{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Bij een pgb hoort ook het beheren van het budget. Er dient een scheiding te zijn tussen de budgetbeheerder en de uitvoerende zorgverlener. De zorginstelling of uitvoerende zorgverlener mag niet de financiën rond het pgb beheren om belangenverstrengeling te voorkomen. De budgethouder, of als er een budgetbeheerder is die de pgb zaken regelt, is financieel verantwoordelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het toekennen van een pgb dient onderzocht te worden of het beheer ervan in goede handen is. Om een pgb te kunnen beheren moet men o.a. in staat zijn een administratie te voeren, de zorgverlener aan te sturen, te evalueren en verantwoordelijkheid te nemen en verantwoordelijkheid af te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De budgethouder of budgetbeheerder heeft een grote verantwoordelijkheid en moet vaardig genoeg zijn om de volgende taken te kunnen uitvoeren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het opstellen van een plan over hoe het pgb besteed zal worden (budgetformulier).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunnen motiveren waarom het persoonsgebonden budget de beste oplossing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkgever kunnen zijn: aansturen, controleren, kwaliteit bewaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In staat zijn het pgb administratief te beheren, met taken zoals de (digitale) communicatie met de Sociale Verzekeringsbank; het afsluiten van een zorgovereenkomst, factureren en doorgeven van wijzigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er op toezien dat er actief gewerkt wordt aan het te behalen resultaat zoals beschreven in het Plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de budgethouder zelf niet in staat wordt geacht de regie over het pgb te voeren, kan het beheer bij een bekwaam ander persoon (bijvoorbeeld via het sociale netwerk dan wel via een bewindvoerder, mentor of gemachtigde), worden ondergebracht. Oftewel een budgetbeheerder. De budgetbeheerder en de zorgverlener dienen in het geval van een pgb te allen tijde een Verklaring omtrent Gedrag te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2.3.6. lid 2 van de Wmo 2015 wordt o.a. aangegeven dat wanneer belanghebbende zelf niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, het pgb kan worden geweigerd. Budgethouder moet dus wel in staat zijn om een betrouwbare budgetbeheerder te kiezen. De budgetbeheerder moet op zijn beurt goede intenties hebben en handelen in het belang van de budgethouder. Wanneer er geen bekwame budgetbeheerder is, kan het verstrekken van de voorziening in pgb worden geweigerd. Belanghebbende kan dan de maatwerkvoorziening in natura (blijven) ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26</span><span class=\"lf-art-t\">Het pgb voor niet-professionele hulp</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het pgb kan worden ingezet om niet-professionele zorgverleners mee te betalen. Dit kan bijvoorbeeld iemand uit het sociale netwerk van de aanvrager zijn. Er dient altijd rekening gehouden te worden met mogelijke gebruikelijke hulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betalen van ondersteuning of hulp die gewoonlijk geleverd zou worden uit het sociale netwerk van belanghebbende komt in principe niet voor vergoeding in aanmerking. Er zijn situaties die hierop een uitzondering kunnen zijn. Aan de hand van de volgende criteria wordt bepaald of dit het geval is:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet sprake zijn van zorg die de algemeen gebruikelijke hulp (zie bijlage 1) overstijgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als iemand vanuit het netwerk de ondersteuning gaat bieden, moet dat gepaard gaan met een wijziging in de bestaande situatie, omdat tijdens het gesprek blijkt dat vanuit de bestaande situatie de inzet van het sociale netwerk ontoereikend is. Er is dus extra inzet nodig buiten de inzet die al door het sociale netwerk geleverd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter en flexibeler dan professionele ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitgangspunt is dat het pgb voor niet-professionele zorgverleners beperkt moet blijven tot die gevallen waarin dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt. Het belang van belanghebbende staat hierbij centraal. Het gaat om argumenten zoals: zorgcontinuïteit: partner of ouder kan zorgen voor flexibelere inzet of permanent beschikbaarheid of toezicht. Een professional kan dit niet. emotionele binding: partner, ouder of andere familie/kennis heeft een emotionele band. Dit draagt bij aan de effectiviteit van de ondersteuning/hulp. veiligheid: hulp of zorg in de eigen leefomgeving door ouder, partner of andere familie/kennis is vertrouwd en veilig en draagt daarmee bij aan de resultaten in het arrangement of de beschikking. praktische reden: partner of ouder kan taken flexibel combineren die anders door meerdere professionals op verschillende tijdstippen/locaties worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning moet passend, adequaat en veilig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als iemand vanuit het sociale netwerk de ondersteuning gaat bieden, moet diegene wel de juiste vaardigheden hebben. Tijdens het gesprek wordt besproken of een persoon in staat is om de ondersteuning te bieden. Vanwege het specialistische karakter van de categorieën begeleiding groep basis, begeleiding speciaal (individueel en groep), kortdurend verblijf en Beschermd wonen is niet professionele zorg hierin in principe niet passend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het netwerk moet zich bewust zijn van de consequenties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon die vanuit het netwerk de ondersteuning biedt moet zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die hij, mogelijk langdurig, op zich neemt. Vraag die daarbij gesteld moet worden is, kan de degene die de hulp levert een keer overslaan als hij ziek is of op vakantie gaat, en hoe wordt de hulp dan geleverd?</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen pgb bij dreigende overbelasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer ondersteuning wordt ingezet in situaties waarin sprake is van (dreigende) overbelasting, zal zorgvuldig gekeken worden of het inzetten van pgb de juiste oplossing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer sprake is van inzet vanuit het sociale netwerk kan in zeer uitzonderlijke gevallen het budgetbeheer in handen zijn van de zorgverlener zelf. Bijvoorbeeld wanneer ouders (intensieve) zorg leveren voor een kind én er geen andere redelijke mogelijkheden zijn én kan worden vastgesteld dat de ouders in staat zijn het beheer belangeloos uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27</span><span class=\"lf-art-t\">Omvang van het pgb</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het pgb voor maatwerkvoorzieningen dient in beginsel toereikend en vergelijkbaar te zijn met een voorziening in natura. Het pgb voor de maatwerkvoorziening in de vorm van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen wordt vastgesteld op maximaal het niveau van de kosten van de maatwerkvoorziening als de maatwerkvoorziening in natura zou worden verstrekt. De hoogte van het pgb wordt vastgesteld aan de hand van de kostprijs van de goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. Indien dit een tweedehands voorziening betreft, dan kan het college de hoogte daar dus op baseren, mits de cliënt met dit bedrag dan ook daadwerkelijk de voorziening kan aanschaffen. De kosten van de maatwerkvoorziening bij verstrekking in natura worden bepaald op basis van contracten die met leveranciers zijn afgesloten en vormen op hun beurt de basis van de tarieven voor het pgb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze zijn opgenomen in het financieel besluit. Als er voor de maatwerkvoorziening geen contract is afgesloten dan worden de kosten bepaald op basis van een door de gemeente op te vragen offerte. Voor zover van toepassing, worden bij het pgb voor de maatwerkvoorziening, met uitzondering van woonvoorzieningen, tevens bedragen gesteld voor het onderhoud en de verzekering. Deze bedragen worden als aparte componenten vastgesteld. Bij vervoersvoorzieningen en bij hulpmiddelen is het bedrag hiervoor al in het pgb tarief opgenomen. Bij de uitbetaling van het pgb voor de inhuur vanuit het informele netwerk dient rekening gehouden te worden met het Wettelijk minimumloon inclusief vakantiebijslag, zie de site www.svb.nl/pgb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook geldt voor informele hulp dat er geen maandlonen geaccepteerd worden, maar alleen gewerkte uren kunnen worden gedeclareerd. In de regel worden alleen zorgovereenkomsten waarin sprake is van een uurloon goedgekeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor woonvoorzieningen wordt in principe geen budget toegekend voor onderhoud en verzekering. Hier zijn uitzonderingen mogelijk (zoals de onderhoudskosten van een traplift of een plafondlift). Het moet daarbij gaan om voorzieningen waarbij de gemeente verplicht is om de technische staat te keuren en te onderhouden. De hoogte van het pgb voor deze kosten is dan gelijk aan de kosten voor onderhoud van een voorziening in natura. Voor roerende woonvoorzieningen worden na toestemming vooraf, op declaratiebasis, reparatiekosten toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de maatwerkvoorzieningen HO en begeleiding is de hoogte van het pgb per resultaat vastgelegd in het vigerende financieel besluit maatschappelijke ondersteuning. De hoogte van het pgb wordt grotendeels bepaald aan de hand van het te bereiken resultaat. Voor dit pgb geldt dat het tarief per kalenderjaar wordt vastgesteld. Het is niet mogelijk om op basis van hoge reiskosten, een toereikend PGB op maat maken via artikel 7.2 van het Financieel besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">HO en individuele begeleiding worden toegekend voor het hoofdverblijf in de gemeente. Bij verblijf van minder dan drie maanden in een recreatiewoning of in het buitenland, hoeft het pgb niet aangepast te worden. Na een tussenperiode langer dan drie maanden wordt het pgb gestopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt in tarief onderscheid gemaakt tussen (niet-professionele) informele hulp, (niet beroepsmatige hulp die wordt geleverd door mensen uit de eigen omgeving of het eigen netwerk), een tarief voor zzp-ers (professionele hulp die wordt geleverd door een ter zake kundig gediplomeerde zelfstandige zonder personeel of eenmansbedrijf) en professionele hulp die wordt ingekocht bij een (zorg)instelling. In de regel wordt voor maatwerkvoorzieningen de volgende gedifferentieerde tariefstelling gehanteerd: (Niet-professioneel) Informeel; 50% van het tarief dat bij zorg in natura wordt gehanteerd Zzp; 80% van het tarief dat in zorg in natura wordt gehanteerd Instelling; 90% van het tarief dat in zorg in natura wordt gehanteerd Niet-professionele, informele zorg wordt verleend door mensen die niet beroeps- of bedrijfsmatig zorg verlenen of familie in eerste of tweede graad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor professionele hulp die wordt geleverd door een ter zake kundig gediplomeerde zzp-er (zzp tarief) wordt verleend door een persoon die beroepsmatig is gekwalificeerd voor de betreffende ondersteuning en bij de Belastingdienst en kamer van Koophandel staat geregistreerd als zelfstandige, eenmansbedrijf of freelancer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Professionele hulp als zzp-er kan niet geleverd worden door familie, te weten in de eerste of tweede graad, echtgenoot, geregistreerd partner of een andere levensgezel van de budgethouder, met name wegens het ontbreken van professionele afstand. In die gevallen wordt de hulp als niet-professioneel (informeel) gezien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief voor professionele hulp die wordt geleverd door zorginstelling (instellingstarief) wordt geleverd door gekwalificeerd personeel dat in loondienst is bij een erkende zorginstelling, waarbij de bij de sector behorende cao nageleefd wordt. In dit tarief is rekening gehouden met de werkgeverslasten die gebruikelijk zijn voor een dergelijke zorginstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er sprake is van een combinatie van verschillende soorten pgb, is het niet mogelijk om 2 of 3 volledige verstrekkingen te doen. Deze moeten in verhouding afgestemd worden zodat deze overeenkomen met de totale vastgestelde hoeveelheid (intensiteit) van de ondersteuningsbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer meer zorg wordt ingekocht met het pgb dan de voorziening in natura, wordt alleen een budget verstrekt ter hoogte van de kosten van de natura-voorziening (of het bedrag dat voor de betreffende maatwerkvoorziening is opgenomen in het Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning Leiden 2022). Belanghebbende dient dan de eventuele extra kosten zelf bijbetalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het pgb geldt dat: het pgb niet aangewend kan worden voor een feestdagenuitkering; bemiddelingskosten niet vergoed kunnen worden vanuit een pgb; reiskosten moeten vanuit het budget betaald worden. Omdat het budget in eerste instantie bedoeld is om de zorg / ondersteuning in te kunnen kopen, moet dit wel in verhouding staan en mag niet ten koste gaan van de hulpverlening. Uitgangspunt is dat de hulpverlener in de nabijheid van de budgethouder woont. Op individuele gronden kan hiervan worden afgeweken. de budgethouder/budgetbeheerder verplicht is om wijzigingen door te geven (met name bij verandering van hulpverlener); declaraties over het jaar T voor 1 augustus van het jaar T+1 ingediend moeten zijn bij de gemeente. Bij overschrijding van deze termijn wordt de declaratie niet meer in behandeling genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28</span><span class=\"lf-art-t\">Kwaliteit van het pgb</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De budgethouder of budgetbeheerder heeft de regie over de ondersteuning die hij met het pgb contracteert of inkoopt. Daarmee krijgt hij de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde ondersteuning en kan hij zo nodig bijsturen. Voor de ondersteuning die ingekocht wordt met een pgb gelden dezelfde kwaliteitscriteria als voor maatwerkvoorzieningen in natura.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan voor- of achteraf toetsen of de veiligheid en doeltreffendheid voldoende is gegarandeerd. De kwaliteitseisen die gelden voor ingekochte ondersteuning in natura kunnen soms niet 1 op 1 worden toegepast op ondersteuning ingekocht via een pgb. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt mee of diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. De budgethouder dient inzichtelijk te maken: waar hij zijn ondersteuning zal inkopen; op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid; hoe de veiligheid en doeltreffendheid van ondersteuning is gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Beschermd wonen geldt dat wanneer een nieuw pgb gefinancierd wooninitiatief start, de gemeente pas overgaat tot het verstrekken van een pgb voor deze maatwerkvoorziening wanneer de kwaliteit van het initiatief met de gemeente is afgestemd. Indien een wooninitiatief niet of niet meer voldoet aan de kwaliteitseisen, zal een verbeterplan worden opgesteld. Wanneer niet kan worden voldaan aan het verbeterplan, zal het pgb niet meer kunnen worden ingezet bij het betreffende wooninitiatief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel29</span><span class=\"lf-art-t\">Betaling van het pgb: trekkingsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de Wmo 2015 is sprake van trekkingsrecht. Trekkingsrecht wil zeggen dat de gemeente het pgb niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op de rekening van het servicecentrum PGB van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De budgethouder sluit een zorgovereenkomst af met de zorgverlener. Deze overeenkomst wordt door de SVB arbeidsrechtelijke getoetst en moet door de gemeente worden goedgekeurd alvorens een budget betaalbaar kan worden gesteld. De budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten of de ondersteuning is geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de zorgverlener. Het niet volledig bestede pgb wordt door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. Na ontvangst van de gegevens en de goedgekeurde zorgovereenkomst zal de SVB op basis van declaratie tot betaling overgaan. De klant dient vervolgens facturen in bij de SVB. Door het trekkingsrecht is het voor belanghebbenden niet meer mogelijk om te betalen via een automatische incasso. Wanneer aanbieders hiervoor extra kosten rekenen mogen deze kosten worden voldaan vanuit het pgb. Het trekkingsrecht is niet aan de orde bij eenmalige pgb’s en vervoersvoorzieningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel30</span><span class=\"lf-art-t\">Eenmalige uitkering voor materiele voorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er sprake is van een pgb voor materiele maatwerkvoorzieningen in de vorm van eenmalige uitkering voor een woonvoorziening, individuele vervoersvoorziening en rolstoel levert de persoon met beperkingen binnen twaalf maanden een aankoopverplichting aan bij de gemeente. De betaling van het budget vindt plaats na aanlevering van het bewijs van aankoop, een onderhoudscontract en - indien van toepassing - een verzekeringsbewijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel31</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording van het pgb</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor Begeleiding, HO en Beschermd wonen vindt de controle op de besteding van het pgb in principe plaats via de SVB. De SVB betaalt op declaratiebasis het pgb uit aan de in de zorgovereenkomst benoemde persoon of zorgverlenende organisatie. Voor andere voorzieningen (via een éénmalig pgb) voert de gemeente de controle uit. Declaratie vindt plaats op basis van (een van) de volgende stukken (afhankelijk van de voorziening): de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; het betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening; het bewijs van verzekering van de voorziening – indien van toepassing; het onderhouds- en reparatiecontract voor de voorziening; een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen; de met de zorgverlener overeengekomen zorgovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan daarnaast steekproefsgewijs onderzoeken of het pgb rechtmatig wordt besteed en wordt gebruikt om het resultaat, zoals omschreven in de beschikking, te realiseren. Blijkt bij controle dat het budget niet is besteed aan het doel of de activiteit waarvoor het is toegekend, dient de maatwerkvoorziening te worden beëindigd en kan eventueel onterecht verstrekt budget worden teruggevraagd, in voorkomende gevallen ook aan erfgenamen. Bij een pgb voor een hulpmiddel kan bij overlijden of definitieve opname van betrokkene voor afloop van de gebruiksduur de beschikking worden ingetrokken. Daarna kan de eventuele restwaarde worden bepaald en teruggevraagd aan de cliënt of zijn/haar erfgenamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk7Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening en algemene voorziening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel32</span><span class=\"lf-art-t\">Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een belanghebbende is voor een maatwerkvoorziening een bijdrage verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Verordening zijn in artikel 13 uitzonderingen geregeld voor de volgende voorzieningen: het collectief vraagafhankelijk vervoer een rolstoel een maatwerkvoorziening in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen een hulpmiddel voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar losse dagbesteding beschermd wonen begeleiding individueel intensiteit waakvlam (lage frequentie van ondersteuning) kortdurend verblijf kosten van reparatie, verwijdering en onderhoud van hulpmiddelen en woningaanpassingen (met uitzondering van het onderhoud in het pgb voor een hulpmiddel) individueel vervoer verhuiskosten Voor de maatwerkvoorzieningen in de vorm van diensten, zoals Huishoudelijke ondersteuning, en Begeleiding geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd zolang de inwoner de maatwerkvoorziening ontvangt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor hulpmiddelen zoals scootmobielen geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd zolang de inwoner het hulpmiddel in bruikleen heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor woningaanpassingen geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd totdat 100% van de kostprijs is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een persoonsgebonden budget geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd zolang de inwoner het persoonsgebonden budget ontvangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van eenmalige pgb’s geldt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd totdat de kostprijs bereikt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb is ten hoogste gelijk aan de maximale bijdrage die mogelijk is op grond van het Uitvoeringsbesluit, waarbij geldt dat zij nooit hoger is dan de kostprijs van de voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een belanghebbende in het verleden geen eigen bijdrage hoefde te betalen voor een voorziening, wordt deze wel opgelegd wanneer de voorziening vervangen c.q. aangepast wordt. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in zorg in natura is gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de maatwerkvoorziening afneemt of aanschaft van een (gecontracteerde) aanbieder, inclusief de bijkomende kosten. Voor een verstrekking in de vorm van een pgb geldt het verstrekkende budget als kostprijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening wordt de eigenbijdrage-systematiek van het CAK gevolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijdrage inzake toekenning van een woningaanpassing voor een minderjarige belanghebbende is met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.1.5 van de wet verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een belanghebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college brengt de bijdrage voor de volgende periode in rekening: voor dienstverlening: zolang de toekenning voor de dienstverlening niet is ingetrokken en er in een periode ondersteuning is geboden. voor een voorziening in natura, anders dan onder a: zolang belanghebbende gebruik maakt van of in het bezit is van de voorziening, en waar van toepassing tot maximaal de kostprijs van een eenmalig (pgb) verstrekte voorziening. bij een periodieke verstrekking van een pgb: over iedere periode waarover een pgb is verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Start eigen bijdrage:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente meldt aan het CAK vanaf welke datum de inning van de eigen bijdrage moet gaan plaatsvinden:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van maatwerkvoorzieningen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij diensten: start indicatie plus 14 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij hulpmiddelen: Vanaf de datum van levering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij woningaanpassingen/trapliften: Vanaf de datum van de factuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Einde eigen bijdrage:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente meldt aan het CAK vanaf welke datum de inning van de eigen bijdrage beëindigd moet worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij maatwerkvoorzieningen: Vanaf de eerste dag volgend op de maand waarin de levering van de zorg beëindigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij overlijden stopt de eigen bijdrage oplegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van een eenmalig pgb stopt de eigen bijdrage bij het bereiken van de kostprijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk8Kwaliteitseisen aanbieders maatschappelijke ondersteuning Onder kwaliteitsinstrumenten verstaan we begrippen als richtlijnen, standaarden, samenwerkingsafspraken, protocollen en productbeschrijvingen die tot doel hebben de ondersteuning voor belanghebbende te optimaliseren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel33</span><span class=\"lf-art-t\">Klantervaringsonderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Jaarlijks dienen gemeenten uitvraag te doen naar de ervaringen van belanghebbenden (i.p.v. meten van tevredenheid) die maatschappelijke ondersteuning hebben ontvangen. De ministeriële regeling geeft nadere regels over de inrichting van het onderzoek. Het onderzoek is bedoeld om te meten hoe belanghebbenden de aan hen geboden maatschappelijke ondersteuning ervaren en geeft de gemeente input voor de lokale beleidscyclus.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel34</span><span class=\"lf-art-t\">Contractmanagement Wmo</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Leiden heeft het beheer van de contracten voor ingekochte Wmo diensten en producten uitbesteed aan Servicepunt71. Zij bewaakt namens de Leidse regio de uitnutting van de contracten en ziet toe op het nakomen van de contractafspraken door de aanbieders en gemeente. Kwaliteitseisen zijn een onderdeel van de contracten. Servicepunt71 werkt pro-actief door bijvoorbeeld voortgang van het contract te meten en in gesprek te zijn met de leveranciers over de uitvoering van de contracten. Contractbeheer werkt ook re-actief door bij wanprestatie verbetertrajecten te initiëren en monitoren en eventueel boetes op te leggen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel35</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente heeft een toezichthoudend ambtenaar aangesteld voor zowel het toezicht op kwaliteit als het toezicht op rechtmatigheid. Dit is vastgelegd in de besluiten B&amp;W 16.0855 Invulling toezicht Wmo vanaf 1 oktober 2016 en B&amp;W 21.0005 Aanwijzingsbesluit toezichthouders rechtmatigheid WMO en Jeugdwet 2020. De toezichthouders werken samen met Contractmanagement Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht op de kwaliteit Deze functie wordt binnen de Leidse regio gezamenlijk opgepakt. De functie van toezichthoudend ambtenaar voor de Leidse regio wordt uitgevoerd door de RDOG. De toezichthoudend ambtenaar moet erop toezien dat de uitvoering van de taken door aanbieders aan de kwaliteitsvereisten voldoet, het zogenaamde risico gestuurde toezicht. Het gaat hier niet (alleen) om controleren, maar juist ook om het monitoren en in gesprek zijn over de kwaliteit. Toezicht houden betekent ook tijdig signaleren van factoren die de kwaliteit van de dienstverlening en ondersteuning negatief kunnen beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast hoort tot de taak van de toezichthoudend ambtenaar het zogenaamde calamiteiten toezicht. Aanbieders zijn ingevolge de Wmo 2015 verplicht een eventueel bij hen opgetreden calamiteit te melden aan de toezichthouder. De toezichthouder zal na een opgetreden calamiteit onderzoek verrichten naar de oorzaken die hebben geleid tot de calamiteit. Dit onderzoek is er vooral op gericht om aanbevelingen te kunnen doen waarmee in de toekomst de kans op het optreden van een dergelijke calamiteit wordt verkleind. De toezicht rapportages kunnen openbaar gemaakt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht op rechtmatigheid Het college heeft een team toezichthouders rechtmatigheid aangesteld die erop toezien dat de beschikte zorg (zorg in natura en pgb) rechtmatig besteed wordt (zie ook artikel 31). Deze toezichthouders zijn verbonden aan het team Ondersteuning Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling. Met ‘rechtmatigheid’ bedoelen we het uitvoeren van gemeentelijke voorzieningen en verstrekkingen volgens de geldende regels en besluiten. Onrechtmatigheid (ook wel misbruik) kan zowel onbewust als bewust zijn. Als een inwoner onbewust in strijd met de geldende regels handelt, dan noemen we dit een fout. Dit kan het gevolg zijn van onduidelijkheid, vergissingen of onoplettendheid. Hieronder valt ook ondoelmatig en/of ongepast gebruik: indien de geleverde ondersteuning niet noodzakelijk en/of effectief is en er sprake is van overbehandeling (verspilling) of onderbehandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewust in strijd met de geldende regels handelen, noemen we fraude. Onder fraude verstaan we het opzettelijk en doelbewust in strijd met de regels handelen met het doel om eigen of andermans financieel voordeel te verkrijgen. De toezichthouders kunnen zowel proactief (risicogestuurd: op basis van vooraf vastgestelde prioriteiten of thema's) als reactief (signaalgestuurd naar aanleiding van een melding van vermoedelijke fouten of fraude) optreden. Een melding kan door iedereen gedaan worden, interne meldingen kunnen worden gemeld via een e-mailadres en externe meldingen (door instanties, professionals en/of inwoners) kunnen worden gemeld via het meldingsformulier op de website van Gemeente Leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplichting tot medewerking Het toezicht op zowel rechtmatigheid als kwaliteit is onderdeel van de uitvoering van gemeentelijke voorzieningen en verstrekkingen volgens de geldende regels en besluiten. Er is een verplichting voor zowel zorgaanbieders, cliënten, budgethouders en andere betrokkenen bij de verstrekking van zorg in natura of een pgb tot volledige medewerking aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de Gemeente (of door ons daartoe aangewezen derden) op de naleving van de contracteisen, inhoudelijke kwaliteit en op presentie- en financiële administratie waaronder begrepen: formele- en materiële onderzoeken, kwaliteitsonderzoeken, rechtmatigheid- en doelmatigheid onderzoeken, onderzoeken n.a.v. calamiteiten/geweldsincidenten, detailcontroles, fysieke controles op locatie en fraudeonderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk9Overige bepalingen Artikel3616-27 jarigen Jongvolwassen in de leeftijd van 16 tot 27 jaar die kampen met de volgende problematiek kunnen in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening: problemen op het gebied van wonen, school en/of werk, tekorten op het gebied van zowel sociale als praktische vaardigheden, moeite met leefritme en bijbehorende discipline, gebrekkig sociaal netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgcontinuïteit geboden door Jeugdteam en SWT (Algemeen Toegankelijke hulp en ondersteuning) Er wordt in Leiden geen harde kalenderleeftijd gehanteerd bij ondersteuning die direct door het Jeugdteam of SWT geboden wordt. Zo kan het dus voorkomen dat een jongere ouder dan 18 door het Jeugdteam ondersteund wordt, maar ook dat het SWT een 17-jarige ondersteunt (omdat de vraag niets met jeugdhulp te maken heeft of omdat belanghebbende bij 17 jaar aanmeldt en al helder is dat de ondersteuningsbehoefte langdurig is). Vaak hebben jongeren in een kwetsbare positie problemen binnen verschillende leefdomeinen. Korte lijnen tussen medewerkers van project JA, onderwijs, specialistische aanbieders, Beschermd wonen, het Jeugdteam en het SWT zijn dan ook cruciaal. Het gebruik van het Perspectiefplan is ook bij de algemeen toegankelijke voorzieningen helpend. Jongeren krijgen met dit toekomstplan op een gestructureerde wijze inzicht in wat er nodig is op welk leefgebied en wordt gericht toegewerkt naar het opbouwen van zelfredzaamheid. Zie https://mijnpad.hr.nl/. Het professioneel oordeel van de teams (Jeugdteam en SWT) en de inhoudelijke vraag zijn leidend in het bepalen van door wie een jongere begeleid wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgcontinuïteit specialistische aanbieders en gebruik van het Perspectiefplan (Specialistische hulp of Maatwerkvoorziening) Iedere jeugdige die al in jeugdhulp is, wordt door de betreffende aanbieder tijdig en geleidelijk voorbereid op de 18e verjaardag: jeugdhulpaanbieders in Holland Rijnland zijn verplicht om uiterlijk bij 17,5 jaar, samen met de jongere en betrokken vervolgaanbieders een Perspectiefplan opgesteld te hebben. In dit Plan zijn alle relevante leefdomeinen opgenomen, van werk of school tot financiën, zorg en welzijn, inclusief mogelijke vervolgtrajecten. Dit Plan heeft als doel zorgcontinuïteit beter te regelen, en zorgt er daarnaast voor dat jongeren goed voorbereid zijn op alle veranderingen en verplichtingen als zij achttien worden. Iedere jongere die uitstroomt uit jeugdhulp is dus in het bezit van een Perspectiefplan, waar aanbieders Wmo en maatschappelijke zorg bij betrokken dienen te worden. Bij een goed en volledig gebruik van het Perspectiefplan, d.w.z. waarbij relevante vervolgpartijen zoals Beschermd wonen, SWT en Wmo aanbieders van meet af aan betrokken zijn, vervangt dit een Wmo-toets. Dit voorkomt een extra loket, het opnieuw vertellen van het verhaal en het risico dat een jongere afhaakt en zorg gaat mijden. Tevens werkt dit efficiënter en kost minder tijd en administratieve handelingen door aanbieders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verlengde jeugdhulp Het gaat hier om ondersteuning die niet op grond van de ZvW, Wmo of Wlz geboden kan worden. Dit dient dan ook eerst door aanbieders uitgesloten te worden. Verlengde jeugdhulp kan bijvoorbeeld gaan om pleegzorg, opvoedondersteuning, of pedagogische gezinsbegeleiding. Deze hulp kan maximaal doorlopen tot een jongere 23 jaar is. Verlengde jeugdhulp wordt geboden binnen het met Holland Rijnland afgesproken budgetplafond van gecontracteerde specialistische jeugdhulpaanbieders en kan plaats vinden in de volgende drie gevallen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De jongere ontving voor zijn 18e al jeugdhulp en het is nodig dat deze doorloopt;</p>\n<p class=\"lf-p\">De jongere kreeg voor zijn 18e nog geen hulp, maar het Jeugdteam heeft samen met belanghebbende en aanbieder voor de 18e verjaardag bepaald dat dit vanaf het 18e jaar nodig is;</p>\n<p class=\"lf-p\">De jongere kreeg voor zijn 18e hulp en is gestopt, maar specialistische jeugdhulpaanbieder bepaalt samen met het Jeugdteam dat hervatting nodig is. De hulp moet binnen 6 maanden worden hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder buiten het vastgestelde budgetplafond verlengde jeugdhulp in wenst te zetten, dan dient daarvoor een verzoek te worden ingediend bij de Tijdelijke Werk Organisatie (TWO) Jeugdhulp Holland Rijnland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzetten Pgb-jeugd in Wmo-pgb Jeugdeams geven pgb beschikkingen af tot het 18e jaar. Soms is het wenselijk dat ondersteuning nog even doorloopt. Met andere woorden: de ondersteuningsvraag is nog aanwezig als iemand achttien wordt. De begeleiding kan dan doorlopen. Wel moet het Jeugdwet-pgb worden omgezet naar een Wmo-pgb. De inhoudelijke afweging is hierin leidend. Afspraken naar overgang volwassen ondersteuning zullen gemaakt moeten worden. Afstemming tussen belanghebbende, het SWT en het Jeugdteam is dan ook van belang. Er zijn afspraken gemaakt zodat voor betrokken partijen in de uitvoering helder is wat te doen als een jongere achttien wordt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de zorg al bekend is bij het Jeugdteam, voert het Jeugdteam het gesprek met de jongere/de ouders, samen, afgestemd met het betrokken SWT.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het een nieuwe zorgvraag betreft, behandelt het SWT de aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel37</span><span class=\"lf-art-t\">Mantelzorgwaardering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Mantelzorg is zorg die wordt gegeven aan een zorgvrager door iemand uit diens directe omgeving. Het gaat dan om onbetaalde: ondersteuning die huisgenoten, familie, vrienden, kennissen, collega’s en buren verlenen en die voortkomt uit onderlinge relaties; het gaat dus niet om hulp als gevolg van een beroep of georganiseerd vrijwilligerswerk; ondersteuning die mensen geven vanwege gezondheidsproblemen of beperkingen tot in een terminale fase; ondersteuning die varieert van huishoudelijke ondersteuning, persoonlijke verzorging tot begeleiding; ondersteuning die in principe langer dan 3 maanden en meer dan 8 uur per week wordt verleend en die boven de gebruikelijke hulp uitstijgt in zwaarte, duur en/of intensiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Leiden heeft grote waardering voor de enorme inzet van mantelzorgers in de stad. Om mantelzorgers te bedanken voor hun goede zorgen voor een Leidse inwoner stelt de gemeente Leiden jaarlijks een VVV-bon beschikbaar. Verder organiseert de Leidse Vereniging van Mantelzorgers (LVvM), in samenwerking met Incluzio, regelmatig een uitje, zoals bijvoorbeeld een boottochtje of thema avond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een mantelzorger komt in aanmerking voor mantelzorgwaardering, als deze meer dan 8 uur per week en langer dan 3 maanden achtereen iemand ondersteunt met de algemene dagelijkse levensbehoeften. De zorgontvanger dient in de gemeente Leiden te wonen. De mantelzorger kan buiten Leiden wonen. De zorgontvanger kan via Incluzio de mantelzorgwaardering voor zijn/haar mantelzorger aanvragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel38</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan op basis van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 (artikel 17) een maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie aan inwoners die, als gevolg van een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen, aantoonbare of aannemelijke meerkosten hebben, die met de beperking of de chronische psychische of psychosociale problemen verband houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming kan in ieder geval worden verstrekt voor: gebruik eigen of in bruikleen verstrekte gesloten buitenwagen, auto of autobus; verhuiskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming wordt rechtstreeks uitbetaald aan belanghebbende. De hoogte van de maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming is een vast bedrag en is opgenomen in het vigerend Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Leiden. De maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming wordt betaalbaar gesteld op declaratiebasis.</p>\n<p class=\"lf-p\">In sommige gevallen gebruiken mensen al jaren voorzieningen en vragen zij bij het optreden van een beperking voorzieningen aan, die in hun situatie kan leiden tot de conclusie dat het optreden van beperkingen geen meerkosten met zich meebrengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijvoorbeeld bij mensen die al jaren in een eigen auto rijden en na het optreden van beperkingen een maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming aanvragen voor het gebruik van de eigen auto. Er hoeft in die situaties geen maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming toegekend te worden voor het ontstane probleem omdat er feitelijk geen verandering optreedt in het vervoerspatroon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van eigen auto Zie artikel 17 van deze Beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhuiskosten Een verhuiskostenvergoeding kan verstrekt worden wanneer er sprake is van ondervonden belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, die door middel van een verhuizing op de goedkoopst-compenserende wijze kunnen worden opgelost. Meestal gaat het om belemmeringen van fysieke aard maar in voorkomende gevallen kan het ook gaan om psycho-sociale problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij psycho-sociale problematiek moet er sprake zijn van beperkingen in de zin van de Wmo van de cliënt in combinatie met de specifieke woning. Wanneer omgevingsfactoren (gedragingen van anderen) de belangrijkste belemmering zijn is Wmo niet aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhuiskostenvergoeding is een maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming. De tegemoetkoming bestaat uit transportkosten (verhuiswagen) en kosten voor de inzet van verhuizers. Ook kan noodzakelijke stoffering (indien die niet kan worden meegenomen uit de vorige woning) hieronder vallen. De tegemoetkoming wordt gebaseerd op de Nibud prijzengids en een bedrag voor verhuizing. Alleen noodzakelijke stoffering komt in aanmerking voor vergoeding. Als de kosten het bedrag in het financieel besluit aantoonbaar te boven komen en daar voor een noodzaak is, kan van het bedrag worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhuiskostenvergoeding is met name bedoeld als goedkoopst-compenserend alternatief voor een (dure) woningaanpassing of wanneer een woningaanpassing niet mogelijk is. Verhuizingen wegens gezinsuitbreiding of om als jongvolwassene zelfstandig te gaan wonen zijn in beginsel gebruikelijk, evenals voorzienbare verhuizingen. Ook wanneer de verhuizing voorzienbaar was, bijvoorbeeld omdat de woning al ongeschikt was toen men er ging wonen, is de vergoeding in beginsel niet aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt tevens geen verhuiskostenvergoeding verstrekt voor verhuizingen naar woningen die niet geschikt of bestemd zijn voor permanente bewoning. Of niet geschikt zijn voor de specifieke situatie van belanghebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college verstrekt in beginsel geen verhuiskostenvergoeding indien de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat op de aanvraag is beschikt, tenzij achteraf alsnog kan worden vastgesteld dat er problemen bij het normale gebruik van de woning werden ondervonden in de verlaten woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel39</span><span class=\"lf-art-t\">Meldcode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente hanteert de meldcode Huiselijk geweld waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. De gemeente bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-40\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel40</span><span class=\"lf-art-t\">Privacy</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een belanghebbende een beroep doet op hulp, is een logisch gevolg dat er persoonsgegevens worden verwerkt. Hierbij heeft belanghebbende zelf de regie over zijn of haar gegevens. Eventuele uitwisseling van gegevens vindt niet zomaar plaats; dit is altijd met medeweten van belanghebbende. Hiervoor is een open en heldere communicatie tussen de gemeente en belanghebbende nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verwerken van gegevens van belanghebbende zal de medewerker ten eerste altijd onderzoeken of de gegevensverwerking noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Noodzakelijkheid De eerste vraag die elke medewerker zich moet stellen voor hij of zij gegevens verwerkt is: welke gegevens zijn noodzakelijk om het doel te bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maken van die afweging kan het beste gebeuren aan het begin en eind van elke fase in het werkproces. Dat is een natuurlijk moment om met belanghebbende te concluderen wat de vervolgstappen zullen zijn en welke gegevens daarvoor noodzakelijk zijn om op te vragen. Het is daarbij van belang om gegevens die opgevraagd moeten worden bij professionals met een (medisch) beroepsgeheim, apart te vermelden en te motiveren. In alle gevallen geldt het uitgangspunt, dat als met minder gegevens, of minder diepgaande gegevens kan worden volstaan, dat altijd de voorkeur heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de noodzakelijkheid van de gegevensverwerking is vastgesteld, is het van belang dat de belanghebbende wordt geïnformeerd over de verwerking van diens gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transparantie Dit houdt in: belanghebbende informeren over welke gegevens voor welk doeleind worden verwerkt. In de praktijk zal dit vorm krijgen in het met de consulent bespreken van het voor belanghebbende opgestelde plan. Belanghebbende krijgt zo inzicht in wat er met diens gegevens gaat gebeuren en krijgt meer informatie over welke partijen daar mogelijk bij betrokken zijn. In het Privacy protocol Wmo kan belanghebbende ook altijd algemene informatie vinden over de gegevensverwerkingen en bijbehorende verwerkingsgrondslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toestemming In enkele gevallen is er toestemming van belanghebbende nodig om gegevens te verwerken, bijvoorbeeld om gegevens te delen met een andere partij. De medewerker zal in dat geval de verschillende afwegingen met de belanghebbende bespreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is altijd de mogelijkheid dat belanghebbende niet akkoord gaat, ook nadat hij of zij is geïnformeerd over belang en noodzaak. Het is hierbij belangrijk dat de bezwaren serieus in overweging worden meegenomen. Er zal nu een nieuwe afweging moeten worden genomen. Samengevat zijn er twee mogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De dienstverlening blijft beperkt tot het deel dat op basis van de beschikbare gegevens verleend kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar het professionele oordeel van de medewerker is de situatie dusdanig, dat er toch stappen gezet moeten worden omdat de gezondheid of veiligheid van belanghebbende of mensen in de omgeving in het geding zijn. Dan kom je in de onvrijwillige dienstverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het laatste betekent een zware inperking van de persoonlijke levenssfeer van belanghebbende, omdat er een hoger algemeen en wettelijk geregeld belang is dat het persoonlijke belang overstijgt. Een stap die dan ook alleen na zeer zorgvuldige afweging gezet mag worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Privacy protocol Wmo Om voor belanghebbende inzichtelijk te maken welke persoonsgegevens verwerkt worden, hoe de gemeente bij een melding en aanvraag met zijn of haar persoonsgegevens omgaat en welke rechten hij of zij heeft, is een privacy protocol Wmo opgesteld (bijlage 7).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit privacy protocol is in 2016 opgesteld. Er wordt gewerkt aan een nieuw privacy protocol voor het hele sociale domein; het huidige protocol is verouderd en voldoet niet meer aan de huidige regelgeving (AVG). De verwachting is dat het nieuwe protocol in het 1e halfjaar van 2022 wordt vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel41</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel en inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Leiden 2022”.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Leiden 2021 worden ingetrokken;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage1Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Onder een leefeenheid wordt verstaan alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam gezamenlijk huishouden te voeren. Onder een huisgenoot wordt iedere persoon verstaan die tot de leefeenheid van belanghebbende behoort. Bij een commerciële huurders- of kostgangersrelatie worden volwassen huisgenoten geacht geen deel uit te maken van de leefeenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen uitgangspunt Bij een ondersteuningsvraag wordt eerst bezien of en in hoeverre iemand zelf of met gebruikelijke hulp in staat is zijn problemen op te vangen. Wat onder gebruikelijke hulp valt, wordt bepaald door wat op dat moment naar algemene aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht. In onze samenleving wordt het normaal geacht dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten als dat nodig en mogelijk is hun rol nemen in het huishouden en in de ondersteuning. Gebruikelijke hulp vloeit rechtstreeks voort uit de sociale relatie, waarin het voeren van een gemeenschappelijk huishouden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van dat huishouden met zich meebrengt. Dit geldt ook voor de ondersteuning op zelfredzaamheid en participatie. Gebruikelijke hulp is dan ook de normale, dagelijkse hulp die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwegingskader gebruikelijke hulp Begeleiding en overnemen huishoudelijke werkzaamheden Het college houdt, bij de beoordeling of van de huisgenoot gebruikelijke hulp kan worden gevergd, in ieder geval rekening met:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van belanghebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met belanghebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mogelijkheid om de gebruikelijke hulp aan te leren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij kan onderscheid bestaan tussen gebruikelijke hulp ingeval van begeleiding en/of het overnemen van huishoudelijke taken door huisgenoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van belanghebbende De aard van de ondersteuningsbehoefte kan zeer divers zijn. Belanghebbende kan aangewezen zijn op hulp bij zelfzorg, de thuisadministratie, het plannen of ondernemen van dagelijkse activiteiten in het kader van participatie of bij problematisch gedrag. De mate van zelfredzaamheid is enerzijds afhankelijk van de beperkingen die belanghebbende daarbij ondervindt. Anderzijds wordt de mate van zelfredzaamheid bepaald door wat belanghebbende wel zelf kan al dan niet met hulp van anderen of met gebruikmaking van bijvoorbeeld algemene voorzieningen. Het college houdt in ieder geval rekening met hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de omvang van de ondersteuningsbehoefte kan divers van aard zijn. Zo kan belanghebbende zijn aangewezen op permanent toezicht wat zware eisen kan stellen aan de persoon van wie gebruikelijke hulp wordt gevergd. Daarnaast kan de totale omvang van de ondersteuningsbehoefte met zich meebrengen dat (deels) niet meer van gebruikelijke hulp kan worden gesproken. Dat deel daarvan kan daarom als boven-gebruikelijk worden aangemerkt, tenzij het uitstelbare ondersteuning betreft of bijvoorbeeld gebruik kan worden gemaakt van andere oplossingen. Is dat niet aan de orde, dan kan het college een maatwerkvoorziening verlenen. Het kan echter ook gaan om een meer incidentele vorm van hulp die wel een structureel karakter heeft. Denk bijvoorbeeld aan hulp bij zelfzorg of participatie. De omvang van de hulp kan onder de normale routine van de leefeenheid vallen. Denk bijvoorbeeld aan het uitzoeken en klaarleggen van kleding, het gezamenlijk eten, et cetera. In die gevallen zal de hulp al snel als gebruikelijke hulp kunnen worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte Afhankelijk van de aard van de beperking kan er een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte bestaan bij belanghebbende. Bij een kortdurende ondersteuningsbehoefte is er uitzicht op herstel in de mate van de zelfredzaamheid van belanghebbende. In het algemeen geldt hiervoor een periode van drie maanden. Bij langdurig gaat het om een situatie waarbij de ondersteuningsbehoefte naar verwachting langer dan drie maanden aanwezig zal zijn. Indien er sprake is van hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar geacht wordt geboden te worden, is het in principe niet van belang of sprake is van een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van de duur in het kader van het overnemen van huishoudelijke werkzaamheden wordt ook in principe geen rekening gehouden met een onderscheid tussen een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met belanghebbende Als algemeen uitgangspunt geldt dat huisgenoten elkaar onderling gebruikelijke hulp moeten bieden. Immers huisgenoten binnen de leefeenheid hebben de keuze gemaakt om een duurzaam gezamenlijk huishouden te voeren. Dat maakt hen verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden. Het college moet wel rekening houden met de aard van de relatie die de persoon binnen de leefeenheid heeft met belanghebbende. Dat betekent dat er onderscheid kan bestaan tussen wat van echtgenoten/partners ten opzichte van elkaar als gebruikelijke hulp kan worden aangemerkt, tussen kinderen ten opzichte van hun ouders en huisgenoten die bijvoorbeeld geen bloedverwantschap hebben met belanghebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van de duur in het kader van het overnemen van huishoudelijke werkzaamheden wordt in principe geen rekening gehouden met de aard van de relatie. Het gaat er om of sprake is van een huisgenoot binnen de leefeenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college houdt wel rekening met hulp bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar geacht wordt geboden te worden. Voorbeelden zijn: hulp bij een bezoek aan de familie, vrienden, huisarts, et cetera. hulp bij of het overnemen van taken die tot een gezamenlijk huishouden behoren zoals de thuisadministratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp aan derden, die behoren tot de omgeving van belanghebbende, in het omgaan met de beperkingen van belanghebbende. Denk aan familie, vrienden, leerkracht, et cetera.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp van ouders aan kinderen, waaronder ook toezicht, bij activiteiten zoals zwemmen of andere activiteiten die kinderen normaal gesproken doen en waar zij door hun ouders bij begeleid worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn meer voorbeelden denkbaar die afhankelijk zijn van de individuele situatie. Verder kan het zijn dat de naar algemene maatstaven geldende ‘gebruikelijke hulp’ substantieel wordt overschreden bij ouders en kinderen. Hier kan het gaan om een langdurige ondersteuningsbehoefte, die in vergelijking tot gezonde kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel, substantieel wordt overschreden. In die gevallen kan een maatwerkvoorziening zijn aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als uitgangspunt geldt dat van echtgenoten/partners ten opzichte van elkaar meer wordt verwacht in het kader van gebruikelijke hulp dan van kinderen ten opzichte van hun ouders. Dat heeft te maken met wat gebruikelijk is volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer: de onderhoudsplicht. Zo wordt het normaal geacht dat de ene partner de ander aanspoort tot bijvoorbeeld zelfzorg of hulp biedt bij de sociale redzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het algemene principe van de verantwoordelijkheid voor de leefeenheid geldt ook voor de hulp of ondersteuning van kinderen naar hun ouders. Het hoeft niet in alle gevallen zo te zijn dat het volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer gebruikelijk is dat kinderen hun ouder(s) bijvoorbeeld aansporen tot zelfzorg. Daarbij kan de mate van beperkingen en de noodzakelijke aansporing tot zelfzorg bepalend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het algemene principe van de verantwoordelijkheid voor de leefeenheid geldt ook voor de hulp of ondersteuning van huisgenoten ten opzichte van elkaar. Gelet op aard van de relatie (bijvoorbeeld niet familierechtelijk) kan het zijn dat het volgens algemene maatstaven in de persoonlijke levenssfeer niet gebruikelijk is dat ene huisgenoot de ander aanspoort tot zelfzorg. Daarbij kan de mate van beperkingen en de noodzakelijke aansporing tot zelfzorg bepalend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht van ouders voor hun kinderen strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de ‘zorg’ bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp voor de kinderen over. Gebruikelijke hulp voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon die past bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Het overnemen van de gebruikelijke hulp van de kinderen kan een Wmo-aanspraak zijn, maar structurele opvang van kinderen in beginsel niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen Als de inwoner thuiswonende kinderen heeft, dan gaat het college er in beginsel vanuit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en de ontwikkelingsfase, een bijdrage kunnen leveren aan het overnemen van huishoudelijke werkzaamheden. Ondersteuning bieden, zoals begeleiding, ligt minder voor de hand en dat beoordeelt het college in het individuele geval.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval de leefeenheid van belanghebbende mede bestaat uit kinderen, dan gaat het college er vanuit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. Een volwassenen huisgenoot van 23 jaar en ouder dient het huishouden geheel over te nemen. Een 18- tot 23-jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden. Onder omstandigheden kan ook andere hulp of ondersteuning van het meerderjarige kind aan de ouder(s) onder de gebruikelijke hulp vallen. Verder gelden de volgende uitgangspunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier wordt door het sociaal wijkteam gekeken of dit redelijk en reëel van kinderen verwacht kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mogelijkheid om de gebruikelijke hulp aan te leren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan voorkomen dat er (tijdelijk) geen gebruikelijke hulp kan worden gevergd. Een reden daarvoor kan zijn dat de huisgenoot niet weet op welke manier hij gebruikelijke hulp kan of moet verlenen, maar dat wel kan aanleren. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin men wordt geconfronteerd met een ondersteuningsbehoefte van belanghebbende door niet eerder aanwezige beperkingen zoals een niet aangeboren hersenletsel (NAH) of (beginnende) dementie. Of een huisgenoot die bijvoorbeeld nooit heeft geleerd huishoudelijke werkzaamheden uit te voeren, maar wel leerbaar is. Het college kan dan tijdelijk een maatwerkvoorziening inzetten om de gebruikelijke hulp aan te leren. De ondersteuning is dan ook gericht op het in staat te stellen om te gaan met (de gevolgen van) de beperkingen van belanghebbende. Ook de leerbaarheid van belanghebbende speelt hierbij een belangrijke rol. Die kan betrekking hebben op het (leren) accepteren van de gebruikelijke hulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis dan wel vaardigheden mist om gebruikelijke hulp aan belanghebbende te bieden en deze vaardigheden niet kunnen worden aangeleerd wordt van hen geen gebruikelijke hulp verwacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fysieke afwezigheid Indien de huisgenoot van een zorgvrager vanwege zijn/haar werk fysiek niet aanwezig is, wordt hiermee bij de indicatiestelling uitsluitend rekening gehouden, wanneer het om aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen gaat. De afwezigheid van de huisgenoot moet een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan diens werk: denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. Wanneer de huisgenoot aaneengesloten perioden van ten minste zeven etmalen van huis is, is er in die periode feitelijk sprake van een éénpersoonshuishouden en kan er geen gebruikelijke zorg worden geleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overbelasting en gebruikelijke hulp De vraag is of in individuele situaties van een uitzondering sprake is op grond waarvan toch taken of activiteiten in het kader van gebruikelijke hulp moeten worden overgenomen. Een van de redenen daarvoor kan zijn dat degenen van wie wordt verwacht dat zij gebruikelijke hulp bieden, overbelast zijn (geraakt) en niet meer in staat zijn dat te doen. Steeds moet duidelijk zijn hoe de overbelasting zich uit en wat deze inhoudt. De met de overbelasting gepaard gaande klachten moeten duidelijk beschreven worden. In voorkomende gevallen kan het opnemen van contact met de huisarts over de ouder, partner of huisgenoot helpen om een oordeel te vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet alleen de omvang van de planbare hulp, maar ook de mate van de noodzaak tot het continu aanwezig zijn om onplanbare ondersteuning te bieden is van invloed op de belastbaarheid van degene die geacht wordt gebruikelijke hulp te verlenen. Met andere woorden: het uitvoeren van enkele taken op vooraf afgesproken momenten is vaak minder belastend dan het uitvoeren van dezelfde taken waarbij continue aanwezigheid en alertheid wordt gevraagd van degene die geacht wordt gebruikelijke hulp te verlenen. Het college zal bij de beoordeling over (dreigende) overbelasting ook rekening moeten houden met de gebruikelijke zorg in het kader van verpleging en verzorging op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Jeugdwet. Het kan dus zijn dat deze zorg of hulp wordt verleend zonder dat aanspraak wordt gedaan op de betreffende wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoek dreigende overbelasting bij de mantelzorger Algemeen Het college onderzoekt altijd of er in de individuele situatie moet worden afgeweken van de algemene regels. Een van de redenen om in de individuele situatie af te wijken kan zijn dat degene van wie wordt verwacht dat zij taken overneemt, reeds overbelast dreigt te raken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overbelasting is: “meer belasten dan het prestatievermogen toelaat”. In medische kringen praten we over het (on)evenwicht tussen draagkracht(= belastbaarheid) en draaglast (= belasting).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overbelasting kan veroorzaakt worden door een combinatie van symptomen van lichamelijke en/of psychische aard en wordt bepaald door in- en uitwendige factoren. Het kan soms heel duidelijk zijn dat de mantelzorger of de persoon die gebruikelijke hulp levert overbelast is, in ander gevallen is dat minder duidelijk en zal dit in het gesprek moeten worden uitgediept.</p>\n<p class=\"lf-p\">Factoren die van invloed zijn op de draagkracht zijn onder meer: lichamelijke conditie; geestelijke conditie; wijze van omgaan met problemen (coping); motivatie voor zorgtaak; sociaal netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Factoren die van invloed zijn op de draaglast zijn onder meer: omvang en mate van (on)planbaarheid van zorgtaken; ziektebeeld en prognose; inzicht van mantelzorger in ziektebeeld van de zorgvrager; woonsituatie; bijkomende sociale problemen; bijkomende emotionele problemen; bijkomende relationele problemen Hieronder volgt een reeks van vragen die tijdens het gesprek zouden kunnen helpen bij het verkrijgen van een indruk over de eventuele overbelasting van de mantelzorger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat zegt de mantelzorger er zelf over, hoe ervaart hij of zij het zorgen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe is de (lichamelijke en geestelijke) gezondheid van de mantelzorger?</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn er signalen van overbelasting: nervositeit, vermoeidheid?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft de mantelzorger een “uitlaatklep”? Heeft hij of zij de mogelijkheid om activiteiten buitenshuis te doen? Kan iemand zijn verhaal kwijt bij vrienden, familie of professionals? Wordt er respijtzorg geboden zodat de mantelzorger even op adem kan komen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe is de relatie tussen de mantelzorger en belanghebbende? Hoe stelt belanghebbende zich op, veeleisend of juist dankbaar? Kan de mantelzorger grenzen aangeven en ‘nee’ zeggen? Is er irritatie tussen de mantelzorger en belanghebbende?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft de mantelzorger inzicht in de ziekte van belanghebbende? (Als men weet dat bepaald gedrag uit de ziekte voortkomt, kan het gemakkelijker zijn dat gedrag te accepteren.) Hoeveel tijd heeft de mantelzorger? Heeft iemand een baan, een eigen gezin, een ander familielid dat zorg behoeft? Voorbeeld: een echtgenoot wordt ziek, terwijl zijn vrouw ook al voor haar ouders zorgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de zorg te plannen of is er continue controle en toezicht nodig?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe is de prognose? (Een terminale situatie is altijd zwaar, maar een situatie die langdurig en stabiel is, kan ook veeleisend zijn.) Wat zijn de knelpunten in de zorg?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe is de woonsituatie? Woont men afgelegen, of in een flat zonder lift zodat belanghebbende en de mantelzorger min of meer samen opgesloten zitten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting Diverse symptomen zijn waar te nemen bij (dreigende) overbelasting. Het is mogelijk, dat slechts één van deze symptomen waarneembaar is. Over het algemeen zullen meerdere symptomen gecombineerd optreden. De mate, waarin ze zich manifesteren, zal van persoon tot persoon verschillen. Daarnaast dient men zich te bedenken dat het hierbij om veelal, aspecifieke symptomen gaat, die ook bij andere stoornissen kunnen passen. Het bestaan van deze symptomen moet dus als een mogelijk signaal worden opgevat. Indien er meerdere van onderstaande symptomen aanwezig zijn, is het raadzaam dat de mantelzorger zijn huisarts raadpleegt, omdat bij langdurige aanwezigheid en/of verwaarlozing van dergelijke symptomen weer kunnen leiden tot andere, ernstige stoornissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mogelijke symptomen van overbelasting zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gespannen spieren, vaak in schoudergordel en rug Hoge bloeddruk Gewrichtspijn Gevoelens van slapte Slapeloosheid Migraine, duizeligheid Spierkrampen Verminderde weerstand, ziektegevoeligheid Opvliegingen Ademnood en gevoelens van beklemming op de borst Plotseling hevig zweten Gevoelens van beklemming in de hals Spiertrekkingen in het gezicht Verhoogde algemene prikkelbaarheid, boosheid, (verbale) agressie, zwijgen Ongeduld Vaak huilen Neerslachtigheid Isolering Verbittering Concentratieproblemen Dwangmatig denken, niet meer kunnen stoppen Rusteloosheid Perfectionisme Geen beslissingen kunnen nemen Denkblokkades Bijlage2Maatwerkvoorziening Begeleiding Maatwerkvoorziening Begeleiding Algemeen Groepsbegeleiding is voorliggend op individuele begeleiding. Groepsbegeleiding en individuele begeleiding kunnen ook naast elkaar bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding groep en begeleiding individueel kent het onderscheid tussen basis en speciaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de groepen basis en speciaal is bij zorg in natura vanwege de bekostiging een onderscheid tussen A en B. Nadat is vastgesteld of basis of speciaal aan de orde is, moet vastgesteld worden of het product A of B toegekend moet worden. Dit hangt af van de doelgroep of grondslag van belanghebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standaard ken je intensiteit regulier of normaal toe, als dit niet volstaat bestaat de mogelijkheid intensiteit midden of zwaar (individueel) dan wel intensief (groep) toe te kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor iemand met psychiatrische beperkingen is bij groepsbegeleiding alleen basis aan de orde. Bij individuele begeleiding is juist vaak speciaal aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagbesteding/Begeleiding Groep Binnen de dagbesteding/begeleiding groep basis en speciaal is er bij zorg in natura vanwege de bekostiging een nader onderscheid gemaakt in A of B. Nadat is vastgesteld of basis of speciaal aan de orde is, moet vastgesteld worden of het product A of B toegekend moet worden. Dit hangt af van de doelgroep of grondslag van belanghebbende. Het onderscheid tussen A en B is beschreven in artikel 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maandelijkse tarieven van A en B zijn verschillend omdat het aantal dagdelen dat belanghebbenden gemiddeld naar de groep gaan per doelgroep uiteenloopt. Zo zien we dat bij groepsbegeleiding basis dat ouderen (A) gemiddeld meer dagdelen per week naar de groepsbegeleiding gaan dan de psychiatrische doelgroep ( B). Bij PGB vervalt het onderscheid tussen A en B omdat het kostenverschil voor 1 dagdeel bij A en B zeer beperkt is en het PGB tarief gebaseerd is op het midden van de bandbreedte van de intensiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting op de indeling in intensiteiten Dagbesteding / Begeleiding Groep In de regel wordt bij Begeleiding groep intensiteit normaal toegekend. In verreweg de meeste gevallen is intensiteit normaal passend voor de resultaten die behaald moeten worden. De oorspronkelijke verhouding tussen intensiteit normaal en intensiteit intensief is 80%:20%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voorbeeld: een oudere gaat drie dagen per week naar een dagbestedingsgroep voor ouderen. Dit is vooral om iemand een dagbesteding te bieden en de mantelzorger te ontlasten. Hier volstaat intensiteit normaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer iemand niet toe kan met 6 dagdelen per week, kan je overgaan tot het toekennen van intensief. Een voorbeeld hiervan is als iemand gedurende veel dagen een vaste dagstructuur nodig heeft en aan kan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op: Bij Begeleiding groep basis B wegens psychiatrische beperking volstaat veelal de intensiteit normaal, er zal gezien de aard van de problematiek van de doelgroep zeer zelden intensief worden ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulpschema Dagbesteding / Begeleiding Groep Begeleiding individueel De doelen bij belanghebbende kunnen niet worden bereikt met groepsbegeleiding, bijvoorbeeld omdat iemand thuis begeleiding nodig heeft (ADL niet via een groep aan te leren), of voor dingen die in huis gedaan moeten worden. Er is in dat geval individuele begeleiding nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding individueel kent het onderscheid tussen basis en speciaal. Uitgangspunt is dat eerst gekeken wordt of begeleiding individueel basis toereikend is om de resultaten te kunnen realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting op indeling in intensiteiten Individuele begeleiding Ook bij individuele begeleiding geldt dat in verreweg de meeste gevallen intensiteit regulier volstaat. Wanneer iemand niet toe kan met gemiddeld 2,5 uur begeleiding per week, kan je overgaan tot het toekennen van intensiteit middel. Een voorbeeld hiervan is als iemand een combinatie heeft van veel doelen op veel gebieden en daarom veel begeleiding nodig heeft. Soms kan het goed of verstandig zijn om in de opstartfase voor een korte periode van een aantal maanden de intensiteit middel of intensief toe te kennen om een aanbieder de ruimte te geven om stabiliteit te bewerkstellingen en aansluitend terug te gaan naar de intensiteit regulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op: Als iemand in een uitzonderlijk geval boven de maximale intensiteit uit komt, moet er per uur/dagdeel worden geïndiceerd. Het totaal aantal uren/dagdelen moeten in het Plan worden vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulpschema Begeleiding Individueel Iemand heeft begeleiding nodig, maar groepsbegeleiding volstaat niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hier om mensen met somatische aandoeningen, psychosociale beperkingen, licht psychiatrische beperkingen, lichamelijke beperkingen en verstandelijke beperkingen Voorbeelden van begeleiding individueel: praktische thuisbegeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standaard is Begeleiding Individueel Basis aan de orde. Dat kan ook als sprake is van NAH, psychiatrische problematiek of belanghebbenden met multi problematiek als beperking, mits met gewone, niet gespecialiseerde begeleiding kan worden volstaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is individuele begeleiding nodig en er is sprake van niet aangeboren hersenletsel, stevige psychiatrische problematiek of multi problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding Individueel Speciaal is alleen aan de orde als een gespecialiseerde begeleider noodzakelijk is vanwege ernstige tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen / zwaar regieverlies als gevolg van NAH, psychiatrische problematiek (of multi problematiek). De inzet van een medewerker met specifieke vaardigheden en/of deskundigheid (HBO-werk- en denkniveau) is hierbij noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding individueel kan in vier intensiteiten verstrekt worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensiteit per maand Begeleiding individueel basis/speciaal regulier 2,01 tot en met 11 uur Begeleiding individueel basis/speciaal middel 11,01 tot en met 19,5 uur Begeleiding individueel basis/speciaal zwaar 19,51 tot en met 28 uur Begeleiding individueel basis/speciaal urenopgave &gt; 28,01 uur Intensiteit per jaar Begeleiding individueel basis/speciaal – waakvlam Max. 39 uur per jaar Let op 1: Bij herbeoordeling individuele begeleiding wanneer er sprake is van Individuele begeleiding speciaal. In sommige gevallen is er door eerdere begeleiding sprake van een stabiel psychiatrisch ziektebeeld. Wanneer je echter basis begeleiding toekent, kan dit betekenen dat daardoor de situatie voor belanghebbende dusdanig kan verslechteren, dat zwaardere zorg nodig is. Indien dat het geval is, kan je beter kiezen voor het handhaven van begeleiding individueel speciaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op 2: De toegekende ondersteuning en voorkeursaanbieder moeten kloppen. Zo kan je iemand met Begeleiding individueel basis niet koppelen aan een aanbieder die alleen ingetekend heeft voor begeleiding individueel speciaal. De ingeschatte benodigde zwaarte van begeleiding (basis of speciaal) is leidend, niet het aanbod of de voorkeursaanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteunen bij zelfzorg Dit is een specifiek resultaatgebied bij Begeleiding individueel. Begeleiding bij zelfzorg heeft tot doel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Belanghebbende is in staat zichzelf te verzorgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Belanghebbende draagt schone kleding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Belanghebbende ziet er verzorgd uit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Belanghebbende komt afspraken met zorgprofessionals (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist) na.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding kan toegekend worden als ondersteuning, veelal (tijdelijk) stimuleren en/of aanleren, bij zelfzorg nodig is. Het gaat hier primair om begeleiden en aanleren, eventuele verzorgende handelingen zijn in dat kader incidenteel van karakter. Structurele persoonlijke verzorging valt niet onder de Wmo, maar onder de zorgverzekeringswet (wijkverpleging). Uitzondering hierop is de hieronder beschreven lijfgebonden Wmo-verzorging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lijfgebonden Wmo-verzorging Er is een hele kleine groep mensen die in aanmerking komt voor lijfgebonden Wmo-verzorging:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er vanuit de zorgverzekeringswet geen aanspraak gemaakt kan worden op persoonlijke verzorging, omdat de wijkverpleegkundige heeft vastgesteld dat er geen geneeskundige zorg of een groot risico daarop aanwezig is, maar er zijn wel beperkingen bij het uitvoeren van de ADL-verrichtingen met betrekking tot de verzorging van het lichaam en deze niet dmv eigen oplossingen of gebruikelijke hulp kunnen worden opgelost, dan kan er ondersteuning worden ingezet via de Wmo 2015. Deze hebben we genoemd: lijfgebonden Wmo-verzorging. Het gaat hierbij om uitzonderingen en hele kleine aantallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage3Wat valt wel en niet onder Begeleiding individueel?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat is begeleiding?</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel van deze beleidsregels zijn de terreinen van beperkingen beschreven. Wanneer een cliënt een of meer zware beperkingen heeft kan overgegaan worden tot het toekennen van een maatwerkvoorziening. Onder begeleiding individueel vallen handelingen waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. Begeleiding is erop gericht om de zelfredzaamheid van belanghebbende te handhaven of te bevorderen. Begeleiding individueel kan gaan om het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur, praktische ondersteuning bij vaardigheden / handelingen, toezicht en interventies op- en het aansturen / corrigeren van gedrag ten gevolge van een stoornis. Ook kan het gaan om oefenen met het aanbrengen van structuur of het uitvoeren van handelingen ten behoeve van de zelfredzaamheid, niet te verwarren met therapie / behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding individueel bestaat uit activiteiten waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. Het bieden van toezicht buitenshuis kan nodig zijn voor de regie over het eigen leven en valt daarom onder de definitie van begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzet van begeleiding In principe wordt één product per soort maatwerkvoorziening afgegeven per belanghebbende: één indicatie individuele begeleiding en/of één indicatie groepsbegeleiding per belanghebbende. Het is wel mogelijk om de individuele begeleiding bij een andere aanbieder in te zetten dan de groepsbegeleiding. Het is echter niet mogelijk om de individuele begeleiding op te splitsen in verschillende resultaten en die bij verschillende aanbieders in te kopen door middel van het stapelen van indicaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer twee verschillende aanbieders betrokken zijn bij één indicatie, bijvoorbeeld wanneer een aanbieder bepaalde expertise niet in huis heeft die wel helpend voor de cliënt is, kan dat (bij zorg in natura) alleen in de vorm van onderaannemerschap. De aanbieder die de opdracht krijgt is verantwoordelijk voor de gehele begeleiding. Het is niet mogelijk om twee keer een indicatie af te geven voor dezelfde maatwerkvoorziening. Dat betekent een dubbele financiering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij individuele begeleiding of groepsbegeleiding in de vorm van een pgb is ook sprake van één indicatie per soort maatwerkvoorziening. Een belanghebbende kan er vervolgens wel voor kiezen om uit het budget via de zorgovereenkomst meerdere personen of organisaties voor bijvoorbeeld de individuele begeleiding in te huren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier volgt een overzicht dat de gemeente Leiden hanteert van producten of diensten die volgens de gemeente Leiden al dan niet passen binnen de maatwerkvoorziening begeleiding individueel. Deze lijst is geen limitatieve opsomming; het kan zijn dat een onderwerp niet op de lijst staat omdat er nog geen uitspraak over gedaan is, of omdat er zelden tot nooit vragen over zijn gesteld. Het kan ook zijn dat een onderwerp wel op de lijst staat, maar dat de situatie zo bijzonder is dat het toch kan worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Administratie: Nee, behalve het aanleren / ondersteunen (als onderdeel van de dagelijkse begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arbeids(re)integratie: Nee (loopt via Werk en Inkomen of het UWV) Begeleiding via moderne media (face to face begeleiding): Ja, mits de begeleiding op zich valt onder de Wmo. Er moet sprake zijn van substantieel direct contact (een combinatie van fysiek contact en beeldbellen). Dit sluit begeleiding via bijvoorbeeld mail of sms uit. Het gaat hier bijvoorbeeld om het ondersteunen in het aanbrengen van structuur, het stimuleren en aanzetten tot activiteit en daardoor het uitvoeren van vaardigheden die de zelfredzaamheid bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding in het buitenland: Nee, behalve wanneer het buitenlandse verblijf verplicht is voor de studie, er al begeleiding plaatsvindt en de begeleiding (op afroep, in een lage intensiteit) strikt noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beheer pgb: Nee, inwoner moet zelf een pgb kunnen beheren dan wel iemand uit diens netwerk. Het pgb mag niet worden beheerd door de begeleidende aanbieder en is daarom ook geen activiteit van de begeleiding (anders moet Zorg in Natura worden toegekend).</p>\n<p class=\"lf-p\">Casemanager dementie: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Coaching: Nee. Dit geldt voor zowel coaching met dieren, individuele coaching als groepscoaching Fitness (medische - fysio - ): Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gespecialiseerd verpleegkundig handelen: Nee. Alle verpleging valt binnen de Zvw aanspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huiswerkbegeleiding: Nee, tenzij het plannen en structureren van het huiswerk maken betreft en onderdeel is van de reguliere dagelijkse begeleiding. Het betreft dan hulp bij het plannen en structureren van de gehele week waar huiswerkplanning onderdeel van is. Deze begeleiding is in de regel tijdelijk en gericht op normalisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulp bij eten en drinken: Nee, hier is de maaltijdvoorziening (i.h.k.v. PV/Verpleging/Wmo) voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hulphonden: Nee, alleen op individuele gronden en indien niet overwegend therapeutisch. . Hulphonden ten behoeve van een fysieke en/of zintuigelijke beperking (bijvoorbeeld blindengeleidenhond) worden vergoed door de zorgverzekeraar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jobcoach: Nee. Zie arbeids (re)intergratie Neurolinguïstisch programmeren (NLP): Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Orthopedagogische hulpverlening: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pastorale hulpverlening: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pedagogische hulpverlening: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pgb administratie: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclassering en begeleiding tijdens reclasseringstoezicht: Nee, indien inwoner toezicht heeft vanuit reclassering dan valt eventuele hierop aanvullende begeleiding onder de zorginkoop van justitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Remedial teaching: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rouwverwerking: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Seksuele dienstverlening, knuffelzorg, flexzorg: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociale vaardigheidstraining (SoVa:) Nee .</p>\n<p class=\"lf-p\">Stage, begeleiding bij: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studiebegeleiding (bijles): Nee. Alleen ja als er sprake is van meervoudige problematiek en nooit als enig doel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht: Ja, mits dit onderdeel is van de begeleiding individueel en nooit als enig doel Uitstapjes school, begeleiding bij: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Video home training: Nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijetijdsbesteding (begeleiding bij): Ja, mits het begeleiding in de vorm van toezicht betreft en deze begeleiding op grond van de indicatie noodzakelijk is. De recreatieve activiteit zelf (denk aan contributie sport, toegangskaartje concert/ theater bezoek) wordt niet vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Training: Nee. LET OP, dit is een beperkte opsomming:</p>\n<p class=\"lf-p\">Agressieregulatietraining Brugklastraining Cognitieve training Communicatietraining Feldenkraismethode Fietstraining Kanjertraining Luistertraining Motorische vaardigheidstraining Sociale vaardigheidstraining TOM (Theory of Mind) training Rots, water, vuur training Weerbaarheidstraining Bijlage4Algemeen gebruikelijke voorzieningen WOONVOORZIENINGEN Aankleedtafel voor kinderen en volwassenen Airco – losse eenheid Antislip coating Antislip tegels bij nieuwbouw of renovatie Automatische deuropeners voor garages Centrale verwarming Computer (event. met braille-leesregel) Dakkapellen Douchecabine Douchekop en glijstang (uitzondering mogelijk als glijstang tevens als wandbeugel wordt gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eengreepsmengkranen Eenhendelmengkraan (m.u.v. lange hendel) Elektrische bediening inrichtingselementen (licht, gordijnen, zonwering) Elektrische bediening zonwering Kookplaten Inductie en keramisch Handgrepen/beugels (m.u.v. stationaire/opklapbare toiletbeugels, wastafelbeugels) Raamopeners (m.u.v. rolstoelgebonden personen) Renovatie badkamer (20 jaar) Renovatie keuken (15 jaar) Screens en zonneschermen Thermostatische mengkraan Toiletpot (verstelbaar/verlaagd/verhoogd 6+ t/m 9+) Toilet verhoger (los) Vervanging keukenapparatuur Vervanging lavet door douche VERVOERSVOORZIENINGEN Auto – airconditioning Auto - automatische transmissie Auto – blindering Auto – elektrische raambediening Auto – stuurbekrachtiging Fiets – aankoppelfiets voor kinderen Fiets – bakfiets Fiets – buggy (tot 18 kilo) Fiets – elektrische fiets Fiets – fietskarretje voor kinderen (voor fiets en scootmobiel) Fiets – fiets met hulpmotor Fiets – fiets met lage instap Fiets – ligfiets Fiets – tandem (normale uitvoering en uitvoering met hulpmotor OVERIGE Boodschappendienst Kinderopvang Financieel-administratieve ondersteuning Mobiele airconditioning Hondenuitlaatservice Maaltijdservice Bijlage5Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning maakt onderdeel uit van de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van de gemeenten in de Leidse regio. Het betreft een leidraad waarin werkzaamheden en uitgangspunten geformuleerd worden die leiden tot een schoon en leefbaar huis. Benadrukt wordt dat het een leidraad betreft en dat samen met belanghebbende gekeken wordt welke werkzaamheden in de specifieke situatie overgenomen moeten worden of welke keuzes en afwegingen belanghebbende in overleg met zorgaanbieder maakt. Het is goed mogelijk dat belanghebbende nog wel in staat is (een deel van) de lichte huishoudelijke taken zelf uit te voeren. Dit wordt gestimuleerd in het kader van de zelfstandigheid. Het leveren van maatwerk is het uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huishoudelijke Ondersteuning wordt resultaatgericht ingezet. “Hoe” de resultaten het beste gerealiseerd kunnen worden, wordt overgelaten aan de zorgaanbieder in overleg met belanghebbende. Hierbij wordt ook gekeken welke werkzaamheden belanghebbende zelf nog kan uitvoeren (of het sociale netwerk). Afspraken hierover leggen belanghebbende en de zorgaanbieder vast in een zorgovereenkomst/ondersteuningsplan. Daar waar inwoner en zorgaanbieder niet gezamenlijk tot een plan/overeenkomst kunnen komen, zal de gemeente betrokken worden om in goed overleg met partijen tot een werkbare oplossing te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begrippen Leefruimten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Primaire leefruimten: Het gaat om de ruimten die frequent (dagelijks of in ieder geval meerdere keren per week) in gebruik zijn, zoals de woonkamer, de kamer(s) die als slaapkamer worden gebruikt, de hal, de keuken, het toilet en de badkamer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige ruimten: Het gaat om de ruimten die niet frequent gebruikt worden, zoals een berging, een zolder of balkon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkzaamheid: Van de hulpverlener wordt verwacht dat hij/zij alert is op veranderingen in de situatie van belanghebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Variatie in Huishoudelijke Ondersteuning (te behalen resultaten) Onder Huishoudelijke ondersteuning vallen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Huishoudelijke ondersteuning basis, Huishoudelijke ondersteuning speciaal en Thuisondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen welke ondersteuning nodig is en in welke intensiteit ondersteuning geboden moet worden, wordt gekeken naar de te behalen resultaten, de aanwezigheid van verzwarende omstandigheden en de noodzaak om (eventuele) begeleiding in te zetten bij het dagelijks functioneren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">a)</span>Huishoudelijke ondersteuning basis De te behalen resultaten bij het inzetten van huishoudelijke ondersteuning basis zijn het schoon en leefbaar houden van de primaire leefruimten van de woning en het optioneel verzorgen van de was. De begrippen schoon en leefbaar huis en het verzorgen van de was zijn als volgt gedefinieerd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Schoon en leefbaar huis: De primaire leefruimten van het huis moeten schoon en opgeruimd zijn volgens algemeen gebruikelijke hygiënische normen. Daarmee wordt voorkomen dat de woning vervuilt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wasverzorging: Verzorging van de was omvat het machinaal wassen, laten drogen en opvouwen van kleding en linnen- en beddengoed. Het strijken van kleding en/of linnen- en beddengoed vindt in principe niet plaats. In overleg met belanghebbende kan eventueel bovenkleding worden gestreken zolang dit niet ten koste gaat van andere noodzakelijke werkzaamheden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">b)</span>Huishoudelijke ondersteuning speciaal De te behalen resultaten bij het inzetten van huishoudelijke ondersteuning speciaal zijn naast het realiseren van een schoon en leefbaar huis en optioneel de wasverzorging, de regievoering over het huishouden. Het regie voeren over het huishouden is als volgt gedefinieerd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Regie voeren over het huishouden: Er wordt van uitgegaan dat belanghebbenden zelf in staat zijn om hun dagelijkse huishouden te plannen. Indien dit niet het geval is, maar iemand dat wel zou kunnen aanleren, wordt (tijdelijke) ondersteuning geboden gericht op het aanleren hiervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het gaat om het plannen en beheren van middelen voor het voeren van het huishouden, gaat het specifiek om advies over het kopen van levensmiddelen, het plannen van huishoudelijke activiteiten en/of het beheer van de levensmiddelenvoorraad en artikelen voor het uitvoeren van de huishoudelijke ondersteuning. Het doen van de boodschappen valt hier niet onder.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">c)</span>Thuisondersteuning In sommige situaties kan het nodig zijn dat naast huishoudelijke ondersteuning ook individuele begeleiding noodzakelijk is. De combinatie van huishoudelijke ondersteuning en lichte begeleiding, zetten we in als Thuisondersteuning. Het heeft als doel te zorgen dat inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven wonen. Deze begeleiding kan nodig zijn bij:</div>\n<p class=\"lf-p\">Beperkte zelfredzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico op verwaarlozing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onvoldoende aanwezigheid van hulp van anderen (geen sociaal netwerk).</p>\n<p class=\"lf-p\">Fors gebrek aan regie bij dagelijks leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is dat het product Thuisondersteuning het leveren van HO combineert met lichte individuele begeleiding. Aangezien bij het leveren van de Huishoudelijke Ondersteuning gelijk de behoefte aan begeleiding moet kunnen worden meegenomen, dient deze behoefte zowel qua aard en omvang licht te zijn. Onder licht van omvang wordt verstaan dat de begeleiding veelal 1 tot 2 uur extra per week (aanvullend en aansluitend op de huishoudelijke hulp) kan worden ingevuld. De begeleiding reikt verder dan praktisch aanleren en instructie met betrekking tot het voeren van een huishouden (dat is al onderdeel van HO speciaal) en kan in principe de volledige breedte beslaan van de begeleiding, zoals is vormgegeven in de maatwerkvoorziening begeleiding basis. De Thuisondersteuning moet door één (extra gekwalificeerde Huishoudelijke hulp-)medewerker kunnen worden uitgevoerd, die zowel de huishoudelijke taken als de begeleiding verzorgt. Deze medewerker is ervaren en bezit over de benodigde competenties en kan eventueel gecoacht worden door een geschoolde begeleider.</p>\n<p class=\"lf-p\">Net als bij de andere producten Huishoudelijke Ondersteuning kan er bij Thuisondersteuning ook sprake zijn van intensief. Het verschil zit in het vaker of intensiever verrichten van werkzaamheden van met name de huishoudelijke taken (ivm verzwarende omstandigheden). Indien de ondersteuningsbehoefte op het vlak van begeleiding blijvend omvangrijker is dan ongeveer 1 tot 2 uur per week of qua aard niet door de huishoudelijke hulp kan worden geboden, zullen er twee losse indicaties moeten worden afgegeven voor HO basis/speciaal én voor Begeleiding. Steeds geldt dat zowel bij aanvang als tijdens de uitvoering voortdurend de afweging gemaakt moet worden of de doelen bij belanghebbende kunnen worden behaald door de inzet van het product Thuisondersteuning of dat deze op een andere manier moet worden ingevuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet mogelijk om naast Thuisondersteuning ook nog Begeleiding Individueel in te zetten. Indien de behoefte aan “begeleiding bij het dagelijks functioneren” groter is dan binnen de Thuisondersteuning kan worden ingezet zullen aparte beschikkingen voor Huishoudelijke Ondersteuning en Begeleiding Individueel worden afgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verzwarende omstandigheden Er kunnen factoren zijn die ervoor zorgen dat schoonmaakwerkzaamheden met een hogere frequentie of intensiever moeten plaatsvinden. Belanghebbenden zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk om de factoren die leiden tot een hogere frequentie weg te nemen. Het kan daarbij gaan om roken door belanghebbenden of eventuele huisgenoten, het aantal en de grootte van de meubels, de aanwezigheid van veel kleine spullen of het hebben van huisdieren. Indien de aanwezigheid van huisdieren tot vervuiling van de woning leidt zal het Sociaal wijkteam het gesprek met belanghebbende aangaan. De huishoudelijke hulp heeft de taak alert te zijn op verwaarlozing van huisdieren. In deze situaties is er (in principe) geen sprake van verzwarende omstandigheden. Per belanghebbende zal echter beoordeeld worden of er in die specifieke situatie sprake is van verzwarende omstandigheden. Onder verzwarende omstandigheden kunnen vallen (niet limitatief):</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van drie of meer kinderen onder de 12 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ernstige beperkingen in het gebruik van armen en handen bij het uitvoeren van dagelijkse handelingen, bijvoorbeeld vanwege reuma, spasticiteit, verlamming of amputatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ernstige beperkingen als gevolg van bedlegerigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een sterkere vervuiling van de woning of de noodzaak van een hoger niveau van hygiëne bijvoorbeeld vanwege rolstoelgebondenheid, incontinentie, allergie voor huisstofmijt, de aanwezigheid van huisdieren of COPD.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verzwarende omstandigheden kunnen van toepassing zijn bij huishoudelijke ondersteuning basis, huishoudelijke ondersteuning speciaal en thuisondersteuning. Indien sprake is van verzwarende omstandigheden gelden de volgende categorieën:</p>\n<p class=\"lf-p\">HO Basis Intensief HO Speciaal Intensief Thuisondersteuning Intensief Veranderende situatie De situatie van inwoners kan veranderen. Bijvoorbeeld doordat de gezondheid verandert of doordat de ondersteuning vanuit het netwerk wijzigt. Daarmee kan ook de behoefte aan ondersteuning wijzingen. Door korte lijnen tussen aanbieder en belanghebbende is er ruimte om daar waar nodig aanpassingen te verrichten in de mate van ondersteuning. Indien zorgaanbieder en belanghebbende concluderen dat het resultaat niet bereikt kan worden binnen de ingezette voorziening nemen zij contact op met het Sociaal wijkteam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden voor ondersteuning:</p>\n<p class=\"lf-p\">Belanghebbende moet zelf zorgdragen voor schoonmaakmiddelen en –attributen, als afwasmiddel, poetsdoeken en een (werkende) stofzuiger. Ook het hebben van een wasmachine is een voorwaarde voor het ontvangen van huishoudelijke hulp. Het schoon te maken huis moet zodanig zijn ingericht dat het zonder veel moeite te reinigen is. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat de hulp met zware meubels moet schuiven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten We maken onderscheid tussen basisactiviteiten en incidentele activiteiten. Het gaat daarbij om activiteiten ten behoeve van een schoon en leefbaar huis, wasverzorging en het voeren van regie over het huishouden. Samen met belanghebbende wordt gekeken welke werkzaamheden belanghebbende of zijn sociale netwerk uit kunnen uitvoeren en welke activiteiten de zorgaanbieder uitvoert. De daadwerkelijke frequentie en activiteiten zijn afhankelijk van de situatie van belanghebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Resultaat Basisactiviteit Maximale Frequentie Schoon en leefbaar huis Woonkamer Opruimen 1x per week Stofzuigen 1x per week Dweilen 1x per 2 weken Stof afnemen 1x per week Slaapkamer Stof afnemen 1x per week Opruimen 1x per week Stofzuigen 1x per week Bed verschonen 1x per 2 weken Dweilen 1x per 4 weken Keuken Dweilen 1x per week Afval opruimen 1x per week Keukenblok (buitenzijde) 1x per week Kookplaat, spoelbak en tegelwand afnemen 1x per week Stofzuigen 1x per week Sanitaire ruimtes Toilet schoonmaken 1x per week Natte cel schoonmaken 1x per week Hal/gang Stofzuigen 1x per week Dweilen 1x per week Stof afnemen 1x per week Wasverzorging Wassen en drogen van kleding In overleg Regie voeren Plannen en beheren van middelen voor het huishouden 1x per week Plannen van huishoudelijke taken 1x per week Resultaat Incidentele activiteit Maximale Frequentie Schoon en leefbaar huis Ramen binnenzijde 4x per jaar Deur/deurposten nat afnemen 2x per jaar Keukenkastjes (binnenzijde) 1x per jaar Koelkast (binnenzijde) 3x per jaar Oven/magnetron (binnenzijde) 2x per jaar Afzuigkap reinigen 2x per jaar Tegelwand natte cel afnemen 4x per jaar Trap stofzuigen 1x per 4 weken Grote Schoonmaak/eenmalige aanpak schoonmaakwerkzaamheden bij ernstige vervuiling Grote schoonmaak/eenmalige aanpak schoonmaakwerkzaamheden bij ernstige vervuiling varieert van de bekostiging van containers voor de afvoer van huisvuil en/of de bekostiging van schoonmaakbedrijven om de huizen weer begaanbaar/bewoonbaar te maken tot het inzetten van vrijwilligers voor de schoonmaak en het vullen van de containers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De (half-) en/of jaarlijkse schoonmaak, hierna te noemen de ’grote’ schoonmaak, is GEEN Wmo maatwerkvoorziening. Deze extra werkzaamheden zouden bij al eerder toegekende HO in de normale Schoon en Leefbaar huis worden geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpak van een (sterk/in mindere mate/ernstig) vervuild huis, hierna te noemen “eenmalige schoonmaakwerkzaamheden bij ernstige vervuiling” kan wel een Wmo voorziening zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op: de eventueel te huren containers zijn algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en zouden via de bijzondere bijstand geregeld moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er sprake van een aanmelding door b.v. Meldpunt Zorg en Overlast?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is betrokkene bekend met begeleiding door b.v. GGZ of wordt de aanmelding door een andere aanbieder/huisarts of andere professional/betrokkene bij de aanvrager gedaan?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er (nog) sprake van EIGEN KRACHT?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er (nog) sprake van een (sterk/zwak/geen) sociaal netwerk (SNS methodiek toepassen) oftewel gebruik kunnen maken van familieleden/vrienden/kennissen/buren etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er mogelijk gebruik te maken van vrijwillige organisaties in het voorveld? Zoals HIP of Present.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maak gebruik van gecontracteerde aanbieders, zoals Sparkles etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenmalige aanpak schoonmaakwerkzaamheden bij ernstige vervuiling De hoeveelheid van eenmalige schoonmaak ten behoeve van een belanghebbende dient te worden ingeschat. De eenmalige schoonmaak kan voorts geregeld worden met een gecontracteerde aanbieder voor HO basis. Deze aanbieder kan voor deze werkzaamheden een aparte factuur indienen bij de Backoffice Wmo. Hierbij geldt het rekenuurtarief voor HO basis ZIN (dit tarief is opvraagbaar bij Backoffice Wmo) voor personele inzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage6Afstemming Wmo - Wlz In dit schema staan verschillende vormen van financieren naast elkaar. Links de woonvorm (Wlz thuiswonend, intramuraal zonder behandeling en intramuraal met behandeling) en in de rechterkolommen de verschillende financieringsmogelijkheden en de bijbehorende voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wlz thuiswonend (Vpt, Mpt, Pgb):</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt kan er onder bepaalde voorwaarden voor kiezen om de zorg thuis te ontvangen. Thuis omvat een woning die cliënt zelf huurt of waar hij/zij de eigenaar van is. Client betaalt zelf de woonlasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn verschillende leveringsvormen voor zorg thuis:</p>\n<p class=\"lf-p\">Volledig pakket thuis (Vpt) Modulair pakket thuis (Mpt) Persoonsgebonden budget (Pgb) Combinatie Mpt en Pgb Wlz intramuraal:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een verblijf in een instelling gaat het om wonen in een instelling met daarbij zorg waarop cliënt is aangewezen Woonsituatie WLZ WMO 2015 WLZ Thuiswonend WLZ (PGB, VPT of MPT) Hulp bij het huishouden Begeleiding Logeeropvang (1) Vervoerskostenvergoeding Rolstoel Vervoersmiddelen (2) Woningaanpassing Woonvoorz./hulpmiddel (3) WLZ deeltijdverblijf (gemiddeld 7, 8 of 9 dagen per 14 dagen in een instelling wonen) Hulp bij het huishouden Begeleiding Woonvoorz./-hulpmiddel (3) Rolstoel (nieuw of te vervangen) (6) Vervoermiddelen (in de Wlz aangeduid als mobiliteitshulpmiddelen) (nieuw of te vervangen) (6) Vervoerskostenvergoeding Evt. 2e Woonvoorz./-hulpmiddel voor thuissituatie Woningaanpassing WLZ Intramuraal Hulp bij het huishouden Woonvoorz./ hulpmiddel (3) Begeleiding Rolstoel Vervoermiddelen (in de Wlz aangeduid als mobiliteitshulpmiddelen) (6) Sociaal vervoer (regiotaxi) als het een algemene voorziening is (4) Bezoekbaar maken van de woning (5) Voor thuiswonende cliënten met een Wlz indicatie is vanuit de Wlz logeeropvang mogelijk. Een cliënt met een Wlz indicatie kan geen beroep doen op Kortdurend Verblijf (respijtzorg) vanuit de Wmo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Denk aan b.v. scootmobiel, aangepaste fiets etc. In de Wlz wordt de rolstoel en andere vervoermiddelen aangeduid als mobiliteitshulpmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Denk aan b.v. douche- / toiletstoel, tillift, drempelhulpen etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënten met een Wlz indicatie, die in een instelling wonen, kunnen geen aanspraak maken op een maatwerkvoorziening in de vorm van een vervoersvoorziening Sociaal Vervoer (Regiotaxi). Als het sociaal vervoer wordt aangeboden als algemene voorziening, kunnen zij daar wel gebruik van maken. Dat betekent echter niet dat gemeenten niet de mogelijkheid hebben om daarvan af te wijken als de persoon toch is aangewezen op collectief vervoer. Vanuit de Wmo als vangnet is het denkbaar dat de gemeente in de situatie dat er geen alternatieven zijn, toch een pasje voor het collectief vervoer verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bezoekbaar maken van een woning kan, in het kader van participeren of zelfredzaamheid, onder de Wmo vallen, als een cliënt binnen de gemeente woont. Als een cliënt buiten de gemeente woont geldt dit niet, behalve als hiervoor in het gemeentelijk beleid een uitzondering is gemaakt (bovenwettelijk begunstigend beleid). In dat geval moet de gemeente zich aan het eigen beleid houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltijdverblijf Wlz: Het individueel gebruik van mobiliteitshulpmiddelen komt ten laste van de Wlz als het gaat om nieuwe of te vervangen mobiliteitshulpmiddelen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het onderhoud en aanpassingen aan mobiliteitshulpmiddelen die de cliënt gebruikt wanneer met deeltijdverblijf wordt begonnen. Vaak kunnen deze hulpmiddelen vervoerd worden van de instelling naar huis en vice versa zodat de behoefte aan een 2de exemplaar niet aan de orde zal zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsmaatregelen per 1 januari 2020:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een cliënt op 1 januari 2020 al in een zorginstelling woont met een mobiliteitshulpmiddel van de Wmo, blijft de gemeente verantwoordelijk voor onderhoud en aanpassingen totdat het middel moet worden vervangen. Vanaf dat moment valt deze onder de verantwoordelijkheid van de Wlz (Zorgkantoor).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een cliënt na 1 januari 2020 naar een zorginstelling verhuist, moet worden bekeken of de mobiliteitshulpmiddel moet worden vervangen. Als deze moet worden vervangen valt deze onder de verantwoordelijkheid van de Wlz (Zorgkantoor). Als deze niet hoeft te worden vervangen, kan deze worden overgenomen door de Wlz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht voor cliënten met GGZ problematiek die overgaan naar de Wlz vanaf 1 januari 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wlz staat per 1 januari 2021 ook open voor mensen met ernstige GGZ-problematiek. Als deze cliënten voldoen aan de Wlz criteria, kunnen zij vanaf 1 januari 2021 toegang krijgen tot de Wlz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een cliënt reeds intramuraal (Beschermd Wonen) verbleef met een mobiliteitshulpmiddel van de Wmo en na de overgang naar de Wlz intramuraal blijft wonen, blijft de gemeente verantwoordelijk voor onderhoud en aanpassingen totdat het middel moet worden vervangen. Vanaf dat moment valt het middel onder de verantwoordelijkheid van de Wlz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een cliënt niet intramuraal verbleef maar bij de overgang naar de Wlz intramuraal gaat wonen, moet worden bekeken of het mobiliteitshulpmiddel moet worden vervangen. Als dit het geval is valt deze onder de verantwoordelijkheid van de Wlz. Als deze niet hoeft te worden vervangen, kan deze worden overgenomen door de Wlz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geclusterde woonvormen Voor cliënten die in geclusterde woonvormen wonen waar ze zelf de woonlasten betalen, blijven de mobiliteitshulpmiddelen (voorlopig) ongewijzigd onder de Wmo vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage7Privacy Protocol Wmo Leiden Zie pdf bestand</p></div>", "next": 0}