{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Geen controle koelinstallatie o.g.v. f-gassen verordening één maand € 1.000 per week € 5.000 Geen controle koelinstallatie o.g.v. Verordening ozonlaag afbrekende stoffen één maand € 1.000 per week € 5.000 Ontbreken logboek koelinstallatie f-gassen verordening één maand € 500 per week € 2.500 Ontbreken logboek koelinstallatie verordening ozonlaag afbrekende stoffen één maand € 500 per week € 2.500 Niet-gasgestookte stookinstallatie niet gekeurd twee maanden € 750 per week € 3.750 Gasgestookte stookinstallatie niet gekeurd twee maanden € 750 per week € 3.750 VOS-registratie ontbreekt één maand € 500 per week € 2.500 Overschrijding emissie-eisen één maand € 3.000 per week € 15.000 Onderzoek emissiebeperkingen niet uitgevoerd één maand € 1.750 per week € 8.750 Voorschriften geurhinder niet naleven / geuroverlast veroorzaken; uitmonding / ontgeuringsinstallatie drie maanden € 2.000 per week € 10.000 Overige geurhinder afkomstig van een MBA één maand € 1.500 per week € 7.500 Stofoverlast veroorzaken (o.a. door ontbreken stoffilter) twee maanden € 500 per week € 2.500 Ontbreken filterinstallatie twee maanden € 1.750 per week € 8.750 Ontbreken dampretour stage II of fase II twee maanden € 1.500 per week € 7.500 Geluid Overschrijding geluidsnormen (incidenteel, eenvoudig te voorkomen) direct € 1.000 per overtreding € 5.000 Overschrijding geluidsnormen (structureel, eenvoudig te voorkomen) één week € 1.500 per overtreding € 7.500 Overschrijding geluidsnormen, nadere voorzieningen vereist ter voorkoming overlast twee maanden € 2.000 per maand € 10.000 Niet voldoen aan voorschriften met betrekking tot trilling twee maanden € 1.500 per week € 7.500 Geluidsoverlast, door inrichting in werking buiten vergunde uren één dag € 1.000 per dag € 5.000 Overtreding maatwerkvoorschrift m.b.t. geluid situationeel € 1.000 situationeel € 5.000 Asbest Aanvang sloopwerkzaamheden niet tijdig ingevoerd in LAVS één week € 500 per week € 2.500 Aanvang sloopwerkzaamheden niet ingevoerd in LAVS één week € 500 per week € 2.500 Bewijs afvoer afvalstoffen niet ingevoerd in LAVS één week € 500 per week € 2.500 Bescheiden niet aanwezig op terrein één week € 500 per week € 2.500 Eindbeoordeling niet geregistreerd in LAVS één week € 500 per week € 2.500 Gelegenheid bieden tot zwemmen en baden Het niet uitvoeren van de dagelijkse metingen binnen een half uur voor openstelling van het badwaterbassin Herhaling voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking € 1.250 per dag € 6.250 Het niet ten minste een keer tijdens de tweede helft van de openstelling van het badwaterbassin uitvoeren van de dagelijkse metingen Herhaling voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking</p>\n<p class=\"lf-p\">€ 1.250 per dag € 6.250 Uitkomsten van de metingen en eventueel getroffen maatregelen niet in logboek vastgelegd Herhaling voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking € 500 per overtreding € 2.500 Een overschrijding van de kwaliteitsnorm voor legionella niet gemeld bij GS Herhaling voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking € 5.000 per overtreding € 25.000 Niet maandelijks meten waterkwaliteit door geaccrediteerd laboratorium Herhaling voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking € 1.000 per overtreding € 5.000 Niet eenmaal per drie maanden meten waterkwaliteit door geaccrediteerd laboratorium Herhaling voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking € 1.000 per overtreding € 5.000 Badwaterbassin niet gesloten als uit een meting volgt dat niet wordt voldaan aan de kwaliteitseis parameter klasse I, II of III Herhaling voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking € 1.500 per dag € 7.500 Het risico op significante nadelige gevolgen voor de veiligheid en gezondheid wordt niet beheerst Situatie afhankelijk € 2.000 per overtreding € 10.000 GS niet geïnformeerd over de resultaten van de metingen Herhaling voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking € 500 per overtreding € 2.500 Meetresultaten niet op geschikte wijze geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd Herhaling voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking € 500 per overtreding € 2.500 Risicoanalyse ongevallen ontbreekt één maand €2.000 Per week €10.000 Risicobeheersplan ongevallen ontbreekt één maand €2.000 Per week €10.000 Logboek uitvoering beheersplan ontbreekt één maand €2.000 Per week €10.000 Ruimtelijke inrichting en nieuw- en verbouw Illegale steiger aangebracht één maand € 500 per week € 2.500 Illegale bouw: Bedrijfsgebouwen &lt; € 100.000 één maand € 2.000 per maand € 10.000 Illegale bouw: Bedrijfsgebouwen € 100.000 - 1.000.000 twee maanden € 5.000 per maand € 25.000 Illegale bouw: Bedrijfsgebouwen &gt; € 1000.000 drie maanden € 10.000 per maand € 50.000 Illegale bouw: Woningen &lt; € 100.000 één maand € 1.500 per maand € 7.500 Illegale bouw: Woningen € 100.000 - 1.000.000 twee maanden € 3.000 per maand € 15.000 Illegale bouw: Woningen &gt; € 1.000.000 drie maanden € 6.000 per maand € 30.000 Illegale bouw: bouwwerk of gebouw van proportionele omvang zoals bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerk één maand € 1.250 per maand € 6.250 Reclamebord (in het geval van groot oppervlakte of erg in het oog springend wordt het bedrag verdubbeld) één week € 500 per week € 2.500 Illegale bouw: dakkapel, schutting, overig één maand € 750 per week € 3.750 Bouwwerk voldoet niet aan Besluit bouwwerken leefomgeving; kleine eenmalig ongedaan te maken overtreding</p>\n<p class=\"lf-p\">twee weken € 1.000 per maand € 5.000 Bouwwerk voldoet niet aan Besluit bouwwerken leefomgeving; grotere eenmalig ongedaan te maken overtreding één maand € 2.000 per maand € 10.000 Bouwwerk voldoet niet aan Besluit bouwwerken leefomgeving; zeer grote eenmalig ongedaan te maken overtreding één maand € 5.000 per maand € 25.000 Overbewoning een maand Maatwerk per overtreding Maatwerk Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk (art. 22.17 Omgevingsplan) één week Maatwerk Per week Maatwerk Handelen in strijd met een stillegging bouwen of slopen klein bouwwerk (dakkapel, erfafscheiding, etc.) direct € 5.000 Ineens € 5.000 Handelen in strijd met een stillegging bouwen of slopen middelgroot bouwwerk, zoals een dakterras, klein bijgebouw, overkapping, etc. direct € 10.000 Ineens € 10.000 Handelen in strijd met een stillegging bouwen of slopen groot bouwwerk (bijgebouw, aanbouw aan bestaand gebouw, dakopbouw etc.) direct € 15.000 Ineens € 15.000 Handelen in strijd met een stillegging bouwen of slopen zeer groot bouwwerk (woning, bedrijfsgebouw) direct € 40.000 Ineens € 40.000 Niet voldoen aan voorschriften voor het voorkomen van onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden Direct tot enkele dagen € 2.000 per dag of per halve dag € 10.000 Illegaal gebruik Illegale bewoning (bij)gebouwen twee maanden € 25.000 ineens Overig Illegaal gebruik twee maanden € 25.000 ineens Permanente bewoning recreatiewoningen twee maanden € 25.000 ineens Groene wetgeving Niet voldoen aan herplantplicht (Lijnbeplanting) maatwerk € 10.000 per strekkende km Ineens Niet voldoen aan herplantplicht (oppervlakte) maatwerk € 11.500 per hectare Ineens Handelen zonder een omgevingsvergunning voor flora- en fauna en/of natura2000-activiteiten drie maanden € 10.000 ineens Handelen in strijd met een voorschrift uit omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteit één week € 1.500 per week € 7.500 Handelen in strijd met een voorschrift uit omgevingsvergunning voor natura2000-activiteit één week € 1.500 per week € 7.500 Medewerking toezichthouder Geen medewerking verlenen aan toezichthouder (5:20 Awb) Situationeel € 2.500 per week € 12.500 Brandveiligheid Handelen zonder gebruiksmelding voor brandveilig gebruik of in afwijking van opgelegde nadere voorwaarden één maand € 10.000 per week € 50.000 Een vluchtroute is niet aanwezig één maand € 10.000 per week € 50.000 Een vluchtroute voldoet niet (bijvoorbeeld vluchtdeur geblokkeerd, vluchtrouteaanduiding ontbreekt etc.) maatwerk maatwerk per dag € 5.000 Een (gecombineerde) brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie ontbreekt of werkt niet</p>\n<p class=\"lf-p\">één maand € 15.000 per week € 75.000 Een (gecombineerde) brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie is niet gecertificeerd één maand € 5.000 per week € 25.000 Een (gecombineerde) brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie wordt niet goed onderhouden, beheerd, en gecontroleerd één maand € 2.500 per week € 12.500 Een rookmelder ontbreekt of voldoet niet één week € 250 per dag € 1.250 Een ontruimingsplan voor een ontruimingsinstallatie ontbreekt of voldoet niet één maand € 2.500 per week € 12.500 Een gecombineerde brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie geeft steeds onterechte doormeldingen aan hulpdiensten en het RAC één maand € 2.500 per overtreding € 12.500 Een blustoestel ontbreekt of werkt niet of is niet juist aangeduid één week € 250 per dag € 1.250 Een blustoestel wordt niet goed onderhouden beheerd of gecontroleerd twee weken € 250 per dag € 1.250 Een bluswatervoorziening ontbreekt of werkt niet maatwerk € 10.000 per week € 50.000 De verbindingsweg/ toegangsweg tot de ingang van een bouwwerk is niet of niet voldoende bereikbaar voor hulpdiensten maatwerk € 10.000 per maand € 50.000 Een brandslanghaspel ontbreekt of werkt niet één maand € 250 per dag € 1.250 Een droge blusleiding ontbreekt of werkt niet één maand € 10.000 per week € 50.000 Restrisico Het op enige manier doen of nalaten van handelingen waardoor brandgevaar wordt veroorzaakt of bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt Inclusief specifieke zorgplicht brandveiligheid (6.4 Bbl) situationeel € 1.000 situationeel € 5.000 Monumenten Beschadigen of vernielen van een rijksmonument (algemeen verbod), Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning, waaronder: onderhoud waarbij het uiterlijk of materiaal wijzigt, bouwen, wijzigen in het interieur van onderdelen anders dan recente inrichtingselementen, aanbouwen, verbouwen, wijzigen constructie, gewijzigd gebruik, sloop. drie maanden maatwerk per maand maatwerk verwaarlozen/handelen in strijd met de instandhoudingsplicht of handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning drie maanden maatwerk per maand maatwerk Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning, bodemverstoring veroorzaken. Handelen in strijd met een omgevingsvergunning. drie maanden maatwerk per maand maatwerk Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning en/of waarbij de cultuurhistorische waarde van het beschermde gezicht wordt aangetast. Of handelen in strijd met een omgevingsvergunning. drie maanden maatwerk per maand maatwerk Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning, bodemverstoring veroorzaken. Of handelen in strijd met de voorschriften uit een omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">drie maanden maatwerk per maand maatwerk Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning, waaronder: onderhoud waarbij het uiterlijk of materiaal wijzigt, bouwen, wijzigen in het interieur van onderdelen anders dan recente inrichtingselementen, aanbouwen, verbouwen, wijzigen constructie, gewijzigd gebruik, sloop. Of handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning drie maanden maatwerk per maand maatwerk Werkzaamheden uitvoeren die in strijd zijn met de regels voor het uiterlijk van bouwwerken. drie maanden maatwerk per maand maatwerk Werkzaamheden uitvoeren waarbij de cultuurhistorische waarde van het landschap wordt aangetast. Of handelen in strijd met een omgevingsvergunning. drie maanden maatwerk per maand maatwerk overtredingen van beperkte omvang, zoals winkeluitstallingen in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening. één week € 500 per dag € 2.500 Overtredingen van aanzienlijke omvang, zoals veroorzaken overlast door geluid/ stank/ stof voorschriften evenementenvergunning niet naleven/ overtreding winkeltijdenwet één week € 2.000 per dag € 10.000 Illegaal terras of terras buiten terrasgrenzen enkele dagen € 200 per dag € 1.000 Illegale standplaats enkele dagen € 500 per dag € 2.500 Illegale uitstalling bij winkel enkele dagen € 200 per dag € 1.000 2 Rekenmethodiek dwangsomhoogte financieel krachtige bedrijven Totale dwangsomhoogte = (a+b) *0,5*factor LHSO jaaromzet x 0,2 totaaltelling activa x 0,5 x wettelijke rente Legenda:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaaromzet; De omzet van is het totale bedrag aan inkomsten uit de verkoop van producten en diensten in één boekjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Totaaltelling activa; totaal van vaste en vlottende activa over één boekjaar Wettelijke rente; rente voor handelstransacties voor alle overeenkomsten met bedrijven en overheidsorganisaties (11,15% peildatum 1/1/2025).</p>\n<p class=\"lf-p\">Factor LHSO; gradatie afhankelijk van de gevolgen van de overtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel: 4 factor LHSO LHSO-typering Factor LHSO Beperkt 0,25 Van belang 0,5 Aanzienlijk 1 Toelichting op de berekening 20% van de jaaromzet is een winstpercentage waar bedrijven veelal naar streven. Goede geleide bedrijven bezitten veelal de helft van de activa als vreemd vermogen. Dit vermenigvuldigt met de wettelijke rente (11,15%, peildatum 1/1/2025) geeft inzicht in de liquiditeit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemiddelde van de eerder vastgestelde bedragen geeft een goed inzicht in de financiële draagkracht voor investeringen van een bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de gevolgen van overtredingen, volgens de LHSO getypeerd in de gradatie van vrijwel nihil, beperkt, van belang of aanzienlijk vindt demping plaats van de dwangsomhoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeldberekening:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bedrijf heeft een omzet van €7.500.000. Dan is a €7.500.000 * 0,20 = €1.500.000. De Totale activa bedraagt €15.000.000 en de wettelijke rente bedraagt 11,15%. b is dan €15.000.000 * 0,5 * 0,1115 = €836.250. Het gemiddelde bedraagt €1.500.000 + €836.250 * 0,5 = €1.168.125. De overtreding die begaan is, is van belang, wat een LHSO factor geeft van 0,5. De totale mogelijke dwangsomhoogte die een prikkel geeft om tot naleving over te gaan komt dan uit op €584.063 (€1.168.125 * 0,5). Dit bedrag geldt als richtwaarde en wordt dan verdeeld over het aantal verbeuringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Probleem- en risicoanalyse 2025 Toelichting Deze bijlage bevat een overzicht van gezamenlijke prioriteiten binnen het vakgebied vergunningverlening en handhaving. De analyse van knelpunten en de vaststelling van prioriteiten zijn tot stand gekomen door middel van expertmeetings.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens deze bijeenkomsten, die zijn georganiseerd op basis van de indeling van de fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet, hebben experts verschillende problemen benoemd. Deze problemen zijn vervolgens beoordeeld op hun ernst en hun impact op de maatschappelijke doelen uit de U&amp;H-strategie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de expertmeetings hebben de volgende organisaties deelgenomen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheidsregio Zeeland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Provincie Zeeland;</p>\n<p class=\"lf-p\">RUD Zeeland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Staatsbosbeheer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijkswaterstaat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterschap Scheldestromen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente: Sluis, Terneuzen, Veere, Reimerswaal, Hulst, Vlissingen, Tholen, Borsele en Middelburg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5: overzicht van gezamenlijke prioriteiten binnen het vakgebied vergunningverlening Nr.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoering (vakgebied vergunningverlening) Score op thema Organisatie 1 Sectorale werkwijze Probleem: De Omgevingswet (Ow) gaat uit van een integrale aanpak, terwijl instanties in Zeeland vaak nog sectoraal en minder ketenmatig werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Bij de besluitvorming worden niet alle aspecten van de fysieke leefomgeving voldoende beoordeeld, wat kan leiden tot strijdige besluiten. Bovendien zijn medewerkers sinds de invoering van de Ow meestal sectoraal opgeleid binnen hun eigen vakgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Stikstof Gezondheid Integraal Organisatorisch Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 2 Onvoldoende data Probleem: Het vastleggen van data voor het bepalen van problemen en prioriteiten blijkt een knelpunt in de analyse. Voor een effectieve bedrijfsvoering en toekomstige analyses is een kwaliteitsslag nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Prioriteiten stellen op basis van analyse is lastig. Als alternatief kan een expertmeeting worden ingezet. Dit probleem hangt samen met punt 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organisatorisch Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 3 Te weinig kennis omgevingsrecht Probleem: Vanaf 2024 hebben veel medewerkers onvoldoende kennis van het brede omgevingsrecht. Dit geldt niet alleen voor hun eigen taken, maar ook voor inzicht in de taken en uitdagingen van andere overheden (zie KC 3.0). Daarnaast is de robuustheid van de U&amp;H-afdelingen een knelpunt. Dit vereist een scherpere prioritering, gericht op het voorkomen en aanpakken van problemen in de fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Er wordt onvoldoende integraal gedacht bij de eerste stappen in processen. Daarnaast is er te weinig aandacht voor locatiegericht werken en maatwerkoplossingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organisatorisch Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 4 Meldingen en informatieplichten Probleem: Binnen het stelsel van de Omgevingswet (Ow) zijn veel vergunningplichten verdwenen. Voor veel activiteiten geldt nu een meldings- of informatieplicht. Echter, deze meldingen komen te weinig binnen of zijn vaak van onvoldoende kwaliteit. Dit kan komen door een gebrek aan kennis bij de doelgroep of problemen met het invullen van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Er ontstaat een risico op illegale activiteiten. Doordat niet duidelijk is welke activiteiten waar worden uitgevoerd, wordt gericht toezicht lastig. Daarnaast is het moeilijk te beoordelen of maatwerk nodig is op basis van de melding. Dit probleem hangt samen met punt 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Stikstof Gezondheid Integraal Organisatorisch Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 5 Maatwerk naar locaties Probleem: De Omgevingswet (Ow) vereist dat voorschriften worden afgestemd op de specifieke locatie. Bij vergunningen is dit standaard, maar bij algemene regels speelt dit vooral bij meldingen, informatieplichten of handhavingsverzoeken. Er is nog weinig ervaring met deze werkwijze en bevoegd gezagen hebben vaak geen maatwerkcriteria vastgesteld voor hun eigen taakuitvoering of voor opdrachten aan de RUD.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Dit instrument binnen de Omgevingswet wordt onvoldoende benut, wat kan leiden tot problemen op het gebied van geur, geluid, veiligheid, natuur, flora en fauna (FF) en gezondheid. Daarnaast blijft de kans onbenut om initiatiefnemers meer ruimte te geven wanneer een locatie dat toelaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Gezondheid Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 6 Actuele vergunning en vergunningvoorschriften Probleem: In Zeeland zijn veel oudere vergunningen op het gebied van milieu, natuur en lozingsactiviteiten (op oppervlaktewater) nog van kracht. De wettelijk verplichte periodieke actualisatie, bijvoorbeeld vanwege nieuwe regelgeving, BBT-documenten of lokale problemen, gebeurt onvoldoende. Dit komt door een gebrek aan capaciteit, deskundigheid en de complexe samenhang tussen deze vergunningen, die vaak op locatie tegelijkertijd spelen. De komst van de Omgevingswet maakt actualisatie noodzakelijk, maar dit proces moet grotendeels nog worden uitgevoerd (zie ook robuustheid).</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Op locaties wordt niet altijd gewerkt volgens de nieuwste BBT-regels, waardoor de gestelde milieudoelen niet worden behaald. Daarnaast leidt verouderde regelgeving tot gebrekkig toezicht en bemoeilijkt dit effectieve handhaving bij problemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Gezondheid Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 7 Stikstof Probleem: Door de stikstofregels loopt de bouw vertraging op, bedrijven stuiten op blokkades bij uitbreidingen of moeten zelfs sluiten. Ook voldoet de waterkwaliteit op veel plaatsen niet aan de KRW-doelen voor 2027. Stikstof wordt te weinig meegenomen bij nieuwe activiteiten zoals bouw, sloop, bedrijvigheid en infrastructuur. Bovendien wordt stikstof onvoldoende betrokken bij de noodzaak van revisie van oudere vergunningen. Dit probleem hangt samen met punt 1, de integrale beoordeling van activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Dit brengt het gevaar van schade aan de natuur (inclusief waterkwaliteit) met zich mee, vertraagt projecten en heeft ook een hoge landelijke prioriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuur Waterkwaliteit Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat 8 Geen gezamenlijke aanpak waterkwaliteit Probleem: In ongeveer 9 van de 10 oppervlaktewateren in Nederland, inclusief Zeeland, wordt niet voldaan aan de ecologische en chemische doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Hierdoor wordt de kwaliteit van oppervlaktewater, en in mindere mate grondwater, bedreigd of is deze onvoldoende. Er is te weinig gedeeld inzicht over waar in Zeeland de belangrijkste knelpunten liggen en waar bij uitvoering strengere vergunningvoorschriften of maatwerk nodig zijn. Er bestaat geen gezamenlijk overzicht tussen gemeenten, provincie en Rijkswaterstaat (RWS).</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: De slechte kwaliteit van oppervlaktewater (ook door lozingen via de rwzi's) leidt tot aantasting van biodiversiteit, wat een belangrijke kernwaarde is voor de fysieke leefomgeving. Dit vormt een extra belasting als het gaat om aangewezen natuurgebieden. Daarnaast zijn er recente publicaties over PFAS, stikstof en andere stoffen die invloed hebben op de waterkwaliteit. Het gaat hier om het behalen van de KRW-doelen (EU 2027), die in Zeeland niet worden gehaald. Dit verschilt per gebied. Er is geen gezamenlijk overzicht in Zeeland van wat er vergund is per stroomgebied en welke schadelijke stoffen per locatie en als geheel worden geloosd, wat nu niet beschikbaar is voor gezamenlijke beschikkingen (zie ook punt 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuur Waterkwaliteit Gezondheid Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat 9 Biodiversiteit Probleem: De biodiversiteit wordt bedreigd, wat zowel een lokaal als landelijk probleem is (zie diverse publicaties). Soortenbescherming wordt nog onvoldoende meegenomen bij nieuwe activiteiten zoals bouw, sloop, infrastructuur en de verduurzaming van gebouwen. De provincie is bevoegd gezag, maar heeft geen primaire bevoegdheid over deze activiteiten en is afhankelijk van andere partijen. Er is geen breed gedeeld inzicht in waar de beschermde soorten zich bevinden. Dit speelt ook samen met het probleem van natuurbranden, waarbij het niet duidelijk is waar de unieke, beschermde soorten zich bevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Er ontstaat schade aan de natuur en biodiversiteit, wat belangrijke ecosysteemdiensten en de kwaliteit van de leefomgeving bedreigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuur Waterkwaliteit Stikstof Biodiversiteit Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 10 Gezondheid Probleem: Gezondheid wordt benadeeld door Stank, Geluidhinder, ZZS stoffen, PFAS, gevaarlijke stoffen (zoals werkvoorraad en gebruik). Sinds de komst van de Ow is gezondheid een volwaardig te toetsen element geworden en is ook een weigeringsgrond bij vergunningaanvragen. Gezondheid en de taak van de GGD is nog weinig ervaring mee, ook geen specifieke beleidsregels. Maatwerk wordt nog onvoldoende toegepast. Bijvoorbeeld niet laden en lossen bij woningen in de nacht. Een deel van de milieuproblemen is feitelijk een gezondheidsprobleem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Gezondheidsschade ontstaat of wordt bij Uitvoering niet aan de voorkant voorkomen. Gevolg kan zijn klachten of verzoeken tot handhaving vanwege gezondheidsklachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezondheid Waterkwaliteit Veiligheid Biodiversiteit Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 11 Veiligheid Probleem: Vergunningen bevatten vaak verouderde BBT-bepalingen voor gevaarlijke stoffen, en maatwerk wordt weinig toegepast, bijvoorbeeld bij werkvoorraad. De BBT-documenten (zoals PGS-richtlijnen) zijn soms strenger en soms geven ze meer ruimte aan ondernemers. De nieuwe ondergrens voor minder schadelijke stoffen is vastgesteld op 1000 kg. Er is geen gedeeld overzicht (RUD, VRZ) van bedrijven die qua aanvraag of melding net onder de EV-grens vallen. Dit vormt feitelijk een blinde vlek voor de veiligheid, en er is ook geen score op de risicokaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Dit kan leiden tot onveiligheid of, andersom, tot te strenge regels waar het eigenlijk wat soepeler kan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Gezondheid Gemeenten RUD Zeeland Veiligheidsregio Zeeland 12 Duurzaamheid te weinig verankerd Probleem: Duurzaamheid wordt vaak alleen geassocieerd met energiebesparing, terwijl het ook betrekking heeft op zaken zoals hergebruik van water, duurzaam grond- en bodembeheer, en de verwijdering van grondwater bij bemalingen. Duurzaamheid wordt vaak nog als een apart onderdeel behandeld, ook doordat er specifieke inspecteurs voor zijn aangesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij stookinstallaties, waarbij naast de reguliere taken ook subsidies en correcte toepassingen een rol spelen. De integrale aanpak voor duurzaamheid kan verbeterd worden, bijvoorbeeld door de wettelijke voorkeursaanpak (Wm) consequent toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Als er niet duurzaam wordt gewerkt, kunnen er zowel ecologische als financiële gevolgen zijn. Een voorbeeld hiervan is een rwzi die veel afvalwater moet verwerken, dat er niet thuishoort, maar lokaal wordt verwijderd, wat onwenselijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuur Duurzaamheid Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR 13 Calamiteiten Probleem: Bij ongewone voorvallen, zoals de wet het omschrijft, bevat de Omgevingswet (Ow) in hoofdstuk 19 bepalingen voor de uitvoering bij dergelijke incidenten. Dit betreft onder andere het analyseren van de oorzaak van de calamiteit en, waar nodig, het aanpassen van vergunningvoorschriften of het toepassen van maatwerk voor elke calamiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Toezicht op gerichte voorschriften om herhaling te voorkomen, is onvoldoende mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Gezondheid Organisatorisch Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland Tabel 6: overzicht van gezamenlijke prioriteiten binnen het vakgebied handhaving Nr.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaving Score op thema Organisatie 1 Weinig integraal en risicogericht toezicht Probleem: Toezicht wordt sectoraal uitgevoerd, afhankelijk van de organisatie van de toezichthouder. Integraal toezicht (en ook casemanagement) moet intensiever worden ingezet om gezamenlijk probleemlocaties aan te pakken. Er zijn weinig risicoanalyses en prioriteiten worden onvoldoende gedeeld voor bijvoorbeeld signaaltoezicht. Zo heeft het waterschap voor de aanpak van waterkwaliteitsproblemen de RUD nodig voor toezicht op de MBA's (milieuvergunningen) en preventie van lozingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Toezicht en handhaving lossen een deel van de problemen op, maar niet het volledige probleem, met het risico van verschuiving naar andere sectoren. Het gezamenlijk toepassen van de LHSO (Landelijke Handhaving Strategie Omgevingswet) wordt belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Stikstof Gezondheid Integraal Organisatorisch Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 2 Onvoldoende data Probleem: Het vastleggen van data voor het bepalen van problemen en prioriteiten blijkt een knelpunt te zijn bij de analyse. Voor een betere bedrijfsvoering en toekomstige analyses is een kwaliteitsverbetering noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Het bepalen van prioriteiten bij de uitvoering op basis van analyses is niet goed mogelijk. Als alternatief wordt vaak een expertmeeting ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organisatorisch Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 3 Illegaliteit Probleem: We richten ons vaak gezamenlijk op de bekende activiteiten, terwijl er geen zicht is op illegaliteit. Toezicht vindt meestal plaats tijdens kantooruren en doordeweeks. Er bestaat de indruk dat er voor activiteiten in meer of mindere mate altijd een percentage is dat niet wordt gemeld. Voor alle prioriteiten geldt dat de illegale versie altijd de hoogste prioriteit heeft. Er is een noodzaak om het gebiedstoezicht te versterken om grip te krijgen op illegaliteit. Toezicht moet zich niet alleen richten op de bestaande dossiers. Dit heeft ook een dwarsverband met punt 4 bij uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: De overheid richt zich vooral op de ‘good guys’, terwijl illegaliteit ook een belangrijke prioriteit is en een andere toezichtstrategie vereist. Dit kan onder andere inhouden dat er ook toezicht wordt gehouden in de avonduren en het weekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Stikstof Gezondheid Integraal Organisatorisch Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 4 Onevenwichtige ruimtelijke inpassing Probleem: Een deel van de problemen in de fysieke leefomgeving ontstaat doordat een activiteit op een specifieke locatie niet wenselijk is, terwijl diezelfde activiteit op een andere locatie wel kan plaatsvinden. Dit komt ook voor bij ander gebruik van bestaande gebouwen. De Omgevingswet heeft deze toets versterkt door de invoering van de ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties).</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Onvoldoende toezicht op nieuwe en gewijzigde activiteiten met betrekking tot de ruimtelijke inpassing kan leiden tot problemen op andere gebieden, zoals waterbeheer, veiligheid, gezondheid, en andere aspecten van de fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Stikstof Gezondheid Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland 5 Gezondheid en handhaving staan nog in de kinderschoenen, inclusief de adviesrol van de GGD bij handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is belangrijk om hierbij de aandacht te richten op het feit dat gezondheid en handhaving nog onvoldoende geïntegreerd zijn, en dat de rol van de GGD in handhavingsprocessen verder ontwikkeld moet worden. Dit kan zowel de effectiviteit van het toezicht verbeteren als zorgen voor meer preventie van gezondheidsproblemen op langere termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Natuur Gezondheid Gemeenten RUD Zeeland 6 Thema ruimtelijke kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erfgoed bewaken, doelgroep particulieren algemeen en i.v.m. verduurzaming bij monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stikstof Duurzaamheid Gemeenten 7 Te weinig stikstofkennis Probleem: Het toezicht op de stikstofbepalingen is nog niet integraal, vooral bij activiteiten waar bijvoorbeeld een Aerius-berekening vereist is. Veel oudere vergunningen zijn deels gebaseerd op een Aerius-berekening die door de Raad van State (RvS) is beoordeeld als een onjuiste methode. Dit betekent dat een actualisatie van deze vergunningen nodig is voor adequaat toezicht. Er is een gebrek aan toezichthouders met voldoende stikstofdeskundigheid en ervaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Ondanks het feit dat stikstof een groot maatschappelijk probleem is, wordt er (te) weinig gericht toezicht gehouden. Bij oudere vergunningen wordt dit verder bemoeilijkt, omdat deze vergunningen niet voldoen aan BBT voor stikstof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland Waterschap Scheldestromen 8 Geen ketentoezicht op water Probleem: Binnen de gezamenlijke organisatie krijgt Water te weinig prioriteit en wordt het bij te weinig activiteiten als prioriteit erkend. In 2027 moeten ook in Zeeland de doelen van de Kaderrichtlijn Water (Krw) worden gehaald. Toezichthouders richten zich te weinig op waterkwaliteitsproblemen en werken niet integraal om toezicht te houden op de kwaliteit van water. Er is onvoldoende urgentiebesef, zowel in analyses als in jaarplannen. Ook vindt er geen uitwisseling plaats van jaarplannen tussen de betrokken organisaties over de focus op water en waar gezamenlijk toezicht nodig is. Ketentoezicht op water wordt niet toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Het toezicht is sectoraal en niet probleemgericht bij activiteiten zoals bouw, sloop, MBA (milieuvergunningen), lozingsactiviteiten, etc. Er is te weinig aandacht voor lozingen van stoffen op de rwzi die daar niet effectief worden gezuiverd, evenals voor illegale lozingen. De doelgroepen waarvoor aandacht nodig is, omvatten onder andere de agrarische sector, voedingsmiddelenindustrie, chemische industrie, bronnering, en op- en overslag. Het ketentoezicht op afvalwater wordt niet toegepast, wat het toezicht minder effectief maakt. (Bron: onder andere risicoanalyse WaterschapScheldestromen) Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Gezondheid Gemeenten RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat 9 Groen toezicht is beperkt Probleem: Er is te weinig of geen toezicht op de flora- en faunaregels bij activiteiten zoals bouw, sloop, milieuactiviteiten en evenementen. De provincie heeft voornamelijk een signalerende rol, waarbij andere partijen het toezicht uitvoeren op basis van aanwijzingen van de provincie. Het toezicht is niet voldoende gericht op de specifieke locaties waar te beschermen soorten zich bevinden. Bovendien ontbreekt er een gedeeld overzicht van deze locaties en soorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Dit kan leiden tot een achteruitgang van de biodiversiteit, doordat beschermde soorten onvoldoende worden beschermd en de impact van activiteiten niet goed wordt gemonitord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuur Duurzaamheid Waterkwaliteit Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 10 Gezondheid Probleem: Toezicht is nog onvoldoende gericht op de gezondheidsrisico's die voortkomen uit ondernomen activiteiten. Er moet bij toezicht ook expliciet aandacht zijn voor gezondheid en werk, waarbij maatwerk toegepast wordt wanneer dat nodig is. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn bij geur- en geluidklachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Klachten worden vaak meer als milieu- dan als gezondheidsprobleem beoordeeld, waarbij het advies van de GGD niet altijd wordt betrokken in de beoordeling van een zaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandachtspunt: Betrek de GGD bij het ontwikkelen van criteria voor gezondheid en maatwerk, zodat gezondheid als volwaardig aspect in toezicht wordt meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Gezondheid Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 11 Thema Veiligheid Er is geen gedeeld overzicht (RUD, VRZ) van bedrijven die qua aanvraag of melding net onder de EV-grens vallen. Dit is feitelijk een blinde vlek voor veiligheid, en er is geen score op de risicokaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Probleem: Bedrijven die een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen opslaan of gebruiken, maar net onder de EV-grens vallen (en die grens soms bewust gezocht wordt), zijn niet goed in beeld. Deze bedrijven vormen een groter risico dan bedrijven die weinig gevaarlijke stoffen hanteren. Er is geen hogere bezoekfrequentie vastgesteld en er wordt geen gezamenlijk toezicht uitgevoerd door de RUD, VRZ, BWT en I-SZW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: De kans op het missen van bedrijven die net onder de EV-grens vallen is groot. Deze bedrijven zouden integraal beoordeeld moeten worden door de RUD, VRZ en BWT. Het ontbreken van toezicht op deze bedrijven kan een potentieel veiligheidsrisico met zich meebrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Gezondheid Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Veiligheidsregio Zeeland 12 Energiebesparing Probleem: Bij duurzaamheid wordt vaak alleen gedacht aan energiebesparing, terwijl duurzaamheid ook betrekking heeft op andere aspecten zoals hergebruik van water, duurzaam grond- en bodembeheer, en de verwijdering van grondwater bij bemalingen. Duurzaamheid wordt vaak nog als een apart thema behandeld, ook bewust doordat er aparte inspecteurs voor worden aangesteld. Denk bijvoorbeeld aan de verschillende taken bij stookinstallaties, waar subsidies en de juiste toepassing van regels een rol spelen. Toezicht en handhaving op duurzaamheid zijn voor deze activiteiten geen routinewerk. Er zijn te veel scheidingen tussen de organisatieonderdelen die hiermee te maken hebben. Er is behoefte aan integraal toezicht, wat een paradox creëert door specialistische teams aan te wijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Toezicht is vaak sectoraal gericht en accepteert duurzaamheid niet voldoende als een volwaardig thema, zoals ook het geval is bij Water en Stikstof. Dit kan leiden tot gemiste kansen om duurzaamheid actief te bevorderen. Toezicht en handhaving kunnen meer bijdragen aan een duurzame samenleving als dit thema integraal wordt benaderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzaamheid Gezondheid Gemeenten RUD Zeeland DCMR 13 Bodem (en plastic korrels) controleren Probleem: Bij bodemtoezicht zijn er nog te veel scheidingen tussen verschillende taken, waardoor er nog geen integraal werkproces is. Het werken in ketens, zoals bij sanering, tussenopslag en hergebruik, moet verbeterd worden. Ook de toepassing van de nieuwe regels van de Omgevingswet (Ow) is nog niet goed geregeld. Er is onvoldoende controle op het gebruik van plastic korrels in de bodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Hoewel elk onderdeel apart misschien goed geregeld is, kan het geheel falen doordat er niet op een ketenmatige manier wordt gewerkt, informatie niet goed wordt gedeeld of er geen gezamenlijk toezicht is. Dit kan leiden tot een situatie waarin specialistische teams goed werk leveren, maar het totale proces onvoldoende effectief is. Er bestaat ook een risico op ondermijning van het toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzaamheid Natuur Gezondheid Integraal Gemeenten RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat 14 Te weinig toezicht op brandveiligheid bedrijven Probleem: Branden komen vaak voor in veehouderijen (waarbij soms duizenden dieren omkomen), evenals bij afval- en metaalbedrijven. Het preventieve toezicht op brandveiligheid is bij de VRZ voornamelijk gericht op gebouwen waar kwetsbare mensen aanwezig zijn. Er is echter weinig toezicht op veehouderijen, en ook het toezicht bij afval- en metaalbedrijven is beperkt. Dit betreft de naleving van de algemene brandveiligheidsbepalingen uit de bouwregelgeving (Bbl), waar de RUD geen basistaak heeft en de VRZ niet vaak aanwezig is. Dit creëert een leemte in het toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico: Het preventieve toezicht op de algemene brandveiligheidsvoorschriften uit de Bbl bij de genoemde bedrijven (voor de RUD MBA's) is onvoldoende, wat het risico op brand vergroot. Bij een brand is altijd de vraag of er adequaat toezicht is geweest, en deze mogelijke leemte in het toezicht vormt een risico voor het bevoegd gezag. Ook is er een opkomend brandveiligheidsprobleem met accu's, waarvoor preventieve maatregelen moeten worden onderzocht en aanbevelingen gedaan. Verder ontstaat er onnodig bluswater met bijbehorende verwijderingsproblematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Natuur Waterkwaliteit Gezondheid Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Veiligheidsregio Zeeland 15 Ondermijning Probleem: Er is te weinig gezamenlijk toezicht op bedrijventerreinen en gebouwen, vooral gericht op adressen waar geen bekend gebruik of gebruiker is. Dit kan leiden tot ongewenste of illegale activiteiten die moeilijk te traceren zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oplossing: Er moet een gezamenlijke toezichtstrategie ontwikkeld worden, waarbij administratief toezicht wordt gecombineerd met fysiek toezicht. Deze aanpak helpt bij het identificeren van verdachte adressen en het voorkomen van ondermijnende activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland 16 Calamiteiten Probleem: Bij calamiteiten wordt vaak alleen gefocust op brandbestrijding, terwijl het ook belangrijk is om andere aspecten zoals gezondheid, waterkwaliteit, bodem, natuur, flora en fauna, en omgevingsveiligheid te betrekken. Deze thema’s worden vaak niet voldoende meegenomen in het beheer van calamiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oplossing: Bij calamiteiten moet niet alleen brandbestrijding centraal staan, maar ook de effecten op waterkwaliteit, bodem, natuur en flora en fauna. Er moet ook aandacht zijn voor het duurzaam afvoeren van bluswater. Het is belangrijk om deze thema’s op te nemen tijdens gezamenlijke oefendagen, zodat alle betrokkenen goed voorbereid zijn op een integrale aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Stikstof Gezondheid Integraal Organisatorisch Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland Protocol Casemanagement Omgevingswet Toelichting Het Protocol casemanagement is opgesteld door de werkgroep Casemanagement in opdracht van het Regieteam Zeeuws U&amp;H-beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Aanleiding en noodzaak protocol casemanagement. “Casemanagement is het belangrijkste instrument bij integraal werken”. In Zeeland zijn veel overheidsinstanties betrokken bij de wetgeving die toeziet op de fysieke leefomgeving. De Zeeuwse gemeenten en de provincie Zeeland werken samen met het Waterschap Scheldestromen, Rijkswaterstaat, de GGD, de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland en de DCMR Milieudienst Rijnmond aan de U&amp;H-taken uit de Omgevingswet en andere relevante wetgeving. Deze partijen voeren verschillende vergunnings-, toezicht- en handhavingstaken uit, gezamenlijk aangeduid als U&amp;H-partijen of ketenpartners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om als één overheid naar inwoners en bedrijven te handelen, is er een grote behoefte aan onderlinge afstemming en coördinatie. De invulling van de één-loketgedachte voor inwoners en bedrijven is nog niet optimaal. Inwoners en bedrijven ervaren vaak te veel verschillende loketten voor zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving. Het nemen van integrale en samenhangende besluiten is een uitdaging voor de bevoegde gezagen, gezien de vele interne en externe vakdisciplines, en verloopt soms moeizaam. Dit vraagt om professioneel casemanagement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Momenteel ontbreekt het aan één protocol voor de betrokken partijen dat het begrip casemanagement uitlegt en een duidelijke werkwijze biedt voor een eenduidige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wordt het werken als één loket en het integraal beoordelen van vergunningaanvragen en meldingen een wettelijk vereiste. Ook het integraal uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken is verplicht. Dit blijkt uit de doelstellingen van de wet en is terug te zien in verschillende wettelijke voorschriften, zoals coördinatie- en doorzendplichten en de verplichte integrale belangenafweging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitgangspunten voor integraal werken en de één-loketgedachte vereisen goed casemanagement. Dit wordt ook onderschreven in de nota en strategie van het U&amp;H-Beleid Zeeland 2025-2028, waaraan de betrokken overheidsinstanties in Zeeland zich hebben gecommitteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet van een casemanager leidt tot duidelijke afspraken en verwachtingen tussen alle U&amp;H-partijen en andere stakeholders, wat resulteert in een volledig, integraal en tijdig verlopend U&amp;H-proces.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Inleiding Dit protocol beschrijft hoe casemanagement op een adequate en eenduidige wijze invulling geeft aan de één-loketgedachte voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (U&amp;H-taken) in Zeeland. Het vertrekpunt is het U&amp;H-Beleid Zeeland 2025 - 2028.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelstelling is het opstellen van een advies en protocol voor de Zeeuwse gemeenten, de provincie Zeeland, het Waterschap Scheldestromen, Rijkswaterstaat (RWS), de GGD, de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland en de DCMR. Dit document bevat afspraken, voorschriften en bruikbare instrumenten die aangeven hoe casemanagement de uitvoering van U&amp;H-taken ondersteunt. Hierbij wordt onder andere gekeken naar (horizontale) verantwoordelijkheden: wie is de zaakeigenaar wanneer meerdere afdelingen, bevoegde gezagen, gemandateerde partijen en externe organisaties betrokken zijn? Hoe organiseer je dit en hoe vind je elkaar? Casemanagement kan worden belegd bij het bevoegd gezag of bij een gemandateerde partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit protocol bevordert een eenduidige invulling en uitvoering van het begrip casemanagement. Casemanagement waarborgt een goede samenwerking tussen ketenpartners bij de uitvoering van U&amp;H-taken en zorgt ervoor dat de ‘klant’ de één-loketgedachte en een samenwerkende overheid ervaart die samenhangende besluiten neemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het protocol geven we praktische invulling aan casemanagement, zoals neergelegd in het U&amp;H-Beleid Zeeland 2025 - 2028. De werkgroep gaat ervan uit dat het protocol casemanagement, inclusief de bijbehorende instrumenten en methoden, bij alle U&amp;H-processen en vraagstukken onder de Omgevingswet wordt toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reikwijdte Het protocol casemanagement U&amp;H beschrijft de rol van de casemanager en hoe hij/zij (samen) werkt. Het biedt echter geen gedetailleerde richtlijnen over hoe elke partij het casemanagement binnen de eigen organisatie moet inrichten. Iedere organisatie heeft de vrijheid om dit zelf te organiseren, mits zij voldoen aan de Zeeuwse uitgangspunten van ‘casemanagement’.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relevante wet- en regelgeving waarmee de casemanager te maken heeft, is terug te vinden in bijlage 1 van het protocol casemanagement U&amp;H. Daarnaast zijn de mogelijkheden binnen een U&amp;H-zaaksysteem, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en de samenwerkingsfunctionaliteit van cruciaal belang voor de uitwerking en implementatie van casemanagement. Het DSO biedt momenteel nog geen mogelijkheid om bij een aanvraag te zien welke andere onderdelen er zijn voor andere bevoegde gezagen, waardoor het vormgeven van integraal casemanagement een uitdaging vormt. Daarnaast constateren we dat er veel raakvlakken zijn met ruimtelijke ordening, waar casemanagement ook een belangrijke rol kan spelen. Gezien onze opdracht beperken we ons echter tot de U&amp;H-keten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van intern casemanagement naar integraal casemanagement Het casemanagement binnen de verschillende organisaties is momenteel divers ingericht. Als werkgroep baseren we ons, gezien de bovenstaande knelpunten, op zowel intern als integraal casemanagement:</p>\n<p class=\"lf-p\">Intern casemanagement: Dit houdt in dat casemanagement plaatsvindt binnen de eigen organisatie. De casemanager voert strakke regie over alle betrokken vergunningverleners en adviseurs binnen deze organisatie. Daarnaast zorgt de casemanager voor horizontale afstemming met betrokken partijen. In dit geval is de casemanager echter niet het aanspreekpunt namens de andere partijen of organisaties richting de initiatiefnemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal casemanagement: Een integraal casemanager coördineert ook voor externe partijen. Hij of zij heeft een overzicht van het geheel en fungeert als aanspreekpunt voor alle betrokken partijen en organisaties richting de initiatiefnemer. Idealiter heeft integraal casemanagement altijd de voorkeur. Dit type casemanagement voert de regie over alle onderdelen, zelfs wanneer er meerdere bevoegde gezagen zijn die besluiten moeten nemen of toezicht en handhaving moeten uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Wat wordt verstaan onder casemanagement Casemanagement is een generieke deskundigheid die een brede expertise vereist van de persoon die deze taak vervult. Voor de integrale benadering van klantvragen is casemanagement opgenomen als het eerste deskundigheidsgebied in de landelijke Kwaliteitscriteria 3.0 (Omgevingswet). Recentelijk zijn er ook kwaliteitscriteria toegevoegd met betrekking tot competentieprofielen, waarin de functie van casemanager is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe competentieprofielen bestaan uit vijf verschillende onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deskundigheidsgebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dilemma’s;</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving van de rol;</p>\n<p class=\"lf-p\">Levelindeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Competenties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De competenties omvatten onder andere omgevingsbewustzijn, het vermogen om te verbinden, bestuurlijke sensitiviteit, integraal (samen)werken en verantwoordelijkheid nemen. Goed casemanagement is primair in het belang van de klant, maar het is ook cruciaal voor de effectieve uitvoering van taken door verschillende partijen. Het draagt bij aan het verkorten en transparant maken van procedures, voorkomt mogelijke bezwaren en beroep, en verhoogt daarmee de kwaliteit en het dienstverleningsniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit protocol beschrijft de deskundigheid van casemanagement en de wijze waarop deze in de praktijk kan worden toegepast. Voor een eenduidige toepassing van casemanagement is het belangrijk dat betrokkenen een helder beeld hebben van wat casemanagement inhoudt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitscriteria 3.0 De landelijke kwaliteitscriteria specificeren welke activiteiten onder casemanagement vallen volgens de omgevingswet, welke eisen aan een casemanager worden gesteld en welke eisen gelden voor de organisatie waarin casemanagement wordt uitgevoerd. In dit protocol zijn de U&amp;H-kwaliteitscriteria leidend, en we zullen deze waar nodig verduidelijken en concretiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Casemanagement (bron kwaliteitscriteria 3.0) Een ervaren integraaldenkende en omgevingsbewuste medewerker beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Organiseren/ begeleiden van overleg met de aanvrager (omgevingsoverleg).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeren toets op volledigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewaken proces, integraliteit en voortgang van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inschakelen van vakdisciplines en wanneer nodig externe partijen (coördineren inhoudelijke volledigheid).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitzetten van adviesaanvragen aan de wettelijke adviseurs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit (laten) samenstellen en coördineren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteitscriteria schetsen een beeld van casemanagement als de eerste stap in de uitvoering van U&amp;H-taken. In de afgelopen jaren hebben verschillende bevoegde gezagen en gemandateerde partijen al gewerkt met het principe van casemanagement. Deze ervaring heeft aangetoond dat het principe ook effectief kan worden ingezet bij toezicht en handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Taken en verantwoordelijkheden Integraal werken is een vereiste volgens de Omgevingswet. Om een (aan)vraag, toezichts- of handhavingszaak integraal te behandelen, moet deze vanuit alle relevante beleidsvelden worden bekeken. Daarnaast heeft de klant behoefte aan één duidelijk aanspreekpunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De casemanager vervult deze cruciale rol. Hij of zij is het centrale aanspreekpunt (loket) voor de aanvrager, melder of overtreder. De casemanager is verantwoordelijk voor de integrale afhandeling van de aanvraag of zaak en houdt toezicht op de procesgang en de kwaliteit van het te leveren product of de dienst. De casemanager vervult een centrale rol en heeft de volgende taken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Centraal aanspreekpunt: Fungeren als het belangrijkste aanspreekpunt voor initiatiefnemers, aanvragers, melders of overtreders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inventariseren: Betrokken bevoegde gezagen en adviesorganen in kaart brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afstemming: Vergunning-, melding- en informatieplichten inventariseren en zorgen voor afstemming tussen betrokken bevoegde gezagen en adviesorganen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatievoorziening: Aanvragers informeren over relevante vergunningen, meldingen, informatieplichten en betrokken bevoegde gezagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organiseren van overleg: (Voor)overleg faciliteren met initiatiefnemers, aanvragers of overtreders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingstafel: Organiseren van of deelnemen aan een omgevingstafel wanneer de situatie dit vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overleg met gezagen: Overleg organiseren met betrokken bevoegde gezagen en adviesorganen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Procesbewaking: Zorgen voor een tijdige en correcte afhandeling van het proces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenhang in besluitvorming: Waken voor tegenstrijdige besluiten en zorgen voor coherentie in de besluitvorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integrale behandeling: Toezien op de integrale behandeling van aanvragen, meldingen, informatieplichten en toezichts- en handhavingszaken die invloed hebben op de fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsfactoren: Aandacht hebben voor relevante omgevingsfactoren en politiek of bestuurlijk gevoelige dossiers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proactief meedenken: Proactief meedenken met de aanvrager of initiatiefnemer, zonder een adviserende rol op zich te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De casemanager kan nooit, en zeker niet zonder formele bevoegdheden, taken op zich nemen van een ander overheidsorgaan waarvoor hij of zij niet werkzaam is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Competenties Casemanagement is een generieke deskundigheid die van toepassing is in zowel eenvoudige als complexe situaties. Een medewerker met een HBO-niveau beoordeelt per klantvraag of initiatief of het gaat om een complexe of eenvoudige situatie. Hiervoor maken we gebruik van de vier kwadranten zoals beschreven in de vergunningenstrategie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenvoudige dossiers kunnen worden behandeld door een casemanager met een MBO-niveau, terwijl complexe dossiers in handen zijn van een casemanager met een HBO-niveau. Deze uitwerking is vastgelegd in de Kwaliteitscriteria 3.0, waarin ook eisen worden gesteld met betrekking tot werkervaring, aanvullende kennis en de frequentie van de werkzaamheden. Voor meer details verwijzen we naar tabel 9 en tabel 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 9: kwaliteitscriteria 3.0 medewerkers casemanagen Eisen aan medewerkers Alleen eenvoudige situaties Opleiding werkervaring aanvullende kennis frequentie Basisopleiding :MBO4-niveau Aanvullende opleiding(en): basiscursus omgevingsrecht, basiscursus AWB Een jaar in procesmanagement en het afhandelen van Awb procedures Basiskennis:</p>\n<p class=\"lf-p\">Structuur en systematiek (bouw)tekeningen. Identificeren van vereiste deskundigheid Besteden van eenderde fte aan deze zes activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een of meerdere complexe situaties Opleiding Basisopleiding: HBO-niveau Aanvullende opleiding(en): basiscursus omgevingsrecht, basiscursus AWB 2 jaar in procesmanagement en het afhandelen van Awb procedures Basiskennis:</p>\n<p class=\"lf-p\">Structuur en systematiek (bouw)tekeningen. Identificeren van vereiste deskundigheid Besteden van eenderde fte aan deze zes activiteiten en/of begeleiden van5 complexe meervoudige aanvragen per jaar Tabel 10: kwaliteitscriteria 3.0 organisatie casemanagen Eisen aan organisaties Alleen eenvoudige situaties minimaal twee medewerkers die voldoen aan de bovengenoemde criteria voor eenvoudige situaties óf de criteria voor de deskundigheid \"twee Vergunningverlening bouwenen ruimtelijke ordening‟ óf de criteria voor de deskundigheid \"drie vergunningverlening milieu‟.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een of meerdere complexe situaties Minimaal twee medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria voor complexe situaties óf de criteria voor de deskundigheid \"2 Vergunningverlening bouwenen ruimtelijke ordening‟ óf de criteria voor de deskundigheid \"drie” vergunningverlening milieu‟.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Wie verzorgt het casemanagement?</p>\n<p class=\"lf-p\">De U&amp;H-taken in Zeeland worden uitgevoerd door verschillende ketenpartners, waaronder provincie Zeeland, gemeenten, waterschap Scheldestromen, RUD Zeeland, DCMR, Rijkswaterstaat, Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) en de GGD. Het casemanagement kan binnen al deze partijen worden uitgevoerd. Elke partij voert intern casemanagement uit voor de onderdelen waarvoor zij bevoegd of gemandateerd is. Wanneer meerdere partijen betrokken zijn, is het wenselijk dat, naast het interne casemanagement, één casemanager naar voren treedt. Deze casemanager coördineert en stroomlijnt de verschillende onderdelen van de betrokken partijen. Hij of zij heeft het overzicht en fungeert als aanspreekpunt voor alle betrokken partijen en organisaties richting de initiatiefnemer. In deze situatie spreken we van integraal casemanagement. Het zwaartepunt van de betreffende aanvraag of zaak bepaalt waar het integraal casemanagement wordt uitgevoerd. Ketenpartners moeten onderling vaststellen waar dit zwaartepunt ligt, wat gebeurt bij de intake of aanvang van een aanvraag of zaak. “In een wereld zonder afspraken over casemanagement”</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de online PZC verschijnt een filmpje van een oude toren die -onder professionele begeleiding- wordt opgeblazen. Het ziet er spectaculair uit. Diezelfde dag belt een Natuurbeschermingsvereniging naar de provincie met de vraag: wat is er geregeld voor de vleermuizen die in de toren huisden? De medewerker natuurbescherming onder de Omgevingswet (hoofdstuk 11 Bal) bij de provincie, die bevoegd gezag is voor deze wetgeving, weet niets van de sloop van de toren. Er is geen vergunning (artikel 5.1 Ow) aangevraagd voor het vernietigen van deze rustplaats voor vleermuizen. De initiatiefnemer heeft wel een sloopmelding (hoofdstuk 7 Bbl) bij de gemeente ingediend. Bij de sloop van zo’n oude toren is de kans groot dat er beschermde soorten aanwezig zijn. Daar had de initiatiefnemer op gewezen moeten worden. Na een belronde blijkt dat de gemeente de behandeling van sloopmeldingen heeft gemandateerd aan de omgevingsdienst. De gemeente gaat ervanuit dat de omgevingsdienst dan ook inventariseert of er andere zaken geregeld moeten worden dan het indienen van de sloopmelding. Andersom geeft de omgevingsdienst aan uitsluitend gemandateerd te zijn voor het onderdeel sloopmelding en gaat ervanuit dat de gemeente zelf advies geeft over overige zaken. Uiteindelijk heeft niemand aan de initiatiefnemer aangegeven dat hij maatregelen voor de vleermuizen moest treffen. Met goed casemanagement kunnen we dit in de toekomst voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intern casemanagement in eigen organisatie Wanneer er één of meerdere aanvragen of zaken zijn die binnen één partij worden behandeld, zetten we uitsluitend intern casemanagement in. Aangezien er in dit geval geen onderdelen van andere partijen spelen, is afstemming met deze partijen niet nodig. De casemanager stroomlijnt het U&amp;H-proces binnen de eigen organisatie. Het kan echter nodig zijn om afdeling overstijgend te werken. De taken en verantwoordelijkheden, zoals opgesomd in hoofdstuk 3, zijn ook van toepassing op intern casemanagement. Wanneer er meerdere aanvragen of zaken zijn die door verschillende partijen behandeld worden, is afstemming met casemanagers van die andere partijen noodzakelijk. In dit geval vindt er horizontaal overleg plaats tussen de betrokken partijen, zodat de processen waar mogelijk op elkaar afgestemd kunnen worden. De interne casemanager fungeert in deze situatie als het aanspreekpunt richting de initiatiefnemer namens de eigen organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat bij alle ketenpartners de basis op orde moet zijn, dient elke partij eerst intern casemanagement te implementeren. Dit betreft de groen omkaderde figuur in figuur 6. Van de casemanagers van verschillende bevoegde gezagen en gemandateerde partijen wordt verwacht dat zij onderling afstemming zoeken wanneer dat nodig is voor de behandeling van een zaak of aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 6: Intern casemanagement met horizontale communicatielijnen NB. Zodra het technisch en organisatorisch mogelijk is, zou het horizontale overleg vervangen moeten worden door integraal casemanagement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal casemanagement bij meerdere partijen Wanneer er meerdere aanvragen of zaken zijn die door verschillende ketenpartners worden behandeld, is afstemming tussen deze partijen noodzakelijk. In dit geval is, naast intern casemanagement, ook integraal casemanagement van toepassing. Een integraal casemanager kijkt verder dan de grenzen van de eigen organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In figuur 7 wordt de horizontale lijn uit figuur 6 verder toegelicht. Hier is sprake van een aanvraag of zaak waarbij meerdere bevoegde gezagen of gemandateerde partijen betrokken zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De integraal casemanager fungeert in dit geval als de ‘eigenaar’ van alle onderdelen van de aanvraag of zaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De integraal casemanager kan echter nooit, en zeker niet zonder formele bevoegdheden, taken op zich nemen van een ander overheidsorgaan waarvoor hij of zij niet werkzaam is. Wanneer besluitvorming over andere wet- en regelgeving aan de orde is en deze is bij een andere overheid belegd, blijft de interne casemanager van die partij voor dat onderdeel formeel het bevoegde gezag, tenzij anders bepaald (bijvoorbeeld door delegatie of mandatering).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze onderdelen ligt het vooral in de verantwoordelijkheid van de integraal casemanager om de voortgang en integraliteit te bewaken en informatie uit te wisselen met de interne casemanagers van de andere bevoegde gezagen en/of gemandateerde partijen of organisaties. Indien mogelijk coördineert de integraal casemanager ook eventuele adviesverzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is de integraal casemanager verantwoordelijk voor het samenbrengen van de resultaten van de doorlopen fase. Het is van groot belang dat de integraal casemanager voortdurend alert is op het juiste moment en de juiste partijen of organisaties waarmee moet worden samengewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 7: Integraal casemanagement met casemanager tussen aanvrager en bevoegde gezagen 5.Casemanagement in alle stadia van de U&amp;H-keten In dit hoofdstuk werken we per onderdeel van de U&amp;H-keten een stappenplan uit voor de casemanager. We beginnen met het vooroverleg, waarna we de vergunningaanvraag behandelen en afsluiten met de handhaving. Elk onderdeel bevat een toelichting op het proces, gevolgd door een samenvatting van het stappenplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooroverleg Tijdens het vooroverleg onderzoekt de casemanager samen met de ‘klant’ de mogelijkheden en de betrokken partijen. De uitdaging hierbij is om naast de taken van de Omgevingswet ook andere relevante aspecten in overweging te nemen, zodat we de één-loketgedachte kunnen realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het onderstaande stappenplan zijn de werkzaamheden voor het vooroverleg verder uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stappenplan voor een casemanager bij vooroverleg Dit stappenplan is bedoeld voor zowel interne als integrale casemanagers. Intern casemanagement betreft het casemanagement binnen de eigen organisatie, terwijl integraal casemanagement betrekking heeft op samenwerking met meerdere ketenpartners. Waar mogelijk heeft integraal casemanagement altijd de voorkeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als casemanager volg je altijd de stappen voor intern casemanagement. De dikgedrukte tekst is specifiek voor de integrale casemanagers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Start bij het eerste contact met de overheid:</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie die het verzoek tot vooroverleg heeft ontvangen, beoordeelt, met inachtneming van de landelijke kwaliteitscriteria, op welke wijze casemanagement wordt ingevuld (alleen intern of zowel intern als integraal) aan de hand van de onderstaande criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerdere aspecten in de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal-maatschappelijke complexiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technisch-inhoudelijke complexiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Politieke gevoeligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betrokkenheid van meerdere bevoegde gezagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij betrokkenheid van meerdere bevoegde gezagen wordt in onderling overleg bepaald bij welke organisatie het zwaartepunt ligt. Deze organisatie neemt de verantwoordelijkheid voor het integraal casemanagement. Bij het bepalen van het zwaartepunt worden zowel technisch-inhoudelijke als sociaal-maatschappelijke aspecten in overweging genomen, waarbij ook politieke gevoeligheid een rol kan spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanstellen casemanager Contact met de aanvrager: De casemanager neemt contact op met de aanvrager om de plannen te bespreken, het stadium van de plannen te achterhalen en te begrijpen welke knelpunten de initiatiefnemer zelf verwacht. De casemanager helpt bij het concretiseren van de plannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalen van toepasselijke onderdelen: De casemanager identificeert welke onderdelen (zoals ruimtelijke inpassing, bouw, natuur, milieu, omgeving, veiligheid, gezondheid, politiek, etc.) relevant zijn voor de plannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Participatie controleren: De casemanager controleert of er sprake is van participatie in het proces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inventariseren van betrokken partijen: De casemanager inventariseert welke partijen betrokken zijn bij het initiatief of een adviesrol vervullen. Hij of zij zorgt voor afstemming met deze partijen. Zie onder andere de samenwerkingsmatrix in bijlage 3 voor informatie over wanneer welke partij betrokken moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalen van overlegvormen: In overleg bepaalt de casemanager of er een intaketafel en/of een omgevingstafel nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organisatie van de omgevingstafel: Indien er een omgevingstafel wordt georganiseerd, vraagt de casemanager advies aan de betrokken partijen van de verschillende aspecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regie voeren: De casemanager houdt strakke regie over het proces, zodat alle betrokken partijen binnen de eigen organisatie zich houden aan de procesafspraken. Indien nodig coördineert hij of zij verzoeken om aanvullingen met de adviseurs van de verschillende aspecten. Een integraal casemanager doet dit ook voor externe partijen. Daarnaast heeft hij of zij het overzicht en fungeert als aanspreekpunt namens alle betrokken partijen voor de initiatiefnemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bespreken van adviezen: Adviezen worden, al dan niet tijdens de omgevingstafel, besproken met de initiatiefnemer en de relevante adviseurs, zodat de initiatiefnemer een volledige aanvraag kan indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overdracht naar fase aanvraag Een vooroverleg leidt niet altijd direct tot een aanvraag. Wanneer dit wel het geval is, geldt als uitgangspunt dat dezelfde persoon die als casemanager fungeert tijdens het vooroverleg, ook de casemanager blijft tijdens de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningaanvraag Wanneer het traject vooroverleg is afgerond en de initiatiefnemer een vergunningaanvraag indient, start het casemanagement voor vergunningverlening. Het is belangrijk om bij de behandeling van een vergunningaanvraag of melding eerst te bepalen of het gaat om een eenvoudige of complexe situatie. Hiervoor kan aansluiting worden gezocht bij de vier kwadranten, zoals beschreven in de Vergunningenstrategie (zie bijlage 2 voor een visueel overzicht van de vier kwadranten).</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijze waarop ketenpartners invulling geven aan casemanagement is sterk afhankelijk van het kader waarin de vergunningaanvraag wordt beoordeeld. Het U&amp;H-beleid maakt hierbij onderscheid op basis van:</p>\n<p class=\"lf-p\">Omvang en aard van aangevraagde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De specifieke omgeving waarin de activiteiten worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het naleefgedrag van de aanvrager, en in sommige gevallen ook de integriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van deze indicatoren bepaalt de betrokken partij of aanvragen technisch-inhoudelijk of sociaal-maatschappelijk eenvoudig of complex zijn. Aanvragen kunnen worden onderverdeeld in vier typen vergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning eenvoudig Een vergunning voor een situatie met geringe technisch-inhoudelijke en sociaal-maatschappelijke complexiteit bestaat voornamelijk uit standaardvoorschriften. Dit betreft een niet-gevoelig besluit, dat is opgebouwd uit standaardvoorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenvoudige situaties kunnen onder andere zijn: een enkelvoudige aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, een melding op basis van de Wkb, een milieumelding of informatieplicht voor een kleine wijziging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning eenvoudig+ Wanneer de situatie technisch-inhoudelijk niet complex is, maar sociaal-maatschappelijk wel, bestaat de vergunning vooral uit standaardvoorschriften. In dit geval besteden we extra aandacht aan afstemming, overleg en samenwerking tussen betrokken partijen en organisaties. Dit betreft een gevoelig besluit, met standaardvoorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning specifiek Bij een technisch-inhoudelijk complexe situatie met een geringe sociaal-maatschappelijke complexiteit bestaat de vergunning voornamelijk uit specifieke voorschriften. Dit is een niet-gevoelig besluit, maar met specifieke voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning specifiek+ In situaties die zowel technisch-inhoudelijk als sociaal-maatschappelijk complex zijn, vereisen we specifieke voorschriften in de vergunning. Dit vraagt om zorgvuldige afstemming, samenwerking en overleg tussen betrokken partijen en organisaties. Dit betreft een gevoelig besluit, met specifieke voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mate van technisch-inhoudelijke of sociaal-maatschappelijke complexiteit is bepalend voor de invulling van het casemanagement. Casemanagement is een generieke deskundigheid die in essentie gericht is op het managen van één of meerdere aanvragen of meldingen, en op het bewaken van de integraliteit en procesgang. De combinatie van casemanager en vakspecialist kan een dubbelrol inhouden voor de betreffende medewerker. In deze rol moet de casemanager zowel vakinhoudelijke werkzaamheden verrichten als de procesbewaking van de gehele integrale case verzorgen (zie figuur 7) breedtekennis is het noodzakelijk dat deze persoon ook dieptekennis heeft van bijvoorbeeld PGS-richtlijnen of het Bouwbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 8: voorbeeld eenvoudige situatie. Meerdere toestemmingen of adviezen binnen één partij. Intern casemanagement van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 9: voorbeeld complexe situatie. Meerdere toestemmingen of adviezen bij diverse partijen. Integraal casemanagement van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag of initiatief kan als complex worden aangemerkt wanneer er meerdere vergunningplichtig onderdelen, overheidsorganen of in- of externe adviseurs (inclusief andere overheidsorganen) bij betrokken zijn. Ook aanvragen of initiatieven met ingrijpende gevolgen voor de fysieke leefomgeving, of die bestuurlijk of politiek gevoelige gevolgen hebben, kunnen als complex worden beschouwd. In complexe situaties ligt de focus van de casemanager op de integrale behandeling en procesbewaking, waarbij hij of zij minder betrokken is bij de inhoudelijke beoordeling (zie figuur 9).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van complexe situaties zijn het volledig nieuw oprichten (bouwen) van een groot bedrijf met mogelijke effecten op de omgeving, de aanleg van een nieuw wegtracé of de ontwikkeling van een nieuwe haven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De casemanager controleert of er sprake is geweest van participatie. De weging van participatie valt echter buiten de rol van de casemanager en ligt bij de inhoudelijk beoordelaar, meestal de vergunningverlener.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het schema wordt het proces van casemanagement bij vergunningverlening schematisch weergegeven in figuur 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 10: Proces casemanagement bij vergunningverlening Stappenplan voor een casemanager bij een vergunningaanvraag Dit stappenplan is bedoeld voor zowel interne als integrale casemanagers. Intern casemanagement betreft het casemanagement binnen de eigen organisatie, terwijl integraal casemanagement betrekking heeft op samenwerking met meerdere ketenpartners. Waar mogelijk heeft integraal casemanagement altijd de voorkeur. Wanneer je als casemanager optreedt, volg je altijd de stappen die voor intern casemanagement gelden. De dikgedrukte tekst is specifiek van toepassing op de integrale casemanagers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag Indienen De organisatie die de aanvraag tot vergunningverlening heeft ontvangen, beoordeelt, met inachtneming van de landelijke kwaliteitscriteria, op welke wijze casemanagement wordt ingevuld (intern of integraal) aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerdere aspecten in de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal-maatschappelijke complexiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technisch-inhoudelijke complexiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Politieke gevoeligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betrokkenheid van meerdere bevoegde gezagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij betrokkenheid van meerdere bevoegde gezagen wordt in onderling overleg vastgesteld bij welke organisatie het zwaartepunt ligt. Deze organisatie neemt de verantwoordelijkheid voor het integraal casemanagement. Bij het bepalen van het zwaartepunt houden we rekening met zowel de technisch-inhoudelijke als de sociaal-maatschappelijke aspecten. Politieke gevoeligheid kan hierbij ook een rol spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanstellen van de Casemanager Contact met de Aanvrager: De casemanager neemt contact op met de aanvrager en fungeert als aanspreekpunt voor organisatorische zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalen van Toepasselijke Aspecten: De casemanager identificeert welke aspecten (zoals APV, RO, bouw, natuur, milieu, veiligheid, gezondheid, omgeving en politiek) relevant zijn voor de aanvraag. Indien nodig wordt hierop bijgestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Controle op Participatie: De casemanager onderzoekt of er sprake is geweest van participatie in het proces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inventariseren van Betrokken Partijen: De casemanager inventariseert welke partijen betrokken zijn bij de besluitvorming over de aanvraag of een adviesrol vervullen. Vervolgens legt de casemanager contacten met deze partijen en stroomlijnt de verschillende procedures. De casemanager zorgt voor horizontale afstemming met de betrokken partijen. Zie onder meer de samenwerkingsmatrix in bijlage 3 voor informatie over wanneer welke partij betrokken moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regie Voeren: De casemanager voert strakke regie over de betrokken vergunningverleners en adviseurs binnen de eigen organisatie, zodat zij zich houden aan de gemaakte procesafspraken. Indien nodig coördineert hij of zij verzoeken om aanvullingen en aanvullende aanvragen met de adviseurs van de verschillende aspecten. Een integraal casemanager doet dit ook voor externe partijen en heeft daarnaast het overzicht en fungeert als aanspreekpunt voor alle betrokken partijen richting de initiatiefnemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dossieropbouw: De casemanager zorgt voor een overzichtelijke dossieropbouw van alle relevante zaken binnen de eigen organisatie. De integraal casemanager heeft het overzicht en is het aanspreekpunt voor alle betrokken partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voortgang Controleren: De casemanager controleert de voortgang van de aanvraag en sluit dit waar nodig kort met de betrokkenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordeling van Aspecten: De casemanager bevestigt of alle aspecten voldoende zijn behandeld (besluiten zijn genomen op alle onderdelen) en controleert het concept-besluit op tegenstrijdigheden, overlappingen en hiaten. Indien nodig onderneemt de casemanager actie om deze zaken te (laten) oplossen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overdracht naar fase toezicht/handhaving Als de vergunning (na handhaafbaarheidstoets) is verleend, wordt casemanagement voor vergunningverlening afgesloten en het dossier overgedragen aan toezicht en handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht en Handhaving Casemanagement wordt in de kwaliteitscriteria niet (meer) als functie beschreven, maar het blijft cruciaal voor het gerichter aanpakken van problemen en het verbeteren van de dienstverlening. We willen onder andere voorkomen dat inwoners en bedrijven onnodig vaak gecontroleerd worden. Daarom stemmen we toezichts- en handhavingsacties zoveel mogelijk op elkaar af en voeren we als verschillende instanties of onderdelen van instanties controles bij bedrijven of activiteiten gelijktijdig uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de deskundigheid van casemanagement eenduidig vorm te geven, is het van belang om bij toezicht en handhaving zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de uitgangspunten voor casemanagement bij vergunningverlening. De handhavingsstrategie zoals beschreven in het U&amp;H-beleid Zeeland 2025-2028 fungeert hierbij als maatgevend kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Casemanagement bij toezicht en handhaving begint bij een klacht, een (on)geplande controle (gezamenlijk toezicht, signaaltoezicht of integraal toezicht) of een overtreding. Bij intern casemanagement blijft de casemanager binnen de organisatie actief, maar het is belangrijk dat er horizontaal niveau afstemming plaatsvindt met de betrokken partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke ketenpartner voert zijn eigen beleid en programma voor toezicht en handhaving uit. Wanneer blijkt dat meerdere ketenpartners gelijktijdig bij een zaak betrokken zijn, wordt, indien mogelijk, integraal casemanagement toegepast. De casemanager van de organisatie die de toezichtscontroles plant, weegt dit af, nodigt de andere partijen uit om deel te nemen aan de integrale controle en zorgt voor de nodige afstemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kunnen meerdere ketenpartners tegelijkertijd betrokken zijn in de volgende situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij klachten die voor meerdere ketenpartners relevant zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om onnodige controles door verschillende organisaties te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij overlap van toezichts- en handhavingsprogramma’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze controles kunnen naast de reguliere ketenpartners ook andere partijen betrokken zijn, zoals de belastingdienst, politie, Functioneel Parket en Burgerregistratie personen-ambtenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij overtredingen waarbij meerdere instanties of interne afdelingen willen handhaven, werken de casemanagers samen bij de toepassing van de LHSO. De betrokken partijen wisselen informatie uit over de aanpak en het vervolg. Wanneer het efficiënt en/of effectief is, voeren de betrokken partijen (her)controles gezamenlijk uit. “In een wereld zonder afspraken over casemanagement”</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de omgevingsdienst is geconstateerd dat er een overtreding is binnen een milieubelastende activiteit (bedrijf). De vergunninghouder is hierop aangeschreven maar de overtreding is nog steeds niet beëindigd. De volgende stap is het opleggen van een dwangsom, waarbij een periode wordt gesteld waarbinnen de overtreding ongedaan gemaakt moet zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door onderzoek van de vergunninghouder blijkt dat er 1 manier is om de overtreding te beëindigen. Dit betreft het creëren van een uitrit aan de andere kant van zijn inrichting. Uit milieuoogpunt is dit een goede oplossing. Echter op het gebied van ruimtelijke ordening en voor het in gebruik nemen van de uitrit past het niet in het bestaande beleid en voldoet niet aan het Omgevingsplan. En er bestaat geen mogelijkheid om het passend te maken. De vergunninghouder zal dus opnieuw naar een oplossing moeten zoeken en de termijn zal moeten worden verlengd. Indien in vroegtijdig stadium casemanagement was toegepast was de procedure zonder extra inspanning van de vergunninghouder en de betrokken partijen verlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het schema wordt het proces van casemanagement bij toezicht en handhaving schematisch weergegeven in figuur 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 11: Proces casemanagement bij toezicht en handhaving Stappenplan voor een casemanager bij toezicht en handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit stappenplan is bedoeld voor zowel interne als integrale casemanagers. Intern casemanagement betreft het beheer van aanvragen binnen de eigen organisatie, terwijl integraal casemanagement gericht is op samenwerking met meerdere ketenpartners. Waar mogelijk heeft integraal casemanagement altijd de voorkeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als casemanager volg je altijd de stappen die voor intern casemanagement gelden. De dikgedrukte tekst is specifiek van toepassing op de integrale casemanagers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordeling van meerwaarde van Casemanagement: De organisatie die verantwoordelijk is voor toezicht en handhaving beoordeelt of casemanagement meerwaarde biedt wanneer er sprake is van een overtreding of (on)geplande controles en klachten. Deze beoordeling gebeurt aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerdere aspecten in het dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal-maatschappelijke complexiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technisch-inhoudelijke complexiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Politieke gevoeligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betrokkenheid van meerdere bevoegde gezagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er meerdere bevoegde gezagen betrokken zijn, wordt vastgesteld bij welke organisatie het zwaartepunt ligt. Deze organisatie neemt de verantwoordelijkheid voor het integraal casemanagement. Bij het bepalen van het zwaartepunt houden we rekening met zowel de technisch-inhoudelijke als de sociaal-maatschappelijke aspecten. Daarnaast kan politieke gevoeligheid ook een rol spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanstellen casemanager Bepalen van Toepasselijke Aspecten: De casemanager identificeert welke aspecten (zoals ruimtelijke ordening, bouw, milieu, water, omgeving, natuur, veiligheid, gezondheid en politiek) van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inventariseren van Betrokken Partijen: De casemanager inventariseert welke partijen betrokken zijn bij toezicht en/of handhaving. Hij of zij legt contacten met casemanagers binnen andere organisaties op horizontaal niveau. Een integraal casemanager doet dit ook met en voor externe partijen. Zie onder meer de samenwerkingsmatrix in bijlage 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Coördineren van Strategie en Aanpak: De casemanager coördineert de strategie en aanpak met betrekking tot toezicht en handhaving. Een integraal casemanager doet dit ook met en voor externe partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Coördineren van Voorbereiding en Uitvoering: De casemanager coördineert zowel de voorbereiding als de uitvoering van de controle op toezicht en handhaving. Een integraal casemanager doet dit ook met en voor externe partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Procesbewaking: De casemanager houdt het overzicht over de processen en voert strakke regie over alle betrokken adviseurs en organisaties, zodat zij zich houden aan de vastgelegde procesafspraken. Hij of zij controleert structureel de voortgang van de zaak en sluit dit waar nodig kort met de betrokkenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afstemming van Processtappen: Bij waarschuwingen, handhavingsbesluiten en dergelijke zorgt de casemanager ervoor dat deze processen op elkaar zijn afgestemd. De casemanager is in principe het aanspreekpunt voor de inhoudelijke en procesmatige onderdelen van het dossier. Een integraal casemanager doet dit ook met en voor externe partijen. Daarnaast heeft hij of zij het overzicht en fungeert als aanspreekpunt voor alle betrokken partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoordeling van Aspecten: De casemanager bevestigt of alle aspecten voldoende zijn behandeld (besluiten zijn genomen op alle onderdelen) en controleert het concept-besluit op tegenstrijdigheden, overlappingen en hiaten. Hij of zij rapporteert hierover aan de betrokken ketenpartners. Een integraal casemanager doet dit ook met en voor externe partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overdracht naar fase aanvraag Een handhavingszaak kan resulteren in een nieuwe aanvraag om vergunning. In dat geval vindt er een overdracht naar de vergunningverlening plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Implementatie, borging en evaluatie Implementatie Dit protocol dient als handleiding voor de beroepspraktijk. We realiseren ons dat een document van vele pagina’s niet het meest praktische instrument is voor het beantwoorden van korte vragen. Desondanks is ons doel dat alle deelnemers de stappenplannen volgen die in dit protocol zijn beschreven. Deze stappenplannen zijn ontworpen om de implementatie van casemanagement binnen de betrokken Zeeuwse organisaties te vergemakkelijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen elk bevoegd gezag dient er een aantal collega's aanwezig te zijn die het gedachtegoed van casemanagement uitdragen. De implementatie van casemanagement kan financiële en personele gevolgen hebben voor de bevoegde gezagen en uitvoeringsorganisaties die tot nu toe nog geen (volledige) invulling hebben gegeven aan casemanagement. Er zijn ook organisaties waarbij de uitvoeringspraktijk al dicht bij de modellen ligt zoals weergegeven. Daarom is het niet mogelijk om een financieel plaatje te maken dat op alle deelnemers van het U&amp;H-beleid van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordat het lokale bestuur overgaat tot vaststelling van het beleid, moet er in de ambtelijke lijn een impactanalyse worden uitgevoerd. Deze analyse moet in kaart brengen in hoeverre de bedrijfsvoering moet worden aangepast, inclusief de bijbehorende financiële consequenties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Borging en evaluatie De naleving van het protocol is primair de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Het conformeren aan het beleid en de bijbehorende opdrachten is echter niet vrijblijvend. We maken afspraken met elkaar en als ketenpartner moet je hierop kunnen vertrouwen. Daarom worden de uitkomsten van vervolgopdrachten, waarbij casemanagement een van de onderdelen is, ter besluitvorming voorgelegd aan het Bestuurlijk Overleg Omgevingsrecht (BOOR) om vervolgens door elke deelnemer afzonderlijk te laten bekrachtigen. Op deze manier is de implementatie van casemanagement binnen de betrokken organisaties formeel voldoende geborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de Big 8-cyclus is evaluatie een wettelijk verplicht instrument9Zie ook hoofdstuk 13 Omgevingsbesluit. dat input kan leveren voor het aanpassen van het beleid. De evaluatie van het protocol Casemanagement moet dan ook binnen deze context worden uitgevoerd. Gezamenlijk kan worden bepaald hoe deze evaluatie vorm krijgt, maar deze zal per bevoegd gezag moeten worden uitgevoerd. De rapportage hierover is eveneens een wettelijke verplichting en kan aan het BOOR worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast stellen we in het protocol dat integraal casemanagement ons einddoel is. Dit houdt in dat we op een bepaald moment moeten overstappen van het interne model naar het integrale model. De variabelen die bepalen of het integrale model in de praktijk kan worden ingezet zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning van ICT-systemen in de integrale aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Implementatie van het interne model bij alle deelnemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelnemers zijn afhankelijk van hun ketenpartners om te bepalen of een overstap naar het integrale model mogelijk is, aangezien iedereen een gelijke voortgang in de implementatie moet hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Bijlagen Bijlage 1: Reikwijdte Uit Casemanagement, de reikwijdte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het achtergronddocument is een aanvullend document bij de U&amp;H-strategie 2025-2028 van Zeeland. De daarin opgenomen reikwijdte (zie 2.1.5) is ook de reikwijdte voor dit protocol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2: 4 Kwadranten Bijlage 3: Samenwerkingsmatrix (deze lijst is niet uitputtend) (dynamisch document overzicht op hoofdlijnen uit U&amp;H-ketensamenwerking) Onderwerpen RUD10 info@rud-zeeland.nl VRZ 11 omgevingsveiligheid@vrzeeland.nl GGD12 milieu-gezondheid@ggdzeeland.nl PZ RWS WS ANVS Evenementen (APV) RUD VRZ GGD Externe veiligheid (Bal en Op) RUD VRZ GGD Klimaatadaptatie en energiebesparing RUD VRZ GGD Milieuzonering RUD VRZ GGD Natuur/ groen (Ow en Bal) RUD VRZ GGD PZ WS Straling /Elektromagnetische velden RUD VRZ GGD ANVS Brandveiligheid (Bbl) RUD VRZ Inrichtingen opslag/verkoop consumentenvuurwerk (Wm en vw. besluit) RUD VRZ Vuurwerkevenementen (Ow en verord.) RUD VRZ Bodem en ondergrond (Ow en Bal) RUD GGD Geluid (Op) RUD GGD Geurhinder (Op) RUD GGD Luchtkwaliteit RUD GGD Risico op ziekten RUD GGD Licht (Bal en Op) RUD Bereikbaarheid hulpdiensten (Op) VRZ Bluswatervoorzieningen (Op) VRZ Verkeer RUD VRZ Inrichting/(her)ontwikkeling gezonde leefomgeving GGD Inrichting/(her)ontwikkeling Sociale veiligheid GGD Mogelijke aanvullende onderwerpen RUD VRZ GGD PZ RWS WS ANVS Infrastructuur VRZ WS Landbouw/Fruitteelt RUD WS Waterkwaliteit/Zwemwater RUD RWS WS Bouwen VRZ Voorzieningen Werken en Economie Legenda RUD: Regionale uitvoeringsdienst Zeeland VRZ: Veiligheidsregio Zeeland GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdiensten PZ: Provincie Zeeland RWS: Rijkswaterstaat WS: Waterschap ANVS: Autoriteit Nucleaire Veiligheid en straling Richtlijn Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) is ontworpen om de positie van de bouwconsument te versterken en de bouwkwaliteit te verbeteren. De wet beoogt efficiënter toezicht op het bouwproces en stimuleert aannemers om hoogwaardige bouwkwaliteit te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Veranderingen in rollen en verantwoordelijkheden De invoering van de Wkb brengt veranderingen met zich mee voor alle betrokken partijen, inclusief het bevoegd gezag. Voor bouwwerken in Gevolgklasse 1 (GK1) die nieuwbouw betreffen, betekent dit dat wij geen technische toetsing en ook geen technisch toezicht meer uitvoeren. Onze focus verschuift naar procestoetsingen, gebaseerd op meldingen en informatieplichten. Gemeenten blijven vooralsnog verantwoordelijk voor het toezicht op bestaande bouw, bouwwerken in gevolgklasse 2 en 3 en bouw- en sloopveiligheid. Bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 bouwwerken wordt primair belegd bij private kwaliteitsborgers. De preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt vervangen door toetsing en toezicht door kwaliteitsborgers op het bouwwerk zoals dat wordt gebouwd. De kwaliteitsborger heeft geen handhavingsbevoegdheden. De handhavingsbevoegdheid blijft dan ook bij de gemeente. Het is de bedoeling op termijn bestaande bouw in gevolgklasse 1 onder het stelsel te laten vallen en later wellicht ook de bouwwerken in gevolgklasse 2 en 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Gefaseerde invoering De Wkb wordt stapsgewijs ingevoerd. Op peildatum 28-02-2025 valt enkel GK1-nieuwbouw onder deze wet. Dit betreft voornamelijk bouwwerken waarbij eventuele tekortkomingen of calamiteiten beperkte gevolgen hebben voor personen, zoals woningen en bedrijfsgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder gevolgklasse 1 vallen de bouwwerken zoals opgenomen in artikel 2.17, lid 3 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De lijst hieronder geeft een niet-uitputtend overzicht van bouwwerken onder gevolgklasse 1 (enkel nieuwbouw):</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondgebonden woning, niet in een woongebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonboot/drijvende woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondgebonden vakantiehuis of ander vakantieverblijf, niet in een logiesgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerk met industriefunctie van maximaal 2 bouwlagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opslaghal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Veestal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Productiehal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Magazijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kas;</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkplaats;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kattenpension.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovengronds infrastructureel werk voor langzaam verkeer met maximaal 20 meter overspanning en niet over een rijks- of provinciale weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brug/viaduct voor fietsers, voetgangers, rolstoelgangers, bromfietsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ander bovengronds bouwwerk van maximaal 20 meter hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zendmast;</p>\n<p class=\"lf-p\">Antenne;</p>\n<p class=\"lf-p\">Windmolen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Keermuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Walmuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kademuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemaal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Tribune.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Invulling toetsing/vergunningverlening, toezicht en handhaving De gemeente behoudt alle bevoegdheden om toezicht te houden en zo nodig te handhaven. Wel is het zo dat de gemeentelijke preventieve toets aan de bouwtechnische voorschriften bij vergunningverlening wegvalt voor bouwwerken uit gevolgklasse 1. Daarnaast heeft de wetgever aangegeven dat de gemeente dient te vertrouwen op het stelsel van kwaliteitsborging en dat de bouwwerken onder dat stelsel aan de technische bouwvoorschriften voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de basis gaan we er dan ook vanuit dat het systeem van kwaliteitsborging werkt en dat door de gemeente geen toezicht op bouwtechnische zaken wordt gehouden. Bij twijfel of wordt voldaan aan de noodzakelijke kwaliteit, kan een controle ter plaatse worden uitgevoerd. Aanleiding hiervoor kan zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een controle op bouw- en sloopveiligheid waarbij op de bouwplaats waarnemingen worden gedaan die twijfels oproepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding van een initiatiefnemer of een derde dat niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding van de kwaliteitsborger dat niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Vergunningverlening In het traject van het vooroverleg en -indien dat niet noodzakelijk is- in het traject van het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwwerk dat valt onder gevolgklasse 1, wijzen wij de initiatiefnemer erop dat er voor aanvang van de bouw aanvullende stappen nodig zijn, zoals:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inschakelen van een kwaliteitsborger;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het indienen van de bouwmelding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het indienen van een informatieplicht voor start bouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij conceptverzoeken of initiatieven informeren wij de initiatiefnemer en/of gemachtigde over de te volgen procedure. Indien bekend, delen we bijzondere lokale omstandigheden (BLO) om hier in de planvorming rekening mee te houden. Deze informatie wordt zo breed mogelijk beschikbaar gesteld via onze website of in het voortraject van specifieke projecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor start bouw Wij beoordelen de bouwmelding op volledigheid en controleren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Of het bouwwerk onder gevolgklasse 1 valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Of er een kwaliteitsborger is aangesteld en of deze borger gecertificeerd is voor het onderdeel waarop de borging van toepassing is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Of het gebruikte instrument geschikt is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Of de risicobeoordeling en het borgingsplan akkoord zijn en of deze reden geven voor extra informatie en extra toezicht (bijvoorbeeld bij bouwen naast een monument).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wijzen wij de initiatiefnemer op de wettelijke verplichtingen voor ingebruikname, zoals de informatieplicht voor start bouw, de gereedmelding en de informatieplicht over het einde van de bouwwerkzaamheden. Ook geven we aan welke acties we nog verwachten van de kwaliteitsborger. Waar nodig stemmen we gedurende het hele traject af met betrokken partijen. Zonder bouwmelding en informatieplicht voor start bouw kan er niet gestart worden met bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de bouwfase en ingebruikneming In het borgingsplan is vastgelegd hoe afwijkingen van de normen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden behandeld. Tijdens de bouwfase verwachten we de volgende acties van de kwaliteitsborger, opdrachtgever en/of aannemer:</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteitsborger lost afwijkingen primair op met de aannemer of opdrachtgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er sprake is van een (dreigende) blijvende afwijking, moet dit worden gemeld via de informatieplicht ‘Strijdigheid Besluit bouwwerken leefomgeving’. In dit geval wordt een controle ter plaatse uitgevoerd samen met de kwaliteitsborger. Wij schrijven de aannemer/initiatiefnemer afhankelijk van de bouwfase en de ernst van de situatie aan met ‘bouwstop’ of ‘een verbod op gebruik’, totdat er informatie wordt overlegd waaruit blijkt dat het probleem is opgelost. Indien anders wordt gebouwd dan vergund, moet het bevoegd gezag hiervan op de hoogte worden gesteld. Als blijkt dat de kwaliteitsborger kwalitatief geen goed werk verricht, zal een melding worden gedaan bij de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">We toetsen de gereedmelding op volledigheid en controleren of de verklaring van de kwaliteitsborger positief is. Als de kwaliteitsborger geen positieve verklaring kan afgeven, is de regel dat het bouwwerk niet in gebruik genomen mag worden totdat informatie wordt overlegd waaruit blijkt dat het probleem is opgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er geen gereedmelding is gedaan, kan het bouwwerk niet in gebruik worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verbod op ingebruikname is altijd van toepassing bij tekortkomingen. In uitzonderlijke gevallen, waarbij afwijkingen gering zijn en een verbod op ingebruikname disproportioneel zou zijn, kan een maatwerkvoorschrift een oplossing bieden. Dit stelt het bevoegd gezag in staat om af te wijken van algemene regels, zoals het toestaan van ingebruikname zonder volledige gereedmelding. Vooralsnog wordt vanaf 1 januari 2026 de mogelijkheid tot maatwerkvoorschriften van kracht. Wij zullen van deze mogelijkheid gebruik maken als het nodig is en hiervoor nog een nadere invulling geven aan de afspraken die hierover Zeeuws breed gemaakt kunnen worden. Tot die tijd hanteren we de beginselplicht tot handhaving. Afzien van handhaving is alleen mogelijk als:</p>\n<p class=\"lf-p\">De situatie binnenkort legaal wordt (concreet zicht op legalisering);</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaving onredelijk zou zijn (evenredigheidsbeginsel);</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaven oneerlijk is omdat in andere gevallen niet gehandhaafd wordt (gelijkheidsbeginsel);</p>\n<p class=\"lf-p\">De overtreder een toezegging heeft gekregen over zijn handelen/acties (vertrouwensbeginsel).</p>\n<p class=\"lf-p\">DeelD: bijlagen LHSO LHSO Toelichting In dit deel D van de nota Uitvoerings en Handhavingsbeleid Zeeland 2025-2028 onderdeel strategie worden de bijlagen opgenomen. Onderdeel van de bijlagen zijn de landelijke beleidsnotities daarbij gaan we uit van de meest recentste versie. Deze nota’s worden onderschreven en zijn de basis voor deze nota.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om de onderstaande landelijke beleidsnota:</p>\n<p class=\"lf-p\">De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) d.d. 12 oktober 2022. Mochten er tussentijds aanpassing of aanvullingen doorgevoerd worden dan wordt deze gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze nota is niet fysiek in de bijlagen opgenomen. Wij verwijzen u naar de internetsite van informatiepunt leefomgeving (https://iplo.nl/).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen zijn weergegeven in onderdeel B Kapelle, 21 oktober 2025Hoogachtend,Burgemeester en wethouders van Kapelle,De secretaris, F.W. LeijnseDe burgemeester, C.G. Jansen op de HaarBijlage1:U&amp;H-partners DCMR Gemeente Borsele Gemeente Goes Gemeente Hulst Gemeente Kapelle Gemeente Middelburg Gemeente Noord-Beveland Gemeente Reimerwaal Gemeente Schouwen-Duiveland Gemeente Sluis Gemeente Terneuzen Gemeente Tholen Gemeente Veere Gemeente Vlissingen GGD Zeeland Natuurmonumenten Openbaar Ministerie Politie Provincie Zeeland Rijkswaterstaat RUD Zeeland Staatsbosbeheer Stichting Het Zeeuwse Landschap Veiligheidsregio Zeeland Waterschap Scheldestromen Bijlage2:Afkortingen Afkorting Omschrijving ABRvS Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State AMVB Algemene maatregelen van bestuur ANVS Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Straling APV Algemene Plaatselijke Verordening AWB Algemene wet bestuursrecht AWZI Afvalwaterzuiveringsinstallatie Bal Besluit activiteiten leefomgeving Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving BBT Best Beschikbare Technieken BIBOB Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur BLO Bijzondere lokale omstandigheden BOA Buitengewoon opsporingsambtenaar BOb Bestuurlijk Omgevingsberaad BREF Referentiedocumenten voor Beste Beschikbare technieken BSBm Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu BW Burgerlijk wetboek CJIB Centraal Justitieel Incassobureau CMP Circulair Materialen Plan DCMR Dienst centraal milieubeheer Rijnmond DSO Digitaal Stelsel Omgevingswet EFTAL Evenwichtige toedeling van functies aan locaties EU Europese Unie FTE Fulltime-equivalent GGD Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidszorg GK Gevolgklasse HBO Hoger beroepsonderwijs I&amp;W Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat IBT Interbestuurlijk toezicht ILT Inspectie Leefomgeving en Transport IPO Interprovinciaal Overleg IPPC Integrated pollution prevention and control LAP Landelijk afvalbeheer Plan LHSO Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht LVS Landelijke vergunningenstrategie MBA Milieubelastende activiteit MBO Middelbaar beroepsonderwijs Mkb Midden- en kleinbedrijf NLA Nederlandse Arbeidsinspectie OB Omgevingsbesluit OM Openbaar Ministerie OW Omgevingswet PFAS Per- en polyfluoralkylstoffen PZ Provincie Zeeland RIE-4 Richtlijn industriële Emissies categorie 4 RO Ruimtelijke Ordening RUD Regionale uitvoeringsdienst RvS Raad van Staten RWS Rijkswaterstaat RWZI Rioolwaterzuiveringsinstallatie SAM Snelle Afdoening Milieuzaken SLA Schone Lucht Akkoord U&amp;H Uitvoering &amp; handhaving UvW Unie van Waterschappen VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten VRZ Veiligheidsregio Zeeland VTH Vergunningverlening, toezicht en handhaving</p>\n<p class=\"lf-p\">Wkb Wet kwaliteitsborging voor het bouwen WS Waterschap ZZS Zeer Zorgwekkende Stoffen</p></div>", "next": 0}