{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">N07 Droge heiden N07.01 Droge heide N07.02 Zandverstuiving N08 Open duinen N08.01 Strand en embryonaal duin N08.02 Open duin N08.03 Vochtige duinvallei N08.04 Duinheide N09 Schorren of kwelders N09.01 Schor of kwelder N10 Vochtige schraalgraslanden N10.01 Nat schraalland N10.02 Vochtig schraalland N11 Droge schraalgraslanden N11.01 Droog schraalland N12 Rijke graslanden en akkers N12.01 Bloemdijk N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland N12.03 Glanshaverhooiland N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland N12.05 Kruiden- en faunarijke akker N12.06 Ruigteveld N13 Vogelgraslanden N13.01 Vochtig weidevogelgrasland N13.02 Wintergastenweide N14 Vochtige bossen N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos N14.02 Hoog- en laagveenbos N14.03 Haagbeuken- en essenbos N15 Droge bossen N15.01 Duinbos N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos N16 Bossen met productiefunctie N16.01 Droog bos met productie N16.02 Vochtig bos met productie N17 Cultuurhistorische bossen N17.01 Vochtig hakhout en middenbos N17.02 Droog hakhout N17.03 Park- en stinzenbos N17.04 Eendenkooi Bijlage 2 Recreatiepakket Voorschriften recreatiepakket (artikel 3.6, eerste lid, onderdeel b):</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het natuurterrein is niet ingevolge het natuurbeheerplan of artikel 3.6, vierde lid, vrijgesteld van de openstellingsplicht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor openstelling van het natuurterrein is geen ontheffing verkregen als bedoeld in artikel 3.6, zesde lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het natuurterrein is voldoende toegankelijk en bevat voldoende wegen, vaarwegen en paden, die recreatief gebruik mogelijk maken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De ontvanger van de subsidie onderhoudt de onder punt 3 genoemde wegen, vaarwegen en paden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De ontvanger van de subsidie verleent – indien van toepassing – medewerking aan de aanleg, markering en het beheer van doorgaande routes voor wandelen en fietsen in het kader van de lange afstandwandelpaden (LAW’s) en landelijke fietsroutes (LF).</div>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3: Agrarisch natuurbeheer Onderdeel A Agrarisch natuurtype en bijbehorende agrarische beheertypen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch natuurtype Agrarisch beheertype A01 Agrarische Faunagebieden A01.01 Weidevogelgebied A01.02 Akkerfaunagebied A01.03 Ganzenfourageergebied A02 Agrarische floragebieden A02.01 Botanisch waardevol grasland A02.02 Botanisch waardevol akkerland Onderdeel B Onderdeel B.1. Agrarische beheertypen en bijbehorende agrarische beheerpakketten die zijn toegestaan in de gebieden zoals aangewezen in het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 in het kader van maatregel 214 van het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 Agrarische beheertypen Agrarische beheerpakketten A01.01 Weidevogelgebied A01.01.01 Weidevogelgrasland met rustperiode A01.01.02 Weidevogelgrasland met voorweiden A01.01.03 Plas-dras A01.01.04 Landbouwgrond met legselbeheer A01.01.05 Kruidenrijk weidevogelgrasland A01.01.06 Extensief beweid weidevogelgrasland A01.02 Akkerfaunagebied A01.02.01 Bouwland met broedende akkervogels A01.02.02 Bouwland met doortrekkende en overwinterende akkervogels A01.02.03 Bouwland voor hamsters A01.03 Ganzenfoerageergebied A01.03.01 Overwinterende ganzen A02.01 Botanisch waardevol grasland A02.01.01 Botanisch weiland A02.01.02 Botanisch hooiland A02.01.03 Botanische weide- of hooilandrand A02.01.04 Botanisch bronbeheer A02.02 Botanisch waardevol akkerland A02.02.01 Akker met waardevolle flora A02.02.02 Chemie en kunstmestvrij land A02.02.03 Akkerflora randen Beschrijving agrarische beheerpakketten Agrarisch beheerpakket A01.01.01: Weidevogelgrasland met rustperiode Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd A01.03.01.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Er wordt een rustperiode in acht genomen. De lengte van de rustperiode staat hieronder gedefinieerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In de rustperiode is de beheereenheid niet beweid, gemaaid, gerold, gesleept, gescheurd, gefreesd, (her)ingezaaid, doorgezaaid of bemest. In deze periode is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.01a De rustperiode loopt van 1 april tot 1 juni;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.01b De rustperiode loopt van 1 april tot 8 juni;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.01c De rustperiode loopt van 1 april tot 15 juni;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.01d De rustperiode loopt van 1 april tot 22 juni;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.01e De rustperiode loopt van 1 april tot 1 juli;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.01f De rustperiode loopt van 1 april tot 15 juli;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.01g De rustperiode loopt van 1 april tot 1 augustus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A01.01.02: Weidevogelgrasland met voorweiden Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd A01.03.01.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Er wordt een rustperiode in acht genomen. De lengte van de rustperiode staat hieronder gedefinieerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In de rustperiode is de beheereenheid niet beweid, gemaaid, gerold, gesleept, gescheurd, gefreesd, (her)ingezaaid, doorgezaaid of bemest. In deze periode is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het grasland wordt vóór de rustperiode niet gemaaid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.02a De rustperiode loopt van 1 mei tot 15 juni;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.02b De rustperiode loopt van 8 mei tot 22 juni.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A01.01.03: Plas-dras Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd A01.03.01.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid is jaarlijks geïnundeerd. De inundatieperiode staat hieronder gedefinieerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In de inundatieperiode staat op tenminste 60% van de beheereenheid het waterpeil ten minste 5 en ten hoogste 20 cm boven het maaiveld.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.03a De inundatieperiode loopt van 15 februari tot 15 april;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.03b De inundatieperiode loopt van 15 februari tot 15 mei;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.03c De inundatieperiode loopt van 15 februari tot 15 juni;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.03d De inundatieperiode loopt van 15 februari tot 1 augustus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A01.01.04: Landbouwgrond met legselbeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland of bouwland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd A01.03.01.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid wordt tijdens het broedseizoen een of enkele malen afgezocht op aanwezige legsels; de legsels worden gemarkeerd en, indien de beheereenheid wordt beweid, van deugdelijke legselbeschermers voorzien.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een perceel grasland wordt gemaaid of anderszins bewerkt, wordt een enclave van tenminste 50m2 om de aanwezige nesten gevrijwaard van alle landbouwkundige werkzaamheden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien een perceel bouwland wordt bewerkt, worden de nesten ontzien bij de werkzaamheden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.04a1 Legselbeheer op grasland met 35 broedparen per hectare;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.04a2 Legselbeheer op grasland met 50 broedparen per hectare;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.04a3 Legselbeheer op grasland met 75 broedparen per hectare;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.04a4 Legselbeheer op grasland met 100 broedparen per hectare;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.01.04b Legselbeheer op bouwland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A01.01.05: Kruidenrijk weidevogelgrasland Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd A01.03.01.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is slechts toegestaan voor pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring en brandnetel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Uitsluitend bemesting met vaste mest toegestaan buiten de rustperiode.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er wordt een rustperiode in acht genomen van 1 april tot 15 juni.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In de rustperiode is de beheereenheid niet beweid, gemaaid, gerold, gesleept, of bemest. In deze periode is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het gewas wordt jaarlijks voor 1 augustus afgevoerd door middel van maaien en afvoeren. Tweede keer maaien en afvoeren is toegestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Het grasland mag niet worden gescheurd, gefreesd of heringezaaid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A01.01.06: Extensief beweid weidevogelgrasland Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd A01.03.01.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Beweiding is verplicht tot 15 juni met minimaal 1 en maximaal 1,5 GVE/ha.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Tussen 1 april en 15 juni is de beheereenheid niet gemaaid, gerold, gesleept, gescheurd, gefreesd, (her)ingezaaid, doorgezaaid of bemest. In deze periode is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan.</div>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A01.02.01: Bouwland met broedende akkervogels Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit bouwland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is minimaal 9 meter breed en heeft een minimale oppervlakte van 0.3 ha.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd A01.03.01.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In het jaar voorafgaand aan het contract moet u op bedrijfsniveau minimaal 4 verschillende gewassen telen, waaronder graan. Braakliggende grond beschouwen we als een gewas.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De volgende begroeiing is door inzaai aanwezig: grassen, granen (niet zijnde maïs of graanstoppel), kruiden of een mengsel van deze. In het natuurbeheerplan wordt bepaald welke zaaimengsels en welke zaaidichtheden mogen worden gebruikt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>20-70% van de beheereenheid dient jaarlijks te worden gemaaid tussen 1 maart en 15 april. 20-70% van de beheereenheid dient jaarlijks te worden gemaaid tussen 15 juli en 15 september. Delen die opnieuw zijn ingezaaid hoeven in hetzelfde voorjaar niet te worden gemaaid. Het maaien mag niet gebeuren door klepelen. Het beheer wordt strooksgewijs uitgevoerd volgens onderstaande varianten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Mechanische en chemische onkruidbestrijding zijn niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, haagwinde of kleefkruid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De beheereenheid mag niet worden beweid, bemest of als wendakker worden gebruikt.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.02.01a Jaarlijks dient 20-50% van de beheereenheid opnieuw tussen 1 maart en 15 april worden geploegd en opnieuw ingezaaid met een in het natuurbeheerplan voorgeschreven zaaimengsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.02.01b Jaarlijks dient 20-50% van de beheereenheid opnieuw tussen 1 maart en 15 april te worden geploegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.02.01c In het derde of vierde jaar dient de gehele beheereenheid tussen 1 maart en 15 april te worden geploegd en opnieuw ingezaaid met een in het natuurbeheerplan voorgeschreven zaaimengsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A01.02.02: Bouwland met doortrekkende en overwinterende akkervogels Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit bouwland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is minimaal 9 meter breed en heeft een minimale oppervlakte van 0.3 ha en een maximale oppervlakte van 2 ha.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd A01.03.01.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In het jaar voorafgaand aan het contract moet u op bedrijfsniveau minimaal 4 verschillende gewassen telen, waaronder graan. Braakliggende grond beschouwen we als een gewas.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Op de beheereenheid moet tussen 1 mei en 15 maart een graanmengsel staan van tenminste 50% zomertarwe, aangevuld met rogge, haver of een zaaddragend gewas niet zijnde graan of maïs. De beheereenheid mag niet worden geoogst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid dient jaarlijks tussen 16 maart en 30 april te worden ingezaaid met een gangbare zaaidichtheid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Mechanische en chemische onkruidbestrijding zijn niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, haagwinde of kleefkruid.</div>\n<p class=\"lf-p\">A01.02.02a Bouwland met doortrekkende en overwinterende akkervogels op kleigrond;</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.02.02b Bouwland met doortrekkende en overwinterende akkervogels op zandgrond;</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A01.02.03: Bouwland voor hamsters Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit bouwland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid voldoet aan de minimale oppervlakte-eisen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De beheereenheid is geschikt bevonden voor de hamster en gelegen in, of in een straal van 2 km van, een hamsterkernleefgebied of hamsterverbindingszone.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De beheereenheid bestaat uit aaneengesloten kavel met een gangbaar bouwplan voor een akkerbouwbedrijf. Het bouwplan bestaat uit minimaal vier verschillende gewassen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Doorsnijdingen zijn toegestaan mits deze als niet belemmerend beoordeeld worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>In het jaar voorafgaand aan het contract moet u op bedrijfsniveau minimaal 4 verschillende gewassen telen, waaronder graan. Braakliggende grond beschouwen we als een gewas.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerseisen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De grondbewerking voor alle gronden vindt maximaal tot een diepte van 25 cm plaats.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten A01.02.03a Bouwland voor hamsters.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Hamstervriendelijk beheer bestaat uit het gewas Luzerne, bladramenas, wintertarwe of combinatie daarvan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Op de aangemelde kavel zal minimaal 50 % van de oppervlakte bestaan uit hamstervriendelijk beheer.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De minimumoppervlakte van de beheereenheid is 1 ha.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De luzerne wordt tot 15 juni geoogst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Na 15 juni blijft de luzerne staan tot 1 februari van het volgende jaar staan en worden dan geklepeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De bladramenas wordt na 1 februari van het volgende jaar ondergewerkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>De wintertarwe wordt niet geoogst. Na 1 februari van het volgende jaar wordt het overblijvende gewas wintertarwe ondergewerkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>De teelt van alle gewassen vind plaats op basis van de goede landbouw en milieu praktijk (GLMC).</div>\n<p class=\"lf-p\">A01.02.03b Opvangstrook voor hamsters.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Opvangstroken zijn stroken regulier graan die niet worden geoogst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De minimale grootte van de beheereenheid is 15 meter breed en 100 meter lang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Niet oogsten van de strook tot 1 februari van het volgende jaar. Tenzij er wintergraan ingezaaid wordt. Dan is oogsten en inzaaien toegestaan na 1 november.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De opvangstrook rouleert jaarlijks.</div>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A01.03.01: Overwinterende ganzen Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland of bouwland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid heeft een oppervlakte van minimaal 0,5 hectare en maakt onderdeel uit van een verzameling beheereenheden binnen één foerageergebied.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten, uitgezonderd A01.01.01 tot en met A01.01.06 en A02.01.01 en A02.01.02.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het is niet toegestaan binnen de periode van 1 oktober tot 1 april handelingen te verrichten of toe te laten die de foerageerfunctie van het gebied voor ganzen en/of smienten negatief beïnvloeden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onderhoud van sloten, walkanten en drainagesystemen is toegestaan van 1 oktober tot 1 februari.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Overig beheer wordt uitgevoerd op basis van één van de vier onderstaande varianten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.03.01a Ganzen op grasland.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Op 1 november moet een grassnede aanwezig zijn met een voederwaarde van minimaal 500 kVEM/ha.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Maaien of bloten om te lang gras te voorkomen is toegestaan van 27 oktober tot 1 november.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Beweiding met melkvee is toegestaan tot 15 november, waarbij na 15 november minimaal 500 kVEM/ha beschikbaar moet blijven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Beweiding (uitgezonderd melkvee) is vanaf 1 november tot 1 februari toegestaan met maximaal 0,45 GVE/ha.</div>\n<p class=\"lf-p\">A01.03.01b Ganzen op bouwland.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor 15 november moet één van de gewassen; winterkoolzaad, wintertarwe, wintergerst, Rogge of graszaad zijn ingezaaid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het gewas onder 1 wordt tot 1 april in stand gehouden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het is niet toegestaan de beheereenheid te beweiden en/of te maaien.</div>\n<p class=\"lf-p\">A01.03.01c Ganzen op vroege groenbemester.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een groenbemester is vóór 1 oktober ingezaaid met één van de gewassen; Italiaans raaigras, Engels raaigras, Snijrogge, of met een mengsel van deze gewassen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De groenbemester wordt tot 1 februari in stand gehouden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het is niet toegestaan de beheereenheid te beweiden en/of te maaien.</div>\n<p class=\"lf-p\">A01.03.01d Ganzen op late groenbemester.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een groenbemester is vóór 1 november ingezaaid met één van de gewassen; Italiaans raaigras, Engels raaigras, Snijrogge, of met een mengsel van deze gewassen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De groenbemester wordt tot 1 april in stand gehouden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het is niet toegestaan de beheereenheid te beweiden en/of te maaien.</div>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A02.01.01: Botanisch weiland Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten uitgesloten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is slechts toegestaan voor pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring en brandnetel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger opgebracht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Standweiden is het gehele jaar toegestaan met max. 2 GVE per hectare. Van 1 oktober tot 1 maart is onbeperkt weiden toegestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het grasland mag niet worden gescheurd, gefreesd of heringezaaid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A02.01.02: Botanisch hooiland Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is slechts toegestaan voor pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring en brandnetel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger opgebracht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Beweiding is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 augustus tot 1 maart.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het gewas wordt jaarlijks minimaal éénmaal gemaaid en afgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het grasland mag niet worden gescheurd, gefreesd of heringezaaid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A02.01.03: Botanische weide- of hooilandrand Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid heeft een minimale (rand)breedte van 2 meter.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is slechts toegestaan voor pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring en brandnetel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger opgebracht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het grasland mag niet worden geklepeld, gescheurd, gefreesd of heringezaaid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Voor botanische weiderand geldt: beweiding is toegestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Voor botanische hooilandrand geldt: beweiding is niet toegestaan.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A02.01.03a Botanische weiderand A02.01.03b Botanische hooilandrand Agrarisch beheerpakket A02.01.04: Botanisch bronbeheer Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit grasland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De beheereenheid is gelegen in een brongebied.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De beheereenheid staat niet in verbinding met open water, behalve bij natuurlijke afwatering.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger opgebracht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Beweiding is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 augustus tot 1 maart.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het gewas wordt jaarlijks minimaal éénmaal gemaaid en afgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het grasland mag niet worden gescheurd, gefreesd of heringezaaid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Bron vrijwaren van beschadiging door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Geen kunstmatig waterbeheer.</div>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A02.02.01: Akker met waardevolle flora Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit bouwland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Verbouwing van maïs is in het geheel niet toegestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In de jaren waarin graan wordt verbouwd, vindt geen bemesting met kunstmest plaats.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In de jaren waarin graan wordt verbouwd, vindt er in de beheereenheid geen mechanische onkruidbestrijding plaats vanaf het zaaien (bij zomergraan) of vanaf 1 april (bij wintergraan) tot de oogst en is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen en insecticiden niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring, kleefkruid of haagwinde.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Overig beheer wordt uitgevoerd op basis van één van de drie onderstaande varianten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A02.02.01a Drie van de zes jaar graan: In tenminste drie van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan verbouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">A02.02.01b Vier van de zes jaar graan: In tenminste vier van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan verbouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">A02.02.01c Vijf van de zes jaar graan: In tenminste vijf van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan verbouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A02.02.02: Chemie en kunstmestvrij land Instapeisen voor het beheerpakket:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid bestaat uit bouwland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid is ten minste 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In tenminste drie van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan, met uitzondering van maïs, verbouwd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest is niet toegestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Overig beheer wordt uitgevoerd op basis van één van de drie onderstaande varianten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A02.02.02a Drie van de zes jaar graan: In tenminste drie van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan verbouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">A02.02.02b Vier van de zes jaar graan: In tenminste vier van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan verbouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">A02.02.02c Vijf van de zes jaar graan: In tenminste vijf van de zes jaren van de beheerperiode wordt graan verbouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A02.02.03: Akkerflora randen Instapeisen voor het beheerpakket:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid is in gebruik als bouwland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid heeft een oppervlakte van minimaal 0,3 ha.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Cumulatie met alle beheerpakketten is uitgesloten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Op de beheereenheid wordt in de beheerperiode graan, met uitzondering van maïs, verbouwd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In de beheereenheid vindt geen mechanische onkruidbestrijding plaats vanaf het zaaien (bij zomergraan) of vanaf 1 april (bij wintergraan) tot de oogst en is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bemesting en beweiding van de beheereenheid is niet toegestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De beheereenheid mag niet als wendakker gebruikt worden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel B.2. Agrarische beheertypen en bijbehorende regionale agrarische beheerpakketten Agrarische beheertypen Agrarische beheerpakketten (regionaal) A01.01 Weidevogelgebied A01.02 Akkerfaunagebied A01.03 Ganzenfoerageergebied A01.03.02 Opvang overzomerende Grauwe ganzen Maasplassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.04 Insectenrijke graslanden A01.04.01 Insectenrijk graslandperceelsbeheer Roerdal A01.04.02 Insectenrijke graslandranden Roerdal A01.05 Bever foerageergebied A01.05.01 Foerageerrand bever A02.01 Botanisch waardevol grasland A02.02 Botanisch waardevol akkerland Beschrijving regionale agrarische beheerpakketten Agrarisch beheerpakket A01.03.02: Opvang overzomerende Grauwe ganzen Maasplassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid is een perceel grond, welk minimaal 0,5 hectare groot is en gelegen binnen de begrenzing van de aangegeven zoekgebieden in het beheerplan voor de overzomerende Grauwe gans in Limburg.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De beheereenheid bestaat uit bemest grasland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er dient op de beheereenheid in het foerageerseizoen te allen tijde aantrekkelijk gras voor ganzen aanwezig te zijn. Onder aantrekkelijk gras wordt verstaan; gras met een lengte van 5 tot 15 cm. Er dient op geen enkele plaats binnen het foerageergebied gras met een lengte van meer dan 30 cm aanwezig te zijn, tenzij dit niet volgens de goede landbouwpraktijk voorkomen kan worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Op de beheereenheid mogen geen ganzen verjaagd worden. Overige dieren die schade veroorzaken mogen wel ver- en bejaagd worden, mits de ganzen niet verstoord worden. Het uitgangspunt is zoveel mogelijk ganzen op de beheereenheid te krijgen en te behouden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid dient 3 keer per jaar gemaaid of gebloot te worden. Dit dient niet volvelds te worden gedaan om altijd kwalitatief, voldoende gras aan te kunnen bieden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Overige werkzaamheden die de graskwaliteit verbeteren, maar het foerageren op korte termijn belemmeren, dienen in gedeeltes uitgevoerd te worden. (vb: slepen van grasland, bemesten, bloten, oogsten). Onder normale weersomstandigheden dient te allen tijden geschikt gras aanwezig te zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien de grasgroei het toelaat kan er geweid worden. Het vee mag niet langer dan 4 weken op een perceel lopen. Het totale perceel mag ingedeeld worden in kleinere percelen om de dieren te laten omweiden. Hierbij dient de beweiding in dienst van het beheerdoel te staan. Om ganzen niet te verstoren dient de beweiding van 1 juli tot en met 30 september plaats te vinden met maximaal 4 GVE per hectare op enig moment. Dit geldt op perceelsniveau.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Indien er een maaisnede wordt geoogst of dat de graasdieren omgeweid worden dient het te maaien perceel of het perceel waarin het vee wordt omgeweid getaxeerd te worden. De schade zal middels de graslandhoogtemeter opgenomen worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Onkruiden dienen pleksgewijs bestreden te worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Het perceel wordt minimaal een keer per jaar met drijfmest bemest.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het perceel wordt minimaal een keer per jaar met kunstmest bemest.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Indien er op plekken minder smakelijke grassen voorkomen of door vertrapping het gras verdwenen is, dienen deze plekken doorgezaaid te worden zodat er weer aantrekkelijk eiwitrijk gras ontstaat.</div>\n<p class=\"lf-p\">Administratieve verplichtingen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Ondernemers houden op perceelsniveau een grasland logboek bij, dit wordt aangeleverd door de projectleider en wordt maandelijks teruggestuurd naar de projectleider.</div>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende verplichtingen 1. Elk jaar vindt er een evaluatie plaats of de doelen zijn gehaald en kunnen de broed- en opgroeilocaties anders ingedeeld worden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Op of aanmerkingen vanuit de projectleider worden opgevolgd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De percelen worden ter beschikking gesteld aan alle activiteiten die aan het project gerelateerd zijn (bijvoorbeeld tellingen, taxaties en beoordelingen).</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.03.02a.Lb Opvang overzomerende grauwe ganzen Maasplassen; 1-10 stuks/ha A01.03.02b.Lb Opvang overzomerende grauwe ganzen Maasplassen; 10-20 stuks/ha A01.03.02c.Lb Opvang overzomerende grauwe ganzen Maasplassen; 20-30 stuks/ha A01.03.02d.Lb Opvang overzomerende grauwe ganzen Maasplassen; 30 en meer stuks/ha Agrarisch beheerpakket A01.04.01: Insectenrijk graslandperceelsbeheer Roerdal Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid is een perceel grasland van minimaal 0,5 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het grasland of de strook is gelegen in het leefgebied Donker Pimpernelblauwtje zoals weergegeven in het Beschermingsplan Donker pimpernelblauwtje Roerdal (Boeren, J., 2005).</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Deze graslanden worden jaarlijks grotendeels gefaseerd gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Er blijft ook een deel ongemaaid. Bemesting vindt alleen plaats met stalmest of kalk.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Beweiding is toegestaan overeenkomstig de gekozen variant.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.04.01a.Lb Insectenrijk graslandperceelsbeheer Roerdal: Basis 1. Jaarlijks maaien in de periode van 15 september tot 1 januari.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>25 % van de vegetatie niet maaien en in de winter laten overstaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Gehele perceel nogmaals maaien tussen 1 mei en 1 juni. Maaisel steeds afvoeren.</div>\n<p class=\"lf-p\">A01.04.01b.Lb Insectenrijk graslandperceelsbeheer Roerdal: Plus 1. Gefaseerd maaien: ieder jaar wordt 50% van het perceel gemaaid in de periode tussen 15 september tot 1 januari. Het maaisel wordt afgevoerd. Het volgende jaar wordt de andere 50% gemaaid en afgevoerd, eveneens in de periode 15 september tot 1 januari.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bemesting mag alleen plaatsvinden met ruige stalmest, uitgezonderd pluimveemest, of met kalk.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bodembewerking zoals freezen, ploegen, etc. is niet toegestaan. Het perceel bestaat uit blijvend grasland: dus ook niet scheuren en herinzaaien.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan met uitzondering van pleksgewijze onkruidbestrijding van jacobskruiskruid, brandnetel, akkerdistel, ridderzuring, haagwinde of kleefkruid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Nabeweiding is toegestaan in de periode 15 september - 1 januari met maximaal 3 GVE. In het overig deel van het jaar wordt niet beweid, in verband met het behoud van typische hooilandplanten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch beheerpakket A01.04.02: Insectenrijke graslandranden Roerdal Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De beheereenheid is een strook grasland van minimaal 50 meter lang en tussen de 2 en 5 meter breed gelegen langs een wegberm, watergang of houtsingel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het grasland of de strook is gelegen in het leefgebied Donker Pimpernelblauwtje zoals weergegeven in het Beschermingsplan Donker pimpernelblauwtje Roerdal (Boeren, J., 2005).</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Minimaal één keer per jaar maaien en afvoeren, waarbij circa 50 % van de strook niet gemaaid wordt. Dit niet gemaaide deel mag elk jaar anders zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Maaien vindt plaats in de periode van 15 september tot 1 januari.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bemesting mag alleen plaatsvinden met ruige stalmest, uitgezonderd pluimveemest, of met kalk.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Bodembewerking zoals freezen, ploegen, etc. is niet toegestaan. De strook bestaat uit blijvend grasland: dus ook niet scheuren en herinzaaien.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan met uitzondering van pleksgewijze onkruidbestrijding van jacobskruiskruid, brandnetel, akkerdistel, ridderzuring, haagwinde of kleefkruid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Beweiding is niet toegestaan in de als insectenstrook beheerde perceelsrand, de rest van het perceel mag wel beweid worden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.04.02.Lb Insectenrijke graslandranden Roerdal Agrarisch beheerpakket A01.05.01: Foerageerrand Bever Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De foerageerrand heeft een minimale breedte van 10 meter, en een maximale breedte van 20 meter (gemeten vanaf de waterloop landinwaarts) met een minimale lengte van 50 meter 2. De foerageerrand grenst aan een waterloop waar recentelijk het voorkomen van een of meerdere Bevers is aangetoond of bestaat uit potentieel leefgebied voor deze soort. Deze leefgebieden staan beschreven in het Stimuleringsplan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De foerageerrand grenst aan gras- of akkerland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De foerageerrand bestaat na 6 jaar uit een ruige of moerassige vegetatie. Verspreide opslag van struiken en jonge bomen is gewenst omdat dit in de winter stapelvoedsel voor de bever is.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het tegengaan van bosvorming door eenmaal per zes jaar de grootste bomen te kappen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij afsluiten van de overeenkomst ook een vrijstelling van de Boswet aanvragen van de meldings- en herplantplicht bij de Dienst Regelingen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Varianten:</p>\n<p class=\"lf-p\">A01.05.01.Lb Foerageerrand Bever Bijlage 4: Aanvullende randvoorwaarden Onderdeel A 1. Artikel 7 van de Meststoffenwet in samenhang met de artikelen 8, onder c, 11 en 12, lid 4 en 5 van die wet en de artikelen 30 tot en met 35 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (gebruiksnorm fosfaatbemesting).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Artikel 76 lid 1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (vakbekwaamheidseis voor beroeps- of bedrijfsmatig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Artikel 18 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (juiste en veilige opslag van gewasbeschermingsmiddelen en biociden).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Artikel 13 van het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij (teeltvrije zone).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Artikel 15 van het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij (voorschriften gebruik gewasbeschermingsmiddelen bij open water of andere gevoelige locaties).</div>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel B Nederlands wetgevings-kader Artikel(en) Onderwerp van controle Randvoor-waarden-terreinen Ernst Omvang Perma-nent karakter Initiële korting Opzet*) 1 Meststoffenwet Art.7 in samenhang met art.8 onder c, 11 en 12, lid 4 en 5 en in samenhang met art.30 t/m 35 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet Het verbod om in enig kalenderjaar op een bedrijf (fosfaathoudende) meststoffen op of in de bodem te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Milieu 3 1 1 5% Nee 2 Wet gewas-beschermings-middelen en biociden Art.76 lid 1 Het verbod op het ontvangen, voorhanden hebben of gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of biociden zonder een geldig bewijs van vakbekwaamheid Gezondheid 2 1 0 3% Nee Nederlands wetgevings-kader Artikel(en) Onderwerp van controle Randvoor-waarden-terreinen Ernst Omvang Perma-nent karakter Initiële korting Opzet*) 3 Wet gewas-beschermings-middelen en biociden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Art.18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verplichting om voldoende zorg in acht te nemen voor een juiste en veilige opslag van gewas-beschermings-middelen en biociden Gezondheid 3 1 0 3% Nee 4 Lozingenbesluit open teelt en veehouderij</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 13</span><span class=\"lf-art-t\">De verplichting bij het gebruik van gewas-beschermingsmiddelen een teeltvrije zone aan te houden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gezondheid 3 1 1 5% Nee 5 Lozingenbesluit open teelt en veehouderij</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verplichting, bij het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van het oppervlaktewater, de daarbij horende voorschriften na te Gezondheid 3 1 1 5% Nee *) Opzet op basis van de criteria in artikel 8, tweede lid van de Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB Bijlage 5: Eisen collectief beheerplan A. Een collectief beheerplan voldoet aan de volgende eisen: a. onderdeel van het collectief beheerplan maakt uit een elektronische kaart met een topografische ondergrond, waarop is aangegeven op welke landbouwgronden de deelnemende landbouwers welke agrarische beheerpakketten of varianten daarvan wensen uit te voeren; b. het collectief beheerplan is ondertekend door alle deelnemende landbouwers en de gebiedscoördinator; c. als onderdeel van het collectief beheerplan voegt de gebiedscoördinator een advies toe van de gebiedscoördinator met betrekking tot de kwaliteit van het collectief beheerplan; d. het collectief beheerplan omvat tevens een omschrijving en plaatsaanduiding van het beheer, uitgevoerd door ontvangers van: i. een subsidie natuurbeheer op grond van de onderhavige regeling; ii. een subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Groningen; iii. een subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister; iv. een subsidie op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer Groningen of v. een subsidie op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister, voor zover dit beheer samenhangt met en relevant is voor het doel van het collectief agrarisch natuurbeheer waarvoor de gebiedscoördinator een collectief beheerplan opstelt; e. aan nadere door Gedeputeerde Staten opgestelde eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Een wijziging van een vastgesteld collectief beheerplan voldoet aan de volgende eisen: a. onderdeel van de wijziging maakt uit een elektronische kaart met een topografische ondergrond waarop de wijzigingen, bedoeld in de onderdelen b en c, zijn aangegeven. b. op de in onderdeel a bedoelde kaart is ten behoeve van landbouwers die reeds vóór de indiening van de aanvraag tot wijziging van het collectief beheerplan deelnamen aan collectief agrarisch natuurbeheer in het gebied waarop het collectief beheerplan ziet, en voor zover daar door die landbouwers om is verzocht, aangegeven: i. op welke landbouwgronden waarvoor reeds een subsidie agrarisch natuurbeheer in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer wordt verstrekt, zij welke gewijzigde agrarische beheerpakketten of varianten daarvan wensen uit te voeren (ander agrarisch beheerpakket op dezelfde beheereenheid); ii. op welke gewijzigde landbouwgronden zij het agrarisch beheerpakket of variant daarvan wensen uit te gaan voeren dat vóór de indiening van de aanvraag tot wijziging van het collectief beheerplan werd uitgevoerd op de onder i. bedoelde landbouwgronden (hetzelfde agrarische beheerpakket op andere beheereenheid); iii. op welke gewijzigde landbouwgronden zij welke gewijzigde agrarische beheerpakketten of varianten daarvan wensen uit te voeren (ander agrarisch beheerpakket op andere beheereenheid); iv. welke landbouwgronden waarvoor reeds een subsidie agrarisch natuurbeheer in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer wordt verstrekt, zij voor de resterende periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt, wensen te vergroten overeenkomstig artikel 7.5, eerste lid (vergroting bestaande beheereenheid); v. op welke landbouwgronden die niet vóór de indiening van de aanvraag tot wijziging van het collectief beheerplan in dat plan waren opgenomen, en die zelfstandig voldoen aan de voorwaarden van de onderhavige regeling voor de betreffende subsidie, zij overeenkomstig artikel 7.5, eerste lid, voor de resterende periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt, welke agrarische beheerpakketten of varianten daarvan wensen uit te voeren (nieuwe beheereenheid voor resterende subsidieperiode); vi. op welke landbouwgronden die niet vóór de indiening van de aanvraag tot wijziging van het collectief beheerplan in dat plan waren opgenomen, zij voor de gehele periode, bedoeld in artikel 4.1.1.2, welke agrarische beheerpakketten of varianten daarvan wensen uit te voeren (nieuwe beheereenheid voor volledige subsidieperiode).</p>\n<p class=\"lf-p\">c. op de in onderdeel a bedoelde kaart is ten behoeve van landbouwers die niet reeds vóór de indiening van de aanvraag tot wijziging van het collectief beheerplan deelnamen aan collectief agrarisch natuurbeheer in het gebied waarop het collectief beheerplan ziet, op verzoek van die landbouwers, aangegeven op welke landbouwgronden zij voor de gehele periode, bedoeld in artikel 4.1.1.2, welke agrarische beheerpakketten of varianten daarvan wensen uit te voeren (nieuwe beheereenheid voor volledige subsidieperiode). d. een wijziging is ondertekend door alle landbouwers die bij de gebiedscoördinator een verzoek als bedoeld in de onderdelen b en c hebben ingediend, en de gebiedscoördinator; e. als onderdeel van de wijziging voegt de gebiedscoördinator een advies toe van de gebiedscoördinator met betrekking tot de kwaliteit van het collectief beheerplan in relatie tot de verzochte wijzigingen in beheer; f. aan nadere door Gedeputeerde Staten opgestelde eisen. · Wijzigingen als bedoeld in onderdeel b, onder i. en iii., zijn niet toegestaan voor zover deze tot gevolg hebben dat de landbouwer een agrarisch beheerpakket gaat uitvoeren dat behoort tot een ander agrarisch beheertype, of dat minder stringente eisen kent dan het agrarisch beheerpakket dat vóór het verzoek tot wijziging op die landbouwgrond of de gewijzigde landbouwgrond werd uitgevoerd; · Wijzigingen als bedoeld in onderdeel b, onder i. tot en met iii., zijn evenmin toegestaan voor zover zij betrekking hebben op agrarische beheerpakketten die behoren tot de agrarische beheertypen met de aanduiding A02.01 of A02.02.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 6 Landschap Onderdeel A.1 Landschapsbeheertypen en bijbehorende landschapselementen waarvan de instandhouding is toegestaan binnen natuurterreinen, waarbij landschapselementen waarvan de alfanumerieke aanduiding eindigt op de cijfers “00” slechts door gecertificeerde begunstigden kunnen worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapsbeheertype Landschapselement L01 Groenblauwe Landschapselementen L01.01 Poel en kleine historisch water L01.01.00 Poel en kleine historisch water - gemiddeld L01.01.01a Oppervlakte poel L01.01.01b Oppervlakte poel &gt; 175 m2 L01.02 Houtwal en houtsingel L01.02.00 Houtwal en houtsingel - gemiddeld L01.02.01 Houtsingel en houtwal L01.02.02 Hoge houtwal L01.02.03 Holle weg en graft L01.03 Elzensingel L01.03.00 Elzensingel - gemiddeld L01.03.01a Bedekking elzensingel 30-50% L01.03.01b Bedekking elzensingel 50%-75% L01.03.01c Bedekking elzensingel &gt; 75% L01.04 Bossingel en bosje L01.04.01 Bossingel en bosje L01.05 Knip- of scheerheg L01.05.00 Knip- of scheerheg - gemiddeld L01.05.01a Heg jaarlijks scheren of knippen L01.05.01b Heg eenmaal per 2-3 jaar scheren of knippen L01.06 Struweelhaag L01.06.00 Struweelhaag - gemiddeld L01.06.01a Struweelhaag snoeicyclus 5-7 jaar L01.06.01b Struweelhaag snoeicyclus &gt; 12 jaar L01.07 Laan L01.07.00 Laan – gemiddeld L01.07.01a Laan stamdiameter bomen L01.07.01b Laan stamdiameter bomen 20-60 cm L01.07.01c Laan stamdiameter bomen &gt; 60 cm L01.08 Knotboom L01.08.00 Knotboom - gemiddeld L01.08.01a Knotboom stamdiameter L01.08.01b Knotboom stamdiameter 20-60 cm L01.08.01c Knotboom stamdiameter &gt; 60 cm L01.09 Hoogstamboomgaard L01.09.01 Hoogstamboomgaard L03 Aardwerken L03.01 Aardwerk en groeve L03.01.00 Aardwerk en groeve Beschrijving landschapsbeheertypen Landschapsbeheertype L01.01 : Poel en klein historisch water Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Zowel een poel als een klein historisch water is doorgaans een geïsoleerd stilstaand water dat gevoed wordt door grond- en/of regenwater. Een poel mag in verbinding staan met sloten of greppels wanneer sprake is van een natuurlijke eenheid die vrij afwatert. Veenputten mogen in verbinding staan met het slotenstelsel in het gebied.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het element heeft een oppervlakte van minimaal 0,5 en maximaal 50 are.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In Zuid-Limburg heeft een voortplantingspoel voor amfibieën een oppervlakte van minimaal 0,2 are.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Vijvers die een onderdeel zijn van een park of tuin, of daarin aangelegd worden, vallen niet onder dit landschapsbeheertype.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Wateren die onder de natuurbeheertypen N06.05 Zwakgebufferd ven of N06.06 Zuur ven of Hoogveenven vallen horen niet tot dit landschapsbeheertype.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Sloten behoren niet tot dit beheertype.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">De historische of natuurlijke contouren/vormen worden behouden. Dit is bijvoorbeeld belangrijk bij oude elementen zoals pingoruïnes waarvan de randzones archeologisch belangrijk kunnen zijn. Hierbij gaat het dan om de walachtige structuur rondom de plas. Maar het geldt ook bij de visvijvers. Dit landschapsbeheertype wordt periodiek opgeschoond om voldoende open water te behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen L01.01.00 Poel en klein historisch water - gemiddeld L01.01.01a Poel en klein historisch water L01.01.01b Poel en klein historisch water &gt; 175 m2 Landschapsbeheertype L01.02: Houtwal en houtsingel Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een houtwal of houtsingel is een vrijliggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement, al dan niet groeiend op een aarden wal, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken. De begroeiing wordt als hakhout beheerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De houtwal of houtsingel is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Elzensingels bestaande uit een enkele rij horen niet tot dit landschapsbeheertype, maar tot het landschapsbeheertype L01.03 Elzensingel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit landschapsbeheertype.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">Houtwallen en houtsingels worden periodiek afgezet in een cyclus van éénmaal per 6-25 jaar, met uitzondering van eventueel aanwezige overstaanders. Bij houtwallen wordt tevens het wallichaam in stand gehouden en indien nodig hersteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen L01.02.00 Houtsingel en houtwal - gemiddeld L01.02.01 Houtsingel en houtwal L01.02.02 Hoge houtwal L01.02.03 Holle weg en graft Landschapsbeheertype L01.03: Elzensingel Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een elzensingel is een vrijliggend lijnvormig en aaneengesloten éénrijig landschapselement dat grotendeels bestaat uit Zwarte els en als hakhout wordt beheerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een elzensingel is minimaal 25 meter lang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Losse bomenrijen horen niet tot dit landschapsbeheertype, maar tot het landschapsbeheertype L01.13 Bomenrij en solitaire boom.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit landschapsbeheertype.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">Elzensingels worden periodiek afgezet in een cyclus van éénmaal per 6-21 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen L01.03.00 Elzensingel - gemiddeld L01.03.01a Elzensingel bedekking 30-50% L01.03.01b Elzensingel bedekking 50%-75% L01.03.01c Elzensingel bedekking &gt; 75% Landschapsbeheertype L01.04: Bossingel en bosje Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een bossingel is een vrijliggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een bossingel is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een bosje is een vrijliggend vlakvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een bosje is minimaal 2,0 are en maximaal 1 hectare groot.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bossingels en bosjes worden in de tijd onregelmatig periodiek gedund of gesnoeid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen L01.04.01 Bossingel en bosje Landschapsbeheertype L01.05: Knip- of scheerheg Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een knip- of scheerheg is een vrijliggend lijnvormig landschapselement, met een aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen en/of struiken, dat wordt geknipt of geschoren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een knip- of scheerheg is minimaal 25 meter lang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een knip- of scheerheg kan periodiek gevlochten worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit landschapsbeheertype.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">Een knip- of scheerheg wordt jaarlijks of minimaal eenmaal per 3 jaar geknipt of geschoren. Snoeimateriaal mag blijven liggen voor zover dat het element of de ondergroei niet schaadt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen L01.05.00 Knip- en scheerheg - gemiddeld L01.05.01a Knip- en scheerheg jaarlijkse cyclus L01.05.01b Knip- en scheerheg 2-3 jaarlijkse cyclus Landschapsbeheertype L01.06: Struweelhaag Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een struweelhaag is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een struweelhaag is minimaal 25 meter lang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Hagen die minimaal eenmaal per 3 jaar worden gesnoeid horen tot het landschapsbeheertype L01.05 Knip- of scheerheg.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Struweelhagen kunnen periodiek gevlochten worden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">Een struweelhaag wordt periodiek gesnoeid of afgezet in een cyclus van éénmaal per 6-25 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen L01.06.00 Struweelhaag - gemiddeld L01.06.01a Struweelhaag snoeicyclus 5-7 jaar L01.06.01b Struweelhaag snoeicyclus &gt; 12 jaar Landschapsbeheertype L01.07: Laan Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een laan is een weg of pad, die aan beide zijden met een of meerdere rijen bomen is beplant en is bedoeld en aangelegd als laan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij een laan gaat het meestal om bomen van dezelfde soort en leeftijd en er is sprake van een herkenbaar en regelmatig plantverband.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Onder dit landschapsbeheertype vallen ook dijken met een weg, bovenop de kruin van de dijk, die aan beide zijden met bomen is beplant.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een laan is minimaal 50 meter lang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Losse bomenrijen horen niet tot dit landschapsbeheertype, maar tot het landschapsbeheertype L01.13 Bomenrij en solitaire boom.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">Laanbeheer is een intensieve beheervorm. Systematische boomcontrole is nodig om de veiligheid van de laan te garanderen. Opsnoeien van de bomen behoort tot het reguliere onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beginnen bomen in de laan uit te vallen, kan op een gegeven moment gekozen worden voor verjonging van een laan. Dit betekent het opnieuw inplanten van het laantracé met bomen van dezelfde soort en leeftijd, op regelmatige afstand van elkaar. Het kan in bosgebieden nodig zijn de jonge aanplant te beschermen tegen vraat en vrij te stellen om voldoende licht toe te laten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen L01.07.00 Laan - gemiddeld L01.07.01a Laan stamdiameter L01.07.01b Laan stamdiameter 20-60 cm L01.07.01c Laan stamdiameter &gt; 60 cm De diameter van de stammen wordt op 1,0 meter boven het maaiveld gemeten en element wordt als geheel in een van de diameterklassen ingedeeld op basis van de gemiddelde diameter van de bomen van het element.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapsbeheertype L01.08: Knotboom Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een knotboom is een inheemse loofboom, waarvan de stam periodiek op een hoogte van minimaal 1,0 meter boven maaiveld wordt afgezet (geknot).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Knotbomen worden aangetroffen als solitaire boom, in rijen of in kleine groepen. Een kleine groep bestaat uit maximaal 20 bomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Vlakvormige elementen met knotbomen, behoudens kleine groepen, horen niet tot dit landschapsbeheertype maar kunnen mogelijk gerangschikt worden onder het landschapsbeheertype L01.11 Hakhoutbosje of L01.12 Griendje, mits voldaan wordt aan de eisen van die landschapsbeheertypen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">Een knotboom wordt periodiek geknot. Knoteiken worden geknot in een cyclus van éénmaal per 7-15 jaar. Bij knotessen vindt het knotten plaats in een cyclus van éénmaal per 5-8 jaar en knotwilgen en knotpopulieren worden gemiddeld éénmaal in de vier jaar geknot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen L01.08.00 Knotboom - gemiddeld L01.08.01a Knotboom stamdiameter L01.08.01b Knotboom stamdiameter 20-60 cm L01.08.01c Knotboom stamdiameter &gt; 60 cm De diameter van de stammen wordt op 1,0 meter boven het maaiveld gemeten en als het element uit meerdere knotbomen bestaat wordt het element als geheel in een van de diameterklassen ingedeeld op basis van de gemiddelde diameter van de bomen van het element Landschapsbeheertype L01.09: Hoogstamboomgaard Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een hoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 1,50 meter hoog en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grasachtige vegetatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een hoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 10 fruitbomen en heeft een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 150 bomen per hectare.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Maximaal 10% van de fruitbomen bestaat uit walnoten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een hoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogstamfruitbomen worden periodiek gesnoeid en bij beweiding moet beschadiging van de bomen door vee voorkomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen L01.09.01 Hoogstamboomgaard Landschapsbeheertype L03.01: Aardwerk en groeve Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Alle landschapselementen die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) staan, zoals bijvoorbeeld motte’s, grafheuvels en vlietbergen vallen buiten dit landschapsbeheertype maar vallen onder het type archeologisch waardevol terrein.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Alleen landschapselementen dia als zodanig worden beheerd vallen onder dit landschapsbeheertype.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Elementen die al onder een ander landschapsbeheertypen kunnen worden gerekend vallen buiten dit landschapsbeheertype.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">De kern van het beheer is dat het landschapselement in de huidige toestand blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L03.01.00 Aardwerk en groeve Onderdeel A.2 Provinciale landschapsbeheertypen en bijbehorende regionale landschapselementen waarvan de instandhouding is toegestaan binnen natuurterreinen, waarbij landschapselementen waarvan de alfanumerieke aanduiding eindigt op de cijfers “00” slechts door gecertificeerde begunstigden kunnen worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapsbeheertype Landschapselement (regionaal) L01 Groenblauwe Landschapselementen L01.09. Hoogstamboomgaard L01.09.02 Halfstamboomgaard bij historische boerderijen L01.13. Bomenrij en solitaire boom L01.13.03 Leibomen bij historische boerderijen L03 Aardwerken L03.01 Aardwerk en groeve L03.01.01 Tuunwallen L03.01.02 Schurvelingen en zandwallen op Goeree Beschrijving regionale landschapselementen Landschapselement L01.09.02: Halfstamboomgaard bij historische boerderijen Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Halfstamboomgaarden hebben een minimale stamhoogte die lager is 1,5m.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een halfhoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 0,6 meter hoog en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een halfhoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 10 bomen en heeft een dichtheid van minimaal 75 en maximaal 150 fruitbomen per hectare.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Maximaal 10% van de bomen bestaat uit walnoten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Een halfhoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De halfstamboomgaard behoort bij een historische boerderij of ander gebouw dat vermeld staat op een locale of landelijke monumentenlijst of de boomgaard is vermeld op www.kich.nl of op een provinciale cultuurhistorische waardenkaart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">Halfhoogstamfruitbomen worden periodiek gesnoeid en bij beweiding moet beschadiging van de bomen door vee voorkomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L01.09.02.ZH Halfstamboomgaard bij historische boerderijen Landschapselement L01.13.03: Leibomen bij historische boerderijen Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Uitsluitend leibomen bij historische boerderijen komen in aanmerking. Dit zijn boerderijen die voorkomen op de Rijks- of gemeentelijke monumentenlijst dan wel terug te vinden zijn op de MIP-lijst (Monumenten Inventarisatie Project) (zie www.kich.nl).</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beheer is gericht op het behoud van de specifieke vorm van de leibomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L01.13.03.ZH Leibomen bij historische boerderijen Landschapselement L03.01.01: Tuunwallen Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Tuunwallen zijn lijnvormige perceelscheidingen, van oorsprong altijd opgebouwd uit graszoden. Een tuunwal komt voor vergoeding in aanmerking als het element minimaal 25 meter lang is, minimaal 0,60 breed is en een hoogteverschil van minimaal 0,60m kent.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting voor de basisvergoeding (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Beschermen tegen schade als gevolg van opgroeiend opslag van bomen en struiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Beschermen tegen handelingen die kunnen leiden tot aantasting van het karakter en de structuur van het (de) landschapselement(en). Hierbij hoort ook het verspreiden van mest-, groei-, en stoorstoffen alsmede chemische bestrijdingsmiddelen in het landschapselement.</div>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende algemene beheerverplichting voor de plusvergoeding (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Periodiek onderhoud (zoals maaien en afzetten) 2. Maaisel/snoeiafval afvoeren.</div>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L03.01.01a.NH Tuunwallen basis L03.01.01b.NH Tuunwallen plus Landschapsbeheertype L03.01.02: Schurvelingen en zandwallen op Goeree Instapeisen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Globaal kunnen drie typen zandwallen worden onderscheiden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zandwallen volledig begroeit met kruiden en grassen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zandwallen met kruiden en grassen en een licht boom of struiklaag;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zandwallen begroeid met een zware boomlaag, braamstruweel of struiklaag;</div>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitend de schurvelingen en zandwallen op de Kop van Goeree vallen onder dit landschapsbeheertype.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beheerverplichting (let op artikel 5.1.2.3 lid 1, onderdeel a, en lid 2):</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Om verruiging te voorkomen worden de delen met grassen en kruiden jaarlijks gefaseerd gemaaid. Het maaisel wordt afgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Maaiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de maanden augustus-december.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bomen en struiken moeten met regelmaat worden opgesnoeid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Schade door betreding door vee moet worden voorkomen met een raster.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Greppels die naast de zandwallen en schurvelingen zijn gelegen moeten regelmatig worden geschoond.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Er mag geen snoeihout worden verbrand in, of in de directe omgeving van het element en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan.</div>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L03.01.02.ZH Schurvelingen en zandwallen op Goeree Onderdeel B Onderdeel B.1. Landschapselementen en bijbehorende beheerpakketten landschap die zijn toegestaan in de gebieden zoals aangewezen in het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 in het kader van maatregel 214 van het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 Landschapselement Beheerpakket landschap L01 Groenblauwe Landschapselementen L01.01 Poel en kleine historisch water L01.01.01a Oppervlakte poel L01.01.01b Oppervlakte poel &gt; 175 m2 L01.02 Houtwal en houtsingel L01.02.01 Houtsingel en houtwal L01.02.02 Hoge houtwal L01.02.03 Holle weg en graft L01.03 Elzensingel L01.03.01a Bedekking elzensingel 30-50% L01.03.01b Bedekking elzensingel 50%-75% L01.03.01c Bedekking elzensingel &gt; 75% L01.04 Bossingel en bosje L01.04.01 Bossingel en bosje L01.05 Knip- of scheerheg L01.05.01a Heg jaarlijks scheren of knippen L01.05.01b Heg eenmaal per 2-3 jaar scheren of knippen L01.06 Struweelhaag L01.06.01a Struweelhaag snoeicyclus 5-7 jaar L01.06.01b Struweelhaag snoeicyclus &gt; 12 jaar L01.07 Laan L01.07.01a Laan stamdiameter bomen L01.07.01b Laan stamdiameter bomen 20-60 cm L01.07.01c Laan stamdiameter bomen &gt; 60 cm L01.08 Knotboom L01.08.01a Knotboom stamdiameter L01.08.01b Knotboom stamdiameter 20-60 cm L01.08.01c Knotboom stamdiameter &gt; 60 cm L01.09 Hoogstamboomgaard L01.09.01 Hoogstamboomgaard L01.10 Struweelrand L01.10.01 Struweelrand L01.11 Hakhoutbosje L01.11.01a Hakhoutbosje met dominantie langzaamgroeiende soorten (zomereik, wintereik, berk, haagbeuk) L01.11.01b Hakhoutbosje met dominantie snelgroeiende soorten (zwarte els en/of gewone es) L01.12 Griendje L01.12.01 Griendje L01.13 Bomenrij en solitaire boom L01.13.01a Bomenrij stamdiameter L01.13.01b Bomenrij stamdiameter 20-60 cm L01.13.01c Bomenrij stamdiameter &gt; 60 cm L01.13.02a Solitaire boom stamdiameter L01.13.02b Solitaire boom stamdiameter 20-60 cm L01.13.02c Solitaire boom stamdiameter &gt; 60 cm L01.14 Rietzoom en klein rietperceel L01.14.01a Smalle rietzoom ( L01.14.01b Brede rietzoom (&gt; 5 meter) en klein rietperceel L01.15 Natuurvriendelijke oever L01.15.01 Natuurvriendelijke oever L04 Recreatieve landschapselementen L04.01 Wandelpad over boerenland L04.01.01 Wandelpad over boerenland Beschrijving landschapselementen Landschapselement L01.01: Poel en klein historisch water Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Zowel een poel als een klein historisch water is doorgaans een geïsoleerd stilstaand water dat gevoed wordt door grond- en/of regenwater. Een poel mag in verbinding staan met sloten of greppels wanneer sprake is van een natuurlijke eenheid die vrij afwatert. Veenputten mogen in verbinding staan met het slotenstelsel in het gebied.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het landschapselement heeft een oppervlakte van minimaal 0,5 en maximaal 50 are.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In Zuid-Limburg heeft een voortplantingspoel voor amfibieën een oppervlakte van minimaal 0,2 are.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Vijvers die een onderdeel zijn van een park of tuin, of daarin aangelegd worden, vallen niet onder dit landschapselement.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Wateren die onder de natuurbeheertypen N06.05 Zwakgebufferd ven of N06.06 Zuur ven of Hoogveenven vallen horen niet tot dit landschapselement.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Sloten behoren niet tot dit landschapselement.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Minimaal 50% van het natte oppervlakte van de poel bestaat in de lente uit open water. Incidenteel mag het element in de zomerperiode droogvallen. Voor behoud van voldoende open water wordt het element periodiek opgeschoond.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Minimaal 75% van de oppervlakte van de oever is begroeid met een gras- of ruigtekruidenvegetatie. Vertrapping van de oevers bij het gebruik van het element als veedrenkpoel wordt voorkomen door extensieve beweiding van het perceel waarin de poel is gelegen en/of door het geheel of gedeeltelijk uitrasteren van de poel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Maximaal 25% van de oppervlakte van de oever is begroeid met inheemse bomen en/of struiken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het element gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Er mogen geen vissen of andere dieren (zoals eenden en ganzen) worden uitgezet of gekweekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Maai- en schoningswerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 september en 15 oktober.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L01.01.01a Poel en klein historisch water L01.01.01b Poel en klein historisch water &gt; 175 m2 Landschapselement L01.02: Houtwal en houtsingel Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een houtwal of houtsingel is een vrijliggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement, al dan niet groeiend op een aarden wal, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken. De begroeiing wordt als hakhout beheerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De houtwal of houtsingel is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Elzensingels bestaande uit een enkele rij horen niet tot dit landschapselement, maar tot het landschapselement L01.03 Elzensingel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit landschapselement.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Tenminste 75% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd en periodiek afgezet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de ondergroei en/of de stoven niet schaadt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen, behalve bij bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling, en meststoffen in het element gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het wallichaam wordt in stand gehouden als het element daarvan is voorzien.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Het afzetten van het element wordt alleen verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L01.02.01 Houtsingel en houtwal 1. Het element wordt periodiek afgezet in een cyclus van éénmaal per 6-15 jaar.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 15 cm op 1,0 meter boven de hakhoutstoof.</div>\n<p class=\"lf-p\">L01.02.02 Hoge houtwal 1. Het element wordt periodiek afgezet in een cyclus van éénmaal per 21-25 jaar. Tussentijds kan het element gedund worden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 25 cm op 1,0 meter boven de hakhoutstoof.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het wallichaam is minimaal 0,8 meter hoog en de kruidachtige vegetatie van de steile walkanten wordt gemaaid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Aan de voet van het wallichaam ligt een greppel die in stand wordt gehouden.</div>\n<p class=\"lf-p\">L01.02.03 Holle weg en graft 1. Het element is gelegen op het talud van een holle weg of graft in Zuid-Limburg.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het element wordt periodiek afgezet in een cyclus van minimaal éénmaal per 15 jaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 15 cm op 1,0 meter boven de hakhoutstoof.</div>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L01.03: Elzensingel Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een elzensingel is een vrijliggend lijnvormig en aaneengesloten éénrijig landschapselement dat grotendeels bestaat uit Zwarte els en als hakhout wordt beheerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een elzensingel is minimaal 25 meter lang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Losse bomenrijen horen niet tot dit landschapselement, maar tot het landschapselement L01.13 Bomenrij en solitaire boom.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit landschapselement.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>75% van lengte van het element wordt als hakhout beheerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het hakhout wordt periodiek afgezet in een cyclus van éénmaal per 6-21 jaar;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 25 cm op 1,0 meter boven de hakhoutstoof.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het snoeihout mag niet in het element verwerkt worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen, behalve bij bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling, en meststoffen in het landschapselement gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Het afzetten van het element wordt alleen verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L01.03.01a Elzensingel bedekking 30-50% L01.03.01b Elzensingel bedekking 50%-75% L01.03.01c Elzensingel bedekking &gt; 75% Landschapselement L01.04: Bossingel en bosje Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een bossingel is een vrijliggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een bossingel is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een bosje is een vrijliggend vlakvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een bosje is minimaal 2,0 are en maximaal 1 hectare groot.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het element wordt als bos met hoog opgaande bomen beheerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het element wordt periodiek gedund en overhangende takken kunnen het gehele jaar worden gesnoeid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Randen van het element kunnen als hakhout beheerd worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de ondergroei en/of de stoven niet schaadt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element, en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen, behalve bij bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling, en meststoffen in het element gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Het dunnen van het element wordt alleen verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakket landschap L01.04.01 Bossingel en bosje Landschapselement L01.05: Knip- of scheerheg Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een knip- of scheerheg is een vrijliggend lijnvormig landschapselement, met een aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen en/of struiken, dat wordt geknipt of geschoren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een knip- of scheerheg is minimaal 25 meter lang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een knip- of scheerheg kan periodiek gevlochten worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit landschapselement.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Snoeimateriaal mag blijven liggen voor zover dat het element of de ondergroei niet schaadt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element, en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen, behalve bij bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling, en meststoffen in het element gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het lelement daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L01.05.01a Knip- en scheerheg jaarlijkse cyclus 1. De heg wordt éénnmaal per jaar geknipt of geschoren . Na het knippen/scheren heeft de heg een hoogte van minimaal 0,8 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.05.01b Knip- en scheerheg 2-3 jaarlijkse cyclus 1. De heg bestaat voor meer dan 50% uit meidoorn en wordt om de 2-3 jaar geknipt of geschoren. Na het knippen/scheren heeft de heg een hoogte van minimaal 1,0 meter en een breedte van minimaal 0,8 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L01.06: Struweelhaag Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een struweelhaag is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een struweelhaag is minimaal 25 meter lang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Hagen die minimaal eenmaal per 3 jaar worden gesnoeid horen tot het landschapselement L01.05 Knip- of scheerheg.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Struweelhagen kunnen periodiek gevlochten worden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het snoeien kan gecombineerd worden met het vlechten van de haag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het snoeihout mag niet in het element verwerkt worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element, en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen, behalve bij bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling, en meststoffen in het element gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het afzetten van het element wordt alleen verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Indien snoeiwerkzaamheden machinaal worden uitgevoerd, wordt geen klepelmaaier gebruikt.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L01.06.01a Struweelhaag snoeicyclus 5-7 jaar 1. Het element kan vrij uitgroeien en wordt periodiek in een cyclus van éénmaal per 5 - 7 jaar aan drie zijden gesnoeid. Na het snoeien heeft de haag een hoogte van minimaal 1,0 meter en een breedte van minimaal 0,8 meter.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Afzetten gebeurt op 20 centimeter boven de bestaande poest (stoof of knot).</div>\n<p class=\"lf-p\">L01.06.01b Struweelhaag snoeicyclus &gt; 12 jaar 1. Het element kan vrij uitgroeien en wordt periodiek in een cyclus van éénmaal per 12 - 25 jaar afgezet.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Afzetten gebeurt op 20 centimeter boven de bestaande poest (stoof of knot).</div>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L01.07: Laan Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een laan is een weg of pad, die aan beide zijden met een of meerdere rijen bomen is beplant en is bedoeld en aangelegd als laan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij een laan gaat het meestal om bomen van dezelfde soort en leeftijd en er is sprake van een herkenbaar en regelmatig plantverband.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Onder dit landschapselement vallen ook dijken met een weg, bovenop de kruin van de dijk, die aan beide zijden met bomen is beplant.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een laan is minimaal 50 meter lang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Losse bomenrijen horen niet tot dit landschapselement, maar tot het landschapselement L01.13 Bomenrij en solitaire boom.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De bomen worden periodiek gesnoeid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element. Evenmin mag versnipperd hout verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen, behalve bij bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling, en meststoffen in het element gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt. Ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) in het element mogen middels een stobbenbehandeling bestreden worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De bomen mogen niet beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L01.07.01a Laan stamdiameter L01.07.01b Laan stamdiameter 20-60 cm L01.07.01c Laan stamdiameter &gt; 60 cm De diameter van de stammen wordt op 1,0 meter boven het maaiveld gemeten en element wordt als geheel in een van de diameterklassen ingedeeld op basis van de gemiddelde diameter van de bomen van het element.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L01.08: Knotboom Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een knotboom is een inheemse loofboom, waarvan de stam periodiek op een hoogte van minimaal 1,0 meter boven maaiveld wordt afgezet (geknot).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Knotbomen worden aangetroffen als solitaire boom, in rijen of in kleine groepen. Een kleine groep bestaat uit maximaal 20 bomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Vlakvormige landschapselementen met knotbomen, behoudens kleine groepen, horen niet tot dit landschapselement, maar kunnen mogelijk gerangschikt worden onder het landschapselement L01.11 Hakhoutbosje of L01.12 Griendje, mits voldaan wordt aan de eisen van die landschapselementen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Knotwilgen, -elzen, -essen en -populieren –worden in een cyclus van éénmaal per 3-8 jaar geknot. Knoteiken en -haagbeuken worden geknot in een cyclus van minimaal eenmaal per 15 jaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er mag geen snoeihout verbrandt worden in de directe omgeving van de knotboom.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt. Ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) in het element mogen middels een stobbenbehandeling bestreden worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De boom mag niet beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Knotwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L01.08.01a Knotboom stamdiameter L01.08.01b Knotboom stamdiameter 20-60 cm L01.08.01c Knotboom stamdiameter &gt; 60 cm De diameter van de stammen wordt op 1,0 meter boven het maaiveld gemeten en als het element uit meerdere knotbomen bestaat wordt het element als geheel in een van de diameterklassen ingedeeld op basis van de gemiddelde diameter van de bomen van het element.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L01.09: Hoogstamboomgaard Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een hoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 1,50 meter hoog en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een hoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 10 fruitbomen en heeft een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 150 bomen per hectare.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Maximaal 10% van de fruitbomen bestaat uit walnoten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een hoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De grasvegetatie wordt jaarlijks gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd of de grasvegetatie wordt beweid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in de directe omgeving van de bomen of versnipperd hout verwerkt worden in de boomgaard.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen, behalve bij bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling, en de pleksgewijze bestrijding van Akkerdistel, Ridderzuring en Brandnetel in het element gebruikt worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De hoogstamfruitboom mag niet beschadigd worden door vee. Jonge bomen zijn voorzien van een boomkorf.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Bemesten en bekalken van de boomgaard is toegestaan. Bij bemesten van de boomgaard worden de fruitbomen en wortels niet beschadigd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Snoeiwerkzaamheden kunnen gedurende het gehele jaar worden verricht.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakket landschap L01.09.01 Hoogstamboomgaard Landschapselement L01.10: Struweelrand Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een struweelrand is een aaneengesloten rand met een mozaïek van struweel (bramen en/of andere inheemse bomen of struiken) en een kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden die zich spontaan kan ontwikkelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De rand is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Maximaal 50% van de oppervlakte van de rand wordt ingenomen door inheemse bomen en/of struiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De struweelrand kan langs een bosrand of een ander landschapselement liggen maar ook vrij in het veld, bijvoorbeeld langs een perceelsrand.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Periodiek wordt de begroeiing gemaaid en afgezet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>50% van de oppervlakte van de rand bestaande uit een kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden mag periodiek gemaaid worden met een cyclus van maximaal éénmaal per 5 jaar. Het maaisel wordt afgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de ondergroei en/of de stoven niet schaadt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element, en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen, behalve bij bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling en de pleksgewijze bestrijding van Akkerdistel, Ridderzuring en Brandnetel, en meststoffen in het element gebruikt worden. Als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Maaiwerkzaamheden worden uitgevoerd tussen 15 juli en 15 maart en het afzetten van struweel wordt alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakket landschap L01.10.01 Struweelrand Landschapselement L01.11: Hakhoutbosje Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een hakhoutbosje is een vrijliggend vlakvormig landschapselement, met inheemse bomen en/of struiken dat als hakhout wordt beheerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een hakhoutbosje is minimaal 1,0 are en maximaal 1,0 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Kleine vrijliggende bosjes zonder hakhoutbeheer of met enkel hakhoutbeheer aan de randen horen tot het landschapselement L01.04 Bossingel en Bosje.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Minimaal 80% van de oppervlakte van het bosje wordt als hakhout beheerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het element wordt periodiek afgezet in een cyclus van éénmaal per 6 - 25 jaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 20 cm op 1,0 meter boven de hakhoutstoof.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de ondergroei en/of de stoven niet schaadt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element, en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen, behalve bij bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling, en meststoffen in het element gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Het afzetten van het element wordt alleen verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L01.11.01a Hakhoutbosje met dominantie van langzaamgroeiende boomsoorten (zomereik, wintereik, berk, haagbeuk).</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.11.01b Hakhoutbosje met dominantie van snelgroeiende boomsoorten (zwarte els, gewone es).</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L01.12: Griendje Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een griendje is een vrijliggend vlakvormig landschapselement met inheemse wilgensoorten dat als hakhout wordt beheerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het griendje is minimaal 1,0 are en maximaal 1,0 hectare groot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Grienden die machinaal gemaaid worden behoren niet tot dit landschapselement.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het element bestaat uit inheemse wilgensoorten en wordt geheel als hakhout beheerd en afgezet in een cyclus van tenminste éénmaal per 5 jaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de ondergroei en/of de stoven niet schaadt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element, en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen, behalve bij bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling, en meststoffen in het element gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het afzetten van het element wordt alleen verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakket landschap L01.12.01 Griendje Landschapselement L01.13: Bomenrij en solitaire boom Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een bomenrij of een solitaire boom is een vrijliggend landschapselement van inheemse loofbomen dat niet kan worden gerangschikt onder andere landschapselementen van dit onderdeel van bijlage 6.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bedoeld worden solitaire bomen of bomen in een groep of rij staande op of langs landbouwgrond.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bomen die een onderdeel vormen van een ander landschapselement of deel uitmaken van een bomenrij als bedoeld in dit landschapselement kunnen niet als solitaire boom of verzameling van solitaire bomen aangevraagd worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De bomenrij is minimaal 50 meter lang en bestaat uit minimaal 8 bomen per 100 meter. Het maximaal aantal bomen in een rij wordt bepaald door het aantal bomen dat binnen de lengte van de rij op natuurlijke wijze kan uitgroeien tot volwaardige bomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Een solitaire boom staat qua omvang gelijk aan 16 vierkante meter bomenrij.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Vlakvormige boomweides behoren niet tot dit landschapselement.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Solitaire knotbomen of een rij knotbomen behoren tot het landschapselement L01.08 Knotboom.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit landschapselement.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De bomen worden periodiek gesnoeid. Jonge bomen gemiddeld eenmaal per 5 jaar en oudere bomen gemiddeld eenmaal per 10 jaar. Bij oudere bomen kan het snoeien zich beperken tot het verwijderen van dood hout.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Na het snoeien beslaat de blijvende kroon altijd minimaal tweederde deel beslaat van de totale lengte van de boom.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er mag geen snoeihout verbrand worden in de directe omgeving van het element of versnipperd hout verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt. Ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) in het element mogen middels een stobbenbehandeling bestreden worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De bomen mogen niet beschadigd worden door vee. Jonge bomen in een weiland (boomdijk) zijn voorzien van een boomkorf en solitaire bomen in een weiland zijn uitgerasterd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L01.13.01a Bomenrij stamdiameter L01.13.01b Bomenrij stamdiameter 20-60 cm L01.13.01c Bomenrij stamdiameter &gt; 60 cm L01.13.02a Solitaire boom stamdiameter L01.13.02b Solitaire boom stamdiameter 20-60 cm L01.13.02c Solitaire boom stamdiameter &gt; 60 cm De diameter van de stammen wordt op 1,0 meter boven het maaiveld gemeten en als het element uit meerdere bomen bestaat wordt het element als geheel in een van de diameterklassen ingedeeld op basis van de gemiddelde diameter van de bomen van het element.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselement L01.14: Rietzoom en klein rietperceel Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een rietzoom bevindt zich langs een waterloop en bestaat uit riet-, biezen en/of zeggevegetaties met een dominantie van riet (bedekking riet &gt; 50%).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De rietzoom heeft een breedte van minimaal 2 meter en is minimaal 25 meter lang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een klein rietperceel is een vlakvormig element met een vegetatie die overwegend uit riet bestaat. De maaibare oppervlakte van een klein rietperceel is maximaal 0,5 ha.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Maximaal 20% van de oppervlakte van het element bestaat uit struweel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het element wordt periodiek gemaaid in een cyclus van éénmaal per 2-4 jaar en het maaisel wordt afgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het element gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Maaiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 oktober en 1 maart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L01.14.01a Smalle rietzoom (2- 5 meter) L01.14.01b Brede rietzoom (&gt; 5 meter) en klein rietperceel Landschapselement L01.15: Natuurvriendelijke oever Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een natuurvriendelijke oever is een aaneengesloten oever langs een bestaande waterloop, in de vorm van een plas- of drasberm of flauw talud (flauw talud minimaal 1: 3).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De oever heeft een breedte van minimaal 3 en maximaal 10 meter en is minimaal 25 meter lang.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het element wordt periodiek gemaaid in een cyclus van minimaal éénmaal per 2 jaar en maximaal éénmaal per jaar. Het maaisel wordt afgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het element gebruikt worden en als op het perceel waarop het element is gelegen gewasbeschermingsmiddelen en/of meststoffen worden gebruikt, vindt dat gebruik op een zodanige wijze plaats dat het element daardoor geen schade oploopt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Maaiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 15 juli en 1 maart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakket landschap L01.15.01 Natuurvriendelijke oever Landschapselement L04.01: Wandelpad over boerenland Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een wandelpad over boerenland bestaat in beginsel uit een onverhard pad. Kleine gedeelten verhard pad over particuliere gronden kunnen meegenomen worden als dit noodzakelijk is voor de wandelpadenstructuur.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het wandelpad heeft een breedte van maximaal 3 meter.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De paden zijn duidelijk gemarkeerd en zijn geschikt voor wandelaars met een normale conditie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het wandelpad vormt een onderdeel van een doorgaande en/of openbare wandelstructuur.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het wandelpad wordt zodanig beheerd dat een goede begaanbaarheid gewaarborgd is.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De voorzieningen die een onderdeel vormen van het wandelpad zoals bruggetjes, klaphekjes e.d. worden in goede staat van onderhoud gehouden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het wandelpad is opengesteld van zonsopgang tot zonsondergang en jaarrond toegankelijk.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakket landschap L04.01.01 Wandelpad over boerenland Onderdeel B.2. Landschapselementen en bijbehorende regionale beheerpakketten landschap Landschapselement Beheerpakket landschap L01 Groenblauwe Landschapselementen L01.09. Hoogstamboomgaard L01.09.02 Halfstamboomgaard bij historische boerderijen L01.13. Bomenrij en solitaire boom L01.13.03 Leibomen bij historische boerderijen L03 Aardwerken L03.01 Aardwerk en groeve L03.01.01 Tuunwallen L03.01.02 Schurvelingen en zandwallen op Goeree Beschrijving regionale landschapselementen Landschapselement L01.09.02: Halfstamboomgaard bij historische boerderijen Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Halfstamboomgaarden hebben een minimale stamhoogte die lager is 1,5m.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een halfhoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 0,6 meter hoog en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een halfhoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 10 bomen en heeft een dichtheid van minimaal 75 en maximaal 150 fruitbomen per hectare.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Maximaal 10% van de bomen bestaat uit walnoten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Een halfhoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De halfstamboomgaard behoort bij een historische boerderij of ander gebouw welke vermeld staat op een locale of landelijke monumentenlijst of de boomgaard is vermeld op www.kich.nl of op een provinciale cultuurhistorische waardenkaart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Halfhoogstamfruitbomen worden periodiek gesnoeid en bij beweiding moet beschadiging van de bomen door vee voorkomen worden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakket landschap L01.09.02.ZH Halfhoogstamboomgaard bij historische boerderijen Landschapselement L01.13.03: Leibomen bij historische boerderijen Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Uitsluitend leibomen bij historische boerderijen komen in aanmerking. Dit zijn boerderijen die voorkomen op de Rijks- of gemeentelijke monumentenlijst dan wel terug te vinden zijn op de MIP-lijst (Monumenten Inventarisatie Project) (zie www.kich.nl).</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het beheer is gericht op het behoud van de specifieke vorm van de leibomen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakket landschap L01.13.03.ZH Leibomen bij historische boerderijen Landschapselement L03.01.01: Tuunwallen Instapeisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Tuunwallen zijn lijnvormige perceelscheidingen, van oorsprong altijd opgebouwd uit graszoden. Een tuunwal komt voor vergoeding in aanmerking als het element minimaal 25 meter lang is, minimaal 0,60 breed is en een hoogteverschil van minimaal 0,60m kent.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen voor de basisvergoeding:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Beschermen tegen schade als gevolg van opgroeiend opslag van bomen en struiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Beschermen tegen handelingen die kunnen leiden tot aantasting van het karakter en de structuur van het (de) landschapselement(en). Hierbij hoort ook het verspreiden van mest-, groei-, en stoorstoffen alsmede chemische bestrijdingsmiddelen in het landschapselement.</div>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende beheereisen voor de plusvergoeding:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Periodiek onderhoud (zoals maaien en afzetten).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Maaisel/snoeiafval afvoeren.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakketten landschap L03.01.01a.NH Tuunwallen basis L03.01.01b.NH Tuunwallen plus Landschapselement L03.01.02: Schurvelingen en zandwallen op Goeree Instapeisen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Globaal kunnen drie typen zandwallen worden onderscheiden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zandwallen volledig begroeit met kruiden en grassen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zandwallen met kruiden en grassen en een licht boom of struiklaag;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zandwallen begroeid met een zware boomlaag, braamstruweel of struiklaag;</div>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitend de schurvelingen en zandwallen op de Kop van Goeree vallen onder dit landschapselement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beheereisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Om verruiging te voorkomen worden de delen met grassen en kruiden jaarlijks gefaseerd gemaaid. Het maaisel wordt afgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Maaiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de maanden augustus-december.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bomen en struiken moeten met regelmaat worden opgesnoeid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Schade door betreding door vee moet worden voorkomen met een raster.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Greppels die naast de zandwallen en schurvelingen zijn gelegen moeten regelmatig worden geschoond.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Er mag geen snoeihout worden verbrand in, of in de directe omgeving van het element en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beheerpakket landschap L03.01.02.ZH Schurvelingen en zandwallen op Goeree Bijlage 7 Voorwaarden toeslagen Onderdeel A:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften toeslag schapenbeheer () 1. Gedurende elk kalenderjaar van de periode, bedoeld in artikel 3.2, wordt gebruik gemaakt van één of meerdere door een herder geleide schaapskuddes bij het in stand houden van het op het natuurterrein aanwezige natuurbeheertype.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het gebruik van één of meerdere door een herder geleide schaapskuddes strekt zich gedurende elk kalenderjaar van de in artikel 3.2 bedoelde periode uit over de gehele oppervlakte waarvoor de toeslag door Gedeputeerde Staten wordt verstrekt.</div>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel B:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Op de beheereenheid wordt een agrarisch beheerpakket in stand gehouden dat in bijlage 3, onderdeel B.1, is opgenomen onder de aanduiding A01.01.01, A01.01.02 of A01.01.05.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Op de beheereenheid wordt in een kalenderjaar ten minste 10 en maximaal 20 ton ruige stalmest per hectare uitgereden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De ruige stalmest wordt in één keer in één van de onderstaande periodes uitgereden: a. tussen 1 februari en de begindatum van de rustperiode van het betreffende agrarische beheerpakket, óf b. vanaf de dag volgend op de einddatum van de rustperiode van het betreffende agrarische beheerpakket tot 1 september.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In afwijking van punt 3, onderdeel b, mag gedurende de tijd dat de rustperiode overeenkomstig onderdeel C, subonderdeel 1, van de onderhavige bijlage is verlengd, geen ruige stalmest uitgereden worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Van het uitrijden van de ruige stalmest wordt binnen twee weken na dat uitrijden melding gedaan met gebruikmaking van een daartoe door of vanwege Gedeputeerde Staten vastgesteld formulier. De melding gaat vergezeld van een kaart met een topografische ondergrond waarop de beheereenheid is, dan wel beheereenheden zijn, aangegeven waarop de ruige stalmest is uitgereden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel C:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften aanvullende toeslag collectief agrarisch natuurbeheer () Subonderdeel 1 () 1. Op de beheereenheid wordt in het betreffende beheerjaar een agrarisch beheerpakket in stand gehouden dat in bijlage 3, onderdeel B.1, is opgenomen onder de aanduiding A01.01.01, A01.01.02 of A01.01.06.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De in artikel 4.1.2.4, eerste lid, bedoelde landbouwer blijft, na afloop van de periode waarin in dat beheerjaar aan de aan het betreffende agrarische beheerpakket verbonden beheereisen dient te worden voldaan indien niet om de toeslag zou zijn verzocht, net zolang voldoen aan die beheereisen als de aanwezigheid en bescherming van de op de betreffende beheereenheid aanwezige weidevogels in het betreffende beheerjaar vereisen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Subonderdeel 2(kuikenstroken) 1. Op de beheereenheid wordt in het betreffende beheerjaar een agrarisch beheerpakket in stand gehouden dat in bijlage 3, onderdeel B.1, is opgenomen onder de aanduiding A01.01.01, A01.01.02, A01.01.04 of A01.01.06.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De in artikel 4.1.2.4, eerste lid, bedoelde landbouwer legt op de beheereenheid stroken aan met een breedte van minimaal 6 en maximaal 12 meter, en maait deze stroken in elk geval niet eerder dan twee weken na de rest van de beheereenheid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De in punt 2 bedoelde stroken worden: a. zodanig aangelegd dat de op de betreffende beheereenheid aanwezige weidevogels te allen tijde een vluchtmogelijkheid hebben, indien nodig naar een aangrenzend perceel waar voldoende bescherming gewaarborgd is; b. net zolang in stand gehouden als de aanwezigheid en bescherming van de op de betreffende beheereenheid aanwezige weidevogels in het betreffende beheerjaar vereisen.</div></div>", "next": 0}