{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De preventiestrategie wordt doorlopend ingezet en begint vaak vóórdat een aanvraag of melding wordt gedaan. Door vroegtijdig in gesprek te gaan, voorkomen we dat er later ingrijpende maatregelen nodig zijn. Binnen de preventiestrategie onderscheiden we vier trajecten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Communicatie en voorlichting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Participatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsoverleg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Interne en externe afstemming &amp; samenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Communicatie en voorlichting We merken dat onvolledige of onjuiste aanvragen, maar ook overtredingen, vaak ontstaan door een gebrek aan kennis van wet- en regelgeving. Veel inwoners en ondernemers weten niet precies wat de regels zijn of wanneer een vergunning of melding nodig is. De gemeente wil dit voorkomen door actief te informeren en voorlichting te geven. We doen dit op de volgende manieren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Frontoffice Inwoners en ondernemers kunnen een afspraak maken bij onze frontoffice. Hier krijgen zij zowel algemene informatie als specifieke informatie over hun locatie of plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijke website Op onze website en via publicaties geven we actuele informatie over vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook besteden we extra aandacht aan onderwerpen die op dat moment belangrijk zijn of extra prioriteit hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezichthouders in het veld Onze toezichthouders zijn vaak het eerste aanspreekpunt buiten. Zij informeren inwoners en bedrijven actief over geldende regels en stimuleren naleving daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Participatie De Omgevingswet stimuleert participatie bij initiatieven. Initiatiefnemers moeten aangeven of en hoe zij participatie hebben georganiseerd. De wet laat ruimte voor verschillende vormen van participatie, zodat dit goed kan aansluiten bij het plan en de omgeving. We helpen initiatiefnemers hierbij door duidelijke informatie te geven via het digitaal omgevingsplein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast heeft de gemeenteraad op 21 november 2022 een lijst vastgesteld met gevallen waarin participatie verplicht is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor initiatiefnemers is er ook een praktische handleiding: “Leidraad participatie bij ideeën en plannen in de dorpen van Midden-Groningen” (vastgesteld in oktober 2024). Deze leidraad bevat een stappenplan hoe participatie kan worden vormgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatieverzoek Inwoners en ondernemers kunnen op een laagdrempelige manier informatie opvragen via: het mailadres vergunningen@midden-groningen.nl; het informatieformulier op de website; of telefonisch contact.</p>\n<p class=\"lf-p\">We noemen dit een informatieverzoek. We geven daarbij aan of voor een activiteit een vergunning nodig is of dat deze vergunningsvrij is. Bij twijfel over de haalbaarheid van een plan verwijzen we de initiatiefnemer naar het klein initiatievenloket (KIL).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar bespreken we het plan inhoudelijk en procesmatig, zodat we tijdig kunnen adviseren over vervolgstappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klein en Groot Initiatievenloket (KIL en GIL) Sinds 2020 werken we met twee overlegvormen: het Kleine Initiatievenloket (KIL) – wekelijks op dinsdag; het Grote Initiatievenloket (GIL) – eens per twee weken op donderdag.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het KIL worden uiteenlopende zaken behandeld, zoals: aanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan; principeverzoeken, bijvoorbeeld voor functiewijziging; handhavingsverzoeken; klachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het GIL bespreken we grotere initiatieven die voortkomen uit het KIL, vooral woningbouwprojecten. Voorbeelden zijn: het ombouwen van winkels naar appartementen; het herontwikkelen van voormalige bedrijfslocaties naar woonbestemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De teamleider VTH is voorzitter van het KIL. Hij of zij bewaakt de voortgang van dossiers en zorgt voor goede afstemming met andere teams. De voorzitter beslist niet alleen, maar zorgt dat dossiers integraal worden besproken en beoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanjager woningbouw is voorzitter van het GIL. Deze rol is belangrijk vanwege de woningbouwopgave van de gemeente. De aanjager beoordeelt plannen op haalbaarheid en bewaakt de voortgang van woningbouwinitiatieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ons uitgangspunt is altijd: “Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?”</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij grotere projecten kan een regionale omgevingstafel worden georganiseerd met onze ketenpartners. Tot nu toe is dat nog niet nodig geweest. De werkwijze is hieronder schematisch weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het schema volgen drie mogelijke vervolgstappen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het initiatief kan direct worden afgehandeld Deze zaken komen via de frontoffice VTH binnen (per mail, telefoon, formulier of Djuma).</p>\n<p class=\"lf-p\">De behandelaar werkt de zaak binnen 5 werkdagen af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als meer tijd nodig is, volgt een terugkoppeling in het eerstvolgende KIL.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een ruimtelijke onderbouwing (RO) nodig Dit betreft aanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een RO-behandelaar levert binnen 5 werkdagen de onderbouwing aan bij de vergunningverlener.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag wordt daarna verder behandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het initiatief uit het GIL moet verder worden uitgewerkt Dit betreft meestal woningbouwinitiatieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteunend medewerker initiatievenloket stelt een memo op met de kerninformatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het GIL wordt een behandelaar aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De behandelaar vertaalt de informatie uit het GIL naar een memo voor het overleg van het domein Leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het GIL wordt een vervolgafspraak gemaakt over de verdere behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conceptaanvraag We stimuleren initiatiefnemers om een conceptaanvraag in te dienen via het omgevingsloket. Hiermee kan de haalbaarheid van een plan vooraf worden beoordeeld. De kosten hiervoor zijn vastgelegd in de legesverordening 2025 onder de term omgevingsoverleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">We beoordelen conceptaanvragen op ruimtelijke en welstandsaspecten. Als de beoordeling positief is, werkt de gemeente in principe mee aan de definitieve aanvraag. Zo voorkomen we onnodige kosten en zorgen we voor een vlottere procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onze basiswerkwijze sluit aan bij de Samenwerkingsafspraken Omgevingswet Groningen, versie 1.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Interne en externe afstemming &amp; samenwerking Een goede samenwerking is cruciaal voor eenduidige toetsing en handhaving. We stemmen daarom intern en extern zorgvuldig af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intern: tussen vergunningverleners, toezichthouders, handhavers en adviseurs; tussen teams die verantwoordelijk zijn voor ruimtelijke plannen en uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extern: met ketenpartners zoals de Omgevingsdienst Groningen, Veiligheidsregio, waterschappen, politie en provincie; met adviseurs van aanvragers, zoals architecten en milieudeskundigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afspraken over samenwerking en informatie-uitwisseling zijn vastgelegd in werkprocessen en instructies, die momenteel worden geactualiseerd. Ook de regionale samenwerkingsafspraken maken hier deel van uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regelmatig evalueren we de werkwijze van het initiatievenloket om deze verder te verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsings- en toezichtstrategie De U&amp;HS moet laten zien hoe de gemeente aanvragen en meldingen beoordeelt en hoe toezicht wordt gehouden op naleving van wet- en regelgeving. Met deze strategie geven we inzicht in: de criteria die we gebruiken bij het beoordelen van vergunningaanvragen en meldingen (de toetsingsstrategie); de werkwijze bij het toezicht op naleving van wet- en regelgeving (de toezichtstrategie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Door deze strategie vast te leggen, voldoen we aan de wettelijke verplichting om transparant te zijn over onze manier van werken.In dit hoofdstuk lichten we onze uitvoeringsstrategie toe. We beschrijven de volgende onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vormen van uitvoering (2.1) – welke manieren van uitvoering wij onderscheiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsings- en toezichtstrategie (2.2) – hoe we aanvragen beoordelen en toezicht houden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingskaders en werkwijze (2.3) – welke regels, normen en procedures wij hanteren bij de uitvoering van onze taken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vormen van uitvoering De gemeente Midden-Groningen hanteert verschillende vormen van uitvoering binnen de uitvoering en handhaving (U&amp;H). Hieronder beschrijven we de belangrijkste vormen en wat ze inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vorm Omschrijving Meldingen Bij sommige activiteiten in de fysieke leefomgeving geldt een meldingsplicht. Dat betekent dat initiatiefnemers verplicht zijn om de gemeente vooraf te informeren over hun plan of activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding is een mededeling aan het bevoegd gezag en kan niet worden geweigerd. Er kan ook geen bezwaar worden gemaakt tegen de acceptatie van een melding. De gemeente controleert: of de activiteit inderdaad meldingsplichtig is; of de melding volledig is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na beoordeling beslist de gemeente of de melding wordt geaccepteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een inhoudelijke toetsing van het plan is niet aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nadruk ligt daarom op toezicht tijdens de uitvoering van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Initiatiefnemers moeten hun melding meestal minimaal vier weken vóór de start van de activiteit indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Reguliere procedure De reguliere procedure is het uitgangspunt voor de meeste aanvragen om een omgevingsvergunning. Binnen acht weken moet de gemeente hierover een besluit nemen. Deze termijn kan één keer worden verdaagd met zes weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de beslistermijn verstrijkt zonder besluit, kan de gemeente op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een dwangsom verschuldigd zijn aan de aanvrager. Voordat dit gebeurt, hanteren we nog een reactietermijn van twee weken om alsnog te kunnen besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gefaseerde aanvragen of meervoudige activiteiten geldt dat de activiteit met de langste beslistermijn bepalend is voor de totale proceduretijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Uitgebreide procedure In sommige gevallen is de uitgebreide procedure van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dan moet de gemeente binnen 26 weken een besluit nemen, met de mogelijkheid tot éénmalige verdaging met zes weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook hierbij geldt dat bij een gefaseerde of meervoudige aanvraag de activiteit met de langste termijn leidend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitgebreide procedure kan: op verzoek of met instemming van de aanvrager worden toegepast; door de gemeente worden opgelegd, als het initiatief aanzienlijke maatschappelijke gevolgen heeft of wanneer verwacht wordt dat er bedenkingen van belanghebbenden komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval wordt de aanvrager eerst gehoord en krijgt hij de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatwerkbesluit Een maatwerkbesluit is een besluit waarbij de gemeente maatwerkvoorschriften stelt of wijzigt. Dit kan bijvoorbeeld na een melding worden gedaan. Het maatwerkbesluit is een formeel besluit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht tijdens realisatiefase Tijdens de uitvoering van een vergunde activiteit houdt de gemeente toezicht. Dit toezicht begint bij de start van de werkzaamheden en eindigt wanneer de activiteit volledig is afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is het technische bouwtoezicht voor eenvoudige bouwwerken (gevolgklasse 1) geprivatiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente voert dit technische toezicht dus niet meer zelf uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente blijft echter verantwoordelijk voor: het toezicht op de ruimtelijke aspecten (zoals welstand, bouwvlak en bebouwd oppervlak); het toezicht op bouwprojecten in gevolgklasse 2 en 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsings- en toezichtstrategie De gemeente Midden-Groningen heeft een wettelijke taak om vergunningen te beoordelen en toezicht te houden op het naleven van de regels. In deze toetsings- en toezichtstrategie leggen we uit hoe we dat doen en waarop we ons richten.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben als gemeente enige beleidsvrijheid in de mate van toetsing en toezicht. Om daar transparant over te zijn, beschrijven we in deze strategie onze werkwijze en keuzes. Zo weten inwoners en ondernemers wat ze van ons kunnen verwachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onze werkwijze sluit aan bij onze kernwaarden (zie hoofdstuk 3) en is risicogericht: we richten onze inzet vooral op situaties waar de kans op overtredingen groot is en de gevolgen voor veiligheid, gezondheid of leefomgeving het meest ernstig kunnen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor vergunningen waarbij ook een technische toets nodig is, sluiten we aan bij het landelijke toetsings- en toezichtsprotocol. In deze beleidsperiode werken we dit verder uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werken op basis van risico’s In hoofdstuk 4 is onze risicoanalyse toegelicht. Hierin zijn overtredingen en meldingen onderverdeeld in logische categorieën en gekoppeld aan mogelijke effecten op de leefomgeving, veiligheid, gezondheid en natuur. Per overtreding is bepaald welk risico dit oplevert. Deze risico’s bepalen vervolgens: hoe diepgaand wij aanvragen toetsen; hoe intensief wij toezicht uitvoeren; waar wij onze capaciteit op inzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat niet alle situaties even risicovol zijn, controleren wij niet alles overal. We richten ons op de meest risicovolle situaties: daar waar het naleefgedrag te wensen overlaat of waar schade aan de leefomgeving of veiligheid kan ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast toezicht gebruiken we ook communicatie en voorlichting om naleving te bevorderen (zie hoofdstuk 5, Preventiestrategie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingskaders en werkwijze Hieronder staat onze algemene werkwijze voor het behandelen van meldingen en het uitvoeren van toezicht. De specifieke werkprocessen en formats zijn digitaal vastgelegd in onze backofficeomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling van een melding Intake De melding wordt geregistreerd in het digitale systeem (backoffice), en toegekend aan een vergunningverlener.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding wordt administratief voorbereid en, waar nodig, gepubliceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager ontvangt een ontvangstbevestiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toets volledigheid De vergunningverlener controleert of de melding volledig is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als gegevens ontbreken, krijgt de aanvrager de gelegenheid om deze aan te vullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toets inhoud De vergunningverlener beoordeelt of de melding overeenkomt met het feitelijke (voorgenomen) gebruik of de uitvoering. Dit is een globale toets, gebaseerd op ervaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen als dat wettelijk verplicht is, vindt een inhoudelijke toets plaats, eventueel met advies van interne of externe specialisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien nodig kunnen aanvullende voorwaarden worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoering van toezicht De wijze van toezicht verschilt per situatie en fase, maar de volgende stappen gelden in principe altijd:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>De toezichthouder bestudeert het dossier en onderzoekt, indien relevant: wie eigenaar en gebruiker van het pand is; welke personen staan ingeschreven in de BRP; wat de bestemming en het vergunde gebruik zijn; welke vergunningen eerder zijn verleend; de toezicht- en handhavingshistorie; welke regels van toepassing zijn (zoals bouw of omgevingsplan).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Het doel van het toezicht wordt vastgesteld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Toezicht kan aangekondigd of onaangekondigd plaatsvinden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Indien nodig wordt vooraf een afspraak gemaakt.</div>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoering toezicht De toezichthouder legitimeert zich en licht het doel van het bezoek toe. Bij het binnentreden van een woning is legitimatie altijd verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het bezoek: worden waarnemingen genoteerd; kunnen verklaringen of documenten worden opgevraagd; worden waar nodig foto’s gemaakt of monsters genomen; wordt gebruikgemaakt van checklists voor een eenduidige werkwijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevindingen worden zo mogelijk direct besproken met de betrokkene.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien relevant geeft de toezichthouder ter plekke voorlichting of advies over beleid of actuele ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwerking controle Na afloop maakt de toezichthouder een rapportage volgens een vast format. Hierin worden bevindingen, overtredingen en observaties eenduidig vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de resultaten wordt beoordeeld of handhaving nodig is. De vervolgstappen worden vastgelegd volgens het stappenplan van de sanctiestrategie (zie hoofdstuk 5.2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Betrokkenen ontvangen altijd een terugkoppeling van de resultaten van het toezicht. Als handhaving nodig is, wordt dit uitgelegd in het besluit of in een brief aan de betrokkene.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing van toetsingskaders Voor de volgende vergunning- en meldingsplichtige activiteiten gebruiken wij specifieke toetsingskaders en werkwijzen. Deze worden in de volgende paragrafen uitgewerkt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwactiviteit (omgevingsvergunning activiteit bouw) Omgevingsplanactiviteit Rijksmonumentactiviteit Activiteit brandveilig gebruik Activiteiten uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Milieubelastende activiteit Wet Bibob Toetsingskader De bouwactiviteit is geregeld in artikel 5.1, lid 2, onder a van de Omgevingswet. In dit artikel staat dat een bouwactiviteit vergunningplichtig is als deze in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat betekent dat een bouwactiviteit alleen vergunningplichtig is als deze expliciet in de AMvB wordt genoemd. De AMvB waarnaar wordt verwezen, is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).</p>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf 2.3.2 van het Bbl staan de gevallen waarin een bouwactiviteit vergunningplichtig is. Een voorbeeld is artikel 2.25 Bbl, waarin staat dat een bouwwerk met een dak vergunningplichtig is als het aan één van de onderstaande voorwaarden voldoet: het bouwwerk niet op de grond staat; het bouwwerk hoger is dan 5 meter; het bouwwerk meer dan één bouwlaag heeft, waarbij de tweede bouwlaag of hoger een verblijfsgebied is; het bouwwerk een dakterras, balkon of andere verhoogde buitenruimte heeft; het bouwwerk door de bouwactiviteit een hoofdgebouw wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ‘knip’ in de bouwactiviteit Met de komst van de Omgevingswet is de bouwactiviteit opgesplitst in twee delen: een technische bouwactiviteit, en een omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze scheiding wordt ook wel de ‘knip’ genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De technische bouwactiviteit richt zich op de veiligheid en kwaliteit van het bouwwerk zelf (bijvoorbeeld constructie, brandveiligheid en gezondheid).</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsplanactiviteit gaat over de ruimtelijke inpassing van het bouwwerk: past het binnen het omgevingsplan, de omgeving en het straatbeeld?</p>\n<p class=\"lf-p\">Een initiatiefnemer die een bouwactiviteit wil uitvoeren, moet: bij eenvoudige bouwwerken (de zogenoemde gevolgklasse 1) een melding doen bij de gemeente voor het technische deel (de technische bouwactiviteit); bij complexere bouwwerken een omgevingsvergunning aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technische bouwactiviteit De technische bouwactiviteit gaat over de kwaliteit en veiligheid van bouwwerken. Hierbij toetsen we of een aanvraag voldoet aan de technische regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Denk hierbij aan regels over constructieve veiligheid, brandveiligheid, daglichttoetreding en energiezuinigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de knip tussen het technische en ruimtelijke deel zijn nu meer bouwactiviteiten vergunningvrij voor het technische deel, omdat de ruimtelijke voorwaarden (zoals ligging of hoogte) daar niet meer in meewegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsing aan het Bbl Wanneer een vergunning wel verplicht is, toetsen we de aanvraag aan de technische regels van het Bbl. Deze toets lijkt op de vroegere beoordeling op grond van het Bouwbesluit 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor complexere bouwwerken (gevolgklasse 2 en 3) blijft een vergunningplicht gelden. De gemeente beoordeelt dan of de bouwactiviteit aan de technische eisen voldoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle bouwwerken, dus ook meldingsplichtige of vergunningvrije bouwwerken, moeten altijd voldoen aan de technische eisen van het Bbl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor meldingsplichtige technische bouwactiviteiten geldt dat de bouwtechnische toets niet meer door de gemeente, maar door een onafhankelijke kwaliteitsborger wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk is vastgelegd: of voor een bouwactiviteit een vergunning nodig is, of een melding volstaat, of de activiteit geheel vergunningvrij is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering en handhaving van bouwprojecten die onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vallen, staan in ons Wkb-beleid (zie bijlage 5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimtelijke toets (omgevingsplanactiviteit) De ruimtelijke toets van “bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk” heet de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Hierbij beoordelen we of het bouwwerk past binnen de ruimtelijke regels van het omgevingsplan. Voorbeelden van deze ruimtelijke regels zijn: bouwhoogte en bebouwingspercentage, het uiterlijk van een bouwwerk (welstand), de toegestane functie van het pand (bijvoorbeeld wonen of detailhandel).</p>\n<p class=\"lf-p\">In het omgevingsplan bepaalt de gemeente zelf of: een bouwactiviteit vergunningplichtig is, meldingsplichtig is, of vergunningvrij mag worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder dit ruimtelijke deel vallen alle regels die voorheen in het bestemmingsplan, de bouwverordening en de welstandsnota stonden. Deze regels zijn nu samengebracht in het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze: melding en vergunningverlening Door de knip tussen technisch en ruimtelijk deel zijn er twee manieren van werken:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Werkwijze bij een bouwmelding De melding bouwactiviteit is een nieuwe processtap binnen onze organisatie. Deze meldingen worden beoordeeld door onze vergunningverleners. De manier waarop dit gebeurt is uitgewerkt in bijlage 5 (Wkb-beleid). De kwaliteitsborger voert de technische beoordeling uit en rapporteert dit aan de gemeente.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Werkwijze bij vergunningverlening (technische bouwactiviteit) Als voor een bouwactiviteit een vergunning nodig is, gebruiken wij het landelijke toetsingsprotocol. Hierin is vastgelegd hoe diepgaand de toetsing aan het Bbl plaatsvindt.</div>\n<p class=\"lf-p\">Wij vergunnen risicogericht. Dat betekent dat we onze aandacht richten op onderdelen die cruciaal zijn voor veiligheid en gezondheid, zoals: constructieve veiligheid, brandveiligheid, installaties en ventilatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet mogelijk om vooraf te garanderen dat een bouwwerk 100% aan alle Bbl-eisen zal voldoen. Daarom werken wij op basis van risico’s en controleren wij steekproefsgewijs. Onze toezichthouders gebruiken bij hun werk: digitale checklists, het landelijk toezichtsprotocol, en tablets waarop zij direct hun bevindingen registreren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze digitale protocollen worden automatisch bijgewerkt volgens de nieuwste wetgeving, waardoor onze interne kwaliteit is geborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De frequentie en diepgang van de controles hangen af van: het type bouwwerk, de complexiteit, en de bevindingen tijdens de uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Midden-Groningen geldt: elke vergunning wordt gecontroleerd – fysiek of administratief. de uitvoerder blijft verantwoordelijk voor de juiste uitvoering; het toezicht van de gemeente controleert op hoofdlijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als tijdens toezicht overtredingen worden vastgesteld, kunnen wij handhavend optreden. De manier waarop we dat doen, staat beschreven in de sanctiestrategie (zie hoofdstuk 5.2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze toezicht tijdens de realisatiefase (bouw) In de realisatiefase controleren we of de werkzaamheden worden uitgevoerd zoals vergund. De intensiteit van het toezicht hangt af van: de complexiteit van het project, en de prioriteit die aan de activiteit is toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens deze fase kunnen de volgende typen controles plaatsvinden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Type controle Toelichting Reguliere controle Fysieke controle op locatie tijdens de uitvoering (bijvoorbeeld na melding start werkzaamheden). Dit kan met of zonder wachtmoment: de uitvoerder mag dan pas verder na goedkeuring van de controle.</p>\n<p class=\"lf-p\">Administratieve controle Controle zonder fysiek bezoek, bijvoorbeeld op basis van documenten, gegevens van de vergunninghouder of (lucht)foto’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eindcontrole Controle ter plaatse of op afstand (foto’s, rapporten) bij de gereedmelding van het bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vervolg van dit hoofdstuk beschrijven we op welke specifieke onderdelen van omgevingsvergunningen wij toezicht houden en waar we geen volledig toezicht uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht bouwtechnische kwaliteit van te bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 Sinds de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is het bouwproces en ook onze rol als gemeente veranderd. Het bevoegd gezag (de gemeente) blijft verantwoordelijk voor het toezien op naleving van de bouwregelgeving. Dat betekent dat wij - als dat nodig is - nog steeds zelf waarnemingen mogen doen, situaties beoordelen en ingrijpen bij overtredingen of risico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (eenvoudige bouwwerken, zoals eengezinswoningen of kleine bedrijfspanden) ziet een onafhankelijke kwaliteitsborger tijdens de uitvoering toe op de technische kwaliteit en of het bouwwerk voldoet aan de bouwvoorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de kwaliteitsborger een gebrek of overtreding constateert, heeft hij een signalerende rol naar de gemeente. Wij blijven dus eindverantwoordelijk voor het naleven van de regels en kunnen optreden als dat nodig is. De manier waarop wij toezicht houden op bouwprojecten die onder de Wkb vallen, is uitgebreid beschreven in ons Wkb-beleid (zie bijlage 5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht bouwtechnische kwaliteit van te bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 2 en 3 Bouwwerken in gevolgklasse 2 (zoals bibliotheken, scholen en woongebouwen tot 70 meter hoog) en gevolgklasse 3 (zoals hoogbouw boven 70 meter, ziekenhuizen en tunnels) vallen nog niet onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de landelijke planning worden deze categorieën pas vijf jaar na de invoering van de Wkb toegevoegd aan het stelsel van kwaliteitsborging. Dat betekent dat de gemeente tot en met 2028 zelf verantwoordelijk blijft voor de technische toetsing en het toezicht op deze bouwwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is in de praktijk niet mogelijk en niet efficiënt om elk bouwwerk continu tijdens de bouw te controleren. Daarom richten wij ons toezicht op de cruciale momenten in het bouwproces. Tijdens deze belangrijke fasen voeren wij gerichte controles uit. Per bouwfase kunnen één of meerdere controles plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwfase Toelichting 1. Aanloop Oriënteringsgesprek met de uitvoerder, uitzetten van de bouw, uitgraven van de bouwput, fundering op staal of op palen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onderbouw Controle van de fundering, aanleg van de riolering, uitvoering van de beganegrondvloer.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bovenbouw Controle van wanden en kolommen, stempels en steigers, vloeren en balken, en constructies van overige verdiepingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Gevel/dak Controle van dakconstructies, dakafwerking, buitengevels en gevelopeningen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Afbouw Controle van de binnenafwerking, installaties en uitvoering van de eindcontrole.</div>\n<p class=\"lf-p\">Onze toezichtaanpak Bij deze bouwwerken richten wij ons toezicht vooral op veiligheid en constructieve kwaliteit. Wij plannen controles op basis van risico’s en bouwvoortgang. Dat betekent dat we vooral aanwezig zijn bij momenten waarop fouten grote gevolgen kunnen hebben voor veiligheid, gezondheid of leefbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aanpak zorgt ervoor dat wij onze capaciteit gericht en effectief inzetten en tegelijk voldoende toezichtkwaliteit waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezichtmomenten tijdens de bouwfase De controles tijdens de bouw zijn bedoeld om te beoordelen of er wordt gebouwd volgens de verleende vergunning. Net als bij de toetsing van de vergunning doen we dit op basis van aannemelijkheid en met behulp van lokale toezichtmatrixen. In deze toezichtmatrixen staat: wanneer toezichtmomenten plaatsvinden; wat het minimale toezichtsniveau is; welke onderdelen worden gecontroleerd; en hoe diepgaand de controle is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van controle hangt direct samen met de diepgang van de toets van de vergunningaanvraag. Zo besteden we bij complexere projecten meer aandacht aan details en bij eenvoudige bouwwerken vooral aan hoofdzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onze digitale applicatie is afgestemd op de toezichtmatrix in het landelijk Integraal Toezichtsprotocol 2. We gebruiken hiervoor digitale checklists, die helpen om toezicht op een eenduidige en gestructureerde manier uit te voeren. Deze checklists ondersteunen onze toezichthouders bij het controleren van vergunningen op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).</p>\n<p class=\"lf-p\">Controle van deelgoedkeuringen (constructie en installaties) In een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bouwwerk kunnen voorschriften zijn opgenomen. Vaak gaat het om de verplichting om op een later moment aanvullende tekeningen en berekeningen in te dienen, bijvoorbeeld constructieve of installatietechnische berekeningen. Bij één vergunning kan het voorkomen dat er meerdere deelgoedkeuringen nodig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van deze stukken. In de meeste gevallen moeten de documenten minimaal drie weken voor de uitvoering van het betreffende onderdeel bij de gemeente zijn ingediend. De toezichthouder controleert: of de stukken op tijd zijn ingediend, of het betreffende onderdeel nog niet is uitgevoerd voordat de stukken zijn goedgekeurd, en of de uitvoering pas start na goedkeuring van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer deze voorschriften niet worden nageleefd, passen wij de sanctiestrategie toe (zie paragraaf 4.4). Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat de werkzaamheden tijdelijk worden stilgelegd totdat de situatie is hersteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ingediende stukken worden vervolgens volgens onze toetsstrategie beoordeeld. De vergunningverlener voert deze beoordeling zelf uit of schakelt, indien nodig, een externe deskundige in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsplanactiviteit (omgevingsvergunning planologisch) Toetsingskader Voor de invoering van de Omgevingswet werd een aanvraag voor de activiteit bouwen getoetst aan het bestemmingsplan. Sinds de komst van de Omgevingswet toetsen wij aanvragen aan het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een activiteit die past binnen de regels van het omgevingsplan, maar waarvoor toch een vergunningplicht geldt, noemen we een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Als de activiteit in strijd is met het omgevingsplan, spreken we van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een binnenplanse activiteit toetsen wij de aanvraag aan: alle regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan; en de relevante bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag voldoet aan deze regels, verlenen wij de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze Wanneer een aanvraag niet past binnen het omgevingsplan, is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). In dat geval toetsen wij de aanvraag aan: de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; en de eis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit laatste begrip vervangt het vroegere criterium van een goede ruimtelijke ordening. Het betekent dat wij bekijken of de functie goed past bij de locatie, en of de belangen van de omgeving daarbij in balans zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onze gemeente beoordelen we dit integraal. Een multidisciplinair team van medewerkers uit verschillende vakgebieden bespreekt tweewekelijks alle plannen die niet automatisch binnen de regels passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit team beoordeelt de haalbaarheid en wenselijkheid van het initiatief en kijkt welke aanpassingen of voorwaarden nodig zijn. Zo leveren we maatwerk per geval, met aandacht voor zowel de initiatiefnemer als de omgeving. (Rijks)monumentenactiviteit (omgevingsvergunning activiteit monument) Toetsingskader Het omgevingsplan legt vast hoe erfgoed wordt beschermd. Voor rijksmonumenten geldt dat zij al zijn aangewezen op grond van de Erfgoedwet. Deze bescherming is dus automatisch geregeld en hoeft niet opnieuw in het omgevingsplan te worden opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning voor een monumentenactiviteit vraagt altijd extra zorgvuldigheid. We willen voorkomen dat er onomkeerbare schade ontstaat aan waardevol cultureel erfgoed. Het gaat hierbij zowel om gebouwde rijksmonumenten als om gemeentelijk archeologisch erfgoed. Beide nemen we nadrukkelijk mee in onze planvorming en vergunningverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag sluiten we zoveel mogelijk aan bij de toetsingsstrategie voor de bouwactiviteit. Voor veel veranderingen aan monumenten is immers ook een vergunning voor de activiteit bouwen nodig. Door extra aandacht te besteden aan toetsing en toezicht kunnen we beter waarborgen dat de monumentale waarden behouden blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er grondwerkzaamheden plaatsvinden, beoordeelt de gemeente of archeologisch onderzoek nodig is. Zo voorkomen we dat waardevolle resten uit het verleden verloren gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Bij de toetsing maken we gebruik van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit. Deze commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders integraal over plannen van initiatiefnemers en aanvragers. De adviezen gaan over: welstand (het uiterlijk van gebouwen en gebieden), erfgoed, ruimtelijke ordening en stedenbouw, en landschap en groen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Midden-Groningen werkt sinds 2023 met deze commissie volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet. De taken en werkwijze van de commissie zijn vastgelegd in de Verordening gemeentelijke adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Midden-Groningen 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wettelijk kader De regels over rijksmonumenten en cultureel erfgoed staan vastgelegd in verschillende wetten en besluiten: de Omgevingswet; het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); de Omgevingsregeling; het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet; en het Invoeringsbesluit Omgevingswet, waaronder de Bruidsschat (de tijdelijke overgangsregels).</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze Vergunningverlening erfgoed Binnen de gemeente Midden-Groningen staan zowel rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten. Deze zijn opgenomen in de Monumentenlijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het beoordelen van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van monumenten of beschermde stads- en dorpsgezichten, kijken we altijd of de plannen geen onomkeerbare schade veroorzaken aan het gemeentelijk cultuurhistorisch erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordeling van vergunningaanvragen Voor de beoordeling gebruiken wij de Erfgoedverordening 2018 als hoofdkader. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Midden-Groningen adviseert het gemeentebestuur over alle aanvragen die betrekking hebben op monumenten of erfgoed. Zo zorgen we voor een deskundige en integrale afweging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast bevat de Bruidsschat aanvullende regels voor aanvragen die gaan over het ontsieren, slopen of veranderen van monumenten. Deze regels gelden voor: gemeentelijke monumenten; archeologische monumenten; provinciaal beschermde monumenten; en beschermde stads- en dorpsgezichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels voor rijksmonumenten zijn opgenomen in meerdere landelijke wetten en besluiten, waaronder: de Omgevingswet; het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); de Omgevingsregeling; de Invoeringswet Omgevingswet (overgangsrecht); en het Omgevingsplan van rechtswege (via de Bruidsschat).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht en uitvoering Wanneer een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of monumenten is verleend - of als een wijziging vergunningsvrij mag worden uitgevoerd - nemen we de monument-specifieke en cultuurhistorische aspecten mee in onze reguliere bouwinspecties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de gebruiksfase houden we toezicht op het behoud van monumentale waarden. Door het bijzondere karakter van monumenten is dit altijd maatwerk. De eigenaar blijft verantwoordelijk voor het onderhoud en behoud van zijn monument of beschermd pand. De gemeente grijpt in wanneer dit noodzakelijk is, bijvoorbeeld naar aanleiding van meldingen vanuit het toezicht in het veld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwwerken die zich bevinden in archeologisch waardevolle gebieden, voeren wij toezicht uit op basis van de vergunningvoorschriften. Daarbij letten we er vooral op dat archeologische waarden behouden blijven en dat werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de vergunde voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit brandveilig gebruik van een bouwwerk Toetsingskader De regels voor brandveilig gebruik van gebouwen staan in hoofdstuk 6 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In sommige gevallen moet het gebruik van een bouwwerk vooraf bij de gemeente worden gemeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de komst van de Omgevingswet is de gebruiksvergunning vervallen. Voor bepaalde gebouwen, zoals hotels, geldt echter nog wel een meldingsplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 6.6 van het Bbl staat in een overzichtstabel per gebruiksfunctie aangegeven vanaf welk aantal aanwezige personen deze meldingsplicht geldt. Volgens artikel 6.7 Bbl moet een melding minimaal vier weken voor het gebruik worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding moet vergezeld gaan van een aantal gegevens en bescheiden, zoals beschreven in artikel 6.8 Bbl. Als de melding volledig is, ontvangt de indiener een bevestiging van acceptatie. Daarna mag het gebouw in gebruik worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze: melding en toezicht Het toezicht op brandveilig gebruik is een wettelijke taak van de Veiligheidsregio Groningen (VRG). Deze taak is vastgelegd in provinciale regelgeving en wordt uitgevoerd door de toezichthouders van de VRG.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het controlebestand van de gemeente wordt voortdurend geactualiseerd met: nieuwe vergunningen en meldingen, en nieuwe bedrijven die zich in de gemeente vestigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De VRG controleert of het bouwwerk voldoet aan de vergunning en aan de geldende wet- en regelgeving. De diepgang van het toezicht hangt af van: de risicoclassificatie van het gebouw, de historie van het pand (zoals eerdere overtredingen of gebreken), en het type gebruik (bijvoorbeeld slapen, samenkomen of opslag).</p>\n<p class=\"lf-p\">De controle vindt plaats volgens het Toezichtsprotocol van de VRG. Waar mogelijk stemmen wij deze controles integraal af op andere gemeentelijke controles, bijvoorbeeld bij de activiteit “bouwen van een bouwwerk”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle nieuwe meldingen worden voor 100% gecontroleerd, in samenwerking tussen de VRG en de gemeentelijke toezichthouder. De nadruk ligt hierbij op locaties met kwetsbare groepen, zoals: kinderdagverblijven, scholen, en zorginstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Toetsingskader De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bevat regels die bedoeld zijn om de openbare orde, veiligheid en het milieu te beschermen. De APV maakt het mogelijk om vergunningen en ontheffingen te verlenen voor bepaalde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze tussen een vergunning of een ontheffing hangt af van de aard van de activiteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een activiteit onder voorwaarden aanvaardbaar of gewenst is, wordt er meestal een vergunning verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het gaat om ongewenst gedrag dat alleen in uitzonderlijke gevallen is toegestaan, wordt er meestal een ontheffing verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning of ontheffing helpt om de gevolgen van een activiteit te beperken en ervoor te zorgen dat deze op een veilige en verantwoorde manier plaatsvindt. De meest voorkomende vergunningen zijn: evenementenvergunningen; vergunningen op basis van de Alcoholwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De APV vormt de juridische basis voor het verlenen van vergunningen en het stellen van regels en voorschriften rondom evenementen. Omdat evenementen sterk kunnen verschillen in aard en omvang, zijn vaak ook landelijke regels van toepassing. Voorbeelden hiervan zijn: het Activiteitenbesluit milieubeheer; het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP); de Alcoholwet; de Wegenverkeerswet; en de Zondagswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitgebreide toelichting op de geldende wet- en regelgeving rondom evenementen is te vinden in hoofdstuk 5 van het evenementenbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze: vergunningen, ontheffingen en toezicht APV Aanvragen voor vergunningen en ontheffingen op grond van de APV worden volledig getoetst aan: de relevante landelijke wet- en regelgeving, en de lokale regels en beleidskaders van de gemeente Midden-Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenementen Toetsingskader We werken volgens het Evenementenbeleid Midden-Groningen 2021. Voor kleine evenementen is geen vergunning nodig, zolang er tijdig vooraf een melding wordt gedaan bij de burgemeester. De burgemeester kan een klein evenement verbieden als er aanwijzingen zijn dat het evenement risico’s oplevert voor de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of het milieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">De juridische basis voor het verlenen van vergunningen en het stellen van regels en voorschriften over evenementen ligt in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Omdat evenementen sterk van elkaar verschillen in aard en omvang, gelden daarnaast ook andere landelijke regelingen die betrekking hebben op specifieke soorten evenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Midden-Groningen onderscheiden we drie soorten evenementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Meldingplichtige evenementen Meldingvrije evenementen Vergunningplichtige evenementen Voor het houden van een evenement kan via de gemeentelijke website een aanvraagformulier worden ingevuld. Met dit formulier kunnen ook andere vergunningen en ontheffingen worden aangevraagd, zolang de gemeente daarvoor bevoegd gezag is. Bij vragen of onduidelijkheden kunnen organisatoren contact opnemen met de vergunningverlener van de gemeente. Wanneer een aanvraag tijdig en volledig is ingediend (zie paragraaf 3.3), beslist de gemeente of het evenement meldingplichtig of vergunningplichtig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij toetsen aanvragen voor evenementen op basis van een risicoscan, die samen met de Veiligheidsregio Groningen is ontwikkeld. Afhankelijk van de ingeschatte veiligheidsrisico’s wordt de aanvraag meer of minder diepgaand getoetst. Meldingsplichtige of vergunningsvrije evenementen worden niet aan een risicoscan onderworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de risicoscan blijkt of een evenement een regulier evenement, een aandachtsevenement of een risicovol evenement is. De uitkomst van deze scan bepaalt de behandelwijze van de aanvraag en de intensiteit van de beoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De risicoscan richt zich op risico’s voor de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en het milieu. We voeren de scan uit aan de hand van: de evenementenaanvraag, evaluaties van eerdere edities (als die beschikbaar zijn), vergelijkbare evenementen, en informatie van hulpdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitkomst van de scan laat zien of er specifieke risico’s zijn die nadere advisering vragen. We houden in deze fase nog geen rekening met bijzondere omstandigheden van het evenement zelf. Dat gebeurt later, tijdens de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag en de risicoanalyse die wij samen met onze adviespartners uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordeling van evenementenvergunningen vindt plaats binnen de wettelijke termijnen en volgens de regionale afspraken met ketenpartners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze: vergunningen, meldingen en toezicht evenementen Als een evenement niet voldoet aan de criteria voor meldingplichtige of meldingvrije evenementen, is het vergunningplichtig. Met behulp van de risicoscan van de Veiligheidsregio Groningen (VRG) worden vergunningplichtige evenementen ingedeeld in drie categorieën:</p>\n<p class=\"lf-p\">A-evenement - regulier evenement (laag risico) B-evenement - aandacht evenement (beperkt risico) C-evenement – risicovol evenement (hoog risico) De aard en het risico van een evenement hangen af van factoren zoals: geluidsproductie, aantal bezoekers, duur van het evenement, en omvang en ligging van de locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de informatie en stukken die de organisator aanlevert, beoordeelt de gemeente met de risicoscan in welke categorie het evenement valt en welke advisering nodig is. Advies door hulpdiensten of andere partners kan bijvoorbeeld plaatsvinden tijdens een omgevingsoverleg. Per categorie geldt een eigen behandelprocedure:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij C-evenementen vindt altijd vooraf overleg plaats met betrokken partners, zoals politie, VRG en GGD.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij A- en B-evenementen gebeurt dit alleen als de situatie daar aanleiding toe geeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">We passen hierbij maatwerk toe; er kan altijd worden afgeweken als de omstandigheden dat vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitkomst risicoscan evenementen De uitkomst van de risicoscan (A, B of C) bepaalt: de behandelwijze van de aanvraag, de behandeltermijn, en welke adviespartners worden betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er tijdens de behandeling nieuwe feiten of omstandigheden bekend worden, kan de risicoscan worden herhaald en de classificatie worden aangepast. De betrokken partners worden vervolgens opnieuw gevraagd om advies uit te brengen over de maatregelen die de organisator moet nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toezicht op evenementen is risicogestuurd. De aard en omvang van het evenement bepalen hoe vaak en hoe intensief gecontroleerd wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij grootschalige of risicovolle evenementen vinden, afhankelijk van de risico’s en duur, één of meerdere fysieke controles plaats – vóór en/of tijdens het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij A-evenementen vindt toezicht vooral plaats op basis van meldingen of klachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Exploitatievergunning In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is een vergunningplicht opgenomen voor het exploiteren van een openbare inrichting (zoals een horecagelegenheid). De toetsingskaders en aanvullende weigeringsgronden staan in artikel 2:28 en verder van de APV. De exploitatievergunning vermeldt: de openingstijden van de inrichting, en de leidinggevenden die verantwoordelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De APV bevat ook regels over activiteiten die binnen een openbare inrichting niet zijn toegestaan. Als bij een controle blijkt dat deze regels worden overtreden, kan de exploitatievergunning worden ingetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alcoholwet De Alcoholwet bevat regels voor bedrijven en instellingen die alcoholhoudende drank verstrekken, zoals: horeca- en slijtersbedrijven, en para-commerciële rechtspersonen (zoals sportkantines en dorpshuizen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het schenken van alcohol is een vergunning van de burgemeester verplicht. In de Alcoholwet is vastgelegd welke stukken bij de aanvraag moeten worden ingediend. Elke aanvraag wordt volledig getoetst en er kunnen voorschriften aan de vergunning worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden wordt altijd afstemming gezocht met de politie, zeker bij relevante antecedenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 2, afdeling 5 van de APV staan aanvullende regels over para-commerciële rechtspersonen. Deze regels gaan over het beperken van commerciële horeca-activiteiten binnen maatschappelijke instellingen. In deze beleidsperiode stelt de gemeente hiervoor een specifieke verordening vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht op alcoholverstrekking We onderscheiden hotspots waar regelmatig toezicht plaatsvindt. Elk jaar wordt in het uitvoeringsprogramma vastgelegd: hoeveel controles plaatsvinden, en welk type controle wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prioriteit ligt bij het toezicht op het naleven van de leeftijdsgrens voor alcoholverstrekking aan minderjarigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Milieubelastende activiteit Toetsingskader Volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is het voor sommige activiteiten verplicht om een melding te doen of een vergunning aan te vragen voor milieubelastende activiteiten. Dit geldt bijvoorbeeld voor bedrijven of instellingen die stoffen uitstoten, afvalstoffen verwerken, energie produceren of geluidsoverlast kunnen veroorzaken. De regels in het Bkl bepalen wanneer een activiteit meldingsplichtig of vergunningplichtig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Midden-Groningen werkt hierbij samen met de Omgevingsdienst Groningen (ODG), die de uitvoering van deze milieutaken namens de gemeente verzorgt. De beoordeling van meldingen en vergunningaanvragen richt zich op het voorkomen of beperken van schade aan de leefomgeving, zoals lucht, bodem, water, geluid en natuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze vergunningen, meldingen en toezicht tijdens de realisatiefase De ODG actualiseert voortdurend het lokale controlebestand met: verleende vergunningen, ingediende meldingen, en nieuwe milieubelastende activiteiten en inrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ODG controleert of deze inrichtingen voldoen aan de vergunningvoorschriften en de geldende wet- en regelgeving. Hierbij wordt gekeken naar aspecten zoals emissies, afvalverwerking, opslag van gevaarlijke stoffen en naleving van milieuvoorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkwijze en diepgang van het toezicht volgen het uniform regionaal beleidskader dat geldt binnen de provincie Groningen. De gemeente Midden-Groningen sluit hierbij volledig aan en verwijst voor de uitvoering naar dit kader. Toezicht kan bestaan uit: administratieve controles, zoals het beoordelen van rapportages en meetverslagen; fysieke inspecties op locatie; en hercontroles bij overtredingen of signalen van niet-naleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De resultaten van deze controles worden vastgelegd en vormen onderdeel van de jaarlijkse VTH-evaluatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bibob Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vallen alle vergunningplichtige omgevingsplanactiviteiten onder de reikwijdte van de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur). Ook gebruikswijzigingen in gebouwen kunnen onder de Wet Bibob vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wet Bibob is bedoeld om te voorkomen dat overheden onbedoeld criminele activiteiten faciliteren bij het verlenen van vergunningen, subsidies, vastgoedtransacties of overheidsopdrachten. De wet geeft bestuursorganen de mogelijkheid om een aanvraag te weigeren of een vergunning (gedeeltelijk) in te trekken als er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunning wordt misbruikt. Dit gevaar kan zich voordoen in twee situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">De a-grond: er is ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen financiële voordelen te benutten;</p>\n<p class=\"lf-p\">De b-grond: er is ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een besluit tot weigering of intrekking van een vergunning op grond van de Wet Bibob moet deugdelijk worden gemotiveerd. Daarom vraagt het bevoegd gezag vaak advies aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB), dat gespecialiseerd is in integriteitsscreenings.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het LBB onderzoekt de herkomst van geldstromen, zakelijke relaties, eigendomsverhoudingen en antecedenten van betrokkenen. Bestuursorganen mogen in principe vertrouwen op de deskundigheid van dit bureau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de Wet Bibob vallen onder “strafbare feiten” ook overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze De gemeente Midden-Groningen voert de Bibob-toets uit volgens haar Beleidsregel Bibob. Het doel hiervan is te voorkomen dat de gemeente onbedoeld criminele activiteiten mogelijk maakt door vergunningen, subsidies, aanbestedingen of vastgoedtransacties te verlenen aan personen of bedrijven die mogelijk misbruik maken van deze voorzieningen. De Bibob-onderzoeken worden uitgevoerd bij onder andere: alcoholvergunningen (op grond van de Alcoholwet); exploitatievergunningen voor horeca-inrichtingen; vergunningen voor seksinrichtingen; aanwezigheidsvergunningen voor kansspelautomaten; en andere vergunningplichtige activiteiten waarbij integriteitsrisico’s kunnen spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragers van dergelijke vergunningen moeten een Bibob-vragenformulier invullen en aanvullende informatie aanleveren. Dit kan gaan over: de herkomst van investeringsgeld, de bedrijfsstructuur, de betrokken leidinggevenden of eigenaren, en het strafrechtelijke of bestuurlijke verleden van de onderneming of de personen die erachter staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de gemeente signalen heeft dat er mogelijk criminele invloeden of risico’s aanwezig zijn, kan zij advies vragen aan het Landelijk Bureau Bibob. Het bureau verricht dan een verdiepend onderzoek en brengt een advies uit. Op basis van de uitkomst van het onderzoek kan de gemeente: de vergunning of subsidie weigeren; een reeds verleende vergunning intrekken; of voorwaarden aan de vergunning verbinden om misbruik te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze maatregelen worden alleen genomen als er sprake is van een ernstig gevaar zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, en het besluit wordt altijd zorgvuldig gemotiveerd en schriftelijk vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nalevingsstrategie De nalevingsstrategie beschrijft hoe wij ervoor zorgen dat regels worden nageleefd en hoe wij optreden als dat niet gebeurt. Deze strategie bestaat uit vier onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Communicatiestrategie Vormen van handhaving van regelgeving Toezichtstrategie Sanctiestrategie De communicatiestrategie (ook wel preventiestrategie) heeft als belangrijkste doel om overtredingen te voorkomen. Het toezicht bestaat uit het behandelen van meldingen en verzoeken om handhaving, themagericht toezicht en gebiedsgericht toezicht (surveillance). De sanctiestrategie beschrijft vervolgens hoe wij optreden wanneer er een overtreding wordt vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Communicatiestrategie Wij kiezen voor een communicatieve en preventieve aanpak die goed gedrag stimuleert en overtredingen helpt voorkomen. Dat doen wij door duidelijk te communiceren, in gesprek te gaan met inwoners en ondernemers en vroegtijdig voorlichting te geven. Zo willen we bereiken dat mensen weten welke regels gelden en waarom die belangrijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiteraard betekent dit niet dat wij niet handhaven: waar nodig treden wij doortastend en consequent op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorlichting Een belangrijk onderdeel van onze communicatiestrategie is voorlichting. Veel overtredingen ontstaan uit onbekendheid met de regels, bijvoorbeeld die in het omgevingsplan of bestemmingsplan. Daarom geven wij uitleg over: welke regels van toepassing zijn, waarom deze regels bestaan, en hoe de gemeente toezicht houdt op de naleving ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">We doen dit via onze website, voorlichtingsmateriaal, en persoonlijk contact met inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. Door duidelijk te communiceren willen we bewust naleefgedrag stimuleren en misverstanden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zichtbaarheid en nazorg Zichtbaarheid van toezicht is een belangrijke factor om overtredingen te voorkomen. Wanneer inwoners en ondernemers weten dat er toezicht is, nemen zij de regels eerder serieus. Daarom is onze toezichthouder regelmatig aanwezig in het veld, zichtbaar en aanspreekbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook besteden we veel aandacht aan nazorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een overtreding is beëindigd, voeren we hercontroles uit om te voorkomen dat dezelfde overtreding opnieuw plaatsvindt (recidivepreventie). Door in het toezicht zichtbaar te blijven na afloop van een handhavingszaak, versterken we het naleefgedrag en bouwen we aan vertrouwen in onze aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vormen bij de handhaving van regelgeving Om regels goed te kunnen handhaven, maken we gebruik van verschillende vormen van toezicht. Deze vormen beschrijven hoe wij toezien op naleving van de regels naast het reguliere vergunningtoezicht. Daaronder vallen onder andere het toezicht op bestemmingsplannen, illegaal bouwen en de naleving van technische voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). We onderscheiden drie hoofdvormen van toezicht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht tijdens de beheer- of gebruiksfase Thematisch toezicht Handhavingsverzoeken Ad 1)Toezicht tijdens de beheer- of gebruiksfase De beheer- of gebruiksfase begint meestal nadat een omgevingsvergunning is verleend en de activiteit is afgerond. Het kan ook gaan om bestaande bouwwerken of om situaties waarin zonder vergunning wordt gebouwd of gebruikt. Wij controleren of het bouwwerk, erf of terrein voldoet aan de voorschriften uit de vergunning of andere wettelijke regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Type controle Toelichting Routinematige/periodieke controle Systematisch toezicht op dezelfde objecten. Wij plannen deze controles jaarlijks volgens de vastgestelde frequentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Objectgerichte controle Toezicht op bestaande bouwwerken en percelen, bijvoorbeeld op brandveiligheid, het aflopen van instandhoudingstermijnen of het gebruik volgens het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Projectmatige/thematische controle Toezicht binnen vooraf vastgestelde projecten of thema’s. Vaak onderdeel van een bredere, projectmatige aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inventariserende controle (Administratieve) controle gericht op het in kaart brengen van mogelijke overtredingen, knelpunten of risico’s ter voorbereiding van verdere controles.</p>\n<p class=\"lf-p\">Administratieve controle Controle zonder fysiek bezoek, bijvoorbeeld via dossieronderzoek, luchtfoto’s of online gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Controle n.a.v. verzoek om handhaving Controle naar aanleiding van een officieel verzoek om handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht op meldingen Toezicht naar aanleiding van meldingen van inwoners, bedrijven of instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongewoon voorval Controle na calamiteiten of andere bijzondere gebeurtenissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Signaal toezicht Toezicht waarbij de toezichthouder signalen doorgeeft buiten zijn eigen expertise of bevoegdheid, bijvoorbeeld richting de Omgevingsdienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Programmatisch toezicht De routinematige, objectgerichte, projectmatige, thematische, inventariserende en administratieve controles vormen samen het programmatisch toezicht. Dit betekent dat wij deze controles vooraf opnemen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van toezicht is afhankelijk van de bestuurlijke prioriteit of, bij systematisch toezicht, van de toezichtfrequentie. De specifieke uitwerking vindt jaarlijks plaats in het uitvoeringsprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere controles, zoals meldingen of handhavingsverzoeken, vinden ad hoc plaats. Die zijn niet vooraf te plannen, maar worden uitgevoerd op basis van urgentie en prioriteit (zie ook de strategie bij meldingen en handhavingsverzoeken).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aankondiging controles Routinematige of periodieke controles kondigen we meestal vooraf aan, tenzij er een belangrijke reden is om dat niet te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hercontroles kondigen we in principe niet aan, tenzij de situatie dat vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere controles, zoals bij meldingen of calamiteiten, worden niet aangekondigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze om wel of niet aan te kondigen hangt af van de omstandigheden en het doel van de controle.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking en afstemming We voeren controles zo veel mogelijk integraal en samen met andere partijen uit. We werken onder andere samen met: gemeentelijke toezichthouders (zoals BRP of BAG), politie, Veiligheidsregio Groningen, Omgevingsdienst Groningen, Belastingdienst, andere gemeenten, en het Waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soms doen we dit via gezamenlijke actiedagen, soms via signaaltoezicht (het doorgeven van informatie over mogelijke overtredingen). Door samen te werken houden we effectiever toezicht en verlagen we de toezichtlast voor inwoners en ondernemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Systematisch toezicht Bij het milieutoezicht (uitgevoerd door de Omgevingsdienst Groningen) en het toezicht op brandveiligheid (uitgevoerd door de Veiligheidsregio Groningen) geldt een wettelijke verplichting tot systematisch toezicht. Daarvoor volgen we de regionale uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 2)Thematisch toezicht Thematisch toezicht richt zich op één specifiek onderwerp, branche of gebied. Deze vorm van toezicht vraagt vaak om een projectmatige aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sommige thema’s worden landelijk of regionaal vastgelegd (zoals verplichte inspecties), terwijl andere thema’s lokaal worden bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale thema’s worden opgenomen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, op voorstel van het college en in overleg met toezichthouders en andere deskundigen. Voorbeelden van lokaal thematisch toezicht in de gemeente Midden-Groningen zijn: het toezicht op illegale kamerverhuur, en het toezicht op illegale bewoning van woonboten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 3)Handhavingsverzoeken Bij een schriftelijk verzoek om handhaving nemen wij zo snel mogelijk contact op met de verzoeker of diens gemachtigde. In dit gesprek bespreken we het belang en doel van het verzoek en wat de verzoeker van de gemeente kan verwachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarna onderzoeken wij de situatie en informeren alle betrokkenen - ook de mogelijke overtreder - over de bevindingen en de vervolgstappen. We zoeken in eerste instantie naar een snelle en informele oplossing, eventueel met hulp van buurtbemiddeling of mediation.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt geen oplossing bereikt en constateren we een overtreding, dan beoordelen wij volgens de sanctiestrategie hoe we verder handelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In beide gevallen geldt een beslistermijn van 8 weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij anonieme verzoeken om handhaving volgen we dezelfde werkwijze als bij meldingen, met dit verschil dat de verzoeker vanwege zijn anonimiteit niet wordt geïnformeerd over de verdere afhandeling. Als iemand anoniem wil blijven, wijzen we hem daar vooraf op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze bij melding Bij een schriftelijk verzoek om handhaving nemen wij zo snel mogelijk contact op met de verzoeker of diens gemachtigde. In dit gesprek bespreken we het belang en doel van het verzoek en wat de verzoeker van de gemeente kan verwachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarna onderzoeken wij de situatie en informeren alle betrokkenen — ook de mogelijke overtreder — over de bevindingen en de vervolgstappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We zoeken in eerste instantie naar een snelle en informele oplossing, eventueel met hulp van buurtbemiddeling of mediation. Wordt geen oplossing bereikt en constateren we een overtreding, dan beoordelen wij volgens de sanctiestrategie hoe we verder handelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In beide gevallen geldt een beslistermijn van 8 weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij anonieme verzoeken om handhaving volgen we dezelfde werkwijze als bij meldingen, met dit verschil dat de verzoeker vanwege zijn anonimiteit niet wordt geïnformeerd over de verdere afhandeling. Als iemand anoniem wil blijven, wijzen we hem daar vooraf op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezichtstrategie Werkwijze toezicht De mate van toezicht die wij uitvoeren, hangt af van de prioriteit die aan een onderwerp of overtreding is toegekend. Deze prioriteit bepaalt hoe actief we optreden en hoeveel capaciteit we inzetten. We onderscheiden drie niveaus van toezicht: hoog, middel en laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een hoge prioriteit voeren wij (pro)actief toezicht uit en krijgt de afhandeling van signalen voorrang op andere werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een gemiddelde prioriteit handelen wij signalen af afhankelijk van de aard en omvang van de klacht en kunnen wij ook planmatig toezicht uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een lage prioriteit voeren wij passief toezicht uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderwerpen die niet specifiek zijn geprioriteerd, behandelen wij in eerste instantie als lage prioriteit. Dat betekent dat wij vooral reageren op verzoeken om handhaving en signalen waarbij acuut ingrijpen noodzakelijk is. Als dat niet aan de orde is, informeren wij de betrokkenen daarover.</p>\n<p class=\"lf-p\">Signalen en meldingen gebruiken wij ook om onze informatiepositie te verbeteren. Deze informatie kan later aanleiding zijn om planmatig of thematisch toezicht te houden of handhavend op te treden. Signalen met een lage prioriteit kunnen worden gebundeld en op een later moment tijdens specifiek gepland toezicht (bijvoorbeeld thematisch of gebiedsgericht) alsnog worden opgepakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij behandelen handhavingsverzoeken altijd volgens de procedures die in deze strategie zijn vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prioriteit Mate van toezicht Hoog (Pro)actief De gemeente neemt zelf initiatief tot controles, ook als er geen signalen zijn ontvangen. Signalering en afhandeling krijgen voorrang op andere werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Middel Actief en/of passief Signalen worden afhankelijk van aard en omvang beoordeeld en afgehandeld. Er is ruimte voor planmatig toezicht op een specifiek thema, doelgroep of gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Laag Passief Signalen worden niet of niet direct afgehandeld, tenzij acuut ingrijpen nodig is. In andere gevallen informeren wij betrokkenen en kunnen signalen worden gebundeld voor latere analyse of planmatig toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prioriteiten en mate van toezicht Prioriteiten en jaarlijkse uitwerking De toezichtprioriteiten worden jaarlijks uitgewerkt in het Programma Uitvoering en Handhaving (PUH) voor VTH. Hierin staat per thema of domein beschreven welke toezichtactiviteiten in dat jaar worden uitgevoerd, welke prioriteit ze hebben en hoe de inzet van capaciteit plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit uitvoeringsprogramma vormt de praktische vertaling van de toezichtstrategie en zorgt ervoor dat we gericht, effectief en transparant werken aan naleving van regels binnen de gemeente Midden-Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctiestrategie Bij het uitvoeren van toezicht kunnen overtredingen van regels worden vastgesteld. In dat geval is handhaving aan de orde. Wij zijn dan verplicht om handhavend op te treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) Voor ons handhavend optreden gebruiken wij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) als uitgangspunt. De LHSO beschrijft hoe handhavers verschillende instrumenten kunnen inzetten bij zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke handhaving binnen het omgevingsrecht. De LHSO vervangt de eerdere Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) uit 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kern van de strategie is gelijk gebleven, maar is aangepast aan de Omgevingswet, de huidige terminologie en bevat een aanvulling over de bestuurlijke boete. Daarnaast is de samenhang tussen bestuursrecht en strafrecht versterkt en beter vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De LHSO gaat uit van maatwerk: bij iedere overtreding wordt gekeken welk optreden passend en effectief is. De handhaver gebruikt de strategie om te bepalen welke maatregel het meest geschikt is in een specifieke situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Twee hoofdvragen bij handhavend optreden De LHSO maakt onderscheid tussen herstelsancties en bestraffende sancties. Daarbij staan twee hoofdvragen centraal:</p>\n<p class=\"lf-p\">Herstel Is herstel mogelijk? Zo ja, dan is bestuursrechtelijk optreden in elk geval aangewezen. De vervolgvraag is: Welke vorm van bestuursrechtelijk optreden is het meest geschikt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestraffing Is er aanleiding om te bestraffen? Zo ja, dan volgt de vervolgvraag: Welke weg – bestuursrechtelijk of strafrechtelijk – is het meest passend?</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkwijze De LHSO werkt met een zogenaamde interventieladder. Het uitgangspunt is dat de gemeente altijd de meest effectieve interventie inzet om naleving te bereiken. Dat betekent dat in veel gevallen een lichte interventie volstaat, zoals een waarschuwing of hersteltermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In andere gevallen is een zwaardere maatregel nodig, bijvoorbeeld een last onder dwangsom of bestuursdwang. De keuze voor de juiste maatregel wordt bepaald met behulp van de interventiematrix van de LHSO.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stappenplan van de LHSO helpt handhavers om zorgvuldig en uniform te handelen. Het begint bij de vaststelling van de overtreding en eindigt bij de keuze voor de juiste maatregel. Ook zorgt de strategie ervoor dat de afstemming tussen de verschillende handhavingspartners (zoals politie, OM, VRG en ODG) goed verloopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stappenplan LHSO De LHSO beschrijft vijf stappen om te komen tot een passende handhavingsmaatregel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Positioneer de bevindingen in de basisinterventiematrix.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaal verzwarende factoren die aanleiding geven tot een zwaardere sanctie of strafrechtelijke afdoening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kies het optreden aan de hand van de algemene of domeinspecifieke interventiematrix.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaal of afstemmingsoverleg nodig is met ketenpartners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leg alle stappen en beslissingen vast in het dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces om te komen tot een handhavingsbeschikking verloopt volgens de zogenaamde driestappenstrategie, zoals weergegeven in figuur 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 1 driestappenstrategie Toepassing van interventies Afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding worden binnen de driestappenstrategie bepaalde stappen wel of niet uitgevoerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten handhavingsprocessen (A t/m D), elk met een eigen zwaarte en opbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keuze voor de juiste interventie Op basis van bovenstaande handhavingsprocessen zijn er verschillende keuzemogelijkheden voor de interventies. De toezichthouder kiest altijd voor de minst zware maatregel of combinatie van maatregelen die past binnen het bijbehorende segment (A t/m D).</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen wanneer dat nodig is, kan de toezichthouder gemotiveerd kiezen voor een zwaardere maatregel of combinatie daarvan. Bij deze afweging spelen verzwarende omstandigheden een belangrijke rol, zoals genoemd in paragraaf 4.2 van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Voorbeelden van verzwarende omstandigheden zijn: recidive (herhaalde overtredingen), gevaar voor veiligheid of gezondheid, of het negeren van eerdere waarschuwingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spoedeisend belang Proces D - het toepassen van spoedeisende bestuursdwang of de directe oplegging van een last onder dwangsom met hersteltermijn - is alleen toegestaan wanneer sprake is van een spoedeisend belang. Dit betekent dat uitstel niet mogelijk is omdat direct optreden noodzakelijk is om (verdere) schade, gevaar of onomkeerbare gevolgen te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 2 – Interventiematrix In figuur 2 is aangegeven welk handhavingsproces (A, B, C of D) wordt toegepast per type overtreding. De matrix laat zien hoe het gedrag van de overtreder (van goedwillend tot notoir) wordt afgezet tegen de ernst van de gevolgen (van nihil tot onomkeerbaar). Zo ontstaat een helder overzicht van de juiste interventie bij iedere situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 2 - Interventiematrix Toepassing handhavingsinstrumenten Voor het aanpakken van overtredingen staan verschillende handhavingsinstrumenten ter beschikking. Hieronder lichten wij toe welke instrumenten we kunnen inzetten, en wanneer en waarom we dat doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Last onder dwangsom De last onder dwangsom is ons voorkeursmiddel bij handhaving. Het is een herstelsanctie: de overtreder krijgt de verplichting om de overtreding te beëindigen binnen een vastgestelde termijn. Als dat niet (tijdig) gebeurt, moet de overtreder een geldbedrag betalen (de dwangsom).</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel van de dwangsom is dat de overtreder zelf actie onderneemt om de overtreding te herstellen. Wordt niet voldaan aan de last, dan wordt de dwangsom verbeurd en door de gemeente ingevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Last onder bestuursdwang Bij een last onder bestuursdwang krijgt de overtreder de verplichting om de overtreding zelf te beëindigen. Als dat niet (tijdig) gebeurt, kan de gemeente de overtreding zelf feitelijk herstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten van dit herstel worden verhaald op de overtreder, tenzij het redelijk is om (een deel van) de kosten niet in rekening te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spoedeisende bestuursdwang Bij spoedeisende situaties passen we spoedeisende bestuursdwang toe. We volgen dan zoveel mogelijk de gewone procedure, maar met een zeer korte hersteltermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In acute of gevaarlijke situaties kan bestuursdwang mondeling worden aangezegd en direct worden uitgevoerd. De formele schriftelijke beschikking volgt daarna. Voorbeelden van spoedeisende situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Instortingsgevaar of andere levensbedreigende situaties;</p>\n<p class=\"lf-p\">Acuut brandgevaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Illegale bouw of sloop met veiligheids- of gezondheidsrisico’s (zoals asbest);</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantasting van monumentale waarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Illegale grondbewerking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedreiging van de openbare orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Preventieve last onder bestuursdwang of dwangsom Wanneer er duidelijk gevaar is dat een overtreding op korte termijn zal plaatsvinden, kunnen wij preventief een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen. De overtreding moet dan zo concreet zijn dat deze duidelijk in de beschikking kan worden omschreven. Zo blijft de rechtszekerheid van de overtreder gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afstemming met sanctietabellen en regelgeving Op basis van de interventiematrix (figuur 2) en de LHSO bepalen wij welke maatregel of combinatie van maatregelen het meest passend is. We houden hierbij rekening met verzachtende of verzwarende omstandigheden. Bij de toepassing van bestuursrechtelijke instrumenten hebben wij beleidsvrijheid, maar we motiveren onze keuzes zorgvuldig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het vaststellen van de begunstigingstermijn (de hersteltermijn) en de hoogte van dwangsommen volgen wij de “Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogte dwangsom De gemeente heeft beleidsvrijheid bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom. De hoogte is afgestemd op de ernst van de overtreding (evenredigheid) en moet effectief zijn om naleving te stimuleren. De LHSO dient als richtlijn. In uitzonderlijke gevallen kan van de richtlijn worden afgeweken als de situatie daar aanleiding toe geeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duur begunstigingstermijn De begunstigingstermijn is de tijd die de overtreder krijgt om de overtreding te beëindigen. Deze termijn moet enerzijds redelijk zijn om herstel mogelijk te maken, maar anderzijds niet langer dan noodzakelijk, zodat geen sprake is van feitelijk gedogen. Volgens de LHSO gelden de volgende uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedragsvoorschriften moeten direct worden nageleefd (geen of zeer korte termijn).</p>\n<p class=\"lf-p\">In alle andere gevallen geldt: hoe urgenter de situatie, hoe korter de termijn. Daarbij houden we rekening met technische en organisatorische haalbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verlengen begunstigingstermijn In principe verlengen wij geen begunstigingstermijnen. Alleen bij een gegronde reden kan dit worden gedaan, bijvoorbeeld als:</p>\n<p class=\"lf-p\">De overtreder kan aantonen dat herstel in gang is gezet, maar meer tijd nodig heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er sprake is van overmacht of onvoorziene omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verlenging is een nieuw besluit, waartegen bezwaar en beroep openstaan. Bezwaar of beroep schort de werking van de beschikking niet automatisch op; daarvoor moet de overtreder een voorlopige voorziening vragen bij de rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijk stilleggen activiteiten Als tijdens toezicht niet-toegestane activiteiten worden geconstateerd en overleg geen oplossing biedt, kan de toezichthouder besluiten om de activiteiten direct stil te leggen. Dit kan mondeling worden meegedeeld en wordt binnen vijf werkdagen schriftelijk bevestigd. De toezichthouder legt ter plaatse duidelijk vast: welke activiteiten worden stilgelegd; of bepaalde werkzaamheden mogen worden afgerond; welke tijdelijke veiligheidsmaatregelen zijn toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stillegging wordt gevolgd door een (preventieve) last onder dwangsom, zodat voorkomen wordt dat de activiteit wordt hervat. De portefeuillehouder wordt hierover geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning Het intrekken van een vergunning is een zwaar middel en wordt alleen in uitzonderlijke gevallen toegepast. Dit kan alleen als er sprake is van een begunstigde beschikking die verband houdt met de overtreding. Intrekking kan de strijdigheid vergroten en rechtmatige onderdelen raken. Een vergunning kan worden ingetrokken: als onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; als niet aan de voorschriften wordt voldaan; als de vergunninghouder ernstig in strijd handelt met wet- of regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast kan op grond van artikel 5.40, tweede lid, van de Omgevingswet een bouwvergunning worden ingetrokken als daar binnen één jaar (of een langere in de vergunning bepaalde termijn) geen gebruik van is gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kostenverhaal en invordering De kosten die de gemeente maakt bij het uitvoeren van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder via een kostenverhaalsbeschikking. Bij verbeurde dwangsommen nemen wij een invorderingsbeschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basiswerkwijze bij invordering:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dwangsom:</p>\n<p class=\"lf-p\">Constateringsbrief met voornemen tot invordering en mogelijkheid tot zienswijze;</p>\n<p class=\"lf-p\">Invorderingsbeschikking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanmaning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dwangbevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kostenverhaal:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooraankondiging met overzicht van kosten en mogelijkheid tot zienswijze;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kostenverhaalsbeschikking met betalingstermijn van 6 weken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanmaning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dwangbevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke boete De bestuurlijke boete is geregeld in afdeling 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze kan alleen worden opgelegd als dit expliciet in de wet is bepaald. Het is een onvoorwaardelijke geldboete die direct kan worden opgelegd bij ernstige overtredingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel is een ‘lik-op-stuk’-aanpak: door een directe financiële prikkel te geven, wordt naleving gestimuleerd. De bestuurlijke boete kan ook worden gecombineerd met andere sancties, zoals bestuursdwang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verzoeken om handhaving en overige meldingen De toezichthouder is verantwoordelijk voor de afhandeling van verzoeken en meldingen. Deze komen meestal van inwoners, maar soms ook van bedrijven of belangengroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Richtlijnen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij handelen verzoeken zo snel mogelijk af, met een streeftermijn van 8 weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien nodig verlengen wij deze termijn en informeren wij de melder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij kijken ook naar het achterliggende probleem om structurele oplossingen te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er sprake is van een overtreding en er zijn geen bijzondere omstandigheden, starten wij een handhavingsprocedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strategie bij handhavingsverzoeken en meldingen Overtredingen kunnen ook door derden worden gemeld, mondeling of schriftelijk. Bij elke melding bepalen wij op basis van de prioritering in deze U&amp;HS of en wanneer de melding in behandeling wordt genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lage prioriteit: melder wordt geïnformeerd dat behandeling later plaatsvindt, maar melding wordt wél geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge prioriteit: melding wordt direct onderzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toezichthouder beoordeelt de situatie op locatie en informeert de melder over de afhandeling. Er geldt geen wettelijke beslistermijn, maar wij streven naar een snelle en duidelijke terugkoppeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking bij toezicht en handhaving Samenwerking is essentieel voor effectief en integraal toezicht. We werken nauw samen met onze regionale ketenpartners, waaronder: de Omgevingsdienst Groningen (ODG), de Veiligheidsregio Groningen (VRG), de politie, het Openbaar Ministerie, de provincie, en het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De basiswerkwijze sluit aan bij de bestaande regionale samenwerkingsafspraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Optreden tegen eigen organisatie of andere overheden Ook bij overtredingen door overheden, inclusief onze eigen gemeente, passen wij dezelfde regels toe als bij andere overtreders. De overheid heeft een voorbeeldfunctie en is gebonden aan dezelfde rechten en plichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij handhaving tegen overheden volgen wij de LHSO, met aandacht voor het voorkomen van onnodige publieke kosten als naleving op een andere manier kan worden bereikt. De portefeuillehouder wordt hierover altijd geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststelling Met de vaststelling van deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&amp;HS) stelt de gemeente Midden-Groningen ook de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) als lokaal toetsings- en afwegingskader vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedogen Uitgangspunt: naleving is verplicht Wetten zijn niet vrijblijvend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedereen moet zich eraan houden, en de overheid heeft een beginselplicht tot handhaving. Dat betekent dat de gemeente moet optreden bij overtredingen van regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen in zeer uitzonderlijke situaties kan van deze plicht worden afgeweken. Dat noemen we gedogen: de gemeente (burgemeester of college van B&amp;W) besluit bewust niet handhavend op te treden tegen een overtreding. Gedogen is dus uitzonderlijk en tijdelijk. Het uitgangspunt blijft dat overtredingen niet worden toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer is gedogen mogelijk?</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens het landelijke beleid en de jurisprudentie is gedogen alleen aanvaardbaar: bij overmachtsituaties (wanneer direct optreden niet redelijk is); bij overgangssituaties (bijvoorbeeld bij verandering van beleid of regelgeving); of wanneer er sprake is van concreet zicht op legalisatie (de overtreding kan binnenkort legaal worden gemaakt).</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze situaties kan het tijdelijk gedogen van een overtreding een alternatief zijn voor handhaving. De gemeente Midden-Groningen past dit alleen toe als laatste redmiddel en met grote terughoudendheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk kader: Grenzen aan gedogen Het kabinet heeft in de nota “Grenzen aan gedogen” (landelijk beleidskader) duidelijk gemaakt dat overheden niet lichtvaardig of willekeurig mogen gedogen. De gemeente Midden-Groningen onderschrijft deze uitgangspunten volledig. Volgens dit kader gelden bij gedogen de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen bij uitzonderingen Gedogen mag alleen in uitzonderlijke situaties, zoals overgangs- of overmachtsituaties, of wanneer concreet zicht bestaat op legalisatie van de overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitdrukkelijk besluit Gedogen moet altijd een bewuste en gemotiveerde keuze zijn van het bevoegde bestuursorgaan. Betrokken partijen (zoals de overtreder en ketenpartners) moeten hierbij worden betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schriftelijke vastlegging Een gedoogbeslissing wordt altijd schriftelijk vastgelegd. In de beslissing staat dat: de overtreding voor eigen risico plaatsvindt; de gedoogverklaring niet vrijstelt van strafrechtelijke vervolging; het gedogen tijdelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijk karakter Een gedoogbeslissing geldt voor een beperkte tijd. Zodra de reden voor het gedogen vervalt (bijvoorbeeld omdat legalisatie mogelijk is of juist niet), eindigt de gedoogperiode automatisch.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intrekking van gedogen Ook bij een geldige gedoogbeslissing kan de gemeente alsnog handhavend optreden. Dit gebeurt als er nieuwe of onvoorziene omstandigheden ontstaan die zwaarder wegen dan het belang van de overtreder, of als de veiligheid of gezondheid in het geding komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridisch kader Een gedoogbeslissing is géén besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom kan er geen bezwaar of beroep worden ingesteld tegen een gedoogbeslissing, tegen het weigeren van een gedoogbeslissing of tegen het intrekken ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is bevestigd in jurisprudentie, waaronder: ECLI:NL:RVS:2019:1356 (Raad van State, 24 april 2019).</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel kan iemand die wordt geconfronteerd met een gedoogbeslissing de gemeente verzoeken om handhavend op te treden. Tegen het besluit op zo’n handhavingsverzoek kan vervolgens beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aspect Uitgangspunt Hoofdregel Handhaven is verplicht; gedogen is uitzondering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer toegestaan Alleen bij overmacht, overgangssituaties of concreet zicht op legalisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vorm Altijd schriftelijk, tijdelijk en gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico De overtreding blijft voor eigen risico van de overtreder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtsbescherming Geen bezwaar of beroep mogelijk tegen een gedoogbeslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridische basis Nota Grenzen aan gedogen, Awb art. 1:3, jurisprudentie RvS 24-04-2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1356).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage5Toetsings- en toezichtstrategie Wkb Beleidskader Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Uitgangspunten 1.1Algemeen Voor bouwwerken die onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vallen, verandert het proces van vergunningverlening. De gemeente toetst niet langer vooraf de bouwtechnische regels, maar beoordeelt meldingen vóór en na de bouw. De bedoeling van de Wkb is om de bouwkwaliteit te verbeteren en de positie van de consument te versterken. Zo worden bouwfouten en malafide aannemers beter voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de Wkb van toepassing is, voert de gemeente geen technische toets meer uit. Dit geldt voor alle fasen: bij de vergunningverlening, tijdens de bouw en bij het toezicht achteraf. In plaats daarvan controleert de gemeente of er een gecertificeerde kwaliteitsborger is aangesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de uitvoering van de VTH-taken bij bouwwerken onder de Wkb moeten een aantal keuzes worden gemaakt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsen van de risico’s in de bouwfase op basis van het borgingsplan dat bij de bouwmelding wordt ingediend (zie paragraaf 3.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelen van de stukken in het dossier bevoegd gezag die bij de gereedmelding worden aangeleverd (zie paragraaf 3.4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitvoeren van toezicht door gemeentelijke toezichthouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">De manier waarop wordt gehandeld wanneer een kwaliteitsborger tijdens de bouw meldt dat een bouwwerk niet voldoet of geen verklaring afgeeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpak bij bouwwerken die zonder volledige gereedmelding in gebruik worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belangrijkste beleidsvraag is in welke mate de gemeente zelf nog wil controleren of een bouwwerk zonder afwijkingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt opgeleverd, of dat de gemeente volledig vertrouwt op de controles van de kwaliteitsborger.</p>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf 1.2 staat welke keuze daarvoor als uitgangspunt geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2Algemeen uitgangspunt beleid De gemeente Midden-Groningen volgt bij de uitvoering van de Wkb een duidelijk uitgangspunt: we willen waar nodig controleren, maar vooral vertrouwen op het werk van de kwaliteitsborger. De onderstaande tabel geeft de drie mogelijke beleidsvarianten weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt beleid:</p>\n<p class=\"lf-p\">A De gemeente voert geen bouwtechnische toets en bouwtoezicht uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">B De gemeente voert risicogestuurd of steekproefsgewijs toetsing en toezicht uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">C De gemeente voert volledige technisch toetsen uit en houdt zelfstandig toezicht op de bouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteitsborger is verantwoordelijk voor de technische kwaliteit van het bouwwerk. Omdat dit een nieuwe manier van werken is, houdt de gemeente bij variant B nog wel steekproefsgewijs toezicht. Zo blijven we zicht houden op de uitvoering en op de bouwkwaliteit binnen de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij hanteren daarbij de volgende uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">We controleren vooraf of de kwaliteitsborger gecertificeerd en gekwalificeerd is. We gaan er dan vanuit dat deze voldoende kennis heeft van het Bbl en de risico’s goed kan inschatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de bouwwerken met prioriteit 1 (zoals genoemd in de prioritering van type afwijkingen van het Bbl) wordt ongeveer een derde steekproefsgewijs gecontroleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwwerken waarvoor ook een omgevingsplanactiviteitvergunning (OPA) nodig is, controleren we die op basis van de prioritering uit de U&amp;HS.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als in de OPA ook technische maatregelen zijn opgenomen (zoals extra geluidwering), controleren we of deze maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij laaggeprioriteerde bouwwerken voeren we geen controles uit op onderdelen die onder de verantwoordelijkheid van de kwaliteitsborger vallen. We plannen hiervoor geen aparte bouwplaatscontroles in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij klachten of verzoeken om handhaving voeren we altijd een controle uit, ook bij bouwwerken met een lage prioriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3Bijzondere lokale omstandigheden De kwaliteitsborger stelt een borgingsplan op dat gebaseerd is op een risicobeoordeling. Daarbij moet de borger rekening houden met bijzondere lokale omstandigheden die invloed kunnen hebben op de bouwkwaliteit. De initiatiefnemer en de kwaliteitsborger zijn zelf verantwoordelijk om bij de gemeente te informeren naar eventuele lokale omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bijzondere lokale omstandigheid is een situatie die kan leiden tot een risico dat het bouwwerk niet aan de technische eisen van het Bbl voldoet. Voorbeelden zijn: afwijkende bodemgesteldheid die invloed heeft op de fundering; aanwezigheid van niet-ontplofte munitie in de grond; of andere lokale factoren die bouwkwaliteit of veiligheid kunnen beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de praktijk is het voor initiatiefnemers en kwaliteitsborgers nog niet altijd eenvoudig om de juiste informatie hierover te vinden. De gemeente Midden-Groningen helpt hierbij waar mogelijk door relevante informatie beschikbaar te stellen via de eigen kanalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsing van meldingen 2.1Algemeen Voordat een bouwactiviteit mag starten, doet de kwaliteitsborger een bouwmelding. Na afloop van de bouw volgt een gereedmelding. Daarmee wordt beoordeeld of het bouwwerk veilig in gebruik kan worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2Volledigheid meldingen In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staat welke informatie verplicht is bij een bouw- of gereedmelding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.19</span><span class=\"lf-art-t\">Bbl beschrijft de vereisten voor de bouwmelding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.21</span><span class=\"lf-art-t\">Bbl beschrijft de vereisten voor de gereedmelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als niet alle verplichte gegevens zijn ingediend, is de melding onvolledig. Een onvolledige melding geldt juridisch als niet gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bouw mag pas starten na een volledige bouwmelding. De gemeente moet binnen vier weken na ontvangst laten weten of de melding volledig is. Als de melder binnen die termijn geen bericht ontvangt, mag hij er redelijkerwijs van uitgaan dat de melding volledig is en dat de bouw mag beginnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een onvolledige melding is aanvullen niet toegestaan; er moet een nieuwe melding worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de gereedmelding geldt hetzelfde principe: een bouwwerk mag niet in gebruik worden genomen zonder een volledige gereedmelding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook hierbij heeft de gemeente twee weken om te reageren. Wordt binnen die termijn geen bericht ontvangen, dan mag de initiatiefnemer aannemen dat de melding volledig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Midden-Groningen behandelt meldingen binnen deze wettelijke termijnen. De afhandeling is vastgelegd in RX.Mission. Hoewel een bevestiging van een volledige melding formeel niet verplicht is, sturen wij altijd een reactie op een ingediende melding.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3Toets van volledigheid van de bouwmelding Een bouwmelding is volledig als alle gegevens en bescheiden uit artikel 2.19 Bbl zijn ingediend. In de praktijk gaat het om: een ondertekend formulier bouwmelding met gegevens van de melder, initiatiefnemer, kwaliteitsborger en bouwwerk (locatie, omschrijving, startdatum); een risicobeoordeling; een borgingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eisen voor het borgingsplan staan in artikel 3.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Als het borgingsplan niet aan deze eisen voldoet, is ook de bouwmelding niet volledig.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het borgingsplan staat hoe risico’s tijdens het bouwen worden beheerst. Het gaat om risico’s waardoor het bouwwerk na oplevering mogelijk niet aan de regels voldoet. De kwaliteitsborger moet bijzondere aandacht besteden aan onderdelen die na de bouw niet meer zichtbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspectiepunten en controlemomenten in het borgingsplan moeten aansluiten bij: het type bouwwerk en de gebruikte bouwmethode; lokale omstandigheden; de risico’s voor de omgeving en belendingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als in de risicobeoordeling een risico wordt genoemd waarvoor in het borgingsplan geen beheersmaatregel is opgenomen, dan voldoet het borgingsplan niet aan de eisen en is de bouwmelding onvolledig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet aan de gemeente om de inhoudelijke kwaliteit van het borgingsplan te beoordelen. De borging van risico’s is de verantwoordelijkheid van de kwaliteitsborger. De gemeente mag dus geen borgingsplan afkeuren omdat zij vindt dat maatregelen onvoldoende zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel geldt dat de kwaliteitsborger rekening moet houden met bijzondere lokale omstandigheden. Als dat niet is gebeurd, neemt de gemeente dat bouwwerk op voor steekproefsgewijze controle.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere lokale omstandigheden zijn niet hetzelfde als bouwveiligheid. Bouwveiligheid gaat over risico’s voor personen in en rond het bouwterrein (zoals instortingsgevaar of vallende objecten). Die risico’s vallen onder artikel 7.15 Bbl en zijn niet de verantwoordelijkheid van de kwaliteitsborger.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin de gemeente het borgingsplan controleert, hangt af van de gekozen controleoptie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Optie Inhoudelijke controle borgingsplan 1 Geen inhoudelijke controle.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeeltelijke controle: nagaan of beheersmaatregelen zijn opgenomen voor bijzondere lokale omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Volledige controle: nagaan of er risico’s zijn die niet zijn opgenomen en die gevolgen kunnen hebben voor de omgevingsveiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Midden-Groningen kiest voorlopig voor optie 2. Wij controleren of bijzondere lokale omstandigheden goed zijn vertaald in beheersmaatregelen. Daar richten we ons toezicht op (zie hoofdstuk 3). Daarnaast voeren we steekproefsgewijs controles uit op maximaal één op de vijf borgingsplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdrachtgever of uitvoerder moet zelf de risico’s voor de directe omgeving inschatten. Bij hoge risico’s moet een bouwveiligheidsplan worden opgesteld en een veiligheidscoördinator directe omgeving worden aangesteld. De gemeente kan deze plannen vooraf opvragen op grond van artikel 2.20 Bbl. Dit doen we bij bouwplannen waarbij reëel gevaar voor de omgeving kan ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4Toets van volledigheid van de gereedmelding Een gereedmelding is volledig als alle gegevens uit artikel 2.21 Bbl zijn ingediend. In de praktijk gaat het om: een ondertekend formulier gereedmelding met de gegevens van melder, initiatiefnemer, kwaliteitsborger en bouwwerk; een verklaring van de kwaliteitsborger; het dossier bevoegd gezag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de verklaring bevestigt de kwaliteitsborger dat: hij toestemming heeft van de instrumentaanbieder om het instrument toe te passen; hij de kwaliteitsborging heeft uitgevoerd volgens de eisen van het instrument; hij er vertrouwen in heeft dat het bouwwerk voldoet aan hoofdstuk 4 van het Bbl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dossier bevoegd gezag bevat: gegevens over de gebruiksfuncties, verblijfsgebieden en -ruimten, afmetingen en bezetting; gegevens die aantonen dat wordt voldaan aan de eisen voor constructieve veiligheid, luchtverversing, energiezuinigheid en milieuprestaties; gegevens over brandveiligheid (artikel 6.8 Bbl) en toegepaste gelijkwaardige maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de praktijk bestaat het dossier uit as-built tekeningen en rapporten. Een toelichting over hoe deze gegevens te vinden zijn, staat in het verslag Invulling dossier bevoegd gezag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dossier wordt ingediend bij de gereedmelding en is het eerste moment waarop de gemeente de bouwinformatie ontvangt. De controle van dit dossier is een belangrijk moment om te zien of het bouwwerk daadwerkelijk voldoet aan het Bbl. De mate van controle kan verschillen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Optie Inhoudelijke controle borgingsplan 1 Geen inhoudelijke controle; alleen nagaan of alle stukken volgens art. 2.21 Bbl aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeeltelijke controle; nagaan of alle benodigde stukken aanwezig zijn en of de juiste gegevens in tekeningen en rapporten zijn terug te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Volledige controle; alle tekeningen en rapporten worden inhoudelijk beoordeeld om vast te stellen of het bouwwerk voldoet aan het Bbl.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Midden-Groningen kiest bij de gereedmelding voor optie 2: een gedeeltelijke controle van het dossier bevoegd gezag. Dat geldt vooral voor projecten die eerder steekproefsgewijs zijn gecontroleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht en handhaving 3.1Algemeen Ook na de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) blijft de gemeente bevoegd om toezicht te houden en te handhaven. De kwaliteitsborger is verantwoordelijk voor het bouwtechnische deel, maar de gemeente blijft verantwoordelijk voor het publiekrechtelijk toezicht op de naleving van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er signalen zijn dat niet aan de bouwvoorschriften wordt voldaan, kan de gemeente handhavend optreden. De juridische basis hiervoor blijft de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van deze wet mag de bouwplaats worden betreden en kan medewerking worden gevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens artikel 2.20 Bbl mag de gemeente informatie opvragen over specifieke bouwwerkzaamheden en de momenten waarop deze worden uitgevoerd. Wij doen dit alleen als daar een goede reden voor is. Bijvoorbeeld: als we vermoeden dat een risico door de kwaliteitsborger wordt onderschat; of in het kader van risicogestuurd toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding voor toezicht kan ontstaan uit: eigen waarnemingen, bijvoorbeeld bij controles van bouw- of sloopveiligheid; toezicht op de omgevingsplanactiviteit; informatie van de kwaliteitsborger of derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente moet bepalen in welke mate zij vertrouwen stelt in de kwaliteitsborger. We kunnen ervoor kiezen om volledig te vertrouwen, of om zelf in bepaalde mate controle te blijven houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2Bouwtechnisch toezicht De gemeente kan ervoor kiezen om zelf bouwcontroles in te plannen. Redenen hiervoor zijn: controle van bouwactiviteiten waar in het borgingsplan extra aandacht voor is; controle van werkzaamheden waarvan afwijkingen van het Bbl later moeilijk te herstellen zijn, zoals funderingen, brandwerende scheidingen of belangrijke constructies (zoals balkon- of vloerverbindingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht tijdens de bouw is vaak effectiever dan handhaven achteraf. Met andere woorden: voorkomen is beter dan genezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate waarin we toezicht houden, hangt af van de gekozen optie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Optie Uitvoering bouwcontroles door de gemeente 1 Geen toezicht op bouwactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Alleen toezicht op kritische werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Volledig gepland bouwtoezicht volgens het operationeel kader VTH.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Midden-Groningen kiest voor optie 2: toezicht op kritische bouwactiviteiten. Wij hanteren daarbij de volgende uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de prioriteit 1-bouwwerken wordt ongeveer een derde steekproefsgewijs gecontroleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bouwwerken waarvoor ook een omgevingsplanactiviteitvergunning (OPA) nodig is, controleren we die op basis van de prioritering uit het VTH-beleidsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als in de OPA ook technische maatregelen zijn opgenomen (zoals extra geluidwering), controleren we of deze ook worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij laaggeprioriteerde bouwwerken voeren we geen controles uit op onderdelen die onder de verantwoordelijkheid van de kwaliteitsborger vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij klachten of handhavingsverzoeken voeren we altijd zelf een controle uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3Meldingen over afwijkingen van het Bbl Tijdens de bouw kan blijken dat het bouwwerk mogelijk niet meer voldoet aan de regels van het Bbl. Het gaat dan vaak om situaties die later niet meer hersteld of gecontroleerd kunnen worden. Voorbeelden zijn: het ontbreken van brandwerende bekleding op stalen balken; het niet aanbrengen van doorvoeren in betonnen wanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de kwaliteitsborger een afwijking constateert, moet hij volgens artikel 3.86 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) direct zijn opdrachtgever en betrokken partijen informeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aannemer of opdrachtgever het probleem niet wil oplossen, kan de kwaliteitsborger aan het eind van de bouw geen verklaring afgeven. In dat geval moet hij ook het bevoegd gezag informeren (de zogenaamde Kennisgeving strijdigheid Bbl).</p>\n<p class=\"lf-p\">De toezichthouder van de gemeente behandelt deze kennisgeving en beoordeelt: de aard van de afwijking; de ernst van het risico; het conflict dat hierover is ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ontvangen informatie onvoldoende is, kan de toezichthouder op grond van artikel 2.20 Bbl aanvullende projectinformatie opvragen. De toezichthouder beslist vervolgens, eventueel na overleg met een jurist, of en hoe er handhavend wordt opgetreden. Dat kan betekenen dat de bouw (tijdelijk) wordt stilgelegd totdat het probleem is opgelost. We volgen daarbij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), waarbij we de ernst van het risico en het gedrag van de overtreder afwegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ernst van de afwijking bepaalt ook de prioriteit van het optreden. Zo wordt de bouw direct stilgelegd bij een probleem met de draagconstructie, maar niet bij een kleine afwijking zoals het type isolatiemateriaal. De prioriteiten voor handhaving zijn vastgelegd in onderdeel II van deze bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een conflict is opgelost zodra de kwaliteitsborger kan aantonen dat de afwijking is hersteld of kan worden hersteld. Zodra dat duidelijk is, trekt de gemeente een eventuele bouwstop (last onder bestuursdwang) in, en mag de bouw worden hervat. De gemeente hoeft niet zelf te controleren of het probleem daadwerkelijk is opgelost. Het is de taak van de kwaliteitsborger om dit te waarborgen en hierover aan het einde van het bouwproces een verklaring af te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook anderen dan de kwaliteitsborger kunnen een melding doen over mogelijke afwijkingen, bijvoorbeeld een opdrachtgever of omwonende. In dat geval voert de gemeente zelf een controle uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan voorkomen dat de kwaliteitsborger zijn opdracht beëindigt, bijvoorbeeld omdat hij verwacht dat de strijdigheden met het Bbl niet kunnen worden opgelost. Ook dat meldt hij in een Kennisgeving strijdigheid Bbl.</p>\n<p class=\"lf-p\">In zo’n geval kan er geen verklaring meer worden afgegeven en dus ook geen volledige gereedmelding worden ingediend. De gemeente moet dan de bouw stilleggen en de bouwmelder verplichten om een nieuwe kwaliteitsborger aan te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe kwaliteitsborger moet het hele werk opnieuw beoordelen, inclusief de al uitgevoerde onderdelen. Aan het einde van het traject moet hij een verklaring afgeven dat het bouwwerk voldoet aan de regels van hoofdstuk 4 van het Bbl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op: de nieuwe kwaliteitsborger hoeft geen nieuwe bouwmelding in te dienen. Hij kan de werkzaamheden voortzetten onder de bestaande melding van zijn voorganger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beëindiging bouwwerkzaamheden zonder volledige verklaring 4.1Algemeen Aan het einde van de bouwfase moet een gereedmelding worden ingediend. Daarbij hoort een verklaring van de kwaliteitsborger dat het bouwwerk voldoet aan de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de gemeente binnen twee weken geen bericht stuurt dat de gereedmelding onvolledig is, mag het bouwwerk in gebruik worden genomen. Zonder getekende verklaring is de gereedmelding niet volledig en is gebruik van het bouwwerk verboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toch kan het voorkomen dat een bouwwerk in gebruik wordt genomen zonder volledige gereedmelding. Bijvoorbeeld: omdat bewoners niet langer kunnen wachten, terwijl er nog kleine restpunten zijn die later opgelost kunnen worden; of bij grotere projecten waarbij woningen of gebouwen in fasen worden opgeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In die situaties start de gemeente in principe een handhavingstraject. In uitzonderlijke gevallen kan gekozen worden om tijdelijk te gedogen. Dit mag alleen als duidelijk is dat de resterende gebreken binnen korte tijd worden opgelost. Bij het bepalen of gedogen verantwoord is, kijken we naar: de aard van de afwijking van het Bbl (hoe groot is het risico?), en de gebruiksfunctie van het bouwwerk (hoe kwetsbaar zijn de gebruikers?).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er een probleem is met de draagconstructie, moet het gebouw direct worden ontruimd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als alleen nog rookmelders ontbreken, kan tijdelijk gebruik onder voorwaarden worden toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prioriteiten voor afwijkingen van het Bbl staan in tabel II.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast speelt de gebruiksfunctie van het gebouw een rol. Een kleine afwijking kan in een bedrijfsgebouw minder risico opleveren dan in een woning waar mensen, mogelijk met kinderen, verblijven. Bijvoorbeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een niet-afgewerkte trap is in een woning een groter risico dan in een bedrijfshal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kleine afwijking in de wapening van een vloer is in een woning minder ernstig dan bij een zwaar belaste entresolvloer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kortom: bij elke situatie beoordelen we zowel de ernst van de afwijking als het gebruik van het bouwwerk. Het overzicht van prioriteiten per gebruiksfunctie staat in tabel III.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2Gefaseerde oplevering Bij woningbouwprojecten worden vaak meerdere woningen tegelijk gebouwd, maar in fases opgeleverd. Soms worden de eerste woningen al bewoond terwijl de laatste nog in aanbouw zijn. De kwaliteitsborger geeft pas aan het einde van het totale project één verklaring af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat betekent dat sommige woningen al in gebruik worden genomen zonder dat er een volledige gereedmelding is. Er zijn drie manieren om daarmee om te gaan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Optie Omschrijving 1 Eén bouwmelding voor meerdere bouwwerken en één gereedmelding voor het hele project. Eerder voltooide woningen mogen alvast in gebruik worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Eén bouwmelding voor meerdere bouwwerken en één gereedmelding voor het hele project, maar de gemeente vraagt tussentijdse informatie op (beperkt dossier bevoegd gezag) en gedoogt tijdelijk het gebruik van afgeronde woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor elk bouwwerk wordt apart een bouwmelding en gereedmelding met dossier bevoegd gezag ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Midden-Groningen kiest voor optie 2. Onze overwegingen hierbij zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Optie 1 vinden wij op dit moment te risicovol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stelsel van kwaliteitsborging is nieuw en nog niet volledig beproefd. Als er sprake is van herhaalde bouwfouten, kan dat leiden tot complexe handhavingszaken bij al bewoonde woningen — met mogelijk grote persoonlijke gevolgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Optie 2 is in de praktijk het meest werkbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij elke deeloplevering vragen wij specifieke gegevens op die aantonen dat het bouwwerk voldoet aan de eisen van het Bbl. Dat kan bijvoorbeeld gaan om stukken over constructieve veiligheid en brandveiligheid. Om te beoordelen of legalisatie mogelijk is, moet de initiatiefnemer een beperkt as-built dossier aanleveren én een verklaring van de kwaliteitsborger dat er tot dat moment geen problemen zijn geconstateerd. Uit proefprojecten blijkt dat het samenstellen van dit dossier tijd kost, maar wel uitvoerbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Optie 3 zorgt voor meer administratieve lasten bij zowel initiatiefnemers als gemeente en is strenger dan de huidige praktijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om een bouwwerk te kunnen registreren en een huisnummer toe te kennen, is een brondocument nodig. Dit wordt geregeld via een melding aan de BAG-beheerder, zodat registratie correct verloopt binnen het proces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel I. Inhoud dossier bevoegd gezag Een gereedmelding is pas volledig als het dossier bevoegd gezag alle gegevens bevat die worden gevraagd in artikel 2.21 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de onderstaande tabel staat welke informatie volgens het artikel verplicht is en welke stukken daarbij horen. In de eerste kolom staan de eisen uit artikel 2.21 Bbl. In de tweede kolom staat welke projectstukken moeten worden toegevoegd aan het dossier bevoegd gezag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzicht vereiste onderdelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.21</span><span class=\"lf-art-t\">Bbl, lid 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vereiste gegevens / projectstukken in het dossier bevoegd gezag a.</p>\n<p class=\"lf-p\">De naam, het adres en het telefoonnummer van degene die de bouwmelding heeft gedaan (artikel 2.18 Bbl). b. de dagtekening van de melding c. het adres, de kadastrale aanduiding of de coördinaten van de locatie waar de bouwactiviteit is uitgevoerd d.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring van de kwaliteitsborger (artikel 3.86, lid 2 Bkl). Hierin wordt, waar relevant, ingegaan op maatregelen om bouwtechnische risico’s te voorkomen of te beperken (artikel 3.80, lid 2 Bkl). e.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebruiksfuncties, verblijfsgebieden en verblijfsruimten met hun afmetingen en bezetting, inclusief de totaaloppervlakten per gebruiksfunctie. plattegronden met de gevraagde informatie. f.10 De belasting en belastingcombinaties van de constructieve delen en het geheel. uitgangspunten van de berekeningen constructieschematisering gewichts- en stabiliteitsberekening resultaten van het grondonderzoek f.20 de uiterste grenstoestand van de bouwconstructie en onderdelen daarvan detailtekeningen detailberekeningen f.30 de luchtverversing tekening met het ventilatiesysteem en de aan- en afvoerpunten berekeningen van de capaciteit of inregelstaten / inregelrapportages als alternatief f.40 de energiezuinigheid de BENG-berekening (Bijna Energie neutrale Gebouwen), inclusief de uitgangspunten voor energiezuinigheid. f.50 de milieuprestatie milieuprestatieberekening g. de brandveiligheid Plattegronden met daarop aangegeven: brand- en/of rookwerendescheidings- constructies vluchtroutes en aanduidingen draairichting van deuren zelfsluitende deuren en sluitwerk noodverlichting en oriëntatie verlichting brandmeldcentrale en brand meldpaneel brandslanghaspels mobiele brandblusapparaten droge blusleidingen brandweeringang en sleutelkluis of sleutelbuis brandweerlift h. de toegepaste gelijkwaardige maatregelen (niet van toepassing op constructie of brandveiligheid) gegevens die de gekozen gelijkwaardige oplossing inzichtelijk maken en onderbouwen Toelichting Voor alle onderdelen geldt dat het moet gaan om de as-built revisies: de stukken moeten zijn aangepast aan de gerealiseerde situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met andere woorden: de gegevens in het dossier bevoegd gezag moeten overeenkomen met hoe het bouwwerk daadwerkelijk is uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel II. Prioriteitenstelling voor type afwijkingen van het Bbl Wanneer een bouwwerk afwijkt van de regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), kan de gemeente handhavend optreden. Om te bepalen hoe snel en met welk middel dit gebeurt, maken we een inschatting van het risico dat ontstaat als de afwijking niet direct of volledig wordt hersteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderstaande tabel is per onderdeel van hoofdstuk 4 van het Bbl aangegeven hoe groot dit risico is. De prioriteit geeft aan hoe dringend herstel nodig is:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 = hoog risico (direct handelen) 4 = laag risico (behandeling mogelijk op langere termijn) Indeling hoofdstuk 4 Onderwerpen prio CON sterkte 1 Constructieve veiligheid stijfheid 1 stabiliteit 1 BRV voorkomen van brand 1 Brandveiligheid detecteren, waarschuwen 1 vluchten en redden 1 blussen 2 BIJZONDERE LOKALE OMSTANDIGHEDEN 1 GEB vallen 1 Gebruiksveiligheid overbruggen hoogteverschillen 2 inbraakwerendheid 3 bescherming tegen van binnen en buiten komend risico 3 KDZ geluidwering binnen en buiten 4 (Gebouw)klimaat, duurzaamheid vocht 3 luchtverversing 3 daglicht 4 zuinigheid 4 isolatie 4 BRK afmetingen 4 Bruikbaarheid (nuts)installaties 4 Toelichting Hoe lager het prioriteitsgetal, hoe sneller en zwaarder wij optreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen met prioriteit 1 hebben directe invloed op de veiligheid of gezondheid van gebruikers en omwonenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen met prioriteit 4 hebben meestal alleen gevolgen voor comfort of duurzaamheid en worden minder dringend opgepakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij twijfel over de ernst van een afwijking geldt altijd: veiligheid eerst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel III. Prioriteitenstelling voor gebruiksfuncties van bouwwerken Zoals beschreven in paragraaf 4.1 moet bij het beoordelen van het gebruik van een bouwwerk zonder volledige gereedmelding ook de gebruiksfunctie van het gebouw worden meegewogen. De gebruiksfunctie bepaalt mede hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn van een afwijking van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderstaande tabel is per gebruiksfunctie aangegeven welke prioriteit geldt voor de verschillende onderdelen van het Bbl:</p>\n<p class=\"lf-p\">CON = constructieve veiligheid BRV = brandveiligheid GEB = gebruiksveiligheid KDZ = (gebouw)klimaat en duurzaamheid BRK = bruikbaarheid De prioriteit geeft de urgentie van herstel of handhaving aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 = hoog risico / direct ingrijpen nodig 4 = laag risico / minder urgent gebruiksfunctie CON BRV GEB KDZ BRK woonfunctie 1 1 2 3 4 bijeenkomstfunctie 1 1 1 3 4 celfunctie 1 1 1 4 4 gezondheidszorgfunctie - met bed 1 1 1 2 3 gezondheidszorgfunctie - overig 1 1 1 2 3 industriefunctie 2 2 3 4 4 kantoorfunctie 1 1 2 4 4 logiesfunctie 1 1 1 2 3 onderwijsfunctie 1 1 2 3 4 sportfunctie 1 1 1 4 4 winkelfunctie 1 2 3 4 4 overige gebruiksfunctie - personenvervoer 1 1 2 4 4 overige gebruiksfunctie - overig 3 3 4 4 4 bgg - wegtunnel &gt;250 m 1 1 4 4 4 bgg - anders 3 4 4 4 4 Toelichting Een hogere prioriteit (1 of 2) betekent dat de risico’s op schade of letsel groter zijn, bijvoorbeeld bij woningen, logiesfuncties of gezondheidszorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een lagere prioriteit (3 of 4) geldt voor gebruiksfuncties waarbij de risico’s beperkter zijn of minder direct invloed hebben op de veiligheid van mensen, zoals industrie of tunnels met beperkte toegang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij twijfel over de ernst of urgentie wordt altijd de strengste prioriteit toegepast (veiligheid voorop).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogezand-Sappemeer, 25 november 2025Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen,de secretaris, de burgemeester,Marjolijn Nieuwenhuijsen, Erica van Lente</p></div>", "next": 0}