{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De bruto vloeroppervlakte (verder aan te duiden als bvo) van een gebouw is de bvo zoals bepaald aan de hand van het gestelde in bijlage III, deel D onder III-1 \"De meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair onderwijs\".</p>\n<p class=\"lf-p\">De capaciteit van een gebouw voor een basisschool wordt vastgelegd in het aantal groepen waarvoor het gebouw geschikt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te kunnen bepalen of een gebouw is overgedimensioneerd dient een relatie te worden gelegd tussen de capaciteitsbepaling van een gebouw op basis van het aantal groepen en de normatieve capaciteitsvaststelling. Het aantal groepen waarvoor een gebouw normatief geschikt is, wordt op basis van de bvo vastgesteld met behulp van de onderstaande tabellen 1, 2 en 3 voor respectievelijk huisvesting met een permanente bouwaard en huisvesting met een tijdelijke bouwaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1 Nieuwbouw en gebouwen met een permanente bouwaard</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Permanente gebouwen voor een basisschool waarin meer dan 30 leerlingen worden gehuisvest Minimale bruto vloeroppervlakte (inclusief eerste speellokaal) (inclusief m² bvo voor onderwijskundige vernieuwingen) Aantal groepen leerlingen 340 2 455 3 570 4 775 5 890 6 1005 7 1120 8 1235 9 1350 10 1465 11 1580 12 1695 13 1810 14 1925 15 2040 16 2245 17 en vervolgens telkens te verhogen met 115 m² ten behoeve van 1 groep leerlingen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de zeventiende groep leerlingen is de minimale bvo opgehoogd met 90 m² ten behoeve van een tweede speellokaal (zie deel D, onder 1).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Permanente gebouwen voor een basisschool waarin minder dan 31 leerlingen worden gehuisvest Minimale bvo (inclusief m² bvo voor onderwijskundige vernieuwingen) Aantal groepen leerlingen 320 2 Tabel 2 Gebouwen met een tijdelijke bouwaard, zelfstandige huisvesting Minimale bruto vloeroppervlakte Aantal groepen leerlingen 295 2 400 3 505 4 700 5 805 6 910 7 1015 8 en vervolgens telkens te verhogen met 105 m² ten behoeve van 1 groep leerlingen Tabel 3 Gebouwen met een tijdelijke bouwaard, aanvullende huisvesting Minimale bruto vloeroppervlakten leerlingen Aantal groepen leerlingen 90 1 170 2 250 3 330 4 410 5 en vervolgens telkens te verhogen met 80 m² ten behoeve van 1 groep leerlingen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan besluiten tot vermindering van de met bovenstaande methodiek vastgestelde capaciteit met één of meer groepen, indien deze wordt/worden benut ten behoeve van een voorschoolpeuterspeelzaal, voor zover deze is opgenomen op het huisvestingsprogramma voorschoolpeuterspeelzalen, of ten behoeve van multifunctioneel gebruik, op basis van een daartoe van kracht zijnde subsidieregeling. Door middel van een akte ex artikel 110, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs wordt een ruimte blijvend aan de onderwijsbestemming onttrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Speciale school voor basisonderwijs De capaciteit van een gebouw voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgelegd in het aantal groepen waarvoor een gebouw geschikt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal groepen waarvoor een gebouw normatief geschikt is, wordt, op basis van de bvo, vastgesteld met behulp van tabel 4 voor gebouwen met een permanente bouwaard. Voor huisvesting met een tijdelijke bouwaard wordt gebruikgemaakt van tabel 2 en 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4 Gebouwen met een permanente bouwaard Permanente gebouwen voor een speciale school voor basisonderwijs vaste voet m² inclusief m² per groep toeslag extra ruimte 670 4 105 125 De vaste voet aan bvo is inclusief ruimten voor een bepaald aantal groepen. Dit aantal is in de kolom \"inclusief\" aangegeven. Hierin is geen speellokaal begrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toeslag extra ruimte omvat een aantal extra m² voor het creëren van extra ruimte, niet zijnde een speellokaal (hiervoor geldt een aparte toeslag). De toeslag extra ruimte wordt toegekend bij het vormen van de 12e groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basisschool en speciale school voor basisonderwijs 1.2 Dislocaties, gebouwen met een permanente of tijdelijke bouwaard Voor het bepalen van de capaciteit van dislocaties geldt het gestelde onder 1.1 met uitzondering van de verwijzing naar de tabellen 1, 2 en 3. Voor de bepaling van het aantal te huisvesten groepen leerlingen wordt uitgegaan van 115 m² bvo per groep leerlingen indien sprake is van een gebouw met een permanente bouwaard. Indien sprake is van een gebouw met een tijdelijke bouwaard, wordt uitgegaan van 80 m² bvo per groep leerlingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3 Terrein Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie van het Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de terreinoppervlakte vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.4 Inventaris Met de inventarisgegevens worden de gegevens bedoeld, waarmee het aantal groepen van de desbetreffende school wordt vastgesteld, waarvoor het onderwijsleerpakket en meubilair aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.5 Gymnastiekruimten 1.5.1 Gymnastiekruimte De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het basisonderwijs bedraagt 40 klokuren. Per gymnastiekruimte worden maximaal 26 klokuren (speciaal) basisonderwijs ingeroosterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.5.2 Terrein De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande gymnastiekruimten gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.5.3 Inventaris De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 (Voortgezet) speciaal onderwijs De capaciteit van de gebouwen voor een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs wordt volgens onderstaande methodiek vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1 Hoofdgebouwen met een permanente of tijdelijke bouwaard De bruto vloeroppervlakte (verder aan te duiden als bvo) van een gebouw is de bvo zoals bepaald aan de hand van het gestelde in bijlage III, deel D onder III-1 \"De meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De capaciteit van een gebouw wordt vastgelegd in het aantal groepen waarvoor een gebouw geschikt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het een school betreft voor het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt de capaciteit van het gebouw berekend door het aantal mogelijk te huisvesten groepen voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs afzonderlijk te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het SOVSO-deel van tabel 4 Ruimtenormering (V)SO is hiermee al rekening gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vaststelling van het aantal groepen, waarvoor een gebouw normatief geschikt is voor gebouwen met een tijdelijke bouwaard worden de tabellen 2 \"Gebouwen met een tijdelijke bouwaard, zelfstandige huisvesting\" en tabel 3 \"Gebouwen met een tijdelijke bouwaard, aanvullende huisvesting\" gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4 Ruimtenormering (V)SO schoolsoort vaste voet m² inclusief aantal groepen m² per groep correctie m² VSO (per groep) Toeslag m² extra ruimte SO doven 775 7 75 105 SO sh/esm 628 4 95 130 SO visg 727 4 96 116 SO lg 850 4 134 150 SO lz 638 4 100 105 SO zmlk 585 4 95 100 SO zmok 585 4 95 105 SO pi 575 4 95 92 SO mg 733 4 110 132 VSO doven 800 7 84 60 VSO sh/esm 563 4 84 65 VSO visg 660 4 88 45 VSO lg 725 4 110 70 VSO lz 575 4 80 90 VSO zmlk 600 4 93 80 VSO zmok 600 4 80 102 VSO pi 535 4 80 75 VSO mg 725 4 113 60 (SO VSO) sg doven 775 6 77 7 105 60 sg sh/esm 628 3 96 -12 115 60 sg visg 727 3 96 -10 116 45 sg lg 850 3 135 -27 135 70 sg lz 638 3 99 -14 120 65 sg zmlk 585 3 997 -2 100 80 sg zmok 585 3 105 -19 55 85 sg pi 575 3 95 -12 92 60 sg mg 733 3 108 5 132 50 De vaste voet aan bruto vloeroppervlakte is inclusief ruimten voor een bepaald aantal groepen. Dit aantal groepen is in de kolom \"inclusief\" gegeven. De relatie tussen de vaste voet en de minimum opheffingsnorm voor de scholen is hiermee in stand gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de bruto vloeroppervlakte voor SOVSO scholen is uitgegaan van dezelfde vaste voet als voor de SO component. Het aantal m² per groep, alsmede de extra toe te kennen ruimte kan anders zijn dan bij categoriale SO- of VSO scholen. Tevens wordt op het aantal vierkante meters per groep een correctie toegepast voor het aantal aanwezige VSO groepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toeslag voor extra ruimte (ER) omvat een aantal extra m² voor het creëren van extra ruimte, niet zijnde een speellokaal (hiervoor geldt een aparte toeslag). In het speciaal onderwijs wordt de toeslag ER toegekend bij het vormen van de 13e groep, in het voortgezet speciaal onderwijs bij het vormen van de 14e groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Nevenvestigingen of dislocaties, gebouwen met een permanente of een tijdelijke bouwaard De capaciteit van een gebouw wordt vastgelegd in het aantal groepen waarvoor het gebouw geschikt is 2.3 Terrein Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie van het Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de terreinoppervlakte vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4 Inventaris De inventarisgegevens betreffen de gegevens ter vaststelling van het aantal groepen van de desbetreffende school waarvoor het onderwijsleerpakket en meubilair aanwezig is. Het aantal groepen waarvoor inventaris aanwezig is, is gelijk aan het aantal groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk is bij aanvang van het schooljaar 1996/1997.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van het onderwijsleerpakket en de aanwezigheid van het meubilair worden afzonderlijk vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5 Gymnastiekruimten 2.5.1 Gymnastiekruimte De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het (voortgezet) speciaal onderwijs bedraagt 40 klokuren. Per gymnastiekruimte worden maximaal 26 klokuren (voortgezet) speciaal onderwijs ingeroosterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5.2 Terrein De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande gymnastiekruimten gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5.3 Inventaris De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voortgezet onderwijs De capaciteit van de gebouwen voor een school voor voortgezet onderwijs wordt vastgelegd in gegevens over: de bruto vloeroppervlakte van gebouwen; het aantal gymnastieklokalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1 Hoofdgebouwen, nevenvestigingen en tijdelijke nevenvestigingen met een permanente of een tijdelijke bouwaard De bruto vloeroppervlakte (verder aan te duiden als bvo) van een gebouw is de bvo zoals bepaald aan de hand van het gestelde in bijlage III, deel D onder III-2 \"De meetinstructie voor het vaststellen van de bvo van de schoolgebouwen in het voortgezet onderwijs\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de bruto vloeroppervlakte zal het gegeven \"aantal gymnastieklokalen\" worden vastgelegd. Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen, wordt dit deel niet tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Terrein Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie van het Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de terreinoppervlakte vastgelegd 3.3 Inventaris Voor de inventaris is het uitgangspunt dat op 1 januari 1997 alle instellingen voor voortgezet onderwijs zijn voorzien van een inventaris. Het aantal en soort lesruimten is de basis voor de vaststelling van de omvang van de aanwezige inventaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4 Gymnastiekruimten 3.4.1 Gymnastiekruimte De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het voortgezet onderwijs bedraagt 40 lesuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4.2 Terrein De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande gymnastiekruimten gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5.3 Inventaris De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL B Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte en inventaris 1 School voor basisonderwijs 1.1 Lesgebouwen Voor een basisschool is het aantal groepen bepalend voor de huisvestingsbehoefte. Het bepalen van de huisvestingsbehoefte als gevolg van een aanvraag voor opneming op het programma, is afhankelijk van de vraag of een voor blijvend gebruik bestemde voorziening dan wel een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening wordt toegekend. Ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor blijvend gebruik bestemde voorziening voor een basisschool wordt voor de bepaling van de ruimtebehoefte van de school uitgegaan van de formule onder a. Ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening voor een basisschool wordt voor de bepaling van de ruimtebehoefte van de school uitgegaan van de formule onder b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De formatie die aan basisscholen wordt toegekend is opgebouwd uit de bestanddelen formatie onderbouw (A), formatie bovenbouw (B), kleine scholentoeslag (C) en schoolgewicht (D).</p>\n<p class=\"lf-p\">Formule ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor blijvend gebruik bestemde voorziening voor een basisschool:</p>\n<p class=\"lf-p\">G = (A + B + C) / 179 waarbij:</p>\n<p class=\"lf-p\">G = de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal groepen. Het verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond op een geheel aantal groepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">A = het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">B = het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 6,17. Het verkregen getal B wordt niet afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">C = 280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 2,06). Indien de uitkomst van deze berekening negatief is, wordt de factor C op 0 bepaald. Het verkregen getal C wordt niet afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Formule ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening voor een basisschool:</p>\n<p class=\"lf-p\">G = (A + B + C + D) / 179 + E + F waarbij:</p>\n<p class=\"lf-p\">G = de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal groepen. Het verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond op een geheel aantal groepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">A = het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op de laatst bekende teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">B = het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op de laatst bekende teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 6,17. Het verkregen getal wordt niet afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">C = 280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op de laatst bekende teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 2,06).Indien de uitkomst van deze berekening negatief is, wordt de factor C op 0 bepaald. Het verkregen getal wordt niet afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">D = som van de gewichten op basis van het totaal aantal leerlingen dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, verminderd met 6,00 % van het totaal aantal leerlingen dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven. Indien het schoolgewicht D hoger is dan 80% van het aantal op de meest recente teldatum 1 oktober ingeschreven leerlingen van de school, wordt het schoolgewicht D vastgesteld op 80% van het aantal op de meest recente teldatum 1 oktober op de school ingeschreven leerlingen. Het verkregen getal wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. Dit gehele getal wordt vervolgens vermenigvuldigd met 3,2. Indien de uitkomst van deze berekening negatief is, wordt de factor D op 0 bepaald. Het verkregen getal wordt niet afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">E = aanvullende formatie op grond van bijzondere omstandigheden, toegekend op basis van artikel 120, vijfde lid van de Wet op het primair onderwijs;</p>\n<p class=\"lf-p\">F = formatie leidend tot aanvullende ruimtebehoefte op grond van de door het college voor vier jaren vastgestelde Haagse Educatieve Agenda (ten behoeve van neveninstroom, schakelklassen en leerkansenprofiel).</p>\n<p class=\"lf-p\">Speciale school voor basisonderwijs Voor een speciale school voor basisonderwijs is het aantal groepen bepalend voor de omvang van de permanente en voor de omvang van de tijdelijke voorziening. Het aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen door de \"N factor\". De N factor voor een speciale school voor basisonderwijs is 14. Het verkregen getal wordt alleen naar boven afgerond indien het cijfer achter de komma groter is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Gymnastiekruimten School voor basisonderwijs Voor een basisschool is het aantal groepen leerlingen 3 t/m 8 bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek. Per groep leerlingen 3 t/m 8 wordt maximaal 1,5 klokuur gymnastiek vergoed (conform artikel 38 en 39 van de verordening). Het aantal groepen is afhankelijk van het aantal formatieplaatsen. Ten behoeve van de bepaling van het aantal formatieplaatsen wordt uitgegaan van de formule G = (A + B + C + D) / 179 De componenten G, A, B, C en D zijn identiek aan de componenten zoals opgenomen in de formule voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen in bijlage III, deel B, onder 1.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van het aantal groepen leerlingen 3 t/m 8 wordt aangesloten bij het normatieve overzicht \"splitsing aantal groepen leerlingen\" zoals weergegeven in tabel 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5 \"Splitsingstabel aantal groepen leerlingen (G)\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze tabel geeft inzicht in de genormeerde splitsing van het aantal groepen leerlingen (G) in groepen leerlingen 1 en 2 en groepen leerlingen 3 t/m 8 ten behoeve van het onderwijs in de lichamelijke oefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal groepen per school (G) Aantal groepen leerlingen 1 en 2 Aantal groepen leerlingen 3 tot en met 8 2 1 1 3 1 2 4 2 2 5 2 3 6 2 4 7 3 4 8 3 5 9 3 6 10 3 7 11 4 7 12 4 8 13 4 9 14 5 9 15 5 10 16 5 11 17 6 11 18 6 12 19 6 13 20 6 14 21 7 14 22 7 15 23 7 16 24 8 16 25 8 17 26 8 18 27 9 18 28 9 19 29 9 20 30 9 21 31 10 21 32 10 22 33 10 23 34 11 23 35 11 24 36 11 25 37 11 26 38 12 26 39 12 27 40 12 28 41 13 28 42 13 29 43 13 30 44 14 30 45 14 31 46 14 32 47 14 33 48 15 33 49 15 34 50 15 35 Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een accommodatie voor een basisschool, wordt het aantal groepen bepaald door het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaand aan elk jaar waarop de prognose, als bedoeld in bijlage II, betrekking heeft, op de school zal zijn ingeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In die gevallen waarin het college goedkeuring heeft verleend om ten behoeve van het speelonderwijs aan één of meer onderbouwgroepen (groepen 1 en 2) gebruik te maken van de gymnastiekruimte van de basisschool, worden voor de bepaling van het maximaal aantal klokuren dat voor vergoeding in aanmerking komt, de onderbouwgroepen beschouwd als bovenbouwgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een accommodatie, wordt het aantal groepen bepaald door het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaand aan elk jaar waarop de prognose, als bedoeld in bijlage II, betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven, verhoogd met 3%. Het verkregen getal wordt naar beneden afgerond. De relatie tussen het aantal leerlingen en het aantal formatieplaatsen (het aantal groepen) is weergegeven in tabel 5, \"Schema formatieplaatsen\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Speciale school voor basisonderwijs Voor een speciale school voor basisonderwijs is het aantal groepen bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek. Per groep met leerlingen jonger dan 6 jaar wordt, indien de school niet de beschikking heeft over een speellokaal, maximaal 3,75 klokuur gymnastiek vergoed. Per groep met leerlingen van 6 jaar en ouder wordt maximaal 2,25 klokuur gymnastiek vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen door de \"N-factor\". De \"N-factor\" is bepalend voor de groepsgrootte. De \"N-factor\" voor een speciale school voor basisonderwijs is 14. Het verkregen getal wordt alleen naar boven afgerond indien het cijfer achter de komma groter is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een accommodatie voor een speciale school voor basisonderwijs, wordt het aantal groepen bepaald aan de hand van de prognose als bedoeld in bijlage II.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3 Inventaris School voor basisonderwijs De inrichting van een basisschool bestaat uit de volgende componenten: onderwijsleerpakket meubilair onderwijsleerpakket Ten behoeve van de bepaling van de omvang van de voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan wel de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket, wordt voor de bepaling van het aantal groepen uitgegaan van de onderstaande formule:</p>\n<p class=\"lf-p\">G = (A + B + C + D) / 179 + E De componenten G, A, B, C, D en E zijn identiek aan de componenten zoals opgenomen in de formule voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen in bijlage III, deel B, onder 1.1. meubilair Ten behoeve van de bepaling van de omvang van de voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan wel de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste aanschaf van het meubilair, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van het meubilair, wordt voor de bepaling van het aantal groepen uitgegaan van de onderstaande formule:</p>\n<p class=\"lf-p\">G = (A + B + C) / 179 De componenten G, A, B en C zijn identiek aan de componenten zoals opgenomen in de formule voor permanent gebruik bestemde voorzieningen in bijlage III, deel B, onder 1.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Speciale school voor basisonderwijs Het aantal groepen onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen door de \"N-factor\". De \"N-factor\" is bepalend voor de groepsgrootte. De \"N-factor\" voor een speciale school voor basisonderwijs is 14. Het verkregen getal wordt alleen naar boven afgerond indien het cijfer achter de komma groter is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden afgerond.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>School voor (voortgezet) speciaal onderwijs 2.1 Lesgebouwen Voor een school of nevenvestiging voor (voortgezet) speciaal onderwijs is het aantal groepen bepalend voor de omvang van de permanente en voor de omvang van de tijdelijke voorziening. Het aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen door de \"N factor\". De N factor bepaalt de maximale groepsgrootte.</div>\n<p class=\"lf-p\">In onderstaande tabel 6, \"N factor\", is de groepsgrootte per onderwijssoort en per schooltype weergegeven (artikel 14 Formatiebesluit WEC). Het getal wordt alleen naar boven afgerond indien het cijfer achter de komma groter is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 6 \"N factor\" ] Onderwijssoort “N-factor” SO “N-factor” VSO Dove kinderen (DO) 6 6 Slechthorende kinderen (SH) 12 7 Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot dove of slechthorende kinderen (ES) 12 7 Visueel gehandicapte kinderen (VISG) 12 7 Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG) 12 7 Langdurig zieke kinderen (LZ) 13 7 Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) 12 12 Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK) 8 7 Kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten (PI) 10 7 Meervoudig gehandicapte kinderen (MG) 7* 7* * tenzij bij beschikking van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap anders is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepaling van het aantal groepen van een SOVSO school of een SO school waaraan een of meer afdelingen zijn verbonden, vindt voor de verschillende schooltypen afzonderlijk plaats, waarna de afzonderlijk vastgestelde ruimtebehoeften worden gesommeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Gymnastiekruimten Het aantal groepen is bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek. Per groep met leerlingen jonger dan 6 jaar wordt, indien de school of nevenvestiging niet de beschikking heeft over een speellokaal, maximaal 3,75 klokuur gymnastiek vergoed. Per groep met leerlingen van 6 jaar en ouder wordt maximaal 2,25 klokuur gymnastiek vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal groepen is afhankelijk van het aantal leerlingen. Het aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen door de \"N factor\". De \"N factor\" is bepalend voor de groepsgrootte. In tabel 6 is de \"N factor\" weergegeven. Het verkregen getal wordt alleen naar boven afgerond indien het cijfer achter de komma hoger is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe accommodatie wordt het aantal groepen bepaald aan de hand van de prognose als bedoeld in bijlage II. De bepaling van het aantal groepen van een SOVSO school of een SO school waaraan een of meer afdelingen zijn verbonden, vindt voor de verschillende schooltypen afzonderlijk plaats.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>School voor voortgezet onderwijs 3.1 Lesgebouwen Voor een school voor voortgezet onderwijs wordt met behulp van het Ruimtebehoeftemodel (RBM) de ruimtebehoefte per leerling per onderwijssoort bepaald. De in onderstaande tabel 7.1 \"Berekening van de ruimtebehoefte voortgezet onderwijs\" vermelde bruto vloeroppervlakten vormen de grondslag voor de bepaling van de omvang van de voorzieningen in de huisvesting.</div>\n<p class=\"lf-p\">Vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per onderwijssoort met deze oppervlakten en verhoging met de vaste voet per instelling en, indien van toepassing, een vaste voet per sector geeft, uitgedrukt in bruto m² per leerling, de totale ruimtebehoefte van de instelling. Voor een volledige beschrijving van de systematiek van het ruimtebehoeftemodel (RBM) en voor de verdeling van de met behulp van tabel 7.1 berekende bruto vloeroppervlakte per leerling over de ruimtesoorten, wordt verwezen naar III-3 \"De toepassing van het ruimtebehoeftemodel\". Indien noodzakelijk voor het bepalen van de omvang van de toekenning, wordt op basis van deze systematiek de ruimtebehoefte voor lesruimten bepaald in aantallen lesruimten onderscheiden naar soort en wordt tevens de ruimtebehoefte voor directie- en nevenruimten bepaald in bruto vloeroppervlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het RBM voorziet in een normering voor praktijkonderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 7.1a Berekening van de ruimtebehoefte lesgebouwen voortgezet onderwijs Voor een nevenvestiging die op grond van een ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak, geldt aanvullend een vaste voet van 550 m² bvo en indien van toepassing de vaste voeten behorende bij het voorbereidend beroepsonderwijs dat er wordt aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soort onderwijs: bvo/leerlingen onderbouw leerwegondersteunend onderwijs/neveninstromers 7.91 onderbouw 6.18 mavo 6.41 havo 5.82 atheneum 5.90 gymnasium 5.89 lyceum 5.88 beroepsgerichte leerweg bouwtechniek 16.25 beroepsgerichte leerweg consumptieve techniek 11.65 beroepsgerichte leerweg elektrotechniek 10.79 beroepsgerichte leerweg grafische techniek 12.73 beroepsgerichte leerweg installatietechniek 12.73 beroepsgerichte leerweg mechanische techniek 13.59 beroepsgerichte leerweg voertuigentechniek/transport en logistiek 14.01 beroepsgerichte leerweg verzorging 9.01 beroepsgerichte leerweg uiterlijke verzorging 8.50 beroepsgerichte leerweg mode en commercie 9.43 beroepsgerichte leerweg administratie 6.44 beroepsgerichte leerweg handel en verkoop 6.91 beroepsgerichte leerweg agrarisch 7.71 lwoo mavo/theoretische leerweg 7.07 lwoo bouwtechniek 19.68 lwoo mechanische techniek 16.96 lwoo consumptieve techniek 14.95 lwoo verzorging 10.47 lwoo uiterlijke verzorging 9.78 lwoo mode en commercie 10.90 lwoo verkoop 7.43 lwoo administratie 7.08 lwoo agrarisch 9.72 lwoo elektrotechniek 12.63 lwoo installatietechniek 15.47 lwoo voertuigentechniek/transport en logistiek 17.31 lwoo grafische techniek 15.47 praktijkonderwijs (inclusief onderbouw) 12.13 gemengde leerweg landbouw 6.72 gemengde leerweg afdeling administratie 6.36 gemengde leerweg afdeling verzorging 7.46 gemengde leerweg afdeling mode en commercie 7.44 gemengde leerweg afdeling uiterlijke verzorging 7.29 gemengde leerweg afdeling verkoop 6.68 gemengde leerweg afdeling bouwtechniek 13.23 gemengde leerweg afdeling metaal techniek 11.20 gemengde leerweg afdeling elektrotechniek 9.43 gemengde leerweg afdeling installatietechniek 10.00 gemengde leerweg afdeling voertuigentechniek/transport en logistiek 10.44 gemengde leerweg afdeling consumptief 8.08 gemengde leerweg afdeling grafische techniek 10.00 Tabel 7.1b Overzicht vaste voeten per instelling Onderwijssoort Ruimtetype Vaste voet Hoofdvestiging Algemeen 980 Nevenvestiging zonder spreidingsnoodzaak 0 Praktijkonderwijs Algemeen 306 Erkende Kopklas Specifiek (theorie) 115 VMBO-techniek BLW Specifiek per sector 299 VMBO-economie BLW Specifiek per sector 181 VMBO-zorg/welzijn BLW Specifiek per sector 168 VMBO-landbouw BLW Specifiek per sector 117 (BLW = beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-)) De algemene vaste voet voor een hoofdvestiging is niet van toepassing op een zelfstandige school voor praktijkonderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Gymnastiekruimten De in onderstaande tabel 7.2 \"Berekening van de ruimtebehoefte gymnastiekaccommodatie voortgezet onderwijs\" vermelde bruto vloeroppervlakten vormen de grondslag voor de bepaling van de omvang van de voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van gymnastiekonderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 7.2 Berekening van de ruimtebehoefte gymnastiekaccommodatie Voortgezet Onderwijs Onderwijssoort m² bvo per leerling onderbouw 1.66 onderbouw leerwegondersteunend onderwijs/neveninstromers 1.93 mavo 1.11 havo 0.74 atheneum 0.83 gymnasium 0.83 lyceum 0.83 beroepsgerichte leerwegen 1.38 leerwegondersteunend onderwijs 1.57 praktijkonderwijs (inclusief onderbouw) 1.99 gemengde leerwegen 1.38 De omvang van de ruimtebehoefte voor gymnastiekonderwijs wordt uitgedrukt in lesuren. Het aantal lestijden gymnastiek wordt bepaald met behulp van het lesrooster met als maximum het met toepassing van tabel 7.2 van het ruimtebehoeftemodel berekende aantal: aantal leerlingen x 32 x m² bvo gym per leerling 455 Voor het lwoo en het praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule gehanteerd: aantal leerlingen x 32 x m² bvo gym per leerling 319 DEEL C De bepaling van de omvang van de toekenning De bepaling van de omvang van een inhoudelijk goedgekeurde voorziening is noodzakelijk om op basis van bijlage IV, de financiële normering, de financiële consequenties vast te stellen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>School voor basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs De omvang van de goedgekeurde voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorziening wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de overeenkomstig deel A van deze bijlage berekende capaciteit en de overeenkomstig deel B van deze bijlage berekende behoefte.</div>\n<p class=\"lf-p\">Een toeslag voor een tweede afzonderlijk speellokaal wordt toegekend, indien de omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen nieuwbouw dan wel vervangende bouw de zeventiende groep omvat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De capaciteit voor een tweede afzonderlijk speellokaal wordt toegekend, indien de omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen nieuwbouw dan wel vervangende bouw de zeventiende groep omvat.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL D Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen 1. School voor basisonderwijs minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het verharde gedeelte: 3 m² /ll met een minimum van 300 m² netto, vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 m² netto; één speellokaal per school met een minimum netto oppervlakte van 84 m² (exclusief 6 m² toestellenberging) en vanaf de zeventiende groep een tweede speellokaal met een minimum netto oppervlakte van 84 m² (exclusief 6 m² toestellenberging).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>School voor (voortgezet) speciaal onderwijs minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het verharde gedeelte: 3 m² /ll met een minimum van 300 m² netto, vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 m² netto; een speellokaal heeft een minimum netto oppervlakte van 84 m² (exclusief 6 m² toestellenberging); minimum oppervlakte leslokaal: 42 m² netto.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Gymnastiekruimten de oefenruimte is minimaal 252 m² netto. de hoogte van de oefenruimte is minimaal 5 m. het gymnastiekgebouw bevat tenminste 2 kleedruimten met een was-/douchegelegenheid. Deze zijn tezamen minimaal 90 m².</div>\n<p class=\"lf-p\">III-1 Overzicht \"Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs \"</p>\n<p class=\"lf-p\">De vaststelling van de bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">De bruto vloeroppervlakte van een gebouw is de som van de bruto vloeroppervlakten van alle onderwijsruimten en andere ruimten op alle vloerniveaus.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bruto vloeroppervlakte van ieder vloerniveau wordt begrensd door de buitenomtrek c.q. het buitenvlak van de begrenzing van het gebouw op vloerhoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte van trappen en liften dient op ieder vloerniveau tot de bruto vloeroppervlakte te worden gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte van verbindende ruimten tussen in- of aanpandige gymnastieklokalen wordt toegerekend aan het lesgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij scheidingswanden tussen het lesgebouw en in- of aanpandig gelegen gymnastieklokalen wordt de bruto vloeroppervlakte gerekend tot het hart van de scheidingsconstructie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de bruto vloeroppervlakte wordt niet gerekend een schalmgat of een vide, voor zover de oppervlakte daarvan groter is dan 4 m².</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">In- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend. Indien de bruto vloeroppervlakte niet of moeilijk te bepalen is, mogen de netto oppervlakten van alle ruimten worden opgeteld. De bruto vloeroppervlakte wordt dan verkregen door de gevonden nettovloeroppervlakte te vermenigvuldigen met de factor 1,1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij zolderruimten, kelders of souterrains in gebruik als onderwijsruimte of andere ruimte, wordt de bruto vloeroppervlakte bepaald door de nettovloeroppervlakte van dat deel van de ruimte met een vrije hoogte &gt; 2,60 m te vermenigvuldigen met de factor 1,1. Voor zover een zolderruimte, kelder of souterrain wordt gebruikt als berging, keuken, stencilruimte of werkkast telt deze niet mee voor de berekening van de bruto vloeroppervlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">III-2 Overzicht \"Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het voortgezet onderwijs\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze meetinstructie is bedoeld voor nieuwe (gedeelten van) gebouwen of voor situaties waar gekozen wordt voor het niet overnemen van gegevens van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bruto oppervlakte van een gebouw is de som van de bruto vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende \"beloopbare\" binnenruimten. De bruto vloeroppervlakte wordt gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande buitenconstructies, die de ruimten omhullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de bruto oppervlakte behoort eveneens: de oppervlakte van trapgaten, liftschachten, en leidingschachten op elk vloerniveau; de oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen, voor zover groter dan 0,5 m².</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen: de oppervlakten van overdekte niet door vaste buitenbegrenzingen omsloten ruimten worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend, ongeacht de vloerconstructie of wijze van verharding. Dit betreft luifels, dakoverstekken, de ruimte onder op kolommen staande verdiepingen, fietsenstallingen (al dan niet overdekt) en dergelijke. open brand of vluchttrappen aan de buitenzijde van een gebouw worden bij de bepaling van de bruto oppervlakte niet meegerekend. niet beloopbare kelders en/of zolders worden niet meegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">III-3 De toepassing van het Ruimtebehoeftemodel In het ruimtebehoeftemodel worden onderwijssoorten, c.q. afdelingen onderscheiden. In de daartoe opgenomen tabellen is per onderwijssoort, c.q. afdeling, de ruimtebehoefte af te lezen. Tevens is er een tabel opgenomen waarmee de ruimtebehoefte voor directie- en nevenruimten wordt bepaald. In de tabellen is een berekening gemaakt van: de ruimtebehoefte per leerling; de vaste ruimtebehoefte per school en per nevenvestiging met spreidingsnoodzaak; de vaste ruimtebehoefte per afdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaand wordt de berekeningssystematiek beschreven voor het bepalen van de omvang van de ruimtebehoefte en de toekenning van de voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Toepassing bij nieuwbouw Bij nieuwbouw wordt de totale ruimtebehoefte bepaald op basis van tabel 7.1a en 7.1b in Bijlage III, Deel B. De totale ruimtebehoefte moet vervolgens uitgesplitst worden naar ruimtesoort. Deze uitsplitsing vindt plaats aan de hand van de tabellen voor de ruimtebehoefte per onderwijssoort, c.q. afdeling, en de tabel voor de directie- en nevenruimten.</div>\n<p class=\"lf-p\">De ruimtebehoefte per in de kolommen 1 en 2 onderscheiden ruimtesoort wordt berekend door vermenigvuldiging van het betreffende aantal leerlingen met de norm bruto vloeroppervlakte (Bvo) per leerling in kolom 7 en, indien van toepassing, verhoging met de vaste voet in kolom 8. De op deze wijze verkregen bruto vloeroppervlakte worden per ruimtesoort gesommeerd en vormen de grondslag voor de berekening van de investeringskosten op basis van de financiële normering in Bijlage IV.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Toepassing uitbreiding en eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair Bij uitbreiding wordt bezien in hoeverre er sprake is van een normatief tekort aan bruto vierkante meters. Dit tekort wordt bepaald door de bvo van het reeds aanwezige ruimtebestand in vierkante meters te vergelijken met de normatieve ruimtebehoefte in bruto vierkante meters volgens tabel 7.1 in Bijlage III, Deel B. Het aanwezige ruimtebestand wordt vastgesteld aan de hand van de in Bijlage III opgenomen meetinstructie voor het vaststellen van de bvo. Indien er een tekort is aan bruto vierkante meters, dan zal met behulp van de tabellen voor de ruimtebehoefte per onderwijssoort, c.q. afdeling, en de tabel voor de directie en nevenruimten ten behoeve van eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair moeten worden vastgesteld voor welke ruimten uitbreiding noodzakelijk is.</div>\n<p class=\"lf-p\">BijlageIV FINANCIËLE NORMERING De in deze bijlage genoemde normbedragen zijn herleid naar het prijspeil van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld, waarbij de werkelijke prijsontwikkeling in het afgelopen jaar is verwerkt. Jaarlijks worden door het college de werkelijke prijsontwikkeling in het afgelopen jaar en de verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het vaststellen van de hoogte van de vergoeding in het jaar van uitvoering van het programma bekendgemaakt. De systematiek van prijsbijstelling en indexering is opgenomen in hoofdstuk 4 van deze bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk valt uiteen in drie delen: deel A: vergoeding op basis van normbedragen; deel B: aanbestedingsregels; deel C: bepaling medegebruikstarief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de prijsbijstelling van de in deze bijlage genoemde bedragen wordt verwezen naar artikel 14.2 van de verordening en naar hoofdstuk 4. Indexering.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL A Vergoeding op basis van normbedragen (permanente bouwaard) Alle in deze bijlage genoemde bedragen zijn inclusief BTW.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderstaande normbedragen voor nieuwbouw en vervangende bouw (paragrafen 1.1, 2.1, 3.1 en 3.1a) is tevens een vergoeding voor bouwvoorbereiding opgenomen. Deze vergoeding omvat 8% (bij projecten tot een bruto vloeroppervlakte van 2500 m²) respectievelijk 5% (bij grotere projecten) van het aangegeven normbedrag. Bij de uiteindelijke genormeerde vergoeding van een op het programma geplaatste voorziening voor nieuwbouw en vervangende bouw wordt de toegekende genormeerde vergoeding voor de kosten van de bouwvoorbereiding in mindering gebracht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>School voor basisonderwijs In dit hoofdstuk zijn genormeerde bedragen opgenomen voor: - nieuwbouw en vervangende bouw (paragraaf 1.1) - uitbreiding (paragraaf 1.2) - eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair (paragraaf 1.3) - gymnastiek (paragraaf 1.4) Nieuwbouw en vervangende bouw De financiële normering voor (vervangende) nieuwbouw valt uiteen in bouwkosten, aangevuld met een of meer toe te kennen toeslagen.</div>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van vervangende bouw waarbij sprake is van uitbreiding van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen zoals opgenomen in de financiële normering voor uitbreiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor terreinen Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en het juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van de kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwkosten De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering op staal, alsmede aanleg en inrichting van het schoolterrein. De bouwkosten van het gebouw bestaan uit de kosten van bouwkundige werken, installaties (werktuigbouwkundige en elektrische installaties) en vaste inrichtingen. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per groep. Met deze vergoedingsbedragen kan de in bijlage III aangegeven bruto vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: - vaste voet (inclusief wee groepen) € 878.665,00 - elke volgende groep € 173.228,00 De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: - vaste voet (inclusief vier groepen) € 1.426.619,00 - elke volgende groep € 166.222,00 - bedrag toeslag extra ruimte € 197.034,00 Toeslag voor paalfundering Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met fundering van het gebouw op staal. In een aantal gevallen zal fundering op palen nodig zijn. De kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er zijn drie categorieën, te weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag (inclusief twee groepen) en een bedrag per groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 &lt; 15 m 15 &lt; 20 m ≥ 20 m - vaste voet (inclusief twee groepen) € 12.375,00 € 18.054,00 € 28.891,00 - elke volgende groep € 2.525,00 € 4.272,00 € 7.644,00 De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 &lt; 15 m 15 &lt; 20 m ≥ 20m - vaste voet (inclusief vier groepen) € 19.376,00 € 29.886,00 € 50.054,00 - elke volgende groep € 2.307,00 € 3.904,00 € 6.985,00 - bedrag toeslag extra ruimte € 1.976,00 € 4.628,00 € 8.280,00 Toeslag voor een speellokaal In de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met de toewijzing van een speellokaal. De toeslag bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk van de lengte van de paalfundering, waarmee inclusief toestellenberging 90 m² ruimte gerealiseerd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: geen paalfundering nodig € 134.983,00 lengte paalfundering 1 &lt; 15m € 136.948,00 lengte paalfundering 15 &lt; 20m € 138.310,00 lengte paalfundering ≥ 20m € 140.937,00 Toeslag voor sloopkosten Alleen in die situaties, waarbij het economisch eigendom van het gebouw bij de gemeente berust, kan, indien goedkeuring wordt verleend voor vervangende nieuwbouw op dezelfde locatie waarbij het oude gebouw dient te worden gesloopt, op verzoek van het bevoegd gezag een toeslag op de bouwkosten worden verstrekt voor sloopkosten c.q. bouwrijp maken van de desbetreffende grond. De vergoeding hiervoor wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeslag voor verhuiskosten Indien goedkeuring wordt verleend voor vervangende bouw op dezelfde locatie, kan een tegemoetkoming voor verhuiskosten worden verstrekt voor de noodzakelijke verhuizing naar de tijdelijke huisvesting én de verhuizing terug naar de gerealiseerde vervangende bouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien goedkeuring wordt verleend voor nieuwbouw, vervangende bouw dan wel ingebruikneming van een bestaand gebouw als permanente huisvesting op een andere locatie dan de huidige locatie en er dientengevolge sprake is van een noodzakelijke verhuizing van een (deel van de) school, kan een tegemoetkoming worden verstrekt voor verhuiskosten voor de noodzakelijke verhuizing naar de gerealiseerde vervangende bouw. Onder verhuiskosten worden uitsluitend kosten verstaan die direct te maken hebben met het daadwerkelijk verplaatsen van onderwijsleerpakket en meubilair door een erkend verhuisbedrijf. De vergoeding voor een dergelijke verhuizing wordt bepaald op basis van een bedrag van € 458,00 (inclusief BTW) per te verhuizen groep leerlingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeslag voor aansluiting op glasvezelnet Indien goedkeuring wordt verleend voor nieuwbouw, vervangende bouw dan wel ingebruikneming van een bestaand gebouw als permanente huisvesting op een andere locatie dan de huidige locatie en er dientengevolge sprake is van een noodzakelijke verhuizing van een (deel van de) school, kan op verzoek van het bevoegd gezag van de school een tegemoetkoming worden verstrekt voor een aansluiting op een glasvezelnet. De vergoeding hiervoor wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen en tijdelijke huisvesting in afwachting van het gereedkomen van (vervangende) nieuwbouw, komen niet voor bekostiging van een aansluiting op een glasvezelnet in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeslag voor buskosten Uitsluitend indien ofwel goedkeuring wordt verleend voor vervangende nieuwbouw op dezelfde locatie als de huidige locatie, danwel indien ten gevolge van noodzakelijke uitbreiding van de capaciteit goedkeuring wordt verleend voor de volledige ingebruikname van een naastgelegen schoolgebouw van een andere school, en er ofwel gedurende de sloop en de vervangende nieuwbouw, danwel gedurende de periode dat het naastgelegen schoolgebouw van de andere school nog niet voor de uitbreiding beschikbaar is, noodzakelijkerwijs gebruik moet worden gemaakt van tijdelijke huisvesting op een afstand van meer dan 1500 meter via de kortste route over de openbare weg, kan op verzoek van het bevoegd gezag van de school een toeslag worden verstrekt voor noodzakelijk te maken buskosten. De vergoeding hiervoor wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.1a Revitalisering van monumentale schoolgebouwen basisonderwijs De vergoeding voor de voorziening revitalisering monumentale gebouwen basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten met een maximum ter grootte van 62½ % van de bouwkosten voor nieuwbouw en vervangende bouw volgens paragraaf 1.1, exclusief kosten voor terreinen en toeslag voor paalfundering.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Uitbreiding Voor uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard tot 1.120 m² bruto vloeroppervlakte (maximaal 8 groepen) is onderstaand de financiële normering weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dan met 8 groepen dient voor de bepaling van het normbedrag van elke daarop volgende groep verder te worden uitgegaan van het normbedrag voor nieuwbouw van ‘elke volgende groep’ onder het kopje ‘Bouwkosten’ (permanente bouwaard) (paragraaf 1.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor terrein Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen. Indien uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, wordt bij de bepaling van de kosten voor het terrein dezelfde systematiek gevolgd als bij nieuwbouw (paragraaf 1.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwkosten De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het lokaal, inclusief fundering op staal, alsmede extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per groep. Met deze vergoedingsbedragen kan de in bijlage III aangegeven bruto vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: - vaste voet € 127.293,00 - bedrag per groep € 200.405,00 De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: - vaste voet € 129.961,00 - bedrag per groep € 186.805,00 - bedrag toeslag extra ruimte € 221.439,00 Toeslag voor paalfundering Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met fundering van de uitbreiding van het gebouw op staal. In een aantal gevallen zal echter fundering op palen nodig zijn. De kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er zijn drie categorieën, te weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag en een bedrag per groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 &lt; 15 m 15 &lt; 20 m ≥ 20 m - vaste voet € 5.699,00 € 7.431,00 € 11.286,00 - per groep € 886,00 € 2.296,00 € 4.638,00 De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 &lt; 15 m 15 &lt; 20 m ≥ 20 m - vaste voet € 5.705,00 € 7.438,00 € 11.933,00 - per groep € 807,00 € 2.100,00 € 4.242,00 - toeslag extra ruimte € 957,00 € 2.489,00 € 5.025,00 Toeslag voor een speellokaal In de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met de toewijzing van een speellokaal. De toeslag bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk van de lengte van de paalfundering, waarmee inclusief toestellenberging 90 m² ruimte gerealiseerd kan worden. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een afzonderlijk speellokaal steeds in combinatie met een uitbreiding van tenminste één groep (lokaal) plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: - geen paalfundering nodig € 156.158,00 - lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter € 156.847,00 - lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter € 157.949,00 - lengte paalfundering ≥ 20 meter € 159.776,00 Toeslag voor sloopkosten etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor geldt hetzelfde als bij 1.1 Nieuwbouw (permanente bouwaard) - Toeslag voor sloopkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair School voor basisonderwijs De bedragen voor eerste inrichting vallen uiteen in bedragen voor onderwijsleerpakket (OLP) en bedragen voor meubilair. De hierna opgenomen bedragen zijn investeringsbedragen per school met een gegeven aantal groepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij uitbreiding wordt het uit te keren bedrag bepaald aan de hand van het verschil tussen de investeringsbedragen van de school met en zonder uitbreiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor nieuwe instituten geldt dat op de hierna genoemde bedragen, bij eerste aanschaf van het totale onderwijsleerpakket en meubilair, een korting wordt toegepast van 10%.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal groepen OLP Meubilair Totaal 2 € 47.181,00 € 28.160,00 € 75.341,00 inclusief speellokaal 3 € 53.695,00 € 37.844,00 € 91.539,00 inclusief speellokaal 4 € 66.819,00 € 47.830,00 € 114.649,00 inclusief speellokaal 5 € 73.570,00 € 57.510,00 € 131.079,00 inclusief speellokaal Elke volgende groep € 7.147,00 € 6.757,00 € 13.904,00 exclusief speellokaal Toeslag tweede speellokaal € 932,00 € 6.461,00 € 7.394,00 Speciale school voor basisonderwijs Voor een speciale school voor basisonderwijs zijn de bedragen voor eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair niet opgenomen in deze verordening. Vergoeding van deze kosten vindt plaats op basis van de bedragen voor so mlk, zoals door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gepubliceerd in het bekostigingsstelsel (voortgezet) speciaal onderwijs 1996. In deel B van het programma van eisen 1996 zijn per schoolsoort bedragen voor eerste inrichting gegeven. Deze bedragen gelden als prijspeil per 1 juli 1996 en dienen ten behoeve van het vergoedingsjaar te worden aangepast met behulp van de indexeringssystematiek, zoals beschreven in hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.4 Gymnastiek Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding Nieuwbouw De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal voor zowel een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs met een bruto vloeroppervlakte van 455 m² bedraagt € 818.839,00 (op het schoolterrein) respectievelijk € 835.195,00 (op afzonderlijk terrein). Deze vergoeding omvat tevens de kosten van fundering op staal, alsmede de inrichting van het terrein. De grondkosten zijn hierin niet begrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: - paallengte 1 &lt; 15 meter € 16.471,00 - paallengte 15 &lt; 20 meter € 22.703,00 - paallengte ≥ 20 meter € 31.888,00 Uitbreiding Bij uitbreiding van gymnastiekruimte met was- en kleedgelegenheid wordt de vergoeding bepaald aan de hand van de werkelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergoeding per klokuur Ingevolge artikel 117 van de Wet op het primair onderwijs worden de volgende vergoedingsbedragen voor het gebruik van een gymnastiekzaal vastgesteld. De bedragen bevatten een vergoeding voor onderhoud van het gebouw, de materiële instandhouding conform de programma’s van eisen voor lesgebouwen alsmede een vergoeding voor vervanging en aanpassing van onderwijsleerpakket en meubilair. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het stichtingsjaar van de gymnastiekaccommodatie en de oppervlakte van de oefenzaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding bestaat uit een vast bedrag (per jaar) en een variabel bedrag per vastgesteld klokuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichtingsjaar en omvang oefenzaal Vast bedrag Variabel bedrag Tot 1987: per jaar per klokuur - ≤ 90 m² € 6.704,00 € 244,00 - &gt; 90 -≤130 m² € 8.520,00 € 338,00 - &gt;130 -≤170 m² € 9.309,00 € 374,00 - &gt;170 -≤190 m² € 9.403,00 € 416,00 - &gt;190 -≤230 m² € 9.627,00 € 468,00 - &gt;230 m² € 10.545,00 € 538,00 Vanaf 1987: - ≥252 m² € 9.521,00 € 481,00 Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening Naast gymnastiek in een eigen lokaal van de school is er tevens gymnastiek mogelijk in een bestaande gymnastiekaccommodatie door middel van medegebruik of huur (van een andere school/de gemeente/een commerciële exploitant). Afhankelijk van de eigenaar van de accommodatie bestaat recht op de volgende vergoeding: indien de gymnastiekzaal van een andere school voor primair onderwijs wordt gebruikt, wordt het variabele deel van het klokuurbedrag aan de eigenaar vergoed. indien de gymnastiekzaal van een school voor voortgezet onderwijs wordt gebruikt, wordt het vaste en het variabele deel van het klokuurbedrag vergoed. indien een gymnastiekaccommodatie van de gemeente wordt gebruikt, volstaat ingebruikgeving van de accommodatie voor het vastgesteld aantal klokuren onder inhouding van de klokuurvergoeding voor het betreffende aantal uren. indien een gymnastiekaccommodatie van een commerciële exploitant wordt gebruikt, zal de huurprijs (stichtingskosten + materiële instandhouding) worden vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">OLP en meubilair De vergoeding voor de eerste inrichting met OLP en meubilair voor een gymnastiekzaal voor zowel een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs bedraagt € 51.075,00.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>School voor (voortgezet) speciaal onderwijs In dit hoofdstuk zijn genormeerde bedragen opgenomen voor: - nieuwbouw en vervangende bouw (paragraaf 2.1) - uitbreiding (paragraaf 2.2) - eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair (paragraaf 2.3) - gymnastiek (paragraaf 2.4) Daar waar in de financiële normering voor het (voortgezet) speciaal onderwijs sprake is van een \"bedrag vaste voet\" is dit bedrag mede bestemd voor het aantal groepsruimten dat onderdeel is van de vaste voet aan bruto vloeroppervlakte zoals weergegeven in bijlage III, deel A, paragraaf 2.1, tabel 4 ruimtenormering (v)so. Het \"bedrag per groep\" in de financiële normering is het bedrag dat wordt vergoed voor iedere extra groep boven op het aantal groepen dat onderdeel is van de vaste voet.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.1 Nieuwbouw en vervangende bouw De financiële normering voor (vervangende) nieuwbouw valt uiteen in bouwkosten, aangevuld met een of meer toe te kennen toeslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van vervangende bouw waarbij sprake is van uitbreiding van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen zoals opgenomen in de financiële normering voor uitbreiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor terreinen Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en het juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Voor de bepaling van de kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwkosten De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering op staal, alsmede aanleg en inrichting van het schoolterrein. De bouwkosten van het gebouw bestaan uit de kosten van bouwkundige werken, installaties (werktuigbouwkundige en elektrische installaties) en vaste inrichtingen. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per groep. Per schoolsoort is er een schoolsoortspecifieke correctiefactor. Met deze vergoedingsbedragen kan de in bijlage III aangegeven bruto vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrag Bedrag Bedrag toeslag vaste voet per groep extra ruimte SO doven € 1.503.916,00 € 114.734,00 € 160.628,00 SO sh/esm € 1.291.576,00 € 146.755,00 € 200.823,00 SO visg € 1.458.535,00 € 149.739,00 € 180.937,00 SO lg € 1.650.389,00 € 209.012,00 € 223.970,00 SO lz € 1.307.026,00 € 154.479,00 € 162.204,00 SO zmlk € 1.248.938,00 € 149.606,00 € 157.477.00 SO zmok € 1.248.938,00 € 149.606,00 € 165.352,00 SO pi € 1.209.701,00 € 146.755,00 € 142.120,00 SO mg € 1.453.779,00 € 169.929,00 € 203.911,00 VSO doven € 1.527.043,00 € 127.243,00 € 90.888,00 VSO sh/esm € 1.168.035,00 € 127.243,00 € 98.464,00 VSO visg € 1.341.010,00 € 135.944,00 € 69.517,00 VSO lg € 1.427.428,00 € 168.279,00 € 107.088,00 VSO lz € 1.186.214,00 € 121.184,00 € 136.332,00 VSO zmlk € 1.248.322,00 € 143.665.00 € 123.584,00 VSO zmok € 1.236.202,00 € 122.383,00 € 156.039,00 VSO pi € 1.125.621,00 € 121.184,00 € 113.610,00 VSO mg € 1.413.432,00 € 171.173,00 € 90.888,00 Voor SOVSO-scholen gelden de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrag Bedrag Bedrag Bedrag toeslag Extra ruimte voor vaste voet per groep correctie SO VSO SOVSO SOVSO SOVSO doven € 1.489.173,00 € 116.638,00 € 10.603,00 € 159.054,00 € 90.888,00 SOVSO sh/esm € 1.279.035,00 € 146.862,00 -€ 18.359,00 € 175.927,00 € 100.544,00 SOVSO visg € 1.472.559,00 € 151.181,00 -€ 15.748,00 € 182.675,00 € 70.867,00 SOVSO lg € 1.650.389,00 € 210.573,00 -€ 42.115,00 € 210.573,00 € 109.187,00 SOVSO lz € 1.294.335,00 € 151.449,00 -€ 21.416,00 € 183.576,00 € 99.437,00 SOVSO zmlk € 1.260.835,00 € 154.195,00 -€ 3.180,00 € 158.980,00 € 127.184,00 SOVSO zmok € 1.248.938,00 € 165.352,00 -€ 29.920,00 € 86.613,00 € 133.859,00 SOVSO pi € 1.221.446,00 € 148.178,00 -€ 18.719,00 € 143.500,00 € 93.587,00 SOVSO mg € 1.439.665,00 € 165.219,00 € 7.652,00 € 201.932,00 € 76.489,00 Toeslag voor paalfundering Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met fundering van het gebouw op staal. In veel gevallen zal echter ook fundering op palen nodig zijn. De kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er zijn drie categorieën, te weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag (inclusief het aantal bijbehorende groepen), een bedrag voor elke extra groep alsmede een bedrag voor de toekenning van extra ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedragen vaste voet Bedragen per groep 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 SO doven € 21.108,00 € 33.129,00 € 56.230,00 € 1.640,00 € 2.774,00 € 4.963,00 SO sh/esm € 17.893,00 € 27.693,00 € 46.505,00 € 2.076,00 € 3.511,00 € 6.288,00 SO visg € 20.055,00 € 31.351,00 € 53.055,00 € 2.100,00 € 3.550,00 € 6.351,00 SO lg € 22.745,00 € 35.897.00 € 61.193,00 € 2.929,00 € 4.953,00 € 8.866.00 SO lz € 18.112,00 € 28.062,00 € 47.166,00 € 2.186,00 € 3.696,00 € 6.617,00 SO zmlk € 16.954,00 € 26.103,00 € 43.660,00 € 2.076.00 € 3.511,00 € 6.288,00 SO zmok € 16.954.00 € 26.103,00 € 43.660,00 € 2.076,00 € 3.511,00 € 6.288,00 SO pi € 16.735,00 € 25.735,00 € 42.999,00 € 2.076,00 € 3.511,00 € 6.288,00 SO mg € 20.189,00 € 31.574,00 € 53.452,00 € 2.404,00 € 4.067,00 € 7.280,00 VSO doven € 21.650,00 € 34.051,00 € 57.886,00 € 1.838,00 € 3.107,00 € 5.557,00 VSO sh/esm € 16.471,00 € 25.291,00 € 42.203,00 € 1.838,00 € 3.107,00 € 5.557,00 VSO visg € 18.594,00 € 28.876,00 € 48.622,00 € 1.922,00 € 3.252,00 € 5.821,00 VSO lg € 20.012,00 € 31.279,00 € 52.923,00 € 2.404,00 € 4.067,00 € 7.280,00 VSO lz € 16.735,00 € 25.735,00 € 42.999,00 € 1.748,00 € 2.958,00 € 5.293,00 VSO zmlk € 17.280,00 € 26.657,00 € 44.653,00 € 2.033,00 € 3.438,00 € 6.154,00 VSO zmok € 17.280.00 € 26.657,00 € 44.653,00 € 1.748,00 € 2.958,00 € 5.293,00 VSO pi € 15.858,00 € 24.253,00 € 40.350,00 € 1.748,00 € 2.958,00 € 5.293,00 VSO mg € 20.012,00 € 31.279,00 € 52.923,00 € 2.471,00 € 4.179,00 € 7.476,00 Bedragen toeslag ER 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 SO doven € 2.295,00 € 3.883,00 € 6.948,00 SO sh/esm € 2.841.00 € 4.808,00 € 8.601,00 SO visg € 2.535,00 € 4.290,00 € 7.676,00 SO lg € 3.278,00 € 5.547,00 € 9.926,00 SO lz € 2.295,00 € 3.883,00 € 6.948,00 SO zmlk € 2.186,00 € 3.696,00 € 6.617,00 SO zmok € 2.186,00 € 3.696,00 € 6.617,00 SO pi € 2.009,00 € 3.403,00 € 6.086,00 SO mg € 2.886,00 € 4.881,00 € 8.733,00 VSO doven € 1.311,00 € 2.218,00 € 3.971,00 VSO sh/esm € 1.419,00 € 2.404,00 € 4.301,00 VSO visg € 982,00 € 1.663,00 € 2.978,00 VSO lg € 1.532,00 € 2.588,00 € 4.630,00 VSO lz € 1.967,00 € 3.325,00 € 5.955,00 VSO zmlk € 1.748,00 € 2.958,00 € 5.293,00 VSO zmok € 2.228,00 € 3.772,00 € 6.750,00 VSO pi € 1.640,00 € 2.774,00 € 4.963,00 VSO mg € 1.311,00 € 2.218,00 € 3.971,00 De volgende bedragen vormen de toeslag voor de paalfundering voor SOVSO scholen. Naast deze bedragen hebben SOVSO scholen ook recht op een bedrag voor de vaste voet. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag voor de vaste voet van de SO component van de SOVSO school.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedragen per groep Bedragen correctie VSO 1&lt;15 15&lt;20 &gt; 20 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 SOVSO doven € 1.682,00 € 2.848,00 € 5.094,00 € 154,00 € 259,00 € 464,00 SOVSO sh/esm € 2.100,00 € 3.550,00 € 6.351,00 -€ 263,00 -€ 444,00 -€ 793,00 SOVSO visg € 2.100,00 € 3.550,00 € 6.351,00 -€ 218,00 -€ 371,00 -€ 662,00 SOVSO lg € 2.950,00 € 4.992,00 € 8.933,00 -€ 590,00 -€ 998,00 -€ 1.789,00 SOVSO lz € 2.166,00 € 3.660,00 € 6.548,00 -€ 306,00 -€ 519,00 -€ 925,00 SOVSO zmlk € 2.119,00 € 3.589,00 € 6.417,00 -€ 44,00 -€ 73,00 -€ 132,00 SOVSO zmok € 2.295,00 € 3.883,00 € 6.948,00 -€ 416,00 -€ 702,00 -€ 1.258,00 SOVSO pi € 2.076,00 € 3.511,00 € 6.288,00 -€ 263,00 -€ 444,00 -€ 793,00 SOVSO mg € 2.360,00 € 3.993,00 € 7.146,00 € 109,00 € 184,00 € 331,00 Extra ruimte SO Extra ruimte VSO 1&lt;15 15&lt;20 &gt; 20 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 SOVSO doven € 2.295,00 € 3.883,00 € 6.948,00 € 1.311,00 € 2.218,00 € 3.969,00 SOVSO sh/esm € 2.514,00 € 4.254,00 € 7.608,00 € 1.311,00 € 2.218,00 € 3.971,00 SOVSO visg € 2.535,00 € 4.290,00 € 7.676,00 € 982,00 € 1.663,00 € 2.978,00 SOVSO lg € 2.950,00 € 4.992,00 € 8.933,00 € 1.532,00 € 2.588,00 € 4.630,00 SOVSO lz € 2.622,00 € 4.439,00 € 7.941,00 € 1.419,00 € 2.404,00 € 4.301,00 SOVSO zmlk € 2.186,00 € 3.696,00 € 6.617,00 € 1.748,00 € 2.958,00 € 5.293,00 SOVSO zmok € 1.202,00 € 2.034,00 € 3.639,00 € 1.860,00 € 3.144,00 € 5.623,00 SOVSO pi € 2.009,00 € 3.403,00 € 6.086,00 € 1.311,00 € 2.218,00 € 3.971,00 SOVSO mg € 2.886,00 € 4.881,00 € 8.733,00 € 1.094,00 € 1.849,00 € 3.308,00 Toeslag voor een speellokaal In de hierboven genoemde bedragen is geen rekening gehouden met de toewijzing van een speellokaal. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk van de lengte van de paalfundering, waarmee inclusief toestellenberging 90 m² ruimte gerealiseerd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: - geen paalfundering nodig € 134.983,00 - lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter € 136.948,00 - lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter € 138.309,00 - lengte paalfundering ≥ 20 meter € 140.937,00 Toeslag voor brancardliftinstallatie Indien bij nieuwbouw van een school een liftinstallatie wordt aangebracht geldt het volgende vergoedingsbedrag: - brancardlift, inclusief aanbrengen schacht € 111.322,00 Toeslag voor sloopkosten Alleen in die situaties, waarbij het economisch eigendom van het gebouw bij de gemeente berust, kan, indien goedkeuring wordt verleend voor vervangende nieuwbouw op dezelfde locatie waarbij het oude gebouw dient te worden gesloopt, op verzoek van het bevoegd gezag een toeslag op de bouwkosten worden verstrekt voor sloopkosten c.q. bouwrijp maken van de desbetreffende grond. De vergoeding hiervoor wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeslag voor verhuiskosten Indien goedkeuring wordt verleend voor vervangende bouw op dezelfde locatie, kan een tegemoetkoming voor verhuiskosten worden verstrekt voor de noodzakelijke verhuizing naar de tijdelijke huisvesting én de verhuizing terug naar de gerealiseerde vervangende bouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien goedkeuring wordt verleend voor nieuwbouw, vervangende bouw dan wel ingebruikneming van een bestaand gebouw als permanente huisvesting op een andere locatie dan de huidige locatie en er dientengevolge sprake is van een noodzakelijke verhuizing van een (deel van de) school, kan een tegemoetkoming worden verstrekt voor verhuiskosten voor de noodzakelijke verhuizing naar de gerealiseerde vervangende bouw. Onder verhuiskosten worden uitsluitend kosten verstaan die direct te maken hebben met het daadwerkelijk verplaatsen van onderwijsleerpakket en meubilair door een erkend verhuisbedrijf. De vergoeding voor een dergelijke verhuizing wordt bepaald op basis van een bedrag van € 458,00 (inclusief BTW) per te verhuizen groep leerlingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeslag voor aansluiting op glasvezelnet Indien goedkeuring wordt verleend voor nieuwbouw, vervangende bouw dan wel ingebruikneming van een bestaand gebouw als permanente huisvesting op een andere locatie dan de huidige locatie en er dientengevolge sprake is van een noodzakelijke verhuizing van een (deel van de) school, kan op verzoek van het bevoegd gezag van de school een tegemoetkoming worden verstrekt voor een aansluiting op een glasvezelnet. De vergoeding hiervoor wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen en tijdelijke huisvesting in afwachting van het gereedkomen van (vervangende) nieuwbouw, komen niet voor bekostiging van een aansluiting op een glasvezelnet in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1a Revitalisering van monumentale schoolgebouwen (voortgezet) speciaal onderwijs De vergoeding voor de voorziening revitalisering monumentale gebouwen (voortgezet) speciaal onderwijs wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten met een maximum ter grootte van 62½ % van de bouwkosten voor nieuwbouw en vervangende bouw volgens paragraaf 2.1, exclusief kosten voor terreinen en toeslag voor paalfundering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Uitbreiding Voor uitbreiding van de huisvesting in een permanente bouwaard tot 1000 m² bruto vloeroppervlakte is onderstaand de financiële normering weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dient voor de bepaling van het normbedrag van elke daarop volgende groep verder te worden uitgegaan van het normbedrag voor nieuwbouw van het ‘bedrag per groep’ onder het kopje ‘Bouwkosten’ (permanente bouwaard) (paragraaf 2.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor terreinen Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen. Indien uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, wordt bij de bepaling van de kosten voor het terrein dezelfde systematiek gevolgd als bij nieuwbouw (paragraaf 2.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwkosten De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het lokaal, inclusief fundering op staal, alsmede aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. De bouwkosten van het lokaal bestaan uit de kosten van bouwkundige werken, installaties (werktuigbouwkundige en elektrische installaties) en vaste inrichtin gen. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag, een bedrag per groep en, indien van toepassing, een toeslag voor extra ruimte. Met deze vergoedingsbedragen kan de in bijlage III aangegeven bruto vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrag Bedrag Bedrag toeslag vaste voet per groep extra ruimte SO doven € 113.652,00 € 130.133,00 € 182.184,00 SO sh/esm € 115.926,00 € 168.132,00 € 230.074,00 SO visg € 117.063,00 € 171.568,00 € 207.312,00 SO lg € 115.926,00 € 176.983,00 € 185.831,00 SO lz € 115.926,00 € 168.132,00 € 221.225.00 SO zmlk € 115.926,00 € 168.132,00 € 176.983,00 SO zmok € 115.926,00 € 168.132,00 € 185.931,00 SO pi € 114.791,00 € 166.483,00 € 161.226,00 SO mg € 115.926,00 € 195.681,00 € 233.616,00 VSO doven € 113.652,00 € 145.748,00 € 104.107,00 VSO sh/esm € 113.652,00 € 145.748,00 € 112.780,00 VSO visg € 114.791,00 € 154.218,00 € 78.860,00 VSO lg € 114.791,00 € 192.770,00 € 122.674,00 VSO lz € 112.518,00 € 137.422,00 € 154.598,00 VSO zmlk € 114.791,00 € 162.979,00 € 140.195,00 VSO zmok € 114.791,00 € 140.195,00 € 178.749,00 VSO pi € 112.518,00 € 137.422,00 € 128.833,00 VSO mg € 114.791,00 € 198.028,00 € 105.149,00 De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrag Bedrag Bedrag correctie Toeslagen extra ruimte vaste voet per groep SOVSO SO VSO SOVSO doven € 113.652,00 € 133.606,00 € 12.146,00 € 182.184,00 € 104.107,00 SOVSO sh/esm € 115.926,00 € 169.902,00 -€ 21.237,00 € 203.529,00 € 106.191,00 SOVSO visg € 117.063,00 € 171.568,00 -€ 17.871,00 € 207.312,00 € 80.423,00 SOVSO lg € 118.199,00 € 243.609,00 -€ 48.723,00 € 243.609,00 € 126.315,00 SOVSO lz € 114.791,00 € 173.495,00 -€ 24.537,00 € 210.293,00 € 113.911,00 SOVSO zmlk € 115.926,00 € 171.671,00 -€ 3.540,00 € 176.983,00 € 141.585,00 SOVSO zmok € 115.926,00 € 185.831,00 -€ 33.626,00 € 97.340,00 € 150.435,00 SOVSO pi € 115.926,00 € 168.132,00 -€ 21.237,00 € 162.820,00 € 106.191,00 SOVSO mg € 117.063,00 € 193.011,00 € 8.935,00 € 235.906,00 € 89.360,00 Toeslag voor paalfundering Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met fundering van het gebouw op staal. In een aantal gevallen zal echter fundering op palen nodig zijn. De kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er zijn drie categorieën, te weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag, een bedrag voor elke groep alsmede een bedrag voor de toekenning van extra ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: vast bedrag (per uitbreiding): paallengte 1 &lt; 15 meter € 5.088,00 paallengte 15 &lt; 20 meter € 6.635,00 paallengte &gt; 20 meter € 10.646,00 Bedragen per groep Bedragen toeslag extra ruimte 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 SO doven € 574,00 € 1.491,00 € 3.015,00 € 802,00 € 2.087,00 € 4.217,00 SO sh/esm € 726,00 € 1.891,00 € 3.815,00 € 996,00 € 2.585,00 € 5.222,00 SO visg € 737,00 € 1.909,00 € 3.857,00 € 968,00 € 2.305,00 € 4.660,00 SO lg €1.028,00 € 2.662,00 € 5.383,00 €1.150,00 € 2.981,00 € 6.026,00 SO lz € 765,00 € 1.985,00 € 3.477,00 € 802,00 € 2.087,00 € 4.217,00 SO zmlk € 726,00 € 1.891,00 € 4.016,00 € 765,00 € 1.985,00 € 4.016,00 SO zmok € 726,00 € 1.891,00 € 3.815,00 € 802,00 € 2.087,00 € 4.217,00 SO pi € 726,00 € 1.891,00 € 3.815,00 € 705,00 € 1.828,00 € 3.695,00 SO mg € 844,00 € 2.186,00 € 4.419,00 €1.009,00 € 2.623,00 € 5.304,00 VSO doven € 644,00 € 1.668,00 € 3.374,00 € 461,00 € 1.192,00 € 2.409,00 VSO sh/esm € 644,00 € 1.668,00 € 3.374,00 € 495,00 € 1.290,00 € 2.613,00 VSO visg € 672,00 € 1.748,00 € 3.535,00 € 347,00 € 895,00 € 1.805,00 VSO lg € 844,00 € 2.186,00 € 4.419,00 € 536,00 € 1.393,00 € 2.810,00 VSO lz € 613,00 € 1.592,00 € 3.216,00 € 690,00 € 1.790,00 € 3.614,00 VSO zmlk € 715,00 € 1.849,00 € 3.736,00 € 613,00 € 1.592,00 € 3.216,00 VSO zmok € 613,00 € 1.592,00 € 3.216,00 € 781,00 € 2.027,00 € 4.099,00 VSO pi € 613,00 € 1.592,00 € 3.216,00 € 574,00 € 1.491,00 € 3.015,00 VSO mg € 865,00 € 2.244,00 € 4.538,00 € 461,00 € 1.192,00 € 2.409,00 De volgende bedragen vormen de toeslag voor de paalfundering voor SOVSO-scholen. Naast deze bedragen hebben de scholen ook recht op de hiervoor genoemde vaste bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedragen per groep Bedragen correctie 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 SOVSO doven € 589,00 € 1.533,00 € 3.094,00 € 53,00 € 140,00 € 283,00 SOVSO sh/esm € 737,00 € 1.909,00 € 3.857,00 -€ 91,00 -€ 239,00 -€ 482,00 SOVSO visg € 737,00 € 1.909,00 € 3.857,00 -€ 75,00 -€ 198,00 -€ 401,00 SOVSO lg €1.035,00 € 2.684,00 € 5.423,00 -€ 206,00 -€ 536,00 -€1.083,00 SOVSO lz € 758,00 € 1.968,00 € 3.977,00 -€ 106,00 -€ 281,00 -€ 561,00 SOVSO zmlk € 742,00 € 1.927,00 € 3.897,00 -€ 15,00 -€ 39,00 -€ 77,00 SOVSO zmok € 802,00 € 2.087,00 € 4.217,00 -€ 143,00 -€ 377,00 -€ 763,00 SOVSO pi € 726,00 € 1.891,00 € 3.815,00 -€ 91,00 -€ 239,00 -€ 482,00 SOVSO mg € 828,00 € 2.147,00 € 4.337,00 € 38,00 € 98,00 € 200,00 Bedragen toeslag extra ruimte SO VSO 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 1&lt;15 15&lt;20 ≥ 20 SOVSO doven € 802,00 € 2.087,00 € 4.217,00 € 461,00 € 1.192,00 € 2.409,00 SOVSO sh/esm € 881,00 € 2.286,00 € 4.620,00 € 461,00 € 1.192,00 € 2.409,00 SOVSO visg € 888,00 € 2.305,00 € 4.660,00 € 347,00 € 895,00 € 1.805,00 SOVSO lg €1.035,00 € 2.684,00 € 5.423,00 € 536,00 € 1.393,00 € 2.810,00 SOVSO lz € 917,00 € 2.385,00 € 4.822,00 € 495,00 € 1.290,00 € 2.613,00 SOVSO zmlk € 765,00 € 1.985,00 € 4.893,00 € 613,00 € 1.592,00 € 3.216,00 SOVSO zmok € 419,00 € 1.094,00 € 2.211,00 € 651,00 € 1.690,00 € 3.415,00 SOVSO pi € 705,00 € 1.828,00 € 3.695,00 € 461,00 € 1.192,00 € 2.409,00 SOVSO mg €1.009,00 € 2.623,00 € 5.304,00 € 382,00 € 994,00 € 2.007,00 Toeslag voor brancardliftinstallatie Indien bij uitbreiding van het gebouw tevens een liftinstallatie wordt aangebracht kan aanspraak worden gemaakt op de volgende vergoeding: - brancardlift, inclusief aanbrengen schacht € 137.486,00 Toeslag voor een speellokaal In de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met de toewijzing van een speellokaal. De vergoeding voor een speellokaal bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk van de lengte van de paalfundering, waarmee inclusief toestellenberging 90 m² ruimte gerealiseerd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een speellokaal in combinatie met een uitbreiding van tenminste een groep (lokaal) geldt de toeslag zoals die is opgenomen in paragraaf 2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van uitbreiding met alleen een speellokaal zonder gelijktijdige toekenning van een ander lokaal, wordt de vergoeding op basis van de volgende bedragen bepaald: geen paalfundering nodig € 262.827,00 - lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter € 270.361,00 - lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter € 272.005,00 - lengte paalfundering ≥ 20 meter € 273.341,00 Toeslag voor sloopkosten Hiervoor geldt hetzelfde als bij 2.1 Nieuwbouw (permanente bouwaard) - Toeslag voor sloopkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair De bedragen voor eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair zijn vanwege hun omvang niet opgenomen in deze verordening. Vergoeding van deze kosten vindt plaats op basis van de bedragen, zoals door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gepubliceerd in het bekostigingsstelsel (voortgezet) speciaal onderwijs 1996. In deel B van het programma van eisen 1996 zijn per schoolsoort bedragen voor eerste inrichting gegeven. Deze bedragen gelden als prijspeil per 1 juli 1996 en dienen ten behoeve van het vergoedingsjaar te worden aangepast met behulp van de indexeringssystematiek, zoals beschreven in hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij nieuwbouw of uitbreiding wordt de vergoeding gebaseerd op het bedrag voor een theorielokaal. Indien de toeslag voor extra ruimte wordt gegeven, wordt de inrichting van een vaklokaal vergoed. De keuze van het vaklokaal is afhankelijk van het schoolwerkplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4 Gymnastiek Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding Nieuwbouw De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal met een bruto vloeroppervlakte van 455 m² bedraagt € 818.839,00 (op het schoolterrein) en € 835.195,00 (op afzonderlijk terrein). Deze vergoeding omvat tevens de kosten van fundering op staal, alsmede de inrichting van het terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">De grondkosten zijn hierin niet begrepen. Voor LG-scholen en MG-scholen met een LG- of MLK/ZMLK-component is er een toeslag van 50 m² (grotere entree en kleed- en doucheruimte). Met deze toeslag is een bedrag gemoeid van € 81.983,00.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven. Indien extra ruimte voor LG en MG-scholen van 50 m² beschikbaar is gesteld, geldt een hogere toeslag (tussen haakjes vermeld). De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: - paallengte 1 &lt; 15 meter € 16.471,00 (€ 20.766,00) - paallengte 15 &lt; 20 meter € 22.703,00 (€ 28.760,00) - paallengte ≥ 20 meter € 31.888,00 (€ 41.390,00) Uitbreiding Bij uitbreiding van gymnastiekruimte met was- en kleedgelegenheid wordt in de vergoeding bepaald aan de hand van de werkelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergoeding per klokuur Ingevolge artikel 115 van de Wet op de expertisecentra worden de volgende vergoedingsbedragen voor het gebruik van een gymnastiekzaal vastgesteld. De bedragen bevatten een vergoeding voor onderhoud van het gebouw, de materiële instandhouding conform de programma’s van eisen voor lesgebouwen alsmede voor vervanging en aanpassing van onderwijsleerpakket en meubilair. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het stichtingsjaar van de gymnastiekaccommodatie en de oppervlakte van de oefenzaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag per vastgesteld klokuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichtingsjaar en omvang oefenzaal Vast bedrag Variabel bedrag Tot 1987: per jaar per klokuur - ≤ 90 m² € 6.704,00 € 244,00 - &gt; 90 -≤130 m² € 8.520,00 € 338,00 - &gt;130 -≤170 m² € 9.309,00 € 374,00 - &gt;170 -≤190 m² € 9.403,00 € 416,00 - &gt;190 -≤230 m² € 9.627,00 € 468,00 - &gt;230 m² € 10.545,00 € 538,00 Vanaf 1987: - ≥252 m² € 9.521,00 € 481,00 Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening Naast gymnastiek in een eigen lokaal van de school is er tevens gymnastiek mogelijk in een bestaande gymnastiekaccommodatie door middel van medegebruik of huur (van een andere school/de gemeente/een commerciële exploitant).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de eigenaar van de accommodatie bestaat recht op de volgende vergoeding: indien de gymnastiekzaal van een andere school voor primair onderwijs wordt gebruikt, wordt het variabele deel van het klokuurbedrag aan de eigenaar vergoed; indien de gymnastiekzaal van een school voor voortgezet onderwijs wordt gebruikt, wordt het vaste en het variabele deel van het klokuurbedrag vergoed; indien een gymnastiekaccommodatie van de gemeente wordt gebruikt, volstaat ingebruikgeving van de accommodatie voor het vastgesteld aantal klokuren; indien een gymnastiekaccommodatie van een commerciële exploitant wordt gebruikt, zal de huurprijs (stichtingskosten + materiële instandhouding) worden vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">OLP en meubilair De vergoeding voor de eerste inrichting met OLP en meubilair voor een gymnastiekzaal voor (voortgezet) speciaal onderwijs ziet er als volgt uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Schoolsoort Bedrag SO doven € 41.265,00 SO sh/esm € 41.022,00 SO visg € 49.663,00 SO lg/mg € 54.401,00 SO lz/pi € 39.020,00 SO zmlk € 39.020,00 SO zmok € 38.939,00 VSO doven € 48.377,00 VSO sh/esm € 49.641,00 VSO visg € 59.054,00 VSO lg/mg € 60.584,00 VSO lz/pi € 47.678,00 VSO zmlk € 47.678,00 VSO zmok € 42.562,00 SOVSO doven € 50.099,00 SOVSO sh/esm € 53.703,00 SOVSO visg € 61.284,00 SOVSO lg/mg € 62.134,00 SOVSO lz/pi € 51.743,00 SOVSO zmlk € 51.743,00 SOVSO zmok € 43.045,00 3. School voor voortgezet onderwijs De financiële normering voor het voortgezet onderwijs is onderverdeeld in: - nieuwbouw, vervangende bouw en uitbreiding (paragraaf 3.1) - eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair (paragraaf 3.2) - gymnastiek (paragraaf 3.3) De systematiek van prijsbijstelling en indexering is opgenomen in hoofdstuk 4 van deze bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1 Nieuwbouw, vervangende bouw en uitbreiding Er bestaat geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en uitbreiding. De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in bouwkosten, aangevuld met een of meer toe te kennen toeslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast kan sprake zijn van bijkomende kosten. De vergoeding hiervoor is opgenomen als onderdeel van de bouwkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten van terreinen Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en het juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Voor de bepaling van de kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwkosten De bouwkosten bestaan uit de component \"vaste normkosten\", waarvoor het bedrag altijd wordt toegekend, en de component \"aanvullende normkosten\", waarvoor het bedrag afhankelijk van de lokale omstandigheden wordt toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaste normkosten In het bedrag voor de vaste normkosten wordt een tweetal vergoedingen onderscheiden, te weten vergoeding voor ruimteafhankelijke kosten en voor sectie-afhankelijke kosten. De ruimteafhankelijke kosten bestaan uit bedragen per m² bruto vloeroppervlak voor de afzonderlijke ruimtesoorten van een schoolgebouw. De indeling van deze bedragen geschiedt aan de hand van de hoofdindeling van de ruimtelijke normering naar type ruimte zoals opgenomen in Bijlage III onder III-3 \"De toepassing van het Ruimtebehoeftemodel\".</p>\n<p class=\"lf-p\">De sectie-afhankelijke kosten bestaan voor projecten vanaf 460 m² bruto vloeroppervlak uit een vast bedrag per huisvestingsvoorziening, alsmede een vast bedrag per sectie. Voor kleinere projecten worden geen sectie-afhankelijke kosten per project toegekend. Deze kosten zijn namelijk opgenomen in de bedragen voor de ruimte-afhankelijke kosten per m² bruto vloeroppervlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedragen zijn opgenomen in onderstaande tabel met vaste bedragen per m² bruto vloeroppervlakte en vaste bedragen per voorziening. Voor de berekening van de vergoeding voor de ruimte-afhankelijke kosten worden de benodigde aantallen m² per type ruimte van de goedgekeurde huisvestings-voorziening, berekend op basis van bijlage III, deel C, vermenigvuldigd met onderstaande bedragen per ruimtesoort. Berekening van de vergoeding voor de sectie-afhankelijke kosten geschiedt door optelling van de algemene vaste voet en de vaste voet voor de algemene sectie of de werkplaatssectie dan wel beide, afhankelijk van de secties waaruit de op basis van bijlage III goedgekeurde huisvestingsvoorziening bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor de ruimteafhankelijke kosten en de vergoeding voor de sectie-afhankelijke kosten tezamen vormen de totale vergoeding voor de vaste normkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedragen voor ruimte-afhankelijke kosten per bruto m² Type ruimte 1) Bruto vloeroppervlakte van de toegekende goedgekeurde voorziening &lt; 460 m² ≥ 460 m² ≥ 2500 m² Theorielokalen € 2.370,00 € 1.369,00 € 1.336,00 Theorie-vaklokalen € 1.378,00 Theorie-vaklokalen algemeen € 2.383,00 € 1.381,00 Theorie-vaklokalen bijzonder € 2.457,00 € 1.456,00 Vaklokalen € 1.413,00 Vaklokalen algemeen € 2.370,00 € 1.369,00 Vaklokalen bijzonder € 2.522,00 € 1.520,00 Werkplaats consumpt. techniek € 2.922,00 € 2.460,00 € 2.460,00 Werkplaatsen overig € 2.405,00 € 1.947,00 € 1.947,00 Directieruimten € 2.453,00 € 1.451,00 € 1.420,00 Nevenruimten € 2.630,00 € 1.629,00 € 1.597,00 Bedragen voor de sectie-afhankelijke kosten per voorziening vaste voet algemeen € 155.358,00 € 155.358,00 vaste voet algemene sectie € 304.959,00 € 425.791,00 vaste voet werkplaatssectie € 56.389,00 € 56.389,00</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1)</span>Bij voorzieningen met een bruto vloeroppervlakte kleiner dan 2500 m² wordt onderscheid gemaakt tussen algemene en bijzondere theorievaklokalen en (specifieke) vaklokalen. De volgende indeling geldt: bijzondere theorie-vaklokalen: gezondheidskunde, kennis der natuur, machineschrijven, muziek, natuurkunde; bijzondere (specifieke) vaklokalen: biologie, huishoudkunde, scheikunde.</div>\n<p class=\"lf-p\">De overige theorie-vaklokalen en vaklokalen en de directie- en nevenruimten worden aangemerkt als algemeen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de werkplaatssectie behoren de volgende werkplaatsen: bouwtechniek, machinale houtbewerking, consumptieve techniek, meten, elektrotechniek, grafische techniek, installatietechniek, lasserij, mechanische techniek en motorvoertuigentechniek. De specifieke en algemene ruimten behoren tot de algemene sectie. De overige theorie-, theorievak- en (specifieke) vaklokalen behoren eveneens tot de categorie algemeen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende normkosten Bij de onderbouwing van het bedrag voor de vaste normkosten is uitgegaan van een standaardlocatie. Echter, als gevolg van plaatselijke omstandigheden kunnen extra kosten optreden. Voor een beperkt aantal omstandigheden wordt een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld. Dit beperkt zich tot een tweetal aspecten, te weten fundering en bemaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hiervoor genoemde vergoedingsbedragen is uitgegaan van fundering op staal. In veel gevallen zal echter paalfundering noodzakelijk zijn. Het criterium voor toekenning van een bedrag voor (paal)fundering is het op te stellen sonderingsrapport.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte en de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte (A). De vergoeding kan worden berekend aan de hand van de volgende formules:</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwbouw en uitbreiding &gt; 1000 m² - paallengte 1 &lt; 15 meter € 4.532,00 + (€ 22,00 * A) - paallengte 15 &lt; 20 meter € 4.821,00 + (€ 40,00 * A) - paallengte ≥ 20 meter € 5.382,00 + (€ 72,00 * A) Uitbreiding ≤ 1000 m² - paallengte 1 &lt; 15 meter € 5.531,00 + (€ 7,00 * A) - paallengte 15 &lt; 20 meter € 7.213,00 + (€ 21,00 * A) - paallengte ≥ 20 meter € 10.954,00 + (€ 42,00 * A) Om in aanmerking te komen voor een aanvullende bedrag voor bemaling is de grondwaterstand maatgevend. Indien deze grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een bedrag per m² goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De vergoeding bedraagt € 14,00 per m² terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeslag voor sloopkosten Alleen in die situaties, waarbij het economisch eigendom van het gebouw bij de gemeente berust, kan, indien goedkeuring wordt verleend voor vervangende nieuwbouw op dezelfde locatie waarbij het oude gebouw dient te worden gesloopt, op verzoek van het bevoegd gezag een toeslag op de bouwkosten worden verstrekt voor sloopkosten c.q. bouwrijp maken van de desbetreffende grond. De vergoeding hiervoor wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1a. Revitalisering monumentale schoolgebouwen voortgezet onderwijs De vergoeding voor de voorziening revitalisatie monumentale schoolgebouwen voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten met een maximum ter grootte van 62½ % van de bouwkosten voor nieuwbouw, vervangende bouw en uitbreiding volgens paragraaf 3.1, exclusief kosten voor terreinen en toeslag voor paalfundering.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair De toekenning van een vergoeding voor eerste inrichting met inventaris (leer- en hulpmiddelen en meubilair) is gekoppeld aan de huisvestingsvoorziening nieuwbouw (niet zijnde vervangende nieuwbouw), uitbreiding en ingebruikneming (niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw) waarbij de eerste inrichting nog niet eerder van overheidswege is bekostigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het type lokaal dat wordt gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien ruimten worden gerealiseerd die niet binnen het RBM zijn benoemd, wordt de hoogte van de vergoeding voor die ruimten bepaald door het soort lokalen waarop de toekenning is gebaseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normbedragen inventaris per lokaalsoort Meubilair L.h.m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Totaal Theorie t € 6.067,00 € 943,00 € 7.009,00</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>pakket wiskunde t € 227,00 € 227,00 Aardrijkskunde tv € 10.045,00 € 11.052,00 € 21.097,00 Biologie tv € 12.629,00 € 4.073,00 € 16.702,00 Gezondheidskunde tv € 12.408,00 € 10.175,00 € 22.583,00 Verzorging tv € 7.846,00 € 3.038,00 € 10.883,00 Informatica tv € 12.738,00 € 47.016,00 € 59.754,00 Kantoorpraktijk tv € 14.670,00 € 24.680,00 € 39.351,00 Kennis der natuur tv € 21.280,00 € 15.317,00 € 36.597,00 Machineschrijven tv € 12.080,00 € 30.440,00 € 42.520,00 Muziek tv € 10.450,00 € 12.255,00 € 22.704,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>2e lokaal muziek tv € 10.450,00 € 5.553,00 € 16.003,00 Natuurkunde tv € 13.481,00 € 5.953,00 € 19.433,00 Scheikunde tv € 13.481,00 € 12.864,00 € 26.344,00 Tekenen tv € 26.302,00 € 3.418,00 € 29.720,00 Verkooppraktijk tv € 9.044,00 € 29.946,00 € 38.990,00 Biologie v € 14.214,00 € 16.303,00 € 30.517,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>2e lokaal biologie v € 16.924,00 € 10.429,00 € 27.353,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>nevenruimte TOA n € 3.448,00 € 10.928,00 € 14.376,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>per 5m² extra n € 1.513,00 € 1.513,00 Etaleren sv € 8.511,00 € 10.287,00 € 18.798,00 Handvaardigheid v € 20.033,00 € 20.327,00 € 40.360,00 Huishoudkunde sv € 41.350,00 € 74.326,00 € 115.676,00 Mode en kleding sv € 11.798,00 € 31.718,00 € 43.516,00 Avmb sv € 9.658,00 € 34.110,00 € 43.769,00 Natuurkunde v € 19.832,00 € 79.912,00 € 99.743,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>2e lokaal natuurkunde v € 19.833,00 € 8.477,00 € 28.309,00 Scheikunde v € 11.122,00 € 41.748,00 € 52.869,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>2e lokaal scheikunde v € 11.122,00 € 23.471,00 € 34.593,00 Techniek v € 17.242,00 € 13.851,00 € 31.093,00 Uiterlijke verzorging v € 44.753,00 € 40.648,00 € 85.401,00 Bouwtechniek</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>schilderen sv € 19.361,00 € 36.575,00 € 55.936,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>stukadoren/afwerking sv € 6.276,00 € 35.412,00 € 41.688,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>fijnhoutbewerking sv € 36.606,00 € 46.862,00 € 83.468,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>metselen sv € 14.174,00 € 21.976,00 € 36.150,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>timmeren sv € 27.863,00 € 28.029,00 € 55.891,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>machinale houtbewerking sv € 5.240,00 € 84.565,00 € 89.805,00 Consumptieve techniek</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>horeca/keuken sv € 67.096,00 € 165.863,00 € 232.959,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>horeca/serveren sv € 20.338,00 € 44.095,00 € 64.434,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>brood en banket sv € 63.258,00 € 403.684,00 € 466.942,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>banketbakken sv € 55.693,00 € 215.882,00 € 271.575,00 Meten sv € 8.633,00 € 13.151,00 € 21.784,00 Elektrotechniek</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>elektrometen sv € 8.630,00 € 63.830,00 € 72.460,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>elektromontage sv € 18.395,00 € 39.975,00 € 58.370,00 Grafische techniek</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vormvervaardigen sv € 38.826,00 € 283.465,00 € 322.291,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vormverwerken sv € 18.506,00 € 453.698,00 € 472.203,00 Installatietechniek v € 13.850,00 € 129.466,00 € 143.316,00 Lasserij sv € 4.228,00 € 34.834,00 € 39.061,00 Mechanische techniek</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verspanend sv € 15.424,00 € 221.810,00 € 237.234,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>niet verspanend sv € 21.912,00 € 118.596,00 € 140.508,00 Motorvoertuigtechiek v € 10.437,00 € 144.890,00 € 155.327,00 Inventaris directie- en nevenruimten Directeur d € 6.674,00 Adj. directeur d € 6.096,00 Administratie (15 m²) d € 9.059,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>per 8m² extra d € 2.602,00 Archief(6 m²) d € 2.673,00 Archief (10 m²) d € 4.267,00 Reprografie n € 1.561,00 Decaan/arts n € 6.915,00 Ass.arts/staf n € 3.717,00 Lerarenkamer (30 m²) n € 9.462,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>per 15 m² extra n € 3.783,00 Toneelruimte n € 5.512,00 Overblijfruimte (120 m²) n € 20.568,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>per 8 m² extra n € 1.090,00 Keuken (15 m²) n € 6.104,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>per 8 m² extra n € 968,00 Bibliotheek (51 m²) n € 13.691,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>per 7 m² extra n € 1.605,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>boeken € 3.026.00 Conciërge n € 5.791,00 Hulppersoneel (10 m²) n € 2.907,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>per 3 m² extra n € 698,00 Garderobe n € 399,00 Grote apparaten € 2.656,00 3.4 Gymnastiek voortgezet onderwijs Bouwkosten nieuwbouw en vervangende bouw De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal met een bruto vloeroppervlakte van 455 m bedraagt € 818.839,00 (op het schoolterrein) respectievelijk € 835.195,00 (op afzonderlijk terrein).</div>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor de bouwkosten van een gymnastiekzaal omvat alle schaal- en ruimteafhankelijke kosten, alsmede kosten voor de inrichting van het terrein. De kosten voor de aankoop van grond zijn hierin niet begrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte. De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: - paallengte 1&lt;15 meter € 16.471,00 - paallengte 15&lt;20 meter € 22.703,00 - paallengte &gt; 20 meter € 31.888,00 Uitbreiding Bij uitbreiding van gymnastiekruimte met was- en kleedgelegenheid wordt in de vergoeding bepaald aan de hand van de werkelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medegebruik/huur van een niet-eigen lokaal Naast gymnastiek in een eigen ruimte van de school is er tevens gymnastiek mogelijk in een bestaande gymnastiekaccommodatie door middel van medegebruik of huur (van een andere school/de gemeente/een commerciële exploitant).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de eigenaar van de accommodatie is de school voor voortgezet onderwijs de volgende vergoeding verschuldigd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gymnastiekzaal van een andere school voor voortgezet onderwijs wordt gebruikt, het variabele en het vaste deel van het klokuurbedrag vergoed voor het aantal lesuren medegebruik. Voor de hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij het vaste en variabele deel van de klokuurvergoeding in het primair onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gymnastiekzaal van een school voor primair onderwijs wordt gebruikt, wordt in ieder geval het variabele deel van het klokuurbedrag vergoed voor het aantal lesuren medegebruik. Als de gebruiksduur van de gymnastiekzaal vanwege het medegebruik door de VO- school boven de 26 klokuren uitkomt, dient de VO-school voor het aantal uren dat boven de 26 klokuren ligt ook het vaste deel van het klokuurbedrag te vergoeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een gymnastiekaccommodatie van de gemeente wordt gebruikt, is de school voor voortgezet onderwijs de gemeente een bedrag aan exploitatiekosten verschuldigd voor het aantal lesuren gebruik. Voor de hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij het vaste en variabele deel van de klokuurvergoeding in het primair onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een gymnastiekaccommodatie van een commerciële exploitant wordt gebruikt, betaalt de school voor voortgezet onderwijs de huurprijs (stichtingskosten en materiële instandhouding). De gemeente vergoedt de school een stichtingskostenvergoeding als onderdeel van de huur. De hoogte van deze stichtingskostenvergoeding bedraagt het verschil tussen huurbedrag en het vaste en variabele deel van de klokuurvergoeding voor het aantal uren gebruik. Voor de hoogte van de klokuurvergoeding wordt aangesloten bij het vaste en variabele deel van de klokuurvergoeding in het primair onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de hoogte van het vaste deel van het klokuurbedrag onder a, b en c wordt het vaste bedrag zoals genoemd in bijlage IV, deel A, paragraaf 1.6 onderdeel \"Vergoeding per klokuur\" te delen door 26. Vermenigvuldiging van het op deze wijze verkregen bedrag met het aantal uren resulteert in het totale vaste deel van de klokuurvergoeding dat een school moet vergoeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huur sportvelden Een school kan aanspraak maken op een vergoeding van de huur van een sportveld gedurende maximaal 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt € 20,91 per lestijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen/meubilair In geval van nieuwbouw (als eerste voorziening) uitbreiding en ingebruikneming waarbij de eerste inrichting nog niet eerder van overheidswege is bekostigd, bestaat aanspraak op vergoeding voor eerste inrichting met leer- en hulpmiddelen / meubilair.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding, afhankelijk van het type toegekende gymnastiekaccommodatie wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Meubilair L.h.m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Totaal 1e lokaal € 1.082,00 € 64.435,00 € 65.517,00 2e lokaal € 1.082.00 € 50.264,00 € 51.346,00 3e lokaal € 1.082,00 € 21.855,00 € 22.937,00 oefenplaats 1 € 14.230,00 € 14.230,00 oefenplaats 2 € 1.641,00 € 1.641,00 4. Indexering 4.1. Bijstelling normbedragen in de Verordening 4.1.1. Werkelijke prijsontwikkeling Jaarlijks worden de normbedragen aangepast aan de werkelijke prijsontwikkeling tot 1 juli van het lopende jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de voorzieningen nieuwbouw, aanpassing (in de zin van kapitaaluitgaven) en uitbreiding wordt als prijsbijstellingscijfer het verschil aangehouden tussen het CBS-indexcijfer “Nieuwbouwwoningen; outputindex 2010=100”, gepubliceerd in de “Maandstatistiek bouwnijverheid” van het CBS over het tweede kwartaal van het lopende jaar en het tweede kwartaal van het daaraan voorafgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de voorzieningen onderhoud, aanpassing (in de zin van exploitatie-uitgaven), eerste inrichting onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair en de klokuurvergoedingen gymnastiek wordt als prijsbijstellingscijfer het verschil aangehouden tussen het CBS-indexcijfer “Prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie voor alle huishoudens”(NR-reeks), gepubliceerd in de “Maandstatistiek van de prijzen” van het CBS over de maand juli van het lopende jaar en de maand juli van het daaraan voorafgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de CBS-indexcijfers “Nieuwbouwwoningen; outputindex 2010=100” over het tweede kwartaal van het lopende jaar niet (tijdig) beschikbaar zijn, worden de CBS-indexcijfers over het eerste kwartaal van het lopende én het tweede kwartaal van het daaraan voorafgaande jaar gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1.2. Verwachte prijsontwikkeling van de normbedragen Naast de bijstelling van de prijzen tot 1 juli van het lopende jaar is het noodzakelijk om een inschatting te maken van het prijsniveau in het jaar waarvoor de verordening geldt. Voor deze aanpassing van het prijsniveau van de normbedragen wordt gebruik gemaakt van de MEV-prijsindexeringscijfers (Macro-economische verkenningen) van het CPB (Centraal Planbureau).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding geldt als prijsindexcijfer het MEV-cijfer \"bruto investeringen voor woningen\", zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september van het lopende jaar. Voor het jaar 2014 bedraagt dit MEV-cijfer 1,25%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de voorzieningen eerste inrichting onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair en de klokuurvergoedingen gymnastiek geldt als prijsindexcijfer het MEV-cijfer \"prijsmutatie van de netto-materiële overheidsconsumptie\", zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september van het lopende jaar. Voor het jaar 2014 bedraagt dit MEV-cijfer 2,00%.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het programma Naast de bijstelling van de prijzen tot 1 juli van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld, is het noodzakelijk om een inschatting te maken van het werkelijk prijsniveau in het jaar van uitvoering van het programma. Dit is noodzakelijk om de hoogte van de vergoeding voor het jaar van uitvoering van het programma vast te stellen. De op het programma opgenomen normbedragen komen overeen met de normbedragen die zijn opgenomen in de van toepassing zijnde Verordening op 1 januari van het eerste jaar van uitvoering van dat programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3. Indexering toegekende voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding Indien op basis van artikel 5.4, vierde lid, door het college uitstel is verleend voor de uitvoering van de op het programma onderwijshuisvesting toegekende voorzieningen nieuwbouw en/of uitbreiding kan bijstelling van de vergoedingen voor deze voorzieningen plaatsvinden naar het prijsniveau van het jaar van uitvoering van de voorziening volgens de systematiek als vermeld in paragraaf 4.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL B Aanbestedingsregels In artikel 1.4 van deze verordening is aangegeven welke voorzieningen worden vergoed op basis van normbedragen en welke voorzieningen worden vergoed op basis van feitelijke kosten. Alle op basis van deze verordening aanbestede opdrachten ter uitvoering van goedkeurde huisvestingsvoorzieningen dienen aan de in dit deel van de bijlage opgenomen aanbestedingsregels te voldoen wil er een aanspraak kunnen bestaan op bekostiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Europese aanbesteding Met het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 2005 in samenhang met de richtlijn 2004/18/EG zijn drempelbedragen gegeven. Deze drempelbedragen worden eenmaal in de twee jaar opnieuw vastgesteld door de Europese Commissie. Indien de geraamde waarde van de opdracht exclusief BTW tenminste gelijk is aan een vastgesteld drempelbedrag, dient te worden aanbesteed door middel van bekendmaking in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school is “aanbestedende dienst” in de zin van genoemd besluit en de genoemde richtlijnen. Het bevoegd gezag heeft ter zake van Europese aanbesteding derhalve een eigen verantwoordelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Europese drempelbedragen Voor de jaren 2014 en 2015 zijn de Europese drempelbedragen voor decentrale overheden/aanbesteden diensten, waaronder schoolbesturen, vanaf welke waarde de Europese aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG van toepassing is, op de volgende waarden vastgesteld (exclusief BTW):</p>\n<p class=\"lf-p\">Type opdracht Waarde Europees drempelbedrag Werken € 5.186.000,00 Leveringen € 207.000,00 Diensten € 207.000,00 Opdrachten onder het Europees drempelbedrag Ten aanzien van opdrachten waarvan de geraamde waarde exclusief BTW kleiner is dan de Europese drempelbedragen (die derhalve niet Europees dienen te worden aanbesteed), zijn door de Rijksoverheid (met de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit d.d. 11 februari 2013) en de gemeenteraad (met de onderhavige verordening) eveneens drempelbedragen vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze drempelbedragen bepalen op welke wijze die desbetreffende opdrachten dienen te worden aanbesteed. De aanbestedende dienst neemt daarbij bovendien de beginselen van een behoorlijke aanbesteding in acht, waartoe in ieder geval behoren: gelijkheid, objectiviteit en transparantie. De genoemde beginselen komen onder meer tot uiting in het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 2012).</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijze van aanbesteding (bijvoorbeeld openbaar of Europees) wordt als voorwaarde en/of verplichting verbonden aan een toe te kennen voorziening in de huisvesting. Dit impliceert dat als niet op de voorgeschreven wijze wordt aanbesteed, het bevoegd gezag in beginsel geen aanspraak kan maken op de toegekende middelen, onverlet zijn eigen verantwoordelijkheid op basis van het Besluit overheidsaanbestedingen 2005 en de genoemde richtlijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel met alle drempelbedragen – nationale en Europese aanbestedingsprocedures In onderstaande tabel wordt per type opdracht (werken, diensten en leveringen) aangegeven met welke drempelbedragen rekening dient te worden gehouden. Bedacht moet worden dat het hier gaat om de minimaal verplicht te voeren aanbestedingsprocedure. Indien een onderhandse (enkelvoudige of meervoudige) aanbesteding is toegestaan mag ook altijd gekozen worden voor een Openbare procedure of een Niet-openbare procedure met voorafgaande selectie. In die laatste twee gevallen dient altijd sprake te zijn van een aankondiging van opdracht in een voor publicatie geschikt medium, zoals het tijdschrift Cobouw of de website .</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij onderhandse meervoudige aanbestedingsprocedures geldt als uitgangspunt dat tenminste drie offertes gevraagd dienen te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanbestedingen van opdrachten onder het Europese drempelbedrag kan na overleg bij besluit van het college van het bepaalde in de tabel worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien sprake is van huur, dient bovendien de huurovereenkomst met daarin onder meer de overeengekomen huurprijs, vooraf aan het college ter goedkeuring te worden voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel Type opdracht Minimaal verplichte aanbestedingsprocedure NB - Alle bedragen zijn exclusief BTW Nationaal Europees Onderhandse procedures (offerte-traject) Openbare procedure òf Niet-openbare procedure met voorafgaande selectie Europees verplichte procedures enkelvoudig meervoudig Werken t/m € 50.000 vanaf € 50.001 t/m € 1.500.000 tussen € 1.000.000 en de Europese drempel vanaf de Europese drempel Leveringen t/m € 30.000 vanaf € 30.001 t/m € 125.000 vanaf € 125.001 tot de Europese drempel vanaf de Europese drempel Diensten t/m € 30.000 vanaf € 30.001 t/m € 125.000 vanaf € 125.001 tot de Europese drempel vanaf de Europese drempel Werken Onder de definitie ‘werken’ vallen bouwactiviteiten, zoals nieuwbouw, uitbreiding en dergelijke. Bijlage 1 van richtlijn 2004/18/EG is hierbij beslissend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diensten Onder de definitie ‘diensten’ vallen de door opdrachtnemers uit te voeren werkzaamheden als onderhoud en reparatie, vervoer, boekhouding en dergelijke, waarbij een eventuele levering van fysieke producten van bijkomende orde is ten opzichte van de omvang van de uit te voeren werkzaamheden. Bijlage 2 van richtlijn 2004/18/EG is hierbij beslissend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leveringen Onder de definitie ‘leveringen’ vallen de door leveranciers te leveren prestaties bij de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van fysieke producten, zoals meubilair of onderwijsleerpakket en dergelijke. Het gaat daarbij per definitie om activiteiten of werkzaamheden die niet zijn opgenomen in Bijlage 1 en/of Bijlage 2 van richtlijn 2004/18/EG.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL C Bepaling medegebruikstarieven Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, voor (voortgezet) speciaal onderwijs, voor voortgezet onderwijs alsmede van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs dat voor het onderwijs gebruik maakt van ruimte ten behoeve van een groep, niet zijnde een gymnastiekruimte, betaalt een bedrag. Dit bedrag is gelijk aan het \"bedrag voor elke groep bij meer dan 6 groepen\" dat ter beschikking wordt gesteld binnen de groepsafhankelijke programma's van eisen voor het basisonderwijs, zoals jaarlijks wordt bekend gemaakt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">BijlageVCRITERIA VOOR DE URGENTIE VAN DE AANGEVRAAGDE VOORZIENINGEN 1. Volgorde van hoofdprioriteiten Huisvestingsvoorzieningen aangevraagd voor hetzelfde jaar die voldoen aan de criteria, als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, onderdelen a, b en c worden ter samenstelling van het programma en het overzicht gerangschikt in volgorde van prioriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten eerste vindt de rangschikking plaats naar hoofdprioriteit: voorzieningen om capaciteitstekorten als bepaald op basis van bijlage III op te heffen; voorzieningen noodzakelijk om een adequaat kwaliteitsniveau te handhaven ; voorzieningen die wenselijk zijn als gevolg van (overig) lokaal beleid en/of lokale omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieronder vallen nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting (los van andere voorzieningen aangevraagd), verplaatsing tijdelijke lokalen en medegebruik, inclusief (voor zover van toepassing) het daarbij horende terrein en de eerste inrichting. Ook vergroting van de capaciteit voor onderwijs in de lichamelijke oefening bijvoorbeeld door nieuwbouw van een gymnastiekruimte behoort tot deze hoofdprioriteit. Vervangende bouw en ingebruikneming van een gebouw vallen slechts in deze hoofdprioriteit, indien zij (tevens) dienen om een tekort aan capaciteit op te heffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervangende bouw, ingebruikneming van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, herstel van constructiefouten, herstel of vervanging van schade in bijzondere omstandigheden vormen de tweede hoofdprioriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Invulling van hoofdprioriteit 3 hangt af van overig, niet onderwijskundig, lokaal beleid voor zover dat gevolgen heeft voor schoolgebouwen. Tevens kunnen hieronder begrepen worden voorzieningen die als gevolg van lokale omstandigheden, bijvoorbeeld stadsvernieuwing of sanering van overcapaciteit in onderwijsgebouwen, wenselijk zijn.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Nadere volgorde binnen de hoofdprioriteit 1 Binnen hoofdprioriteit 1 wordt op basis van de subprioriteit de nadere volgorde bepaald. Indien meerdere voorzieningen voor plaatsing op het programma in aanmerking komen, worden de subprioriteiten steeds per voorziening opnieuw toegepast.</div>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de hoofdprioriteit \"voorzieningen om capaciteitstekorten als bepaald op basis van bijlage III op te heffen\" komt voor plaatsing op het programma in aanmerking: als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van schoolgebouwen; vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van schoolgebouwen; vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort aan gymnastiekruimten en sportterreinen opheft.</p></div>", "next": 0}