{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het van kracht worden van de vergunning of ontheffing moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Inzage vergunning of ontheffing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De houder van een vergunning of ontheffing, verleend op grond van deze verordening, is verplicht deze steeds bij zich te dragen en deze op eerste vordering van degene die belast is met de zorg voor de naleving van één of meer bepalingen van deze verordening, ter inzage af te geven aan deze ambtenaar.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing inzamelende instantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als inzameldienst, belast met het ter uitvoering van de wet, de provinciale milieuverordening en deze afdeling inzamelen van afvalstoffen wordt aangewezen BV Fryslân Miljeu Noord West, gevestigd te Leeuwarden. De inzameldienst is eveneens belast met de uitvoering van de reinigingstaken, die op grond van de Gemeentewet en/of andere wettelijke regelingen kunnen worden aangemerkt als taken van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de taakopdracht als weergegeven in het eerste lid, dient de inzameldienst in ieder geval de volgende taken uit te voeren: - het gescheiden inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en het afvoeren daarvan naar de daarvoor bestemde verwerkingsinrichtingen of opslaginrichtingen; - het inzamelen van bedrijfsafval voor zover hiervoor door de gemeente reinigingsrechten worden geheven; - de inzameling, sortering, opslag en het transport van milieugevaarlijke afvalstoffen, als bedoeld in de Wet milieugevaarlijke stoffen; - het beheren van een opslaginrichting ten behoeve van milieugevaarlijke huishoudelijke afvalstoffen, als hiervoor genoemd; - in ontvangst nemen van asbest en asbesthoudend materiaal, indien dit wordt aangeboden in een daartoe vanwege het inzamelbedrijf of de gemeente ingerichte opslaginrichting en de afvoer van genoemd afval naar een daartoe bestemde verwerkingsinrichting; - het reinigen en schoonhouden van daarvoor ingerichte plaatsen, depots en inrichtingen ten behoeve van de gescheiden centralisatie van verschillende soorten afval (o.a. milieuparkjes), alsmede de inzameling van aldaar gedeponeerde afvalstoffen; - het beschikbaar stellen van een kadaveropslagplaats en de gelegenheid bieden om daar kadavers te deponeren; - vegen en reinigen van wegen en het inzamelen van de daarop aangetroffen afvalstoffen; - bestrijden van onkruid overeenkomstig de aanwijzingen vanwege de raad of het college van burgemeester en wethouders; - vegen en reinigen van terreinen, straten, pleinen en de directe omgeving daarvan waar kermissen, ingesteld vanwege de gemeente, worden gehouden, terstond nadat het betreffende evenement heeft plaatsgevonden en de installaties ten behoeve van dit evenement zijn opgeruimd; - vegen en reinigen van terreinen, straten, pleinen en de directe omgeving daarvan waar, ingesteld vanwege de gemeente, markten plaatsvinden, terstond nadat het betreffende evenement heeft plaatsgevonden en de inrichtingen ten behoeve van dat evenement zijn opgeruimd; - periodiek ledigen van, van gemeentewege geplaatste hondenafval- en papierbakken; - het bestrijden van gladheid van wegen tengevolge van vorst, sneeuw, opdooi, hagel of andere klimatologische omstandigheden; - regelmatig ledigen van straatkolken en rioolputten op aanwijzingen vanwege de raad of het college van burgemeester en wethouders; - drijfvuil vissen in grachten en andere waterwegen op aanwijzingen vanwege de raad of het college van burgemeester en wethouders; - bestrijding van ratten en ander huishoudelijk ongedierte;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>advisering van de gemeente en de inwoners van de gemeente in verband met ongediertebestrijding; - advisering van de gemeente en haar bestuursorganen met betrekking tot de gemeentelijke taak op het gebied van de afvalstoffen; - het signaleren van overtredingen van wettelijke regelingen inzake het deponeren, inzamelen en transporteren van afvalstoffen en daarover rapporteren aan het college van burgemeester en wethouders, c.q. de burgemeester; - bevordering van gescheiden inzameling van afvalstoffen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Afzonderlijke inzameling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door of namens de inzameldienst of de krachtens artikel 4.2.2.1, tweede lid, aangewezen personen of instanties worden de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: a. klein chemisch afval; b. glas; c. oud papier en karton; d. textiel; e. wit- en bruingoed; f. groente-, fruit- en tuinafval; g. asbest;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de in het vorige lid genoemde categorieën wijzigen dan wel aanvullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt het groente-, fruit- en tuinafval niet afzonderlijk ingezameld indien de inzameling plaatsvindt middels een ondergrondse container.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het vierde lid kan op verzoek een inzamelmiddel voor groente-, fruit- en tuinafval worden verstrekt teneinde de afzonderlijke inzameling van groente-, fruit- en tuinafval mogelijk te maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inzamelmiddelen en -voorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzameling kan plaatsvinden via: a. een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel; b. een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen; c. een inzamelvoorziening op wijkniveau; d. een door het college aan te wijzen brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of verstrekte inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt de voorwaarden vast waaronder de inzameldienst, voor of namens het gemeentebestuur de inzamelmiddelen verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Frequentie van het inzamelen bij elk perceel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huishoudelijk restafval, niet zijnde grove huishoudelijke afvalstoffen, wordt tenminste eenmaal per veertien dagen bij elk perceel ingezameld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste eenmaal per veertien dagen afzonderlijk bij elk perceel ingezameld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid wordt het groente-, fruit- en tuinafval niet afzonderlijk ingezameld indien de inzameling plaatsvindt middels een ondergrondse container.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid kan op verzoek een inzamelmiddel voor groente-, fruit- en tuinafval worden verstrekt teneinde de afzonderlijke inzameling voor groente-, fruit- en tuinafval mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de frequentie van de inzameling vaststellen van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden ingezameld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning van het college huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzamelvergunning kan worden geweigerd in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de inzameldienst of krachtens artikel 4.2.2.1, tweede lid, aangewezen personen of instanties.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor personen of instanties die bij of krachtens de wet of algemene maatregel van bestuur voor de desbetreffende categorieën van huishoudelijke afvalstoffen een inzamelplicht hebben gekregen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst, een ander dan de krachtens artikel 4.2.2.1, tweede lid, aangewezen personen of instanties en een ander dan degenen aan wie krachtens artikel 4.2.2.5 een vergunning is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden aan personen en instanties die bij of krachtens de wet of algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is anderen dan de gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst of aan de krachtens artikel 4.2.2.1, tweede lid, aangewezen personen of instanties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan besluiten dat het aan anderen dan gebruikers van percelen verboden is om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 4.2.2.5.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden: klein chemisch afval; glas; oud papier en karton; textiel; wit- en bruingoed; groente-, fruit- en tuinafval; asbest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan een gebruiker dan wel voor een perceel ontheffing verlenen van het in lid 1 gestelde verbod voor het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen anders dan door middel van het voor hem aanvankelijk voor die categorie beschikbaar gestelde inzamelmiddel of de aangewezen inzamelvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aanwijzen aan welke personen of instanties de in het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens het derde lid aangewezen personen of instanties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor percelen gelegen binnen de door het college aan te wijzen gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid, sub a, gestelde verbod geldt niet voor die percelen waarbij gebruik gemaakt wordt van een ondergrondse container.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het zesde lid geldt het verbod wel voor die percelen waarbij gebruik gemaakt wordt van een ondergrondse container, maar waar op verzoek een inzamelmiddel is verstrekt ten behoeve van de afzonderlijke inzameling van groente, fruit- en tuinafval.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor de gebruiker van een perceel voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, een inzamelmiddel al dan niet via gemeentewege is verstrekt, is het voor die gebruiker verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via het daartoe verstrekte inzamelmiddel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel aan te bieden dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, is bestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan regels stellen omtrent de plaatsen en de wijzen waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ter inzameling moeten worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere plaatsen en wijzen ter inzameling aan te bieden dan volgens dit artikel is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan regels stellen met betrekking tot het maximale gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en het maximale aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan regels stellen omtrent het gebruik en het reinigen van de via gemeentewege beschikbaar gestelde inzamelmiddelen. Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt, kan het college eisen stellen aan de te gebruiken inzamelmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan anderen dan de gebruiker van een perceel aan wie krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, een inzamelmiddel is toegewezen, verboden hun afvalstoffen ter inzameling aan te bieden via dit inzamelmiddel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor de gebruiker van een perceel door middel van een aan hem beschikbaar gestelde milieupas voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, mede ten behoeve van zijn perceel een inzamelvoorziening is aangewezen, is het voor de gebruiker verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via de betreffende inzamelvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening voor een aantal percelen aan te bieden, dan de categorie waarvoor deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, is bestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan regels stellen ten aanzien van de wijzen waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen moeten worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen aan te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen dan krachtens dit artikel is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is voor anderen dan de gebruikers van percelen voor wie krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, een inzamelvoorziening is aangewezen, verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden via deze inzamelvoorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod in artikel 4.2.3.4, vijfde lid, en artikel 4.2.3.5, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau conform hetgeen krachtens dit artikel is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden andere categorieën van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te bieden dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, is bestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden via een inzamelvoorziening op wijkniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen via een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling aan te bieden dan krachtens het derde lid is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">brengdepot op lokaal of regionaal niveau Het verbod in artikel 4.2.3.4, vijfde lid, en artikel 4.2.3.5, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau conform hetgeen krachtens dit artikel is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden bij het brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan regels stellen ten aanzien van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen waarvoor het brengdepot op lokaal of regionaal niveau is bestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan categorieën van huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel als bedoeld in artikel 4.2.2.3 ter inzameling moeten worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan regels stellen omtrent het volume en of gewicht en de wijzen waarop krachtens het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de in het eerste lid bedoelde huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan anderen dan de gebruiker van een perceel die de in lid 1 bedoelde categorieën van huishoudelijke afvalstoffen aanbiedt, verboden hun afvalstoffen toe te voegen aan en ter inzameling aan te bieden tegelijk met die van de zojuist bedoelde gebruiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt dagen en tijden vast waarop categorieën van huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid van dit artikel is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of aan de krachtens artikel 4.2.2.1, tweede lid, aangewezen personen of instanties.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Inzameling van andere categorieën van afvalstoffen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Inzameling van andere categorieën afvalstoffen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan andere categorieën van afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen waarvoor geldt dat het verboden is deze afvalstoffen in te zamelen zonder vergunning van het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Inzameling van andere categorieën afvalstoffen door de inzameldienst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan andere categorieën van afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen, die door de inzameldienst of andere personen of instanties als genoemd in artikel 4.2.2.1, tweede lid, worden ingezameld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Ter inzameling aanbieden van andere categorieën afvalstoffen aan de inzameldienst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden andere categorieën van afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan de inzameldienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor die categorieën afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens artikel 4.2.4.2 voor zover daarmee voldaan wordt aan de daarmee ontstane belastingplicht op grond van de Verordening afvalstoffenheffing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en plaatsen waarop de in artikel 4.2.4.2 bedoelde afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens artikel 4.2.4.2 ter inzameling aan te bieden in strijd met hetgeen krachtens dit artikel is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Destructiewet of de Provinciale Milieuverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5 Bepalingen ter bescherming van het milieu</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande afvalstoffen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden afvalstoffen die ter inzameling gereed staan, of op een daartoe beschikbare plaats zijn achtergelaten te doorzoeken en/of te verspreiden, tenzij krachtens artikel 4.2.2.5 een vergunning is verleend. Dit verbod geldt niet voor toezichthouders of de opsporingsambtenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te werpen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Achterlaten van straatafval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden afvalstoffen buiten een daarvoor door het college bestemde plaats op of in de bodem, te plaatsen, te brengen, te houden, te bewaren, over te laden, te laten vallen, te bewerken, te verwerken, te storten, te werpen, uit te gieten of te vernietigen op een wijze waarvan men redelijkerwijs kan vermoeden dat dit aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, de krachtens artikel 4.2.2.1, tweede lid, aangewezen personen of instanties of aan degene die op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 4.2.2.5 bevoegd is tot inzameling, en evenmin voor door het college aangewezen plaatsen voor door hen aangewezen afvalstoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van het milieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval voor zover deze activiteit geen overlast veroorzaakt en/of wordt uitgevoerd op een wijze die schadelijk kan zijn voor of een nadelige invloed kan hebben op de openbare gezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de afvalstoffen op de weg geraken of tijdelijk op de weg worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg en de afvalstoffen terstond worden verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming, de Bestrijdingsmiddelenwet, de Destructiewet of de Provinciale Milieuverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht: een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten; zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp steeds tijdig wordt geledigd; zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijk of ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Zwerfafval bij vervoeren, laden, lossen of overige werkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen: direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Opslagverbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden afvalstoffen in de open lucht op een zodanige plaats op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben dat deze vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar zijn, overlast veroorzaken of schadelijk zijn voor de openbare gezondheid, behoudens een zodanige wijze welke algemeen aanvaardbaar wordt geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de inzamelmiddelen die door de inzameldienst of krachtens artikel 4.2.2.1, tweede lid, aangewezen personen of instanties ter beschikking gestelde inzamelmiddelen en het ter inzameling aanbieden van afvalstoffen, voor zover in overeenstemming met het bij of krachtens deze verordening bepaalde.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid omschreven verbod geldt evenmin voor door het college aangewezen plaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan van het in het eerste lid omschreven verbod ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van het milieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet op de Ruimtelijke Ordening of de Provinciale Milieuverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Het plaatsen van een container ten behoeve van de inzameling van bedrijfsafval in de openbare ruimte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder daartoe verleende vergunning van het college een inzamelmiddel met dan wel ten behoeve van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte te plaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op het moment waarop het inzamelmiddel ter inzameling van de bedrijfsafvalstoffen wordt aangeboden aan een inzameldienst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Natuurlijke behoefte doen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Toestand van sloten en andere wateren en nietopenbare riolen en putten buiten gebouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sloten en andere wateren en nietopenbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Zorgplichtbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Zorgplicht en aansprakelijkheidsstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de feitelijke dader onbekend gebleven is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met de betreffende bepaling in deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in het voorgaande lid geldt niet indien deze persoon aantoont, dat door hem voldoende zorg voor het milieu in acht is genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorg, bedoeld in het tweede lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de eerste drie leden laat onverlet de uit het burgerlijk recht voortvloeiende aansprakelijkheid en de mogelijkheid van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, om uit dien hoofde op te treden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Het bewaren van houtopstanden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: een houtachtig, overblijvend gewas, vitaal of afgestorven, met een stamomtrek van minimaal 60 centimeter of een diameter van 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van het hierboven gestelde, geldt het bepaalde over de stamomtrek niet, indien er sprake is van: · een monumentale boom of bijzondere beschermwaardige houtopstand, als bedoeld in artikel 4.3.3b; · een houtopstand onderdeel uitmaken van de hoofdbomenstructuur; · een houtopstand in het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht, als bedoeld in de artikelen 4.3.5 en 4.3.6; b. monumentale boom: beschermwaardige houtopstand met een leeftijd van minimaal 80 jaar en met een bijzondere schoonheid of zeldzaamheidswaarde of een bijzondere functie voor de omgeving, als dusdanig vermeld op de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde lijst met monumentale bomen; c. waardevolle boom: beschermwaardige houtopstand met een leeftijd van minimaal 40 jaar en met een bijzondere schoonheid of zeldzaamheidswaarde of een bijzondere functie voor de omgeving als dusdanig vermeld op de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde lijst met waardevolle bomen d. houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen; e. hakhout: een of meer bomen, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; f. vellen: rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer dan twintig procent van de kroon van de boom of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen, het verrichten van handelingen, zowel bovengronds als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben; g. knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelabeerde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; h. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; i. boomwaarde: de monetaire waarde van een boom, zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; j. bomenziekte: waaronder de Watermerkziekte bij wilgen, de Iepziekte bij iepen, de Bloedvlokkenziekte bij kastanjes en overige bomenziektes.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Kapverbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een houtopstand te vellen of te doen vellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voorzover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen; b. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; c. fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; d. kweekgoed; e. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; f. houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: - ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; - ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; g. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.3.6 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: a. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; b. het periodiek beknotten of kandelaberen bij daarvoor geschikte boomsoorten, als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelabeerde bomen of leibomen, ter uitvoering van het reguliere onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De burgemeester kan, in afwijking van het eerste lid, toestemming geven tot direct vellen indien er sprake is van acuut gevaar of een vergelijkbaar spoedeisend belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden nest(en) te verstoren gedurende het broedseizoen, dat in beginsel loopt van 15 maart t/m 15 juli. Als een te kappen boom één of meerdere nesten bevat, mag er alleen gekapt worden vóór 15 maart en ná 15 juli, afhankelijk van soort en situatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning moet, onder bijvoeging van een situatieschets, worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het bureau LASER aan het college van burgemeester en wethouders een afschrift heeft toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het college van burgemeester en wethouders dit afschrift mede als een vergunningaanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.3a</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders beoordeelt de aanvraag als bedoeld in artikel 4.3.3 aan de hand van de criteria “waardering”, “overlast” en “overige dringende redenen”. Op basis van een afweging tussen deze criteria neemt het college van burgemeester en wethouders een beslissing op de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan met betrekking tot de in lid 1 genoemde criteria en de te maken afwegingen beleidsregels vaststellen voor waardevolle, monumentale en andere bomen binnen de gemeente Leeuwarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.3b</span><span class=\"lf-art-t\">Monumentale en waardevolle bomen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders stelt een lijst met monumentale en waardevolle bomen vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in lid 1 bedoelde lijst bevat in ieder geval de bomen voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke Bomenstichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in lid 1 bedoelde lijst omvat per boom in ieder geval een herkenbare omschrijving, de standplaats, de kadastrale aanduiding, alsmede de reden van registratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar of zakelijk gerechtigde van een boom als bedoeld in lid 1 dient het college van burgemeester en wethouders in te lichten over: a. het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand; b. dreiging van het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgmeester en wethouders stelt in aanvulling op artikel 4.3.3a, lid 2, nadere regels vast voor de afweging van belangen bij de beoordeling van aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 4.3.3, lid 1, voor het (doen) vellen van monumentale of waardevolle bomen die vermeld staan op de in lid 1 bedoelde lijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het voornemen een vergunning te verlenen voor houtopstanden die staan op de in lid 1 bedoelde lijst is de uniforme voorbereidingsprocedure, ingevolge afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Termijnen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning wordt geacht te zijn geweigerd, wanneer niet binnen de in artikel 1.2 vermelde termijn een beslissing is genomen op de vergunningaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning vervalt indien: a. daarvan niet binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning gebruik is gemaakt; b. in het geval het een vergunning tot het vellen van meer dan één boom betreft, dan is de vergunning voor alle betreffende bomen slechts twaalf maanden geldig, ook als in fasen geveld wordt of een boom of enkele bomen al geveld zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere vergunningsvoorschriften (1)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college van burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze de niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde dat niet tot vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt. Indien gedurende de bezwaartermijn een bezwaarschrift of een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, wordt de vergunning pas van kracht één week nadat op dat bezwaar of die voorlopige voorziening is beslist.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de kapvergunning is verleend ter uitvoering van een bouwplan, een sloopplan of een ruimtelijk plan, waarvoor respectievelijk een bouwvergunning als bedoeld in de Woningwet, een sloopvergunning als bedoeld in de Bouwverordening of een aanlegvergunning als bedoeld in de Woningwet, dan wel een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is vereist, wordt de vergunning verleend onder de standaardvoorwaarde dat niet tot vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag waarop de bouwvergunning, sloopvergunning, aanlegvergunning of vrijstelling onherroepelijk is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om op grond van zwaarwegende belangen en onder de voorwaarde, dat indien een bouwplan, een sloopplan of een ruimtelijk plan geen doorgang vindt, er een herplantplicht ontstaat, af te wijken van het bepaalde in lid 5.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Herplant-/instandhoudingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het college van burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college van burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene aan wie een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Schadevergoeding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing van artikel 4.3.2, artikel 4.3.5 of artikel 4.3.6, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het college van burgemeester en wethouders hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.7a</span><span class=\"lf-art-t\">Afstand tot de erfgrens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De afstand tot de erfgrens als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen of houtopstanden en op nihil voor heesters en heggen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Bestrijding iepziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college van burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; b. de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; c. of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>a. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner van 4 centimeter. b.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van dit verbod.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.8a</span><span class=\"lf-art-t\">Bestrijding van andere boomziektes</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders stelt nadere regels vast omtrent de bestrijding van boomziektes. Hierbij volgt het de landelijke richtlijnen die vanuit het desbetreffende Ministerie hiervoor worden gegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming publieke houtopstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn: - te beschadigen, te bekladden of te beplakken: - daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door daartoe bevoegde deskundige boomverzorgers ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke houtopstand of boom aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is een of meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben, anders dan met inachtneming van de door hem gestelde regels: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats een door hem aangeduid voorwerp of stof: a. op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan wel b. op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hem gestelde regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke Ordening of de Provinciale Verordening Friesland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.1a</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningsplicht handelsreclame</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor onverlichte: a. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; b. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid; c. opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,5 m² en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: - openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; - het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; d. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e. opschriften en aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits: a. van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijke kennisgeving is gedaan aan het collegevan burgemeester en wethouders; b. het college van burgemeester en wethouders niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; c. deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede of derde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. in het belang van de verkeersveiligheid; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale landschapsverordening; b.</div>\n<p class=\"lf-p\">De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a., geldt niet voor bouwwerken; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c., geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Parkeerexcessen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze afdeling wordt verstaan onder: a.weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; b voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van: treinen en trams; fietsen, bromfietsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3 invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen, rolstoelen; parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; dan wel de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend: voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.2a</span><span class=\"lf-art-t\">Te koop aanbieden van voertuigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen wegen of weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing van dit verbod verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Defecte voertuigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Voertuigwrakken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Caravans e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd langer dan op drie achtereenvolgende dagen te parkeren op een weg, hetzij steeds op dezelfde plaats, hetzij met geringe verandering van plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal Wegenreglement Friesland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.5a</span><span class=\"lf-art-t\">Aanhangwagens en opleggers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een aanhangwagen of een oplegger: te parkeren langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen weg, waar dit parkeren naar hun oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; op een door het college van burgemeester en wethouders bij persoonlijke aanschrijving aangewezen plaats te doen of laten staan, waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het in het eerste lid, aanhef en onder a gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5.1.2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Parkeren van reclamevoertuigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan van dit verbod ontheffing verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Parkeren van grote voertuigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verbod is niet van toepassing: op wegen, zoals bedoeld in artikel 5.1.1, onder a; op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de overheid; op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan van het verbod ontheffing verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Overlast van fiets of bromfiets</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan openbare (brom)fietsstallingsgebieden aanwijzen waar het, in het belang van het beheer van de openbare ruimte, verboden is om een (brom)fiets langer dan vier weken onafgebroken te stallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Inzameling van geld of goederen (3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Venten e.d.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving (3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op of aan de weg of op of aan een openbaar water, aan huis dan wel op een andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats, dan wel diensten aan te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder venten wordt niet verstaan: het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.2.4 van deze verordening; het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in het eerste lid op een standplaats bedoeld in artikel 5.2.3 van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Ventverbod (3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid in gevaar komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 22.00 en 08.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Standplaatsen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats: met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden dan wel diensten aan te bieden; anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat daarop zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt, voor een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1, of voor het organiseren van een markt als bedoeld in artikel 5.2.4.; op de plaatsen, vermeld in een door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde lijst van vaste standplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: in het belang van de openbare orde; in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan. a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Friesland;</p>\n<p class=\"lf-p\">De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt niet voorzover het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer;</p>\n<p class=\"lf-p\">De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet voor bouwwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders houdt de beslissing op een aanvraag voor een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het vijfde lid, tot de dag waarop de beslissing over de Wet-milieubeheervergunningaanvraag is genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Snuffelmarkten e.d. (3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester: in of op een - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige goederen worden verhandeld; toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven, dat in of op een - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of plaats met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel standplaats wordt of is ingenomen om goederen aan publiek aan te bieden, te verkopen of te verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend geheel en voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd in het belang van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Openbaar water Gebruik van openbaar water</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze afdeling wordt verstaan onder: vaartuig: naast het vaartuig in de betekenis van artikel 1.1, onder F, een vaartuig zonder waterverplaatsing, een casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de geschiktheid tot varen en drijven heeft verloren, dan wel de overblijfselen ervan; ankeren: het doen of laten liggen van een vaartuig anders dan aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig; rietkraag: de met riet, biezen, lisdodden of soortgelijke planten (helofyten) begroeide oppervlakte; zakelijke vergunning: vergunning die gebonden is aan het vaartuig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwerpen op, in of boven openbaar water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, de Vaarwegenverordening Friesland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Leeuwarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overlast aan vaartuigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Veiligheid op het water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt of zich daarin begeeft, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden in een vaarweg binnen een afstand van 25 meter gemeten vanaf een brug, sluis of ander beweegbaar kunstwerk, benevens dukdalven en bijkomende werken te zwemmen of te surfen anders dan voor passage.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement of het Vaarwegenverordening Friesland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beschadigen van waterstaatswerken (3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement of de Vaarwegenverordening Friesland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Reddingsmiddelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Gevaar, schade of hinder in gemeentelijk water (3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan de eigena(a)r(en) of gebruiker(s) van een vaartuig een verbod opleggen om met een vaartuig de gemeentelijke wateren binnen te varen, erin af te meren dan wel een ligplaats in te nemen of in de gemeentelijke wateren of op een ligplaats te verblijven, indien het van oordeel is dat een zodanige handeling ernstig gevaar, ernstige schade of ernstige hinder voor de gemeentelijke wateren of voor de omgeving met zich meebrengt of met zich mee kan brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigena(a)r(en) of gebruikers, aan wie een in het eerste lid bedoeld verbod is opgelegd, is verplicht daaraan onmiddellijk gevolg te geven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Buiten bebouwde kom</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene bepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing buiten de bebouwde kom van Leeuwarden, als bedoeld in artikel 1:3 van de Bouwverordening, met uitzondering van de woonschepenhavens de Leyte, it Anker en de Boeg en de voormalige ligplaatsen-oever aan het Bisschopsrak.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Ligplaats innemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de rechthebbende op en/of de houder van een vaartuig verboden daarmee ligplaats in te nemen, dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het innemen van een ligplaats met een vaartuig aan een krachtens artikel 5.3.2.7 aangewezen ligoever of bij een geldend bestemmingsplan aangewezen gelegenheid die bestemd is om een vaartuig onder te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan (categorieën van) vaartuigen aanwijzen waarop het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanleggen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee aan te leggen in of aan een rietkraag of aan of op een krachtens artikel 5.3.2.8 als zodanig aangewezen oever.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>a. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee langer dan gedurende ten hoogste drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te leggen. b.</div>\n<p class=\"lf-p\">De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee gedurende drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op die plaats door een met het toezicht op de naleving van deze bepaling belaste ambtenaar wordt aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van drie dagen en op enig tijdstip van de eerste dag na die drie dagen. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee gedurende drie achtereenvolgende dagen op dezelfde plaats te zijn gebleven, indien dat vaartuig binnen een straal van 500 meter – hemelsbreed gemeten en gerekend vanaf de onder a. bedoelde aanlegplaats - wordt aangetroffen. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden met een vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op de onder a. bedoelde plaats opnieuw aan te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid gesteld verbod ontheffing verlenen, voor zover het betreft een krachtens artikel 5.3.2.8 zodanig aangewezen oever.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanlegexces</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in artikel 5.3.2.3, eerste en tweede lid is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee op een plaats aan te leggen, indien het college van burgemeester en wethouders hem schriftelijk heeft meegedeeld, dat zij het, met het oog op de verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen, onaanvaardbaar achten dat genoemde rechthebbende aldaar nog langer aanlegt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Ankeren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren in een rietkraag of op een afstand van minder dan vijf meter vanuit een rietkraag in een krachtens artikel 5.3.2.8 als zodanig aangewezen water of op een afstand van minder dan vijf meter vanuit een krachtens artikel 5.3.2.8 als zodanig aangewezen oever.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen, voorzover het betreft een krachtens artikel 5.3.2.8 aangewezen water of oever.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Varen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of in een rietkraag te varen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te varen in een krachtens artikel 5.3.2.8 als zodanig aangewezen water.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing van ligoevers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd ligoevers aan te wijzen waar het verbod, als genoemd in artikel 5.3.2.2, eerste lid, niet van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanwijzing, als bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat deze slechts gedurende een bepaalde periode van kracht is en/of slechts voor één of meer categorieën vaartuigen geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders wint, alvorens tot ter inzagelegging als bedoeld in het vierde lid over te gaan, het advies in van, zoveel mogelijk, de publiekrechtelijke beheerder(s) van de betrokken oever(s) en het (de) betrokken water(en).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de aanwijzing zelf wordt het tijdstip bepaald waarop zij in werking treedt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing van oever en/of water waar het verboden is aan te leggen, te ankeren of te varen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd oevers en/of wateren aan te wijzen, als bedoeld in de artikelen 5.3.2.3, 5.3.2.5 en 5.3.2.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het gebruik van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid zijn de leden twee tot en met vijf van artikel 5.3.2.7 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Binnen bebouwde kom</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene bepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing binnen de bebouwde kom van Leeuwarden, als bedoeld in artikel 1:3 van de Bouwverordening, alsmede op de daarbuiten gelegen woonschepenhavens de Leyte, it Anker en de Boeg en de voormalige ligplaatsenoever aan het Bisschopsrak.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanleggen en ligplaats innemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden met een vaartuig: a. aan te leggen; b. ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor: a. het tijdelijk innemen van een ligplaats met een beroepsvaartuig als passant aan de daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ligplaatsen; b. het innemen van een ligplaats met een pleziervaartuig in de daartoe bestemde jachthaven en aan daartoe door of vanwege, dan wel met toestemming van de gemeente aangelegde voorzieningen; c. het tijdelijk innemen van een ligplaats op of bij een terrein van een ingevolge de Wet milieubeheer vergunningplichtige inrichting voor het bouwen, onderhouden of repareren van schepen; d. aanleggen of ligplaats innemen aan een niet bij een overheid in eigendom zijnde wal of kade met een vaartuig dat in eigendom is bij de rechthebbende op die wal of kade.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wijst het college van burgemeester en wethouders kaden en wallen aan waar, met of zonder een persoonlijke of zakelijke vergunning van hun college van burgemeester en wethouders voor met name genoemde categorieën vaartuigen: a. aanleggen is toegestaan; b. ligplaats mag worden ingenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders stelt voor de ingevolge het derde lid aangewezen lig- en aanlegplaatsen de afmetingen vast. De geldende lengtemaat wordt gemeten van steven tot steven.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders visualiseert de in het vierde lid bedoelde ligplaatsen, op een openbare ligplaatsenkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een in het derde lid bedoelde vergunning kan slechts worden aangevraagd door de rechthebbende op het betreffende vaartuig.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een in het derde lid bedoelde vergunning kan worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde; b. in het belang van de volksgezondheid; c. in het belang van de milieuhygiëne; d. indien voor de betreffende ligplaats reeds vergunning is verleend; e. het vaartuig, waarvoor vergunning wordt gevraagd, niet voldoet aan de maten, welke voor de betreffende ligplaats of –plaatsen gelden; f. indien het uiterlijk van het vaartuig, waarvoor vergunning wordt gevraagd, afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; g. het vaartuig niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; h. indien het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na de datum van de verlening van de betreffende ligplaats met het vaartuig kan innemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in dit artikel gestelde geldt niet voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement of de Vaarwegenverordening Friesland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de in artikel 1.6 genoemde gronden kan het college van burgemeester en wethouders een ligplaatsvergunning intrekken indien: de werkelijke situatie niet meer in overeenstemming is met de in de vergunning vermelde. op of bij de ligplaats voorzieningen of zaken aanwezig zijn waarvoor geen vergunning is verleend. het woonschip langer dan zes maanden niet bewoond is geweest. het woonschip langer dan 6 maanden niet op de in de vergunning genoemde ligplaats heeft gelegen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzingen ligplaats</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door of namens het college van burgemeester en wethouders kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechthebbende op een vaartuig dient de door of namens het college van burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen, als bedoeld in het eerste lid, direct op te volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer waterstaatswerken of de Vaarwegenverordening Friesland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Wachtlijst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders houden, zonodig, voor de verschillende categorieën vaartuigen een wachtlijst aan en stellen omtrent de uitvoering daarvan nadere regels.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verbod vuur te stoken</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken (3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voorzover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels of dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan van dit verbod ontheffing verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en de fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verstrooien van as</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verboden plaatsen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. begraafplaatsen en crematoriumterreinen; c. speelterreinen/speelweiden 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hinder of overlast</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Straatnaamgeving, huisnummering e.d.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  1.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze afdeling wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare ruimte: alle voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande wegen óf paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle bouw- en kunstwerken die daar deel van uitmaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Complex: een afgebakend samengesteld geheel van onroerende zaken (industriecomplex, ziekenhuiscomplex, complex van vakantiehuisjes etc.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afgebakend terrein: een terrein waarop zich geen bouwwerken bevinden en dat afzonderlijk wordt gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligplaats: een deel van het openbare water dat door burgemeester en wethouders is aangewezen voor het permanent afmeren van een woonschip of een woonark.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of gemeenten kunnen worden aangesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nummer: een nummer dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of cijfercombinatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Object: een bouwwerk, gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats of standplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van technische en administratieve aard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht zodanig beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de beheerder.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Het benoemen van openbare ruimte en het nummeren van bouwwerken, gebouwen, complexen, afgebakende terreinen en ligplaatsen of standplaatsen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verdeling in wijken en buurten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders verdelen de gemeente, al dan niet op basis van bouwblokken, in wijken en buurten en duiden ze aan met nummers, zo nodig aangevuld met letters of namen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen de openbare ruimte en gemeentelijke bouwwerken benoemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toekennen nummer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen aan een object of een te onderscheiden deel daarvan een nummer toekennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een object dat een nummer heeft gekregen, moet het nummer op een doeltreffende wijze zijn aangebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Zichtbaarheid namen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">I.</p>\n<p class=\"lf-p\">De door het college van burgemeester en wethouders aan delen van de openbare ruimte en aan gemeentelijke bouwwerken toegekende namen worden zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is een ieder die daartoe niet bevoegd is, verboden aan delen van de openbare ruimte, aan de daaraan liggende gemeentelijke bouwwerken en aan ligplaatsen of standplaatsen namen of nummers toe te kennen door ze op zichtbare wijze aan te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is eenieder die daartoe niet bevoegd is, verboden aan zijn onroerende zaak nummers toe te kennen door ze op zichtbare wijze aan te brengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Wijziging nummering en straatnamen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan de bestaande nummering en straatnamen wijzigen indien daartoe zwaarwegende redenen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders hoort voorafgaand aan een wijziging als bedoeld in het eerste lid belanghebbenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het wijzigen van een naam of nummer, bedoeld in het eerste lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en het nieuwe nummer gedurende een jaar mogen worden gebruikt op de wijze die bepaald is in de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in artikel 5.7.4.1., eerste lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden wijzigingsverzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan een verzoek tot het wijzigen van een nummer weigeren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de wijziging niet bijdraagt aan de vindbaarheid van het object ten behoeve van de communicatie van mensen en het verlenen van diensten en hulp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aard van het object zich tegen het verzoek verzet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken nummer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen een toegekend nummer intrekken in het geval van sloop of een zodanige wijziging van het object dat het voortbestaan van de nummering niet meer bijdraagt aan de vindbaarheid van de nummers ten behoeve van de communicatie van mensen en het verlenen van diensten en hulp.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen van naam- en nummerborden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting toelaten borden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien burgemeester en wethouders het nodig oordelen dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, borden met straatnamen, huisnummer-verzamelborden en verwijsaanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van burgemeester en wethouders worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat naamborden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanbrengen nummer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij door burgemeester en wethouders anders is besloten, is de rechthebbende van een object verplicht het nummer, zoals bedoeld in artikel 5.7.2.2., eerste lid, aan te brengen op een wijze zoals in artikel 5.7.4.1., eerste lid, is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechthebbende is verplicht het in het eerste lid genoemde nummer binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van burgemeester en wethouders aan te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een object nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier weken na voltooiing aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede en derde lid genoemde termijn verlengen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsvoorschriften</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Uitvoeringsvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders stellen nadere technische uitvoeringsvoorschriften vast voor de wijze van nummeren en voor het aanbrengen van nummerborden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders stellen, met het oog op het interbestuurlijk en maatschappelijk belang van een systematische registratie van door hen uitgegeven namen en nummers, nadere registratieve voorschriften vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Namen en nummers die op grond van eerdere gemeentelijke regels en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na het in werking treden van deze verordening bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het wijzigen van een naam of nummer, bedoeld in het eerste en tweede lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en het nieuwe nummer gedurende een jaar mogen worden gebruikt op de wijze die bepaald is in de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in artikel 5.7.4.1, eerste lid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Straf-, overgangs- en slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezichthouders</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: - havenmeesters; - marktmeesters; - inspecteurs buitenruimte van de sector Beheer Openbare Ruimte belast met de opdracht de havenmeester te vervangen alsmede toezicht te houden op de volgende artikelen; 2.1.5.1, 2.4.2, 4.7.1, 4.7.2, 5.2.3. - milieucontroleurs.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden woningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Van een binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner wordt binnen 48 uur schriftelijk verslag gedaan aan de burgemeester.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Leeuwarden 2003 wordt ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven – indien en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – nog gedurende drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven – indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – nog gedurende drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – op grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste, vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebods of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van toepassing: gedurende acht weken na het in werking treden van deze verordening; ook na de onder a. bepaalde termijn, voorzover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Leeuwarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vastgesteld in de raadsvergadering van 19 februari 2007, nr 10b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekendgemaakt op 28 februari 2007.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(1)</span>: 1e wijziging: vastgesteld raadsvergadering 18 juni 2007, nr. 8, publicatie 4 juli 2007</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(2)</span>: 2e wijziging: vastgesteld raadsvergadering 29 oktober 2007, nr. 4, publicatie 7 november 2007</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(3)</span>: 3e wijziging: vastgesteld raadsvergadering 23 juni 2008, nr. 2, publicatie 16 juli 2008</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(4)</span>: 4e wijziging: vastgesteld raadsvergadering 25 mei 2009, nr. 8, publicatie 3 juni 2009</div></div>", "next": 0}