{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Als een inwoner, bedrijf of instantie hinder of overlast ondervindt van activiteiten in de fysieke omgeving kan een klacht worden ingediend bij de gemeente. Men kan de gemeente ook een brief of e-mail sturen. Daarnaast kan een telefonische klacht worden gedaan of mondeling aan de gemeentelijke klantcontact balie. Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen. De klager kan wel verzoeken om zijn/haar naam anoniem te houden bij de behandeling van de klacht. Dit om bijvoorbeeld represaille te voorkomen. Iedere klacht wordt onderzocht en vervolgens binnen 10 werkdagen in behandeling genomen conform onderstaand stappenplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij kunnen niet bepalen waar burgers hun klachten indienen. Wij zullen in de communicatie wel aangeven dat het bij de gemeente binnen moet komen, maar wij zullen de klager niet terugsturen als het rechtstreeks bij de ODR binnenkomt. Deze klachten zal de ODR conform het uitvoeringskader oppakken. Indien de klacht echter laag is geprioriteerd dan zal er vooraf overleg plaatsvinden met de gemeente over de klacht wel of niet verder op te pakken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stappenplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">De klacht wordt ontvangen door de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de klacht wordt een opdrachtformulier gemaakt met de NAW-gegevens van de klager.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdrachtformulier wordt doorgegeven aan de uitvoeringsorganisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toezichthouder neemt contact op met de klager voor nadere informatie en omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toezichthouder bepaalt vervolgens of er sprake is van een klacht en de spoedeisendheid daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toezichthouder bezoekt op korte termijn de locatie om de aard en omvang van de eventuele overtreding vast te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de controle wordt de klager hierover geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een overtreding geconstateerd is volgt er een aanschrijving volgens reguliere toezicht/handhaving strategie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7Verzoek tot handhaving Op grond van de Awb (Algemene wet bestuursrecht) mag \"een ieder\" verzoeken om handhaving. Het verzoek moet volgens artikel 1:3 Awb aangemerkt worden als een aanvraag: een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen. Artikel 4:2 Awb regelt de vereisten van een aanvraag: onder andere de naam en het adres van de aanvrager. Een verzoek tot handhaving kan daarom niet anoniem gebeuren. Indien niet is voldaan aan het vereiste van naam en adres, kan het bevoegd gezag het verzoek niet in behandeling nemen (artikel 4:5 Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verzoek om handhaving moet schriftelijk ingediend worden en voorzien van de handtekening van de verzoeker/verzoekster. Als namens iemand anders een verzoek ingediend wordt, moet ook een machtiging van feitelijke verzoeker/verzoekster meegezonden worden. In het verzoek dient een goede en eenduidige omschrijving van de vermeende overtreding staan en waarom het in het belang van de verzoeker/verzoekster is dat de gemeente hier tegen optreedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soms komt het voor, dat een verzoek tot handhaving gedaan wordt door een bij het bevoegd gezag \"bekende\" persoon die (om haar/hem moverende redenen) niet wil dat zijn identiteit aan anderen bekend wordt gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aangifte bij de politie wordt dan gebruik gemaakt van de volgende mogelijkheid: De verbalisant geeft aan dat zich bij hem vervoegde, een persoon die anoniem wenste te blijven en waarvan de personalia bij verbalisant bekend zijn. Vervolgens wordt de zaak \"gewoon\" in behandeling genomen. Niet uitgesloten is echter dat uiteindelijk de \"aangever\" in een eventuele rechtszaak gehoord dient te worden door de advocaat van de gedaagde, maar dat hoeft niet in het openbaar te gebeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op soortgelijke wijze kunnen handhavingsverzoeken van bij het bevoegd gezag bekende personen in behandeling worden genomen. Ook hierbij geldt dat in een eventuele rechtszaak deze personen gehoord moeten kunnen worden. En wellicht dat dan ook de overtreder de identiteit van deze persoon te weten dient te komen, vanwege de beantwoording van de vraag of deze persoon wel belanghebbende is bij zijn/haar verzoek om handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7.1Sanctiestrategie realisatiefase In deze paragraaf wordt de sanctiestrategie uitgewerkt voor de controles tijdens de realisatiefase. Op basis van toezicht is een afwijking geconstateerd in relatie tot de afgegeven vergunning. Uitgangspunt is de Landelijke interventiematrix (sanctiestrategie) onder 2.1.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7.2“Bijstempelen”</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een essentieel onderdeel van het toezicht wordt het zogenaamde “bijstempelen” beschouwd. Het “bijstempelen” is in wezen de ruimte die de toezichthouder heeft om kleine afwijkingen van vergunningen op tekening vast te leggen zonder nieuwe tekeningen op te vragen of om bij andere afwijkingen een nieuwe vergunning of aanvullend bewijsmateriaal op te vragen. Het “bijstempelen” gaat in bepaalde situaties vooraf aan de handhaving. In enkele gevallen zal sprake zijn van een parallel traject. Het beleid is afgebeeld in de volgende figuur en tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.8Sanctiestrategie beheer- of gebruiksfase In deze paragraaf wordt de sanctiestrategie uitgewerkt voor het toezicht tijdens de gebruiks- of beheerfase op het gebied van vooral milieu en brandveilig gebruik. De strategie is in het volgende schema afgebeeld. De ambtelijke waarschuwing vindt plaats in de vorm van een zogenaamde ‘Afspraakbevestiging’. Uitgangspunt is de landelijke interventiematrix (sanctiestrategie) onder 5.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In sommige situaties is het niet wenselijk om bij de bestuurlijke waarschuwing (voornemen handhavingsbesluit) een hersteltermijn te geven. Dit is bijvoorbeeld het geval indien er een lange begunstigingstermijn gegund gaat worden in het definitieve besluit (bijvoorbeeld bij permanente bewoning). Er wordt dan gekozen om geen hersteltermijn te geven, maar alleen een zienswijzemogelijkheid tegen het voorgenomen handhavingsbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beleid is afgebeeld in een volgende figuur en tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9Sanctiestrategie waarnemingen, klachtmeldingen en verzoeken tot handhaving In deze paragraaf wordt de sanctiestrategie uitgewerkt voor het vrije veld toezicht, klachtmeldingen en verzoeken tot handhaving. Afhankelijk van de aangetroffen situatie en/of overtreding zal gekozen kunnen worden uit een van beide opties in vorige paragrafen (5.7-realisatie of 5.8-beheer/gebruik).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van de ernst van de overtreding wordt gebruik gemaakt van paragraaf 5.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gedrag van de overtreder wordt bepaald door toepassing van de landelijke Handhavingsstrategie. Nadat de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder bepaald is, is het startpunt van in de landelijke interventiematrix bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenslotte moeten verzachtende - en verzwarende omstandigheden in kaart gebracht worden en verdisconteerd, zodat de uiteindelijke sanctie(s) gemotiveerd bepaald kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.10Prioritering van overtredingen Uitgangspunt van de sanctiestrategie is de landelijke interventiematrix (5.2). Bij het bepalen van de startpositie is het ook van belang om de ernst van de overtreding en prioritering te kunnen bepalen. De prioritering van overtredingen bestaat uit twee stappen. In de eerste stap wordt het soort overtreding bepaald. De onderstaande ernstige overtredingen hebben de hoogste prioriteit en worden altijd aangepakt. Wanneer sprake is van een overige situatie wordt in de volgende stap de prioriteit van de overtreding bepaald. De overtredingen met de meeste punten hebben altijd de hoogste prioriteit. De puntenscore wordt bepaald aan de hand van een aantal factoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Type overtreding Toelichting Ernstige overtreding (aanzienlijk, dreigend) Er is sprake van een ernstige situatie als de overtreding leidt tot:</p>\n<p class=\"lf-p\">Directe schade voor de mens, bijvoorbeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Calamiteit (explosie, brand, lozing);</p>\n<p class=\"lf-p\">Slopen asbest zonder vergunning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen in een gebouw dat onbewoonbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Directe, onomkeerbare schade, voor het natuurlijk milieu, stedenbouwkundige, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit, bijvoorbeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vernietigen van waardevolle landschapselementen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijzigen van een monument zonder vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Directe, onomkeerbare schade, voor de bewegingsruimte van de mens (wonen, bedrijfsvoering, voorziening in eerste levensbehoeften), bijvoorbeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ernstige hinder en overlast in relatie tot functie gebied / gebouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbereikbaarheid van bouwwerken en open erven / terreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Constructieve en brandonveilige situaties, die alleen met veel moeite achteraf zijn te corrigeren, bijvoorbeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Blokkeren van vluchtwegen, niet goed functionerende brandmeldinstallaties;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebouw in gebruik nemen zonder gebruiksvergunning of –melding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de situatie wordt een ernstige overtreding gekarakteriseerd als spoedeisend. Indien deze overtredingen duiden op grove nalatigheid, een calculerende en /of malafide instelling van de overtreder en recidive gedrag (bestuursrechtelijk dan wel strafrechtelijk (termijn 5 jaar)) moet, qua naleving, opgeschaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige situaties Alle overige overtredingen (voor prioritering zie tabel). Indien deze overtredingen duiden op grove nalatigheid, een calculerende en /of malafide instelling van de overtreder en recidive gedrag (bestuursrechtelijk dan wel strafrechtelijk (termijn 5 jaar)) moet, qua naleving, opgeschaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik hiervoor de landelijke interventiematrix.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 10: type overtredingen Wanneer sprake is van ‘overige situaties’ wordt in de volgende stap de prioriteit van de overtreding bepaald. De puntenscore wordt bepaald aan de hand van de kenmerken / factoren genoemd in de navolgende tabel. Wanneer sprake is van samenloop van diverse situaties worden alle overtredingen aangepakt volgens de strategie behorende bij de zwaarste situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwtoezicht Kenmerken Factoren Punten Locatie Ligging in gevoelig gebied 5 Zichtbaar vanaf openbare weg of - ruimte 3 Bouwwerk Publiek toegankelijk bouwwerk 5 Gestapelde woningen, logies- of kantoorgebouw 4 Industrie en bedrijfsgebouwen, grote bouwwerken geen gebouw zijnde 3 Grondgebonden woning, kleine bouwwerken met veiligheidsrisico’s 2 Monumentenstatus Monument 5 Beeldbepalend pand 3 Effect vanuit regelgeving Veiligheid en gezondheid 5 Bodem 4 Lucht 4 Water 4 Geluid 4 Economisch, stedenbouw/planologisch 3 Leefbaarheid directe omgeving 3 Omvang Past niet binnen bestemmingsplan (grote overschrijding) 5 Past niet in bestemmingsplan (binnenplans, ‘kruimelbeleid’) 2 Mate van hinder/overlast Collectief niveau 5 Beperkt tot directe omgeving 3 Individueel niveau 2 Overige (meerdere opties mogelijk) Strijdig met vastgesteld beleid 5 Samenloop meerdere wet- en regelgeving 3 Gevolgschade voor gemeente/samenleving € 5.000,- 3 Enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">N.t.b.</p>\n<p class=\"lf-p\">SOM:</p>\n<p class=\"lf-p\">XX Tabel 11: prioritering overtredingen bij overige situaties SOM Mogelijke gevolgen Groter dan 19 Van belang Van 15 t/m 19 Beperkt Kleiner dan 15 Nihil Milieutoezicht Kenmerken Factoren Punten Bewust/Onbewust Bewust 10 Omvang van het bedrijf Groot 4 Omvang van de overtreding Groot 8 Omvang van de activiteit Groot 5 Effect vanuit regelgeving Veiligheid 10 Natuur 6 Gezondheid 8 Afval 6 Bodem 7 Lucht/Geur 7 Licht 5 Water 8 Indirecte lozingen 7 Geluid/Trillingen 6 Duurzaamheid ontwikkeling, energiebesparing 7 Ligging in een gevoelig gebied 5 Vergunning/ Melding/ Inspecties Geen vergunning 8 Geen actuele vergunning 6 Geen melding 6 Geen actuele melding 5 OBM 5 Keuringen en certificaten 8 Mate van hinder/overlast Collectief niveau 7 Collectief niveau en klachten/meldingen 8 Beperkt tot directe omgeving 6 Beperkt tot directe omgeving en klachten/meldingen 7 Individueel niveau 5 Individueel niveau en klachten/meldingen 6 Overige Ruimtelijke ordening 6 Houding van het bedrijf (negatief) 9 Toezicht- en handhavingsgeschiedenis 9 Partnerinformatie 5 AV- beleid en AO/IC/Meld- en registratieverplichting afvalstoffen 7 Bestuurlijke gevoeligheid 8 ZZS (Zeer Zorgwekkende Stoffen) 9 Financiële gewin/voordeel 10 SOM:</p>\n<p class=\"lf-p\">XXX SOM Mogelijke gevolgen Groter dan 45 Hoog Van 15 tot 45 Middel Kleiner dan 30 Laag 6Organisatorisch kader De landelijke kwaliteitscriteria zijn, zoals reeds eerder toegelicht, onderverdeeld in de criteria ten aanzien van de kritische massa, de inhoudelijke criteria en de procescriteria. De eerste twee type criteria zijn in de voorgaande delen van het uitvoeringskader genoemd. In dit deel komen de procescriteria aan de orde. De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de beleidscyclus. Door de criteria te volgen wordt de cyclus die begint met het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen en evalueren van het beleid, gesloten. De criteria bieden de kaders voor het kwaliteitssysteem van het bevoegd gezag. De criteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn. Daarnaast moeten de criteria gebruikt worden om bijvoorbeeld onafhankelijke oordeelsvorming te borgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1Inleiding Voor het opstellen van de procescriteria is, op landelijk niveau, nagegaan over welke kritieke punten van overdracht in het hoofdproces van vergunningverlening, toezicht en handhaving belangrijk zijn, om te komen tot borging van kwaliteit. Daarbij is de zogenaamde BIG-8 gehanteerd. De BIG-8 is een dubbele plan-do-check-act cyclus waarbij beleid en uitvoering twee cirkels vormen die in elkaar grijpen en daardoor verbonden zijn. Dit model maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid ten behoeve van kwaliteitsborging tezamen met een sluitende planning en control cyclus. Door vanuit de uitvoering te monitoren en vervolgens te evalueren wordt zorg gedragen dat het beleid blijft aansluiten op de uitvoeringspraktijk en andersom. Deze eisen, die worden gesteld aan een sluitende BIG- 8, komen ook grotendeels overeen met de eisen uit de ISO Norm 9001:2008. 'BIG-8' In het onderstaande worden de 7 elementen van de BIG-8 toegelicht en wordt tevens aangegeven aan welke criteria (op hoofdlijnen) moet worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.1Rapportage en evaluatie In essentie betreft deze stap het analyseren van allerlei relevante elementen dan wel veranderingen voor de vergunningverlenings- en handhavingsorganisatie. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan wijzigingen in het beleid en takenpakket. Voor de vergunningverleningsorganisatie specifiek betreft dit bijvoorbeeld een analyse van het aantal te verwachten vergunningsaanvragen en meldingen, en wijzigingen in het huidige en toekomstige inrichtingenbestand inclusief de mate van actualiteit van de vergunningen of meldingen. Voor de handhavingsorganisatie zijn dit bijvoorbeeld de verbetering of verslechtering van het naleefgedrag van burgers en ondernemers en de ontwikkeling van het aantal klachten / klachtenpatroon en de ontwikkeling van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 Verantwoording van inzet, prestaties en resultaten Het bevoegd gezag ontwikkelt een systematiek om intern en extern verantwoording af te leggen over het proces van vergunningverlening (inclusief meldingen) en het toezicht- en handhavingsproces en de resultaten en effecten hiervan. Deze methodiek wordt bestuurlijk vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Marap, bestuursrapportage en jaarstukken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Probleemanalyse Het bevoegd gezag handelt op grond van een analyse van de problemen in de fysieke leefomgeving, de effecten van niet naleving en de kansen op niet naleving teneinde sturing te geven aan haar inspanningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkprogramma in relatie met Risicoanalyse 3 Vergelijking en auditing Het bevoegd gezag ontwikkelt een systematiek om inzet, organisatie en het resultaat van vergunningverlening, toezicht en handhaving te vergelijken, te toetsen en te beoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk vindt er een collegiale toets tussen de Omgevingsdiensten om te vergelijken, toetsen en te beoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie vindt jaarlijks plaats en deze beleidsnota wordt in z’n geheel herzien na 4 jaar, tenzij eerder noodzakelijk vanwege gewijzigde regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.2Strategisch uitvoeringskader De volgende stap in het beleidsproces is het voorbereiden en voorleggen van prioriteiten en meetbare doelstellingen aan het bestuur van de vergunningverlening- en handhavingsorganisatie, het bespreken van keuzes met de politiek en het nemen van besluiten over de te stellen doelen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De uitgevoerde beleidsevaluatie legt voor deze stap de basis.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Prioritering en meetbare doelstellingen Het bevoegd gezag handelt op grond van een integrale prioriteitenstelling op basis van een probleemanalyse en omschrijving van de doelen van vergunningverlening, toezicht en handhaving (per beleidsveld) Werkprogramma, begroting en vastgesteld VTH beleid 5 Vastleggen benodigde capaciteit in begroting Het bevoegd gezag plant op basis van de vastgestelde prioriteiten en doelstellingen de benodigde capaciteit en legt deze vast in de begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkprogramma en begroting 6 Vastleggen benodigde financiële middelen in de begroting Het bevoegd gezag plant op basis van de vastgestelde prioriteiten en doelstellingen de benodigde financiële middelen en legt deze vast in de begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begroting 6.1.3Operationeel uitvoeringskader In deze stap moeten prioriteiten en doelstellingen worden vertaald in concrete strategieën en objectieve criteria. Voor de vergunningverleningsorganisatie worden prioriteiten en doelstellingen vertaald in een set van objectieve criteria voor toetsing. Voor de handhavingsorganisatie worden hier de prioriteiten en doelstellingen vertaald naar doelgroepen en in nalevingstrategieën (of indien reeds aanwezig het periodiek toetsen daarvan). Pas dan blijkt op welke wijze specifieke doelgroepen in de praktijk benaderd moeten gaan worden en hoe bepaalde beleidsaspecten (zoals bijvoorbeeld strenger sanctioneren of minder gedogen) moeten gaan uitpakken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningverlening 7 Strategie Het bevoegd gezag handelt op grond van een strategie en objectieve criteria voor het beoordelen en beslissen over vergunnings-aanvragen en het afhandelen van meldingen. Daarbij worden verschillende vormen van vergunningverlening onderscheiden en wat daarbij de basiswerkwijze is. Deze basiswerkwijze moet volgens een geborgd proces verlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal uitvoeringskader –en werkprocessen 8 Beleid ruimtelijke ordening Het bevoegd gezag beschikt over een bestemmingsplanbeleid, ontheffingenbeleid en afwijkingsbesluitenbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Planologische beleidsstukken gemeente 9 Objectieve criteria Het bevoegd gezag handelt op grond van objectieve criteria voor het beoordelen en beslissen over een aanvraag voor omgevingsvergunningen in aanvulling van de hiertoe in de wet bepaalde criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal uitvoeringskader Toezicht en handhaving 7 Nalevingstrategie Het bevoegd gezag handelt op grond van een nalevings- / interventiestrategie, waarin is vastgelegd met welke instrumenten zij naleving wil bereiken en welke rol handhaving daarbinnen speelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal uitvoeringskader 8 Toezichtstrategie Het bevoegd gezag handelt op grond van een toezichtstrategie waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. In de toezichtstrategie wordt een duidelijk onderscheid gemaakt naar het toezicht tijdens de realisatie- en gebruiksfase.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal uitvoeringskader 9 Sanctiestrategie Het bevoegd gezag handelt op grond van een sanctiestrategie waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. Het bevoegd gezag heeft een specifieke sanctiestrategie voor eigen inrichtingen of activiteiten in de bebouwde omgeving of in het openbaar gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal uitvoeringskader 10 Gedoogstrategie He bevoegd gezag handelt op grond van een restrictieve gedoogstrategie, waarin is vastgelegd in welke situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege wordt gelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal uitvoeringskader 6.1.4Planning en control Centraal in deze stap staat het toewijzen van de noodzakelijke capaciteit en financiële middelen die nodig zijn om de gestelde doelen te kunnen bereiken. Hiertoe worden organisatorische condities gesteld en een systematiek van interne borging ingericht voor de wijze waarop werkzaamheden beheerst kunnen worden uitgevoerd. De bouwstenen voor deze stap zijn de resultaten van de beleidsevaluatie, de prioriteiten daaruit, doelstellingen voor de komende periode en overeenstemming over te voeren strategieën.</p>\n<p class=\"lf-p\">11 Borging personele en financiële middelen Het bevoegd gezag zorgt voor de afstemming van de bestuurlijk vastgestelde doelen / prioriteiten en inzet van de personele en financiële middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begroting, werkprogramma, Gelders Sociaal Plan 12 Uitvoerings-programma Het bevoegd gezag handelt op grond van een uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening en een uitvoeringsprogramma voor toezicht en Handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkprogramma 13 Organisatorische condities Het bevoegd gezag handelt op basis van een organisatorische opbouw en regelingen die nodig zijn om de gestelde doelen te kunnen bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Roulatiesysteem toezicht Regeling/uitvoering taken BOA’s 14 Kwaliteitsborging Het bevoegd gezag handelt op grond van een systematiek van interne borging van de werkwijze waarop de werkzaamheden beheerst kunnen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">DVO, mandaat, Kwaliteitssysteem Gelders Stelsel 6.1.5Voorbereiden Hier gaat het om een goede voorbereiding van de af te geven vergunning en het uit te voeren controlebezoek door eerst te kijken naar de resultaten van eerdere vergunningverleningsprocedures met gelijke initiatiefnemers en van eerdere controlebezoeken, de meldingen, klachten en incidenten, eventuele rapportageverplichtingen, van toepassing zijnde nalevingstrategieën, etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">15 Protocollen en instructies Het bevoegd gezag handelt op grond van protocollen voor de voorbereiding en uitvoering van haar taken. De protocollen omvatten tenminste een uitwerking in procedurebeschrijvingen en/of werkinstructies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Productenboek Procesbeschrijvingen 16 Interne en externe afstemming Het bevoegd gezag zorgt in de voorbereiding en uitvoering van haar taken voor interne en externe afstemming voor alle procesfasen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Interne overlegstructuur DVO’s met externe partijen Externe overlegstructuur (in ontwikkeling Gelders Stelsel 17 Protocollen voor communicatie, informatiebeheer en informatie- uitwisseling Het bevoegd gezag handelt op grond van protocollen voor de communicatie, het informatiebeheer en de –uitwisseling van vergunning- en toezichtresultaten, aangekondigde of opgelegde sancties en gedoogbesluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">DVO’s en uitwerking in separate gekoppelde stukken 6.1.6Uitvoeren Dit element betreft de voorzieningen voor de uitvoering van de te verlenen vergunningen, het toezicht en de handhaving controlebezoek zelf (inclusief de hieruit volgende acties).</p>\n<p class=\"lf-p\">18 Uitvoering ondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag beschikt over voldoende kwantitatieve en kwalitatieve voorzieningen en hulpmiddelen die de taakuitvoering informatie technisch, milieutechnisch en bouwtechnisch, juridisch en administratief Uitvoering ondersteunende voorzieningen 6.1.7Monitoring Het laatste onderdeel van de beleidscyclus is de monitoring van diverse zaken die relevant zijn voor bijsturing in de operationele cyclus (bijvoorbeeld het aantal/de aard/de complexiteit van de te verwachte vergunningen of het aantal gerealiseerde controles, het bestede aantal uren, etc.) of als input voor de beleidsevaluatie (zoals de verbetering of verslechtering van het naleefgedrag van bedrijven of de milieukwaliteit in de regio).</p>\n<p class=\"lf-p\">19 Monitoring Het bevoegd gezag handelt op grond van een systematiek van monitoring van het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving, de resultaten en voor zover mogelijk de effecten hiervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maraps, bestuursrapportage en jaarstukken (accountmanagements-rapportages) Regionaal uitvoeringskader als basis voor Kwaliteitscriteria. Dit uitvoeringskader is een belangrijke basis voor de procescriteria. In de volgende tabel is aangegeven hoe de relatie ligt tussen regionaal uitvoeringskader en de verschillende procescriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">NR Procescriterium Invulling regionaal uitvoeringskader + bijlagen 1 Verantwoording van inzet, prestaties en resultaten Zie hoofdstuk 6 deel 3 2 Probleemanalyse Door toepassing van een risicoanalyse maakt de probleemanalyse integraal onderdeel uit van dit uitvoeringskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Vergelijking en auditing Zie hoofdstuk 6 deel 4 4 Prioritering en meetbare doelstellingen Dit kader legt de prioritering vast en zorgt voor meetbare doelstellingen; het betreft de input- en presentatiedoelstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Vastleggen benodigde capaciteit in begroting Er wordt vanuit gegaan dat de resultaten van de bestuurlijke afweging (zie criterium 10) worden vastgelegd in de begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Vastleggen benodigde financiële middelen in begroting Er wordt vanuit gegaan dat de resultaten van de bestuurlijke afweging (zie criterium 10) worden vastgelegd in de begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningverlening 7 Strategie De gemeente heeft een strategie voor aanvragen om omgevingsvergunning. Er is een basisaanpak afhankelijk van de zwaarte/categorie van een aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Beleid ruimtelijke ordening De beschrijving van het uitvoeringsbeleid voor de activiteit strijdig gebruik in relatie tot de planologische regels niet in dit uitvoeringskader opgenomen. Dit document biedt geen strategisch uitvoeringskader voor ruimtelijke ordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Objectieve criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit beleid maakt, in aanvulling op het gestelde in de Wabo en de lokale verordeningen, de criteria op basis waarvan vergunningverlening plaatsvindt verder transparant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht en handhaving 7 Nalevingstrategie Deze strategie maakt onderdeel uit van het dit uitvoeringskader 8 Toezichtstrategie Deze strategie maakt onderdeel uit van het dit uitvoeringskader 9 Sanctiestrategie Deze strategie maakt onderdeel uit van het dit uitvoeringskader 10 Gedoogstrategie Deze strategie maakt onderdeel uit van het dit uitvoeringskader Overige criteria 11 Borging personele en financiële middelen Op basis van het werkprogramma op een adequaat niveau is een bestuurlijke afweging gemaakt over de relatie tot taakuitvoering en beschikbare capaciteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 Uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma maakt onderdeel uit van dit uitvoeringskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">13 Organisatorische condities Zie hoofdstuk 6 deel 7 van dit uitvoeringskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">14 Kwaliteitsborging Zie hoofdstuk 6 deel 5 van dit uitvoeringskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">15 Protocollen en instructies Dit criterium valt buiten de scope van dit uitvoeringskader (bedrijfsvoering).</p>\n<p class=\"lf-p\">16 Interne en externe afstemming Dit criterium valt buiten de scope van dit uitvoeringskader (bedrijfsvoering) 17 Protocollen communicatie, informatiebeheer en - uitwisseling Dit criterium valt buiten de scope van dit uitvoeringskader (bedrijfsvoering) 18 Uitvoeringsondersteunende voorzieningen Dit criterium valt buiten de scope van dit uitvoeringskader. (zie begroting uitvoeringsorganisatie) 19 Monitoring Zie hoofdstuk 6 deel 6 van dit uitvoeringskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de tabel kan worden afgeleid dat dit Regionale uitvoeringskader niet alle criteria afdekt. De belangrijkste ‘open plekken’ worden aansluitend kort toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Allereerst bevat dit uitvoeringskader geen beleid voor de ruimtelijke ordening. Dit uitvoeringskader gaat er vanuit dat een dergelijk beleid bij de gemeente aanwezig is. Daarnaast heeft dit uitvoeringskader geen relatie met een aantal criteria, omdat het criteria betreft aangaande de werkprocessen en uitvoering. De werkprocessen maken geen onderdeel uit van dit uitvoeringskader. Dat geldt ook voor de protocollen voor samenwerking en afstemming in de vorm van dienstverleningsovereenkomsten met andere bevoegde gezagen i.c. ketenpartners.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beleidscyclus Eén van de kwaliteitscriteria voor een professionele organisatie op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving is het vorm en inhoud geven aan een cyclisch proces. Toezicht en handhaving is geen eenmalige activiteit, maar een jaarlijks terugkerende activiteit. Op basis van behaalde resultaten van het achterliggende jaar en de zich in dat jaar voorgedane ontwikkelingen wordt gekeken naar de consequenties voor de voorliggende jaren. Uitgangspunt bij het opzetten van deze cyclus is het werkprogramma. Dit programma kijkt in detail één jaar vooruit. De beleidscyclus wordt als volgt vorm en inhoud gegeven rekening houdend met de cyclus van het werkprogramma. Toegevoegd is een voorbeeld in de vorm van een stappenplan, om deze beleidscyclus toe te lichten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap Activiteit 1 In het eerste kwartaal wordt verantwoording afgelegd over de prestaties uit het werkprogramma van het voorafgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Maandelijks wordt een cijfermatige rapportage verstrekt aan de opdrachtgevers. Doel is om inzicht te geven in de productie. Daarnaast wordt eens per 4 maanden een rapportage met indicatoren opgesteld over de voortgang van het werkprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal eenmaal per kwartaal wordt een bijeenkomst georganiseerd met de ambtelijk opdrachtgevers van de deelnemers (OGO). Doel is om na te gaan op welke ontwikkelingen moet worden ingespeeld, welke zaken anders aangepakt moeten worden, waar betere afstemming nodig is e.d. werkprogramma 3 Het werkprogramma voor het volgende jaar wordt in oktober in concept beschikbaar gesteld. Het definitieve voorstel van het werkprogramma wordt in november beschikbaar gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het werkprogramma voor het volgende jaar wordt voor 1 januari van dat jaar door het bevoegd gezag vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 In januari wordt gestart met het geven van uitvoering aan het werkprogramma en start de beleidscyclus opnieuw met het vervaardigen van de volgende Marap, waarbij verantwoording wordt afgelegd over het afgelopen jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergelijking en auditing De kwaliteit wordt vergroot als sprake is van een structureel verbetermechanisme op basis van ‘plan, do, check en act’. Een toepassing hiervan is het vergelijken van de eigen organisatie met soortgelijke organisaties. De ODR vergelijkt haar prestaties met andere omgevingsdiensten. Om dit uit te kunnen voeren is binnen het Gelders Stelsel een systematiek voor benchmarking van bepaalde KPI’s uit de kernset KPI’s ontwikkeld. Tot op heden vindt er nog geen vergelijking plaats, omdat nog niet alle OD’s de kernset KPI’s hebben geïmplementeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Interne auditing wordt gezien als een belangrijk middel om te toetsen of volgens de afspraken wordt gewerkt. Voor vergelijking van de eigen werkwijze met die van andere gemeenten moet worden ingestoken op provinciaal of regionaal niveau. De gemeente zal bij eventuele initiatieven van derden een afweging maken om hierbij aan te sluiten. Het primaat van de gemeente ligt echter in eerste instantie bij het verder professionaliseren van de eigen werkwijze en organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitsborging Het werkprogramma en de verantwoording hierover vormen de spil. Deze zijn ingebed in een strategisch, operationeel en organisatorisch kader. De werkprocessen, het personeel, de communicatie en de bedrijfsvoering zijn de thema’s die moeten leiden tot professioneel werken. Hierbij speelt het borgen van de behaalde kwaliteit een grote rol. Bij deze borging ligt het accent bij zeggen wat je doet, doen wat je zegt en laten zien dat je doet wat je zegt. Kortom het beheersen van de kwaliteit. Bij het beheersen of het controleren van de kwaliteit wordt nagegaan of datgene gebeurt wat binnen de organisatie is afgesproken. Afgesproken normen en procedures worden bewaakt en beoordeeld wordt of de dienstverlening aan de eisen voldoet. Er wordt nagegaan of de opgelegde eisen ook zijn gehaald. Het regelmatig bijstellen van normen en procedures is dan ook een belangrijke opgave in het kader van de kwaliteitsborging.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van de kwaliteitsborging speelt “toetsing” een belangrijke rol. De toetsing heeft allereerst betrekking op de (dagelijkse) interne controle of er gewerkt wordt conform het kwaliteitssysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Controle vindt plaats op 5 niveaus:</p>\n<p class=\"lf-p\">De medewerker dient altijd na te gaan of er gewerkt wordt conform de afspraken. Afwijkingen moeten schriftelijk worden gemotiveerd: via een (digitale) memo of in de brief, die het dossier worden opgeborgen. De eerste verantwoordelijkheid van toetsing ligt dus bij de medewerker zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de kwaliteitsbewaking van specifieke onderdelen worden coördinatoren aangewezen, die kwaliteitscontroles uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij momenten waar een bepaalde beladenheid aan is te onderkennen vindt een collegiale toets plaats. Dit is of een collega toetser / toezichthouder of een coördinator. In de aansluitende tabel is een richtlijn voor de collegiale toets opgenomen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Situatie Collegiale toets Concept besluiten en besluiten naar aanleiding van een aanvraag Collega Brieven naar aanleiding van controle bij recidive of achterblijver Collega, coördinator Voornemens en besluiten voor bestuursrechtelijke handhaving Juridisch medewerker Brieven effectuering bestuursrechtelijke handhaving Juridisch medewerker Concept besluiten en besluiten voor gedogen Juridisch medewerker Concept beschikking op verzoek tot handhaving Juridisch medewerker De coördinator zal bij politiek gevoelige situaties een extra inhoudelijke controle uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de coördinator vindt jaarlijks een auditing plaats van de werkprocessen. Er vindt een controle plaats of er conform de protocollen wordt gewerkt. Er vindt geen vakinhoudelijke toetsing plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toetsing heeft daarnaast betrekking op de actualiteit van de probleem- en risicoanalyse, die ten grondslag ligt aan dit uitvoeringskader. De coördinator is verantwoordelijkheid voor deze toetsing. De toetsing vindt in principe één keer per 2 jaar plaats. Wanneer wet- en regelgeving indringend wijzigen en gevolgen heeft voor de analyse dan wel dat uit de evaluatie van het jaar- c.q. werkprogramma (zie beleidscyclus) blijkt dat bijstelling noodzakelijk is, zal de frequentie worden bijgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast aandacht voor “toetsing” wordt gewerkt met een aantal verbeteringsmechanismen voor het bijstellen van processen en kwaliteit. Hiervoor worden de volgende instrumenten ingezet:</p>\n<p class=\"lf-p\">De stand van zaken ten aanzien van de kwaliteitscriteria worden jaarlijks gemeten aan de hand van een checklist voor de eigen positiebepaling. Een aangewezen medewerker voert de zelfevaluatie uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij team- en afdelingsoverleggen komt professionalisering als agendapunt terug. De ervaringen worden tijdens dit agendapunt besproken. Op basis van het overleg kan zowel direct actie worden ondernomen als het doorschuiven van de actie tot een later tijdstip i.c. opname in een verbeterplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jaarlijkse zelfevaluatie en het verbeterplan maken onderdeel uit van de beleidscyclus. Zij worden geïntegreerd in het jaarverslag Verantwoording en monitoring De ODR heeft indicatoren opgesteld voor het sturen, monitoren en afleggen van verantwoording met betrekking tot het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving, de resultaten en voor zover mogelijk de effecten hiervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kritische prestatie-indicator (KPI) De ODR maakt gebruik van KPI’s om de kwaliteit en het bereiken van doelstellingen te monitoren. De KPI’s zijn vastgelegd in de actuele kernset en meten resultaten als;</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdigheid (wordt het geleverde product of de geleverde dienst binnen de afgesproken of wettelijke termijn geleverd);</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteit (wordt het geleverde product of de geleverde dienst volgens de afgesproken kwaliteitsafspraken geleverd);</p>\n<p class=\"lf-p\">Klanttevredenheid (de mate van tevredenheid over het geleverde product of de geleverde dienst);</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwantiteit (is het geleverde product of de geleverde dienst volgens de afgesproken kostprijs en/of aantallen geleverd).</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7Organisatorische condities De organisatorische condities hebben betrekking op een aantal criteria die ook reeds in het kader van de professionalisering van de milieuhandhaving al van belang werden geacht. Deze zijn ook opgenomen in de kwaliteitscriteria 6.7.1Scheiding vergunningverlening en toezicht &amp; handhaving op personeelsniveau Eén van de belangrijke uitgangspunten is de scheiding van de vergunningverlening en het toezicht met de handhaving op persoonsniveau. Dit betekent dat een persoon geen combinatiefunctie mag vervullen van toezicht &amp; handhaving en vergunningverlening: er dienen aparte toezichthouders en aparte vergunningverleners te zijn. Voor in principe alle activiteiten is deze scheiding aanwezig of binnen de eigen organisatie of vormt het een integraal deel van de afspraken met andere instanties zoals de ODR en de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.2Roulatiesysteem Vanuit het oogpunt van effectieve handhaving is het van belang dat bij inrichtingen waar frequent en intensief controles worden uitgevoerd een roulatie van de toezichthouders plaatsvindt. De ODR heeft diverse toezichthouders in dienst, waardoor het mogelijk is om verschillende toezichthouders in te zetten voor de gemeente. De ODR borgt dit door het vastgestelde roulatiesysteem (vastgesteld format Gelders Stelsel) te hanteren. Dit roulatiesysteem betreft een periodieke afwisseling van branches en geografische gebieden waarbinnen de handhavingsactiviteiten worden uitgevoerd voor handhavers bij inrichtingen waarmee een vaste handhavingsrelatie bestaat. Bij de opdrachtverlening wordt dit als eis meegenomen, waardoor wordt voorkomen dat dezelfde controleur meerdere malen of gedurende een langere periode een inrichting bezoekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.3Op schrift vaststellen van de bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden De taken en verantwoordelijkheden van de medewerkers die werkzaam zijn op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de generieke functieomschrijvingen volgens de systematiek van HR21. Het betreft hier de verantwoordelijkheid voor wettelijke taken die zijn vastgelegd in onder meer de Wabo, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Monumentenwet, de Wet milieubeheer, de Wet bodembescherming en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De toezichthouders worden verder formeel aangewezen door het College van Burgemeester en Wethouders. Voor wat betreft de aanwijzing binnen de ODR (als uitvoeringsorganisatie is een ondermandaatregeling opgesteld, die bevoegdheden op alle niveaus regelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.4Bereikbaarheidsregeling voor buiten kantooruren Voor incidenten, acute klachten en calamiteiten milieu is een piketdienst ingesteld binnen de ODR. De piketdienst wordt ingeschakeld buiten kantooruren en indien nodig tijdens kantooruren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen kleine – en grote incidenten Kleine incidenten Kleine incidenten en klachten die tijdens kantooruren plaatsvinden worden opgepakt door de medewerker in het team dat qua gebied en/of bedrijf bij de locatie hoort. Dit gebeurt rechtstreeks of via de team coördinator.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote incidenten/calamiteiten Grotere incidenten of calamiteiten worden opgepakt door de piketmedewerker. Ook assistentie van de piketmedewerker kan worden aangevraagd. Melding hiervan kan binnen komen via het algemene nummer van de ODR: 0344-579314.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kantoortijden Hoewel de periode tussen 07.00 en 22.00 uur als reguliere werktijd geldt, houden wij hier de tijden aan waarop de telefoon van de ODR bemenst is, namelijk van 09.00 tot 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Taakverdeling piket en reguliere medewerker De verdeling tussen reguliere medewerker en piketmedewerker is niet scherp, hieronder staat een indicatie, bij twijfel graag (ook) de piketmedewerker bellen via het piketnummer: 06-46849771.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indicatie inschatting omvang incident Globale indeling kleine incidenten en klachten – grote incidenten en calamiteiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleine incidenten en klachten Geluidoverlast veroorzaakt door bedrijven of burgers (= vaak APV);</p>\n<p class=\"lf-p\">Geuroverlast veroorzaakt door bedrijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hinder door horeca (sluitingstijden doen gemeenten zelf);</p>\n<p class=\"lf-p\">Vuilnis of afval (normaal);</p>\n<p class=\"lf-p\">Klein ongeval op de weg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Riool, melding over rare lucht uit riool of illegale lozing op riool;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfsincident klein, zoals wijziging werktijden, melding bodemverontreiniging, brand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote incidenten en calamiteiten Brand met asbest;</p>\n<p class=\"lf-p\">Extacy-afval, gevaarlijk afval of asbestdump;</p>\n<p class=\"lf-p\">Groot ongeval op de weg of op het spoor met vrijkomen van olie, andere brandbare stoffen, explosieven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stoffen, radio actief materiaal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongeval waarbij vloeistof/olie in het water raakt of dreigt te raken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Luchtvaartongeval;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfsincident groot, zoals grote brand of explosie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente, alsook de Provincie Gelderland heeft een klachtenlijn buiten de kantooruren. Eventuele klachten en meldingen worden doorgegeven aan de ODR. Bij grote incidenten en calamiteiten kan opschaling noodzakelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eventuele opschaling gaat via de Veiligheidsregio. De werkwijze is als volgt: de dienstdoende toezichthouder gaat, bij een calamiteit, ter plaatse kijken. Indien hij inschat dat er iets anders moet gebeuren dan alleen het afvoeren van de stof (hun specialiteit), neemt hij contact op met één van de collega’s via de telefoonlijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.5Regeling voor het uitbesteden van taken Het uitvoeren van specialistische werkzaamheden in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt soms uitbesteed aan externe organisaties. Voor deze werkzaamheden zijn dan gelden beschikbaar gesteld in de begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitbesteding van taken binnen de uitvoeringsdienst ODR vindt plaats op basis van het inkoopbeleid van de ODR. De ODR verricht structureel toetsing- en toezichtwerkzaamheden binnen de gemeente. Aan de hand van het werkprogramma wordt de benodigde tijd en in de begroting het benodigde middelen voor deze taken vastgesteld. Het overeengekomen aantal en soort werkzaamheden (taakbeschrijving) en het daarvoor benodigde middelen wordt vastgelegd door een opdrachtbevestiging in de vorm van een dienstverleningsovereenkomst en/of werkprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.6 Inwerkingtreding Met de inwerkingtreding van dit uitvoeringskader wordt tegelijkertijd het voorgaande beleidskader 2015-2019 ingetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit uitvoeringskader blijft, ongeacht de looptijd daarvan, van kracht tot het moment dat het ingetrokken wordt of vervangen wordt door een nieuwe uitvoeringskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schema beleid sanctiestrategie vergunninggericht werken (realisatiefase) Terug naar 5.7.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel overtredingen / strategie Terug naar 5.7.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schema sanctiestrategie Terug naar 5.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prioritering overtredingen Terug naar 5.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2Risicomodule Besturingsmodel voor VTH-taken 1.Wettelijk kader De uitvoering van het handhavingproces is niet beschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), maar in het onderliggende Besluit omgevingsrecht (Bor). In de Bor is voor wat betreft de probleemanalyse artikel 7.2 lid 2 Bor het meeste interessant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel schrift voor dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het handhavingsbeleid is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich naar het oordeel van het bestuursorgaan kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde in de gevallen waarin de zorg voor de handhaving daarvan aan hem is opgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Probleemanalyse 2.1.Probleemanalyse voor toezicht en handhaving Een professionele probleemanalyse bestaat uit meerdere onderdelen. In ieder geval worden volgens de Nota van toelichting behorende bij het Bor, de volgende onderdelen in kaart gebracht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor welke regelgeving (de Wabo en het bij of krachtens de andere betrokken wetten bepaalde) het de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving is opgedragen. Dat betekent een inventarisatie van de concrete handhavingstaken van de organisatie ingevolge de Wabo. Het gaat hierbij zowel om de projectgebonden als niet-projectgebonden taken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke problemen met die regelgeving worden aangepakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de kansen op overtredingen van die regelgeving zijn. De vraag wat de kans is op potentiële en feitelijke overtredingen is tevens relevant bij het uitvoeren van een probleemanalyse. Enerzijds kan dit gedaan worden door historische gegevens te analyseren. Anderzijds zijn er verschillende methodieken beschikbaar om het potentiële naleefgedrag in beeld te brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de effecten van die overtredingen voor de fysieke leefomgeving zijn. Het gaat hierbij telkens om de vraag: Welke effecten kunnen optreden wanneer de regelgeving niet wordt nageleefd? De effecten kunnen onderverdeeld worden naar verschillende thema's, zoals Veiligheid, Gezondheid, Leefbaarheid, Financieel, Natuur, etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Risicomodule beslaat de punten 1, 3 en 4 uit het bovenstaande overzicht. Punt 2 is geborgd in de werkprogramma’s en verder beschreven in het uniforme beleidskader VTH, waarvan deze bijlage een onderdeel vormt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2.Probleemanalyse vergunningverlening Niet alleen de toezichts- en handhavingstaken vanuit de Wabo zijn risicogestuurd (zoals bovenstaand is aangegeven), maar ook de vergunningverlening is risicogestuurd, vanuit het motto:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat we buiten belangrijk vinden (toezicht en handhaving) vinden we ook binnen belangrijk (vergunningverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3.Toelichting op de theoretische achtergronden van de Risicomodule De methodiek voor probleemanalyse-prioriteitstelling (Risicomodule) werkt op basis van het principe/formule Risico= kans x effect Deze formule is een internationaal geaccepteerde en veel gebruikte methode om een adequate inschatting te kunnen maken van de prioriteit van (onder andere) handhavingstaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het effect heeft rechtstreeks te maken met de aard en omvang van activiteiten bij milieu, alsmede de omvang en functie van bouwwerken voor wat betreft bouwen. Bij de kansfactor speelt de Tafel van 11 (T11) een belangrijke rol in combinatie met ervaringen over naleefgedrag. Door de formule toe te passen, wordt gekomen tot een risico-inschatting.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4.Beschrijving van risicoanalyse (besturingsmodel) De risicomodule (besturingsmodel) is een uitwerking van de Kwaliteitcriteria 2.1 voor vergunningen, toezicht en handhaving. Het bevat een uitwerking van criteria (geheel of gedeeltelijk) voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Probleemanalyse;</p>\n<p class=\"lf-p\">Prioriteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezichtstrategie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctiestrategie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringprogramma [op hoofdlijnen] Capaciteitsanalyse Werkprocessen-protocollen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Taken De risicomodule (besturingsmodel) is ingestoken vanuit de taken van de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR). Deze taken zijn bepalend voor de uitvoering en de te maken beleidskeuzen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvergunning activiteit Bouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvergunning activiteit Milieu;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht en handhaving Milieu;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht en handhaving Bouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Advisering en onderzoek (Lucht, Geluid, Geur en Bodem);</p>\n<p class=\"lf-p\">Meldingen en klachten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitencategorie (zeer complexe vergunningen/Toezicht) en projecten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Indirecte productieve uren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Producten Vanuit de taken wordt zoveel mogelijk gewerkt met producten. Dit zijn diverse soorten vergunningen, meldingen, ontheffingen, controlesoorten, klachtsoorten, geluid-, bodem-, lucht-, externe veiligheidsonderzoek en projecten. Aan de producten zijn aantallen te koppelen. Deze aantallen worden berekend op basis van ervaringen uit het verleden, landelijke ontwikkelingen (vergroting van het vergunningsvrij bouwen, vergroting reikwijdte Activiteitenbesluit, economische crisis e.d.) en lokale ontwikkelingen (ingebruikname industriepark e.d.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkprocessen Taken, producten en vervolgens werkprocessen. In de onderliggende uitwerkingen wordt het werkproces van de producten zoveel mogelijk in werkstappen uiteengezet. Van begin tot het einde van het werkproces worden in stappen aangegeven wie (rol of functie), welke stap (inhoudelijke afwikkeling) in het proces uitgevoerd. Deze rollen of functies zijn bijvoorbeeld; vergunningverlener, bouwplantoetser, constructeur, jurist, toezichthouder, adviseur, administratief medewerker etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wordt de mate van uitvoering (altijd, soms, grotendeels) van de stap aangegeven met behulp van een percentage. Dit percentage wordt verrekend met de tijdseenheid die nodig is voor de uitvoering van de betreffende stap in het proces. Onderstaand een voorbeeld van deze uiteenzetting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevings-vergunning activiteit Milieu Type % Omgevings-vergunning (milieudeel) industrieel (klein) Omgevings-vergunning (milieudeel) industrieel (groot) Omgevings-vergunning (milieudeel) agrarisch (klein) Uitgebreide procedure Vooroverleg (inclusief reistijd) V 50% 3:00 4:00 3:00 Ontvangen en inboeken concept aanvraag Admn 100% 1:00 1:00 1:00 Vooroverleg (inclusief reistijd) V 100% 3:00 4:00 3:00 Ontvangen en inboeken definitieve aanvraag/verzoek Admn 100% 1:15 2:30 1:15 Uitvoeren ontvankelijkheidstoets V 100% 1:30 2:30 1:30 Toetsing en beoordeling (Inhoudelijke beoordeling aanvraag) V 100% 8:00 18:00 6:00 Advisering bodemaspect (beoordelen, opstellen advies, afstemmen en kwaliteitscontrole) A 50% 5:00 5:00 5:00 Advisering geluidsaspect (beoordelen, opstellen advies, afstemmen en kwaliteitscontrole) A 20% 8:00 20:00 8:00 Advisering EV aspect (beoordelen, opstellen advies, afstemmen en kwaliteitscontrole) A 30% 8:00 20:00 8:00 Kentallen Daarna worden per werk stap tijdseenheden (kentallen) berekend door de experts vanuit de Omgevingsdienst. Het Besturingsmodel berekend de kentallen van de diverse werkprocessen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, klachten etc. Daarnaast werkt het model op basis van prognoses (aantallen vergunningen/meldingen per jaar) en berekend de benodigde capaciteit (de formatie). Uiteraard werken we met de beschikbare formatie. De bedoeling is dat op basis van tijdschrijven naar zaken en producten een verfijning plaats kan van de kentallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risicogestuurd werken In dit model zijn de risicoanalyses (risicomodules voor Bouwen en Milieu) opgenomen waarmee de ODR aantoonbaar risicogestuurd kan werken. Deze modules zijn door de experts van de ODR, tezamen met afgevaardigden van de partners uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet van formatie wordt grotendeels bepaald door het berekende risico. Daarnaast zijn ook andere ontwikkelingen van invloed op de inzet van het toezichtsinstrumentarium (Ketentoezicht, omvang van de branche in absolute aantallen, nieuwe inzichten etc.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Opdrachtgeverspecifiek Voor iedere opdrachtgever wordt een specifieke module (versie van het Besturingsmodel) doorgerekend. Hieruit komt naar voren welke formatie de Omgevingsdienst beschikbaar moet hebben voor de professionele uitvoering van taken voor die opdrachtgever. Deze module geeft de opdrachtgever inzicht in de werkzaamheden, de onderliggende werkprocessen, de prognoses, de producten en de inzet van experts.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behouden van actualiteit Een voordeel van dit Besturingsmodel voor de VTH taken, is dat het digitaal is en daardoor flexibel en continu actueel gehouden kan worden. Wijzigingen (in aantallen vergunningen, meldingen, toetsingswijze [diepgang] etc.) geven direct de consequenties voor de formatie aan (positief/negatief). Met het invoeren van de werkprocessen (werkstappen) en de koppeling met tijdseenheden, kan richting worden gegeven aan een uniforme werkwijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage4Stappenplan landelijke handhavingstrategie Toelichting Deze bijlage geeft een stappenplan voor het toepassen van de in hoofdstuk 5 opgenomen landelijke handhavingstrategie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stappenplan Startpunt van het stappenplan is een tijdens het toezicht gedane bevinding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 1 -Positionering bevinding in de landelijke interventiematrix Figuur 1 Toelichting op landelijke interventiematrix (sanctiestrategie) De handhaver bepaalt ten eerste in welk segment van de in figuur 1 opgenomen interventiematrix hij de bevinding positioneert *) door: het beoordelen van de gevolgen van de bevinding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie het typeren van de normadressaat. (gedrag van de overtreder) Geldt enkel voor bevindingen die een overtreding zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad. 1 De gevolgen van bevindingen beoordeelt de handhaver als: vrijwel nihil; of beperkt; of van belang – er is sprake van aanmerkelijk risico dat de bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft; of aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar – onder andere het geval als de overtreding maatschappelijke onrust en/of ernstige milieuschade, ernstige natuurschade, ernstige waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad. 2 De handhaver typeert de normadressaat als: goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen, de bevinding is het gevolg van onbedoeld handelen; of onverschillig/reactief, neemt het niet zo nauw met het algemeen belang, heeft een onverschillige houding, de bevinding en de gevolgen van zijn handelen laten hem koud; of is opportunistisch en calculerend, er is sprake van het bewust belemmeren van controlerenden, er is sprake van mogelijkheidsbewustzijn, maar de gevolgen van het handelen worden op de koop toe genomen, bewust risico nemend; of bewust en structureel de regels overtredend en/of crimineel of deel uitmakend van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de typering van de normadressaat kijkt de handhaver dus verder dan de bevinding op zich en neemt hij diens gedrag en toezicht- en handhavinghistorie mee in beschouwing. Als de handhaver niet in staat is om de normadressaat te typeren, dan is typering B (onverschillig/reactief) het vertrekpunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver bepaalt tot slot of er sprake is van verzachtende of verzwarende argumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verzachtende argumenten wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verzwarende argumenten, waaronder recidive, is de verplaatsing één segment naar rechts en vervolgens één segment naar boven. Als er meer verzachtende of verzwarende argumenten zijn, levert dit toch maar één verplaatsing op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als legalisatie van de bevinding mogelijk is, is dat de aangewezen weg gelet op de hieruit voortvloeiende rechtszekerheid voor alle betrokkenen. Dit laat het toepassen van de landelijke handhavingstrategie en de interventiematrix onverlet, omdat er maatregelen nodig kunnen zijn om de overtreding te beëindigen en de gevolgen te beperken of weg te nemen. Bij het toepassen van de interventiematrix is de mogelijkheid van legalisatie een verzachtende omstandigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kunnen tot slot omstandigheden zijn om bij een bevinding van handhaven af te zien op basis van de vastgestelde gedoogstrategie. Onder gedogen wordt verstaan het expliciete besluit van een bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding niet handhavend op te treden. In geval tot gedogen wordt besloten dient het landelijke kader voor gedogen onverkort te worden gevolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedogen laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 2 –Bepalen verzwarende aspecten De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooral voor bevindingen die na stap 1 in de middensegmenten van de interventiematrix zijn gepositioneerd (A4, B3, B4, C2 en D2), kunnen de verzwarende aspecten reden zijn om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk op te treden. De volgende verzwarende aspecten worden afgewogen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkregen financieel voordeel (winst of besparing). De normadressaat heeft door zijn handelen financieel voordeel behaald of financieel voordeel halen was het doel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Status verdachte / voorbeeldfunctie. De normadressaat is: een regionaal of landelijk maatschappelijk aansprekende of bekende (rechts)persoon, een overheid, een toonaangevend brancheonderdeel, een certificerende instelling, een persoon die een openbaar ambt bekleedt, de eigen organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect. Een bestuurlijke boete kan waarschijnlijk niet geïnd worden of is waarschijnlijk door de normadressaat als (bedrijfs)kosten ingecalculeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Combinatie met andere relevante delicten. Andere handelingen zijn gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrift, corruptie of witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medewerking van deskundige derden. De normadressaat is bij zijn handelen ondersteund door deskundige derden, zoals vergunningverlenende of certificerende instellingen, keuringsinstanties en brancheorganisaties. De handhaver moet onderbouwen op grond van welke aanwijzingen hij het vermoeden heeft dat de deskundige derde op de hoogte was en/of medewerking heeft verleend aan de geconstateerde bevinding(en).</p>\n<p class=\"lf-p\">Normbevestiging. Bij dit aspect geldt dat het doel van de handhaving ligt in het onder de aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de branche of bij het bredere publiek. Strafrechtelijke handhaving vindt mede plaats in het kader van normhandhaving of normbevestiging met het oog op grotere achterliggende te beschermen rechtsbelangen. Hierbij speelt de openbaarheid van het strafproces een grote rol. Als in het openbaar, door middel van een onderzoek ter terechtzitting of de publicatie van een persbericht bij een transactie of strafbeschikking, verantwoording wordt afgelegd van gepleegde strafbare feiten krijgt de normhandhaving of normbevestiging het juiste effect.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarheidsvinding. Soms kan strafrechtelijk optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden met het oog op de strafrechtelijke waarheidsvinding en afdoening aangewezen zijn. Bijvoorbeeld als een controle of inspectie aanwijzingen aan het licht brengt dat er meer aan de hand is, maar de bestuursrechtelijke instrumenten ontoereikend zijn om de waarheid aan het licht te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 3 –Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver bepaalt of overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is op basis van de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix (stap 1) en de afweging van verzwarende aspecten (stap 2). Dit overleg beoogt een weloverwogen inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én strafrecht of alleen het strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit overleg is derhalve tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien noodzakelijk het overleg op met politie en OM en omgekeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht is altijd noodzakelijk als de handhaver de bevinding na stap 1 heeft gepositioneerd in de middensegmenten (A4, B3, B4, C2, D2 en D1) of zware segmenten (C3, C4, D3 en D4) van de interventiematrix. Overleg kan ook zinvol zijn bij bevindingen die de handhaver weliswaar heeft gepositioneerd in de lichte segmenten van de interventiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1), maar waarbij er op grond van stap 2 sprake is van één of meer verzwarende aspecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In situaties waarin een handhavingsinstantie een BSBm oplegt is overleg met het OM niet geïndiceerd en is strafrechtelijk optreden door het OM niet aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de handhaver concludeert dat overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is, wordt gehandeld op basis van vooraf tussen bestuursrechtelijke handhavingsinstanties, politie en OM gemaakte algemene afspraken over hun samenspel. Alleen zo kan accuraat en effectief optreden in voorkomende gevallen worden gewaarborgd, in het bijzonder als er sprake is van spoed en heterdaad. Situaties waarin de vooraf gemaakte algemene afspraken niet voorzien, zullen apart door handhavingsinstantie, politie en OM worden beoordeeld, in een regulier overleg of door middel van ad hoc overleg als snelheid vereist is. Uit het overleg volgt hoe de betreffende bevinding wordt opgepakt: alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk. Het laatste veelal startend met een opsporingsonderzoek onder leiding van de Officier van Justitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenslotte is, afgezien van de interventiematrix, aangifte bij het OM standaard als toezichthouders de volgende ernstige bevindingen doen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt gemaakt, zoals het weigeren van toegang, intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van bewijs en poging tot omkoping.</p>\n<p class=\"lf-p\">Situaties waarin de toezichthouder constateert dat er opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder andere: sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van verkeerde informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 4 –Optreden met de interventiematrix De landelijke handhavingsstrategie gaat uit van het in principe zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhaver gebruikt de interventiematrix van figuur 2 daarbij als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van deze interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 heeft gepositioneerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De interventies in de (segmenten van de) matrix lopen van beneden naar boven op in zwaarte. Deze bijlage 4 wordt afgesloten met een toelichting op alle interventies van licht naar zwaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar in de matrix van figuur 2 ‘PV’ staat betreft het de middelzware en zware segmenten die in stap 3 zijn afgestemd tussen handhavingsinstantie en OM. Als in overleg is besloten dat het OM niet optreedt, zijn er in deze situaties de in figuur 3 aangegeven op herstel en/of op bestraffing gerichte bestuursrechtelijke interventies om te overwegen, en ook de BSBm als strafrechtelijke interventie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 2: Landelijke interventiematrix voor het bepalen van de eerste interventie(s) De handhaver zet de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft, pakt de handhaver direct door, door middel van het inzetten van een zwaardere (combinatie van) interventie(s). In algemene zin geldt voor termijnen het volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te worden. Hiervoor dient geen of hooguit een zeer korte termijn te worden gesteld om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In alle andere gevallen – waaronder ook plannen of voorzieningen waarvoor investeringen vereist zijn – geldt: hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. Daarbij rekening houdend met de technische en organisatorische realiseerbaarheid in die termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het optreden in stap 4, zoals tot nu toe beschreven, heeft betrekking op gedane bevinding(en) die op grond van de interventiematrix worden aangepakt. Uiteraard kunnen handhavingsinstanties aanvullend ook hun toezichtstrategie bij het betreffende bedrijf als zodanig aanpassen, in de zin van bijvoorbeeld het verhogen/verlagen van de toezichtfrequentie, het initiëren van de herijking van de vergunningensituatie, et cetera.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 5 –Vastlegging De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd volgens geldende en vastgestelde administratieprocedures en -systemen, zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan het: motiveringsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, verbod van willekeur, verbod van misbruik van bevoegdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begrippenlijst Begrip Toelichting Beginselplicht tot handhaven Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond) en artikelen 39 en verder van het Wetboek van strafrecht (strafuitsluitingsgronden). Uit de rech0-spraak volgt voorts dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijk handhavingsoverleg Een overleg onder coördinatie van de provincie waaraan de handhaving-partners deelnemen. Het BHO stelt uitgaande van de landelijke handhavingsprioriteiten de regionale / lokale handhavingsprioriteiten vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijk Omgevingsberaad Centraal bestuurlijk overleg over het stelsel VTH o.l.v. de Minister van I &amp; M, gericht op afstemming van de verschillende taken en verantwoordelijkheden. Aan het Bestuurlijk omgevingsberaad doen in ieder geval mee: de ministers van I &amp; M en V &amp; J, drie vertegenwoordigers van de omgevingsdiensten, vertegenwoordigers van de bevoegde overheden en het OM.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke boete Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke strafbeschikking milieu Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt opgelegd ter afdoening van relatief eenvoudige overtredingen. De gevallen waarin dit instrument kan worden toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevinding Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functioneel Parket Specialistisch, landelijk opererend onderdeel van het OM, dat zich toelegt op de bestrijding van complexe fraude en milieucriminaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fysieke leefomgeving De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken, industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt deels bepaald door de milieukwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedoogstrategie Een bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd in welke situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaving Het door toezicht bewerkstelligen en zo nodig met toepassing van bestuursrechtelijke of strafrechtelijke middelen bereiken dat de regelgeving wordt nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhavingsprogramma Op onderkende risico’s en vastgestelde prioriteiten gericht handhaving-activiteitenprogramma, inclusief financiering en capaciteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Interventie Actieve handeling om een geconstateerd probleem op te lossen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legalisatietoets Toets om na te gaan of legalisatie van een overtreding mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motiveringsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat de overheid haar besluiten goed moet motiveren: de feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nalevingstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in ieder geval een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normadressaat Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">OM Openbaar Ministerie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsdiensten Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTH-taken. De Omgevingsdiensten werden eerder ook wel aangeduid als Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s).</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtsgelijkheid Rechtsbeginsel dat bepaalt dat gelijke gevallen gelijk dienen te worden behandeld en ongelijke verschillend naar de mate van het verschil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtvaardigingsgrond Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctie Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctiestrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. De sanctiestrategie omvat ten minste: een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde milieunormen; een passende reactie op geconstateerde overtredingen; een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding; een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden; transparantie over te stellen termijnen voor het opheffenvan (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schulduitsluitingsgrond Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafuitsluitingsgronden Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigheids-gronden en schulduitsluitingsgronden. Zie aldaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strategische milieukamer Overleg tussen het Functioneel Parket van het OM, de inspecteurs-generaal van de ILT, NVWA en de Inspectie SZW, de Nationale Politie, een vertegenwoordiging van de Omgevingsdiensten en het bestuurlijk bevoegd gezag. De SMK stelt de landelijke prioriteiten vast voor de strafrechtelijke handhaving en de afstemming van de strafrechtelijke handhaving op de bestuurlijke handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht Het controleren of en in hoeverre wettelijke bepalingen worden nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezichtstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is.</p>\n<p class=\"lf-p\">VTH kwaliteitscriteria Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH taken).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgvuldigheidsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting interventies van licht naar zwaar Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren Aanspreken/informeren is een informele interventie (geen wettelijke basis) naar aanleiding van een inspectie die ertoe moet leiden dat de normadressaat naleeft of in staat is na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanspreken/informeren gebeurt mondeling, door het verstrekken van schriftelijke informatie of door verwijzing naar websites. Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende normadressaten die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te lossen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarschuwen – brief met hersteltermijn Waarschuwen betekent dat de normadressaat naar aanleiding van een inspectie een waarschuwingsbrief ontvangt. Daarin is opgenomen welke maatregelen of voorzieningen getroffen moeten worden om na te leven en binnen welke (redelijke) termijn. In de brief staat ook dat de handhavingsinstantie verdergaande bestuursrechtelijke interventies zal nemen (LOB, LOD), als blijkt dat de in de waarschuwingsbrief opgenomen maatregelen of voorzieningen niet zijn getroffen na het verstrijken van de termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijk gesprek Een bestuurlijk gesprek met (de leiding van) de normadressaat in kwestie is een aanvullende escalerende interventie op waarschuwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verscherpt toezicht Verscherpt toezicht als interventie betreft het naar aanleiding van een inspectie meer of intensiever toezicht houden op de normadressaat. Een bestuurlijk gesprek zal hier vaak aan vooraf gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verscherpt toezicht moet worden aangekondigd, als ook onder welke voorwaarden het verscherpt toezicht weer zal worden opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Last onder dwangsom – LOD Een last onder dwangsom is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van overtredingen en/of het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding. De normadressaat krijgt een verplichting (een last) opgelegd om binnen een gegeven termijn de overtreding te beëindigen door iets te doen of na te laten op straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig wordt uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding te beëindigen. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het opleggen van een last onder dwangsom gebeurt volgens zorgvuldig te volgen stappen. In het algemeen worden de volgende stappen doorlopen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke waarschuwing, dat wil zeggen: het bekend maken van het voornemen om een last onder dwangsom op te leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te maken. » Indien niet tijdig hersteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het opleggen van een last onder dwangsom met een hersteltermijn. » Indien niet tijdig hersteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbeuren en innen dwangsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Last onder bestuursdwang – LOB Een last onder bestuursdwang is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van een overtreding waarbij de handhavingsinstantie, wanneer de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, op kosten van de overtreder, een overtreding beëindigt door zelf daadwerkelijk in te (laten) grijpen. Een last onder bestuursdwang kan alleen worden toegepast als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde zorgvuldig te doorlopen stappen als voor de last onder dwangsom. Ook hier kan, bijvoorbeeld in spoedeisende situaties, van deze stappen worden afgeweken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke waarschuwing, dat wil zeggen: het bekend maken van het voornemen om een last onder bestuursdwang op te leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te maken. » Indien niet tijdig hersteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het opleggen van een last onder bestuursdwang met een hersteltermijn. » Indien niet tijdig hersteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeren bestuursdwang.</p>\n<p class=\"lf-p\">In spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen is de last onder bestuursdwang de meest geschikte bestuursrechtelijke interventie. De handhavingsinstantie kan verzoeken om onmiddellijke beëindiging van de overtreding. Als blijkt dat de normadressaat niet bereid is aan dit verzoek te voldoen, kan de handhavingsinstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder voorafgaande last feitelijk optreden. Wel moet de handhavingsinstantie zo spoedig mogelijk nadien alsnog een formele sanctiebeschikking uitvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijk stilleggen Tijdelijk stilleggen betekent dat activiteiten of voertuigen als gevolg van de overtreding tijdelijk worden stilgelegd, tot de overtreding is hersteld en van naleving sprake is. Er kan aanleiding zijn om bij tijdelijk stilleggen beleid en/of politiek te informeren. Tijdelijk stilleggen kan onder de LOB vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling van een geldsom en kan naast een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport gebeurt door de toezichthouder/handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en inning gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil met de BSBM is dat bezwaar en beroep bij het bestuursorgaan dienen te worden aangetekend, terwijl de normadressaat tegen de BSBM in verzet kan komen bij het OM.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of erkenning Als de normadressaat houder is van een begunstigend besluit (vergunning of ontheffing), dan kan het geheel of gedeeltelijk intrekken van dat besluit een passende interventie zijn. Deze interventie is met name passend als de normadressaat niet in actie komt naar aanleiding van eerdere correctieve interventies, zoals een last onder dwangsom. Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een begunstigend besluit is een vergaande interventie die zorgvuldig moet worden voorbereid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Exploitatieverbod, sluiting Voor niet vergunningplichtige normadressaten bestaat de mogelijkheid op basis van de Fraudewet om het bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden. Ook dit zijn vergaande interventies die zorgvuldig moeten worden voorbereid en waarbij het informeren van beleid en politiek noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafrecht Bestuurlijke strafbeschikking milieu – BSBM De bestuurlijke strafbeschikking milieu is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde handhavingsinstanties zonder tussenkomst van het OM kunnen opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor feiten uit het zogenoemde ‘Feitenboekje Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu- en Keurfeiten’ wordt een combibon uitgeschreven (geldboete) die ter afdoening wordt gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSBM kan los van (óf), parallel met (en) of volgtijdelijk aan (eerst…dan…) op herstel gerichte interventies worden ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De BSBM is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de schuldvraag geen twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid milieu- en keurfeiten’ geeft in paragraaf 2.7 de beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en in paragraaf 2.8 de contra-indicaties Bijlage5Beleidsregel dwangsommen en hersteltermijnen 1.Inleiding Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn bevoegd met bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten op te treden tegen overtreding van regels (op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht). Of het college dan wel de burgemeester het bevoegde bestuursorgaan is afhankelijk van de betreffende regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een van de instrumenten om een geconstateerde overtreding te doen beëindigen is het opleggen van een last onder dwangsom. Dit is een bestuurlijke herstelsanctie en houdt in een last tot het geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding en de betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd (artikel 5:31d Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een herstelsanctie (-termijn) is bedoeld voor het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel het wegnemen of beperken van de gevolgen van de overtreding (artikel 5:2, eerste lid onder b Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Om gebruik te maken van de dwangsombevoegdheid is het geen wettelijke eis dat het college of de burgemeester daarvoor een beleidsregel/richtlijn heeft vastgesteld. In het kader van de rechtszekerheid en het gelijkheidsbeginsel is het wenselijk dat tegen overtredingen op een zoveel mogelijk gelijke wijze handhavend wordt opgetreden. Een uniforme beleidsregel geeft dan ook meer duidelijkheid en transparantie over de hoogte van dwangsommen en begunstigingstermijnen in relatie tot de overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Hoogte dwangsommen Bij het bepalen van de hoogte van dwangsommen en het maximum van het te verbeuren bedrag heeft het bestuursorgaan een ruime mate van beleidsvrijheid. De hoogte van een dwangsom wordt door de rechter terughoudend getoetst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de dwangsom moet op de ernst van de overtreding worden afgestemd (evenredigheid) en tot doel hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen (effectiviteit) (artikel 5:32b, derde lid Awb). Het betreft dus een herstellende en geen bestraffende sanctie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder zijn de volgende uitgangspunten van belang bij het vaststellen van de (maximum) hoogte van de dwangsom:</p>\n<p class=\"lf-p\">De dwangsom moet dusdanig hoog zijn dat de overtreder geen voordeel heeft bij het laten voortduren van de overtreding;</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximum te verbeuren dwangsom is afgeleid van het behaalde economische voordeel;</p>\n<p class=\"lf-p\">De geschatte kosten om de overtreding te beëindigen moeten hoger zijn dan het geschatte financiële voordeel van de overtreder bij het laten voortduren van de overtreding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onrechtmatig verkregen voordeel dat de overtreder heeft, moet worden weggenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevestiging van normen gesteld in het belang van milieu, ruimtelijke ordening, natuur en landschap, veiligheid, volksgezondheid etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">De financiële omstandigheden van de overtreder spelen in beginsel geen rol bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dwangsom kan worden vastgesteld in de vorm van een bedrag ineens, een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd of een bedrag per overtreding van de last (artikel 5:32b, eerste lid Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding wordt opgelegd, is het bestuursorgaan gelet op de rechtszekerheid richting de overtreder, verplicht een maximum bedrag vast te leggen waarboven geen dwangsom meer worden verbeurd (artikel 5:32b, tweede lid Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Na het bereiken van het maximumbedrag kan besloten worden om een nieuwe last onder dwangsom, dan wel een last onder bestuursdwang op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in de dwangsombeschikking gekozen hoogte van de dwangsom moet steeds voldoende onderbouwd zijn in die zin, dat de hoogte van de dwangsom gebaseerd/afgestemd is op de inhoud van deze beleidsregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de beschikking kan dan in het algemeen worden volstaan met verwijzing naar deze beleidsregel. Echter, in specifieke situaties is maatwerk noodzakelijk. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval kan (naar boven of beneden) worden afgeweken van de hoogte van de dwangsom, begunstigingstermijn en/of het maximumbedrag in de tabellen in de bijlage. In deze bijzondere gevallen moet in de beschikking de afwijking goed gemotiveerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor overtredingen die niet in de tabellen zijn opgenomen, wordt aan de hand van de feiten en omstandigheden van het concrete geval bekeken wat redelijke dwangsomhoogten en termijnen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Begunstigingstermijn Een last onder dwangsom omvat naast de te nemen herstelmaatregelen ook een termijn, waarbinnen de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde lastgeving kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd (artikel 5:32a, tweede lid Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een begunstigingstermijn moet zo kort mogelijk zijn, maar voldoende lang om, afhankelijk van de te nemen maatregelen, de overtreding te beëindigen zonder dat een dwangsom wordt verbeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de termijnen in de tabellen is uitgegaan van een gemiddelde termijn waarbij het mogelijk is te voldoen aan de last binnen deze termijn. Deze termijn kan afhankelijk van feiten en omstandigheden worden aangepast (zowel korter als langer). In gevallen waar de brandveiligheid of volksgezondheid in het geding is zal de termijn vaak korter zijn, gelet op de ernst van het overtreden voorschrift. Ook kan een kortere termijn bepaald worden als bijvoorbeeld al eerder een last onder dwangsom is opgelegd of duidelijk is dat in kortere tijd aan de last kan worden voldaan. Bij milieu kan de potentiële/feitelijke milieubelasting een grote rol spelen bij het bepalen van de lengte van de begunstigingstermijn. Indien wordt afgeweken van de in de tabellen opgenomen termijnen wordt dit in de beschikking gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer sprake is van een zodanig spoedeisend acute situatie wordt er geen dwangsom opgelegd, maar moet (spoed)bestuursdwang als herstelsanctie worden toegepast. In dat geval wordt geen dan wel een zeer korte begunstigingstermijn geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt in beginsel ook geen begunstigingstermijn opgelegd bij lastgevingen die strekken tot voorkoming van herhaling van een overtreding. Dit vloeit voort uit artikel 5:32a tweede lid Awb en jurisprudentie. Er kunnen zich echter bijzondere omstandigheden voordoen die ook bij een lastgeving ter voorkoming van herhaling een termijnstelling noodzakelijk maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Vorm dwangsom Er is voor gekozen om zoveel mogelijk in beginsel een dwangsom in de vorm van een bedrag ineens, oftewel een eenmalige dwangsom vast te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ervaring leert dat de hoogte van de eenmalige dwangsom eerder reden is om de overtreding te beëindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij meerdere dwangsommen (dwangsom per overtreding of tijdseenheid) is het mogelijk dat er vele verschillende invorderingsbesluiten worden genomen waartegen bezwaar en beroep openstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorgaande wordt onoverzichtelijk voor zowel bevoegd gezag als overtreder. Daarnaast blijkt nog uit recente jurisprudentie dat er vergaande eisen worden gesteld aan het controlerapport dat ten grondslag ligt aan de invordering van de dwangsom. Om na elke verbeuring een controle te laten uitvoeren is zeer arbeidsintensief. Een eenmalige dwangsom is daarom duidelijker en functioneler.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitzondering wordt gemaakt voor de situatie waarin sprake is van gedragsvoorschriften. Wanneer een overtreder iets moet doen of juist nalaten is een dwangsom per tijdseenheid of per overtreding het meest doeltreffend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Invordering verbeurde dwangsom Bij uitspraak van 12 september 2018 is door de Afdeling van de Raad van State bepaald dat voordat een invorderingsbesluit wordt genomen voor het invorderen van verbeurde dwangsommen, eerst een voornemen hiertoe moet worden verzonden. De overtreder moet in de gelegenheid gesteld worden hiertegen een zienswijze in te dienen. Hierna dient een invorderingsbesluit genomen te worden, voordat een aanmaning wordt verzonden. Het geven van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen tegen het voornemen tot invordering geschiedt in de verbeurdverklaring: de brief waarin de overtreder in kennis wordt gesteld van het, van rechtswege, verbeuren van een of meerdere dwangsommen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Cumulatie dwangsom Als er sprake is van gecombineerde overtredingen worden de in de tabellen genoemde bedragen cumulatief opgenomen in de last onder dwangsom, tenzij er aanleiding bestaat om hiervan af te zien vanwege bijzondere omstandigheden of de totale hoogte van de dwangsommen. De cumulatie van dwangsommen speelt bijvoorbeeld een rol bij situaties die in strijd zijn met zowel bouw- als gebruiksregels van een bestemmingsplan of bij een overtreding van zowel milieu- als bouwregelgeving. Hierbij wordt ook de landelijke handhavingsstrategie toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Herhaalde overtreding (recidive) Indien sprake is van een overtreding waarvoor al een last onder dwangsom is opgelegd en deze is uitgewerkt, worden in de nieuwe last onder dwangsom niet meer de bedragen uit de tabellen gehanteerd. Immers er is kennelijk onvoldoende prikkeling geweest om de overtreding te beëindigen. De dwangsom wordt dan minimaal 2 maal zo hoog als genoemd in de tabellen. Hierbij wordt ook de landelijke handhavingsstrategie toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Preventieve dwangsom In situaties waar nog geen sprake is van een feitelijke overtreding maar van klaarblijkelijk gevaar van een overtreding in de toekomst, kan al een last onder dwangsom worden opgelegd (artikel 5:7 Awb). Het gaat dan bijvoorbeeld om een aankondiging van een illegale situatie (bijvoorbeeld evenement) in krant of internet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze beleidsregel en tabellen gelden ook als richtlijn voor de hoogte van een preventieve dwangsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.Overgangsregeling Deze beleidsregel is van toepassing op lasten onder dwangsom die na inwerkingtreding van deze beleidsregel worden opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.Toelichting tabellen De tabellen vermelden de meest voorkomende overtredingen, de indicatieve dwangsomhoogten, de eventueel daaraan verbonden maxima en herstel- c.q. begunstigingstermijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bedragen en termijnen moeten worden gezien als leidraad. In het concrete geval moeten de geschikte hoogte van het dwangsombedrag, het maximaal te verbeuren bedrag en de begunstigingstermijn worden bepaald aan de hand van deze beleidsregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen naar boven/beneden voor een concreet geval moeten steeds goed gemotiveerd worden in de beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de tabellen kunnen geen rechten ontleend worden. Oftewel het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester kunnen in een concreet geval niet rechtens gehouden worden om op grond van de tabellen een bepaalde dwangsomhoogte te bepalen. Anders zou dit kunnen leiden tot berekenend gedrag bij eventuele overtreders, waarbij afhankelijk van de hoogte van de dwangsommen, zij welbewust risico’s gaan nemen door genoemde bedragen in te calculeren bij hun handelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabellen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel Bouw/Ruimtelijke Ordening Tabel Brandveilig gebruik Tabel Milieu Tabel Bouwen/Ruimtelijke Ordening Compartiment Overtreding Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigings- termijn Bouw en sloop Bouwen zonder vergunning:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouw Gebouw &lt; 50 m² Dwangsom € 5.000 als bedrag ineens 6 weken Gebouw &gt; 50 m² &lt; 200 m² Dwangsom € 10.000 als bedrag ineens 6 weken Gebouw &gt; 200 m² &lt; 500 m² Dwangsom € 15.000 als bedrag ineens 6 weken Gebouw &gt; 500 m² &lt; 1000 m² Dwangsom € 20.000 als bedrag ineens 6 weken Gebouw &gt; 1000 m² Dwangsom € 25.000 als bedrag ineens 6 weken Bouwen zonder vergunning: Bouwwerk geen gebouw zijnde Dwangsom € 2.500 per bouwwerk tot maximaal € 5.000 per bouwwerk als bedrag ineens 6 weken Bouw en sloop na stillegging Bouw/sloop voortzetten na stillegging bouw/ sloop gebouw &lt; 50 m² Dwangsom € 1.000 - € 5.000 als bedrag ineens (+ PV) Direct Bouw/sloop voortzetten na stillegging bouw/ sloop gebouw &gt;50 m² &lt; 200 m² Dwangsom € 10.000 - € 20.000 als bedrag ineens (+ PV) Direct Bouw/sloop voortzetten na stillegging bouw/ sloop gebouw &gt; 200 m² &lt; 500 m² Dwangsom € 15.000 - € 30.000 als bedrag ineens (+ PV) Direct Bouw/sloop voortzetten na stillegging bouw/ sloop gebouw &gt; 500 m² &lt; 1000 m² Dwangsom € 20.000 - € 30.000 als bedrag ineens (+ PV) Direct Dwangsom € 25.000 - € 50.000 als bedrag ineens (+ PV) Direct Slopen zonder melding zonder asbest Zonder melding slopen zonder asbest sloop gebouw &lt; 50 m² Dwangsom € 1.000 - € 5.000 als bedrag ineens (+ PV) Direct Zonder melding slopen zonder asbest sloop gebouw &gt;50 m² &lt; 200 m² Dwangsom € 10.000 - € 20.000 als bedrag ineens (+ PV) Direct Zonder melding slopen zonder asbest sloop gebouw &gt; 200 m² &lt; 500 m² Dwangsom € 15.000 - € 30.000 als bedrag ineens (+ PV) Direct Zonder melding slopen zonder asbest Sloop gebouw &gt; 1000 m² Dwangsom € 20.000 - € 40.000 als bedrag ineens Zonder melding slopen met asbest Dwangsom € 25.000 - € 50.0000 als bedrag ineens Direct Monument Bouwen/slopen zonder of in afwijking vergunning monumenten Dwangsom Het dubbele van het bedrag genoemd bij Bouwen zonder vergunning Direct Archeologie Bouwen zonder of in afwijking vergunning archeologie Dwangsom Bedrag genoemd bij Bouw en Sloop, verhoogd met € 5.000 Direct Aanleggen Aanlegwerkzaamheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleggen zonder of in afwijking Aanleggen zonder of in afwijking vergunning Dwangsom € 5.000 - € 25.000 als bedrag ineens (bedragen genoemd bij bouwen zonder vergunning) Direct Archeologie Aanleggen (uitvoering werkzaamheden) zonder of in afwijking vergunning archeologie Dwangsom € 5.000 - € 25.000 als bedrag ineens (dubbele als bedrag genoemd bij aanleggen zonder vergunning), verhoogd met 5000 Direct Aanleggen na stillegging Aanleggen na stillegging Dwangsom € 5.000 - € 25.000 als bedrag ineens (bedragen genoemd bij bouwen zonder vergunning) Direct Archeologie Aanleggen na stillegging met archeologie Dwangsom € 5.000 - € 25.000 als bedrag ineens (dubbele als bedrag genoemd bij aanleggen zonder vergunning), verhoogd met 5000 Direct Bestemmings-plan Strijd met bestemmingsplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Strijdig gebruik Illegale bewoning (bij)gebouwen Dwangsom € 15.000 als bedrag ineens 12 – 26 weken Overig illegaal gebruik Dwangsom € 15.000 als bedrag ineens 6 weken Permanente bewoning recreatiewoningen Dwangsom € 15.000 als bedrag ineens 12 – 26 weken Voortzetting gebruik/in stand houden bouw-werken na eindigen tijdelijke vergunning Dwangsom € 15.000 als bedrag ineens 6 weken Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig strijdig gebruik Dwangsom € 15.000 - € 30.000 als bedrag ineens 6 weken Tabel Brandveilig gebruik Compartiment Overtreding Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigings- termijn Opname rap- port gebruiks- vergunning/ bouwkundige voorzieningen Gebruik/bouwwerk niet volgens gebruiks-vergunning Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 6 weken De brand- en rookwerende scheidingen voldoen niet aan de gestelde eisen Dwangsom € 5.000 als bedrag ineens 6 weken Dranger aanbrengen Dwangsom € 200 per dranger als bedrag ineens Direct Deur/raam in geopende stand vastgezet Dwangsom € 1.000 per deur/raam als bedrag ineens Direct Geen geldige certificaten aanwezig van de afge-dichte sparingen Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 4 weken Geen actueel rapport van de uitgangspunten “beheersbaarheid van brand” aanwezig Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 6 weken Opname rapport ontvluchting Het aantal vereiste vluchtroutes niet aanwezig Dwangsom € 10.000 per vluchtroute als bedrag ineens 1 week Vluchtdeuren niet te openen binnen 2 handelingen en zonder gebruik van een los Dwangsom € 10.000 per vluchtroute als bedrag ineens Direct Vluchtdeur niet te openen over de volle breedte Dwangsom € 5.000 per vluchtdeur als bedrag ineens Direct Vluchtdeur draait tegen vluchtrichting in en niet vastgezet in geopende stand Dwangsom € 5.000 per vluchtdeur als bedrag ineens Direct Automatische deuren: Geen voorzieningen aanwezig tegen belemmeren ontvluchting Dwangsom € 10.000 als bedrag ineens 1 week Vluchtroutes niet vrij van obstakels Dwangsom € 2.500 per vluchtroute als bedrag ineens Direct Vereiste vluchtrouteaanduiding niet aanwezig/ niet goed zichtbaar:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwkundig bordje Transparantverlichting Dwangsom - Dwangsom € 250 per bordje als bedrag ineens € 500 per stuk als bedrag ineens € 500 per stuk als bedrag ineens 2 weken 4 weken Kabels en snoeren niet goed op vloer vastgeplakt Dwangsom € 500 per overtreding als bedrag ineens Direct Opstelling inventaris: Stoelopstelling voldoet niet aan goedgekeurd stoelenplan Dwangsom € 5.000 als bedrag ineens Direct Opname rapport brandmeld- in- stallatie Brandmeldinstallatie niet aanwezig Dwangsom € 15.000 als bedrag ineens 12 weken Onderdelen brandmeldinstallatie niet aanwezig Dwangsom € 500 per onderdeel als bedrag ineens 4 weken Brandmeldinstallatie niet in bedrijf Dwangsom € 7.500 als bedrag ineens 1 week Brandmeldinstallatie niet gecertificeerd Dwangsom € 7.500 als bedrag ineens 6 weken Geen registratie aanwezig van jaarlijkse con-trole en onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen registratie aanwezig van jaarlijkse con- trole en onderhoud en tevens overschrijding vantrole en onderhoud en tevens overschrijding van het maximaal aantal onechte en ongewenste meldingen (project TOOM: Terugdringen onech- te en ongewenste brandmeldingen) Dwangsom Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens € 3.750 x 2 als bedrag ineens 6 weken 6 weken Geen maandelijks onderhoud conform NEN 2654-1 (uitgave 2002) Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 4 weken Geen opgeleid persoon conform NEN 2654-1 (uitgave 2002) Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 6 weken Geen onderhoudscontract conform NEN 2654-1 (uitgave 2002) Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 6 weken Opname rapport ontruimings- alarminstallatie + ontruimings- plan Ontruimingsalarminstallatie niet in bedrijf Dwangsom € 7.500 als bedrag ineens 1 week Geen registratie jaarlijkse controle en onder-houd Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 6 weken Geen ontruimingsplan aanwezig Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 6 weken Geen registratie aanwezig jaarlijkse ontruimingsoefening Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 6 weken Opname rapport noodverlichtingsi nstallatie Noodverlichtingsinstallatie niet in goede staat Dwangsom € 7.500 als bedrag ineens 1 week Geen registratie jaarlijkse controle en onder-houd Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 6 weken Onderdelen noodverlichting niet aanwezig Dwangsom € 500 per stuk als bedrag ineens 4 weken Geen lichtmetingrapport Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens 4 weken Blusmiddelen Onvoldoende blusmiddelen aanwezig in bouw-werk Dwangsom € 3.750 per blusmiddel als bedrag ineens 4 weken Blusmiddelen niet aangeduid met aanduidings-sticker Dwangsom € 500 per blusmiddel als bedrag ineens 2 weken Blusmiddelen niet goed bereikbaar Dwangsom € 1.250 per blusmiddel als bedrag ineens Direct Blusmiddelen zonder geldige keuringssticker Dwangsom € 1.250 per blusmiddel als bedrag ineens 2 weken Droge blusleiding Droge blusleiding niet jaarlijks gekeurd en onderhouden Dwangsom € 3.750 per blusleiding als bedrag ineens 4 weken Sprinkler-installatie Geen geldig certificaat sprinklerinstallatie Dwangsom € 3.750 per installatie als bedrag ineens 6 weken Sprinklerinstallatie niet aanwezig Dwangsom € 15.000 per installatie als bedrag ineens 6 maanden Brandkranen + andere bluswaterwinplaat Bluswatervoorzieningen niet goed onderhouden/ niet goed bereikbaar Dwangsom € 1.500 per bluswatervoorziening per installatie als bedrag ineens Direct Rook-/warmte- afvoerinstallatie Geen geldig certificaat installatie Dwangsom € 3.750 per installatie als bedrag ineens 6 weken Geen registratie jaarlijkse controle en onder-houd installatie</p>\n<p class=\"lf-p\">Dwangsom € 3.750 per installatie als bedrag ineens 6 weken Brandweerliften Geen registratie jaarlijkse controle en onder-houd installatie Dwangsom € 3.750 per installatie als bedrag ineens 4 weken Verwarming en kookdoeleinden Gevaar ontstaan brand door kookinstallatie Dwangsom € 3.750 per overtreding met een maximum van € 18.750 Direct Gevaar ontstaan brand door verwarmingsinstallatie Dwangsom € 3.750 per overtreding met een maximum van € 18.750 Direct roken en open vuur Voorzieningen tegen het gevaar als gevolg van roken en/of open vuur niet voldoende Dwangsom € 1.250 per overtreding met een maximum van € 6.250 Direct Kaarsen toegepast op onveilige manier Dwangsom € 250 per kaars als bedrag ineens Direct Compartiment Overtreding Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigings- termijn Stoffering en versiering Maatregelen m.b.t. stoffering en versiering onvoldoende Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens Direct Warmtebronnen niet vrij van stoffering en versiering Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens Direct Plafondversiering niet minimaal 2,5 meter van de vloer Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens Direct Aanwezige stoffering/versiering is gemakkelijk ontvlambaar Dwangsom € 3.750 als bedrag ineens Direct Tabel Milieu Compartiment Overtreding Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigings- termijn Algemeen In werking zonder (toereikende) melding / ver-gunning, geen aanvraag en geen opzet Dwangsom Melding: € 1.000 als bedrag ineens Vergunning: € 5.000 als bedrag ineens 4 weken 6 weken In werking zonder (toereikende) melding / ver- gunning, geen aanvraag en geen aanvraag willen doen Dwangsom Bestuurs- dwang Melding: € 2.000 als bedrag ineens Vergunning: € 10.000 als bedrag ineens Na verbeuren: sluiting of reparatoir optreden OMs 4 weken 6 weken Niet indienen of niet tijdig indienen van rapporten / verslagen Dwangsom € 5.000 per rapport/verslag als bedrag ineens 4 weken Niet voldoen aan onderhoud/controle stookinstallatie Dwangsom € 1.000 per installatie als bedrag ineens 4 weken Niet melden ongewone voorvallen hoofdstuk 17 Wet milieubeheer Dwangsom € 2.500 per overtreding met een maximum van € 12.500 1 dag Maatwerkvoorschrift niet naleven Dwangsom € 2.000 per overtreding met een maximum van € 10.000 Situationeel Mestbassin niet overeenkomstig de bouwtechnische richtlijnen Dwangsom € 5.000 per bassin als bedrag ineens 6 weken Bodem Keuring tank(s) niet uitgevoerd Dwangsom € 1.750 per tank als bedrag ineens 4 weken Vloer (vloeistofdicht of kerend) Niet aanwezig Niet in orde (o.a. certificaat) Dwangsom Dwangsom € 10.000 als bedrag ineens € 5.000 als bedrag ineens 6 weken 4 weken Lekbak:</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet aanwezig Niet in orde Dwangsom Dwangsom € 2.000 per lekbak als bedrag ineens € 1.000 per lekbak als bedrag ineens 6 weken 4 weken Stoffen / lozingen in bodem; vervuilend en spoed vereist Bestuurs-dwang (+ PV) NVT Direct/1 week Stoffen / lozingen in bodem; niet of nauwelijks vervuilend, niet spoedeisend Dwangsom € 500 (max € 2.500) per over-treding 4 weken Lekke leidingen veroorzaken bodemvervuiling, spoedeisend Bestuurs-dwang (+ PV) NVT Direct Vaatwerk / accu’s niet in een lekbak Dwangsom € 500 per overtreding met maximum van € 2.500 2 weken Tank niet tegen aanrijden beschermd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vloeibare brandstoffen (PGS 30) Samengeperste gassen Dwangsom Dwangsom € 1.000 per overtreding met maximum van € 5.000 € 2.500 per overtreding met maximum van € 10.000 4 weken 4 weken Ondergrondse tank niet gesaneerd Dwangsom € 5.000 per tank als bedrag ineens 12 weken Opslag vaste mest niet op mestdichte plaat Dwangsom € 1.000 per opslag als bedrag ineens 8 weken Water / sludge controle niet uitgevoerd (inclusief grondwatermonitoring) Dwangsom € 1.000 per niet- uitgevoerde controle als bedrag ineens 4 weken Nieuw geval van bodemverontreiniging zorg-plicht Wbb niet gemeld Dwangsom € 2.000 als bedrag ineens 2 weken Geen hemelwaterbescherming of gecontroleer-de afvoer aanwezig Dwangsom € 2.000 als bedrag ineens 4 weken Financiële zekerheid ter dekking aansprakelijk-heid bij bodemverontreiniging (overtreding afde- ling 2.10 Activiteitenbesluit) Dwangsom € 1.750 p.w max. 10 x 4 weken PGS 30 overtreden Dwangsom € 1.750 p.w. max. 10 x 4 weken Geen Grondwatermonitoring Dwangsom €1750 p.w. max. 10 x 4 weken Verkennend bodemonderzoek niet uitgevoerd Dwangsom €1000 p.w. max. 10 x 4 weken Nul- en eindsituatie niet uitgevoerd Dwangsom €1750 p.w. max. 10 x 3 maanden Lucht Overschrijding emissie-eisen Dwangsom € 2.500 per overschrijding met maximum van € 10.000 2 weken Metingen niet of niet correct uitgevoerd Dwangsom € 2.500 per meting met maximum van € 10.000 4 weken Rook / gasafvoer niet conform BEES / BEMS Dwangsom € 2.500 per afvoer als bedrag ineens 4 weken Emissiepunt niet op juiste hoogte Dwangsom € 2.500 per emissiepunt als bedrag ineens 4 – 8 weken Onderzoek emissiebeperkingen niet uitgevoerd Dwangsom € 2.500 als bedrag ineens 4 – 8 weken Voorschriften stankhinder niet naleven / geuroverlast veroorzaken Dwangsom € 2.500 per overtreding met maximum van € 10.000 2 weken Keuring dampretour stage II Dwangsom € 1.000 per keuring als bedrag ineens 4 weken Niet voldoen aan onderhoud/controle stookinstallatie Klein &gt;20 kW en &lt; 20 MW Dwangsom € 500 p.w. max. 10x 4 weken Niet voldoen aan onderhoud/controle stookinstallatie Middelgroot 20 - &lt;50 MW Dwangsom € 1000 p.w. max. 10x 4 weken Niet voldoen aan onderhoud/controle stookinstallatie Groot (50 MW of meer) Dwangsom € 1500 p.w. max. 10x 4 weken Niet voldoen aan onderhoud/controle stookinstallatie Klein &gt;20 kW en &lt; 20 MW Dwangsom € 500 p.w. max. 10x 4 weken Compartiment Overtreding Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigings- termijn Veroorzaken stofoverlast (door ontbreken instal-latie) Dwangsom € 3.000 als bedrag ineens 4 weken Ontbreken ontgeuringsinstallatie Dwangsom € 3.000 als bedrag ineens 4 weken Luchtwasser verkeerd geïnstalleerd of niet goed gebruikt</p>\n<p class=\"lf-p\">Dwangsom € 2.500 per overtreding met maximum van € 10.000 2 weken Ontbreken CFK logboek Dwangsom € 1.000 per logboek als bedrag ineens 4 weken Ontbreken dampretour stage II Dwangsom € 1.000 als bedrag ineens 4 – 8 weken Water Lozen afvalwater zonder of in strijd met de ver-gunning / melding Bestuurs-dwang (+ PV) NVT Direct/1 week Olie / water / slib / vet- afscheider niet (tijdig) legen Dwangsom € 1.000 per overtreding met maximum van € 5.000 1 week Niet meten of niet aanleveren van de analyses Dwangsom € 1.000 per dag met maximum van € 5.000 4 weken Monster(controle)voorziening niet aanwezig Dwangsom € 2.000 per voorziening als bedrag ineens 4 weken Overschrijding emissie-eisen (parameter afhan- kelijk) Dwangsom Bestuurs- dwang € 2.500 per overtreding met maximum van. € 25.000 4 weken D irect: bij ernstig risico of gevaar Geluid (en trillingen) Overschrijding geluidsniveau; incidenteel Dwangsom € 1.000 per overtreding met maximum van € 5.000 1 week Overschrijding geluidsniveau; structureel Dwangsom € 2.500 per overtreding met maximum van. € 10.000 1 week Overlast (geluid); in werking buiten vergunde uren Dwangsom € 1.000 per overtreding met maximum van € 5.000 1 week Voorzieningen niet aangebracht Dwangsom € 2.000 per voorziening als bedrag ineens 4 weken Niet voldoen aan voorschriften m.b.t. trillingen Dwangsom € 1.000 per overtreding met (aximum van € 5.000 1 week Voorschriften m.b.t. gedrag worden niet nage-leefd Dwangsom € 1000 per overtreding met maximum van € 5.000 Direct Compartiment Overtreding Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigings- termijn Afval Opslag gevaarlijke afvalstoffen niet overeen-komstig voorschriften Dwangsom € 1.250 per overtreding (max. € 5.000) 2 weken Niet correct afvoeren gevaarlijke afvalstoffen Dwangsom € 1.250 per overtreding (max. € 5.000) Direct Opslag afvalstoffen niet overeenkomstig voorschriften Dwangsom € 750 per overtreding (max. € 3.750) 2 weken Niet correct afvoeren afvalstoffen – niet scheiden afvalstoffen Dwangsom € 750 per overtreding (max. € 3.750) 2 weken Verbranden afvalstoffen binnen de inrichting Dwangsom (+ PV) € 2.500 per overtreding (max. € 10.000) 2 weken Transportcontrole: begeleidingsbrief niet aanwezig Dwangsom € 1.500 per overtreding (max. € 4.500) Geen Transportcontrole: begeleidingsbrief onjuist c.q. onvolledig ingevuld Dwangsom € 1.500 per overtreding (max. € 4.500) Geen Veiligheid Opslag gevaarlijke stoffen niet conform voor-schriften Dwangsom € 1.250 per overtreding (max. € 5.000) 2 weken Ontbreken gevaaraanduidingen Dwangsom € 100 per bord als bedrag ineens 1 week Constructie onvoldoende brandwerend Dwangsom € 5.000</p>\n<p class=\"lf-p\">6 weken Onveilige opstelling gasflessen Dwangsom € 100 per gasfles p.d. (max. € 500) 1 dag Keuringstermijn gasfles is verlopen Dwangsom € 100 per per gasfles p.w. (max. € 500) 1 week Bijlage6Werkwijze voor het informeren van opdrachtgevers over bestuurlijk gevoelige zaken 1.Inleiding In deze werkwijze worden de processen van het team Juridische Zaken van de ODR beschreven bij de juridische handhaving en wordt ingegaan op de vraag hoe en wanneer de opdrachtgevers geïnformeerd dienen te worden. Voor dat laatste aspect is van belang om zaken te onderscheiden in politiek gevoelige zaken en reguliere zaken. Hierbij is het begrip ‘politiek gevoelig’ geobjectiveerd. Aan de hand van bepaalde criteria is dan uit te maken of een zaak politiek gevoelig is of niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Doelstelling De ODR, als uitvoeringsorganisatie, wil op verzoek van het Algemeen Bestuur naar een uniforme werkwijze, waarbij iedereen gezien zijn verantwoordelijkheid goed geïnformeerd is en zijn taak optimaal uit kan oefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om tot een goede en uniforme werkwijze te komen heeft de ODR accountmanagers aangesteld en juridische zaken organisatorisch gewijzigd. In deze werkwijze wordt beschreven in welke gevallen en door wie portefeuillehouders geïnformeerd worden over zaken op het gebied van juridische handhaving. Als aanknopingspunt is gekozen om het begrip ‘politiek gevoelig’ te operationaliseren. Het doel is om portefeuillehouders te informeren op een moment wat passend is bij het karakter van de betreffende zaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze werkwijze sluit aan bij de landelijke sanctiestrategie welke ook opgenomen is in het regionale beleidskader VTH-taken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Werkwijze operationalisering van politiek gevoelige zaken en wijze van informeren (in relatie tot de blokken uit de landelijke sanctiematrix) 3.1Politiek gevoelige zaken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer is een zaak politiek gevoelig:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de impact van de overtreding op de omgeving groot is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de impact van de sanctie groot is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er sprake is van bestuurlijke betrokkenheid (of de verwachting);</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het gaat om zaken met een ‘’geschiedenis’’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het eind van deze werkwijze zijn voorbeeld casussen opgenomen van zaken met daarbij een kwalificatie over de politieke gevoeligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2Blok 1 en 2 van het schema sanctiestrategie objectgericht werken Impact op de omgeving Hierbij wordt bedoeld de (mogelijke) gevolgen voor milieu, veiligheid, gezondheid, personen of de fysieke leefomgeving. Het gedrag van de overtreder kan hierbij ook een rol spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klein Middel Groot Niet informeren, besluit kan onder mandaat worden genomen. Zaak komt op een overzichtslijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achteraf informeren, besluit kan onder mandaat worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooraf informeren. Besluit kan onder mandaat worden genomen tenzij anders afgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Impact van de sanctie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij hoge dwangsommen of de uitvoering van bestuursdwang met grote consequenties voor de overtreder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klein Middel Groot Niet informeren, besluit kan onder mandaat worden genomen. Zaak komt op een overzichtslijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achteraf informeren, besluit kan onder mandaat worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooraf informeren. Besluit kan onder mandaat worden genomen tenzij anders afgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke betrokkenheid:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij zaken waarbij wethouders of raadsleden betrokken zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klein Middel Groot Niet informeren, besluit kan onder mandaat worden genomen. Zaak komt op een overzichtslijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achteraf informeren, besluit kan onder mandaat worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooraf informeren. Besluit kan onder mandaat worden genomen tenzij anders afgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zaken met een ‘geschiedenis’:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit zijn zaken met een lange geschiedenis of om overtreders die structureel en bewust de regels overtreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klein Middel Groot Niet informeren, besluit kan onder mandaat worden genomen. Zaak komt op een overzichtslijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achteraf informeren, besluit kan onder mandaat worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooraf informeren. Besluit kan onder mandaat worden genomen tenzij anders afgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informeren bevoegd gezag en de rol van de accountmanager ODR Bij politiek gevoelige zaken moet de portefeuillehouder zo goed mogelijk worden meegenomen in de procedure. Binnen de ODR is dat een taak voor de accountmanager. De coördinator is er verantwoordelijk voor dat de accountmanager geïnformeerd wordt en geïnformeerd blijft over het verloop van de zaak. De accountmanager kan op basis hiervan de portefeuillehouder inlichten, waarbij de juridisch handhaver betrokken wordt voor het beantwoorden van inhoudelijke vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij blok 1 (geen aantoonbaar noch verwijtbaar handelen en/of mogelijk gevaar) wordt de accountmanager geïnformeerd worden vanaf het tweede bezoek. Bij blok 2 (overtreding met verwijtbaar handelen en/of mogelijk gevaar) wordt de accountmanager geïnformeerd worden vanaf het eerste bezoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe informeren we de portefeuillehouder ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Klein: Handhavingszaken staan op een overzichtslijst. Hierop is de voortgang van een zaak te zien en eventueel de bijzonderheden die er spelen. (Deze overzichtslijst kan momenteel nog niet goed gegenereerd worden uit S4O. Dit behoeft meer aandacht en tijd en is dus niet direct gereed) Middel: Medewerker stuurt een korte samenvatting van het voornemen tot handhaving naar de accountmanager met een cc aan de coördinator. De accountmanager bespreekt de zaak tijdens het portefeuillehouders overleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groot: Coördinator informeert de accountmanager vooraf. De accountmanager bespreekt de zaak met de portefeuillehouder en koppelt de gemaakte (proces)afspraken terug aan de medewerker met een cc aan de coördinator. De medewerker draagt er zorg voor dat afspraken worden nagekomen en informeert zijn coördinator hierover.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3Blok 3 van het schema sanctiestrategie objectgericht werken Hierbij gaat het om overtredingen met acuut gevaar of onomkeerbare gevolgen. In deze gevallen moet de portefeuillehouder altijd geïnformeerd worden. Informeren moet zo spoedig mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klein Groot Achteraf informeren, Besluit kan onder mandaat worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooraf informeren. Besluit kan onder mandaat worden genomen tenzij anders afgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informeren bevoegd gezag en de rol van de accountmanager ODR Deze zaken zijn bij uitstek politiek gevoelig en moet de portefeuillehouder zo spoedig en goed mogelijk worden meegenomen in de procedure. Binnen de ODR is dat een taak voor de accountmanager. De coördinator is er verantwoordelijk voor dat de accountmanager geïnformeerd wordt en geïnformeerd blijft over het verloop van de zaak. De accountmanager kan op basis hiervan de portefeuillehouder inlichten, waarbij de juridisch handhaver betrokken wordt voor het beantwoorden van inhoudelijke vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe informeren we de portefeuillehouder ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een zaak met een kleine impact stuurt de juridisch handhaver het besluit direct nadat dit ondertekend en ter verzending is aangeboden per mail aan de accountmanager voorzien van een korte toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij zaken met een grote impact hebben toezichthouder en juridisch handhaver contact met elkaar gehad over de situatie. Op basis van het ‘voorstel’ van de juridisch handhaver voor de aanschrijving (al dan niet afgestemd met zijn coördinator), neemt de juridisch handhaver – bij voorkeur telefonisch - contact op met de accountmanager. De accountmanager neemt daarop contact op met de bestuurder en koppelt de gemaakte afspraken terug aan de medewerker met een CC aan de coördinator. De medewerker draagt er zorg voor dat afspraken worden nagekomen en informeert zijn coördinator hierover. De accountmanager ontvangt het besluit direct nadat dit ondertekend en ter verzending is aangeboden van de medewerker. De juridische medewerker zorgt ervoor dat de accountmanager geïnformeerd blijft over de voortgang van de zaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4Overige afspraken Contacten met portefeuillehouders lopen via de accountmanagers. Indien in een zaak inhoudelijke toelichting wordt gevraagd kan de inhoudelijke medewerker telefonisch uitleg geven of op verzoek met de accountmanager mee naar een gesprek;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wil een burger een gesprek met portefeuillehouder in een inhoudelijke zaak, dan zorgt de accountmanager dat een inhoudelijk medewerker aanschuift zonder accountmanager (tenzij er expliciet is verzocht dat de accountmanager erbij is);</p>\n<p class=\"lf-p\">Van een gesprek met een burger en portefeuillehouder wordt altijd een gespreksverslag gemaakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleveren van stukken ter bespreking bij een opdrachtgever gaat via de medewerker naar de accountmanager met een cc naar de coördinator.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voorbeelden zaken blok 1 en 2 Impact op de omgeving Voorbeeld Klein Bouwen in strijd met verleende omgevingsvergunning (afhankelijk van de aard vergunning), bouwen zonder vergunning. Standplaatsen openbaar gebied. Tijdelijke bouwwerken. Onterechte klachten of handhavingsverzoeken waarhet eigenlijk gaat om een burenruzie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Middel Meerdere handhavingsverzoeken over dezelfde overtreding. Structureel gedrag overtreder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groot Illegalebewoning in bedrijfsgebouwen. Meerdere klachten uit de omgeving bij maatschappelijke gebouwen (scholen, kinderopvang, zorgcentra) Impact van de sanctie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Klein Dwangsommen tot €20.000 Middel Dwangsommen van €20.000 tot €40.000 Groot Sluiting van een bedrijf d.m.v. bestuursdwang waarbij grote economische belangen een rol spelen. Dwangsommen boven €40.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke betrokkenheid (of de verwachting):</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een burger een gesprek heeft gehad of aanvraagt met de portefeuillehouder is de zaak NIET per definitie politiek gevoelig Voorbeeld Klein Reguliere zaken die onder mandaat afgedaan kunnen worden en waarbij geen bestuurders betrokken zijn Middel Zaken waarbij burgers het e.e.a. hebben aangekaart bij de gemeenteraad (bijv. bij intrekken van vergunningen) en waarbij vragen zijn gesteld vanuit de raad Groot Bestuurders vanafmeet af aan betrokken bij een besluitvorming. Indien wordt afgeweken van gemeentelijk beleid Zaken met een ‘geschiedenis’:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Klein Bij structurele klagers Middel Bestuurlijke betrokken in het verleden waarbij het bestuur overde voortgang op de hoogte wordt gehouden Groot Actieve bestuurlijke betrokkenheid bij langlopende zaken 5.Voorbeelden zaken blok 3 Hierbij gaat het om overtredingen met acuut gevaar of onomkeerbare gevolgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Klein Bouwstop, sloopstop Groot Verontreiniging bodem, schade aan de natuurmilieu, werkzaamheden aan monumenten, asbestzaken, drugsafval</p></div>", "next": 0}