{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">In het normenkader is de mogelijkheid benoemt om extra tijd toe te kennen op grond van de ‘samenstelling van het huishouden”. Hiervoor hanteren we een aanvullende instructie, gebaseerd op de uitgangs¬punten van eigen kracht en het beleid gebruikelijke hulp van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instructie voor deze regel in het normenkader: beoordeel de eigen kracht van de cliënt(en) beoordeel de situatie op grond van het beleid gebruikelijke hulp van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van meer personen in het huishouden, dan zijn eigen kracht en gebruikelijke hulp bepalend of er minder dan volledige overname of meer dan volledige overname moet worden ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Heb aandacht voor wat vanuit de gemeente wordt verwacht van kinderen tussen de 18 en 21 (soms 23) jaar vanuit het beleid gebruikelijke hulp. Volgens de indicatierichtlijn van het CIZ uit 2006 kunnen kinderen een ‘eenpersoons huishouden’ voeren. Effectief betekent dit dat er nagenoeg geen ondersteuningstijd meer over blijft wanneer het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning wordt toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang goed af te wegen of dit een realistische eis is ten aanzien van deze jongeren, vooral omdat zij veelal ook nog meerdere mantelzorgtaken kennen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Huisdieren (die extra inzet van ondersteuning noodzakelijk maken) Omdat huisdieren een extra bron van vervuiling kunnen zijn binnen een huishouden, kan het nodig zijn vanwege de noodzaak van extra vaak of extra goed schoonmaken 15 minuten extra ondersteuningstijd toe te kennen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Instructie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn gemeenten die uitsluiten dat er extra ondersteuningstijd nodig kan zijn vanwege de aanwezigheid van huisdieren, omdat dit een ‘eigen keuze van de cliënt’ is. Andere gemeenten zien juist de belangrijke rol die huisdieren in het leven van mensen kunnen hebben en komen hier zo nodig in tegemoet als dit nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor hulpdieren kan extra inzet van ondersteuning noodzakelijk zijn. Dat zijn namelijk ‘hulpmiddelen’ en geen huisdieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verzorging van huisdieren is eigen verantwoordelijkheid van de cliënt, hier indiceer je geen extra inzet voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zolang sprake is van een ‘gewone situatie’, dus één of twee katten of honden/hondjes: dan kan het aan de orde zijn dat je extra tijd indiceert, als daadwerkelijk sprake is van extra bewerkelijkheid/werk voor de hulp (bijvoorbeeld stofzuigen moet sowieso al gebeuren).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van keuzen van de cliënt die boven het ‘gewone’ uitstijgen, dan is gesprek nodig over wat aan de cliënt zelf is en wat aan de gemeente/samenleving is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ofwel: als de cliënt ervoor kiest meer vervuiling te laten ontstaan door huisdieren dan als algemeen redelijk is aan te merken, dan wordt dat vervolgens niet door de gemeente opgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Want: in het beleid van de gemeente staat dat de cliënt is gehouden om niet meer ondersteuning te vragen of noodzakelijk te maken dan in redelijkheid nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: meerdere honden die vrij door het hele huis mogen lopen of losvliegende vogels die veel troep maken. Cliënten met COPD die binnen roken en binnen 20 parkieten houden en vervolgens om extra vaak schoonmaak vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde lijn: cliënten met zware allergie of COPD, die weigeren de woning te saneren, maar wel extra ondersteuning vragen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Overige kenmerken van de woning: omvang, bewerkelijkheid, inrichting Op basis van het normenkader is het mogelijk om 15 minuten extra ondersteuningstijd toe te kennen op basis van ‘overige kenmerken’.</div>\n<p class=\"lf-p\">Wat zijn deze overige kenmerken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Pas dit alleen toe in heel duidelijke gevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omvang van het huis: alleen in uitzonderlijke situaties neem je een kwartier extra op vanwege een heel groot huis. Dit aspect wordt namelijk mede gedekt door de mogelijkheid van toekennen van extra ondersteuningstijd voor ‘extra kamers wel of niet in gebruik als slaapkamer’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewerkelijkheid: idem. Alleen in uitzonderlijke situaties hiervoor extra ondersteuningstijd opnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inrichting: idem. Eerste verantwoordelijkheid ligt bij de cliënt om niet meer inzet nodig te maken dan redelijkerwijs nodig is. In uitzonderlijke situaties kun je het meenemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze drie items apart dan wel gezamenlijk ken je in principe 1 x 15 minuten extra toe.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Strijken en boodschappen (meestal voorliggend op te lossen) De afgelopen jaren zijn er diverse ontwikkelingen geweest rondom strijken en boodschappen. Deze hebben invloed op het indiceren van hulp bij het huishouden:</div>\n<p class=\"lf-p\">Strijken wordt over het algemeen niet meer geïndiceerd, hier zijn in de vorm van strijkvrije kleding voorliggende oplossingen voor beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Boodschappen halen wordt in het algemeen niet meer geïndiceerd. Hier zijn veelal boodschappenservices voor beschikbaar als voorliggende oplossing.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Regie en organisatie; Advies-instructie-voorlichting Het kan zijn dat een cliënt niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren over het huishouden. Als het zo is dat een hulp daardoor aantoonbaar extra werkzaamheden moet doen of bijvoorbeeld door het gedrag van de cliënt extra tijd nodig heeft, dan kun je hiervoor 30 minuten per week structureel extra indiceren. Van hulpen mag worden verwacht dat deze zelfstandig hun werkzaamheden kunnen plannen. Het gegeven dat een cliënt de hulp niet kan instrueren, betekent dus niet automatisch inzet van extra ondersteuningstijd. Er moet wel sprake zijn van extra werk.</div>\n<p class=\"lf-p\">Advies-instructie-voorlichting heeft betrekking op het, op tijdelijke basis, aanleren van praktisch vaardigheden in het huishouden aan een cliënt. Bijvoorbeeld als een partner net is weggevallen en een cliënt zelf wil kunnen bijdragen aan het huishouden, het schoonmaken, het leren koken van enkele basis-maaltijden, et cetera. Soms is het dan praktisch hiervoor aan de dan in het algemeen al langere tijd vertrouwde huishoudelijke hulp voor een aantal weken extra tijd toe te kennen. Dit is dus altijd tijdelijk en is te onderscheiden van de inzet van Wmo-begeleiding.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>Algemeen (activiteiten en -onderzoektijden) Het normenkader is gebaseerd op uitgebreid onderzoek, waarin we ook gemiddelde tijden in kaart hebben gebracht van de verschillende activiteiten.</div>\n<p class=\"lf-p\">In het algemeen is het advies: indiceer niet gedetailleerd in minuten op activiteitniveau. Deze zijn in het Normenkader ook niet opgenomen. Uiteraard staan deze wel in de onderliggende onderzoeksrapporten, zoals dat van Utrecht. Waarom dan niet per activiteit een tijd indiceren?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor zijn twee redenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten eerste: de tijden per activiteit in deze onderzoekrapporten zijn gemiddelde onderzoektijden over een grote situaties waarin tijd is gemeten. Dit zijn zeker géén instructietijden op activiteitenniveau. Door de verschillende activiteiten en tijden bij elkaar op te tellen, hebben we een totaaltijd verkregen. Deze totaaltijd is toereikend om het resultaat te schoon en leefbaar huis te behalen in veel verschillende situaties. Maar de uitvoeringstijd per activiteit varieert altijd per individuele situatie. En dat is prima, dat is de praktijk, maar de totaaltijd als geheel is uiteindelijk toereikend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten tweede: er is ook sprake van tijd die nodig is om schoonmaak-spullen te pakken en op te ruimen, even met de klant af te stemmen, etc., dat is allemaal opgenomen in de ‘indirecte tijd’. Zou je alleen tijden per activiteit indiceren, dan mis je dus een deel van de tijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een optie is om te werken met een totaaltijd in uren per jaar: dan kun je meer flexibiliteit bieden aan aanbieder en cliënt om bijvoorbeeld in de zomer wat te minderen en een grote schoonmaak in het voorjaar in te bouwen of mee te bewegen met een variabele gezondheidstoestand van de cliënt. Dit is een nu (nog) niet algemeen gebruikelijke keuze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan wel handig zijn voor consulenten als zij een lijst met activiteiten en frequenties met de cliënt kunnen bespreken, zoals deze in de bijlagen van het Normenkader staan. Zodat er aan verwachtingenmanagement kan worden gedaan, omdat de cliënt een beeld krijgt van welke activiteiten nodig zijn voor het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’ en welke frequentie gemiddeld genomen verwacht mag worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Puur om een idee te hebben van de orde van grootte, kunnen de consulenten de onderzoektijden uit het rapport van Utrecht een keer bekijken. We raden niet aan dit op cliëntniveau te doen, laat staan dit samen met de cliënt te doen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>Afronding van de indicatie (op 5 minuten of per kwartier) Bij het indiceren komen consulenten soms op een ‘bijzonder’ aantal minuten. Hoe ronden we dan af?</div>\n<p class=\"lf-p\">Afronding van de indicatie kan het beste per 5 minuten of per kwartier. Het is verstandig hierover met de aanbieders te overleggen. We horen frequent dat wordt gekozen voor afronding per 5 minuten, op kwartier-niveau afronden is zeker ook een optie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spreek goed af hoe je de afronding met elkaar wilt doen. Indiceer niet op de minuut nauwkeurig, zoals ‘2 uur en 23 minuten’. Het normenkader is niet bedoeld om met zo’n precisie te kunnen indiceren en dit veroorzaakt verwarring bij cliënten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Herindicaties Gemeenten die het normenkader gaan gebruiken, maken verschillende keuzen ten aanzien van het wel/niet herindiceren van cliënten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Veel gemeenten kiezen bij invoeren van het normenkader voor geleidelijk herindiceren, bij afloop van indicaties. Er zijn ook gemeenten die kiezen voor volledige herindicatie of gedeeltelijke herindicatie van met name de (heel) hoge indicaties. Herindicaties vergen optimale zorgvuldigheid, zeker als lopende indicaties vanwege nieuw beleid worden herzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer wordt overgegaan op het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 en zeker ook wanneer een herindicatietraject wordt opgestart, is het noodzakelijk vroegtijdig en uitgebreid met de gecontracteerde aanbieders van HO de ontwikkelingen te bespreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een herindicatie constateert de cliënt vaak dat diens situatie de afgelopen jaren achteruit is gegaan, maar dat de indicatie nu plots omlaag gaat. Dit roept dan vragen op bij de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mogelijke reactie 1: ‘het klopt dat uw situatie achteruit is gegaan, dat begrijpen wij. Maar uw woning raakt daardoor niet meer vervuild dan voorheen. Daarom is geen extra inzet van HO nodig.’ (als dit het geval is uiteraard. En als er geen gevolgen zijn vanwege vermindering van eigen kracht).</p>\n<p class=\"lf-p\">Mogelijke reactie 2: ‘de gemeente hanteert nieuw beleid, met een actueel en algemeen geaccepteerd normenkader voor het indiceren van HO. Met dit normenkader indiceren wij ‘zinnig en zuinig’, in overeenstemming met hedendaagse normen en opvattingen over het huishouden en wat we als schoon en leefbaar aanmerken. We begrijpen dat het verlagen van uw indicatie vervelend is. Wij houden contact met u en met uw aanbieder om in de gaten te houden of het met deze nieuwe indicatie lukt om uw woning schoon en leefbaar te houden.’ Dit alles laat onverlet: als de situatie van de cliënt het noodzakelijk maakt juist meer te indiceren, dan moet dat uiteraard ook gebeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook mogelijk en soms noodzakelijk: bij herindicaties van grote indicaties vooraf met de aanbieder (en de huishoudelijke hulp) afstemmen over wat nu echt nodig is bij deze cliënten. En wat de hulp allemaal doet in de 5-6-7 uur die beschikbaar is. En of dat allemaal wel de bedoeling is vanuit de Wmo en of dit in lijn is met het beleid en de inzichten bij de gemeente en de aanbieder. Een indicatie met veel uren is in voorkomende gevallen ook gewoon heel hard nodig, dus zorgvuldigheid is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënten kunnen verbonden zijn met hun huishoudelijke hulp. Voor de hulp kan het lastig zijn om uren kwijt te raken. De cliënt kan het vervelend vinden als een verandering van indicatie gevolgen heeft voor de hulp. Ook dit pleit voor zorgvuldige communicatie met aanbieders en cliënten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2. Normenkader in uren per jaar Bijlage 3. Normenkader: activiteiten en frequenties Woonruimten Schoon en leefbaar huis Woonkamer Slaapkamer(s) Keuken Badkamer en toilet Hal Categorie schoonmaakactiviteiten Afnemen nat en droog Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten Zitmeubels afnemen (droog/nat) Radiatoren reinigen Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten Radiatoren reinigen Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten Radiatoren reinigen Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten Radiatoren reinigen Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten Radiatoren reinigen Stofzuigen en dweilen Stofzuigen Dweilen Stofzuigen Dweilen Stofzuigen Dweilen Stofzuigen Dweilen Trap stofzuigen (binnenshuis) Ramen en gordijnen Gordijnen wassen Lamellen/jaloezieën reiniging Ramen binnenzijde wassen Gordijnen wassen Lamellen luxaflex reiniging Ramen binnenzijde wassen Gordijnen wassen Lamellen luxaflex reiniging Ramen binnenzijde wassen Gordijnen wassen Lamellen/jaloezieën reiniging Ramen binnenzijde wassen Bed verschonen Bed verschonen Matras draaien Keuken schoonmaken Keukenblok en –apparatuur (buitenzijde) Afval opruimen Keukenkastjes (binnenzijde) Koelkast (binnenzijde) Oven/magnetron Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid) Afzuigkap reinigen (binnenzijde) Bovenkant keukenkastjes Tegelwand (los van keukenblok) Sanitair schoonmaken Badkamer schoonmaken (incl. stofzuigen en dweilen) Toilet schoonmaken Tegelwand badkamer afnemen Opruimen Opruimen Opruimen Tabel 1. Activiteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte Basisactiviteit Frequenties Woonkamer (en andere kamers) Stof afnemen hoog incl. luchtfilters 1 x per 2 weken Stof afnemen midden 1 x per week Stof afnemen laag 1 x per week Opruimen 1 x per week Stofzuigen 1 x per week Dweilen 1 x per week Slaapkamer(s) Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters 1 x per 6 weken Stof afnemen midden 1 x per week Stof afnemen laag 1 x per week Opruimen 1 x per week Stofzuigen 1 x per week Dweilen 1 x per 2 weken Bed verschonen of opmaken 1 x per 2 weken Keuken Stofzuigen 1 x per week Dweilen 1 x per week Keukenblok (buitenzijde) inclusief tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, eventuele tafel 1 x per week Keukenapparatuur (buitenzijde) 1 x per week Afval opruimen 1 x per week Afwassen (= onderdeel van ‘maaltijden’) Sanitair Badkamer schoonmaken (inclusief stofzuigen en dweilen) 1 x per week Toilet schoonmaken 1 x per week Hal Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters 1 x per week Stof afnemen midden 1 x per week Stof afnemen laag 1 x per week Stofzuigen 1 x per week Trap stofzuigen (binnenshuis) 1 x per week Dweilen 1 x per week Tabel 2. Frequenties benodigd voor een schoon en leefbaar huis (basisactiviteiten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte Incidentele activiteit Frequenties Woonkamer (en andere kamers) Gordijnen wassen 1 x per jaar Reinigen lamellen/luxaflex 2 x per jaar Ramen binnenzijde wassen 4 x per jaar Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten 2 x per jaar Zitmeubels afnemen (droog/nat) 1 x per 8 weken Radiatoren reinigen 2 x per jaar Slaapkamer(s) Gordijnen wassen 1 x per jaar Reinigen lamellen/luxaflex 2 x per jaar Ramen binnenzijde wassen 4 x per jaar Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten 2 x per jaar Radiatoren reinigen 2 x per jaar Matras draaien 2 x per jaar Keuken Gordijnen wassen 2 x per jaar Reinigen lamellen/luxaflex 3 x per jaar Ramen binnenzijde wassen 4 x per jaar Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten 2 x per jaar Radiatoren reinigen 3 x per jaar Keukenkastjes (binnenzijde) 2 x per jaar Koelkast (binnenzijde) 3 x per jaar Oven/magnetron (grondig schoonmaken) 4 x per jaar Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid) 1 x per jaar Afzuigkap reinigen (binnenzijde) – vaatwasserbestendig 2 x per jaar Afzuigkap reinigen (binnenzijde) - niet vaatwasserbestendig 2 x per jaar Bovenkant keukenkastjes 1 x per 6 weken Tegelwand (los van keukenblok) 2 x per jaar Sanitair Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten 2 x per jaar Radiatoren reinigen 2 x per jaar Tegelwand badkamer afnemen 4 x per jaar Gordijnen wassen 1 x per jaar Ramen binnenzijde wassen 4 x per jaar Reinigen lamellen/luxaflex 3 x per jaar Hal Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten 2 x per jaar Radiatoren reinigen 2 x per jaar Tabel 3. Frequentie benodigd voor een schoon en leefbaar huis (incidentele activiteiten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit Frequenties* Wasgoed sorteren 1x per week Behandelen van vlekken 5x per 2 weken (indien nodig) Was in de wasmachine stoppen (incl. wasmachine aanzetten) 5x per 2 weken Wasmachine leeghalen 5x per 2 weken Sorteren naar droger of waslijn 5x per 2 weken Was in de droger stoppen 5x per 2 weken Droger leeghalen 5x per 2 weken Was ophangen 5x per 2 weken Was afhalen 5x per 2 weken Was opvouwen 5x per 2 weken Was strijken 1x per week Was opbergen/opruimen 5x per 2 weken Tabel 4. Activiteiten en frequenties benodigd voor de wasverzorging In een tweepersoonshuishouden wordt uitgegaan van een frequentie van 5x per 2 weken voor de was, in een eenpersoonshuishouden is dat 2x per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Activiteit Frequentie Boodschappen Het opstellen van boodschappenlijst 1x per week Het doen van de boodschappen 1x per week Het opruimen van de boodschappen 1x per week Tabel 5. Activiteiten en frequenties benodigd voor de boodschappen Onderdeel Activiteit Frequentie Maaltijden Broodmaaltijden: tafel dekken, eten en drinken klaarzetten (1 maaltijd op tafel, 1 maaltijd in de koelkast), afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen 1x per dag* Opwarmen maaltijd: maaltijd opwarmen, tafel dekken, eten en drinken klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser in/uitruimen 1x per dag* Tabel 6. Activiteiten en frequenties benodigd voor de maaltijden Of minder als de cliënt hierin een deel van de week zelf of met behulp van het netwerk kan voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Activiteit Verzorgen van minderjarige kinderen Was verzorgen Kamers opruimen Eten maken Tasjes school Aankleden Wassen Eten geven Structuur bieden Meer tijd huishoudelijke taken Brengen naar school/crèche Naar bed brengen Afstemming met andere hulp/informele zorg Afstemming/sociaal contact (aankomst, vertrek, administratie, contact met cliënt) Tabel 7. Activiteiten voor verzorgen van minderjarige kinderen Onderdeel Activiteit Advies, instructie en voorlichting Aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van de activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en de wasverzorging Aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van activiteiten gericht op boodschappen en maaltijden Tabel 8. Activiteiten voor advies, instructie en voorlichting Bijlage3Perceel- en productomschrijvingen Begeleiding Algemene productbeschrijvingen Begeleiding Individueel (BGI) Begeleiding individueel voor volwassenen kan voor elke grondslag worden ingezet. De begeleiding wordt geïndiceerd in uren per week. Begeleiding individueel is gericht op het ondersteunen en verbeteren van zelfredzaamheid en participatie met betrekking tot een of meer van de volgende levensgebieden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijk functioneren Sociaal functioneren Gezondheid en zelfzorg Verplaatsen en vervoer Wonen Regie bij huishouden3 Dagbesteding (werk/school) Vrije tijd Financiën/administratie Justitie Verslaving De inzet begeleiding individueel moet in alle gevallen leiden tot een op cliëntniveau meetbaar resultaat, dat door de gemeentelijke toegang is geformuleerd (zie paragraaf 5 van de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Weert 2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het afgeven van de toewijzing zullen gemeenten per resultaat op cliëntniveau het type activiteiten inschatten. De 3 groepen van activiteiten zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezien: cliënt kan activiteiten zelf uitvoeren maar heeft instructies/aansturing nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Helpen: cliënt kan deze activiteit slechts met moeite zelf uitvoeren, hij heeft hulp en een steuntje in de rug nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overnemen: cliënt kan ook met ondersteuning de activiteit niet uitvoeren. Iemand anders neemt het over.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene richtinggevende uitgangspunten zijn dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de begeleiding gericht is op het bieden van dagstructuur, als cliënt dit niet (meer) zelfstandig kan, is begeleiding groep de aangewezen leveringsvorm van begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de begeleiding gericht is op het één of meerdere keren per week bieden van hulp bij het doornemen van de dag- of weekstructuur en de ondersteuning niet gericht is op het daadwerkelijk bieden van die dagstructuur, is individuele begeleiding de meest aangewezen leveringsvorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er sprake is van (medische, psychische, psychosociale) contra-indicaties voor begeleiding in groepsverband, kunnen de activiteiten in de vorm van individuele begeleiding worden geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de te behalen resultaten kunnen individuele begeleiding en begeleiding in groepsverband gecombineerd zijn aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op Persoonlijke verzorging kan alleen worden geboden indien de Wet langdurige zorg (Wlz) en Zorgverzekeringswet (Zvw) hierin niet voorliggend zijn. Dit betreft begeleiding van de persoonlijke verzorging. Het gaat bij persoonlijke verzorging niet om het daadwerkelijk wassen en aankleden van de cliënt, maar om de begeleiding hierbij. Het gaat dus om cliënten die zichzelf wel kunnen wassen en aankleden en dergelijke, maar daartoe aangespoord moeten worden door de begeleider omdat ze een regieprobleem hebben. Dit betekent dat de aanspraak op persoonlijke verzorging verband houdt met de zelfredzaamheid en in het verlengde ligt van begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding is niet bedoeld ter vervanging van behandeling op basis van de Zvw en/of ter overbrugging als iemand op de wachtlijst staat voor behandeling vanuit de Zvw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begeleiding is niet primair gericht op het activeren richting werk, onderwijs of het vinden van een betaalde baan. Mocht een cliënt hiervoor in aanmerking komen, signaleert de aanbieder dit bij de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding in groepsverband is voorliggend op individuele begeleiding als hetzelfde doel wordt beoogd en er geen contra-indicaties bestaan tegen het functioneren in een groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder is niet zelf de verhuurder van de woning/kamer van de cliënt.4 Ondersteuning wordt zoveel mogelijk geboden in de nabijheid/eigen woning van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning vindt plaats volgens het gedachtegoed positieve gezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder is ervoor verantwoordelijk dat ondersteuning zoveel als mogelijk planbaar is. Waar nodig leert de cliënt om de ondersteuningsvraag uit te stellen en/of worden handvaten aangereikt voor situaties waarin de cliënt een directe ondersteuningsvraag heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding Groep (BGG) Begeleiding groep kan voor elke grondslag binnen een perceel worden ingezet. De begeleiding groep wordt geïndiceerd in dagdelen per week. Dit product kan in een perceel worden ingezet, of kan worden ingezet naast een toewijzing voor beschermd wonen. Tevens kan begeleiding groep ter overbrugging van een wachtlijst voor begeleiding in de GGZ of in de Wlz worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding groep moet altijd gericht zijn het bevorderen en behoud van de zelfredzaamheid en/of participatie. Begeleiding kan zich ook richten op ontlasting van de mantelzorg als dit ten goede komt aan de betreffende cliënt en leidt tot versterking en/of in stand houding van de mantelzorg. In dat geval is sprake van respijtzorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een grote diversiteit aan begeleiding groep mogelijk vanuit een drietal subdoelstellingen: isolement voorkomen zinvolle tijdsbesteding bieden maatschappelijke participatie/diensten bevorderen Per perceel zijn specifieke doelen van toepassing. Bij het afgeven van de toewijzing zal de gemeente per resultaat op cliëntniveau het type activiteiten inschatten. De drie groepen van activiteiten zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toezien: cliënt kan activiteiten zelf uitvoeren maar heeft instructies/aansturing nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Helpen: cliënt kan deze activiteit slechts met moeite zelf uitvoeren, hij heeft hulp en een steuntje in de rug nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overnemen: cliënt kan ook met ondersteuning de activiteit niet uitvoeren. Iemand anders neemt het over.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene richtinggevende uitgangspunten zijn dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de begeleiding gericht is op het bieden van dagstructuur is begeleiding groep de aangewezen leveringsvorm in plaats van begeleiding individueel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de begeleiding gericht is op het één of meerdere keren per week bieden van hulp bij het doornemen van de dag- of weekstructuur en de ondersteuning niet gericht is op het daadwerkelijk bieden van die dagstructuur is begeleiding individueel de meest aangewezen leveringsvorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er sprake is van contra-indicaties (medische, psychische, psychosociale) voor begeleiding groep, kunnen de activiteiten in de vorm van begeleiding individueel worden geboden. Eén dagdeel begeleiding groep staat in die situatie niet gelijk aan vier uur begeleiding individueel, maar is afhankelijk van het ondersteuningsdoel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de te behalen resultaten kunnen begeleiding individueel en begeleiding groep gecombineerd zijn aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op Tijdens de begeleiding groep kan er soms ook behoefte zijn aan ondersteuning op ADL-gebied/persoonlijke verzorging. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen helpen met naar de wc gaan. Dit maakt integraal deel uit van het product begeleiding groep en kan niet als apart product BGI worden gedeclareerd. ADL-activiteiten gedurende de groepsbegeleiding dienen door de aanbieder te worden geborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet toegestaan om, als er naast de groepsgewijze dagbesteding, ook begeleiding individueel is toegekend, om die begeleiding individueel in te zetten op het moment dat er ook begeleiding groep plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen begeleiding groep wordt geen therapie gegeven. Er is dan ook geen sprake van behandeling binnen de begeleiding groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begeleiding is niet primair gericht op het activeren richting werk, onderwijs of het vinden van een betaalde baan. Mocht een cliënt hiervoor in aanmerking komen, signaleert de aanbieder dit bij de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een toewijzing die bestaat uit meerdere dagdelen, worden deze indien voor de cliënt noodzakelijk verdeeld over de week (bijvoorbeeld twee dagdelen worden verdeeld over maandag en woensdag en dus niet op één dag ingezet). Alleen als dit echt noodzakelijk is voor cliënt kan er sprake zijn van één dagdeel inzet per dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgaande van eigen regie, kracht en verantwoordelijkheid van de cliënt, dient de cliënt in beginsel zelf te zorgen voor maaltijden. Ook het netwerk van de cliënt of de mantelzorger kan daarbij ingeschakeld worden. Immers, alle cliënten die overdag buitenshuis werken of erop uitgaan, hebben die verantwoordelijkheid. De aanbieder mag een maaltijd aanbieden en hiervoor een bijdrage vragen aan de cliënt. Deze bijdrage mag niet hoger zijn dan de kostprijs van de maaltijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervoer Het product vervoer kan worden ingezet voor het vervoer vanuit huis naar de locatie van de begeleiding groep. Dit vervoer is alleen bestemd voor cliënten die niet op eigen kracht en/of met behulp van het eigen netwerk van en naar de locatie van de begeleiding groep kan komen. Het betreft zittend vervoer en rolstoelvervoer. Er geldt hiervoor één tarief per dag (heen- én terugrit naar en van de locatie van begeleiding groep). Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat het collectief vervoer van Omnibuzz hiervoor wordt ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volwassenen met een toewijzing voor begeleiding groep met een grondslag somatische aandoening of beperking, psychogeriatrische aandoening of beperking, lichamelijke handicap of verstandelijke handicap. De aanbieders die begeleiding groep voor deze doelgroep leveren, zijn ook verantwoordelijk voor het leveren van het vervoer als de cliënt niet op eigen kracht of anderszins van en naar de begeleidingslocatie kan komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënten met de grondslag psychische stoornis zijn over het algemeen in staat om zelfstandig naar de begeleidingslocatie te reizen. Aanbieders van BGG voor cliënten met de grondslag psychische stoornis zijn daarom niet verplicht om het vervoer te organiseren. Hen wordt wel de mogelijkheid geboden zich in te schrijven voor het leveren van vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er (in uitzonderingsgevallen) voor een cliënt één dagdeel per dag is geïndiceerd, moet de aanbieder voor deze cliënt het vervoer organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding groep vindt bij voorkeur plaats in de nabijheid van de woon- of verblijfsplaats van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kortdurend verblijf Kortdurend verblijf is het verblijf bij een aanbieder voor een afgebakende periode, bedoeld als logeeropvang. Dit kan bijvoorbeeld ingezet worden om (dreigende) overbelasting van de mantelzorger te voorkomen. Kortdurend verblijf wordt geïndiceerd in etmalen per week. Maximaal 3 etmalen per week of een aaneengesloten periode van maximaal zes weken. Er geldt een maximum van 42 etmalen per jaar. Een toewijzing wordt voor maximaal 1 jaar afgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kortdurend verblijf zijn de volgende zaken inbegrepen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voortvloeiend uit verblijf en overnachting op een locatie van de aanbieder (waaronder bedlinnen en schoonmaak) Maaltijden Recreatieve activiteiten ter invulling van de dag Exclusief:</p>\n<p class=\"lf-p\">Begeleiding individueel Begeleiding groep Vervoer van en naar de locatie, hiervoor is cliënt zelf verantwoordelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medische verzorging en verpleging Wmo kortdurend verblijf onderscheidt zich van eerstelijns verblijf in die zin dat er geen sprake is van een medische noodzaak of herstel na een medische ingreep. De reden voor het verblijf ligt in het gebrek aan zelfverzorgend en zelfregelend vermogen van de cliënt. Dit is vaak aan de orde als bijvoorbeeld de mantelzorger tijdelijk wegvalt. Er kunnen echter ook andere redenen zijn om een cliënt tijdelijk elders te laten verblijven, bijvoorbeeld wanneer de mantelzorg overbelast is of dreigt te raken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt kan zelf adequaat hulp inroepen en moet 24 uur per dag een beroep kunnen doen op zorg en ondersteuning. Het primaire doel is het tijdelijk overnemen van de zorg ter ontlasting van de gebruikelijke zorg of de mantelzorger. Het verblijf is aanvullend op het wonen in de thuissituatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kortdurend verblijf betreft de mogelijkheid om ergens te logeren waar ondersteuning in de nabijheid aanwezig is en waarbij ondersteuning geboden wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijke verzorging kan alleen worden geboden indien de Wet langdurige zorg (Wlz) en Zorgverzekeringswet (Zvw) hierin niet voorliggend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op Behandeling behoort niet tot kortdurend verblijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ondersteuning tijdens het kortdurend verblijf kan afzonderlijk begeleiding (individueel of groep) worden toegekend. Deze begeleiding maakt geen deel uit van het product kortdurend verblijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">In specifieke gevallen kan het nodig zijn voor de cliënt aanvullende verzorgings- en verpleegtaken te organiseren. Deze taken vormen geen onderdeel van de Wmo. Het gaat dan bijvoorbeeld om persoonlijke zorg en verpleging (uit de Zvw).</p>\n<p class=\"lf-p\">Perceelbeschrijvingen In de percelen kunnen alle producten (met uitzondering van kortdurend verblijf) en alle grondslagen (met uitzondering van zintuigelijke grondslagen) voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Perceel 1 Volwassenen met lichte/matige problematiek gericht op ontwikkeling Binnen dit perceel is de begeleiding voor volwassenen met lichte/matige problematiek primair gericht op het realiseren van een duidelijke ontwikkeling (leren, groeien, versterken) van de mogelijkheden van de cliënt om zich (meer) zelfstandig te redden in het leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volwassene met lichte/matige problematiek, die door de aard van hun beperking kortdurende ondersteuning nodig hebben. Bij deze volwassenen is er sprake van een perspectief op zelfstandigheid en zelfredzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De problematiek is licht/matig complex.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volwassenen hebben (door een gebeurtenis) tijdelijke/kortdurende ondersteuning nodig. Ondersteuningsvragen liggen op verschillende levensgebieden. Hierbij kan gedacht worden aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het weer op orde krijgen van de financiën;</p>\n<p class=\"lf-p\">Versterken van het sociaal netwerk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Leren omgaan met de beperking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vinden van een passende daginvulling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begeleiding is gericht op ontwikkeling en herstel en er wordt gestuurd op uitstroom van ondersteuning. Het traject heeft als doel: (deels) uitstroom naar voorliggend veld en/of basis- en algemene voorzieningen; aanleren/versterken van vaardigheden die nodig zijn om zo zelfstandig mogelijk te functioneren en participeren; zinvolle daginvulling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo normaal en zelfstandig mogelijk leven is uiteindelijk het doel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toewijzing is altijd kortdurend, enkele maanden tot in principe maximaal 2 jaar. Professionals richten zich aantoonbaar op het afbouwen van ondersteuning en het normaliseren van de situatie. Zij richten zich op het samenwerken met basis- en algemene voorzieningen en andere partners c.q. aanbieders om te komen tot effectiviteit in dienstverlening en resultaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Perceel 2 Volwassenen met matige/zware problematiek gericht op ontwikkeling Volwassenen met matig tot zware problematiek gericht op ontwikkeling. Het primaire doel van de begeleiding is het realiseren van een duidelijke ontwikkeling (leren, groeien, versterken) van de mogelijkheden/vaardigheden van de cliënt om zich (meer) zelfstandig te redden in het leven, in een overzichtelijke periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volwassenen die vanwege matig tot zware problematiek niet in staat zijn op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van zijn sociale netwerk of gebruikmakend van basis- en algemene voorzieningen zich staande weten te houden in de samenleving. Er is bij deze doelgroep sprake van perspectief op vergroten van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënten hebben matige tot zware problematiek, mogelijk op meerdere leefgebieden. Hierbij kan gedacht worden aan een ondersteuningsbehoefte op het gebied van: zelfredzaamheid en het functioneren binnen het eigen sociale netwerk; verminderen sociaal isolement; het psychisch functioneren; het voorkomen van probleemgedrag; plannen en structureren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begeleiding biedt ondersteuningsactiviteiten gericht op ontwikkeling ten behoeve van het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De intensiteit van de geboden ondersteuning is bij de start van de begeleiding intensief. De verwachting is dat de intensiteit van de begeleiding afneemt naarmate de cliënt vooruitgang boekt in zijn/haar zelfredzaamheid en/of participatie. Zodra de resultaten behaald zijn en er blijkt nog behoefte te zijn aan bepaalde ondersteuning, dan kan de cliënt een overstap maken naar perceel 3, of naar beschermd wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begeleiding is gericht op ontwikkeling en herstel en er wordt gestuurd op uitstroom van ondersteuning. Het traject heeft als doel: (deels) uitstroom naar voorliggend veld en/of basis- en algemene voorzieningen; aanleren/versterken van vaardigheden die nodig zijn om zo zelfstandig mogelijk te functioneren en participeren; zinvolle daginvulling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo normaal en zelfstandig mogelijk leven is uiteindelijk het doel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens kan vanuit dit perceel ook dagbesteding (begeleiding groep) worden ingezet voor cliënten met een toewijzing voor beschermd wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toewijzing is altijd kortdurend, enkele maanden tot in principe maximaal 2 jaar. Ondersteuning is erop gericht de inwoner zo zelfstandig mogelijk te maken, normaliseren zodra het kan: er wordt gebruik gemaakt van activiteiten in de wijk, basis- en algemene voorzieningen in de leefomgeving van de inwoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Perceel 3 Volwassenen gericht op behoud Volwassenen gericht op behoud met lichte, matige tot zware problematiek. De doelgroep van dit perceel betreft volwassenen die door de aard van hun beperking langdurig ondersteuning nodig hebben. Ondersteuning is gericht op het stabiel krijgen en houden van de situatie in de eigen woonomgeving. In de praktijk kan tijdelijk geen ondersteuningsbehoefte zijn, een intensievere ondersteuningsbehoefte of juist een beperktere ondersteuningsbehoefte. Inzet van ondersteuning is sterk onderhevig aan de behoefte van de cliënt. Echter voor deze cliënten is geen noodzaak voor 24-uurs ondersteuning in de nabijheid (afbakening met de Wlz).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan gaan om lichte, matige tot zware problematiek. Het kan hierbij ook gaan om beperkingen die voortvloeien uit een aandoening met een progressief karakter. De begeleiding moet leiden tot bevordering en/of behoud van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, om op die manier het zelfstandig leven en het deelnemen aan maatschappelijke verkeer met zoveel mogelijk eigen regie mogelijk te maken waar nodig en mogelijk met behulp van voorliggende voorzieningen en het eigen netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan een bijkomend element van ontwikkeling aan de orde zijn. Ook gecontroleerde achteruitgang kan in bepaalde gevallen een resultaat zijn binnen dit perceel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toewijzing is langdurig (1 tot 5 jaar).</p>\n<p class=\"lf-p\">In sommige gevallen is het nodig dat de cliënt kan terugvallen op de aanbieder als het wat minder gaat. In deze situatie kan gebruik worden gemaakt van een laag-intensieve toewijzing qua uren en ondersteuningsmomenten. Waar nodig kan snel worden opgeschaald naar intensievere ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning is erop gericht de inwoner zo zelfstandig mogelijk te maken, normaliseren zodra het kan: er wordt gebruik gemaakt van activiteiten in de wijk, basis- en algemene voorzieningen in de leefomgeving van de inwoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Perceel 4 Ouderen gericht op gecontroleerde achteruitgang Volwassenen die door ouderdom gerelateerde beperkingen lichte tot zware problematiek ervaren op het gebied van participatie en zelfredzaamheid. Hiernaast kunnen ondersteuningsbehoeften ontstaan vanuit (overbelaste of ter voorkoming van overbelaste) mantelzorgers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelgroep van dit perceel betreft volwassenen die door de aard van hun beperking langdurig ondersteuning van de Wmo nodig hebben. Ondersteuning is gericht op behoud en gecontroleerde achteruitgang in de eigen woonomgeving. Inzet van ondersteuning is sterk onderhevig aan de behoefte van de cliënt (en diens mantelzorger). Echter voor deze cliënten is geen noodzaak voor 24-uurs ondersteuning in de nabijheid (afbakening met de Wlz).</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelen en resultaten zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Behouden van vaardigheden Bieden van structuur Ontlasten van de mantelzorger De toewijzing is langdurig (1 tot 5 jaar).</p>\n<p class=\"lf-p\">Perceel 5 Kortdurend verblijf (KDV) Kortdurend verblijf is het tijdelijk overnemen van de totale ondersteuning ter ontlasting van de mantelzorger. Zie het product kortdurend verblijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage4 - Normeringskader begeleiding Normenkader Begeleiding Versie 2.0 Afwegingskader voor het indiceren van Wmo-begeleiding Ontwikkeld door bureau HHM en Factum Advies Normenkader begeleiding, versie 2.0 Instrument voor het indiceren van Wmo-begeleiding Dit Normenkader Begeleiding is ontwikkeld door bureau HHM en Factum Advies, op basis van opdrachten uitgevoerd voor meerdere gemeenten en een gezamenlijke doorontwikkeling en validatie door beide bureaus.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Algemeen 1.1 Inleiding Dit normenkader is ontwikkeld om gemeenten te helpen bij het bepalen van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en het afwegen en onderbouwen van de aard en omvang van indicaties voor Wmo-begeleiding.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het Normenkader Begeleiding is als versie 1.0 in 2022 uitgewerkt op basis van voorgaande ontwikkel- en implementatie-trajecten door bureau HHM (Normenkader Begeleiding) en Factum Advies (FAQT-V) met en voor meerdere gemeenten. In de jaren 2022 - 2024 hebben beide bureaus het normenkader samen doorontwikkeld tot versie 2.0 van het Normenkader Begeleiding. In het separate Ontwikkelverslag Normenkader Begeleiding 2.0 (bureau HHM, Factum Advies, 2024) is de ontwikkelhistorie en validatie van het normenkader beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geschillen rondom de Hulp bij het huishouden heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) aangegeven dat gemeenten voor de onderbouwing van indicaties gebruik mogen maken van een normenkader, mits dit normenkader tot stand is gekomen op basis van objectief, deskundig en onafhankelijk uitgevoerd onderzoek13ECLI:NL:CRVB:2016:1402.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een goed onderzocht normenkader leunt daarbij op drie pijlers (triangulatie): data-onderzoek in de praktijk de oordelen van cliënten expertopinies In het Ontwikkelverslag Normenkader Begeleiding 2.0 beschrijven wij hoe we vorm en invulling hebben gegeven aan deze drie pijlers bij de uitwerking van het Normenkader Begeleiding 2.0.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze handleiding de uitwerking: hoe kan het Normenkader Begeleiding worden toegepast door gemeentelijk consulenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Doel Normenkader Begeleiding Veel inwoners van de gemeente regelen alleen of samen met anderen de vraagstukken die zij tegenkomen in hun leven. Een deel van de inwoners heeft hierbij tijdelijk of langdurend ondersteuning nodig, bijvoorbeeld in de vorm van Wmo-begeleiding: individuele begeleiding en/of dagbesteding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wmo 2015 kent als hoofddoel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwoners van de gemeente zo nodig ondersteuning bieden ten aanzien van zelfredzaamheid en participatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een cliënt14Op grond van de woordkeuze in de Wmo 2015 gebruiken we het woord ‘cliënt’ en niet ‘inwoner’. om ondersteuning vraagt, doet de gemeente hier onderzoek naar. De gemeente onderzoekt de gehele ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Bepaalt daarna wat de mogelijkheden zijn om hierin te voorzien vanuit eigen kracht, het netwerk en overige voorliggende voorzieningen. Om tot slot te bepalen welke maatwerkvoorziening hierop aanvullend nodig is. Deze maatwerkvoorziening (ondersteuning op maat van het individu) wordt vastgelegd in een beschikking ofwel een indicatie. De cliënt ‘verzilvert’ de indicatie vervolgens ‘in natura’ en/of met een persoonsgebonden budget (pgb).</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt wil daarbij weten “wat ga ik nu krijgen en waarom krijg ik dit?”, de gemeente moet dit ook inzichtelijk maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wmo-consulent15Voor deze functie worden verschillende namen gebruikt. Voor ‘Wmo-consulent’ mag hier ook worden gelezen Wmo-klantmanager, toegangsmedewerker, etc. van de gemeente heeft behoefte aan een kader om transparant en zo objectief mogelijk te kunnen bepalen welke ondersteuning de cliënt nodig heeft, binnen de lokale en wettelijke kaders.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder wil weten welke inzet van ondersteuning van hen wordt verwacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met dit normenkader helpen we de Wmo-consulent om diens professionele afweging - nog meer - transparant, afgewogen en eenduidig te maken. In de indicatie wordt de aard, omvang en duur van de te bieden ondersteuning vastgelegd, in overeen-stemming met het juridisch kader zoals bepaald door de CRvB. Het is aan de gemeente om te bepalen hoe zij dit normen¬kader willen implementeren in hun eigen werkprocessen. Dit vraagt om situationeel maatwerk. Dit normenkader is algemeen van karakter en is daarmee voor alle gemeenten bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">N.B.: het indiceren van Wmo-begeleiding is geen ‘harde wetenschap’ met vaste uitkomsten op basis van harde ‘rekenregels’. Het indiceren van begeleiding vraagt om een professionele afweging, op basis van veel elementen, met als doel onder¬steuning op maat te bieden voor de inwoner. Dit normenkader helpt dit transparant en afgewogen te doen, maar vereist wel een basisdeskundigheid van de Wmo-consulent om het te kunnen gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">N.B.: in het normenkader volgen we de lijn van het algemene werkproces van Wmo-indicatiestelling met als focus de aard, omvang en duur van de te indiceren ondersteuning. We beschrijven daarom niet het gehele werkproces in al zijn facetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit bevat meer stappen en elementen, zoals het wijzen op de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning, het kunnen kiezen tussen zorg in natura of pgb, hoe wordt omgegaan met het vastleggen van gegevens, de mogelijkheid van het aanreiken van een persoonlijk plan, de mogelijkheid tot het maken van bezwaar en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3 Disclaimer Bureau HHM en Factum Advies spannen zich in om dit Normenkader Begeleiding juridisch houdbaar te laten zijn in geval van bezwaar en beroep. Wij kunnen succes bij juridische toetsing echter niet garanderen en aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele schade die hierdoor kan ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij bevelen sterk aan om – voordat men met het normenkader gaat werken - een training te volgen over het werken met het Normenkader Begeleiding zodat het normenkader wordt gebruikt zoals het is bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.4 Leeswijzer Na de algemene inleiding in hoofdstuk 1, schetsen we in hoofdstuk 2 het proces van indicatiestelling voor begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 3 beschrijven we de start van het proces van indicatiestelling: het integrale onderzoek en het beschrijven van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt (stappen 1, 2 en 3, conform de CRvB-uitspraak).</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 4 beschrijven we stap 4 (conform de CRvB-uitspraak) van het proces, het onderzoeken van de eigen mogelijkheden van cliënt en netwerk en overige voorliggende oplossingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 5 beschrijven we de afsluitende stap 5 (conform de CRvB-uitspraak) van het proces: het vertalen van de nog in te vullen ondersteuningsbehoefte van de cliënt naar een Wmo-maatwerkvoorziening.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Proces indicatiestelling De Centrale Raad van Beroep heeft in een uitspraak16ECLI:NL:CRVB:2018:819 vastgelegd welke vijf stappen een gemeente moet doorlopen om op een zorgvuldige wijze tot een besluit te komen. Het proces om te komen tot een indicatie voor begeleiding hebben wij uitgewerkt in deze vijf stappen, zie figuur 1.</div>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 1. Proces besluitvorming Wmo-begeleiding Stap 1. Wat is de hulpvraag van de cliënt?</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt meldt zich met een hulpvraag. De Wmo-consulent start het onderzoek en gaat met de cliënt in gesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft recht op onafhankelijke cliëntondersteuning en kan een persoonlijk plan uiterlijk binnen 7 dagen indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 2. Wat is het probleem?</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het onderzoek bevraagt de Wmo-consulent de cliënt, gerelateerd aan het gebruik van het Normenkader Begeleiding, op drie aspecten: de problematiek bij de participatie en zelfredzaamheid (aandoeningen, stoornissen en beperkingen) van de cliënt; inventarisatie van de aard en omvang van de ondersteuningsbehoefte per leefgebied; inventarisatie van overige cliëntkenmerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 3. Welke ondersteuning is naar aard en omvang nodig?</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststellen aard en omvang van de bruto ondersteuningsbehoefte van de cliënt bij participatie en/of zelfredzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 4. Afweging voorliggende oplossingen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens weegt de Wmo-consulent af welke andere oplossingen dan wel voorliggende oplossingen beschikbaar zijn voor de cliënt om tot oplossingen te komen voor diens ondersteuningsbehoefte: onderzoek oplossingen door eigen kracht en/of netwerk; onderzoek overige voorliggende voorzieningen17Voorliggende voorzieningen zijn alle mogelijke oplossingen die ‘voorgaan’ op een Wmo-maatwerkvoorziening, zoals vanuit de Wlz of andere regelingen/wetten..</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 5. Maatwerkvoorziening?</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot komt de Wmo-consulent in drie substappen tot de voor de cliënt benodigde maatwerkondersteuning op grond van de Wmo 2015 (netto): definitief maken van de benodigde Wmo-maatwerkvoorziening(en); kiezen van het best passende profiel, dat richting geeft aan het uiteindelijk te nemen besluit; afweging op basis van alle verzamelde informatie: definitieve aard, omvang en duur van te indiceren ondersteuning.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Onderzoek Dit hoofdstuk omschrijft de eerste drie stappen uit het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep:</div>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt meldt zich met een hulpvraag. De Wmo-consulent start het onderzoek in samenspraak met de cliënt en waar nodig met de mantelzorger(s) dan wel een vertegenwoordiger van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wmo-consulent bespreekt met de cliënt diens problematiek ten aanzien van participatie en/of zelfredzaamheid (aandoeningen, stoornissen en beperkingen), inventariseert diens ondersteuningsbehoefte en de effecten hiervan op verschillende leefgebieden en inventariseert de situatie van de cliënt op een aantal specifieke kenmerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststellen aard en omvang van de (bruto) ondersteuningsbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 1. Cliënt meldt zich, start onderzoek Wanneer de cliënt zich meldt, bespreekt de Wmo-consulent diens hulpvraag met de cliënt. De Wmo-consulent onderzoekt ook de leefsituatie van de cliënt (gezinssituatie et cetera). Cliënten hebben de mogelijkheid een persoonlijk plan aan te dragen, dat de Wmo-consulent vervolgens meeneemt in het proces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 2. Wat is het probleem?</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het onderzoek bevraagt de Wmo-consulent de cliënt, voor zover nodig en gerelateerd aan het gebruik van het Normenkader Begeleiding, op drie aspecten: problematiek leefgebieden overige cliëntkenmerken Ad a. De problematiek (aandoeningen, stoornissen en beperkingen) t.a.v. zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt De Wmo-consulent brengt het functioneren van de cliënt in kaart aan de hand van de aandoeningen, stoornissen en beperkingen. De onderzoeksmethodiek ICD/ICF18ICD/ICF: International Classification of Diseases and Health Related Problems/ International Classification of Functioning, Disability and Health kan hierbij helpend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad b. Inventarisatie van de aard en omvang van de ondersteuningsbehoefte per leefgebied De Wmo-consulent brengt de ondersteuningsbehoefte van de cliënt in kaart aan de hand van elf leefgebieden19Zie het Ontwikkelverslag met uitleg over de keuze van deze 11 leefgebieden.. Per leefgebied wordt bekeken op welke manier de aandoeningen, stoornissen en beperkingen invloed hebben en leiden tot zelfredzaam-heids- of participatieproblemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijk is hierbij dat de Wmo-consulent per leefgebied beschrijft welke ondersteuning de cliënt nodig heeft. Ook als dit nu op een andere manier wordt opgelost of wanneer een cliënt geen ondersteuning op dit gebied wenst. Zo doe je het meest recht aan de feitelijke situatie van de cliënt en wordt de ‘bruto’ behoefte aan ondersteuning van de cliënt duidelijk. In stap 4 worden de voor de cliënt al beschikbare of andere nog in te zetten mogelijke oplossingen op deze leefgebieden geïnventariseerd, waardoor deze uiteindelijk niet meewegen in de toe te kennen ‘netto’ maatwerkvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op: we bevelen aan ieder leefgebied aan de orde te stellen, waarbij alleen de voor het onderzoek relevante informatie wordt vastgelegd in de rapportage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De elf leefgebieden beschrijven we op volgende pagina’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">De elf leefgebieden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijk functioneren: dit leefgebied gaat over het zelfbeeld/zelfinzicht van de cliënt en de controle over het gedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan de cliënt zelf een hulpvraag formuleren en kan de cliënt deze ook uitstellen? Dit omvat bijvoorbeeld ook het begrijpen van consequenties, omgaan met veranderingen, keuzes maken, emoties reguleren, eigen grenzen aangeven en agressie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal functioneren: dit leefgebied gaat over het gedrag van cliënt in relatie tot anderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de cliënt beïnvloedbaar? Kan de cliënt rekening houden met anderen? Is de cliënt in staat om te functioneren binnen het gezin, de familie of binnen de vriendengroep? Kan de cliënt vriendschappen aangaan, deze behouden en onderhouden?</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezondheid en zelfzorg: dit leefgebied gaat over de zelfzorg en het inzicht van de cliënt in gezondheidsrisico’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Denk hierbij aan problematiek gerelateerd aan slapen, evenwichtig dag- en nachtritme, volhouden van een gezond voedingspatroon, uiterlijke verzorging en tijdig medische professionals inschakelen wanneer er iets speelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplaatsen en vervoer: dit leefgebied richt zich op het zelfstandig verplaatsen buiten de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan de cliënt gebruikmaken van een eigen vervoersmiddel (bijvoorbeeld een fiets of auto) of van het openbaar vervoer? Ook zaken als het bepalen van een route vallen onder dit leefgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen: dit leefgebied focust zich op problematiek rondom het onderhouden van de woning, zelfstandig kunnen wonen, het veroorzaken van dan wel omgaan met overlast en het contact met de eigenaar van de woning. Hieronder valt bijvoorbeeld ook het hebben van een veilige, passende woning en het veilig bewonen van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regie bij het huishouden: dit leefgebied gaat over de problemen die de cliënt ervaart bij het organiseren van huishoudelijke taken. Het gaat dan om het doen van de was, zorgen voor een schoon en leefbaar huis en ook het doen van de boodschappen en het bereiden van de maaltijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werk/school: dit leefgebied richt zich op problematiek ten aanzien van school of het werk van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandachtpunten hierbij zijn onder andere het hebben van een structuur, maken van keuzes voor de toekomst, aanwezigheid, op tijd komen of groepsgeschiktheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrije tijd: dit leefgebied gaat over eventuele begeleiding die de cliënt nodig heeft bij het invullen van zijn vrije tijd of participatie in de samenleving. Problemen hierbij kunnen bijvoorbeeld gaan over sport, deelnemen aan verenigingen of het hebben van een zinvolle invulling van de dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financiën/administratie: dit leefgebied gaat over het om kunnen gaan met geld, het hebben en het oplossen van schulden en het hebben van een bron van inkomsten. Ook gaat dit leefgebied over het omgaan met post en de acties die hieruit voortkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Justitie: dit leefgebied richt zich op de noodzaak voor begeleiding van de cliënt op het gebied van gedrag en/of risicobeperkingen waarbij mogelijk reeds sprake kan zijn van een overtreding, contact met de politie of een lopende justitiële maatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verslaving: dit leefgebied gaat over de invloed die een eventuele verslaving heeft op het dagelijks leven van de cliënt, zoals het meedoen in het gezin, school of werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijlage 3 voor een aanvullende lijst met aandachtspunten per leefgebied. Dit is een hulpmiddel wat kán helpen bij het concreet in kaart brengen van de specifieke problemen van de cliënt per leefgebied, zowel tijdens het huisbezoek als bij het uitwerken van het verslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage 4 zijn indicatieve beschrijvingen opgenomen die kunnen helpen om de zwaarte van de problematiek en de daaruit volgende ondersteuningsbehoefte per levensgebied te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per leefgebied wordt door de Wmo-consulent aangegeven (gescoord) of sprake is van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">0.</span>Geen ondersteuningsbehoefte De cliënt heeft op dit leefgebied geen problemen waarbij ondersteuning nodig is.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Lichte ondersteuningsbehoefte, er is toezien nodig De cliënt heeft op dit leefgebied weinig problemen. De cliënt kan de activiteit zelf uitvoeren, maar een ander moet toezien, stimuleren en controleren. De cliënt kan zelf ondersteuning vragen en kan wachten op deze ondersteuning.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Matige ondersteuningsbehoefte, er is hulp nodig De cliënt heeft op dit leefgebied meer problemen, waardoor de cliënt deze activiteit slechts met moeite kan. Een ander moet helpen, stimuleren, instrueren en controleren. De cliënt kan meestal zelf ondersteuning vragen en kan soms wel en soms niet goed wachten op deze ondersteuning.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Zware ondersteuningsbehoefte, er is overname nodig De cliënt heeft op dit leefgebied grote problemen. De cliënt kan de activiteit niet zelf uitvoeren, een ander moet overnemen, aansturen, instrueren en controleren. De cliënt heeft moeite met ondersteuning vragen en meestal ook moeite met wachten op deze ondersteuning.</div>\n<p class=\"lf-p\">Let op: het gaat hier om de mate waarin ondersteuning nodig is naar het oordeel van de Wmo-consulent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad c. Inventarisatie van overige kenmerken van de cliënt Tot slot van stap 2 inventariseert de Wmo-consulent een aantal overige kenmerken van de cliënt (zie tabel 1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze overige kenmerken worden in combinatie met de scores op de leefgebieden later in stap 5 gebruikt bij de definitieve bepaling van de aard, omvang en duur van de in te zetten ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenmerk Score 1 Aard van de problematiek Acuut Fluctuerend/wisselend Stabiel (continu aanwezig) 2 Zelfinzicht cliënt eigen handelen en mogelijkheden Beperkend Neutraal-gemiddeld Bevorderend 3 Motivatie van de cliënt Beperkend Neutraal-gemiddeld Bevorderend 4 Lerend vermogen van de cliënt Beperkend Neutraal-gemiddeld Bevorderend 5 Belastbaarheid van de cliënt Beperkend Neutraal-gemiddeld Bevorderend 6 Sociaal netwerk van de cliënt Beperkend Neutraal-gemiddeld Bevorderend 7 Draagkracht netwerk van de cliënt Hoog Gemiddeld Laag 8 Risico voor cliënt, netwerk of samenleving als geen of minder ondersteuning wordt geboden Hoog Gemiddeld Laag 9 Complexiteit van de problematiek Hoog Gemiddeld Laag 10 Verwachting ontwikkeling van de cliënt Achteruitgang Gelijkblijvend/stabiel Verbetering Tabel 1. Overige kenmerken van de cliënt Toelichting overige cliëntkenmerken Aard van de problematiek:</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de problematiek acuut van aard, fluctuerend/wisselend in de tijd of continu/stabiel?</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfinzicht:</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoeverre begrijpt de cliënt zijn aandeel in de situatie/in de problematiek? Indien de cliënt inzicht heeft in zijn eigen handelen en dit kan beïnvloeden, werkt dit bevorderend. Kan de cliënt dit niet, dan werkt dit beperkend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivatie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Staat de cliënt open voor hulpverlening en wil deze ook zelf aan de slag gaan met zijn hulpvragen, dan is dit bevorderend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lerend vermogen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de cliënt in staat om nieuw gedrag aan te leren en dit toe te passen? Wat ook belangrijk is om mee te wegen, is in hoeverre de cliënt in staat is om dit geleerde gedrag te generaliseren naar andere situaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belastbaarheid cliënt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastbaarheid van de cliënt kan beperkend werken wanneer de cliënt onvoldoende energie of mentale capaciteit heeft om met zijn begeleidingsdoelen aan de slag te gaan. Andersom kan dit ook juist bevorderend werken wanneer de belastbaarheid goed is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal netwerk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Is het sociale netwerk van de cliënt helpend in de situatie of is het netwerk onderdeel van het probleem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de cliënt geen netwerk heeft, scoor je dit als neutraal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Draagkracht van het netwerk:</p>\n<p class=\"lf-p\">De draagkracht van het netwerk is hoog/gemiddeld/laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van overbelasting of afwezigheid van het netwerk is de draagkracht laag. Overbelasting of afwezigheid van het netwerk kán problematiserend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een gemiddelde draagkracht kan het netwerk de cliënt op een reguliere wijze ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van een hoge draagkracht, dan helpt het netwerk nadrukkelijk om de problematiek van de cliënt op te lossen of te laten verminderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het risico voor de cliënt zelf of diens omgeving op ernstig nadeel voor de cliënt zelf of diens omgeving, is in deze cliëntsituatie hoog/gemiddeld/laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Complexiteit van de problematiek:</p>\n<p class=\"lf-p\">De complexiteit van de problematiek is over het geheel gezien hoog/gemiddeld/laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de afweging ten aanzien van de complexiteit van de problematiek als geheel speelt een rol:</p>\n<p class=\"lf-p\">Problemen op enkele of meerdere levensgebieden?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuningsvraag is meer of minder voorspelbaar?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe gaat de omgeving om met de problematiek van de cliënt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Kun je goed met de cliënt communiceren over de problematiek?</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwachting ontwikkeling situatie cliënt (wat is er mogelijk?):</p>\n<p class=\"lf-p\">De situatie van de cliënt richting de toekomst met inzet van ondersteuning: gaat achteruit/blijft stabiel/verbetert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving scoremogelijkheden op de overige cliëntkenmerken 2 tot en met 6 De Wmo-consulent scoort de mate van invloed van de kenmerken op de omvang en duur van de in te zetten begeleiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beperkend:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit kenmerk heeft een belemmerende invloed op de te bieden begeleiding. Door dit kenmerk komt de cliënt minder snel of minder makkelijk tot een oplossing voor het ervaren probleem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Neutraal/gemiddeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit kenmerk heeft bij deze cliënt geen specifiek beperkend en ook geen specifiek bevorderend effect ten aanzien van de intensiteit van de in te zetten begeleiding, dit komt overeen met wat cliënten voor begeleiding gemiddeld aankunnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevorderend:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit kenmerk is helpend op de te bieden begeleiding. Door dit kenmerk komt de cliënt sneller of makkelijker tot een oplossing voor het ervaren probleem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 3. Vaststellen aard en omvang ondersteuningsbehoefte De Wmo-consulent bepaalt, zoveel als mogelijk in samenspraak met de cliënt en/of het netwerk, de te behalen aandachtspunten per leefgebied en de noodzakelijke ondersteuning hiervoor. Zodat duidelijk wordt wat de aard en omvang van de ondersteuningsbehoefte is van de cliënt en waar ook eventuele prioriteiten en keuzes van de cliënt liggen. Hierbij kan onder andere gebruik worden gemaakt van een zorginventarisatie, het persoonlijk plan of het ondersteuningsplan van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 4. Afweging In stap 4 weegt de Wmo-consulent vervolgens af welke andere oplossingen dan op grond van de Wmo 2015 beschikbaar zijn voor de cliënt om diens ondersteuningsbehoefte in te vullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wmo-consulent bespreekt met de cliënt en onderzoekt de mogelijkheden van de cliënt zelf, van het cliëntsysteem en het netwerk van de cliënt om oplossingen te vinden voor de door de cliënt ervaren zelfredzaamheids- en/of participatie¬problemen. Dit betreft naast de mogelijkheden van de cliënt persoonlijk ook mogelijkheden om gebruik te maken van andere regelingen dan de Wmo. Deze oplossingen kunnen onder andere zijn: algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen, laagdrempelige steunpunten, de Zorgverzekeringswet, de Participatiewet en/of de Wet langdurige zorg (Wlz).</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle oplossingen die voorliggend zijn op een Wmo-maatwerkvoorziening worden als eerste benut. Hierover wordt de cliënt geadviseerd in het gespreksverslag. Daarbij is het conform de uitspraak van de CRvB van belang dat de Wmo-consulent nadrukkelijk onderzoekt of de voorliggende oplossing daadwerkelijk een oplossing biedt voor het probleem van de cliënt én ook voor de cliënt beschikbaar is. Het is ook mogelijk dat de ondersteuningsbehoefte van de cliënt wordt ingevuld door een combinatie van eigen kracht en/of voorliggende oplossingen met daarop aanvullend een maatwerkvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 5. Maatwerkvoorziening In de laatste stap van het indicatieproces volgen de substappen 5a, 5b en 5c:</p>\n<p class=\"lf-p\">Concreet maken benodigde Wmo-maatwerkvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kiezen van het best passende profiel, dat richting geeft aan het uiteindelijk te nemen besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afweging op basis van alle verzamelde informatie: definitieve aard, omvang en duur van de te indiceren ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1 Stap 5a - Concreet maken benodigde Wmo-maatwerkvoorzieningen Na de stappen 3 en 4 is duidelijk voor welke aandachtspunten op welke leefgebieden een Wmo-maatwerkvoorziening nodig is om de cliënt te helpen diens zelfredzaamheids- en/of participatieproblemen op te lossen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wmo-consulent maakt in deze stap ook keuzes over: of individuele begeleiding of dagbesteding (in groepsverband) nodig is of een combinatie hiervan; of de ondersteuning ontwikkelgericht of behoudgericht moet zijn (primaire focus).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad b-1. Ontwikkelgerichte begeleiding Primair doel van de begeleiding is het realiseren van een duidelijke ontwikkeling (leren, groeien, versterken) van de mogelijk-heden van de cliënt om zich (meer) zelfstandig te redden in het leven. Hiervoor wordt een overzichtelijke periode bepaald, bijvoorbeeld een aantal maanden tot een jaar (eventueel twee jaar). Hierbij kan dus ook een secundair element van behouden aan de orde zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad b-2. Behoudgerichte begeleiding Primair doel van de begeleiding is het behouden of zoveel als mogelijk behouden van de mogelijkheden van de cliënt om zich zelfstandig te redden in het leven. Er kan ook sprake zijn van begeleiding bij achteruitgang. Hierbij kan dus ook een bijkomend element van ontwikkeling aan de orde zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze voor ontwikkelgericht dan wel behoudgericht heeft niet zozeer gevolgen voor de omvang van de te indiceren ondersteuning. Maar wel voor de opdracht die wordt meegegeven aan de aanbieder en voor de duur van de indicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Stap 5b - Profiel kiezen Op basis van onderzoek in de uitvoeringspraktijk hebben we ‘profielen’ uitgewerkt. Zowel voor individuele begeleiding als voor dagbesteding en voor beide een ontwikkelgerichte en een behoudgerichte versie. Deze profielen geven een beschrijving van cliëntgroepen aan de hand van de mogelijke scores op de set met leefgebieden en overige cliëntkenmerken zoals hiervoor beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan ieder profiel is een omvang van de te indiceren ondersteuning gekoppeld. Deze omvang is richtinggevend en dus niet dwingend bepalend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Want: het kiezen van een profiel gebeurt op basis van de inhoudelijke beschrijving van de ondersteuningsvraag van de cliënt. Maar: er zijn ook altijd cliënten waarbij zodanige bijzonderheden aan de orde zijn dat het nodig is buiten de bandbreedte van het profiel te indiceren. En dat kan dan uiteraard, op grond van twee stelregels: ‘Pas toe of leg uit’ en ‘Het enige doel dat je hebt, is ondersteuning op maat voor de cliënt indiceren’.</p>\n<p class=\"lf-p\">In stap 5b kiest de Wmo-consulent op basis van alle over de cliënt verzamelde informatie het voor deze cliënt best passende profiel. Dit doet de Wmo-consulent op basis van het totaalbeeld uit stap 2: de problemen van de cliënt, de scoring op de leefgebieden en de scoring op de overige cliëntkenmerken. Dit kunnen ook twee profielen zijn: één voor individuele begeleiding en één voor dagbesteding. Hierna geven we een nadere beschrijving van deze twee typen profielen.</p>\n<p class=\"lf-p\">I. Profielen individuele begeleiding We onderscheiden vier profielen voor individuele begeleiding met een ontwikkelgericht respectievelijk behoudgericht karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontwikkelgerichte individuele begeleiding wordt in het algemeen voor relatief korte duur geïndiceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De behoudgerichte individuele begeleiding wordt in het algemeen voor lange duur geïndiceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per profiel is een bandbreedte gesteld van de gemiddelde tijd die een cliënt binnen dit profiel nodig heeft aan individuele begeleiding. De uren in het profiel zijn de direct cliëntgebonden uren. Dit betreft de uren die een begeleider direct besteedt aan het begeleiden van de cliënt (fysieke afspraken, telefonisch contact, digicontact et cetera). Alle andere uren die een begeleider besteedt aan een cliënt - denk hierbij bijvoorbeeld aan reistijd of rapportage - vallen niet binnen de uren in het normenkader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie tabel 2 op de volgende bladzijde voor een samenvatting van de profielen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage 1 zijn de profielen helemaal uitgeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">ONTWIKKELGERICHT BEHOUDGERICHT Licht Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 1 (IBO-1)Lichte problematiek, primair ontwikkelgericht Maximaal één uur begeleiding per week Individuele Begeleiding Behoudgericht 1 (IBB-1)Lichte problematiek, weinig mogelijkheden tot verbetering verwacht, primair behoudgericht Maximaal één uur begeleiding per week Matig Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 2 (IBO-2)Matige problematiek, primair ontwikkelgericht Eén tot drie uur begeleiding per week Individuele Begeleiding Behoudgericht 2 (IBB-2)Matige problematiek, weinig mogelijkheden tot verbetering verwacht, primair behoudgericht Eén tot drie uur begeleiding per week Matig - zwaar Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 3 (IBO-3)Matig tot zware problematiek, primair ontwikkelgericht Drie tot vijf uur begeleiding per week Individuele Begeleiding Behoudgericht 3 (IBB-3)Matig tot zware problematiek, weinig mogelijkheden tot verbetering verwacht, primair behoudgericht Drie tot vijf uur begeleiding per week Zwaar Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 4 (IBO-4)Zware problematiek, kortdurende inzet, primair ontwikkelgericht Vijf uur of meer begeleiding per week Individuele Begeleiding Behoudgericht 4 (IBB-4)Zware problematiek, weinig mogelijkheden tot verbetering verwacht, primair behoudgericht Vijf uur of meer begeleiding per week Tabel 2. Profielen individuele begeleiding Uit het door ons uitgevoerde data-onderzoek blijkt dat bij een ontwikkelgericht profiel, de volgende kenmerken naar voren komen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwachte ontwikkeling van de cliënt: de situatie van de cliënt is in de toekomst verbeterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lerend vermogen van de cliënt: het lerend vermogen van de cliënt is neutraal/gemiddeld of bevorderend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van een behoudgericht profiel, komen de volgende kenmerken naar voren:</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwachte ontwikkeling van de cliënt: de situatie van de cliënt is in de toekomst stabiel of gaat achteruit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lerend vermogen van de cliënt: het lerend vermogen van de cliënt is beperkend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van data-onderzoek in het uitvoeringsveld hebben we nader inzicht gekregen welke leefgebieden en overige cliënt-kenmerken welke mate van invloed hebben op de keuze van een profiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In figuur 2 hebben we dit zichtbaar gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">N.B.: het kiezen van het voor deze cliënt best passende profiel blijft een nadrukkelijke kwalitatieve component houden. Maar op basis van onderzoeksdata kunnen we wel aangeven wat de denkrichting is. En nogmaals: het gaat om het kiezen van het best passende profiel en dus niet om een 100% match met een profiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In figuur 2 is te zien dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er eerst volledig onderzoek wordt gedaan (stappen 1 – 2 – 3).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens worden eigen kracht en voorliggende oplossingen onderzocht (stap 4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgende vraag: ‘Wat is de verwachting van de ontwikkeling in de situatie van de cliënt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarna is de mate van complexiteit van de problematiek sterk bepalend of je bij de lagere of hogere profielen uitkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij IBO-1 en IBO-2 is daarna de motivatie van de cliënt heel bepalend. Bij IBO-3 en IBO-4 is vooral de mate van risico heel bepalend. Tot slot is het aantal leefgebieden en de zwaarte van de ondersteuningsbehoefte daarop heel bepalend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de IBB-profielen zijn met name de aard van de problematiek en het risico bepalend. Wederom in combinatie met het aantal leefgebieden en de zwaarte van de ondersteuningsbehoefte daarop van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 2. Individuele begeleiding De ‘totaalscore’ die in figuur 2 wordt benoemd = de optelling van de scores op alle leefgebieden. Zie de beschrijving van de profielen voor individuele begeleiding in bijlage 1 voor de bijbehorende getallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. Profielen dagbesteding We onderscheiden twee profielen voor dagbesteding met een ontwikkelgericht respectievelijk behoudgericht karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontwikkelgerichte dagbesteding (begeleiding groep) wordt in het algemeen voor relatief kortere duur geïndiceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De behoudgerichte dagbesteding (begeleiding groep) wordt in het algemeen voor lange duur geïndiceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De profielen voor dagbesteding zijn gesplitst naar 1 t/m 4 dagdelen (1 of 2 dagen) versus 5 t/m 9 dagdelen (3, 4, of 4,5 dagen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie tabel 3 voor een samenvatting van de profielen. In bijlage 2 zijn de profielen uitgeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">ONTWIKKELGERICHT BEHOUDGERICHT 1 t/m 4 dagdelen p/w Dagbesteding Ontwikkelgericht 1 (DBO-1) Doel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelen van vaardigheden van de cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eén tot maximaal vier dagdelen per week Dagbesteding Behoudgericht 1 (DBB-1) Doel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Behouden van vaardigheden, ontlasting mantelzorg Eén tot maximaal vier dagdelen per week 5 t/m 9 dagdelen p/w Dagbesteding Ontwikkelgericht 2 (DBO-2) Doel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelen van vaardigheden van de cliënt Vijf tot maximaal negen dagdelen per week Dagbesteding Behoudgericht 2 (DBB-2) Doel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Behouden van vaardigheden, ontlasting mantelzorg Vijf tot maximaal negen dagdelen per week Tabel 3. Profielen dagbesteding Als sprake is van een ontwikkelgericht profiel, komt het volgende kenmerk naar voren:</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwachte ontwikkeling van de cliënt: de situatie van de cliënt is in de toekomst verbeterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van een behoudgericht profiel, komt het volgende kenmerk naar voren:</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwachte ontwikkeling van de cliënt: de situatie van de cliënt is in de toekomst stabiel of gaat achteruit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een ander aspect dat bij de keuze voor een profiel voor dagbesteding heel bepalend is, is de hoofdvraag binnen de ondersteuningsbehoefte van de cliënt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Primaire vraag van de cliënt = zinvolle daginvulling Voor een deel van de cliënten is de primaire vraag het bieden van een zinvolle daginvulling, ter vervanging van werk of studie. Waarbij de cliënt ook wordt gesteund en gestimuleerd bij het persoonlijk functioneren. Bijkomend kan sprake zijn van het ontlasten van mantelzorg/netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Primaire vraag van de cliënt = ontlasten van mantelzorg/netwerk Voor een deel van de cliënten is de primaire vraag gericht op het ontlasten van mantelzorgers of het netwerk. Zodat de cliënt samen of alleen zo lang mogelijk in een zelfstandige huisvestingssituatie kan verblijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de cliënt zelf wordt een zinvolle daginvulling geboden en deze wordt gesteund en gestimuleerd bij het persoonlijk functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het data-onderzoek in het uitvoeringsveld liet niet zien dat bepaalde leefgebieden of overige cliënt¬kenmerken een duidelijke statistisch te bepalen invloed hebben op de keuze van een dagbestedingsprofiel. De leefgebieden werk/school en vrije tijd zijn van belang voor de keuze óf inzet van dagbesteding zinvol is voor de cliënt. Op basis van aanvullend kwalitatief onderzoek werd duidelijk welke elementen belangrijk zijn in de keuze voor het aantal dagdelen dagbesteding. In figuur 3 hebben we dit zichtbaar gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In figuur 3 is te zien dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er eerst volledig onderzoek wordt gedaan (stappen 1 – 2 – 3).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens worden eigen kracht en voorliggende oplossingen onderzocht (stap 4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarna is de vraag ‘Wat is de verwachting van de ontwikkeling in de situatie van de cliënt? leidend voor de keuze tussen een ontwikkelgericht of behoudgericht profiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens is de kernvraag in de keuze voor het aantal in te zetten dagdelen dagbesteding: ‘Kun je zelf(standig) de dag doorkomen?’ Bij alle profielen zijn de belastbaarheid van de inwoner en de belastbaarheid van het netwerk sterk bepalend in de keuze voor het aantal dagdelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij DBO-1 en DBO-2 zijn daarbij het lerend vermogen en de motivatie van de cliënt mede bepalend voor de omvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij DBB-1 en DBB-2 zijn daarbij de behoefte van het netwerk en het risico mede bepalend voor de omvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij alle profielen is tot slot van belang om de situatie van de cliënt op het persoonlijk functioneren, het sociaal functioneren en gezondheid en zelfzorg mee te wegen in de invulling van en de omvang van de ondersteuning middels dagbesteding die de cliënt nodig heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 3. Afweging omvang dagbesteding 5.3 Stap 5c - Laatste afweging, vaststellen definitieve indicatie Het in stap 5b gekozen profiel geeft richting aan de te stellen indicatie: ‘dit is de aard en omvang van de indicatie die bij deze cliënt, gezien de ondersteuningsbehoefte en kenmerken van de cliënt, verwacht mag worden nodig te zijn’.</p>\n<p class=\"lf-p\">In stap 5c maakt de Wmo-consulent de definitieve afweging over de omvang en de duur van de te stellen indicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo wordt gekomen tot een indicatie op maat voor deze cliënt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omvang ondersteuningstijd bepalen In het gekozen profiel (individuele begeleiding en/of dagbesteding) is de mogelijke omvang van de benodigde ondersteuning indicatief in een bandbreedte aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de specifieke situatie van de cliënt weegt de Wmo-consulent af of er meer of minder omvang van de ondersteuning nodig is dan gemiddeld in het profiel staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">In eerste instantie gebeurt dit binnen de aangegeven bandbreedte. Maar dit kan daar ook buiten zijn, als dit de daadwerkelijk benodigde ondersteuning voor de cliënt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënten kunnen zo nodig voor individuele begeleiding en dagbesteding tegelijk een indicatie krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het definitief afwegen, het finetunen van de omvang van de indicatie, maakt de Wmo-consulent gebruik van het totaalbeeld dat deze heeft van de cliënt en maakt een gemotiveerde inschatting of de cliënt, afgezet tegen de ‘gemiddelde cliënt in het profiel’, hoger of lager dan dit gemiddelde moet worden geïndiceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor alle profielen kan het risico-aspect een doorslaggevende factor zijn voor de aard, omvang en duur van de ondersteuning. Als sprake is van een groot risico voor de cliënt of de omgeving, dan kan deze factor belangrijker zijn dan bijvoorbeeld leerbaarheid, motivatie of de draagkracht van het netwerk. Dan is afdoende ingrijpen belangrijker.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij individuele begeleiding gericht op het ontwikkelen van vaardigheden zijn vooral de leerbaarheid en motivatie van de cliënt leidend bij de beslissing of meer ondersteuning wordt geboden tijdens een kortere termijn. Of dat juist minder ondersteuning tegelijk wordt geboden, maar gedurende een langere termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij individuele begeleiding gericht op het behouden van vaardigheden is vooral leidend wat minimaal nodig is om de situatie van de cliënt stabiel te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ondersteuningsvraag van de cliënt dagbesteding betreft die is gericht op het behoud van vaardigheden, speelt meestal de belastbaarheid van het netwerk een grote rol in het toekennen van het aantal dagdelen. Naast de belastbaarheid van de cliënt zelf. Soms moet een gebalanceerd evenwicht worden bereikt tussen deze twee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het gaat om ontwikkelgerichte dagbesteding dan is met name de belastbaarheid en het lerend vermogen van de cliënt zelf doorslaggevend. Is sprake van een positieve verwachting van het kunnen leren door of ontwikkelen van de cliënt, dan kan worden overwogen een groter aantal dagdelen in te zetten voor een kortere termijn. Als de leerbaarheid en belastbaarheid beperkt is, dan is een lagere omvang van de inzet gedurende een langere periode meer aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder spelen bij alle profielen de ondersteuningsmogelijkheden van het netwerk van de cliënt een rol. Positief of negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er geen netwerk: dan heeft dit geen extra invloed op het indicatiebesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Heeft het netwerk enige of veel ondersteuningscapaciteit: dan is mogelijk minder inzet van ondersteuning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het netwerk kan ook de oorzaak zijn van extra problemen: in dat geval is mogelijk juist meer ondersteuning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duur van de ondersteuning bepalen De Wmo-consulent bepaalt op cliëntniveau de best passende duur20Op landelijk niveau wordt gewerkt aan nadere normering ten aanzien van het bepalen van de indicatieduur. Het leertraject Passend Beschikken (2024), onder andere uitgevoerd door de VNG, levert hier een bijdrage aan. Controle of herijking is vaak belastend voor cliënten omdat zij zich steeds opnieuw zorgen maken over het voortzetten van hun begeleiding. van de indicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de duur van een indicatie is vooral de verwachting van de snelheid van ontwikkeling of situatie van de cliënt bepalend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als snelle ontwikkeling wordt verwacht, is sprake van ontwikkelgerichte ondersteuning en is een indicatie voor korte duur passend. Zodat controle of herijking van het indicatiebesluit kan plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als geen snelle ontwikkeling of situatie van de cliënt wordt verwacht of sprake is van langdurig behoudgerichte ondersteuning, is een indicatie voor lange duur passend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1. Profielen individuele begeleiding Afwegingen die gemaakt kunnen worden om te kiezen tussen ontwikkel- en behoudgerichte profielen bij individuele begeleiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht (IBO-profielen) Individuele Begeleiding Behoudgericht (IBB-profielen) De verwachte ontwikkeling van de cliënt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De situatie van de cliënt is in de toekomst verbeterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwachte ontwikkeling van de cliënt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De situatie van de cliënt in de toekomst blijft stabiel of gaat achteruit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lerend vermogen van de cliënt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het lerend vermogen van de cliënt is neutraal/gemiddeld of bevorderend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lerend vermogen van de cliënt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het lerend vermogen van de cliënt is beperkend of neutraal/gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 1 (IBO-1) Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 2 (IBO-2) Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 3 (IBO-3) Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 4 (IBO-4) Algemeen Deze cliëntgroep heeft lichte problematiek, op een beperkt aantal leefgebieden, er is ruimte voor ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft behoefte aan toezien, stimuleren en aanleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is planbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaak is voor een beperkte periode nog net enige ondersteuning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze cliëntgroep heeft matige problematiek, op wat meer leefgebieden, er is ruimte voor ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft behoefte aan toezien, stimuleren en aanleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is meestal planbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is voor een beperkte periode nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze cliëntgroep heeft matige tot zware problematiek, op meer leefgebieden, er is ruimte voor ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft behoefte aan toezien, stimuleren en aanleren, soms ook aan overname.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is vaak planbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is voor een beperkte periode nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze cliëntgroep heeft zware problematiek, op veel leefgebieden, er is ruimte voor ontwikkeling, zij het met intensieve begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft behoefte aan toezien, stimuleren en aanleren, en vaak ook aan overname.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is vaak niet planbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ondersteuning met deze intensiteit niet in een beperkte periode kan worden afgebouwd, dan kan een oplossing buiten de thuissituatie nodig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfinzicht Cliënt heeft zicht op eigen problematiek en herkent wanneer het nodig is hulp te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft zicht op eigen problematiek maar herkent niet altijd wanneer het nodig is hulp te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft beperkt tot geen inzicht in eigen problematiek en herkent vaak niet wanneer het nodig is hulp te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft beperkt tot geen inzicht in eigen problematiek en herkent nauwelijks en soms niet wanneer het nodig is hulp te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belastbaarheid Cliënt is belastbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt is wisselend tot beperkt belastbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt is beperkt belastbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt is voldoende belastbaar om intensieve begeleiding aan te kunnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Complexiteit van de problematiek De complexiteit is laag of gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De complexiteit is laag of gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De complexiteit is hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">De complexiteit is hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivatie De motivatie van de cliënt is bevorderend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De motivatie van de cliënt is neutraal/gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De motivatie van de cliënt is neutraal/gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De motivatie van de cliënt is neutraal/gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Het risico is laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het risico is gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het risico is gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het risico is hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoogde inzet De indicatie is maximaal één uur per week De indicatie is één tot drie uur, gemiddeld twee uur per week De indicatie is drie tot vijf uur, gemiddeld vier uur per week De indicatie is minimaal vijf uur, gemiddeld acht uur per week Zwaarte van de problematiek Het aantal leefgebieden met geen (score = 0) en lichte (score = 1) problematiek neemt af naarmate het profiel hoger wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal leefgebieden met matige (score = 2) en zware (score = 3) problematiek neemt toe naarmate het profiel hoger wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De totaalscore van de leefgebieden neemt toe naarmate het profiel hoger wordt (kan van 0 tot maximaal 33 variëren).</p>\n<p class=\"lf-p\">Individuele Begeleiding Behoudgericht 1 (IBO-1) Individuele Begeleiding Behoudgericht 2 (IBO-2) Individuele Begeleiding Behoudgericht 3 (IBO-3) Individuele Begeleiding Behoudgericht 4 (IBO-4) Algemeen Deze cliëntgroep heeft lichte problematiek, op een beperkt aantal leefgebieden, weinig of geen verbetermogelijkheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft behoefte aan begeleiding gericht op toezien, onderhouden en behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is meestal planbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is meestal langdurig nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze cliëntgroep heeft matige problematiek, op wat meer leefgebieden, weinig of geen verbetermogelijkheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft behoefte aan begeleiding gericht op toezien, onderhouden en behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is meestal planbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is meestal langdurig nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze cliëntgroep heeft matige problematiek, op meer leefgebieden, weinig of geen verbeter­mogelijkheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft behoefte aan begeleiding gericht op toezien, onderhouden en behouden, waarbij ook overname nodig kan zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is meestal planbaar, maar moet op afstand, maar wel makkelijk beschikbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is meestal langdurig nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze cliëntgroep heeft zware problematiek, op veel leef­gebieden, weinig of geen verbeter­mogelijkheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cliënt heeft behoefte aan toezien, stimuleren en behouden, vaak ook aan overname.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning is vaak niet planbaar, moet (vrij) nabij beschikbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze intensiteit van begeleiding in de thuis­situatie is in principe tijdelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfinzicht Cliënt heeft zicht op eigen problematiek en herkent wanneer het nodig is hulp te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft zicht op eigen problematiek, maar herkent niet altijd wanneer het nodig is hulp te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft beperkt tot geen inzicht in eigen problematiek en herkent vaak niet wanneer het nodig is hulp te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft beperkt tot geen inzicht in eigen problematiek en herkent nauwelijksen soms niet wanneer het nodig is hulp te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belastbaarheid Cliënt is belastbaar Cliënt is wisselend tot beperkt belastbaar Cliënt is beperkt belastbaar Cliënt is beperkt belastbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Complexiteit van de problematiek De complexiteit is laag of gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De complexiteit is laag of gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De complexiteit is hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">De complexiteit is hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van de problematiek De problematiek is altijd aanwezig (stabiel).</p>\n<p class=\"lf-p\">De problematiek is altijd aanwezig (stabiel).</p>\n<p class=\"lf-p\">De problematiek is fluctuerend / er is acute problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De problematiek is fluctuerend / er is acute problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico Het risico is laag of gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het risico is laag of gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het risico is hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het risico is hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoogde inzet De indicatie is maximaal één uur per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indicatie is één tot drie uur, gemiddeld twee uur per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indicatie is drie tot vijf uur, gemiddeld vier uur per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indicatie is minimaal vijf uur, gemiddeld acht uur per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zwaarte van de problematiek Het aantal leefgebieden met geen (score = 0) en lichte (score = 1) problematiek neemt af naarmate het profiel hoger wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal leefgebieden met matige (score = 2) en zware (score = 3) problematiek neemt toe naarmate het profiel hoger wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De totaalscore van de leefgebieden neemt toe naarmate het profiel hoger wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2. Profielen dagbesteding Afwegingen die gemaakt kunnen worden om te kiezen tussen ontwikkel- en behoudgerichte profielen bij dagbesteding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagbesteding Ontwikkelgericht (DBO-profielen) Dagbesteding Behoudgericht (DBB-profielen) De verwachte ontwikkeling van de cliënt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De situatie van de cliënt is in de toekomst verbeterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwachte ontwikkeling van de cliënt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De situatie van de cliënt is in de toekomst blijft stabiel of gaat achteruit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lerend vermogen van de cliënt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het lerend vermogen van de cliënt is neutraal/gemiddeld of bevorderend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lerend vermogen van de cliënt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het lerend vermogen van de cliënt is beperkend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagbesteding Ontwikkelgericht 1 (DBO-1) Dagbesteding Ontwikkelgericht 2 (DBO-2) Dagbesteding Behoudgericht 1 (DBB-1) Dagbesteding Behoudgericht 2 (DBB-2) Algemeen Deze cliëntengroep heeft behoefte aan ontwikkel­gerichte begeleiding. Er is vaak sprake van een arbeidsmatig karakter van de begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De motivatie van de cliënt in combinatie met de belastbaar­heid en de verdere invulling van de dagen bepaalt vooral de omvang van de dagbesteding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De duur van de begeleiding kan beperkt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze cliëntengroep staat vulling van de dag(en), zo mogelijk behoud van vaardig­heden en/of de ontlasting van mantelzorgers centraal. Er is geen sprake van ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastbaarheid van de cliënt en de draagkracht van het netwerk bepalen vooral de omvang van de dagbesteding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De duur van de begeleiding kan lang tot zeer lang zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Complexiteit van de problematiek De complexiteit van de problematiek is laag of gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De complexiteit van de problematiek is gemiddeld of hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beoogde inzet De indicatie is minimaal één en maximaal vier dagdelen per week De indicatie is minimaal vijf en maximaal negen dagdelen per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indicatie is minimaal één en maximaal vier dagdelen per week De indicatie is minimaal vijf en maximaal negen dagdelen per week.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zwaarte van de problematiek Het aantal leefgebieden met geen (score = 0) en lichte (score = 1) problematiek neemt af naarmate het profiel hoger wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal leefgebieden met matige (score = 2) en zware problematiek (score = 3) neemt toe naarmate het profiel hoger wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De totaalscore van de leefgebieden neemt toe naarmate het profiel hoger wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3. Aandachtspunten per leefgebied De navolgende tabellen kunnen als hulpmiddel dienen bij het concreet in kaart brengen van de specifieke problemen van de cliënt per leefgebied, zowel tijdens het huisbezoek als bij het uitwerken van het verslag. Bijlage 4 bevat een inhoudelijke beschrijving van de verschillende niveaus van problematiek die hierbij kunnen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op: deze tabellen zijn geen afvinklijsten, neem alleen de onderwerpen mee die voor het onderzoek relevant en nodig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">PERSOONLIJK FUNCTIONEREN Problematiek geen licht matig zwaar Zelfbeeld Zelfinzicht (o.a. inschatten gevaar voor zichzelf) Omgaan met veranderingen Begrijpen consequenties (korte/lange termijn) Keuzes maken/besluiten nemen Grenzen aangeven (eigen) Hulpvraag formuleren Impulsiviteit (sociale regels, geen risico zien) Emotieregulatie (overspoelen, uitbarsten, driftbuien) Angsten (inclusief spanning, zenuwen, nerveus, bang) Stemmingsproblemen (somber, wisselingen, uitbundig) Teruggetrokken/eenzaam/verdrietig Agressie verbaal/fysiek (dreigen, vloeken, vechten) Zelfbeschadigend gedrag/suïcide Dwanghandelingen (herhaling van gedragingen) Executieve functies (plannen, initiëren van taken, overzicht) SOCIAAL FUNCTIONEREN Problematiek geen licht matig zwaar Beïnvloedbaar Inleven in de ander Grenzen aangeven (o.a., gevaar voor de ander) Afspraken nakomen Functioneren binnen gezin/familie Duidelijkheid omtrent wel/geen contact met familie Vrienden maken Vriendschappen behouden Contact met personen die schadelijk zijn Verkering/relatie Vangnet Overlast Groepsgeschiktheid GEZONDHEID EN ZELFZORG Problematiek geen licht matig zwaar Eten (verantwoord eetpatroon, kan eten tot zich nemen) Wassen (verzorgd uiterlijk, geur) Aankleden (schone kleding) Slapen (in- doorslapen, wakker worden, dag-nachtritme) Voldoende beweging/sport Voorkomen van ziekten Beheer medicatie Afspraken zorgprofessionals (huisarts, specialist, begeleider) Seksuele gezondheid (inclusief veilig vrijen) VERPLAATSEN EN VERVOER Problematiek geen licht matig zwaar Deelnemen aan het verkeer Gebruikmaken eigen vervoermiddel (o.a. fiets, auto) Route bepalen Gebruikmaken van openbaar vervoer WONEN Problematiek geen licht matig zwaar Onderhoud woning/tuin Overlast (o.a. geluid, stank, spullen) Veiligheid Zelfstandigheid Contact met eigenaar van de woning REGIE BIJ HET HUISHOUDEN Problematiek geen licht matig zwaar Schoonmaken van de woning, wasverzorging, boodschappen en bereiden maaltijden SCHOOL/WERK Problematiek geen licht matig zwaar Evenwichtig dag- en nachtritme Structuur Aansturing (zelfstandigheid, zelfactivering) Zinvolle invulling School/werk passend bij interesse Maken van keuzes voor de toekomst/toekomstperspectief Aanwezigheid Op tijd komen Accepteren autoriteit Taalbeheersing VRIJE TIJD Problematiek geen licht matig zwaar Zelfstandigheid/structuur/invulling Interesses/hobby’s Sport FINANCIEN/ADMINISTRATIE Problematiek geen licht matig zwaar Omgaan met betaal- communicatiemiddelen Formulieren invullen Leefgeld/zakgeld/inkomen Overzicht (financiën en administratie op orde) Schulden JUSTITIE Problematiek geen licht matig zwaar</p>\n<p class=\"lf-p\">Stelen/vandalisme Geweld Heling/oplichting Taakstraf Boetes VERSLAVING Problematiek geen licht matig zwaar Roken Alcohol Drugs (softdrug, harddrugs of anabolen) Gamen Telefoon/social media Seks/porno Gokken Bijlage 4. Beschrijving problematiek per leefgebied Leefgebieden Beschrijving problematiek Geen probleem Lichte problemen (‘toezien’) Matige problemen (‘helpen’) Zware problemen (‘overnemen’) Persoonlijk functioneren Geen Cliënt heeft een beperkt zelfbeeld en heeft soms moeite om eigen gedrag te sturen of heeft beperkt inzicht hierin. Cliënt is in staat hulp te vragen en de hulpvraag uit te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft een beperkt (soms negatief) zelfbeeld en/of beperkte controle over het eigen gedrag of heeft onvoldoende inzicht hierin. Cliënt is niet in staat uit zichzelf hulp te vragen. De hulpvraag kan niet altijd worden uitgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft geen realistisch zelfbeeld en/of zeer weinig tot geen controle over het eigen gedrag of geen inzicht hierin. Cliënt kan niet om hulp vragen of kan de hulpvraag niet uitstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal functioneren Geen Cliënt is beperkt in staat tot het aangeven, bewaken of naleven van (inter)persoonlijke grenzen of het maken van keuzes. Begeleiding is nodig op het gebied van (persoonlijke en sociale) vaardig­heden. Er is sprake van een onsuccesvolle manier van sociaal contact.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt loopt regelmatig vast in sociaal contact. Het aanleren en (tijdelijk) deels overnemen van (persoonlijke en sociale) vaardigheden is noodzakelijk. Er is sprake van een atypische of onsuccesvolle manier van sociaal contact.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt gedraagt zich inadequaat in sociaal contact. Cliënt beschadigt zichzelf en/of anderen en is niet in staat zichzelf hierin te reguleren. Het aanleren en (langdurig) overnemen van (persoonlijke en sociale) vaardigheden is noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezondheid en zelfzorg Geen Cliënt heeft moeite op het gebied van zelfzorg en heeft hierbij aansturing en/of motivatie nodig. Cliënt heeft beperkt inzicht in gezondheidsrisico’s. Daarnaast is controle op afspraken met zorgprofessionals nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft problemen op het gebied van zelfzorg en heeft hierbij hulp nodig. Cliënt heeft onvoldoende inzicht in gezond­heidsrisico’s. Begeleiding bij afspraken met zorgprofessionals is nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft grote problemen op het gebied van zelfzorg. Cliënt heeft geen inzicht in gezondheidsrisico’s. Beheren van afspraken en begeleiding bij afspraken met zorgprofessionals is nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplaatsen en vervoer Geen Cliënt heeft ondersteuning (veelal instructie) nodig bij deelname aan het verkeer/OV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft (deels) begeleiding nodig bij deelname aan het verkeer/OV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft begeleiding nodig bij deelname aan het verkeer/OV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen Geen Cliënt is in staat zelfstandig een woning te bewonen. Er is sprake van lichte problematiek ten aanzien van onderhoud en verzorging van de woning en/of veiligheid. Toezicht op gezette tijden is noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt is beperkt in staat zelfstandig een woning te bewonen vanwege de eigen beperkingen. Er is sprake van problematiek bij onder­houd en verzorging van woning en/of veiligheid. Er moet toereikend en adequaat toezicht (op afroep) aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt is niet in staat zelfstandig een woning te bewonen vanwege de eigen beperkingen. Er is sprake van ernstige problematiek met betrekking tot onderhoud en verzorging van de woning en/of veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regie bij huishouden Geen Cliënt heeft lichte aansturing en/of motivatie nodig, maar is in staat om taken zelf uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft begeleiding nodig om taken uit te voeren. Er wordt samen opgewerkt waarbij de cliënt dan ook zelfstandig taken uit kan voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft veel begeleiding nodig om de taken uit te voeren. Er wordt samen opgewerkt waarbij de cliënt niet volledig zelfstandig taken kan uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werk/school Geen Cliënt heeft aansturing en/of motivatie nodig op het vlak van werk en/of school. Cliënt heeft lichte beperkingen met betrekking tot deelname aan reguliere activiteiten voor invulling van de dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft begeleiding nodig op het vlak van werk en/of school. Cliënt heeft beperkingen met betrekking tot deelname aan reguliere activiteiten voor invulling van de dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft moeite op het vlak van werk en/of school. Het vermogen van cliënt om aan de leeftijd gerelateerde verwachtingen te voldoen is zeer beperkt. Cliënt heeft veel behoefte aan ondersteuning en structuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrije tijd Geen Cliënt heeft aansturing en/of motivatie nodig bij het invullen van zelfstandig­heid, vrije tijd, of participatie in de samenleving. Cliënt heeft verminderde interesses.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft begeleiding nodig bij het invullen van zelfstandigheid, vrije tijd of participatie in de samenleving. Cliënt heeft beperkte en/of afwijkende belangstelling of interesses.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt heeft overname nodig bij het invullen van zelfstandigheid, vrije tijd of participatie in de samenleving. Cliënt heeft geen of ernstig afwijkende belangstelling of interesses.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financiën/administratie Geen Er zijn lichte problemen met betrekking tot het onderhouden van de adminis­tratie en financiën. Meestal is geen sprake van problematische schulden. Cliënt kan zelf hulp vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn meerdere problemen, waardoor sprake is van bijvoorbeeld schuldeisers of misbruik van vrienden en/of familie. Er zijn of dreigen problematische schulden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn grote problemen waardoor sprake is van bijvoorbeeld schuldeisers of misbruik van vrienden en/of familie. Overname is nodig. Er is veelal sprake van problematische schulden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Justitie Geen Er is begeleiding nodig op het gebied van gedrag en/of risicobeperking. Cliënt heeft (mogelijk) schadelijke contacten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is begeleiding nodig op het gebied van gedrag en/of risicobeperking. Er is sprake van een overtreding of straf. Cliënt heeft (mogelijk) schadelijke contacten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intensieve begeleiding is nodig op het gebied van gedrag en/of risico-beperking. Cliënt is in contact (geweest) met justitie. Er is risico op het (op)nieuw plegen van een delict.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verslaving Geen Het gebruik van middelen of overige verslavingsproblematiek interfereert met het meedoen binnen het gezin en het netwerk. Cliënt heeft moeite met het naleven van de afspraken rondom verslaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van middelen of overige verslavingsproblematiek belemmert het functioneren binnen het gezin en het netwerk. Cliënt heeft moeite met het begrijpen en/of het naleven van afspraken rondom verslaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cliënt kan niet (goed) meer functioneren binnen het gezin en het netwerk door het gebruik van middelen of overige verslavingsproblematiek. Afspraken rondom verslaving worden niet begrepen of nageleefd.</p></div>", "next": 0}