{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">investeringen in nieuwbouw, uitbreiding, of vernieuwing van sportaccommodaties die vanwege het innovatieve karakter van die nieuwbouw, uitbreiding of vernieuwing een aanvulling zijn op het gemeentelijke aanbod van sportaccommodaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2019 bedraagt de subsidie: voor de aanschaf van duurzame sportmaterialen maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 6.000,- per aanvraag; voor de investeringen in uitbreiding, nieuwbouw en verbouw van clubgebouwen indien dit aantoonbaar bijdraagt aan Sport Verbindt of Beter Benutten maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 45.000,- per aanvraag; voor de investeringen in uitbreiding, nieuwbouw en verbouw van sportaccommodaties die vanwege het innovatieve karakter van die uitbreiding of vernieuwing een aanvulling zijn op het gemeentelijke aanbod van sportaccommodaties maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 45.000,- per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In bijzondere gevallen kan het college ten gunste van de subsidieontvanger afwijken van de in het eerste lid van dit artikel genoemde maxima.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:4</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In de subsidieaanvraag wordt beschreven hoe door middel van de gewenste investering de participatie onder sporters en onder mensen die nog niet sportief actief zijn wordt vergroot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college legt subsidieaanvragen op basis van artikel 5:2 voor advies voor aan de Adviescommissie voor de Sport.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college wijst een subsidieaanvraag voor de in artikel 5:2, onder b. en c. genoemde activiteiten, af als het bouwplan niet voldoet aan de eisen die het bouwbesluit stelt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie op grond van deze paragraaf wordt geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op de nieuwbouw, uitbreiding of vernieuwing van kleedkamers op gemeentelijke sportaccommodaties.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidieaanvragen voor de aanschaf van duurzame sportmaterialen gelden de volgende regels: het subsidieplafond bedraagt het budget “duurzame sportmaterialen” dat voor het betreffende subsidietijdvak door het college wordt vastgesteld; als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan honoreert het college de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen in deze volgorde: aanvragen afkomstig van subsidieontvangers die nog niet eerder voor de aanschaf van duurzame sportmiddelen subsidie ontvangen hebben; subsidieaanvragen die meer gericht zijn op talentontwikkeling en jeugd gaan boven andere aanvragen; resteert er na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget dan honoreert het college de overige aanvragen die aan de voorwaarden voldoen, in de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor subsidieaanvragen voor investeringen op grond van deze paragraaf, anders dan voor duurzame sportmaterialen, gelden de volgende regels: het subsidieplafond bedraagt voor de in artikel 5:2 genoemde activiteiten het budget “investeringen in nieuwbouw” dat voor het betreffende subsidietijdvak door het college wordt vastgesteld; als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan honoreert het college de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen in deze volgorde: subsidieaanvragen afkomstig van subsidieontvangers die in de afgelopen 3 jaar nog niet eerder subsidie op grond van deze paragraaf ontvangen hebben, gaan boven subsidie ontvangers die wel de afgelopen drie jaar een dergelijke subsidie hebben ontvangen; subsidieaanvragen die aantoonbaar bijdragen aan Sport Verbindt of Beter Benutten gaan voor voorstellen die dat niet of minder doen; subsidieaanvragen die voorstellen betreffen die meer op jeugd gericht zijn gaan boven voorstellen die meer op volwassenen zijn gericht; subsidieaanvragen die meer gericht zijn op innovatie gaan boven aanvragen die meer gericht zijn op uitbreiding van het bestaande aanbod; resteert er na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget dan honoreert het college de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen in de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.3 Subsidies gebruik niet gemeentelijke sportaccommodaties door jeugdleden</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportverenigingen, landelijke sportbonden of talentopleidingen die niet in een gemeentelijke accommodatie terecht kunnen een subsidie verlenen voor het gebruik van niet-gemeentelijke sportaccommodaties door jeugdleden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2019 bedraagt de subsidie één derde deel van het geldende tarief van de niet-gemeentelijke accommodatie maal het aantal uren waarop de aanvrager de accommodatie gedurende een sportseizoen heeft gehuurd. Deze subsidie kan nooit hoger zijn dan één derde deel van het standaardhuurtarief voor een vergelijkbare gemeentelijke accommodatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als er geen vergelijkbare gemeentelijke accommodatie bestaat, bedraagt de subsidie € 7,-- per jeugdlid per sportseizoen maal het aantal jeugdleden van de aanvrager. De bij de sportorganisatie gangbare teldatum geldt als peildatum voor het bepalen van het aantal jeugdleden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie voor de 400-meter baan van sportcentrum Kardinge € 14,-- per jeugdlid.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:9</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen bij subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag voor huur van een niet-gemeentelijke sportaccommodatie dient uiterlijk 8 weken vóór het begin van de huur in bezit te zijn van het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:10</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college verstrekt geen subsidie van minder dan € 100,--.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college besluit op een subsidieaanvraag voor huur van een niet-gemeentelijke sportaccommodatie uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst daarvan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een aanvraag voor subsidie voor een niet-gemeentelijke accommodatie weigeren als de subsidieaanvrager naar het oordeel van het college van een gemeentelijke accommodatie gebruik kan maken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.4 Stimulering sportdeelname</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:12</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan aan sportverenigingen subsidie verlenen voor activiteiten met als doel om groepen burgers en buurten met een lage sportparticipatie te stimuleren tot sportdeelname.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan aan andere instellingen dan sportverenigingen subsidie verlenen voor projectmatig opgezette activiteiten met als doel groepen burgers en buurten met een lage sportparticipatie te stimuleren tot sportdeelname mits de activiteiten na afloop van de projectperiode door een sportvereniging kunnen worden uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er dient een sportvereniging bereid te zijn de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie is verleend na beëindiging van de subsidie binnen de eigen organisatie voort te zetten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college verleent de in beide vorige leden bedoelde subsidies voor een tijdvak van ten hoogste 2 jaren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>In afwijking van het vierde lid kan het college de subsidie met ten hoogste 1 jaar verlengen als het college dit wenselijk acht.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:13</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond voor de in artikel 5:12 genoemde activiteiten bedraagt het daarmee in de begroting corresponderende bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Ten laste van het subsidiebudget worden subsidieaanvragen toegekend op basis van de volgorde waarop deze bij het college zijn binnengekomen.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.5 Gebruik MartiniPlaza voor sportwedstrijden</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan (sport)organisaties subsidie verlenen voor het gebruik van MartiniPlaza ten behoeve van sportwedstrijden of activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:15</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2019 bedraagt de subsidie een nader door het college te bepalen deel van de accommodatiehuur die MartiniPlaza aan de subsidieaanvrager in rekening brengt voor de activiteiten, genoemd in artikel 5:14.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:16</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college weigert een subsidieaanvraag als de aanvrager voor zijn activiteiten terecht kan in een andere geschikte sportaccommodatie in de gemeente Groningen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan een subsidieaanvraag weigeren: voor zover de gevraagde subsidie betrekking heeft op verhoging van de huur voor het gebruik van MartiniPlaza en de daarvan deel uitmakende voorzieningen en diensten ten behoeve van sportwedstrijden; als de aanvrager geen stichtings- of verenigingsvorm heeft of geen samenwerkingsverband daarvan met rechtspersoonlijkheid is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:17</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond voor de activiteiten, genoemd in artikel 5:14, bedraagt het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag onder aftrek van de reeds lopende meerjarige verplichtingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan een (groot) deel van het subsidieplafond reserveren voor specifiek door hem aangewezen sportorganisaties.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als het totaal van de aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, is de verdeling van het subsidieplafond over de aanvragen als volgt: als eerste komen in aanmerking de subsidieaanvragen van aanvragers die in 3 aaneengesloten en direct voorafgaande jaren een korting op de huur ontvangen hebben uit de bijdrage sportaccommodatie MartiniPlaza en/of een subsidie op grond van de in deze paragraaf bedoelde regeling; als op grond van bovenstaande verdeelwijze het totaalbedrag van de subsidieaanvragen het beschikbare subsidieplafond overtreft, wordt dat naar evenredigheid over de onder a bedoelde aanvragers verdeeld; als na toepassing van de onder a genoemde verdeelwijze nog een deel van het subsidieplafond resteert, wordt dat over de nadien ontvangen subsidieaanvragen toegewezen op basis van de volgorde van binnenkomst.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.6 Regionale Trainingscentra en individuele talenten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:18</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal Trainingscentrum (RTC): een door de betreffende sportbond erkend trainingscentrum, waarbinnen talenten uit de regio (extra) training krijgen met als doel uiteindelijk door te stromen in de landelijke senioren topsportprogramma’s van de sportbonden, dat aan de volgende criteria voldoet: de trainingen vinden in de gemeente Groningen plaats; het programma is door de betreffende nationale sportbond erkend; er is sprake van een samenwerkingsverband tussen RTC en het onderwijs; er is sprake van cofinanciering van het RTC; bij het RTC trainen talenten met een Nationaal Talent of Internationaal Talent-status; het betreft een programma met een looptijd van minimaal vier jaar; er is sprake van cofinanciering van het RTC.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een talentvereniging wordt gelijkgesteld met een RTC. talentvereniging: een sportvereniging waar individuele talenten trainen, die niet onder een RTC vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Talent uit de regio: een sporter met een door diens sportbond afgegeven status van Nationaal Talent of Internationaal Talent volgens de regels van NOC*NSF, die voldoet aan tenminste twee van de volgende criteria: de sporter woont in gemeente Groningen; de sporter is lid van een sportvereniging in gemeente Groningen; de sporter gaat naar school of studeert in gemeente Groningen. topsporttraining: training middels een door de betreffende sportbond erkend opleidingsprogramma, waarbij gebruik gemaakt wordt van de door de betreffende sportbond aangewezen begeleiding en faciliteiten voor die specifieke doelgroep. De trainingen worden gegeven door een gekwalificeerde trainer. gekwalificeerde trainer: een door de betreffende sportbond erkende en gekwalificeerde trainer die door Topsport NOORD is goedgekeurd. De gekwalificeerde trainer is een combinatiefunctionaris die: talenten coacht in een RTC; conform het activiteitenprogramma, bedoeld in artikel 5:21 activiteiten/ clinics geeft of doet geven binnen het onderwijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:19</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen aan in Groningen gevestigde RTC’s voor topsporttrainingen onder leiding van een gekwalificeerde trainer, waarbij de subsidie kan worden ingezet voor: het voldoen van de loonkosten van de trainer; het voldoen van de huurkosten van een accommodatie of het voldoen van de kosten van materialen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college erkent maximaal zeven RTC’s in Groningen, op basis van de Lijst Topsport- en Internationale wedstrijdsportdisciplines 2017-2020, zoals door NOC*NSF vastgesteld. Alleen deze kunnen voor subsidie in aanmerking komen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Topsport NOORD adviseert het college in de keuze van de RTC’s.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:20</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2019 bedraagt de subsidie voor de in artikel 5:19 genoemde activiteiten per activiteit maximaal 50% van de noodzakelijke kosten, tot een maximum van eenzevende deel van het totale budget, zoals in artikel 5:22 bedoeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:21</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Met betrekking tot de in artikel 5:19 genoemde activiteiten adviseert Topsport NOORD het college op basis van de volgende informatie: of er sprake is van cofinanciering van het RTC; de hoogte van de noodzakelijke kosten van het RTC-programma; de kwaliteit van de samenwerkingsverbanden ten behoeve van het RTC (bijvoorbeeld onderwijs, medische begeleiding etc.); het percentage talenten dat een hogere status behaalt en/of doorstroomt naar een vervolgprogramma in de betreffende tak van sport; het aantal talenten met Nationaal Talent, Internationaal Talent of Belofte-status dat deelneemt aan het RTC-programma; de kwaliteit van het trainingsprogramma van het RTC; de kwaliteit van de trainer; de toekomstbestendigheid van het RTC.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Met betrekking tot de in artikel 5:19 genoemde activiteiten zijn de volgende verplichtingen van toepassing: de gekwalificeerde trainer geeft als combinatiefunctionaris minimaal twee activiteiten/clinics binnen het onderwijs of zorgt ervoor dat die geven worden; bij de subsidieaanvraag wordt een activiteitenprogramma gevoegd, waarin beschreven wordt hoe de gekwalificeerde trainer invulling geeft aan de verplichting onder a; bij de subsidieaanvraag worden de noodzakelijke kosten van de onder 5:19 genoemde subsidiabele activiteiten afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en onderbouwd in een gespecificeerde begroting; in de subsidieaanvraag wordt aangegeven wat de stand van zaken is van bij derden aangevraagde gelden; na afloop van de activiteit wordt gerapporteerd over de uitvoering van het activiteitenprogramma.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:22</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Per RTC, zoals in artikel 5:19 bedoeld, wordt maximaal een zevende van het in de begroting opgenomen bedrag toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden die toegevoegd aan het budget Talentevenementen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7 Talentevenementen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:23</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: talentevenement: een evenement van een door het NOC*NSF erkende sport in de gemeente Groningen, dat een directe relatie heeft met talentontwikkeling in de gemeente Groningen, dat voldoet aan de volgende criteria: het evenement biedt talenten uit de regio de kans om wedstrijdervaring op te doen; het betreft een door de betreffende sportbond erkend kampioenschap (NK, EK, WK) en/of een evenement met een kwalitatief sterk deelnemersveld; het evenement speelt zich af in de gemeente Groningen; het evenement legt een link met de breedtesport in de gemeente Groningen; het betreft een evenement waarvoor brede publieke belangstelling valt te verwachten; het evenement heeft rondom een programma van side-events gericht op het creëren van maatschappelijke waarde. side-events: acties en nevenactiviteiten in aanloop naar, tijdens en na afloop van het evenement. maatschappelijke waarde: effecten die merkbaar en meetbaar zijn in de samenleving als gevolg van het plaatsvinden van een top- of breedtesportevenement inclusief side-events. talent uit de regio: een sporter met een door diens bond afgegeven status van Belofte, Nationaal Talent of Internationaal Talent volgens de regels van NOC*NSF, die voldoet aan tenminste twee van de volgende criteria: de sporter woont in gemeente Groningen; de sporter is lid van een sportvereniging in gemeente Groningen; de sporter gaat naar school of studeert in gemeente Groningen. talentdeel: het onderdeel van een talentevenement waar talenten uit de regio aan deelnemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:24</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor het talentdeel van de organisatie van talentevenementen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:25</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieaanvraag gaat vergezeld van: een plan van aanpak van het talentdeel van het evenement en het programma van side-events gericht op het creëren van maatschappelijke waarde; een ingevulde begroting van het talentdeel van het evenement; een ingevulde begroting van het programma van side-events.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het plan van aanpak wordt opgesteld in samenwerking met betrokken (maatschappelijke) partners en moet zich richten op talentontwikkeling en duurzaam versterken van de maatschappelijke waarde.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De organisatie zorgt voor het monitoren en evalueren van zowel de organisatie van het evenement als het programma van side-events en neemt dit mee in de verantwoording.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Met betrekking tot de in artikel 5:24 genoemde activiteiten kan het college in de subsidiebeschikking aanvullende regels stellen aan de promotie-uitingen van de subsidieontvanger voor het evenement.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:26</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidieaanvraag voor competitiewedstrijden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:27</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: de Adviescommissie voor de Sport geeft advies over de status en rangorde van de aanvragen. Over de erkende talentevenementen wordt op volgorde van rang het subsidiebedrag verdeeld. als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze over de overige, later binnengekomen en door de Adviescommissie voor de Sport erkende subsidieaanvragen verdeeld op basis van welke subsidieaanvragen het beste voldoen aan artikel 5:24.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk6 Cultuur (OCSW)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.1Cultuur algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: de cultuurnota: de door de gemeenteraad van Groningen vastgestelde, op dit moment geldende cultuurnota; aanvraagperiode: een door het college te bepalen tijdvak waarin subsidieaanvragen kunnen worden ingediend voor activiteiten waarvoor op grond van dit hoofdstuk subsidie kan worden verleend; noodzakelijke: kosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van activiteiten kosten waarvoor het college op grond van dit hoofdstuk subsidie kan verlenen onder aftrek van de op die activiteiten betrekking hebbende baten, met als minimum de inkomstennorm; inkomstennorm: het percentage van de overheidsbijdragen dat instellingen minimaal aan eigen inkomsten verwerven, zoals publieksinkomsten of sponsoring. Het percentage bedraagt tenminste 21,5%; eigen inkomsten: publieksinkomsten, inkomsten uit particuliere fondsen, overige inkomsten, zijnde directe opbrengsten, sponsorinkomsten en overige inkomsten; indirecte opbrengsten en overige bijdragen. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan, overige bijdragen uit publieke middelen, rentebaten en overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap; kernvoorziening: een grote instelling met een breed aanbod voor een breed publiek, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; specifieke voorzieningen: voor de looptijd van de geldende cultuurnota gesubsidieerde instellingen van zeer verschillende aard, kleinschaliger dan kernvoorzieningen en waarvan het aanbod een aanvulling vormt op dat van de kernvoorzieningen, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; amateurkunst: een activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur, beoefend in de vrije tijd, die voor de kunstbeoefenaar geen primaire inkomstenbron oplevert; kunstvakopleiding: elke door de rijksoverheid erkende beroepsopleiding voor kunstenaars op Universitair of HBO niveau; kunstprofessional: vakmatig beoefenaar van kunst en cultuur met professionele kennis en ervaring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunstraad Groningen: onafhankelijke instelling die voor de provincie en de gemeente Groningen (onder meer) subsidieaanvragen voor kunst- en:cultuurprojecten beoordeelt en daarover adviseert, dan wel subsidies in mandaat verleent; [vervallen.] actieve kunstdeelname: het zelf beoefenen van een kunst- of cultuurdiscipline, zoals muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur; podiumkunsten: verzamelnaam voor kunstvormen die een tijdelijk waarneembaar:product opleveren, waarvoor ze afhankelijk zijn van uitvoerende:kunstenaars, bijvoorbeeld toneel, opera, muziek, cabaret en dergelijke; beeldende kunst: verzamelnaam van kunstvormen die een duurzaam, optisch waarneembaar object voortbrengen, dat onafhankelijk van zijn schepper voort bestaat; daarmee is zij tegengesteld aan podiumkunsten; voorbeelden zijn schilderkunst, grafische kunst, film en beeldhouwkunst; immaterieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, in de vorm van gebruiken, verhalen en gewoonten; materieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn, zoals voorwerpen in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen; letteren: activiteiten die zich richten op de promotie of productie van:literatuur en poëzie of vallen onder de kerntaken van de openbare bibliotheek zoals benoemd in de bibliotheekvisie, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 30 maart 2011; culturele beurzen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidies in de vorm van een geldbedrag voor een door het college uitgeschreven uitdaging, toe te kennen op basis van beoordeling door een jury. cultuurnota: het document met de titel Kunst en Cultuur voor Iedereen, Cultuurnota 2021-2024 zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 18 november 2020.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:2</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de paragrafen 6.6 tot en met 6.10 van dit hoofdstuk is de uitgebreide procedure, zoals opgenomen in de verordening van toepassing, waarbij subsidie verleend wordt voor de gehele periode van de geldende cultuurnota. In afwijking van artikel 7, lid 1 van de verordening stelt het college de aanvraagperiode vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de paragrafen 6.2, 6.4 en 6.5 is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening van toepassing, met de volgende toevoegingen: de termijn voor het indienen van een aanvraag is altijd 13 weken voor aanvang van de activiteit; artikel 20 eerste lid van de verordening is van toepassing op alle subsidies die op grond van dit hoofdstuk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op de paragrafen 6.3 en 6.11 van dit hoofdstuk is de lichte procedure, zoals opgenomen in de verordening van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:3</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de paragrafen 6.2 en 6.4 geldt als drempelcriterium dat een aanvraag voldoende artistieke kwaliteit moet hebben. Indien dat het geval is, dan worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd om te bepalen of een aanvraag in aanmerking komt voor subsidie: aanvullend op het aanbod; cultureel ondernemerschap; deelnemers- en/of publieksbereik; degelijkheid van de financiële onderbouwing; stevigheid van de organisatie; kans van slagen van het project.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4</span><span class=\"lf-art-t\">Reproductie/openbaarmaking/publiciteit/toegankelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de incidentele subsidies, zoals bedoeld in paragraaf 6.2 tot en met 6.5 gelden de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager verleent het college indien van toepassing toestemming voor verveelvoudiging of openbaarmaking van beelden of andere reproducties van het project of het kunstobject door middel van beeld- of promotiemateriaal of op welke andere wijze ook.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient door middel van publiciteit ruchtbaarheid te geven aan de publieke uiting van het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht in zijn publiciteitsuitingen te vermelden dat de activiteit mede tot stand is gekomen dankzij subsidie van de gemeente Groningen. De subsidieontvanger maakt daarbij gebruik van het door het college voorgeschreven logo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat het project toegankelijk is voor het publiek door uitvoering of plaatsing in de openbare ruimte of in een openbaar of voor publiek opengesteld gebouw binnen de provincie Groningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.2Incidentele activiteiten cultuur</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan subsidie verlenen als bijdrage aan incidentele activiteiten cultuur die voldoen aan de criteria van artikel 6.3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor de in het vorige artikel, eerste lid genoemde activiteiten bedraagt in 2021 maximaal 60% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvrager kan per kalenderjaar voor maximaal € 20.000 aan subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Een aanvrager kan in de cultuurnotaperiode 2021-2024 maximaal twee maal in aanmerking komen voor subsidie op grond van deze paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in lid 2 en 3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:7</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger is verplicht een naar het oordeel van het college redelijke financiële eigen bijdrage te leveren aan de uitvoering van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor zover van toepassing is de subsidieontvanger verplicht een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entree te heffen van de bezoekers van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger is verplicht om de relatie aan te geven tussen de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd en zijn reguliere activiteiten als hij daarvoor subsidie ontvangt krachtens een gemeentelijke subsidieregeling of van een derde.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidieontvanger die naast de activiteiten waarvoor subsidie krachtens deze paragraaf wordt gevraagd tevens andere activiteiten uitvoert, dient: bij de aanvraag tot subsidieverlening een begroting te voegen van al zijn baten en lasten tenzij hij deze begroting reeds eerder bij het college heeft ingediend, en bij de aanvraag tot subsidievaststelling een rekening van al zijn baten en lasten te voegen tenzij hij deze rekening reeds eerder bij het college heeft ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Subsidie wordt alleen verstrekt voor een activiteit, niet voor investeringen in goederen of huisvesting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college weigert een aanvraag voor een in artikel 6:5 genoemde activiteit als: het een project betreft rond materieel erfgoed, behalve als daarin door middel van een actieve scheppingsdaad de verschillende elementen van het verleden in een hernieuwd kader worden vervat en zo een eigen vitale betekenis krijgen; die activiteit plaatsvindt in het kader van een opleiding van de subsidieontvanger of een publicatie van wetenschappelijke werken en/of leermethoden; de subsidieontvanger een volgens de cultuurnota structureel gesubsidieerde voorziening is; de activiteit wordt geïnitieerd door amateurs;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan voorts een subsidieaanvraag weigeren: die primair betrekking heeft op publicaties en beeld- en geluidsdragers die geen uniek kunstwerk betreffen; als de aanvrager een beroep doet op artikel 6:5, tweede lid niet bereid is om een andere locatie te kiezen voor de uitvoering van het community artproject of de plaatsing van een kunstobject in gevallen dat het algemene belang zich tegen de voorgenomen locatie verzet; voor zover die betrekking heeft op onderhouds- of instandhoudingskosten van een bestaand kunstobject.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Per kalenderjaar is het subsidieplafond voor de in artikel 6:5 genoemde activiteiten gelijk aan het daarvoor in de begroting van gemeente en provincie Groningen opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan per kalenderjaar een of meer aanvraagperioden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college bepaalt jaarlijks voor alle aanvraagperioden de uiterste datum waarop de subsidieaanvraag in bezit moet zijn van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan per aanvraagperiode een deelbudget vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget toevoegen aan een deelbudget van een daaropvolgende aanvraagperiode. Dit geldt niet voor de laatste aanvraagperiode van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget ook toevoegen aan een deelbudget dat betrekking heeft op paragraaf 6.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Het college brengt in de subsidieaanvragen voor de in artikel 6:5 genoemde activiteiten een rangschikking aan waarbij de aanvragen hoger worden gerangschikt naarmate ze: voor het eerste lid beter voldoen aan de in artikel 6:3 genoemde criteria; voor het tweede lid beter voldoen aan de in dat lid genoemde criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.In de afweging van het college wegen de in artikel 6:3 eerder genoemde criteria zwaarder dan later genoemde.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.Het college kan besluiten om de behandeling van een subsidieaanvraag uit te stellen tot een volgende aanvraagperiode mits het college met in achtneming van de daarvoor geldende termijn de gelegenheid heeft een besluit te nemen voordat de activiteit wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.In uitzonderlijke gevallen kan het college gemotiveerd besluiten om subsidie te verlenen voor de in artikel 6:5 genoemde activiteiten in afwijking van de in het zevende lid bedoelde rangschikking.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.3Basissubsidies amateurkunst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan statutair in de gemeente Groningen gevestigde verenigingen en stichtingen die actief zijn op het gebied van amateurkunst subsidie verlenen in de kosten van deskundige artistieke leiding en de huur van repetitieruimten (basissubsidie).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten bedraagt 30% van het totaal van de honoraria voor deskundige artistieke leiding en de huur van repetitieruimten met een gezamenlijk maximum van € 1.589,-- per subsidieontvanger per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:12</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, is de uiterste datum waarop een subsidieaanvraag voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten in bezit moet zijn van het college 1 december van het voorafgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieontvanger dient ten minste 1 maal per jaar een openbare presentatie in de gemeente Groningen te geven. Hiertoe wordt niet gerekend een presentatie, die plaatsvindt in het kader van onderwijs, als onderdeel van een levensbeschouwelijke of politieke bijeenkomst of als onderdeel van een bedrijfsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger wordt verzocht zich aan te melden bij VRIJDAG huis van de amateurkunst Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Een subsidieontvanger levert naar het oordeel van het college een redelijke eigen bijdrage in de kosten via contributie van de actieve leden en andere inkomstenbronnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Artikel 6:12, lid 3</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidie: voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als de subsidieontvanger statutair niet in de gemeente Groningen is gevestigd; voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als subsidieontvanger niet de repetitieruimte in de gemeente Groningen heeft; voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als de subsidieontvanger minder dan twee jaar staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als de subsidieontvanger onderdeel is van of gelieerd is aan rechtspersonen zonder primaire doelstellingen op het gebied van de amateurkunst; indien de presentaties op grond van artikel 6:12, tweede lid niet in de gemeente Groningen uitgevoerd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als het totaal van de subsidieaanvragen op basis van artikel 6:10 het subsidieplafond overschrijdt dan worden deze naar evenredigheid over de op tijd ontvangen subsidieaanvragen verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafonds en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Klik hier om het document te downloaden]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.4Plusregeling amateurkunst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:15</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen aan producties of projecten op het gebied van de amateurkunst die voldoen aan de criteria van artikel 6.3 en die vallen onder: uitvoeringen, die een mate van bijzonderheid hebben ten opzichte van reguliere uitvoeringen en die zich onderscheiden op het gebied van artistieke kwaliteit, participatie/bereik, samenwerking en/of scholing op niet-individueel niveau; samenwerkingsprojecten met andere partners uit het amateurveld; festivals; inhoudelijke, niet individuele deskundigheidsbevordering (scholing, workshops, trainingen); investeringen in infrastructuur zoals repetitieruimtes of podia die naar het oordeel van het college ten goede komen aan de totale sector van de brede amateurkunst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Artikel 6:15, onder a en e</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:16</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor de in artikel 6:15 genoemde activiteiten bedraagt maximaal één derde deel van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvrager kan per kalenderjaar voor maximaal € 15.000,-- aan subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:17</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd een presentatie is, heft de subsidieontvanger een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entreegeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als een subsidieontvanger ook subsidie ontvangt op grond van paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk geeft hij in zijn subsidieaanvraag de meerwaarde aan van de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd ten opzichte van zijn overige, door de gemeente Groningen gesubsidieerde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Bij de voorbereiding van de activiteiten maakt de subsidieontvanger gebruik van de expertise van ter zake deskundigen. In het activiteitenplan, geeft de subsidieontvanger aan hoe deze voorwaarde zal worden vervuld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:18</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college weigert een subsidieaanvraag: als minder dan de helft van de actieve leden en/of actieve deelnemers in de gemeente Groningen woont. Dit dient te worden aangetoond met een door het bestuur gewaarmerkte deelnemers- en/of ledenlijst, dat wil zeggen getekend door tenminste twee bestuursleden; als de subsidieaanvrager onderdeel is van of gelieerd is aan een of meer rechtspersonen zonder statutaire doelstellingen op het gebied van de amateurkunst; als de uitvoering niet plaatsheeft in de gemeente Groningen voor de in artikel 6:15 genoemde activiteiten als subsidieontvanger niet de repetitieruimte in de gemeente Groningen heeft.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren als aan de uitvoerenden voor hun medewerking een financiële vergoeding wordt verstrekt. Deze bepaling geldt niet als de vergoeding voor artistieke leiding wordt verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Artikel 6:18, onder a</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:19</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:15 genoemde activiteiten bedraagt het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan per kalenderjaar meerdere aanvraagperioden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan per aanvraagperiode een deelbudget vaststellen. Het deelbudget van een aanvraagperiode is gelijk aan het subsidieplafond gedeeld door het aantal aanvraagperioden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget toevoegen aan het deelbudget van de daaropvolgende aanvraagperiode. Dit geldt niet voor de laatste aanvraagperiode van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget ook toevoegen aan een deelbudget dat betrekking heeft op paragraaf 6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college brengt in de ontvangen subsidieaanvragen een rangorde aan op basis van de in artikel 6:3 genoemde criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.In de afweging van het college wegen eerder genoemde criteria zwaarder dan later genoemde.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Als het totaal van de subsidieaanvragen voor een aanvraagperiode hoger is dan het beschikbare subsidiebudget of hoger dan een deelbudget zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel, dan wordt het budget over de aanvragen verdeeld op basis van de rangorde zoals bedoeld in het vijfde lid van dit artikel.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.5Stimuleringsregeling cultuurparticipatie in de wijk (De wijk als werkplaats) (vervallen zijn de artikelen 6:20 t/m 6:24).</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.6Podiumkunsten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:25</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan stichtingen of verenigingen subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de podiumkunsten, zoals bedoeld in de cultuurnota. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:26</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.25 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:28</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:25 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6.25 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.7Beeldende kunst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:29</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan stichtingen of verenigingen subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de beeldende kunst, zoals bedoeld in de cultuurnota, met name voor collectievorming, museale presentaties, opdrachten aan aansprekende beeldende kunstenaars, instandhouding collectie of productie. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:30</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:31</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.29 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:32</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:29 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6:29 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.8Materieel Erfgoed</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:33</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen subsidie verlenen voor het in stand houden en onder de aandacht brengen van materieel erfgoed, zoals bedoeld in de cultuurnota. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-34\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:34</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:35</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.33 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:36</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:33 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6:33 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.9Immaterieel Erfgoed</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:37</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen subsidie verlenen voor het in stand houden en onder de aandacht brengen van immaterieel erfgoed.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:38</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:39</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag voor immaterieel erfgoed bevat gegevens over: het tijdsverloop tussen het subsidiebesluit van het college en de dag dat de activiteit plaatsvindt; de uiterlijke verschijningsvorm waarbij de subsidieontvanger ingaat op: het risico van overlast en hinder voor de omgeving; risico’s voor de verkeersveiligheid of de veiligheid in het algemeen. de locatie waar de activiteit plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-40\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:40</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidieaanvraag voor immaterieel erfgoed weigeren als: de activiteit naar het oordeel van het college niet voldoende toegankelijk is voor het algemene publiek; het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:41</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:38 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze over de overige, op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.10Letteren</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:42</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de letteren, zoals bedoeld in de cultuurnota en/of de bibliotheekvisie. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:43</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:44</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.42 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:45</span><span class=\"lf-art-t\">Subsid0ieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:42 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6:42 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.11Culturele beurzen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:46</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan subsidie verlenen, in de vorm van een beurs, naar aanleiding van een prijsvraag of als stipendium. De volgende beurzen komen voor subsidie in aanmerking:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hendrik de Vriesstipendium;</p>\n<p class=\"lf-p\">George Verbergstipendium;</p>\n<p class=\"lf-p\">Andrea Elkenbrachtfonds;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadsdichter;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stipendium Samenleven met cultuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Om in aanmerking te komen voor subsidie dient voldaan te worden aan de bij uitschrijving van de beurs relevante criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie wordt toegekend op basis van beoordeling door een jury.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:47</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:48</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidiebedrag dient aangewend te worden voor de realisering van een kunstuiting van de subsidieontvanger, zoals bedoeld in de regels van de relevante culturele beurs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:49</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college verleent geen subsidie, indien de inzendingen voor de beurs naar het oordeel van de jury van onvoldoende kwaliteit zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6:12 Activiteiten Groninger Forum</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-50\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:50</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 6.1 wordt voor de toepassing van de paragraaf 6.12 verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Groninger Forum :</p>\n<p class=\"lf-p\">Een openbare, multifunctionele cultuurinstelling in Groningen, met een vernieuwende interdisciplinaire programmering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:51</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen voor een integraal aanbod van de volgende activiteiten in één publieks- en cultuurinstelling (Groninger Forum), op het gebied van: de voorbereiding van de opening van het Groninger Forum; ontmoeting en debat; kennis en informatie; lezen en literatuur; leesbevordering; film; cultuur educatie; netwerktaken zoals omschreven in de Bibliotheekvisie; culturele activiteiten.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college houdt bij de verlening van subsidie op basis van het eerste lid onder b. tot en met i. rekening met het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De Kunstraad Groningen houdt in zijn advies aan het college rekening met de in de cultuurnota genoemde criteria, alsmede met de volgende toetsingscriteria: aanvullend op het aanbod; cultureel ondernemerschap; deelnemers- en/of publieksbereik; degelijkheid van de financiële onderbouwing; stevigheid van de organisatie; kans van slagen van het project.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:52</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in artikel 6:51 genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:53</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Met betrekking tot de subsidie op basis van de Nadere regel zijn de volgende bepalingen van toepassing. De subsidieontvanger stelt een jaarlijks te actualiseren integraal activiteitenplan op. Dat moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de deelname aan de activiteiten; gegevens over de eigen bijdrage van de deelnemers aan de activiteiten; gegevens over de frequentie waarmee de activiteiten worden uitgevoerd een beschrijving van welk percentage van de inkomsten uit eigen inkomsten afkomstig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient vrijwilligersbeleid te formuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient vrijwilligers die actief zijn binnen de organisatie, alsmede inwoners te betrekken bij zowel bij de ontwikkeling als bij de uitvoering van activiteiten en programma’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient goede bereikbaarheidsinformatie op te nemen in diens marketinguitingen (zowel in print als online) en zich in te spannen om alle informatie ook zo goed mogelijk beschikbaar maakt voor mensen met een auditieve of visuele beperking en anderstaligen (in elk geval Engels en Duits).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Met betrekking tot de subsidie op basis van de Nadere regel zijn de volgende verplichtingen van toepassing:</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient tot aan de opening jaarlijks gemiddeld 5% van de toegekende subsidie te reserveren voor het opbouwen van voldoende weerstandsvermogen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger rapporteert driemaandelijks aan het college over de activiteiten genoemd in artikel 6:51 lid 1 onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van het vorige sub lid zorgt de subsidieontvanger voor een sluitende exploitatie en adequate governance en rapporteert daar over aan het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:54</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag voor de in artikel 6:51 bedoelde activiteiten weigeren als er onvoldoende vorderingen in verband met de in artikel 6:51 lid 1 onder a. bedoelde activiteiten wordt geconstateerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.51 lid 2 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien niet wordt voldaan aan de verplichting zoals genoemd in artikel 6:53 lid 2 onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de Code Cultural Governance.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de voorwaarden zoals die zijn gesteld in de Kadernota Cultuur Ruimte voor vernieuwing, vernieuwing voor ruimte ten aanzien van cultureel ondernemerschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien er onvoldoende weerstandsvermogen opgebouwd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien het integraal activiteitenplan te weinig kwaliteit heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:55</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het totaal van de in artikel 6:51 lid 1 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelgewijze toelichting Artikelgewijze toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.13 Cofinancieringsfonds</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:56</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze paragraaf geldt de volgende procedure:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen kunnen twee keer per jaar worden ingediend resp. voor 1 maart en 1 september.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:57</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor projecten die sector overstijgend zijn op het gebied van cultuur en ruimtelijke ordening of cultuur en maatschappij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:58</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 50% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvrager kan per kalenderjaar voor maximaal € 30.000 aan subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:59</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De activiteiten dienen een bijdrage te leveren aan de strategieën zoals genoemd in de cultuurnota en aan één of meer van de onderstaande voorwaarden te voldoen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Door middel van kunst en cultuur een bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, zorg en sociale cohesie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door middel van culturele activiteiten in de openbare ruime een bijdrage leveren aan gebiedsontwikkeling en het vergroten van het publieksbereik van de culturele sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieontvanger is verplicht: een naar het oordeel van het college redelijke financiële eigen bijdrage te leveren aan de uitvoering van de activiteiten evenals een redelijke bijdrage van derden. voor zover van toepassing een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entree te heffen van de bezoekers van de activiteit. om de relatie aan te geven tussen de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd en zijn reguliere activiteiten als hij daarvoor subsidie ontvangt krachtens een gemeentelijke subsidieregeling of van een derde.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger die naast de activiteiten waarvoor subsidie krachtens deze paragraaf wordt gevraagd tevens andere activiteiten uitvoert, dient: bij de aanvraag tot subsidieverlening een begroting te voegen van al zijn baten en lasten tenzij hij deze begroting reeds eerder bij het college heeft ingediend, en bij de aanvraag tot subsidievaststelling een rekening van al zijn baten en lasten te voegen tenzij hij deze rekening reeds eerder bij het college heeft ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie wordt alleen verstrekt voor een activiteit, niet voor investeringen in goederen of huisvesting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-60\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:60</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidieaanvraag weigeren als de activiteiten gericht zijn op het behalen van winst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:61</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Per kalenderjaar is het subsidieplafond voor de in artikel 6:57 genoemde activiteiten gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het subsidiebedrag over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie op volgorde van binnenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.14 Vernieuwingsfonds</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:62</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 13 ASV worden aanvragen om subsidieverlening ingediend uiterlijk 8 weken voor de aanvang van de activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:63</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die bijdragen aan de strategieën genoemd in de cultuurnota. Deze paragraaf heeft betrekking op nieuwe initiatieven die niet op grond van paragraaf 6.13 Cofinancieringsfonds voor subsidie in aanmerking komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:64</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 20.000,- per aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:65</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om voor een subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking te komen moet de activiteit of de aanvrager een positief advies van de Kunstraad Groningen hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:66</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Per kalenderjaar is het subsidieplafond voor de in artikel 6:63 genoemde activiteiten gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan per kalenderjaar een of meer aanvraagperioden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college bepaalt jaarlijks voor alle aanvraagperioden de uiterste datum waarop de subsidieaanvraag in bezit moet zijn van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan per aanvraagperiode een deelbudget vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget toevoegen aan een deelbudget van een daaropvolgende aanvraagperiode. Dit geldt niet voor de laatste aanvraagperiode van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college verdeelt het subsidiebedrag over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie op basis van welke subsidieaanvragen het beste voldoen aan artikel 6:63.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Toelichting Paragraaf6.15Pronkjewail Fonds</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:67</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsdefinitie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Oudere:</p>\n<p class=\"lf-p\">Iemand die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Culturele activiteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten in de disciplines beeldende kunst, dans, erfgoed, film/nieuwe media, literatuur, muziek of theater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Noodzakelijke kosten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een subsidiabele activiteit onder aftrek van de eigen inkomsten. De in artikel 6:1 onder d bedoelde inkomstennorm is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organisatie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vereniging of een stichting met volledige rechtsbevoegdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Particulieren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieronder verstaan wij een individueel persoon of een groep van individuele personen die niet is of zijn aangesloten bij een stichting, vereniging of anderszins.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:68</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op subsidies voor de in artikel 6:69 genoemde activiteiten van particulieren is de lichte procedure volgens de Verordening van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op subsidies van € 10.000 of hoger voor de in artikel 6:69 genoemde activiteiten van organisaties is de reguliere procedure volgens de Verordening van toepassing. Als de subsidie lager is dan € 10.000, is de lichte procedure van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:69</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zowel particulieren als organisaties kunnen subsidie aanvragen voor culturele activiteiten waarbij ouderen actief participeren in de activiteit. Receptieve activiteiten, zoals het bezoeken van theatervoorstellingen, concerten, musea e.d. vallen hier niet onder. Onder culturele activiteiten worden activiteiten verstaan op het gebied van de amateurkunst (muziek, beeldende kunst, theater, dans, literatuur, film/nieuwe media) en erfgoed. Combinaties hierin zijn mogelijk. De culturele activiteit draagt aantoonbaar bij aan healthy ageing, is aanvullend op regulier bestaand aanbod en richt zich op de specifieke doelgroepen: kwetsbare ouderen, zorgbehoevende ouderen en ouderen met een andere culturele achtergrond. Vitale ouderen kunnen hier alleen onderdeel van uitmaken wanneer zij een actieve rol spelen voor de hiervoor genoemde specifieke doelgroepen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:70</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor activiteiten van particulieren bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten tot een maximum van € 1.000 per aanvrager per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie activiteiten van organisaties bedraagt maximaal 50% van de noodzakelijke kosten tot een maximum van € 20.000 per aanvrager per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in de beide vorige leden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:71</span><span class=\"lf-art-t\">De aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een subsidieaanvraag voor activiteiten van particulieren dient uiterlijk 8 weken voor het begin van de activiteit in bezit te zijn van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college stelt voor activiteiten van organisaties twee aanvraagronden vast. Aanvragen voor de eerste ronde moeten uiterlijk op 15 juni 2017, maar niet later dan 13 weken voor het begin van de activiteiten in bezit zijn van het college. Aanvragen voor de tweede ronde moeten uiterlijk op 1 november 2017, maar niet later dan 13 weken voor het begin van de activiteiten in bezit zijn van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor een subsidieaanvraag voor activiteiten van particulieren dient de aanvrager gebruik te maken van het Aanvraagformulier Particulieren. Deze aanvraag moet zijn voorzien van een projectplan en een begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor een subsidieaanvraag voor activiteiten van organisaties dient de aanvrager gebruik te maken van het Aanvraagformulier Organisaties. Deze aanvraag moet zijn voorzien van een projectplan en een begroting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:72</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen en verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Om in aanmerking te komen voor subsidie voor activiteiten van particulieren moet zijn voldaan aan onderstaande criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">De deelnemers aan de activiteiten dienen overwegend in de provincie Groningen woonachtig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De deelnemers dienen in overwegende mate ouder te zijn dan 65 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten dienen voor deelnemers en publiek openbaar toegankelijk te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit dient plaats te vinden in 2017 of 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit dient plaats te vinden in de provincie Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de voorbereiding en de uitvoering van de activiteit maakt de subsidieaanvrager gebruik van de expertise van een professional. In de aanvraag moet worden aangegeven op welke wijze aan deze voorwaarde wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit dient open te staan voor personen uit tenminste een van onderstaande doelgroepen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwetsbare ouderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgbehoevende ouderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Oudere met een andere culturele achtergrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de gesubsidieerde activiteit dient bij particuliere initiatieven door tenminste 10 personen uit de hiervoor in lid 1 onder g genoemde doelgroepen actief te worden deelgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen worden beoordeeld op de volgende aspecten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin het gaat om nieuwe, innovatieve initiatieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin het gaat om doorontwikkeling en verduurzaming van bestaande initiatieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal ouderen dat wordt bereikt. (Hoe realistisch is de inschatting?) De mate waarin activiteiten aantoonbaar op initiatief van ouderen worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De spreiding van activiteiten in de provincie Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van betrokkenheid van organisaties uit andere domeinen dan cultuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De programmeerbaarheid in de actiemaand voor ouderen Kunst op Stee en/of het festival De kunst van het ouder worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij overvraging van het budget wordt een rangschikking gemaakt op basis van bovenstaande aspecten, waarbij de volgorde het belang aangeeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Om in aanmerking te komen voor subsidie voor activiteiten van organisaties moet zijn voldaan aan onderstaande criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">De deelnemers aan de activiteiten dienen overwegend in de provincie Groningen woonachtig te zijn De deelnemers dienen in overwegende mate ouder te zijn dan 65 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten dienen voor deelnemers en publiek openbaar toegankelijk te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit dient plaats te vinden in 2017 of 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit moet plaatsvinden in de provincie Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de voorbereiding en de uitvoering van de activiteit maakt de subsidieaanvrager gebruik van de expertise van een professional. In de aanvraag moet worden aangegeven op welke wijze aan deze voorwaarde wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit moet open staan voor personen uit tenminste een van onderstaande doelgroepen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwetsbare ouderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgbehoevende ouderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Oudere met een andere culturele achtergrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de gesubsidieerde activiteit dient door tenminste 15 personen uit de hiervoor in lid 2 onder g genoemde doelgroepen actief te worden deelgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen worden beoordeeld op de volgende aspecten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin het gaat om nieuwe, innovatieve initiatieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin het gaat om doorontwikkeling en verduurzaming van bestaande initiatieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal ouderen dat wordt bereikt. (Hoe realistisch is de inschatting?) De mate waarin activiteiten aantoonbaar op initiatief van ouderen worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De spreiding van activiteiten in de provincie Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van betrokkenheid van organisaties uit andere domeinen dan cultuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De programmeerbaarheid in de actiemaand voor ouderen Kunst op Stee en/of het festival De kunst van het ouder worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij overvraging van het budget wordt een rangschikking gemaakt op basis van bovenstaande aspecten, waarbij de volgorde het belang aangeeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor activiteiten van particulieren geldt dat de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na afloop van het tijdvak waarvoor het college de subsidie heeft verstrekt een kort inhoudelijk verslag van de activiteiten moet indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor activiteiten van organisaties geldt dat de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na afloop van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend een aanvraag om subsidievaststelling moet indienen, bestaande uit een financieel en inhoudelijk activiteitenverslag. Het financieel verslag dient op dezelfde wijze te zijn gerubriceerd als de begroting op basis waarvan het college de subsidie heeft verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:73</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college legt elke subsidieaanvraag voor aan een Adviescommissie. Het college kan een subsidieaanvraag weigeren als deze commissie hierop negatief adviseert.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college weigert een subsidieaanvraag voor boeken, cd’s of andere beeld- en geluidsdragers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college weigert een subsidieaanvraag voor regulier cursusaanbod van stedelijke en/of provinciale instellingen of vergelijkbaar aanbod van particulieren en/of organisaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-74\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:74</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor activiteiten van particulieren bedraagt voor de hele looptijd van deze paragraaf € 12.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college stelt voor de activiteiten van organisaties twee aanvraagperioden vast. De eerste aanvraagperiode loopt van 15 juni tot en met 31 december 2017; de tweede aanvraagperiode loopt van 1 januari tot en met 31 december 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het subsidieplafond voor beide aanvraagperioden tezamen bedraagt voor de hele looptijd van deze regeling € 58.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Als op 31 januari 2018 nog een deel van het subsidiebudget voor activiteiten van organisaties resteert, kan het college dit toevoegen aan het subsidiebudget voor activiteiten van particulieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het in lid 1 van dit artikel genoemde subsidieplafond dan wordt het beschikbare plafond over de in aanmerking komende subsidieaanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het in de lid 3 van dit artikel genoemde subsidieplafond dan komen aanvragen eerder voor subsidie in aanmerking naarmate: meer sprake is van doorontwikkeling en verduurzaming van reeds bestaande initiatieven; meer ouderen aan de activiteiten deelnemen; activiteiten aantoonbaar meer op initiatief van de ouderen worden georganiseerd; meer sprake is van een gelijkmatige spreiding van de activiteiten in de provincie Groningen; de betrokkenheid van organisaties uit andere domeinen dan cultuur groter is; de activiteiten meer worden geprogrammeerd in de actiemaand voor ouderen Kunst op Stee en/of het festival De kunst van het ouder worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.In de afweging van het college wegen de in lid 6 eerder genoemde criteria zwaarder dan later genoemde.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Het college kan besluiten om de behandeling van een subsidieaanvraag aan te houden tot een volgende aanvraagperiode mits het college met in achtneming van de daarvoor geldende termijn voldoende gelegenheid heeft een besluit te nemen voordat de activiteit wordt uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-75\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:75</span><span class=\"lf-art-t\">Overige bepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Deze paragraaf kan worden aangehaald als de subsidieregeling Pronkjewail Fonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Deze subsidieregeling eindigt van rechtswege op 31 december 2018 maar hij blijft van toepassing voor de vaststelling van subsidies die op grond van deze paragraaf zijn verstrekt en voor beslissingen op bezwaarschriften die zijn ingediend tegen subsidiebesluiten die het college op grond van deze paragraaf heeft genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op deze regeling is de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2011 van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.16 Tijdelijke regeling culturele instellingen COVID-19</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-76\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:76</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Coronamaatregelen: alle maatregelen die door het Rijk en de veiligheidsregio omwille van de veiligheid zijn gesteld vanaf 12 maart 2020 om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan, zoals sluiting van theaters, afgelasten van evenementen, samenkomsten en concerten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Meerjarig gesubsidieerde culturele instelling: Een professionele culturele instelling in de gemeente Groningen die in 2020 minimaal sinds 2019 jaar subsidie ontvangt voor de activiteiten in het gehele jaar, vanuit de Cultuurnota 2017-2020 City of Talent, het budget voor talent en vernieuwing of het cultuurbudget van de voormalige gemeenten Haren en Ten Boer.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:77</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de regeling is tweeledig, enerzijds tegemoetkomen aan de schade die culturele instellingen lijden als gevolg van coronamaatregelen. Anderzijds mogelijkheden bieden voor culturele instellingen om een nieuwe impuls aan hun programmering te geven, met inzet van culturele ZZP’ers en flexkrachten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-78\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:78</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een culturele instelling komt in aanmerking voor deze regeling als deze: een meerjarig gesubsidieerde culturele instelling is (zie begripsbepaling); geen ondersteuning van het ministerie van OCW ontvangt in het kader van de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19; aanspraak heeft gemaakt op de NOW, TOGS en TOZO indien de organisatie hier aanspraak op kon maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-79\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:79</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Netto schade; De gederfde inkomsten en noodzakelijke extra kosten van de culturele instelling als direct gevolg van de coronamaatregelen na aftrek van: de door coronamaatregelen weggevallen kosten zoals inzet van goederen, personeel, huur van een locatie; schatte inkomsten uit generieke ondersteuningsregelingen zoals de NOW, TOZO, TOGS; inzet van 25% van de algemene reserve van de instelling.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Culturele activiteiten: die starten in de periode 1 september t/m 31 december 2020; die verband houden met of reflecteren op de uitdagingen die de coronacrisis de samenleving stelt en/of waarmee nieuwe verdienmodellen worden ontwikkeld; die voldoen aan de dan geldende veiligheidseisen ten behoeve van de volksgezondheid; waarvan het eindresultaat in 2020 of 2021 publiek en/of digitaal toegankelijk is, waarbij binnen de mogelijkheden wordt ingezet op een zo groot mogelijk publiek; waarbij minimaal één ZZP’er of flexibele arbeidskracht extra wordt ingezet; samenwerking tussen meerdere culturele instellingen is een pré.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-80\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:80</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagprocedure</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Er is één aanvraagronde.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De uiterste datum voor het indienen van een aanvraag is 31 augustus 2020.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een instelling mag subsidie aanvragen voor netto schade, culturele activiteiten of beide.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De schriftelijk gemotiveerde aanvraag dient te bestaan uit:</div>\n<p class=\"lf-p\">Een berekening van de netto schade, indien van toepassing;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omschrijving en begroting van de culturele activiteiten en personele inzet, indien van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:81</span><span class=\"lf-art-t\">Budget-/subsidieplafond en verdeelregel</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 250.000,-.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het budget wordt eerst ingezet voor de Netto schade zoals genoemd in lid 1 van artikel 6:79 en daarna voor Culturele activiteiten zoals genoemd in lid 2 van artikel 6:79, voor welke € 50.000,- gereserveerd wordt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie kan per instelling niet hoger zijn dan de verleende subsidie in 2020.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidie wordt naar rato verdeeld.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:82</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdelijke nadere regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze tijdelijke nadere regel geldt tot en met 31 december 2020.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.17 Tweejarige bewezen talentregeling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:83</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen, in de vorm van een bewezen talentregeling.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Om in aanmerking te komen voor subsidie dient voldaan te worden aan de relevante criteria.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie wordt toegekend op basis van een beoordeling door de Kunstraad die daarover aan het college een advies uitbrengt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:84</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal €80.000 per twee jaar per aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:85</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidiebedrag dient aangewend te worden voor de realisering van een kunstuiting van de subsidieontvanger, zoals bedoeld in de regels van de relevante culturele regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:86</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college verleent geen subsidie, indien de inzendingen voor de regeling naar het oordeel van de Kunstraad van onvoldoende kwaliteit zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:87</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de tweejarige bewezen talentregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regeling verstrekt een financiële bijdrage aan initiatieven van jonge kunstenaars om hen in de gelegenheid te stellen een eigen signatuur te ontwikkelen en zo een betekenisvolle bijdrage leveren aan de hedendaagse kunst in Groningen. Door te kunnen experimenteren en “vlieguren” te maken, vergroten ze hun kansen op een beroepspraktijk, stimuleren ze het oeuvre, versterken ze cultureel ondernemerschap en vergroten ze hun zichtbaarheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-88\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:88</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De tweejarige regeling bewezen talent is beschikbaar voor initiatieven op het gebied van de podiumkunsten (dans, muziek, theater), beeldende kunst, literaire en audiovisuele kunst, of combinaties daarvan. Aanvrager ontvangt geen andere meerjarige subsidie van de gemeente Groningen. Aanvrager richt zich met de activiteiten op publiek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-89\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:89</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria artistieke en inhoudelijke kwaliteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Alleen met een aantoonbare artistieke en inhoudelijke kwaliteit kunnen professionele kunstinstellingen bijdragen aan onze doelen. Onder artistieke en inhoudelijke kwaliteit verstaan we zeggingskracht, vernieuwing, vakmanschap en authenticiteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Alleen instellingen die een artistiek inhoudelijke visie hebben, die aanvullend is op het huidige aanbod in de infrastructuur, komen in aanmerking voor de bewezen talentregeling.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Alleen instellingen die aansluiten op talentontwikkelingstrajecten zoals bv. Station Noord, Hit en Up North, of een adhesiebetuiging van een Groninger culturele instelling wanneer er geen talententraject is, komen in aanmerking.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-90\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:90</span><span class=\"lf-art-t\">Typen organisaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor een subsidie op basis van deze regeling kan slechts in aanmerking komen de organisatie die: activiteiten ontplooit in de Gemeente Groningen, als doel heeft het uitvoeren van professionele kunsten voor publiek, hierbij geen winstoogmerk heeft, waarvan de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet zonder subsidie kunnen worden gerealiseerd en waar de markt niet in kan voorzien, aantoonbaar kwaliteit heeft (diploma’s, CV, talententraject of adhesieverklaring), ca. 3 tot 7 jaar een beroepspraktijk heeft en maximaal 1 keer eerder een bijdrage uit deze regeling heeft ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:91</span><span class=\"lf-art-t\">Eisen aan de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag bevat minimaal de volgende onderdelen, met vereisten, conform de ASV van de gemeente Groningen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteitenplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een overzicht van de door de subsidieontvanger voorgenomen activiteiten, uit te voeren binnen de periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De te subsidiëren activiteiten dienen in overwegende mate gericht te zijn op de gemeente of haar ingezetenen en dragen bij aan de gemeentelijke doelstellingen zoals geformuleerd in de kadernota cultuur 2021-2028.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten dienen uitgevoerd te worden door en/of onder begeleiding van professionele kunstenaars.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begroting:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een op activiteiten gerichte begroting (productbegroting) van de kosten en de inkomsten van deze activiteiten, waaruit duidelijk blijkt waarvoor de subsidie wordt aangewend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bijdrage van maximaal €80.000 voor 2 jaar, als tegemoetkoming voor projecten en activiteiten (min. 2/3 van de begroting) en in materiaal, huisvesting, tijd en diensten van derden (max. 1/3 van je begroting).</p>\n<p class=\"lf-p\">De begroting bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten (dekkingsplan) en indien van toepassing een opgave van de gehanteerde uurtarieven en overheadkosten en de wijze waarop deze zijn opgebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 21,5% van de totale inkomsten dient door eigen inkomsten gefinancierd te worden. Onder eigen inkomsten wordt verstaan: directe opbrengsten, sponsorinkomsten en overige inkomsten indirecte opbrengsten subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan overige bijdragen uit publieke middelen rentebaten overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap bijdrage in natura worden niet gerekend tot inkomsten Een exemplaar van de oprichtingsakte en de statuten. En indien beschikbaar een jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:92</span><span class=\"lf-art-t\">Kwaliteit van de organisatie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Toepassing landelijke codes De aanvrager past de Code Cultural Governance toe en geeft aan op welke manier dat gebeurt.</div>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager past de Fair Practice Code toe en geeft aan op welke manier dat gebeurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager past de Code Culturele diversiteit toe of legt uit op welke manier deze al dan niet wordt toegepast (‘pas toe OF leg uit’).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Visie op de brede maatschappelijke functie van de organisatie De aanvrager heeft een visie op welke manier de activiteiten bijdragen aan de maatschappelijke opgaves in de gemeente Groningen, zoals participatie, leefbaarheid, economie en welzijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Publieksbereik, toegankelijkheid en educatie De aanvrager heeft een visie op welke publieksdoelgroepen de organisatie wil bereiken en op welke manier(en) dit gebeurt (bijvoorbeeld marketing, educatie, prijsbeleid, toegankelijkheid voor mensen met een beperking).</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.18 Regeling Programma Professionele Ontwikkeling 2021 Provincie Groningen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-693\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.93</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regeling beoogt culturele ZZP’ers te ondersteunen in hun beroepspraktijk door hen subsidie te verlenen als tegemoetkoming voor hun deelname van het landelijke Programma Professionele Ontwikkeling van Platform ACCT.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-694\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.94</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is als ZZP’er werkzaam in de Groningse creatieve en/of culturele sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is woonachtig in de provincie Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Platform ACCT heeft de aanvraag van de ZZP’er bij het landelijke Programma Professionele Ontwikkeling gehonoreerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-695\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.95</span><span class=\"lf-art-t\">Budget</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het maximaal aan te vragen budget is 85% van de kosten voor de aanvrager vanuit het Programma Professionele Ontwikkeling, tot het subsidieplafond is bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-696\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.96</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De provincie Groningen publiceert het subsidieplafond van deze regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-697\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6.97</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regeling Programma Professionele Ontwikkeling kent een looptijd van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en stopt als het subsidieplafond 2021 is bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk7Verkeer (RO/EZ)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7.1 Openbaar toegankelijke oplaadpunten voor elektrische auto’s</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen Hoofdstuk8Wonen (RO/EZ/MD)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.1 Milieu en duurzaamheid</h3>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.2 Energiescans</h3>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.3 Schoonmaakacties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: ingezetenen: alle natuurlijke personen en rechtspersonen die woonachtig dan wel gevestigd zijn in de gemeente Groningen; openbare ruimte: de gemeenschappelijke, publieke ruimte waaronder in ieder geval wordt verstaan: openbare wegen, openbare wateren en openbaar groen;</p>\n<p class=\"lf-p\">LenteKriebels: schoonmaakacties door ingezetenen, gericht op het verbeteren van de eigen leefomgeving en die plaatsvinden in de periode maart en april.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:16</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan (een groep van) ingezetenen subsidie verstrekken voor allerhande schoonmaakacties in het kader van LenteKriebels, die geheel in de openbare ruimte plaatsvinden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:17</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie in het kader van LenteKriebels bedraagt maximaal € 200,- per schoonmaakactie, per groep van ingezetenen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De hoogte van de subsidie per schoonmaakactie bedraagt € 5,- per deelnemer.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Per kalenderjaar kan de subsidie aan dezelfde (groep van) ingezetenen slechts eenmaal verstrekt worden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:18</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 7 van de Verordening, dient de subsidieaanvraag 2 weken vóór aanvang van de voor het lopende kalenderjaar vastgestelde LenteKriebels periode zijn ingediend bij het college.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 8:15 onder c. kan het college bepalen dat bij uitzondering ook buiten de genoemde periode schoonmaakacties voor subsidie in aanmerking komen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Voor de subsidieaanvraag moet gebruik worden gemaakt van het door het college vastgestelde aanvraagformulier.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:19</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor de in artikel 8:16 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag naar evenredigheid over de op tijd ontvangen subsidieaanvragen verdeeld.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.4 Subsidie oud papier</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:21</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: grantieprijs: door het college vastgestelde prijs per kilogram ingezameld oud papier, die aan inzamelaars wordt betaald op het moment dat de marktprijs lager is dan de garantieprijs; marktprijs: prijs die door het papier inzamelend en/of verwerkend bedrijf aan de Milieudienst wordt betaald; inzamelaar: inzamelaar van oud papier die beschikt over een geldige inzamelvergunning ex artikel 11, eerste lid van de Afvalstoffenverordening van de gemeente Groningen paier inzamelend en/of papier verwerkend bedrijf: het bedrijf dat het transport en de inzameling van door inzamelaars aangeleverd oud papier verzorgt, welk bedrijf op dat moment een contract heeft met ARCG; inzameloverzicht: een door het papier inzamelend en verwerkend bedrijf verstrekt overzicht van het door de inzamelaar ingezameld papier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:22</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze paragraaf is de lichte procedure zoals opgenomen in de verordening van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:23</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan een inzamelaar subsidie verstrekken voor de inzameling van oud papier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:24</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt in de vorm van een garantieprijs: indien de marktprijs op een bepaald moment lager is dan de door het college vastgestelde garantieprijs, wordt de garantieprijs uitgekeerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor het bepalen van de marktprijs wordt uitgegaan van de datum van de weegbon.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De garantieprijs, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks door het college vastgesteld.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:25</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen subsidieaanvraag en betaling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van het bepaalde in de verordening, geldt het door het oud papier inzamelend en/of verwerkend bedrijf verstrekte inzameloverzicht als subsidieaanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De hoeveelheid ingezameld oud papier wordt bepaald door het papier inzamelend en/of papier verwerkend bedrijf.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een kopie van het inzameloverzicht wordt aan het college verstrekt en dient als basis voor de eventueel te subsidiëren hoeveelheid ingezameld oud papier.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidie wordt aan de inzamelaar betaald door het papier inzamelend en/of verwerkend bedrijf.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.5 Groene daken</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:26</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: dakconstructie: samenstelling van balken (hout of staal), regels en bebording die sterk genoeg is om de dakbedekking van een gebouw te dragen en de wind-/regen-/ en sneeuwbelasting op te vangen. De dakconstructie dient zodanig te zijn dat deze beloopbaar is voor onderhoud en inspectie; gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; groene daken: daken, met een vegetatiepakket, dat is opgebouwd uit een wortelkerende laag, een drainagelaag, een substraatlaag en een vegetatielaag met droogteresistente soorten, en die geen gebruiksfunctie hebben. De daken zijn alleen voor onderhoud toegankelijk. De belasting ligt tussen de 20 en 200 kg/m2; plat dak: dak met een hellingshoek ten opzichte van de horizontaal van maximaal drie graden. Dit komt overeen met een hellingspercentage van ca. vijf procent.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:27</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor de aanleg van groene daken zodanig dat de aanleg daarvan een bijdrage levert aan de waterbergingscapaciteit van hemelwater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:28</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt: € 30,- per m2 voor oppervlakken van 6 tot 100 m2; € 20,- per m2 voor oppervlakken van 100 tot 250 m2; € 10,- per m2 voor oppervlakken van 250 tot 1000 m2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:29</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt als voldaan wordt aan de volgende verplichtingen: voor het aanvragen van de subsidie en het gereed melden van de aanleg van het groene dak moet gebruik gemaakt worden van de door het college vastgestelde formulieren; het dient te gaan om een plat dak van minimaal 6 m2 op een gebouw of gebouwen in de gemeente Groningen; er mag niet met de aanleg te zijn begonnen voordat op de subsidieaanvraag is beslist; de aanvrager is de eigenaar van het gebouw of de gebouwen, of huurder van het gebouw of gebouwen en de huurder overlegt een akkoordverklaring van de eigenaar voor de aanleg.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden overgelegd: een gespecificeerde begroting van de kosten of een offerte van de kosten; een situatietekening op schaal; een foto van het bestaande dak; een bouwvergunning of een monumentenvergunning, indien vereist; de schriftelijke akkoordverklaring van de eigenaar (als de aanvrager huurder is).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan de subsidieverlening intrekken indien blijkt dat de activiteiten niet binnen één jaar na de datum van verlening van de subsidie zijn uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college kan de subsidievaststelling intrekken indien blijkt dat de activiteiten niet binnen één jaar na de datum van vaststelling van de subsidie zijn uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het college kan naar aanleiding van de aanvraag om vaststelling van de subsidie controle verlangen van het aangelegde groene dak. De aanvrager van de subsidie zal hiertoe de benodigde medewerking verlenen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Indien artikel 15 ASV van toepassing is, dient de aanvrager de afronding van de werkzaamheden te melden aan het college. Het college kan controle verlangen van het aangelegde groene dak. De aanvrager van de subsidie zal hiertoe de benodigde medewerking verlenen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Ingeval uit de controle als bedoeld in de leden 6 en 7 naar het oordeel van het college is gebleken dat het groene dak ondeskundig is aangelegd, kan de subsidie worden teruggevorderd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Indien artikel 16 ASV van toepassing is, geldt het formulier ‘gereedmelding’ als aanvraag vaststelling subsidie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>In afwijking van artikel 16, eerste lid ASV dient het formulier ‘gereedmelding’ binnen acht weken te worden ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>In afwijking van artikel 17, eerste lid ASV stelt het college binnen 8 weken de hoogte van de subsidie vast.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>In afwijking van artikel 20, eerste lid ASV wordt de vastgestelde subsidie binnen zes weken uitgekeerd aan de aanvrager.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:30</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond voor de in artikel 8:28 genoemde activiteiten is per kalenderjaar gelijk aan het in de gemeentebegroting voor dat jaar opgenomen bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het beschikbare budget, dan wordt dat budget over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op volgorde van binnenkomst.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.6 Onderhoud authentieke schepen Noorderhaven</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-832\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.32</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het in artikel 1 van de verordening bepaalde wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: authentiek schip: een authentiek schip als bedoeld in artikel 1 van de Verordening openbaar vaarwater 2006; onderhoudskosten: kosten voor het in goede staat brengen en houden van het (on)zichtbare deel van een authentiek schip gelegen in de Noorderhaven; vaarklaar: een schip dat zelfstandig kan varen zoals het is ontworpen of door een passende aanpassing van het schip; daarvoor moet er een voorziening voor voortstuwing zijn en er moet een functionele stuurinrichting, zowel technisch functioneel als praktisch bruikbaar zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Noorderhaven: het gebied zoals aangegeven op de bij deze nadere regels behorende kaart ‘gebiedsafbakening Noorderhaven’.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-833\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.33</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze subsidieregeling is de reguliere procedure als bedoeld in de verordening van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-834\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.34</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan de eigenaar van een authentiek schip met ligplaats in de Noorderhaven subsidie verlenen voor: het in goede staat brengen en houden van het (on)zichtbare deel van een authentiek schip gelegen in de Noorderhaven; het in vaarklare staat brengen van een authentiek schip gelegen in de Noorderhaven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-835\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.35</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bestaat uit een geldelijke bijdrage voor het in goede staat brengen en houden van het (on)zichtbare deel van een authentiek schip en voor het in vaarklare staat brengen van een authentiek schip gelegen in de Noorderhaven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor de aanvrager is de subsidie eenmalig per jaar en bedraagt maximaal 50% van de te maken onderhoudskosten met een maximum van € 5.000,--.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-836\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.36</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen en verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt slechts verleend als voldaan is aan de volgende voorwaarden: het authentieke schip dient uitsluitend door het huishouden van de eigenaar bewoond te worden; het onderhoudsniveau dient waarneembaar slechter te zijn dan normaal regulier onderhouden en/of het authentieke schip is niet vaarklaar; het dient te gaan om onderhoud aan de buitenzijde van het authentieke schip indien het gaat over het in goede staat brengen en houden van het (on)zichtbare deel en/of om onderhoud aan het voortstuwingsmechanisme of het besturingssysteem van het authentieke schip indien het gaat over subsidie voor het vaarklaar maken; de aanvrager dient eigenaar van het authentieke schip te zijn; het authentieke schip dient rechtmatig in de Noorderhaven ligplaats te hebben.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden overgelegd: een gespecificeerde begroting of offerte van de kosten; een situatietekening op schaal; een of meerdere foto(‘s) van de bestaande situatie; een onderhoudsplan voor minimaal 3 jaar; een geldig legitimatiebewijs.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvrager dient overeenkomstig het overgelegde en door het college goedgekeurde onderhoudsplan gedurende 3 jaar het authentieke schip in goede staat van onderhoud te houden indien het ligplaats blijft houden in de Noorderhaven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college kan de subsidie op basis van strijd met het bepaalde in de leden 1 en 3 onmiddellijk terugvorderen van de aanvrager.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-837\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.37</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond bedraagt € 10.000,-- voor het jaar 2020 en € 25.000,-- voor de jaren 2021 en 2022;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan afwijken van de behandelvolgorde indien herstel dringend vereist is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-837a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.37a</span><span class=\"lf-art-t\">Duur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling eindigt op 31 december 2022.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.7 Beter verbeteren</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:38</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor het herstel van historisch waardevolle onderdelen van een rijksmonument, een gemeentelijk monument (light) of anderszins om een aantoonbaar historisch waardevol pand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-40\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:40</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten bepaald volgens de methode van de 'Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten' van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie bedraagt maximaal € 5000,- per adres per jaar.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verleend indien het gaat om herstel van historisch waardevolle onderdelen, die niet op basis van een rijkssubsidieregeling gesubsidieerd kunnen worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:42</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor de in artikel 8:39 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan afwijken van de behandelvolgorde indien herstel dringend vereist is.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.8Monumentale molens</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:43</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: de Sim: Subsidieregeling instandhouding monumenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:44</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:45</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan, in aanvulling op de Sim, subsidie verlenen voor het fysiek in stand houden van monumentale molens.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:46</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bestaat uit een geldelijke bijdrage voor het in stand houden van monumentale windmolens in aanvulling op de door het rijk op grond van de Sim verleende subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie bedraagt maximaal 30% van de door het rijk op grond van de Sim vastgestelde instandhoudingskosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:47</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt slechts verleend als voor de activiteit door het rijk subsidie is verleend op grond van de Sim.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college verstrekt subsidieontvanger jaarlijks een voorschot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Na afloop van de vaststelling door het rijk op grond van de Sim stelt het college de (gemeentelijke) subsidie vast op grond van de afrekening door het Rijk.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie dient aanvrager een afschrift van de vaststellingsbeschikking van het Rijk te voegen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-47a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:47a</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor de subsidiabele activiteiten in het kader van monumentale molens wordt jaarlijks een subsidieplafond ingesteld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Indien het totaal van de geldige vervolgaanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan worden de aanvragen naar rato toegekend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien na het toekennen van de vervolgaanvragen het subsidieplafond nog niet bereikt is, dan worden de resterende op tijd ingediende aanvragen naar rato toegekend.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.9 Monumentale kerken</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:48</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: de Sim: Subsidieregeling instandhouding monumenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:49</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-50\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:50</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan, in aanvulling op de Sim, subsidie verlenen voor het fysiek in stand houden van monumentale kerken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:51</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bestaat uit een geldelijke bijdrage voor het in stand houden van monumentale kerken in aanvulling op de door het rijk op grond van de Sim verleende subsidie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie bedraagt maximaal 25% van de door het rijk op grond van de Sim vastgestelde instandhoudingskosten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:52</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt slechts verleend als voor de activiteit door het rijk subsidie is verleend op grond van de Sim.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college verstrekt subsidieontvanger jaarlijks een voorschot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Na afloop van de vaststelling door het rijk op grond van de Sim stelt het college de (gemeentelijke) subsidie vast op grond van de afrekening door het Rijk.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie dient aanvrager een afschrift van de vaststellingsbeschikking van het Rijk te voegen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-52a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:52a</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor de subsidiabele activiteiten in het kader van monumentale kerken wordt jaarlijks een subsidieplafond ingesteld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Indien het totaal van de geldige vervolgaanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan worden de aanvragen naar rato toegekend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien na het toekennen van de vervolgaanvragen het subsidieplafond nog niet bereikt is, dan worden de resterende op tijd ingediende aanvragen naar rato toegekend.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.10Revolverend fonds monumenten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:53</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: bijkomende kosten: kosten die in direct verband met financiering moeten worden gemaakt (zoals: financieringskosten en notariskosten); voldoende zakelijk gerechtigde: natuurlijke of andere rechtspersoon die voor 100% het juridische en het economische eigendom bezit van het onroerend goed; vereniging van eigenaren; de erfpachter, de opstaller; de houder van een appartementsrecht als bedoeld in artikel 875a van het Burgerlijk Wetboek; degene aan wie een rechtspersoon deelnemings- of lidmaatschapsrechten heeft verleend, die recht geven op het gebruik van een woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:54</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:55</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor buitengewoon onderhoud of restauratie van gemeentelijke monumenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:56</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bestaat uit een geldelijke lening voor het verbeteren van de staat van onderhoud en restauratie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor onderhoudskosten verlopen via een lening tot 100% van de kosten, te vermeerderen met de bijkomende kosten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:57</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt slechts verleend als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: het dient te gaan om een door de gemeente aangewezen monument in de zin van de Erfgoedverordening; aanvrager dient voldoende zakelijk gerechtigde van het monument te zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij de aanvraag om verlening van subsidie dient aanvrager alle gegevens te overleggen die nodig zijn om voldoende inzicht in de uitvoering van de werkzaamheden te krijgen. In elk geval worden de volgende gegevens overgelegd: het aanvraagformulier; een gespecificeerde begroting van de kosten of een offerte van de kosten; rapport van de monumentenwacht; en een beschrijving hoe de voorgenomen werkzaamheden zullen worden uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Na het besluit tot het verlenen van de subsidie dient aanvrager een ingevuld en van gevraagde bijlagen voorzien aanvraagformulier SVN (Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten) in te dienen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De aanvrager dient overeenkomstig het bijgevoegde onderhoudsplan het monument gedurende de looptijd van de lening in goede staat van onderhoud te houden en lid te zijn van Monumentenwacht.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:58</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan afwijken van de behandelvolgorde indien herstel dringend vereist is.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.11 Geluidreducerende maatregelen kamerverhuurpanden</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:59</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-60\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:60</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:61</span><span class=\"lf-art-t\">Te subsidiëren activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:62</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:63</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:64</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8.12 Subsidie Vastgoedverbetering Vishoek, Hoekstraat en Muurstraat</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:65</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerk: hoofdgebouw aan de straatzijde op één duidelijk bouwvlak of kadastraal perceel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Projectkosten: bouwkosten alsmede bijkomende kosten (opstellen verbeterplan, ontwerpkosten procedurekosten, advies- en begeleidingskosten en btw voor zover niet aftrekbaar).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:66</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op deze regeling is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:67</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college verleent subsidie voor het verbouwen of bouwkundig verbeteren van panden naar woningen met eventueel gedeeltelijke bedrijfsfunctie in de aangewezen delen van de Vishoek, Hoekstraat en Muurstraat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:68</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 25 procent van de projectkosten tot maximaal € 25.000 per te verbeteren of op te richten bouwwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:69</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt slechts verleend als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het pand moet liggen in de Vishoek, Hoekstraat en Muurstraat zoals aangegeven op de bijbehorende kaart;</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de gesubsidieerde activiteit moet het pand bestaan uit: in elk geval zelfstandige woningen van minimaal 50 m2 gebruiksoppervlakte (GO) bewoond door één huishouden; en op de begaande grond eventueel bedrijfsruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpassingen moeten bestaan uit gebruikelijke bouwkundige aanpassingen en worden uitgevoerd in algemeen aanvaarde goede uitvoeringskwaliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het casco en de funderingen moeten indien nodig worden aangepakt conform de bijlage technische voorwaarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvrager dient eigenaar van gebouwen te zijn of huurder of beheerder van de gebouwen terwijl hij beschikt over een akkoordverklaring van de eigenaar voor de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er mag niet met de uitvoering zijn begonnen voordat op de subsidieaanvraag is beslist, uitgezonderd aanvang werkzaamheden in de periode 1 januari 2016 tot en met een maand na inwerkingtreding van deze regeling;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden overgelegd: een realistische en gespecificeerde begroting opgesteld door een voldoende gecertificeerd bureau van de kosten of een realistische en gespecificeerde offerte van de kosten; een gespecificeerd en gedetailleerd verbeterplan conform de bijlage technische voorwaarden; een bouwkundige opname van het pand conform NEN 2767; een situatietekening op schaal; tekeningen van de ‘bestaande situatie’ en de ‘nieuwe situatie’ conform de eisen uit de Wabo aanvraag aspect bouwen; indien een omgevingsvergunning is vereist de vergunningen of een zo goed als complete aanvraag; de schriftelijke akkoordverklaring van de eigenaar in het geval de aanvrager huurder of beheerder is.</div>\n<p class=\"lf-p\">Als de werkzaamheden deel uitmaken van de onderneming van aanvrager of eigenaar een ingevulde en getekende De-minimisverklaring.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan de subsidie intrekken indien blijkt dat de werkzaamheden niet binnen 1 jaar na de datum van verlening van de subsidie zijn uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Voor de aanvraag om vaststelling van de subsidie dient aanvrager: schriftelijk de werkzaamheden gereed te melden; te beschikken over alle vereiste vergunningen en te voldoen aan de daarvoor geldende regelgeving voor de uitgevoerde werkzaamheden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Voor de definitieve vaststelling van de subsidie dient de gemeente de gereedmelding voor akkoord te hebben geïnspecteerd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:70</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voorschotten worden verstrekt op vertoon van een rekening van een aannemer of voor de kosten horend bij een gedeelte dat is gereed gemeld.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er wordt tot maximaal 60% van het verleende subsidiebedrag aan voorschotten verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indiende de activiteiten tevens worden gefinancierd via de SVN wordt er geen voorschot verstrekt maar wordt na de vaststelling van de subsidie de voor de activiteiten lopende lening verminderd met het vastgestelde subsidiebedrag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:71</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst afgehandeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij gecombineerde aanvragen over meerdere percelen mogen de bijkomende projectkosten worden verdeeld over de verschillende percelen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bij artikel 8:69 lid 1 sub d in Paragraaf 8.12 (Subsidie Vastgoedverbetering Vishoek-Hoekstraat-Muurstraat) van de Nadere regels Subsidies Gemeente Groningen Bijlage (bij artikel 8:69 lid 1 sub d in Paragraaf 8.12 (Subsidie Vastgoedverbetering Vishoek-Hoekstraat-Muurstraat) van de Nadere regels Subsidies Gemeente Groningen) Toelichting bij hoofdstuk 8 Nadere regels subsidies gemeente Groningen Toelichting paragraaf 8.1 Artikelsgewijze toelichting Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk9Onderhoud en beheer openbare ruimte (RO/EZ) (vervallen) Hoofdstuk10Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:1</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze nader1e regels treden in werking op 1 november 2011.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:2</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit wordt aangehaald als Nadere regels subsidies gemeente Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan te Groningen in de collegevergadering van 3 mei 2011. De burgemeester, dr. J.P. (Peter) Rehwinkel. De secretaris, drs. M.A. (Maarten) Ruys. Bijlage 1:Kwaliteitseisen VVE (inspectiekader) bij Nadere regels basis ontwikkelingsgerichte programma’s en VVE programma’s Bijlage 1: Kwaliteitseisen VVE (inspectiekader) bij Nadere regels basis ontwikkelingsgerichte programma’s en VVE programma’s Toelichting Algemene toelichtingParagraaf 3.1 Voorschoolse educatieElke Groningse peuter kan vanaf tweejarige leeftijd, tot het moment waarop de peuter uitstroomt naar de basisschool, gebruik maken van voorschoolse educatie gedurende minimaal 320 tot maximaal 640 uur op jaarbasis bij een houder van een VVE geregistreerd kindercentrum. De gemeente Groningen vergoed jaarlijks tot dit maximum van 640 uur. Afhankelijk van de werkwijze van de voorschoolse voorziening is dit verdeeld in: 8 uur per week, verdeeld over minimaal twee dagdelen van 4 uur per week, gedurende 40 weken per kalenderjaar, 12 of 16 uur per week, verdeeld over minimaal drie dagdelen van 4 of 6 uur, over minimaal drie dagen per week, gedurende 40 weken per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke Groningse peuter met een VVE indicatie (doelgroep peuters) wordt vanaf de leeftijd van tweeëneenhalf jaar, tot het moment waarop de peuter uitstroomt naar de basisschool, gestimuleerd om gebruik te maken van 16 uur. Alleen indien hiervan sprake is hebben ouders recht op 8 uur gratis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter verduidelijking: peuters met een VVE indicatie vanaf 2,5 jaar die 320 uur per jaar deelnemen aan voorschoolse educatie, tegen betaling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage, hebben recht op 320 volledig door de gemeente gesubsidieerde uren per jaar extra, mits zij ook 640 uur komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">NB Om een flexibele overgang mogelijk te maken, kan de uitbreiding van het VVE programma van bijvoorbeeld 8 naar 16 uur per week door een houder aan een geïndiceerde peuter worden aangeboden in de leeftijdsperiode tussen twee jaar en vier maanden en twee jaar en acht maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomensafhankelijke ouderbijdrage Alle ouders van wie de peuter gebruik maakt van de voorschoolse voorziening VVE betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Bij de berekening onderscheidt de houder twee groepen ouders: ouders met en ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag (KOT- en niet-KOT-peuters). De houder berekent de hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag volgens onderstaande procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groep 1: ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag (niet-KOT-peuters):</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage per uur voor de peuter die deelneemt aan de voorschoolse basisvoorziening VVE van 8, 12 of 16 uur per week aan de hand van het gezamenlijke verzamelinkomen, het daaraan verbonden percentage tegemoetkoming van het Rijk als percentage van de kosten kinderopvang (A) en het Rijksnormtarief voor dagopvang (B) volgens de kinderopvangtoeslagtabel wordt de hoogte van de ouderbijdrage als volgt bepaald: € (100% minus A) maal B per uur. Vervolgens wordt dit bedrag in mindering gebracht op het subsidiebedrag per uur dat de gemeente hanteert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groep 2: ouders met recht op kinderopvangtoeslag:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag vragen deze aan voor 8, 12 of 16 uur. De houder brengt de uren per week keer het Rijksnormtarief voor dagopvang (B) volgens de kinderopvangtoeslagtabel, in rekening aan de ouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gratis uren voor peuters met een VVE indicatie mogen door de ouder niet in rekening gebracht worden bij de belastingdienst (zie verder hieronder) In het contract dat tussen houder en ouder wordt gesloten, verklaart de ouder dat in slechts één voorziening maximaal 8 gratis uren worden afgenomen, voor zover dat op de ouder van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals hierboven aangegeven is er een onderscheid in peuters van wie de ouders recht hebben op een toeslag via de belastingdienst volgens de wet Kinderopvang (KOT-peuters) en peuters van wie de ouders hier geen recht op hebben. Daarnaast is er ook nog onderscheid in peuters met en zonder een VVE indicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de peuters zonder een VVE indicatie geldt een ondergrens van 2 dagdelen voorschoolse educatie en een bovengrens van 16 uur voorschoolse educatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Peuters met een VVE indicatie krijgen altijd een aanbod van 16 uur, verdeeld over 4 dagdelen van 4 uur verdeeld over vier dagen (gewenst) of 2 dagdelen van 6 uur en 1 dagdeel van 4 vier uur verdeeld over drie dagen. Desgewenst kan, indien sprake moet zijn van maatwerk, hiervan afgeweken worden in 3 dagdelen van 5,5 uur maar de subsidie geldt altijd voor 16 uur VVE-peuters vanaf 2,5 jaar (KOT-/ niet-KOT-peuters) krijgen 16 uur voorschoolse educatie per week Niet KOT-ouders betalen hiervoor 8 uur inkomensafhankelijke ouderbijdrage, de Gemeente Groningen betaalt de overige 8 uur, KOT-ouders vragen voor 8 uur kinderopvangtoeslag aan, de Gemeente Groningen betaalt de overige 8 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nb. Voor KOT-peuters die al gebruik maken van reguliere kinderdagopvang, geldt dit niet. Zie hieronder.</p>\n<p class=\"lf-p\">VVE peuters die al kinderopvang hebben voordat ze 2,5 jaar worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn KOT -ouders die reguliere kinderopvang afnemen van wie de peuter een VVE-indicatie heeft of krijgt. Wanneer ouders al 2 dagen of 2 dagdelen kinderopvang afnemen kunnen zij wanneer hun kind 2,5 jaar wordt en een VVE indicatie krijgt respectievelijk een extra dagdeel van 4 uur (bij 2 dagen) of 6 uur (bij 2 dagdelen van 6 uur) aangeboden krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dit kind al 3 dagdelen komt, dan is dat (bij minimaal 16 uur) uur per week voldoende voor VVE en worden geen extra VVE uren aangevraagd. Bij 1 dag kinderopvang zouden er nog max. 2 dagdelen van 4 uur VVE bijkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gratis uren en aanvraag toeslag:</p>\n<p class=\"lf-p\">WKO-ouders van kinderen die een VVE indicatie krijgen kunnen voor de gratis uren (maximaal 8) die de Gemeente Groningen wil bieden geen kinderopvangtoeslag aanvragen. Dit is wettelijk niet toegestaan. De belastingdienst stelt een inkomensafhankelijke bijdrage voor alle uren verplicht. Deze uren komen derhalve volledig voor rekening van de Gemeente Groningen. De instellingen sturen deze ouders een factuur van minimaal 8 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet-KOT-peuters zonder VVE indicatie krijgen vanaf 2 jaar minimaal 2 dagdelen van 4 uur (8 uur) en maximaal 16 uur voorschoolse educatie verdeeld over de 3 dagen in de week aangeboden en betalen hiervoor een inkomensafhankelijke ouderbijdrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">KOT-peuters zonder VVE indicatie krijgen vanaf 2 jaar minimaal 2 dagdelen van 4 uur (8 uur) en maximaal 16 uur voorschoolse educatie aangeboden, verdeeld over de 3 dagen in de week en betalen hiervoor een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Zij vragen hiervoor Kinderopvangtoeslag aan via de belastingdienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">NB Ouders die over willen stappen naar meer dagdelen uur betalen naar rato ook meer ouderbijdrage. Met ouders die minder willen afnemen maakt de instelling gepaste afspraken Voorrangsregels Een instelling spant zich altijd zoveel mogelijk in om VVE geïndiceerde peuters snel te plaatsen volgens de afspraken die hierover met de JeugdGezondheidszorg zijn gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichtingArtikel 3:4 lid 4 onder b.Uitvoering en Materiaalkosten VVE Thuisprogramma’s thuis Gekoppeld aan het VVE programma dat aan de kinderen wordt aangeboden, ontvangen de ouders een ouderprogramma. Voor ouders van geïndiceerde VVE kinderen betreft dit een uitgebreider programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de meeste gevallen zal het hierbij gaan om het programma VVE thuis, dat is opgenomen in de databank van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI). Zowel scholing in dit programma als de kosten van het materiaal kunnen door de gemeente worden vergoed. We gaan er daarbij vanuit dat het programma op ‘intensieve locaties’ wordt uitgevoerd en ouders van ander locaties kunnen aanhaken. Daarbij kan samenwerking gezocht worden met het WIJ-team. Aanvragen voor scholing en materiaalkosten kunnen alleen voor het VVE thuis programma en alleen voor locaties met groepen waarvan 20% of structureel 4 kinderen een VVE indicatie hebben worden aangevraagd.</p></div>", "next": 0}