{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Opgemerkt moet hier worden dat hetgeen hier geregeld is bovenwettelijk is: het zogenaamde bezoekbaar maken valt niet onder de compensatieplicht van de Wmo omdat het hier niet gaat om het in staat stellen aan iemand een huishouden te voeren. Het gaat hier om het instaat stellen van met name bewoners van een AWBZ-instelling bij bijvoorbeeld de ouders op bezoek te gaan. Omdat het gaat om een bovenwettelijke voorziening geldt geen resultaatsverplichting. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft het bezoekbaar maken van de woning beperkt tot: het kunnen bereiken van de woonruimte; het kunnen bereiken van de woonkamer; het kunnen bereiken en gebruiken van één toilet(voorziening).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het gebruiken van een toiletvoorziening is ook gebruik van een losse toiletstoel inbegrepen. De eventueel noodzakelijke verstrekking van een tilvoorziening/transferhulpmiddel om de toiletvoorziening te kunnen gebruiken valt ook onder het begrip gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze beperking ziet vooral toe op situaties waarbij vanuit een aangepaste en geschikte woning verhuisd wordt naar een niet of minder aangepaste en geschikte woning. Voor alle woonvoorzieningen geldt als uitgangspunt dat deze alleen wordt verleend indien ze langdurig noodzakelijk zijn. Woonvoorzieningen die het gevolg zijn van een verhuizing vanuit een voor betrokkene geschikte woning en waarvoor dus geen (medische) noodzaak bestaat, zullen niet leiden tot de verstrekking van een woonvoorziening. Deze verhuizingen van adequaat naar inadequaat kunnen alleen leiden tot aanpassingen als daar een belangrijke reden voor is. Hierbij is aansluiting gezocht bij het door de gemeente gevoerde urgentiebeleid op medische gronden. De vraag is wat in dit verband onder \"andere belangrijke reden\" wordt verstaan. Dat zal vaak afhankelijk zijn van de omstandigheden van het individuele geval, maar daaronder kan o.a. verstaan worden het noodgedwongen aannemen van een andere functie (bijv. ten gevolge van werk, reorganisatie, afhankelijkheid van mantelzorg) op een zodanige afstand dat verhuizen noodzakelijk is. In deze uitzonderingssituaties wordt verwacht dat de cliënt vooraf contact opneemt met de gemeente, zodat de gemeente mee kan bepalen wat de meest adequate en zo goedkoop mogelijke oplossing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verhuizing moet gezocht worden naar de meest geschikte woning, gelet de omstandigheden van de cliënt. Van een cliënt mag verwacht worden dat hij/zij inspanningen verricht op het verkrijgen van een woning, die zoveel mogelijk is aangepast aan de (ergonomische) beperkingen en zich in verband hiermee tijdig en vooraf in verbinding stelt met de gemeente Aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten zijn gelimiteerd. Het college kan een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget verlenen voor het treffen van voorzieningen in een gemeenschappelijke ruimte indien zonder deze woningaanpassing de woonruimte voor de aanvrager ontoegankelijk is. Het kan dan gaan om de volgende voorzieningen: het verbreden van toegangsdeuren; het aanbrengen van elektrische deuropeners; het aanleggen van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw (mits de woningen in het woongebouw te bereiken zijn met een rolstoel); het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders en eventueel aanverwante aanpassingen zoals verhogen balustrade; het aanbrengen van een extra trapleuning bij een portiekwoning; het realiseren van een stalling voor een rolstoel of een scootmobiel bij de toegangsdeur van het woongebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere dan de limitatief opgesomde voorzieningen worden niet verstrekt. Wel kan besloten worden een verhuis- en (her)inrichtingskostenvergoeding te verstrekken in plaats van de gemeenschappelijke ruimtes aan te passen, indien verhuizen een adequate en goedkopere oplossing biedt dan aanpassen van o.a. de gemeenschappelijke ruimtes.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 23 lid 4 van de Verordening is bepaald dat een woonvoorziening kan worden verstrekt die betrekking heeft op het creëren van een oplaadpunt en/of stallingsruimte voor een elektrische rolstoel of een open elektrische buitenwagen (scootmobiel). In principe wordt bekeken waar de elektrische rolstoel of scootmobiel op een adequate wijze gestald kan worden. Er dient rekening gehouden te worden met de voorschriften van de brandweer in gebouwen. De voorziening mag een eventuele vluchtroute niet blokkeren. Bij een berging wordt uitgegaan dat elke huisgenoot één fiets moet kunnen stallen. Alle andere voorwerpen in de berging zullen verwijderd moeten worden als blijkt dat de berging de meest adequate en goedkope ruimte is om de voorziening te stallen. (zie ook 5.8.2) De toets of sprake is van een verhuizing of voorziening waarvan te voorzien was dat deze noodzakelijk zou zijn, komt neer op beantwoording van de vraag of gezien de leeftijd, gezinssituatie en woonomgeving sprake is van een algemeen gebruikelijke verhuizing en niet op beantwoording van de vraag of gezien de medische toestand van een persoon in dat geval de verhuizing voorzienbaar was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op dit punt wordt sterk aangesloten bij de eigen verantwoordelijkheid van de cliënten. Iemand die op grond van zijn/haar beperkingen als gevolg van ouderdom moet verhuizen, komt dus niet in aanmerking voor een vergoeding voor verhuis- of herinrichtingskosten of een woningaanpassing. Bijvoorbeeld: iemand woont al jaren in een eengezinswoning. Met het ouder worden zijn de problemen bij het traplopen in de loop der tijd, langzaam maar zeker toegenomen. Men had kunnen weten dat men wegens deze belemmeringen op een gegeven moment moet verhuizen of dat er ingrijpende woningaanpassingen moeten plaatsvinden om de ontstane belemmeringen op te heffen. Wachten tot het niet langer kan, gaat aan deze eigen verantwoordelijkheid voorbij en kan daarom aanleiding zijn tot afwijzing. Uiteraard vindt er zorgvuldig onderzoek en een gedegen afweging plaats, welke ten grondslag liggen aan het uiteindelijk te nemen Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontstaat een woonprobleem omdat de oudere plotseling in medische zin iets overkomt of omdat bestaande klachten in een korte tijd verergeren, waardoor een acuut probleem ontstaat, kan wel een woonvoorziening (onroerend, roerend, verhuiskostenvergoeding) worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewoners van AWBZ-instellingen konden op grond van artikel 2 lid 2 WVG geen aanspraak maken op woonvoorzieningen. De Wmo kent echter geen bepaling die AWBZ-bewoners uitsluit van woonvoorzieningen. Bij de beantwoording van de vraag of woonvoorzieningen moeten worden getroffen indien de belanghebbende verblijft in een AWBZ-instelling, is het van belang of de voorziening tot de outillagemiddelen van de AWBZ-instelling moet worden gerekend. Behoort de gevraagde (woon)voorziening tot de outillagemiddelen (ADL-hulpmiddelen) van de AWBZ-instelling, dan wordt geen voorziening verstrekt in het kader van de Wmo, maar dient de cliënt zich te wenden tot de AWBZ-instelling. Indien de voorziening niet behoort tot de outillagemiddelen, dan kan een beroep op de Wmo worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijvoorbeeld: in een instelling of tehuis met bewoners die bekend zijn met een lichte verstandelijke handicap maar die in het algemeen geen of weinig lichamelijke beperkingen kennen, behoort een tillift niet tot de outillagemiddelen. Verstrekking van een tillift op grond van de Wmo is dan mogelijk. Anders is dit bij instellingen of tehuizen waar zwaar lichamelijk gehandicapten verblijven. In dat geval mag van de instelling verwacht worden zelf over een tillift(en) of douchestoel(en) te beschikken waarvoor zij zelf een beroep kunnen doen op andere regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedereen woont naar inkomen. Wie een hoog inkomen heeft zal een groter huis kunnen bewonen dan iemand met een minimuminkomen. Het is niet realistisch hiermee bij de toekenning van voorzieningen (zowel woonvoorzieningen als hulp bij het huishouden als bijvoorbeeld vervoersvoorzieningen) rekening te houden. Een garage wordt niet aangepast. Uitzondering kan worden gemaakt als de garage gebruikt moet worden als stalling voor een scootmobiel, indien er geen andere of alleen duurdere oplossingen mogelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vocht en tocht komen in iedere woning voor. Het opheffen van allergene factoren of andere problemen die hun oorzaak vinden in de aard van de in of aan de woonruimte gebruikte materialen, valt niet onder de werkingssfeer van de Wmo. Dit houdt niet in dat belemmeringen die voortvloeien uit bij voorbeeld CARA niet op grond van de Wmo kunnen worden weggenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooral met bouwkundige of woontechnische woonvoorzieningen zijn doorgaans behoorlijke bedragen gemoeid. Daarbij kan het voorkomen dat het aanbrengen van de voorzieningen leidt tot een waardestijging van de woning (bijvoorbeeld in het geval van een aanbouw). Daartegen bestaat op zichzelf geen bezwaar. Er zijn echter situaties waarin de cliënt kort na het aanbrengen van de voorzieningen de woning weer verlaat. Betreft dit een huurwoning dan kan deze wellicht aansluitend of op een later moment opnieuw aan een persoon met beperkingen/problemen worden toegewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de woning daarentegen in eigendom van de cliënt dan zal verkoop aan een persoon met beperkingen/problemen slechts in uitzonderingsgevallen mogelijk zijn. Dat betekent enerzijds dat de voorzieningen verloren gaan en er dus vanuit gemeentelijk oogpunt gezien sprake is van kapitaalvernietiging. Anderzijds kan de verkoopopbrengst voor de belanghebbende/woningeigenaar hoger zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om bovenstaande effecten van een waardestijging van een woning enigszins te beperken, is in de Verordening het zgn. anti-speculatiebeding opgenomen (artikel 38). De cliënt dient in geval bij verkoop van de woning binnen 10 jaar na gereedmelding van de werkzaamheden van de aangebrachte voorzieningen een deel aan de gemeente terug te betalen. Hierbij geldt een afschrijving over een termijn van 10 jaar. De staffel voor de afschrijving staat vermeld in art. 7 lid 7 van het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het gaat om een resultaat dat uitsluitend via een uitbreiding van ruimten kan worden gerealiseerd, worden de volgende maximale aantallen vierkante meters aangehouden, tenzij medische noodzaak een ander maximum vergt. Het gaat dan om het maximaal te realiseren aantal vierkante meters, bestaand en uitbreiding tezamen genomen. Het betreft dus niet uitsluitend de uitbreiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soort vertrek Bij aanbouw (m2) Bij uitbreiding (m2) woonkamer 30 6 keuken 10 4 1 persoonsslaapkamer 10 4 2 persoonsslaapkamer 18 4 toiletruimte 2 1 badkamer -wastafelruimte 2 1 -doucheruimte 3 2 entree/hal/gang 5 2 berging 6 4 uitraasruimte 10 4 Artikel 17 van de Verordening regelt het primaat van de verhuizing. Dat wil zeggen dat als vast staat dat er sprake is van een woonprobleem/belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, eerst beoordeeld wordt of verhuizing naar een reeds geheel aangepaste woning, of naar een goedkoper en gemakkelijker aan te passen woning een oplossing is die in aanmerking komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn echter wel grenzen aan het hanteren van het primaat van de verhuizing, met name op het gebied van de woonlasten, het tijdsbestek waarbinnen een oplossing kan/moet worden gevonden en de verhouding tussen de besparing van de gemeente bij toepassing van het primaat en de negatieve gevolgen voor de cliënt. In alle gevallen zal een goed gemotiveerd Besluit worden genomen, waarin alle relevante factoren, in onderling verband, worden afgewogen. Als op verantwoorde wijze inhoud gegeven is aan toepassing van het primaat van de verhuizing, is daarmee een adequate oplossing geboden en heeft de gemeente aan haar compensatieverplichting voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet mogelijk een uitputtend overzicht te geven van alle mogelijke afwegingsfactoren die een rol kunnen spelen, omdat elke situatie weer anders is. Wel wordt hieronder in grote lijnen een overzicht gegeven van een aantal vaak voorkomende factoren, die afhankelijk van de situatie, een rol kunnen spelen bij de Besluitvorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociale omstandigheden waarmee rekening gehouden wordt, zijn de nabijheid van voor de cliënt belangrijke voorzieningen en de binding van de cliënt met de huidige woonomgeving. De aanwezigheid van vrienden, kennissen en familie in de nabijheid van de woning speelt met name een rol in het afwegingsproces indien er sprake is van niet uitstelbare/niet planbare (bijvoorbeeld toiletbezoek) en structurele mantelzorg. De sociale omstandigheden worden in het indicatieonderzoek zoveel mogelijk geobjectiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sociale factor zal bij woningaanpassingen minder zwaar wegen, als dicht in de buurt van de huidige woning een geschikte of goedkoper aan te passen woning kan worden gevonden. Als de beoogde nieuwe woning dicht bij belangrijke voorzieningen, zoals winkels en werkplek is gelegen, zal dat ook de beslissing in de richting van verhuizen beïnvloeden, bijvoorbeeld omdat dan ook minder andere voorzieningen (bijv. vervoer, zorg) nodig zijn. Als de cliënt zijn werk \"aan huis\" heeft (eigen bedrijf), worden de consequenties van verhuizing ook vanuit de bedrijfsmatige kant meegewogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De snelheid waarmee het woonprobleem kan worden opgelost speelt een rol in het afwegingsproces. Hierbij wordt altijd rekening gehouden met de prognose van de cliënt. In een aantal gevallen kan verhuizen het woonprobleem sneller oplossen, als er snel een geschikte aangepaste of eenvoudig aan te passen woning beschikbaar is. Het hele traject van het maken van een plan, het vragen van offertes, de uitvoering en de keuring vervalt dan of speelt een minder belangrijke rol. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat het aanpassen van een woning een snellere oplossing biedt als er niet binnen een bepaalde tijd een geschikte woning vrij komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente maakt een kostenafweging tussen het aanpassen van de huidige woonruimte enerzijds en verhuizen (inclusief eventuele aanpassingskosten in de nieuwe woonruimte) anderzijds. Daarbij worden de volgende kosten in elk geval meegenomen in de overwegingen: huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten van de reeds bewoonde woonruimte; kosten in de zin van kapitaalvernietiging vanwege eerder uitgevoerde woningaanpassingen of eerder verstrekte roerende woonvoorzieningen; van belang hierbij is ook hoe lang geleden de aanpassingen of voorzieningen zijn aangebracht en wat de aanpassingen gekost hebben; de hoogte van de financiële tegemoetkoming in de verhuis- en (her)inrichtingskosten; de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning; kosten van het eventueel vrijmaken van de nieuwe woning. Deze situatie doet zich voor indien een medebewoner van een persoon met beperkingen verhuist nadat bewoning door de persoon met beperkingen beëindigd is en de medebewoner in de aangepaste woning is blijven wonen; een eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving (zie ook ).</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente maakt een vergelijking tussen de woonlasten van de huidige en de mogelijke nieuwe woonsituatie. Als de cliënt eigenaar van de woonruimte is, zal een verhuizing of woningaanpassing andere gevolgen met zich meebrengen dan wanneer deze de woning huurt, met name in financiële zin. Een aantal aspecten zal pleiten voor het verkopen van de woning en verhuizen naar een huurwoning. Andere aspecten daarentegen zullen de balans naar het aanpassen van de eigen woning doen doorslaan. Alle relevante aspecten zullen bij de afweging door de gemeente in aanmerking worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Komt verhuizing niet in aanmerking, dan zal beoordeeld moeten worden welke (bouwkundige) aanpassingen noodzakelijk zijn. Hierbij geeft de Verordening nog een tweede primaat aan, te weten het primaat van de losse woonunit (artikel 18).</p>\n<p class=\"lf-p\">Om van dit primaat gebruik te kunnen maken moet uiteraard de mogelijkheid tot het plaatsen van een losse unit bestaan. Onder een losse woonunit wordt een verplaatsbare unit verstaan die tijdelijk kan worden ingezet. Zo'n unit kan een extra woonkamer of een complete slaapkamer met natte cel zijn in de vorm van een soort porto cabine. Maar een unit kan ook een natte cel betreffen die aan een tuindeur of keukendeur wordt gekoppeld. Daarbij zal het vaak zo zijn dat als er voldoende ruimte is voor het plaatsen van een losse unit er ook ruimte is voor het plaatsen van een aanbouw. Ook op dit punt geldt dat de wens van betrokkene een aanbouw te realiseren niet doorslaggevend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een losse woonunit kan een aantal voordelen hebben:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is snel een adequate oplossing voorhandenMet name voor bijvoorbeeld cliënten met een snel progressief ziektebeeld (bijvoorbeeld een spierziekte) kan snelheid van groot belang zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De losse woonunit kan worden hergebruiktEr is bij hergebruik geen sprake van kapitaalvernietiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook bij het toekennen van een losse woonunit staat het resultaat centraal, dat wil zeggen dat beoordeeld zal moeten worden of de losse unit de problemen bij het normale gebruik van de woning voldoende oplossen. Ook op dit punt zal weer een zorgvuldige afweging gemaakt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In principe zal de oplossing in de vorm van een losse woonunit gelijk zijn aan een aanbouw. Het verschil zal primair gelegen zijn in het gegeven dat de woning niet blijvend van een aanbouw voorzien zal zijn. Indien er sprake is van een verwachte tijdelijke noodzaak (minder dan 5 jaar) ligt het plaatsen van een losse unit meer voor de hand dan een aanbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inzetten van een losse woonunit is niet altijd goedkoper dan het verstrekken van een woonvoorziening in de vorm van een aanbouw. Bij de inzet van een unit dient naast de huur- of koopprijs rekening te worden gehouden met opslagkosten, vergunningskosten, transportkosten, fundatiekosten, nutsvoorzieningen, plaatsingskosten en de bouwkundige kosten voor de sluis of aansluiting. Indien de unit niet meer nodig is, behoren verwijderingkosten en kosten voor het terugbrengen van de woning in de oude staat eveneens tot de kosten. Deze kosten komen bij elke verplaatsing terug.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de beschikking wordt vastgelegd dat – als de unit niet meer nodig is – dit aan de gemeente gemeld dient te worden. De gemeente kan er dan zorg voor dragen dat de unit verwijderd wordt en de woning in de oude staat wordt teruggebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is een losse unit niet mogelijk of is de aanpassing niet zodanig dat deze afweging gemaakt kan worden, dan kan de stap naar de al dan niet bouwkundige aanpassing worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Valt de afweging uit in het voordeel van verhuizing, dan gaat de verhuis- en (her)inrichtingskosten vergoeding een rol spelen. Deze wordt in de vorm van een financiële tegemoetkoming (forfaitaire vergoeding) toegekend (artikel 22 lid 4 Verordening). Dit is in drie situaties mogelijk aan de orde:</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt gaat vanwege problemen met het normale gebruik van de huidige woning verhuizen naar een adequate woning en er is geen sprake van voorzienbaarheid van de situatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt vraagt een woonvoorziening aan in de vorm van een woningaanpassing, maar na onderzoek blijkt verhuizing de meest adequate en zo goedkoop mogelijke oplossing te zijn voor het woonprobleem. Ook mogelijk is dat de desbetreffende woning niet kan worden aangepast;</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van het vrijmaken van een aangepaste woning door een persoon die in een dergelijke woning woont. Deze situatie doet zich voor indien een medebewoner van een persoon met beperkingen verhuist nadat bewoning door de persoon met beperkingen beëindigd is en de medebewoner in de aangepaste woning is blijven wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en (her)inrichting is bedoeld als meest adequate en zo goedkoop mogelijk alternatief voor een dure woningaanpassing in gevallen waarin die verhuizing niet algemeen gebruikelijk is, gelet op leeftijd, gezin- of woonsituatie. Verhuizingen wegens gezinsuitbreiding of om als jongvolwassene zelfstandig te gaan wonen zijn in beginsel algemeen gebruikelijk, evenals voorspelbare verhuizingen van senioren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor verhuizingen naar AWBZ-instellingen of andere zorginstellingen wordt geen financiële tegemoetkoming verstrekt, evenmin als voor verhuizingen naar woningen die niet geschikt of bestemd zijn voor permanente bewoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verhuis- en (her)inrichtingskostenvergoeding kan verstrekt worden wanneer er sprake is van ondervonden belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, die door middel van een verhuizing op de meest adequate en zo goedkoop mogelijke wijze kunnen worden opgelost. Deze eis wordt niet gesteld als het gaat om een verhuizing naar een ADL-woning/Fokuswoning (waarvoor dus wel in aanmerking gekomen kan worden voor verhuis- en (her)inrichtingskosten) en evenmin in situaties waarin het er om gaat een persoon buiten de Wmo-doelgroep een aangepaste woning te laten vrijmaken (artikel 22 lid 3 Verordening). In dit laatste geval bestaat er overigens enkel aanspraak op een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en (her)inrichtingskosten, indien het vrijmaken van de woning op verzoek van de gemeente gebeurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om voor een verhuiskostenvergoeding in aanmerking te komen dient de cliënt ingeschreven te staan in de gemeentelijke basisadministratie. Verhuist de cliënt vanuit een andere gemeente, dan behoort de verhuiskostenvergoeding tot de compensatieplicht van de vertrekgemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een verhuiskostenvergoeding wordt verstrekt zal in de beschikking een termijn worden opgenomen waarbinnen de cliënt verhuisd dient te zijn, met een maximum van een jaar. Deze termijn wordt vastgesteld aan de hand van de medische indicatie. Indien niet binnen deze termijn is verhuisd en er was wel een woning voorhanden, dan vervalt het recht op de verhuiskostenvergoeding. De cliënt moet kunnen aantonen dat hij daadwerkelijk gezocht heeft op de huizenmarkt en gereageerd heeft op geschikte woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente verstrekt een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en (her)inrichtingskosten, indien de aanvraag tenminste 4 weken voordat de verhuizing heeft plaatsgevonden, is ingediend. Dit heeft te maken met het feit dat de gemeente in staat moet worden gesteld een afweging te maken tussen de mogelijkheid van aanpassing van de huidige woning en verhuizing naar een nieuwe woning. Wordt dit nagelaten dan kan het voorkomen dat de cliënt reeds is verhuisd naar een andere woning, die echter in onvoldoende mate ergonomische beperkingen opheft. Indien achteraf niet kan worden vastgesteld dat er problemen bij het normale gebruik van de woning werden ondervonden in de verlaten woning, dan wel dat het niet meer mogelijk is een goede afweging te maken tussen aanpassen of verhuizen, wordt geen verhuiskostenvergoeding verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op het beleid dat geen verhuiskostenvergoeding wordt toegekend wanneer de verhuizing heeft plaats gevonden voordat de aanvraag is ingediend, worden ook geen aanpassingen vergoed indien de werkzaamheden m.b.t. een woningaanpassing al een aanvang hebben genomen voordat de gemeente een Besluit heeft genomen over de toekenning ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bepaalde gevallen kan het echter nodig zijn dat de cliënt snel moet beslissen bijvoorbeeld omdat anders de woning aan een andere woningzoekende wordt toegewezen. In geval van spoed dient de cliënt zich te allen tijde vooraf te wenden tot de gemeente. Vergoeding van een voorziening wordt afgewezen indien niet meer achterhaald kan worden of de aangebrachte voorziening noodzakelijk, adequaat en passend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woonvoorziening moet allereerst het normale gebruik van de woning betreffen, met uitzondering van de mogelijkheid tot een uitraasruimte (zie 4.11). Zoals reeds gememoreerd in omvat het normale gebruik van de woning de elementaire woonfuncties. Dat wil zeggen die activiteiten die de gemiddelde Nederlander in zijn woning in elk geval verricht. Het gaat hierbij om slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel en het zich horizontaal en verticaal verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daar het veilig kunnen spelen in de woning bij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het feit dat alleen problemen bij het normale gebruik van de woning worden gecompenseerd, houdt in dat geen rekening wordt gehouden met voorzieningen met een therapeutisch doel (bijvoorbeeld een dialyseruimte of een ruimte voor therapeutisch baden). Soms zullen deze voorzieningen vergoed worden vanuit de Zorgverzekeringswet, soms zal men de therapeutische effecten ook kunnen bereiken door de therapie elders te ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenmin wordt rekening gehouden met problemen die een incidenteel karakter hebben, dan wel voorzieningen die puur als noodvoorziening dienen. Ook ten behoeve van het gebruik van hobbyruimtes en studeerkamers worden geen compenserende woonvoorzieningen getroffen, aangezien het hierbij niet gaat om ruimten met een elementaire woonfunctie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een indicatiestelling voor woonvoorzieningen wordt integraal beoordeeld in hoeverre hulp bij het huishouden en AWBZ-functies kunnen voorzien in respectievelijk compensatie en oplossing van de ondervonden woonproblematiek. Daarbij is uitgangspunt dat het resultaat – als dat binnen redelijke grenzen mogelijk is – bij voorkeur zelf bereikt moet kunnen worden. Als iemand in staat is een maaltijd klaar te maken voor zichzelf en het gezin en dat naar verwachting nog jaren kan doen, zal een aangepaste keuken de voorkeur verdienen boven een maaltijdvoorziening of hulp bij het bereiden van maaltijden. Dit kan anders zijn als het gaat om een alleenstaande oudere die geen plezier meer heeft in het koken: dan kan maaltijdvoorziening juist een heel goede oplossing zijn. Hetzelfde geldt voor de lichaamsreiniging. Uitgangspunt is dat men zichzelf kan douchen. Maar wie terminaal is zal wellicht voor korte tijd op bed gewassen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder wordt beoordeeld in hoeverre de problematiek kan worden opgelost door redelijkerwijs te vergen inspanningen van huisgenoten, inclusief het treffen van redelijkerwijs te vergen oppasmaatregelen van ouders. Ten slotte wordt rekening gehouden met algemeen gebruikelijke oplossingen als een andere organisatie van taken en een herschikking van de inrichting dan wel wijziging van de opstelling van inrichtingselementen in de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Of de cliënt in aanmerking komt voor een losse (roerende) of een vaste (onroerende) woonvoorziening, hangt af van de (bouwkundige) situatie van de woning en van de ondervonden beperkingen en belemmeringen. Het gaat bij losse woonvoorzieningen bijvoorbeeld om tilliften, badliften, toiletstoelen, douchestretchers, badtransfer-planken. Waar mogelijk zal uit oogpunt van herbruikbaarheid gekozen worden voor verstrekking van losse woonvoorzieningen. De losse woonvoorziening moet voorzien in een oplossing voor een elementaire woonfunctie, die eventueel ook kan worden geboden door middel van een bouwkundige voorziening. Meestal zal de losse voorziening een adequaat en goedkoper alternatief zijn voor een vaste voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Men kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor woningsanering die als gevolg van allergie, astma of chronische bronchitis (CARA) noodzakelijk zijn. Sanering is slechts mogelijk als een duidelijke diagnose is gesteld door de huisarts of de longarts en er een saneringsrapport is van de CARA/longverpleegkundige. De noodzaak voor het verstrekken van een vergoeding, wordt mede in relatie tot het leefpatroon en leefregels, de gehele woninginrichting en ventilatiemogelijkheden en gedrag bepaald. Verwacht wordt dat de cliënt zich bij de aanschaf van nieuwe materialen aan het programma van eisen voor de woninginrichting zal houden. Ook mag verwacht worden dat betrokkene zelf maatregelen treft ter voorkoming van CARA-klachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de regel kan een vergoeding worden verstrekt indien: de cliënt bij de aanschaf niet van tevoren had kunnen weten dat CARA zou ontstaan; vervanging van het artikel medisch gezien op zeer korte termijn noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen vergoeding wordt verstrekt indien: de diagnose meer dan 1 jaar geleden is gesteld; er al eerder een vergoeding voor woningsanering is verstrekt; het treffen van een voorziening niet tot verbetering van de situatie van de cliënt zal leiden; de cliënt bij aanschaf van het artikel redelijkerwijs had kunnen weten dat hij overgevoelig op bepaalde stoffen reageert; de afschrijvingstermijn van de stoffering is verstreken. De afschrijvingstermijn hiervoor is gesteld op 7 jaar. Indien het artikel 7 jaar of ouder is, wordt geen vergoeding verstrekt; de cliënt verhuist naar een andere woning. Bij verhuizing moet de woning opnieuw worden ingericht en hierbij kan rekening worden gehouden met de ondervonden klachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In principe gaat het bij woningsanering om het vervangen van de vloerbedekking en de gordijnen in de woonkamer en de slaapkamer. De reden hiervoor is dat redelijkerwijs verwacht kan worden dat dit de vertrekken zijn waar cliënt een relatief lange periode achtereen verblijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">BedragenHet normbedrag voor woningsanering staan vermeld in artikel 7 lid 3 van het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In die gevallen waarin de cliënt tijdens het aanbrengen van de woonvoorzieningen niet in de woonruimte kan blijven wonen en om deze reden tijdelijk naar een andere woonruimte moet uitwijken, kan de gemeente voor de periode dat dit noodzakelijk is een voorziening voor tijdelijke huisvesting verstrekken. Ook als, in verband met aanpassingen aan een woning waarnaar een cliënt gaat verhuizen, hij/zij de huidige woning langer moet aanhouden, kan dat reden zijn voor de gemeente om een voorziening voor tijdelijk huisvesting te verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om voor deze voorziening in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan zijn woning tijdelijk niet bewonen als gevolg van een noodzakelijke woningaanpassing; en kan redelijkerwijs niet voorkomen dat hij als gevolg van deze aanpassing, dubbele woonlasten heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze voorziening wordt verstrekt voor de periode waarin de cliënt dubbele woonlasten heeft met een maximum van zes maanden. De voorziening voor tijdelijke huisvesting wordt verleend in de vorm van een (gemaximeerde) financiële tegemoetkoming. De maximale hoogte van de tegemoetkoming is vastgelegd in artikel 7 lid 5 van het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanpassen van woningen brengt vaak hoge kosten met zich mee. De gemeente heeft er daarom belang bij om eenmaal aangepaste rolstoelgeschikte woningen blijvend beschikbaar te houden voor mensen met een beperking of probleem. Het kan voorkomen dat een woning die vrij komt niet direct verhuurd kan worden aan andere cliënten omdat er op dat moment geen cliënt is voor wie de woning geschikt is. Niettemin kan het verstandig zijn om de betreffende woning toch beschikbaar te houden. Ter compensatie van de huurderving kan de gemeente aan de verhuurder een voorziening verstrekken voor de duur van maximaal 12 maanden om het verlies aan huurinkomsten te compenseren. Dit betreft alleen de kale huur.</p>\n<p class=\"lf-p\">In beginsel zal de gemeente zo weinig mogelijk voorzieningen uit woningen verwijderen. Aangepaste huurwoningen die vrijkomen zullen zoveel mogelijk opnieuw worden toegewezen aan een andere cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college verleent slechts een financiële tegemoetkoming in de kosten van het verwijderen van woonvoorzieningen indien: de woning langer dan twaalf maanden leeg staat en; niet bekend is dat binnen drie maanden een kandidaat zich voor de woning zal aanmelden en; de aanpassingen zo specifiek zijn dat het door de aanwezigheid van de voorzieningen niet mogelijk is om de woning aan een niet gehandicapte te verhuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen woonvoorzieningen geschikt voor hergebruik worden door de gemeente verwijderd, schoongemaakt en/of opgeknapt, in depot geplaatst en later elders ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzondering op het beginsel dat woonvoorzieningen worden verstrekt ter compensatie van problemen bij het normale gebruik van de woning vormt de uitraaskamer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitraasruimte is een ruimte die kan worden gedefinieerd als een verblijfsruimte, waarin een persoon die tengevolge van een beperking in de vorm van een ernstige gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op de beperking, de gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, zal de ruimte in de regel beperkt van omvang zijn. Aanwezige voorzieningen zijn gericht op het doel van de uitraaskamer, het tot rust laten komen. Doorgaans zal de ruimte daarom prikkelarm en veilig moeten zijn, en tevens zijn uitgerust met voorzieningen die toezicht mogelijk maken, voor zover dat geen technische apparatuur betreft. Op basis van deskundigenadvies (met name een advies van een onafhankelijk psycholoog of orthopedagoog kan van belang zijn) zal op individuele basis worden vastgesteld of er een noodzaak bestaat voor een uitraasruimte en aan welke eisen deze moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar mogelijk zullen bestaande ruimten worden aangepast, bijvoorbeeld de slaapkamer van de persoon voor wie de uitraaskamer nodig is. Soms kan een cliënt zo gewelddadig zijn dat hij het risico loopt zichzelf te verwonden. Een uitraaskamer dient dan aan speciale veiligheidseisen te voldoen. Hierbij kan gedacht worden aan: een verankerd bed; veiligheidsglas of tralies voor de ramen; afsluitbare deuren; een zachte wand en/of vloerbedekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle woningaanpassingen die nodig zijn om een ruimte veilig genoeg te maken om als uitraaskamer dienst te doen, vallen binnen de verstrekkingmogelijkheden. Losse meubels, muziek(installaties), spreek-luisterverbindingen, videobewakingssystemen en inrichtingselementen vallen daar buiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">NB De uitraasruimte is dus uitdrukkelijk niet bedoeld om overlast voor huisgenoten te beperken, hoewel dat wel een mogelijk (positief) neveneffect kan zijn van de verstrekking. Vandaar dat geluidsisolatie om overlast voor medebewoners te verminderen niet onder de noodzakelijke elementen van een uitraaskamer valt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval men verhuist zonder dat hier op grond van ergonomische beperkingen aanleiding toe is, wordt gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. De gemeente verstrekt woonvoorzieningen in principe voor langdurig gebruik. Dit betekent dat een eventuele aanpassing van de nieuwe woning door de cliënt zelf gefinancierd moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen cliënten die verkeren in een overmacht situatie waardoor het noodzakelijk is dat zij verhuizen, kunnen opnieuw voor een woningaanpassing of het aanbrengen van roerende woonvoorzieningen in aanmerking komen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een noodzakelijke verhuizing in verband met werkaanvaarding van de cliënt of partner of overlijden van een partner waardoor de cliënt niet langer in staat is de woning te betalen of te onderhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze bepaling wordt voorkomen dat woningaanpassingen moeten worden vergoed aan personen die met voorbedachte rade en zonder dat er sprake is van overmacht of noodzaak, verhuizen naar een inadequate woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor personen met een beperking die in een aangepaste woning wonen moet het wel mogelijk zijn om een normale “wooncarrière” door te maken, ook als er wordt verhuisd van een adequate naar een minder- of inadequate woning. Hierbij gelden uiteraard wel voorwaarden: deze wijziging is geen vrijbrief om zomaar naar elke zeer ongeschikte woning te verhuizen. Er mag verwacht worden dat tijdig gezocht is/wordt naar de meest geschikte woning en dat dit ook te onderbouwen is en verder mag verwacht worden dat voordat tot koop of huur overgegaan wordt, tijdig overleg met de gemeente wordt gevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitgangspunten en de gevallen waarin een voorziening aan een woonwagen of een woonschip kan worden aangebracht zijn in principe gelijk aan die van woningen. Gezien de kenmerken van deze woonruimten worden er nadere voorwaarden gesteld (art. 30, 31, 32 en 33 van de Verordening). Indien de technische levensduur van de woonwagen of woonschip minder is dan vijf jaar, dan wel de standplaats van de woonwagen binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt, wordt geen vergoeding verstrekt. De tegemoetkoming wordt verstrekt aan de eigenaar van de woonwagen of het woonschip.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 4 van de Wmo dient de gemeente voorzieningen te treffen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die een persoon in staat stellen “…zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel…”</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder lokaal dient de directe woon- en leefomgeving verstaan te worden. Omdat dit slechts beperkt is en vervoersbehoeften ook buiten de directe woon- en leefomgeving bestaan, hoort ook bij de compensatieplicht dat er aansluiting geboden wordt op systemen die bovenregionaal vervoer bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wie daar gebruik van kan maken is dat het reguliere openbaar vervoer, zoals bijvoorbeeld de spoorwegen met de mogelijkheden van begeleiding daarin, voor anderen die niet van de trein gebruik kunnen maken kan dat Valys zijn. Concreet betekent dit dat een station van NS met dienstverlening bereikbaar moet zijn en dat de omvang van het gemeentelijk systeem afgestemd moet zijn op de mogelijkheden van Valys. Cliënten moeten in staat gesteld worden om tenminste 1500 kilometer op jaarbasis af te kunnen leggen met de combinatie van voorzieningen die wordt verstrekt, met een uitloop (bandbreedte) van 500 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">De compensatieverplichting kan gerealiseerd worden door voor iedereen beschikbare middelen ook voor personen met een beperking bruikbaar te maken, zoals door middel van lage vloerbussen, door een collectief vervoersysteem dat van deur tot deur vervoer biedt, of door specifieke voorzieningen beschikbaar te stellen, zoals aangepaste fietsen. Indien men wel een eigen auto bezit maar deze regelmatig niet beschikbaar is of indien men daar niet zelfstandig gebruik van kan maken kan men ook in aanmerking komen voor het collectief aanvullend vervoer (CAV) om op deze manier toch zelfstandig te kunnen reizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De compensatie van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen te verstrekken voorziening kan bestaan uit een algemene voorziening, een collectieve vervoersvoorziening, een voorziening in natura, een pgb of een financiële tegemoetkoming. Dit betekent dat er naast voorzieningen in natura en financiële tegemoetkomingen of persoonsgebonden budgetten ten behoeve van vervoersvoorzieningen ook algemene vervoersvoorzieningen toegekend kunnen worden. Uit artikel 41 van de Verordening blijkt dat er een primaat ligt bij die algemene voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene voorzieningen zijn voorzieningen die een probleem snel en effectief op kunnen lossen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene voorzieningen op het terrein van de vervoersvoorzieningen moeten veelal nog ontwikkeld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeente Capelle aan den IJssel kan de Boodschappenplusbus en het vrijwilligersvervoer via de ANBO gezien worden als algemene vervoersvoorziening. Deze zijn echter alleen geschikt voor cliënten met een zeer beperkte vervoersbehoefte. Daarbij bieden beide geen mogelijkheid voor zittend rolstoelvervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De compensatieplicht voor vervoer is in beginsel gericht op het sociaal vervoer, ook wel “vervoer in het kader van het leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving” genoemd. Het gaat in de Wmo in beginsel om verplaatsingen die de gemiddelde Nederlander in zijn/haar eigen woonomgeving maakt, zoals vervoer om boodschappen te doen, vrienden en familie te bezoeken, vervoer naar clubs, vervoer van en naar vrijwilligerswerkzaamheden en sociaal-culturele instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen die worden aangevraagd om zich buiten de eigen leefomgeving te kunnen verplaatsen of om voorzieningen mee te nemen, zoals aanhangers en oprijdplaten voor het meenemen van scootmobielen of een meeneembare scootmobiel, vallen dan ook niet onder de compensatieplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder het leven van alledag kunnen allerhande activiteiten vallen. Het gaat om activiteiten op het maatschappelijke en sportieve vlak die zich met regelmaat voordoen. Activiteiten in de directe woonomgeving van de aanvrager zoals boodschappen doen, familiebezoek, naar de biljartvereniging, naar de kerk, naar een cursus, een dagje winkelen, bezoeken van huisarts, tandarts en bijvoorbeeld paramedici. Allemaal zaken die iemands leven volledig maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In uitzonderlijke gevallen kan ook het vervoer t.b.v. frequente bezoeken van specialisten en ziekenhuisonderzoek tot de compensatieplicht behoren (zie 5.3.5). Hierbij dient ten minste te worden afgewogen of het zogenaamde zittend ziekenvervoer in het kader van de zorgverzekeringswet geen adequate oplossing biedt. Daarnaast dienen uiteraard de algemene voorzieningen, met name het vervoer van de ANBO, afgewogen te worden. Tot slot wordt onder frequent verstaan, dat de cliënt meerdere keren per jaar (bijvoorbeeld maandelijks) en structureel voor onderzoek of controle naar het ziekenhuis/specialist moet. Dit betekent dus niet dat er een indicatie bestaat voor vervoer, als het vervoer zich alleen richt op tweejaarlijkse controle bij een specialist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook vervoer in het kader van vrijwilligerswerk valt in tegenstelling tot de Wvg wel onder de compensatieplicht van de Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieve verplaatsingen kunnen deel uitmaken van het dagelijkse patroon van het leven van alledag. In dat geval wordt met het treffen van een Wmo-vervoersvoorziening ook met deze bestemmingen rekening gehouden. Een vervoersvoorziening die uitsluitend wordt aangevraagd met het oog op recreatie en ontspanning, wordt echter niet in het kader van de Wmo verstrekt. Te denken valt hierbij aan bewoners van een AWBZ-instelling die de voorziening uitsluitend aanvragen om het vervoer van het jaarlijkse uitje te kunnen bekostigen/regelen. Dit vervoer dient de instelling uit het daarvoor beschikbare budget te bekostigen. Sportvoorzieningen worden niet gerekend tot recreatieve voorzieningen. Deze kunnen worden verstrekt als deze nodig zijn om door te sporten medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan of te behouden (zie ook 6.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van aanspraken op vervoersvoorzieningen wordt geen rekening gehouden met vervoersbehoefte in verband met werk en/of het volgen van onderwijs. Voor mensen die in dienstbetrekking werken en mogelijk voor zelfstandigen zijn er voorliggende voorzieningen, zoals het leerlingenvervoer op grond van de onderwijswetgeving, de voormalige Wet-Rea-voorzieningen die zijn overgeheveld naar WAO/WIA, Wajong, Waz en ZW. Deze regelingen worden uitgevoerd door het UWV. Werknemers die werkzaam zijn in de sociale werkvoorzieningen (Wsw) kunnen voor woon-werkverkeer op basis van de CAO-Wsw een beroep doen op hun werkgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan cliënten voor wie vervoer via het UWV is geregeld wordt geen vervoersvoorziening verstrekt in het kader van de Wmo. Een cliënt kan dan voor vervoer voor sociale doeleinden ook een aanvraag doen bij het UWV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vervoer naar bijvoorbeeld dagopvang of dagverzorging valt in principe niet onder de Wmo-compensatieplicht. Veelal zal dit door de AWBZ vergoed worden en dan geldt artikel 2 Wmo. Medische noodzaak, het al dan niet (overwegend) therapeutische karakter van de dagopvang en de erkenning/financiering van de dagopvang op basis van de AWBZ spelen volgens de jurisprudentie een rol. Heeft de dagopvang een overwegend therapeutisch karakter, of wordt die erkend of gefinancierd in AWBZ-kader, dan is er aanleiding om het vervoer in verband daarmee niet te beschouwen als vervoer in het kader van het leven van alledag. De AWBZ zal dan verantwoordelijk zijn voor het vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als gemeenten (of anderen) dagopvang opzetten dan betreft het vervoer van en naar deze dagopvang verplaatsingen die niet onder de AWBZ vallen. Deze hebben dan duidelijk tot doel mensen te laten meedoen, zodat die verplaatsingen onder de compensatieplicht van de Wmo vallen. Aanvragen voor vervoersvoorzieningen met dit doel zullen daarom kritisch moeten worden beoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is een gelijke compensatieplicht voor AWBZ-bewoners en voor overige bewoners van de gemeente. De reguliere compensatieplicht voor vervoer houdt in dat er in beginsel compensatieplicht is voor regionaal vervoer voor AWBZ-bewoners, en slechts bij wijze van uitzondering - bij dreigende vereenzaming - compensatieplicht voor bovenregionaal vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatief vervoer voor AWBZ-bewoners vanuit het ouderlijk huis valt niet onder de Wmo-compensatieplicht (dus indien bewoner in het weekend logeert bij ouders en vanuit het ouderlijk recreatief vervoer wenst).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder is het uitgangspunt dat bovenregionaal weekendvervoer van en naar het ouderlijk huis niet onder de compensatieplicht valt tenzij er aangetoond kan worden dat er een dreigend sociaal isolement optreedt. Voor wat betreft de frequentie wordt in de Wvg-jurisprudentie uitgegaan van bezoek om en om, dus de ene week bezoek van ouders aan de instelling, de andere week bezoek van de AWBZ-bewoners aan het ouderlijk huis. Dit wordt ook in deze beleidsregels gehanteerd als richtlijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een algemene voorziening niet beschikbaar is of geen voldoende oplossing biedt, geldt het primaat van het collectief vervoer. Ingevolge dit primaat komt een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek het openbaar vervoer niet kan bereiken of geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer en zelf geen andere oplossing voorhanden heeft– indien dit medisch mogelijk is – in aanmerking voor collectief vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bereikbaarheid van het openbaar vervoer: Men wordt geacht niet in staat te zijn het openbaar vervoer te kunnen bereiken indien de aanvrager niet in staat is 400 meter of meer zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo (binnen 10 minuten) te lopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van het openbaar vervoer:Men wordt geacht niet in staat te zijn van het openbaar vervoer gebruik te kunnen maken indien (niet limitatief): (aansluitend aan het bereiken van het openbaar vervoer) de aanvrager niet in staat is 10 minuten te wachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet mogelijk is om op een adequate manier in en uit het openbaar vervoer te kunnen stappen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er sprake is van een ernstige incontinentie waarbij het reguliere incontinentie materiaal niet adequaat is, ondersteund door een medisch advies;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er sprake is van een psychische aandoening die uitbehandeld is en/of gedragsstoornissen waarbij men geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, ondersteund door een medisch advies;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er vanwege gedragstoornissen bij kinderen ernstige problemen ontstaan bij het gebruik van het openbaar vervoer, ondersteund door een medisch advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een veel voorkomende reden om een aanvraag voor het collectief aanvullend vervoer in te dienen is de angst van ouderen om in de avonduren gebruik te maken van het openbaar vervoer. Dit is geen reden om collectief vervoer toe te kennen. Het op een veilige manier bereikbaar maken en gebruiken van het openbaar vervoer is een verantwoordelijkheid van de openbare orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van de vervoersbehoefte wordt in beginsel uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving. De directe woon- en leefomgeving kan het beste beschreven worden in te bereiken bestemmingen. Overeenkomstig de voorzetting van het voormalige Wvg-beleid heeft de gemeente een compensatieplicht voor vervoer binnen de gemeentegrenzen en de regio. Onder regionaal vervoer wordt een afstand van ca.15 tot 20 kilometer vanaf het woonadres verstaan, hetgeen overeen met ongeveer vijf OV-zones.</p>\n<p class=\"lf-p\">De chauffeur is verantwoordelijk voor het vervoer van de cliënt vanaf de voordeur van diens woning (bij een flat, de voordeur van het flatgebouw) tot aan de voordeur van de plaats van bestemming. De chauffeur is geen begeleider, zelfs al heeft hij (deels) begeleidende taken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medische en (psycho)-sociale begeleidingTijdens de rit is het echter heel goed mogelijk dat medische begeleiding vereist is. In een dergelijke situatie kan de cliënt één begeleider gratis mee laten reizen. Als er een indicatie is voor begeleiding op medische en/of (psycho)sociale gronden tijdens het vervoer van de cliënt, dan komt dit in de beschikking te staan en wordt de vervoerder hiervan op de hoogte gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De criteria voor medische en (psycho)sociale begeleiding zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is medische zorg noodzakelijk tijdens de rit, bijvoorbeeld het moeten toedienen van medicatie (oraal) of het bedienen van medische apparatuur, en/of;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er sprake is van aantoonbare gedragsproblemen of angst bij de cliënt die door de begeleiding weggenomen of verminderd wordt, en/of;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is tijdens de rit ADL-hulp noodzakelijk; dit zijn eenvoudige verzorgende handelingen, zoals bijv. het afvegen van mond en neus bij een gestoorde handfunctie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamer tot kamer vervoer Voor cliënten met een (ernstige) lichamelijke beperking die niet afhankelijk zijn van begeleiding tijdens de rit, kan kamer tot kamer vervoer worden geïndiceerd. Dit betekent dat de cliënt wordt opgehaald bij de kamerdeur in plaats van de voordeur. De cliënt wordt vervolgens ook binnen gebracht op de plaats van bestemming. De criteria voor kamer tot kamer vervoer zijn: persoon kan niet zelfstandig de voordeur aan de straat bereiken en/of persoon kan niet zelfstandig de voordeur van het bezoekadres bereiken en er is geen (medische) noodzaak voor begeleiding tijdens de rit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij veel AWBZ-instellingen (bijvoorbeeld gezinsvervangende tehuizen) behoort het begeleiden van de bewoners bij vervoer buitenshuis tot de taak van de instelling. In de praktijk blijkt begeleiding een lastige zaak, aangezien er te weinig personeelsleden zijn om dit te verzorgen. Dit probleem komt steeds terug. Het resultaat is vaak dat de Wmo - ten onrechte - als vangnet wordt beschouwd. Indien zonder meer zou moeten worden aangenomen dat de instelling niet kan begeleiden, dan zou dit ertoe kunnen leiden dat de instelling zijn taak gaat verzaken. Dit leidt tot een ongewenste verschuiving naar de Wmo. Het is dus aan de (vertegenwoordiger van) de cliënt om aan te voeren en zo nodig aan te tonen, dat de instelling er alles aan heeft gedaan om de begeleiding te bieden, maar dat dit niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Pas dan kan er sprake zijn van een aanspraak op een vervoersvoorziening in het kader van de Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager heeft een contra-indicatie voor CAV in de volgende situaties: incontinentie voor faeces; infectiegevoeligheid; als het reizen met anderen extra infectiegevaar oplevert en daardoor gezondheidsschade kan ontstaan; aantoonbare fobische klachten waarvoor geen behandelingsoptie is; ernstige, aantoonbare bronchiale hyperreactiviteit, waarbij de benauwdheid erger wordt door luchtjes van andere passagiers en de eventuele aanwezigheid van (geleide-)honden; relatief frequente (één tot twee keer per week) insulten bij optimaal ingestelde epilepsie; als de cliënt maar minder dan één uur zonder verzorging kan reizen; sociaal storend gedrag (agressie, onrust, etc.) dat ook een eventuele begeleider niet kan voorkomen of corrigeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen met een beperking die moeilijkheden ondervinden bij het bereiken van een bestemming bij hen in de buurt, kunnen indien het collectief vervoer onvoldoende of geen oplossing biedt, in aanmerking komen voor een ander vervoermiddel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze andere vervoersmiddelen kunnen verstrekt worden in natura, in de vorm van een financiële tegemoetkoming of een Pgb.</p>\n<p class=\"lf-p\">VervoersbehoefteOm in aanmerking te kunnen komen voor een scootmobiel moet er sprake zijn van een behoefte/noodzaak om zich zelfstandig te kunnen verplaatsen in de eigen woonomgeving (binnen ca. 1500 meter van de woning). Daarnaast wordt ook meegewogen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarvoor de cliënt de scootmobiel wil gebruiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwachte frequentie van het gebruik;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het sociale leven van de cliënt en de mogelijkheid hieraan zelfstandig te blijven deelnemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De (mogelijke) gevolgen van het niet toekennen van de scootmobiel;</p>\n<p class=\"lf-p\">De mogelijke alternatieven, zoals het CAV, een vervoerskostenvergoeding of een handbewogen rolstoel (als vervoersvoorziening); is het CAV wel of niet afdoende om het vervoersprobleem op te lossen. Kan een scootmobiel een passende aanvulling zijn?</p>\n<p class=\"lf-p\">De scootmobiel moet wezenlijk bijdragen tot het opheffen van verplaatsingsbelemmeringen van de cliënt;</p>\n<p class=\"lf-p\">VoorwaardenOm voor een scootmobiel in aanmerking te kunnen komen, gelden de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt is rijgeschikt, heeft voldoende visus, cognitieve vermogens en dergelijke om de scootmobiel te bedienen c.q. het verkeer in te schatten;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan zelfstandig een overstap tussen twee (vervoer)middelen maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan slechts maximaal 400 meter lopen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft voldoende zitbalans en voldoende arm-/handfunctie om de scootmobiel te kunnen besturen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan de scootmobiel goed en veilig (leren) bedienen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft voldoende verkeersinzicht en verkeersvaardigheid of kan door het volgen van rijlessen voldoende verkeersinzicht en verkeersvaardigheid verwerven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt is bestand tegen weersinvloeden, kou, regen en mist, gedurende een groot deel van het jaar, eventueel met gebruik van hulpmiddelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een stallingsmogelijkheid met oplaadpunt aanwezig of kan gerealiseerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">SnelheidIn overleg tussen de gemeente en de leverancier is de snelheid van de scootmobiel standaard afgesteld op 8 km/u. Indien er sprake is van een vervoersbehoefte waarbij regelmatig iemand met de cliënt meefietst is het mogelijk de scootmobiel af te stellen op 12 km/u. Het is mogelijk dat geadviseerd wordt om de scootmobiel op een lagere maximumsnelheid af te stellen indien de (medische) situatie hier om vraagt, gelet op de beperkingen die iemand ondervindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medisch noodzakelijke aanpassingen en accessoiresAls de scootmobiel aangepast moet worden of moet worden voorzien van accessoires, dan komen deze alleen voor vergoeding in aanmerking als er sprake is van een medische noodzaak of dat zonder deze voorzieningen het veilig gebruik van de scootmobiel niet mogelijk is of in gevaar komt of dreigt te komen. De volgende aanpassingen en accessoires zijn mogelijk (niet limitatief):</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra vering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen aan het bedieningselement;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een spiegel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen ten behoeve van noodzakelijke lichaamsondersteuning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een windscherm;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schootskleed/voetenzak/;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stokhouder;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuurstoffleshouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente vergoedt verder het plaatsen van kinderzitjes op de scootmobiel als de cliënt in zijn rol van ouder zijn (kleine) kinderen moet vervoeren. Het plaatsen van dergelijke zitjes moet echter technisch haalbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien de scootmobiel bedoeld is voor het vervoer in de directe woonomgeving van de cliënt, heeft de gemeente geen compensatieplicht voor het meenemen of vervoeren van scootmobiel, bijvoorbeeld naar vakantiebestemmingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er bestaan vele soorten bijzondere fietsen die op grond van de Wmo kunnen worden verstrekt. Bij het beoordelen of een cliënt in aanmerking komt voor een (bijzondere) fiets spelen onderstaande voorwaarden/weigeringsgronden een rol:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebruiker moet in staat zijn zich met zijn bijzondere fiets veilig in het verkeer te begeven. Hierbij spelen verschillende factoren een rol, zoals verkeersinzicht, kennis van de regels, gezichtsvermogen, gehoor, reactievermogen, angst of juist overmoed, etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor alle fietsen geldt dat de cliënt in ieder geval moet kunnen lopen, op- en afstappen, op een zadel of zitje blijven zitten, kunnen sturen, zich door middel van trappen kunnen voortbewegen en eventuele noodzakelijke bagage moet kunnen transporteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een fiets wordt een besparingsbijdrage gevraagd. Een besparingsbijdrage is geen eigen bijdrage, maar het algemeen gebruikelijke deel in de fiets. De hoogte van de besparingsbijdrage is opgenomen in het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fietsen met een lage instap en fietsen die voorzien zijn van trapondersteuning worden algemeen gebruikelijk geacht en worden in het kader van de Wmo niet vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaand een (niet-limitatieve) opsomming van verschillende (aangepaste) fietsen die op grond van de Wmo verstrekt kunnen worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Driewielfiets Tandem en driewieltandem Duofiets Rolstoelfiets Een handbike (ook wel aankoppelfiets genoemd) is een \"fiets\" die met de armen wordt aangedreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iemand komt in aanmerking voor een handbike wanneer hij om zich te kunnen verplaatsen afhankelijk is van de rolstoel en met een rolstoel alleen, een te beperkte actieradius heeft. De cliënt moet zich dan wel fietsend met zijn handen kunnen verplaatsen en in staat zijn om de handbike zelf aan en af te kunnen koppelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gesloten buitenwagen is een gehandicaptenvoertuig (=niet breder dan 1,10 meter) dat zowel met een benzinemotor als elektrisch aangedreven kan zijn. Een gesloten buitenwagen moet niet worden verward met een brommobiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gesloten buitenwagen met benzinemotor heeft een min of meer onbeperkte actieradius, mits men onderweg kan tanken. Een gesloten buitenwagen met elektrische motor heeft een vergelijkbare actieradius als de scootmobiel, ongeveer 35 tot 50 kilometer, afhankelijk van het type en de gebruikte accu. Er is een grote verscheidenheid aan typen gesloten buitenwagens. Uit onderzoek zal moeten blijken welk type gesloten buitenwagen voor de belanghebbende de adequaat goedkoopste oplossing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verstrekken van een gesloten buitenwagen is aan de orde indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de cliënt kan geen gebruik maken van het collectief vervoerssysteem; de cliënt kan geen gebruik maken van de (rolstoel)taxi; de cliënt heeft geen eigen auto; de cliënt zich niet in de openlucht kan en/of mag verplaatsen of wisselende weersomstandigheden niet of slecht kan verdragen. de vervoersbehoefte van de cliënt betreft vooral de korte en iets langere afstanden in de directe omgeving van de eigen woning, die met een gehandicaptenvoertuig zijn te bereiken; de cliënt is om medische redenen aangewezen op gesloten buitenvervoer, zodat een scootmobiel geen adequate voorziening is; bij de beoordeling of het gesloten vervoer medisch noodzakelijk is, wordt rekening gehouden met adequate kleding die kan beschermen tegen de weersinvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">NB! Een brommobiel is geen gehandicaptenvoertuig en lijkt nog het meest op een kleine personenauto. De maximum snelheid van de brommobiel binnen en buiten de bebouwde kom is 45 km/uur. Een brommobiel moet gebruik maken van de rijbaan. De brommobiel is ook groter dan een gehandicaptenvoertuig (maximaal 1,50 meter breed). Voor een brommobiel dient de belanghebbende te beschikken over een bromfietsrijbewijs, voor een gehandicaptenvoertuig niet. Een brommobiel is een algemeen gebruikelijke voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gemeentelijke beleid is de (bruikleen)auto het sluitstuk van de vervoersvoorzieningen. In alle gevallen is het verstrekken van een (bruikleen)auto de duurste oplossing en daarom komt deze optie alleen aan de orde als er geen andere oplossing mogelijk is. Met de verstrekking van deze voorziening komt de gemeente tegemoet aan alle vervoersbehoeften van de cliënt. Dit omdat de aanvrager geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, het CAV of andere, goedkopere vervoersvoorzieningen (vervoerskostenvergoeding voor taxi of rolstoeltaxi, scootmobiel, rolstoel, enz.), terwijl ook een combinatie van vervoersvoorzieningen niet afdoende is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bruikleenauto wordt bovendien alleen verstrekt als de aanvrager in het bezit is van een rijbewijs en voor zijn verplaatsingsprobleem beslist is aangewezen op een auto (bijvoorbeeld als een aanvrager vanwege medische redenen geen gebruik kan maken van een open buitenwagen vanwege hart- of longklachten, intolerantie voor koude, etc. Dit ter beoordeling van de arts). Dit wordt bepaald na een individuele beoordeling van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Boven een bepaalde inkomensgrens (zie Besluit) wordt een auto als algemeen gebruikelijk gezien, zodat alleen personen met een beperking met een inkomen onder deze inkomensgrens in aanmerking komen voor verstrekking van een (bruikleen)auto. De gemeente bepaalt welk type bruikleenauto ter beschikking wordt gesteld, daarbij houdt zij rekening met de prijs van een zogenaamde referentieauto. Op de brandstofkosten na worden alle overige kosten die samenhangen met het gebruik van de auto door de gemeente vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan in aanmerking komen voor een taxikostenvergoeding wanneer er sprake is van een contra-indicatie voor het collectief vervoer en niet rolstoelgebonden is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor de rolstoeltaxi wanneer het CAV, een auto of de gewone taxi niet voldoet. Dit is het geval in de volgende situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is onmogelijk voor de cliënt om in en uit te stappen, zelfs wanneer hij daar hulp bij heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt is rolstoelafhankelijk en het is voor hem onmogelijk om zelfstandig van de ene voorziening naar de andere te komen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de cliënt is liggend vervoer noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de maximale financiële tegemoetkoming in de kosten voor een rolstoeltaxi op declaratiebasis of een financiële tegemoetkoming staat vermeld in artikel van het Besluit. Hiervoor geldt geen inkomensgrens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de kosten van ritten binnen het CAV-vervoersgebied komen voor vergoeding in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een cliënt die geïndiceerd is voor Collectief Aanvullend Vervoer van kamer tot kamer kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van bovenlokaal vervoer in de vorm van een forfaitaire vergoeding tot het in het Besluit genoemde bedrag. Vervoer van kamer tot kamer wil zeggen dat de cliënt vanuit de woning wordt opgehaald en op zijn bestemmingsadres naar binnen wordt gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hierbij om een bovenregionale vervoersbehoefte waarbij het bezoek voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager die geïndiceerd is voor een vervoersvoorziening en in het bezit is van een eigen auto heeft de keuze gebruik te maken van het collectief vervoer of gebruik te maken van een financiële tegemoetkoming in de brandstofkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto in de vorm van een forfaitaire vergoeding tot het in het Besluit genoemde bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt komt alleen in aanmerking voor het aanpassen van de eigen auto als dit de adequaat goedkoopste voorziening is. Immers, het collectief vervoer heeft het primaat en is daarmee in principe voorliggend. Allereerst wordt dus onderzocht of het collectief vervoer een adequate oplossing biedt. Bij deze beoordeling wordt onder andere gekeken naar de vervoersbehoefte en de gezinssituatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor aanpassingen aan de auto gelden de volgende regels:Het moet voor de cliënt zijnde de bestuurder van de auto, noodzakelijk zijn dat de aanpassingen er komen. Dit dient te blijken uit de zogenaamde ‘restreintbepalingen’ die door het Centraal Bureau Rijvaardigheden (CBR) zijn opgelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">De auto mag alleen worden aangepast als de auto redelijkerwijs is aan te passen, in goede staat verkeert en niet ouder is dan vier jaar. Is de auto ouder dan vier jaar komen alleen aanpassingen/voorzieningen voor vergoeding in aanmerking indien deze overzetbaar zijn in een andere. De kosten voor overzetting in een andere auto komen overigens niet voor vergoeding in aanmerking. Voorbeelden van losse voorzieningen zijn een aangepaste autostoel (voor volwassenen en kinderen) en een tillift;</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpassingen mogen niet algemeen gebruikelijk zijn. Onder algemeen gebruikelijk valt hierbij: airco, automatische transmissie, elektrische ramen, stuur- en rembekrachtiging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergoeding voor het aanpassen van de auto kan één keer in de zeven jaar worden toegekend. Dit geldt ook voor de losse voorzieningen of aanpassingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen die voor vergoeding in aanmerking komen, moeten medisch en ergonomisch noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen aan de besturing van de auto (ter beoordeling van het CBR), bijvoorbeeld handgasbediening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen aan de stoel van de chauffeur/bijrijder;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen voor het meenemen van een rolstoel in de auto;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen voor het vervoer van een rolstoelgebruiker;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen voor een zitvoorziening bij kinderen, waneer standaard autozitjes en voorzieningen ten behoeve van kinderen niet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpassingskosten van de eigen auto van de cliënt worden volledig vergoed, wanneer is gebleken dat het hier om de goedkoopste en meest adequate oplossing gaat. Ook de kosten die de keuring van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) met zich meebrengt, komen voor vergoeding in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het om een vervoersvoorziening voor kinderen gaat is deze vaak niet alleen bedoeld voor de verplaatsing van het kind, maar ook als manier om te kunnen spelen. Het is vaak niet mogelijk een strikt onderscheid tussen beide te maken en voor dergelijke voorzieningen geldt dat er vaak sprake zal zijn van meerdere gebruiksdoelen. Met de eisen aan de voorziening dient hier dus rekening mee gehouden te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fietszitjes Voor fietszitjes voor kinderen geldt dat als standaard zitjes niet voldoen de mogelijkheid bestaat voor speciale fietszitjes voor kinderen met een beperking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fietskarren, bakfietsen e.d. zijn algemeen gebruikelijk. Speciale aanpassingen, zitjes, fixaties e.d. om kinderen veilig te kunnen vervoeren in dergelijke voorzieningen zijn dat niet en kunnen wel voor vergoeding in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarde voor de verstrekking van een vervoersvoorziening is dat er een voor de cliënt bereikbare, toegankelijke en bruikbare stallingmogelijkheid is. Alle door de gemeente verstrekte voorzieningen dienen afdoende tegen weersinvloeden beschermd, gestald te kunnen worden achter een af te sluiten toegang. Indien er geen adequate stallingsmogelijkheid aanwezig is, kunnen de kosten van het realiseren hiervan, voor vergoeding in aanmerking komen. Als de eigenaar van de woning of de verenging van eigenaren geen toestemming geeft voor het realiseren van een stalling, kan dit een reden zijn om de vervoersvoorziening niet toe te kennen. Extra aanpassingen welke noodzakelijk zijn als gevolg van de indeling van tuin/terras, afmetingen van door cliënt aangebrachte toegangspaden, beplanting in de tuin, erfafscheidingen e.d., verzakking van straatwerk komen niet voor vergoeding in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verantwoordelijkheid ligt bij de cliënt om uit te zoeken of er een stalling gerealiseerd mag worden, bijvoorbeeld bij de vereniging van eigenaren. (zie ook 4.2.5) Het goed kunnen omgaan met een verplaatsingsmiddel vereist een zekere vaardigheid die door middel van training kan worden verkregen. Indien de cliënt niet kan omgaan met het verplaatsmiddel kan niet worden gesproken van een adequate voorziening. Daarom kan een verplaatsingsmiddel op grond van de Wmo in de vorm van training aan de orde zijn. Indien training nodig is, dan zijn er in basis twee mogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Training om te beoordelen of cliënt op basis van zijn/haar mogelijkheden en beperkingen in staat is met het verplaatsingsmiddel om te gaan; kortom of cliënt voldoende rijvaardig en rijgeschikt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Training om cliënt vertrouwd en gewend te laten raken met het verplaatsingsmiddel. (Medische) rijgeschiktheid is de mate waarin een cliënt voldoet aan geestelijke en lichamelijke eisen om met een (al dan niet aan de beperkingen aangepast) vervoermiddel veilig aan het verkeer kunnen deelnemen. Dit is een medische beoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijvaardigheid is de mate waarin een persoon in staat is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De training waarbij een cliënt langdurig getraind moet worden en daarna beoordeeld of cliënt überhaupt in staat is om adequaat van de vervoersvoorziening gebruik te maken, valt onder de deskundigheid van de ergotherapeut. Dergelijke rijlessen vallen niet onder Wmo maar onder eerstelijns ergotherapie. Vergoeding hiervan geschiedt via de ziektekostenverzekering (veelal na een verwijzing van de huisarts of specialist).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een cliënt wel geschikt geacht wordt om veilig met een vervoersvoorziening om te gaan, maar nog niet helemaal vertrouwd is met het middel, dan kan de cliënt gewenningslessen krijgen. In het kader van de Wmo kunnen maximaal 3 gewenningslessen vergoed worden. Gewenninglessen kunnen plaatsvinden voorafgaand aan of direct na aflevering van de voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aflevering van een voorziening geeft de leverancier altijd instructies over het gebruik. Deze instructies hebben echter niet het karakter van een uitgebreide les. Voordat een vervoersvoorziening aan de cliënt wordt verstrekt, moet vaststaan dat cliënt hiervan veilig gebruik kan maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de Wmo dient de gemeente voorzieningen te treffen die personen met een beperking in staat stellen zich in en om de woning te verplaatsen. Dit verplaatsen in en om de woning kan op verschillende wijzen plaatsvinden: met een rollator, lopend met krukken, met een trippelstoel, of met een rolstoel. Van deze voorzieningen valt uitsluitend de rolstoel onder de Wmo. De andere voorzieningen vallen onder andere wettelijke regelingen en zijn daarom op grond van artikel 3 Wmo uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Wmo is geen definitie of begripsomschrijving van een rolstoel(voorziening) gegeven. Daarom dient onder het begrip “rolstoel” een rolstoel begrepen te worden “de rolstoel zoals iedereen die kent.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder rolstoelvoorzieningen wordt verstaan een handbewogen rolstoel of elektrische rolstoel, een sportrolstoel en de benodigde accessoires. Een rolstoelvoorziening is een voorziening ter verplaatsing in en om de woning, soms ook in de directe woon- en leefomgeving. Voor een sportrolstoel geldt hier de toevoeging dat deze voor de beoefening van al dan niet georganiseerde sport wordt gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingevolge artikel 4.1, lid 4 Wmo mag voor een rolstoel nooit een eigen bijdrage worden gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Allereerst zal gekeken worden of een algemene rolstoelvoorziening voorhanden is en of deze ook een adequate oplossing biedt. Bij een algemene rolstoelvoorziening wordt geen rolstoel verstrekt aan één individu maar zijn de rolstoelen voor en door meerdere personen te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op dit moment kent de gemeente Capelle aan den IJssel nog geen algemene rolstoelvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van het verstrekken van een rolstoelvoorziening is dat de cliënt met de rolstoel in staat wordt gesteld zich binnen en buiten de woning (al dan niet) zelfstandig te kunnen verplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om voor een rolstoelvoorziening in aanmerking te komen gelden de volgende criteria: er is sprake van aantoonbare mobiliteitsbeperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek én er is sprake van een langdurige situatie (in de regel meer dan zes maanden) én de noodzaak tot (dagelijks) zittend verplaatsen in en om de woning is in belangrijke mate aanwezig én andere hulpmiddelen in het kader van de AWBZ (rollator, trippelstoel) bieden zowel binnen- en/of buitenshuis onvoldoende uitkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een rolstoel kan worden verstrekt op twee wijzen: als rolstoelvoorziening om zich in en om de woning te verplaatsen. als vervoermiddel om zich lokaal te verplaatsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verstrekking van een rolstoel als voorziening om zich in en om de woning te verplaatsen (als zitvoorziening), naast bijvoorbeeld een scootmobiel of een aangepaste fiets, is wel mogelijk, omdat in dat geval de rolstoel enerzijds en de scootmobiel c.q. aangepaste fiets anderzijds niet voorzien in dezelfde behoefte. De verstrekking van een rolstoel als voorziening om zich lokaal te verplaatsen (als vervoermiddel), naast een scootmobiel of een aangepaste fiets, is in principe niet mogelijk; deze voorzieningen voorzien namelijk alle in dezelfde behoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente heeft samen met de leverancier van hulpmiddelen een pakket van rolstoelen samengesteld waaruit in basis een keuze wordt gemaakt voor de in natura te verstrekken rolstoel (zgn. kernassortiment). Elk type rolstoel kent zijn eigen specifieke gebruikskenmerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze van het type rolstoel uit die categorie wordt bepaald door verschillende factoren zoals: de door cliënt ondervonden beperkingen (mate van noodzakelijk ondersteuning); de aard, frequentie en intensiteit van het gebruik van de rolstoel de functionele eisen die door de gebruiker aan de rolstoel worden gesteld (lichaamsmaten, wijze van voortbewegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het moment dat er zich geen geschikte rolstoel in het voorkeursassortiment bevindt, kan hiervan worden afgeweken en kan een rolstoel buiten het voorkeursassortiment verstrekt worden. Verstrekking van een rolstoel in natura vindt plaats in bruikleen: de cliënt kan voor onbepaalde tijd gebruik maken van de rolstoel zolang deze voor de dagelijkse verplaatsingen noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het komt zeer frequent voor dat rolstoelen niet meer gebruikt worden, maar dat deze middelen nog niet afgeschreven zijn en in een goede staat verkeren. Deze middelen gaan na gebruik terug naar de leverancier waar ze voor de gemeente in depot worden gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verstrekking in natura zal daarom eerst gekeken worden of er in het depot een middel is dat voldoet aan de gestelde eisen. Is dat het geval dan wordt de rolstoel gereconditioneerd en herverstrekt. Indien er in het depot geen adequate rolstoel voorradig is, zal een nieuwe rolstoel worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolstoelaccessoires en individuele aanpassingen worden alleen verstrekt indien hiervoor een (medische) noodzaak bestaat. Te denken valt hierbij aan schootskleden, zuurstoffleshouders, vastzetsystemen t.b.v. vervoer in auto en/of (rolstoel)taxi.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de cliënt geen gebruik wenst te maken van een rolstoel uit het kernassortiment (indien deze wel zal voldoen) maar de voorkeur geeft aan een rolstoel buiten het pakket of indien de cliënt de rolstoel wil voorzien van verschillende opties en accessoires waarvoor geen (medische) noodzaak bestaat, kan de cliënt met een Pgb zelf een rolstoel aanschaffen (zie 2.9).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een sportrolstoel komt men op grond van artikel 56 van de Verordening in aanmerking als sportbeoefening zonder sportrolstoel onmogelijk is. Om voor een sportrolstoel in aanmerking te komen geldt verder de eis dat men (actief) lid is van een (gehandicapten)sportvereniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een sportrolstoel wordt uitsluitend als financiële tegemoetkoming verstrekt. In het bedrag is een deel als bijdrage in de aanschaf van een sportrolstoel bedoeld en een deel voor onderhoud. De financiële tegemoetkoming is een vast, forfaitair bedrag, ongeacht de werkelijke kosten van de aanschaf van de voorziening. De hoogte van het bedrag is opgenomen in het Besluit. Een sportrolstoel wordt één maal in de drie jaar verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de sportrolstoel kunnen ook andere specifieke gehandicaptensportvoorzieningen worden verstrekt zoals een (vastframe) handbike, racetandem, zitski’s e.d. De voorwaarden hiervoor en wijze van verstrekken zijn dezelfde als voor een sportrolstoel.</p>\n<p class=\"lf-p\">NB Bij veel gehandicaptensportverenigingen bestaat de mogelijkheid (tijdelijk) een sportrolstoel te lenen om uit te proberen of een bepaalde sport die aantrekkelijk lijkt, ook bij iemand past. Dit kan nuttig zijn om te voorkomen dat een aangeschafte rolstoel uiteindelijk niet of nauwelijks gebruikt wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Topsport zal net als bij niet-gehandicapten, vaak hoge uitgaven vergen voor sporthulpmiddelen. De Wmo is daar niet voor bedoeld. Cliënten die speciale rolstoelen nodig hebben om topsport te kunnen bedrijven dienen door middel van sponsoring of uit eigen middelen de benodigde financiën bijeen te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie hoofdstuk 5.8.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewoners van AWBZ-instellingen, die ingevolge artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen is erkend, komen ingevolge artikel 57 van de Verordening, slechts voor een rolstoel in aanmerking indien zij vanuit de AWBZ geen rolstoel krijgen. Hiervan zal sprake zijn als artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken (Bza) AWBZ van toepassing is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span><span class=\"lf-art-t\">Bza luidt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">“1. Voor zover gepaard gaande met verblijf in dezelfde instelling, omvat de zorg, bedoeld in de artikelen 8, 13 en 14, tevens:a. geneeskundige zorg van algemeen medische aard, niet zijnde paramedische zorg;b. farmaceutische zorg;c. hulpmiddelen, noodzakelijk in verband met de in de instelling gegeven zorg;d. tandheelkundige zorg; e. kleding, verband houdende met het karakter en de doelstelling van de instelling;f. het individueel gebruik van een rolstoel.2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, aanhef, omvat niet het verkrijgen van onderwijs, kleedgeld en zakgeld.”De zorg als bedoeld in de artikelen 8, 13 en 14 bestaat uit: de functie behandeling, ziekenhuiszorg en revalidatiezorg. Dat betekent dat wanneer er sprake is van:</p>\n<p class=\"lf-p\">De AWBZ functie verblijf en behandeling, ontvangen in dezelfde instelling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf in een ziekenhuis;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijf in een revalidatiecentrum; de rolstoel verstrekt wordt via de AWBZ. Wie in een ziekenhuis of revalidatiecentrum bezig is terug te gaan naar huis zal uiteraard een rolstoel aanvragen in het kader van de Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewoners van een gezinsvervangend tehuis, een regionale instelling voor beschermd wonen (RIBW) en een verzorgingshuis ontvangen normaliter geen behandeling in de instelling. Weliswaar vindt in sommige verzorgingshuizen de behandeling plaats binnen (verpleegunits in) verzorgingshuizen, maar de verantwoordelijkheid daarvoor ligt echter bij het verpleeghuis waarbij de verpleegunit is opgenomen in de toelating van het verpleeghuis. In dat geval kunnen deze bewoners in aanmerking komen voor een rolstoel in het kader van de Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewoners van AWBZ-instellingen die recht hebben op een AWBZ-rolstoel, krijgen een individueel aangepaste rolstoel in bruikleen van de instelling waar zij verblijven (artikel 3 lid 1 Regeling zorgaanspraken AWBZ).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgzwaartepaketten De indicaties voor de functie Verblijf en overige functies, worden in de vorm van Zorgzwaartepaketten (ZZP’s) geïndiceerd. In onderstaand schema, tabel 5.1, staat aangegeven welke Zorgzwaartepaketten de functie Verblijf en Behandeling bevatten waarvoor artikel 15 Bza geldt. Alleen als er sprake is van één van deze ZZP’s, en deze ook daadwerkelijk worden ontvangen door de cliënt in dezelfde instelling, is er dus geen compensatieplicht vanuit de Wmo voor een rolstoelvoorziening. Het is dus van belang en na te gaan welke ZZP indicatie een cliënt heeft, maar ook of deze (in ieder geval de functie verblijf én behandeling) daadwerkelijk wordt ontvangen in dezelfde instelling. Bij twijfel kan hierover contact worden opgenomen met de contactpersoon van het Zorgkantoor Rotterdam.</p>\n<p class=\"lf-p\">SECTOR SUBCATEGORIE ZZP Verpleging en verzorging (V&amp;V) - 3 t/m 10 Gehandicaptenzorg (GZ) Verstandelijk gehandicapt (VG) 3 t/m 7 Licht verstandelijk gehandicapt (VG) 1 t/m 5 Sterk gedragsgestoord, licht verstandelijk gehandicapt (SGLVG) 1 Lichamelijk gehandicapt (LG) 3 t/m 7 Zintuiglijk gehandicapt, Auditief en communicatief (ZG auditief en communicatief) 1 t/m 4 Zintuiglijk gehandicapt, Visueel (ZG visueel) 3 t/m 5 Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Voortgezet verblijf met begeleiding (B-groep) B 1b t/m 7b Tabel 5.1, overzicht Zorgzwaartepaketten waarvoor artikel 15 Bza geldtRolstoelen die alleen op het werk worden gebruikt komen voor rekening van het UWV op grond van de WIA. Rolstoelen die thuis worden gebruikt en ook geschikt zijn voor het werk, vallen wel onder de Wmo. De kosten van het aanpassen van een Wmo-rolstoel voor gebruik op het werk moeten worden voldaan door het UWV op grond van de WIA. Op grond van Artikel 2 Wmo bestaat dan geen recht op een voorziening op grond van de Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ICF: FUNCTIES (bron: http://www.rivm.nl/who-fic/ICD-O-3.htm)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Mentale functiesAlgemene mentale functies.</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Bewustzijn ·Oriëntatie ·Intellectuele functies ·Globale psychosociale functies ·Temperament en persoonlijkheid ·Energie en driften ·Slaap ·Algemene mentale functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Specifieke mentale functies. ·Aandacht ·Geheugen ·Psychomotorische functies ·Stemming ·Perceptie ·Denken ·Hogere cognitieve functies ·Mentale functies gerelateerd aan taal ·Mentale functies gerelateerd aan rekenen ·Bepalen sequentie bij complexe bewegingen ·Ervaren van zelf en tijd ·Specifieke mentale functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd ·Mentale functies, anders gespecificeerd ·Mentale functies, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Sensorische functies en pijnVisuele en verwante functies.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Visuele functies ·Functies van aan oog verwante structuren ·Gewaarwordingen van oog en verwante structuren ·Visuele en verwante functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Hoorfuncties en vestibulaire functies ·Hoorfuncties ·Vestibulaire functies ·Gewaarwordingen gepaard gaande met hoorfuncties en vestibulaire functies ·Hoorfuncties vestibulaire functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Andere sensorische functies ·Smaak ·Reuk ·Propriocepsis ·Tast ·Sensorische functies verwant aan temperatuur en andere stimuli ·Andere sensorische functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Pijn ·Pijngewaarwording ·Pijngewaarwording, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd ·Sensorische functies en pijn, anders gespecificeerd ·Sensorische functies en pijn, niet gespecificeerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Stem en spraakStem</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Articulatie ·Vloeiendheid en ritme van spreken ·Alternatieve vormen van stemgebruik ·Stem en spraak, anders gespecificeerd ·Stem en spraak, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Functies van hart en bloedvatenstelsel. Hematologisch systeem, afweersysteem en ademhalingsstelselFuncties van hart en bloedvatenstelsel</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Hartfuncties ·Functies van bloedvaten ·Bloeddruk ·Functies van hart en bloedvatenstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Functies van hematologisch systeem en afweersysteem ·Functies van hematologisch systeem ·Functies van afweersysteem ·Functies van hematologisch systeem en afweersysteem, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Functies van ademhalingsstelsel Ademhaling ·Functies van ademhalingsspieren ·Functies van ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Andere functies en gewaarwordingen van hart en bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel ·Andere ademhalingsfuncties ·Inspanningstolerantie ·Gewaarwordingen gepaard gaande met cardiovasculaire en respiratoire functies ·Andere functies en gewaarwordingen van hart en bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd ·Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch systeem, afweersysteem en ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd ·Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch systeem, afweersysteem en ademhalingsstelsel, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelselOpname van voedsel</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Vertering ·Assimilatie ·Defecatie ·Handhaving lichaamsgewicht ·Gewaarwordingen verband houdend met spijsverteringsstelsel ·Functies van spijsverteringsstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Functies van metabool stelsel en hormoonstelsel ·Algemene metabole functies ·Water-, mineraal- en elektrolytenbalans ·Thermoregulatoire functies ·Functies van endocriene klieren ·Functies van metabool stelsel en hormoonstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd ·Functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel, anders gespecificeerd ·Functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functiesFuncties gerelateerd aan urine</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Productie en opslag van urine ·Functies gerelateerd aan urinelozing ·Gewaarwordingen gepaard gaande met urinelozing ·Functies gerelateerd aan urine, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Genitale en reproductieve functies ·Seksuele functies ·Functies gerelateerd aan menstruatie ·Functies gerelateerd aan voortplanting ·Gewaarwordingen gepaard gaande met genitale en reproductieve functies ·Genitale en reproductieve functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd ·Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies, anders gespecificeerd ·Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functiesFuncties van gewrichten en botten</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Mobiliteit van gewrichten ·Stabiliteit van gewrichten ·Mobiliteit van botten ·Functies van gewrichten en botten, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Spierfuncties ·Spiersterkte ·Spiertonus ·Spieruithoudingsvermogen ·Spierfuncties, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Bewegingsfuncties ·Motorische reflexfuncties ·Onwillekeurige bewegingsreacties ·Controle van willekeurige bewegingen ·Onwillekeurige bewegingen ·Gangpatroon ·Gewaarwordingen verband houdend met spieren en bewegingsfuncties ·Bewegingsfuncties, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd ·Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies, anders gespecificeerd ·Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8 Functies van huid en verwante structurenFuncties van de huid</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Beschermende functies van huid ·Herstelfuncties van huid ·Andere functies van huid ·Gewaarwording verband houdend met huid ·Functies van huid, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Functies van haren en nagels ·Functies van haar ·Functies van nagels ·Functies van haren en nagels, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd ·Functies van huid en verwante structuren, anders gespecificeerd ·Functies van huid en verwante structuren, niet gespecificeerd De ICF: ACTIVITEITEN EN PARTICIPATIE (bron: http://www.rivm.nl/who-fic/ICD-O-3.htm)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Leren en toepassen van kennisDoelbewust gebruiken van zintuigen</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Gadeslaan ·Luisteren ·Doelbewust gebruiken van andere zintuigen ·Doelbewust gebruiken van zintuigen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Basaal leren ·Nadoen ·Herhalen ·Leren lezen ·Leren schrijven ·Leren rekenen ·Ontwikkelen van vaardigheden ·Basaal leren, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Toepassen van kennis ·Richten van aandacht ·Denken ·Lezen ·Schrijven ·Rekenen ·Oplossen van problemen ·Besluiten nemen ·Toepassen van kennis, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Leren en toepassen van kennis, anders gespecificeerd Leren en toepassen van kennis, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Algemene taken en eisenOndernemen van enkelvoudige taak</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Ondernemen van eenvoudige enkelvoudige taak ·Ondernemen van complexe enkelvoudige taak ·Zelfstandig ondernemen van enkelvoudige taak ·In groepsverband ondernemen van enkelvoudige taak ·Ondernemen van enkelvoudige taak, anders gespecificeerd ·Ondernemen van enkelvoudige taak, niet gespecificeerd Ondernemen van meervoudige taken ·Uitvoeren van meervoudige taken ·Voltooien van meervoudige taken ·Zelfstandig ondernemen van meervoudige taken ·In groepsverband ondernemen van meervoudige taken ·Ondernemen van meervoudige taken, anders gespecificeerd ·Ondernemen van meervoudige taken, niet gespecificeerd Uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen ·Regelen van dagelijkse routinehandelingen ·Voltooien van dagelijkse routinehandelingen ·Indelen van eigen activiteitenniveau ·Uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen, anders gespecificeerd ·Uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen, niet gespecificeerd Omgaan met stress en andere mentale eisen ·Dragen van verantwoordelijkheden ·Omgaan met stress ·Omgaan met crisissituaties ·Omgaan met stress en andere mentale eisen, anders gespecificeerd ·Omgaan met stress en andere mentale eisen, niet gespecificeerd Algemene taken en eisen, anders gespecificeerd Algemene taken en eisen, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 CommunicatieCommuniceren - begrijpen</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Begrijpen van gesproken boodschappen ·Begrijpen van non-verbale boodschappen ·Begrijpen van formele gebarentaal ·Begrijpen van geschreven boodschappen ·Communiceren - begrijpen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd ·Communiceren – zich uiten ·Spreken ·Zich non-verbaal uiten ·Zich uiten via formele gebarentaal ·Schrijven van boodschappen ·Communiceren - zich uiten, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Conversatie en gebruik van communicatieapparatuur en -technieken ·Converseren ·Bespreken ·Gebruiken van communicatieapparatuur en - technieken ·Conversatie en gebruik van communicatieapparatuur en –technieken, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Communicatie, anders gespecificeerd Communicatie, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 MobiliteitVeranderen en handhaven van lichaamshouding</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Veranderen van basale lichaamshouding ·Handhaven van lichaamshouding ·Uitvoeren van transfers ·Veranderen en handhaven van lichaamshouding, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of iemand ·Optillen en meenemen ·Verplaatsen van iets of iemand met onderste extremiteiten ·Nauwkeurig gebruiken van hand ·Gebruiken van hand en arm ·Dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of iemand, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Lopen en zich verplaatsen ·Lopen ·Zich verplaatsen ·Zich verplaatsen tussen verschillende locaties ·Zich verplaatsen met speciale middelen ·Lopen en zich verplaatsen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Zich verplaatsen per vervoermiddel ·Gebruiken van vervoermiddel ·Besturen ·Rijden op dieren als vervoermiddel ·Zich verplaatsen per vervoermiddel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Mobiliteit, anders gespecificeerd Mobiliteit, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 ZelfverzorgingZich wassen</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Wassen van lichaamsdelen ·Wassen van het gehele lichaam ·Zich afdrogen ·Zich wassen, anders gespecificeerd ·Zich wassen, niet gespecificeerd Verzorgen van lichaamsdelen ·Verzorgen van de huid ·Verzorgen van tanden ·Verzorgen van het haar ·Verzorgen van vingernagels ·Verzorgen van teennagels ·Verzorgen van lichaamsdelen, anders gespecificeerd ·Verzorgen van lichaamsdelen, niet gespecificeerd Zorgdragen voor toiletgang ·Zorgdragen voor urineren ·Zorgdragen voor defecatie ·Zorgdragen voor menstruatie ·Zorgdragen voor toiletgang, anders gespecificeerd ·Zorgdragen voor toiletgang, niet gespecificeerd Zich kleden ·Aantrekken van kleding ·Uittrekken van kleding ·Aantrekken van voetbekleding ·Uittrekken van voetbedekking ·Kiezen van juiste kleding ·Zich kleden, anders gespecificeerd ·Zich kleden, niet gespecificeerd Eten Drinken Zorgdragen voor eigen gezondheid ·Zich verzekeren van fysiek comfort ·Zorgdragen voor dieet en fitheid ·Behouden van eigen gezondheid ·Zorgdragen voor eigen gezondheid, anders gespecificeerd ·Zorgdragen voor eigen gezondheid, niet gespecificeerd Zelfverzorging, anders gespecificeerd Zelfverzorging, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 HuishoudenVerwerven van benodigdheden</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Verwerven van woonruimte ·Verwerven van goederen en diensten ·Verwerven van benodigdheden, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Huishoudelijke taken ·Bereiden van maaltijden ·Huishouden doen ·Huishoudelijke taken, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Verzorgen van wat bij huishouden hoort en assisteren van andere personen ·Verzorgen van wat bij huishouden hoort ·Assisteren van andere personen ·Verzorgen van wat bij huishouden behoort en assisteren van andere personen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Huishouden, anders gespecificeerd Huishouden, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 Tussenmenselijke interacties en relatiesAlgemene tussenmenselijke interacties</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Basale tussenmenselijke interacties ·Complexe tussenmenselijke interacties ·Algemene tussenmenselijke interacties, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Bijzondere tussenmenselijke relaties ·Omgaan met onbekenden ·Formele relaties ·Informele sociale relaties ·Familierelaties ·Intieme relaties ·Bijzondere tussenmenselijke relaties, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Tussenmenselijke interacties en relaties, anders gespecificeerd Tussenmenselijke interacties en relaties, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8 Belangrijke levensgebiedenOpleiding</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Informele opleiding ·Voorschoolse opleiding ·Schoolse opleiding ·Beroepsopleiding ·Hogere opleiding ·Opleiding, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Beroep en werk ·Werkend leren ·Verwerven, behouden en beëindigen van werk ·Betaald werk ·Onbetaald werk ·Beroep en werk, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Economisch leven ·Basale financiële transacties ·Complexe financiële transacties ·Economische zelfstandigheid ·Economische leven, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd Belangrijke levensgebieden, anders gespecificeerd Belangrijke levensgebieden, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 9 Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk levenMaatschappelijk leven</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Informele organisaties ·Formele organisaties ·Ceremonies ·Maatschappelijk leven, anders gespecificeerd ·Maatschappelijk leven, niet gespecificeerd Recreatie en vrije tijd ·Spel ·Sport ·Kunst en cultuur ·Handenarbeid ·Hobby’s ·Sociale activiteiten ·Recreatie en vrije tijd, anders gespecificeerd ·Recreatie en vrije tijd, niet gespecificeerd Religie en spiritualiteit ·Georganiseerde religie ·Spiritualiteit ·Religie en spiritualiteit, anders gespecificeerd ·Religie en spiritualiteit, niet gespecificeerd Mensenrechten Politiek en burgerschap Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven, anders gespecificeerd Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven, niet gespecificeerd De ICF: EXTERNE FACTOREN (bron: http://www.rivm.nl/who-fic/ICD-O-3.htm)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Producten en technologie (P&amp;T)Producten of stoffen voor menselijke consumptie</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Voedsel ·Geneesmiddelen ·Producten of stoffen voor menselijke consumptie, anders gespecificeerd ·Producten of stoffen voor menselijke consumptie, niet gespecificeerd P&amp;T voor persoonlijk gebruik in het dagelijks leven ·Algemene P&amp;T voor persoonlijk gebruik in het dagelijkse leven ·Ondersteunende P&amp;T voor persoonlijk gebruik in het dagelijks leven ·P&amp;T voor persoonlijk in het dagelijks leven, anders gespecificeerd ·P&amp;T voor persoonlijk in het dagelijks leven, niet gespecificeerd P&amp;T voor verplaatsing van personen binnenshuis en buitenshuis voor vervoer ·Algemene P&amp;T voor verplaatsing van personen binnenshuis en buitenshuis en voor vervoer ·Ondersteunende P&amp;T voor verplaatsing van personen binnenshuis en buitenshuis en voor vervoer ·P&amp;T voor verplaatsing van personen binnenshuis en buitenshuis en voor vervoer, anders gespecificeerd ·P&amp;T voor verplaatsing van personen binnenshuis en buitenshuis en voor vervoer, niet gespecificeerd P&amp;T voor communicatiemiddelen ·Algemene P&amp;T voor communicatiedoeleinden ·Ondersteunende P&amp;T voor communicatiedoeleinden ·P&amp;T voor communicatiedoeleinden, anders gespecificeerd ·P&amp;T voor communicatiedoeleinden, niet gespecificeerd Technische aspecten (TA) van private gebouwen ·TA van toegankelijkheid van private gebouwen ·TA van doorgankelijkheid en bruikbaarheid van private gebouwen ·TA van bewegwijzering in private gebouwen ·TA van private gebouwen, anders gespecificeerd ·TA van private gebouwen, niet gespecificeerd Aspecten van ruimtelijke ordening ·Aspecten van RO in plattelandsgebieden ·Aspecten van RO in verstedelijkte plattelandsgebieden ·Aspecten van RO in stedelijke gebieden ·Aspecten van parken, natuurgebieden en wildreservaten ·Aspecten van RO, anders gespecificeerd ·Aspecten van RO, niet gespecificeerd P&amp;T voor onderwijsdoeleinden ·Algemene P&amp;T voor onderwijsdoeleinden ·Ondersteunende P&amp;T voor onderwijsdoeleinden ·P&amp;T voor onderwijsdoeleinden, anders gespecificeerd ·P&amp;T voor onderwijsdoeleinden, niet gespecificeerd P&amp;T voor werkdoeleinden ·Algemene P&amp;T voor werkdoeleinden ·Ondersteunende P&amp;T voor werkdoeleinden ·P&amp;T voor werkdoeleinden, anders gespecificeerd ·P&amp;T voor werkdoeleinden, niet gespecificeerd P&amp;T voor culturele, ontspannings- en sportdoeleinden ·Algemene P&amp;T voor culturele, ontspannings- en sportdoeleinden ·Ondersteunende P&amp;T voor culturele, ontspannings- en sportdoeleinden ·P&amp;T voor culturele, ontspannings- en sportdoeleinden, anders gespecificeerd ·P&amp;T voor culturele, ontspannings- en sportdoeleinden, niet gespecificeerd P&amp;T voor toepassing bij religie en spiritualiteit</p>\n<p class=\"lf-p\">·Algemene P&amp;T voor toepassing bij religie en spiritualiteit ·Ondersteunende P&amp;T voor toepassing bij religie en spiritualiteit ·P&amp;T voor toepassing bij religie en spiritualiteit, anders gespecificeerd ·P&amp;T voor toepassing bij religie en spiritualiteit, niet gespecificeerd Technische aspecten (TA) van openbare gebouwen ·TA van toegankelijkheid van openbare gebouwen ·TA van doorgankelijkheid en bruikbaarheid van openbare gebouwen ·TA van bewegwijzering in openbare gebouwen ·TA van openbare gebouwen, anders gespecificeerd ·TA van openbare gebouwen, niet gespecificeerd Activa ·Financiële activa ·Tastbare goederen ·Ontastbare goederen ·Activa, anders gespecificeerd ·Activa, niet gespecificeerd P&amp;T, anders gespecificeerd P&amp;T, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Natuurlijke omgeving en door de mens aangebrachte veranderingen daarinFysische geografie</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Landschapsvormen ·Wateren ·Fysische geografie, anders gespecificeerd ·Fysische geografie, niet gespecificeerd Bevolking ·Demografische ontwikkeling ·Bevolkingsdichtheid ·Bevolking, anders gespecificeerd ·Bevolking, niet gespecificeerd Flora en Fauna ·Planten ·Dieren ·Flora en fauna, anders gespecificeerd ·Flora en fauna, niet gespecificeerd Klimaat ·Temperatuur ·Vochtigheid ·Luchtdruk ·Neerslag ·Wind ·Seizoenswisselingen ·Klimaat, anders gespecificeerd ·Klimaat, niet gespecificeerd Trillingen Luchtkwaliteit ·Luchtkwaliteit binnenshuis ·Luchtkwaliteit buitenshuis ·Luchtkwaliteit, anders gespecificeerd ·Luchtkwaliteit, niet gespecificeerd Natuurlijke gebeurtenissen Door de mens veroorzaakte gebeurtenissen Licht ·Lichtsterkte ·Lichtkwaliteit ·Licht, anders gespecificeerd ·Licht, niet gespecificeerd Cylische veranderingen in tijd ·Dag- en nachtritme ·Maancyclus ·Cyclische veranderingen in de tijd, anders gespecificeerd ·Cyclische veranderingen in de tijd, niet gespecificeerd Geluid ·Geluidssterkte ·Geluidskwaliteit ·Geluid, anders gespecificeerd ·Geluid, niet gespecificeerd Natuurlijke omgeving en door de mens aangebrachte veranderingen daarin, anders gespecificeerd Natuurlijke omgeving en door de mens aangebrachte veranderingen daarin, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Ondersteuning en relatiesNaaste familie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verre familie Vrienden Kennissen, leftijds-, en seksegenoten, collega’s, buren en stad- of streekgenoten Meerderen Ondergeschikten Persoonlijke verzorgers en assistenten Onbekenden Gedomesticeerde dieren Hulpverleners in de gezondheidszorg Andere dienstverleners Ondersteuning en relaties, anders gespecificeerd Ondersteuning en relaties, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 AttitudesPersoonlijke attitudes (PA) van naaste familieleden</h3>\n<p class=\"lf-p\">PA van verre familieleden PA van vrienden PA van kennissen, leeftijds- en seksegenoten, collega’s, buren en stad- of streekgenoten PA van meerderen PA van ondergeschikten PA van persoonlijke verzorgers en assistenten PA van onbekenden PA van hulpverleners in de gezondheidszorg PA van andere dienstverleners Maatschappelijke attitudes Sociale normen, gewoonten en ideologieën Attitudes, anders gespecificeerd Attitudes, niet gespecificeerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Diensten, systemen en beleid (VS&amp;B)VS&amp;B mbt productie van consumentenproducten</h3>\n<p class=\"lf-p\">·Voorzieningen mbt productie van consumenten producten ·Systemen mbt productie van consumenten producten ·Beleid mbt productie van consumenten producten VS&amp;B mbt productie van consumentenproducten, anders gespecificeerd VS&amp;B mbt productie van consumentenproducten, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt bebouwde omgeving ·Voorzieningen mbt bebouwde omgeving ·Systemen mbt bebouwde omgeving ·Beleid mbt bebouwde omgeving ·VS&amp;B mbt bebouwde omgeving, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt bebouwde omgeving, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt ruimtelijke ordening ·Voorzieningen mbt ruimtelijke ordening ·Systemen mbt ruimtelijke ordening ·Beleid mbt ruimtelijke ordening ·VS&amp;B mbt ruimtelijke ordening, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt ruimtelijke ordening, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt huisvesting ·Huisvestingsvoorzieningen ·Huisvestingssystemen ·Huisvestingsbeleid ·VS&amp;B mbt huisvesting, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt huisvesting, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt openbare nutsvoorziening ·Voorzieningen mbt openbare nutsvoorziening ·Systemen mbt openbare nutsvoorziening ·Beleid mbt openbare nutsvoorziening ·VS&amp;B mbt openbare nutsvoorziening, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt openbare nutsvoorziening, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt media ·Mediavoorzieningen ·Mediasystemen ·Mediabeleid ·VS&amp;B mbt media, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt media, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt economische zaken ·Economische voorzieningen ·Economische systemen ·Economisch beleid ·VS&amp;B mbt economische zaken, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt economische zaken, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt sociale zekerheid ·Sociale zekerheidsvoorzieningen ·Sociale zekerheidssystemen ·Sociale zekerheidsbeleid ·VS&amp;B mbt sociale zekerheid, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt sociale zekerheid, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt welzijn ·Welzijnsvoorzieningen ·Welzijnssystemen ·Welzijnsbeleid ·VS&amp;B mbt welzijn, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt welzijn, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt gezondheidszorg ·Gezondheidszorgvoorzieningen ·Gezondheidszorgsystemen ·Gezondheidszorgbeleid ·VS&amp;B mbt gezondheidszorg, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt gezondheidszorg, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt communicatie ·Communicatievoorzieningen ·Communicatiesystemen ·Communicatiebeleid ·VS&amp;B mbt communicatie, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt communicatie, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt vervoer ·Vervoersvoorzieningen ·Vervoerssystemen ·Vervoersbeleid ·VS&amp;B mbt vervoer, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt vervoer, niet gespecificeerd VS&amp;B ter bescherming van de bevolking ·Voorzieningen ter bescherming van de bevolking ·Systemen ter bescherming van de bevolking ·Beleid ter bescherming van de bevolking</p>\n<p class=\"lf-p\">·VS&amp;B ter bescherming van de bevolking, anders gespecificeerd ·VS&amp;B ter bescherming van de bevolking , niet gespecificeerd VS&amp;B mbt juridische zaken ·Juridische voorzieningen ·Juridische systemen ·Juridisch beleid ·VS&amp;B mbt juridische zaken, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt juridische zaken, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt organisatorische verbanden ·Voorzieningen mbt organisatorische verbanden ·Systemen mbt organisatorische verbanden ·Beleid mbt organisatorische verbanden ·VS&amp;B mbt organisatorische verbanden, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt organisatorische verbanden, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt onderwijs ·Onderwijsvoorzieningen ·Onderwijssystemen ·Onderwijsbeleid ·VS&amp;B mbt onderwijs, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt ondewijs, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt werkgelegenheid ·Werkgelegenheidsvoorzieningen ·Werkgelegenheidssystemen ·Werkgelegenheidsbeleid ·VS&amp;B mbt werkgelegenheid, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt werkgelegenheid, niet gespecificeerd VS&amp;B mbt politieke zaken ·Politieke voorzieningen of voorzieningen mbt politieke zaken ·Politieke systemen ·Politiek beleid ·VS&amp;B mbt politieke zaken, anders gespecificeerd ·VS&amp;B mbt politieke zaken, niet gespecificeerd VS&amp;B, anders gespecificeerd VS&amp;B, niet gespecificeerd</p></div>", "next": 0}