Texte du projet de loi Projet de loi portant approbation de l’Accord entre les États du Benelux (le Royaume de Belgique, le Grand-Duché de Luxembourg et le Royaume des Pays-Bas) et le Belize relatif à la réadmission des personnes en séjour irrégulier et de son Protocole d’application, faits à Bruxelles, le 6 mai 2025 Nous Henri, Grand-Duc de Luxembourg, Duc de Nassau, Le Conseil d’État entendu ; Vu l’adoption par la Chambre des Députés ; Vu la décision de la Chambre des Députés du… et celle du Conseil d’État du… portant qu’il n’y a pas lieu à second vote ; Avons ordonné et ordonnons : Article unique. Sont approuvés l’Accord entre les États du Benelux (le Royaume de Belgique, le Grand-Duché de Luxembourg et le Royaume des Pays-Bas) et le Belize relatif à la réadmission des personnes en séjour irrégulier et son Protocole d’application, faits à Bruxelles, le 6 mai
- 1 OVEREENKOMST TUSSEN DE BENELUX-STATEN (HET KONINKRIJK BELGIË, HET GROOTHERTOGD OM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN) EN BELIZE INZAKE DE TERUG- EN OVERNAME VAN PERSONEN DIE ONREGELMATIG OP HET GRONDGEBIED VERBLIJVEN (TERUG- EN OVERNAMEOVER EENKOMST) * * AGREEMENT BETWEEN THE BENELUX STATES (THE K I N G D O M OF BELGIUM, THE GRAND DUCHY OF LUXEMBOURG AND THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS) AND BELIZE ON THE READMISSION OF PERSONS RESIDING WITHOUT AUTHORISATION ( R E A O M ' S S i p N A Ç R H M N T t CONFORME A L'ORIGINAL MET HET ORIGINEEL EENSLUIDENDVERKLAARD AFSCHRIFT BRUXELLES, LE BRUSSEL, * * ACCORD ENTRE Secrétai Secretaris-generaal van de Bene ux Unie LES ÉTATS DU BENELUX (LE ROYAUME DE BELGIQUE, LE GRAND-DUCHÉ DE LUXEMBOURG LE ROYAUME DES PAYS-BAS) ET LE BELIZE RELATIF À LA RÉADMISSION DES PERSONNES EN SÉJOUR IRRÉGULIER (ACCORD DE RÉADMISSION) OVEREENKOMST TUSSEN DE BENELUX-STATEN (HET KONINKRIJK BELGIË, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN) EN BELIZE INZAKE DE TERUG- EN OVERNAME VAN PERSONEN DIE ONREGELMATIG OP HET GRONDGEBIED VERBLIJVEN (TERUG- EN OVERNAMEOVEREENKO MST) Belize en de Benelux-Staten, Vaststellend dat de Benelux-Staten gezamenlijk optreden op basis van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied, gedaan te Brussel op 11 april 1960; Onder verwijzing naar de Overeenkomst tussen Belize en de Benelux-Staten inzake de vrijstelling van de visumplicht voor houders van geldige diplomatieke paspoorten; Ernaar strevend de samenwerking tussen de Partijen te bevorderen en de onderlinge communicatie te verbeteren teneinde beter uitvoering te geven aan de wetgeving en regelgeving inzake het personenverkeer ; Ernaar strevend hun gezamenlijke wens strekkende tôt het efficient bestrijden van de onregelmatige migratie van hun onderdanen, van de onderdanen van een derde Staat en van staatloze personen te herbevestigen; Ernaar strevend de internationaalrec htelijke verplichting tôt terugname van eigen onderdanen ten uitvoer te brengen, en met name artikel 12, vierde lid, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, tôt stand gekomen te New York op 16 december 1966; Ernaar strevend een verplichting tôt overname van de onderdanen van een derde Staat en van staatloze personen tussen de Partijen tôt stand te brengen, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst genoemd; Ernaar strevend, op basis van wederkerigheid, de terug- en overname van personen die onregelmatig op het grondgebied van een andere Staat verblijven, en de doorgeleiding van terug of over te nemen personen te vergemakkelijken ; Ernaar strevend dat deze terug- en overname snel en veilig moet plaatsvinden, volgens procedures die de menselijke waardigheid waarborgen; Zijn het volgende overeengekomen : HOOFDSTUK I DEFINITIFS EN WERKINGSSFEER ARTIKEL 1 Definities en werkingssfeer Tenzij uit de context anderszins blijkt, wordt in deze Overeenkomst verstaan onder:
- "Benelux-Staten" : het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
- "Partij": Belize of de drie Benelux-Staten die gezamenlijk handelen;
- "Staat": Belize of een van de Benelux-Staten;
- "grondgebied": Voor Belize: het grondgebied van Belize; Voor de Benelux-Staten: de grondgebieden in Europa van de Benelux-Staten;
- "onregelmatig verblijvende persoon": eenieder die niet of niet meer voldoet aan de geldende voorwaarden voor verblijf;
- "terug- en overname": de verwijdering door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat en de toelating door de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat van een eigen onderdaan van de aangezochte Staat, respectievelijk van een onderdaan van een derde Staat of van een staatloze persoon, die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor verblijf op het grondgebied van de verzoekende Staat, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst genoemd;
- "eigen onderdaan": eenieder die de nationaliteit heeft van één der Benelux-Staten of van Belize;
- "derde Staat": elke Staat die geen Benelux-Staat en niet Belize is;
- "onderdaan van een derde Staat": eenieder die niet de nationaliteit heeft van één van de Benelux-Staten of van Belize;
- "staatloze persoon": eenieder die geen nationaliteit heeft zoals genoemd in het Verdrag betreffende de status van staatlozen, gedaan te New York op 28 september 1954;
- "verzoekende Staat": de Staat op wiens grondgebied zich een onregelmatig verblijvende persoon bevindt en die om de terug- of overname van deze persoon dan wel zijn doorgeleiding verzoekt, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst genoemd;
- "aangezochte Staat”: de Staat die wordt verzocht een onregelmatig verblijvende persoon op zijn grondgebied terug of over te nemen dan wel zijn doorgeleiding over zijn grondgebied toe te staan, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst genoemd;
- "diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat": de bij de verzoekende Staat geaccrediteerde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat;
- "verblijfstitel": een door de Staat afgegeven vergunning, ongeacht van welke aard, die een persoon recht geeft om op zijn grondgebied te verblijven. Hieronder valt niet de tijdelijke toelating tôt verblijf met het oog op de behandeling van een verzoek om internationale bescherming of van een verzoek om een verblijfstitel. HOOFDSTUK II TERUG- EN OVERNAMEVERPLICHTINGEN ARTIKEL 2 Terugname van eigen onderdanen
- ledere Partij neemt op verzoek van de andere Partij, zonder andere formaliteiten dan die welke in deze Overeenkomst zijn genoemd, de persoon op haar grondgebied terug die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor verblijf op het grondgebied van de verzoekende Staat, wanneer kan worden aangetoond of op basis van prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat de persoon de nationaliteit van de aangezochte Staat heeft.
- De terugnameplicht uit het eerste lid geldt ook voor de persoon die na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Staat de nationaliteit van de aangezochte Staat heeft verloren dan wel hiervan afstand heeft gedaan, tenzij die persoon ten minste een naturalisatietoeze gging van de verzoekende Staat heeft ontvangen.
- ledere Staat neemt ook de volgende personen terug:
(1)minderjarige ongehuwde kinderen van de in het eerste lid vermelde personen, ongeacht hun geboorteplaats of nationaliteit, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht op het grondgebied van de verzoekende Staat hebben;
(2)- echtgenoten of partners met wie de betrokkene een duurzame relatie onderhoudt van de personen vermeld in het eerste lid die een andere nationaliteit bezitten of staatloos zijn, mits zij het recht hebben of krijgen om op het grondgebied van de aangezochte Staat te verblijven, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht op het grondgebied van de verzoekende Staat hebben. Op verzoek van de verzoekende Staat, en conform de bepalingen van artikel 7, vijfde lid, verstrekt de aangezochte Staat onverwijld de met het oog op de teruggeleiding van de terug te nemen personen vereiste reisdocumenten. ARTIKEL 3 Overname van onderdanen van een derde Staat en staatloze personen
- ledere Partij neemt op verzoek van de andere Partij en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze Overeenkomst zijn genoemd, elke onderdaan van een derde Staat of staatloze persoon over op haar grondgebied die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor verblijf op het grondgebied van de verzoekende Staat, wanneer kan worden aangetoond, of op basis van prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat deze:
(1)in het bezit is van een geldige verblijfstitel afgegeven door de aangezochte Staat, of
(2)in het bezit is van een geldig visum, anders dan een transitvisum, afgegeven door de aangezochte Staat, of 2.
(3)bij binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Staat in het bezit was van een geldige verblijfstitel of een geldig visum, anders dan een transitvisum, afgegeven door de aangezochte Staat, of
(4)het grondgebied van de verzoekende Staat is binnengekomen nadat hij het grondgebied van de aangezochte Staat is doorgereisd of aldaar heeft verbleven. De in het eerste lid bedoelde overnameplicht is niet van toepassing wanneer de verzoekende Staat aan de onderdaan van een derde Staat of staatloze persoon, vôôr of na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Staat, een visum, anders dan een transitvisum, of verblijfstitel heeft afgegeven met een langere geldigheidsduur dan die van het visum of de verblijfstitel die door de aangezochte Staat is afgegeven. HOOFDSTUK III TERUG- EN OVERNAMEPROCEDURE ARTIKEL 4 Indiening van het verzoek om terug- of overname 1. Een verzoek om terug- of overname op grond van artikel 2 of 3 wordt schrifteIijk ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat. 2. Elk verzoek om terug- of overname bevat de volgende inlichtingen:
(1)de personalia van de betrokkene (naam, voornamen, eventueel vroegere namen, bijnamen en pseudoniemen, aliassen, geslacht, geboortedatum, burgerlijke staat en, indien beschikbaar, geboorteplaats en laatste verblijfplaats op het grondgebied van de aangezochte Staat);
(2)een kopie van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 5 of
- Er is geen terug- of overnameverzoek vereist wanneer de terug of over te nemen persoon in het bezit is van een geldig reisdocument of een geldige identiteitskaart en, indien het een onderdaan van een derde Staat of staatloze persoon betreft, tevens in het bezit is van een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning van de aangezochte Staat.
- Indien de terug of over te nemen persoon zich in de internationale zone van een luchthaven van één der Staten bevindt, kunnen de bevoegde luchthavenautoriteiten een vereenvoudigde procedure overeenkomen. ARTIKEL 5 Bewijsmiddelen met betrekking tôt eigen onderdanen
- Het bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 kan worden geleverd door middel van de documenten vermeld in het Uitvoeringsprotocol bij deze Overeenkomst. Wanneer dergelijke documenten worden overgelegd, erkennen de Partijen de nationaliteit zonder verdere formaliteiten.
- Prima facie bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 kan worden geleverd door middel van de documenten of elementen vermeld in het Uitvoeringsprotocol bij deze Overeenkomst. Wanneer dergelijke documenten of elementen worden overgelegd, nemen de Partijen de nationaliteit als vaststaand aan, tenzij de aangezochte Staat het tegendeel kan bewijzen.
- Indien geen van de in het eerste of tweede lid genoemde documenten of elementen kan worden overgelegd, doch er naar de mening van de verzoekende Staat een vermoeden bestaat met betrekking tôt de nationaliteit van de terug te nemen persoon, dan treffen de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Staat de vereiste maatregelen om de nationaliteit van de betrokkene vast te stellen. Indien dit door de verzoekende Staat noodzakelijk wordt geacht, vindt er een interview met de betrokkene plaats teneinde onder meer op basis van de taal waarin de persoon zich uitdrukt vast te stellen of het een eigen onderdaan betreft.
- Het in het derde lid vermelde interview wordt persoonlijk of op afstand (bijvoorbeeld via videoconferentie) afgenomen door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat of een door de verzoekende Staat uitgenodigde delegatie van de aangezochte Staat, dan wel een in onderling overleg aangestelde deskundige. ARTIKEL 6 Bewijsmiddelen met betrekking tôt onderdanen van een derde Staat en staatloze personen
- Het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 vermelde voorwaar den voor overname van onderdan en van een derde Staat of staatloze personen kan worden geleverd door middel van de bewijsmid delen vermeld in het Uitvoering sprotocol bij deze Overeenk omst. Deze bewijsmid delen worden door de Partijen zonder verdere formalitei ten erkend.
- Prima facie bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 genoemd e voorwaar den voor overname van onderdan en van een derde Staat of van staatloze personen kan worden geleverd door middel van de bewijsmid delen vermeld in het Uitvoering sprotocol bij deze Overeenk omst. Wanneer dit prima facie bewijs is geleverd, nemen de Partijen aan dat aan de voorwaar den is voldaan, tenzij de aangezochte Staat het tegendee l kan bewijzen. ARTIKEL 7 Termijnen
- Het verzoek om terugnam e van een eigen onderdaa n kan op ieder ogenblik door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat worden ingediend , wanneer is vastgesteld dat de betrokken e niet of niet meer voldoet aan de voorwaar den voor verblijf op het grondgeb ied van de verzoekende Staat.
- Het verzoek om overname van een onderdaa n van een derde Staat of van een staatloze persoon wordt door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat ingediend binnen een termijn van ten hoogste één
(1)jaar nadat de verzoekende Staat kennis heeft gekregen van het feit dat deze persoon niet of niet meer voldoet aan de voorwaar den voor verblijf op het grondgeb ied van de verzoekende Staat. Indien er juridische of feitelijke belemme ringen zijn waardoor het verzoek niet tijdig kan worden ingediend , wordt de termijn, op verzoek, verlengd doch uiterlijk totdat de belemme ringen zijn opgeheve n. 3. Een verzoek om terug- of overname wordt onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van vijftien
(15)dagen beantwoo rd en elke afwijzing wordt gemotive erd. De antwoord termijn begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om terug- of overname . Wanneer niet binnen deze termijn wordt geantwoo rd, wordt aangenom en dat met de overdrach t wordt ingestemd . 4. Na de goedkeur ing van de terug- of overname , of nadat de antwoord termijn is verstreken , draagt de verzoekende Staat de persoon met wiens terug- of overname is ingestemd , onmiddel lijk doch uiterlijk binnen zes
(6)maanden over. Deze période kan op verzoek worden verlengd met de tijd die nodig is om juridische of praktische hindernissen weg te nemen. De aangezochte Staat neemt de persoon met wiens terug- of overname is ingestemd zonder verdere formalitei ten terug of over. 5. Op verzoek van de verzoekende Staat verstrekt de aangezochte Staat op naam van de terug of over te nemen persoon onverwijld , doch uiterlijk binnen drie
(3)werkdage n, het voor zijn terugkeer noodzake lijke reisdocum ent met een geldigheid sduur van tenminste zes
(6)maanden . Kan de aangezochte Staat het gevraagde reisdocum ent niet binnen drie
(3)werkdage n na de datum van ontvangs t van het verzoek verstrekke n, dan wordt aangenom en dat zij instemt met het gebruik van een door de verzoekende Staat verstrekt reisdocum ent. Indien betrokken e om juridische of feitelijke redenen niet binnen de geldigheid stermijn van het oorspronk elijk afgegeven reisdocum ent kan worden overgedra gen dan verstrekt de aangezochte Staat binnen drie
(3)werkdage n een nieuw reisdocum ent met dezelfde geldigheid sduur. ARTIKEL 8 Overdrachtsmodaliteiten en wijze van vervoer
- Voordat een persoon wordt overgedragen, stellen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Staat schriftelijk de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Staat in kennis van de datum en de modaliteiten van de overdracht, de aangewezen grensovergang, het eventuele gebruik van begeieiders en andere relevante informatie inzake de overdracht.
- De kennisgeving inzake de overdracht bevat in voorkomend geval ook de volgende inlichtingen:
(1)assistentie die de over te dragen persoon nodig kan hebben;
(2)aile andere beschermings- of veiligheidsm aatregelen die voor deze overdracht nodig kunnen zijn.
- De overdracht vindt in de regel door de lucht plaats, maar kan in voorkomend geval ook over land of over zee worden gerealiseerd . Een overdracht per vliegtuig kan zowel met een lijn- als met een overheidsvlu cht worden uitgevoerd. ARTIKEL 9 Onterechte terug- of overname
- De verzoekende Staat neemt een persoon die door de aangezochte Staat is terug- of overgenome n terug, indien uit een onderzoek dat binnen een termijn van vijftien
(15)dagen vanaf de overdracht wordt verricht, blijkt dat niet voldaan is aan de voorwaarden van de artikelen 2 en
- In de in het eerste lid genoemde gevallen zijn mutatis mutandis de procedurevo orschriften van deze terug- en overnameov ereenkomst van toepassing en worden tevens aile beschikbare gegevens met betrekking tôt de werkelijke identiteit en nationaliteit van de terug te nemen persoon meegedeeld . HOOFDSTUK IV DOORGELEIDING ARTIKEL 10 Uitgangspunten bij doorgeleiding
- De Partijen staan de doorgeleidin g van onderdanen van een derde Staat over hun grondgebied toe indien een andere Partij daarom verzoekt, wanneer de verdere reis in eventuele andere Staten van doorreis en de overname door de Staat van bestemming verzekerd zijn.
- De Partijen doen het nodige om doorgeleidin g van onderdanen van een derde Staat te beperken tôt gevallen waarin die personen niet rechtstreeks aan de Staat van bestemming kunnen worden overgedrage n.
- Doorgeleidin g kan door de Partijen worden geweigerd:
(1)indien de onderdaan van een derde Staat in de Staat van bestemming of een andere Staat van doorreis een reëel risico loopt te worden onderworpe n aan foltering, onmenselijke of vernederend e behandeling of bestraffing, de doodstraf of te worden vervolgd op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tôt een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging;
(2)indien de onderdaa n van een derde Staat op het grondgeb ied van de aangezochte Staat, strafrecht elijk vervolgd zal worden of de tenuitvoe rlegging van een strafvonn is zal ondergaan.
(3)indien de onderdaa n van een derde Staat een risico vormt voor de volksgezondheid, de staatsveiligheid, de openbare orde of voorenig ander nationaal belang van de aangezoc hte Staat.
- De Partijen kunnen elke verleende toestemm ing intrekken indien zich later omstandi gheden als bedoeld in het derde lid voordoen die de doorgelei ding belemme ren of indien de verdere reis in eventuele Staten van doorreis of de overname door de Staat van bestemm ing niet meer verzekerd is. In die gevallen neemt de verzoeke nde Staat de betrokken e onverwijl d op zijn grondgeb ied terug. ARTIKEL 11 Doorgeleidingsprocedure
- Een doorgeleidingsverzoek wordt schriftelij k ingediend bij de bevoegde autoriteit en en bevat de volgende inlichtinge n:
(1)type van doorgelei ding (door de lucht, over land of zee); de eventuele andere Staten van doorreis en de Staat van bestemm ing;
(2)personalia van de betrokken e (naam, voorname n, geboorte datum en, indien beschikba ar, geboortep laats, nationalit eit, type en nummer van het reisdocum ent);
(3)voorgeste lde plaats van overgang, tijdstip van doorgelei ding en eventuee l gebruik van begeleiders;
(4)een verklaring waarin wordt gesteld dat volgens de verzoekende Staat is voldaan aan de voorwaar den vermeld in artikel 10, eerste en tweede lid, en d a t e r g e e n redenen bekend zijn voor een weigering op grond van artikel 10, derde lid.
- De bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat brengt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat onverwijl d schriftelij k op de hoogte van de toelating, met bevestigin g van de plaats van overgang en het geplande tijdstip van toelating, of van de weigering van de toelating en de redenen daarvoor.
- Indien de doorgelei ding door de lucht plaatsvind t, worden aan de door te geleiden persoon en eventuele begeleiders de noodzake lijke faciliteite n met het oog op toegang tôt de nationale of internatio nale zone van de luchthave n van de aangezochte Staat verleend.
- De bevoegde autoriteit en van de aangezochte Staat steunen, mits in onderling overleg, de doorgelei ding, met name door toezicht op de door te geleiden persoon, en stellen daartoe geschikte voorzienin gen beschikbaar. HOOFDSTUKV KOSTEN ARTIKEL 12 Kosten Onverminderd het recht van de bevoegde autoriteiten om de aan de terug- of overname verbonden kosten van de terug of over te nemen persoon of van derden terug te vorderen, komen aile kosten in verband met terug- of overname en doorgeleiding of terugkeer van ten onrechte terug- of overgenomen personen uit hoofde van deze Overeenkomst tôt aan de grens van de Staat van eindbestemming ten laste van de verzoekende Staat. HOOFDSTUK VI GEGEVENSBESCHERMING EN ONVERMINDERDE TOEPASSELIJKHEID ARTIKEL 13 Gegevensbescherming Persoonsgegevens worden alleen verstrekt wanneer dit nodig is voor de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. De verwerking en behandeling van persoonsgegevens door de bevoegde autoriteiten van de Partijen in een bepaald geval zijn onderworpen aan de wetgeving van Belize en, wanneer de behandeling door een bevoegde autoriteit van een Benelux-Staat wordt uitgevoerd, aan de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tôt intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), en de uit hoofde van deze Verordening vastgestelde nationale wetgeving van de desbetreffende Benelux-Staten. De volgende beginselen zijn van toepassing: en transparant worden verwerkt
- Persoonsgegevens moeten rechtmatig, behoorlijk („rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie");
- Persoonsgegevens moeten voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld en mogen vervolgens niet verder op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt; de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden wordt niet als onverenigbaar met de oorspronkelijke doeleinden beschouwd („doelbinding");
- Persoonsgegevens moeten toereikend zijn, ter zake dienend en beperkt tôt wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt («minimale gegevensverwerking"); de verstrekte persoonsgegevens mogen met name uitsluitend betrekking hebben op:
(1)de personalia van de terug of over te nemen persoon (bijvoorbeeld namen, voornamen, eventuele vroegere namen, andere namen die de betrokkene gebruikt of onder welke hij bekendstaat of aliassen, geslacht, burgerlijke staat, geboortedatum en -plaats, huidige en vorige nationaliteit),
(2)paspoort, identiteitsbewijs of rijbewijs (serienummer, geldigheidsduur, datum van afgifte, afgevende autoriteit, plaats van afgifte),
(3)verblijfplaatsen en reisroutes,
(4)andere voor identificatie van de terug of over te nemen persoon of voor het onderzoek van de terug- of overnamevereisten uit hoofde van deze Overeenkomst dienstige gegevens, met inbegrip van biometrische gegevens zoals een foto (gezichtsopname) of vingerafdrukken (dactyloscopische gegevens),
(5)bijzondere omstandigheden met betrekking tôt de over te dragen persoon, met inbegrip van informatie over de assistentie die de over te dragen persoon nodig kan hebben en over andere beschermings- of veiligheidsmaatregelen die voor de overdracht nodig kunnen zijn;
- Persoonsgegevens moeten juist zijn en zo nodig worden geactualiseerd; aile redelijke maatregelen moeten worden genomen om de persoonsgegevens die, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, onjuist zijn, onverwijld te wissen of te rectificeren («juistheid");
- Persoonsgegevens moeten worden bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen niet langer te identificeren dan voor de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt noodzakelijk is; persoonsgegevens mogen voor langere perioden worden opgeslagen voor zover de persoonsgegevens louter met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden worden verwerkt mits de vereiste passende technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om de rechten en vrijheden van de betrokkene te beschermen („opslagbeperking");
- Persoonsgegevens moeten door het nemen van passende technische of organisatorische maatregelen op een dusdanige manier worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is, en dat zij onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging („integriteit en vertrouwelijkhe id");
- De mededelende en de ontvangende autoriteit treffen aile passende maatregelen om waar nodig te zorgen voor rectificatie, verwijdering of afscherming van persoonsgegevens wanneer de verwerking niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit artikel, met name omdat de gegevens niet passend, relevant, nauwkeurig of bovenmatig zijn in verhouding tôt het doel van de verwerking. Dit behelst tevens de kennisgeving van elke rectificatie, verwijdering of afscherming aan de andere Partij;
- Op verzoek stelt de ontvangende autoriteit de mededelende autoriteit in kennis van het gebruik dat van de verstrekte gegevens is gemaakt en van de daardoor verkregen resultaten;
- Persoonsgegevens mogen uitsluitend aan de bevoegde autoriteiten worden verstrekt. Voor de verdere verstrekking aan andere instanties is de voorafgaande goedkeuring van de mededelende autoriteit vereist;
- De mededelende en ontvangende autoriteiten zijn verplicht de verstrekking en ontvangst van persoonsgegevens schriftelijk te registreren. ARTIKEL 14 Onverminderde toepasselijkheid Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Partijen die voortvloeien uit het internationale recht. HOOFDSTUK VII TENUITVOERLEGGING EN TOEPASSING ARTIKEL 15 Comité van deskundigen
- De Partijen verlenen elkaar onderling hulp bij de toepassing en uitlegging van deze Overeenkomst. Daartoe stellen zij een Comité van deskundigen in dat met name:
(1)de toepassing van deze Overeenkomst volgt;
(2)voorstellen doet om vraagstukken in verband met de toepassing van deze Overeenkomst op te lossen;
(3)wijzigingen van en aanvullingen op deze Overeenkomst voorstelt;
(4)passende maatregelen ter bestrijding van onregelmatige migratie uitwerkt en aanbeveelt.
- De Partijen behouden zich het recht voor om de door het Comité van deskundigen voorgestelde maatregelen al dan niet goed te keuren.
- Het Comité bestaat uit één vertegenwoordiger van het Koninkrijk België, één vertegenwoordiger van het Groothertogdom Luxemburg, één vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden en drie vertegenwoordigers van Belize. De Partijen wijzen daarin de voorzitter en zijn plaatsvervanger aan. Voor elk lid wordt een plaatsvervanger benoemd. Indien nodig kunnen andere deskundigen bij de werkzaamheden van het Comité worden betrokken.
- Het Comité komt bijeen op verzoek van één van de Partijen. ARTIKEL 16 Uitvoeringsprotocol Aile nodige praktische bepalingen voor de uitvoering van deze Overeenkomst worden in het Uitvoeringsp rotocol vastgelegd. In het Uitvoeringsprotocol wordt onder andere geregeld:
- de aanwijzing van de bevoegde autoriteiten van de Partijen;
- de aanwijzing van de plaatsen voor de grensovergang;
- de vastlegging van de bewijsmiddelen;
- de voorwaarden waaronder en de wijze waarop begeleiding plaatsvindt van terug of over te nemen of door te geleiden personen. Het Uitvoeringsprotocol vormt een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst. HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN ARTIKEL 17 Territoriale toepassing Het Koninkrijk der Nederland en kan de toepassing van deze Overeenk omst tôt Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribisch deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) uitbreiden door kennisgeving hiervan aan de depositari s. De depositaris stelt de Partijen in kennis van deze uitbreidin g. ARTIKEL 18 Depositaris Het Secretaria at-Genera al van de Benelux Unie treedt op als depositar is van deze Overeenk omst. De depositar is voorziet iedere Ondertek enende Staat van een eensluide nd gewaarm erkt afschrift van het origineel van deze Overeenk omst en het Uitvoering sprotocol daarbij. ARTIKEL 19 Inwerkingtreding
- Deze Overeenk omst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de depositari s de kennisgeving van ten minste twee Onderteke nende Staten, waarvan de ene Belize is, heeft ontvange n dat de voor de inwerking treding vereiste interne procedure s zijn voltooid.
- Ten aanzien van iedere andere Onderteke nende Staat treedt deze Overeenk omst in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst door de depositar is van de kennisgeving dat de voor de inwerking treding vereiste interne procedure s zijn voltooid.
- De depositari s stelt aile Onderteke nende Staten in kennis van de in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgevingen en van de data van de inwerking treding van deze Overeenk omst voor de verschillende Onderteke nende Staten. ARTIKEL 20 Opschorting en opzegging
- Deze Overeenk omst wordt voor onbepaai de tijd gesloten.
- Iedere Partij kan deze Overeenk omst om ernstige redenen, met name in verband met de bescherm ing van de staatsveil igheid, de openbare orde of de volksgezo ndheid, opschorte n door hiervan schriftelijk kennis te geven aan de depositar is, die aile Ondertek enende Staten hiervan in kennis stelt. Dezelfde procedure geldt voor het ongedaan maken van de opschorti ng.
- De opschorti ng van deze Overeenk omst wordt van kracht op de eerste dag van de eerste maand volgend op de maand waarin de kennisgev ing bedoeld in het tweede lid door de depositar is is ontvange n.
- Iedere Partij kan deze Overeenk omst opzeggen door hiervan schriftelijk kennis te geven aan de depositari s, die aile Onderteke nende Staten hiervan in kennis stelt.
- De overeenk omst zal niet worden toegepast vanaf de eerste dag van de zesde maand volgend op de maand waarin de kennisgeving bedoeld in het vierde lid door de depositari s is ontvange n. AGREEMENT BETWEEN THE BENELUX STATES (THE K I N G D O M OF BELGIUM, THE GRAND DUCHY OF LUXEMBOURG AND THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS) AND BELIZE ON THE READMISSION OF PERSONS RESIDING WITHOUT AUTHORISATION (READMISSION AGREEMENT) Belize and the Benelux States, Noting that the Benelux States act in concert on the basis of the Convention between the Kingdom of Belgium, the Grand Duchy of Luxembourg and the Kingdom of the Netherlands on the transfer of control of persons to the external frontiers of the Benelux territory signed on 11 April 1960 in Brussels; Referring to the Agreement concluded at the same time as this Agreement between Belize and the Benelux States on the exemption of visa requirement for holders of valid diplomatie passports; Striving to promote coopération between the Parties and to improve communication between them in order to better execute the laws and régulations on the circulation of persons; Striving to reconfirm their common desire to effectively combat the irregular migration of their nationals as well as of third-State nationals and of stateless persons; Striving to fulfil the obligation under international law to readmit their own nationals, in particular Article 12, fourth paragraph, of the International Covenant on Civil and Political Rights concluded in New York on 16 December 1966; Striving to establish an obligation between the Parties to readmit third-State nationals and stateless persons, under the conditions provided for in this Agreement; Striving to facilitate, on the basis of reciprocity, the readmission of persons residing on the territory of another State without authorisation, and the transit of persons to be readmitted; Striving to ensure that such readmission takes place quickly and safely, according to procedures which guarantee respect for human dignity; Hâve agreed as follows: SECTION I DEFINITIONS AND SCOPE ARTICLE 1 Définitions and scope In this Agreement, unless the context indicates otherwise, the following is understood:
- "The Benelux States": the Kingdom of Belgium, the Grand Duchy of Luxembourg and the Kingdom of the Netherlands;
- "Party": Belize or the three Benelux States acting in concert;
- "State": Belize or one of the Benelux States;
- "territory": for Belize: its own territory for the Benelux States: the territories in Europe of the Benelux States;
- "person residing without authorisation": any person who does not fulfil or no longer fulfils the conditions in force for résidence;
- "readmission": the removal by the competent authority of the requesting State and admission by the competent authority of the requested State of an own national of the requested State, respectively of a third-State national or of a stateless person, who does not fulfil or no longer fulfils the conditions for résidence on the territory of the requesting State, under the conditions provided for in this Agreement;
- "own national": any person who holds the nationality of one of the Benelux States or of Belize;
- "third State": any State which is neither a Benelux State nor Belize;
- "third-State national": any person who holds a nationality other than that of one of the Benelux States or of Belize;
- "stateless person": any person who has no nationality as defined by the Convention relating to the Status of Stateless Persons concluded in New York on 28 September 1954;
- "requesting State": the State on whose territory a person residing without authorisation is présent and which requests the readmission of this person or his transit, under the conditions provided for in this Agreement;
- "requested State": the State which is asked to readmit a person without authorisation to its territory or to allow his transit over its territory, under the conditions provided for in this Agreement;
- "diplomatie or consular représentation of the requested State": the diplomatie or consular représentation of the requested State accredited to the requesting State;
- "résidence permit": a permit of any type issued by the State entitling a person to résidé on its territory. This shall not include temporary permission to remain in connection with the Processing of an application for international protection or an application for a résidence permit. SECTION II READMISSION OBLIGATIONS ARTICLE 2 Readmission of own nationals
- Each Party shall readmit, upon application by the other Party and without further formalities other than those provided for in this Agreement, any person to its territory who does not or no longer fulfils the conditions for résidence on the territory of the requesting State provided that it is proved, or may be assumed on the basis of prima facie evidence, that the person has the nationality of the requested State.
- The readmissio n obligation in the first paragraph also applies in the case of a person who, after entry to the territory of the requesting State, has forfeited or renounced the nationality of the requested State, unless the person concerned has at least been promised naturalisa tion by the requesting State.
- Each State shall also readmit:
(1)minor unmarried children of the persons mentioned in the first paragraph , regardless of their place of birth or nationality , unless they hâve an independe nt right of résidence on the territory of the requesting State;
(2)spouses or partners with whom the person is in a stable long-term relationsh ip, holding another nationality or being stateless, of the persons mentioned in the first paragraph , provided they either hâve or receive the right to remain in the territory of the requested State, unless they hâve an independe nt right of résidence on the territory of the requesting State.
- Upon application by the requesting State, and in accordance with the provisions of Article 7, fifth paragraph , the requested State shall immediate ly issue the travel document s required for the return of the persons to be readmitted . ARTICLE 3 Readmission of third-State nationals and stateless persons
- Each Party shall readmit, upon application by the other Party and without further formalities other than those provided for in this Agreemen t, any third-State national or stateless person to its territory who does not, or no longer, fulfil the conditions for résidence on the territory of the requesting State provided that it is proved, or may be assumed on the basis of prima facie evidence, that this person:
(1)holds a valid résidence permit issued by the requested State; or
(2)holds a valid visa, other than a transit visa, issued by the requested State; or
(3)upon entry to the territory of the requesting State held a valid résidence permit or visa, other than a transit visa, issued by the requested State; or
(4)entered the territory of the requesting State after having stayed on, or transited through, the territory of the requested State.
- The readmissio n obligation mentioned in the first paragraph shall not apply if the requesting State has issued to the third-State national or stateless person, before or after that person's entry into its territory, a visa other than a transit visa, or a résidence permit with a longer period of validity than that of the visa or the résidence permit which was issued by the requested State. SECTION III READMISSION PROCEDURE ARTICLE 4 Submission of the readmission application
- A readmission application on the basis of Article 2 or 3 shall be submitted in writing to the competent authority of the requested State.
- Each readmission application shall contain the following information:
(1)the particulars of the person concerned (surname, given names, any previous names, nicknames and pseudonyms, aliases, sex, date of birth, civil status and, if available, place of birth and last place of résidence on the territory of the requested State);
(2)copies of the means of evidence as referred to in Article 5 or
- No readmission application is required in cases where the person to be readmitted is in possession of a valid travel document or identity card and, if it concerns a third-State national or stateless person, is also in possession of a valid visa or a valid résidence permit of the requested State.
- If the person to be readmitted is in the international zone of an airport of one of the States, the competent airport authorities may agréé on a simplified procedure. ARTICLE 5 Means of evidence regarding own nationals
- Proof of nationality pursuant to Article 2 can be furnished through the documents listed in the Implementing Protocol to this Agreement. If such documents are presented, the Parties shall recognise the nationality without further formalities.
- Prima facie evidence of nationality pursuant to Article 2 can be furnished through the documents or éléments listed in the Implementing Protocol to this Agreement. If such documents or éléments are presented, the Parties shall deem the nationality to be established, unless the requested State can prove otherwise.
- If none of the documents or éléments mentioned in the first or second paragraph can be presented, but the requesting State believes that a presumption exists with regard to the nationality of the person to be readmitted, the competent authorities of the requested State shall take the necessary measures to establish the nationality of the person concerned. If it is deemed necessary by the requesting State, an interview with the person concerned shall be conducted in order to establish, inter alia on the basis of the language in which the person communicates, whether the person is one of its own nationals.
- The interview mentioned in the third paragraph shall be conducted, in person or remotely (e.g. through video conferencing), by the diplomatie or consular représentation of the requested State, or a délégation of the requested State invited by the requesting State, or by any other expert appointed by mutual agreement. ARTICLE 6 Means of evidence regarding third-State nationals and stateiess persons
- Proof of the conditions for the readmission of third-State nationals or stateiess persons laid down in Article 3 can be furnished through the means of evidence listed in the Implementin g Protocol to this Agreement. These means of evidence shall be recognised by the Parties without further formalities.
- Prima facie evidence of the conditions for the readmission of third-State nationals or stateiess persons laid down in Article 3 can be furnished through the means of evidence listed in the Implementin g Protocol to this Agreement. Where such prima facie evidence is presented, the Parties shall deem the conditions to be established, unless the requested State can prove otherwise. ARTICLE 7 Time limits
- The readmission application for a State's own national can be submitted at any time by the competent authority of the requesting State, if it has been established that the person concerned does not fulfil, or no longer fulfils, the conditions for résidence on the territory of the requesting State.
- The readmission application for a third-State national or a stateiess person shall be submitted by the competent authority of the requesting State within a maximum of one
(1)year after the requesting State has gained knowledge that this person does not or no longer fulfils the conditions for résidence on the territory of the requesting State. Where there are legal or factual impediments to the application being submitted in time, the time limit shall be extended upon request, but only until the impediments hâve ceased to exist. 3. A readmission application shall be replied to immediately , and in any event no laterthan within fifteen
(15)days, and every refusai shall be substantiate d. This time limit begins to run from the date of receipt ofthe readmission application. If there is no reply within this time limit, the transfer shall be deemed to hâve been agreed to. 4. After the requested State has agreed to the readmission, or after expiry of the time limit, the requesting State shall transfer the person whose readmission has been agreed to immediately , and in any case no later than within six
(6)months. Upon request, this time limit may be extended by the time taken to deal with legal or practical impediments . The requested State shall readmit the person whose readmission has been agreed to without further formalities. 5. At the request of the requesting State, the requested State shall provide immediately , and in any case no later than within three
(3)working days, the travel document required for the return o f t h e person to be readmitted, bearingthe person's name and with a period ofvalidity of at least six
(6)months. If the requested State cannot provide the requested travel document within three
(3)working days after the date of receipt o f t h e application, the requested State shall be deemed to accept the use of a travel document provided by the requesting State. If, for legal or factual reasons, the person concerned cannot be transferred within the period of validity ofthe travel document that was initially issued, the requested State shall, within three
(3)working days, issue a new travel document with a period of validity of the same duration. ARTICLE 8 Transfer modalities and modes of transportation
- Before transferring a person, the competent authorities of the requesting State shall notify in writing the competent authorities of the requested State regarding the date and the modalities of the transfer, the designated border Crossing point, the possible use of escorts and other relevant information concerning the transfer.
- The notification concerning the transfer shall, where relevant, also contain the following information:
(1)assistance which the transférée may require;
(2)ail other protection or security measures which may be necessary for this transfer.
- Transfers generally take place by air, but may also be carried out by land or sea. Transfer by air may take place by using both scheduled and government flights. ARTICLE 9 Readmission in error
- The requesting State shall take back any person readmitted by the requested State if within a period of fifteen
(15)days afterthe transfer, it is established that the requirements laid down in Articles 2 and 3 are not met.
- In the cases mentioned in the first paragraph, the procédural provisions of this Readmission Agreement shall apply mutatis mutandis and ail available information relating to the actual identity and nationality of the person to be taken back shall be provided. SECTION IV TRANSIT OPERATIONS ARTICLE 10 Transit principles
- The Parties shall allow the transit of third-State nationals through their territory if another Party so requests, if the onward journey in possible other States of transit and the readmission by the State of destination is assured.
- The Parties shall do whatever is necessary to restrict the transit of third-State nationals to cases where such persons cannot be transferred to the State of destination directly.
- Transit can be refused by the Parties:
(1)if the third-State national runs the real risk of being subjected to torture or to inhuman or degrading treatment or punishment or the death penalty or of persécution because of his race, religion, nationality, membership of a particular social group or political conviction in the State of destination or another State of transit;
(2)if the third-State national shall be prosecuted under the criminal law or subject to the enforcemen t of criminal sanctions on the territory of the requested State.
(3)if the third-State national poses a risk to public health, public security, public order or other national interest of the requested State.
- The Parties may revoke any authorisatio n issued if circumstances referred to in the third paragraph subsequently arise, interfering with the transit operation, or if the onward journey in possible States of transit or the readmission by the State of destination is no longer assured. In these cases, the requesting State shall take the person concerned back to its territory without delay. ARTICLE 11 Transit procedure
- An application for transit operations shall be submitted to the competent authorities in writing and shall contain the following information :
(1)type of transit (by air, land or sea), possible other States of transit and the State of destination;
(2)the particulars of the person concerned (surname, given names, date of birth and - if available - place of birth, nationality, type and number of travel document);
(3)envisaged place of transfer, time of transit and possible use of escorts;
(4)a déclaration that in the view of the requesting State the conditions pursuant to Article 10, first and second paragraphe are met, and that no reasons are known for a refusai pursuant to Article 10, third paragraph.
- The competent authority of the requested State shall immediately inform the competent authority of the requesting State in writing of the admission, confirming the place of transfer and the envisaged time of admission, or inform it of the refusai of admission and the reasons thereof.
- If the transit operation takes place by air, the necessary amenities shall be provided to the person in transit and possible escorts with a view to accessing the national or internationa l zone of the airport of the requested State.
- The competent authorities of the requested State shall, subject to mutual consultation s, assist in the transit operations, in particular through the surveillance of the person in transit and the provision of suitable amenities for that purpose. SECTION V COSTS ARTICLE 12 Costs Without préjudice to the right of the competent authorities to recover the costs associated with the readmission from the person to be readmitted orfrom third parties, ail costs incurred in connection with readmission and transit operations or return of persons admitted by error pursuant to this Agreement to the border of the State of final destination, shall be borne by the requesting State. SECTION VI DATA PROTECTION AND NON-AFFECTION CLAUSE ARTICLE 13 Data Protection The communication of personal data shall only take place if such communication is necessary for the implémenta tion of this Agreement. The Processing and treatment of personal data by the competent authorities of the Parties in a particular case shall be subject to the domestic laws of Belize and, where the data are treated and used by a competent authority of a Benelux State, to the provisions of Régulation (EU) of the European Parliament and of The Council of 27 April 2016 on the protection of natural persons with regard to the processing of personal data and on the free movement of such data, and repealing Directive 95/46/EC (General Data Protection Régulation), and of the national législation of the relevant Benelux States adopted pursuant to this Régulation. The following principles shall apply:
- Personal data shall be processed lawfully, fairly and in a transparent manner in relation to the data subject ('lawfulness, fairness and transparency');
- Personal data shall be collected for specified, explicit and legitimate purposes and not further processed in a manner that is incompatible with those purposes; further processing for archiving purposes in the public interest, scientific or historical research purposes or statistical purposes shall not be considered to be incompatible with the initial purposes ('purpose limitation');
- Personal data shall be adéquate, relevant and limited to what is necessary in relation to the purposes for which they are processed ('data minimizatio n'); in particular, personal data communicated may concern only the following:
(1)the particulars of the person to be readmitted (e.g. surnames, given names, any previous names, other names used/by which known or aliases, sex, civil status, date and place of birth, current and previous nationality);
(2)passport, identity card or driving licence (number, period of validity, date of issue, issuing authority and place of issue);
(3)places of stay and itineraries;
(4)other informati on needed to identify the person to be readmitted or to examine the readmission requirements pursuant to this Agreement, including biométrie data such as a photograph (facial image) or fingerprints (dactyloscopie data);
(5)spécial circumstances relating to the transférée, including informati on on the assistanc e which the transférée may require and on other protectio n or security measures which may be necessary for the transfer;
- Personal data shall be accurate and, where necessary, kept up to date; every reasonab le step must be taken to ensure that Personal data that are inaccurate, having regard to the purposes for which they are processed, are erased or rectified without delay ('accuracy');
- Personal data must be kept in a form which permits identification of data subjects for no longer than is necessary for the purposes for which the Personal data are processed; Personal data may be stored for longer periods insofar as the Personal data will be processed solely for archiving purposes in the public interest, scientific or historical research purposes or statistica l purposes subject to impléme ntation of the appropriate technical and organisational measures in order to safeguard the rights and freedoms of the data subject ('storage limitation ');
- Personal data shall be processed in a manner that ensures appropriate security of the Personal data, including protectio n against unauthorised or unlawful Processing and against accidenta i loss, destruction or damage, using appropriate technical or organisational measures ('integrity and confidentialit/);
- Both the communicating and the receiving authority shall take every adéquate step to ensure as appropriate the rectification, removal or blocking of personal data where the processin g does not comply with the provisions of this Article, in particular because those data are not adéquate, relevant, accurate or they are excessive in relation to the purpose of processin g. This includes the notification of any rectification, removal or blocking to the other Party;
- Upon request, the receiving authority shall inform the communicating authority of the use of the communicated data and of the results obtained therefrom ;
- Personal data may only be communicated to the competent authorities. Further communication to other bodies requires the prier consent of the communicating authority ;
- The communicating and the receiving authorities are obliged to make a written record of the communication and receipt of personal data. ARTICLE 14 Non-affection clause This Agreement shall be without préjudice to the rights, obligations and responsibilities of the Parties arisingfro m international law. SECTION VII IMPLEMENTATION AND APPLICATION ARTICLE 15 Committee of Experts
- The Parties shall provide one another with mutual assistance in the application and interprétation of this Agreement. To this end, they shall set up a Committee of Experts which will, in particular, hâve the following tasks:
(1)to monitor the application of this Agreement;
(2)to make proposais to résolve issues relating to the application of this Agreement;
(3)to propose amendments and suppléments to this Agreement;
(4)to elaborate and recommend appropriate measures to combat irregular migration.
- The Parties reserve the right to approve or to reject the measures proposed by the Committee of Experts.
- The Committee of Experts shall be composed of one représentative for the Kingdom of Belgium, one représentative for the Grand Duchy of Luxembourg, one représentative for the Kingdom of the Netherlands and three représentatives for Belize. The Parties shall designate therein the chairperson and the deputy chairperson. For each member a deputy shall be appointed. If necessary, other experts may be involved in the Committee's activities.
- The Committee shall meet at the request of one of the Parties. ARTICLE 16 Implementing Protocol Ail necessary practical provisions for the implémentation of this Agreement shall be laid down in the Implementing Protocol. The Implementing Protocol shall regulate inter alia:
- the désignation of the competent authorities of the Parties;
- the désignation of the border Crossing points;
- the establishment of the means of evidence;
- the conditions under which and the manner in which persons to be readmitted or to travel in transit are escorted. The Implémentation Protocol forms an intégral part of this Agreement. SECTION VIII FINAL PROVISIONS ARTICLE 17 Territorial application The Kingdom of the Netherlands may extend the application of this Agreement to Aruba, Curaçao, Sint Maarten and the Caribbean part of the Netherlands (the islands of Bonaire, Sint Eustatius and Saba) by notifying the Depositary to that effect. The Depositary shall inform the Parties of this extension. ARTICLE 18 Depositary The General Secrétariat of the Benelux Union shall act as the Depositary to this Agreement and its Implementing Protocol. The Depositary shall provide each Signatory State with a certified copy of the original of this Agreement and its Implementing Protocol. ARTICLE 19 Entry into force
- This Agreement shall enter into force on the first day of the second month following the date on which the Depositary has received the notification of at least two Signatory States, one of which is Belize, to the effect that the internai procedures required for entry into force hâve been completed.
- With regard to any other Signatory State, this Agreement shall enter into force on the first day of the second month following the date of receipt by the Depositary of the notification to the effect that the internai procedures required for entry into force hâve been completed.
- The Depositary shall inform all the Signatory States of the notifications referred to in the first and second paragraphs and of the dates of the entry into force of this Agreement for the different Signatory States. ARTICLE 20 Suspension and denunciation
- This Agreement is concluded for an indefinite period.
- Each Party may suspend this Agreement for serious reasons, in particular relating to the protection of State security, public order, or public health, by sending a written notification to the Depositary, which shall inform all Signatory States thereof. The same procedure shall be adopted when the suspension is lifted.
- The suspension of this Agreement shall take effect on the first day of the first month following the month in which the notification referred to in the second paragraph is received by the Depositary.
- Each Party may, for serious reasons, denounce this Agreement and its Implementing Protocol, by sending a written communication to the Depositary, which shall inform all Signatory States thereof.
- The Agreement shall cease to hâve effect on the first day of the sixth month following the month in which the notification referred to in the fourth paragraph is received by the Depositary. ACCORD ENTRE LES ÉTATS DU BENELUX (LE R O Y A U M E DE BELGIQUE, LE G R A N D - D U C H É DE L U X E M B O U R G , LE R O Y A U M E DES PAYS-BAS) ET LE BELIZE RELATIF À LA R É A D M I S S I O N DES PERSONNES EN SÉJOUR IRRÉGULIER (ACCORD DE R É A D M I S S I O N ) Le Belize et les États du Benelux, Notant que les États du Benelux agissent de concert sur la base des dispositions de la Convention relative au transfert du contrôle des personnes vers les frontières extérieures du territoire du Benelux, faite à Bruxelles le 11 avril 1960 ; Se référant à l'Accord entre le Belize et les États du Benelux relatif à l'exemption de l'obligation de visa pour les titulaires de passeports diplomatiques valables ; Désireux de favoriser la coopération et d'améliorer la communication entre les Parties afin de mieux appliquer les législations et réglementations relatives à la circulation des personnes ; Désireux de réaffirmer leur préoccupation commune de lutter efficacement contre toute migration irrégulière de leurs ressortissants, des ressortissants d'un État tiers et des apatrides ; Désireux de mettre en œuvre l'obligation faite en droit international de réadmettre les ressortissants propres et notamment l'article 12, paragraphe 4, du Pacte international relatif aux droits civils et politiques, fait à New York le 16 décembre 1966 ; Désireux de créer une obligation entre les Parties de réadmettre les ressortissants d'un État tiers et les apatrides, dans les conditions prévues dans le présent Accord ; Désireux de faciliter, sur la base de la réciprocité, la réadmission des personnes en séjour irrégulier sur le territoire d'un autre État ainsi que le transit des personnes à réadmettre ; Désireux que ces réadmissions se fassent rapidement et en toute sécurité, selon des procédures garantissant la dignité humaine ; Sont convenus de ce qui suit : CHAPITRE I DÉFINITIONS ET CHAMP D'APPLICATION ARTICLE 1 Définitions et champ d'application Dans le présent Accord, sauf indication contraire dans le contexte, il faut entendre par :
- « États du Benelux » : le Royaume de Belgique, le Grand-Duché de Luxembourg et le Royaume des Pays-Bas ;
- « Partie » : le Belize ou les trois États du Benelux qui agissent conjointement ;
- « État » : le Belize ou un des États du Benelux ;
- « territoire » : Pour le Belize : son territoire Pour les États du Benelux : les territoires des États du Benelux situés en Europe ;
- « personne en séjour irrégulier » : toute personne qui ne remplit pas ou ne remplit plus les conditions de séjour en vigueur ;
- « réadmission » : l'éloignement par l'autorité compétente de l'État requérant et l'admission par l'autorité compétente de l'État requis d'un ressortissant propre de l'État requis, d'un ressortissant d'un État tiers ou d'un apatride qui ne remplit pas ou ne remplit plus les conditions de séjour sur le territoire de l'État requérant, dans les conditions prévues dans le présent Accord ;
- « ressortissant propre » : toute personne possédant la nationalité de l'un des États du Benelux, ou du Belize ;
- « État tiers » : tout État autre qu'un État du Benelux et le Belize ;
- « ressortissant d'un État tiers » : toute personne qui n'a pas la nationalité de l'un des États du Benelux ou du Belize ;
- « apatride » : toute personne qui n'a pas de nationalité, selon la définition de la Convention relative au statut des apatrides, faite à New York le 28 septembre 1954 ;
- « État requérant » : l'État sur le territoire duquel se trouve une personne en séjour irrégulier et qui demande la réadmission ou le transit de cette personne dans les conditions prévues dans le présent Accord ;
- « État requis » : l'État auquel il est demandé de réadmettre sur son territoire une personne en séjour irrégulier, ou d'autoriser son transit sur son territoire dans les conditions prévues dans le présent Accord ;
- « représentation diplomatique ou consulaire de l'État requis » : la représentation diplomatique ou consulaire de l'État requis accréditée auprès de l'État requérant ;
- « titre de séjour » : une autorisation délivrée par un État, de quelque nature que ce soit, qui permet à une personne de séjourner sur son territoire. Cette définition ne comprend pas l'autorisation provisoire de rester sur le territoire délivrée en vue du traitement d'une demande de protection internationale ou d'une demande d'un titre de séjour. CHAPITRE II OBLIGATIONS EN MATIÈRE DE RÉADMISSION ARTICLE 2 ressortissants propres des Réadmission
- Chaque Partie réadmet sur son territoire sans formalités autres que celles prévues dans le présent Accord, à la demande de l'autre Partie, toute personne qui, se trouvant sur le territoire de la Partie requérante, ne remplit pas ou ne remplit plus les conditions de séjour, lorsqu'il peut être prouvé ou valablement présumé sur la base d'un commencement de preuve que cette personne possède la nationalité de la Partie requise.
- L'obligation de réadmission prévue à l'alinéa premier s'applique aussi à toute personne qui, après son entrée sur le territoire de l'État requérant, a perdu ou a renoncé à la nationalité de l'État requis et n'a pas obtenu au moins une assurance de naturalisation de la part de l'État requérant.
- Chaque État réadmet également :
(1)les enfants mineurs célibataires des personnes mentionnées à l'alinéa premier, quels que soient leur lieu de naissance ou leur nationalité, excepté lorsqu'ils disposent d'un droit de séjour autonome sur le territoire de l’État requérant ;
(2)les conjoints des personnes mentionnées à l'alinéa premier ou les partenaires avec lesquels ces personnes entretiennent une relation de longue durée stable, qui ont une autre nationalité ou qui sont apatrides, pour autant qu'ils aient ou obtiennent le droit de séjourner sur le territoire de l'État requis, excepté lorsqu’ils disposent d'un droit de séjour autonome sur le territoire de l'État requérant.
- À la demande de l'État requérant et conformément aux dispositions de l'article 7, cinquième alinéa, l'État requis délivre sans délai les documents de voyage nécessaires à la reconduite des personnes à réadmettre. ARTICLE 3 Réadmission de ressortissants d'un État tiers et d'apatrides
- Chaque Partie réadmet sur son territoire à la demande de l'autre Partie et sans formalités autres que celles prévues dans le présent Accord, tout ressortissant d'un État tiers ou apatride qui ne remplit pas ou ne remplit plus les conditions de séjour sur le territoire de l'État requérant lorsqu'il peut être prouvé ou valablement présumé sur la base d'un commencement de preuve que celuici :
(1)est en possession d'un titre de séjour en cours de validité délivré par l'État requis, ou
(2)est en possession d'un visa valable autre qu'un visa de transit délivré par l'État requis, ou
(3)lors de son l'entrée sur le territoire de l'État requérant, était en possession d'un titre de séjour en cours de validité ou d'un visa valable autre qu'un visa de transit délivré par l'État requis, ou
(4)est entré sur le territoire de l'État requérant après avoir transité ou séjourné sur le territoire de l'État requis.
- L'obligation de réadmission visée à l'alinéa premier n'est pas applicable aux ressortissants d'un État tiers ou aux apatrides qui, avant ou après leur entrée sur le territoire de l'État requérant, étaient en possession d’un visa autre qu'un visa de transit, ou d'un titre de séjour, délivré par l'État requérant et dont la durée de validité est supérieure à celle du visa ou titre de séjour délivré par l'État requis. CHAPITRE III PROCÉDURE DE RÉADMISSION ARTICLE 4 la Introduction de demande de réadmission
- Toute demande de réadmission en vertu des articles 2 ou 3 est introduite par écrit auprès de l'autorité compétente de l'État requis.
- Chaque demande de réadmission comprend les informations suivantes :
(1)les données personnelles de la personne concernée (nom, prénoms, le cas échéant, noms antérieurs, surnoms et pseudonymes, alias, sexe, date de naissance, état civil, et si disponible, lieu de naissance et dernier lieu de résidence sur le territoire de l'État requis) ;
(2)une copie des moyens de preuve visés aux articles 5 ou
- Une demande de réadmission ne s'impose pas lorsque la personne à réadmettre est en possession d'un document de voyage valable ou d'une carte d'identité en cours de validité, et s'il s'agit d'un ressortissant d’un État tiers ou d'un apatride également en possession d'un visa en cours de validité ou d'un titre de séjour en cours de validité de l'État requis.
- Si la personne à réadmettre se trouve dans la zone internationale d’un aéroport d'un des États, les autorités aéroportuaires compétentes peuvent convenir d'une procédure simplifiée. ARTICLE 5 Moyens de preuve concernant les ressortissants propres lia
- La preuve de la nationalité conformément à l'article 2 peut être apportée au moyen des documents énumérés dans le Protocole d'application joint au présent Accord. Lorsque de tels documents sont produits, les Parties reconnaissent la nationalité sans autres formalités.
- Le commencement de preuve de la nationalité conformément à l'article 2 peut être apporté au moyen des documents ou éléments énumérés dans le Protocole d'application joint au présent Accord. Lorsque de tels documents ou éléments sont produits, les Parties tiennent la nationalité pour acquise, à moins que l'État requis ne puisse prouver le contraire.
- Si aucun des documents ou éléments visés au premier ou second alinéa ne peut être produit, mais si, de l'avis de l'État requérant, il existe une présomption sur la nationalité de la personne à réadmettre, les autorités compétentes de l'État requis prennent les mesures nécessaires pour déterminer la nationalité de la personne concernée. Si l'État requérant l'estime nécessaire, une audition de la personne concernée a lieu afin de déterminer, notamment sur la base de la langue dans laquelle la personne s'exprime, s'il s'agit d'un ressortissant propre.
- L'audition évoquée au troisième alinéa est organisée, en personne ou à distance (par exemple, par le biais de la vidéoconférence), par la représentation diplomatique ou consulaire de l'État requis ou par une délégation de l'État requis invitée par l'État requérant ou par tout autre expert désigné de commun accord. ARTICLE 6 Moyens de preuve concernant les ressortissants d'un État tiers et les apatrides
- La preuve qu'il est satisfait aux conditions énumérées à l'article 3 concernant la réadmission de ressortissants d'un État tiers ou d'apatrides peut être apportée par les moyens de preuve énumérés dans le Protocole d'application joint au présent Accord. Ces moyens de preuve sont reconnus sans autres formalités par les Parties.
- Le commenceme nt de preuve qu'il est satisfait aux conditions énumérées à l'article 3, concernant la réadmission de ressortissants d'un État tiers ou d'apatrides, peut être apporté par les moyens de preuve énumérés dans le Protocole d'application joint au présent Accord. Si un commenceme nt de preuve est apporté, les Parties admettent qu'il est satisfait aux conditions, à moins que l'État requis ne puisse prouver le contraire. ARTICLE 7 Délais
- La demande de réadmission d'un ressortissant propre peut être présentée à tout moment par l'autorité compétente de l'État requérant, lorsqu'il a été constaté que la personne concernée ne remplit pas ou ne remplit plus les conditions de séjour sur le territoire de l'État requérant.
- La demande de réadmission d'un ressortissant d'un État tiers ou d'un apatride est présentée par l'autorité compétente de l'État requérant dans un délai maximum d'un
(1)an après que l'État requérant a eu connaissance du fait que cette personne ne remplit pas ou ne remplit plus les conditions de séjour sur le territoire de l'État requérant. Lorsque des obstacles factuels ou juridiques s'opposent à ce que la demande soit présentée en temps voulu, le délai est prolongé, sur demande, mais seulement jusqu’au moment où les obstacles ont été levés. 3. Une demande de réadmission reçoit une réponse sans délai et, en tout état de cause, dans un délai maximum de quinze
(15)jours. Tout refus est motivé. Le délai de réponse commence à courir à la date de réception de la demande de réadmission. À défaut de réponse dans ce délai, le transfert est réputé approuvé. 4. Après approbation de la réadmission ou à l'expiration du délai de réponse, l'État requérant transfère immédiateme nt et, en tout cas, au plus tard dans les six
(6)mois la personne dont la réadmission a été acceptée. Cette période peut être prolongée sur demande aussi longtemps que des obstacles juridiques ou pratiques l'exigent. L'État requis réadmet sans autres formalités la personne dont il a accepté la réadmission. 5. À la demande de l'État requérant, l'État requis délivre au nom de la personne à réadmettre sans délai, mais au plus tard dans les trois
(3)jours ouvrables, le document de voyage nécessaire à son retour et ayant une durée de validité d'au moins six
(6)mois. Si l'État requis ne peut pas délivrer le document de voyage dans le délai de trois
(3)jours ouvrables suivant la date de la réception de la demande, il est réputé accepter l'utilisation d'un document de voyage délivré par l'État requérant. Si, pour des raisons juridiques ou factuelles, la personne concernée ne peut pas être transférée dans le délai de validité du document de voyage initial délivré par l'État requis, celui-ci délivre dans les trois
(3)jours ouvrables un nouveau document de voyage ayant la même durée de validité. ARTICLE 8 Modalités de transfert et modes de transport Avant de transférer une personne, les autorités compétentes de l'État requérant informent par écrit les autorités compétentes de l'État requis de la date et des modalités du transfert, du point de passage frontalier désigné, du recours éventuel à des escortes ainsi que des autres 1. informations pertinentes concernant le transfert. La notification concernant le transfert contient également, le cas échéant, les renseignements suivants : 2.
(1)l'assistance dont la personne à transférer peut avoir besoin ;
(2)toute autre mesure de protection ou de sécurité pouvant s'imposer pour ce transfert.
- Le transfert s'effectue de manière générale par voie aérienne, mais peut aussi avoir lieu par voie terrestre ou maritime. Le transfert par avion peut être réalisé tant par un vol régulier que par un vol affrété par les autorités. ARTICLE 9 Réadmission par erreur
- L'État requérant réadmet toute personne qui a été réadmise par l'État requis s'il est établi dans les quinze
(15)jours à partir du transfert que les conditions visées aux articles 2 et 3 ne sont pas remplies.
- Dans les cas visés à l'alinéa premier, les règles de procédure du présent Accord de réadmission s’appliquent mutatis mutandis et toutes les données disponibles relatives à l’identité réelle et à la nationalité de la personne à réadmettre sont communiquées. CHAPITRE IV TRANSIT ARTICLE 10 Principes du transit
- Les Parties autorisent le transit de ressortissants d'un État tiers par leur territoire, si une autre Partie en fait la demande, lorsque la poursuite du voyage dans d'éventuels autres États de transit, et la réadmission par l'État de destination sont assurées.
- Les Parties s'efforcent de limiter le transit des ressortissants d'un État tiers aux cas où ces personnes ne peuvent être transférées directement vers le pays de destination.
- Le transit peut être refusé par les Parties :
(1)si le ressortissant d'un État tiers court un risque réel d'être soumis à des tortures, à des traitements ou peines inhumains ou dégradants, à la peine de mort ou peut être poursuivi en raison de sa race, de sa religion, de sa nationalité, de son appartenance à un groupe social déterminé ou de ses convictions politiques dans l'État de destination ou un autre État de transit ;
(2)si le ressortissant d'un État tiers fait l'objet d'une poursuite pénale ou de l'exécution d'un jugement pénal sur le territoire de l'État requis ;
(3)Si le ressortissant d'un État tiers présente un risque de santé, de sécurité publique, d'ordre public ou de tout autre intérêt national de l'État requis.
- Les Parties peuvent retirer une autorisation délivrée si les circonstances évoquées au troisième alinéa, qui empêchent le transit, se produisent ou viennent à être connues ultérieurem ent ou si la poursuite du voyage dans d’éventuels États de transit ou la réadmission par l'État de destination n'est plus assurée. Dans ces cas, l'État requérant réadmet sur son territoire sans délai la personne concernée. ARTICLE 11 Procédure de transit
- Toute demande de transit est adressée par écrit aux autorités compétente s et contient les informations suivantes :
(1)le type de transit (par voie aérienne, terrestre ou maritime) ; les autres États de transit éventuels et l’État de destination ;
(2)les données personnelles de la personne concernée (nom, prénoms, date de naissance et, si disponibles, lieu de naissance, nationalité, type et numéro du document de voyage) ;
(3)le point de passage frontalier envisagé, la date du transit et le recours éventuel à des escortes ;
(4)une déclaration précisant que, du point de vue de l'État requérant, les conditions visées à l'article 10, premier et second alinéa, sont remplies et qu'aucune raison n'est connue pour justifier un refus au sens de l'article 10, troisième alinéa.
- L'autorité compétente de l'État requis informe, sans délai et par écrit, l'autorité compétente de l'État requérant de l'admission, en confirmant le point de passage frontalier et la date d'admission envisagée, ou l'informe du refus d'admission et des raisons de celui-ci.
- Lorsque le transit s'effectue par voie aérienne, la personne à faire transiter et les éventuelles escortes se voient octroyer les facilités nécessaires d'accès dans la zone nationale ou internationa le de l'aéroport de l'État requis.
- Les autorités compétente s de l'État requis, sous réserve de consultation s mutuelles, soutiennent le transit, en particulier par une surveillance de la personne à faire transiter et par la fourniture des équipement s appropriés à cet effet. CHAPITRE V COÛTS ARTICLE 12 Coûts Sans préjudice du droit des autorités compétentes de récupérer les coûts liés à la réadmission auprès z de la personne à réadmettre ou de tiers, tous les frais de transport jusqu'à la frontière de l État de destination finale, engagés dans le cadre de la réadmission et du transit ou du retour des personnes admises par erreur, en application du présent Accord, sont à charge de l'État requérant. CHAPITRE VI PROTECTION DES DONNÉES ET CLAUSE DE NON-INCIDENCE ARTICLE 13 Protection des données La communication de données à caractère personnel n’a lieu que pour autant que cette communication soit nécessaire à l'exécution du présent Accord. Le traitement par les autorités compétentes des Parties des données à caractère personnel, dans les cas d'espèce, est régi par la législation du Belize et, lorsque le traitement est effectué par une autorité compétente d'un État du Benelux, par les dispositions du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), et de la législation nationale des États du Benelux pertinents en la matière adoptée en application de ce règlement. Les principes suivants s'appliquent :
- Les données à caractère personnel doivent être traitées de manière licite, loyale et transparente au regard de la personne concernée (licéité, loyauté, transparence);
- Les données à caractère personnel doivent être collectées pour des finalités déterminées, explicites et légitimes, et ne peuvent pas être traitées ultérieurement d'une manière incompatible avec ces finalités; le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques n'est pas considéré, comme incompatible avec les finalités initiales (limitation des finalités) ;
- Les données à caractère personnel doivent être adéquates, pertinentes et limitées à ce qui est nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées (minimisation des données); en particulier, les données à caractère personnel communiquées ne peuvent porter que sur les informations suivantes :
(1)les renseignements individuels sur la personne à réadmettre (p.ex. le nom de famille, le prénom, tout nom antérieur, autres noms utilisés, alias, le sexe, l'état civil, la date et le lieu de naissance, la nationalité actuelle et toute nationalité antérieure) ;
(2)le passeport, la carte d'identité ou le permis de conduire (numéro, durée de validité, date, autorité et lieu de délivrance) ;
(3)les lieux de séjour et les itinéraires ;
(4)d'autres informations nécessaires pour l'identificatio n de la personne à réadmettre ou pour l'examen des exigences en matière de réadmission prévues dans le présent Accord y compris les données biométrique s telles qu'une photographi e (image faciale) ou des empreintes digitales (données dactyloscopiques) ;
(5)Les circonstances spéciales liées à la personne à transférer, en ce compris les informations relatives à l'assistance que pourrait nécessiter la personne à transférer ainsi que les autres mesures de protection ou de sécurité qui pourraient être nécessaires pour le transfert ;
- Les données à caractère personnel doivent être exactes et, si nécessaire, tenues à jour; toutes les mesures raisonnables doivent être prises pour que les données à caractère personnel qui sont inexactes, eu égard aux finalités pour lesquelles elles sont traitées, soient effacées ou rectifiées sans tarder (exactitude);
- Les données à caractère personnel doivent être conservées sous une forme permettant l'identificatio n des personnes concernées pendant une durée n'excédant pas celle nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées; les données à caractère personnel peuvent être conservées pour des durées plus longues dans la mesure où elles seront traitées exclusiveme nt à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques sous réserve de la mise en œuvre des mesures techniques et organisationnelles appropriées requises afin de garantir les droits et libertés de la personne concernée (limitation de la conservation ) ;
- Les données à caractère personnel doivent être traitées de façon à garantir une sécurité appropriée des données à caractère personnel, y compris la protection contre le traitement non autorisé ou illicite et contre la perte, la destruction ou les dégâts d'origine accidentelle, à l'aide de mesures techniques ou organisation nelles appropriées (intégrité et confidentiali té) ;
- Tant l'autorité qui communique les données que l'autorité qui les reçoit prennent toute mesure utile pour garantir selon le cas la rectification, la suppression ou le verrouillage des données à caractère personnel dont le traitement n'est pas conforme aux dispositions du présent article, en particulier parce que les données ne sont pas adéquates, pertinentes et exactes ou qu'elles sont excessives au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées. Cela inclut la notification à l'autre Partie de toute rectification, toute suppression ou tout verrouillage ;
- Sur demande, le destinataire informe l'autorité ayant communiqué les données de l'utilisation qui en a été faite et des résultats obtenus ;
- Les données à caractère personnel ne peuvent être communiqué es qu'aux autorités compétentes . Leur transmission ultérieure à d'autres organes nécessite le consenteme nt préalable de l'autorité ayant communiqué les données ;
- L'autorité ayant communiqué et celle ayant reçu les données sont tenues de procéder à un enregistreme nt écrit de la communicat ion et de la réception des données à caractère personnel. ARTICLE 14 Clause de non-incidence Le présent Accord ne porte pas atteinte aux droits, obligations et responsabilités des Parties découlant du droit internationa l. CHAPITRE VII MISE EN ŒUVRE ET APPLICATION ARTICLE 15 Comité d'experts
- Les Parties se prêtent mutuellement assistance pour l'application et l'interprétation du présent Accord. À cette fin, elles instituent un comité d'experts chargé en particulier :
(1)de suivre l'application du présent Accord ;
(2)de faire des propositions afin de régler les problèmes que pose l'application du présent Accord ;
(3)de proposer des modifications et des compléments au présent Accord ;
(4)d'élaborer et de recommander des mesures appropriées visant à lutter contre la migration irrégulière.
- Les Parties se réservent d'approuver ou de désapprouver les mesures proposées par le Comité d'experts.
- Le Comité se compose d'un représentant du Royaume de Belgique, d'un représentant du GrandDuché de Luxembourg, d'un représentant du Royaume des Pays-Bas et de trois représentants du Belize. Les Parties désignent parmi eux le président et son suppléant. Un suppléant est nommé pour chaque membre. En cas de besoin, d'autres experts peuvent être associés aux travaux du Comité.
- Le Comité se réunit sur proposition d'une des Parties. ARTICLE 16 Protocole d'application Toutes les dispositions pratiques pour l'application du présent Accord sont arrêtées dans le Protocole d'application. Le Protocole d'application régit notamment :
- la désignation des autorités compétentes ;
- la désignation des points de passage frontaliers ;
- l'établissement des moyens de preuves ;
- les conditions et les modalités applicables au transit sous escorte des personnes à réadmettre ou à faire transiter. Le Protocole d'application fait partie intégrante du présent Accord. CHAPITRE VIII DISPOSITIONS FINALES ARTICLE 17 Application territoriale Le Royaume des Pays-Bas peut étendre l’application du présent Accord à Aruba, Curaçao et SaintMartin ainsi qu'à la partie caraïbe des Pays-Bas (les iles de Bonaire, Saint-Eustache et Saba) en notifiant le Dépositaire à cet effet. Le Dépositaire informe les Parties de cette extension. ARTICLE 18 Dépositaire Le Secrétariat général de l'Union Benelux est le Dépositaire du présent Accord. Le Dépositaire fournit une copie certifiée de l'original du présent Accord et de son Protocole d'applicatio n à chaque État signataire. ARTICLE 19 Entrée en vigueur
- Le présent Accord entre en vigueur le premier jour du deuxième mois suivant la date à laquelle le Dépositaire a reçu la notification de deux États signataires au moins, dont l'un est le Belize, signifiant l'accomplissement des procédures internes requises pour son entrée en vigueur.
- À l'égard de tout autre État signataire, le présent Accord produit ses effets le premier jour du deuxième mois suivant la date de réception par le Dépositaire de la notification d'accomplissement des procédures internes requises pour son entrée en vigueur.
- Le Dépositaire informe tous les États signataires des notifications visées aux premier et second alinéa et des dates d'entrée en vigueur du présent Accord pour les différents États signataires. ARTICLE 20 Suspension et dénonciation
- Le présent Accord est conclu pour une durée indéterminé e.
- Chaque Partie peut suspendre le présent Accord pour des motifs graves en particulier en raison de la protection de la sûreté de l'État, de l'ordre public ou de la santé publique en envoyant une notification écrite au Dépositaire, qui en informe tous les États signataires. La même procédure est utilisée en cas de levée de la suspension.
- La suspension du présent Accord prend effet le premier jour du premier mois suivant celui où le Dépositaire a reçu la notification visée au second alinéa.
- Chaque Partie peut dénoncer le présent Accord en envoyant une notification écrite au Dépositaire, qui en informe tous les États signataires.
- Le présent Accord cesse de s'appliquer le premier jour du sixième mois suivant celui où le Dépositaire a reçu la notification visée au quatrième alinéa. de Ondert ekenen de Staten , daarto e naar TEN BLIJKE WAAR VAN de vertege nwoord igers van ekend. behore n gemac htigd, deze Overee nkoms t hebben ondert ry States, duly authori sed for this purpos e, IN WITNESS WHEREOF, the représe ntative s ofthe Signato hâve signed this Agreem ent. dûmen t autorisés, ont signé le présen t EN FOI DE QUOI, les représ entants des États signataires, Accord. laar, in de Nederl andse, Engelse, en de GEDAAN te Brussei, op 6 mei 2025, in één origine el exemp lijk authen tiek. In geval van versch illen in Franse taal, zijnde de teksten in elk van de talen gelijke interpr etatie is de Engelse tekst doorslaggevend. in the Dutch, English and French languages, DONE at Brussels, on 6 May 2025, in one origina l copy authen tic. In the event of différences in the texts in each of the langua ges being equally . interpr étation , the English text shall prevail l, en langues néerlan daise, anglaise, FAIT à Bruxelles, le 6 mai 2025, en un exemp laire origina nce d'inter prétati on, la version diverge de françai se, chacun des textes faisant égalem ent foi. En cas anglaise du texte prévau t. Voor Belize, Voor het Konink rijk België, For Belize, For the Kingdo m ofBelg ium, Pour le Belize, Pour le Royaume de Belgique, Voor het Grooth ertogd om Luxemburg, For the Grand Duchy of Luxembourg, Grand Duché de Luxem bourg, Pour le Grand- Voor het Konink rijk der Nederl anden, For the Kingdo m ofthe Nether lands, Pour le Royaume des Pays-Bas, Uitvoeringsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en Belize inzake de terug- en overname van personen die onregelmatig op het grondgebied verblijven (terug- en overnameovereenkomst) ARTIKEL 1 Aanwijzing bevoegde autoriteiten (Artikel 16, eerste lid, van de Overeenkomst)
- De Partijen wisselen dertig
(30)dagen na de sluiting van dit Uitvoering sprotocol een lijst van de voor de uitvoering van de Overeenkomst bevoegde autoriteite n en van hun bij de andere Partij geaccredi teerde diplomatie ke of consulaire vertegenw oordiginge n uit.
- De Partijen informere n elkaar onverwijld over iedere veranderi ng in de in het eerste lid bedoelde lijst. ARTIKEL 2 Aanwijzing plaatsen grensovergang (Artikel 16, tweede lid, van de Overeenkomst)
- De voor de toepassing van deze Overeenkomst gebruikte grensovergangen staan in bijlage 1 bij dit Protocol vermeld.
- De Partijen informere n elkaar onmiddell ijk over iedere wijziging in de lijst van de in bijlage 1 bij dit Protocol vermelde grensovergangen.
- De bevoegde autoriteite n kunnen op ad-hoc basis overeenko men gebruik te maken van andere grensovergangen voor de toepassing van deze Overeenk omst. ARTIKEL 3 Indiening van het verzoek om terug- of overname (Artikel 4 van de Overeenkomst)
- Een verzoek om terug- of overname wordt schriftelijk via e-mail, per telefax of andere telecomm unicatiem iddelen rechtstree ks ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezoch te Staat.
- Voor de indiening van het verzoek om terug- of overname wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 2 aan dit Uitvoering sprotocol is gehecht.
- De verzoekende Staat wendt zich voor het verstrekke n alsmede voor het verkrijgen van nadere in lichtingen met betrekking tôt het ingediend e verzoek om terug- of overname tôt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat. ARTIKEL 4 Bewijsmiddelen met betrekking tôt eigen onderdanen (Artikel 5, leden 1 en 2, van de Overeenkomst)
- Het bewijs van de nationalite it overeenko mstig artikel 2 van de Overeenk omst kan worden geleverd door middel van de navolgende document en:
(1)een geldig paspoort of vervangend reisdocum ent met foto (laissez-passer);
(2)een geldig nationaal identiteitsbewijs;
(3)een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder;
(4)een identiteitsbewijs voor zeevarenden;
(5)andere officiële documenten waaruit de nationaliteit van betrokkene blijkt, afgegeven door de aangezochte Staat en voorzien van een foto;
(6)een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de datum waarop het verzoek om terug- of overname wordt verzonden; 1
(7)een bevestiging van de identiteit na raadpleging van het Visuminformatiesysteem . 2. Prima facie bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 van de Overeenkomst kan worden geleverd door middel van de navolgende documenten of elementen:
(1)een kopie van één van de in het eerste lid genoemde documenten;
(2)andere documenten (bijvoorbeeld zeemansboekje, rijbewijs) of gegevens (met inbegrip van biometrische gegevens zoals een foto of vingerafdrukken), die kunnen bijdragen tôt het vaststellen van de nationaliteit van de betrokkene;
(3)een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand;
(4)een bedrijfspas;
(5)afschriften/kopieën van de in de punten
- tôt en met
- van dit lid genoemde documenten;
(6)een betrouwbare getuigenverklaring;
(7)de verklaring van de betrokkene zelf. ARTIKEL 5 Bewijsmiddelen met betrekking tôt onderdanen van een derde Staat en staatlozen (Artikel 6, eerste lid, van de Overeenkomst) 1. Het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 van de Overeenkomst vermelde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat of staatlozen kan worden geleverd door middel van de navolgende bewijsmiddelen:
(1)geldige visa of verbIijfstiteIs afgegeven door de aangezochte Staat;
(2)visa of verblijfstitels afgegeven door de aangezochte Staat, waarvan de geldigheidsduur niet langer dan twee
(2)jaar is verstreken; Verordening (EG) Nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS verordening), PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60. 1
(3)in- en uitreisstempels of soortgelijke aantekeningen in het reisdocument van de betrokkene waaruit diens inreis of het verblijf op het grondgebied van de aangezochte Staat blijkt of waarmee zijn inreis op het grondgebied van de verzoekende Staat vanuit het grondgebied van de aangezochte Staat kan worden aangetoond (reisroute);
(4)door de aangezochte Staat op naam afgegeven documenten (bijvoorbeeld: rijbewijs, legitimatiebewijs);
(5)documenten van de burgerlijke stand of een inschrijving op het grondgebied van de aangezochte Staat;
(6)kopieën van de in de punten
- tôt en met
- van dit lid genoemde documenten.
- Prima facie bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 van de Overeenkomst genoemde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat of staatlozen kan worden geleverd door middel van de navolgende bewijsmiddelen:
(1)op naam gestelde reisdocumenten, bescheiden of facturen indien daaruit de inreis of het verblijf van de betrokkene op het grondgebied van de aangezochte Staat blijkt, of waarmee zijn inreis op het grondgebied van de verzoekende Staat vanuit het grondgebied van de aangezochte Staat kan worden aangetoond (bijvoorbeeld: hotelrekeningen, afspraakkaarten voor bezoek aan arts/tandarts, toegangsbewijzen voor openbare/particuliere instellingen, passagierslijsten voor vlieg- of bootreizen);
(2)inlichtingen waaruit blijkt dat de betrokkene gebruik heeft gemaakt van de diensten van een reisbegeleider of reisbureau;
(3)officiële verklaringen van met name ambtenaren van de aangezochte Staat die belast zijn met de grenscontrole en andere functionarissen die kunnen getuigen dat betrokkene de grens van de aangezochte Staat heeft overschreden;
(4)officiële verklaringen van ambtenaren over de aanwezigheid van de betrokkene op het grondgebied van de aangezochte Staat;
(5)sedert meer dan twee
(2)jaren verlopen verblijfstitel, afgegeven door de aangezochte Staat;
(6)op schrift gestelde verklaring waarin de plaats en omstandigheden worden beschreven waaronder de betrokkene na inreis op het grondgebied van de verzoekende Staat is staande gehouden;
(7)inlichtingen die door een internationale organisatie zijn verstrekt met betrekking tôt de identiteit en het verblijf van de betrokkene op het grondgebied van de aangezochte Staat of van diens reisroute van het grondgebied van de aangezochte Staat naar dat van de verzoekende Staat;
(8)door een reisgenoot afgelegde getuigenverklaring;
(9)verklaringen van de betrokkene zelf;
(10)andere bescheiden (bijvoorbeeld niet op naam gestelde toegangskaartjes) of betrouwbare informatie aan de hand waarvan het verblijf op of de doorreis over het grondgebied van de aangezochte Staat aannemelijk gemaakt kan worden. ARTIKEL 6 Antwoord op het verzoek (Artikel 7, derde lid, van de Overeenkomst)
- Het antwoord op een verzoek om terug- of overname wordt via e-mail, per telefax, of andere telecommunicatiemiddelen aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat schriftelijk overgemaakt. Aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat wordt gelijktijdig een kopie van dit antwoord verstrekt.
- Voor de beantwoording van het verzoek om terug- of overname wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 2 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht en dat voor de indiening van dat verzoek is gebruikt.
- De afwijzing van een verzoek om terug- of overname wordt conform de Overeenkomst gemotiveerd. ARTIKEL 7 Reisdocumenten (Artikel 7, vijfde lid, van de Overeenkomst)
- Ingeval van een positief antwoord op het verzoek om terug- of overname, wordt het voor terugkeer noodzakelijke reisdocument overeenkomstig artikel 7, vijfde lid, van de Overeenkomst, op naam van de over te dragen persoon opgesteld en onverwijld, doch uiterlijk binnen drie
(3)werkdagen door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat aan de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Staat overhandigd. 2. Het reisdocument heeft een geldigheidsduur van zes
(6)maanden. 3. Op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Overeenkomst wordt de aangezochte Staat, indien de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat het gevraagde reisdocument niet binnen drie
(3)werkdagen na de datum van het positieve antwoord verstrekt, geacht in te stemmen met het gebruik van een door de verzoekende Staat verstrekt reisdocument. De documenten die de Partijen voor dit doel gebruiken zijn als bijlage 3 en 4 aan dit Uitvoeringsprotocol gehecht. ARTIKEL 8 Interviews (Artikel 5, derde en vierde lid, van de Overeenkomst) 1. Indien het interview door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat wordt afgenomen, vindt dit onverwijld doch uiterlijk binnen zeven
(7)dagen na de ontvangst van het verzoek om terugname plaats.
- Wanneer het interview door een delegatie van de aangezochte Staat of een in onderling overleg aangestelde deskundige wordt afgenomen, kan de planning van de interviews onderling worden afgesproken zodat een andere verzoekende Staat gebruik kan maken van de diensten van de delegatie van de aangezochte Staat.
- De vorm en modaliteiten van het interview (bijvoorbeeld persoonlijke verschijning, telefoon, videoconferentie) worden tegelijk met het vastleggen van de datum en plaats van het interview afgesproken.
- De aangezochte Staat informeer t de verzoekende Staat onverwijld doch uiterlijk binnen drie
(3)werkdagen na het interview over het resultaat ervan.
- Wanneer het interview door een delegatie van de aangezochte Staat wordt afgenomen, wordt het resultaat ervan in de vorm van een schriftelijke bevestiging van de nationaliteit en/of de identiteit door de interviewende delegatie van de aangezochte Staat verstrekt. Deze schriftelijke bevestiging wordt beschouwd als een bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de Overeenkomst. ARTIKEL 9 Overdracht (Artikel 8 van de Overeenkomst)
- De bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat via e-mail, per telefax, of andere telecommunicatiemiddelen, minimaal drie
(3)werkdagen vôôr de geplande overdracht schriftelijk in kennis van haar voornemen daartoe. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 5 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht. Een kopie van dit formulier wordt verstrekt aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat. 2. Indien de verzoekende Staat niet in staat is de terug of over te nemen persoon binnen de in artikel 7, vierde lid, van de Overeenkomst genoemde termijn van zes
(6)maanden over te dragen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat daarvan onverwijld in kennis. Zodra de effectieve overdracht van de betrokkene kan plaatsvinden, stelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat de aangezochte Staat daarvan in kennis, met gebruikmaking van het in het eerste lid, van dit artikel genoemde formulier en met inachtneming van de voor de overdracht geldende termijnen.
- Indien de verzoekende Staat van mening is dat het vervoer over de weg of over zee dient plaats te vinden, maken de bevoegde autoriteite n van de verzoekende Staat daarvan afzonderlijk melding op het in het eerste lid van dit artikel genoemde formulier.
- De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat verstrekt onverwijld visa aan de begeleiders die hen toegang verlenen tôt zijn grondgebied tijdens hun officiële taken. ARTIKEL 10 Doorgeleidingsprocedure (Artikel 11 van de Overeenkomst)
- Een verzoek om doorgeleiding wordt minimaal zeven
(7)werkdagen voor de geplande doorgeleiding door de verzoekende Staat via e-mail, per telefax of andere telecommunicatiemiddelen schriftelijk ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat. Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 6 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht. 2. De bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat bericht onverwijld doch uiterlijk binnen vier
(4)werkdagen, schriftelijk via e-mail, per telefax of andere telecommunicatiemiddelen, of zij instemt met de doorgeleiding en het hiervoor geplande tijdstip, de plaats waar de grens wordt overschreden, de wijze van vervoer en het gebruik van begeleiders. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde formulier.
- Doorgeleiding geschiedt in beginsel door de lucht. ARTIKEL 11 Ondersteuning van de doorgeleiding (Artikel 11, vierde lid, van de Overeenkomst)
- Indien de verzoekende Staat ondersteuning van de doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Staat noodzakelijk acht, dient zij de soort en inhoud van de gewenste ondersteuning te vermelden onder punt 4 van het formulier dat als bijlage 6 bij dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.
- In het antwoord op het verzoek om doorgeleiding bericht de aangezochte Staat of zij kan voorzien in de gevraagde ondersteuning.
- Voor zover de betrokkene op het grondgebied van de aangezochte Staat wordt begeleid, geschieden de bewaking en het eventueel aan boord brengen onder het gezag en, voor zover mogelijk, met ondersteuning van deze Staat. ARTIKEL 12 Verplichtingen voor begeleiders (Artikel 16, vierde lid, van de Overeenkomst)
- Begeleiders worden door de verzoekende Staat aangewezen en zijn belast met de begeleiding van de terug of over te nemen of door te geleiden persoon.
- Op het grondgebied van de aangezochte Staat leven de begeleiders in aile omstandigheden het recht van de aangezochte Staat na.
- Bij de uitvoering van de terug- of overname en doorgeleiding, voor zover deze plaatsvindt op het grondgebied van de aangezochte Staat, zijn de bevoegdheden van de begeleiders beperkt tôt zelfverdediging. Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van ter zake bevoegde ambtenaren van de aangezochte Staat of ter ondersteuning van deze ambtenaren, in reactie op een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en evenredige wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.
- De begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkleding uit. Zij zijn in het bezit van een toestemming tôt begeleiding, de instemming met terug- of overname of doorgeleiding en een identiteitsbewijs.
- De autoriteiten van de aangezochte Staat verlenen de begeleiders bij de uitoefening van hun taken in het kader van de Overeenkomst dezelfde bescherming en bijstand als aan de eigen ter zake bevoegde ambtenaren. ARTIKEL 13 Kosten (Artikel 12 van de Overeenkomst)
- Door de aangezochte Staat gemaakte kosten in verband met terug- of overname en doorgeleiding welke op grand van artikel 12 van de Overeenkomst ten laste van de verzoekende Staat komen, worden door de verzoekende Staat na overlegging van een factuur vergoed. Deze factuur vermeldt tevens de bankgegevens van de aangezochte Staat.
- De verzoekende Staat zal aile kosten binnen dertig
(30)dagen na ontvangst van de factuur aan de aangezochte Staat vergoeden. L==_ ARTIKEL 14 Taal Partijen communiceren met elkaar in de Engelse taal. ARTIKEL 15 Bijlagen 1. De bijlagen 1 tôt en met 6 vormen een integraal onderdeel van het Uitvoeringsprotocol. 2. Elke wijziging van de bijlagen bij dit Uitvoeringsprotocol wordt schriftelijk overeengekomen tussen de Partijen en wordt van kracht op een door de Partijen te bepalen datum. BIJLAGE 1 UITVOERINGSPROTOCOL BU DE OVEREENKOMSTTUSSEN DE BENELUX-STATEN (HET KONINKRUK BELGIË, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HET KONINKRUK DER NEDERLANDEN) EN BELIZE INZAKE DE TERUG- EN OVERNAME VAN PERSONEN DIE ONREGELMATIG OP HET GRONDGEBIED VERBLIJVEN (TERUG- EN OVERNAMEOVEREENKO MST) GRENSOVERGANGEN voor Belize Philip S.W. Goldson International Airport voor het Koninkrijk België Luchthaven Brussel Nationaal voor het Groothertogdom Luxemburg Internationale Luchthaven Luxemburg-Findel voor het Koninkrijk der Nederlanden Luchthaven Amsterdam-Schiphol BIJLAGE 2 UITVOERINGSPROTOCOL BU DE OVEREENKOMSTTUSSEN DE BENELUX-STATEN (HET KONINKRIJK BELGIË, HET GROOTHERTOG DOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN) EN BELIZE INZAKE DE TERUG- EN OVERNAME VAN PERSONEN DIE ONREGELMATIG OP HET GRONDGEBIED VERBLIJVEN (TERUG- EN OVERNAMEOVE REENKOMST) VERZOEK OM TERUG- OF OVERNAME (art. 4 van de Overeenkomst en art, 3 van het Uitvoeringsprotocol) Terugname van eigen onderdaan DATUM VERZOEK: Overname van een onderdaan van een derde Staat of staatloze persoon DOSSIER NR.: VAN: BEVOEGDE AUTORITEIT (verzoekende Staat) Tel: Fax: E-mail: AAN: BEVOEGDE AUTORITEIT (aangezochte Staat) Tel: Fax: E-mail: 1 - PERSONALIA VAN DE PERSOON OM WIENS TERUG- OF OVERNAME WORDT VERZOCHT NAAM VOORNAMEN MEISJESNAAM ANDERE NAMEN (alias, ...) GESLACHT GEBOORTEDATUM GEBOORTEPLAATS LAATSTE PLAATS VAN VERBLIJF OP HET GRONDGEBIED VAN DE AANGEZOCHTE STAAT BURG, STAAT: Ongehuwd Gehuwd Gescheiden Weduwe/weduwn aar BIJLAGE 2 ECHTGENO(O)T(E ) Naam Geboortedatum Nationaliteit MINDERJARIGE KINDEREN Na(a)m(
- en)(aantal) Geboortedatum 2 - BEWUSMIDDEL EN (art. 5 of 6, van de Overeenkomst en art. 4 of 5 van het Uitvoeringsprot ocol) (NB - het gaat hier om datum afgifte, geldigheidsduur d o c u m e n t e n e.d.) 1 2 3 4 5 (kopieën bijgevoegd) 3 - INFORMATIE OMTRENT HET ONREGELMATIG VERBLIJF OP HET GRONDGEBIED VAN DE VERZOEKENDE STAAT DATUM VASTSTELLING ONREGELMATIG VERBLIJF 4 - BIJLAGEN AANTAL STUKKEN (incl. korte omschrijving) 1............................................................................................................................ 2............................................................................................................................ 3............................................................................................................................ 4............................................................................................................................ 5............................................................................................................................ 6............................................................................................................................ NAAM AMBTENAAR STEMPEL EN HANDTEKENING BIJLAGE 2 ANTWOOR D OP HET VERZOEK O M TERUG- OF OVERNAME (art. 7, derde en vierde lid, van de Overeenkomst en art. 6 van het Uitvoeringsprotocol) DATUM ANTWOOR D: 1 - G E N O M E N BESLISSING AKKOORD WEIGERING WEIGERINGS GRONDEN IN GEVAL VAN NEGATIEF ANTWOORD 2 - BIJZONDERHEDEN NAAM AMBTENAAR STEMPEL EN HANDTEKEN ING BIJLAGE 3 UITVOERINGSPROTOCOL BU DE OVEREENKOMSTTU SSEN DE BENELUX-STATEN (HET KONINKRUK BELGIË, HETGROOTHERTO GDOM LUXEMBURG, HET KONINKRUK DER NEDERLANDEN) EN BELIZE INZAKE DE TERUG- EN OVERNAME VAN PERSONEN DIE ONREGELMATIG OP HET GRONDGEBIED VERBLUVEN (TERUG- EN OVERNAMEOVEREE NKOMST) EU-STANDAARD-RE ISDOCUMENT VOOR DE TERUGKEER (art. 7, vijfde lid, van de Overeenkomst en art. 7 van het Uitvoeringsprotocol) BIJLAGE 3 Naam van de lidstaat Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen Instantie van afgifte: Document nr.: Gel dig voor één reis van: naar: Naam/namen : Voornaam/voornamen: Geboortedatu m Geslacht: Nationaliteit/ nationaliteite n: Onderscheidende kenmerken: Adres in het land van terugkeer -» (indien bekendj: SIEMPEL Plaats van afgifte: Datum: Handtekening: BIJLAGE 4 UITVOERINGSPROTOCOL BU DE OVEREENKOMSTTUSSE N DE BENELUX-STATEN (HET KONINKRIJK BELGIË, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN) EN BELIZE INZAKE DE TERUG- EN OVERNAME VAN PERSONEN DIE ONREGELMATIG OP HET GRONDGEBIED VERBLIJVEN (TERUG- EN OVERNAMEOVEREENK OMST) REISDOCUMENT VOOR DE TERUGKEER (art. 7, vijfde lid, van de Overeenkomst en art. 7 van het Uitvoeringsprotocol) BIJLAGE 5 UITVOERINGSPROTOCOL BU DE OVEREENKOMSTTUSSEN DE BENELUX-STATEN (MET KONINKRIJK BELGIË HET GROOTHERTO GDOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN) EN BELIZE INZAKE DE TERUG- EN OVERNAME VAN PERSONEN DIE ONREGELMAT IG OP HET GRONDGEBIED VERBLIJVEN (TERUG- EN OVERNAMEOV EREENKOMST ) KENNISGEVING INZAKE DE OVERDRACHT ( a r t . 8 van de O v e r e e n k o m s t e n a r t . 9 van het U i t v o e r i n g s p r o t o c o l ) DATUM: DOSSIER NR.: UW POSITIEF ANTWOORD VAN ( d a t u m ) : VAN: BEVOEGDE AUTORITEIT (verzoekende Staat) Tel: Fax: E-mail: AAN: BEVOEGDE AUTORITEIT (aangezochte Staat) Tel: Fax: E-mail: 1 - PERSONALIA VAN DE PERSOON WIENS OVERDRACHT WORDT AANGEKONDI GD NAAM VOORNAMEN GEBOORTEDAT UM GEBOORTEPLAATS NATIONALITEIT ECHTGENO(O)T(E) Naam Geboortedatum Nationaliteit MINDERJARIGE KINDEREN Na(a)m(
- en)(aantal) Geboortedatum BIJLAGE 5 2 - DOCUMENTEN WAAROVER DE PERSOON WIENS OVERDRACHT WORDT AANGEKONDIGD, BESCHIKT (NB - het gaat hier om datum en plaats van afgifte, geldigheidsduur e.d.) 1. 2. LAISSEZ-PASSER afgegeven op (datum) geldigtot (datum) te (plaats) ANDERE (REIS)DOCUMENTEN (kopieën bijgevoegd) 3 - DATUM, TIJDSTIP, PLAATS EN WIJZE VAN OVERDRACHT DATUM EN TIJDSTIP OVERDRACHT PLAATS OVERDRACHT WIJZE VAN VERVOER LUCHT/LAND/ZEE' VERVOERMIDDEL AUTO JA/NEE' VLIEGTUIG JA/NEE' KENTEKEN VLUCHTNR BEGELEIDING: .................................................................................................... .................................................................................................... JA/NEE' AANTALBEGELEIDERS NAMEN BEGELEIDERS 1............................................................................................................................ 2............................................................................................................................ REDENEN W A A R O M DETERUG- OF OVERNAME NIET VIA DE LUCHT KAN PLAATSVINDEN GEZONDHEIDSTOESTAND ( i n s t e m m i n g betrokkene vereist) BENODIGDE ASSISTENTIE BENODIGDE BESCHERMINGS- OF VEILIGHEIDSMAATREGELEN .............................................................................................................................. ' D o o r h a l e n wat niet van toepassing is. BIJLAGE 5 4-BIJLAGEN AANTAL STUKKEN (incl. korte omschrijving) 1.................................................................................................................... 2................................................................................................................... 3.................................................................................................................... 4................................................................................................................... 5................................................................................................................... 6.................................................................................................................... NAAM AMBTENAAR STEMPEL EN HANDTEKENING ONTVANGSTBEVESTIGING KENNISGEVING DATUM: NAAM AMBTENAAR STEMPEL EN HANDTEKENING BIJLAGE 6 UITVOERINGSPROTOCOL BU DE OVEREENKOMST TUSSEN DE BENELUX-STATEN (MET KONINKRUK BELGIË, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN) EN BELIZE INZAKE DE TERUG- EN OVERNAME VAN PERSONEN DIE ONREGELMATIG OP HET GRONDGEBIED VERBLIJVEN (TERUG- EN OVERNAMEOVEREENKOMST) VERZOEK OIVI TOESTEMMING TOT DOORGELEIDING VAN NAAR EEN DERDE STAATTE VERWUDEREN VREEMDELING(EN) (art. 11, eerste lid, van de Overeenkomst en art. 10, eerste lid, van het Uitvoeringsprotocol) D A T U M VERZOEK: DOSSIER NR.: VAN: BEVOEGDE AUTORITEIT (verzoekende Staat) Tel: Fax: E-mail: AAN: BEVOEGDE AUTORITEIT (aangezochte Staat) Tel: Fax: E-mail: 1 - PERSONALIA VAN DE PERSOON O M WIENS DOORGELEIDING WORDT VERZOCHT NAAM VOORNAMEN MEISJESNAAM ANDERE NAMEN (alias, ...) GESLACHT GEBOORTEDATUM GEBOORTEPLAATS NATIONALITEIT TYPE EN NR. REISDOCUMENT 2 - VERKLARING BEVOEGDE AUTORITEIT VERZOEKENDE STAAT a. ER IS VOLDAAN AAN DE VOORWAARDEN (art. 10, eerste en tweede lid, van de Overeenkomst) b. ER ZIJN GEEN REDENEN BEKEND VOOR WEIGERING (art. 10, derde lid, van de Overeenkomst) BIJLAGE 6 3 — VOORSTEL WIJZE VAN DOORGELEIDING DATUM, UUR EN PLAATS VAN AANKOMST OP HET GRONDGEBIED VAN DE AANGEZOCHTE STAAT Op Om Luchthaven* Vluchtnr. Grenspost* Auto-kenteken Haven* Scheepvaartmaatschapp ij D A T U M , UUR EN PLAATS VAN VERTREK VANUIT HET GRONDGEBIED VAN DE AANGEZOCHTE STAAT Op Om Luchthaven* Vluchtnr. Grenspost* Haven* Auto-kenteken Scheepvaartmaatschapp ij ANDERE STATEN VAN DOORREIS STAAT VAN (EIND)BESTEMMING 4 - BEGELEIDING BEGELEIDING JA/NEE’ AANTALBEGELEIDERS NAMEN BEGELEIDERS 1........................................................................................................................... 2............................................................................................................................ MEDISCHE BEGELEIDING JA/NEE' REDENEN WAAROM DE DOORGELEIDING NIET VIA 1............................................................................................................................ DE LUCHT KAN PLAATSVINDEN 2............................................................................................................................ 3............................................................................................................................ 4 ........................................................................................................................... TETREFFEN BESCHERMINGS- OF VEILIGHEIDSMAATREGELEN 1............................................................................................................................ 2............................................................................................................................ 3 ........................................................................................................................... ONDERSTEUNING GEVRAAGD JA/NEE' WIJZE VAN ONDERSTEUNING 5 — B1JLAGEN AANTAL STUKKEN (incl. korte omschrijving) 1............................................................................................................................ 2............................................................................................................................ 3............................................................................................................................ 4............................................................................................................................ 5............................................................................................................................ 6............................................................................................................................ NAAM AMBTENAAR D o o r h a l e n wat niet van toepassing is. STEMPELEN HANDTEKENING BIJLAGE 6 ANTWOORD OP HET VERZOEK OM DOORGELEIDING (art. 11, tweede lid, van de Overeenkomst en art. 10, tweede lid, van het Uitvoeringsprotocol) DATUM ANTWOORD: 1 - G E N O M E N BESLISSING AKKOORD WEIGERING WEIGERINGSGRONDEN IN GEVAL VAN NEGATIEF ANTWOORD 2 - BIJZONDERHEDEN NAAM AMBTENAAR STEMPEl EN HANDTEKENING Implementing Protocol to the Agreement between the Benelux States (the Kingdom of Belgium, the Grand Duchy of Luxembourg and the Kingdom of the Netherlands) and Belize on the readmission of persons residing without authorisation (Readmission Agreement) ARTICLE 1 Désignation of competent authorities (Article 16, first paragraph, of the Agreement) 1. Thirty
(30)days after the conclusion of this Protocol, the Parties shall exchange lists of the authorities competent to implement the Agreement and of their diplomatie or consular représentations accredited to the other Party.
- The Parties shall immediately inform one another of any change to the lists referred to in the first paragraph. ARTICLE 2 Désignation of border Crossing points (Article 16, second paragraph, of the Agreement)
- The border Crossing points used for the application of this Agreement are listed in Annex 1 to this Protocol.
- The Parties shall immediately inform one another of any change to the list of the border Crossing points mentioned in Annex 1 to this Protocol.
- The competent authorities can agréé to use other border Crossing points for the application of this Agreement on an ad hoc basis. ARTICLE 3 Submission of the readmission application (Article 4 of the Agreement)
- A readmission application shall be submitted in writing by e-mail, fax or other means of télécommunication directly to the competent authority of the requested State.
- The readmission application shall be submitted using the form attached as Annex 2 to this Protocol.
- For providing as weil as for receiving more detailed information with regard to the submitted readmission application, the requesting State shall turn to the competent authority of the requested State. ARTICLE 4 Means of evidence regarding own nationals (Article 5, paragraphs 1 and 2, of the Agreement)
- Proof of nationality pursuant to Article 2 of the Agreement can be furnished through the following documents:
(1)a valid passport or replacement travel document with photo {laissez-passer);
(2)a valid national identity card;
(3)a valid military identity card or other armed forces personnel identity card with a photo of the holder;
(4)a seaman's identity card;
(5)other official documents indicating the nationality of the person concerned, issued by the requested State and bearing a photo;
(6)a document, as described above, which is no longer valid on the date on which the readmission application is sent;
(7)a confirmation of identity as a resuit of a search carried out in the Visa Information 1 System . 2. Prima facie evidence of nationality pursuant to Article 2 of the Agreement can be furnished through the following documents or éléments:
(1)a copy of one of the documents mentioned in the first paragraph;
(2)other documents (e.g. seaman's book, driving licence) or data (including biométrie data such as a photograph or fingerprints), which may help to establish the nationality of the person concerned;
(3)a document indicating consular registration, a certificate of nationality or a certificate issued by the municipal registry of births, marriages and deaths;
(4)a company identity card;
(5)copies of the documents mentioned in points 2 to 4 of this paragraph;
(6)a reliable witness statement;
(7)the statement made by the person concerned. ARTICLE 5 Means of evidence regarding third-State nationals and stateless persons (Article 6, first paragraph, of the Agreement) 1. Proof of the conditions for the readmission of third-State nationals or stateless persons laid down in Article 3 of the Agreement can be furnished through the following means of evidence:
(1)valid visas or résidence permits issued by the requested State;
(2)visas or résidence permits issued by the requested State, the validity of which has expired by less than two
(2)years; Régulation (EC) No 767/2008 of the European Parliament and of the Council of 9 July 2008 concerning the Visa Information System (VIS) and the exchange of data between Member States on short-stay visas (VIS Régulation), OJ L 218, 13.8.2008, p. 60. 1
(3)entry and departure stamps or similar endorsement in the travel document of the person concerned showing his entry into or résidence on the territory of the requested State or proving his entry into the territory of the requesting State from that of the requested State (itinerary);
(4)documents issued in the person's name by the requested State (e.g. driving licence, identity card);
(5)documents issued by the municipal registry of births, marriages and deaths or registration on the territory of the requested State;
(6)copies of the documents mentioned in points 1 to 5 of this paragraph. 2. Prima facie evidence of the conditions for the readmission of third-State nationals or stateless persons laid down in Article 3 of the Agreement can be furnished through the following means of evidence:
(1)travel documents or