{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot controles BRP en ondermijning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de toezichthouder bouw zijn er risico’s met betrekking tot brandveiligheid, de gemeentewerf en bedrijven met zware milieucategorie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Bedrijventerrein Achterberg Bedrijvenlocatie Achterberg is een compact gebied voor enkele bedrijven. De locatie is duidelijk begrensd door de Achterbergsestraatweg, Bergweg, Boslandweg en een bossage aan de noordzijde. De locatie ligt midden in een groen en agrarisch gebied en sluit niet aan op andere bebouwing. Het ligt in de groene corridor Rhenen-Achterberg.</div>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk gelegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Compact bedrijventerrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrije zichten over omliggende agrarische percelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijvenlocatie vormt vrijwel gesloten geheel doordat het is omkaderd door wegen en een bossage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot gebruik openbare ruimte en verkeersveiligheid (zware voertuigen, overlast door opleggers t.b.v. autobedrijf, chauffeurs slapen in vrachtwagen), controles BRP (arbeidsmigranten) en spitsafsluiting Boslandweg / Spoorbaanweg.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Randzone Elst Randzone Elst is een natuurlijke overgang tussen woonkern en bosrand. Het gebied wordt gebruikt voor agrarische doeleinden en is een afwisseling van open percelen en percelen voorzien van beplanting. Langs de N416 staan huizen als een los lint met doorkijkjes naar de agrarische percelen. Het gebied wordt gebruikt voor recreatie. Voetbalverenigingen Oranje-wit en de Musketiers hebben er hun thuis. Hier bevindt zich ook het voormalig defensieterrein Zwijnsbergen (MOB-complex).</div>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurlijke overgang tussen woonkern en bosgebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied met agrarisch karakter met lange smalle percelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwisseling tussen open percelen en percelen voorzien van beplanting langs perceelsgrenzen en rondom erven • Bosrand als afbakening van het gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonbebouwing als een los lint aan de weg, met doorkijkjes over de agrarische percelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatief uitloopgebied voor de woonkernen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voetbalvereniging Oranje-wit en Musketiers;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormalig defensieterrein Zwijnsbergen (MOB-complex);</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot parkeerexcessen, jeugdoverlast (JOP), controles BRP en overlast door sportverenigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 Randzone Rhenen In randzone Rhenen wisselen agrarische percelen en kleine bospercelen elkaar af. Door dit gebied loopt hoofdweg N225. Langs deze weg is er lintbebouwing. In dit deelgebied bevinden zich Ouwehands dierenpark en sportpark Candia. De westzijde van het gebied vormt een ecologische verbinding tussen heuvelrug en uiterwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken (Westzijde):</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwisseling tussen agrarische percelen en kleine bospercelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Lintbebouwing langs de hoofdweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwisseling tussen vrije zichten en doorkijkjes tussen woningen en bossages over de uiterwaarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ecologische verbinding tussen heuvelrug en uiterwaarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorkijkjes op de Rijn en de uiterwaarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken (Oostzijde):</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouwehands Dierenpark;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sportpark Candia;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bosrijke omgeving Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot gebruik openbare ruimte (parkeren van aanhangers), parkeerexcessen, controles BRP, C-evenementen (dierentuin en herdenking 4 mei) en geslotenverklaring begraafplaats.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>Randzone Achterberg Randzone Achterberg is een agrarisch gebied met (grote) agrarische bedrijven, rechte wegen en rechte, rationeel verdeelde kavels. Er zijn houtwallen en op enkele plekken staan langs de kavelranden bomen. Over de grote open kavels is er vrij zicht.</div>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied met agrarisch karakter; (Grote) agrarische bedrijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechte wegen en rechte rationele kavels;</p>\n<p class=\"lf-p\">Houtwallen, kavelranden op aantal plekken voorzien van enkele bomenlaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrij zicht over de grote open kavels.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Heerlijkheid Heerlijkheid wordt begrensd door de verkeersluwe Oude Veensegrindweg en de drukke provinciale weg, N233. Het gebied ligt direct aan het natuurgebied Kwintelooijen. Het is een gevarieerd gebied met onder meer een wooncomplex voor senioren, vrijstaande woningen, bedrijven en een vakantiepark. Daarnaast zijn er nog enkele open agrarische percelen in het gebied aanwezig.</div>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied voor extensieve recreatie en toerisme;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vakantiepark aanwezig;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rhenendael, wooncomplex voor senioren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevarieerd gebied met bedrijven, woningen, een buitenplaats, familie van woningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel verkeer op provinciale weg N233;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkeersluwe Oude Veensegrindweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot controles BRP en openstellingsregels Kwintelooijen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>Randzone Remmerden Randzone Remmerden is een akker waar een fietsroute doorheen loopt. De bosrand markeert de rand van dit open, agrarische gebied.</div>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote open agrarische akker;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bosrand markeert de rand van dit open gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot ondermijning.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Het Hoornwerk Het Hoornwerk maakt onderdeel uit van de Grebbelinie dat een hydrologisch-militair-verdedigingssysteem is. Dit complex is een rijksmonument. De aanleg van het hoornwerk begon in de achttiende eeuw. Het hoornwerk was bedoeld voor de afsluiting en verdediging van de weg Wageningen-Rhenen. In het landschap zijn duidelijk de hoekige vormen te zien, die verhoogd in het landschap liggen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen hydrologische en militair verdedigingssysteem, bestaande uit een samenhangend stelsel van onder andere forten, dijken, kanalen en inundatiekommen (dit zijn gebieden die opzettelijk onder water kunnen worden gezet);</p>\n<p class=\"lf-p\">Groen en overwegend rustig karakter;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een toekomstbestendige circulaire onderneming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Open landschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nabij het hoornwerk ligt de versterkte Grebbedijk.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Groene corridor Rhenen – Achterberg Groene corridor Rhenen – Achterberg. De groene corridor verbindt de Laarsenberg met de Utrechtse Heuvelrug. Hier zal het Natuur Netwerk doorheen gaan lopen. De functie van de groene corridor zelf concentreert zich op de smalle groene corridor tussen Achterberg en Rhenen. In de groene corridor ligt bedrijfslocatie Achterberg.</div>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oude bouwlanden op de flanken van de stuwwallen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bolle ligging van het landschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">Openheid en zicht over het agrarische gebied (mede door hoogte);</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanwezigheid van steilranden en graften bij de Laarsenberg (een graft is een knik of mini -terras op een helling);</p>\n<p class=\"lf-p\">Ecologische verbindingszone;</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatief aantrekkelijk gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Relatie en zicht op oostelijk en westelijk deel Utrechtse Heuvelrug;</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Cultureel erfgoed – Ter Horst Cultureel erfgoed – Ter Horst. Hier bevindt zich de fundering van het voormalige kasteel Ter Horst. Het kasteel was gelegen op een voormalige horst (=hoogte) in het archeologisch landschap. Het kasteel vormde het middelpunt met uitwaaierende kavels eromheen. Op de kavelgrenzen bevinden zich enkele knotbomen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormalig kasteel Ter Horst, gelegen op een voormalige horst (=hoogte) in het landschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">Fundering nog ondergronds aanwezig;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfstandige landschappelijke eenheid met afwijkende kavelvorm, kavels waaieren uit met voormalig kasteel als middelpunt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sporadische knotbomen op de kavelgrenzen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Veengebied Achterbergse Hooilanden Veengebied Achterbergse Hooilanden. In dit gebied bevindt zich een gedeelte van de inundatiezone (een zone die opzettelijk onder water kan worden gezet) van de Grebbelinie. Het is een bijzonder natuurgebied met veenrestanten, weidevogels en waterloop De Grift.</div>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied met veenrestanten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Veengebied met risico op bodemdaling door verdroging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Weidevogelgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot geslotenverklaring buitengebied (voor vrachtwagens), ondermijning, dumpen van afval (lachgaspatronen). Er zijn veel klachten die een lage prioriteit hebben.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Het Binnenveld Het Binnenveld is een agrarisch landschap met grote verscheidenheid in verschijningsvorm door verschil tussen hoog en droog en laag en nat.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het deel dat grenst aan een bedrijventerrein van Veenendaal kent een structuur van lange, smalle, rechte kavels. De randen van de kavels zijn beplant, zo ook het erf van de huizen die in een enkele rij naast elkaar staan. De spoorlijn en de Spoorlaan doorkruisen de rechte verkavelingsstructuur diagonaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het deel daaronder is open, vlak en nat met rechte wegen en blokvormige kavels – dit wordt een broekontginningslandschap genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zuidelijk deel is een kampenlandschap: langgerekte kavels, rechte wegen en sloten, en de bomenrijen langs de wegen zijn als schermen in het landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook onderdeel van het Binnenveld is de Nude: fruitteelt, eikenbomen langs de N225 en de aanwezigheid van meidoornhagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het oostelijk deel van dit gebied bevindt zich een aantal afzonderlijke rijksmonumenten: bunkers, wallen, verdedigingswerken, kades en de inundatiezone (een zone die opzettelijk onder water kan worden gezet) van de Grebbelinie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch landschap met grote verscheidenheid in verschijningsvorm door verschil tussen hoog en droog en laag en nat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Contrast met hoge randen van de stuwwal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatief uitloopgebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Deels Rijksmonument Grebbelinie: bunkers, wallen, verdedigingswerken, kades en de inundatiezone;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen achttiende-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit een samenhangend stelsel van onder andere forten, dijken, kanalen en inundatiekommen (gebieden die opzettelijk onder water kunnen worden gezet).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen Veenendaal aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Lange, smalle, rechte verkavelingsstructuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Randen van kavels aangezet met beplanting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Lintbebouwing voorzien van erfrandbeplanting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Spoorlijn en Spoorlaan doorkruisen de rechte verkavelingsstructuur diagonaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Broekontginningslandschap (noordelijk deel):</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote openheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Blokverkaveling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechte wegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomenrijen langs wegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kampenlandschap (zuidelijk deel):</p>\n<p class=\"lf-p\">Langgerekte kavels;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kavels voorzien van kavelrand-beplanting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing als een lint langs de ontginningsassen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechte wegen en sloten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomenrijen langs wegen vormen schermen in het landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nude:</p>\n<p class=\"lf-p\">Losse lintbebouwing;</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorzichten tussen de bebouwing over de agrarische percelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Fruitteelt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stevige laanbeplanting (eiken) langs de N225;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanwezigheid van meidoornhagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaders militair erfgoed Militair erfgoed mag worden bebouwd, onder voorwaarde dat de bebouwing:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleinschalig is, Gericht is op het creëren van economische kostendragers ten behoeve van het behoud, herstel of de versterking, of een combinatie hiervan, van de cultuurhistorische waarde van het militair erfgoed, en Zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot ondermijning en illegaal gebruik van schuren (algemeen voor de buitengebieden).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>De Oostflank Utrechtse Heuvelrug In de Oostflank Utrechtse Heuvelrug bevinden zich agrarische percelen in een licht glooiend landschap. De bossen van de Utrechtse Heuvelrug markeren de rand van het gebied. Op de N233 is veel verkeer.</div>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarische percelen in een licht glooiend landschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bossen van de Utrechtse Heuvelrug markeren de rand van het gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting in de vorm van bomenrijen haaks op de hoogtelijnen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel verkeer op de provinciale weg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot ondermijning (boerderijen) en veel aanrijdingen (ondersteuning bij inzet door politie en provincie).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>De Utrechtse Heuvelrug De Utrechtse Heuvelrug is een uitgestrekt bos met monumentale en waardevolle bomen en enkele open plekken met heide. Door de hoogteverschillen zijn er natuurlijke uitkijkpunten. Het gebied heeft een hoge natuurwaarde en is dus aantrekkelijk voor recreatie. Daarnaast is het een waterwinningsgebied.</div>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn enkele hoofdwegen en er is een fijnmazig netwerk van onverharde paden. Verder bevinden zich hier de landgoederen Prattenburg, Remmerstein, De Tangh en Kwintelooijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgestrekt bos;</p>\n<p class=\"lf-p\">Enkele hoofdwegen met een fijnmazig netwerk van onverharde paden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Reliëf (gedurende de ijstijden gevormde rug of stuwwal);</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwintelooijen en landgoederen Prattenburg, Remmerstein en De Tangh;</p>\n<p class=\"lf-p\">Open plekken in het bos en enkele plukjes heide nog aanwezig;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurlijke hoogtepunten als uitkijkpunt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwisseling in soorten (loof, naald);</p>\n<p class=\"lf-p\">Monumentale en waardevolle bomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge natuurwaarde • Recreatief en toeristisch aantrekkelijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Moestuinen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zuidoostelijk deel (Grebbeberg) is een aardkundig monument;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het noordwestelijk deel ligt de koning Willem III plantage. Dit is een aardkundig monument;</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot geslotenverklaring (Prattenburg).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>De uiterwaarden.</div>\n<p class=\"lf-p\">De uiterwaarden is een open gebied met ver zicht. Bij hoogwater kan de Neder-Rijn hier haar water kwijt. Het gebied heeft bijzondere natuurwaarden, ook door de steilranden. Aan de rand van het gebied bevindt zich een zomerdijk. In het gebied vindt natuurgerichte recreatie plaats. Aansluitend aan de rand van Rhenen liggen in de uiterwaarden een passantenhaven, parkeerplaats, loswal, evenemententerrein en een horecaonderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Openheid en zicht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurgerichte recreatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Speciale natuurwaarden, bijzondere flora en fauna in verband met zuidhelling en steilranden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterberging, overstromingsrisico.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot jeugdoverlast en overlast door auto’s en scooters.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage4Preventiestrategie De Preventiestrategie is gericht op het bevorderen van spontane naleving van wet- en regelgeving door het vergroten van de bewustwording bij burgers en bedrijven. Het naleefgedrag kan worden bepaald met behulp van de “Tafel van Elf (T11)”. De T11 is een door het Ministerie van Justitie ontwikkeld analysemodel waarmee aan de hand van elf dimensies wordt verklaard waarom regels al dan niet worden nageleefd. Door te weten waar de sterke en zwakke kanten zitten op het gebied van de naleving van regels, kan gericht worden gehandhaafd. De elf dimensies zijn ondergebracht in twee groepen: dimensies van spontane naleving en dimensies van geforceerde naleving. De T11 analyse levert twee getallen op. Eén getal voor spontane naleving en één getal voor de geforceerde naleving (meer informatie over de T11 is te vinden op www.it11.nl).</p>\n<p class=\"lf-p\">Spontane naleving Spontane naleving is beïnvloedbaar door een aantal aspecten, zoals voorlichting en communicatie. Door burgers en bedrijven goed te informeren over de voor hen geldende regels, zullen zij die regels beter kennen. Hierdoor ontstaat er meer draagvlak, waardoor bijvoorbeeld ook de (sociale) omgeving het overtreden van een regel sneller veroordeelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geforceerde naleving Geforceerde naleving is beïnvloedbaar door overheidsoptreden. De score wordt bepaald door de mate waarop de regels in de praktijk worden gecontroleerd en op welke wijze en met welke sancties het naleven van een regel wordt afgedwongen. Door bijvoorbeeld vaker te controleren, en door strikter en zichtbaarder handhavend op te treden, zal de score van dit aspect beter worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspanning zal vooral gericht zijn op het verbeteren van het spontane naleefgedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorlichting en communicatie De gemeente heeft verschillende mogelijkheden om deze kennis te verspreiden, bijvoorbeeld via de website, de balie, via de vergunningverleners en de toezichthouders. Hieraan kunnen wij als gemeente een belangrijke bijdrage leveren door actief voorlichting te geven via alle communicatiekanalen en -vormen die ons ter beschikking staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het geven van voorlichting en communicatie wordt samengewerkt met verschillende partners. Afhankelijk van het doel vindt samenwerking in de regio plaats met de provincie, waterschappen, veiligheidsregio en diensten van rijksoverheden maar bijvoorbeeld ook met het bedrijfsleven, agrariërs en horeca. Via voorlichting en communicatie wordt zoveel mogelijk voorkomen dat overtredingen ontstaan door een gebrek aan informatie en kennis. Burgers en bedrijven worden geïnformeerd door de gemeente, omgevingsdienst en provincie over verandering van wet- en regelgeving, de op hen rustende informatie- en meldingsplicht, indieningsvereisten en mogelijkheden tot aanvragen van vergunning(en) etc. Voorlichting vindt onder andere plaats door:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO): Alle digitale informatie is op één plek te vinden. Via het Omgevingsloket kunnen burgers en bedrijven snel zien wat op een locatie mag en wat niet onder de Omgevingswet en voor welke activiteiten. Het een informatie- of meldingsplicht dan wel vergunningplicht bestaat. Via het Omgevingsloket kunnen initiatiefnemers een vergunningaanvraag of melding indienen in het DSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatieverstrekking via social media, de website (met verwijzing naar websites van (landelijke) overheden met actuele informatie over wet- en regelgeving), de balie, via de vergunningverleners en de toezichthouders; (Voor-)overleg over bijvoorbeeld de vindbaarheid en interpretatie van aanvraagvereisten, gemeente specifieke bepalingen, slagingskans van plannen, te volgen procedures, andere benodigde toestemmingen, de scope en doorlooptijden van de procedures, kritische aspecten en mogelijkheden voor indiening van aanvragen (in fasen, in delen of integraal);</p>\n<p class=\"lf-p\">Bespreken van (toetsings-)resultaten na indiening van een conceptaanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij weigering of het buiten behandeling laten van de aanvraag, de aanvrager vóór bekendmaking te informeren over het besluit en de overwegingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatieverstrekking en (voor-)overleg tijdens controles. (Voor)overleg bij plannen en initiatieven De gemeente beoordeelt zo vroeg mogelijk schetsplannen en principeverzoeken integraal, mede op basis van de vergunningenstrategie. Daarbij worden in voorkomende gevallen partners, adviseurs en derde belanghebbenden betrokken. Het eindresultaat van het vooroverleg op basis van een conceptaanvraag betreft, naast inzicht in meer procedurele randvoorwaarden, een ambtelijke indicatie van de haalbaarheid van een initiatief op bepaalde maatgevende facetten. Voor initiatieven waarbij activiteiten gaan plaatsvinden of gevolgen gaan hebben voor activiteiten binnen het basistakenpakket, geeft de ODU een advies aan de gemeente. De aanvrager kan zijn initiatief zo nodig aanpassen en verder uitwerken en loopt zodoende in het formele vergunningentraject niet meer tegen onverwachte obstakels aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie verder de vergunningenstrategie in bijlage 5. (Voor)overleg bij overtredingen Ook na het constateren van een overtreding van de regels is de inzet om eerst in overleg met partijen of via bemiddeling tussen partijen tot een werkbare oplossing te komen. Zo mogelijk kan dit ertoe leiden om zaken alsnog te legaliseren. De gemeente Rhenen spant zich in om het aantal klachten zo klein mogelijk te houden. Het afhandelen van klachten en meldingen heeft een hoge prioriteit, mits urgent. Dit betekent dat klachten en overlastmeldingen, direct worden opgepakt waarmee een snelle opvolging van klachten is geborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie verder de toezichtstrategie in bijlage 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage5Vergunningenstrategie De Vergunningenstrategie is gericht op het beperken van risico’s bij uit te voeren activiteiten die betrekking hebben op de aspecten veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid, door preventief te toetsen aan geldende wet- en regelgeving. Instrumenten die daarvoor kunnen worden ingezet zijn meldingen en vergunningen. In hoofdstuk 5 (afdeling 5.1) van de Omgevingswet staan de omgevingsvergunning plichtige activiteiten benoemd. Een veel voorkomende activiteit binnen de fysieke leefomgeving is de activiteit bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een bouwactiviteit is een omgevingsvergunning nodig voor zover het gaat om een aangewezen geval in het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl).</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit Gelijktijdig met de Omgevingswet is de Wkb in werking getreden. De Wkb geldt voorlopig alleen voor het nieuw bouwen van eenvoudige bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (beperkte gevolgen), zoals bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Bouwwerken die vallen onder de Wkb worden door de gemeente niet meer preventief (door middel van een vergunning) getoetst aan de bouwtechnische voorschriften uit het Bbl. In plaats daarvan moet de initiatiefnemer een onafhankelijke Kwaliteitsborger inschakelen. Deze categorie bouwactiviteiten zijn meldingsplichtig en deze melding moet worden gedaan minimaal vier weken voordat de initiatiefnemer wil starten met de bouw. De gemeente controleert of de initiatiefnemer werkt met een toegelaten instrument en een onafhankelijke Kwaliteitsborger. Ook controleert de gemeente of alle specifieke risico’s voor dat bouwwerk in de risicobeoordeling in kaart zijn gebracht en in het borgingsplan zijn vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente blijft vergunningsaanvragen voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 2 en 3 wel volledig beoordelen. Zoals in paragraaf 2.5 (Ontwikkelingen) van de U&amp;H-strategie is beschreven, wordt voor een bouwactiviteit de bouwtechnische en ruimtelijke beoordeling uit elkaar gehaald en gesplitst in twee los van elkaar staande activiteiten: De (technische) bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit. Dit wordt “de knip” genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwtechnische voorschriften uit het Bbl zijn niet gedifferentieerd naar zwaarte. Bij de beoordeling van een dergelijke aanvraag moet voor bepaalde voorschriften worden bepaald of het aannemelijk is dat aan deze voorschriften wordt voldaan. Deze aannemelijkheidstoets biedt enige ruimte om te kunnen variëren in toets intensiteit. Het is voor (vrijwel) geen enkele gemeente mogelijk om alle voorschriften uit het Bbl even uitputtend te toetsen. Bovendien vraagt niet elk gebouw/bouwwerk om dezelfde mate van toetsing. Bouwplannen lopen namelijk zeer uiteen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toetsen van vergunningsaanvragen aan de bouwtechnische voorschriften uit het Bbl vindt risicogestuurd plaatst. Hiervoor wordt de landelijke toetsmatrix van de Vereniging BWT Nederland gebruikt. Hiermee is de kwaliteit en verantwoording geborgd, doordat:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat worden getoetst. Hierdoor wordt de veiligheid van bouwwerken verhoogd en gewaarborgd, alsmede het gezond en veilig gebruik ervan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Keuzes en prioriteiten worden gemotiveerd en bestuurlijk vastgelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar inwoners en ondernemers herleidbaar kan worden aangegeven aan welke voorschriften uit het Bbl hun aanvraag getoetst is en met welke intensiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote bouwwerken met bijvoorbeeld een maatschappelijke functie of bouwwerken waar veel mensen in samenkomen hebben wat betreft het aspect “Veiligheid” een hoge prioriteit. De Omgevingswet en de Wkb brengen hierin de komende jaren nog weinig verandering, aangezien het hier voornamelijk gaat om bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Rhenen beschikt met ingang van 1 januari 2024 niet (meer) over eigen deskundigheid om vergunningsaanvragen voor grote bouwwerken die vallen onder gevolgklassen 2 en 3, zelf te toetsen aan de bouwtechnische voorschriften uit het Bbl. De toetsing van dergelijke aanvragen zal aan een gecertificeerde private partij worden uitbesteed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het landelijk toetsprotocol maakt per (hoofd)gebruiksfunctie van het Bbl onderscheid in 4 toetsniveaus:</p>\n<p class=\"lf-p\">Niveau 1: snel toetsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Niveau 2: visueel toetsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Niveau 3: representatief toetsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Niveau 4: integraal toetsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In figuur 1 is een definitie van de verschillende toetsniveaus aangegeven. De diepgang van de toets kan variëren van snel toetsen tot integraal toetsen. Elk volgend toetsniveau is een aanvulling op het vorige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 1: Definitie van de verschillende toetsniveaus De verschillende toetsniveaus zijn vooral gedefinieerd met betrekking tot voorschriften waaraan een berekening aan ten grondslag ligt. In het geval van eenvoudige voorschriften zoals de aanwezigheid van een buitenruimte is een onderscheid tussen niveau 2, 3 en 4 nauwelijks te maken. In de toetsniveaus wordt aangegeven dat vanaf niveau 2 wordt beoordeeld of een uitkomst aannemelijk is. De waarde van de inschatting of iets aannemelijk is, is sterk afhankelijk van de kennis en ervaring van de toetser. Het is aan het bevoegd gezag of de certificaathouder om vast te stellen of een toetser voldoende kennis en ervaring heeft om op niveau 2 te toetsen. Bij een gecertificeerde toetsing moet in de toets rapportage zijn aangegeven wat het daadwerkelijk toegepaste niveau van toetsing per aspect per (hoofd)gebruiksfunctie is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In figuur 2 is de toetsmatrix Bbl voor bestaande bouw weergegeven en in figuur 3 de toetsmatrix Bbl voor nieuwbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 2: Toetsmatrix Bbl bestaande bouw Basiswerkwijze voor vergunningverlening en afhandeling van meldingen De basiswerkwijze voor het behandelen van een vergunningsaanvraag of melding is vastgelegd in de taakapplicatie RX- Mission. Daarbij worden de processtappen doorlopen en wordt aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is. Het gaat hier om de processtappen op hoofdlijnen. Voor de meest voorkomende correspondentie, besluiten, adviezen en vergunningsvoorschriften zijn standaarden beschikbaar. Voor (maatwerk)voorschriften wordt gebruik gemaakt van een standaard voorschriftenpakket. Meldingen en besluiten worden (als de ODU daarvoor een mandaat heeft) ter kennisname aan het bevoegd gezag beschikbaar gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag verzorgt van iedere aanvraag en melding:</p>\n<p class=\"lf-p\">De registratie en intake van de klantvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepalen van het bevoegd gezag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepalen welke (overige) toestemmingen nodig zijn voor een bepaalde activiteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het digitaliseren (met ontvangstbevestiging);</p>\n<p class=\"lf-p\">Het casemanagement van de aanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toetsen van de volledigheid op basis van de aanvraagvereisten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitzetten van advies bij interne- en externe adviseurs, evenals het bepalen van de overlegvorm;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het publiceren van nieuwe aanvragen en (ontwerp)besluiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewaken van termijnen van lopende procedures en de voortgang;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager;</p>\n<p class=\"lf-p\">De besluitvorming op aanvragen en na zienswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het archiveren van de melding of het besluit (digitaal) en alle relevante stukken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bijwerken van de gegevens om het inrichtingenbestand volledig te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het basistakengedeelte verzorgt de ODU in ieder geval:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toetsen van de volledigheid op basis van de aanvraagvereisten en opstellen advies richting bevoegd gezag bij buiten behandeling laten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het (vak)inhoudelijk toetsen aan alle relevante beoordelingskaders;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitvoeren van een handhaafbaarheidstoets;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewaken van de afgesproken (advies) termijnen aan het bevoegd gezag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het opstellen van het (ontwerp) besluit of het advies aan het bevoegd gezag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende procedures zijn mogelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Meldingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Reguliere aanvraagprocedure (8 weken);</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgebreide aanvraagprocedure (26 weken).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op meldingen volgt geen besluit. Bij de behandeling wordt inhoudelijk getoetst én beoordeeld of aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn. Indien op de algemeen geldende voorschriften aanvullende of concretere uitwerking van voorschriften nodig is voor het voorkomen van risico’s en/of voor een betere handhaafbaarheid, worden nadere voorwaarden (in geval van sloop) of maatwerkvoorschriften (in geval van milieu) opgelegd of een gelijkwaardigheidsbesluit genomen. Na beoordeling ontvangt de melder een bevestigingsbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens en bescheiden Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen mogelijk wanneer de vereiste gegevens en bescheiden aanwezig zijn. Elke aanvraag wordt consequent getoetst op volledigheid. Dit voorkomt dat in het vervolg van het proces de toetsing niet (geheel) kan worden uitgevoerd. Als een aanvraag niet volledig is, dan wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. Als de ontbrekende gegevens niet of niet volledig en / of niet binnen de gestelde termijn worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. De aanvrager krijgt dan een besluit dat de aanvraag buiten behandeling wordt gelaten. Hiertegen kan bezwaar en beroep worden ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een melding wordt de melder erop gewezen worden dat, als de ontbrekende gegevens niet aangeleverd worden of onvolledig blijven, de activiteit niet kan worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bibob-toets Als met het verlenen van een vergunning het gevaar bestaat dat daarmee strafbare feiten gepleegd zullen worden of dat uit strafbare feiten verkregen geld benut zal worden, kan in het voortraject of na ontvangst van de aanvraag een Bibob-toets worden uitgevoerd. De situaties waarbij een Bibob-toets wordt uitgevoerd, zijn vastgelegd in het Bibob-beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking bij de vergunningverlening Bij de uitvoering van de gemeentelijke U&amp;H-taken werkt de gemeente Rhenen samen met diverse partners. De verschillende samenwerkingspartners zijn (niet limitatief) in hoofdstuk 11 benoemd. Met een aantal samenwerkingspartners zijn afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn in bijlage 7 opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningsvrije bouwwerken c.q. omgevingsplanactiviteiten De gemeente bepaalt in het omgevingsplan welke activiteiten omgevingsvergunningsvrij zijn. Daarnaast zorgen de Omgevingswet en de Wkb voor wijzigingen ten aanzien van het aantal vergunningsvrije bouwactiviteiten. Ook hier moet worden gekeken naar de knip tussen bouwtechnische en ruimtelijke toets. Bij beide activiteiten is een aantal activiteiten vrijgesteld van de vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunningsvrije bouwactiviteit betekent niet dat de overige technische voorschriften uit het Bbl niet van toepassing zijn. De initiatiefnemer, de aannemer of ontwikkelaar moet daar bij de bouw dus nog wel degelijk rekening mee houden. En bij geconstateerde strijdigheden houdt de gemeente hier ook de bevoegdheid om handhavend op te treden bij overtreding van deze wettelijke voorschriften uit het Bbl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimtelijke toetsing Aan de andere kant van de knip bevindt zich de ruimtelijke toetsing voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 op basis van de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit. Voor dit onderdeel geldt ook dat er enkele ruimtelijke bouwmogelijkheden zijn die door het Rijk als vergunningsvrij zijn bestempeld. Dit is opgenomen in paragraaf 2.3.3 van het Bbl. De overige vergunningsvrije ruimtelijke bouwmogelijkheden zijn via de bruidsschat in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Rhenen terecht gekomen. Het gaat hier om het voormalige artikel 2 lid 3 en artikel 3 van bijlage II Bor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bruidsschat De van het Rijk overgedragen taken worden vooralsnog rechtstreeks overgenomen. Het gaat bij de bruidsschat om regels die vooral een lokaal effect hebben (bijvoorbeeld geluid of het eisen van een opstelplaats voor een blusvoertuig).</p>\n<p class=\"lf-p\">Soorten vergunningen en meldingen Omgevingsvergunning Bouwactiviteit (technisch) De “technische bouwactiviteit” omvat het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. In het Bbl stelt het Rijk regels over de bouwkwaliteit. De gemeente kan alleen in aangegeven gevallen maatwerkregels opnemen in het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwactiviteit (ruimtelijk) Het ruimtelijk deel van de bouwactiviteit betreft een omgevingsplanactiviteit die gaat over de toets van de aanvraag aan de regels voor de fysieke leefomgeving. Voorbeelden zijn de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Er zijn ook regels over het uiterlijk van een bouwwerk (welstand) en de toegekende functies aan locaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) Een OPA is een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat daarvoor een vergunning nodig is. De gemeente regelt in het omgevingsplan voor welke omgevingsplanactiviteiten een omgevingsvergunning nodig is. In het omgevingsplan worden de beoordelingsregels over het verlenen van de omgevingsvergunning opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Een BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan of niet vergunningsvrij is. Het kan gaan om de volgende situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit is niet mogelijk op basis van de algemene regels van het omgevingsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit is niet mogelijk op basis van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit is niet vergunningsvrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan een vergunning voor een BOPA alleen verlenen als deze onder andere voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. (Asbest-)sloopmelding Het is verboden een bouwwerk of gedeelte daarvan te slopen als daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m3 bedraagt. Ten minste vier weken voor het begin van de sloopwerkzaamheden moet een melding bij het bevoegd gezag worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit vellen houtopstand Het kappen van een boom op eigen grond is aan regels gebonden. In sommige gevallen is een omgevingsvergunning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruiksmelding (brandveilig gebruik) Een gebruiksmelding is verplicht bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur of een woonfunctie voor zorg. Voor een niet-woonfunctie is een gebruiksmelding alleen verplicht als het totaal aantal personen in het bouwwerk groter is dan het aantal personen genoemd in tabel 6.6 (artikel 6.6 Bbl). De verplichting geldt voor structurele, maar ook voor incidentele gevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een gebouw (of deel van een gebouw) met meerdere gebruiksfuncties moeten de personen bij elkaar worden opgeteld. Vervolgens bepaalt de gebruiksfunctie met het laagste aangewezen aantal aanwezige personen of er een gebruiksmelding gedaan moet worden of niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsplanactiviteit (aanleggen) De aanlegactiviteit wordt onder de Omgevingswet gereguleerd door het omgevingsplan en bestaat dus niet meer als een zodanig aangeduide activiteit, maar valt onder de noemer van de “omgevingsplanactiviteit”.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het omgevingsplan kan een verbod worden ingesteld dat binnen een gebied bepaalde “werken die geen bouwwerken zijn” of bepaalde werkzaamheden uit te voeren zonder vergunning. In de voorschriften van het omgevingsplan is dan aangegeven wanneer een aanlegvergunning nodig is. Voorbeelden zijn het aanleggen van wegen of paden, het graven van sloten, het ophogen of afgraven van grond en het leggen van kabels en (communicatie)leidingen. Toezicht op deze activiteiten heeft een lage prioriteit. Waar mogelijk controleren we dit periodiek/geclusterd, waarbij we letten op grote afwijkingen van de in de vergunning gestelde voorwaarden (met name in geval van mogelijk ernstige natuurschade).</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijksmonumentenactiviteit Voor het aanpassen van een pand dat een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument is, is een omgevingsvergunning nodig. In voorkomende gevallen wordt voor een rijksmonument een advies aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Milieuvergunningen en meldingen De ODU behandelt alle milieuvergunningen en -meldingen. De ODU heeft haar vergunningenstrategie apart beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningen APV en Bijzondere Wetten Vergunningparkeren Vanaf 1 oktober 2023 geldt er vergunningparkeren in de benedenstad van Rhenen, het gebied ten zuiden van de Herenstraat en Frederik van de Paltshof. Bewoners parkeren vanaf dan met een parkeervergunning. Bezoekers kunnen parkeren met een kraskaart met daarop de datum aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontheffing voor gemotoriseerd verkeer in gesloten straten In drie gebieden in de gemeente (binnenstad, Binnenveld en Boslandweg/Spoorbaanweg) is het verboden te rijden met de auto of de motor. Bewoners van straten in de gebieden met een verbod voor gemotoriseerd verkeer, kunnen een ontheffing aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Horecavergunningen Voor het exploiteren van een horecabedrijf is een vergunning nodig. Deze verplichting geldt ook wanneer er geen alcoholhoudende dranken worden geschonken of verkocht. Als er in het horecabedrijf wél alcoholhoudende dranken worden geschonken of verkocht, dan is ook een Alcoholwetvergunning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle ondernemers / stichtingen / verenigingen die een horecabedrijf overnemen of nieuw vestigen, moeten een exploitatievergunning aanvragen. Ook is er een nieuwe vergunning nodig als de rechtsvorm van het horecabedrijf verandert. De burgemeester weigert een aanvraag voor een exploitatievergunning als de vestiging van het horecabedrijf in strijd is met het omgevingsplan of het actuele horecabeleid. De aanvraag wordt verder onder andere beoordeeld op de aspecten openbare orde, veiligheid en woon- &amp; leefklimaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenementenvergunning of markten Voor het organiseren van de meeste evenementen is een vergunning nodig. De aanvraag wordt onder andere beoordeeld op de volgende aspecten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Is het evenement passend?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan de gekozen locatie het evenement aan?</p>\n<p class=\"lf-p\">Brengt het evenement qua omvang of tijdstip niet te veel risico's of overlast met zich mee?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt er in die periode of die omgeving al veel georganiseerd?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt er voldaan aan de eisen voor veiligheid, EHBO, sanitair, geluidsniveau enzovoort?</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor recreatieve tochten, bijvoorbeeld een wandeltocht, een fietstocht, een gemotoriseerde tocht of een estafetteloop, is een verklaring van geen bezwaar nodig. Als deze recreatieve tocht een wedstrijd heeft of wedstrijdelementen, dan moet wel een evenementenvergunning worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standplaatsvergunningen Voor het verkopen of leveren van diensten op of aan de openbare weg is een standplaatsvergunning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn twee soorten standplaatsvergunningen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke vergunning voor een seizoenstandplaats of incidentele standplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervan is sprake als de standplaats wordt ingenomen voor een periode van maximaal 6 maanden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaste vergunning voor een jaarstandplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze vergunning is nodig als de standplaats structureel of geregeld wordt ingenomen voor een groot gedeelte van een jaar, bijvoorbeeld elke week op een bepaalde dag of bepaalde dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwerpen op de openbare weg Voor het plaatsen van tijdelijke bouwobjecten op de openbare weg, zoals bijvoorbeeld een container, steiger of bouwmaterialen, is een vergunning nodig. Dit mag alleen als er écht geen mogelijkheid is om de bouwobjecten op eigen terrein te stallen. De vergunning wordt verleend als wordt voldaan aan de Beleidsregels voor bouwobjecten 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stookontheffing Voor het verbranden van schoon snoeihout dat vrijkomt bij fruittelers, bij landschapsonderhoud en bij onderhoud van erfbeplanting, moet een ontheffing van het stookverbod worden aangevraagd. Aan deze ontheffing zijn voorwaarden verbonden die afhankelijk zijn van plaats, omvang, aard en doel van het te ontsteken vuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage6Toezichtstrategie Onder toezicht vallen alle werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om te observeren en constateren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Het toezicht wordt uitgevoerd door daar toe aangestelde toezichthouders en boa’s. Van toezicht gaat een belangrijk preventief effect uit. Het doel van toezicht is risicobeheersing. Dat wil zeggen dat door middel van toezicht het naleven van de regels wordt verbeterd wat leidt tot een kleinere kans op het ontstaan van risico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze toezichtstrategie beschrijft op welke manier en in welke vorm toezicht plaatsvindt. Het is een leidraad bij het opstellen van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en voor de toezichthouder in zijn dagelijkse werk. Toezicht vindt plaats op basis van de gestelde prioriteiten en doelen. Deze zijn vastgesteld op basis van de risicoanalyse zoals opgenomen in bijlage 2. De prioritering is leidend voor de frequentie van het toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze toezichtstrategie bevat:</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitgangspunten van risicogericht werken en prioriteiten stellen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vormen van toezicht en de basisprincipes daarbij;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op welke wijze verschillende toezichthouders voor en met elkaar toezien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingen en ambitie – nalevingsgedrag en toezicht- en handhavingsstijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toezichtstrategie heeft betrekking op de werkwijze die wordt gevolgd tot en met het al dan niet constateren van de overtreding en het waar nodig bepalen van de ernst van de overtreding. Zodra een overtreding is geconstateerd geldt de sanctioneringsstrategie en in uitzonderlijke gevallen de gedoogstrategie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vormen van toezicht (en handhaving) Verschillende handhavingspartners zijn actief in toezicht (en handhaving) binnen de fysieke leefomgeving. Zowel in de openbare ruimte als in het bebouwde gebied. Te denken valt aan toezicht door de gemeentelijke Boa’s, het waterschap, de VRU, de provincie Utrecht, de politie, de ODU en de gemeentelijke organisatie, waaronder de buitendienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door informatie gestuurde handhaving en heldere werkafspraken zijn meerdere vormen van integraal toezicht mogelijk. Dat wordt hierna uitgewerkt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Controleren met elkaar:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezichthouders vanuit diverse taakvelden voeren gezamenlijk een integrale controle uit. Ieder voor de eigen discipline. Met name van toepassing in situaties die door een groter dan gemiddelde complexiteit of bestuurlijke prioriteit worden gekenmerkt. Soms is deze methode nodig, meestal is die arbeidsintensief en belastend voor de ondernemer of burger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na elkaar controleren: Verschillende toezichthouders van uiteenlopende instanties of afdelingen voeren zelfstandig en onafhankelijk van elkaar een controle uit. Omdat de inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd, heeft deze aanpak een sterkere preventieve uitwerking. Deze vorm van controleren is de klassieke vorm van toezicht. De toezichtlast neemt echter toe en de efficiëntie neemt af. Bovendien is het risico groot dat controles verschillende vakgebieden bestrijken, hetgeen kan leiden tot interpretatieverschillen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elkaar signaleren: Een toezichthouder kan tijdens zijn “eigen” controle een mogelijke overtreding in een ander taakveld signaleren. Als deze constatering daartoe aanleiding geeft, zal de specialist van dat taakveld zelf een controle uitvoeren. Het voordeel van deze aanpak is dat overtredingen in een eerder stadium worden gesignaleerd. Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming (en kunde) binnen een organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elkaar controleren: Een toezichthouder neemt tijdens een integrale controle meerdere aandachtsvelden voor zijn rekening. Dit heeft voornamelijk betrekking op situaties die worden gekenmerkt door een geringe complexiteit. Dit is een vorm van signaaltoezicht, die prima kan worden uitgevoerd door een generalistisch toezichthouder, die bovendien dikwijls wordt ingezet voor uiteenlopende surveillances.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toezicht wordt de gekozen voor de meest effectieve en efficiënte manier van toezicht. Dit is afhankelijk van het doel van het betreffende project in het UVP. Het streven is bij alle controles oog te hebben voor signaalpunten van andere taakvelden en/of bevoegd gezag. Uitgangspunt is dat alle signaalpunten na afloop van de controle worden doorgegeven aan de betrokken handhavingspartner.</p>\n<p class=\"lf-p\">De manier van werken bij toezicht &amp; handhaving van de gemeente krijgt vorm in een soort controle. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in preventief, actief en reactief toezicht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geprogrammeerd gebiedstoezicht (preventief);</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte controles (actief);</p>\n<p class=\"lf-p\">Controle op de naleving van verleende vergunningen en/of meldingen (actief);</p>\n<p class=\"lf-p\">Controle naar aanleiding van handhavingsverzoeken (reactief).</p>\n<p class=\"lf-p\">De ODU voert namens de gemeente programmatisch toezicht uit op milieuzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Preventief: geprogrammeerd gebiedstoezicht De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt onder meer bepaald door de mate van controle op de naleving van de gestelde normen. Controle betekent ook “gezien worden” en dat werkt in de regel preventief. Gekoppeld aan handhavingscommunicatie zal dit een positief effect hebben op kwaliteit van de leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De surveillance kan door elke discipline worden uitgevoerd. Het gaat er dan om dat bevindingen bij de juiste handhavingspartner wordt gedeponeerd: ook dat is een vorm van signaaltoezicht. Dit kan een collega zijn of een ander bevoegd gezag. Periodiek wordt een gebied, al dan niet steekproefsgewijs, gecontroleerd of er overtredingen zijn. Deze controles vinden plaats aan de hand van incidentele fysieke perceel controles.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actief: gebiedsgerichte controle Een surveillance kan ook resulteren in een controle, op basis waarvan een handhavingstraject moet worden opgestart. Deze controle zal vooral in buitengebieden leiden tot het constateren van uiteenlopende vormen van strijdig (planologisch) gebruik, mede door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het belang van een tijdige signalering is tweeledig:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ernstige overtredingen worden eerder gesignaleerd en aangepakt (mits prioritair);</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie is direct bruikbaar in elke actualiseringsronde van de bestemmingsplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebiedsgerichte controle kan ook worden ingezet voor de taakvelden milieu, bouwen en openbare ruimte. Tijdens de controle heeft de toezichthouder specifiek oog voor een of meerdere controlepunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het afnemen van vergunningplichtige activiteiten en het toenemen van vergunningsvrije of meldingsplichtige werkzaamheden neemt de kans op afwijkend handelen toe. Daar waar minder inzet nodig is voor vergunningverlening, blijkt uit de praktijk dat intensivering van toezicht en handhaving noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actief: controle naar aanleiding van verleende vergunningen en/of meldingen Deze vorm van controle is traditioneel en vloeit direct voort uit het nemen van besluiten, het stellen van voorschriften bij vergunningen en het accepteren van meldingen. Naleving van voorschriften is essentieel bij vergunningverlening, immers het gaat hier om zaken die expliciet vergund dienden te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verleende vergunningen worden, waar mogelijk, integraal gecontroleerd overeenkomstig het vastgestelde beleid en de eventuele controlefrequentie. In geval van overtredingen wordt, afhankelijk van het beleid, de handhavingsstrategie toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reactief: controle naar aanleiding van klachten en/of verzoeken om handhaving Niet alle klachten resulteren in een controle. Dat is afhankelijk van de prioriteitstelling. Indien sprake is van een mogelijk acute situatie wordt uiteraard wel actie ondernomen. Bij dit onderwerp wordt de lijn van de constante jurisprudentie omtrent “de beginselplicht tot handhaving” gevolgd. Een formeel verzoek om handhaving heeft wel altijd prioriteit, aangezien er wettelijke termijnen gelden voor het nemen van een handhavingsbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Programmatisch toezicht Programmatisch Toezicht is een probleemgerichte aanpak waarbij het gedrag van de mensen (doelgroepen) als uitgangspunt wordt genomen voor de te bepalen toezicht- en handhavingsstrategie. Door op een systematische manier de doelgroepen en hun naleefgedrag te bepalen kunnen de meest effectieve handhavingsinstrumenten worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbereiding van toezicht Voordat een toezichtcontrole wordt uitgevoerd, worden altijd eerst de relevante documenten beoordeeld die bij een casus horen. De bouwcontrole is door vergunningverlening aangemaakt in de taakapplicatie RX-Mission. In deze applicatie worden de documenten per hoofdzaak gestructureerd opgeslagen. De relevante documenten worden door de toezichthouders beoordeeld op volledigheid en de vergunningsvoorwaarden. Wanneer voor het betreffende bouwplan ook een bouwveiligheidsplan benodigd is, wordt ook deze getoetst op volledigheid. Indien gewenst wordt intern eerst een overleg gehouden tussen verschillende afdelingen alvorens een toezichtcontrole wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht onder de Wet kwaliteitsborging Toezicht op meldingsplichtige bouwactiviteiten waarbij een kwaliteitsborger is ingeschakeld zijn beperkt en zullen zich vooral richten op de locatiespecifieke aspecten. Reguliere controles op een bouwproject zullen plaatsvinden op basis van de voor dat project afgegeven omgevingsplanactiviteiten vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan op afspraak, maar ook onaangekondigd, bezoeken afleggen tijdens de bouw. Daarbij wordt vooral gelet op de uitvoering van het (controle)systeem dat is toegepast en indien nodig wordt ook controle van de daadwerkelijke uitvoering van de bouw uitgevoerd. Ook dit zal vooral plaatsvinden waar er locatiespecifieke risico’s spelen, of waar op basis van een geconstateerde strijdigheid met de regels uit het Bbl het bevoegd gezag wordt gevraagd een afwijking te gaan handhaven of te gaan gedogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reguliere controles op een bouwproject zullen plaatsvinden volgens het nieuwe toezichtprotocol met de risicomatrix voor “Nieuwbouw” en “Verbouw”, zoals respectievelijk weergegeven in figuur 1 en 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 1: Toezichtmatrix gevolgklasse 2 nieuwbouw Figuur 2: Toezichtmatrix gevolgklasse 2 verbouW Voor zover nog controle van toepassing is (als ze niet vergunningsvrij zijn) hebben de kleine verbouwingen zoals dakkapellen, bijbehorende bouwwerken en dakopbouwen gelet op hun lage risico een lage prioriteit. Het gaat hierbij nog voornamelijk om de controle van de ruimtelijke uitvoering conform eisen van welstand en locatie in het omgevingsplan. Maar ook hier zijn er soms weer specifieke aspecten zoals de geluidsoverlast die warmtepompen veroorzaken, waardoor alertheid gevraagd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimtelijke omgevingsplanactiviteiten Deze activiteit is onder de Omgevingswet belangrijk, omdat in heel veel gevallen de omgevingsplanactiviteit aan de orde is bij initiatieven die bouwtechnisch vergunningsvrij of meldingsplichtig zijn. BOPA’s hebben daarbij een hogere prioriteit dan OPA’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slopen en asbest Bij sloopwerkzaamheden houden we steekproefsgewijs toezicht als wordt opgegeven dat geen sprake is van asbest. Hierbij geven we prioriteit aan de grotere sloopwerkzaamheden in de kernen. Dit in verband met omgevingsveiligheid en mogelijke hinder. Controle op sloop(meldingen) en het verwijderen van asbest heeft gelet op het risico op de omgeving en het risico op de volksgezondheid een hoog risico. Dit is bovendien een wettelijke verplichting en valt onder het basistakenpakket van de ODU op basis van de Omgevingswet. De ODU voert deze taak risicogericht uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monumenten De gemeente Rhenen kent een aantal monumenten. Juist daarom is de gemeente zuinig op het binnen de gemeente aanwezige cultureel erfgoed. De meeste eigenaren van monumenten zijn zich goed bewust van de monumentale waarde van hun pand en zij streven naar het behoud daarvan. In de gevallen waarin het toch mis zou gaan, ontstaat er een onomkeerbare situatie en is bijvoorbeeld bij sloop van een monumentaal deel, dit ook echt weg en kan het niet meer worden teruggebracht in oude staat. We controleren vergunningsplichtige bouwactiviteiten bij Monumenten met een hoge prioriteit. Hierbij ligt de nadruk bij de controle op het toezien of de toegepaste materialen (naast de uitvoering) conform de vergunning zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kappen Deze toezichtstaak bestaat uit het nagaan of de vergunning juist is uitgevoerd en of voldaan is aan de eventuele opgelegde vergunningsvoorwaarden zoals een herplantplicht. We prioriteren deze activiteit echter laag. We houden geen regulier toezicht, maar beperken ons tot gevoelige zaken of reactief na een klacht of bestuurlijke wens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Flora en Fauna De Wet natuurbescherming (hierna: Wnb), het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming zijn verspreid over de Omgevingswet, de AMvB’s en de Regeling. De Wet natuurbescherming is daarmee volledig komen te vervallen. De gemeente heeft in het kader van natuurbescherming een handhavende plicht. De uitvoering hiervan vullen we nog nader in. Vooralsnog hanteren we alleen reactief toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitritten Een initiatiefnemer ontvangt, nadat de omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitrit is verleend, een opgave van de kosten. Na goedkeuring van deze opgave gaat de gemeente over tot de feitelijke aanleg van de uitrit. Wijzigingen die worden aangebracht aan de openbare ruimte zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning, worden alleen gecontroleerd naar aanleiding van klachten/meldingen of handhavingsverzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage7Handhavingsstrategie (sanctioneren) Als het uitvoeren van toezicht met een corrigerende insteek niet leidt tot beëindiging van de overtreding, is de gemeente in beginsel verplicht om hiertegen op te treden. Professionele handhaving kenmerkt zich onder andere door een consequente uitvoering. Handhaving kan met zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke instrumenten plaatsvinden. De handhavingssancties zijn nog steeds gebaseerd op de beschrijvingen in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ten aanzien van de handhavingsinstrumenten verandert er in de basis niet heel veel onder de Omgevingswet. Wel zijn verwijzingen naar de grondslag uiteraard veranderd naar de artikelen in de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze strategie komt aan de orde waarom we sanctioneren, welke interventiemiddelen we kennen, hoe we bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving afstemmen en hoe we zo integraal mogelijk te werk gaan. Hierbij volgen we de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO).</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwerkingtreding van de Omgevingswet is de aanleiding geweest voor het vaststellen van de LHSO. De LHSO, vastgesteld op 12 oktober 2022, heeft een bredere reikwijdte dan zijn voorganger, de Landelijke handhavingsstrategie (LHS) uit 2014. De LSHO zorgt ervoor dat handhavende instanties, zoals overheden, omgevingsdiensten, het Openbaar Ministerie (OM) en de politie op eenzelfde manier optreden bij overtredingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De LHSO is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Veilige en gezonde fysieke leefomgeving (omgevingskwaliteit, natuur en doelmatig beheren/ontwikkelen);</p>\n<p class=\"lf-p\">Vertrouwen (verantwoordelijkheid en respect);</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal, risico gestuurd en effectgericht (prioriteiten en risico’s beperken);</p>\n<p class=\"lf-p\">Onafhankelijk en professioneel (sterk, slagkrachtig en onbevangen);</p>\n<p class=\"lf-p\">Loyale samenwerking (afstemmen, informatie uitwisselen en kennisdelen);</p>\n<p class=\"lf-p\">Adequate overlegstructuur (samenwerking, loyaal en effectief);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dienstbaar (algemeen belang en rolvast);</p>\n<p class=\"lf-p\">Transparant (afwegingen, beleid, prioriteiten, activiteiten en resultaten).</p>\n<p class=\"lf-p\">De LSHO is gebaseerd op de volgende beginselen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaving van het omgevingsrecht is gelijkwaardig, doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig om een goede naleving te bereiken (Unierecht);</p>\n<p class=\"lf-p\">Beginselplicht tot handhaving (bevorderen normconform gedrag);</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelijkheidsbeginsel (consistent en transparant);</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdedigingsbeginsel (zienswijzen);</p>\n<p class=\"lf-p\">Respect voor fundamentele rechten (persoonlijke levenssfeer, huisrecht en zwijgrecht).</p>\n<p class=\"lf-p\">De LHSO zet in op een passende interventie bij iedere overtreding. Handhavers hanteren de LHSO bij iedere constatering van een overtreding en maken daarbij gebruik van de daarin aangegeven instrumenten. Dit waarborgt een effectieve en doelmatige handhaving. Het draagt bij aan passend en eenduidig optreden. Het waarborgt rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Een passende interventie is een interventie die is gebaseerd op de verzamelde feiten en op een beoordeling van de aard en ernst van de overtreding en van de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Daarnaast leidt de interventie zo effectief en efficiënt mogelijk tot spoedig herstel van de rechtmatige toestand, waarborgt verdere naleving, voorkomt herhaling en/of straft indien dit passend of noodzakelijk is om de Normadressaat tot naleving te bewegen dan wel om de norm te bevestigen (speciale en generale preventie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in het omgevingsrecht tot een passende interventie te komen, zijn de volgende twee hoofdvragen leidend:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Inzake herstel 1a. Is herstel mogelijk? Zo ja, dan is in elk geval bestuursrechtelijk optreden aangewezen en is de vervolgvraag:</p>\n<p class=\"lf-p\">1b. Welke bestuursrechtelijke interventie is in dit geval het meest geschikt?</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Inzake bestraffing 2a. Is er aanleiding voor bestraffing? Zo ja, dan is de vervolgvraag:</p>\n<p class=\"lf-p\">2b. Welke weg (bestuursrechtelijk of strafrechtelijk) is het meest passend?</p>\n<p class=\"lf-p\">De LHSO bevat een stappenplan om te komen tot een passende interventie. Startpunt van het stappenplan zijn de bevindingen van het toezicht (al dan niet na een melding of aangifte): de constatering van feiten en omstandigheden en het oordeel van de toezichthouder, boa of handhaver daarover (de vaststelling dat sprake is van een overtreding). Het stappenplan is een hulpmiddel om de juiste afwegingen te maken en moet in geen geval als een rigide beslisboom worden beschouwd. De LHSO is vooral een afwegingsinstrument voor uitvoerders. Aan de hand van het stappenplan, waartoe de hierna weer te geven interventiematrix behoort, kan worden gekomen tot onderling afgestemd en effectief handelen van de handhavingspartners.</p>\n<p class=\"lf-p\">De reactie/interventie is afhankelijk van de (mogelijke) gevolgen van de bevinding en het gedrag van de overtreder. Daarbij worden ook eventuele verzwarende (of verlichtende) aspecten meegewogen. De strategie gaat uit van het in principe zo licht mogelijk starten met interveniëren, gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. Daarnaast is overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhavende instanties kiezen afhankelijk van de situatie weloverwogen voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- en strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Uitgangspunt is dat het bevoegd gezag en het Openbaar Ministerie, elk handelend vanuit de eigen verantwoordelijkheid, hun handelen afzonderlijk en in combinatie richten op het naleven van wet- en regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststellen van de sanctie via de interventiematrix Bij het constateren van een overtreding, bijvoorbeeld naar aanleiding van een reguliere controle, een klacht of een verzoek om handhaving, is de interventiematrix uit de LHSO leidend. Als de toezichthouder een overtreding heeft geconstateerd wordt met behulp van de interventie-matrix de sanctie vastgesteld. Daarbij zijn de volgende stappen aan de orde:</p>\n<p class=\"lf-p\">Positionering van de bevindingen in de basisinterventiematrix.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver bepaalt in welk segment van de interventiematrix de bevinding gepositioneerd kan worden door:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beoordelen van de gevolgen van de bevinding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie en Het typeren van de overtreder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalen van de verzwarende aspecten die aanleiding kunnen geven voor een ingrijpender herstelsanctie of voor strafrechtelijk onderzoek of bestraffing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Optreden aan de hand van de algemene of domeinspecifieke interventiematrix. De handhaver bepaalt of overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is op basis van de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix (stap 1) en de afweging van verzwarende aspecten (stap 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalen of afstemmingsoverleg nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van de interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 heeft gepositioneerd. Vervolgens kiest de handhaver voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is. De interventies in de (segmenten van de) matrix lopen van beneden naar bovenop in zwaarte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vastleggen stappen en beslissingen. De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden volgens de geldende procedure(s) vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het positioneren in de interventie-matrix heeft gevolgen ten aanzien van de in te zetten sanctiemiddelen. Indien er in een vlak meerdere sancties staan vermeld betekent dit niet dat alle opgesomde sanctiemiddelen ook moeten worden ingezet. Afhankelijk van de overtreding kan een keuze worden gemaakt ten aanzien van de in te zetten sanctiemiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassen van de correctie-stap De gemeente Rhenen heeft er voor gekozen om voor één of meerdere activiteiten een correctie-stap toe te passen. In deze stap wordt bepaald of er verzwarende of verzachtende omstandigheden aanwezig zijn. De handhaver bepaalt of er sprake is van verzachtende of verzwarende aspecten. Bij verzwarende aspecten, waaronder bijvoorbeeld recidive, is de verplaatsing één segment naar rechts en vervolgens één segment naar boven. Als er meer verzwarende aspecten zijn, levert dit toch maar één verplaatsing op.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de LSHO zijn op bladzijde 14 onder 4.2 ”Stap 2: het bepalen van de verzwarende aspecten die aanleiding kunnen geven voor een ingrijpender herstelsanctie of voor strafrechtelijk onderzoek of bestraffing” een zevental verzwarende aspecten opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalen verzwarende aspecten De handhaver/toezichthouder bepaalt of er verzwarende aspecten aanwezig zijn die moeten worden betrokken bij de afweging om bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk op te treden. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk op te treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende verzwarende aspecten worden afgewogen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onomkeerbare gevolgen/geen herstelsanctie mogelijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Recidive;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkregen financieel voordeel (winst of besparing);</p>\n<p class=\"lf-p\">Combinatie met andere relevante strafbare feiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Medewerking van malafide deskundigen (“facilitators”);</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarheidsvinding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Normbevestiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop van overtredingen Bij een controle kunnen meerdere overtredingen met betrekking tot de fysieke leefomgeving aan de orde zijn. Deze samenloop zal als een verzwarend aspect worden meegewogen in het geval sprake is van een dreigende en/of onomkeerbare schade voor de fysieke leefomgeving en (dreigende) risico's voor de volksgezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalen verzachtende aspecten De gemeente Rhenen heeft ervoor gekozen om voor één of meerdere activiteiten een correctie-stap toe te passen. In deze stap wordt bepaald of er verzwarende of verzachtende omstandigheden aanwezig zijn. De handhaver bepaalt tot slot of er sprake is van verzachtende of verzwarende aspecten. Bij verzachtende aspecten, waaronder bijvoorbeeld de mogelijkheid van legalisatie2 wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst. Als er meer verzachtende aspecten zijn, levert dit toch maar één verplaatsing op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het positioneren van de bevindingen maakt de handhaver gebruik van de interventiematrix in figuur 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 1: Basisinterventiematrix voor het positioneren van de overtreding naar gevolgen en typering overtreder Typering van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving De handhaver beoordeelt de gevolgen van de geconstateerde overtreding voor de fysieke leefomgeving als: (Vrijwel) nihil; of Beperkt; of Van belang; of Aanzienlijk en/of onomkeerbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder gevolgen worden ook dreigende gevolgen verstaan, dat wil zeggen als de overtreding (mogelijk) leidt tot (bij categorie 3 en 4: aanmerkelijke) nadelige gevolgen van belang (of het risico daarop) voor de fysieke leefomgeving, zoals hinder, schade aan beschermde waarden (zoals milieu, natuur of erfgoed), verontreiniging, zieken, gewonden of doden (mens, plant en dier). Ook kunnen daaronder de gevolgen van een overtreding worden verstaan die de mogelijkheden van controle beperken of onmogelijk maken, en de gevolgen of verstorende effecten die de overtreding heeft of kan hebben voor het gezag van de overheid of voor het systeem van ordening- of normering van de betrokken bedrijfstak als zodanig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gevolgen is sprake van een glijdende schaal en het verschilt per (type) overtreding wat de gevolgen kunnen zijn en hoe ernstig die kunnen zijn. In zijn algemeenheid gaat het bij categorie 1 en 2 om lichte overtredingen. Het onderscheid tussen gevolgen van belang (categorie 3) en aanzienlijke gevolgen (categorie 4) zit vooral in de ernst en omvang van de (dreigende) schade. Schade van enige omvang die onomkeerbaar is, wordt in beginsel ingedeeld in categorie 4. Voor specifieke domeinen of specifieke (bijvoorbeeld veelvoorkomende) overtredingen kan de kwalificatie van de gevolgen van een geconstateerde overtreding nader worden uitgewerkt om de handhavers houvast te bieden. De handhaver baseert zijn kwalificatie van de gevolgen op de bevindingen van het toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als duidelijk is dat de overtreding nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving heeft of kan hebben maar de precieze omgeving daarvan nog niet kan worden vastgesteld, hanteert hij als uitgangspunt dat er gevolgen van belang zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Typering van (het gedrag van) de overtreder De handhaver typeert de overtreder aan de hand van zijn gedrag als:</p>\n<p class=\"lf-p\">Goedwillend (indien de overtreder proactief is, geneigd is om de regels te volgen en/of de overtreding het gevolg is van onbedoeld handelen); of Neutraal/onverschillig (indien de overtreder passief of reactief is, een houding van “moet kunnen” heeft en/of de bevinding en de gevolgen van zijn handelen hem koud laten); of Calculerend/opportunistisch (indien de overtreder wist of moest weten wat de gevolgen van de bevinding zouden zijn en die op de koop toe neemt, alleen tot normconform gedrag overgaat indien de toezichthouder daar uitdrukkelijk op wijst (of daarvoor een sanctie laat opleggen of oplegt), bewust risico(’s) op overtreding neemt); of Notoir/crimineel (indien de overtreder bewust en structureel de regels overtreedt, controle bewust belemmert, criminele activiteiten ontplooit en/of deel uitmaakt van een criminele organisatie, sprake is van fraude, oplichting of witwassen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overtredingen met een: “Hoog” risico worden direct opgepakt, bij voorkeur tijdens de uitvoering; “Gemiddeld” risico vindt er steekproefsgewijs toezicht plaats; “Laag” risico worden alleen opgepakt indien er een formeel verzoek om handhaving is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handhavingsstrategie is bepalend voor de wijze waarop de gemeente optreedt bij geconstateerde overtredingen. Het opleggen en uitvoeren van sancties draagt ook bij aan preventie bij anderen en zorgt ervoor dat regels beter worden nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuursrechtelijk optreden Bestuursrechtelijk optreden is vooral gericht op het herstellen van de situatie, conform de wet- en regelgeving, opdat vastgesteld beleid wordt geëffectueerd. De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke interventie(s) vindt plaats aan de hand van de in hoofdstuk 4 van de LHSO opgenomen interventiematrix, waarbij het spoedig herstellen van de situatie voor de bevinding de eerste prioriteit is. De volgende bestuursrechtelijke interventies zijn mogelijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanspreken/informeren Aanspreken/informeren is een informele interventie (geen wettelijke basis) naar aanleiding van een inspectie die ertoe moet leiden dat de normadressaat naleeft of in staat is na te leven. Aanspreken/informeren gebeurt mondeling, door het verstrekken van schriftelijke informatie of door verwijzing naar websites. Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende Normadressaten die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te lossen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarschuwen – brief met hersteltermijn Waarschuwen betekent dat de normadressaat naar aanleiding van een inspectie een waarschuwingsbrief ontvangt. Daarin is opgenomen welke maatregelen of voorzieningen getroffen moeten worden om na te leven en binnen welke (redelijke) termijn. In de brief staat ook dat de handhavingsinstantie verdergaande bestuursrechtelijke interventies zal nemen (LOB, LOD), als blijkt dat de in de waarschuwingsbrief opgenomen maatregelen of voorzieningen niet zijn getroffen na het verstrijken van de termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijk gesprek Een bestuurlijk gesprek met (de leiding van) de normadressaat in kwestie is een aanvullende escalerende interventie op waarschuwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verscherpt toezicht Verscherpt toezicht als interventie betreft het naar aanleiding van een inspectie meer of intensiever toezicht houden op de normadressaat. Een bestuurlijk gesprek zal hier vaak aan vooraf gaan. Verscherpt toezicht moet worden aangekondigd, als ook onder welke voorwaarden het verscherpt toezicht weer zal worden opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Last onder dwangsom (LOD) Een last onder dwangsom (hierna: LOD) is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van overtredingen en/of het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding. De normadressaat krijgt een verplichting (een last) opgelegd om binnen een gegeven termijn de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden, door iets te doen of na te laten op straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig wordt uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat. Het opleggen van een last onder dwangsom (LOD) gebeurt volgens het doorlopen van de navolgende stappen (in bijvoorbeeld spoedeisende situaties, kan van deze stappen worden afgeweken):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke waarschuwing; dit is een voornemen om een last onder dwangsom op te leggen. In het voornemen wordt geen hersteltermijn opgenomen maar enkel een termijn genoemd om zienswijzen bekend te maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctiebeschikking, dat wil zeggen het opleggen van een last onder dwangsom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbeuren dwangsom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Last onder bestuursdwang (LOB) Een last onder bestuursdwang (hierna: LOB) is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van een overtreding waarbij de handhavingsinstantie, wanneer de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, op kosten van de overtreder, een overtreding beëindigt door zelf daadwerkelijk in te (laten) grijpen. Een last onder bestuursdwang kan alleen worden toegepast als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer sprake is van (een) voortdurende overtreding(en) bestaat de mogelijkheid om opnieuw een LOD of een LOB op te leggen. Zodra gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk dreigt kan ook preventief een LOD en een LOB worden opgelegd (zie artikel 5.7 Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde te doorlopen stappen als voor de LOD (ook hier kan in bijvoorbeeld spoedeisende situaties, van deze stappen worden afgeweken):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke waarschuwing; dit is een voornemen om een last onder bestuursdwang op te leggen. In het voornemen wordt geen hersteltermijn opgenomen maar enkel een termijn genoemd om zienswijzen bekend te maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctiebeschikking, dat wil zeggen het opleggen van een last onder bestuursdwang;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeren bestuursdwang en verhalen kosten uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer sprake is van (een) voortdurende overtreding(en) bestaat de mogelijkheid om opnieuw een LOD of een LOB op te leggen. Zodra gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk dreigt kan ook preventief een LOD en een LOB worden opgelegd (zie artikel 5.7 Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">In spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen is de LOB de meest geschikte bestuursrechtelijke interventie. De handhavingsinstantie kan verzoeken om onmiddellijke beëindiging van de overtreding. Als blijkt dat de Normadressaat niet bereid is aan dit verzoek te voldoen, kan de handhavingsinstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder voorafgaande last feitelijk optreden. Wel moet de handhavingsinstantie zo spoedig mogelijk nadien alsnog een formele sanctiebeschikking uitvaardigen (zie artikel 5.31 Awb).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijk stilleggen Tijdelijk stilleggen betekent dat activiteiten of voertuigen als gevolg van de overtreding tijdelijk worden stilgelegd, tot de overtreding is hersteld en van naleving sprake is. Er kan aanleiding zijn om bij tijdelijk stilleggen beleid en/of politiek te informeren. Tijdelijk stilleggen kan onder de LOB vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke boete Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling van een geldsom en kan naast een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport gebeurt door de toezichthouder/handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en inning gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil met de BSBm is dat bezwaar en beroep bij het bestuursorgaan dienen te worden aangetekend, terwijl de Normadressaat tegen de BSBm in verzet kan komen bij het OM.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of erkenning Als de Normadressaat houder is van een begunstigend besluit (vergunning of ontheffing), dan kan het geheel of gedeeltelijk intrekken van dat besluit een passende interventie zijn. Deze interventie is met name passend als de Normadressaat niet in actie komt naar aanleiding van eerdere correctieve interventies, zoals een last onder dwangsom. Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een begunstigend besluit is een vergaande interventie en dus een sanctie die zorgvuldig moet worden voorbereid. Het betreft niet het intrekken van een vergunning na verstrijken periode niet gebruiken van de vergunning Exploitatieverbod, sluiting Voor niet vergunningsplichtige Normadressaten bestaat de mogelijkheid op basis van de Fraudewet om het bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden. Ook dit zijn vergaande interventies die zorgvuldig moeten worden voorbereid en waarbij het informeren van beleid en politiek noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke strafbeschikking milieu De bestuurlijke strafbeschikking milieu (hierna: BSBm) is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde handhavingsinstanties zonder tussenkomst van het OM kunnen opleggen. Voor feiten uit het zogenoemde “Feitenboekje Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu- en Keurfeiten” wordt een combibon uitgeschreven (geldboete) die ter afdoening wordt gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSBm kan los van (óf óf), parallel met (én én) of volgtijdelijk aan (eerst…dan…) op herstel gerichte interventies worden ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegdheid voor het opleggen van een strafbeschikking milieu is gegeven aan de directeur van de regionale uitvoeringsdiensten. Zie artikel 2.1 bevoegd gezag van de Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid milieu- en keurfeiten (art. 257ba, tweede lid, Sv).</p>\n<p class=\"lf-p\">De BSBm is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de schuldvraag geen twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingbevoegdheid milieu- en keurfeiten’ geeft in de beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en de contra-indicaties voor het uitvaardigen van een BSBm. Als geen BSBm kan worden uitgevaardigd is in veel gevallen overleg met het OM noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal (PV) BOA’s die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een PV opmaken. Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden dat in deze landelijke handhavingsstrategie is geregeld. Een PV is de basis voor het verdere optreden van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafrechtelijk optreden Het strafrecht komt in beeld als de (mogelijke) gevolgen van belang zijn of aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar. Het strafrecht komt mede in beeld als het gedrag van de overtreder daar aanleiding toe geeft. Strafrechtelijk optreden is vooral gericht op het straffen van de overtreder en het wegnemen van diens wederrechtelijk genoten (concurrentie)voordeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Procesregistratie De doorgelopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd volgens de binnen de handhavingsinstantie geldende administratieprocedures en -systemen, zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het motiveringsbeginsel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zorgvuldigheidsbeginsel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evenredigheidsbeginsel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod van willekeur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod van misbruik van bevoegdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Communicatie met betrokkene Na constatering van een afwijking of overtreding volgt een aanschrijving die bestaat uit een brief van de gemeente of de handhavingspartner waarin het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke (herstel) sanctie staat vermeld. De gemeente stelt de betrokkene in de brief in de gelegenheid om binnen een te stellen termijn, de overtreding ongedaan te maken met aanzegging van een sanctiemaatregel. Tegen deze aanzegging kan degene tot wie de brief is gericht een zienswijze kenbaar maken bij de gemeente. Als na het verstrijken van de termijn voor het indienen van een zienswijze de overtreding niet ongedaan gemaakt is dan volgt de volgende stap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar aanleiding van de geconstateerde overtreding gaat de gemeente, rekening houdend met een eventueel ontvangen zienswijze, over tot het definitief toepassen van de eerder aangezegde sanctiemaatregel. Het definitieve besluit bevat een begunstigingstermijn waarbinnen een eind moet zijn gemaakt aan de overtreding. Indien de overtreding na de begunstigingstermijn nog niet is beëindigd, dan volgt automatisch effectuering van de sanctie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In slechts enkele gevallen (bijvoorbeeld als duidelijk is dat er op korte termijn een overtreding plaats gaat vinden) wordt, voorafgaand aan de brief met waarin het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke (herstel) sanctie staat vermeld, eerst een waarschuwingsbrief verzonden naar de betrokkene(n). Hierin wordt aangegeven welke overtredingen er zijn geconstateerd en binnen welke termijn deze ongedaan moeten zijn gemaakt. In dit schrijven wordt tevens vermeld dat wanneer de overtreding niet ongedaan wordt gemaakt, de procedure tot het opleggen van een bestuurlijke sanctiemaatregel wordt gestart. Deze werkwijze betreft echter geen standaard onderdeel van elke handhavingsprocedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbaring rapportages De gemeente Rhenen heeft er voor gekozen om rapportage van overtredingen niet openbaar te maken. Deze keuze is gebaseerd op het feit dat wij ons als gemeente liever richten op preventie dan op sanctionering. Mocht sanctionering nodig zijn vertrouwen wij erop dat onze handhavingsstrategie op zichzelf de kans op herhaling verkleint. Openbare rapportage van overtredingen draagt daar naar ons idee niet op een constructieve manier aan bij. Daarbij hechten wij veel waarden aan de privacy van onze inwoners. Door de rapportages openbaar te maken zou dit kunnen worden geschaad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage8Richtlijn dwangsombedragen en termijnen Bijlage9Evaluatie beleidsplan Omgevingsvergunningen 2017 - 2020 Evaluatie december 2020 De doelstelling van deze evaluatie van het Beleidsplan Omgevingsvergunningen 2017 – 2020 is tweeledig. Enerzijds is het doel om na te gaan in hoeverre de in het beleid opgenomen doelstellingen worden behaald. Anderzijds willen we aangeven op welke punten het beleid aanpassing of actualisatie behoeft. Zo kan deze evaluatie dienen als startpunt voor het opstellen van nieuw beleid in 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vigerende beleid zijn weinig meetbare doelstellingen opgenomen. De twee doelen die wel zijn gesteld hebben beide betrekking op de snelheid van het behandelen van aanvragen om omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie doelstellingen Doelstelling: Geen vergunning van rechtswege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is in de hele beleidsperiode geen omgevingsvergunning van rechtswege verleend. Deze doelstelling wordt dus jaar-in-jaar-uit behaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstelling: Dienstverlening Het doel om vergunning zo snel mogelijk te verlenen sluit goed aan bij de dienstverlenende houding die de gemeente Rhenen graag aanneemt. De wensen van de burger staan centraal. Het formuleren van deze doelstelling heeft ertoe bijgedragen dat we scherper hebben gekeken naar bijvoorbeeld onze werkprocessen, waardoor de termijnen voor interne advisering zijn verkort. De afhandeling van aanvragen omgevingsvergunningen is hierdoor daadwerkelijk versneld. Het is wenselijk en mogelijk om deze doelstelling te behouden. Wel zijn tekstuele wijzigingen in de tekst nodig om duidelijker te maken in welke gevallen het verlenen van een vergunning binnen vier weken, dus binnen de helft van de termijn die hier wettelijk voor staat, mogelijk en wenselijk wordt geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het beleid is op dit moment geen aandacht voor de rol die de gemeentelijke website speelt bij het informeren van initiatiefnemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punten voor aanpassing of actualisatie Prioritering ontbreekt Hoewel de praktijk uitwijst dat het de afgelopen jaren lukt om al onze taken uit te voeren, is het van belang om in het beleid vast te leggen welke prioriteit aan de diverse werkzaamheden wordt gegeven. Het ligt daarbij voor de hand om daarbij voorrang te geven aan die taken waaraan een wettelijke termijn is gekoppeld. Daarbij moet worden gedacht aan aanvragen omgevingsvergunning en meldingen. Lagere prioriteit wordt gegeven aan de behandeling van schetsplannen en principeverzoeken. Hoewel aan dergelijke verzoeken geen fatale termijnen zijn verbonden, hechten we er wel belang aan om deze zaken tijdig af te handelen. Goed vooroverleg om zo het vergunningenproces te versoepelen en te versnellen is immers één van de doelstellingen uit ons beleid. Laagste prioriteit wordt ten slotte gegeven aan de informatie- en terugbelverzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sloopvergunning In het beleid wordt aangegeven dat de toetsingskaders voor een sloopmelding ook van toepassing zijn op aanvragen om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘slopen’. Dit is echter niet het geval. Bij sloopmeldingen wordt met name getoetst op het op een veilige manier verwijderen van 2 asbest, terwijl bij een sloopvergunning de (monumentale) waarde van het te slopen bouwwerk centraal staat. Daarom moet vaak, als een sloopvergunning vereist is, daarnaast nog een sloopmelding worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hebben van een alarminstallatie met opvallend geluid of lichtsignaal De vergunningplicht hiervoor is uit de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Rhenen geschrapt. Vergunningsaanvragen voor deze activiteit komen dan ook niet meer voor. Dit punt kan dan ook uit het beleid worden verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vellen van een houtopstand De vergunningplicht hiervoor is gewijzigd. Er wordt nu gewerkt met een Bomenlijst, waarin waardevolle bomen, boomstructuren en bomenzones zijn opgenomen. De tekst uit het beleid is achterhaald. In het uitvoeringsprogramma 2021 zal worden aangegeven op welke wijze nu wordt omgegaan met aanvragen voor deze activiteit: “In 2019 is de “Bomenlijst Rhenen 2019” (hierna: Bomenlijst) vastgesteld. De vergunningplicht is daarmee gewijzigd. Waar voorheen voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig was als bomen gekapt worden die een diameter hebben van 30 centimeter of meer op 1.30 meter hoogte, geldt voor particuliere bomen nu dat deze alleen vergunningplichtig zijn als ze zijn opgenomen zijn in de Bomenlijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het opstellen van de Bomenlijst zijn alle bomen die niet in eigendom van de gemeente Rhenen zijn geïnventariseerd en wordt dus op voorhand gekeken welke bomen beschermd moeten worden in plaats van een beoordeling te maken na het aanvragen van een omgevingsvergunning. Gevolg hiervan is dat het aantal aanvragen om een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand beduidend zal afnemen. Daar staat tegenover dat voor het kappen van een boom die is opgenomen op de Bomenlijst alsnog een afweging plaats moet vinden. Deze aanvragen vragen om een zorgvuldige afweging, aangezien het hier gaat om bomen die op voorhand zijn aangemerkt als waardevol, Uitgangspunt hierbij is dat waardevolle bomen moeten als mogelijk moeten worden behouden. Indien kappen onvermijdelijk is, is het opleggen van een herplantplicht het uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is voor de kwaliteit van de vergunningverlening van belang dat de Bomenlijst geregeld wordt geëvalueerd en geactualiseerd. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij Team Openbare Werken.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van handelsreclame op of aan een onroerende zaak/als eigenaar toe te staan dat handelsreclame wordt gemaakt Deze activiteit komt niet vaak voor, omdat slechts voor een deel van het beschermde stadsgezicht van Rhenen een vergunningplicht hiervoor geldt. In de rest van de gemeente Rhenen is hiervoor geen vergunning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningplicht volgt uit het “Gevelreclame- en uitstallingenbeleid centrum Rhenen 2014”, waarin ook het toetsingskader is opgenomen. In dit beleid is niet direct aangeven wat de juridische basis is (te weten artikel 4:15 van de APV) waarop de vergunningplicht en het beleid zijn gebaseerd. Hierdoor ontstaat onduidelijkheid bij de plantoetsers over welke toetsingskaders moeten worden gehanteerd. Dit is een punt dat bij evaluatie en aanpassing van het “Gevelreclame en uitstallingenbeleid centrum Rhenen 2014” moet worden meegenomen. Dan is het ook verstandig om uitbreiding van het gebied waar een vergunningplicht geldt te overwegen. Op dit moment is dit gebied namelijk beperkt tot het winkelcentrum van Rhenen, terwijl in de afgelopen jaren is gebleken dat ook in andere delen van het historische centrum van Rhenen handelsreclame wordt geplaatst. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de reclame ten behoeve van het stadsmuseum op de Markt in Rhenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tekst in het Beleidsplan Omgevingsvergunningen kan ongewijzigd blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente roerende zaken op te slaan Per 1 januari 2020 wordt toestemming voor het tijdelijk opslaan van bouwobjecten op de openbare weg gegeven in de vorm van een omgevingsvergunning in plaats van via een ontheffing op basis 3 van de APV. Het nieuwe beleid moet dan ook worden aangevuld met deze activiteit. In het uitvoeringsprogramma voor 2021 wordt alvast de volgende tekst opgenomen: “In onze gemeente geldt een vergunningplicht voor het plaatsen van bouwobjecten, zoals steigers of containers, op de openbare weg. Voorheen was hiervoor een ontheffing op basis van de APV nodig. Duidelijke voorwaarden voor het verlenen van deze ontheffing waren er echter niet. Dit maakte het voor zowel de vergunningverleners als onze toezichthouders (Boa’s) lastig om hun werk goed uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per 1 januari 2020 is ervoor gekozen om de vergunning te verlenen als Omgevingsvergunning. De bouwobjecten worden over het algemeen geplaatst voor het uitvoeren van bouw- of sloopactiviteiten die veelal vergunning- of meldingplichtig zijn. Op die manier wordt de administratieve last voor initiatiefnemers verlaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijkertijd met de omschakeling naar een omgevingsvergunningplicht is er beleid vastgesteld waaraan de vergunningaanvragen worden getoetst. In een deel van de gevallen zal voor de beoordeling van een aanvraag overleg met Team Openbare Werken nodig zijn. Hierover zijn werkafspraken gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze nieuwe werkwijze zal worden geëvalueerd, waarbij nadrukkelijk wordt onderzocht of het mogelijk is om de vergunningplicht deels op te heffen.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Sloopmeldingen worden vanaf 1 januari 2021 door de ODU behandeld Waar voorheen de sloopmeldingen door de gemeente Rhenen zelf werden behandeld en de ODU slechts het asbestinventarisatierapport beoordeelde, wordt per 1 januari 2021 de volledige behandeling van sloopmeldingen overgedragen aan de omgevingsdienst. Dit wordt vooral gedaan omdat het op die manier mogelijk is om efficiënter te werken. Deze nieuwe werkwijze zal in het uitvoeringsprogramma 2021 worden beschreven: “Sinds de inwerkingtreding van het Bouwbesluit 2012 volstaat meestal een sloopmelding als asbest verwijderd wordt of een bouwwerk gesloopt wordt. Het doel van een sloopmelding is het verzekeren van de veiligheid bij het slopen en met name het verwijderen van asbest. Als een sloopmelding wordt ingediend dan dient voor de sloop van een gebouw dat vóór 1994 is gebouwd altijd een asbestinventarisatierapport ingediend te worden. Per 1 januari 2021 is de behandeling van sloopmeldingen overgedragen aan de ODU. Zij beoordelen ook – indien van toepassing – het asbestinventarisatierapport. Wij ontvangen een afschrift van de acceptatiebrief van de melding inclusief de voorwaarden die aan de sloop en het verwijderen van asbest worden gesteld om de veiligheid te waarborgen.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Het op vrijwillige basis opschorten van de beslistermijn Het op vrijwillige basis opschorten van de beslistermijn is een middel dat waarde heeft omdat het aanvragers de mogelijkheid biedt om een aanvraag aan te passen of de onderbouwing ervan te completeren, om zo weigering te voorkomen. Het voorbeeld dat daarbij in het beleid wordt genoemd, te weten het indienen van een aanvraag voordat het bestemmingsplan dat daarvoor is opgesteld in werking is getreden, is echter ongelukkig gekozen. Dit is iets wat wij namelijk niet willen stimuleren. In onze ogen is het beter dat de periode voor vaststelling van een bestemmingsplan te gebruiken voor het voeren van vooroverleg, zodat een aanvraag om omgevingsvergunning snel kan worden behandeld zodra het bestemmingsplan in werking is getreden. Het is daarom wenselijk dit voorbeeld uit het beleid te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bezwaar- en beroepsprocedures Op dit moment ontbreken in het beleid doelen ten aanzien van de behandeling van bezwaar en beroep. Tot de vaststelling van nieuw beleid wordt dit ondervangen door in het uitvoeringsprogramma 2021 de volgende doelen toe te voegen: “We zetten in eerste instantie in op het voorkomen van bezwaar- en beroepsprocedures. Dit gebeurt onder ander door het stimuleren van overleg tussen initiatiefnemers en omwonenden voor en tijdens de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning. Het is echter duidelijk dat het 4 onmogelijk is om bezwaar- en beroepsprocedures in alle gevallen te voorkomen. Als het zo ver komt dat een besluit op een aanvraag om omgevingsvergunning wordt aangevochten in bezwaar of beroep, dan streven we er naar de bezwaren te behandelen binnen de daarvoor in de Awb opgenomen termijn. Daarnaast streven we naar 100% vertegenwoordiging van het bevoegd gezag bij hoor- en rechtszittingen.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolg en evaluatie In het beleidsstuk staat dat het beleid iedere vier jaar zal worden geëvalueerd, terwijl het Besluit omgevingsrecht vraagt om jaarlijkse evaluatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage10Evaluatie integraal handhavingsbeleid 2017 - 2020 Evaluatie december 2020 De doelstelling van deze evaluatie van het Integraal Handhavingsbeleid 2017 – 2020 is tweeledig. Enerzijds is het doel om na te gaan in hoeverre de in het beleid opgenomen doelstellingen worden behaald. Anderzijds willen we aangeven op welke punten het beleid aanpassing of actualisatie behoeft. Zo kan deze evaluatie dienen als startpunt voor het opstellen van nieuw beleid in 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vigerende beleid zijn weinig meetbare doelstellingen opgenomen. De twee doelen die wel zijn gesteld hebben beide betrekking op de snelheid van het behandelen van aanvragen om omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie doelstellingen Onvoldoende capaciteit om doelstellingen te behalen Toezicht namens de gemeente Rhenen op het gebied van omgevingsrecht wordt grofweg uitgevoerd door drie organisaties. Allereerst is er natuurlijk de gemeente Rhenen zelf; wij houden toezicht op het gebied van bijvoorbeeld bouwen, RO, sloop (niet-asbestgerelateerd) en APV. De Omgevingsdienst regio Utrecht (hierna: OdrU) houdt toezicht op het gebied van milieu, sloop (asbestgerelateerd) en bodem. De Veiligheidsregio Utrecht (hierna: Vru) houdt toezicht op het aspect brandveiligheid bij bouwen, gebruik en evenementen. De juridische handhaving die voortvloeit uit dit toezicht wordt in alle gevallen door ons zelf behandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gesteld kan worden dat voor de Vru voldoende budget beschikbaar is. Controle op nieuwbouw door de Vru is mogelijk in alle gevallen waar dat relevant is. Daarnaast worden alle adressen met een gebruiksvergunning of -melding ten minste eens in de vier jaar bezocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit kan niet worden gezegd van toezicht door de OdrU en door onszelf. De afgelopen jaren is gebleken dat de middelen niet toereikend zijn om de in het beleid opgenomen doelen te behalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht door gemeente Rhenen In onze begroting is rekening gehouden met 5,3 fte voor toezicht en handhaving. De Boa’s worden uit een ander budget bekostigd. De werkelijke formatie is echter aanzienlijk kleiner. Dit komt deels doordat het relatief kleine team Toezicht &amp; Handhaving te kampen heeft met één langdurig zieke. Daarnaast hebben met name de handhavingsjuristen diverse neventaken die niets te maken hebben met het werkveld van toezicht &amp; handhaving. Dit betekent dat de werkelijke toezichtscapaciteit aanzienlijk kleiner is dan de 5,3 fte waarvan wordt uitgegaan bij het opstellen van de doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is raadzaam om bij het opstellen van nieuw beleid de doelen en de werkelijke formatie op elkaar af te stemmen. In dit proces moet dan worden bezien of het nodig is om (neven)functies te verschuiven of om capaciteit uit te breiden. Voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma voor 2021 zal worden uitgegaan van de huidige, werkelijke formatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht door de OdrU Ten tijde van de overdracht van toezicht op inrichtingen aan de omgevingsdienst is budget vastgesteld voor het uitvoeren van deze taak. Sindsdien is dit budget niet aangepast, een jaarlijkse indexering uitgezonderd. De OdrU heeft nu geanalyseerd in hoeverre dit budget toereikend is om de in ons handhavingsbeleid opgenomen doelen te behalen. Voor deze analyse is gebruik gemaakt van de risicoanalyse uit ons beleid en het bedrijvenbestand. De conclusie is dat adequaat toezicht op inrichtingen bij lange na niet mogelijk is met het budget dat wij daar op dit moment voor beschikbaar stellen. Slechts de hoogstnodige controles kunnen worden uitgevoerd. Voor thematisch toezicht is nauwelijks meer ruimte. Eén van de thema’s die daardoor minder aandacht krijgen is toezicht op energieverbruik. Dit terwijl de gemeente Rhenen fors wil inzetten op duurzaamheid. 2 Een ander probleem is dat minder controles ook leiden tot een slechter naleefgedrag. Uit de analyses van de OdrU blijkt ook dat het naleefgedrag in onze gemeente achterblijft ten opzichte van dat van andere bij de OdrU aangesloten gemeenten. Geconcludeerd moet worden dat het wenselijk zou zijn om het budget voor milieutoezicht te verruimen, zodat de gemeente Rhenen meer invulling kan geven aan haar taken op dit gebied. Bij het opstellen van nieuw handhavingsbeleid moet de kloof tussen doelstellingen enerzijds en middelen anderzijds worden gedicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het uitvoeringsprogramma van de OdrU voor 2021 wordt nog uitgegaan van het huidige, beperkte budget. Dit betekent dat keuzes moeten worden gemaakt en prioriteiten moeten worden gesteld met betrekking tot het toezicht in dat jaar. Deze keuzes zullen apart aan het college worden voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punten voor aanpassing of actualisatie Prioriteiten toezicht en handhaving milieu In paragraaf 2.4 van het beleid (pagina 6) wordt aan alle milieuovertredingen de hoogste prioriteit gegeven. Dit terwijl het gebruikelijk is de prioriteiten af te laten hangen van de uitkomsten van de risicoanalyse. Het is wenselijk deze relatie in het nieuwe beleid wel te leggen. Overigens baseert de Omgevingsdienst regio Utrecht de planning van de milieucontroles wel op de risicoanalyse en niet op de tabel uit paragraaf 2.4. De reden hiervoor is dat het als gevolg van he beperkte aantal uren dat wordt ingekocht bij de omgevingsdienst het simpelweg niet mogelijk is om iedere overtreding van de milieuregels de hoogste prioriteit te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet voor alle overtredingen m.b.t. de Algemene Plaatselijke Verordening zijn sancties opgenomen in de bijlage (Bijlage 4 Richtlijn dwangsombedragen en termijnen) Daarnaast zijn sommige bedragen in de praktijk niet uitvoerbaar. Dit betekent dat het doel van de matrix, werken met vooraf vastgestelde bedragen om discussie hierover in handhavingstrajecten te voorkomen, niet bereikt. Het is raadzaam deze lijst bij vaststelling van nieuw beleid geheel te herzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dwangsommen voor sommige overtredingen zijn hoog Het gaat met name om overtredingen waarbij zonder vergunning is gebouwd of waarbij gebouwen illegaal worden bewoond. Daarbij wordt ook afgeweken van de maximale bedragen die omliggende gemeenten hanteren. De vraag is of deze bedragen redelijk zijn ten opzichte van de begane overtreding. Daarnaast ontstaat er veel discussie over deze hoge en ten opzichte van andere gemeenten afwijkende dwangsommen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderbouwing van 24-uurstoezicht ontbreekt in beleid Dit wordt opgevangen door hier in de uitvoeringsprogramma’s op in te gaan. Dit doen we de afgelopen jaren al door opname van de volgende tekst: “Bereikbaarheid buiten kantooruren Voor het melden van milieuklachten buiten kantooruren is een piketdienst ingesteld binnen de ODRU.</p>\n<p class=\"lf-p\">Via www.odru.nl/milieuklachten/ kan een klachtenformulier worden ingevuld. Ook staat hier het telefoonnummer voor tijdens en buiten kantooruren. Voor wat betreft de andere taakvelden zal bij noodgevallen (brand, plofkraak, sloop etc.) met name het aspect constructieve veiligheid relevant zijn. Wij hebben voor dergelijke gevallen afspraken met een extern adviseur (Ingenieursbureau Van Roekel en Van Roekel). Deze is 24/7 beschikbaar om de constructieve veiligheid te beoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meldingen/verzoeken m.b.t. noodgevallen komen bij ons binnen via politie en/of crisisbeheersing. In voorkomende gevallen kan crisisbeheersing bij spoed te allen tijde contact met de toezichthouders worden opgenomen.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Door opname van deze tekst in het nieuw te schrijven beleid wordt deze omissie opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht op brandveiligheid bij zorginstellingen In 2020 is door de provincie Utrecht in het kader van interbestuurlijk toezicht onderzoek gedaan naar de wijze waarop gemeenten toezicht houden op brandveiligheid bij zorginstellingen. Dit toezicht wordt namens de gemeente Rhenen uitgevoerd dor de Veiligheidsregio Utrecht. Uit het onderzoek is gebleken dat een verbeterslag noodzakelijk is. Er wordt onder andere geadviseerd om in de beleidscyclus expliciet aandacht aan dit onderwerp te besteden. In ons huidige beleid wordt inderdaad niet ingegaan op brandveiligheid bij zorginstellingen. In de jaarlijkse afstemming van de controles brandveilig gebruik met de Vru wordt hier wel aandacht aan besteed. Onze werkwijze hoeft dus niet zozeer te worden aangepast, maar in het nieuw te schrijven beleid zal dit onderwerp moeten worden toegevoegd. Daarnaast zal in het uitvoeringsprogramma 2021 de doelstelling worden toegevoegd dat alle zorginstellingen zullen worden gecontroleerd op het aspect brandveiligheid en dat eventuele handhavingsacties voortvarend zullen worden opgepakt.</p></div>", "next": 0}