{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Lid 1: het maximum uurtarief peuterplaats is gelijk aan de maximale hoogte van de kinderopvangtoeslag. Dit tarief wordt jaarlijks bekend gemaakt door de Belastingdienst. Het maximum uurtarief voor een VVE-peuterplaats wordt jaarlijks door het college vastgesteld en bestaat uit het hierboven genoemde tarief verhoogd met een toeslag voor VVE. Het VVE-jaarbedrag is een vaste vergoeding per VVE-peuterplaats per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2: De inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor ouders in de laagste inkomenscategorie in de VNG adviestabel wordt volledig door de gemeente vergoed. Het gaat hier om ouders met een inkomen tot maximaal 110% van het sociaal minimum. Kinderopvangtoeslag is ook voor deze doelgroep voorliggend. Zij dienen, indien van toepassing, kinderopvangtoeslag aan te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3: dit lid spreekt voor zich.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4, sub a: Voor reguliere peuteropvang wordt de subsidie als volgt berekend: het vastgestelde uurtarief minus - de inkomensafhankelijke bijdrage van ouders op grond van de in lid 2 genoemde tarieventabel. De uitkomst hiervan x 320 uur x het aantal peuters.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekenvoorbeeld 1: reguliere opvang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een peuter gaat in het jaar 2020 40 weken lang 8 uur in de week reguliere peuteropvang volgen. Het verzamelinkomen van de ouders is € 50.000,- en het vastgestelde uurtarief is € 8,17. De subsidie aan de houder bedraagt voor deze peuter dan: (€ 8,17 - € 1,36) x 320 x 1= € 2.179,20 Lid 4 sub b en c: Voor VVE-peuteropvang wordt de subsidie als volgt berekend:</p>\n<p class=\"lf-p\">De berekening voor de eerste 8 uur is gelijk aan de berekening voor reguliere opvang. De extra VVE-uren worden als volgt berekend: 320 uur x het vastgestelde VVE-uurtarief x het aantal doelgroeppeuters aangevuld met het VVE-jaarbedrag per doelgroeppeuter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekenvoorbeeld 1: peuteropvang met VVE:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een peuter gaat in het jaar 2020 320 uur in de week reguliere peuteropvang volgen plus 320 uur VVE. Het verzamelinkomen van de ouders is € 50.000,- en het vastgestelde uurtarief is € 8,17 voor de reguliere opvang. Het vastgestelde uurtarief voor VVE bedraagt in 2020 € 9,22 en het vaste jaarbedrag is € 500,- De subsidie aan de houder bedraagt voor deze peuter dan: 320 x (€ 8,17 - € 1,36) + 320 x € 9,22 + € 500 = € 5.629,60</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel spreekt voor zich.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd voor een specifieke locatie indien daar sprake is van een bestuursrechtelijke handhavingsprocedure. De houder kan in dat geval nog wel subsidie aanvragen voor andere locaties gelegen in de gemeente Zwolle.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel spreekt voor zich.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieverplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sub a: Aangezien de subsidie wordt verleend op werkelijke aantallen peuters, is het van belang inzicht te hebben in de reële aantallen peuters op de verschillende locaties van de houder. In dit artikel wordt voorgeschreven dat binnen 2 weken na afloop van een kwartaal een bezettingsoverzicht (per locatie) wordt overlegd. Mocht er sprake zijn van een grote afwijking van de gegevens die bij de aanvraag zijn overlegd (meer dan 20%), dan zal de subsidieverlening daarop worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub d: peuters vanuit gemeenten buiten de gemeente Zwolle zijn welkom op peuteropvanglocaties, maar komen niet voor subsidie in aanmerking. In het geval er wachtlijsten (dreigen te) ontstaan, dan dienen de Zwolse peuters voorrang te krijgen op de peuters van buitenaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub f: ouders moeten elk najaar nieuwe Inkomensverklaringen overleggen voor het vaststellen van de ouderbijdrage in het nieuwe jaar. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaring kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is, en in ieder geval, van toepassing is in de maand voorafgaand aan plaatsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit rest van dit artikel spreekt voor zich.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:10</span><span class=\"lf-art-t\">Kwaliteitseisen peuteropvang</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel spreekt voor zich.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de kostprijs hoger ligt dan het door de Gemeente Zwolle vastgestelde maximum uurtarief wordt dat deel dat boven het maximum uurtarief ligt en in rekening wordt gebracht bij ouders niet op het maximum uurtarief in mindering gebracht. Er is een vaststellingsformulier door het college vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 16:12 inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel spreekt voor zich.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK22ZAALHUUR ZWOLSE THEATERS EN HEDON</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zwolse (semi-)amateurgezelschappen: statutair in Zwolle gehuisveste gezelschappen op het gebied van kunst en cultuur die volledig of voor het grootste deel uit amateurs bestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiedoel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Zwolle stelt jaarlijks een budget beschikbaar dat is bedoeld om (semi-) amateurverenigingen en instellingen op het gebied van kunst en cultuur door middel van het toekennen van subsidie tegemoet te komen in de kosten van de kale zaalhuur van Zwolse Theaters, Hedon, Academiehuis de Grote Kerk, of een andere locatie geschikt voor het presenteren van kunst- en cultuuruitingen, wanneer zij kunst- en cultuuruitingen organiseren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidie kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria: de activiteit is voor een ieder toegankelijk de activiteit dient geen godsdienstig of politiek doel met de activiteit wordt niet het behalen van winst beoogd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiemethodiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van de zaalhuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidiebedrag bedraagt per activiteit maximaal €1.500,--.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan per subsidieaanvrager maximaal tweemaal per kalenderjaar worden verleend, tenzij de subsidie door een Zwolse koepelorganisatie op het gebied van amateurkunst wordt aangevraagd namens een Zwols (semi-)amateurgezelschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond is vastgesteld op maximaal €55.954,-- per kalenderjaar. Wanneer het subsidieplafond van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft is bereikt, worden nieuwe subsidieaanvragen voor dat kalenderjaar geweigerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor een subsidie dient tenminste vier weken voor de datum waarop de activiteit gehouden wordt te worden ingediend. Daarbij dient gebruik te worden gemaakt van het daarvoor bestemde aanvraagformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag dient voorzien te zijn van een offerte waaruit blijkt wat de kosten van de kale zaalhuur voor de betreffende activiteit zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieverlening vindt plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">TOELICHTING ZAALHUUR ZWOLSE THEATERS EN HEDON Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder Zwolse (semi-)amateurgezelschappen vallen ook (semi-)amateurgezelschappen die een professional inzetten voor een specifieke taak, zoals een dirigent bij een orkest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder kunst- en cultuuruitingen wordt verstaan een eenmalige activiteit of openbare voorstelling van een of meer podiumkunsten of beeldende kunstvorm, gedurende een afgeronde periode.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met “per activiteit” wordt bedoeld: de specifieke voorstelling, uitvoering of tentoonstelling waarvoor de zaal wordt gehuurd. Wanneer een bepaalde activiteit bijvoorbeeld twee keer wordt opgevoerd en de zaal dus tweemaal hiervoor wordt gehuurd, dan geldt dat dit als één activiteit wordt beschouwd, waarvoor dus maximaal € 1500,- aan zaalhuur kan worden toegekend. Ook een activiteit waarbij sprake is van een repetitie of opbouw op de ene dag en de activiteit op een andere dag wordt dan als één activiteit beschouwd, waarvoor dus in totaal maximaal € 1500,- aan zaalhuur kan worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met “een Zwolse koepelorganisatie op het gebied van amateurkunst” wordt bedoeld een koepelorganisatie op het gebied van amateurkunst waarbij meerdere Zwolse (semi-) amateurgezelschappen zijn aangesloten. Deze koepelorganisaties kunnen een subsidie aanvragen namens een Zwols (semi-)amateurgezelschap dat geen volledige rechtsbevoegdheid heeft. Ook hierop is een maximum van 2 keer per jaar per gezelschap van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22:7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verlening, dus toekenning, van de subsidie krachtens dit hoofdstuk, is gelijk ook het besluit tot subsidievaststelling. Omdat het in deze regeling om relatief lage subsidiebedragen gaat, wordt uitgegaan van zo beperkt mogelijke administratieve handelingen. Dit enerzijds om verenigingen en instellingen niet onnodig te belasten en anderzijds om te voorkomen dat de ambtelijke inzet een te hoge financiële inzet vergt.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK25:STIMULERING DUURZAAMHEID EN WONINGBOUWPRODUCTIE</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: duurzame woning: een nieuwbouw woning in Zwolle met een bepaalde minimum EPC-waarde en GPR-waarde energie neutrale woning: een nieuwbouw woning in Zwolle met een EPC ≤ 0 ontwikkelaar: de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling, realisatie en verkoop c.q. verhuur van de duurzame woningen. particuliere opdrachtgever: de particuliere persoon, die opdrachtgever is voor de bouw, en tevens eigenaar en eerste bewoner is van de in Zwolle te bouwen duurzame eigen woning. koper: de natuurlijke persoon die een duurzame nieuwbouwwoning koopt van een ontwikkelaar en daarin zelf als eerste eigenaar-bewoner gaat wonen; voor de toepassing van deze regeling wordt daaronder ook verstaan verwerver van een appartementsrecht. subsidiegerechtigde: bij koopwoningen: de particuliere opdrachtgever of koper van de te bouwen woning, die tevens de eerste bewoner van de woning is bij huurwoningen: de eigenaar-verhuurder van de woning;</p>\n<p class=\"lf-p\">GPR: Gemeentelijke Praktijkrichtlijn Gebouw is een computerprogramma dat ontwerpgegevens van een gebouw omzet in kwaliteit- en duurzaamheidsprestaties, verdeeld over de thema’s energie, materialen, afval, water, gezondheid en woonkwaliteit. Het programma is bruikbaar voor zowel woningbouw als utiliteitsbouw (kantoren en scholen). Een GPR = 7 komt overeen met de toepassing van de vaste, kostenneutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzame (Utiliteit)bouw (maatregelen, die altijd technisch goed toepasbaar zijn en in de regel kostenneutraal zijn). De gemeente stelt het computerprogramma ter beschikking van de ontwikkelaar of particuliere opdrachtgever.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiedoel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wordt beoogd de bouw van duurzame woningen te stimuleren en de woningproductie te stimuleren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidie uit hoofde van dit hoofdstuk wordt slechts verstrekt indien de woning een nieuw te bouwen woning in Zwolle is, waarvoor geldt: bij indiening aanvraag vanaf datum inwerkingtreding tot en met 31 december 2012: EPC ≤ 0,50 en GPR ≥ 7,5. bij indiening aanvraag van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013: EPC ≤ 0,45 en GPR ≥ 7,5. bij indiening aanvraag van 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2014: EPC ≤ 0,40 en GPR ≥ 7,5 bij indiening aanvraag vanaf 1 juli 2014: EPC ≤ 0 (.energieneutraal) en GPR ≥ 8. bij de projectmatige bouw van meer dan een woning geldt het projectgemiddelde. voor het project of de woning geen andere financiële bijdrage is verkregen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiemethodiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvraag om subsidie is ingediend in de periode vanaf datum inwerkingtreding tot en met 31 december 2012, bedraagt de subsidie € 3.000,-- per woning; van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013, bedraagt de subsidie € 2.500,-- per woning; van 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2014, bedraagt de subsidie € 2.000,-- per woning; vanaf 1 juli 2014 bedraagt de subsidie € 3.000,-- per woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit onderdeel geldt dat, indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld geldt als indieningsdatum.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de subsidiering krachtens dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:6</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure projectmatig te bouwen koopwoningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag besluit tot toelating tot de subsidieregeling De aanvraag van een besluit tot toelating tot de subsidieregeling wordt ingediend door de ontwikkelaar van voor de verkoop bestemde duurzame koopwoningen De aanvraag wordt gedaan door middel van volledige invulling en ondertekening van een aanvraagformulier, dat door het college is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indieningsvereisten De aanvraag wordt ingediend nadat de bouw- of omgevingsvergunning is verleend, maar voor de start van de bouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag gaat vergezeld van een opgave (nummer, datum) of kopie van de verleende bouw of omgevingsvergunning, de EPC-berekening, de GPR-berekening en een opgave (bij voorkeur in de vorm van een kaart) van de bouwnummers of adressen van de woningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Indien de subsidie wordt aangevraagd voor meer dan een woning (dus bij complexmatige en projectmatige bouw) moeten de EPC- en GPR-berekening worden ingediend voor elk woningtype, waarbij tevens het complex-/projectgemiddelde wordt vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelatingsbesluit De aanvragen worden behandeld in de volgorde waarin zij worden ingediend. Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvraag is aangevuld als indieningsdatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college neemt binnen zes weken een besluit op de aanvraag tot toelating tot de subsidieregeling. De aanvraag wordt afgewezen wanneer niet aan de subsidiecriteria en de indieningsvereisten is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het toelatingsbesluit legt het college de verplichting op dat de bouw van de woningen binnen twee jaar na het toelatingsbesluit is voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toelatingsbesluit wordt in elk geval ingetrokken als blijkt dat de woning(en) niet zullen worden gerealiseerd. Aanvraag tot subsidievaststelling De toekenning van de subsidie heeft plaats in de vorm van een subsidievaststelling De aanvraag van een besluit tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend door de natuurlijke persoon die bij oplevering van de woning zowel eigenaar als bewoner van de woning is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag wordt gedaan door middel van volledige invulling en ondertekening van een aanvraagformulier dat door het college is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indieningsvereisten De aanvraag van een besluit tot Vaststelling van de subsidie wordt gedaan na de eerste bewoningdatum zoals die in de GBA is opgenomen en binnen twee jaar na de datum van het toelatingsbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag gaat vergezeld van een opgave (nummer, datum) of kopie van het besluit tot Toelating tot de subsidieregeling, een opgave van het bouwnummer of adres van de woning waarvoor het vaststellingsbesluit wordt aangevraagd, een kopie van de eigendomsakte, een opgave van de eerste bewoningdatum die in de GBA is opgenomen, alsmede een opgave van de betaalrichting (uitsluitend Nederlandse bankrekening).</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit tot Subsidievaststelling Het college neemt binnen zes weken een besluit op de aanvraag tot subsidievaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag wordt afgewezen wanneer niet aan de subsidiecriteria of de indieningsvereisten is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college is bevoegd om te controleren dat de woning is gebouwd overeenkomstig de gegevens die ten grondslag liggen aan de EPC-berekening en de GPR-berekening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:7</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure in het geval van koopwoningen in particulier opdrachtgeverschap en huurwoningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag subsidieverlening De aanvraag van een besluit tot Verlening van de subsidie wordt ingediend door de particuliere opdrachtgever van de koopwoning, of door de eigenaar-verhuurder van de huurwoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag wordt gedaan door middel van volledige invulling en ondertekening van een aanvraagformulier dat door het college is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indieningsvereisten De aanvraag wordt ingediend nadat de bouw- of omgevingsvergunning is verleend, maar voor de start van de bouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag gaat vergezeld van een opgave (nummer, datum) of kopie van de verleende bouw of omgevingsvergunning, de EPC-berekening, de GPR-berekening en een opgave (bi voorkeur in de vorm van een kaart) van de bouwnummers of adressen van de woningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Indien de subsidie wordt aangevraagd voor meer dan een woning (dus bij complexmatige en projectmatige bouw) moeten de EPC- en GPR-berekening worden ingediend voor elk woningtype, waarbij tevens het complex-/projectgemiddelde wordt vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verleningsbesluit De aanvragen worden behandeld in de volgorde waarin zij worden ingediend. Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvraag is aangevuld als indieningsdatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college neemt binnen zes weken een besluit op de aanvraag tot Verlening van de subsidie. De aanvraag wordt afgewezen wanneer niet aan de subsidiecriteria en de indieningsvereisten is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het Verleningsbesluit legt het college de verplichting op dat de bouw van de woningen binnen twee jaar na het Verleningsbesluit is voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Verleningsbesluit wordt in elk geval ingetrokken als blijkt dat de woning(en) niet zullen worden gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag tot subsidievaststelling De aanvraag van een besluit tot subsidievaststelling wordt ingediend door de natuurlijke persoon die bij oplevering van de woning zowel eigenaar als bewoner van de woning is, of door de eigenaar-verhuurder van de huurwoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag wordt gedaan door middel van volledige invulling en ondertekening van een aanvraagformulier dat door het college is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indieningsvereisten De aanvraag van een besluit tot Vaststelling van de subsidie wordt gedaan na de oplevering van de woning(en) en binnen twee jaar na de datum van het Verleningsbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag gaat vergezeld van een opgave (nummer, datum) of kopie van het Verlening besluit, een opgave van het bouwnummer of adres van de woning waarvoor het Vaststellingsbesluit wordt aangevraagd, en een opgave van de betaalrichting (uitsluitend Nederlandse bankrekening). In het geval van een koopwoning in particulier opdrachtgever schap dient tevens de eerste bewoningdatum die in de GBA is opgenomen te worden opgegeven en een kopie van de eigendomsakte te worden bijgevoegd Besluit tot subsidievaststelling Het college neemt binnen zes weken een besluit op de aanvraag tot subsidievaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag wordt afgewezen wanneer niet aan de subsidiecriteria of de indieningsvereisten is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college is bevoegd om te controleren dat de woning is gebouwd overeenkomstig de gegevens die ten grondslag liggen aan de EPC-berekening en de GPR-berekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">TOELICHTING STIMULERING DUURZAAMHEID EN WONINGBOUWPRODUCTIE</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Definitie energie neutrale woning: In het Nationaal Plan Bijna-Energie Neutrale Gebouwen (BENG) is bepaald dat een volledig energieneutraal gebouw een EPC = 0 heeft. De energieprestatiecoëfficiënt EPC wordt bepaald aan de hand van de norm NEN 7120: Energieprestatie van gebouwen - Bepalingsmethode (EPG), waarbij gebruik gemaakt kan worden van de voornorm NVN 7125 Energieprestatienorm Maatregelen op Gebiedsniveau (EMG). Kenmerken van deze bepalingsmethoden zijn: het energiegebruik wordt bepaald onder standaard gebruik- en klimaatcondities; alleen het gebouw gebonden energiegebruik wordt gewaardeerd in de energieprestatie; gebied gebonden maatregelen kunnen - indien aan de orde - met de EMG worden gewaardeerd; de opwekking van energie kan in en buiten het gebouw plaatsvinden; hernieuwbare energiebronnen worden gewaardeerd; het netto energiegebruik wordt bepaald over een jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiecriteria, artikel 25:4 Subsidiemethodiek Uit deze artikelen blijkt dat er sprake is van drie ‘perioden’, waarin de subsidie-eisen (EPC) achtereenvolgens zwaarder worden en de subsidiebedragen achtereenvolgens lager worden. Hiermee wordt een stimulans beoogd om plannen vroeg in te dienen. In combinatie met de eis dat de woningen binnen twee jaar na de subsidietoekenning (Toelating of Verlening, zie artikelen 25:6 en 25:7) gereed zijn moet hiervan een woningproductie verhogende werking uitgaan. Met de achtereenvolgende verzwaringen van de EPC-eis wordt bovendien in de pas gelopen met de periodieke aanpassingen van de EPC-eisen in het bouwbesluit. De verwachting is dat vanaf 1 januari 2015 alle nieuwbouwwoningen moeten voldoen aan de eis dat de EPC 0,4 of lager is. Vanaf 1 juli 2014 geldt alleen nog een subsidie voor energie neutrale nieuwbouwwoningen met een GPR ≥ 8. Deze subsidie blijft bestaan tot de eerstvolgende aanpassing van de EPC in het Bouwbesluit na 1 januari 2015.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2: Hier is geregeld dat projecten waarvoor andere financiële bijdrage is verkregen, niet voor een subsidie uit hoofde van deze regeling Duurzame Nieuwbouwwoningen in aanmerkingkomen. Met die andere financiële bijdrage wordt gedoeld op ISV- BLS- of stadsvernieuwingsbijdragen, gemeentelijke cofinancieringsconstructies bij provinciale bijdragen, bijzondere grondexploitatieconstructies en dergelijke. In geval van twijfel is het raadzaam van te voren contact op te nemen met de gemeente, afdeling Ruimte &amp; Economie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Omdat bij de vaststelling van de verordening het subsidieplafond nog niet bekend was, is er voor gekozen dat niet de raad maar het college het subsidieplafond vaststelt. Dit vereenvoudigt bovendien de procedure als er gedurende de looptijd van de regeling wijziging van het subsidieplafond nodig of mogelijk is. De werking van de subsidieregeling eindigt overigens zodra het subsidieplafond wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel25:6en 25:7 Toelichting op de twee Subsidieprocedures Er is een belangrijk verschil tussen enerzijds projectmatig ontwikkelde koopwoningen en anderzijds koopwoningen in particulier opdrachtgever schap en (complexen) huurwoningen. In artikel 25:6 is de volledige procedure voor projectmatige koopwoningen opgenomen In artikel 25:7 gaat het om de volledige procedure voor koopwoningen in particulier opdrachtgever schap en voor huurwoningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:6</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure projectmatig te bouwen koopwoningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij koopwoningen is de woningkoper (eigenaar-bewoner) de subsidiegerechtigde; hij is het immers die de duurzaamheidsmaatregelen betaald heeft. Bij projectmatig te bouwen koopwoningen zijn de kopers op het aanvraagmoment echter nog niet bekend. Bij deze projectmatig ontwikkelde koopwoningen is daarom gekozen voor een systematiek waarbij de ontwikkelaar een (initiële)‘toelating’ tot de regeling aanvraagt/verkrijgt. Toelating betekent hier dat de subsidieverplichting wordt aangegaan en dat de woningen aan de gestelde criteria voldoen. De subsidiegerechtigden zijn echter nog niet bekend omdat doorgaans de woningen in dat stadium nog niet zijn verkocht. Na de oplevering van de woningen kunnen de eigenaar-bewoners dan op basis van dat toelatingsbesluit de subsidie opvragen (vaststellen en uitbetalen) Lid 5: In dit lid wordt geregeld dat voor de indieningsdatum geldt de datum waarop deze compleet en ontvankelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het indienen van incomplete aanvragen vlak voor het einde van een ‘periode’ (zie artikel 25:4 lid 1) en het completeren van de aanvraag na het begon van de volgende ‘periode’, heeft dus niet als gevolg dat een lagere EPC-eis geldt en een hoger subsidiebedrag. Lid 12: De aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden gedaan door de eigenaar-bewoner, nadat hij in de woning is gaan wonen en zich op dat adres heeft laten inschrijven in het GBA (Gemeentelijke Basis Administratie, voorheen het bevolkingsregister). Die eerste bewoningsdatum moet bij de aanvraag worden opgegeven. Lid 13: Met de mee te zenden ‘kopie van de eigendomsakte’ wordt gedoeld op de notariële akte van de aankoop van de woning c.q. de levering van de grond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25:7</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure in het geval van koopwoningen in particulier opdrachtgever schap en huurwoningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij koopwoningen in particulier opdrachtgever schap is de eigenaar-bewoner de subsidiegerechtigde. Hij is het immers die de duurzaamheidsmaatregelen betaald heeft. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor huurwoningen. De initiële aanvraag kan in deze gevallen dus dadelijk leiden tot een subsidieverlening. Dat is meer dan een ‘toelating’ zoals bij projectmatige koopwoningen. De subsidieverplichting kan op basis van die aanvraag worden aangegaan en de subsidiegerechtigde staat dan ook al vast. Na oplevering van de woningen kan de subsidie worden vastgesteld en uitbetaald. In beide gevallen geldt dat de aanvraag wordt ingediend nadat de omgevingsvergunning is verleend, dan zijn alle relevante duurzaamheidseigenschappen van de woning immers vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontwikkelaar/opdrachtgever moet de woning realiseren overeenkomstig het plan waarvoor de omgevingsvergunning is afgegeven. Teneinde de woningproductiestimulans veilig te stellen (dit is een van de twee doelen van de subsidieregeling) is bepaald dat de woningen binnen twee jaar na de subsidieverlening moeten zijn opgeleverd. Zonder een dergelijke termijn zou de subsidieverplichting tot in lengte van jaren kunnen blijven bestaan, zonder dat de woning daadwerkelijk tot stand wordt gebracht. Lid 5: In dit lid wordt geregeld dat voor de indieningdatum geldt de datum waarop deze compleet en ontvankelijk is. Het indienen van incomplete aanvragen vlak voor het einde van een ‘periode’ (zie artikel 25:4 lid 1) en het completeren van de aanvraag na het begon van de volgende ‘periode’, heeft dus niet als gevolg dat een lagere EPC-eis geldt en een hoger subsidiebedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 11: Voor zowel koopwoningen van particuliere opdrachtgevers als voor huurwoningen geldt dat de aanvraag tot vaststelling moet worden gedaan na de oplevering van de woningen. Bij de koopwoningen kan dat worden aangetoond door de inschrijving in het GBA. Voor huurwoningen geldt dat de oplevering moet zijn gemeld aan de afdeling Toezicht en Handhaving. Daartoe wordt er bij de omgevingsvergunning een gereedmeldingsbriefje verstrekt; het is dus van belang dit gereedmeldingsbriefje daadwerkelijk in te zenden als de woningen zijn opgeleverd. (Overigens geldt ook alle opdrachtgevers (ook de ontwikkelaars van koopwoningen en particuliere opdrachtgevers) dat het de bedoeling is dat het gereedmeldingsbriefje wordt ingediend bij de oplevering.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK27SUBSIDIEREGELING DUURZAME ONTWIKKELING DIEZE-OOST ZWOLLE</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27:1</span><span class=\"lf-art-t\">BegripsomschrijvingenIn dit hoofdstuk wordt verstaan onder</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiegerechtigde: een particuliere woning-eigenaar of huurder van een particuliere woning (niet zijnde een woningbouwcorporatiewoning), die zijn hoofdverblijf houdt in Dieze-Oost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woning: grondgebonden woning of meergezinswoning Eigen dak: dak van de woning waar subsidiegerechtigde zijn hoofdverblijf houdt, gelegen in het gebied Dieze-Oost zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daken vastgoed (niet zijnde woningen): daken van gebouwen waarin verenigingen, maatschappelijke instellingen of bedrijven gevestigd zijn, gelegen in het gebied Diezerpoort zoals aangegeven op de kaart in bijlage 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtcoöperatie: een bij de KvK ingeschreven organisatie, die is gevestigd in Dieze, met als doelstelling de duurzame ontwikkeling van Dieze en daartoe lidmaatschap met zeggenschap aanbiedt aan de inwoners van Dieze-Oost, PV-systemen verhuurt aan inwoners van Dieze-Oost en daarnaast aanvullende andere diensten binnen Dieze-Oost aanbiedt die bijdragen aan het behalen van de doelstelling van de coöperatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV-systeem: photo-voltaische panelen voor de opwekking van elektriciteit + omvormer, benodigde bekabeling en netaansluiting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huurovereenkomst zonnepanelen: overeenkomst voor de huur van zonnepanelen waarin het aantal panelen wordt vermeld dat wordt geplaatst/gehuurd, de maandelijkse huur en de huurperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regeling Verlaagd Tarief: deze landelijke fiscale regeling wordt ook wel de PostCodeRoos regeling genoemd. Deze regeling biedt vrijstelling van energiebelasting over de energie die de deelnemers in een gezamenlijk project opwekken. Hierbij hoeven de zonnepanelen niet op het eigen dak te liggen, maar kunnen worden geplaatst op daken of grond in de buurt binnen een zogenaamd postcoderoosgebied. Deelnemers ontvangen naar rato van het aantal zonparticipaties jaarlijks een teruggave van energiebelasting die zij betaald hebben over de energie die zij hebben verbruikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiedoel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wordt beoogd om voor particuliere woning-eigenaren en huurders van particuliere woningen (niet zijnde woningbouwcorporatiewoningen) in Dieze-Oost de drempel te verlagen om mee te doen aan de verduurzaming in de wijk en de mogelijkheid gegeven om de energielasten te verlagen door aanleg en verhuur van PV-panelen op eigen dak of op daken van vastgoed (niet zijnde woningen) met gebruikmaking van de Regeling Verlaagd Tarief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidie uit hoofde van dit hoofdstuk wordt slechts verstrekt indien:</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiegerechtigde lid is van een buurtcoöperatie, en een huurovereenkomst heeft afgesloten met deze buurtcoöperatie voor de verhuur van een PV-systeem op eigen dak of op een dak van vastgoed (niet zijnde woningen) met gebruikmaking van de Regeling Verlaagd Tarief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het adres van de subsidiegerechtigde nog geen subsidie uit hoofde van dit hoofdstuk is verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het PV-systeem eveneens geen andere financiële bijdrage is verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de huurovereenkomst zonnepanelen blijkt dat minimaal 6 m² aan panelen wordt geplaatst en gehuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de overeenkomst voor beschikbaarstelling dak blijkt dat er overeenstemming is tussen de buurtcoöperatie en de VVE of eigenaar grondgebonden woning of eigenaar vastgoed (niet zijnde woningen) over het gebruik van het dak voor de plaatsing en verhuur van het PV-systeem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit deze overeenkomst voor beschikbaarstelling dak blijkt dat de zonnepanelen minimaal 15 jaar na de subsidievaststelling eigendom zijn en blijven van de buurtcoöperatie en de PV-panelen ten minste vijf jaar na de subsidievaststelling geplaatst moeten blijven op het aangegeven adres, ook bij verkoop van de woning of het vastgoed (niet zijnde woningen).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiemethodiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt € 325,- per paneel van circa 1,5 m² met een minimum van €1.300,- (voor 4 panelen van in totaal 6m2 ) en een maximum van € 1.950,- (voor 6 panelen van in totaal 9m2) per adres; de subsidie moet worden aangewend om te participeren in een aansluiting op een PV-systeem via een huurconstructie met een verhuurder, zijnde een buurtcoöperatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders stellen een subsidieplafond van € 260.000,- voor deze subsidieregeling vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen worden behandeld in volgorde van datum van ontvangst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27.6</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag tot subsidieverlening De aanvraag tot subsidieverlening wordt namens de subsidiegerechtigde ingediend door de buurtcoöperatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag wordt gedaan door middel van volledige invulling en ondertekening van een aanvraagformulier dat door het College van B en W is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indieningsvereisten De aanvraag wordt ingediend per adres woning of vastgoed (niet zijnde woningen) waarop de panelen worden geplaatst incl. een overeenkomst voor beschikbaarstelling dak door eigenaar of VVE en gaat per woning waarvoor de subsidie wordt aangevraagd vergezeld van:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bewijs van lidmaatschap van de buurtcoöperatie, Een huurovereenkomst met deze buurtcoöperatie voor de huur van zonnepanelen, Een ondertekende verklaring dat de subsidie namens de subsidiegerechtigde door de buurtcoöperatie wordt aangevraagd en geïnd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieverlening Burgemeester en wethouders nemen binnen vier weken een besluit op de aanvraag tot subsidieverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders leggen de verplichting op dat de plaatsing en aansluiting van het PV systeem binnen vier maanden na subsidieverlening is voltooid; Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van vier maanden op verzoek van de aanvrager verlengen met een periode van maximaal 20 maanden indien voorafgaand aan plaatsing van het PV-systeem dakonderhoud of andere relevante onderhouds- of verbouwactiviteiten staan gepland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag tot Vaststelling van de subsidie De aanvraag van een besluit tot Vaststelling van de subsidie wordt namens de in artikel 3, lid 1 genoemde subsidiegerechtigde ingediend door de buurtcoöperatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag wordt gedaan door middel van volledige invulling en ondertekening van een aanvraagformulier dat door het College van B en W is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indieningsvereisten De aanvraag van een besluit tot Vaststelling van de subsidie wordt gedaan binnen vier maanden na de datum van subsidieverlening, dan wel binnen de periode die Burgemeester en wethouders in het besluit op de aanvraag tot subsidieverlening op verzoek van de aanvrager op grond van art. 6.5 hebben toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag wordt ingediend per adres woning of vastgoed (niet zijnde woningen) waarop de panelen zijn geplaatst vergezeld van een bewijs van oplevering van het PV-systeem, waarin een opgave van het aantal geplaatste panelen, een duidelijke foto van de geplaatste en geïnstalleerde panelen en, indien sprake is van toepassing Regeling verlaagd tarief, een kopie van de afgegeven ‘certificaten voor verdeling van energie’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Besluit tot Vaststelling van de subsidie Burgemeester en wethouders nemen binnen vier weken een besluit op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om te controleren dat het PV-systeem is aangelegd overeenkomstig de gegevens die ten grondslag liggen aan de huurovereenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27.7</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding en looptijd regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling treedt in werking de dag na bekendmaking en heeft een looptijd tot 31 december 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting Art 27.3 lid 3 Indien voor het PV-systeem een andere financiële bijdrage is verkregen, komt deze niet in aanmerking voor een subsidie uit hoofde van deze regeling Duurzame Ontwikkeling Dieze-Oost.. Met een andere financiële bijdrage wordt gedoeld op provinciale duurzaamheidssubsidies of –leningen ten behoeve van het PV-systeem of bijzondere grondexploitatieconstructies.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van twijfel is het raadzaam van te voren contact op te nemen met de gemeente, afdeling Subsidieloket.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 28: BESCHERMD WONEN</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subsidiedeelverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieder: rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren op grond van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Accommodatie van een instelling: een woonvoorziening op naam van een instelling waar cliënten met een maatwerkvoorziening beschermd wonen tijdelijk verblijven en die passend is bij de ondersteuningsbehoefte en de herstelgedachte voor cliënten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingskader: kader vastgesteld door het college waarin beschreven wordt hoe de subsidieaanvragen voor extra jaarplekken beschermd wonen worden beoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; In de regio IJssel-Vecht voorkomend in twee vormen, namelijk 1) beschermd wonen 24/7 (begeleiding en toezicht is 24/7 beschikbaar op de locatie en in staat direct die begeleiding te bieden aan cliënten die nodig is) en 2) begeleid wonen (begeleiding vindt op afgesproken tijden plaats (planbare zorg) en is 24 uur per dag (telefonisch) oproepbaar en waar nodig binnen 30 minuten ter plaatse om die begeleiding te bieden aan cliënten die nodig is Er is hier ook regelmatig contact met de cliënt om na te gaan hoe het gaat met de cliënt (signalerende functie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 1 onder f van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra jaarplek: jaarplek waarvoor subsidie wordt aangevraagd, maar die in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar niet gesubsidieerd werd. De jaarplek moet voldoen aan de criteria genoemd in het voor het subsidiejaar geldende beoordelingskader voor extra jaarplekken, zoals bedoeld in artikel 28.8 lid 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Incidentele cliëntgebonden subsidie: subsidie die aan een aanbieder wordt verleend indien de maatwerkvoorziening beschermd wonen voor een bepaalde cliënt in 2021 of eerder is gestart en waarvoor een incidentele cliëntgebonden subsidie of een spoedplek subsidie is verleend. De incidentele cliëntgebonden subsidie wordt bevoorschot voor het gehele kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaarplek beschermd wonen: structurele plek beschermd wonen die voor een volledig kalenderjaar gesubsidieerd wordt en in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar ook (structureel) gesubsidieerd werd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overbruggingssubsidie 18-jarigen: subsidie die aan een aanbieder wordt verleend voor jongeren die in het subsidiejaar de leeftijd van 18 jaar bereiken (en aan wie een geldige toekenningsbeschikking voor beschermd wonen is verleend).</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio IJssel-Vecht: Samenwerkingsverband van gemeenten bestaande uit de gemeenten Dalfsen, Kampen, Ommen, Hardenberg, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spoedplekken: plekken die nodig zijn voor cliënten met een toekenningsbeschikking beschermd wonen en een acute en spoedeisende zorgvraag waarin met de beschikbare reguliere jaarplekken niet direct kan worden voorzien, dit ter beoordeling van de Centrale Toegang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die hierboven niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle, de algemene subsidieverordening Zwolle en de Algemene wet bestuursrecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiedoel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verstrekken van subsidie op basis van deze verordening heeft als doel te waarborgen dat cliënten beschermd wonen hun ondersteuning in natura bij een aanbieder kunnen verzilveren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-283\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een aanbieder die beschermd wonen aanbiedt ten behoeve van cliënten met een geldige toekenningsbeschikking van de Centrale Toegang voor beschermd wonen van een gemeente uit de regio IJssel-Vecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in de Wmo 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder verleent zelf de maatwerkvoorzieningen; indien voor leden van een coöperatie een subsidieaanvraag wordt ingediend, worden de leden gezien als een aanbieder zoals genoemd in artikel 28.3 lid 1. De leden voldoen individueel aan de vereisten zoals opgenomen in de Wmo 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het College kan nadere regels stellen ten aanzien van de vereisten om voor subsidiëring beschermd wonen in aanmerking te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-284\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder maakt bij de aanvraag tot subsidieverlening gebruik van een door het College vastgesteld aanvraagformulier voor beschermd wonen en een ingevuld format ter onderbouwing van de aanvraag, alsmede de voorgeschreven bijlagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij het College anders bepaalt, moeten aanvragen tot subsidieverlening voor beschermd wonen voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening wordt een prognose ingediend van het te verwachten aantal benodigde jaarplekken voor een voorziening beschermd wonen op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt gevraagd en de daarbij te verwachten kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de structurele jaarplekken beschermd wonen geldt dat voor het kalenderjaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend maximaal een aanvraag ingediend kan worden ter hoogte van het aantal structureel gesubsidieerde jaarplekken uit het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de subsidieaanvraag dient tevens een prognose te worden gegeven van de instroom van jongeren die in het subsidiejaar de leeftijd van 18 jaar bereiken en in het subsidiejaar niet meer onder de Jeugdwet vallen en waarvoor aansluitend beschermd wonen bij de huidige aanbieder noodzakelijk is. Deze jongeren moeten beschikken over een toekenningsbeschikking voor beschermd wonen (Wmo), aansluitend op de aflopende toekenningsbeschikking op grond van de Jeugdwet. Voor deze cliënten wordt een overbruggingssubsidie 18-jarigen toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval een beoordelingskader voor extra plekken beschermd wonen, zoals bedoeld in artikel 28.8, is vastgesteld, moet de aanvraag worden voorzien van een onderbouwing die voldoet aan de criteria die gesteld zijn in dat beoordelingskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een aanbieder reeds een incidenteel cliëntgebonden subsidie beschermd wonen of een subsidie voor een spoedplek ontvangt in 2021 én de toekenningsbeschikking van de betreffende cliënt eindigt in 2022 of later, mag voortzetting van deze incidentele cliëntgebonden subsidie voor het subsidiejaar 2022 worden aangevraagd. Voor deze cliënten wordt de cliëntgebonden incidentele subsidie bevoorschot voor het gehele kalenderjaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-285\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.5</span><span class=\"lf-art-t\">Opschorting beslissing op subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanbieder of de accommodatie van een instelling, voor indiening van de aanvraag tot subsidieverlening, dan wel gedurende de behandeling van de aanvraag om subsidieverlening, onderwerp is van een onderzoek op grond van de Wet Bibob, een onderzoek uitgevoerd door of in opdracht van een gemeente of door de aangewezen toezichthouder Wmo, een onderzoek door een Inspectie-instelling, het Zorgkantoor, een zorgverzekeraar of een onderzoek door de politie of het Openbaar Ministerie, is het College bevoegd om de beslissing op een subsidieaanvraag op te schorten gedurende de periode van het onderzoek Het College kan op grond van de subsidieaanvraag besluiten dat een onderzoek van de toezichthouder Wmo noodzakelijk is voor de beoordeling van de subsidieaanvraag en het College is bevoegd om de beslissing op een subsidieaanvraag op te schorten gedurende de periode van het onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien n.a.v. lid 1 of 2 het College de aanbieder verzoekt een verbeterplan op te stellen en uit te voeren kan de beslissing op een subsidieaanvraag worden opgeschort tot het moment dat het verbeterplan is uitgevoerd en de genomen maatregelen als voldoende beoordeeld worden door het College.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-286\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag kan, naast de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 1.21 van de ASV, geweigerd worden indien: naar het oordeel van het College de continuïteit van de te subsidiëren activiteiten onvoldoende door de subsidieaanvrager kan worden gewaarborgd. naar het oordeel van het College onvoldoende wordt aangetoond dat de ondersteuning voldoet aan de kwaliteitseisen, zoals nader omschreven in de bijlage Kwaliteitseisen maatwerkvoorzieningen Wmo, behorend bij de Verordening maatschappelijke ondersteuning. de subsidieaanvrager een aanwijzing, maatregel of boete opgelegd heeft gekregen van een gemeente of van een van de instanties zoals genoemd in artikel 28.5 in de periode van drie jaar voorafgaand aan het jaar voorafgaand aan de aanvraag en/of de inzet van de ondersteuning; de subsidieaanvrager in een periode van drie jaar voorafgaand aan de aanvraag en/of de inzet van de ondersteuning bij rechterlijke uitspraak onherroepelijk is veroordeeld. de aanbieder zich niet heeft gehouden aan de gestelde eisen met betrekking tot aanvraag, tussenrapportage en verantwoording van de subsidie, in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag en/of aan de inzet van de ondersteuning. één of meerdere leden van de coöperatie niet voldoen aan de subsidie-eisen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-287\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafonds</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Jaarlijks stelt het College subsidieplafonds vast voor jaarplekken beschermd wonen, incidenteel cliëntgebonden subsidies en overbruggingssubsidies 18-jarigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het totaal van de subsidieaanvragen - zoals bedoeld in artikel 28.4 lid 3 en 4 - het subsidieplafond voor jaarplekken beschermd wonen overschrijdt, wordt bij de subsidieverlening voorrang verleend aan dat deel van de aanvragen voor jaarplekken waarvoor ook subsidie verleend is in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien, na toepassing van artikel 28.7 lid 2 van deze verordening, het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond van jaarplekken beschermd wonen overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebudget evenredig onder de aanvragen voor reeds eerder gesubsidieerde jaarplekken verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het College kan een subsidieplafond vaststellen voor extra jaarplekken beschermd wonen. Aanvragen die zijn ingediend worden beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in het voor dat kalenderjaar geldende beoordelingskader en kunnen gehonoreerd worden tot het maximum van het desbetreffende subsidieplafond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-288\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een beoordelingskader voor het beoordelen van subsidieaanvragen voor extra jaarplekken beschermd wonen vaststellen in de vorm van nadere regels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-289\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiemethodiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor jaarplekken wordt bepaald door vermenigvuldiging van: het aantal cliënten dat volgens de prognose van de aanbieder een voorziening beschermd wonen wordt geboden op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening met: de, door het College, vastgestelde maximale subsidiabele kosten van de voorzieningen voor beschermd wonen waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor aanvragen voor een incidentele cliëntgebonden subsidie zoals bedoeld in artikel 28.4 lid 7 wordt bepaald door: het aantal cliënten dat reeds een incidenteel cliëntgebonden subsidie beschermd wonen ontvangt bij de desbetreffende aanbieder of een subsidie voor spoedplek ontvangt in 2021 én waarvan de toekenningsbeschikking van de cliënt eindigt in 2022 of later vermenigvuldiging van het aantal dagen in het subsidiejaar waarop een voorziening beschermd wonen wordt geboden met: vermenigvuldiging van de, door het College, vastgestelde maximale subsidiabele kosten van de voorziening beschermd wonen waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor aanvragen van een overbruggingssubsidie 18-jarigen, zoals bedoeld in artikel 28.4 lid 5 wordt bepaald door vermenigvuldiging van: het aantal dagen in een subsidiejaar vanaf de dag waarop de cliënt 18 jaar wordt tot einde van het lopende subsidiejaar, met de, door het college, vastgestelde maximale subsidiabele kosten van de voorziening beschermd wonen waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijke subsidiabele kosten met als maximum het verleend subsidiebedrag en alleen wanneer de activiteiten geleverd zijn en voldaan is aan de subsidievereisten en met inachtneming van de duur van de betreffende toekenningsbeschikkingen voor beschermd wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een bezettingspercentage lager dan 97% kan het College de subsidie voor structurele jaarplekken lager vaststellen. Uitgangspunt daarbij is dat de subsidie in die gevallen evenredig met het gerealiseerde bezettingspercentage lager wordt vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.11</span><span class=\"lf-art-t\">Spoedplekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Mocht gedurende het subsidiejaar een spoedplaatsing nodig zijn terwijl geen jaarplek vrij is binnen de gesubsidieerde jaarplekken, kan aanvullend een spoedplek gecreëerd worden bij een van de aanbieders met structurele jaarplekken. Een spoedplaatsing en een spoedplek kan alleen op verzoek en ter beoordeling van de Centrale Toegang. Deze aanvullende plek bestaat maximaal tot de einddatum van de toekenningsbeschikking van de betreffende cliënt én indien er een structureel gesubsidieerde jaarplek vrijkomt tot maximaal het moment van vrijkomen van die plek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor aanvragen van spoedplekken wordt bepaald door vermenigvuldiging van: het aantal dagen in het subsidiejaar tot maximaal het einde van de duur van de toekenningsbeschikking van de cliënt op grond waarvan de spoedplek beschermd wonen wordt geboden, of tot het moment dat de cliënt kan instromen op een structurele jaarplek, met: de, door het College, vastgestelde maximale subsidiabele kosten van de voorziening beschermd wonen waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het College kan besluiten een subsidieplafond vast te stellen voor noodzakelijke spoedplekken die gedurende het subsidiejaar gerealiseerd moeten worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.12</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het College.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2813\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.13</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als subsidieverordening beschermd wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2814\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.14</span><span class=\"lf-art-t\">Ingangsdatum</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2815\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.15</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op aanvragen tot subsidieverlening voor het komende subsidiejaar die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze (deel)verordening is deze (deel)verordening van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">TOELICHTING Algemeen Gemeenten zijn vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Onderdeel hiervan is het bieden van voorzieningen op het gebied van beschermd wonen. De basis voor deze subsidiëring dient in een subsidieverordening te liggen omdat voor subsidiering een wettelijke grondslag vereist is. De uitvoering van de subsidieverordening ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Een subsidieverordening bevat de procedurele eisen en criteria die in het kader van de subsidiëring worden gesteld. Hierin is bijvoorbeeld opgenomen waar een aanvraag aan moet voldoen, welke kosten subsidiabel zijn en welke termijnen van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiedoel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Zwolle is op grond van de Wmo 2015 verplicht beschermd wonen aan te bieden in de regio IJssel-Vecht. Een cliënt met een geldige toekenning van een gemeente uit de regio IJssel-Vecht kan deze ondersteuning verzilveren via een pgb of in natura (zin). Deze verordening maakt verzilvering in natura mogelijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 28.3 wordt aangegeven wie subsidie kan aanvragen. In lid 2 wordt aangegeven dat de aanbieder moet voldoen aan de vereisten zoals opgenomen in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Dit is van belang omdat in de Wmo 2015 alle eisen zijn opgenomen die vereist zijn bij het bieden van voorzieningen in het kader van de Wmo 2015. Zoals dat de voorziening in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt geboden. Deze wettelijke vereisten zijn nader uitgewerkt in de verordening maatschappelijke ondersteuning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 28.4 wordt, in aanvulling op en in afwijking van de algemene subsidieverordening Zwolle, het proces beschreven voor de aanvraag tot subsidieverlening. Hierbij is in afwijking van hoofdstuk 1 van de algemene subsidieverordening gekozen voor 1 oktober als indieningstermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tegenstelling tot 2021, wordt bij de subsidieverlening van de structurele jaarplekken niet het aantal cliënten in mindering gebracht dat in 2022 of later een indicatie voor de Wet Langdurige zorg ontvangt. Mocht gedurende het kalenderjaar een cliënt die een structurele jaarplek beschermd wonen ontvangt uitstromen naar de Wet Langdurige Zorg, dan dient deze structurele jaarplek beschikbaar te blijven voor een Wmo plek beschermd wonen. Bij uitstroom van een client naar de Wet Langdurige Zorg, wordt deze plek dus opnieuw ingevuld door een client die beschikt over een geldige toekenningsbeschikking beschermd wonen van de GGD.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aantal structurele jaarplekken waarvoor subsidie wordt aangevraagd, is het aantal cliënten dat in het komende subsidiejaar 18 jaar wordt en die niet meer onder de Jeugdwet valt en waarvoor aansluitend beschermd wonen bij de aanbieder noodzakelijk is, niet inbegrepen. Voor deze cliënten wordt een overbruggingssubsidie 18-jarigen aangevraagd. Voor het instromen op een plek beschermd wonen met een overbruggingssubsidie, dient de cliënt te beschikken over een geldige toekenningsbeschikking van de GGD aansluitend op het aflopen van de Jeugdwet toekenning. Indien deze 18 jarige kan instromen op een structurele jaarplek bij een aanbieder, gaat dat voor op het verlenen van een overbruggingssubsidie 18-jarigen. De overbruggingssubsidie wordt verleend voor de periode vanaf het moment dat de cliënt 18 wordt, tot einde van het subsidiejaar. Bij de subsidievaststelling wordt de subsidie vastgesteld ter hoogte van de werkelijke kosten van de ondersteuning gedurende de looptijd van de toekenningsbeschikking(en) van de GGD aan deze desbetreffende cliënt en zo lang er nog geen structureel gesubsidieerde jaarplek bij een aanbieder beschikbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Anders dan in 2021, wordt vanaf 2022 een incidentele cliëntgebonden subsidie bevoorschot voor het gehele kalenderjaar. Van aanbieders beschermd wonen wordt verwacht dat zij in hun subsidieaanvraag voor het komende kalenderjaar aangeven welke cliënten in 2021 een incidenteel cliëntgebonden subsidie of spoedsubsidie hebben ontvangen en waarvan de toekenningsbeschikking van de client eindigt in 2022 of later. Wanneer gedurende het subsidiejaar de toekenningsbeschikking van de client wordt verlengd, dient deze wijziging te worden doorgegeven aan zowel de GGD als het subsidieloket. Omdat de incidenteel cliëntgebonden subsidie vanaf 2022 voor het gehele kalenderjaar wordt voorschot, hoeft hiervoor vervolgens geen nieuwe incidentele cliëntgebonden subsidie te worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.5</span><span class=\"lf-art-t\">Opschorten beslissing op subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvrager kan onderwerp van onderzoek zijn bij meerdere instanties of instellingen. Dergelijke onderzoeken richten zich vaak op de kwaliteit van de verleende zorg en worden ingesteld naar aanleiding van meldingen, signalen of klachten over de verleende zorg aan cliënten. Zo lang een dergelijk onderzoek loopt is het niet wenselijk om vooruitlopend op de uitkomsten van dit onderzoek een beslissing op de ingediende subsidieaanvraag te nemen. In dit artikel is daarom de bevoegdheid opgenomen om de beslissing op een subsidieaanvraag op te schorten tot het moment waarop het onderzoek is afgerond en eventuele verbetermaatregelen naar tevredenheid van het College zijn uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de (subsidie) praktijk is er behoefte aan meer weigeringsgronden dan de gronden die in artikel 1.21 van de algemene subsidieverordening Zwolle en artikel 4:35 Awb worden genoemd. Zo maakt artikel 28.6 lid 1 het mogelijk om aanvragen van aanbieders waarbij twijfel is over de kwaliteit van de ondersteuning of waarvan is gebleken dat ze ondersteuning bieden die niet aan de kwaliteitseisen voldoet, te weigeren. De continuïteit en de kwaliteit van de ondersteuning wordt onder meer beoordeeld aan de hand van de documenten en gegevens die moeten worden ingeleverd bij de subsidieaanvraag. Deze worden genoemd in artikel 28.4 en in de nadere regels die op grond van artikel 28.3 lid 4 door het College zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er twijfel over de kwaliteit van de ondersteuning is of als er onvoldoende beeld over de kwaliteit van de ondersteuning is, bijvoorbeeld omdat het een nieuwe subsidieaanvrager betreft, kan het College ook beslissen tot het laten uitvoeren van een onderzoek door de toezichthouder Wmo (zie artikel 28.5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgaanbieders kunnen, afhankelijk van hun financiering, onderwerp van onderzoek zijn door verschillende inspecties en toezichthouders, zoals gemeenten, Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Zorgkantoren en zorgverzekeraars. Deze onderzoeken vinden onder meer plaats naar aanleiding van meldingen, signalen of klachten over onvoldoende kwaliteit of gebrekkige dienstverlening aan cliënten. De uitkomsten van deze onderzoeken kunnen leiden tot het opleggen van maatregelen, aanwijzingen of (bestuurlijke) boetes door voornoemde instanties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1c geeft aan dat een opgelegde maatregel, aanwijzing of boete een weigeringsgrond kan opleveren bij een subsidieaanvraag. Onder een maatregel van de gemeente kan een intrekking of wijziging van een eerdere subsidiebeschikking ten nadele van de subsidieontvanger of een weigering van een eerdere subsidieaanvraag worden begrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1d heeft betrekking op onherroepelijke veroordelingen van de aanvrager op grond van het overtreden van de wet. Daarbij kan in het bijzonder worden gedacht aan veroordelingen voor strafbare feiten zoals genoemd in artikel 2.86 lid 2 en 6 van de Aanbestedingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Jaarlijks wordt door het college een subsidieplafond voor beschermd wonen vastgesteld. Mocht het subsidieplafond voor plekken beschermd wonen naast de structurele jaarplekken worden overschreden dan wordt elke aanbieder evenredig gekort. Evenredig wil zeggen procentueel naar het maximaal te subsidiëren bedrag. Hierbij wordt rekening gehouden met de door het college vastgestelde tarieven voor een jaarplek beschermd wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze aanvragen worden beoordeeld aan de hand van het door het College vastgestelde beoordelingskader voor het betreffende subsidiejaar. Met het beoordelingskader wordt maximaal gestuurd op de aansluiting van extra jaarplekken op de door het College geconstateerde ondersteuningsbehoefte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiemethodiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiemethodiek wordt door het College vastgesteld. Volgens de Algemene subsidieverordening is het college bevoegd subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren indien de subsidieaanvrager zelf in de kosten van de voor subsidie in aanmerking komende voorzieningen kan voorzien. Het College kan hiervoor nadere regels opstellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijke subsidiabele kosten behorend bij de toekenningsbeschikking van de GGD die van toepassing is. De reeds verleende subsidie geeft daarbij het maximum aan. Bij de vaststelling van de subsidie wordt een bezettingspercentage van 97% geaccepteerd. Een lagere bezettingspercentage dan 97% moet worden toegelicht. Zonder aannemelijke uitleg of toelichting kan de subsidie bij vaststelling evenredig lager vastgesteld worden. Bijvoorbeeld: in het geval een bezetting van 95% gerealiseerd is, kan het College de subsidie op maximaal 95% van de verleende subsidie vaststellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.11</span><span class=\"lf-art-t\">Spoedplekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Cliënten met een toekenningsbeschikking beschermd wonen kunnen op een structurele jaarplek geplaatst worden zodra een passende plek beschikbaar is. Als er geen plekken bij een aanbieder vrij zijn, worden cliënten op een wachtlijst geplaatst tot een structurele jaarplek vrijkomt. Om mogelijk te maken dat cliënten met een acute zorgvraag toch snel geplaatst kunnen worden bij een voor hen zorgvraag passende aanbieder wordt het mogelijk dat tijdelijk een spoedplek bij deze aanbieder gecreëerd wordt totdat de cliënt op een vrijkomende structurele jaarplek kan instromen. De beoordeling van spoed en passendheid van de zorgaanbieder is ter beoordeling aan de Centrale Toegang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.12</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer helemaal geen mogelijkheden zijn binnen de bestaande jaarplekken of geen beroep kan worden gedaan op de andere subsidiëringsmogelijkheden (zoals overbruggingssubsidie of subsidie spoedplek ) en er naar het oordeel van de Centrale Toegang sprake is van een ‘onwenselijke’ situatie ten aanzien van een specifieke cliënt, kan het College gebruik maken van de hardheidsclausule. Met het opnemen van de hardheidsclausule heeft het College de mogelijkheid een besluit te nemen over de gevallen waarin hoofdstuk 28 van deze verordening niet voorziet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 29 HUMAN CAPITAL AGENDA ONTWIKKELFONDS REGIO ZWOLLE</h3>\n<p class=\"lf-p\">Inleiding Regio Zwolle is dé regio waar inwoners en bedrijven de ruimte krijgen voor groei. Om deze groei mogelijk te maken is het van belang dat elke inwoner zijn of haar talenten ontwikkelt en benut om samen een krachtige arbeidsmarkt te vormen. Daarmee wordt de regio steeds sterker en blijven minder mensen aan de kant staan. En wordt het voor bedrijven aantrekkelijker om te investeren. Op deze manier kan het welvaartsniveau voor iedereen stijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat gaat niet vanzelf: om groeikansen voor de regio te kunnen benutten en uitdagingen – nu en in de toekomst – aan te kunnen, zijn voldoende en geschikte werknemers nodig, die beschikken over de vaardigheden en flexibiliteit om te kunnen omgaan met veranderingen op de arbeidsmarkt. Het is van belang dat iedereen de kans krijgt om te participeren op de arbeidsmarkt. Sinds 2017 werkt de regio, via de Human Capital Agenda, hierna te noemen HCA, aan het optimaliseren en transformeren van de werking van de arbeidsmarkt. De HCA gaat daarbij uit van de drie pijlers beschikbaarheid, wendbaarheid en inclusiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel van deze agenda is het Ontwikkelfonds Regio Zwolle. Met dit fonds wordt het stimuleren van investeringen in mensen (menselijk kapitaal) in de Regio Zwolle beoogd. Het fonds is gevuld met publieke middelen en is bedoeld om te investeren in de scholing en ontwikkeling van mensen ter bevordering van hun positie op (of naar) de arbeidsmarkt. Het Ontwikkelfonds onderscheidt verschillende routes, voor inwoners, individuele werkgevers en samenwerkende werkgevers. Deze verordening geeft de richtlijnen en criteria voor de inzet van dit fonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beschikbaarheid: Beschikbaarheid van voldoende geschikte en gekwalificeerde mensen voor de regionale arbeidsmarkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cofinanciering: Het college verstrekt subsidie voor een deel van de subsidiabele kosten. Het overige deel van de subsidiabele kosten betreft een bijdrage van de aanvrager geleverd in geld of ‘in kind’.</p>\n<p class=\"lf-p\">College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagelijks Bestuur HCA: Het Dagelijks Bestuur bestaat uit een bestuurlijke afvaardiging van de Tafel van Regio Zwolle en wordt gevormd door vertegenwoordigers van gemeenten, provincies, werkgevers en onderwijs. Het Dagelijks Bestuur HCA adviseert het college over subsidieaanvragen die op grond van deze verordening worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erkende onderwijsinstelling en/of opleiding: Een onderwijsinstelling of opleiding die genoemd is op één van de drie lijsten van het ministerie van OCW met registeropleidingen voor mbo, hbo en WO, dan wel een Cedeo-, NRTO- of CRKBO-erkenning heeft. Het college kan andere branche specifieke opleidingen of branche specifieke certificeringen van opleidingen toestaan. De drie lijsten zijn te raadplegen via www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/hoger-onderwijs/vraag-en-antwoord/waar-vind-ik-een-overzicht-van-erkende-opleidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Human Capital Agenda (hierna: HCA): Regionaal programma waarbinnen overheden, ondernemers, onderwijsinstellingen, vakbewegingen en het UWV Werkbedrijf hun krachten bundelen ten behoeve van een goed werkende arbeidsmarkt, waarin beschikbaarheid, wendbaarheid en inclusiviteit de pijlers zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inclusiviteit: Iedereen krijgt de kans om te participeren op de arbeidsmarkt, zijn talenten te ontwikkelen en te benutten.</p>\n<p class=\"lf-p\">KOERS-programma: KOERS staat voor kennis, onderzoek, expertise, resultaat en sturing. Binnen het KOERS-programma wordt ingezet op het verzamelen en monitoren van informatie, met als doel om het programma tijdig bij te kunnen sturen, en het doen van onderzoeken op het gebied van arbeidsmarkt en human capital om zo te kunnen komen tot impactvol arbeidsmarktbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtsvorm: De juridische vorm waarin een onderneming is gegoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio Deal: Een Regio Deal is een partnerschap tussen Rijk en regio om opgaven in de regio aan te pakken. Het partnerschap met betrekking tot Regio Zwolle is vastgelegd in de Regio Deal Regio Zwolle.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal Ontwikkelfonds (hierna: Ontwikkelfonds): Dit fonds heeft als doel om investeringen in menselijk kapitaal te stimuleren in de Regio Zwolle. Het fonds is gevuld met publieke middelen en is bedoeld om te investeren in de scholing en ontwikkeling van mensen ter bevordering van hun positie op of naar de arbeidsmarkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio Zwolle: Bestuurlijke en ambtelijke samenwerking, waarbinnen op basis van regionale opgaven wordt samengewerkt in een netwerk van overheden (gemeenten en provincies), ondernemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Informatie is te vinden op www.regiozwolle.info.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reviewcommissie: Commissie bestaande uit leden die onafhankelijk en vanuit het werkveld deskundig zijn. De reviewcommissie adviseert inhoudelijk aan het Dagelijks Bestuur HCA over de subsidieaanvragen binnen route 4 Sectortafels en route 5 Experimenteerroute.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scholing: Onder scholing wordt verstaan: opleiding, cursus, training, ontwikkeltraject. Dit geldt ook voor de woorden in deze verordening waarin het woord scholing is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sectortafel: Een samenwerkingsverband van werkgevers(organisaties), werknemers(organisaties), onderwijspartners, sector- en brancheorganisaties, opgericht rondom een specifieke sector, in het kader van de HCA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wendbaarheid: Flexibiliteit van mensen om te kunnen omgaan met veranderingen op de arbeidsmarkt (leven lang ontwikkelen).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiedoel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Ontwikkelfonds is één van de regionale instrumenten binnen de HCA en heeft als doel werkgevers, eigenaren van een rechtsvorm, werknemers en werkzoekenden te stimuleren scholing en ontwikkelingstrajecten te volgen ter versterking van hun arbeidsmarktpositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieverordening wordt beoogd de extra investeringen in scholing van werkgevers, eigenaren van een rechtsvorm, werknemers, werkzoekenden en voor jongeren en studenten die door omstandigheden geen regulier bekostigde opleiding kunnen volgen, te stimuleren door middel van het verstrekken van een subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieroutes</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn vijf routes waarbinnen subsidie kan worden aangevraagd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Route 1 - Inwonersroute: Inwoners, zijnde zowel werknemers als werkzoekenden, kunnen een individuele aanvraag indienen om subsidie te ontvangen voor om-, her-, of bijscholing, met als doel zich te ontwikkelen (leven lang ontwikkelen) en hun arbeidsmarktpositie te verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Route 2 – Individuele werkgeversroute: Individuele werkgevers en/of eigenaren van een rechtsvorm kunnen voor zichzelf en/of voor één of meer van hun werknemers een aanvraag tot om-, her-, of bijscholing indienen, met als doel zich te ontwikkelen (leven lang ontwikkelen) en hun arbeidsmarktpositie te verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Route 3 - Samenwerkingsverbanden: Samenwerkingsverbanden kunnen voor één of meer werknemers een aanvraag indienen tot om-, her-, of bijscholing, met als doel in gezamenlijkheid hun werknemers zich te laten ontwikkelen (leven lang ontwikkelen) en hun arbeidsmarktpositie te verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Route 4 - Sectortafels: Sectortafels kunnen een aanvraag indienen voor één of meerdere projecten ten aanzien van om-, her-, of bijscholing, met als doel leven lang ontwikkelen en scholing binnen de sector te bevorderen. Deze projecten zijn onderdeel van de actieagenda van de sectortafel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Route 5 - Experimenteerroute: Samenwerkingsverbanden kunnen een aanvraag indienen voor één of meerdere project(en) ten aanzien van om-, her-, of bijscholing, met als doel leven lang ontwikkelen en scholing binnen de sector te bevorderen. Deze projecten passen niet één-op-één in de routes 1 tot en met 4 maar voldoen wel aan het subsidiedoel van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:4</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt jaarlijks voor de genoemde routes een subsidieplafond vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de subsidieplafonds bijstellen, wanneer actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volledige aanvragen worden in de genoemde routes behandeld op volgorde van binnenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiabele kosten zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Directe scholingskosten, zoals cursus-, examen-, boeken- en arrangementskosten. Arrangementskosten zijn de door de opleider verplicht gestelde kosten voor maaltijden, consumpties en overnachtingskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organisatiekosten, direct gerelateerd aan de scholingsactiviteit, in het geval van het organiseren van scholing vanuit route 3 Samenwerkingsverbanden, met een maximum van € 50,- per werknemer die deelneemt aan de scholingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten van begeleiding van de scholingsactiviteit met betrekking tot aanpak in het kader van inclusiviteit, met een maximum van 20% van de totale scholingskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten ten behoeve van het opstarten en inrichten van de trajecten ingeval route 4 Sectortafels en route 5 Experimenteerroute, welke direct te relateren zijn aan de scholingsactiviteit, met een maximum van 10% van de totale scholingskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de bedragen en percentages zoals genoemd in lid b, c en d van dit artikel herzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet-subsidiabele kosten zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Reis- en verblijfskosten, welke geen onderdeel zijn van door de opleider verplicht gestelde reis- en verblijfskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten ten behoeve van hulpmiddelen, zoals laptops, iPads en soortgelijke middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Interne loonkosten met betrekking tot de deelnemers aan de gesubsidieerde scholingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overheadkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten gemaakt om de subsidieaanvraag in te dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan nadere regels opstellen ten aanzien van de niet-subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college neemt binnen acht weken na indiening van een aanvraag in route 1 Inwoners, route 2 Individuele werkgevers en route 3 Samenwerkingsverbanden een besluit op de subsidieaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college neemt binnen acht weken na het verstrijken van de door het college vastgestelde indieningsdatum een besluit op subsidieaanvragen in route 4 Sectortafels en route 5 Experimenteerroute.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de in het eerste en tweede lid genoemde termijn met ten hoogste zes weken verlengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Dagelijks Bestuur van de HCA adviseert het college bij het beoordelen van de subsidieaanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college beslist op de subsidieaanvraag met inachtneming van het advies van het Dagelijks Bestuur van de HCA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert de subsidie indien: de aanvraag betrekking heeft op regulier bekostigd onderwijs. de aanvrager voor de activiteit(en) van een subsidieaanvraag in route 3 Samenwerkingsverbanden, route 4 Sectortafels en route 5 Experimenteerroute al tenminste 50% subsidie ontvangt van een gemeente of provincie, onderdeel van Regio Zwolle. de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd al voor tenminste 50% vanuit een andere Regio Deal of Human Capital Agenda wordt gesubsidieerd. er andere voorliggende voorzieningen volledig toereikend zijn, zoals uit landelijke regelingen of scholingsbijdrage UWV. het aangevraagde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk de drempel overschrijdt die opgenomen is in de de-minimisverordening. niet wordt voldaan aan het gestelde in deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Route 1 – Inwoners</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door: werknemers of werkzoekenden woonachtig in de gemeenten die behoren tot de Regio Zwolle en deelnemen aan het Ontwikkelfonds HCA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag moet voor aanvang van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden ingediend bij het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag bestaat uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, dat voor deze route beschikbaar is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een offerte van de opleider, waaruit de kosten voor het scholingstraject blijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag kan bestaan uit meerdere scholingsactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dezelfde activiteit wordt maximaal éénmaal subsidie verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het scholingstraject waarvoor subsidie wordt aangevraagd start uiterlijk binnen zes maanden na de toekenning van de subsidie. Het college kan in bijzondere situaties hiervoor ontheffing verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:9</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de aanvrager kan minimaal € 250,- en maximaal € 5.000,- subsidie worden verstrekt gedurende de looptijd van deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag mag bestaan uit meerdere scholingstrajecten. Per scholingstraject wordt een bedrag van minimaal € 250,- aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de aanvrager kan één keer per kalenderjaar subsidie worden verstrekt. Het college kan in uitzonderlijke gevallen hiervan afwijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager kan in meerdere kalenderjaren subsidie aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de bedragen genoemd in lid 1 en lid 2 van dit artikel herzien, wanneer actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria inwonersroute</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag betreft een aanvraag tot vakinhoudelijke, functiegerichte, of op transitieopgaven gerichte om-, her- en bijscholing, met als doel de arbeidsmarktpositie van de inwoner te versterken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toegevoegde waarde van de aangevraagde subsidie voor scholing is ter beoordeling van het college. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van aanvragen voor specifieke branches, sectoren of opleidingen, indien actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewenste scholing is een erkende opleiding en/of wordt gegeven door een erkende opleider of onderwijsinstelling, zoals genoemd in artikel 29:1 lid e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het scholingstraject waarvoor subsidie wordt aangevraagd moet binnen achttien maanden afgerond worden na de start van de opleiding. Het college kan in uitzonderlijke gevallen hiervoor ontheffing verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag tot vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieverstrekking tot een maximumbedrag van € 5.000,- wordt direct vastgesteld onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen acht weken nadat de scholing is afgerond een bewijs van deelname en/of certificaat inlevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet voldoen aan de voorwaarde genoemd in lid 1 van dit artikel, kan leiden tot intrekking van de subsidieverstrekking en tot terugvordering van het verstrekte subsidiebedrag bij de subsidieontvanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Route 2 – Individuele werkgever</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:12</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door: eigenaren van een rechtsvorm met een geldige KvK inschrijving fysiek gevestigd in één van de gemeenten die behoren tot de Regio Zwolle en deelnemen aan het Ontwikkelfonds HCA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag moet voor aanvang van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden ingediend bij het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag bestaat uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, dat voor deze route beschikbaar is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een offerte van de opleider, waaruit de activiteit(en) en kosten voor het scholingstraject blijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uittreksel van de KvK, maximaal 3 maanden oud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag kan bestaan uit meerdere scholingsactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dezelfde scholingsactiviteit wordt per werknemer en/of per eigenaar van een rechtsvorm maximaal éénmaal subsidie verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het scholingstraject waarvoor subsidie wordt aangevraagd start uiterlijk binnen zes maanden na de toekenning van de subsidie. Het college kan in bijzondere situaties hiervoor ontheffing verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan besluiten om bij de subsidieaanvraag een de-minimisverklaring verplicht te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:13</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de aanvrager kan minimaal € 125,- en maximaal € 2.500,- per werknemer en/of per eigenaar van een rechtsvorm subsidie worden verstrekt gedurende de looptijd van deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de aanvrager wordt per kalenderjaar maximaal € 20.000,- subsidie verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag mag bestaan uit meerdere scholingstrajecten. De subsidiabele kosten per werknemer en/of per eigenaar van een rechtsvorm bedragen minimaal € 250,- per scholingstraject.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieverstrekking bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en maximaal de bedragen zoals genoemd in lid 1 en lid 2 van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan deze vastgestelde bedragen en/of het percentage van de subsidieverstrekking in dit artikel herzien wanneer actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag betreft een aanvraag tot vakinhoudelijke, functiegericht of op transitieopgaven gerichte om-, her- en bijscholing, met als doel de arbeidsmarktpositie van de eigenaar van een rechtsvorm, werkgever of diens werknemer(s) waarvoor de subsidieaanvraag gedaan wordt te versterken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toegevoegde waarde van de aangevraagde subsidie voor scholing is ter beoordeling van het college. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van aanvragen voor specifieke branches, sectoren of opleidingen, indien actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewenste scholing is een erkende opleiding en/of wordt gegeven door een erkende opleider of onderwijsinstelling, zoals genoemd in artikel 29:1 lid e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het scholingstraject waarvoor subsidie wordt aangevraagd moet binnen achttien maanden afgerond worden na de start van de opleiding. Het college kan in uitzonderlijke gevallen hiervoor ontheffing verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan via deze route maximaal twee keer subsidie worden verstrekt voor dezelfde werknemer en/of eigenaar van een rechtsvorm, gedurende de looptijd van de verordening. Het college kan het aantal subsidieverstrekkingen herzien wanneer actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:15</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag tot vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieverstrekkingen tot een maximumbedrag van € 5.000,- worden direct vastgesteld onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen acht weken nadat de scholing is afgerond een bewijs van deelname en/of certificaat inlevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet voldoen aan de voorwaarde genoemd in het lid 1 van dit artikel, kan leiden tot intrekking van de subsidieverstrekking en tot terugvordering van het verstrekte subsidiebedrag bij de subsidieontvanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidiebedragen vanaf € 5.000,- moet binnen vier maanden na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend bij het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag tot subsidievaststelling bestaat uit de volgende stukken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststellingsformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteitenverslag: Het activiteitenverslag bestaat uit bewijzen van deelnames en/of certificaten van scholingstraject(en) waarvoor subsidie is verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financieel verslag: Het financieel verslag bestaat uit een totaaloverzicht van de gemaakte scholingskosten waarvoor subsidie is verstrekt. Het overzicht is voor akkoord ondertekend door de werkgever en/of eigenaar van de rechtsvorm. Daarnaast moeten kopieën van facturen en betalingsbewijzen worden ingeleverd. Er hoeft geen samenstellingsverklaring te worden overlegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college mag in bijzondere omstandigheden gegevens opvragen welke niet staan vermeld onder b en c van dit artikel, maar die wel van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag tot subsidievaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Route 3 – Samenwerkingsverbanden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:16</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag moet voor aanvang van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden ingediend bij het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door: een samenwerkingsverband van twee of meer bedrijven, maatschappelijke organisaties of uitvoeringsorganisaties, of één of meer bedrijven met een of meer uitkeringsinstanties, brancheorganisaties of fondsen van werkgevers en werknemers, of één of meer bedrijven met een of meer scholen of erkende opleidingsinstituten, de deelnemers van het samenwerkingsverband hebben een geldige KvK inschrijving. De bedrijven en maatschappelijke organisaties van het samenwerkingsverband zijn fysiek gevestigd in een van de gemeenten die behoren tot Regio Zwolle en deelnemen aan het Ontwikkelfonds HCA.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag bestaat uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, dat voor deze route beschikbaar is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een samenwerkingsovereenkomst, waarin de betrokkenen hun samenwerking bekrachtigen en één van hen aanwijzen als formele aanvrager, genoemd de penvoerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een activiteitenplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een begroting, waarin de kosten voor scholing en overige subsidiabele kosten zijn opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer van toepassing, een offerte van de opleider, waaruit de kosten voor het scholingstraject blijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uittreksel van de KvK van de penvoerder, maximaal 3 maanden oud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan € 20.000,- moet de formele aanvrager, genoemd de penvoerder, een rechtspersoon zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan besluiten om bij de subsidieaanvraag een de-minimisverklaring verplicht te stellen aan deelnemers van het samenwerkingsverband.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:17</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de aanvrager kan minimaal € 125,- en maximaal € 2.500,- per werknemer subsidie worden verstrekt gedurende de looptijd van deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de aanvrager wordt per kalenderjaar maximaal € 40.000,- subsidie verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag mag bestaan uit meerdere scholingstrajecten. De subsidiabele kosten per werknemer bedragen minimaal € 250,- per scholingstraject.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieverstrekking bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten (cofinanciering) en maximaal de bedragen zoals genoemd in lid 1 en lid 2 van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan deze vastgestelde bedragen en/of het percentage van de subsidieverstrekking in dit artikel herzien, wanneer actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:18</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag betreft een aanvraag tot vakinhoudelijke, functiegerichte of op transitieopgaven gerichte om-, her- en bijscholing, met als doel de arbeidsmarktpositie van de werknemer(s) waarvoor de subsidieaanvraag gedaan wordt te versterken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toegevoegde waarde van de aangevraagde subsidie voor scholing is ter beoordeling van het college. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van aanvragen voor specifieke branches, sectoren of opleidingen, indien actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewenste scholing is een erkende opleiding en/of wordt gegeven door een erkende opleider of onderwijsinstelling, zoals genoemd in artikel 29:1 lid e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het scholingstraject waarvoor subsidie wordt aangevraagd moet binnen achttien maanden afgerond worden na de start van de opleiding. Het college kan in bijzondere gevallen hiervoor ontheffing verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt via deze route maximaal twee keer subsidie verstrekt voor dezelfde werknemer, gedurende de looptijd van de verordening. Het college kan het aantal subsidieverstrekkingen herzien wanneer actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:19</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag tot vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieverstrekkingen tot een maximumbedrag van € 5.000,- worden direct vastgesteld onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen acht weken nadat de scholing is afgerond een bewijs van deelname en/of certificaat inlevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet voldoen aan de voorwaarde genoemd in het lid 1 van dit artikel, kan leiden tot intrekking van de subsidieverstrekking en tot terugvordering van het verstrekte subsidiebedrag bij de subsidieontvanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidiebedragen vanaf € 5.000,- moet binnen vier maanden na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend bij het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag tot subsidievaststelling bestaat uit de volgende stukken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststellingsformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteitenverslag: Het activiteitenverslag bestaat uit bewijzen van deelnames en/of certificaten van scholing van de werknemers waarvoor subsidie is verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financieel verslag: Het financieel verslag bestaat uit een totaaloverzicht van scholingskosten waarvoor subsidie is verstrekt. Het overzicht is voor akkoord ondertekend door de penvoerder. Daarnaast moeten kopieën van facturen en betalingsbewijzen worden ingeleverd. Er hoeft geen samenstellingsverklaring of beoordelingsverklaring te worden overlegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college mag in bijzondere omstandigheden gegevens opvragen welke niet staan vermeld onder b en c van dit artikel, maar die wel van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag tot subsidievaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Route 4 – Sectortafels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:20</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt jaarlijks de indieningsdata voor de subsidieaanvragen vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag moet voor aanvang van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden ingediend bij het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door: een sectortafel, zijnde een samenwerkingsverband van werkgevers(organisaties), werknemers(organisaties), onderwijspartners, sector- en brancheorganisaties, opgericht rondom een specifieke sector en in het kader van de HCA.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag bestaat uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, dat voor deze route beschikbaar is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een samenwerkingsovereenkomst, waarin de betrokkenen de samenwerking bekrachtigen en een van hen aanwijzen als formele aanvrager genoemd de penvoerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een actieagenda, met daarin een omschrijving van:</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van de HCA.</p>\n<p class=\"lf-p\">De concrete acties en interventies die uitgevoerd gaan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe acties en interventies worden gemonitord en hoe de doelen en prestaties in het plan worden gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een begroting, waarin zowel de kosten voor scholing en overige subsidiabele kosten zijn opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar additionele financiering voor projecten gezocht wordt (meekoppelkansen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan € 20.000,- moet de formele aanvrager, genoemd de penvoerder, een rechtspersoon zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De reviewcommissie adviseert het Dagelijks Bestuur HCA of de aanvraag voldoet aan het subsidiedoel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan besluiten om bij de subsidieaanvraag een de-minimisverklaring verplicht te stellen aan deelnemers van het samenwerkingsverband van de sectortafel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:21</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Per sectortafel kan maximaal € 100.000,- subsidie worden verstrekt per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieverstrekking bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten waarvoor de aanvraag is ingediend (cofinanciering).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de bedragen en/of het percentage van de subsidieverstrekking genoemd in dit artikel herzien, wanneer actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:22</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag betreft een aanvraag voor één of meerdere projecten ten aanzien van vakinhoudelijke, functiegerichte of op transitieopgaven gerichte om-, her-, bijscholing, met als doel leven lang ontwikkelen en scholing binnen de sector te bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gevraagde subsidiebedrag moet in verhouding staan tot de activiteit of interventie en de beoogde opbrengsten of resultaten (PxQ), de reviewcommissie adviseert hierover aan het Dagelijks Bestuur HCA.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt dienen uiterlijk afgerond te zijn voor het aflopen van het HCA-programma (31 december 2023). De verkregen subsidie moet eveneens besteed zijn voor het aflopen van het HCA-programma (31 december 2023).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het doen van een aanvraag, committeren sectortafels zich aan deelname aan het KOERS-programma en de monitoring van de HCA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:23</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag tot vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieverstrekkingen tot een maximumbedrag van € 5.000,- worden direct vastgesteld onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen acht weken nadat de scholing is afgerond een bewijs van deelname en/of certificaat inlevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet voldoen aan de voorwaarde genoemd in het lid 1 van dit artikel, kan leiden tot intrekking van de subsidieverstrekking en tot terugvordering van het verstrekte subsidiebedrag bij de subsidieontvanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidiebedragen vanaf € 5.000,- moet binnen vier maanden na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend bij het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag tot subsidievaststelling bestaat uit de volgende stukken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststellingsformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteitenverslag: Dit betreft een verslaglegging van de uitgevoerde activiteiten uit de actieagenda waarvoor subsidie is verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financieel verslag: Dit financieel verslag bestaat uit een totaaloverzicht van de gemaakte kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt. Het overzicht is voor akkoord ondertekend door de penvoerder. Daarnaast moeten kopieën van facturen en betalingsbewijzen worden ingeleverd. Er hoeft geen samenstellingsverklaring of beoordelingsverklaring te worden overlegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college mag in bijzondere gevallen gegevens opvragen welke niet staan vermeld onder b en c van dit artikel, maar die wel van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag tot subsidievaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Route 5 – Experimenteerroute</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:24</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt jaarlijks de indieningsdata voor de subsidieaanvragen vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag moet voor aanvang van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden ingediend bij het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door: werkgevers(organisaties), werknemers(organisaties), onderwijspartners, sector- en brancheorganisaties of een samenwerkingsverband daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag bestaat uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, dat voor deze route beschikbaar is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een samenwerkingsovereenkomst, waarin de betrokkenen de samenwerking bekrachtigen en één van hen aanwijzen als formele aanvrager, genoemd de penvoerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een plan van aanpak, met daarin een omschrijving van:</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van de HCA.</p>\n<p class=\"lf-p\">De concrete acties en interventies die uitgevoerd gaan worden, in de vorm van een pilot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een toelichting op het experimentele en systeem doorbrekende karakter van de activiteit(en).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe de activiteiten gemonitord gaan worden en hoe de doelen en prestaties in het plan gemeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een begroting, waarin de kosten voor scholing en overige subsidiabele kosten zijn opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar additionele financiering voor projecten gezocht wordt (meekoppelkansen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan € 20.000,- moet de formele aanvrager, genoemd de penvoerder, een rechtspersoon zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De reviewcommissie adviseert aan het Dagelijks Bestuur HCA of de aanvraag voldoet aan het subsidiedoel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan besluiten om bij de subsidieaanvraag een de-minimisverklaring verplicht te stellen aan deelnemers van het samenwerkingsverband.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:25</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de aanvrager kan per kalenderjaar maximaal € 100.000,- subsidie worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieverstrekking bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten waarvoor de aanvraag is ingediend (cofinanciering).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan deze vastgestelde bedragen en/of het percentage van de subsidieverstrekking genoemd in dit artikel herzien, wanneer actuele ontwikkelingen hierom vragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:26</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag betreft een aanvraag voor één of meerdere scholingsprojecten, met als doel de werking van de arbeidsmarkt en/of leven lang ontwikkelen in de regio te bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager heeft de aanvraag afgestemd met het beleidsprogrammateam HCA Regio Zwolle.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gevraagde subsidiebedrag moet in verhouding staan tot de activiteit of interventie en de beoogde opbrengsten of resultaten (PxQ), de reviewcommissie adviseert hierover aan het Dagelijks Bestuur HCA.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is dienen uiterlijk afgerond te zijn voor het aflopen van het HCA-programma (31 december 2023). De verkregen subsidie moet eveneens besteed zijn voor het aflopen van het HCA-programma (31 december 2023).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het doen van een aanvraag , committeren aanvragers in de experimenteerroute zich aan deelname aan het KOERS-programma en de monitoring van de HCA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag tot vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieverstrekkingen tot een maximumbedrag van € 5.000,- worden direct vastgesteld onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen acht weken nadat de scholing is afgerond een bewijs van deelname en/of certificaat inlevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet voldoen aan de voorwaarde genoemd in het lid 1 van dit artikel, kan leiden tot intrekking van de subsidieverstrekking en tot terugvordering van het verstrekte subsidiebedrag bij de subsidieontvanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidiebedragen vanaf € 5.000,- moet binnen vier maanden na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend bij het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag tot subsidievaststelling bestaat uit de volgende stukken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststellingsformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteitenverslag: Het activiteitenverslag bestaat uit een overzicht van de activiteiten die zijn uitgevoerd en waarvoor subsidie is verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financieel verslag: Het financieel verslag bestaat uit een totaaloverzicht van de gemaakte kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt. Het overzicht is voor akkoord ondertekend door de penvoerder. Daarnaast moeten kopieën van facturen en betalingsbewijzen worden ingeleverd. Er hoeft geen samenstellingsverklaring of beoordelingsverklaring te worden overlegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college mag gegevens opvragen welke niet staan vermeld onder b en c van dit artikel, maar die wel van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag tot subsidievaststelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:28</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen en de doelstelling van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:29</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op aanvragen die zijn ingediend voor het in werking treden van deze verordening blijft de verordening van 7 september 2020 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:30</span><span class=\"lf-art-t\">Evaluatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van deze verordening wordt jaarlijks geëvalueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar aanleiding van de uitkomsten van de evaluatie kan het college nadere regels vaststellen ten aanzien van de uitvoering van deze subsidieverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29:31</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding en citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na publicatie en heeft terugwerkende kracht tot en met 1 mei 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening eindigt op 31 december 2023, tenzij de verordening eerder wordt ingetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Human Capital Agenda – Ontwikkelfonds Regio Zwolle.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 30 SUBSIDIEVERORDENING AED GEMEENTE ZWOLLE 2020</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">AED: Automatische Externe Defibrillator, een draagbaar apparaat dat het hartritme weer kan herstellen bij een hartstilstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitenkast: een, ten behoeve van de AED, voor buitengebruik geschikte, weersbestendige en afsluitbare kast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Witte vlek: locatie waarvan de AED-check van de Hartstichting (https://www.hartstichting.nl/aed) aantoont dat op betreffende postcode te weinig AED’s 24/7 aanwezig zijn (categorie rood) en waarbij zich binnen een straal van 500 meter vanaf de locatie waar de (gesubsidieerde) AED wordt aangebracht geen andere 24/7 beschikbare AED aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare locatie: een locatie binnen de grenzen van de gemeente Zwolle, die 24 uur per dag, gedurende 7 dagen per week toegankelijk is voor het publiek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiedoel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de subsidie is de aanwezigheid van openbaar beschikbare AED’s ten behoeve van hartreanimatie te stimuleren en een betere spreiding hiervan in Zwolle te waarborgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievoorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd voor: de aanschaf van een AED inclusief een buitenkast de aanschaf van een buitenkast ten behoeve van een reeds beschikbare AED Subsidie kan slechts worden aangevraagd voor de initiële aanschafkosten en niet voor kosten van installatie, vervanging, verzekering, beheer en onderhoud, e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verleend indien de AED en/of buitenkast wordt geplaatst op een locatie die door de gemeente wordt beoordeeld als witte vlek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt alleen verleend voor AED’s en/of buitenkasten die na de datum van inwerkingtreding van de verordening worden aangeschaft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieverplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient een AED en buitenkast aan te schaffen waarvan het merk/model/type is toegelaten voor de Nederlandse markt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient zorg te dragen voor een deugdelijk beheer en onderhoud van de AED en buitenkast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De AED dient op een openbare locatie geplaatst te worden en goed bereikbaar te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de AED aan te melden en aangemeld te houden bij HartslagNu overeenkomstig de voorwaarden van HartslagNu.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de AED na een eventuele inzet opnieuw inzet-gereed te maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door: natuurlijke personen rechtspersonen Voor het aanvragen van subsidie moet het daartoe door het college vastgestelde formulier volledig ingevuld en ondertekend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag omvat verder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Straatnaam, postcode en huisnummer van de locatie waar de AED en/of buitenkast wordt geplaatst De offerte voor de AED en/of buitenkast</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie voor de aanschaf van een AED en/of een buitenkast ten behoeve van een AED bedraagt 35 procent van de aanschafkosten met een maximum bijdrage van €650,-- voor een AED inclusief een buitenkast en €300,-- voor een buitenkast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze subsidieverordening is een maximum bedrag van € 5.000,-- per kalenderjaar beschikbaar gesteld. Dit bedrag geldt als subsidieplafond voor de gehele looptijd van deze subsidieverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen, met dien verstande dat ingeval de aanvrager in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag wordt ontvangen aangemerkt wordt als datum van ontvangst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het subsidieplafond is bereikt, worden nieuwe subsidieaanvragen geweigerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieverlening en –vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieverlening vindt plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht binnen drie maanden na subsidievaststelling de factuur van de aangeschafte AED en/of buitenkast alsmede een bevestiging dat de AED is aangemeld bij Hartslag u aan de gemeente te overleggen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien niet voldaan wordt aan het gestelde in deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding en looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieverordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft een looptijd tot en met 31 december 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieverordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening AED gemeente Zwolle 2020</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 31 CORONA-NOODSTEUN FACILITERENDE EN PRESENTERENDE INSTELLINGEN CULTUUR</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Faciliterende instelling: een instelling die een faciliterende rol speelt in de culturele infrastructuur van Zwolle, bijvoorbeeld door het verhuren van atelierruimte of repetitieruimte aan makers van artistieke producten of diensten, of door het verhuren van ruimten met een sterke cultuurhistorische waarde of het aanbieden van diensten die bijdragen aan het uitdragen van de cultuurhistorie van Zwolle;</p>\n<p class=\"lf-p\">Presenterende instelling: een instelling die binnen de culture infrastructuur van Zwolle bijdraagt aan het presenteren van artistieke producten en uitingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college: het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiedoel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verstrekken van subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij te dragen aan de geleden exploitatieschade als gevolg van de Corona-crisis onder faciliterende of presenterende instellingen en hen hiermee in staat te stellen de reguliere activiteiten zo veel mogelijk voort te zetten en daarmee hun rol binnen de culturele infrastructuur van Zwolle te behouden ten gunste van het culturele klimaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie kan alleen worden aangevraagd door:</p>\n<p class=\"lf-p\">Instellingen zoals omschreven in artikel 31:1 lid 1 en 2 die hun hoofdactiviteiten uitvoeren in Zwolle en een rechtspersoon zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uit de exploitatierekening van de instelling over de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd, blijkt een financieel tekort als gevolg van de corona-crisis;</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien subsidie aangevraagd wordt voor een lopend boekjaar; een realistische inschatting van de voorlopige resultaten van de exploitatierekening over het lopende boekjaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">De instellingen heeft aantoonbaar maatregelen getroffen om het exploitatietekort ontstaan door de corona-crisis te beperken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-315\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.5</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Niet subsidiabel zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Instellingen die een financiële bijdragen hebben ontvangen van het Rijk uit een steunpakket specifiek bedoeld voor de culturele sector, zoals aangekondigd in de Kamerbrief Aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector (d.d. 15 april 2020 met kenmerk: 24085813) of naar aanleiding van het advies van de Raad voor Cultuur over het toekennen van een overbruggingssubsidie (brief met kenmerk RVC.2020-1582 d.d. 6 november 2020);</p>\n<p class=\"lf-p\">Instellingen waarvan meer dan 65% van hun inkomsten op jaarbasis bestaat uit structurele subsidie van de gemeente Zwolle.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-316\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiemethodiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de hoogte van het negatieve resultaat op de exploitatierekening van het boekjaar waarop de aanvraag betrekking heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval het totaal aan ingediende aanvragen het vastgestelde subsidieplafond voor deze regeling overschrijdt, wordt berekend met welk percentage de aanvragen het subsidieplafond overschrijden. Dit percentage wordt vervolgens toegepast op het bedrag dat in de aanvraag wordt benoemd zodat het aangevraagde bedrag met dit percentage naar beneden wordt bijgesteld en als basis voor de subsidieverlening dient. Met als resultaat dat het totaal aan te verstrekken subsidies binnen het maximaal totaal beschikbaar budget blijft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aan te vragen subsidiebedrag dient te worden gespecificeerd per boekjaar; aanvrager kan een aanvraag indienen voor de schade zoals omschreven in artikel 31.4 lid 1 over een afgerond boekjaar en/of over een lopend boekjaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-317\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt het subsidieplafond voor de uitvoering van deze subsidieregeling vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-318\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt de datum waarop de aanvragen moeten zijn ingediend vast;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag wordt in behandeling genomen nadat de indieningsdatum zoals bedoeld in het eerste lid is verstreken. Een aanvraag die na deze datum wordt ingediend wordt niet in behandeling genomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag wordt in behandeling genomen indien bij de aanvraag de volgende documenten zijn bijgevoegd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;</p>\n<p class=\"lf-p\">Oprichtingsstatuten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Recent uittreksel Kamer van Koophandel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een subsidieaanvraag over een tekort op de exploitatierekening van een afgerond boekjaar: de jaarrekeningen van de twee meest recent afgesloten boekjaren goedgekeurd door het bestuur, raad van toezicht of algemene ledenvergadering waarin decharge wordt verleend aan de penningmeester;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidieaanvragen vanaf in totaal 30.000 euro geldt daarnaast dat afhankelijk van het aangevraagde bedrag de jaarrekeningen dienen te worden voorzien van een accountantsverklaring van het type zoals omschreven in artikel 1:22 lid 4, 5 en 6 van de Algemene Subsidie Verordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidieaanvragen over een tekort op de exploitatiebegroting voor een lopend boekjaar: de jaarrekeningen van de twee meest recente afgesloten boekjaren en een voorlopige exploitatiebegroting van het boekjaar waarover subsidie aangevraagd wordt, goedgekeurd door het bestuur, raad van toezicht of algemene ledenvergadering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvrager dient hiervoor gebruik te maken van het begrotingsformulier dat als bijlage bij het aanvraagformulier wordt gevoegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor aanvragen vanaf in totaal 30.000 euro moet daarnaast ook worden aangeleverd: Een toelichting op het begrote tekort van het lopende boekjaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-319\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieverlening en - vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college neemt binnen 8 weken na de door het college vastgestelde uiterste indieningsdatum een besluit over de aanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid genoemde termijn kan met ten hoogste zes weken worden verlengd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een subsidieverlening over een afgerond boekjaar vindt de subsidieverlening plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een subsidieverlening over een lopend boekjaar dient de instelling binnen 4 maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag in tot subsidievaststelling in, welke moet bestaan uit het aanvraagformulier subsidievaststelling en een jaarrekening van dat boekjaar. De jaarrekening dient afhankelijk van het aangevraagde subsidiebedrag te worden voorzien van een accountantsverklaring van het type zoals omschreven in Afdeling 1.5, Artikel 1:22 lid 4, 5, 6 en 7 van de Algemene subsidieverordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college beslist binnen 6 maanden op een volledige aanvraag tot subsidievaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting:</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 31.4 lid 3: Onder ‘maatregelen’ worden verstaan een lastenverlichting enerzijds en een aantoonbaar beroep op het eigen vermogen anderzijds.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 32: MAATSCHAPPELIJKE OPVANG</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subsidiedeelverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieder: rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 Accommodatie van een instelling: een woonvoorziening op naam van een instelling waar cliënten met een maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang tijdelijk verblijven en die passend is bij de ondersteuningsbehoefte en de herstelgedachte voor cliënten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 1 onder f van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio IJssel-Vecht: Samenwerkingsverband van gemeenten bestaande uit de gemeenten Dalfsen, Hattem, Kampen, Ommen, Hardenberg, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle.</p>\n<p class=\"lf-p\">Structurele jaarplek: structurele plek maatschappelijke opvang die voor een volledig kalenderjaar gesubsidieerd wordt en in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar ook (structureel) gesubsidieerd werd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die hierboven niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle, de algemene subsidieverordening Zwolle en de Algemene wet bestuursrecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiedoel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verstrekken van subsidie op basis van deze verordening heeft als doel te waarborgen dat cliënten maatschappelijke opvang hun ondersteuning in natura bij aanbieders kunnen verzilveren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een aanbieder die maatschappelijke opvang aanbiedt ten behoeve van cliënten met een geldige toekenningsbeschikking van de Centrale Toegang voor maatschappelijke opvang van een gemeente uit de regio IJssel-Vecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in de Wmo 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder levert zelf de maatwerkvoorzieningen; indien voor leden van een coöperatie een subsidieaanvraag wordt ingediend, worden de leden gezien als een aanbieder zoals genoemd in artikel 32.3 lid 1. De leden voldoen individueel aan de vereisten zoals opgenomen in de Wmo 2015 Het College kan nadere regels stellen ten aanzien van de vereisten om voor subsidiëring maatschappelijke opvang in aanmerking te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder maakt bij de aanvraag tot subsidieverlening gebruik van een door het College vastgesteld aanvraagformulier voor maatschappelijke opvang en een ingevuld format ter onderbouwing van de aanvraag, alsmede de voorgeschreven bijlagen zoals omschreven in de nadere regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij het College anders bepaalt, moeten aanvragen tot subsidieverlening voor maatschappelijke opvang voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening wordt een prognose ingediend van het te verwachten aantal benodigde jaarplekken voor een voorziening maatschappelijke opvang op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt gevraagd en de daarbij te verwachten kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor maatschappelijke opvang kan subsidie worden aangevraagd voor maximaal het aantal structurele jaarplekken waarvoor in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd subsidie is verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.5</span><span class=\"lf-art-t\">Opschorting beslissing op subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanbieder of de accommodatie van een instelling, voor indiening van de aanvraag tot subsidieverlening, dan wel gedurende de behandeling van de aanvraag om subsidieverlening, onderwerp is van een onderzoek op grond van de Wet Bibob, een onderzoek uitgevoerd door of in opdracht van een gemeente of door de aangewezen toezichthouder Wmo, een onderzoek door een Inspectie-instelling, het Zorgkantoor, een zorgverzekeraar of een onderzoek door de politie of het Openbaar Ministerie, is het College bevoegd om de beslissing op een subsidieaanvraag op te schorten gedurende de periode van het onderzoek Het College kan op grond van de subsidieaanvraag besluiten dat een onderzoek van de toezichthouder Wmo noodzakelijk is voor de beoordeling van de subsidieaanvraag en het College is bevoegd om de beslissing op een subsidieaanvraag op te schorten gedurende de periode van het onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien College op basis van een onderzoek zoals bedoeld in lid 1 of 2 de aanbieder verzoekt een verbeterplan op te stellen en uit te voeren kan de beslissing op een subsidieaanvraag worden opgeschort tot het moment dat het verbeterplan is uitgevoerd en de genomen maatregelen als voldoende beoordeeld worden door het College.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag kan, naast de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 1.21 van de ASV, geweigerd worden indien: naar het oordeel van het College de continuïteit van de te subsidiëren activiteiten onvoldoende door de subsidieaanvrager kan worden gewaarborgd. naar het oordeel van het College onvoldoende wordt aangetoond dat de ondersteuning voldoet aan de kwaliteitseisen, zoals nader omschreven in de bijlage Kwaliteitseisen maatwerkvoorzieningen Wmo, behorend bij de Verordening maatschappelijke ondersteuning. de subsidieaanvrager een aanwijzing, maatregel of boete opgelegd heeft gekregen van een gemeente of van een van de instanties zoals genoemd in artikel 32.5 lid 1 in de periode van drie jaar voorafgaand aan het jaar voorafgaand aan de aanvraag en/of de inzet van de ondersteuning; de subsidieaanvrager in een periode van drie jaar voorafgaand aan de aanvraag en/of de inzet van de ondersteuning bij rechterlijke uitspraak onherroepelijk is veroordeeld. de aanbieder zich niet heeft gehouden aan de gestelde eisen met betrekking tot aanvraag, tussenrapportage en verantwoording van de subsidie, in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag en /of aan de inzet van de ondersteuning. één of meerdere leden van een coöperatie niet voldoen aan eisen die in deze verordening worden gesteld aan een subsidieaanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-327\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Jaarlijks stelt het College het subsidieplafond voor subsidiëring maatschappelijke opvang vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het totaal van de subsidieaanvragen - zoals bedoeld in artikel 32.4 - het subsidieplafond overschrijdt, wordt bij de subsidieverlening voorrang verleend aan dat deel van de aanvragen voor jaarplekken waarvoor ook subsidie verleend is in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien, na toepassing van artikel 32.7 lid 2 van deze verordening, het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebudget evenredig onder de aanvragen voor reeds eerder gesubsidieerde jaarplekken verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor aanvragen van jaarplekken wordt bepaald door vermenigvuldiging van: het aantal cliënten dat volgens de prognose van de aanbieder een voorziening maatschappelijke opvang wordt geboden op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening met: de, door het College, vastgestelde maximale subsidiabele kosten van de voorzieningen voor maatschappelijke opvang waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-328\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiemethodiek</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijke subsidiabele kosten met als maximum het verleend subsidiebedrag mits de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en aanbieder heeft voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een bezettingspercentage van de jaarplekken lager dan 97% kan het College de subsidie lager vaststellen. Uitgangspunt daarbij is dat de subsidie in die gevallen evenredig met het gerealiseerde bezettingspercentage lager wordt vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.10</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het College.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.11</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als subsidieverordening maatschappelijke opvang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.12</span><span class=\"lf-art-t\">Ingangsdatum</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking TOELICHTING Algemeen Gemeenten zijn vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Onderdeel hiervan is het bieden van voorzieningen op het gebied van maatschappelijke opvang. De basis voor deze subsidiëring dient in een subsidieverordening te liggen omdat voor subsidiering een wettelijke grondslag vereist is. De uitvoering van de subsidieverordening ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Een subsidieverordening bevat de procedurele eisen en criteria die in het kader van de subsidiëring worden gesteld. Hierin is bijvoorbeeld opgenomen waar een aanvraag aan moet voldoen, welke kosten subsidiabel zijn en welke termijnen van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiedoel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Zwolle is op grond van de Wmo 2015 verplicht maatschappelijke opvang aan te bieden in de regio IJssel-Vecht. Een cliënt met een geldige toekenning van een gemeente uit de regio IJssel-Vecht kan deze ondersteuning verzilveren via een pgb of in natura (zin). Deze verordening maakt verzilvering in natura mogelijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 32.3 wordt aangegeven wie subsidie kan aanvragen. In lid 2 wordt aangegeven dat de aanbieder moet voldoen aan de vereisten zoals opgenomen in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Dit is van belang omdat in de Wmo 2015 alle eisen zijn opgenomen die vereist zijn bij het bieden van voorzieningen in het kader van de Wmo 2015. Zoals dat de voorziening in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt geboden. Deze wettelijke vereisten zijn nader uitgewerkt in de verordening maatschappelijke ondersteuning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 32.4 wordt, in aanvulling op en in afwijking van de algemene subsidieverordening Zwolle, het proces beschreven voor de aanvraag tot subsidieverlening. Hierbij is in afwijking van de algemene subsidieverordening gekozen voor 1 oktober als indieningstermijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.5</span><span class=\"lf-art-t\">Opschorten beslissing op subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvrager kan onderwerp van onderzoek zijn bij meerdere instanties of instellingen. Dergelijke onderzoeken richten zich vaak op de kwaliteit van de verleende zorg en worden ingesteld naar aanleiding van meldingen, signalen of klachten over de verleende zorg aan cliënten. Zo lang een dergelijk onderzoek loopt is het niet wenselijk om vooruitlopend op de uitkomsten van dit onderzoek een beslissing op de ingediende subsidieaanvraag te nemen. In dit artikel is daarom de bevoegdheid opgenomen om de beslissing op een subsidieaanvraag op te schorten tot het moment waarop het onderzoek is afgerond en eventuele verbetermaatregelen naar tevredenheid van het College zijn uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de (subsidie) praktijk is er behoefte aan meer weigeringsgronden dan de gronden die in artikel 1.21 van de algemene subsidieverordening Zwolle en artikel 4:35 Awb worden genoemd. Zo maakt artikel 32.6 lid 1 het mogelijk om aanvragen van aanbieders waarbij twijfel is over de kwaliteit van de ondersteuning of waarvan is gebleken dat ze ondersteuning bieden die niet aan de kwaliteitseisen voldoet, te weigeren. De continuïteit en de kwaliteit van de ondersteuning wordt onder meer beoordeeld aan de hand van de documenten en gegevens die moeten worden ingeleverd bij de subsidieaanvraag. Deze worden genoemd in artikel 32.4 en in de nadere regels die op grond van artikel 32.3 lid 4 door het College zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er twijfel over de kwaliteit van de ondersteuning is of als er onvoldoende beeld over de kwaliteit van de ondersteuning is, bijvoorbeeld omdat het een nieuwe subsidieaanvrager betreft, kan het College ook beslissen tot het laten uitvoeren van een onderzoek door de toezichthouder Wmo (zie artikel 32.5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgaanbieders kunnen, afhankelijk van hun financiering, onderwerp van onderzoek zijn door verschillende inspecties en toezichthouders, zoals gemeenten, Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Zorgkantoren en zorgverzekeraars. Deze onderzoeken vinden onder meer plaats naar aanleiding van meldingen, signalen of klachten over onvoldoende kwaliteit of gebrekkige dienstverlening aan cliënten. De uitkomsten van deze onderzoeken kunnen leiden tot het opleggen van maatregelen, aanwijzingen of (bestuurlijke) boetes door voornoemde instanties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1c geeft aan dat een opgelegde maatregel, aanwijzing of boete een weigeringsgrond kan opleveren bij een subsidieaanvraag. Onder een maatregel van de gemeente kan een intrekking of wijziging van een eerdere subsidiebeschikking ten nadele van de subsidieontvanger of een weigering van een eerdere subsidieaanvraag worden begrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1d heeft betrekking op onherroepelijke veroordelingen van de aanvrager op grond van het overtreden van de wet. Daarbij kan in het bijzonder worden gedacht aan veroordelingen voor strafbare feiten zoals genoemd in artikel 2.86 lid 2 en 6 van de Aanbestedingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Jaarlijks wordt door het college een subsidieplafond voor maatschappelijk opvang vastgesteld. Mocht het subsidieplafond voor jaarplekken worden overschreden dan wordt elke aanbieder evenredig gekort. Evenredig wil zeggen procentueel naar het maximaal te subsidiëren bedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiemethodiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiemethodiek wordt door het College vastgesteld. Volgens de Algemene subsidieverordening is het college bevoegd subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren indien de subsidieaanvrager zelf in de kosten van de voor subsidie in aanmerking komende voorzieningen kan voorzien. Het College kan hiervoor nadere regels opstellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijke subsidiabele kosten. De reeds verleende subsidie geeft daarbij het maximum aan. Bij de vaststelling van de subsidie wordt een bezettingspercentage van 97% geaccepteerd. Een lagere bezettingspercentage dan 97% moet worden toegelicht. Zonder aannemelijke uitleg of toelichting kan de subsidie bij vaststelling evenredig lager vastgesteld worden. Bijvoorbeeld: in het geval een bezetting van 95% gerealiseerd is, kan het College de subsidie op maximaal 95% van de verleende subsidie vaststellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.10</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer helemaal geen mogelijkheden zijn binnen de bestaande jaarplekken of geen beroep kan worden gedaan op de andere subsidiëringsmogelijkheden (zoals overbruggingssubsidie of subsidie spoedplek) en er naar het oordeel van de Centrale Toegang sprake is van een ‘onwenselijke’ situatie ten aanzien van een specifieke cliënt, kan het College gebruik maken van de hardheidsclausule. Met het opnemen van de hardheidsclausule heeft het College de mogelijkheid een besluit te nemen over de gevallen waarin hoofdstuk 32 van deze verordening niet voorziet.</p></div>", "next": 0}