{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">ook ecologisch en recreatief interessant is. Daarbinnen is ruimte voor nieuwe activiteiten zoals extensieve (natuurvriendelijke) recreatie en natuurontwikkeling. Vanwege het bijzonder mooie landschap is het inpassen van zonnevelden een uitdagende opgave. We zien wel ruimte – in beperkte mate en mits goed ingepast in het raamwerk – voor zonnevelden en landelijk wonen bijvoorbeeld ter vervanging van voormalige agrarische bebouwing. In een gebiedsgericht programma zal dit verder worden uitgewerkt voordat het in het omgevingsplan kan worden vertaald in regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Voorveldse Polder is een groene buffer die natuur is en blijft. Ontwikkelingen worden bijvoorbeeld getoetst aan het vastgestelde gebiedsplan (2020). Daarnaast is het van belang de fietsverbindingen in dit gebied te verbeteren. Dit doen we onder meer door het aanleggen van een regionale fietsroute Utrecht-Hilversum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de participatie: “Behoud van het open landschappelijk karakter, dus niet het groen en de weilanden tussen de kernen bebouwen!”</p>\n<p class=\"lf-p\">Visiekaart coulisselandschap 5.8.4 Boslandschap Karakter In het noordoosten van de gemeente ligt het voor de gemeente relatief hooggelegen boslandschap. Het boslandschap ligt op de flank van de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug. De oorspronkelijke heidevelden en woeste gronden zijn in de 18e en 19e eeuw grotendeels beplant met dennen voor de houtteelt. Zowel de Biltse Duinen als het Heidepark zijn restanten van deze heidegebieden rondom kern Bilthoven. Op de Biltse Duinen zijn de karakteristieke stuifduinen te vinden die daarom niet voor niets aangemerkt zijn als aardkundig monument. In de reliëfrijke bossen ligt een lint van dorpen en een kralensnoer van buitens en landgoederen met indrukwekkende landhuizen. In het boslandschap liggen in verhouding tot de rest van de gemeente de meeste landgoederen: Eyckenstein, Beerschoten, Houdringe, Rovérestein en Rustenhoven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de gemeente liggen kern Bilthoven, en dan met name Bilthoven-Noord, en kern De Bilt in het ‘hoogpolige tapijt’ van de Utrechtse Heuvelrug. Het boslandschap heeft zeer hoge ecologische, recreatieve, archeologische en cultuurhistorische waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is daarmee ook onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Stuwwallen zijn van oudsher aantrekkelijk geweest voor bewoning. Er kunnen archeologische vindplaatsen vanaf de steentijden aanwezig zijn. Het boslandschap is ook onderdeel van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot ligt ook hier een grondwaterbeschermingsgebied. Dit gebied beslaat het hele boslandschap binnen de grenzen van de gemeente De Bilt. Buiten de gemeentegrenzen loopt het grondwaterbeschermingsgebied door richting het zuidoosten tot in Zeist. Het grondwaterwingebied in het boslandschap ligt ten noorden van landgoed Beerschoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koers De opgaven voor de Utrechtse Heuvelrug gaan verder dan de gemeente De Bilt. Belangrijke opgaven voor de gemeente De Bilt liggen in het versterken van de ecologische, landschappelijke en recreatieve waarden van de bosrijke heuvelrug en het versterken van de Stichtse Lustwarande. Om ons weerbaarder te maken tegen perioden van langdurige droogte gaan we – samen met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden – voor maximaal infiltreren van regenwater om zo de grondwatervoorraad aan te vullen. Ook aan de oostzijde van de Heuvelrug zullen we samenwerken met de gemeenten Soest en Baarn en het waterschap Vallei en Veluwe. Lokaal kan dit echter ook wateroverlast veroorzaken waardoor deze maatregel goed moet worden onderzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onze bebouwde omgeving richten we zo in dat hevige regenval opgevangen kan worden. Dit doen we door voldoende ruimte te reserveren voor water en het inrichten van slimme bergingsvoorzieningen. Om de afvoer van water te remmen (en de infiltratie te stimuleren) kunnen de nog resterende watergangen worden gedempt. Denk aan de watergangen op Beerschoten en Houdringe, tussen Groenekan en Nieuwe Wetering en richting Lage Vuursche. Zo zorgen we dat in extreme situaties woningen niet onderlopen en water zoveel mogelijk wegzakt in de bodem. Daar waar het kan – en dat is in het boslandschap beperkter dan elders in de gemeente – worden natuurvriendelijke oevers aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiermee behouden en versterken we ook de herkenbaarheid van de verschillende landschapstypen en overgangen. Ook denken we in het boslandschap aan maatregelen zoals het verhogen van de waterpeilen in de omliggende gebieden en het omvormen van naaldbossen naar loofbossen, om verdamping te verminderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder is het van belang dit landschap beter te ontsluiten met (recreatieve) fietsverbindingen over de Vuursche Dreef en Maartensdijkseweg/Embrachementsweg richting Lage Vuursche en het oude spoorbaanpad tussen Bilthoven en Huis ter Heide. We willen een sociaal veilige fietsverbinding tussen Bilthoven en het Berg en Bosch terrein. Berg en Bosch, oorspronkelijk een sanatorium, is tegenwoordig een bedrijvenpark op het gebied van zorg, gezondheid en sociaal-maatschappelijke dienstverlening en maakt deel uit van de Life Science As.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stedelijke gebieden zijn de afgelopen decennia zodanig gegroeid dat de ecologische samenhang op de heuvelrug sterk onder druk is komen te staan. Om die reden behouden we, maar met name versterken we de ecologische samenhang van het uniek aaneengesloten bos- en natuurgebied door middel van ruimtelijke maatregelen. We stemmen het recreatief gebruik af op de ecologische doelstellingen door te zoneren. Een voorbeeld daarvan is de aanleg van groene entrees. Daarnaast verbeteren we de kwaliteit van verblijfsrecreatie waarmee we inspelen op de behoefte naar verschillende vormen van recreatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast bieden ook de landgoederen mogelijkheden voor recreatie in combinatie met economische- of soms woonfuncties in de monumentale panden van de landgoederen. Dit draagt bij aan het financieel duurzaam in stand houden van de landgoederen. Het uitgangspunt is dat bij nieuwe functies altijd sprake moet zijn van een kwaliteitsverbetering van het landgoed en de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Visiekaart Boslandschap 5.8.5 Kromme Rijnlandschap Karakter Het uiterste zuiden van de gemeente valt binnen de rand van het laaggelegen rivierkleilandschap van de Kromme Rijn. De Kromme Rijn is een onbedijkt rivierenlandschap dat een oorspronkelijke hoofdloop van de Rijn is met een afwisseling van zandige oeverwallen en kleiige kommen. Het Kromme Rijnlandschap is buiten de gemeentegrenzen een gebied met veel agrarische bedrijven met veel boomgaarden (laagstamfruit) die het patroon van de oeverwallen min of meer volgen. De kommen zijn overwegend in gebruik voor (melk)veeteelt. Langs de Kromme Rijn liggen kleinschalige dorpen - waaronder De Bilt - en verspreide bebouwing langs een gevorkt wegenpatroon op de oeverwallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Kromme Rijn was de noordgrens van het Romeinse rijk (Limes). De gebieden ten noorden van de Rijn worden niet tot de Limes gerekend, omdat alle elementen die deel uitmaakten van de Romeinse Rijksgrens (forten, limesweg, wachttoren, enzovoort) zich bevonden op de zuidoever van de Rijn. In de gemeente De Bilt zijn vooralsnog geen archeologische vondsten uit de Romeinse tijd gedaan. Kenmerkend voor dit gebied is de Sint Laurentiusabdij die begin 12e eeuw werd gesplitst in een monnikenconvent ter plaatse van landgoed Oostbroek en het vrouwenklooster Nova Curia op het huidige KNMI-terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de gemeentegrenzen is het Kromme Rijnlandschap door het relatief bescheiden oppervlak en de vele infrastructuur ter plaatse minder herkenbaar dan de overige landschapstypen binnen de gemeente. Tot slot liggen ook in dit landschap meerdere landgoederen: Sandwijck, Oostbroek en Vollenhoven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koers Ruimtelijk liggen er mogelijkheden om de vervaagde verschillen tussen de oeverwallen en kommen met landschapselementen te versterken. Denk hierbij aan weg- en kavelgrensbeplantingen op de oeverwallen. De samenwerkende gemeenten in de Kromme Rijnstreek werken samen aan beheer en inrichting van natuur en landschap op particulier terrein (https://krommerijnlandschap.nl). Het Kromme Rijnlandschap biedt kansen voor natuurontwikkeling en is aantrekkelijk voor recreatief medegebruik in combinatie met landschapsontwikkeling zoals paden, beplantingen en nieuwe landgoederen. Het recreatief medegebruik versterken we in combinatie met de cultuurhistorie. Daarom vergroten we de herkenbaarheid en de samenhang van de forten in de Nieuwe Hollandse Waterlinie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder dienen de overgangen van de kernen naar het landelijk gebied zorgvuldig te worden vormgegeven in het halfopen landschap. Dit doen we onder andere met de inrichting van de groen bufferzone waarin we de recreatieve en ecologische verbindingen verbeteren. Tot slot ligt er nog een opgave in het creëren van veilige infrastructuur voor onder andere fietsers. De wegen in het Kromme Rijnlandschap zijn smal en er zijn weinig aparte fietspaden. Het toevoegen van een nieuwe fietsverbinding is niet mogelijk in verband met de hoge ecologische en landschappelijke waarden van dit gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Concreet betekent dit dat we de bestaande fietsroute over de Bisschopweg tussen het Utrecht Science Park (USP) en Zeist verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Visiekaart Kromme Rijnlandschap 5.9 Ruimtelijke kwaliteit en stedenbouw 5.9.1 Kern De Bilt Karakter Kern De Bilt is ontstaan rond de straten Dorpsstraat, Steenstraat, de Utrechtseweg (gelegen langs de N237/Utrechtseweg), de Burgemeester de Withstraat en de Blauwkapelseweg. Rond deze straten liggen ook de meeste rijksmonumenten. Vanuit dit gebied, dat deels is aangewezen als beschermd dorpsgezicht, is kern De Bilt door de jaren heen in verschillende perioden uitgebouwd. Dit resulteert erin dat de buurten goed van elkaar te onderscheiden zijn. Het stratenpatroon bestaat voornamelijk uit rechte lijnen en het verkavelingspatroon is overwegend rechthoekig. De kern De Bilt bestaat vrijwel geheel uit aaneengesloten hoog- en laagbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het omliggende landschap loopt vanuit het zuiden via Landgoed Sandwijck en het Van Boetzelaerpark de kern De Bilt in. Het ontwerp van het Van Boetzelaerpark is in Engelse landschapsstijl. Het Sportpark Weltevreden vormt daarnaast ook een groene verbinding tussen het landschap en kern De Bilt. Het zuidoosten van kern De Bilt is een overgangszone met de landgoederen Oostbroek en Beerschoten. Verder is het groen in de kern beperkt tot buurtgroen in de vorm van speelplekken, de groenstrook bij Park Arenberg, de landgoederen en de bomenlanen die de hoofdstructuur van De Bilt vormen. De beperkte hoeveelheid groen maakt dat de kern De Bilt flink stenig is en daarmee de hoogste hittestress in de gemeente heeft. Tot slot loopt in het zuidelijke deel van de Biltse Grift. Dit water heeft cultuurhistorische en ecologische waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9.2 Kern Bilthoven Karakter Kern Bilthoven is de grootste kern binnen de gemeente De Bilt. Het is deels gelegen in het boslandschap. Kern Bilthoven ligt tussen de bossen van de Utrechtse Heuvelrug aan de oostkant, het coulisselandschap in het westen en de kern De Bilt in het zuiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het karakter van het noordelijke deel van Bilthoven is door de ontstaanswijze duidelijk anders dan in de andere delen van Bilthoven en de gemeente. De kavels zijn over het algemeen groot en er staan vrijstaande huizen van verschillende architectuur met veel particulier groen. Het geheel ligt in de uitlopers van de Utrechtse Heuvelrug en is dus erg bosrijk. Ook tussen de kavels staan kleine bosopstanden van voornamelijk naaldbomen die bijdragen aan het bosrijke karakter van dit gebied. Het vele groen van de percelen wordt versterkt door de aanwezige bomenlanen met een monumentaal of volwassen karakter. Verder is er ook nog het Heidepark, de groene zone rondom het Biltse Meertje en het bosje op de Bachlaan. De ligging van de Kees Boekelaan en het Heidepark in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) maakt dat deze laan een belangrijke ecologische structuur voor Bilthoven is. Zoals eerder is beschreven in paragraaf 5.5.2. liggen er verschillende grondwaterbeschermingsgebieden en grondwaterwingebieden in de gehele gemeente en zo ook onder de kern Bilthoven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder richting het zuiden tot aan het spoor veranderen de grote percelen in kleinere percelen. De woningen zijn hier nieuwer en vormen een duidelijke eenheid. Ook dit deel van Bilthoven grenst aan het boslandschap, maar ondanks de vele groene aders is het bosrijke karakter nog niet overal in de woongebied terug te vinden. De fietspaden in dit deel van Bilthoven gaan over in het bos De Leijen dat ten westen van het woongebied ligt. Dit bos is onderdeel van de overgangszone tussen het coulisselandschap en het boslandschap. Daarnaast zijn de fietspaden belangrijk als onderdeel van de bomenstructuur omdat de fietspaden op de oude historische wegen in het landschap van de voormalige landgoederen liggen. Dit maakt dat de fietspaden een historisch karakter hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten zuiden van de spoorlijn is de bebouwing meer gevarieerd en bestaat deze uit verschillende stedenbouwkundige periodes van een villadeel in de omgeving van Villa Bandoeng tot stadachtige hoogbouw aan de westkant. Het groene karakter in zuidelijke deel van Bilthoven is wisselend en bestaat uit vele structuren met bomenrijen, velden en groene zones rondom het gemeentehuis, het spoor en de begraafplaats. Verder staan er een aantal stevige oudere bomenlanen die dit gebied een groen uiterlijk geven. In het deel ten oosten van de Soestdijkseweg heeft de beplanting aansluiting met het omliggende bos waardoor dat deel een bosrijke uitstraling heeft. Zo gaan de bomenrijen aan de Boslaan over in de bossen van de Utrechtse Heuvelrug. In het deel ten westen van de Soestdijkseweg is het groen minder aanwezig. Tussen bedrijvenpark Larenstein en de woonwijk ligt een groene zone die Sportpark Weltevreden en het bos De Leijen met elkaar verbindt. Deze groene zone is de overgang van de bebouwing naar het landschap en zorgt voor een ecologische verbinding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder liggen in Bilthoven enkele rijksmonumenten waaronder de Kees Boekeschool aan de Frans Halslaan 68. De Gezichtslaan is onderdeel van een oude, lange oprijlaan en zichtlijn van het Landgoed Eyckenstein. Het oude villadeel, rondom Villa Bandoeng, is aangemerkt als beschermd dorpsgezicht. Daarnaast liggen voornamelijk langs de Soestdijkseweg enkele rijksmonumenten en is de Soestdijksweg-Zuid een belangrijke cultuurhistorische weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het centrum van Bilthoven vormt samen met winkelcentrum De Kwinkelier en winkelcentrum Hessenweg-Looydijk de hoofdcentra van de gemeente De Bilt. Het centrum beschikt over een gevarieerd horeca- en winkelaanbod en is van vele gemakken voorzien. Verder richting het zuiden en nabij bedrijventerrein Larenstein ligt het winkelcentrum Planetenbaan waar ook verschillende winkels, een bibliotheek en supermarkt te vinden zijn. In Bilthoven-Noord, aan de Bilderdijklaan, zijn een aantal winkels voor de dagelijkse boodschappen gevestigd. Verder zijn er nog verschillende supermarkten te vinden, verspreid over de kern.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Bilthoven liggen verschillende bedrijventerreinen zoals bedrijventerreinen Larenstein en Rembrandtlaan. Het Utrecht Science Park Bilthoven en Berg en Bosch vormen een onderdeel van de Life Science As die van zuid naar noord door de gemeente en daarmee ook door de kern Bilthoven loopt. De clustering van de bedrijven op Life Science As geven de economie een sterke basis voor een toekomstbestendige groei en verdere innovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9.3 Maartensdijk Karakter Maartensdijk heeft een dorps karakter waar cultuur aan het vermengen is. De kern is een lintbebouwingdorp dat gelegen is in het ontginnings-c.q. coulisselandschap. De oude kern van Maartensdijk bestaat uit de oorspronkelijke bebouwing langs de Dorpsweg en de Tolakkerweg. De Dorpsweg was voorheen één van de ontginningsdijken van Maartensdijk. De grenzen van de kern worden gedefinieerd door de strokenverkaveling in het coulisselandschap. Verder wordt Maartensdijk doorsneden door de A27, het spoor, de Koningin Wilhelminaweg en de Tolakkerweg. De wijk ten zuiden van de Dorpsweg is later aangebouwd. Maartensdijk bestaat voornamelijk uit laagbouw en in de kern is geen duidelijk stratenpatroon terug te vinden. Vele wegen hebben een knik in de straat waardoor de straten niet in één oogopslag te overzien zijn en er zijn veel doodlopende straatjes en hofjes. Deze eigenschappen dragen bij aan een dorpskarakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Dorpsweg is de belangrijkste bomenlaan van Maartensdijk omdat deze samen met de hagen bijdragen aan de groene uitstraling van de laan. Ook is de Dorpsweg belangrijk vanuit een cultuurhistorisch oogpunt omdat het dorp vanuit deze weg is ontstaan. Verder loopt langs de Dierenriem en de Melkweg een groenstrook door de kern heen die vooral bestaat uit heesters. De sportvelden in het zuidwesten dragen bij aan de groene ruimte in Maartensdijk. Tot slot zijn er in Maartensdijk nog een aantal rijksmonumenten te vinden waaronder het oude gemeentehuis, de brandweerkazerne en de Nederlandse Hervormde Kerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maartensdijk kenmerkt zich als een hechte samenleving waarin het sport en verenigingsleven en activiteiten rondom de kerken een belangrijke rol spelen. Het Maertensplein en de multifunctionele sport- en ontmoetingslocatie de Vierstee zijn belangrijke punten voor ontmoeting. Het Maertensplein heeft ook een belangrijke centrumfunctie voor de omliggende kernen, met name voor dagelijkse boodschappen. Daarnaast zijn hier diverse functies op het gebied van gezondheid te vinden. Verder ligt aan de westkant van de A27 een bedrijventerrein aan de Industrieweg en aan de oostkant van de A27 liggen een aantal bedrijven aan de Dierenriem.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9.4 Hollandse Rading Karakter In het bos op de overgang naar het laaggelegen veenweide- en landbouwgebied ligt de kern Hollandsche Rading. De kern ligt letterlijk tegen de grens met ‘Noord-Holland aan’. Deze grens wordt gevormd door de Graaf Floris V Weg en de Vuursche Dreef.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hollandsche Rading is langs de ontginningssloten vanuit Westbroek en Maartensdijk ontstaan. Hier is geen lintbebouwing zichtbaar, maar de straten passen wel in de verkavelingsstructuur van het ontginningslandschap. De kern vormt daarmee gelijk de grens en het ‘einde’ van de ontginningsstroken. De kern wordt doorsneden door de A27, het spoor met een treinstation en de Tolakkerweg. De grenzen lopen ongeveer van de Schaapsdrift (west) tot en met de Karnemelksweg, de Hertenkamp (oost). Hollandsche Rading heeft zich parallel aan de doorsnijdende wegen gevormd waardoor de meeste straten deze lijn ook volgen. Kenmerkend voor de kern Hollandsche Rading is dat het een zelfredzame en ondernemende kern is waar het goed wonen is voor forenzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit komt met name door het treinstation.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) dat ten noorden van Hollandsche Rading loopt, heeft in het dorp enkele groene aansluitingen zoals op de bosstrook parallel aan de Schaapsdrift. Door de ligging langs het bos en de oude bomenrijen en hagen langs de hoofdweg heeft de kern een zeer groen karakter. Inwoners vatten het zelf samen als “woondorp in de natuur: weiland en bos zijn onze achtertuin”. In Hollandsche Rading liggen geen rijksmonumenten, maar er staan wel objecten met cultuurhistorische waarden waaronder gemeentelijke monumenten, met name woonhuizen en ook enkele grenspalen, de spoorbogen tussen Hollandsche Rading en Hilversum zijn als rijksmonument beschermd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hollandsche Rading versterkt de centrum ontmoetingsfunctie in het dorp die ontstaan is door samenwerking tussen Bosbergschool, dorpshuis en tennisvereniging. Daarnaast zijn er horecagelegenheden gekoppeld aan de recreatiefunctie in de omgeving. Er zijn verder ook geen bedrijventerreinen in de kern aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9.5 Groenekan Karakter Groenekan is ontstaan vanuit de ontginningsdijken waardoor hier nog (deels) de kenmerkende lintbebouwing terug te zien is. Wegen en sloten sluiten haaks aan op de hoofdas de Groenekanseweg. Dit is het enige patroon dat te herkennen is in de opbouw van de kern. De grenzen lopen ongeveer van spoorlijn tot spoorlijn met uitlopers tussen de Koningin Wilhelminaweg en de A27 in. De straten achter de Groenekanseweg zijn gerealiseerd op de oude paden van het landgoed Voordaan met uitzondering van de Veldlaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwoners kenmerken hun dorp als “een dorp waar de inwoners wonen en verblijven in een historische en groene omgeving met laagbouw, in een stedelijke Umwelt met agrarische wortels, waar ruimte wordt geboden aan natuur, cultuur, sport en recreatie”. In de jaren twintig is Groenekan uitgegroeid tot een kern gelegen in het ontginningslandschap met enkele bosjes en wateren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vroeger was het water in Groenekan verbonden met het water in Utrecht en de Vecht, hier lag het zwarte water. Door de aanleg van de wijk Tuindorp in Utrecht is deze watergang grotendeels gedempt maar ter hoogte van de Keizersgracht in Utrecht is nog een deel van deze watergang te vinden. Nu is het belangrijkste water in de kern de Bisschopswetering die langs de Groenekanseweg loopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Hoogekampse plas is ook een belangrijk KRW- waterlichaam (De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn over de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater). Verder liggen er in Groenekan de bosvijvers van het Bos Voordaan en de fortgrachten. De forten Voordorp en Ruigenhoek, de Molen Geesina en de landgoederen Voordaan en Beukenburg zijn de bekendste monumentale en cultuurhistorische objecten van Groenekan. Het merendeel van deze objecten zijn ook rijksmonumenten. Naast deze gebouwen is Groenekan vanuit historie bekend door boomkwekerijen en tuinarchitecten Copijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kern Groenekan is relatief klein en beschikt daardoor niet over een centrumfunctie. Wel is hier horeca aanwezig dat tevens fungeert als ontmoetingsfunctie. Langs de Koningin Wilhelminaweg liggen een aantal bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot ligt er deels onder de kern een grondwaterbeschermingsgebied. Dit grondwaterbeschermingsgebied ligt ten westen van de A27 en loopt door onder het veenweidegebied. In paragraaf 5.5.2. is de ligging van de grondwaterbeschermingsgebieden en grondwaterwingebieden beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9.6 Westbroek Karakter De kern Westbroek is net als de kernen Groenekan en Maartensdijk ontstaan vanuit ontginningsdijken. Kenmerkend hiervoor is de lintbebouwing die van alle kernen in Westbroek het best bewaard is gebleven en het meest zichtbaar is. Westbroek is een lintdorp op een T-splitsing met de kenmerkende sloten en bruggetjes die goed herkenbaar zijn in het ontginningslandschap. De dorpsgrenzen liggen bijna direct achter de huizen met uitzondering van de nieuwbouwwijk. De kern is door de jaren heen relatief klein gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Langs de Kerkdijk, de Dokter Welfferweg en de Achterweteringseweg staat een bomenrij die hier en daar onderbroken is waardoor men het landschap goed kan zien. De westelijke kant van de Kerkdijk is opener door het ontbreken van bebouwing en laanbeplanting waardoor men het ontginningslandschap met de plassen goed kan beleven. In de kern van de laatste uitbreiding, ligt een groenstrook met een watergang. Verder kent het dorp een aantal belangrijke bomenstructuren en is het gelegen nabij de Westbroekse Zodden (Natura 2000-gebied) en het Bert Bospad. De belangrijkste watergangen van Westbroek zijn de Achttienhovensche Vaart, de Kerkeindsche Vaart en de Groene Vaart. Tot slot is de kern rijk aan rijksmonumenten waaronder de Nederlands Hervormde Kerk, Molen de Kraai en een aantal boerderijen. Westbroek heeft daarnaast ook een beschermd dorpsgezicht vanwege de Nederlands Hervormde Kerk en de omgeving, waaronder een boomgaard en twee boerderijen. De ontginningssloten en het daarbij behorende landschap zijn cultuurhistorisch waardevol.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Wijzigingen van functies of gebruik 6.1 Algemeen [Gereserveerd] 7 Bouwactiviteiten 7.1 Algemeen [Gereserveerd] 8 Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren 8.1 Algemeen [Gereserveerd] 9 Milieubelastende activiteiten 9.1 Algemeen [Gereserveerd] 9.2 Afval [Gereserveerd] 9.3 Bodem Druk op de ondergrond De druk op de ondergrond wordt met de jaren groter. Kabels, leidingen, rioleringen en tunnels maken het noodzakelijk regelmatig in de bodem te roeren. In het veenweidegebied treedt bodemdaling op door inklinking van de bodem als gevolg van het verlagen van het waterpeil. Dit effect wordt door de toenemende droogte versterkt. Doordat het veenpakket relatief niet zo dik is, in veel gebieden 20 centimeter tot 1 meter, is de bodemdaling veel beperkter dan in veel ‘Groene Hart gemeenten’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast worden (piek)buien heftiger de komende decennia waardoor juist ook meer wateroverlast kan ontstaan. In gebieden waar grondwaterproblematiek door bijvoorbeeld droogte speelt, is een goede infiltratie in de bodem en een vertraagde afvoer gewenst. De omgevingsvisie biedt de kans om een verbinding te maken tussen de gemeentelijke wateropgaven en andere thema’s zoals klimaatadaptatie en het cultuurhistorische landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.4 Energie [Gereserveerd] 9.5 Geluid [Gereserveerd] 9.6 Geur [Gereserveerd] 9.7 Licht [Gereserveerd] 9.8 Lozen afvalwater [Gereserveerd] 9.9 Lozen hemelwater [Gereserveerd] 9.10 Lozen overige [Gereserveerd] 9.11 Trillingen [Gereserveerd] 9.12 Uitstoot [Gereserveerd] 9.13 Veiligheid [Gereserveerd] 10 Overige activiteiten 10.1 Algemeen [Gereserveerd] 11 Ontwikkelingen 11.1 Algemeen [Gereserveerd] 11.2 Toekomstbestendig woningaanbod De raad heeft besloten het advies van inwoners ‘De Bilt: wonen in een groene omgeving!’, dat is voortgekomen uit het traject ‘Samen Werken Aan Wonen’, als bouwsteen mee te nemen in het nieuwe woonbeleid (Woonvisie De Bilt 2030) en de omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel van onze inwoners kunnen geen huis vinden. Met het oog op de woonbehoefte van inwoners en de vitaliteit en leefbaarheid in de kernen bieden we passende ontwikkelruimte voor de woningbouwopgave. We bouwen minimaal voor de eigen behoefte (exclusief statushouders en bijzondere doelgroepen). We bouwen binnen de contour stedelijk gebied. Uitzondering hierop is Maartensdijk. We bepalen in overleg met inwoners van Maartensdijk hoeveel van de 200 nieuwe woningen binnen en zo nodig buiten de contour stedelijk gebied worden gebouwd. Bovendien werken we in regionaal verband nauw samen omdat vrije vestigingskeuze voor woningzoekenden een grondrecht is en de inwoners van onze regio vaak tussen gemeenten verhuizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij binnenstedelijke locaties zoals de woongebieden en centrumgebieden gaat het om transformatie, herstructurering en inbreiding. Ook kijken we naar mogelijkheden voor het toestaan van alternatieve woonvormen en woningsplitsing van grote woningen en kavels. We zetten onder meer in op het optimaliseren van de Spoorzone Bilthoven met behoud van ruimte voor een combinatie van wonen en werken (onder andere kantoren).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze binnenstedelijke ontwikkelingen hebben we aandacht voor de spreiding van sociale huur en aandachtsgroepen, bereikbaarheid (van voorzieningen), klimaatadaptatie, groenstructuur, energietransitie, gezondheid en inclusiviteit (iedereen kan meedoen). Bij integrale gebiedsontwikkeling (waaronder woningbouw) houden we rekening met het pact 'Groen Groeit Mee' (2022). We werken daarnaast aan een programma ‘Wonen en Zorg’. Met het programma ‘Wonen en Zorg’ willen we bereiken dat ouderen en inwoners met een zorg- en/of ondersteuningsvraag in de gemeente De Bilt volwaardig deel kunnen uitmaken van de lokale samenleving, zelfstandig kunnen wonen in een voor hen geschikte woning en kunnen terugvallen op goed georganiseerde ondersteuning en zorg. Hierdoor vergroten wij de mogelijkheid van inwoners om regie te voeren over het leven. Op termijn ontwikkelen we een programma ‘Volkshuisvesting’ waarin we de laatste ontwikkelingen rondom wonen opnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe ontwikkelingen moeten zo mogelijk voortbouwen op de bestaande kwaliteiten. We bouwen met karakter en aandacht voor architectuur en stedenbouwkundige inpassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de kernen zetten we in op behoud en waar mogelijk versterking van de groenstructuur (laanbeplanting, bomen, kleinere groenvlakken en bermen) en het vergroten van de biodiversiteit. Het vergroten van de biodiversiteit komt tot uiting door bij groenrenovaties rekening te houden met de plantkeuze, monoculturen zoveel mogelijk te voorkomen en waar het kan ecologisch beheer toe te passen. Ten behoeve van de versterking van de biodiversiteit en het klimaatbestendig inrichten van de leefomgeving stellen we als gemeente randvoorwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals een compensatiebeginsel, verbetering dierenwelzijn en wordt het groen ecologisch beheerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor klimaatadaptie kunnen de stresstesten en geschiktheidskaarten voor woningbouw een handreiking zijn. Deze geven locaties aan waar problemen verwacht kunnen worden bij hevige neerslag, droogte of hitte. Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft een biodiversiteitsherstelplan vastgesteld waarin onder andere staat dat het waterschap een effectieve netwerkpartner wil zijn, ook met gemeenten, om te werken aan biodiversiteitsherstel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De koers kwantitatief:</p>\n<p class=\"lf-p\">We bouwen om minimaal te voorzien in de eigen behoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar bovenop komen de extra woningen die nodig zijn voor statushouders en bijzondere doelgroepen. -We ontwikkelen de binnenstedelijke (compacte) knooppuntlocatie Spoorzone; -We benutten mogelijkheden van splitsing van bestaande woningen of kavels (bijvoorbeeld kangoeroewoningen); -We bouwen binnen de contour stedelijk gebied. Uitzondering hierop is Maartensdijk. We bepalen in overleg met inwoners van Maartensdijk hoeveel van de 200 nieuwe woningen binnen en zo nodig buiten de contour stedelijk gebied worden gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">We richten ons op transformatie van verouderde bedrijventerreinen en solitaire bedrijfslocaties naar aantrekkelijke woon-werklocaties. Deze locaties zijn: -Spoorzone Bilthoven; -Molenkamp, Weltevreden-Zuid, Ambachtstraat en Hessingterrein; -Dierenriem Maartensdijk; -Verspreide kleinschalige bedrijfslocaties in de kern en het landelijk gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De koers kwalitatief:</p>\n<p class=\"lf-p\">We zorgen voor een gedifferentieerd woningaanbod, bouwen waar behoefte aan is. We bouwen toegankelijke en levensloopbestendige woningen voor ouderen ten behoeve van de doorstroming. Hierbij sluiten we aan bij uitgangspunten van de Woonvisie De Bilt 2030. We streven naar een demografische opbouw in lijn met het landelijk gemiddelde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om een vitale gemeente te blijven met voldoende voorzieningen is het van belang dat er voldoende jongeren en gezinnen in onze gemeente komen wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De focus is op betaalbare woningen en appartementen voor starters, jonge gezinnen en ouderen: -Bij nieuwe projecten minimaal 30% sociale huur en minimaal 20% middenhuur, daarbij streven we naar tenminste twee derde betaalbare nieuwbouwwoningen; -We gaan een volkshuisvesting- programma opstellen waarin we de laatste ontwikkelingen in het wonen opnemen; -Minimaal 60 m2 gbo per woning (kleinere woningen mogelijk bij uitzondering voor bijzondere doelgroepen, wanneer sprake is van het voorzien in woningen voor duurzaam kleine huishoudens, mag per project maximaal 10% van het totaal aantal woningen afwijken van deze norm, via een afwijkingsbevoegdheid van het college van B&amp;W) en minimaal 75 m2 gbo per middenhuurwoning; -Onderzoek naar mogelijkheden voor sociale en middeldure koop; -Behoefte aan differentiatie in prijsklasse, typologie en doelgroep worden per locatie bezien op basis van het principe ‘creëren van gemengde wijken’; -Ruimte voor flexwoningen voor een brede groep woningzoekenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Passende bouwvormen ten behoeve van de vitaliteit van de kernen, onder andere geclusterde woonvormen voor bijvoorbeeld ouderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We bouwen natuur-inclusief en minimaal energieneutraal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de ontwikkeling van woonwijken is klimaatadaptie en biodiversiteit ons uitgangspunt. Hierbij committeren we ons aan de ‘afspraken klimaatadaptief bouwen’ in Utrecht (onderdeel van het convenant duurzaam bouwen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij koopappartementen is ondergronds parkeren de norm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij woningbouw worden de volgende uitgangspunten meegewogen: -Goede landschappelijke inpassing; -Duurzame mobiliteit (mix van deelmobiliteit, nabijheid van openbaar vervoer en sturende parkeernormen); -Gestapeld in meer dan vijf lagen op locaties waar dat stedenbouw- kundig passend is in de omgeving. * Toelichting: Wanneer sprake is van het voorzien in woningen voor duurzaam kleine huishoudens, mag per project maximaal 10% van het totaal aantal woningen afwijken van deze norm, via een afwijkingsbevoegdheid van het college van B&amp;W.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.3 We kunnen hier prettig werken en winkelen Onze ambitie In 2040 is de gemeente De Bilt nog steeds een aantrekkelijke plek om te werken en winkelen. Juist de combinatie met werken, wonen, winkelen en recreëren houdt onze gemeente levendig en bruisend. Daarom willen we naast een aantrekkelijke woongemeente ook een aantrekkelijke werkgemeente blijven. Onze economie kenmerkt zich van oudsher door kennisintensieve bedrijvigheid en lokaal ondernemerschap. Op die basis willen we doorbouwen. De ‘Life Science As’ draagt bij aan de dynamische kenniseconomie en daarom versterken we die. Bedrijventerreinen worden optimaal benut en we bieden ruimte om in de gemeente De Bilt te blijven ondernemen. De plattelandseconomie draait goed. Boeren spelen hierin een centrale rol als producent van hoogwaardige producten en diensten, zoals recreatie, tegengaan van veenoxidatie (CO2-reductie), landschap en natuur. De aantrekkelijke centra zijn de plekken in de gemeente waar inwoners winkelen en elkaar ontmoeten. Gemeente De Bilt kent een hoogopgeleide beroepsbevolking die ook veel buiten de gemeente werkzaam is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor praktisch en middelbaar opgeleide werknemers is de gemeente ook afhankelijk van werknemers uit de regio. Voor onze inwoners en ondernemers zetten we daarom in op een uitstekende bereikbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sterk lokaal ondernemerschap De transitie naar een circulaire economie vraagt dat bedrijven individueel of gezamenlijk meer ruimte maken voor afvalinzameling en een toenemende vraag in De Bilt en de regio naar ruimte voor recycling en verwerking van producten tot nieuwe grondstoffen. Het is daarom noodzakelijk om duidelijke keuzes te maken op welke bedrijventerreinen er niet gemengd kan worden met wonen. In de gemeente De Bilt en/of de regio zal daarnaast meer ruimte geboden moeten worden voor circulaire bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel van de in totaal circa 3.400 zzp’ers, voornamelijk uit de adviessector, werken vanuit huis. Deze nieuwe manier van werken, zorgt voor minder vraag naar kantoorpanden. Desondanks is er momenteel beperkt kantoorvastgoed beschikbaar. De aard van de vraag naar kantoorlocaties is wel veranderd. Er is meer behoefte aan kleinschalige, multifunctionele en aantrekkelijke werklocaties met flexwerkplekken. Voor kantoorlocaties worden bereikbaarheid met hoogwaardig openbaar vervoer en fietspaden voor woon-werkverkeer steeds belangrijker. Het openbaar vervoer en de fiets moeten de komende jaren een aantrekkelijker alternatief worden voor de auto.</p>\n<p class=\"lf-p\">De koers voor agrarisch gebied, bedrijventerrein, centrumgebieden, landelijk gebied - agrarisch, landelijk gebied - natuur, landelijk gebied - wonen en de woongebieden:</p>\n<p class=\"lf-p\">We richten ons op de transformatie van een aantal verouderde bedrijventerreinen naar aantrekkelijke woon-werklocaties (paragraaf 4.3.4. ‘Toekomstbestendig woningaanbod’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de andere bedrijventerreinen faciliteren we geen ontwikkelingen voor wonen om bijvoorbeeld ruimte te houden voor bedrijven in de circulaire economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">We zoeken ruimte voor Biltse bedrijven die een nieuwe locatie zoeken om ruimte te maken voor deze transformatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De behoefte aan ruimte voor Biltse bedrijven werken we volgordelijk uit langs vier routes:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Route 1: de opties voor verdichten van bestaande bedrijventerreinen die niet getransformeerd worden naar woon-werkgebieden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Route 2: mogelijkheden uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen binnen de contour stedelijk gebied.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Route 3: beschikbaarheid van bedrijventerreinen in de regio Utrecht, met name de regionale bedrijventerreinen (buiten de gemeente De Bilt).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Route 4: nieuw bedrijventerrein of uitbreiding bestaand bedrijventerrein buiten de contour stedelijk gebied.</div>\n<p class=\"lf-p\">Kantoorlocaties buiten de centra, die op grotere afstand liggen van hoogwaardige openbaar vervoersknooppunten of onderdeel zijn van de Life Science As locaties, transformeren we naar wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We faciliteren zzp’ers en starters met aantrekkelijke woon-werkgebieden en flexwerkconcepten. De Spoorzone is daarvoor een interessante locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">We creëren broedplaats(en) voor innovatie/creatieve, culturele en maakbedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dynamische kenniseconomie Kenmerkend voor de economie is de aanwezigheid van gezaghebbende onderzoeksinstituten en internationale bedrijven zoals het RIVM, het KNMI, Intravacc en Bilthoven Biologicals, MSD, SWECO, Alexander Monro Borstkankerziekenhuis en Helen Dowling Instituut. De sterke economische structuur, goede bereikbaarheid en de aantrekkelijke groene werkomgevingen zijn doorslaggevende vestigingsfactoren gebleken. De clustering van bedrijven op de Life Science As met Berg en Bosch en Utrecht Science Park Bilthoven (USPB) geven de economie een sterke basis voor een toekomstbestendige groei en verdere innovatie, dus ook als het RIVM naar het USP is verhuisd. Op dit moment ontbreekt het nog aan een plek met labruimtes voor scale-up bedrijven in de life science sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">De koers:</p>\n<p class=\"lf-p\">We zetten in op kennisintensieve (life science) bedrijvigheid, te realiseren in nauwe samenwerking met onder andere het Utrecht Science Park (USP), door verdichtingskansen op het USP Bilthoven (USPB) en Berg en Bosch te benutten en met 25.000 m2 bvo nieuwbouw voor life science bedrijvigheid op de Schapenweide.</p>\n<p class=\"lf-p\">We streven naar een ruimtelijke en functionele cohesie tussen de USP en het USPB.</p>\n<p class=\"lf-p\">We willen ruimte bieden voor startende bedrijven door een startersgebouw met labruimtes op het USPB.</p>\n<p class=\"lf-p\">We willen grote spelers in onze gemeente behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.4 Transformatiegebieden Afwegingskader De transformatiegebieden zijn grotendeels bedrijventerreinen die worden omgezet naar woon(werk)gebieden. Vergeleken met het afwegingskader voor ‘bedrijventerreinen’ is er een aantal verschillen. De ambities voor een ‘gezonde leefomgeving’ en ‘een toegankelijk landelijk gebied’ zijn één streepje hoger ingeschaald dan bij bedrijventerreinen. De ambities voor een ‘passend voorzieningenniveau’ en een ‘toekomstbestendig woningaanbod’ zijn bij transformatiegebieden twee stappen hoger dan bij bedrijventerrein. Dit is omdat een woongebied meer inspanning vraagt op het gebied van die aspecten die het wonen aangenaam maken zoals voorzieningen, gezondheid en duurzame woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transformatiegebieden kern De Bilt In kern De Bilt liggen meerdere transformatiegebieden, namelijk het terrein Weltevreden Zuid langs de Biltse Rading aan de westkant van de kern en het voormalig Hessingterrein aan de Utrechtseweg aan de zuidkant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze gebieden transformeren we tot woon-werkgebieden door het toevoegen van woningen en het transformeren van kantoor- en bedrijfspanden. Aan de oostkant van de Hessenweg liggen de verouderde bedrijventerrein Molenkamp en Ambachtstraat die we ook willen transformeren naar woon-werkgebieden. Aan de randen van de winkelgebieden spelen we in op de woningbehoefte door detailhandel functies te transformeren naar woonfuncties. Op transformatielocaties bouwen we daarnaast ook extra woningen. Nobelkwartier, Utrechtseweg 341, Hessenweg 109-115, Molenkamp en Tuinstraatkwartier zijn concrete en/of grote woningbouwlocaties in kern De Bilt met meer dan tien woningen. De locaties zijn weergegeven op de visiekaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Visiekaart Kern De Bilt Transformatiegebieden kern Bilthoven In Utrecht Nabij zijn de Regiopoorten Woerden, Breukelen, Bilthoven, Zeist-Noord, Driebergen-Zeist, Bunnik, Houten en Vianen als openbaar vervoerknopen opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier kan een groot deel van de regionale woningbouwgroei opgevangen worden. Verstedelijking kan hier worden gecombineerd met een mobiliteitsprofiel waar wandelen, fietsen en openbaar vervoer centraal staan. Daarnaast kunnen de Regiopoorten functioneren als landschapspoort die de kwaliteiten van de Utrechtse landschappen door middel van het openbaar vervoer bereikbaar maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Integraal Ruimtelijk Perspectief 2021- 2040 (U10) bekrachtigt deze Regiopoorten. Ook beschrijft het IRP de ligging van de Regiopoorten nabij de stad Utrecht en daarmee met de uitstekende openbaar vervoersverbinding met deze stad, de regio en het landschap. De openbaar vervoersknooppunten bieden ruimte voor verstedelijking in de vorm van transformatie en verdichting nabij de stations. In veel gevallen is transformatie en menging met werken een belangrijke opgave voor de Regiopoorten die een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van de regio doordat lokale en regionale opgaven hier verbonden worden. De toekomstige verstedelijking kenmerkt zich door dichtheden die hoger zijn dan gebruikelijk in deze kernen en sluit aan bij de kwalitatieve behoefte om met name te bouwen voor doorstroming en voor starters op de woningmarkt. Het sluit ook aan bij de visie op mobiliteit door het organiseren van nabijheid, functiemenging en intensief gebruik van openbaar vervoersknooppunten (alle drie belangrijk om fietsgebruik te stimuleren).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kern Bilthoven bouwt voort op het beleid voor de doorontwikkeling van de Spoorzone als woon-werkgebied. Dat hebben we vertaald op de visiekaart. Het stationsgebied is (al eerder) aangewezen als transformatiegebied en woningbouwlocatie in combinatie met werken. Het station en de mogelijkheden om over te stappen op het openbaar vervoer, de fiets of deelvervoer is voor de bereikbaarheid en het vestigingsklimaat op de gehele Life Science As (Utrecht Science Park, Utrecht Science Park Bilthoven en Berg en Bosch) erg gunstig. Begin 2023 is ingestemd met het project en het participatieplan voor dit gebied. Ook de Schapenweide biedt ruimte voor wonen en, aan de noordkant 25.000 m2 bvo life science bedrijvigheid. Niet alleen de Schapenweide en Spoorzone zijn aangewezen als woningbouwlocaties, maar op meerdere plekken in de kern worden woningen toegevoegd door te bouwen binnen de contouren stedelijk gebied. Centrumplan Bilthoven, De Werkschuit, Melkweg 3, Oude Brandenburgerweg 67, Gregoriuslaan 10 en Leyensetuin zijn concrete en/of grote woningbouwlocaties in kern Bilthoven met meer dan tien woningen. De locaties zijn weergegeven op de visiekaart. Bij het ontwerpen en realiseren van wonen en werken, wordt gezondheid vanuit de aspecten ge- luid en luchtkwaliteit vanaf de start als uitgangspunt meegenomen. Met het milieu-mengpaneel wordt een nadere uitwerking gegeven aan de ambities.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de verkeersveiligheid te waarborgen en daar- naast ook in te spelen op de leefbaarheid van kern Bilthoven, zetten we in op transformatie van het huidige mobiliteitssysteem door middel van het programma ‘Hoofdroute’. Zo maken wij wandelen en fietsen veiliger door het autoverkeer te ontmoedigen. Waar dat kan, is de auto te gast in plaats van een dominante weggebruiker, waardoor er meer ruimte ontstaat voor langzaam verkeer. We zetten ons in om de frequentie van het openbaar vervoer- netwerk te verhogen in combinatie met een goede bereikbaarheid van de opstapplaatsen en stations. De bestaande ontsluitingswegen blijven beschikbaar. Binnen een apart programma doen we onderzoek naar oplossingen voor een robuuste ontsluiting tussen de Spoorzone en de N234 voor openbaar vervoer, fiets en auto.</p>\n<p class=\"lf-p\">Visiekaart kern Bilthoven Transformatiegebieden Maartensdijk Voor Maartensdijk liggen er verschillende opgaven op het gebied van wonen, werken en mobiliteit. In de kern van Maartensdijk zijn een aantal geschikte locaties voor de realisatie van woningen. Het gaat hier om de vervallen kassen bij het Maertensplein en om het uitplaatsen van bedrijven aan de Dierenriem. De aangedragen locatie vanuit het traject ‘Samen Werken Aan Wonen’, voor de transformatie van de Industrieweg naar wonen, nemen we niet over. Op dit bedrijventerrein is namelijk nauwelijks sprake van leegstand. Daarnaast is er in de gemeente een tekort aan bedrijfsruimte. Dit tekort neemt verder toe door de transformatie van andere bedrijventerreinen en hebben bedrijventerreinen een belangrijke rol in de transitie naar een circulaire economie. We zetten in op vernieuwing en intensiever gebruik van het bedrijventerrein aan de Industrieweg om voldoende ruimte te houden voor bedrijvigheid. De afgelopen tijd zijn een aantal panden reeds vernieuwd of is er gestart met de vernieuwing van bedrijfspanden. Deze lijn zetten we graag door.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de uitstekende bereikbaarheid vanaf de A27 en de relatief geringe impact voor omwonenden is de oostkant van de Koningin Wilhelminaweg richting het zuiden interessant als zoekrichting voor een nieuw bedrijventerrein, alleen voor uitplaatsing van Biltse bedrijven (zie route 4 paragraaf 4.4.2). Hierdoor kan ruimte ontstaan in de kernen, bijvoorbeeld op de Dierenriem, voor het transformeren van verouderde bedrijventerreinen naar woon-werkgebieden. Het niet te veel aantasten van de openheid van het landschap en de samenhang met landgoed Persijn zijn hierbij belangrijke aandachtspunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Momenteel wordt regionaal onderzoek gedaan naar het verbeteren van het openbaar vervoernetwerk ter hoogte van Maartensdijk. Daarnaast zetten we ons in voor verbeteringen van het openbaar vervoer tussen Maartensdijk, Berg en Bosch en NS-station Bilthoven. Tot slot zetten we ook in Maartensdijk in op veiliger langzaam verkeer door middel van verschillende fietsverbindingen. We versterken de fietsverbinding tussen Maartensdijk en Westbroek en tussen het fietspad Oostveense Pad in het zuiden van de kern en het fietspad Vuurschepad in het noorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transformatiegebieden Hollandse Rading Binnen de kern Hollandsche Rading liggen een aantal interessante plekken voor woningbouw binnen de contour stedelijk gebied. Momenteel betreft dit echter veelal solitaire locaties met een tweedelijns karakter. Met een integrale toekomstvisie waarbij de locaties goed ingepast worden binnen de ruimtelijke structuur van de kern kan de ontwikkelpotentie voor Hollandsche Rading worden benut. De doorfietsroute Utrecht- Hilversum langs de Tolakkerweg zorgt voor een goede ontsluiting met omliggende kernen. Verder vindt de fietsverbinding via het Vuurschepad vanuit Maartensdijk aansluiting op de Vuursche Dreef.</p>\n<p class=\"lf-p\">De fietsverbinding loopt via de Dennenlaan in Hollandsche Rading.</p>\n<p class=\"lf-p\">NS-station Hollandsche Rading heeft een poortfunctie als ontsluiting van het bosgebied richting Lage Vuursche en de Loosdrechtse Plassen met het openbaar vervoer. Het is daarom van belang dat er veilige, aansluitende wandel- en fietsroutes beschikbaar zijn. De Tolakkerweg voldoet op dit moment aan de normen voor een 50 km/u weg. Wij zetten ons in voor maatregelen om de verkeersveiligheid en leefbaarheid te waarborgen. Het bosgebied Lage Vuursche is op zonnige- en zomerdagen heel druk. We stemmen de te nemen maatregelen af met onze buurgemeenten Hilversum en Baarn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transformatiegebieden Groenekan De doorfietsroute Utrecht-Hilversum langs de Koningin Wilhelminaweg zorgt ervoor dat omliggende kernen veilig en snel bereikbaar zijn. We zetten in op een verbeterde fietsverbinding tussen het fietspad Blauwkapelsepad in het zuiden en het Voordaansepad in het noorden. Ook richting het westen naar Fort Ruigenhoek via de Ruigenhoeksedijk zetten we in op een veiligere en verbeterde fietsverbinding. Hiermee spelen we in op recreatie en beleving van het landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder behouden we de bedrijfsfuncties langs de Koningin Wilhelminaweg in verband met de goede bereikbaarheid maar ook om het tekort aan bedrijfsruimte in de gemeente niet te ver op te laten lopen. Copijnlaan 43 is een grote woningbouwlocatie in De Bilt met meer dan tien woningen en is weergegeven op de visiekaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transformatiegebieden Westbroek In de dorpsraadpleging Westbroek 2021 (zie Participatie) zijn de wensen van de inwoners van Westbroek opgenomen. Voor wat betreft wonen, bouwen we echter gemeentebreed minimaal voor de eigen behoefte. Zo is in Westbroek de ‘locatie van Wijnen’ een concrete woningbouwlocatie met meer dan tien woningen. Deze locatie is weergegeven op de visiekaart. Nader kan onderzocht worden of er mogelijkheden zijn voor het uitplaatsen van bedrijven naar een nieuw bedrijventerrein buiten de kern Westbroek. Dit kan ook helpen om de toegangswegen te ontlasten. Dit zou dan betekenen dat er binnen Westbroek ruimte ontstaat voor toekomstige kleinschalige woningbouw binnen de contour stedelijk gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitgangspunt hierbij is een vrijwillige uitplaatsing van bedrijven. De bedrijven hebben immers ook een belangrijke rol voor de lokale werkgelegenheid en zijn een belangrijke sponsor van het lokale sport- en verenigingsleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de participatie: “Zwaar verkeer ontmoedigen en wandel- en fietsroutes aanleggen door en rondom het dorp waardoor de verkeersveiligheid voor fietsers en wandelaars verbeterd. Met name rond de Kerdijk-Dr. Welfferweg- Achterwetering.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Visiekaart Westbroek Milieukader De bedrijventerreinen Rembrandtlaan (Spoorzone), Ambachtstraat, Molenkamp en Weltevreden Zuid willen we transformeren naar dynamische woon-werkgebieden met zowel woonfuncties als werkfuncties. In sommige gevallen zal dit projectmatig gaan, maar het kan ook zijn dat we in die gebieden per kavel transformeren waardoor de balans langzaam verschuift van werkgebied naar woon-werkgebied. Bij deze gebieden hoort wat reuring vanuit de bedrijfsactiviteiten waardoor het ambitieniveau op geluid lager is dan in woongebieden, maar rustiger dan in centrumgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energietransformatie Langs de A27 zijn er kansen om één of meerdere windturbines te plaatsen. Of er windturbine(s) geplaatst worden, hangt af van de uitkomsten van onderzoek en participatie. Op de kaart is indicatief een aanduiding hiervoor opgenomen waarbij is aangegeven dat de onderzoekszone één kilometer aan weerszijden is. De definitieve keuze van locatie(s) is voorbehouden aan de gemeenteraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dankzij de uitstekende bereikbaarheid vanaf de A27 en de relatief geringe impact voor omwonenden zou het gebied tussen Groenekan en Maartensdijk ook interessant kunnen zijn als zoekgebied voor een nieuw bedrijventerrein, exclusief voor bedrijven die ruimte maken voor woningbouw in de kernen. Met een nieuw bedrijventerrein ontstaat er ruimte in de kernen voor het transformeren van verouderde bedrijventerreinen naar woon-werkgebieden. Door een combinatie van functies die elkaar versterken, wordt de ruimte dan efficiënt gebruikt. Zo kan bijvoorbeeld op de daken van de nieuwe bedrijven zonne-energie worden opgewekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Echter, deze ontwikkeling van het vestigen van een nieuw bedrijventerrein in dit gebied gaat ten koste van de openheid van het landschap en het groen ter plaatse, wat onwenselijk is. Slechts na afweging van alle mogelijkheden binnen de contouren stedelijk gebied van onze gemeente (route 1 en 2), en beschikbaarheid van bedrijfsterreinen in de regio voor vestiging van genoemde bedrijven (route 3) zou dit een zoekgebied een optie kunnen zijn (route 4). Route 4 kan slechts wanneer route 1, 2 en 3 geen uitkomst bieden (volgordelijkheid van toepassing), route 4 is geen vanzelfsprekendheid als route 1, 2 en 3 niet mogelijk blijken. Een integraal afwegingskader moet uiteindelijk inzicht geven waarom dit gebied hier zich het best voor leent ten opzichte van andere gebieden in onze gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door een combinatie van opwekking van elektriciteit en directe afname door de bedrijven worden de kosten laag gehouden en wordt het elektriciteitsnet minder tot niet belast. We kijken daarbij ook naar mogelijkheden om de bestaande P&amp;R locaties bij station Hollandsche Rading en knooppunt Nieuwe Wetering beter te benutten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Hollandse Waterlinie beslaat een groot gebied waar veel opgaven een rol spelen, zoals het opwekken van duurzame energie. De behoefte aan informatie en duidelijkheid over wat mogelijk is, heeft geresulteerd in het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies. Het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies geeft enige helderheid over de mogelijkheid om windturbines en zonnevelden te realiseren in dit gebied. Voor de gemeente De Bilt gaat hier maar en om een klein gebied waarin de Hollandse Waterlinie samenvalt met de aanduiding ‘versterking coulisselandschap’’ Kromme rijnlandschap In dit gebied ligt daarnaast een opgave voor beter openbaar vervoer tussen het USP en Zeist/ Amersfoort. Onze voorkeur gaat uit naar het verbeteren van deze verbinding via de bestaande provinciale wegen, namelijk de N237 (Utrechtseweg) en de N412 (Universiteitsweg), in plaats van langs de A28.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor ontstaat er een koppeling met het te ontwikkelen knooppunt in De Bilt zuid. Het openbaar vervoer knooppunt ter hoogte van de Jordanlaan te Zeist vormt daarbij een belangrijke schakel in het gehele netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voormalige Hessingterrein ligt landschappelijk gezien binnen het Kromme Rijnlandschap. Het terrein van de voormalige autodealer wordt omgevormd tot woongebied passend in dit landschap en rekening houdend met de belangrijke ecologische verbinding die hier loopt. Tot slot is er langs de A28 een mogelijkheid voor het plaatsen van één of meerdere windturbines. Of er windturbine(s) geplaatst worden hangt af van de uitkomsten van onderzoek en participatie. Op de kaart is indicatief een aanduiding hiervoor opgenomen waarbij is aangegeven dat de onderzoekszone 1 km aan weerszijden is. De definitieve keuze van locatie(s) is voorbehouden aan de gemeenteraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 Kostenverhaal 12.1 Grond en financiën Bij de ontwikkeling van nieuwe woon- of werklocaties (gebiedsontwikkeling) worden allerlei kosten gemaakt. Die kosten moeten kunnen worden gedragen door de verkoopopbrengsten van de gronden voor die nieuwe functies. De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen en wel zo dat gebieden met meer profijt een zwaarder aandeel toegerekend dienen te krijgen. Een ander principe houdt in dat gronden die een hogere opbrengstpotentie hebben een zwaarder aandeel in de kosten moeten dragen dan gronden met een lagere opbrengstpotentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verplichting tot kostenverhaal is in de Omgevingswet gekoppeld aan drie kerninstrumenten: een wijziging van het omgevingsplan, een projectbesluit of een omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verplichte kostenverhaal wordt via het privaatrechtelijk - middels overeenkomsten met initiatiefnemers - of via het publiekrechtelijk spoor verzekerd. Het publiekrechtelijk spoor houdt in dat kostenverhaalregels of - voorschriften zijn opgenomen in het omgevingsplan, een projectbesluit of omgevingsvergunning. De gemeente dient hiertoe een kostenverhaalsbeschikking af te geven aan de initiatiefnemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze mag pas starten met zijn initiatief als het kostenverhaal is voldaan of het kostenverhaal op een andere manier is verzekerd, bijvoorbeeld door het stellen van een bankgarantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij zijn ook bevoegd om in een overeenkomst met initiatiefnemers afspraken te maken over een vrijwillige financiële bijdrage aan de ontwikkeling van een gebied. De onderbouwing van de financiële bijdrage moet worden opgenomen in de kerninstrumenten omgevingsvisie of programma. Voor gemeente De Bilt gaat het in feite om alle kosten die nodig zijn om de in de Omgevingsvisie beschreven doelen te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In ieder geval gaat het om de volgende ontwikkelingen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Sociale woningbouw en middenhuur Wij willen een gedifferentieerd woningaanbod, bouwen waar behoefte aan is (direct en ten behoeve van doorstroming) en met een focus op betaalbare woningen en appartementen voor starters, jonge gezinnen en ouderen. Om een gedifferentieerd aanbod te bewerkstelligen verlangen wij dat bij nieuwe projecten minimaal 30% sociaal en minimaal 20% middenhuur wordt gerealiseerd. In bijzondere gevallen kan hier vanaf worden geweken door middel van een financiële bijdrage aan het fonds sociale woningbouw en/of het fonds middenhuur. De voorwaarden zijn opgenomen in de Verordening doelgroepen woningbouw gemeente De Bilt 2022 en Nota Kostenverhaal 2019 en toekomstige actualisaties of krijgen een plek als ‘programma’. Deze bijdrage zorgt er voor dat er voor kleinschalige projecten maatwerk mogelijk is en dat tevens verevening mogelijk is voor projecten die een grotere sociale en/of middenhuuropgave realiseren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Landschap Dit gaat concreet de bestedingen op het beleidsterrein ‘versterken van het landschap’ door maatregelen op het gebied van waterberging, aanleg van nieuwe natuur, recreatieve voorzieningen, behoud van het coulisselandschap enzovoort.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bereikbaarheid Maatregelen op het gebied van bereikbaarheid en stimuleren van openbaar vervoer en fietsverkeer.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Energietransitie en hittestressbestendigheid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze opsomming van mogelijke maatregelen is niet uitputtend en zal in een programma en/of in een volgende versie van de omgevingsvisie verder uitgewerkt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">13 Proces 13.1 Algemeen De Omgevingswet en de omgevingsvisie Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De wet regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daaronder vallen ook ‘nieuwe’ thema’s zoals klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en veiligheid. Met de Omgevingswet wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. Dit gebeurt langs de drie volgende sporen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Integrale afweging bij initiatieven waarbij meer ruimte is voor maatwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toegankelijk maken van regels voor de fysieke leefomgeving van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het anders (samen)werken van overheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De integrale afweging van initiatieven en het geven van vertrouwen zijn sleutelbegrippen. Het doel en de meerwaarde van een initiatief in de fysieke leefomgeving moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ Dit vraagt om een andere werk- en denkwijze van overheden, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Omgevingswet bevat een aantal instrumenten waarmee overheden de doelen van de wet in praktijk kunnen brengen. Deze instrumenten worden de ‘kerninstrumenten’ genoemd. Eén van de (verplichte) instrumenten voor gemeenten die voortvloeit uit de Omgevingswet is de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zetten we samen met onze inwoners, ondernemers, partners en gebruikers de integrale koers uit op weg naar de toekomst (denk aan 2040), gericht op een fysieke leefomgeving waarin mensen gelukkiger, gezonder en veiliger zijn. De omgevingsvisie gemeente De Bilt vervangt de Structuurvisie (2012).</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvisiekaart In de afgelopen hoofdstukken zijn de ambities en gewenste ontwikkelingen voor de gemeente De Bilt toegelicht in tekst, beeld en kaartmateriaal. Hieruit hebben we de belangrijkste ontwikkelingen getoond op de Omgevingsvisiekaart die hiernaast te zien is. Deze kaart moet worden gezien als visiekaart en niet als bestemmingsplankaart (of omgevingsplankaart). Een omgevingsvisie is namelijk niet juridisch bindend voor de burger. Wel laat de kaart goed zien wat onze ambities zijn voor het behoud en de ontwikkeling van de gemeente De Bilt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze kaart vormt de basis voor de gebiedsgerichte uitwerking die in het volgende hoofdstuk is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.2 Participatie 13.2.1 Een gezamenlijk proces Om te komen tot een omgevingsvisie hebben we gekozen voor een uitgebreid participatietraject, omdat de omgevingsvisie grote impact heeft op de toekomstige ontwikkeling van onze gemeente. Na meer dan drie jaar kijken wij terug op een intensief en bewogen traject waarbij wij gebruik hebben gemaakt van informatie en kennis uit onze samenleving. In een dergelijk proces ontkomen we er niet aan om keuzes te maken waarbij niet alle inbreng en inzichten volledig kunnen worden meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben stapsgewijs - samen met inwoners, ondernemers, andere overheden en maatschappelijke organisaties - gewerkt aan een afgewogen en breed gedragen omgevingsvisie. Deze processtappen zijn in de afbeelding schematisch weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenteraad heeft in februari 2021 de ‘Startnotitie voor de omgevingsvisie’ vastgesteld. Hiermee heeft de raad de procesmatige en inhoudelijke kaders bepaald voor de omgevingsvisie. Daarna hebben we een inventarisatie en analyse van de huidige situatie gemaakt. Aan de hand van een beleids-, data- en gebiedsanalyse is de Basisverkenning (29 maart 2021) opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de eerste ‘Maand van de leefomgeving’ (april 2021) is aan de van hand van participatie een eerste beeld ontstaan van vele gezamenlijke, maar ook uiteenlopende ambities.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opbrengsten uit deze bijeenkomsten zijn terug te vinden in een apart participatieverslag. De Startnotitie, Basisverkenning, bestaande beleidskaders en de inbreng (tijdens de eerste maand van de leefomgeving) van bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, provincie en waterschappen hebben vervolgens geleid tot de Koersnotitie (vastgesteld door het college in oktober 2021). In de Koersnotitie zijn de ambities en doelen opgenomen waarover een gezamenlijk beeld bestaat. Daarnaast zijn de belangrijke vraagstukken die toen nog open stonden verder uitgewerkt in mogelijke oplossingsrichtingen. Deze oplossingsrichtingen zijn uitgewerkt in vier vergezichten. Deze vier vergezichten geven de uitersten weer op de thema’s wonen, energie, economie en mobiliteit. Vanuit het ruimtelijk perspectief is het thema ‘landelijk gebied’ toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Dialoognotitie (21 maart 2022) vormde de basis voor de Toekomstdebatten die zijn gehouden in de tweede ‘Maand van de leefomgeving’ in april 2022. Hiermee hebben we zoveel mogelijk input over de gewenste ontwikkelingen opgehaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties is gezocht naar een breed gedragen voorkeursrichting. De thema’s wonen, economie, energie, mobiliteit en landelijk gebied kwamen hierbij aan bod. In paragraaf 3.3 zijn de vier vergezichten en de voorkeur verwerkt in één vergezicht en verder toegelicht. Aan de hand van de Dialoognotitie, het IRP 20401 en actuele ontwikkelingen hebben we de ‘Kern van de Visie’ opgesteld. Op basis van het participatietraject heeft het college De Kern van de Visie vastgesteld (in december 2022). Deze is verder uitgewerkt in de voorontwerp-omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de tweede ‘Maand van de leefomgeving’ medio 2022 hebben we aan de hand van vergezichten en toekomstdebatten de voorkeursrichting bepaald. Deze is gevisualiseerd in één vergezicht en was leidend voor de opstelling van de Kern van de Visie die eind 2022 door het college is vastgesteld. Onze kernwaarden en de daarbij behorende thema’s zijn ter inspiratie van en richtinggevend voor nieuw beleid en zullen worden gebruikt om initiatieven vanuit de samenleving te wegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de derde ‘Maand van de Leefomgeving’ (maart 2023) is de voorontwerp-omgevingsvisie als een eerste toetsing gepresenteerd aan de participanten van de eerdere dialoog- en toekomstsessies en overige belangstellenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de hand van de inbreng vanuit de derde ‘Maand van de leefomgeving’ heeft het college besloten welke aanpassingen op het voorontwerp zijn verwerkt in de voorliggende ontwerpomgevingsvisie De Bilt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Dialoognotitie Omgevingsvisie De Bilt van 21 maart 2022 is aangegeven op welke wijze we gekomen zijn tot afgewogen keuzes. Voorafgaand aan de Dialoognotitie is de Basisverkenning opgesteld en hebben we in de eerste Maand van de leefomgeving de inbreng van vele belanghebbenden opgehaald. Deze inbreng is vertaald in toekomstscenario’s rond de opgehaalde en als meest belangrijk ervaren thema’s; wonen, energie, economie, mobiliteit en het landelijk gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 4 van de Dialoognotitie zijn de dilemma’s per vraagstuk beschreven. Daarvoor zijn per thema de verschillende opties beschreven. Deze opties zijn gevisualiseerd in vier vergezichten die samen de uitersten van het speelveld vormen. De dialoognotitie was vervolgens de basis voor de toekomstdebatten. Het doel van de toekomstdebatten was om met de samenleving een breed gedragen voorkeursrichting te vinden. Van vier naar één vergezicht waarbij per thema op basis van de gedefinieerde uitersten van het speelveld, een voorkeursrichting is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitersten van het speelveld zijn als volgt gedefinieerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Sterker lokaal profileren, lage dynamiek Sterker lokaal profileren, hoge dynamiek Sterker regionaal aanhechten, hoge dynamiek Sterker regionaal aanhechten, lage dynamiek Het schema hieronder weergeeft de verschillende denkrichtingen per thema op basis van de uitersten van het speelveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van vier vergezichten naar één vergezicht Nadat de vier vergezichten zijn getoetst op de milieueffecten in het MER Deel A (opgeleverd 21 maart 2022) zijn we van start gegaan met de dialoog met als doel om een breed gedragen voorkeursrichting per thema te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de tweede ‘Maand van de leefomgeving’ konden belanghebbenden op verschillende wijzen inbreng geven, zowel digitaal via online enquêtes, als fysiek tijdens straatinterviews en een inloopbijeenkomst ‘De Toekomstdialoog’. Het rapport ‘Participatieverslag 2e Maand van de Leefomgeving’ (juli 2022) en de bijlagen zijn gepubliceerd op ref.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijkste conclusies Veel respondenten en deelnemers geven aan dat woningbouw één van de belangrijkste thema’s is voor hen in het kader van de Omgevingsvisie De Bilt 2040. Daarbij is het belangrijk dat er voldoende woningen worden gebouwd op basis van in ieder geval de eigen woningbehoefte. Indien nodig kunnen we op sommige plekken best wat stedelijker bouwen of over de contouren stedelijk gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Qua energie wordt vaak als mogelijkheid zon op dak genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is ook onderdeel van de voorlopig koers in de Dialoognotitie. Daarnaast spreekt de inzet op innovatieve technieken verschillende respondenten en deelnemers aan. De meningen over wel of geen windmolens langs de A28 zijn verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de participatie komt een voorkeur voor het omvormen van verouderde bedrijventerreinen naar woonwerkgebieden. Om dit voor elkaar te krijgen is dit in vergezicht 3 gekoppeld aan een nieuw groen bedrijventerrein buiten de contouren stedelijk gebied. Hier zijn voor en tegenstanders van. Dat geldt ook voor de inzet op een hoogwaardige kennisintensieve economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het landelijk gebied is het merendeel van de respondenten en deelnemers voor extra inzet op recreatie. Al is de mate hierin verschillend en geldt dit minder voor de respondenten en deelnemers uit de groene kernen. Voor het wel of niet vernatten van het veenweidegebied en de mate waarin lopen de meningen uiteen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Qua mobiliteit gaat de voorkeur onder de respondenten en deelnemers uit naar de inzet op openbaar vervoer. Aan de andere kant zijn deelnemers ook voor de inzet op het stimuleren van elektrisch autorijden. Met name voor de kleinere kernen blijft autobezit waarschijnlijk van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als integraal naar de vergezichten wordt gekeken gaat de meeste voorkeur onder de respondenten en deelnemers uit naar vergezicht 2 en 4. Waarbij vergezicht 3 duidelijk de minste voorkeur heeft. De opbrengsten zijn gebruikt voor het maken van afwegingen voor de gewenste ontwikkelingen. Het college heeft de belangrijkste keuzes gebundeld en opgenomen in ‘De kern van de Visie’.</p>\n<p class=\"lf-p\">MER Het is verplicht om de milieu- en omgevingseffecten van de omgevingsvisie in kaart te brengen. Deze effecten zijn in beeld gebracht met een milieueffectenrapportage (MER). In het MER Deel A (van 16 maart 2022) zijn de vergezichten nader getoetst op deze effecten. Hiermee zijn aandachtspunten voor de omgevingskwaliteit inzichtelijk gemaakt. Dit draagt bij aan een diepgaande discussie en het maken van goed afgewogen keuzes over de gewenste ontwikkeling van de gemeente De Bilt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het resultaat hiervan wordt beschreven in de Dialoognotitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle documenten staan op de website https://doemeedebilt.nl/de+omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontwerpomgevingsvisie wordt (conform de wettelijke plicht) getoetst op milieueffecten in (deel B van) het MER.</p>\n<p class=\"lf-p\">Visuele weergave in één vergezicht Het abstract kaartbeeld hieronder is een visuele weergave van de voorkeursrichtingen per thema. In deze kaart zijn de voorkeuren uit de vier eerder gemaakte vergezichten samengevoegd. Dit vergezicht heeft de basis gevormd voor het toekomstbeeld dat in dit hoofdstuk is geschetst. In hoofdstuk 4 is dit toekomstbeeld verder thematisch uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.2.2 Dorpsraadpleging Westbroek 2021 We bouwen enkel voor de eigen woningbehoefte van alle Westbroekers zowel voor starters als doorstromers en senioren. Daarbij behouden we het historisch karakter van Westbroek. Het bouwen van de woningbehoefte tot 2040 gebeurt op basis van een integraal plan waarbij slim wordt omgegaan met de beschikbare en beschikbaar te maken ruimte in het dorp. Dit plan zorgt ervoor dat de bouw gefaseerd en naar behoefte verloopt en dat niet in één keer wordt voorzien in woningbehoefte. Het plan omvat oplossingen voor zorgwoningen voor ouderen, koopappartementen voor jongeren, gecombineerd wonen door bijvoorbeeld splitsing van boerderijen, een zorgcentrum en combinatie en herlocatie van school, sportkantine en dorpshuis. Woningbouwlocaties zijn voornamelijk terug te vinden aan de oost-, zuid- en westranden van Westbroek en zowel binnen als buiten de contouren stedelijk gebied. Dit heeft natuurlijk voor- en tegenstanders. Er kan ook nog gekeken worden naar slimme woningbouw op boerenbedrijven wanneer deze stoppen met boeren. Denk hierbij aan gecombineerd wonen en mantelzorg faciliteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met oog op het toenemende (recreatie-) verkeer moet de verkeersveiligheid op niveau blijven. De volgende maatregelen en randvoorwaarden zijn hierbij cruciaal:</p>\n<p class=\"lf-p\">De verkeerssituatie bij de kerk/brug moet veiliger Verbeteringen mogen geen aanzuigende werking hebben Sluipverkeer moet verder/anders bestreden worden Bereikbaarheid van bedrijven behouden Veiligheid van kinderen, fietsers en wandelaars moet gewaarborgd worden Verbeterd maaibeleid ten behoeve van de verkeersveiligheid en verbetering van de biodiversiteit Verder zetten we in op het behoud van het sociale karakter van het dorp en de gemeenschapszin door middel van goede faciliteiten zoals het dorpshuis, school, sportverenigingen, feestterrein, zorgcentrum en kinderspeelplaatsen. We zien graag de terugkeer van horeca op een verbeterde en veiligere locatie bij de kerk zoals een café en snackbar. Zo ontstaat er ruimte voor een terras en kunnen mensen samenkomen. We spelen hiermee ook in op toerisme, recreatie en ruimte voor feesten en evenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Westbroek willen we de groei van natuur- en recreatiegebieden voornamelijk indammen maar tegelijkertijd op enkele gerichte plekken de natuur en recreatie gedoseerd verbeteren. Dit doen we door de aanleg van wandel- en fietspaden, parkeerplaatsen en het doorvoeren van maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit. Verder zetten we in op kleinschalige verduurzaming door middel van bijvoorbeeld kleine windmolens, zonnedaken, grondwarmte en isolatie. Ook stimuleren we innovaties rondom schone energie. Tot slot wil Westbroek een boerendorp blijven. Dat betekent dat boerenbedrijven behouden moeten worden of geholpen moeten worden bij omvorming ten behoeve van het onderhoud van de natuurgebieden, biologische landbouw en veeteelt en duurzame energieopwekking voor Westbroek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de participatie: “Energie oplossen met kleine windmolens bij woningen en grote windmolens bijvoorbeeld langs de A27.”</p>\n<p class=\"lf-p\">13.3 Monitoring In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie willen operationaliseren. Als gemeente staan we hiervoor niet alleen zelf ‘aan de lat’. Samen met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, provincie, buurgemeenten en waterschappen gaan we aan de slag om onze kernwaarden te behouden én te versterken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk beschrijven we verder de doorwerking van de omgevingsvisie in de andere Omgevingswetinstrumenten. Daarnaast geven we aan hoe we als gemeente de uitvoering van onze ambities in de visie gaan monitoren en hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sturingsfilosofie Het uitgangspunt van de Omgevingswet is ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de omgevingsvisie als onderlegger laten we inhoudelijk op hoofdlijnen zien hoe we in De Bilt initiatieven willen ondersteunen waarmee tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving. De concrete uitwerking van de omgevingsvisie hangt ook af van de rol die de gemeente aanneemt. We hebben als overheid diverse rollen en sturingsfilosofieën tot onze beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sturingsfilosofie gaat overigens niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving maar ook over de rolneming van de raad ten opzichte van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvisie is HET instrument voor de raad om (strategische) keuzes te maken en de uitvoering hierop periodiek te monitoren en bij te sturen. Het is ook het instrument voor de raad om aan te geven of en hoe ze eventueel het instrument ‘programma’ willen gebruiken bij de nadere uitwerking van keuzes en/of kaders. Maar, ook hoe ze het instrument ‘omgevingsplan’ willen inzetten om regels te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rollen Er zijn vier benaderingen van sturing. In elk van de vier benaderingen gaat het om overheidssturing in die zin dat de overheid doelen formuleert en die probeert te realiseren in interactie met de omgeving. De aanduidingen in de kwadranten geven accenten aan in de rolopvatting en geen scheidingen. Zo wil de ‘Netwerkende Overheid’ óók prestaties leveren en zorgvuldig en duidelijk de kaders stellen net als de ‘Rechtmatige Overheid’.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben als gemeente de ambitie om meer gebiedsgericht en van buiten naar binnen te werken. Dat wil zeggen dat we bij gebiedsontwikkeling aan de faciliterende rol de voorkeur geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze rol voor gebiedsontwikkeling past in het kwadrant bij de Responsieve Overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding perspectieven-op-overheidssturing 13.4 Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten [Gereserveerd] Bijlage I Begrippen omgevingsvisie een strategisch, langetermijnplan voor de gehele fysieke leefomgeving Bijlage II Overzicht informatieobjecten kern De Bilt /join/id/regdata/gm0310/2023/DeBilt/nld@2023-11-29;2 kern Bilthoven /join/id/regdata/gm0310/2023/Bilthoven/nld@2023-11-29;2 Boslandschap /join/id/regdata/gm0310/2023/Boslandschap/nld@2023-11-29;2 Coulisselandschap /join/id/regdata/gm0310/2023/Coulisselandschap/nld@2023-11-29;2 Groenekan /join/id/regdata/gm0310/2023/Groenekan/nld@2023-11-29;2 Hollandsche Rading /join/id/regdata/gm0310/2023/Hollandsche_Rading/nld@2023-11-29;2 Kromme Rijnlandschap /join/id/regdata/gm0310/2023/Kromme_Rijnlandschap/nld@2023-11-29;2 Maartensdijk /join/id/regdata/gm0310/2023/Maartensdijk/nld@2023-11-29;2 Veenweidelandschap /join/id/regdata/gm0310/2023/Veenweidelandschap/nld@2023-11-29;2 Westbroek /join/id/regdata/gm0310/2023/Westbroek/nld@2023-11-29;2 Agrarisch gebied /join/id/regdata/gm0310/2025/gebiedstype_agrarisch/nld@2025-07-22 Bedrijventerrein /join/id/regdata/gm0310/2025/gebiedstype_bedrijventerrein/nld@2025-07-10 Centrumgebied /join/id/regdata/gm0310/2025/gebiedstype_centrum/nld@2025-07-22 Landelijk gebied - agrarisch /join/id/regdata/gm0310/2025/gebiedstype_landelijk_agrarisch/nld@2025-07-23 Landelijk gebied - natuur /join/id/regdata/gm0310/2025/gebiedstype_landelijk_natuur_gebied/nld@2025-07-10 Landelijk gebied - wonen /join/id/regdata/gm0310/2025/gebiedstype_landelijk_woon_gebied/nld@2025-07-10 Woongebied /join/id/regdata/gm0310/2025/gebiedstype_woongebied/nld@2025-07-22 Bijlage III Algemene Toelichting Algemene Toelichting In deze toelichting wordt de opbouw van de omgevingsvisie beschreven. De omgevingsvisie is een instrument dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Daarom spreken we in de ‘wij-vorm’ waarbij we de gemeenteraad bedoelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvisie, een levend document Met de omgevingsvisie hebben we als gemeente een koers en een integraal afwegingskader voor de inrichting van onze fysieke leefomgeving. We beschouwen de omgevingsvisie, en in het verlengde daarvan alle omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Met een monitoringssysteem houden we als gemeente zicht op de voortgang van onze koers. Het gebruikmaken van meetbare indicatoren is een logische volgende stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen wettelijke actualiseringstermijn meer zoals dat bij de structuurvisie en bestemmingsplannen wel altijd het geval was. Op enig moment zullen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. We kiezen als gemeente voor een actualiseringscyclus van eens per jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. De bedoeling van de omgevingswet is dat we ‘beleidstafels’ inrichten zodat we periodiek kunnen toetsen of wijziging van beleid effect heeft op de uitgangspunten in de visie. De omgevingsvisie is een belangrijk instrument dat de gemeenteraad vaststelt. De evaluatie is ook een taak van de raad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap richting de Omgevingsvisie 2.0 Deze eerste versie van de omgevingsvisie voor de gemeente De Bilt zet een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het actuele strategisch ruimtelijk beleid. In de jaarlijkse beleidscyclus bekijken we of er beleidswijzigingen zijn. Dat betekent dat er vanaf nu geen thematische visies meer als losstaand beleid worden vastgesteld. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwen we de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continu aangescherpt wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanzelfsprekend gaan we als gemeente wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit wordt dan alleen niet opgenomen in losstaande beleidsdocumenten maar integraal meegenomen in een herziening van de omgevingsvisie. Via programma’s werken we bijvoorbeeld aan de uitwerking van een bepaald thema, een specifieke gebiedsuitwerking of anderszins. De strategische uitspraken van die verdiepingsslag moeten dan weer landen in de omgevingsvisie en verwerkt worden in het omgevingsplan vanwege eventuele juridische consequenties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inleiding De volgende twee doelstellingen tonen het spanningsveld van het omgevingsbeleid. Maximale bescherming leidt tot onvervulde maatschappelijke wensen. Maximale ontwikkeling leidt tot een onleefbaar land. De wet is een belangrijk instrument bij het bewaren van de balans.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Om deze balans te bewaren is het hebben van een stevige redeneerlijn een voorwaarde. In deze Redeneerlijn leest u wat onze vuistregels zijn ten aanzien van het werken aan Omgevingsdocumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De basis is voorspelbaarheid en betrouwbaarheid in werken met de omgevingsdocumenten in de beleidscyclus. De Omgevingsvisie geeft de motivering voor wat de gemeente wil beschermen, benutten en bereiken. In het Omgevingsplan worden regels gesteld aan activiteiten die uitvoering geven aan de Omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan is er ook het programma. In de meeste gevallen gaat dit om een vrijwillig programma. Een programma kan nooit op zichzelf staan, maar is altijd een uitwerking van of maatregelen voor het realiseren een beleidslijn uit de eigen omgevingsvisie, provinciaal of rijks beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt steeds vanuit de opgave gekeken wat er nodig is om deze te bereiken. Aanpassingen in de visie? Starten van een programma of regels in het Omgevingsplan? Hierbij is gekozen om de opzet van de hoofdstukken van de visie en het plan in lijn met elkaar te houden. Hiermee is het voorspelbaar welke hoofdstukken er zijn en wat er in een hoofdstuk staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de structuur van de documenten zal de indeling altijd bestaan uit een algemeen stuk, het benoemen van de doelen, wat hebben we, wat willen we beschermen, wat willen we benutten/bereiken en wat zijn hiervoor de spelregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidscyclus: samenhang omgevingsdocumenten Gemeenten hebben vier Omgevingswet instrumenten gekregen om de fysieke leefomgeving mee te regelen: Omgevingsvisie, Programma, Omgevingsplan en Omgevingsvergunning. Deze vier bij elkaar vormen de beleidscyclus Omgevingswet. Elk instrument heeft zijn eigen karakter en levert een bijdrage om de gemeentelijke ambities te verwezenlijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvisie: hierin wordt beschreven wat de gemeente wil beschermen, benutten en bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Programma: dit instrument kan de gemeente inzetten om de doelen vanuit de Omgevingswet en/of de eigen Omgevingsvisie te bereiken door het concreet uit te werken of maatregelen te benoemen. Het gaat hierbij om hoe, wie, tegen welke kosten en wat is de planning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsplan: hierin wordt beschreven wat mag waar en onder welke voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvergunning: de beoordelingsregels uit het omgevingsplan en de bepalingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) vormen het toetsingskader voor de vergunningverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het werken vanuit de beleidscyclus en hierop te blijven monitoren zorgt voor voorspelbaarheid en betrouwbaarheid doordat er een op elkaar afgestemd toetsingskader is. Daarbij helpt het de gemeente om de landelijke en lokale doelen van de wet inzichtelijk te maken en te bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het effect en resultaat van het werken vanuit de beleidscyclus, is afhankelijk van het consequent doorlopen van de drie fasen: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkennen b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitwerken c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Borging in Omgevingsdocumenten Hierbij starten we altijd met de vraag: wat is de opgave?</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat kan leiden tot een aanpassing in één van de instrumenten, maar zal vaak ook leiden tot het verkennen en uitwerken van de opgave, om daarna te borgen in meerdere instrumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat is wat?</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gebiedstype is een geografische afbakening die het gebied karakteriseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een functie is locatie gebonden en draagt bij voorkeur bij aan de karakteristiek van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een activiteit is een handeling die past binnen de functie binnen het gebied of waarmee de functie verwezenlijkt wordt Vuistregels:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedstypen overlappen elkaar niet, er kunnen meerdere functies in een gebiedstype op dezelfde locatie aanwezig zijn (dubbelfuncties) en er wordt niet geanticipeerd op toekomstige gebiedstypen. De gebiedstypen worden integraal samengesteld waarbij de diverse belangen worden meegenomen. De locatie zelf bepaald niet het gebiedstype, maar het grotere geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functies worden alleen opgenomen als er daadwerkelijk een functie aanwezig is en hier minimaal één juridische regel aan hangt (regel voor iedereen). Er wordt niet geanticipeerd op toekomstige functies. Functiewijzigingen leiden altijd tot een wijziging omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Locaties ter bescherming van specifieke belangen zoals welstand. Hier worden aanvullende regels voor gesteld in aanvulling op de regels van het betreffende gebiedstype en/of de functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten die geregeld zijn in het omgevingsplan worden als basis gebruikt voor ontwikkellocaties. Hier worden geen nieuwe activiteiten voor bedacht. Een activiteit kan alleen plaatsvinden in de (nabij) toekomst. Een activiteit kan niet leiden tot het wijzigen van het omgevingsplan. Activiteiten die niet langer wenselijk zijn, dienen te worden aangepast of verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsontwikkeling op hoofdlijnen met niet meer dan een visie op een ontwikkeling worden verwerkt in de omgevingsvisie en eventueel een programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsontwikkelingen die zodanig concreet zijn en direct gerealiseerd kunnen worden door (bestaande) activiteiten in het omgevingsplan komen wel in aanmerking voor een directe wijziging omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Structuurkeuze instrumenten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Om een integrale werkwijze en systematiek te ondersteunen volgen alle drie de omgevingswetinstrumenten (omgevingsvisie, programma en omgevingsplan) dezelfde structuurkeuze waarbij de hoofdstukindeling hetzelfde.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1: Algemeen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Elk omgevingsdocument kent een algemeen hoofdstuk. Hierin worden de gebruikte begripsbepalingen, meet en rekenbepalingen en geografische informatie gezet of naar verwezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens wordt in dit hoofdstuk duidelijk gemaakt hoe dit document zich verhoudt tot de andere documenten die er zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2: Doelen</h3>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt per omgevingsdocument aangegeven aan welke doelen van de Omgevingswet het betreffende document invulling gaat geven. Dit wordt aangevuld met de lokale opgaven zoals opgenomen in de omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Omgevingsvisie worden doelen verduidelijkt en de opgaven benoemd en gemotiveerd. Tevens wordt de keuze gemaakt hoe deze doelen gehaald worden (bv middels een stimuleringsregeling (stoep eruit groen erin), het starten van een programma of het stellen van regels in het omgevingsplan).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3: Gebiedstypen</h3>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 3 staan de verschillende gebiedstypen. Deze overlappen elkaar niet, er kunnen wel meerdere functies in één gebiedstype op dezelfde locatie aanwezig zijn (dubbelfuncties).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wordt er niet geanticipeerd op toekomstige gebiedstypen, deze toekomstige ontwikkelingen worden opgenomen in hoofdstuk 11. De gebiedstypen worden integraal samengesteld waarbij de diverse belangen worden meegenomen. De locatie zelf bepaald niet het gebiedstype, maar het grotere geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het belang van het gebiedstype staat voorop. Activiteiten mogen dit belang niet onevenredig aantasten. Er kan geen verschil zitten tussen gebiedstypen in de verschillende omgevingsdocumenten. Wel kan een gebiedstype kan een combinatie zijn van meerdere gebieden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Functies Een functie is datgene waarvoor een locatie is ingericht/wordt gebruikt Een functie is locatie gericht Meerdere functies per locatie zijn mogelijk, echter er is altijd maximaal één hoofdfuncties met eventueel ondergeschikte functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de bestaande situatie duidelijk weer te geven wordt in dit hoofdstuk de hoofdfunctie opgenomen. Daarnaast kunnen op elke locatie ook ondergeschikte functies plaatsvinden. De functies worden alleen opgenomen als er ook regels voor zijn. Het is een hulpstructuur in het plan om regels te stellen, als andere locaties (ambtsgebied, gebiedstype of beschermingszone) voldoende zijn, heeft een functie geen meerwaarde om op te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld: als er geen gemeentelijke regels voor water zijn, dan geen functie water in het plan. Het waterschap heeft immers de verordening met regels voor iedereen ten aanzien van het water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze keuzes komen in de toelichting van het Omgevingsplan te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de omgevingsvisie staan de functies benoemd en vindt er een belangenafweging plaats hoe om te gaan met functiewijziging in de toekomst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen In de omgevingsdocumenten is terug te vinden in hoofdstuk 5 wat te beschermen, benutten of bereiken in aanvulling op de gebiedstypen en functies. Voorbeelden zijn het welstandsgebied, bebouwingscontour houtkap, archeologie en monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de omgevingsvisie nemen we op hoe we dit beschermen willen laten verhouden tot het benutten. Zoals gezegd kan niet alles worden beschermd en benut, hierin dienen keuzes gemaakt te worden. De gemaakte keuzes vinden we terug in de visie op hoofdlijnen en de concretisering hiervan in het omgevingsplan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  6</h3>\n<p class=\"lf-p\">t/m 10 Benutten (activiteiten) In de omgevingsdocumenten staat in hoofdstuk 6 t/m 10 alle informatie met betrekking tot activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de omgevingsvisie zetten we hiervoor de grove lijn neer (motivering), welke in het omgevingsplan verder wordt uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit gebeurt in meerdere hoofdstukken, zo gaat hoofdstuk 6 over functies en gebruik, de bouwactiviteiten staan in hoofdstuk 7, werkzaamheden in hoofdstuk 8 en milieu in hoofdstuk 9. In hoofdstuk 10 staan activiteiten die geen plek kunnen vinden in deze onderverdeling. Is er een verbod opgenomen in het omgevingsplan, dan is in de omgevingsvisie de onderbouwing te vinden waarom hiervoor gekozen is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelen In de omgevingsdocumenten is terug te vinden in hoofdstuk 11 wat de aanvullende voorrangsbepalingen zijn voor bestaande situaties die beëindigd worden ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Omgevingsvisie worden (toekomstige) ontwikkelingen in de bovenliggende hoofdstukken opgenomen als dit past bij de huidige gebiedstypen. Bij ontwikkellocaties of transformatiegebieden wordt in hoofdstuk 11 toegelicht wat de koers is voor dit specifieke gebied.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  12</h3>\n<p class=\"lf-p\">en verder De overige hoofdstukken zijn proces en procedurele hoofdstukken, deze zijn geen onderdeel van de kern van de visie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage IV Gemeentelijk beleid Gemeentelijk beleid In artikel 4.9 lid 3 van het invoeringsbesluit omgevingswet is geregeld dan na vaststelling van de omgevingsvisie al het strategische beleid wat de grondslag heeft in huidige wetgeving van rechtswege komt te vervallen. In bijgevoegd overzicht gemeentelijk beleid van de omgevingsvisie is opgenomen wat wel van toepassing blijft als buitenwettelijk beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Status Toelichting Is vervangen door de omgevingsvisie Is niet meer geldend Is basis voor de omgevingsvisie Moet worden gezien als een verdieping of aanvulling op de omgevingsvisie Is basis voor de omgevingsvisie en wordt geactualiseerd dooreen in uitvoering zijn programma In de cyclus van evaluatie en beheer van de omgevingsvisie (en omgevingsplan) zullen er nieuwe visies/kaders door deraad worden vastgesteld. Deze zullen vervolgens leiden tot aanpassing van deze bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsstuk Jaartal Overheid Status Wonen en samenleving Woonvisie De Bilt 2030 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Actie Agenda Woningmarkt 2018-2021 Provincie Utrecht Is basis voor de omgevingsvisie Sportnota De Bilt - topper in sport en bewegen 2019-2022 Gemeente De Bilt is basis voor omgevingsvisie en wordt geactualiseerd doorprogramma ‘iedereen doet mee Economie en werkgelegenheid Nota Economisch Beleid - Dynamiek binnen groene kaders 2007-2020 Gemeente De Bilt Is vervangen door de omgevingsvisie Detailhandels- en Horecabeleid - naar een toekomstbestendigedetailhandel en horeca in de gemeente De Bilt 2017 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Startnotitie vitaal platteland, recreatie en toerisme 2015 Gemeente De Bilt Is basis voor omgevingsvisie en wordt geactualiseerd doorprogramma ‘erfgoed, landschap en ruimtelijke kwaliteit’ Mobiliteit en bereikbaarheid Mobiliteitsvisie De Bilt 2035 2023 - 2035 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Klimaat, water en energie Routekaart Energieneutraal 2030 2017-2030 Gemeente De Bilt Is vervangen door de omgevingsvisie Routekaart Energieneutraal 2030 - bijlage 2 - kaartbeeld DeEnergiestrategie 2017-2030 Gemeente De Bilt Is vervangen door de omgevingsvisie Routekaart Energieneutraal 2030 - bijlage 3 - Beleid duurzameenergie m.b.t zonnevelden 2017-2030 Gemeente De Bilt Is vervangen door de omgevingsvisie Routekaart Energieneutraal 2030 - bijlage 4 - Bilts EnergieAkkoord, Tussenstop 2020 2017-2030 Gemeente De Bilt Is vervangen door de omgevingsvisie Regionale Waterdocumenten 2020 Waterschap Is basis voor de omgevingsvisie Transitievisie warmte 2020 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Beleidsvisie Zonnevelden 2030 2023-2030 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Gezonde en veilige leefomgeving Gezondheidsnota - Bewust en gezond De Bilt 2020-2024 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie en wordt geactualiseerd inprogramma ‘iedereen doet mee’ Ruimtelijke kwaliteiten en waarden Nota Erfgoedbeleid - Erfgoed + Archeologiebeleid 2013 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie en wordt geactualiseerd inprogramma ‘erfgoed, landschap en ruimtelijke kwaliteit’ Cultuurhistorische waardenkaart (eerste selectie) - Toelichting,beschrijvingen &amp; waarderingen 2011 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie en wordt geactualiseerd inprogramma ‘erfgoed, landschap en ruimtelijke kwaliteit’ Erfgoedverordening De Bilt 2010 2010 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Welstandsnota 2013 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Aanwijzing beschermd dorpsgezicht Dorpsstraat</p>\n<p class=\"lf-p\">e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">2004 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Aanwijzing Julianacomplex als gemeentelijk monument 2018 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Structuurvisie Gemeente De Bilt 2030 2012-2030 Gemeente De Bilt Is vervangen door de omgevingsvisie Gebiedsvisie De Bilt West 2013 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied 2010 Gemeente De Bilt, Zeist, UtrechtseHeuvelrug, Bunnik, Houten en Wijk bijDuurstede Is basis voor de omgevingsvisie Groenstructuurplan 2014-2024 2024 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Overig Nota vastgoed 2023 2023 Gemeente De Bilt Is basis voor de omgevingsvisie Nota Grondbeleid - situationeel grondbeleid 2019 Gemeente De Bilt Deze nota wordt in 2023 geactualiseerd en zal naar verwachtingeind 2023 samen met de nota vastgoed ter vaststellingaan de raad worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nota Participatiebeleid 2019 Gemeente De Bilt Deze nota wordt in 2024 geactualiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage V Rijksmonumenten Rijksmonumenten Gemeente de Bilt Adres Omschrijving de Bilt Bisschopsweg 2 Boerderij met bakhuis Burgemeesterde Withstraat 31 Kerkelijke dienstwoning, kosterij NH Kerk Bij Kerklaan 40 Stenen Duifhuis Dorpsstraat vo Steenstraat 70 NH Kerk Utrechtseweg 301 Duiventilin achtertuin van \"Sandwijck\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Utrechtseweg 59 Huis Vollenhoven Bij Utrechtseweg 59 Historische tuin- en parkaanleg Vollenhoven Utrechtseweg 18 Boerderij Den Eyck Bij Utrechtseweg 18 Stalgebouw Bij Utrechtseweg 18 Brug op de overplaats Utrechtseweg 53 Witgepleisterd koetshuis Utrechtseweg 65 Oranjerie Utrechtseweg 61 Dubbele dienstwoning Utrechtseweg 41 Tuinmanshuis Utrechtseweg 89 Portierswoning Bij Utrechtseweg 59 Houtschuur Bij Utrechtseweg 59 Moestuinmuur Bij Utrechtseweg 59 Druivenkas, pendant van onderdeel 13 Bij Utrechtseweg 59 Druivenkas, pendant van onderdeel 14 Bij Utrechtseweg 59 Tuinkas Bij Utrechtseweg 59 Ronde kas Bij Utrechtseweg 59 Zes kweekbakken Bij Utrechtseweg 59 Tuinschuur Bij Utrechtseweg 59 IJskelder Bij Utrechtseweg 59 Prieeltje Bij Utrechtseweg 59 Toegangshek en hek rondom halfronde weide Bij Utrechtseweg 59 Vlotbrug Bij Utrechtseweg 59 Houten toegangshek De Holle Bilt 22 Landhuis Houdringe Bij De Holle Bilt 22 Historische tuin- en parkaanleg buitenplaats Houdringe Bij De Holle Bilt 22 Brug met balustrade Bij De Holle Bilt 22 Speelhuisje Bij De Holle Bilt 22 Tuinmuur Bij De Holle Bilt 22 Boerderij 'Klein Houdringe' Bij De Holle Bilt 22 Portierswoning 'DeKetting' Bij De Holle Bilt 22 Hekpalen De Holle Bilt 2 Landhuis Beerschoten Bij De Holle Bilt 2 Historische tuin- en parkaanleg buitenplaats Beerschoten Bij De Holle Bilt 2 Toegangspijlers Bij De Holle Bilt 2 IJskelder Bij De Holle Bilt 2 Brug De Holle Bilt 6 Koetshuis De Holle Bilt 8 Tuinmanswoning 'De Koepel' Utrechtseweg 60 Woonhuis 'Klein Beerschoten' Visserssteeg 20 Woningen 'Het Spinneweb' De Holle Bilt 10 Tuinmanswoning Bij De Holle Bilt 10 Twee grenspalen Bunnikseweg 39 Landhuis Bunnikseweg 45 Tuinmanswoning met aangebouwde oranjerie Utrechtseweg 301 Historische parkaanleg in landschappelijke stijl Utrechtseweg 303 Portierswoning van de buitenplaats Sandwijck Utrechtseweg 305 Landhuis van buitenplaats Sandwijck Bij Utrechtseweg 305 Pergola Bij Utrechtseweg 305 Follie Utrechtseweg 315 Landhuis'Sluishoef' Utrechtseweg 301 Langhuisboerderij ('Oost-Indiën') Bij Utrechtseweg 303 Hekpijlers van buitenplaats Sandwijck Bij Utrechtseweg 305 Voetgangersbrug van buitenplaats Sandwijck De Holle Bilt 17 Villa 'De Wende' (voorheen Villa 'Linnaeus') Bij Utrechtseweg 297A Magnetisch Paviljoen, KNMI Bunnikseweg 25 Voormalig koetshuis van buitenplaats Oostbroek Bij Bunnikseweg 39 Historische Parkaanleg van buitenplaats Oostbroek Betonnen werken Ruigenhoek-De Gagel Bomvrij militair object/Groepsschuilplaatsen Type P Betonnen werken Ruigenhoek-De Gagel Kazemat/Betonblok van gietstalen koepelkazemat type G Betonnen werken Ruigenhoek-De Gagel Brug en inundatiesluis / damsluis met ontvangst-</p>\n<p class=\"lf-p\">en lozingskommen Betonnen werken Ruigenhoek-De Gagel (Betonblokkenvan)Tankversperringen Betonnen werken Ruigenhoek-De Gagel Militair verblijfsgebouw/restanten/reconstructie van loopgraven Betonnen werken Ruigenhoek-De Gagel Inundatieduiker/sluis Bij Utrechtseweg 351 Lineaire aanleg van infanteriestelling met aarden wal en (resten) van waterwerken Bij Utrechtseweg 351 Bomvrij militair object/Groepsschuilplaatsen Type P Bij Utrechtseweg 351 Kazemat/Betonblokken van gietstalen koepelkazematten type G Bij Utrechtseweg 351 Schuilplaats type 1915 Bij Utrechtseweg 351 Militair verblijfsgebouw/Betonnen observatiepost met toegangssluis (1916) Bij Utrechtseweg 351 Kazemat/Twee dubbele mitrailleurkazematten Bij Utrechtseweg 351 Betonnen Brug Bilthoven Soestdijkseweg Zuid 98 Tolhuis/overheidsgebouw Gerard Doulaan 21 Landhuis Professor Bronkhorstlaan 10 G 118, 56 en58 Sanatorium-hoofdgebouw Professor Bronkhorstlaan 10 G 68 Kapel Professor Bronkhorstlaan 10 G 70, 88 en66 Zusterhuis Professor Bronkhorstlaan 12 Directeurswoning Professor Bronkhorstlaan 10 Economiegebouw Professor Bronkhorstlaan 8 Dienstwoning/administrateurswoning Professor Bronkhorstlaan 10 Wegkapelletje Professor Bronkhorstlaan 10 G 64 Paviljoen Professor Bronkhorstlaan 10 G 106 Werkplaats Maartensdijkseweg 5 Landhuis Maartensdijkseweg 7+7A Koetshuis Bij Maartensdijkseweg 5 Historische parkaanleg Beethovenlaan 6 Villa 'De Kloek' Frans Halslaan 68 Schoolgebouw Overboslaan 49+51 Dubbelwoonhuis Soestdijkseweg Noord 319 Woonhuis, typevilla Soestdijkseweg Noord 329 Woonhuis, typevilla Soestdijkseweg Noord 480 Transformatiegebouw Soestdijkseweg Zuid 208 Schoolgebouw Soestdijkseweg Zuid 222 Woonhuis, typevilla Soestdijkseweg Zuid 260 Woonhuis, typevilla Gerard Doulaan 21 Tuinhuis Groenekan Ruigenhoeksedijk 32 Molen \"Geesina\". Ronde stenen stellingkorenmolen Bij Groenekanseweg 85 Historische parkaanleg van de buitenplaats \"Voordaan\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Groenekanseweg 85 Landhuis ''Voordaan'' Groenekanseweg 90 Woonhuis, typevilla Groenekanseweg 119 Dubbel woonhuis, typevilla Fort Ruigenhoek Fortaanleg en aardwerken Fort Ruigenhoek Bomvrij militair wachtgebouw A Fort Ruigenhoek Bomvrije kazerne B Fort Ruigenhoek Bijgebouwen/dubbele remise C Fort Ruigenhoek Militaire opslagplaats/remise D Fort Ruigenhoek Bijgebouwen/remise E Fort Ruigenhoek Militaire opslagplaats/verbruiksmagazijn F Fort Ruigenhoek Militaire opslagplaats/verbruiksmagazijn G Fort Ruigenhoek Militaire opslagplaats/verbruiksmagazijn H Fort Ruigenhoek Kazemat/Prefab mitrailleurkazematten Fort Ruigenhoek Waarnemingspost/Drie betonnen observatieposten met toegangssluis Fort Ruigenhoek Bomvrij militair object/Groepsschuilplaatsen Type P Fort Ruigenhoek Bomvrij militair object/Drie betonblokken van koepelkazematten type G Ruigenhoeksedijk 125 Bijgebouw/Fortwachterswoning (Fort Voordorp) Bij Voordorpsedijk 28 Bomvrij militair object/Bomvrije kazerne A (Fort Voordorp Bij Voordorpsedijk 28 Bomvrij militair object/Poterne, remise B en bomvrij bouwwerk/caponniere (Fort Voordorp) Bij Voordorpsedijk 28 Versperring/dubbele remise C (Fort Voordorp) Bij Voordorpsedijk 28 Bomvrij gebouw D/Verbruiksmagazijn (Fort Voordorp) Bij Voordorpsedijk 28 Bomvrij gebouw E/Verbruiksmagazijn (Fort Voordorp) Bij Voordorpsedijk 28 Bijgebouw/Houten Bergloods (a) (Fort Voordorp) Bij Voordorpsedijk 28 Bomvrij militair object/Groepsschuilplaatsen Type P Bij Voordorpsedijk 28 Militair verblijfsgebouw/Fortwachterswoning Voordorpsedijk Bomvrij militair object/Groepsschuilplaatsen Type P Voordorpsedijk Kazemat B/Betonblok van gietstalen koepelkazemat type G Voordorpsedijk Fort Inundatieduiker/sluis Fort Ruigenhoek Openverdedigingswerk/brug Fort Ruigenhoek Fortaanleg met caponniere en aardwerken Maartensdijk Achterweteringseweg 70 Gepleisterde boerderij Dorpsweg 43 Boerderij Dorpsweg 61+63 Boerderij ''Koddestein'' Dorpsweg 71 Boerderij/langhuis Dorpsweg 99 Boerderij,eenvoudig langhuistype Dorpsweg 119 Boerderij ''de Yzere Mortier'' Dorpsweg 187 Landhuis ''Rustenhoven'' Dorpsweg 38 Ned. Hervormde Kerk, laatgotisch kerkgebouw Otto Doornenbalweg 1 Woonhuis Dorpsweg 216+218 Werk-woonhuis Stuwtje bij Dorpsweg 141 Stuwtje Stuwtje bij Dorpsweg 29 Stuwtje Otto Doornenbalweg 2 Woonhuis/dwarshuis Tegenover Groenekanseweg 126 Stuwtje Tegenover Kon.Wilhelminaweg 425 Stuwtje Bij Kooijdijk 5 Stuwtje Bij Beukenburgerlaan 59 Stuwtje Tolakkerweg 219+219A Gemeentehuis Dorpsweg 193 Landhuis/hoofdgebouw Eyckenstein Bij Dorpsweg 193 Tuinvazen Dorpsweg 195 Koesthuis Bij Dorpsweg 193 Tuinprieel Dorpsweg 266 Tuinmanswoning Dorpsweg 264</p>\n<p class=\"lf-p\">Dienstwoning Bij Dorpsweg 264 Moestuinensemble Bij Dorpsweg 264 Kas Bij Achterweteringseweg 10 Parkaanleg van buitenplaats Persijn Achterweteringseweg 10 Landhuis Persijn Achterweteringseweg 14 Tuinmanswoning Bij Dorpsweg 193 Historische tuin-en parkaanleg Westbroek Kerkdijk 19+21 Woonhuis Kerkdijk 12 Kerk Kerkdijk 20 Boerderij, langhuis Bij Kerkdijk 70 Stuw Dr. Welfferweg 11 Boerderij, dwarshuis Dr. Welfferweg 27 Boerderij, langhuis Dr. Welfferweg 16+18 Boerderij, langhuis Bij Dr. Welfferweg 48 Stuw Westbroeksemolenweg 28 Stellingkorenmolen /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR728272 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR728272/nld@2026-02-06 /join/id/stop/work_006 Omgevingsvisie gemeente De Bilt true /tooi/id/gemeente/gm0310 /tooi/id/gemeente/gm0310 Technische publicatie Omgevingsvisie gemeente De Bilt /tooi/def/concept/c_9af4b880 /tooi/def/concept/c_638d8062 /join/id/stop/regelingtype_006 /tooi/def/thes/kern/c_2a7d8663</p></div>", "next": 0}