{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">In het regionale convenant is de afspraak gemaakt om op 1 januari 2027 ten minste 1.500 extra verblijfsplaatsen toe te voegen in de regio. Daar zal Berkelland, net als de andere regiogemeenten, haar deel in mogelijk moeten maken. Het aantal voor Berkelland hangt af van het aantal initiatieven van werkgevers. Een ander regionaal doel is het huisvesten van 90% van de arbeidsmigranten op 1 januari 2030. Arbeidsmigranten moeten zo dicht mogelijk bij hun werkplek wonen in een woonplek van goede kwaliteit. We willen dakloosheid onder arbeidsmigranten regionaal voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We willen dat arbeidsmigranten deel kunnen uitmaken van de lokale samenleving, daarin (afhankelijk van hun verblijfsduur en eigen wensen) kunnen integreren en de Nederlandse of Engelse taal kunnen leren. Arbeidsmigranten zijn vanuit de Wet Basisregistratie Personen (BRP) zelf verantwoordelijk voor een juiste registratie als ingezetene of niet-ingezetene. Verblijfsbieders/uitzenders stimuleren arbeidsmigranten tot de registratie als ingezetene in de Basis Registratie Personen (BRP).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.4 Mensen met een woonwagencultuur Vraag van mensen met een woonwagencultuur en aanbod van woonwagenstandplaatsen moeten meer in evenwicht zijn, op de korte en lange termijn. Voor geïnteresseerden in een woonwagenstandplaats, moet het duidelijk zijn hoe ze hiervoor in aanmerking kunnen komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De formele woonwagenstandplaatsen in Berkelland zijn momenteel in eigendom van- en beheer door de gemeente. Hier ligt echter niet onze expertise, zeker niet in het beheer. Op termijn wordt in ieder geval het beheer, en mogelijk ook het eigendom, overgedragen aan een professionele partij, zoals een woningcorporatie. We volgen hierin het beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid van het ministerie van BZK (2018). Hierin wordt gesteld: “Woonwagenbewoners die een huishoudinkomen hebben tot aan de inkomensgrenzen, genoemd in artikel 48 van de Woningwet, behoren tot de doelgroep van woningcorporaties. Het ontwikkelen, verhuren en exploiteren van woonwagenlocaties, standplaatsen en woonwagens behoort daarmee tot de kerntaak van de woningcorporaties.”</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.5 Ouderen Zelfstandig wonen Veruit de meeste senioren kunnen heel lang zonder hulp zelfstandig blijven wonen. In het nationale programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) wordt landelijk de norm gesteld: ‘zelf als het kan; thuis als het kan en digitaal als het kan’. Daar sluiten we ons lokaal bij aan. Digitale platforms kunnen helpen bij hulpvragen en naoberschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">We verwachten dat inwoners nadenken over hun toekomst. Hoe willen ze op hun oude dag wonen, en wat is realistisch? Van wie willen en kunnen we zorg verwachten, mocht het nodig zijn? Is men bereid om mantelzorg te verlenen aan een ander, en hoe ver gaat die mantelzorg?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen in de nabijheid van voorzieningen De druk op de zorg neemt toe maar het (potentieel) zorgpersoneel neemt af. Voor zelf- en samenredzaamheid is de nabijheid van voorzieningen gewenst. Dit maakt bijvoorbeeld de afhankelijkheid van vervoer op termijn minder. Niet alleen voor inwoners, ook voor het afnemende aantal professionals en vrijwilligers. Voor hen is nabijheid efficiënt in tijden van afnemend personeel en een toenemende doelgroep. Daarbij moet er voldoende huisartsenzorg voorhanden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Levensloopgeschikt (ver)bouwen Wat we bouwen of verbouwen, bouwen we zo levensloopgeschikt mogelijk. We zetten ons samen met de doelgroep zelf in om te voorzien in passende huisvesting met de benodigde zorg en ondersteuning. Hierbij zit urgentie in het realiseren van nieuwbouwwoningen, maar we richten ons tegelijkertijd op het aanpassen en geschikt maken van onze bestaande woningvoorraad. Het WOZO becijfert dat er de komende jaren landelijk 290.000 woningen extra nodig zijn die geschikt zijn voor ouderen. Van die 290.000 ouderenwoningen zijn 170.000 woningen nultredenwoningen, 80.000 geclusterde woningen en 40.000 zorggeschikte woningen. In Berkelland voegen we tot 2031 minimaal toe: 160 zorggeschikte woningen, 35 geclusterde woningen en 410 nultredenwoningen. Deze toevoeging bestaat zowel uit grondgebonden- als gestapelde woningen. Bij gestapelde woningen hebben we aandacht voor het gebruik van liften door (dementerende) ouderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitgangspunt is dat minimaal 30% van de nieuwbouw geschikt moet zijn voor senioren, waarvan bij voorkeur 50% voldoet aan het nultredenprincipe. Door bij te bouwen voor ouderen, worden ook verhuisbewegingen op gang gebracht (doorstroming), waardoor kansen voor bijvoorbeeld jongeren ontstaan. Daarnaast geldt dat in veel gevallen nieuwe nultredenwoningen ook beschikbaar zijn voor ‘reguliere’ woningzoekenden. Een gemengde samenstelling in bewoning kan ook kansen bieden voor mantelzorg, indien nodig. Het moet voor initiatiefnemers snel duidelijk zijn waar hun initiatief aan moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouder worden in het buitengebied Een kwart van onze inwoners woont in het buitengebied. Nabijheid bij voorzieningen is waardevol. Wanneer voorzieningen niet nabij zijn, bijvoorbeeld in het buitengebied, moet er op een andere manier sprake van nabijheid zijn, namelijk door informele ondersteuning vanuit de persoonlijke sociale basis.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.6 Conclusie Gemeente Berkelland heeft als doel om passende woonruimte voor alle doelgroepen in de woningvoorraad te hebben, vaak in combinatie met zorg of ondersteuning. Diverse kwetsbare groepen zijn als aandachtsgroepen aangemerkt. Voor urgente groepen geldt wettelijke voorrang bij huisvesting. De sociale en fysieke leefomgeving speelt een belangrijke rol in welzijn en zelfredzaamheid. Door vergrijzing en personeelstekorten in de zorg neemt de druk op mantelzorg en ondersteuning toe. Regionale samenwerking is nodig om de aandachtsgroepen evenwichtig in de regio te huisvesten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3 Hoe gaan we de doelen bereiken voor aandachtsgroepen 5.3.1 Urgente groepen regionale huisvestingsverordening op. De huisvestingsverordening wordt gebruikt om urgente doelgroepen met urgentie in de sociale huurvoorraad te kunnen huisvesten. Elke gemeente in de regio levert een evenredig aandeel in het eerlijk verdelen van de huisvestingsopgave van urgente groepen. Hier maken we afspraken over. Hiermee erkennen we de noodzaak om de uitdagingen op de regionale woningmarkt gezamenlijk aan te pakken. Vanuit de overtuiging dat iedereen verantwoordelijkheid draagt in deze opgave en vanuit het besef van de aanzienlijke druk op de woningmarkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwalitatieve randvoorwaarden voor het huisvesten van urgente aandachtsgroepen in een buurt of wijk moeten goed zijn. Randvoorwaarden zijn geschiktheid en draagkracht van de buurt of wijk, haar bewoners en de nabijheid van zorg- en welzijnsvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is te verwachten dat een deel van de inwoners die onder de noemer ‘urgente aandachtsgroepen’ vallen, behoefte heeft aan professionele hulp en ondersteuning. Dit legt een aanzienlijke druk op de sociale teams van de Achterhoekse gemeenten. Om een eerlijke herverdeling van deze groepen te waarborgen, is het essentieel dat het Rijk bij de toewijzing van financiële middelen rekening houdt met deze nieuwe verdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.2 Statushouders Op dit moment is nog onduidelijk of, en zo ja op welke manier, statushouders een voorrangspositie mogen hebben in de huisvestingsverordening. We wachten de behandeling van de Wvrv af.</p>\n<p class=\"lf-p\">ProWonen is onze partner in het huisvesten van statushouders. We stappen af van de eis dat statushouders in een kern met ten minste een basisschool en supermarkt gehuisvest moeten worden. Hierdoor kan ProWonen ook statushouders in de andere kleine kernen huisvesten, voorkomen we clustering van deze doelgroep en bereiken we juist spreiding. Spreiding kan bijdragen aan een snellere integratie. Om de slagingskans voor regulier woningzoekenden op peil te houden, zetten we met ProWonen, naast toewijzing van reguliere woningen, in op andere oplossingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste andere oplossing is het kamergewijs verhuren aan jongeren (Nidos) en volwassenen. Daarbij gaan we met ProWonen in gesprek over het beschikbaar houden van woningen, voor het geval er nareizigers komen. Als tweede voegen we in Ruurlo, Borculo en Neede modulaire sociale huurwoningen toe die gedeeltelijk worden verhuurd aan statushouders. Ten derde houden we de mogelijkheid open om ten behoeve van het huisvesten van hele grote gezinnen zelf als gemeente grote gezinswoningen aan te kopen, wanneer dit nodig is. Of om ProWonen te verzoeken een woning aan te kopen of voor ons te beheren. We gaan hierover met ProWonen in gesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.3 Arbeidsmigranten We stimuleren, in regionaal verband, arbeidsmigranten om zich in te schrijven in de BRP (Basisregistratie Personen) indien zij van plan zijn langer dan vier maanden in Nederland te verblijven, en in het RNI (Registratie Niet-Ingezetenen) als ze voor kortere periodes in Nederland verblijven. Arbeidsmigranten zijn verplicht om zich in te schrijven als ze vier maanden of langer in Nederland verblijven. Als regiogemeenten zullen we ons aansluiten bij landelijke initiatieven om inschrijving in de BRP/RNI voor internationale werknemers te vereenvoudigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben een vast aanspreekpunt bij burgerzaken voor partijen en internationale werknemers met betrekking tot inschrijving in de BRP. Ook gaan we samen met verblijfsbieders afspraken maken om de inschrijving van internationale werknemers in de BRP (bij een verblijf van langer dan vier maanden gedurende een periode van een half jaar) op een efficiënte wijze mogelijk te maken. We zullen partijen en internationale werknemers ook helpen in de informatievoorziening door flyers over de inschrijving te delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als gemeente hebben we de wettelijke bevoegdheid om verblijfsbelasting op te leggen aan verblijfsbieders voor het verblijf van internationale werknemers die verblijven in de regio en niet zijn ingeschreven in de BRP. Dit doen we nog niet maar we houden de mogelijkheid open. Wanneer we het wel doen, worden de hoogte en toepassing van deze belasting conform het convenant regionaal afgestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet goed verhuurderschap De gemeente heeft op basis van verschillende wetgeving bepaalde juridische instrumenten om de huisvesting van bepaalde doelgroepen, en daarmee ook arbeidsmigranten, te reguleren. Dit zijn de Wet goed verhuurderschap, de Omgevingswet en de Huisvestingswet. Van deze drie mogelijkheden, is de Wet goed verhuurderschap het beste inzetbaar in Berkelland.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wet goed verhuurderschap is opgesteld om te waarborgen dat verhuurders zich aan de regels van goed verhuurderschap houden en om misstanden op de huurmarkt tegen te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5 van deze wet biedt gemeenten de mogelijkheid een zogenoemde verhuurverordening op te stellen, waarin wordt bepaald dat zonder vergunning van het college in bepaalde gevallen een woon- of verblijfsruimte niet mag worden verhuurd. Deze vergunningplicht mag afgebakend worden voor specifieke doelgroepen, waaronder arbeidsmigranten. De wet maakt bij de weigeringsgronden ook een koppeling met de Wet BIBOB. De bedoeling is daarmee echt om slechte aanbieders uit de markt te weren. Als verhuurders de benodigde vergunning niet vragen, biedt de Wet goed verhuurderschap de mogelijkheid tot handhaving. Door inzet van de mogelijkheden uit de Wet krijgen we grip op de huisvestingsomstandigheden van arbeidsmigranten, misstanden kunnen eerder worden gesignaleerd (en idealiter voorkomen), en slechte verhuurders kunnen worden geweerd. Ook verwachten we meer zicht op het aantal arbeidsmigranten in Berkelland. We stellen een verhuurverordening op en leggen deze ter vaststelling voor aan de gemeenteraad. Aan het opzetten van een nieuw vergunningstelsel zit wél een uitvoeringsvraagstuk. Of, en zo ja hoeveel capaciteit vrijgemaakt zou moeten worden voor de uitvoering van een verhuurverordening is niet te voorspellen zolang de scope van zo een regeling niet vaststaat. Dit komt, samen met financiële consequenties, terug bij het voorstel voor de verordening. Capaciteit en de financiële gevolgen, kunnen nog een reden zijn om toch af te zien van het vaststellen van een verhuurverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisvestingsvormen en locaties Voor die gevallen waar het bestemmings- of omgevingsplan niet voorziet in huisvesting van arbeidsmigranten is in dit hoofdstuk beschreven waar de gemeente huisvesting van arbeidsmigranten wenselijk kan achten. De gemeente stelt bij de huisvestingsvormen en locaties een aantal uitgangspunten en eisen waaraan een initiatief in ieder geval moet voldoen om medewerking te verkrijgen zoals beschreven in deze beleidsnotitie. Dit is altijd onderdeel van een bredere ruimtelijke afweging, mede op basis van andere beleidsvelden zoals parkeren, goed woon- en leefklimaat, milieu etc. Daarbij kijkt de gemeente naar de effecten van het initiatief. Daarin neemt de gemeente de effecten mee die het initiatief heeft op de omgeving en de effecten die de omgeving heeft op het initiatief. Ook moet een initiatief op het gebied van kwaliteit altijd voldoen aan het regionale convenant zoals genoemd in 5.1.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 8.15 Afweging huisvestingsvormen en locaties voor huisvesting arbeidsmigranten Een beschrijving van de huisvestingsvormen en -locaties is te vinden in de begrippenlijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.4 Mensen met een woonwagencultuur Op korte termijn breiden we het aantal woonwagenstandplaatsen met 5 plaatsen uit naar een totaal van 8. In Borculo is de planning om 3 woonwagenstandplaatsen toe te voegen waarmee het totaal daar op 5 standplaatsen komt. In Ruurlo is de planning om 2 woonwagenstandplaatsen toe te voegen waarmee het totaal daar op 3 standplaatsen komt. Voor deze uitbreiding hebben we een cofinanciering van het Rijk aangevraagd en ontvangen van €28.000 uit de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA). Onze gemeenteraad heeft het aanvullend benodigde krediet beschikbaar gesteld. Uitgangspunt hierbij is dat de kosten worden terugverdiend door middel van huurinkomsten. Het project zal op de langere termijn dus kostenneutraal zijn. De verwachting is om de nieuwe woonwagenstandplaatsen in 2026 op te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente neemt vooralsnog de rol van verhuurder van (de nieuwe) woonwagenstandplaatsen op zich. Wij zien hier echter op termijn een rol voor ProWonen (wat voor bewoners met een laag inkomen ook tot de kerntaken van ProWonen behoort) of een andere professionele verhuurder. We gaan hierover met ProWonen in gesprek. De toegewezen huurder is zelf verantwoordelijk om een woonwagen op de standplaats te realiseren. Wanneer ProWonen of een andere professionele partij de verhuurdersrol van de gemeente overneemt kan deze ervoor kiezen om ook de woonwagens in de verhuur op te nemen. Dit laatste doen wij niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal belangstellenden ligt momenteel hoger dan de 5 toe te voegen standplaatsen. Om de beschikbaar komende standplaatsen zorgvuldig te kunnen verdelen onder de belangstellenden wordt de beleidsregel toewijzing van woonwagenstandplaatsen Berkelland 2024 gehanteerd. Bij het opstellen van het toewijzingsbeleid is zoveel mogelijk aangesloten op het landelijke beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.5 Ouderen Zelfstandig wonen Het Rijk en de branchevereniging van zorgorganisaties voeren de campagne ‘Praat vandaag over morgen’ en landelijk en regionaal loopt het project Praat vandaag over morgen. Hierin is aandacht is voor bewustwording over hoe je oud wilt worden wat de mogelijkheden en beperkingen zijn in de zorg en wat je nu al kunt doen ter voorbereiding op je oude dag. Vanuit het Integraal zorg akkoord (IZA) is de uitvoeringcoalitie Veerkrachtig ouder worden ook bezig met dit thema. Vanuit het gezond en actief leven akkoord (GALA) worden vitaliteitsdagen georganiseerd waarin bewustwording ook een belangrijk onderwerp is.</p>\n<p class=\"lf-p\">We willen de oudere doelgroep blijven bereiken, werken aan wederzijdse verwachtingen en stimuleren gebruik te maken van bestaande voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. We gaan door met de seniorenhuisbezoeken en peilen hierbij regelmatig bij de doelgroep of dit middel aansluit bij de doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We gaan door met een structureel overleg op (ouderenzorg)organisatieniveau tussen wonen, welzijn en zorgpartners. Als gemeente organiseren we dit gesprek. Daarbij zijn we afhankelijk van agenderen van onderwerpen door deelnemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen in de nabijheid van voorzieningen Bij nieuwe woonzorginitiatieven geven we initiatiefnemers mee dat ze contact op moeten nemen met de lokale huisartsen over de te leveren basiszorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">We onderzoeken in samenwerking met ProWonen, huurdersverenigingen, zorg- en welzijnsorganisaties ‘woonzorgzones’. We starten met de vier grote kernen. Na afronding en afhankelijk van het succes, kijken we verder naar de kleine kernen. Woonzorgzones kenmerken zich door: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gebied in en nabij het centrum, in de nabijheid van voorzieningen b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij nieuwbouwinitiatieven in deze zones programmeren we in principe levenloopgeschikte of andere zorgwoningen c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonzorgzones dragen bij aan het versterken van de sociale basis:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>individueel (mensen willen meedoen in de maatschappij, het liefst op eigen kracht);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>gemeenschappelijk (mensen zoeken elkaar op, ze delen een passie en willen zich inzetten voor iets);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>institutioneel (georganiseerde professionele inzet). d.</div>\n<p class=\"lf-p\">Haal- en brengfuncties zijn geclusterd, zorg moet gecentraliseerd worden in kernen met vervoer (vanuit het buitengebied) e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de openbare ruimte rondom nieuwbouwinitiatieven wordt aangepakt, is deze dementievriendelijk. Bij andere aanpak van de openbare ruimte, houden we waar mogelijk ook rekening met dementievriendelijkheid. Een beweegvriendelijke omgeving waarin ontmoeten makkelijk gemaakt wordt. Fysieke ingrepen zoals duidelijke looppaden met voldoende verlichting, bankjes om onderweg uit te kunnen rusten, goede bewegwijzering, zichtbaarheid van herkenningspunten, het voorkomen van hoogteverschillen en obstakels op de grond dragen bij aan een meer dementievriendelijke wijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het publiceren van nieuwe woningbouwinitiatieven op de gemeentelijke website, geven we ook aan bij welke projecten ouderenhuisvesting gerealiseerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Levensloopgeschikt (ver)bouwen Zorgkantoren zorgen voor de bijbehorende inzet op Wlz-zorg - verbonden aan Wlz-cliënten, die gebruikmaken van de zorggeschikte woningen. Het zorgkantoor kent hiervoor een zorgplicht en zal met zorgaanbieders inkoopafspraken maken die bijpassend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toevoegen van levensloopgeschikte woningen voor ouderen kan zorgen voor doorstroming in de woningvoorraad. Een bijkomend voordeel is dat de huidige woning niet (ingrijpend) verbouwd hoeft te worden waarbij een beroep gedaan wordt op de Wmo. ProWonen voegt zowel nieuwe levensloopgeschikte woningen toe, als dat ze kansen zoekt om woningen effectiever in te zetten voor oudere inwoners. Dit nemen we op in prestatieafspraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onze planvoorraad categoriseren en sturen we niet alleen op type betaalbaarheid maar ook op type toegankelijkheid en/of doelgroep. Dit doen we op dezelfde manier waarop we sturen op betaalbaarheid, via overeenkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij initiatieven met geclusterde woonvormen en voorzieningen, moedigen we aan dat alle bewoners gebruik maken van samenwerkende zorgaanbieders en dat onderling vastleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We stellen een beoordelingskader voor nieuwe woonzorginitiatieven op. Een sterke betrokkenheid van inwoners, in de geest van de omgevingsvisie, wordt hierin opgenomen. Evenals de impact voor de dienstverlening van huisartsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Premantelzorgwoningen De beleidsregel van gemeente Berkelland over premantelzorgwoningen (2025) biedt inwoners de mogelijkheid om vooruitlopend op een toekomstige mantelzorgsituatie een zelfstandige tijdelijke woning op hun erf te realiseren. Een premantelzorgwoning is een zelfstandige, tijdelijke wooneenheid bij een bestaande woning, bedoeld voor maximaal twee personen. De woning is bedoeld voor mensen die in de toekomst mantelzorg gaan verlenen of ontvangen, bijvoorbeeld bij ouderdom of een voortschrijdende ziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mantelzorgwoningen In gemeente Berkelland is het op basis van landelijke regelgeving mogelijk om een mantelzorgwoning te realiseren bij een bestaande woning. Een mantelzorgwoning is een tijdelijke extra woonruimte op hetzelfde erf, bedoeld voor degene die zorg ontvangt of verleent. De mantelzorgwoning is bedoeld voor situaties waarin sprake is van langdurige, intensieve en onbetaalde zorg tussen naasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouder worden in het buitengebied In gemeente Berkelland is het op basis van landelijke regelgeving mogelijk om een mantelzorgwoning te realiseren bij een bestaande woning. Een mantelzorgwoning is een tijdelijke extra woonruimte op hetzelfde erf, bedoeld voor degene die zorg ontvangt of verleent. De mantelzorgwoning is bedoeld voor situaties waarin sprake is van langdurige, intensieve en onbetaalde zorg tussen naasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beleidsregel van gemeente Berkelland over premantelzorgwoningen 2025 biedt inwoners de mogelijkheid om vooruitlopend op een toekomstige mantelzorgsituatie een zelfstandige tijdelijke woning op hun erf te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">We nemen deel aan de regionale verkenning naar toekomstbestendige zorg in het buitengebied waarin inwoners centraal staan. Regionaal wordt met zorgorganisaties onderzocht hoe de afname van thuiszorg zich ontwikkelt en hoe we hier regionaal gezamenlijk op kunnen inspelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.6 Conclusie Gemeente Berkelland zet in op een integrale aanpak voor de huisvesting van aandachtsgroepen, met samenwerking op regionaal niveau en maatwerk per doelgroep. Urgente groepen krijgen voorrang via een nog op te stellen regionale huisvestingsverordening, waarbij spreiding en nabijheid van voorzieningen centraal staan. Voor statushouders worden alternatieve woonvormen en modulaire woningen ingezet om clustering te voorkomen en integratie te bevorderen. Arbeidsmigranten worden beter ondersteund via registratie, toezicht en inzet van de Wet goed verhuurderschap. Voor ouderen en mantelzorgers worden levensloopgeschikte woningen, mantelzorgwoningen en woonzorgzones ontwikkeld, gericht op doorstroming en het combineren van wonen en zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Woon- en leefomgeving 6.1 Inzichten in de woon- en leefomgeving 6.1.1 Leefbaarheid in Berkelland Goed wonen is voor een deel afhankelijk van de woning. Maar om te voldoen aan de behoefte van inwoners is een fijne leefomgeving zeker net zo belangrijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leefbaarheid verwijst naar de mate waarin een woonomgeving als prettig, veilig en functioneel wordt ervaren door haar bewoners. Dit volkshuisvestingsprogramma helpt om wonen en leefbaarheid te verbeteren, maar kijkt niet naar alle onderdelen van leefbaarheid. We focussen op aspecten zoals sociale cohesie, voorzieningen, bereikbaarheid, groenvoorziening en de kwaliteit van de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Leefbaarometer van het Ministerie van Binnenlandse zaken meet de algemene leefbaarheid op basis van indicatoren zoals veiligheid, voorzieningen, woningvoorraad, sociale samenhang. De score op de Leefbaarometer is voor Berkelland ‘goed’. Deze meting is wel uit 2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 8.17 Leefbaarometerklasse 6.1.2 Sociale cohesie inwoners In gemeente Berkelland is sprake van sterke sociale verbondenheid; inwoners kennen elkaar doorgaans en begroeten elkaar op straat. Deze verbondenheid, geworteld in tradities en lokale identiteit, is nog meer zichtbaar in de kleinere kernen en vormt een belangrijke kracht binnen de gemeenschap. Deze sociale cohesie is van grote waarde voor de toekomstige ontwikkelingen in de zorg. Het omzien naar elkaar en het zorgen voor elkaar zijn centrale thema’s, zoals ook toegelicht in hoofdstuk 4, en krijgen extra betekenis in het licht van de vergrijzing.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.3 Voorzieningen Voorzieningen in Berkelland zijn van belang voor de leefbaarheid. De nabijheid tot basisvoorzieningen, zoals zorg, onderwijs, openbaar vervoer, winkels en sportfaciliteiten verhogen het woongenot voor bewoners. Voorzieningen zoals buurthuizen, bibliotheken en sportclubs bieden plekken voor ontmoeting en verbinding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 8.18 Leefbaarometerscore In de figuur van de Leefbaarometer wordt het aantal voorzieningen in Berkelland in afwijking van het landelijk gemiddelde getoond als een 'grote negatieve bijdrage’. De Leefbaarometer in paragraaf 5.1.1 geeft aan dat de algehele score goed is, hoewel het aantal voorzieningen negatief scoort. De situatie in Berkelland past binnen een bredere landelijke trend waarbij het aantal voorzieningen stagneert of zelfs afneemt, veroorzaakt door vermindering van voorzieningen in dorpen, zoals het verdwijnen van buslijnen, sluiting van winkels of scholen, en verminderde bereikbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.4 Bereikbaarheid Bereikbaarheid bepaalt mede hoe prettig, functioneel en verbonden een woonomgeving is. Het zorgt ervoor dat inwoners makkelijk bij scholen, zorginstellingen, winkels, sportlocaties en culturele voorzieningen kunnen komen. Slechte bereikbaarheid kan leiden tot sociale uitsluiting. Bereikbaarheid vergroot de zelfredzaamheid van inwoners. Gebieden die goed bereikbaar zijn, worden als aantrekkelijker ervaren door woningzoekenden. De infrastructuur in gemeente Berkelland is momenteel functioneel. Er zijn beperkt OV-verbindingen. Ruurlo heeft een treinstation. Inwoners geven in de participatiesessies aan dat aansluiting met de buslijnen vanuit treinstation Ruurlo prima is. Voor inwoners die niet met het openbaar vervoer kunnen of willen reizen, is er in de Achterhoek een regionaal vervoersysteem dat mensen van deur-tot-deur vervoert. Aanvullend hierop zijn er vrijwillige vervoersdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belangrijkste verkeersweg door gemeente Berkelland naar Twente is de N18, ook wel de Nieuwe Twenteroute genoemd. Deze autoweg loopt van Varsseveld via Eibergen, Haaksbergen en Enschede. Door deze autoweg zijn Eibergen en Neede prima vestigingsplaatsen voor forensen die in Twente werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.5 Groene woonomgeving Natuur, landschap en klimaat vormen essentiële pijlers voor de kwaliteit, duurzaamheid en ruimtelijke beleving van de fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Positieve invloed natuur en landschap Wetenschappelijk onderzoek (green spaces theory) heeft aangetoond dat groene ruimten (zoals parken, plantsoenen, bossen, tuinen, natuur in het buitengebied) een positieve invloed hebben op de gezondheid en het welzijn van mensen en op leefbaarheid van de fysieke omgeving. Groen in onze leefomgeving draagt namelijk bij aan een verbeterde luchtkwaliteit, aan sociale interactie en vermindering van stress en nodigt uit tot fysieke activiteiten. Ook blauw in onze leefomgeving, door bijvoorbeeld de aanwezigheid van rivieren, beken en andere waterpartijen, heeft positieve invloed op onze mentale en fysieke gezondheid (blue spaces theory). Het is daarom belangrijk dat we bij het ontwikkelen van woonomgevingen van de toekomst naast alle andere relevante aspecten voldoende aandacht hebben voor zowel ‘groene’ als ‘blauwe’ natuur. Gemeente Berkelland kent een rijke biodiversiteit, niet alleen in natuurgebieden, maar ook in de bebouwde omgeving. Juist in tuinen, parken, bermen en bedrijventerreinen liggen belangrijke kansen om de biodiversiteit te versterken. De bebouwde omgeving fungeert als verbindingszone tussen grotere natuurgebieden en biedt leefruimte voor tal van soorten, waaronder vogels, insecten en kleine zoogdieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klimaat Het klimaat verandert. Dit heeft verschillende gevolgen voor zowel het stedelijk als het landelijk gebied. Het aantal en de intensiteit (pieken) van extreme buien nemen toe. Deze hevige buien gaan de afvoercapaciteit van het rioleringsstelsel overstijgen. Dit zorgt voor meer/vaker water op straat en voor grotere overstorten van het riool op het oppervlaktewater. Daarnaast kan wateroverlast optreden doordat sloten en beken het water niet snel genoeg bergen of afvoeren. Verder hebben toenemende perioden van hitte en droogte gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving. Hitte kan leiden tot gezondheidsklachten bij met name kwetsbare groepen, zoals zieken en ouderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitdaging is om de bebouwde omgeving en het buitengebied zodanig in te richten dat de negatieve gevolgen van de effecten van klimaatverandering beperkt blijven. Het vergroten van het waterbergend vermogen van de bebouwde kom en in lager gelegen gebieden/ beekdalen in het landelijk gebied via robuuste groene en blauwe netwerken speelt hierbij een belangrijke rol. Hierbij gaat het niet alleen om de openbare ruimte, maar ook om particulier terrein. Er is een trend waarneembaar van het verharden van tuinen (onderhoudsvrij maken) en de openbare ruimte, door een toenemende druk op de ruimte (woningbouw, groei van bedrijventerreinen etc.). Als gevolg hiervan zullen de effecten van klimaatverandering toenemen bij het optreden van intensieve buien en/of hoge temperaturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hitte is niet alleen een probleem buiten de woning, maar ook in de woning. Voor afdoende geïsoleerde woningen is het namelijk niet alleen het geval dat ze weinig warmte verliezen in de winter, maar ook in de zomer. Bij bestaande bouw, maar ook bij nieuwbouw is het daarmee wenselijk dat er aandacht uitgaat naar de koelbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leidraad voor de inrichting van de openbare ruimte (LIOR) van Berkelland is een technische richtlijn waarin dit onderwerp onder andere beschreven staat. Het bevordert samenhang, duurzaamheid en klimaatadaptatie in ontwerp en uitvoering. Bijvoorbeeld hergebruik van materialen en lokale inzet van middelen worden gestimuleerd (zie ook paragraaf 5.3.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.6 Huidige vestigingsklimaat Berkelland is een aantrekkelijke woonomgeving voor nieuwe inwoners. Berkelland kende in 2024 een positieve instroom van inwoners uit andere regionale gemeenten. Volgens de meest recente gegevens van het CBS-dashboard verhuisbewegingen en de dataset ‘Verhuisde personen tussen gemeenten’ vestigden zich in 2024 ongeveer 1.100 personen van buiten de gemeente in Berkelland. Er vertrokken ongeveer 950 personen naar andere gemeenten. Dat betekent een positief binnenlands migratiesaldo van 150 personen. De gemeente is aantrekkelijk voor vestigers, vooral vanwege de relatief betaalbare woningen in verhouding tot de rest van Nederland. Jongeren die voor studie of werk zijn verhuisd van Berkelland naar een andere regio, willen vaak terugkeren naar Berkelland, vooral naar de ouderlijke woonplaatsen. Jonge gezinnen vormen een belangrijke instroomgroep, zij kiezen Berkelland omdat er in vergelijking tot de rest van Nederland nog betaalbare koopwoningen zijn en Berkelland een rustige woonomgeving is. Vooral gezinnen uit omliggende gemeenten zoals Lochem, Haaksbergen en Oost Gelre vestigen zich hier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arbeidsmigranten en statushouders vormen een kleinere, maar relevante groep. Goede huisvesting voorkomt overlast, bevordert integratie en zorgt ervoor dat deze groepen veilig en menswaardig kunnen wonen, terwijl de gemeente tegelijkertijd haar wettelijke en economische verantwoordelijkheden nakomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.7 Conclusie De inzichten laten zien dat Berkelland een aantrekkelijke woonomgeving met sterke sociale cohesie biedt, met veel groen en relatief betaalbare woningen in verhouding met andere delen van Nederland. De instroom van jonge gezinnen bevestigt dit. Tegelijkertijd staan voorzieningen en bereikbaarheid onder druk, vooral in kleinere kernen. Klimaatverandering vraagt om een robuuste inrichting van de leefomgeving. Goede huisvesting voor aandachtsgroepen zoals statushouders en arbeidsmigranten is essentieel voor integratie en leefbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2 Welke doelen hebben we voor de woon- en leefomgeving 6.2.1 Behouden en versterken vitale kernen Voor de fysieke woonomgeving is leefbaarheid van groot belang omdat het direct invloed heeft op het welzijn van bewoners, hun binding met de buurt en de aantrekkelijkheid van een gebied om in te wonen. Daarom is leefbaarheid van belang bij beleidskeuzes rond woningbouw, herstructurering en gebiedsontwikkeling. Het positieve gevoel over de leefbaarheid in Berkelland van de inwoners willen we zo houden of versterken. Een randvoorwaarde voor leefbaarheid is een passende woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor sterke, levendige kernen is een goede demografische mix noodzakelijk, maar met behoud van de Achterhoekse identiteit. We willen toewerken naar sterke draagkrachtige kernen met een diversiteit aan inwoners die gezamenlijk sociaaleconomisch in balans zijn. De gemeente hecht veel waarde aan participatie en het versterken van de eigen kracht van inwoners. Sociale netwerken zoals familie, vrienden en verenigingen spelen hierin een sleutelrol. De samenstelling van de bevolking – de demografische mix – is bepalend voor het slagen van deze sociale verbinding. Door de beperkte toegankelijkheid van de woningmarkt komt deze mix onder druk te staan, wat leidt tot een eenzijdigere bevolkingssamenstelling in bepaalde wijken. Dit heeft directe gevolgen voor de leefbaarheid en sociale dynamiek binnen de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Demografische mix door gedifferentieerd aanbod Een gedifferentieerd aanbod in woningbouw betekent dat er een variatie aan woningtypes, prijsklassen en woonvormen wordt aangeboden, zodat er voor verschillende doelgroepen passende woonruimte beschikbaar is. Dit betekent dat er verschillende woningtypes moeten worden aangeboden in verschillende prijsklassen. Zodat er voor alle doelgroepen een passende woning te vinden is. Denk hierbij ook aan verschillende woonvormen en levensloopbestendige woningen. Een gedifferentieerd aanbod draagt bij aan een evenwichtige woningmarkt, voorkomt eenzijdige bebouwing en bevordert sociale cohesie in wijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lokale woningzoekenden We willen een omgeving bieden waar iedereen zich welkom voelt en kan wonen. De instroom van vestigers mag er niet toe leiden dat lokale starters er niet tussen komen en genoodzaakt zijn om te verhuizen naar een andere gemeente. Daarom bouwt Berkelland ook meer dan noodzakelijk is voor de groei van het aantal huishoudens. Voor de versterking van de sociale verbinding is het belangrijk dat inwoners, die in onze gemeente zijn geboren en getogen een kans krijgen om hier te kunnen blijven wonen. Deze inwoners hebben hun familie, vrienden en kennissen hier wonen. Ze draaien mee als vrijwilliger of besteden hun vrije tijd aan het verenigingsleven. Hierdoor ontstaat naoberschap, waar de Achterhoek zo om bekend staat. Een informeel netwerk van zorg en steun ontstaat zonder tussenkomst van instanties. Bij ziekte, overlijden, verbouwingen of andere gebeurtenissen is hulp bieden aan elkaar een gewoonte die met de paplepel is ingegeven. Deze Achterhoekse kracht moet versterkt worden en mag niet in gevaar komen. Het is de fundering van een veerkrachtige en leefbare samenleving die zo cruciaal is voor de toekomstontwikkelingen die we op ons af zien komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorrang voor lokale inwoners op de woningmarkt mag de instroom van nieuwe doelgroepen echter niet te beperken, zodat de demografische mix onder druk komt te staan en wijken eenzijdiger worden. Nieuwe instroom van vestigers kan juist van meerwaarde zijn voor de vitaliteit van een kern, voor onderwijs, verenigingen en sport. Het klinkt tegenstrijdig maar Berkelland wil in goede balans recht doen aan de woonbehoeften van zowel inwoners uit de eigen gemeente als nieuwe vestigers.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.2 Voldoende voorzieningen We willen de gemeente voor verschillende doelgroepen aantrekkelijk houden. Daarom is het van belang de voorzieningen op niveau te houden. Gezinnen willen graag goede scholen en speelplekken. Ouderen hebben baat bij zorgvoorzieningen en toegankelijkheid. (zie hoofdstuk 4). Jongeren vinden sport, cultuur en openbaar vervoer belangrijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen trekken nieuwe mensen aan en houden jongeren in de gemeente. Dit zorgt voor economische vitaliteit en stimuleert lokale werkgelegenheid en bedrijvigheid. Goede voorzieningen verminderen de noodzaak om te reizen naar andere gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit draagt bij aan duurzaam wonen en minder verkeersdruk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzieningen voor Berkelland zoals ontmoetingsruimten, onderwijs, sport en scholen zijn een groot aandachtspunt bij uitbreiding van woonwijken. Groei van het aantal woningen en huishoudens zal de score voor de Leefbaarometer zeker beïnvloeden, wanneer de voorzieningen niet meegroeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.3 Goede bereikbaarheid Gemeente Berkelland ziet bereikbaarheid als een essentieel onderdeel van de fysieke leefomgeving, waarbij aandacht is voor duurzaam vervoer, mobiliteit voor jong en oud.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kiest voor een aanpak, waarbij bereikbaarheid wordt meegenomen in de samenwerking met partners zoals woningcorporaties, zorgaanbieders en bewoners. Dit betekent dat bij gebiedsontwikkeling en woningbouwprojecten ook wordt gekeken naar de ontsluiting van wijken, de nabijheid van voorzieningen en de toegankelijkheid voor mensen met beperkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.4 Gezonde groene woonwijken Gemeente Berkelland wil natuurinclusief bouwen stimuleren. Beperking van verharding en het bevorderen van groen in de openbare ruimte zijn cruciale maatregelen. Deze dragen niet alleen bij aan biodiversiteit, maar ook aan klimaatadaptatie, gezondheid en leefkwaliteit. Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties spelen hierin een sleutelrol. Door hen actief te betrekken en te ondersteunen, kan de gemeente samen met haar partners een robuust en veerkrachtig ecosysteem realiseren binnen de bebouwde omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen klimaatverandering Volgens de nationale ambitie wil gemeente Berkelland dat de woonkernen en het buitengebied uiterlijk in 2050 klimaatbestendig zijn ingericht. Dat betekent dat de gemeente een basis beschermingsniveau biedt. Concreet betekent dit dat in 2050 bij extreem hevige neerslag (70 mm in een uur) er geen schade optreedt aan bebouwing, infrastructuur en aan vitale voorzieningen. Er staat maximaal 20 cm water op straat. Bij een bui van 90 mm in een uur blijven hoofdwegen bereikbaar en drinkwater en energie beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">We willen dat inwoners zich bewust zijn van de consequenties van extreem weer. Zodat ze weten welke maatregelen zij zelf kunnen nemen om schade te voorkomen. Daarnaast werken we naar acceptatie, dat de negatieve gevolgen van extreem weer niet altijd kunnen worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatie Bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken of doorontwikkeling van bestaande wijken is het belangrijk dat er voldoende aandacht is voor recreatieruimte zodat bewoners voldoende ruimte hebben om te recreëren in hun nabije omgeving. In de toekomst dreigt namelijk een tekort te ontstaan aan recreatieruimte, terwijl dit juist belangrijk is voor het welzijn en welbevinden van mensen. Momenteel is hier nog geen nationale norm voor. Wel zijn er verschillende richtlijnen en normen die door overheden worden gebruikt. Deze normen zijn echter richtinggevend of adviserend. Dat wil zeggen, er bestaan geen normen die wettelijk zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.5 Aantrekkelijk vestigingsklimaat realiseren We willen voldoende woningen bouwen voor de vestiging van werknemers (zowel lokaal als van buiten de gemeente) om meerdere redenen. Werknemers dragen bij aan de economische, sociale en ruimtelijke vitaliteit van een gemeente zoals Berkelland: Ze zijn essentieel voor sectoren zoals bouw, zorg, techniek, logistiek en productie. Zonder voldoende woonruimte kunnen bedrijven moeilijk personeel aantrekken of behouden, wat economische groei belemmert. Dit versterkt het vestigingsklimaat voor bedrijven, die op hun beurt bijdragen aan werkgelegenheid en voorzieningen. De opgave is berekend op een ruimte voor uitbreiding van de woningvoorraad voor de toestroom van werknemers uit omliggende regio's. Zie paragraaf 2.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.6 Conclusie Gemeente Berkelland streeft naar een leefbare, vitale woonomgeving met een sterke sociale basis, goede voorzieningen en een gezonde demografische mix. Door gevarieerde woningbouw, aandacht voor bereikbaarheid, groen en klimaatbestendigheid wil de gemeente zowel lokale inwoners als nieuwe vestigers een passende woonplek bieden. Dit draagt bij aan sociale cohesie, economische vitaliteit en een toekomstbestendige leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3 Hoe gaan we de doelen bereiken voor de woon- en leefomgeving 6.3.1 Behouden sociale cohesie Gemeente Berkelland stuurt op een prettige woonomgeving door inzet van beleidsmaatregelen en gebiedsgerichte aanpak. Er wordt ingezet op verbinding van inwoners door een balans tussen vestigers van buiten de gemeente en lokale inwoners, door een goede spreiding van kleinere aantallen nieuwbouwwoningen over de kernen en aandacht voor natuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het toevoegen of transformeren van de woningvoorraad sturen we op het behoud en de versterking van sociale binding en leefbaarheid in de kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorrang voor lokale inwoners gemeente Berkelland 1. Koopwoningen Gemeente Berkelland stelt een anterieure realisatieovereenkomst op waarin we een inspanningsverplichting opnemen voor de exploitant om woningen eerst aan te bieden aan de lokale inwoners, voordat deze openbaar worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten mogen onder bepaalde voorwaarden voorrang geven aan lokale inwoners bij de toewijzing van koopwoningen, vooral bij sociale nieuwbouw. Dit wordt mogelijk gemaakt door een wijziging van de Huisvestingswet, die gemeenten meer ruimte geeft om lokaal maatwerk toe te passen. Zo mag een gemeente bij de helft van de beschikbare huurwoningen en nieuwbouw koopwoningen tot de betaalbaarheidsgrens (in 2025: € 405.000) voorrang geven aan mensen met een economische, maatschappelijke of lokale binding met de gemeente. Omdat we met de inzet van de mogelijkheid uit de wet het risico lopen dat we juist minder in plaats van meer woningen lokaal kunnen aanbieden, zetten we deze niet in maar gaan we door met onze huidige werkwijze.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Huurwoningen ProWonen mag maximaal 5% van de sociale huurwoningen met voorrang toewijzen aan inwoners uit de kern. Bij nieuwbouwprojecten mag maximaal 50% van de aangeboden woningen worden toegewezen aan huurders die een sociale huurwoning achterlaten in de kern. Deze afspraken zijn met de samenwerking voor het woonplatform Thuis in de Achterhoek gemaakt en kunnen eventueel nog wijzigen in de toekomst.</div>\n<p class=\"lf-p\">Fijnmazige groei voor goede leefbaarheid Berkelland wil, zoals aangegeven in de Omgevingsvisie, alle kernen fijnmazig laten groeien. In plaats van grootschalige uitbreiding op één plek, kiest Berkelland voor een aanpak waarbij meerdere kernen passend laten groeien. Elke kern heeft een eigen identiteit en kenmerken, behoeften en uitdagingen. Berkelland wil met fijnmazige groei beter inspelen op lokale wensen en omstandigheden. Berkelland bestaat uit een aantal kleine kernen. Om de leefbaarheid in al deze kernen te behouden, is het nodig om op veel plekken verspreid over de gemeente, kleinere aantallen woningen toe te voegen. Dit leidt automatisch tot een fijnmazige en brede woningbouwopgave. Zie ook paragraaf 2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.2 Integrale wijkaanpak In de wijk Neede Noordoost werkt gemeente Berkelland samen met bewoners en woningcorporatie ProWonen aan een toekomstbestendige woon- en leefomgeving. Hierbij worden thema’s als gezondheid, klimaatadaptatie, sociale cohesie en levensloopbestendigheid gecombineerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.3 Groene kernen We werken integraal aan een toekomstbestendige, biodiverse en klimaatadaptieve leefomgeving door middel van beleidsplannen en gebiedsgerichte maatregelen. Met het biodiversiteitsplan bieden we concrete handvatten en inspiratie om deze ambities waar te maken. Met deze aanpak werkt Berkelland aan een toekomstbestendige leefomgeving waarin biodiversiteit een vanzelfsprekend onderdeel is van beleid, inrichting en beheer. De gemeente zet hiermee in op een toekomstbestendige leefomgeving waarin natuur en mens in balans zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is gemeente Berkelland een onderzoek gestart naar de staat van instandhouding van gebouwbewonende soorten. De resultaten van dit onderzoek leggen we vast in een Soortenmanagementplan (SMP). Dit SMP is randvoorwaardelijk aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving zoals die zal worden vastgelegd in ons Warmte-/Koudeprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Biodiversiteitsplan Om biodiversiteit effectief te bevorderen, zet de gemeente in op de volgende concrete sturingsmiddelen: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de bebouwde omgeving worden gebiedsgerichte maatregelen ingezet op vergroening, natuurinclusief bouwen en het beperken van verharding. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het buitengebied ligt de focus op ecologisch beheer en landschapsherstel. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Biodiversiteit wordt verankerd in ruimtelijke plannen en vergunningverlening, met aandacht voor inrichting en materiaalgebruik. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwoners, (agrarische) bedrijven en maatschappelijke organisaties worden actief betrokken via communicatie, ondersteuning en voorbeeldprojecten. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per gebiedstype zijn kenmerkende soorten benoemd als ambassadeursoorten die als indicator dienen voor biodiversiteit en als leidraad voor monitoring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie voor meer informatie het Biodiversiteitsplan gemeente Berkelland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groenbeleidsplan In het Groenbeleidsplan 2024-2033 en het bijbehorende Groenstructuurplan is de 3-30-300 regel opgenomen. De eerste regel is dat alle inwoners vanuit huis minstens drie bomen (van behoorlijke omvang) moeten kunnen zien in verband met het belang van zichtbaar groen voor de mentale gezondheid en welzijn. De tweede regel is een 30% boomkroonpercentage op wijkniveau, dit ten aanzien van koeling van de omgeving, een beter luchtmilieu en mentale en fysieke gezondheid. De derde regel hanteert een 300 meter aan maximale afstand van een park of groene ruimte om te recreëren. Dit stimuleert het recreatief gebruik van groen en heeft daarmee een positief effect op zowel de lichamelijke als geestelijke gezondheid. Groen draagt ook bij aan het beperken van hittestress. De aanwezigheid van groen, en dan met name bomen met grote kroonprojecties, zorgt voor een verkoelend effect ten opzichte van versteende omgevingen. Dit maakt dat dergelijke omgevingen in hete periodes een positieve bijdrage leveren voor mensen en dieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente streeft naar een samenstelling van inheemse soorten die een positieve bijdrage leveren aan onze biodiversiteit. Hierbij wordt geprobeerd om een mix van soorten toe te passen, voor variatie in het straatbeeld én voor een robuust groenbestand, wat de kwetsbaarheid en eenzijdigheid van klassieke monoculturen voorkomt. Voor zover mogelijk proberen we groene zones op elkaar aan te laten sluiten, zodat deze zich verbinden tot een effectieve groenstructuur wat bijvoorbeeld insecten ten goede komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie In het kader van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft Samenwerking Water Achterhoek+, waar gemeente Berkelland deel van uitmaakt, stresstesten laten uitvoeren op het gebied van wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. De voortvloeiende acties zijn gewaarborgd binnen de beleidstafel van Samenwerking Water Achterhoek+, waar verscheidene medewerkers van gemeente Berkelland een bijdrage aan leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inrichting openbare ruimte In onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) zijn algemene technische inrichtingseisen voor de openbare ruimte van gemeente Berkelland opgenomen. De LIOR is van toepassing op alle projecten en werkzaamheden in de openbare ruimte. Klimaatadaptatie is verweven in de LIOR met behulp van technische maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Watertakenplan Het Watertakenplan (WTP) Berkelland 2024-2034 geeft inhoudelijke, financiële en programmatische sturing aan de uitvoering van watertaken van gemeente Berkelland. De gemeentelijke watertaken zijn uit het oogpunt van volksgezondheid, leefbaarheid en milieubescherming één van de kerntaken van een gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Water en Bodem Sturend Op initiatief van Samenwerking Water Achterhoek+(WBS A+) is het project Water en Bodem Sturend (WBS) Achterhoek+ uitgevoerd. Het belangrijkste doel van het project is om de abstracte structurerende keuzes voor water en bodem sturend te vertalen naar een praktisch toepasbaar instrument voor overheden en ontwikkelaars die actief zijn in het Achterhoek+ gebied, bij locatiekeuzes en inrichting van woon- en werklocaties (stedelijke ontwikkelingen). Het project heeft geleid tot twee hoofdproducten:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een signaleringskaart waarmee uitdagingen vanuit het water- en bodemsysteem voor stedelijke ontwikkelingen gesignaleerd worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een handreiking WBS voor stedelijke ontwikkeling met praktische tools om WBS toe te passen in ruimtelijke ordening. Denk hierbij aan een voorbeeldenboek met mogelijke maatregelen voor een klimaatbestendige bebouwde omgeving.</div>\n<p class=\"lf-p\">Klimaatbestendigheid Om bestand te zijn tegen klimaatveranderingen, werkt gemeente Berkelland aan de klimaatbestendige inrichting van de publieke (openbare) en private buitenruimte (o.a. tuinen en (parkeer)terreinen) en het watersysteem. Hiervoor hanteert de gemeente een aantal leidende principes: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Benutten van fysieke veranderingen in de openbare ruimte om klimaatbestendige maatregelen te nemen. Dat geldt voor projecten van de gemeente en van het waterschap en ook voor projecten van anderen: inwoners, (agrarische) bedrijven, woningcorporaties, terreinbeheerders en maatschappelijke organisaties. Dat betekent dat onderhoudscycli van infrastructuur, riolering, groen en gebouwen op elkaar worden afgestemd en optimaal worden benut. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij keuzes in de inrichting is het water- en bodemsysteem zoveel mogelijk leidend. Door zuiniger om te gaan met water komen er meer grondwatervoorraden. Voor bouwlocaties gaat de voorkeur uit naar locaties waar geen conflict ontstaat met de belangen van water en bodem. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het vermijden van bouwen op locaties die noodzakelijk zijn voor het bergen en afvoeren van water. Verder is het streven om verharding van de bodem tegen te gaan, waardoor meer water infiltreert. Ook wordt een hoger grondwaterpeil beoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Anticiperen op klimaatverandering Om te kunnen anticiperen op klimaatverandering en overlast tijdens hevige neerslag en droogte te voorkomen, hanteert gemeente Berkelland een gebiedsgerichte strategie voor de verwerking van regenwater. Bij (ver)nieuwbouw zorgt de gemeente ervoor dat er sprake is van een klimaatbestendige bouw en inrichting, met zo min mogelijk afwenteling naar de omgeving. Hierbij geldt het principe dat bij elk initiatief, bouw, verbouw of reconstructie het schone regenwater voor zover redelijkerwijs mogelijk, geheel binnen de plangrenzen wordt verwerkt. Het vuilwater wordt gescheiden van het regenwater aangesloten op het gemeentelijke hoofdriool. Er wordt hierop gestuurd via regels in het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.4 Conclusie Gemeente Berkelland versterkt de leefbaarheid via fijnmazige woningbouw, voor behoud van sociale cohesie. Groene kernen, biodiversiteit en klimaatbestendigheid staan centraal, ondersteund door het Groenbeleidsplan, Watertakenplan en de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte. Via gebiedsgerichte aanpakken en samenwerking met inwoners en partners werkt Berkelland aan een gezonde, duurzame en toekomstbestendige woonomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Aandachtspunten 7.1 Netcongestie en netbewust bouwen De realisatie van de ambities uit het volkshuisvestingsprogramma vereist het borgen van essentiële randvoorwaarden en een intensieve samenwerking tussen betrokken overheden en partners. Daartoe behoren adequate financiële ondersteuning voor onrendabele woningbouwprojecten, het oplossen van netcongestie op het elektriciteitsnet, het waarborgen van voldoende ambtelijke capaciteit voor planvorming en uitvoering, gerichte investeringen in de bereikbaarheid van nieuwe woonlocaties en het creëren van juridische en ecologische ruimte binnen de geldende stikstofregels. Zonder deze randvoorwaarden komt de voortgang van de volkshuisvestelijke opgave en de uitvoerbaarheid van de woondeal substantieel onder druk te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het behalen van de opgave uit Woondeal 1.1 zijn randvoorwaarden gesteld voor de Provincie zoals stikstofruimte, netcapaciteit, mobiliteit, financiering van onrendabele toppen en voldoende capaciteit bij ambtenaren. Deze voorwaarden zijn cruciaal voor het behalen van de opgave.</p>\n<p class=\"lf-p\">De energietransitie zit in een stroomversnelling. Elektrificatie van warmte en koude, mobiliteit, maar ook uitbreidende bedrijventerreinen en woningbouwplannen hebben grote invloed op de nu al schaarse transportcapaciteit. Daarom is er steeds vaker sprake van netcongestie. Sinds 2024 geldt dit ook voor Berkelland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Netcongestie heeft directe gevolgen voor de woningbouw. In gebieden met netcongestie beperkt de netbeheerder namelijk het recht op transportcapaciteit van elektriciteit. Dit doet zij om de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnetwerk te garanderen. In de praktijk betekent dit dat in gebieden met netcongestie de netbeheerder verzoeken niet meer beoordeelt op volgorde van binnenkomst. In plaats daarvan zal zij in gebieden met netcongestie vanaf 1 juli 2026 het door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) opgesteld prioriteringskader hanteren. Hiermee vervalt een uitzondering die voor woningbouw (en andere kleinverbruikaansluitingen) bestond. Voor deze doelgroepen was eerdere transportcapaciteit gereserveerd. De juridische onderbouwing van deze werkwijze is echter bij de rechter verworpen. Tussen 1 januari 2026 en 1 juli 2026 bestaat een overgangsperiode. Vanaf 1 juli 2026 geldt voor alle verzoeken tot (wijziging van de) aansluiting in gebieden met netcongestie het prioriteringskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf dat moment zullen netbeheerders transportcapaciteit toewijzen voor projecten met maatschappelijke prioriteit. Woningbouw behoort tot één van de prioriteringscategorieën. Om daadwerkelijk ook die prioriteit te verkrijgen zal een ontwikkelaar een bewijslast moeten aanleveren. Het proces en de inhoud van deze bewijslast is nog onduidelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is goed mogelijk dat dit al op de korte termijn gevolgen kan hebben voor woningbouwprojecten in Berkelland. Wanneer beperkingen worden ingesteld voor (nieuwe) kleinverbruik aansluitingen concurreren nieuwbouwprojecten namelijk met andere functies. Denk hierbij aan bedrijventerreinen, maatschappelijk vastgoed, de elektrificatie van mobiliteit en de verduurzaming van woningen voor schaarse transportcapaciteit. Het kan dan zo zijn dat een netbeheerder projecten afwijst op basis van gebrek aan ruimte op het elektriciteitsnetwerk. Wanneer dit gebeurt, gaan we na op welke termijn er wel mogelijkheden zijn. Als beperkte uitstel geen optie is, kijken we naar andere plekken voor het realiseren van de planvoorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toekomst zeggen de netbeheerders dat de kosten te hoog zijn om kabels en leidingen zo groot te maken dat ze altijd de hoogste pieken aankunnen. Dat wil zeggen dat zelfs wanneer de ergste problemen worden opgelost, het aannemelijk is dat op basis van een mechanisme verzoeken voor transportcapaciteit door de netbeheerder op basis van regels (in plaats van volgorde van binnenkomst) zullen worden beoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Netbeheerders sturen daarom op netbewuste nieuwbouw. De ontwikkelingen rondom netbewust bouwen zijn nog pril. Op dit moment zijn de bekendste proefprojecten in Utrecht, Almere en Arnhem. Wat deze met elkaar gemeen hebben is dat zij in samenwerking met netbeheerders worden aangevlogen, dat zij vaak met lokale opslag en een warmteconcept worden gerealiseerd en dat de hoeveelheid en kwaliteit van woningen afhangt van een vooraf vastgesteld aansluitingsbudget. In zulke projecten heeft de gemeente nadrukkelijk een rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij woningbouw wordt het ook steeds relevanter om na te denken over het koelvermogen van woningen. De zomers worden steeds warmer, en nu woningen steeds beter worden geïsoleerd, wordt het in de zomer steeds moeilijker om de warmte de woning uit te krijgen. In het kader van de leefbaarheid, maar ook vanuit netcongestie, is het belangrijk om te overwegen om koelingseisen te stellen. De installatie van koeling bij nieuwbouw is niet verplicht. Het kan dus zo zijn dat ook bij nieuwbouw in de toekomst extra airconditioninginstallaties worden geïnstalleerd. Dit is een aandachtspunt in het kader van de gezondheid, welstand, en dus netcongestie.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2 Stikstof De wetgeving, de rechtspraak en het beleid over de stikstofwetgeving is de laatste jaren voortdurend in beweging. Dit zal in de (nabije) toekomst waarschijnlijk niet anders worden. Dit betekent dat toekomstige woningbouwplannen zullen moeten worden beoordeeld aan de hand van de dan geldende wet- en regelgeving, met inbegrip van de dan geldende jurisprudentie. Op voorhand is niet aan te geven welke effecten dit kan hebben op de haalbaarheid van toekomstige woningbouwplannen in gemeente Berkelland.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3 Capaciteit De woondeal voor de regio Achterhoek stelt dat voldoende ambtelijke capaciteit een essentiële randvoorwaarde is voor het realiseren van de woningbouwopgave tot en met 2030. Door de veelkernige structuur van de regio, met meer dan 115 kernen verspreid over zeven gemeenten, is de woningbouwopgave versnipperd en kleinschalig van aard. Dit vraagt om intensieve ambtelijke inzet per project, wat leidt tot een relatief hoge werkdruk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten, waaronder ook gemeente Berkelland, geven aan dat zij onvoldoende personele capaciteit hebben om bouwplannen tijdig te ontwikkelen, vergunningen te verlenen en afstemming te organiseren met corporaties, ontwikkelaars en bewoners. Deze knelpunten vormen een risico voor het behalen van de afgesproken bouwdoelstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom wordt ingezet op het versterken van de ambtelijke capaciteit, onder andere door inzet van een provinciale en regionale flexpool. Deze flexibele schil van deskundigen kan gemeenten ondersteunen bij piekbelasting en complexe trajecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regio Achterhoek vraagt het Rijk en de provincie om erkenning van deze randvoorwaarde en om ondersteuning bij het op peil brengen van de benodigde capaciteit. Zonder deze inzet dreigt vertraging in de uitvoering van de woondeal en het realiseren van betaalbare en passende woningen voor diverse doelgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet alleen de overheid kampt met personeelstekorten. Ook bouwers merken hier steeds meer de gevolgen van. De vraag is of bouwers de landelijke toename van plannen en projecten aankunnen. Ook in de bouw is innovatie nodig om de groeiende bouwstroom aan te kunnen. Denk hierbij aan fabrieksmatig bouwen, zoals ProWonen en Van Wijnen hebben laten zien in de Spoorstraat in Borculo, of zoals de modulaire woningen in Borculo, Ruurlo en Neede.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.4 Ruimtelijk Perspectief Achterhoek (RPA) In de Achterhoek vinden we het belangrijk om vanuit onze eigen kracht richting te geven aan de toekomst van de regio Achterhoek. Dat hebben we nodig om samen, 3-O breed, op te trekken in regionale (ruimtelijke) opgaven die op ons afkomen. We (Achterhoekse gemeenten, 8RHK Ambassadeurs en Waterschap Rijn en IJssel) hebben daarom in 2025 gewerkt aan het opstellen van een Ruimtelijk Perspectief Achterhoek (RPA). Het RPA geeft ons handvatten om vanuit gezamenlijkheid antwoorden te geven op actuele ruimtelijke opgaven nu en in de toekomst. Als regio kunnen we op basis van het RPA onze gezamenlijke input leveren aan de ruimtelijke processen die spelen bij het Rijk en de provincie. Het RPA biedt daarnaast inspiratie en richting hoe in de regio om te gaan met vraagstukken in het gebied en kan daarmee een bouwsteen zijn voor gemeentelijke omgevingsvisies en andere ruimtelijke plannen zoals bijvoorbeeld het Volkshuisvestingsprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.5 Conclusie De woningbouw- en woningverbeteringsopgave in Berkelland is sterk afhankelijk van de invloed van netcongestie, stikstofregelgeving, beperkte ambtelijke en bouwcapaciteit. Netbewust bouwen wordt steeds belangrijker, met aandacht voor energieverbruik, koeling en samenwerking met netbeheerders. Juridische onzekerheid rond stikstof kan plannen vertragen. Door inzet van regionale flexpools en innovatieve bouwmethoden zoals modulaire woningen wordt geprobeerd de capaciteitstekorten te overbruggen en de bouwdoelstellingen haalbaar te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Monitoring 8.1 Monitoring Rijk, provincie, regionale en gemeentelijke opgave De monitoring van de bouwopgave vanuit het Rijk gebeurt via landelijke afspraken en gegevensverzameling, zoals de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw. Gemeenten leveren data aan over hun woningbouwproductie, die het Rijk gebruikt om de voortgang te volgen, knelpunten te signaleren en waar nodig bij te sturen met beleid en financiële impulsen. Dit gebeurt in samenhang met regionale woondeals en prestatieafspraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De monitoring van de bouwopgave door de provincie richting gemeenten gebeurt via regionale programmering en jaarlijkse voortgangsrapportages. Gemeenten leveren gegevens aan over geplande en gerealiseerde woningbouw via Provinciale Planregistratie Wonen, waarna de provincie toetst of de woondeal met bijbehorende afspraken, worden nagekomen en waar nodig bijstuurt. Dit gebeurt in samenwerking met de regio’s, corporaties en marktpartijen. De monitoring is gericht op het behalen van de afgesproken woningbouwdoelen binnen de ruimtelijke en beleidsmatige kaders.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Achterhoek zijn afspraken gemaakt over de monitoring van de bouwopgave in het kader van de Regionale Woonagenda en Woondeal. Tijdens jaarlijkse gesprekken wordt gekeken of de voortgang van afgesproken aantallen nog aansluiten bij de actuele behoefte en of bijstelling nodig is. De monitoring maakt deel uit van bredere prestatieafspraken tussen gemeenten, provincie en het Rijk en is gekoppeld aan de Nationale Woon- en Bouwagenda.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de woondeal is afgesproken dat er in 2027 of 2028 een nieuw en gedegen behoefteonderzoek wordt uitgevoerd voor de periode na 2030. Dit is ook het moment om in Berkelland weer een brede participatie uit te voeren, waarbij vergelijkbare vragen worden uitgezet zoals voor dit volkshuisvestingsprogramma is gebeurd In de meerjarige regionale prestatieafspraken voor de Achterhoek wordt de voortgang van de nieuwbouw van sociale huurwoningen gemonitord via een combinatie van regionale en landelijke instrumenten, overlegstructuren en concrete werkafspraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Berkelland volgt de sociale opgave in strategisch overleg met ProWonen, waarbij monitoring plaatsvindt op basis van gezamenlijke gesprekken en afstemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raad wordt jaarlijks geïnformeerd over de voortgang van de opgave in Berkelland.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2 Gevolgen monitoring Een aantal overkoepelende kaders voor dit volkshuisvestingsprogramma kunnen wijzigen: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het provinciale Volkshuisvestingprogramma is op het moment van schrijven (najaar 2025), nog niet voltooid; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wvrv wordt eind 2025 nog in de Eerste Kamer behandeld en is op het moment van schrijven (najaar 2025) nog niet vastgesteld; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale afspraken kunnen tijdens de looptijd van dit volkshuisvestingsprogramma veranderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het moment dat kaders op onderdelen anders zijn dan waar wij op het moment van schrijven (najaar 2025) vanuit gaan, dan zullen er in het volkshuisvestingsprogramma aanpassingen doorgevoerd moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarvoor wordt dan de wettelijke procedure gevolgd, met inbegrip van bijbehorende participatie en communicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Begrippenlijst Volkshuisvestingsprogramma Berkelland Deze begrippenlijst is bedoeld als hulpmiddel bij het lezen van het Volkshuisvestingsprogramma 2026-2035. De definities in deze lijst zijn daarom afgestemd op het gebruik binnen dit programma. Deze lijst is dus niet bedoeld als algemene of officiële definitie van de termen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandachtsgroepen Groepen woningzoekenden met een specifieke woon- of zorgbehoefte, zoals senioren, statushouders, mantelzorgers, uitstromers uit zorginstellingen, arbeidsmigranten, slachtoffers van huiselijk geweld, jongeren uit jeugdzorg, mensen met een beperking en woonwagenbewoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actief grondbeleid Een strategie waarbij een gemeente zelf grond aankoopt, deze ontwikkelt tot bouw- en woonrijpe grond en vervolgens verkoopt aan ontwikkelaars of eindgebruikers. De gemeente neemt hiermee de regie en verantwoordelijkheid voor de grondexploitatie, wat betekent dat alle kosten en opbrengsten voor rekening van de gemeente komen. Dit beleid wordt ingezet om maatschappelijke doelen, zoals woningbouw voor specifieke doelgroepen, te verwezenlijken en om meer sturing te geven aan de ruimtelijke ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Antispeculatiebeding Contractuele bepaling die voorkomt dat een woning binnen een bepaalde periode wordt doorverkocht voor winst, tenzij er sprake is van uitzonderingen zoals overlijden of echtscheiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arbeidsmigrant/internationale werknemer De persoon die vanuit een ander land dan Nederland, behorende tot de Europese Unie of behorende tot de zone waarvoor vrij verkeer van personen geldt, of die op grond van een tewerkstellingsvergunning in Nederland, legaal arbeid mag verrichten en naar Nederland komt met het oogmerk om (al dan niet tijdelijk) arbeid te verrichten. Ontheemde Oekraïners die in onze gemeente werken en in de gemeentelijke opvang verblijven vallen hier expliciet niet onder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basisregistratie Personen (BRP) Bevat de persoonsgegevens van de inwoners van Nederland, waaronder personen vanuit het buitenland die langer dan vier maanden in Nederland komen wonen. Voor het verblijf worden de gebruikelijke gemeentelijke heffingen betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betaalbare koopwoning Koopwoning met een maximale prijs van €370.000 (Achterhoekse betaalbaarheidsgrens, prijspeil 2025), afgestemd op de inkomenssituatie in Berkelland. De woning moet instapklaar zijn en voldoen aan regionale afspraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dak- en thuislozen Dakloosheid betekent geen vaste verblijfplaats hebben en niet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP), terwijl thuisloosheid betekent geen vaste plek hebben, maar wel een (wisselend) adres gebruiken en vaak wel in de BRP staan ingeschreven. Beide vormen omvatten een gebrek aan volwaardige huisvesting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energiearmoede Een situatie waarin huishoudens moeite hebben om hun energierekening te betalen en/of hun woning niet voldoende kunnen verwarmen, koelen of verlichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geclusterde woonvorm Binnen dit stuk doelen we hierbij op een woningtype binnen ouderenhuisvesting en hanteren we de definitie conform het Afsprakenkader Ouderenhuisvesting: Geclusterde woningen zijn woningen die voldoen aan de definitie voor nultredenwoningen in een geclusterde woonvorm. Geclusterd betekent dat deze woonvormen ingericht zijn op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd. Er moet daarom een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn of op loopafstand voor ouderen (bijvoorbeeld ca. 100m). Die ruimte is bedoeld voor sociale cohesie en naoberschap en moet gericht zijn op ontmoeting van bewoners en eventueel buurtbewoners en op een open en transparante basis te gebruiken zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld ook als (light) zorgcentrum ingezet worden met spreek/prikuren. Landelijk wordt bij clustering uitgegaan van een schaal van minimaal 12 woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruiksoppervlak Dit omvat de totale vloeroppervlakte van alle ruimtes die je daadwerkelijk kunt gebruiken voor wonen, slapen, koken en andere dagelijkse activiteiten. Het is een belangrijke maatstaf die onder andere wordt gebruikt bij het bepalen van de WOZ-waarde, het energielabel en bij het kopen of huren van een woning. In de NEN2580-norm wordt omschreven wat wel en niet onder het gebruiksoppervlak valt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Herstructurering Dit verwijst naar het proces waarbij bestaande woonwijken of woningcomplexen ingrijpend worden aangepast om beter te voldoen aan de huidige woonbehoeften, bouwkundige eisen en maatschappelijke doelen. Dit kan door middel van sloop, nieuwbouw, verdichting, aanpassing aan demografische veranderingen, verduurzaming of ruimtelijke verbetering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisvesting voor arbeidsmigranten De woon- of verblijfsruimte die door een verblijfsbieder specifiek voor internationale werknemers wordt ingezet of anderszins ter beschikking wordt gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisvestingsvormen en -locaties Zie de beschrijvingen onderaan deze begrippenlijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huurprijsregulering Het geheel aan wettelijke regels en beleidsmaatregelen waarmee de overheid de hoogte van huurprijzen voor woningen beïnvloedt of beperkt. Het doel is om betaalbare huisvesting te garanderen, vooral voor mensen met een laag of middeninkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jongeren uit jeugdhulp of detentie (18–23 jaar) Jongvolwassenen die zelfstandig gaan wonen na verblijf in jeugdzorg of justitiële instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Levensloopbestendige woning Een levensloopbestendige woning is een woning die is ontworpen om mensen in staat te stellen er gedurende alle levensfasen, inclusief ouderdom, ziekte of handicap, in te kunnen blijven wonen. Dit wordt bereikt door functies, zoals slapen en baden, op de begane grond te integreren, wat de woning toegankelijk maakt en door het ontwerp flexibel te houden voor toekomstige aanpassingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) Een document met technische en functionele eisen, richtlijnen en uitgangspunten voor het ontwerpen en beheren van de openbare ruimte. Het doel is om kwaliteit, uniformiteit, duurzaamheid en een consistente uitstraling in de openbare ruimte te waarborgen voor zowel de gemeente als externe initiatiefnemers. De LIOR dient als een praktisch handboek voor beheerders, ontwerpers en aannemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mantelzorger Een mantelzorger is iemand die minimaal 8 uur per week en langer dan 3 maanden onbetaald en vrijwillig hulp en zorg biedt aan een naaste (familielid, vriend, buur) die ziek is, een beperking heeft of niet-aangeboren hersenletsel heeft. De zorg gaat verder dan wat als 'gewone' of 'gebruikelijke' hulp wordt gezien en omvat taken zoals boodschappen doen, verzorging, emotionele steun of hulp bij de administratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mantelzorgontvangers Een mantelzorgontvanger is een persoon die onbetaalde, niet-professionele en vaak langdurige zorg of hulp ontvangt van een familielid, vriend, buur of andere bekende, in plaats van een professionele hulpverlener. Deze hulp vloeit voort uit een duurzame sociale of familierelatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Middenhuur Huurwoningen met een huurprijs tussen €900 en €1.100 per maand (prijspeil 2025), bedoeld voor middeninkomens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nachtregister Verplicht register waarin aanbieders van overnachtingen (zoals hotels, B&amp;B’s, vakantieparken, particuliere huisvesters van arbeidsmigranten) gegevens moeten noteren van gasten die overnachten. Het bevat de persoons- en verblijfsgegevens van de gasten en dient onder andere voor het innen van toeristenbelasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Netbewust bouwen Netbewust (nieuw)bouwen is een manier van bouwen en ontwerpen waarbij rekening wordt gehouden met de beschikbare capaciteit en belasting van het lokale energienet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Netcongestie Netcongestie is een situatie waarin het elektriciteitsnet op een bepaald punt niet meer elektriciteit kan transporteren dan de maximale capaciteit toelaat. Dit gebeurt als de vraag naar of het aanbod van stroom te groot is voor het net, vergelijkbaar met een verkeersopstopping of ‘file' op het stroomnet. Het gevolg is dat er beperkingen zijn voor het aansluiten van nieuwe klanten, het uitbreiden van bestaande aansluitingen, of zelfs het terugleveren van stroom door bijvoorbeeld zonnepanelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nultredenwoning Zelfstandige woning die zowel intern als extern toegankelijk is. Dit houdt in dat je de woning kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat woonkamer, keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). Een nultredenwoning is al toegankelijk bij oplevering van nieuwbouw of verbouw en behoeft geen aanpassing meer. Voorbeeld: een reguliere eengezinswoning die wordt aangepast met een traplift is geen nultredenwoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvisie Een door de gemeenteraad vastgesteld document dat het lange termijn-beleid voor de fysieke leefomgeving beschrijft. De gemeenteraad heeft de Omgevingsvisie van Berkelland vastgesteld op 24 mei 2024. Een omgevingsvisie is gebaseerd op de Omgevingswet en kan worden uitgewerkt in (thematische) programma's.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingswet De Omgevingswet is een Nederlandse wet over de fysieke leefomgeving (alles wat je buiten ziet, hoort en ruikt) die per 1 januari 2024 in werking is getreden. Deze wet en de bijbehorende algemene maatregelen van bestuur (amvb) en ministeriële regelingen regelt de balans tussen het beschermen en benutten van de leefomgeving en regelt onderwerpen als water, lucht, bodem, natuur, gebouwen en cultureel erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Optoppen Het toevoegen van één of meerdere extra bouwlagen (verdiepingen) boven op een bestaand woongebouw, meestal een flat of appartementencomplex. Het is een manier om extra woningen te creëren zonder nieuwbouw op een aparte locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Passend toewijzen Een wettelijke verplichting voor woningcorporaties in Nederland, bedoeld om te zorgen dat huishoudens met een laag inkomen een woning krijgen toegewezen die financieel haalbaar is voor hen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Corporaties moeten ervoor zorgen dat minimaal 95% van de woningen die zij toewijzen aan huishoudens met een inkomen onder de huurtoeslaggrens, een huurprijs onder de aftoppingsgrens heeft. De aftoppingsgrens is een maximale huurprijs die afhankelijk is van de grootte van het huishouden. Voor 1 of 2 personen is dat maximaal € 647,19 en voor 3 of meer personen is dat maximaal € 693,60. Dit toewijzingsbeleid is ingevoerd om te voorkomen dat mensen met een laag inkomen in een huurwoning terechtkomen die te duur is, waardoor ze in financiële problemen kunnen raken. Andersom zorgt het dat mensen die meer te besteden hebben, niet de goedkopere huurwoningen krijgen toegewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Planbegeleiding Het proces waarbij de gemeente initiatiefnemers ondersteunt bij het vormgeven van ruimtelijke plannen, zoals woningbouw, bedrijfsontwikkeling of herinrichting van een gebied. Planbegeleiding draagt bij aan een snellere doorlooptijd van projecten, betere kwaliteit van ruimtelijke plannen en consistente toepassing van verschillende beleidsvelden die bij een ruimtelijke ontwikkeling komen kijken. De initiatiefnemer bepaalt het tempo in het aanleveren van het plan of aanpassingen daarop. Planbegeleiding vindt plaats in het voortraject en wordt afgerond met het sluiten van een anterieure overeenkomst. Onderdeel daarvan is het maken van afspraken omtrent o.a. parkeren, water, kostenverhaal, stedenbouwkundige inpassing en programmering. Daarna start de initiatiefnemer met een vergunningsaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plannen voor woningbouw We maken een onderscheid tussen harde plannen, zekere plannen, zachte plannen en potentiële plannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Harde plannen zijn vastgestelde plannen waar in beginsel binnen 8 weken een omgevingsvergunning voor bouwen kan worden afgegeven. Ze zitten in de bouwfase, bouwvoorbereidingsfase (zoals aanbesteding), en/of hebben al een definitieve omgevingsvergunning. Deze plannen zijn concreet en de kans is groot dat ze daadwerkelijk worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zekere plannen zijn woningbouwprojecten die al ver gevorderd zijn en waarvan het woonprogramma bekend is. Er is een getekende realiseringsovereenkomst, samenwerkingsovereenkomst of koopovereenkomst. De kans dat het project gerealiseerd gaat worden achten wij groot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zachte plannen zijn woningbouwprojecten die onderzocht worden op haalbaarheid. De locatie is bekend en de gemeente heeft het project als wenselijk beoordeeld op de Initiatieftafel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Potentiële plannen zijn plannen of locaties die als kans worden gezien voor woningbouwontwikkeling. Dit kunnen locaties van de gemeente of locaties van andere initiatiefnemers zijn waar het ontwikkelproces nog opgestart moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Premantelzorgwoning Een premantelzorgwoning is een tijdelijke, zelfstandige wooneenheid die wordt geplaatst bij een bestaande woning om voorbereid te zijn op een verwachte, toekomstige behoefte aan mantelzorg, zelfs als er op dat moment nog geen directe zorgvraag is. Het biedt een oplossing waarbij zorgverlener en zorgontvanger dicht bij elkaar kunnen wonen, bijvoorbeeld omdat een familielid ouder wordt of een gezondheidsprobleem heeft dat in de toekomst kan leiden tot een (mantel)zorgvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prestatieafspraken Jaarlijkse, wettelijk verankerde afspraken, sinds 2015 is vastgelegd in de Woningwet. Deze afspraken hebben gezamenlijke volkshuisvestelijke doelen zoals betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van woningen. De lokale afspraken sluiten aan bij de Nationale Prestatieafspraken (2022), waarin het Rijk, VNG, Aedes en de Woonbond doelen hebben gesteld voor verdubbeling van de bouwproductie, verduurzaming, betaalbaarheid voor lage inkomens en de regionale woondeals als doorvertaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Woonagenda Een strategisch document waarin gemeenten binnen een regio samen afspreken hoe ze de woningbouwopgave aanpakken om de woningmarkt beter te laten functioneren. In gemeente Berkelland geldt de Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030, welke in 2025 is geactualiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Woondeal Achterhoek Een regionale afspraak tussen de gemeenten in de Achterhoek, het Rijk en de provincie Gelderland om het woningtekort aan te pakken en de leefbaarheid in de regio te versterken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) De RNI bevat de verblijfsgegevens van een persoon in het thuisland, bedoeld voor onder andere personen die korter dan vier maanden in Nederland komen wonen, dan wel verblijven. Een persoon moet zich registreren in de RNI wanneer die niet is ingeschreven in de BRP, maar wel een burgerservicenummer nodig heeft voor bijvoorbeeld werk, zorgverzekering, bankzaken of een studiefinanciering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Residueel De residuele grondwaarde is de waarde die overblijft voor grond nadat alle bouwkosten, winsten en btw zijn afgetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senioren In regionale afspraken met betrekking tot wonen zijn dit personen die de ouderdomsgrens van 65+ jaar hebben bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slachtoffer van huiselijk geweld Iemand binnen een huiselijke kring (familie, partner, ex-partner, huisvriend) die te maken krijgt met lichamelijke, psychische, seksuele of financiële mishandeling, vaak met een machtsverschil en een stelselmatig karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slachtoffer van mensenhandel Iemand die, door middel van dwang (zoals geweld, misleiding, intimidatie), wordt uitgebuit voor persoonlijk gewin van een ander, bijvoorbeeld in de seksindustrie, bij arbeidsuitbuiting of criminele activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sleutelprojecten Strategische woningbouwinitiatieven die een grote impact hebben op de woningvoorraad en bijdragen aan de doorstroming op de woningmarkt. Deze initiatieven sluiten aan bij de regionale woonagenda en de Achterhoekse woondeal en zijn onderdeel van het programma Passend Wonen van gemeente Berkelland, zoals beschreven in de Perspectiefnota 2025. Deze projecten zijn essentieel om de woonopgave in de regio te realiseren en de leefbaarheid te versterken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociale huurwoning Huurwoning met een huurprijs tot €900,07 (prijspeil 2025), bedoeld voor huishoudens met een lager inkomen (eenpersoonshuishouden: maximaal inkomen €49.669, meerpersoonshuishouden: maximaal inkomen €54.847 (prijspeil 2025)).</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociale koopwoning Koopwoning met een maximale prijs van €260.000 (prijspeil 2025), bedoeld voor starters en huishoudens met een lager inkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociale en medische urgentie Onder mensen met een sociaal en/of medische urgentie verstaan we een groep mensen die dringend op zoek is naar een andere woning en soms voorrang krijgt. Denk bij sociale urgentie aan mensen die zich in een acute, noodgedwongen situatie bevinden, waardoor waarin men niet langer zelfstandig een passende woonoplossing kan vinden. Medisch urgente woningzoekenden zijn bijvoorbeeld mensen die door medische redenen niet meer in hun huis kunnen blijven wonen. De woningcorporatie in Berkelland (ProWonen) stelt zelf regels op voor urgentie en voorrang. Dit gebeurt in samenwerking met andere corporaties in de regio Achterhoek. Op basis van een duidelijk urgentiebeleid wordt door ProWonen een zorgvuldige afweging gemaakt of iemand ook werkelijk in een onveilige situatie verkeert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Starterslening Een aanvullende lening voor starters in Berkelland via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn), bedoeld om het verschil tussen maximale hypotheek en koopprijs te overbruggen. Maximaal €25.000, met een koopprijsgrens van €337.500.</p>\n<p class=\"lf-p\">Statushouder Een asielzoeker die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft gekregen en dus legaal in Nederland mag wonen. Vanaf het moment van vergunningverlening is iemand een statushouder en krijgt deze persoon een plaats toegewezen bij een gemeente. Gemeenten zijn vervolgens middels een taakstelling verantwoordelijk voor het huisvesten van de statushouder en het ondersteunen van de integratie in de Nederlandse samenleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stikstofruimte Ruimte binnen stikstofregels om woningbouw te realiseren of andere ontwikkelingen te laten plaatsvinden zonder negatieve impact op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Student Een persoon, vaak een jongere, die voltijds onderwijs volgt aan een universiteit, hogeschool of mbo-instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toegelaten instelling Een woningcorporatie die door de overheid officieel is erkend om werkzaamheden te verrichten op het gebied van volkshuisvesting. Deze erkenning wordt verleend op basis van de Woningwet en het bijbehorende Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekomstbestendig bouwen Bouwen voor de lange termijn door tijdens het ontwerp van nieuwbouw en herinrichtingslocaties rekening te houden met weersextremen, biodiversiteit, energietransitie en gebruik te maken van circulaire en biobased materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Traditionele eengezinswoning Een grondgebonden woning met een eigen voordeur, geschikt voor bewoning door een huishouden bestaande uit 3 of meer personen, doorgaans voorzien van een tuin, een woonkamer, keuken, meerdere slaapkamers op de verdieping en sanitaire voorzieningen. Deze woningtypologie wordt veelal toegepast in woonwijken en vormt een belangrijk onderdeel van het Nederlandse woningaanbod, gericht op gezinnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transformatie Het verbouwen van bestaande panden, zoals leegstaande kantoren, winkels, scholen of zorginstellingen, naar woonruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzendorganisatie voor internationale werknemers Een rechtspersoon die aangesloten is bij branchevereniging ABU of NBBU en overeenkomstig een arbeidsovereenkomst een internationale werknemer in dienst heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Urgente doelgroepen Woningzoekenden die door specifieke, vaak ernstige omstandigheden, met spoed een passende woning nodig hebben en daarvoor via een urgentieverklaring voorrang krijgen op een sociale huurwoning. Het gaat om kwetsbare groepen die een acuut tekort aan huisvesting ondervinden, zoals slachtoffers van huiselijk geweld, mensen die uit de maatschappelijke opvang komen of mensen met ernstige medische of sociale problemen en die door hun situatie niet zelfstandig een woning kunnen vinden (zie ook tekst sociale /medische urgentie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verblijfsbieder Het bedrijf, de werkgever of het uitzendbureau of meervoud daarvan, dat/die huisvesting verzorgt voor internationale werknemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volkshuisvestingsprogramma Een beleidsdocument waarin de gemeente haar plannen en doelen voor volkshuisvesting vastlegt. Dit programma wordt op grond van de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) en de Omgevingswet vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Warmte-/Koudeprogramma (WKP) Verplicht programma onder de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) waarin Berkelland per buurt het aardgasalternatief en de activiteiten voor de komende 10 jaar vastlegt. Het WKP wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. In Berkelland is de voorganger van het WKP de Transitievisie Warmte uit 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkgever van arbeidsmigranten De persoon of rechtspersoon (exclusief uitzendorganisaties) die overeenkomstig een arbeidsovereenkomst een internationale werknemer in dienst heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) Deze wet geeft de overheid (Rijk, provincies, gemeenten) meer wettelijke instrumenten voor sturing op het gebied van woningbouw. Het doel is om sneller, meer en de juiste woningen te bouwen, met een focus op betaalbaarheid en een evenwichtige verdeling, door de regie op hoeveel, waar en voor wie er wordt gebouwd te herstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningbouw in tuinen Beleidsregel van gemeente Berkelland, die mogelijkheden biedt voor het bouwen van een nultredenwoning of een starterswoning op grote percelen binnen de bebouwde kom. Door het stellen van voorwaarden richt deze beleidsregel zich op ouderen en starters.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningcorporatie Een organisatie (meestal een toegelaten instelling) die zich bezighoudt met het bouwen, beheren en verhuren van huurwoningen zonder winstoogmerk, met als doel om betaalbare huisvesting te bieden aan mensen met een laag inkomen of met een bijzondere woonbehoefte zoals ouderen of mensen met een beperking. Woningcorporaties vallen onder toezicht van de overheid en moeten voldoen aan strikte regels, zoals vastgelegd in de Woningwet. In Berkelland is ProWonen de grootste woningcorporatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningsplitsing Het proces waarbij in een bestaande woning één verblijfsobject met een woonfunctie wordt opgedeeld in twee zelfstandige verblijfsobject(en) met woonfunctie, elk met eigen voorzieningen zoals een voordeur, keuken en badkamer. Er kan sprake zijn van harde of zachte splitsing. Hard splitsen betekent dat een gebouw juridisch en bouwkundig wordt opgedeeld in afzonderlijke wooneenheden, zodat de woningen los verkocht kunnen worden. Zacht splitsen is een fysieke aanpassing waarbij meerdere wooneenheden ontstaan binnen één eigendom, zonder juridische splitsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wooncoöperatie Een collectief van bewoners die samen eigenaar zijn van hun woningen. Bewoners hebben zeggenschap over beheer, onderhoud en beleid. Het doel hiervan is meer zelfbeschikking en gemeenschapsvorming in wonen. Dit kan zowel middels huurcoöperaties als koopcoöperaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woondeal Een regionale samenwerkingsovereenkomst tussen het Rijk, provincies, gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen om gezamenlijk de woningbouwopgave te realiseren. Deze deals leggen vast hoeveel woningen er per regio en gemeente moeten komen, met een focus op betaalbaarheid en het aanpakken van knelpunten, om zo de woningbouw te versnellen en de regie op de volkshuisvesting te versterken. Voor de gemeente Berkelland is dit de Regionale Woondeal Achterhoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonvisie Een gemeentelijk beleidsdocument dat de doelstellingen en visie van een gemeente op het gebied van wonen en volkshuisvesting vastlegt voor de langere termijn. Het document beschrijft hoe de gemeente voorziet in de woningbehoefte, met aandacht voor thema's als betaalbaarheid, beschikbaarheid, doelgroepen, kwaliteit en verduurzaming van woningen en de rol van marktpartijen zoals woningcorporaties. De woonvisie vormt de basis voor concrete maatregelen en prestatieafspraken op de lokale woningmarkt. Onder de werking van de Wvrv en de Omgevingswet wordt de woonvisie opgevolgd door een volkshuisvestingsprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonwagenbewoner Volgens het college voor de Rechten van de Mens zijn woonwagenbewoners mensen die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroep te onderscheiden cultuur. Hieronder vallen Roma, Sinti en ‘reizigers’ die in een woonwagen wonen of binding hebben met het woonwagenleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonzorgzone Een gebied in of nabij het centrum van een kern waar woon,welzijn-zorginitiatieven voorrang krijgen bij woningbouw. Het doel is dat mensen – vooral ouderen en mensen met een zorgbehoefte – zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen, ook als hun mobiliteit afneemt of zij intensieve zorg nodig hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering Onroerende Zaken (WOZ) De taxatiewaarde van een woning, gebouw of stuk grond, vastgesteld door de gemeente. Deze waarde vormt de basis voor verschillende belastingen en heffingen. De marktwaarde van de woning op 1 januari van het voorgaande jaar vormt hiervoor het uitgangspunt. De waarde wordt gebaseerd op vergelijkbare (referentie) woningen in de buurt en op ligging, grootte, type woning en staat van onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfbewoningsplicht Verplichting dat de koper de woning zelf bewoont en niet mag verhuren aan derden gedurende een bepaalde periode. Dit voorkomt speculatie door beleggers die woningen opkopen om tegen hoge prijzen door te verkopen of verhuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorggeschikte woning Zelfstandige nultredenwoningen waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoners en die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm (zie definitie nultredenwoningen en geclusterde woningen). Om alle vormen van zorg te kunnen leveren dienen deze wooneenheden en de woonvorm rolstoelgeschikt te zijn, met voldoende ruimte om zorg te kunnen verlenen. De woningen zijn bij voorkeur dementievriendelijk ingericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisvestingsvormen en -locaties behorend bij paragraaf 5.3.2 Arbeidsmigranten Huisvestingsvorm: woningen Tijdelijk verblijf in reguliere woningen bedoeld voor arbeidsmigranten vinden we niet wenselijk. Huisvesting in bedrijfswoningen is mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisvestingsvorm: herinvulling vastgoed Herinvulling van maatschappelijk, recreatief (geen verblijfsrecreatieterreinen) of zakelijk leegstaand vastgoed kan een goede oplossing zijn voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Wij vinden locaties tot 80 arbeidsmigranten passend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisvestingsvorm: nieuwbouw De gemeente is in de toekomst mogelijk bereid om mee te werken aan nieuwbouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Nieuwbouw aan de rand van een bedrijventerrein aansluitend bij de dorpskern vinden we dan mogelijk in de toekomst wenselijk om permanent aan mee te werken. Dit hangt voor ons af van de vraag, momenteel zijn we daar nog in afwachting van. Er loopt een onderzoek via Provincie Gelderland. De gemeente vindt een grootschalige huisvestingslocatie dan tot 80 arbeidsmigranten passend, groter is onwenselijk. Werkgevers staan aan de lat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisvestingslocatie: verblijfsrecreatieterreinen Verblijfsrecreatieterreinen lenen zich niet als locatie voor huisvesting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisvestingslocatie: kantoren of bedrijventerreinen De gemeente Berkelland vindt huisvesting van arbeidsmigranten in kantoren en op bedrijventerreinen onder voorwaarden wenselijk. Dit gaat dan om bedrijfswoningen of tijdelijke herinvulling van leegstaand vastgoed. Dit achten we wenselijk zo dicht mogelijk bij de dorpskern om zo veel mogelijk aansluiting te kunnen vinden in het algemeen dagelijks leven. Het verblijf is dan dichtbij het werk en heeft aansluiting bij het dorp Huisvestingslocatie: in de kern In reguliere woningen of nieuwbouw vinden we huisvesting onwenselijk. De gemeente Berkelland vindt huisvesting van arbeidsmigranten bij herinvulling van vastgoed in de kern (excl. kantoren of bedrijventerreinen) op een gereguleerde en tijdelijke manier wenselijk. Dan geldt daarbij parkeren (voorzien in voldoende parkeerplaatsen), maximum aantal (overbewoning) en controle op leefomstandigheden (bij de vergunningaanvraag).</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisvestingslocatie: in het buitengebied De gemeente Berkelland vindt huisvesting van arbeidsmigranten in het buitengebied in de basis niet wenselijk. Uitzonderingen zijn tijdelijke herinvullingen van vastgoed nabij de kernranden, bestaande bedrijfswoningen op het erf bij de bedrijven waar de arbeidsmigranten werken. De herinvulling van vastgoed in het buitengebied is uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van arbeidsmigranten ten behoeve van het ter plaatse gevestigde, actieve (al dan niet agrarisch) bedrijf. Grootschalige VAB-locaties komen daarom feitelijk niet in aanmerking voor algehele inzet voor huisvesting van arbeidsmigranten; er moet allereerst sprake zijn van een actief bedrijf (wat bij VAB-locaties in principe niet aan de orde is), en voor zover op zo’n locatie nog wel een actief bedrijf zou zijn is het met de schaal van dit soort bedrijven in Berkelland niet aannemelijk dat ten behoeve van die bedrijven daar tientallen arbeidsmigranten gehuisvest moeten worden. Het laten inzetten van vrijgekomen vastgoed in het buitengebied ten behoeve van algemene huisvesting van arbeidsmigranten (dus niet ten behoeve van het lokaal gevestigde bedrijf) is expliciet niet het oogmerk van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huisvestingslocatie: uitzonderlijke gevallen Bovenstaande beschrijving biedt duidelijkheid voor welke huisvestingsvormen en op welke locaties de gemeente Berkelland huisvesting voor arbeidsmigranten wel en niet wenselijk vindt. In uitzonderlijk gevallen kan de gemeente gemotiveerd afwijken en besluiten mee te werken aan een initiatief dat in eerste instantie als niet wenselijk in bovenstaande tabel en beschrijving past. Dit om bijvoorbeeld door het algemeen belang te dienen en een doorbraak in een bestaande uitzichtloze situatie mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 Samenvatting Het Volkshuisvestingsprogramma 2026–2035 van de gemeente Berkelland is een uitwerking van het woonbeleid zoals dat in 2024 is vastgelegd in de Omgevingsvisie. Het programma speelt in op urgente woningvraagstukken zoals beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de bestaande woningen. Maar ook verduurzaming, wonen voor aandachtsgroepen en leefbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kern van het Volkshuisvestingsprogramma 2026-2035 a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningbouwopgave: tussen 2025 en 2035 moeten er 1.320 woningen worden toegevoegd in Berkelland. We werken met overprogrammering. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningmix: minimaal 30% sociale huur, 36% betaalbare koop/middeldure huur, en 34% duurdere segmenten. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestaande woningen kunnen vaak aangepast worden of zorggeschikt gemaakt worden. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verduurzaming: het programma sluit aan op het Warmte-/Koudeprogramma en andere klimaatadaptieve beleidslijnen. Netbewust bouwen is de koers. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonzorgzones: er wordt gewerkt aan geclusterde woonvormen en zones waar wonen en zorg samenkomen. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroepen: er is speciale aandacht voor huisvesting van jongeren, ouderen, mensen met een zorgvraag en huishoudens met een lager inkomen. Inzet op woningen voor jongeren en ouderen leidt tot doorstroming. g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leefbaarheid en binding: er wordt gestuurd op sociale cohesie in kernen en het buitengebied. h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijke aandachtspunten voor het bereiken van de opgave zijn netcongestie, stikstof en capaciteit. i.</p>\n<p class=\"lf-p\">Participatie: inwoners, dorpsraden, zorgpartijen en woningcorporaties zijn actief betrokken via gesprekken, bijeenkomsten en enquêtes.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningvoorraad in Berkelland bestaat vooral uit ruime eengezinswoningen, terwijl de vraag naar kleinere woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens en senioren juist toeneemt. Er is krapte op de woningmarkt, vooral in het aanbod voor deze doelgroepen. De gemeente stemt de woningbouwopgave regionaal af, met een ruime plancapaciteit en spreiding over de kernen naar rato van huishoudens. De voorkeur voor realisering van woningen gaat uit naar transformatie en inbreiding, pas daarna naar uitbreiding aan de rand van kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Berkelland is goed op weg met de woningbouwdoelen: veel projecten zitten al in de planvoorraad. Bij onvoldoende initiatief vanuit de markt zal de gemeente actief grondbeleid inzetten. De gemeente streeft naar een gevarieerd en betaalbaar aanbod, met extra aandacht voor starters en ouderen. In de meeste grote kernen beslaat de sociale huur 30% van de bestaande woningvoorraad. Prestatieafspraken met de woningcorporatie(s) borgt het aantal sociale huurwoningen. De betaalbaarheid staat onder druk door stijgende woningprijzen. Het gemiddelde inkomen maakt kopen lastig, waardoor sociale huur belangrijk blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Berkelland wil met een aantal maatregelen betaalbaarheid structureel borgen in de woningbouwplanning.Nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan de afspraken in de Woondeal. Sociale koop tot € 260.000 (prijspeil 2025) wordt gestimuleerd. De Achterhoekse betaalbaarheidsgrens voor koopwoningen ligt op € 370.000 (prijspeil 2025). Door ook ruimte te geven aan duurdere woningen wordt doorstroming gestimuleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestaande woningvoorraad is veelal verouderd. Vooral woningen van vóór 1980 kampen met hoge onderhoudskosten, slechte isolatie en asbestrisico’s. De gemeente zet in op asbestsanering en verduurzaming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor aandachtsgroepen zoals bijvoorbeeld ouderen, statushouders en arbeidsmigranten is passende huisvesting nodig, vaak met begeleiding en/of zorg. Wettelijke voorrang geldt voor urgente groepen, waarvoor een regionale huisvestingsverordening komt. De gemeente werkt aan spreiding, integratie en ondersteuning, met alternatieve woonvormen en toezicht. Voor ouderen worden levensloopgeschikte woningen en woonzorgzones ontwikkeld. Regionale samenwerking is essentieel om deze groepen goed te huisvesten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwoners van Berkelland voelen een sterke sociale verbondenheid. Die willen we versterken. Het aantal voorzieningen en de bereikbaarheid laten te wensen over. De juiste huisvesting van doelgroepen is essentieel voor de leefbaarheid in de gemeente. We willen een vitale woonomgeving met een goede balans in de demografische mix.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het behalen van de volkshuisvestelijke opgave hebben een aantal randvoorwaarden grote invloed: netcongestie, stikstofregelgeving en beperkte ambtelijke- en bouwcapaciteit. We hanteren de toekomstbeelden uit het Ruimtelijk Perspectief Achterhoek (RPA) als denkrichting bij het realiseren van onze actuele ruimtelijke opgaven, nu en in de toekomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen Volkshuisvestingsprogramma 2026-2035 /join/id/regdata/gm1859/2026/55d73dc184b944329a9f6404cd593135/nld@2026-02-27;07522959 Reactienota (geanonimiseerd) /join/id/regdata/gm1859/2026/6a8935b87d40451dbd6b84829b947e73/nld@2026-02-27;07522959 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757922 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757922/nld@2026-03-05 /join/id/stop/work_006 Volkshuisvestingsprogramma 2026-2035 gemeente Berkelland false /tooi/id/gemeente/gm1859 /tooi/id/gemeente/gm1859 Volkshuisvestingsprogramma 2026-2035 gemeente Berkelland /tooi/def/concept/c_cfc7d5ab /tooi/def/concept/c_3708ac5e /tooi/def/concept/c_8ad05f6d /join/id/stop/regelingtype_010 /tooi/def/thes/kern/c_28ecfd6d</p></div>", "next": 0}