{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">informatie van (voormalige) terreineigenaren over (voormalige) bodembedreigende activiteiten zoals bijvoorbeeld bedrijfsactiviteiten en (ondergrondse) tanks; de kans op het voor komen van PFAS-verbindingen23Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die sinds de jaren ’70 grootschalig zijn toegepast in verschillende bedrijfstakken die vocht afwerende producten maken of in blusschuim.; hiervoor is door de Provincie Noord-Holland sinds 20 juli 2017 bodemsaneringsbeleid voor opgesteld[30]; de huidige terreinsituatie; het voor komen van (type) bodemvreemd materiaal in de bodem; de aanwezigheid van dempingen en ophogingen; eventuele toepassingen van grond, inclusief de chemische kwaliteit; de kans op het voor komen van asbest in, op of aan (voormalige) opstallen. is de toepassing van de grond nuttig is (artikel 35 van het Besluit; zie ook § 2.1.1 van bijlage 2, onderdeel 'Nuttige toepassingen van grond'); het grondverzet dat plaatsvindt in gebieden met bijzondere omstandigheden (zie § 4.13) en of andere Wet- en regelgeving van belang is (zie § 2.1.5 van bijlage 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen als uit het historisch onderzoek blijkt dat op de terreinen waar de werkzaamheden plaatsvinden geen activiteiten aanwezig zijn (geweest) die de bodem hebben kunnen verontreinigen én de locatie onderdeel uitmaakt van een geldige bodemkwaliteitskaart, mag een bodemkwaliteitskaart worden gebruikt als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de grond (zie hoofdstuk 5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als historische gegevens al in een eerder onderzoek zijn achterhaald en voldoen aan de bovenstaande voorwaarden, dan mag dat onderzoek worden gebruikt. Als de gegevens al eerder zijn achterhaald, dan moeten de gegevens aantoonbaar worden geverifieerd. Bijvoorbeeld door aan te tonen dat in de periode tussen de oplevering van de gegevens en het voornemen van de grondstroom er geen activiteiten hebben plaatsgevonden die de bodem/partij grond (meer) hebben verontreinigd. Een terreininspectie maakt onderdeel uit van de verificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voor bodemverontreiniging niet-verdachte locatie is in deze nota bodembeheer gedefinieerd als een locatie waar geen puntbron aanwezig is (geweest), bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank, een halfverharding, een gedempte watergang, een ophooglaag, een chemische wasserij, gebruik bestrijdingsmiddelen, bodembedreigende activiteiten, of een (bekend) geval van ernstige bodemverontreiniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2Onderzoek toe te passen grond en ontvangende bodem 6.2.1 Onderzoek toe te passen grond De toe te passen grond moet worden gekeurd als deze grond: ontgraven gaat worden uit een zone waarvan de te verwachten ontgravingskwaliteit een mindere kwaliteit heeft dan de toepassingseis van de ontvangende bodem; afkomstig is van een uitgesloten locatie/gebied van de eigen of geaccepteerde en geldige bodemkwaliteitskaart (zie § 4.2) (gespecificeerd in § 1.2.3.1 en de rapportages van de geaccepteerde bodemkwaliteitskaarten); afkomstig is van gebieden waarvan de gemeente de bodemkwaliteitskaarten niet heeft geaccepteerd (zie § 4.2 en § 4.9). wordt toegepast op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en (zie § 4.6); de ontgravingslocatie is gelegen in de aangewezen onverharde wegbermen met de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ in de gemeente en niet als bermgrond van een weg met de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ wordt toegepast maar elders (zie § 4.3.2); wordt toegepast op een regionale waterkering als teeltlaag (zie § 4.3.5); onvoorziene visuele afwijkingen vertoont (asbest, bodemvreemde materialen, kleur, geur; zie § 4.4); wordt toegepast in opdracht van de gemeente én ter plaatse van een locatie met het (toekomstige) bodemgebruik onverharde recreatiegebieden en kinderspeelplaatsen, intensief gebruikt openbaar groen, moes-/volkstuin(complex)en (specifiek voor asbest; zie § 4.5); afkomstig is van een tijdelijke opslag en niet aan voorwaarden voldaan kan worden zoals deze in § 4.12 zijn beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De partijkeuring moet plaatsvinden conform de BRL 1000 – protocol 1001 of de NEN574024Alleen van de volgende onderzoeksstrategieën kan gebruik worden gemaakt: TOETS-S, TOETS-S-GR en KEU-I-HE. en door een daarvoor gecertificeerd bedrijf met een ministeriële erkenning. Bij onderzoek op asbest is het uitvoerend bedrijf/persoon gecertificeerd en erkend voor het BRL protocol 2018[32].</p>\n<p class=\"lf-p\">Indicatief bodemonderzoek grond afkomstig van én hergebruikt in onverharde bermen met de bodemfunctie ‘Industrie’ Als bermgrond weer wordt toegepast in onverharde bermen met de bodemfunctie ‘Industrie’ moet voorafgaand aan de toepassing een indicatief bodemonderzoek conform de NEN5740, strategie VED-HO-L, plaatsvinden. Het onderzoek moet zijn uitgevoerd door een voor de BRL protocol 2001 gecertificeerd bedrijf/persoon met een ministeriële erkenning. Voor het onderzoek hoeft alleen de te ontgraven bodemlaag te worden onderzocht; onderzoek van de bodemlaag dieper dan de ontgravingsdiepte en het grondwater is niet nodig. Bij de bermgrond wordt vanwege mogelijke verschillen in kwaliteit geadviseerd om bij dit onderzoek onderscheid te maken in een bodemlaag vanaf het maaiveld tot 0,3 meter diepte en een de diepere bodemlaag tot en met ontgravingsdiepte. Ten aanzien de eventueel te onderscheiden partijen grond in de onverharde wegbermen sluit de gemeente aan bij de nadere toelichting hierover in het BRL protocol 1001.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.2 Onderzoek ontvangende bodem De kwaliteit van de ontvangende bodem moet worden onderzocht als de toepassingslocatie is gelegen in een uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie § 1.2.3.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de kwaliteit van de ontvangende bodem vast te stellen moet een gepaste onderzoeksstrategie uit de NEN574025Alleen van de volgende onderzoeksstrategieën kan gebruik worden gemaakt: ONV, ONV-GR, ONB,TOETS-S, TOETS-S-GR en KEU-I-HE. worden gebruikt. Alleen de bodemlaag waarop de grond wordt toegepast moet worden onderzocht. Het onderzoek moet zijn uitgevoerd door voor de BRL protocol 2001 gecertificeerd bedrijf/persoon met een ministeriële erkenning.</p>\n<p class=\"lf-p\">7Procedures 7.1Opvragen informatie voorafgaand aan het grondverzet Voorafgaand aan graafwerkzaamheden en het tijdelijk opslaan van grond en een grondstroom tussen locaties (ontgraven en toepassen van grond) moet de initiatiefnemer of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of adviesbureau), zich op de hoogte te stellen van de mogelijkheden van het grondverzet (zie § 6.1) De resultaten van het historisch onderzoek (locatie van tijdelijke ontgraving, ontgravings- én toepassingslocatie) moeten volledig en gelijktijdig met de melding voor het tijdelijk opslaan van grond of de grondstroom (zie § 7.2) worden ingeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderstaande paragrafen worden de procedures, te weten melding, termijn, registratie en transport van grond verder uiteengezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2Melden tijdelijk opslaan en toepassen van grond 7.2.1 Algemeen De melding moet minimaal 5 werkdagen voor de aanvang van de tijdelijke opslag van grond of nuttige toepassing van de grond worden gedaan via het centrale meldpunt van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Het melden kan zowel analoog als digitaal plaatsvinden. De meldingen worden doorgezonden naar het bevoegd gezag van de locatie waar de grond tijdelijk wordt opgeslagen of toegepast. Voor de tijdelijke opslag en de toepassingen op of in de landbodem is dat de gemeente. De meldingen voor de gemeente worden doorgezonden naar de OD IJmond. Voor de tijdelijke opslag en de toepassingen in oppervlaktewaterlichamen, zoals sloten, is dat het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.</p>\n<p class=\"lf-p\">De OD IJmond is op grond van het Besluit niet verplicht om de melding te publiceren en neemt geen formeel besluit op de melding. Na verstrijken van de hierboven genoemde termijn mag de initiatiefnemer starten met het tijdelijk opslaan van grond of de nuttige toepassing. De initiatiefnemer van de tijdelijke opslag of de nuttige toepassing is en blijft verantwoordelijk voor het voldoen aan de vereisten van het Besluit. Maar ook een ieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de tijdelijke opslag of de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een eigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener (zie ook § 1.4.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 7.1 is een overzicht gegeven van de verschillende vormen van tijdelijke opslag en de voorwaarden uit het Besluit die daarbij gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2.2 Toepassen van grond De meldingsplicht voor het nuttig toepassen van grond in het kader van het Besluit geldt altijd met uitzondering van: de toepassing van grond door particulieren, anders dan in de uitoefening van een bedrijf of beroep; het toepassen van grond binnen een landbouwbedrijf als de grond afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel grond waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel grond waar de grond wordt toegepast; het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen; het toepassen van schone grond in hoeveelheden maximaal 50 m3. Voor het toepassen van schone grond in hoeveelheden vanaf 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De OD IJmond kan namens de gemeente ondanks de ontheffing van de meldplicht wel de bewijsmiddelen opvragen van de kwaliteit van de toegepaste grond of (verspreide) baggerspecie. De OD IJmond kan van deze bevoegdheid gebruik maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2.3 Tijdelijke opslag De meldingsplicht voor het tijdelijk opslaan grond in het kader van het Besluit geldt altijd, met uitzondering van de opslag van grond als sprake is van tijdelijke uitname. In het Besluit is tijdelijke opslag in de meeste situaties niet vergunningsplichtig. Wel moet aan een drietal voorwaarden worden voldaan:</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteit van de grond moet voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse van de (tijdelijk) ontvangende bodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">De grond mag op de landbodem maximaal 3 jaar opgeslagen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eindbestemming van de grond moet bekend zijn als deze langer dan 6 maanden wordt opgeslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 7.1 zijn de vormen van tijdelijke opslag en de bijbehorende voorwaarden (kwaliteitseisen en meldingsplicht) opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het gebiedsspecifieke beleid (vaststellen Lokale Maximale Waarden, zie § 4.3) zijn enkele knelpunten in de gemeente als gevolg van de landelijke regelgeving opgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 7.1 Vormen van tijdelijke opslag en bijbehorende voorwaarden Vorm van tijdelijke opslag Voorwaarden van het Besluit Maximale duur van de opslag Kwaliteitseisen Meldingsplicht Kortdurende opslag 6 maanden - Ja1) Tijdelijke opslag op landbodem 3 jaar Kwaliteit moet voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem Ja1) , met voorziene duur van opslag en eindbestemming Weilanddepot: tijdelijke opslag van baggerspecie op aangrenzend perceel 3 jaar Alleen baggerspecie die voldoet aan de normen voor verspreiding over aangrenzende percelen Ja1) , met voorziene duur van opslag en eindbestemming Opslag tijdelijke uitname Looptijd van de werkzaamheden - Nee Melding moet worden gedaan bij het centrale meldpunt van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl Als grond voorafgaand aan de toepassing tijdelijk wordt opgeslagen dan zijn in principe 2 meldingen bij het centrale meldpunt bodemkwaliteit van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat noodzakelijk. Om deze administratie lasten te verminderen, verruimt de gemeente de eisen voor het melden van tijdelijke opslag van grond waarvan de toepassingslocatie bekend is als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als bekend is waar de grond, die tijdelijk wordt opgeslagen, wordt toegepast, hoeft voorafgaand aan de tijdelijke opslag alleen de melding voor de toepassing van deze grond te worden gedaan. Bij de melding moet wel de locatie en duur van de tijdelijke opslag worden vermeld. De kwaliteit van de grond die tijdelijk wordt opgeslagen, moet voldoen aan de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse dan wel de vastgestelde Lokale Maximale Waarden ter plaatse.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als bekend is waar de grond, die tijdelijk is opgeslagen, wordt toegepast, hoeft voorafgaand aan de tijdelijke opslag alleen de melding voor de toepassing van deze grond te worden gedaan. Bij de melding moet wel de locatie en duur van de tijdelijke opslag worden vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteit van de grond die tijdelijk wordt opgeslagen moet voldoen aan de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse dan wel de vastgestelde Lokale Maximale Waarden ter plaatse 7.3Registratie en archivering van meldingen De melding van de tijdelijke opslag en de nuttige toepassing van grond (inclusief bijlagen) wordt door de OD IJmond, voor de gemeente, bij binnenkomst geregistreerd en gearchiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verantwoordelijkheid voor het naleven van de regels rond het ontgraven, het tijdelijk opslaan of het toepassen van grond, waaronder het tijdig melden, ligt bij de initiatiefnemer van de grondtoepassing. Als achteraf blijkt dat foutief is gehandeld, dan kan de initiatiefnemer van de grondtoepassing zich niet beroepen op de gedane melding of het eventueel uitblijven van een reactie van het bevoegd gezag binnen een bepaalde termijn. Ook na toepassing mag de OD IJmond, namens de gemeente, nog optreden tegen overtredingen van de regelgeving als blijkt dat niet de juiste gegevens zijn verstrekt of sprake is van het toepassen van grond met een onjuiste kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.4Beoordeling van de melding De meldingen van tijdelijke opslag en toepassingen van grond in de gemeente worden door de OD IJmond, namens de gemeente, beoordeeld. De OD IJmond brengt de melder altijd op de hoogte van haar oordeel over de melding. De OD IJmond probeert namens de gemeente binnen 5 werkdagen na de melding de melder hiervan op de hoogte te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toetsing van de tijdelijke opslag en de toepassing van grond wordt gekeken naar de kwaliteitsklasse van de toe te passen grond en de toepassingseis vanuit deze nota bodembeheer. Daarnaast wordt gecontroleerd of de tijdelijke opslag of toepassing nuttig is. Ook wordt getoetst aan de bodemfunctieklassenkaart (kaartbijlage 1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten slotte kan ook andere wet- en regelgeving van invloed zijn (zie § 2.1.5 van bijlage 2) of kunnen privaatrechtelijke aspecten een rol spelen, zoals het verkrijgen van toestemming van de perceeleigenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.5Transport van grond Bij het transport van grond over de weg moet een transportgeleidebiljet aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het transport van grond naar een nuttige toepassing moet een kwaliteitsverklaring beschikbaar zijn. Alternatief is dat op het transportgeleidebiljet het meldnummer is vermeld dat is afgegeven door het centrale meldpunt bodemkwaliteit van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (zie ook § 7.7).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij transport van grond naar een erkend verwerker (bijvoorbeeld een reiniger, stortplaats of depot voor het opslaan van verontreinigde grond) moet een afvalstroomnummer op het transportgeleidebiljet worden vermeld. Deze wordt afgegeven door de erkend verwerker.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.6Repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen Binnen grootschalige werken, zoals het aanleggen van een woonwijk, bedrijventerrein of het ontwikkelen van een natuurgebied, is het vaak niet praktisch om voor elke afzonderlijk toepassing van een partij grond een melding te doen. In verband hiermee bestaat de mogelijkheid om hiervoor een grondstromenplan op te stellen dat vooraf moet worden goedgekeurd door de OD IJmond (namens de gemeente). Het grondstromenplan moet worden gemeld bij het centrale meldpunt van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Afwijkingen van het grondstromenplan moeten direct worden gemeld aan de OD IJmond.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.7Grondtransport met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel Als grond wordt getransporteerd met een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond, dan moet op het transportgeleidebiljet het meldingsnummer vermeld worden waaronder de melding bij het landelijke meldpunt bodemkwaliteit is geregistreerd en aan de melder is afgegeven. Als geen meldingsnummer op het transportgeleidebiljet is geregistreerd moet een kwaliteitsverklaring aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">8Toezicht en handhaving 8.1Betrokkenen bij grondwerkzaamheden Bij toezicht en handhaving tijdens het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond op of in de bodem zijn verschillende 'spelers' betrokken. In tabel 8.1 staat een overzicht van de verantwoordelijkheden van de diverse betrokkenen rond het toepassen van grond conform het Besluit. Naast de in tabel 8.1 betrokken 'spelers' zijn ook gespecialiseerde instellingen betrokken bij grondwerkzaamheden, waaronder adviesbureaus (partijkeuringen) en grondbanken (leverancier en/of toepasser van de grond).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 8.1 Verantwoordelijkheden van verschillende betrokkenen bij het toepassen van grond op of in de bodem Betrokkenen Verantwoordelijkheden Gemeenten Purmerend (Besluit bodemkwaliteit) Beschikbaar stellen van informatie over en het inzage geven in archieven met onder andere (historische) bodeminformatie en de bodemkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">OD IJmond voor de gemeente Purmerend (Besluit bodemkwaliteit) Toezicht en handhaving van de melding (administratief en in het veld).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeren taken waaronder het in ontvangst nemen, registreren, archiveren, beoordelen en toetsen van de melding voor het nuttig toepassen van grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Provincie Noord-Holland (Besluit bodemkwaliteit) Als gemeente en OD IJmond, maar dan bij het nuttig toepassen van grond in Wet milieubeheer-inrichtingen met provincie als vergunningverlener en ter plaatse van beschermingsgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (Besluit bodemkwaliteit) Als gemeente en OD IJmond, maar dan bij het nuttig toepassen of verspreiden van grond in een oppervlaktewaterlichaam, het toepassen van grond in/op waterkeringen in beheer van het Hoogheemraadschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">OD IJmond (in opdracht van de provincie Noord-Holland) voor de gemeente Purmerend (Wet bodembescherming) Toezicht en handhaving van gevallen van (vermoedelijk) ernstige bodemverontreiniging en bij verplaatsen van verontreinigde grond op grond van artikel 28 van de Wet bodembescherming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leverancier (ontdoener) van de grond Het afgeven van een bewijsmiddel omtrent de kwaliteit van de te leveren grond en zorgen dat de (erkende) transporteur de doorslagen van de volledig ingevulde begeleidingsbrief krijgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Registratie van de gegevens gedurende 5 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transporteur Tijdens het transport beschikken over een volledig ingevulde begeleidingsbrief met, indien noodzakelijk, een afvalstroomnummer. Overhandigen begeleidingsbrief op aanvraag van de handhaver (provincie, politie, gemeente). Registratie van de gegevens gedurende 5 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In overleg met de leverancier van de grond levert de transporteur van de grond het bewijsmiddel omtrent de kwaliteit van de te transporteren grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolg tabel 8.1 Verantwoordelijkheden van verschillende betrokkenen bij het toepassen van grond op of in de bodem Betrokkenen Verantwoordelijkheden Partij die de grond toepast (initiatiefnemer of een ieder die op een bepaald moment macht uit oefent). Dit kan ook een gemeentelijke afdeling zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform het Besluit bodemkwaliteit (laten) melden bij het centrale meldpunt van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nagaan of vanuit andere wetgeving voorwaarden worden gesteld en deze navolgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In overleg met de leverancier van de grond levert de partij die de grond toepast het bewijsmiddel omtrent de kwaliteit van de toe te passen grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Milieupolitie Toezicht en handhaving (strafrechtelijk).</p>\n<p class=\"lf-p\">Inspectie Leefomgeving en Transport Het uitvoeren van de handhaving op de keten van grond voorafgaand aan de aannemer, voor zover het gaat om activiteiten die onder Kwalibo vallen. Hierbij gaat het zowel om het toepassen van grond op of in de landbodem als het toepassen of verspreiden van grond in een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2Toezicht en handhaving Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente is voor haar eigen grondgebied in het kader van het Besluit verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van de toepassing van grond op of in de bodem. De OD IJmond voert in opdracht van de gemeente die taken uit. Bij de tijdelijke opslag en de toepassingen van grond kan toezicht en handhaving plaatsvinden: tijdens de melding; in het veld (tijdens het transport of bij de tijdelijke opslag of de toepassing); na de tijdelijke opslag of de toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de toezicht en de handhaving voor het Besluit maakt de OD IJmond gebruik van de Handhavings Uitvoerings Methode Besluit bodemkwaliteit (HUM Bbk)[33].</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de OD IJmond, namens de gemeente, constateert dat de regels van het Besluit en/of de Wet bodembescherming niet worden nageleefd, kan bestuursdwang worden uitgeoefend of een dwangsom worden opgelegd. Bestuursdwang houdt in dat de initiatiefnemer of degene die het beheer van een (grootschalige) toepassing heeft overgenomen, een aanzegging krijgt bepaalde handelingen na te laten, dan wel bepaalde maatregelen te treffen binnen een bepaalde termijn. De OD IJmond kan eventueel na de verstreken termijn op kosten van de initiatiefnemer deze handelingen laten verrichten. Een dwangsom is een indirect dwangmiddel in de vorm van een geldboete die wordt opgelegd met het doel om de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De strafrechtelijke handhaving van het Besluit en de Wet bodembescherming, wordt geregeld in de Wet op de Economische Delicten. Als strafbare handelingen niet opzettelijk zijn uitgevoerd, dan is sprake van een overtreding. Als zij opzettelijk zijn begaan, worden zij aangemerkt als misdrijven. Met de opsporing van overtredingen is in de eerste plaats de politie belast. Daarnaast kunnen bepaalde categorieën buitengewone opsporingsambtenaren (BOA) de bevoegdheid hebben om overtredingen van het Besluit en de Wet bodembescherming op te sporen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van het Besluit is voor toepassingen van grond op of in de bodem de Inspectie Leefomgeving en Transport bevoegd gezag voor de keten van de producent tot en met de aannemer. Deze bevoegd-gezag-taken omvatten de activiteiten die onder de Kwalibo vallen. Ook is de Inspectie Leefomgeving en Transport bevoegd tot bestuurlijke handhaving van de aannemer die de grond toepast op of in de bodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overtredingen zoals afwijkingen van normdocumenten en werken zonder erkenning moeten worden gemeld bij de Inspectie Leefomgeving en Transport: https://www.ilent.nl/melden-en-vragen. De Inspectie Leefomgeving en Transport kan bij constatering van overtredingen dwangsommen opleggen, bedrijven schorsen of zelfs erkenningen intrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">9Vrijstellingsregeling bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvragen (bouw en bestemmingswijziging) De gemeente biedt de mogelijkheid dat bij aanvragen van een omgevingsvergunning (bouw en bestemmingswijziging) onder bepaalde voorwaarden een verkennend bodemonderzoek (conform de NEN5740) achterwege kan worden gelaten. De bodemkwaliteitskaart mag dan worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische bodemkwaliteit op betreffende locatie. De voorwaarden hiervoor zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">De locatie is niet gelegen in een door de provincie aangewezen beschermingsgebied (zie § 4.14.4).</p>\n<p class=\"lf-p\">De locatie is niet gelegen in een voor de bodemkwaliteitskaart uitgesloten gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitgevoerde historisch onderzoek/vooronderzoek conform de NEN5725 (aanleiding A ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’) heeft als resultaat dat sprake is van een niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging. Als alle noodzakelijk historische gegevens al in een eerder onderzoek zijn achterhaald en voldoen aan de bovenstaande voorwaarden, dan mag dat onderzoek worden gebruikt. Wél moet worden geverifieerd of in de periode tussen het onderzoek en de melding van het toepassen van grond geen relevante activiteiten hebben plaatsgevonden die de kwaliteit van de grond hebben kunnen beïnvloeden. Een terreininspectie maakt onderdeel uit van het verificatieonderzoek. Bij twijfel beslist de OD IJmond (Toezicht en Handhaving; voor de gemeente) of de onderzoeksgegevens mogen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het historisch onderzoek/vooronderzoek moet samen met de omgevingsvergunningsaanvraag bij de gemeente worden ingediend. De gemeente beoordeelt het historisch onderzoek/vooronderzoek of gebruik kan worden gemaakt van de vrijstellingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voor bodemverontreiniging niet-verdachte locatie is in deze nota bodembeheer gedefinieerd als een locatie waar geen puntbron aanwezig is (geweest), bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank, een halfverharding, een gedempte watergang, een verdachte ophooglaag, een chemische wasserij, gebruik bestrijdingsmiddelen, bodembedreigende activiteiten, of een (bekend) geval van ernstige bodemverontreiniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bronvermeldingen [1] Bodemkwaliteitskaart gemeente Purmerend, projectnummer 264910, Anteagroup, 19 september 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodembeheerplan gemeente Purmerend, projectnummer 177678, Oranjewoud, 25 augustus 2009. [2] Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Gemeente Purmerend, documentcode: SOB008341.RAP001, Lievense Milieu B.V., 16 december 2019. [3] Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. [4] Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. [5] Wet milieubeheer, publicatie staatsblad, nummer 443, 1980 en latere wijzigingen. [6] Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. [7] Waterwet, publicatie Staatsblad nr. 107, 12 maart 2009 en latere wijzigingen. [8] Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, publicatie Staatsblad nr. 496, 4 december 2008 en latere wijzigingen. [9] Beleidsnotitie Besluit bodemkwaliteit, projectnummer 4716977, TAUW, 6 februari 2012. [10] Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer, publicatie Staatsblad nr. 434, 28 september 2006, en latere wijzigingen. [11] Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. [12] CROW publicatie 400 'Werken in en met verontreinigde bodem', december 2017. [13] Onderbouwing LAC-2006 waarden en overzicht van bodem-plant relaties ten behoeve van de Risicotoolbox, een overzicht van gebruikte data en toegepaste methoden, Alterra-rapport 1442, OSSN 1566-7197, 2007. [14] NEN 5707 – Bodem: inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. [15] NEN 5897 – Inspectie en monstername van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. [16] NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. [17] Statistische analyse van de relatie puin in de bodem en de aanwezigheid van asbest, TNO 2018 R10825, 15 augustus 2018. [18] Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, publicatie Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013. [19] Individuele partijen grond Milieuhygiënische keuring van individuele partijen grond in het kader van het Besluit bodemkwaliteit: BRL 9335 – protocol 9335-1. [20] Nationale beoordelingsrichtlijn voor Grond BRL 9335. [21] Beoordelingsrichtlijn Bewerken van verontreinigde grond en baggerspecie BRL 7500. [22] Landelijk afvalbeheerplan (LAP3) [23] NEN 5740 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. [24] Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie, protocol 1001.</p>\n<p class=\"lf-p\">[25] Besluit Uniforme Saneringen, publicatie Staatsblad nr. 54, 9 februari 2006 en latere wijzigingen. [26] Regeling Uniforme Saneringen, publicatie Staatsblad nr. 54, 9 februari 2006 en latere wijzigingen. [27] Erfgoedbeleid Purmerend 2017, gemeente Purmerend, 2 november 2017. [28] Handvat implementatie Besluit bodemkwaliteit, Onderwerp: reikwijdte verspreiden van baggerspecie, Senternovem, Bodem+, juni 2008. [29] Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019. [30] Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019, kenmerk: 1309449/1316340, 19 november 2019, in werking getreden: 21 november 2019. [31] Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, protocol 2001. [32] Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem, protocol 2018. [33] Handhavings Uitvoerings Methode Besluit bodemkwaliteit, 3BODM0906, AgentschapNL/Bodem+, april 2010. [34] Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen, Staatscourant nr. 207, 2004. [35] Besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van 12 november 2018, tot wijziging van de Provinciale Milieuverordening, tranche 10A, in verband met een technische correctie, publicatie Provinciaal Blad nr. 8610, 21 november 2018. [36] Werkwijzer bodemsanering, aanpak van bodemsanering in Noord-Holland, Provincie Noord-Holland, Directie Beleid, Sector Milieu, oktober 2014. [37] Handreikingen bodem voor gemeenten, Overzicht gemeentelijke bodemtaken, Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 1 augustus 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 30 april 2020de griffier, R.J.C. van der Laande voorzitter, D. BijlOverzicht bijlagen Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Wet- en regelgeving bodemtaken Bijlage 3 Statistische parameters bodemkwaliteitszones getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (voor standaardbodem) Bijlage 4 Mogelijkheden vrij grondverzet (grondstromenmatrix) Bijlage 5 Gespecificeerde verdachte percelen en uitgesloten gebieden Bijlage 6 Argumentatie Hoogheemraadschap afwijkende kwaliteit wegbermen Bijlage 7 Argumentatie Hoogheemraadschap Lokale Maximale Waarden regionale waterkeringen Bijlage 8 Vragenformulier historische gegevens Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage 1 Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2 Ligging bodemkwaliteitszones bovengrond (0,0-0,5 m-mv), tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) en ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kaartbijlage 3A Ontgravingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) Kaartbijlage 3B Ontgravingskaart ondergrond (0,5 m-mv en dieper) Kaartbijlage 4A Toepassingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) - generiek beleid Kaartbijlage 4B Toepassingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) - generiek beleid Kaartbijlage 5A Toepassingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) - gemeentelijk beleid Kaartbijlage 5B Toepassingskaart tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) en ondergrond (0,5-2,0 m-mv) - gemeentelijk beleid Kaartbijlage 6 Ligging wegen in beheer van en regionale waterkeringen Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Bijlage 1Begrippenlijst Aangrenzend perceel Van een aangrenzend perceel is sprake in de situatie dat er een feitelijke relatie bestaat tussen de watergang waar de baggerspecie vrijkomt en het perceel waarop de verspreiding plaatsvindt. Het “in verbinding staan” van watergangen (zelfde watersysteem, peilniveau) is niet altijd voldoende om uit te gaan van aangrenzendheid (Uitspraak Raad van State 201401123/1/A1, 4 februari 2015).</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de uitspraak van de Raad van State en mede gebaseerd op artikel 60 lid 2 van het Besluit, stelt de gemeente dat tussen de watergang waar de baggerspecie vrijkomt en het perceel waar de baggerspecie wordt verspreid, niet gescheiden mag worden door bijvoorbeeld een lint- of aaneengesloten bebouwing, een weg breder dan één rijstrook, een spoorweg, een waterkering of een dijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 6 zijn een aantal situaties beschreven voor het verspreiden van baggerspecie op percelen die niet aan de watergang grenzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar verwachting wordt het begrip ‘aangrenzend perceel’ bij de eerst volgende wijziging van het Besluit bodemkwaliteit vervangen. De normen van de maximale kwaliteit van de baggerspecie die mag worden verspreid (of gebruikt in weilanddepots) wordt afgestemd op de normen voor de voedselveiligheid. Vanuit de herkenbaarheid voor de omgeving (omwonenden; duidelijk waar bagger vandaan komt) wordt vanaf de exacte locatie van baggeren een afstandscriterium van 10 kilometer gehanteerd. De zorgplicht, artikel 7 van het Besluit, blijft te allen tijde van kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voor komende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Met gebiedsspecifiek beleid heeft de gemeente hier strengere eisen aan gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn ingetrokken (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wél in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen een indicatie voor de aanwezigheid van antropogene bronnen zijn die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond worden aangetroffen door een menselijke activiteit. Dit gehalte wordt beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodembeheergebied gemeentelijk grondstromenbeleid Het bodembeheergebied omvat het gemeentelijk grondgebied van de gemeente Purmerend zelf én de gemeente Beemster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’. Onder het laatstgenoemde gebruik vallen landbouw en natuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast).</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitsklasse De bodemkwaliteitsklasse bepaald samen met de bodemfunctieklasse de toepassingseis.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het Besluit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse ‘Wonen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse ‘Industrie’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de toetsmethodiek voor ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is het basispakket van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B1: Staffel toegestane aantal overschrijdingen Aantal gemeten stoffen Aantal toegestane overschrijdingen 1-6 0 7-15 (basispakket) 2 16 – 26 3 27 – 36 4 37 – 48 5 Klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’:</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle gehalten voldoen aan de norm voor de klassegrens ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens ‘Wonen’ (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit').</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse ‘Wonen’:</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle gehalten voldoen aan de klassegrens ‘Wonen’, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens ‘Wonen’ plus de norm voor de klassegrens ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens ‘Industrie’ bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse ‘Industrie’:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse ‘Wonen’ of ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse ‘Industrie’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitszone Een deel van een gebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemvreemd materiaal Onder bodemvreemd materiaal vallen alle materialen die niet onder de definitie van grond vallen en bij ontgraving al in de bodem aanwezig zijn. Deze bijmenging mag niet opzettelijk zijn toegevoegd aan de partij of het gevolg zijn van onzorgvuldige ontgraving of sloopwerkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie/cultuurhistorie en aardkundige waarden vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ernstig verontreinigde grond Grond waarvan gehalten voor één of meer stoffen de interventiewaarden van de Wet bodembescherming overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geval van ernstige bodemverontreiniging (grond) In minimaal 25 m³ grond overschrijden de gehalten voor één of meer stoffen de betreffende Interventiewaarden (I-waarde).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevoelig bodemgebruik Gevoelig bodemgebruik wordt hier gedefinieerd als zijnde onverharde plaatsen waar kinderen spelen (zie verderop in deze bijlage), moes-/volkstuin(complex)en, intensief gebruikte onverharde plantsoenen/parken en onverharde recreatieterreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit definieert grond als volgt: “Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voor komende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.” Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Met gebiedsspecifiek beleid heeft de gemeente hier strengere eisen aan gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderspeelplaatsen Hieronder wordt verstaan: openbare kinderspeelplaatsen, speelplaatsen bij scholen, speelplaatsen bij (particuliere) kinderopvanginstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwalibo – kwaliteitsborging in het bodembeheer Bij het milieuvriendelijk beheren en gebruiken van de (water)bodem moeten gegevens betrouwbaar zijn en moet netjes worden gewerkt. Hiervoor stelt Kwalibo eisen aan de kwaliteit en integriteit van personen, bedrijven en overheden die werken aan bodembeheer. In artikel 2.1 van de Regeling zijn de werkzaamheden aangewezen wanneer Kwalibo van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lokale bron (puntbron) Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende bodemgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende bodemgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het gebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de bodemgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: ‘Uitgesloten gebied’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de bestaande kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De te verwachten ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluiten de Regeling. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de ontgravingsklassen ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’, ‘Wonen’, ‘Industrie’ of ‘Niet-toepasbaar’. Bij de toetsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’:</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle gehalten voldoen aan de norm voor de klassegrens ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding lager is dan de norm voor klassegrens ‘Wonen’ (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit').</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse ‘Wonen’:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gehalten voldoen niet aan de klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ en de norm voor klassegrens ‘Wonen’ wordt niet overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse ‘Industrie’:</p>\n<p class=\"lf-p\">De norm voor klassegrens ‘Wonen’ wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De norm voor klasse grens ‘Industrie’ wordt niet overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse ‘Niet toepasbaar’:</p>\n<p class=\"lf-p\">De norm voor klassegrens ‘Industrie’ wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontgravingslocatie Betreft dat terreindeel waar grond ontgraven wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverharde wegbermen De strook grond naast de verharde (klinker- en asfalt) weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,3 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1.): de erfgrens of de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of de meest nabij gelegen insteek van een natte sloot of als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in habitatgebieden en het Natuurnetwerk Nederland geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond toegepast worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur B1. Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).</p>\n<p class=\"lf-p\">Oppervlaktewaterlichaam Een onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen (Bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/resultaten-pfas-onderzoek-toetsen-aanvulling/) De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens vindt de toetsing aan de toepassingsnormen uit het tijdelijk handelingskader voor de PFAS-verbindingen plaats. Aan de hand van de aanvullende toetsing stel je vervolgens vast in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen onder grondwaterniveau of in oppervlaktewater. Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de Achtergrondwaarde of maximale waarde wonen niet van toepassing, omdat nog geen normen zijn opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de achtergrondwaarde of maximale waarde wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de inbouw van het handelingskader in de Regeling bodemkwaliteit wordt de wijze van toetsen aan normwaarden nader ingevuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast zijn hieronder drie voorbeelden uitgewerkt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 1 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de toepassingsnormen uit het tijdelijk handelingskader. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de bepalingsgrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de bepalingsgrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de toepassingsnormen voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen (7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg ds voor de overige PFAS), blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing: toepassing van grond op de landbodem beneden grondwaterniveau (tenzij PFAS &lt; voorlopige achtergrondwaarden voor PFAS) en in grondwaterbeschermingsgebieden en toepassing van grond in oppervlaktewater zijn dan niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen van 7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg voor de overige PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in de kwaliteitsklasse Wonen maar is deze niet generiek toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 2 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (&lt; Achtergrondwaarde), dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de voorlopige achtergrondwaarden (0,9 µg/kg ds voor PFOS en 0,8 µg/kg ds voor de andere PFAS) en bij overschrijding daarvan ook toetsen aan de normen voor 7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg ds voor de overige PFAS). Dit kan leiden tot de volgende vier situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (&lt; Achtergrondwaarden) staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de bepalingsgrens (0,1 µg/kg ds) maar beneden de voorlopige achtergrondwaarden van 0,9 µg/kg ds voor PFOS en 0,8 µg/kg ds voor de andere PFAS, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (&lt; Achtergrondwaarden) staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden: toepassing van grond op de landbodem in grondwaterbeschermingsgebieden en toepassing van grond in oppervlaktewater zijn dan niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de voorlopige achtergrondwaarde (van 0,9 µg/kg ds voor PFOS en 0,8 µg/kg voor de andere PFAS) en onder de toepassingsnormen van 7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg ds voor de overige PFAS, dan wordt de partij ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, of in de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur als een lokale maximale waarde is vastgesteld tussen de voorlopige achtergrondwaarde en de toepassingsnormen van 7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg ds voor de overige PFAS.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen van 7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg ds voor de overige PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in een generieke kwaliteitsklasse voor toepasbare grond. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 3 Als een partij baggerspecie op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse A, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden bepaald. Voldoen alle PFAS-gehalten aan de bepalingsgrens (0,1 µg/kg ds), dan blijft de indeling in de bodemkwaliteitsklasse A staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Worden hogere PFAS-gehalten aangetoond, dan kan het zijn dat er toepassingsbeperkingen zijn afhankelijk van de locatie van toepassing en het gekozen toepassingskader. Bij het onder voorwaarden toepassen van baggerspecie in niet-vrijliggende diepe plassen die in verbinding staan met een Rijkswater geldt het voorlopige herverontreinigsniveau als toepassingsnorm voor PFAS (3,7 µg/kg ds voor PFOS en 0,8 µg/kg ds voor PFOA en de andere (individuele) PFAS.</p>\n<p class=\"lf-p\">Provinciale achtergrondwaarde PFAS-verbindingen Voor de PFAS-verbindingen PFOA en PFOS hanteert de gemeente de provinciale achtergrondwaarden als achtergrondwaarde[30]. Voor PFOA is de provinciale achtergrondwaarde gelijk aan 1,7 µg/kg ds. Voor PFOS is de provinciale achtergrondwaarde gelijk aan 1,5 µg/kg ds. Voor de overige PFAS-verbindingen geldt 0,8 µg/kg ds als provinciale achtergrondwaarde; gelijk aan de voorlopige landelijke achtergrondwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem (Generiek kader Besluit bodemkwaliteit) Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Hierbij wordt het locatiegebruik ingedeeld in twee klassen: ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De bodemkwaliteit wordt ingedeeld in drie klassen: ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde -AW2000)’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. Elke klasse kent een lijst met normwaarden, die de toepassingseisen vormen. Op de in de onderstaande matrix gevolgde wijze wordt aan elke zone/gebied een klasse als toepassingseis toegekend volgens het generieke kader van het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemfunctieklasse Bodemkwaliteitsklasse Toepassingseis Overig (Landbouw/natuur) Landbouw/natuur Landbouw/natuur Overig (Landbouw/natuur) Wonen Landbouw/natuur Overig (Landbouw/natuur) Industrie Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Industrie Toepassingslocatie Betreft dat terreindeel waar grond wordt toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of een grondtoepassing is toegestaan wordt de kwaliteit van de aan te brengen grond vergeleken met de toepassingseis. De kwaliteit van de aan te brengen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteit toe te passen grond Toepassingseis Toepassing toegestaan?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen Wonen Ja Industrie Wonen Nee Landbouw/natuur Wonen Ja Wonen Industrie Ja Industrie Industrie Ja Landbouw/natuur Industrie Ja Wonen Landbouw/natuur Nee Industrie Landbouw/natuur Nee Landbouw/natuur Landbouw/natuur Ja Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B2: Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-) Stof Maximale waarden Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur) Maximale waarden wonen Maximale waarden industrie Arseen 20 27 76 Barium * n.v.t. n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cadmium 0,60 1,2 4,3 Chroom 55 62 180 Kobalt 15 35 190 Koper 40 54 190 Kwik 0,15 0,83 4,8 Lood 50 210 530 Molybdeen 1,5 88 190 Nikkel * 35 39 100 Zink 140 200 720 Som PAK 1,5 6,8 40 Som PCB 0,02 0,04 0,5 Minerale olie 190 190 500 PFOS[1] 0,0017** 0,003 PFOA[2] 0,0015** 0,007 Overige PFAS-verbindingen 0,0008** 0,003 * De normstelling in de regeling bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds. ** Provinciale achtergrondwaarde[30].</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de bodemgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar de gemeente niet het bevoegd gezag voor het Besluit is zoals buitendijks gebied. Terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit worden eveneens uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Maar ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen) of de ProRail (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheidsklasse Klasse waarbij is voorgeschreven welke maatregelen genomen moeten worden om de veiligheid en gezondheid (V&amp;G) van werknemers bij de uitvoering van werkzaamheden te waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdachte watergang Deze zijn gedefinieerd in art. 4.3.4.4 van de Regeling bodemkwaliteit. Het betreffen watergangen in gebieden: die zijn bebouwd, daaronder begrepen kassen- en industriegebieden; waar regelmatig beroeps- of pleziermotorvaart plaatsvindt; waar geloosd wordt na de laatste keer dat er is gebaggerd; grenzend aan wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 500 voertuigen per dag, tenzij het betreft bermsloten op een afstand van ten minste 15 meter waarin de wegriolering niet loost; met een oeverbeschoeiing die bestaat uit met gecreosoteerde olie behandeld hout; waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze niet voldoen aan de maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie of die niet zijn aangegeven in een beheersplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast worden watergangen grenzend aan voormalige boomgaarden ook als verdachte watergangen gezien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bodemverontreiniging (niet) verdachte locatie Een locatie waar geen lokale bron (puntbron) aanwezig is (geweest), bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, gebruik bestrijdingsmiddelen, voor bodemverontreiniging verdachte ophooglaag, gedempte watergang, halfverharding, bodembedreigende activiteiten of een (bekend) geval van ernstige bodemverontreiniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het ontgraven, het tijdelijk opslaan of het toepassen van grond de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vast [1] PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. [2] PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2Wet- en regelgeving en bodemtaken 2.1 Landelijke wet- en regelgeving 2.1.1 Besluit en Regeling bodemkwaliteit Algemeen Voor het in werking treden van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit was de regelgeving voor het nuttig toepassen van grond, gerijpte baggerspecie (hierna aangeduid als 'grond') en bouwstoffen versnipperd in diverse wet- en regelgevingen. De diverse regelgevingen waren complex, onoverzichtelijk en in de praktijk moeilijk handhaafbaar. Daarom zijn de regels herzien en is één eenduidig landelijk kader gemaakt: het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Besluit heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering (Kwalibo) en het toepassen van grond en bouwstoffen. Binnen het Besluit kunnen gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders voor het toepassen van grond aansluiten bij het landelijke, generieke, kader zoals dat in het Besluit is opgenomen. Ook bestaat de mogelijkheid om op niveau van het bodembeheergebied maatwerkbeleid te formuleren in de vorm van gebiedsspecifiek beleid. Met gebiedsspecifiek beleid kunnen knelpunten bij grondstromen onder bepaalde voorwaarden worden opgelost. Gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders kunnen voor hun (water)bodembeheergebied, of delen daarvan, Lokale Maximale Waarden vaststellen (zie ook § 2.2.2 van deze bijlage). Op deze wijze kunnen de toepassingseisen voor grond worden aangepast. Ook zijn er meer mogelijkheden voor een lokale invulling van het beleid als het gaat om de nuttige toepassing van grond. Gebiedsspecifiek beleid is mogelijk als: er sprake is van ‘standstill’ op het niveau van het bodembeheergebied; de Lokale Maximale Waarden het Saneringscriterium niet overschrijden; het risiconiveau van de gekozen Lokale Maximale Waarden wordt berekend met behulp van de Risicotoolbox (zie https://www.risicotoolboxbodem.nl/); de Lokale Maximale Waarden worden afgestemd met het bevoegd gezag bodemsanering; de Lokale Maximale Waarden worden vastgelegd in een nota bodembeheer; de vaststelling van de gekozen Lokale Maximale Waarden een besluit is van de Raad waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het besluit alleen openstaat voor inspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regeling geeft een technische invulling aan de hoofdregels van het Besluit en uitleg over de uitvoering. In de Regeling staan onder andere de normen, de wijze waarop de kwaliteit van grond, gerijpte baggerspecie en bouwstoffen moet worden bepaald en de wijze waarop aan de normen wordt getoetst. Het Besluit en de Regeling vullen elkaar aan en zijn niet los van elkaar te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nuttige toepassingen van grond Het hergebruik van grond mag uitsluitend in nuttige toepassingen plaatsvinden (Besluit, artikel 35). Als grond wordt hergebruikt in een niet-nuttige toepassing, dan wordt dit gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden in het kader van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels. De onderstaande toepassingen van grond en gerijpte baggerspecie worden beoordeeld als nuttige toepassingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing in ophogingen van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw- en natuurgronden, met het oog op het verbeteren van de bodemgesteldheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing voor het afdekken van een saneringslocatie of als bovenafdichting voor een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor mens, plant of dier door contact met het onderliggende materiaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van een oppervlaktewaterlichaam met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen, of met het oog op onderhoud en herstel van de toepassingen bedoeld in a tot en met d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang aangrenzende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam, uitgezonderd uiterwaarden, gorzen, slikken, stranden en platen, met het oog op de duurzame invulling van de ecologische en morfologische functies van het sediment.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke opslag van grond en (gerijpte) baggerspecie, bestemd voor de toepassingen bedoeld in onderdeel a tot en met e, gedurende maximaal drie jaar op landbodems of gedurende maximaal 10 jaar in een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke opslag van gerijpte baggerspecie, bestemd voor toepassingen bedoeld in a tot en met f, gedurende maximaal drie jaar op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grootschalige bodemtoepassingen Binnen het Besluit is een verbijzondering opgenomen: het toetsingskader voor het toepassen van grond in grootschalige bodemtoepassingen. Er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem. Wel moet de toe te passen grond voldoen aan de emissiewaarden (opgenomen in bijlage B van de Regeling) om te voorkomen dat ontoelaatbare uitloging naar de onderliggende bodem en het grondwater plaatsvindt. De toetsing aan de emissiewaarden is een eenvoudige toetsing op basis van het rekenkundige gemiddelde van de gemeten stoffen in de toe te passen grond. De emissietoetsingswaarden komen overeen met de t-waarden uit het voormalige Bouwstoffenbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grootschalige bodemtoepassingen hebben een minimaal volume van 5.000 m3 en een minimale toepassingshoogte van 2 meter. Met de voornoemde eisen voor toepassingshoogten moet pragmatisch worden omgegaan. Taluds lopen bijvoorbeeld niet verticaal maar schuin af waardoor ze formeel gezien niet aan de eisen voor de toepassingshoogten voldoen. Voor (spoor)wegen geldt een minimale toepassingshoogte van 0,5 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een grootschalige bodemtoepassing moet worden afgedekt met een leeflaag van tenminste 0,5 meter dikte. Hiervan zijn grootschalige bodemtoepassingen in bermen van (spoor)wegen uitgezonderd. De leeflaag moet geschikt zijn voor de functie en passen bij de daadwerkelijke bodemkwaliteit van de omliggende bodem, of voldoen aan de bestuurlijk vastgestelde Lokale Maximale Waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het toetsingskader voor grootschalige bodemtoepassingen kunnen gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders, als bevoegde gezagen van het Besluit, gebruik maken. Het is niet verplicht om van dit toetsingskader gebruik te maken. In het Besluit (artikel 63) zijn toepassingen benoemd die als grootschalige bodemtoepassingen gedefinieerd mogen worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingen van grond en gerijpte baggerspecie in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingen van grond en gerijpte baggerspecie voor het afdekken van een saneringslocatie of een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingen van grond en gerijpte baggerspecie in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing van grond en gerijpte baggerspecie in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">N.B. Het ophogen van een industrie/bedrijventerrein of een woonwijk wordt niet als een grootschalige bodemtoepassing beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer van de grootschalige bodemtoepassing neemt in de planfase contact op met de gemeente waar de grootschalige bodemtoepassing wordt gerealiseerd. Per situatie beslist de gemeente of gebruik wordt gemaakt van het verbijzonderde toetsingskader voor grootschalige bodemtoepassingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.2 Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) is geschreven met het oogmerk de bodem te beschermen. In de Wbb is een regeling opgenomen voor ernstig verontreinigde bodems. Op grond van de Wbb is grondverzet ter plaatse van ernstig verontreinigde locaties alleen toegestaan als hiervoor een melding ingevolge artikel 28 of een melding ingevolge het Besluit uniforme saneringen (artikel 39b) wordt verricht aan het bevoegd gezag. Eventueel geldt als aanvullende voorwaarde dat het grondverzet moet passen binnen een van te voren opgesteld en door het bevoegd gezag goedgekeurd (raam)saneringsplan. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet worden geverifieerd of de leverende en/of de ontvangende bodem ernstig verontreinigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag voor het bereiken van het saneringsresultaat is het bevoegd gezag Wbb (de provincie Noord-Holland). Nadat het saneringsresultaat is behaald, mag grond op deze locatie nuttig worden toegepast. Daarbij moet worden nagegaan of dit niet in strijd is met de opgelegde gebruiksbeperkingen en/of nazorgverplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe bodemverontreiniging Op nieuw ontstane bodemverontreiniging (dat wil zeggen ontstaan na 1 januari 1987) is allereerst de zorgplicht van toepassing (artikel 13 Wbb). Het is aan het bevoegd gezag om aanwijzingen te geven over hoe de nieuwe verontreiniging dient te worden gesaneerd. Binnen inrichtingen is dit het bevoegd gezag inzake de • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht /Activiteitenbesluit (gemeente of provincie, soms de minister van I&amp;M), buiten inrichtingen het bevoegd gezag Wbb (gemeente met provincie als 'aanvullend' gezag). Indien het om een ongewoon voorval gaat buiten een inrichting, is de provincie bevoegd gezag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongewoon voorval Voor het begrip ongewoon voorval geeft de wet geen definitie, maar daarmee kan niets anders zijn bedoeld dan elke gebeurtenis die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteit. Daaronder vallen zowel ongelukken en calamiteiten, zoals bijvoorbeeld brand en leidingbreuken, als onderhoud aan en reparatie van installaties waardoor die niet (volledig) normaal kunnen functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een uitspraak 23 Zie ABRvS 22 april 1999, E03.97.0229, gepubliceerd in JM september 1999, afl. 8, p. 460 e.v. heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gesteld dat bij elke gebeurtenis die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteit sprake is van een ongewoon voorval. Dus óók het falen van voorzieningen. Dit betekent ook dat een milieuvergunning daarover geen eisen mag stellen. De gewone voorvallen, zoals bijvoorbeeld het druppelen van een pomp iedere keer nadat een automobilist de slang van de pomp terughangt, moeten wel via vergunningsvoorschriften worden gereguleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien sprake is van een ongewoon voorval gaat het vaak over calamiteiten, zoals een lekkende vrachtwagen, gedumpte vaten met onbekende inhoud, etc. In dergelijke gevallen is een adequaat optreden van de bodemmedewerker nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Saneringsregeling Wbb (historische bodemverontreiniging) De Wbb definieert gevallen van ernstige verontreiniging. Op grond van artikel 37 van de Wbb (saneringscriterium) wordt bepaald of bij een geval van ernstige verontreiniging aanleiding is voor een vorm van saneren of beheren. De saneringsdoelstelling is opgenomen in artikel 38 van de Wbb. De uitwerking van de artikelen 37 en 38 Wbb is opgenomen in de Circulaire Bodemsanering (oorspronkelijke circulaire uit 2006, in de afgelopen jaren echter meerdere malen aangepast).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgericht beheer Op 1 juli 2012 is de aanpassing van de Wbb, die gebiedsgericht beheer van grootschalige grondwaterverontreinigingen mogelijk maakt, in werking getreden. De verwachting is dat daarmee onder andere de kosten van aanpak van verspreidingsrisico’s zullen worden gedrukt. Het gebiedsgericht beheer biedt kansen om in samenhang tussen bovengrondse en ondergrondse ontwikkelingen te komen tot meerdere kostendragers voor de te nemen maatregelen. De wettelijke verankering van gebiedsgericht beheer moet leiden tot een versnelling in de aanpak van de problematiek van de grootschalige grondwaterverontreinigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.3 Besluit en Regeling Uniforme Sanering Het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) en de daarbij behorende Regeling (RUS) is bedoeld voor eenvoudige, gelijksoortige saneringen die in korte tijd afgerond kunnen worden. In de RUS (artikel 3.1.7) is vastgelegd dat de grond in de leeflaag en andere aanvulgrond moet voldoen aan de Maximale Waarde van de kwaliteitsklasse volgens de bodemfunctieklassenkaart. Als gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld dan gelden de hierin vastgestelde Lokale Maximale Waarden. Want naast het RUS geldt ook het Besluit. Dit is het algemeen staatsrechtelijk beginsel en is ook terug te vinden in de toelichting op het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 3.1.6 lid c van de RUS is aangegeven dat als Lokale Maximale Waarden zijn vastgesteld, deze waarden gelden als terugsaneerwaarden in het kader van het BUS.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.4 Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. De initiatiefnemers van grondverzet moeten, tot duidelijk is of er onbelaste gebieden zijn in Nederland, in het kader van de zorgplicht het gehalte aan PFAS meten in te verzetten grond en baggerspecie, die uit land- en waterbodem wordt ontgraven. Tot dat een (gemeentelijke/regionale) achtergrondwaarde is bepaald, mag geen PFAS-houdende grond en baggerspecie worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 29 november 2019 is een aanpassing 24 Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS, kenmerk: IenW/BSK-2019/251123, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 29 november 2019. gekomen op het tijdelijk handelingskader. Door de aanpassing is het tijdelijk handelingskader aangevuld met:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke landelijke achtergrondwaarden in de landbodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voorlopig herverontreinigingsniveau voor de waterbodem. Dit verruimt de mogelijkheid om bagger toe te passen in een aantal diepe plassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.5 Transport verontreinigde grond Voor het vervoer van verontreinigde grond geldt de landelijke Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen[34]. In § 7.5 van de hoofdtekst van de nota bodembeheer is hier nader op ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.6 Overige wet- en regelgeving Vanuit overig wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) aanvullende voorwaarden worden gesteld. Hierbij moet worden gedacht aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet ruimtelijke ordening (Wro), wordt op termijn vervangen door de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groot aantal toestemmingstelsels uit de Wro zijn volledig geïntegreerd in de omgevingsvergunning. Hierbij gaat het onder meer om bouwen, slopen, aanlegactiviteiten, het gebruik in strijd met een ruimtelijk plan of besluit. Als gevolg van de Wabo zijn de regels over de verlening en handhaving van die toestemmingen uit de Wetro verdewenen. De Wro blijft echter de centrale wet voor het ruimtelijke ordeningsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De financiële haalbaarheid van een plan blijft echter een belangrijk criterium en een eventuele saneringsnoodzaak kan van invloed zijn hierop. Tevens dient de bodemkwaliteit te stroken met de beoogde bestemming binnen het plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten behoeve van bestemmingswijzigingen zal daarom in de meeste gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. In de Wro is de verplichting voor bodemonderzoek niet rechtstreeks opgenomen, in de Bro blijft de verplichting bestaan voor onderzoek naar de bodemgesteldheid (artikel 9 Bro).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten worden in de Wro verplicht elke 10 jaar het bestemmingsplan te actualiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eventueel aan te vragen vergunningen waarbij tevens grondverzet plaatsvindt, zoals omgevingsvergunningen met activiteit bouwen of activiteit aanleggen dienen te worden getoetst aan een 'actueel' bestemmingsplan. De omgevingsvergunning moet worden aangevraagd voorafgaand aan grondverzet. In het bestemmingsplan kan een aanlegvergunning worden geëist voor ophogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontgrondingenwet, wordt op termijn vervangen door de Omgevingswet. De ontgrondingenwet en -verordening reguleren de winning van oppervlaktedelfstoffen als zand, klei en grind voor de bouwproductie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), wordt op termijn vervangen door de Omgevingswet, en Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor inrichtingen over verschillende milieuaspecten, zoals geluid, bodem, lucht en afvalwater. De Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) bepalen al dan niet in combinatie met een deel van het Activiteitenbesluit of er sprake is van vergunningplicht; bijvoorbeeld de opslag van grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de inwerkingtreding van de Wabo zijn de bepalingen met betrekking tot de bouwvergunning en handhaving overgeheveld vanuit de Woningwet naar de Wabo. Hiermee is de bouwvergunning vervangen door de omgevingsvergunning voor bouwen. Bij de ontwikkeling van bouwplannen moet echter nog steeds rekening worden gehouden met de functie-eisen in relatie tot de aanwezige bodemkwaliteit. Bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen dient de aanvrager daarom in een aantal gevallen een bodemonderzoek te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningwet, wordt op termijn grotendeels vervangen door de Omgevingswet. In deze wet wordt het bouwen op verontreinigde bodem (grond en grondwater) geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit gebruik meststoffen (Bgm). Bij het toepassen van compost of zwarte grond zijn (aanvullende) kwaliteitseisen gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monumentenwet 1988, wordt op termijn grotendeels vervangen door de Omgevingswet. In deze wet is het verdrag van Malta opgenomen. Bij grondverzet moet rekening worden gehouden met archeologische waarden. Op kaart moet de gemeente een overzicht geven van bekende archeologische vindplaatsen. Bij grondverzet moeten andere bronnen zoals bijvoorbeeld de stadsarcheoloog worden geraadpleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet natuurbescherming, enkele bepalingen gaan op termijn over naar de Omgevingswet. Deze wet vereist dat in planvorming rekening wordt gehouden met de aanwezige flora en fauna. Voor een groot aantal expliciet beschermde soorten is bepaald welke handelingen niet zijn toegestaan. Daarnaast is in de wet een algemene zorgplicht opgenomen, die aangeeft dat de negatieve gevolgen van ieders handelen op de aanwezige (beschermde) flora en fauna voor komen of zo veel mogelijk beperkt moet worden. De gebieden van het Natuurnetwerk Nederland zijn opgenomen in de provinciale structuurvisie 2040.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet Informatie uitwisseling ondergrondse netten en netwerken (WIBON). Doel van de WIBON is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (zoals bijvoorbeeld: water-, elektriciteit-, gas- en telecomleidingen) te voorkomen. Bij machinale graafwerkzaamheden is een KLIC-melding verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arbeidsomstandighedenbesluit. De regels voor het werken in verontreinigde grond liggen vast in de Arbowetgeving. Met name in het Arbobesluit zijn regels opgenomen die werken met gevaarlijke stoffen veilig moeten houden. In het Arbobesluit, hoofdstuk 2, afdeling 5 wordt aangegeven welke verantwoordelijkheden opdrachtgevers, ontwerpende partijen en werkgevers hebben ten aanzien van veilig en gezond werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen. Dit besluit bepaalt sinds 1 juli 2013 de regels met betrekking tot het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen. In het besluit wordt onderscheid gemaakt tussen open en gesloten bodemenergiesystemen. De gemeente is als bevoegd gezag voor gesloten bodemenergiesystemen belast met de ontvangst en behandeling van meldingen, vergunningaanvragen, toezicht en handhaving. Ook krijgt de gemeente de bevoegdheid zogeheten “interferentiegebieden” aan te wijzen indien door drukte in de ondergrond bodemenergie inefficiënt dreigt te worden gebruikt. De nieuwe regels stellen de gemeente daarmee voor de uitdaging om het thema bodemenergie concreet in de passen in het ruimtelijk beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Op basis van de Wob is de gemeente verplicht om te zorgen voor informatie en communicatie in het kader van bodemkwaliteitsbeheer. Het is aan te bevelen binnen de gemeente/omgevingsdienst één bodeminformatiepunt (bodemloket) in te richten om de verschillende informatiestromen op elkaar af te stemmen. In de meeste gevallen zal de milieu- afdeling van een gemeente/omgevingsdienst deze taak toegewezen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De taken van het bodemloket kunnen zijn: voorlichtingsfunctie voor gemeentelijke afdelingen, burgers en bedrijven; beheren Bodem Informatie Systeem (BIS): registratie bodemonderzoeks- en saneringsgegevens; registratie verdachte locaties; registratie grondstromen; registratie nazorg bodemsanerings- en hergebruiklocaties; referentiekader bij preventie; sturing grondstromen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb). De Wkpb moet de registratie van alle beperkingen van de overheid (publiekrechtelijke beperkingen) verbeteren zodat kopers of eigenaren makkelijker inzicht hebben in de beperkingen die voor een gebouw of stuk grond gelden. Ook bodembesluiten die leiden tot publiekrechtelijke beperkingen vallen onder de Wkpb, bijvoorbeeld een beschikking van gedeputeerde staten over het nazorgplan (art. 39d Wbb) of een bevel tot het nemen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen, tot het verrichten van onderzoek of tot het beheren of saneren van de bodem (art. 43 Wbb). Meldingen van bodemsaneringen die worden uitgevoerd onder het Besluit uniforme saneringen (BUS) hoeven sinds 1 februari 2013 niet meer door het bevoegd gezag te worden geregistreerd in het kader van de Wkpb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bodembesluit heeft veelal betrekking op een ‘geval van ernstige verontreiniging’. Echter niet alle percelen die onder het besluit vallen hebben een publiekrechtelijke beperking. Alleen percelen die vallen binnen de ‘interventiewaardecontour’ van grond (niet grondwater) bevatten een ernstige verontreiniging die leidt tot een publiekrechtelijke beperking. De Regeling beperkingenregistratie Wet bodembescherming, die op 1 augustus 2007 in werking is getreden, schept verdere duidelijkheid over de invulling van het begrip publiekrechtelijke beperking in relatie tot bodembesluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Resterende wetten. Bovenstaand zijn een aantal wetten beschreven, die belangrijke gevolgen hebben voor gemeentelijke taken en verplichtingen met betrekking tot bodemkwaliteit. Naast bovengenoemde wetten heeft de gemeente/omgevingsdienst ook nog bodemtaken en –verplichtingen op basis van de volgende wetten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wetboek van strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet op economische delicten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestrijdingsmiddelenwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Landelijk beleid grondstromen 2.2.1 Richtlijn bodemkwaliteitskaarten In de landelijke Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten is voorgeschreven hoe een bodemkwaliteitskaart moet worden opgesteld als deze wordt gebruikt voor hergebruik van grond onder het Besluit. Met deze Richtlijn is ook een aantal andere procedures geregeld, waaronder de te hanteren normwaarden, omgaan met extreme waarden (uitbijters), vergelijkbaarheid, omgaan met ‘bijzondere omstandigheden’ en het in een kaart weergeven van de bodemkwaliteit en mogelijkheden tot grondverzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2.2 Lokale Maximale Waarden Zoals in § 2.1.1 van deze bijlage al beschreven, hebben gemeenten en waterkwaliteitbeheerders de mogelijkheid om voor het toepassen van grond binnen haar (water)bodembeheergebied, of delen daarvan, per stof Lokale Maximale Waarden (LMW) op te stellen die afwijken van het landelijke (generieke) maximale waarden; het zogenaamde gebiedsspecifiek beleid. Aanleidingen voor gebiedsspecifiek beleid kunnen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambitie van een gemeente. De gemeente wil strenger of minder streng beleid hanteren dan het generieke kader van het Besluit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de vastgestelde diffuse kwaliteit in een gebied knelpunten veroorzaakt bij het beoogde grondverzet als uitgegaan wordt van het generieke kader van het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze LMW kunnen variëren tussen de ‘altijd’- en ‘nooit’-grens. De ‘altijd’-grens is gebaseerd op de ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. Partijen grond die voldoen aan de Achtergrondwaarden zijn, voor wat betreft de chemische kwaliteit, altijd toepasbaar. De 'nooit'-grens is gebaseerd op het Saneringscriterium. Partijen grond die het Saneringscriterium overschrijden leveren onaanvaardbare risico's op.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het generieke kader van het Besluit zijn voor de kwaliteit van de toe te passen grond Generieke Maximale Waarden vastgesteld die horen bij de functie van de ontvangende bodem. LMW die hoger dan de Generieke Maximale Waarden liggen moeten worden onderbouwd om aan te tonen dat geen onaanvaardbare risico's ontstaan. Het risiconiveau van de gekozen LMW wordt berekend met behulp van de Risicotoolbox (https://www.risicotoolboxbodem.nl/).</p>\n<p class=\"lf-p\">In figuur B2.1 is het voorgaande schematisch weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Max. waarden AW2000 Max. waarden Wonen Max. waarden Industrie Generiek Altijd toepasbaar (AW2000) Klasse Wonen Klasse Industrie Niet toepasbaar Nooit toepasbaar Generiek Gebieds-specifiek Ruimte voor Lokale Maximale Waarden Gebieds- specifiek Interventiewaarden landbodem Saneringscriterium Figuur B2.1. Generiek versus gebiedsspecifiek beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 Provinciaal beleid grondstromen De Provinciale Milieuverordening (PMV) is gebaseerd op de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming. De verordening is via een aantal ‘tranches’ (wijzigingen) verder aangevuld, gewijzigd en geactualiseerd. Inmiddels in tranche 10A[35] in werking getreden In de PMV zijn regels doorgevoerd voor de grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning en de bescherming van aardkundige monumenten. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan het grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. De provincie kan hier aanvullende eisen stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het bodembeheergebied liggen de provinciale beschermingsgebieden. Voorbeelden hiervan zijn gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000-gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS): https://maps.noord-holland.nl). In de gemeente zijn geen waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden Als de ontgravings-, toepassingslocatie of de locatie voor de tijdelijke opslag van grond in een provinciaal beschermingsgebied is gelegen, moet er afstemming plaatsvinden met de provincie over de uit te voeren werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een ‘Werkwijzer bodemsanering’[36] is de provincie Noord-Holland ingegaan op de invulling van het (historisch) bodemonderzoek als een bodemkwaliteitskaart gebruikt wordt als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit van grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sinds 20 juli 2017 is provinciaal beleid[30] van kracht voor de stoffen PFOA en PFOS. De gemeente volgt hierin het provinciale beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4 Provinciale en gemeentelijke kaders die relevant zijn voor de bodemtaken[37] Provinciale Milieuverordening (PMV) In de Provinciale Milieuverordening staan verschillende regels waaraan de gemeente zich als initiatiefnemer moet houden. Er mag bijvoorbeeld geen verontreinigde grond worden toegepast in grondwaterbeschermings- en drinkwaterwingebieden. Verder kunnen in de PMV nadere eisen aan saneringsplannen en evaluatieonderzoek zijn gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijk milieubeleidsplan (GMP) In het gemeentelijk milieubeleidsplan wordt het milieubeleid van de gemeente bepaald. In principe moeten alle verschillende milieu-onderwerpen behandeld worden, waaronder bodem. Voor bodem zal dus een eigen paragraaf of hoofdstuk in het GMP moeten staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) In het kader van de ontwikkeling van de nieuwe Omgevingswet gaan er stemmen op om het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) te benutten als kapstok voor een programmatische aanpak van de problematiek van bodem en ondergrond. In dit programma zou dan een directe koppeling worden gelegd met gebiedsontwikkelingen met kansen voor het combineren van grondwater-/bodemsanering en warmte- en koudeopslag, afkoppelen van verhard oppervlak, waterberging en aanpak knelpunten rioolbeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijke gedragscode Naast de wettelijke verplichtingen die de gemeente heeft als initiatiefnemer is het ook mogelijk om een gemeentelijke gedragscode op te stellen. Deze interne gedragslijnen kunnen ervoor zorgen dat gemeenten zorgvuldig en eenduidig met bodemverontreiniging omgaan. De gedragscode heeft geen wettelijke status, maar kan wel gezien worden als een aanvulling op de wettelijke regels en beleidskaders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwverordening Elke gemeente heeft een bouwverordening vastgesteld. Het indienen van een bouwaanvraag dient in principe vergezeld te gaan van een bodemonderzoeksrapport conform NEN 5740. De taak van de gemeente in deze is dat in principe bouwen op verontreinigde grond wordt tegen gegaan. Voor meer informatie over dit onderwerp zie de handreiking ‘Bodemtoets bij bestemmingsplan en omgevingsvergunning voor bouwen’. In de bouwverordening is ook opgenomen aan welke kwaliteitseisen de bodem van open erven en terreinen moet voldoen, ook als er niet op gebouwd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5 Taken en verplichtingen[37] De gemeente/omgevingsdienst heeft verschillende taken en verplichtingen op het gebied van bodemkwaliteitsbeheer. De taken en verplichtingen komen voort uit wettelijke regels en/of beleidskaders. Indien de gemeente op basis van een wet bevoegd gezag is, heeft zij bepaalde taken. Deze komen aan de orde in tabel B2.1. Als de gemeente zelf initiatief neemt is zij te beschouwen als private partij. De verplichtingen die hieruit voortvloeien komen aan de orde in tabel B2.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B2.1 Gemeente als bevoegd gezag m.u.v. Wbb (publiekrechtelijk) wettelijk kader naam AmvB taak toelichting taak registratie / documentatie Wet bodembescherming</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zorgplicht art. 13 Wbb</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>preventie bodemverontreiniging</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodembeheerplan / verordeningen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opgave onderzoeksgevallen en gevallen van ernstige verontreiniging (o.b.v. artikel 41 Wbb)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>melden gevallen bodemverontreiniging en calamiteiten aan Wbb bevoegd gezag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beoordelen mogelijk ernstige gevallen en nieuwe gevallen van bodemverontreiniging</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register meldingsformulieren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register beoordelingsformulieren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>uitvoering werkzaamheden in het kader van het budget Decentralisatie Uitkering bodem</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemsanering meenemen in ruimtelijke ontwikkelingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Bodemloket: informatieverstrekking over verontreinigde locaties</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>sanering ernstige bodemverontreiniging (saneringsregeling Wbb of BUS)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoek (laten) doen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beschikkingen aanvragen en melden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>sanering begeleiden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoeksrapport</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>overzicht beschikkingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>saneringsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handhaving binnen en buiten inrichting</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 6 t/m 11 (AMvB), artikel 13 (Zorgplicht), artikel 72 (verplicht bodemonderzoek) en artikel 95 (bestuurlijke handhaving)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handhavingsverslagen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>uitvoering gebiedsgerichte aanpak grondwater</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het bevoegd gezag Wbb kan uitvoeringstaken in het kader van gebiedsgerichte grondwaterbeheer overdragen aan andere besturen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>monitoring van de voortang</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>communicatie betrokken instantie en bedrijven</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>overige taken</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verhaalacties entameren en begeleiden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>begeleiding, voorlichting, advisering bij onderzoek en sanering in opdracht van Wbb bevoegd gezag/ waterschap/ derden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correspondentie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>brochures</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verplichte aankoop bij ernstige bodemverontreiniging (artikel 56 t/m 63 Wbb)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bewonersregeling Wbb: op verzoek van eigenaar/bewoner aankoop woningen wettelijk kader naam AmvB taak toelichting taak registratie / documentatie AMvB’s op basis van de Wet bodembescherming* Besluit bodemkwaliteit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verantwoordelijk voor bodemkwaliteit binnen eigen beheersgebied</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>standstill principe toepassen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beoordelen kwaliteit toe te passengrond (toetsen aan klasseniveau) met behulp van Risicotoolbox</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toezicht herkomstlocatie en toepassingslocatie -meldingen via Centraal Meldpunt</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verslagen toezicht en handhaving</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>generiek beleid</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>functiekaart opstellen, waarop de functies wonen en industrie binnen het eigen beheergebied zijn aangegeven. Zonder deze functiekaart kan alleen grond en baggerspecie worden toegepast die voldoet aan de achtergrondwaarde voor schone gebieden in Nederland (AW2000)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>functiekaart beheren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>functiekaart</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gebiedsspecifiek beleid</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opstellen bodemkwaliteitskaart volgens nieuwe regels (zoals opgenomen in bijlage J van de Regeling) en een bodembeheernota opstellen, waarin de lokale normen worden gemotiveerd en vastgelegd</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handhaven gebiedsspecifiek beleid</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodembeheernota Activiteitenbesluit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving ondergrondse tanks</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>registratie meldingen en saneringen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle saneringen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving in gebruik zijnde tanks</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register meldingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleverslagen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleverslagen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>actie Tankslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>voorlichting geven (inventariseren tanks)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>begeleiding Actie Tankslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>financiering (eventueel )</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>brochures</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving bodemlozingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>registratie omvangrijke lozingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verlenen ontheffing registratie van niet op de riolering aangesloten percelen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correspondentie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register * In deze tabel zijn alleen de AMvB’s opgenomen waarbij de afdeling bodem van de gemeente bepaalde taken heeft. Bij overige AMvB’s bij de Wbb, zoals Besluit Overige Organische Meststoffen, Stortbesluit Bodembescherming en Infiltratiebesluit Bodembescherming is de gemeente geen bevoegd gezag of houdt een andere afdeling binnen de gemeente zich hiermee bezig. Voor meer informatie over deze AMvB’s wordt verwezen naar de Leidraad Bodembescherming. wettelijk kader naam AmvB taak toelichting taak registratie / documentatie Waterwet -slibbeheer gemeentelijke wateren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoek kwaliteit gemeentelijke waterbodems onderhoud en sanering gemeentelijke waterbodems (deel)sanering in kader van nautisch baggeren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoeksrapport</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>saneringsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>saneringsverslag Wijzigingsbesluit Bodemenergie- systemen Activiteitenbesluit en Besluit lozen buiten inrichtingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>afhandeling meldingen kleine gesloten systemen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vergunningverlening (OBM)voor grotere gesloten systemen &gt;70kW)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>algemene regels en voorschriften met betrekking tot de bescherming van de bodem en ondergrond bij gebruik bodemenergie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verwerking via OLO of AIM</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opname systemen in WKO tool</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Controle en handhaving bij aanleg, gebruiksfase en bij buitengebruikstelling</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Toezien op efficiënt gebruik bodemenergie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buitengebruikstelling en verwijderen koelvloeistoffen bij beëindiging systeem</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleverslag Omgevingsvergunning (Wabo/Wm)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vergunningverlening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemvoorschriften opnemen in vergunningen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemvoorschriften</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving vergunningen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toetsen nul/eindsituatie-onderzoeken</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toetsingsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving AMvB’s en art.</div>\n<p class=\"lf-p\">10.2 Wm en Hoofdstuk 17 Wm</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleren op storten buitende inrichting en calamiteiten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleverslag Wabo (voorheen besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer) hoofdstuk 7 Bor en hoofdstuk 10 Mor</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opstellen handhavingsbeleid en jaarlijks uitvoeringsprogramma</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op grond van art. 2 en 3 van het besluit moeten deze beleidsgerichte taken worden uitgevoerd</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handhavingsbeleidsplan en -programma</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beheer en registratie handhavingsgegevens</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bewaken uitvoeringsprogramma met geautomatiseerd systeem</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>registratie gegevens (aantal controles, overtredingen, handhavingsbeschikkingen, p.v.’s, ontvangen klachten)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>geautomatiseerd systeem handhaving</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>rapportage en evaluatie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>rapportage over mate waarin doelen zijn bereikt en of afspraken (activiteiten) zijn nagekomen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>periodiek rapportage Wm (voorheen Wet milieugevaarlijke stoffen)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving (artikel 64)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zorg dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving in overleg met inspectie en provincie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handhavingsverslagen wettelijk kader naam AmvB taak toelichting taak registratie / documentatie Omgevingsvergunning voor bouwen/ Woningwet</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opstellen Bouwverordening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemonderzoek en –toets vastleggen in bouwverordening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleren of bodemkwaliteit open erven en terreinen voldoet aan gestelde eisen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tekst bouwverordening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verlenen omgevingsvergunning voor bouwen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opnemen bodemvoorschriften in de omgevingsvergunning voor bouwen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemvoorschriften</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beoordelen en controleren bodemtoets omgevingsvergunning voor bouwen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verlenen ontheffing bodemtoets</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register beoordelingsformulieren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correspondentie Wet op de ruimtelijke ordening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodembescherming garanderen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemparagraaf in bestemmingsplan</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemparagraaf</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemtoets bestemmingsplanprocedures</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemtoets omgevingsvergunning (artikel 19 procedure)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toetsingsverslagen Wet openbaarheid van bestuur/ verdrag van Aarhus</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verzorgen informatie en communicatie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verzorgen bodemloket (intern en extern)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op verzoek ter beschikking stellen gegevens over bodemkwaliteit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correspondentie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>makelaarsformulieren Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bijhouden beperkingenregister en -registratie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verzorgen informatie en communicatie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>inschrijven beperkingenbesluiten in register en doorgeven aan de landelijke voorziening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op verzoek aangegeven of er een beperking(bijv. saneringsplicht, gebruiksbeperking) op een bepaald perceel rust</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register beperkingen (voorheen kadastrale registratie)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correspondentie Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer (opgenomen als hoofdstuk 2 in het Besluit bodemkwaliteit)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>kwalibo: alleen werken met erkende bodemintermediairs</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>besluiten baseren (bijv. verlenen vergunning, afgegeven beschikking) op bodemonderzoek dat is uitgevoerd door een daarvoor erkend onderzoeksbureau</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>erkenning bij Bodem+ Tabel B2.2 Gemeente als eigenaar (privaatrechtelijk) wettelijk kader naam AmvB verplichting toelichting registratie /documentatie Wet bodembescherming</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>sanering in eigen beheer</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>melden voorgenomen sanering</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>saneren indien gemeente zelf eigenaar/- gebruiker/ veroorzaker is</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoeksrapport</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>saneringsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>monitoringrapportage</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zorgplicht art. 13 wbb</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>preventie bodemverontreiniging bij uitvoeren eigen werken</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>werkwijzer / werkafspraken AmvB’s op basis van de Wbb Besluit bodemkwaliteit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>melding van hergebruik grond en bouwstoffen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>aantonen kwaliteit van grond en bouwstoffen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>registratie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>keuringsverslagen en certificaten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register meldingsformulieren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toepassingseisen naleven</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij toepassing voldoen aan generiek danwel gebiedsspecifiek kader, toetsing kwaliteit aan ontvangende bodem</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toetsingsresultaat Activiteitenbesluit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>naleving regels bij gemeentelijke ondergrondse tanks</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>KIWA-keuringen laten uitvoeren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemonderzoek</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>keuringsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoeksrapport Wet milieubeheer</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>preventie bodemverontreiniging</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>aanvraag omgevingsvergunning/ melding doen i.h.k.v. AMvB</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>stimuleren hergebruik grond</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toe te voegen bodemonderzoek bij aanvraag vergunning dient te zijn uitgevoerd door daarvoor erkende instantie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>initiëren van faciliteiten voor hergebruik (grondbank)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haalbaarheidsstudie grondbank: in eigen beheer of in samenwerking Besluit melden Bedrijfsafvalstof- fen en gevaarlijke afvalstoffen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>melden transport verontreinigde grond</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>indien van toepassing: omschrijvingsformulier en/of transportbegeleidingsbonnen invullen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij afvoer van niet-gevaarlijk afval, zijnde bedrijfsafval naar depot/reiniger: melden transport, invullen en overleggen omschrijvingsformulier en transport-begeleidingsbonnen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij afvoer grond naar werk: buiten de locatie alleen permanente begeleidingsbrief</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij afvoer gevaarlijk afval: lmv-formulier, melden transport, invullen omschrijvings-formulier en transportbegeleidingsformulier</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>registratie transportbegeleidingsbonnen en omschrijvingsformulieren Burgerlijk Wetboek</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemonderzoek en saneringen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>afdekken risico’s en aansprakelijkheid</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoeksrapporten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>clausules bij overdrachtsakten 2.6 Verdeling bevoegdheden[37] 2.6.1 Verdeling bevoegdheden bij bodemverontreiniging Decentralisatie en deregulering staan hoog genoteerd. In dit kader is ook inzake bodemkwaliteitsbeheer een toenemende verantwoordelijkheid van de gemeenten gerealiseerd en te verwachten. Een overzicht van huidige bevoegdheidsverdeling tussen gemeente enerzijds en provincie en Wbb bevoegde gemeenten anderzijds staat in tabel B2.3.</div>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B2.3 Bevoegdheidsverdeling bij bodemverontreiniging Omschrijving Gemeente als bevoegd gezag in kader overige wetgeving Provincie en Wbb-gemeente als bevoegd gezag Wbb lokale, bestaande gevallen van bodemverontreiniging:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>niet ernstig1 X</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>ernstig² X nieuwe gevallen van bodemverontreiniging 3</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>binnen inrichting omgevingsvergunning 4 X X</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>buiten inrichting in bodem- of grondwaterbeschermingsgebied niet in beschermingsgebied 5 X X X diffuse bodemverontreiniging:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>gebiedseigen grond X</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>verhoogde achtergrondwaarden bij Wbb-sanering X hergebruik grond:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>toepassing in het kader van Besluit bodemkwaliteit X</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>grondstromenbeleid / zonering (Besluit bodemkwaliteit) X</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>in (grondwater)beschermingsgebieden die zijn vastgelegd in PMV X 1 Als het gaat om meer dan 50 m3 niet ernstige verontreiniging is niet de gemeente, maar de provincie (of de daarvoor aangewezen gemeenten) bevoegd gezag. Op basis van de Wet bodembescherming artikel 28 lid 4 is het Besluit overige niet-meldingsplichtige gevallen opgesteld. Hierin wordt onder andere geregeld dat voor niet-ernstige gevallen met een omvang groter dan 50 m3 grond of 100 m3 grondwater andere wettelijke kaders dan de Wbb van toepassing kunnen zijn, bijvoorbeeld de Woningwet. Hiervoor is de gemeente dan het bevoegd gezag.</div>\n<p class=\"lf-p\">² Gevallen van ernstige bodemverontreiniging kleiner dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater vallen sowieso niet onder de meldingsplicht, evenzo gevallen van bodemverontreiniging kleiner dan 50 m3 grond of 100 m3 grondwater, de gemeente is dan bevoegd gezag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ontstaan/veroorzaakt na 1 januari 1987. Naast de typering ‘nieuwe gevallen’ kent de Wet bodembescherming ook het ‘ongewone voorval’. Dit is een bijzondere gebeurtenis waarbij verontreiniging of aantasting van de bodem is opgetreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Afhankelijk van wie bevoegd gezag is in het kader van de Wabo/ Activiteitenbesluit. De inrichtingen die vallen onder de bevoegdheid van de minister van I&amp;M zijn hier buiten beschouwing gelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De gemeente is het eerste aanspreekpunt bij de aanpak van nieuwe bodemverontreiniging buiten inrichtingen. De gemeente neemt hierbij de formele besluiten aangaande instemming met de voorgenomen sanering van deze gevallen. Hierbij is wel afstemming vereist met de provincie. De provincie kan aanvullende eisen stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.6.2. Omgevingsdiensten Sinds januari 2013 hebben gemeenten, provincies en Rijk hun taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) ondergebracht bij Omgevingsdiensten ook wel Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) genoemd. Het gaat om minimaal de VTH taken op het gebied van milieu en mogelijk ook bouwen, natuur en water.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten en provincies hebben ook hun VTH taken met betrekking tot bodem overgedragen aan de Omgevingsdienst. In het kader hieronder zijn de basistaken met betrekking tot bodem weergegeven die bij de Omgevingsdienst zijn neergelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de basistaken met betrekking tot bodem van de Omgevingsdienst/RUD horen: het milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten die vallen onder het Besluit bodemkwaliteit voor zover het die activiteiten betreft; het milieutoezicht bij bodemsanering, sanering van bedrijfsterreinen en lozing van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering voor zover het die activiteiten betreft; het milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen en ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen, asbest, vuurwerk, bouwstoffen, grond, baggerspecie, meststoffen, dierlijke vetten, radioactief schroot, destructiemateriaal, explosieven voor civiel gebruik of andere gevaarlijke stoffen voor zover het die activiteiten betreft. Het gaat hierbij om ketengericht milieutoezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast hebben gemeenten en provincie ook nog een aantal bodemtaken die zij vrijwillig kunnen overdragen aan de omgevingsdienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3Statistische parameters bodemkwaliteitszones getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (voor standaardbodem) Bijlage 4Mogelijkheden vrij grondverzet (grondstromenmatrix) Bijlage 5Gespecificeerde verdachte percelen en uitgesloten gebieden Bijlage 6Argumentatie Hoogheemraadschap afwijkende kwaliteit wegbermen Memo bodemkwaliteit wegbermen in eigendom van Hoogheemraadschap HollandsNoorderkwartier (HHNK) De wegen die HHNK beheert liggen vooral buiten de bebouwde kom. Ze behoren bijna allemaal tot de zogeheten ‘erftoegangswegen’. Dat zijn lokale wegen met een snelheidslimiet van 60 km/uur. HHNK beheert ook alles langs de wegen, zoals bermen, sloten, bomen, fietspaden en trottoirs. Verder is HHNK verantwoordelijk voor de complete inrichting van de wegen met verlichting, vangrails, verkeersborden, markeringen en wegwijzers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaand een beknopt overzicht met daarin de kentallen van de wegen van HHNK:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wegen 1.400 kilometer Binnen de bebouwde kom 68 kilometer Buiten de bebouwde kom 1.332 kilometer Gebiedsontsluitingswegen 34 kilometer Erftoegangswegen 1.366 kilometer Vrijliggende fietspaden 104 kilometer Bermen lengte 2.800 kilometer Bermen oppervlakte 780 ha Aantal lichtmasten 10.000 Aantal bomen 70.000 Grotere kunstwerken (bruggen) 400 Gemeenten waarin HHNK wegen beheert 24 Voor het beheren van deze wegen dient regelmatig in de weg of de berm gegraven te worden. Omdat HHNK hierbij onder andere dient te voldoen aan de ARBO, de Wet bodembescherming, en het Besluit bodemkwaliteit[1], worden met grote regelmaat bodemonderzoeken uitgevoerd in de wegcunetten en de wegbermen van HHNK. Uit een quickscan naar recent uitgevoerde bodemonderzoeken in bermen van HHNK (zie onderstaand overzicht van uitgevoerde bodemonderzoeken wegbermen HHNK 2012-2014), blijkt dat het merendeel van de onderzochte bermen in de kwaliteitsklasse Industrie of Niet Toepasbaar valt. Daarom is HHNK van mening dat het aanwijzen van deze wegbermen in de functieklasse Industrie op de \"nieuwe\" bodemkwaliteitskaart en in de \"nieuwe\" nota bodembeheer geen bezwaar oplevert, en dat het toepassen van kwaliteitsklasse Industrie in de toekomst mogelijk moet zijn in de wegbermen van HHNK, net zoals in de bermen van rijks- en spoorwegen het geval is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 7Argumentatie Hoogheemraadschap Lokale Maximale Waarden regionale waterkeringen Toepassen van andere materialen dan grond in kades en keringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder 'kades' verstaan we de regionale boezemkades.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder keringen verstaan we de dijken langs Waddenzee, IJsselmeer, Markemeer, Noordzeekanaal en Noordzee, dus de buitenrand van beheergebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK).</p>\n<p class=\"lf-p\">Inventarisatie Archeologische opgravingen tonen dat bij het castelllum in Vechten (gemeente Bunnik) op de zuidoever van wat eens een arm van de Rijn was, de Romeinen de oorspronkelijke oever als kade gebruikten. De oeverwal damden zij in met houten caissons, gevuld met aarde en afval uit de nederzetting. Ook scheepswrakken dienden als kadeversterking, zo bleek uit de opgravingen. In de buurt van het castellum troffen archeologen kadewerken aan. Tussen de in de Rijn geramde palenrijen werd al in 1892-1894 een Romeins scheepswrak gevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook tijdens archeologische opgravingen in de Zuiderdijk bij Hoorn tijdens de dijkversterking (2010-2013) werd naast palen met takken/wiepen en zeewier en grond ertussen ook huishoudelijk afval gevonden zoals pijpenkopjes, aardewerken kruiken, glaswerk, kolenas, etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook voorbeelden uit Alkmaar, waar stadsafval werd verspreid langs de Hoevervaart, Landsmeer/Ilpendam, waar de erfopritten en oevers zijn versterkt met asbestpuin en het Ilperveld, wat geheel als stortplaats is gebruikt voor onder ander afval uit de scheepswerven van Amsterdam en zelfs gesaneerd moest worden, tonen aan dat men vroeger gewoon was afval in het buitengebied nuttig toe te passen danwel zich ervan te ontdoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In boezemkades treffen we met enige regelmaat brandplekken aan (verbrandplekken van huishoudelijk afval) net buiten bebouwde kom, die in menig geval gesaneerd moeten worden op basis van gehalten aan zware metalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beheerders van onze kades en keringen geven aan dat zo lang zij zich heugen (afgelopen 45 jaar) en uit overlevering het aanvullen van kades (hoogte en binnentalud) is gebeurd met grond danwel met ingedroogde boezembagger. De buitenwaartse verdediging van (steen)zetwerk langs keringen is gefundeerd met gekeurd puin en bestaat uit gecertificeerde Grauacker breuksteen, weliswaar op delen volgegoten met (soms teerhoudend) asfalt. In een enkel geval, bij hardnekkige afslag, worden Hoogovenstaalslakken toegepast (zeedijk Den Helder).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het buitenwaarts verdedigen van kades door het hoogheemraadschap zijn allerlei materialen toegepast die beter tegen golfslag kunnen dan grond. Diverse soorten puin, zoals de schoorstenen van de vroegere AVI uit Alkmaar, teerhoudend asfalt uit onderhoud van wegen en aan elkaar geketende autobanden met grond daarop zijn bijvoorbeeld toegepast tegen kades rond het Alkmaardermeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Los daarvan zijn diverse stukken kade verpacht aan particuliere grondgebruikers die eveneens de buitenkant in stand houden met allerlei verhardingsmaterialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemonderzoek van kades is vooral gericht op bodemsamenstelling (zand-klei-veen) en zettingsgegeven. Incidenteel wordt de bodemkwaliteit onderzocht, niet voor toetsing van te ontvangen materiaal maar i.v.m. ARBO voor medewerkers van de aannemer die de kade versterkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Twee voorbeelden van recent onderzoek van kades:</p>\n<p class=\"lf-p\">De Purmer (Kragten, jan 2014, nr MIL 14.008) 'In de grond zijn gehalten aangetoond aan kwik, lood en molybdeen hoger dan de Achtergrondwaarden. De verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk regionaal van aard'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Broek op Langedijk – Noord-Scharwoude (HB Adviesbureau, sept 2014, nr 14HB0578) : puinbijmenging/kolengruis, in de helft van de monsters is het gehalte kwik, PAK, molybdeen, zink en lood verhoogd t.o.v. de Achtergrondwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie voor de kwaliteit van kades en keringen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De kades en keringen bestaan als geheel niet uit materiaal van de klasse Achtergrondwaarde. Weliswaar is het grootste deel van deze grondlichamen van grond, klei, veen of zand en daarmee in beginsel milieu hygiënisch onverdacht. Echter zowel in de bovengrond als met name in de buitenverdediging komen stoffen voor die leiden tot classificering kwaliteitsklasse ‘Wonen’ tot aan soms saneringsgevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien het historisch gebruik en beheer van de kades en keringen is het aannemelijk dat er heterogene verontreinigingen voor komen die echter meestal geen aanleiding vormen tot nader onderzoek of sanering. Een toepassingseis met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ lijkt beter te passen bij dit type grondlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 8Vragenformulier historische gegevens Als een perceel verdacht is van bodemverontreiniging, is namelijk aanvullende informatie nodig voor grondverzet en is informatie van de bodemkwaliteitskaarten (de ontgravings- en de toepassingskaarten) niet zonder meer toereikend om de bodemkwaliteit te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geadviseerd wordt het historisch onderzoek te laten uitvoeren door een bedrijf dat erkend is voor het BRL SIKB protocol 2001. Een deel van de bodeminformatie is mogelijk te achterhalen via de gemeente Purmerend: 0299-452452, Purmersteenweg 42, 1441 DM Purmerend, Postbus 15, 1440 AA Purmerend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vragenformulier historische gegevens 1 Naam aanvrager Naam:</p>\n<p class=\"lf-p\">Adres:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode en woonplaats:</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ligging ontgravingslocatie Adres:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode en plaats:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kadastraal adres:</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gebruik locatie Voorheen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Huidig:</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Is er op de locatie een bedrijf gevestigd (geweest)? ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, soort bedrijf/bedrijven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende periode:</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Is / zijn er op de locatie gedempte sloten aanwezig? ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, dan deze aangeven op bij te voegen situatietekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sloot is gedempt met:</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Is er in het verleden een verharding / erf ophoging aangebracht? ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, dan dit aangeven op bij te voegen situatietekening en indien mogelijk gegevens omtrent kwaliteit/ouderdom aangeven Soort verharding / ophoging:</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Zijn er op de locatie opslagtanks voor vloeibare brandstof aanwezig (geweest)? ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, dan dit aangeven op bij te voegen situatietekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens per tank aangeven: of het een ondergrondse of bovengrondse tank betreft; welk type brandstof is / wordt gebruikt. of de tank in gebruik is, verwijderd of onschadelijk gemaakt 8 Is er op de locatie al een bodemonderzoek uitgevoerd? ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, dan opsteller (naam bureau), rapportnummer en datum vermelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opsteller:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rapportnummer:</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum:</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Vinden / vonden in de nabije omgeving (&lt; 25 meter) mogelijk verontreinigende activiteiten plaats? ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, namelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">10 Is er op de locatie een vergunning Activiteitenbesluit (voormalige Wet milieuvergunning) van kracht (geweest)? ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, dan datum en nummer vergunning:</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum:</p>\n<p class=\"lf-p\">Nummer vergunning:</p>\n<p class=\"lf-p\">11 Overige informatie met betrekking tot mogelijke bodemverontreiniging ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, namelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">12 Is al bekend waar de vrijkomende grond wordt hergebruikt? ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, adres of kadastraal perceel noemen:</p>\n<p class=\"lf-p\">13 Is de locatie verdacht op het voorkomen van PFAS-verbindingen (poly- en perfluoralkylverbindingen) zoals PFOA, PFOS en GenX?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is op de locatie bijvoorbeeld sprake (geweest) van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>brand met gebruik van blusschuim;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>brandblusoefenterrein?</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn er bedrijfsactiviteiten (geweest) op het gebied van: teflonproductie; galvanische industrie; afvalverbranding. ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, namelijk:</div>\n<p class=\"lf-p\">13 Staan of stonden er panden of objecten op het perceel die asbest konden bevatten (bouwjaar voor 1993) of zijn er andere aanwijzingen voor de mogelijke aanwezigheid voor asbest ? ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, namelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">14 Grondverzet (aanvulling op meldingsformulier) Van elke laagdiepte wordt de grond ontgraven ? ….. m tot …. m -mv Staat de grond in depot?</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien , ja waarvan is deze afkomstig ? ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, adres noemen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Adres:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoeveel grond wordt ontgraven en toegepast?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontgraven grond: …………… m3 / ……………..ton Toe te passen grond …………… m3 / ……………..ton 15 Welke bronnen heeft u geraadpleegd om de vragen 1 t/m 14 te kunnen beantwoorden Als een bron geen informatie heeft opgeleverd moet dit worden aangegeven Aldus naar waarheid ingevuld, Naam: ….............................................................. Datum: …....................................</p>\n<p class=\"lf-p\">Handtekening:</p>\n<p class=\"lf-p\">In te vullen door de controlerende instantie van de gemeente Zone ontgravingslocatie Historisch bodembestand: ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, namelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tanks: ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, namelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningen activiteitenbesluit (voormalige Milieuvergunningen): ❏ Onbekend ❏ Nee ❏ Ja, namelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodeminformatiesysteem: ❏ Nee ❏ Ja, namelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage 1 Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2 Ligging bodemkwaliteitszones bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kaartbijlage 3 Ontgravingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 m-mv en dieper) Kaartbijlage 4A Toepassingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) - generiek beleid Kaartbijlage 4B Toepassingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) – generiek beleid Kaartbijlage 5A Toepassingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) – gemeentelijk beleid Kaartbijlage 5B Toepassingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) – gemeentelijk beleid Kaartbijlage 6 Ligging wegen in beheer van en regionale waterkeringen Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Kaartbijlage 6Ligging wegen in beheer van en regionale waterkeringen Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier</p></div>", "next": 0}