{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Scenario 1 relatief lage investeringslasten met zich meebrengt, maar tot hogere kosten voor instandhouding zorgt. Ook de kosten voor beheer en exploitatie zullen – ondanks de inzet van vrijwilligers – enigszins toenemen; dit hangt samen met het decentrale aanbod en de beperkte exploitatiemogelijkheden van de accommodaties (kleine verzorgingsgebieden, lage bezetting door overcapaciteit). Ten aanzien van mobiliteit zijn geen aanvullende investeringen nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 2 hoge investeringslasten en hoge instandhoudingkosten kent; er wordt veel geïnvesteerd in de realisatie van nieuwe clusters die op kernniveau in stand worden gehouden. De kosten voor beheer en exploitatie nemen verder toe; vergeleken met scenario 1 nemen met name de personeelskosten enigszins toe (professionele ondersteuning van de vrijwilligers). Aanvullende investeringen op het gebied van mobiliteit zijn niet nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 3 vraagt om veel investeringen, maar leidt tot lagere instandhoudingkosten. De kosten voor beheer en exploitatie blijven min of meer gelijk met de huidige situatie. Enerzijds nemen de kosten toe doordat werkzaamheden (gedeeltelijk) door professionals worden ingevuld, anderzijds nemen de kosten voor beheer en exploitatie af doordat het aanbod aan accommodaties afneemt (volume) en de exploitatiemogelijkheden beter worden. In dit scenario zal geïnvesteerd moeten worden in (kleinschalige) vervoersvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 4 kent ook hoge investeringslasten, maar leidt (op termijn) tot lagere kosten voor instandhouding van voorzieningen. De exploitatielasten per voorzieningen zullen per saldo toenemen; enerzijds nemen de kosten toe door de inzet van professionals, anderzijds nemen de kosten af door de afname van het aantal accommodaties en de betere exploitatiemogelijkheden. De investeringen in mobiliteitsvoorzieningen zijn in dit scenario relatief hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage 2 is een toelichting voor de verschillende kostensoorten per scenario opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betrokkenheid van partijen Niet alleen de gemeenten spelen een rol bij de totstandkoming en instandhouding van voorzieningen; ook maatschappelijke partners, commerciële partijen en ‘de gemeenschap’ hebben hierin een rol, ook in financiële zin. In onderstaande tabel is aangegeven wat van welke partijen wordt verwacht in ieder scenario.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Gemeente Met name de gemeente zal in dit scenario de kosten dragen voor de voorzieningenstructuur De gemeente is in dit scenario vooral faciliterend en gericht op instandhouding van de voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met name de gemeente zal in dit scenario de kosten dragen voor de voorzieningenstructuur De gemeente is in dit scenario sturend, met name in het doorvoeren van de gewenste clustering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente zal in dit scenario, samen met maatschappelijke partners als zorginstelling, onderwijsinstelling en woningcorporaties, de kosten dragen, zowel in de investeringen in de multifunctionele clusters in de (middel)grote kernen als in de instandhoudings- en beheerlasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente is in dit scenario coördinerend, met name in het herschikken van de voorzieningen over de verschillende schaalniveaus.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente zal in dit scenario, samen met maatschappelijke partners als zorginstelling, onderwijsinstelling en woningcorporaties, een groot deel van de kosten dragen, zowel in de investeringen in de multifunctionele clusters in de (middel)grote kernen als in de instandhoudings- en beheerlasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente heeft in dit scenario een procesrol, met name in de tot standkoming van vernieuwingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkings- partners In dit scenario zijn er niet veel samenwerkingspartners voor de gemeente. De gemeente blijft grotendeels alleen verantwoordelijk voor de voorzieningen en subsidieert en ondersteunt de lokale gemeenschap en het verenigingsleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het ontbreken van vernieuwingen zijn mogelijke maatschappelijke partners (woningcorporaties, schoolbesturen, zorginstellingen) moeilijker te interesseren voor gezamenlijke investeringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De private sector is in dit scenario niet in beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningcorporaties, zorginstellingen en onderwijsinstellingen zijn logische partners bij de ontwikkeling van de geclusterde voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vraag is wel of deze partners een decentraal voorzieningen- aanbod in relatief kleine verzorgingsgebieden kunnen/ willen blijven bekostigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De private sector is nauwelijks beperkt in beeld. Voorzieningen blijven een gemeentelijke aangelegenheid Woningcorporaties, zorginstellingen en onderwijsinstellingen zijn logische partners bij de ontwikkeling van de multifunctionele centra én de decentrale ontmoetingspunten voor senioren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaalniveaus in dit scenario sluiten immers goed aan bij de schaalniveaus waarop deze partners voorzieningen exploitabel kunnen aanbieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de totstandkoming en beheer en exploitatie van de (boven)regionale voorzieningen in de sport en leisure sfeer kunnen (beperkt) particuliere partijen betrokken worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningcorporaties, zorginstellingen en onderwijsinstellingen zijn logische partners bij de ontwikkeling van de multifunctionele centra in de middelgrote en hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De totstandkoming en beheer en exploitatie van de (boven)regionale voorzieningen in de sport en leisure sfeer worden bij voorkeur aan particuliere partijen overgelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Gemeenschap In dit scenario wordt veel gevraagd van de lokale gemeenschap. In feite bepaalt de lokale gemeenschap in de kern of er voldoende draagvlak blijft voor de instandhouding van de voorzieningen in de kern.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gemeenschap dit niet (meer) kan opbrengen zullen voorzieningen verdwijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten ondersteunen de bestaande sociale structuren in de kernen zoveel als mogelijk hierbij.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale gemeenschap/vrijwilligersinzet zal in dit scenario een belangrijke rol spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door ontmoeting, samenwerking en clustering zal de gemeenschapszin versterkt worden en het draagvlak vergroot worden voor het actief bijdragen aan de totstandkoming en instandhouding van (nieuwe) voorzieningen op kernniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten stimuleren dit door facilitering van de vernieuwing en versterking van de sociale structuur in de kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de lokale gemeenschap/vrijwilligers wordt in dit scenario minder verwacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De multifunctionele centra worden professioneel gerund.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociale samenhang vindt met name plaats rondom de woon- en leefbaarheiditems in de kernen en incidenteel bij de totstandkoming of vernieuwing van voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van voorzieningen is veelal individueel bepaald, al wordt wel een beroep gedaan op de lokale gemeenschappen om gezamenlijke vervoerssystemen naar de omliggende kernen te ondersteunen en activiteiten te initiëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten zet gericht in op versterking van de gemeenschapszin rondom activiteiten/diensten en minder rondom accommodaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario wordt weinig verwacht van de lokale gemeenschappen/ vrijwilligers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van de voorzieningen is individueel bepaald. De mensen zijn gebruikers/consumenten van voorzieningen, geen (co)producenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten zetten niet in op versterking van de sociale structuren rondom de voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Beoordeling van de scenario’s 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk vindt de beoordeling van de vier scenario’s plaats. Gekeken wordt in hoeverre de verschillende scenario’s aansluiten bij de opgave die er voor Zeeuws-Vlaanderen ligt. Allereerst geven we een korte toelichting op de criteria die zijn gehanteerd. Daarna volgt een samenvattende beoordeling en een advies. Overigens is geen weging toegekend aan de verschillende criteria (weging = 1). In bijlage 3 is een uitgebreide toelichting op de beoordeling gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2Beoordelingscriteria De volgende criteria zijn gehanteerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiting op demografische opgave: de mate waarin wordt ingespeeld op ontwikkelingen als bevolkingsafname, ontgroening, vergrijzing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiting op maatschappelijke ontwikkelingen: de mate waarin wordt ingespeeld op (autonome) ontwikkelingen als (verdergaande) individualisering, (verdere) opkomst 24-uurs economie, afname/wijziging vrijwilligerswerk, ontwikkeling van autonome naar regionaal ingebedde woondorpen en de daarmee veranderende behoefte van inwoners;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bereikbaarheid: de mate waarin voorzieningen bereikbaar zijn voor (potentiële) bezoekers en beoogde doelgroepen uitgaande van het huidige mobiliteitsbeleid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociale samenhang: mate waarin en wijze waarop de sociale samenhang binnen de gemeenschappen op kernniveau worden ondersteund door de voorzieningen(structuur);</p>\n<p class=\"lf-p\">Flexibiliteit: het vermogen om adequaat in te kunnen spelen op een (veranderende) vraag van (veranderende) doelgroepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking: de mate waarin initiatieven aan de (regionale) markt en/of maatschappelijke partners kunnen worden overgelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financiële robuustheid: het vermogen om (financiële) risico’s te verminderen door aanvullende inkomsten te genereren en/of kosten te besparen in de realisatie en/of de exploitatie van accommodaties;</p>\n<p class=\"lf-p\">Innovatief vermogen: de mate waarin vernieuwing bewerkstelligd kan worden en/of het vermogen ontstaat om veranderingen door te voeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteit: de mate waarin de kwaliteit van accommodaties en dienstverlening voldoende geborgd zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Continuïteit: de mate waarin het voortbestaan c.q. de openstelling van accommodaties en dienstverlening geborgd kan worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: de mate waarin de gemeentelijke (wmo) beleidsdoelstellingen worden gerealiseerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderscheidend vermogen: mate waarin aansluiting ontstaat bij de specifieke (geografische en cultuurhistorische) situatie van Zeeuws-Vlaanderen en mogelijkheid om Zeeuws-Vlaanderen te profileren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Draagvlak: de mate waarin het scenario (naar verwachting) aansluit bij de wensen en ideeën van maatschappelijke partners en inwoners van Zeeuws-Vlaanderen, uitgaande van de bijeenkomsten die in het kader van dit Masterplan Voorzieningen hebben plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3Beoordeling Onderstaande tabel geeft de beoordeling per scenario op de genoemde criteria weer. Er is geen weging toegekend aan de criteria; alle hebben evenzeer in de beoordeling meegewogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In “stoplicht kleuren” (rood= slecht, oranje = redelijk, groen = goed) is aangegeven hoe het scenario scoort op het betreffende criterium, met daaronder een korte beschrijving van de beoordeling. Bijlage 3 bevat een uitgebreide toelichting op de beoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 1 Dit scenario kan als zeer zwak beoordeeld worden het oogpunt van toekomstbestendigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 1 speelt in zijn geheel niet in op de opgave waar Zeeuws-Vlaanderen voor staat. Er wordt geen rekening gehouden met de kwantitatieve en kwalitatieve veranderingen in de vraag. De aanwezigheid van voorzieningen wordt weliswaar als centraal uitgangspunt overeind gehouden, maar aan items als kwaliteit, diversiteit, flexibiliteit, samenwerking en een veranderende behoefte wordt geen invulling gegeven. De overcapaciteit neemt verder toe en de verhouding vraag-aanbod raakt verder uit balans, waardoor de continuïteit van voorzieningen organisatorisch en financieel zwaar onder druk komt te staan. Zodra “de bodem onder het voorzieningenniveau wegvalt”, zullen voorzieningen verdwijnen zonder dat hiervoor een alternatief is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 2 Dit scenario is op de lange termijn onvoldoende robuust om antwoord te geven op de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen in Zeeuws-Vlaanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 2 probeert een evenwicht te vinden in de geschetste dilemma’s capaciteit/bereikbaarheid en behoud/vernieuwing. Hoewel hiermee een optimalisatieslag ten opzichte van de huidige situatie plaatsvindt, hinkt het scenario (te) zeer op twee gedachten: er wordt veel vernieuwd en geïnvesteerd, maar de overcapaciteit en versnippering blijft bestaan. Mede hierdoor kan geen goede invulling gegeven worden aan innovatie en diversiteit en vindt slechts een beperkte kwaliteitssprong plaats. De financiële continuïteit is zwak te noemen, doordat enerzijds wel moet worden geïnvesteerd, maar anderzijds de overcapaciteit blijft bestaan en er onvoldoende aansluiting wordt gezocht bij een veranderende vraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 3 Dit scenario kan als toekomstbestendig worden beoordeeld. Het complete en evenwichtige aanbod zorgt voor de noodzakelijke vernieuwingen, zonder dat radicaal afscheid wordt genomen van belangrijke waarden als bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen op redelijke afstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 3 vindt een goed evenwicht binnen de dilemma’s. Rekening wordt gehouden met een aantal specifieke kenmerken en kwaliteiten van Zeeuws-Vlaanderen, terwijl tevens een vernieuwingsslag wordt gemaakt waarmee actief kan worden ingespeeld op de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen in Zeeuws-Vlaanderen. Het scenario speelt in op de veranderende vraag en de (regionale) oriëntatie van mensen voor voorzieningen binnen de regio. Vraag en aanbod worden zowel kwantitatief als kwalitatief in evenwicht gebracht, hetgeen financiële en organisatorische continuïteit biedt. Het vraagt wel om de nodige investeringen, zowel in de realisatie en het beheer van voorzieningen als de bereikbaarheid ervan. Er zal een impuls gegeven moeten worden aan doelgroepvervoer tussen de kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 4 Dit scenario staat ver weg van de huidige situatie in Zeeuws-Vlaanderen en levert de grootste veranderopgave.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 4 zet zwaar in op de demografische en maatschappelijke veranderopgave, maar gaat daarbij voorbij aan de andere zijde van de dilemma’s en specifieke kenmerken van de Zeeuws Vlaamse situatie. Met name de bereikbaarheid en ondersteuning van de lokale samenhang komen in dit scenario onvoldoende uit de verf. Aan het hoogwaardige segment van voorzieningen wordt goed invulling gegeven, maar de basisvoorzieningen zijn (met name voor weinig mobiele groepen) letterlijk en figuurlijk op grote afstand aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4Advies Geadviseerd wordt om scenario 3 te kiezen als leidraad voor het voorzieningenbeleid in Zeeuws-Vlaanderen. Samenvattend kan gesteld worden dat scenario 3 het meest toekomstbestendig is en het beste invulling geeft aan de veranderingsopgave waar Zeeuws-Vlaanderen voor staat. Het borduurt voort op de eerder door gemeenten ingeslagen weg van clustering van voorzieningen en past nog altijd bij de historie en context van Zeeuws-Vlaanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 3 vraagt wel om een nieuwe beleidsoriëntatie bij de planning en instandhouding van voorzieningen. Het idee dat “iedere kern zijn eigen pakket aan voorzieningen moet hebben”, wordt in dit scenario losgelaten. Evenwicht in vraag en aanbod, kwaliteitssprong, optimale schaalniveaus, diversiteit en financiële robuustheid zullen evenzeer moeten worden meegenomen in de beleidsafwegingen die worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een belangrijke nuancering is dat het scenario niet in een keer of op korte termijn hoeft te worden doorgevoerd. Het scenario kan al leidraad worden gezien voor toekomstige keuzes die worden gemaakt of als kompas dat de nieuwe koers voor voorzieningen aangeeft. Het idee van een voorzieningenstructuur zoals beschreven in scenario 3 is de zogenaamde stip op de horizon en wordt gezien als “een toekomstbestendige voorzieningenstructuur in 2030”.</p>\n<p class=\"lf-p\">4Leidraad implementatie 4.1Inleiding In de vorige hoofdstukken is de opgave voor Zeeuws-Vlaanderen voor de komende jaren benoemd en is een aantal mogelijke scenario’s geschetst. Deze zijn uitvoerig beschreven en beoordeeld en op basis daarvan is scenario 3 door de projectgroep als ‘meest toekomstbestendig’ benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario gaat uit van “transformatie van de bestaande voorzieningenstructuur en een herschikking van voorzieningen”. Dit biedt goede mogelijkheden om in te spelen op de veranderende vraag en ontwikkelingen die zich voordoen en haakt tegelijkertijd aan op belangrijke waarden als bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen, ook op lokaal niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervan uitgaande dat dit scenario het toekomstbeeld c.q. de beleidslijn voor de komende jaren vormt (“de stip op de horizon”), gaan we er van uit dat het totale aanbod aan voorzieningen (in aantal en m²) op termijn afneemt (vooral in de kleine kernen), maar dat de kwaliteit, spreiding, diversiteit en exploiteerbaarheid van het voorzieningenaanbod als geheel juist toeneemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De grote vraag is hoe dat gerealiseerd kan worden, welke aanpak gehanteerd kan/moet worden, welke (concrete) mogelijkheden en aanknopingspunten zich voordoen en welke partijen nodig zijn in de verdere uitwerking. Want, zoals gesteld in de inleiding, het vaststellen van de stip op de horizon is “slechts het begin”.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk een eerste leidraad voor de implementatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2Uitgangspunten voor beleid Het vaststellen van een stip op de horizon wil niet zeggen dat een vooraf vastomlijnd eindplaatje wordt nagestreefd; het wil zeggen dat de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het betreffende scenario als vertrekpunt dienen voor de keuzes die worden gemaakt en de wijze waarop de voorzieningenstructuur in Zeeuws-Vlaanderen wordt ingericht. Het geeft de richting aan waarin het voorzieningenaanbod in Zeeuws-Vlaanderen zich de komende jaren zal ontwikkelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scenario 3 als stip op de horizon betekent dat de volgende uitgangspunten leidend zijn in de beleids- en planvorming rondom maatschappelijke voorzieningen in Zeeuws-Vlaanderen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Streven naar evenwicht in (lokale) vraag en aanbod; Gemeentelijke en regionale planning en afstemming; Behoud van leefbaarheid op kernniveau;</p>\n<p class=\"lf-p\">Clustering van voorzieningen en multifunctioneelf gebruik, ook op kernniveau;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwalitatief goede en bereikbare voorzieningen; Investeren in “rendabele” voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3Gezamenlijke aanpak Om zicht te krijgen op de kansen, mogelijkheden en knelpunten die zich voordoen, goede keuzes te kunnen maken én begrip te krijgen voor keuzes die gemaakt (moeten) worden, is het essentieel om maatschappelijke partijen, verenigingen en inwoners in de verdere uitwerking te betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Idealiter worden partijen en personen gericht benaderd en betrokken op het moment dat zich vraagstukken voordoen die voor hen relevant zijn of waar zij een rol in (kunnen) spelen. Daarnaast worden organisaties en inwoners bij voorkeur (periodiek) geïnformeerd en op de hoogte gehouden van ontwikkelingen die zich voordoen en keuzes die worden gemaakt. Dit voorkomt dat mensen onnodig worden belast, maar biedt hen wel de gelegenheid om te reageren en mee te denken. Het zorgt bovendien voor bewustwording en draagvlak. Het informeren en betrekken van partijen en personen is primair een gemeentelijke aangelegenheid, maar bij voorkeur trekken de gemeenten hierin wel gezamenlijk op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet alleen met (maatschappelijke) organisaties, verenigingen en inwoners moet afstemming plaatsvinden, ook tussen de Zeeuws Vlaamse gemeenten onderling moet regelmatig afstemming plaatsvinden. Scenario 3 gaat immers uit van regionale afstemming van het voorzieningenaanbod en het voorkomen van onderlinge concurrentie. Daarnaast vragen zaken als bereikbaarheid en mobiliteit om een gemeenteoverstijgende aanpak. Bij voorkeur wordt een intergemeentelijk overlegorgaan ingericht (strategie, aanpak, voortgang, etc.) en wordt ook de besluitvorming door Colleges en Raden gedeeld/afgestemd. Tenslotte zal ook overleg gevoerd moeten worden met de gemeenten in de Vlaamse grensregio.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het procesplan dat door de projectgroep Masterplan Voorzieningen Zeeuws-Vlaanderen is opgesteld, gaat hier nader op in.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4Aanpak per beleidsveld De verschillen per beleidsveld zijn groot en er doen zich in ieder beleidsveld andere ontwikkelingen voor. Elk beleidsveld vraagt om een eigen aanpak en biedt meer of minder mogelijkheden om (de uitgangspunten van) scenario 3 in praktijk te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens bijeenkomsten met de gemeentelijke werkgroepen en de bijeenkomsten met burgers en maatschappelijke partijen is gevraagd welke ontwikkelingen zich voordoen en in hoeverre op (lopende) initiatieven kan worden aangehaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieruit blijkt dat er ‘al veel gebeurt’ en dat gemeenten bewust of onbewust op onderdelen al uitgangspunten uit scenario 3 hanteren in de beleids- of planvorming rondom voorzieningen. Ook in de visie en ambitie van inwoners en maatschappelijke partijen komen deze uitgangspunten in meer of mindere terug. Hieronder een beschrijving per beleidsveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderwijs en kinderopvang Op het gebied van onderwijs doen zich diverse ontwikkelingen voor. Duidelijk is dat hier de komende jaren grote veranderingen optreden en dat de vraag sterk zal afnemen. Schoolbesturen staan voor de enorme opgave om de onderwijskundige kwaliteit van en diversiteit binnen het basisonderwijs te behouden en basisscholen bereikbaar te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schoolbesturen en andere betrokken partijen zijn zich hiervan bewust en hebben afgelopen jaar in opdracht van het Platform Primair Onderwijs Zeeland (PPOZ) het traject “Onderwijs Ons Goed” doorlopen. Conclusie van dit traject is dat het idee van “in iedere kern een basisschool (noodgedwongen) los moet worden gelaten”; een schaalsprong in het onderwijs is nodig. Er wordt nagedacht over “nieuwe creatieve schoolconcepten”, wet- en regelgeving, fusies en samenwerking. Als voorbeeld is genoemd, het ontstaan van samenwerkingsscholen in Biervliet en Sluiskil en de plannen rondom “uw nieuwe toekomst”, waarbij de mogelijkheden voor (verdere) samenwerking tussen het ROC en de Universiteit van Gent worden onderzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit sluit naadloos aan bij (de uitgangspunten van) scenario 3 en moet worden aangegrepen om beide trajecten (verder) op elkaar aan te sluiten en aan concrete oplossingsrichtingen te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals ook al aangegeven in het PPOZ-rapport moet de aansluiting worden gezocht met andere kindfuncties, zoals kinderdagopvang en peuterspeelzaalwerk. Dit borduurt voort op de eerder ingezette en voorgestane lijn van verdergaande clustering en centralisatie van functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de laatste bijeenkomst met maatschappelijke partijen werd door vertegenwoordigers van de kinderopvang nadrukkelijk aangegeven dat kinderopvang “de school volgt, maar dat opschaling wenselijk is”. Tijdens de gemeentelijke werkgroepen werd aangegeven dat “dit vooral vanuit de besturen moet komen” en dat de zeggenschap en sturingsmogelijkheden van de gemeente op onderwijs beperkt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om schoolbesturen te stimuleren, zou een wijziging van het rijksbeleid wenselijk zijn; de bestaande ‘kleine scholen toeslag’ stimuleert besturen juist om kleine scholen in stand te houden. Dit sluit niet aan bij (de uitgangspunten van) scenario 3. Ook de grensoverschrijdende samenwerking is lastig vanwege de bestaande wet – en regelgeving (bijvoorbeeld in de financiering van scholen) en de onderlinge, culturele verschillen. Verschillende initiatieven zijn om die reden gestopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorg, ouderen en ontmoeting Ook op het gebied van zorg en ouderen doen zich ontwikkelingen voor. De vraag naar voorzieningen voor ouderen en (eerstelijns) zorg nemen sterk toe, als gevolg van de sterke vergrijzing. Daar komt bij dat zich grote veranderingen voordoen in de financiering van de zorg en het takenpakket van gemeenten. De overheveling van taken uit de AWBZ naar gemeenten betekent dat een groter beroep op ondersteuning vanuit de Wmo door de gemeenschap en/of de gemeente zal worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan gemeenten, zorgaanbieders en maatschappelijke instellingen gezamenlijk de taak op hier op in te spelen. Om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen (en betaalbaar te houden), wordt voorgesteld om nadrukkelijk de aansluiting te zoeken met welzijn- en ontmoetingsfuncties die op kernniveau worden aangeboden. Een proactieve aanpak in deze is gewenst. Dat biedt niet alleen goede mogelijkheden om aan de groeiende vraag van ouderen te voldoen, maar ook om de ontmoetingsfunctie op kernniveau in stand te kunnen houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de laatste bijeenkomst met maatschappelijke partijen is het dilemma tussen “beschikbaarheid en aanwezigheid op kernniveau’” en “efficiëntie en continuïteit in dienstverlening” uitvoering aan bod geweest. Hoewel de dienstverlening op kernniveau niet verloren mag gaan, lijkt de focus duidelijk te liggen op het laatste. De aanwezigheid van fysieke zorgvoorzieningen op kernniveau is bovendien geen voorwaarde om wel dienstverlening op kernniveau te kunnen bieden; technologie kan uitkomst bieden, evenals een multifunctionele voorziening op kernniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aantal (lopende) initiatieven dat tijdens de bijeenkomsten met de gemeentelijke werkgroepen en maatschappelijke partners is genoemd en aansluit bij (de uitgangspunten van) scenario 3:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouw van multifunctionele centra, Brede Scholen en zorgclusters in verschillende kernen ter vervanging van een aantal bestaande accommodaties (bijvoorbeeld Breskens, Sint Jansteen, Terneuzen, Kloosterzande);</p>\n<p class=\"lf-p\">Jongerenwerk dat gebruik maakt van bestaande (multifunctionele) voorzieningen in kernen waar geen voorzieningen voor jongeren is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Pilot integrale kindcentra waarbij niet alleen ruimtelijke samenwerking plaatsvindt, maar waarbij organisaties ook op bestuurlijk niveau samenwerken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal cultureel plan voor de kern Axel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sport Voor sport wordt voorgesteld om vooral aan te haken op mogelijkheden die zich voordoen en oplossingen te zoeken voor concrete problemen die zich voor (dreigen te) doen. Een meer reactieve houding vanuit de gemeenten is mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiteraard zijn de demografische ontwikkelingen (op termijn) wel degelijk van invloed op het verenigingsleven en de sportdeelname. Verenigingen zullen in de problemen komen en (noodgedwongen) gaan samenwerken of fuseren. Op dat moment moeten betrokken partijen met elkaar om de tafel. Ook op het moment dat sportvoorzieningen worden ge- of verbouwd, moeten partijen (proactief) met elkaar om de tafel om de mogelijkheden te bespreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de bijeenkomsten met de gemeentelijke werkgroepen en maatschappelijke partijen is de verwachting geuit dat dit “vanzelf gebeurt en de gemeente hier vooral niet al te hard in moet sturen.” Verenigingen “zoeken elkaar wel op als het moet”. Zo zien gemeenten ‘combinatieteams’ ontstaan en zijn verschillende verenigingen met elkaar in gesprek om de mogelijkheden voor samenwerking te bespreken. Tegelijkertijd zien zij ook onderlinge concurrentie ontstaan (“de strijd om spelers”).</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel biedt het Masterplan Voorzieningen goede handvaten voor de wijze waarop de gemeente op een eventuele ondersteuningvraag reageert. Een aantal voorbeelden dat tijdens de bijeenkomsten met de gemeentelijke werkgroepen en de maatschappelijke partijen is genoemd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stimuleren van samenwerking tussen verenigingen in plaats van financiële injectie in een noodlijdende vereniging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een structureel lage bezetting het besluit nemen om een voorziening af te stoten of te ‘downgraden, teneinde de kosten te verminderen (bijvoorbeeld recreatieveld in plaats van wedstrijdveld).</p>\n<p class=\"lf-p\">Culturele en leisure voorzieningen Voor culturele en leisure voorzieningen wordt bij voorkeur ingezet op regionale afstemming en programmering, vooral voor voorzieningen die een groter verzorgingsgebied nodig hebben en waarmee gemeenten zichzelf kunnen onderscheiden. Daarnaast kan worden ingezet op het aanbieden van dienstverlening op kernniveau, waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande, multifunctionele voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Terneuzen biedt van oudsher allerlei podiumfuncties, terwijl de gemeente Sluis meer toeristische aantrekkingskracht heeft en de gemeente Hulst vooral over cultuurhistorisch erfgoed beschikt. Bij voorkeur wordt hier sterk op ingezet en wordt – in overleg met culturele en toeristische organisaties (maatschappelijk en commercieel) bekeken hoe de regio Zeeuws-Vlaanderen “verder op de kaart kan worden gezet”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van initiatieven die aansluiten bij (de uitgangspunten van) scenario 3 die tijdens de bijeenkomsten met gemeentelijke werkgroepen en maatschappelijke partijen zijn genoemd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Centralisatie van de bibliotheek, in combinatie met dienstverlening/uitleen op scholen en kleinschalige, onbemande voorzieningen in de kernen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Plan “Houtmarkt”, waarbij verschillende (culturele) voorzieningen in de kern Hulst worden geclusterd en nadrukkelijk afstemming met het aanbod in de regio plaatsvindt (Zeeland-breed);</p>\n<p class=\"lf-p\">Investeringen die worden gedaan in de aantrekkelijkheid en clustering van de musea in Terneuzen (industrieel museum, museum van Axel, Portaal van Vlaanderen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervoer De Zeeuws-Vlaamse bevolking is zeer automobiel en daarmee in staat redelijk grote afstanden in de regio zelfstandig te overbruggen. Zij doen dat ook. Dit betekent dat het scenario 3 voor het overgrote deel van de inwoners wat bereikbaarheid betreft naar verwachting geen problemen oplevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de inrichting van het huidige openbaar vervoersysteem wordt er echter nog steeds van uitgegaan dat iedereen overal via lijndiensten moet kunnen komen. Het feitelijk gebruik van het openbaar vervoer is echter veelal beperkt tot de kleine groep “niet automobielen”. De uitgestrektheid van het gebied en de geringe bevolkingsdichtheid, gecombineerd met het gegeven dat meer dan 90% gebruik maakt van de eigen auto maakt openbaar vervoer in Zeeuws-Vlaanderen erg kostbaar en weinig efficiënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de bereikbaarheid van voorzieningen te bevorderen is het idee geuit om de verschillende bestaande vormen van vervoer te combineren en te komen tot een integraal vervoerssysteem. Denk bijvoorbeeld aan een combinatie van Wmo- en leerlingenvervoer. De algemene toegang tot het openbaar vervoer wordt wel gegarandeerd, maar georganiseerd ‘op afroep’. Er is dan vooral sprake van gerichte verkeersstromen en kleinschalige vervoerssystemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5Traject burgerparticipatie 5.1Inleiding Goed Zeeuws gebruik Een goed Zeeuws gebruik is om bij grote projecten die invloed hebben op de leefomgeving van burgers, de burgers ook daadwerkelijk te betrekken. Ook bij het Masterplan Voorzieningen Zeeuws-Vlaanderen was dit het geval; zowel burgers als maatschappelijke organisaties die werkzaam zijn in (een gedeelte van) Zeeuws-Vlaanderen zijn in het traject betrokken. Het traject vond plaats in de periode februari 2011 tot en met mei 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgers, organisatie en online participatie Er zijn drie bijeenkomsten per gemeente en drie bijeenkomsten voor maatschappelijke organisaties georganiseerd. In totaal hebben dus 12 bijeenkomsten plaatsgevonden. Daarnaast hadden burgers de mogelijkheid om online te participeren. De website www.nu2021.nl is hiervoor in het leven geroepen. Deze is opgezet en beheerd door Politiek Online.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer we in dit hoofdstuk spreken over ‘burgerparticipatie’, dan verwijst dit naar de consultatie van zowel burgers als maatschappelijke organisaties en zowel het fysieke als digitale gedeelte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opzet en begeleiding door Scoop Scoop had de projectleiding van het traject burgerparticipatie in nauwe samenwerking met de projectgroep en de werkgroep communicatie die door de gemeenten en provincie is samengesteld. De drie gemeenten hebben gekozen voor een externe gespreksleider, in de persoon van Marco van Dorst van Moveo.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2Doelstelling en aanpak Doelstelling Vooraf was door de colleges van de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten vastgesteld dat informeren en raadplegen van burgers het doel van de burgerparticipatie was (in termen van de participatieladder, zie bijlage 4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Methode en aanpak We navigeren in onzekere tijden. Niemand kan in de toekomst kijken en veranderingen staan op stapel. We zullen de stap naar de toekomst moeten maken; in het verleden blijven hangen, heeft geen zin. Hoewel de toekomst onvoorspelbaar is, willen we ons zo goed mogelijk voorbereiden en denken we nu alvast na over hoe die toekomst er (mogelijk) uit zal zijn. Het gaat om de kunst van het anticiperen, van voorbereid zijn op de toekomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als hulpmiddel bij de burgerparticipatie hebben we daarom gekozen voor de methode scenario schrijven. Het doel van deze methode is:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beter begrijpen, oprekken van denkbeelden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbeteren kwaliteit strategisch denken/converseren; Ontwikkelen van strategieën/opties voor de toekomst; Testen van opties, strategieën, visie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vertalen van strategieën naar concrete acties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kernvraag en aanpak We hebben de kernvraag geformuleerd tijdens een training scenario denken: “Wat moeten de gemeenten Sluis, Terneuzen, Hulst en de provincie Zeeland doen om in 2021 Zeeuws Vlaanderen een aantrekkelijke leefomgeving met betrekking tot het voorzieningenniveau te laten zijn voor huidige, toekomstige en tijdelijke inwoners?”</p>\n<p class=\"lf-p\">In de training is het concept voor de burgerbijeenkomsten verder uitgewerkt. We hanteren twee assen: van economische groei naar economische stagnatie en van individuele welvaart naar gezamenlijk welzijn. Oftewel: individualisering of samen de schouders eronder?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ronde 1: Situatieschets en blik op de toekomst In ronde één hebben we een serie foto’s laten zien die mensen ‘los maken van vandaag’; het denkkader wordt opgerekt. “Wat ziet u op deze foto’s?”. Dat blijkt vaak iets anders te (kunnen) zijn dan wat iedereen op het eerste gezicht denkt. Op een vrolijke manier worden meerdere denkbeelden voor het voetlicht gebracht. Dat maakt de sfeer los en voorkomt dat men zich vast bijt in ‘klagen over het heden’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingen en opgave Een korte presentatie over de cijfers en feiten schetst het kader: Demografische ontwikkelingen laten zien dat er minder mensen in Zeeland zullen wonen, ook in Zeeuws-Vlaanderen is dat het geval. Hoeveel en welke voorzieningen zijn dan (nog) nodig? Hoeveel voorzieningen hebben we nu? Als we dat toetsten aan landelijke normen zien we dat er sprake is van overcapaciteit op bepaalde onderdelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als we bovenstaande afzetten tegen de prognoses, wordt duidelijk dat we iets zullen moeten doen. Maar wat? Dat hangt van de toekomst af. Hoe ontwikkelt die toekomst zich? Stel dat er sprake is van economische groei en individualisme, of van economische groei en samen de schouders er onder? En wat als we te maken krijgen met economische stagnatie. Op deze manier hebben we vier eindbeelden gemaakt. Daarin is aangegeven wat we als zekerheden ervaren en wat onzeker is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Krantenkoppen Per groep gaat men aan de slag om de eindbeelden aan te vervullen. Het gesprek erover voeren is belangrijk: men voelt dan aan waar het om gaat. Door middel van ‘het schrijven van krantenkoppen’ verfijnen we verder: Stel dat dit de werkelijkheid is van 2021: wat staat er dan in de krant van 16 februari 2021? Sorteer deze krantenkoppen op thema en ga dan ‘terug in de tijd’: Wat moeten we in 2019, 2017, 2015 enz tot 2011 doen om dat eindbeeld van 2021 te halen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Online participatie Meepraten via de website www.nu2021.nl kan ook. Voor mensen die niet aanwezig kunnen zijn, om andere doelgroepen te bereiken, en wanneer men aanvullend nog informatie kwijt wil, of informatie wil lezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ronde 2: Uitwerking toekomstbeelden In ronde twee gaan we door op wat is opgehaald: in de voorbereiding maken we de verhaallijn specifieker naar aanleiding van alle input, ook die via de website is opgehaald. Nu moet concreet worden wat er moet gebeuren en wie het moet doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de maatschappelijke organisaties volgen we hetzelfde traject, met hen gaan we ook in op de vraag welke impact de toekomstbeelden (mogelijk) hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ronde 3: Terugkoppeling en scenario’s In ronde drie koppelen we de uitgewerkte toekomstbeelden aan de uitkomsten van het traject dat ambtelijk wordt uitgevoerd: de inventarisatie, de transformatieopgave en de scenario’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alles tezamen mondt dat uit in een Masterplan Voorzieningen met een benoeming van het meest toekomstbestendige scenario. De input van de participatietrajecten heeft tot een diepere nuancering geleid bij het opstellen van de uiteindelijke scenario’s en biedt inzicht in haalbaarheid en draagvlak van de verschillende scenario’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3Opbrengst traject burgerparticipatie Bewustwording en inhoudelijke inbreng Dat heeft in elk geval geleid tot de volgende opbrengsten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Meer bewustwording rond bevolkingsontwikkeling en de noodzakelijke veranderingen in de voorzieningenstructuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoudelijke input die door burgers is geleverd, is gebruikt in de totstandkoming van de vier eindscenario's;</p>\n<p class=\"lf-p\">Input die geleverd is, kan gebruikt worden in de afweging die door gemeenteraden gemaakt wordt bij de bespreking van het Masterplan Voorzieningen Zeeuws-Vlaanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reactie op scenario’s Tijdens de bijeenkomsten is duidelijk geworden dat men zich realiseert dat ‘doorgaan op de oude voet’ onhoudbaar en niet wenselijk is. Inwoners zijn zich bewust van de veranderingen die zich voordoen en de impact daarvan op het voorzieningenniveau. Tegelijkertijd hechten mensen sterk aan hun leef- en woonomgeving en aan de historie van Zeeuws-Vlaanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verschillende toekomstbeelden en scenario’s zijn tijdens de bijeenkomsten besproken. Al snel bleek: elk scenario heeft zijn eigen voor- én nadelen en de meningen zijn verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over het algemeen kunnen we stellen dat vooral (de uitgangspunten van) scenario 2 en 3 door burgers en maatschappelijke partijen worden onderschreven. Opvallend was dat scenario 4 tijdens de bijeenkomst met maatschappelijke partijen – en dan met name het bedrijfsleven – positief werd beoordeeld, al werd hier ook de wens geuit voor ‘ontmoeting of dienstverlening op kernniveau’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijke aandachtspunten in de verdere uitwerking zijn: (behoud van) ontmoeting en leefbaarheid op kernniveau, bereikbaarheid en (politieke) haalbaarheid. Inwoners en organisaties zijn benieuwd naar het vervolg en willen betrokken blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4Waardering traject burgerparticipatie 5.4.1 BurgerbijeenkomstenIn totaal hebben circa 500 mensen deelgenomen aan de gemeentelijke burgerbijeenkomsten. Per gemeente zijn drie bijeenkomsten voor burgers georganiseerd; in totaal dus negen avonden in Zeeuws Vlaanderen. Daarnaast zijn drie bijeenkomsten voor maatschappelijke organisaties georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieronder een weergave van het aantal bezoekers, de waardering van bezoekers en opmerkingen die door bezoekers op het evaluatieformulier zijn gezet. Hierbij is geen onderscheid gemaakt naar gemeente. Ook de online bijdrage is hierin niet meegenomen; deze is te vinden op www.nu2021.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ronde 1 Totaal aantal deelnemers: ± 250. De waarderingscijfers voor de bijeenkomsten in de eerste ronde lagen tussen de 7 en de 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de opmerkingen die zijn gemaakt op het evaluatieformulier blijkt dat het traject zeker verwachtingen schept. Men hoopt van harte dat er daadwerkelijk keuzes worden gemaakt en actie wordt ondernomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een greep uit verwachtingen die zijn geuit t.a.v. het masterplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzichtig positief;</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel te hoog gegrepen. Veel onzekerheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Duidelijkheid over leven in Zeeuws Vlaanderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking met de andere gemeenten en België;</p>\n<p class=\"lf-p\">Na oplevering rapport 01/07/11 duidelijke communicatie over vervolgaanpak;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ook direct en zonder dralen wordt uitgevoerd! Zachte heelmeesters maken stinkende wonden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Te weinig specifiek, algemeen. Geen duidelijke keuze/visie Hangt af van welke reële plannen er uit deze besprekingen komen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plan heeft potentie succesvol te zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er weloverwogen oplossingen uitkomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hopelijk doet men er al iets mee en starten we in 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ronde 2 Totaal aantal deelnemers: ± 125. De waarderingscijfers voor de bijeenkomsten in de tweede ronde lagen ook hier bijna allemaal tussen de 7 en 8, met een uitschieter naar een 10 en eentje naar een 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwachtingen die via het evaluatieformulier zijn geuit ten aanzien van het Masterplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien Provincie Zeeland jaarlijks procesvoortgang bij alle Zeeuws-Vlaamse gemeentes bewaakt, is er grote kans van slagen op diverse ontwikkelingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Mooi plan, gevolg van goede opzet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb mijn vraagtekens bij het gebruik maken van de input van vanavond. Ben benieuwd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambitieus, hopelijk niet het zoveelste plan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik hoop dat er iets uitkomt, want anders blijven we zoals een aantal jaren geleden dromen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Staan de gemeentes open voor veranderingen, is daar geld voor over? Hopelijk valt het Masterplan in de toekomst niet in de Schelde;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoop dat de politiek ook besluiten die niet populair zijn durft te nemen. Leg uit waarom bepaalde besluiten worden genomen Een helder, goed leesbare plan waar de gemeente ook daadwerkelijk iets mee gaat doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ronde 3 Totaal aantal deelnemers: ± 125. De waarderingscijfers voor de bijeenkomsten in de derde ronde liggen ook nu weer tussen de 7 en de 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwachtingen die via het evaluatieformulier zijn geuit ten aanzien van het Masterplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Nog veel discussie nodig, scenario 3 meest realistisch;</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet zo hoog gespannen, hoop dat de wethouders voet bij stuk houden en duidelijke keuzes durven te maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hopelijk is er goed geluisterd naar de meningen van het publiek en kan de gemeente juiste beslissingen nemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een financiële onderbouwing ontbreekt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Eén antwoord is niet mogelijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.2 Bijeenkomsten maatschappelijke organisatiesRonde 1 Aantal deelnemers: 25. Het waarderingscijfer voor de totale bijeenkomst lag tussen de 7 en de 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een greep uit de verwachtingen die door de deelnemers zijn geuit ten aanzien van het Masterplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geheel afhankelijk van input burgers en omslag in denken door overheid; gematigd positief;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nog diffuus, maar ik geef het wel een kans;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hopelijk worden richtingen aangegeven die draagvlak hebben; Ambitieus insteken en lef tonen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nog te vroeg om hier iets zinnigs over te zeggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ronde 2 Aantal deelnemers: 22. Het waarderingscijfer voor de totale bijeenkomst lag tussen de 7 en de 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een greep uit de verwachtingen die door de deelnemers zijn geuit ten aanzien van het Masterplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Goede ideeën die gebruikt kunnen worden om voorbereid de toekomst in te gaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">De posters die gebruikt zijn waren mooi en duidelijk; Ben benieuwd naar het resultaat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Prioriteitsstelling vanuit bestuurlijke kracht?; Duidelijke richting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ronde 3 Aantal deelnemers: 24. Het merendeel van de aanwezigen gaf als waarderingscijfer voor de totale bijeenkomst een 8, een paar mensen gaven een 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een greep uit de verwachtingen die door de deelnemers zijn geuit ten aanzien van het Masterplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Goede leidraad met mogelijkheden voor diverse invulling; Zet aan tot nadenken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Biedt steun voor toekomstig beleid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Advies met een ontwikkelrichting dat bij de gemeentes tot een strategische beleidsrichting leidt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Richtinggevend voor toekomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.3 Online participatieDe online participatie werd gefaciliteerd door Politiek Online, een bedrijf dat ervaring heeft online burgerparticipatie. Dat heeft kwantitatief gezien de volgende opbrengsten opgeleverd: er zijn 27 Linkedin groepen berichten over het traject; er zijn 97 Hyves groepen en beheerders benaderd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu2021 volgde 508 mensen op Twitter, 88 volgen @nu2021 terug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Politiek Online stuurde tweewekelijks nieuwsflashes naar 385 e-mailadressen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De site nu2021.nl is gekoppeld aan de Google analytics tool. De site heeft sinds de start 2.775 bezoeken gehad van 1.650 unieke bezoekers. In totaal werden 8.263 pagina’s opgevraagd. Gemiddeld bezochten de bezoekers bijna 3 pagina’s en waren gemiddeld 2:35 minuten op de site. Ongeveer 70% van deze bezoekers wist de site direct te bereiken (intypen van de URL), 15% bereikte de site via een verwijzing op een andere site en 15% vond de site via een zoekmachine. Van de verwijzende sites was Google uiteraard het populairst, gevolgd door Linked In, gemeentehulst.nl en Twitter. Ook via PZC, een lokale website en Hyves wisten mensen de site te bereiken, maar daar gaat het niet om heel grote aantallen. De pagina’s van de drie rondes werden vergelijkbaar bezocht, ronde twee was het meest populair in termen van bezoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2 Toelichting financiën Onderstaand wordt voor de verschillende kostencomponenten per scenario een toelichting gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Totstandkoming voorzieningen (investeringen) In dit scenario vinden beperkte vernieuwingen plaats in het aanbod. De investeringslast is dan ook beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario vinden veel investeringen plaats door de clustering van voorzieningen in nagenoeg alle kernen. De investeringslast is hoog doordat deze vernieuwing in veel kernen plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maatschappelijk rendement is matig. Er zijn relatief hoge kosten mee gemoeid om de bereikbaarheid optimaal te houden, terwijl de bezetting van de accommodaties niet optimaal is en veel geïnvesteerd moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario wordt geïnvesteerd in een vernieuwing van het aanbod in de middelgrote kernen en hoofdkernen. De investeringslast is relatief hoog door de kwaliteitsimpuls en in mindere mate door de capaciteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maatschappelijk rendement is echter goed. De investeringen zorgen voor een kwalitatief hoogwaardig voorzieningenniveau dat een goed gebruik en bereik onder de bevolking kent.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario wordt geïnvesteerd in nieuwe, hoogwaardige gecentraliseerde voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maatschappelijk rendement op deze investeringen is redelijk. De voorzieningen kennen wel een goede bezetting, maar de bereikbaarheid voor kwetsbare groepen is wel laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Instandhouding voorzieningen (beheer en exploitatie) Gemeenten zullen in dit scenario veel geld kwijt zijn aan de instandhouding (onderhoud en exploitatie) van de vele voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maatschappelijke rendement is beperkt, aangezien de bezetting door de versnippering ook matig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vele geld gaat zitten in de instandhouding van een kwalitatief zwak voorzieningenaanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instandhoudinglasten zijn ook hoog doordat veel voorzieningen in alle kernen overeind worden gehouden en er overcapaciteit blijft bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel zijn er beperkte inverdieneffecten door de clustering van voorzieningen, waardoor minder m2 in stand gehouden hoeven te worden en efficiency in beheer en exploitatie gevonden kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instandhoudinglasten (onderhoud) zullen dalen aangezien de (over)capaciteit in zijn totaliteit zal afnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De accommodaties worden beter exploitabel doordat zij een betere bezetting/gebruik kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheerlasten in zijn totaliteit dalen omdat er minder locaties zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per locatie zullen de beheerlasten stijgen, doordat het beheer deels professioneel ingericht moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instandhoudinglasten zijn door de verregaande opschaling lager.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kunnen de beheer en exploitatielasten voor een deel door maatschappelijke partners en private partijen opgepakt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheerlasten in zijn totaliteit dalen omdat er minder locaties zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beheer dient wel professioneel ingericht te worden. Vrijwilligers spelen nauwelijks een rol in beheer en exploitatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteits- investeringen In dit scenario behoeven geen aanvullende investeringen in de mobiliteit plaats te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel zal het draagvlak voor de bestaande mobiliteitsvoorzieningen (en exploitatie) verder afnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario behoeven geen aanvullende investeringen in de mobiliteit plaats te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel zal het draagvlak voor de bestaande mobiliteitsvoorzieningen (en exploitatie) verder afnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario zal geïnvesteerd moeten worden in kleinschalige, gebundelde vervoersvoorzieningen voor doelgroepen naar de basisvoorzieningen in de naastgelegen kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstanden zijn relatief beperkt en de vervoersbewegingen geconcentreerd, waardoor de exploitatielasten hiervan relatief beperkt kunnen blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario zijn aanzienlijk geïnvesteerd moeten worden om de basisvoorzieningen voor doelgroepen bereikbaar te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstanden zijn relatief groot en de vervoersbewegingen divers, waardoor de exploitatielasten hoog zullen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3 Toelichting beoordeling scenario’s Criterium Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Aansluiting maatschappelijke ontwikkelingen Dit scenario speelt nauwelijks in op de maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario spelen verenigingen en vrijwilligers een belangrijke rol in de instandhouding van voorzieningen; zonder hen is instandhouding niet mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk zien we echter een terugloop in het aantal vrijwilligers; het wordt steeds lastiger om vrijwilligers te vinden die zich structureel en voor langere tijd voor een accommodatie willen inzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zeeuws-Vlaanderen wordt op dit moment gekenmerkt door een hoge mate van betrokkenheid en vrijwilligersinzet, maar de verwachting is dat de afname van het aantal vrijwilligers zich (op termijn) ook in Zeeland voordoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal potentiële vrijwilligers neemt bovendien af door de afname van het aantal inwoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario gaat uit van “samen de schouders eronder”; een grote mate van gemeenschapszin en lokale betrokkenheid is nodig om de decentrale voorzieningenstructuur in stand te kunnen houden. Dit sluit niet aan bij de trend van individualisering die zich landelijk en ook in Zeeuws-Vlaanderen voordoet. In dit scenario wordt bovendien gekozen voor een voorzieningenstructuur waarin elke kern over min of meer hetzelfde voorzieningenaanbod beschikt; er is weinig keuzevrijheid voor de “moderne consument”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenslotte wordt in dit scenario ervan uitgegaan dat de kerngerichtheid voor voorzieningen sterk aanwezig blijft, terwijl steeds meer een ontwikkeling te zien is van autonome dorpen naar regionaal ingebedde dorpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario sluit redelijk aan op maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario spelen verenigingen en vrijwilligers een belangrijke rol in de instandhouding van voorzieningen; zonder hen is instandhouding niet mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk zien we echter een terugloop in het aantal vrijwilligers.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario wordt de vrijwilligerstructuur echter versterkt en minder belast door clustering en samenwerking Ook dit scenario gaat uit van “samen de schouders eronder”; een bepaalde mate van gemeenschapszin en lokale betrokkenheid is nodig om de voorzieningen per kern in stand te kunnen houden. In dit scenario wordt dit echter wel op een moderne manier vormgegeven door stimulering van samenwerking op kernniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vernieuwde aanbod sluit beter aan bij de kwaliteitseisen van de moderne burger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel is er slechts sprake van beperkte diversiteit, waarmee dit minder aansluit bij de meer individueel ingestelde consument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Desondanks geldt ook in dit scenario dat er van uitgegaan wordt dat de mensen nadrukkelijk kiezen voor voorzieningen op korte afstand, terwijl een ontwikkeling gaande is dat mensen bereid zijn naar een andere kern te gaan voor andersoortige of kwalitatief hoogwaardigere voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario sluit goed aan op maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario vraagt om meer professioneel beheer. De kleinschalige steun- en ontmoetingspunten op kernniveau worden – voor zover aanwezig – door “de lokale gemeenschap” gerund; de grotere, multifunctionele voorzieningen worden door professionele (maatschappelijke) instellingen gerund, met ondersteuning van gebruikers en partners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario gaat niet uit van een lokale gemeenschap die zorgt voor instandhouding van een voorzieningenaanbod; het gaat uit van professioneel beheer. Mensen zijn niet “verplicht” om zich in te zetten voor de voorzieningen. Wel zal een beroep gedaan worden op inzet voor activiteiten. Dit sluit aan bij de verdergaande individualisering en nieuwe vormen van vrijwilligerswerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario biedt meer ruimte voor vernieuwing en investering; dat maakt dat inwoners meer keuzemogelijkheden hebben. Er is meer diversiteit in aanbod, kernen beschikken niet allemaal over hetzelfde aanbod aan voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit sluit aan bij de ontwikkeling waarin mensen bereid zijn te reizen voor een aanbod dat qua aard en/of kwaliteit aansluit bij hun keuze (de ontwikkeling van autonome naar regionaal ingebedde dorpen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario sluit aan op maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen, zoals de afname van het aantal vrijwilligers en de verdergaande individualisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario vraagt om professioneel beheer van voorzieningen. Er zijn alleen nog grote, multifunctionele voorzieningen en de complexiteit hiervan in beheer is hoog. Inwoners spelen geen rol in de instandhouding; zij zijn “slechts” consument van de voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijwilligerswerk wordt nauwelijks gestimuleerd door de voorzieningenstructuur in dit scenario. Er wordt vanuit gegaan dat dit niet meer haalbaar is. De voorzieningen komen hiermee ver af te staan van de lokale gemeenschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario biedt meer ruimte voor vernieuwing en investering. Er is meer diversiteit in aanbod, kernen beschikken niet allemaal over hetzelfde aanbod aan voorzieningen; dat maakt dat inwoners meer keuzemogelijkheden hebben, al zijn zij aanwezen op de voorzieningen in grotere voorzieningen in grotere kernen en afhankelijk van de bereikbaarheid ervan. Dit scenario gaat ervan uit dat nagenoeg alle dorpen zich ontwikkelen tot woondorpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Bereikbaarheid De bereikbaarheid van voorzieningen is in dit scenario hoog. Dagelijkse voorzieningen zijn in iedere kern en “op loopafstand” aanwezig; alleen voor grotere, specifieke voorzieningen zijn inwoners aangewezen op de grotere kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het draagvlak voor openbaar vervoer in sommige kernen neemt door de bevolkingskrimp wel verder af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Net als in scenario 1 staat in dit scenario de beschikbaarheid en bereikbaarheid van (basis)voorzieningen centraal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor reguliere, dagelijkse voorzieningen kunnen inwoners in hun eigen kern terecht, vaak ook nog in één multifunctionele accommodatie. Alleen voor grotere, specifieke voorzieningen zijn inwoners aangewezen op naastgelegen, grotere kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen is niet leidend in dit scenario; evenwicht in vraag en aanbod staat hierin centraal en aansluiting bij de veranderende behoefte. Dat betekent dat inwoners van kleine kernen gebruik maken van voorzieningen in de naastgelegen, middelkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel veelal binnen vijf kilometer aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mobiliteit is een belangrijk aandachtspunt in dit scenario, vooral voor kwetsbare groepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door gebundelde vervoersstromen kunnen hiervoor integrale kleinschalige vervoersvoorzieningen gerealiseerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bereikbaarheid van voorzieningen is een belangrijk minpunt in dit scenario, vooral voor ouderen en mensen met een beperkte actieradius.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen, ook basisvoorzieningen, zijn “op (grote) afstand” aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Investering in vervoersdiensten om dit te compenseren, is door de grote afstanden en dunbevolktheid moeilijker te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning sociale samenhang in de kernen In dit scenario speelt “de gemeenschap” een belangrijke rol in de instandhouding en exploitatie van voorzieningen. Omgekeerd kun je ook zeggen dat de voorzieningen een belangrijke rol spelen in het bevorderen van samenhang en leefbaarheid binnen de kern of gemeente; inwoners en verenigingen moeten samen de schouders eronder zetten om de decentrale voorzieningenstructuur in stand te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minpunt van dit scenario is echter dat de voorzieningen/vrijwilligers- organisaties veelal op zich zelf staan in de kern.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario speelt “de gemeenschap” een belangrijke rol in de instandhouding en exploitatie van voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale gemeenschap en leefbaarheid wordt versterkt en ondersteund door de clustering van voorzieningen waardoor de samenwerking en ontmoeting op kernniveau versterkt wordt Op kernniveau blijft een ontmoetingsvoorziening aanwezig. Deze draagt bij aan de sociale cohesie in het dorp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel leefbaarheidsaspecten worden via activiteiten georganiseerd en/ of de woonomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mensen worden aangesproken op andere vromen van vrijwilligerswerk en gemeenschapszin, bijv in het organiseren van gezamenlijke mobiliteit, ontwikkelen van nieuwe activiteiten en diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen dragen minder bij aan de sociale samenhang binnen een kern. Ook wordt de gemeenschapszin en betrokkenheid in dit scenario niet gestimuleerd; voorzieningen worden professioneel beheerd en zijn veelal op een hoger schaalniveau georganiseerd; de lokale gemeenschappen spelen hierin geen rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leefbaarheid wordt in dit scenario volledig rondom de woonfunctie gedefinieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Flexibiliteit Dit scenario scoort laag op het criterium flexibiliteit. Alles is gericht op instandhouding van de bestaande, decentrale voorzieningenstructuur. Op een enkele uitzondering na, zijn dit veelal solitaire voorzieningen die niet of nauwelijks multifunctioneel inzetbaar zijn. Het biedt weinig mogelijkheden om in te spelen op een veranderende vraag of omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario scoort beter op het criterium flexibiliteit dan scenario 1, maar nog altijd relatief laag. Het is gericht op instandhouding en realisatie van een multifunctionele, decentrale voorzieningenstructuur; dat wil zeggen dat accommodaties op kernniveau multifunctioneel inzetbaar zijn, maar dat weinig uitwisseling op gemeentelijk of regionaal niveau plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor blijft versnippering en overcapaciteit bij veranderend gebruik bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario scoort goed op het criterium flexibiliteit; accommodaties zijn multifunctioneel inzetbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De capaciteit is in evenwicht met de vraag en er vindt afstemming op gemeentelijk en regionaal niveau plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op relatief geringe afstand is een diversiteit aan voorzieningen beschikbaar. Mensen hebben hierdoor meer keuzemogelijkheden, waardoor meer ruimte is om in te spelen op een veranderende vraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario scoort redelijk goed op het criterium flexibiliteit; accommodaties zijn multifunctioneel inzetbaar en er vindt afstemming op regionaal niveau plaats. Dit biedt ruimte om in te spelen op een veranderende vraag of omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minder punt is de relatief hoge opschaling, waardoor minder goed ingespeeld kan worden op geografisch bepaalde verandering van de vraag in een bepaalde kern.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking Verenigingen, inwoners en de gemeente moeten in dit scenario nadrukkelijk samenwerken om de decentrale voorzieningenstructuur in stand te houden; zonder inzet van vrijwilligers en verenigingen is dit niet haalbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario vindt geen samenwerking plaats met “de (regionale en internationale) markt”; instandhouding van de decentrale voorzieningenstructuur is vooral een taak van de gemeente en “de lokale gemeenschap”. Ook tussen de verschillende gemeenten en kernen vindt nauwelijks samenwerking plaats; kernen staan op zichzelf en zijn zoveel mogelijk zelfvoorzienend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario vindt nauwe samenwerking plaats tussen verenigingen, inwoners, de gemeente en (in mindere mate) maatschappelijk partners Binnen de kern is samenwerking en clustering een van de centrale uitgangspunten. Tussen kernen vindt beperkt samenwerking plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale afstemming en samenwerking tussen gemeenten geschiedt nauwelijks in dit scenario.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario vindt nauwe samenwerking plaats tussen de verschillende gemeenten en wordt ook gebruik gemaakt van voorzieningen in België.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten stemmen hun voorzieningenaanbod nadrukkelijk op elkaar af en houden hierbij rekening met de voorzieningen die in België aanwezig zijn. Voor grotere, specifieke voorzieningen wordt samenwerking met “de markt” gezocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op middelkernniveau vindt nauwe samenwerking tussen inwoners, maatschappelijk partners en de gemeente plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking in de woongemeenschappen vindt rondom activiteiten plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario vereist een nauwe samenwerking tussen gemeenten, maatschappelijk partners en “de (internationale) markt”. Zonder inzet van de markt is het niet of nauwelijks mogelijk het kwalitatief hoogwaardige voorzieningenaanbod te realiseren c.q. in stand te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag is of er voldoende partijen te vinden zijn om hierin een aanvullende rol te spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking met de lokale gemeenschappen vindt nauwelijks plaats. Voorzieningen staan hier immers los van.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financiële robuustheid In dit scenario zijn de instandhoudingkosten hoog; er wordt veel geld geïnvesteerd in de instandhouding van de (bestaande) voorzieningenstructuur. Ook leegstand wordt daarmee in stand gehouden, aangezien een deel van de vraag – vooral naar voorzieningen voor jeugd en jongeren – zal wegvallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De realisatiekosten daarentegen zijn relatief laag; er worden geen nieuwe accommodaties gerealiseerd, alles is gericht op instandhouding (en op termijn vervanging) van de bestaande voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kostendekkende exploitatie van de accommodaties lijkt – zeker op de lange termijn – niet haalbaar. De personele kosten (vaak de grootste kostenpost) zijn weliswaar beperkt doordat de accommodaties worden “gerund” door verenigingen en vrijwilligers, maar er zijn (te) weinig mogelijkheden om inkomsten te genereren; er is een overschot aan accommodaties in relatie tot de vraag en het aanbod sluit niet aan op de (veranderende) vraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario vraagt om een investering in het bestaande voorzieningenniveau; er moeten relatief veel multifunctionele accommodaties worden gerealiseerd en/of bestaande accommodaties moeten multifunctioneel worden ingericht/aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het biedt wel de mogelijkheid om het totale aanbod aan accommodaties (in termen van m²) te verminderen; op de langere termijn zorgt dit voor lagere kosten voor instandhouding van de voorzieningen, maar er blijft toch nog een overcapaciteit hetgeen de instandhouding onder druk zet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doordat voorzieningen veelal door de “lokale gemeenschap” worden gerund, zijn de kosten voor beheer en exploitatie wellager dan in een professionele beheervariant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kostendekkende exploitatie lijkt echter niet haalbaar; de verdienmogelijkheden zijn beperkt, doordat de voorzieningen relatief kleine verzorgingsgebieden kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario vraagt om investeringen, niet zozeer in het bestaande voorzieningenaanbod, maar vooral in de realisatie van nieuwe, grotere, multifunctionele voorzieningen. Het betreft wel minder accommodaties dan in scenario 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over het algemeen vragen multifunctionele voorzieningen om hogere initiële investeringen dan solitaire voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien “evenwicht in vraag en aanbod” het leidende principe is in dit scenario, biedt het goede mogelijkheden om het aanbod (in termen van m²) daarmee de structurele kosten op de lange termijn terug te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten voor beheer en exploitatie van de voorzieningen daarentegen nemen per locatie toe. Dit komt doordat een grotere mate van professioneel beheer nodig is, maar er zijn wel aanzienlijk minder locaties dan in de huidige situatie. Dit scenario biedt dan ook goede mogelijkheden voor kostendekkende exploitatie en verlaging van de instandhoudingskosten voor de voorzieningen als geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook zijn in dit scenario gemakkelijke medekostendragers te vinden dan in scenario 1 en 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario gaat uit van evenwicht in vraag en aanbod vanuit het oogpunt van capaciteit (kwantiteit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat wil zeggen dat voorzieningen een passend verzorgingsgebied hebben en goede exploitatiemogelijkheden kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteitsprong die beoogd wordt vraagt echter hoge investeringen, evenals de professionele wijze van beheer en exploitatie. Het aanbod moet immers zo aantrekkelijk zijn dat het gebruikers over grote afstand trekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel zijn in dit scenario medekostendragers vooral voor de meer hoogwaardige voorzieningen te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Innovatief vermogen In dit scenario is weinig ruimte voor vernieuwing en innovatie; alle tijd, geld en moeite wordt gestoken in de instandhouding van bestaande voorzieningen en de decentrale voorzieningenstructuur. Ook de afwezigheid van “de markt” maakt dat in dit scenario weinig innovatie mag worden verwacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario is weinig ruimte voor innovatie. Ingezet wordt op een kwaliteitsverbetering van het bestaande pakket aan voorzieningen. Hierbinnen kunnen wel nieuwe huisvestingsconcepten worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er worden geen “nieuwe” type voorzieningen ontwikkeld. Ook de afwezigheid van “de markt” maakt dat in dit scenario minder innovatie mag worden verwacht In dit scenario ontstaat ruimte voor vernieuwing en innovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt minder tijd, geld en moeite gestoken in instandhouding van een decentrale voorzieningenstructuur; daarmee blijft tijd, geld en ruimte over om te investeringen in andersoortige en nieuwe voorzieningen en concepten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de aanwezigheid van “de markt” maakt dat in dit scenario innovatie mag worden verwacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een van de kenmerken van dit scenario is innovatie. De voorzieningenstructuur wordt volledig opnieuw ingericht en er wordt een forse kwaliteitssprong beoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking met de markt moet dit mogelijk maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteit In dit scenario blijft weinig ruimte over voor verbetering van de kwaliteit van voorzieningen; alle tijd, geld en moeite wordt gestoken in de instandhouding van bestaande voorzieningen en de decentrale voorzieningenstructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevreesd mag zelfs worden voor een verschraling van het aanbod, doordat de voorzieningen steeds moeilijker overeind zijn te houden (financieel en organisatorisch). in dit scenario ontstaan mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering op het moment dat nieuwe, multifunctionele accommodaties worden gerealiseerd of bestaande accommodaties opnieuw worden ingericht. Het biedt bovendien de mogelijkheid om in te spelen op een veranderende vraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kwaliteitsverbetering van het voorzieningenpakket is minder aan de orde. Er is geen ruimte om meer kwalitatief hoogwaardige voorzieningen te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario biedt goede mogelijkheden voor verbetering van de kwaliteit van accommodaties, vooral bij de realisatie van nieuwe accommodaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kan door de opschaling meer diversiteit en hoogwaardige voorzieningen gerealiseerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario gaat uit van een volledige herinrichting van het voorzieningenaanbod in Zeeuws-Vlaanderen. Het doel is een hoogwaardig voorzieningenaanbod en biedt goede mogelijkheden om te investeren in de kwaliteit van voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Continuïteit De continuïteit van voorzieningen is in dit scenario alleen geborgd als “iedereen” zich betrokken en verantwoordelijk voelt, gebruik maakt van de beschikbare voorzieningen en ook bereid is zich in te zetten voor de instandhouding en exploitatie ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen, ligt dit niet voor de hand; voorzieningen komen onder druk te staan en een aantal zal (op termijn) noodgedwongen zijn deuren moeten sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De continuïteit van voorzieningen is in dit scenario alleen geborgd als de lokale gemeenschap meer gaat samenwerken en afstemmen en ook bereid is zich in te zetten voor de instandhouding en exploitatie ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning zal dit moeten stimuleren, maar de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen zijn zo fors dat de continuïteit financieel en organisatorisch van de relatief kleine voorzieningen toch onder druk komt te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De continuïteit van de grotere, multifunctionele voorzieningen is geborgd doordat deze accommodaties betere exploitatiemogelijkheden en grotere verzorgingsgebieden kennen en medekostendragers betrokken kunnen worden. Dit komt het exploitatieresultaat en de bezetting van de accommodaties ten goede.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleinschalige steun- en ontmoetingspunten op kernniveau kunnen alleen behouden blijven met de inzet van de “lokale gemeenschap” en professionele ondersteuning op afstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario gaat uit van volledig evenwicht in vraag en aanbod vanuit capaciteitsoogpunt. Dat wil zeggen dat er geen sprake is van over- of ondercapaciteit en draagt bij aan de continuïteit van de voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijke voorwaarde is wel dat inwoners gebruik blijven maken van de voorzieningen (op afstand) en dat nieuwe bezoekers worden aangetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiting bij Wmo- beleid Dit scenario zet sterk in op de lokale gemeenschappen en sluit aan bij het gedachtegoed van de civil society.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kanteling van de Wmo en de professionele ondersteuning daarin wordt echter minder goed gefaciliteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario speelt goed in op het gedachtegoed van de Wmo. Versterking van de lokale gemeenschap, ontmoeting en wisselwerking door tussen professionals en vrijwilligers wordt door de samenwerking en clustering op kernniveau gestimuleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook dit scenario speelt goed in op de Wmo. Weliswaar zijn er minder voorzieningen in de kleine kernen aanwezig. Echter de ontmoetingspunten (dorpshuizen en dagvoorzieningen voor senioren) zijn in alle kernen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien is de professionele ondersteuning geclusterd (en versterkt) aanwezig in de middelkernen, van waaruit de mensen in de kleine keren en thuis bediend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario sluit nauwelijks aan bij het huidige Wmo- beleid. De voorzieningenstructuur wordt los georganiseerd van de lokale gemeenschappen. Vooral voor de kwetsbare groepen is de voorzieningen- structuur onvoldoende gespreid aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Onderscheidend vermogen In dit scenario streeft elke kern naar behoud van de bestaande, decentrale voorzieningenstructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">In praktijk hebben de kernen een voorzieningenaanbod dat sterk op elkaar lijkt; er is weinig onderscheid tussen kernen en diversiteit in aanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien is het aanbod traditioneel ingekleurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario streeft elke kern naar behoud van een eigen, multifunctioneel voorzieningenaanbod; er is weinig onderscheid tussen (type) kernen. Alleen grotere kernen onderscheiden zich van de rest, aangezien zij over grotere, specifieke voorzieningen beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario onderscheidt Zeeuws-Vlaanderen zich als geheel wel door de realisatie van een hoogwaardige, decentrale, multifunctionele voorzieningenstructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario biedt de verschillende gemeenten en kernen de mogelijkheid om zich te onderscheiden. Gemeenten en grotere kernen kunnen zich onderscheiden door de aanwezigheid van grotere, multifunctionele voorzieningen (al dan niet thematisch); kleinere kernen kunnen zich onderscheiden door een grote mate van lokale betrokkenheid/gemeenschapszin en daarmee het behoud van (basis)voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regio onderscheidt zich door een duidelijk en kwalitatief hoogwaardig maatschappelijk voorzieningenpakket op de verschillende schaalniveaus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario biedt de beste mogelijkheden voor Zeeuws-Vlaanderen om zich als regio te onderscheiden. Er wordt sterk ingezet op nieuwe en hoogwaardige voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keerzijde van de medaille is wel dat Zeeuws- Vlaanderen zich minder onderscheidt op een goede spreiding van de kleinschalige basisvoorzieningen op kernniveau, terwijl dit tot nu toe Zeeuws-Vlaanderen als regio kenmerkte en onderscheidde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage1Uitwerking scenario’s per type voorziening Onderstaand is voor de verschillende type voorzieningen uitgewerkt hoe deze zich in het betreffende scenario ontwikkelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Basisonderwijs Aard: basisschool Groot aanbod van kleine basisscholen in zoveel mogelijk kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Her en der zullen basisscholen door krimp en verdere weglek de deuren moeten sluiten omdat zij door organisatorische ondergrens zakken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimale omvang 3 groepen (onder-, midden-, bovenbouw) Aard: brede school Er zijn alleen nog maar brede scholen in zoveel mogelijk kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Norm is dat een school minimaal vier groepen heeft (dubbelklassen).</p>\n<p class=\"lf-p\">In kernen met te weinig kinderen of kernen met een sterke gerichtheid op een andere kern zijn geen basisscholen mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: Integrale kindcentra De scholen worden ondergebracht in kindclusters in de middelgrote kernen en hoofdkernen. Beperkt is nog een basisschool in een kleine kern aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Norm is dat scholen 6, maar bij voorkeur 8 groepen hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast maken de grensdorpen gebruik van kindvoorzieningen in de Belgische grensstreek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: onderwijscampus Het basisonderwijs wordt geclusterd in grotere brede scholen in de middelgrote kernen en de hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgegaan wordt van de norm van dubbele groepen per leeftijdslaag (dus 16 groepen).</p>\n<p class=\"lf-p\">De grensdorpen maken maximaal gebruik van de mogelijkheden in België.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mogelijke belemmeringen hierin worden weggenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">VO Het voortgezet onderwijs blijft op gemeentelijk niveau georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door afnemende leerlingenaantallen zal het aanbod per school verschralen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voortgezet onderwijs blijft op gemeenteniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel vindt een organisatorische samenwerking op regionaal niveau plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast maken de VO scholen deel uit van multifunctionele clusters (b.v. met culturele of sportvoorzieningen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voortgezet onderwijs wordt regionaal georganiseerd. Wel zijn in de hoofdkernen van de drie gemeenten vestigingen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er vindt een duidelijke afstemming in het aanbod plaats. Specifieke onderwijsvormen worden op één plek aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking met het ROC wordt gezocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voortgezet onderwijs wordt geconcentreerd op één locatie, in de kern Terneuzen. Voor de lagere klassen zijn wellicht nog dependances aanwezig in de andere hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">MBO/HBO/WO HBO/WO blijft bovenregionaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">MBO wordt in Terneuzen aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">HBO/WO blijft bovenregionaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">MBO wordt in Terneuzen aangeboden. Clustering met andere onderwijsvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">HBO/WO blijft bovenregionaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">MBO wordt in Terneuzen aangeboden. Clustering met andere onderwijsvoorzieningen zoals VO.</p>\n<p class=\"lf-p\">HBO/WO blijft bovenregionaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking met België onderwijsinstituten wordt verregaand gestimuleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">MBO wordt in Terneuzen aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 PSZ/KDV/BSO De kindfuncties (m.n. psz en BSO) blijven decentraal en kleinschalig aanwezig al dan niet gekoppeld aan de basisscholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderdagopvang en in mindere mate BSO hebben moeite om exploitabel te blijven en zullen her en der verdwijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kindfuncties worden ondergebracht en gekoppeld aan de brede scholen op kernniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderdagopvang en in mindere mate BSO hebben moeite om exploitabel te blijven en zullen niet in alle locaties gerealiseerd kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kindfuncties worden ondergebracht en gekoppeld aan de brede scholen in de middelgrote kernen. Ook wordt gebruik gemaakt van de kindvoorzieningen in de Belgische grensstreek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kindfuncties worden ondergebracht en gekoppeld aan de brede scholen in de middelgrote kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook wordt optimaal gebruik gemaakt van de kindvoorzieningen in de Belgische grensstreek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnensport Aard: gymzaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleinschalige binnensportvoorzieningen blijven gekoppeld aan basisonderwijs in de kernen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen ruimte voor investeringen in kwalitatief en functioneel meer hoogwaardige sporthallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: gymzaal en sportzaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleinschalige binnensportvoorzieningen blijven gekoppeld aan de brede scholen in de kleine kernen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is beperkt ruimte voor investeringen in kwalitatief en functioneel meer hoogwaardige sporthallen in de middelkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkernen vindt een koppeling plaats met andere sportvoorzieningen (zwembad, buitensport, leisure) Aard: (multifunctionele) sporthal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De binnensportvoorzieningen worden geconcentreerd in de middelgrote en hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de middelgrote kernen worden functionele sportzalen of sporthallen gerealiseerd, gekoppeld aan de brede scholen/kindclusters.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkernen worden deze binnensportvoorzieningen gekoppeld aan multifunctionele sportcomplexen/zwembaden en/of voorzieningen voor voortgezet onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: sportcomplex.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de middelgrote kernen worden functionele sporthallen gerealiseerd, gekoppeld aan de brede scholen/ kindclusters.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkernen worden deze binnensport- voorzieningen gekoppeld aan multifunctionele sportcomplexen/ zwembaden en/of voorzieningen voor voortgezet onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maximaal wordt een combinatie gezicht met leisurevoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Voetbal Aard: voetbalvelden De voetbalclubs blijven zoveel als mogelijk in de kernen aanwezig, maar zullen wel krimpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op onderdelen vindt samenwerking (en uiteindelijk fusie) plaats tussen voetbalclubs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen ruimte voor kwaliteitsinvesteringen zoals kunstgras.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: sportpark(je) De voetbalclubs blijven zoveel als mogelijk in de kernen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar waar mogelijk (middel- en hoofdkernen) werken zij samen met andere verenigingen en ontwikkelen zich tot omni-verenigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de kleine kernen werken zij samen met de brede scholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij onvoldoende draagvlak verdwijnen ze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is alleen bij de omni- verenigingen (beperkt) ruimte voor kwaliteitsinvesteringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: Sportcomplex De voetbalclubs in de kleine kernen zullen (uitzonderingen daargelaten) fuseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de middelgrote kernen worden functionele sportparken gerealiseerd waar verschillende sportmogelijkheden bestaan voor diverse doelgroepen, waaronder de jeugd maar ook de senioren. De voorzieningen zijn kwalitatief hoogwaardig (o.a. kunstgras, fitness, etc.) In de hoofdkernen worden multifunctionele sportclusters gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor topvoorzieningen wordt uitgeweken buiten de regio.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: multifunctioneel sport- en recreatiecomplex.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voetbalclubs in de kleine kernen zullen verdwijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de middelgrote kernen worden functionele sportparken gerealiseerd voor de basissporten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkernen bestaan verschillende sportmogelijkheden voor diverse doelgroepen (jeugd, senioren). De voorzieningen zijn kwalitatief hoogwaardig.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een hoofdkern wordt een hoogwaardig leisure/sportcomplex met een uitgebreide diversiteit aan individuele en groepssporten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor topvoorzieningen wordt uitgeweken buiten de regio, ook in België. Een enkele topvoorziening wordt in Terneuzen gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tennis Aard: tennisbanen Tennisclubs blijven decentraal aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleine clubs zullen door te gering ledenaantal verdwijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: Sportpark(je) Tennisclubs sluiten zich aan bij omni- verenigingen of andere clusters op kernniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleine clubs zullen door te gering ledenaantal verdwijnen Aard: Sportcomplex De tennisclubs in de kleine kernen zullen (uitzonderingen daargelaten) verdwijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de middelgrote kernen worden functionele sportparken gerealiseerd waar verschillende sportmogelijkheden bestaan voor diverse doelgroepen, waaronder de jeugd maar ook de senioren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkernen worden multifunctionele sportclusters gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor topvoorzieningen wordt uitgeweken buiten de regio.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: multifunctioneel sport- en recreatiecomplex.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tennisclubs in de kleine kernen zullen verdwijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de middelgrote kernen worden functionele sportparken gerealiseerd voor de basissporten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkernen bestaan verschillende sportmogelijkheden voor diverse doelgroepen (jeugd, senioren). De voorzieningen zijn kwalitatief hoogwaardig.</p>\n<p class=\"lf-p\">In één hoofdkern wordt een hoogwaardig leisure/ sportcomplex met een uitgebreide diversiteit aan individuele en groepssporten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor topvoorzieningen wordt uitgeweken buiten de regio, ook in België.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Zwembad De huidige gemeentelijke georiënteerde voorzieningenstructuur ten aanzien van zwembaden blijft in stand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel zullen de buitenbaden steeds moeilijke exploitabel blijken en bij verder afnemend draagvlak uiteindelijk moeten sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario blijven de zwembaden op gemeenteniveau aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buitenbaden zullen overgeheveld worden naar het particulier initiatief (gerund door vrijwilligers) of uiteindelijk sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle drie de gemeenten houden één zwembadvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt gekeken of deze gekoppeld kunnen worden met of ondergebracht worden in combinatie met leisure/recreatieve voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met name in de gemeente Terneuzen vindt een volledige herschikking van de zwembaden plaats, waarbij de losse buitenbaden verdwijnen en de binnenbaden afgestemd worden op het particuliere initiatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zwembadfunctie wordt gecentraliseerd in een multifunctioneel sport- /zwembadcomplex voor de gehele regio. Bij voorkeur wordt dit gecombineerd met andere leisurevoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Decentraal zijn geen zwembadvoorzieningen meer aanwezig, anders dan in de particuliere sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige Sport Behalve de bestaande (hockey)clubs is er geen ruimte voor nieuwe sporten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is bij de ontwikkeling van omni-verenigingen in de grote kernen beperkt ruimte voor nieuwe sporten en/of ruimte voor de nieuwe seniorendoelgroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de multifunctionele sportparken in de hoofdkernen worden ook nieuwe vormen van sport aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedacht moet worden aan meer individuele sporten en aangepaste vormen van sport en beweging voor senioren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezocht wordt naar clustering met leisure en particuliere sportvoorzieningen (fitness).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkernen en bij het centrale leisurecomplex wordt een diversiteit aan nieuwe sporten aangeboden voor diverse doelgroepen, waaronder de actieve senioren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dorpshuis Aard: dorpshuis Het dorpshuis blijft op kernniveau aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Logischerwijs wordt hier ook de dagbesteding voor senioren in ondergebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: multifunctioneel dorpshuis De dorpshuizen blijven in de basiskernen aanwezig. Bij voorkeur gekoppeld aan de brede scholen. Waar geen brede school (meer) is, blijven deze voorzieningen als een soort servicepunt als enig centrale voorziening over.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de middelkernen worden deze ook gekoppeld met zorg- en seniorenvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: ontmoetingspunt én multifunctioneel centrum, Dorpshuizen blijven als kleinschalige ontmoetings- en servicepunt in de kleine kernen aanwezig (bij voldoende draagvlak), met name gericht op senioren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de middelgrote en hoofdkernen ontwikkelen de dorpshuizen zich tot multifunctionele (wijk-)centra, bij voorkeur gekoppeld aan andere voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: Multifunctioneel centrum.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dorpshuizen zijn niet meer aanwezig in de kleine kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de middelgrote kernen zijn multifunctionele centra, waar het verenigingsleven uit meerdere kernen terecht kan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Jongerencentra Aard: activiteiten in dorpshuis. Deze zijn veelal als activiteiten ondergebracht in dorpshuizen. Beperkt is er ruimte voor een meer grootschalig jongerencentrum in de hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: activiteitenruimte in brede school.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jongerenactiviteiten maken deel uit van de brede scholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkern eventueel ook gekoppeld met cultuur(educatie) en of voortgezet onderwijs Aard: jongerenruimte in multifunctioneel centrum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jongerenruimten worden gerealiseerd in de multifunctionele centra in de middelgrote kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Terneuzen is een cultureel jongerencentrum/poppodium bij voorkeur geclusterd met andere culturele voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard: Cultureel jongerencentrum.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jongerencentra worden in de hoofdkern aangeboden, gekoppeld aan de hoogwaardige sport en culturele voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Seniorencentra Deze worden ondergebracht in de dorpshuizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze worden ondergebracht in de dorpshuizen in combinatie met de AWBZ- dagvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleinschalige ontmoetingspunten worden ondergebracht in de dorpshuizen in combinatie met de AWBZ-dagvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Seniorencentra zijn in de middelgrote kernen aanwezig in combinatie met de AWBZ- dagvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal vindt afstemming plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bibliotheek De bibliotheken worden zoveel als mogelijk gehandhaafd. Met name in de gemeente Terneuzen betreft het meerdere vestigingen De gemeenten hebben een hoofdvestiging in de hoofdkern.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de brede scholen zijn schoolbibliotheken/ steunpunten ingericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bibliotheek wordt geconcentreerd in de hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Servicepunten zijn in de multifunctionele centra van enkele middelgrote kernen aanwezig (afhankelijk van de afstand tot de hoofdkern).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wordt ingezet op digitale dienstverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bibliotheek wordt geconcentreerd in één centrale kern in Zeeuws-Vlaanderen (Terneuzen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dependances zijn in de andere twee gementelijek hoofdkernen. de hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maximaal wordt ingezet op digitale dienstverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Podium De podia blijven gehandhaafd in de hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast spelen de dorpshuizen een belangrijke rol als podium en repetitieruimte voor verenigingsleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De podia blijven gehandhaafd in de hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast hebben de spelen de multifunctionele centra/brede scholen in de middelgrote kernen een belangrijke rol voor de podiumactiviteiten van het verenigingsleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Repetitieruimten zijn decentraal in de dorpshuizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De culturele programmering wordt regionaal afgestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kern Terneuzen heeft het regionale podium/de schouwburg en een volwaardig poppodium.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de andere hoofdkernen zijn meer kleinschalige podiumfuncties.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de multifunctionele voorzieningen of brede scholen in de middelgrote kernen zijn podiumfuncties voor het verenigingsleven De kern Terneuzen heeft het regionale podium/de schouwburg en een volwaardig poppodium.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de andere hoofdkernen zijn in multifunctionele voorzieningen podiumfuncties voor meer kleinschalige activiteiten en het verenigingsleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Cultuur- educatieve centra Deze zijn in de hoofdkernen van de gemeenten aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met name in de kleinere gemeenten is het draagvlak voor deze voorzieningen echter mager, waardoor deze zeer beperkt van opzet zullen zijn (als dependance).</p>\n<p class=\"lf-p\">De cultuureducatie wordt centraal aangeboden inde hoofdkernen van de gemeente gekoppeld aan andere cultuur en/of voortgezet onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cultuureducatie wordt regionaal georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkernen van de drie gemeenten worden cultuureducatieve activiteiten aangeboden bij voorkeur in multifunctionele centra.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cultuureducatie wordt regionaal aangeboden in de regiokern (Terneuzen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wordt ingezet op een decentraal aanbod in de brede scholen voor de doelgroep jeugd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Musea De situering van de musea is historisch bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen regionale afstemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De musea worden gemeentelijk en regionaal afgestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt gezocht naar clustering met andere culturele en recreatieve voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De musea worden regionaal afgestemd en aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Clustering met andere culturele en recreatieve voorzieningen wordt gezocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De musea worden (boven) regionaal afgestemd en aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Clustering met andere culturele en recreatieve voorzieningen wordt gezocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">1e lijnszorg De 1e lijnszorg functies blijven op middelkern niveau aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spreekuren en diensten aan huis of in dorpshuizen/ seniorencentra.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 1e lijnszorg functies blijven op middelkern niveau aanwezig. Bij voorkeur gekoppeld aan de V&amp;V- voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spreekuren en diensten aan huis of in dorpshuizen/ seniorencentra.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 1e lijnszorgfuncties blijven op middelkern niveau aanwezig. Bij voorkeur gekoppeld aan de V&amp;V- voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spreekuren en diensten aan huis al dan niet ondersteund met nieuwe ICT-technologieën (digitale dokter) De 1e lijnszorgfuncties worden geclusterd in medische centra in de hoofdkernen en (beperkt) middelkern niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spreekuren en diensten aan huis worden ondersteund met nieuwe ICT-technologieën (digitale dokter) Consultatiebureau Gestreefd wordt naar behoud van decentrale aanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door afnemend draagvlak zal uiteindelijk een opschaling plaatsvinden van deze voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door afnemend draagvlak zal een opschaling plaatsvinden van deze voorzieningen (met name in de gemeente Terneuzen) Koppeling aan brede scholen in de middel- of hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Consultatiebureaus worden regionaal gepland en zijn in de hoofdkernen en beperkt (afhankelijk van de afstand) in een of enkele middelgrote kernen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij voorkeur gekoppeld met CJG en/of brede scholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De consultatiebureaus zijn in de drie hoofdkernen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verzorging &amp; Verpleeg-voorziening Doordat weinig vernieuwing plaatsvindt in het voorzieningenaanbod zijn er weinig aangrijpingspunten voor grootschalige vernieuwingen in de (kleine en middelgrote) kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitbreiding vindt vooral plaats bij de bestaande voorzieningen in de hoofd- en middelkernen Zorg aan huis is verder doorgevoerd ondersteund door servicepunten in de brede scholen in de basiskernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gekoppeld aan voorzieningenclusters worden kleinschalige woonvormen voor senioren ontwikkeld in de middelgrote en hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gekoppeld aan voorzieningenclusters worden woonzorgvormen voor senioren ontwikkeld in de middelgrote en hoofdkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkernen worden meer specialistische zorg aangeboden in combinatie met ziekenhuis en andere zorgvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gekoppeld aan voorzieningenclusters worden kleinschalige woonvormen voor senioren ontwikkeld in de (middel)grote kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdkernen worden meer specialistische zorg aangeboden in combinatie met ziekenhuis en andere zorgvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Dagbesteding senioren Deze worden zoveel als mogelijk gekoppeld aan de dorpshuizen decentraal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dagbesteding voor senioren is decentraal aanwezig en zoveel als mogelijk gekoppeld aan andere multifunctionele voorzieningen Dagbesteding voor senioren vindt zoveel als mogelijk decentraal plaats in de ontmoetingspunten in de kleine kernen en in de multifunctionele centra in de middelgrote kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dagbesteding voor senioren is gekoppeld aan de zorgvoorzieningen in de (middel)grote kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ziekenhuis De vier ziekenhuislocaties blijven gehandhaafd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn drie ziekenhuislocaties in de drie gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensieve samenwerking en/of clustering met V&amp;V- voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ziekenhuislocatie in Terneuzen krijgt een meer regionale werking.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Oostburg en Hulst zijn ziekenhuis en poliklinische voorzieningen, bij voorkeur gecombineerd met huisartsenposten/ medische centra.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ziekenhuis wordt geconcentreerd op één locatie, inclusief de poliklinieken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afstemming met ziekenhuiszorg in België vindt plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leisure In dit scenario wordt uitgegaan van een decentraal voorzieningenaanbod aansluitend bij de lokale gemeenschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een grote investering in leisurevoorzieningen, die meer gericht zijn op de individuele consument uit een groter verzorgingsgebied zal vanuit de gemeentelijke overheid dan ook niet ingezet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario vindt vanuit de overheid weinig impuls plaats in leisurevoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beperkt wordt gekeken naar afstemming met leisurevoorzieningen vanuit de particuliere sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario wordt ruimte gecreëerd voor leisurevoorzieningen met een regionaal verzorgingsgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezocht wordt naar combinaties, met de multifunctionele sportcomplexen en/of culturele voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario wordt een (groot) deel van de realisatie van het hoogwaardige recreatieve en leisure aanbod overgelaten aan de private markt. Deze voorzieningen dienen zich in Zeeuws-Vlaanderen te richten op een bovenregionaal verzorgingsgebied om exploitabel te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend zal gebruik gemaakt worden van leisure voorzieningen buiten de regio en in België.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2Toelichting financiën Onderstaand wordt voor de verschillende kostencomponenten per scenario een toelichting gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Totstandkoming voorzieningen (investeringen) In dit scenario vinden beperkte vernieuwingen plaats in het aanbod. De investeringslast is dan ook beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario vinden veel investeringen plaats door de clustering van voorzieningen in nagenoeg alle kernen. De investeringslast is hoog doordat deze vernieuwing in veel kernen plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maatschappelijk rendement is matig. Er zijn relatief hoge kosten mee gemoeid om de bereikbaarheid optimaal te houden, terwijl de bezetting van de accommodaties niet optimaal is en veel geïnvesteerd moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario wordt geïnvesteerd in een vernieuwing van het aanbod in de middelgrote kernen en hoofdkernen. De investeringslast is relatief hoog door de kwaliteitsimpuls en in mindere mate door de capaciteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maatschappelijk rendement is echter goed. De investeringen zorgen voor een kwalitatief hoogwaardig voorzieningenniveau dat een goed gebruik en bereik onder de bevolking kent.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario wordt geïnvesteerd in nieuwe, hoogwaardige gecentraliseerde voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maatschappelijk rendement op deze investeringen is redelijk. De voorzieningen kennen wel een goede bezetting, maar de bereikbaarheid voor kwetsbare groepen is wel laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Instandhouding voorzieningen (beheer en exploitatie) Gemeenten zullen in dit scenario veel geld kwijt zijn aan de instandhouding (onderhoud en exploitatie) van de vele voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maatschappelijke rendement is beperkt, aangezien de bezetting door de versnippering ook matig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vele geld gaat zitten in de instandhouding van een kwalitatief zwak voorzieningenaanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instandhoudinglasten zijn ook hoog doordat veel voorzieningen in alle kernen overeind worden gehouden en er overcapaciteit blijft bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel zijn er beperkte inverdieneffecten door de clustering van voorzieningen, waardoor minder m2 in stand gehouden hoeven te worden en efficiency in beheer en exploitatie gevonden kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instandhoudinglasten (onderhoud) zullen dalen aangezien de (over)capaciteit in zijn totaliteit zal afnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De accommodaties worden beter exploitabel doordat zij een betere bezetting/gebruik kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheerlasten in zijn totaliteit dalen omdat er minder locaties zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per locatie zullen de beheerlasten stijgen, doordat het beheer deels professioneel ingericht moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instandhoudinglasten zijn door de verregaande opschaling lager.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kunnen de beheer en exploitatielasten voor een deel door maatschappelijke partners en private partijen opgepakt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheerlasten in zijn totaliteit dalen omdat er minder locaties zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beheer dient wel professioneel ingericht te worden. Vrijwilligers spelen nauwelijks een rol in beheer en exploitatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteits- investeringen In dit scenario behoeven geen aanvullende investeringen in de mobiliteit plaats te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel zal het draagvlak voor de bestaande mobiliteitsvoorzieningen (en exploitatie) verder afnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario behoeven geen aanvullende investeringen in de mobiliteit plaats te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel zal het draagvlak voor de bestaande mobiliteitsvoorzieningen (en exploitatie) verder afnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario zal geïnvesteerd moeten worden in kleinschalige, gebundelde vervoersvoorzieningen voor doelgroepen naar de basisvoorzieningen in de naastgelegen kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstanden zijn relatief beperkt en de vervoersbewegingen geconcentreerd, waardoor de exploitatielasten hiervan relatief beperkt kunnen blijven. n dit scenario zijn aanzienlijk geïnvesteerd moeten worden om de basisvoorzieningen voor doelgroepen bereikbaar te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstanden zijn relatief groot en de vervoersbewegingen divers, waardoor de exploitatielasten hoog zullen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage3Toelichting beoordeling scenario’s Criterium Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Aansluiting maatschappelijke ontwikkelingen Rood Geel Groen Geel Dit scenario speelt nauwelijks in op de maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario spelen verenigingen en vrijwilligers een belangrijke rol in de instandhouding van voorzieningen; zonder hen is instandhouding niet mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk zien we echter een terugloop in het aantal vrijwilligers; het wordt steeds lastiger om vrijwilligers te vinden die zich structureel en voor langere tijd voor een accommodatie willen inzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zeeuws-Vlaanderen wordt op dit moment gekenmerkt door een hoge mate van betrokkenheid en vrijwilligersinzet, maar de verwachting is dat de afname van het aantal vrijwilligers zich (op termijn) ook in Zeeland voordoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal potentiële vrijwilligers neemt bovendien af door de afname van het aantal inwoners. Dit scenario gaat uit van “samen de schouders eronder”; een grote mate van gemeenschapszin en lokale betrokkenheid is nodig om de decentrale voorzieningenstructuur in stand te kunnen houden. Dit sluit niet aan bij de trend van individualisering die zich landelijk en ook in Zeeuws-Vlaanderen voordoet. In dit scenario wordt bovendien gekozen voor een voorzieningenstructuur waarin elke kern over min of meer hetzelfde voorzieningenaanbod beschikt; er is weinig keuzevrijheid voor de “moderne consument”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenslotte wordt in dit scenario ervan uitgegaan dat de kerngerichtheid voor voorzieningen sterk aanwezig blijft, terwijl steeds meer een ontwikkeling te zien is van autonome dorpen naar regionaal ingebedde dorpen Dit scenario sluit redelijk aan op maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario spelen verenigingen en vrijwilligers een belangrijke rol in de instandhouding van voorzieningen; zonder hen is instandhouding niet mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk zien we echter een terugloop in het aantal vrijwilligers.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario wordt de vrijwilligerstructuur echter versterkt en minder belast door clustering en samenwerking Ook dit scenario gaat uit van “samen de schouders eronder”; een bepaalde mate van gemeenschapszin en lokale betrokkenheid is nodig om de voorzieningen per kern in stand te kunnen houden. In dit scenario wordt dit echter wel op een moderne manier vormgegeven door stimulering van samenwerking op kernniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vernieuwde aanbod sluit beter aan bij de kwaliteitseisen van de moderne burger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel is er slechts sprake van beperkte diversiteit, waarmee dit minder aansluit bij de meer individueel ingestelde consument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Desondanks geldt ook in dit scenario dat er van uitgegaan wordt dat de mensen nadrukkelijk kiezen voor voorzieningen op korte afstand, terwijl een ontwikkeling gaande is dat mensen bereid zijn naar een andere kern te gaan voor andersoortige of kwalitatief hoogwaardigere voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario sluit goed aan op maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario vraagt om meer professioneel beheer. De kleinschalige steun- en ontmoetingspunten op kernniveau worden – voor zover aanwezig – door “de lokale gemeenschap” gerund; de grotere, multifunctionele voorzieningen worden door professionele (maatschappelijke) instellingen gerund, met ondersteuning van gebruikers en partners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario gaat niet uit van een lokale gemeenschap die zorgt voor instandhouding van een voorzieningenaanbod; het gaat uit van professioneel beheer. Mensen zijn niet “verplicht” om zich in te zetten voor de voorzieningen. Wel zal een beroep gedaan worden op inzet voor activiteiten. Dit sluit aan bij de verdergaande individualisering en nieuwe vormen van vrijwilligerswerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario biedt meer ruimte voor vernieuwing en investering; dat maakt dat inwoners meer keuzemogelijkheden hebben. Er is meer diversiteit in aanbod, kernen beschikken niet allemaal over hetzelfde aanbod aan voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit sluit aan bij de ontwikkeling waarin mensen bereid zijn te reizen voor een aanbod dat qua aard en/of kwaliteit aansluit bij hun keuze (de ontwikkeling van autonome naar regionaal ingebedde dorpen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario sluit aan op maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen, zoals de afname van het aantal vrijwilligers en de verdergaande individualisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario vraagt om professioneel beheer van voorzieningen. Er zijn alleen nog grote, multifunctionele voorzieningen en de complexiteit hiervan in beheer is hoog. Inwoners spelen geen rol in de instandhouding; zij zijn “slechts” consument van de voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijwilligerswerk wordt nauwelijks gestimuleerd door de voorzieningenstructuur in dit scenario. Er wordt vanuit gegaan dat dit niet meer haalbaar is. De voorzieningen komen hiermee ver af te staan van de lokale gemeenschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario biedt meer ruimte voor vernieuwing en investering. Er is meer diversiteit in aanbod, kernen beschikken niet allemaal over hetzelfde aanbod aan voorzieningen; dat maakt dat inwoners meer keuzemogelijkheden hebben, al zijn zij aanwezen op de voorzieningen in grotere voorzieningen in grotere kernen en afhankelijk van de bereikbaarheid ervan. Dit scenario gaat ervan uit dat nagenoeg alle dorpen zich ontwikkelen tot woondorpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Bereikbaarheid Groen Groen Geel Rood De bereikbaarheid van voorzieningen is in dit scenario hoog. Dagelijkse voorzieningen zijn in iedere kern en “op loopafstand” aanwezig; alleen voor grotere, specifieke voorzieningen zijn inwoners aangewezen op de grotere kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het draagvlak voor openbaar vervoer in sommige kernen neemt door de bevolkingskrimp wel verder af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Net als in scenario 1 staat in dit scenario de beschikbaarheid en bereikbaarheid van (basis)voorzieningen centraal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor reguliere, dagelijkse voorzieningen kunnen inwoners in hun eigen kern terecht, vaak ook nog in één multifunctionele accommodatie. Alleen voor grotere, specifieke voorzieningen zijn inwoners aangewezen op naastgelegen, grotere kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen is niet leidend in dit scenario; evenwicht in vraag en aanbod staat hierin centraal en aansluiting bij de veranderende behoefte. Dat betekent dat inwoners van kleine kernen gebruik maken van voorzieningen in de naastgelegen, middelkernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel veelal binnen vijf kilometer aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mobiliteit is een belangrijk aandachtspunt in dit scenario, vooral voor kwetsbare groepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door gebundelde vervoersstromen kunnen hiervoor integrale kleinschalige vervoersvoorzieningen gerealiseerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bereikbaarheid van voorzieningen is een belangrijk minpunt in dit scenario, vooral voor ouderen en mensen met een beperkte actieradius.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen, ook basisvoorzieningen, zijn “op (grote) afstand” aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Investering in vervoersdiensten om dit te compenseren, is door de grote afstanden en dunbevolktheid moeilijker te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning sociale samenhang in de kernen Geel Groen Groen Rood In dit scenario speelt “de gemeenschap” een belangrijke rol in de instandhouding en exploitatie van voorzieningen. Omgekeerd kun je ook zeggen dat de voorzieningen een belangrijke rol spelen in het bevorderen van samenhang en leefbaarheid binnen de kern of gemeente; inwoners en verenigingen moeten samen de schouders eronder zetten om de decentrale voorzieningenstructuur in stand te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minpunt van dit scenario is echter dat de voorzieningen/vrijwilligers- organisaties veelal op zich zelf staan in de kern.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario speelt “de gemeenschap” een belangrijke rol in de instandhouding en exploitatie van voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale gemeenschap en leefbaarheid wordt versterkt en ondersteund door de clustering van voorzieningen waardoor de samenwerking en ontmoeting op kernniveau versterkt wordt Op kernniveau blijft een ontmoetingsvoorziening aanwezig. Deze draagt bij aan de sociale cohesie in het dorp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel leefbaarheidsaspecten worden via activiteiten georganiseerd en/ of de woonomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mensen worden aangesproken op andere vromen van vrijwilligerswerk en gemeenschapszin, bijv in het organiseren van gezamenlijke mobiliteit, ontwikkelen van nieuwe activiteiten en diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen dragen minder bij aan de sociale samenhang binnen een kern. Ook wordt de gemeenschapszin en betrokkenheid in dit scenario niet gestimuleerd; voorzieningen worden professioneel beheerd en zijn veelal op een hoger schaalniveau georganiseerd; de lokale gemeenschappen spelen hierin geen rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leefbaarheid wordt in dit scenario volledig rondom de woonfunctie gedefinieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Flexibiliteit Rood Geel Groen Geel Dit scenario scoort laag op het criterium flexibiliteit. Alles is gericht op instandhouding van de bestaande, decentrale voorzieningenstructuur. Op een enkele uitzondering na, zijn dit veelal solitaire voorzieningen die niet of nauwelijks multifunctioneel inzetbaar zijn. Het biedt weinig mogelijkheden om in te spelen op een veranderende vraag of omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario scoort beter op het criterium flexibiliteit dan scenario 1, maar nog altijd relatief laag. Het is gericht op instandhouding en realisatie van een multifunctionele, decentrale voorzieningenstructuur; dat wil zeggen dat accommodaties op kernniveau multifunctioneel inzetbaar zijn, maar dat weinig uitwisseling op gemeentelijk of regionaal niveau plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor blijft versnippering en overcapaciteit bij veranderend gebruik bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario scoort goed op het criterium flexibiliteit; accommodaties zijn multifunctioneel inzetbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De capaciteit is in evenwicht met de vraag en er vindt afstemming op gemeentelijk en regionaal niveau plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op relatief geringe afstand is een diversiteit aan voorzieningen beschikbaar. Mensen hebben hierdoor meer keuzemogelijkheden, waardoor meer ruimte is om in te spelen op een veranderende vraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario scoort redelijk goed op het criterium flexibiliteit; accommodaties zijn multifunctioneel inzetbaar en er vindt afstemming op regionaal niveau plaats. Dit biedt ruimte om in te spelen op een veranderende vraag of omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minder punt is de relatief hoge opschaling, waardoor minder goed ingespeeld kan worden op geografisch bepaalde verandering van de vraag in een bepaalde kern.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking Geel Groen Groen Geel Verenigingen, inwoners en de gemeente moeten in dit scenario nadrukkelijk samenwerken om de decentrale voorzieningenstructuur in stand te houden; zonder inzet van vrijwilligers en verenigingen is dit niet haalbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario vindt geen samenwerking plaats met “de (regionale en internationale) markt”; instandhouding van de decentrale voorzieningenstructuur is vooral een taak van de gemeente en “de lokale gemeenschap”. Ook tussen de verschillende gemeenten en kernen vindt nauwelijks samenwerking plaats; kernen staan op zichzelf en zijn zoveel mogelijk zelfvoorzienend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario vindt nauwe samenwerking plaats tussen verenigingen, inwoners, de gemeente en (in mindere mate) maatschappelijk partners Binnen de kern is samenwerking en clustering een van de centrale uitgangspunten. Tussen kernen vindt beperkt samenwerking plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale afstemming en samenwerking tussen gemeenten geschiedt nauwelijks in dit scenario.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario vindt nauwe samenwerking plaats tussen de verschillende gemeenten en wordt ook gebruik gemaakt van voorzieningen in België.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten stemmen hun voorzieningenaanbod nadrukkelijk op elkaar af en houden hierbij rekening met de voorzieningen die in België aanwezig zijn. Voor grotere, specifieke voorzieningen wordt samenwerking met “de markt” gezocht. Op middelkernniveau vindt nauwe samenwerking tussen inwoners, maatschappelijk partners en de gemeente plaats. Samenwerking in de woongemeenschappen vindt rondom activiteiten plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario vereist een nauwe samenwerking tussen gemeenten, maatschappelijk partners en “de (internationale) markt”. Zonder inzet van de markt is het niet of nauwelijks mogelijk het kwalitatief hoogwaardige voorzieningenaanbod te realiseren c.q. in stand te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag is of er voldoende partijen te vinden zijn om hierin een aanvullende rol te spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking met de lokale gemeenschappen vindt nauwelijks plaats. Voorzieningen staan hier immers los van.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financiële robuustheid Rood Rood Groen Groen In dit scenario zijn de instandhoudingkosten hoog; er wordt veel geld geïnvesteerd in de instandhouding van de (bestaande) voorzieningenstructuur. Ook leegstand wordt daarmee in stand gehouden, aangezien een deel van de vraag – vooral naar voorzieningen voor jeugd en jongeren – zal wegvallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De realisatiekosten daarentegen zijn relatief laag; er worden geen nieuwe accommodaties gerealiseerd, alles is gericht op instandhouding (en op termijn vervanging) van de bestaande voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kostendekkende exploitatie van de accommodaties lijkt – zeker op de lange termijn – niet haalbaar. De personele kosten (vaak de grootste kostenpost) zijn weliswaar beperkt doordat de accommodaties worden “gerund” door verenigingen en vrijwilligers, maar er zijn (te) weinig mogelijkheden om inkomsten te genereren; er is een overschot aan accommodaties in relatie tot de vraag en het aanbod sluit niet aan op de (veranderende) vraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario vraagt om een investering in het bestaande voorzieningenniveau; er moeten relatief veel multifunctionele accommodaties worden gerealiseerd en/of bestaande accommodaties moeten multifunctioneel worden ingericht/aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het biedt wel de mogelijkheid om het totale aanbod aan accommodaties (in termen van m²) te verminderen; op de langere termijn zorgt dit voor lagere kosten voor instandhouding van de voorzieningen, maar er blijft toch nog een overcapaciteit hetgeen de instandhouding onder druk zet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doordat voorzieningen veelal door de “lokale gemeenschap” worden gerund, zijn de kosten voor beheer en exploitatie wellager dan in een professionele beheervariant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kostendekkende exploitatie lijkt echter niet haalbaar; de verdienmogelijkheden zijn beperkt, doordat de voorzieningen relatief kleine verzorgingsgebieden kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario vraagt om investeringen, niet zozeer in het bestaande voorzieningenaanbod, maar vooral in de realisatie van nieuwe, grotere, multifunctionele voorzieningen. Het betreft wel minder accommodaties dan in scenario 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over het algemeen vragen multifunctionele voorzieningen om hogere initiële investeringen dan solitaire voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien “evenwicht in vraag en aanbod” het leidende principe is in dit scenario, biedt het goede mogelijkheden om het aanbod (in termen van m²) daarmee de structurele kosten op de lange termijn terug te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten voor beheer en exploitatie van de voorzieningen daarentegen nemen per locatie toe. Dit komt doordat een grotere mate van professioneel beheer nodig is, maar er zijn wel aanzienlijk minder locaties dan in de huidige situatie. Dit scenario biedt dan ook goede mogelijkheden voor kostendekkende exploitatie en verlaging van de instandhoudingskosten voor de voorzieningen als geheel. Ook zijn in dit scenario gemakkelijke medekostendragers te vinden dan in scenario 1 en 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario gaat uit van evenwicht in vraag en aanbod vanuit het oogpunt van capaciteit (kwantiteit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat wil zeggen dat voorzieningen een passend verzorgingsgebied hebben en goede exploitatiemogelijkheden kennen. De kwaliteitsprong die beoogd wordt vraagt echter hoge investeringen, evenals de professionele wijze van beheer en exploitatie. Het aanbod moet immers zo aantrekkelijk zijn dat het gebruikers over grote afstand trekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel zijn in dit scenario medekostendragers vooral voor de meer hoogwaardige voorzieningen te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Innovatief vermogen In dit scenario is weinig ruimte voor vernieuwing en innovatie; alle tijd, geld en moeite wordt gestoken in de instandhouding van bestaande voorzieningen en de decentrale voorzieningenstructuur. Ook de afwezigheid van “de markt” maakt dat in dit scenario weinig innovatie mag worden verwacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario is weinig ruimte voor innovatie. Ingezet wordt op een kwaliteitsverbetering van het bestaande pakket aan voorzieningen. Hierbinnen kunnen wel nieuwe huisvestingsconcepten worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er worden geen “nieuwe” type voorzieningen ontwikkeld. Ook de afwezigheid van “de markt” maakt dat in dit scenario minder innovatie mag worden verwacht In dit scenario ontstaat ruimte voor vernieuwing en innovatie. Er wordt minder tijd, geld en moeite gestoken in instandhouding van een decentrale voorzieningenstructuur; daarmee blijft tijd, geld en ruimte over om te investeringen in andersoortige en nieuwe voorzieningen en concepten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de aanwezigheid van “de markt” maakt dat in dit scenario innovatie mag worden verwacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een van de kenmerken van dit scenario is innovatie. De voorzieningenstructuur wordt volledig opnieuw ingericht en er wordt een forse kwaliteitssprong beoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking met de markt moet dit mogelijk maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteit Rood Geel Groen Groen In dit scenario blijft weinig ruimte over voor verbetering van de kwaliteit van voorzieningen; alle tijd, geld en moeite wordt gestoken in de instandhouding van bestaande voorzieningen en de decentrale voorzieningenstructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevreesd mag zelfs worden voor een verschraling van het aanbod, doordat de voorzieningen steeds moeilijker overeind zijn te houden (financieel en organisatorisch).</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario ontstaan mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering op het moment dat nieuwe, multifunctionele accommodaties worden gerealiseerd of bestaande accommodaties opnieuw worden ingericht. Het biedt bovendien de mogelijkheid om in te spelen op een veranderende vraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kwaliteitsverbetering van het voorzieningenpakket is minder aan de orde. Er is geen ruimte om meer kwalitatief hoogwaardige voorzieningen te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario biedt goede mogelijkheden voor verbetering van de kwaliteit van accommodaties, vooral bij de realisatie van nieuwe accommodaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kan door de opschaling meer diversiteit en hoogwaardige voorzieningen gerealiseerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario gaat uit van een volledige herinrichting van het voorzieningenaanbod in Zeeuws-Vlaanderen. Het doel is een hoogwaardig voorzieningenaanbod en biedt goede mogelijkheden om te investeren in de kwaliteit van voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Continuïteit Rood Geel Groen Groen Aansluiting bij Wmo- beleid De continuïteit van voorzieningen is in dit scenario alleen geborgd als “iedereen” zich betrokken en verantwoordelijk voelt, gebruik maakt van de beschikbare voorzieningen en ook bereid is zich in te zetten voor de instandhouding en exploitatie ervan. Gezien de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen, ligt dit niet voor de hand; voorzieningen komen onder druk te staan en een aantal zal (op termijn) noodgedwongen zijn deuren moeten sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De continuïteit van voorzieningen is in dit scenario alleen geborgd als de lokale gemeenschap meer gaat samenwerken en afstemmen en ook bereid is zich in te zetten voor de instandhouding en exploitatie ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning zal dit moeten stimuleren, maar de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die zich voordoen zijn zo fors dat de continuïteit financieel en organisatorisch van de relatief kleine voorzieningen toch onder druk komt te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De continuïteit van de grotere, multifunctionele voorzieningen is geborgd doordat deze accommodaties betere exploitatiemogelijkheden en grotere verzorgingsgebieden kennen en medekostendragers betrokken kunnen worden. Dit komt het exploitatieresultaat en de bezetting van de accommodaties ten goede. De kleinschalige steun- en ontmoetingspunten op kernniveau kunnen alleen behouden blijven met de inzet van de “lokale gemeenschap” en professionele ondersteuning op afstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario gaat uit van volledig evenwicht in vraag en aanbod vanuit capaciteitsoogpunt. Dat wil zeggen dat er geen sprake is van over- of ondercapaciteit en draagt bij aan de continuïteit van de voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijke voorwaarde is wel dat inwoners gebruik blijven maken van de voorzieningen (op afstand) en dat nieuwe bezoekers worden aangetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiting bij Wmo-beleid Geel Groen Groen Rood Dit scenario zet sterk in op de lokale gemeenschappen en sluit aan bij het gedachtegoed van de civil society. De kanteling van de Wmo en de professionele ondersteuning daarin wordt echter minder goed gefaciliteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario speelt goed in op het gedachtegoed van de Wmo. Versterking van de lokale gemeenschap, ontmoeting en wisselwerking door tussen professionals en vrijwilligers wordt door de samenwerking en clustering op kernniveau gestimuleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook dit scenario speelt goed in op de Wmo. Weliswaar zijn er minder voorzieningen in de kleine kernen aanwezig. Echter de ontmoetingspunten (dorpshuizen en dagvoorzieningen voor senioren) zijn in alle kernen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien is de professionele ondersteuning geclusterd (en versterkt) aanwezig in de middelkernen, van waaruit de mensen in de kleine keren en thuis bediend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario sluit nauwelijks aan bij het huidige Wmo-beleid. De voorzieningenstructuur wordt los georganiseerd van de lokale gemeenschappen. Vooral voor de kwetsbare groepen is de voorzieningen- structuur onvoldoende gespreid aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criterium Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Onderscheidend vermogen Rood Geel Groen Groen In dit scenario streeft elke kern naar behoud van de bestaande, decentrale voorzieningenstructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">In praktijk hebben de kernen een voorzieningenaanbod dat sterk op elkaar lijkt; er is weinig onderscheid tussen kernen en diversiteit in aanbod. Bovendien is het aanbod traditioneel ingekleurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit scenario streeft elke kern naar behoud van een eigen, multifunctioneel voorzieningenaanbod; er is weinig onderscheid tussen (type) kernen. Alleen grotere kernen onderscheiden zich van de rest, aangezien zij over grotere, specifieke voorzieningen beschikken. In dit scenario onderscheidt Zeeuws-Vlaanderen zich als geheel wel door de realisatie van een hoogwaardige, decentrale, multifunctionele voorzieningenstructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario biedt de verschillende gemeenten en kernen de mogelijkheid om zich te onderscheiden. Gemeenten en grotere kernen kunnen zich onderscheiden door de aanwezigheid van grotere, multifunctionele voorzieningen (al dan niet thematisch); kleinere kernen kunnen zich onderscheiden door een grote mate van lokale betrokkenheid/gemeenschapszin en daarmee het behoud van (basis)voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regio onderscheidt zich door een duidelijk en kwalitatief hoogwaardig maatschappelijk voorzieningenpakket op de verschillende schaalniveaus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scenario biedt de beste mogelijkheden voor Zeeuws-Vlaanderen om zich als regio te onderscheiden. Er wordt sterk ingezet op nieuwe en hoogwaardige voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keerzijde van de medaille is wel dat Zeeuws- Vlaanderen zich minder onderscheidt op een goede spreiding van de kleinschalige basisvoorzieningen op kernniveau, terwijl dit tot nu toe Zeeuws-Vlaanderen als regio kenmerkte en onderscheidde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage4Toelichting Participatieladder De participatieladder is er is een handig hulpmiddel om inzichtelijk te maken op welk niveau inwoners invloed kunnen uitoefenen op het te voeren beleid. De ladder varieert in grootte van vier tot acht treden. De meest gangbare participatieladder bestaat uit vijf treden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Informeren Het politieke bestuur bepaalt zelf de agenda voor besluitvorming en informeert hierover eenzijdig de burgers. De rol van de participant is die van ontvanger.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Raadplegen Het politieke bestuur bepaalt zelf de (politieke) agenda voor besluitvorming. De betrokken burgers en organisaties worden gezien als gesprekspartners bij de ontwikkeling van beleid. De gespreksresultaten vormen bouwstenen voor beleid. Politieke bestuurders verbinden zich niet aan de resultaten die uit de gesprekken naar voren komen. De rol van de participant is geconsulteerde, de gemeente houdt rekening met de wensen van deelnemers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Adviseren Het politieke bestuur stelt de politieke agenda samen. De betrokken burgers en organisaties hebben de gelegenheid om problemen aan te dragen en oplossingen te formuleren. Politieke bestuurders verbinden zich aan de resultaten van het participatietraject, maar kunnen er eventueel van afwijken als dat beargumenteerd gebeurt. De rol van de participant is adviseur, de gemeente vraagt om advies.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Coproduceren Het politieke bestuur en de betrokken burgers en organisaties komen gezamenlijk een agenda overeen, waarna ook gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht. Het gemeentebestuur verbindt zich aan de oplossingen. De rol van de participant en de gemeente is samenwerkingspartner.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>(Mee)beslissen Het politieke bestuur delegeert de besluitvorming aan betrokkenen en neemt de genomen besluiten over. De rol van de participant is medebeslisser, de gemeente stelt de randvoorwaarden op.</div></div>", "next": 0}