{"html": "<div class=\"lf-doc\"><div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen direct dienen te worden hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de met het toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen dienen direct te worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>het aanbrengen van een dam met duiker in een overige watergang dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>bij de melding als bedoeld onder 20 dient een ingevuld slootdempingsformulier van de provincie Zuid-Holland te worden gevoegd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">23.</span>wanneer een dam met duiker wordt geplaatst ten behoeve van een ontsluiting naar de openbare weg dient toestemming te worden gevraagd aan de wegbeheerder;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">24.</span>bij de melding als bedoeld onder 20 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat aangegeven, inclusief de afmetingen van de dam met duiker (lengte, diameter en hoogte);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">25.</span>wanneer het water waarin een dam met duiker wordt geplaatst (gedeeltelijk) in eigendom is van (een) belanghebbende(n) anders dan de aanvrager, dient bij de melding als bedoeld onder 14 een schriftelijke toestemming van de betreffende eigena(a)r(en)/belanghebbende(n) te worden gevoegd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">27.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">28.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">29.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Het aanbrengen van een dam met duiker in een oppervlaktewaterlichaam met de functie hoofdwatergang in de Krimpenerwaard Kader Voor het aanbrengen van een dam met duiker in een oppervlaktewaterlichaam met de functie hoofdwatergang in de Krimpenerwaard zijn de volgende keurbepalingen van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen van een dam met duiker in een oppervlaktewaterlichaam met de functie hoofdwatergang betreft voornamelijk de doorstroming en het onderhoud van het betreffende water. Door het aanbrengen van een dam met duiker treedt er een plaatselijke versmalling van het water op, waardoor de doorstroming van het water wordt verminderd en opstuwing kan ontstaan. Verder wordt het varend onderhoud van de watergang belemmerd en zal het aanbrengen van een dam met duiker gepaard gaan met een verlies aan waterberging. Dempingen ten behoeve van dammen met duikers met een oppervlakte kleiner dan 60 m zijn in de Krimpenerwaard voor dit doel vrijgesteld van de compensatieverplichting. In de Krimpenerwaard zijn een aantal oppervlaktewaterlichamen met de functie hoofdwatergang benoemd waarin de aanleg van een dam met duiker is toegestaan. Het gaat dan om een duiker met een diameter van minimaal Ø 3,00 m. Het aanbrengen van een dam met een dergelijke duiker in de benoemde oppervlaktewaterlichamen betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en regelmatig voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanbrengen van een dam met duiker dient te worden voldaan aan het Besluit Bodemkwaliteit. Het hoogheemraadschap kan hierover, indien nodig, informatie verstrekken. Het toepassen van gewolmaniseerd of gecreosoteerd hout nabij oppervlaktewater is niet toegestaan. Dit is vastgelegd in wettelijke regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het aanbrengen van een dam met duiker met een diameter van Ø 3,00 m in oppervlaktewaterlichaam met de functie hoofdwatergang genoemd in Bijlage A is geen vergunning volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en b en artikel 4.1 tweede lid onder a van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de aan te brengen dam met duiker dient ter ontsluiting van een perceel met een maximum van één dam met duiker per perceel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de plaatsing wordt overeenkomstig principetekening 1 uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de minimale diameter van een duiker bedraagt 3,00 meter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de totale duikerlengte bedraagt maximaal 10 meter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>de vrije ruimte boven het waterpeildient 110 centimeter te bedragen, gemeten vanaf schouwpeil;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>de taluds aan de uiteinden van de duiker dienen te worden opgezet onder een helling van ten minste 1:1; de zijkanten van de dam moeten worden voorzien van een deug­delijke grondke­ring, zodanig dat geen grond in het water kan geraken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>de duikereinden moeten tenminste 0,20 meter en maximaal 0,50 meter buiten de taluds van de dam uitsteken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>de duiker moet steeds schoon en open worden gehouden zodat deze over het volle doorstromingsprofiel dienst kan doen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>het waterlichaam in de duiker en tot over een afstand van 5,00 meter ter weerszijden daarvan moet op de in de legger voorge­schreven afme­tingen te onder­houden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>de duiker dient in een rechte lijn en in het hart van het water te worden gelegd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>de dam met duiker mag niet binnen een afstand van 20 meter van een ander kunstwerk (dam met duiker, brug) worden geplaatst;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>de dam met duiker dient op een afstand van ten minste 20 meter van een eventuele stuw te worden geplaatst;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>voor de veiligheid van schaatsers en andere gebruikers van het waterlichaam mogen de uiteinden van de duiker in de hoofdwatergang geen scherpe of uitstekende delen hebben;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>de oppervlakte te dempen water voor de aanleg van de dam met duiker mag niet groter zijn dan 60 m. Bij een groter te dempen oppervlak dient het verlies aan waterberging in zijn geheel te worden gecompenseerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen direct dienen te worden hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de met het toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen dienen direct te worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>het aanbrengen van een dam met duiker met een diameter van Ø 3,00 m in een oppervlaktewaterlichaam met de functie hoofdwatergang dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>bij de melding als bedoeld onder 16 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat aangegeven, inclusief de afmetingen van de dam met duiker (lengte, diameter en hoogte);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>wanneer het water waarin een dam met duiker wordt geplaatst (gedeeltelijk) in eigendom is van (een) belanghebbende(n) anders dan de aanvrager, dient bij de melding als bedoeld onder 14 een schriftelijke toestemming van de betreffende eigena(a)r(en)/belanghebbende(n) te worden gevoegd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle ter zake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het aanbrengen van een brug over oppervlaktewaterlichamen met de functie overige watergang Kader Voor het aanbrengen van een brug over oppervlaktewaterlichamen met de functie overige watergang zijn de volgende keurbepalingen van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Bruggen, mits aangebracht volgens de hieronder beschreven voorschriften, hebben vrijwel geen effect op de waterhuishouding, aangezien een brug de doorstroming van een water niet of nauwelijks beïnvloedt. Daarnaast worden overige watergangen onderhouden door de eigena(a)r(en) van de aangrenzende percelen. Het hoogheemraadschap heeft met betrekking tot het onderhoud dan ook geen direct belang bij het aanbrengen van bruggen over overige watergangen, behalve waar het de zogenaamde wegsloten in de Krimpenerwaard of enkele overige watergangen in Schieland betreft, die wel door het hoogheemraadschap worden onderhouden. Er worden eisen gesteld aan de constructie van een brug om de stabiliteit van de oevers van het betreffende water te waarborgen. Het toepassen van gewolmaniseerd of gecreosoteerd hout nabij oppervlaktewater is niet toegestaan. Dit is vastgelegd in wettelijke regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het aanbrengen van bruggen over overige watergangen en voor zover de betreffende wateren niet in beheer van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard zijn is geen vergunning volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en b en artikel 4.1 tweede lid onder a van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de minimale afstand tussen het schouwpeil en de onderkant van de brug bedraagt 0,35 meter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>brughoofden mogen de stabiliteit van de oevers niet aantasten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de bestaande doorstromingsbreedte van het oppervlaktewaterlichaam moet worden gehandhaafd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>op de oeverlijn onder de brug en twee meter ter weerszijden van de brug moet een deugdelijke grondkering worden aangebracht zodat geen grond in het water kan geraken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>de doorstroming van het water mag door de brug niet worden ver­stoord. Daartoe moet drijvend vuil e.d. regelmatig door de melder worden verwij­derd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>bruggen mogen niet binnen een afstand van 10 meter van een ander kunstwerk (bijvoorbeeld een brug, dam met duiker of stuw) worden aangebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>wanneer bruggen dienen ter ontsluiting naar de openbare weg dient hiervoor toestemming te worden gevraagd aan de wegbeheerder;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>het plaatsen van bruggen over overige watergangen dient te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>bij de melding als bedoeld onder 9 dient een duidelijke situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie en de afmetingen van de brug(gen) duidelijk staan afgebeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Het verwijderen van objecten en kunstwerken uit oppervlaktewaterlichamen en beschermingszones van oppervlaktewaterlichamen Kader Voor het verwijderen van objecten/kunstwerken uit oppervlaktewaterlichamen en de beschermingszone van oppervlaktewaterlichamen zijn de volgende keurbepalingen van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Het verwijderen van een object/kunstwerk uit een oppervlaktewaterlichaam heeft een positief effect op de waterhuishouding, met name omdat daardoor de doorstroming van het water verbetert. Het belang van het hoogheemraadschap bij het verwijderen van een object/kunstwerk is er in gelegen dat het oppervlaktewaterlichaam in goede staat wordt hersteld. De risico's bij het verwijderen van een object/kunstwerk zijn echter zo gering dat kan worden volstaan met een algemene regel. Bij objecten en kunstwerken moet worden gedacht aan dammen, bruggen, landhoofden, vlonders en steigers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verwijderen van peilscheidende of peilregelende kunstwerken is vergunningplichtig en kan niet met een melding worden afgedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het verwijderen van objecten/kunstwerken uit oppervlaktewaterlichamen en beschermingszones van oppervlaktewaterlichamen is geen vergunning volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en b en artikel 4.1 tweede lid onder a van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het object/kunstwerk dient volledig te worden verwijderd uit het water en/of beschermingszone van het water, inclusief bijbehorende werken en eventuele landhoofden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>nadat het object/kunstwerk is verwijderd, dient het plaatselijke profiel van het water te worden hersteld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>eventueel aanwezige kabels en leidingen dienen, in overleg met de kabel- of leidingeigenaar, minimaal 1,00 meter onder het leggerprofiel van het oppervlaktewaterlichaam gebracht te worden (bij het ontbreken van een leggerprofiel dienen de vaste bodem en taluds van het water als uitgangspunt te worden gehanteerd);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>het talud ter plaatse van het verwijderde object/kunstwerk dient te worden ingezaaid met graszaad;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>bij eventuele verzakkingen van het talud tijdens of na de werkzaamheden dient, op aanwijzing van het hoogheemraadschap, een beschoeiing te worden geplaatst;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>het verwijderen van een object/ kunstwerk dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>bij de melding als bedoeld onder 6 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijk de locatie van het te verwijderen object/kunstwerk staat afgebeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<p class=\"lf-p\">9.Het plaatsen van een beschoeiing (Deze algemene regel is niet van toepassing op beschoeiingen in bestemmingsplannen opgenomen natuurgebieden, in zwemwateren, in ecologische verbindingszones(EHS, PES), in de Kaderrichtlijn Wateren waterlichamen, zoals opgenomen in het Waterbeheerplan, in kern- en beschermingszones van waterkeringen en/of in oppervlaktewaterlichamen die in onderhoud zijn bij het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard) Kader Voor het plaatsen van een beschoeiing zijn de volgende keurbepalingen van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Een beschoeiing is een oeververstevigende constructie die in voorkomende gevallen in het talud van een waterlichaam kan worden geplaatst om afkalving en instorten van de oever te voorkomen. De voorwaarden waaraan dient te worden voldaan bij het plaatsen van een beschoeiing hebben tot doel dat er zo min mogelijk waterbergingsverlies optreedt en dat er een zo klein mogelijk effect op de doorstroming van het betreffende water ontstaat. Voorkomen moet worden dat een beschoeiing in het water wordt geplaatst om het gebruiksareaal van een perceel te vergroten, ten koste van het profiel van dat water. Dergelijke constructies vallen niet onder deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat het effect op de waterberging en de doorstroming doorgaans zeer gering is kunnen de waterhuishoudkundige belangen voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Het toepassen van gewolmaniseerd of gecreosoteerd hout nabij oppervlaktewater is niet toegestaan. Dit is vastgelegd in wettelijke regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het plaatsen van een beschoeiing buiten natuurgebieden, ecologische verbindingszones, kern- en beschermingszones van waterkeringen en/of oppervlaktewaterlichamen welke niet in onderhoud zijn bij het hoogheemraadschap is geen vergunning volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en b en artikel 4.1 tweede lid onder a van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorschriften:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het plaatsen van een beschoeiing bij een natuurvriendelijke oever met een taludverhouding van 1:3 of flauwer is niet toegestaan, omdat de stabiliteit van de oever reeds door de flauwe taludverhouding is gewaarborgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de beschoeiing dient in Schieland op maximaal 15 centimeter boven zomerpeil of schouwpeil in het talud van het water te worden geplaatst;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>in de Krimpenerwaard mag de beschoeiing worden doorgetrokken tot aan het maaiveld, indien het hoogteverschil tussen het schouwpeil en het maaiveld 0,60 meter of minder bedraagt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de beschoeiing moet de bestaande oeverlijn volgen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>de beschoeiing mag niet boven het maaiveld uitsteken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>de beschoeiing dient te bestaan uit deugdelijk en niet uitlogend materiaal en aan de achterzijde te worden voorzien van anti-worteldoek;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>de beschoeiing dient op deugdelijke wijze te worden verankerd in het achterliggende perceel, op een zodanige wijze dat geen vervorming kan plaatsvinden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen van de beschoeiing met bijbehorende werken, het talud en/of maaiveld van de beschermingszone achter de beschoeiing direct moeten worden hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de met het toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen dienen direct te worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>het aanbrengen van een beschoeiing in een water dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering schriftelijk te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>bij de melding als bedoeld onder 9 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijk de locatie van de te plaatsen beschoeiing en de daarbij behorende afmetingen staan afgebeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>Het aanbrengen en hebben van steigers en vlonders (Steigers en vlonders in de waterkering- en be schermingszones van waterkeringen, in de Rotte en Ringvaarten of in ecologische verbindingszones(EHS, PES) en de Kaderrichtlijn Wateren waterlichamen, zoals opgenomen in het Waterbeheerplan, blijven vergunningplichtig. Hiervoor geldt de algemene regel niet) Kader Voor het aanbrengen en hebben van steigers en vlonders zijn de volgende keurbepalingen van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Onder een steiger wordt een constructie verstaan welke gedeeltelijk over een water is geplaatst met steunpunten in het water. Een vlonder is een constructie welke gedeeltelijk over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst met een verankering in het achterliggende perceel. Hierbij staan geen steunpunten in het water. Een steiger of vlonder wordt (meestal) voor recreatieve doeleinden gebruikt, bijvoorbeeld om vis- of vaarwater goed te kunnen bereiken en/of voor het verlengen van een tuin. Om de waterkwaliteit en de functie van het water te waarborgen worden eisen gesteld met betrekking tot de maximale afmetingen en uitvoering van een steiger of vlonder. Het één en ander is onder andere afhankelijk van de afmetingen van het betreffende waterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de Rotte en Ringvaarten is separaat uitvoerend beleid van kracht. Steigers in de Rotte en Ringvaarten vallen buiten deze algemene regel. Ligplaatsen voor boten in oppervlaktewaterlichamen anders dan Rotte en Ringvaarten worden niet vergund. De incidentele roeiboot of kano die in de wateren gebruikt wordt kan wel gebruik maken van een vlonder of steiger, maar moet op de kant worden opgeslagen (dus geen vaste ligplaatsen). Als een (in gebruik zijnde of komende) onderhoudsstrook aanwezig is kunnen hierin geen vlonders worden toegestaan. Vlonders worden niet toegestaan boven duikers of andere kunstwerken. Het toepassen van gewolmaniseerd of gecreosoteerd hout nabij oppervlaktewater is niet toegestaan. Dit is vastgelegd in wettelijke regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het aanbrengen van een steiger of vlonder bij particuliere tuinen grenzend aan oppervlaktewaterlichamen buiten de waterkering- en beschermingszones van waterkeringen is geen vergunning volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en b en artikel 4.1 tweede lid onder a van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Steigers:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het water waarin de steiger wordt geplaatst dient een minimale bovenbreedte op de waterlijn te hebben van 10 meter. De extra breedte of overbreedte mag niet noodzakelijk zijn voor de waterafvoer.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de steiger dient aan te sluiten op het perceel dat in eigendom is van initiatiefnemer of bij de woning van de initiatiefnemer behoort;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de steiger mag maximaal 1/8 van de breedte van het oppervlaktewaterlichaam overkluizen met een maximum van 1,00 meter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de minimale afstand van de onderzijde van de steiger ten opzichte van zomerpeil bedraagt minimaal 35 centimeter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>de maximale breedte (over de oeverlijn gemeten) van de steiger is 5,00 meter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>het onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam onder en tot 5,00 meter ter weerszijden van de steiger moet door en op kosten van de houder van de steiger worden gedaan (ook als deze verplichting zich buiten de eigen perceelsgrenzen uitstrekt);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>de constructie moet zodanig worden aangelegd dat de kans op ophoping van drijfvuil minimaal is (geen drijfbalken, palen ver genoeg uit elkaar etc.);</div>\n<p class=\"lf-p\">Vlonders :</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>het oppervlaktewaterlichaam moet ten aanzien van de breedte minimaal voldoen aan de in de legger omschreven onderhoudsverplichting;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>het oppervlaktewaterlichaam moet op de waterlijn 3,00 meter of breder zijn (in smallere oppervlaktewaterlichamen worden geen vlonders boven het water toegestaan);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>de waterlijn ter plaatse van de vlonder moet voorzien zijn of voorzien worden van een deugdelijke oeverconstructie (beschoeiing);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>een vlonder mag maximaal 1/8 van de breedte van het oppervlaktewaterlichaam overkluizen met een maximum van 1,00 meter.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>er mogen geen steunpunten in het oppervlaktewaterlichaam worden geplaatst;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>de vlonder mag nooit verder dan 1,00 meter over de oeverlijn steken en de onderkant van de constructie moet bij deze breedte minimaal 1,00 meter boven het zomerpeil aangebrachtworden. Indien de vlonder minder ver uitsteekt mag hij evenredig veel lager worden aangelegd (bijvoorbeeld 40 cm oversteek, 40 cm hoogte) zodat een vrij profiel van 45° vanuit de waterlijn ontstaat (zie principetekening 2). Ondersteuningsconstructies met geschoorde palen kunnen worden toegestaan mits deze buiten dit profiel blijven 14. de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen direct moeten worden hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen met de met het toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen dienen direct te worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>het aanbrengen van een steiger of vlonder dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>bij de melding als bedoeld onder 15 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie en de afmetingen van de te plaatsen steiger of vlonder duidelijk staan afgebeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard zal zonodig eisen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<p class=\"lf-p\">11.Het plaatsen en hebben van een uitstroomvoorziening voor het lozen van hemelwater in oppervlaktewaterlichamen Kader Voor het maken en hebben van een uitstroomvoorzieningen zijn de volgende keurbepalingen van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Het lozen van hemelwater, vindt doorgaans plaats via een leiding in de kernzone van een oppervlaktewaterlichaam. Een uitstroomvoorziening betreft een vanuit waterhuishoudkundig oogpunt relatief eenvoudig en veel voorkomend werk in wateren. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het spreekt voor zich dat voorafgaand aan het bepalen van de noodzaak van een uitstroomvoorziening (bijvoorbeeld in het rioleringsoverleg tussen gemeenten en het hoogheemraadschap) een toets heeft plaatsgehad over de gevolgen van de lozing voor de waterkwaliteit. De gevolgen van lozingen op KRW-waterlichamen, zoals opgenomen in het Waterbeheerplan, krijgen daarbij speciale aandacht. Daarnaast zijn de lozingen op oppervlaktewater getoetst aan de Beleidsregel Emissiegrenswaarden voor zware metalen van het hoogheemraadschap. Verder is het toepassen van gewolmaniseerd of gecreosoteerd hout nabij oppervlaktewater niet toegestaan. Dit is vastgelegd in wettelijke regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot het onderhoud van het waterlichaam is het daarbij van belang dat de uitstroomvoorziening zodanig wordt aangebracht dat deze het onderhoud niet belemmert of ten gevolge van dit onderhoud kan worden beschadigd. Ook dient uitspoeling van het talud te worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het aanbrengen en hebben van uitstroomvoorzieningen in waterlichamen waarvan het onderhoud aan het hoogheemraadschap zelf is opgedragen is volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en b en artikel 4.1 tweede lid onder a van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de uitmonding van het lozingspunt voor de hemelwaterafvoer wordt in het talud van het waterlichaam aangebracht door middel van een afdoende gefundeerde uitstroomvoorziening (bak) van niet uitlogend materiaal, welke zich verzonken in het talud en buiten het profiel van het waterlichaam bevindt conform principetekening 3 of door middel van een leiding;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de uitstroomvoorziening met bijbehorende werken wordt zodanig aangebracht, dat de eventueel ter plaatse in de legger aangewezen beschermingszone of onderhoudsstrook vrij bereikbaar en vrij van obstakels blijft ten behoeve van het onderhoud van het water;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de uitstroomvoorziening moet voldoende stevig zijn en op voldoende diepte worden aangelegd zodat deze bestand is tegen de druk van materieel dat van de onderhoudsstrook gebruik maakt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de uitstroomvoorziening moet duidelijk worden gemarkeerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>na het aanbrengen van de uitstroomvoorziening moeten de taluds van het waterlichaam weer in de oorspronkelijke staat worden gebracht en moeten zodanige voorzieningen worden getroffen dat geen uitspoeling van de grond plaats kan vinden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>indien de uitstroomvoorziening naar het oordeel van het hoogheemraadschap geen functie meer vervult, dient deze op eerste aanmaning door of namens het college van dijkgraaf en heemraden te worden verwijderd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen direct moeten worden hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de met het toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen dienen direct te worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>het aanbrengen van een uitstroomvoorziening dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>bij de melding als bedoeld onder 8 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijk de locatie van de te plaatsen uitstroomvoorziening staat afgebeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>het toepassen van gewolmaniseerd of gecreosoteerd hout nabij oppervlaktewater is niet toegestaan. Dit is vastgelegd in wettelijke regelingen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard zal zo nodig eisen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle ter zake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Het gebruik van percelen in de beschermingszone van de waterkering in Schieland als tuin en bouwland Kader Voor het gebruik van percelen vlakke grond als tuin of bouwland zijn de volgende keurbepalingen van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Bij werkzaamheden in de waterkering- en beschermingszone van een waterkering is het van groot belang dat het profiel, en dus ook de functie, van de waterkering tijdens en na de werkzaamheden is gewaarborgd. Wanneer werkzaamheden in de ondergrond nabij een waterkering worden uitgevoerd, kan dat een negatief effect hebben op de functie van de waterkering. Afhankelijk van de diepte waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd, zou bijvoorbeeld kwelwerking kunnen optreden en wateroverlast kunnen ontstaan. Dit is voornamelijk van belang bij zogenaamde ‘pipingzones', waar een kleilaag voorkomt dat water, dat onder de waterkering doorloopt, te dicht bij de teen van de waterkering naar boven komt, met als mogelijk gevolg dat er verzakkingen optreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder werkzaamheden die worden uitgevoerd bij het gebruik van percelen als tuin of bouwland kunnen de volgende activiteiten worden gerekend: -het spitten, ploegen, eggen en andere vergelijkbare oppervlakkige grondroeringen en bewerkingen (maximaal 0,30 meter diep); -het zaaien of poten, telen en oogsten van éénjarige gewassen; -bemesten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in deze situaties voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het gebruik van percelen vlakke grond in de beschermingszone van een waterkering in Schieland als tuin of bouwland is geen vergunning volgens artikel 4.1 tweede lid onder a van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>er is ter plaatse geen pipingzone aanwezig met een kleilaag met een dikte van minder dan 1,00 meter. Zo nodig kan het hoogheemraadschap daarover informatie verstrekken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de gewassen en lage beplantingen vormen geen belemmering voor het beheer en onderhoud van de waterkering;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het gebruik van percelen binnen de beschermingszone van een waterkering als tuin of bouwland dient twee weken voorafgaand aan de ingebruikname te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>bij de melding als bedoeld onder 3 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijke de locatie van het betreffende perceel/de betreffende percelen staat afgebeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard zal zonodig eisen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>Het aanbrengen van erfverharding in de beschermingszone van een waterkering in Schieland (De algemene regel geldt niet voor erfverhardingen binnen de beschermingszone van een waterkering, waar een overlap is met de beschermingszone van oppervlaktewaterlichamen).</div>\n<p class=\"lf-p\">Kader Voor het aanbrengen van erfverharding in de beschermingszone van een waterkering in Schieland zijn de volgende keurbepalingen van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Het aanbrengen van verharding komt veel voor op plaatsen waar percelen (gedeeltelijk) binnen de beschermingszone van een waterkering zijn gelegen. De aanleg van erfverharding dient zodanig te worden uitgevoerd dat de stablilteit en de functie van de waterkering worden gewaarborgd. Het aanbrengen van erfverharding betreft vanuit waterstaatkundig oogpunt in veel gevallen echter een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze algemene regel staat los van de eventuele compensatieplicht voor de versnelde afvoer van hemelwater ten gevolge van een uitbreiding van het verhard oppervlak. Zolang de uitbreiding van het verhard oppervlak onder de 500 m blijft, hoeft geen aanvullende waterberging te worden gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het aanbrengen van erfverharding in de beschermingszone van een waterkering in Schieland is geen vergunning van artikel 4.1 tweede lid onder a vereist, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>er is ter plaatse geen pipingzone aanwezig met een kleilaag met een dikte van minder dan 1,00 meter. Zonodig kan het hoogheemraadschap daarover informatie verstrekken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de aan te brengen erfverharding is kleiner dan 500 m;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de constructie van de (half)verharding inclusief fundering reikt niet dieper dan 0,30 meter beneden het oorspronkelijke maaiveld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>het gewicht van de nieuwe constructie is niet minder dan dat van de verwijderde bovenlaag;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>het aanbrengen van een erfverharding dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>bij de melding als bedoeld onder 6 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijk de locatie en de afmetingen van de aan te brengen verharding staat afgebeeld, evenals het gebruikte materiaal;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard zal zonodig eisen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Niet-dijkkruisende kabels en leidingen ten behoeve van huisaansluitingen en maken van las- of aansluitgaten bij percelen binnen de waterkering- en beschermingszone van een waterkering Kader Voor het aanleggen en hebben van kabels en leidingen ten behoeve van huisaansluitingen, het maken van las- of aansluitgaten en het realiseren van korte omleggingen van het hoofdnet zijn de volgende keurbepalingen van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Ten behoeve van aansluitingen van huispercelen op het gas-, water-, elektriciteits-, riool-, of telecommunicatienetwerk, dienen kabels en/of leidingen aangebracht te worden. Hierbij worden tevens regelmatig las- of aansluitgaten gemaakt. In de meeste gevallen hebben dergelijke werkzaamheden een zeer gering effect op de staat van een waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleggen en hebben van huisaansluitingen en het maken van las- of aansluitgaten betreffen vanuit waterstaatkundig oogpunt relatief eenvoudig en veel voorkomend werken. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het aanleggen en hebben van niet-dijkkruisende kabels en leidingen ten behoeve van het aansluiten van huispercelen en het maken van las- of aansluitgaten is geen vergunning volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en b en artikel 4.1 tweede lid onder a en d van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de kabel of leiding wordt aangelegd wanneer fase 1 of hoger van het Calamiteitenbestrijdingsplan niet van kracht is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een kabel of leiding wordt rechtstreeks in een te graven sleuf gelegd, met een maximale afdekking boven de kabel of leiding van 1,00 meter die niet breder en dieper uitgegraven wordt dan strikt noodzakelijk is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>vrijvervalleidingen worden samengesteld uit buizen en hulpstukken van hoogwaardig PVC (klasse 34 of SN8), PE40 SDR6 of PE80 SDR13,6 of gelijkwaardig, waarbij de leidingkoppelingen dienen te zijn voorzien van rubberen afdichtingsringen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>andere leidingen dan vrijvervalleidingen hebben een maximale diameter van 110 millimeter en/of een maximale druk van 3 bar en wordt uit één stuk uitgevoerd in HDPE (PE80/100).;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>de kabel of leiding heeft een maximale tracélengte van 50 m vanaf het aan te sluiten object binnen de waterkeringszones en beschermingszones van de waterkering;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>las,- of aansluitgaten of handholes mogen niet groter zijn dan strikt noodzakelijk met een maximum van 1,00 m bij 2,00 m; Alle uit ontgravingen vrijkomend puin moet worden afgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>de sleuven moeten laagsgewijs in lagen van 20 cm goed worden verdicht, waarbij eventueel ontstane lagen tot het oorspronkelijke maaiveld moeten worden aangevuld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>direct na de voltooiing van de werkzaamheden dient het oppervlak geheel in overeenstemming met de omgeving worden afgewerkt en bekleed en moet direct worden voorzien van de oorspronkelijke steenbekleding/verharding of worden bezood of ingezaaid met een rassenlijstmengsel dat afgestemd is op het type waterkering;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>de aanlegperiode beperkt zich tot maximaal twee dagen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd in de openbare weg dient toestemming te worden gevraagd aan de wegbeheerder;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>de werkzaamheden binnen de primaire waterkering mogen alleen in de periode van 15 april tot 1 oktober worden uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>het aanleggen van een kabel en/of leiding ten behoeve van een huisaansluiting wordt twee weken voorafgaand aan de uitvoering gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>bij de melding als bedoeld onder 11 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijk de locatie van de uit te voeren werkzaamheden, alsook de ligging van de kabels en/of leidingen staan afgebeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard zal zonodig eisen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Het uitvoeren van interne verbouwingen van bestaande panden en het plaatsen van dakkapellen op een pand in de waterkering- en/of beschermingszone van een waterkering Kader Voor het uitvoeren van inwendige verbouwingen van bestaande panden en het plaatsen van dakkapellen op een pand in de waterkering- en/of beschermingszone van een waterkering zijn de volgende keurbepalingen van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard de mogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Bij een interne verbouwing van een pand vindt geen uitbreiding van dat pand plaats. Er is dan ook geen risico dat het profiel van vrije ruimte wordt verkleind. Het risico met betrekking tot het functioneren van de waterkering blijft daarnaast ook op een gelijk niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitvoeren van inpandige verbouwingen van bestaande panden of het plaatsen van dakkapellen op een pand in de waterkering- en/of beschermingszone van een waterkering betreft een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer iemand voornemens is een bestaand pand in de waterkering- en/of beschermingszone van een waterkering uit te breiden of te vervangen door nieuwbouw, dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Aangeraden wordt om hierover vooroverleg te plegen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het hoogheemraadschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het uitvoeren van interne verbouwingen in bestaande panden en het plaatsen van dakkapellen op een pand in de zoneringen van een waterkering is geen vergunning volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en b en artikel 4.1 tweede lid onder a van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>er vindt geen wijziging van een kelder, fundering of vloerpeil plaats, uitgezonderd aanvullingen van kruipruimtes of vervanging van (houten) vloeren door plaatvloeren;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>er vindt geen grondroering plaats;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de stabiliteit van de waterkering wordt niet nadelig beïnvloed;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>het uitvoeren van een interne verbouwing van een bestaand pand in de waterkering- en/of beschermingszone van een waterkering dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>bij de melding als bedoeld onder 4 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijk de locatie van het te verbouwen pand staat afgebeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard zal zo nodig eisen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Het verrichten van klein onderhoud aan openbare wegen in de waterkering- of beschermingszones van waterkeringen Kader Voor het plegen van klein onderhoud aan openbare wegen in de waterkering- of beschermingszones van waterkeringen zijn de volgende keurbepalingen van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel In de waterkering- en beschermingszones van veel waterkeringen zijn wegen aanwezig. Om de functie van de wegen te waarborgen zijn onderhoudswerkzaamheden aan de wegen noodzakelijk. Het is daarbij van belang dat, bij de uitvoering van die werkzaamheden, ook de functie van de betreffende waterkering is gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder klein onderhoud aan een openbare weg kan het vervangen van de toplaag van die weg worden verstaan, voor zover daarbij geen sprake is van een uitbreiding van de verharding. Hieronder wordt ook verstaan het plaatsen en onderhouden van RVV-borden, het onderhouden van overig wegmeubilair en het roven en aanvullen van de berm. Van groot onderhoud is sprake wanneer de werkzaamheden in het profiel van de waterkering plaatsvinden, zoals bij het vervangen van de complete fundering van de weg. Voor dergelijke werkzaamheden dient een vergunning te worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plegen van klein onderhoud aan wegen betreft vanuit waterstaatkundig oogpunt echter een relatief eenvoudig en veel voorkomende werkzaamheid. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het uitvoeren van klein onderhoud aan openbare wegen in de kern- en beschermingszones van waterkeringen geen vergunning volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en b en artikel 4.1 tweede lid onder a van de keur vereist, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>RVV-borden dienen te worden aangebracht op palen, zonder betonnen voet met inachtneming van de richtlijnen ‘Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer';</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>bij het roven van de berm dient het vrijkomende materiaal te worden afgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>bij het uitvullen van de berm dient gebruik te worden gemaakt van puingranulaat of grond;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de werkzaamheden binnen de primaire waterkering mogen alleen in de periode van 15 april tot 1 oktober worden uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>het uitvoeren van de werkzaamheden dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>bij de melding als bedoeld onder 5 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijk de locatie van het uit te voeren werk en de aard van de werkzaamheden staan afgebeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard zal zo nodig eisen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle ter zake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Het plaatsen, hebben en onderhouden van tijdelijke of semi-permanente objecten in de beschermingszone van waterkeringen in Schieland Kader Voor het plaatsen en hebben van tijdelijke of semi-permanente objecten, zoals speeltoestellen, demontabele zwembaden en brievenbussen in de beschermingszone van waterkeringen in Schieland zijn de volgende keurbepalingen van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Onder tijdelijke en semi-permanente objecten worden objecten verstaan die voor onbepaalde tijd in de beschermingszone van een waterkering worden geplaatst, maar die, wanneer nodig, eenvoudig verwijderd kunnen worden. Semi-permanente objecten zijn niet voorzien van een in de grond aangebrachte, gestorte of geslagen of soortgelijke fundatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedacht kan worden aan objecten zoals speeltoestellen, prefab tuinhuisjes, demontabele zwembaden en brievenbussen. Dergelijke objecten hebben (meestal) geen effect op het functioneren van de waterkering, maar dienen wel verwijderd te kunnen worden wanneer dat noodzakelijk blijkt ten behoeve van bijvoorbeeld dijkverzwaringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van tijdelijke en semi-permanente objecten in de beschermingszone van een waterkering betreft vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor het plaatsen, hebben en onderhouden van een tijdelijk of semi-permanent object in de beschermingszone van een waterkering in Schieland is geen vergunning volgens artikel 4.1 tweede lid onder a van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het te plaatsen object (met uitzondering van de stellaag) wordt niet ingegraven; de eventuele stellaag van het tijdelijke of semi-permanente object reikt niet dieper dan 0,30 meter beneden het oorspronkelijke maaiveld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>waar sprake is van een zogenaamde ‘pipingzone' (een zone met een kleilaag die voorkomt dat water te dicht op de teen van de waterkering omhoog komt) dient te allen tijde een kleilaag met een minimale dikte van 1 meter in stand gehouden te worden. Zo nodig kan het hoogheemraadschap hierover informatie verstrekken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het gewicht van de eventuele stellaag is niet minder dan dat van de verwijderde bovenlaag;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>het aanbrengen van het object dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>bij de melding als bedoeld onder 5 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijk de locatie en de afmetingen van het te plaatsen object staan afgebeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt de melding;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>wanneer een object dient te worden verwijderd ten behoeve van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden, zoals dijkverzwaringen, dient dit te gebeuren op eerste aanzeggen van het college van dijkgraaf en heemraden en op kosten van de melder tenzij bijzondere omstandighe­den aanleiding geven tot het overeenkomen van een andere regeling;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard zal zo nodig eisen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle ter zake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Het uitvoeren van grondboringen en sonderingen en het aanbrengen en verwijderen van peilbuizen in de waterkering- of beschermingszones van waterkeringen Kader Voor het uitvoeren van grondboringen, sonderingen en het aanbrengen of verwijderen van peilbuizen in en nabij waterkeringen zijn de volgende keurbepalingen van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard demogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Ten behoeve van grondonderzoek dienen vaak grondboringen en sonderingen te worden uitgevoerd en peilbuizen te worden aangebracht en verwijderd binnen de waterkering- en beschermingszones van waterkeringen. In de meeste gevallen hebben dergelijke werkzaamheden een zeer gering effect op de staat van een waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitvoeren van grondboringen, sonderingen en het aanbrengen en verwijderen van peilbuizen betreft vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Grondboringen en sonderingen mogen niet plaatsvinden in wegen. Peilbuizen mogen niet in het dijklichaam en in wegen worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Voor uitvoeren van grondboringen, sonderingen en het aanbrengen en verwijderen van peilbuizen in de waterkering- en beschermingszone van een waterkering is geen vergunning volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en b en artikel 4.1 tweede lid onder a en c van de keur vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de grondboringen en sonderingen worden uitgevoerd wanneer fase 1 of hoger van het Calamiteitenbestrijdingsplan niet van kracht is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>grondboringen hebben een maximale diameter van Ø 15 cm;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>sonderingen worden niet seismisch uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>grondboringen en sonderingen moeten tenminste 1,00 meter uit de insteek van wateren worden uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>niet meer in gebruik zijnde peilbuizen moeten worden verwijderd uit de zones van waterkeringen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>bij verwijdering van de grondboring en de sondering en peilbuizen dient het boorgat/sondeergat volledig te worden gevuld met zwelklei, ten behoeve van een blijvend waterdichte afdichting;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>de werkzaamheden binnen de primaire waterkering mogen alleen in de periode van 15 april tot 1 oktober worden uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>het uitvoeren van grondboringen, sonderingen en het aanbrengen en verwijderen van peilbuizen wordt twee weken voorafgaand aan de uitvoering gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>bij de melding als bedoeld onder 8 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijk de locatie van de uit te voeren werkzaamheden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard zal zo nodig eisen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle ter zake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor de volgende verboden activiteiten zijn nadere regels opgesteld 19. Nadere regels voor grondwateronttrekkingen Kader Voor het uitvoeren van grondwateronttrekkingen en infiltraties is onder andere de volgende keurbepaling van belang:</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere regels voor grondwateronttrekkingen en infiltraties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur kan nadere regels stellen omtrent de wijze van het aanbrengen van een onttrekkingspunt, het beheren en buiten gebruik stellen alsmede het meten, registreren en het doen van een opgave.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de nadere regels Voor het onttrekken van grondwater is de regelgeving vastgelegd in de Waterwet, het Waterbesluit, de ministeriële regeling bij de Waterwet en de keur van Schieland en de Krimpenerwaard. Ter vervanging van de standaard maatwerkvoorschriften bij elke melding zijn nadere regels opgesteld voor de wijze van het aanbrengen van een onttrekkingspunt, het beheren en buiten gebruik stellen alsmede het meten, registreren en het doen van een opgave.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere regels 1. bij vervanging van een watermeter dient de meterstand, het type en het registratienummer van de oude en de nieuwe watermeter genoteerd te worden en dient dit schriftelijk, per fax of e-mail, binnen één dag na plaatsing van de vervangende watermeter te worden gemeld;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>indien ten gevolge van het onttrekken schade voor de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen dreigt te ontstaan of is ontstaan, dient dit door of vanwege de opdrachtgever van de betreffende onttrekking onmiddellijk schriftelijk, per fax of e-mail te worden gemeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de onttrekkingsputten dienen binnen drie maanden na beëindiging van de inrichting te worden verwijderd en afgedicht. Put(ten) met een diameter van vijf centimeter of meer moet(en) zoveel mogelijk overeenkomstig de oorspronkelijke bodemopbouw worden gedicht met schoon opvulmateriaal.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bovengenoemde algemene en nadere regels zijn in concept vastgesteld door dijkgraaf en hoogheemraden op 24 augustus 2010 en hebben daarna van 14 oktober tot en met 25 november 2010 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovengenoemde algemene en nadere regels zijn vastgesteld door dijkgraaf en hoogheemraden op 4 januari 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekend gemaakt in de h-a-h bladen in week 03 van 2011 en in werking getreden per 27 januari 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regel nr. 20 bij de Keur per 10 oktober 2012 Het gedeeltelijk dempen van de oppervlaktewaterlichamen genaamd de Rotte en de Ringvaart, door het ophogen van de percelen waarop bestaande bebouwing en/of bestaande infrastructuur is gesitueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze algemene regel is alleen van toepassing op percelen waarop bestaande bebouwing (en bijbehorende infrastructuur) is gesitueerd, gelegen op de boezemlanden in de boezemsystemen van de Rotte en de Ringvaart. Met het boezemsysteem wordt het oppervlaktewaterlichaam bedoeld dat ligt ingebed tussen de kernzoneringen van de boezemwaterkeringen (zie legger Waterkeringen HHSK). Een oppervlaktewaterlichaam is volgens de waterwet als volgt gedefinieerd: een samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna. Met boezemlanden worden in deze algemene regel de oevers en drogere oevergebieden in de boezemsystemen van de Rotte en de Ringvaart bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kader Voor het dempen van oppervlaktewaterlichamen met de functie waterstaatswerk (o.a. oppervlaktewaterlichamen functionerend als boezemsystemen) zijn de volgende keurbepalingen van belang:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard de mogelijkheid om algemene regels te geven welke een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Indirect:</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.6.2 van de Keur geeft aan dat de onderhoudsplichtigen tot gewoon onderhoud van oppervlaktewaterlichamen zorg dienen dragen voor het onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer in 2013, op basis van de standaard formats van de Unie van waterschappen, de nieuwe Keur van HHSK en de nieuwe Algemene Regels worden vastgesteld, zal deze voorliggende Algemene Regel vallen onder de Algemene Regel 14; Dempen. Deze regel zal worden toegevoegd aan Artikel 1 Criteria, lid a of als extra lid f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel De boezemsystemen liggen als oppervlaktewaterlichamen zijnde ingebed tussen de boezemwaterkeringen. Het peilbeheer in een boezemsysteem is onnatuurlijk vanwege de functie (bergen èn afvoeren van water voor een groot achterliggend afwateringsgebied) en de afmetingen van het systeem. Het peil in een boezemsysteem fluctueert dus afhankelijk van de geldende beheerstoestand van het watersysteem, het watertransport en weersomstandigheden. Deze fluctuaties variëren van plaats tot plaats, als gevolg van onder meer neerslag, verhang, opwaaiing, golfslag, bemaling en weerstand door plantengroei. Dit betekent dat de verschillende gebruiksfuncties van een boezemsysteem rekening moeten houden met een fluctuerend waterpeil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een van deze gebruiksfuncties is de bestaande bebouwing (en bijbehorende infrastructuur) op de boezemlanden. Naast het fluctuerende peil moet de bebouwing worden afgestemd op de van nature voorkomende bodemdaling van de boezemlanden. Voor zowel de peilfluctuaties als de bodemdaling is het van belang dat er tussen de drempel van de bebouwing/infrastructuur en het oppervlaktewaterpeil voldoende afstand is en dat deze afstand wordt behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het dempen van oppervlaktewaterlichamen (in dit geval het ophogen van bestaande bebouwing/infrastructuur, gelegen op de boezemlanden) rust normaliter een verbod vanuit de Keur. Het dempen van oppervlaktewaterlichamen is niet toegestaan, omdat dat gepaard gaat met een verlies aan waterberging en de afvoer van water kan stremmen. Een demping van een watergang dient dan ook te allen tijde gecompenseerd te worden. Het dempen (ophogen) van de percelen, waarop bestaande bebouwing en/of bestaande infrastructuur (wegen, parkeerplaatsen en toegangspaden) is gesitueerd, gelegen op de boezemlanden van het boezemsysteem van de Rotte en de Ringvaart (boezemlanden gelegen tussen de kernzoneringen van de boezemkades) wordt in uitzondering op dit verbod echter toegestaan, middels deze Algemene Regel behorende bij de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard. Als een perceelseigenaar besluit het perceel op te hogen, waarop bestaande bebouwing en/of bestaande infrastructuur (wegen, parkeerplaatsen en toegangspaden) is gesitueerd, dient hij of zij hiervan wel een formele melding te maken bij de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van HHSK. De melding zal vervolgens worden getoetst aan de voorwaarden van de algemene regels, de Keur en het beleid van HHSK.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij dempingen van wateren dient te worden voldaan aan het Besluit Bodemkwaliteit. Wanneer de demping wordt gemeld door een aannemer en de grond die wordt gebruikt voor de demping van een andere locatie komt dan waar de demping plaatsvindt, dient ook een melding in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit te worden gedaan. Particulieren hoeven in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit geen melding te doen. Het hoogheemraadschap kan hierover, indien nodig, informatie verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe dempingen (in de vorm van nieuwe bebouwing, infrastructuur, ophogingen en inpolderingen) van de oppervlaktewaterlichamen van de Rotte en de Ringvaart worden niet toegestaan volgens de Keur van HHSK, tenzij daarvoor door HHSK een vergunning wordt verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Advieshoogte m.b.t. het ophogen HHSK adviseert een hoogte van het vloerpeil van de bestaande bebouwing aan te houden gelijk aan de ter plaatse geldende dijktafelhoogte (minimale hoogte van de kruin van de waterkering ten opzicht van NAP volgens de legger van de waterkeringen). Als de bestaande drempel van de bebouwing zal worden opgehoogd tot de dijktafelhoogte, is er voldoende ruimte tussen de waterspiegel en het vloerpeil (voldoende drooglegging). Geadviseerd wordt om de overige delen, zoals tuinen en infrastructuur, minder op te hogen. Het ophogen versneld namelijk het proces van bodemdaling door de toegenomen gronddruk, waardoor vaker opgehoogd zal moeten worden. Bovendien kunnen deze andere functies vaak een geringere drooglegging hebben dan de bestaande bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Wanneer er verlies van berging en stremming van de afvoer optreedt ten gevolge van een demping van een oppervlaktewaterlichaam met de functie boezemsysteem van de Rotte of Ringvaart, veroorzaakt door het ophogen van boezemlanden waarop bestaande bebouwing (en bijbehorende infrastructuur) is gesitueerd, is geen vergunning volgens artikel 4.1 eerste lid onder a en artikel 4.1 lid 3 van de keur vereist, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>alleen het dempen (ophogen) van de percelen, waarop bestaande bebouwing en/of bestaande infrastructuur (wegen, parkeerplaatsen en toegangspaden) is gesitueerd, gelegen op de boezemlanden van het boezemsysteem van de Rotte en de Ringvaart (boezemlanden gelegen tussen de kernzoneringen van de boezemkades) komt in aanmerking voor een melding i.p.v. een vergunning. Nieuwe bebouwing, het aanleggen van nieuwe verharding, het aanleggen van nieuwe boezemlanden of het vergroten van de bestaande droogvallende boezemlanden (inpolderen dan wel het laten afkalven van de oevers, waardoor het afvoerend profiel wordt belemmerd) in de boezemsystemen is niet toegestaan volgens de Keur van HHSK;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de algemene regels ontslaan een initiatiefnemer niet van de wettelijke plichten die gelden op grond van het Burgerlijk Wetboek. Deze plichten houden in de eerste plaats in dat de eigenaar van een erf niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder mag toebrengen door wijziging te brengen in de loop, hoeveelheid of hoedanigheid van over zijn erf stromend water of van het grondwater, dan wel door gebruik van water dat zich op zijn erf bevindt en in open gemeenschap staat met het water op eens anders erf. Mocht zich deze situatie voordoen dan hebben de omliggende eigenaren de mogelijkheid om, bij de burgerlijke rechter, te eisen dat dit onrechtmatig handelen meteen wordt beëindigd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het dempen van boezemsystemen, veroorzaakt door het ophogen van bestaande bebouwing/infrastructuur op de boezemlanden, dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering schriftelijk te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan deze algemene regel en bestaand beleid;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>bij de melding als bedoeld onder 3 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop duidelijk de locatie en de afmetingen van de demping staat afgebeeld overeenkomstig voorbeeldtekening 1.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>indien bij een demping meerdere eigenaren betrokken zijn dient bij de melding als bedoeld onder 3 een schriftelijke toestemming van de betreffende eigena(a)r(en) te worden gevoegd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van de melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van waterstaatkundige belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>aan ambtenaren van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle ter zake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.</div>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regel nr. 22 bij de Keur per 16 april 2014 22.Het inrichten van particuliere tuinen op de in de bijlage aangegeven waterkeringen Kader Voor het inrichten en gebruiken van percelen als tuin binnen de (in de legger vastgelegde) zones van een kade, dijk of watergang zijn de volgende keurbepalingen van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.In artikel 4.1. van de Keur zijn verboden opgenomen ten aanzien van het gebruik van waterstaatswerken en beschermingszones.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Artikel 4.11 van de Keur geeft het bestuur van Schieland en de Krimpenerwaard de mogelijkheid om algemene regels op te stellen die een vrijstelling van de vergunningplicht kunnen inhouden.</div>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting van de algemene regel Deze algemene regel is bedoeld voor het inrichten van particuliere tuinen op de in de bijlage vijf aangegeven waterkeringen (zoals dijken en kades). Dit zijn waterkeringen waarbij de risico’s voor het achterland beperkt zijn. Voorbeelden zijn kades langs boezemwateren die slechts water aanvoeren, zoals bij de Vaart van de polder Bleiswijk, kades bij enkele ondiepe polders en waterkeringen die geen direct waterkerende functie hebben, zoals de landscheidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze algemene regel krijgen de bezitters van een tuin vooraf direct duidelijkheid over de mogelijkheden voor het inrichten van een tuin. De meest voorkomende activiteiten en objecten in particuliere tuinen vallen onder de algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor alle, in de bijlage aangegeven, waterkeringen wordt uitgegaan van de geldende leggers. In de leggers zijn de ligging, vorm, afmeting (het profiel) en constructie van de dijken en kades beschreven. Het is daarbij van belang dat tijdens en na werkzaamheden, zoals het inrichten van een tuin, het profiel van de waterkering in stand blijft en de waterveiligheid verzekerd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingscriteria en voorwaarden Deze algemene regel is van toepassing op de volgende activiteiten in particuliere tuinen: ophoging met klei tot maximaal 0,50 meter en niet hoger dan de kruin van de waterkering; grondbewerkingen voor tuinaanleg en –onderhoud; het leggen van kabels ten behoeve van tuinverlichting; het planten van lage struiken en beplanting (lager dan twee meter); het planten van hogere struiken op een afstand van minimaal vijf meter vanaf het water (de waterlijn): het planten van bomen op minimaal tien meter afstand vanaf het water (de waterlijn); het plaatsen van hekwerken en schuttingen; het plaatsen van niet gefundeerde opstallen; bemesten; het aanbrengen van verharding (met uitzondering van vlonders); het plaatsen van tuinmeubilair en bloempotten; het plaatsen van een beschoeiing op de doorgaande waterlijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het inrichten en gebruiken van percelen als tuin in de kern- of beschermingszone van de in de bijlage (zie ook tekening nummer 5) genoemde waterkeringen is geen vergunning volgens artikel 4.1 van de Keur vereist, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: alle aangebrachte werken binnen een strook van vijf meter vanaf de waterlijn zijn zodanig geconstrueerd dat deze in het kader van het verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan de waterkering kunnen worden verwijderd; voor het uitvoeren van periodiek onderhoud aan de waterkering verwijderen de eigenaren/gebruikers de (bouw)werken, objecten en beplantingen in de zone van vijf meter vanaf de waterlijn op eigen kosten binnen drie maanden na de eerste schriftelijke aankondiging van dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard (zone A in tekening 4): de waterkering is vanaf het water zichtbaar en inspecteerbaar; planten en struiken met een maximale hoogte van twee meter zijn overal op de waterkering toegestaan, op voorwaarde dat het profiel van de kering voldoende zichtbaar blijft; struiken hoger dan twee meter zijn toegestaan op een afstand van minimaal vijf meter vanaf de doorgaande waterlijn, zoals op de bij deze algemene regel behorende tekening nummer 4 is aangegeven; bomen zijn toegestaan op een afstand van tenminste van tien meter vanaf de doorgaande waterlijn, zoals op de bij deze algemene regel behorende tekening nummer 4 is aangegeven; de beschoeiing volgt de bestaande waterlijn en is aan de achterzijde voorzien van anti-worteldoek; de beschoeiing is van een deugdelijke constructie zodat vervorming of overhelling wordt voorkomen; de beschoeiing wordt in goede staat onderhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de Keur zijn ook van toepassing op de bepalingen in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht Vergunningen die zijn verleend voor de in deze algemene regel toegestane werkzaamheden, vervallen op het moment van inwerkingtreding van deze algemene regel van rechtswege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting per voorwaarde Hierna volgt per voorwaarde een toelichting:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u iets in de zone van de kade plaatst of bouwt, moet dit gemakkelijk te verwijderen zijn. Gefundeerde schuren en tuinhuisjes zijn volgens de algemene regel niet toegestaan. Deze moeten voldoen aan het bouwbeleid van Schieland en de Krimpenerwaard. Woningen, garages en gefundeerde schuren zijn geen onderdeel van een tuinrichting. Voor dergelijke bebouwing is een watervergunning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u binnen de zone van vijf meter vanaf de waterlijn iets op de kade of dijk plaatst of bouwt, moet u dat op eigen kosten verwijderen zodra het hoogheemraadschap u dit (schriftelijk) vraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De strook van vijf meter vanaf het water moet zichtbaar en inspecteerbaar zijn, zodat de medewerkers van het hoogheemraadschap kunnen zien of de waterkering nog voldoet aan de juiste hoogte, vorm en ligging zoals beschreven in de legger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Planten en struiken tot een hoogte van twee meter zijn overal toegestaan, dus ook in de hierboven genoemde strook.</p>\n<p class=\"lf-p\">Struiken die meer dan twee meter hoog zijn, mogen alleen worden geplant buiten de strook van vijf meter vanaf het water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanplant van nieuwe bomen is volgens deze algemene regel mogelijk, als deze bomen verder dan tien meter vanaf het water worden geplant. Dit om de stabiliteit en veiligheid van de waterkering zo veel mogelijk te borgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bestaande bomen binnen tien meter vanaf het water kan het hoogheemraadschap u een watervergunning verlenen. De voorwaarde is dat de bomen levensvatbaar zijn, geen risico vormen voor de waterkering en niet in de weg staan voor onderhoudswerkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanbrengen van een beschoeiing op de doorgaande waterlijn is volgens deze algemene regel mogelijk. Van belang is dat de beschoeiing zodanig wordt aangebracht dat deze niet kan vervormen of overhellen en in goede staat wordt onderhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hierbij om keringen zoals de kade langs de vaart polder Bleiswijk, Zomerkaden gekanaliseerde Hollandsche IJssel en Landscheidingen zoals aangegeven op bijgevoegde kaart (tekening 5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld door dijkgraaf en hoogheemraden op 11 februari 2014. De ontwerp Algemene regel 22 heeft van 15 november tot en met vrijdag 27 december 2013 ter inzagegelegen. In deze periode zijn enkele zienswijzen over de Algemene regel 22 naar voren gebracht. Bovengenoemde algemene regels zijn op 16 april 2014 in werking getreden na publicatie in het Waterschapsblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregel toetsingskader Visplannen 2012 Kader Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) is als waterkwaliteitsbeheerder verantwoordelijk voor het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. De visstand maakt hier deel van uit en is zowel een indicator als beïnvloeder van de ecologische kwaliteit van wateren. HHSK streeft naar een natuurlijke, gezonde en gevarieerde visstand die zichzelf duurzaam in stand kan houden. Achtergronden van het beleid zijn vastgelegd in de Kadernota vis 2011-2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het visserijbeheer (het wegvangen en uitzetten van vis) dat sport- en beroepsvissers conform de Visserijwet uitvoeren, beïnvloedt de visstand. In de Keur staat dat het verboden is vis uit te zetten of te onttrekken in oppervlaktewaterlichamen, anders dan op basis van een visplan. Visplannen zijn de verantwoordelijkheid van de visrechthebbenden en worden ter goedkeuring ingediend bij het bestuur van HHSK.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keur Op grond van hoofdstuk 2, van de Keur artikel 2.1 eerste tot en met vijfde lid, is het verboden om vis uit te zetten of te onttrekken in oppervlaktewaterlichamen, anders dan op basis van een door het bestuur goedgekeurd visplan. Vanaf 1 januari 2013 zijn visplannen verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling Visplannen zijn visserijtechnische uitwerkingen van het huidige en het voorgenomen visserijbeheer. In visplannen die opgesteld worden door visrechthebbenden (en eventueel houders van schriftelijke toestemmingen) wordt minimaal het uitzetten en onttrekken van vis in een waterhuishoudkundig logisch gekozen deelgebied (bijvoorbeeld bemalingsgebied of polder) omschreven. Afstemming op de doelstellingen en (beheer)maatregelen van het hoogheemraadschap en onderbouwing vormen onderdeel van het visplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingsgebied Deze beleidsregel is van toepassing op alle wateren (oppervlaktewaterlichamen) in het beheergebied van HHSK waar visrechthebbenden het voornemen hebben vis uit te zetten of te onttrekken. De visplannen worden door de visrechthebbenden, bij voorkeur in VBC-verband, voor waterhuishoudkundig logische deelgebieden opgesteld. Wanneer meerdere visrechthebbenden in eenzelfde deelgebied vissen, is bijvoorkeur in VBC-verband, onderlinge afstemming nodig over voorgenomen uitzettingen en onttrekkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Raakvlakken met andere wet- en regelgeving De beleidsregel heeft raakvlakken met andere wetgeving ter bescherming van de waterkwaliteit zoals de Waterwet, Kaderrichtlijn water (KRW), Wet milieubeheer en de Flora- en faunawet. Voor de visstand en de bescherming ervan zijn regelingen terug te vinden in de Visserijwet, de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren, de Flora- en faunawet en het Nationaal Aalbeheerplan. De aalvisserij maakt vooralsnog geen (verplicht) onderdeel uit van visplannen. Bijvangst met aalvistuigen is echter wel een onderdeel van het visplan. Voor de regulering van de aalvisserij zijn de bepalingen in het Nationaal Aalbeheerplan leidend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel van het beleid Het doel van deze beleidsregel is het beschermen van de waterkwaliteit en het ecologisch functioneren van de oppervlaktewaterlichamen door het voorkomen van negatieve effecten van visuitzettingen en onttrekkingen. In dit voorlopig toetsingskader visplannen wordt aan visrechthebbenden bekend gemaakt welke informatie in visplannen minimaal nodig is zodat HHSK kan beoordelen of het plan voldoet en in lijn is met de waterkwaliteitsdoelstellingen. Ook worden toetsingscriteria en enkele aanvullende randvoorwaarden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering van het beleid Hoofdlijnen van toe te passen afweging Mede op grond van de KRW is het waterschap verantwoordelijk voor een goede ecologische waterkwaliteit waarvan een gezonde visstand deel uit maakt. Het visserijbeheer (het wegvangen en uitzetten van vis) dat sport- en beroepsvissers conform de Visserijwet uitvoeren, beïnvloedt de visstand en het ecologisch functioneren van het watersysteem. HHSK streeft naar een natuurlijke, gezonde en gevarieerde visstand die past bij de nagestreefde ecologische waterkwaliteitsdoelen en functies en een visstand die zichzelf duurzaam in stand kan houden (zie Kadernota vis 2011-2015).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoogheemraadschap heeft waterkwaliteitsdoelen voor wateren vastgesteld in het Waterbeheerplan 2010-2015. Er gelden gedifferentieerde doelen. Voor de KRW waterlichamen geldt het Goed Ecologisch Potentieel (GEP) als ecologische doelstelling. Voor de overige wateren zijn STOWA klasse III en gebiedsgerichte doelen vooralsnog het uitgangspunt voor de ecologische kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoogheemraadschap toetst de visplannen volgens criteria zoals in deze beleidsregel zijn opgenomen. Achtergronden hiervan zijn het stand-still beginsel, de zorgplicht conform de Waterwet en het voorkomen van achteruitgang volgens artikel 5.2. lid 4 Wet Milieubeheer en het beleid zoals is opgenomen in het Waterbeheerplan 2010-2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">De visstand wordt beïnvloed door tal van factoren zoals weersinvloeden en fluctueert in de tijd. HHSK ziet de beoordeling van visplannen als maatwerk waarbij rekening wordt gehouden met de plaatselijke omstandigheden in het deelgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan te leveren informatie In een visplan wordt de informatie die voor de visserij belangrijk is, verzameld, geordend en gepre­sen­teerd. Daardoor wordt het doen en laten van de visrechthebbenden onderling transparant, zowel voor de beroep- als de sportvissers als ook voor HHSK. Aan de hand van het visplan wordt zichtbaar gemaakt dat de huidige en beoogde visserij passend is bij de waterkwaliteitsdoelstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te kunnen vaststellen of visplannen in lijn zijn met de doelen van HHSK (zowel voor overige wateren als voor KRW-waterlichamen) bevat het visplan informatie over de huidige en geplande mate van onttrekking en uitzetting door beroeps- en sportvisserij, gekoppeld aan de locaties waar dit gebeurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is inzicht nodig in het huidige en voorgenomen visserijkundig gebruik waarmee de betreffende visserijonttrekking wordt gerealiseerd (hoe wordt de visserij uitgevoerd en met welke en hoeveel vistuigen en op welke locaties?). Deze informatie is noodzakelijk voor de toetsing door HHSK. De aan te leveren informatie is opgenomen onder de voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwijzing naar een aanwezige Algemene regel die ook van toepassing is voor dit thema Voor deze activiteit is geen algemene regel van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsing Toetsingscriteria visplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekking of uitzetting van vis kan worden toegestaan indien deze passend is bij de hoofddoelstelling van het visbeleid: een natuurlijke, gezonde en gevarieerde visstand die past bij de nagestreefde ecologische waterkwaliteitsdoelen en functies en die zichzelf duurzaam in stand kan houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie over het voornemen van visuitzettingen en visonttrekkingen wordt door HHSK getoetst. HHSK toetst voor alle wateren aan de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen achteruitgang: de voorgenomen uitzetting of onttrekking mag niet leiden tot een onacceptabele achteruitgang van de visstand of de ecologische waterkwaliteit ten opzichte van de huidige actuele situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwachte of geplande prognoses voor herstel van het watersysteem mogen niet worden verstoord. De effecten van eerdere maatregelen en herstelprognoses mogen niet ongedaan worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet afwentelen: de visserij mag geen onacceptabel negatief effect hebben op boven- of benedenstrooms/andere peilgebieden gelegen wateren of nadelige gevolgen voor derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt bij de toetsing rekening houden met medegebruik of waardevolle elementen (specifieke functies zoals natuur, ecologische verbindingszones, zwemwater).</p>\n<p class=\"lf-p\">Visserij conform zorgplicht Op handelingen in het watersysteem is de zorgplichtbepaling uit de Keur van toepassing. Deze bepaling geldt daarmee ook voor de visserij. Verder is het vanzelfsprekend dat de geldende wet- en regelgeving wordt nageleefd (o.a. Visserijwet, Flora- en faunawet, Waterwet, Wet milieubeheer en de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren en het Nederlandse Aalbeheerplan).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingediende visplannen moeten volledige gegevens bevatten over de huidige en voorgenomen onttrekking en uitzetting van vis en beoogde effecten hiervan. Visplannen zijn maximaal 3 jaar geldig. Bij wijzigingen in de uitvoering van de visserij moet een aangepast plan worden ingediend. Dit aangepaste plan heeft een geldigheidsduur van maximaal drie jaar, die ingaat vanaf de goedkeuringsdatum van het plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende informatie moet minimaal opgenomen worden in het visplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij visrechten aangeven wie waar vist, op welk visrecht en met welke bijzondere voorwaarden (een visrechtenkaart of tabel op basis van huurovereenkomsten en/of gegevens Kamer voor de Binnenvisserij en visrechtgegevens van eigendommen van HHSK). Ondertekening van het visplan door alle visrechthebbenden (en houders van een schriftelijke toestemming voor gebruik beroepsvistuigen).Visplannen worden bijvoorkeur in VBC verband opgesteld en gezamenlijk ondertekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij huidig visserijgebruik de locatie omschrijven en op een kaart aangeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sport: aantal vissers per jaar (orde grootte) en relatieve verdeling over sportvistypen aangeven, evenals schattingen/tellingen door gebiedskenner/ sportvisserij. Ook het aantal wedstrijden en deelnemers per jaar door sportvisserij (wedstrijdadministratie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Beroep:Indicatie van de aantallen gebruikte vistuigen per soort vistuig per jaar. Beroepsvissers geven dit aan op basis van hun administratiegegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij voorgenomen visserijgebruik: benoemen of er wijzigingen zijn of worden voorzien of verwacht t.o.v. het huidige visserijgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij huidige visuitzetting: uitzettingen van de afgelopen jaren (tot maximaal 5 jaar terug in de tijd): aantal of gewicht per vissoort per jaar + indicatie van de gemiddelde uitzetgroottes, + locatie + herkomst van de uitgezette vissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij voorgenomen visuitzetting: geplande uitzettingen: beoogde hoeveelheid (aantal of gewicht) uit te zetten vis per soort per jaar per lengteklasse +locatie +herkomst van de uit te zetten vissen. In aantallen/ha of kg/ha per vissoort per jaar per lengteklasse.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij huidige visonttrekking:</p>\n<p class=\"lf-p\">Sport: kwalificatie visonttrekking per vissoort per jaar (verwaarloosbaar/ gering/ substantieel) voor het gehele VBC gebied; of als gebied in verschillende deelgebieden uiteen valt, of wanneer onttrekking van gebied tot gebied verschilt: per deelgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schattingen door sportvisserij. Gegevens per waterhuishoudkundig begrensd deelgebied (bijvoorbeeld bemalinggebied of polder). Locaties op een kaart aangegeven. Indeling van de deelgebieden in overleg met HHSK. Afstemming over de toe te passen schattingsmethode bijvoorkeur in VBC verband.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beroep: totaal gewicht per vissoort per jaar per deelgebied, of wanneer onttrekking zeer van gebied tot gebied verschilt: per deelgebied/locatie. Geaggregeerde gegevens op basis van vangstregistraties. Indien vangstgegevens ontbreken dan moeten deze worden geschat (beroepsvissers). Gegevens per waterhuishoudkundig begrensd deelgebied (bijvoorbeeld bemalinggebied of polder). Indeling van de deelgebieden in overleg met HHSK.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij voorgenomen visonttrekking: benoemen of er wijzigingen zijn of worden voorzien of verwacht ten opzichte van de huidige visonttrekking. Bij toename visonttrekking: totaal gewicht per vissoort per jaar per deelgebied of locatie benoemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Effect voorgenomen onttrekking: kwalitatieve beschrijving opnemen van het beoogde effect van de onttrekking op de huidige visstand en populatieopbouw. Bij een toename van de onttrekking moet het beoogde effect van de onttrekkingen (bijvoorkeur in VBC verband) door de visrechthebbenden per waterhuishoudkundig begrensd deelgebied (bijvoorbeeld bemalinggebied of polder) worden beschreven. Het beoogde effect op de visstand en populatieopbouw inschatten aan de hand van een kwalitatieve rekenmethode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Effect voorgenomen uitzetting: kwalitatieve beschrijving geven van het beoogde effect van de uitzetting op de huidige visstand en populatieopbouw en de toekomstige bezetting na uitzetting. Het beoogde effect van uitzetting wordt (bijvoorkeur in VBC verband) door de visrechthebbenden per waterhuishoudkundig begrensd deelgebied beschreven (bijvoorbeeld bemalinggebied of polder). Het beoogde effect op de visstand en populatieopbouw inschatten aan de hand van een kwalitatieve rekenmethode waarbij ook de toekomstige bezetting na uitzetting wordt opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Visrechthebbenden stemmen (bijvoorkeur in VBC- verband) hun visuitzettingen en onttrekkingen af, indien meerdere visrechthebbenden in hetzelfde waterhuishoudkundig begrensd gebied actief zijn. Het totale effect van de voorgenomen visserij wordt per waterhuishoudkundig deelgebied beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Randvoorwaarden uitzettingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzetting van vis mag niet leiden tot een onevenwichtige visstand of populatieopbouw van vissoorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Visuitzettingen mogen geen schade aan waterstaatswerken of de leefomgeving veroorzaken (waterkeringen, oevers, talud, waterbodem).</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen soorten die van nature thuishoren in het betreffende watersysteem (inclusief ingeburgerde soorten) mogen worden uitgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij uitzettingen moet een certificaat/bewijs worden overlegd om aan te tonen dat er alleen gezonde vis (vrij van parasieten en ziekten) wordt uitgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Randvoorwaarden onttrekkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekking van vis mag niet leiden tot een onevenwichtige visstand of populatieopbouw van vissoorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belemmeringen van vrije vismigratie door gebruik van actieve of passieve vangtuigen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik/inzet van vangtuigen (inclusief hengelsportvangtuigen) in boezemwateren en hoofdwatergangen is niet toegestaan binnen een afstand van 300m tot gemalen, sluizen of vispassages.</p></div>", "next": 0}