{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">woongebied rondom de Burgemeet (zie gebiedstypenkaart)</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : diverse woongebieden ten zuiden van de historische dorpskern (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : woonwijken ten noorden van de Meerkoetlaan en rondom de Gladiolenstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint Philipsland : diverse woonwijken ten westen van de historische dorpskern (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Scherpenisse : diverse woonwijken rondom de historische dorpskern (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : woongebieden rondom de Boswei, de Koning Haakonstraat en ten westen van de Prins Bernhardstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : woongebied ten westen van de Ten Ankerweg en de woonwijken Buitenzorg III en Molenhoek (zie gebiedstypenkaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid Binnen de woonwijken met individuele woningbouw wordt gestreefd naar een evenwicht tussen diversiteit en eenheid. De eenheid wordt met name gevonden in de plaatsing van de bebouwing op de percelen en de bebouwingsdimensies, zoals goot- en nokhoogte en het aantal bouwlagen. De bestemmingsplannen “Steintjeskreek Anna Jacobapolder”, Steintjeskreek 2e fase Anna Jacobapolder”, “Kom Oud-Vossemeer”, “Kom Poortvliet”, “Kom Sint-Annaland”, “Stoofweg Sint-Annaland”, “Achter ‘t bos Sint-Maartensdijk”, “Kern Sint Philipsland”, “Kom Scherpenisse”, “Scherpenisse West”, “Kom Stavenisse”, “Buitenzorg Tholen”, “Buitenzorg III Tholen” en “Molenhoek Tholen” geven richtlijnen waaraan nieuw te bouwen en te wijzigen objecten aan moeten voldoen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus De individuele woningbouw kenmerkt zich door zijn diversiteit in bouwstijlen, kleur- en materiaalgebruik en situering. Om te voorkomen dat het totaalbeeld van de individuele woongebieden rommelig en onsamenhangend wordt, dient voor de welstandsbeoordeling op basis van gebiedsgerichte criteria getoetst te worden op welstandsniveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de grootte van het perceel is de plaatsing van het object afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen. Bij zeer grote percelen is de plaatsing van de objecten op buurpercelen van ondergeschikt belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig.</p>\n<p class=\"lf-p\">In compacte woongebieden is de kapvorm, nokrichting en oriëntatie van het object afgestemd op die van objecten op belendende percelen. In ruim opgezette woongebieden is dit in mindere mate aan de orde. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw en de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en vertonen samenhang. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5Bedrijvengebieden B.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5.1B2: bedrijventerrein Beschrijving Bedrijventerreinen zijn er in veel vormen en maten. Van oorsprong kwam bedrijvigheid voor langs ontsluitingen over het water (rivieren, kanalen, weteringen) en het spoor. Later werd veel bedrijvigheid ontwikkeld langs provinciale en rijkswegen. De laatste jaren zien we enorme ontwikkelingen op de zogenaamde “zichtlocaties” langs de autosnelwegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de kleinere kernen komt kleinschalige bedrijvigheid voor waar lokale ondernemers dicht bij huis hun bedrijf voeren in de ambachtelijke sfeer. De bebouwing bestaat veelal uit eenvoudige loodsen, uitgevoerd in een geprofileerde staalplaat, met een klein kantoor- en kantinegedeelte. Dikwijls is de gevel van het kantoorgedeelte geheel of gedeeltelijk opgetrokken uit metselwerk. De gebouwen zijn voorzien van een plat of flauw hellend dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleurgebruik is sober, variërend van grijs tot bruin en groen, met af en toe een accentkleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de grotere kernen en in de buurt van de autosnelwegen hebben zich de laatste decennia de zogenaamd logistieke transportcentra ontwikkeld. Immense opslagloodsen met rijen “loadingdocks” bepalen het beeld van deze grootschalige bedrijventerreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laatste jaren wordt meer zorg en aandacht besteed aan de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen. De vormgeving van de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte en de bedrijfspercelen kan goed worden geregisseerd door middel van beeldkwaliteitplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen vallen de volgende gebieden onder gebiedstype B2:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Oud-Vossemeer : “Bedrijfsterrein Oud-Vossemeer” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet : gedeelte van “Bedrijfsterrein Poortvliet” en de bedrijventerreinen langs de Paasdijkstraat en de Hogeweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : “Bedrijfsterrein Sint-Annaland” en het bedrijventerrein rondom de Havenweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : “Bedrijfsterrein Sint-Maartensdijk” en het bedrijventerrein rondom de Wouthoekweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint Philipsland : “Bedrijfsterrein Provinciale weg” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : bedrijventerrein langs de pilootweg</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : “Bedrijventerrein Welgelegen”, “Bedrijventerrein Noord”, “Bedrijfsterrein Slabbekoornpolder” en het bedrijventerrein aan de Postweg (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid Het beleid van de gemeente Tholen ten aanzien van de bedrijventerreinen is met name gericht op het behoud of het versterken van de basiskwaliteit van de werkomgeving.</div>\n<p class=\"lf-p\">De bestemmingsplannen “Bedrijfsterrein Oud-Vossemeer”, “Kom Poortvliet”, “Bedrijfsterrein Poortvliet”, “Kom Sint-Annaland”, “Bedrijfsterrein Sint-Annaland”, “Bedrijfsterrein Sint-Maartensdijk”, “Buitengebied”, “Bedrijfsterrein Provinciale weg Sint Philipsland”, “Kom Stavenisse”, “Bedrijventerrein Welgelegen Tholen”, “Bedrijventerrein Noord Tholen”, “Bedrijfsterrein Slabbekoornpolder Tholen” en “Buitenzorg Tholen” geven inzicht in de toegestane ontwikkelingen van de bedrijventerreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus De bedrijventerreinen liggen allen buiten de kernen van de steden en dorpen en zijn eenvoudig van opzet en vormgeving. Functionaliteit speelt een belangrijkere rol dan de uiterlijke verschijningsvorm. Het welstandstoezicht garandeert handhaving en/of versterking van de basiskwaliteit van het bedrijventerrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleinere bedrijventerreinen liggen vaak aan de rand van de bebouwde kom en zijn in meer of mindere mate verweven met de randbebouwing. Dit is het geval bij de bedrijventerreinen langs de Hogeweg in Poortvliet, rondom de Havenweg in Sint-Annaland, langs de Pilootweg in Stavenisse en rondom de Wouthoekweg in Sint-Maartensdijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze terreinen worden ten behoeve van de welstandsbeoordeling op basis van de gebiedsgerichte criteria getoetst op welstandsniveau 2. De overige, grotere bedrijventerreinen worden getoetst op welstandsniveau 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de plaatsing van het object afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen. Bij grote afstanden is de plaatsing van de objecten op buurpercelen van ondergeschikt belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bouwvolume op zichzelf is evenwichtig van compositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld een hal en kantoorgedeelte) van het object zijn in evenwicht. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw en de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en vertonen samenhang. Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de gevelopbouw van het object afgestemd op die van objecten op belendende percelen. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleurgebruik is ingetogen en niet fel of contrasterend. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">De compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, is evenwichtig en vertoont samenhang. Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object afgestemd op die van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het gevelvlak en de gevelplint) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en vertonen samenhang. Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object afgestemd op die van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5.2B4: perifere detailhandel Beschrijving Aan de rand van grotere kernen treffen we vaak gebieden aan waar grootschalige detailhandel is gevestigd. De grotere doe-het-zelf- en kluswinkels, alsook diverse groothandels zijn hier gevestigd. Op deze terreinen zijn grote parkeerterreinen aanwezig om te voorzien in de grote toestroom van winkelend publiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing bestaat veelal uit grote stalen hallen, voorzien van geprofileerde staalplaatbekleding. De basiskleur van de hal is ingetogen, lichtgrijs of beige. Ter plaatse van de entree is veelal een verbijzondering aangebracht met behulp van afwijkend materiaal of kleurgebruik. De gebouwen zijn voorzien van een plat dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen is ten noorden van de stad Tholen een perifere detailhandelslokatie in ontwikkeling. Bij de procedure van de stedenbouwkundige planvoorbereiding worden tevens de gebiedsgerichte welstandscriteria opgesteld (zie ook § 2.2.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen vallen de volgende gebieden onder gebiedstype B4:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet : gedeelte van “Bedrijfsterrein Poortvliet” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : het bedrijventerrein in ontwikkeling ten noorden van de Nieuwe postweg (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid Het beleid van de gemeente Tholen ten aanzien van de bedrijventerreinen met perifere detailhandel is gericht op het aantrekken van lokale en bovenlokale publieksgerichte bedrijven. Het bestemmingsplan “Bedrijfsterrein Poortvliet” geeft inzicht in de toegestane ontwikkelingen van het bedrijventerrein in Poortvliet.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Het “bedrijfsterrein Poortvliet” is, ondanks zijn publiekstrekkende functie, behoudend vormgegeven. Dit bedrijventerrein worden ten behoeve van de welstandsbeoordeling op basis van de gebiedsgerichte criteria getoetst op welstandsniveau 3. Hiermee wordt de basiskwaliteit van het bedrijventerrein gehandhaafd en/of versterkt .</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de plaatsing van het object afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen. Bij grote afstanden is de plaatsing van de objecten op buurpercelen van ondergeschikt belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. Bij de plaatsing van het object is rekeningen gehouden met parkeervoorzieningen. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bouwvolume op zichzelf is evenwichtig van compositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld een hal en winkelgedeelte) van het object zijn in evenwicht. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw en de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en vertonen samenhang. Afhankelijk van de afstand tot buurobjecten is de gevelopbouw van het object afgestemd op die van objecten op belendende percelen. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleurgebruik is ingetogen en niet fel of contrasterend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6Groene gebieden G 6.6.1G1: parken, groengebieden en sportcomplexen Beschrijving Stadsparken komen in veel gevallen voor op voormalige verdedigingslinies die aan het eind van de 19de eeuw zijn geslecht. Ook voormalige landgoederen zijn in het verleden als wandelpark voor het publiek opengesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groengebieden komen verspreid in de dorpen en steden voor. Met name vanaf de jaren zestig werden ruime groene lobben in de stedenbouwkundige structuur opgenomen als scheiding tussen verschillende wijken of buurten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sportcomplexen komen van oudsher voor aan de randen van kernen. Oudere sportcomplexen zijn later ingebouwd door nieuwere uitleggebieden en daardoor midden in de bebouwde kom komen te liggen. Op deze complexen is meestal bebouwing aanwezig in de vorm van kantines met kleedlokalen, sporthallen en tribunes. Deze bebouwing is veelal sober en doelmatig vormgegeven. Metselwerk gevels overheersen, maar ook materialen als hout en beton komen regelmatig voor. Het kleurgebruik is zeer divers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bijzondere groep gebieden binnen categorie G1 vormen de begraafplaatsen. Deze liggen vrijwel overal verspreid aan de randen van de kommen van de dorpen en steden. In sommige gevallen is er bebouwing in de vorm van een rouwcentrum of een poortgebouwtje op het terrein aanwezig. Deze bouwwerken hebben een stemmig en ingetogen karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen vallen de volgende gebieden onder gebiedstype G1:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Oud-Vossemeer : sportvelden aan de Bou Kooijmanstraat (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet : sportvelden ten noorden van de Deestraat (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : sportvelden aan de Dorpsweg en de ijsbaan aan de Annewas (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : sportcomplex Haestinge (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint Philipsland : groengebied langs de Luijsterlaan (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Scherpenisse : ijsbaan langs de Westzeedijk (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : sportvelden langs de Pilootweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : sportcomplex Zoekweg (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen is van mening dat sport- en spelvoorzieningen voor iedereen bereikbaar dienen te zijn. Een geactualiseerde inventarisatie maakt deel uit van de ontwikkelingsplannen per kern. In de bestemmingsplannen “Kom Oud-Vossemeer”, “Kom Poortvliet”, “Kom Sint-Annaland”, “Buitengebied”, “Kern Sint Philipsland”, “Bedrijfsterrein Sint-Maartensdijk”, “Kom Stavenisse” en “Sportcomplex Zoekweg Tholen” zijn de uitgangspunten voor deze ontwikkelingen opgenomen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Parken, groengebieden en sportcomplexen hebben een grote toegevoegde waarde in de beleving van de dagelijkse leefomgeving. De sportcomplexen liggen met name aan de randen van de stads- en dorpskernen. Deze gebieden kunnen beperkte afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen verdragen. Voor de welstandsbeoordeling op basis van gebiedsgerichte criteria kan worden volstaan met een toetsing op welstandsniveau 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parken en groengebieden liggen meer verspreid binnen de kommen. Soms rondom een kerk en soms als natuurlijke grens tussen twee woongebieden. Dergelijke groengebieden vragen om een zorgvuldige afstemming van ontwikkelingen van de ruimtelijke kwaliteit en nieuwe bouwkundige ingrepen. Voor de welstandsbeoordeling op basis van gebiedsgerichte criteria wordt getoetst op welstandsniveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object verstoort de landschappelijke inrichting van het gebied niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de karakteristiek van het plangebied. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw en de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en passen binnen de gebiedskarakteristiek. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object past binnen de karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">De compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, past binnen de karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6.2G3: boerenerven – agrarisch buitengebied Beschrijving In Zuid-Holland en Zeeland treffen wij een rijke verzameling van gebieden aan die zijn ontstaan vanuit verschillend agrarisch grondgebruik. Diverse methoden van akkerbouw en veeteelt zijn in de loop der eeuwen in de vorming van het landschap tot uitdrukking gekomen en worden nu als cultuurhistorische waardevolle gebieden beschermd. Denk hierbij aan het veenweidegebied in de waarden, het slagenlandschap in midden Holland en de akkerbouwgebieden op de Zeeuwse eilanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oudere erven nemen een eigen positie in binnen het landschap. Meestal liggen ze op de overgang van hoge naar lage gronden. Het zijn clusters van relatief forse bouwmassa’s; onregelmatig ten opzichte van elkaar geplaatst. In de meeste gevallen zijn de gebouwen opgetrokken uit metselwerk en voorzien van een met pannen gedekte schuine kap. Gevelonderdelen als kozijnen, luiken, gootombouwen en boeiboorden zijn meestal uitgevoerd in hout en voorzien van overwegend wit schilderwerk, soms aangevuld met een tweede, veelal donkere kleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel oude erven zijn daarnaast belangrijke schakels in de landschappelijke structuur. De oude gebouwen vormen een waardevol en cultuurhistorisch erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">De “jongere” erven liggen vaak langs een weg. Meestal is het voorhuis naar de weg gekeerd en liggen daarachter de schuren in een rechthoekig patroon. Sommige erven maken deel uit van een bebouwingslint.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laatste jaren vindt er een ingrijpende schaalvergroting plaats in de agrarische bebouwing. De oudere, bakstenen schuren maken plaats voor grote loodsen in geprofileerd staalplaat. Deze verhouden zich vaak moeizaam met de van oudsher aanwezige bebouwing en de schaal van het landschap. Ook vindt er op voormalige boerenerven een functieverschuiving plaats naar wonen en andersoortige bedrijvigheid. De oorspronkelijke karakteristiek van de erven staat hierdoor eveneens onder druk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het agrarische buitengebied is qua oppervlakte het grootste gebiedstype van de gemeente Tholen. In grote lijnen kan worden gesteld dat het gehele gebied buiten de kernen van de steden en dorpen, met uitzondering van de natuur- en recreatiegebieden, valt onder gebiedstype G3. Op de gebiedstypekaart, die als bijlage aan deze nota is toegevoegd, is dit terug te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid Voor het buitengebied wordt door de gemeente Tholen differentiatie nagestreefd. Door gebieden aan te wijzen waar het accent op de agrarische sector, natuur of recreatie ligt, wordt voorkomen dat deze functies voor elkaar belemmeringen opwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het grootste gedeelte van het Thoolse buitengebied staat de agrarische functie centraal. Hier worden aan de ontwikkelingsmogelijkheden van deze sector, voor zover het grondgebonden teeltvormen betreft, zo min mogelijk beperkingen opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestemmingsplan “Buitengebied” geeft inzicht in de toegestane ontwikkelingen in het agrarische buitengebied. In de 5e herziening van dit bestemmingsplan is de regeling voor teeltondersteunende voorziening verruimd, passend in het stimuleringsbeleid gericht op intensivering van de grondgebonden landbouw. Teeltondersteunende voorzieningen zijn te onderscheiden in tijdelijke en permanente voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zoals b.v. plastic boog- en gaaskassen zijn vanwege de tijdelijkheid niet onderhevig aan een welstandstoets.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wat betreft de welstandstoets van permanente teeltondersteunende voorzieningen zoals b.v. tunnelkassen met een permanente constructie wordt aangesloten bij de planologische randvoorwaarden. Zo dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inbedding afhankelijk van de agrarische zone; in agrarisch gebied (zone I volgens bestemmingsplan Buitengebied) is een landschappelijke inbedding van minder belang. Verder is een permanente teeltondersteunende voorziening welstandshalve aanvaardbaar indien deze logisch en functioneel in het agrarische bouwvlak is geplaatst. Een gebogen hoofdvorm is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de welstandstoets van nieuwe agrarische bedrijfsloodsen is het van belang dat een overwegend donkere kleurstelling wordt gekozen voor de gevel- en dakvlakken. Ook secundaire gevelonderdelen zoals (overhead)deuren dienen bij voorkeur in een donkere kleurstelling te worden uitgevoerd, echter een lichte kleurstellng is eveneens acceptabel aangezien vele loodsen met lichte deuren zijn uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook veel in het buitengebied voorkomende bouwwerken, geen gebouw zijnde, bijvoorbeeld bij paardenpakken dienen bij voorkeur in een donkere kleurstelling te worden uitgevoerd. Gelet op de omvang en de aanwezigheid van dergelijke bouwwerken in het buitengebied, wordt een lichte kleurstelling niet uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daken van agrarische bedrijfswoningen en burgerwoningen in het buitengebied zijn veelal afgedekt met keramische pannen. In voorkomende gevallen zijn deze pannen voorzien van een mat-geglazuurde afwerklaag. Af en toe wenst men geglazuurde dakpannen toe te passen. Deze glanzende pannen komen slechts incidenteel voor. In 2012 heeft de gemeenteraad besloten om - hoewel afwijkend van de gebiedskarakteristiek - deze geglazuurde pannen toe te staan in het buitengebied. Dit is ook ingegeven door het feit dat sinds de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht per 1 oktober 2010 het vervangen van dakpannen sec een vergunningsvrije handeling is geworden en daarmee niet onderhevig meer is aan een welstandstoets Waardebepaling en welstandsniveaus De gemeente Tholen is bij uitstek een agrarische gemeente. De boerenerven en de omliggende landerijen bepalen voor een groot gedeelte het aanzien van de eilanden. Door de ontwikkelingen in de agrarische sector in de afgelopen decennia is er een veranderende behoefte voor wat betreft de inrichting en het gebruik van de erven. Om de ruimtelijke kwaliteit van het agrarisch buitengebied te handhaven dient er zorgvuldig te worden gekeken naar nieuwe bouwkundige ingrepen op en rondom de boerenerven. Voor de welstandsbeoordeling op basis van gebiedsgerichte criteria wordt getoetst op welstandsniveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied en is, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kapvorm, nokrichting en oriëntatie is, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op die van objecten op belendende percelen. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw van het object is evenwichtig en past binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken zijn, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op die van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object past binnen de karakteristiek van het plangebied en is, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op het materiaal- en kleurgebruik van objecten op belendende percelen. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">De compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, past binnen de karakteristiek van het plangebied en is, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op de compositie van de bouwvolume-onderdelen van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken zijn, indien het object deel uitmaakt van een bebouwingslint, afgestemd op die van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6.3G4: natuurgebieden Beschrijving In Zeeland is vrijwel iedere vierkante meter een keer door mensenhanden bewerkt. De diversiteit in het landschap is door de verschillende wijzen van bewerking erg groot. De complexe en afwisselende geologische opbouw van Zeeland draagt aan deze diversiteit sterk bij. Nu de laatste jaren de waardering voor “de natuur” stijgt en het voor de agrariërs steeds moeilijker wordt gemaakt in Nederland bedrijf te voeren, worden steeds meer gebieden bestempeld tot natuurgebied. Instanties als Staatsbosbeheer, Stichting Natuurmonumenten en bijvoorbeeld het Brabants Landschap hebben thans een groot aantal gebieden in beheer. Veelal zijn deze gebieden voor het recreërend publiek toegankelijk gemaakt door fiets- en wandelpaden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gebieden komt sporadisch bebouwing voor. Het toevoegen van nieuwe bebouwing wordt van overheidswege tegengegaan. Uitgangspunt hierbij is dat natuur en bebouwing slecht samengaan en een scheiding daartussen gehandhaafd moet blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen vallen de volgende gebieden onder gebiedstype G4:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Pluimpot’ ten zuiden van Sint-Maartensdijk</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Rammegors’ tussen Oud-Vossemeer en Sint Philipsland</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘de welen’ ten zuiden van Stavenisse</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Stinkgat’ in de van Haaftenpolder, tussen Oud-Vossemeer en Sint-Annaland</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Zuidweihoek’ bij Poortvliet</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Bruintjeskreek’ bij Anna Jacobapolder</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>‘Eendenkooi Sint Philipsland’</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>de Thoolse dijkbeemden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>de buitendijkse slikken en schorren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : langs de Nieuwelandseweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : rondom het Stenepad (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Scherpenisse : langs de Stoofdijk (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : langs de Oudelandsedijk (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : langs de Gemaalweg (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen streeft naar een verdere versteking van de natuurwaarden. Het beleid is er op gericht om het landschappelijk-cultuurhistorisch erfgoed, waarvan met name de dijken een duidelijke exponent zijn, meer zichtbaar en beleefbaar te maken. Nieuwe bebouwing wordt niet of nauwelijks toegelaten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Enkele gebieden, zoals ‘Pluimpot’, ‘Rammegors’, ‘de welen’ en ‘Stinkgat’, zijn aangewezen als natuurgebied. In de bestemmingsplannen “Buitengebied” en “Buitengebied Sint Philipsland” zijn de toegestane ontwikkelingen in de natuurgebieden terug te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus De natuurgebieden van de gemeente Tholen hebben een grote ornithologische en botanische waarde. De buitendijkse slikken en schorren zijn foerageerplekken en pleisterplaatsen voor talrijke vogelsoorten. Op de begroeide schorren komen de typisch Zeeuwse gewassen als zeekraal en lamsoor voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze gebieden, met zijn bijzondere landschappelijke karakteristieken, krijgen ten behoeve van de welstandstoetsing op basis van gebiedsgerichte criteria welstandsniveau 1, zodat nieuwe ingrepen extra zorgvuldig beoordeeld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de landschappelijke structuur van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het perceel gesitueerd. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorm, richting en oriëntatie van het bouwvolume is afgestemd op de landschappelijk elementen. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw van het object is evenwichtig en past binnen de gebiedskarakteristiek. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object past binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">De compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, past binnen de landschappelijke karakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de landschappelijke gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object. detailaspecten materialen / kleuren onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object past binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang. detaillering onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object past binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object is in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunt de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.6.4G5: recreatieparken en vakantiewoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving Op verschillende plekken in de gemeente Tholen komen recreatieparken voor, bijvoorbeeld bungalowparken die projectmatig zijn opgezet. Ook komen gebieden voor waar in eigen beheer vakantiewoningen kunnen worden gebouwd. De laatste jaren is veel ophef ontstaan omdat veel vakantiewoningen permanent worden bewoond. Deze ontwikkeling wordt aangewakkerd door de ruime mogelijkheden die de bestemmings-plannen bieden voor het bouwen van ruime “vakantiewoningen”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieparken en zogenaamde bungalowparken zijn meestal rondom een klein centrum met voorzieningen gelegen. De parken zijn meestal op zichzelf gelegen en naar binnen gekeerd. De woonbebouwing is veelal geclusterd in kleinere eenheden die ontsloten worden door kronkelende wegen en wandelpaden. De woningen zijn veelal opgetrokken uit houten of metselwerk gevels of een combinatie ervan. De bebouwing bestaat uit één bouwlaag, met de goothoogte op circa 2,5 meter. De daken zijn overwegend schuin, met diverse dakbedekkingen. Gevelonderdelen als kozijnen en boeiboorden zijn vaak in hout uitgevoerd, maar ook wel in meer onderhoudsvrije materialen als aluminium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aparte groep binnen de categorie G5 vormen de woonwagencentra. De bouwwerken staan in kleine groepjes bij elkaar op terreinen die soms in het buitengebied liggen en soms ingebed zijn in de bebouwde kom van de dorpen en steden. De éénlaagse woningen zijn veelal uit hout opgetrokken en hebben een platte of flauw hellende kap.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen kunnen we de volgende gebieden onderscheiden die onder gebiedstype G5 vallen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet : kampeerterreinen langs het Tholense Gat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : langs de Nieuwelandseweg (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : rondom het Stenepad (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : langs de Oudelandsedijk (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : langs de Gemaalweg (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen streeft naar een versteking van de recreatieve sector, met behoud van de kwaliteiten rust en ruimte. De gemeente richt zich met name op de natuur- en cultuurliefhebber. De dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen worden beperkt tot een aantal specifiek daarvoor aangewezen gebieden. In de bestemmingsplannen “Buitengebied”, “Buitengebied Sint Philipsland”, “Kampeerterreinen”, “Recreatiegebied Suzannapolder”, “Camping de Muye”, “Kampeerterrein Muyepolder”, “Wulpdal”, “Recreatieterrein Buurtweg” en “Woonwagencentrum Tholen” zijn de toegestane ontwikkelingen in de recreatieparken en woonwagencentra weergegeven.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus De recreatiesector is een potentiële inkomstenbron voor de gemeente Tholen. Voor een aangenaam verblijf dienen de bezoekers van de recreatieparken en kampeerterreinen in een verzorgde en aantrekkelijke omgeving te verkeren. Deze parken en terreinen kunnen afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen verdragen. De recreatieparken en campings zijn veelal omgeven door groengordels en vormen daarmee een op zichzelf staand gebied, waarin veel standaard recreatiewoningen in de loop der jaren zijn vernieuwd dan wel zijn uitgebreid. Hierdoor is een bebouwingskarakteristiek ontstaan met een diversiteit, zij het dat dit verschilt per park. Na een proefperiode van twee jaar zijn deze gebieden in 2010 dan ook aangewezen als welstandsvrij gebied (welstandsniveau 4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de landschappelijke structuur van het plangebied en is afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kapvorm, nokrichting en oriëntatie van het object is afgestemd op die van objecten op belendende percelen. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw van het object is evenwichtig en past binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn afgestemd op de verhoudingen van de gevelvlakken van objecten op belendende percelen. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object past binnen de landschappelijke karakteristiek van het plangebied en is afgestemd op het materiaal- en kleurgebruik van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7Gebieden met bijzonder bebouwingsthema’s T 6.7.1T1: hoogbouwaccenten Beschrijving De bebouwing in de gemeente Tholen bestaat uit laagbouw. Alleen in de stad Tholen is sprake van de (toekomstige) ontwikkeling van wat hogere bebouwing. Wordt onder hoogbouw meestal verstaan bebouwing hoger dan 20 meter, in Tholen wordt bij een hoogte vanaf 15 meter al van hoogbouw gesproken. De geplande incidentele hoogbouwaccenten zijn gesitueerd buiten de historische binnenstad op karakteristieke zichtlocaties aan het water en/of aan belangrijke verkeerswegen. De impact van hoogbouw op het beeld van stad of dorp is zeer groot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Momenteel zijn in de gemeente Tholen geen gebieden die vallen onder gebiedstype T1. Wel is incidentele hoogbouw gepland in de stad Tholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen streeft naar een gedifferentieerd, evenwichtig en toekomstgericht woningaanbod. De ontwikkeling van hoogbouwaccenten vormt een onderdeel van dit beleid. Bij deze nieuwe ontwikkelingen staan duurzaam bouwen en aanpasbaar bouwen hoog op de agenda.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Hoogbouw heeft een grote invloed op het beeld van de stad Tholen. Het geeft de stad een wat meer ‘werelds’ karakter in plaats van die van een plattelandsstadje. Hoogbouwaccenten kunnen, mits op de juiste wijze toegepast, een toegevoegde waarde hebben voor de gemeente Tholen. Ze dienen met name als oriëntatiepunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanwege de grote impact van hoogbouwaccenten op de beleving van de stad worden nieuwe ontwikkelingen, ten behoeve van de welstandstoetsing op basis van gebiedsgerichte criteria, getoetst op welstandsniveau 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige structuur van het plangebied en is afgestemd op de plaatsing van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oriëntatie van het object past binnen de stedenbouwkundige en/of landschappelijke structuur van het plangebied. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw van het object is evenwichtig en past binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object zijn afgestemd op de verhoudingen van de gevelvlakken van objecten op belendende percelen. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object past binnen de karakteristiek van het plangebied en is afgestemd op het materiaal- en kleurgebruik van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">De compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, past binnen de karakteristiek van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de gebiedskarakteristiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object. detailaspecten materialen / kleuren onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object past binnen de karakteristiek van het plangebied en is afgestemd op het materiaal- en kleurgebruik van de bouwvolume-onderdelen van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen versterkt de architectonische expressie van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang. detaillering onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object past binnen de karakteristiek van het plangebied en is afgestemd op de detaillering van de bouwvolume-onderdelen van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object is in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunt de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.2T3: instituten Beschrijving Onder instituten worden grotere bebouwingscomplexen verstaan die min of meer solitair zijn gelegen, zoals opleidingsinstituten, scholen, verzorgingstehuizen en solitair gelegen bedrijven. De bebouwing is veelal naar binnen gekeerd en ingebed in een groene en soms parkachtige terreininrichting. De bouwwerken bestaan vaak uit een combinatie van éénlaagse bebouwing en gebouwen met meerder bouwlagen en zijn in veel gevallen opgetrokken uit metselwerk. De daken zijn veelal plat. Het kleur- en materiaalgebruik is zeer divers.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen kunnen we de volgende gebieden onderscheiden die onder gebiedstype T3 vallen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Oud-Vossemeer : basisscholencomplex aan de Burgemeester Versluijsstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet : scholencomplex aan de Schoolstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Scherpenisse : scholencomplex aan de Watertorenstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : zorgcentrum ‘de Schutse’, gemeenschapscentrum “De Wellevaete” en het basisscholencomplex aan de Schoolstraat (zie gebiedstypenkaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : het Scheldecollege en zorgcentrum ‘Maartenshof’ (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : complex rondom de “Rehobothschool” en oud gereformeerde kerk aan de Prins Bernhardstraat en het scholencomplex aan de Schoolstraat (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : het scholencomplex aan de Molenvlietsedijk en het complex rondom zorgcentrum ‘Ten Anker’, met o.m. het politiebureau en kinderdagverblijf “Puk en Muk” (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen heeft geen expliciet ruimtelijk beleid ten aanzien van instituten. Bovenstaande complexen en centra vallen beleidsmatig onder de bestemmingsplannen van aangrenzende gebieden. In dit geval zijn dit de bestemmingsplannen “Kom Oud-Vossemeer”, “Kom Poortvliet”, “Kom Scherpenisse”, “Kom Sint-Annaland”, “Achter ’t bos Sint-Maartensdijk”, “Kom Sint-Maartensdijk”, “Kom Stavenisse”, “Molenvliet Tholen” en “Sportcomplex Zoekweg Tholen”.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus De complexen en centra die onder gebiedstype T3 vallen hebben voornamelijk een grote maatschappelijke waarde. De gebouwen hebben vaak een beschermende, naar binnen gekeerde opzet. Hierdoor zijn wijzigingen en ontwikkelingen in de ruimtelijke structuur en architectonische vormgeving slechts in beperkte mate van invloed op de omgeving. Voor de welstandsbeoordeling op basis van gebiedsgerichte criteria wordt getoetst op welstandsniveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte criteria hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">De plaatsing van het object past binnen de stedenbouwkundige hoofdopzet van het plangebied Bij de plaatsing van het object is rekening gehouden met de plaatsing van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object is logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de kapvorm, nokrichting en oriëntatie van het object is rekening gehouden met objecten op belendende percelen. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopbouw van het object is evenwichtig. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object is rekening gehouden met de karakteristieken van aangrenzende plangebieden en het materiaal- en kleurgebruik van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik vertoont een duidelijke samenhang en versterkt de architectonische expressie van het object. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, is rekening gehouden met de karakteristiek van het aangrenzende plangebied en de compositie van de bouwvolume-onderdelen van objecten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn op zichzelf evenwichtig en staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object zijn evenwichtig en vertonen samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving van de gevelelementen van het object versterkt de architectonische expressie van het gevelvlak. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8Nieuwe ontwikkelingen N In de gemeente Tholen zijn (nog) geen gebieden die als ‘nieuwe ontwikkeling’ kunnen worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.9Woongebieden met een beeldkwaliteitplan BKP Beschrijving Naast incidentele nieuwbouw van woningen heeft de gemeente Tholen momenteel zes grote(re) woongebieden in ontwikkeling en/of in aanbouw. Deze woonwijken hebben een duidelijke stedenbouwkundige structuur, waarbij de wijk wordt opgedeeld in herkenbare deelgebieden. Het woningaanbod is gevarieerd, van vrijstaande woningen tot bebouwingslinten. De hoofdstructuur van de wijk wordt versterkt door bebouwingsaccenten. Groen en water spelen een belangrijke rol bij de inrichting van de openbare ruimte. Verder is er veel aandacht voor verkeersveiligheid en duurzaam bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen zijn 6 uitbreidingsgebieden met een beeldkwaliteitplan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Oud-Vossemeer : “Welhoek” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland : “Vroonstede” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk : “Muyepolder” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint Philipsland : “Graefnisse” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Stavenisse : “Poststraat Zuid” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : “Stadszicht” (zie gebiedstypekaart)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen : “Stadszicht II” (zie gebiedstypekaart) Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid Het beeldkwaliteitplan vormt een leidraad voor de ruimtelijke vormgeving en de inrichting van de woongebieden. Het doel ervan is een goede onderlinge communicatie en afstemming te bewerkstelligen tussen alle bij het planproces betrokken disciplines.</div>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Bij de realisatie van de woongebieden wordt bijzondere aandacht besteed aan de ruimtelijke belevingskwaliteit. In de beeldkwaliteitplannen staan de ambitieniveaus die de gemeente Tholen voor ogen heeft in deze gebieden omschreven. De welstandsbeoordeling geschiedt op basis van de criteria, zoals omschreven in het beeldkwaliteitplan. De bouwplannen worden getoetst op welstandsniveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria Het beeldkwaliteitplan bevat de toetsingscriteria voor de welstandsbeoordeling. De beeldkwaliteitplannen zijn daarmee onderdeel van het welstandsbeleid. Tevens dienen de bouwplannen te voldoen aan de gebiedsgerichte criteria van gebiedstype W3-8.</p>\n<p class=\"lf-p\">7Welstandscriteria bijzondere bouwwerken In dit hoofdstuk zijn de welstandscriteria voor bijzondere bouwwerken in de gemeente Tholen vastgelegd. Bijzondere bouwwerken zijn bouwwerken, die vanwege hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde van groot belang zijn voor de gemeente Tholen. Er zijn drie soorten bijzondere bouwwerken te onderscheiden: monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en overige bijzondere bouwwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten vanuit de Monumentenwet 1988 reeds gedetailleerde redengevende beschrijvingen zijn, wordt in de betreffende paragrafen naar deze beschrijvingen verwezen. Van de overige bijzondere bouwwerken zijn de karakteristieken wel in deze nota opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.1Monumenten Beschrijving Monumenten zijn bouwwerken die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. Een monument kan door het Rijk worden aangewezen tot rijksmonument als het bouwwerk daarnaast ook een nationale, unieke waarde heeft en ouder is dan vijftig jaar. De gemeente Tholen kent 150 rijksmonumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanwijzing tot rijksmonument worden de kwaliteiten van het betreffende bouwwerk zeer nauwkeurig vastgelegd in een redengevende beschrijving. Het gaat hierbij om algemene vorm- en stijlkenmerken en de specifieke kenmerken van het exterieur, zoals bijvoorbeeld kroonlijsten, en het interieur. Hierbij valt te denken aan een bijzondere tegelvloer of een karakteristiek plafond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De Monumentenwet 1988 regelt de wettelijke bescherming van de afzonderlijke monumenten. Deze wet beschrijft de taken en bevoegdheden van de overheid en de regels, waaraan de eigenaar van een beschermd monument zich dienen te houden. Eén van de taken van de gemeente Tholen is het informeren en begeleiden van eigenaren, beheerders en andere betrokkenen bij wijzigingen aan of rondom een monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor monumenten geldt dat alle vergunningvrije bouwwerken, zoals genoemd in de AmvB, licht-vergunningplichtig zijn. Dat houdt in dat kleine bouwplannen die normaal gesproken vergunningvrij zijn vooraf getoetst worden aan redelijke eisen van welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontwikkelingen aan of rondom een monument worden de karakteristieke kenmerken en de ruimtelijke kwaliteit als zwaarwegend belang onderkent. De bestemmingsplannen vormen het beleidsmatige uitgangspunt voor ruimtelijke ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Het behoud van de historische en ruimtelijke karakteristieken van een monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, wordt van groot belang geacht. Voor de welstandsbeoordeling dient getoetst te worden op welstandsniveau 1, zodat nieuwe ingrepen extra zorgvuldig beoordeeld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscriteria Voor bouwplannen op, aan of nabij monumenten vormt de redengevende beschrijving van het monument de basis voor onderstaande welstandscriteria. hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een monument, past de plaatsing van het object binnen de historisch-ruimtelijke karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object is dit object logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de historische karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een monument is de kapvorm, nokrichting en oriëntatie van het object afgestemd op die van het monument en, indien van toepassing, op monumenten op belendende percelen. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een monument of een nieuw op te richten object nabij of aan een monument is de gevelopbouw afgestemd op de karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een monument zijn de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object afgestemd op de verhoudingen van de gevelvlakken van het monument. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object zijn evenwichtig en passen binnen de historische karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een monument past de compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, binnen de historische karakteristiek van het monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, en is de compositie, indien van toepassing, afgestemd op de compositie van de bouwvolume-onderdelen van monumenten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen van het object op zichzelf staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume en passen binnen de historische karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een monument of een nieuw op te richten object nabij of aan een monument zijn de indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de historische karakteristiek, zoals omschreven in de redengevende beschrijving van het monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een monument of een nieuw op te richten object nabij of aan een monument is de indeling en vormgeving van de gevelvlakken en venstertraveeën van het object, indien van toepassing, afgestemd op die van monumenten op belendende percelen. Patronen en ritmiek binnen aaneengesloten gevels van een straatwand zijn gerespecteerd. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl van het monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object. detailaspecten materialen / kleuren onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een monument of een nieuw op te richten object nabij of aan een monument past de materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object binnen de historische karakteristiek van het monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, en is het materiaal- en kleurgebruik, indien van toepassing, afgestemd op die van de bouwvolume-onderdelen van monumenten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang. detaillering onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een monument of een nieuw op te richten object nabij of aan een monument past de detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object binnen de historische karakteristiek van het monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, en is de detaillering, indien van toepassing, afgestemd op de veelal rijke detaillering van de bouwvolume-onderdelen van monumenten op belendende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object is in overeenstemming met de bouwstijl van het monument, zoals omschreven in de redengevende beschrijving, en ondersteunt de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2Beschermde Stads- en Dorpsgezichten Delen van een stad of een dorp kunnen door het Rijk worden aangewezen als beschermd stad- of dorpsgezicht. Het gaat hier om groepen van bouwwerken die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde en tenminste één monument bevatten. De Monumentenwet 1988 regelt de wettelijke bescherming van de stads- en dorpsgezichten. Met de bescherming wordt geprobeerd de historisch gegroeide structuur van een stad of dorp te handhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Tholen kent twee beschermde stadsgezichten, te weten “Stadskern Tholen” en “Kom Sint-Maartensdijk”. Bij de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht zijn de kwaliteiten van de betreffende stadskern zeer nauwkeurig vastgelegd in een redengevende beschrijving. Deze toelichting gaat in op de ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van de kern. Voorts is een nadere typering gegeven van de te beschermen waarden en worden verschillende gebiedsdelen met hun specifieke kwaliteiten benoemd. Daarnaast is, op grond van het bepaalde in artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, voor beide beschermde stadsgezichten het bestaande bestemmingsplan aangepast. Het gaat hier om de bestemmingsplannen “Stadskern Tholen” en “Kom Sint-Maartensdijk”.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschermde stadsgezichten vallen beiden onder gebiedstype H3, de historische stedelijke bebouwing. In paragraaf 6.3.3 H3: historische stedelijke bebouwing (gesloten, perceelsgewijze bebouwing) van hoofdstuk 6 komen het ruimtelijk beleid, de waardebepaling, het welstandniveau en de beoordelingscriteria van deze beschermde stadsgezichten aan de orde. Voor beschermde stads- en dorpsgezichten geldt dat alle vergunningvrije bouwwerken, zoals genoemd in de AmvB, licht-vergunningplichtig zijn. Dat houdt in dat kleine bouwplannen, die normaal gesproken vergunningvrij zijn, vooraf getoetst worden aan redelijke eisen van welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3Overige bijzondere bouwwerken Beschrijving Naast de 150 rijksmonumenten en 2 beschermde stadsgezichten kent de gemeente Tholen nog 11 overige bijzondere bouwwerken. Dit zijn bouwwerken die (nog) geen monument zijn, maar die door hun schoonheid, bijzondere maatschappelijke functie of grote culturele waarde van algemeen belang zijn voor de gemeente Tholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Tholen kunnen we de volgende overige bijzondere bouwwerken onderscheiden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Anna Jacobapolder: kerkgebouw, Langeweg 51</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Poortvliet: molenstomp, Zanddreef 2 voormalig gemeentehuis, Langestraat 16</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Annaland: kerkgebouw, Ring 1 voormalig weeshuis, Bierensstraat 22 museum De Meestoof, voormalig gemeenthuis, Bierensstraat 6/8</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint-Maartensdijk: gemaal De Noord, Noordpolder van Sint-Maartensdijk, Gemaalweg N1</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Sint Philipsland: watertoren, hoek Rijksweg - Kwekerijweg</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Tholen: kerkgebouw, uitbreidingsgebied \"Stadszicht\", ds. G.H. Kerstenstraat pompgemaal, Gemaalweg 24 molenstomp, Vlasmarkt Toelichting Per bijzonder bouwwerk wordt hierna toegelicht wat de specifieke kenmerken van het bouwwerk zijn. kerkgebouw, Anna Jacobapolder Deze gereformeerde kerk uit 1959 aan de Langeweg 51 is aan de rand van Anna Jacobapolder gesitueerd. Het gebouw ligt, vanaf de weg gezien, terug ten opzichte van de woningen van de bebouwde kom. De kerk heeft een rechthoekige bouwmassa van één bouwlaag en is voorzien van een zadel/schilddak, dat haaks op de Langeweg staat. De gevels zijn opgetrokken uit rood metselwerk en het dak is voorzien van grijsblauw genuanceerde dakpannen. De entree aan de oostzijde wordt gemarkeerd door een gemetselde klokkentoren met betonnen verbindingselementen en een ijsblauw geschilderd entreeportaal. De houten puien van de kerkzaal hebben een vierkante vlakverdeling en zijn rozerood van kleur. Het laatste raam in de westgevel heeft een wit betonnen omlijsting en steekt boven de dakrand uit. De gevel aan de straatzijde is deels voorzien van verticale puien met gekleurd glas. In de langsgevels zijn vierkante sierelementen boven in het metselwerk opgenomen. molenstomp, Poortvliet De molenstomp aan de Zanddreef 2 in Poortvliet dateert uit 1851 en was oorspronkelijk als getailleerde stellingmolen beeldbepalend.De ronde stenen romp in gelige baksteen met rode baksteen rond vensters en deuren heeft een ruineus uiterlijk (m.n. de bovenrand van het metselwerk). Verder bestaat de molenstomp uit rondboog vensters en rechthoekige dubbele deuren in een rondboog opening. voormalig gemeentehuis, Poortvliet Dit voormalig gemeentehuis aan de Langestraat 16 in Poortvliet was oorspronkelijk een woonhuis.Gezien de zijgevels is er een nieuwe lijstgevel voor een (18e eeuws) oud pand gezet. Deze lijstgevel met zijrisalieten, waarvan de rechter als topgevel is uitgevoerd, is in kruisverband gemetseld met rode machinale baksteen. Opvallend zijn de wit geschilderde, horizontale gevelbanden. Bogen en fries zijn uitgevoerd in grijs kunststeen en de lateien hebben een granito effect. De plint van de voorgevel is gepleisterd. De twee-maal-drie ruits schuiframen zijn uitgevoerd in hout. De entreepartij is geheel vernieuwd. Het dak bestaat uit een zadeldak met rechts een dwarskap en een lager gedeelte achter de topgevel. Het dak is gedekt met grijze gesmoorde kruispanen. Overige bijzonderheden: sierlijk gesmede gevelankers; groene geglazuurde topgevel afdekstenen; op de nok een houten, open dakruitertje met zinken spits en windhaan.</div>\n<p class=\"lf-p\">kerkgebouw, Sint-Annaland Deze Nederlands Hervormde kerk aan Ring 1 in Sint-Annaland is een sober, maar interessant uitgevoerde en harmonisch uitgebreide kerk van rond 1900.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kerk is oorspronkelijk gebouwd als zaalkerk met vierkante fronttoren, waartegen entree-uitbouwen geplaatst zijn. Onder het topgeveltje bevindt zich een rondboogentree geflankeerd door natuursteen kolommen. Het schip is voorzien van boogfriezen met aanzetblokjes van natuursteen. Het metselwerk is uitgevoerd van roodbruine baksteen in kruisverband, echter de dwarsbeuk-aanbouwen zijn in halfsteens verband gemetseld. De achtergevel van de kerk is gepleisterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen de topgevels zijn zadeldaken geplaatst. Oorspronkelijk één zadeldak, sinds de uitbreidingen in kruisvorm. Alle daken zijn gedekt met gesmoorde grijze kruispannen en op het hoofddak staan nog twee oorspronkelijke dakkapellen. De entree-uitbouw is voorzien van houten rondboog entreedeuren en ijzeren rondboog glas-in-lood ramen in stenen sponningen. De later aangebrachte dwarsbeukuitbouwen zijn uitgevoerd met entrees van houten rondboogdeuren in een getrapte nis in een uitbouwtje onder het zadeldak. De rondboogramen van deze uitbouwen zijn in staal uitgevoerd. In enkele architectuurdetails is de invloed van de Jugendstil te bespeuren (o.a. rond de entree). Overige bijzonderheden: in de topgevels zijn natuurstenen dekplaten verwerkt; de toren is voorzien van een uurwerk, heeft een opengewerkte houten spits, een met leien gedekt dak, luidklokken en een bekroning van de torenspits met een metalen windhaan. voormalig weeshuis, Sint-Annaland Dit voormalig weeshuis aan de Bierensstraat 22 in Sint Annaland dateert uit 1897 en heeft een eclectische bouwstijl. De voorgevel staat in één lijn met de linkerburen. De hoofdmassa bestaat uit twee bouwlagen, is rechthoekig van vorm en met een gebroken tentdak gedekt met grijze, gesmoorde pannen. De gevels zijn opgebouwd uit roodbruine machinale vormbakstenen in kruisverband en in de voorgevel (lijstgevel) zijn witte pleisterwerk banden, gerotste blokken, rijk gedetailleerde kroonlijst, een waterlijst en plint opgenomen. Aan weerszijden van de entree en aan de zijkanten van de lijstgevel springt de gevel over de volle hoogte iets naar voren. De achtergevel is gepleisterd met schijnvoegen. De hoge, iets getoogde houten T-vensters zijn eenduidig van vormgeving en per bouwlaag op gelijke hoogte geplaatst. De omlijsting van de vensters zijn wit; de overige delen donker gekleurd. De houten dubbele entreedeuren met ruiten zijn eveneens donker gekleurd. Boven de voordeur zijn jaartal en oorspronkelijke functie in de gevel opgenomen. museum De Meestoof, Sint-Annaland De oorspronkelijke functie van museum De Meestoof aan de Bierensstraat 6/8 in Sint Annaland was gemeentehuis met veldwachterswoning, brandspuithuis en arrestantenlokaal. Het is in 1940 gebouwd en uitgebreid in 1965. Het gebouw bestaat uit één bouwlaag van een samenstelsel van rechthoekige plattegronden met zadeldaken en eindschoorstenen. De hoofdmassa is evenwijdig aan de straat gesitueerd en de iets lagere massa’s dwars daarop met op de samenkomst van beide massa’s in de voorgevel een sobere vierkante toren. De gevels zijn gemetseld in een gele vrij dunne machinale baksteen in klezorenverband. De hoofdmassa heeft een hoge terugliggende plint in dezelfde steen, boven eindigend met een staand verband. De 9- en 12 (vierkant-)ruits witte stalen kozijnen zijn op regelmatige wijze in de gevels geplaatst. In de lagere massa aan de voorzijde zijn brede, witte houten kozijnen met kruisroeden en hogere ruiten geplaatst. De zadeldaken zijn gedekt met enigszins genuanceerde, gesmoorde, holle grijze pannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wit geschilderde, getimmerde en geprofileerde bakgoten rusten op kleine, donker geschilderde houten klossen. De kleine dakkapellen liggen in één lijn met de gevel onderin het dakvlak. Ter plaatse van de dakkapellen zijn de bakgoten onderbroken en loopt het metselwerk tot aan de onderzijde van de dakkapellen door. De kozijnen in de dakkapellen zijn 9-ruits en met hout afgewerkt. Ze worden afgedekt met een flauwhellend zadeldak dwars op het steilere hoofddak.Op de toren staat een zeer opengewerkte houten bekroning. gemaal De Noord, Sint-Maartensdijk Het gemaal “De Noord” in de Noordpolder van Sint-Maartensdijk is in 1958 in gebruik genomen. Het gemaal pompt overtollig water uit het gebied De Noord in de Oosterschelde. Het gebouw is tegen de dijk gesitueerd, waardoor de voorgevel circa 2.5 meter hoger ligt dan de achtergevel. De gevels zijn opgetrokken uit lichtrood metselwerk. Aan de dijkzijde zijn vier grote blank geanodiseerde aluminium puien opgenomen in een schoon grindbetonnen omlijsting. Hier bevindt zich ook de hoofdentree in de vorm van dubbele metalen deuren in een turkooizen kleur. De enkele zijdeur is eveneens van metaal en turkoois van kleur. Het dak heeft een afgeknotte schildkap met een bitumineuze dakbedekking. Onder het dak zit een betonnen geprofileerde daklijst die enigszins uitkraagt. watertoren, Sint Philipsland De watertoren aan de Rijksweg 4 in Sint Philipsland dateert uit 1925 en is een bijzonder (in Art Deco stijl) vormgegeven object van beeldbepalende en architectuurhistorische waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De watertoren kenmerkt zich door de vierkante betonnen schacht met iets dikkere, gedecoreerde kop en het acht-vlakkig, gebroken tentdak met verticale aanzetvlakken met koperen beplating. In de gevelsleuven zijn zeer kleine lichtopeningen opgenomen. De entree bestaat uit een sobere ingangsdeur in een strakke omlijsting. kerkgebouw, Tholen Dit kerkgebouw van de gereformeerde gemeente aan de Ds. G.H. Kerstenstraat aan de rand van Tholen, nabij de wijk “Stadszicht”, is in 2003 gereedgekomen. Het markante bouwwerk staat langs de Postweg, een uitvalsweg van Tholen, en is georiënteerd op het kruispunt met de Ten Ankerweg en de Jonkheer van Vredenburchlaan. Het bouwvolume bestaat uit drie onderdelen: een onderbouw in rood metselwerk, een antracietgrijze bovenbouw en een groen koperen klokkentoren. De bovenbouw is ‘losgemaakt’ van de onderbouw door een glasstrook tussen beide volumeonderdelen. Het dak van de kerkzaal loopt schuin op richting de klokkentoren. In de wigvormige torenspits zijn verticale sleuven aangebracht en een opening ten behoeve van de klokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevelopeningen in de onderbouw hebben een verticaal karakter en zijn in een regelmatig patroon gerangschikt. De kozijnen zijn antracietgrijs van kleur. In de bovenbouw zijn verticale sleuven met glasopeningen en roosters aangebracht. Deze sleuven zijn aan de onderzijde voorzien van koperen blokken die onder het bouwvolume uitsteken. pompgemaal, Tholen Het elektrische gemaal “De Eendracht” aan de Gemaalweg 24 te Tholen dateert van 1957. Het gebouw is tegen de dijk gesitueerd, waardoor de voorgevel circa 2.5 meter hoger ligt dan de achtergevel. De gevels zijn opgetrokken uit lichtrood metselwerk. Het zadeldak is voorzien van grijs genuanceerde holle dakpannen. In de zijgevels zijn lange verticale puien aangebracht met kleine glasopeningen en lichte grijs-witte elementen ter hoogte van de tussenvloer. molenstomp, Tholen De molenstomp aan de Vlasmarkt in Tholen is opgebouwd uit metselwerk van gelige baksteen, waarvan de bovenrand iets uitsteekt. De stomp is aan de onderzijde tot circa 2,5 meter hoogte wit geschilderd. De in rollaag gemetselde lateien boven de rondboogvensters en de metselwerk raamdorpels zijn rood geschilderd. De metalen rondboogkozijnen zijn wit van kleur en verdeeld in kleine ruiten. Uitzondering hierop vormt de grote halfronde boog op de begane grond: de indeling van het bovenlicht is hier radiaal en is groen geschilderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingen en ruimtelijk beleid De gemeente Tholen heeft geen expliciet ruimtelijk beleid ten aanzien van de categorie overige bijzondere bouwwerken. Bovengenoemde bouwwerken vallen daarom beleidsmatig binnen de bestemmingsplannen van het gebied waarin ze zijn gesitueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardebepaling en welstandsniveaus Het behoud van de specifieke kenmerken van een bijzonder bouwwerk, zoals omschreven in de ‘toelichting bijzonder bouwwerk’, wordt van groot belang geacht. Voor de welstandsbeoordeling dient getoetst te worden op welstandsniveau 1, zodat nieuwe ingrepen extra zorgvuldig beoordeeld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscriteria Voor bouwplannen op, aan of nabij overige bijzondere bouwwerken vormt de toelichting bij het bijzondere bouwwerk de basis voor onderstaande welstandscriteria. hoofdaspecten plaatsing / situering:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een bijzonder bouwwerk, past de plaatsing van het object binnen de ruimtelijke karakteristiek, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object is dit object logisch, functioneel en in overeenstemming met de architectonische opzet op het kavel geplaatst. massavorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen (bijvoorbeeld het dakvlak en het gevelvlak) van het object zijn evenwichtig en passen binnen de karakteristiek, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een bijzonder bouwwerk is de kapvorm, nokrichting en oriëntatie van het object afgestemd op die van het bijzondere bouwwerk. gevelopbouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een bijzonder bouwwerk of een nieuw op te richten object nabij of aan een bijzonder bouwwerk is de gevelopbouw afgestemd op de karakteristiek, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een bijzondere bouwwerk zijn de open-dicht-verhoudingen van de gevelvlakken van het object afgestemd op de verhoudingen van de gevelvlakken van het bijzondere bouwwerk. materialen en kleuren hoofdvlakken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik van de gevels en dakvlakken van het object zijn evenwichtig en passen binnen de karakteristiek, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk. deelaspecten compositie massa-onderdelen (geledingen):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij oprichting van een nieuw te bouwen object nabij of aan een bijzonder bouwwerk past de compositie van de bouwvolume-onderdelen van het object, zoals het gevelvlak of het dakvlak, binnen de karakteristiek van het bijzondere bouwwerk, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schaal en maatverhoudingen van de verschillende onderdelen van het object op zichzelf staan in goede verhouding tot het totale bouwvolume en passen binnen de karakteristiek, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk. gevelindeling / vormgeving gevelelementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een bijzonder bouwwerk of een nieuw op te richten object nabij of aan een bijzonder bouwwerk zijn de indeling en vormgeving van de gevelvlakken van het object evenwichtig, vertonen samenhang en passen binnen de karakteristiek, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk. materialen, kleuren en detaillering (lichte toetsing):</p>\n<p class=\"lf-p\">De principedetails zijn in overeenstemming met de bouwstijl van het bijzondere bouwwerk, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk, en ondersteunen de architectonische kwaliteit van het object. detailaspecten materialen / kleuren onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een bijzonder bouwwerk of een nieuw op te richten object nabij of aan een bijzonder bouwwerk past de materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object binnen de karakteristiek van het bijzondere bouwwerk, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiaal- en kleurkeuze van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang. detaillering onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijzigingen aan een bijzonder bouwwerk of een nieuw op te richten object nabij of aan een bijzonder bouwwerk past de detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object binnen de karakteristiek van het bijzonder bouwwerk, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object op zich is evenwichtig en vertoont samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering van de bouwvolume-onderdelen van het object is in overeenstemming met de bouwstijl van het bijzondere bouwwerk, zoals omschreven in de toelichting van het bijzondere bouwwerk, en ondersteunt de architectonische kwaliteit van het object.</p>\n<p class=\"lf-p\">8Welstandsvrije bouwwerken In de loop van de jaren zijn de mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen keer op keer verruimd. Sinds de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht per 1 oktober 2010 zijn vooral de vergunningsvrije mogelijkheden aan de achterkant toegenomen. De wetgever hanteert hierbij de voor- en achterkant benadering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achterkanten hebben minder invloed op de openbare ruimte, waarbij het bouwen meer als een individuele verantwoordelijkheid wordt gezien, ook ten aanzien van het aspect beeldkwaliteit. Veel voorkomende bouwwerken zoals bijgebouwen, aan- en uitbouwen en dakkapellen kunnen om deze reden dan ook zonder vergunning worden gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorkanten hebben meer invloed op de openbare ruimte, maar gemeenten hebben de bevoegdheid om welstandsvrije bouwwerken of welstandsvrije gebieden aan te wijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk worden de bouwwerken omschreven die zonder welstandstoets kunnen worden opgericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.1Inleiding In vorige versies van de welstandsnota (vóór 2012) waren sneltoetscriteria opgenomen voor veel voorkomende kleine bouwwerken. Ook was er een regeling opgenomen voor welstandsvrije bouwwerken aan de achterkant. Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn nagenoeg al hieronder vallende bouwwerken vergunningsvrij geworden. In 2012 is heroverwogen in welke mate welstandsvrije bouwmogelijjkhden worden geboden. Dit heeft geresulteert in onderhavig hoofdstuk waarin criteria zijn opgenomen voor welstandsvrije bouwwerken 8.2Overwegingen Van het oogpunt van vermindering van administrieve lasten voor burgers en bedrijven is overwogen in welk mate welstandsvrij bouwen kan worden verruimd zonder dat dit ten koste gaat van een goede beeldkwaliteit van de bebouwde omgeving. Hierbij is uitgegaan van de voor- en achterkantbenadering. Ook is aangesloten bij de gebiedstypen zoals genoemd in hoofdstuk 6 Het gemeentebestuur is van mening dat hoofdmassa's een grote invloed hebben op de openbare ruimte, die om deze reden dan ook onderhevig moeten blijven aan een welstandstoets. De welstandsvrije bouwmogelijkheden dienen zich dan te beperken tot de bijmassa's.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de achterkant zijn als gevolg van de verruiming van vergunningsvrij bouwen de administratieve lasten al in een zekere mate verlicht. Verruiming van maatvoering van veel voorkomende bouwwerken aan de achterkant die nog vergunningsplichtig zijn, heeft tot gevolg dat de hoofdmassa wordt aangetast hetgeen een ongewenst effect heeft op de beeldkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mogelijkheden zijn gezocht bij de veel voorkomende kleine bouwwerken aan de voorkant. Het betreft dan toevoegingen aan een hoofdgebouw, die vanwege de ligging aan de voorkant vergunningsplichtig zijn, maar vanwege de ondergeschikte afmetingen een acceptabele impact hebben op de beeldkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens is in ogenschouw genomen dat het grondgebied van de gemeente is verdeeld in verschillende gebiedstypen (hoofdstuk 6). De veel voorkomende bouwwerken worden met name gebouwd in de woonkernen die voor het grootste gedeelte worden onderscheiden in Historische gebieden (H) en Planmatig ontworpen woongebieden (W).</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandsvrij bouwen verdraagt zich het beste in de Planmatig ontworpen woongebieden die zich in het algemeen kenmerken door een eenduidige bouwstijl. Vanwege het historische karakter wordt het welstandsvrij bouwen in Historische gebieden niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.3Criteria Bij de hieronder opgestelde criteria moet worden uitgegaan van bouwwerken op het voorerfgebied. In het Besluit omgevingsrecht zijn de begrippen 'achtererfgebied' en 'voorerfgebied' gedefinieerd en worden van toepassing verklaard in de welstandsnota.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende bouwwerken zijn aangewezen als welstandsvrij:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan- en uitbouwen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: gelegen in gebiedstype W gelegen in het voorerfgebied de zijgevel wordt niet overschreden de hoogte is niet meer dan 3 meter de breedte is niet meer dan 75% van de gevelbreedte de diepte is niet meer dan 3 meter Dakkapellen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: gelegen in gebiedstype W gelegen in het voorerfgebied de hoogte is niet meer dan 1,75 meter de breedte is niet meer dan 50% van het betreffende dakvlak de onderzijde van de dakkapel bevindt zich op minder dan 1 meter boven de dakvoet Kozijn- en gevelwijzigingen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: gelegen in gebiedstype W gelegen in het voorerfgebied de wijziging vindt plaats binnen een bestaande gevelopening 9Reclame-uitingen Reclames aan gevels of vrijstaand in de openbare ruimte bepalen in grote mate het aanzien en beleving van een gebied. Reclames hebben echter de neiging, onder de druk van de concurrentie, steeds groter en opzichtiger te worden. Zeker kwetsbare gebieden, zoals de historische gebieden, zijn daarvoor gevoelig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ondernemer heeft reclame een belangrijke betekenis: hij wil een groot publiek bereiken. De consument moet de zaak makkelijk kunnen vinden. Ondernemers onderkennen steeds meer het belang van een aangename verblijfskwaliteit en beseffen dat het reguleren van reclame-uitingen daarop van positieve invloed kan zijn. Het kan zelfs een uitdaging zijn om iets extra’s aan de gevel toe te voegen, dat werkelijk een meerwaarde is; dat bewijst dat reclame mooi en tegelijk functioneel kan zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentebestuur is zich bewust van de economische belangen van reclamevoering voor de ondernemer, maar hecht ook waarde aan de kwaliteit en de uitstraling van de bebouwde omgeving. De gemeente is er van overtuigd dat een aantrekkelijk en goed verzorgde omgeving het vestigingsklimaat versterkt. Dat betekent niet direct dat reclamevoering tot het minimum beperkt moet worden. Een beperking van reclame kan namelijk ook leiden tot een omgeving die wordt ervaren als saai, niet openbaar en onherkenbaar. De aantrekkelijkheid neemt dan af wat invloed heeft op het koopgedrag van mensen. Een bepaalde mate aan drukte en diversiteit aan reclame kan juist een gezellige omgeving bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om balans te krijgen tussen enerzijds een verzorgd straatbeeld en anderzijds het economisch belang is dit hoofdstuk in de welstandsnota opgenomen. Heldere richtlijnen voor reclame-uitingen moeten aantasting van het straatbeeld voorkomen en bijdragen aan de kwaliteit van de bebouwde omgeving, en moeten gelijktijdig ruimte bieden voor economische levendigheid zodat ondernemers zich kunnen ontwikkelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.1Algemene criteria De algemene criteria gelden ongeacht het gebied of type reclame-uiting en vormen de basis bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor alle reclame-uitingen en bij handhaving van buitensporigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.1.1Functioneel/technisch Reclames staan niet los van de activiteiten die met de reclame wordt aangeprezen. Zo is een reclame voor een automerk niet gepast op de gevel van een bakker. Uitgangspunt is dat een reclame altijd een rechtstreeks verband moet hebben met de activiteiten die in het pand of op het perceel plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een reclame-uiting heeft een duidelijke bedoeling en wordt voor langere periode gebruikt om een product of dienst aan te prijzen. Het is dan ook logisch dat een reclame-uiting voldoet aan deugdelijke technische en constructieve eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het algemeen geldt dat reclametekens alleen aanvaardbaar zijn indien de reclame een rechtstreeks verband heeft met de activiteiten die in het pand of op het perceel plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij meerdere functies in één pand zijn op de verdiepingen met een woonbestemming of verdiepingen met een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie geen reclame-uitingen toegestaan, tenzij dit voor een bepaald gebiedstype nadrukkelijk mogelijk wordt gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een reclameobject moet vervaardigd zijn van deugdelijk en weerbestendig materiaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.1.2Verkeersveiligheid en hinder Uitgangspunt is dat een reclame-uiting geen (fysiek of visueel) overlast of hinder mag veroorzaken voor derden en de verkeersveiligheid niet in het geding mag brengen. Er is sprake van verkeersonveiligheid als de zichtbaarheid (van de kleuren) van de openbare ruimte, de verkeerslichten of -borden en andere -aanduidingen wordt aangetast en als uitstallingen op de weg een belemmering vormen voor doorgaand verkeer en hulpverlenende diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame-uitingen die geluidshinder veroorzaken, verblindend zijn, te veel knipperen en/of bewegen zijn niet toegestaan; lichtkranten en lichtreclame met veranderlijk of intermitterend licht en lichtprikkabels zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij lichtbakken is het raadzaam een donker fond te kiezen met heldere letters, ook in verband met de verkeersveiligheid (verblindingseffecten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclameobjecten op de weg mogen slechts maximaal tot 1,25 meter buiten de gevel worden geplaatst tenzij de breedte van de weg dit niet toestaat in verband met een vrije doorgangsstrook van minimaal 4.00 meter breed ten behoeve van het verkeer en hulpverlenende diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitstekende reclameobjecten aan de gevel mogen niet lager dan 2.30 meter boven het trottoir worden geplaatst, gemeten vanaf de onderzijde van het reclameobject (i.v.m. doorloophoogte).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitstekende reclameobjecten aan de gevel moeten 0,60 meter vanaf de rijbaan worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclames op of boven de weg mogen de zichtbaarheid van de kleuren van verkeerslichten of andere verkeersaanduidingen niet aantasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.1.3Uiterlijke verschijningsvorm (welstand) Een reclame-uiting dient een verrijking te zijn van de gevel of openbare ruimte, of tenminste qua plaatsing, kleurstelling, materiaalgebruik en/of detaillering niet ontsierend te zijn voor het gevelbeeld en geen afbreuk doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Dat geldt overigens ook voor ‘huisstijlreclames’.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vormgeving, afmetingen en kleuren van een reclame-uiting moeten afgestemd zijn op het karakter van de directe omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevelreclames dienen qua vormgeving, afmetingen en plaatsing op de gevelopzet afgestemd te worden. De samenhang en structuur van de gevel dienen behouden te blijven (geen scheiding winkelpui en verdieping).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij nieuwbouw dient de reclame-uiting geïntegreerd te worden in het ontwerp/architectuur (wel apart vergunning aanvragen). Hierdoor is de kans op ontsiering van de gevel door later aangebrachte reclames een stuk kleiner.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bestaande bebouwing is de bestaande samenhang en ritmiek van de gevel en straatwand essentieel voor een passende reclame. Indien de (historische) architectuur van bestaande bebouwing reeds voorziet in specifieke reclamemogelijkheden, zoals koofboorden of velden tussen raamkozijnen en -bogen, zijn dat de aangewezen plaatsen waar reclame-uitingen aangebracht dienen te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te veel en frequente herhaling van dezelfde tekst of te grote hoeveelheid tekst per reclame dient voorkomen te worden. Tekst beperken tot de hoofdboodschap (productaanduiding, bedrijfsnaam of andere aanduiding).</p>\n<p class=\"lf-p\">De reclame-uiting zelf dient ook grafisch goed verzorgd te zijn. De opschriften, eventueel in combinatie met afbeeldingen, van reclame-uitingen moeten zijn samengesteld uit esthetisch verantwoorde letters en tekens. Het reclameteken mag niet groter zijn dan voor een goede leesbaarheid voor die situering noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevelbeschildering is alleen mogelijk als er sprake is van oorspronkelijk in het metsel- of stucwerk van de gevel verwerkte belettering of als er sprake is van herstel van een historisch geschilderde gevelreclame.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen reclames in reflecterende en/of fluorescerende kleuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.2Gebiedsgerichte criteria 9.2.1Historisch gegroeide gebieden H Historisch dorpsgebieden, bebouwingslinten en dijkbebouwing vormen waardevolle elementen in het huidige beeld van de gemeente (gebiedstype H1, H2, H4 en H5). Ze vormen de historische context van veel opbjecten van cultuurhistorische waarden, zijn belangrijke schakels binnen het wegennetwerk en ondersteunen de oriëntatie binnen de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met name beschermde stads- of dorpsgezichten zijn gebieden die als samenhangend geheel van algemeen belang zijn door schoonheid of geschiedenis en een cultuurhistorische betekenis hebben. Deze gebieden zijn door het Rijk als zodanig aangewezen, en genieten daarmee een beschermde status waarvoor extra regels gelden met betrekking tot bouwen en verbouwen. Uitgangspunt voor het beoordelen van vergunningaanvragen is het behoud van het karakteristieke historische straatbeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de toetsing aan de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt tussen de historische stedelijke bebouwing, zijnde de beschermde stadsgezichten in Sint-Maartensdijk en Tholen (gebiedstype H3) en de overige historische gegroeiden gebieden (gebiedstypen H1, H2, H4 en H5).</p>\n<p class=\"lf-p\">H3: historische stedelijke bebouwing Per bedrijf/winkel zijn in totaal maximaal 2 zichtbare reclame-uitingen aan de voorgevel toegestaan. Aan de zijgevel is geen reclame toegestaan, tenzij er sprake is van een hoekpand met twee winkelpuien. Dan is er sprake van twee voorgevels. De reclame-uitingen kunnen bestaan uit: enkelzijdig reclamebord of -object en plat op de gevel maximaal 1 boven de entree, gecentreerd in de gevel of passend in de structuur van de gevel/winkelpui bij meerdere verdiepingen onder de onderdorpel van de kozijnen op de eerste verdieping niet boven een luifel, zonwering of markies bij plaatsing op een luifel binnen de contouren van het boeiboord maximaal 0.30 meter hoog en maximaal 60% breed t.o.v. de totale gevel-/luifelbreedte met een maximum van 3.00 meter; maximaal 0.15 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie uitgevoerd met losse letters in één enkele regel of een passend vormgegeven reclamebord dubbelzijdig reclamebord of -object loodrecht op de gevel maximaal 1 passend in de structuur van de gevel/winkelpui bij meerdere verdiepingen geplaatst onder de onderdorpel van de kozijnen op de eerste verdieping minimaal 0.50 meter van zijmuur, naburige pand of perceelsgrens geplaatst maximaal 0.60 meter hoog, 0.60 meter breed en 0.10 meter dik maximaal 0.60 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie uitgevoerd met belettering opengewerkte (gestanst) plaat en een thematische benaming van het ter plaatse uitgeoefende ambacht, of in de vorm van ambachtelijke elementen zoals bijvoorbeeld een gaper bij een apotheker of een schaar bij een kapper. vlag, vaandel, wimpel of banier maximaal 2 per 6 meter gevelbreedte vlaggenstok bevestigd onder de vloer van de eerste verdieping banier plat of loodrecht bevestigd onder de bovendorpel van de kozijn op de eerste verdieping minimaal 0.50 meter van zijmuur, naburige pand of perceelsgrens geplaatst banier maximaal 1.20 meter hoog, 0.40 meter breed en bij loodrechte plaatsing maximaal 0.60 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie; bij meerdere exemplaren identiek uitgevoerd (geen verschillende vlaggen) raamplakkaten of plakfolie tot maximaal 15% van de ramen is bedekt geplaatst aan de binnenkant van de ramen op de begane grond uitgevoerd met losse plakbelettering van maximaal 0.15 meter hoog en/of semi-transparante plakfolie reclame op zonwering en markiezen maximaal 1 reclameopdruk (tekst) per zonwering/markies geplaatst op de volant of op onderste segment van de markies bestaande uit de bedrijfsnaam of een thematische benaming van het ter plaatse uitgeoefende ambacht</p>\n<p class=\"lf-p\">uitgevoerd in éénkleurige letteropdruk van maximaal 0.15 meter hoog H1, H2, H4 en H5: overige historische gegroeide gebieden Per bedrijf/winkel zijn in totaal maximaal 3 zichtbare reclame-uitingen aan de voorgevel toegestaan. Aan de zijgevel is geen reclame toegestaan, tenzij er sprake is van een hoekpand met twee winkelpuien. Dan is er sprake van twee voorgevels. De reclame-uitingen kunnen bestaan uit: enkelzijdig reclamebord of -object en plat op de gevel maximaal 1 boven de entree, gecentreerd in de gevel of passend in de structuur van de gevel/winkelpui bij meerdere verdiepingen onder de onderdorpel van de kozijnen op de eerste verdieping bij plaatsing op een luifel binnen de contouren van het boeiboord maximaal 0.60 meter hoog en maximaal 60% breed t.o.v. de totale gevel-/luifelbreedte met een maximum van 4.00 meter maximaal 0.15 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie uitgevoerd met losse letters in één enkele regel of een passend vormgegeven reclamebord dubbelzijdig reclamebord of -object loodrecht op de gevel maximaal 1 passend in de structuur van de gevel/winkelpui bij meerdere verdiepingen geplaatst onder de onderdorpel van de kozijnen op de eerste verdieping minimaal 0.50 meter van zijmuur, naburige pand of perceelsgrens geplaatst maximaal 0.60 meter hoog, 0.60 meter breed en 0.30 meter dik maximaal 0.80 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie uitgevoerd met losse letters, een passend vormgegeven reclamebord of lichtbak lichtgevende of aangelichte reclame maximaal 1 overeenkomstig de richtlijnen voor reclameborden/-objecten aan de gevel door het aanlichten van een reclamebord op de gevel door een lichtbak of verlichte losse letters (geen neon) die voldoen aan de richtlijnen voor reclameborden/-objecten aan de gevel verlichting in de vorm van geprojecteerde losse letters op de gevel, geprojecteerd in wit licht, niet bewegend en maximaal 0.30 meter hoog en 1.00 meter breed kokers, uitsluitend bestemd voor het opbergen van elektrische leidingen en andere hulpconstructies, zijn geschilderd in een donkere kleur of in dezelfde kleur als het gevelvlak vlag, vaandel, wimpel of banier maximaal 1 per 4 meter gevelbreedte vlaggenstok bevestigd onder de vloer van de eerste verdieping banier plat of loodrecht bevestigd onder de bovendorpel van de kozijn op de eerste verdieping minimaal 0.50 meter van zijmuur, naburige pand of perceelsgrens geplaatst banier maximaal 1.80 meter hoog, 0.60 meter breed en bij loodrechte plaatsing maximaal 0.80 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie;</p>\n<p class=\"lf-p\">bij meerdere exemplaren identiek uitgevoerd (geen verschillende vlaggen) raamplakkaten of plakfolie tot maximaal 30% van de ramen is bedekt geplaatst aan de binnenkant van de ramen op de begane grond bij verticale raamopeningen aan de bovenste velden tussen raamkozijnen en -bogen over de volle breedte uitgevoerd met losse plakbelettering van maximaal 0.15 meter hoog of plakfolie reclame op zonwering en markiezen geplaatst op de volant of op onderste segment van de markies maximaal 0.15 meter hoog 9.2.2Planmatig ontworpen woongebieden W Het uitgangspunt is dat in gebieden met hoofdzakelijk een woonfunctie geen reclame-uitingen passen. Een uitzondering hierop zijn de kleinere praktijkruimten. Voor deze gevallen is een bescheiden aanduiding aan de gevel of in de tuin aanvaardbaar. Voor grotere panden met een positieve bedrijfs-, winkel- of horecabestemming in een woonomgeving gelden andere richtlijnen. Uitgangspunt is dat voor woongebieden de reclame-uitingen beperkt moeten zijn tot wat minimaal nodig wordt geacht. Onderstaande richtlijnen gelden voor zowel de parkachtige woongebieden (gebiedstype W2), 20e eeuwse uitbreidingen (gebiedstype W3-8) en individuele woningbouw (gebiedstype W9).</p>\n<p class=\"lf-p\">Richtlijnen voor kleinere praktijkruimten aan huis Per woning met praktijkruimte is maximaal 1 zichtbare reclame-uiting aan de voorgevel of in de voortuin toegestaan. Deze reclame-uiting kan bestaan uit: reclamebordje op de gevel maximaal 1 naast de voordeur of entree van de praktijkruimte; in ieder geval onder de vloer van de eerste verdieping maximaal 0.30 meter hoog en 0.30 meter breed maximaal 0.30 meter vanuit de gevel, inclusief bevestigingsconstructie uitgevoerd met losse letters of een passend vormgegeven naambord permanente reclamezuil of -constructie maximaal 1 geplaatst in de voortuin op minimaal 1 meter afstand van de erfafscheiding maximaal 1.20 meter hoog, 0.60 meter breed en 0.20 meter dik bestaande uit een naam- en/of beroepsaanduiding van de aanwezige praktijk en één beeldmerk of logo van maximaal 0.20 meter hoog en 0.20 meter breed Richtlijnen voor bedrijven, winkels en horeca in woongebieden Per bedrijf, winkel of horecagelegenheid zijn maximaal 2 zichtbare reclame-uitingen aan de voorgevel toegestaan. Aan de zijgevel is geen reclame toegestaan, tenzij er sprake is van een hoekpand met twee winkelpuien. Dan is er sprake van twee voorgevels. De reclame-uitingen kunnen bestaan uit: reclamebord of -object op de gevel maximaal 1 boven de entree, gecentreerd in de gevel of passend in de structuur van de gevel/winkelpui bij meerdere verdiepingen onder de onderdorpel van de kozijnen op de eerste verdieping niet boven een luifel, zonwering of markies bij plaatsing op een luifel binnen de contouren van het boeiboord enkelzijdig en plat op de gevel, maximaal 0.40 meter hoog, 2.00 meter breed en maximaal 0.15 meter vanuit de gevel, inclusief bevestigingsconstructie dubbelzijdig en loodrecht op de gevel maximaal 0.40 meter hoog, 0.40 meter breed en 0.15 meter dik en maximaal 0.60 meter vanuit de gevel, inclusief bevestigingsconstructie; minimaal 0.50 meter van zijmuur, naburige pand of perceelsgrens geplaatst uitgevoerd met losse letters of een passend vormgegeven reclamebord/-object vlag, vaandel, wimpel of banier maximaal 1 vlaggenstok bevestigd onder de vloer van de eerste verdieping banier plat of loodrecht bevestigd onder de bovendorpel van de kozijn op de eerste verdieping minimaal 0.50 meter van zijmuur, naburige pand of perceelsgrens geplaatst banier maximaal 1.20 meter hoog, 0.40 meter breed en bij loodrechte plaatsing maximaal 0.60 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie raamplakkaten of plakfolie tot maximaal 30% van de ramen is bedekt geplaatst aan de binnenkant van de ramen op de begane grond</p>\n<p class=\"lf-p\">bij verticale raamopeningen aan de bovenste velden tussen raamkozijnen en -bogen over de volle breedte uitgevoerd met losse plakbelettering van maximaal 0.15 meter hoog of plakfolie met het beeldmerk of logo van het bedrijf reclame op zonwering en markiezen geplaatst op de volant of op onderste segment van de markies maximaal 0.15 meter hoog reclamezuil of -constructie maximaal 1 uitsluitend geplaatst op eigen terrein maximaal 1.20 meter hoog, 0.60 meter breed en 0.20 meter dik bestaande uit een naam- en/of beroepsaanduiding van de aanwezige praktijk en een beeldmerk of logo van maximaal 0.20 meter hoog en 0.20 meter breed 9.2.3Bedrijvengebieden B De bedrijventerreinen inclusief de perifere detailhandel (gebiedstypen B2 en B4) laten zich kenmerken door grootschalige gebouwen en een functionele uitstraling. In deze gebieden is de ruimtelijke beeldkwaliteit vaak ondergeschikt aan de functionaliteit of de gebruikswaarde van de ruimte. Gezien de grote schaal van de bebouwing en het utilitaire karakter is een ruime hoeveelheid reclame mogelijk. Uitgangspunt blijft dat de reclame op een logische plaats tegen het gebouw of op eigen terrein geplaatst dient te worden. De architectonische samenhang van het gebouw dient niet aangetast te worden. Dat betekent onder andere dat gestreefd wordt naar uniforme afmetingen van reclame-uitingen per gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">B2: Bedrijventerreinen en B4: perifere detailhandel Per bedrijf/winkel of bedrijfsverzamelgebouw zijn in totaal maximaal 4 zichtbare reclame-uitingen aan de voorgevel toegestaan. Aan de zijgevel is maximaal 1 zichtbare reclame toegestaan. Reclame-uitingen kunnen bestaan uit: enkelzijdig reclamebord of -object en plat op de gevel maximaal 2 boven de entree of passend in de structuur van de gevel/winkelpui bij plaatsing op een luifel binnen de contouren van het boeiboord boven de vloer van de eerste verdieping uitsluitend uitgevoerd met losse letters onder de vloer van de eerste verdieping uitgevoerd met losse letters, een passend vormgegeven reclamebord of lichtbak maximaal 2.00 meter hoog en 4.00 meter breed maximaal 0.30 meter vanuit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie dubbelzijdig reclamebord of -object loodrecht op de gevel maximaal 2 passend in de structuur van de gevel/winkelpui maximaal 1.00 meter hoog, 1.00 meter breed en 1.00 meter dik maximaal 1.20 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie uitgevoerd met losse letters, een passend vormgegeven reclamebord, -object of lichtbak reclamebord of -object op het dak maximaal 1 op de dakrand alleen bij de hoofdentree van grotere gebouwen waarin meerdere bedrijven zijn gevestigd alleen de naam van het gehele complex in losse letters niet breder dan entreepartij met een maximum van 4.00 meter, 0.50 meter diep en 1.50 meter hoog, inclusief bevestigingsconstructie lichtgevende of aangelichte reclame maximaal 2 overeenkomstig de richtlijnen voor reclameborden/-objecten aan de gevel of op het dak door het aanlichten van een reclamebord op de gevel door een lichtbak of verlichte losse letters die voldoen aan de richtlijnen voor reclameborden/-objecten aan de gevel of op het dak verlichting in de vorm van geprojecteerde losse letters op de gevel, niet bewegend en maximaal 0.60 meter hoog en 1.20 meter breed kokers, uitsluitend bestemd voor het opbergen van elektrische leidingen en andere hulpconstructies, zijn geschilderd in een donkere kleur of in dezelfde kleur als het gevelvlak vlag, vaandel, wimpel of banier maximaal 4 vlaggenstok bevestigd onder de vloer van de eerste verdieping banier plat of loodrecht bevestigd onder de bovendorpel van de kozijn op de eerste verdieping banier maximaal 2.40 meter hoog, 0.80 meter breed en bij loodrechte plaatsing maximaal 1.00 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie; bij meerdere exemplaren identiek uitgevoerd (geen verschillende vlaggen) reclamedoek maximaal 1</p>\n<p class=\"lf-p\">geplaatst in een daarvoor bestemde vaste frameconstructie op blinde gevels, aangepast aan de architectuur maximaal 15 m2 aan oppervlakte raamplakkaten of plakfolie tot maximaal 50% van de ramen is bedekt geplaatst aan de binnenkant van de ramen uitgevoerd met losse plakbelettering, plakfolie of een plakkaat/reclamebord reclame op zonwering en markiezen geplaatst op de hele zonwering of markies maximaal 0.15 meter hoog op volant maximaal 1.20 hoog en 2.40 meter breed op zonwering zelf of passend in 1 segment van markies permanente reclamezuil of -constructie maximaal 1 geplaatst voor de hoofdentree van het bedrijf geplaatst als gezamenlijke presentatie bij de hoofdentree van het bedrijventerrein bij een gebouw maximaal 2.00 meter hoog, 1.00 meter breed en 0.30 meter dik bij de hoofdentree van het bedrijventerrein maximaal 3.50 meter hoog, 2.00 meter breed en 0.30 meter dik vlaggenmasten maximaal 6 bij de hoofdentree van het bedrijventerrein of langs de hoofdweg naar het gebied toe bij de hoofdentree van grotere gebouwen met meerdere bedrijven alle masten even hoog en niet hoger dan het pand of complex waarbij de vlaggenmasten komen te staan met een maximum van 6.00 meter reclamemast maximaal 1 per bedrijventerrein geplaatst als gezamenlijke presentatie bij de hoofdentree of langs de snelweg uitsluitend met vermeldingen van bedrijven die ook daadwerkelijk op het terrein gevestigd zijn maximaal 10.00 meter hoog 9.2.4Groene gebieden G Groene gebieden zijn heel divers. Er zijn enkel richtlijnen opgesteld voor sportcomplexen (gebiedstype G1), het buitengebied (gebiedstype G3) en recreatieparken (gebiedstype G5). Voor de overige groene gebieden zijn geen richtlijnen opgesteld; vanwege aard, karakter en uitstraling dienen reclame-uitingen in de overige groene gebieden (parken, groen- en natuurgebieden) te worden geweerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">G1: Sportcomplexen en G5: recreatieparken en vakantiewoningen Onder deze gebiedstypen vallen de sportcomplexen en de recreatiegebieden die verspreid over de gemeente zijn gesitueerd. De openbare ruimte is overdag algemeen toegankelijk maar het gebruik van de voorzieningen is veelal gelimiteerd tot leden en toeschouwers. Naamsaanduidingen voor de sportvereniging zelf zijn goed mogelijk. Overige reclame-uitingen dienen beperkt te blijven tot enkele objecten aan de gevel van het verenigingsgebouw of de kantine en reclameborden langs sportvelden die gericht zijn op het veld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per gebouw (geen kleedruimten en andere ondergeschikte bijgebouwen) zijn maximaal 2 zichtbare reclame-uitingen aan de voorgevel toegestaan. Aan de zijgevel is maximaal 1 reclame-uiting toegestaan. De reclame-uitingen kunnen bestaan uit: reclamebord of -object op de gevel maximaal 1 uitsluitend bij het hoofdgebouw van het terrein boven de entree, gecentreerd in de gevel of passend in de structuur van de gevel/winkelpui bij meerdere verdiepingen onder de onderdorpel van de kozijnen op de eerste verdieping niet boven een luifel, zonwering of markies bij plaatsing op een luifel binnen de contouren van het boeiboord enkelzijdig en plat op de gevel, maximaal 0.60 meter hoog, 2.00 meter breed en maximaal 0.15 meter vanuit de gevel, inclusief bevestigingsconstructie dubbelzijdig en loodrecht op de gevel maximaal 0.60 meter hoog, 0.60 meter breed en 0.30 meter dik en maximaal 0.80 meter vanuit de gevel, inclusief bevestigingsconstructie; minimaal 0.50 meter van zijmuur, naburige pand of perceelsgrens geplaatst uitgevoerd met losse letters, een passend vormgegeven reclamebord/-object of lichtbak lichtgevende of aangelichte reclame maximaal 1 overeenkomstig de richtlijnen voor reclameborden/-objecten aan de gevel door het aanlichten van een reclamebord op de gevel door een lichtbak of verlichte losse letters (geen neon) die voldoen aan de richtlijnen voor reclameborden/-objecten aan de gevel verlichting in de vorm van geprojecteerde losse letters op de gevel, geprojecteerd in wit licht, niet bewegend en maximaal 0.30 meter hoog en 1.00 meter breed tijdens openingsuren uitgeschakeld kokers, uitsluitend bestemd voor het opbergen van elektrische leidingen en andere hulpconstructies, zijn geschilderd in een donkere kleur of in dezelfde kleur als het gevelvlak vlag, vaandel, wimpel of banier maximaal 1 per 4 meter gevelbreedte vlaggenstok bevestigd onder de vloer van de eerste verdieping banier plat of loodrecht bevestigd onder de bovendorpel van de kozijn op de eerste verdieping minimaal 0.50 meter van zijmuur, naburige pand of perceelsgrens geplaatst banier maximaal 1.20 meter hoog, 0.40 meter breed en bij loodrechte plaatsing maximaal 0.60 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie reclamezuil of -constructie maximaal 1 geplaatst voor de hoofdentree van een groter sportcomplex bij de hoofdentree van het terrein maximaal 2.50 meter hoog, 1.50 meter breed en 0.30 meter dik bij een gebouw maximaal 2.00 meter hoog, 1.00 meter breed en 0.30 meter dik vlaggenmasten maximaal 4 geplaatst voor de hoofdentree van een groter sportcomplex</p>\n<p class=\"lf-p\">geplaatst bij de hoofdentree van het terrein of langs de hoofdweg naar het terrein toe alle masten even hoog en niet hoger dan het pand of complex waarbij de vlaggenmasten komen te staan met een maximum van 6.00 meter reclameborden geplaatst langs en georiënteerd op het sportveld of -baan in de vorm van scoreborden mag slechts 1.00 m2 gebruikt worden voor reclamedoeleinden in de vorm van borden langs het sportveld of -baan met een maximum van 1.20 meter hoog vanaf maaiveld G3: boerenerven- agrarisch buitengebied Het buitengebied heeft een open en landelijk karakter. Reclame-uitingen worden dan ook snel als storend ervaren. Zeker nu het recreatieve karakter van het buitengebied meer aandacht krijgt is het belangrijk de uitstraling tussen bebouwde kom en het buitengebied te bewaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook voor niet-agrarische bedrijven is het beperken van reclameuitingen van belang. Voor bouwvergunningvrije reclame-uitingen is de Provinciale verordening van toepassing. In deze verordening worden al eisen gesteld aan allerlei vormen van reclame, zoals borden, vlaggen en dergelijke. Voor de bouwvergunningplichtige reclame-uitingen zal de aanvraag beoordeeld worden aan de hand van onderstaande richtlijnen. Uitgangspunt is een zeer terughoudend beleid waarbij de reclame-uitingen tot het minimum (hoeveelheid en afmetingen) wordt beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per gebouw is maximaal 1 zichtbare reclame-uiting aan de voorgevel toegestaan. Aan de zijgevel is geen reclameuiting toegestaan. De reclame-uitingen kunnen bestaan uit: reclamebord of -object op de gevel maximaal 1 uitsluitend bij het hoofdgebouw van het perceel boven de entree, gecentreerd in de gevel of passend in de structuur van de gevel bij meerdere verdiepingen onder de onderdorpel van de kozijnen op de eerste verdieping niet boven een luifel, zonwering of markies enkelzijdig en plat op de gevel, maximaal 0.60 meter hoog, 2.00 meter breed en maximaal 0.15 meter vanuit de gevel, inclusief bevestigingsconstructie uitgevoerd met losse letters, een passend vormgegeven reclamebord/-object of lichtbak reclamezuil of -constructie maximaal 1 geplaatst voor de hoofdentree het gebouw of perceel bij een gebouw maximaal 3.00 meter hoog, 1.00 meter breed en 0.30 meter dik ingetogen kleurgebruik met donkere fond en lichte opdruk.</p>\n<p class=\"lf-p\">10Bijlagen 10.1Gebiedstypenkaarten De volgende gebiedstypenkaarten zijn als bijlage toegevoegd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtskaart gebiedstypen d.d. 27-05-2004 Anna Jacobapolder gebiedstypen d.d. 27-05-2004 Oud Vossemeer gebiedstypen d.d. 27-05-2004 Poortvliet gebiedstypen d.d. 27-05-2004 Scherpenisse gebiedstypen d.d. 27-05-2004 St. Annaland gebiedstypen d.d. 27-05-2004 Stavenisse gebiedstypen d.d. 27-05-2004 St. Maartensdijk gebiedstypen d.d. 27-05-2004 St. Philipsland gebiedstypen d.d. 27-05-2004 Tholen 1 gebiedstypen d.d. 27-05-2004 Tholen 2 gebiedstypen d.d. 27-05-2004 Tholen 3 gebiedstypen d.d. 27-05-2004 10.2Welstandsniveaukaarten De volgende welstandsniveaukaarten zijn als bijlage toegevoegd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtskaart welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 Anna Jacobapolder welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 Oud Vossemeer welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 Poortvliet welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 Scherpenisse welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 St. Annaland welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 Stavenisse welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 St. Maartensdijk welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 St. Philipsland welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 Tholen 1 welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 Tholen 2 welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 Tholen 3 welstandsniveaus d.d. 15-11-2011 10.3Literatuur en bronnen Programma van Eisen “Welstandsbeleid gemeente Tholen”, Gemeente Tholen i.s.m. Inkoopbureau West-Brabant versie 2.1 d.d. 28.08.’03 Bestemming Tholen – een toekomstvisie voor Tholen 2025, deel 1: de visie en deel 2: kader voor de uitwerking, Rothuizen van Doorn ’t Hooft, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Tholen d.d. 24 april 2003 Naar een gemeentelijke welstandsnota: werkdocument met model en toelichting, Marijke Beek en José van Campen, VNG Uitgeverij, 2000 Welstand op een nieuwe leest, Sdu Uitgevers, Den Haag 1999 Teksten en commentaar – Woningwet 2003 en verwante wetgeving, editie 2003, drs. J. in ’t Hout en mr. ing. B. Rademaker, Sdu uitgevers, Den Haag 2003 Welstandsnota’s: de eerste oogst, Negen van de eerste welstandsnota’s vergeleken, Projectbureau Welstand op een nieuwe leest / Federatie Welstand, 2003 Raamwerknota Welstandsbeleid, Deel A: algemene bepalingen en Deel B: welstandscriteria, 2002/2003, Stichting Dorp, Stad en Land Raamwerknota Welstandsbeleid, werkdocument, Welstandszorg Noord-Brabant, ’s-Hertogenbosch, december 2001 Informatiemap Welstandsnota, concept oktober 2001, Gelders Genootschap, november 2001 Kleurtoepassing Welstandsnota, 31-07-2002, Gelders Genootschap 2002 Tevens is gebruik gemaakt van een aantal gemeentelijke conceptnota’s en edities van de “Nieuwsbrief Welstand op een nieuwe leest” van het Projectbureau Welstand op een nieuwe leest.</p></div>", "next": 0}