{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Overige zorgproducten uit de categorie supplementaire producten 1 De categorie supplementaire producten bestaat uit overige zorgproducten die zowel los als additioneel bij een dbc-zorgproduct gedeclareerd kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Add-ons intensive care (ic) a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Add-ons ic worden geregistreerd middels een eigen subtraject. Binnen de registratie van een subtraject wordt alleen het component zorgtype getypeerd. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke ic-dag (type 1 of type 2) in rekening kan worden gebracht, wordt bepaald in contractafspraken tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder. Bij het ontbreken van contractafspraken mag alleen ic-dag type 1 in rekening worden gebracht. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de add-ons ic gelden specifieke omschrijvingen en/of registratievoorwaarden: – ic-dag type 1 of 2 (190157 en 190158) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een ic-patiënt, ingedeeld in ic-dag type 1 of 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet als ic-dag wordt geteld het post-operatief onderbrengen van een patiënt zonder ic-indicatie op de ic of op de Post Anesthesia Care Unit (PACU), in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere post-operatieve bewaking en geen ic-dag. – ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 2 (190159) Zie de omschrijving bij ic-dag type 1 of 2, met dien verstande dat zorgactiviteit 190159 wordt geregistreerd in plaats van zorgactiviteit 190157 of 190158, wanneer het totaal aantal – per instelling – beschikbare reguliere IC-bedden op een kalenderdag wordt overschreden. Als peilmoment om dit totaal aantal vast te stellen, geldt het tijdstip van 0:00 uur. – ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 3 (190160) Zie de omschrijving bij ic-dag type 1 of 2, met dien verstande dat zorgactiviteit 190160 wordt geregistreerd in plaats van zorgactiviteit 190159, wanneer de som van het totaal aantal – per instelling – beschikbare reguliere IC-bedden (190157 of 190158) en het totaal aantal opgeschaalde ic-bedden, fase 2(190159) op een kalenderdag wordt overschreden. Als peilmoment om het in de vorige zin bedoelde aantal ic-bedden vast te stellen, geldt het tijdstip van 0:00 uur. – Dialysetoeslag (190156) Deze toeslag geldt per dialysedag. Een dialysedag is de kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van nierfunctievervangende therapie bij een patiënt onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De dialysetoeslag mag alleen naast de ic-dag type 1 of type 2 (190157 en 190158), dan wel naast de ic-dag, VWS-subsidie opschaling fase 2 (190159) of fase 3 (190160), worden gedeclareerd. De dialysetoeslag mag niet gedeclareerd worden als de uitvoering plaatsvindt vanuit de dialyseafdeling door een nefroloog. In dat geval is sprake van een dialyse dbc-zorgproduct. – ic-consult (190129) Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd. – Begeleiding interklinisch transport &lt; 2 uur of ≥ 2 uur (190130 en 190131) De begeleiding door een ic-arts of medisch specialist van een patiënt met een ic-indicatie die vervoerd wordt van de ene instelling naar de ic van een andere instelling, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel ‘Regionale ambulancevoorziening’.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>Begeleiding MICU transport &lt; 2 uur of ≥ 2 uur (190132 en 190133) Begeleiding van het transport van een patiënt met ic-indicatie van het ene ziekenhuis naar een ander ziekenhuis door een Mobile Intensive care Unit (MICU)-team, bestaande uit een ic-arts of intensivist en een MICU/verpleegkundige, waarbij het vervoer wordt uitgevoerd met behulp van een MICU, bestaande uit een MICU/trolley en een ic-ambulance en waarbij de wachttijd, de overdracht en de terugreis korter duren dan twee uur respectievelijk gelijk zijn aan of langer duren dan twee uur. – Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de neonatale ic van een door het Ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie. – Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de pediatrische ic. – ECMO-toeslag (039611) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op de neonatale ic of pediatrische ic. De therapie wordt uitgevoerd in aansluiting op een cardiale chirurgische of bij pulmonale of niet-operatieve cardiale problematiek waarbij de kwaliteitsindicator voorschrijft dat er minimaal eenmaal per maand een ECMO therapie op neonatale ic of pediatrische ic wordt uitgevoerd. De therapie start bij de voorbereiding van de canulatie (12 uur voorafgaand aan ECMO) en eindigt 24 uur na decanulatie.</div>\n<p class=\"lf-p\">3 Add-ongeneesmiddelen Een add-ongeneesmiddel wordt uitsluitend geregistreerd in combinatie met een zorgtraject, tenzij een behandeling in het buitenland wordt geleverd en het bijbehorende geneesmiddel met een add-on declaratietitel in Nederland wordt toegediend en gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Overige trajecten a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een overig traject mag in plaats van een reguliere verpleegdag en naast een dbc-zorgproduct gedeclareerd worden onder dezelfde voorwaarden als een reguliere verpleegdag zoals omschreven in artikel 24 lid 29. Deze overige trajecten mogen naast een dbc-zorgproduct gedeclareerd worden. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een aantal overige trajecten gelden er specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing: – Verkeerde bed, Wlz-indicatie (190092) Een ‘Verkeerde bed’ dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een Wlz-indicatie is aangevangen en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot de dag dat de cliënt de Wlz-zorg ontvangt op een plek bij een Wlz-zorgaanbieder of thuis. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medisch-specialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz. – Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan en daarvoor klinisch is opgenomen. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd. Een kind wordt tot 28 dagen na de geboorte als ‘pasgeborene’ beschouwd. – Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in de zorginstelling, omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Deze zorgactiviteit wordt alleen tijdens het klinische traject van de moeder, tot maximaal 28 dagen na de geboorte, geregistreerd. – Verblijf vervallen ziekenhuisindicatie, geen Wlz-indicatie (190093) Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde een Wlz-indicatie) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven. – Zotelovernachting (190208) Overnachting in een zorghotel, in het kader van ziekenhuisverplaatste zorg, welke gekoppeld is aan een instelling voor medisch-specialistische zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Add-on overig Voor een aantal add-ons overig gelden specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing: – Extracorporele immunoadsorptiebehandeling (039967 en 039968) De ABOi (039967) en HLAi (039968) mogen alleen gedeclareerd worden bij een dbc-zorgproduct in het kader van een nier-, lever-, darm-, eilandjes- of pancreastransplantatie (dbc-zorgproductgroep 979002). – Toeslag obstetrische high care (190219) Deze toeslag mag enkel worden vastgelegd door instellingen die vanuit het planningsbesluit van de minister toestemming hebben gekregen om een OHC-unit inclusief NICU te exploiteren. De zorgactiviteit mag naast een reguliere verpleegdag worden vastgelegd voor iedere dag dat de patiënt is opgenomen op de OHC-unit. – Toeslag post-ic high care (190152) Er is sprake van post-ic high care als aansluitend aan een opname op de neonatale intensive care (NICU) noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De post-ic high care bedden mogen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum. – Beoordeling door landelijk erkend expertisecentrum van aanvraag start/continuering groeihormoonbehandeling (190298) Het beoordelen van een aanvraag voor het starten of continueren van een groeihormoonbehandeling bij kinderen. De beoordeling vindt plaats door een landelijk erkend (d.w.z. erkend door de Minister van VWS, zorgaanbieders en zorgverzekeraars), onafhankelijk expertisecentrum. Ten behoeve van deze beoordeling levert de instelling de benodigde informatie aan het expertisecentrum aan. – Klinische zorgdag in de thuissituatie (190228) Een klinische zorgdag in de thuissituatie is een te registreren kalenderdag, met alle door het ziekenhuis geleverde zorg, die niet in andere zorgactiviteiten is beschreven. Deze kalenderdag is te beschouwen als een klinische opname in de thuissituatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De klinische opname in de thuissituatie bestaat uit een episode van klinische zorg in de thuissituatie met minimaal één overnachting. De te registreren periode loopt vanaf de opname in de thuissituatie tot en met de dag van ontslag of dag voor overplaatsing naar een klinische setting in een instelling. De dag van opname (mits deze heeft plaatsgevonden vóór 20.00 uur) en de dag van ontslag worden beide aangemerkt worden als een te registreren kalenderdag. Bij overplaatsing naar een klinische setting in een instelling wordt op de dag van overplaatsing geen klinische zorgdag in de thuissituatie geregistreerd. – Toeslag verblijf hooggebergte per dag – longastmacentra (193289) Deze prestatie wordt gedeclareerd per verpleegdag in een centrum voor complex chronische longaandoeningen (CCL) als sprake is van intensieve longrevalidatie op een hoogte van 1.500 meter of hoger. Deze prestatie wordt per patiënt maximaal éénmaal per kalenderdag gedeclareerd op dezelfde dag waarop voor deze patiënt een verpleegdag is geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Werkpakket screening transplantatie (192121 t/m 192127) Deze werkpakketten bestaan uit bepalingen ten behoeve van het screenen en typeren van ontvangers of levende donoren bij orgaantransplantatie. Deze bepalingen worden uitgevoerd in het kader van de besluitvorming voor verschillende vormen van orgaantransplantatie, door gespecialiseerde laboratoria. Plaatsing op een wachtlijst valt ook onder besluitvorming. Alle uitgevoerde bepalingen in dit kader vormen een werkpakket.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27</span><span class=\"lf-art-t\">Overige zorgproducten uit de categorie eerstelijnsdiagnostiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor een aantal eerstelijnsdiagnostiek producten zijn er specifieke prestatiebeschrijvingen die hierna worden vermeld. a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beeldvormende diagnostiek (voorkomend in de range 080001 t/m 089879) Niet het begrip foto, maar het begrip onderzoek is hierbij het uitgangspunt. Onder onderzoek wordt verstaan alle handelingen (zowel doorlichten als foto's) die nodig zijn om voor een onderzoek tot een conclusie of diagnose te komen. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klinisch-chemische en microbiologische onderzoeken (070001 t/m 079995) – Ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken (079991) Tarief ter dekking van afname-, registratie- en declaratiekosten van patiëntmateriaal (bloed, urine, et cetera) op één tijdstip of indien om medisch redenen noodzakelijk op verschillende tijdstippen. Onder afname wordt ook steeds aanname (urine, feces, et cetera met uitzondering van bloed) verstaan. – Ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratorium bloedonderzoeken, exclusief bloedafname (079989) Tarief ter dekking van registratie- en declaratiekosten bij bloedonderzoek. – Toeslag op ordertarief bij decentrale afname van patiëntmateriaal (079990) Toeslag op het ordertarief (079991) wanneer de afname ten behoeve van de eerstelijnspatiënten niet op de hoofdlocatie respectievelijk het laboratorium plaatsvindt. Onder afname wordt ook steeds aanname (urine, feces, et cetera, met uitzondering van bloed) verstaan. Huisbezoeken vallen niet onder de decentrale afnames. – Huisbezoek (079986 en 079987) Huisbezoek bij de patiënt voor afname van patiëntmateriaal. Deze prestaties mogen naast de prestatie ‘ordertarief per afname’ (079991) gedeclareerd worden. – CLB-referentietarief (079993) Uitbesteding van de afname van patiëntmateriaal aan Sanquin. Deze prestatie wordt in rekening gebracht indien het zogenoemde referentietarief in rekening is gebracht. – Registratietarief (inclusief oproep) in het kader van multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (079988) De uitvoering van programmatische registratie en protocollaire diagnostiek van multidisciplinaire zorgverlening van patiënten met chronische aandoeningen onder behandeling van de huisarts door een ziekenhuis of huisartsenlaboratorium. Het tarief dient ter dekking van de kosten van de oproep, registratie van de diagnostiek volgens NHG-standaard en rapportage (waaronder feedback en benchmarking) naar de huisarts en mag alleen op basis van lokale overeenstemming in rekening worden gebracht. – Sperma onderzoek (070801, 078013 en 078110) Voor de overige zorgproducten sperma onderzoek geldt dat als dit onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van de gynaecoloog naar aanleiding van een consult op het fertiliteitsspreekuur van de vrouw, verwijzing van de eerste lijn niet noodzakelijk is. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pathologie (050516 t/m 050523 en 050540) Onder een pathologie onderzoek wordt verstaan het onderzoek van alle daartoe in aanmerking komende weefsels (histologie) of celmateriaal en vochten (cytologie) die binnen één zitting worden verwijderd in verband met één zorgvraag. Per type histologisch of cytologisch onderzoek, dat uit meerdere inzendingen kan bestaan, geldt één specifieke declaratiecode. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen aanvragers uit de eerste en tweede lijn. In afwijking tot bovenstaande geldt voor huidpreparaten één code per inzending, met uitzondering van MOH’s en neoplasie met schildwachtklier (waarvoor de algemene regel van één declaratiecode per onderzoek geldt).</p>\n<p class=\"lf-p\">De declaratiecode wordt bepaald door de combinatie aard materiaal en ingreep. Deze basis declaratiecodes zijn gebaseerd op een indeling in zes zwaartecategorieën. Hierbij geldt: – Declaratiecode 050516 = zwaarteklasse 1 – Declaratiecode 050517 = zwaarteklasse 2 – Declaratiecode 050518 = zwaarteklasse 3 – Declaratiecode 050519 = zwaarteklasse 4 – Declaratiecode 050520 = zwaarteklasse 5 – Declaratiecode 050521 = zwaarteklasse 6 Bij een inzending met een vriescoupe wordt, naast de basisdeclaratiecode voor de zwaartecategorie, een extra aparte code voor vriescoupe geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor moleculaire diagnostiek op verzoek van de eerste lijn of een niet dbc-registrerend specialisme geldt de declaratiecode 'Pathologisch onderzoek – moleculaire diagnostiek op weefsels en/of cellen op genen en/of micro-organismen op verzoek van eerste lijn of niet dbc-registrerend specialisme (exclusief 50513 – bepalingen op de aanwezigheid van HPV) (050540). d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Facultatieve prestatie – pre-analyse activiteiten en service ten behoeve van klinisch-chemische en/of microbiologische laboratoriumonderzoeken voor diagnosestelling, preventie of monitoring (198500) De prestatie omvat behalve het innemen of afnemen van patiëntmateriaal, alsmede (klaar maken voor) verzending en advisering van patiënt en registratie van gegevens ook alle andere activiteiten die voor de daadwerkelijke analyse op het laboratorium gebeuren of nodig zijn voor een juiste diagnosestelling. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Facultatieve prestatie – integrale diagnostiek van obstructief slaapapneusyndroom (OSAS) voor de eerste lijn (198501) De prestatie wordt gedeclareerd indien ten minste de volgende onderdelen zijn uitgevoerd: Klinische gegevens aangeleverd door de huisarts; Inventarisatie van klachten die gevolg kunnen zijn van OSAS en gedragingen die de slaap en/of OSAS beïnvloeden, beiden gerapporteerd door de patiënt; Uitvoering van polygrafisch onderzoek; (long-)specialistische beoordeling, diagnose en behandel- en verwijsadvies naar aanleiding van de klinische gegevens en resultaten van het onderzoek; Digitale rapportage van diagnose en behandel- en verwijsadvies aan de huisarts; Digitaal beschikbaar stellen van onderzoekdata en rapportage aan de specialist in geval van verwijzing. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Facultatieve prestatie – röntgendiagnostiek rijdende röntgen, inclusief voorrijkosten (198502) De prestatie wordt gedeclareerd indien röntgendiagnostiek wordt uitgevoerd op locatie, in een bus met daarin de noodzakelijke apparatuur. Deze prestatie is inclusief voorrijkosten en beoordeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28</span><span class=\"lf-art-t\">Overige zorgproducten uit de categorie paramedische behandeling en onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor de overige zorgproducten ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, diëtetiek, orthoptie, optometrie en oefentherapie is vanwege directe toegang verwijzing vanuit de eerste lijn niet noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor een aantal producten in de categorie paramedische behandeling en onderzoek zijn er specifieke prestatiebeschrijvingen die hierna worden vermeld. a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diëtetiek (192841, 192987 t/m 192998) De specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen en de algemene bepalingen zijn te vinden in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor extramurale diëtiek. Op de regel dat er per dag per patiënt maximaal één prestatie in rekening gebracht mag worden, geldt aanvullend als uitzondering dat eenzelfde prestatie vaker in rekening gebracht mag worden indien dit noodzakelijk is omdat de prestatie per kwartier gedeclareerd wordt. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voedingsvoorlichting (290162) Per zorgverlener is het lokaal overeengekomen tarief voor voedingsvoorlichting van toepassing. Dit tarief mag per medewerker per uur voor voedingsvoorlichting in rekening worden gebracht. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ergotherapie (190941, 190962, 192934 t/m 192938, 192940 t/m 192945, 192947 t/m 192950, 193012, 193013 en 193084) De specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen en de algemene bepalingen zijn te vinden in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor ergotherapie. Op de regel dat er per dag per patiënt maximaal één prestatie in rekening gebracht mag worden, geldt aanvullend als uitzondering dat eenzelfde prestatie vaker in rekening gebracht mag worden indien dit noodzakelijk is omdat de prestatie per kwartier gedeclareerd wordt. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fysiotherapie (192933, 192984, 192985, 192999, 193000 t/m 193025, 193027 t/m 193030, 193081 en 193087, 193088) De specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen en de algemene bepalingen zijn te vinden in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor fysiotherapie. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Logopedie (192932, 192970 t/m 192983, 192986, 193021 t/m 193024, 193086, 193090 t/m 193094) De specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen en de algemene bepalingen zijn te vinden in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor logopedie. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oefentherapie (192931, 192951 t/m 192953, 192955 t/m 192967, 193033 t/m 193037) De specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen en de algemene bepalingen zijn te vinden in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor oefentherapie. g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Optometrie (192848 en 192849) – Eerste optometrisch onderzoek (binoculair) (192848) Een zorgactiviteit ten behoeve van de registratie van het eerste diagnostisch consult door de optometrist bij een nieuwe zorgvraag. – Voortgezette optometrische behandeling per bezoek (binoculair) (192849) Een zorgactiviteit voor het registreren van (diagnostische) herhaalconsulten door de optometrist bij een bestaande zorgvraag. – Het onderzoek of de behandeling wordt uitgevoerd door een optometrist die de patiënten ziet op een optometrisch spreekuur. h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Orthoptie (039813, 039814, 192855, 192856 en 192858) – De screening (intake) orthoptie (192855), het orthoptisch onderzoek (039813 en 192856) of de behandeling (039814) wordt uitgevoerd door een orthoptist die de patiënten ziet op een orthoptisch spreekuur, met uitzondering van een voortgezette standaard orthoptische behandeling op afstand (192858). – Screening (intake) orthoptie (192855) Screening (intake) is een eerste consult van een orthoptist met een patiënt die zonder verwijzing van een arts naar de zorgaanbieder gaat. Gedurende de intake inventariseert de zorgaanbieder de zorgvraag, bepaalt of er een indicatie is voor verder orthoptisch onderzoek, gaat na of er geen contra-indicaties zijn en informeert of adviseert de patiënt. – Eerste orthoptisch onderzoek (039813) Tijdens het eerste orthoptische onderzoek vindt een nadere anamnese plaats, wordt de diagnose gesteld, het behandelplan opgesteld en besproken met de patiënt. Verder vindt er verslaggeving plaats richting de verwijzer (indien deze aanwezig is). – Voortgezette standaard orthoptische behandeling, per bezoek (039814) Tijdens dit herhaalcontact met de orthoptist wordt het behandelplan geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Dit wordt met de patiënt besproken en er vindt verslaggeving richting de verwijzer plaats (indien deze aanwezig is). – Voortgezette standaard orthoptische behandeling op afstand (192858) Tijdens dit herhaalcontact met de orthoptist wordt het behandelplan geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Dit wordt met de patiënt besproken en er vindt verslaglegging richting de verwijzer plaats (indien deze aanwezig is). Dit contact op afstand dient ter vervanging van een voortgezette standaard orthoptische behandeling op het orthoptisch spreekuur en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur vergelijkbaar te zijn. – Uitgebreid vervolg orthoptisch onderzoek (192856) Tijdens een vervolg orthoptisch onderzoek wordt het behandelplan geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Dit wordt met de patiënt besproken en er vindt verslaggeving richting de verwijzer plaats (indien deze aanwezig is). Van een uitgebreid vervolg orthoptisch onderzoek is sprake wanneer bij patiënten aantoonbaar uitgebreid orthoptisch onderzoek plaatsvindt op het gebied van motiliteit, sensoriek of objectieve refractiebepaling (skiascopie). i.</p>\n<p class=\"lf-p\">Poliklinische bevalling (190043 t/m 190048) – Een overig zorgproduct poliklinische bevalling is een bevalling die niet door een gynaecoloog wordt begeleid. Er is de intentie dat de kraamvrouw op dezelfde dag of de aansluitende ochtend (in de regel binnen 24 uur) het ziekenhuis verlaat. – Het tarief van deze overige zorgproducten is inclusief genees-, verband- en narcosemiddelen en kunst- en hulpmiddelen en inclusief gebruik verloskamer. De tarieven van de overige zorgproducten 190043, 190045, 190047 zijn inclusief de kosten van partusassistentie. – Aanvullend hierop geldt: – Poliklinische bevalling zonder medische indicatie (190043 en 190044) Een bevalling in het ziekenhuis zonder medische aanleiding. – Poliklinische bevalling op medische indicatie (190045 en 190046) Een bevalling in het ziekenhuis op medische indicatie. – Verplichte poliklinische bevalling zonder medische indicatie (190047 en 190048) Een bevalling in het ziekenhuis zonder medische aanleiding, waarbij thuisbevalling niet mogelijk is: – als gevolg van een capaciteitstekort in kraamzorg/ verloskunde; en/of – vanwege geografische criteria, woon- en bijzondere omstandigheden; en/of – vanwege psychosociale criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29</span><span class=\"lf-art-t\">Overige zorgproducten uit de categorie overige verrichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor een aantal overige verrichtingen gelden er specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijbetaling aandeel onverzekerde zorg (199871 t/m 199875, 199881 t/m 199886, 199891 t/m 199897, 199903 t/m 199907) Deze overige verrichtingen mogen enkel gedeclareerd worden indien er onverzekerde zorg in combinatie met verzekerde zorg wordt geleverd tijdens de looptijd van een subtraject. Indien binnen de looptijd van een subtraject uitsluitend onverzekerde of verzekerde zorg wordt geleverd, dan wordt gebruik gemaakt van reguliere zorgactiviteiten die binnen het subtraject worden vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrichtingen bijzondere tandheelkunde (199800 t/m 199802) De prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen voor mondzorg (waaronder ook de zorg zoals geleverd door centra bijzonder tandheelkunde) zijn te vinden in de Beleidsregel bijzondere tandheelkunde instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">MKA-chirurgische verrichtingen (230000 t/m 239962) a.</p>\n<p class=\"lf-p\">De MKA-chirurgische verrichtingen omvatten zowel de voorbehandeling als de verrichting zelf, ongeacht of deze in één of meer zittingen plaatsvinden. Voor het poliklinisch behandelen van complicaties die het gevolg zijn van de uitgevoerde MKA-chirurgische verrichting, mag een aparte verrichting voor de complicatiebehandeling in rekening gebracht worden, mits dit niet dezelfde verrichting is als de oorspronkelijke ingreep. Indien er géén aparte verrichting voor de complicatiebehandeling bestaat of in rekening gebracht kan worden, mag een herhaalconsult in rekening worden gebracht. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eerste consult mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (234001) Een face-to-face consult bij mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie waarbij een patiënt voor de eerste keer voor een nieuwe zorgvraag een kaakchirurg (of arts-assistent), verpleegkundig specialist, physician assistant of klinisch technoloog consulteert, inclusief uitgebreid onderzoek. Het opnemen van een eenvoudige anamnese over aard en duur van de klachten dienen als een geheel met de daaropvolgende behandeling te worden beschouwd. Hiervoor wordt geen apart consult vastgelegd. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Herhaalconsult mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (234002) Een face-to-face consult bij mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie waarbij een patiënt in herhaling (niet voor de eerste keer) voor een zorgvraag een kaakchirurg (of arts-assistent), verpleegkundig specialist, physician assistant of klinisch technoloog consulteert. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Consult op afstand mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (234004) Een consult bij mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie waarbij een patiënt voor een zorgvraag op afstand (screen-to-screen, telefonisch of schriftelijk) een kaakchirurg (of arts-assistent), verpleegkundig specialist, physician assistant of klinisch technoloog consulteert. Dit consult op afstand dient ter vervanging van een face-to-face herhaalconsult (234002) en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur vergelijkbaar te zijn. Van dit consult vindt inhoudelijke verslaglegging plaats in het medisch dossier van de patiënt. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Preventieve parodontale behandeling (verrichting 234027 en 234028) Het gaat hierbij uitsluitend om gehospitaliseerde patiënten bij wie deze behandeling geïndiceerd is en die verwezen zijn door de behandelende beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. Ook patiënten bij wie preventieve parodontale behandeling noodzakelijk en urgent is en die redelijkerwijs niet verwezen kunnen worden naar de eerste lijn vallen hieronder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij valt te denken aan: – patiënten die chemotherapie en/of radiotherapie (moeten) ondergaan; – patiënten in afwachting van open hart chirurgie; – patiënten met HIV/aids; – patiënten in afwachting van nierdialyse; – patiënten bij wie een transplantatie moet geschieden. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleine verrichtingen (234084) In het maximumtarief van kleine verrichtingen (234084) zijn begrepen onderstaande verrichtingen en onderzoekingen: – behandeling van kleine verwondingen zonder excisie en hechten; – operatief wondtoilet (niet als nabehandeling van eigen ingreep); – uitgebreide proefexcisie en biopsieën, voor zover niet afzonderlijk in de vastgestelde tarieven vermeld; – intraveneuze injecties, gewrichtspuncties en gewrichtsinjecties (géén contrastvloeistof); – oprekken of manipuleren van het kaakgewricht; – het verwijderen van briden; – behandeling van nabloedingen; – abcesbehandeling; – gingiva-excisies; – verwijdering van kleine fibromen en epuliden; – opheffen van kleine occlusie- en articulatiestoornissen; – verwijdering van een solitaire exostose; – gingivitis- en stomatitisbehandeling (acute ontstekingsfase); – onderzoek op focale infectie, vitaliteits- en sensibiliteitstest; – fistulografie; – neurolyse door middel van injecties. g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fractuurbehandeling (238041, 238042, 238044) De fractuurbehandeling door middel van fixation external wordt gelijkgesteld aan een operatieve fractuurbehandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de fractuurbehandeling niet tot consolidatie leidt en klinische, röntgenologische en/of andere onderzoekingen de diagnose pseudo-arthrose doen stellen, dan wordt de eerdere behandeling als afgesloten beschouwd (in de betekenis van volledige behandeling). h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mandibulair Repositie Apparaat MRA (234190) Onder een Mandibulair Repositie Apparaat (MRA) wordt verstaan: Een apparaat waarmee de onderkaak gedwongen van positie verandert met als doel de bovenste luchtwegen te verruimen en/of snurken te beperken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de prestatie MRA en het bijbehorende tarief is inbegrepen: – het maken van afdrukken; – de registratie (ongeacht de methode); – het plaatsen van het apparaat, inclusief het aanbrengen van kleine correcties en het geven van bijbehorende instructies omtrent het gebruik; – nazorg gedurende twee maanden na plaatsing van het MRA. i.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vacatiegelden, per uur (230001) Voor consulten buiten de werkgemeente geldt voor vacatiegeld een bedrag per uur, inclusief reis- en verblijfkosten, maar exclusief het tarief voor consult of verrichting(en). j.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schriftelijke informatieverstrekking (met toestemming patiënt) aan derden (239021) De prestatie mag, voor zover in overeenstemming met de geldende bepalingen van algemene verordening gegevensbescherming (AVG), in rekening worden gebracht voor informatieverstrekking aan derden. Voor deze informatieverstrekking is toestemming van de patiënt vereist. De prestatie mag niet in rekening worden gebracht voor het verstrekken van kopieën uit het medisch dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een gevraagde toelichting/verduidelijking op de verstrekte informatie mag niets aanvullends in rekening worden gebracht. k.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rapporten (239023, 239024) Hieronder wordt niet verstaan een rapport aan een patiënt, zorgverzekeraar, behandelend arts, behandelend tandarts of behandelend tandartsspecialist. Geldt tevens niet voor informatieverstrekking aan bedrijfsarts of verzekeringsarts. l.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagverpleging mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (231901) Een aantal uren durende vorm van verpleging, op een voor dagverpleging ingerichte afdeling, die op dezelfde dag plaatsvindt als een MKA-chirurgisch onderzoek of behandeling. Deze vorm van verpleging moet in het algemeen voorzienbaar en noodzakelijk zijn, in verband met het MKA-chirurgisch onderzoek en/of behandeling. m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verpleegdag mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (231902) Voor de definitie van verpleegdag zie artikel 24 lid 29. n.</p>\n<p class=\"lf-p\">Techniekkosten Onder techniekkosten wordt verstaan: de kosten voor de werkstukken vervaardigd door een tandtechnicus of in een tandtechnisch laboratorium (TTL) en de kosten voor werkstukken gevormd op basis van digitale technieken, zoals 3D-beeldovrming middels CAD-CAM-technieken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de tandtechniek door derden wordt geleverd mogen de werkelijke kosten één op één worden doorberekend. De zorgaanbieder is verplicht om op verzoek van de patiënt of diens verzekeraar de nota van de tandtechnicus/tandtechnisch laboratorium te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de zorgaanbieder de tandtechnische werkstukken zelf vervaardigt, is deze verplicht aan de patiënt of diens verzekeraar de techniekkosten te specificeren conform de lijst van de NZa met maximumtarieven voor tandtechniek in eigen beheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keuringen, rapporten en informatieverstrekkingen (119027 t/m 119053) a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijbewijskeuringen (119027 t/m 119030) De standaardprestaties rijbewijskeuring (119027 of 119028) beschrijven de tijd die een rijbewijskeuring minimaal duurt. In beide prestaties wordt uitgegaan van twee tijdscomponenten, te weten directe tijd en indirecte tijd. Directe tijd is de tijd die de keuringsarts met de te keuren persoon doorbrengt in het kader van het onderzoek. Indirecte tijd is de tijd die de keuringsarts nodig heeft voor het inlezen in het dossier alsmede het opstellen van zijn rapportage. Onder indirecte tijd worden uitdrukkelijk niet verstaan werkzaamheden van financiële, administratieve of secretariële aard. De standaardprestaties rijbewijskeuring (119027 of 119028) zijn opgebouwd uit 15 minuten directe tijd en 15 minuten indirecte tijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval een keuring langer duurt dan de standaard, wordt dit door de zorgverlener op voorhand aan gegeven aan de te keuren persoon. Een uitzondering hierop is de mededelingenprocedure, omdat de te keuren persoon niet de opdrachtgever is. Het is in dat geval niet noodzakelijk dat de zorgverlener voor elke procedure het CBR op de hoogte brengt van de verwachte tijdbesteding. Bij langere keuringen dan de standaard mag er nog een prestatie in rekening worden gebracht bij wijze van toeslag. Deze toeslag is gebaseerd op 15 minuten directe tijd (119029 en 119030). Alleen daadwerkelijk gerealiseerde tijdbesteding mag als toeslag in rekening gebracht worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de rijbewijskeuring in geval van een mededelingenprocedure (119028) mag de toeslag (119030) ook in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Voor indirecte tijd mag de toeslag maximaal vier keer in rekening worden gebracht, deze is dus gemaximeerd tot maximaal een uur extra indirecte tijd. Bij de rijbewijskeuring in geval van een gezondheidsverklaringsprocedure (119027) mag de toeslag (119029) ook in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Deze toeslag voor indirecte tijd in geval van een gezondheidsverklaringsprocedure mag alleen in rekening worden gebracht voor keuringen uitgevoerd door de psychiater of neuroloog. Voor indirecte tijd mag de toeslag maximaal twee keer in rekening worden gebracht, deze is dus gemaximeerd tot maximaal een half uur extra indirecte tijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij zowel een rijbewijskeuring in een mededelingenprocedure (119028) als een rijbewijskeuring in een gezondheidsverklaringsprocedure (119027) mogen kosten voor laboratoriumonderzoek (070001 t/m 079995) apart in rekening worden gebracht. Onderzoeken waarbij de te keuren persoon zelf aanwezig is (directe tijd), mogen alleen gedeclareerd worden in de vorm van de standaardkeuring of toeslagprestatie voor directe tijd. Deze onderzoeken (directe tijd) mogen niet apart in rekening gebracht worden. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatieverstrekking (119053) De prestatie informatieverstrekking (119053) mag, voor zover in overeenstemming met de geldende bepalingen van algemene verordening gegevensbescherming (AVG), in rekening worden gebracht voor informatieverstrekking aan derden. Voor deze informatieverstrekking is toestemming van de patiënt vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prestatie mag niet in rekening worden gebracht voor het strekken van kopieën uit het medisch dossier. Voor een gevraagde toelichting/verduidelijking op de verstrekte informatie mag niets aanvullends in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prenatale screening (037510, 037512, 037514, 037516) Het overzicht van alle te onderscheiden prestaties prenatale screening, inclusief eventueel aanvullende voorwaarden, is te vinden in de Beleidsregel verloskunde.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regiefunctie complexe wondzorg (190287) De prestatie Regiefunctie complexe wondzorg is een traject waarin de zorgaanbieder de patiënt voor één of meerdere complexe wonden begeleidt, adviseert en/of behandelt. Het traject omvat in ieder geval de volgende onderdelen: – het opstellen en zo nodig tussentijds bijstellen van een behandelplan; – het bespreken van het behandelplan met de patiënt; – kennisdeling en kennisverspreiding voor zorgprofessionals en met de patiënt; – advies inzake leefstijlverbetering aan de patiënt; – casemanagement, triage en afstemming met de medisch specialist en/of huisarts.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prestatie wordt op patiëntniveau in rekening gebracht. Een nadere toelichting is te vinden in de Beleidsregel Regiefunctie complexe wondzorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reiskosten (010905 en 010906) – Voor hulp verleend door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert op een ander adres dan een praktijkadres van deze beroepsbeoefenaar (bijvoorbeeld aan huis van een patiënt) mogen de gemaakte reiskosten in rekening gebracht worden. – Voor de reiskosten geldt een bedrag per kilometer volgens hetReisbesluit binnenland (code010905), plus een bedrag per half uur voor de reistijd (code010906).</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">SCEN-consultatie (130001) SCEN staat voor Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland. De prestatie betreft alle activiteiten van de medisch specialist, specialist ouderengeneeskunde of huisarts die staat ingeschreven in een daarvoor door de Federatie Medisch Specialisten en Zorgverzekeraars Nederland aangewezen SCEN-register van KNMG, waaronder met name is begrepen: a) overleggen met de behandelaar plus inzien journaals, specialistenbrieven, et cetera ten behoeve van SCEN-consultatie; b) de visite(s) bij de patiënt en diens omgeving; c) de verslaglegging ten behoeve van de behandelaar; d) het afsluitend overleg met de behandelaar voor onder andere bespreking van het verslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prestatie mag door de geconsulteerde medisch specialist, die staat ingeschreven in een specifiek SCEN-register, in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verpleging, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg in de thuissituatie (190288 en 190289) Er is sprake van verpleging, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg in de thuissituatie indien is voldaan aan elk van onderstaande voorwaarden: • Er is sprake van verpleegkundige handelingen, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg, met het oog op herstel van gezondheid, of voorkomen van verergering van ziekte of aandoening. De verpleegkundige handelingen vinden plaats onder directe aansturing van de medisch-specialist; • Er is een indicatiestelling aanwezig voor verpleging, noodzakelijk in de thuissituatie in verband met medisch-specialistische zorg, van de medisch specialist. • Deze verpleging is geen onderdeel van een klinische zorgdag in de thuissituatie. • Deze prestaties worden per uur gedeclareerd. Indien er minder dan een uur zorg wordt geleverd aan een patiënt, dan wordt het tarief naar rato in rekening gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder ‘thuissituatie’ wordt verstaan: • Een woonhuis, of • Verblijf in een zorginstelling die zorg verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 Wlz.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verpleging die noodzakelijk is in verband met thuisbeademing, palliatieve terminale zorg of intensieve kindzorg valt niet onder deze prestatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Multidisciplinaire diagnostiek zeldzame en/of complexe visuele aandoeningen binnen een tertiair oogheelkundig centrum (190001) Multidisciplinaire diagnostiek gericht op een vermoeden van een complexe en/of zeldzame oogaandoening (vallend onder de definitie voor weesaandoeningen: prevalentie is minder dan 1 op 2000). De patiënt wordt door een medisch specialist voor diagnostiek overgedragen naar een gespecialiseerd centrum voor zintuiglijk gehandicapten. De diagnostiek omvat oogheelkundig, orthoptisch, beeldvormend, functie- of elektrofysiologisch en oogbewegingsonderzoek, inclusief adviesgesprek. De betrokken disciplines zijn: Oogarts, Klinisch Fysicus, Orthoptist, GZ-/Neuropsycholoog (190001) 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Multidisciplinaire diagnostiek van cerebrale visusstoornissen binnen een Tertiair oogheelkundig centrum (190002) Multidisciplinaire diagnostiek gericht op een vermoeden van cerebrale visusstoornissen: de patiënt wordt door een medisch specialist overgedragen voor diagnostiek naar een gespecialiseerd centrum voor zintuiglijk gehandicapten. De diagnostiek omvat onder meer oogheelkundig- en functieonderzoek en psychologisch en ergotherapeutisch onderzoek, inclusief multidisciplinair overleg en adviesgesprek. De betrokken disciplines, met een minimumaantal van drie disciplines, zijn: Oogarts, Orthoptist/Optometrist (minimaal één oogheelkundige discipline is verplicht), gz-psycholoog/Neuropsycholoog (verplicht), Maatschappelijk Werkende en Ergotherapeut (190002) 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nabij patiënt trombosediensttest (NPT) (per kwartaal) (190259) Bij Nabij patiënt trombosediensttesten (NPT) verrichten de medewerkers van een zorgaanbieder zelf de bloedafname en bepalen de stollingstijd (onder verantwoordelijkheid en training van de trombosedienst). De resultaten van de meting, de eventuele bijzonderheden en de doseervoorstellen worden uitgewisseld met de trombosedienst. Het tarief voor NPT bestaat uit één tarief dat door de trombosedienst per kwartaal in rekening mag worden gebracht. De trombosedienst stemt de verrekening van het tarief af met de betreffende zorgaanbieder. De NPT-prestatie wordt gebruikt voor Wlz-cliënten die in een Wlz-instelling verblijven en geen behandeling ontvangen of Wlz-cliënten die hebben gekozen voor de leveringsvormen PGB, MPT en VPT.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geprotocolleerde thuisvoorlichting nierfunctie vervangende behandelingen (192050) De prestatie betreft alle activiteiten voor geprotocolleerde thuisvoorlichting, inclusief benadering, kennismaking en groepsvoorlichting over nierfunctie vervangende behandelingen. De geprotocolleerde thuisvoorlichting gebeurt onder verantwoordelijkheid van het nierteam aan huis of op een andere gewenste locatie (buiten het ziekenhuis).</p>\n<p class=\"lf-p\">14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geavanceerd ultrageluid – groep 1, inclusief bespreking van de uitslag (191117) en Geavanceerd ultrageluid – groep 2, inclusief bespreking van de uitslag (191118) Het Geavanceerd ultrageluidonderzoek betreft echo-onderzoek van het ongeboren kind. Er wordt onderscheid gemaakt tussen geavanceerd ultrageluidonderzoek bij zwangeren met een a priori verhoogde kans op een kind met (erfelijke) aangeboren afwijkingen (groep 1) en geavanceerd ultrageluidonderzoek bij een vermoede structurele afwijking van de baby bij voorafgaand prenataal onderzoek (groep 2). De prestatie omvat alle activiteiten omtrent het geavanceerd ultrageluid onderzoek en de bespreking van de uitslag van het onderzoek.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  V</h3>\n<p class=\"lf-p\">Afleiden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 30</span><span class=\"lf-art-t\">Regels afleiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een grouper als bedoeld in het eerste lid, voldoet aantoonbaar aan de volgende voorwaarden en specificaties: a) Een grouper komt alleen tot afleiding als de input valide is; b) Een grouper past geen zorgactiviteiten of typeringen van subtrajecten aan; c) Een grouper leidt op basis van de ingevoerde declaratiedataset af conform de door de NZa vastgestelde tabellen en beslisbomen. In bijlage 4 ‘Toelichting regels afleiding’ welke onderdeel uitmaakt van deze regelgeving, is opgenomen hoe deze afleiding plaatsvindt; d) Een grouper verwijdert de informatie bij een declaratieaanvraag nadat de aanvraag volledig behandeld is; e) De gegevensverwerking van door zorgaanbieders aangeleverde data door een grouper wordt niet gelogd en is voor personen buiten de zorgaanbieder om niet reproduceerbaar; f) Er bestaat toegankelijk inzicht in de algoritmen van een grouper, zodat achteraf de afleiding van het zorgproduct kan worden gereproduceerd; g) Een grouper voorziet in een functionaliteit om proefaanleveringen en bepalingen van onderhanden werk te onderscheiden van aanleveringen ten behoeve van declaratie aan zorgverzekeraars; h) Er bestaat een formele gestandaardiseerde procedure voor de communicatie en uitlevering van nieuwe versies van stamtabellen of softwarespecificaties. Hierin is altijd inzichtelijk welke stamtabellen en specificaties toegepast zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Van een gedeclareerd dbc-zorgproduct moet altijd, middels een hash-functionaliteit, traceerbaar zijn dat het is afgeleid door een bepaalde grouper.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De zorgverlener gebruikt voor de afleiding uitsluitend een grouper die jaarlijks door een onafhankelijke derde, aangesloten bij NOREA dan wel een vergelijkbare organisatie, geauditeerd is ter beoordeling van een betrouwbare en continue werking. De audit wordt jaarlijks voor 1 april over het voorgaande jaar uitgevoerd. De audit toetst aan de hand van het document ‘Toetsingskader grouper’. Deze toetsing vindt plaats als onderdeel van de toetsing op de betrouwbare en continue werking van de grouper.</p>\n<p class=\"lf-p\">De audit wordt uitgevoerd volgens de richtlijn assurance rapport betreffende interne beheersingsmaatregelen bij een serviceorganisatie (ISAE 3402 type II). Op basis van deze audit is gegarandeerd dat een grouper een juiste en verifieerbare afleiding verzorgt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  VI</h3>\n<p class=\"lf-p\">Declareren en betalen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene declaratiebepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het in rekening brengen (declareren) van een integraal tarief voor een geleverd dbc-zorgproduct of een overig zorgproduct aan een zorgverzekeraar of patiënt is exclusief voorbehouden aan ‘eigen zorgverleners’ en factureringsbedrijven die namens de eigen zorgverlener declareren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor instellingen geldt, in aanvulling op lid 1, dat zij in het bezit dienen te zijn van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), tenzij zij behoren tot een categorie die bij of krachtens deze wet is uitgezonderd van de verplichting om over een toelatingsvergunning te beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor solisten geldt, in aanvulling op lid 1, dat zij in het bezit dienen te zijn van een individuele tariefbeschikking, die op grond van een individuele aanvraag (volgens de procedure zoals beschreven in de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg) door de NZa is afgegeven, én voldoen aan de vereisten die aan de titel solist worden gesteld zoals opgenomen in de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De eigen zorgverlener declareert in één declaratie het totale, integrale tarief van het zorgproduct. Onderdeel van dit tarief is, voor zover van toepassing, een tussen de instelling en vrijgevestigd medisch specialist/kaakchirurg, dan wel diens rechtsgeldige vertegenwoordiger, overeengekomen vergoeding voor diens aandeel in het geleverde en in rekening gebrachte zorgproduct.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De eigen zorgverlener (niet een grouper) als bedoeld in lid 1 is verantwoordelijk voor de juiste declaratie van een dbc-zorgproduct en/of overig zorgproduct.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Declaratiebepalingen geneesmiddelen a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geneesmiddel dat intramuraal, dus ‘binnen de muren’ van een instelling, wordt voorgeschreven en verstrekt/toegediend aan een patiënt, wordt gedeclareerd door de instelling waar dat geneesmiddel is verstrekt/toegediend. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het gestelde onder a geldt dat: – geneesmiddelen die enkel en alleen vallen onder de te verzekeren prestatie ‘geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden’ als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering, en – geneesmiddelen voor de behandeling van HIV, dienen te worden gedeclareerd door de zorgverlener waarvan de patiënt voor de toepassing van deze geneesmiddelen ‘eigen patiënt’ is en waarvan de op deze geneesmiddelen betrekking hebbende zorg niet is overgenomen door een andere zorgverlener. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Indien een subtraject geopend wordt in het kader van de selectie van een donor in verband met transplantaties van weefsels en organen zoals omschreven in artikel 2.4, eerste lid onder C van het Besluit zorgverzekering, worden de kosten hiervan in rekening gebracht bij (de zorgverzekeraar van) de ontvanger.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32</span><span class=\"lf-art-t\">Onderlinge dienstverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening wordt door de uitvoerende zorgverlener geen dbc-zorgproduct of overig zorgproduct gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een dbc-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening brengt de uitvoerende zorgverlener de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening aan de zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Alleen de zorgaanbieder die optreedt als ‘eigen zorgverlener’ voor de patiënt is gerechtigd om de geleverde zorg als prestatie bij de zorgverzekeraar of de patiënt in rekening te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De bepalingen zoals opgenomen in lid 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op Wbmv-zorg indien alleen de uitvoerende instelling een Wbmv-vergunning heeft voor het uitvoeren van de zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien een hoofdbehandelaar in meerdere instellingen werkzaam is en hij/zij de patiënt vanuit de initiële instelling naar zichzelf (door)verwijst in een andere instelling, is er geen sprake van overdracht van het hoofdbehandelaarschap. De geleverde zorg in de andere instelling wordt dan via onderlinge dienstverlening in rekening gebracht bij de initiële instelling. Overeenkomstig het bepaalde in het derde lid brengt de initiële instelling het zorgproduct in rekening bij de zorgverzekeraar of de patiënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De verplichting genoemd in het vorige lid om zorg, die na doorverwijzing is geleverd in een andere instelling met behoud van het hoofdbehandelaarschap, via onderlinge dienstverlening in rekening te brengen bij de initiële instelling, geldt niet in de volgende gevallen: a. de situatie waarin een medisch specialist, die vanuit een categorale instelling voor gespecialiseerde zorg (revalidatie-instelling, radiotherapeutisch centrum, dialysecentrum, audiologisch centrum) is gedetacheerd in een ziekenhuis en deze medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt vanuit dat ziekenhuis (door)verwijst naar de categorale instelling voor gespecialiseerde zorg, waarin deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen. b. de situatie waarin een medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt met een (hoog)complexe zorgvraag vanuit de initiële instelling (door)verwijst naar een andere instelling waar deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat de benodigde behandelfaciliteiten, kennis en/of kunde in de initiële instelling ontbreken. c. de situatie waarin een medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt vanuit de initiële instelling (door)verwijst naar een andere instelling waar deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat de zorg waar de zorgvraag van de patiënt betrekking op heeft door diens zorgverzekeraar niet gecontracteerd is bij de initiële instelling, maar wel bij die andere instelling. d. de situatie waarin een medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt vanuit de initiële instelling (door)verwijst naar een andere instelling waar deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat beide hiervoor genoemde instellingen met betrekking tot de zorgvraag van de patiënt een geformaliseerde vorm van samenwerking met elkaar hebben. Ook het terug verwijzen naar de initiële instelling met behoud van het hoofdbehandelaarschap kan onderdeel zijn van deze geformaliseerde samenwerking. Deze uitzondering is slechts mogelijk onder de voorwaarde dat de zorgverzekeraar(s) waarmee de samenwerkende instellingen contractafspraken maken, hier aanvullende afspraken over maken en deze vastleggen in het contract (contractvereiste).</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Indien een acute zorgvraag behandeld wordt in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt initieel onder behandeling is, mag de uitvoerende zorgverlener een dbc-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels. De zorg hoeft dan niet middels onderlinge dienstverlening te worden verrekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Indien zorg verleend wordt door een andere instelling in het kader van een second opinion mag de uitvoerende zorgverlener een dbc-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels. De zorg hoeft dan niet middels onderlinge dienstverlening te worden verrekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 33</span><span class=\"lf-art-t\">Declaratiebepalingen voor dbc-zorgproducten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het dbc-zorgproduct wordt gedeclareerd bij de patiënt of bij de zorgverzekeraar waar de patiënt op de startdatum van het dbc-zorgproduct is verzekerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een zorgverlener mag een dbc-zorgproduct alleen declareren indien de prestatie is vastgelegd volgens de in deze regeling vastgestelde registratiebepalingen en voldaan is aan de omschrijvingen en definities van zorgactiviteiten uit de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij declaratie van een dbc-zorgproduct vermeldt de zorgverlener het subtrajectnummer.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Declaratie van parallelle dbc-zorgproducten is niet toegestaan indien de onderliggende diagnosen voorkomen in de diagnose-combinatietabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De declaratie van een dbc-zorgproduct heeft een zegel (hash-code) waaruit blijkt dat deze door een grouper is afgeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende orgaandonor, mag in rekening worden gebracht bij de verzekeraar van en op naam van de ontvanger van het orgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Wanneer een poortspecialist en/of een SEH-arts KNMG en/of een verpleegkundig specialist en/of een physician assistant samen één zorgvraag behandelen, dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Wanneer een cardioloog en een cardiochirurg samen een AICD-implantatie uitvoeren, dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Een SKION dbc-zorgproduct (990116022 t/m 990116056) mag niet in combinatie met een ander dbc-zorgproduct kindergeneeskunde (dbc-zorgproductgroep 990116) worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende dbc-zorgproductgroep worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">11 Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker of stamceltransplantatie bij niet-maligne aandoeningen (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">13 Een dbc-zorgproduct voor traumaopvang volgens ATLS protocol (182199051, 182199055, 182199056 en 182199057) mag per instelling door één specialisme worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">14 Een initieel SKION dbc-zorgproduct mag per SKION stratificatie door één instelling in rekening worden gebracht. Het is niet toegestaan dat bij overdracht van het hoofdbehandelaarschap door de overnemende instelling opnieuw een initieel dbc-zorgproduct in rekening wordt gebracht op grond van dezelfde stratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">15 Het is niet toegestaan dat een of meerdere instellingen parallel aan elkaar meerdere dbc-zorgproducten voor complex chronische longaandoeningen (zorgproductgroep 990022) in rekening brengen. Ook declareert een instelling parallel aan een dbc-zorgproduct voor complex chronische longaandoeningen (zorgproductgroep 990022) geen ander dbc-zorgproduct met dezelfde diagnose.</p>\n<p class=\"lf-p\">16 Zodra zorg vanuit het traject Voorwaardelijke Toelating instroomt in het basispakket, zijn de prestaties behorende bij dit traject niet langer beperkt tot de declaratie van deze zorg in studieverband. Bijbehorende prestaties mogen vanaf dan buiten studieverband gedeclareerd worden, totdat de NZa de bekostiging hierop heeft aangepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34</span><span class=\"lf-art-t\">Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een overig zorgproduct wordt gedeclareerd bij de patiënt of bij de zorgverzekeraar waar de patiënt op het moment van de uitvoerdatum van het overige zorgproduct is verzekerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een zorgverlener mag een overig zorgproduct alleen declareren indien de prestatie is vastgelegd volgens de in deze regeling vastgestelde registratiebepalingen en voldaan is aan de omschrijvingen en definities van zorgactiviteiten/overige zorgproducten zoals omschreven in (de bijlagen van) deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een overig zorgproduct uit de categorieën eerstelijnsdiagnostiek en paramedische behandeling en onderzoek, mag alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van: – Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerste lijn, waarbij dit overige zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of – Een verzoek voor het uitvoeren van een overig zorgproduct uit de categorie eerstelijnsdiagnostiek van een Wlz-behandelaar. Waarbij de beoordeling van de diagnostiek in de tweede lijn plaatsvindt en waarbij dit overig zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of – Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme waarvoor de dbc-systematiek niet geldt; of – Paramedische zorg die geen onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling; of – Paramedische zorg die wel onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling, maar waarvoor geen dbc-zorgproduct gedeclareerd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Een door de NZa vastgestelde facultatieve prestatie medisch-specialistische zorg (overig zorgproduct) wordt uitsluitend in rekening gebracht door zorgaanbieders die over deze prestatie een schriftelijke overeenkomst hebben gesloten met de zorgverzekeraar van de betreffende patiënt (contractvereiste).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34a</span><span class=\"lf-art-t\">Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie supplementaire producten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een overig zorgproduct uit de categorie supplementaire producten mag naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een add-on mag tussentijds, dat wil zeggen ‘na uitvoering’ en ’eerder dan declaratie van het dbc-zorgproduct’ worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een add-on ic mag per kalenderdag worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Een add-on dialyse toeslag op de ic (190156) mag alleen in combinatie met een ic-dag (190157 of 190158) worden gedeclareerd. Een add-on dialysetoeslag mag dus niet in combinatie met een add-on voor de neonatale ic en de pediatrische ic (190150 of 190151) worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Bij declaratie van een add-ongeneesmiddel wordt het zorgtrajectnummer van het zorgtraject waarop het betrekking heeft meegestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Bij declaratie van een add-on ic wordt het subtrajectnummer van het zorgproduct waarop het betrekking heeft meegestuurd. Indien er sprake is van een add-on ic met zorgtype 52 wordt het (eigen) subtrajectnummer meegestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Als er geen contractuele overeenkomst is tussen de zorgverlener en de zorgverzekeraar over de zwaarte van de te declareren behandeldagen (ic-dag type 1 of 2 met zorgactiviteitcodes 190157 of 190158), mag alleen de ic-dag type 1 in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 De toeslag ECMO mag alleen in rekening gebracht worden als op een kalenderdag op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op neonatale ic of pediatrische ic. De ECMO prestatie mag als zijnde een toeslag naast de Neonatale intensive care of Pediatrische intensive care gedeclareerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Alleen centra voor hemofiliebehandeling en aanverwante hemostaseziekten, die door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van artikel 8 van de Wet op de bijzondere medische verrichtingen (Wbmv) als zodanig zijn aangewezen, mogen ozp-stollingsfactoren voor hemofilie en aanverwante hemostaseziekten in rekening brengen. Bij de declaratie van ozp-stollingsfactoren voor overige indicaties geldt deze beperking van aangewezen centra niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de inwerkingtredingsdatum van deze regeling, treedt de inhoud van lid 9 van dit artikel met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvoor een add-on, respectievelijk een ozp-stollingsfactor is vastgesteld dan declareert de zorgverlener het geneesmiddel als add-on, respectievelijk ozp-stollingsfactor. In dat geval wordt een dergelijk geneesmiddel dus niet meer als onderdeel van een dbc-zorgproduct in rekening gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geneesmiddelen die worden ingezet in het kader van MKA-chirurgische verrichtingen (230000 t/m 239962) maken wel onderdeel uit van deze verrichtingen en worden niet door middel van een add-ongeneesmiddel, respectievelijk ozp-stollingsfactor gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ten laste van de medisch-specialistische zorg declareren van buiten de medisch-specialistische zorg bekostigde geneesmiddelen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">11 De toeslag in verband met chronische beademing – revalidatie (190982) mag in rekening worden gebracht voor iedere verpleegdag waarop een patiënt, die afhankelijk is van chronische kunstmatige beademing, chronische beademing ontvangt in het kader van een revalidatiebehandeling. Het gaat hierbij om patiënten: – die gebruik maken van invasieve beademing (beademing via tracheacanule) of: – die gebruik maken van non invasieve beademing (beademing via masker) en het masker niet zelfstandig kunnen hanteren in verband met afwezige arm-handfunctie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet van de revalidatiearts in verband met een calamiteit die zich tijdens en als gevolg van de chronische beademing voordoet, vormt geen onderdeel van deze toeslag, maar wordt als directe tijd geregistreerd. Deze toeslag is ook niet van toepassing op patiënten die in principe zelfstandig ademhalen, maar waarbij op grond van hun aandoening te verwachten is dat zij incidenteel en kortdurend beademd moeten worden of een andere vorm van ondersteuning van de ademhaling nodig hebben. Voor het vastleggen van deze zorg wordt de zorgactiviteitcode Klinische verpleging – ademhaling ondersteuning (zuurstof geven, airstacken (longvolume op peil houden), longen uitzuigen) – revalidatie (190879) gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 De draagbare uitwendige cardioversie-defibrillator (LifeVest) (190668) mag eenmalig per patiënt in rekening worden gebracht bij uitgifte van de uitwendige cardioversie-defibrillator.</p>\n<p class=\"lf-p\">13 Een klinische zorgdag in de thuissituatie (190228) mag in rekening worden gebracht door een zorgaanbieder indien hier een schriftelijke overeenkomst met de zorgverzekeraar van de desbetreffende patiënt, over de invulling van deze prestatie, aan ten grondslag ligt.</p>\n<p class=\"lf-p\">14 De prestatie faecaal microbiotica transplantaat (190605) wordt per toegediende suspensie gedeclareerd door het ziekenhuis waar de toediening plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">15 Voor de toediening van totale parenterale voeding (TPV) en vocht in de thuissituatie (192861, 192862, 192863, 192864) geldt het volgende: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze prestaties worden gedeclareerd door de zorgverlener waarvan de patiënt voor de TPV-zorgvraag ‘eigen patiënt’ is (de hoofdbehandelaar). b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze prestaties mogen enkel gedeclareerd worden indien de patiënt in de thuissituatie verblijft. Bij deze prestaties wordt onder ‘thuissituatie’ verstaan: het verblijf buiten een instelling voor medisch-specialistische zorg en het verblijf in een instelling voor medisch-specialistische revalidatiezorg. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorgeschreven (verhouding tussen het) aantal dagen TPV en het aantal dagen vocht zoals vastgelegd in het medisch dossier bepaalt welke prestaties gedeclareerd mogen worden. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet toegestaan om voor één dag meerdere prestaties in rekening te brengen. Per week (=periode van zeven dagen) worden maximaal zeven prestaties gedeclareerd. Alle prestaties uit een week worden gedeclareerd met als uitvoerdatum de eerste dag van deze week. Indien het voorschrift midden in de week gestopt wordt, dan worden evenveel prestaties gedeclareerd als dagen dat het voorschrift geldig was. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prestatie Vocht bij TPV indicatie of afhankelijkheid van NaCl en/of elektrolyten bij chronisch darmfalen in de thuissituatie, inclusief toediening per infuus, hulpmiddelen en toebehoren, per dag (192864) mag gedeclareerd worden voor: – een voor TPV-geïndiceerde patiënt een dag (of langer) geen TPV maar enkel vocht toegediend krijgt; of – een patiënt die afhankelijk is van intraveneuze toediening van NaCl en/of elektrolyten en in het kader van darmfalen vocht toegediend krijgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">16 De prestaties werkpakketten screening transplantatie (192121 t/m 192127) mogen door het transplantatiecentrum eenmalig gedeclareerd worden tijdens de fase van besluitvorming bij transplantatie of donatie. Deze prestaties mogen in combinatie met een dbc-zorgproduct voor screening en besluitvorming gedeclareerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">17 De prestaties voor perfusie bij donorlongen en donorlevers (192128 t/m 192130) worden door het uitvoerend transplantatiecentrum eenmalig per donororgaan gedeclareerd bij een volledig uitgevoerde perfusieprocedure, ongeacht of de perfusieprocedure tot een succesvolle of niet succesvolle transplantatie heeft geleid. Deze prestaties worden in combinatie met een dbc-zorgproduct van de beoogde ontvanger gedeclareerd, in diens transplantatie-zorgtraject.</p>\n<p class=\"lf-p\">18 De prestatie ‘Verkeerde bed’ komt ten laste van de Wlz en wordt dientengevolge in rekening gebracht bij het zorgkantoor.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34b</span><span class=\"lf-art-t\">Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie eerstelijnsdiagnostiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een overig zorgproduct (039702 t/m 039736, 039741 t/m 039752, 039760, 039763 t/m 039793, 039796 t/m 039806, 039863 en 039864) voor klinische neurofysiologie (KNF) mag naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd, indien: – het overige zorgproduct wordt uitgevoerd door een klinisch neurofysioloog; en – het overig zorgproduct niet wordt uitgevoerd ten behoeve van een zorgtraject (en het bijbehorende dbc-zorgproduct) neurologie (0330); en – er sprake is van een substantiële afwijking van de inzet van de klinische neurofysioloog ten opzichte van het landelijk gemiddelde profiel; en – er een contractuele overeenstemming is tussen de zorgverlener en de zorgverzekeraar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor een prestatie Klinisch-chemisch en microbiologisch onderzoek (070001 t/m 079995) in het kader van de eerste lijn mag het kostenbedrag, onafhankelijk van de uitvoerder (klinisch chemicus, hematoloog, medische microbioloog) worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken (079991 en 079989) mag bij een INR bepaling (079995) niet in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Een INR bepaling (incl. order) (079995) mag niet worden gedeclareerd in het kader van trombosezorg. Hiervoor mag het overig zorgproduct advies – onderdeel van antistollingsbehandeling (190247) worden gedeclareerd 5 Het overig zorgproduct toeslag op ordertarief bij decentrale afname van patiëntmateriaal (079990) mag alleen in combinatie met het overig zorgproduct ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratorium (079991) worden gedeclareerd. Deze prestatie mag niet in combinatie met een overig zorgproduct huisbezoek (079986 en 079987) worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Voor de SOA-tests voor Chlamydia, Gonorroe, Herpes Genitalis en Trichomoras mag alleen de prestatie DNA-amplificatie, kwalitatief, geautomatiseerd (070003) worden gedeclareerd. Hiervoor mogen niet de overige zorgproducten 070004, 070005 of 070006 worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Voor een overig zorgproduct spermaonderzoek (070801, 078013 en 078110) is een verzoek van de eerste lijn niet noodzakelijk als dit onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van de gynaecoloog in het kader van een fertiliteitsspreekuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Wanneer de overige zorgproducten (070706, 070707, 079986, 079987, 079990, 079991) in het kader van trombosezorg worden uitgevoerd is een verwijzing nodig. Dit mag ook een verzoek van of (door)verwijzing vanuit de tweede lijn zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Voor het klinisch-chemisch en microbiologisch laboratoriumonderzoek (070001 t/m 079996) is geen verzoek van de eerste lijn noodzakelijk op het moment dat het onderzoek aanvullend in rekening wordt gebracht bij een rijbewijskeuring (119027 t/m 119030).</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgaanbieder moet altijd kunnen aantonen dat de uitgevoerde behandeling geen betrekking heeft op de zorgvraag van een openstaand subtraject.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 Voor het ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken (079991) en het ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratorium bloedonderzoeken, exclusief bloedafname (079989) geldt dat indien uitbesteding van onderzoek(en) aan een andere interne of externe uitvoerder plaatsvindt, deze interne of externe uitvoerder geen ordertarief (079991 danwel 079989) in rekening mag brengen bij de (zorgverzekeraar van de) patiënt. Per afname (danwel aanname) van patiëntmateriaal mag slechts één ordertarief (079991 danwel 079989) in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">11 Het overig zorgproduct laboratoriumonderzoeken ten behoeve van nazorg altruïstische of familiaire donor (079970) dient ter dekking van de laboratoriumonderzoeken welke jaarlijks ter nazorg aan altruïstische of familiaire donoren worden geleverd. Het overig zorgproduct omvat urineonderzoek (albumine, kreatinine, sediment en eiwit), bloedonderzoek (kreatinine, HBAlc, cholesterol en/of glucose) en een ordertarief voor klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken, inclusief bloedafname. De prestatie wordt in rekening gebracht bij de donor en hiervoor geldt geen eigen risico.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 MRI (081093, 082490, 083191, 083192, 083290, 083390, 084090, 085091, 085093, 087091, 087092, 087096, 087097, 088090 en 089090) MRI’s worden rechtstreeks aan de zorgverzekeraar/patiënt gedeclareerd, tenzij deze worden geleverd als onderdeel van een dbc-zorgproduct of op verzoek van een andere zorgaanbieder in het kader van onderlinge dienstverlening. Dus ook als sprake is van onderlinge dienstverlening tussen een ziekenhuis en een voor MRI’s opgerichte eenheid, zijn de MRI’s onderdeel van een dbc-zorgproduct.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de prestaties 082490, 083191, 083192, 083290, 083390, 084090, 085093, 087097, 088090 en 089090 geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd mogen worden. Daarnaast geldt: a. prestaties 081093 en 082490 mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; b. prestatie 087097 mag niet naast 087070, 087091, 087092, 088090 of 089090 gedeclareerd worden; c. prestatie 088090 mag niet naast 087070, 087092, 087096, 087097 of 089090 gedeclareerd worden; d. prestatie 089090 mag niet naast 088090 gedeclareerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">13 Bijzondere bepalingen met betrekking tot vastgestelde facultatieve prestaties medisch-specialistische zorg: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een instelling die de facultatieve prestatie pre-analyse activiteiten en service ten behoeve van klinisch-chemische en/of microbiologische laboratoriumonderzoeken voor diagnosestelling, preventie of monitoring (198500) declareert, mag voor de uitgevoerde diagnostiek niet de prestaties 079990 en/of 079991 declareren. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een instelling die de facultatieve prestatie integrale diagnostiek van obstructief slaapapneusyndroom (OSAS) voor de eerste lijn (198501) declareert, mag voor de uitgevoerde diagnostiek niet de prestaties 039735, 039729 en 039734 declareren. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een instelling die de facultatieve prestatie röntgendiagnostiek rijdende röntgen, inclusief voorrijkosten (198502) declareert, mag voor de uitgevoerde diagnostiek niet de prestaties 080001 tot en met 089879 declareren. Per dag wordt per patiënt maximaal één keer 198502 geregistreerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34c\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34c</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie paramedische behandeling en onderzoek Indien er sprake is van poliklinische fysiotherapie mogen de betreffende zorgactiviteiten, ook wanneer deze niet op verzoek van de eerste lijn worden uitgevoerd, naast de dbc-zorgproducten gedeclareerd worden. Deze uitzondering geldt niet voor revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34d\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34d</span><span class=\"lf-art-t\">Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie overige verrichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een overig zorgproduct uit de categorie overige verrichtingen wordt los gedeclareerd en maakt geen onderdeel uit van het profiel van een dbc-zorgproduct.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De prestatie Regiefunctie complexe wondzorg (190287) mag worden gedeclareerd, indien: – de patiënt, die complexe wondzorg ontvangt, niet in een instelling verblijft; en – hier voorafgaand aan de declaratie een schriftelijke overeenkomst tussen zorgverlener en zorgverzekeraar aan ten grondslag ligt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgverlener en de zorgverzekeraar definiëren in die overeenkomst welke voorwaarden, voorschriften en/of beperkingen gelden om deze prestatie in rekening te mogen brengen. Daarbij wordt in ieder geval de te hanteren declaratie-eenheid in het contract gedefinieerd; en – de zorgverlener beschikt over een organisatiestructuur die voldoet aan de voorwaarden die de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft gesteld in artikel 3.1 van het document ‘basisset kwaliteitsindicatoren ziekenhuizen 2014’.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij de overige zorgproducten ten behoeve van de standaardprestatie rijbewijskeuring (119027 en 119028) mag de prestatie ‘toeslag rijbewijskeuring’ (119029 en 119030) in rekening worden gebracht, wanneer de directe tijd meer dan 15 minuten bedraagt. De standaardprestatie bestaat uit 15 minuten directe tijd en 15 minuten indirecte tijd. De zorgverlener informeert de te keuren persoon wanneer hij verwacht gebruik te maken van de toeslag bovenop de standaardprestatie. Deze toeslagprestatie mag meerdere keren in rekening worden gebracht, per 15 minuten directe tijd dat de keuring langer duurt dan de standaardprestatie. De toeslagprestatie mag ook in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Bij een mededelingenprocedure (119028) mag deze toeslag (119030) maximaal vier keer in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Bij een gezondheidsverklaringsprocedure (119027) mag de toeslag (119029), enkel indien sprake is van een neurologische of psychiatrische keuring, maximaal twee keer in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Alleen voor daadwerkelijk gerealiseerde tijdbesteding mogen toeslagen in rekening gebracht worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Declaratiebepalingen MKA-chirurgische verrichtingen a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Consult mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (234001, 234002 en 234004) Indien een consult mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie in dezelfde zitting wordt gevolgd door een verrichting uit productgroep 3 t/m 8, wordt het consult niet in rekening gebracht. Per kalenderdag mag maximaal één consult in rekening gebracht worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een consult mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie mag ook gedeclareerd worden indien de kaakchirurg (of arts-assistent), verpleegkundig specialist, physician assistant of klinisch technoloog als hoofdbehandelaar deelneemt aan een multidisciplinair consult, met minimaal een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en/of ondersteunend specialist van een ander medisch specialisme, mits voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden in artikel 29, lid 3, sub b,c,d. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Assistentie bij een MKA-chirurgische verrichting (230002) Assistentie mag alleen in rekening worden gebracht indien het noodzakelijk was dat de assisterende kaakchirurg, tandartsspecialist, tandarts of arts ook daadwerkelijk een deel van de verrichting uitvoerde. In de persoon van een medisch adviseur kan inzage verkregen worden in het operatieverslag waaruit zal blijken dat de assisterende kaakchirurg, tandartsspecialist, tandarts of arts ook noodzakelijk en daadwerkelijk (een deel van) de verrichting uitvoerde. De prestatie assistentie mag enkel in rekening gebracht worden indien: – de kaakchirurg zich op medische gronden doet bijstaan door een collega kaakchirurg of tandartsspecialist; of – de kaakchirurg zich bij een klinische verrichting op medische gronden doet bijstaan door een tandarts of arts, niet zijnde een tandartsspecialist of medisch specialist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze prestatie mag per operatiesessie meermaals, maar maximaal één keer per verrichting in rekening worden gebracht. Dit geldt ook indien meer dan één arts assisteert. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fractuurbehandeling (238041, 238042, 238044) Indien in het beloop van een conservatieve fractuurbehandeling overgegaan wordt op een operatieve behandeling van die fractuur, mag slechts één verrichtingsnummer worden gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De MKA-chirurgische ingreep of verrichting, gericht op die pseudo-arthrose, mag als een nieuwe volledige behandeling worden gedeclareerd. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intermaxillaire fixatie (238048) Het tarief voor intermaxillaire fixatie (238048) mag niet worden gedeclareerd in combinatie met een osteotomie, een fractuurbehandeling en/of een reconstructieve behandeling. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mandibulair Repositie Apparaat MRA (234190) De techniekkosten voor het MRA mogen apart in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het maximumtarief voor het MRA zijn consultatie en diagnostiek (inclusief eventuele röntgenfoto’s) niet inbegrepen. Dit mag apart in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Controlebezoeken, al dan niet met kleine correcties aan het MRA of andere kleine verrichtingen, mogen vanaf twee maanden na plaatsing in rekening worden gebracht (code 234191).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een consult naar aanleiding van een klacht mag een consult (234001, 234002 of 234004) apart in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval het MRA gemaakt wordt vanwege OSAS (Obstructief Slaap Apneu Syndroom) zal multidisciplinaire diagnostiek tot de indicatie MRA-behandeling hebben geleid. Voor de keuze van een type MRA kan het noodzakelijk zijn om aanvullend onderzoek te doen. Dit aanvullend onderzoek mag apart in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval er voor het repareren van het MRA (code 234192) het MRA opnieuw moet worden geregistreerd (ingesteld), mag een nieuwe MRA worden vervaardigd en gedeclareerd (code 234190 plus techniekkosten). f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maken meerdimensionale kaakopname (b.v. cone beam-CT (CBCT)) (239472) Het maken van een meerdimensionale kaakfoto (bijvoorbeeld met een CBCT). Deze foto wordt uitsluitend genomen indien het maken van een dergelijke opname een meerwaarde heeft ten opzichte van conventionele röntgendiagnostiek. g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Taakdelegatie Bij sommige MKA-chirurgische zorgvragen wordt een deel van de behandeling uitgevoerd door een andere beroepsbeoefenaar (bijvoorbeeld mondhygiënist). Hiervoor mogen MKA-chirurgische prestaties worden gedeclareerd onder de voorwaarde dat een kaakchirurg hoofdbehandelaar is en slechts een deel van de behandeling wordt uitgevoerd door een andere beroepsbeoefenaar dan de kaakchirurg. h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagverpleging mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (231901) Deze prestatie mag niet in combinatie met prestatie Verpleegdag mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (231902) of een consultprestatie (234001, 234002 of 234004) worden gedeclareerd. i.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verpleegdag mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (231902) Deze prestatie mag niet in combinatie met prestatie Dagverpleging mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (231901) of een consultprestatie (234001, 234002 of 234004) worden gedeclareerd. j.</p>\n<p class=\"lf-p\">Techniekkosten(230000) Techniekkosten mogen additioneel in rekening worden gebracht bij de volgende MKA-chirurgische prestaties: 234196, 234195, 239961, 239962, 234190 en 234192.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 ‘Verpleging in de thuissituatie noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg’ a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de prestatie ‘Verpleging in de thuissituatie noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg’ is een maximumtarief vastgesteld. Er geldt een tarief-eenheid van een uur. Indien sprake is van prestaties gedurende een deel van een uur wordt het in rekening te brengen tarief naar evenredigheid berekend. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afronding vindt plaats per declaratieperiode. Indien er tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder voorafgaand aan de declaratie geen schriftelijke overeenkomst bestaat over de te hanteren werkwijze bij het afronden van de tijd van de geleverde prestaties, wordt de tijd afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf minuten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Multidisciplinaire diagnostiek binnen een tertiair oogheelkundig centrum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de prestatie ‘Multidisciplinaire diagnostiek zeldzame en/of complexe visuele aandoeningen binnen een tertiair oogheelkundig centrum’ en 'Multidisciplinaire diagnostiek van cerebrale visusstoornissen binnen een tertiair oogheelkundig centrum' is een maximumtarief vastgesteld. Er geldt een tariefeenheid van vijf minuten. De declaratie bestaat uit een overzicht van het per patiënt geleverde aantal eenheden per prestatie per kalenderdag en het daarbij gehanteerde tarief. Indien het totaal aan declarabele tijd per kalenderdag geen veelvoud van vijf minuten beslaat, vindt afronding plaats op de dichtstbijzijnde veelvoud van vijf minuten. Voor de tijdregistratie geldt de patiëntgebonden tijd van de onder artikel 29 genoemde disciplines.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Klinisch genetisch onderzoek ten behoeve van erfelijkheidsadvisering (191140 t/m 191147) De overige zorgproducten voor klinisch genetisch onderzoek ten behoeve van erfelijkheidsadvisering (WMBV label 2920) omvatten het onderzoek dat per persoon uitgevoerd wordt om antwoord te kunnen geven op een vraag vanuit de adviesvrager. Indien er binnen een onderzoek meerdere personen (adviesvrager en/of familieleden) onderzocht worden, dan wordt per onderzoek voor elk onderzocht persoon een aparte prestatie gedeclareerd bij de zorgverzekeraar van de adviesvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Geprotocolleerde thuisvoorlichting nierfunctie vervangende behandelingen (192050) De prestatie mag eenmalig gedeclareerd worden door het verantwoordelijk transplantatiecentrum indien alle activiteiten voor de geprotocolleerde thuisvoorlichting zijn afgerond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 35</span><span class=\"lf-art-t\">Terugvaloptie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een zorgverlener mag een dbc-zorgproduct vóór de algemene sluitingsregels uit artikel 17 en 18 declareren indien is voldaan aan onderstaande voorwaarden: – De zorgverlener heeft geen overeenkomst met een zorgverzekeraar; en – De behandelend beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert heeft vastgesteld dat de feitelijke behandeling in het kader van het betreffende subtraject is beëindigd; en – Alle registratieregels zijn in acht genomen (met dien verstande dat de sluitingsdatum een toekomstige datum is); en – Er is geen sprake van uitzonderingen op de afsluitregels, zoals genoemd in artikel 19.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De terugvaloptie in lid 1 vervalt met terugwerkende kracht als de onder b bedoelde behandeling vóór de onder c bedoelde toekomstige sluitingsdatum wordt hervat.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  VII</h3>\n<p class=\"lf-p\">Informeren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 36</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieverplichting bij declaratie van dbc-zorgproducten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een declaratie van een dbc-zorgproduct vermeldt minimaal de volgende gegevens: a) Dbc-zorgproduct startdatum. Een subtraject wordt afgeleid tot een dbc-zorgproduct en heeft een eigen startdatum. b) Dbc-zorgproduct einddatum. Een subtraject wordt afgeleid tot een afzonderlijk dbc-zorgproduct en heeft een eigen einddatum. c) Zorgtype: Het zorgtype is een component binnen de dbc-registratie waarmee het type subtraject wordt aangeduid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen initiële subtrajecten (zorgtype 11), vervolg subtrajecten (zorgtype 21) en intercollegiale consulten (zorgtype 13). d) (typerende) Diagnose. De diagnose die de geleverde zorg over de te declareren periode (het subtraject) het beste typeert. e) Dbc-declaratiecode. Een 6-cijferige code die het zorgproduct en het gereguleerde tarief of de afgesproken prijs van het dbc-zorgproduct weergeeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het gereguleerde segment wordt aan elk dbc-zorgproduct een dbc-declaratiecode uit de NZa-tariefgroep 14 (verzekerde zorg) en/of 16 (niet verzekerde zorg) gekoppeld. Aan elk dbc-zorgproduct in het vrije segment wordt een dbc-declaratiecode uit de NZa-tariefgroep 15 (verzekerde zorg) en/of 17 (niet verzekerde zorg) gekoppeld. f) Zorgtrajectnummer. Een uniek nummer waarmee het zorgtraject binnen de instelling wordt geïdentificeerd. Voor zorgtrajecten met ZT51 geldt dat ook het zorgtrajectnummer van het hieraan gekoppelde zorgtraject (ZT11 of ZT21) wordt vermeld op de declaratie. g) Subtrajectnummer. Een uniek nummer waarmee het subtraject binnen de instelling wordt geïdentificeerd. h) Hash-code. Een code die aangeeft dat de prestatie door een grouper is afgeleid. Indien er tussen de zorgverlener en zorgverzekeraar afspraken zijn vastgelegd om het gebruik van een grouper te borgen, is het vermelden van de hash-code bij de declaratie niet verplicht. i) Gedeclareerd bedrag. Op de declaratie wordt het gedeclareerde bedrag van het dbc-zorgproduct opgenomen. j) Dbc-zorgproductcode. De dbc-zorgproductcode is opgebouwd uit een dbc-zorgproductgroepcode (zes posities) aangevuld met de code van het dbc-zorgproduct binnen de groep (drie posities). k) AGB-code uitvoerend specialisme. De AGB-code van het uitvoerend specialisme wordt weergegeven middels de AGB-subberoepsgroep indeling (de AGB-code van de hoofdbehandelaar is hierbij leidend).Indien een SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist, physician assistant of klinisch technoloog geheel zelfstandig een zorgtraject uitvoert, wordt de AGB-code van het uitvoerend specialisme vermeld op basis van de typeringslijst waarvan deze beroepsbeoefenaar gebruik maakt. l) Consumentenomschrijving (lekenomschrijving). Op de declaratie van de zorgverlener aan de patiënt wordt voor dbc-zorgproducten de zorgproduct consumentenomschrijving vermeld, zoals opgenomen inde Zorgproducten Tabel. m) Type verwijzer. Op de declaratie wordt het type verwijzer vermeld naar onderstaande classificatie:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfverwijzer SEH (een patiënt die zich meldt bij de SEH zonder verwijzing).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfverwijzer niet-SEH (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek zonder verwijzing).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen patiënt SEH (Een patiënt die zich meldt bij de SEH met een verwijzing).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerste lijn (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing vanuit de eerste lijn).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen patiënt niet-SEH vanuit ander specialisme binnen dezelfde instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van een ander medisch specialisme binnen dezelfde instelling).</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen patiënt niet-SEH vanuit andere instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van andere instelling).</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eigen patiënt (bijvoorbeeld ingeval vervolg traject of nieuwe zorgvraag van eigen patiënt).</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerste lijn, maar verwijzer heeft geen AGB-code. n) AGB-code verwijzer. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder m3, m4 en m6 wordt op de declaratie een AGB-code van de verwijzende zorgaanbieder vermeld. Dit is een instelling, een praktijk of een natuurlijk persoon. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder m5 en m7 wordt op de declaratie de AGB-code van de natuurlijke persoon die doorverwijst vermeld. o) AGB-code verwijzend specialisme. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder m5, m6 of m7 wordt op de declaratie de AGB-code van het verwijzend specialisme vermeld. p) Afsluitreden. De afsluitreden wordt gecodeerd volgens de afsluitreden tabel en geeft de reden van sluiting van het traject weer. q) Indicatie machtiging. Middels ‘ja’ of ‘nee’ wordt op de nota aangegeven of de declaratie wel of geen zorgactiviteiten bevat waarvoor een machtiging is vereist. r) Zorgactiviteiten. – Indien één van de in de Zorgproducten Tabelgenoemde zorgactiviteiten deel uit maakt van het lokale profiel van een dbc-zorgproduct geopend na 31 mei 2014, worden de code, consumentenomschrijving, het aantal registraties en de uitvoerdatum van deze zorgactiviteit vermeld op de declaratie. – Bij de zorgactiviteiten 190854 t/m 190982 wordt de AGB-code van de uitvoerder (natuurlijk persoon) vermeld op de declaratie. Deze verplichting geldt voor de volgende zorgverleners: medisch specialist (revalidatiearts), fysiotherapeut, logopedist en ergotherapeut.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De verplichting genoemd in het eerste lid, onderdeel r (zorgactiviteiten), is niet van toepassing indien de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een privacyverklaring hebben ondertekend als bedoeld in bijlage 5 van deze regeling. Deze verklaring is voor de zorgverzekeraar te allen tijde opvraagbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De zorgaanbieder is verplicht in zijn administratie een afschrift te houden van een privacyverklaring als bedoeld in bijlage 5 van deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Controle door de zorgverzekeraar op de rechtmatigheid van nota’s die, vergezeld van een privacyverklaring als bedoeld in bijlage 5 van deze regeling, ter betaling aan die zorgverzekeraar zijn aangeboden, vindt uitsluitend plaats door of onder de verantwoordelijkheid van een medisch adviseur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieverplichting bij declaratie van overige zorgproducten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In onderstaande tabel is weergegeven welke gegevens (onderdelen a t/m m) voor welk type overig zorgproduct minimaal op de declaratie daarvan worden vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2. Informatieverplichting overige zorgproducten overige zorgproducten a b c d e f g h i j k l m algemeen x x x x x x x x add-on IC x x x x x x x x x add-on overig x x x x x x x x x x add-on geneesmiddelen x x x x x x x x Ozp-stollingsfactoren x x x x x x x Add-on fp msz x x x x x x x x x a) Uitvoerdatum. Datum waarop een zorgactiviteit is uitgevoerd. Voor add-on geneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren wordt hiermee bedoeld de datum waarop het geneesmiddel is toegediend of verstrekt aan de patiënt, dan wel is verstrekt aan de afdeling ten behoeve van toediening aan de patiënt. Voor facultatieve prestaties medisch-specialistische zorg wordt hiermee bedoeld de datum waarop de eerste (zorg)activiteit in het kader van de facultatieve prestatie is uitgevoerd. b) Subtrajectnummer. Een uniek nummer waarmee het subtraject binnen de instelling wordt geïdentificeerd. Dit nummer kan automatisch worden gegenereerd door het informatie- c.q. registratiesysteem. c) Zorgtrajectnummer. Een uniek nummer waarmee het zorgtraject binnen de instelling wordt geïdentificeerd. Dit nummer kan automatisch worden gegenereerd door het registratiesysteem. d) Aantal gebruikte eenheden. Het aantal eenheden (bijv. infusieflacons, tabletten) of fracties van eenheden (bijv. een halve infusieflacon) dat nodig is om de voorgeschreven hoeveelheid te kunnen verstrekken aan de patiënt bij gebruikmaking van de minst verspillende (combinatie van) verpakkingsgrootte(s). e) Zorgproductcode. De zorgproductcode is de zorgactiviteitcode (zes posities). f) ZI-nummer. Zorgidentificatienummer van een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor. g) AGB-code uitvoerend specialisme. De AGB-code van het uitvoerend specialisme wordt weergegeven middels de AGB-subberoepsgroepindeling (de AGB-code van het specialisme dat verantwoordelijk is voor de geleverde prestatie is hierbij leidend). Voor add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren wordt met het uitvoerend specialisme gedoeld op het voorschrijvend specialisme. h) Consumentenomschrijving. Op de declaratie van de zorgverlener aan de patiënt wordt voor overige zorgproducten de zorgproduct consumentenomschrijving vermeld zoals opgenomen in het overzicht overige zorgproducten (bijlage 1 van deze regeling). Voor add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren bestaat de consumentenomschrijving uit de artikelomschrijving van het betreffende ZI-nummer zoals opgenomen in de G-standaard. i) Type verwijzer. Op de declaratie wordt het type verwijzer vermeld naar onderstaande classificatie:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfverwijzer SEH (een patiënt die zich meldt bij de SEH zonder verwijzing).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfverwijzer niet-SEH (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek zonder verwijzing).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen patiënt SEH (Een patiënt die zich meldt bij de SEH met een verwijzing).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerste lijn (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing vanuit de eerste lijn).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen patiënt niet-SEH vanuit ander specialisme binnen dezelfde instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van een ander medisch specialisme binnen dezelfde instelling).</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen patiënt niet-SEH vanuit andere instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van andere instelling).</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eigen patiënt (bijvoorbeeld ingeval vervolg traject of nieuwe zorgvraag van eigen patiënt).</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerste lijn, maar verwijzer heeft geen AGB-code.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Patiënt welke gebruik maakt van directe toegang tot ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, diëtetiek, orthoptie, optometrie of oefentherapie. j) AGB-code verwijzer. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder i3, i4 en i6 wordt op de declaratie een AGB-code van de verwijzende instelling/praktijk of natuurlijk persoon vermeld. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder i5 en i7 wordt op de declaratie een AGB code van de verwijzende natuurlijk persoon vermeld. k) AGB-code verwijzend specialisme. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder i5, i6 of i7 wordt op de declaratie ook een AGB-code van het specialisme vermeld. l) Gedeclareerd bedrag. Op de declaratie wordt het gedeclareerde bedrag van het overig zorgproduct vermeld. m) Indicatie (on-label en off-label). Een in de G-standaard opgenomen indicatie waarvoor een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor is verstrekt aan de patiënt. Indien de betreffende indicatie nog niet is opgenomen in de G-standaard, dan wordt dat gegeven vermeld op de factuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c (zorgtrajectnummer) is niet van toepassing op add-ongeneesmiddelen als een behandeling in het buitenland wordt geleverd en het bijhorende geneesmiddel met een add-on declaratietitel in Nederland wordt toegediend en gedeclareerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De verplichting genoemd in het eerste lid, onderdelen e en m, is niet van toepassing indien de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een privacyverklaring hebben ondertekend als bedoeld in bijlage 5 van deze regeling. Deze verklaring is voor de zorgverzekeraar te allen tijde opvraagbaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 38</span><span class=\"lf-art-t\">Standaardprijslijst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Zorgverleners zoals genoemd in artikel 1 van deze regeling maken een standaard prijslijst bekend voor prestaties in het vrije en gereguleerde segment. De tarieven zoals opgenomen in de standaard prijslijst worden ook wel passantentarieven genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De in de standaard prijslijst opgenomen tarieven worden door de zorgverleners, zoals genoemd in artikel 1 van deze regeling, in rekening gebracht voor het leveren van zorg aan niet-verzekerde patiënten en aan patiënten van wie de zorgverzekeraar geen contract met de desbetreffende zorgaanbieder heeft gesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De standaardprijslijst bevat de volgende onderdelen, zoals vastgesteld in het sjabloon ‘standaard prijslijst’ (bijlage 2): – de dbc-zorgproductcode; – de dbc-zorgproduct (consumenten)omschrijving; – de declaratiecode; – de periode waarvoor de totaalprijs geldt (ingangsdatum en eventueel einddatum); – het integrale actuele tarief voor elke prestatie waarvoor de zorgaanbieder een tarief in rekening mag brengen. – een uitleg van de betekenis van ieder onderdeel, door opname van ‘definities’ zoals vermeld in het sjabloon ‘standaard prijslijst’ (bijlage 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De zorgverlener draagt er zorg voor dat het voor een consument op eenvoudige wijze mogelijk is om voor aanvang van een behandelingsovereenkomst op afstand kennis te nemen van de standaard prijslijst(-en) van jaar t en t-1. Uiterlijk per 15 november van jaar t geldt dit ook voor de standaard prijslijst van jaar t+1. a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de zorgverlener een website heeft, plaatst de zorgverlener de standaard prijslijst(-en) op de website. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgverlener informeert een consument op verzoek over de prijzen op de standaard prijslijst(-en) of stuurt een consument op verzoek binnen achtenveertig uur per post of digitaal de verzochte prijsinformatie toe.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 39</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieverplichting solisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Solisten die declareren op basis van een individuele beschikking (zie artikel 31) zijn verplicht om wijzigingen in de bedrijfsvoering of wijzigingen in de organisatiestructuur aan de NZa te melden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-40\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 40</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking voorgaande regeling(en)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de regeling medisch-specialistische zorg, met kenmerk NR/REG-2103a en met kenmerk NR/REG-2207, ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 41</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regeling medisch-specialistische zorg, met kenmerk NR/REG-2103a, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold, tenzij in de voorliggende regeling (NR/REG-2207a) anders is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat voor overlopende dbc-zorgproducten (dbc’s gestart in jaar t-1 en doorlopend in jaar t) de op het moment van opening van het dbc-zorgproduct geldende regeling van toepassing is en dat voor zorgactiviteiten (inclusief overige zorgproducten) de regels leidend zijn die op de uitvoerdatum geldig zijn, tenzij in de voorliggende regeling (NR/REG-2207a) anders is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 42</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding en citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling zal op grond van artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wmg, met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd bij de NZa.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Regeling medisch-specialistische zorg’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederlandse Zorgautoriteit M.J.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaljouw voorzitter Raad van Bestuur Bijlage 1 Overzicht overige zorgproducten Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2 Sjabloon standaard prijslijst Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3 Indeling prestaties mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie naar productgroepen Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 4 Toelichting regels afleiding Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 5 Privacyverklaring Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 6 Afsluitregelstabel Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 7 Diagnose-combinatietabel Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 8 Overzicht dbc-zorgproducten Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 9 Overzicht dbc-zorgproducten op nota Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 10 Overzicht zorgactiviteiten op nota Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 11 Typeringslijst per specialisme Ligt ter inzage bij de Nza.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 12 Zorgactiviteitentabel Ligt ter inzage bij de Nza.</p></div>", "next": 0}