{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.6.1.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere voorschriften bij vergunning en melding; her- en verplanten, storting Bomenfonds</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Aan de vergunning en bij melding wordt het voorschrift verbonden dat herplant moet plaatsvinden volgens het compensatieplan. Het college geeft bij een vergunningverlening hiervoor een termijn, welke ten laatste in het eerstvolgende plantseizoen is, en aanwijzingen voor de manier waarop de herplant moet plaatsvinden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een plicht tot herplant wordt opgelegd dan dient de vervangende herplant tenminste drie jaar afdoende nazorg te krijgen. Wanneer de herplant niet aanslaat, dient deze binnen een jaar te worden vervangen op de aangegeven manier. Voor elke nieuwe vervanging geldt opnieuw drie jaar nazorg.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als bij een vergunning niet ter plaatse, op hetzelfde perceel of in de nabije omgeving kan worden herplant met bomen van kwalitatief vergelijkbare waarde, wordt als voorschrift opgenomen dat een financiële bijdrage in het Bomenfonds als bedoeld in paragraaf 5.1.1 moet worden gestort. Deze bijdrage is gelijk aan de actuele vervangingskosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Van het opleggen van een verplantverplichting kan door het college worden afgezien voor bomen met ecologische waarde minder dan 3 of wanneer de kosten van het verplanten hoger zijn dan de actuele vervangingskosten. De compensatieverplichtingen blijft onverminderd van kracht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Van het opleggen van een compensatieverplichting zoals beschreven in artikel 3.6.1.12 kan door het college worden afgezien als het gaat om het vellen van een houtopstand in een boomstructuur in het kader van bestendig beheer.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.6.1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Herplant-/instandhoudingsplicht bij vellen zonder vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als een houtopstand zonder vergunning of melding is geveld terwijl daar wel een vergunning of melding voor nodig was, kan het college bij een last onder dwangsom de verplichting opleggen aan de overtreder om te herplanten. De herplant vindt plaats volgens de bij een last onder bestuursdwang aangegeven manier en binnen de aangegeven termijn. Deze verplichting wordt opgelegd aan de rechthebbende van de gevelde houtopstand en/of degene die de houtopstand heeft geveld of heeft laten vellen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als er niet fysiek kan worden herplant, moeten de actuele vervangingskosten van de gevelde houtopstand, berekend met behulp van de meest actuele richtlijnen van de NVTB door een bij de NVTB aangesloten taxateur van bomen, als financiële bijdrage worden gestort in het Bomenfonds als bedoeld in paragraaf 5.1.1, inclusief de taxatiekosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij de verplichting als bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald dat wanneer de herplant niet aanslaat, dat deze binnen één jaar moet worden vervangen op de aangegeven manier, en dat nazorg geldt conform artikel artikel 3.6.1.10, tweede lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als het voortbestaan van een als waardevol te beschouwen houtopstand bij (her)ontwikkelingen in (na geplande overdracht) openbaar toegankelijke ruimte wordt bedreigd door menselijk handelen, kan het college aan de rechthebbende van de houtopstand, of aan degene die op een andere manier bevoegd is voorzieningen te treffen, in het kader van de op te leggen last onder bestuursdwang, de verplichting opleggen om: de activiteiten die de bedreiging veroorzaken onmiddellijk te stoppen en een onherroepelijk geworden omgevingsvergunning voor de activiteit vellen te hebben, voordat de activiteiten mogen worden voortgezet; volgens de aangegeven manier en binnen de aangegeven termijn voorzieningen te treffen die de bedreiging wegnemen; de activiteiten die de bedreiging veroorzaken onmiddellijk te stoppen en een Bomen Effect Analyse of gelijkwaardig technisch onderzoek op te stellen en aan het college voor te leggen; de schade die wordt veroorzaakt aan bomen die eigendom zijn van de gemeente te vergoeden door het bedrag van een boomschade-taxatie, berekend met behulp van de meest actuele richtlijnen van de NVTB door een bij de NVTB aangesloten taxateur van bomen, door overtreder te laten vergoeden door een storting in het Bomenfonds als bedoeld in paragraaf 5.1.1, inclusief de taxatiekosten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.6.1.12</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud compensatieplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een compensatieplan maakt deel uit van de te verlenen omgevingsvergunning of wordt toegevoegd aan de melding voor het vellen van een houtopstand.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In het compensatieplan wordt het volgende bepaald: waar zal worden herplant, op hetzelfde perceel of in de nabije omgeving, aangegeven op een voldoende gedetailleerde kaart; een omschrijving van de te herplanten houtopstand (soortnaam, maatvoering), inclusief een aanduiding van de ecologische waarde daarvan conform de lijst van Register ecologische bomen; een onderbouwing dat de kwalitatieve waarde van de aanplant verbetert ten opzichte van de te vellen houtopstand, gebaseerd op ecologische waarden, waarde voor klimaatadaptatie, waarde voor een functionele aankleding van de directe leefomgeving; indien een houtopstand geveld wordt in verband met een ruimtelijke ontwikkeling: een omschrijving van de groeiplaats (bovengronds en ondergronds) met onderbouwing dat deze groeiplaats van voldoende kwalitatieve waarde is om de te herplanten houtopstand, conform het gestelde wenselijke eindbeeld ter plaatse, duurzaam te handhaven; indien een houtopstand geveld wordt in verband met een ruimtelijke ontwikkeling: een beheerplan voor de eerste drie jaren, gerekend vanaf de aanplant, waarin onder andere de termijn voor de eerste aanplant, inboetperioden, aanwijzingen voor plantgatvoorbereiding, verzorging- en groeibevorderende maatregelen, welk plantmateriaal, welke soort, de stamomtrek en het aantal is opgenomen; indien sprake is van kap van 30 procent of meer van een als eenheid te herkennen structuur, de wijze waarop fasering van de kap en herplant over meerdere groeiseizoenen zal worden toegepast.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6.1.13</span><span class=\"lf-art-t\">Bestrijding iepziekte en andere boomziekten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Als op een erf of terrein één of meer iepen zich bevinden die volgens het college gevaar opleveren voor het verspreiden van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkever, is de rechthebbende die daarvoor door het college is aangeschreven verplicht binnen de daarvoor gegeven termijn: de iepen te vellen als deze in de grond staan; de iepen ter plaatse te ontschorsen en de schors te vernietigen, of; de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of te behandelen zodat de verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het is niet toegestaan gevelde iepen of delen daarvan te hebben of te vervoeren, met uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede van minder dan 4 centimeter.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf3.6.2Dieren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3621\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.6.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Loslopende honden (APV)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De eigenaar of houder van een hond mag deze niet laten verblijven of laten lopen: op een voor het publiek toegankelijke en duidelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, of op een andere door het college aangewezen plaats; binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als die hond niet is aangelijnd; buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als die hond niet is aangelijnd; op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of een sociale hulphond lat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3622\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.6.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Bijen (APV)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het is niet toegestaan bijen te houden: binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven. binnen een afstand van 30 meter van de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3.7 Activiteiten met betrekking tot bodem en ondergrond</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.7.1 Algemene bepalingen met betrekking tot bodem en ondergrond</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Handboek Leidingen (Leidingenverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt ter uitvoering van deze verordening een Handboek Leidingen vast, waarin onder meer bepalingen zijn opgenomen met betrekking tot de aanleg, het houden, het wijzigen en het verwijderen van kabels en leidingen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.7.2 Leidingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3721\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verbodsbepaling (Leidingenverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het is niet toegestaan om zonder of in afwijking van een vergunning, in, op of boven de openbare ruimte, leidingen: aan te leggen; te houden; te onderhouden; te verwijderen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het is niet toegestaan om zonder of in afwijking van een vergunning, in of op infrastructurele voorzieningen, leidingen: aan te leggen; te houden; te onderhouden; te verwijderen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het is niet toegestaan om zonder of in afwijking van een vergunning bestaande leidingen: te wijzigen; te verplaatsen; een andere functie te geven dan in de vergunning is omschreven.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3722\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvragen vergunning (Leidingenverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college verleent een vergunning op aanvraag aan de leidingexploitant, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvraag om een vergunning wordt digitaal ingediend bij het college door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat is gepubliceerd op de website van de gemeente Leiden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college stelt in het Handboek Leidingen vast welke gegevens en documenten nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In het geval van reparaties en het maken van huisaansluitingen met een maximale lengte van 25 meter in de openbare ruimte geldt een verkorte procedure. Het college verleent toestemming voor de beoogde werkzaamheden als de leidingexploitant ten minste twee werkdagen voorafgaand aan de werkzaamheden daarvan digitaal een melding heeft gedaan op de manier die door het college is vastgesteld. Het college kan voorwaarden stellen aan de toestemming. Artikel 3.7.2.5 tweede lid, is hierbij van overeenkomstige toepassing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het vierde lid is niet van toepassing op hoogspanningskabels van meer dan 380 Volt en leidingen ten behoeve van stadsverwarming.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Bij storingen, waarvoor uitstel van de reparatie niet mogelijk is, of wanneer de storing buiten de normale werktijden plaatsvindt, wordt de digitale melding als bedoeld in het vierde lid, gedaan binnen een week na aanvang van de reparatiewerkzaamheden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3723\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Naleven vergunningvoorschriften (Leidingenverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een vergunning die is verleend voor een leiding geldt alleen voor die leiding. De leidingexploitant zorgt ervoor dat de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden worden nageleefd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als de leiding waarvoor een vergunning is verleend wordt overgedragen, of als de leidingexploitant in een andere rechtsvorm wordt omgezet, melden de oude en de nieuwe leidingexploitant, respectievelijk de nieuwe rechtspersoon, dit direct schriftelijk aan het college.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan in afwijking van het eerste en tweede lid in de vergunning bepalen dat de vergunning alleen geldt voor de leidingexploitant.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een vergunning die is verleend op grond van deze paragraaf geldt, voor zover van toepassing ook als een vergunning op basis van artikel 3.4.4.2 van deze verordening.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3724\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn (Leidingenverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De termijn als bedoeld in het eerste lid kan met acht weken worden verlengd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college houdt een beslissing op de aanvraag om een leidingvergunning aan als er op grond van artikel 3.4.4.2 van deze verordening ook een omgevingsvergunning nodig is voor het aanleggen, verplaatsen of verwijderen van de leiding, en er verder geen andere redenen zijn om de aanvraag om een leidingvergunning te weigeren. Dit geldt niet als de omgevingsvergunning is verleend en er zes weken zijn verstreken waarbinnen geen bezwaar is aangetekend, of als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend en op dat verzoek is beslist.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De vergunning wordt in ieder geval niet verleend als niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3725\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningvoorschriften (Leidingenverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden met inachtneming van het Handboek Leidingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De voorschriften en beperkingen als bedoeld in het eerste lid hebben betrekking op: de bescherming van de openbare orde; de bescherming van de bodem; het voorkomen van gevaar, schade of hinder; de verkeersveiligheid en goede doorstroming van het verkeer; het verschaffen van nadere informatie; de afstemming met andere werken; de verzekering van de toestand waarin het tracé na voltooiing van het werk moet worden opgeleverd; het bepalen van het tijdstip waarop de feitelijke werkzaamheden aan de leiding mogen of moeten beginnen; de vaststelling van het in te dienen werkplan en de termijn waarbinnen het plan moet zijn ingediend; het tijdschema voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding; de voorwaarden waaronder afwijken van het werkplan of het tijdschema is toegestaan; het tracé waar de leiding moet worden gelegd en gehouden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan met het oog op de belangen als bedoeld in het tweede lid een verleende vergunning wijzigen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3726\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Wijzigings- en intrekkingsgronden (Leidingenverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 3.7.2.5, derde lid, de vergunning wijzigen of intrekken als: de leidingexploitant niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden is begonnen zoals die zijn omschreven in de vergunning; de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden staakt, of de leiding op een andere manier gedurende een periode van ten minste zes maanden niet in gebruik is; blijkt dat de vergunning is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens; de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is verleend; het bij of krachtens deze verordening bepaalde niet wordt nageleefd door de leidingexploitant; de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden niet worden nageleefd door de leidingexploitant; dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3727\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken vergunning (Leidingenverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college trekt de vergunning in als de leidingexploitant schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer te willen maken van de vergunning.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Degene die een verklaring als bedoeld in het eerste lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de leiding na opzegging in de openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als leidingexploitant, tenzij de leiding is overgedragen of wordt geëxploiteerd of beheerd door een andere persoon. In dat geval wordt de laatstgenoemde persoon als leidingexploitant beschouwd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van het tweede lid wordt in het geval van een persoonsgebonden vergunning als bedoeld in artikel 3.7.2.3, derde lid, de vergunninghouder als leidingexploitant beschouwd, tot aan het moment dat hij schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer te willen maken van de vergunning en de exploitatie van de leiding staakt, of de leiding waar de vergunning betrekking op heeft in eigendom overdraagt en hij daarvan bij het college schriftelijk melding heeft gedaan, met dien verstande dat hij het bewijs van de overdracht kan leveren.</div>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.7.2.8 De aanleg (Leidingenverordening) 1. Het college kan de leidingexploitant verplichten binnen een vast te stellen termijn na het verlenen van de vergunning, en voor de beoogde aanvang van de feitelijke werkzaamheden voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding, bij het college documenten in te dienen zoals aangegeven in het Handboek Leidingen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De leidingexploitant voltooit de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg, wijziging of verwijdering binnen zes maanden na aanvang van de werkzaamheden, tenzij in de vergunning anders is bepaald.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3729\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Oplevering (Leidingenverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De leidingexploitant zorgt ervoor dat het leidingtracé na afloop van het werk wordt opgeleverd in de oorspronkelijke, dan wel in de staat die in de vergunning is omschreven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als door de leidingexploitant werkzaamheden aan leidingen in de openbare ruimte worden uitgevoerd, brengt het college de kosten in rekening bij de leidingexploitant voor het herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van die openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden, volgens het Besluit vaststelling tarieven voor schade veroorzaakt door ingravingen in verhardingen gemeente Leiden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Ondergrondse obstakels (Leidingenverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De leidingexploitant meldt het direct aan het college als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse obstakels worden gevonden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het tracé van de leiding aan de leidingexploitant maatregelen opdragen ter bescherming van de belangen waartoe deze verordening strekt en opschorting van de werkzaamheden gelasten. De kosten van de te nemen maatregelen zijn voor rekening van de vergunninghouder.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De opschorting als bedoeld in het tweede lid wordt pas gelast als: is gebleken dat er geen uitvoering is gegeven aan de maatregelen die door het college aan de leidingexploitant zijn opgedragen, of; naar het oordeel van het college de maatregelen als bedoeld onder a niet mogelijk zijn.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Ter beschikking stellen tekeningen (Leidingenverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de leidingexploitant verplichten na de voltooiing van het werk tekeningen kosteloos aan het college ter beschikking te stellen waaruit de feitelijke situatie na de uitvoering van de werkzaamheden blijkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Verontreiniging, gevaar en hinder (Leidingenverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De leidingexploitant is verplicht om verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden onmiddellijk te melden aan het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2.13</span><span class=\"lf-art-t\">Verwijderen van leidingen (Leidingenverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De leidingexploitant is verplicht de leidingen te verwijderen binnen een door het college te bepalen termijn na het verlopen, opzeggen of geheel of gedeeltelijk intrekken van de vergunning.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De artikelen 3.7.2.1, 3.7.2.8, 3.7.2.9, 3.7.2.10 en 3.7.2.11 zijn van overeenkomstige toepassing op de verwijderingen als bedoeld in het eerste lid.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.7.3 Rioleringen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.7.3.1 De aanvraag voor een aansluiting (Rioolverordening) 1. Een nieuwe aansluiting of een wijziging van een bestaande aansluiting moet bij de gemeente worden aangevraagd door de rechthebbende van het betreffende perceel.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als er werkzaamheden in de openbare weg nodig zijn bij de uitvoering van de aanleg of wijziging van de aansluiting van het particulier riool op de openbare riolering, of bij de verwijdering van een bestaande aansluiting als bedoeld in artikel 3.7.3.2, worden deze alleen door of namens de gemeente uitgevoerd. De kosten daarvan zijn op basis van de werkelijke kosten geheel voor rekening van de rechthebbende.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De uitvoering van de aanleg of wijziging van de aansluiting door of namens de gemeente vindt alleen plaats als het aan te sluiten riool tot aan het aansluitpunt aanwezig is, en als het voldoet aan de daaraan te stellen eisen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De datum en de voorlopig begrote kosten van de aanleg of wijziging van de aansluiting worden zo snel mogelijk na het ontvangen van de aanvraag vastgesteld en aan de rechthebbende meegedeeld. Bij het vaststellen van het tijdstip voor de uitvoering wordt zo veel mogelijk met de wensen van de rechthebbende rekening gehouden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Pas als de voorlopig begrote kosten door de rechthebbende aan de gemeente zijn betaald en door de gemeente zijn ontvangen, gaat de gemeente de feitelijke werkzaamheden uitvoeren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Als de werkzaamheden zijn uitgevoerd worden de werkelijke kosten daarvan vastgesteld in een definitieve afrekening. Deze worden verrekend met de voorlopig begrote kosten die door de rechthebbende zijn betaald.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3732\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">(Sloop)werkzaamheden, verwijdering aansluiting (Rioolverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een perceel dat op het openbare riool is aangesloten, moet de rechthebbende voorzieningen treffen aan de particuliere afvoerleiding zodat verzanding van het openbare riool en de perceelaansluitleiding wordt voorkomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De gemeente heeft de bevoegdheid de aansluiting op het openbare riool af te sluiten als de rechthebbende niet voldoet aan de zorgplicht als bedoeld in het eerste lid. De kosten daarvan zijn voor rekening van de rechthebbende.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De rechthebbende is verplicht de gemeente op de hoogte te stellen als het gebruik van de perceelaansluitleiding definitief wordt beëindigd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De gemeente verwijdert de aansluiting als het gebruik van een aansluiting van een particulier riool op de openbare riolering definitief wordt en/of is beëindigd. De kosten daarvan zijn voor rekening van de rechthebbende.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3733\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Storingen (Rioolverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij een verstopping, lekkage of een andere storing in de particuliere afvoerleiding onderzoekt de rechthebbende of de gebruiker of het gaat om een storing in de particuliere afvoerleiding (terreinleiding) of in de perceelaansluitleiding. Aan de perceelaansluitleiding mogen onder geen enkele voorwaarde werkzaamheden worden uitgevoerd zonder voorafgaande toestemming van de gemeente.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als uit het onderzoek bedoeld in het eerste lid blijkt dat er sprake is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding, of van een verstopping of storing als gevolg van inspoeling vanuit het openbare riool, neem de rechthebbende of de gebruiker met de gemeente contact op voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. De ontstoppingsvoorziening moet worden vrijgehouden totdat deze werkzaamheden zijn verricht. Als de rechthebbende of de gebruiker zelf aan een derde de opdracht geeft om werkzaamheden te verrichten, zonder dat de gemeente voorafgaand toestemming heeft gegeven, komen de kosten daarvan voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als uit het onderzoek bedoeld in het eerste lid blijkt dat er sprake is van een verstopping, lekkage, breuk of storing in de particuliere afvoerleiding moet de rechthebbende of de gebruiker deze zelf verhelpen. De kosten daarvan zijn voor de rechthebbende of de gebruiker.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als er sprake is van een verstopping of storing als bedoeld in het tweede lid, moet de rechthebbende of de gebruiker, voordat de gemeente met de werkzaamheden start, schriftelijk akkoord gaan met de voorwaarde dat de kosten van die werkzaamheden aan de rechthebbende of de gebruiker in rekening worden gebracht als blijkt dat deze kosten voor de rechthebbende of de gebruiker zijn.</div>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk4Beheer en onderhoud Afdeling4.1 Groen Paragraaf4.1.1Activiteiten bij of aan bomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toegelaten activiteiten aan bomen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten aan bomen zijn toegestaan als deze geen afbreuk doen aan de doelstellingen zoals bedoeld in artikel 1.3 van deze verordening of als instandhouding niet verantwoord is vanwege kans op letsel of schade aan personen of goederen. Tot deze activiteiten behoren: activiteiten die betrekking hebben op bestendig beheer, conform de actuele versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen, en activiteiten in het kader van de Plantgezondheidswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel4.1.1.2kabel en/of leidingwerkzaamheden in de nabijheid van bomen 1.Bij kabel- en/of leidingwerkzaamheden in de nabijheid van bomen wordt de minimale graafafstand tot stabiliteitskluit conform de actuele versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De schade aan bomen wordt achteraf vastgesteld op basis van de meest actuele richtlijnen van de NVTB. De aansprakelijkheidsstelling voor de schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht. Het totale schadebedrag wordt opgebouwd uit de getaxeerde schade inclusief taxatiekosten, beredderingskosten en overige bijkomende kosten zoals voor verhalen van schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4.1.1.3 activiteiten in de nabijheid van bomen 1. Indien in de nabijheid van houtopstanden werkzaamheden gaan plaatsvinden die duurzaam behoud van de houtopstand nadelig kunnen beïnvloeden, is de uitvoerder verplicht van de werkzaamheden een Boom Effect Analyse (standaard beoordeling van de gevolgen voor houtopstanden bij voorgenomen bouw-, aanleg-, of herinrichtingsprojecten) op te stellen voorafgaand aan de werkzaamheden en de daaruit voortvloeiende maatregelen met betrekking tot bescherming van de houtopstand op te volgen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij de uitvoer van de werkzaamheden dienen de richtlijnen van de actuele versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen in acht genomen te worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij aangerichte schade ten gevolge van de aanleg, instandhouding en opruiming van werkzaamheden in de nabijheid van bomen, laat gemeente Leiden het herstel verrichten door een door de gemeente geselecteerde aannemer. De marktconforme kosten worden aan de uitvoerder doorberekend. De uitvoerder wordt hiervan vooraf (schriftelijk of per mail) op de hoogte gebracht door de gemeente Leiden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De schade aan bomen wordt achteraf vastgesteld op basis van de Richtlijnen NVTB of het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. De aansprakelijkheidsstelling voor de schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht. Het totale schadebedrag wordt opgebouwd uit de getaxeerde schade inclusief taxatiekosten, beredderingskosten en overige bijkomende kosten zoals voor verhalen van schade.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.1.2 Boomveiligheidscontrole en beheerplan</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Programma boomveiligheidscontrole</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college stelt een programma boomveiligheidscontrole vast.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het programma betreft vier uitvoeringsjaren en vier verschillende stadsdelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Per uitvoeringsjaar wordt binnen het aangewezen stadsdeel de boomveiligheidscontrole in opdracht van het college uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het jaarprogramma betreft de houtopstanden in eigendom van de gemeente.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud van een beheerplan</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het beheerplan geeft per onderdeel of type beplanting aan hoe vaak bestendig beheer plaatsvindt, in welke tijd van het jaar, en of er gefaseerd wordt gewerkt. Ook kunnen voorschriften worden opgenomen voor compensatiemaatregelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het beheerplan moet door het college worden goedgekeurd voordat het voor het uitvoeren van bestendig beheer kan worden gebruikt.</div>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling4.2 Overige bepalingen Paragraaf4.2.1Water en riolering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen (APV)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sloten en andere wateren, en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen geen gevaar voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen opleveren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging (Rioolverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een onjuist gebruik van het particuliere riool. In dat geval zijn de kosten voor rekening van de rechthebbende of de veroorzaker.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen: het via deze aansluiting lozen van stoffen die door hun aard en samenstelling voor verstoppingen in de aansluitleiding of het openbare riool kunnen zorgen; het via deze aansluiting lozen van stoffen die door hun aard of concentratie de constructie van de aansluitleiding of het riool aantasten; het lozen van hemelwater en/of drainagewater op de drukriolering.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De kosten voor het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de particuliere afvoerleiding (terreinleiding) zijn voor rekening van de rechthebbende, tenzij vaststaat dat de noodzaak voor onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbare riool. Dit geldt ook voor verzamelleidingen in particuliere grond die zijn aangelegd voor de gezamenlijke afvoer van twee of meer woningen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als de hoogteligging van het aansluitpunt door de gemeente wordt gewijzigd, moet de rechthebbende ervoor zorgen dat de particuliere afvoerleiding hierop kan worden aangesloten zodat de afvoer vanuit het perceel ongehinderd kan plaatsvinden.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2.2 Stadsverwarming</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Stadsverwarming (Leidingenverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerder van de stadsverwarming moet aan de gemeente aannemelijk maken dat de veiligheidsaspecten van de stadsverwarmingsleidingen in voldoende mate zijn gewaarborgd. De beheerder kan dit onder andere aannemelijk maken door een daartoe strekkende verklaring van de Autoriteit Consument &amp; Markt aan te leveren. De hiervoor genoemde verplichting voor de beheerder van de stadsverwarming vervalt als een toereikende regeling voor de veiligheidsaspecten in de Warmtewet wordt opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk5Financiële bepalingen Afdeling5.1 Groen Paragraaf5.1.1Bomenfonds</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.1.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bomenfonds</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In het door Gemeenteraad ingestelde Bomenfonds (RV 12.0085) worden financiële bijdragen gestort door: vergunninghouders ter uitvoering van een voorschrift dat is opgenomen in de omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand; rechthebbenden en/of overtreders in situaties als bedoeld in artikel 3.6.1.11, tweede lid.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als aan de omgevingsvergunning of de melding voor het vellen van een houtopstand het voorschrift is verbonden dat de waarde van de houtopstand geheel of gedeeltelijk moet worden gecompenseerd, dan moet deze financiële compensatie in het Bomenfonds worden gestort.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college beheert het Bomenfonds.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het Bomenfonds wordt gebruikt voor de versterking van het bomenbestand en andere vormen van ecologisch waardevol groen in de stad.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.1.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Financiële compensatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De bepaling van de actuele vervangingskosten wordt gedaan op grond van de op dat moment actuele gepubliceerde methode van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). In een bosplantsoenvak geldt een waarde per m2.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als de waarde van de houtopstand niet kan worden bepaald door middel van de methode als bedoeld in het eerste lid, bepaalt het college de vervangingskosten, waarin in ieder geval worden meegerekend: aankoop en planten van een vervangende boom; passende groeiplaatsaanleg; nazorg voor ten minste 3 jaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het kan voorkomen dat de vergunning voorschrijft dat de compensatie deels plaatsvindt op basis van het compensatieplan en deels via het storten van een financiële compensatie in het Bomenfonds.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.1.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Storting in het Bomenfonds is geoormerkt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De financiële compensatie die volgens een vergunningvoorschrift aan de uitvoering van de vergunning als waarborgsom in het Bomenfonds moet worden gestort, is geoormerkt als bedrag dat is bestemd voor de herplant in een aangewezen aanplantproject.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De geoormerkte gelden in het Bomenfonds kunnen alleen worden gebruikt voor het feitelijke aanplantproject dat in het vergunningvoorschrift is aangeduid en de daaraan grenzende aanplantprojecten zoals bedoeld in artikel 3.6.1.12, tweede lid, onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In het vergunningvoorschrift over de herplantplicht in een aangewezen aanplantproject wordt aangegeven waar, wanneer, hoe en waarmee de vergunninghouder de feitelijke aanplant dient uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.1.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden teruggave storting in Bomenfonds</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als na de oplevering van het aanplantproject is voldaan aan de vergunningvoorschriften kan de vergunninghouder verzoeken tot teruggave van de gehele of van een deel van de financiële compensatie in het Bomenfonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvraag om een teruggave moet uiterlijk binnen één jaar na oplevering van het aanplantproject schriftelijk worden ingediend. Daarna bestaat er geen recht meer op teruggave van de financiële compensatie en vervalt het oormerk van de storting in het Bomenfonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvraag moet gemotiveerd zijn en zijn ondertekend door de aanvrager. De aanvraag bevat ten minste de opgave van de kosten van het aanplanten van de bomen en de begroting van het verzorgen van de aanplant op dusdanige wijze dat deze volledig aanslaat en gezond doorgroeit.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college of een door haar gemandateerd persoon beoordeelt de aanvraag en de bijbehorende documenten en beoordeelt de feitelijke toestand van de aanplant op gezondheid en bestendigheid. Het terug te storten bedrag wordt hierop afgestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het terug te storten bedrag is niet hoger dan de financiële compensatie die de vergunninghouder in het Bomenfonds heeft gestort. Alleen de kosten voor het aankopen van de houtopstand, het inrichten van de groeiplaats, het planten (inclusief volledig aanslaan en doorgroeien) en drie jaar beheerkosten worden teruggestort.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De gelden in het Bomenfonds die niet meer geoormerkt zijn worden primair en hoofdzakelijk gebruikt voor de versterking van het bomenbestand. Deze gelden kunnen slechts worden aangewend voor versterking van ecologisch waardevol groen in zoverre dit plaatsvindt in de directe omgeving van en/of ten behoeve van de bodemverbetering van een nieuw te planten boom of een boom die is geplant binnen een termijn van 2 jaar voorafgaand aan de vaststelling van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling5.2 Schadevergoeding Paragraaf5.2.1Schadevergoedingsverzoek op grond van Wet natuurbescherming</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Schadevergoedingsverzoek op grond van Wet natuurbescherming (Bomenverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college is het bevoegde bestuursorgaan om te beslissen op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 6.3 van de Wet natuurbescherming.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 5.3 Nadeelcompensatie</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.3.1 Nadeelcompensatie leidingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Nadeelcompensatie (Leidingenverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een besluit van het college om de vergunning in te trekken of te wijzigen als bedoeld in artikel 3.7.2.6, onder g, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend, en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college op verzoek aan hem een vergoeding toe. Een dergelijke vergoeding wordt toegekend zo lang de gemeente op grond van artikel 228 van de Gemeentewet precario kan heffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk6Procesregels Afdeling6.1 Voorbereiding van besluiten Paragraaf6.1.1Groen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.1.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Behandeling van de voorstellen tot plaatsing op de Groene Kaart (nadere regels Bomenverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen] Paragraaf6.1.2Cultureel erfgoed</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.1.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">De aanwijzing tot gemeentelijk monument (Erfgoedverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan bepalen dat een nader waardestellend onderzoek moet worden verricht ten behoeve van de aanwijzing van een onroerende zaak als gemeentelijk monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling6.2Advies Paragraaf6.2.1Advies bij aanwijzing gemeentelijk monument</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Termijn advies en aanwijzingsbesluit (Erfgoedverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college vraagt advies aan de Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden, voordat zij een besluit neemt over de aanwijzing van een gemeentelijk monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden adviseert schriftelijk binnen 12 weken na ontvangst van het verzoek van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf6.2.2Advies bij aanwijzing gemeentelijk beschermd stadsgezicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Advies bij aanwijzen gemeentelijk beschermd stadsgezicht (Erfgoedverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college vraagt advies aan de Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden voordat de gemeenteraad een besluit neemt over de aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht als bedoeld in artikel 2.3.3.1. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden adviseert schriftelijk binnen 12 weken na ontvangst van het verzoek van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf6.2.3Advies bij omgevingsvergunning monument</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Advies van de Welstands- en Monumentencommissie Leiden (Erfgoedverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college vraagt advies aan de Welstands- en Monumentencommissie Leiden, voordat zij een besluit neemt op de aanvraag van de vergunning als bedoeld in artikel 3.5.1.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als de aanvraag betrekking heeft op een gemeentelijk archeologisch monument, dan betrekt de Welstands- en Monumentencommissie Leiden een extern deskundig senior archeoloog bij haar advies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.2.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Advies omgevingsvergunning beschermd rijksmonument (Erfgoedverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stuurt een afschrift van een ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beschermd rijksmonument, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wabo, direct door voor advies aan de Welstands- en Monumentencommissie Leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk7Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling7.1Handhaving Paragraaf7.1.1Toezichthouders en handhaving</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.1.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toezichthouders</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn de toezichthouders belast die bij besluit van het college zijn aangewezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Marktmeester (Marktverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Legitimatieplicht (Marktverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een standplaats of een standwerkplaats op een markt inneemt of wil innemen, of die handelt met een bedienvergunning of opbouwvergunning, is verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is bij het eerste verzoek van een toezichthouder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Onmiddellijke verwijdering (Marktverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 7.1.2.4, een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten onmiddellijk van de markt te vertrekken als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog, of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf7.1.2Strafbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.1.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling bedrijfs- en pleziervaartuigen (Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overtreding van artikel 3.4.1.1 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.1.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling bomen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 3.6.1.2 tot en met artikel 3.6.1.6, en artikel 3.6.1.11 tweede lid bepaalde kan worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de actuele vervangingskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid van het instellen door het college van een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of een houtopstand waarvan de gemeente de rechthebbende is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.1.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling erfgoed (Erfgoedverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het overtreden van de artikelen in afdeling 3.5 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie, als deze overtreding niet al strafbaar is gesteld krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.1.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling markten (Marktverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het overtreden van de artikelen in paragraaf 3.4.11 en artikelen 7.1.1.3 en 7.1.1.4 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling leidingen (Leidingenverordening)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het overtreden van de artikelen 3.7.2.1, 3.7.2.3, tweede lid, 3.7.2.8, tweede lid, 3.7.2.10, eerste lid, en 3.7.2.13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maande of een geldboete van de tweede categorie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling APV</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Overtreding van het bij of krachtens de in paragraaf 3.1.2, 3.3.1, 3.3.2, 3.4.4 tot en met 3.4.10 en 3.6.2 en artikel 4.2.1.1 bepaalde en de op grond van artikel 3.1.2.2 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, met uitzondering van de artikelen genoemd in het tweede lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 3.1.2.2 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 3.4.4.1 en 3.4.4.8.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bestuurlijke boete toeristische verhuur</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 23a, 23b en 23e van de Huisvestingwet 2014, kan worden beboet met een bestuurlijke boete.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De boete voor het overtreden van het nachtencriterium, bedoeld in artikel 23b van de Huisvestingwet 2014, met ten hoogste 20 nachten bedraagt: bij eerste overtreding €5.000,-; bij tweede overtreding binnen een tijdvak van vier jaren € 10.000,-; bij derde en herhaalde overtreding binnen een tijdvak van vier jaren €15.000,-.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De boete voor het overtreden van het nachtencriterium, bedoeld in artikel 23b van de Huisvestingwet 2014, met 21 nachten of meer bedraagt: bij eerste overtreding €15.000,-; bij tweede overtreding binnen een tijdvak van vier jaren € 25.000,-; bij derde en herhaalde overtreding binnen een tijdvak van vier jaren €50.000,-.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De boete voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 23a en 23e van de Huisvestingswet 2014 is ten hoogste gelijk aan het bedrag dat als hoogste is aangewezen in artikel 35, tweede lid, van de wet.</div>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling7.2 Overgangsrecht Paragraaf7.2.1Overgangsrecht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.2.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In deze verordening zijn bepalingen uit de, middels raadsbesluit RV 20.0079, navolgende ingetrokken en gewijzigde verordeningen, beleidsregels en nadere regels opgenomen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020, Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2019, Nadere regels handelsreclame 2010, Bedrijfs-en Pleziervaartuigenverordening Leiden 2017, Ligplaatsenplan Bedrijfs- en Pleziervaartuigen 2017, Bomenverordening Leiden 2015, Nadere Regels uitvoering Bomenverordening Leiden 2015, versie februari 2018, Bouwverordening 1992, Erfgoedverordening Leiden 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Besluiten, genomen krachtens de in het vorige lid bedoelde bepalingen worden geacht besluiten krachtens het bepaalde in deze verordening te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Aanvragen voor vergunningen waarop op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht leidingen (Leidingenverordening)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van de Leidingenverordening 2012 aanwezig waren en in gebruik zijn, geldt de schriftelijke toestemming of vergunning op grond waarvan die leidingen zijn gelegd, als een vergunning krachtens deze verordening. Voorschriften die zijn verbonden aan een eerder verleende schriftelijke toestemming of vergunning zijn daarop niet van toepassing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming of een eerder verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening, dan kan het college de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het college meer informatie over de leiding moet geven of een vergunning moet aanvragen. Als de leidingexploitant dat niet doet komt de schriftelijke toestemming te vervallen op een tijdstip dat door het college wordt bepaald.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht bouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen in paragraaf 3.2.1 gelden als Bouwverordening in de zin van artikel 8 van de Woningwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling7.3 Slotbepalingen Paragraaf7.3.1Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.3.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college is bevoegd ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening nadere regels vast te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.3.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Paragraaf 3.2.2 en artikel 7.1.2.5 vervallen op 1 juli 2024 en worden dan herzien.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.3.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan in de openbare raadsvergadering van 8 oktober 2020, de Griffier, de Voorzitter, Bijlage 1.Begrippenlijst Aanbieder: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die, al dan niet via een digitaal platform, vraag en aanbod van woonruimte voor toeristische verhuur bij elkaar brengt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluitleiding: Combinatie van perceelaansluitleiding en/of ontstoppingsstuk en/of terreinleiding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluitpunt: Het punt waar de perceelaansluitleiding aansluit op het openbare riool. Bij openbare vrijvervalriolering betreft die de inlaat in de buis van het openbaar riool. Bij openbare drukriolering betreft dit de inlaat in de punt van het drukrioolgemaal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden: De commissie of instantie die door het college is ingesteld om volgens het Reglement voor de Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden het college te adviseren over de aanwijzing van monumenten, de toepassing van de Erfgoedwet, de bepalingen uit deze verordening met betrekking tot erfgoed en het monumentenbeleid. Het adviseren over het verlenen van vergunningen bij wijziging, verbouw of sloop van monumenten valt hier niet onder;</p>\n<p class=\"lf-p\">Afgebakend bedrijfsonderdeel: Een onderdeel van een onderneming met een watergebonden bedrijfsactiviteit, die verschilt van de andere onderdelen van de onderneming. Een bedrijfsonderdeel heeft zijn eigen plannen, inkomsten, kosten en bedrijfsmiddelen en gebruikt deze om met goederen en/of diensten waarde toe te voegen voor zijn klanten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Anciënniteitslijst: De genummerde lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats, met vermelding van de datum waarop de betrokkenen voor het eerst een vaste standplaatsvergunning werd verleend en met vermelding van de branche waartoe zij behoren of de artikelen die zij verhandelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelgroepen: Door het college vastgestelde lijst van producten die bij voorkeur op een markt worden aangeboden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwde kom: Het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bed and Breakfast: Een kleinschalige accommodatie bedoeld voor overnachting waarbij alleen ontbijt wordt verstrekt. De onderneming is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel gevestigd op het bouwperceel van de hoofdbewoner(s) die de werkzaamheden omtrent de accommodatie (overwegend) zelf uitvoeren. Een en ander zoals bedoeld in het Bed &amp; Breakfast Beleid gemeente Leiden d.d. 19 april 2011;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedienvergunning: Een vergunning voor het serveren van eten en/of drinken bestemd voor consumptie ter plaatse aan personen werkzaam op het marktterrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfsvaartuig: Een vaartuig dat voornamelijk wordt gebruikt en bestemd is voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf, of daarvoor bestemd is, waaronder begrepen: goederenvervoer, goederenopslag, rondvaarten en/of verhuur ten behoeve van de pleziervaart. Hieronder vallen ook vaartuigen die feitelijk niet geschikt zijn om zich door het water te verplaatsen, met uitzondering van terrasboten waar een terrasvergunning voor is verleend en waarvan de locatie de aanduiding “terrasboot” heeft in het vigerende bestemmingsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beheerplan: Een beschrijving van de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd om individuele bomen, houtopstanden of samenhangende houtopstanden optimaal te laten ontwikkelen. Een beheerplan geldt voor 5, 10 of 15 jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermde houtopstand: Een houtopstand die voldoet aan de in beleid vastgestelde criteria voor waardevolle bomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestendig beheer: Alle handelingen die door de eigenaar volgens een beheerplan worden uitgevoerd ten behoeve van het in stand houden van de vorm of functie en ter bevordering van de gewenste ontwikkeling van de houtopstand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Biologische producten: Door Stichting Skal gecertificeerde biologische producten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen Effect Analyse: Een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom op of in de buurt van het betreffende perceel, uitgevoerd door een boomtechnisch deskundige op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomenfonds: Het door het college ingestelde fonds waarin vergunninghouders gelden storten ter uitvoering van in de omgevingsvergunning opgenomen voorschrift tot financiële compensatie van de houtopstanden die met de vergunning worden geveld; of ter uitvoering van handhavingsmaatregelen voor als een houtopstand zonder de benodigde vergunning of melding is gekapt en er geen herplantplicht op het perceel kan worden opgelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Boom: Een houtachtig, opgaand gewas, levend of afgestorven, met een stamomtrek van minimaal 30 centimeter, gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld. Bij meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;</p>\n<p class=\"lf-p\">Boom deskundige: Een natuurlijk persoon die in het bezit is van een geldig European Tree Technician-certificaat of vergelijkwaardig niveau;</p>\n<p class=\"lf-p\">Boomstructuur: Een lijn- of vlakvormige, ecologische of ruimtelijke functionele groep bomen die als eenheid te herkennen is, vaak in de midden- en/of zijbermen van een weg of langs een waterweg, of als onderdeel van een park, die als groep een meerwaarde voor de omgeving biedt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Boomveiligheidscontrole: Visual Tree Assessment (VTA), uitgevoerd door een boomtechnisch deskundige;</p>\n<p class=\"lf-p\">Boomvormer: Een houtachtig gewas met één of meer hoofdtakken, dat kan uitgroeien tot een één- of meerstammige boom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerk: Een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal, of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties. Hieronder valt niet een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitenriolering: De afvoerleiding(en) met inbegrip van alle hulpstukken, stankafsluiters, zettingsconstructies, ontlastputten en verbindingen tussen gebouwaansluiting en perceelsgrens;</p>\n<p class=\"lf-p\">Collectieve festiviteit: Een festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</p>\n<p class=\"lf-p\">College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Compensatieplan: Een document dat door het college is vastgesteld, waarin door de eigenaar en de vergunninghouder is aangegeven waar en hoe compensatie zal plaatsvinden van de houtopstand die wordt geveld. Bij het document is in ieder geval een tekening met maatvoering toegevoegd van de situatie voor en na het vellen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Cultureel erfgoed: Materiële en immateriële bronnen uit het verleden, die in de loop der tijd door mensen, eventueel in wisselwerking met hun omgeving, tot stand zijn gebracht. Deze bronnen worden gezien als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en bieden een referentiekader aan de huidige en toekomstige generaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagplaats: De standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dekschuit: Een bedrijfsvaartuig met een vlak en gesloten dek, zonder opbouw op aandrijving, dat niet wordt gebruikt als terrasboot waarvoor een terrasvergunning is verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Drijvend voorwerp: Een drijvend bouwsel dat vanwege zijn bestemming in principe niet wordt verplaatst, met uitzondering van drijvende bouwsels die omgevingsvergunningplichtig zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Drukriool: Het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Drukrioolgemaal: De rioolput van de gemeente, waar de terreinleiding op loost en het afvalwater in het drukriool wordt gepompt. Dit gemaal kan niet het hemelwater afvoeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dunnen: verwijderen van boomvormers uit een houtopstand als onderhoudsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, waarbij geen oppervlakte van de betreffende houtopstand verloren gaat, conform een vastgesteld beheerplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eigen toegang: Elke deur die direct toegang geeft tot de woning, bereikbaar via de straatzijde, dan wel vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte en die is voorzien van een van gemeentewege verleend huisnummer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebouw: Een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebouwaansluiting: De buiten het gebouw gelegen overgang van de gebouwriolering op de buitenriolering, gelegen op een afstand van maximaal 0,5 meter vanaf het gebouw of zoveel korter dan een zettingsconstructie in de buitenriolering vereist;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebouwriolering: Stelsel van afvoerleidingen en ontspanningsleidingen, met inbegrip van alle hulpstukken, dakafvoeren, stankafsluiters, afdichtingen en bevestigingen – voor zover geen deel uitmakend van lozingstoestellen – dat zich binnen een gebouw bevindt, of buiten een gebouw voor zover het aan het gebouw is bevestigd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruiker: In het geval van riolering: de perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het perceel of de huurder die gebruik maakt van de aansluiting op het openbaar riool;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruiksoppervlakte: Gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580;</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidgevoelige gebouwen: Woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidgevoelige ruimte: Een ruimte binnen een woning die als slaap-, woon- of eetkamer is bestemd of daarvoor wordt gebruikt, evenals keuken van minimaal 11 m2;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijk beschermd stadsgezicht: Groepen van onroerende zaken die op grond van deze verordening als gemeentelijk beschermd stadsgezicht zijn aangewezen, omdat deze van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, of wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde;Gemeentelijk monument: Een onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed en die is aangewezen op grond van deze verordening en: een zaak betreft die van algemeen belang is vanwege haar schoonheid, betekenis voor de wetenschap of (cultuur)historische waarde, of; een terrein betreft dat van algemeen belang is vanwege de aanwezigheid van overblijfselen, voorwerpen of andere sporen dat mensen daar in het verleden zijn geweest, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemengd stelsel: Het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gescheiden stelsel: Het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en een buizenstelsel voor de afvoer van het overige afvalwater;</p>\n<p class=\"lf-p\">Handboek Leidingen: Door het college vastgestelde of nader vast te stellen regels betreffende het aanleggen, het houden en verwijderen van kabels en leidingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelsreclame: Iedere openbare aanprijzing van goederen en/of diensten en/of activiteiten, waarmee kennelijk wordt beoogd een commercieel belang te dienen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Herstructurering: Planmatig en veelal grootschalig ingrijpen in de gebouwde omgeving om verouderde en verloederde gebieden zodanig te vernieuwen dat zij voldoen aan de huidige eisen op het gebied van wonen, werken, recreëren en mobiliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">HMRI-99: Handleiding meten en rekenen industrielawaai, van het ministerie van Vrom, uitgave 1999;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogspanningslijn: Een leiding behorend tot het landelijk hoogspanningsnet, zoals bedoeld in de Elektriciteitswet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Houder van een inrichting: Degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Houtopstand: Een zelfstandige eenheid van een of meerdere bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Incidentele festiviteit: Een festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Infrastructurele voorziening: Voor de geleiding van een leiding specifiek aangebrachte constructie, waaronder in ieder geval wordt verstaan: leidingentunnels en leidingenviaducten, en in infrastructuur aanwezige constructies waar ook leidingen in, op of aan kunnen worden bevestigd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Inrichting: Inrichting type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kampeermiddel: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;</p>\n<p class=\"lf-p\">Leiding: Een buis bestemd voor het transport van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen, of een kabel gelegen in, op of boven de grond, met uitzondering van bovengrondse hoogspanningskabels, of in infrastructurele voorzieningen, met alle daarbij behorende voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, afsluiters, brandkranen, kasten, etc.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Leidingexploitant: Degene onder wiens verantwoordelijkheid een leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor het aanleggen van een leiding heeft aangevraagd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligplaats: Een deel van het openbaar water waar het is toegestaan een vaartuig af te meren gedurende ten minste de periode tussen zonsondergang en zonsopkomst;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligplaatsvergunning: Een vergunning die door het college is verleend waarmee het is toegestaan een ligplaats in te nemen met een vaartuig of ander drijvend voorwerp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Markt: De door het college ingestelde warenmarkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Meeloper: Een gegadigde voor een standplaats die zich heeft gemeld voor het innemen van een dagplaats;</p>\n<p class=\"lf-p\">Meeloperslijst: De doorgenummerde lijst van meelopers voor een dagplaatsvergunning, waarbij meelopers bij inschrijving hebben aangegeven of zij in aanmerking willen komen voor een vaste standplaatsvergunning;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN: Een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;</p>\n<p class=\"lf-p\">NVTB: Nederlandse Vereniging van Taxateurs voor Bomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvergunning: Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, en artikel 2.2, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondergrondse obstakels: Bodemverontreiniging, materialen, objecten en stoffen die nadelige beïnvloeding van de staat van de aan te leggen of gelegde leiding tot gevolg hebben of kunnen hebben;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontstoppingsstuk: Voorziening die toegang geeft tot het inwendige van een leiding en waarmee beheer en onderhoud van de leiding van binnenuit mogelijk wordt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbaar riool: Buitenriolering zoals bedoeld in de NEN3215:2011, exclusief de aansluitleiding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbaar water:</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van ligplaatsen voor bedrijfs- en pleziervaartuigen: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met uitzondering van bevaarbare en openbaar toegankelijke wateren die geen eigendom zijn van de gemeente;</p>\n<p class=\"lf-p\">In overige gevallen: alle wateren die voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met inbegrip van de wal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare buitenriolering: De perceelaansluitleiding en het openbaar riool;</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare ruimte:</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van houtopstanden: een voor het publiek toegankelijke plaats. Hieronder vallen ook de weg, en erven en terreinen die niet kenbaar ten opzichte van de openbare weg zijn begrensd of afgescheiden door inrichting, beplanting of begroeiing;</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van leidingen: alle publiek openbare en toegankelijke – zij het mogelijk met restrictie – plaatsen binnen de gemeente Leiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">In overige gevallen: een plaats die krachtens de bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, met uitzondering van gebouwen of besloten plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare weg: Alle wegen of paden die voor het openbaar verkeer open staan, inclusief de daarin gelegen bruggen en duikers, de paden, bermen of zijkanten die bij die wegen horen en de parkeerterreinen die aan die wegen liggen en die als zodanig zijn aangeduid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Passantenhaven: Een gebied met ligplaatsen die zijn bedoeld voor pleziervaartuigen die op doorreis zijn en maximaal 72 uur in de gemeente Leiden verblijven, en waarvoor niet al voor een andere ligplaats binnen de gemeente Leiden binnenhavengeld wordt betaald en/of een ligplaatsvergunning is verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Passantenplaats: Een ligplaats die is bedoeld voor pleziervaartuigen die op doorreis zijn en maximaal 24 uur in de gemeente Leiden verblijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Perceel: Een onroerende zaak, een stuk grond, al dan niet met bebouwing, die met erf en tuin een eenheid vormt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Perceelaansluitleiding: Het deel van de aansluitleiding vanaf de perceelsgrens/ontstoppingsstuk tot aan het aansluitpunt op het openbare riool;</p>\n<p class=\"lf-p\">Pleziervaartuig: Een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatief gebruik, dan wel voor sportbeoefening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechthebbende: In het geval van riolering: degene die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot heeft van een op de riolering aan te sluiten en/of aangesloten perceel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclameaanduiding: Elk opschrift, aankondiging of afbeelding op, aan of in een onroerende of roerende zaak, die gericht is op het maken van handelsreclame;</p>\n<p class=\"lf-p\">Religieus monument: Een onroerend monument dat eigendom is van een religieus genootschap en dat uitsluitend of grotendeels wordt gebruikt voor de uitoefening van godsdienst;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijksmonument: Monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Standplaats:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van markten: De ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;</p>\n<p class=\"lf-p\">In overige gevallen: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Hieronder wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV;</p>\n<p class=\"lf-p\">Standwerken: De activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Standwerkersplaats: De standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Seizoensplaats: De standplaats die alleen beschikbaar is voor de periode van 5 oktober tot en met 4 april;</p>\n<p class=\"lf-p\">Terreinleiding: Deel van de aansluitleiding vanaf het gebouw tot aan de perceelsgrens/ontstoppingsstuk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeristische verhuur: in een woonruimte tegen betaling bieden van verblijf aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen Vaartuig: Elk drijvend voorwerp, inclusief vaartuigen zonder waterverplaatsing, dat vanwege zijn drijfvermogen wordt gebruikt voor of bestemd is voor het vervoeren van personen of goederen te water, met uitzondering van woonschepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaste standplaats: De standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vellen: Alle handelingen niet zijnde bestendig beheer, zoals rooien, met inbegrip van verplanten, het voor de eerste keer knotten kandelaberen, of kandelaren, het voor de eerste keer omvormen naar hakhoutbeheer, het snoeien van meer dan 40% van een boomkroon in één keer, alsmede het verrichten van handelingen die de dood ten gevolge kunnen hebben of ernstige beschadiging of ernstige en onomkeerbare aantasting van de habitus waardoor de houtopstand zijn beeldbepalende karakter verliest kunnen veroorzaken. Onder vellen wordt niet verstaan het knotten of kandelaberen van wilgen, het knotten, kandelaberen, of kandelaren als periodieke onderhoudsmaatregel nadat de betreffende houtopstand al eens geknot, gekandelaberd of gekandelaard is, het uitvoeren van periodiek terugkerend hakhoutbeheer of het dunnen in een bosplantsoenvak als onderhoudsmaatregel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunninghouder: De natuurlijke- of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkeersruimte: Ruimte anders dan een ruimte in een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte, bestemd voor het bereiken van een andere ruimte;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wachtlijst: Een lijst die door het college wordt bijgehouden waarop belangstellenden die voor een ligplaatsvergunning in aanmerking willen komen, zich kunnen (laten) inschrijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstand- en Monumentencommissie Leiden: De commissie die als taak heeft het college te adviseren ten aanzien van: de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk waarvoor een vergunningaanvraag is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand; vergunningaanvragen voor wijziging, verbouw of sloop van beschermde rijks- of gemeentelijke monumenten; conform het Reglement van orde voor de Welstands- en Monumentencommissie Leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wezenlijke voorzieningen: Douche- en/of badruimte, toilet en keuken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2.Ligplaatsenplan</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Inleiding</h3>\n<p class=\"lf-p\">In het verleden werden ligplaatsenplannen opgesteld per categorie watergebruik. Dus een apart ligplaatsenplan voor iedere vaartuigcategorie. Er bestonden drie ligplaatsenplannen te weten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen, Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen, Ligplaatsenplan woonschepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit ligplaatsenplan worden de eerste twee, het ligplaatsenplan pleziervaartuigen en het ligplaatsenplan bedrijfsvaartuigen samengevoegd. Het Ligplaatsenplan Woonschepen blijft buiten beschouwing omdat woonschepen sinds enige tijd planologisch worden geregeld en derhalve worden meegenomen bij (de actualisatie van) bestemmingsplannen. Het Ligplaatsenplan Woonschepen verliest daarmee stukje bij beetje zijn noodzaak en zal over afzienbare termijn overbodig zijn. Dit is mede ingegeven door de komst van het Omgevingsplan na de invoering van de Omgevingswet. Bij deze wet wordt geregeld dat alle regelgeving die de fysieke leefomgeving raakt opgenomen moet worden in het Omgevingsplan. Het opnemen van woonschepen in de bestemmingsplannen is een manier om daarop voor te sorteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het opstellen van het Omgevingsplan zal niet voor de geplande invoering van de wet in 2021 plaatsvinden. Ligplaatsen voor bedrijfs- en pleziervaartuigen hebben naar hun aard thans geen plaats in een bestemmingsplan. Daarom is een werkwijze gelijk aan die voor woonschepen niet uitvoerbaar. Een herziening van het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009 en het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 kan echter niet wachten op een omgevingsplan. In de afgelopen jaren heeft zich een hele serie ontwikkelingen voorgedaan die een herziening van deze ligplaatsenplannen noodzakelijk maken. Dit betreft bouwontwikkelingen langs het water maar ook de aankoop door het gemeentebestuur van stukken water van onder andere het Rijk. Daarmee zijn er stukken openbaar water binnen de werkingssfeer van de verordening en de ligplaatsenplannen gekomen die nu niet in die ligplaatsenplannen zijn opgenomen. Tevens liggen er meerdere verzoeken tot (kleine) wijzigingen en zijn er ook binnen de gemeentelijke organisatie andere invalshoeken ontstaan over het gebruik van (delen van) het Leidse water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geschiedenis De ligplaatsen zoals die zijn vastgelegd in de voorgaande ligplaatsenplannen zijn tot stand gekomen in een periode dat het water veel minder intensief gebruikt werd dan nu. Bij de vaststelling van met name het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009 is expliciet gekozen om de tot dat moment historisch gegroeide ligplaatsen vast te leggen en niet te kiezen voor een ander systeem of een herverdeling van plekken. Sinds de vaststelling van dat ligplaatsenplan is de (bedrijfsmatige) activiteit op het water alleen maar toegenomen. Niet alleen is het drukker geworden op het water door meer pleziervaart maar ook zijn er in de bedrijfsvaart ondernemers bijgekomen, zien bestaande ondernemers hun bedrijf groeien en bezoeken bedrijven van buiten Leiden steeds vaker de Leidse wateren. Slechts heel sporadisch verdwijnt er een bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op dit moment wedijveren ook verschillende vormen van gebruik om de beperkte hoeveelheid openbaar water in Leiden. Naast de vraag naar meer ruime voor de bedrijfsvaart is er een lange wachtlijst voor pleziervaartuigplekken en neemt het aantal passanten en varende bezoekers aan Leiden toe. Dit laatste is in lijn met een groeiend toerisme in de stad Leiden. Daarbij is er in de stad meer aandacht voor het water an sich maar ook voor alles wat zich om het water bevindt op cultureel maar ook op het gebied van groenontwikkeling. Het Singelpark is daar bij uitstek een voorbeeld van. Met dit ligplaatsenplan trachten we recht te doen aan de eisen van vandaag en zoeken we naar een balans tussen de rechten van de verschillende vormen van gebruik van het openbaar water. Voor dit ligplaatsenplan kiezen we niet voor een ingrijpende herstructurering van alle ligplaatsen. Dit nu te doen zou een te grote wijziging zijn tegen de achtergrond van een markt die continu in beweging is. Te meer omdat reeds eerder is vastgesteld dat rust op het water zou moeten gaan boven innovatie 1 . Dit ligplaatsenplan is dan ook conserverend van aard, echter niet zonder dat er de nodige wijzigingen worden doorgevoerd om een aantal geconstateerde problemen op te lossen. Ook voeren we een aantal algemene wijzigingen door die bevorderlijk zijn voor bedrijfsvoering van de verschillende bedrijfsvaartondernemers en voor het recreatief gebruik van de Leidse wateren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeswijzer Dit ligplaatsenplan beschrijft in hoofdstuk 2 de verschillende type walkanten van watergangen die worden onderscheiden. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 van het in dit ligplaatsenplan nieuw toegevoegde water beschreven welke status daaraan wordt gegeven en welke vormen van gebruik daar wordt toegestaan. In hoofdstuk 4 worden de wijzigingen ten opzichte van de voorgaande ligplaatsenplannen die in dit ligplaatsenplan worden doorgevoerd besproken en tot slot in hoofdstuk 5 worden de overige regelingen die met dit ligplaatsenplan worden getroffen besproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaart Bij dit ligplaatsenplan hoort een kaart waarop alle watergangen en bijbehorende functies staan afgebeeld. Deze kaart heet: Ligplaatsenplan Bedrijfs- en Pleziervaartuigen 2017, d.d. 01-06-2018, met nummer Z/17/434605/1063790.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Categorieën walkanten</h3>\n<p class=\"lf-p\">In het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 waren de walkanten voorzien van een kleurcodering. Deze codering bestond uit de volgende vijf kleuren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rood: Geen ligplaatsen mogelijk Geel: Ligplaatsen voor passanten Groen: Ligplaatsen vergunninghouders Paars: Particuliere wal Bruin: Ligplaatsen voor Woonschepen, Bedrijfsvaartuigen en Terrasboten Aan deze categorieën wordt in dit ligplaatsenplan een aantal wijzigingen aangebracht. Hieronder wordt per categorie de wijziging besproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rood Onder het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 waren specifieke watergangen of delen van watergangen om een verscheidenheid van redenen aangewezen als plekken waar geen ligplaatsen konden worden afgegeven. Dat kon te maken hebben met de staat van de oever en het soort oever maar ook bijvoorbeeld voor het vrijhouden van het aangezicht van monumenten. Daarnaast waren veel, vaak kleinere watergangen in het geheel niet aangeduid. In feite houdt dat ook in dat er daar geen ligplaatsen uitgegeven kunnen worden. Uit het oogpunt van eenduidigheid zal in dit ligplaatsenplan enkel worden aangegeven waar wel ligplaatsen mogelijk zijn. Op plekken waar niet is aangegeven dat er ligplaatsen mogelijk zijn zullen derhalve ook geen ligplaatsen worden uitgegeven. Dit betekent niet per definitie dat er niet (kortstondig) mag worden afgemeerd. Voor een afmeerverbod is een verkeersbesluit op basis van de Scheepvaartwet noodzakelijk en zal een locatie met bebording kenbaar moeten worden gemaakt. Dit valt derhalve ook buiten de werking van dit ligplaatsenplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts werden onder het oude plan de commerciële of verenigingsjachthavens ook aangeduid met de rode kleur. Hoewel het klopt dat het college daar geen ligplaatsvergunningen verleend is het niet zo dat daar geen ligplaatsen mogelijk zijn. Deze ligplaatsen worden echter op een andere wijze door de rechthebbende verdeeld. Deze havens zullen daarom met een andere kleur worden aangeduid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geel Onder ligplaatsen voor passanten werden onder het ligplaatsenplan pleziervaartuigen 2010 alle plaatsen waar passanten voor langere of kortere tijd een ligplaats in konden nemen geschaard. Onder de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt een onderscheid gemaakt tussen de passantenhaven waar men over het algemeen een of meerdere nachten verblijft en overige plekken in de stad waar me alleen kortstondig ligt als passant, zowel op doorvaart als recreatief. Deze 2 verschillende categorieën krijgen derhalve onder het onderhavige plan een eigen aanduiding. De passantenhavens krijgen de kleur oranje en de passantenligplaatsen blijven geel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groen Met de groene kleur worden de ligplaatsen voor pleziervaartuigen aangeduid. Hieraan vind geen wijziging plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paars In het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 werd de kleur paars gebruikt om particuliere wal achter en aan woonhuizen aan te duiden. Deze vorm van particuliere wal blijft bestaan en met dit ligplaatsenplan voegen we twee sub categorieën van particuliere wal toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">Particuliere wal achter of bij woonhuizen Aan deze particuliere wal kan de bewoner van het perceel een aanvraag doen voor het aanleggen van één pleziervaartuig onder voorwaarde dat de breedte van het perceel achter of bij de woning niet wordt overschreden en op voorwaarde dat de doorvaarbaarheid van de watergang waarin de ligplaats is gewenst niet in gevaar komt. Om de reden van doorvaarbaarheid kan het voorkomen dat aan bepaalde stukken particuliere wal de status particuliere wal, zoals bedoeld in dit ligplaatsenplan, en de bijbehorende kleur niet wordt toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Particuliere wal bij appartementen e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een aantal plekken in de stad bestaat de situatie dat de particuliere wal een perceel van een appartementencomplex of ander woongebouw met meerdere wooneenheden betreft. In beginsel komen dan alle eigenaren en/of bewoners van die wooneenheden in aanmerking voor een ligplaats. Gewoonlijk is er echter geen ruimte om iedereen een plek voor een vaartuig te geven. In de regel zou het dan zijn dat degene die zich het eerste meldt bij het college voor een vergunning die ook krijgt. Omdat een dergelijke werkwijze wellicht als oneerlijk kan worden gezien is het voor een Vereniging van Eigenaren van een pand mogelijk om een convenant met de gemeente af te sluiten om zo de verdeling van de ligplaatsen aan deze vorm van particuliere wal te reguleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Particuliere wal bij bedrijfspercelen Op een aantal plekken in de stad bestaat de situatie dat de particuliere wal een bedrijfsperceel betreft. Bij een dergelijk perceel is het mogelijk dat de eigenaar of gebruiker een ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig aan particuliere wal aanvraagt. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als bij een reguliere vergunning voor een pleziervaartuig aan een woning. Daarnaast is het mogelijk in het geval dat een bedrijf dat is gevestigd op het perceel dat grenst aan het water en dat vanaf dat perceel bedrijfsmatig een watergebonden activiteit uitvoert hiervoor een of meerdere ligplaatsen wenst. Met dit ligplaatsenplan bieden we de mogelijkheid dat het college voor watergebonden bedrijfsmatige activiteit een of meerdere ligplaatsvergunningen voor bedrijfsvaartuigen aan particuliere wal kan verlenen. Hierbij geldt dat de ligplaatsen de breedte van het perceel niet mogen overschrijden en dat het aan de beoordeling van het college is of deze watergebonden bedrijfsmatige activiteit en deze ligplaatsen wenselijk zijn op de aangevraagde locatie. Bij deze beoordeling kunnen verkeerstechnische zaken en een goede ruimtelijke ordening worden betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bruin Onder deze kleur werden alle ligplaatsen voor woonschepen, terrasboten en bedrijfsvaartuigen. Voor woonschepen en terrasboten geldt dat we die nu planologisch regelen. De delen van het water waarin deze liggen hebben of krijgen binnen het bestemmingsplan de bestemming die past bij het gebruik als woonschip of terras. Op die plek kan dan ook geen andere vorm van ligplaats mogelijk worden gemaakt. Aan een terrasboot is het niet toegestaan om vaartuigen aan te leggen in verband met de beperkingen die dat oplevert voor de doorvaart. Deze plekken zijn dus niet geschikt voor ligplaatsen van enig soort en zullen derhalve onder dit plan geen aanduiding meer krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Blijft over dat de kleur bruin enkel nog voor de ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen gebruikt wordt. Bij deze categorie is het mogelijk dat per (deel van een) watergang onderscheid wordt gemaakt voor welke type bedrijfsvaartuigen de ligplaatsen zijn bedoeld. We onderscheiden dan de volgende categorieën:</p>\n<p class=\"lf-p\">Passagiersschip type 1: een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Passagiersschip type 2: een elektrisch aangedreven vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhuurboot type 1: een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig voor maximaal twaalf personen, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor bedrijfsmatige verhuur zonder bemanning aan wisselende personen gedurende korte perioden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhuurboot type 2: een elektrisch aangedreven vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor bedrijfsmatige verhuur zonder bemanning aan wisselende personen gedurende korte perioden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhuurboot type 3: een door spierkracht voortbewogen vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor bedrijfsmatige verhuur zonder bemanning aan wisselende personen gedurende korte perioden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rondvaartboot type 1: een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van maximaal twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rondvaartboot type 2: een elektrisch aangedreven vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van maximaal twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrachtschip: een vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het vervoer van goederen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sleepboot: een vaartuig, dat blijkens bouw en inrichting is bestemd of wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere schepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dekschuit: een bedrijfsvaartuig met een gesloten en vlak dek, zonder opbouw of aandrijving dat niet in gebruik is als terrasboot waarvoor een vergunning in gevolge de Algemene Plaatselijke Verordening is verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Duw- of beunbak: vaartuig zonder eigen voortstuwing, meestal zonder verblijfsruimten en met een vrij rechthoekige bouw, al dan niet voorzien van een beun, inhoudende een waterdicht ruim meest bedoeld voor het vervoer van zand, bagger en aanverwante lading;</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenstel: een samenstel van een of meer duw- of sleepboten en een of meer andersoortige vaartuigen waarbij de duw- of sleepboten dienen voor het voortbewegen dan wel voor het voortbewegen en het sturen van de andersoortige vaartuigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische vaartuig: een varend vaartuig dat is opgenomen in het Register Varende Erfgoed Nederland (RVEN) of het Nationaal Register Mobiel Erfgoed (NRME) of door het college eveneens als behoudenswaardig wordt beoordeeld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch bedrijfsvaartuig: een Historisch vaartuig dat bedrijfsmatig wordt gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleurcoderingen voor aanduidingen voor de kades die aangehouden worden in dit ligplaatsenplan zijn dan als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Groen: Ligplaatsen vergunninghouders Geel: Ligplaatsen voor passanten Oranje: Passantenhaven(s) Paars: Particuliere wal Bruin: Ligplaatsen voor Bedrijfsvaartuigen Waarbij geldt dat daar waar geen kleur is aangegeven het innemen van een ligplaats niet mogelijk is en ligplaatsvergunningen niet worden uitgegeven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Nieuw water</h3>\n<p class=\"lf-p\">Sinds de vaststelling van het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009 en het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 is er door de gemeente Leiden water aangekocht dat tot dan toe niet of niet geheel in het ligplaatsenplan was opgenomen. Ook is er water dat wel openbaar toegankelijk is én onder gemeentelijk beheer valt maar wat nog niet eerder was openomen in de ligplaatsenplannen. Deze wateren worden in dit ligplaatsenplan wel opgenomen en daar waar noodzakelijk voorzien van aanduidingen voor ligplaatsen. Het betreft de volgende watergangen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Groenoord Dit betreft het bevaarbaar water in de nieuwbouwwijk Groenoord, de op dit moment nog onbenoemde watergang waar de tuinen van de woningen aan de Lebeauhof direct aan grenzen. Achter deze woningen kunnen ligplaatsvergunningen voor pleziervaartuigen aan particuliere wal worden verleend. In verband met de breedte van de watergang kunnen aan de openbare wal aan de overzijde (Cornetkade en Evenementenlaan) geen vergunningen worden uitgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oude Rijn Dit betreft het water in de Oude Rijn tussen de Schrijversbrug (Zijlsingel) en de Sumatrabrug (Admiraalsweg). Dit water heeft een totale lengte van ongeveer 420 meter, 250 meter daarvan is particuliere wal en aan de westzijde van de Sumatrabrug aan de Willem Barentszstraat zijn al 2 ligplaatsen bedrijfsvaartuigen opgenomen in eerdere ligplaatsenplannen. Voor nieuwe ligplaatsen blijft daar dan ongeveer 150 meter over. Dit vertaalt zich in 10 ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen of 15 ligplaatsen voor pleziervaartuigen. Gezien de locatie en de voornamelijk bedrijfsmatige omgeving kiezen we ervoor om in het ligplaatsenplan deze watergang op te nemen als ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen. Op dit moment ligt er nog een aantal vaartuigen illegaal afgemeerd. Voordat er vergunningen voor ligplaatsen kunnen worden uitgegeven zal daar eerst handhavend tegen moeten worden opgetreden. Pas op het moment dat dat traject voldoende is afgerond zal er met de uitgifte worden begonnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Potgieterlaan Dit betreft het water dat is gelegen tussen de Potgieterlaan en de spoorlijn Leiden Centraal – Leiden Lammenschans. Het water heeft een directe verbinding met De Rijn. Dit water heeft een lengte van ongeveer 330 meter en biedt daarmee plaats aan ongeveer 33 ligplaatsen voor pleziervaartuigen. In dit water liggen van oudsher al pleziervaartuigen. Hier werden echter geen vergunningen voor verleend door het college omdat dit water onder de oude verordening en ligplaatsenplannen niet binnen het havengebied viel. De vaartuigen die hier nu liggen, liggen er derhalve illegaal en komen in beginsel niet voor legalisering in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Rijn Dit betreft het gedeelte van de Rijn tussen de A44 en de Rijnzichtbrug. Dit water is grotendeels al opgenomen in het ligplaatsenplan pleziervaartuigen 2010. In verband met provinciale regelgeving moeten er enkele kleine wijzigingen in vooral de status van de openbare wal worden doorgevoerd. Dit betreft onder andere de Andrej Sacharovstraat waar in het ligplaatsenplan pleziervaartuigen 2010 een aantal ligplaatsen voor pleziervaartuigen is gerealiseerd. Hierbij is in het verleden abusievelijk vastgesteld dat dit ligplaatsen aan particuliere wal zouden zijn. Dit zal met dit ligplaatsenplan worden rechtgezet. Dit betekent dat in beginsel de ligplaatsen onder het reguliere regime komen te vallen. De op dit moment op dit locatie verleende vergunningen voor ligplaatsen behouden onder de nieuwe verordening hun status.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Snorhaven Dit betreft een inham van de Zijl aan het Steneveltpark. Ter plaatse zijn twee insteekhavens die behoorden bij de scheepswerf Boot die vroeger op deze locatie was gevestigd. Na het verdwijnen van de scheepswerf is ter plaatse een woongebouw gerealiseerd en zijn de oude insteekhavens als waterpartij bewaard gebleven. In de jaren 90 is door de gemeente Leiden en de woningbouwvereniging Zijl en Vliet, thans woningbouwvereniging De Sleutels, in de zuidelijke insteekhaven een haven met ongeveer 26 ligplaatsen gerealiseerd. De noordelijke insteekhaven is afgesloten voor vaartuigen en voorzien van wandel en vissteigers. Het water is in eigendom en beheer van de gemeente Leiden. In het in 1993 tussen de woningbouwvereniging en de gemeente gesloten convenant zijn afspraken gemaakt over de verdeling van rechten en plichten. Kortweg betekende dit dat de verhuur van de ligplaatsen en het dagelijks onderhoud door de woningbouwvereniging werd gedaan en al het overige door de gemeente. Met de komst van de Woningwet 2015 mag een corporatie als De Sleutels dergelijke activiteiten niet meer uitvoeren. Dit deel zal derhalve ook aan de gemeente worden overgedragen. Nadat er tussen de gemeente en de woningcorporatie afspraken zijn gemaakt over de overdracht zal aan de huidige houders van een ligplaats ambtshalve een vergunning worden verstrekt. Vooruitlopend op dit proces nemen we dit deel van het water vast op in dit ligplaatsenplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veilingkade Dit betreft het water dat is gelegen tussen het bedrijventerrein De Veiling aan de noordzijde en de Moerbeistraat aan de zuidzijde. De totale lengte openbare wal is daar ongeveer 250 meter en zou ruimte bieden aan zo’n 25 ligplaatsen voor pleziervaartuigen. Net als bij de Potgieterlaan liggen hier van oudsher al pleziervaartuigen. Hier werden echter geen vergunningen voor verleend door het college omdat dit water onder de oude verordening en ligplaatsenplannen niet binnen het havengebied viel. De vaartuigen die hier nu liggen, liggen er zonder enige vergunning of toestemming en komen in beginsel niet voor legalisering van hun ligplaats in aanmerking.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 wijzigingen ten opzichte van voorgaande ligplaatsenplannen</h3>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk worden de wijzigingen besproken die worden doorgevoerd in dit ligplaatsenplan ten opzichte van het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 en het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009. Dit hoofdstuk is opgedeeld in een paragraaf over wijzigingen in bestaand water en een paragraaf over technische wijzigingen ten opzichte van de voorgaande ligplaatsenplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1 Wijzigingen in bestaand water Aalmarkt/Stille Rijn Dit betreft de weerszijden van de Rijn tussen de nieuwe Catharinabrug en de Kippenbrug. Dit gedeelte komt door de oplevering van het Aalmarktproject in een ander licht te staan voor wat betreft de rol binnen het kernwinkelgebied en als verblijfsgebied. In dit ligplaatsenplan wordt er dan ook voor gekozen om hier meer mogelijkheden te creëren voor passanten om kortstondig af te meren. De bestaande vaste ligplaatsen voor pleziervaartuigen worden opgeheven. Hierbij zullen reeds verleende vergunningen niet worden ingetrokken maar er zal wel een uitsterfbeleid worden gevoerd. De gehele kade aan beide zijden van het water, met uitzondering van de hieronder te benoemden ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen, wordt aangewezen als passantenligplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aalmarktzijde Er zijn aan de Aalmarkt in het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009 twee ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen ten westen van de Catharinabrug gesitueerd en een ligplaats voor een bedrijfsvaartuig ten oosten van de Catharinabrug tussen de brug en het Waaghoofd. Ten einde meer ruimte rond de Catharinabrug te creëren ten behoeve van passanten verplaatsen we twee ligplaatsen van de huidige locatie ter hoogte van de huisnummers 11-17 naar de locatie ter hoogte van huisnummers 3-7 en verplaatsen we de oostelijke ligplaats bedrijfsvaart naar locatie ter hoogte van de huisnummers 12-13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stille Rijnzijde Er zijn aan de Stille Rijn in het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009 twee ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen direct ten westen van de Catharinabrug gesitueerd. Door aan de westzijde een ligplaats voor een bedrijfsvaartuig toe te voegen wordt een ruimtelijk probleem elders in de stad opgelost. De ondernemer die de toegevoegde ligplaats gaat innemen zal elders een aan hem vergunde ligplaats moeten inleveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Apothekersdijk In dit deel van de Rijn zijn in een eerder ligplaatsenplan twee ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen en twee ligplaatsen voor pleziervaartuigen op dezelfde locatie vergund. Dit betreft de situatie ter hoogte van de huisnummers 28, 29 en 30 en moet worden rechtgezet. Uit dossieronderzoek blijkt dat de ligplaatsvergunningen voor pleziervaartuigen eerder zijn uitgegeven dan de vergunningen voor de bedrijfsvaartuigen. Daarbij zijn de ligplaatsen voor de pleziervaartuigen uitgegeven tegenover de woningen van de vergunninghouders. Dit betekent dat de ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen moeten wijken. Bij een inventarisatie ter plaatse blijkt een omvangrijke verplaatsingsoperatie zoals die in eerste instantie was voorzien niet noodzakelijk. Er blijkt in de praktijk voldoende ruimte voor het verplaatsen van de meest oostelijke ligplaats naar de westzijde van de drie oostelijke ligplaatsen. De situatie in dat rak wordt dan van west naar oost: een ligplaats voor bedrijfsvaartuigen, twee ligplaatsen voor pleziervaartuigen, twee ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen, vijf ligplaatsen voor pleziervaartuigen, drie ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen en vier ligplaatsen voor pleziervaartuigen. De overige vrije ruimte in dit rak is dan bestemd voor passanten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Blauwpoortshaven, Turfmaktzijde In dit deel van de Blauwpoortshaven liggen nu drie terrasboten. De uitbater van de terrasboot direct naast de Blauwpoortsbrug heeft de wens uitgesproken om deze terrasboot op te geven in ruil voor het aldaar afmeren van zijn bedrijfsvaartuig dat nu een ligplaats heeft in de Oude Singel. Voor de terrasboot is in het verleden een ligplaatsvergunning op basis van de Verordening op de bedrijfsvaartuigen 2010 afgegeven. Er zijn in beginsel geen bezwaren om de terrasboot op die locatie te laten vervallen en deze te vervangen voor een bedrijfsvaartuig met veel geringere afmetingen. Deze wijziging wordt met dit ligplaatsenplan dan ook doorgevoerd. Dit heeft wel tot gevolg dat de ligplaats in de Oude Singel van het betreffende bedrijfsvaartuig komt te vervallen, zie daarover ook hieronder onder Oude Singel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Galgewater ter hoogte van de Rembrandtplaats Ter plaatse zijn vier ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen gelegen waarvan er twee tegen een woonschip zijn gesitueerd en twee aan particuliere wal. Deze ligplaatsen waarvoor vergunningen waren uitgegeven voor verhuurboten en roeiboten zijn alleen bruikbaar en bereikbaar met toestemming van de eigenaren en bewoners van het woonschip en/of de woning. Dit maakt dat deze ligplaatsen niet uit te geven zijn als een reguliere ligplaats voor een bedrijfsvaartuig. Ook eventuele overdracht van deze plekken is door die beperking niet op de reguliere wijze mogelijk. Daarbij heeft de vergunninghouder in 2016 zijn ligplaatsvergunningen voor het grootste deel opgezegd. Zoals beschreven in hoofdstuk 2, worden ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen aan particuliere wal conform dit ligplaatsenplan op een andere wijze uitgegeven dan ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen aan openbare wal. Om die reden en gezien voornoemde beperkingen op de ligplaats zullen deze vier ligplaatsen niet in dit ligplaatsenplan als ligplaats voor een bedrijfsvaartuig terugkeren en krijgt de kade aldaar de aanduiding particuliere wal. Waarbij de twee ligplaatsen die gesitueerd zijn tegen het woonschip worden aangemerkt als “particuliere wal” zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van dit ligplaatsenplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Galgewater ter hoogte van het Rembrandtpark Ter plaatse is een ligplaats gesitueerd aan de waterzijde van een woonschip. Daarmee is deze plek alleen te bereiken vanaf of via het woonschip en alleen bruikbaar en bereikbaar met toestemming van de eigenaren en bewoners van het woonschip. Voor regulier gebruik als ligplaats bedrijfsvaartuig is deze niet geschikt. Deze plek was in een eerder ligplaatsenplan gerealiseerd voor een atelierschip. Deze plek wordt echter al vele jaren niet gebruikt. Met de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 en dit ligplaatsenplan wordt op ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen enkel watergebonden bedrijvigheid toegestaan. Een atelierschip zou daarom niet meer voor een vergunning in aanmerking komen. Om deze redenen verdwijnt met dit ligplaatsenplan deze ligplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Galgewater ter hoogte van de Van der Tasstraat Tegen de woning Van der Tasstraat 13 en deels tegen de openbare wal aan de Van der Tasstraat is in een eerder ligplaatsenplan een ligplaats voor een bedrijfsvaartuig mogelijk gemaakt. Deze locatie is ontstaan omdat de toenmalige bewoner een bedrijfsvaartuig had. Inmiddels is deze ligplaats al enige jaren niet meer in gebruik en is de betreffende vergunninghouder niet meer daar woonachtig. De ligplaats voor een bedrijfsvaartuig komt in dit ligplaatsenplan om die reden niet meer terug en de kade wordt aangemerkt als particuliere wal als bedoeld in hoofdstuk 2 van dit ligplaatsenplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kom Annies Het punt waarop de Oude Rijn en de Nieuwe Rijn samenkomen. Op deze plek is een nieuw drijvend terras beoogd op de plaats van het huidige terras van Annie’s Verjaardag. Daarnaast is de Waaghoofdbrug vervangen door de Catharinabrug en de walkant aan de zijde van de Stille Mare is heringericht. Dit noopt ertoe om anders te kijken naar de afmeermogelijkheden in deze kom. De afmeermogelijkheden waren eerder al beperkt. Aan de Stille Mare zijde was een op- en afstapplaats voor een rondvaartboot. Aan de Aalmarktzijde waren passantenplekken ingetekend in het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010. De op- en afstapplaats voor de rondvaatboot is verplaatst naar een locatie verderop aan de Stille Rijn. De kade op die plaats is nu hoger gemaakt en grenst direct aan een terras van een horecabedrijf. Voor wat betreft de passantenplekken geldt dat deze weinig tot niet werden gebruikt door de hoogte van de kade. Door de gewijzigde locatie van de brug is het waaghoofd vrijgekomen. Door de hoge kade aldaar en door de aanwezigheid van een horecaterras op het waaghoofd is dat ook geen geschikte locatie voor het (tijdelijk) afmeren van pleziervaartuigen. In dit ligplaatsenplan zal dan ook de mogelijkheid voor (passanten)ligplaatsen op deze locatie niet terugkeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meelfabriek Dit betreft de kade van de Zijlsingel direct grenzend aan (het terrein van) de Meelfabriek. In het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 zijn hier geen ligplaatsen toegestaan. Op dit moment wordt de Meelfabriek ontwikkeld tot een combinatie van wonen, werken en leisure. Daar past mogelijk ook de noodzaak voor een of meerdere ligplaatsen bij. Daarom zal de betreffende kade de status “Particlier” (paarse kleur) krijgen. Zodoende ontstaat de mogelijkheid voor eigenaren en gebruikers om een ligplaatsvergunning te krijgen wanneer de doorvaarbaarheid en de overige belangen die de verordening en het ligplaatsenplan beogen te beschermen niet worden geschaad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oude Singel tussen de Turfmarktbrug en de Lijsbethbrug In het water van de Oude Singel zijn drie ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen gesitueerd ter hoogte van de huisnummers 10 tot en met 26. De twee vergunninghouders voor deze ligplaatsen hebben beide wensen tot het wijzigen van de ligplaats. De ene wijziging betreft de verplaatsing van een bedrijfsvaartuig naar de Blauwpoortshaven (zie hierboven onder Blauwpoortshaven Turfmarktzijde). De andere wijziging is de wens om de twee bestaande ligplaatsen direct aansluitend te situeren en daarbij enkele meters in oostelijke richting te verplaatsen in verband met een obstakel dat zich onder de oppervlakte bevindt. De verplaatsing van een ligplaats naar de Blauwpoortshaven maakt deze wijziging mogelijk zonder dat daarmee ligplaatsen verloren gaan. deze wijzigingen worden in dit ligplaatsenplan vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijnoever Dit betreft het water in de Rijn nabij de Rijnzichtbrug en grenzend aan het appartementencomplex Rijnoever 1 t/m 47. Op dit terrein is enige jaren geleden een appartementencomplex ontwikkeld. Hierbij zijn op de onderste woonlaag woningen gecreëerd die direct grenzen aan het water. Daarmee is een situatie ontstaan zoals bedoeld in het in hoofdstuk 2 beschreven “Particuliere wal achter of bij woonhuizen”. Deze locatie wordt in dit ligplaatsenplan met de paarse kleur aangeduid en kunnen er door het college op aanvraag vergunningen voor ligplaatsen voor pleziervaartuigen worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slaaghsloot Tussen de Slaaghsloot en de Zijl ligt het Zijleiland. De zuidelijke punt van het Zijleiland is in particulier eigendom en krijgt in dit ligplaatsenplan de aanduiding particuliere wal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Witte Singel ter hoogte van de Sterrenwacht Dit is de kade van de witte Singel tussen de 5e Binnenvestgracht en de Vreewijkbrug. Dit terrein is in particulier eigendom (Universiteit Leiden) en is door de eigenaar herontwikkeld. Er worden hier woningen gerealiseerd. Een deel van deze woningen grenst aan het water van de Witte Singel Waar in voorgaande ligplaatsenplannen hier geen ligplaatsen waren toegestaan (kleuraanduiding: Rood) zal er in dit ligplaatsenplan de aanduiding Particuliere wal (Paars) worden opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijlsingel De kade aan de Zijlsingel tussen de Schrijversbrug en de Weverbrug was in het voorgaande ligplaatsenplan grotendeels aangewezen als ligplaats voor passanten, in het zuidelijk deel ter hoogte en tegenover de Meelfabriek waren vier ligplaatsen voor pleziervaartuigen en tot slot liggen er twee woonschepen. Gezien de toegenomen vraag naar ligplaats voor bezoekende grote passagiersschepen van het type (fiets)vakantieboot komen met dit ligplaatsenplan de ligplaatsen voor pleziervaartuigen te vervallen. Dit met dien verstande dat de op dit moment daar verleende vergunningen niet zullen worden ingetrokken maar dat daarvoor een uitsterfbeleid zal worden gehanteerd. De ter plaatsen aanwezige woonschepen worden planologisch geregeld in het bestemmingsplan Binnenstad.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Technische wijzigingen ten opzichte van het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 Technische wijzigingen in verband met gewijzigde inzichten met betrekking tot ruimtelijke aspecten. Het betreft hier met name wijzigingen in de aantallen ligplaatsen binnen een bepaald rak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Raknummer BW04 gazon Coebelweg Opnemen als particuliere wal Raknummer DW04 Jo de Clerstraat Doorvaarbaarheid, geen ligplaatsen meer toestaan Raknummer MS04 Maresingel wijzigen max aantal van 6 naar 5 Raknummer MS06 Maresingel wijzigen max aantal van 12 naar 13 Raknummer NR12 Nieuwe Rijn wijzigen max aantal van 8 naar 6 Raknummer NR17 Nieuwe Rijn wijzigen max aantal van 15 naar 12 Raknummer OV07 Oude Vest wijzigen max aantal van 16 naar 13 Raknummer SM03 Lorentzkade wijzigen max aantal van 5 naar 6 Raknummer SM04 van den Brandelerkade wijzigen max aantal van 7 naar 6 Raknummer SM05 Lorentzkade wijzigen max aantal van 30 naar 25 Raknummer SM09 Lorentzkade wijzigen max aantal van 10 naar 8 Raknummer TV07 Trekvliet wijzigen max aantal van 30 naar 31 Raknummer VL01 Vliet wijzigen max aantal van 2 naar 3</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Overige regelingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">5.1 Ligplaatsen bij Woonschepen Voor woonschepen is de regelgeving zoals bepaald in het vigerende bestemmingsplan en / of de Verordening Woonschepen 2009 met het bijbehorende Ligplaatsenplan Woonschepen 2000 van toepassing. Die regelgeving stelt de eisen aan de afmetingen en het gebruik van de ligplaats voor het woonschip. Daarbij kan een bijboot inbegrepen zijn. Een bijboot is een klein vaartuig dat is bestemd en wordt gebruikt voor de bereikbaarheid en/of het onderhoud van het woonschip. Een bijboot is geen pleziervaartuig zoals bedoeld in de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 en dit ligplaatsenplan, een pleziervaartuig mag dan in beginsel ook niet binnen de ligplaats van het woonschip worden afgemeerd..</p>\n<p class=\"lf-p\">De ruimtelijke situatie rond een woonschip in openbaar water is vergelijkbaar aan de situatie “particuliere wal achter of bij een woonhuis” zoals beschreven in hoofdstuk 2 van dit ligplaatsenplan. Daarom is het begrijpelijk dat het in sommige gevallen voor de bewoners van woonschepen wenselijk is om een pleziervaartuig aan het woonschip af te meren. Met dit ligplaatsenplan maken wij het mogelijk dat het college aan eigenaren en gebruikers van een woonschip op aanvraag één ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig bij het woonschip verleend. Hierbij geldt dat bij realisatie van die ligplaats de doorvaarbaarheid en de overige belangen die de verordening en het ligplaatsenplan beogen te beschermen niet worden geschaad.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Op en afstapplaatsen bedrijfsvaartuigen In het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 waren globaal een aantal aanduidingen opgenomen van locaties van op en afstapplekken voor bedrijfsvaartuigen. Dit betreffen openbare op en afstapplekken voor algemeen gebruik. Een aantal van deze plekken is ook als zodanig ingericht zoals bijvoorbeeld de Trouwsteiger bij het Stadhuis of de afmeerlocatie bij Stedelijk Museum de Lakenhal. Een aantal andere plekken hebben nooit de bedoelde functionaliteit gekregen en komen in dit ligplaatsenplan dan ook te vervallen. Tot slot is er een plek die niet opgenomen was in eerdere ligplaatsenplannen maar die wel deze inrichting en functionaliteit heeft. De in dit ligplaatsenplan opgenomen openbare op- en afstapplekken voor de bedrijfsvaart zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">De Blauwpoortshaven de steiger tussen Bloemenboot de Watertuin en Rederij Rembrandt;</p>\n<p class=\"lf-p\">De Morssingel ter hoogte van Park de Put;</p>\n<p class=\"lf-p\">De Oude Singel ter hoogte van Stedelijk Museum de Lakenhal;</p>\n<p class=\"lf-p\">De Oude Singel ter hoogte van de Leidse Schouwburg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Rapenburg ter hoogte van het Academiegebouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Rapenburg ter hoogte van het Rijksmuseum voor het Rijksmuseum van Oudheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Rapenburg ter hoogte van het Universiteitsgebouw RAP70;</p>\n<p class=\"lf-p\">De Trouwsteiger in de Nieuwe Rijn ter hoogte van het Stadhuis;</p>\n<p class=\"lf-p\">De Maliebaan, ter hoogte van het gebouw van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden aan de Witte Singel 1;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijlpoort, direct ten oosten van het terras, in de Oude Rijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3 Afmetingen ligplaatsen De ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen zoals bedoeld in dit ligplaatsenplan hebben een standaard afmeting. Iedere ligplaats is een box met een lengte aan de kade van 12,5 meter en een breedte van 4 meter. Conform artikel 3.36 van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 mag de vergunninghouder naar eigen inzicht gebruik maken van de ligplaats voor elk van zijn bedrijfsvaartuigen, mits hij daarbij de buitengrenzen van de individuele ligplaats niet overschrijdt. In het geval dat hij meerdere aaneengesloten ligplaatsen ten behoeve van bedrijfsvaartuigen heeft kan van het geheel van die ligplaatsen gebruik maken voor elke van zijn bedrijfsvaartuigen - inclusief de tussen iedere ligplaats geprojecteerde twee-meter vaartuigvrije zone - mits hij daarbij de buitengrenzen van de gezamenlijk aaneengesloten ligplaatsen niet overschrijdt. In voorkomende gevallen is er sprake van een afwijkende maat van een ligplaats, bijvoorbeeld indien de breedte van de watergang een smallere ligplaats noodzakelijk maakt om de doorvaart te garanderen of indien door lokale omstandigheden in het verleden een vergunning voor een afwijkende maatvoering is verleend. Voor die gevallen wordt maatwerk toegepast. Deze afwijkende maatvoering wordt in de bij dit ligplaatsenplan behorende tekening vermeld en in de voor die ligplaats verleende vergunning vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage3.Voorbeeldkaartjes terrassen Voorbeeldkaartje 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeldkaartje 2 Voorbeeldkaartje 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeldkaartje 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 4.Register Ecologische Bomen Gemeente Leiden Soort Nederlandse naam Ecologische waardering Abies amabilis Zilverspar 0 Abies concolor Colorado Zilverspar 0 Acer buergerianum Drietandesdoorn 0 Acer campestre Spaanse Aak, Veldesdoorn 3 Acer campestre 'Elsrijk' Spaanse Aak, Veldesdoorn 2 Acer campestre 'Queen Elizabeth' Spaanse Aak, Veldesdoorn 2 Acer campestre 'Red Shine' Spaanse Aak, Veldesdoorn 2 Acer capillipes Slangenhuidesdoorn 0 Acer cappadocicum Kolchische Esdoorn 1 Acer cappadocicum 'Rubrum' Kolchische Esdoorn 1 Acer cissifolium 0 Acer freemanii 'Armstrong' 0 Acer freemanii 'Autumn Blaze' 0 Acer ginnala Chinese Esdoorn 0 Acer lobelii 1 Acer monspessulanum Franse Esdoorn 1 Acer negundo Vederesdoorn, Californische Esdoorn 0 Acer platanoides Noorse Esdoorn 2 Acer platanoides 'Atropurpurea' Noorse Esdoorn 2 Acer platanoides 'Autumn Blaze' Noorse Esdoorn 2 Acer platanoides 'Columnare' Noorse Esdoorn 2 Acer platanoides 'Crimson King' Noorse Esdoorn 2 Acer platanoides 'Faassens Black' Noorse Esdoorn 2 Acer platanoides 'Globosum' Noorse Esdoorn 2 Acer platanoides 'Royal Red' Noorse Esdoorn 2 Acer platanoides 'Schwedleri' Noorse Esdoorn 2 Acer pseudoplatanus Gewone Esdoorn, Bergesdoorn 3 Acer pseudoplatanus 'Atropurpureum' Gewone Esdoorn, Bergesdoorn 2 Acer pseudoplatanus 'Erectum' Gewone Esdoorn, Bergesdoorn 2 Acer pseudoplatanus 'Leopoldii' Gewone Esdoorn, Bergesdoorn 2 Acer pseudoplatanus 'Negenia' Gewone Esdoorn, Bergesdoorn 2 Acer pseudoplatanus 'Rotterdam' Gewone Esdoorn, Bergesdoorn 2 Acer rubrum Rode Esdoorn 0 Acer rubrum 'Scanlon' Rode Esdoorn 0 Acer rufinerve Grijze Streepjesbastesdoorn 0 Acer saccharinum Zilveresdoorn, Witte Esdoorn 0 Acer saccharinum 'Asplenifolium' Zilveresdoorn, Witte Esdoorn 0 Acer saccharinum 'Laciniatum Wieri' Zilveresdoorn, Witte Esdoorn 0 Aesculus carnea Rode Paardenkastanje 0 Aesculus carnea 'Briotii' Rode Paardenkastanje 0 Amerikaanse Paardenkastanje, Gele Aesculus flava 'Vestita' Pavia 0 Aesculus glabra 0 Aesculus hippocastanum Witte Paardenkastanje 0,5 Aesculus hippocastanum 'Baumannii' Dubbelbloemige Paardenkastanje 0,5 Aesculus hippocastanum 'Pyramidalis' 0,5 Aesculus parviflora Herfstpaardenkastanje 0 Aesculus pavia Rode Pavia 0 Aesculus pavia 'Atrosanguinea' 0 Ailanthus altissima Hemelboom -1 Albizia julibrissin Perzische Slaapboom 0 Alnus cordata Hartbladige Els 2 Alnus glutinosa Gewone Els, Zwarte Els 4 Alnus glutinosa 'Imperialis' 1 Alnus glutinosa 'Laciniata' 1 Alnus glutinosa 'Pyramidalis' 1 Alnus incana Witte Els, Grijze Els 3 Alnus incana 'Aurea' Goudels 2 Alnus incana 'Laciniata' 1 Alnus x spaethii 'Spaeth' 0 Amelanchier arborea 'Robin Hill' Krentenboompje 0 Amelanchier lamarckii</p>\n<p class=\"lf-p\">Krentenboompje 1 Amelanchier lamarckii 'Ballerina' Krentenboompje 1 Aralia elata Duivelswandelstok, Engelenboom, 0 Betula albonisinens 'Fascination' 0,5 Betula ermanii 0,5 Betula ermanii 'Holland' 0,5 Betula jacquemontii Witte Himalayaberk 0,5 Betula nigra Zwarte Berk Of Rode Berk 0,5 Betula papyrifera Papierberk 0,5 Betula pendula Ruwe Berk 4 Betula pendula 'Fastigiata' Zuilberk 2 Betula pendula 'Purpurea' 2 Betula pendula 'Tristis' Treurberk 2 Betula pendula 'Youngii' Prieelberk 2 Betula pubescens Zachte Berk 4 Betula utilis 'Doorenbos' 0,5 Carpinus betulus Gewone Haagbeuk 3 Carpinus betulus 'Columnaris' 3 Carpinus betulus 'Fastigiata' 3 Carpinus betulus 'Frans Fontaine' 1 Carpinus betulus 'Quercifolia' Eikbladige Haagbeuk 3 Castanea sativa Tamme Kastanje 2 Catalpa bignonioides Trompetboom, Grote Trompetboom 0 Catalpa bignonioides 'Nana' 0 Cedrus atlantica Atlasceder 0,5 Cedrus atlantica 'Glauca' Blauwe Atlasceder 0,5 Cedrus deodara Himalayaceder 0,5 Cedrus libanii Libanonceder 0,5 Cedrus libanii 'Glauca' Blauwe Ceder 0,5 Oosterse Netelboom, Europese Celtis australis Netelboom 0,5 Cercidiphyllum japonicum Katsuraboom 0,5 Cercis siliquastrum Judasboom 1 Chamaecyparis lawsoniana Californische Cypres 0 Cladrastis kentukea Geelhout 0 Clerodendrum trichotomum Pindakaasboom, Kansenboom 0 Cornus controversa Reuzenkornoelje, Pagodekornoelje 0 Cornus florida Veelbloemige Kornoelje 0 Cornus florida 'Rubra' 0 Cornus mas Gele Kornoelje 3 Corylus avellana Gewone Hazelaar 3 Corylus colurna Boomhazelaar,Turkse Hazelaar 1 Corylus colurna 'VDB Obelisk' 1 Corylus maxima Lambertsnoot 1 Crataegus chlorosarca 0 Crataegus crus-galli 'Salicifolia' 0 Crataegus grignonensis 0 Crataegus laevigata Tweestijlige Meidoorn 3 Crataegus laevigata 'Paul's Scarlet' Rode Meidoorn 1 Crataegus lavallei 1 Crataegus lavallei 'Carrierei' 1 Crataegus monogyna Eénstijlige Meidoorn 4 Crataegus monogyna 'Stricta' Opgaande Meidoorn 3 Crataegus persimilis Pruimbladige Meidoorn 0 Crataegus persimilis 'Splendens' 0 Crataegus pubescens 1 Cupressocyparis leylandii Leyland Cypres 0 Cydonia oblonga Kweepeer 2 Diospyros lotus Dadelpruim 2 Elaeagnus angustifolia Smalbladige Olijfwilg 0 Eriolobus trilobatus 2 Euonymus alatus Kardinaalsmuts 0 Euonymus europaeus Wilde Kardinaalsmuts 4 Fagus sylvatica Gewone Beuk 3 Fagus sylvatica 'Atropunicea' 3 Fagus sylvatica 'Dawyck Purple' 3 Fagus sylvatica 'Dawyck' Zuilbeuk 3 Fagus sylvatica 'Fastigiata' 3 Fagus sylvatica 'Pendula' 3 Fagus sylvatica 'Purpurea' 3 Fagus sylvatica 'Riversii' 3 Ficus carica Vijg 0,5 Fraxinus americana Amerikaanse Es 0 Fraxinus americana 'Autumn applause' 0 Fraxinus americana microcarpa 0 Fraxinus angustifolia Smalbladige Es 1 Fraxinus angustifolia 'Elegantissima'</p>\n<p class=\"lf-p\">0 Fraxinus Angustifolia 'Monophylla' 0 Fraxinus angustifolia 'Raywood' 0 Fraxinus excelsior Gewone Es 3 Fraxinus excelsior 'Allgold' 1 Fraxinus excelsior 'Altena' 1 Fraxinus excelsior 'Atlas' 1 Fraxinus excelsior 'Diversifolia' Eenbladige Es 1 Fraxinus excelsior 'Eureka' 1 Fraxinus excelsior 'Jaspidea' Goudes 2 Fraxinus excelsior 'Nana' 1 Fraxinus excelsior 'Pendula' Treures 1 Fraxinus excelsior 'Westhofs Glorie' 1 Fraxinus ornus Pluim-Es, Bloem-Es, Manna-Es 1 Fraxinus ornus 'Arie Peters' 1 Fraxinus ornus 'Meczek' 1 Fraxinus ornus 'Obelisk' 1 Fraxinus pennsylvanica Zachte Es 0 Fraxinus pennsylvanica 'Aerial' 0 Fraxinus pennsylvanica 'Summit' 0 Fraxinus pennsylvanica 'Zundert' 0 Ginkgo biloba Japanse Notenboom 0,5 Ginkgo biloba 'Fastigiata' 0,5 Gleditsia triacanthos Valse Christusdoorn 0 Gleditsia triacanthos 'Elegantissima' 0 Gleditsia triacanthos 'Inermis' 0 Gleditsia triacanthos 'Sunburst' 0 Gymnocladus dioicus Doodsbeenderenboom 0 Gewone Hulst, Groene Hulst, Scherpe Ilex aquifolium Hulst 3 Juglans nigra Zwarte Walnoot 0 Juglans regia Gewone Walnoot, Okkernoot 2 Juglans regia 'Belnoot' 0 Juglans regia 'Buccaneer' 0 Juniperus virginiana 0 Koelreuteria paniculata Chinese Vernisboom, Blazenboom 0 Koelreuteria paniculata 'Fastigiata' 0 Laburnum anagyroides Gewone Goudenregen 1 Laburnum watereri 1 Laburnum watereri 'Vossii' 1 Larix decidua Europese Lariks 1 Larix kaempferi Japanse Lariks 0 Liquidambar styraciflua Amberboom 0,5 Liquidambar styraciflua 'Gumball' 0,5 Liquidambar styraciflua 'Moraine' 0,5 Liquidambar styraciflua 'Paarl' 0,5 Liquidambar styraciflua 'Worplesdon' 0,5 Liriodendon tulipifera Amerikaanse Tulpenboom 0,5 Liriodendron chinense Chinese Tulpenboom 0,5 Liriodendron tulipifera 'Aureomarginatum' 0 Liriodendron tulipifera 'Fastigiatum' 0 Magnolia 'Galaxy' 0,5 Magnolia 'Heaven Scent' 0,5 Magnolia grandiflora 'Galissonière' 0 Magnolia kobus 0,5 Magnolia kobus var borealis 0,5 Magnolia soulangeana 0,5 Malus 'Adams' Sierappel 1 Malus 'Golden Hornet' Sierappel 2 Malus 'John Downie' Sierappel 1 Malus 'Liset' Sierappel 1 Malus 'Makamik' Sierappel 1 Malus 'Professor Sprenger' Sierappel 2 Malus 'Radiant' Sierappel 1 Malus 'Red Sentinel' Sierappel 1 Malus 'Rudolph' Sierappel 1 Malus baccata 'Street Parade' Sierappel 2 Malus domestica Appel 4 Malus domestica 'Elstar' Appel 4 Malus domestica 'Jonagold' Appel 4 Malus floribunda 1 Malus sieversii 2 Malus spectabilis 1 Malus sylvestris Wilde Appel 4 Malus toringo 2 Malus toringo 'Sargentii' 2 Malus tschonoskii 1 Mespilus germanica Mispel 2 Metasequoia glyptostroboides Chinese Moerascipres 0 Morus alba Witte Moerbei 1 Morus nigra Zwarte Moerbei 1 Nothofagus antarctica Zuidelijke Beuk, Schijnbeuk 0 Nyssa sylvatica</p>\n<p class=\"lf-p\">Zwarte Tupeloboom 0,5 Ostrya carpinifolia Europese Hopbeuk 1 Parrotia persica Perzisch Ijzerhout 0,5 Parrotia persica 'Vanessa' 0,5 Paulownia tomentosa Anna Paulowna Boom 0 Picea abies Fijnspar 2 Pinus nigra Oostenrijkse Den 3 Pinus nigra var. nigra Oostenrijkse Den 3 Pinus peuce Balkanden 1 Pinus pinaster Zeeden 1 Pinus strobus Weymouthden 1 Pinus sylvestris Grove Den, Vliegden 3 Platanus hispanica Gewone Plataan 0 Platanus hispanica 'Bloodgood' 0 Platanus hispanica 'Tremonia' 0 Platanus orientalis Oosterse Plataan 0 Platanus orientalis 'Digitata' 0 Populus alba Witte Abeel 3 Populus alba 'Pyramidalis' 3 Populus alba 'Raket' 3 Populus balsamifera Ontariopopulier 3 Canada-Populier, Zwarte Hybride- Populus canadensis Populier 3 Populus canadensis 'Robusta' 3 Populus canescens Grauwe Abeel, Grijze Abeel 3 Populus nigra Europese Zwarte Populier 3 Populus nigra 'Italica' Italiaanse Populier 3 Populus nigra 'Vereecken' 3 Populus simonii 'Fastigiata' 0 Populus tremula Ratelpopulier, Trilpopulier, Esp 3 Populus tremula 'Erecta' Witte Balsempopulier, Haarvruchtige 3 Populus trichocarpa Populier 0 Populus x canescens 'Enniger' 3 Prunus 'Accolade' 0 Prunus 'Pandora' 0 Prunus 'Spire' 0 Prunus 'Umineko' 0 Prunus amygdalopersica 0 Prunus avium Zoete Kers, Kriek, Limburgse Boskriek, Wilde Kers, Boskers 3 Prunus avium 'Landscape Bloom' 3 Prunus avium 'Plena' 2 Prunus cerasifera Kerspruim 3 Prunus cerasifera 'Nigra' Kerspruim 1 Prunus domestica 'Hauszwetsche' 3 Prunus domestica 'Opal' 3 Prunus domestica 'Victoria' 3 Prunus dulcis Amandelboom 1 Prunus eminens 'Umbraculifera' 1 Prunus gondouinii 0 Prunus gondouinii 'Schnee' 0 Prunus maacki 0 Prunus maackii 'Amber Beauty' 0 Prunus padus Gewone Vogelkers 3 Prunus padus 'Albertii' 3 Prunus padus 'Watereri' 3 Prunus sargentii 0 Prunus sargentii 'Charles Sargent' 0 Prunus sargentii 'Rancho' 0 Prunus schmittii 0 Prunus serotina Amerikaanse Vogelkers -1 Prunus serrulata Japanse Sierkers 0 Prunus serrulata 'Amanogawa' 0 Prunus serrulata 'Fugenzo' 0 Prunus serrulata 'Kanzan' 0 Prunus spinosa Sleedoorn 4 Prunus subhirtella Winterbloeiende Kers 0 Prunus subhirtella 'Autumnalis Rosea' 0 Prunus subhirtella 'Autumnalis' 0 Prunus yedoensis 0 Prunus yedoensis 'Akebono' 0 Pterocarya fraxinifolia Gewone Vleugelnoot 0,5 Pterocarya stenoptera Chinese Vleugelnoot 0 Pyrus 'Saint Remy' Stoofpeer 2 Pyrus calleryana Chinese Sierpeer -1 Pyrus calleryana 'Capitol' -1 Pyrus calleryana 'Chanticleer' -1 Pyrus calleryana 'Redspire' -1 Pyrus communis Peer 3 Pyrus communis 'Beech Hill' 2 Pyrus communis 'Beurré Hardy' 2 Pyrus communis 'Doyenné du Comice' 2 Quercus castaneifolia 'Green Spire' Kastanjebladige Eik 1 Quercus cerris Moseik, Turkse Eik 1 Quercus frainetto</p>\n<p class=\"lf-p\">Hongaarse Eik 1 Quercus ilex Steeneik 1 Quercus palustris Moeraseik 0 Quercus petraea Wintereik 3 Quercus petraea 'Eastcolumn' 2 Quercus phellos Wilgbladige Eik 0 Quercus robur Zomereik 4 Quercus robur 'Fastigiata Koster' Piramidale Eik 3 Quercus robur 'Fastigiata' 3 Quercus rubra Amerikaanse Eik -1 Quercus turneri 'Pseudoturneri' 0 Rhamnus frangula Sporkehout 3 Rhus typhina Fluweelboom -1 Gewone-, Schijn-, Witte- Of Valse Robinia pseudoacacia Acacia, Robinia -1 Robinia pseudoacacia 'Aurea' -1 Robinia pseudoacacia 'Bessoniana' -1 Robinia pseudoacacia 'Frisia' -1 Robinia pseudoacacia 'Pyramidalis' -1 Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera' -1 Robinia pseudoacacia 'Unifoliola' -1 Salix alba Gewone Wilg, Schietwilg, Witte Wilg 4 Salix alba 'Barlo' 3 salix alba 'Belders' 3 Salix alba 'Chermesina' 3 Salix alba 'Het Goor' 3 Salix alba 'Sericea' 3 Salix alba 'Vitellina' 3 Salix alba cv.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Salix babylonica 'Tortuosa' Kronkelwilg 2 Salix babylonica 'Umbraculifera' Chinese Treurwilg 2 Salix caprea Boswilg, Waterwilg 4 Salix fragilis Kraakwilg, Broze Wilg 3 Salix pentandra Laurierwilg 2 Salix sepulcralis 'Chrysocoma' Gele Treurwilg 4 Sambucus nigra Vlier 3 Sequoiadendron giganteum Mammoetboom 0,5 Sophora japonica Honingboom 0 Sophora japonica 'Regent' 0 Sorbus americana Amerikaanse Lijsterbes 0 Sorbus aria Meelbes 2 Sorbus aria 'Gigantea' 2 Sorbus aria 'Magnifica' 2 Sorbus aria 'Majestica' 2 Sorbus arnoldiana 'Schouten' 0 Sorbus aucuparia Gewone Lijsterbes 4 Sorbus aucuparia 'Fastigiata' 2 Sorbus decora 0 Sorbus domestica Peervormige lijsterbes 2 Sorbus hybrida 'Gibbsii' Finse Meelbes 1 Sorbus intermedia Zweedse Meelbes 1 Sorbus intermedia 'Brouwers' 1 Sorbus latifolia Breedbladige Meelbes 1 Sorbus latifolia 'Atrovirens' 1 Sorbus latifolia 'Henk Vink' 1 Sorbus thuringiaca Gedeelde Meelbes 2 Sorbus thuringiaca 'Fastigiata' Bastaard Meelbes 2 Sorbus torminalis Elsbes 2 Taxodium distichum Moerascypres 0,5 Taxus baccata Venijnboom, Gewone Taxus 2 Taxus baccata 'Fastigiata' Ierse Taxus 2 Thuja occidentalis Westerse Levensboom 0 Thuja orientalis Oosterse Levensboom 0 Thuja plicata Reuzenlevensboom 0 Tilia americana Amerikaanse Linde 0 Tilia americana 'Nova' 0 Tilia cordata Winterlinde, Kleinbladige Linde 3 Tilia cordata 'Erecta' 3 Tilia cordata 'Greenspire' 3 Tilia cordata 'Rancho' 3 Tilia europaea Hollandse Linde, Gewone Linde 3 Tilia europaea 'Euchlora' Krimlinde 3 Tilia europaea 'Pallida' Koningslinde 3 Tilia europaea 'Zwarte Linde' 3 Tilia platyphyllos Zomerlinde, Grootbladige Linde 3 Tilia tomentosa Zilverlinde 2 Ulmus 'Clusius' 2 Ulmus 'Columella' 2 Ulmus 'Dodoens' 2 Ulmus 'Plantijn' 3 Ulmus glabra Bergiep, Ruwe Iep 3 Ulmus glabra 'Camperdownii' Prieel-Iep 3 Ulmus glabra 'Exoniensis' Pluimiep 3 Ulmus hollandica Hollandse Iep 3 Ulmus hollandica 'Belgica' Vette Olm 3 Ulmus hollandica 'Commelin' 3 Ulmus hollandica 'Dampieri' Goudiep 3 Ulmus hollandica 'Lobel' 3 Ulmus hollandica 'Vegeta' 3 Ulmus hollandica 'Wredei' Goudiep 3 Ulmus minor Veldiep, Gladde Iep 3 Ulmus Resista 'New Horizon' 0 viburnum rhytidophyllum 0 Zelkova carpinifolia Kaukasische Schijniep 0,5 Zelkova serrata 0</p></div>", "next": 0}