wordt eveneens tot dit gebied gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedureregels hebben tevens alleen betrekking op evenementen die geheel of gedeeltelijk plaatsvinden op de specifieke evenementenlocatie(s), zoals opgenomen in bijlage b en beschreven in de locatiematrix (bijlage c) De procedureregels zijn tot slot alleen van toepassing op evenementen die netto 1 dag of langer duren en/of een substantieel deel (&gt;50%) van de locatie(s) bezetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Beleidsregels moeten doelmatig zijn. Zij hoeven alleen te gelden daar en voor die evenementen waar de grootste risico’s van aantasting van de reputatie zijn en/of waar de meeste winst te behalen is. Daarom is de werking begrenst qua locatie als aard van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. Procedureregels; van principeaanvraag tot vergunningverlening A. Uitgangspunten Categorie evenementen Evenementen met meer dan 1000 bezoekers worden gerekend tot de categorie “grote evenementen”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informele aanvraag De grote evenementen (met meer dan 1000 bezoekers) dienen uiterlijk 6 maanden voor de aanvangsdatum van het evenement te worden aangemeld (middels indiening van een principeaanvraag tot verlening van een evenementenvergunning) bij de burgemeester van de gemeente Maastricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Formele aanvraag De formele aanvraag tot verlening van een evenementenvergunning voor grote evenementen dient tijdig, doch uiterlijk 3 maanden voor de aanvangsdatum van het evenement, te zijn ingediend bij de burgemeester van Maastricht. De formele aanvraag tot verlening van een evenementenvergunning voor evenementen met minder dan 1000 bezoekers dient tijdig, doch uiterlijk 8 weken voor de aanvangsdatum van het evenement, te zijn ingediend bij de burgemeester van Maastricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Processtappen 1. Informeel (voor)overleg organisator - gemeente Elke organisator van een evenement wordt in de gelegenheid gesteld om op informele wijze vooroverleg te plegen omtrent de organisatie van het evenement. Bij dat vooroverleg zullen de diverse afdelingen van de gemeente Maastricht worden betrokken en zal het evenement worden bezien tegen de achtergrond van de wettelijke voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overleg tussen de organisator en de gemeente kan vervolgens leiden tot de indiening van een informele aanvraag (lees: principeaanvraag). Indien een organisator direct een principeaanvraag indient, zal daarna het overleg kunnen plaatsvinden. Het (voor)overleg tussen de organisator en de gemeente is vrijblijvend en dient ter nadere invulling van het evenement. Op basis van de uitkomsten van het vooroverleg kan de organisator besluiten tot het indienen van een (informele) aanvraag tot verlening van een evenementenvergunning.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Informele aanvraag Nadat het informeel (voor)overleg tussen de organisator van evenement en de gemeente heeft plaatsgevonden, kan de organisator overgaan tot het indienen van een informele aanvraag (lees: principeaanvraag). Die aanvraag is bedoeld om – zonder de organisator onnodige kosten te laten maken – het evenement te beoordelen. De informele aanvraag (lees: principeaanvraag) voor een evenementenvergunning dient de navolgende gegevens te bevatten: a. naam en adresgegevens van de aanvrager c.q. verantwoordelijke organisatie; datum of data, tijdstippen en locatie(s) waarop het evenement wordt georganiseerd; een omschrijving van alle beoogde (deel)activiteiten (inclusief thema, programmering van artiesten en geluid); een schatting van het aantal te verwachten bezoekers; een situatieschets met eventueel te plaatsen tenten en/of andere voorzieningen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Nadat de informele aanvraag is beoordeeld en besproken, kan de burgemeester een principebesluit nemen. Dat principebesluit betekent dat – onder voorbehoud van definitieve toetsing en op basis van gegevens zoals vermeld in de principeaanvraag – door de burgemeester kan worden ingestemd met de organisatie van het evenement op een bepaalde datum (of data) en bepaalde tijdstippen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Formele aanvraag De organisator wordt in de gelegenheid gesteld om over te gaan tot indiening van een formele aanvraag (middels het daartoe beschikbare standaard aanvraagformulier evenementenvergunning).</div>\n<p class=\"lf-p\">Op de indiening en behandeling van een formele aanvraag tot verlening van een evenementenvergunning is het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De formele aanvraag (lees: officiële aanvraag) voor een evenementenvergunning dient te worden ingediend conform het daartoe ter beschikking gestelde aanvraagformulier en dient tenminste de navolgende gegevens te bevatten: a. naam en adresgegevens van de persoon, vereniging, stichting, of enig andere organisatievorm die met de daadwerkelijke organisatie van het desbetreffende evenement is belast; datum of data, tijdstippen en locatie(s) waarop het evenement wordt georganiseerd; een volledige omschrijving van alle beoogde (deel)activiteiten (inclusief thema) en programmering van artiesten; een definitieve opgave van het aantal te verwachten bezoekers; een situatieschets met daarop aangegeven de ten behoeve van het evenement af te sluiten wegen, de inrichting van het terrein, de inrichting van eventueel te plaatsen tenten en/of gebouwen, de plaats van podia, tribunes, tijdelijke terrassen, parkeervoorzieningen, alsmede alle constructietechnische en brandveiligheidtechnische gegevens van alle te plaatsen componenten; opgave van de wijze van communiceren met de omwonenden; een opgave van de gegevens met betrekking tot geluid en programmering, drankverstrekking, (commerciële) verkoopactiviteiten, toezicht en verzekering; de onderbouwing van de wijze waarop de aard en/of omvang van het evenement zich verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie; de onderbouwing van de wijze waarop de aard en/of omvang van het evenement past binnen de ruimtelijke en/of karakteristieke structuur en (bebouwde) waarden van de gemeente; j. de onderbouwing van de wijze waarop wordt gewaarborgd dat geen sprake is c.q. zal zijn van een onevenredige belasting van het woon- en/of leefklimaat in de omgeving van het evenement; alle overige voor de beoordeling van de mogelijk door c.q. vanwege het evenement veroorzaakte hinder/overlast en (brand)veiligheid benodigde gegevens;.</p>\n<p class=\"lf-p\">III. OVERIGE BEPALINGEN HARDHEIDSCLAUSULE Indien sprake is van een bijzondere, eenmalige gebeurtenis van internationaal, nationaal, provinciaal of plaatselijk belang kan de burgemeester afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels. De burgemeester houdt daarbij zoveel als mogelijk rekening met de bepalingen van deze beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">CITEERTITEL Deze procedureregels worden aangehaald als “Procedureregels in behandeling nemen en vergunningverlening evenementen gemeente Maastricht “ INWERKINGTREDING Deze procedureregels treden met ingang van 1 december 2009 in werking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door de Burgemeester van Maastricht op 17 november 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester van Maastricht, Drs. G.B.M. Leers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">, tweede lid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT:</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende: dat artikel 5.9.2. van de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht de burgemeester de bevoegdheid geeft om een vergunning ten behoeve van het organiseren van een evenement te weigeren; dat organisatoren van evenementen en burgers over de mogelijkheden voor het organiseren van een evenement in de openbare ruimte moeten worden geïnformeerd; dat in verband met een efficiënte en eenduidige afdoening van evenementenvergunningen gewenst is over te gaan tot het vaststellen van beleidsregels, waarmee bij het nemen van beschikkingen op vergunningaanvragen rekening wordt gehouden; dat wordt gestreefd naar het verlenen van vergunningen ten behoeve van evenementen die onder meer passen binnen de ruimtelijke structuur en de karakteristieke bebouwde waarden van de gemeente Maastricht en dat het gewenst is om die toetsingsgrondslag nader in te vullen; gelet op het bepaalde in artikel 5.9.2. van de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT: vast te stellen de “Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Maastricht” op de navolgende wijze:</p>\n<p class=\"lf-p\">I.TOEPASSINGSBEREIK De “Beleidsregels evenementenvergunning Maastricht” hebben betrekking op de organisatie van alle evenementen in het centrum van de stad Maastricht (het gebied gelegen binnen de singels) zoals nader aangegeven op de kaart zoals die als bijlage a is bijgevoegd. Het gaat dan om het gebied binnen de singels dat (globaal) wordt begrensd door de binnenkant van de singels (Wilhelminasingel, Avenue Ceramique, J.F. Kennedysingel, Hertogsingel, Bisschopsingel, Statensingel, Maagdendries, Boschstraat (inclusief Bassin), Van Hasseltkade en Wilhelminabrug). Het gebied tussen de Wilhelminasingel en het Station en een deel van de Spoorweglaan wordt eveneens tot dit gebied gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beleidsregels hebben tevens alleen betrekking op evenementen die geheel of gedeeltelijk plaatsvinden op de specifieke evenementenlocatie(s), zoals opgenomen in bijlage b en beschreven per locatie in de locatiematrix (bijlage c) De beleidsregels zijn tot slot alleen van toepassing op evenementen die netto 1 dag of langer duren en/of een substantieel deel (&gt;50%) van de locatie(s) bezetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Beleidsregels moeten doelmatig zijn. Zij hoeven alleen te gelden daar en voor die evenementen waar de grootste risico’s van aantasting van de reputatie zijn en/of waar de meeste winst te behalen is. Daarom is de werking begrenst qua locatie als aard van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. INHOUDELIJKE BELEIDSREGELS De aanvraag evenementenvergunning kan op grond van artikel 5.9.2., lid 2 onder e. APV Maastricht worden geweigerd in het belang van “de ruimtelijke en/of karakteristieke structuur en (bebouwde) waarden en het woon- en leefklimaat van de stad”.Elke aanvraag tot verlening van een evenementenvergunning wordt – ongeacht de grootte van het evenement – getoetst aan het bepaalde in artikel 5.9.2., lid 2 APV Maastricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien het wenselijk is om de in artikel 5.9.2., lid 2 onder e. APV Maastricht omschreven grondslag nadere (concrete) invulling te geven, is de grondslag onder te verdelen in een drietal nadere, inhoudelijke, gronden van toetsing (“toetsingsgronden”).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om de navolgende toetsingsgronden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingsgrond 1:De aard en/of omvang van het evenement dienen zich te verdragen met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingsgrond 2:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aard en/of omvang van het evenement dienen te passen binnen de karakteristieke bebouwde waarden waaraan de gemeente haar reputatie ontleent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingsgrond 3:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mag geen sprake zijn van een onevenredige belastingvan het woon- en/of leefklimaat op de locatie en/of in de directe omgeving van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het navolgende worden de toetsingsgronden nader uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitwerking toetsingsgrond 1 Aard en/of omvang van het evenement dienen zich te verdragen met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting toetsingsgrond 1 Het gaat om het respecteren van de evenementenlocatie, de cultuurhistorische/monumentale bebouwing en functies. Het gaat hierbij specifiek om:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toegankelijkheid van de (functies van) de cultuurhistorische gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zichtbaarheid vanaf de aanloopstraten van het plein en de reputatiebepalende gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Herkenbaarheid (beleefbaarheid van de locatie tijdens het evenement).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aspecten betreffen vooral de afstand tot gebouwen, de situering van hogere/massale voorzieningen op de evenementenlocatie en de (zo open mogelijke) inrichting van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toegankelijkheid is qua minimale vereisten al verankerd in de APV (minimaal 10 meter breedte in relatie tot de toegankelijkheid voor hulpdiensten). Daarbij wordt additioneel gestuurd op het niet plaatsen van hoge/massale voorzieningen voor de entree.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zichtbaarheid vanaf de aanloopstraten is gerelateerd aan de functie van het plein, plein of kade in een compacte en drukke stad, met een wirwar van smalle (en veelal) drukke straten. Het plein heeft daarin een functie van openheid en rust. De keuze om evenementen op dat plein toe te staan betekent per definitie dat gedurende die tijd hieraan afbreuk wordt gedaan. De bedoeling is echter toch om die openheid maximaal tehandhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ruimtelijke consequenties van beide regels voor de diverse locaties zijn richtinggevend uitgewerkt in de “locatiematrix”, die als bijlage 2c aan deze beleidsregels is toegevoegd en integraal deel uitmaakt van deze beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Herkenbaarheid is verbonden met de vraag hoe – als een bezoeker van een evenement op het plein is – deze kan merken dat deze specifiek op dát plein aanwezig is. Indien dat niet het geval is, is een andere locatie ook een optie (vanuit het doel de druk te spreiden), het maakt dan immers niets uit voor de herkenbaarheid. Het vorenstaande heeft alles te maken met de inrichting en het niet, c.q. - indien veiligheid dit vereist slim, minimaal - gebruik van hekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Zo gebruikt de Sjeng Kraft Kompenei voor de 11de van de 11de vanuit veiligheidsoogpunt wel hekken, maar pas nadat door een slimme inrichting optimaal gebruik is gemaakt van toch al benodigde voorzieningen. Het Struijskomitee heeft ervoor gekozen om die noodzakelijke hekken door kunstenaars te laten aankleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitwerking toetsingsgrond 2 Aard en/of omvang van het evenement dienen te passen binnen de karakteristieke bebouwde waarden waaraan de gemeente haar reputatie ontleent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting toetsingsgrond 2 Deze toetsingsgrond heeft betrekking op de synergie tussen het concept van het evenement, de aard van de locatie en de aanpalende functies. Het gaat hierbij om afstemming met en/of benutting van de culturele voorzieningen en cultuurhistorische gebouwen in de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Centraal staat hier de belevingswaarde. Op welke wijze versterken de aard van het evenement en de kenmerken (reputatie) van de locatie elkaar. Indien er geen relatie bestaat, is een evenement in principe stand alone en kan het ook elders.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van synergie wordt bepaald door de afstemming met en/of benutting van de culturele voorzieningen en cultuurhistorische gebouwen in de omgeving. Indien er immers een functionele relatie bestaat tussen het evenement en de (gebouwen/functies) rond de locatie, dan wordt de reputatie van het evenement en de locatie versterkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Het gebruik van de omliggende gebouwen bij de concerten van Rieu als onderdeel van het totaalconcept.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zo min mogelijk gebruiken van hekwerken is een aspect dat ook hier speelt. Hekken sluiten het evenement af van de omgeving. Daarom zijn hekken in principe ook niet toegestaan (bijvoorbeeld om puur commerciële redenen de eigen drankverkoop stimuleren), tenzij ze vanuit veiligheid vereist zijn. Die afweging wordt gemaakt door het Overlegorgaan Openbare Orde en Veiligheid (OOV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitwerking toetsingsgrond 3 Er mag geen sprake zijn van een onevenredige belasting van het woon- en/of leefklimaat in de omgeving van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting toetsingsgrond 3 Het beschermen en/of bevorderen van het woon- en leefklimaat in het centrum van de stad. Het gaat hierbij specifiek om:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maximale bezetting van netto 50 dagen per evenementenlocatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdige communicatie vooraf, tijdens en na (evaluatie van) een evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Instandhouding van de bereikbaarheid van het centrum voor alle modaliteiten (fiets, te voet, OV, auto).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis hiervan wordt de door de Raad vastgestelde maximale belasting van 50 dagen netto verankerd in de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de overleggen van het bestuur met de buurtkaders binnenstad wordt extra ingezet op de communicatie over evenementen (middels het Jaarprogramma). Dat gebeurt ook extra via het sturen op de communicatie voor, tijdens en na (evaluatie) een evenement: uniform, tijdig en helder voor de burger. Over wat wanneer plaatsvindt, welke maatregelen genomen zijn, wat dat betekent voor de omwonenden etc… Hiervoor is een standaard brief opgesteld die door de organisator van een evenement benut moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien verkeersmaatregelen nodig zijn, moeten deze via een heldere kaart toegelicht worden. De belanghebbende moet direct zien hoe evt. omleidingsroutes lopen, waar alternatieve parkeervoorzieningen zijn getroffen e.a. De eventueel vereiste inzet van verkeersregelaars wordt georganiseerd door, en is voor rekening van de initiatiefnemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bereikbaarheid van het centrum is ook belangrijk voor het draagvlak voor evenementen. In de uitwerking spelen een rol de instandhouding van fietstulpen en/of de compensatie als deze vanwege het evenement toch weg moeten. Dat geldt ook voor de (in principe) instandhouding van de OV- assen. Eventuele kosten zijn in beide gevallen voor rekening van de initiatiefnemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">III. OVERIGE BEPALINGEN Hardheidsclausule.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien sprake is van een bijzondere, eenmalige gebeurtenis van internationaal, nationaal, provinciaal of plaatselijk belang kan de burgemeester afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels. De burgemeester houdt daarbij zoveel als mogelijk rekening met de bepalingen van deze beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels evenementenvergunning gemeente Maastricht”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze beleidsregels treden met ingang van 1 december 2009 in werking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door de Burgemeester van Maastricht op 17 november 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester van Maastricht, Drs. G.B.M. Leers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsbesluiten van Burgemeester en wethouders</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.3.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, gelet op het bepaalde in artikel 2.1.3.1, eerste en tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN:</p>\n<p class=\"lf-p\">I.aan te wijzen als dagen en uren, gedurende welke, en als wegen of gedeelten van wegen, waarop of waaraan het verboden is gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken: de maandagen tot en met de vrijdagen na 12.00 uur, zulks onverminderd het bepaalde onder b: de wegen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stationsplein, Spoorweglaan, Stationsstraat, Wycker Brugstraat, Wilhelminasingel, Akerstraat, Rechtstraat, Hoogbrugstraat, St. Servaasbrug, Maastrichter Brugstraat, Kesselskade, van Hasseltkade, Hoenderstraat, Wilhelminabrug, Stadhuisstraat, Gubbelstraat, Kleine Gracht, Maastrichter Grachtstraat, Boschstraat, Markt, het Bat, Graanmarkt, Onze Lieve Vrouweplein, Bredestraat, Hondstraat, Maastrichter Heidenstraat, Minckelersstraat, Stokstraat, Plankstraat, Havenstraat, Maastrichter Smedenstraat, Kersenmarkt, Wolfstraat, Achter het Vleeshuis, Vijfharingenstraat, St. Amorsplein, Platielstraat, Kleine Staat, Muntstraat, Jodenstraat, Mariastraat, Grote Staat, Nieuwstraat, Spilstraat, Vrijthof, Helmstraat, Dominicanerplein, Dominicanerkerkstraat, Grote Gracht, Brusselsestraat, Koningin Emmaplein,St. Annalaan, Calvariestraat, Kommel, Oude Tweebergenpoort, Keizer Karelplein, Statenstraat, Akersteenweg, Dorpstraat, Burgemeester Cortenstraat, Ambyerstraat-Noord, Ambyerstraat-Zuid, Scharnerweg (incl. de spoorwegtunnel), Bergerstraat;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de wegen, welke uitkomen op de onder 1 genoemde wegen, over een afstand van 30 meter van die wegen; b.de zaterdagen en zondagen, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en de beide Kerstdagen, gedurende het gehele etmaal: alle openbare wegen binnen de bebouwde kom als bedoeld in artikel 1, aanhef en sub C, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht;</div>\n<p class=\"lf-p\">II. te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag, volgende op die van haar afkondiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld op 3 oktober 1989.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en Wethouders van Maastricht, De Secretaris, Mr. Dr. A. Lutters.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Mr. Ph. Houben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare kennisgeving: 31 oktober 1989.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding: 1 november 1989.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders van Maastricht, Overwegende: dat bij meerdere ondernemers de behoefte bestaat commerciële diensten aan toeristen aan te bieden op de openbare weg met gebruikmaking van diverse vervoersmodaliteiten; dat deze vormen van toeristisch vervoer een passend middel kunnen zijn om de aantrekkelijkheid van Maastricht als cultuurstad en toeristenstad te promoten; dat de verkeersveiligheid of veiligheid van personen en goederen gewaarborgd moet zijn; dat dit vervoer zo min mogelijk belasting oplevert voor het milieu; dat de overlast door de gebruikers voorkomen of beperkt dient te worden; dat dit vervoer rekening houdt met het verbeteren van de luchtkwaliteit in de binnenstad; dat het wenselijk is slechts beperkt gebruik van toeristisch vervoer in Maastricht toe te staan; dat ter regulering van deze vormen van “toeristisch vervoer” het wenselijk is beleid te ontwikkelen voor het aanbieden van commerciële diensten op de openbare weg; gelet op artikel 2.1.4.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht juncto art. 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">I. Vast te stellen de in bijlage opgenomen beleidsregels met betrekking tot het aanbieden van commerciële diensten op de openbare weg:</p>\n<p class=\"lf-p\">II. Dit besluit treedt in werking de dag volgende op die van haar bekendmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door Burgemeester en Wethouders van Maastricht in hun vergadering van 18 oktober 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, Dhr. P. Buijtels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Dhr. O. Hoes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie De Ster: 21 oktober 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie Gemeenteblad: 24 oktober 2011 onder nummer C57-2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum inwerkingtreding: 25 oktober 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, Gelezen het voorstel inzake de banierenparade Gemeente Maastricht, corr.nummer: 2011.60340;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2010 inzake de nota citybranding 2011-2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op artikel 2.1.5.1 van de APV;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de in 1990 vastgestelde procedure inzake de vlaggenparade, welke in deze nota wordt overgenomen volgens bijlage 7 van genoemd voorstel, corr.nummer: 2011.60340;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien de adviezen van de Welstandscommissie in de vergaderingen van 12 juli 2011 en 29 november 2011 inzake de evaluatie van de pilot TEFAF respectievelijk de imago versterkende citydressing voor de stad Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT vast te stellen de volgende beleidsregels:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregels Banierenparade Gemeente Maastricht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De gemeente bepaalt bij welke imago- en beleidbepalende evenementen/activiteiten, waar vlaggen en/of banieren kunnen worden gehangen;</div>\n<p class=\"lf-p\">De in aanmerking komende evenementen/activiteiten worden jaarlijks op advies van het programmateam evenementen vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in het Jaarprogramma Evenementen. Hierbij wordt gekeken naar de in de evaluatie genoemde criteria, te weten: zo terughoudend mogelijk, zoveel als mogelijk verspreid door het jaar, evenement/activiteit met een exclusief/bijzonder karakter (passend binnen stadsvisie), betrekking hebbend op imago- en beleidsversterkende evenementen/activiteiten (als bedoeld in de raadsnota evenementenbeleid) met een economische spin-off, banieren/vlaggen van een goede kwaliteit, op de daarvoor door de gemeente aangewezen plekken, op de door de gemeente bepaalde manier (soort banieren/vlaggen).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Alleen de gemeente kan dit de stad, haar inwoners, haar bezoekers en haar organisatoren aanbieden op de bruggen (Kennedybrug en Noorderbrug);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Organisatoren van de jaarlijks door het college vastgestelde evenementen/activiteiten kunnen banieren respectievelijk vlaggen, passend binnen de daarvoor gestelde criteria, aanvragen en zelf bekostigen voor de rotondes langs de toegangswegen (bijlage 3) en de binnenstad. Betreffende organisatoren kunnen dit aanvragen bij VTH op basis van artikel 2.1.5.1 APV dan wel de herbevestigde procedure van de ‘vlaggenparade’ uit 1990) (zie bijlage 7);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Maximaal 5 keer per jaar. Uitgangspunt: gedurende het evenement/de activiteit plus vijf dagen voorafgaand aan dit evenement/ deze activiteit, als aankondiging. Afhankelijk van de importantie/uitstraling van het evenement/ de activiteit kan deze voorperiode langer zijn, echter per keer niet langer dan netto 15 dagen (dus de dagen van ophangen en afhalen niet meegeteld). De mate van aankleding wordt vooraf door gemeente en organisator van het specifieke evenement bepaald (hier zijn dan 3 mogelijke locaties of combinaties daarvan mogelijk);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Ten aanzien van het gestelde onder 4 geldt een hardheidsclausule: in uitzonderlijke gevallen kan het college hiervan afwijken, weliswaar passend binnen de gestelde criteria (zie punt 2).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De toegestane grootte van de banieren wordt door de gemeente aangegeven (275 cm x 80 cm op de rotondes en bruggen);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>De vormgeving van de vlaggen/banieren wordt bij elk afzonderlijk evenement/activiteit vastgesteld volgens collegiaal advies tussen VTH, Ruimte (Ontwerp) en secretaris Welstandscommissie. Ingeval deze organisatieonderdelen er samen niet uitkomen, zal de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door Burgemeester en Wethouders van Maastricht in hun vergadering van 20 december 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, Dhr. P. Buijtels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Dhr. O. Hoes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie De Ster: 24 februari 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie Gemeenteblad: 27 februari 2012 onder nummer C8-2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum inwerkingtreding: 28 februari 2012.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, Gelet op het bepaalde in artikel 2.4.8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende: dat er in de wijken Wittevrouwenveld, Nazareth en Limmel veelvuldig overlast is als gevolg van het nuttigen van alcoholische drank op straat; dat er een aantal wijzigingen zijn bij winkelcentra zijn waar het noodzakelijk is dit verbod te laten gelden; dat de politie in Maastricht-Oost daarnaast op andere plaatsen veel meldingen krijgt betreffende overlast van jeugd, welke overlast te maken heeft met het nuttigen van alcoholhoudende dranken op straat, met name door jongeren; dat deze overlast bestaat uit het vervuilen van publieke zitgelegenheid en de omgeving daarvan, het versperren van doorgangen, het maken van misplaatste opmerkingen naar voorbijgangers en het urineren in het publieke domein; dat hierdoor de vrees bestaat voor aantasting van de openbare orde; dat de politie binnen de vigerende regelgeving geen mogelijkheden heeft hiertegen op te treden; dat gebleken is dat de opsomming van buurtwinkelcentra hierin niet correct is en derhalve aanpassing behoeft; gelet op het bepaalde in artikel 2.4.8, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN:</p>\n<p class=\"lf-p\">I. In te trekken het aanwijzingsbesluit ex artikel 2.4.8 van 31 maart 2009;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. Aan te wijzen als gebied, waarbinnen het verboden is op de weg alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben: a. het gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water: de Noorderbrug, de Frontensingel, de Statensingel, het Koningin Emmaplein , de Hertogsingel, het Tongerseplein, de Prins Bisschopsingel inclusief de Hubertuslaan richting de Luikerweg tot en met de kruising Aylvalaan-Pater Lemmensstraat, de John F. Kennedybrug, de John F. Kennedysingel, het Europaplein, de Sibemaweg in noordelijke richting ter hoogte van het Europaplein, de Mockstraat, de Bergerstraat, de Oostermaasweg, de Terblijterweg in westelijke richting, de Markies van Ledestraat, de Stadionweg, de Marathonweg in westelijke richting ter hoogte van de A2, de President Rooseveltlaan in zuidelijke richting tot aan de Viaductweg en de Viaductweg en Noorderbrug , Borgharenweg, Ankerkade, Galjoenweg, Fregatweg, Hoekerweg, Limmerderweg, Meerssenerweg, voetpad natuurgebied tot aan A2, dan in zuidelijke richting tot aan de Stadionweg/Marathonweg. b. de navolgende gebieden rond winkelcentra:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Stadsdeelcentrum Brusselsepoort: Artsenijstraat/Specerijstraat/ Factorijstraat/Mercatorplein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Brusselsepoort Oost: hoek Orleansstraat/Holsteinbastion/Menno van Coehoornstraat;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mariaberg: Volksplein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Stadsdeelcentrum Heer: De Leim/de Mandel en parkeerplaats winkelcentrum Burgemeester Cortenstraat/Raadhuisplein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum Malberg: Malbergplein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum Caberg: St.Christoffelplein/Clavecymbelstraat (ged.)/ Prestantstraat (ged.);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum Pottenberg: Terra Cottaplein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum Malpertuis: Malpertuisplein/Cantecleerstraat (ged.);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum Daalhof: Herculeshof/Minervahof/Aureliushof (ged.);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum Belfort: Keurmeestersdreef/Peymeestersdreef;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum St. Pieter: Glacisweg tussen pastoor Kribsweg en Burgemeester Ceulenstraat;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum Drijversstraat/Bosscherweg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum Amby: Ambyerstraat Noord (ged.)/Severenplein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum Heugem/Randwijck: De Beente/parkeerplaats Oeslingerbaan;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buurtwinkelcentrum De Heeg: Roserije. c. de navolgende overlastplekken jeugd, bestaande uit het gebied gelegen tussen de genoemde straten (inclusief) de genoemde straten dan wel delen daarvan:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Kerkplein Sint Willebrordusstraat: Sint Willebrordusstraat/Sint Maternusstraat/Papenweg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Kerkplein Sint Theresiaplein: Sint Theresiaplein/d`Artagnanlaan;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Parkje Jekerdal: Meesenbroekweg/Bieslanderweg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Waldeckpark: Champs Elyseesweg/Prins Bisschopsingel/Tongerseweg/Bieslanderweg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Speelterrein Appiushof: Appiushof/Aventijnhof;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>JOP/SPOT Aureliushof: Aureliushof/Veliahof/Romeinsebaan;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Hazendansplein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Speelterrein Hazendanslaan: Appiushof/Koninksemstraat/Hanzendanslaan;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>JOP Malbergplein: Malbergplein/Banruwe/Wijsdomsruwe;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Dukaatplein: Dukaatplein/Dukaatruwe/Escalijnruwe/Peerdenkensruwe;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Sportpark-West: Bunderruwe/Negenputruwe/Pierebolruwe/ Koffiemolenweg/Via Regia;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Het Ruweel: Reinaertsingel/Taliënruwe/Malbergsingel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Johan Cruyffcourt: Silexstraat/Roemerstraat;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Speelterrein Atlasdonk: Atlasdonk/Pandectendonk/Vezeldonk/Pergamijndonk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>JOP Rondostraat: Rondostraat/Widelanken/Reinaartsingel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>JOP Carl Smulderssingel: Carl Smuldersssingel/Brusselseweg/Peter Gielenstraat;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Speelterrein Voedingskanaal: Voedingskanaalweg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Ravelijn buurt: Halvemaanstraat/Ravelijnstraat/Mariabastion/Dauphinstraat;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Orleansplein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>JOP Fatimaplein: Fatimaplein/Florasingel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Brandenburgerplein: Brandenburgerplein/Brandenburgerweg/Willem Vliegenstraat/Elisabeth Strouvenlaan;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mariaberg: Beeldsnijdersdreef/Sint Annalaan/Koningin Emmaplein/Hertogsingel/Tongerseplein/Tongerseweg/Javastraat/Borneostraat.</div>\n<p class=\"lf-p\">III. Te bepalen dat dit besluit in werking treedt op de dag na bekendmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Maastricht in hun vergadering van 13 september 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, W.L. Loonen De Burgemeester, O. Hoes Datum publicatie De Ster: 23 september 2011 Datum publicatie Gemeenteblad: 26 september onder nummer C52-2011 Inwerkingtreding: 27 september 2011</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4.25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende: dat in het hieronder genoemde gebied sprake is van verstoringen van de openbare orde door onder meer de aanwezigheid van drugstoeristen en drugsrunners; dat uit de Veiligheidsmonitor voor de gemeente Maastricht blijkt dat een groot gedeelte van de burgers zich onveilig voelt en dat deze onveiligheidsgevoelens samenhangen met het grote aantal buitenlandse drugstoeristen dat de stad bezoekt; dat in het kader van handhaving van de openbare orde in het verleden diverse maatregelen zijn genomen; dat de politie desondanks heeft moeten vaststellen dat de drugsgerelateerde overlast en subjectieve onveiligheidsbeleving onder de burgers groot blijft; dat deze overlast onder meer bestaat uit het rondrijden, rondhangen en aanspreken van passanten door drugsrunners, het stelselmatig (onderling) treffen van drugsrunners, dealers en kopers; dat de overlast mede bestaat uit het stelselmatig in de stad rondhangen van zwervers en daklozen en de aanwezigheid van recidiverende geweldplegers in het uitgaansmilieu in de binnenstad; dat de inzet van de bestaande instrumenten ter handhaving van de openbare orde niet het beoogde effect heeft en derhalve andere maatregelen noodzakelijk zijn; dat de raad der gemeente Maastricht op 26 juni 2007 de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht 2006 (APV) heeft gewijzigd door het opnemen van artikel 2.4.25 “handhaving bij diverse vormen van overlast”; dat op grond van dit artikel in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of -veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid door de politie-ambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel kan worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen; dat op grond van dit artikel met het oog op de hierboven genoemde belangen de burgemeester aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven als hierboven genoemd, een verbod kan opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een (als hierboven genoemd) door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, gedurende de uren daarbij genoemd; dat op grond van dit artikel de burgemeester aan de persoon, aan wie eerder een verbod als hierboven bedoeld is opgelegd, een verbod kan opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes maanden, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van het door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, gedurende de uren daarbij genoemd;</p>\n<p class=\"lf-p\">gelet op het bepaalde in artikel 2.4.25, eerste en tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht 2006:</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN: aan te wijzen als gebied bedoeld in artikel 2.4.25, eerste en tweede lid, van de APV: het gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water: de Noorderbrug, de Frontensingel, de Statensingel, het Koningin Emmaplein , de Hertogsingel, het Tongerseplein, de Prins Bisschopsingel inclusief de Hubertuslaan richting de Luikerweg tot en met de kruising Aylvalaan-Pater Lemmensstraat, de John F. Kennedybrug, de John F. Kennedysingel, het Europaplein, de Sibemaweg in noordelijke richting ter hoogte van het Europaplein, de Mockstraat, de Bergerstraat, de Oostermaasweg, de Terblijterweg in westelijke richting, de Markies van Ledestraat, de Stadionweg, de Marathonweg in westelijke richting ter hoogte van de A2, de President Rooseveltlaan in zuidelijke richting tot aan de Viaductweg en de Viaductweg. b.de volgende toegangswegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven: richting België:- de Bosscherweg tot aan de Belgische grens,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Cabergerweg, de Carl Smulderssingel, de Brusselseweg tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Annalaan,de Dokter van Kleefstraat, de Via Regia tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Tongerseweg tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Cannerweg (inclusief het verbindingsgedeelte van de Bieslanderweg) tot aan de Belgische grens</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Maasboulevard tot aan de Belgische grens richting Eijsden:- de Limburglaan, Hoge Weerd tot aan de grens met de gemeente Eijsden,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de A2 in zuidelijke richting vanaf het Europaplein (inclusief de daarbij behorende op- en afritten 55 en 56) tot aan de grens met de gemeente Eijsden, richting Margraten:de Akersteenweg tot aan de grens met de gemeente Margraten, richting Valkenburg a/d Geul:de Bergerstraat vanaf de Oostermaasweg tot aan de grens met de gemeente Valkenburg a/d Geul, richting Meerssen:- de A2/A79 in noordelijke richting vanaf de Viaductweg (inclusief de daarbij behorende op- en afritten) tot aan beider grens met de gemeente Meerssen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Meerssenerweg, Mariënwaard, Kruisdonk tot aan de grens met de gemeente Meerssen, de Willem Alexanderweg, Galjoenweg, Fregatweg tot aan de grens met de gemeente Meerssen. te bepalen dat het dit besluit in werking treedt op de dag na bekendmaking.</div>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 17 juli 2007 Burgemeester en Wethouders van Maastricht, De Secretaris, Drs. J.D. Nauta.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Drs. G. Leers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekendgemaakt: Maaspost 25 juli 2007 Publicatie gemeenteblad d.d. 26 juli 2007, C-44 Inwerkingtreding: 26 juli 2007 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, Gelet op het bepaalde in artikel 2.4.25 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende: dat op 26 juli 2007 een gebiedsaanwijzing in werking is getreden waarin het gebied is aangewezen waarin sprake is van verstoringen van de openbare orde door onder meer de aanwezigheid van drugstoeristen en drugsrunners; dat uit de Veiligheidsmonitor voor de gemeente Maastricht blijkt dat een groot gedeelte van de burgers zich onveilig voelt en dat deze onveiligheidsgevoelens samenhangen met het grote aantal buitenlandse drugstoeristen dat de stad bezoekt, maar ook met overlastgevende personen die zich in diverse wijken van Maastricht ophouden; dat in het kader van handhaving van de openbare orde in het verleden diverse maatregelen zijn genomen; dat de politie desondanks heeft moeten vaststellen dat de overlast en subjectieve onveiligheidsbeleving onder de burgers groot blijft; dat deze overlast onder meer bestaat uit het rondrijden, rondhangen en aanspreken van passanten door drugsrunners, het stelselmatig (onderling) treffen van drugsrunners, dealers en kopers, het met scooters gevaarlijk rondrijden door woonbuurten waarbij argeloze passanten de schrik van hun leven krijge, bedreigen van passanten in winkelcentra, het maken van veel geluid, het veelvuldig in groepjes agressief gedrag vertonen en het aanbrengen van vernielingen; dat de overlast mede bestaat uit het stelselmatig in de stad rondhangen van zwervers en daklozen en de aanwezigheid van recidiverende geweldplegers in het uitgaansmilieu in de binnenstad en andere overlastgevende personen in de wijken; dat de inzet van de bestaande instrumenten ter handhaving van de openbare orde niet het beoogde effect heeft en derhalve andere maatregelen noodzakelijk zijn; dat de hierboven beschreven overlast ook nadrukkelijk plaatsvindt in de wijken Wittevrouwenveld, Limmel en Nazareth; dat Wittevrouwenveld reeds in het gebied is opgenomen, maar de wijken Nazareth en Wittevrouwenveld niet; dat op grond van dit artikel in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of -veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid door de politie-ambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel kan worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen; dat op grond van dit artikel met het oog op de hierboven genoemde belangen de burgemeester aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven als hierboven genoemd, een verbod kan opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een (als hierboven genoemd) door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, gedurende de uren daarbij genoemd;</p>\n<p class=\"lf-p\">dat op grond van dit artikel de burgemeester aan de persoon, aan wie eerder een verbod als hierboven bedoeld is opgelegd, een verbod kan opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes maanden, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van het door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, gedurende de uren daarbij genoemd; gelet op het bepaalde in artikel 2.4.25, eerste en tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht 2006:</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN: het reeds aangewezen gebied: a. het gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water: de Noorderbrug, de Frontensingel, de Statensingel, het Koningin Emmaplein , de Hertogsingel, het Tongerseplein, de Prins Bisschopsingel inclusief de Hubertuslaan richting de Luikerweg tot en met de kruising Aylvalaan-Pater Lemmensstraat, de John F. Kennedybrug, de John F. Kennedysingel, het Europaplein, de Sibemaweg in noordelijke richting ter hoogte van het Europaplein, de Mockstraat, de Bergerstraat, de Oostermaasweg, de Terblijterweg in westelijke richting, de Markies van Ledestraat, de Stadionweg, de Marathonweg in westelijke richting ter hoogte van de A2, de President Rooseveltlaan in zuidelijke richting tot aan de Viaductweg en de Viaductweg. b. de volgende toegangswegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven: richting België:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Bosscherweg tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Cabergerweg, de Carl Smulderssingel, de Brusselseweg tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Annalaan,de Dokter van Kleefstraat, de Via Regia tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Tongerseweg tot aan de Belgische grens,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Cannerweg (inclusief het verbindingsgedeelte van de Bieslanderweg) tot aan de Belgische grens</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Maaboulevard tot aan de Belgische grens richting Eijsden:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Limburglaan, Hoge Weerd tot aan de grens met de gemeente Eijsden,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de A2 in zuidelijke richting vanaf het Europaplein (inclusief de daarbij behorende op- en afritten 55 en 56) tot aan de grens met de gemeente Eijsden, richting Margraten: de Akersteenweg tot aan de grens met de gemeente Margraten, richting Valkenburg a/d Geul: de Bergerstraat vanaf de Oostermaasweg tot aan de grens met de gemeente Valkenburg a/d Geul, richting Meerssen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de A2/A79 in noordelijke richting vanaf de Viaductweg (inclusief de daarbij behorende op- en afritten) tot aan beider grens met de gemeente Meerssen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Meerssenerweg, Mariënwaard, Kruisdonk tot aan de grens met de gemeente Meerssen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Willem Alexanderweg, Galjoenweg, Fregatweg tot aan de grens met de gemeente Meerssen aan te vullen met: c. een gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water:</div>\n<p class=\"lf-p\">Noorderbrug , Borgharenweg, Ankerkade, Galjoenweg, Fregatweg, Hoekerweg, Limmelderweg, Meerssenerweg, voetpad natuurgebied tot aan A2, dan in zuidelijke richting tot aan de Stadionweg/Marathonweg. en te bepalen dat dit besluit in werking treedt de dag na bekendmaking ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Maastricht in hun vergadering van 13 september 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, W.L. Loonen De Burgemeester, O. Hoes Datum publicatie De Ster: 23 september 2011 Datum publicatie Gemeenteblad: 26 september onder nummer C53-2011 Inwerkingtreding: 27 september 2011 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, gelet op het bepaalde in artikel 2.4.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht; overwegende: dat er in met name het stadscentrum sprake is van de hinderlijke aanwezigheid van bedelaars; dat deze bedelaars zich daarnaast ook steeds meer in de stad verspreiden en met name actief zijn in/rond winkelcentra, gelet op het feit dat hier een groot aantal mensen samenkomen die een makkelijk doelwit zijn voor de bedelaars; dat deze bedelaars zich volgens informatie van de politie eveneens regelmatig schuldig maken aan zakkenrollerij; dat de stad hier steeds meer overlast van ondervindt; dat het derhalve noodzakelijk is hier adequaat tegen op te treden;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN: aan te wijzen als gebied, waarbinnen het verboden is te bedelen om geld of andere zaken: het gedeelte van de gemeente Maastricht, begrensd door: de Noorderburg, de Frontensingel, de Statensingel, het Koningin Emmaplein, de Hertogsingel, het Tongerseplein, de Prins Bisschopsingel, de John F. Kennedybrug, de John F. Kennedysingel, het Europaplein, de Nassaulaan, het Oranjeplein, het Koningsplein, de President Rooseveltlaan en de Viaductweg. de navolgende gebieden rond winkelcentra:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadsdeelcentrum Brusselsepoort: Artsenijstraat/Specerijstraat/ Factorijstraat/Mercatorplein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Brusselsepoort Oost: hoek Orleansstraat/Holsteinbastion/Menno van Coehoornstraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Mariaberg: Volksplein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadsdeelcentrum Heer: De Leim/de Mandel en parkeerplaats winkelcentrum Burgemeester Cortenstraat/Raadhuisplein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Malberg: Malbergplein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Caberg: St.Christoffelplein/Clavecymbelstraat (ged.)/ Prestantstraat (ged.);</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Pottenberg: Terra Cottaplein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Malpertuis: Malpertuisplein/Cantecleerstraat (ged.);</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Daalhof: Herculeshof/Minervahof/Aureliushof (ged.);</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum St. Pieter: Glacisweg tussen pastoor Kribsweg en Burgemeester Ceulenstraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Wittevrouwenveld: parkeerplaats Albert Heijn Scharnerweg/ Frankenstraat (ged.);</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Voltastraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Drijversstraat/Bosscherweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Nazareth/Limmel: Kasteel Schaloenstraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Amby: Ambyerstraat Noord (ged.)/Severenplein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum Heugem/Randwijck: De Beente/parkeerplaats Oeslingerbaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtwinkelcentrum De Heeg: Roserije.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. te bepalen dat dit besluit in werking treedt op de dag na bekendmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door Burgemeester en Wethouders van Maastricht in hun vergadering van 29 juni 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, Drs. J.D. Nauta.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Drs. J. Mans.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie De Ster: 2 juli 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie Gemeenteblad: 5 juli 2010 onder nummer C62-2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum inwerkingtreding: 3 juli 2010.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, Overwegende, dat het in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de verkeersvrijheid of -veiligheid, de gezondheid of zedelijkheid en de arbeidsomstandigheden van de prostitué(e), geboden is de exploitatie van seksinrichtingen en escortbedrijven aan nadere regels te binden; gelet op het bepaalde in artikel 3.1.3. van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN: vast te stellen: “Nadere regels ter uitvoering van artikel 3.1.3 APV.” (Inrichtingseisen seksinrichtingen)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 1. Inleidende bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze nadere regels wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Inrichting: een seksinrichting en een escortbedrijf;</p>\n<p class=\"lf-p\">Seksinrichting: de inrichting als bedoeld in artikel 3.1.1., onder c, APV, waaronder begrepen ook een prostitutiebedrijf;</p>\n<p class=\"lf-p\">Escortbedrijf: het bedrijf als bedoeld in artikel 3.1.1, onder d, APV;</p>\n<p class=\"lf-p\">Exploitant: de exploitant als bedoeld in artikel 3.1.1., onder f, APV;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beheerder: de beheerder als bedoeld in artikel 3.1.1., onder g, APV;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerk: een bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de Bouwverordening gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkruimte: de verblijfsruimte waar de feitelijke seksuele dienstverlening plaatsvindt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijfsruimte: een besloten ruimte, bestemd voor het verblijven van mensen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwbesluit: het Besluit als bedoeld in artikel 2 Woningwet houdende de technische voorschriften omtrent het bouwen van bouwwerken en de staat van bestaande bouwwerken;</p>\n<p class=\"lf-p\">10.Bouwverordening: de Bouwverordening van de gemeente Maastricht, door de gemeenteraad vastgesteld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2 Vestigingseisen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Vestigingseisen prostitutiebedrijven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de vestiging van prostitutiebedrijven wordt onderscheid gemaakt in 2 typen prostitutiebedrijven, te weten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Centrum gebonden prostitutiebedrijven, niet opvallend, voor de “toevallige passanten”;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buiten de aaneengesloten bebouwing gelegen prostitutiebedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de in lid 1, onder A, bedoelde prostitutiebedrijven gelden de volgende vestigingseisen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen cumulatie van negatieve uitstraling op woon-werkklimaat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet in kernwinkelgebied, wel binnen de City, een en ander zoals aangegeven op de plattegrond in de bijlage;</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet in Horecaconcentratiegebied (zoals aangeduid in de Horecanota);</p>\n<p class=\"lf-p\">Spreiding maximaal 1 per straat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelegen aan de aan- en uitlooproute van het Kernwinkelgebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen vestiging in buurt met overwegend woonfunctie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongezien naar binnen kunnen gaan, maar niet achteraf gelegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen eigen parkeerfaciliteit, maar medegebruik van stadsfaciliteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitstraling dient rustig te zijn en te voldoen aan het vigerende reclamebeleid voor de Binnenstad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de in lid 1, onder B, bedoelde prostitutiebedrijven gelden de volgende vestigingseisen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelegen aan een invalsroute van de stad;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buiten aaneengesloten bebouwing/bebouwde kom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen relatie met de woonbuurt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Juist wel eigen parkeergelegenheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Pand met hoofdfunctie seksinrichting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoende volume, de uitbreiding moet bedrijfsmatig zijn en recht doen aan de uitbreiding van de bestaande prostitutiebedrijven-capaciteit in Maastricht (concentratie per locatie);</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet op bedrijfsterrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitstraling dient rustig te zijn en te voldoen aan het vigerende reclame beleid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3 Inrichtingseisen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Inrichtingseisen prostitutiebedrijven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tot een prostitutiebedrijf moeten tenminste behoren: een of meer werkruimten; een keuken; een kleedkamer met een afsluitbare hang/legkast; een verblijfsruimte ingericht als dagverblijf met een oppervlakte van ten minste 3,6 m x 3,6 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvoeging van de keuken en het dagverblijf, dan wel de kleedkamer en het dagverblijf, is toegestaan als daarmee, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, een gelijkwaardige situatie wordt bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het dagverblijf, de keuken en de kleedkamer mogen niet voor prostitutie - doeleinden worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Elke werkruimte moet voorzien zijn van een wasbak (dan wel andere wasgelegenheid) met warm en koud stromend water, een afsluitbare hang/leg kast en een vloeroppervlakte hebben van ten minste 9 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.In een prostitutiebedrijf moet uitsluitend ten behoeve van de prostitu(e)e en het overige personeel tenminste één toiletruimte en één badruimte aanwezig zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overige voorzieningen prostitutiebedrijven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De werkruimten van een prostitutiebedrijf moeten gedurende de aanwezigheid van de prostitué(e), hetzij door daglicht, hetzij door kunstlicht, hetzij door beide, voldoende en doelmatig zijn verlicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Veiligheidsvoorzieningen prostitué(e)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Iedere werkruimte dient voorzien te zijn van een zogenaamd stil alarm.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toegangsdeur van een werkruimte mag niet van binnen uit afsluitbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing indien een toegangsdeur van een werkruimte is gelegen aan de weg.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4. Brandveiligheidseisen prostitutiebedrijven</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">Brandveiligheidsvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een prostitutiebedrijf dient te voldoen aan de desbetreffende eisen gesteld in het Bouwbesluit en de Bouwverordening (gebruiksvergunning).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5. Gebruiks- gedrags- en gezondheidsvoorschriften</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De exploitant van een seksinrichting of escortbedrijf is verplicht maatregelen te treffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en de bescherming van de gezondheid van de in de inrichting of het bedrijf werkzame prostitué(e), alsmede de bescherming van de volksgezondheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Technische Hygiënezorg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De exploitant van een seksinrichting dient er voor zorg te dragen dat de inrichting voldoet aan de hygiëne - eisen die door de GGD worden gesteld, zoals vermeld in het hygiëne protocol GGD - en Limburg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De exploitant verleent aan de GGD toegang tot de seksinrichting en werkt mee aan het bezoek van de medewerker van de GGD die jaarlijks een technische - hygiëne inspectie uitvoert. Van deze hygiëne - inspectie wordt door de GGD een rapport gemaakt hetgeen wordt toegezonden aan de exploitant. Een afschrift van dit rapport wordt aan de gemeente gezonden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Preventie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De exploitant van een inrichting verleent de GGD toegang tot de inrichting en verleent medewerking aan preventieactiviteiten van de GGD gericht op verbetering van de gezondheidssituatie van de bij hem werkzame prostitué(e)s.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De exploitant van een inrichting voert een “veilig seks beleid”. Hij ziet erop toe dat er geen onveilige seks wordt aangeboden en dat veilige seks wordt bewerkstelligd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De exploitant van een inrichting draagt zorg voor verspreiding onder de bij hem werkzame prostitué(e)s van voor hen toegankelijk en in begrijpelijke taal geschreven voorlichtings- en informatiemateriaal, over gezondheidsrisico’s van hun werk, m.n. seksueel overdraagbare aandoeningen, en over de aanwezigheid en bereikbaarheid van gezondheidszorg- en hulpverleningsinstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De exploitant van een prostitutiebedrijf of escortbedrijf dient zorg te dragen voor een lijst van hulpverleningsinstanties en belangenverenigingen voor prostitué(e)s die voor de werkzame prostitué(e)s steeds toegankelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De exploitant van een prostitutiebedrijf stelt huisregels op om de klant te informeren over de toepassing van “veilig sekstechnieken” en het in de huisregels beschreven zelfbeschikkjngsrecht van de prostitué(e)s. De huisregels dienen op een voor de klant duidelijk zichtbare plaats opgehangen te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de onder lid 5 bedoelde huisregels wordt in ieder geval opgenomen: de prostitué(e) mag klanten weigeren; de prostitué(e) is niet verplicht als daarom wordt verzocht met de klant alcoholhoudende dranken te drinken en andere verdovende middelen te gebruikten; c.de prostitué(e) is niet verplicht om, als daarom wordt verzocht, zonder gebruik van een condoom te werken;</p>\n<p class=\"lf-p\">De huisregels genoemd in het vorige lid gelden ten minste ook voor ieder escortbedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De exploitant van een seksinrichting draagt er zorg voor dat op een voor de klant duidelijk zichtbare plaats actueel foldermateriaal ten aanzien van veilige seks en seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA) ter inzage liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.De exploitant van een seksinrichting draagt er zorg voor dat in de inrichting te allen tijde voldoende wettelijk goedgekeurde condooms voor gebruik beschikbaar zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">Geneeskundig onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De exploitant van een prostitutiebedrijf en escortbedrijf stelt de bij hem werkzame prostitué(e) in de gelegenheid zich vier keer per jaar op seksueel overdraagbare aandoeningen en overige aan het beroep gerelateerde klachten bij de GGD of bij een bij de GGD bekende arts geneeskundig te laten onderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien het in het vorige lid bedoelde onderzoek door een andere arts wordt verricht meldt de exploitant de GGD schriftelijk naam en adres van die arts.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6. Overige verplichtingen van exploitant en beheerder</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span><span class=\"lf-art-t\">Leeftijdsgrens bezoekers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De exploitant mag gedurende de uren dat de inrichting geopend is geen personen jonger dan 16 jaar in zijn inrichting toelaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span><span class=\"lf-art-t\">Bewoningsverbod prostitutiebedrijf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het is verboden om het gedeelte van een gebouw dat door de exploitant bestemd is als prostitutiebedrijf als woonruimte in gebruik te nemen dan wel daarin te overnachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De exploitant is verplicht op het bepaalde in het vorige lid toezicht uit te oefenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Verboden reclame</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden voor een prostitutiebedrijf of escortbedrijf reclame te maken waarbij de garantie wordt gegeven of op andere wijze wordt aangegeven dat de in het prostitutiebedrijf of escortbedrijf werkzame prostitué(e)s vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14-197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span><span class=\"lf-art-t\">Escortbedrijf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De exploitant van een escortbedrijf is verplicht aan de gemeente door te geven onder welke telefoonnummers het bedrijf haar diensten aanbiedt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span><span class=\"lf-art-t\">Toegang toezichthouders</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De exploitant en beheerder zijn verplicht er voor zorg te dragen dat toezichthouders die belast zijn met de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening onmiddellijk en onbelemmerd toegang krijgen tot de inrichting: gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is dan wel gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn, indien de toezichthouders het vermoeden uiten dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7. Slotbepaling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze nadere regels treden in werking met ingang van de eerste dag na die waarop dit besluit bekend is gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld op 12 september 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en Wethouders van Maastricht, De Secretaris, Drs. W. Rutten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Mr. Ph. Houben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gepubliceerd in de Maaspost d.d. 14 september 2000 Inwerkingtreding: 1 oktober 2000 Artikel 5.1.2a, eerste lid BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, Gelet op het bepaalde in artikel 5.1.2a., eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht 2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN:</p>\n<p class=\"lf-p\">I.aan te wijzen als wegen en weggedeelten, waar het in het belang van het tegengaan van parkeerexcessen, verboden is een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen: alle wegen of weggedeelten, gelegen in de wijk Karosseer, alsmede op de toegangsweg en de overige wegen in de directe omgeving van de wijk Karosseer.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag, volgend op die van haar afkondiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door Burgemeester en Wethouders van Maastricht in hun vergadering van 21 juni 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, Drs. J.D. Nauta.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Drs. J. Mans.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie De Ster: 16 juli 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie Gemeenteblad: 19 juli 2010 onder nummer C71-2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum inwerkingtreding: 17 juli 2010 Artikel 5.1.5, eerste lid, onder a BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, gelet op het bepaalde in artikel 5.1.5, eerste lid, onder a, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN:</p>\n<p class=\"lf-p\">I.aan te wijzen als wegen, waar het met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte dan wel met het oog op het uiterlijk aanzien van de gemeente verboden is een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend \\of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd langer dan op drie achtereenvolgende dagen te doen of laten staan: alle wegen of weggedeelten, gelegen binnen de bebouwde kom als bedoeld in artikel 1, aanhef en sub C, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag, volgende op die van haar afkondiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld op 3 oktober 1989.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en Wethouders van Maastricht, De Secretaris, Mr. Dr. A. Lutters.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Mr. Ph. Houben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare kennisgeving : 31 oktober 1989 Inwerkingtreding : 1 november 1989 Artikel 5.1.5, eerste lid, onder b BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, Gelet op het bepaalde in artikel 5.1.5., eerste lid, onder b, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN:</p>\n<p class=\"lf-p\">I. aan te wijzen als wegen, waar het met het oog op het uiterlijk aanzien van de gemeente verboden is een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd te doen of laten staan: alle wegen of weggedeelten, gelegen in de wijk Vinkenslag, alsmede op de toegangsweg ‘Vinkenslag’ en de overige wegen in de directe omgeving van de wijk Vinkenslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag, volgend op die van haar afkondiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door Burgemeester en Wethouders van Maastricht in hun vergadering van 3 januari 2006.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, Dhr. P. Meekels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Voorzitter, Drs. G. Leers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare kennisgeving: 18 januari 2006 Inwerkingtreding : 19 januari 2006</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, gelet op het bepaalde in artikel 5.1.7 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN:</p>\n<p class=\"lf-p\">I. aan te wijzen als plaatsen, waar het ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente verboden is een voertuig, dat met inbegrip van de lading een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, te parkeren: de wegen of weggedeelten, gelegen binnen het gebied, dat begrensd wordt door:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De Maas, de Prins Bisschopsingel (zuidzijde), het Aldenhofpark, het Tongerseplein, de Tongerseweg (tussen Tongerseplein en Tongersestraat), de Polvertorenstraat, het St. Servaasbolwerk, de St. Nicolaasstraat, de Herbenusstraat, de Capucijnenstraat, de Statensingel, de Frontensingel, de Maagdendries, Achter de Barakken, de Boschstraat en de Fransensingel, alsmede genoemde wegen of weggedeelten zelf;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de Maas, de Maaspuntweg (voor zover gelegen tussen de John F. Kennedybrug en het Wycker Grachtje), het Wycker Grachtje, de Ruiterij, de Hoogbrugstraat (inclusief de Hoge Barakken), de Lage Barakken (zuidzijde), de Stationsstraat, het Stationsplein, de Lage Barakken (noordzijde), de St.</div>\n<p class=\"lf-p\">Maartenslaan (westzijde) en de Franciscus Romanusweg, alsmede genoemde wegen of weggedeelten zelf;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. aan te wijzen als wegen, waar het met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte verboden is op zaterdagen, zon- en feestdagen gedurende de gehele dag, alsmede op werkdagen tussen 18.00 uur en 08.00 uur een voertuig, dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter, te parkeren: alle wegen of weggedeelten, gelegen binnen de bebouwde kom als bedoeld in artikel 1, aanhef en sub C, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht, voor zover deze wegen of weggedeelten niet gelegen zijn binnen het hiervoren onder I sub a en b omschreven gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. te bepalen, dat van de hiervoren onder II aangewezen wegen of weggedeelten de volgende wegen of weggedeelten zijn uitgezonderd: het weggedeelte van de Sibemaweg, gelegen tussen de Nijverheidsweg en de Demertdwarsstraat; de Ankerkade; de Karveelweg; het weggedeelte van de Galjoenweg, gelegen ten westen van de Willem Alexanderweg, alsmede het weggedeelte van de Galjoenweg, gelegen ten oosten van de Fregatweg; de Korvetwerg; de Praamkade; de Punterweg; het weggedeelte van de Cabergerweg, gelegen tussen de Fort Willemweg en de Lage Frontweg; het weggedeelte van de Fort Willemweg, gelegen ten oosten van de Cabergerweg; de lage Frontweg; de Mineursweg; de Sappeursweg; het Rondeel; de Industrieweg; de Sandersweg; de Savelstraat; de Phoenixweg; het terrein gelegen ten noordwesten van de kruising Olympiaweg-Stadionweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">IV. te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag, volgende op die van haar afkondiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld op 30 mei 2000 Burgemeester en Wethouders van Maastricht, De Secretaris, Drs. W. Rutten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Mr. Ph. Houben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare kennisgeving : 21 juni 2000 Inwerkingtreding : 22 juni 2000</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, Gelet op het bepaalde in artikel 5.1.11, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN:</p>\n<p class=\"lf-p\">I.in te trekken hun besluit van 18 november 2008;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. aan te wijzen als gebieden, waar het ter voorkomen van overlast dan wel in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente verboden is op of aan de weg fietsen en/of bromfietsen buiten de daarvoor bestemde ruimtes te plaatsen of laten staan:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Het gebied omsloten door de lijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Sint Servaasbrug in noordelijke richting de Kesselskade, Maaspromenade en Maaskade tot en met de Y-splitsing van de Wilhelminabrug, de noorddelijke afrit tot aan de van Hasseltkade de noordzijde van de Gubbelstraat via noordzijde Markt, Boschstraat ter hoogte van pand 77-70, westzijde Boschstraat in zuidelijke richting noordzijde Grote Gracht via de westzijde van de Helmstraat langs noordzijde Vrijthof dan oostzijde Vrijthof langs de zuidzijde van het Vrijthof naar de Bredestraat, via de noordzijde van de Bredestraat tot aan de Hondstraat, via de zuidzijde van de Bredestraat tot aan de Wolfstraat, via de noordzijde van het Onze Lieve Vrouweplein naar de zuidzijde van de Plankstraat en de Eksterstraat naar de oostzijde van Het Bat tot aan de Sint Servaasbrug (bijlage I tekening van gebied S4463 A1).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.het gedeelte van de oostzijde van de parallelweg, Stationsplein en de Spoorweglaan gelegen aan de voorzijde van het Centraal Station;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. a. aan te wijzen als gebied, waar het ter voorkomen van overlast verboden is op of aan de weg snorfietsen en/of bromfietsen te plaatsen of laten staan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Plein 1992 inclusief de naar Plein 1992 leidende op- en afritten. het in lid a. genoemde verbod geldt tussen 19.00 uur en 07.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">IV. De verboden onder II. en III. gelden niet voor van gehandicapten die zich verplaatsen met aangepaste (brom)fiets, V.. te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag, na die waarop dit besluit bekend is gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders in hun vergadering van 20 juli 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, Drs. J.D. Nauta.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Drs. J.H.H. Mans.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare kennisgeving: 30 juli 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding: : 31 juli 2010</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, Overwegende, dat het ingevolge artikel 5.3.2, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht, verboden is met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door burgemeester en wethouders aangewezen gedeelten van openbaar water; dat zij bij besluit van 27 september 2005 als zodanig hebben aangewezen al het openbare water binnen de gemeente Maastricht behoudens het zogenaamde overlaatgebied ten noorden van Boschpoort en gedeelten van de Zuid-Willemsvaart; dat burgemeester en wethouders op grond van het tweede lid van artikel 5.3.2 aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water nadere regels kunnen stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiene en het aanzien van de gemeente alsmede beperkingen kunnen stellen naar soort en aantal vaartuigen; dat alleen woonschepen worden toegestaan in het overlaatgebied ten noorden van Boschpoort en de aangewezen gedeelten van de Zuid-Willemsvaart; dat door wijziging, bij Raadsbesluit van 17 april 2007, van het derde lid van artikel 5.3.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening het verbod in het eerste lid van artikel 5.3.2 niet geldt voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de “Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2007’; dat dientengevolge de tekst van het aanwijzigingsbesluit van 27 september 2005 moet worden aangepast; gelet op het bepaalde in artikel 5.3.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In te trekken het besluit van 27 september 2005.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Aan te wijzen als gedeelten van openbaar water, waarop het verboden is met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen, al het openbaar water binnen de gemeente Maastricht, behoudens het zogenaamde overlaatgebied ten noorden van de Boschpoort, zoals op de bij dit besluit behorende gewaarmerkte kaart in rood is aangegeven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Te bepalen dat op de onder 2 aangegeven locatie alleen met woonschepen ligplaats mag worden ingenomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag volgende op die van haar bekendmaking.</div>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld op 29 mei 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en Wethouders van Maastricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, Drs. J.D. Nauta De Burgemeester, Drs. G.B.M. Leers Openbare kennisgeving: 30 mei 2007 Inwerkingtreding: 31 mei 2007</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, Gelet op het bepaalde in artikel 5.6.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht 2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN:</p>\n<p class=\"lf-p\">I. aan te wijzen als terrein waarvoor een detectorverbod geldt, het gebied langs de Pasestraat zoals (gearceerd) aangegeven op de van dit besluit deel uitmakende tekening;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag, volgende op die van haar bekendmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van Maastricht in hun vergadering van 11 april 2006, De Secretaris, Dhr. P. Meekels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Drs. G. Leers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekendgemaakt: 19 april 2006</p></div>", "next": 0}