{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">het percentage doelgroep leerlingen dat op 1 oktober 2021 stond ingeschreven op de school; of een school valt onder een masterplan in het stadsdeel Nieuw-West of Zuidoost of onder de Aanpak Noord in het stadsdeel Noord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per afzonderlijk in het derde lid onder a. en b. genoemd criterium kan maximaal 30 punten worden behaald. Voor de in het derde lid onder e. genoemde criterium wordt voor 20-40% doelgroep leerlingen 10 punten, voor 40-60% doelgroep leerlingen 20 punten en voor meer dan 60% doelgroep leerlingen 30 punten gegeven. Voor de in het derde lid onder f. genoemde criterium wordt 10 punten gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst totdat het subsidieplafond is bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien gedurende het subsidietijdvak de subsidie aan een of meerdere van de subsidieontvangers wordt verlaagd of ingetrokken, besluit het college of gelet op de resterende looptijd van deze voorziening en het hierdoor beschikbare bedrag in het subsidieplafond, de hoogst op de prioriteitenlijst geplaatste niet gehonoreerde aanvraag alsnog voor subsidie voor de resterende looptijd in aanmerking kan komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5.6 De aanvrager Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een schoolbestuur voor een onder zijn gezag vallende school. De directeur van de school of zijn plaatsvervanger ondertekent het aanvraagformulier mede voor akkoord.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 wordt de subsidieaanvraag ingediend in de periode van 15 juni 2023 tot uiterlijk 10 juli 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 6, vierde lid van de VloA 2019 worden bij een subsidieaanvraag ingediend: het aanvraagformulier met bijbehorende begroting, waarin wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: een onderbouwing waarom de ontwikkeling van de Amsterdamse Familie School past bij de school(ontwikkeling); de andere relevante projecten of ontwikkelingen rondom de school of buurt; de visie van de schoolleiding van waaruit zij de Amsterdamse Familie School willen (door)ontwikkelen en uitvoeren; de taakomschrijving en positionering van de projectleider. schoolplan; strategisch beleidsplan van bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen, indien: de school in de eerste jaren van oprichting zit en de zogenoemde stichtingsnorm zoals bedoeld in artikel 76 Wpo nog niet gehaald heeft; een aanvraag op grond van de beoordeling van de criteria genoemd onder artikel 5.5, derde lid onder a. en b. in totaal minder dan 30 punten heeft behaald of op een criterium minder dan 10 punten heeft gescoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen, indien: het inspectieoordeel op moment van aanvraag onvoldoende of zeer zwak is; de school onder de voor de school geldende opheffingsnorm zit zoals bedoeld in artikel 140 Wpo of artikel 4.24, tweede lid Wvo 2020; een bestaande Amsterdamse Familie School die naar het oordeel van het college de activiteiten waarvoor de school subsidie heeft ontvangen in subsidietijdvak 2019 – 2023 niet volledig heeft uitgevoerd en de nieuwe aanvraag onvoldoende getuigd van een verbetering in aanpak en aansturing voor de toekomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5.10 bevoorschotting Het college bevoorschot de verleende subsidie in het schooljaar 2023-2024 in twee termijnen: een eerste termijn van €30.000 op het moment van de verlening van subsidie. Het voorschot is bedoeld voor het opstellen van de nadere uitwerking van aanvraag in de vorm van een concreet uitvoerbaar plan van de Amsterdamse Familie School als bedoeld in artikel 5.11 onder a; een tweede termijn van maximaal €60.000 afhankelijk van de hoogte van de verleende subsidie binnen zes weken nadat het college het plan, als bedoeld in onderdeel a, heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college verleent voor de resterende schooljaren in het subsidietijdvak, jaarlijks een voorschot van 100 procent van een vierde deel van de verleende subsidie als bedoeld in artikel 5.3, eerste lid tot maximaal €90.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: voor 1 februari 2024 verstrekt de subsidieontvanger een nadere uitwerking van de aanvraag in de vorm van een concreet uitvoerbaar plan betreffende de (door)ontwikkeling en uitvoering van de Amsterdamse Familie School in de periode 1 maart 2024 tot en met 1 augustus 2025. de subsidieontvanger neemt deel aan door de gemeente Amsterdam te organiseren ondersteuning op het gebied van het uitwerken van een aanvraag in een concreet uitvoerbaar plan als bedoeld in onderdeel a.; de subsidieontvanger neemt deel aan halfjaarlijkse voortgangsgesprekken; de subsidieontvanger neemt deel aan en levert bijdragen aan kennisdelingsbijeenkomsten georganiseerd door de gemeente Amsterdam; voor 1 juli 2025 verstrekt de subsidieontvanger een plan betreffende voor de verdere (door)ontwikkeling en uitvoering van de Amsterdamse Familie School in de periode 1 augustus 2025 tot en met 1 augustus 2027 op basis van een tussentijdse evaluatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieontvanger kan het (door)ontwikkelbudget niet inzetten voor activiteiten die op basis van andere regelingen van de gemeente of een ander bestuursorgaan worden gesubsidieerd of behoren tot reeds bestaand (naschools)aanbod waar de school gebruik van kan maken; dienen een aanvulling te zijn op voorliggend bestaand dat bekostigd wordt door de gemeente of andere bestuursorganen; het kosteloos beschikbaar stellen van de ervaringen en ontwikkelde producten aan andere scholen of schoolbesturen die een Amsterdamse Familie School willen realiseren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 Voorziening Nieuwkomers</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: aan ongedocumenteerde leerlingen gelijkgestelde leerlingen: niet Nederlands sprekende leerlingen, waarvoor een school, omdat de leerlingen een Nederlands paspoort hebben, in het kader van het nieuwkomersonderwijs geen recht heeft op een aanvullende bekostiging van het Rijk; nieuwkomers: Leerlingen van 5 t/m 12 jaar die nog geen jaar in Nederland wonen en de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn voor het volgen van regulier onderwijs; nieuwkomersgroep: fulltime nieuwkomersonderwijs dat in een apart lokaal wordt gegeven aan een groep van 10 tot en met 15 leerlingen afkomstig uit de groepen 3 t/m 8;</p>\n<p class=\"lf-p\">NT2 deskundige: deskundige met een afgeronde opleiding, training of cursus Nederlands als tweede taal; ongedocumenteerde leerlingen: leerlingen waarvoor een school in het kader van het nieuwkomersonderwijs geen recht heeft op een aanvullende bekostiging van het Rijk; Het gaat daarbij om leerlingen waarvan niet de door het Rijk vereiste documenten of verklaringen zoals bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet kunnen worden overlegd, maar waarvan wel kan worden aangetoond dat zij minder dan een jaar in Nederland woonachtig zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijksbekostiging voor nieuwkomers: bijzondere bekostiging basisscholen voor eerste opvang (1e jaar) asielzoekers en overige vreemdelingen; school: basisschool.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze voorziening is om basisscholen in staat te stellen om nieuwkomers die de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn zo snel mogelijk op het taalniveau te krijgen waarmee de leerling mee kan doen aan het reguliere onderwijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in aanvulling op de Rijksbekostiging voor nieuwkomers een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan: de extra inzet van een NT2 deskundige ten behoeve van het nieuwkomersonderwijs aan minimaal 5 nieuwkomers in groep 2 van een basisschool, waarbij de subsidie maximaal € 15.000 per deskundige bedraagt. Daarbij geldt dat een school per schooljaar in aanmerking komt voor een subsidie van maximaal € 30.000; leerkracht, leermiddelen en nazorg leerlingen van een nieuwkomersgroep en in relatie hiermee activiteiten op het gebied van ouderbetrokkenheid, waarbij de subsidie per groep maximaal € 40.000 bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in aanvulling op de subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b. een subsidie verlenen voor de deelname aan een nieuwkomersgroep gedurende een schooljaar van gemiddeld 4 of meer ongedocumenteerden en daaraan gelijkgestelde leerlingen, mits een schoolbestuur voor hen niet in aanmerking komt voor de Rijksbekostiging voor nieuwkomers. De subsidie bedraagt maximaal € 2.900,- per leerling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelsleutel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor de subsidie als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen die voorafgaand aan het te subsidiëren schooljaar conform artikel 6, eerste lid van de VloA 2019 zijn ingediend te honoreren, brengt het college de aanvragen onder in de volgende twee categorieën: aanvragen voor een eerste NT2 deskundige op een school; aanvragen voor een tweede NT2 deskundige op een school.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens honoreert het college achtereenvolgend de aanvragen die vallen in de categorie bedoeld onder a. en daarna als het subsidieplafond het toelaat de aanvragen die vallen in de categorie bedoeld onder b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen binnen een bepaalde categorie als bedoeld in het tweede lid te honoreren, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst. De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal nieuwkomers in groep 2 dat op een school op het moment van de aanvraag is ingeschreven van hoog naar laag, waarna de aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst totdat het subsidieplafond is bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de aanvragen die gedurende het schooljaar als bedoeld in artikel 6.6, eerste lid worden ingediend, geldt dat deze in volgorde van binnenkomst worden afgehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 6.5 De aanvrager In aanvulling op artikel 5, eerste lid, van de VloA 2019 kan uitsluitend het schoolbestuur dat in een of meer onder zijn gezag vallende basisscholen mede namens andere schoolbesturen een nieuwkomersgroep als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid onder b. verzorgt, een subsidieaanvraag indienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtermijn subsidies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 6, eerste lid van de VloA 2019 kan, indien de instroom van nieuwkomers dit noodzaakt, gedurende het gesubsidieerde schooljaar een subsidie worden aangevraagd voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6.3, aanhef onder a. en b.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 6 , eerste lid van de VloA 2019 dient een aanvraag voor een subsidie, zoals omschreven in artikel 6.3,tweede lid , vóór 1 juli van het lopende gesubsidieerde schooljaar te zijn ingediend bij het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op 5, vierde lid van de VloA 2019 wordt bij de aanvraag verstrekt: voor een subsidie als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid onder a. en b.: het aantal nieuwkomers waaraan naar verwachting onderwijs zal worden gegeven; een omschrijving van de wijze waarop het taalonderwijs zal worden verzorgd en waaruit de extra begeleiding van de leerlingen zal bestaan; de kwalificaties van de betrokken leerkracht(en) en begeleiders op het gebied van het geven van (NT2) onderwijs aan nieuwkomers; een beschrijving van de ambitieuze en haalbare doelstellingen, die de school hanteert voor de leerlingen in het nieuwkomersonderwijs; de wijze waarop de school zorgt voor overdracht van de leerling die deel heeft genomen aan nieuwkomersonderwijs naar het reguliere onderwijs en voorziet in nazorg om de vooruitgang van de leerlingen vast te houden. op welke wijze de school ouders betrekt bij het taalonderwijs van hun kind en hen een actieve rol hierin geeft; voor een subsidie als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, overlegt een schoolbestuur per betrokken school de beschikking van het Rijk, waarmee de extra bekostiging voor nieuwkomers is afgewezen voor de ongedocumenteerde en de daaraan gelijkgestelde leerlingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college subsidie als: de ondersteuning als bedoeld in artikel 6.3 onder a. niet verzorgd wordt door een NT2 deskundige; de extra inzet van de NT2 deskundige als bedoeld in artikel 6.3 onder a. minder dan 8 uur per week bedraagt; de leraar die aan de nieuwkomersgroep als bedoeld in artikel 6.3 onder b. les geeft, geen onderwijsbevoegdheid heeft in de zin van de WPO; voor de ongedocumenteerden en daaraan gelijkgestelde leerlingen als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid geen beroep is gedaan op de Rijksbekostiging voor nieuwkomers over hetzelfde schooljaar als waarvoor de subsidie is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college geheel of gedeeltelijk een subsidie weigeren als: naar het oordeel van het college er onvoldoende zicht is op het met het nieuwkomersonderwijs te bereiken kwaliteitsniveau en de borging daarvan; naar het oordeel van het college onvoldoende invulling wordt gegeven aan de stimulering van ouderbetrokkenheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de deskundige die wordt ingezet voor de uitvoering van nieuwkomersonderwijs in staat is zijn kennis en expertise bij te houden en te actualiseren door middel van professionalisering; het schoolbestuur zorgt zelf voor een geschikte aparte ruimte om les te geven aan een nieuwkomersgroep en dragen zelf zorg voor financiering hiervan; het schoolbestuur draagt er voor zorg dat hijzelf of de leiding van de school waarvoor hij subsidie ontvangt, invulling geeft aan ouderbetrokkenheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 11, derde lid, van de VloA 2019 bevat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, onder a en b, per betrokken school de beschikkingen van het Rijk op de gedurende het schooljaar ingediende aanvragen voor de Bijzondere bekostiging basisscholen voor eerste opvang (1e jaar) asielzoekers en overige vreemdelingen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 Voorziening Brede Brugklas Bonus (2023-2027)</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: brede brugklas: heterogeen samengestelde onderbouw van minstens een schooljaar met minimaal de niveaus vmbo, havo en vwo; inspectieoordeel: een oordeel op kwaliteit van het onderwijs getoetst en afgegeven door inspectie van het onderwijs; school: school voor voortgezet onderwijs, dan wel een nevenvestiging daarvan; subsidietijdvak: periode waarin de gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wvo 2020: Wet op het voortgezet onderwijs 2020</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze voorziening is om kansengelijkheid van leerlingen in het Amsterdamse onderwijs te bevorderen door Amsterdamse middelbare scholen in staat te stellen te werken aan: tegengaan van nadelige effecten van de vroege selectie; tegengaan van segregatie op onderwijsniveau en achtergrond leerlingen; bevorderen van ontmoetingen van leerlingen van verschillende onderwijsniveaus;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit doel wordt bereikt door middelbare scholen die een brede brugklas hebben te ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit en scholen die een brede brugklas willen invoeren te ondersteunen bij de ontwikkeling en uitvoering hiervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van de opzet en/of de uitvoering van een brede brugklas, waarbij de hoogte van de subsidie over het subsidietijdvak als bedoeld in artikel 7.4 als volgt wordt berekend: voor een bestaande brede brugklas door de uitkomst van de som 4 x (a + b), waarbij a staat voor de vaste voet van het soort brugklas dat een school uitvoert en b. voor het aantal leerlingen in de onderbouw op 1 oktober 2022; voor de opzet van een nieuwe brede brugklas krijgt een school naast de subsidie als vermeld onder a. een extra subsidiebedrag van € 25.000 verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedragen voor de vaste voet en het aantal leerlingen in de onderbouw die worden gehanteerd in de berekening van de hoogte van de subsidie als bedoeld in het eerste lid, zijn: vaste voet school met 3 niveaus: €35.000; vaste voet school met 4 niveaus: €75.000; aantal leerlingen onderbouw 1 oktobertelling 2022 &lt; 400 leerlingen: €25.000; aantal leerlingen onderbouw 1 oktobertelling 2022 &gt; 400 leerlingen: €50.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een leraar van de school vanwege de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten werkzaamheden verricht, kan de subsidie bedoeld in het eerste lid tevens gebruikt worden voor zijn vervanging, waarbij geldt dat niet meer dan maximaal € 50 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten gebruik wordt gemaakt van een externe deskundige, dan kan niet meer dan € 125 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en subsidietijdvak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt een subsidieplafond vast voor de Brede Brugklas Bonus voor het subsidietijdvak dat loopt van 1 augustus 2023 tot en met 31 juli 2027.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verdeelsleutel subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college rangschikt de aanvragen die het college niet heeft geweigerd op grond van artikel 7.8, eerste lid aanhef en onder a. of b. of tweede lid onder a., of b. en voor subsidie in aanmerking komen op een prioriteitenlijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de rangschikking van de te verlenen subsidie laat het college zich adviseren door een door hem in te stellen adviescommissie, bestaande uit leden met kennis en ervaring op het gebied van brede brugklassen en het voorgezet onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rangschikking voor de Brede Brugklas Bonus wordt bepaald door het aantal punten dat wordt behaald op basis van de volgende criteria: de mate waarin de opzet en/of het werken met een brede brugklas vanaf schooljaar 2023-2024 onderdeel is of onderdeel wordt van de schoolontwikkeling zoals opgenomen in het schoolplan en het strategisch beleidsplan van het bestuur; de mate waarin de verbeteringen realistisch zijn, die de school met het werken met een brede brugklas verwacht te bereiken of te consolideren in de organisatie en het onderwijs (doorgaande leerlijn); de evenwichtige verhouding tussen de kosten van de te subsidiëren activiteiten met de daarmee te bereiken doelen en de daarvan te verwachten resultaten; de duurzaamheid en borging van de brede brugklas.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de in het derde lid onder a, b, c, d, genoemde criteria kan per onderdeel maximaal 30 punten behaald worden met een totaal van 120 punten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 wordt de subsidieaanvraag voor de Brede Brugklas Bonus ingediend van 15 juni 2023 tot en met uiterlijk 30 juni 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, vierde lid van de VloA 2019 worden bij een subsidieaanvraag ingediend een aanvraagformulier met bijbehorende begroting waarin een duidelijke beschrijving wordt gegeven van: van de wijze van opzet en/of werken met een brede brugklas vanaf schooljaar 2023-2024 als onderdeel van de schoolontwikkeling zoals opgenomen in het schoolplan en het strategisch beleidsplan van het bestuur; op welke wijze de school met het werken met een brede brugklas verbeteringen in de organisatie en het onderwijs (doorgaande leerlijn) verwacht te bereiken, dan wel te consolideren. de duurzaamheid en de borging van de brede brugklas.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen, indien: de school voor voorgezet onderwijs in de eerste jaren van oprichting zit en de voor de school geldende stichtingsnorm als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid Wvo 2020 nog niet gehaald heeft; de brede brugklas niet bestaat uit minimaal drie niveaus, vmbo, havo en vwo; de aanvraag op een van de afzonderlijke beoordelingscriteria genoemd onder artikel 7.5, derde lid minder dan de helft van de te behalen punten scoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college een subsidie weigeren te verlenen, indien: het inspectieoordeel op moment van aanvraag onvoldoende of (zeer) zwak is; de school onder de voor de school geldende opheffingsnorm zit, zoals bedoeld in artikel 4.24, tweede lid Wvo 2020.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: het kosteloos beschikbaar stellen van de ervaringen en ontwikkelde producten aan andere schoolbesturen die een brede brugklas willen realiseren; het delen van kennis en ervaringen met andere scholen voor voortgezet onderwijs in Amsterdam.</p>\n<p class=\"lf-p\">TOELICHTING Bijlage 3 Voorzieningen Kansengelijkheid</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting:</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Soort voorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepasselijk algemeen deel VloA 2019</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Voorziening Vroegschools aanbod</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen De voorziening Vroegschools aanbod maakt deel uit van een groter pakket voorzieningen in het kader van het beleid Kansengelijkheid. De inrichting van de voorziening is gebaseerd op het uitgangspunt dat er alleen sprake is van kansengelijkheid als alle kinderen zich optimaal ontwikkelen. Omdat niet alle scholen te maken hebben met gelijke maatschappelijke problematiek, wordt de voorziening op drie niveaus beschikbaar gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om het doel van Gelijke Kansen te realiseren, is het noodzakelijk dat alle kinderen zich optimaal ontwikkelen. Het doel van de voorziening Vroegschools aanbod is te voorzien in de realisatie van de optimale ontwikkeling van alle kinderen in de eerste twee jaar van de basisschool.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening is zo ingericht dat de basisschool zo goed mogelijk aansluit op de voorschoolse periode. Het risico dat deze overgang met zich meebrengt als het gaat om de doorgaande ontwikkeling, wordt daarmee zo veel mogelijk gereduceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.3 subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie De voorziening kent drie te subsidiëren uitvoeringsniveaus met ieder hun eigen activiteiten en intensiteit, aangepast aan de zwaarte van de school.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van de niveau indeling wordt gewerkt met vier schoolgroepen. De groep scholen met het laagste percentage doelgroepkinderen kan alleen niveau A aanvragen. De groep scholen met het hoogste aantal doelgroepkinderen kan alleen niveau C aanvragen. De groep scholen met het een na laagste percentage doelgroepkinderen kan kiezen tussen niveau A en B. De groep scholen met het een na hoogste percentage doelgroepkinderen kan kiezen tussen niveau B en C.</p>\n<p class=\"lf-p\">De berekening van het percentage doelgroepleerlingen is gelijk aan de berekening van de voorziening Kansenaanpak primair onderwijs vanaf groep 3. Het percentage wordt berekend aan de hand van het aantal doelgroepleerlingen vanaf groep 3 dat op 1 oktober in het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school. In dit percentage zijn de leerlingen van groep 1 en 2 destijds ook meegewogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vroegschools aanbod niveau A Bij niveau A worden de volgende activiteiten gesubsidieerd: a. Het actief ophalen van relevante informatie over de voorschoolse periode De overdracht van kindgegevens van de kinderopvang aan de school helpt de school om direct te kunnen bepalen wat de onderwijs- en zorgbehoefte van het kind is bij de instroom in de basisschool. Hiervoor dient de school afspraken te maken met de ‘toeleverende’ kinderopvanglocaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met warme overdracht wordt bedoeld dat er een overleg plaatsvindt tussen de kinderopvang en de basisschool. De school dient te bepalen welke informatie nodig is om te kunnen starten met het geven van onderwijs. Omdat de uitwisseling van gegevens waarschijnlijk ruimer is dan wat is bepaald in artikel 167, derde lid van de Wpo, is voorafgaand aan de warme overdracht toestemming van ouders nodig. b. Ouderbetrokkenheid Op elke peutervoorziening en basisschool is ouderbetrokkenheid een structureel onderdeel van het beleid en de uitvoering. De subsidieontvanger moet ouderbetrokkenheid stimuleren op basis van een plan met een visie, doelen en gerichte ondersteuning dat is gebaseerd op een analyse van wensen, behoeften en krachten van ouders en door zich te richten op de vier volgende onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders weten hoe het Vve- of onderwijsprogramma in elkaar zit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders weten wat hun kind doet op de peutervoorziening of de basisschool;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders weten hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders weten wat zij thuis aan ontwikkelingsstimulering kunnen doen en hoe zij dit kunnen doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze activiteiten behoren aanvullend te zijn op de reguliere ouderbetrokkenheid die een basisschool uitvoert. c. Coördinatie De coördinator draagt zorg voor de uitvoering het vroegschools aanbod en ziet toe op een doelmatige afstemming van de subsidiabele activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vroegschools aanbod niveau B De activiteiten onder niveau A aangevuld met:</p>\n<p class=\"lf-p\">Scholing ten behoeve van certificering groepsleerkrachten Deze (na)scholing wordt gefaciliteerd om te kunnen voldoen aan de voorwaarde dat scholen moeten werken met een programma voor vroegschoolse educatie. Nadat de groepsleerkrachten zijn gecertificeerd kan deze activiteit worden ingezet voor de verdere deskundigheidsbevordering op het gebied van het jonge kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vroegschools aanbod niveau C De activiteiten onder niveau A en B worden aangevuld met:</p>\n<p class=\"lf-p\">Combinatiefunctie Het doel van de Combinatiefunctie is het stimuleren van een doorgaande ontwikkeling van peuter naar kleuter door de extra inzet van een combinatiefunctionaris in een kleutergroep naast de gebruikelijke bezetting van leerkrachten en onderwijsassistenten. Hierdoor wordt een pedagogisch klimaat gecreëerd waar kinderen zich direct veilig voelen in hun nieuwe omgeving en wordt de kwaliteit van de doorgaande ontwikkeling versterkt. De combinatiefunctie wordt gemiddeld een dagdeel (een aaneengesloten blok van drie uur) per week per kleuterklas gedurende een schooljaar van 40 weken ingezet. De omvang van de inzet, de kwaliteitseisen en het gehanteerde tarief worden geregeld in een overeenkomst tussen schoolbestuur en voorschoolaanbieder activiteiten gericht op de continuïteit van de zorg voor instromende kleuters De school zorgt ervoor dat in het geval van een reeds bestaande zorgvraag van instromende kleuters, dit beleid direct wordt voortgezet in aansluiting op de voorschoolse periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Berekening van de hoogte van de subsidie per leerling De hoogte van de subsidie per leerling voor de verschillende niveaus komt tot stand door normbedragen toe te kennen aan de verschillende activiteiten. De tarieven voor schooljaar 2019/2020 zijn hieronder weergegeven. Deze worden jaarlijks geïndexeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiabele activiteiten Niveau A Niveau B Niveau C Normbedrag per kleuter 2019/2020 Informatieoverdracht alle kleuters x x € 20 Warme overdracht alle kleuters x € 40 Ouderbetrokkenheid niveau A x € 60 Ouderbetrokkenheid niveau B x € 90 Ouderbetrokkenheid niveau C x € 120 Gebruiksmateriaal vroegschoolse educatie x x € 5 Scholing x x € 30 Combinatiefunctie x € 350 Zorg x € 30 Coördinatie niveau A x € 70 Coördinatie niveau B x € 125 Coördinatie niveau C x € 175 Totaal per kleuter (2019/2020) € 150 € 270 € 750</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Pilot programmaloos</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Scholen die in het schooljaar 2022/2023 voor de laatste keer gebruik konden maken van het VVE-programma Kleuterplein hebben voor de schooljaren 2023/2024 en 2024/2025 de mogelijkheid om deel te nemen aan een pilot die als doel heeft de opbrengsten en resultaten in kaart te brengen wanneer er niet wordt gewerkt met een VVE-programma. Om de kwaliteit van het kleuteronderwijs te borgen wordt scholen gevraagd te beschrijven op welke manier zij ervoor zorgen dat de verschillende ontwikkelgebieden van de kleuters voldoende aan de orde komen. De basistraining VVE 1&amp;2 wordt als minimale scholingseis gesteld. De looptijd van de pilot bedraagt twee schooljaren. De gemeente Amsterdam draagt zorg voor een onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.5 De aanvrager Geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidie aanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het activiteitenplan moet op grond van artikel 5, vierde lid van de VloA 2019 aangegeven worden voor welk niveau vroegschools aanbod een aanvraag wordt ingediend. Daarbij dient te worden aangegeven op welke wijze uitvoering zal worden gegeven aan de te subsidiëren activiteiten en op welke manier wordt voldaan aan de aanvullende verplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als scholen nog niet hebben voldaan aan de verplichtingen ten aanzien van de certificering van groepsleerkrachten, onderwijsassistenten en Vve-coördinator, moet worden aangegeven per wanneer hier wel aan wordt voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de beschikbaarstelling van de voorziening Vroegschools aanbod zijn enkele aanvullende verplichtingen verbonden die als doel hebben de kwaliteit van het aanbod te garanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschools aanbod Niveau A Het kindvolgsysteem is opgenomen als aanvullende verplichting omdat hiermee het onderwijsaanbod kan worden afgestemd op de ontwikkelbehoefte van het kind en de opbrengst van de vroegschoolse educatie inzichtelijk kan worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschools aanbod Niveau B De aanvullende verplichtingen onder niveau A aangevuld met:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van een Vve-programma of vroegschoolvariant (uitsluitend niveau B) Dit is een -programma dat door het Nederlands Jeugdinstituut is beoordeeld als bewezen effectief moet bijdragen aan de opbrengst van de vroegschoolse educatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelname Vve-overleggen in het stadsdeel In de Vve-overleggen die per gebied worden georganiseerd door de accounthouder van team Vve van de gemeente Amsterdam, is er gelegenheid tot uitwisselen van informatie en worden de coördinatoren op de hoogte gehouden van actuele ontwikkelingen Voorschools aanbod Niveau C De aanvullende verplichtingen onder niveau B aangevuld met:</p>\n<p class=\"lf-p\">Certificering coördinator vroegschools aanbod.: vanwege de complexiteit van de activiteiten en verplichtingen in de voorziening, is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de coördinatoren geborgd wordt. Hiervoor wordt een training aangeboden die wordt gefaciliteerd door de gemeente Amsterdam. Deze training wordt afgesloten met een certificaat. Als de coördinator vroegschools aanbod nog niet is gecertificeerd dan dient uit de subsidieaanvraag blijken dat de training alsnog gevolgd zal worden. Onderdeel van deze training is een bijeenkomst voor schoolleiders. Deelname hieraan is verplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Voorziening Kansenaanpak primair onderwijs vanaf groep 3</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De onder b. genoemde drempel heeft als gevolg dat het beschikbare subsidieplafond verdeeld wordt over een beperkt aantal scholen. Het uitgangspunt hierbij is dat scholen met een relatief laag percentage doelgroepleerlingen, de extra behoefte aan ondersteuning op het gebied van taal en rekenen van deze leerlingen eenvoudiger binnen het normale curriculum kunnen opvangen. Hierdoor wordt bovendien verwatering van het beschikbare budget voorkomen en zijn scholen met een hoog percentage doelgroepleerlingen beter in staat een voldoende aanbod aan onderwijsinterventies te realiseren (omdat zij meer budget kunnen aanvragen). De drempel wordt berekend op basis van de gegevens van de leerlingen die op 1 oktober in het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school voor basisonderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onder b. genoemde Kansenaanpak PO betreft het in december 2017 door de gemeenteraad vastgestelde beleidsplan, waarin is opgenomen op welke wijze de gemeente onderwijsachterstanden in samenwerking met de schoolbesturen voor het basisonderwijs tracht te bestrijden. Deze voorziening maakt onderdeel uit van dit plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de punten c, d. en h zijn de definities opgenomen van een Kopklas, een Maatwerkplan (verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid), en een Zomerschool.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onder g. genoemde verlengde leertijd kan gerealiseerd worden door het uitvoeren van bijvoorbeeld schakelklassen, leerlabs, vakantieschool taal of de inzet van extra (ondersteunend) onderwijspersoneel in de klas.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uit de definitie van het doel van de voorziening blijkt dat de subsidie voor deze voorziening bestemd is voor zowel basisscholen als scholen in het speciaal basisonderwijs (SBO).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidies als bijdrage in de kosten van de uitvoering van de onderwijsinterventies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in aanvulling op de Rijksbekostiging die het schoolbestuur per leerling ontvangt, waardoor een school zorg kan dragen voor (taal)onderwijs in kleinere groepen en verlengde leertijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het schoolbestuur en de school hebben in het kader van de uitvoering van het maatwerkplan voor onderwijsinterventies verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid meer dan voorheen het geval was de regie over de soort activiteiten die het beste past bij bijvoorbeeld de leerling populatie, de schoolontwikkeling of bestaande activiteiten of inzet op de school.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten op het terrein van de ouderbetrokkenheid kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op: in relatie met achterstand het versterken van de doorgaande lijn in het kader van ouderbetrokkenheid van de VVE naar groep 3 t/m 8 van de school voor basisonderwijs in afstemming met de gekoppelde peutervoorziening; kennisuitwisseling over ouderbeleid tussen samenwerkende scholen te organiseren en informatiebijeenkomsten voor ouders bij de overstap naar vervolgonderwijs binnen een school of samenwerkende scholen. het organiseren van informatie(bijeenkomsten) voor ouders bij de overstap naar vervolgonderwijs binnen een school of samenwerkende scholen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte en besteding subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie voor de uitvoering een maatwerkplan als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid onder a wordt berekend aan de hand van de het aantal doelgroepleerlingen vanaf groep 3 dat op 1 oktober in het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school vermenigvuldigd met het bedrag dat jaarlijks beschikbaar is per doelgroepleerling. Dit zogenoemde normbedrag wordt berekend op grond van de volgende formule:</p>\n<p class=\"lf-p\">A = B / (X- Y), waarbij A staat voor bedrag per doelgroepleerling, B voor het subsidieplafond onderdeel verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid, X voor het totaal aantal doelgroepleerlingen in de stad en Y voor het aantal doelgroepleerlingen dat op een school onderwijs volgt, waar het percentage doelgroepleerlingen vanaf groep 3 gelijk of minder is dan 10 procent van de totale leerlingenpopulatie vanaf groep 3;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze voorziening zijn voor drie onderdelen subsidies aan te vragen. Het onderdeel uitvoering onderwijsinterventies in het kader van het Maatwerkplan, de onderwijsinterventie Zomerschool en de onderwijsinterventie Kopklas. Het college stelt jaarlijks drie afzonderlijke subsidieplafonds voor deze onderdelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.6 De aanvrager Geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de aanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van het aantal doelgroepleerlingen op een school is jaarlijks een budget beschikbaar, waarvoor een school een maatwerkplan op het gebied van de onderwijsinterventies verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid kan opstellen. De school heeft vrijheid om zelf te kiezen welke activiteiten hij wil uitvoeren passend bij de opgave en ontwikkeling van de school en zijn leerlingen. Bijvoorbeeld het inzetten van een schakelklas of een extra onderwijsassistent, het investeren in taalonderwijs of ook aandacht voor het vergroten van de leefwereld. In punt a. van dit artikel staat voorgeschreven op welke onderwerpen een schoolbestuur bij de aanvraag voor zijn school in het maatwerkplan in ieder geval in moet gaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39-91\"><span class=\"lf-art-num\">Art 3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvullende verplichtingen zijn deels gericht op het garanderen van kwaliteit van het personeel dat wordt ingezet en het onderwijs dat wordt gegeven. Anderzijds betreft het de verplichting dat het schoolbestuur zelf zorgt voor de benodigde extra onderwijsruimte en de bekostiging daarvan. Het laatste onderdeel van dit artikel schrijft voor dat een school mee moet werken aan kennisdeling, tussentijdse rapportage en onderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Voorziening Kansenaanpak Voortgezet Onderwijs (VO)</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting:</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De onder b. genoemde drempel heeft als gevolg dat het beschikbare subsidieplafond verdeeld wordt over een beperkt aantal scholen. Het uitgangspunt hierbij is dat scholen met een relatief laag percentage doelgroepleerlingen, de extra behoefte aan ondersteuning op het gebied van taal en rekenen, ouderbetrokkenheid en op- en afstroom van deze leerlingen eenvoudiger binnen het normale curriculum kunnen opvangen. Hierdoor wordt bovendien versnippering van het beschikbare budget voorkomen en zijn scholen met een hoog percentage doelgroepleerlingen beter in staat een voldoende aanbod aan onderwijsinterventies te realiseren (omdat zij meer subsidie kunnen aanvragen). De drempel wordt berekend op basis van de gegevens van de leerlingen die op 1 oktober in het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school voor voortgezet onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onder c. genoemde Kansenaanpak VO betreft de in mei 2019 door de gemeenteraad vast te stellen beleidsbrief, waarin is opgenomen op welke wijze de gemeente in samenwerking met de schoolbesturen voor het voortgezet onderwijs wil investeren in het tegengaan van onderwijsachterstanden op taal en rekenen, vergroten van ouderbetrokkenheid en het bevorderen van opstroom en het voorkomen van afstroom. De voorziening maakt onderdeel uit van dit beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onder d. gedefinieerde doelgroepleerling is een leerling van een Amsterdamse school voor voortgezet onderwijs die voldoet aan één of meer van de volgende kenmerken: laag opleidingsniveau ouders volgens de definitie in artikel 1 van het algemene deel van de VloA; laag inkomen huishouden volgens de definitie in artikel 1 in het algemene deel van de VloA; leerling in een internationale schakelklas (ISK).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) brengt met ingang van het schooljaar 2019-2020 het aantal doelgroepleerlingen per vo-school in beeld voor de gemeente ten behoeve van de Kansenaanpak Voortgezet Onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder j. wordt onder een school verstaan de scholen voortgezet onderwijs of een nevenvestiging van een school voor voortgezet onderwijs Het tegengaan van de onder k. genoemde onderwijsachterstanden kunnen gerealiseerd worden door het uitvoeren van verlengde leertijd aansluitend op een reguliere schooldag of de inzet van extra (ondersteunend) onderwijspersoneel in de klas</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uit de definitie van het doel van de voorziening blijkt dat de subsidie voor deze voorziening bestemd is voor scholen voor voortgezet onderwijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiabele activiteitenDe subsidies als bijdrage in de kosten van de uitvoering van de onderwijsinterventies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in aanvulling op de Rijksbekostiging die het schoolbestuur per leerling ontvangt, waardoor een school zorg kan dragen voor bijvoorbeeld (taal)onderwijs in kleinere groepen en verlengde leertijd Het schoolbestuur en de school hebben in het kader van de uitvoering van het maatwerkplan voor onderwijsinterventies de regie over de activiteiten die het beste passen bij bijvoorbeeld de leerlingpopulatie, de schoolontwikkeling of bestaande activiteiten of inzet op de school.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten op het terrein van de ouderbetrokkenheid kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op: in relatie met achterstand het versterken van de doorgaande lijn in het kader van ouderbetrokkenheid van de basisschool naar de middelbare school; kennisuitwisseling over ouderbetrokkenheidsbeleid tussen samenwerkende scholen te organiseren en informatiebijeenkomsten voor ouders bij de overstap naar vervolgonderwijs binnen een school of samenwerkende scholen; het organiseren van informatie(bijeenkomsten) voor ouders bij de overgang naar een hoger niveau voortgezet onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten op het terrein van het bevorderen van opstroom en tegengaan van afstroom kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op: voorlichting aan leerlingen (over de regels) bij de overgang naar een hoger niveau voortgezet onderwijs binnen een school of samenwerkende scholen; extra begeleiding en aandacht voor opstromers en afstromers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie voor de uitvoering van een maatwerkplan als bedoeld in artikel 4.3 wordt berekend aan de hand van de het aantal doelgroepleerlingen in het voortgezet onderwijs dat op 1 oktober in het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te voorkomen dat het voor het Kansenaanpak VO beschikbare budget versnipperd raakt over alle scholen in de stad is een drempel van doelgroepleerlingen ingebouwd. Het subsidiebudget wordt verdeeld over de scholen met een percentage doelgroepleerlingen gelijk of hoger dan deze drempel. Het uitgangspunt hierbij is dat scholen met een lager percentage doelgroepleerlingen, de extra behoefte aan ondersteuning op het gebied van taal en rekenen van deze leerlingen en ouders, eenvoudiger binnen het normale curriculum en bekostiging kunnen opvangen. Hetzelfde geldt voor interventies ten behoeve van op- en afstroom.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdeling vindt vervolgens plaats op basis van het absolute aantal doelgroepleerlingen op een school, waarbij gelimiteerde bedragen gelden voor acht te onderscheiden categorieën. Hierdoor wordt rekening gehouden met de grootte van de scholen, die erg verschillend zijn in het Amsterdamse VO. Een grote school met veel doelgroepleerlingen krijgt meer middelen, dan een kleine school met een vergelijkbaar percentage doelgroepleerlingen. Dit doet meer recht aan het principe ‘investeren daar waar dat het hardste nodig is’ in het voortgezet onderwijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor dit onderdeel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4.6 De aanvrager Geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de aanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van het aantal doelgroepleerlingen op een school is jaarlijks een budget beschikbaar, waarvoor een school een maatwerkplan op het gebied van de onderwijsinterventies op het tegengaan van onderwijsachterstanden, het vergroten van ouderbetrokkenheid, het bevorderen van opstroom en voorkomen van afstroom kan opstellen. De school heeft vrijheid om zelf te kiezen welke activiteiten hij wil uitvoeren passend bij de opgave en ontwikkeling van de school en zijn leerlingen. Bijvoorbeeld het inzetten van een extra onderwijsassistent, het investeren in taal- of rekenonderwijs, ouders ondersteunen bij de ontwikkeling van hun kind of de mogelijkheden bevorderen voor leerlingen om op te stromen naar een hoger niveau binnen het vo. In dit artikel staat voorgeschreven op welke onderwerpen een schoolbestuur bij de aanvraag voor zijn school in het maatwerkplan in ieder geval in moet gaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49-93\"><span class=\"lf-art-num\">Art 4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvullende verplichtingen zijn deels gericht op het garanderen van kwaliteit van het personeel dat wordt ingezet en het onderwijs dat wordt gegeven. Anderzijds betreft het de verplichting dat het schoolbestuur zelf zorgt voor de benodigde extra onderwijsruimte en de bekostiging daarvan. Het laatste onderdeel van dit artikel schrijft voor dat een school mee moet werken aan kennisdeling, tussentijdse rapportage en onderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Voorziening Amsterdamse Familie School 2023-2027</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Amsterdam wil een rechtvaardige stad zijn, waarin kinderen en jongeren gelijke kansen hebben om zich optimaal te ontwikkelen. Welke kansen zij hebben wordt medebepaald door verschillende omgevingsfactoren. Bijvoorbeeld de wijk waar je opgroeit, wie je ouders zijn en naar welke school je gaat. Kansengelijkheid vraagt daarom om extra investeringen. Waarbij het kind of de jongere centraal staat en waarbij ouders en de buurt worden betrokken. De gemeente vindt het belangrijk dat de ontwikkelkansen van kinderen worden versterkt vanuit de school, de plek waar zij meer dan duizend uur per jaar doorbrengen. Daar voelen kinderen, en vaak ook hun ouders, zich veilig en vertrouwd. Het is daardoor bij uitstek de plek waar duidelijk wordt als het niet goed gaat met een kind of met ouders en daarom moeten de investeringen daar plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het realiseren van kansengelijkheid is niet alleen inzet vanuit het onderwijs nodig, maar ook vanuit jeugdzorg, armoedebestrijding en gezondheid. Met de Amsterdamse Familie School zet het college precies hierop in: vanuit de school een integrale samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen, met als doel het bieden van een brede ondersteuning aan het gehele gezin. Met deze voorziening beoogt de gemeente deze aanpak de komende vier schooljaren uit te breiden naar 25 scholen in het (speciaal) basisonderwijs, speciaal (voortgezet) onderwijs Cluster 4 of voortgezet onderwijs en verder te intensiveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Amsterdam stimuleert scholen in te zetten op het bieden van een meer kansrijke ondersteunings- en ontwikkelomgeving, waarbij er een koppeling wordt gemaakt met de thuissituatie en de leefomgeving van het kind en de jongere. Dit betekent voor scholen onder meer door de inzet van een projectleider familieschool verbindingen leggen dan wel het versterken van de samenwerking met ouders, de voorschool en maatschappelijke partners binnen de domeinen: armoede, jeugd, zorg, sport en de wijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening Amsterdamse Familie School maakte onderdeel uit van de PIEK-aanpak in de periode 2019-2023 gericht op het bevorderen van kansengelijkheid. De PIEK-aanpak bestond uit drie actielijnen, namelijk het bevorderen van de (door)ontwikkeling en uitvoering van een Brede Brugklas, een Integraal Kind Centrum (IKC) en de Amsterdamse Familie Scholen. Deze onderwijsvoorzieningen waren allen opgenomen in Hoofdstuk 5 PIEK-aanpak. Omdat er geen sprake meer is van een beleidskader en om de leesbaarheid van deze twee afzonderlijke voorzieningen te bevorderen is er nu voor gekozen om te werken met twee aparte Hoofdstukken: ‘Hoofdstuk 5. Amsterdamse Familie School 2023-2027’ en ‘Hoofdstuk 6 Brede Brugklas 2023-2027’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting:</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">b. doelgroepleerling Voor de toelichting bij de begripsbepaling doelgroepleerlingen wordt verwezen naar de toelichting op artikel 3.1 begripsomschrijvingen van Hoofdstuk 3 Voorziening Kansenaanpak PO, en naar de toelichting op artikel 4.1 (begripsbeschrijvingen) bij Hoofdstuk 4 Voorziening Kansenaanpak VO, pagina 25 en 26.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze voorziening is om kansengelijkheid van leerlingen in het Amsterdamse onderwijs te bevorderen door scholen in staat te stellen te werken aan een meer kansrijke ondersteunings- en ontwikkelomgeving aan leerlingen en hun ouders, door verbindingen te leggen dan wel het versterken van de samenwerking met ouders, de voorschool en maatschappelijke partners binnen de domeinen: armoede, jeugd, zorg, voorschool, sport en de wijk. De omstandigheden waarin een kind opgroeit mogen geen rol spelen in zijn of haar onderwijsontwikkeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de Amsterdamse Familie School wordt voor een subsidietijdvak van vier schooljaren verleend. Om tot een Amsterdamse Familie School te komen is een intensieve (integrale) samenwerking nodig tussen onderwijs, zorg, jeugd, armoedebestrijding en andere maatschappelijke partners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komt in aanmerking de (door)ontwikkeling en uitvoering van een Amsterdamse Familie School, waarvan in ieder geval onderdeel uitmaakt de inzet van een projectleider familieschool. Uit eerdere ervaringen met 10 Amsterdamse Familie Scholen in de periode 2019-2023 is gebleken dat voor het (door)ontwikkelen en uitvoeren van dit schoolconcept het onontbeerlijk is om te werken met een projectleider.</p>\n<p class=\"lf-p\">De projectleider familieschool is op school degene die zorgdraagt voor de coördinatie van de (door)ontwikkeling en uitvoering van dit specifieke schoolconcept en de directeur hierbij ondersteunt. Deze functionaris fungeert als een spin in het web, treedt op als verbinder en stuurt op de doelen, is goed op de hoogte van wat er zich in de wijk afspeelt, en creëert in samenwerking met de schooldirectie een draagvlak voor deze aanpak binnen de school. De regierol ligt namelijk bij de school. Bij de activiteiten die een school in het kader van een Amsterdamse Familie School wil ontwikkelen, kan gebruik worden gemaakt van het reeds bestaande aanbod van subsidies en voorzieningen in natura die de gemeente, maar ook bijvoorbeeld het Rijk biedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de meeste activiteiten die op scholen onder schooltijd worden uitgevoerd kunnen schoolbesturen subsidie aanvragen via de VloA 2019. Daarnaast voorziet de Subsidieregeling sociale basis 2023 in een subsidie voor activiteiten die buiten het curriculum van scholen vallen op het gebied van brede talentontwikkeling. Via bijvoorbeeld het Amsterdamse Fonds voor de Kunst kan een school in aanmerking komen voor een cultuurcoach. Verder kan een school samenwerken met de Buurtteams, die voor de uitvoering van hun werkzaamheden door het college worden gesubsidieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Amsterdam voorziet dus al in een ruim aanbod betreffende maatschappelijke ondersteuning of in activiteiten op het gebied van brede talentontwikkeling, kunst en cultuur of sport. Voordat een school zelf een activiteit ontwikkelt, is het verstandig om eerst te onderzoeken of niet gebruik gemaakt kan worden van dit gemeentelijke aanbod. De projectleider familieschool kan worden ingezet om het aanbod vanuit verschillende domeinen met elkaar te verbinden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor de schooljaren 2023-2027 wordt met een afzonderlijk collegebesluit vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verdeelsleutel subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college laat zich adviseren door een adviescommissie over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie. Daaraan voorafgaand wordt door het college beoordeeld of een aanvraag geweigerd moet worden op grond van artikel 5.9. De adviescommissie beoordeeld de aanvraag op basis van de beoordelingscriteria, zoals opgenomen in artikel 5.5, derde lid. De adviescommissie wordt gevormd door mensen met kennis en ervaring op het gebied van kansengelijkheid en onderwijsstelsel en het (speciaal) basisonderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een van de beoordelingscriteria richt zich op de mate waarin een school zich aansluit bij externe projecten. Hierbij kan gedacht worden aan het Masterplan en School en Omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat het college met name wil inzetten op scholen met een relatief hoog percentage doelgroepleerlingen en op scholen die vallen onder een masterplan in het stadsdeel Nieuw-West of Zuidoost of onder de aanpak Noord in het stadsdeel Noord, kunnen hiervoor extra punten worden behaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mocht de subsidie van een of meerdere scholen voortijdig worden stopgezet of verlaagd, dan kan het college besluiten om aan de hoogste aanvraag op de prioriteitenlijst voor de resterende periode een subsidie te verstrekken voor het ontwikkelen en uitvoeren van een Amsterdamse Familie School.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het concreet uitvoerbaar plan dient een bestaande Amsterdamse Familie School aan te geven op welke wijze de school gebruik maakt van eerder opgedane ervaringen in de periode 2019-2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de basisschool onder de opheffingsnorm zit, uitgaande van de 1 oktobertelling 2021, dan kan het college de subsidie eveneens weigeren te verlenen. Voor het basisonderwijs geldt voor Amsterdam een opheffingsnorm van 195 leerlingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verleende subsidie wordt niet in een keer uitbetaald. Eerst ontvangt een schoolbestuur een voorschot van €30.000, voor het maken van een uitvoerbaar plan. Dit bedrag is vooral bedoeld voor de projectleider die de directie ondersteunt bij het opstellen van het plan. Het tweede gedeelte van het subsidievoorschot van maximaal €60.000 in het eerste jaar van het subsidietijdvak, wordt pas betaald, nadat de subsidieontvanger dit plan heeft ingediend. Voordat tot uitbetaling van het tweede voorschot wordt overgegaan zal beoordeeld worden of het plan voldoet aan de doelstelling van de voorziening (artikel 5.2), of het voldoende uitvoerbaar is en of optimaal gebruik wordt gemaakt van het gemeentelijk- of ander aanbod, dan wel sprake is van overlap van de te subsidiëren activiteiten hiermee. Indien het plan niet of van onvoldoende kwaliteit is naar het oordeel van het college kan de subsidieontvanger gevraagd worden het plan bij te stellen of de subsidieverlening kan worden gewijzigd op grond van artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente zet een klein team van ervaren aanjagers en onderzoekers in om de scholen die subsidie ontvangen te ondersteunen bij het omzetten van de aanvraag in een concreet uit te voeren plan. Dit ter voorkoming van versnippering door uitvoering van telkens weer het ontwikkelen van nieuwe activiteiten en om er voor te zorgen dat het wiel niet steeds opnieuw wordt uitgevonden. Zij krijgen de opdracht om scholen bij te staan in hun ontwikkeling en om de verschillende aanpakken te monitoren, te analyseren en te evalueren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit om de verkregen kennis te verzamelen, te verspreiden en hiermee te innoveren, en om de verbinding tussen de wijk en de partners om de school aan te jagen. Hiermee waarborgen én verhogen we de kwaliteit van de Amsterdamse Familie School.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de verplichtingen is daarom opgenomen dat de scholen verplicht zijn om deel te nemen aan ondersteunings- en kennisdelingsbijeenkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieontvanger is verplicht het (door)ontwikkelbudget in te zetten voor activiteiten die niet op basis van andere regelingen van de gemeente of een ander bestuursorgaan kunnen worden aangevraagd of behoren tot reeds bestaand (naschools)aanbod waar de school gebruik van kan maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 9, vierde lid van de VloA 2019 is als algemene verplichting opgenomen dat een schoolbestuur zorg draagt voor medewerking van de onder zijn gezag vallende scholen aan onderzoeken die door of namens de gemeente worden uitgevoerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 Nieuwkomers</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting:</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidies die op grond van het eerste lid onder a en b worden verstrekt in aanvulling op de Rijksbekostiging, maken het voor een school mogelijk om extra (taal) ondersteuning aan nieuwkomersleerlingen te geven. Het tweede lid voorziet in een extra subsidie voor ongedocumenteerde nieuwkomers en de leerlingen die aan hen gelijk gelijkgesteld zijn, maar waarvoor een schoolbestuur geen Rijksbekostiging ontvangt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Verdeelsleutel subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening voorziet in artikel 6.3 in drie verschillende subsidies. Uitsluitend voor de subsidie voor de NT2 ondersteuning van de nieuwkomers in groep 2 stelt het college per schooljaar een subsidieplafond vast. Sinds het schooljaar 2018-2019 stelt de gemeente ook middelen beschikbaar voor extra taalondersteuning van nieuwkomers, die in een reguliere groep 2 les krijgen. Het budget hiervoor is echter beperkt beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college beoordeeld aanvragen die voor 1 april zijn ingediend op volgorde van binnenkomst. Indien het subsidieplafond niet toereikend is om alle op 1 april ingediende aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen te honoreren, worden de subsidie aanvragen onder gebracht in twee categorieën: de aanvragen voor een eerste NT2 deskundige op een school en de aanvragen voor een tweede NT2 deskundige op een school. Vervolgens wordt eerste de eerste categorie gehonoreerd en vervolgens als het budget het toelaat ook nog aanvragen uit de tweede categorie. .</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het subsidieplafond niet toereikend is om alle subsidieaanvragen die in aanmerking komen voor een subsidie in een bepaalde categorie als bedoeld in het tweede lid te honoreren, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst. De rangschikking vindt plaats aan de hand van het totaal aantal nieuwkomers in groep 2 op een school van hoog tot laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen die na sluiting van de in artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 april worden ingediend, worden in behandeling genomen volgorde van binnenkomst en gehonoreerd totdat het subsidieplafond is bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 6.5 De aanvrager De nieuwkomersgroepen worden in Amsterdam door een paar schoolbesturen georganiseerd in onder hun gezag vallende scholen namens de andere schoolbesturen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtermijn subsidies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 6 eerste lid van de VloA 2019 zijn de subsidies als genoemd in artikel 6.3 lid 1 onder a en b, het gehele jaar aan te vragen. Voor de subsidie van de ongedocumenteerde leerlingen en aan hen gelijkgestelden geldt dat de subsidie aanvraag voor 1 juli van het lopende gesubsidieerde schooljaar moet worden ingediend. Daarbij dient een schoolbestuur de beschikking van het Rijk te overleggen, waarmee de aanvraag voor extra bekostiging voor nieuwkomers voor deze leerlingen is afgewezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoeft geen toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 Voorziening Brede Brugklas Bonus (2023-2027)</h3>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Amsterdam investeert sinds 2019 in brede brugklassen middels de Brede Brugklas Bonus om scholen te ondersteunen bij het tegengaan van de vroege selectie. Ook voor de komende jaren zet de gemeente Amsterdam met in totaal 2,4 miljoen in op deze aanpak. Maximaal zeven scholen kunnen de komende vier jaar in aanmerking kunnen komen voor een Brede Brugklas Bonus. Deze bonus volgt dezelfde inhoudelijk lijn als de Brede Brugklas Bonus 2019-2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieregeling kan door scholen met een brede brugklas met minimaal drie niveaus – te weten vmbo, havo, vwo – worden aangevraagd. De brugklas duurt minimaal één schooljaar. Zij kunnen de Brede Brugklas Bonus aanvragen ter ondersteuning van hun huidige brede brugklas. Scholen die nog geen brede brugklas hebben kunnen deze aanvragen om een heterogene brede brugklas te vormen. Zij ontvangen daarbij extra ondersteuningskosten voor het starten van de brede brugklas.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Onderwijsraad stelt dat het niet alleen gaat om later selecteren, maar dat goed kunnen differentiëren ook essentieel is: flexibel onderwijs op maat bieden, dat recht doet aan de verschillen tussen leerlingen. Differentiatievaardigheden en –mogelijkheden liggen ten grondslag aan de kwaliteit van brede brugklassen. De Brede Brugklas Bonus biedt ruimte aan scholen om dit te ontwikkelen. Daarin laat de subsidie veel ruimte voor maatwerk. Om deze ruimte te creëren is ingezet op een langdurige subsidie van vier jaar, zodat de scholen de tijd krijgen om duurzame plannen te ontwikkelen. Uit de monitoring van de huidige subsidie blijkt dat de bonus onder andere wordt ingezet op het ontwikkelen van differentiatievaardigheden van docenten, het lesgeven aan kleinere groepen en extra personele ondersteuning in de les om lesgeven in gedifferentieerde groepen mogelijk te maken. De (tussentijdse) monitoring wordt in het vierde kwartaal van 2023 opgeleverd en biedt inzicht in de succeselementen en ontwikkelpunten van de aanpakken en interventies van de scholen. Deze monitoring wordt voortgezet bij de Brede Brugklas Bonus 2023-2027.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening Brede Brugklas Bonus maakte onderdeel uit van de PIEK-aanpak in de periode 2019-2023. Deze aanpak richtte zich op het bevorderen van kansengelijkheid. De PIEK-aanpak bestond uit drie zelfstandige onderdelen, namelijk het bevorderen van de (door)ontwikkeling en uitvoering van een Brede Brugklas, een Integraal Kind Centrum (IKC) en de Amsterdamse Familie Scholen. Deze onderwijsvoorzieningen waren allen opgenomen in één Hoofdstuk 5 PIEK-aanpak. Omdat de subsidie voor het IKC niet meer wordt verstrekt de komende jaren en om de leesbaarheid van andere voorzieningen te bevorderen is er voor gekozen om te werken met twee aparte Hoofdstukken: ‘Hoofdstuk 5. Amsterdamse Familieschool 2023-2027’ en ‘Hoofdstuk 7 Brede Brugklas 2023-2027’.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de voorziening is het versoepelen van de (kwetsbare) overgangen, het tegengaan van de nadelige effecten van de vroege selectie, het tegengaan van segregatie op onderwijsniveau en achtergrond van leerlingen en het bieden van een brede ontwikkelomgeving aan leerlingen in het Amsterdamse onderwijs. De subsidie is bestemd voor scholen voor het voortgezet onderwijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Brede Brugklas Bonus ondersteunt scholen bij de opzet en uitvoering van nieuwe en bestaande brede brugklassen. De subsidie wordt voor een subsidietijdvak van vier jaar verleend en dient te worden ingezet voor het bieden van een heterogene basis aan leerlingen van minimaal drie niveaus, te weten vmbo, havo en vwo. Scholen met homogene groepen kunnen de Brede Brugklas Bonus inzetten voor het invoeren van een heterogene brugklas. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal niveaus dat de brugklas heeft en het aantal leerlingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor de schooljaren 2023-2027 wordt met een afzonderlijk collegebesluit vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verdeelsleutel subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college laat zich adviseren door een adviescommissie. Daaraan voorafgaand wordt door het college beoordeeld of een aanvraag geweigerd moet worden op grond van artikel 7.8. De adviescommissie beoordeeld de aanvraag op basis van de beoordelingscriteria, zoals opgenomen in artikel 7.5, derde lid. De adviescommissie wordt gevormd door mensen met kennis en ervaring op het gebied van brede brugklassen en het voortgezet onderwijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de school een onvoldoende of zeer zwak oordeel van de inspectie heeft en indien uit de aanvraag onvoldoende blijkt dat de school in staat is de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren, kan het college, de subsidie weigeren te verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de school onder de opheffingsnorm zit op het moment van aanvraag, dan kan het college de subsidie eveneens weigeren te verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 Bijlage 4: Voorzieningen kwaliteit, schoolontwikkeling en lerarentekort</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Soort voorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bijlage betreft de volgende voorzieningen: tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten; zij-instromers;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sterke Schoolleider.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepasselijkheid VloA 2019</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het algemeen deel van de VloA 2019 is van toepassing, tenzij daarvan in een voorziening in deze bijlage uitdrukkelijk wordt afgeweken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de voorzieningen als bedoeld in artikel 1.1 wordt verstaan onder: subsidietijdvak: periode waarin de gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Voorziening Amsterdamse Teambeurzen</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Voorziening Tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze voorziening wordt verstaan onder: cao po: cao primair onderwijs die tevens van toepassing is op het (v)so;</p>\n<p class=\"lf-p\">OOP: onderwijsondersteunend personeel; personeelsleden: leraren, onderwijsondersteunend personeel (OOP) en directieleden volgens de Wvo , de Wpo of de Wec , werkzaam op een Amsterdamse school of in een vervangingspool van een schoolbestuur of in dienst van samenwerkende schoolbesturen; po: primair onderwijs; so: speciaal onderwijs vo: voortgezet onderwijs; vso: voortgezet speciaal onderwijs</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de voorziening is om in het kader van het lerarentekort in Amsterdam schoolbesturen te ondersteunen bij het werven van nieuwe en het behouden personeelsleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit doel wordt bereikt door Amsterdamse schoolbesturen in staat te stellen om aan de in het eerste lid genoemde personeelsleden een hogere tegemoetkoming te verstrekken in de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer dan op basis van de cao’s po en vo gebruikelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan per schooljaar een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten die een bestuur maakt, in aanvulling op de vergoedingen die de cao’s po en vo voorschrijven voor woon-werkverkeer van personeelsleden die verder weg wonen van hun werklocatie dan 21,5 km (po) of 25 km (vo).</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de uitkomst van de volgende som: aantal fte per afstandscategorie genoemd in de in lid 3 opgenomen tabel, vermenigvuldigd met het van toepassing zijnde bedrag per schooljaar.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Voor de berekening van de subsidie worden de volgende afstandscategorieën en bedragen gehanteerd:</div>\n<p class=\"lf-p\">Personeelsleden in het po en (v)so Afstand woon-werk enkele reis Maximale vergoeding gemeente per fte personeelslid per schooljaar (uitgaande van 10 maanden) 21,5 - 25 km € 345 25 - 30 km € 440 30-40 km € 598 Meer dan 40 km € 880 Personeelsleden in het vo Afstand woon-werk enkele reis Maximale vergoeding gemeente per fte personeelslid per schooljaar (uitgaande van 10 maanden) 25 - 30 km € 100 30-40 km € 200 Meer dan 40 km € 300</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelsystematiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt per schooljaar een subsidieplafond vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen te honoreren, vermindert het college de te verlenen subsidies met eenzelfde percentage, zodat het subsidieplafond wel toereikend is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 5, derde lid van de VloA 2019 wordt bij de aanvraag een begroting verstrekt op basis van het aantal personeelsleden omgerekend naar fte’s dat verder woont van de werklocatie dan de afstanden genoemd in artikel 3, eerste lid en dat op het moment van de aanvraag bij het schoolbestuur werkzaam is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze begroting geeft een schoolbestuur aan: de extra kosten die hij moet maken voor een tegemoetkoming in de reiskosten van het personeel bovenop de cao-vergoeding, uitgesplitst naar de afstandscategoriën zoals opgenomen in artikel 3.3, derde lid; over welk deel van deze kosten subsidie wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de verplichting verbonden dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het schoolbestuur eenzelfde bedrag als het verleende subsidiebedrag bijdraagt aan de vergoeding van reiskosten aan zijn personeel in aanvulling op de cao;</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op de Agenda Autoluw van de gemeente Amsterdam gaat het schoolbestuur met zijn personeelsleden in gesprek, over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 verstrekt het schoolbestuur in het kader van de aanvraag om vaststelling van de subsidie informatie waaruit blijkt: hoeveel fte op meer dan 21,5 km in het po en 25 km in het vo woonachtig waren gedurende de 10 maanden van het schooljaar waarop de verantwoording betrekking heeft, waarbij het schoolbestuur een onderverdeling maakt naar de afstandscategorieën genoemd in de tabel van artikel 3, tweede lid en de daarbij behorende bedragen aan uitgekeerde reiskostenvergoeding; het bedrag dat het schoolbestuur zelf heeft bijgedragen aan de reiskosten; welke inspanningen het schoolbestuur heeft gedaan om met zijn personeelsleden in gesprek te gaan over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen, en welke resultaten dit heeft opgeleverd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Voorziening zij-instromers</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze voorziening wordt verstaan onder: lerarenopleiding: een opleiding tot leraar basisonderwijs of leraar voortgezet onderwijs in een van de tekortvakken; po: primair onderwijs om vattende basisonderwijs en speciaal basisonderwijs; potentiële zij-instromer: persoon die via www.lievervoordeklas.nl is aangemeld bij 1Loket, voldoet aan de voorwaarden om zij-instromer te worden (zoals afgeronde hbo/wo opleiding), en de eerste selectiefase met goed gevolg heeft doorlopen (waaronder een startgesprek en geschiktheidstest); scholingsovereenkomst: een overeenkomst afgesloten tussen het schoolbestuur of de schooldirecteur van de school waar de zij-instromer wordt aangesteld, de leraren opleiding en de zij-instromer, waaruit blijkt dat de zij-instromer een aanstelling heeft voor maximaal twee jaar en ingeschreven staat bij een lerarenopleiding voor zij-instromers; so: speciaal onderwijs; tekortvakken vo: de vakken Informatica, Wiskunde, Scheikunde, Natuurkunde, Duits, Klassieke talen en Frans; vo: voortgezet onderwijs; voortraject: intensieve cursus ter kennismaking met het vak van leraar in het primair- of voortgezet onderwijs voor potentiële zij-instromers, waarbij de participant ervaart welke vaardigheden nodig zijn en praktijkervaring opdoet op een school; vso: voortgezet speciaal onderwijs; zij-instromer: persoon met een afgeronde hbo- of wo-opleiding die wordt aangesteld als leraar in het po, v(s)o zonder dat hij voldoet aan de voor de functie geldende bevoegdheidseisen met een benoeming van maximaal twee jaar waarbinnen hij het voor de functie vereiste diploma dient te behalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze voorziening is het tegengaan van het Amsterdamse lerarentekort door de instroom van zij-instromers in het po, so, vo en vso te bevorderen, en de uitval gedurende de opleiding tot leraar te verlagen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan: een voortraject voor een potentiële zij-instromer; de begeleiding van een zij-instromer;</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor een voortraject voor potentiële zij-instromers bedraagt maximaal € 1.944 per potentiële zij-instromer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de begeleiding van zij-instromers bedraagt: voor een school in het po, so of vso maximaal € 8.500 per zij-instromer; voor een school in het vo maximaal € 2.500 per zij-instromer in een van de tekortvakken;</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde subsidies kunnen worden ingezet voor de bekostiging van een externe deskundige die het voortraject vormgeeft of de begeleiding biedt, onder voorwaarde dat de kosten maximaal €125,- per uur bedragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond, subsidietijdvak en verdeelsystematiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt per schooljaar een subsidieplafond vast voor de uitvoering van voortrajecten voor de uitvoering van voortrajecten voor potentiële zij-instromers als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, onderdeel a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt voor de begeleiding van zij-instromers in de sectoren po, so en vso en voor de sector vo twee afzonderlijke subsidieplafonds vast, telkens voor een van de volgende subsidietijdvakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 september 2024 tot 1 februari 2027;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 september 2025 tot 1 februari 2028;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 september 2026 tot 1 februari 2029;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 september 2027 tot 1 februari 2030;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen voor alle in artikel 4.3, eerste lid, genoemde subsidiabele activiteiten worden in behandeling genomen als zij compleet zijn en in volgorde van binnenkomst afgehandeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 kan de subsidieaanvraag voor een voortraject voor potentiële zij-instromers worden ingediend gedurende het gehele schooljaar waarin de activiteit wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 wordt de subsidieaanvraag voor de begeleiding van zij-instromers ingediend: voor het subsidietijdvak 1 september 2024 tot 1 februari 2027 van 1 mei tot 30 juni 2024 of 1 december 2024 tot 1 februari 2025; voor het subsidietijdvak 1 september 2025 tot 1 februari 2028 van 1 mei tot 30 juni 2025 of 1 december 2025 tot 1 februari 2026; voor het subsidietijdvak 1 september 2026 tot 1 februari 2029 van 1 mei tot 30 juni 2026 of 1 december 2026 tot 1 februari 2027.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 5, derde lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag voor subsidie: voor een voortraject voor potentiële zij-instromers de volgende gegevens verstrekt: de gegevens van de organisatie die het voortraject organiseert; een korte motivatie van de keuze voor de betreffende organisatie; het aantal potentiële zij-instromers waarvoor het voortraject georganiseerd wordt; een beschrijving van het programma van het voortraject, waaruit in ieder geval blijkt uit hoeveel kandidaten de groep maximaal bestaat, hoeveel uur het traject duurt, en wat de inhoud van het curriculum is; een onderbouwing van de kosten per participant; een verklaring dat medewerkers en participanten in het bezit zijn van een recente Verklaring Omtrent Gedrag; een verklaring dat medewerkers aantoonbaar minimaal hbo werk- en denkniveau hebben. voor de begeleiding van zij-instromers de volgende gegevens verstrekt: een beschrijving van de begeleidingsactiviteiten; een bewijs van aanstelling van de zij-instromer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, eerste lid, van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen voor: een voortraject voor potentiële zij-instromers als: het voortraject korter duurt dan 30 uur of deze uren niet gelijkmatig zijn verdeeld over ten minste 5 dagen; het voortraject niet ten minste bestaat uit een praktijkcursus en een praktijkplek; potentiële zij-instromers tijdens het voortraject niet de gelegenheid krijgen om te oefenen met het als leraar voor de klas staan op een Amsterdamse school; potentiële zij-instromers meer dan € 300,- moeten betalen voor deelname aan het voortraject. voor de begeleiding van zij-instromers als het schoolbestuur voor een zij-instromer geen bewijs van aanstelling kan overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, tweede lid, van de VloA 2019 kan het college weigeren een subsidie voor een voortraject voor potentiële zij-instromers te verlenen als naar het oordeel van het college de onderstaande onderdelen onvoldoende aan bod komen: een theoretische voorbereiding op de lespraktijk; klassenmanagement; een introductie in didactische en pedagogische vaardigheden; inzicht in het werken in het onderwijs; interactie met leerlingen en ouders; diversiteit en grootstedelijke context.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 worden aan de subsidie voor een voortraject voor potentiële zij-instromers de volgende verplichtingen verbonden: het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de aanbieder van het voortraject de opdracht uitvoert in lijn met het integrale zij-instroomplan, specifiek het gezamenlijk opleiden van zij-instromers voor de stad; het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de aanbieder constructief samenwerkt met 1Loket; het schoolbestuur communiceert het aanbod vooraf via de stedelijke website www.lievervoordeklas.nl, zodat iedereen met de juiste vooropleiding zich kan aanmelden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 verstrekt het schoolbestuur in het kader van de aanvraag om vaststelling van de subsidie voor een voortraject voor potentiële zij-instromers een rapportage met geanonimiseerde informatie over de participanten, waaronder opleidingsniveau, man/vrouw verhouding, en de vervolgstap na het doorlopen van het traject.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 verstrekt het schoolbestuur in het kader van de aanvraag om vaststelling van de subsidie voor de begeleiding van zij-instromers een scholingsovereenkomst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Voorziening Sterke Schoolleider</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze voorziening wordt verstaan onder: bo: basisonderwijs; percentage doelgroepleerlingen: het percentage doelgroepleerlingen dat op een school staat ingeschreven op 1 oktober van het schooljaar voorafgaande aan het schooljaar of de schooljaren, waarvoor een aanvraag wordt ingediend; schoolleider: de persoon die leiding geeft aan een school, de leeromgeving optimaliseert en het team aanstuurt en motiveert; so: speciaal onderwijs; sbo: speciaal basis onderwijs; vso: voortgezet speciaal onderwijs</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze voorziening is om schoolleiders in het bo, sbo, so, en vso te ondersteunen waardoor zij (meer) tijd beschikbaar hebben voor onderwijskwaliteit, schoolontwikkeling en de cruciale verbindende rol tussen leerlingen, leraren, (onderwijs-)ondersteunend personeel, schoolbestuurders en de omgeving van de school.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan voor de subsidietijdvakken bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan de uitvoering van een of meerdere directietaken betreffende het primaire onderwijsproces voor een bedrag van:</p>\n<p class=\"lf-p\">Maximaal € 15.000 voor een periode van een schooljaar; of maximaal € 30.000 voor een periode van twee schooljaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie kan tevens worden ingezet voor de kosten verbonden aan de inzet van een externe deskundige, onder voorwaarde dat de kosten maximaal €125,- per uur bedragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelsystematiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt voor de activiteiten die volgens dit hoofdstuk voor subsidie in aanmerking komen voor de volgende subsidietijdvakken een subsidieplafond vast: voor de periode lopende van 01-08-2024 tot 01-08-2026; voor de periode lopende van 01-08-2025 tot 01-08-2027; voor de periode lopende van 01-08-2026 tot 01-08-2027.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen die niet geweigerd worden op grond van artikel 5.6, te honoreren, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de vaststelling van de volgorde in de rangschikking worden de volgende categorieën scholen onderscheiden, waarbij geldt dat voor de subsidie het eerst in aanmerking komen de scholen genoemd onder a. en vervolgens b. en daarna c.: de scholen voor sbo, so en vso; basisscholen met een percentage doelgroepleerlingen van 27% of meer en een lerarentekort van minimaal 15%; overige basisscholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het subsidieplafond ontoereikend is om binnen een categorie alle aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie te honoreren, worden deze aanvragen gehonoreerd in volgorde van percentage doelgroepleerlingen op de school waarvoor de aanvraag is ingediend van hoog naar laag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 5, derde lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag voor subsidie de volgende informatie ingediend: een beschrijving van de activiteiten als bedoeld in artikel 5.2 waar de directeur nu niet aan toe komt; een beschrijving van de wijze van evaluatie en kennisdeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen als: de aanvraag betrekking heeft op het aanschaffen van roerende zaken, leermiddelen en aanpassingen aan de onderwijshuisvesting; het schoolbestuur voor de school voor basisonderwijs vanaf het schooljaar 2024-2025 niet deelneemt aan de jaarlijkse tekortmeting van OCW betreffende het lerarentekort.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen als het subsidieplafond voor een bepaalde categorie scholen als bedoeld in artikel 5.4, derde lid wordt overschreden en voor dezelfde school over de twee voorafgaande schooljaren aan het tijdvak waarop de aanvraag ziet, een subsidie voor sterke schoolleider is verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen als: de aanvraag betrekking heeft op het aanschaffen van roerende zaken, leermiddelen en aanpassingen aan de onderwijshuisvesting de medezeggenschapsraad van de school een negatief advies heeft uitgebracht..</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de Verordening op het Lokaal Onderwijsbeleid Amsterdam 2019 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen als het subsidieplafond wordt overschreden en voor dezelfde school in een voorafgaand schooljaar subsidie voor ondersteuning van de directeur is verleend.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 Voorziening pilot omgaan met het lerarentekort</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelsleutel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtermijnen subsidies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de aanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verlening van subsidie met terugwerkende kracht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen] Toelichting bij Bijlage 4: Voorzieningen kwaliteit, schoolontwikkeling en lerarentekort In Bijlage 4 zijn de voorzieningen opgenomen die horen bij de Lerarenagenda 2019-2023: ‘Liever voor de klas’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting per artikel</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Soort voorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting nodig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepasselijkheid VloA 2019</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting nodig.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 de Voorziening Teambeurzen Lerarenagenda</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 de Voorziening Tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen De lage reiskostenvergoeding is voor veel leraren, OOP en directieleden een belemmering om in Amsterdam les te (blijven) geven. Met deze regeling maken de schoolbesturen en de gemeente het aantrekkelijker om ook van buiten de stad les te komen of blijven geven. Met de Voorziening tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten worden via de besturen de leraren OOP en directieleden die verder weg wonen dan de cao-grens gedeeltelijk tegemoet gekomen in deze reiskosten. Het totaal aan aanvullend op cao vergoede reiskosten wordt voor de helft gefinancierd door de gemeente en voor de andere helft door de schoolbesturen. Van het deel van de aanvullend op cao vergoede reiskosten dat door het schoolbestuur zelf wordt gefinancierd (de 50% cofinanciering), bepaalt het schoolbestuur aan welke personeelsleden zij een op de cao aanvullende tegemoetkoming toekent.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting nodig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieregeling is een uitwerking van de Amsterdamse Lerarenagenda 2019-2023 ‘Liever voor de klas’ die onder andere tot doel heeft om bij te dragen aan voldoende en goed opgeleide leraren in Amsterdam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente heeft in kaart gebracht hoe de cao eruit zouden zien als deze zou doorlopen tot 40 km. In de tabel Personeelsleden in het primair onderwijs zijn vier categorieën opgenomen vanaf 21,5 km op basis van extrapolatie van de bestaande bedragen in de cao po. Omdat de tegemoetkoming in de reiskosten in de cao voor het vo aanzienlijk hoger is dan de tegemoetkoming in de reiskosten voor het po, is de aanvullende tegemoetkoming gedifferentieerd. Met de hoogte van de aanvullende tegemoetkoming per afstandscategorie in het vo, zoals opgenomen in de tabel Personeelsleden in het voortgezet onderwijs, wordt het verschil in de totaal ontvangen tegemoetkoming op de reiskosten tussen po en vo verkleint.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting nodig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag moet worden ingediend via portaal onderwijssubsidies via het vastgestelde aanvraagformulier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De begroting geeft inzicht in de verdeling van de middelen voor de aanvullende tegemoetkoming, uitgesplitst naar afstandscategorie en uitgesplitst naar subsidiemiddelen en eigen middelen van het schoolbestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten is een voorziening waarbij sprake is van cofinanciering. De gemeente en het schoolbestuur dragen beide 50% van de kosten van de aanvullende reiskostenvergoeding (kosten bovenop de vergoeding die voortvloeit uit de cao). De subsidie van de gemeente kan enkel worden aangevraagd voor personeelsleden die binnen de afstandscategorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid woont. De cofinanciering van het schoolbestuur kan het schoolbestuur aan alle personeelsleden, ongeacht de afstandscategorie toekennen, zolang het een tegemoetkoming bovenop de cao betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de stad ook in de toekomst toegankelijk en leefbaar te houden, moeten we toewerken naar het gebruik van toekomstbestendige mobiliteitsoplossingen. Schoolbesturen worden daarom verplicht om met hun personeelsleden in gesprek te gaan over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Scholen dienen bij de verantwoording aan te kunnen tonen dat het bedrag waarover subsidie is ontvangen is uitgekeerd aan personeelsleden die verder weg woonden dan 21,5 km po en 25 km vo en dat deze kosten zijn uitgekeerd als aanvullende tegemoetkoming in de reiskosten. Ook dienen scholen aan te kunnen tonen dat ze in gesprek zijn gegaan met personeelsleden over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen, met het oog op de Agenda Autoluw van de gemeente Amsterdam.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 de Voorziening zij-instromers en ‘statushouders voor de klas’</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Om het nijpende lerarentekort terug te dringen, wordt onder andere ingezet op het stimuleren van meer zij-instromers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voortraject potentiële zij-instromers Om instroom te verhogen en uitval gedurende de opleiding te voorkomen kunnen deze middelen worden ingezet om een intensieve cursus ter kennismaking met het vak van leraar te bekostigen. De cursus is voor potentiële zij-instromers in het primair- of voortgezet onderwijs, waarbij de participant ervaart welke vaardigheden nodig zijn en praktijkervaring opdoet op een school.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding van zij-instromers De begeleiding van de zij-instromers vraagt veel van de capaciteit van de scholen en schoolbesturen, zeker in tijden van een lerarentekort. Gelet op het belang van goede begeleiding van zij-instromers kunnen schoolbesturen met de voorziening begeleiding zij-instromers hiervoor financiële tegemoetkoming ontvangen. Deze middelen kunnen worden ingezet om capaciteit binnen het personeelsbestand van de school vrij te maken voor begeleiding van de zij-instromer(s) en deelnemer(s) of om externe begeleiding van zij-instromer(s) aan te trekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oriëntatietraject ‘statushouders voor de klas’ Het doel van het oriëntatietraject statushouders voor de klas is om hoogopgeleide statushouders voor te bereiden op een baan als docent, op het zij-instroom traject of op de deeltijdopleiding tot tweedegraads docent. De statushouders hebben een afgeronde opleiding in een van de tekortvakken en hebben in het land van herkomst vaak al als leraar op een middelbare school gewerkt. De voorziening is om de scholen tegemoet te komen in de kosten van de begeleiding van de statushouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieregeling is een uitwerking van de Amsterdamse Lerarenagenda 2019-2023 ‘Liever voor de klas’ die onder andere tot doel heeft om bij te dragen aan voldoende en goed opgeleide leraren in Amsterdam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In november 2017 is uit onderzoek van Regioplan gebleken dat de kosten gemaakt door een bestuur per zij-instromer niet volledig kunnen worden gedekt vanuit de bijdrage van €20.000 die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt. Vooral bij het po en (v)so blijkt de begeleiding van een zij-instromer veel meer kosten met zich mee te brengen. Dit onderzoek is gebruikt als algemene indicatie voor het bepalen van de hoogte van de subsidie op grond van deze voorziening voor de verschillende onderwijssectoren. In overleg met de schoolbesturen is in 2018 besloten om een subsidie van € 8.500 beschikbaar te stellen voor het po en (v)so en € 2.500 voor het vo waardoor per sector de Rijkssubsidie kostendekkend wordt aangevuld. Met de taskforce lerarentekort is besloten deze bedragen te continueren voor de komende vier schooljaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deelnemers die een aanstelling hebben is de subsidie voor de begeleiding en tegemoetkoming in de kosten van de aanstelling maximaal €3.750 bij 4 dagdelen, €5.625 bij 6 dagdelen en €7.500 bij 8 dagdelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond, subsidietijdvak en verdeelsystematiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieplafonds voor de begeleiding van zij-instromers worden vastgesteld voor subsidietijdvakken van twee en half schooljaren. Dit heeft te maken met het feit dat een zij-instromerstraject maximaal twee schooljaren duurt en dat een zij-instromer twee keer per jaar, te weten op 1 september en op 1 februari kan beginnen met een lerarenopleiding. Er worden door het college per subsidietijdvak twee subsidieplafonds vastgesteld. Een voor de sectoren po en so en een voor de sectoren vo en vso.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor een voortraject voor potentiële zij-instromers en het subsidieplafond voor de begeleiding van deelnemers met een aanstelling worden per jaar vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag moet worden ingediend via portaal onderwijssubsidies via het vastgestelde aanvraagformulier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verlening van subsidie met terugwerkende kracht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eind december 2020 liep de aanbesteding om voortrajecten voor potentiële zij-instromers af. Vanwege de omschakeling naar een subsidie, is het voor schooljaar 2020-2021 mogelijk om de subsidie voor het voortraject met terugwerkende kracht aan te vragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beschrijving van de begeleidingsactiviteiten geeft op hoofdlijnen de beoogde activiteiten weer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sinds augustus 2020 is een stedelijke aanpak integraal zij-instroomplan van start gegaan, waarbij alle zij-instromers zich via www.lievervoordeklas.nl aanmelden bij 1Loket. Vervolgens worden ze door een intermediair gekoppeld aan een schoolbestuur. Onderdeel van de aanpak is ook dat zij-instromers worden opgeleid op een school waar voldoende en goede begeleiding is georganiseerd – en waar niet noodzakelijkerwijs een vacature is. De organisatie die het voortraject uitvoert is onderdeel van deze keten en werkt mee om het opleiden van zij-instromers op scholen zonder vacatures, voor scholen met vacatures te versterken en mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de begeleiding van zij-instromers geldt dat er sprake moet zijn van een tripartiete overeenkomst tussen de opleiding, het schoolbestuur en de zij-instromers (de scholingsovereenkomst). Deze overeenkomst dient bij de verantwoording aangeleverd te worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld van een vervolgstap: geplaatst op school als zij-instromer, doet verdere ervaring op bij vervolgpraktijkplek).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Hoofdstuk 4 de Voorziening zij-instromers Algemeen Om het nijpende lerarentekort terug te dringen, wordt onder andere ingezet op het stimuleren van meer zij-instromers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voortraject potentiële zij-instromers Om de instroom te verhogen en uitval gedurende de opleiding te voorkomen, kunnen deze middelen worden ingezet om een intensieve cursus ter kennismaking met het vak van leraar te bekostigen. De cursus is voor potentiële zij-instromers in het po, so en v(s)o, waarbij de participant ervaart welke vaardigheden nodig zijn en praktijkervaring opdoet op een school.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding van zij-instromers De begeleiding van de zij-instromers vraagt veel van de capaciteit van de scholen en schoolbesturen, zeker in tijden van een lerarentekort. Gelet op het belang van goede begeleiding van zij-instromers kunnen schoolbesturen met de voorziening begeleiding zij-instromers hiervoor een financiële tegemoetkoming ontvangen. Deze middelen kunnen worden ingezet om capaciteit binnen het personeelsbestand van de school vrij te maken voor begeleiding van de zij-instromer(s) of om externe begeleiding van zij-instromer(s) aan te trekken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieregeling is een uitwerking van de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 ‘Omdat iedereen een goede leraar verdient’ die onder andere tot doel heeft om bij te dragen aan voldoende en goed opgeleide leraren in Amsterdam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In november 2017 is uit onderzoek van Regioplan gebleken dat de kosten gemaakt door een bestuur per zij-instromer niet volledig kunnen worden gedekt vanuit de bijdrage van € 25.000 die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt. Vooral bij het po en (v)so blijkt de begeleiding van een zij-instromer veel meer kosten met zich mee te brengen. Dit onderzoek is gebruikt als algemene indicatie voor het bepalen van de hoogte van de subsidie op grond van deze voorziening voor de verschillende onderwijssectoren. In overleg met de schoolbesturen is in 2018 besloten om een subsidie van € 8.500 beschikbaar te stellen voor het po en (v)so en € 2.500 voor het vo waardoor per sector de Rijkssubsidie kostendekkend wordt aangevuld. Met de Onderwijsregio Amsterdam is besloten deze bedragen te continueren voor de komende vier schooljaren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond, subsidietijdvak en verdeelsystematiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieplafonds voor de begeleiding van zij-instromers worden vastgesteld voor subsidietijdvakken van twee en half schooljaren. Dit heeft te maken met het feit dat een zij-instromerstraject maximaal twee schooljaren duurt en dat een zij-instromer twee keer per jaar, te weten op 1 september en op 1 februari kan beginnen met een lerarenopleiding. Er worden door het college per subsidietijdvak twee subsidieplafonds vastgesteld. Een voor de sectoren po en so en een voor de sectoren vo en vso.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor een voortraject voor potentiële zij-instromers wordt per jaar vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag moet worden ingediend via portaal onderwijssubsidies via het vastgestelde aanvraagformulier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beschrijving van de begeleidingsactiviteiten geeft op hoofdlijnen de beoogde activiteiten weer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sinds augustus 2020 is een stedelijke aanpak integraal zij-instroomplan van start gegaan, waarbij alle zij-instromers zich via www.lievervoordeklas.nl aanmelden bij 1Loket. Vervolgens worden ze door een intermediair gekoppeld aan een schoolbestuur. Onderdeel van de aanpak is ook dat zij-instromers worden opgeleid op een school waar voldoende en goede begeleiding is georganiseerd – en waar niet noodzakelijkerwijs een vacature is. De organisatie die het voortraject uitvoert is onderdeel van deze keten en werkt mee om het opleiden van zij-instromers op scholen zonder vacatures, voor scholen met vacatures te versterken en mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de begeleiding van zij-instromers geldt dat er sprake moet zijn van een tripartiete overeenkomst tussen de opleiding, het schoolbestuur en de zij-instromers (de scholingsovereenkomst). Deze overeenkomst dient bij de verantwoording aangeleverd te worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld van een vervolgstap: geplaatst op school als zij-instromer, doet verdere ervaring op bij vervolgpraktijkplek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Hoofdstuk 5 de Voorziening Sterke Schoolleider De gemeenteraad heeft op 19 juli 2023 De Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027: Elk kind en jongere verdient een goede leraar vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorganger van de Voorziening Sterke Schoolleiders, de Voorziening ondersteuning directeuren van scholen voor basisonderwijs, werd door de scholen en hun besturen zeer gewaardeerd. Inmiddels is het lerarentekort en de druk op de schoolleiders verder toegenomen. De gemeenteraad heeft besloten tot een forse uitbreiding van het beschikbare budget van €500.000 euro naar €1.500.000 euro per jaar om schoolleiders in deze complexe en uitdagende tijd te ondersteunen en te kunnen behouden voor de stad. Een goede schoolleider met tijd en ruimte voor de leraren op school is van invloed op het behoud van leraren. De impact van de subsidie reikt daarmee verder dan alleen het ondersteunen van schoolleiders. Bij deze nieuwe voorziening ligt de focus op scholen met de meest kwetsbare leerlingenpopulaties, wat vaak samengaat met een groot lerarentekort. Scholen voor speciaal en speciaal voortgezet onderwijs lijden ook zwaar onder het lerarentekort. Wat betreft deze voorziening kunnen ook deze scholen voortaan in aanmerking komen voor de subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is bedoeld ter ondersteuning van de schoolleider, zodat er meer tijd vrijkomt voor directietaken die er door het personeelstekort bij inschieten. Subsidie kan worden aangevraagd voor tijdvakken van één of twee schooljaren. Omdat ook tweejarig subsidie kan worden verleend, kan een school bijvoorbeeld de functie van adjunct-directeur voor een langere periode continueren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelsystematiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt voor de looptijd van de Lerarenagenda 2023-2027 drie plafonds vast, die deels overlappen. Dit heeft te maken met het feit dat er plafonds moeten worden ingesteld voor de tweejaarlijkse subsidies en voor elk schooljaar een aanvraag moet kunnen worden gedaan. Het laatste plafond ziet op het schooljaar 2026-2027, omdat dit het laatste jaar is van de looptijd van de Lerarenagenda 2023-2027.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidie wordt geweigerd als een basisschool vanaf schooljaar 2024-2025 niet deelneemt aan de jaarlijkse tekortmeting van het aantal leerkrachten door OCW. Deelname is noodzakelijk om het tekort inzichtelijk te krijgen en om te beoordelen of een basisschool behoort tot categorie b. ( minimaal percentage doelgroepleerlingen en minimaal 15 procent lerarentekort) of c. (overige basisscholen) van artikel 5.4, derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een school al twee jaar aansluitend subsidie heeft ontvangen op grond van deze voorziening voorafgaande aan het tijdvak waarop de aanvraag ziet, kan het college er voor kiezen om de subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren. Het college zal bij zijn besluitvorming rekening houden met het aantal doelgroepleerlingen op een school en het bestaande lerarentekort.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 de Voorziening Pilot omgaan met het lerarentekort</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen [vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelsleutel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtermijn subsidies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de aanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verlening van subsidie met terugwerkende kracht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen] Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amserdam 2019 Bijlage5:Materiële voorzieningen [vervallen] Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 Bijlage6:voorzieningen overig</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Soort voorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bijlage betreft de regelgeving voor de volgende voorzieningen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevorderen burgerschap, diversiteit, en gedeelde geschiedenis;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogbegaafdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpak van een urgente, de voortgang van het onderwijs bedreigende situatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepasselijkheid VloA 2019</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het algemeen deel van de VloA 2019 is van toepassing, tenzij daarvan voor een voorziening in deze bijlage uitdrukkelijk wordt afgeweken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">school: school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs niet zijnde speciaal voortgezet onderwijs, dan wel een nevenvestiging hiervan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Voorziening Bevorderen burgerschap, diversiteit, en gedeelde geschiedenis</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze voorziening wordt verstaan onder: burgerschap: de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de Amsterdamse gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. brede talentontwikkeling: brede talentontwikkeling brengt kinderen in contact met activiteiten die verschillende vaardigheden aanspreken en hen daarbij in staat stellen ook niet-cognitieve talenten te ontwikkelen. diversiteit: alle mogelijke verschillen die kunnen bestaan tussen mensen die in Amsterdam samenleven op het vlak van gender, huidskleur, sociale achtergrond, seksuele gerichtheid, lichamelijke en verstandelijke mogelijkheden, religie, levensbeschouwing, leeftijd, etniciteit, etc. gedeelde geschiedenis: kennis van momenten in de Amsterdamse geschiedenis, zoals de holocaust en Jodenvervolging, het slavernijverleden en migrantengeschiedenissen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel Voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze voorziening is het ondersteunen van activiteiten met een Amsterdams karakter die gericht zijn op het ontwikkelen en bevorderen van (kennis van) diversiteit, burgerschap, en gedeelde geschiedenis van leerlingen van de scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs niet zijnde voortgezet speciaal onderwijs passend binnen de doelstelling van de beleidsbrief Amsterdammerschap in het onderwijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidie verlenen ten behoeve van de volgende activiteiten voor een of meerdere groepen van een school: ter bevordering van burgerschap; ter bevordering van kennis van diversiteit; ter bevordering van kennis van gedeelde geschiedenis in de stad; brede talentontwikkeling onder onderwijstijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per schooljaar is voor een school maximaal een subsidiebedrag beschikbaar van € 21 per leerling vermenigvuldigd met het aantal ongewogen leerlingen dat op 1 oktober in het schooljaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten met een Amsterdams karakter in aanvulling op de activiteiten die een school in het kader van artikel 8, derde lid en artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs, of artikel 11, vierde lid en artikel 13 van de Wet op de expertisecentra al in het reguliere onderwijsprogramma voor de leerlingen organiseert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.4 De aanvrager In aanvulling op artikel 5, eerste lid van de VloA 2019 kan de subsidie voor één of meerdere activiteiten worden aangevraagd door: een schoolbestuur ten behoeve van meerdere onder zijn gezag vallende samenwerkende scholen. samenwerkende schoolbesturen voor onder hun gezag vallende scholen In dat geval treedt één van de schoolbesturen op als penvoerder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Voorziening Hoogbegaafdheid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze voorziening wordt verstaan onder: deeltijd aanbod: aanbod voor hoogbegaafde leerlingen, één of meerdere dagdelen van de week, binnen of buiten de eigen klas; hoogbegaafde leerlingen: leerlingen die zich onderscheiden door bijzondere intelligentie, bijzondere eigenschappen, creatief denkvermogen, leermotivatie, nieuwsgierigheid en taakgerichtheid (2,5 % van de leerlingenpopulatie); voltijds aanbod: voltijds basisonderwijs voor hoogbegaafde leerlingen in een aparte klas met een gespecialiseerde leerkracht, waarbij het aanbod is afgestemd op de capaciteiten van het kind.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze voorziening is een passend aanbod te realiseren voor hoogbegaafde leerlingen van de scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs niet zijnde speciaal voortgezet onderwijs, zodat mogelijke gevolgen als onderprestatie, vermindering van leermotivatie en ondermijning van het zelfvertrouwen worden voorkomen of verminderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan een passend deeltijd of voltijds aanbod voor hoogbegaafde kinderen in het primair onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanbod voor hoogbegaafde leerlingen mag verzorgd worden door externe partijen en buiten de eigen school plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van een bedrag van € 600,- per hoogbegaafde leerling per schooljaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten gebruik wordt gemaakt van een externe deskundige, dan kan niet meer dan € 125 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt voor de voorziening hoogbegaafdheid voor een schooljaar een subsidieplafond vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren, maximeert het college de subsidie waarvoor een schoolbestuur voor een school in aanmerking kan komen op 2,5%.van het aantal ongewogen leerlingen dat op 1 oktober in het schooljaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien na toepassing van de maximering als bedoeld in het tweede lid van dit artikel nog een bedrag resteert binnen het subsidieplafond, zal dit bedrag naar rato worden verdeeld onder scholen, voor zover er op deze scholen sprake is van een hoogbegaafde leerlingenpopulatie van meer dan 2,5%. Hierbij wordt het resterende bedrag uit het subsidieplafond gedeeld door het totaal aantal Amsterdamse hoogbegaafde leerlingen boven de 2,5% waarvoor is aangevraagd, vermenigvuldigd met het aantal hoogbegaafde leerlingen boven de 2,5 % van de desbetreffende school.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.5 De aanvrager [vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 5, vierde lid van de VloA 2019 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens verstrekt:: een beschrijving van het passend aanbod voor hoogbegaafde leerlingen inclusief het niveau van ondersteuning van een school of van een groep samenwerkende scholen, vergezeld van een begroting inclusief een berekening van de kostprijs per leerling per schooljaar; de door de school gehanteerde methode waarop de leerlingen geïdentificeerd zijn als hoogbegaafd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: een schoolbestuur draagt zelf minimaal 50 procent bij aan de kosten voor een passend aanbod per leerling; een schoolbestuur is bereid om de ervaringen en ontwikkelde producten in het kader van een passend aanbod voor hoogbegaafde leerlingen van de onder zijn gezag vallende school of scholen waarvoor hij subsidie ontvangt ter beschikking te stellen aan andere Amsterdamse scholen; een schoolbestuur draagt er voor zorg dat de school in de schoolgids of op de website van de school aangeeft, waaruit het aanbod op het gebied van het hoogbegaafdheidonderwijs bestaat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een schoolbestuur het passend aanbod voor hoogbegaafde leerlingen geheel of gedeeltelijk bekostigt uit ouderbijdragen, dient de subsidie eerst te worden aangewend voor een evenredige vermindering van die ouderbijdragen. .</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Voorziening aanpak van een urgente, de voortgang van het onderwijs bedreigende situatie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: school: school voor basisonderwijs, - voortgezet onderwijs, of - (voortgezet) speciaal onderwijs; urgente situatie: situatie die de voortgang van het onderwijs op een of meerdere scholen van een schoolbestuur bedreigt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze voorziening is om een schoolbestuur te ondersteunen bij de aanpak van een urgente situatie, die een bedreiging vormt voor de voortgang van het onderwijs op een of meerdere onder haar gezag vallende scholen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten of een voorziening in natura</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidie verlenen voor activiteiten ten behoeve van de aanpak van een urgente situatie en waar naar het oordeel van het college ondersteuning noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in plaats van of in aanvulling op een subsidie ervoor kiezen om een voorziening in natura te verstrekken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de VloA 2019 kan naast het schoolbestuur van de school of scholen waar de urgente situatie zich voordoet, ook een aanvraag worden ingediend door een schoolbestuur aan wie de school of scholen in geval van fusie worden overgedragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 kan de voorziening gedurende het gehele schooljaar worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 5 van de VloA 2019 wordt bij de subsidieaanvraag een beschrijving gegeven van: de urgente situatie die de voortgang van het onderwijs op de school of scholen bedreigt , de aard van de bedreiging en waardoor deze situatie is ontstaan; welke activiteiten het schoolbestuur onder wiens gezag de betreffende school of scholen vallen tot nu toe heeft ondernomen om de urgente situatie aan te pakken en met welk resultaat; welke activiteiten de aanvrager wil inzetten om deze urgente situatie niet verder te laten escaleren en op te lossen en welk resultaat hij daarvan verwacht; een begroting met toelichting, waarin de aanvrager motiveert dat hij deze activiteiten niet of slechts gedeeltelijk zelf kan financieren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een voorziening te verlenen, indien naar het oordeel van het college: er geen sprake is van een urgente situatie die de voortgang van het onderwijs bedreigt; de activiteit waarvoor de aanvraag is ingediend, een onvoldoende oplossing zal bieden voor de het wegnemen van de urgente situatie; de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden kan beschikken om de activiteit te realiseren; de aanvrager voor de uitvoering van dezelfde activiteiten in aanmerking komt voor een andere voorziening van de gemeente of van een ander bestuursorgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 TOELICHTING Bijlage 6: voorzieningen overig Voorziening Bevorderen burgerschap, diversiteit en gedeelde geschiedenis Deze voorziening draagt bij aan het samen (leren) leven van in een diverse stad. De voorziening ondersteunt activiteiten op scholen met een Amsterdams karakter die gericht zijn op het ontwikkelen en bevorderen van (kennis van) diversiteit, burgerschap, en gedeelde geschiedenis van leerlingen. De voorziening stimuleert een samenleving, waar individuen werken aan hun ontwikkeling en talenten en waar iedereen zichzelf kan zijn en vergroot op deze manier de ontwikkelkansen van kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per Amsterdamse leerling is € 21,- beschikbaar in de VloA Burgerschap. Dit is het maximumbedrag dat een school kan aanvragen, maar de activiteit ter hoogte van dit budget kan zich ook op één of enkele groepen richten De subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van activiteiten die aanvullend zijn op de activiteiten die een school al in het reguliere onderwijsprogramma met betrekking tot burgerschap voor de leerlingen organiseert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorziening hoogbegaafdheid Ongeveer 2,5 procent van alle leerlingen in de basisschoolleeftijd is hoogbegaafd. Scholen en schoolbesturen in Amsterdam voorzien in een aanbod voor deze leerlingen, waarmee beoogd wordt onderprestatie, verminder van leermotivatie en ondermijning van zelftrouwen te voorkomen. De kosten van deze activiteiten zijn hoger dan voor het reguliere onderwijscurriculum. Reden waarom de gemeente hiervoor aan scholen of een groep samenwerkende scholen subsidie beschikbaar stelt. Bij deze voorziening geldt voor de schoolbesturen een verplichting tot cofinanciering van om ten minste 50% van kosten van het aanbod voor de hoogbegaafden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.1 t/m 3.3 geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om te voorkomen dat het beschikbare budget voor de Voorziening hoogbegaafdheid niet volledig benut wordt door de uitwerking van de verdeelsleutel, waarin bij het bereiken van het subsidieplafond de subsidie per bestuur werd gemaximeerd op 2,5 % van de totale leerlingpopulatie zijn het tweede en derde lid aan artikel 3.4 van deze voorziening toegevoegd. De insteek hiervan is om het beschikbare budget naar gelijke maatstaf te verdelen over de scholen in plaats van de totale populatie van de schoolbesturen die een aanvraag hebben gedaan voor de voorziening en het budget ook volledig beschikbaar te stellen voor het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.6 t/m 3.7 geen toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Voorziening aanpak van een urgente, de voortgang van het onderwijs bedreigende situatie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Soms wordt het college benaderd door een schoolbestuur voor het verlenen van een onderwijsvoorziening voor een bijzondere situatie, waarvoor in de VloA 2019 geen voorziening is opgenomen. Het gaat daarbij om een urgente situatie die de voortgang van het onderwijs bedreigt op een school of meerdere onder het gezag van het schoolbestuur vallende scholen. In het verleden heeft het college daarom een aantal maal besloten om in dit soort gevallen een incidentele subsidie te verlenen. Dit strookt echter niet met de bedoeling van de wetgever. De onderwijswetten schrijven namelijk voor dat de gemeente uitsluitend aanvullend op de rijksbekostiging voorzieningen in het kader van haar eigen onderwijsbeleid mag verstrekken op grond van een verordening. De Voorziening aanpak van een urgente, de voortgang van het onderwijs bedreigende situatie geeft het college voortaan een grondslag om voorzieningen te treffen in dit soort bijzondere gevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om wat voor een urgente situatie kan het hierbij gaan? Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een situatie dat een schoolbestuur onder (financieel) toezicht staat van de onderwijsinspectie en waarbij niet meer kan worden ingestaan voor de onderwijskwaliteit van de scholen die onder zijn gezag staan. Hierdoor kan de voortgang van het onderwijs en daarmee het voortbestaan van de scholen in het gedrang komen. In het uiterste geval kan dit betekenen dat een school of scholen moeten sluiten of overgedragen moeten worden aan een ander gezond schoolbestuur. In het laatste geval kan het college bijvoorbeeld er toe besluiten om een subsidie te verlenen als tegemoetkoming in de kosten die gemoeid gaan met zo’n bestuursoverdracht. Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage wordt rekening gehouden met of het ontvangende schoolbestuur zelf deels of volledig deze kosten voor zijn rekening kan nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan worden gewezen op een voorbeeld uit het verleden, waarbij het college een subsidie heeft verstrekt voor de aanstelling van een fulltime conciërge op een dependance van een school. In de directe omgeving van het schoolgebouw was een moord gepleegd in een wijkcentrum. Door de aanstelling van de conciërge kon op korte termijn een veilige onderwijsklimaat voor leerlingen en onderwijsgevend personeel worden gegarandeerd in de betreffende school. Normaliter zou deze dependance op grond van de Voorziening onderwijsondersteunend personeel niet in aanmerking hebben kunnen komen voor de conciërge.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontbreken subsidieplafond Bij VloA-voorzieningen waarbij het vooraf onduidelijk is hoe hoog het aantal aanvragen is en er sprake is van een beperkt budget, stelt het college jaarlijks een subsidieplafond in en is er sprake van een daarbij behorende verdeelsystematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze voorziening is daar niet voor gekozen. Reden hiervoor is dat op voorhand het aantal aanvragen voor deze voorziening dat gehonoreerd wordt , zeer beperkt zal zijn. Het is aan het college om te beoordelen of er sprake is van een urgente situatie die de voortgang van het onderwijs bedreigt en of ondersteuning vanuit de gemeente hierbij in de vorm van een subsidie of een voorziening in natura noodzakelijk is. De voorziening is alleen bedoeld voor op zichzelf staande unieke situaties, waarvoor geen collectief aanvraagbare voorziening is of kan worden vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten of een voorziening in natura</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een urgente situatie die de voortgang van het onderwijs bedreigt, komt in de praktijk niet heel vaak voor. Om de situatie het hoofd te kunnen bieden zullen hiervoor op maat gesneden maatregelen dienen te worden genomen. Welke activiteiten in aanmerking komen voor een subsidie of een voorziening in natura zal van geval tot geval verschillen. Het college stelt bij zijn besluitvorming in ieder geval het recht van leerlingen en ouders op kwalitatief goed onderwijs en een veilig onderwijsklimaat op de eerste plaats bij het bepalen of een aanvraag gehonoreerd wordt of niet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een slecht functionerend schoolbestuur, kan het gelet op het onderwijsaanbod in de stad belangrijk zijn dat een school wordt overgedragen aan een ander gezond schoolbestuur, waardoor het onderwijsaanbod op het bestaande peil kan blijven. Het ontvangende schoolbestuur kan in dit geval een subsidie aanvragen als hij niet in staat is de kosten die verbonden zijn aan de fusie (volledig) zelf te dragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om voor een subsidie of een voorziening in natura in aanmerking te kunnen komen, dient een schoolbestuur aan het college duidelijk te maken dat er sprake is van een urgente situatie. Ook moet duidelijk zijn, welke stappen het schoolbestuur al eerder heeft gezet om de situatie te verbeteren en met welk resultaat. Voor deze voorziening komt een schoolbestuur verder alleen in aanmerking, als hij aantoont dat hij onvoldoende middelen heeft om de aanpak te kunnen bekostigen. Om dit te kunnen beoordelen kan het college bijvoorbeeld de vermogenspositie van het aanvragende schoolbestuur mee laten wegen. Een bruikbaar instrument hiervoor is de signaleringswaarde die de onderwijsinspectie bij het toezicht op vermogen hanteert voor schoolbesturen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de VloA 2019 zijn in artikel 7 een aantal algemene weigeringsgronden opgenomen. Zoals de weigeringsgrond dat het college een subsidie kan weigeren als gegronde reden bestaat om aan te nemen dat het schoolbestuur of school niet de capaciteiten heeft om de activiteiten waarvoor de voorziening wordt verstrekt naar behoren uit te voeren. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn als een schoolbestuur door eigen toedoen in de problemen is geraakt en geen maatregelen treft om voortaan die problemen te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan de weigering van de Raad van Toezicht om de betrokken bestuurder(s) te vervangen. In artikel 4.8 van deze Voorziening zijn een aantal specifiek voor deze voorziening geldende weigeringsgronden opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een voorziening als er geen sprake is van urgente situatie of wanneer een schoolbestuur zelf de activiteiten kan bekostigen. Als het college van mening is dat de voorgestelde maatregelen onvoldoende de situatie kunnen verbeteren, zal het college tevens de voorziening weigeren. Als er sprake is van een andere voorziening, dient een schoolbestuur daar eerst een beroep op te doen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de spoedvoorziening die op grond van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam kan worden aangevraagd.</p></div>", "next": 0}