{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">4.12 Vergunninggebied Noord-12:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Molenaarsweg, (2) het midden van de Stellingweg, (3) de oostzijde van de Appelweg, (4) een denkbeeldige lijn van de Appelweg tot de noordzijde van Zijkanaal I, (5) het midden van Zijkanaal I, (6) het midden van de Klaprozenweg, (7) het midden van de Cornelis Douwesweg en (8) het midden van het Coentunnelcircuit;</p>\n<p class=\"lf-p\">4.13 Vergunninggebied Noord-13:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Ring A10, (2) het midden van de Verlengde Stellingweg, (3) het midden van de Molenaarsweg, (4) het Coentunnelcircuit, (5) het midden van de Cornelis Douwesweg, (6) het midden van de Klaprozenweg in zuidelijke richting, (7) het midden van de tt. Vasumweg tot aan Kraanspoor, (8) het water langs Kraanspoor en (9) het midden van Het IJ;</p>\n<p class=\"lf-p\">4.14 Vergunninggebied Noord-14:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Ring A10, (2) een denkbeeldige lijn naar het Vikingpad, (3) de oostzijde van het Vikingpad, (4) de oostzijde van de Buiksloterdijk tot de Metaalbewerkersweg, (5) langs de westelijke grens het stroomdistributiestation (Klaprozenweg 58), (6) het water direct achter de woonboten met adressen Buiksloterdijk 401- 413, (7) het midden van Zijkanaal I, (8) de oostzijde van de Appelweg, (9) het midden van de Stellingweg en (10) het midden van de Verlengde Stellingweg.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Stadsdeel Oost 5.1 Vergunninggebied Oost-1:</div>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Amstel, (2) het midden van de Singelgracht, (3) het midden van de Linnaeusstraat, (4) de spoorweg Amsterdam Muiderpoort – Amsterdam Amstel (tussen het viaduct over de Linnaeusstraat en de Ringvaart) en (5) het midden van de Ringvaart;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Vergunninggebied Oost-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Singelgracht, (2) het midden van het Lozingskanaal, (3) de spoorweg Amsterdam CS – Diemen (tussen het Lozingskanaal en de Ringvaart), (4) het midden van de Ringvaart (tussen de spoorweg Amsterdam CS – Diemen en de spoorweg Amsterdam Amstel – Amsterdam Muiderpoort), (5) de spoorweg Amsterdam Amstel – Amsterdam Muiderpoort (tussen de Ringvaart en het viaduct over de Linnaeusstraat) en (6) het midden van de Linnaeusstraat (tussen het spoorwegviaduct en de Singelgracht);</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3 Vergunninggebied Oost-3:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van het Lozingskanaal, (2) het midden van de Nieuwevaart, (3) het midden van het Amsterdam-Rijnkanaal, (4) de Ringvaart (tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en het spoorwegtalud) en (5) het spoorwegtalud;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4 Vergunninggebied Oost-4:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de spoorweg Amsterdam CS – Diemen (tussen de A10 (Ringweg Oost) en de Molukkenstraat), (2) de oostelijke rooilijn van de Molukkenstraat, (3) het midden van de Ringvaart (tussen de Molukkenstraat en de Westelijke Merwedekanaaldijk), (4) de lijn tussen de Oosterringdijk en de Westelijke Merwedekanaaldijk (tussen de Ringvaart en de A10 (Ringweg Oost) en (5) het midden van de A10 (Ringweg Oost);</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5 Vergunninggebied Oost-5:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Amstel, (2) het midden van de Ringvaart (tussen de Amstel en de brug in de Molukkenstraat), (3) de oostelijke rooilijn van de Molukkenstraat, (4) de spoorweg Amsterdam-CS – Diemen, (5) het midden van de A10 (Ringweg Oost), (6) het midden van de Radioweg (fietspad), (7) het midden van de Molenwatering (deels parallel aan het Middenmeerpad lopend water), (8) het midden van de Middenweg, (9) het midden van de A10 (Ringweg Oost), (10) het midden van de Weespertrekvaart en (11) de monding van de Weespertrekvaart in de Amstel;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6 Vergunninggebied Oost-6:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Molenwatering (tussen de Radioweg en de Middenweg), (2) het midden van de Radioweg (fietspad, tussen Molenwatering en Voorlandpad), (3) het midden van het Voorlandpad (tussen Radioweg en Middenweg) en (4) het midden van de Middenweg (tussen Voorlandpad en Molenwatering);</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7 Vergunninggebied Oost-7:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) Het IJ, (2) de mond van het Amsterdam-Rijnkanaal, (3) het midden van de Entrepothaven, (4) een denkbeeldige lijn doorgetrokken vanaf het midden van de Entrepothaven naar het spoorwegtalud, (5) het spoorwegtalud tot aan de brug over het Oosterdok en (6) de monding van het Oosterdok in Het IJ;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.8 Vergunninggebied Oost-8:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Entrepothaven, (2) het midden van het Amsterdam-Rijnkanaal, (3) het midden van de bocht naar de Zeeburgersluis, (4) het midden van het Lozingskanaal, (5) het spoorwegtalud en (6) een denkbeeldige lijn doorgetrokken vanaf het midden van de Entrepothaven naar het spoorwegtalud;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9 Vergunninggebied Oost-9:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door de buitengrenzen van het Steigereiland;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.10 Vergunninggebied Oost-10:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de Bert Haanstrakade, (2) het midden van de sluis in de Bert Haanstrakade, (3) het midden van de Polygoongracht, (4) het midden van het scheidingswater tussen Haveneiland West en Haveneiland Oost, (5) de zuidzijde van het Kleine Rieteiland West, (6) de zuidwestzijde van het Grote Rieteiland West en (7) de Cas Oorthuyskade;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.11 Vergunninggebied Oost-11:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de Bert Haanstrakade, (2) de Wim Noordhoekkade, (3) de oostzijde van het Haveneiland Oost, (4) de zuidzijde van Rieteiland Oost, (5) de westzijde van het Rieteiland Oost, (6) het midden van het scheidingswater tussen Haveneiland West en Haveneiland Oost, (7) het midden van de Polygoongracht en (8) het midden van de sluis in de Bert Haanstrakade;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.12 Vergunninggebied Oost-12:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door het Zeeburgereiland, voor zover gelegen ten noorden van het midden van de IJburglaan en ten oosten van de Zuiderzeeweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.13 Vergunninggebied Oost-13:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Amstel (tussen de Weespertrekvaart en de Duivendrechtse Vaart), (2) het midden van de Duivendrechtse Vaart, (3) het midden van de eerste oostelijke zijarm van de Duivendrechtse Vaart, (4) een denkbeeldige lijn in het verlengde van de zijarm van de Duivendrechtse Vaart tot aan het metrotracé (waarbij de bebouwing genummerd aan de Spaklerweg binnen dit vergunninggebied valt), (5) het metrotracé Amstelstation – Station RAI tot aan de brug over de Weespertrekvaart en (6) de monding van de Weespertrekvaart in de Amstel;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.14 Vergunninggebied Oost-14:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Duivendrechtse Vaart, (2) het midden van de eerste oostelijke zijarm van de Duivendrechtse Vaart, (3) een lijn in het verlengde van de zijarm van de Duivendrechtse Vaart tot aan het metrotracé (waarbij de bebouwing genummerd aan de Daniël Goedkoopstraat binnen dit vergunninggebied valt), (4) het metrotracé Amstelstation – Station RAI, (5) de grens met de gemeente Ouder-Amstel, (6) de Nieuwe Utrechtseweg tot aan de afrit naar de Joan Muyskenweg en (7) een denkbeeldige lijn tussen de Nieuwe Utrechtseweg ter hoogte van de afrit naar de Joan Muyskenweg en de Duivendrechtse Vaart, gaande tussen de adressen Joan Muyskenweg 2N en Joan Muyskenweg 4;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.15 Vergunninggebied Oost-15:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Weespertrekvaart, (2) het midden van de A10 (Ringweg Oost), (3) de grens met de gemeente Ouder-Amstel en (4) de spoorlijn Amsterdam Amstel – Amsterdam Bijlmer – Utrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.16 Vergunninggebied Oost-16:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door de noordelijke grens van de Wim Noordhoekkade en de overige buitengrenzen van het Centrumeiland;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.17 Vergunninggebied Oost-17:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de mond van het Amsterdam Rijnkanaal, (2) Het IJ, (3) het midden van de Oranjesluizen en het Buiten IJ tot aan de Schellingwoudebrug, (4) Zuiderzeeweg, (5) het midden van de IJburglaan tot de Enneüs Heermabrug brug naar IJburg, (6) de A10 (Ringweg Oost), (7) de Diemerzeedijk, (8) het Dick Hilleniuspad, (9) Han Rensenbrinkpad, (10) Jan Beijerpad, (11) Waterkeringpad, (12) de Diemerzeedijk, (13) de Buitenkerkerweg en (14) het pad langs de noordoostzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.18 Vergunninggebied Oost-18:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door de buitengrenzen van het Strandeiland en het Buiteneiland.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.19 Vergunninggebied Oost-19:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de Westzijde van de Nieuwe Utrechtseweg, (2) de westzijde van de A2, (3) de noordzijde van de Ringweg A10, (4) het midden van de Amstel, (5) het midden van de Duivendrechtsevaart (6) en denkbeeldige lijn tussen de Duivendrechtse en de Vaart en de Nieuwe Utrechtseweg ter hoogte van de afrit naar de Joan Muyskenweg, gaande tussen de adressen Joan Muyskenweg 2N en Joan Muyskenweg 4.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Stadsgebied Weesp 6.1 Vergunninggebied Weesp-1:</div>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het westelijk trottoir van de Prinses Irenelaan, (2) het midden van het water Smal Weesp, (3) het midden van de Vecht tussen Ossenmarkt en de oever Lange Muiderweg/’s Gravelandseweg, (4) het midden van het water De Vest, tussen zuidelijk bolwerk en de oever Utrechtseweg/Molenpad, (5) de noordelijke berm van de Dr. A. Kuyperlaan, tussen het water De Vest en Hugo de Grootlaan, (6) de Hugo de Grootlaan en (7) de C.J. van Houtenlaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit gebied vallen ook de huisnummers Hugo de Grootlaan 1, 1a t/m 1z, 21, 21a t/m 21z, 23, 30, 30a t/m 30w, 31 t/m 38, 131 t/m 138 en 231 t/m 234, Dr.A.Kuyperlaan 2 t/m 218, 35 t/m 41, 131 t/m 141 en 231 t/m 241 en C.J. van Houtenlaan 1 t/m 1;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2 Vergunninggebied Weesp-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het westelijk trottoir van de Papelaan, (2) het zuidelijk trottoir van de Plataanlaan, (3) het noordelijk trottoir van de Herensingel tot huisnummer Herensingel 187, (4) het oostelijk trottoir aan de Jan Tooropstraat, (5) het noordelijk trottoir van de M. Nijhoffstraat tussen Jan Tooropstraat en het voetpad naar de Willem de Mérodestraat (inclusief de huisnummers Herensingel 9a t/m 53, M. Nijhoffstraat 70-148 en Willem de Mérodestraat 1 t/m 95), (6) het westelijk trottoir van de Willem de Mérodestraat, (7) het zuidelijk spoortalud, (8) het midden van de rivier de Vecht, (9) het midden van het water Smal Weesp, (10) het westelijk trottoir van de Willem de Mérodestraat, (11) het zuidelijk spoortalud, (12) het midden van de rivier de Vecht, (13) het zuidwestelijk trottoir van de Herensingel, (14) het zuidelijk trottoir van de M. Nijhoffstraat, tot aan de Jan Tooropstraat en (15) het noordelijk trottoir van de M. Nijhoffstraat tussen Jan Tooropstraat en het voetpad naar de Willem de Mérodestraat. In dit gebied vallen ook de huisnummers Herensingel 9a t/m 53, M. Nijhoffstraat 70-148 en Willem de Mérodestraat 1 t/m 95;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3 Vergunninggebied Weesp-4:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het westelijke berm van de Lobbrich Boudgerslaan, (2) het midden van het water ten noorden van de Lobbrich Boudgerslaan, (3) het midden van het water ten noorden van het Aartje de Voseiland, (4) de oostelijke berm van de Korte Muiderweg, tot aan de Nijverheidslaan, (5) de noord-westelijke berm van de Korte Muiderweg tussen de Nijverheidslaan en de rotonde Stationsweg, (6) het midden van de Stationsweg, (7) het noordelijk spoortalud, (8) het voet- en fietspad tussen Leeuwenveldse weg en het spoortalud (grenzend aan het P+R-terrein en (9) de zuidelijke berm van de Leeuwenveldseweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4 Vergunninggebied Weesp-5:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen gevormd worden door (1) de zuidelijke berm van de Leeuwenveldse weg, (2) het voet- en fietspad tussen Leeuwenveldseweg en het spoortalud (grenzend aan het P+R-terrein), (3) het noordelijk spoortalud en (4) de erfafscheiding tussen P+R terrein en het tankstation. Tot dit vergunninggebied Weesp-5 behoren ook de parkeerplaatsen aan de Kostverlorenstraat tussen de Amstellandlaan en de eerste bocht vanuit zuidelijke rijrichting en de Amstellandlaan tussen Kostverlorenstraat en Lageweyselaan.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Stadsdeel West 7.1 Vergunninggebied West-1:</div>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Jan van Galenstraat tussen de Orteliuskade en het Westelijk Marktkanaal, (2) het midden van het Westelijk Marktkanaal, (3) het midden van de Kostverlorenvaart, (4) de zuidelijke kant van de Surinamestraat één meter uit de bebouwing, (5) het midden van het Surinameplein, (6) de zuidelijke kant van de rijweg van het Surinameplein, (7) het midden van de Postjeswetering en (8) de Orteliuskade (inclusief het Orteliuspad) tussen de Jan Evertsenstraat en de Jan van Galenstraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2 Vergunninggebied West-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Jan van Galenstraat tussen de Einsteinweg (A10) en de Orteliuskade, (2) de erfgrens van het Jan van Galenbad aan de westzijde van de Orteliuskade tot aan de Jan Evertsenstraat (met uitzondering van het Orteliuspad), (3) het midden van het Sierwater en (4) het midden van de Einsteinweg (A10);</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3 Vergunninggebied West-3:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de zuidelijke teen van het Haarlemspoorwegtalud, (2) de oostgrens van het volkstuinenpark Nut en Genoegen, (3) de noord- en westgrens van de schoolwerktuinen, (4) het midden van het water en het gemaal Haarlemmervaart, (5) het midden van de Haarlemmervaart, (6) de westzijde van de Den Brielstraat, (7) de noordzijde van de Nieuwpoortstraat, (8) de oostzijde van de hoofdrijbaan van de Adolf van Nassaustraat, (9) de kadastrale grens tussen de percelen Willem de Zwijgerlaan 352 en Adolf van Nassaustraat 2, (10) het midden van de eerste insteekhaven van het Westelijk Marktkanaal (gelegen achter de bedrijfspanden aan de even zijde van de Willem de Zwijgerlaan), (11) het midden van het Westelijk Marktkanaal, (12) het midden van de Jan van Galenstraat en (13) de oostelijke teen van het talud van de Einsteinweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.4 Vergunninggebied West-4 (Industriegebied Landlust, bedrijventerrein zoals bedoeld in het Structuurplan 1996):</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Haarlemmervaart, (2) het midden van het Westelijk Marktkanaal exclusief het weggedeelte ter hoogte van Haarlemmerweg 375, (3) het midden van de eerste insteekhaven van het Westelijk Marktkanaal (achter de bedrijfspanden aan de even zijde van Willem de Zwijgerlaan) en de kadastrale grens tussen de percelen Willem de Zwijgerlaan 352 en Adolf van Nassaustraat 2, (4) de oostzijde van de hoofdrijbaan van de Adolf van Nassaustraat, (5) de noordzijde van de Nieuwpoortstraat en (6) de westzijde van de Den Brielstraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.5 Vergunninggebied West-5:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Erasmusgracht, (2) de westelijke teen van het talud van de Einsteinweg (A10), (3) het midden van de Jan van Galenstraat en (4) de oostelijke teen van het talud van de ringspoorbaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.6 Vergunninggebied West-6:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Haarlemmerweg, (2) de westelijke teen van het talud van de Einsteinweg (A10), (3) het midden van de Erasmusgracht en (4) de oostelijke teen van het talud van de ringspoorbaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.7 Vergunninggebied West-7 (Staatslieden-, Frederik Hendrik- en Hugo de Grootbuurt, Witteneiland, Marcanti en Westerstaatsman):</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) spoorwegtalud aan noordzijde van het Westerpark, (2) midden water en gemaal, (3) midden Haarlemmervaart, (4) midden van het Westelijk Marktkanaal, (5) midden van de Kostverlorenvaart, (6) midden van de Hugo de Grootgracht en (7) midden van de Singelgracht, met uitzondering van de gebieden die vallen binnen de grenzen van vergunninggebied West-10;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.8 Vergunninggebied West-8 (Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt):</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) spoorwegtalud aan de noordzijde van het Westerpark, (2) de oostelijke rooilijn van Westerpark tot aan Mirakelbrug, (3) midden Westerkanaal, (4) midden Zoutkeetsgracht, (5) verlengde Zoutkeetsgracht, inclusief het voormalig KLPD-terrein, (6) Het IJ, (7) Oude Houthaven, (8) as Tasmanstraat, (9) as Spaarndammerdijk, (10) Nieuwe Hemweg/Transformatorweg, (11) zuidelijke teen spoorwegtalud aan noordzijde sportpark Transformatorweg, (12) oostelijke kant sportpark Transformatorweg en Overbraker Binnenpolder en (13) grens teen spoorwegtalud;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.9 Vergunninggebied West-9 (Houthaven):</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) midden Haparandaweg, (2) midden Haparandadam naar grens stadsdeel Noord, (3) de verlengde Pontsteiger naar grens in Het IJ met stadsdeel Noord, (4) as Tasmanstraat, (5) as Spaarndammerdijk, (6) kruising Spaarndammerdijk en (7) noordgrens Volkstuinenpark Zonnehoek tot Archangelkade;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.10 Vergunninggebied West-10:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de verhoogde straatband aan de even zijde van de Van Hallstraat tussen de Haarlemmerweg en de Van Hogendorpstraat, (2) het midden van de Van Hogendorpstraat tussen de Van Hallstraat en Waterpoortweg, (3) de Van Hogendorpstraat tussen Waterpoortweg en de Van Slingelandtstraat, (4) de begrenzing van het terrein van de centrale markthallen en (5) het midden van het Westelijk Marktkanaal inclusief het weggedeelte ter hoogte van Haarlemmerweg 375 en het midden van de Haarlemmerweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.11 Vergunninggebied West-11:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Singelgracht, (2) de stadsdeelgrens met stadsdeel Zuid, (3) het midden van de Schinkel, (4) het midden van de Kostverlorenvaart en (5) het midden van de Hugo de Grootgracht;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.12 Vergunninggebied West-12 (Westpoort-3, Sloterdijk I):</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de zuidzijde van het talud van de metro/spoorlijn Amsterdam CS - Schiphol, (2) de stadsdeelgrens met Westerpark tussen de spoorlijn Amsterdam CS - Schiphol en de spoorlijn Amsterdam CS - Sloterdijk, (3) de noordzijde van het talud van de spoorlijn Amsterdam CS - Sloterdijk en (4) de as van de Einsteinweg.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Stadsdeel Zuid 8.1 Vergunninggebied Zuid-1:</div>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) westelijke oeverlijn van de Schinkel (exclusief de woonboten), (2) de zuidzijde van de Rijnsburgstraat uitgezonderd het Spijtellaantje en de woonblokken aan de Generaal Vetterstraat, (3) de zuidelijke teen van het talud van de Henk Sneevlietweg, (4) de oostelijke teen van het talud van de A10 (Ringweg West) en (5) de noordelijke teen van het talud van de A10 (Ringweg Zuid), met uitzondering van de parkeerplaatsen gelegen aan het Jaagpad onder de spoortunnel tot het IJsbaanpad;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2 Vergunninggebied Zuid-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Boerenwetering, (2) de zuidzijde van de Diepenbrockstraat, (3) de achterzijde van de gevels van de zuidelijke bebouwing van de Diepenbrockstraat, (4) het midden van het Zuideramstelkanaal, (5) de zuidelijke perceelgrens van de Dirk Schäferstraat 57, (6) een denkbeeldige lijn van de Dirk Schäferstraat 57 tot de Fred. Roeskestraat, (7) de zuidzijde van de Fred. Roeskestraat tot aan het midden van de Amstelveenseweg, met uitzondering van het parkeerterrein aan de zuidzijde van de Fred. Roeskestraat tussen de percelen met huisnummer 91 en 103, (8) het midden van de Amstelveenseweg, (9) de noordelijke teen van het talud van de ring A10, (10) westelijke oeverlijn van de Schinkel (inclusief de woonboten), (11) de zuidzijde van de Rijnburgstraat en inclusief het Spijtellaantje en de woonblokken aan de Generaal Vetterstraat, (12) het Aalsmeerplein zuidzijde, (13) het midden van de Westlandgracht, (14) de zuidzijde van het Surinameplein, (15) de zuidzijde van de Surinamestraat, (16) het midden van de Schinkel tot aan de noordzijde van het Vondelpark, (17) het midden van de Amstelveenseweg en (18) het midden van het Noorder Amstelkanaal;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.3 Vergunninggebied Zuid-3:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Singelgracht, (2) het midden van de Amstel, (3) het midden van het Amstelkanaal en (4) het midden van de Boerenwetering;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.4 Vergunninggebied Zuid-4:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Amstel, (2) de noordelijke teen van het talud van de A10, (3) de westoever van de Boerenwetering denkbeeldig verlengd tot aan de noordelijke teen van het talud van de A10 en (4) het midden van het Amstelkanaal;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.5 Vergunninggebied Zuid-5:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van het Zuideramstelkanaal, (2) de achterzijde van de gevels van de zuidelijke bebouwing van de Diepenbrockstraat, de zuidzijde van de Diepenbrockstraat tot aan het midden van de Boerenwetering, (3) het midden van de Boerenwetering tot de hoogte van de zuidzijde van de denkbeeldig verlengde Prinses Irenestraat, (4) de zuidzijde van de Prinses Irenestraat, (5) de zuidzijde van de Fred. Roeskestraat, (6) een denkbeeldige lijn van de Fred. Roeskestraat tot de zuidelijke perceelgrens van de Dirk Schäferstraat 57 en (7) de zuidelijke perceelgrens van de Dirk Schäferstraat 57;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.6 Vergunninggebied Zuid-6:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de oostzijde van de Europaboulevard tussen de noordelijke teen van het talud van de A10 en de De Boelelaan, (2) de zuidzijde van de rijweg van de De Boelelaan (tussen de Europaboulevard en de Buitenveldertselaan), (3) de oostzijde van de Buitenveldertselaan tussen de De Boelelaan en de Arent Janszoon Ernststraat, (4) noordzijde Arent Janszoon Ernststraat tussen de Buitenveldertselaan en de Van der Boechorststraat, en de noordzijde van de Overijsselweg tot aan de ringsloot gelegen aan de oostzijde van de bebouwing Amstelveenseweg nummer 627, (5) ringsloot t/m bebouwing Amstelveenseweg nummer 575, (6) overzijde Amstelveenseweg, (7) het midden van de Amstelveenseweg tot aan de noordzijde van het Gaffelaarspad, (8) de noordzijde van het Gaffelaarspad tot de IJssloot, (9) de IJssloot, (10) een denkbeeldige lijn zuidwaarts vanaf het Damloperspad tot de IJssloot, (11) het Damloperspad tot de Jachthavenweg, (12) de zuidelijke teen van het talud van de A10, (13) de onderdoorgang van de A10 ter hoogte van de Schinkel, (14) de noordelijke teen van het talud van de A10 tot aan de Amstelveenseweg, (15) het midden van de Amstelveense weg tot aan de Fred.</p>\n<p class=\"lf-p\">Roeskestraat, (16) de zuidzijde van de Fred. Roeskestraat, (17) de zuidzijde van de Prinses Irenestraat denkbeeldig verlengd tot aan de Boerenwetering, (18) de westoever van de Boerenwetering denkbeeldig verlengd tot aan de noordelijke teen van het talud van de A10 en (19) de noordelijke teen van het talud van de A10;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.7 Vergunninggebied Zuid-7:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Amstel, (2) de gemeentegrens met Amstelveen volgend tot aan de gemeentegrens met Haarlemmermeer, (3) het midden van het Nieuwe Meer, (4) de noordelijke teen van het talud van de ring A10, (5) het Damloperspad, (6) een denkbeeldige lijn zuidwaarts vanaf het Damloperspad tot de IJssloot, (7) de IJssloot, (8) de noordzijde van het Gaffelaarspad, (9) het midden van de Amstelveenseweg noordwaarts, (10) overzijde Amstelveenseweg inclusief Amstelveenseweg nummer 575, (11) ringsloot gelegen aan de oostzijde van de bebouwing Amstelveenseweg nummer 627 tot aan de noordzijde van de Overijsselweg, (12) de Overijsselweg noordzijde, (13) Noordzijde Arent Janszoon Ernststraat tot aan de oostzijde van de Buitenveldertselaan, (14) de oostzijde Buitenveldertselaan tot aan de zuidzijde van de hoofdrijbaan van de De Boelelaan, (15) de zuidzijde van de hoofdrijbaan van de De Boelelaan, (16) de oostzijde van de Europaboulevard en (17) de noordelijke teen van het talud van de A10 (Ringweg Zuid);</p>\n<p class=\"lf-p\">8.8 Vergunninggebied Zuid-8 (Museumkwartier):</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Singelgracht, (2) het midden van de Boerenwetering, (3) het midden van het Noorder Amstelkanaal, (4) het midden van de Amstelveenseweg, (5) de noordgrens van het Vondelpark tot aan de (Eerste) Constantijn Huygensstraat en (6) de zuidkant van het Zandpad doorgetrokken tot aan het midden van de Singelgracht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Stadsdeel Zuidoost 9.1 Vergunninggebied Zuidoost-1:</div>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het oosten van de Dubbelinkdreef, (2) het noorden van de Daalwijkdreef, (3) het midden van de Gooiseweg, (4) het midden van de Gaasperdammertunnel, (5) het oosten van het spoortalud en (6) het treinspoor richting Diemen tot het oosten van de Dubbelinkdreef;</p>\n<p class=\"lf-p\">9.2 Vergunninggebied Zuidoost-5:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het noorden van de Daalwijkdreef, (2) het oosten van de Elsrijkdreef, (3) het midden van het water ten zuiden van Strandvlietpad, (4) het midden van het water ten westen van de Provincialeweg, (5) het midden van de Gaasperdammerweg, (6) het midden van de Gaasperdammertunnel, (7) het midden van de Gooiseweg, tot het noorden van de Daalwijkdreef; en waarvan de grenzen worden gevormd door (8) het midden van de Gaasperdammertunnel (A9), (9) het midden van de Gooiseweg, (10) de westzijde van Langbroekdreef, (11) het midden van Meerkerkdreef, (12) de zuidzijde van Valburgdreef, (13) het water ten oosten van Lambert Rimastraat, (14) het water ten zuiden van Vreeswijkpad, (15) het water ten oosten van Hendrik Veldhuishof, (16) het water ten westen van Gaasperzoompad, (17) Steengroevenpad, (18) het water ten oosten van Spakenburgstraat, (19) het water ten zuiden van Suideraspad, (20) het water ten westen van Singravenpad, (21) het water ten zuiden van Sieverdinkpad, (22) het midden van het treinspoor tot de Gaasperdammertunnel en (23) inclusief het parkeerterrein ten oosten van het busplatform Gaasperplas en ten westen van Gaasperparkpad;</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3 Vergunninggebied Zuidoost-6:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het westelijk spoortalud van de verbinding Amsterdam-Utrecht, (2) het zuiden van de Meibergdreef, (3) het Meibergpad, (4) het oostelijk talud van de A2 en (5) het midden van de Burgemeester Stramanweg, tot het westelijk spoortalud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage VITarieven per vergunning, als bedoeld in artikel 1.9 Het tarief voor vergunningen die geldig zijn in de gehele gemeente Amsterdam bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief Hulpverlenersvergunning (hulpverleners en instellingen) € 518,59 GA-parkeervergunning voor bewoners € 0,00 GA-parkeervergunning voor bezoekers € 0,00 GA-parkeervergunning voor instellingen € 0,00 Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in het stadsgebied Weesp bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief Hulpverlenersvergunning (hulpverleners en instellingen) € 197,57 GA-parkeervergunning voor bewoners € 0,00 GA-parkeervergunning voor bezoekers € 0,00 Het tarief voor een stadsbrede autodeelvergunning die geldig is in de gehele gemeente Amsterdam met uitzondering van stadsgebied Weesp bedraagt per zes maanden € 518,59.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in de vergunninggebieden Centrum-1, Centrum-2 en Centrum-3 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 338,70 € 846,75 Voor een sportorganisatie € 338,70 € 338,70 Voor een volkstuincomplex € 338,70 € 338,70 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 338,70 € 338,70 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 541,92 € 541,92 Voor autodelen € 541,92 € 541,92 Voor maatschappelijke organisaties € 541,92 € 541,92 Voor mantelzorger van bewoner € 169,35 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebied Centrum-4 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 199,93 € 499,81 Voor een sportorganisatie € 199,93 € 199,93 Voor een volkstuincomplex € 199,93 € 199,93 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 199,93 € 199,93 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 319,88 € 319,88 Voor autodelen € 319,88 € 319,88 Voor maatschappelijke organisaties € 319,88 € 319,88 Voor mantelzorger van bewoner € 99,96 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebied Haven bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 199,93 € 499,81 Voor een sportorganisatie € 199,93 € 199,93 Voor een volkstuincomplex € 199,93 € 199,93 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 199,93 € 199,93 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 319,88 € 319,88 Voor autodelen € 319,88 € 319,88 Voor maatschappelijke organisaties € 319,88 € 319,88 Voor mantelzorger van bewoner € 99,96 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die zijn verleend in vergunninggebieden Nieuw-West-1, Nieuw-West-2, Nieuw-West-7, Nieuw-West-8, Nieuw-West-9 en Nieuw-West-10 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 40,02 € 100,06 Voor een sportorganisatie € 40,02 € 40,02 Voor een volkstuincomplex € 40,02 € 40,02 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 40,02 € 40,02 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 64,04 € 64,04 Voor autodelen € 64,04 € 64,04 Voor maatschappelijke organisaties € 64,04 € 64,04 Voor mantelzorger van bewoner € 20,01 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebieden Nieuw-West-3, Nieuw-West-4 en Nieuw-West-5 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 59,10 € 147,76 Voor een sportorganisatie € 59,10 € 59,10 Voor een volkstuincomplex € 59,10 € 59,10 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 59,10 € 59,10 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 94,56 € 94,56 Voor autodelen € 94,56 € 94,56 Voor maatschappelijke organisaties € 94,56 € 94,56 Voor mantelzorger van bewoner € 29,55 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebied Nieuw-West-6 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 18,47 € 46,17 Voor een sportorganisatie € 18,47 € 18,47 Voor een volkstuincomplex € 18,47 € 18,47 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 18,47 € 18,47 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 29,55 € 29,55 Voor autodelen € 29,55 € 29,55 Voor maatschappelijke organisaties € 29,55 € 29,55 Voor mantelzorger van bewoner € 9,23 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in de vergunninggebieden in Stadsdeel Noord bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 40,02 € 100,06 Voor een sportorganisatie € 40,02 € 40,02 Voor een volkstuincomplex € 40,02 € 340,02 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 40,02 € 40,02 Voor een bedrijf/ambulante handelaar € 64,04 € 64,04 Voor autodelen € 64,04 € 64,04 Voor maatschappelijke organisaties € 64,04 € 664,04 Voor mantelzorger van bewoner € 20,01 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in de vergunninggebieden Oost-1 tot en met Oost-18 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 199,93 € 499,81 Voor een sportorganisatie € 199,93 € 199,93 Voor een volkstuincomplex € 199,93 € 199,93 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 199,93 € 199,93 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 319,88 € 319,88 Voor autodelen € 319,88 € 319,88 Voor maatschappelijke organisaties € 319,88 € 319,88 Voor mantelzorger van bewoner € 99,96 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in het vergunninggebied Oost-19 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 59,10 € 147,76 Voor een sportorganisatie € 59,10 € 59,10 Voor een volkstuincomplex € 59,10 € 59,10 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 59,10 € 59,10 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 94,56 € 94,56 Voor autodelen € 94,56 € 94,56 Voor maatschappelijke organisaties € 94,56 € 94,56 Voor mantelzorger van bewoner € 29,55 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in stadsgebied Weesp bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 28,22 € 45,16 Voor een sportorganisatie € 28,22 € 28,22 Voor een volkstuincomplex € 28,22 € 28,22 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 28,22 € 28,22 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 45,16 € 45,16 Voor autodelen € 45,16 € 45,16 Voor maatschappelijke organisaties € 45,16 € 45,16 Voor mantelzorger van bewoner € 14,11 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in de vergunninggebieden West-1, West-2, West-3, West-4, West-5, West-7, West-8, West-9, West-10 en West-11 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 199,93 € 499,81 Voor een sportorganisatie € 199,93 € 199,93 Voor een volkstuincomplex € 199,93 € 199,93 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 199,93 € 199,93 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandlaar € 319,88 € 319,88 Voor autodelen € 319,88 € 319,88 Voor maatschappelijke organisaties € 319,88 € 319,88 Voor mantelzorger van bewoner € 99,96 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebieden West-6 en West-12 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 59,10 € 147,76 Voor een sportorganisatie € 59,10 € 59,10 Voor een volkstuincomplex € 59,10 € 59,10 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 59,10 € 59,10 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandlaar € 94,56 € 94,56 Voor autodelen € 94,56 € 94,56 Voor maatschappelijke organisaties € 94,56 € 94,56 Voor mantelzorger van bewoner € 29,55 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in de vergunninggebieden Zuid-1, Zuid-2, Zuid-3, Zuid-4, Zuid-5 en Zuid-8 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 199,93 € 499,81 Voor een sportorganisatie € 199,93 € 199,93 Voor een volkstuincomplex € 199,93 € 199,93 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 199,93 € 199,93 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 319,88 € 319,88 Voor autodelen € 319,88 € 319,88 Voor maatschappelijke organisaties € 319,88 € 319,88 Voor mantelzorger van bewoner € 99,96 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebieden Zuid-6 en Zuid-7 bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 59,10 € 147,76 Voor een sportorganisatie € 59,10 € 59,10 Voor een volkstuincomplex € 59,10 € 59,10 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 59,10 € 59,10 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 94,56 € 94,56 Voor autodelen € 94,56 € 94,56 Voor maatschappelijke organisaties € 94,56 € 94,56 Voor mantelzorger van bewoner € 29,55 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebied in Stadsdeel Zuidoost bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 40,02 € 100,06 Voor een sportorganisatie € 40,02 € 40,02 Voor een volkstuincomplex € 40,02 € 40,02 Voor de organisator van leerlingenvervoer € 40,02 € 40,02 Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar € 64,04 € 64,04 Voor autodelen € 64,04 € 64,04 Voor maatschappelijke organisaties € 64,04 € 64,04 Voor mantelzorger van bewoner € 20,01 n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">BijlageVIITarieven bezoekersparkeren, als bedoeld in artikel 1.12 Het tarief voor bezoekersparkeren bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tariefgebied 1 n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tariefgebied 2 Centrum-3 € 4,54 per 60 minuten Tariefgebied 2 Oost-1, Oost-2, West-7 t/m -11, Zuid-2, Zuid-3, Zuid-4, Zuid-6 en Zuid-8 € 2,44 per 60 minuten Tariefgebied 3 Centrum-4 € 3,49 per 60 minuten Tariefgebied 3 Nieuw-West-3, Oost-2 t/m -5, Oost-7, Oost-8, Oost-13 t/m -15, West-1 t/m -4, Zuid-1, Zuid-2 en Zuid-4 t/m -6 € 1,88 per 60 minuten Tariefgebied 4 Noord-5, Noord-6, Oost--6, Oost-9 t/m -12, Oost-16 t/m -18, en Zuid-7 € 1,47 per 60 minuten Tariefgebied 6 Nieuw-West-1 t/m -5, Noord-6, Noord-7, Noord-10, Oost-19, West-5, West-6, West-12, Zuid-6 en Zuid-7 € 1,05 per 60 minuten Tariefgebied 7 Nieuw-West-1, Nieuw-West-7 t/m -10, Noord-1 t/m 3, Noord-5 t/m -14 Zuidoost-1, Zuidoost-5 en Zuidoost-6 € 0,60 per 60 minuten Tariefgebied 7 Nieuw-West-6 € 0,00 per 60 minuten Flat-rate 3uur/tariefgebied 7 Noord-4 € 1,72 voor de eerste 180 minuten of een gedeelte daarvan. Daarna € 0,60 per 60 minuten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tariefgebied 8 Weesp-1, Weesp-2, Weesp-4 en Weesp-5 € 0,45 per 60 minuten Tariefgebied 8p n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">BijlageVIIITarieven kraskaartparkeren, als bedoeld in artikel 1.13 Het tarief voor kraskaartparkeren bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tariefgebied 1 € 8,05 per 120 minuten Tariefgebied 2 € 4,89 per 120 minuten Tariefgebied 3 € 3,76 per 120 minuten Tariefgebied 4 € 2,93 per 120 minuten Tariefgebied 6 € 2,11 per 120 minuten Tariefgebied 7 € 1,20 per 120 minuten BijlageIXEmissiestandaard, als bedoeld in artikelen 3.2, eerste lid, onder a 4.2, eerste lid, 4.3, eerste lid, 5.9, eerste lid, onder c, 5.13, eerste lid, onder c, 5.17, eerste lid en 9.8, vierde lid Een motorvoertuig dat wordt aangedreven door een kracht die wordt ontleend aan dieselolie dient gecategoriseerd te zijn in de Europese emissiestandaard voor dieselvoertuigen met een klasseaanduiding van Euro 5 of hoger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een motorvoertuig dat wordt aangedreven door benzine of andere koolstofhoudende brandstoffen dient gecategoriseerd te zijn in de Europese emissiestandaard voor benzinevoertuigen met een klasseaanduiding van Euro 4 of hoger.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid geldt voor de toepassing van artikel 9.8, vierde lid, de Europese emissiestandaard voor dieselvoertuigen met een klasseaanduiding van Euro 4 of hoger.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid geldt voor de toepassing van artikel 9.8, vierde lid, de Europese emissiestandaard voor benzinevoertuigen met een klasseaanduiding van Euro 1 of hoger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op motorvoertuigen van de voertuigcategorie ‘L’ en op brommobielen als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">BijlageXEmissiestandaard, als bedoeld in artikelen 6.1, eerste lid, onder b en 6.5, eerste lid, onder b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een motorvoertuig, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of motorrijtuig met beperkte snelheid, zoals bedoeld in de Regeling voertuigen, dat volledig elektrisch is aangedreven en volledig emissievrij en uitstootvrij is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voer de toepassing van artikel 6.5, eerste lid, onder b, geldt tevens dat het een motorvoertuig betreft met voertuigclassificatie M1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage XITarieven experimenten A. Experiment ondernemersdagvergunningen Het tarief voor een ondernemersdagvergunning, als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt per zes maanden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunninggebied Tarief West-1 € 319,88 West-2 € 319,88 West-3 € 319,88 West-4 € 319,88 West-5 € 319,88 West-6 € 319,88 West-7 € 319,88 West-8 € 319,88 West-9 € 319,88 West-10 € 319,88 West-11 € 319,88 B. Experiment ondernemersjaarkaart geldig op elke dag van de week, gedurende 24 uur per dag Het tarief voor een ondernemersjaarkaart, als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de tariefgebieden 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: € 7.043,75 Voor de tariefgebieden 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: € 6.107,50 Voor de tariefgebieden 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: € 4.698,75 Voor de tariefgebieden 4, 6, 7, 8 en 8p samen: € 3.054,51 C. Experiment ondernemersjaarkaart beperkt geldig op maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 19.00 uur Het tarief voor een ondernemersjaarkaart, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de tariefgebieden 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: € 4.693,15 Voor de tariefgebieden 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: € 4.069,34 Voor de tariefgebieden 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: € 3.130,71 Voor de tariefgebieden 4, 6, 7, 8 en 8p samen: € 2.032,15 D. Experiment E-taxi-parkeervergunning Het tarief voor een vergunning voor een E-taxi (EP), als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordeningen Amsterdam 2025, bedraagt per zes maanden € 53,35.</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Experiment stadsbrede parkeervergunningen voor emissieloze brommobielen Het tarief voor een vergunning voor emissieloze brommobielen, als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt per zes maanden € 270,96.</p>\n<p class=\"lf-p\">F. Experiment Maac deelinitiatieven Het tarief voor een vergunning voor een cooperatieve autodeelvergunning, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt per zes maanden € 0,00.</p>\n<p class=\"lf-p\">G. Experiment Biz-bus Het tarief voor een vergunning voor een Biz-bus, als bedoeld in hoofdstuk 7a van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt per zes maanden: € 518,59.</p>\n<p class=\"lf-p\">TOELICHTING PARKEERVERORDENING AMSTERDAM 2025 Algemeen Doel van deze verordening In deze verordening zijn de Verordening parkeerbelastingen Amsterdam 2024 en de Parkeerverordening 2013 geïntegreerd zodat het fiscaal parkeren in één kader is vormgegeven. Door de integratie van de Verordening parkeerbelastingen Amsterdam 2024 en de Parkeerverordening 2013 is een overzicht gecreëerd waar een doelgroepenbenadering leidend is: de parkerende Amsterdammer (en bezoekers van Amsterdam) staan centraal. Dat houdt in dat de opbouw van deze verordening de verschillende doelgroepen volgt, en daarin steeds de relevante informatie vooropstelt. Voor bewoners, bedrijven, andere organisaties en bezoekers is de plaats, het tijdstip en de wijze van parkeren van belang en daarom is dit als uitgangspunt genomen bij de herordening van de parkeerregelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strekking Deze parkeerverordening bevat geen bijzondere beleidswijzigingen. De regelgeving is daarentegen wel geactualiseerd. De meest recente aangenomen (beleids)wijzigingen en de werkwijzen die geschikt waren voor codificatie – die leemtes, onduidelijkheden of werkwijzen in de praktijk om hardheid in de regelgeving op te lossen – zijn meegenomen in het ontwerp van deze parkeerverordening. Op deze beleidswijzigingen heeft waar van toepassing inspraak plaatsgevonden. Daarnaast zijn bepaalde onduidelijkheden en omissies in de regelgeving hersteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhouding tot Gemeentewet Op basis van artikel 225 van de Gemeentewet worden de kaders voor fiscaal parkeren door de gemeenteraad vastgesteld. De heffing van parkeerbelasting is te onderverdelen in twee soorten. Er is – in gebieden waar betaald parkeren is ingevoerd – altijd sprake van een belastingverplichting op het moment dat een motorvoertuig wordt geparkeerd op een daartoe aangewezen parkeerplaats: het algemene straatparkeerregime. Hiervoor gelden tarieven voor verschillende tariefgebieden. Het is mogelijk – indien wordt voldaan aan de in de verordening gestelde voorwaarden – dit belastbare feit om te zetten in een ander belastbaar feit waarvoor andere tarieven gelden: vergunningparkeren. Indien een heffing plaatsvindt ter zake van een krachtens deze verordening verleende parkeervergunning, hoeft geen belasting te worden voldaan voor belastingverplichting op grond van het algemene straatparkeerregime. Zodra de vergunning wordt ingetrokken of vervalt, dan is de voormalig vergunninghouder weer belastingplichtig volgens het algemene straatparkeerregime.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fiscale karakter van de regelgeving Het voldoen van parkeerbelasting geeft geen recht om een voertuig ergens te parkeren. Het niet voldoen van de parkeerbelasting heeft slechts tot gevolg dat er een naheffingsaanslag wordt opgelegd. De strekking van de tijdgebonden parkeerrechten is verwerkt in het ‘per tijdseenheid parkeren in een bepaald tariefgebied’. Hieraan zijn bepaalde tarieven gebonden die zijn opgenomen in de tarieventabel in de bijlage bij deze parkeerverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het parkeren met een bezoekersvergunning of een kraskaartvergunning was in de Parkeerverordening 2013 aangeduid als een bijzondere vergunning. Het verschil met de andere vergunningen is dat met deze vergunningen nog steeds belasting wordt geheven voor het parkeren in een tariefgebied met gebruik van parkeerapparatuur. De vergunninghouder krijgt voor een bepaald aantal uren per kwartaal korting voor diens bezoek. Deze praktijk is duidelijker vormgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdlijnen Parkeerverordening Zoals aangegeven is een doelgroepenbenadering leidend in de opbouw van deze parkeerverordening. Op hoofdlijnen bevat de verordening de volgende onderdelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 1 van de parkeerverordening bevat de inleidende bepalingen, zoals de begripsbepalingen en het toepassingsbereik. Hierop volgend worde n regels gesteld over fiscaal parkeren. Het algemene straatparkeerregime wordt in paragraaf 2 geregeld. Hiervoor gelden tarieven voor verschillende tariefgebieden. Indien dit belastbare feit wordt omgezet in het belastbare feit vergunningparkeren dient te worden gekeken naar de gestelde regels in paragraaf 3. In dit hoofdstuk zijn in paragraaf 4 regels gesteld over vergunningen die korting geven op de heffing ter zake van het algemene straatparkeerregime. Tot slot worden in paragraaf 5 regels gesteld over de gevolgen van wanbetalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 2 zijn vervolgens algemene bepalingen over vergunningen opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstukken 3 tot en met 7 bevatten steeds regels over vergunningverlening aan een specifieke doelgroep. Hoofdstuk 3 ziet op vergunningen voor bewoners. Hoofdstuk 4 ziet op vergunningen voor bedrijven. Hoofdstuk 5 ziet op vergunningen voor bijzondere organisaties. Hoofdstuk 6 ziet op vergunningen voor autodeelorganisaties. Tot slot ziet hoofdstuk 7 op vergunningen voor gehandicapten. Elk van deze hoofdstukken regelt – indien van toepassing – per doelgroep aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de vergunning aan te kunnen vragen, op basis waarvan het college de vergunning kan weigeren, de geldigheidsduur van de vergunning, de betalingstermijn van de verschuldigde parkeerbelasting, hoeveel vergunningen per vergunninggebied kunnen worden verleend en hoeveel vergunningen per adres of organisatie kunnen worden verleend. Er is in de parkeerverordening voor gekozen om de weigeringsgronden die waren opgenomen in artikel 32 van de Parkeerverordening 2013 overzichtelijk te categoriseren per doelgroep en vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 3 zijn naast de vergunning voor bewoners ook regels gesteld voor de bewoner die een vergunning aanvraagt voor een mantelzorger en over de aanvraag van een vergunning om bezoekers met korting te laten parkeren. Deze verschillende soorten vergunningen worden allemaal aangevraagd door een bewoner en horen daarom thuis in dit hoofdstuk. Naast de hiervoor besproken opgenomen regels over vergunningverlening die voor elke soort vergunning zijn opgenomen in eenzelfde stramien, zijn er voor de vergunning voor bewoners regels gesteld over een aantal bijzondere situaties waarin de weigeringsgronden van het college niet van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 4 zijn naast regels voor bedrijven ook specifieke regels opgenomen voor de aanvraag van een vergunning door een ambulante handelaar of markthandelaar. Er is sprake van eenzelfde vergunning, maar aan een ambulante handelaar of markthandelaar kunnen extra eisen worden gesteld. Net als in hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen over een aantal bijzondere situaties waarin de weigeringsgronden van het college niet van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 5 zijn regels gesteld over verschillende bijzondere organisaties. Dit zijn sportorganisaties, volkstuincomplexen, hulpverleners of hulpverleningsinstellingen en maatschappelijke organisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 6 is een onderscheid gemaakt in autodeelorganisaties en autodeelorganisaties die inzetten op stadsbreed autodelen. In hoofdstuk 7 zijn regels gesteld over vergunningen voor personen en instellingen met een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8 bevat een strafbepaling en een bepaling die ziet op toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de parkeerverordening.</h3>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 9 zijn een aantal slotbepalingen opgenomen. Dit betreft onder meer een experimenteerbepaling en een hardheidsclausule. Tot slot zijn een aantal overgangsbepalingen opgenomen ten aanzien van gelijkstelling van belastbare feiten, afwikkeling van aanvragen, afwikkeling van bezwaarschriften en de geldigheid van wachtlijsten die zijn ontstaan of ingediend vóór de inwerkingtreding van deze parkeerverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze parkeerverordening zijn een aantal bijlagen gevoegd. Het gaat dan met name om bijlagen bij hoofdstuk 1, waarin de fiscale onderwerpen zijn geregeld. Een toelichting bij de bijlagen is opgenomen in de artikelsgewijze toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijs</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Adres: bij de begripsbepaling is aangesloten bij de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambulante handelaar: de regeling betreffende ambulante handel is primair bedoeld voor marktkooplieden. Bij de definitie is daarom aangesloten bij de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elektronische parkeerapparatuur: dit begrip is opgenomen in de verordening om duidelijk onderscheid te maken tussen het elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur via bijvoorbeeld een applicatie op de telefoon tegenover het in werking stellen van parkeerapparatuur bij de parkeerplaats. De centrale computer is bestemd voor registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Houder van een motorvoertuig: de terminologie ‘degene aan wie een kenteken is opgegeven’ komt uit de Wegenverkeerswet 1994. Dit kan worden aangetoond met een kentekenbewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mantelzorg: ‘met regelmaat’ betekent dat de zorg vrijwel dagelijks en in ieder geval wekelijks wordt verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stallingsplaats: ten eerste kan iets als stallingsplaats worden aangemerkt als dit juridisch, feitelijk of planologisch vaststaat. Dit heeft betrekking op het aanmerken van een stallingsplaats in een erfpachtakte of plekken die enkel met de bestemming ‘parkeren’ zijn aangewezen. Ten tweede wordt een plaats aangemerkt als stallingsplaats als dit tenminste de genoemde afmetingen in het artikel omvat. Met de minimale maatvoering geldt dat tenminste relatief courante A-klasse auto’s geparkeerd moeten kunnen worden. Het gaat hierbij om volwaardige motorvoertuigen die ongelimiteerd aan het verkeer kunnen deelnemen. Daarnaast geldt als uitgangspunt dat de bestuurder in staat moet zijn om in- en uit het voertuig te kunnen stappen, dit laatste geldt niet voor een eventuele passagier. Een passagier kan ook in- en uitstappen buiten de garage. Tot slot is de definitie ook aangescherpt op het punt dat plaatsen ook worden aangemerkt als stallingsplaats indien zij voldeden aan die definitie onder a op het moment dat in een beleidsvoorstel bekend werd gemaakt dat betaald parkeren ingevoerd wordt op het adres van degene die kan beschikken over die stallingsplaats. Dit is gedaan zodat mensen niet op een later moment de geschikte stallingsplaats ongeschikt maken, zodat zij wel in aanmerking kunnen komen voor een vergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Parkeerplaatsen met parkeerbelasting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid In deze bepaling is de eerste soort parkeerbelasting geregeld. Het gaat hier om het algemene straatparkeerregime binnen de aangewezen tariefgebieden. Een bloktijd is een deel van een etmaal gedurende welke voor parkeren parkeerbelasting kan worden geheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Tarief en maatstaf van de heffing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Dit artikel regelt het betaald parkeren bij parkeerapparatuur binnen een tariefgebied voor een bepaalde tijdseenheid. Het tarief kan alleen per minuten, dagen, avonden of nachten worden bepaald. Deze minuten-, dag-, dagdeel-, avond- of nachtkaarten’ kunnen door iedereen worden aangeschaft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De naheffingsaanslag wordt opgelegd aan degene die de belasting had behoren te betalen. Dit is geregeld in artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-120\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Wijze van heffing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste en tweede lid De heffing bij wege van voldoening op aangifte is een doelmatige techniek in de gevallen waarin de belastingplichtige zelf de door hem verschuldigde belasting op eenvoudige wijze kan berekenen. Dit is het geval bij het parkeren bij parkeermeters en parkeerautomaten waarbij vooraf moet worden betaald. Deze heffingstechniek biedt, in geval de verschuldigde belasting niet wordt betaald, de mogelijkheid om een naheffingsaanslag op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde en vierde lid In het derde lid is geregeld dat het parkeergeld wordt betaald bij aanvang van het parkeren. Een andere optie wordt geregeld in het vierde lid. Het gebruik van elektronische parkeerapparatuur, zoals een applicatie op een telefoon of inloggen op een website, wordt betaald binnen één maand nadat het parkeren is beëindigd. Dit heeft te maken met de praktijk waarin de parkeerkosten vaak in één keer aan het einde van de maand worden afgeschreven van de rekening van de belastingplichtige. Deze verordening is kaderstellend voor de afspraken die privaatrechtelijk worden gemaakt tussen de belastingplichtige en de dienstverlener die de betaling van de belasting verwerkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Parkeervergunning met parkeerbelasting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de tweede soort parkeerbelasting geregeld die kan worden aangevraagd in plaats van de parkeerbelasting die is geregeld in artikel 1.3. Indien een persoon een vergunning heeft gekregen voor een bepaald vergunninggebied én de parkeerbelasting ter zake van de vergunning heeft betaald, betaalt die persoon in dat vergunninggebied niet meer de heffing voor het algemene straatparkeerregime. De vergunninggebieden zijn omschreven in bijlage V. Het college heeft de bevoegdheid om de indeling en begrenzing van deelvergunninggebieden te wijzigen. Een deelvergunninggebied is een deel van een vergunninggebied waarvoor apart is bepaald hoeveel vergunningen in dat gebied kunnen worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-19-122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Tarief, maatstaf en tijdvak van de heffing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Op plekken waar meer dan één parkeervergunning per adres kan worden verleend, kan het tarief van de tweede vergunning hoger zijn dan het tarief van de eerste vergunning. Dit is opgenomen in de tarieventabel. Het verhoogde tarief geldt ook voor bewoners die voor hun eerste auto een stallingsplaats gebruiken en voor hun tweede auto over een (eerste) bewonersvergunning beschikken. De voor de bewoner beschikbare stallingsplaats telt immers als verleende vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De parkeerbelasting moet zijn voldaan om gebruik te kunnen maken van de parkeervergunning. De parkeervergunning kan pas worden gebruikt vanaf het moment dat de verschuldigde parkeerbelasting is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vierde lid De parkeerbelasting die moet worden voldaan voor het gebruik van een parkeervergunning wordt betaald voor de periode van zes maanden. Als de parkeervergunning eerder wordt beëindigd dan deze zes maanden, wordt de betaalde belasting over het aantal hele kalendermaanden waarvoor de vergunning niet is gebruikt gerestitueerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-111-123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Wijze van heffing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ook de heffing van parkeerbelasting voor vergunningparkeren wordt bij wege van voldoening op aangifte gedaan. De afgifte van de parkeervergunning is in de praktijk verbonden aan de voldoening van de belasting. De handeling van het doen van aangifte en het betalen van de belasting vallen in één handeling samen, indien het bedrag direct wordt overgemaakt. Indien een machtiging tot automatische incasso wordt afgegeven, vindt de betaling later plaats. Hierbij is van belang dat indien de belasting nog niet is voldaan, ook geen gebruik kan worden gemaakt van de parkeervergunning. Als bijvoorbeeld aan iemand op 1 januari een vergunning wordt verleend en die persoon heeft een machtiging voor automatisch incasso afgegeven voor 15 januari en deze automatische incasso kan daadwerkelijk worden uitgevoerd, dan kan pas gebruik worden gemaakt van de vergunning vanaf 15 januari. Tussen 1 januari en 15 januari dient dan belasting te worden betaald volgens het algemene straatparkeerregime.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-112-124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.12</span><span class=\"lf-art-t\">Gereduceerd tarief bezoekersparkeren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De wijze van heffing van de belasting inzake de bezoekersvergunning is anders dan bij de andere vergunningen. Bij deze vergunning vindt de heffing van parkeerbelasting niet plaats bij de verlening van de vergunning, maar is er een speciaal gereduceerd tarief dat kan worden betaald voor een vastgesteld aantal uur per tijdseenheid/periode. Deze vergunning biedt dus de mogelijkheid om een lager tarief te betalen ten opzichte van het tarief dat is vastgesteld voor het algemene straatparkeerregime.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingplichtige is de houder van de bezoekersvergunning, en dus niet degene die het motorvoertuig parkeert. Dit vloeit voort uit artikel 225, derde tot en met zevende lid, van de Gemeentewet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uren die niet zijn gebruikt kunnen niet worden meegenomen naar een volgende tijdseenheid/periode. De voorwaarden om een bezoekersvergunning aan te vragen en te verkrijgen staan in hoofdstuk 3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-113-125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.13</span><span class=\"lf-art-t\">Gereduceerd tarief kraskaartparkeren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De wijze van heffing van de belasting inzake de kraskaartvergunning is, net als de bezoekersvergunning, anders dan bij de andere vergunningen. Ook bij deze vergunning vindt de heffing van parkeerbelasting niet plaats bij de verlening van de vergunning, maar is er een speciaal gereduceerd tarief dat kan worden betaald voor 150 uur per kwartaal. Indien minder dan 150 uur tegen een gereduceerd tarief is geparkeerd in het kwartaal, kunnen de onbenutte uren worden meegenomen naar het volgende kwartaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Net als bij bezoekersparkeren is de belastingplichtige de houder van de kraskaartvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden om een kraskaartvergunning aan te vragen en te verkrijgen, staan in hoofdstuk 3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-114-126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.14</span><span class=\"lf-art-t\">Wielklem en wegsleepregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste en tweede lid Dit artikel is in overeenstemming gebracht met artikel 235 van de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. In de Gemeentewet is geregeld wanneer de wielklem mag worden aangebracht. In de nadere regels van het college wordt vastgesteld wanneer en op welke terreinen of weggedeelten de wielklem wordt toegepast. Dit volgt uit artikel 235, tweede lid, van de Gemeentewet. In stadsgebied Weesp kan geen wielklem worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde, vierde en vijfde lid In het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is de berekening van de kosten voor de naheffingsaanslag, het aanbrengen en verwijderen van de wielklem en de overbrenging en bewaring van een voertuig geregeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21-127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningenplafonds</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste en tweede lid De vergunningenplafonds zijn vastgesteld met het oog op de bereikbaarheid voor het noodzakelijk autoverkeer. Bij het vaststellen van het vergunningplafond en het aantal te verlenen vergunningen moet in ieder geval rekening worden gehouden met tien procent noodzakelijke leegstand overdag per vergunninggebied. De vergunninggebieden met een nulplafond betreffen in het algemeen nieuwbouwprojecten. Dit is vastgelegd in de Nota parkeernormen Auto 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid In het kader van de verbetering van luchtkwaliteit is een van de maatregelen het instellen van een milieuparkeervergunning. Personenauto’s (van bewoners en bedrijven) die aan de gestelde eisen voldoen, komen in aanmerking voor een milieuparkeervergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Wachtlijsten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Als het vergunningenplafond in een vergunninggebied niet op nul is gesteld, kan een aanvraag van een bedrijfsvergunning of volkstuinvergunning waarvoor in dat vergunninggebied geen vergunning meer beschikbaar is op een wachtlijst worden geplaatst. Ook de aanvraag van een bewonersvergunning, als nog geen bewonersvergunningen zijn verleend op het adres waarvoor het wordt aangevraagd, wordt dan op een wachtlijst geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vierde lid Als iemand al een bewoners- of bedrijsvergunning heeft en naar een ander vergunninggebied verhuist, dan kan de vergunning niet ‘meeverhuizen’. Deze vergunningen zijn immers alleen geldig voor het vergunninggebied waarvoor ze zijn verleend. Op grond van dit lid wordt wel rekening gehouden met de tijd waarover de bewoner of het bedrijf voorafgaande aan de verhuizing reeds over de vergunning beschikte of op de wachtlijst voor een vergunning stond. De datum waarop de vergunning is verleend of, als de aanvrager op de wachtlijst staat, de datum waarop de volledige aanvraag van de vergunning voor de verhuizing is ontvangen, wordt in dat geval toegepast bij de volgorde van verlening van vergunningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26-129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken van vergunningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt een onderscheid gemaakt tussen situaties waarin een vergunning zonder verdere beoordeling wordt ingetrokken en situaties waarin het college ruimte heeft te beslissen of de vergunning wordt ingetrokken of gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid, onder e Het maximaal aantal te verlenen vergunningen wordt op nul gesteld met het oogmerk om geen parkeervergunningen te verlenen voor parkeren op straat. Parkeervergunningen die zijn verleend voordat het maximaal aantal te verlenen vergunningen op nul is gesteld, moeten daarom kunnen worden ingetrokken. Daarvoor wordt een overgangsregeling getroffen waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de vergunninghouders en specifieke omstandigheden met betrekking tot het betreffende vergunningengebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29-130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Overloopgebieden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste Een overloopgebied kan uitkomst bieden als binnen een stadsdeel in een vergunninggebied sprake is van een wachtlijst en in een ander vergunninggebied niet. Ook kan een deel van een vergunninggebied worden aangewezen als overloopgebied om de parkeerdruk binnen één vergunninggebied te verdelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Het tarief voor de overloopvergunning is gelijk aan het tarief dat geldt voor een vergunning voor bewoners, respectievelijk bedrijven, in het vergunninggebied waarvoor de vergunning wordt verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid Indien alle vergunningen voor het overloopgebied zijn verleend, wordt de aanvrager van de vergunning op een wachtlijst voor dat overloopgebied geplaatst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31-131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aantal per woonadres</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Het college stelt op grond van het eerste lid vast hoeveel bewonersvergunningen per woonadres kunnen worden verleend. Een op enig moment beschikbare stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats wordt gerekend als reeds verleende bewonersvergunning. Dit houdt in dat als een bewoner twee bewonersvergunningen kan aanvragen, maar de juridische of feitelijke mogelijkheid heeft of heeft gehad om over één stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats te beschikken, slechts één bewonersvergunning kan worden verleend. Hetzelfde geldt voor reeds verleende bedrijfsvergunningen op het woonadres. Als de bewoner twee bewonersvergunningen kan aanvragen, maar houder is van één bedrijfsvergunning, kan slechts één bewonersvergunning worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een op enig moment beschikbare stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats, wordt uitgegaan van een ruime interpretatie. Onder ‘enig moment beschikbare’ wordt dus ook verstaan dat de bewoner een stallingsplaats kan kopen of huren in de garage die hoort bij het blok(deel) waar hij gevestigd is. Het gaat daarbij niet om de vraag of men financieel in staat is een stallingsplaats te kopen of huren, maar om de vraag of er een stallingsplaats te koop of te huur is of is geweest. Indien een stallingsplaats te koop of te huur is of is geweest, maar niet door de bewoner is afgenomen of wel is afgenomen maar bijvoorbeeld is onderverhuurd, komt dit voor eigen rekening en risico van de bewoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een vergunninggebied waarin het parkeren inpandig is georganiseerd en geen parkeervergunningen worden verstrekt, worden opvolgende kopers of huurders van eerste kopers of huurders zonder stallingplaats, geacht bekend te zijn met het gegeven dat er voor dat adres geen aanspraak bestaat op een parkeervergunning. Indien een bewoner een stallingsplaats niet als zodanig gebruikt of heeft gerealiseerd, komt dit voor risico van de bewoner. Gedacht kan worden aan de situatie dat een woning beschikt of behoort te beschikken over een garage of een parkeerplek maar dat deze voor andere doeleinden wordt gebruikt. Indien, voordat een beleidsvoornemen tot invoering van betaald parkeren is vrijgegeven, stallingplaatsen aard- en nagelvast zijn verbouwd en qua maatvoering niet meer als stallingplaats bruikbaar zijn, worden deze stallingsplaatsen niet beschouwd als reeds verleende vergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid Met dit lid wordt tegemoetgekomen aan de wens van de gemeenteraad van de voormalige gemeente Weesp die bij amendement heeft gevraagd om de zogenaamde stallingsplaatsenaftrek af te schaffen voor ruimtes die veelal als opslag worden gebruikt en qua afmetingen en inrichting (stank en geluidshinder) niet geschikt zijn voor motorvoertuigen. Daarbij moet vooral worden gedacht aan drive-inwoningen, oude koetshuizen en bouwkundig met de woning verbonden garageboxen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32-132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door inwoners</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Er moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan om een bewonersvergunning aan te vragen. Het niet voldoen aan de emissiestandaard was eerder een weigeringsgrond in plaats van een voorwaarde om de vergunning aan te kunnen vragen. De voorwaarde dat de aanvrager van een vergunning houder moet zijn van een motorvoertuig impliceert dat het kenteken van dit motorvoertuig niet al gekoppeld kan zijn aan een eventuele andere parkeervergunning. Per motorvoertuig wordt slechts één bewonersvergunning verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het tweede lid wordt de milieuparkeervergunning bedoeld. Dit kan worden gezien als een ‘gewone’ vergunning voor inwoners met strengere milieueisen. De milieuparkeervergunning is bedoeld om inwoners te stimuleren schonere motorvoertuigen te kopen. De eisen voor een dergelijke milieuparkeervergunning zijn opgenomen in nadere regels die worden vastgesteld door het college. Dit is zodat snel kan worden geanticipeerd op nieuwe ontwikkelingen. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan eisen met betrekking tot de euronorm en energielabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vierde lid De voormalige gemeente Weesp kende geen milieuzone of andersoortige regeling waarbij voertuigen aan bepaalde milieunormen moesten voldoen voor het verkrijgen van een parkeervergunning. Door het opnemen van deze uitzondering voor stadsgebied Weesp wordt voorkomen dat aanvragers en vergunninghouders in Weesp zonder daartoe strekkend beleid met milieueisen worden geconfronteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33-133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling van de aanvraag - bewonersvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert de vergunning als niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aanvraag. Deze voorwaarden zijn opgenomen in artikel 3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wordt de vergunning geweigerd als het vergunningenplafond is bereikt. Het in het vergunninggebied voor verlening beschikbare vergunningen is anders voor milieuparkeervergunningen dan voor ‘gewone’ vergunningen voor inwoners. Dit is geregeld in artikel 2.2, derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot weigert het college de vergunning als er geen vergunningen meer voor verlening beschikbaar is op het woonadres. Dit is geregeld in artikel 3.1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34-134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere omstandigheden - bewonersvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel zijn drie omstandigheden opgenomen waarbij een weigeringsgrond uit artikel 3.3 niet van toepassing is. Het eerste lid is zo geformuleerd dat moet zijn voldaan aan de voorwaarden voor de aanvraag van een vergunning uit artikel 3.2. Het begrip ‘herhuisvester’ dat werd gebruikt in de Parkeerverordening 2013 is niet als zodanig opgenomen in de tekst, maar het begrip is uitgelegd in de bepaling. Op het moment dat de aanvrager van de vergunning kan beschikken over een stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats wordt dit nog steeds meegeteld in het aantal per adres te verlenen vergunningen. De regeling bestaat momenteel al, de geografische afbakening wordt enkel verruimd. Met de regeling wordt beoogd om stedelijke vernieuwing niet te vertragen vanwege het niet kunnen meenemen van een auto naar het nieuwe adres.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Amsterdamse corporaties hebben een enorme opgave om de kwaliteit van corporatiewoningen te verbeteren middels sloop/nieuwbouw of volledig strippen en vernieuwen van woningen. Hiervoor moeten vele bewoners verhuizen. We zien deze gedwongen verhuizing als iets waar de bewoner niet zelf voor kiest, waardoor de bewoner ook niet het recht op een parkeervergunning zou moeten verliezen. Deze soort verhuizing verschilt wat de gemeente betreft van een gekozen verhuizing, waarbij het recht op een parkeervergunning meenemen niet altijd bestaat. De herhuisvestersregeling is alle vergunninggebieden van Amsterdam van toepassing, uitgezonderd (nieuwbouw)gebieden waar geen of onvoldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vijfde lid regelt dat een voormalig houder van een vergunning voor inwoners opnieuw een vergunning voor inwoner kan verkrijgen ondanks dat het maximaal aantal vergunningen in dat vergunninggebied al zijn verleend. Dit is de zogenoemde spijtoptantenregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het zesde lid wordt beoogd houders van stallingsplaatsen tegemoet te komen als zij als gevolg van werkzaamheden van de gemeente tijdelijk geen gebruik kunnen maken van hun stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats. Normaliter wordt een stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats afgetrokken van het aantal te verlenen vergunningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35-135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur - bewonersvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheid van de vergunning wordt ook afhankelijk gesteld van het intrekken of vervallen van de vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De standaard geldigheidsduur voor bewonersvergunningen is zes maanden. De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningtermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid Er wordt een uitzondering gemaakt op de geldigheidsduur voor de tijdelijke vergunning geregeld in artikel 3.4, derde lid. Deze tijdelijke vergunning kan worden verleend voor zolang de inwoner niet kan beschikken over een stallingsplaats of belanghebbende parkeerplaats als gevolg van werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente. De einddatum van de tijdelijke vergunning wordt vastgesteld in overleg met de projectleider die verantwoordelijk is voor de wegwerkzaamheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36-136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag voor mantelzorger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naar objectieve maatstaven aangewezen houdt in dat men een verklaring kan overleggen van een professionele zorgaanbieder. In de Wet toetreding zorgaanbieders wordt bepaald welke organisaties gezien worden als zorginstelling. Indien de aanvrager van de vergunning beschikt over een indicatie voor bijvoorbeeld thuiszorg of een verpleeghuis kan met overlegging van die indicatie worden volstaan. In alle andere situaties dient gebruik te worden gemaakt van het formulier verklaring mantelzorgbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook mantelzorgers van buiten Amsterdam kunnen gebruik maken van de mantelzorgvergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37-137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling van de aanvraag mantelzorgvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt slechts één mantelzorgvergunning per woonadres verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38-138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Er is een uitzondering op de regel dat een vergunning voor mantelzorgers slechts eenmalig kan worden verlengd. De mantelzorgvergunning wordt verleend voor de tijd dat de mantelzorg nodig is en daadwerkelijk plaatsvindt. Daarom wordt periodiek getoetst of nog steeds aan de voorwaarden wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39-139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag bezoekersvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bezoekersvergunning wordt aangevraagd door de bewoner. Als de vergunning wordt verleend, kan de bewoner het kortingstarief betalen voor diens bezoek dat wil parkeren. De bewoner kan ook een deel van tegoed aan uren alloceren zodat diens bezoek zelf met het kortingstarief parkeerbelasting kan voldoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-310-140\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling van de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt slechts één bezoekersvergunning per adres verleend. Een bezoekersvergunning wordt niet verleend indien al een kraskaartvergunning is verleend aan een bewoner op het adres waarvoor de bezoekersvergunning wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-312-141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag kraskaartvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een kraskaartvergunning kan slechts worden aangevraagd door gehandicapte bewoners die blijkens medische indicatie zijn aangewezen op het vervoer door derden of door bewoners die 65 jaar of ouder zijn. De strekking van de vergunning is om bezoek te kunnen laten parkeren met korting. Een medische indicatie kan bestaan uit een gehandicaptenparkeerkaart, NS-begeleiderskaart, CIZ-indicatie of uit een verklaring van een andere professionele zorgaanbieder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-313-142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling van de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In tegenstelling tot de bezoekersvergunning, kunnen meer kraskaartvergunningen per adres worden verleend. De kraskaartvergunning wordt aan een persoon verleend en het is mogelijk dat meerdere bewoners die op één adres wonen een kraskaartvergunning hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41-143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Per bedrijf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Het college stelt vast hoeveel bedrijfsvergunningen per bedrijf kunnen worden verleend. Het aantal vergunningen dat per bedrijf kan worden verleend, is afhankelijk van het vergunninggebied waar het bedrijf is gevestigd in combinatie met het aantal werknemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede en derde lid Net als bij het bepalen van het aantal bewonersvergunningen per adres, worden bij het bedrijf behorende of op de bedrijfslocatie beschikbare stallingsplaatsen of belanghebbendenparkeerplaatsen gerekend als een reeds verleende bedrijfsvergunning. Met bij het bedrijf behorende parkeerplaatsen worden ook parkeerplaatsen die conform de parkeernorm zijn toebedeeld aan het bedrijf bedoeld (zoals in parkeergarages).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is mogelijk dat het vestigingsadres van een bedrijf ook een woonadres is. Ook de beschikbare stallingsplaatsen en belanghebbendenparkeerplaatsen waarover de inwoner beschikking heeft, wordt meegeteld in het aantal vergunningen dat per bedrijf voor verlening beschikbaar is. Hetzelfde geldt voor reeds verleende hulpverlenersvergunningen op het adres.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42-144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door bedrijven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid In het eerste lid worden een aantal voorwaarden opgesomd waaraan moet zijn voldaan om een vergunning aan te vragen. Het niet voldoen aan de emissiestandaard was eerder een weigeringsgrond in plaats van een voorwaarde om de vergunning aan te kunnen vragen. De emissiestandaard waar een motorvoertuig aan moet voldoen is opgenomen in bijlage IX.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling of een bedrijf zijn vestigingsadres heeft in een vergunninggebied wordt in eerste instantie uitgegaan van de vestiging volgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Voor bedrijven waarvoor dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld ambulante handel, kan op andere wijze worden aangetoond dat er binnen het vergunninggebied sprake is van daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid In het tweede lid wordt geregeld wanneer het mogelijk is om geen vast kenteken aan een bedrijfsvergunning te koppelen. De vergunninghouder kan zelf wisselende kentekens aan de parkeervergunning verbinden. Een bedrijfsvergunning is bedoeld voor degenen die gerelateerd zijn aan het bedrijf zoals de werknemers. Dat de vergunning niet is verbonden aan een vast kenteken doet daar niet aan af. Bezoekers en anderen, zoals leveranciers mogen geen gebruik maken van de aan het bedrijf verleende vergunning. Met een volcontinu bedrijfsproces wordt bedoeld een proces waarin 24 uur per dag en zeven dagen per week op basis van arbeidsregelingen, werkzaamheden in ploegen-, wissel- en/of nachtdiensten worden verricht. Met een onvermijdelijk wisselend bestand aan voertuigen wordt bedoeld de praktijk waarin bijvoorbeeld door het gevolg van werken in shifts of wisseldiensten één vergunning per dag voor meerdere auto’s wordt gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vierde lid Met het vierde lid wordt de milieuparkeervergunning bedoeld. Dit kan worden gezien als een ‘gewone’ vergunning voor bedrijven met strengere milieueisen. De milieuparkeervergunning is bedoeld om bedrijven te stimuleren schonere motorvoertuigen te gebruiken. De eisen voor een dergelijke milieuparkeervergunning zijn opgenomen in nadere regels die worden vastgesteld door het college. Dit is zodat snel kan worden geanticipeerd op nieuwe ontwikkelingen. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan eisen met betrekking tot de euronorm en energielabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vijfde lid De voormalige gemeente Weesp kende geen milieuzone of andersoortige regeling waarbij voertuigen aan bepaalde milieunormen moesten voldoen voor het verkrijgen van een parkeervergunning. Door het opnemen van deze uitzondering voor stadsgebied Weesp wordt voorkomen dat aanvragers en vergunninghouders in Weesp zonder daartoe strekkend beleid met milieueisen worden geconfronteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zesde lid Als het aantal beschikbare bedrijfsvergunningen aan een bedrijf worden verleend, kunnen daarbij nog maximaal drie vergunningen worden aangevraagd voor bedrijfsvoertuigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43-145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door ambulante handelaar of markthandelaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ambulante handelaren en markthandelaren hebben geen vestigingsadres zoals een bedrijf. Voor ambulante handel en markthandel kan daarom op andere wijze worden aangetoond dat er binnen het vergunninggebied sprake is van daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambulante handelaren en markthandelaren zijn soms maar één of twee dagen werkzaam in een vergunninggebied. Toch tellen deze vergunningen mee bij het bereiken van het maximaal aantal te vergeven vergunningen in een vergunninggebied. Om die reden is het mogelijk om aan ambulante handelaren een extra voorwaarde te stellen dat zij een minimum aantal dagen per week werkzaam zijn in het vergunninggebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44-146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling van de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat in het vergunninggebied voor verlening beschikbare vergunningen anders is voor milieuparkeervergunningen dan voor ‘gewone’ vergunningen voor bedrijven. Dit is geregeld in artikel 2.2, derde lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45-147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere omstandigheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel regelt dat een bedrijf dat normaal gesproken geen vergunning kan aanvragen omdat dat bedrijf kan beschikken over een stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats, nu wel een tijdelijke vergunning kan aanvragen indien het bedrijf als gevolg van werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente niet kan beschikken over die stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats. Hiermee wordt beoogd de benadeelde ondernemer tegemoet te komen als zij als gevolg van werkzaamheden van de gemeente tijdelijk geen gebruik kunnen maken van hun stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats. Normaliter wordt een stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats afgetrokken van het aantal te verlenen vergunningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46-148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste en tweede lid De geldigheid van de vergunning wordt ook afhankelijk gesteld van het intrekken of vervallen van de vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid Er wordt een uitzondering gemaakt op de geldigheidsduur voor de tijdelijke vergunning geregeld in artikel 4.4. Deze tijdelijke vergunning kan worden verleend voor zolang de inwoner niet kan beschikken over een stallingsplaats of belanghebbende parkeerplaats als gevolg van werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente. De einddatum van de tijdelijke vergunning wordt vastgesteld in overleg met de projectleider die verantwoordelijk is voor de wegwerkzaamheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51-149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aantal per organisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Het college kan in nadere regels vaststellen hoeveel vergunningen in een vergunninggebied per sportorganisatie worden verleend. Dit kan op nul worden gesteld. Indien wordt bepaald door het college dat er wel een aantal vergunningen per sportverenigingen beschikbaar kunnen worden gesteld, wordt dit gedaan op grond van de norm uit het eerste lid. Het aantal beschikbare vergunningen per sportvereniging hangt af van het aantal leden en het vergunninggebied waar de sportvereniging is gevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Net als bij het bepalen van het aantal bewonersvergunningen per adres en aantal bedrijfsvergunningen per bedrijf, worden bij de sportvereniging behorende of op de locatie van de sportvereniging beschikbare stallingsplaatsen of belanghebbendenparkeerplaatsen gerekend als een reeds verleende vergunning voor een sportvereniging. Met bij de sportvereniging behorende parkeerplaatsen worden ook parkeerplaatsen die conform de parkeernorm zijn toebedeeld aan de sportvereniging bedoeld (zoals in parkeergarages).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52-150\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door sportorganisaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om het betaald parkeren geen belemmering te laten vormen voor de sportverenigingsstructuur kunnen niet-commerciële sportverenigingen op basis van dit artikel in aanmerking komen voor een sportverenigingsvergunning. Het kan zijn dat een sportvereniging niet gevestigd is in het vergunninggebied waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, indien de betreffende sportvereniging kan aantonen (door middel van bijvoorbeeld een contract) dat haar leden in hoofdzaak gebruik maken van een sportaccommodatie in een bepaald vergunninggebied mag een vergunning voor dat gebied verleend worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53-151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling van de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beschikbaarheid van vergunningen ziet in dit artikel zowel op het aantal vergunningen per vergunninggebied als het aantal vergunningen per sportvereniging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54-152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur – sportorganisaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56-153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door volkstuincomplexen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechtspersoon kan zelf bepalen hoe de vergunningen binnen het volkstuincomplex worden verdeeld. Dit kan bijvoorbeeld in een huishoudelijk reglement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58-154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur – volkstuincomplexen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59-155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door hulpverlener</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid In de verordening is een onderscheid gemaakt tussen een vergunning voor hulpverleners en een vergunning voor hulpverleningsinstellingen (geregeld in artikel 5.13 e.v.). Dit is ter verduidelijking van de voorwaarden die gelden voor de aanvraag van een vergunning. Dit artikel ziet op de aanvraag door hulpverleners. Het niet voldoen aan de emissiestandaard was eerder een weigeringsgrond in plaats van een voorwaarde om de vergunning aan te kunnen vragen. De emissiestandaard waar een motorvoertuig aan moet voldoen, is opgenomen in bijlage IX.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder huisarts of verloskundige wordt verstaan degene die op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg gerechtigd is die titel te mogen voeren en degene die nog in opleiding is voor huisarts of verloskundige. De voorwaarde voor huisartsen of verloskundigen in opleiding is dat zij zodanig gevorderd zijn in hun opleiding dat zij zelfstandig diensten draaien en daarbij gebruik maken van een eigen auto. Onder huisarts of verloskundige wordt ook hun waarnemer verstaan, mits de waarnemer voor een langere periode werkzaam is in de praktijk of de waarnemer aangesloten is bij de waarnemerscentrale van Amsterdam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid De voormalige gemeente Weesp kende geen milieuzone of andersoortige regeling waarbij voertuigen aan bepaalde milieunormen moesten voldoen voor het verkrijgen van een parkeervergunning. Door het opnemen van deze uitzondering voor stadsgebied Weesp wordt voorkomen dat aanvragers en vergunninghouders in Weesp zonder daartoe strekkend beleid met milieueisen worden geconfronteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510-156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling van de aanvraag – vergunning voor hulpverleners</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er kan slechts één vergunning per hulpverlener worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511-157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur – hulpverlenersvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-513-158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door hulpverleningsinstellingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel ziet op de aanvraag van een vergunning door hulpverlenersinstellingen. De hulpverlener die slechts incidenteel zorg of hulp aan huis verleent, komt niet voor de vergunning in aanmerking. Het college stelt een lijst vast van professionele zorg- of hulpverleningsinstellingen die een vergunning kunnen aanvragen. De criteria voor de lijst sluiten nauw aan bij de criteria uit het eerste lid, onder b. Daarbij wordt gelet op de aard van de werkzaamheden en de frequentie van de verleende zorg of hulp. Tandartspraktijken of praktijken voor fysiotherapie komen slechts in aanmerking om op de lijst te worden geplaatst, indien aangetoond is dat de patiënten uitsluitend of in overwegende mate niet op het praktijkadres komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met wisselende plaatsen wordt in dit artikel bedoeld het verlenen van hulp of zorg op wisselende plaatsen op één dag of gedurende één dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid De voormalige gemeente Weesp kende geen milieuzone of andersoortige regeling waarbij voertuigen aan bepaalde milieunormen moesten voldoen voor het verkrijgen van een parkeervergunning. Door het opnemen van deze uitzondering voor stadsgebied Weesp wordt voorkomen dat aanvragers en vergunninghouders in Weesp zonder daartoe strekkend beleid met milieueisen worden geconfronteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515-159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur – hulpverlenersinstellingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-516-160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16</span><span class=\"lf-art-t\">Aantal per maatschappelijke organisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Het college kan in nadere regels vaststellen hoeveel vergunningen in een vergunninggebied per maatschappelijke organisatie worden verleend. Het aantal maatschappelijke vergunningen dat aan een organisatie kan worden verleend, is afhankelijk van het gebied waar de organisatie is gevestigd en het aantal daadwerkelijk gestationeerde werknemers bij de maatschappelijke organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Ook worden bij de maatschappelijke organisatie behorende of op de locatie van de maatschappelijke organisatie beschikbare stallingsplaatsen of belanghebbendenparkeerplaatsen gerekend als een reeds verleende vergunning voor een maatschappelijke organisatie. Met bij de maatschappelijke organisatie behorende parkeerplaatsen worden ook parkeerplaatsen die conform de parkeernorm zijn toebedeeld aan de maatschappelijke organisatie bedoeld (zoals in parkeergarages). Er geldt een uitzondering. Als aan de maatschappelijk organisatie al bedrijfsvergunningen zijn verleend waar dus deze stallingsplaatsen of belanghebbendenparkeerplaatsen al zijn geteld als verleende vergunning, wordt dit niet nog eens gedaan bij de verlening van een vergunning voor een maatschappelijke organisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-517-161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door maatschappelijke organisaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid In nadere regels kan worden bepaald waar en aan welke van de voorgenoemde sectoren de maatschappelijke vergunning verleend wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid De voormalige gemeente Weesp kende geen milieuzone of andersoortige regeling waarbij voertuigen aan bepaalde milieunormen moesten voldoen voor het verkrijgen van een parkeervergunning. Door het opnemen van deze uitzondering voor stadsgebied Weesp wordt voorkomen dat aanvragers en vergunninghouders in Weesp zonder daartoe strekkend beleid met milieueisen worden geconfronteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-518-162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.18</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling van de aanvraag – maatschappelijke vergunningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor maatschappelijke vergunningen geldt geen maximaal aantal te verlenen vergunningen per vergunninggebied. In de stad dienen voldoende zorginstellingen, scholen en politiebureaus aanwezig te zijn. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het voor deze sectoren ongewenst dat een personeelstekort kan ontstaan doordat werknemers hun werkplek moeilijk kunnen bereiken vanwege een wachtlijst voor parkeervergunningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-519-163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.19</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur – maatschappelijke organisaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-522-164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.22</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningen voor het leerlingenvervoer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel ziet op de aanvraag van een parkeervergunning voor het parkeren van het elektrische busje waarmee het leerlingenvervoer wordt gedaan nabij de woning van de chauffeur. De vergunning wordt aangevraagd door de aanbieder van het leerlingenvervoer. Daarmee wordt voorkomen dat chauffeurs op andere wijze in de parkeerbehoefte moeten voorzien voor een voertuig dat zij enkel voor en namens de aanbieder mogen gebruiken, bijvoorbeeld door het aanvragen van een parkeervergunning voor bewoners. De vergunning telt dan ook niet mee als verleende vergunning bij de aanvraag voor een parkeervergunning voor bewoners. De parkeervergunning voor het leerlingenvervoer is in alle vergunninggebieden van Amsterdam beschikbaar, uitgezonderd (nieuwbouw)gebieden waar geen of onvoldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61-165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door autodeelorganisaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Het gaat in dit artikel om een parkeervergunning voor professionele autodeelorganisaties en niet om autodelen binnen de privékring van familie, kennissen of anderszins.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid In nadere regels zijn de voorwaarden opgenomen waar een autodeelorganisatie aan moet voldoen om een vergunning aan te kunnen vragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63-166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur – autodelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65-167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door autodeelorganisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid De emissiestandaard waar een motorvoertuig aan moet voldoen is opgenomen in bijlage X, en wijkt af van de emissiestandaard waaraan motorvoertuigen moeten voldoen bij de aanvraag van andere vergunningen. Voor de aanvraag van stadsbrede vergunningen voor autodeelorganisaties gelden strengere emissiestandaarden dan de emissiestandaarden die zijn voorgeschreven voor de vergunningen voor bewoners, bedrijven, hulpverleners, hulpverlenersinstellingen en maatschappelijke organisaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66-168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling van de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een stadsbrede vergunning voor autodelen is een schaarse vergunning. Het college kan daarom, volgens het tweede lid, bepalen dat voor de verdeling van deze vergunningen op een andere manier wordt georganiseerd dan het verlenen van vergunningen op volgorde van de aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-67-169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur – stadsbreed autodelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid Er is een bevoegdheid opgenomen voor het college om een datum vast te stellen waarop de geldigheid van stadsbrede vergunningen voor autodelen worden beëindigd. In aansluiting op artikel 6.7, tweede lid, waarin de verlening van de vergunningen op andere manier kan worden bepaald door het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71-170\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag door inwoners met gehandicaptenparkeerkaart</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Het is expliciet gemaakt waarvoor de gehandicaptenparkeervergunning voor bewoners mag worden gebruikt om op te kunnen treden tegen excessen. Met deze vergunning kan in alle vergunninggebieden worden geparkeerd mits de persoon aan wie een gehandicaptenparkeerkaart is afgegeven waar de gehandicaptenparkeervergunning aan is gekoppeld de auto bestuurt of passagier is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72-171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Kenteken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De mogelijkheid bij de aanvraag van een vergunning drie verschillende kentekens op te geven die gebruik kunnen maken van de vergunning is alleen mogelijk wanneer de inwoner in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B) en zelf de aanvraag doet. Inwoners met een gehandicaptenparkeerkaart Bestuurder (B) moeten dus een vast kenteken opgeven bij de aanvraag van de vergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77-172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Kenteken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Net als bij de aanvraag van een vergunning voor een bewoner met een gehandicaptenparkeerkaart kan een bezoeker van Amsterdam – niet zijnde een bewoner – bij de aanvraag van een vergunning drie verschillende kentekens opgeven die gebruik kunnen maken van de vergunning indien de bezoeker in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B). Bezoekers met een gehandicaptenparkeerkaart Bestuurder (B) moeten dus een vast kenteken opgeven bij de aanvraag van de vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkend van de vergunning voor bewoners met een gehandicaptenparkeerkaart kunnen bezoekers met een gehandicaptenparkeerkaart met een vergunning die is afgegeven voor verschillende kentekens maximaal 150 uur per kwartaal parkeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81-173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met dit artikel is niet bedoeld de regels over het algemene straatparkeerregime of de bepalingen die zien op de (heffing van) de parkeerbelasting strafbaar te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 9.3 tot en met 9.19, intrekking verordeningen en overgangsrecht De invoering van deze nieuwe parkeerverordening gaat gepaard met het intrekken van de Parkeerverordening 2013 en de Verordening parkeerbelastingen Amsterdam 2024. Als gevolg daarvan is voorzien in overgangsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overgangsrecht bewerkstelligt dat lopende vergunningen en wachtlijsten gelijkgesteld worden met de vergelijkbare vergunningen en wachtlijsten in deze nieuwe verordening; zij behouden dus hun werking. Omdat daarmee het nieuwe recht van toepassing wordt op de al bestaande vergunningen, terwijl de Parkeerverordening 2013 voorzag in verschillende overgangsrechtelijke bepalingen, zijn die bepalingen in gemoderniseerde vorm overgenomen in de artikelen 9.8 tot en met 9.19. Daarbij is geen materiele wijziging beoogd ten opzichte van de hiervoor geldende situatie. Afgezien van deze bijzondere bepalingen, zal in algemene zin voor nieuwe aanvragen gelden dat deze met inachtneming van de nieuwe verordening worden afgehandeld. Voor lopende bezwaarprocedures is dat anders, daar zal de procedure afgerond kunnen worden onder het oude recht, tenzij toepassing van het nieuwe recht voor de bezwaarmaker gunstiger is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage ITariefgebieden, als bedoeld in artikel 1.3 Bijlage I omschrijft de tariefgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage IIBloktijden, als bedoeld in artikel 1.3 Bijlage II omschrijft de bloktijden waarbinnen een bepaald tarief wordt geheven. Een bloktijd is een deel van het etmaal gedurende welke voor parkeren parkeerbelasting kan worden geheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage IIITarieven per tijdseenheid betaald parkeren algemeen, als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid Bijlage III geeft een overzicht van de verschillende parkeertarieven voor het algemene straatparkeerregime. Dit wordt weergegeven in tabellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er gelden verschillende tarieven in de verschillende tariefgebieden. In de eerste tabel is een overzicht opgenomen van het parkeertarief per zestig minuten in de verschillende tariefgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de tabellen die volgen zijn tarieven opgenomen voor het parkeren binnen verschillende tijdseenheden. Het is mogelijk om parkeerbelasting te betalen voor een dag, week of maand. Hierin kan nog onderscheid worden gemaakt tussen weekenddagen, avonden en nachten. In de tabellen is nauwkeurig aangegeven vanaf welk tijdstip het tarief voor die tijdseenheid moet worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het overzicht van tabellen is te zien dat een bepaald tarief voor een tijdseenheid kan zien op meerdere tariefgebieden. Hierdoor kan verwarring ontstaan, omdat het dus mogelijk is om verschillende tarieven te betalen binnen een tariefgebied. Dit werkt als volgt: als parkeerbelasting voor een bepaalde tijdseenheid wordt betaald voor tariefgebied 1, kan binnen de periode waarvoor de parkeerbelasting is betaald ook worden geparkeerd in de andere tariefgebieden. Dit is zo omdat voor tariefgebied 1 het hoogste tarief wordt gerekend. Op deze manier kan verder worden geredeneerd. Als parkeerbelasting voor een bepaalde tijdseenheid wordt betaald voor tariefgebied 2, kan binnen de periode waarvoor de parkeerbelasting is betaald ook worden geparkeerd in de andere tariefgebieden waarbinnen een lager parkeertarief geldt. Als parkeerbelasting is betaald voor tariefgebied 2, kan dus niet worden geparkeerd in tariefgebied 1 zonder dat een naheffing kan worden opgelegd. Er is immers niet betaald voor tariefgebied 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laatste tabel in het overzicht bevat tarieven die gelden in de tariefgebieden 7 en flat-rate 3 uur/tariefgebied in vergunninggebieden Noord-1, Noord-2 en Noord-4 op een zaterdag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot zijn er specifieke tarieven opgenomen binnen tariefgebied 8. Hier gelden andere bloktijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage IVTarief naheffingsaanslag, als bedoeld in artikel 1.5 en tarieven wielklem, overbrenging en bewaring, als bedoeld in artikel 1.13 Bijlage IV stelt de naheffingsaanslag en de kosten voor het aanbrengen en verwijderen van de wielklem en het overbrengen en bewaren van een voertuig vast. De berekening van deze bedragen zijn gemaakt op grond van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage VVergunninggebieden, als bedoeld in artikel 1.8 Bijlage V omschrijft de vergunninggebieden. In dit overzicht zijn de verschillende vergunninggebieden per stadsdeel omschreven. De deelvergunninggebieden die deel uitmaken van de vergunninggebieden worden vastgesteld door het college in nadere regelgeving en worden dus niet opgenomen in deze bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage VITarieven per vergunning, als bedoeld in artikel 1.9 Bijlage VI geeft schematisch de tarieven weer die gelden voor de verschillende vergunningen per vergunninggebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overzicht begint met een tabel die de tarieven vaststelt voor vergunningen die geldig zijn in de gehele gemeente Amsterdam. De parkeervergunningen voor gehandicapte inwoners, bezoekers en instellingen die houder zijn van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart zijn gratis. Voor stadsgebied Weesp zijn voor sommige vergunningen andere tarieven vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per vergunninggebied is aangegeven welke tarieven gelden. Alleen voor de bewonersvergunning geldt een hoger tarief voor de tweede bewonersvergunning op een adres.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage VIITarieven bezoekersparkeren, als bedoeld in artikel 1.12 Bijlage VII geeft schematisch de tarieven weer per zestig minuten die gelden voor de verschillende tariefgebieden binnen het vergunninggebied waarvoor de vergunning van bezoekers is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage VIIITarieven kraskaartparkeren, als bedoeld in artikel 1.12 Bijlage VIII geeft schematisch de tarieven weer die gelden voor de verschillende tariefgebieden binnen het vergunninggebied waarvoor de vergunning voor kraskaartparkeren is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage IXEmissiestandaard als bedoeld in artikelen 3.2, eerste lid, onder c, 4.2, eerste lid, 4.3, eerste lid, 5.9, eerste lid, onder c, 5.13, eerste lid, onder c, 5.17, eerste lid, onder b Bijlage IX bevat de emissiestandaarden waarnaar wordt verwezen in diverse bepalingen in de verordening. De emissiestandaard wordt gekoppeld aan de soort aandrijving die het motorvoertuig heeft. Dit kan gaan om motorvoertuigen die rijden op dieselolie en motorvoertuigen die rijden op benzine of elektrische motorvoertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage XEmissiestandaard, als bedoeld in artikelen 6.1, eerste lid, onder b en 6.5, eerste lid, onder b Bijlage X bevat de emissiestandaard voor motorvoertuigen die gebruik maken van een vergunning voor autodelen. Deze emissiestandaard ligt hoger dan de emissiestandaard waaraan moet worden voldaan voor andere vergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage XITarieven experimenten Bijlage XI bevat de tarieven die zijn vastgesteld binnen de verschillende experimenten die gelden binnen de gemeente. De raad stelt deze tarieven vast en de experimenten zijn opgenomen in nadere regelgeving.</p></div>", "next": 0}