{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Bij alle inwoners die een aanvraag voor beschermd wonen doen maakt de Centrale Toegang een afweging of de toekenning met of zonder dagbesteding moet zijn. Uitgangspunt is dat werk (betaald of onbetaald) of opleiding voor een ieder het streven is, en indien dit niet mogelijk blijkt te zijn dat andere activiteiten worden ontplooid. Dagbesteding binnen een toekenning voor beschermd wonen is een structurele tijdsbesteding met een concreet en goed omschreven doel waarbij de cliënt actief wordt betrokken en die hem zingeving verleent. Onder dagbesteding wordt niet verstaan een reguliere dagstructurering die in de woon-/verblijfssituatie wordt geboden of een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes en dergelijke. De centrale vraag rondom het al dan niet toekennen van dagbesteding is uiteraard in hoeverre dagbesteding noodzakelijk is. Indien er voorliggende mogelijkheden zijn (opleiding, een traject toeleiding naar werk, betaald of vrijwilligerswerk), dan dienen deze aangesproken te worden en wordt er geen dagbesteding bij beschermd wonen toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervoer naar dagbesteding De inwoner is zelf verantwoordelijk om op de dagbestedingslocatie te komen. Alleen indien de inwoner vanwege een medische beperking niet in staat is de locatie op eigen gelegenheid te bereiken wordt vervoer geregeld door de aanbieder (bij ZINs) of wordt het budget verhoogd (bij pgb). Dit is het geval wanneer de cliënt uit het oogpunt van doelmatige zorgverlening is aangewezen op passend vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3.3Vorm van de maatwerkvoorziening beschermd wonen Een inwoner kan de hulp-op-maat in de vorm van een maatwerkvoorziening beschermd wonen in natura afnemen. In dat geval maakt de inwoner gebruik van een van de aanbieders waarmee de gemeente een subsidierelatie heeft. De inwoner kan de maatwerkvoorziening ook ontvangen in de vorm van een PGB. In dat geval moet de inwoner een PGB-plan indienen bij de Centrale Toegang. De Centrale Toegang bepaalt vervolgens of de inwoner in aanmerking komt voor een PGB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maximale hoogte PGB voor beschermd wonen De maximale hoogte van het PGB is neergelegd in paragraaf 6.3.2 lid 4 onder b van de Verordening sociaal domein gemeente Kampen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitseisen aan PGB voor beschermd wonen Er zijn specifieke kwaliteitseisen verbonden aan een PGB voor beschermd wonen. Deze regels zijn te vinden in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp van de gemeente Kampen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3.4 Meer informatie Voor een vervolg van de beleidsregels over de voorziening beschermd wonen, zie verder bijlage 2 van deze beleidsregels. Het vervolg van deze beleidsregels op het gebied van beschermd wonen is opgezet in samenwerking met de regio IJssel-Vecht .</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk10Mantelzorgwaardering In hoofdstuk 5.3.2 van de Verordening sociaal domein gemeente Kampen is het volgende opgenomen over mantelzorgondersteuning:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking die wonen in de gemeente Kampen. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om een blijk van waardering aan de mantelzorgers te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mantelzorgwaardering bestaat uit een bloemetje en een financiële vergoeding van ten hoogste € 100,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door of namens degene die mantelzorg ontvangt, met een aanvraagformulier van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.1Blijk van waardering De gemeente verstrekt mantelzorgers ieder jaar een blijk van waardering. Door jaarlijks een blijk van waardering te verstrekken, spreekt de gemeente zijn waardering uit over mantelzorgers die zorgen voor inwoners uit de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om mantelzorgwaardering te kunnen ontvangen, moet de mantelzorger voor een inwoner uit de gemeente Kampen zorgen. De mantelzorgers kunnen dus ook in andere gemeenten wonen. De gemeente verstrekt alleen een jaarlijkse blijk van waardering aan mantelzorgers die mantelzorg verlenen aan inwoners die hulp krijgen vanuit de Wmo 2015. De mantelzorgondersteuning is niet bedoeld voor mantelzorgers die uitsluitend zorg verlenen aan Wlz-gerechtigden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk11Vorm van de hulp In hoofdstuk 6 van de Verordening sociaal domein gemeente Kampen wordt uitgelegd in welke vormen de gemeente maatschappelijke ondersteuning kan verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp-op-maat (een maatwerkvoorziening) kan verstrekt worden in verschillende vormen. De vormen waarin een maatwerkvoorziening verstrekt kan worden zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">In de vorm van zorg in natura (ZIN) In de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB) In de vorm van een financiële tegemoetkoming.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.1Zorg in natura De gemeente verstrekt hulp-op-maat in principe als zorg in natura (ZIN). Dat betekent dat de inwoner de voorziening geleverd krijgt waarvoor de noodzaak is vastgesteld. De gemeente heeft in dat geval een contract afgesloten met een leverancier / aanbieder die de voorziening levert. Een voorziening die verstrekt wordt in ZIN wordt meestal verstrekt: in eigendom; of in bruikleen; of bij wijze van persoonlijke dienstverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.1.1In eigendom of in bruikleen Als de gemeente de hulp-op-maat in eigendom aan een inwoner verstrekt, krijgt de inwoner de voorziening in eigendom. De gemeente doet dit bijvoorbeeld vaak met kleine hulpmiddelen. Verstrekt de gemeente de voorziening in bruikleen, dan blijft de voorziening eigendom van de leverancier of van de gemeente en mag de inwoner de voorziening gebruiken. De inwoner tekent hiervoor een bruikleenovereenkomst. Heeft de inwoner de voorziening niet meer nodig, dan kan de gemeente besluiten de voorziening in te nemen en opnieuw te verstrekken aan een andere inwoner die de voorziening nodig heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.1.2Onderhoud en reparatie Bij de verstrekking van hulp-op-maat in natura wordt er tussen de inwoner en de leverancier vaak een overeenkomst gesloten met betrekking tot onderhoud en reparatie van het hulpmiddel.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.1.3Dienstverlening Bij het verstrekken van hulp-op-maat in de vorm van dienstverlening in ZIN kan de inwoner gebruik maken van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder die de gevraagde dienstverlening verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.2Hulp in de vorm van een PGB Een inwoner die liever de hulp zelf wil regelen en geen gebruik wil maken van zorg in natura, kan een PGB aanvragen. Hiervoor moet de inwoner wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zie hoofdstuk 12 van deze beleidsregels voor informatie over een PGB.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.3Hulp in de vorm van een financiële tegemoetkoming De gemeente kan hulp-op-maat in plaats van in ZIN ook in de vorm van een financiële tegemoetkoming aanbieden. In dat geval ontvangt de inwoner hulp in de vorm van een geldbedrag. Dit geldbedrag is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden door de inwoner om de geïndiceerde voorziening aan te schaffen of hulp te organiseren. De inwoner mag zelf een aanbieder of leverancier kiezen en afspraken maken over de invulling van de te leveren hulp dan wel de voorziening. Een financiële tegemoetkoming is een vooraf bepaald geldbedrag dat de noodzakelijke kosten ongeveer dekt. Een financiële tegemoetkoming hoeft dus niet volledig kostendekkend te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente verstrekt een financiële tegemoetkoming aan de inwoner of een gemachtigde van de inwoner. De tegemoetkoming wordt niet uitgekeerd via de sociale verzekeringsbank (SVB). De inwoner hoeft geen bijdrage in de kosten te betalen voor de maatwerkvoorziening die als financiële tegemoetkoming wordt verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken financiële tegemoetkoming Samenvattend wil dit zeggen dat een financiële tegemoetkoming de volgende kenmerken heeft: een financiële tegemoetkoming is een vast geldbedrag; én een financiële tegemoetkoming hoeft niet volledig kostendekkend te zijn; én een financiële tegemoetkoming wordt niet verstrekt via de SVB; én bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming hoeft de inwoner in de gemeente Kampen geen bijdrage in de kosten te betalen; én de inwoner kiest zelf een aanbieder of leverancier en maakt zelf afspraken over den invulling van de te leveren hulp dan wel voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke maatwerkvoorzieningen De gemeente verstrekt de volgende maatwerkvoorzieningen in de vorm van een financiële tegemoetkoming: de verhuiskostenvergoeding. Zie hoofdstuk 5 over Wonen. de tegemoetkoming in de vervoersvoorzieningen. Zie hoofdstuk 4. de tegemoetkoming voor een sportrolstoel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk12Persoonsgebonden budget In paragraaf 6.3 van de Verordening sociaal domein gemeente Kampen en in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zijn regels opgenomen over het persoonsgebonden budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.1Inleiding Een inwoner die volgens de gemeente maatschappelijke ondersteuning nodig heeft, krijgt in principe de ondersteuning aangeboden in Zorg in natura (ZIN). De inwoner kan echter bij de gemeente aangeven de hulp in plaats van in ZIN liever in een persoonsgebonden budget (PGB) te ontvangen. Voorwaarde is wel dat de inwoner het PGB besteedt aan het doel waarvoor de gemeente de hulp verstrekt. Afhankelijk van de soort hulp ontvangt de inwoner het PGB als een bepaald geldbedrag zelf of wordt het PGB beschikbaar gesteld aan de inwoner via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Met het PGB kan de inwoner de hulp naar keuze zelf inkopen en regelen. Een PGB is een volwaardig alternatief voor ZIN.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels die gelden met betrekking tot het PGB zijn opgenomen in de Verordening sociaal domein van de gemeente Kampen en in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp van de gemeente Kampen. In dit hoofdstuk zijn veel van deze regels nader uitgelegd. Voor de volledige regelgeving rondom het PGB: zie de Verordening sociaal domein gemeente Kampen en het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp van de gemeente Kampen.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.2Gesprek Als een inwoner graag de hulp in de vorm van een PGB wil ontvangen in plaats van in de vorm van ZIN, dan kan de inwoner dit bijvoorbeeld aangegeven tijdens het (keukentafel)gesprek. De medewerker van de gemeente zal mogelijk een vervolgafspraak inplannen voor een ‘bewust keuze gesprek’. In dit gesprek wordt ingegaan op de voorwaarden waaraan een inwoner moet voldoen om in aanmerking te komen voor een PGB. Hierbij zal onder andere bij de vragenlijst in bijlage 3 \"Is het PGB iets voor U?\" worden stil gestaan. Deze vragenlijst kan worden gebruikt als richtlijn om helderheid te krijgen over de motivatie van de inwoner en de vraag of een PGB passend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.3Professioneel of informeel / sociaal netwerk Een inwoner kan met het PGB hulp inkopen bij een professionele hulpverlener / aanbieder of bij een hulpverlener / aanbieder uit het informele / sociale netwerk van de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.3.1Professionele hulp Onder professionele hulp wordt verstaan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beroepskracht of aanbieder die is ingeschreven in het handelsregister (KVK) als zijnde verlener van hulp; en Beschikt over een zogenaamde BIG-registratie voor zover dit voor het verlenen van de ondersteuning van belang is; en Geen persoon is uit het sociale / informele netwerk van de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.3.2Informele hulp / hulp uit sociaal netwerk Een PGB kan ook worden besteed aan iemand uit het informele of sociale netwerk van de inwoner. Dit geldt niet voor de gebruikelijke zorg die mag worden verwacht van het sociale netwerk van de inwoner of als er sprake is van mantelzorg. Als een inwoner het PGB wil inzetten voor hulp uit het sociale / informele netwerk, dan moet de inwoner dit in zijn PGB-plan gemotiveerd aangeven. Het is belangrijk dat de persoon uit het sociale netwerk op geen enkele wijze druk op de inwoner heeft uitgeoefend bij zijn besluitvorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beoordeling van de mogelijkheid tot betaling aan iemand uit het sociale netwerk zal door de gemeente worden meegenomen of de persoon uit het sociale / informele netwerk van de inwoner in staat is om de gevraagde hulp te bieden en of de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende is. Zeker voor zeer kwetsbare inwoners is het van groot belang dat zij de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben met uiteindelijk het oog op het zo lang mogelijk in de eigen omgeving kunnen blijven wonen. Afhankelijk van het individuele geval kan het dan ook zijn dat juist een persoon uit het informele netwerk kwalitatieve ondersteuning kan bieden die effectiever en doelmatiger is. Maar dat kan ook anders liggen. Als het PGB wordt besteed aan informele hulp, dan moet deze hulp daarom ook voldoen aan de kwaliteitseisen die door de gemeente worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder maatschappelijke ondersteuning uit het informele / sociale netwerk wordt verstaan hulp uit de huiselijke kring van de inwoner of uit het sociale netwerk van de inwoner, waarbij geldt dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuner of aanbieder niet is ingeschreven in het handelsregister (KVK) als zijnde verlener van maatschappelijke ondersteuning; of De ondersteuning wordt geboden door een ouder of familielid of iemand anders uit het sociale netwerk. Dit geldt zelfs als de ouder of het familielid gediplomeerd is voor de zorg die wordt geleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.4Voorwaarden De gemeente kent alleen een PGB aan een inwoner toe als er wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden voor het ontvangen van een PGB. Deze voorwaarden en nadere regels zijn neergelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Kampen. Hieronder worden deze nader uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in aanmerking te komen voor een PGB moet in ieder geval aan de volgende drie voorwaarden zijn voldaan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een inwoner moet voldoende in staat zijn om de taken die verbonden zijn aan het PGB op een verantwoorde manier uit te voeren. Een inwoner kan hiervoor ook ondersteuning krijgen uit zijn sociale netwerk of van een vertegenwoordiger die zijn belangen behartigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente beoordeelt of de inwoner – eventueel met hulp van anderen – hiertoe in staat is. Daarvoor kan de gemeente bijvoorbeeld de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking nemen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beheersen van de Nederlandse taal;</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van beperkingen (licht, matig, zwaar) van de inwoner op het terrein van: sociale redzaamheid psychisch functioneren geheugen- en oriëntatiestoornissen Het vermogen om een overeenkomst op te stellen of aan te gaan met degene aan wie het PGB wordt besteed;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermogen om een gespreksverslag en beschikking te kunnen begrijpen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermogen om degene, aan wie het PGB wordt besteed, aan te sturen bij de te bieden maatschappelijke ondersteuning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermogen om te gaan met de computer / het hebben van digitale vaardigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vertegenwoordiger Als een inwoner iemand anders heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het PGB en de aan het PGB verbonden taken uit te voeren, dan stelt de gemeente aan deze persoon dezelfde eisen als aan de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een curator, mentor of gevolmachtigde ontbreekt, kunnen ook als vertegenwoordiger optreden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De echtgenoot of levensgezel van de inwoner; of;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn ouder, kind, broer of zus (als de inwoner geen echtgenoot of levensgezel heeft of deze niet kan of wil optreden als vertegenwoordiger).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een inwoner moet gemotiveerd aangeven waarom hij een PGB wil ontvangen in plaats van een voorziening in de vorm van ZIN.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een PGB wordt alleen verstrekt op verzoek van de inwoner of zijn vertegenwoordiger. De inwoner kan zijn motivatie voor een PGB verwoorden in het PGB-plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteit van de voorziening moet voldoende zijn en de voorziening moet passend zijn voor de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 3.1 lid 1 van de Wmo 2015 staat dat een maatwerkvoorziening in elk geval: veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt; wordt afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente verstrekt alleen een PGB als de kwaliteit van de voorziening voldoende is. Periodiek of steekproefsgewijs onderzoekt de gemeente uit het oogpunt van kwaliteit of het PGB juist is besteed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulpmiddelen en woningaanpassingen Om de kwaliteit van hulpmiddelen en woningaanpassingen te beoordelen, kijkt de gemeente onder meer naar de volgende factoren:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van een programma van eisen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de originele factuur aanwezig;</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er een onderhoudscontract met een erkend bedrijf afgesloten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er een keuringsrapport of heeft er een keuring plaatsgevonden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De leeftijd van het hulpmiddel gerelateerd aan de afschrijvingstermijn van het hulpmiddel. Het hulpmiddel moet namelijk gedurende de afschrijvingstermijn van het middel mee kunnen gaan. De afschrijvingstermijnen van hulpmiddelen zijn opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp van de gemeente Kampen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van een erkend keurmerk dat voldoet aan de professionele standaard dat gangbaar is voor dat product. Een voorbeeld hiervan is het nationaal keurmerk hulpmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Professionele dienstverlening / hulpverlening De gemeente is van mening dat professionele dienstverlening / hulpverlening kwalitatief goed is als is voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De deskundigheid van de hulpverlener die blijkt uit de genoten opleiding en de ervaring van de hulpverlener is voldoende;</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van een VOG van de hulpverlener;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er is voldaan aan de in de sector geldende kwaliteitseisen, zoals bijvoorbeeld een BIG-registratie;</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie / hulpverlener is bekend met de meldcode huiselijk geweld en werkt hier ook actief mee;</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van transparant en meetbaar beleid bij de organisatie die de hulp verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie / hulpverlener is bekend met een klachtenregeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van een adequaat zorgplan / hulpverleningsplan waarin staat hoe er aan de doelen wordt gewerkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie / hulpverlener is bekend met een vertrouwenspersoon en werkt daar ook actief mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informele hulp / informele dienstverlening In het geval van de beoordeling van dienstverlening door een informele hulp (hieronder valt niet mantelzorg) bekijkt de gemeente onder meer de volgende factoren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Of de hulp minimaal gelijkwaardig of aantoonbaar beter is dan een professionele hulpverlener;</p>\n<p class=\"lf-p\">De deskundigheid van de hulpverlener die blijkt uit de genoten opleiding en de ervaring van de hulpverlener is voldoende. Als dit voor het verlenen van de ondersteuning niet relevant is, hoeft de informele ondersteuner niet te beschikken over een zogenaamde BIG-registratie;</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van een VOG van de hulpverlener;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er is voldaan aan de in de sector geldende kwaliteitseisen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er geen sprake is van overbelasting bij de hulpverlener;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er geen druk is uitgeoefend op de inwoner om de informele hulp in te schakelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermd wonen Om de kwaliteit van beschermd wonen te beoordelen, kijkt de gemeente naar de kwaliteitseisen die binnen de gemeente gelden met betrekking tot beschermd wonen. Deze kwaliteitseisen zijn neergelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Kampen. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de volgende factoren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de voorziening dusdanig ingericht dat er op korte termijn (binnen een jaar) of middellange termijn (1 – 3 jaar) stappen kunnen worden gezet naar zelfstandig wonen?;</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden de middelen voor dagbesteding planmatig ingezet en benut om de mogelijkheden van inwoners op betaald werk, onbetaald werk en onderwijs in te zetten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Betreft het de ondersteuningsbehoefte van de inwoner die in de geldige en doorlopende GGZ-C-indicatie of meest actuele toekenningsbeschikking beschermd wonen naar aard en omvang is verwoord en bedoeld. De onder de AWBZ gebruikelijke prestatiebeschrijvingen ten aanzien van de zorgzwaartepakketten GGZ-C 1 t/m 6 zijn hierbij van toepassing. Voor de overgangsrechtcliënten is hierbij het overgangsrecht zoals omschreven in de Wmo 2015 van toepassing;</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgaanbieder werkt met bewezen effectieve interventies, waarbij er ruimte is voor professionele autonomie en innovatie van de ondersteuning;</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning wordt uitgevoerd door deskundige medewerkers met minimaal een mbo- + werk en –denkniveau op het gebied van begeleiding. De zorgaanbieder zoekt daarbij naar een optimale balans tussen de inzet van professionals, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers;</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschikbare personeelsformatie staat in verhouding tot de cliëntpopulatie en ondersteuningsbehoeften;</p>\n<p class=\"lf-p\">De vakinhoudelijke specialisten zijn in voldoende mate beschikbaar wanneer nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De medewerkers houden rekening met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van cliënten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn de medewerkers in het bezit van een VOG?</p>\n<p class=\"lf-p\">Onafhankelijk deskundige De gemeente schakelt eventueel een onafhankelijk deskundige in die een oordeel geeft over de kwaliteit van de hulp die verstrekt wordt uit het PGB. Hierbij wordt de vraag gesteld of de hulp die wordt ingezet ook datgene biedt wat de inwoner nodig heeft om aan de gestelde doelen te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.5Weigeringsgronden Een PGB wordt in ieder geval niet verstrekt als:</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwoner in het PGB-plan niet of niet voldoende gegevens heeft verstrekt;</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwoner weigert het PGB (budget)plan desgevraagd te bespreken met de gemeente of na voor zo’n gesprek te zijn opgeroepen zonder geldige reden niet verschijnt;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente niet instemt met een of meer aspecten van het PGB-plan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als naar het oordeel van de gemeente niet voldoende aannemelijk is dat met het PGB zal worden voorzien in toereikende ondersteuning van voldoende kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwoner (of als de inwoner jonger is dan 18 jaar: één van zijn ouders of voogden), surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als op de inwoner of, indien de inwoner jonger is dan 18 jaar, één van zijn ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, of een verzoek daarvoor bij de rechtbank is ingediend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de inwoner door zijn schuld onder toezicht staat of een bewindvoerder heeft. Dit geldt niet als iemand anders het volledige beheer van het Pgb op zich neemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoerder van de ondersteuning dezelfde (rechts)persoon is die het PGB beheert, tenzij dit, gezien de situatie van de inwoner, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding van het Pgb is omgeven, naar het oordeel van de gemeente voldoende zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedoeld is voor sociaal-recreatief vervoer en de inwoner zijn beperkingen voldoende kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening een kilometerbudget voor de (rolstoel)taxi betreft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de inwoner eerder een Pgb is verleend en de inwoner zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere Pgb opgelegde verplichtingen en voorwaarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening naar verwachting niet de gestelde gebruiksduur compenserend zal zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Pgb bestemd is voor vakantie / verblijf in het buitenland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het PGB bedoeld is ter compensatie van een overbelaste mantelzorger. Voor respijtzorg kan een andere maatwerkvoorziening worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het PGB bestemd is voor bemiddelings- of administratiekosten, coördinatie of kosten voor voortgezette diagnostiek;</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijzondere omstandigheden kan de gemeente ten gunste van de inwoner afwijken van het hierboven staande.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.6Inlichtingenplicht Het spreekt voor zich dat de inwoner de gemeente alle noodzakelijke inlichtingen of gegevens verstrekt en zijn medewerking verleend aan het onderzoek waarin de gemeente beoordeelt of een PGB kan worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.7PGB-plan Om een PGB te kunnen ontvangen moet de inwoner na de melding van de hulpvraag een PGB-plan aan de gemeente overhandigen. Het PGB-plan bestaat uit een plan van aanpak, een begroting, de zorgovereenkomsten en de eventuele zorgbeschrijvingen per hulpverlener. Hoe dit PGB-plan eruit moet zien is afhankelijk van de soort hulp die de inwoner nodig heeft en wil ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een PGB-plan is niet nodig bij grote woningaanpassingen met een waarde van meer dan € 10.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.7.1De inwoner wil hulp in de vorm van hulpverlening / diensten ontvangen Als een inwoner hulp nodig heeft in de vorm van hulpverlening / diensten, bijvoorbeeld door een aantal uren per week gespecialiseerde hulp van een zorgverlener in te kopen, dan moet de inwoner (of iemand die de inwoner hierbij ondersteunt) een PGB-plan bij de gemeente inleveren. Een PGB-plan is een uitvoeringsplan en moet schriftelijk bij de gemeente worden ingeleverd. Dit kan via het door de gemeente beschikbaar gestelde formulier. Dit kan ook door een ander document, bijvoorbeeld een e-mail met eventuele bijlagen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een PGB-plan waarin hulp wordt gevraagd voor hulpverlening / diensten moet het volgende staan en / of bijgevoegd worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de hulpvragen zijn waaraan de inwoner wil gaan werken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke ondersteuning de inwoner in wil kopen en wat de activiteiten zijn waarbij de hulpverlener ondersteunt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke effecten de inwoner verwacht van de hulp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de frequentie (aantal uren / dagdelen) van de hulp zal zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarom de inwoner de hulp in de vorm van een PGB in wil kopen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wie het PGB beheert of wie de inwoner heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het beheer van het PGB te behartigen en de aan het PGB verbonden taken uit te voeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe de aan het beheer van het PGB verbonden taken op verantwoorde wijze uitgevoerd zullen gaan worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op welke wijze de kwaliteit van de hulp is gewaarborgd. De gemeente kan via een onafhankelijke en daartoe deskundige derde laten toetsen of de hulpverlener verantwoorde ondersteuning kan leveren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een onderbouwde begroting met daarin een tariefstelling of offerte(s) van (een) hulpverlener(s) voor dienstverlening. De tariefstelling of offerte(s) bevat(ten) tenminste de volgende onderdelen: de activiteiten, het tarief, de tijd en indien van toepassing de frequentie van de hulp. Het tarief dat in de offerte staat mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of product;</p>\n<p class=\"lf-p\">De administratieve gegevens van de zorgverlener en de budgethouder. Hierbij kan gedacht worden aan het KvK-nummer van de zorgverlener, een agb-code;</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke relatie de inwoner tot de hulpverlener heeft. Is de zorgverlener bijvoorbeeld iemand uit het (sociale) netwerk van de inwoner;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het PGB-plan moet ondertekend worden door de inwoner en door degene die het PGB beheert (als dit iemand anders is dan de inwoner).</p>\n<p class=\"lf-p\">12.7.2De inwoner wil een PGB voor een hulpmiddel / product of woningaanpassing ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een inwoner een PGB vraagt voor hulp in de vorm van een product, bijvoorbeeld een douchestoel, een rolstoel of een aanpassing aan zijn woning van minder dan € 10.000,-, dan moet de inwoner (of iemand die de inwoner hierbij ondersteunt) een PGB-plan bij de gemeente inleveren. Een PGB-plan moet schriftelijk bij de gemeente worden ingeleverd. Dit kan via het door de gemeente beschikbaar gestelde formulier. Dit kan ook door een ander document, bijvoorbeeld een e-mail met eventuele bijlagen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een PGB-plan moet het volgende staan of bijgevoegd worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de hulpvraag van de inwoner is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke ondersteuning de inwoner in wil kopen en waaruit deze bestaat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke effecten de inwoner verwacht van het product of de woningaanpassing;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarom de inwoner de hulp in de vorm van een PGB in wil kopen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wie het PGB beheert of wie de inwoner heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het PGB te behartigen en de aan het PGB verbonden taken uit te voeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe de aan het PGB verbonden taken op verantwoorde wijze uitgevoerd zullen gaan worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op welke wijze de kwaliteit van het hulpmiddel / product of woningaanpassing is gewaarborgd. De gemeente kan via een onafhankelijke en daartoe deskundige derde laten toetsen of de hiermee verantwoorde ondersteuning kan worden geleverd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een onderbouwde begroting met daarin een offerte(s) van de leverancier(s) die het hulpmiddel aanbied(en)(t) of van degene die de woningaanpassing gaat uitvoeren. De offerte omschrijft tenminste het product of de woningaanpassing en bevat het tarief hiervan. Het tarief dat in de offerte staat mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of product;</p>\n<p class=\"lf-p\">De naam, adres en locatie van bijvoorbeeld de leverancier van het product of aannemer die de aanpassing gaat uitvoeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien van toepassing: De relatie tussen de inwoner en de winkel of bijvoorbeeld aannemer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het PGB-plan moet ondertekend worden door de inwoner en door degene die het PGB beheert (als dit iemand anders is dan de inwoner).</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningaanpassing ter waarde van meer dan € 10.000,- Voor woningaanpassingen met een waarde hoger dan € 10.000.- hoeft de inwoner geen PGB-plan aan te leveren. De gemeente zal dan een programma van eisen aanleveren aan de inwoner. In dit programma van eisen staat aan welke eisen de woningaanpassing zal voldoen. De inwoner verstrekt de gemeente vervolgens 3 offertes waarbij is voldaan aan het programma van eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.8Offertes Het PGB-plan moet zoals hierboven staat omschreven een tariefstelling of offerte(s) bevatten. Afhankelijk van de soort hulp en het tarief van de dienst of product moeten er door de inwoner een aantal offertes worden opgevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soort hulp Aantal offertes Hulpverlening 1 tariefstelling Woonvoorzieningen en hulpmiddelen tot € 1.000,- 1 offerte Woonvoorzieningen en hulpmiddelen, bedrag tussen € 1.000,- en € 10.000,- 2 offertes Woonvoorzieningen en hulpmiddelen, bedrag hoger dan € 10.000,- 3 offertes 12.9Hoogte van het PGB De hoogte van het PGB is gelijk aan de goedkoopst compenserende tariefstelling of offerte zoals blijkt uit het PGB-plan. De hoogte van het PGB mag niet meer zijn dan de prijs van de voorziening die de gemeente zou betalen als de voorziening in de vorm van ZIN zou zijn verstrekt. Een PGB wordt gezien als volwaardig alternatief van ZIN. In het bedrag dat aan PGB zal worden verstrekt zal daarom, indien nodig, ook een deel van het bedrag bestemd zijn voor onderhoud, keuring en verzekering van de voorziening. Is de voorziening die een inwoner (of zijn gemachtigde namens de inwoner) wil aanschaffen uit het PGB hoger dan de ZIN-prijs van de voorziening, dan zijn de meerkosten voor rekening van de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op deze hoofdregel zijn een aantal uitzonderingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een voorziening in de vorm van ZIN niet compenserend is, dan mag de hoogte van het PGB hoger zijn dan het tarief van de voorziening in de vorm van ZIN. De inwoner betaalt dan alleen meerkosten voor het bedrag dat wordt besteed aan de niet compenserende (delen van de) voorziening(en).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gaat het om een PGB dat per jaar, per traject of per etmaal door de gemeente wordt betaald, dan gaat de gemeente uit van een maximaal bedrag dat wordt berekend door het bedrag dat de hulp in ZIN kost om te rekenen naar de periode waarop het pgb betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een PGB voor beschermd wonen is de hoogte van het PGB afhankelijk van de zorg die de inwoner ontvangt. Het PGB bedraagt maximaal 81% van de prijs van ZIN. De prijs is lager dan ZIN omdat bij een PGB voor beschermd wonen de zorgaanbieder de huur voor de accommodatie niet betaalt, terwijl bij ZIN de zorgaanbieder de huur voor de accommodatie betaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van het PGB is, behalve voor de uitzonderingssituaties zoals hierboven beschreven, neergelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Kampen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van het PGB voor iemand uit het sociale netwerk is maximaal € 20,- per uur voor mensen ouder dan 22 jaar en maximaal het minimum (jeugd)loon voor mensen jonger dan 22 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogte ZIN-tarief in natura bij verstrekking in bruikleen De hoogte van het ZIN-tarief is het tarief dat de gemeente betaalt om de voorziening te verstrekken. Wordt een voorziening in bruikleen verstrekt, dan betaalt de gemeente iedere maand een huurbedrag aan de leverancier van het product. In het geval een inwoner een PGB wil ontvangen voor een voorziening die bij ZIN alleen in bruikleen wordt verstrekt, is de hoogte van het PGB gelijk aan het huurbedrag per maand x de afschrijftermijn van de soort voorziening zoals deze in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Kampen is vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.10Besteding PGB Het persoonsgebonden budget wordt door de gemeente verstrekt voor het bereiken van een bepaald doel of resultaat. Een inwoner mag het budget niet besteden aan een ander doel of voor een ander resultaat dan waar het PGB voor is verstrekt. Doet een inwoner dit wel, dan kan de gemeente het PGB herzien of intrekken. Zie hiervoor hoofdstuk 15 van deze beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekenning PGB Wmo op basis van PGB-plan Hoofdstuk13Bijdrage in de kosten In paragraaf 6.4 van de Verordening sociaal domein gemeente Kampen heeft de gemeente geregeld voor welke soorten van hulp een bijdrage in de kosten aan de inwoner wordt gevraagd en hoe de hoogte van de bijdrage in de kosten wordt vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.1Inleiding Als de gemeente een inwoner een maatwerkvoorziening verstrekt, dan vraagt de gemeente in de meeste gevallen een bijdrage in de kosten van de inwoner. De eigen bijdrage is een geldbedrag dat de inwoner elke 4 weken moet betalen voor het gebruik van de voorziening. Het CAK regelt de vaststelling en de inning van de bijdrage in de kosten. Het CAK stuurt de inwoner een brief waarin staat hoe hoog de eigen bijdrage is.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.2Geen bijdrage in de kosten In een aantal gevallen hoeft een inwoner geen eigen bijdrage te betalen. De gemeente vraagt geen eigen bijdrage in de volgende situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente vraagt geen eigen bijdrage aan inwoners die volgens de gemeente over onvoldoende betalingscapaciteit beschikken. Het gaat hier om inwoners die tijdelijk door (abrupte) veranderingen in de betalingscapaciteit, bijvoorbeeld door bijzondere omstandigheden, geen mogelijkheden hebben om de eigen bijdrage te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente vraagt geen eigen bijdrage van inwoners die hiervan volgens de gemeente zeer nadelige gevolgen ondervinden doordat zij hierdoor niet de hulp kunnen ontvangen die nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwoners die gehuwd zijn / samenwonen en waarbij tenminste één van beide de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, hoeven geen eigen bijdrage te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente vraagt geen eigen bijdrage aan een inwoner of zijn partner die een maatwerkvoorziening ontvangt en daarnaast een bijdrage verschuldigd is op grond van de Wlz of voor beschermd wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente vraagt geen eigen bijdrage aan minderjarigen, behalve als het gaat om een woningaanpassing. In die situatie is de onderhoudsplichtige ouder(s) of degene die samen met de ouder het gezag uitoefent de bijdrage in de kosten verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.3Voor welke voorzieningen De gemeente vraagt een bijdrage in de kosten bij verstrekking van alle maatwerkvoorzieningen die als ZIN of PGB zijn verstrekt. Een uitzondering wordt gemaakt voor een (sport)rolstoel en voor de voorziening vraagafhankelijk collectief vervoer. Voor deze voorzieningen hoeft een inwoner geen eigen bijdrage te betalen. Voor hulp-op-maat in de vorm van maatwerkvoorzieningen die zijn verstrekt als financiële tegemoetkomingen, zoals voor een verhuiskostenvergoeding of een tegemoetkoming in vervoerskosten hoeft de inwoner ook geen eigen bijdrage te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een inwoner die van zowel maatschappelijke opvang als beschermd wonen gebruik maakt hoeft geen eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang te betalen als hij, of de met hem samenwonende partner 2 of meer nachten aaneengesloten in de bijdrageperiode in een instelling voor beschermd wonen verblijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.4Hoogte bijdrage in de kosten Het CAK stelt de hoogte van de eigen bijdrage vast. Voor de hoogte van de eigen bijdrage voor hulp-op-maat in de vorm van maatwerkvoorzieningen, uitgezonderd voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang, geldt het abonnementstarief. Dit betekent dat voor alle maatwerkvoorzieningen (behalve voor beschermd wonen en opvang) dezelfde maximale eigen bijdrage geldt. Hierbij maakt het niet uit of een inwoner van 1 of van meer maatwerkvoorzieningen tegelijkertijd gebruik maakt. Hoe hoog het abonnementstarief is, kan de inwoner navragen bij het CAK of bij een medewerker van de gemeente. Op het moment dat een inwoner een maatwerkvoorziening wordt toegewezen waarop een bijdrage in de kosten van toepassing is, zal de gemeente de inwoner informeren over de voorwaarden, waaronder de hoogte, van de eigen bijdrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.4.1Niet meer dan de kostprijs Een inwoner hoeft in totaal nooit meer te betalen dan de kostprijs van een voorziening. Ontvangt de inwoner de voorziening in bruikleen, dan hoeft de inwoner nooit meer te betalen dan de huurprijs die de gemeente betaalt voor de voorziening. De voorziening wordt in dat geval geen eigendom van de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft de inwoner een voorziening in eigendom gekregen, dan betaalt de inwoner nooit meer geld aan eigen bijdrage(s) dan tot de kostprijs van de voorziening is bereikt. Is de kostprijs van de voorziening bereikt, dan hoeft dus geen eigen bijdrage meer te worden betaald. Ontvangt de inwoner vervolgens een nieuwe voorziening, dan vraagt de gemeente weer een eigen bijdrage van de inwoner tot de kostprijs is bereikt. Hoe de kostprijs van een voorziening wordt bepaald is opgenomen in Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Kampen.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.4.2Periode eigen bijdrage Als de gemeente voor het gebruik van een maatwerkvoorziening aan een inwoner een eigen bijdrage vraagt, houdt de gemeente niet alleen rekening met de kostprijs van de voorziening. De gemeente houdt ook rekening met de periode die de inwoner gebruikt maakt van de voorziening. Meer informatie hierover is neergelegd in paragraaf 6.4 van de Verordening sociaal domein gemeente Kampen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk14Verplichtingen In hoofdstuk 8 in paragraaf 8.1 staat in de Verordening sociaal domein beschreven welke rollen de gemeente en de inwoner ten opzichte van elkaar hebben. Hierin staan ook de rechten en verplichtingen van beiden beschreven. In dit hoofdstuk zal hierop nader ingegaan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.1De rol van de gemeente De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor de beperkingen van de inwoner. De gemeente en de inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. Hieronder wordt bijvoorbeeld verstaan dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente ervoor zorgt dat het voor de inwoner duidelijk is wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwoner altijd recht heeft op een gesprek op het stadhuis of bij de inwoner thuis als de inwoner zijn probleem wil bespreken. De gemeente helpt de inwoner om zijn probleem bij een andere organisatie te bespreken als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente de inwoner informeert op een passende manier over procedures die worden gevolgd en ervoor zorgt dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente de privacy van de inwoner respecteert;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente de inwoner informeert over zijn rechten en plichten;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente de inwoner de kans geeft om zijn mening te geven voordat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2De rol van de inwoner De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen of verminderen van zijn beperkingen. De inwoner gaat daarom eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn probleem op te lossen (eigen kracht). Als de inwoner hulp van de gemeente krijgt, zorgt de inwoner er vervolgens voor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. Hierna worden 3 specifieke verplichtingen omschreven waaraan de inwoner zich moet houden als een maatwerkvoorziening is of wordt verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2.1De inlichtingenplicht Als de gemeente het vraagt, maar ook ongevraagd, moet de inwoner alle gegevens en papieren zo snel mogelijk aan de gemeente verstrekken die voor het vaststellen of heroverwegen van het recht op een voorziening nodig zijn en waarover de inwoner redelijkerwijs kan beschikken. Deze verplichting geldt dus niet alleen tijdens de aanvraag, maar ook tijdens het gebruiken van de voorziening / hulp. De gemeente vraagt geen gegevens die niet nodig zijn voor het behandelen van de aanvraag van de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van informatie die een inwoner moet verstrekken zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wijzigen van de gezinssituatie of woonsituatie van de inwoner, bijvoorbeeld het gaan samenwonen met iemand of juist gaan scheiden, of de situatie dat iemand bij de inwoner in huis komt wonen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een inwoner een dubbel PGB ontvangt voor hetzelfde doel, moet de inwoner dit melden aan de gemeente;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wijzigen van een zorgverlener die op basis van een PGB ondersteuning biedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevolgen van niet voldoen aan de inlichtingenplicht Als een inwoner zich niet (voldoende) houdt aan de inlichtingenplicht, dan kan de gemeente de hulp-op-maat beëindigingen of intrekken. Hiervoor moet de gemeente de inwoner dan wel eerst de kans hebben gegeven om alsnog de juiste gegevens aan te leveren of aan te vullen zodat de gemeente een besluit kan nemen over het recht op de maatwerkvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2.2De medewerkingsplicht De inwoner moet meewerken aan het onderzoek van de gemeente dat nodig is om het recht op een voorziening te kunnen vaststellen. Ook moet de inwoner zijn medewerking verlenen in de periode daarna, als hij van de voorziening gebruik maakt. Bij het verlenen van medewerking gaat het bijvoorbeeld om:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschijnen bij een gesprek op het stadhuis na een oproep van de gemeente;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het meewerken aan een onderzoek van een deskundige die door de gemeente is ingeschakeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De medewerkingsplicht geldt ook voor huisgenoten van de inwoner als het gaat om het bepalen van het recht van de inwoner op een maatwerkvoorziening. Hierbij gaat het dan bijvoorbeeld over het meewerken aan een onderzoek naar gebruikelijke hulp door een huisgenoot van de inwoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevolgen van niet meewerken Werken de inwoner of zijn huisgenoten niet mee aan een onderzoek van de gemeente, dan kan de gemeente mogelijk niet vaststellen of de inwoner recht heeft op maatschappelijke ondersteuning. Dit kan ertoe leiden dat de gemeente besluit de aanvraag van de inwoner voor maatschappelijke ondersteuning af te wijzen. De gemeente kan ook besluiten een al verstrekte voorziening te beëindigen, in te trekken of op te schorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet verlenen van medewerking kan er ook toe leiden dat er niet voldoende rekening gehouden kan worden met de behoeften en voorkeuren van de inwoner. Als de gemeente niet op de hoogte is van de voorkeuren van de inwoner bijvoorbeeld, kan de gemeente hiermee ook geen rekening houden in het toekennen van een maatwerkvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2.3Identificatieplicht Als een inwoner in aanmerking wil komen voor maatschappelijke ondersteuning, dan is hij verplicht zich te legitimeren met een geldig legitimatiebewijs zoals bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht. Om zich te legitimeren moet een inwoner een geldig legitimatiebewijs aan de gemeente laten zien. Dit kan een inwoner bijvoorbeeld doen tijdens het (keukentafel)gesprek met een medewerker van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevolgen van niet legitimeren Als een inwoner zich niet kan legitimeren als de gemeente hierom vraagt, dan kan dit ertoe leiden dat de gemeente de inwoner geen maatschappelijke ondersteuning en dus geen maatwerkvoorziening kan verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk15Beëindigen, herzien, terugvorderen en opschorten van de voorziening In paragraaf 8.4 van de Verordening sociaal domein gemeente Kampen zijn regels opgenomen over wanneer de gemeente een besluit tot ondersteuning kan beëindigen, herzien of opschorten en de voorziening kan terugvorderen. In dit hoofdstuk worden deze regels nader toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.1Het beëindigen van de aanspraak op een maatwerkvoorziening De gemeente kan de aanspraak op hulp-op-maat (een maatwerkvoorziening) beëindigen. De gemeente beëindigt de hulp-op-maat als de inwoner per direct of in de toekomst geen recht meer heeft op de hulp-op-maat. Is de hulp-op-maat in bruikleen verstrekt, dan kan de gemeente de opdracht geven om de voorziening op te halen bij de inwoner of zijn familie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan de aanspraak op hulp-op-maat bijvoorbeeld in de volgende gevallen beëindigen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwoner verhuist naar een andere gemeente en krijgt recht op een maatwerkvoorziening in de andere gemeente;</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwoner is voldoende hersteld van zijn beperkingen en behoort niet meer tot de doelgroep van de Wmo 2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwoner komt te overlijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwoner krijgt een WLZ-indicatie met behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.2Het intrekken of herzien van een besluit tot ondersteuning Het gedeeltelijk of helemaal ongedaan maken van een recht op een maatwerkvoorziening (hulp-op-maat) over een periode in het verleden wordt herzien of intrekken van het besluit genoemd. Bij het herzien van een besluit beslist de gemeente met terugwerkende kracht opnieuw over het recht op maatschappelijke ondersteuning waarbij de aanspraak op een maatwerkvoorziening over een periode in het verleden afwijkend wordt vastgesteld. Bij het intrekken van een besluit beslist de gemeente met terugwerkende kracht opnieuw over het recht op maatschappelijke ondersteuning over een periode in het verleden waarbij de gemeente vaststelt dat er geen recht op ondersteuning heeft bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente bepaalt per wanneer een herziening of intrekking in gaat. De gemeente houdt hierbij rekening met de situatie van de inwoner en treedt zorgvuldig op. Zo geeft de gemeente de inwoner enige tijd om zich voor te bereiden op de gewijzigde situatie. Hoe lang de termijn is die de gemeente hanteert, is afhankelijk van de situatie. Vindt de intrekking of herziening plaats omdat de inwoner niet de juiste informatie heeft verstrekt dan is deze termijn korter dan wanneer een inwoner bijvoorbeeld gaat verhuizen naar een Wlz-instelling. De gemeente kiest dan vaak een termijn die nodig is om de Wlz-zorg zorgvuldig in de plaats te laten komen van de Wlz-zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan een besluit waarin een maatwerkvoorziening wordt toegekend intrekken of herzien in de hierna genoemde gevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.2.1Onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt De gemeente kan een besluit waarin wordt besloten een maatwerkvoorziening (hulp op maat) te verstrekken, intrekken of herzien als een inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en als het verstrekken van juiste of volledige gegevens tot het niet of anders verstrekken van een maatwerkvoorziening had geleid. Het gaat hier om informatie waarvan de inwoner redelijkerwijs had kunnen weten dat hij deze informatie had moeten verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een inwoner bijvoorbeeld de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden van de gemeente heeft gekregen terwijl hij niet heeft doorgegeven dat hij met een gezonde partner samenwoonde die het huishouden ook alleen kon doen, dan kan de gemeente het besluit waarin hulp bij het huishouden werd toegekend, weer intrekken. Als de gemeente namelijk had geweten dat de inwoner samenwoonde met een gezonde partner die het huishouden ook alleen kon doen, dan had de gemeente niet de voorziening hulp bij het huishouden toegekend. Door het besluit waarin de voorziening hulp bij het huishouden is toegekend in te trekken, heeft de inwoner nooit recht gehad op de voorziening hulp bij het huishouden van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.2.2Maatwerkvooorziening (dit kan ook een PGB zijn) niet langer nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente onderzoekt van tijd tot tijd of er aanleiding is om een beslissing tot de verstrekking van een maatwerkvoorziening of daaraan gekoppeld PGB te heroverwegen. Als een inwoner niet langer de voorziening nodig heeft, kan de gemeente de maatwerkvoorziening intrekken. De gemeente kan ook buiten de standaard onderzoeksmomenten bekijken of een inwoner de voorziening nog nodig heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.2.3Maatwerkvoorziening (dit kan ook een PGB zijn) is niet meer passend Als de maatwerkvoorziening (hulp op maat) (met een eventueel daaraan gekoppeld PGB) niet meer passend is voor de inwoner, dan kan de gemeente de maatwerkvoorziening intrekken of de ondersteuning van de inwoner aanpassen (herzien).</p>\n<p class=\"lf-p\">15.2.4De inwoner voldoet niet aan de voorwaarden (hieronder valt ook het PGB) Als een inwoner niet meer aan de voorwaarden voldoet die de gemeente aan de verstrekking van de maatwerkvoorziening (hulp op maat) heeft verbonden, dan kan de gemeente de beslissing, waarin werd besloten een maatwerkvoorziening te verstrekken, herzien of intrekken. Als een inwoner bijvoorbeeld de besteding van een PGB niet kan verantwoorden met nota’s, terwijl dit wel een voorwaarde was bij de verstrekking, dan kan de gemeente met terugwerkende kracht dit PGB intrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.2.5Maatwerkvoorziening (hieronder valt ook het PGB) niet gebruiken of voor ander doel Als blijkt dat een inwoner de maatwerkvoorziening (hulp op maat) niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor de gemeente de ondersteuning heeft verstrekt, dan kan de gemeente het besluit waarin de ondersteuning werd verstrekt intrekken of herzien. Dit betekent dat de inwoner dan geen of recht op andere ondersteuning heeft gehad. De gemeente kijkt wel altijd naar de individuele omstandigheden van de inwoner. Als een inwoner tijdelijk geen gebruik maakt van een voorziening, bijvoorbeeld vanwege een ziekenhuisopname, zal de gemeente de voorziening mogelijk tijdelijk opschorten. Wanneer echter duidelijk is dat de voorziening door de inwoner niet wordt gebruikt of wanneer hij ook zonder of met minder ondersteuning af kan, kan de gemeente de beslissing waarin de ondersteuning werd toegewezen herzien of intrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.2.6PGB niet binnen 6 maanden na uitbetaling gebruikt Gebruikt een inwoner een toegekend PGB (hulp op maat in de vorm van een PGB) niet binnen 6 maanden voor datgene waarvoor het PGB is toegekend, dan kan de gemeente het recht op het PGB intrekken. De gemeente gaat er dan vanuit dat de inwoner het PGB niet nodig heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.2.7Niet voldoende meewerken aan (her)onderzoek Als een inwoner niet voldoende meewerkt aan een (her)onderzoek naar het recht op de voorziening en als hierdoor de gemeente niet voldoende informatie kan verzamelen, kan de gemeente mogelijk de toegekende maatwerkvoorziening (hulp op maat) intrekken of herzien. De gemeente kan dan namelijk mogelijk het recht op de voorziening niet meer vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.2.8Langer dan 13 weken in een Wlz-instelling of in een Zvw-instelling Als een inwoner langer dan 13 weken verblijft in een Wlz-instelling of instelling in het kader van de Zvw, dan heeft de inwoner de maatwerkvoorziening (hulp op maat) mogelijk niet meer nodig. In dat geval kan de gemeente het besluit waarin aan de inwoner een maatwerkvoorziening is toegekend, intrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.3Terugvordering van de voorziening Nadat de gemeente een besluit tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening (hulp op maat) heeft ingetrokken of heeft herzien, kan de gemeente mogelijk de geldswaarde van de voorziening of het PGB terugvorderen van de inwoner. Na het intrekken of herzien van de maatwerkvoorziening bestond er immers geen recht of minder recht op de maatwerkvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan de geldswaarde van de verstrekte maatwerkvoorziening of het PGB terugvorderen van de inwoner als: de gemeente het besluit waarin de maatwerkvoorziening is toegekend, intrekt of herziet omdat de inwoner opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt; èn de gemeente een andere beslissing had genomen als de inwoner geen onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt aan de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.4Opschorten van het PGB De gemeente kan aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het PGB (hulp op maat in de vorm van een PGB) helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat de gemeente een besluit heeft genomen om het PGB in te trekken of toch voort te zetten. Dit kan de gemeente doen als: de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; of de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die hoorden bij de verstrekking van de maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB; of de inwoner het PGB niet of voor een ander doel heeft gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofstuk 16 Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen 2015 Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten in de collegevergadering van 18 juni 2019.Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen,A. Griekspoor- Verdurmen, secretarisdrs. mr. B. Koelewijn, burgemeesterBIJLAGE1Afwegingskader gebruikelijke hulp Inleiding De verstrekking van een maatwerkvoorziening (Wmo) of individuele voorziening (Jeugdwet) vindt plaats aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen, en vormt samen met de inzet van de eigen kracht of, indien van toepassing, gebruikelijke hulp of mantelzorg een samenhangend ondersteuningsaanbod, ofwel maatwerk. Daarmee is de rol van de gemeente altijd aanvullend op wat iemand zelf (nog) kan doen, al dan niet met behulp van zijn omgeving en is de eigen verantwoordelijkheid een belangrijk thema in de Wmo en de Jeugdwet1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder het begrip eigen verantwoordelijkheid valt de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg en hulp van andere personen uit het sociale netwerk2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruikelijke hulp is “de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten”. Hiervoor is geen voorziening krachtens Wmo of Jeugdwet mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat vinden we redelijk als het gaat om gebruikelijke hulp?</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de zorg de gebruikelijke hulp overstijgt, moet er dan een voorziening worden geleverd? In welke verhouding staat gebruikelijke hulp tot mantelzorg? Wanneer vinden we het reëel en redelijk om een pgb te verstrekken voor zorg die wordt verricht door een huisgenoot?</p>\n<p class=\"lf-p\">Over deze vraagstellingen gaat dit afwegingskader. Het kader heeft tot doel om ten behoeve van de uitvoeringspraktijk – zowel in relatie tot de eventuele verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura als in de vorm van een pgb - het begrip gebruikelijke hulp nader te concretiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene uitgangspunten gebruikelijke hulp De redelijkheid bepaalt wat als gebruikelijke hulp kan worden geduid.3 Wat redelijk is hangt af van de specifieke situatie van een klant en zijn huisgenoten4. Iedere situatie is anders: maatwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om een evenwicht tussen draagkracht en draaglast. Kan de last (naar algemeen aanvaarde opvattingen) in redelijkheid gedragen worden door de huisgenoot? Het antwoord op deze (feitelijke) vraag is voor iedereen anders. Relevante toets-elementen zijn in dat kader:</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonskenmerken van degene die ondersteuning nodig heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">De benodigde ondersteuningsintensiteit (aard en frequentie zorghandelingen, mate van planbaarheid, mate van uitstelbaarheid, mate van toezicht, omvang in tijd, korte of langdurige (chronische) situatie …);</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonsituatie / samenstelling gezin (één- of tweeoudergezin, aantal kinderen, leeftijd kinderen …); (Verplichte) activiteiten van huisgenoot (werk, school, hoeveel uur …). Hierbij geldt overigens als uitgangspunt dat het hebben van een baan of het volgen van een opleiding het leveren van gebruikelijke hulp niet per definitie in de weg staat. Dit geldt ook andere activiteiten in het kader van participatie van een huisgenoot (hobby, vrijwilligerswerk …);</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennis en vaardigheden (waaronder begrepen de leerbaarheid) van huisgenoot om de benodigde ondersteuning te leveren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezondheidssituatie van huisgenoot waaronder mede begrepen de draagkracht / belastbaarheid van de huisgenoot. Hierbij speelt ook de eigen verantwoordelijkheid van de huisgenoot een rol. Van een huisgenoot mag, binnen de grenzen van redelijkheid, worden verwacht dat inspanningen worden geleverd om zijn draagkracht/belastbaarheid te vergroten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeftijd van huisgenoot;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal netwerk (inzet / ondersteuning van anderen uit netwerk);</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wmo en Jeugdwet dienen geplaatst te worden in een breder kader van sociale wetgeving. Ondersteuningstaken die verricht moeten worden, kunnen onder een andere wet vallen. Denk bijvoorbeeld aan persoonlijke verzorging (Zvw) in relatie tot Wmo of de Wet Kinderopvang in relatie tot de Jeugdwet. Zie in dat kader ook artikel 1.2 Jeugdwet en artikel 2.3.5, vijfde lid, Wmo 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wmo en Jeugdwet maken o.a. via artikel 2.3.5, vijfde lid Wmo en de artikelen 2.3 en 2.4 Jeugdwet expliciet dat het college bij de vervulling van haar taken rekening houdt met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de cliënt. Deze eis betekent niet dat met een beroep op gezindheid/levensovertuiging en/of culturele achtergrond iedere specifieke zienswijze van een aanvrager moeten worden gehonoreerd. Indien een Islamitische vrouw met beperkingen huishoudelijke hulp aanvraagt, zal deze sowieso worden afgewezen op het moment dat haar man de taken kan overnemen. Het argument dat het in haar cultuur niet gebruik is dat de man huishoudelijke taken verricht, wordt terzijde geschoven. Het wordt anders indien het gaat om situaties die onverenigbaar zijn met gezindheid, overtuiging of achtergrond. Denk hierbij aan het verplicht ruimte geven door de gemeente aan huisgenoot om op gezette tijden geloof te belijden in kerk, synagoge of moskee, het respecteren van godsdienstige feestdagen, reinheidsrituelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wmo: Bij volwassenen onderling kan van partners ten opzichte van elkaar verondersteld worden dat een groot deel van het sociaal verkeer gezamenlijk plaatsvindt, en begeleiding onderling dus gebruikelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wmo: In het kader van de huishoudelijke ondersteuning is het uitgangspunt dat de leefeenheid primair verantwoordelijk is voor het uitvoeren van alle huishoudelijke taken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geleverde zorg door de huisgenoot die de gebruikelijke hulp in omvang en intensiteit overstijgt, is primair mantelzorg. De inzet van (vrijwillige) mantelzorg (in het verlengde van gebruikelijke hulp) maakt dat een maatwerk- c.q. individuele voorziening niet aan de orde is. Een mogelijk gevaar voor overbelasting van de mantelzorger dient uiteraard in ogenschouw te worden genomen. Overbelasting van de mantelzorger of dreiging daarvan kan ertoe leiden dat (alsnog) een voorziening geïndiceerd dient te worden. De verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is overigens geen passende voorziening indien het de bedoeling is dat de benodigde zorg met pgb-gelden ingezet blijft worden door dezelfde overbelaste huisgenoot/mantelzorger. Overbelasting van een mantelzorger, of de dreiging daarvan, kun je niet compenseren met een geldelijke vergoeding voor de taken. In geval van overbelasting dienen zorgtaken juist weggenomen worden en dient de zorg dus door (andere) zorgverlener(s) uitgevoerd te worden (via pgb dan wel zin).</p>\n<p class=\"lf-p\">Los van overbelasting, moet bij de aanvraag van een voorziening in de vorm van een pgb waarbij de intentie is dat de zorginzet (die gebruikelijke hulp én mantelzorg overstijgt!) wordt geleverd door de huisgenoot altijd worden getoetst of dit voor de cliënt een passende voorziening is, bijvoorbeeld als het gaat om aanleren van vaardigheden waarvoor specifieke kennis/kunde is vereist5. ____________________________________ 1 Zie artikel 1.2.1 Wmo 2015. Zie v.w.b. Jeugdwet: artikel 2.3, eerste lid. Zie voor jeugd ook in het algemeen bepalingen in het Burgerlijk Wetboek inzake verplichtingen van ouders tot verzorging en opvoeding (art. 1: 82 en 247).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Zie artikel 2.3.5., derde lid Wmo 2015. De termen mantelzorg en gebruikelijke hulp komen niet expliciet / tekstueel voor in de Jeugdwet. De opvattingen inzake de eigen inzet van ouders / het gezin en het sociale netwerk zijn evenwel dezelfde (met de term “eigen kracht” als basis). Zie bijvoorbeeld artikel 2.3, eerste lid, en artikel 2.1 eerste lid , onder d, Jeugdwet maar zie ook nadrukkelijk de Memorie van Toelichting: de positionering van de individuele voorziening aanvullend op de eigen kracht. In relatie tot de term eigen kracht worden in de MvT van de Jeugdwet de termen gebruikelijke hup en mantelzorg expliciet benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Zie de term “redelijkheid” expliciet in de definitie van ‘gebruikelijke hulp’ in de Wmo 2015. Voor wat betreft Jeugd wordt de redelijkheid als toets element in deze beleidslijn expliciet gemaakt. Zie reeds hetgeen gesteld in voetnoot 2 maar zie bijvoorbeeld ook de zinsnede ”naar het oordeel van het college” in artikel 2.3, eerste lid, Jeugdwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Onder het begrip “huisgenoot” scharen we alle bewoners op één adres met uitzondering van een huurder van een kamer in de woning van de zorgvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Zie v.w.b Jeugdwet: artikel 8.1.1., tweede lid Maar wanneer overstijgt de inzet van de huisgenoot gebruikelijke hulp en daarna eventueel de (vrijwillige en niet afdwingbare) mantelzorg en kun je in redelijkheid de zorginzet door de huisgenoot met pgb geldelijk belonen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Mede beredeneerd vanuit de wettelijke definitie van mantelzorg6 en de Memorie van Toelichting7 kan de huisgenoot als pgb-dienstverlener zorg leveren indien de geboden hulp in de totale context van de inzet door de huisgenoot het karakter krijgt van intensieve en professionele hulpverlening zoals een professional die zou leveren. Dit impliceert dat de huisgenoot niet louter een pgb-dienstverlener kan zijn. Een eventuele rol als dienstverlener is altijd aanvullend op de rol die de huisgenoot reeds heeft in het kader van gebruikelijke hulp en mantelzorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat het ook mogelijk moet zijn dat een huisgenoot zijn/haar baan (deels) opzegt om via pgb-gelden als dienstverlener (tarief: particuliere inzet) zorginzet te plegen (naast de zorginzet via gebruikelijke hulp en mantelzorg).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij dient wel, zoals reeds verwoord, nadrukkelijk vanuit inhoud / kwaliteit, getoetst te worden of het in het belang van de cliënt is dat de huisgenoot de hulpverlening biedt. Indien dat niet het geval is, zal een pgb-aanvraag worden afgewezen c.q. zal de gemeente de voorwaarde stellen dat met een pgb alleen professionele ondersteuning mag worden ingekocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De term “bovengebruikelijke zorg” (zoals gehanteerd onder AWBZ) hanteren we beleidsmatig niet meer. De term herbergt namelijk het risico in zich dat in het indicatieproces voor wat betreft het bepalen van gemeentelijke inzet (verstrekken voorziening, ook qua omvang) sec een vergelijk wordt gemaakt tussen de zorgbehoevende persoon en een vergelijkbaar persoon zonder zorgbehoefte8 terwijl dat niet de toets is die moet worden gemaakt. De toets zoals we die maken in het kader van de Wmo en Jeugdwet betreft een redelijkheidstoets en dat gaat verder dan sec de vraag of geboden ondersteuning als “normaal” of “gangbaar” betiteld kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van het onderzoek inzake de inzet van gebruikelijke hulp door huisgenoten kan het horen/spreken van de betreffende huisgenoten door de consulent aan de orde zijn. Huisgenoten hebben hiertoe een medewerkingsverplichting.9 Beperkingen in de belastbaarheid (fysiek en / of emotioneel) van een huisgenoot kunnen, indien nodig, worden beoordeeld door of onder verantwoordelijkheid van een door de gemeente in te schakelen arts/onafhankelijk deskundige. _______________________________________ 6 Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 P. 31/32 MvT Wmo 2015: “… Hoewel de regering de inzet van het sociale netwerk zeer waardevol vindt, acht zij het wenselijk dat beloning daarvan met een persoonsgebonden budget beperkt blijft tot die gevallen waarin dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Een gemeente kan dit het beste beoordelen in samenspraak met de cliënt…”</p>\n<p class=\"lf-p\">8 CIZ-indicatiewijzer 2014, hdsk 4, p. 55: “Er is sprake van bovengebruikelijke zorg, als de voor het kind noodzakelijke zorg … uitgaat boven de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft …”</p>\n<p class=\"lf-p\">9 De Centrale Raad van Beroep (zie o.a. CRvB 25-07-2011, nr. 11/3714 WMO-VV, CRvB 17-10-2012, nrs. 10/5275 WMO e.a., CRvB 24-10-2014, nr. 12/3059 WMO) hanteert de lijn dat huisgenoten dienen mee te werken aan het onderzoek tot het bepalen van noodzaak en omvang van de inzet van een maatschappelijke voorziening. Niet meewerken kan in redelijkheid betekenen dat een aanvraag wordt afgewezen vanwege het niet kunnen vaststellen van een recht. Niet valt in te zien waarom deze zienswijze alleen van toepassing is op Wmo en niet van toepassing zou zijn op de Jeugdwet. Vandaar dat de uitgangspunten zoals geformuleerd door de CRvB inzake Wmo analoog van toepassing worden geacht op de Jeugdwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden Gezin bestaat uit vader en moeder en twee kinderen van 14 en 12. De zoon van 14 heeft een vorm van autisme. Hij gaat naar speciaal onderwijs. De ouders oefenen regelmatig met hun zoon thuis het gebruik van pictogrammen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag: Kunnen de ouders een pgb-budget krijgen voor wat betreft de tijd die nodig is om de zoon het gebruik van pictogrammen te leren?</p>\n<p class=\"lf-p\">Antwoord: Nee. Je mag in redelijkheid van ouders verwachten dat zij dit soort oefeningen doen met hun kind. Deze inzet valt onder gebruikelijke hulp. Je kunt hier ook een vergelijk maken met ouders met schoolgaande kinderen die kinderen helpen bij huiswerk, overhoren in geval een proefwerk … Zie casus onder a. De betreffende zoon heeft ook fysieke beperkingen en is niet in staat om zichzelf te wassen en aan te kleden. De moeder van de jongen staat iedere ochtend een half uur eerder op om haar zoon te verzorgen / aan te kleden. Vader doet dit ’s avonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag: Kunnen de ouders een pgb-budget krijgen voor wat betreft de tijd die nodig is om de zoon te wassen en aan te kleden?</p>\n<p class=\"lf-p\">Antwoord: Het feit dat het niet gewoon is om een zoon van 14 te moeten wassen en aankleden maakt nog niet dat de zorginzet niet van ouders verwacht kan worden in het kader van gebruikelijke hulp. Voor zorginzet die niet door ouders geleverd kan worden is meer nodig. Denk bijvoorbeeld aan het ontbreken van eventueel benodigde specifieke vaardigheden bij ouders tot bewassing / aankleding en deze vaardigheden kunnen ook niet aangeleerd worden. De benodigde zorgintensiteit in relatie tot het hebben van een baan, de zorg voor andere aanwezige kinderen …: de context van de casus bepaalt of in alle redelijkheid van de ouders verlangd kan worden dat zij bepaalde zorgtaken in het kader van gebruikelijke hulp of eventueel in het verlengde daarvan via mantelzorg ter hand nemen. Wat ook nog een aspect kan zijn in dit soort kwesties is de vraag of de zoon van 14 dergelijke intieme verzorging wil ontvangen van zijn ouders (en omgekeerd). Indien de zoon de betreffende verzorging niet wil ontvangen of de ouder wil de zorg niet leveren, dan kan in redelijkheid zorgverlening door een ander (via pgb of zin) aan de orde zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie casus onder a. en b. De ouders dreigen overbelast te raken. Door alle inzet die zij jegens hun zoon plegen komen zij onvoldoende toe aan het reguliere huishouden. De ouders vragen Wmo-huishoudelijke ondersteuning aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag: Dient de gemeente huishoudelijke ondersteuning toe te kennen ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Antwoord: Ook hier hangt het antwoord weer af van de specifieke context van de casus. Primair kun je stellen dat mensen, gezond van lijf en leden, zelf geacht worden het huishouden te doen. In deze casus is veel (extra) zorg nodig voor een kind met lichamelijke en geestelijke beperking waardoor je wellicht in redelijkheid huishoudelijke ondersteuning kunt toekennen. Puur beschouwd vanuit budgettaire overwegingen zou het zelfs de voorkeur kunnen hebben om huishoudelijke ondersteuning toe te kennen in plaats van een duurdere voorziening in het kader van de specifieke zorginzet voor de zoon. De huishoudelijke ondersteuning die wordt toegekend kan, - indien het een pgb betreft – overigens niet door de ouders zelf worden ingezet. Dit laatste vanuit het principe dat (dreigende) overbelasting niet kan worden gecompenseerd met een budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let wel: in een casus als deze kan aan de ouders in redelijkheid ook (in aanvulling op de zorginzet over de boeg van gebruikelijke hulp en evt. mantelzorg) een maatwerkvoorziening begeleiding of /en persoonlijke verzorging worden verstrekt in plaats van maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Dat h.o. goedkoper is voor de gemeente dan begeleiding en/of pv doet daar niet aan af. In een casus als deze mogen ouders in alle redelijkheid een keuze maken v.w.b. hun type inzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie casus onder a., b. en c. De ouders dreigen overbelast te geraken. Een belangrijk aspect daarin betreft het feit dat beide ouders fulltime werken in loondienst. In de praktijk werkt de vader echter geen 40-urige werkweek maar wel 60 tot 70 uur. De ouders vragen ondersteuning aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag: Dient de gemeente ondersteuning toe te kennen ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Antwoord: Dat de ouders overbelast dreigen te raken, kan verband houden met andere factoren dan de zorginzet voor een kind. In deze casus lijkt het reëel te veronderstellen dat de overbelasting (deels) het gevolg is van stelselmatig teveel uren werken in plaats van de zorg voor het kind. De oplossing zit dan ook primair in een genormaliseerde ureninzet op het werk. Het is aan de ouder om daarover het gesprek aan te gaan met zijn werkgever. In alle redelijkheid kan het een optie zijn om tijdelijk ondersteuning te bieden teneinde de ouders de ruimte te geven om tot genormaliseerde werktijden te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie casus onder a, b, c en d. De vader is druk om zijn uren te normaliseren. Hij heeft in goed overleg daarvoor duidelijke afspraken gemaakt met zijn werkgever. Dat gaat evenwel niet van de een op de andere dag en zal zeker nog 2 maanden duren. Ondertussen moet de zorg wel geleverd worden aan hun kind. Moeder heeft met haar werkgever kunnen afspreken dat zij voor de duur van deze 2 maanden 10 uur minder kan werken (onbetaald zorgverlof). Voor deze 10 uur wordt nu een pgb aangevraagd met moeder als dienstverlener.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag: Moet de gemeente deze 10 uur begeleiding in de vorm van een pgb toekennen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Antwoord: Dat de man niet in staat is (na een patroon van 10 à 15 jaar) om zijn werkweek per direct terug te brengen naar 40 uur, is begrijpelijk. Hij heeft in ieder geval zijn verantwoordelijkheid genomen en de veranderingen zijn in gang gezet. Ondertussen kan de vrouw vanwege haar afspraak met haar werkgever de begeleiding bieden. Ervan uitgaande dat de zorg (aanvullend op hetgeen de ouders al leveren in het kader van gebruikelijke hulp en mantelzorg) prima kan worden geleverd door de vrouw kan voor de duur van 2 maanden in alle redelijkheid een pgb worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2Vervolg beleidsregels bij hoofdstuk 9 Beschermd wonen 1. Mandaat De gemeenten Dalfsen, Hardenberg, Kampen, Ommen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle (regio IJssel-Vecht) hebben de bevoegdheid tot het nemen van alle noodzakelijke besluiten en handelingen in het kader van de maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening sociaal domein gemeente Kampen bij de Centrale Toegang (GGD IJsselland) belegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit houdt onder andere in:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beslissen op aanvragen voor een voorziening beschermd wonen (het bepalen van de toegang), Het beslissen op aanvragen voor een voorziening beschermd wonen in de vorm van een persoonsgebonden budget en de hoogte van het budget daarvan, Het herzien of intrekken van een beslissing op een aanvraag voor beschermd wonen, Het nemen en verrichten van alle noodzakelijke voorbereidingshandelingen en –beslissingen, alsmede het besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen, Het beslissen op een bezwaar tegen de hiervoor genoemde besluiten is gemandateerd aan het bestuur van GGD IJsselland.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Procedure: van melding naar aanvraag Een cliënt, woonachtig in één van de gemeenten van de regio IJssel-Vecht, die op dat moment nog niet beschermd woont, meldt zich eerst bij de gemeente Kampen. De bedoeling is dat dat wat voorliggend opgelost kan worden ook op die wijze plaatsvindt. Concludeert de gemeente Kampen echter dat beschermd wonen de best passende oplossing is, dan wordt de melding doorgezet naar de Centrale Toegang van GGD IJsselland.</div>\n<p class=\"lf-p\">Cliënten die een heraanvraag doen, in een klinische opname verblijven, in een jeugdzorginstelling verblijven, gedetineerd zijn, of gebruik maken van de maatschappelijke opvang (in de regio), melden zich rechtstreeks bij de Centrale Toegang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermd wonen is landelijk toegankelijk. Cliënten kunnen zich dus ook tot andere gemeenten wenden voor opvang en beschermd wonen. De handreiking en beleidsregels landelijke toegankelijkheid van beschermd wonen zijn van toepassing10.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding wordt gedaan via de website van GGD IJsselland en bestaat uit het beantwoorden van een vragenlijst plus het meesturen van relevante stukken zoals diagnostiek en bij een herindicatie een evaluatieverslag van de afgelopen periode en een actueel begeleidingsplan. Als de melding compleet is, start het onderzoek en wordt de cliënt uitgenodigd voor een gesprek met een medewerker van de Centrale Toegang. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt, dit gespreksverslag dient vervolgens als aanvraag. Op de aanvraag volgt een beschikking. Indien de cliënt de ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget wil ontvangen moet de cliënt eerst een pgb-plan maken en wordt beoordeeld of de cliënt (of zijn vertegenwoordiger11) voldoende in staat is om een pgb te beheren en of de ondersteuning voldoende veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Het besluit in de beschikking (toekenning of afwijzing) wordt altijd gemotiveerd. De tijd tussen eerste melding en beschikking is maximaal 8 weken. De afgegeven beschikkingen staan open voor bezwaar. Dit kan binnen 6 weken na afgifte ingediend worden bij het bestuur van GGD IJsselland. Inwoners van Staphorst kunnen het bezwaar indienen bij de gemeente Staphorst. _____________________________________ 10 Zie handreiking landelijke toegankelijkheid beschermd wonen 2016 en nadere toelichting op handreiking.</p>\n<p class=\"lf-p\">11 Onder ‘vertegenwoordiger’ wordt verstaan: uw curator, uw mentor, uw gevolmachtigde, uw echtgeno(o)t(e), uw geregistreerd partner of uw ouder, kind, broer of zus.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Afwegingskader Het besluit tot een toekenning beschermd wonen is maatwerk en afhankelijk van vele factoren. Het besluit dient goed gemotiveerd te worden.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.1 Wet- en regelgeving Volgens de Wmo 2015 is beschermd wonen het wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Wmo 2015 en in de Verordening sociaal domein gemeente Kampen zijn de juridische kaders opgenomen die gehanteerd worden bij de afwegingen om al dan niet te besluiten tot toegang tot beschermd wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Afbakening met andere domeinen Naast de Wmo 2015 zijn er ook andere financieringsvormen op het gebied van GGZ. Het gaat dan om verblijf gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg en de Wet forensische zorg die voorliggend aan beschermd wonen op grond van de Wmo is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgverzekeringswet Er is sprake van zorg uit de Zorgverzekeringswet wanneer de aanwezigheid van een psychiater of arts in de directe nabijheid van de cliënt noodzakelijk is. Het wonen maakt integraal onderdeel uit van de behandeling. Het eerste jaar zorg met verblijf en behandeling wordt via een Diagnose Behandelcombinatie (DBC) uit de Zorgverzekeringswet bekostigd. Jaar 2 en 3 worden ook uit de Zorgverzekeringswet betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet langdurige zorg De Wet langdurige zorg regelt en financiert de langdurige intramurale zorg voor ouderen, gehandicapten en GGZ-patiënten waarbij de behandelaar in de directe nabijheid moet zijn (langer dan 3 jaar).</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet forensische zorg De Wet forensische zorg regelt en financiert de zorg voor cliënten met een justitiële forensische zorgtitel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 Aard van de problematiek Psychiatrische problematiek of ernstige psychosociale problemen De grondslag (ofwel de reden voor de aanvraag en het afgeven van een positieve beschikking) is gebaseerd op de constatering dat het gaat om psychiatrische stoornissen of ernstige psychosociale problematiek. Daarbij kan sprake zijn van verstandelijke -, lichamelijke - of zintuiglijke problematiek, echter de psychiatrische problemen staan op de voorgrond. Voorgaande betekent dat er geen beschermd wonen plaatsen bezet kunnen worden door personen waarbij andere problemen op de voorgrond staan.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Psychiatrische problematiek Het vaststellen van psychiatrische problematiek (op basis van relevant onderzoek/diagnostiek) gebeurt door of onder verantwoordelijkheid van een daartoe bevoegd deskundige (bijvoorbeeld een psychiater of GZ-psycholoog), verslaglegging hiervan wordt door de cliënt en/of zorgaanbieder overlegd op verzoek van de Centrale Toegang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Ernstige psychosociale problemen:</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze doelgroep kenmerkt zich door het ontbreken van voldoende maatschappelijke- en zelfredzaamheidsvaardigheden en het ontbreken van een bewuste zorgbehoefte. Er is daarnaast veelal sprake van (ernstige) gezondheidsproblemen en (ernstige) gedragsproblematiek. Veel cliënten hebben in het verleden zonder duurzaam resultaat (langdurige) trajecten binnen de hulpverlening gevolgd. Er is duidelijk sprake van een noodzaak om, met begeleiding, in te grijpen in een sterk verstoord leven. Velen van hen zijn, in mindere of meerdere mate, zorgmijder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een belangrijk kenmerk van de cliënten met ernstige psychosociale problemen die vanwege deze problematiek in aanmerking kunnen komen voor beschermd wonen, is dat er sprake is van ernstige ontregeling op meerdere of alle leefgebieden: wonen werk (lichamelijke en psychische) gezondheid vrije tijd inkomen sociale relaties maatschappelijk leven In toenemende mate is sprake van multiproblematiek (double en triple diagnosis), een combinatie van twee en vaak meerdere van onderstaande problemen: sterk vermoeden van psychiatrische- en verslavingsproblematiek* sterk vermoeden van een verstandelijke handicap* trauma als gevolg van (langdurig) geweld dak- en thuisloosheid schulden geen werk of dagbesteding geen of een klein sociaal netwerk (eenzaamheid en isolement) criminaliteit en/of detentieverleden *Van deze problemen is geen diagnose gesteld op grond waarvan een ‘psychiatrische aandoening/beperking’ of ‘verstandelijke handicap’ vastgesteld kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Noodzaak tot verblijf in een accommodatie van een instelling De toelating tot beschermd wonen (via centrumgemeente) kan alleen verstrekt worden indien de cliënt gaat verblijven in een accommodatie van de zorginstelling. Het gaat om mensen die (nog) niet in staat zijn of nog onvoldoende regie hebben om alle organisatorische en financiële aspecten rondom het beheren van een eigen woning te verzorgen. Dit vanuit de persoonlijke problematiek en niet vanuit externe zaken zoals (belasting)schulden of zwarte lijst woningcorporatie en dergelijke. Voorgaande betekent dat geen toelating tot beschermd wonen wordt afgegeven indien de cliënt in staat is om zelfstandig te blijven wonen, dan wel een uitdrukkelijke wens hiervoor heeft uitgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een cliënt kan zelfstandig wonen (eventueel met ambulante ondersteuning) als hij/zij in staat is zich op de volgende gebieden te handhaven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfverzorging; kan zichzelf verzorgen (persoonlijke verzorging, hygiëne, lichamelijke en geestelijke gezondheid (inclusief medicatie innemen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Financieel redzaam; kan weekbudget (laten) beheren, geld wordt besteed aan voeding of andere noodzakelijke kosten van bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan een hulpvraag stellen indien hij/zij ondersteuning wenst. Staat open voor begeleiding en laat de begeleider toe in haar of zijn woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan een hulpvraag (op eigen kracht of met hulp van zijn/haar omgeving) uitstellen; bijvoorbeeld naar de volgende dag of naar de volgende afspraak (zonder verergering van problemen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft iemand in de omgeving die hem/haar duurzaam wil ondersteunen bij het (uit)stellen van de hulpvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal redzaam; is in staat sociale contacten aan te gaan en te begrenzen (niet vereenzamen en geen grensoverschrijdend gedrag en overlast, ook niet van personen uit het netwerk die in de woning komen) Veiligheid; staat in voor zijn/haar veiligheid en vormt geen risico voor de maatschappij (agressie, gevaar, verwaarlozing, overlast).</p>\n<p class=\"lf-p\">Regievoering: is in staat om regie over het eigen leven te voeren (al of niet in samenspel met het eigen sociaal netwerk).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Toekennen of afwijzen 4.1 Toekennen Indien het onderzoek van de Centrale Toegang uitwijst dat beschermd wonen noodzakelijk is, dan dienen vervolgens de aard en omvang van de ondersteuning bepaald te worden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Zorgzwaarte In de regio IJssel-Vecht wordt gewerkt met de systematiek van zorgzwaarte pakketten (ZZP’s). Deze kunnen worden afgegeven in de klassen A tot en met D (voorheen 3 tot en met 6) en al dan niet in combinatie met dagbesteding (en eventueel vervoer). De motivatie voor het toegekende zorgzwaarte pakket wordt in de beschikking toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZZP A (voorheen 3C GGZ) Beschermd wonen met intensieve begeleiding Deze cliëntgroep heeft vanwege een psychiatrische aandoening intensieve begeleiding nodig. De cliënten hebben een veilige, weinig eisende en prikkelarme woonomgeving nodig die bescherming, stabiliteit en structuur biedt. De symptomatologie is bij deze cliënten naar de achtergrond geschoven en de ‘defecten’ staan op de voorgrond. De begeleiding is dan ook met name gericht op het omgaan met deze defecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Domein Toelichting Sociale redzaamheid Dagelijks meerdere malen intensieve begeleiding nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van verlies van zelfregie en van een verstoord dag- en nachtritme.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote problemen met het onderhouden van sociale relaties en het invullen van de dag. Tot deelname aan het maatschappelijk leven is men nagenoeg niet in staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Forse beperkingen in de besluitnemings- en oplossingsvaardigheden en bij het initiëren en uitvoeren van eenvoudige en complexere taken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding nodig bij het beheren van geld en het verrichten van administratieve handelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Psychosociaal/ cognitief Intensieve ondersteuning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van het begeleidingsdoel Stabilisatie en continuering van de situatie dan wel ontwikkelingsgericht. Er kan echter ook sprake zijn van begeleiding bij achteruitgang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) Behoefte aan toezicht of stimulatie met betrekking tot de persoonlijke verzorging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteit Geen hulp nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedragsproblematiek Terugkerend sprake zijn van enige gedragsproblematiek, maar die is hanteerbaar in de context van voortdurende begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit speelt met name bij reactief gedrag met betrekking tot interactie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Psychiatrische problematiek Varieert van passief tot actief. De psychiatrische symptomen zijn bij tijd en wijle lastig onder controle te krijgen; dan is intensivering van zorg gewenst (of bijstelling van medicatie).</p>\n<p class=\"lf-p\">ZZP B (voorheen 4C GGZ) Gestructureerd beschermd wonen met intensieve begeleiding en verzorging Deze cliëntgroep heeft vanwege een complexe psychiatrische aandoening intensieve begeleiding nodig. De cliënten hebben een structuur en toezicht biedende beschermende woonomgeving nodig, die deels een besloten karakter kan hebben (gecontroleerde in- en uitgang). Er is ondersteuning van taken op alle levensterreinen nodig inclusief hulp vanwege (somatische) gezondheidsbeperkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Domein Toelichting Sociale redzaamheid Dagelijks meerdere malen intensieve begeleiding nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van verlies van zelfregie en van een verstoord dag- en nachtritme.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote problemen met het onderhouden van sociale relaties en het invullen van de dag. Tot deelname aan het maatschappelijk leven is men meestal niet in staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Forse beperkingen in de besluitnemings- en oplossingsvaardigheden en bij het initiëren en uitvoeren van eenvoudige en complexere taken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding nodig bij het beheren van geld en het verrichten van administratieve handelingen. Ze reizen soms met begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Psychosociaal/ cognitief Intensieve ondersteuning nodig t.a.v. cognitieve/ psychische functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van het begeleidingsdoel Stabilisatie en continuering van de situatie dan wel ontwikkelingsgericht. Soms ook begeleiding bij achteruitgang Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) Vanwege gezondheidsproblemen vaak dagelijks behoefte aan hulp bij de persoonlijke verzorging (bijvoorbeeld als gevolg van problemen passend bij het ouder worden of door verwaarlozing van de gezondheid door het zwerven op straat).</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteit Geen hulp nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedragsproblematiek Er is sprake zijn van enige gedragsproblematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begeleiding is mede gericht op het beheersbaar houden van deze gedragsproblematiek en het omgaan met defecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Psychiatrische problematiek Actief van aard (de psychopathologie is floride, en/of er is sprake van actieve middelen verslaving). De problematiek wordt getracht onder controle te houden met medicijnen, indien van toepassing gecontroleerd gebruik van middelen en intensieve begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondslag De dominante grondslag voor dit cliëntprofiel is meestal een psychiatrische aandoening, psychische stoornis (waartoe ook verslaving behoort), mogelijk in combinatie met een somatische aandoening, een lichamelijke en/of verstandelijke handicap.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZZP C (voorheen 5C GGZ) Beschermd wonen met intensieve begeleiding en gedragsregulering Deze cliëntgroep heeft vanwege een complexe psychiatrische aandoening intensieve zorg en intensieve begeleiding nodig. De woonomgeving moet veel structuur, veiligheid en bescherming bieden, die deels een besloten karakter kan hebben (gecontroleerde in- en uitgang). Er is ondersteuning en overname van taken op alle levensterreinen nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Domein Toelichting Sociale redzaamheid Dagelijks meerdere malen intensieve begeleiding nodig die voortdurend nabij is, met daarnaast een sterk gestructureerde dagindeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nauwelijks in staat sociale relaties te onderhouden en de dag in te vullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot deelname aan het maatschappelijk leven is men niet in staat, noch geïnteresseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontbreken van de besluitnemings- en oplossingsvaardigheden. Het initiëren en uitvoeren van eenvoudige en complexere taken moet vaak worden overgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding nodig bij het beheren van geld en het verrichten van administratieve handelingen. Ze reizen veelal met begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Psychosociaal/ cognitief Intensieve ondersteuning nodig t.a.v. cognitieve/ psychische functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van het begeleidingsdoel Stabilisatie en continuering van de situatie dan wel ontwikkelingsgericht. Eventueel begeleiding bij achteruitgang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) Betreffende de verschillende aspecten behoefte aan toezicht en stimulatie en/of hulp. Er kunnen somatische problemen zijn die extra aandacht vragen als gevolg van zelfverwaarlozing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteit Geen hulp nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedragsproblematiek Ernstige gedragsproblematiek die, mede door intensieve begeleiding, voortdurend moet worden gereguleerd. Deze cliënten doen een groot beroep op hun sociale omgeving en zetten deze voortdurend onder druk met manipulatief gedrag. Ze zijn beperkt gevoelig voor correctie, hebben weinig inzicht in hun eigen aandeel bij interactieproblemen en een relatief beperkt leervermogen. Er is sprake van verbaal agressief gedrag, manipulatief, dwangmatig, destructief en reactief gedrag met betrekking tot interactie. Er kan sprake zijn van zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Psychiatrische problematiek Actief van aard (de psychopathologie is floride, en/of er is sprake van actieve middelenverslaving). De problematiek wordt getracht onder controle te houden met medicijnen, indien van toepassing gecontroleerd gebruik van middelen en intensieve begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondslag De dominante grondslag voor dit cliëntprofiel is meestal een psychiatrische aandoening, psychische stoornis (waartoe ook verslaving behoort), mogelijk in combinatie met een somatische aandoening, een lichamelijke en/of verstandelijke handicap.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZZP D (voorheen 6C GGZ) Beschermd wonen met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging Deze cliëntgroep heeft vanwege een complexe psychiatrische aandoening, in combinatie met een somatische aandoening, lichamelijke handicap of verstandelijke beperking, intensieve begeleiding en zorg nodig. De woonomgeving moet veel structuur, veiligheid en bescherming bieden en zijn aangepast aan de beperkingen van de cliënten (b.v. rolstoelgebruik). Er is veelal overname van taken op alle levensterreinen nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Domein Toelichting Sociale redzaamheid Dagelijks meerdere malen intensieve begeleiding nodig die voortdurend nabij is, met daarnaast een sterk gestructureerde dagindeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nauwelijks in staat sociale relaties te onderhouden en de dag in te vullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot deelname aan het maatschappelijk leven is men niet in staat, noch geïnteresseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontbreken van de besluitnemings- en oplossingsvaardigheden. Het initiëren en uitvoeren van eenvoudige en complexere taken moet vaak worden overgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding nodig bij het beheren van geld en het verrichten van administratieve handelingen. Ze reizen met begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Psychosociaal/ cognitief Intensieve ondersteuning nodig t.a.v. cognitieve/ psychische functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van het begeleidingsdoel Divers; zowel stabilisatie en continuering van de situatie, ontwikkelingsgericht en begeleiding bij achteruitgang zijn aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) Uitgebreide behoefte aan hulp, onder andere bij het eten en drinken en bij het zich wassen en kleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteit Het maken van transfers (in en uit bed; in en uit rolstoel) hulp nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedragsproblematiek Er is sprake van gedragsproblematiek. De begeleiding is mede gericht op het beheersbaar houden van deze gedragsproblematiek. psychiatrische problematiek Actief van aard (de psychopathologie is floride). De problematiek wordt getracht onder controle te houden met medicijnen en intensieve begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondslag De dominante grondslag voor dit cliëntprofiel is meestal een psychiatrische aandoening, psychische stoornis (waartoe ook verslaving behoort), in combinatie met een somatische aandoening, een lichamelijke en/of verstandelijke handicap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagbesteding Bij alle cliënten die een aanvraag voor beschermd wonen doen moet een afweging worden gemaakt of de toekenning met of zonder dagbesteding moet zijn. Voor ieder ZZP geldt dus dat er 2 varianten zijn, een ZZP inclusief dagbesteding en een ZZP exclusief dagbesteding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is dat werk (betaald of onbetaald) of opleiding voor een ieder het streven is, en indien dit niet mogelijk blijkt te zijn dat andere activiteiten worden ontplooid. Dagbesteding binnen een toekenning voor beschermd wonen is een structurele tijdsbesteding met een concreet en goed omschreven doel waarbij de cliënt actief wordt betrokken en die hem zingeving verleent. Onder dagbesteding wordt niet verstaan een reguliere dagstructurering die in de woon-/verblijfssituatie wordt geboden of een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">De centrale vraag rondom het al dan niet toekennen van dagbesteding is uiteraard in hoeverre dagbesteding noodzakelijk is. Indien er voorliggende mogelijkheden zijn (opleiding, een traject toeleiding naar werk, betaald of vrijwilligerswerk), dan dienen deze aangesproken te worden en wordt er geen dagbesteding bij het ZZP toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dagbesteding toegekend wordt, moet helder zijn waar deze dagbesteding plaats zal vinden en wat de inhoud hiervan is. De dagbesteding kan plaatsvinden bij een andere aanbieder dan de partij die het beschermd wonen aan de cliënt biedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervoer naar dagbesteding De cliënt is zelf verantwoordelijk om op de dagbestedingslocatie te komen. Alleen indien de cliënt vanwege een medische beperking niet in staat is de locatie op eigen gelegenheid te bereiken wordt vervoer geregeld door de aanbieder (bij in natura) of wordt het budget verhoogd (bij PGB). Dit is het geval wanneer de cliënt uit het oogpunt van doelmatige zorgverlening is aangewezen op passend vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Variant beschermd wonen: beschermd wonen 24/7 en begeleid wonen Er bestaan in de regio IJssel-Vecht twee varianten van beschermd wonen, namelijk beschermd wonen 24/7 en begeleid wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermd wonen (24/7): Cliënten wonen in een accommodatie van een aanbieder (een geclusterde accommodatie of in geclusterde zelfstandige appartementen/woningen. Begeleiding en toezicht is 24 uur per dag op de locatie zelf aanwezig een is direct in staat die begeleiding aan cliënten die nodig is te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleid wonen: Cliënten wonen in een accommodatie van een aanbieder. Deze woningen kunnen geclusterd zijn, maar dat hoeft niet. De ondersteuning omvat:</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding en toezicht op afspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding is 24 uur per dag oproepbaar en waar nodig binnen 30 minuten ter plaatse.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is regelmatig (gevraagd en ongevraagd) contact met de cliënt om na te gaan hoe het gaat met de cliënt (signalerende functie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Cruciale vraag bij de toekenning is of de cliënt zijn hulpvraag kan stellen en enige tijd kan uitstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duur van de toekenning De duur van de toekenning is maximaal 5 jaar. Veelal is de duur van de toekenning korter, omdat de Centrale Toegang inschat dat de zorgzwaarte of de variant binnen 5 jaar verandert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermd wonen in natura of met een PGB Beschermd wonen is beschikbaar bij aanbieders waarmee de gemeente een subsidierelatie heeft (in natura) of bij aanbieders waarbij de ondersteuning door de cliënt met een pgb wordt ingekocht. Indien de cliënt beschermd wonen in natura wil dan wordt de beschikking opgesteld. Indien de cliënt een pgb wil dan dient hij een PGB -plan op te stellen, waarna de Centrale Toegang bepaalt of de cliënt of zijn vertegenwoordiger voldoende bekwaam is voor het beheren van een pgb en de kwaliteit van de aanbieder die de ondersteuning biedt voldoende is. Zie hoofdstuk 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Toekenning beschermd wonen Indien de cliënt in aanmerking komt voor een toekenning beschermd wonen kan hij kiezen voor ondersteuning in natura of voor een PGB. Ondersteuning in natura wordt geboden door een aantal door de gemeenten gecontracteerde zorgaanbieders. Het PGB is bedoeld om zelf meer regie over de ondersteuning te hebben en maatwerk mogelijk te maken. Voor het verkrijgen van een PGB moet de cliënt aan bepaalde voorwaarden voldoen. De cliënt dient eerst een PGB -plan te maken en op basis daarvan wordt door de Centrale Toegang beoordeeld of de cliënt (of zijn vertegenwoordiger12) voldoende in staat is om een PGB te beheren en of de ondersteuning voldoende veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Voor het opstellen van het PGB -plan is een format en een instructie voor de cliënt beschikbaar. _____________________________________ 12 Onder ‘vertegenwoordiger’ wordt verstaan: uw curator, uw mentor, uw gevolmachtigde, uw echtgeno(o)t(e), uw geregistreerd partner of uw ouder, kind, broer of zus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekenning beschermd wonen in natura Indien de cliënt in aanmerking komt voor een toekenning beschermd wonen en deze in natura wil verzilveren wordt een beschikking opgesteld met een gemotiveerd besluit over de toekenning, de zorgzwaarte, wel of niet dagbesteding, de duur van de toekenning en de variant beschermd wonen 24/7 of begeleid wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er niet direct een plek beschikbaar dan wordt een beschikking afgegeven zonder ingangsdatum (deel 1) afgegeven. Deze wordt veranderd in een beschikking met ingangsdatum (deel 2) zodra de cliënt meldt dat een plek gevonden is en ook daadwerkelijk in de accommodatie van de instelling woont en staat ingeschreven. Op dat moment begint de duur van de toekenning te lopen. Deze beschikking staat open voor bezwaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekenning beschermd wonen met PGB De toekenning voor beschermd wonen met PGB wordt pas afgegeven nadat het PGB-plan is goedgekeurd. In hoofdstuk 5 van deze bijlage wordt beschreven hoe het PGB-plan wordt beoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het PGB-plan te kunnen invullen moet de cliënt weten of hij beschermd wonen krijgt toegekend, welke zorgzwaarte en wel of niet dagbesteding (met vervoer) krijgt toegekend. Deze informatie wordt in een brief bij het format en de instructie medegedeeld. Op deze brief is geen bezwaar mogelijk. NB De varianten beschermd wonen 24/7 en begeleid wonen hebben nog geen invloed op het PGB beschermd wonen en worden daarom niet benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2.1. Afwijzen aanvraag beschermd wonen De Centrale Toegang kan op basis van een aanvraag beschermd wonen tot de conclusie komen dat deze voorziening voor de aanvrager niet passend of noodzakelijk is. Dit gebeurt doorgaans wanneer de problematiek voorliggend, bijvoorbeeld op grond van andere wetgeving (zie 3.2) of individuele begeleiding, aangepakt kan worden. Indien de Centrale Toegang het voornemen heeft een aanvraag af te wijzen, wordt daarover allereerst contact opgenomen met de lokale toegang van de gemeente waarin de aanvrager woont. De reden hiervan is dat de aanvrager terugverwezen wordt naar de lokale toegang en tevens om te voorkomen dat een mogelijk verschil van inzicht een eventuele bezwaarprocedure compliceert. De afwijzing van een aanvraag beschermd wonen dient een motivatie te bevatten. Hierbij wordt verwezen naar bovenstaand afwegingskader (zie 3).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>PGB -aanvraag beschermd wonen 5.1 PGB-plan De PGB-aanvraag beschermd wonen bestaat uit een door de cliënt (samen met zijn vertegenwoordiger) ingevuld PGB-plan. Voor het PGB-plan beschermd wonen bestaat een format met een invulinstructie. Het PGB-plan wordt door de Centrale Toegang beoordeeld. Het PGB-plan wordt gebruikt om te beoordelen of de cliënt aan de voorwaarden voor een PGB voldoet Dit doet recht aan de eigen verantwoordelijkheid die budgethouders hebben. Vanaf het moment dat het format met invulinstructie aan de cliënt wordt toegezonden wordt de beslistermijn van 6 weken voor het behandelen van de aanvraag opgeschort. De beslistermijn begint weer te lopen vanaf het moment dat de cliënt het PGB -plan heeft ingeleverd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het PGB-plan is een door de cliënt zelf, al dan niet met een vertegenwoordiger, opgesteld plan dat weergeeft hoe het PGB wordt ingezet. Het PGB-plan bevat activiteiten die de cliënt in staat stellen zich zo spoedig mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de maatschappij. Het beschrijft de wijze waarop de zorgaanbieder aan de wensen van de cliënt voldoet (maatwerk). Het helpt de cliënt om doelen te stellen en de invulling van de ondersteuning verder af te stemmen met de zorgaanbieder. Het plan beschrijft welke ondersteuning wordt ingekocht en tegen welke prijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Beoordeling PGB-aanvraag Wettelijke criteria Om voor een PGB in aanmerking te komen moet een cliënt aan een aantal wettelijke criteria voldoen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvrager moet in staat zijn, al dan niet met hulp van zijn mantelzorger of zijn vertegenwoordiger, tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake te komen dan wel in staat is te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvrager moet motiveren waarom hij of zij een persoonsgebonden budget wenst;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoogde zorgaanbieder moet gewaarborgd zijn dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die met het persoonsgebonden budget betaald moeten worden, veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een PGB wordt nooit verstrekt als:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een PGB de afgelopen 3 jaar is stopgezet of afgewezen of ingetrokken, vanwege verkeerd gebruik of fraude Er sprake is van spoed/crisis.</p>\n<p class=\"lf-p\">De WSNP bewindvoerder mag niet ook het Pgb beschermd wonen beheren. Een WSNP bewindvoerder wordt toegewezen door de rechter om er voor te zorgen dat de cliënt zijn schulden aflost. De WSNP bewindvoerder is geen budgethouder. Deze taak wordt uitgevoerd door een beschermingsbewindvoerder. Er wordt gecheckt of de cliënt (of zijn vertegenwoordiger) bekend is in het register curatele en bewind https://curateleenbewindregister.rechtspraak.nl/.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3 Beoordeling PGB-plan Per cliënt is een individuele afweging nodig om te bepalen of wel of niet een PGB wordt toegekend. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt mee of de diensten in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. Het uitgangspunt van de regio IJssel-Vecht is dat de diensten die ingekocht worden met een PGB aan dezelfde eisen moeten voldoen als de ondersteuning in natura.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Centrale Toegang beoordeelt het PGB-plan, maar kan voor sommige aspecten ook de aanbieder benaderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">PGB-vaardigheid Contactgegevens budgethouder en budgetbeheerder Zijn de contactgegevens volledig en juist ingevuld?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is het Pgb-plan ondertekend door de budgethouder?</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een vertegenwoordiger optreedt als budgetbeheerder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de vertegenwoordiger bekend in het register curatele en bewind https://curateleenbewindregister.rechtspraak.nl/? Is dit het geval dan is de vertegenwoordiger niet geschikt als budgetbeheerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de rechterlijke uitspraak betreffende de aanwijzing tot voogd, bewindvoerder, curator of mentor ingeleverd?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft de vertegenwoordiger het Pgb-plan ondertekend?</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschikt de cliënt of zijn vertegenwoordiger over voldoende pgb-vaardigheden (zie het kader hieronder)?</p>\n<p class=\"lf-p\">PGB -vaardigheden De budgetbeheerder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Overziet de eigen situatie c.q. die van de budgethouder en heeft inzicht in de zorgvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is in staat om afspraken te maken en na te komen en hier verantwoording over af te leggen aan de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is voldoende vaardig om te communiceren met betrokken partijen, zoals verstrekkers en de SVB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is in staat om een overzichtelijke PGB -administratie bij te houden en zo ook toezicht te houden op de bestedingen van het PGB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is op de hoogte van de rechten en plichten aangaande het PGB, of weet die te vinden via de gebruikelijke websites of instanties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is in staat om onafhankelijk en zelfstandig keuzes te maken en zorgverleners te kiezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is in staat om de inzet van zorgverleners te coördineren om de continuïteit van zorg te borgen (ook bij verlof en ziekte).</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft voldoende kennis van juridische zaken die bijvoorbeeld horen bij het zijn van werk- of opdrachtgever en/of weet bij welke instanties hierover advies en informatie ingewonnen kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is in staat om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op diens functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteit van de in te kopen ondersteuning De kwaliteit van de in te kopen ondersteuning moet volgens de Wmo 2015 veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. De meer specifieke kwaliteitseisen staan vermeld in de Nadere regels kwaliteitseisen beschermd wonen PGB. De budgethouder is verantwoordelijk voor het inkopen van kwalitatief goede ondersteuning. De Centrale Toegang toetst of de budgethouder invulling heeft gegeven aan zijn verantwoordelijkheid aan de hand van onder andere de volgende punten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoudelijk: Kwaliteit van de ondersteuning Is de ondersteuning afgestemd op de reële behoefte (sluit deze aan bij de toekenning qua zorgzwaarte) en de persoonlijke situatie van de cliënt (bv rustige omgeving bij mensen met de diagnose autisme) Is het duidelijk op welke wijze de ondersteuning zich richt op of bijdraagt aan het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie (ontwikkelingsgericht), het psychisch en psychosociaal functioneren, de stabilisatie van het psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de ondersteuning waar nodig en gewenst in samenhang geboden met onder meer andere vormen van maatschappelijke ondersteuning alsmede voorzieningen van publieke gezondheid, preventie, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de ondersteuning verstrekt volgens de professionele standaard? Wordt de ondersteuning uitgevoerd door deskundige medewerkers met een mbo- /hbo werk en –denkniveau op het gebied van begeleiding? Staat de beschikbare personeelsformatie in verhouding tot de cliëntpopulatie en ondersteuningsbehoeften? Indien er kinderen in het spel zijn, is daarvoor voldoende deskundigheid? Informele zorg mag niet uit het Pgb betaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn er concrete doelen geformuleerd en toont het plan aan hoe resultaten worden gemonitord?</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden de eventuele middelen voor dagbesteding planmatig ingezet? Worden de mogelijkheden op betaald werk, onbetaald werk en onderwijs optimaal benut?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft de zorgaanbieder geen gunsten beloofd (bijvoorbeeld leefgeld, een luxe woning of (tijdelijke) korting op de huur) als de cliënt bij hem de ondersteuning afneemt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoudelijk: Kwaliteit van de huisvesting Woont de cliënt in een kamer in een voorziening voor meerdere mensen of heeft hij een huis/ appartement met een eigen voordeur in een complex voor beschermd wonen? Is er 24 uur per dag, 7 dagen in de week, ondersteuning beschikbaar op de locatie of Heeft de cliënt begeleiding op afspraak, is er 24 uur per dag, 7 dagen in de week, begeleiding oproepbaar die indien noodzakelijk binnen een half uur bij de cliënt is en woont de cliënt in een accommodatie van een aanbieder?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de cliënt gehuisvest in een accommodatie die voldoet aan zowel de lokale gemeentelijke ruimtelijke en veiligheidseisen? Staat de cliënt ingeschreven op dit adres?</p>\n<p class=\"lf-p\">Delen de zorgaanbieder of medewerkers daarvan niet dezelfde badkamer en/of keuken met de cliënt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoudelijk: Bejegening Wordt de cliënt met respect behandeld?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt er rekening gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de cliënt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige kwaliteitsaspecten Beschikken alle medewerkers die direct of indirect begeleiding bieden over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)?</p>\n<p class=\"lf-p\">Geeft de zorgaanbieder uitvoering aan de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft de zorgaanbieder een medezeggenschapsraad?</p>\n<p class=\"lf-p\">Houdt de zorgaanbieder jaarlijks een cliënttevredenheidsonderzoek en zijn de resultaten voor (aanstaande) cliënten beschikbaar?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft de zorgaanbieder een regeling voor de afhandeling van klachten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan de zorgaanbieder de continuïteit van de met het pgb in te kopen ondersteuning waarborgen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft de zorgaanbieder geen veroordeling, aanwijzing, maatregel of boete opgelegd gekregen van een gemeente of; een door een gemeente aangewezen toezichthouder Wmo of een Inspectie-instelling of een zorgkantoor of een zorgverzekeraar een rechter in de periode van drie jaar voorafgaand aan de startdatum van de inzet van het pgb die invloed heeft op de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de geboden ondersteuning?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan de cliënt motiveren waarom hij een Pgb wil?</p>\n<p class=\"lf-p\">Financieel Is de zorgaanbieder geregistreerd bij de Kamer van Koophandel als erkend zorgaanbieder (de activiteiten bestaan uit het bieden van zorg)?</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet het PGB -plan aan de vergoedingenlijst en maximale (uur)tarieven zoals vastgesteld door de colleges?</p>\n<p class=\"lf-p\">Past de ondersteuning financieel binnen het maximale budget dat is vastgesteld door de colleges?</p>\n<p class=\"lf-p\">Past de eigen bijdrage aan de aanbieder ( bv huur, maaltijden) bij het inkomen van de cliënt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de huur betaald aan de aanbieder?</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4 Besluit tot toekenning PGB beschermd wonen Indien de cliënt of zijn vertegenwoordiger in staat is het PGB te beheren en uit het PGB -plan blijkt dat de in te kopen ondersteuning van de beoogde zorgaanbieder bijna voldoet aan de eisen veilig, doeltreffend en cliëntgericht kan maximaal één hersteltermijn worden geboden. In andere gevallen wordt het verzoek voor een PGB afgewezen en een beschikking voor ondersteuning in natura afgegeven. De afwijzing gaat vergezeld van een goede motivatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien wordt besloten dat de cliënt voldoet aan de eisen om in aanmerking te komen voor een Pgb kan een beschikking worden opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toekenning van een PGB voor beschermd wonen bevat naast de zorgzwaarte, de duur van de toekenning en wel of niet dagbesteding ook eventueel een component voor vervoer naar de dagbesteding en/of een component voor een wooninitiatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van het PGB wordt bepaald op basis van het ingediende het PGB -plan, tenzij dit PGB -plan de vastgestelde maximale hoogte van het bij de zorgzwaarte passende PGB overschrijdt. De cliënt kan er dan voor kiezen de overschrijding zelf te betalen. De maximale hoogte van het PGB wordt bepaald door de zorgzwaarte (afgeleid van ondersteuning in natura) met eventueel een toeslag voor dagbesteding, vervoer en/of wooninitiatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het voor een cliënt vanwege een medische beperking onmogelijk is de dagbestedingslocatie op eigen gelegenheid te bereiken, dan wordt het budget opgehoogd met een toeslag voor vervoer. Dit is het geval wanneer de cliënt uit het oogpunt van doelmatige zorgverlening is aangewezen op passend vervoer naar aard, inhoud en omvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een toeslag voor wooninitiatieven aan de cliënt toegekend als:</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 3 en maximaal 26 bewoners van het betreffende wooninitiatief wonen en zorg ontvangen via een PGB (uit hetzij Wlz, Wmo, Jeugdwet of Zvw);</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënten wonen in 1 huis of geclusterd binnen een straal van 100 meter;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er een gemeenschappelijke ruimte aanwezig is voor gezamenlijke activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">De PGB-budgetten gebundeld worden en hiervoor zorg wordt ingekocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze toeslag is individueel en mag gebruikt worden voor: alarmsystemen uitluisterapparatuur brandveiligheid domotica onderhoud van onder punt 1 t/m 4 genoemde punten zorg gerelateerde investeringen in gemeenschappelijke ruimten Bijlage3:Vragenlijst ‘Is het PGB iets voor U?’ Wie kiest voor het PGB, neemt een aantal taken en verantwoordelijkheden op zich die normaal bij de zorgaanbieder liggen. Niet iedereen is daar geschikt voor of wil die verantwoordelijkheid dragen. Aan de hand van onderstaande vragenlijst kunnen medewerkers van de gemeente en u of uw gemachtigde vaststellen of het PGB een inkoopvorm is die past bij de persoon die ondersteuning aanvraagt vanuit de Wmo 2015. Het is goed vooraf te bedenken wat de motivatie is om te kiezen voor het PGB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beantwoord de volgende vragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat maakt u een goede budgethouder?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat weet u van het PGB?</p>\n<p class=\"lf-p\">Weet u wat uw rechten en plichten zijn?</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het voor u nieuw is, bent u bereid om u hierover verder te laten informeren?</p>\n<p class=\"lf-p\">En welke rol kan de gemeente daar in vervullen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Vindt u het lastig of prettig om zelf een zorgverlener / aanbieder uit te kiezen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraagt u makkelijk om ondersteuning als u er zelf niet uit komt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u hulp inschakelen van iemand uit uw omgeving, een onafhankelijk ondersteuner en/of kunt u bijvoorbeeld lid worden van Per Saldo?</p>\n<p class=\"lf-p\">Weet u welke hulp nodig is?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft u inzicht in het soort hulp en ondersteuning dat nodig is in relatie tot uw hulpvragen(en)?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u begroten, plannen en vooruitdenken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u een planning, een takenlijst en een functieomschrijving maken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u een profielschets voor de hulp opstellen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u vooraf een plan maken en een begroting?</p>\n<p class=\"lf-p\">Weet u wie u als zorgverlener wilt hebben?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft u inzicht in het hulpaanbod: weet u bijvoorbeeld waar u de hulpverlening / aanbieder kunt vinden?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft u inzicht in de wegen om hulp te vinden in het formele en in het informele circuit?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u selecteren op kwaliteit van de hulpverlening / aanbieder?</p>\n<p class=\"lf-p\">Bent u een goede werkgever of opdrachtgever? (van belang bij hulpverlening) Kunt u de juiste hulp selecteren, door bijvoorbeeld een sollicitatiegesprek te voeren?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u afspraken, planning en/of werk-instructies maken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u zorg dragen voor het regelen van vervanging bij ziekte en voor het maken van roosters?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u zorgen voor waardering van uw zorgverlener? Denk aan salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden en t.a.v. de menselijke verhoudingen - attentie, functioneringsgesprek, en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u de financiën beheren en overige zaken regelen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u overleg voeren met instanties zoals de gemeente of het CAK?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunt u de financiën bewaken om uit te komen met uw PGB?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft u een computer en kunt u hiermee overweg en/of heeft u iemand in uw netwerk die u hierbij kan ondersteunen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft u een Digi-D en zo niet, weet u hoe u deze moet aanvragen en/of heeft u iemand in uw netwerk die u hierbij kan ondersteunen?</p></div>", "next": 0}