{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het merendeel van de patiënten gaat in het kader van het behandelplan regelmatig enkele dagen (weekend of doordeweeks) naar het eigen huis en maakt dan geen gebruik van de verblijfsfaciliteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft een overwegend open setting die licht beschermend is, waar het grootste deel van de patiënten met toestemming de setting mag verlaten. Voor een deel van de patiënten geldt dat vrijheidsbeperkende maatregelen zijn opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op deze setting wordt doorgaans meer dan 0,3 netto fte tot en met 0,5 netto fte per bed/ plaats ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met behandeling Midden JGGZ Doelgroep Dit product is bedoeld voor GGZ patiënten met een gemiddelde verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling door de professional / activiteiten VOV Personeel is direct beschikbaar. De nadruk ligt op het aanbieden van oplossingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat betreft de zelfstandigheid is er wisselende begeleiding op aanvraag/behoefte noodzakelijk. De zelfredzaamheid van de patiënten is wisselend. Wat betreft de ADL/BDL zijn begeleidende zorg en structureel toezicht noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het merendeel van de patiënten blijft doordeweeks dan wel in het weekend in de kliniek. Vrijheid beperkende maatregelen zijn op een groot gedeelte van de jeugdigen van toepassing. Jeugdigen verblijven voornamelijk in een besloten setting die gemiddeld tot intensieve bescherming biedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op deze setting wordt doorgaans meer dan 0,7 netto fte tot en met 1,0 netto fte per bed/plaats ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met behandeling Zwaar JGGZ Doelgroep Dit product is bedoeld voor GGZ patiënten met een intensieve verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling door de professional / activiteiten VOV Personeel is direct beschikbaar. Opschaling is mogelijk. De nadruk ligt op het aanbieden van oplossingen. Wat betreft de zelfstandigheid in het ADL/BDL is er structureel begeleiding op aanvraag/behoefte nodig. De zelfredzaamheid van de patiënten is wisselend. Wel is er volledige begeleidende zorg en permanent (opvoedkundig) toezicht door het VOV personeel noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdigen blijven tijdens de duur van de behandeling in de kliniek. Vrijheid beperkende maatregelen zijn op een groot gedeelte van de jeugdigen van toepassing. Jeugdigen verblijven veelal in een gesloten setting met matig intensieve bescherming, waarbij het grootste deel van de jeugdigen de setting niet zonder toestemming mag verlaten, oefenverlof op therapeutische basis is uiteraard wel toegestaan. Overwegend gesloten setting met geringe aanpassingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op deze setting wordt doorgaans meer dan 1,0 netto fte tot en met 1,3 netto fte per bed/plaats ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met behandeling Zwaar Extra Intensief JGGZ Doelgroep Dit product is bedoeld voor GGZ patiënten met een intensieve verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling door de professional / activiteiten VOV Personeel is permanent beschikbaar. In voorkomende gevallen wordt hulp door personeel andere afdelingen geboden. De nadruk ligt op het opleggen van oplossingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat betreft de zelfstandigheid in het ADL/BDL is er permanente begeleiding nodig. De zelfredzaamheid van de jeugdigen is laag. Een gedeeltelijk overname van zorg en permanent (opvoedkundig) toezicht door VOV-personeel is noodzakelijk. Jeugdigen vertonen over het algemeen gedragsproblemen/agressie, dan wel verstoringen in het functioneren. In het algemeen is sprake van intensieve dagelijkse begeleiding en dagstructurering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdigen blijven tijdens de gehele duur van de behandeling in de kliniek. Vrijheid beperkende maatregelen zijn op een groot gedeelte van de patiënten van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen verblijven voor een belangrijk deel in een gesloten setting, beschermend en beveiligd, waarbij het grootste deel van de jeugdigen zich niet aan het toezicht kan onttrekken. Overwegend gesloten setting met aanpassingen voor onder andere gedragsproblematiek. Er zijn afzonderingsruimtes aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op deze setting wordt doorgaans meer dan 1,3 netto fte tot en met 1,7 netto fte per bed/plaats ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met behandeling Zwaar Zeer Intensief JGGZ Doelgroep Dit product is bedoeld voor GGZ patiënten met een zeer intensieve verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), waardoor er een noodzaak tot opname is om de geneeskundige zorg te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling door de professional / activiteiten VOV Personeel is permanent beschikbaar met een dubbele bezetting. De nadruk ligt op het opleggen van oplossingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat betreft de zelfstandigheid in ADL/ BDL is er permanente en dubbele begeleiding nodig. De zelfredzaamheid van de patiënten is zeer laag. Er is volledige overname van zorg en permanent toezicht door het VOV-personeel noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen vertonen over het algemeen ernstige gedragsproblemen/agressie, dan wel ernstige verstoringen in het psychosociale functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het algemeen is sprake van intensieve dagelijkse begeleiding en dagstructurering, met continu individueel (opvoedkundig) toezicht. De jeugdigen blijven tijdens de gehele duur van de behandeling in de kliniek. Het betreft een gesloten setting, zwaar beveiligd, waarbij het grootste deel van de jeugdigen de setting niet mag verlaten en waar het grootste deel van de jeugdigen zich niet aan het toezicht kan onttrekken. Gesloten setting met aanpassingen voor onder andere gedragsproblematiek. afzonderingsruimtes aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op deze setting wordt doorgaans meer dan 1,7 netto fte per bed/plaats ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">7Perceel Wonen Algemeen Onder wonen wordt verstaan dag en nacht verblijf van een jeugdige elders dan thuis onder verantwoordelijkheid van een jeugdhulpaanbieder. Het gaat hier specifiek om verblijf met begeleiding en zonder behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen is ingedeeld in de categorieën licht, midden en zwaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lichtere vormen van Verblijf met begeleiding zijn overwegend gerelateerd aan verblijven in een gezinssituatie en zwaardere vormen aan Verblijf met begeleiding in een groep bij een professionele jeugdhulpinstelling. Uiteindelijk bepaalt de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of gezin de keuze voor een best passende verblijfssituatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eisen Een woon-, leef-, of behandelgroep heeft minimaal ruimte voor 6 personen tenzij anders is afgesproken met de Gemeenten 7.1Logeren Logeren is een vorm van verblijf die is gericht op ontlasting van de ouders, stiefouders of anderen die een jeugdige als gezinslid verzorgen en opvoeden (respijtzorg). De jeugdige verblijft tijdelijk elders waar toezicht en de noodzakelijke zorg geboden wordt. Doel is te voorkomen dat de verzorgers/opvoeders overbelast raken. Daarmee wordt ook beoogd dat de jeugdige (langer) thuis kan blijven wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep Jeugdigen waarvan de ouders, stiefouders of anderen die een jeugdige als gezinslid verzorgen en opvoeden, als een gevolg van factoren in de thuissituatie eventueel in combinatie met kindfactoren ontlast dienen te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten Logeren wordt uitgevraagd als een allesomvattend product. Dit betekent dat alles wat redelijkerwijs tijdens het verblijf verwacht mag worden, hier onder valt. Dus: de nacht (inclusief slaap- of nachtdienst, bedoeld voor etmaal), maaltijden, toezicht, verzorging, begeleiding (naar norm verantwoorde werktoedeling), dagbesteding, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende informatie Aan logeren kan op verschillende manieren invulling gegeven worden. Zo kan men verblijven: in logeerhuizen, opvanghuizen, zorgboerderijen, instellingen; voor kortdurende perioden: weekenden, door de week, in vakantieperioden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kunnen twee soorten producten worden ingezet:</p>\n<p class=\"lf-p\">Logeren etmaal: betreft een etmaal logeren, dus 24 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Logeren dagdeel: betreft het verlengen van een etmaal met 4 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze producten worden redelijkerwijs gecombineerd ingezet. Dat betekent dat logeren tot en met 26 uur onder een etmaal valt (bij een logeerperiode langer dan 1 etmaal, geldt de + 2 uur eenmaal voor de gehele logeerperiode). Duurt de logeerperiode langer, dan kan opgeplust worden met een dagdeel. Redelijkerwijs volgt de volgende verdeling: t/m 26 uur: logeren etmaal t/m 30 uur: logeren etmaal + logeren dagdeel t/m 34 uur: logeren etmaal + 2x logeren dagdeel t/m 38 uur: logeren etmaal + 3x logeren dagdeel t/m 50 uur: 2x logeren etmaal Productbeschrijving Code Productomschrijving Eenheden Frequentie 43A41 Logeren- Licht/ midden etmaal etmaal week 44A33 Logeren- Licht/ midden dagdeel dagdeel week 43A42 Logeren- Zwaar etmaal etmaal week 44A34 Logeren- Zwaar dagdeel dagdeel week Verschil licht/midden en zwaar Bij het toewijzen van logeren licht/midden of zwaar is het uitgangspunt altijd de mate van nabijheid van begeleiding die een kind nodig heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Licht/midden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen die enige ondersteuningsbehoefte hebben en die behoefte hebben aan structuur en regelmaat, vallen onder categorie licht/midden. Bij deze jeugdigen is geen continue directe nabijheid van een begeleider noodzakelijk. Deze jeugdigen kunnen ook tijdelijk zelfstandig een activiteit ondernemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zwaar:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen die een grote ondersteuningsbehoefte (qua verzorging en begeleiding) hebben en een grote noodzaak tot structuur en regelmaat, vallen onder de categorie zwaar. Bij deze jeugdigen is een continue nabijheid van een begeleider noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eisen aan behandeling door de professional Licht/midden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de begeleiding wordt verwacht dat zij minimaal een relevante opleiding op MBO-niveau hebben en er voldaan wordt aan de norm van verantwoorde werktoedeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zwaar:</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de begeleiding wordt verwacht dat zij minimaal een relevante opleiding op HBO-niveau hebben en er voldaan wordt aan de norm van verantwoorde werktoedeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2Verblijf met begeleiding Algemeen Onder Verblijf met begeleiding wordt verstaan dag en nacht verblijf van een jeugdige elders dan thuis onder verantwoordelijkheid van een jeugdhulpaanbieder. Het gaat hier specifiek om verblijf met begeleiding en zonder behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met begeleiding is ingedeeld in de categorieën licht, midden en zwaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lichtere vormen van Verblijf met begeleiding zijn overwegend gerelateerd aan verblijven in een gezinssituatie en zwaardere vormen aan Verblijf met begeleiding in een groep bij een professionele jeugdhulpinstelling. Uiteindelijk bepaalt de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of gezin de keuze voor een best passende verblijfssituatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel Het gaat met name om het bieden van ‘orthopedagogische basiszorg’, dat wil zeggen zorgvuldig pedagogisch handelen, binnen een bepaalde cultuur van omgaan met elkaar, leefregels en sfeer. Het is gericht op: verbeteren/ ontwikkelen stabiliseren/ compenseren van zelfredzaamheid, welbevinden of de kwaliteit van leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft veelal langdurig verblijf in een veilige stabiele leefomgeving. Het doel is de jeugdige zo normaal en veilig mogelijk op te laten groeien, het vergroten van de draagkracht en de zelfstandigheid, aangepast op zijn mogelijkheden. Samen met de jeugdige wordt een concreet, haalbaar perspectief ten aanzien van zijn toekomst ontwikkeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep Jeugdigen die als gevolg van factoren in de thuissituatie in combinatie met eventueel kindfactoren niet thuis kunnen wonen. Er kan sprake zijn van probleemgedrag of chronische problematiek, maar een classificatie is geen vereiste.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende informatie In veel gevallen is minder specifieke deskundigheid vereist dan bij verblijf met behandeling. Professionals die begeleiding bieden, hebben minimaal een brancherelevante opleiding op MBO- niveau gevolgd, conform hetgeen is opgenomen in de norm van verantwoorde werktoedeling. De betrokkenheid van een behandelaar (WO) is ondersteunend en vaak consultatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Productbeschrijving Code Productomschrijving Eenheden Frequentie 43A35 Verblijf begeleiding- licht JmB etmaal week 43A36 Verblijf begeleiding- midden JmB etmaal week 43A37 Verblijf begeleiding- Zwaar Beschermd Wonen etmaal week 43A38 Verblijf begeleiding- Zwaar Beschermd Wonen Plus etmaal week 43A20 Verblijf begeleiding- licht JGGZ etmaal week 43A21 Verblijf begeleiding- midden JGGZ etmaal week 43A15 Verblijf begeleiding- Licht Pleegzorg J&amp;O etmaal week 43A16 Verblijf begeleiding- Midden Kamer training centrum J&amp;O etmaal week 43A17 Verblijf begeleiding- Midden gezinshuis J&amp;O etmaal week 43A18 Verblijf begeleiding- Zwaar leefgroep J&amp;O etmaal week 43A19 Verblijf begeleiding- Zwaar fasehuis J&amp;O etmaal week Verblijf met begeleiding Licht JmB Deze cliëntgroep functioneert sociaal redelijk zelfstandig. De Jeugdigen zijn zich bewust van de verstandelijke handicap en van de gevolgen daarvan voor het sociaal functioneren. Jeugdigen kunnen ondersteuning soms moeilijk accepteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Jeugdigen hebben ten aanzien van hun sociale redzaamheid beperkte begeleiding nodig. Dit betreft met name toezicht en stimulatie bij het aangaan van sociale relaties en contacten en deelname aan het maatschappelijk leven. Met betrekking tot besluitnemings- en oplossingsvaardigheden en (schriftelijke) communicatie is naast toezicht en stimulatie soms hulp nodig. Bij het uitvoeren van complexere taken hebben Jeugdigen veelal hulp nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Jeugdigen hebben ten aanzien van de psychosociale/cognitieve functies af en toe hulp, toezicht of sturing nodig. Dit betreft met name het geheugen en denken, concentratie en het psychosociaal welbevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen hebben in het algemeen geen hulp nodig bij ADL. Ten aanzien van kleine verzorgingstaken en het wassen kan toezicht of stimulatie nodig zijn. Ten aanzien van mobiliteit is doorgaans geen hulp nodig. Bij deze Jeugdigen is meestal geen sprake van verpleging, gedragsproblematiek of psychiatrische problematiek. De aard van het begeleidingsdoel is gericht op stabilisatie of ontwikkeling. Dit richt zich met name op vermaatschappelijking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgverlening is op afspraak en direct oproepbaar of voortdurend in de nabijheid te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met begeleiding Midden JmB Deze cliëntgroep functioneert sociaal beperkt zelfstandig. Jeugdigen zijn zich onvoldoende bewust van de verstandelijke handicap waardoor er op sociaal-emotioneel gebied problemen kunnen ontstaan. In de vaste vertrouwde omgeving kan de Jeugdige zich oriënteren. Een belangrijk doel van de begeleiding is het bieden van een veilige en vertrouwde leef- en werkwoonomgeving en/of het trainen naar wonen met enige begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de sociale redzaamheid van Jeugdigen is zowel toezicht of stimulatie nodig als concrete hulp. Hulp is met name nodig met betrekking tot lezen, schrijven en rekenen, de regievoering over het dagelijks leven (dagelijkse routine), het nemen van besluiten, het zoeken van oplossingen en het communiceren met anderen. Daarnaast hebben Jeugdigen vaak moeite met het zelfstandig contacten maken met anderen, deelnemen aan clubs en vrijetijdsbesteding buitenshuis en het naar algemene voorzieningen gaan. Op dit gebied hebben Jeugdigen hulp nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de psychosociale/cognitieve functies hebben Jeugdigen af en toe hulp, toezicht en sturing nodig. Met name waar het gaat om geheugen en denken en het psychosociaal welbevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van ADL hebben de Jeugdigen in het algemeen geen hulp nodig. Alleen met betrekking tot het verrichten van de kleine verzorgingstaken, de persoonlijke zorg voor tanden, haren, nagels, huid en bij het wassen kan sprake zijn van toezicht of stimulatie. Ten aanzien van mobiliteit hebben de Jeugdigen doorgaans geen hulp nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze Jeugdigen is doorgaans geen sprake van verpleging. Bij deze Jeugdigen is niet of in geringe mate sprake van gedragsproblematiek en psychiatrische problematiek. De aard van het begeleidingsdoel is gericht op stabilisatie of ontwikkeling. Dit uit zich bijvoorbeeld (waar mogelijk) in vermaatschappelijking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgverlening is voortdurend in de nabijheid te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met begeleiding Zwaar - Beschermd wonen Het betreft hier gestructureerd beschermd wonen met intensieve begeleiding, dagbesteding en verzorging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep Jeugdigen die (meestal) vanwege een psychiatrische aandoening een woonomgeving nodig hebben die bescherming, stabiliteit en structuur biedt. Er is sprake van een beperkt niveau van functioneren binnen elk levensdomein (als individu, als gezinslid, met leeftijdsgenoten, in de vrijetijdsbesteding en op school). Daarnaast is sprake van een verstoorde of gestoorde ontwikkeling, waarbij veelal ook beperkingen in lichamelijke en/of cognitieve functies spelen. Daarnaast is er sprake van opvoedingsproblemen en gedragsproblematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding door de professional / activiteiten Zorg en toezicht zijn 24 uur per dag voortdurend in de nabijheid. Begeleiding wordt voortdurend geboden. In het kader van de begeleiding wordt regelmatig contact onderhouden met de thuissituatie, school en eventueel andere externe betrokkenen. Op het gebied van sociale redzaamheid en psychosociaal/cognitief reageren is vaak hulp en begeleiding nodig, afhankelijk van de (ontwikkelings)leeftijd van de jeugdige kan op het gebied van verzorging en de aanpak van probleemgedrag worden volstaan met enig toezicht of stimulatie. Het verblijf, begeleiding en persoonlijke verzorging maken onderdeel uit van het product.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eisen aan begeleiding door de professional Ten minste één van de directe begeleiders heeft minimaal een relevante opleiding (of werk- en denkniveau) op HBO-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Bij meerdere begeleiders op één groep wordt een verantwoorde samenstelling van het team van aanwezige begeleiders verwacht, conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Ook bij verblijf met begeleiding kan een geregistreerde Gedragswetenschapper (minimaal WO-niveau) geconsulteerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Net als bij de Regiebehandelaar dient de Gedragswetenschapper in dienst te zijn van de organisatie. Mocht dit niet mogelijk zijn dient betreffende aanbieder contact op te nemen met de Gemeente om dit kenbaar te maken en te bespreken om zo tot een mogelijke oplossing te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met begeleiding Zwaar - Beschermd wonen plus Het betreft hier gestructureerd beschermd wonen met intensieve begeleiding, dagbesteding en verzorging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep Jeugdigen die (meestal) vanwege een psychiatrische aandoening een veilige en weinig eisende woonomgeving nodig hebben die bescherming, stabiliteit en structuur biedt. Er is sprake van een sterk beperkt niveau van functioneren binnen elk levensdomein (als individu, als gezinslid, met leeftijdsgenoten, in de vrijetijdsbesteding en op school). Daarnaast is sprake van een sterk verstoorde of gestoorde ontwikkeling, waarbij veelal ook beperkingen in lichamelijke en/of cognitieve functies spelen. De jeugdige kan niet alleen gelaten worden. Daarnaast spelen er diverse opvoedingsproblemen. Bij deze jeugdigen is sprake van meervoudige gedragsproblematiek. Er kan sprake zijn van verbaal agressief, manipulatief, dwangmatig en destructief gedrag. Deelname aan het maatschappelijk leven is, zonder begeleiding, nagenoeg niet mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding door de professional / activiteiten Zorg en toezicht zijn 24 uur per dag direct aanwezig. Begeleiding wordt voortdurend geboden. Een behandelaar kan op de achtergrond betrokken zijn. De jeugdige heeft een grote behoefte aan fysieke en emotionele nabijheid. Daarom is een continue aanwezigheid van een hulpverlener noodzakelijk. In het kader van de begeleiding wordt regelmatig contact onderhouden met de thuissituatie, school en eventueel andere externe betrokkenen. Op het gebied van sociale redzaamheid, psychosociaal/cognitief reageren en de aanpak van probleemgedrag is intensieve begeleiding of overname nodig. Afhankelijk van de (ontwikkelings-)leeftijd van de jeugdige is op het gebied van verzorging hulp en begeleiding benodigd. Het verblijf, begeleiding, dagbesteding en persoonlijke verzorging maken onderdeel uit van het product.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eisen aan begeleiding door de professional Ten minste één van de directe begeleiders heeft minimaal een relevante opleiding (of werk- en denkniveau) op HBO-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Bij meerdere begeleiders op één groep wordt een verantwoorde samenstelling van het team van aanwezige begeleiders verwacht, conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Ook bij verblijf met begeleiding kan een geregistreerde Gedragswetenschapper (minimaal WO-niveau) geconsulteerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Net als bij de Regiebehandelaar dient de Gedragswetenschapper in dienst te zijn van de organisatie. Mocht dit niet mogelijk zijn dient betreffende aanbieder contact op te nemen met de Gemeente om dit kenbaar te maken en te bespreken om zo tot een mogelijke oplossing te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met begeleiding Licht JGGZ Doelgroep Deze cliëntgroep heeft vanwege een lichte psychiatrische aandoening, begeleiding en vooral bescherming en stabiliteit nodig, in een veilige en weinig eisende woonomgeving. De Jeugdigen hebben ten aanzien van hun sociale redzaamheid in het algemeen dagelijks begeleiding nodig, die naar intensiteit beperkt kan zijn. Er is sprake van enig verlies van zelfregie en mogelijk van een verstoord dag- en nachtritme.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen hebben in beperkte mate problemen met het onderhouden van sociale relaties, het deelnemen aan het maatschappelijk leven en het invullen van de dag. De Jeugdigen beschikken vaak wel over vaardigheden om, zo nodig met enige ondersteuning, een (gezamenlijke) huishouding te voeren. De Jeugdigen hebben in het algemeen ondersteuning nodig ten aanzien van de cognitieve/psychische functies. Dit speelt met name bij concentratie, geheugen en denken, motivatie en het psychosociaal welbevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding door de professional / activiteiten De aard van het begeleidingsdoel is stabilisatie en continuering van de situatie, dan wel ontwikkelingsgericht. Ten aanzien van ADL hebben de Jeugdigen in het algemeen enige behoefte aan toezicht of stimulatie met betrekking tot de persoonlijke verzorging, de intensiteit daarvan is beperkt. Ten aanzien van mobiliteit hebben de Jeugdigen in het algemeen geen hulp nodig. Bij deze Jeugdigen is in het algemeen geen sprake van gedragsproblematiek. De psychiatrische problematiek is bij deze Jeugdigen in het algemeen passief van aard (er is geen floride psychopathologie). De psychiatrische symptomen zijn zodanig onder controle dat deze in het dagelijks leven geen overheersende rol spelen. Er is sprake van een goede reactie op (depot)medicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Setting: beschut/beschermd wonen (geclusterd of groepswonen, dichtbij of in ‘moederhuis’), kleinschalige beschermende woonvormen, dependances.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulp is volgens afspraak en direct oproepbaar te leveren. De dominante grondslag voor dit cliëntprofiel is meestal een psychiatrische aandoening, psychische stoornis (waartoe ook verslaving behoort).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met begeleiding Midden JGGZ Doelgroep Deze cliëntgroep heeft vanwege een psychiatrische aandoening begeleiding nodig. De Jeugdigen hebben een veilige, weinig eisende en prikkelarme woonomgeving nodig die bescherming, stabiliteit en structuur biedt. De symptomatologie is bij deze Jeugdigen naar de achtergrond geschoven en de ‘defecten’ staan op de voorgrond. De begeleiding is dan ook met name gericht op het omgaan met deze defecten. De Jeugdigen hebben ten aanzien van hun sociale redzaamheid dagelijks begeleiding nodig. Er is sprake van verlies van zelfregie en van een verstoord dag- en nachtritme. Jeugdigen hebben grote problemen met het onderhouden van sociale relaties en het invullen van de dag. Tot deelname aan het maatschappelijk leven is men nagenoeg niet in staat en vaak ook niet geïnteresseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast zijn er forse beperkingen in de besluitnemings- en oplossingsvaardigheden en bij het initiëren en uitvoeren van eenvoudige en complexere taken. De Jeugdigen hebben in het algemeen intensieve ondersteuning nodig ten aanzien van alle cognitieve/psychische functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding door de professional / activiteiten De aard van het begeleidingsdoel is stabilisatie en continuering van de situatie dan wel ontwikkelingsgericht. Er kan echter ook sprake zijn van begeleiding bij achteruitgang. Ten aanzien van ADL hebben de Jeugdigen in het algemeen behoefte aan toezicht of stimulatie met betrekking tot de persoonlijke verzorging. Ten aanzien van mobiliteit hebben de Jeugdigen in het algemeen geen hulp nodig. Bij deze Jeugdigen kan terugkerend sprake zijn van enige gedragsproblematiek, maar die is hanteerbaar in de context van voortdurende begeleiding. Dit speelt met name bij reactief gedrag met betrekking tot interactie. De psychiatrische problematiek bij deze Jeugdigen varieert van passief tot actief. De psychiatrische symptomen zijn bij tijd en wijle lastig onder controle te krijgen; dan is intensivering van zorg gewenst (of bijstelling van medicatie).</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulp is voortdurend in de nabijheid te leveren. De dominante grondslag voor dit cliëntprofiel is meestal een psychiatrische aandoening, psychische stoornis (waartoe ook verslaving behoort).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met begeleiding licht pleegzorg J&amp;O Bij pleegzorg verblijft een jeugdige van 0-21 jaar 3 Verlengde jeugdhulp is voor personen van 18 tot 23 jaar:- bij wie jeugdhulp is ingezet vóór het 18e levensjaar en waarvan de Gemeente van mening is dat verdere jeugdhulp noodzakelijk is;- die vóór het 18e levensjaar jeugdhulp hebben ontvangen en die binnen een half jaar na het 18 jaar opnieuw in aanmerking komen voor jeugdhulp. (tijdelijk) in een ander gezin, omdat het zich in de eigen gezinssituatie niet veilig kan ontwikkelen en/of gezond kan opgroeien. In het pleeggezin staat het 'zo gewoon mogelijk opgroeien' voorop.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdhulpaanbieder biedt professionele begeleiding aan zowel het pleegkind, de pleegouders als de biologische ouders. De pleegouders bieden de jeugdige een vervangende opvoedsituatie: een veilig verblijf, goede verzorging en opvoeding. De begeleiding van biologische ouders wordt vorm gegeven in overleg met de verwijzer. Plaatsing in een gezinsverband heeft in principe de voorkeur indien jeugdigen voor kortere of langere tijd niet thuis kunnen opgroeien en de inschatting is dat plaatsing in het gezinsverband een goede kans van slagen heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijzondere pleegzorg kosten per jeugdige zijn opgenomen binnen het huidig pleegzorgtarief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eisen aan begeleiding door de professional Ten minste één van de directe begeleiders heeft minimaal een relevante opleiding (of werk- en denkniveau) op HBO-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Ook moet een geregistreerde Gedragswetenschapper (minimaal WO-niveau) geconsulteerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met begeleiding midden J&amp;O- Kamertrainingscentrum Een kamertrainingscentrum is een woonhuis waarin vier tot acht jongeren met psychosociale problemen onder begeleiding samenwonen. Met behulp van trainingen werken de jongeren aan de eigen leerdoelen om een zo groot mogelijke zelfstandigheid te bereiken. De jongeren hebben een eigen kamer. Ze gaan naar school of hebben werk en onderhouden hun sociale contacten. Op het centrum leren jongeren dagelijkse taken, zoals eten koken en boodschappen doen, omgaan met geld, een sociaal netwerk opbouwen en onderhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het centrum is meestal verbonden aan een instelling en vormt de overgang naar zelfstandig wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met begeleiding midden J&amp;O- Gezinshuis Een gezinshuis is een kleinschalige vorm van jeugdhulp waarbij meerdere jeugdigen worden opgenomen in het eigen gezin van de zogenaamde gezinshuisouders. In het gezinshuis bieden deze ouders op professionele wijze 24 uur per dag, zeven dagen in de week verzorging, opvoeding en begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het gezinshuis krijgen de jeugdigen een zo normaal mogelijke opvoeding en professionele begeleiding door de gezinsouders. Een gezinshuis is een jeugdhulpaanbod tussen pleeggezin en leefgroep in.</p>\n<p class=\"lf-p\">De duur van de plaatsing is afhankelijk van het doel van de plaatsing. Er kan sprake zijn van hulpverleningsperspectief (kortdurend totdat jeugdige weer kan wonen in gezin van herkomst) en het opvoedingsperspectief (totdat het kind zelfstandig kan wonen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Eisen aan begeleiding door de professional Ten minste één van de directe begeleiders heeft minimaal een relevante opleiding (of aantoonbaar relevant werk- en denkniveau) op MBO-niveau 4 (zie norm van verantwoorde werktoedeling). Bij meerdere begeleiders op één groep wordt een verantwoorde samenstelling van het team van aanwezige begeleiders verwacht, conform de norm van verantwoorde werktoedeling. De directe begeleider kan terugvallen op een geregistreerde jeugdzorgwerker (minimaal HBO).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient voldaan te worden aan de kwaliteitscriteria zoals opgenomen in de ‘kwaliteitscriteria gezinshuizen’ 4 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/05/14/kwaliteitscriteria-gezinshuizen versie mei 2019 Verblijf met begeleiding zwaar Leefgroep J&amp;O Deze vorm van verblijf bevat 24-uurs opvang en begeleiding en wordt ingezet indien er sprake is van een zodanige balansverstoring dat het handhaven van de natuurlijk gezinssituatie en leefomgeving (tijdelijk) niet mogelijk is. Voor de jeugdige is als gevolg van ontwikkelings- en of gedragsproblemen een gestructureerde alternatieve opvoedingssituatie noodzakelijk. Alternatieve ambulante inzet heeft niet geleid tot de gewenste veranderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leefgroep biedt de jeugdige een vervangend en veilig opvoedklimaat met verzorging en begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het verblijf wordt de jeugdige in de gelegenheid gesteld om onderwijs te volgen dan wel deel te nemen aan arbeid, gebruik te maken van dagbesteding of dagbehandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verblijf is zo kort als mogelijk. Tijdens het verblijf wordt er samen met ouders een perspectief opgesteld waarbij of in gezamenlijkheid gewerkt wordt aan een terugkeer in de gezinssituatie danwel er wordt gezocht naar een goede en passende alternatieve woonsituatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf met begeleiding zwaar Fasehuis J&amp;O In een fasehuis verblijven jongeren die door omstandigheden niet langer thuis kunnen blijven wonen maar nog een flinke mate van begeleiding nodig hebben bij het groeien naar zelfstandig wonen. In het fasehuis is dagelijks begeleiding aanwezig om hen te ondersteunen bij dagelijkse- schoolse- en omgangsvaardigheden, en zich te oriënteren op hun toekomst. Naast verblijf in het fasehuis hebben jongeren een vaste daginvulling zoals school en/of werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eisen aan begeleiding door de professional Ten minste één van de directe begeleiders heeft minimaal een relevante opleiding (of werk- en denkniveau) op HBO-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Bij meerdere begeleiders op één groep wordt een verantwoorde samenstelling van het team van aanwezige begeleiders verwacht, conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Ook bij verblijf met begeleiding kan een geregistreerde Gedragswetenschapper (minimaal WO-niveau) geconsulteerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Net als bij de Regiebehandelaar dient de Gedragswetenschapper in dienst te zijn van de organisatie. Mocht dit niet mogelijk zijn dient betreffende aanbieder contact op te nemen met de Gemeente om dit kenbaar te maken en te bespreken om zo tot een mogelijke oplossing te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Productenboek Crisishulp Jeugd 2019 Regio Midden Limburg Oost Inleiding Dit productenboek is een weergave van de door de Midden Limburgse gemeenten ingekochte Crisishulp Jeugd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regio Midden-Limburg richt zich op alle jeugd waarbij de focus ligt op het normale opgroeien en opvoeden. Elk kind is uniek en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Het kind staat centraal, maar wel in de context van de eigen opvoedomgeving. Het gezin is de basis en ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en het welzijn van hun kinderen. Zij worden daarop aangesproken. Dat betekent ook dat zij altijd betrokken worden bij zaken die spelen rond hun kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jeugdigen en hun gezin kunnen problemen ervaren bij het opvoeden en opgroeien, gedrags-, psychische en/of psychiatrische problemen ervaren of een lichamelijke, zintuiglijke of een verstandelijke beperking hebben. Daarbij kunnen onder andere het CJG (de door de gemeente gemandateerde toegang), huisarts, medisch specialist, jeugdarts of gecertificeerde instellingen jeugdhulp inzetten. De gemeente heeft ook de verplichting die jeugdhulp in te zetten die de rechter, het Openbaar Ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig vindt bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing. Het gaat hierbij om alle jeugdhulp die niet binnen de competenties en verantwoordelijkheden van het voorliggend veld zoals CJG past en niet als algemene voorziening kan worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het productenboek van de Gespecialiseerde Jeugdhulp is meer informatie opgenomen over de scope van jeugdhulp, vervoer etcetera. Omdat dit productenboek enkel toeziet op de Crisishulp, is deze algemene informatie, die vooral van toepassing is op de reguliere jeugdhulp, achterwege gelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 Gezin 1 Plan Van de aanbieder wordt verwacht dat hij breder kijkt dan enkel de jeugdige waaraan de Crisishulp is toegewezen, namelijk dat hij werkt op basis van het gedachtegoed van 1Gezin1Plan. Hiermee bedoelen we het werken vanuit het perspectief van het gezin, inzetten op versterken van eigen kracht van het gezin, gebruikmakend van het netwerk van het gezin. De professional heeft een normaliserende houding richting gezinnen, biedt perspectief aan het gezin, en neemt het “gewone” leven als focus. Waar nodig is er samenwerking met partners op andere leefdomeinen. Er is altijd een toets op voldoende veiligheid bij jeugdigen. De aanbieder biedt de meest passende hulp en schaalt af waar mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Norm van verantwoorde werktoedeling We verwijzen expliciet naar de norm van verantwoorde werktoedeling zoals opgenomen in de Jeugdwet. Hiermee wordt een aanbieder verplicht om hulp te bieden van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend. En die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige en/ of ouder. De norm verplicht de aanbieder tot het werken met geregistreerde professionals uit het Kwaliteitsregister Jeugd, of het BIG-register (voor arts, verpleegkundige, GZ-psycholoog of psychotherapeut). Daarnaast moet de aanbieder bij het toedelen van taken rekening houden met de specifieke kennis en vaardigheden van de geregistreerde medewerker. Deze dienen passend te zijn bij de hulpvraag/ ondersteuningsbehoefte van de jeugdige. Als laatste verplicht deze norm aanbieders er voor te zorgen dat geregistreerde professionals kunnen werken volgens hun professionele standaarden (beroepscodes, vakinhoudelijke richtlijnen). Ook vrijgevestigde professionals (ZZP’ers) die jeugdhulp aanbieden, zijn gebonden aan de norm van verantwoorde werktoedeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Crisishulp Jeugd Onder Crisis verstaan we een acute ernstige verstoring van het alledaagse functioneren van het kind of het gezin. Door de ontregeling die plaatsvindt, schieten de gebruikelijke oplossingsstrategieën tekort. Bij een crisis kan het gaan om problemen tussen ouders en kinderen die van grote impact zijn op het kind, zoals huiselijk geweld, kindermishandeling, verwaarlozing of ernstige conflicten met adolescenten. Het kan ook gaan om problemen tussen ouders onderling of tussen ouders en andere volwassen. Het kan zijn dat de nadruk ligt op individuele problematiek van een kind, bijvoorbeeld omdat er sprake is van suïcidaliteit of een psychose waardoor een kind acuut hulp moet krijgen op basis van BOPZ ; of er is sprake van het wegvallen van ouders door bijvoorbeeld detentie, overlijden of opname in psychiatrie, waar aandacht moet zijn voor de gevolgen voor gezin en familie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verlenen van jeugdhulp in crisissituaties is de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzicht van producten binnen Crisishulp Jeugd 2018 Code Productomschrijving Eenheden Frequentie Jeugd met beperking 46A00 Behandeling individueel (L)VG Crisis uur week 46A04 Verblijf begeleiding (L)VG Crisis etmaal week 46A03 Verblijf behandeling- (L)VG Crisis etmaal week Jeugd GGZ 54016 Behandeling individueel Crisis JGGZ uur week 54008 Beschikbaarheidscomponent JGGZ stuks beschikking 54017 Verblijf behandeling- Zwaar zeer intensief JGGZ etmaal week Jeugd- en Opvoedhulp 46A01 Begeleiding individueel J&amp;O crisis uur week 46A02 Verblijf begeleiding J&amp;O Crisis etmaal week 46A05 Verblijf begeleiding J&amp;O Crisispleegzorg etmaal week Een nadere omschrijving van de producten wordt op dit moment niet gegeven. In overleg met de Midden- en Noord- Limburgse gemeenten en de aanbieders worden de producten in 2018 verder gedefinieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 4: Procesbeschrijving Social Return (Sociale paragraaf) De Gemeente hanteren sociale voorwaarden bij aanbestedingen met een omzetwaarde boven € 250.000,- (excl. BTW) per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">U bent als Gecertificeerde instelling verplicht om 5% van de totale waarde van een opdracht in te zetten ten behoeve van Social Return.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe dit proces werkt is hieronder beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Social Return gaat in de Gemeente in de eerste plaats en bij voorkeur om de (directe) plaatsing van werkzoekenden of mensen met een uitkering. Dat blijkt echter niet altijd mogelijk of wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Steeds vaker worden daarom naast afspraken over werktoeleiding, ook afspraken gemaakt over ‘indirecte’ bijdragen aan de doelstelling om mensen dichter bij werk te brengen. Dat kan zijn door het bieden van een opleidingsplek of werkstage, maar ook bijvoorbeeld door werk uit te besteden aan een sociale werkplaats en/of sociaal bedrijf, of het beschikbaar stellen van ervaren werknemers voor het verschaffen van opleidingen aan de doelgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroepen &amp; Benadering De doelgroepen die de Gemeente in het kader van Social Return hanteert, zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Langdurig werklozen: mensen die aantoonbaar langer dan 6 maanden werkloos werkzoekend zijn en staan ingeschreven als werkzoekende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jongeren: werkzoekenden van 18 tot 27 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mensen met een arbeidsbeperking: mensen met een indicatie voor de sociale werkvoorziening en/of een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA, Wajong, WAZ) en de doelgroep voor de loonkostensubsidie in de Participatiewet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vroegtijdige schoolverlaters.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scholieren van het Voortgezet Onderwijs, Praktijkonderwijs of Voortgezet Speciaal Onderwijs en studenten van het MBO.</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling Social Return De inzet op Social Return dient direct aan de opdracht gekoppeld te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De invulling van Social Return is maatwerk. En veel leveranciers, zo merken we, hebben zelf goede en creatieve ideeën die passen bij hun eigen onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na gunning van een opdracht gaan de Gemeente graag in gesprek met gegunde partij(en) over de concrete invulling, die uiteraard plaatsvindt binnen de kaders van het bestek, het contract en de offerte. Het uitgangspunt van dit gesprek wordt gevormd door het onderdeel social return uit het plan van aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorieën De Aanbieder is verantwoordelijk voor de invulling van Social Return. Om de mogelijkheden aan te geven onderscheiden de Gemeente bij openbare aanbestedingen van deze omvang vijf verschillende categorieën. De Social Return-verplichting kan worden ingevuld met een (combinatie) van deze categorieën. Opgemerkt wordt dat er geen verschil in waardering bestaat tussen genoemde categorieën; alle categorieën worden door de opdrachtgever gelijk gewaardeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">A.Werkplek Bieden Het direct al dan niet tijdelijk, gedurende de contractperiode plaatsen in uw bedrijf van een kandidaat met afstand tot de arbeidsmarkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">B.Werkervaring / Stageplek Bieden Het bieden van mogelijkheden voor kandidaten en/of leerlingen om voor korte of langere tijd werkervaring op te doen in uw bedrijf in een leertraject (BBL/BOL) of via een stage- of werkervaringsplek.</p>\n<p class=\"lf-p\">C.Inkoop Diensten / Producten Het afnemen van diensten of producten van bedrijven of instellingen met een sociale doelstelling, het SW-bedrijf of AWBZ gerelateerde instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">D.Inbrengen eigen Expertise / Diensten / Kapitaal Het actief bijdragen aan sociale initiatieven middels inbreng van (een combinatie van) kennis, manuren, materialen of financieel.</p>\n<p class=\"lf-p\">E.Bijdrage in het scholingsfonds Het storten van een geldbedrag in het gemeentelijke ‘Scholingsfonds Social Return’ bestemd voor de financiering van scholing en andere noodzakelijke ondersteuning bij re-integratie ten behoeve van de doelgroep social return.</p>\n<p class=\"lf-p\">IN UW PVA GEEFT UW SMART AAN HOE U BINNEN DEZE OPDRACHT HET ONDERDEEL SROI INVULT.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure en uw verplichtingen op een rij:</p>\n<p class=\"lf-p\">Fase I Aanbesteding en gunning De gemeente schrijft een (inkoop)opdracht uit via een aanbesteding en neemt daarin de voorwaarde Social Return op. De Social Return verplichting is geen gunningscriterium, maar betreft een contracteis. Door in te schrijven op de aanbesteding geeft u aan akkoord te zijn met de Social Return-verplichting zoals deze in het programma van eisen is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">U dient binnen 7 dagen nadat de opdracht is gegund een afspraak te maken met de contactpersoon Social Return om definitieve afspraken te maken over de invulling van de social return-verplichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De contactgegevens zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Robert Paumen (Coördinator Social Return) telefoonnummer 0475-478 478 / 06-20410415 of per e-mail via r.paumen@echt-susteren.nl Voor concrete invulling van Social Return in bijvoorbeeld de vorm van plaatsing van werkzoekenden, stagiaires, inzet van Wsw-gerechtigden of het uitbesteden van diensten aan o.a. Risse of Westrom, kunnen wij u kosteloos ondersteuning bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadat de opdracht is gegund, en de social-return verplichting conform bovenstaand punt c. is ingevuld bent u zelf verantwoordelijk voor het naleven van de prestatieafspraken en de rapportage daarover.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van de waarde van de geplande inspanningen in Social Return wordt uitgegaan van het volgende schema:</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie Vorm Waarde Specificaties A Dienstverband Uitbetaald bruto loon plus 30% werkgeverslasten Kopie loonspecificaties B Snuffelstage € 300 per stagiaire Duur: 1 dag Oriëntatiestage € 400 per stagiaire Duur: 1 week Stageplek voor scholieren uit Praktijkonderwijs (PRO) en Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) € 750 per stagiaire per maand Duur: afhankelijk van opleiding en niveau Beroeps Praktijk Vorming (BPV-plek) € 500 per stagiaire per maand Duur: afhankelijk van opleiding en niveau BBL Uitbetaald bruto loon plus 30% werkgeverslasten + € 500 per maand begeleidingskosten Duur afhankelijk van opleiding en niveau; kopie loonspecificaties C Ingekochte dienst bij bedrijf of instelling met sociale doelstelling (bijv. Risse of Westrom) Waarde dienst Alleen na goedkeuring van contactpersoon social return; kopie factuur overleggen D Verzorgen gastles over bedrijf, branche of sector € 100 per uur Alleen na goedkeuring van contactpersoon social return. Duur: 2 tot 3 uur; reistijd mag niet worden opgevoerd Organiseren bedrijfsbezoek doelgroep social return € 250 per dagdeel Alleen na goedkeuring van contactpersoon social return Overig (inbreng eigen ideeën Aanbieder) Waarde nader te bepalen afhankelijk van aard en omvang aangeboden dienstverlening Alleen na goedkeuring van contactpersoon social return; waarde wordt vastgesteld door contactpersoon social return E Bijdrage Scholingsfonds Social Return Netto storting Kopie bankafschrift Nb. Er is geen verschil in waardering tussen bovenstaande punten A. t/m E.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afspraken met de contactpersoon Social Return worden schriftelijk vastgelegd en maken onlosmakelijk deel uit van de tussen u en de Gemeente geldende overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na goedkeuring van het plan door de contactpersoon Social Return ontvangt u een standaardformat, waarin u de inzet van social return bijhoudt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fase II Uitvoering en verslaglegging Gedurende de looptijd van de overeenkomst levert u per kwartaal een rapportage met betrekking tot de voortgang van social return aan contractbeheerder. De rapportage dient te zijn vorm gegeven conform de bij bovenstaand punt i. vermelde standaardformat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De contactpersoon Social Return en de contractbeheerder hebben de bevoegdheid de inzet van social return middels het opvragen van contracten, loonstroken of andere documenten te verifiëren. De eventuele kosten voorvloeiend uit uw verplichte medewerking hiertoe kunnen niet op de opdrachtgever verhaald worden. Binnen een maand na het einde van de looptijd van de overeenkomst levert u ter accordering een eindrapportage aan de contractbeheerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien u de prestatieafspraken niet of niet volledig bent nagekomen, zijn de Gemeente bevoegd een boete op te leggen. De boete zal gesteld worden op een bedrag gebaseerd op de mate waarin u uw social return verplichting niet bent nagekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien zal een boete worden opgelegd conform het hierover bepaalde in de aanbestedingsleidraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onvoorziene situaties zullen de contactpersoon Social Return en de Aanbieder in overleg treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2Generieke resultaten jeugdhulp 2018 Werken met resultaten De hieronder beschreven resultaten maken deel uit van het proces van toegang naar gespecialiseerde jeugdhulp 2018. De resultaten beschrijven de verschillende gebieden waarop een resultaat geformuleerd kan worden. De voorbeelden zijn ter verduidelijking toegevoegd maar zeker niet uitputtend. De resultaten zijn onderdeel van de gegevens waarop een profiel of product wordt toegekend en maken deel uit van de beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kind resultaten Onderzoek/ Er is duidelijkheid over de ontwikkeling en Er is duidelijkheid over de ontwikkeling en mogelijkheden van het kind met Diagnostiek mogelijkheden van het kind met betrekking tot … betrekking tot cognitieve, sociale, emotionele ontwikkeling, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeftijdsfase Kind resultaten Voorbeelden 0-2 jaar Het kind heeft adequate ontwikkeling op lichamelijk gebied in de vorm van ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft een adequate ontwikkeling op lichamelijk gebied met betrekking tot zitten, kruipen, lopen, grove motoriek, voeding, slapen, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op het emotionele gebied in de vorm van … Het kind heeft een adequate ontwikkeling op emotionele gebied met betrekking tot hechting, verlatingsangst, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op cognitief gebied in de vorm van … Het kind heeft een adequate ontwikkeling op cognitief gebied met betrekking tot spraak/taal, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">3-4 jaar Het kind heeft adequate ontwikkeling op lichamelijk gebied in de vorm van ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op lichamelijk gebied in de vorm van zindelijkheid, grove/fijne motoriek, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op het emotionele gebied in de vorm van … Het kind heeft adequate ontwikkeling op het emotionele gebied in de vorm van zelfbeheersing, uitstellen van behoeften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op cognitief gebied in de vorm van … Het kind heeft adequate ontwikkeling op cognitief gebied in de vorm van taal, spraak, begrip.</p>\n<p class=\"lf-p\">5-12 jaar Het kind heeft adequate ontwikkeling op lichamelijk gebied in de vorm van ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op lichamelijk gebied in de vorm van zelfverzorging, kennis van eigen lichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op het emotionele gebied in de vorm van … Beheersing van emoties, omgaan met conflicten, hechting, ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op cognitief gebied in de vorm van … Planning en structureren, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft een adequate ontwikkeling op sociaal gebied in de vorm van ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Vriendschappen, accepteren van regels en gezag, omgaan met conflicten, vrijetijdsbesteding, gamen, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op seksueel gebied met betrekking tot Kennis van eigen lichaam, begrenzen van zichzelf en een ander, kennis seksuele ontwikkeling, ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">13-18 jaar Het kind heeft adequate ontwikkeling op lichamelijk gebied in de vorm van ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfverzorging, kennis van eigen lichaam, omgaan met lichamelijke veranderingen, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op het emotionele gebied in de vorm van … Relaties, ontwikkeling naar zelfredzaamheid en autonomie, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft adequate ontwikkeling op cognitief gebied in de vorm van … Plannen en structureren, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft een adequate ontwikkeling op sociaal gebied in de vorm van ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Vriendschappen, vrijetijdsbesteding, gamen, sociale media, ontwikkeling naar zelfstandigheid, omgaan met middelen, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouder resultaten Ouder resultaten Voorbeelden 0-2 jaar Ouders bieden het kind structuur en begeleiding in de vorm van … Structureren en begeleiden in de vorm van een vaste dag structuur aanbieden Het kind krijgt een adequate lichamelijke verzorging in de vorm van … Het kind krijgt een adequate lichamelijke verzorging in de vorm van fles/luier/wassen Het kind groeit op in een veilige omgeving in de vorm van … Het kind groeit op in een veilige omgeving in de vorm van ouders hebben geen conflicten in het bijzijn van het kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind groeit op in een veilige omgeving in de vorm van een woonomgeving aangepast op de leeftijd (bijv. stopcontacten/traphekjes/vijver) Ouders bieden het kind emotionele begeleiding in de vorm van … Ouders bieden het kind emotionele begeleiding in de vorm van beschikbaarheid, voorspelbaarheid, responsiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft ouders die zonder strijd binnen de opvoeding met elkaar samen werken in de vorm van ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft ouders die zonder strijd binnen de opvoeding met elkaar samen werken in de vorm van duidelijke afspraken, nakomen van gemaakte afspraken, delen van informatie over de kinderen, rustig blijven in het bijzijn van de kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders werken constructief samen met betrokken netwerk in de vorm van …..</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders werken constructief samen met betrokken netwerk in de vorm van overleg met psz, afspraken nakomen met cb.</p>\n<p class=\"lf-p\">3-4 jaar Ouders bieden het kind structuur en begeleiding in de vorm van … Ouders bieden het kind structuur en begeleiding in de vorm van stellen en hanteren van grenzen/ belonen en straffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind krijgt een adequate lichamelijke verzorging in de vorm van … Het kind krijgt een adequate lichamelijke verzorging in de vorm van gezonde voeding, ondersteuning naar zindelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind groeit op in een veilige omgeving in de vorm van … Het kind groeit op in een veilige omgeving in de vorm van gepaste disciplinering Ouders bieden het kind emotionele begeleiding in de vorm van … Ouders bieden het kind emotionele begeleiding in de vorm van in beschermde omgeving te mogen ontdekken Het kind heeft ouders die zonder strijd binnen de opvoeding met elkaar samen werken in de vorm van ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft ouders die zonder strijd binnen de opvoeding met elkaar samen werken in de vorm van duidelijke afspraken, nakomen van gemaakte afspraken, delen van informatie over de kinderen, rustig blijven in het bijzijn van de kinderen 5-12 jaar Ouders bieden het kind structuur en begeleiding in de vorm van … Ouders bieden het kind structuur en begeleiding in de vorm van tijdig naar school en andere activiteiten, vaste slaaptijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind krijgt een adequate lichamelijke verzorging in de vorm van … Het kind krijgt ondersteuning bij de lichamelijke verzorging in de vorm van begeleiden van dagelijkse verzorging, gezonde voeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind groeit op in een veilige omgeving in de vorm van … Het kind groeit op in een veilige omgeving in de vorm van voldoende aanwezigheid en toezicht van ouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders bieden het kind emotionele begeleiding in de vorm van … Ouders bieden het kind emotionele begeleiding in de vorm van waardering voor school en vrijetijdsbesteding, contacten met leeftijdsgenoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft ouders die zonder strijd binnen de opvoeding met elkaar samen werken in de vorm van ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft ouders die zonder strijd binnen de opvoeding met elkaar samen werken in de vorm van afspraken maken over schoolkeuze, vrijetijdsbesteding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders werken constructief samen met betrokken netwerk in de vorm van …..</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders werken constructief samen met betrokken netwerk in de vorm van betrokkenheid bij school, betrokkenheid bij vrijetijdsbesteding, samenwerking met GGD.</p>\n<p class=\"lf-p\">13-18 jaar Ouders bieden het kind structuur en begeleiding in de vorm van … Ouders bieden het kind structuur en begeleiding in de vorm van stellen en hanteren van grenzen, ruimte voor zelfstandigheid en eigenheid, structureren van gamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind krijgt een adequate lichamelijke verzorging in de vorm van … Het kind krijgt begeleiding bij lichamelijke verzorging in de vorm van aangepast aan de lichamelijke ontwikkeling naar jong volwassenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind groeit op in een veilige omgeving in de vorm van … Het kind groeit op in een veilige omgeving in de vorm van ruimte voor experimenten met voldoende terugvalmogelijkheden bij ouders, begeleiden van social media.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders bieden het kind emotionele begeleiding in de vorm van … Ouders bieden het kind emotionele begeleiding in de vorm van overgang van kind naar jong volwassenen en de daarbij behorende overgang naar raadgever, begeleiding bij nieuwe vriendschappen en relaties, ontwikkeling seksualiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft ouders die zonder strijd binnen de opvoeding met elkaar samen werken in de vorm van ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heeft ouders die zonder strijd binnen de opvoeding met elkaar samen werken in de vorm van schoolkeuze, ruimte voor eigen invulling vanuit het kind, voorbeeldfunctie in omgaan met relaties en omgaan met elkaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders werken constructief samen met betrokken netwerk in de vorm van …..</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders werken constructief samen met betrokken netwerk in de vorm van school, vrijetijdsinvulling, hulpverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage3Toegangsprocessen Proces gespecialiseerde jeugdhulp (ZIN): Toegang door CJG Inleiding Vanaf 2018 treedt een nieuwe inkoopsystematiek in werking, de nieuwe uitgangspunten die we hierbij hanteren leiden tot wijziging in de toegangsprocessen naar gespecialiseerde Jeugdhulp. Voor de drie toegangspoorten (Centrum voor Jeugd en Gezin, de gecertificeerde instelling en de artsen) is elk proces apart beschreven. De nu voorliggende procesbeschrijving betreft de toegang door het CJG naar de gespecialiseerde Jeugdhulp voor zorg in Natura. Toegang voor PGB’s valt buiten dit proces. Het startpunt van dit proces is het moment dat de vraag naar inzet voor gespecialiseerde jeugdhulp voorligt. Voorafgaand aan het onderzoek heeft het CJG de hulpvraag geconcretiseerd en op basis hiervan samen met de jeugdige en ouders de mogelijkheden van eigen kracht, inzet van netwerk, inzet van voorliggende voorzieningen en inzet van 1e lijns basishulpverlening in kaart gebracht. Deze procesbeschrijving gaat niet in op deze en andere processen van het CJG, de focus ligt op de toegang, de regierol en de evaluaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige en ouders 1 Daar waar gesproken wordt van ouders worden ook verzorgers bedoeld hebben een trajectbij het CJG ener is een vraagnaar gespecialiseerde jeugdhulp (zorg in natura).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoek: In dit gesprek wordt volgens een format de levensgebieden en de hulpvragen in kaart gebracht. Indien dit al beschikbaar is tijdens een lopend hulpverleningstraject bij het CJG wordt dit geactualiseerd en ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de vraag of Gespecialiseerde Jeugdhulp nodig is kan het antwoord zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">CJG, de jeugdige en ouders concluderen dat verdere professionele hulp niet nodig is, mogelijk kan het eigen netwerk of een voorliggende voorziening ingezet worden 2 Indien de conclusie is dat er geen gespecialiseerde Jeugdhulp nodig is wordt ook een beschikking gemaakt, er is immers sprake van een besluit;</p>\n<p class=\"lf-p\">CJG maakt samen met de jeugdige en ouders een trajectplan CJG en verleent zelf hulpverlening (diverse begeleidingsvormen) 3 Indien CJG zelf ondersteuning biedt, en uit het onderzoek is gebleken dat er geen gespecialiseerde Jeugdhulp nodig is, wordt ook een beschikking gemaakt van het feit dat er géén gespecialiseerde jeugdhulp nodig is, dit is immers ook eenbesluit.;</p>\n<p class=\"lf-p\">CJG verleent toegang aan de jeugdige naar gespecialiseerde jeugdhulp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan ook sprake zijn van een combinatie van bovenstaande antwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien gespecialiseerde jeugdhulp nodig is stelt het CJG samen met de jeugdige en ouders deel 1 van het ondersteuningsplan op. Het CJG bepaalt samen met de jeugdige en ouders welke (gecontracteerde) aanbieder voor de nodige hulp het meest geschikt is en neemt contact op met de aanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel van deel 1 van het ondersteuningsplan is beoordeling van de hulpvraag, een onderbouwing van de noodzaak van gespecialiseerde jeugdhulp en een opmaat voor de juiste inzet van de gespecialiseerde jeugdhulp (bepalen van de productcode of profiel).</p>\n<p class=\"lf-p\">In deel 1 van het ondersteuningsplan wordt vastgelegd: de gewenste eindresultaten beschreven op basis van de mate van participatie en zelfredzaamheid. Ook worden de evaluatiemomenten opgenomen. Voor het formuleren van de resultaten wordt gebruikt gemaakt van “Resultaten inzet gespecialiseerde Jeugdhulp 2018”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien gespecialiseerde jeugdhulp nodig is, wordt door het CJG aan de hand van deel 1 van het ondersteuningsplan bepaald welke inzet van ondersteuning nodig is: product profiel (waarbij het profiel en de intensiteit wordt bepaald door gebruikmaking van het beoordelingsinstrument) Het CJG bepaalt samen met de jeugdige en ouders welke (gecontracteerde) aanbieder voor de nodige hulp het meest geschikt is en neemt contact op met de aanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als deel 1 van het ondersteuningsplan volledig en gezamenlijk is gevuld wordt aan ouders en/of jeugdige 4 Of toestemming nodig is van een jeugdige is afhankelijk van de leeftijd een akkoord gevraagd door middel van ondertekening van deel 1 van het ondersteuningsplan. Hiermee start de aanvraagprocedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieder ontvangt deel 1 van het ondersteuningsplan met het profiel of product van het CJG binnen maximaal drie werkdagen na vaststelling van het plan. Bedoelde profielen of producten worden door het CJG bepaald, ingevuld in deel 2, en mogen door de aanbieder niet worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het noodzakelijk is dat een niet gecontracteerde aanbieder de ondersteuning gaat bieden moet deze aanbieder zich inschrijven voor een contract en zal getoetst worden of deze aanbieder voldoet aan de eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien als gevolg van het woonplaatsbeginsel een niet gecontracteerde aanbieder ondersteuning gaat bieden wordt de procedure ‘buitencontractuele plaatsing’ gevolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieder organiseert een aanmeldgesprek met de jeugdige en ouders. Het CJG heeft altijd contact met de aanbieder en maakt een inhoudelijke afweging om aan te sluiten bij het intakegesprek. Aanbieder onderzoekt: welke ondersteuning en inzet nodig is om te komen tot de resultaten binnen het aangegeven profiel of product; maakt hierbij een inschatting van tijd en duur en activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenstaand wordt door de aanbieder vastgelegd in deel 2 van het ondersteuningsplan dat voor akkoord wordt ondertekend door de aanbieder. Deel 2 van het ondersteuningsplan wordt door de aanbieder naar het CJG gestuurd binnen maximaal 15 werkdagen nadat de aanbieder deel 1 van het ondersteuningsplan heeft ontvangen. Indien de termijn van 15 werkdagen niet haalbaar is wordt hierover gemotiveerd gecommuniceerd met cliënt en verwijzer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens wordt in deel 2 van het ondersteuningsplan aangegeven of aanbieder gaat werken met een onderaannemer en zo ja, welke dat is en welke inzet deze levert. Bij toewijzing van producten verandert het werken met een onderaannemer door een aanbieder niet ten opzichte van voorgaande jaren. Aanbieder kan enkel een onderaannemer inzetten aanvullend op zijn eigen inzet voor de jeugdige.</p>\n<p class=\"lf-p\">CJG toetst of deel 2 van het ondersteuningsplan voldoende zal leiden tot resultaatverbeteringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij akkoord op deel 2 van het ondersteuningsplan maakt het CJG een Beschikking, waarin staat: voor welk product of profiel de hulpverlening geboden mag worden (vastgelegd in deel 1 van het ondersteuningsplan); welk resultaat beoogd wordt (vastgelegd in deel 1 van het ondersteuningsplan); wat de inzet, activiteiten, duur en frequentie daarbij is (vastgelegd in deel 2 van het ondersteuningsplan); welke evaluatiemomenten gepland zijn (vastgelegd in deel 1 van het ondersteuningsplan). De Beschikking wordt naar de cliënt gestuurd. Een Beschikking heeft een looptijd passend bij de behoefte van de ondersteuning maar de maximale looptijd is altijd twee jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder krijgt een Zorgtoewijzing in de vorm van een iJW- 301 bericht. Het proces van toets van de toegang, versturen van een beschikking en de zorgtoewijzing duurt maximaal 12 werkdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieder start de gespecialiseerde jeugdhulp en meldt dit door een startbericht iJW- 305.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien meerdere hulp- en of dienstverleners betrokken zijn is een heldere rol- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen de betrokkenen een belangrijke vereiste. Binnen het 1 gezin, 1 plan gedachtengoed zijn het de jeugdige en ouders die in eerste instantie de regie over hun eigen hulpverleningsproces voeren. Daar waar dit onmogelijk of onwenselijk is kan CJG de regie in overleg met de jeugdige en ouders overnemen of ondersteunen. Het gaat daarbij om de regie tussen alle bij het gezin betrokken partners, ook als het gaat om mantelzorg, vrijwilligershulp en/of hulp vanuit andere delen van het sociaal domein. We noemen dat ook wel ketenregie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp wordt met de jeugdige en ouders, hun netwerk, de aanbieder(s 5 Hiermee worden alle betrokken hulpverleners bedoeld, inclusief eventuele onderaannemers.) en het CJG regelmatig geëvalueerd volgens de momenten zoals vastgelegd in deel 2 van het ondersteuningsplan. Het aantal evaluatiemomenten is afhankelijk van de vooraf Bij afsluiting van de ondersteuning wordt een eindevaluatie uitgevoerd waarin geëvalueerd wordt of de gewenste resultaten behaald zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ondersteuningsplan, deel 1 en 2, is als onderdeel van het werkafsprakenboek te vinden op www.sociaaldomeinmlo.nl Resultaten inzet gespecialiseerde Jeugdhulp 2018 Proces gespecialiseerde jeugdhulp (ZIN): Toegang door huisartsen – jeugdartsen en medisch specialisten Inleiding Vanaf 2018 treedt een nieuwe inkoopsystematiek in werking, de nieuwe uitgangspunten die we hierbij hanteren leiden tot wijziging in de toegangsprocessen naar gespecialiseerde Jeugdhulp. Voor de drie toegangspoorten (Centrum voor Jeugd en Gezin, de gecertificeerde instelling en de artsen) is elk proces apart beschreven. De nu voorliggende procesbeschrijving betreft de toegang door de artsen naar de gespecialiseerde Jeugdhulp voor zorg in Natura.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen zijn, op basis van de jeugdwet, verwijzers voor de jeugdhulp. Het betreft met name verwijzingen binnen “het medisch model”, namelijk naar Jeugd- GGZ. Verwijzingen door artsen naar andere percelen komt weinig voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het CJG investeert in een samenwerking met alle huisartsen. De doelen van deze samenwerking: ondersteuning aan gezinnen bij vragen/problemen rondom gezinnen waar een brede kijk op alle leefdomeinen nodig is, de samenwerking tussen huisarts en CJG kan hierin versterkend werken; huisarts weten wanneer het CJG ingezet kan worden als 1e lijns jeugdhulp; inzet van het CJG bij de huisarts kan ondersteunend zijn voor de huisarts om te juiste verwijzing te kunnen geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het CJG heeft ook een samenwerking met de jeugdartsen, zowel in en om het onderwijs als rechtstreeks.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige en ouders 1 Daar waar gesproken wordt van ouders worden ook verzorgers bedoeld hebben contact met een arts 2 Daar waar gesproken wordt van arts worden bedoeld de huisartsen, medisch specialisten of de jeugdartsen en er is een vraag naar gespecialiseerde jeugdhulp (zorg in natura).</p>\n<p class=\"lf-p\">De arts verwijst de cliënt naar een gecontracteerde aanbieder van gespecialiseerde jeugdhulp. Indien een arts verwijst naar een niet gecontracteerde aanbieder, kan dat enkel na een besluit van de gemeente via het CJG.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieder organiseert een aanmeldgesprek met de jeugdige en ouders. Aanbieder onderzoekt: welke producten en of profiel nodig is voor de cliënt, passend binnen de gemaakte afspraken met de gemeenten en regelgeving; welke ondersteuning en inzet nodig is om te komen tot de resultaten; maakt hierbij een inschatting van tijd en duur en activiteiten; of inzet van ketenregie door het CJG noodzakelijk is; of inzet van het CJG vanwege zorgen of vragen op meerdere leefdomeinen noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenstaand wordt door de aanbieder vastgelegd in een ondersteuningsplan dat voor akkoord wordt ondertekend door de aanbieder en de cliënt. De minimale criteria voor de inhoud van het ondersteuningsplan zijn opgenomen in bijlage 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens wordt in deel 2 van het ondersteuningsplan aangegeven of aanbieder gaat werken met een onderaannemer en zo ja, welke dat is en welke inzet deze levert. Bij toewijzing van producten verandert het werken met een onderaannemer door een aanbieder niet ten opzichte van voorgaande jaren. Aanbieder kan enkel een onderaannemer inzetten aanvullend op zijn eigen inzet voor de jeugdige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieder betrekt het CJG door het ondersteuningsplan met aanvullende informatie 3 De aanvullende informatie bevat: beschrijving van de eigenlijke hulpvraag, de problemen, welke hulp nodig is en in welke mate, en welk aandeel ouders of het sociale netwerk in de hulp kunnen hebben. , binnen maximaal 15 werkdagen na ontvangst van de verwijzing van de medisch specialist, naar het CJG te sturen indien er sprake is van: zorgen of vragen op meerdere leefdomeinen, en/ of drie of meer professionele hulp- en/of dienstverleners die betrokken zijn bij het gezin, vanwege het zicht op ketenregie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ga naar Ja- ketenregie/ leefdomeinen (route 6A) Wordt het CJG niet betrokken, ga dan verder via route 6B.</p>\n<p class=\"lf-p\">A. CJG is betrokken vanwege ketenregie/leefdomeinen. Het CJG wordt op inhoud betrokken. De aanbieder dient het facturatieteam te verzoeken om een toewijzing in de vorm van een JW315- bericht, binnen maximaal 15 werkdagen na ontvangst van de verwijzing van de medisch specialist.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. CJG is niet betrokken. De aanbieder verzoekt bij het facturatieteam om een toewijzing van de jeugdhulp door middel van een JW315- bericht, binnen maximaal 15 werkdagen na ontvangst van de verwijzing van de medisch specialist.</p>\n<p class=\"lf-p\">A. Aanbieder heeft om toewijzing van jeugdhulp verzocht en ontvangt, na een technische toets door het facturatieteam een toewijzing in de vorm van een JW301- bericht. Het proces van de technische toets en versturen van een zorgtoewijzing duurt maximaal 12 werkdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Aanbieder heeft om toewijzing van jeugdhulp verzocht en ontvangt, na een technische toets door het facturatieteam een toewijzing in de vorm van een JW301- bericht. Het proces van de technische toets en versturen van een zorgtoewijzing duurt maximaal 12 werkdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeren ketenregie door het CJG. Deze stap geldt alleen voor die situaties waarbij het CJG betrokken is, route A en B in de procestekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien meerdere hulp- en of dienstverleners betrokken zijn is een heldere rol- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen de betrokkenen een belangrijke vereiste. Binnen het 1 gezin, 1 plan gedachtengoed zijn het de jeugdige en ouders die in eerste instantie de regie over hun eigen hulpverleningsproces voeren. Daar waar dit onmogelijk of onwenselijk is kan CJG de regie in overleg met de jeugdige en ouders overnemen of ondersteunen. Het gaat daarbij om de regie tussen alle bij het gezin betrokken partners, ook als het gaat om mantelzorg, vrijwilligershulp en/of hulp vanuit andere delen van het sociaal domein. We noemen dat ook wel ketenregie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieder start de gespecialiseerde jeugdhulp en meldt dit door middel van een startbericht iJW- 305.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie. Tijdens de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp wordt met de jeugdige en ouders, hun netwerk, de aanbieder(s 4 Hiermee worden alle betrokken hulpverleners bedoeld, inclusief eventuele onderaannemers.) en (indien betrokken) het CJG regelmatig geëvalueerd volgens de momenten zoals vastgelegd in het ondersteuningsplan. Het aantal evaluatiemomenten is afhankelijk van de vooraf inschatte duur van het traject, doch tenminste 1x per half jaar. Hierbij wordt geëvalueerd of de ingezette ondersteuning daadwerkelijk leidt tot de beoogde resultaten en in hoeverre ketenregie benodigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afsluiting van de gespecialiseerde jeugdhulp Bij afsluiting van de ondersteuning wordt een eindevaluatie uitgevoerd waarin geëvalueerd wordt of de gewenste resultaten behaald zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Criteria voor ondersteuningsplan Proces gespecialiseerde jeugdhulp Dyslexie toegang via school Vermoeden van dyslexie Aanvraag ouder met schoolanamnese/leerlingdossier naar aanbieder Check door aanbieder dyslexie hulp Dossier voldoet aan criteria &gt; toegang Dossier voldoet niet aan criteria &gt; terugverwijzen naar school Start diagnostiek Resultaat diagnostiek:</div>\n<p class=\"lf-p\">Diagnose EED &gt; toegang tot behandeling; beschikking CJG Geen diagnose EED &gt; terugverwijzen naar school of andere hulp; beschikking CJG Start behandeling Monitoring en resultaten behandeling Afsluiten behandeling Steekproef gemeenten of is voldaan aan criteria Toelichting:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermoeden van dyslexie kan worden aangekaart door ouders, huisarts, CJG, of andere professional. Dit vermoeden dient door school te worden getoetst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalend voor toegang en vergoeding van dyslexiehulp is in alle gevallen de aanvraag van ouders o.b.v. valide onderbouwing in schoolanamnese/leerlingdossier. Ouders geven toestemming voor delen van informatie met aanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een school dient in het dossier helder te vermelden of de leerling tot de zwakste 10% behoort bij lezen, of tot de zwakste 16% bij lezen én de zwakste 10% bij spelling. Concreet: leerlingen met een E-score op lezen en leerlingen met een lage D-score op lezen én een E-score op spellen). Indien de scores afwijken start de aanbieder niet met diagnostiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij doorverwijzing voor diagnostiek moet de schoolanamnese worden aangeleverd bij de gecontracteerde dyslexieaanbieder, bestaande uit: o Formulier ‘Controleformulier ten behoeve van aanvraag EED’ (verkrijgbaar via accountmanagement@midden-limburg.nu), met daarin de volgende gegevens: signalering lees- en spellingproblemen duur en inhoud extra begeleiding op school (handelingsplannen), begeleider resultaten extra begeleiding vaststelling stagnatie met vermelding instrumentarium en normcriteria argumentatie voor ‘vermoedelijke dyslexie’ o basisgegevens leerling volgsysteem, LOVS in A t/m E scores rapportage door bevoegd schoolfunctionaris o Eventueel meldingen van (een vermoeden van) comorbiditeit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien ouders het niet eens zijn met school of vooruitlopend op het schooldossier via huisarts of anderszins een dyslexieverwijzing of –verklaring overleggen, blijft voorgaande bepalend voor vergoeding van diagnostiek en behandeling en zal alsnog een schoolanamnese -die voldoet aan genoemde criteria- bepalend zijn voor toegang tot diagnostiek. Diagnostiek en behandeling wordt alleen vergoed bij ernstige, enkelvoudige dyslexie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie verder omschrijving in vigerend productenboek contractering onder perceel dyslexie en Protocol leerproblemen en Protocol Dyslexie van Masterplan Dyslexie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Check door aanbieder Gecontracteerde aanbieder checkt of het leerlingdossier op orde is, de schoolanamnese en signaleringsgegevens -ondanks extra begeleiding op school- stagnatie aantonen en een vermoeden van ernstige enkelvoudige dyslexie is aangetoond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordat diagnostiek dyslexiezorg plaatsvindt zijn alle stappen van het aan basisonderwijs voorgeschreven “Protocol leerproblemen en Protocol Dyslexie 2.0” van het Nederlands Kenniscentrum Dyslexie doorlopen, in het kader van het masterplan Dyslexie. Zo nee: terugverwijzen naar school. De gecontracteerde aanbieder gaat tevens na of sprake is van gediagnostiseerde, bijkomende stoornissen die behandeling van EED belemmeren. Zo ja: eerst andere stoornissen laten behandelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is dus geen indicatiebesluit nodig om te starten met een diagnostiek traject. De gecontracteerde aanbieder is en blijft verantwoordelijk voor de start van dyslexiediagnostiek op basis van bovenstaande afspraken. De gemeenten controleren jaarlijks steekproefsgewijs of hieraan is voldaan. Dyslexiediagnostiek die niet aan de criteria voldoet wordt NIET vergoed door de gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Start diagnostiek Het diagnostisch proces heeft als doel te komen tot een oordeel of een kind ernstige enkelvoudige dyslexie heeft. Dit dient te worden uitgevoerd conform de geldende kwaliteitseisen uit het protocol “diagnostiek en behandeling” van het NKD Nederlands Kenniscentrum Dyslexie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Resultaat diagnostiek:</p>\n<p class=\"lf-p\">Diagnose EED &gt; toegang tot behandeling; beschikking CJG aan ouder Geen EED &gt; geen toegang tot behandeling; beschikking CJG aan ouder Indien de diagnostiek leidt tot de uitkomst “geen EED” krijgt de aanbieder toch het diagnostiektraject vergoed, mits is voldaan aan de criteria. Op basis van het resultaat van de diagnostiek volgt een beschikking van het CJG aan ouders met al dan niet toegang tot dyslexiebehandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Start behandeling Doel van dyslexiebehandeling is een voldoende niveau van technisch lezen en spellen uitgedrukt in gangbare eisen en criteria passend bij de leeftijd, schoolniveau en/of beroepsperspectief van de jeugdige en een voor de jeugdige acceptabel niveau van zelfredzaamheid. De gecontracteerde aanbieder zet in op een goede afstemming met school en ouders / begeleiders met minimaal 3 contactmomenten. Er wordt naar gestreefd dat ouders / begeleiders bij de behandeling aanwezig zijn. De behandeling vindt bij voorkeur op school plaats ter bevordering van aanwezigheid van de jeugdige (en ouders / begeleiders) en het bevorderen van ondersteuning door school. De inhoud van de dyslexiebehandeling voldoet aan de geldende kwaliteitseisen uit het protocol “diagnostiek en behandeling” van het NKD Nederlands Kenniscentrum Dyslexie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient een startmelding te worden gedaan door aanbieder via het berichtenverkeer. de behandeling heeft een expliciet begin- en eindpunt alle leerdoelen zijn per module voor behandelaar duidelijk omschreven een behandelsessie bestaat altijd uit een combinatie van schriftelijke en mondelinge interactie, computerondersteund naast wekelijkse behandelsessies met een gespecialiseerde behandelaar, regelmatige oefeningen onder begeleiding van een oefenpartner het programma voorziet in oefenmateriaal waarmee de jeugdige onder begeleiding van een oefenpartner dagelijks kan oefenen (vereist voldoende grote bestanden van woorden) systematische evaluatie van de behandelresultaten doen van klanttevredenheidsonderzoek Monitoring en resultaten behandeling Aanbieder verstrekt de door gemeenten gevraagde informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afsluiten behandeling In afwijking tot het door NKD gestelde omtrent omvang en duur van de dyslexiebehandeling is vanwege een noodzakelijk budgetplafond een begrenzing aangegeven in de financiële tegemoetkoming. Op basis van kengetallen over functieniveau en uurtarieven van het NKD en ervaringsgegevens van gedeclareerde kosten van 2015-2016-2017 is een trajectprijs vastgesteld vanaf 2018. Er is geen beperking in het aantal behandelingen en/of de duur van de behandeling. Gestreefd wordt naar het behalen van een bevredigend en blijvend resultaat in een beperkte periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Steekproef gemeenten of is voldaan aan criteria Gemeenten hebben er bewust voor gekozen het schaarse budget geheel te benutten voor dyslexiehulp en niet voor extra indicatiestelling vooraf. Controle vindt middels steekproef achteraf plaats. Indien niet is voldaan aan de criteria vervalt recht op vergoeding verleende dyslexiehulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces gespecialiseerde jeugdhulp (ZIN): Toegang door Gecertificeerde Instelling Inleiding Vanaf 2018 treedt een nieuwe inkoopsystematiek in werking, de nieuwe uitgangspunten die we hierbij hanteren leiden tot wijziging in de toegangsprocessen naar gespecialiseerde Jeugdhulp. Voor de drie toegangspoorten (Centrum voor Jeugd en Gezin, de gecertificeerde instelling en de artsen) is elk proces apart beschreven. De nu voorliggende procesbeschrijving betreft de toegang door de Gecertificeerde Instelling (GI) naar de gespecialiseerde Jeugdhulp voor Zorg in Natura. Toegang voor PGB’s valt buiten dit proces. Het startpunt van dit proces is het moment dat de vraag naar inzet voor gespecialiseerde jeugdhulp voorligt. Voorafgaand aan het onderzoek dat gaat starten naar aanleiding van deze vraag heeft de GI al een onderzoek gedaan met de jeugdige en ouders 1 Daar waar gesproken wordt van ouders worden ook ouder / verzorger(s) / wettelijk vertegenwoordiger(s) bedoeld naar hetgeen nodig is vanuit JB of JR en een plan van aanpak opgesteld .</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze procesbeschrijving gaat niet in op deze en andere processen van de GI. De focus ligt op de toegang, de regierol en de evaluaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jeugdige en ouders hebben een traject (JB en/of JR) bij de GI en het blijkt noodzakelijk om gespecialiseerde jeugdhulp in te zetten (zorg in natura).</p>\n<p class=\"lf-p\">De GI stelt samen met de jeugdige en ouders deel 1 van het ondersteuningsplan 2 Onderzocht wordt of dit ondersteuningsplan de juiste benaming is voor de GI. Regulier maakt men een plan van aanpak, dit gaat echter niet naar de aanbieder. op. De GI bepaalt samen met de jeugdige en ouders welke (gecontracteerde) aanbieder voor de nodige hulp het meest geschikt is en neemt contact op met de aanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel van deel 1 van het ondersteuningsplan is een onderbouwing van de noodzaak van gespecialiseerde jeugdhulp en een opmaat voor de juiste inzet van de gespecialiseerde jeugdhulp (bepalen van de productcode of profiel).</p>\n<p class=\"lf-p\">In deel 1 van het ondersteuningsplan wordt vastgelegd: de doelen van de ondersteuning en de gewenste eindresultaten beschreven op basis van de mate van participatie, zelfredzaamheid en veiligheid. Voor het formuleren van de resultaten wordt gebruikt gemaakt van “Resultaten inzet gespecialiseerde Jeugdhulp 2018”. Ook worden de evaluatiemomenten opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als deel 1 van het ondersteuningsplan volledig is ingevuld kan aan ouder en/of jeugdige instemming worden gevraagd door middel van medeondertekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieder ontvangt deel 1 van het ondersteuningsplan met het profiel of product van de GI binnen maximaal drie werkdagen na vaststelling van het plan. Bedoelde profielen en producten zijn door de GI bepaald, en ingevuld in deel 2, en mogen door de aanbieder niet worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de GI het noodzakelijk acht dat een niet gecontracteerde aanbieder de ondersteuning gaat bieden, kan dat enkel na een besluit van de gemeente via het CJG.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ondersteuningsplan, deel 1 en 2, is als onderdeel van het werkafsprakenboek te vinden op www.sociaaldomeinmlo.nl Aanbieder organiseert een aanmeldgesprek met de jeugdige en ouders. De GI heeft altijd contact met de aanbieder en maakt een inhoudelijke afweging om aan te sluiten bij het intakegesprek. Aanbieder: onderzoekt welke ondersteuning en inzet nodig is om te komen tot de resultaten binnen het aangegeven profiel of product; maakt hierbij een inschatting van tijd en duur en activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenstaand wordt door de aanbieder vastgelegd in deel 2 van het ondersteuningsplan dat voor akkoord wordt ondertekend door de GI. Het ondersteuningsplan wordt door de aanbieder naar de GI gestuurd binnen maximaal 15 werkdagen nadat de aanbieder deel 1 van het ondersteuningsplan heeft ontvangen. Indien de termijn van 15 werkdagen niet haalbaar is wordt hierover gemotiveerd gecommuniceerd met cliënt en verwijzer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De GI toetst of deel 2 van het ondersteuningsplan de voorgestelde zorg in overeenstemming is met gemeentelijke afspraken en best passend is om het beoogde resultaat te bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij akkoord op deel 2 van het ondersteuningsplan maakt de GI een bepaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de bepaling van de GI verzoekt de aanbieder bij het facturatieteam van de gemeente om een toewijzingsbericht d.m.v. een iJw315 bericht. Het facturatieteam wijst, na een technische toets, de hulp toe d.m.v. een iJw301 bericht. Het proces van toets van de toegang, het versturen van de bepaling en het verzenden van de iJw berichten duurt maximaal 12 werkdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gespecialiseerde jeugdhulp start.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien meerdere hulp- en of dienstverleners betrokken zijn is een heldere rol- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen de betrokkenen een belangrijke vereiste. Binnen het 1 gezin, 1 plan gedachtengoed zijn het de jeugdige en ouders die in eerste instantie de regie over hun eigen hulpverleningsproces voeren, binnen de kaders van de bevoegdheden vanuit de JB of JR. Daar waar dit onmogelijk of onwenselijk is kan de GI de regie in overleg met de jeugdige en ouders overnemen of ondersteunen. Het gaat daarbij om de regie tussen alle bij het gezin betrokken partners, ook als het gaat om mantelzorg, vrijwilligershulp en/of hulp vanuit andere delen van het sociaal domein. We noemen dat ook wel ketenregie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp wordt met de jeugdige en ouders, hun netwerk, de aanbieder(s 3 Hiermee worden alle betrokken hulpverleners bedoeld, inclusief eventuele onderaannemers.) en de GI regelmatig geëvalueerd volgens de momenten zoals vastgelegd in het ondersteuningsplan. Het aantal evaluatiemomenten is afhankelijk van de vooraf inschatte duur van het traject, doch tenminste 1x per half jaar. Hierbij wordt geëvalueerd of de ingezette ondersteuning daadwerkelijk leidt tot de beoogde resultaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afsluiting van de gespecialiseerde jeugdhulp. Bij afsluiting van de ondersteuning wordt een eindevaluatie uitgevoerd waarin geëvalueerd wordt of de gewenste resultaten behaald zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuningsplan deel 1 en 2 Resultaten inzet gespecialiseerde Jeugdhulp 2018 Bijlage4Publicatie NJI: De basis van ontwikkeling en opvoeding Inleiding De meeste kinderen in Nederland ontwikkelen zich zonder al te veel problemen tot autonome en sociale volwassenen die een positieve bijdrage leveren aan de samenleving. Aan de andere kant blijkt uit onderzoek dat 36 procent van de ouders met thuiswonende kinderen zegt zich in het afgelopen jaar wel eens zorgen te hebben gemaakt over de opvoeding of ontwikkeling van één of meerdere van hun kinderen. Zestig procent van deze ouders heeft daarvoor hulp of advies gezocht buiten het gezin, de familie of de vriendenkring (CBS, 2008). Veel ouders weten kennelijk niet zo goed hoe ze met veel voorkomende problemen van hun kinderen om moeten gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In veel pedagogische en ontwikkelingspsychologische literatuur is te lezen dat veel problemen heel normaal zijn. Somberheid, angst, druk gedrag, tegendraadsheid, agressie, het zijn tot op zekere hoogte normale verschijnselen bij kinderen. Veel van deze problemen zijn gebonden aan de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden. Het is het moment waarop dit soort gedrag optreedt, de duur en de intensiteit die maken of iets wel of niet zorgen moet baren (Van Yperen, 2009). Omdat veel problemen heel normaal zijn, is het omgaan met die problemen te beschouwen als een gewone opvoedingsopgave voor ouders, beroepsopvoeders (pedagogisch medewerkers, leerkrachten) en gemeenschappen zoals buurt en gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vroegtijdige opvoedingsvoorlichting, advies en ondersteuning aan ouders en beroepsopvoeders kan verergering van problematiek en verwijzing naar specialistische voorzieningen voorkomen. Deze ondersteuning moet gebaseerd zijn op wetenschappelijke kennis over de factoren die een gezonde opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen kenmerken. Die kennis biedt veel handvatten over hoe jeugdigen door opvoeders over veel van de ‘normale’ problemen heen te helpen zijn. Zo zijn ouders goed voor te lichten over effectieve manieren van opvoeden, waarbij te voorkomen is dat gewoon oppositioneel gedrag uitgroeit tot ernstiger vormen van gedragsproblematiek (Speetjens, De Graaf &amp; Blokland, 2007). Ook pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en leerkrachten horen in hun opleiding opvoedingsvaardigheden aangeleerd te krijgen die horen bij het omgaan met kinderen in de groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze notitie gaan we in op de factoren die een gezonde opvoeding en ontwikkeling kenmerken. We beschrijven een levensloopmodel waarin opvoeding en ontwikkeling in samenhang worden gepresenteerd. Het model is gebaseerd op de alom geaccepteerde opvatting binnen de hedendaagse ontwikkelingspsychologie, namelijk dat ontwikkeling gezien wordt als een interactief proces tussen kind en (pedagogische) omgeving. De omgeving heeft invloed op de ontwikkeling van het kind. Bij een kind dat opgroeit in een liefdevolle, stabiele en stimulerende omgeving is de kans groter dat het zich goed ontwikkelt dan bij een kind dat opgroeit in een minder ondersteunende omgeving. Maar het kind heeft ook invloed op de omgeving. Een kind met een moeilijk temperament bijvoorbeeld, roept bij de opvoeder (en ook bij anderen) ander gedrag op dan een kind dat makkelijk is in de omgang (Van den Akker, Deković, Prinzie &amp; Asscher, 2010).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het antwoord op de vraag waaraan een pedagogische omgeving in algemene zin moet voldoen om de ontwikkeling van een kind zo goed mogelijk te laten verlopen, vinden we aanknopingspunten bij de vier zogenoemde pedagogische basisdoelen, zoals beschreven door Riksen-Walraven (2004). We beschrijven deze doelen hier eerst in algemene zin. Vervolgens specificeren we ze in concrete opvoedingsvaardigheden. Daarna gaan we in op de verschillende ontwikkelingsopgaven die kinderen moeten uitvoeren en de daarbij behorende opvoedingsopgaven. Tot slot presenteren we een interactief model waarin ontwikkelings- en opvoedingstaken zijn geïntegreerd.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Pedagogische basisdoelen Op basis van onderzoeksresultaten in de literatuur komt Riksen-Walraven (2004) tot een viertal pedagogische basisdoelen. Deze basisdoelen zijn in eerste instantie geformuleerd voor de kinderopvang, maar gelden volgens haar voor elke opvoedomgeving (thuis, school). We beschrijven de basisdoelen hier kort.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bieden van emotionele veiligheid De opvoedomgeving biedt kinderen een veilige basis, een ‘thuis’ waar kinderen zich kunnen ontspannen en zichzelf kunnen zijn. Door Riksen-Walraven wordt het bieden van een gevoel van veiligheid als de meest basale pedagogische doelstelling gezien. Het bieden van veiligheid is niet alleen van belang omdat het bijdraagt aan het welbevinden van het kind, maar ook omdat een veilig klimaat voorwaarde is voor het realiseren van de andere pedagogische doelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gelegenheid bieden voor het ontwikkelen van persoonlijke competentie De opvoedomgeving stelt kinderen in de gelegenheid om hun persoonlijke competentie te ontwikkelen. Het gaat om persoonlijke eigenschappen als veerkracht, impulscontrole, zelfstandigheid, zelfvertrouwen, flexibiliteit, motivatie, volharding, creativiteit en cognitieve en taalvaardigheden. Hierdoor zijn kinderen in staat om allerlei problemen goed aan te pakken en zich goed aan te passen aan (veranderende) situaties.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Gelegenheid bieden voor het ontwikkelen van sociale competentie De opvoedomgeving stelt kinderen in de gelegenheid om hun sociale competentie te ontwikkelen. Het gaat om een scala aan sociale kennis en vaardigheden, zoals het zich inleven in een ander, communiceren, samenwerken, anderen helpen, conflicten voorkomen en oplossen en het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Overdragen van waarden en normen De opvoedomgeving draagt waarden en normen aan kinderen over, waardoor kinderen zich de cultuur eigen maken van de samenleving waarin zij opgroeien.</div>\n<p class=\"lf-p\">De doelen zoals hierboven beschreven zijn nog vrij algemeen. Ook is nog niet duidelijk op welke manier de doelen concreet bereikt kunnen worden. Hieronder gaan we daar verder op in.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Opvoedingsvaardigheden Kinderen ontwikkelen zich doordat ze bepaalde ervaringen opdoen. Dat zijn ervaringen met hun (professionele) opvoeders, andere mensen en de materiële omgeving. Wij beperken ons hier tot de rol van opvoeders in het directe contact met het kind en de intermediërende rol die opvoeders hebben bij de ervaringen die kinderen opdoen in interactie met andere personen en de materiële omgeving. We beschrijven hier kort de basale vaardigheden van opvoeders die bijdragen aan het realiseren van de pedagogische basisdoelen. Het gaat bij deze vaardigheden om interactievaardigheden in het directe contact met het kind en om vaardigheden in het creëren van ‘voorwaarden’ om de ontwikkeling van het kind zo goed mogelijk te laten verlopen.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.1. Interactievaardigheden In de literatuur krijgen interactievaardigheden van opvoeders de nodige aandacht. Vaardigheden die veel genoemd worden zijn: het bieden van emotionele ondersteuning (sensitieve responsiviteit of sensitiviteit), het respecteren van de autonomie van kinderen, structuur bieden en grenzen stellen, en informatie en uitleg geven. Deze vier vaardigheden zijn eerder gebruikt als basis voor programma’s gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de interactie tussen ouder en kind en pedagogisch medewerker en kinderen in de kinderopvang. Onderzoek heeft laten zien dat deze vaardigheden samenhangen met het welbevinden en de ontwikkeling van kinderen, zowel in de thuissituatie (Meij, Zevalkink &amp; Hubbard, 1994) als in kinderopvangsituaties (Riksen-Walraven, 2006). We geven hier een beschrijving van de vier vaardigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 emotioneel ondersteunen Emotionele ondersteuning bieden is een gevoel van geborgenheid geven aan het kind, zodat het zich veilig en op zijn gemak voelt. Hierdoor kan een kind zijn aandacht richten op zijn omgeving en is hij vrij om nieuwe indrukken op te doen en te leren van wat hij ervaart. Concreet betekent ‘emotioneel ondersteunen’ dat de opvoeder op een positieve manier duidelijk zijn of haar betrokkenheid laat blijken bij wat het kind doet en ervaart (troosten, complimentjes geven, aanmoedigen, interesse tonen).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 respect voor autonomie Wanneer een kind zich emotioneel ondersteund voelt door de opvoeder, gaat het op verkenning uit. Het is van belang dat de opvoeder het kind daarbij zo veel mogelijk de ruimte geeft en het respecteert in zijn autonomie. In de praktijk van de opvoeding betekent 'respect voor autonomie' de zelfstandig- heid bevorderen en de eigenheid van het kind respecteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 structuur bieden en grenzen stellen Om tegemoet te komen aan de groeiende behoefte aan zelfstandigheid en autonomie van het kind is het van belang dat een kind ervaart dat er een vaste structuur is en dat er grenzen zijn. Hoewel dit aspect tegenover het vorige lijkt te staan (hoe meer regels, hoe minder ruimte voor eigen inbreng van het kind), geeft het bieden van structuur juist het houvast dat nodig is voor het kind om zelfstandig activiteiten te ondernemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 informatie en uitleg geven Om de wereld te leren begrijpen, heeft een kind informatie en uitleg nodig. Het is belangrijk dat de informatie en uitleg aansluit bij de behoefte, de belevingswereld, de aandacht en het ontwikkelingsniveau van het kind. Naarmate de informatie van betere kwaliteit is, draagt deze meer bij aan de ontwikkeling van het kind. Het kind kan met de informatie zelfstandig verder waarmee hij bezig is, krijgt het gevoel dat hij serieus genomen wordt, en wordt zekerder van zichzelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Overige vaardigheden Naast de directe interactie met het kind, heeft de opvoeder ook gedeeltelijk invloed op ervaringen die het kind opdoet met anderen en met de materiële omgeving. Dit vraagt vaardigheden van opvoeders in het creëren van voorwaarden voor een goede ontwikkeling van het kind. Zo kan er (in samenspraak met het kind) gekozen worden voor bepaalde activiteiten, bepaald speelgoed, een bepaalde binnen- en buiteninrichting, een bepaald kinderdagverblijf, een bepaalde school, een bepaalde sportclub en kunnen (bepaalde) vriendschappen al dan niet gestimuleerd worden. Vaak zullen opvoeders die de interactievaardigheden goed beheersen de overige vaardigheden die we hier noemen ook wel bezitten. Zij zijn immers in staat om in het algemeen keuzes te maken die goed zijn afgestemd op het kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast spelen ook andere vaardigheden van opvoeders een rol. Wanneer zich problemen voordoen of dreigen voor te doen rondom of met het kind, moeten opvoeders in staat zijn deze het hoofd te bieden. Voorbeelden zijn: een moeder gaat op school praten met de leerkracht omdat ze vermoedt dat het kind gepest wordt, een leerkracht gaat praten met ouders omdat het kind op school weinig contact heeft met andere kinderen, een vader gaat praten met de voetbaltrainer omdat zijn zoon in een ander team is geplaatst dan al zijn vriendjes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot spelen algemene probleemoplossingsvaardigheden ook een rol. Opvoeders die om welke reden dan ook hun eigen leven niet goed op orde hebben (verslaving, financiële problemen, relatieproblemen), lopen het risico dat dit zijn weerslag heeft op de opvoeding van het kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sommige interventieprogramma’s zijn daarom niet alleen gericht op het versterken van de interactievaardigheden van opvoeders, maar ook op het versterken van het zelfvertrouwen, de draag- en daadkracht van opvoeders en het ondersteunen van opvoeders bij het oplossen van dagelijkse problemen die de kwaliteit van de opvoeding kunnen bedreigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 Opvoedingsvaardigheden en de ontwikkelingsfase van het kind We hebben de opvoedingsvaardigheden hier nog los beschreven van de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. Of het nu gaat om een baby of een puber, de beschreven opvoedingsvaardigheden zijn in elke ontwikkelingsfase van een kind belangrijk. Maar de concrete opvoedingshandelingen en bepaalde ontwikkelingsthema’s verschillen wel in de verschillende ontwikkelingsfasen. We beschrijven hieronder eerst de verschillende ontwikkelingsfasen en -opgaven. Daarna beschrijven we in de daarop volgende paragraaf de specifieke opvoedingsvaardigheden en -opgaven voor de verschillende ontwikkelingsfasen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Ontwikkelingsopgaven In de loop van de ontwikkeling van baby naar volwassene zijn verschillende thema’s te onderscheiden die kenmerkend zijn voor een bepaalde periode in de ontwikkeling. Dit wordt aangeduid met de term ontwikkelingsopgaven. Een ontwikkelingsopgave is bijvoorbeeld het opbouwen van een goede gehechtheidsrelatie met de opvoeder of goed kunnen omgaan met leeftijdgenoten. De term ontwikkelingsopgave werd geïntroduceerd door Havighurst (1948) en later door vele anderen verder uitgewerkt, ook in Nederland (zie bijvoorbeeld Riksen-Walraven, 1989; Goudena, 1994; Van den Boom, 1999; Onderwijsraad, 2008; van Yperen, 2009).</div>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingsopgaven zijn psychologische opdrachten waarmee elk mens in de loop van zijn ontwikkeling in een min of meer vaste volgorde geconfronteerd wordt. Door die opdrachten goed te vervullen doet een mens kennis en vaardigheden op en ontwikkelt zich. De kerngedachte hierbij is dat het niet goed oplossen van een eerdere ontwikkelingsopgave gevolgen heeft voor latere ontwikkelingsopgaven. Die latere opgaven kunnen dan niet of onvoldoende uitgevoerd worden, waardoor de ontwikkeling kan stagneren of ontsporen. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat kinderen bij elke ontwikkelingsopgave voldoende ondersteund worden. Dit betekent dat de pedagogische omgeving goed afgestemd moet zijn op de ontwikkelingsopgaven die voor het kind op dat moment spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We beschrijven hier kort de belangrijkste ontwikkelingstaken, waarover in de literatuur goeddeels overeenstemming bestaat. De aangegeven leeftijdsperiodes zijn globaal en moeten ook niet al te strikt worden gehanteerd. De aangegeven periode is de kritieke periode waarbinnen het thema extra veel aandacht vraagt en verdient. Als een ontwikkelingsopgave volbracht is, blijft het thema ook daarna nog steeds belangrijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1 Ontwikkelingsopgaven voor kinderen van 0-2 jaar De belangrijkste ontwikkelingsopgave voor het kind in deze periode is het opbouwen van een veilige gehechtheidsrelatie met een of meer volwassenen. Veilig gehechte kinderen kunnen hun opvoeder gebruiken als veilige basis van waaruit zij hun omgeving kunnen verkennen. In de loop van het tweede jaar worden autonomie en individuatie steeds belangrijker. Het kind gaat steeds meer initiatief nemen en kan onafhankelijk van de opvoeder succes en bevrediging bereiken. In deze periode wordt de basis gelegd voor vertrouwen in anderen en voor vertrouwen in de eigen competentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Ontwikkelingsopgaven voor kinderen van 2-4 jaar In deze periode ontwikkelt zich het vermogen van het kind zich iets voor te stellen dat er niet meer is, evenals het vermogen tot imitatie. Ook komt de taalontwikkeling op gang. Er is sprake van een duidelijke opbouw van kennisstructuren en symbolische of representationele vaardigheden (begin van ‘alsof-spel’, probleemoplossend spel, oog voor verhaaltjes en dagelijkse routines). In de loop van het derde jaar beginnen leeftijdgenootjes een rol te spelen (begin van samenspelen). De peuter moet in staat zijn constructief met leeftijdgenootjes om te gaan en niet voortdurend in conflict met of afzondering van hen te zijn. Dit vereist ook het beheersen van communicatieve vaardigheden. Ook ontwikkelt zich in deze periode het vermogen om zich aan te passen aan de eisen die opvoeders stellen (socialisatie), eerst op grond van externe regulatie en vervolgens door middel van zelfcontrole van het kind (zindelijkheid, impulscontrole, afblijven van sommige dingen). Tenslotte is ook de identificatie met de sekse-rol als jongen en meisje een centraal thema in deze periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 Ontwikkelingsopgaven voor kinderen van 4-12 jaar In deze periode neemt de autonomie verder toe. Dit uit zich ook in het snel toenemend vermogen van het kind om voor zichzelf te zorgen (zichzelf wassen en aan- en uitkleden, eten). Verder begint het vermogen tot decentratie zich ontwikkelen (andermans perspectief leren zien). Tot slot wordt het kind in deze periode geconfronteerd met de maatschappelijke eis om te leren lezen, schrijven en rekenen. Daarnaast moet het zich in de schoolse situatie ook een taakhouding eigen maken om zich gedurende (steeds) langere tijd te concentreren op schoolse taken. In de omgang met de leerkracht is het noodzakelijk om de leerling-rol aan te nemen. Naast de schoolse vaardigheden (lezen, schrijven, rekenen), is ook het vermogen om wederkerige relaties op te bouwen met vriendjes/vriendinnetjes en het geaccepteerd worden door de groep een belangrijke ontwikkelingstaak in deze periode. In de omgang met leeftijdgenoten moet het kind leren zijn egocentrische houding steeds meer te laten varen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4 Ontwikkelingsopgaven voor jongeren12-16 jaar In deze periode staat een verdergaande emotionele zelfstandigheid van het kind centraal. De overgang naar het voortgezet onderwijs geeft daarbij een belangrijke aanzet. Ook treden er in deze periode lichamelijke veranderingen op, die het begin van de puberteit markeren. Het kind moet ten opzichte van het eigen lichaam, ten opzichte van leeftijdgenoten en ten opzichte van de ouders een nieuwe eigen positie gaan innemen. Seksualiteit gaat een steeds grotere rol spelen in de omgang met leeftijdgenoten. Een en ander leidt tot een nieuw waardensysteem en een nieuw gevoel van persoonlijke identiteit en het ontwikkelen van een positieve houding ten opzichte van opleiding, beroepskeuze en samenleving.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Opvoedingsopgaven Eerder beschreven we in paragraaf 2 een aantal vaardigheden van opvoeders die van belang zijn voor een goede opvoeding en ontwikkeling van het kind. In de vorige paragraaf hebben we gezien dat er in de verschillende ontwikkelingsfasen bepaalde thema’s of ontwikkelingsopgaven zijn te onderscheiden. In deze paragraaf specificeren we de algemene opvoedingsvaardigheden naar de verschillende ontwikkelingsopgaven. Het gaat hier om opvoedingsopgaven. We beschrijven de opvoedingsopgaven hier kort voor de verschillende leeftijdsperiodes en de daaraan gekoppelde ontwikkelingsopgaven voor het kind. We baseren ons daarbij op eerdere beschrijvingen van onder anderen Goudena (1994), Van den Boom (1999) en Van Yperen (2009).</div>\n<p class=\"lf-p\">4.1 Opvoedingsopgaven bij kinderen van 0-2 jaar In deze periode staan de opvoeders voor de opgave sensitief en responsief te reageren op de behoeften en signalen van het kind (emotionele ondersteuning). In het tweede jaar waarin autonomie en individuatie een overheersend thema wordt, wordt het nog belangrijker dat de opvoeder het kind daarnaast zoveel mogelijk de kans geeft om zelf dingen te ontdekken en zo zijn eigen competentie te ervaren (respect voor autonomie). Anderzijds is het ook steeds vaker nodig om de situatie voor het kind te structureren en duidelijke grenzen te stellen. Tot slot is het belangrijk voor de ontwikkeling van het kind dat opvoeders veel praten met het kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normale problemen die zich in deze periode voordoen waaraan de opvoeder het hoofd moet (kunnen) bieden zijn problemen met slapen en eten, huilen, scheidingsangst, angst voor vreemden en onbekende situaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Opvoedingsopgaven bij kinderen van 2-4 jaar Van de kant van de opvoeder blijven de eerder genoemde opvoedingsopgaven: emotionele steun bieden, autonomie erkennen, structureren en grenzen stellen van belang. Gezien de toenemende intellectuele en sociale behoeften wordt in deze periode ook een steeds groter beroep gedaan op informatie en uitleg geven over wat hoort, moet en mag en over hoe de dingen in elkaar zitten. Wil het proces van internalisatie van maatschappelijke eisen enigszins harmonieus verlopen, dan moet de opvoeder soepel kunnen omgaan met de ambiguïteit van het kind inzake de nu aan hem gestelde (externe) eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel voorkomende normale problemen in deze periode zijn angst voor vreemden en onbekende situaties, koppigheid, driftbuien, ongehoorzaamheid, druk gedrag en niet zindelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 1Overzicht van ontwikkelingsopgaven, opvoedingsopgaven en veel voorkomende ‘normale’ en ernstige problemen (Van Yperen, 2009) 4.3 Opvoedingsopgaven bij kinderen van 4-12 jaar Van de kant van de opvoeder is het in deze periode van groot belang kinderen de gelegenheid te geven tot omgang met leeftijdgenoten, in het algemeen een (cognitief) stimulerende omgeving aan te bieden en de autonomie van het kind te bevorderen. Daarnaast blijft ook het bieden van structuur en het stellen van duidelijke grenzen in deze periode van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Acceptatie door leeftijdgenoten wordt bevorderd wanneer het kind een gezinssituatie kent waarin warmte, begrip en wederkerigheid in de relaties een belangrijke rol spelen. We zien de eerder genoemde basisdimensies: emotionele ondersteuning, respect voor autonomie, structuur bieden en grenzen stellen, en uitleg en informatie geven, dus ook in deze periode weer terug. Concentratie en doorzettingsvermogen van het kind ten aanzien van schoolse taken worden bevorderd door leerkrachten die beschikken over goede interactievaardigheden en een gezinssituatie waarin deze taken positief worden gewaardeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normale problemen die in deze periode voorkomen zijn ruziemaken, gepest worden, concentratieproblemen, lage (school-)prestaties; niet naar school willen en incidenteel stelen of vandalisme.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4 Opvoedingsopgaven bij kinderen van 12-16 jaar In deze periode is het vooral belangrijk dat opvoeders de jongere ondersteunen bij het bepalen van een nieuwe positie ten opzichte van zichzelf, zijn leeftijdgenoten en zijn ouders. De jongere moet daarvoor door de opvoeder in de gelegenheid worden gesteld te experimenteren bij de opbouw van een nieuw waardensysteem. Daarbij is de leeftijd van het kind ook belangrijk. Aan een twaalfjarige stel je andere eisen dan aan een zestienjarige. In deze periode staat de opvoeder voor de taak een meer symmetrische relatie op te bouwen met het kind. Ook een positieve voorbeeldfunctie van de opvoeder is in deze periode van groot belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normale problemen die zich bij veel jongeren in deze periode voordoen zijn incidenteel gebruik van alcohol en drugs, twijfels over identiteit of toekomst, problemen met uiterlijk, problemen met autoriteiten en incidenteel spijbelen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Een ontwikkelingsmodel Op basis van het voorgaande kunnen we een globaal ontwikkelingsmodel schetsen, waarin de ontwikkelingsopgaven van het kind en de opvoedingsopgaven zijn geïntegreerd. Het model sluit aan op een model van Riksen-Walraven (1989), waarin verschillende theoretische uitgangspunten zijn samengebracht, waaronder die uit de gehechtheidstheorie en de sociale leertheorie. Zij beschrijft een algemeen ontwikkelingsmodel dat veronderstelde relaties weergeeft tussen de sociale steun die een persoon ervaart gedurende zijn ontwikkeling, de verwachtingen die hij daarbij opbouwt ten aanzien van zichzelf en anderen (uitmondend in een zogenoemd ´intern werkmodel´) en de oplossing van ontwikkelingsopgaven. Een intern werkmodel bevat ideeën die iemand heeft over zichzelf, andere mensen en de wereld en die iemands gedachten en gevoelens beïnvloeden en daarmee het gedrag.</div>\n<p class=\"lf-p\">Naast de direct ervaren steun van anderen spelen ook aangeboren kenmerken van het kind en (andere) bedreigende en beschermende factoren in de omgeving een rol in het model. Kinderen die in de loop van hun ontwikkeling voldoende steun ervaren vanuit hun omgeving bouwen positieve verwachtingen op ten aanzien van anderen en van zichzelf en zijn beter in staat de opeenvolgende ontwikkelingstaken uit te voeren. Kinderen die weinig steun ervaren, ontwikkelen minder vertrouwen in zichzelf en in anderen. Dit kan leiden tot werkmodellen als ´aan anderen heb je niks´, ´ik kan niks alleen´ of ´het maakt niet uit wat ik doe´.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 2Algemeen ontwikkelingsmodel Het model gaat er van uit dat de invloed van de omgeving aan het begin van de ontwikkeling het grootst is en de basis legt voor de verdere ontwikkeling. Naarmate het kind ouder wordt is het steeds moeilijker het interne werkmodel dat tot dan toe is opgebouwd nog te veranderen. Dit neemt niet weg dat bepaalde factoren of personen op bepaalde momenten in de ontwikkeling al dan niet tijdelijk veel invloed kunnen hebben. Zo blijkt bijvoorbeeld het krijgen van werk en een (ondersteunende) partner rond de overgang naar de volwassenheid van doorslaggevende betekenis bij de ontwikkeling van antisociaal gedrag (Roisman, Aguilar en Egeland, 2004). Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de vriendengroep vanaf de puberteit (Lipsey &amp; Derzon, 1998). Soms is deze invloed maar tijdelijk, omdat die uiteindelijk onvoldoende weerstand kan bieden tegen het eerder opgebouwde werkmodel; soms leidt het daadwerkelijk tot een bijstelling van het interne werkmodel en een structurele omslag in de ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het model bestaat uit drie lagen (zie Figuur 2): bovenaan de omgeving, in het midden de interne processen (cognities, verwachtingen) en onderaan gedrag en ontwikkeling. Op basis van de ervaringen die een kind vanaf zijn geboorte opdoet met zijn omgeving ontwikkelt het bepaald gedrag en bepaalde cognities en verwachtingen. Daarbij gaat het om een interactie tussen kind en omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een baby met bijvoorbeeld een moeilijk temperament roept bij een opvoeder ander gedrag op dan een kind dat erg gemakkelijk en meegaand is in de omgang. Maar een kind dat ´van nature´ geen moeilijk temperament heeft kan onder bepaalde omstandigheden ook gedragsproblemen ontwikkelen als reactie op inadequaat gedrag van de opvoeder (bijvoorbeeld verwaarlozing). In de loop van de ontwikkeling worden de verwachtingen en cognities steeds robuuster en moeilijker te veranderen. Positieve verwachtingen en adequate cognities dragen bij aan een gezonde ontwikkeling. Negatieve verwachtingen en inadequate cognities leiden tot het ontstaan en de verdere ontwikkeling van problemen. Zo heeft Nederlands onderzoek van Orobio de Castro (2000) bijvoorbeeld laten zien dat jongens met antisociale gedragsproblemen sociale informatie anders verwerken. Jongens met antisociale gedragsproblemen laten zich bij de verwerking van sociale informatie meer leiden door hun emotionele toestand (veroorzaakt door hun interne werkmodel) en minder door de feitelijke situatie dan jongens zonder gedragsproblemen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Risicofactoren en beschermende factoren In het model zijn naast de sociale ondersteuning die een persoon ervaart vanuit zijn omgeving door belangrijke andere personen (ouders, beroepsopvoeders, peergroep, partner) ook andere factoren opgenomen die van invloed zijn op de opvoeding en ontwikkeling. We onderscheiden: (1) intrapersoonlijke factoren (persoonskenmerken), (2) factoren in de directe sociale omgeving (zoals gezinssituatie, leefklimaat op school, opvoedingsvaardigheden van ouders en beroepsopvoeders) en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(3)</span>factoren in de buurt, cultuur en samenleving.</div>\n<p class=\"lf-p\">Van de intrapersoonlijke factoren zien we in het model genetische, biologische factoren en factoren die betrekking hebben op de mate waarin de jeugdige eerdere ontwikkelingsopgaven succesvol heeft opgelost (en de daarbij behorende gedragingen, verwachtingen en cognities). Voorbeelden van factoren waarvan onderzoek heeft laten zien dat ze van belang zijn voor de opvoeding en ontwikkeling zijn hier: temperament van het kind, hyperactiviteit, impulsiviteit, prikkelbaarheid, intelligentie, schoolprestaties, sociale kennis en vaardigheden, taalontwikkeling en normbesef. Bij de factoren in de directe sociale omgeving gaat het om structurele factoren , zoals de gezinssituatie, leefklimaat op school en kenmerken van de peergroep, en om interpersoonlijke factoren (ondersteuning door ouders, beroepsopvoeders, leerkrachten, leeftijdgenoten, partner en sociaal netwerk). Van de factoren in de buurt, cultuur en samenleving kunnen we noemen: sociale cohesie in de buurt, controle op gedrag in de buurt, mobiliteit in de buurt, duidelijkheid van normen in de buurt, voorkomen van geweld en criminaliteit, lage sociaaleconomische omgeving (armoede) en grote (sociaaleconomische) verschillen tussen bevolkingsgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hermanns (2007) wijst er op dat voor vrijwel alle factoren geldt dat er sprake is van een weliswaar statistisch significante, maar ook vrijwel steeds zwakke relatie van één dergelijke factor met (ongunstige) ontwikkelingsuitkomsten. Bovendien is het belangrijk te constateren dat één bepaald probleem in de latere ontwikkeling voort kan komen uit een scala van sterk uiteenlopende factoren. Bovendien geldt ook het omgekeerde: één specifieke factor kan verband houden met een reeks van problematische ontwikkelingsuitkomsten. Wat wel duidelijk is, is dat een opeenstapeling van risicofactoren (risicocumulatie), de kans op latere problemen aanzienlijk verhoogt. Hermanns haalt buitenlands en Nederlands onderzoek aan waaruit blijkt dat het daarbij nauwelijks van belang is welke risicofactoren of welke combinaties van risicofactoren er optreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvatting De psychologische ontwikkeling kunnen we opvatten als een interactief proces van wederzijdse beïnvloeding door het kind en zijn (pedagogische) omgeving. Al op jonge leeftijd wordt de basis gelegd voor vaardigheden die het kind nodig heeft voor het uitvoeren van latere zogenoemde ontwikkelingsopgaven. Het goed volbrengen van een nieuwe ontwikkelingsopgave versterkt het reeds ingezette gunstige ontwikkelingsverloop. Op deze manier wordt het kind steeds meer de motor van zijn eigen ontwikkeling en neemt de invloed van de pedagogische omgeving af. Bij een ongunstig ontwikkelingsverloop geldt in feite hetzelfde: een kind dat over onvoldoende (sociale) competenties beschikt zal meer moeite hebben om (nieuwe) ontwikkelingsopgaven uit te voeren en daarmee zijn eigen ontwikkeling verder negatief beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is daarom belangrijk al op jonge leeftijd van het kind veel aandacht te geven aan een ondersteunende omgeving voor het kind. Daarbij is de kwaliteit van de sociale interacties tussen het kind en zijn primaire opvoeders van doorslaggevende betekenis. Hier wordt immers de basis gelegd voor het vertrouwen van het kind in zichzelf en anderen. Dit zijn twee basale voorwaarden voor verdere competentieontwikkeling en daarmee voor het uitvoeren van toekomstige ontwikkelingsopgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent echter niet dat kinderen die een ongunstige start doormaken per definitie veroordeeld zijn tot ongunstige ontwikkelingsuitkomsten. Ook op latere leeftijd kunnen kinderen onder invloed van veranderende omstandigheden, zoals een meer ondersteunende (pedagogische) omgeving, die competenties verwerven. Naarmate dit op latere leeftijd gebeurt, zal dit echter steeds moeilijker zijn, omdat het zogenoemde interne werkmodel dat het kind heeft opgebouwd steeds resistenter wordt tegen verandering. Andersom geldt ook niet dat kinderen die wel een goede start doormaken per definitie gevrijwaard zouden blijven van een ongunstig verder ontwikkelingsverloop. Door veranderende omstandigheden of bepaalde levensgebeurtenissen kunnen ook bij deze kinderen later problemen ontstaan. Echter, zij zijn door de reeds verworven competenties wel minder kwetsbaar, zeker als dit op latere leeftijd plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt van een goede opvoeding zijn de vier pedagogische basisdoelen. Voor het bereiken van deze doelen is een aantal basale vaardigheden van opvoeders vereist. Omdat het kind wordt geconfronteerd met opeenvolgende ontwikkelingsopgaven is het verder belangrijk dat opvoeders daarnaast beschikken over vaardigheden om hun gedrag aan te passen aan de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. Bij veel kinderen komen in de loop van hun ontwikkeling ‘normale’ problemen voor. Niet adequaat omgaan met dergelijke ‘problemen’ kan het begin zijn van een steeds meer problematisch verlopende ontwikkeling op velerlei gebied. Ook Van Yperen (2009) concludeert dat preventie van uiteenlopende problemen (zoals gedragsproblemen, schooluitval en delinquentie) vaak neer komt op het verstevigen van de principes van goede (beroeps)opvoeding. Normale problemen kunnen gemakkelijk uitgroeien tot ernstige problemen als een goede opvoeding of de nodige preventieve ondersteuning ontbreekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Literatuur Akker, L. van den, Deković, M., Prinzie, P. &amp; Asscher, J.J. (2010). Toddlers’ temperament profiles: Stability and relations to negative and positive parenting. Journal of Abnormal Child Psychology, 38, 485-495.</p>\n<p class=\"lf-p\">Boom, D. van den (1999). Ouders op de voorgrond. Een educatieve lijn voor 0 tot 18 jaar. Utrecht: Sardes.</p>\n<p class=\"lf-p\">CBS (2008). Jaarrapport 2008 Landelijke Jeugdmonitor. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Goudena, P.P. (1994). Ontwikkelingsopgaven en opvoedingsopgaven. In J. Rispens, P.P. Goudena &amp; J.J.M. Groenendaal (red.), Preventie van psychosociale problemen bij kinderen en jeugdigen. Houten/Zaventem: Bohn Stafleu Van Loghum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Havighurst, R. (1948). Developmental tasks and education. New York: McKay.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hermanns, J.M.A. (2007). Opvoeden en opgroeien: een visie achter het beleid. In P.A.H. van Lieshout, M.S.S. van der Meij &amp; J.C.I de Pree (red.), Bouwstenen voor betrokken jeugdbeleid, pp. 21-45. Den Haag / Amsterdam: WRR / University Press.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lipsey, M.W. &amp; Derzon, J.H. (1998). Predictors of violent or serious delinquency in adolescence and early adulthood: A synthesis of longitudinal research. In R. Loeber &amp; D. Farrington (red.), Serious and violent juvenile offenders, pp. 86-105. Thousand Oaks: Sage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meij, H., Zevalkink, J. &amp; Hubbard, F. (1994). Effecten van het Instapje-programma. In J.M.A. Riksen- Walraven (red.), Instapje. Ontwikkeling en evaluatie van een thuisstimuleringsprogram- ma voor Surinaamse opvoeders met een kind van één jaar. Rijswijk / Nijmegen: Ministerie van WVC / Katholieke Universiteit Nijmegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderwijsraad (2008). Een rijk programma voor ieder kind. Den Haag: Onderwijsraad. Orobio de Castro, B. (2000). Social information processing and emotion in antisocial boys.</p>\n<p class=\"lf-p\">Amsterdam/Duivendrecht: Paedologisch Instituut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Riksen-Walraven, J.M.A. (1989). Meten in perspectief. Een levensloopmodel als achtergrond bij het meten en beïnvloeden van gedrag en interacties. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 23, 16-33.</p>\n<p class=\"lf-p\">Riksen-Walraven, M. (2004). Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: doelstellingen en kwaliteitscriteria. In M.H. van IJzendoorn, L.W.C. Tavecchio &amp; M. Riksen-Walraven (red.), De kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang. Amsterdam: Uitgeverij Boom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Riksen-Walraven, M. (2006). Effecten van de cursus Werken met baby’s. In H. Meij, M. Balledux, N. Jongepier &amp; M. Riksen-Walraven (Redactie). Werken met baby’s. Ontwikkeling, evaluatie en effecten van een cursus voor babyleidsters. Utrecht: Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn / NIZW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Roisman, G. I., Aguilar, B. &amp; Egeland, B. (2004). Antisocial behavior in the transition to adulthood: The independent and interactive roles of developmental history and emerging developmental tasks. Development and Psychopathology, 16, 857-871.</p>\n<p class=\"lf-p\">Speetjens, P., Graaf, I. de &amp; Blokland, G. (2007). Het fundament van Triple P. Theoretische onderbouwing en onderzoek. Jeugd en Co Kennis, 1(2), 6-18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Yperen, T. van (2009). Betere ketens. In D. Graas, T. Liefaard, C. Schuengel, W. Slot &amp; H. Stegge (red.), De Wet op de jeugdzorg in de dagelijkse praktijk (pp. 91-110). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage5Tarievenlijst Pgb Jeugdhulp 2020 gemeente Roermond</p></div>", "next": 0}